Skip to main content

Epiloog bij 'Misschien ooit' - Colleen Hoover.9789401905770

Page 1

G O LO I EP


Colleen Hoover

MISSCHIEN OOIT Epiloog


Maggie Ik leg de pen neer op het formulier. Mijn hand trilt te veel om het verder in te vullen, dus haal ik een paar keer diep adem in een poging mezelf weer onder controle te krijgen. Je kunt dit, Maggie. Ik pak de pen weer op, maar ik heb het gevoel dat mijn hand nog meer trilt dan voordat ik de pen neerlegde. ‘Laat me je helpen,’ zegt een stem. Ik kijk op in het lachende gezicht van de tandemspronginstructeur. Hij pakt eerst de pen uit mijn hand en daarna het klembord, en gaat in de stoel rechts van me zitten. ‘Veel mensen die het voor het eerst doen zijn nerveus. Het is makkelijker als je mij het papierwerk in laat vullen, want jouw handschrift is waarschijnlijk toch onleesbaar,’ zegt hij. ‘Je doet net alsof je op het punt staat uit een vliegtuig te springen of zo.’ Hij knipoogt naar me en lacht. Ik adem opgelucht uit, maar word onmiddellijk weer nerveus als ik me realiseer dat ik een beroerde leugenaar ben. Het is veel makkelijker om te liegen bij de medische gegevens als ik het formulier gewoon zelf invul. Ik betwijfel of ik tegenover deze man hardop kan liegen. 2


‘Dank je, maar het lukt wel.’ Ik probeer het klembord terug te pakken, maar hij houdt het zo dat ik er niet bij kan. ‘Niet zo snel…’ – hij kijkt vlug naar het formulier – ‘Maggie Carson.’ Hij steekt zijn rechterhand uit, terwijl hij met zijn linkerarm het klembord buiten mijn bereik blijft houden. ‘Ik ben Jake, en als je van plan bent van drie kilometer hoogte uit een vliegtuig te springen terwijl je aan mij bent overgeleverd, dan is het invullen van het formulier wel het minste wat ik kan doen.’ Ik schud zijn hand, onder de indruk van de kracht in zijn greep. De wetenschap dat ik op het punt sta mijn leven in deze handen te leggen, stelt me voor een fractie van een seconde gerust. ‘Hoe vaak heb je al gesprongen?’ vraag ik. Hij grijnst en brengt dan zijn aandacht terug naar het formulier. Hij bladert het papierwerk door. ‘Je bent mijn vijfhonderdste.’ ‘Echt? Vijfhonderd, dat is me nogal wat. Zou je dat niet moeten vieren? Krijg je dan ook een onderscheiding?’ Hij kijkt me aan en zijn lach verdwijnt. ‘Je vroeg hoe vaak ik al gesprongen héb. Dat is dus vierhonderdnegenennegentig keer. Dit wordt nummer vijfhonderd. En ik houd er niet van om iets te vieren voordat ik de sprong daadwerkelijk overleefd heb.’ Ik slik. Hij lacht en geeft een por tegen mijn schouder. ‘Ik maak maar een grapje, Maggie. Relax. Je bent in goede handen.’ Ik lach en adem tegelijkertijd diep in. Hij gaat verder met het invullen van het formulier. ‘Medische afwijkingen?’ vraagt hij, terwijl hij zijn pen al tegen het vakje ‘nee’ drukt. Ik geef geen antwoord. Mijn stilte geeft hem aanleiding om naar me op te kijken en de vraag te herhalen. ‘Medische afwijkingen? Recente ziektes? Een gestoorde ex waarvan ik moet weten?’ Ik lach om zijn laatste opmerking en schud zacht mijn hoofd. ‘Geen gestoorde exen. Alleen één heel fantastische.’ Hij lacht. ‘En hoe zit het met het andere deel van de vraag? Medische afwijkingen?’ Hij wacht tot ik antwoord, maar ik ben niet in staat iets uit te brengen. Hij knijpt zijn ogen samen en leunt voorover, terwijl hij me aandachtig opneemt. ‘Is het terminaal?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Nog niet.’ 3


Zijn lippen vormen een dunne streep. ‘Wat is het dan, Maggie Carson?’ Ik kijk omlaag naar mijn handen, die gevouwen in mijn schoot liggen. ‘Misschien laat je me niet meer springen als ik het je vertel.’ Hij buigt zich naar me toe totdat zijn oor dicht bij mijn mond is. Zijn adem glijdt langs mijn sleutelbeen, waardoor er een rilling over mijn lijf loopt. ‘Als je het zacht genoeg zegt, is de kans groot dat ik je niet eens versta,’ fluistert hij. Hij komt weer wat overeind en kijkt me afwachtend aan. ‘CF,’ zeg ik. Ik weet niet eens of hij weet waar CF voor staat, maar als ik het kort houd, kan het zijn dat hij niet te veel vragen stelt. ‘Hoe zit het met je zuurstofwaarden?’ Misschien weet hij wél waar het voor staat. ‘Tot nu toe goed.’ ‘Heb je een doktersverklaring?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Ik heb dit pas net bedacht. Ik ben soms wat impulsief.’ Hij grinnikt, kijkt weer naar het formulier en vult in dat er geen sprake is van medische afwijkingen. Hij kijkt me weer aan. ‘Nou, je hebt geluk, want toevallig ben ik arts. Maar als je vandaag overlijdt, vertel ik iedereen dat je over deze vraag gelogen hebt.’ Ik lach en knik instemmend. Ik waardeer het dat hij bereid is om het te negeren. Ik weet dat dat niet niets is. ‘Dank je wel.’ ‘Waarvoor?’ vraagt hij zonder naar me op te kijken. Hij werkt de vragen een voor een af en ik beantwoord ze allemaal eerlijk, net zolang tot we eindelijk op de laatste pagina zijn aangekomen. ‘Oké, laatste vraag,’ zegt hij. ‘Waarom wil je parachutespringen?’ Ik buig me over hem heen om het formulier te kunnen zien. ‘Is dat daadwerkelijk een vraag?’ Hij houdt het papier zo dat ik het kan lezen. ‘Jazeker. Kijk, hier.’ Ik lees de vraag, en dan geef ik hem een eerlijk, ongezouten antwoord: ‘Ik denk omdat ik doodga. Ik heb een lange bucketlist.’ Zijn blik verhardt, alsof mijn antwoord hem een beetje boos maakt. Hij gaat verder met het invullen van het formulier. Ik lees 4


mee wat hij opschrijft, en dat is iets heel anders dan het antwoord dat ik hem net gegeven heb. Ik wil parachutespringen omdat ik het leven zo intens mogelijk wil beleven. Hij overhandigt me het formulier en de pen. ‘Je moet hier tekenen,’ zegt hij, en hij wijst naar de onderkant van de pagina. Nadat ik het formulier heb ondertekend en aan hem heb teruggegeven, staat hij op en reikt hij naar mijn hand. ‘Laten we onze parachute halen, nummer vijfhonderd.’ * ‘Ben je echt arts?’ Ik schreeuw om over het gebrul van de motoren heen te komen. We zitten recht tegenover elkaar. Hij lacht zijn brede lach. Zijn tanden zijn zo recht en wit dat ik er geld op durf in te zetten dat hij eigenlijk tandarts is. ‘Cardioloog,’ roept hij. Hij gebaart om zich heen. ‘Ik doe dit voor de lol.’ Indrukwekkend. ‘Vindt je vrouw dat dan niet erg, dat je altijd maar bezig bent?’ O god. Dat lag er wel heel dik bovenop. Ik krijg de kriebels van het feit dat ik het überhaupt hardop gevraagd heb. Ik ben nooit zo goed geweest in flirten. Hij leunt voorover. ‘Wat zeg je?’ schreeuwt hij. Jezus. Laat hij me die vraag nu echt herhalen? ‘Ik vroeg of je vrouw het niet erg vindt dat je altijd maar bezig bent.’ Hij schudt zijn hoofd, maakt zijn gordel los en komt dan naast me zitten. ‘Het is hier te lawaaierig!’ roept hij. ‘Zeg het nog eens!’ Ik rol met mijn ogen en begin nog eens: ‘Vindt je vrouw…’ Hij lacht en duwt een vinger tegen mijn lippen. Dan buigt hij zich naar me toe. Mijn hartslag reageert heftiger op deze onverwachte beweging dan op het feit dat ik op het punt sta uit een vliegtuig te springen. ‘Grapje,’ zegt hij met zijn gezicht vlak bij mijn oor, terwijl hij zijn vinger van mijn lippen haalt. ‘Je zag er zo gegeneerd uit nadat je het de eerste keer vroeg, dat ik het je nog een keer wilde laten zeggen.’ 5


Ik sla hem op zijn arm. ‘Eikel.’ Hij lacht en gaat staan. Hij maakt mijn gordel los en trekt me overeind. ‘Ben je er klaar voor?’ Ik knik, maar ik lieg. Ik sta doodsangsten uit. Het is dat hij arts is en dat hij dit soort dingen voor zijn plezier doet en dat hij zo enorm aantrekkelijk is, anders zou ik hier waarschijnlijk alsnog onderuit proberen te komen. Hij draait me zodat ik met mijn rug tegen zijn borst zit en maakt onze harnassen aan elkaar vast. Ik houd mijn ogen gesloten terwijl hij me een veiligheidsbril opzet. Na een paar minuten zijn we klaar om te springen. Hij begeleidt me naar de opening in het vliegtuig en beweegt zijn mond naar mijn oor. ‘Ik heb geen vrouw, Maggie. Het enige waar ik van houd is mijn leven.’ Ik lach. Zijn antwoord bevalt me. Het is het tot driemaal toe stellen van de vraag waard geweest. Ik houd mijn harnas steviger vast. Hij slaat zijn armen om me heen, pakt mijn handen en legt ze op mijn buik. ‘Nog zestig seconden,’ zegt hij. ‘Mag ik je iets vragen?’ Ik knik. Al zou ik het willen, dan nog zou ik niet durven weigeren nu ik mijn leven praktisch in zijn handen heb gelegd. ‘Als we deze sprong overleven, mag ik je dan mee uit eten nemen? Om te vieren dat je mijn vijfhonderdste bent?’ Ik lach om de onbedoelde seksuele ondertoon in zijn vraag. Ik draai mijn hoofd naar hem toe en constateer dan dat zijn ogen precies dezelfde kleur hebben als de lucht beneden ons. ‘Is het eigenlijk toegestaan dat instructeurs op date gaan met hun cursisten?’ Hij lacht. ‘Dat weet ik niet,’ zegt hij schouderophalend. ‘De meeste cursisten zijn mannen en tot nu toe heb ik nog nooit een van hen mee uit willen vragen.’ Zijn blauwe ogen lachen me toe terwijl hij wacht tot ik ‘ja’ zeg. ‘Ik laat je mijn antwoord weten als we veilig geland zijn,’ zeg ik. ‘Oké.’ Hij duwt me nog een stap vooruit en vervlecht zijn vingers met de mijne terwijl we onze armen spreiden. ‘Dit is het dan, Maggie. Ben je er klaar voor?’ Ik knik. De angst voor wat ik op het punt sta te doen slaat me om het hart. Ik voel zijn adem in mijn nek terwijl hij ons naar het randje van de opening van het vliegtuig schuift. ‘Ik weet dat je gezegd 6


hebt dat je wilt skydiven omdat je doodgaat, maar je moet weten dat je er enorm naast zat. Dit heeft niets met doodgaan te maken, Maggie! Dit is léven!’ Daarmee schuift hij ons nog een laatste keer vooruit… en we springen.

7


Dit is de epiloog van Colleen Hoovers nieuwe roman Misschien ooit

Colleen Hoover | Misschien ooit | ISBN 9789401905770 | ISBN e-book 978940190578 Copyright Š 2016 Colleen Hoover/Uitgeverij Z&K, Utrecht www.zomerenkeuning.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Epiloog bij 'Misschien ooit' - Colleen Hoover.9789401905770 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu