Skip to main content

Leesfragment Broers, vijanden van Sabri Louatah

Page 1

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 26

04-09-17 08:42


1 Hij kon alles. Hij kon jongleren, op zijn handen lopen, op commando huilen, midden in een zin een lach produceren. Hij kon een kiezelsteen vier keer laten ketsen op de waterspiegel van een meer, hij kon een stuk of twintig bekende stemmen imiteren, hij kende de woorden van ten minste honderd liedjes uit zijn hoofd, waaronder een paar aria’s – Jasmine beweerde dat hij een fatsoenlijke tenor had kunnen zijn. Fatsoenlijk was niet goed genoeg. Als acteur kon Fouad naar excellentie streven. De video-opnames die hij sinds twee uur die ochtend afspeelde toonden hem dat zijn beginnende bekendheid welverdiend was. Hij bekeek de korte films waarin hij had gespeeld, de bijrollen in films waar alleen hij opviel, en tot slot de serie die het paradepaardje was geworden van de zes­ de zender, waarin hij de trainer speelde van een voetbalteam dat onverwacht in de piranhavijver van de eredivisie terechtkomt. In al die rollen was hij naturel, hij vond instinctief de juiste gebaren en blikken. Hij hield niet van boefjes in het echte leven, maar voor de camera kroop hij in hun huid: zijn stem werd schor, zijn lippen weken iets uiteen om een dreigend puntje tong te tonen, als hij met een pistool zwaaide hoefde niemand hem te vertellen dat hij de kolf horizontaal moest houden. Een populaire regisseur noemde hem de meest veelbelovende acteur van zijn generatie. Hij kon alles spelen, hij was zowel kneedbaar als vormvast. En natuurlijk was hij knap. Eerder Zuid-Amerikaans dan Noord-Afrikaans knap – krullen in plaats van kroeshaar, een kosmopolitische schoonheid, een passe-partout, een universele aantrekkingskracht, die zijn problematische arabité tot een

27

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 27

04-09-17 08:42


aanvaardbare esthetiek reduceerde, een amusant vrouwenbladtropisme: de donkere wolken uit het verleden waren opgeklaard, de vroegere conflicten geregeld in twee filmscènes en een paar geregisseerde interviews. Frankrijk en Algerije, verzoend dankzij een telegenieke acteur. Fouad verstarde. Ineens leek de situatie hem glashelder: hij was het goede geweten van het milieu waarin hij zich ontwikkelde: de wereld van de korte film aan de oostkant van Parijs. Hij was het goede geweten van een avant-gardistisch rechtscollege. Nazir was het slechte geweten van de hele Franse natie. Fouad realiseerde zich dat hij de hele ochtend naar zichzelf had zitten kijken. Hij had zichzelf mooi gevonden. Hij had zichzelf monsterlijk gevonden. De afleveringen van De man van de match die hij had bekeken waren nog niet gemixt. Het waren werkversies, beeld en geluid waren afgrijselijk. Fouad haalde de dvd uit zijn laptop en borg hem zorgvuldig op. Hij stond op en ijsbeerde even door zijn appartement. Hij droeg nog steeds zijn hoody van de afgelopen nacht, die hij in het Val-de-Grâce had doorgebracht. Hij krabde door zijn borsthaar, nam de inhoud van zijn appartement schattend op. In het enorme, hoge vertrek kwam het daglicht alleen binnen door de spleten in de elektrische rolluiken. Met gedempte stem herhaalde hij de eerste woorden van de brief die hij twee uur geleden al had willen schrijven: ‘Lieve Jasmine, mijn ontmoeting met jou was een van de meest intense ervaringen van mijn leven tot nog toe…’ ‘Nee,’ corrigeerde hij zichzelf terwijl hij om zijn as draaide, ‘niet “een van de”, maar “de”… En niet “tot nog toe” maar gewoon “van mijn leven”. Verdomme…’ Hij maakte ruimte op zijn werktafel, schoof de laptop opzij waarvan de batterij bijna leeg was na twee uur lang filmkijken. Hij pakte een nieuw blocnote en schreef met de rode punt van zijn oude veelkleurige ballpoint: ‘Lieve Jasmine…’ Verder ging hij niet. Verder zou hij ook niet gaan voordat hij

28

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 28

04-09-17 08:42


uitgerust was, voordat hij zichzelf hervonden en gerustgesteld had, weer operationeel en optimistisch was. Wat was er allemaal gebeurd sinds zaterdag? Omdat hij niet op de tijd had gelet, had hij in alle haast naar Saint-Étienne moeten vertrekken, hij had zijn trein gemist vanwege zijn geflirt met een regisseuse van korte films die hem de hoofdrol aanbood in haar volgende film, en meer, indien verenigbaar. Krim was in zijn plaats als getuige opgetreden, Slim had Kenza op haar wang gekust, oom Ferhat was midden op de dansvloer in elkaar gezakt… Toen zijn tgv bij het station Châteaucreux aankwam had hij de ramp al voorvoeld, en hij had niets gedaan om die te voorkomen. Hij keerde terug naar zijn laptop, stak de stekker in het stopcontact en klikte het internet aan. Het tabblad met ontvangen berichten toonde in vette letters het ongehoorde aantal van 97 ongelezen berichten. Hij waagde zich niet verder in zijn inbox en ging terug naar Google, waar hij op het idee kwam om zijn familie­naam in te voeren. Jasmine had hem veertien dagen geleden bekend dat ze een e‑mailalert had ingesteld op het woord Nerrouche: zodra Fouad op het internet werd genoemd, kreeg zij een melding. Inmiddels leverde diezelfde naam 54 miljoen resultaten op in allerlei nieuwsberichten. Uit de parameters aan de linkerkant van de zoekmachine koos hij de optie ‘Afgelopen 24 uur’ en kreeg iets meer dan tien miljoen resultaten. Vervolgens klikte hij op ‘Afgelopen uur’: negentienduizend pagina’s gevonden in 0,11 seconden. Toen hij op zijn F5-toets drukte, steeg dat aantal in real-time. Overal op dat angstaanjagend eindeloze, wereldwijde web plaatsten onbekenden informatie en commentaar over zijn familie. Vooral over zijn tante Rabia, zijn moeder, hemzelf, Nazir en Krim. Met een willekeurige klik op een koppeling die de vorige avond uit het niets was verschenen, kwam hij op een website die een enquête aanbood met de vraag of de Nerrouches al dan niet een kweekvijver van islamitische terroristen vormden. Het ‘Ja’ won met 91%.

29

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 29

04-09-17 08:42


Er hadden duizenden internetters aan meegedaan. Duizenden menselijke geesten, duizenden echte mensen, waren van mening dat zijn familie een terroristennetwerk was. Hij klapte het scherm van zijn laptop ruw dicht en keek of Szafran, de advocaat van de familie, hem misschien had gebeld. In de lijst van gemiste oproepen stonden zijn agent, een paar vrienden, een hele trits kennissen, Szafran, en – verrassing – zijn nichtje Kamelia. Hij ging even op bed liggen om haar terug te bellen. Aan het plafond hing zijn ventilator te wachten op een reparatie. Hij viel in slaap en droomde dat die vijf roerloze schroefbladen de vijf roerloze vingers waren van een hand die boven zijn levenslot hing te weifelen of hij hem zou vermorzelen. Tien minuten later rukte de herinnering aan een woedende Krim op de parkeerplaats van de feestzaal hem uit de slaap. Hij was niet uitgerust en zag zijn appartement als een hut op een spookschip: de muren konden dreigend naar elkaar toe schuiven, de vloer kon wegzakken – uit de fotoalbums die hij in zijn kast verborgen hield kon de geest van zijn vader opdoemen, van zijn neef, van Nazir. Doden en levenden, levende doden. Hij besloot Kamelia terug te bellen. Mopperend en buiten adem nam ze op, ze leek het heel druk te hebben. Hij vroeg wat er aan de hand was, zij legde uit dat ze haar koffer dicht probeerde te krijgen. ‘Waar ga je heen?’ ‘Nou, naar jullie toe, Fouad! Ik bedoel naar Saint-Étienne. We kunnen Slim en Luna toch niet alleen laten, zeg nou zelf.’ Daar had Fouad niet meer aan gedacht. Zijn kleine broertje. Zijn kleine nichtje. Zijn kleine familie. Terwijl zijn moeder en zijn tante een paar uur geleden bij dageraad uit hun huis werden gehaald door de antiterreureenheid, was hij de clown aan het uithangen bij een familie die de zijne niet was, op drie stappen van de meest prestigieuze patiënt van alle ziekenhuizen van het land.

30

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 30

04-09-17 08:42


‘Ik kom ook, Kamelia, alleen nog niet vandaag, maar zodra ik onze advocaat heb gesproken, zodra ik iets meer weet…’ ‘Doe jij nou maar wat je moet doen in Parijs, ik zorg daar overal wel voor.’ ‘Hartstikke bedankt, Kam,’ zei hij ten afscheid terwijl hij zijn laptop weer aanzette. ‘Houd toch eens op met me te bedanken!’ riep zijn nichtje verontwaardigd, en met veel kabaal liet ze de koffer vallen die nog altijd niet dicht wilde. Fouad hoorde dat zogenaamde verwijt niet – hij had het aantal ongelezen berichten net zien stijgen tot achtennegentig. Achtennegentig ongelezen. ‘… Ik ga toch niet voor jouw plezier naar Saint-Étienne, ik ga voor ons, en natuurlijk voor ons lieve Lunaatje.’ Haar toewijding ontroerde Fouad des te meer omdat hij nergens om had gevraagd.

2 Na dat telefoontje raakte hij vervuld van nieuwe levenslust. Hij trok de rolluiken omhoog en liep door de openslaande deuren het balkon op. Bij het horen van de geluiden op het plein sloot hij even zijn ogen en snoof de geur op van Parijs, voordat hij zijn studio weer binnenging. De batterij van zijn telefoon was leeg. Hij stak het apparaat in de lader, zette het geluid harder voor het geval iemand hem probeerde te bereiken en stapte onder de douche. Het lauwe water reinigde hem wel, maar zuiverde hem niet. Zijn gedachten bleven warrig en onontwarbaar. Hij kon ze niet meer op een rijtje krijgen, tot hij zich de neerbuigende blik van Jasmines moeder herinnerde, een paar uur geleden in de wachtkamer van het Valde-Grâce. De minachting voor zijn stand vermengde zich met die voor zijn vak (‘je acteursvriendje’), maar het kon nog erger:

31

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 31

04-09-17 08:42


Esther Chaouch leek hem ervan te verdenken haar dochter te hebben bespeeld om bij haar vader in de buurt te komen. Maar misschien haalde hij zich dingen in zijn hoofd – over dat laatste, in elk geval. Of ook over de rest. De mensen waren toch niet gek. Gedurende de campagne had Fouad voor Chaouch de rol van ronselaar van beroemdheden vertolkt. Soms ving hij wel eens een gedwongen glimlach op, of een valse, spottende blik van echte medewerkers die zich met ernstige zaken bezighielden, jarenlange studies en ontelbare compromissen achter de rug hadden om hun plaats te verwerven in deze hoogste kringen van de nationale politiek. Fouad beschermde zich tegen die negatieve signalen door zijn inzet te verdubbelen. Maar hij verbeeldde zich niets: voor het merendeel van die haaien was de boyfriend van Jasmine Chaouch een hersenloze, naïeve parvenu, wiens ogen oprecht straalden als hij de toekomstige president over gelijkheid als de ziel van Frankrijk hoorde praten, of over het verloren grondgebied van de Republiek in de banlieues als inspirerend ‘nieuw terrein’ om te veroveren. De bulderende lach van Chaouch was zijn beste schild geworden. En ter bescherming van zijn andere kant was daar de liefde van Jasmine. Ondermijnende gedachten zijn echter helaas gewelddadiger dan een simpele klap in je gezicht. Wat al die mensen werkelijk van Fouad dachten, verlamde hem. En waar hij zichzelf tot rede probeerde te brengen, voegde de stampvoetende driftbui van Jasmine omdat ze hem wilde meenemen naar de verdieping waar haar gewonde vader lag, zich bij de zichtbaar ambivalente blik van Esther Chaouch – als een geluidsband, alsof het allemaal nog niet erg genoeg was. Fouad wist dat hij nog urenlang zou kunnen piekeren over die ongrijpbare situatie waarin hij zich minder dan niets had gevoeld, een hofnar, en bovendien de naaste verwant van een beruchte moordenaar, die slechts werd toegelaten tot de konink-

32

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 32

04-09-17 08:42


lijke familiekring vanwege de grillen van een half krankzinnig, verwend prinsesje. Hij besloot tot een draconische maatregel en begon te masturberen. Niet aan iemand anders dan Jasmine denken vergde een aanzienlijke hoeveelheid mentale energie. Beelden van andere lichamen drongen zich op, decolletés van meisjes op straat, borsten van opzij gezien, borsten van voren gezien, roze, zwarte, grote en kleine tepels, billen ook, billen die alleen voor hem wiegden, de stem van een advocate die het woord ‘wetten’ zo zinnelijk uitsprak… en toen ineens, midden tussen zijn zappende erotische gedachten, de hese stem van de journaliste die hem de vorige avond had bezocht, Marieke, haar hand op de zijne, haar verrassend krachtige bouw, het opvallende schrijnwerk van haar sleutelbeenderen, haar sterke polsen en haar brede, open gezicht, het gezicht van een Vlaamse boerenmeid, met een paar scherpe, helderblauwe ogen. Eigenlijk gaf hij de voorkeur aan weelderige, tedere, hol welvende lichamen – de geurige rondingen van de Jasmines van deze wereld, dus waarom raakte hij zo opgewonden bij de herinnering aan die Marieke Vandernogwat, die zo robuust was, zo vijandig keek, zo’n hoekig, bol welvend lichaam had? ‘Nee,’ verzuchtte hij, voordat hij de koude kraan helemaal opendraaide. Hij stapte uit de douche zonder te zijn klaargekomen. Hij schoor zich, trok andere kleren aan en sprong het balkon op om te zien wat er op de Place d’Aligre gebeurde. Er zat bijna niemand op de bankjes of op de caféterrassen. Een paar marktkooplui in voorschoot liepen om de overdekte markt heen, losten hun bestelwagens, beijverden zich tussen de dekzeilen met het energieke en bijna opgewekte chagrijn dat het Parijse marktvolk typeert. Fouad herkende de marktmeester, een tot in de puntjes geklede egel – handen achter zijn rug, snuit nieuwsgierig in de lucht, borst

33

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 33

04-09-17 08:42


vooruit, zelfverzekerd en zonder ooit iemand aan te kijken parlementeerde hij met een meute Noord-Afrikaanse kooplieden die voor de volgende dag een betere plek voor hun kraam probeerden te krijgen. Toen hij een paar jaar eerder in Parijs was aangekomen, had Fouad op de markt gestaan voor het stadhuis van Clichy. Hij kende het vroege opstaan, de espresso-croissant voor een vriendenprijsje bij het café op de hoek, de geur van gegrilde kip die hem bij de keel greep terwijl hij beha’s van armzalige kwaliteit probeerde te slijten aan immigrantenmatrones die zich rond zijn kraam verzamelden en grappen maakten over hun cupmaat. Het ontbrak Fouad aan handelsgeest: hij was te vrijgevig, te praatgraag, en hij tolereerde niet dat een klant bij haar vertrek geen waar voor haar geld had gekregen. Zijn baas kon en wilde hem echter niet ontslaan, hij was veel te populair geworden. Zijn knappe kop, zijn jeugd en zijn levenslust trokken veel meer publiek dan het folkloristische gebral van Enrico (uit te spreken als Henri-có), ‘de behakoning’, die dankzij Fouad door zijn baas van de troon was gestoten. Na de markt was Fouad ober geweest in een nachtclub, plaatsaanwijzer in een bioscoop, vrijwillige vormingswerker bij een toneelgroep in een buurthuis voor de jeugd, tot die casting waar hij bijna bij toeval was terechtgekomen, in zijn jacht op een mooie brunette die het hem nog altijd kwalijk nam dat hij haar toen zo briljant de loef had afgestoken. Daarna was het allemaal heel snel gegaan. Hij had de smaak te pakken gekregen, van de camera, van de sfeer op de filmset. Als hij geen sprekende rol had, beunde hij bij als figurant. Maar hij bezocht alle feestjes nadat het filmen gedaan was, alle borrels met mensen uit het circuit. Zijn natuurlijke ongedwongenheid trof doel, hij verleidde zonder woorden, alleen dankzij zijn vreemde charisma, gevormd uit mildheid en welwillendheid. Geld en succes waren hem in de schoot gevallen. Boven de verwachtingen van zijn weldoeners. Hij werd voor alle mooie

34

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 34

04-09-17 08:42


projecten gevraagd, hij kon zelfs kiezen, tot verdriet van zijn agent, die hem verweet dat hij zijn carrière in de kiem wilde smoren door in filmhuisfilms zonder bereik of zichtbaarheid te spelen. Fouad wilde geen carrière maken. Hij was per ongeluk begonnen met acteren, hij vond het interessant en leuk om te doen, maar hij wilde nergens van afhankelijk zijn. Wat zijn flitsende stijging op de sociale ladder betrof, daarmee was hij inderdaad de trots van zijn familie (een ambivalente trots, dat wist hij, vermengd met een idee van revanche dat hem zelf volkomen vreemd was), maar voor hem betekende het alleen dat hij niet beneden op de Place d’Aligre stond om in de kaaslucht kleren in kratjes te proppen, maar vanaf de bovenste verdieping van zijn flatgebouw naar de drukte en het spektakel kon kijken onder het genot van een rustige kop koffie. ‘Pff.’ Hij maakte een laatdunkend gebaar bij de gedachte aan de rol die hem zijn roem had bezorgd. Zijn personage had ook Fouad geheten. Een bijdehante scenarioschrijver had waarschijnlijk een lijst van Maghrebijnse voornamen gepakt met hun betekenissen erbij. ‘Hart’ was hem goed bevallen. Als bij toverslag bleek de grote vondst van de casting ook de naam Fouad te dragen. Dat bood stof tot anekdotes bij de promotie van de film. De producers wreven zich in de handen, ze nodigden Fouad uit in chique restaurants, ze lieten hem profiteren van hun adressenboek. Alles leek gratis en ongedwongen. Hij had talent, en die mensen waren bereid om veel geld en energie te steken in zijn bekendheid bij het grote publiek. Toen hij officieel een relatie kreeg met Jasmine Chaouch waren de producers in de zevende hemel. Het succesverhaal waarvan zij de coauteurs en de gelukkige geldschieters waren, kreeg een nationale dimensie. In die periode was niemand anders in Frankrijk zo glamoureus als Chaouch. ‘Zo is het wel genoeg,’ besloot hij plotseling. Hij mocht niet opgeven, niet wijken voor de storm. Hij moest actie ondernemen. Alle nummers in zijn adresboek bellen. Pro-

35

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 35

04-09-17 08:42


fiteren van het hele adelboek dat hij tijdens de campagne had verzameld rond de kandidatuur van Chaouch. Hij had zijn opdracht met succes vervuld – iets te veel succes, eigenlijk, algauw greep de oppositie elk bericht over de steun van een populaire cabaretier of een zingende superster aan om de kandidaat van de jetset ervan langs te geven. Toch had Fouad ze kunnen verleiden, de ijdele sterren die droomden dat zij de politiek ‘opnieuw aantrekkelijk konden maken’. Om hen te vleien had de jonge acteur zijn stem weten te veranderen, op het juiste moment gelachen – hij had zijn ware aard weten te bedwingen, die oprecht en eenduidig was; hij had zichzelf verraden, maar voor het goede doel. Zijn lach deed wonderen. Die toegeknepen ogen hadden elke keer opnieuw het beoogde effect. Zijn knapheid was hem een gruwel, maar kon zo in elk geval ergens toe dienen. In die gemoedstoestand verliet hij het balkon en liep naar zijn digitale brievenbus, gedragen door een zuchtje wind waarvan hij de koelte voelde in zijn nek. Het was een wind vol mooie beloftes. Helaas zijn die vaak mooier dan het geluk dat ze verkondigen: Fouad keerde ruw terug op aarde toen hij zag dat de meest recente van de achtennegentig ongelezen e-mails afkomstig was van ‘Nazir Nerrouche’.

3 Zo was Jasmine Chaouch vroeger: als ze groot nieuws hoorde, steeg dat meteen naar haar hoofd en begon ze te dansen van geluk, alvorens zich te herinneren dat ze helemaal niet kon dansen, dat ze zich bewoog als een automaat in tegenstelling tot al die sensuele, vrijpostige actrices die om Fouad heen zwermden, waarna ze prompt stopte met dansen en haar bedroefd hoogmoedige masker hervond. Sinds haar gebed verhoord was, sinds haar vader herrezen was,

36

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 36

04-09-17 08:42


had Jasmine het aantal antidepressiva dat ze slikte tot de helft teruggebracht. Er waren pas enkele uren voorbij, maar toch meende ze de eerste effecten van die nieuwe dosering al te merken. Dit was de nieuwe Jasmine. Ze dartelde door de witte gangen waar de zon in grote golven binnenkwam, dankzij de grote ramen. Ze droomde dat ze als een ballerina door die gang danste, omringd door sluiers en sterrenstof – en nu was ervan dromen al genoeg. Ze voelde zich sereen, ronduit gelukkig. Iedereen die ze tegenkwam schonk ze een blinde, hartstochtelijke glimlach. Om haar heen was alles licht, geen enkele schaduw drong zich op, zelfs niet die van de lijfwacht, al was die nog zo indrukwekkend, die haar vader niet had kunnen beschermen: ‘Valérie! Wat heerlijk om u te zien! Hebt u papa al gesproken? Hebt u gezien hoe goed het met hem gaat?’ Commandant Simonetti had niemand gezien en niemand gesproken. Haar blik was slaperig, alsof ze net wakker werd – haar oogleden leken wel dubbel zo dik. Daar lette Jasmine allemaal niet op – zij keek haar gesprekspartner recht en indringend in de ogen, om direct toegang te krijgen tot de ziel. Door zich daar zo op te concentreren, vielen haar uiterlijke openbaringen haar niet eens op: de gebaren, de houding, de bewegingen van kin en lippen. Die van de lijfwacht trilden toen ze haar het nieuws vertelde: ‘Ik moet nogmaals worden verhoord door Interne Zaken, mademoiselle Chaouch. Een schorsing is het meest waarschijnlijke scenario, maar voor hoelang is nog niet te zeggen… maar ik wil u niet lastigvallen met mijn… administratieve zorgen.’ Het bijvoeglijk naamwoord was te geringschattend voor haar feitelijke situatie en maakte Jasmine, de nieuwe Jasmine, onverhoeds duidelijk dat haar nieuwe persoonlijkheid in een zeepbel paste, een zeepbel van zelfzuchtig geluk, volgeplakt met zonnige posters. Het ergste moest nog komen, toen de commandant van onderwerp wilde veranderen en een nonchalante, schertsende

37

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 37

04-09-17 08:42


houding aannam: ‘En, hoe bevalt het om first daughter te zijn? Dat moet wel een heel trots gevoel geven…’ Jasmine wendde haar blik af van Valéries gezicht. Het kristal van haar geluk was in scherven gevallen. ‘Vertel me wat ik kan doen,’ zei ze, de laatste sporen van haar verzaligde glimlach van haar gezicht wissend. ‘Wat u kunt doen,’ antwoordde de commandante zachtjes, ‘is genieten van uw geluk.’ Jasmine nam Valéries handen in de hare. Meteen welden er tranen op in haar ogen: ‘Weet u, Valérie, hij heeft u altijd als een van zijn goede feeën beschouwd. Vroeger zei hij altijd: “de drie vrouwen van mijn leven, mijn echtgenote, mijn dochter en mijn lijfwacht”…’ ‘Dank u, ik ben… uw woorden ontroeren me enorm. Ik ben… zo blij voor jullie…’ De politieagente begon te huilen. Ze huilde zoals mensen doen die dat nooit overkomt: met horten en stoten en bijna spetterende tranen. Jasmine moest op haar tenen gaan staan om haar te omhelzen. ‘Ik weet zeker dat het allemaal goed gaat komen,’ verzekerde ze haar, ineens bedenkend dat ze Fouad nog niet had gebeld sinds hij vertrokken was. ‘Ik weet zeker dat papa met mensen zal praten om te zorgen dat ze u met rust laten.’ Hun omhelzing werd onderbroken door de stem van de communicatieadviseur van Chaouchs campagne, die door het hele ziekenhuis brulde. Jasmine schudde haar hoofd. Ze stond op gespannen voet met Serge Habib sinds de verkiezingscampagne, maar ook daarvoor al, vóór alle presidentiële gekte, vond ze het vervelend als dat kleine, nerveuze mannetje dat vloekte als een dronken bootwerker bij het avondeten te gast was. Zijn kostuums waren altijd grijs, en als zijn stomp uit de mouw van zijn colbertje stak, vreesde Jasmine dat er iets belangrijks en verschrikkelijks zou gebeuren. Jasmines moeder mocht hem ook

38

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 38

04-09-17 08:42


niet. Omdat mevrouw Chaouch een intellectueel was met verfijnde manieren en weloverwogen woorden. Maar ook omdat het bezoek van die luidruchtige parvenu meestal opschudding veroorzaakte in hun huiselijk leven. Dat was altijd al zo geweest. Tot de ultieme opschudding: Chaouch in coma. En de oorlogszuchtige stem van Serge Habib die alles en iedereen bleef overschreeuwen, veel te veel plaats innam, en de wanden van de cocon van de familie Chaouch aan het beven bracht. Jasmine sloot haar ogen, hervond haar glimlach, haar nieuwe lach, en herinnerde zich dat Coûteaux haar van verre in het oog hield, zonder zich te laten zien. Ze herinnerde zich ook dat Coûteaux niet goed lag bij Valérie, en vice versa: de jonge lijfwacht zou er alles aan doen om de blik te ontwijken van zijn voormalige chef, die inmiddels een besmette figuur was. De twee vrouwen pakten elkaars hand alsof ze oude vriendinnen waren. De prinses en het hoofd van de wacht. Onverwacht riep de prinses uit: ‘Valérie, dat zijn echte moordenaarshanden!’ Meteen beet ze op haar lippen en sloeg haar ogen neer. ‘Neem me niet kwalijk, ik weet niet wat ik heb, ik flap alles er maar uit, zelfs al is het volkomen idioot.’ ‘Nee, nee, u hebt gelijk,’ zei Valérie geruststellend terwijl ze haar polsen pirouettes liet draaien, ‘ik heb inderdaad moordenaarshanden, maar ja, in mijn vak… heb ik die ook wel nodig.’ Aan het einde van de gang stond Habib nog steeds te brullen. Valérie nam afscheid van de prinses en stak haar moordenaarshanden in de zakken van haar regenjack. ‘Een tolk, een tolk! Mijn koninkrijk voor een tolk!’ Serge Habib rende heen en weer op de verdieping van het Valde-Grâce waar de president bijgekomen was uit zijn coma. Hij had meer nodig dan alleen een tolk, hij moest een cordon sanitaire opzetten. De kamer van Chaouch moest absoluut geïsoleerd worden van de wachtkamer die in een bivak was veranderd: alle

39

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 39

04-09-17 08:42


medewerkers van de pr-afdeling waarvan Habib de leiding had hingen er aan hun telefoon en wisselden in hoog tempo aantekeningen en informatie uit, terwijl het campagneteam in een aangrenzend vertrek dat de geneesheer-directeur hun had toegewezen videoconferenties organiseerde met het partijkantoor aan de Rue de Solférino en de grote socialistische federaties in de regio’s, dit keer rond Vogel, campagneleider en voornaamste kandidaat voor het premierschap. Zes mensen wisten dat Chaouch Chinees had gepraat toen hij bijkwam: Esther Chaouch, Jasmine Chaouch, Habib, Vogel, de geneesheer-directeur en een verpleegster. Het lukte Habib om die alle zes in de kamer van de president bijeen te krijgen. De verpleegster was niet blij met de plotselinge overbevolking en bepaald niet onder de indruk van ‘al die politiekelingen’, maar met een strenge blik maakte de geneesheer-directeur haar duidelijk dat ze moest luisteren, en dat het niet lang zou duren. Omdat zij in de buurt van het infuus van de slapende Chaouch wilde blijven, moest Habib van de verpleegster weg bij het raam, waar hij zijn instructies had willen uitdelen. Dus schaarden de zes aanwezigen zich rond het bed. Esther en Jasmine streelden Chaouchs handen en haren. Zijn gezicht was grotendeels vrij van verband. Alle buisjes waren verwijderd. Hij had alleen nog een zuurstofmasker op om beter te kunnen slapen. De geneesheer-directeur was zeer verbaasd dat hij meteen had kunnen praten toen hij bijkwam. Zijn stem was dik geweest, zijn adem pijnlijk, maar het was hem gelukt om de verpleegster aan te kijken en iets te zeggen. Later waren zijn ogen vochtig geworden bij de aanblik van Esther en Jasmine: kennelijk had hij geen geheugenverlies geleden. Maar was hij zijn moedertaal vergeten? Daar kon professor Saint-Samat op het moment niets van zeggen. Wat hem opviel, was dat Chaouchs reflexen goed waren en dat hij zijn rechterhand kon bewegen (iedereen keek naar de twee vingers die in een denkbeeldig voorwerp knepen). Dat hij

40

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 40

04-09-17 08:42


kon praten was op zichzelf heel goed nieuws, herhaalde hij ten bate van mevrouw Chaouch. ‘Goed nieuws, dat staat nog te bezien,’ verklaarde Serge Habib, wat hem een zwijgende, ziedende blik van Jasmine opleverde. ‘Nog een geluk is dat hij geen Arabisch begon te praten.’ ‘Dan zou het Kabylisch zijn geweest,’ onderbrak Jasmine zijn betoog. ‘Arabisch, Kabylisch, Chinees, wat maakt het uit. Ik wil jullie alleen even op de ernst van de zaak wijzen. In zijn dromen is hij wellicht in het Land van de Ochtendstilte, maar in werkelijkheid zijn we in Frankrijk, het land waar iedereen altijd boos is. Als dit bekend wordt, wordt het een heel simpel verhaal: dan zijn we er geweest. Iedereen zal denken dat hij van het padje is, dat hij niet in staat is om te regeren… De Fransen waren gek op Chaouch, ze vonden het geweldig om hem te kiezen, en ze zullen het geweldig vinden om hem te lynchen als ze de kans krijgen en die eikels van de andere kant een grotere keel opzetten dan wij.’ Op de tirade die Serge Habib afstak met zijn harde stem, waarin nog sporen klonken van het koloniale Frans-Algerijns, volgde een gegeneerde stilte. Opnieuw praatte Jasmine haar mond voorbij: ‘Ja, behalve dat Korea het Land van de Ochtendstilte is.’ ‘Hartelijk bedankt voor die aardrijkskundige toevoeging, Jasmine,’ antwoordde Habib. ‘Ik zei dus, als dit bekend wordt, zal iedereen denken dat hij niet in staat is om te…’ ‘Maar hij ís toch ook niet in staat om te regeren!’ riep het meisje met een gebaar naar haar bedlegerige vader. Habib sloot zijn ogen om zijn geduld niet te verliezen. ‘Jasmine, ik begrijp dat je een beetje gespannen bent, maar luister nou… Voorlopig is Idders herstel het belangrijkste. Daarna…’ ‘O ja? Is dat echt het belangrijkste?’ ‘Jasmine, doe nou niet.’ Esther legde een arm om haar dochters

41

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 41

04-09-17 08:42


schouders, alsof ze haar wilde beschermen tegen haar eigen woede. Jasmine ging zo dicht mogelijk bij het hoofdkussen van haar vader staan en deed alsof ze Habib negeerde. Die zweeg, rolde met zijn ogen en stak zijn verminkte hand in zijn broekzak. Met gedempte stem vervolgde hij: ‘Goed, om op ons probleem terug te komen, ik denk dat we de persconferentie voor het journaal van één uur moeten uitstellen.’ Vogel keek tersluiks naar de reactie van de geneesheer-directeur. ‘Om wat tijd te winnen. Alleen al om een godvergeten tolk te lokaliseren… pardon. En dan een paar keer oefenen, met Idder praten, zien of hij zin heeft om op het achtuurjournaal te verschijnen. Ik weet dat het nog lang duurt voor het avond is, maar we kunnen altijd wat informatie lekken naar de pers, om het veld naar onze hand te zetten. Hoe dan ook, ik wacht liever tot vanavond met het risico van een middag vol hysterie en verzinsels, dan te volstaan met een paar beelden zonder geluid om één uur, die er sowieso verdacht uit zullen zien.’ Terwijl hij aldus hardop nadacht, liep hij door de ziekenkamer, heen en weer, op en neer. Op het laatste moment wendde hij zich tot de professor die de grafieken op het dossier van de gekozen president stond te bestuderen. ‘Professor?’ ‘Ja, de scan van vanmorgen is goed, ik zal hem na de lunch opnieuw onderzoeken…’ ‘Ja, fijn, maar kunt u de discretie van uw personeel g­ aranderen?’ ‘Het verpleegkundig personeel van het Val-de-Grâce is dergelijke situaties wel gewend,’ reageerde de geneesheer-directeur verontwaardigd. ‘Wat de rest betreft, ik ga niet liegen over zijn gezondheidstoestand…’ ‘Dat vraagt natuurlijk niemand van u,’ stelde Vogel hem gerust, met een tikje tegen de elleboog van Serge Habib, die hij naast zich voelde overkoken. ‘Ik zorg wel dat we een betrouwbare tolk vinden. Ik zou het op de Quai d’Orsay kunnen vragen…’

42

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 42

04-09-17 08:42


‘Geen sprake van,’ viel Habib hem in de rede. ‘Maar Serge,’ kwam mevrouw Chaouch tussenbeide, ‘we moeten toch weten wat Idder…’ ‘Ja, maar niet via Buitenlandse Zaken. Die diplomaten zijn niet te vertrouwen. Als dit bekend wordt… Jean-Sébastien, alsjeblieft,’ zei hij tegen Vogel, alvorens zich met een ‘Pfff’ af te wenden. Hij ging bij het raam staan. Vogel nam zijn rol over en zei tegen de verzamelde aanwezigen in plaats van tegen iemand in het bijzonder: ‘Geef me een uur of twee.’ ‘Een uur of twee?’ riep Habib. ‘En waarom geen week of twee?’ ‘Waarom niet,’ schertste Vogel, zijn dunne, technocratische lippen tuitend. ‘Volgens mij kan iedereen hier wel een beetje rust gebruiken.’ De campagnedirecteur van Chaouch maakte indruk door zijn perfecte zelfbeheersing, die hij geregeld op de proef stelde door zich een terloopse woordspeling te gunnen. Hij stond stram rechtop als een baken in de storm. In tegenstelling tot Habib had hij in het verleden een ministerspost bezet. De twee presidential men lieten zich graag vergelijken met ijs en vuur. Jean-Sébastien Vogel had een rimpelloos en zuiver voorhoofd, geen wrok of wraakgevoelens, niets te bewijzen. Achter zijn verbazend gladde vijftigjarige wangen sluimerde een monster: een monster van geduld. Terwijl zijn luidruchtige kameraad zich de keel schor schreeuwde, merkte hij dan ook dat Esther Chaouch zijn kant op keek zodra de aanblik van haar man te pijnlijk werd. De geneesheer-directeur kuchte om voor de zekerheid nog even te laten horen dat deze zaken hem niet aangingen. ‘Neemt u ons niet kwalijk; hartelijk dank, professor.’ De ruzie tussen de twee mannen van de president werd sterk gedempt op de gang voortgezet. Esther Chaouch liet de hand van haar man los om zich bij hen te voegen. Ze steunde het idee van Vogel met een korte speech

43

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 43

04-09-17 08:42


die een reeks zenuwtrekjes veroorzaakte op het gezicht van de pr-man, vanwege de therapeutische, welwillende toon waarop ze sprak: ‘Je moet vertrouwen leren hebben, Serge. Niemand bedreigt je. Je hebt al gewonnen, je hebt gezorgd dat Chaouch verkozen werd. Dat was de campagne. De anderen waren de vijand. Nu moeten we van perspectief veranderen. We moeten…’ Habib wierp haar een blik vol afgrijzen toe die haar effectiever de mond snoerde dan welke geniepige vermaning dan ook. Vanonder zijn broeierig gefronste, volle wenkbrauwen liet hij haar weten dat ze niet wist waar ze het over had – dat ze zich zelf beter wilde voelen door hem de les te lezen. Habib merkte ineens dat zijn woede zijn gevoel voor verhoudingen volledig had gesmoord. Dat tolkengedoe was niet belangrijk genoeg om het winnende team te splijten dat hij vormde met Vogel. Hij ontspande zijn voorhoofd om zijn gelaatsuitdrukking te verzachten en gaf toe dat hij wat nerveus was. Desondanks had hij het gevoel dat hij letterlijk zijn koninkrijk had gegeven voor een tolk.

44

Broers, vijanden-Wilden II 1-384.indd 44

04-09-17 08:42


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Leesfragment Broers, vijanden van Sabri Louatah by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu