Skip to main content

Leesfragment - Apostelen - CNT serie

Page 1

Apostelen

Een overzicht van de CNT-serie vindt u achterin het boek.

Apostelen

Naast het themadeel over Paulus past een themadeel over de andere apostelen, waarin de gemeente van Jeruzalem functioneert als het centrum van hun activiteiten. Beide boeken samen bieden een venster op het vroege christendom, met een verrassend uitzicht voor de apostolische kerk die van alle tijden is. Dit boek bestaat uit drie delen: Deel 1 (Het apostolische evangelie vanuit Jeruzalem) biedt een historische beschrijving van de joods-christelijke gemeente tijdens de apostolische periode, vanaf de Pinksterdag via de val van Jeruzalem tot de Bar Kochba opstand. Daarin worden ook de Katholieke Brieven, Hebreeën en Openbaring gepositioneerd. Deel 2 (Het apostolische evangelie als geloofsbelijdenis) is thematisch opgezet rond de vraag: wat waren de kernpunten van het geloof, zoals die kunnen worden opgediept uit de nietpaulinische brieven en andere documenten van het Nieuwe Testament? Zo valt te ontdekken hoe er vanaf het eerste begin een apostolische geloofsbelijdenis kon groeien. Deel 3 (Het apostolische evangelie in weerklank) kijkt als het ware vanuit de periode van de apostelen naar de volgende generaties: Apostolische Vaders, vroegchristelijke apologeten en auteurs van nieuwtestamentische apocriefen. Een schets van de canonvorming van het Nieuwe Testament in de eerste eeuwen sluit het geheel af.

Dr. P.H.R. van Houwelingen (red.)

Apostelen Dragers van een spraakmakend evangelie

Aan Apostelen. Dragers van een spraakmakend evangelie hebben de volgende auteurs meegewerkt: Dr. H.A. (Henk) Bakker, universitair docent geschiedenis en theologie van het Baptisme voor het Baptistenseminarium aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en docent theologie aan de Christelijke Hogeschool te Ede. Dr. J. (Jakob) van Bruggen, emeritushoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit te Kampen (Broederweg) en hoofdredacteur van deze serie. Dr. J. (John) van Eck, classicus en emeritus-legerpredikant van de Nederlandse Hervormde Kerk. Dr. P.H.R. (Rob) van Houwelingen, hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit te Kampen (Broederweg) en redacteur van dit themadeel. Dr. P.J. (Pieter) Lalleman, docent Nieuwe Testament en Academic Dean aan Spurgeon’s College in London. Dr. T.E. (Theo) van Spanje, predikant van de hervormde gemeente te Reeuwijk, docent nieuwtestamentische vakken aan de Theologische Hogeschool vanwege de Gereformeerde Bond te Ede en bijzonder gasthoogleraar aan St. Paul’s University te Nairobi-Limuru (Kenia).

NUR 700 ISBN 978 90 435 1833 8

cnt-apostelen_2012.indd 1

16-08-12 11:55


COMMENTAAR OP HET NIEUWE TESTAMENT Aangevangen door Prof. Dr. S. Greijdanus en Prof. Dr. F.W. Grosheide *

DERDE SERIE

(geredigeerd door Prof. Dr. J. van Bruggen)

AFDELING HANDELINGEN EN APOSTELEN

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 2

24-08-12 14:09


APOSTELEN Dragers van een spraakmakend evangelie

door Dr. P.H.R. van Houwelingen (red.), Dr. H.A. Bakker, Dr. J. van Bruggen, Dr. J. van Eck, Dr. P.J. Lalleman, Dr. T.E. van Spanje

*

Uitgeversmaatschappij J.H. Kok – Utrecht

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 3

24-08-12 14:09


Tweede druk 2012 © 2010 Uitgeverij Kok – Utrecht www.kok.nl Omslag- en bandontwerp: Dick Prins DPD Foto stofomslag: Jan Frings (gewelfschildering Grote of Sint-Walburgiskerk, Zutphen) ISBN 978 90 435 1833 8 NUR 700 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording, or otherwise, without the prior written permission of the publisher.

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 4

24-08-12 14:09


REDACTIONEEL VOORWOORD

Het project voor een vernieuwde serie Commentaar op het Nieuwe Testament werd gepresenteerd in 1987. Toen verscheen ook het eerste deel. Het was een themadeel, gewijd aan het leven van Jezus Christus op aarde. In 2010 – vierentwintig jaar later – wordt de serie afgerond met het vierentwintigste deel. Opnieuw een themadeel, nu gewijd aan de apostelen van Jezus Christus. Zonder een ondersteunend themadeel over de apostelen zou deze commentaarserie niet compleet zijn. Enerzijds fungeert dit deel, in één band, als tegenhanger van de beide themadelen die de evangeliën ondersteunen (Christus op aarde en Het evangelie van Gods zoon). Anderzijds wordt het eerder verschenen Paulus-deel voorondersteld, maar ook de commentaren op Handelingen en de brieven. Zo wil dit themadeel de achtergrond schetsen voor Hebreeën, de Katholieke Brieven en het boek Openbaring en tegelijkertijd uitzicht bieden op de periode na het optreden van de apostelen. De twintig commentaardelen op de teksten van het Nieuwe Testament zijn in deze vernieuwde serie niet toevallig ingebed in vier themadelen. Zo komt tot uitdrukking wat een van de belangrijkste doelstellingen van deze serie is: de eenheid te laten zien van Gods handelen door Mozes, Johannes de Doper, Jezus Christus en de apostelen. De uiteenlopende geschriften van het Nieuwe Testament verdienen hun eigen uitleg: zij hebben immers ieder hun eigen doelstelling en stijl. Tegelijk staan deze geschriften als het ware in een kring rond het heilswerk van God. Zijn werk is de vooronderstelling ervan. Daarom biedt de vernieuwde serie Commentaar op het Nieuwe Testament naast tekstuitleg ook dwarsdoorsneden in themadelen. Redacteur, schrijvers en uitgever zijn dankbaar dat zij hun commentarenserie op het Nieuwe Testament nu mogen afronden. Wij wilden uitgaan van de integriteit van de heilige Schriften, voeling houden met contemporaine publicaties op ons vakgebied en toegankelijk zijn voor een breed publiek. We zijn blij dat deze doelstelling waardering van vele gebruikers heeft gekregen. Commentaarseries kijken naar het geheel van boek en bijbel. Daarin schuilt hun specifieke bijdrage voor de bijbellezer, die soms behoefte heeft aan overzicht. Juist het overzien van een tekstgeheel in samenhang met verwante teksten en in relatie met de ermee verbonden geschiedenis is een heilzaam medicijn tegen bijbelgebruik op de klank af en tegen lichtvaardige bijbelkritiek.

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 5

24-08-12 14:09


Het is God die in de afgelopen jaren energie, gezondheid en mogelijkheden gaf om deze serie af te ronden. Moge Hij ook geven dat het gebruik ervan in de komende tijd velen tot zegen zal zijn bij het omgaan met de geschriften van apostelen en evangelisten. Jakob van Bruggen Apeldoorn, november 2010

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 6

24-08-12 14:09


INHOUDSOPGAVE

Ter inleiding 13 DEEL 1: HET APOSTOLISCHE EVANGELIE UIT JERUZALEM Door P.H.R. van Houwelingen Intro 20 1. De Jeruzalemse moederkerk 22 1.1 Het gebeurt in Jeruzalem 22 1.2 De vergaderplaats van de eerste gemeente 25 1.3 De eerste handeling van de apostelen 27 1.4 Het huis van de Geest 31 1.5 Een groeigemeente 32 1.6 Groeikracht 34 1.7 Herlevend IsraĂŤl 37 1.8 Groeiproblemen 37 1.9 De gemeente zwermt uit 42 1.10 Onder leiding van Jakobus 46 2.

Moederkerk en dochtergemeente 49 2.1 Christenen te AntiochiĂŤ 49 2.2 Jakobus en de oudsten 50 2.3 Overeenstemming bereikt 54 2.4 Blijvende verbondenheid 60

3.

Uitdelend Jeruzalem 66 3.0 Zeven Katholieke Brieven 68 3.1 De diasporabrief van Jakobus 72 3.2 De rondzendbrief van Petrus uit Babylon 78 3.3 Het testament van Simeon Petrus 83 3.4-6 Kerkpost van de oudste getuige (Johannes) 91 3.7 Het testament van Judas, de broer van Jakobus 98

4.

Hulpbehoevend Jeruzalem 105 4.1 Ereschuld aan de moederkerk 105 4.2 Ondersteuning van de moederkerk 106 4.3 Ontvangst door de moederkerk 110

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 7

24-08-12 14:09


5. Jeruzalem in de crisis 114 5.1 De gewelddadige dood van Jakobus 115 Excurs: de brief van Mara bar Serapion 119 5.2 Uitgeweken naar Pella en teruggekeerd 120 5.3 De brief aan de Hebreeën 126 6.

Perspectief voor Jeruzalem 138 6.1 Einde en nieuw begin 138 6.2 Het boek Openbaring 141 6.3 Toekomstige wereldstad in zicht 151

Bijlage: Katholieke Brieven, Hebreeën, Openbaring 166 DEEL 2: HET APOSTOLISCHE EVANGELIE ALS GELOOFSBELIJDENIS Door J. van Bruggen Intro 168 7. Het geloof van apostelen: brongebied en zoekmethode 169 7.1 Het brongebied 169 7.1.1 Veel brieven – één overlevering 169 7.1.2 Katholieke Brieven 170 7.1.3 Theologie van apostelen? 170 7.1.4 Op zoek naar grondwater 171 7.2 De zoekmethode 172 7.2.1 Welke documenten? 172 7.2.2 Welke methode? 177 7.2.3 Welke meetpunten? 183 7.2.3.1 Emotie 183 7.2.3.2 Verwijzing 185 7.2.3.3 Vooronderstelling 186 7.2.3.4 Motivatie 186 8. Het geloof van apostelen: hoofdlijnen en patroon 187 8.1 De hoofdlijnen 187 8.1.1 Geloof in Abrahams God 188 8.1.2 Geloof in Jezus van Nazaret, de Christus 193 8.1.3 Door de Geest gedragen 199 8.1.4 Genade en toekomst 203 8.1.5 De nieuwe geloofsgemeenschap 204 8.1.6 Apostolisch gezag 208 8.1.7 Lijden in deze tijd 210

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 8

24-08-12 14:09


8.2 Het patroon 212 8.2.1 De bijzondere aard van het apostolische geloof 212 8.2.2 De bijzondere aard van de apostolische traditie 213 8.2.3 D e bezegeling van het apostolische evangelie (Openbaring) 214 DEEL 3: HET APOSTOLISCHE EVANGELIE IN WEERKLANK Door H.A. Bakker, P.H.R. van Houwelingen, P.J. Lalleman en T.E. van Spanje; met enkele voorbeeldteksten vertaald door J. van Eck Intro 218 9. Leraars [PHRvH] 220 9.1 Papias 220 9.2 Didachè of Het onderwijs van de twaalf apostelen 222 9.2.1 Het twee wegen onderricht 224 9.2.2 en 9.2.3 Liturgie en kerkelijk leven 227 Voorbeeldtekst: Didachè 7-15 [JvE] 227 9.2.4 Het verwachten van de Heer 231 9.2.5 De Didachè en het Matteüs-evangelie 232 9.2.6 Hoofdlijnen in de Didachè 234 9.2.6.1 God 234 9.2.6.2 Jezus 235 9.2.6.3 De Geest 236 9.2.6.4 Het Koninkrijk verwachten 236 9.2.6.5 De christelijke gemeente 238 9.2.6.6 A postelen, profeten en leraars; opzieners en diakenen 239 9.2.6.7 Ingaan door lijden 240 9.3 De Oden van Salomo 241 Literatuur 242 10. Spoorzoekers [TEvS] 244 10.1 De brief van Barnabas 244 10.1.1 Schrijver, plaats en datering 245 10.1.2 Aanleiding, doel en genre 246 10.1.3 Gezag en betekenis 248 10.1.4 Overzicht 248 10.1.5 Diverse uitlegmethoden van het Oude Testament 249 10.1.5.1 De ‘allegorische’ methode of vergeestelijking 250 Voorbeeldtekst: Barnabas 9,1-9 en 16,1-10 [JvE] 251 en 253 10.1.5.2 De ‘typologische’ methode 254

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 9

24-08-12 14:09


Voorbeeldtekst: Barnabas 8,1-7 [JvE] 255 10.1.5.3 Testimonia (getuigenissen) 255 10.1.5.4 S ommige teksten zijn alleen voor christenen bedoeld 256 Voorbeeldtekst: Barnabas 4,6-14 [JvE] 257 10.1.6 Het koninkrijk der hemelen (apocalyptiek) 258 10.2 Dialoog met de jood Trypho (Justinus Martyr) 258 10.2.1 Justinus de martelaar 258 10.2.2 Een apologetisch geloofsgesprek op schrift 259 10.2.3 Griekse filosofie en profeten 262 10.2.4 Besnijdenis, sabbat, voedselwetten en vasten 264 10.2.5 De Zoon van God in het Oude Testament 268 10.2.6 Christus’ goddelijke heerschappij 270 10.2.7 Verhouding tussen Israël en de christenen 271 10.2.8 Toekomstverwachting 273 10.3 Peri Pascha (Melito van Sardis) 273 10.3.1 Schrijver 274 10.3.2 Historische achtergrond 275 10.3.3 Typologische uitleg van het Oude Testament 279 10.3.4 Polemiek tegen Israël 281 10.3.5 Jezus’ dood koopt ons vrij! 284 10.3.6 Afsluiting: geloofsbelijdenis 284 10.4 ‘The Parting of the Ways’ 286 10.4.1 Een verklaringsmodel onder kritiek 286 10.4.2 Op zoek naar bijbels verantwoorde continuïteit 288 Literatuur 289

11. Herders [HAB] 292 11.1 God 293 11.2 Jezus Christus 295 11.3 De Geest 298 11.4 Het koninkrijk van God 299 11.5 Gemeente 301 11.6 Gemeentevorming 304 11.7 Lijden, vrolijkheid en de wereld 309 Literatuur 313 12. Martelaren [HAB] 314 12.1 Godsbeeld en invloed van Oude en Nieuwe Testament 317 12.2 Jezus Christus 320 12.3 Geest van God 326 12.4 Koninkrijk en heiliging/wet 327 12.5 De gemeente van Christus 328 12.6 Ambt, gezag en apostolaat 331

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 10

24-08-12 14:09


12.7 Lijden 333 12.8 Ignatius aan de Romeinen; inclusief voorbeeldtekst [JvE] 334 Literatuur 338

13. Getuigen [HAB] 339 13.1 God 342 13.2 Christus de Logos 347 13.3 Geest 350 13.4 Koninkrijk 350 13.5 De gemeente van Christus 352 13.6 Gemeentevorming 354 13.7 De vredesrol van christenen en de Bergrede 355 Literatuur 360 14. Eigenzinnigen [PJL] 362 14.1 God (Oude en Nieuwe Testament) 364 14.2 Jezus 368 Voorbeeldtekst: 3 KorintiĂŤrs 370 Voorbeeldtekst: Handelingen van Johannes 88b-93 374 14.3 De Geest 376 14.4 Het Koninkrijk (heiliging, wet) 377 14.5 De christelijke gemeente (avondmaal) 381 14.6 Apostelen en oudsten (gemeentevorming) 382 14.7 Lijden 383 Literatuur 384 15. Schatbewaarders [PHRvH] 386 15.1 De structuur van het Nieuwe Testament 386 15.2 De canon van het Nieuwe Testament 389 15.3 Markeringspunten van de canonvorming 391 15.3.1 Van mondeling naar schriftelijk 391 15.3.2 Het apostolisch getuigenis als fundament 393 15.3.3 De Canon Muratori uit Rome 396 Voorbeeldtekst: Canon Muratori [JvE] 397 15.3.4 De uitgedunde bijbel van Marcion 399 15.3.5 De vijftig bijbels van Eusebius en Constantijn 401 15.3.6 Afronding in het Oosten: Laodicea en Athanasius 403 15.3.7 Afronding in het Westen: Augustinus en Carthago 405 15.4 Canoncriteria 406 15.5 Acceptatie vanwege liturgisch gebruik 409 Literatuur 412 Tot besluit 413

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 11

24-08-12 14:09


Ter inleiding De apostelen spelen in het Nieuwe Testament een centrale rol. Zij vormen een kring van twaalf geroepenen rond de ene Heer. Hijzelf had deze leerlingen betiteld als apostelen (Lc.6,13). Het Griekse woord apostolos betekent: afgevaardigde, uitgezondene.1 Zij waren dus gezanten van Jezus Christus en als zodanig de eerstaangewezen mensen om na diens hemelvaart het evangelie te verkondigen. De apostelen hadden een zendingsopdracht, niet alleen geldig onder de joden (met Jeruzalem als centrum, uitwaaierend in heel de joodse diaspora), maar ook in de volkenwereld (Mt.28,16-20). Evenals hun Heer, die in Hebreeën 3,1 ook apostel genoemd wordt, traden zij op als vertegenwoordigers van Gods koninkrijk. Zo legden zij het fundament voor de christelijke kerk van alle tijden. Nu doen zich met betrekking tot deze ‘zendelingen’ drie spannende vragen voor: 1. Is er voldoende continuïteit tussen de boodschap van Jezus Christus en de apostolische prediking? 2. Is er geen verschil tussen de twaalf apostelen als getuigen te Jeruzalem en de missie van Paulus naar de niet-joodse volken? 3. Is er niet een breuk tussen de apostolische periode en de christenen van de tweede generatie of later? In dit themadeel worden de eerste twee vragen beantwoord door een synthetische beschrijving van wat zich ontwikkelde vanuit Jeruzalem en van wat de inhoud van het geloof was dat de apostelen uitdroegen. Hier begint de apostolische traditie. Om de derde vraag te beantwoorden zal dit themadeel aandacht geven aan christelijke documenten uit de periode vlak na het Nieuwe Testament. De geschiedenis als draagvlak voor de apostolische verkondiging! Gaandeweg zou die verkondiging, met als kern niemand anders dan Jezus Christus, Gods zoon en onze Heer, zich verbreden en een kristallisatiepunt vinden in de twaalf artikelen van de Apostolische Geloofsbelijdenis. Apostolische periode Dit themadeel is meer vanuit het perspectief van ‘de Twaalf’ geschreven dan vanuit het perspectief van Paulus (zie daarvoor het Paulus-deel in deze serie). Het waren allereerst de twaalf apostelen, leerlingen van de Heer zelf, die het mandaat hadden om leiding te geven aan de Jeruzalemse gemeente en het evangelie uit te dragen. Zo konden zij in tweeërlei opzicht dragers

1. Uitvoeriger over de apostelnaam: J. van Bruggen, Ambten in de apostolische kerk. Een exegetisch mozaïek (Kampen: Kok, 1984), 20-23; Theodore Kor­ teweg, “Origin and Early History of the Apostolic Office.” In The Apostolic Age in Patristic Thought, ed. A. Hilhorst (Leiden: Brill, 2004), 1-10.

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 13

24-08-12 14:09


14

apostelen

worden, want zij droegen het evangelie als steunpilaren én zij droegen het evangelie vanuit Jeruzalem verder de wereld in. Daar kreeg hun klank ook weerklank: wat de apostelen uitdroegen, bleek een spraakmakend evangelie te zijn. Een verzameling afzonderlijke apostelbiografieën biedt dit boek niet. Het accent ligt op de gezamenlijkheid van de Twaalf en anderen uit hun omgeving. Hun levensgang stond in dienst van het getuigenis over Jezus, de Messias van Israël en de Redder van de wereld. Gekozen is voor Jeruzalem als heilshistorisch brandpunt, om zo zicht te krijgen op het evangelie dat tijdens de apostolische periode werd uitgedragen en doorgegeven. Een vergelijkbare thematiek heeft het vuistdikke boek van Dunn, getiteld Beginning from Jerusalem, dat juist verscheen tijdens het ontwikkelen van dit themadeel.2 Het begin van de oergemeente in Jeruzalem rechtvaardigt volgens Dunn een uitvoerige bespreking van het werk van de twaalf apostelen, maar hij behandelt daarnaast ook Paulus. Kort gezegd is Dunn van mening dat het christendom zich gedurende de eerste eeuw na Chr. ontwikkelde van joodse splintergroep tot nietjoodse wereldkerk.

Met de apostolische periode wordt doorgaans de eerste fase van het christendom aangeduid (in het Duits: Urchristentum). Te beginnen in Jeruzalem, trekt het evangelie als een steen in de vijver steeds wijdere kringen in de wereld. Deze periode kan men laten eindigen met de dood van de laatste apostel, Johannes, of met de scheiding tussen jodendom en christendom die doorgaans gedateerd wordt na de Bar Kochba opstand, dus omstreeks 135 na Chr. Dit komt ongeveer overeen met de beschrijving die Eusebius geeft van de apostolische tijd: deze tijd omvat de periode vanaf de hemelvaart (zie het voorwoord op Kerkgeschiedenis II) tot de regeringsperiode van keizer Trajanus, wanneer Eusebius opmerkt: “Tot nu toe heb ik weergegeven wat ik te weten kwam over het apostolisch tijdperk” (apostolikoon chronoon; Kerkgeschiedenis III 31,6; verg. II 14,3).3 De twee belangrijkste bronnen voor het beschrijven van de apostolische periode zijn het bijbelboek Handelingen en de Kerkgeschiedenis van Eusebius. Bij wijze van methodische verantwoording zullen deze twee bronnen nu besproken worden. De eerste bron: het bijbelboek Handelingen Voor de geschiedenis van het vroegste christendom kunnen we beschikken over een historische bron in de vorm van het bijbelboek met als min of meer officiële titel: De handelingen van de apostelen. Dit boek is naar algemene overtuiging geschreven door Lucas, en wel als vervolg op zijn evangelie. Zo-

2. James D.G. Dunn, Beginning from Jerusalem (Grand Rapids: Eerdmans, 2009). 3. Adelbert Davids, “The Era of the Apostles According to Eusebius’ History of the Church.” In The Apostolic Age in Patristic Thought, ed. A. Hilhorst (Leiden: Brill, 2004), 194-203.

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 14

24-08-12 14:09


ter inleiding

15

wel het evangelie over Jezus als dit vervolg over de apostelen werd door hem opgedragen aan een zekere Theofilus. Lucas, zelf niet van joodse afkomst (waarschijnlijk behoorde hij net als Cornelius tot de kring ‘godvrezenden’ rondom de synagoge) maar wel christen geworden en een vaste metgezel van de apostel Paulus, doet op een verhalende manier verslag van de verspreiding van het christendom binnen het Romeinse Rijk. In dit relaas weet hij tevens allerlei apostolische redevoeringen te integreren. Lucas heeft bij het schrijven van zijn boek ongetwijfeld gebruikgemaakt van mondelinge en schriftelijke bronnen. Zo is een verantwoord geheel ontstaan. Godsdiensthistorisch gezien kan een boek als Handelingen uniek genoemd worden: van geen enkele andere wereldgodsdienst hebben we een vergelijkbare vorm van geschiedschrijving over de ontstaansperiode uit die tijd zelf. Er zijn dan slechts legendarische en verhalende teksten beschikbaar, of men moet de oergeschiedenis reconstrueren met behulp van later materiaal. Handelingen biedt echter contemporaine geschiedschrijving. De kracht van laatstgenoemde conclusie wordt soms afgezwakt door de bewering dat het boek Handelingen vooral theologisch van karakter zou zijn. Natuurlijk had Lucas als gelovig christen een bepaalde kijk op kerk en wereld. Hij trekt zowel horizontale als verticale lijnen. Met Hengel kunnen we hem betitelen als een theologisch historicus.4 Lucas schrijft heilsgeschiedenis, maar hij doet dat op een historisch verantwoorde manier. In het ‘woord vooraf’ bij zijn evangelie zegt hij alles nauwkeurig te hebben nagegaan om Theofilus te overtuigen van de betrouwbaarheid van datgene waarin hij was onderricht (Lc.1,1-4). Onderzoek naar geografische en topografische aanduidingen uit Handelingen, de gebruikte titulatuur, enzovoort, heeft na aanvankelijke scepsis in toenemende mate uitgewezen dat Lucas uiterst zorgvuldig te werk is gegaan.5 De redevoeringen zijn weliswaar door hem gestileerd en geredigeerd, maar zonder afbreuk te doen aan de inhoudelijke authenticiteit. Dit geheel in de stijl van de Griekse geschiedschrijver Thucydides, die met zijn werk over de Peloponnesische oorlog de standaard bepaalde voor de antieke geschiedschrijving. Bij de door hem opgenomen redevoeringen beijverde Thucydides zich de gedachtegang van een spreker zo getrouw mogelijk weer te geven als er geen woordelijk verslag beschikbaar was.6 4. Martin Hengel, Acts and the History of Earliest Christianity (London: SCM, 1979), 59. 5. Colin Hemer, The Book of Acts in the Setting of Hellenistic History (Tübingen: Mohr, 1979); Paul Barnett, The Birth of Christianity. The First Twenty Years (Grand Rapids: Eerdmans, 2005), 187-205 [= Appendix A: Historiography and Geography in Acts]. 6. John van Eck, Handelingen. De wereld in het geding (CNT; Kampen: Kok, 2003), 18-20. Zie verder Armin Daniel Baum, Pseudepigraphie und literarische Fälschung im frühen Christentum (Tübingen: Mohr Siebeck, 2001).

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 15

24-08-12 14:09


16

apostelen

Het boek Handelingen moet dus, ondanks de vragen die het op onderdelen oproept, gelezen worden als serieuze geschiedschrijving. Deze historische bron is van onschatbare waarde voor onze kennis van het vroegste christendom. De tweede bron: de Kerkgeschiedenis van Eusebius Eusebius (omstreeks 263-339 na Chr.), een leerling van Pamfilius van Caesarea en later ook bisschop geworden in deze stad, wordt wel als de vader van de kerkgeschiedenis beschouwd.7 Dit vooral vanwege zijn monumentale boek Ekklèsiastikè historia in tien delen, waaraan hij lang heeft gewerkt en waarin hij zich ten doel stelde “verslag te doen van de personen die de heilige apostelen hebben opgevolgd en van de tijden waarin ze dat deden” (Kerkgeschiedenis I 1,1). Eusebius heeft zich de moeite getroost om in archieven en bibliotheken materiaal op te sporen uit de eerste drie eeuwen van de kerkgeschiedenis. Anders dan de historiografische traditie van Thucydides die door Lucas werd gevolgd, neemt Eusebius nauwelijks redevoeringen in zijn werk op, maar soms wel oudere documenten of gedeelten daarvan. Dat gebeurt bijvoorbeeld zo’n dertig keer met citaten uit Flavius Josefus. Maar niet alleen joodse schrijvers worden door Eusebius geciteerd of als bron vermeld, vooral namen van christelijke auteurs uit de eerste eeuwen vallen op: Ireneüs, Tertullianus, Clemens van Alexandrië, Justinus, Hegesippus, Origenes, Dionysus van Alexandrië. Daarnaast ook schrijvers uit de klassieke oudheid en daaruit afkomstige filosofische stromingen. Het geschiedverhaal van Eusebius, ondersteund met bronvermeldingen en citaten, vormt een complex geheel met zoveel namen, dat het de moderne lezer wel eens duizelt, aldus Fahner.8 Uiteraard is Eusebius geen moderne historicus. Hoewel hij soms wel kritisch staat tegenover zijn bronnen, lijkt hij ons over het algemeen te goedgelovig. Hij geeft verhalen door waarvan hedendaagse lezers het realiteitsgehalte betwijfelen. Hij maakt opmerkingen die van een eigen visie op de gebeurtenissen getuigen. Ook kan hij theologische interpretaties van bepaalde gebeurtenissen ten beste geven. Het waarheidsmotief uit de antieke historiografie vult hij in als de waarheid van het evangelie (Kerkgeschiedenis I 5,1). Dit alles neemt echter niet weg dat Eusebius wel degelijk te werk gaat als een historicus, die zich op zorgvuldig bronnenonderzoek baseert en door zijn lezers serieus genomen wil worden. Zo zal zijn Kerkgeschiedenis in dit themadeel functioneren als de stem van iemand die zelf wat zinnigs te zeggen heeft, maar daarnaast ook oudere geluiden uit de christelijke kerk laat doorklinken.

7. Friedhelm Winkelmann, Euseb von Kaisarea. Der Vater der Kirchengeschichte (Berlin: Verlags-Anstalt Union, 1991). 8. Chr. Fahner, Eusebius’ Kerkgeschiedenis. Vertaald, bewerkt en van aantekeningen voorzien (Zoetermeer: Boekencentrum, 2000), 26-27.

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 16

24-08-12 14:09


ter inleiding

17

Een rode draad in de Kerkgeschiedenis is de opvolging van de apostelen in diverse gemeenten en regio’s gedurende de eerste drie eeuwen van het christendom. Daarin zag Eusebius het bewijs van goddelijke leiding, die zou uitmonden in de vrijheid die de christenen kregen onder keizer Constantijn. Eusebius beschouwt de christelijke kerk als het bijzondere godsvolk in de wereld, zoals het volgende citaat duidelijk maakt: Korte tijd nadat het verschijnen van onze Heiland Jezus Christus aan alle mensen was bekend gemaakt, ontstond er plotseling een nieuw volk. Dit volk was niet klein of zwak, het woonde niet in een verre uithoek van de aarde. Het was integendeel het grootste en meest godsdienstige van allemaal. Dit volk was zo onverwoestbaar en onoverwinnelijk, omdat het altijd door Gods kracht ondersteund werd. Dit volk is ontstaan op een moment, dat door Gods ondoorgrondelijk besluit is bepaald. Het volk wordt bij allen met de naam van Christus geëerd (Kerkgeschiedenis I 4,2; verg. X 4,19-20: “Wie heeft ooit een volk gesticht, waarvan men nog nooit gehoord had?”). Citaten, voorbeeldteksten en literatuurverwijzingen Wanneer in dit themadeel een citaat tussen hoge dubbele komma’s is afgedrukt, gaat het steeds om een letterlijke aanhaling. Voor de bijbeltekst wordt doorgaans De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) gebruikt. Eigen omschrijvingen staan tussen enkele komma’s. Alle citaten van Flavius Josefus komen uit de Nederlandse editie van F.J.A.M. Meijer en M.A. Wes in de serie AmboKlassiek, terwijl de Eusebius-citaten zijn ontleend aan de vertaling van Chr. Fahner. Enkele voorbeeldteksten uit deel 3, bedoeld om de lezer sleutelpassages te geven uit de besproken documenten van de eerste generatie(s) na de apostelen, werden speciaal voor dit boek opnieuw vertaald door John van Eck. Het betreft gedeelten uit de Brief van Barnabas en de Didachè, plus Ignatius’ Brief aan de Romeinen en de Canon Muratori. Ook de vertaling van citaten uit de brieven van Ignatius en Polycarpus, evenals die uit 1 en 2 Clemens en de Pastor van Hermas is van zijn hand.9 Tenzij anders aangegeven, hebben de auteurs alle overige citaten zelf vertaald. Voor de nieuwtestamentische apocriefen in hoofdstuk 14 is doorgaans, ook in de beide voorbeeldteksten, gebruikgemaakt van: A.F.J. Klijn, De Apocriefen van het Nieuwe Testament. Buitenbijbelse evangeliën, handelingen, brieven en openbaringen (Kampen: Ten Have, 2006). Citaten uit het Thomas-evangelie zijn opgenomen in de

9. De gebruikte teksteditie is die van Michael W. Holmes, The Apostolic Fathers. Greek Texts and English Translations. Third Edition (Grand Rapids: Baker Academic, 2007). Voor de Canon Muratori: Geoffrey Mark Hahneman, The Muratorian Fragment and the Development of the Canon (Oxford: Clarendon, 1992), 6-7.

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 17

24-08-12 14:09


18

apostelen

Nederlandse vertaling van Riemer Roukema. Anders dan in voorgaande themadelen, zijn de literatuurverwijzingen niet in eindnoten maar in voetnoten verwerkt. Dit leek met het oog op de leesbaarheid gewenst, vooral vanwege de diversiteit van het behandelde materiaal. Om diezelfde reden is afgezien van een extra lijst met alle geciteerde literatuur, maar wel zal aan het slot van de hoofdstukken 9-15 in deel 3 steeds verwezen worden naar informatief materiaal voor verdere studie. Vooruitblik Dit boek bestaat uit drie delen, waarbij het tweede deel fungeert als scharnier tussen het eerste en het derde. Deel 1 (Het apostolische evangelie vanuit Jeruzalem) biedt een historische beschrijving van de joods-christelijke gemeente tijdens de apostolische periode, vanaf de Pinksterdag via de val van Jeruzalem tot de Bar Kochba opstand. Daarin worden ook de Katholieke Brieven, HebreeĂŤn en Openbaring gepositioneerd. Deel 2 (Het apostolische evangelie als geloofsbelijdenis) is thematisch opgezet rond de vraag: wat waren de kernpunten van het geloof, zoals die kunnen worden opgediept uit de niet-paulinische brieven en andere documenten van het Nieuwe Testament? Zo valt te ontdekken hoe er vanaf het eerste begin een apostolische geloofsbelijdenis kon groeien. Deel 3 (Het apostolische evangelie in weerklank) kijkt als het ware vanuit de periode van de apostelen naar de volgende generaties: Apostolische Vaders, vroegchristelijke apologeten en auteurs van nieuwtestamentische apocriefen. Een schets van de canonvorming van het Nieuwe Testament in de eerste eeuwen sluit het geheel af.

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 18

24-08-12 14:09


Deel 1: Het apostolische evangelie uit Jeruzalem door P.H.R. van Houwelingen

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 19

24-08-12 14:09


20

evangelie uit jeruzalem

Niemand zal bij een wereldstad allereerst aan Jeruzalem denken. Deze stad is geen kosmopolitische metropool zoals tegenwoordig New York of Rome in de oudheid. Toch zou Jeruzalem wel in religieus opzicht kunnen gelden als een wereldstad. Het is de enige plaats ter wereld die de bijnaam ‘heilige stad’ draagt. Al eeuwenlang een bedevaartsoord voor joden, christenen en moslims, maar tegelijkertijd een hardnekkige twistappel. Jeruzalem heeft een bijzondere geschiedenis.10 Het was vanouds de stad van de tempel en als zodanig het middelpunt van het heilige land. Jeruzalem heette de heilige stad, omdat de heilige God van Israël ervoor gekozen had daar zijn tempelwoning te vestigen. Een brandpunt van goddelijke aanwezigheid, niet alleen volgens het Oude maar ook volgens het Nieuwe Testament; ‘de stad van de grote Koning’ (Ps.48,3; Mt.5,35). Jeruzalem is ook de plaats waar Jezus van Nazaret gekruisigd werd en waar door de kracht van zijn Geest de eerste christelijke gemeente ontstond. Daar hebben de apostelen het evangelie van hun levende Heer verkondigd. Van daaruit werd het apostolische evangelie de wereld ingedragen. Maar Jeruzalem heeft niet alleen een bijzondere geschiedenis, haar is ook een schitterende toekomst beloofd. We ontdekken in de bijbel de contouren van een nieuwe stad, die naar Gods belofte hemel en aarde zal verenigen. Schitterend is de centraliteit van Jeruzalem gevisualiseerd in het vloermozaïek van Madaba (Jordanië), afkomstig uit de zesde eeuw na Chr. Dit topografische mozaïek, met een totale oppervlakte van ongeveer dertig vierkante meter, was bedoeld om de belangrijkste plaatsen uit de heilsgeschiedenis in Syrië, Palestina en Egypte op de kaart te zetten.11 Het centraal gelegen Jeruzalem, geheel ommuurd en royaal voorzien van poorten, heeft een groter formaat dan welke andere stad ook. Dit geldt eveneens voor het bijschrift in grote rode letters: ‘de heilige stad Jeruzalem’. Jeruzalem is perfect ovaal van vorm en lijkt zo te worden getypeerd als de ideale stad, het middelpunt van het heilige land, de navel van de aarde (Ez.38,12; verg. 5,5 en de uitleg van Hnd.2,9-11 in hoofdstuk 1.1).12 In de christelijke voorstelling van dit mozaïek ontbreekt niet alleen de joodse tempel maar zelfs de hele tempelberg. De Heilig Grafkerk, volgens de overlevering de locatie – vroeger buiten de

10. Zeer informatief is de historische gids van Max Küchler, Jerusalem. Ein Handbuch und Studienreiseführer zur Heiligen Stadt (Tübingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2007). 11. Herbert Donner, The Mosaic Map of Madaba. An Introductory Guide (Kampen: Kok Pharos, 1992); zie ook http://198.62.75.1/www1/ofm/mad/Madaba_Mosaic_Map.html en het artikel van Yoram Tzafrir op deze website: The Holy City of Jerusalem in the Madaba Map. 12. Philip S. Alexander, “Jerusalem as the ‘Omphalos’ of the World: On the History of a Geographical Concept,” Judaism 46.2 (1997): 147-158; Michael Tilly, Jerusalem – Nabel der Welt. Überlieferung und Funktionen von Heiligtumstraditionen im antiken Judentum (Stuttgart: Kohlhammer, 2002).

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 20

24-08-12 14:09


intro

21

muren gelegen – waar Jezus Christus gekruisigd en begraven zou zijn, heeft de plaats van het tempelcomplex in het stadshart overgenomen. Misschien biedt het vloermozaïek van Madaba hiermee een vooruitblik op het nieuwe Jeruzalem, de ideale stad van de toekomst, waarin een heiligdom ontbreekt, want haar tempel is de Almachtige, samen met het Lam (Op.21,22).

‘De heilige stad Jeruzalem’, centraal gedeelte uit het vloermozaïek van Madaba.

Dit eerste deel gaat over Jeruzalem als wereldstad. Dáár gebeurt het op de Pinksterdag. Beschreven wordt hoe de Jeruzalemse moederkerk ondanks groeiproblemen een alom gewaardeerde gemeenschappelijkheid uitstraalde (hoofdstuk 1). Toen vanuit deze moederkerk een zelfstandige dochtergemeente in Antiochië ontstond, buiten het heilige land, zocht men een gezamenlijke oplossing voor de positie van niet-joodse christenen door het apostelbesluit te formuleren (hoofdstuk 2). De verzameling van zeven Katholieke Brieven, geschreven door apostelen en broers van Jezus, documenteert de universele zendingsbeweging vanuit Jeruzalem (hoofdstuk 3). Maar er kwam ook een omgekeerde beweging op gang, vanuit de volkenwereld terug naar Jeruzalem: toen de moederkerk een hulpbehoevende kerk geworden was, ontving zij financiële ondersteuning (hoofdstuk 4). De Jeruzalemse gemeente raakte in de crisis, toen zij haar leider Jakobus verloor en de stad moest ontvluchten om aan het geweld van de Romeinen te ontkomen. Waarschijnlijk gaat de brief aan de Hebreeën op die crisissituatie in: wij hebben hier geen blijvende stad, maar zijn op zoek naar de stad van de toekomst (hoofdstuk 5). Jeruzalems val en de tempelverwoesting vallen niet samen met het wereldeinde. Gods werk gaat verder en dat belooft wat voor een stad die altijd heilig werd genoemd. Het boek Openbaring opent dan ook een visionair perspectief voor Jeruzalem (hoofdstuk 6), als de enige wereldstad die toekomst heeft.

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 21

24-08-12 14:09


Hoofdstuk 1 DE JERUZALEMSE MOEDERKERK 1.1 Het gebeurt in Jeruzalem In het door Lucas geschreven ‘dubbelwerk’ Lucas/Handelingen speelt de stad Jeruzalem een centrale rol. Het Lucas-evangelie, dat geografisch is opgebouwd, beschrijft de beweging van het evangelie naar Jeruzalem toe. In zijn tweede boek, De handelingen van de apostelen, pakt Lucas de draad weer op door bij Jeruzalem te beginnen. Van daaruit ging het evangelie de wereld in. Zo vormt Jeruzalem het geografische middelpunt van Lucas-Handelingen, maar dat niet alleen: de centraliteit van Jeruzalem symboliseert ook het theo­ logische gegeven dat het heil uit de joden is.1 Jezus is de Messias van Israël en tegelijk de Redder van de wereld. Om de centraliteit van Jeruzalem beter in beeld te krijgen, kunnen we het beste inzetten bij de zogeheten volkenlijst uit Handelingen 2. Dat is een opsomming van vrome joden, woonachtig in Jeruzalem maar afkomstig uit ieder volk op aarde. We lezen dat deze diasporajoden vanwege de spectaculaire gebeurtenissen op de Pinksterdag, vooral het talenwonder, buiten zichzelf waren van verbazing. Zij brachten dat volgens Lucas als volgt onder woorden: “Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden” (Hnd.2,9-11). Deze volkenlijst biedt geen willekeurige opsomming. Het gaat om een rondblik in de wereld, gezien vanuit Jeruzalem. Dit geldt zowel in religieuze als in geografische zin. Ten eerste het religieuze aspect. Zoals veel uitleggers van Handelingen is opgevallen, geeft de opsomming niet de politieke situatie van het Imperium Romanum weer, maar die van de joodse diaspora zoals die zich al voor de totstandkoming daarvan had voltrokken en die daarom ook gebieden omvatte die niet door de Romeinen waren ingelijfd. Lucas laat zijn lezers zien dat overal ter wereld joden wonen. Ten tweede het geografische aspect. Een andere merkwaardigheid van de opsomming is namelijk dat ook Judea erin vermeld staat. Het betreft niet de regio, want dat is in Lucas/ Handelingen meestal alleen het geval wanneer Judea en Galilea naast elkaar staan, maar moet hier gelezen worden als een overkoepelende aanduiding voor heel het joodse land met Jeruzalem als hoofdstad; de latere Romeinse

1. Oriënterend: Oskar Skarsaune, In the Shadow of the Temple. Jewish Influcences on Early Christianity (Downers Grove: InterVarsity Press, 2002), chapter 4 [Jerusalem: The City of the Temple].

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 22

24-08-12 14:09


1. de jeruzalemse moederkerk

23

provincie als geheel zou dan ook Judea genoemd worden (Lc.1,5; 4,44; 6,17; 7,17; 23,5; Hnd.11,29; 15,1; 28,21). Als Lucas zijn lezers wil laten zien dat overal ter wereld joden wonen, kan het joodse land in eigenlijke zin natuurlijk niet ontbreken. Sterker nog, Jeruzalem is samen met haar omgeving onmiskenbaar het hart van de bewoonde wereld. De conclusie die nu getrokken kan worden is dat Judea in deze opsomming functioneert als het geografische centrum van de diaspora, zoals Bauckham heeft laten zien, een diaspora bestaande uit naar alle windstreken uitgewaaierde joden.2 Ten aanzien van het religieuze aspect wordt in het bovenstaande aangesloten bij de commentaar op Handelingen in deze serie, maar de daar gegeven verklaring dat Judea in de ‘volkenlijst’ zou zijn opgenomen vanwege het dialectverschil met Galilea is weinig geloofwaardig. Hoewel de sprekers inderdaad als Galileeërs herkend werden (Hnd.2,7), was er geen talenwonder nodig om te bewerken dat Judeeërs en Galileeërs elkaar zouden verstaan (verg. Mt.26,73). Zie ook Hnd.2,14: ‘Joodse mannen’!

Heel de diaspora was bij het talenwonder op de Pinksterdag in Jeruzalem vertegenwoordigd, wil Lucas zeggen. Het waren “vrome joden, afkomstig uit ieder volk op aarde”. Vanuit Judea gezien, dat hier dus het geografische hart van de joodse wereld lijkt te zijn, stuurt hij de blik van zijn lezers eerst in oostelijke richting: Parten, Meden, Elamieten, bewoners van Mesopotamië. Vervolgens noordwaarts: bewoners van Kappadocië, Pontus, Asia, Frygië, Pamfilië. Dan naar het westen toe: bewoners van Egypte, Libië, mensen uit Rome, Kretenzers. Tenslotte wordt de lezersblik in zuidelijke richting gewend: naar de Arabieren. Het effect van deze rangschikking is dat de plaats waar de uitstorting van de Geest plaatsvond het perspectief beheerst in alle vier de windrichtingen. Tot zijn toehoorders zegt Petrus dan ook in vers 39 dat hun bekering wereldwijd effect zal hebben: ‘de belofte (namelijk de door God beloofde en op Pinksteren geschonken Geest) geldt immers voor u, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, erbij zal roepen’. Ver weg, dat is ver van Jeruzalem, in alle diasporagebieden over heel de wereld. Met andere woorden: of men nu jood van geboorte is dan wel later tot Israël toegetreden als proseliet, niemand die op enige wijze behoort tot de joodse wereld kan om Judea heen, waarvan Jeruzalem zowel de hoofdstad als het middelpunt is. Lucas wist immers dat het christendom zich juist vanuit de heilige stad in alle richtingen had verspreid, aldus nog steeds Bauckham. Zo gezien fungeert Jeruzalem, in overeenstemming met de voorstelling op het vloermozaïek van Madaba (zie de introductie), tevens als het middelpunt van de aarde. Dáár gebeurde het op de Pinksterdag!

2. Richard Bauckham, “James and the Jerusalem Church.” In The Book of Acts in Its First-Century Setting. Volume 4: Palestinian Setting, ed. Richard Bauckham (Grand Rapids: Eerdmans, 1995), 415-480. Hij baseert zich op een reconstructie van de toenmalige wereldkaart op basis van de Geografie van Strabo (420).

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 23

24-08-12 14:09


Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 24

24-08-12 14:09

13

12

14

Oost Centrum Noord West Zuid

11

9

8 10

15

5

7 6 4 3

2

1

(1) Parten, (2) Meden, (3) Elamieten, (4) inwoners van Mesopotamië, (5) Judea (6) en Kappadocië, (7) mensen uit Pontus (8) en Asia, (9) Frygië (10) en Pamfilië, (11) Egypte (12) en de omgeving van Cyrene in Libië, (13) en ook … uit Rome …, (14) mensen uit Kreta (15) en Arabië.

De joodse diaspora volgens Handelingen 2,9-11

R e c o n s t r u c t i e va n d e w e r e l d k a a rt vo l g e n s d e g e o g r a f i e va n S t r a b o


1. de jeruzalemse moederkerk

25

1.2 De vergaderplaats van de eerste gemeente Wáár gebeurde het precies? Volgens Lucas waren Jezus’ leerlingen, teruggekeerd naar Jeruzalem, voortdurend in de tempel te vinden (Lc.24,53). In zijn tweede boek, Handelingen, begint Lucas te vertellen over Jezus en zijn apostelen bij een gezamenlijke ontmoeting (Hnd.1,2-4). Daarna had hij nog een andere samenkomst met de Heer vermeld (Hnd.1,6: sunelthontes). Terecht expliciteert de Nieuwe Bijbelvertaling het subject van vers 12, degenen die na Jezus’ hemelvaart van de Olijfberg terugkeerden naar de stad, dan ook als de apostelen. Bovendien blijken in vers 13 de elf overgebleven apostelen allemaal bij name genoemd te worden: Petrus en Johannes en Jakobus (de volgorde in de meerderheidstekst is: Petrus, Jakobus, Johannes) en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus de zoon van Alfeüs en Simon de IJveraar en Judas de zoon van Jakobus. De groep apostelen had een vaste verblijfplaats in Jeruzalem, namelijk het bovenvertrek waar ze volgens vers 13 gewoonlijk verbleven (to huperooion; verg. Hnd.9,37.39; 20,8). Qua verblijfsperiode moet in ieder geval gedacht zijn aan de tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren, dagen vol van de verwachting die vervuld werd met de komst van de heilige Geest. Vers 15 markeert deze periode: ‘in die dagen’. Het zou heel goed kunnen dat Jezus in datzelfde bovenvertrek verschenen was, op Pasen en de eerstvolgende zondag. Denken we nog iets verder terug, dan komen we terecht in de ruimte waar Jezus het laatste Pesach vierde met zijn leerlingen, een gastenverblijf in de stad. Dit gastenverblijf wordt in de evangeliën beschreven als een ruime bovenverdieping (anagaion mega; Mc.14,15; Lc.22,12), volledig ingericht met minstens drie van kussens voorziene aanligbedden rondom een tafel. Het waren Petrus en Johannes geweest, die de onbekende huiseigenaar moesten zien te vinden aan de hand van enkele door Jezus gegeven aanwijzingen. Zij hadden in dat blijkbaar door hun geliefde Meester gereserveerde gastenverblijf de nodige voorbereidingen voor het Pesachmaal moeten treffen. Was deze ruimte toen misschien al voor een langere periode besproken? Ondanks de verschillende terminologie wordt het bovenvertrek uit Handelingen traditioneel geïdentificeerd met de bovenverdieping uit Marcus/Lucas (minder waarschijnlijk is de gedachte dat een andere bovenzaal, ergens in het tempelcomplex, zou zijn bedoeld; de tempel komt pas voor het eerst ter sprake in Hnd.2,46). Het in vers 13 gebruikte lidwoord zou inhoudelijk gesproken anaforisch kunnen zijn, verwijzend naar een locatie die de lezers van Lucas-Handelingen bekend was. Men kan voor deze identificatie een belangrijk historisch argument aanvoeren. Uit archeologisch onderzoek is namelijk gebleken dat na de verwoesting van Jeruzalem op de resten van dit huis een synagoge van messiasbelijdende joden gebouwd moet zijn, waaruit zich in later tijd verschillende Sionskerken hebben ontwikkeld. Tegenwoor-

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 25

24-08-12 14:09


26

evangelie uit jeruzalem

dig wordt het zogeheten Cenakel (‘avondmaalszaal’) door toeristengidsen aangewezen in een ruimte boven het traditionele graf van koning David, in een gerestaureerde kruisvaarderskerk uit de twaalfde eeuw.3 Na de dood van Judas waren nog elf van de twaalf leerlingen overgebleven. Hun namen worden in vers 13 dus allemaal opgenoemd, te beginnen met Petrus. Over dit groepje van elf overgebleven mannen weet Lucas te vertellen dat zij eensgezind volhardden in het gebed (bidden en smeken volgens de meerderheidstekst van vers 14). Daarmee zal zeker ook bidden om de beloofde Geest bedoeld zijn. Die wonderlijke eendracht, uitmondend in gezamenlijk aanroepen van Gods naam, is volgens de beschrijving van Lucas blijkbaar vanaf het prilste stadium kenmerkend geweest voor de christelijke gemeenschap te Jeruzalem (Hnd.1,14; 2,1; 2,46; 4,24; 5,12). Ook vrouwen waren erbij, vervolgt Lucas in vers 14. Hoewel men geneigd is meteen aan de vrouwen uit Galilea te denken, die vooral in het Lucasevangelie herhaaldelijk genoemd worden onder Jezus’ trouwste volgelingen, zijn er twee aanwijzingen in een andere richting. Ten eerste ontbreekt het lidwoord, zodat Van Eck bewust wil vertalen: ‘met vrouwen erbij’ en niet ‘met de vrouwen’ of ‘met enige vrouwen’.4 Nergens in het boek Handelingen worden de vrouwen uit Galilea genoemd. Ten tweede heeft de Westerse tekst behalve het lidwoord ook het woord ‘kinderen’ toegevoegd, hetgeen erop wijst dat de bedoelde vrouwen tevens de moeders van die kinderen waren. Dan ligt het voor de hand te denken aan de vrouwen en kinderen van de vlak daarvoor bij name genoemde mannen. Vermoedelijk waren niet alle apostelen gehuwd, maar van Petrus is in ieder geval bekend dat hij zijn vrouw meenam op reis (1 Kor.9,5; verg. hoofdstuk 3). In de jaren van Jezus’ leven en werk hadden zij hun gezin soms lang alleen moeten laten. Vlak na de hemelvaart werd het misschien tijd voor gezinshereniging.5

3. Zie Bargil Pixner, Wege des Messias und Stätten der Urkirche. Herausgegeben von Rainer Riesner (Giessen/Basel: Brunnen Verlag, 1991), 287-326; Jerome Murphy-O’Connor, “The Cenacle–Topographical Setting for Acts 2:44-45.” In The Book of Acts in Its First-Century Setting. Volume 4: Palestinian Setting, ed. Richard Bauckham (Grand Rapids: Eerdmans, 1995), 303-321; Bradley Blue, “Acts and the House Church.” In The Book of Acts in Its First-Century Setting. Volume 2: Graeco-Roman Setting, eds. David W.J. Gill and Conrad Gempf (Grand Rapids: Eerdmans, 1994), 119-222 [134]. 4. John van Eck, Handelingen. De wereld in het geding (Commentaar op het Nieuwe Testament; Kampen: Kok, 2003), 43. 5. Zie over de Westerse tekstoverlevering van het boek Handelingen: Josep RiusCamps and Jenny Read-Heimerdinger, The Message of Acts in Codex Bezae. A Comparison with the Alexandrian Tradition. Volume 1: Acts 1.1-5.42: Jerusalem (Edinburgh: T&T Clark, 2004). Ter vergelijking noemen zij Hnd.21,5: Paulus werd uitgeleide gedaan door de christenen uit Tyrus, samen met [hun] vrouwen en kinderen.

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 26

24-08-12 14:09


1. de jeruzalemse moederkerk

27

Op zo’n manier gelezen, vermeldt vers 14 twee parallelle groepen: a. De leerlingen (bij naam genoemd), samen met hun vrouwen [en kinderen]. b. Maria, de moeder van Jezus (bij naam genoemd), samen met zijn broers/zusters. Het is de fysiek afwezige Jezus, opgenomen in hemelse glorie, die deze twee kerngroepen met elkaar blijkt te verbinden doordat Hij in beide gevallen als het ware het geestelijk middelpunt vormt. De eerste groep bestaat uit zijn leerlingen plus hun naaste familie, de tweede groep bestaat uit zijn eigen naaste familie – moeder en broers/zusters. Het is de laatste keer in het Nieuwe Testament dat we iets over moeder Maria lezen. Zij heeft een ereplaats gekregen temidden van de achtergeblevenen in Jeruzalem, maar zij treedt steeds meer in de schaduw van haar ten hemel gevaren zoon en zal zelfs uit ons beeld verdwijnen. In vers 14 staat Maria te boek als de moeder van Jezus. Haar zoon, fysiek afwezig maar in de tekst via zijn moeder juist nadrukkelijk aanwezig, is de eigenlijke hoofdpersoon. Hijzelf had deze verblijfsruimte geregeld, Hijzelf had zijn volgelingen opgedragen terug te gaan naar Jeruzalem en daar te wachten op wat er verder zou gebeuren. Vanaf vers 15 komt een grotere groep volgelingen in beeld. Voor een verandering van locatie geeft de tekst geen enkele aanwijzing. Het lijkt nog steeds om hetzelfde huis te gaan, maar om een grotere groep mensen te herbergen zou alleen de bovenverdieping daarvan onvoldoende ruimte bieden. Had men misschien het hele huis in gebruik genomen (verg. Hnd.2,2)? Lucas vertelt hoe Petrus het woord nam temidden van ‘de broeders’ (adelphoi in de NestleAland teksteditie) of ‘de leerlingen’ (mathètai volgens de Westerse tekst en de meerderheidstekst; zo ook De Nieuwe Bijbelvertaling). In het eerste geval wordt de relatie tot elkaar benadrukt: de groep bestaat uit geestelijke familie. Dit zou in Handelingen voor het eerst zijn. In het tweede geval staat de relatie tot Jezus centraal: de groep wordt gevormd door zijn leerlingen. Dit zou aansluiten bij het spraakgebruik uit Lucas-Handelingen. Hoe dan ook, er was prille gemeentevorming in Jeruzalem. We krijgen een gemeente te zien waarin de leerlingen van Jezus met hun familie een plaats hadden, maar ook zijn moeder en andere bloedverwanten, plus alle volgelingen (m/v) in ruimere zin, van wie nog twee namen zullen worden genoemd in vers 23. Deze situatie wordt weerspiegeld in een uitdrukking die twee keer voorkomt in het Lucasevangelie: ‘de elf en [allen] die bij hen waren’ (Lc.24,9.33). 1.3 De eerste handeling van de apostelen Vanwege de centraliteit van Jeruzalem wordt het des te interessanter om na te gaan hoe de prille gemeente zich ontwikkelde. Juist deze tempelstad was immers de bodem waarin stevige wortels werden gevormd voor de christelijke moederkerk. Het boek Handelingen doet verslag van een soort gemeentevergadering, gezamenlijk beraad in Jeruzalem over de vacature die door de dood van Judas binnen de kring van de Twaalf was ontstaan.

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 27

24-08-12 14:09


28

evangelie uit jeruzalem

Petrus, de leider van de apostelen, nam in die dagen het initiatief om zijn broeders en zusters te ondersteunen, zoals Jezus hem had opgedragen (Lc.22,32; verg. Joh.21,15-17). Wanneer hij de vergaderde gemeente toespreekt om de vacature-Judas aan de orde te stellen, begint hij met: ‘mannenbroeders’ (andres adelphoi). Hiermee is niet gezegd dat uitsluitend mannelijke toehoorders zich door Petrus aangesproken hoefden te voelen. Lucas houdt zich bij de redevoeringen die hij weergeeft aan de traditionele manier van spreken en daarin werd min of meer vanzelfsprekend mannentaal gebruikt (verg. Hnd.2,14; 2,22; 17,22).6 Een aanwijzing dat de Jeruzalemse gemeente zowel mannelijke als vrouwelijke leden telde staat verderop in Handelingen. Tot tweemaal toe wordt bij de vervolging door Saulus vermeld dat hij zonder onderscheid mannen en vrouwen meesleurde uit de huizen waar de gemeente vergaderde (Hnd.8,3; 9,1-2; verg. 22,4-5). Met deze gelijke behandeling geeft Lucas het niets en niemand ontziende karakter van deze klopjacht aan: zelfs de vrouwen werden niet gespaard. Dit is in het boek Handelingen niet alleen het eerste optreden van Petrus, maar ook de eerste handeling van de apostelen. Eerst wordt naar aanleiding van het uitvallen van Judas een vacature ingesteld en vervolgens wordt die vacature vervuld. Blijkbaar handelden de apostelen niet zonder samenspraak met de andere volgelingen van Jezus, zodat in vers 23-26 de gemeente van zowel de kandidering als de loting het subject lijkt te zijn. Benadrukt wordt de eenheid en de eenstemmigheid van een groep die hetzelfde doel nastreeft (epi to auto geïnterpreteerd als een semi-technische term).7 Aparte aandacht vraagt het gegeven dat het ledental van de Jeruzalemse gemeente vlak voor Pinksteren door Lucas wordt gesteld op ongeveer honderdtwintig personen.8 Dit getal zal misschien qua informatie berusten op een overgeleverd namenregister uit de begintijd, maar kan tevens een symbolische bijbetekenis hebben. Volgens de joodse Misjna moest een bepaalde plaats minimaal 120 mannelijke inwoners hebben om een eigen raad met beslissingsbevoegdheid te rechtvaardigen; het alternatieve minimum van 230 werd door Rabbi Nehemia berekend als 23 tientallen (Sanhedrin 1,6). Hier

6. Van Eck, Handelingen, 48-49. 7. Arie W. Zwiep, Judas and the Choice of Matthias (Tübingen: Mohr Siebeck, 2004), 132-133. 8. Er waren meer volgelingen van Jezus. De apostel Paulus vermeldt een verschijning van de Opgestane aan 500 personen tegelijk (1 Kor.15,6), die vermoedelijk in Galilea gesitueerd moet worden. Zie F.F. Bruce, The Book of the Acts (The New International Commentary on the New Testament, Revised Edition; Grand Rapids: Eerdmans, 1988), 43-44. Bauckham beschrijft 45 bij name genoemde personen die vóór het jaar 70 na Chr. op enig moment tot de Jeruzalemse gemeente moeten hebben behoord: Richard Bauckham, “James and the Jerusalem Community.” In Jewish Believers in Jesus, eds. Oskar Skarsuane and Reidar Hvalvik (Peabody: Hendrickson, 2007), 55-95 [81-92].

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 28

24-08-12 14:09


1. de jeruzalemse moederkerk

29

gaat het om 12 tientallen. Jezus had een twaalftal apostelen uitgekozen als kerngroep van vaste medewerkers. Zij vertegenwoordigden de volle breedte van het volk: Israël telde twaalf stammen, die waren ontsproten aan de twaalf aartsvaders. De lijn van de aartsvaders wordt voortgezet via de apostelen (verg. Mt.19,28).9 Honderdtwintig personen, tien keer twaalf, staan dan voor Israël zelf. Maar het is wel een sterk gereduceerd Israël, een kleine groep. Om weer te groeien, moet het volk zich hergroeperen rondom Jezus als de Messias. Vandaar dat juist in deze kring het voorstel opkwam om het elftal apostelen met een nieuwe man aan te vullen. Men kon zich daartoe bevoegd achten, want de prille gemeente was naar joodse maatstaven groot genoeg om een onafhankelijke gemeenschap te vormen en haar eigen beslissingen te nemen.10 Wie moest degene worden die het overgebleven elftal weer zou aanvullen tot twaalf apostelen van Jezus Christus? Petrus formuleert in vers 21-22 het ooggetuige-zijn als belangrijkste criterium: ‘Daarom moet van de mannen die steeds met ons zijn opgetrokken toen de Heer Jezus onder ons verkeerde … een van diegenen dus, samen met ons getuige worden van zijn opstanding’ (verg. Lc.1,2: autoptai). Er wordt gezocht naar iemand die Jezus tijdens zijn aardse leven van het begin tot het einde had meegemaakt. Als beginpunt herinnert Petrus aan de doop van Jezus door Johannes; als eindpunt noemt hij de dag waarop Jezus in de hemel werd opgenomen. Blijkbaar bevonden zich meerdere van zulke ooggetuigen onder de honderdtwintig personen die bijeenvergaderd waren in Jeruzalem.11 Zodoende werd er tussen twee kandidaten geloot. Het gezamenlijke getuigenis van de apostelen, waarvoor het twaalftal na het uitvallen van Judas volgens Petrus en de gemeente gecompleteerd moest worden, zal zich concentreren op het feit van de opstanding. Over geen van beide kandidaten is veel bekend. De eerste kandidaat wordt tamelijk uitvoerig van een dubbelnaam en een bijnaam voorzien: Jozef Barsabbas, bijgenaamd Justus (Rechtvaardige). Barsabbas betekent waarschijn-

9. Jakob van Bruggen, Christus op aarde. Zijn levensbeschrijving door leerlingen en tijdgenoten (Commentaar op het Nieuwe Testament; Kampen: Kok, 1987), 147. 10. Ad rem merkt Zwiep (Judas and the Choice of Matthias, 134) op dat het door Jervell ingebrachte bezwaar dat de toevoeging ‘ongeveer’ de symboliek ongeldig maakt (Jakob Jervell, Die Apostelgeschichte [Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 1998], 123) gemakkelijk kan worden veranderd in een argumentpro: Lucas nam de vrijheid om, zonder de historische werkelijkheid geweld aan te doen, het ledental van de prille Jeruzalemse gemeente af te ronden op honderdtwintig personen om de bedoelde symboliek tot zijn recht te laten komen (verg. Hnd.19,7: in Efeze ontmoette Paulus een groepje van ‘ongeveer’ twaalf mensen). 11. Richard Bauckham, Jesus and the Eyewitnesses. The Gospels as Eyewitness Testimony (Grand Rapids: Eerdmans, 2006), 297-298.

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 29

24-08-12 14:09


30

evangelie uit jeruzalem

lijk: ‘op sabbat geboren’ – Jozef was dus een rechtschapen zondagskind. Deze naam komt echter nergens anders voor in Handelingen of zelfs in heel het Nieuwe Testament, hoewel Justus Barsabbas wel genoemd wordt in de kerkelijke traditie. Volgens Papias zou hij een levensgevaarlijke gifdrank hebben gedronken, maar – dankzij de genade van de Heer – zonder daarvan schadelijke gevolgen te ondervinden.12 Handelingen vermeldt verder nog slechts één persoon met de naam Jozef, die van de apostelen de bijnaam Barnabas gekregen had (Hnd.4,36-37). Het is mogelijk dat laatstgenoemde bijnaam, waarvan de grondbetekenis onhelder blijft, is ontstaan uit vrije associatie met het veel bekendere Barsabbas.13 Over de tweede kandidaat is Lucas uiterst sober, zeker gezien het feit dat hij de twaalfde apostel zou worden: het enige dat we van hem te weten komen is dat hij Mattias heette. Ook hij komt verder niet meer in Handelingen voor. Volgens de legende zou het gebeente van de apostel Mattias in opdracht van Helena, de moeder van de Romeinse keizer Constantijn, naar Trier overgebracht zijn. Als die legende op waarheid berust, dan is hij de enige apostel die in West-Europa begraven ligt. Vanwege zijn onbekendheid zou Mattias vanaf de tweede eeuw geclaimd worden door verschillende sektarische groepen.14 De kerkhistoricus Eusebius blijkt behalve Barnabas ook de beide kandidaten uit Handelingen 1 te rekenen tot de zeventig discipelen die indertijd door Jezus waren uitgezonden naar alle steden en dorpen van Israël (Lc.10,1): Uit de evangeliën zijn de namen van de apostelen van onze Heiland bij iedereen heel goed bekend. Maar we hebben geen lijst van de zeventig discipelen. Weliswaar wordt van Barnabas gezegd dat hij er één van was; Barnabas wordt uitdrukkelijk in de Handelingen der apostelen vermeld; ook Paulus noemt hem in de brief aan de Galaten. Van Mattias die in plaats van Judas bij de apostelen gerekend werd, en de persoon die de eer had zijn tegenkandidaat te zijn, wordt ook gezegd dat ze met de Zeventig dezelfde roeping waardig gekeurd zijn (Eusebius, Kerkgeschiedenis I 12,1.3; het getuigenis over Barnabas gaat op Clemens van Alexandrië terug: II 1,4). 12. Eusebius, Kerkgeschiedenis III 39,9 (verg. Mc.16,17-18). Zie ook de Handelingen van Paulus, Martelaarschap 2-6. Mogelijk is hij de Justus die in de opzienerslijsten van de Jeruzalemse gemeente na Jakobus en Simeon als derde genoemd wordt (Eusebius, Kerkgeschiedenis IV 5,3-4; V 12,1-2; Epifanius, Medicijnkastje 66,21-22). 13. Jenny Read-Heimerdinger, “Barnabas in Acts. A Study of His Role in the Text of Codex Bezae,” Journal for the Study of the New Testament 72 (1998): 2366, neemt het op voor de Westerse teksttraditie, waarin Jozef Barsabbas wordt geïdentificeerd met Jozef Barnabas. De door haar aangedragen argumenten zijn echter twijfelachtig (Zwiep, Judas and the Choice of Matthias, 122-123). 14. Zwiep, Judas and the Choice of Matthias, 162.

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 30

24-08-12 14:09


Overzicht van de CNT-serie Afdeling Evangeliën Dr. Jakob van Bruggen Matteüs Dr. Jakob van Bruggen Marcus Dr. Jakob van Bruggen Lucas Dr. P.H.R. van Houwelingen Johannes Dr. Jakob van Bruggen Christus op aarde Dr. Jakob van Bruggen Het evangelie van Gods zoon Afdeling Handelingen en Apostelen Dr. John van Eck Handelingen Dr. Jakob van Bruggen Paulus Dr. P.H.R. van Houwelingen (red.) Apostelen Afdeling Brieven van Paulus Dr. Jakob van Bruggen Romeinen Dr. R. Dean Anderson 1 Korintiërs Dr. T.E. van Spanje 2 Korintiërs Dr. Jakob van Bruggen Galaten Dr. L. Floor Efeziërs Dr. L. Floor Filippenzen Dr. John van Eck Kolossenzen-Filemon Dr. P.H.R. van Houwelingen Tessalonicenzen Dr. P.H.R. van Houwelingen Timoteüs-Titus Afdeling Hebreeën Dr. H.R. van de Kamp Hebreeën Afdeling Katholieke Brieven en Openbaring Dr. L. Floor Jakobus Dr. P.H.R. van Houwelingen 1 Petrus Dr. P.H.R. van Houwelingen 2 Petrus-Judas Dr. Pieter J. Lalleman 1, 2 en 3 Johannes Dr. H.R. van de Kamp Openbaring

Apostelen_HOUWELINGEN_druk2_binnenwerk_24-8-2012_NS.indd 437

24-08-12 14:10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Leesfragment - Apostelen - CNT serie by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu