Een rimpel in de tijd 1-208.indd 6
13-02-18 07:39
1 Mevrouw Wazda
H
et was een donkere, winderige nacht. In haar zolderkamertje zat Margaret Murry met een oude lappendeken om zich heen op het voeteneind van haar bed en zag hoe de bomen zwiepten in de razende, striemende wind. Achter de bomen joegen wolken wild door de lucht. Telkens piepte de maan er even tussendoor en wierp spookachtige schaduwen die over de grond vlogen. Het huis schudde. Meg, gewikkeld in haar deken, rilde. Meestal was ze niet bang voor het weer. Het is niet alleen het weer, dacht ze. Het is het weer plus de rest. Plus ik. Plus Meg Murry, die alles verkeerd doet. Bijvoorbeeld op school. Op school ging alles mis. Ze was afgezakt naar het laagste niveau van haar klas. Die morgen had een van haar leraren boos gezegd: ‘Echt, Meg, ik begrijp niet hoe een kind met zulke intelligente ouders zo’n 7
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 7
13-02-18 07:39
slechte leerling kan zijn. Als er geen verandering in komt, moet je het jaar overdoen.’ In de pauze had ze een beetje stoer lopen doen om zich wat beter te voelen, en een van de meisjes had smalend gezegd: ‘Meg, we zitten niet meer op de basisschool. Waarom doe je altijd zo kinderachtig?’ En na school, terwijl ze met haar armen vol boeken naar huis liep, had een van de jongens een opmerking gemaakt over haar ‘domme broertje’. Toen had ze haar boeken langs de kant van de weg neergesmeten en was ze hem aangevlogen met alle kracht die ze in zich had. Ze was thuisgekomen met een gescheurde bloes en een blauw oog. Sandy en Dennys, haar tweelingbroertjes van tien, waren een uur eerder thuisgekomen. ‘Laat het vechten maar aan ons over als het nodig is,’ zeiden ze verontwaardigd. Een loser, dat ben ik, dacht ze mismoedig. Dat zullen ze nu wel zeggen. Mam niet. Maar zij… Alle anderen. Ik wou dat pap… Maar ze kon nog steeds niet aan haar vader denken zonder tranen in haar ogen te krijgen. Alleen haar moeder kon gewoon over hem praten en zeggen: ‘Als pap terugkomt…’ Terugkomt – waarvandaan? En wanneer? Haar moeder zou toch wel weten wat de mensen zeiden, wat ze voor kleinzielige, gemene praatjes vertelden? Het moest haar net zoveel pijn doen als Meg. Maar toch liet ze er niets van merken. Niets verstoorde de kalme uitdrukking op haar gezicht. Waarom kan ik het ook niet verbergen? dacht Meg. Waarom zie je altijd alles aan mij? De wind rukte wild aan het raam en Meg trok de deken dichter om zich heen. Een grijs, donzig katje, opgerold op 8
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 8
13-02-18 07:39
een van haar kussens, geeuwde met zijn roze tongetje naar buiten, stak zijn kopje weer weg en sliep verder. Iedereen sliep. Iedereen, behalve Meg. Zelfs Charles Wallace, het ‘domme broertje’, sliep. Charles Wallace, die op een geheimzinnige manier altijd wist wanneer ze wakker was, wanneer ze ongelukkig was, en die zo vaak ’s nachts op zijn tenen via de zoldertrap naar haar toe gekomen was. Hoe konden ze slapen? Over de radio waren de hele dag stormwaarschuwingen uitgezonden. Hoe konden ze haar hier boven op zolder laten in het gammele koperen bed, terwijl ze wisten dat het dak gewoon van het huis kon waaien en zij hoog opgetild kon worden, de onstuimige nachtlucht in, om wie weet waar neer te komen? Ze rilde nu onbeheerst. Je hebt zelf om de zolderkamer gevraagd, zei ze streng tegen zichzelf. Van mam mocht je hem hebben, omdat je de oudste bent. Het is een voorrecht, geen straf. ‘Maar als het stormt, is het geen voorrecht,’ zei ze hardop. Ze gooide de deken op het voeteneind van het bed en stond op. Het katje rekte zich overdreven uit en keek naar haar op met grote, onschuldige ogen. ‘Ga maar weer slapen,’ zei Meg. ‘Wees maar blij dat je een katje bent en geen monster zoals ik.’ Ze keek naar zichzelf in de spiegel van de kledingkast en trok een grimas, waarbij de beugels over haar tanden zichtbaar werden. In een reflex duwde ze haar bril omhoog, ging met haar vingers door haar vaalbruine haar zodat het wild overeind stond, en slaakte een zucht die bijna even luid was als de wind. De brede houten vloerplanken waren koud aan haar voeten. Het tochtte flink door de kieren rond het raamkozijn, 9
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 9
13-02-18 07:39
ondanks de beschutting die de luiken zouden moeten bieden. Ze hoorde de wind in de schoorstenen huilen. Helemaal beneden hoorde ze Fortinbras aanslaan, de grote zwarte hond. Hij zou ook wel bang zijn. Opeens moest ze denken aan wat ze ’s middags in het postkantoor gehoord had. Een zwerver zou twaalf lakens gestolen hebben van mevrouw Buncombe, de vrouw van de politieagent. Ze hadden hem niet te pakken gekregen, maar misschien was hij nu op weg naar de Murry’s, die woonden in een vrijstaand huis aan een afgelegen weg. En misschien was hij nu op iets anders uit dan op twaalf lakens. Meg had niet veel aandacht besteed aan het geklets over die zwerver, omdat de mevrouw van het postkantoor met een suikerzoete glimlach had gevraagd of ze de laatste tijd nog wat van haar vader had gehoord. Ze liep haar kamertje uit en botste op de donkere zolder tegen de pingpongtafel op. Nu heb ik óók nog een blauwe plek op mijn heup, dacht ze. Vervolgens liep ze tegen haar oude poppenhuis op, tegen het hobbelpaard van Charles Wallace, en struikelde ze bijna over de elektrische treintjes van de tweeling. ‘Waarom moet mij dit allemaal overkomen?’ vroeg ze aan een grote teddybeer. Aan de voet van de zoldertrap stond ze stil om te luisteren. Niets te horen in het kamertje van Charles Wallace, rechts. Links, in de slaapkamer van haar ouders, geen geluid van haar moeder, die in haar eentje in het grote tweepersoonsbed sliep. Ze ging op haar tenen de overloop over, de kamer van de tweeling in. Ze gaf haar bril nog een duwtje, alsof die haar kon helpen beter te zien in het donker. Dennys snurkte. 10
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 10
13-02-18 07:39
Sandy mompelde iets over honkbal en zakte weer weg. De tweeling had geen problemen. Ze waren geen goede leerlingen, maar ook geen slechte. Ze waren volkomen tevreden met hun zessen en zevens en soms eens een acht of een vijf. Ze waren sterk, konden hard lopen, waren goed in spelletjes, en als er gespot werd met een van de Murry’s, dan was het niet met Sandy of Dennys. Ze ging de kamer van de tweeling uit en liep naar beneden, waarbij ze de zevende tree, die altijd kraakte, oversloeg. Fortinbras blafte niet meer. Het was dus niet de zwerver. Als er iemand in de buurt was, zou Fort wel blijven blaffen. Maar als die zwerver nu toch eens komt? Als hij een mes heeft? Al schreeuwen we de longen uit ons lijf, er is niemand die het hoort. Niemand zou er zich trouwens iets van aantrekken. Ik ga chocolademelk maken, bedacht ze. Dan voel ik me vast beter, en als het dak eraf vliegt, vlieg ik in elk geval niet mee. In de keuken brandde al licht en Charles Wallace zat aan tafel melk te drinken en een boterham met jam te eten. Hij zag er heel klein en kwetsbaar uit, zoals hij daar alleen in de grote ouderwetse keuken zat, een blond jongetje in een verbleekt, blauw pyjamaatje; zijn voeten bungelden wel vijftien centimeter boven de vloer. ‘Hoi!’ zei hij vrolijk. ‘Ik zat op je te wachten.’ Onder de tafel lag Fortinbras bij de voeten van Charles Wallace, in de hoop op een paar kruimels. Bij wijze van begroeting hief hij zijn slanke, donkere kop op en sloeg met zijn staart tegen de vloer. Fortinbras was als jong hondje op een winteravond bij hen komen aanlopen, eenzaam en brood11
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 11
13-02-18 07:39
mager. Het was, had Megs vader gezegd, een kruising van een Engelse setter en een greyhound, en hij was op zijn eigen manier mooi. ‘Waarom ben je niet naar de zolder gekomen?’ vroeg Meg haar broertje op een toon alsof hij minstens van haar leeftijd was. ‘Ik was doodsbang!’ ‘Veel te veel wind op die zolder van je,’ zei het jongetje. ‘Ik wist wel dat je naar beneden zou komen. Ik heb melk voor je op het fornuis gezet. Die zal nu wel warm zijn.’ Hoe wist Charles Wallace dat soort dingen toch altijd van haar? Hij wist nooit wat Dennys en Sandy dachten, en het leek hem ook niet te kunnen schelen. Maar de gedachten van zijn moeder en van Meg leek hij angstwekkend nauwkeurig te kunnen lezen. Waren de mensen soms een beetje bang van hem dat ze fluisterden over het jongste kind van Murry en beweerden dat hij niet helemaal goed bij zijn hoofd was? ‘Ik heb gehoord dat intelligente mensen wel vaker domme kinderen krijgen,’ had Meg opgevangen. ‘De twee jongens schijnen normaal te zijn, maar aan dat lelijke meisje en dat kleine jongetje zit beslist een steekje los.’ Het was waar dat Charles Wallace zelden iets zei als er iemand in de buurt was, zodat veel mensen dachten dat hij nooit had leren praten. En het was waar dat hij pas was gaan praten toen hij vier was. Meg werd witheet als mensen met een grijns naar hem keken en dan meewarig hun hoofd schudden. ‘Meg, maak je geen zorgen over Charles Wallace,’ had haar vader eens gezegd. Meg herinnerde het zich heel goed, want het was kort voordat hij was weggegaan. ‘Er is niets 12
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 12
13-02-18 07:39
mis met hem. Hij doet de dingen alleen op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo.’ ‘Ik wil niet dat hij later net zo dom wordt als ik,’ had Meg gezegd. ‘Ach, liefje, jij bent niet dom,’ had haar vader geantwoord. ‘Jij bent net als Charles Wallace. Jij ontwikkelt je in je eigen tempo. Het is alleen niet het doorsnee tempo.’ ‘Hoe weet je dat?’ had Meg gevraagd. ‘Hoe wéét je dat ik niet dom ben? Of denk je dat alleen omdat je van me houdt?’ ‘Ik hou van je, maar ik weet het op een andere manier. Je moeder en ik hebben een paar tests met je gedaan, vandaar.’ Ja, dat was waar. Meg had begrepen dat bepaalde ‘spelletjes’ die haar ouders met haar speelden, een soort test waren, en dat ze dat met haar en Charles Wallace vaker deden dan met de tweeling. ‘Intelligentietests, bedoel je?’ ‘Ja, ook.’ ‘Is mijn iq hoog genoeg?’ ‘Meer dan.’ ‘Hoe hoog?’ ‘Dat zeg ik niet. Maar ik weet zeker dat jij en Charles Wallace, als jullie groot zijn, praktisch alles kunnen doen wat jullie willen. Wacht maar tot Charles Wallace begint te praten. Dan zul je eens zien.’ En daar had hij helemaal gelijk in gehad. Al was hij zelf weggegaan voor Charles Wallace begon te praten – zonder het gebruikelijke peutergebrabbel, maar meteen in volzinnen. Wat zou haar vader trots geweest zijn! ‘Je moet even naar de melk kijken,’ zei Charles Wallace nu tegen Meg. Hij sprak duidelijker en beter dan de meeste vijfjarigen. ‘Je vindt het toch niet lekker als er een vel op komt?’ 13
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 13
13-02-18 07:39
Meg keek in het steelpannetje. ‘Je hebt er veel te veel melk in gedaan.’ Charles Wallace knikte rustig. ‘Ik dacht dat mama ook wel wat zou willen.’ ‘Wat zou ik willen?’ vroeg een stem, en daar stond hun moeder in de deuropening. ‘Chocolademelk,’ zei Charles Wallace. ‘Wil je een boterham met leverworst en smeerkaas? Dan maak ik die voor je.’ ‘Lekker,’ zei mevrouw Murry, ‘maar als je het te druk hebt, doe ik het zelf wel.’ ‘Een werkje van niks.’ Charles Wallace gleed van zijn stoel en liep naar de koelkast; op zijn blote voetjes onder zijn pyjamabroek trippelde hij zacht als een poesje. ‘Jij ook een boterham, Meg?’ vroeg hij. ‘Ja, graag,’ zei ze. ‘Maar geen leverworst. Hebben we tomaten?’ Charles Wallace keek in de groentela. ‘Een. Mag Meg die, mam?’ ‘Ik zou geen betere bestemming weten.’ Mevrouw Murry glimlachte. ‘Maar, Charles, een beetje stil alsjeblieft. Als je de tweeling tenminste niet ook beneden wilt hebben.’ ‘Laten we het exclusief houden,’ zei Charles Wallace. ‘Dat is mijn nieuwe woord voor vandaag. Indrukwekkend, hè?’ ‘Wonderbaarlijk,’ zei mevrouw Murry. ‘Meg, kom, laat me eens naar die blauwe plek kijken.’ Meg knielde neer bij haar moeders voeten. Ze was weer rustig geworden door de warmte en het licht in de keuken en haar zolderangst was verdwenen. Uit het steelpannetje steeg een geurige damp van chocolademelk op, in de vensterbanken bloeiden geraniums en midden op tafel stond een boeket 14
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 14
13-02-18 07:39
gele chrysantjes. De gordijnen – rood met een geometrisch blauwgroen patroon – waren dicht en leken de hele keuken op te vrolijken. Het fornuis snorde als een groot, slapend dier; het vuur gloeide en brandde dag en nacht; buiten geselde de wind nog steeds het huis, maar de boze heftigheid die Meg beangstigd had toen ze alleen op zolder was, werd door de vertrouwde gezelligheid van de keuken afgezwakt. Onder de stoel van mevrouw Murry slaakte Fortinbras een tevreden zucht. Mevrouw Murry raakte voorzichtig de blauwe plek op Megs wang aan. Meg keek op naar haar moeder, half in liefdevolle bewondering, half in koppige wrok. Het was geen pretje om een moeder te hebben die geleerd was en ook nog mooi. Het prachtige rode haar van mevrouw Murry, haar roomblanke huid en haar diepblauwe ogen met lange, donkere wimpers waren nog opvallender als je ze vergeleek met Megs uitzonderlijke alledaagsheid. Megs haar had ermee door gekund zolang ze het netjes in vlechten droeg. Toen ze naar de middelbare school ging werd het afgeknipt. Nu hadden haar moeder en zij de grootste moeite om het op te steken zonder dat de ene kant springerig werd en de andere kant glad, en ze er nog lelijker uitzag dan eerst. ‘Je weet nog niet wat zelfbeheersing is, hè, lieverd?’ vroeg mevrouw Murry. ‘Ik vraag me af of je ooit het juiste midden zult vinden. Dat is een lelijke plek die die jongen van Henderson je bezorgd heeft. Trouwens, toen je net naar bed was, belde zijn moeder op om te klagen dat je hem zo’n pijn gedaan had. Ik zei haar dat ík juist zou moeten klagen, want hij is een jaar ouder en minstens tien kilo zwaarder dan jij. Maar zij scheen te denken dat het allemaal jouw schuld was.’ 15
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 15
13-02-18 07:39
‘Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt,’ zei Meg. ‘Gewoonlijk denken de mensen bij voorbaat dat het mijn schuld is, ook al heb ik er helemaal niets mee te maken. Maar het spijt me dat ik met hem heb gevochten. Het is gewoon een rotweek. En ik voel me ellendig.’ Mevrouw Murry streelde Megs weerbarstige haar. ‘En weet je ook waarom?’ ‘Ik háát het om een buitenbeentje te zijn,’ zei Meg. ‘Het is ook vervelend voor Sandy en Dennys. Ik weet niet of zij echt net als de anderen zijn, of dat ze gewoon kunnen doen alsof. Ik probeer te doen alsof, maar dat helpt geen zier.’ ‘Je bent veel te eerlijk om je anders voor te doen dan je bent,’ zei mevrouw Murry. ‘Het spijt me, Meggie. Als pap hier was kon hij je misschien helpen, maar ik denk niet dat ik iets voor je kan doen, je moet hier zelf doorheen. Over een tijdje wordt alles gemakkelijker voor je. Maar daar heb je nu niet veel aan, hè?’ ‘Zag ik er maar niet zo stom uit… Was ik maar zo knap als jij…’ ‘Mam is niet zomaar knap, ze is mooi,’ verkondigde Charles Wallace, terwijl hij de leverworst sneed. ‘En ik durf te wedden dat ze er op jouw leeftijd verschrikkelijk uitzag.’ ‘Daar heb je gelijk in,’ zei mevrouw Murry. ‘Gun jezelf de tijd, Meg.’ ‘Sla op je boterham, mam?’ vroeg Charles Wallace. ‘Nee, dank je.’ Hij sneed de dubbele boterham schuin doormidden, legde hem op een bord en zette dat voor zijn moeder neer. ‘De jouwe komt zo, Meg. Ik denk dat ik het eens met mevrouw Wazda over je ga hebben.’ 16
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 16
13-02-18 07:39
‘Wie is mevrouw Wazda?’ vroeg Meg. ‘Ik denk dat ik dat nog even voor mezelf hou,’ zei Charles Wallace. ‘Kruidenzout?’ ‘Ja, graag.’ ‘Wie is nou die mevrouw Wazda?’ vroeg mevrouw Murry. ‘Zo heet ze,’ antwoordde Charles Wallace. ‘Weet je dat oude huis in het bos, waar de kinderen niet durven komen omdat ze zeggen dat het er spookt? Daar wonen ze.’ ‘Ze?’ ‘Mevrouw Wazda en haar twee vriendinnen. Een paar dagen geleden liet ik Fortinbras uit – jij en de tweeling waren naar school, Meg. We liepen lekker door het bos, en opeens schoot hij weg achter een eekhoorntje aan, en ik rende hem achterna en we kwamen bij het spookhuis terecht, dus ik heb ze toevallig ontmoet, zou je kunnen zeggen.’ ‘Maar daar woont niemand,’ zei Meg. ‘Jawel, mevrouw Wazda en haar vriendinnen. Ze zijn heel aardig.’ ‘Waarom heb je me daar dan niets over verteld?’ vroeg mevrouw Murry. ‘Bovendien weet je heel goed dat je niet zonder te vragen van ons terrein af mag, Charles.’ ‘Dat weet ik,’ zei Charles. ‘Daarom heb ik er niets over gezegd. Ik rende gewoon zonder na te denken achter Fortinbras aan. En toen besloot ik, nou, dat ik ze toch maar beter voor nood kon bewaren.’ Een nieuwe windvlaag deed het huis schudden en opeens begon de regen tegen de ruiten te striemen. ‘Ik geloof dat ik die wind niet fijn vind,’ zei Meg zenuwachtig. ‘Er zullen vast wel een paar pannen van het dak waaien,’ 17
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 17
13-02-18 07:39
zei mevrouw Murry. ‘Maar dit huis staat er al tweehonderd jaar en ik denk dat het ’t nog wel een tijdje zal volhouden. Er heeft wel vaker een harde wind over deze heuvel gewaaid.’ ‘Maar dit is een storm!’ jammerde Meg. ‘Op de radio zeiden ze telkens dat het een storm was!’ ‘Het is oktober,’ zei mevrouw Murry. ‘Er zijn eerder oktober stormen geweest.’ Toen Charles Wallace Meg haar boterham gaf, kwam Fortinbras onder de tafel uit gekropen. Hij gromde lang en diep en ze zagen zijn donkere pels langzaam op zijn rug overeind komen. Meg voelde haar huid prikken. ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg ze angstig. Fortinbras keek gespannen naar de deur die leidde naar mevrouw Murry’s laboratorium in de oude stenen bijkeuken. Achter het lab was een voorraadhok waardoor je naar buiten kon. Mevrouw Murry had haar best gedaan de kinderen bij te brengen om via de garage het huis in te komen of via de voordeur, en niet via haar lab. Maar Fortinbras gromde naar de labdeur en niet naar de garagedeur. ‘Er staan toch geen stinkende stoffen boven een bunsenbrander te borrelen, hè, mam?’ vroeg Charles Wallace. Mevrouw Murry stond op. ‘Nee. Maar ik ga toch even kijken waar Fort zich zo druk over maakt.’ ‘Die zwerver, het is vast die zwerver,’ zei Meg zenuwachtig. ‘Welke zwerver?’ vroeg Charles Wallace. ‘Vanmiddag zeiden ze op het postkantoor dat een zwerver alle lakens van mevrouw Buncombe gestolen heeft.’ ‘Dan kunnen we maar beter op de kussenslopen gaan zitten,’ zei mevrouw Murry opgewekt. ‘Ik denk dat zelfs een zwerver met dit weer niet buiten zal zijn, Meg.’ 18
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 18
13-02-18 07:39
‘Maar omdat het een zwerver is, ís hij juist buiten,’ jammerde Meg, ‘en zoekt hij een droog plekje.’ ‘In dat geval zal ik hem tot morgen de schuur aanbieden.’ Mevrouw Murry liep kordaat naar de deur. ‘Ik ga mee!’ Megs stem klonk schril. ‘Nee, Meg, jij blijft bij Charles en je eet je boterham op.’ ‘Eten!’ riep Meg uit, terwijl mevrouw Murry het lab door liep. ‘Hoe denkt ze nou dat ik kan eten?’ ‘Mam kan op zichzelf passen,’ zei Charles. ‘Tenminste fy siek.’ Maar hij zat op hun vaders stoel tegen de spijlen te schoppen; en Charles Wallace kon heel goed stilzitten, in tegenstelling tot andere kleine kinderen. Even later – het leek wel een eeuwigheid te duren – kwam mevrouw Murry weer binnen en hield de deur open voor… Was het de zwerver? Hij leek Meg klein voor een zwerver. Leeftijd, man of vrouw, het was onmogelijk te zeggen, want hij zat helemaal in kleren gewikkeld. Verschillende sjaals in diverse kleuren waren om het hoofd gewikkeld en daarbovenop stond een mannenhoed. Een felroze stola was om een ruige overjas gewikkeld en hij had zwarte rubberlaarzen aan zijn voeten. ‘Mevrouw Wazda,’ vroeg Charles argwanend, ‘wat doet u hier? En nog wel midden in de nacht?’ ‘Maak je maar geen zorgen, snoesje.’ Er kwam een stem tussen de opgezette jaskraag, de stola, de sjaals en de hoed uit, een stem als een knarsend hek, maar toch niet onaangenaam. ‘Mevrouw… eh… Wazda zegt dat ze verdwaald is,’ zei mevrouw Murry. ‘Wilt u misschien warme chocola, mevrouw Wazda?’ 19
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 19
13-02-18 07:39
‘O, wat aardig,’ antwoordde mevrouw Wazda en ze deed haar hoed en stola af. ‘Ik ben eigenlijk niet zozeer verdwaald, eerder uit de koers gewaaid. En toen ik merkte dat ik bij het huis van de kleine Charles Wallace was, dacht ik dat ik maar eens naar binnen moest gaan om even uit te rusten voor ik weer verderging.’ ‘Hoe wist u dat dit het huis van Charles Wallace is?’ vroeg Meg. ‘Vanwege de geur.’ Mevrouw Wazda knoopte een blauwgroene wollen sjaal los, een roodgeel gebloemde, een goudkleurige met Liberty-print, en een rood-zwarte boerenhalsdoek. Onder dat alles was dun grijzig haar tot een kleine maar stevige knot boven op haar hoofd gebonden. Haar ogen stonden helder, haar neus was een ronde, zachte bobbel en haar mond was gerimpeld als een herfstappeltje. ‘Tjonge, het is hier heerlijk warm,’ zei ze. ‘Ga toch zitten.’ Mevrouw Murry wees op een stoel. ‘Hebt u zin in een boterham, mevrouw Wazda? Ik heb er net een op met leverworst, Charles een met jam en Meg een met sla en tomaten.’ ‘Nou, even denken,’ zei mevrouw Wazda. ‘Ik ben eigenlijk verzot op Russische kaviaar.’ ‘U hebt stiekem gekeken!’ riep Charles verontwaardigd. ‘Die bewaren we voor mams verjaardag en daar krijgt u niets van!’ Mevrouw Wazda zuchtte overdreven. ‘Nee,’ zei Charles. ‘Die moet je haar niet geven, hoor mam, dan word ik heel boos. Wat dacht u van tonijnsalade, mevrouw Wazda?’ ‘Goed dan,’ zei mevrouw Wazda gedwee. 20
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 20
13-02-18 07:39
‘Ik maak hem,’ bood Meg aan en ze ging naar het voorraadhok voor een blikje tonijn. Potverdorie! dacht ze. Dat oude mens komt midden in de nacht bij ons aanzetten en mam doet of dat heel gewoon is. Ik wed dat zij de zwerver is. Ik wed dat zij die lakens gestolen heeft. En Charles Wallace zou beslist niet met zo iemand bevriend moeten zijn, vooral niet zolang hij niet eens tegen gewone mensen wil praten. ‘Ik woon pas sinds kort hier in de buurt,’ zei mevrouw Wazda, net toen Meg het licht in het hok uitdeed en met de tonijn terugkwam in de keuken, ‘en ik dacht dat ik de buren helemaal niet aardig zou vinden, tot die lieve Charlie daar opeens was met zijn hond.’ ‘Mevrouw Wazda,’ vroeg Charles Wallace streng, ‘waarom hebt u de lakens van mevrouw Buncombe weggepakt?’ ‘Nou, lieve Charles, ik had ze nodig.’ ‘U moet ze meteen teruggeven.’ ‘Maar, liefje, dat kan niet. Ik heb ze gebruikt.’ ‘Dat was heel verkeerd van u,’ zei Charles Wallace bestraffend. ‘Als u zo hard lakens nodig hebt, had u het aan mij moeten vragen.’ Mevrouw Wazda schudde haar hoofd. ‘Jullie kunnen geen lakens missen. Mevrouw Buncombe wel.’ Meg sneed wat selderij en vermengde dat met de tonijn. Na een korte aarzeling deed ze de deur van de koelkast open en pakte er een potje augurken uit. Ik weet niet waarom ik dat voor haar doe, dacht ze, terwijl ze een paar augurken in stukjes sneed. Ik vertrouw haar niet. ‘Zeg eens tegen je zus dat ik best aardig ben,’ zei mevrouw Wazda tegen Charles. ‘Zeg haar dat ik goede bedoelingen heb.’ 21
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 21
13-02-18 07:39
‘De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen,’ zei Charles. ‘Tjonge, wat is hij slim.’ Mevrouw Wazda keek stralend naar hem. ‘Wat een geluk dat hij iemand heeft die hem begrijpt.’ ‘Ik ben bang dat dat niet het geval is,’ zei mevrouw Murry. ‘We kunnen Charles geen van allen bijbenen.’ ‘Maar jullie proberen tenminste niet hem klein te houden.’ Mevrouw Wazda knikte driftig. ‘Jullie geven hem de kans zichzelf te zijn.’ ‘Hier is uw boterham,’ zei Meg en ze zette hem voor mevrouw Wazda neer. ‘Vindt u het goed dat ik mijn laarzen uittrek voor ik ga eten?’ vroeg mevrouw Wazda, maar ze pakte toch haar boter ham. ‘Luister.’ Ze bewoog haar voeten in haar laarzen en ze hoorden water klotsen. ‘Mijn tenen zijn kletsnat. Het probleem is dat die laarzen mij ietsje te klein zijn; ik kan ze zelf nooit uit krijgen.’ ‘Ik zal u helpen,’ bood Charles aan. ‘Jij niet. Jij bent niet sterk genoeg.’ ‘Ik doe het wel.’ Mevrouw Murry hurkte neer bij de voeten van mevrouw Wazda en rukte aan de ene gladde laars. De laars schoot plotseling uit. Met een bons belandde mevrouw Murry op haar achterste. Mevrouw Wazda tuimelde met stoel en al achterover op de vloer en hield de boterham in één knuist omhoog. Water stroomde uit de laars en liep over de vloer en de grote rieten mat. ‘Hemeltjelief,’ zei mevrouw Wazda, die op haar rug op de omgevallen stoel lag met haar voeten in de lucht, de ene met een rood-wit gestreepte sok, de andere nog gelaarsd. 22
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 22
13-02-18 07:39
Mevrouw Murry kwam overeind. ‘Alles goed, mevrouw Wazda?’ ‘Als u wat olie hebt, smeer ik die op mijn derrière,’ zei mevrouw Wazda, nog steeds op haar rug. ‘Die is, geloof ik, gekneusd. Wat kruidnagelolie, goed gemengd met knoflook, zal wel helpen.’ En ze nam een hap van haar boterham. ‘Staat u alstublieft op,’ zei Charles. ‘Ik zie u niet graag zo liggen. U gaat te ver.’ ‘Heb je ooit geprobeerd op te staan met een gekneusde derrière?’ Maar mevrouw Wazda krabbelde overeind, zette de stoel recht en ging toen weer op de vloer zitten, haar gelaarsde voet recht voor zich uitgestoken. Ze nam nog een hap. Ze bewoog heel kwiek voor zo’n oude vrouw. En dat het een oude vrouw was, daar was Meg eigenlijk wel zeker van; een stokoude nog wel. Mevrouw Wazda instrueerde mevrouw Murry met volle mond: ‘Trek maar nu ik nog zit.’ Heel kalm, alsof ze elke dag oude vrouwen van hun laarzen ontdeed, trok mevrouw Murry tot de tweede laars van de voet kwam. Deze voet was gestoken in een blauwgrijs geruite sok, en mevrouw Wazda zat daar met haar tenen te wriemelen en vergenoegd haar boterham te eten voor ze overeind krabbelde. ‘Zo,’ zei ze, ‘dat is heel wat beter’, en ze pakte de laarzen en kiepte ze leeg boven de gootsteen. ‘Ik heb mijn buikje rond, ik ben vanbinnen en vanbuiten warm, en het is tijd om op te stappen.’ ‘Denkt u niet dat u beter tot morgen hier kunt blijven?’ vroeg mevrouw Murry. ‘O, dank je wel, schat, maar ik heb zoveel te doen dat ik hier niet een beetje kan gaan zitten niksen.’ 23
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 23
13-02-18 07:39
‘Het is een veel te ruwe nacht om op stap te gaan.’ ‘Ruwe nachten zijn mijn lust en mijn leven,’ zei mevrouw Wazda. ‘Ik werd gewoon gegrepen door een valwind en waaide uit de koers.’ ‘Nou, wacht dan tot uw sokken droog zijn…’ ‘Natte sokken kunnen me niet schelen. Ik vond het alleen vervelend dat het water rondklotste in mijn laarzen. Maak je over mij maar geen zorgen, honnepon.’ (Honnepon was niet direct een woord dat op mevrouw Murry van toepassing was.) ‘Ik trek even mijn laarzen aan en dan ben ik weg. Over weg gesproken, duifje, er bestaat werkelijk zoiets als een tesseract.’ Mevrouw Murry werd lijkbleek, greep met één hand achter zich en klemde zich aan een stoel vast voor steun. Haar stem trilde. ‘Wat zei u?’ Mevrouw Wazda rukte aan haar tweede laars. ‘Ik zei,’ bromde ze, terwijl ze haar voet erin schoof, ‘dat er zoiets’ – en schoof – ‘bestaat als een’ – en schoof – ‘tesseract.’ Haar voet zat nu in de laars en terwijl ze de sjaals, stola en hoed bij elkaar graaide, ging ze haastig de deur uit. Mevrouw Murry bleef doodstil staan en deed geen enkele poging om de oude vrouw te helpen. Toen de deur openging, schoot Fortinbras naar binnen, hijgend, nat en glimmend als een zeehond. Hij keek naar mevrouw Murry en jankte. De deur sloeg dicht. ‘Mam, wat is er aan de hand?’ riep Meg. ‘Wat zei ze? Wat is dat?’ ‘De tesseract…’ fluisterde mevrouw Murry. ‘Wat bedoelde ze? Hoe kon ze dat weten?’
24
Een rimpel in de tijd 1-208.indd 24
13-02-18 07:39