Over de auteur
‘Wie a zegt, moet ook b zeggen, fluisterde ik mezelf moed in. Spreekwoorden hadden me altijd door de moeilijkste momenten geholpen.’ Abdelkader Benali, uit: Feldman en ik
Spreekwoorden – wie gebruikt ze niet? Deze ‘aloude volkswijsheden’ spelen dagelijks een rol in onze communicatie en zijn van grote betekenis voor onze woordenschat. Geliefde spreekwoorden als stille wateren hebben diepe gronden of je kunt nooit weten hoe een koe een haas vangt hebben na vijf eeuwen nog steeds niet aan zeggingskracht ingeboet. Door de jaren heen veranderen spreekwoorden weleens van betekenis, van vorm of ze verdwijnen helemaal uit ons vocabulaire. Maar er komen ook geregeld nieuwe spreekwoorden bij: dit kunnen citaten van politici, fragmenten uit liedjes, reclameslogans, filmcitaten of zelfs literaire citaten zijn. Bovendien ‘leent’ het Nederlands geregeld spreekwoorden uit andere talen, van het Chinees tot het Duits.
www.tondenboon.nl www.vandale.nl www.vandale.be
9 789460 774454
‘Bescheidenheid siert de mens, maar in de sport schiet je er weinig mee op.’ De Morgen
Ton den Boon
Dit spiksplinternieuwe Van Dale Spreekwoordenboek is samengesteld door Dikke Van Dale-hoofdredacteur Ton den Boon en biedt een compleet overzicht van de meest gangbare Nederlandse en Vlaamse spreekwoorden – verlucht met kleurrijke illustraties, korte essays over de herkomst van onze spreekwoorden en vele citaten uit de Nederlandse en Vlaamse media en literatuur.
Metro
spreekwoordenboek
Ton den Boon is sinds de jaren negentig werkzaam als hoofdredacteur van de Dikke Van Dale. Hij is auteur van diverse boeken over taal, literatuur en beeldende kunst. Hij publiceert driemaal per week de taalcolumn in Trouw en is geregeld te gast op radio en tv.
‘Eigen haard is goud waard, ook in de vakantiemaanden.’
‘Een fietsvriendelijke Amerikaanse metropool, de wonderen zijn de wereld nog niet uit.’ Trouw
‘De leugen regeert – en nu eens niet in de journalistiek, maar volgens de media in het Witte Huis.’ NRC
woorden
boek B
A
‘Geweld lost niets op, niet buiten het veld, en ook niet binnen het veld. Wees een gentleman. De bal is rond en onpartijdig. Die rolt naar iedereen op dezelfde manier.’ Alex Boogers, uit: Wanneer de mieren schreeuwen
‘De meeste Nederlanders kennen geen enkele vluchteling persoonlijk. Onbekend maakt onbemind.’ Trouw
‘Fijne vriendin was ik. Uit het oog, uit het hart.’ Esther Verhoef, uit: Rendez-vous
‘Volg een carrièrepad dat bij je past, blijf bij je leest, als dat is waar je goed in bent ...’ Elsevier
‘Als mijn vriendin een weekendje weg wil en ik heb een evenement of een belangrijke afspraak, zal ze toch echt even moeten wachten. Dan gaan zaken voor het meisje, ja.’ Quote
‘Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het lid op de neus.’ De Telegraaf
Ton den Boon
‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. En die toekomst begint alsmaar eerder.’ De Standaard
Over de auteur
‘Wie a zegt, moet ook b zeggen, fluisterde ik mezelf moed in. Spreekwoorden hadden me altijd door de moeilijkste momenten geholpen.’ Abdelkader Benali, uit: Feldman en ik
Spreekwoorden – wie gebruikt ze niet? Deze ‘aloude volkswijsheden’ spelen dagelijks een rol in onze communicatie en zijn van grote betekenis voor onze woordenschat. Geliefde spreekwoorden als stille wateren hebben diepe gronden of je kunt nooit weten hoe een koe een haas vangt hebben na vijf eeuwen nog steeds niet aan zeggingskracht ingeboet. Door de jaren heen veranderen spreekwoorden weleens van betekenis, van vorm of ze verdwijnen helemaal uit ons vocabulaire. Maar er komen ook geregeld nieuwe spreekwoorden bij: dit kunnen citaten van politici, fragmenten uit liedjes, reclameslogans, filmcitaten of zelfs literaire citaten zijn. Bovendien ‘leent’ het Nederlands geregeld spreekwoorden uit andere talen, van het Chinees tot het Duits.
www.tondenboon.nl www.vandale.nl www.vandale.be
9 789460 774454
‘Bescheidenheid siert de mens, maar in de sport schiet je er weinig mee op.’ De Morgen
Ton den Boon
Dit spiksplinternieuwe Van Dale Spreekwoordenboek is samengesteld door Dikke Van Dale-hoofdredacteur Ton den Boon en biedt een compleet overzicht van de meest gangbare Nederlandse en Vlaamse spreekwoorden – verlucht met kleurrijke illustraties, korte essays over de herkomst van onze spreekwoorden en vele citaten uit de Nederlandse en Vlaamse media en literatuur.
Metro
spreekwoordenboek
Ton den Boon is sinds de jaren negentig werkzaam als hoofdredacteur van de Dikke Van Dale. Hij is auteur van diverse boeken over taal, literatuur en beeldende kunst. Hij publiceert driemaal per week de taalcolumn in Trouw en is geregeld te gast op radio en tv.
‘Eigen haard is goud waard, ook in de vakantiemaanden.’
‘Een fietsvriendelijke Amerikaanse metropool, de wonderen zijn de wereld nog niet uit.’ Trouw
‘De leugen regeert – en nu eens niet in de journalistiek, maar volgens de media in het Witte Huis.’ NRC
woorden
boek B
A
‘Geweld lost niets op, niet buiten het veld, en ook niet binnen het veld. Wees een gentleman. De bal is rond en onpartijdig. Die rolt naar iedereen op dezelfde manier.’ Alex Boogers, uit: Wanneer de mieren schreeuwen
‘De meeste Nederlanders kennen geen enkele vluchteling persoonlijk. Onbekend maakt onbemind.’ Trouw
‘Fijne vriendin was ik. Uit het oog, uit het hart.’ Esther Verhoef, uit: Rendez-vous
‘Volg een carrièrepad dat bij je past, blijf bij je leest, als dat is waar je goed in bent ...’ Elsevier
‘Als mijn vriendin een weekendje weg wil en ik heb een evenement of een belangrijke afspraak, zal ze toch echt even moeten wachten. Dan gaan zaken voor het meisje, ja.’ Quote
‘Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het lid op de neus.’ De Telegraaf
Ton den Boon
‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. En die toekomst begint alsmaar eerder.’ De Standaard
Inhoudsopgave Voorwoord 6 Inleiding 9 Bijbelse spreekwoorden 25 Spreekwoorden in telegramstijl 39 Literaire spreekwoorden 53 Vrouwonvriendelijke spreekwoorden 61 Spreekwoord of uitdrukking? 77 Financiële spreekwoorden 93 Archaïsche spreekwoorden 105 Zeispreuken 114 Weerspreuken 127 Een oud Chinees spreekwoord 135 Rijmende spreekwoorden 145 Spreekwoorden en de kracht van de herhaling 157 Boerenspreekwoorden 165 Letterlijke en figuurlijke spreekwoorden 172 Spreekwoorden over hoofd, hart en handen 181 Spreekwoorden die een verhouding uitdrukken 193 Spreekwoorden over spreekwoorden 207 Herkomst en gebruik van spreekwoorden 219 Spreekwoorden in de beeldende kunst 229 Spreekwoorden uit het Frans 237 Elliptische spreekwoorden 247 Tegenstellingen in spreekwoorden 261 Paremiologie 271 Latijnse spreekwoorden in het Nederlands 279 Sportieve spreekwoorden 295 Spreekwoorden uit het Engels 305 Duitse spreekwoorden 327 Spreekwoorden die bestaan uit parallelle woordgroepen 349 Beurswijsheden 367 Nieuwe spreekwoorden 379 Register 383
Voorwoord Oubollig. Hopeloos verouderd. Uit de oude doos. Zo oordelen nogal wat moderne taalgebruikers over de tegeltjeswijsheden en huis-tuin-enkeukenclichés die bekendstaan als spreekwoorden. Vooral schrijvers die bij de tijd willen zijn, trekken soms publiekelijk hun neus op voor spreekwoorden. Neem Paulien Cornelisse: ‘Spreekwoorden hebben eigenlijk allemaal gemeen dat ze uit grootmoeders tijd komen, dat niemand ze echt begrijpt, en dat ze buitengewoon oubollig in gebruik zijn. Recentelijk nog iemand tegengekomen die zei: “Pas als het kalf verdronken is, dempt men de put”? Of: “Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding”? Dat dacht ik al.’ (nrc, 10-4-2008) Misschien verkeer ik in minder hippe kringen dan Paulien Cornelisse, maar dat spreekwoord over het kalf hoor en lees ík nog heel regelmatig. Blijkbaar is het nog steeds in staat een betekenis over te dragen en heeft het dus een functie in de communicatie. In een paar woorden benoemt het spreekwoord een wetmatigheid die, als je haar zou moeten omschrijven, gemakkelijk een halve pagina tekst kan kosten. Belangrijker nog is dat als het kalf verdronken is een rampzalige gebeurtenis in een lange traditie van achteloosheden, nalatigheden, laksheden en regelrechte blunders plaatst die de mensheid sinds mensenheugenis plagen en die kennelijk een aspect zijn van het menselijk tekort. Zo legt het spreekwoord de vinger voor elke afzonderlijke hedendaagse misser op de zere plek en plaatst het die tegelijkertijd in een cultuurhistorisch perspectief. Zijn spreekwoorden dan helemaal niet ouderwets en oubollig? Zeker wel, drie à vier vijfde van de ruim 1500 spreekwoorden (exclusief varianten) die zijn opgetekend in hedendaagse spreekwoordenboeken dateren vaak uit lang vervlogen tijden en zijn niet of nauwelijks meer in gebruik. Maar dat betekent óók dat er nog altijd een harde kern is van 400 à 500 spreekwoorden die wél regelmatig worden gebruikt. In de krant, op Twitter, zelfs in romans van hedendaagse schrijvers, zoals Grunberg, Van der Heijden en Lanoye.
6
Blijkbaar hebben die spreekwoorden nog altijd een functie in de kennisoverdracht en het smeden van communicatieve relaties tussen mensen: je draagt er op een adequate manier informatie mee over, je appelleert aan gedeelde kennis en bedt de informatie zo in een talige traditie in. Dat maakt spreekwoorden uit communicatief oogpunt interessant. Over die vier- à vijfhonderd spreekwoorden die nog altijd in gebruik zijn, gaat dit spreekwoordenboek. Ze hebben vaak niet eens zo’n opwindende betekenis, maar over het gebruik en de herkomst ervan vallen doorgaans wel heel interessante dingen te zeggen en (aan de hand van citaten uit de media en de literatuur) te tonen. Dit boek gaat over zulke spreekwoorden, die soms stokoud zijn, maar daarom toch niet minder springlevend. Ton den Boon Varik, maart 2018
7
HOREN
H horen, zien en zwijgen • het is raadzaam discreet om te gaan met de informatie waarover je beschikt. Het spreekwoord wordt vaak gebruikt als een toezegging of een waarschuwing om wat er besproken is of wordt geheim te houden. Het spreekwoord is afgeleid van het middeleeuws Latijnse spreekwoord Audi, vide, tace, si tu vis vivere pace (Hoor, zie en zwijg als je in vrede wilt leven). In het Latijn verwijst het spreekwoord naar het verhaal van een nobele ridder in het rijk van koning Gordianus, wiens vrouw hem voortdurend ontrouw was: toen de ridder weer eens weg was en zijn vrouw haar minnaar liet komen, ging de haan kraaien. De vrouw besloot dat de haan dood moest. Datzelfde lot trof de tweede haan, maar toen de derde haan kraaide en de vrouw vroeg wat dat te betekenen had, zei de haan: hoor, zie en zwijg als je een gerust leven leiden wilt. Die haan mocht blijven leven. De drie aapjes – eentje met z’n handen om z’n oren, eentje met z’n handen voor z’n ogen en eentje met een hand voor z’n mond – die tegenwoordig met het spreekwoord in verband worden gebracht, maken pas sinds de 19e eeuw deel uit van deze traditie. ●
Gelukkig zijn mijn kinderen en mijn kleinkinderen er niet bij, want die kijken, als ik over de oorlog begin, of ze zeggen willen: ‘Zet eens een andere plaat op’. Daarom doe ik het maar niet meer. Horen, zien en zwijgen, net als die aapjes. En toch heb je herinneringen. En schuldgevoelens … (Simon Carmiggelt, Welverdiende onrust, 1982)
Je bent de enige aan wie ik het kan vragen en die ik kan vertrouwen. Horen, zien en zwijgen, jij weet wat dat is. (Piet Baete, Het laatste woord, 2017) ● De kunstwereld is zoals het liefdeleven van een vrouw, zeggen mensen die het kunnen weten. Horen, zien en zwijgen. (Stan Lauryssens, Dali en Ik, 1998) ●
wie niet horen wil, moet voelen • wie niet bereid is te luisteren naar een autoriteit (een overheid, een ouder, een chef), ondervindt daarvan de onaangename gevolgen. Het spreekwoord wordt op twee manieren gebruikt. Tegenwoordig heeft het vooral de strekking: wie niet naar goede raad luistert, ondervindt daarvan de schadelijke of pijnlijke gevolgen. Oorspronkelijk had het vooral de strekking dat wie niet luisteren wilde naar autoriteiten zoals ouders en overheden en daaraan dus ongehoor-
168
Spreekwoorden over hoofd, hart en handen Qua metaforiek blijven veel spreekwoorden dicht bij de mens zelf: ze verwijzen naar lichaamsdelen en -functies en benutten die om er een waar of wijs woord op te baseren. Zo hadden onze voorouders het spreekwoord een hongerige buik of maag heeft geen oren. Daarmee bedoelden ze dat mensen die honger hebben niet voor rede vatbaar zijn. Honger maakt een grage maag (honger zorgt ervoor dat het eenvoudigste eten toch lekker smaakt) zeiden ze, maar een volle maag studeert niet graag (wie te veel gegeten heeft, is te moe om te studeren). Behalve de buik en de maag verwijst ook de keel in spreekwoorden vaak naar de menselijke consumptie. De keel kost veel werd vroeger gezegd: aan overmatig eten en drinken wordt veel geld uitgegeven. In het verlengde daarvan ligt het rijmende spreekwoord er sterven er meer van te veel dan van te weinig door de keel (onmatigheid is ongezond). Ieder pondje gaat door het mondje zeggen diÍtisten tegenwoordig, maar in oude spreekwoorden is de mond vooral het lichaamsdeel waarmee mensen spreken: dronkenmans mond spreekt ’s harten grond werd in het verleden gezegd om duidelijk te maken dat mensen die dronken zijn ongeremd uiting geven aan hun emoties. Wat mensen zeggen, brengt hen vaak in de problemen, zegt het spreekwoord de mond maakt dat het achterste slaag krijgt. Daarom adviseerde een ander oud spreekwoord: beter gezwegen dan de mond verbrand. Het eigenlijke spreekorgaan is de tong en ook dat lichaamsdeel figureert in een spreekwoord dat waarschuwt voor loslippigheid en onbedachtzame uitspraken: wie gerust wil leven moet zijn tong een toomken geven. Ook armen en benen figureren in een paar spreekwoorden, zoals grote heren hebben lange armen (de invloed van machtige mensen reikt ver) en het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen (rijkdom bederft vaak het karakter van de mens). Maar de lichaamsdelen die (naast de mond) het populairst zijn in spreekwoorden, zijn hoofd, hart en handen. Vooral de laatste twee figureren in tientallen spreekwoorden. Een mens zonder handen is een hond zonder tanden zegt een spreekwoord over luiaards, want die bereiken niets. In veel spreekwoorden werden (en worden) de handen geassocieerd met werk en dus met broodwinning en inkomen. De hand van de vlijtige maakt rijk luidt een oud spreekwoord. Maar handen in de schoot, dat geeft geen brood zegt een ander oud spreekwoord: wie niet werkt heeft ook niets te eten. Diezelfde gedachte werd uitgedrukt door 181
het spreekwoord lege handen, lege tanden. Hand en tand rijmen mooi, waardoor deze twee lichaamsdelen elkaar wel vaker ontmoeten in spreekwoorden. Vlug met de hand, vlug met de tand meenden onze voorouders: wie vlug werkt, eet doorgaans ook vlug. En hand en tand figureren ten slotte ook in een oud en in onbruik geraakt spreekwoord waarin twee deugden – werkzaamheid en spaarzaamheid – worden gecombineerd: een naarstige hand, een sparende hand, koopt anders land (hard werken en sober leven leiden tot welstand). Spreekwoorden over het hart gaan doorgaans over emoties en hartstochten, zoals liefde en haat. Een schroomvallig hart won nooit een schone bruid, zegt een archaïsch spreekwoord, dus: wie een relatie wil met een mooie meid, moet wel een beetje durf hebben. En op haar beurt moet de bruid weten: de weg naar het hart gaat door de maag. Drank helpt wel bij ontboezemingen: de wijn in het lijf, het hart in de mond werd vroeger gezegd.
182
K
KAARTEN
je moet spelen met de kaarten die je hebt • mensen moeten zich zien te redden met de beschikbare middelen. Het spreekwoord heeft dezelfde strekking als je moet roeien met de riemen die je hebt. Het idee dat mensen zichzelf moeten zien te behelpen, is oeroud en wordt onder meer in de klassieke oudheid al aangetroffen. De metafoor met de kaarten is pas rond 1900 courant geworden. ●
●
●
Ik reken mezelf tot de werkende armen, maar deze blanke man krijg je niet boos. Je moet spelen met de kaarten die je hebt. (Trouw, 17-1-2017) Je dient vol optimisme te spelen met de kaarten die je hebt, en als dat niet goed gaat, ben jij degene die moet veranderen, niet het spel. (de Volkskrant, 9-3-2018) Pas op de middelbare school accepteerde hij zijn lengte. Je moet spelen met de kaarten die je toebedeeld krijgt, redeneerde hij. ‘Ik ben altijd al de kleinste op het veld geweest en heb altijd een manier moeten zoeken om mee te doen met de grote jongens.’ (nrc , 19-5-2017)
wie kaatst, moet de bal verwachten • wie een ander bekritiseert, bespot, beledigt e.d., kan verwachten ook zelf bekritiseerd, bespot, beledigd e.d. te worden. Je gebruikt dit spreekwoord meestal wanneer iemand verbolgen is over kritiek of spot nadat hij- of zijzelf eerst een ander op de korrel heeft genomen. Het spreekwoord weerspiegelt de karmamoraal die suggereert dat de manier waarop je wordt behandeld altijd een afspiegeling is van hoe je zelf hebt gehandeld. Het spreekwoord is (begin 18e eeuw) voor het eerst opgetekend in het spreekwoordenboek van Carolus Tuinman in de vorm ‘wie kaatsen wil, moet ballen wachten’.
183
K
KAATST ●
Als Trump met ondoordachte, of juridisch rammelende decreten komt, en de media gaan die op feiten checken, dan is het gevolg onvermijdelijk negatieve berichtgeving. Wie kaatst, moet de bal verwachten. (Bernard Hammelburg,
●
In een column provoceren prima, maar wie kaatst moet de bal verwachten.
●
Ik ben verlegen. Als je goed kijkt, kun je dat nog zien. Ik voel me snel niet op m’n gemak. Vroeger stotterde ik zelfs. Tegelijk heb ik iets pesterigs in mijn karakter. Als iets zwart is, loop ik vanzelf te roepen dat het wit moet zijn. En als de hele wereld zich vervolgens tegen mij keert, dan ga ik natuurlijk dáár over zeiken. Wie kaatst, moet de bal verwachten, ja. (Algemeen Dagblad, 7-4-2012)
bnr radio, 17-2-2017) (De Limburger, 20-11-2012)
K
wie kakelt, moet ook eieren leggen • wie veel praats heeft, moet ook tonen dat hij iets kan. Je gebruikt deze ‘wet van het kippenhok’ meestal om praatjesmakers af te serveren, mensen die het hoogste woord voeren, maar zelf niet veel presteren. Deze ‘kippenmoraal’ houdt in: wie veel praa tjes heeft, moet ook wat presteren: geen woorden, maar daden of niet lullen, maar poetsen. Variant: wie kakelen wil, moet eieren leggen. Het spreekwoord houdt verband met een ander spreekwoord, kakelen is nog geen eieren leg gen: mensen doen vaak niet wat ze hebben beloofd. Een vroeg voorbeeld van de ‘kakelmetafoor’ duikt op in een tekst van dichter Constantijn Huygens, die de Spaanse regel Cacarrear y no poner hueuo vernederlandst als ‘veel kaecks op ’tnest en noyt een ey’ (veel gekakel op het nest en nooit een ei). Als het spreekwoord tegenwoordig opduikt, wordt vaak afgeweken van de formuleringen die in woordenboeken worden vermeld. ●
De criticus is een kip die kakelt, terwijl de andere de eieren leggen. (Dagblad van het Noorden, 17-11-2012)
als het kalf verdronken is, dempt men de put • pas als er een ongeluk is gebeurd, worden er maatregelen getroffen die eerder getroffen hadden kunnen worden. Je gebruikt dit spreekwoord doorgaans met een verwijtende ondertoon in verband met een probleem dat pas opgelost is nadat het heeft geleid tot een al dan niet dramatisch ongeval. De gedachte achter dit spreekwoord was in de klassieke oudheid al bekend, maar destijds werden er andere metaforen gebruikt. Zo schreef Juvenalis in zijn Satirae: ‘quid juvat amisso claudere saepta grege’ (wat voor nut heeft het om het hek dicht te doen als de kudde al verloren is). In alle buurtalen zijn betekenisverwante spreekwoorden voorhanden, maar ze maken allemaal gebruik van andere metaforen. Zo is het in het Duits niet een kalf dat verdrinkt maar een kind: wenn das Kind in den Brunnen gefallen ist deckt man ihn zu. Aanvankelijk figureerde in het Nederlandse spreekwoord eveneens een kind: als tkint verdroncken es so stoptmen den put. Die variant komt nog altijd nu en dan voor. In het Frans en het Engels sluiten de metaforen (ontsnapte of gestolen paarden) aan bij de Latijnse bron. Vaak wordt het
184
KOE er is geen koe bont of er zit wel een vlekje aan • er is altijd wel enige grond te vinden voor een beschuldiging. Het spreekwoord wordt doorgaans suggestief gebruikt met de strekking dat er ‘vast wel wat aan de hand’ zal zijn met iemand die na een beschuldiging is vrijgesproken. Het dient dan ook als excuus voor ongefundeerde verdachtmakingen, voor roddel en achterklap. Het spreekwoord is synoniem met geen rook zonder vuur en waar rook is, is vuur. Variant: men noemt geen koe bont of er zit wel een vlekje aan. Het spreekwoord gaat terug op het uiterlijk van Nederlands rundvee. Vroeger werden de Hollandse weilanden en uiterwaarden vooral opgesierd door bont vee, dat wil zeggen rundvee met rode, grijze of zwarte vlekken. Zonder zulke vlekken kan een koe niet bont genoemd worden. Een ander spreekwoord met precies dezelfde strekking is eveneens afkomstig uit de agrarische wereld: men noemt geen koe blaar of zij heeft wat wits. Een blaar is een witte vlek op de koeienkop en koe kan dus geen blaar(kop) worden genoemd als zij volledig zwart of ook wel rood is.
K
●
De majoor streek zijn knevels op en kuchte, gegeneerd of korzelig, dat kon ik niet uitmaken. Vervolgens begon hij enige bezwaren aan te voeren: geen koe zo bont of er zit wel een vlekje aan, waar rook is, is vuur; de schulden van Dekker bij mijn familie waren hem ook al bekend, enfin, de gehele levenswandel van Douwes Dekker stond hem niet aan. (Nelleke Noordervliet, Tine, of de dalen waar het leven woont, 1987)
je weet nooit hoe een koe een haas vangt • een mens kan niet weten hoe het onmogelijke toch mogelijk wordt of hoe wat niet (meer) wordt verwacht toch gebeurt. Je gebruikt dit spreekwoord doorgaans ter aanmoediging van iemand die iets zonder succes zoekt of probeert, maar ook wel om tot uitdrukking te brengen dat je aan iets begint zonder al te hooggespannen verwachtingen omtrent het resultaat. Het spreekwoord met de metafoor van de haasvangende koe werd al in de 16e eeuw genoteerd: ‘mislick waer een Koe een Haese vangt’. Volgens dichter P.C. Hooft is het zelfs ‘wel geschiedt dat een koe een haes ving’. De metafoor moet al bekend zijn geweest bij de oude Grieken, die de uitdrukking hazen vangen
198
KOMEN met een koe (of: een os) moeten hebben gebezigd. Die klassieke herkomst verklaart in elk geval waarom in een aantal buurtalen betekenisverwante spreekwoorden in omloop zijn, zoals (vroeger) une vache prend bien un lièvre in het Frans en a cow may catch a hare in het Engels. Pak alles aan, je weet nooit wat eruit rolt, is haar motto. Ofwel: je weet nooit hoe een koe een haas vangt. (BN/DeStem, 28-5-2016) ● Ik denk altijd: de wereld bestaat uit plannen. Succesvolle en niet-succesvolle, grote en kleine. En je weet nooit helemaal of iets kan slagen. Ik zeg altijd: je weet niet hoe een koe een haas vangt. (Noordhollands Dagblad, 19-3-2016) ● Ik vind het leuk om mensen te helpen die minder hebben en minder kunnen. Als ze niet te ver weg wonen, vind ik het geen probleem om dat voor niets te doen. Als je ziet hoe dankbaar mensen zijn. En ach, misschien komt er wel meer uit voort. Je weet niet hoe een koe een haas vangt. (Elsevier, 16-1-2016)
●
K
wat niet is, kan (nog) komen • je weet nooit wat er allemaal kan ge beuren. Je gebruikt dit spreekwoord om uitdrukking te geven aan de verwachting dat iets wat nog niet aan de orde is (maar wat wel verwacht werd) mogelijk toch nog gebeurt. Dat kan een gunstige ontwikkeling zijn, waarop gehoopt wordt, of juist iets onaangenaams, dat gevreesd wordt. De dichter Whitman: vooralsnog ben ik niet ondersteboven van zijn werk; maar wat niet is kan nog komen. (Nanne Tepper, De kunst is mijn slagveld, 2016) ● Het lijkt wel alsof Albert tegenwoordig alles voor geld doet. Gigolo in de Beethovenstraat, daar heb ik hem nog niet op kunnen betrappen … wat niet is, kan nog komen … (A.F.Th. van der Heijden, Doodverf, 2009) ● Het doorboren van neustussenschotten of neusvleugels, dat in sommige ●
199
Over de auteur
‘Wie a zegt, moet ook b zeggen, fluisterde ik mezelf moed in. Spreekwoorden hadden me altijd door de moeilijkste momenten geholpen.’ Abdelkader Benali, uit: Feldman en ik
Spreekwoorden – wie gebruikt ze niet? Deze ‘aloude volkswijsheden’ spelen dagelijks een rol in onze communicatie en zijn van grote betekenis voor onze woordenschat. Geliefde spreekwoorden als stille wateren hebben diepe gronden of je kunt nooit weten hoe een koe een haas vangt hebben na vijf eeuwen nog steeds niet aan zeggingskracht ingeboet. Door de jaren heen veranderen spreekwoorden weleens van betekenis, van vorm of ze verdwijnen helemaal uit ons vocabulaire. Maar er komen ook geregeld nieuwe spreekwoorden bij: dit kunnen citaten van politici, fragmenten uit liedjes, reclameslogans, filmcitaten of zelfs literaire citaten zijn. Bovendien ‘leent’ het Nederlands geregeld spreekwoorden uit andere talen, van het Chinees tot het Duits.
www.tondenboon.nl www.vandale.nl www.vandale.be
9 789460 774454
‘Bescheidenheid siert de mens, maar in de sport schiet je er weinig mee op.’ De Morgen
Ton den Boon
Dit spiksplinternieuwe Van Dale Spreekwoordenboek is samengesteld door Dikke Van Dale-hoofdredacteur Ton den Boon en biedt een compleet overzicht van de meest gangbare Nederlandse en Vlaamse spreekwoorden – verlucht met kleurrijke illustraties, korte essays over de herkomst van onze spreekwoorden en vele citaten uit de Nederlandse en Vlaamse media en literatuur.
Metro
spreekwoordenboek
Ton den Boon is sinds de jaren negentig werkzaam als hoofdredacteur van de Dikke Van Dale. Hij is auteur van diverse boeken over taal, literatuur en beeldende kunst. Hij publiceert driemaal per week de taalcolumn in Trouw en is geregeld te gast op radio en tv.
‘Eigen haard is goud waard, ook in de vakantiemaanden.’
‘Een fietsvriendelijke Amerikaanse metropool, de wonderen zijn de wereld nog niet uit.’ Trouw
‘De leugen regeert – en nu eens niet in de journalistiek, maar volgens de media in het Witte Huis.’ NRC
woorden
boek B
A
‘Geweld lost niets op, niet buiten het veld, en ook niet binnen het veld. Wees een gentleman. De bal is rond en onpartijdig. Die rolt naar iedereen op dezelfde manier.’ Alex Boogers, uit: Wanneer de mieren schreeuwen
‘De meeste Nederlanders kennen geen enkele vluchteling persoonlijk. Onbekend maakt onbemind.’ Trouw
‘Fijne vriendin was ik. Uit het oog, uit het hart.’ Esther Verhoef, uit: Rendez-vous
‘Volg een carrièrepad dat bij je past, blijf bij je leest, als dat is waar je goed in bent ...’ Elsevier
‘Als mijn vriendin een weekendje weg wil en ik heb een evenement of een belangrijke afspraak, zal ze toch echt even moeten wachten. Dan gaan zaken voor het meisje, ja.’ Quote
‘Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het lid op de neus.’ De Telegraaf
Ton den Boon
‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. En die toekomst begint alsmaar eerder.’ De Standaard
Over de auteur
‘Wie a zegt, moet ook b zeggen, fluisterde ik mezelf moed in. Spreekwoorden hadden me altijd door de moeilijkste momenten geholpen.’ Abdelkader Benali, uit: Feldman en ik
Spreekwoorden – wie gebruikt ze niet? Deze ‘aloude volkswijsheden’ spelen dagelijks een rol in onze communicatie en zijn van grote betekenis voor onze woordenschat. Geliefde spreekwoorden als stille wateren hebben diepe gronden of je kunt nooit weten hoe een koe een haas vangt hebben na vijf eeuwen nog steeds niet aan zeggingskracht ingeboet. Door de jaren heen veranderen spreekwoorden weleens van betekenis, van vorm of ze verdwijnen helemaal uit ons vocabulaire. Maar er komen ook geregeld nieuwe spreekwoorden bij: dit kunnen citaten van politici, fragmenten uit liedjes, reclameslogans, filmcitaten of zelfs literaire citaten zijn. Bovendien ‘leent’ het Nederlands geregeld spreekwoorden uit andere talen, van het Chinees tot het Duits.
www.tondenboon.nl www.vandale.nl www.vandale.be
9 789460 774454
‘Bescheidenheid siert de mens, maar in de sport schiet je er weinig mee op.’ De Morgen
Ton den Boon
Dit spiksplinternieuwe Van Dale Spreekwoordenboek is samengesteld door Dikke Van Dale-hoofdredacteur Ton den Boon en biedt een compleet overzicht van de meest gangbare Nederlandse en Vlaamse spreekwoorden – verlucht met kleurrijke illustraties, korte essays over de herkomst van onze spreekwoorden en vele citaten uit de Nederlandse en Vlaamse media en literatuur.
Metro
spreekwoordenboek
Ton den Boon is sinds de jaren negentig werkzaam als hoofdredacteur van de Dikke Van Dale. Hij is auteur van diverse boeken over taal, literatuur en beeldende kunst. Hij publiceert driemaal per week de taalcolumn in Trouw en is geregeld te gast op radio en tv.
‘Eigen haard is goud waard, ook in de vakantiemaanden.’
‘Een fietsvriendelijke Amerikaanse metropool, de wonderen zijn de wereld nog niet uit.’ Trouw
‘De leugen regeert – en nu eens niet in de journalistiek, maar volgens de media in het Witte Huis.’ NRC
woorden
boek B
A
‘Geweld lost niets op, niet buiten het veld, en ook niet binnen het veld. Wees een gentleman. De bal is rond en onpartijdig. Die rolt naar iedereen op dezelfde manier.’ Alex Boogers, uit: Wanneer de mieren schreeuwen
‘De meeste Nederlanders kennen geen enkele vluchteling persoonlijk. Onbekend maakt onbemind.’ Trouw
‘Fijne vriendin was ik. Uit het oog, uit het hart.’ Esther Verhoef, uit: Rendez-vous
‘Volg een carrièrepad dat bij je past, blijf bij je leest, als dat is waar je goed in bent ...’ Elsevier
‘Als mijn vriendin een weekendje weg wil en ik heb een evenement of een belangrijke afspraak, zal ze toch echt even moeten wachten. Dan gaan zaken voor het meisje, ja.’ Quote
‘Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het lid op de neus.’ De Telegraaf
Ton den Boon
‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. En die toekomst begint alsmaar eerder.’ De Standaard