Aan de slag met
OLIEVERF Tips, technieken en voorbeelden om te beginnen
Utrecht/Antwerpen
Oorspronkelijke titel: Beginning Oil © 2017 Quarto Publishing Group USA Inc. Een uitgave van Walter Foster Publishing, onderdeel van Quarto Publishing Group USA Inc. Kunstwerken © Jan Murphy Vormgeving: Melissa Gerber Vertaling: Marjan Doets Nederlandse productie: Deul & Spanjaard © 2017 voor de Nederlandse taal: Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen ISBN 978 90 4392 003 2 NUR 476 Alle rechten voorbehouden / All rights reserved Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze en/of door welk ander medium ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Deze uitgave is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Noch de maker, noch de uitgever stelt zich echter aansprakelijk voor eventuele schade als gevolg van eventuele onjuistheden en/of onvolledigheden in deze uitgave. Namen van fabrikanten en producten worden uitsluitend ter informatie van de lezer genoemd en hebben geen enkele intentie het copyright van merknamen te schenden.
Inhoud
Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Aan de slag. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 G E R E E D S C H A P P E N E N M AT E R I A L E N . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 J E W E R K P L E K I N R I C H T E N . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 6 E E N S C H E T S B O E K B I J H O U D E N . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 7
Alles over kleur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . W AT J E M O E T W E T E N O V E R K L E U R . . . . . . . . K L E U R E N H A R M O N I E. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . K L E U R E N M E N G E N. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . K L E U R E N A F S T E M M E N . . . . . . . . . . . . . . . . . . DRIEDIMENSIONALE EFFECTEN CREËREN MET
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . K L E U R . .
. . . . .
. . . . .
. . . . .
. . . . .
30 . . . . .
Werken met een penseel . . . . . . . . . . . . . . D E B E G I N S E L E N. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . S C H I L D E R T E C H N I E K E N. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . V O L U M E D O O R Z I E N . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . V O R M G E V I N G E N C O M P O S I T I E. . . . . . . . . . . . . . . . . . VEREENVOUDIGEN EN NOG EENS VEREENVOUDIGEN . B L I K V A N G E R S . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . D E R E G E L V A N D E R D E N . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . D E F I G U U R I N E E N L A N D S C H A P. . . . . . . . . . . . . . . . . S C H I L D E R E N M E T E E N P A A R S T R E K E N . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . .
. . . . . . . . .
. . . . . . . . .
. . . . . . . . .
. . . . . . . . .
. . . . . . . . .
Land en water. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . L A N D S C H A P P E N. . . . . . . . . . . . . . . . . . V E R T I C A L E L I J N E N E N B O M E N . . . . . . . W AT E R : S P I E G E L I N G E N E N B E W E G I N G. . D E L U C H T S C H I L D E R E N . . . . . . . . . . . .
. . . .
. . . .
. . . .
. . . .
. . . . . . . . .
. . . .
. . . . . . . . .
. . . .
. . . . . . . . .
. . . .
. . . . . . . . .
. . . .
. . . . . . . . .
. . . .
. . . . . . . . .
. . . .
76
106
. . . . . . . . .
. . . .
52 53 56 60 62 64 65 67 69
Stemming en sfeer creëren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . .
. . . . . . . . .
. . 7 8 . . 8 0 . . 8 6 . 1 0 2
. . . . . . . . .
. . . .
50
. . . .
H E T E F F E C T V A N L I C H T L AT E N Z I E N . . . . . . . AT M O S F E R I S C H E O F L U C H T P E R S P E C T I E F . . . B E R G E N I N D E V E R T E. . . . . . . . . . . . . . . . . . S T E M M I N G E N W A R M E E N K O E L E K L E U R E N. . S T I L L E V E N S S C H I L D E R E N. . . . . . . . . . . . . . . O V E R S T I L L E V E N S . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . S C H I L D E R I J M E T E E N E N K E L E B L I K V A N G E R. . S T U D I E I N C O M P O S I T I E . . . . . . . . . . . . . . . . D E I L L U S I E V A N T E X T I E L. . . . . . . . . . . . . . . .
. . . .
32 34 42 46 48
. . . . . . . . .
. . . . . . . . .
. 1 0 8 . . 1 1 2 . . 1 1 4 . 1 1 6 . 1 1 8 . 1 2 0 . 1 2 2 . 1 2 4 . 1 2 6
Over de kunstenares. . . . . . . . . . . . . . . .
128
Inleiding
‘Zegt een innerlijk stemmetje dat je niet kunt schilderen, ga dan absoluut toch schilderen. Zo breng je dat stemmetje tot zwijgen.’
— Vincent van Gogh, Nederlandse schilder
Olieverf is een gebruiksvriendelijk, veelzijdig medium. Door de lange droogtijd en levendige kleuren is olieverf ideaal voor beginnende kunstschilders. Aan de hand van dit boek maak je kennis met talloze begrippen en technieken uit de wereld van het olieverfschilderen, zoals penseelstreken, inzicht in driedimensionale vormen, het schilderen van diverse onderwerpen en nog veel meer. Er zijn allerlei schilderstijlen, van abstract tot hyperrealistisch. Bij de praktijklessen in dit boek gaat het vooral om landschappen en objecten. Sporters moeten trainen om hun vaardigheden te verbeteren en sterker te worden. Hetzelfde geldt voor zowel beginnende als gevorderde kunstenaars: oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Door de oefeningen in dit boek meerdere malen uit te voeren en op verschillende ondergronden, verbeter je je schildertechniek. Stel een datum vast voor het voltooien van de projecten uit dit boek. Ga oefenen met schilderen op een tijdstip dat je niet gestoord wordt. Zet muziek op die je inspireert. Ook voor ervaren schilders is een blanco canvas vaak intimiderend. Een driedimensionale wereld overzetten in een tweedimensionale weergave vraagt kennis. Leren schilderen is in wezen een kwestie van kunnen observeren en verhoudingen zien tussen objecten. Iedere kunstenaar raakt weleens gefrustreerd. Houd daar rekening mee, maar besef ook dat je de mogelijkheid hebt om door die frustratie heen te werken. Zorg dat je altijd minstens drie doeken hebt staan en werk aan meerdere stukken tegelijk. Loop je vast bij het ene schilderij, dan kun je even afstand nemen en verder werken aan een ander doek.
4
Geen twee schilders zijn hetzelfde. Sommigen werken heel gedetailleerd, zoals John James Audubon in zijn boek The Birds of America. Anderen schilderen snel, zonder veel detail. De meesten zitten daar ergens tussenin. Op den duur ontwikkel je een eigen stijl. Bestudeer eerst technieken, compositie, kleur en toonwaarden. Je hebt een onbeperkt aantal onderwerpen die je kunt observeren en waarvan je een unieke impressies kunt maken. Jouw schilderijen zijn niet te vergelijken met die van anderen. Gefeliciteerd met je eerste stappen op het gebied van olieverfschilderen. De wereld heeft behoefte aan meer kunstenaars‌ zoals jij.
5
PENSELEN ‘Echte schilders begrijpen met een penseel in hun hand.’
— Berthe Morisot, Franse schilderes
Er zijn drie soorten penselen voor olieverf: penselen met varkenshaar, marterhaar of met synthetische vezels. Varkensharen penselen zijn heel duurzaam en gaan lang mee. Marterharen penselen zijn heel zacht. Doorgaans zijn ze duurder, maar ze zijn sterk en soepel om mee te werken. Bovendien geven ze mooie gladde streken. Synthetische penselen zijn goedkoper. Let er bij aanschaf op dat de penselen bedoeld zijn voor olieverf. Olieverf is dik en niet alle penselen zijn daar geschikt voor. Als verlengstuk van je hand en ogen is je penseel sterk bepalend voor je techniek. Wil je een egaal of glad effect, neem dan een marterharen penseel. Voor textuur neem je een varkensharen penseel. Neem voor grote vlakken een breed varkensharen penseel, want dat werkt sneller. Er zijn een paar dingen om op te letten wanneer je penselen gaat kopen. Kijk in de winkel hoe de penselen reageren als je de haren buigt. Inferieure penselen zijn stug en de haren veren niet terug in model. Koop de beste penselen die je je op dat moment kunt permitteren. Met penselen van slechte kwaliteit beleef je minder plezier aan het schilderen.
Penseelvormen van links naar rechts: plat, kattentong, waaier, rond en schuin.
12
Penselen zijn er in allerlei vormen en formaten. Om te beginnen heb je maar een paar verschillende vormen nodig. Probeer ze uit om te kijken wat je het best bevalt. Dit zijn de gangbaarste vormen.
Plat Platte penselen gebruik je voor grote vlakken. Ze zijn er met korte of met lange haren. Kortharige platte penselen worden ook wel Gussowpenselen genoemd.
Kattentong De kattentong is een kruising tussen een rond en een plat penseel. Het kattentongpenseel begint onderaan breed en loopt uit in een spitse, ronde punt. Dit penseel geeft een glad effect.
Waaier Dit soort penseel heb je niet direct nodig als je begint. Waaierpenselen zijn ideaal voor zachte kleurovergangen.
Rond Ronde penselen hebben lange haren die uitlopen in een punt. Extralange ronde penselen worden ook wel slepers genoemd. Ze zijn met name heel geschikt voor het schilderen van details, zoals boomtakken en signaturen.
Schuin Schuine penselen zijn aan de ene kant kort en aan de andere kant lang. Je gebruikt ze voor het maken van lijnen en rondingen.
Lengte van de penseelsteel Voor de lengte van de penseelsteel kun je kiezen uit lang of kort. Een langere steel is handig als je op een armlengte van je doek staat en met losse toetsen werkt. Een penseel met korte steel is ideaal voor het aanbrengen van details, wanneer je dichter op het doek staat of zit.
Dikte van penselen Er is zoveel keuze in penseelmaten dat je vaak niet weet wat je moet nemen. Werk je op een klein doek, neem dan vrij dunne penselen; die zijn ideaal voor details.
13
Hoe zien penseelstreken eruit op verschillende ondergronden?
Katoendoek met grove textuur
Katoendoek met middelfijne textuur
17
Wat je moet weten over kleur
‘Ik heb gemerkt dat ik met kleuren en vormen dingen kon zeggen die ik op geen enkele andere manier kon uitdrukken – dingen waarvoor ik geen woorden had .’
— Georgia O’Keeffe, Amerikaanse kunstenares Taal is een middel om gedachten en gevoelens te uiten. In alle takken van de kunst wordt kleur bestudeerd en gebruiken kunstenaars de taal van kleur voor hun werk. Het bestuderen van kleur maakt je blik gevoeliger. Let op waar het licht vandaan komt op diverse tijdstippen en hoe het op een object valt. Enige basiskennis van de kleurenleer is belangrijk. Het trainen en gebruiken van je gezichtsvermogen is nog belangrijker. Bestudeer kleurverhoudingen in de natuur. Door je gezichtsvermogen te trainen en je kennis van kleuren te ontwikkelen, ben je beter in staat om levendige schilderijen te maken. Alles wat je moet weten als beginnend schilder vind je in de kleurencirkel.
DE KLEURENCIRKEL De kleurencirkel is je wegwijzer in de verhoudingen tussen kleuren en hoe ze elkaar beïnvloeden. Zowel beroepskunstenaars als amateurs gebruiken de kleurencirkel als referentie. In de winkel of via internet kun je een goedkope kleurencirkel kopen als leidraad bij het mengen van kleuren. Je kunt ook zelf een kleurencirkel maken met je eigen verf. Laten we bij het begin beginnen.
Primaire kleuren De primaire kleuren zijn geel, rood en blauw. Primaire kleuren kun je niet mengen uit andere kleuren.
Secundaire kleuren Wanneer je twee primaire kleuren mengt, krijg je een secundaire kleur. Rood en geel geven samen oranje. Blauw en geel leveren samen groen op, enzovoorts.
32
Kleurenharmonie
‘In de kunst en in de hogere regionen van de wetenschap stoelt alles op een gevoel van harmonie. Noch in de kunst, noch in de wetenschap bestaat ware grootsheid zonder dat besef van harmonie.’
— Albert Einstein, Duits-Amerikaanse natuurkundige
Voor een schilder is het belangrijk een paar basisprincipes te kennen. De kleurencirkel wijst je de weg.
ANALOGE KLEUREN Analoge kleuren liggen naast elkaar in de kleurencirkel. Een combinatie daarvan levert een harmonieus resultaat op. Door donkere en lichte toonwaarden van deze kleuren toe te voegen ontstaat diepte.
In dit voorbeeld zijn geel, geelgroen en groen de drie naast elkaar gelegen kleuren. De kleuren die ertegenover liggen in de kleurencirkel zijn hun complementaire kleuren: paars, roodpaars en rood. Door de complementaire kleuren te vermengen met de zuivere kleur krijg je neutrale tinten. Als je zo’n mengsel gebruikt voor de schaduwen, krijgt het schilderij diepte.
34
Landschappen
Over het algemeen worden landschappen geschilderd op een liggende ondergrond, evenwijdig aan de aarde. Dergelijke landschappen stralen rust uit, een gevoel van verbonden zijn met de aarde en aardse elementen. Wil je een gevoel van rust overbrengen, houd je lijnen dan horizontaal. Met verticale en diagonale lijnen kun je het landschap wel meer diepte geven. Verticale lijnen in een landschap staan voor stabiliteit, kracht, spiritualiteit, hoogte en grootsheid. Verticale lijnen trekken de blik naar de lucht en plekken die buiten het bereik van de mens liggen.
tip
Spiralen geven een gevoel van oneindigheid. Ze komen sierlijk en vrouwelijk over. Zigzaglijnen doen juist chaotisch aan.
HOGE BERGEN Hoge, ruige bergen hebben kale toppen. Op grote hoogte vind je alleen rotsen en sneeuw. De flanken zijn bebost. Deze bergen bevinden zich in de verte en bevatten dus minder details.
De diagonale lijn van de bomenrij voert de blik naar het aandachtspunt, namelijk de oranje boom. Deze diagonale lijn zorgt voor energie en dynamiek. De bergen op de achtergrond leveren een krachtige verticale lijn op.
78
Verticale lijnen en bomen
Bomen leveren sterke verticale lijnen op die een schilderij dynamischer en levendiger maken.
BENODIGDE MATERIALEN armgrijze, groene, gele en rode W olieverf
Canvaspapier of schetsboek Oude lappen
unne ronde penselen, synthetisch D of marterhaar
Kijk wat de belangrijkste groeilijn is. Schilder de boomstam en een paar takken. De meeste bomen groeien niet alleen maar recht omhoog en een overhellende boom oogt vaak levendiger. Maak de stam en de dikke takken donkerder dan de dunnere takken.
Schilder wat dunnere takken vanuit de hoofdtakken. Sommige groeien omhoog, andere steken opzij of hangen omlaag. Tamponneer voor het gebladerte wat groen over de takken.
tip
Gebruik dit winterse boom -
skelet als basis voor andere bomen die je gaat schilderen.
80
Aan de slag met
Aan de slag met
OLIEVERF
• Aan de hand van voorbeelden leer je de
belangrijkste schildertechnieken kennen.
• Inclusief handige tips en technieken voor met name beginnende schilders.
Van de eerste verfstreek tot de laatste puntjes op de i neemt dit boek je bij de hand in de wereld van olieverf.
Aan de slag met OLIEVERF
In dit boek lees je alles over hoe je stapsgewijs een olieverfschilderij kunt maken. Je krijgt informatie over de juiste ondergrond, verfsoorten, het maken van schetsen en de theorie over kleuren en composities. Zo kun aan de slag met een stilleven of een landschap, eventueel zelfs in de open lucht. De kunstenares Jan Murphy geeft deskundig advies over de belangrijkste begrippen en duidelijke instructies, zodat het schilderen met olieverf heel eenvoudig te leren is.
OLIEVERF Tips, technieken en voorbeelden om te beginnen JAN MURPHY
NUR 476 Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen www.kosmosuitgevers.nl
Olie_Cover_NL.indd 1
03-07-17 13:20