WTK KOS VB 1 2010_KRAAMTIJD 09-11-10 09:02 Pagina 3
Beatrijs Smulders
Veilig bevallen
Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen
HET COMPLETE HANDBOEK
WTK KOS VB 1 2010_KRAAMTIJD 09-11-10 09:02 Pagina 4
www.kosmosuitgevers.nl
In dit boek heb ik het woord kraamverzorgster af en toe met opzet weer in ere hersteld. Het nieuwerwetse woord ‘kraamverzorgende’ is in het leven geroepen omdat er ook enkele mannen tot dit beroep toetraden. Veruit de meeste kraamverzorgsters zijn echter vrouw. De term ‘kraamverzorgster’ vind ik mooi en authentiek. Het klinkt ‘warmer’ dan het meer gekunstelde woord ‘kraamverzorgende’. Beatrijs Smulders
Zeventiende, geactualiseerde druk, 2010 © 1996, 2007, 2010 Kosmos Uitgevers B.V., Utrecht/Antwerpen Grafisch ontwerp: Michelangela, Utrecht Illustraties omslag en binnenwerk: Mylo Freeman Auteursfoto: Roel van Dalen ISBN 978 90 215 4961 3 NUR 851 Alle rechten voorbehouden/All rights reserved Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze en/of door welk ander medium ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Dit boek is niet bedoeld als vervanging van een medische diagnose en de lezer wordt nadrukkelijk geadviseerd zijn arts te raadplegen voor specifieke informatie over zijn persoonlijke gezondheidssituatie. Deze uitgave is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Noch de maker, noch de uitgever stelt zich echter aansprakelijk voor eventuele schade als gevolg van eventuele onjuistheden en/of onvolledigheden in deze uitgave.
WTK KOS VB 1 2010_KRAAMTIJD 09-11-10 09:02 Pagina 5
Inhoud
Voorwoord
7
Inleiding
8
1
Het magische moment
9
2
WeeĂŤnkracht
18
3
Hoe ontsluit het beter?
22
4
De psychologie van de baring
59
5
Persdrang
66
6
Houdingen tijdens het persen
75
7
Gouden tips voor partners
87
8
Het laatste stukje van de bevalling
91
9
Direct na de bevalling
98
10
De eerste vierentwintig uur
108
11
De veiligste plek voor je bevalling
123
WTK KOS VB 1 2010_KRAAMTIJD 09-11-10 09:02 Pagina 6
12
Nederland, een bijzonder land om in te bevallen
133
13
De rol van de verloskundige en de kraamverzorgende
140
14
Kinderen bij de bevalling
149
15
Anderen bij de bevalling
152
16
De invloed van warm water bij de bevalling
155
17
Als het anders loopt
160
18
De meest voorkomende redenen om
19
naar het ziekenhuis te gaan
169
Over baringspijn
178
20 Het nut van pijn
194
21
Omgaan met pijn en moeilijke situaties
205
22
Soms gaat een baby dood
214
23
Hoe kondigt de bevalling zich aan?
217
24
Wanneer moet je de verloskundige bellen?
220
25
Wat moet je voor de bevalling in huis hebben?
226
26 Wat te doen als?
228
Geraadpleegde literatuur
237
Oproep
239
Woord van dank
240
Informatie en adressen
240
Register
241
WTK KOS VB 1 2010_KRAAMTIJD 09-11-10 09:02 Pagina 7
Voorwoord
7
Voorwoord Dit is een heel bijzonder boek over een heel normaal gebeuren: de bevalling. Een bevalling is voor iedereen een aangrijpende gebeurtenis, waarbij je als helper het gevoel kunt hebben even bij de schepping zelf aanwezig te zijn. In Nederland verkeren we in de gelukkige omstandigheid dat de bevalling wordt gezien als een vanzelfsprekende en natuurlijke gebeurtenis in het leven van een vrouw. Een gebeuren dat zorgvuldig begeleid moet worden, en waarbij alleen wordt ingegrepen als daar noodzaak toe is. Zo zijn moeder en kind gevrijwaard van onnodige ingrepen, en tegelijkertijd verzekerd van medische technologie wanneer zij die nodig hebben. Deze combinatie van afwachten zolang alles goed gaat en ingrijpen als het noodzakelijk is, maakt een bevalling in Nederland tot een veilige gebeurtenis. Daarbij is de bevalling zo veel mogelijk in handen van de vrouw zelf. Vreemd genoeg denken sommige mensen dat bevallen in het ziekenhuis veiliger is dan thuis. Dat is een vergissing. De gezonde zwangere met een normale zwangerschap die thuis wil bevallen, kan rekenen op een goed resultaat. Een goed resultaat is niet per definitie een bevalling thuis, maar een bevalling zonder onnodig medisch ingrijpen. Thuis aan de bevalling beginnen, thuis bevallen voorkomt in grote mate dit onnodige ingrijpen en overbehandeling en geeft het natuurlijke bevalproces een optimale kans. Meestal zet de bevalling goed door als je helemaal tot rust bent gekomen en als de omgeving vertrouwd en rustig is. Thuis wordt aan deze voorwaarden het beste voldaan. Maar als je op het einde van de bevalling toch wat extra hulp nodig hebt, wordt daar door de gynaecoloog in het ziekenhuis effectief op ingesprongen. Deze zorg op maat is uniek in de westerse wereld. Het ‘Hollandse
model’ van verloskundige zorg ondervindt in toenemende mate internationale belangstelling. In de westerse wereld stijgt het aantal verloskundige ingrepen voortdurend zonder duidelijke noodzaak. Dit geldt ook voor Nederland. Toch mogen wij nog steeds trots zijn op het aantal thuisbevallingen, de verloskundige zorg in het algemeen, en de goede samenwerking tussen verloskundigen en gynaecologen met zoveel uitdrukkelijk respect voor vrouwen en de normale baring. Dit boek bericht respectvol over onze gezamenlijke verloskundige inspanningen. Een bevalling is geen gemakkelijke klus, je moet er hard voor werken. Dit boek helpt bij een realistische voorbereiding en geeft nuttige en nuchtere informatie. Dat komt goed van pas als het eenmaal zover is. En het is tevens van groot belang voor de partners en andere betrokkenen. Veilig bevallen is niet alleen geschikt voor zwangeren en hun partners, maar zeker ook voor verloskundigen, huisartsen, gynaecologen en kinderartsen. Het sluit naadloos aan op het boek Veilig zwanger en bezigt dezelfde originele stijl: nuchter, informatief en vol humor. Nergens wordt de lezer iets opgedrongen, je weet vanzelf welke keuzes de juiste zijn om goed te bevallen. Het hernieuwt onze kennis van de normale bevalling en het is een pleidooi voor de nieuwe geneeskunde: respect voor de natuur en alleen ingrijpen bij strikte noodzaak. Daarmee levert dit boek van de verloskundige Beatrijs Smulders een belangrijke bijdrage aan de unieke Nederlandse verloskundige zorg. Prof. dr. Otto P. Bleker, emeritus hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie, Universiteit van Amsterdam, hoofd afdeling Verloskunde en Gynaecologie, Academisch Medisch Centrum (amc) te Amsterdam
WTK KOS VB 1 2010_KRAAMTIJD 09-11-10 09:02 Pagina 8
8
Veilig bevallen
Inleiding Bevallen hoef je niet te leren. Je kúnt het zelfs niet leren. Er bestaan geen methoden of technieken die je onder de knie zou moeten krijgen om het goed te doen. Bevallen is een instinctief proces. Je lichaam weet precies wat het moet doen en op welk moment. Met methoden of technieken kun je er niets aan verbeteren. Eerder moet je er iets voor afleren en loslaten. Maar in alle gevallen helpt het om inzicht te hebben in het proces dat zich in het lichaam afspeelt. Dit boek is dan ook een inwijding in het geheim van de bevalling. Het onthult de kansen en mogelijkheden die het lichaam jou en de baby tijdens de bevalling en de borstvoedingsperiode biedt. Ook helpt het om een aantal gouden tips tot je beschikking te hebben die je kunt toepassen als het zover is. Tips die je helpen om de weeën krachtiger te maken, om met de pijn om te gaan of om bij een kunstverlossing in het ziekenhuis de regie toch nog in eigen hand te houden. Kortom, een handleiding om je te helpen op je eigen instinct te durven vertrouwen. Waar het vooral om gaat is de juiste instelling: álles doen wat binnen jouw mogelijkheden ligt om de bevalling hoe dan ook tot een goed einde te brengen. Dan kan je bevalling nooit stuk. Veiligheid staat tijdens de bevalling altijd voorop. En de veiligste bevalling is die waarbij het aantal ingrepen tot een minimum kan worden beperkt. Elke medische ingreep brengt op zichzelf een extra risico met zich mee, zowel voor de moeder als voor het kind. Daarom is het zaak er alles aan te doen om de bevalling zo normaal en spontaan mogelijk te laten verlopen. En lukt het niet vanzelf, dan leven we gelukkig in een tijd waarin je met wat extra hulp van buitenaf de bevalling toch goed kunt volbrengen.
Dit boek gaat louter en alleen over de bevalling. Ik heb als verloskundige (in dit boek wordt ook het meer ouderwetse woord ‘vroedvrouw’ gebruikt), samen met mijn collega’s van het Geboortecenrum Amterdam, duizenden bevallingen begeleid en daardoor een schat aan ervaring opgedaan. Deze ervaring heb ik vervolgens ook nog eens aan mijn eigen zwangerschappen en bevallingen kunnen toetsen. Dit boek is er een weerslag van. In dit boek komen daarom veel verschillende collega-verloskundigen aan het woord. Het bevat zowel oude als nieuwe inzichten, bijvoorbeeld over de kracht van weeën, het nut van baringspijn en het omgaan met deze pijn, met tal van voorbeelden uit de praktijk en met onmisbare gouden tips om je bevalling tot een onvergetelijke en indrukwekkende gebeurtenis te maken. De meeste ‘normale’ bevallingen in Nederland worden begeleid door verloskundigen. De huisarts neemt nog een heel klein percentage voor zijn rekening. Aangezien de huisarts, wanneer hij althans zelf bevallingen begeleidt, op eenzelfde manier werkt als de verloskundige, schaar ik hem in dit boek ook onder de term ‘verloskundige’. Voor het gemak beschrijf ik in dit boek de verloskundige als vrouw (‘zij’) en de gynaecoloog als man (‘hij’), vertrouwende op begrip van de mannelijke verloskundigen en de vrouwelijke gynaecologen. Ook beschrijf ik om die reden de partner en de baby als ‘hij’, maar lees ‘zij’ mocht dit van toepassing zijn. Ik wens je een goede bevalling en hoop dat dit boek ertoe bijdraagt dat je met veel vertrouwen en zin je bevalling tegemoet gaat... Beatrijs Smulders
WTK KOS VB 1 2010_KRAAMTIJD 09-11-10 09:02 Pagina 9
Het magische moment
1
9
Het magische moment
Na 280 dagen… Een zwangerschap duurt ongeveer veertig weken ofwel 280 dagen, berekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie. Dat is een gemiddelde, want in principe heb je vijf weken de tijd om te bevallen: van drie weken vóór de uitgerekende datum tot twee weken erna. De duur van de zwangerschap wordt niet alleen vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie berekend maar tegenwoordig ook altijd bevestigd met een termijnecho. Door vrienden en familie wordt altijd druk gespeculeerd over het tijdstip van de geboorte. Ook de zwangere vrouw zelf doet daar in de regel naar hartelust aan mee, want voorgevoelens en dromen zouden haar immers laten weten wanneer het écht begint! Vele factoren spelen een rol wanneer we spreken over de duur van een zwangerschap en het moment van de geboorte. Zo hangt het onder meer af van het moment van bevruchting: het moment dat de vrijgekomen eicel en de zaadcel elkaar daadwerkelijk ontmoeten. Dit hoeft niet per definitie direct na het vrijen plaats te vinden. Soms liggen de spermatozoa dagen te wachten tot het mo-
ment van de eisprong. De toestand van de placenta, de fysieke toestand van de moeder, maar ook de biologische klok van de moeder en die van het kind spelen een belangrijke rol bij de duur van de zwangerschap.
Het magische moment Wanneer breekt nu precies het magische moment aan dat de bevalling écht begint? Welke factoren spelen daarbij een rol? Wie bepaalt het tijdstip van de geboorte? Wát bepaalt de start van dat onomkeerbare proces van de bevalling waarbij de baarmoeder ritmisch begint samen te trekken en in principe niet meer ophoudt met ‘werken’ totdat de baby is geboren? Het zijn allemaal vragen die ook wetenschappers al heel lang bezighouden. Vast staat dat het kind zélf de meest bepalende factor is bij de duur van de zwangerschap. Toch moet de moeder er óók klaar voor zijn. De baby bepaalt de week waarin hij geboren wordt, de moeder bepaalt de dag en het moment waarop de weeën beginnen. Onder gezonde omstandigheden neemt de baby zo’n vier tot vijf weken voor de geboor-
WTK KOS VB 1 2010_KRAAMTIJD 09-11-10 09:02 Pagina 10
10
Veilig bevallen
te het voortouw. Hij beschikt als het ware over een eigen computerprogramma dat aangeeft hoelang de zwangerschap moet duren en zet – wanneer de tijd daarvoor rijp is – in het lichaam van zijn moeder een aantal processen in gang. Dat heeft tot resultaat dat in de placenta chemische veranderingen optreden. Allereerst wordt het hormoon progesteron, dat er al die tijd voor heeft gezorgd dat de baarmoeder zich koest hield, afgebroken. Vervolgens neemt de invloed van het hormoon oestrogeen samen met de aanmaak van prostaglandines toe. Het gevolg is dat de baarmoeder gevoelig en geprikkeld wordt om langzaam maar zeker ‘aan het werk’ te gaan.
Je ervaart dit doordat de baarmoeder vaker samentrekt en dus hard wordt. Dit is het begin van het ontzwangeringsproces. Je kunt dit zelf soms merken doordat je minder vocht vasthoudt, wat meer moet plassen en weer trek krijgt in dingen die tijdens de zwangerschap niet meer smaakten. Ook hebben vrouwen op het eind van de zwangerschap vaak overvloedige afscheiding die
Als de bevalling doorzet, komt de geboortelawine op gang
WTK KOS VB 1 2010_KRAAMTIJD 09-11-10 09:02 Pagina 11
Het magische moment
11
helder van kleur en waterdun is. Ook dát is het effect van meer oestrogenen. Een ander heel belangrijk hormoon dat actief wordt, is het moederhormoon prolactine. Dit hormoon bereidt de borsten voor op het geven van borstvoeding. Een bijeffect van prolactine is dat sommige vrouwen soms heftige nesteldrang krijgen en de neiging hebben om eindeloos kastjes te poetsen en te schrobben. Je wilt je nest veilig en schoon maken. Het zijn de eerste stappen die leiden tot een aantal onomkeerbare processen die elkaar versterken en ten slotte leiden tot het begin van de bevalling.
sluit de baarmoeder af en zit potdicht. Dit is noodzakelijk omdat je anders gevaar zou lopen je kind voortijdig te verliezen. De baarmoedermond is gemaakt van een stevig, stug soort bindweefsel, dat is te vergelijken met de hardheid van het kraakbeen van de oorschelp of de neuspunt. Bij een eerste kind is er enorm veel kracht nodig om de baarmoedermond millimeter voor millimeter te openen. Als de baarmoedermond al eens eerder helemaal is opengegaan, zal dat bij een tweede en volgend kind beslist gemakkelijker gaan, maar toch blijft het iedere keer weer een krachttoer.
De lawine Het bevallingsproces is goed te vergelijken met het beeld van een lawine: er is maar een klein zetje nodig waardoor de sneeuw begint te schuiven, maar dan dendert de al groter wordende sneeuwbal steeds sneller met een ongelofelijk geweld naar beneden. Daarna is er stilte. Bij een goede bevalling gaat het precies zo. Het begin van de bevalling verloopt meestal schoorvoetend en traag. Wanneer de bevalling eenmaal echt begonnen is, worden de weeën sterker en sterker en volgen elkaar sneller op. Hierna is het proces niet meer te stuiten. Alle reacties van het lichaam versterken elkaar en zorgen ervoor dat de baarmoeder wordt opgezweept en steeds harder gaat werken, totdat ze haar opdracht heeft volbracht. En wanneer het kind dan eindelijk geboren is, komt het proces ineens tot stilstand.
Tijdens de zwangerschap wordt de baarmoedermond afgesloten door een slijmprop. Deze vormt een extra barrière tegen infecties. Het is niet veel meer dan een gelatineachtige ‘fluim’ die kan loskomen als de baarmoedermond een beetje gaat ‘rijpen’. De baarmoedermond wordt zachter en platter en daarbij kun je ook een beetje helder rood of oud-bruin bloed verliezen. Soms verslijmt de slijmprop helemaal en dan zie je hem nooit meer als zodanig terug; je verliest dan gewoon veel slijm of rubberachtige, doorzichtige stukjes slijm. Soms zakt de slijmprop in zijn geheel naar beneden uit je vagina en tref je deze onverwachts in je onderbroekje of in de wc-pot aan. Dit kan een paar dagen vóór de bevalling gebeuren, maar ook aan het begin van de bevalling na een paar uur weeën opvangen. Bij heel snelle bevallingen zien we ook wel eens dat de slijmprop tijdens het persen mee naar buiten komt.
De baarmoedermond zit aanvankelijk potdicht Tijdens de zwangerschap overheerst in het lichaam van de moeder het hormoon progesteron. Dit hormoon zorgt ervoor dat de baarmoeder niet voortijdig gaat samentrekken, waardoor de bevalling te vroeg zou kunnen beginnen. De baarmoedermond
Het signaleren van de slijmprop heeft géén voorspellende waarde over het precieze moment waarop de bevalling gaat beginnen. Het is slechts een teken dat alles rijp is en dat de bevalling nu iedere dag kan plaatsvinden.