

KOGGESTAD KAMPEN
We hebben het plan een rondje op de IJssel te varen ter hoogte van de stad en daarna aan te leggen en te voet het oude centrum door te gaan. Omdat we gisteren meteen de jachthaven hebben opgezocht varen we terug naar waar de oude stad begint om vanaf daar alsnog Kampen te gaan ‘doen’.
We varen tegenstrooms terug naar de plaats waar Molen d’Olde Zwarver in 1952 van de dieplader is gegleden en keren daar om. In het tegenoverliggende Gat van Stoter is zelfs vissen verboden, maar er ligt wel een woonark die je kunt huren. Voor vogelliefhebbers schijnt het een walhalla te zijn: de Tjiftjaf is er waargenomen. Meteen na de lelijke kolos van Ausnutria Dairy ligt aan bakboord jachthaven De Bovenhaven. Volgens de website is het vanaf deze haven 10 minuten lopen naar de oude binnenstad. Ook leenfietsen behoren tot de havenfaciliteiten. We varen door en vinden kort daarna aan bakboord de Oorgatbrug. Helaas geeft die geen toegang meer tot de Burgel, de eerste stadsgracht van Kampen die achter de brug ligt. Het zicht op de stadsoever wordt op deze plaats volledig gedomineerd door de Bovenkerk. We nemen ons voor later even in de kerk te gaan kijken, varen langzaam door en vallen meteen met de neus in de boter. Aan bakboord ligt de Koornmarktspoort ons toe te stralen, de oudste van de drie bewaard gebleven stadspoorten van Kampen. Dit is nog eens wat je noemt een fraaie stadsentree!
1 De Koornmarktspoort straalt je op de IJssel toe. 2 ‘Cruiseport Kampen’ ligt tussen de Koornmarktspoort en de stadsbrug. 3 De evenwichtswielen van de Stadsbrug in Kampen zijn bekleed met bladgoud.
4 Vier eeuwen architectuur scheiden de Nieuwe Toren en de Stadsbrug.
STADSBRUG
In het hart van de stad ligt aan de IJsselkade de Vista Neo afgemeerd, een riviercruiser van een kleine particuliere
Duitse vakantierederij. Met rond 110 meter lengte en een dikke 11 meter breedte is het best wel een serieus vaartuig. ‘Cruiseport Kampen’ heeft in het seizoen 300 meter aanlegkade beschikbaar en de cruiseschepen mogen dubbel afmeren tot 50 meter breedte. Ze kunnen dus nog wel even vooruit, zeg maar. We wenden de steven naar de Stadsbrug. Die is met 25 jaar van tamelijk recente oorsprong, maar ligt wel op de plaats waar de eerste versie al in de 15e eeuw werd aangelegd. De hefbrug is prachtig, onder meer dankzij de met bladgoud vergulde evenwichtswielen waarover de kabels van de contragewichten lopen. De met het oog op de doorstroming slank gehouden brugpilaren zijn met een vooruitziende blik beveiligd tegen aanvaringen. Voor de pilaren duiken vanuit het water schuin oplopende schanscaissons op. Ze lijken wel een beetje op een springschans voor waterskiërs. Het gedeelte dat je ziet – de ‘springschans’ – is het topje van de ijsberg. De gevaartes





5 zijn namelijk 20 meter lang en 10 meter hoog. Ze zijn ontworpen om de kracht van een frontale aanvaring met een schip te kunnen doorstaan, heel bijzonder! Nog voor de brug kun je stuurboord uit met een halve draai tegenstrooms de jachthaven in van de WSV IJsselmuiden. De jachthaven heeft passantenplaatsen en een aangenaam centrale ligging.
BRUINE VLOOT
Meteen na de brug hebben we een nagenoeg ongehinderd uitzicht op de Nieuwe Toren. Dat is een vrijstaande stadsannex klokkentoren uit rond 1650, gebouwd op de plaats van een verbrande kapel. De toren bevat een befaamd carillon. Doorvarend komen we langs het domein van de Bruine Vloot die op dit gedeelte van de IJsselkade haar lig-
www.motorboot.com 34
5 Voorbij de Stadsbrug is de IJsselkade het domein van de Bruine Vloot. 6 Vanaf de IJssel is het zicht op de Nieuwe Toren vrijwel ongehinderd.
7 De VOC-replica de Halve Maen ligt voor zes weken in Kampen.
plaats heeft. In de voor de schippers ideale situatie zou de kade in deze fase van het seizoen leeg moeten zijn. We tellen vandaag maar drie zeilschepen. Ten opzichte van de achttien die in Kampen hun thuishaven hebben lijkt ons dat geen slecht resultaat. Zoals overal zal de vloot ook hier nog wel flink moeten aanpoten om de schade van de pandemie te boven te komen. Aan de overzijde van het water is de zandoever omgevormd tot een strandje, dat er met het mooie weer van vandaag heel uitnodigend uit ziet. Vrijwel meteen na het strandje takt aan stuurboord het Ganzendiep af, de vaarweg naar het Zwarte Meer. Aan de stadskant springt de 14e-eeuwse Buitenkerk in het oog, een hallenkerk met drie hallen. Door de afwezigheid van de bruine vloot hebben we er goed zicht op. Aan bakboord zien we dan al van ver een historisch schip liggen. Dat markeert de ingang van WSV de Buitenhaven, waar wij ligplaats hebben gekozen. Het blijkt dat de Halve Maen – de bekende replica van het VOC-schip dat de handel op Amerika heeft geopend – zes weken domicilie heeft gekozen in Kampen. In de ingang van de jachthaven treffen we ook de Kamper kogge aan. We zoeken ons plekje op en moeten erom grinniken hoezeer de jachthaven wordt gevuld door vogels van verschillende pluimage.

‘KAMPEN
WORDT HET ‘ROTTERDAM VAN DE MIDDELEEUWEN’ GENOEMD’

KOGGEN
De kogge is een schip dat is ontwikkeld binnen Hanzeverbond en dat rond het jaar 1200 ten tonele verschijnt. Door de komst van dit scheepstype verandert het speelveld aanzienlijk. Het is een robuust en zeewaardig schip met een lengte van tussen de 20 en 30 meter en een breedte tot meestal zo’n 8 meter. Waar tot die tijd goederen deels over land werden getransporteerd, maakt de kogge de tocht naar de Oostzee in één keer mogelijk. Dankzij de veel grotere scheepsruimen en het overslaan van de tussenhandel nemen de verdiensten aanmerkelijk toe. Het schip geldt dan ook als hét symbool van de middeleeuwse handelsvaart op de Oostzee. Niet voor niets voert de Nieuwe Hanze een kogge als logo. En dat geldt nog altijd voor het logo bij het kadertje Hanzesteden bij dit artikel. De handel en scheepvaart van Kampen drijft letterlijk en figuurlijk op dit schip. Rond 1400 heeft de stad een handelsvloot van zo’n 120 koggen.
METROPOOL
Kampen is in de Hanze-tijd een havenstad in hart en nieren en wordt om die reden het ‘Rotterdam van de Middeleeuwen’ genoemd. De ligging aan de IJssel en aan de Zuiderzee brengt de stad grote welvaart die resulteert in enorme groei. Aan het begin van de 15e eeuw telt de stad 11.000
Een verhaal dat de draak steekt met de domheid van bewoners of bestuurders van Kampen, wordt in deze stad een ‘Kamper ui’ genoemd. Een bekende ‘ui’ is dat het stadsbestuur het gras dat op de toren is gegroeid wil laten verdwijnen door er een koe te laten grazen. De koe, die aan een strop wordt opgetakeld legt natuurlijk voortijdig het loodje. De bevolking steekt daar uiteraard volop de gek mee. Gek genoeg is de benaming ‘Kamper ui’ desondanks uitgegroeid tot een geuzennaam voor dit soort volksverhalen en heeft bijvoorbeeld geresulteerd in de Kamper Ui(t)dagen. Om de start daarvan te vieren, hangt men bij wijze van folklore – en zelfspot – een koe in de Nieuwe Toren!

HANZESTEDEN
inwoners, dubbel zoveel als andere grote steden van die tijd. De stad is al een metropool als alleen nog de Grieken weten wat dat betekent. Daarvan getuigen talloze zaken.

Nederland telt 22 Hanzesteden. Kampen is er daar één van. Het van origine Duitse Hanzeverbond is een economisch-strategische samenwerkingsorganisatie van steden op het gebied van handel rond de Oostzee en de Noordzee. Het heeft gefunctioneerd van grofweg de jaren 1250 tot 1450 en telde op het hoogtepunt 200 steden, van Londen tot Novgorod. De deelnemende steden lagen altijd aan het water. Een flink aantal van de Nederlandse Hanzesteden vinden we langs de Gelderse IJssel.

www.motorboot.com
8
Zo schrijft Lübeck, de informele leider van het Hanzeverbond, zijn brieven aan ‘Kampen en de anderen’. De aanleg van de eerste stadsbrug in 1480 is een actie tegen de zin van de andere Hanzesteden, die ook nog eens knarsetandend moeten toezien dat Kampen er tol gaat heffen. Voor het graven van de trekvaart naar Hasselt geldt hetzelfde. Als belangrijkste van de Nederlandse Hanzesteden gaat Kampen gewoon zijn eigen gang. Als het nodig is rust de stad eigen oorlogskoggen uit om piraten, kapers of tegenstanders een kopje kleiner te maken. De stad wemelt in die tijd van de schepen die afmeren aan de IJsselkade, de Burgel of op de rede liggen in de IJsselmonding of op de Zuiderzee. De al ommuurde stad wordt in de 15e eeuw bijna verdubbeld in omvang door een forse uitbreiding westwaarts. Van de oude stadspoorten zijn er, naast de Koornmarktspoort, nog twee bewaard gebleven: de Broeder- en de Cellebroederspoort. Het kan natuurlijk niet anders dan dat het oude centrum overloopt van nog veel meer overblijfselen uit Kampens glorietijd.
‘DE BINNENSTAD IS RIJK AAN LEUKE, SMALLE STEEGJES’
STADSWANDELING
Bij de Tourist Info kun je de plattegrond voor een gemakkelijke stadswandeling downloaden. Nog voordat je daaraan begint, herinnert bij de Buitenhaven het Schokkermonument eraan dat de bewoners van het verdwenen eiland Schokland voor een belangrijk deel in Kampen zijn neergestreken. We lopen door langs de Buitenkerk waarvan de toren nooit meer is hersteld van de gedeeltelijke instorting in 1609. In de oude stadskazerne even verderop zit nu onder meer de bibliotheek. Omdat Kampen een aaneenschakeling is van dit soort monumenten, beperken we ons tot een paar ervan die je niet wilt missen. Dat zijn sowieso de twee poorten die we nog niet hebben gezien: de Broederpoort en de Cellebroederspoort. Beide zijn in 1465 verplaatst van de Burgel (Burgwal) naar de aarden wal die dan de nieuwe buitengrens van de stad gaat vormen. Je krijgt waardering voor hoe Kampen met zijn monumenten omgaat, want de beide poorten zien er oogverblindend uit. Hoewel het geen mustsee is, noemen we ook het kleinste huisje van de stad, gevestigd op Burgwal 98. Op minder dan 6,5 m² heeft hier ooit een gezin met drie kinderen gewoond: dat moet de superovertreffende trap van kleinbe-
DAGTOCHT KAMPEN

8 Het oude stadhuis staat in de top-100 van de Nederlandse monumenten. 9 De Cellebroederspoort is vernoemd naar een vlakbij gelegen klooster.
huisd zijn geweest! Verderop vergapen we ons eraan hoe de binnenstadspanden in de Geerstraat tegen vooroverbuigen zijn gestut. Nooit eerder zo’n oplossing gezien!
MONUMENTENBOLWERK
Vanzelfsprekend is de binnenstad rijk aan leuke, smalle steegjes, waar we uitgebreid van genieten. Je komt er ook af en toe een stuk oude stadsmuur tegen. We lopen even de Bovenkerk binnen, die we al zagen toen we de stad kwamen binnenvaren. De grote, gotische kruisbasiliek uit de 14e eeuw is het oudste gebouw van de stad en is een in elk opzicht imposante kerk. Op de weg terug naar onze jachthaven komen we nog langs een hele reeks mustsees, waarvan we er nog twee noemen. Het oude stadhuis van Kampen dateert oorspronkelijk van rond 1350 en staat in de top-100 van de Nederlandse monumenten. Het huisvest thans het stedelijk museum van de stad en herbergt de Schepenzaal, waar sinds de Middeleeuwen recht is gesproken. Het ‘toetje’ van ons rondje stad is het Gotisch huis uit 1500 aan de Oudestraat. Het pand is overgedragen aan Monumentenbezit en wordt in 2025 gerestaureerd tot ‘culturele hotspot’. We genieten even van de prachtige gevel en zoeken een terras op voor een biertje. Wat een fantastische plaats, dit Kampen! M

Alsof het zo moest zijn, is op 150 meter afstand van de Koggewerf in Kampen de zogenoemde IJsselkogge ontdekt. Het is een kogge van rond 1420 die in het zoete water onder de klei uitzonderlijk goed bewaard is gebleven. Het schip is in 2015 uitgegraven en heel voorzichtig geborgen. Voor conservering is het naar de Bataviawerf in Lelystad overgebracht. Dat conserveren is daar inmiddels gereed. Vanwege Kampens band met koggen en de Hanze is afgesproken dat de IJsselkogge daar ten toon zal worden gesteld. Na veel gedoe over de locatie wordt dat toch gewoon de Koggewerf. Daar moet de komende jaren een paviljoen met museum komen, dus het duurt nog even voordat je het gerestaureerde origineel kunt bewonderen. Tot die tijd doen we het met de Kamper Kogge, een fraaie replica.