AAN KLAZIEN VOORBIJ
We gaan op weg naar Kampen, ons laatste station op de Gelderse IJssel. Vanuit Hattem is dat hooguit 20 tot 25 kilometer varen en we hebben ook de stroming mee. We verwachten daarom een eenvoudige dagtocht die snel voorbij zal zijn. Hoewel dat inderdaad wel uitkomt zijn we vooral onder de indruk van wat we op dit kleine stukje onderweg aantreffen. Dat hadden we eigenlijk niet zien aankomen!
PIM VAN DER MAREL
We verlaten de IJsseldelta Marina in Hattem met goede herinneringen. De van zichzelf al aantrekkelijke locatie ligt ook op een uitermate geschikte plek voor een toertje over de grachten van Zwolle. We varen het havenkanaal uit en gaan bakboord uit stroomafwaarts de Gelderse IJssel op. Daar doemen al snel achter elkaar drie bruggen op, achtereenvolgens de Hanzeboog, de IJsselbrug en de 1
Nieuwe IJsselbrug in de A28. Het zijn vaste bruggen met een hoogte van ver boven de 10 m. Op ‘Rijnvaarthoogte’ heet dat, wat betekent dat er bij de hoogste waterstand nog altijd 9,10 m hoogte overblijft. De Hanzeboog ligt in de Hanzelijn die sinds 2012 Lelystad met Zwolle verbindt. De IJsselbrug verbindt sinds 1930 Zwolle met Hattem. De komst van de IJsselbrug betekende het einde van het Ka-

terveer. Zoals met meer van de bruggen over de IJssel is ook deze in 1940 opgeblazen om de opmars van de Duitsers af te remmen en in 1945 door de Duitsers om hetzelfde te doen met de geallieerde opmars. De brug is inmiddels een rijksmonument.
De Nieuwe IJsselbrug in de A28 is sinds 1970 in gebruik. De bruggen worden ook aangeduid als Brug Katerveer I en II. Tussen de beide IJsselbruggen passeren we aan stuurboord de Katerveersluizen, die ook buiten gebruik zijn gesteld.
VREUGDERIJKERWAARD
Na de bruggen passeren we aan stuurboord het Zwolle-IJsselkanaal dat de verbinding vormt met de stad Zwolle, het Zwarte Water en de Overijsselse Vecht. We varen er voorbij en krijgen dan aan stuurboord het natuurgebied Vreugderijkerwaard. Natuurmonumenten heeft er een nevengeul gegraven, parallel aan de IJssel. Dat geeft niet alleen meer ruimte voor waterberging maar ook de natuur profiteert ervan. Het gebied is uniek vanwege de zogenoemde stroomdalflora: dat zijn planten die alleen in het stroomgebied van een rivier groeien. Ooit gehoord van het


1 Aan stuurboord passeren we het ZwolleIJsselkanaal met de Spooldersluis. 2 Tegenover Zalk oogt zelfs een gekraakte boom in de uiterwaarden heel fraai. 3 Het Zalkerveer zet toeristen over van Zalk naar ‘s-Heerenbroek vv. 4 De Sint-Nicolaaskerk in Zalk heeft een toren uit het jaar 1220.
bevertje, de sikkelklaver of de blauwe bremraap? Wij ook niet! En er is natuurlijk een vogelkijkhut waar je bijvoorbeeld de visdief, kluut, zwarte stern of bruine kiekendief kunt proberen te spotten. Die klinken ons gelukkig wat bekender in de oren. Het natuurgebied is niet vrij toegankelijk maar dat geldt dan kennelijk weer niet voor het aangelegde ‘laarzenpad’. Dat pad voert langs de ‘zitplaats ruimte voor de rivier’, die in Google Maps opduikt als een toeristische attractie. Om er te komen moet je ergens aanleggen en dat lukt niet eerder dan bij het pontje van ’s-Heerenbroek verderop, denken wij. Het is dan echter naar de parkeerplaats van Natuurmonumenten wel een flinke tippel. Tsja, voor de kiekendief moet je wel wat over hebben… DAGTOCHT


ZALK
Doorvarend worden we alweer – zoals eigenlijk doorlopend – getrakteerd op een prachtig stuk IJssel. We zakken de rivier steeds verder af en de sterke stroming van het begin wordt stroomafwaarts gaandeweg minder. Niettemin overtreft de snelheid op de gps die door het water nog steeds met 3 tot 4 kilometer en krijgen we dus een stevige zet mee. We passeren aan bakboord het op het oog nietige dorp Zalk. Nou kennen sommigen van ons dat waarschijnlijk van ene ‘Klazien uut Zalk’ (zie kader). Maar behalve door Klazien kenmerkt de plaats zich door nog vier opmerkelijke bijzonderheden. In de eerste plaats was Zalk het domicilie van de familie Van Buckhorst. De familie bewoonde er de gelijknamige havezathe, gebouwd op de overblijfselen van een in het jaar 1224 verwoest roofridderslot. De roemruchte familie heeft in de plaatselijke kerk onder meer een familiegraf. In de
KLAZIEN UUT ZALK
Klaasje van den Brink uit Zalk (1919 -1997) heeft grote belangstelling voor de geneeskrachtige werking van kruiden. Met de van haar grootvader opgedane kennis verdiept ze zich verder in kruiden en medische wijsheden. Ze kan er humoristisch over spreken, zowel verstaanbaar als in dialect. Verhalen op bruiloften, partijen en bij vrouwenverenigingen leiden uiteindelijk tot frequente televisieoptredens, onder meer als vaste gast van het programma Passage. Daar debiteert ze wijsheden als: ‘Mensen die wat wille, stoppen gewoon wat dille tussen de bille’ en ‘Begint de kat te miauwn, dan kun je de zon niet meer vertrouwn’. Haar populariteit leidt zelfs tot de parfum- en cosmeticalijn ‘Klaziens Kruiden-Kosmetica’. Dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij haar een ‘ouderwets kwakzalvertype’ noemt heeft haar nooit gedeerd en niet aan haar ‘carrière’ in de weg gestaan.

5 Het natuurgebied De Welle is nog in ontwikkeling. 6 Molen d’Olde Zwarver is per dieplader verplaatst naar de huidige locatie. 7 De Molenbrug is een tuibrug die hangt aan twee pylonen van 57 m hoogte.

wij ons ooit oneerbiedig over Zalk hebben uitgelaten, dan is dat hopelijk nu rechtgezet!
tweede plaats is de kerk zelf bijzonder. Deze is gesticht door diezelfde Van Buckhorsters en de Romaanse toren van de kerk dateert dan ook uit het jaar 1220. Om het nog wat boeiender te maken is de kerk gewijd aan de heilige Nicolaas van Myra. En laat dat nou de man zijn waaraan we het volksfeest met de pepernoten op 5 december danken! In de derde plaats heeft Zalk een maalvaardige stellingmolen uit 1860. De achtkantige houten korenmolen is inmiddels een rijksmonument en kan worden bezichtigd op zaterdag. In de vierde plaats ligt bij de plaats het Zalkerbos, wat één van de weinige bossen is dat als zogenoemd ‘hardhoutooibos’ bewaard is gebleven. Dit type bos ontwikkelt zich alleen langs rivieren en dan liefst op plaatsen waar je ook heel goed woningen kunt neerzetten. Als de gemeente er niet ecologisch mee was omgesprongen zou ook dit bos het loodje hebben gelegd. Mochten
VEERPONT
We varen verder en blijven gefascineerd door de schoonheid van de IJssel. Tegenover Zalk ziet zelfs een gekraakte boom in de uiterwaarden eruit als een plaatje. In een grote bocht naar bakboord ligt het Zalkerveer, de enig overgebleven veerverbinding – alleen in het seizoen dan – op dit stuk. Het vrijvarende fiets- en voetgangerspontje is een toeristische
SNELSTROMEND
trekpleister die gerund wordt door mensen met een verstandelijke beperking. Aan de kant van ’s-Heerenbroek meld je je aan in het theehuis, aan de kant van Zalk hangt een bel. Die hoort natuurlijk nooit iemand, maar dat hebben ze creatief opgelost: de bel doet een zoemer overgaan in het theehuis.
DE WELLE
We varen door en verwonderen ons dat je je in zo’n oer-Hollandse omgeving te gast kunt voelen. De uiterwaarden zijn hier het exclusieve
De Gelderse IJssel heeft van zichzelf de neiging te verzanden. Om twee redenen wordt ruim 10% van het Rijnwater via het Pannerdensch Kanaal erdoorheen geleid. De eerste reden is dat we daarmee het IJsselmeer – onze ‘nationale regenton’ – vullen voor droge tijden c.q. als waterberging gebruiken. De tweede is dat de vaargeul van de IJssel voldoende diepte moet houden. De stroomsnelheid in de vaargeul wordt extra versneld met kribben. Die versmallen het stroombed waardoor het water er sneller doorheen wordt geperst en dat houdt de geul diep. Vorige zomer is de stroomsnelheid in de vaargeul door extreme regenval in Zwitserland en Oostenrijk extra hoog geweest: in de kop van de IJssel ruim 6 km/u.
BLAUWVINGERS
De steden langs de Gelderse IJssel zijn in de Hanze-tijd niet alleen collega’s maar ook elkaars concurrenten. In het geval van Hattem valt dat laatste nog wel mee, maar tussen Kampen en Zwolle is op zijn minst sprake van heftige rivaliteit. De Zwollenaren krijgen al in de 15e eeuw de scheldnaam ‘blauwvingers’. De leukste verklaring daarvoor is dat Zwolle kerkklokken levert aan Kampen die beledigende liedjes spelen en dat ook nog eens tegen een woekerprijs. Kampen betaalt in koperen stuivers, waardoor het dagen duurt om het geld te tellen. En koper geeft blauw af aan je vingers… Leuk is dat de scheldnaam anno nu een populaire lading heeft gekregen die je bijvoorbeeld terugvindt in de Zwolse Blauwvingerdagen, één van de grootste braderieën van ons land.
domein van de grote en kleine grazers en op de rivier zijn wij de gelukkige passanten. Aan bakboord passeren we het aankomend natuurgebied De Welle. Het ligt aan de Hank, een zijtak van de IJssel. In 2015 is er een meestromende geul aangelegd voor waterbergingsdoeleinden, die zich ontpopt als een prima leefgebied voor flora en fauna. Het is als Natura 2000-gebied nog in ontwikkeling. Op het punt waar je geneigd bent het gebied binnen te varen, ligt een begroeid zandeilandje. ‘Ingang ondiep’, vermeldt de waterkaart volledigheidshalve. Geen nood: onderdeel van De Welle is het Koeluchtergat, en dat kun je – een kilometertje verderop – wel invaren en is voldoende diep. Het gebied is populair als duikstek en dat houdt altijd in dat je er heel helder water hebt.
WILSUM
In de lange bocht naar stuurboord dwingt de rode betonning af dat je in de vaarweg aan de bakboordkant blijft. We passeren aan stuurboord de plaats Wilsum, alweer zo’n gehucht van minder dan 1.000 inwoners. En ook hiervan vallen we bijna flauw. De plaats duikt voor het eerst op in 1213 en blijkt al voor het jaar 1321 stadsrechten te hebben gekregen. Het kerkje waar we op kijken gaat door voor de oudste kerk van Overijssel: het is de Sint-Lambertuskerk van rond het jaar 1050. Niks gehucht, het is een
stadje!
STADSENTREE
Even verderop takt aan het eind van een lange bocht naar bakboord het Reevediep af naar het Drontermeer. We zijn dan op het punt waar we Kampen binnenvaren, onder de Molenbrug door: een tuibrug aan twee pylonen van 57 m hoogte. De brug ligt in de N76 tussen Kampen en Zwolle. Ze dankt haar naam aan de op korte
afstand liggende molen d’Olde Zwarver. De molen dateert uit 1842, mogelijk zelfs eerder. Ze stond in 1952 op de nominatie om gesloopt te worden, maar dat stuitte op verzet van de Kampenaren. Om die reden is de gehele molen toen per dieplader verplaatst naar de huidige locatie. Aan die verhuizing dankt de molen haar naam. Dankzij meerdere restauraties ziet de molen er patent uit. Ze wordt maalvaardig gehouden door vrijwilligers en is op zaterdag te bezoeken. Voordat we het mooie oude stadsdeel van Kampen in zicht krijgen passeren we aan bakboord een kolos van een zuivelgigant. Het is een fabriek van het Chinese Ausnutria Dairy, genoteerd aan de beurs van Hong Kong. Het gevaarte ziet er industrieel en dus ongezellig uit. Dat strookt niet met wat we van Kampen hebben gehoord, dus dat kan alleen maar beter worden. De dag is voor een groot deel verstreken en daarom zoeken we onze jachthaven op. Morgen gaan we eerst eens even uitgebreid langs het oude centrum varen! M
