jaargang 53 | 9 juni 2016 #12
Onafhankelijk magazine Tilburg university
Iconische studentenhuizen
Lesgeven telt even hard mee
2
In deze Univers
05
11
Van Pilspaleis tot bierlul
Medezeggenschap op de schop
Wat is de magie van het studentenhuis? Univers ging op bezoek bij vier iconische huizen in Tilburg.
Voor niet-wetenschappelijk personeel is de medezeggenschap flink op de schop gegaan. Echt lekker loopt het nog niet.
18
22
Lesgeven telt even hard mee
The tradition of commemorating
Op universiteiten zijn het altijd de onderzoekers die ‘scoren’. Univers vroeg TiU-docenten of zij zich wel genoeg gewaardeerd voelen.
overige artikelen 17 Roep om meer vaste docenten Rubrieken 4 Waar is Univers 4 FF bellen met 10 En Passant
9 juni 2016
Commemorations are important for Tilburg University. It is a way to express our values, traditions and desired mindset.
10 Goudhaantje 14 Beeldend 16 De Vijf van Eijff 22 Recensies 22 Wè nou? 23 Masterscriptie 23 Over de schutting 28 Schappelijk Nieuws
COLUMNS 3 Luuk Koelman 13 Tom Grosfeld 21 Erik-Jan Broers 27 Marianne Lalande
3
Van de redactie Hulde aan de docent Voor studenten hier op de campus betekent de term BEST niets. Toch is de pijnlijke bezuinigingsoperatie BEST opgezet om het onderwijs op deze wonderschone universiteit te verbeteren. Meer handen aan het bord is het devies, zoals er in de zorg wordt gesproken over meer handen aan het bed. Werd in de zorg vooral geprobeerd de managersplaag terug te dringen, bij de universiteit is het vooral het ondersteunend personeel dat in aantal vermindert. Maar daar komen, als het goed is, docenten voor terug. Helaas krijgen die docenten niet altijd de waardering die ze verdienen. “Als je goed lesgeeft krijg je een bloemetje, als je goed onderzoek doet dan krijg je twee flessen champagne”, zei Bob van den Brand op Universonline. Toch lijkt het langzaam maar zeker beter te gaan met de waardering. De universiteit wil onderwijs belangrijker maken in de carrièrepaden van wetenschappers. Daarom in deze Univers: hulde aan de docent. Moge er vele docenten een vast contract krijgen in plaats van een stempel en een sticker. Francine Bardoel, hoofdredacteur f.bardoel@uvt.nl
Poll
TiU heeft 12 vacatures exclusief voor vrouwen
61% 32% 7% Prima, meer vrouwen aan de top (32%, 44 stemmen)
Belachelijk, kwaliteit gaat boven sekse
Ik ga me nu om laten bouwen (7%, 10 Stemmen)
(61%, 85 stemmen) Stemmen op de volgende poll 'In alle eerlijkheid, hoe gelukkig ben je nu?' kan op Universonline.
colofon
Univers #12 | 9 juni 2016
Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Dolph Cantrijn Productie PrismaPrint Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 13 van jaargang 53 verschijnt op 30 juni 2016 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Francine Bardoel (hoofdredactie), Sam Breukelaar, Erik-Jan Broers, Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Nathan de Groot, Tom Grosveld, Chris Gijzen, Luuk Koelman, Marianne Lalande, Jan Ligthart, Bas van der Schot, Bart Smout, Ton Toemen, Jack Tummers, Ron Vaessen, Marga Walsh, Jeroen Wienen, Niek Willems, Jozien Wijkhuijs.
column Luuk Koelman
Het eigen gelijk Iedereen mag roepen wat ie wil. Maar dat betekent nog niet dat ik verplicht ben ernaar te luisteren. Het is dé reden waarom ik al jaren geen tv meer heb. Op tv moet alles en iedereen altijd maar weer met elkaar in debat. Vreselijk. Dat buitelt maar over elkaar heen. Over Sylvana Simons, Zwarte Piet, vluchtelingen, Erdogan. En het leidt nergens toe. Ik bedoel: ooit wel eens iemand op tv een mening zien bijstellen? Van al die ellende bleef ik dus verschoond. Maar tegenwoordig waant iedere burger zich de colporteur van het eigen gelijk. Ik merk het op feestjes. Geen babbeltjes meer, maar een hijgerig: “Zeg, wat vinden jullie eigenlijk van die Sylvana?” En dan breekt de pleuris uit. Veel geschreeuw en wegwerpgebaren. Tot vervelens toe wordt het eigen standpunt herhaald, desnoods opgetuigd met de nodige feitenvrije argumenten (“Het stond op Facebook!”). En dat heet dan een discussie. Maar een discussie kun je het nauwelijks noemen. Discussiëren doe je om samen tot een oplossing te komen. Maar als je dat zegt op een feestje, word je vuil aangekeken. Samen? Een oplossing? Dat riekt naar nuance! Nuance is tegenwoordig een vies woord. Het impliceert dat je argumenten van beide kampen tot je hebt genomen. Bah, dat moeten we niet willen met zijn allen! Wie nuance aanbrengt in een discussie, is een wegkijker. Een lafaard die de feiten niet durft te benoemen. Maar goed, tegen die tijd sta ik allang weer bij de kapstok, jas over de arm. Het was weer gezellig! Want zoals gezegd: iedereen mag roepen wat ie wil, maar dat betekent nog niet dat ik verplicht ben ernaar te luisteren.
9 juni 2016
4
ff bellen met
Waar is Univers?
tekst Jozien Wijkhuijs foto Jack Tummers
misschien wel bij jou in de buurt
Marieke Hopman Met succes wierf Marieke Hopman via de universitaire crowdfunding-site de financiering voor haar eigen onderzoek naar kinderrechten. Ze is een jaar bezig en hield eind mei een presentatie over het recht van kindere op onderwijs. Wat houdt je onderzoek in? Ik wil kinderrechten begrijpen door via de ogen van kinderen te kijken. Zo hoop ik beter te begrijpen hoe hun rechten worden geschonden door wie over kinderen beslist, bijvoorbeel ouders en scholen. Honderden mensen hebben financieel bijgedragen, zie je die ook terug bij zo’n presentatie? Zonder hen was het nooit mogelijk geweest. Een aantal komt ook echt naar de presentatie. Ik heb een blog over het onderzoek en dat wordt ook actief gevolgd. Ik krijg mailtjes met reacties. Mensen lezen de rapporten en denken echt actief mee. Mijn master heb ik ook gedaan met crowdfunding. Het leuke is dat mensen dan echt betrokken raken in je onderzoek. Heb je nog meer geld nodig, of kun je zo verder? Ik ben nog bezig met fundraising, gelukkig loopt dat goed. Maar een contract krijgen bij de universiteit is nog niet gelukt. Juridisch is dat een lastig verhaal. We kijken nog hoe we daar ooit gaan komen. Rianne Letschert, je promotor, is de nieuwe rector in Maastricht… Dat klopt. Met Rianne naar Maastricht gaan, is ook een mooie mogelijkheid.
9 juni 2016
In de kloostertuin van Jheronimus Het Mariënburgklooster in Den Bosch ligt er stilletjes bij op de woensdagmiddag. Het enorme gebouw aan het water maakt een statige indruk en verraadt in niets de grootste plannen die de Technische Universiteit Eindhoven en Tilburg University ermee hebben. Achter veel ramen zijn de gordijnen hermetisch gesloten en ondanks dat er licht brandt in een van de ruimtes, is er geen mens te bekennen. De Jheronimus Academy of Data Science vindt zijn thuishaven vanaf 1 september in dit gebouw. Het wordt een departement van TiSEM, besloten de universiteiten eind mei. Bij de deur hangen nu nog bordjes van allerlei katholieke organisaties. Nieuwsgierigen die aanbellen, bijvoorbeeld een niet nader te noemen Universredacteur, kunnen lang wachten voor de enorme houten deuren. Er doet niemand open en er is zelfs geen aanwijzing dat iemand het rinkelen van de bel gehoord heeft. Aan de achterkant van het gebouw staat een groepje bouwvakkers rondom een auto en een wit busje. Ze bediscussiëren wie van hen
het eerst via de poort het terrein gaat verlaten en met welke auto. Een van hen haalt zijn schouders op als ik vraag of hij weet waarom ze het gebouw moeten aanpassen. “Ja, er moet onderzoek worden gedaan in sommige ruimtes geloof ik. We maken ze groter,” zegt hij. Naar binnen mag ik niet. Dat kan namelijk niet zonder bouwhelm en die heeft hij niet meer over. Die van iemand anders lenen mag ook niet. De slotenmaker die druk bellend aan komt lopen vraagt aan mij wat voor soort gebouw dit is. Verderop worden oude stoelen uit het gebouw getild. Dan maar het park achter het klooster in. Een beeld, nagemaakt van een schilderij van Jheronimus Bosch, twee oren met een mes ertussen, staat trots midden op het gras. In de kapel is een natuurtentoonstelling die alleen op zaterdag open is. Het is niet moeilijk om je groepjes studenten voor te stellen die op het gras zitten, tegen het oor aanleunen of een frisbee overgooien. Vooralsnog heerst echter nog de complete, kloosterlijke rust.
5
leestijd
7
minuten
tekst niek willems fotografie dolph cantrijn
Van Pilspaleis tot bierlul: iconische studentenhuizen Het studentenhuis: het heiligdom van de losbandige student. Wat is nou de magie van die grote (heren)huizen, bewoond door steeds wisselende jonge studenten? Univers bezocht vier iconische studentenhuizen.
D
e schôônste stad van het laand kent een aantal pareltjes. De zoektocht bracht Univers op mooie plekken. Plekken waar we anders nooit hadden kunnen komen. Of durven komen. Want, laten we eerlijk zijn, een studentenhuis lijkt niet altijd helemaal te voldoen aan de veiligheids- en hygiënevoorschriften. Niet dat daar iets mis mee is. Een spik en span studentenhuis: daar zit niemand op te wachten. Leeftijd geeft een studentenhuis karakter. En met leeftijd komen nu eenmaal ouderdomskwaaltjes. Overigens lijken de meeste studentenhuizen ook niet te kijken op een stapeltje afwas meer of minder, maar dat terzijde.
Waar kijken ze wel naar? Drank is belangrijk. Maar ‘gezelligheid’ lijkt het centrale thema. De nieuwbakken studenten hebben geen zin om in hun eentje de avond door te brengen op een kamertje van 4 bij 4 meter. Bakje koffie hier, pilsje daar, gezellig samen eten; daar doen ze het voor. De huizen herbergen vaak een mooie historie. Zo woont dispuut Black and White in een ruim honderd jaar oud pand, dat al een halve eeuw bewoond wordt door het dispuut. Een ander huis waar we langs gingen werd zelfs bijna Studentenhuis van het Jaar. Ieder huis heeft wel iets unieks. Tradities die door de jaren heen ontstaan en die de bewoners net zo eigen worden als het wachtwoord van hun telefoon. Een muur, waar de meest memorabele momenten van het huis op geschreven worden. Een potje kaarten na het
eten. Of de favoriete huissnackbar. Zo worden die huisgenoten geleidelijk aan vrienden. Je ziet ze meer dan je oude vrienden, je familie en je vriend(in). Soms leer je elkaar zo goed kennen, dat je zelfs dingen te weten komt die je liever niet wist. Of waarvan je huisgenoten liever niet hadden dat jij ze weet. Je zou bijna denken: wie wil dan nog ‘thuisthuis’ wonen? Het is een vraag waar de studenten in deze huizen maar moeilijk een antwoord op kunnen bedenken. Want wie zou niet met 10 vrienden in een huis willen wonen? Wij beginnen het ons ook af te vragen. Genoeg geluld. Univers pakte de notitieblok en ging op de koffie, op zoek naar de waarheid én de sterke verhalen achter vier archetypische Tilburgse studentenhuizen. >>
9 juni 2016
6
Black and White Welkom in casa Black and White, waar de bewoners wekelijks zo’n vijftien kratten pils wegtikken. En ja, er wordt af en toe ook gestudeerd. Het dispuutshuis van de heren is gelegen aan het Wilhelminapark. De woning kent een lange geschiedenis: in 1903 werden de eerste stenen gelegd en tot 1960 woonde er een textielbaron. Daarna streek Black and White er neer. In 2006 kocht het dispuut het huis op. Momenteel wonen er vijftien heren, waarvan het grootste deel aan de universiteit studeert. “Als je hier komt wonen, dan heb je een leuke tijd”, vertelt voorzitter Stefan Bloemheuvel (20), student Communicatie- en Informatiewetenschappen. “Maar je groeit ook als persoon. Je leert hier om ergens voor te gaan. Onze lijfspreuk is leef, groei en bloei.” Dat gebeurt onder andere door middel van een ontgroening. Daar mogen de mannen overigens vrij weinig over zeggen. “Je wordt geconfronteerd met iets waar je hard je best voor moet doen. Maar daar leer je van. Je krijgt er enorm veel voor terug.” Ze zijn vrienden en tegelijkertijd ook broers, vertellen de bewoners. De sfeer is gemoedelijk. Er wordt elke dag geouwehoerd en samen gegeten. Na het diner spelen de bewoners het spel ‘fiven’. De verliezer is de sjaak en moet de vaat doen. Deze avond hebben de bewoners een com-
9 juni 2016
7
Het Deephouse (zie ook coverfoto)
missievergadering bij Olof aan de Spoorlaan. Een van de pronkstukken van het huis: er staat een jacuzzi in de achtertuin. Er is tevens een huisbar en een grote horecakeuken. De heren zijn niet vies van een pilsje: per week jassen de bewoners er zo’n vijftien kratten bier doorheen. Lastig, al dat gesjouw vanuit de supermarkt? Nee hoor: ze hebben een contract met een brouwerij. Die brengt elke week het bier aan huis. Niks meer aan doen dus. Het dispuutshuis kent tientallen tradities. In de hal hangt een bel. Als iemand die een hengst geeft, moeten andere bewoners alles laten vallen waar ze mee bezig zijn. Tijd om koffie te drinken in de gezamenlijke woonkamer, zonder telefoon. En wie niet naar beneden komt, wordt uit bed gesleurd. Heeft iemand een dame op bezoek? Dan moet die ook mee. Het dispuutshuis lijkt op het eerste
oog een beetje chaotisch. Maar er is wel degelijk sprake van structuur en samenwerking. Noem het gerust een geoliede machine. Stefan: “De bierlul zorgt voor het bier; de keukenlul zorgt voor het kleine spul zoals kruiden en de huislul doet de klusjes. We spreken iemand aan als hij zijn klusje niet heeft gedaan.” Irritaties worden hier sowieso direct met elkaar besproken, zegt de voorzitter. “Je woont hier toch met vijftien mensen op elkaars lip. Als er frustraties zijn, dan worden die verpakt in directe grappen.” En mocht een bewoner zijn gelijk willen halen, dan kan dat ook door middel van een gevecht. Zie het als een stoeipartij in de gezamenlijke woonkamer: “Meestal duurt dit maar tien seconden en dan is iedereen moe. Dan zeggen we tegen elkaar: waar zijn we mee bezig? Wie fietst er mee naar de uni?”
Deephouse, dat is toch een laffe substroming van house? Daar gaat het huis aan de Diepenstraat niet in mee. Want laf kun je het studentenhuis niet noemen. Waarom ze niet laf zijn? “Nou, we hebben bijvoorbeeld een berucht concept op onze huisfeestjes”, vertelt Nikki. “Ieder uur gaat een wekker af en dan gaan er schalen shotjes rond. We noemen het shot around the clock.” Ze doen meer dan alleen feesten aan de Diepenstraat. De huisgenoten kennen elkaar door en door. Niet alleen elkaars persoonlijkheid, ook elkaars meer intiemere escapades. “Zo weten we bijvoorbeeld precies welke scharrel over de vloer is bij sommige huisgenoten, door het geluid dat het bed maakt”, geeft Jens aan. “Of door andere geluiden die uit de kamer komen”, vertelt een andere huisgenoot lachend. Zoals ieder studentenhuis heeft ook het Deephouse zo zijn memorabilia. Aan de Diepenstraat is dit de ‘Koen-kan’. “Die staat standaard in de wasbak”, geeft bewoner Koen aan. “Na het stappen wordt die gevuld en drink ik die in een keer leeg. Gegarandeerd dat de dag daarna mijn kater meteen weg is.” “Moeten we nog iets zeggen over de frietmeneer?”, vraagt Nikki opgewekt. “Ja, hij is wel een belangrijk deel van ons leven.” Frietmeneer verwijst naar de snackbarhouder aan het eind van de straat. Zo had huisgenoot Stijn als doel alles op de kaart te proberen. Hij ging de kaart op volgorde af. “Hij ging op een gegeven moment wekenlang niet naar de snackbar, omdat hij een halve haan bij zijn friet moest nemen. De relatie met de frietmeneer is zo goed dat hij zelfs op ons huisfeestje kwam.”
9 juni 2016
8
Naast Ernie In 2013 werden ze bijna Studentenhuis van het Jaar. Wekenlang stonden ze bovenaan de ranglijst, maar op het laatste moment werd Huize Naast Ernie voorbijgestreefd door een huis uit Eindhoven. In de harten van de bewoners is het huis echter studentenhuis voor het leven. Naast Ernie is een huis van tradities. Zo ontwikkelde het huis een eigen drankspel, is er jaarlijks een paasdiner en krijgt iedere vertrekkende huisgenoot een afscheidsfeest. Die tradities hebben de tijd gehad om te rijpen, want het huis is al sinds begin jaren 90 studentenhuis. Dat brengt historie met zich mee, wat meteen duidelijk wordt wanneer je de woonkamer inloopt. Op de muren vind je een soort dagboek, dat teruggaat tot 2008. Helaas is de muur in dat jaar opnieuw geverfd, dus alle teksten van daarvoor zijn verloren gegaan. Op de ‘wist je dat-muur’ staan verwijzingen naar opvallende acties van de bewoners. “Maar dan wel een beetje cryptisch geformuleerd”, geeft bewoner Rowie aan. Uit een snelle blik op de muur blijkt dan een van de huisgenoten ervan overtuigd is dat 24 in de tafel van 7 zit. Een ander is van mening dat er “meer gevoeld en geneukt moet worden”. Voor zover het cryptische. Huize Naast Ernie ligt in Tilburg-Zuid en de bewoners genieten van de buurt. Bijvoorbeeld van Glenn Draatloos. U leest het correct, met een “t”. “Dat is de naam van de wi-fi van de buurman. Glenn is een schatje. Voor 20 euro brengt hij alles voor je weg in zijn aanhangwagen. Ideaal op de dag na een huisfeestje.” En die huisfeestjes kunnen vrij heftig zijn, zo toont onderstaande foto.
9 juni 2016
Cees’ Pilspaleis Wie vernoemt zijn studentencrib nou naar de huisbaas? De bewoners van de Tuinstraat 68 dus. Treed binnen bij Cees’ Pilspaleis, een gemengd huis waar slechte woordgrappen aan de orde van de dag zijn. “Zoals je ziet houden we van speciaalbiertjes”, zegt bewoner Gijs Timmermans als hij naar tientallen lege flessen in de keuken wijst. De bewoners houden een track record bij van speciaal bieren op Untappd, een applicatie waar je ze kan afvinken. Aan gezelligheid geen gebrek in Cees’ Pilspaleis. “Het is een grote familie hier. Op een goede dag duurt het twintig minuten om op mijn kamer achter in het huis te komen, omdat ik bij veel andere kamers binnenwandel.” Volgens medebewoner Erik Knoops kent de Tuinstraat 68 een ‘open sfeer’. Er is geen gezamenlijke woonkamer, dus vindt het interview plaats bij een medebewoner aan tafel. “Die is zelf
niet thuis nu. Maar de deur staat altijd open voor een praatje.” De kracht van deze crib zit ‘m in de variatie. Er wonen drie heren en vijf vrouwen. Een groot deel studeert aan de universiteit. “Ik vind het leuk om te zien hoe ons huis zich ontwikkelt”, vervolgt Erik. “Ik woon hier nu drie jaar. Eerst ging iedereen bijna iedere avond zuipen. Nu zijn veel bewoners bezig met hun stage of hun thesis. Iedereen zit ongeveer in dezelfde fase.” Gijs voegt toe: “Als je net 18 jaar bent en je komt in ‘de grote stad’ Tilburg te wonen, dan is alles leuk. Maar je merkt dat je op een gegeven moment minder behoefte hebt aan het stappen.” Natuurlijk is het niet altijd feest. Er zijn ook kleine irritaties in Cees’ Pilspaleis. Erik: “Maar dan hebben we het over de standaard ergernissen: als iemand zijn spullen niet opruimt bijvoorbeeld.” Dat mag de pret overigens niet drukken. Er wordt regelmatig
9
samen gegeten. Wat er vaak op het menu staat van de Tuinstraat 68? Wraps of pasta met rode saus. Gijs: “We koken ook vaak AGV’tjes: aardappelen, groente en vlees. En we barbecueën vaak.” De bewoners schuiven hun trots op bepaalde huis-attributen niet onder stoelen of banken. Er is een biermuur, een opblaaszwembad op het dakterras - oftewel een ‘infinity pool’, een Gamecube en een poster van Geert Wilders op de wc. Erik: “Mij zullen de schimmelrandjes in de douche voor altijd bijblijven.”
9 juni 2016
10
En passant
Goudhaantje
Katrijn van Deun Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? “Je betrapt me op het daadwerkelijk lezen van een proefschrift”, reageert Prof. Dr. Jean Vroomen met een lach op zijn gezicht. Vroomen, al bijna dertig jaar in dienst van TiU, stelt vragen op voor een promotie in Maastricht. “Dan kijk ik bijvoorbeeld naar de voortgang. Eerst deden ze dit, toen dat. Daar stel ik vragen over.” Naast de cognitieve neuropsycholoog staat een doos met sigaren. “Die zal ik maar niet opsteken voor de foto”, grinnikt de professor. Eigen haard & collegezaal Een haardvuurtje kan zeer behaaglijk zijn om naar te kijken. Dat vonden een paar TiSEM-studenten ook. Toen een docent niet kwam opdagen streamden ze in een collegezaal een gezellig haardvuur op het grote scherm om behaaglijk bij te studeren.
student & vouwen ‘Studenten eerst platvouwen’ is de aanwijzing bij de papiercontainers. “Ik ben bang om die container open te maken”, schreef Frank Bosman op Facebook. Het bordje hangt in Prisma en Frank kan gerust zijn: no body there.
bos & hutjes Terwijl in Den Bosch druk wordt gezaagd en getimmerd aan de huisvesting van de Jheronimus Academy of Data Science, wordt hier op de campus ook druk gebouwd. Helaas is onbekend voor of door wie de boshutjes rond het Cobbenhagengebouw zijn gebouwd. Ze werken in ieder geval met een klein budget.
9 juni 2016
Universitair docente Katrijn van Deun kreeg op 13 mei een Vidi-beurs. Zij is één van de 87 gelukkigen, en de enige dit jaar aan de TiU, die € 800.000 krijgt voor een onderzoeksvoorstel. “Ik heb al heel wat pintjes getrakteerd.” Waarom heb je de Vidi-beurs gekregen? “Je moet aan drie aspecten voldoen om in aanmerking te komen voor de beurs. Dat zijn kwaliteit van de onderzoeker, kennisbenutting en kwaliteit samen met innovativiteit en als derde wetenschappelijke impact van het onderzoeksvoorstel. Als je op elk aspect als zeer goed beoordeeld wordt, kom je in aanmerking voor de beurs.” Waar gaat jouw onderzoek over? “Het onderzoek gaat in op een knellend en actueel probleem: Big Data gebruiken om hypothesen en kennis te genereren en om beter te kunnen voorspellen. Deze data zijn er wel, maar worden vaak niet helemaal benut omdat de data-analysetechnieken niet goed genoeg zijn. Uiteindelijk moet het project leiden tot nieuwe software die in veel onderzoeksdomeinen ingezet kan worden.” Op 13 mei is de Vidi-beurs uitgereikt. Wat heb je er al mee gedaan? “Tsja, ik heb het natuurlijk al goed gevierd en al heel wat pintjes getrakteerd, maar dat is helaas voor eigen rekening. Het grootste deel van de beurs wordt gebruikt om lonen te betalen; een deel van mijn eigen loon en loon van drie andere medewerkers. Verder zijn er nog kosten zoals aanschaf van data, congressen, werkbezoeken bij buitenlandse onderzoekers, het opzetten van een workshop en kosten voor open access publicaties.” Waar wil je nog onderzoek naar doen? “Er zijn nog een heleboel data-analysetechnieken en tools waar ik weinig van weet. Ook vind ik het leuk om samen te werken met andere onderzoekers en hen te helpen met data. Ik hoop dat er meer van dat soort leuke en nuttige samenwerkingen op me afkomen.”
11
leestijd
7
minuten
Tekst Ron vaessen fotografie Ton Toemen
Medezeggenschap: ‘Niets doen is zonde’ Heb je als ondersteunend medewerker nog wel iets in te brengen? Daar is sinds jaar en dag de medezeggenschap voor. Maar door reorganisatie BEST is ook dit orgaan op de schop gegaan. Het gevolg: slechts 2 op de 3 plaatsen zijn nu ingevuld.
V
anaf volgend collegejaar moet de medezeggenschap de nieuwe organisatie weerspiegelen. Daartoe is één overkoepelende dienstraad opgericht die op het hoogste niveau opereert en vijf personeelscommissies voor de basislaag medezeggenschap. Iedere commissie stuurt een afgevaardigde naar de raad. Van deze nieuwe medezeggenschappers hebben we nog niets gehoord. Toch kregen ook zij 14 april 2016 (toen alle aandacht uitging naar winnende studenten- en medewerkersfracties voor de universiteitsraad) een plek toegewezen.
bleven leeg. En van de acht plaatsen voor direct gekozen leden in de dienstraad blijven er drie leeg. Waar te weinig kandidaten waren, of precies genoeg, zijn geen verkiezingen gehouden. Deze kandidaten zijn conform het kiesreglement automatisch verkozen. Univers benaderde ze allemaal en sprak uiteindelijk met elf ervan. Uit iedere groep minstens één. Bij Academic Services (AS) was er één kandidaat. Dat is Yvette Dortu. Zij zat als admissions officer in de faculteitsraad bij Humanities en gaat nu werken bij rechten. Ze vindt medezeggenschap belangrijk en is graag op de hoogte
Lege plekken Het aantal stemmers was goed, maar het aantal kandidaten niet. Van de 31 zetels blijven er 10 leeg. Zeven plaatsen in de personeelscommissies
van de grote lijnen. Omdat haar nieuwe baan als onderwijscoördinator druk zal zijn, kiest ze niet voor de dienstraad maar voor een commissie. Dat zou een kleinere tijdsinvestering zijn, schat ze. “Nu ik als enige in de personeelscommissie zit, heeft deze weinig zin.” Omdat commissies een kandidaat naar de dienstraad sturen, komt ze daar bovendien alsnog terecht. AS-directeur Hilde Baert laat weten dat de betrokkenheid van haar mensen en de opkomst bij onlangs gehouden medewerkersbijeenkomsten wel hoog is. Ze gaat in juni in gesprek met de eenkoppige commissie. “We denken aan adviseurs uit verschillende delen van de organisatie. Dan is er toch een compleet team.” Baert merkt op dat bij problemen in de besluitvorming altijd de dienstraad geraadpleegd kan worden. Kansloos was de personeelscommissie van Marketing & Communicatie. >>
Dienstraad 9/13
1 a f g e v a a r d i g d e v a n u i t e lk e P e r s o n e e l s c o m m i s s i e
personeelscommissie
personeelscommissie
personeelscommissie
personeelscommissie
personeelscommissie
Academic Services (AS) 1/5
Marketing & Communicatie 0/3
Facility Services (FS) 5/5
Library and IT Services (LIS) 5/5
HR, FC en ES 5/5
9 juni 2016
12
Omdat er geen kandidaten waren, vertegenwoordigt de dienstraad deze divisie. Tijdens het eerste overleg wordt besloten of dat zo blijft, of dat een adviserend orgaan wordt ingesteld bij MC. Dat laatste heeft de voorkeur van MCdirecteur Hedvig Niehoff. Een alternatief zijn ‘groene bijeenkomsten’ die de divisie vooralsnog heeft ingesteld. “Dat zijn maandelijkse bijpraatsessies op diverse onderwerpen waaronder bijvoorbeeld BEST.” Een verklaring voor het uitblijven van kandidaten heeft Niehoff niet. Wel animo Library and IT Services (LIS) had precies genoeg kandidaten: vijf. Daarom werden zij direct verkozen. De commissie heeft - net als de andere commissies - een eerste bespreking gehouden. Aan energie, motivatie en voorlopige ideeën geen gebrek. Wel worstelen ze met de nieuwe structuur. Functioneel ICT-beheerder Rian van Veggel: “We hebben een voorzitter en een afgevaardigde gekozen. Maar we weten niet of onze keuzes ook formeel geldig zijn, want de reglementen zijn er nog niet.” Bang niet mee te tellen, zijn ze niet. Collega Peter van Trier (systeembeheerder netwerken en telefonie): “Als er verminderd vertrouwen is, moet je het tegendeel bewijzen.” Dat het wel kan. Van Veggel knikt: “Je moet de handdoek niet in de ring gooien.” Een opvallende nieuwe commissie bundelt drie divisies. Human Resources, Finance and Control en Executive Support zijn kortweg HR/FC/ES. HR-beleidsmedewerker Erik van Beers wil kritisch kijken naar de uitwerking van BEST. Dat er kritiek is, verbaast hem niet. Dat is onvermijdelijk bij een reorganisatie waar soms impopulaire besluiten worden genomen. Zelf twijfelt hij niet aan de slagkracht van de medezeggenschap. Dat mensen moeite hebben met de nieuwe structuur, begrijpt hij wel. “Je bent fysiek werkzaam in een faculteit. Gevoelsmatig zijn de mensen daar misschien je
9 juni 2016
collega’s, de leidinggevende je directeur. Maar ondertussen val je formeel niet onder de faculteit maar onder een divisie.” Een ander lid van deze commissie is Jody van Beeten, secretaris medezeggenschap van de universiteitsraad. Ze vindt het jammer dat er wordt getwijfeld aan het nut. “Ik heb er vertrouwen in dat de medezeggenschap gehoord wordt en de input wordt meegenomen.” Controller Patricia van der Kammen kiest voor de medezeggenschap omdat ze het belangrijk en leuk vindt. Dat er bij sommige onderdelen onvoldoende kandidaten waren, wijt ze deels aan knelpunten bij de werving. “Voorheen was het een natuurlijk proces van rondvragen in je dienst. Nu vragen mensen zich nog af: wie zijn eigenlijk mijn collega’s?” Ze heeft haar aanstellingsbrief nog niet gehad. “Het verdient allemaal geen schoonheidsprijs, maar ik heb er begrip voor. Het komt wel goed.” Als gesprekspartner verwacht ze serieus genomen te worden. “Wat niet betekent dat er altijd iets met
je input wordt gedaan. Dat ligt denk ik ook aan het niveau waarop je praat. Binnen de personeelscommissie zal dat anders zijn dan wanneer je het vergelijkt met de universiteitsraad.” Financial Control-administrateur Joep Coppelmans: “We zitten hier nog met interne verhuizingen en over de medezeggenschap weet ik alleen dat ik gekozen ben, meer niet.” Wel beaamt Coppelmans dat commissies niet serieus genomen worden. “Maar niks doen is helemaal zonde.” Dan is er nog Facility Services (FS). Manager Evenementen Sports Center Inge Schepers is daar verkozen. Ze zat in de dienstraad Student Services, tot deze werd opgedoekt. Hoge verwachtingen heeft ze niet. “Mijn ervaring is dat we weinig invloed kunnen uitoefenen. Je kunt wel bezwaar aantekenen, maar in BEST hebben we gezien dat daar nauwelijks naar wordt geluisterd.” Waarom dan toch de medezeggenschap in? Ze kent haar nieuwe directeur inmiddels goed en verwacht
‘Nu vragen mensen zich nog af: wie zijn eigenlijk mijn collega’s?’
Universiteitsraadsfracties reageren TiU-International maakt zich geen zorgen. ABVAKABO herkent de kritiek niet, zegt voorman Marinus Verhagen. “De dienstraden zijn gehoord en hadden overigens geen alternatieven voor BEST.” De matige belangstelling vindt hij jammer, dramatisch zelfs bij AS. “Kennelijk is het voor die mensen niet duidelijk dat het zin kan hebben als perso-
neel je mening naar voren te brengen. Zo maak je het voor de directeur wel erg makkelijk.” Om de nieuwe medezeggenschapsstructuur te bespoedigen, wil Verhagen het overleg tussen de verschillende lagen in het najaar structureler opzetten. Niet als lid van de universiteitsraad, maar als nieuwe voorzitter van het lokaal overleg.
13
Leed en onrust: OBP uit de faculteitsraden Decaan TiSEM Lex Meijdam: “Op zich jammer, want OBP heeft altijd een goede inbreng in de discussies. Bundeling van de ondersteuning draagt het risico in zich dat OBP meer op afstand komt te staan en minder betrokken is bij de faculteiten. Daar ligt een uitdaging.” Decaan TSH Wim Drees: “De faculteitsraad is niet nodig om te horen wat er leeft onder het ondersteunend personeel. We hebben allerlei contacten met onze collega’s. Signalen worden goed opgepakt.” Decaan TST Marcel Sarot: “Ik betreur het. Nu dit communicatiekanaal wegvalt, hebben wij iets nieuws verzonnen: stafvergaderingen voor al het WP en OBP. Dat is het voordeel van een kleine faculteit: daar kan dat.” OBP’er Fred den Heijer zat dit jaar in de f-raad van TST. Werkzaam in Utrecht, is hij op papier nu ingedeeld in Tilburg. Maar met zijn collega’s daar voelt hij geen binding. BEST heeft volgens hem geen verbetering gebracht, maar slechts ‘leed en onrust’. Over de peildatum van 1 januari 2015: “Een schande. Dit vertekent de cijfers en zorgt ervoor dat het CvB kan voldoen aan gemaakte voorwaarden. We zitten elkaar allemaal een beetje voor de gek te houden, maar niemand zegt er wat van.”
dat hij wel luistert. Daarnaast is het vanuit haar functie handig contact te hebben met afdelingen. De matige belangstelling verklaart ze vanuit onduidelijkheid, drukte met nieuwe banen en het uitblijven van actie. Bij AS, weet ze, was niet duidelijk wie de wervende rol had. “Dat bleek uiteindelijk de directeur te zijn, maar die was toen nog niet bekend.” Praten met de top Op het niveau van de eigen divisie zijn de verwachtingen overwegend positief. Kunnen de commissies de sprong ook maken naar de hogere echelons van de universitaire bestuurslaag? Dat zal blijken in de Dienstraad University Services (US). Daar wordt op het hoogste niveau gepraat. Maar ook de dienstraad is incompleet: naast vijf afgevaardigden uit commissies zouden er acht direct verkozen kandidaten moeten zitten. Dat zijn er slechts vijf. Dienstraadlid Lenie LeenheerLaurijssen wil er niet teveel conclusies aan verbinden. “Je moet altijd positief blijven. We zullen in deze nieuwe stijl onze weg moeten vinden.” Collegalid Maarten van den Dungen is bekend met de kritiek: “Tijdens het BEST-proces is vrij snel gezegd: wij informeren jullie, maar omdat het over meerdere diensten gaat hebben jullie geen instemmingsrecht.” Zijn drijfveren blijven onverminderd overeind: “We willen actief participeren en meedenken bij het vormgeven van de nieuwe diensten. Niet alleen als toehoorder of achterbankpassagier.” De matige belangstelling wijt hij niet aan wantrouwen of teleurstelling. “Er zijn vooral veel mensen die het er niet bij kunnen doen.” De commissies gaan in gesprek met hun directeur. De dienstraad doet dat met een afgevaardigde van het CvB. Dat is TiU-secretaris Gabe van der Zee. “Verrekte jammer,” zegt hij over de tegenvallende kandidaatstelling. “De medezeggenschap is de plaats waar je als medewerker veel inspraak hebt.” Om de inspraak ook komend jaar zo goed mogelijk te krijgen, wordt naar tijdelijke oplossingen gezocht. Formeel kunnen plaatsen pas worden opgevuld bij de volgende verkiezingen, laat juridische zaken weten. Tussentijds wil de universiteit klankborden of adviesgroepen oprichten, zegt Van der Zee. Eventueel volgt volgend jaar een tussentijdse verkiezing. Voor de zomer wil hij dat allemaal rond hebben. Kritiek op de invloed van dienstraden zegt hem niets. “We hebben tijdens BEST ons uiterste best gedaan iedereen erbij te betrekken. Maar dit soort processen zijn moeilijk.” Verklaart dat ook de trage start? “Traag? We zijn net begonnen. Er wordt hard gewerkt aan het conceptreglement. Het proces loopt. Niet op rolletjes, maar dat zou voor een nieuwe start ook wel erg bijzonder zijn.”
column Tom Grosfeld student CIW
Enkel voor hoogopgeleiden Dat een groot gedeelte van de hoogopgeleiden zich ongegeneerd op een hoger voetstuk plaatst dan de rest van de bevolking is algemeen bekend. We zweven op een wolk van eerzucht en zelfgenoegzaamheid, ver verwijderd van het gewone volk, dat met beide benen op de grond staat en tevergeefs probeert om onze intelligentie te evenaren. Een havist is een cursist, we drinken onszelf naar de mavo en lachen onszelf een breuk als mensen voor hun twintigste beginnen met werken. De arbeiders. We zijn te intelligent voor het gewone volk maar melden ons uit onzekerheid wel aan bij T.S.C. St. Olof, waar we een voorgekauwd, prominent vocabulaire gebruiken, al kotsend leren atten, strakke pakken dragen, participeren in weinig betekenisvolle commissies en neerkijken op de gemiddelde Nederlander die ondertussen hard werkt voor zijn centen. Welkom in het studentenleven, enkel voor de intelligente Nederlander. We vinden onszelf zo intelligent dat we speciale datingsites voor hoogopgeleiden oprichten. Een criterium waarmee we ruim de helft van onze potentiële liefdespartners uitsluiten, maar waardoor we wel op niveau menen te kunnen converseren met andere ambitieuze, breed ontwikkelde en belezen medehoogopgeleiden. We zijn naarstig opzoek naar een erudiete partner, maar beseffen niet dat de meeste hoogopgeleiden excelleren in oppervlakkigheid. Bovendien: als je echt wilt stoefen met je identiteit als bovengemiddeld intelligent persoon kun je bij Promovendum een autoverzekering speciaal voor hoogopgeleiden afsluiten. Doet het goed op feestjes heb ik me laten vertellen. Het zal me dan ook niets verbazen als er straks kroegen, voetbalwedstrijden, musicals en hele steden voor hoogopgeleiden als paddenstoelen de grond uitschieten. Om alvast mee te gaan met deze trend wil ik graag vermelden dat deze column alleen leesbaar is voor hoogopgeleiden.
9 juni 2016
14
Beeldend
Zandballen
foto jack tummers
Voor het zand hoeven ze niet naar het strand, de sportievelingen van de campus. Gewoon lekker in Tilburg blijven. OkÊ, het weer was afgelopen maand niet altijd even stabiel. Zon. Regen. Zeven zonnen. Regen die met bakken tegelijk uit de hemel komt. Maar ook daarmee deed Tilburg niet onder voor, pak ’m beet, Domburg. En gelukkig voor de deelnemers aan het Beachvolley- en Beachsoccer-toernooi was het droog en ideaal zweetweer tijdens het balletje slaan en trappen in de zandbak achter het Sports Center.
9 juni 2016
15
9 juni 2016
16
de vijf VAN EIJFF
Alleen politici kunnen de Europese economie redden Alle maatregelen ten spijt groeit de economie in Europa amper. De kritiek op de EU en de ECB wordt steeds luider. Heeft dan niemand een plan B? Hoogleraar financiële economie Sylvester Eijffinger geeft antwoord op vijf vragen. 1. Binnen de EU geldt begrotingsdiscipline als een heilige graal. Hoe belangrijk is het dat landen zich aan dat maximum tekort van 3% houden? De afspraken daarover zijn gemaakt in een tijd dat het allemaal beter ging in Europa. Nu zijn we drie recessies verder en is er een andere werkelijkheid ontstaan. Sinds 2008 kunnen we met bezuinigingen en belastingverhogingen niet langer de structurele tekorten verhelpen. Dat kan alleen nog door de economische groei te laten toenemen. Dus moeten we minder rigide aan de regels vasthouden en vooral werken aan structurele hervormingen.
‘We moeten minder rigide aan regels vasthouden’
2. Waarom komen sommige landen – Frankrijk en Italië bijvoorbeeld – er telkens mee weg om zich niet aan de begrotingsregels te houden? Landen als Frankrijk en Italië worden door het huidige ECB-beleid, met extreem lage rentes tot gevolg, niet gedwongen te hervormen. Die verwijzen
9 juni 2016
nu rustig naar landen als Duitsland en Nederland en stellen dat die ‘rijkere’ landen meer moeten stimuleren. Al wordt in Frankrijk nu dan wel eindelijk werk gemaakt van langere arbeidstijden en hogere pensioenleeftijden. In ieder geval kan de ECB niet nog meer maatregelen nemen; die is feitelijk zelfs haar mandaat al te buiten gegaan door met monetair beleid begrotingspolitiek te voeren. Dus de oplossing moet komen van de politiek. 3. Nederland lijkt het braafste jongetje van de klas: weinig landen houden zich zo keurig aan de formele eisen. Is dat in het huidige tijdsgewricht nog wel verstandig? Tja, we moeten wel. Iemand zal toch nog een beetje de discipline moeten houden. Duitsland doet dat overigens ook. Maar voor ons is Dijsselbloem ook nog eens voorzitter van de Eurogroep. En noblesse oblige... 4. Is het niet beter om de regeling voor heel de EU te verruimen? Naar mijn idee is er maar één oplossing. Er moet een
presidium worden opgericht met daarin Dijsselbloem, zijn Franse en Duitse collega, Juncker, Draghi en nog een paar financiële kopstukken van de EC en ECB. Zij zouden moeten komen tot een structural compact waarbij aan de ene kant gestimuleerd wordt en aan de andere kant hervormd. Voor elke 50 miljard euro waarmee bijvoorbeeld Duitsland dan de economie zou stimuleren via investeringen in wegen of onderwijs, zou Frankrijk dan voor 50 miljard euro moeten hervormen. De enige oplossing om de structurele tekorten te lijf te gaan, is namelijk structurele hervormingen. Daarmee boek je niet binnen een of twee jaar succes, maar wel op de langere termijn. 5. En wat als niemand daar iets voor voelt? Dan zal de groei laag blijven, wordt er niet gestimuleerd, komen er nog meer bezuinigingen en belastingverhogingen. Waarmee we in een negatieve spiraal terechtkomen die misschien niet tot deflatie maar wel tot een nieuwe recessie kan leiden.
17
leestijd
3
minuten
tekst francine bardoel infographic Adrian van den eerenbeemt
De BEST-gelden
Roep om meer vaste contracten voor docenten Komen de opbrengsten van de reorganisatie BEST ten goede aan vaste of aan tijdelijke contracten voor docenten? Dat was de vraag tijdens twee vergaderingen van de medezeggenschap, de Commissie Financiën en de Universiteitsraad. Het antwoord laat nog op zich wachten.
E
r is een commitment om de opbrengsten van de reorganisatie BEST aan onderwijs te besteden. Dat was de beloning (het CvB spreekt over incentive) die ons allen in het vooruitzicht werd gesteld na de pijnlijke operatie. Niet duidelijk is afgesproken hoe het BEST-geld besteed moet worden. ‘Meer handen aan het bord’ is de slogan, maar wat voor een contract er aan die handen gegeven wordt is onderwerp van discussie. Gaat het geld besteed worden aan tijdelijke docentcontractjes van één jaar tot 23 maanden of aan UD’s (universitaire docenten)? Het verschil tussen een docentenfunctie en een universitaire docentenfunctie is de onderzoekstijd van 30 procent die in een UD-functie zit. Door dat onderzoek is zo’n UD-functie meestal minder tijdelijk van aard. Een docentenfunctie wordt over het algemeen toegekend voor maximaal 23 maanden omdat er anders een vast contract moet worden aangeboden. Landelijk
heeft liefst 56 procent van alle docenten aan universiteiten een tijdelijke baan. VAWO, vakbond voor de wetenschap, meent bovendien dat vrouwen gediscrimineerd worden. Uit de cijfers blijkt dat ruim twee derde van de mannelijke docenten in vaste dienst is, ten opzichte van de helft van de vrouwen. Terug naar de BEST-gelden. “De prikkel is de afgelopen vijf jaar op de UvT geweest: biedt docentenfuncties aan en geen UD-functies,” zo zei Marinus Verhagen van de AbvaKabo, tijdens de Commissie Financiën. Dat wil de AbvaKabo graag veranderd zien. De fractie wil de BEST-gelden besteden aan structurele functies en niet aan tijdelijke docenten. Als de gelden voor een langere periode beschikbaar zijn is er geen reden voor de faculteiten om met kórte contracten te gaan werken. Daarnaast willen de personeelsfracties een discussie over de aard van de functies: “Het College van Bestuur heeft zelf in een eerder stadium geopperd om rekening
te houden met noodzakelijke onderzoekstijd voor UD’s. Wij zien wel wat in dit idee en willen daarom een goede discussie hierover in de universiteit. Het College stelt voor dat de faculteiten de onderzoekstijd van de UD betalen en dat is weer een reden om banen zonder onderzoekstijd te creëren.” Vorig jaar zijn er in de cao afspraken gemaakt om de tijdelijke contracten bij universiteiten terug te dringen naar 22 procent. Maar volgens VAWO, vakbond van de wetenschap, kunnen universiteiten onder die afspraak uit. Het probleem met de tijdelijke functies is dat het onderwijs steeds slechter wordt op de universiteiten en dat de docenten langdurige baanonzekerheid hebben. Ook het wegvloeien van kennis, de brain drain, is een probleem. Een docent heeft dan een jaar ervaring opgedaan op Tilburg University en moet vervolgens weer weg. Het is een goedkoop systeem maar kwalitatief niet wenselijk. In de volgende Universiteitsraad staat het onderwerp weer op de agenda.
9 juni 2016
18
leestijd
7
minuten
Lesgeven Tekst Ron Vaessen illustratie bas van der schot
telt even hard mee
Docenten zijn als het meubilair in de collegezaal. Ze zijn er altijd, jaar na jaar, weer of geen weer, ochtend of avond. Maar terwijl zij tussen de luie studenten staan, gaan de scorende toponderzoekers er met de eer vandoor. Hoe is het om een anonieme verdediger te zijn van het universitair onderwijs?
9 juni 2016
19
‘Drie kwartier mogen vertellen over iets dat je zelf leuk vindt, is niet vervelend’ Marleen Balvert
P
resterende onderwijzers krijgen een bosje bloemen, scorende onderzoekers twee flessen champagne. Dat zei UHD bestuurskunde Bob van den Brand vorige maand op Universonline. Als docent kun je wel hopen op de jaarlijkse titel ‘beste docent’, maar dat is toch zoiets als ‘de beste moeder’. Aandoenlijk, maar je koopt er niets voor. Univers benaderde docenten om te vragen hoe zij hun vak zelf ervaren. Dat bleek een uitdaging. Willen mensen normaal graag over hun vak praten, nu bleef het stil. Of kregen we een duidelijk ‘nee’ te verstaan. Praten? Liever niet, zei een docent. Universitaire bestuurders hebben volgens deze docent weinig kaas gegeten van onderwijs maar horen dat niet graag. Een andere docent deinsde ook terug: zijn er geen andere mensen die over onderwijs kunnen vertellen? Lager in aanzien Met een anonieme enquête benaderden we 79 willekeurig gekozen TiU-docenten. Achttien van hen reageerden. De meesten van deze docenten zijn langer dan zes jaar in dienst. Het is geen onderzoeksgroep om harde conclusies op te baseren, maar de reacties zijn wel nuttig om zicht te krijgen op verschillende kanten van het vak. Wat de positieve aspecten zijn aan het werk? Het contact met studenten (‘die nog niet verzuurd
zijn’), studenten enthousiasmeren, kennis overdragen, bijhouden van vakkennis op gebieden die niet onder de eigen expertise vallen (‘wetenschappelijk scherp blijven’). Als negatief aspect De negatieve aspecten dan: nakijkwerk, e-mails (‘teveel, het werk is nooit af ’), administratie. Studenten: ‘verwende, hyperkritische studenten’, ‘studenten die alleen willen weten wat er op het tentamen komt’, ‘studenten die huilend op inzage komen om zo een punt erbij te krijgen’. Ook worden genoemd de overhead, het gebrek aan invloed op collegetijden- en zalen, scripties en de voorbereidingstijd (‘meer werk dan leidinggevenden denken, vooral voor jonge docenten, waardoor te weinig tijd overblijft voor onderzoek’). Veertien van de achttien docenten geven aan dat onderwijs lager in aanzien staat dan onderzoek. Voor niemand staat het onderwijs hoger in aanzien dan onderzoek. Je maakt carrière niet op basis van onderwijsprestaties maar door onderzoekprestaties. Onderwijs is iets wat erbij moet, goed onderwijs is minder zichtbaar dan een ‘muur vol publicaties’. Terwijl onderwijs nota bene de grootste inkomstenbron is. Een nuancerende reactie: publiceren is ook veel moeilijker dan onderwijs. Aanzien is één ding. Maar hoe zit het dan met de waardering die docenten krijgen van studenten, de vakgroep, binnen de universitaire cultuur? Daarin wisselen de ervaringen sterk. Vier
docenten zeggen nadrukkelijk geen waardering te voelen of te krijgen. De overige docenten halen wel ergens waardering vandaan, met name van gemotiveerde studenten. Sommigen vinden ook waardering bij collega’s, anderen hebben het over vakgroepen die weinig van het onderwijs weten. Suggesties om de waardering/erkenning van onderwijzende taken te verhogen, zijn er ook. Zo worden genoemd: kleinere groepen, docenten meer tijd gunnen om creatief te zijn met onderwijs, actievere studenten, een betere evaluatie van cursussen, betere ondersteuning, minder lessen, onderwijs laten meewegen in de carrièremogelijkheden, belonen van excellent onderwijs met meer tijd, weg met de herkansingen, vaste contracten voor docenten zonder verplichting tot promotie. Eén docent ziet twee soorten wetenschappelijk personeel: zij die vooral onderwijs willen geven en onderzoek erbij doen, en zij die vooral onderzoek willen doen, en onderwijs erbij doen. ‘Spits het beleid toe op deze twee groepen, in plaats van iedereen aan hetzelfde profiel te laten voldoen.’ Openlijk praten Zo levert het onderzoek van Univers een gemengd beeld, met vooral veel nadruk op wat er niet goed gaat. Toch is het niet alleen kritiek wat de klok slaat. En sommige docenten willen wél openlijk praten. UHD medische en klinische psychologie Brenda den Oudsten bijvoorbeeld. Zij verzorgde als PhD al werk- én hoor- >>
9 juni 2016
20
‘E-mails zie ik niet als een belasting, vaak heb je die in tien seconden beantwoord’ Brenda den Oudsten
colleges met veel plezier. Inmiddels geeft ze elf jaar les aan TiU. “Wat je studenten leert, dragen ze de rest van hun leven met zich mee.” Gevraagd naar negatieve aspecten van het lesgeven, zegt ze bijna verontschuldigend: “Die heb ik niet.” Zelfs e-mails en tentamens ervaart ze niet als een last: “Tentamens horen erbij. Ik hoop zelfs dat studenten op inzage komen, om te zien welke opmerkingen ik erbij heb geschreven. E-mails zie ik niet als een belasting. Ik laat het niet oplopen en vaak heb je een e-mail in tien seconden beantwoord.” Een decennium lesgeven heeft haar niet verzuurd. Ze deelt de kritiek niet dat onderwijs het ondergeschoven kindje is. “Ik denk juist dat onderzoek onder druk staat,” zegt ze. “Al het onderwijs gaat tegenwoordig op tijd, alles is gereglementeerd en geroosterd. Wat je overhoudt, is voor managementtaken en onderzoek.” Ook TiSEM-hoogleraar econometrie Jaap Abbring merkt op dat meer aandacht voor onderwijs (en valorisatie) betekent dat onderzoek het met minder zal moeten doen. Aan het belang van onderwijs twijfelt hij niet, en ook de beste onderzoekers om hem heen doen dat niet. “Iedereen begrijpt dat we leven van onderwijs.” De last van het doceren moet volgens Den Oudsten ook niet worden overdreven. Natuurlijk moet de stof jaarlijks worden bijgewerkt en moeten colleges worden voorbereid. Dat doet ze thuis, in de avonduren. Maar zit een cursus eenmaal goed in elkaar, dan loopt het vaak als vanzelf. Of ze genoeg waardering krijgt voor haar lesgevende taken? “Wat versta je daaronder? Als ik een college heb gegeven met een goed gevoel,
9 juni 2016
dan is het goed. Dat hoeft niet van buitenaf te komen.” Bovendien: “Als ik één lieve e-mail krijg van een student, kan ik daar een jaar op teren.” Zorgen heeft Den Oudsten wel. “Zoals kleinschalig onderwijs in combinatie met een stijging in de vooraanmeldingen. Maar dan denk ik: uiteindelijk komt het wel goed.” Je rol aan de universiteit is niet steeds dezelfde, zegt ze. Zeker niet als je er wat langer werkt. “Ik begeleid nu zeven á acht PhD’s. Als eerste auteur een paper schrijven, daar kom ik niet meer aan toe. Ik denk het onderzoek uit, iemand anders werkt het uit. Dat vind ik niet zo erg.” Marleen Balvert ziet het ook rooskleuriger. De jonge promovenda wiskunde achter radiotherapie geeft al werkcolleges sinds 2008, toen was ze zelf tweedejaars. “Dat je ziet dat studenten iets leren”, benoemt ze als het meest positieve. “En drie kwartier mogen vertellen over iets dat je zelf leuk vindt, is ook niet vervelend,” grapt ze. “Het is wel jammer als je weinig terugkrijgt uit de groep. Maar vaak komt dat door verlegenheid.” Balvert denkt dat onderwijs en onderzoek even belangrijk zijn. Qua waardering en erkenning zit het voor haar wel goed. De werkdruk? “In het begin kost het voorbereiden van colleges veel tijd, later gaat dat steeds sneller. Wel zit er een hele lading werk achter, zeker als coördinator van een vak. Nakijkwerk, e-mails beantwoorden, administratie. Zeker bij een cursus met 900 studenten. Al doe je het niet alleen hoor.” Onderwijs telt niet mee Uitgesproken somber is Ton van Boxtel, al 45 jaar onafgebroken docent aan TiU. In 2012 ging hij met pensioen als UHD. Sindsdien is
hij aangebleven als gastdocent. Waardering en erkenning krijgt Van Boxtel vooral van studenten. Vanuit het departement en de universiteit nauwelijks. “Hoogleraren zijn niet wezenlijk geïnteresseerd in onderwijs. De enige zorg van
21
de universiteit is dat er geen problemen optreden, dat die niet in de publiciteit komen, zeker geen problemen met lastige studenten.” Onderwijs wordt volgens Van Boxtel in de nabije toekomst belangrijker om meer geld binnen te halen. Maar de kerntaak van de universiteit wordt lager gewaardeerd, zegt hij. “Veel lager. Dat is altijd zo geweest, ondanks herhaalde uitspraken van topbestuurders dat onderwijs belangrijker is. Het is heel simpel: een vaste aanstelling aan een universiteit kan alleen worden verkregen op basis van onderzoeksprestaties. Onderwijs telt in dit opzicht niet mee.” Gevraagd naar hoe die waardering en erkenning omhoog kan worden geschroefd: “Helaas, dat zit er niet in. Het feit dat deze enquête wordt gehouden illustreert dat verbetering onder de huidige omstandigheden niet mogelijk is. Dit soort enquêtes en discussies komt met een zeker regelmaat terug en heeft nog nooit tot iets geleid.” Onderwijs telt wel mee Toch zijn er tekenen dat er wél wat gaat veranderen. Met het Tilburgs Onderwijsprofiel erkent de universiteit dat er meer aandacht en (vooral) waardering nodig is voor onderwijsprestaties. In 2013 stelde de verantwoordelijke werkgroep vast dat onderwijskwaliteit tastbaarder moet worden. De werkdruk moet omlaag en de waardering omhoog. Natuurlijk zijn dit geen resultaten, enkel voornemens. Het moet allemaal nog maar blijken. Een interessant voornemen staat er wel tussen: een eigen carrièrepad voor docenten. Dat voornemen lijkt ook concreter te worden. Op de webpagina Academic Careers van TiSEM is te lezen dat de faculteit zo’n pad in 2016/2017 wil starten. De HR-afdeling kon daarover nog niets concreet zeggen. Een ander voorbeeld van de nadruk op onderwijs is het promotiebeleid dat TiSEM voert sinds december 2015. Wie UHD of hoogleraar wil worden, moet minstens op een proefschrift gepromoveerd zijn tot doctor in de wetenschappen. Daarnaast geldt doorgaans de vereiste dat de wetenschapper excellent is in onderzoek. Onderwijs telt minder mee. Deze laatste eis is nu gelijkgetrokken: onderwijs en onderzoek worden als even zwaar gerekend. Op één van de twee moet excellent worden gescoord, de ander kan door met een goedje. Zo moeten ook topdocenten bij TiSEM carrière kunnen maken.
‘De enige zorg van de universiteit is dat er geen problemen optreden met lastige studenten’
column Erik-Jan Broers
docent rechtenfaculteit
Cocamidopropyl Betaine Waarom wordt alles toch telkens weer vernieuwd? De fles Palmolive Aroma Sensations waarmee ik onder de douche was geweest was voorzien van een stickertje waarop NEW stond. Het viel me nu pas op. Zou de oude Palmolive dan misschien niet zo goed zijn geweest? De informatie achterop de fles maakte me ook niet wijzer. Zou in de oude Palmolive wellicht geen Cocamidopropyl Betaine hebben gezeten? Of te veel Polyquatemium-7? Of misschien een beetje te weinig Hexyl Cinnamal? Of niet genoeg Alfa-Isomethyl Ionone? Dan had ik me jarenlang gewassen met een achterhaalde schoonmaakformule. Op de fles stond ook dat ik me moest ontspannen en me moest laten meevoeren door het omhullende parfum. Meevoeren waar naartoe? En wilde ik daar wel zijn? Maar het werd nog erger. Ook op de fles Andrélon Iedere Dag Shampoo waarmee ik mijn haren had gewassen bleek een sticker te zijn aangebracht met daarop de mededeling NIEUWE FORMULE. Was er dan iets mis met de oude formule? Volgens het etiket zou de shampoo een voedingsrijk zonnebloemextract bevatten dat het haar fris, glanzend en gezond zou houden. Dat voedingsrijk zonnebloemextract zat toch ook in de oude shampoo? Of zouden ze zijn overgestapt op een ander merk zonnebloemen? Zou ik dan mijn haren al die jaren hebben gewassen met verouderde zonnebloemen? Vandaar dat het er niet meer zo fris, glanzend en gezond uitzag als vroeger. Zou de nieuwe formule het tij nog kunnen keren? Of was het daarvoor al te laat? Ik begon te hyperventileren. Of zou dat komen door de Cocamidopropyl Betaine? Of door die nieuwe zonnebloemen? Het zweet brak me uit. Waar was de deodorant? En wat was dat voor een stickertje op de spuitbus?
Ton van Boxtel
9 juni 2016
22
Recensies deze keer boek, muziek, bier
Wè nou? tilburgse reacties op Het nieuws
Whey en casseïne body Er is weer een nieuwe heilige graal in diëten: het lijf van Fajah Lourens. Dat lichaam werd uitgebreid tentoongespreid tijdens Expeditie Robinson en Fajahs dieetboek Killerbody vliegt dan ook als quinoa over de toonbank. Het boek is overzichtelijk en het dieet is niet zo geschift als je zou verwachten bij een 12-weken-plan. Maar toch: waar moeten we producten als wheyproteïne en casseïne-proteïne nou weer vandaan halen? (Jozien Wijkhuijs)
Niet zo Best Kept Secret De grote namen van Best Kept Secret 2016 in de Beekse Bergen vallen vies tegen. Waar voorgaand jaar nog onder andere John Coffey, Noel Gallagher High Flying Birds en Royal Blood stonden, staan dit jaar Beck, Editors en Jamie XX. Het lijkt er op dat de singer-songwriters en de softe indierockbandjes de overhand aan het nemen zijn... Op de negatieve manier... Het repertoire van bijna de gehele line-up zou door één en dezelfde artiest gespeeld kunnen worden. Toch enkele aanraders dit jaar: Editors, Ásgeir, Bloc Party, Band of Horses, Dinosaur Jr. en Preoccupations. (Chris Gijzen)
Heerlijk namiddags biertje Nog even en dan is het Lentebokseizoen helaas - weer voorbij. Van 21 maart tot en met 21 juni mag het speciaalbier verkocht worden. De Grolsch Lentebok komt als beste uit de test. Met zijn zoete, ietwat bittere smaak is hij perfect voor een zomerse namiddag. Bij de drinktemperatuur van 8°C komt de citrus- en honingsmaak pas echt naar voren. Voordeel: met deze Lentebok hoef je niet van biertje te wisselen tijdens het eten. Het lichte aroma past namelijk bij de meest uiteenlopende hapjes en gerechten. Hij mag echter iets meer body hebben. Helaas is het glas slecht verkrijgbaar. (Chris Gijzen)
9 juni 2016
oh was ik maar... Eén op de vier uitwonende studenten keert binnen vijf jaar weer terug naar het ouderlijk huis. Volgens het CBS zijn dat ‘boemerangkinderen’. Relatiebreuk is de voornaamste reden. Daarna financiële redenen en als laatste het beëindigen van stage of opleiding. Waren TiU-studenten ook liever bij moeder thuis gebleven? “Ik woon nu bijna een jaar op mezelf. Er zou al iets heftigs moeten gebeuren voordat ik terug naar huis ga. Bij overlijden bijvoorbeeld, als mijn zusje me dan nodig heeft. Ik had niet verwacht dat het zo’n hoog aantal zou zijn die terug naar huis gaat. Hopen dat ik er niet bij hoor.” Max de Ruiter, 22, filosofie
“Voordat ik in Tilburg kwam wonen, woonde ik bij mijn ouders in Zuid-Afrika. Nu woon ik sinds augustus in Talent Square. Het is gemakkelijk om na je studie weer terug te gaan naar je ouders; je bespaart veel geld. Na mijn studie rechten ga ik ook terug naar mijn ouders in Zuid-Afrika, het is dan goedkoper en ik moet me nog omhoog werken qua loon.” Riek Waterson, 29, rechten
“Zo snel zou ik niet terug gaan naar mijn ouders. Ik woon nu 2,5 jaar in Tilburg. Als het zou gebeuren, dan zou het een financiële kwestie zijn. Die 25 procent die weer terug naar huis gaat, vind ik best veel.” Jan Smits, 23, personeelswetenschappen
“Ik denk dat geld voor de meesten wel een rol speelt. Ik heb zelf een half jaar in Amsterdam gewoond voor studie. Nu ik in Tilburg studeer, woon ik weer terug bij mijn ouders. Zodra ik klaar ben met studeren, ga ik op mezelf wonen.” Anouar Azdad, 24, bedrijfseconomie
23
Masterscriptie
Over de schutting wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?
#Kindersterfte tegengaan
Te vrije interpretaties Europese wetgeving geldt voor de hele Europese Unie (EU). Maar alle 28 lidstaten op dezelfde lijn krijgen? Dat moet wel eens misgaan. Janneke Verwaaijen (fiscaal recht) onderzocht hoe dat zit bij de Fusierichtlijn. Met de Fusierichtlijn wil de EU fiscale obstakels opheffen die bepaalde grensoverschrijdende transacties belemmeren. Uiteindelijk moet de richtlijn de interne markt bevorderen. Om die doelen te bereiken, implementeren lidstaten de richtlijn in de nationale belastingwetgeving. Daarbij hebben ze de vrijheid om de meest geschikte vorm en middelen te kiezen. Dit gaat in Nederland op twee punten niet goed, concludeert Janneke. Eerste bezwaar: de nationale belastingwetgeving en de richtlijn stemmen niet overeen. Nederland koos ervoor de bepalingen van de Fusierichtlijn niet letterlijk over te nemen. Tweede punt: niet alle begrippen in de Fusierichtlijn zijn duidelijk. In de praktijk nemen de rechters daarom een interpretatievrijheid die ze eigenlijk niet hebben. Ondertussen stellen ze te weinig vragen aan het Europese hof van Justitie, waardoor dit hogere rechtscollege geen kans krijgt te zeggen welke begripsinterpretatie juist is. Uiteindelijk leidt dit tot een wildgroei aan interpretaties. Dat kan leiden tot rechtsonzekerheid en een situatie waarin geen recht wordt gedaan aan de richtlijn. Vanuit de EU en haar lidstaten wordt geen moeite gedaan om begrippen te verduidelijken. Daardoor lijkt het erop dat de lidstaten de verkregen vrijheid willen behouden, omdat ze daarmee grote invloed hebben op de waarborging van hun nationale financiële belangen. Er moet iets gebeuren, vindt Janneke. Met een guideline zou meer duidelijkheid verschaft moeten worden over begrippen. Ook zou een adviesgroep zinnig zijn, om ontwikkelingen bij te houden. Zodat uiteindelijk meer rechtsgelijkheid ontstaat tussen de lidstaten en zo de economische groei binnen de Europese markt wordt bevorderd. Cijfer 8
Een aantal studenten van de TU Delft heeft met hun BabyShell de hoofdprijs van de Damen Bachelor Awards gewonnen. De jonge ingenieurs maakten een apparaat dat zwangere vrouwen en moeders met kleine kinderen in afgelegen gebieden in Afrika kan helpen bij het diagnosticeren van ziektes. Dat gebeurt via een vraag-antwoord proces. De batterijtjes van het apparaat gaan zes jaar mee en zorgen er voor dat het compleet onafhankelijk van het stroomnet werkt. De zes studenten wonnen € 5000,- met hun eerste prijs, aldus Delta.
#Alcoholprotocol De studieverenigingen van Universiteit Leiden hebben volgens Mare een gezamenlijk alcoholprotocol opgesteld. Doordat het eerdere protocol niet duidelijk was, zouden kleine studieverenigingen failliet kunnen gaan door een boete voor alcohol op universiteitsterrein. De verenigingen moeten nu zelf iemand met een BHV-diploma regelen bij hun borrels. “Het is wel opvallend dat de verantwoordelijkheid uiteindelijk volledig bij de verenigingen ligt. Maar we zijn blij dat er nu een protocol is. Als we daaraan voldoen, is de kans dat het misloopt minimaal.”
#Muizen en drukte Observant schreef een groot artikel over de ontevredenheid onder studenten over de Maastrichtse UB. Voornaamste klachten: te druk, te weinig studie plekken, stroomloze stopcontacten, kapotte stoelen en muizen binnen het stadsgebouw. Die muizen komen volgens gebouwenbeheerder Yvette Froeling doordat het een oud gebouw is. Froeling: “Omdat mensen mogen eten in de bieb betekent dat wel dat er etensresten liggen en pizzadozen rondslingeren, daar valt niet tegen op te poetsen.” Ze strooien wel gif en zetten lokdozen.
#Stretchen bij college Halverwege het college staat de docent op en doet een aantal lichamelijke oefeningen voor, schrijft Resource. Doel is de oplettendheid te bevorderen. Studenten Advanced Statistics aan Wageningen UR krijgen het nieuwe initiatief dagelijks voorgeschoteld. Evert-Jan Bakker, die het als pilot uitvoert bij colleges, heeft een kleine enquête gehouden onder de studenten. “Daar kwam uit dat het bevalt. Ze zijn even afgeleid, op een goede manier”, vertelt hij. De studenten zijn inderdaad positief: “Het is even een resetmoment als je slaperig bent”.
9 juni 2016
24
Searching and Guessing when the rain is white and solid and the light already dark when the floor is full of clothes and the stomach full of chips he doesn’t know how she can phone their mom the other day
when the girl with the leather jacket asks politely for a chair when the boy called the dreamer can’t stop looking at his phone when the person with the clicker waits for the first question of the class when two former lovers see each other for their second first time when they could choose to be a rainbow what colors would they be when they could choose the colors what difference would it make? Jan Völkel, campus poet 2016
9 juni 2016
campuspoem
when the clouds are strong and lonely and the cars about to start when the fridge is fully empty and the shower stays just cold she doesn’t know how he can show how happy they just are
25
reading time
6
minutes
text Jozien wijkhuijs foto Jack Tummers
Why our university puts value on commemorations
Taking up a position in the world It is important for Tilburg University to stay in touch with society. One way the academic community does that, is by commemorating events and reflecting on them. How does our university do this and why?
A
fter the big terrorist attacks last year in Europe, Tilburg University wanted to pay attention to terrorism in society. And it did. On May 26, the Resilience after Terrorism symposium took place in the auditorium. The idea for this event emerged at Tilburg
Law School, right after the Brussels terrorist attacks on March 22. Rector Emile Aarts soon adopted it. The search for keynote speakers and other program components started right away. The Executive Board felt so strongly about this, that at first the plan was to move all classes and exams for the symposium. That plan fell through, but the urgency behind the idea
was noticeable in the way the board pushed through. TiU spokesperson Tineke Bennema said: “The conference will go ahead. We focus on attacks in the broad sense of the word, starting with the question: how can we interpret this as a society? Our slogan is Understanding society, after all.� Indeed, our slogan is still Understanding society,
Commemorations are part of the desired mindset officially. But by now, it is no secret that Rector Emile Aarts would like to go further than just understanding it. Advancing society should become the motto, it was even printed on the complimentary backpacks the staff received for Christmas. In September, Rector Aarts said that the slogan will not change, but the mindset can. Symposiums and commemorations like the Resilience after Terrorism symposium are part of that desired mindset, it seems. >>
9 juni 2016
26
Talking, not hitting By the end of April, not all speakers had been found yet and it still was not completely clear what the plan was, but the symposium had to be held on the set date. “Directly after the attacks in Brussels, the idea lived that we as a university have the task to think about problems in society and come up with possible solutions for them. In line with our principles of understanding society and valorization,” says spokesperson Tineke Bennema now. “We did not want to wait too long with organizing something, that was a given.” Arabist Jan Jaap de Ruiter was one of the speakers at the symposium. He did not completely understand the need for some much rush, but he does think these kinds of discussions are important. “It is simply fighting the sword with the pen,” he says. “That might sound like a cliché, but it is true: as long as we are talking to each other, we are not hitting each other in the head.” By discussing important matters in society, we can change the way we look at them, he says. “We should not just see the Muslim refugees that come here as a threat to democracy, they do not need to be. They could become ambassadors of democracy in their home country, eventually.” For the extra link with society, the university invited ‘Simon’, a refugee from Syria who wanted to stay anonymous because he is afraid of Assad’s long arm. He fled terrorism in his home country. He told the crowd how, before 2012, his
9 juni 2016
life was calm and peaceful. He lived in Latakia, a coastal city, before the civil war tore everything he knew apart. Ten months ago, he took the boat to Greece. But his wife and child are not with him yet. His speech left a great impression on the people who attended the symposium. Among the other speakers were professor European Studies Paul Scheffer and Global Law
Cobbenhagen wanted students to be socially responsible civilians student Conor Parry. Conor grew up in Ireland and spoke about how that country was once divided, but now works on more solidarity. Remembrances This one-time symposium is not the only way the university is trying to advance society by remembrance. Since last year, Tilburg University
has the Tilburg Cobbenhagen Center. On its page at the Tilburg University website, it reads: “The center connects Tilburg University’s mission ‘Understanding Society’ with the inspiration from Christian and Humanist traditions.” The center organized remembrances for several people already. First, for the founder of the university, Martinus Cobbenhagen. Around that time, the Center also started a crowdfunding for a digital monument for nineteen students from Tilburg who died during the war. Around Christmas, the Center asked students and staff to define the word ‘freedom’. The cards with their answers ended up in a Christmas tree near the library. At Liberal Arts and sciences, now University College Tilburg, students can spend their time around classes in the Willem Witteveen common room. Witteveen was a professor at Tilburg University and the founding dean of Liberal Arts and Sciences. He died in the MH17 crash in July 2014, with his daughter and wife. The common room is not the only thing that is carrying his name after the crash. The Witteveen Memorial Fellowship was awarded for the first time in February 2015, to PhD in comparative literature Michiel Bot. According to the website, the fellowship aims to enable a junior scholar to further develop his or her research in the area of ‘Law and Humanities’ during a three-month visit to Tilburg Law School. Right after the MH17 crash, the university also offered a series of lectures about the aftermath of it and the ef-
27
column Marianne Lalande liberal arts student
Down the rabbit hole (of political despair)
fects it would have on society and politics. These lectures also carried Witteveen’s name. Declaration of loyalty Liesbeth Hoeven, project manager at Tilburg Cobbenhagen Center and responsible for commemoration project ‘Passion on freedom’, says that the way Tilburg University remembers and reflects is part of its identity. “Martinus Cobbenhagen did not just want to pass on knowledge to students. He wanted them to be socially responsible civilians. He supported students who were in the resistance against the Nazi’s, and stimulated them to take position,” she says. “He sent letters to students who were working in camps or who had to hide from the Germans. And it seems to have worked. The number of students who signed a declaration of loyalty to the Nazi regime during World War II was significantly lower here than in most other parts of the Netherlands.” In the founder’s spirit, Tilburg University wants students to think about their position in society, as well as about the position of science. The university thinks it is important to discuss values and the value of science for society. Questions that we should ask ourselves, says Hoeven, are: “How do we anticipate and respond to changes in society? What do we stand for when everything we think of as normal is destroyed?” Things like the symposium and the Witteveen Memorial Fellowship fit this search too. She says there are two ways to look at our past and our present. “One thing we do is look back and say: never again do we want this to happen. Another way is to look at our past and our surroundings and say: these things are important, we want to preserve them for the future.” This is what the Cobbenhagen Center tries to do with its project ‘Passing on freedom’. The Catholic past of Tilburg University is important in the commemoration culture, says Hoeven. “The attention for community building and the way we look at the debate about values in society fits our tradition. Cobbenhagen was after all a priest and economist.”
At 8 in the morning, instead of getting up and ready for the day, I grab my phone and open the Facebook app. Within a minute, I see one, two, three posts about Trump, an article about Clinton, and a status about Sanders. I won’t lie; it was fun for a couple of months. The entertainment factor of the US elections had so far outweighed my mild panic and stronger distaste for the performancebased popularity contest that it is. And it’s weird; I hear so much more about the potential future president of the United States than I hear about Dutch politics – or indeed, the politics of my home country. I have to consciously seek this stuff out if I want to know about it, and to be quite honest, I don’t. There’s only so much politics I can hear about in a day without getting depressed. I am sure I am not the only one who feels this way. Sure, the US presidency bullshit is important for all of us but I think we can agree that it should not overshadow our own political bullshit. I think I know the root of this problem though: it is the moment when we as a society created reality TV, and thus decided that shitty people are fundamentally more interesting than decent people. We want to be shocked, we want to make fun of others, we want cheap entertainment that doesn’t require us to use our brain cells. It looks to me like this mentality is taking a toll on our information systems and transforming our media to make the news more spectacular and simplistic than ever. We live in an age where all we hear about Trump is his latest blunder, not his economic plan; an age where stupidity has higher entertainment value than actual humor.
9 juni 2016
28
Schappelijk nieuws
medewerker van de maand Elk nummer kiest Univers een Medewerker van de Maand. Dat gebeurt op basis van onder meer bijzondere verdiensten of prestaties, grote inzet en opvallende collegiale activiteiten. Hij reageert nog net niet blasé als hij hoort dat hij wederom is verkozen tot Medewerker van de Maand. Chris Pothoven wil zelfs na de tiende achtereenvolgende winst niet naast zijn schoenen lopen. “Het went nooit, het blijf telkens weer spannend. Maar hoe vaker je wint, hoe groter je zelfvertrouwen.” Chris hield het deze keer simpel. Geen uitzonderlijke initiatieven, geen extra koffie halen of voetmassages voor zijn directe collega. Nee, hij deed gewoon extra hard zijn best in zijn dagelijkse werk. “Vergeleken met het bedrijfsleven, duurt het hier eeuwen voordat een beslissing of maatregel echt wordt genomen. Ik wilde laten zien dat het sneller kan.” Chris leerde zichzelf hiervoor een nieuwe behendigheid aan: tweehandig afstempelen. “Eerst heb ik een aantal weekenden thuis geoefend. Dat kostte me een nieuwe salontafel, maar ik kreeg het wel onder de knie!” Zijn nieuwe werktempo maakt Chris uniek in een organisatie waar afhandelen bijna een vies woord is. “Mijn beslis-ratio is hiermee verdubbeld. Maar de rest van de universiteit moet nog volgen, dus ik krijg niet ineens meer werk op mijn bureau. Ik heb het alleen veel eerder af. Nu maar hopen op mooi zomerweer, zodat ik extra lange wandelingen kan maken over de campus!”
‘Berend Botje kwam toch weerom’ Door nathan de Groot De legendarische schipper Berend Botje is destijds toch teruggekeerd naar Nederland. Dat blijkt uit onderzoek van de sectie jeugdliteratuur aan Tilburg University. Volgens dr. Jetske Lekkerkerk wierp een interdisciplinaire analyse nieuw licht op de zaak. Zo vond een econoom die bij het onderzoek betrokken was een verdwenen bonnetje waaruit blijkt dat Botje bij terugkomst in Enkhuizen heeft gewoond. Op een dinsdag in 1794 verdween Botje spoorloos met zijn scheepje uit Zuidlaren. Vroeg iemand ‘Waar is Berend Botje gebleven?’ dan antwoordde men steevast dat zijn verblijfplaats onbekend was. Of: “Niet hier, niet daar.” De Leidse historicus Thierry van Dueren vermoed-
de lange tijd dat hij voorgoed naar Amerika vertrokken was: “En van je driemaal in de rondte van je hopsasa.” Paula Verschoor, archiefmedewerkster van het Scheepvaartmuseum, zegt dat het onduidelijk is of Botje inderdaad ooit in Amerika aankwam. “Reizen op zee was niet zonder risico. De weg was recht, de weg was krom.” Volgens Verschoor stelt het nieuwe bewijs uit Tilburg zijn terugkeer onomstotelijk vast en is het aannemelijk dat Botje rond het jaar 1818 terug was in Nederland. Lekkerkerk weet niet waarom dit al die tijd geheim moest blijven. Daar moet meer onderzoek naar gedaan worden. Haar hypothese is dat Botje bang was zijn heldenstatus in Zuidlaren te verliezen. “Een beetje avonturier ging in die tijd natuurlijk niet één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven in Enkhuizen wonen.”
VIDAR-vier Koen, Stan, Jochem en Albert behalen op 21 mei een overwinning in de Dev4.
Ga voor meer Univers naar universonline.nl
9 juni 2016
(Foto Albert Goderie)