Skip to main content

Univers 12, 2017, jaargang 54

Page 1

Onafhankelijk magazine Tilburg university

jaargang 54 | 4 mei 2017 #12

Baudet: Rise of the dandy

De Ruijters

promotiefabriek

Lieve Edith formatiewensen

Bogaerts

and the pedomind


2

In deze Univers

05

10

De kleine wereld van De Ruijter

Wees niet bang voor referenda

Het onderzoek naar promotiefraude door ouddecaan De Ruijter wringt. Veel is er mis, maar harde maatregelen worden nergens genomen.

Referenda kunnen een handige noodrem zijn, betogen Frank Hendriks en Stavros Zouridis.

18

23

Brieven aan Edith Schippers

Thierry Baudet: the new dandy

Vier wetenschappers geven hun wensen voor de komende regering door aan formateur Edith Schippers. Want er mag wel het een en ander veranderen in de wetenschap. OVERIGE ARTIKELEN 13 Campusgedicht 26 Into the minds of pedophiles RUBRIEKEN 4 En Passant 4 Commentaar

4 mei 2017

Thierry Baudet spoke his first words in parliament in Latin. Are we witnessing the return of the dandy-populist?

12 I-con 12 Wazda? 14 Beeldend 16 De vijf van Eijff 17 Wè nou? 17 Wat heb je nu geleerd? 22 Masterscriptie 22 Over de schutting 28 Dagboek van een eerstejaars

28 Waar is Univers? 28 Briefkaart COLUMNS 3 Luuk Koelman 9 Tom Grosfeld 11 Henk Strikkers 27 Leanne Soff


3

Van de redactie Onafhankelijke beoordeling Als docent Nederlands op de middelbare school stuur je elk examen door naar een voor jou totaal onbekende op een onbekende school. Daar volgt een tweede nakijkronde. Met soms veel harde kritiek krijg je het examen terug en het lastigste komt nog. Bij de inzage van de tentamens ziet de leerling ook nog alles wat de tweede nakijker heeft toegevoegd en kun je een flinke discussie verwachten. Bij het doorkijken van de promoties van De Ruijter kwam Univers tot de conclusie dat de promotoren vaak uit dezelfde clubjes komen. Een soort academisch oldboysnetwork. Lijkt mij niet bevorderlijk voor onafhankelijke beoordeling.

column Luuk Koelman

Het is ook nooit goed

Meer hierover op pagina 5.

Francine Bardoel, hoofdredacteur f.bardoel@uvt.nl

Poll

Zwerfvuil probleem op de campus en in collegezaal?

45%

36%

12%

7%

te weinig afvalbakken en teveel flyers, dat is erom vragen

Ja hallo, ik ben het niet hoor!

Ik ga mijn best doen de campus schoon te houden

Ik betaal zat collegegeld de uni ruimt mijn rommel maar op!

47 stemmen

59 stemmen

15 stemmen

Stemmen op de volgende poll Campus rookvrij? kan op Universonline.

colofon

9 stemmen Totaal: 130 stemmen

Univers #12 4 mei 2017

Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Martien Bos Productie PrismaPrint Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 13 van jaargang 54 verschijnt op 1 juni 2017 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Francine Bardoel (hoofdredactie), Martien Bos, Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Laura van Gelder, Nathan de Groot, Tom Grosfeld, Luuk Koelman, Jeroen de Leijer, Yannick Maas, Joubert Pignon, Daan Rutten, Bas van der Schot, Bart Smout, Leanne Soff, Henk Strikkers, Ton Toemen, Jack Tummers, Ron Vaessen, Marga Walsh.

Nieuwe richtlijnen voor studenten aan de Oxford Universiteit. Wie oogcontact vermijdt tijdens een gesprek, maakt zich mogelijk schuldig aan raciale micro-agressie. Ook de vraag ‘waar kom je oorspronkelijk vandaan?’ wordt door Oxford genoemd als voorbeeld van ‘alledaags racisme’. De universiteit schrijft aan haar studenten dat ‘sommigen’ onder hen het vast niet rot bedoelen wanneer ze wegkijken of vragen waar iemand vandaan komt, maar dat de mogelijk negatieve gevolgen voor de gesprekspartner nu eenmaal zwaarder wegen. Vandaar de nieuwe richtlijnen. Ik moest even gaan liggen toen ik dat las. Dus wegkijken is alledaags racisme omdat het opgevat kán worden als alledaags racisme. Niet om het een of ander, maar ik kan wel duizend redenen bedenken waarom je wegkijkt tijdens een gesprek. Omdat je een lichte vorm van autisme hebt, omdat je net een wind hebt gelaten, omdat je loenst, omdat je de avond daarvoor shoarma hebt gegeten, omdat je enorm moet plassen, omdat je half tegen de zon in kijkt. Of omdat verderop diegene staat waar je al maanden stiekem hoteldebotel verliefd op bent. Maar het is waar. In het westen is het netjes om iemand aan te kijken wanneer je met hem of haar praat. Echter, er zijn minstens zoveel culturen waar iemand recht in de ogen kijken juist als een uiting van agressie wordt gezien. Dus waar ik nu zo benieuwd naar ben: hoe gaan Oxford-studenten rekening houden met de achtergrond van hun gesprekspartner, wanneer ze niet eens mogen vragen waar diegene vandaan komt? De enige oplossing: geen gesprekken meer aanknopen met vreemden. Wel zo veilig, kun je het ook niet fout doen. Dus over een tijdje is dát in de ogen van de universiteit ook alledaags racisme: negeren, buitensluiten. Je kunt er de klok op gelijkzetten. Het is ook nooit goed.

4 mei 2017


4

En passant Commentaar

Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? In zijn kantoor in gebouw Dante bladert Jan Engelen door een stapel papier. “Op dit moment ben ik een paper over Instagramposts aan het doornemen”, vertelt hij op de vroege maandagmorgen. “Voor het vak Research Seminar begeleid ik vijf groepen studenten. Met een van die groepen heb ik straks een feedbacksessie.” Naast het geven van cursussen houdt hij zich vooral bezig met onderzoek: “Momenteel onderzoek ik restaurantrecensies en de taal die daarbij gebruikt wordt”. Campus & Croquet Gras genoeg op de campus. Toch namen de mannen van dispuut Braque hun eigen grasmatten mee om onschuldige voorbijgangers te verleiden tot een potje Croquet. Mocht je de smaak van dit elitaire spel te pakken hebben, schrijf je dan in voor hun toernooi op 25 mei.

Streetview & Friet Kijk binnenkort eens op Streetview. Wellicht vind je jezelf terug op de campus. Recht voor de deur van cafetaria Franske werd deze bolide geparkeerd. Wellicht wilde de chauffeur zelf ook op de beelden staan. Of had hij zin in friet?

Wassen & Drogen Heel leuk, zo’n studio op het Professor de Moorplein. Met veel passen en meten krijg je er misschien zelfs een wasmachine in. Een droger bleek een brug te ver voor deze student, gelukkig was deze studiobewoner handig met een wasrek.

4 mei 2017

Roy Donders Zag u hem staan op Koningsdag, Roy Donders? Op het hoofdpodium zong hij Willem-Alexander toe. In Amerika weten ze in de academische wereld wel raad met dat soort figuren. De universiteit van Tennessee is begonnen met colleges ‘Dolly’s America.’ De moderne geschiedenis van de Appalachen bekeken door de levensloop van country-icoon Dolly Parton. Makkelijk scoren? Verre van. De collegereeks is speciaal ontwikkeld voor het honors program en wil de geschiedenis van Amerika diepgaand analyseren vanuit een persoonlijk perspectief. Dat zet een mens aan het denken. Over, bijvoorbeeld, een collegereeks ‘Roy Donders’ Brabant’ in Tilburg. Een grondige beschouwing over opgroeien in Broekhoven. Stel je eens voor. Thema’s als sociale ongelijkheid, illegale wietteelt, achterstandswijken, gender en de verzorgingsstaat komen voorbij, stuk voor stuk heel concreet ingebed. Diepgang die met beide benen in de realiteit staat. Dat moet een universiteit die de maatschappij wil begrijpen en verbeteren toch aanspreken. En trouwens: wie goed genoeg is voor de Koning, is toch zeker goed genoeg voor Tilburg University?


5

leestijd

9

minuten

Tekst Ron Vaessen illustratie Bas van der schot

De kleine wereld van De Ruijter

Het onderzoek naar promotiefraude door oud-decaan Arie de Ruijter wringt. Er is ferme kritiek op de proefschriften en er wordt zelfs gesproken van ‘questionable research practices’. Maar harde maatregelen worden er niet genomen. Ook opvallend: een klein clubje wetenschappers was wel érg vaak betrokken bij de gelaakte proefschriften, terwijl ze lang niet altijd de juiste expertise hadden.

T

weeëndertig proefschriften heeft Arie de Ruijter tijdens zijn decanaat van 2007 tot en met 2013 begeleid, volgens Research Portal. Naast het onderzoek naar financiële fraude heeft de universiteit ook onderzoek laten uitvoeren naar de wetenschappelijke integriteit bij de totstandkoming van deze proefschriften.

Typisch iets om de Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van Tilburg University voor in te schakelen. Maar dan zou het CvB een besluit moeten nemen over het rapport, zegt woordvoerder Tineke Bennema. Door een externe ad-hoc commissie op te tuigen, hoefde dat niet. Bennema: “Het is een op zichzelf staand onderzoek. Met het instellen van een externe ad hoc commissie zijn maximale neutraliteit en onafhankelijkheid gewaarborgd.” Opmerkelijk genoeg is de voorzitter van de externe commissie (de Utrechtse hoogleraar Ton Hol) óók de voorzitter van Tilburg University’s eigen CWI. De externe commissie moest de proefschriften tegen het licht houden en werkte in geheimhouding. Daarom spraken ze niet met betrokkenen en geven niet aan welke en hoeveel proefschriften ze hebben gelezen. Het blijft bij een indicatie: een groot aantal, zeer grondig.

Kritische bevindingen De Commissie Hol is kritisch op het niveau en komt tot stevige bevindingen. De proefschriften zijn geschreven door niet aan de universiteit verbonden professionals (buitenpromovendi), vaak aan het eind van hun carrière. De eigen ervaring staat teveel voorop. Case studies nemen veel ruimte in beslag, terwijl onduidelijk is waarom. Het bijbehorende risico op bias wordt onvoldoende onderkend. Conclusies van de proefschriften laten zich ‘moeilijk generaliseren’. Daardoor was er beperkte of zelfs géén wetenschappelijke meerwaarde, aldus de Commissie Hol. Het grote aantal proefschriften is in korte tijd gerealiseerd, terwijl ze vaak niet duidelijk onder expertise van promotor(en) vielen. De proefschriften onttrokken zich aan interne en externe kwaliteitszorg. Het geheel is van onvoldoende kwaliteit voor één onderzoeksgroep of leerstoel. Het gaat >>

Arie de Ruijter, voormalig decaan van de Tilburg School of Humanities, wordt beschuldigd van financiële fraude en verduistering. In zijn functie als decaan (2007-2015) zou hij promotiebonussen hebben laten uitkeren aan bedrijven van familieleden. Er zou in totaal een miljoen euro zijn weggesluisd. Het onderzoek naar De Ruijter loopt nog.

4 mei 2017


6

Milde oordelen Op basis van deze bevindingen moest de commissie drie vragen beantwoorden: 1. Was de samenstelling en werkwijze van de commissies zodanig, dat de beoordeling plaatsvond volgens de gebruikelijke wetenschappelijke maatstaven? 2. Konden de beoordelingscommissies redelijkerwijs concluderen dat de proefschriften mochten worden verdedigd? 3. Is er door financiële belangen reden om te twijfelen aan de wetenschappelijke integriteit bij de beoordeling?

Daar is vast over nagedacht, of had over nagedacht moeten zijn, en er zijn onvoldoende aanwijzingen dat doctoraten onterecht zijn verleend. De financiële belangen? Geen verband gevonden met de kwaliteit van de proefschriften. In beantwoording op deze derde vraag sluit de commissie niet uit dat perverse financiële prikkels hebben geleid tot ‘een promotiecultuur, waarbij kwantiteit voorrang leek te hebben boven kwaliteit.’ En stelt vast dat ‘alhoewel er redenen geweest kunnen zijn om (uiteindelijk) de betreffende doctoraten (...) te verlenen, sprake is van een praktijk die zou moeten worden voorkomen’. Algemene conclusie die de commissie trekt: er zijn geen of onvoldoende aanwijzingen dat er is gehandeld in strijd met de wetenschappelijke beginselen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid, dat je zou kunnen spreken over een inbreuk op normen van wetenschappelijke integriteit. Maar: ‘voorkomen moet worden dat in de toekomst opnieuw een praktijk ontstaat waarin relatief veel wetenschappelijk zwakke proefschriften door een beperkte hoeveelheid mensen (...) beoordeeld worden.’ Er is volgens de commissie sprake van questionable research practices.

En dan gebeurt er iets opmerkelijks. Niet één keer concludeert de commissie dat er iets mis is gegaan. De samenstelling van de commissies? Niks aan de hand. Het toelaten van die proefschriften tot verdediging?

Op het randje Het rapport zorgt voor opgetrokken wenkbrauwen. Na uitgebreide kritiek volgen wel erg milde conclusies. Lex Bouter, Hoogleraar Methodologie en

om ‘te veel bespreekgevallen’, waardoor het zeer de vraag is of een ‘promotiebeleid dat hieruit valt af te leiden beantwoordt aan normen voor wetenschappelijke kwaliteit.’ Ook zijn er feiten die de schijn van partijdigheid wekken. Zo trad een beperkt aantal hoogleraren en gepromoveerden bij meerdere promoties op als beoordelaar en vonden financiële transacties plaats voor begeleiding, soms uitbetaald aan eigen ondernemingen.

4 mei 2017


7

integriteit aan de Vrije Universiteit (VU), heeft de indruk dat de commissie keurig te werk is gegaan. Volgens methodoloog Jelte Wicherts had de commissie het niet makkelijk. “Een hele reeks onderzoeken binnen beperkte tijd onderzoeken? Bij Stapel duurde het een jaar, in een samenwerking van drie universiteiten.” Beiden merken op dat de commissie er niet bij was, toen de proefschriften als voldoende werden beoordeeld. Bouter: “Achteraf anders oordelen, kan alleen als het evident onder de maat is.” Wicherts: “Een integriteitscommissie zal niet snel roepen dat het niet goed is. Als ik buitenpromovendus was en een commissie zegt dat mijn door een promotiecommissie goedgekeurde proefschrift niet klopt, en ik loop hierdoor een grote opdracht mis, dan zou ik de commissie kunnen aanklagen.” Er blijft genoeg te zeggen over het rapport. Zo vindt Wicherts het een stevige bevinding, dat de kwaliteit van de proefschriften laag was. “Als alle genoemde kritiek in één proefschrift zit, is dat een slecht proefschrift.” Wel is het moeilijk precies te bepalen wanneer een proefschrift niet goed genoeg is, merkt Bouters op. “Je hebt een heel spectrum, van briljante tot ondeugdelijke proefschriften. Soms zal de ene commissie iets accepteren en de andere niet, dat is niet erg. Wat hier gebeurd lijkt te zijn, is dat er alleen maar proefschriften van niet geweldige kwaliteit aan de orde waren. De commissie zegt over de individuele proefschriften dat er geen door de mand valt, maar dat het probleem is dat er zoveel op het randje zijn.”

De kwalificatie van twijfelachtige praktijken lijkt vrijblijvend, want er zitten anders dan bij fraude geen gevolgen aan voor de individuele wetenschapper. Volgens Bouter en Wicherts zou je individuele wetenschappers ook niet moeten straffen voor dit soort praktijken. Universiteiten moeten nadenken over procedures, zoals het samenstellen van beoordelingscommissies. Geen expertise Promotoren hadden hier volgens de commissie niet duidelijk expertise op het terrein van de proefschriftonderwerpen. “Dat is niet de bedoeling,” zegt Bouter. “Je moet promovendi begeleiden op het terrein waar je verstand van hebt. Of je moet andere mensen aan boord trekken voor de hoofdstukken of artikelen die je zelf niet kan begeleiden.” Wicherts: “Het kan bijvoorbeeld niet zo zijn dat ik volgende week bij de verdediging zit van onderzoek dat gedaan is met een deeltjesversneller. Dat is een wanpraktijk.” Dat De Ruijter vaak met dezelfde promotoren proefschriften begeleidde, vindt Bouter niet gek. Maar beoordelingscommissies moeten wel goed in elkaar zitten. “Collega’s die niks met het product te maken hebben gehad behoren het werk te controleren, dat moet een diverse en onafhankelijke groep zijn. Gebruikelijk is ook hoogleraren van andere universiteiten op te nemen. Dat zijn de checks and balances van het systeem.” Wicherts: “Je moet voor die beoordelingscommissies niet iedere keer dezelfde groep vragen.”

‘Je moet voor die commissies niet iedere keer dezelfde groep vragen’

Schade Fraude is volgens Bouter erger, maar de geconstateerde twijfelachtige praktijken richten waarschijnlijk meer schade aan, omdat het vaker voorkomt. “Het niet goed begeleiden van studenten en promovendi wordt door experts gezien als een groot probleem, want het komt relatief vaak voor en is één van de meest verantwoordelijke taken die je als wetenschapper hebt.”

Uit een bestudering van de commissie-samenstellingen door Univers blijkt dat een kleine groep wetenschappers wel érg veel betrokken was bij de vele promoties (zie de infographic). Dat zou volgens Bouter te verklaren zijn als het om één onderzoeksgebied ging: dan moet je wel steeds dezelfde mensen vragen, want daarvoor heb je niet zoveel niet-betrokken experts. Maar inhoudelijk liepen de proefschriften juist sterk uiteen >>

4 mei 2017


8

en bovendien staan de sociale wetenschappen er niet om bekend een tekort te hebben aan hoogleraren die proefschriften kunnen beoordelen. Al denkt Bouter niet dat de kleine club terugkerende wetenschappers andere beoordelaars onder druk heeft gezet. “De beoordeling gaat doorgaans schriftelijk, commissies komen dan niet bijeen. En men ziet elkaars beoordeling in de regel niet, of pas na indiening van het eigen oordeel.” Onderbouwd oordeel Wie alles overdenkt, zal wellicht geneigd zijn tot andere conclusies te komen dan de Commissie Hol. Zoals: de samenstelling en werkwijze van de commissies deugde niet, de beoordelingscommissies hadden al die matige tot slechte proefschriften niet mogen goedkeuren en financiële belangen hebben deze wanpraktijk in de hand gewerkt. Hoe kan het immers allemaal in orde zijn, als er al zoveel kritiek op wordt geuit door nota bene de commissie zelf? “Het zijn heel begrijpelijke vragen,” zegt Ton Hol. “Iedereen mag daarover zijn mening hebben. Maar de taak van de commissie was tot een onderbouwd oordeel te komen. Vermoedens of meningen zijn onvoldoende.” De commissie zag dat een beperkte groep wetenschappers steeds terugkwam in de beoordelingscommissies. “Dat wekt de schijn van partijdigheid, maar ik ga dan niet zeggen dat er sprake is van niet-integer handelen.” Ook kon De Ruijter maar uit een beperkte groep wetenschappers met voldoende specialistische kennis vissen, om de commissies samen te stellen. “Het belangrijkste punt vond ik: zijn deze commissies helemaal zo geregisseerd dat het allemaal vriendjes zijn en dat het doorgestoken kaart is? Dat is niet zo... althans, dat hebben wij niet vastgesteld. Wij zeggen: dit valt op, het is een aandachtspunt, maar het is wel te verklaren.”

schriften waar ik niet diep onder de indruk van was,” zegt Hol. “Waarvan we zeker denken te weten dat er discussie over moet zijn geweest. Maar dat betekent niet dat het niveau onvoldoende was.” Ook proefschriften zonder duidelijke wetenschappelijke meerwaarde kunnen tot een doctorgraad leiden: “Dat gebeurt wel vaker, je begint met onderzoek en uiteindelijk valt het tegen. Dan geldt nog altijd de proeve van bekwaamheid: is men in staat zelfstandig onderzoek te doen?” Bovendien kan een commissie volgens Hol achteraf moeilijk proefschriften afkeuren. “Dan ga je op de stoel van de beoordelaars zitten, daarvoor moet je wel heel zeker weten dat het echt niet kon.” Een proefschrift dat het niveau heeft van een masterscriptie, met dt-fouten aan toe, zou Hol afkeuren. De praktijk die de commissie aantrof was niet best, blijkt uit het rapport. “Maar we zien ook dat er serieus werk is verricht door de promovendi. Men heeft geen cadeautjes weggegeven.” De financiële transacties richting universiteiten van medebegeleiders of beoordelaars waren volgens Hol bovendien niet zo groot, dat wetenschappers zich er mogelijk door hebben laten beïnvloeden.

‘Als je het op een rijtje zet, hoop ik dat dit niet meer zo gebeurt’

Onvoldoende Het niveau van de proefschriften was niet al te best. “We stuitten op proef-

Foute boel De commissie had geen inzage in alle beoordelingsrapporten die destijds door commissies zijn geschreven. Tegenwoordig worden die volgens Hol door universiteiten bewaard, maar enkele jaren terug nog niet. Maar moest dit destijds dan niet zijn opgevallen? Het is aan vice-decanen onderzoek en decanen om de kwaliteit van promotiecommissies te bewaken. “Het probleem hier is misschien dat de decaan ook de promotor was.” “We zijn niet gestuit op een evident foute boel,” besluit Hol. Toch concludeert de commissie herhaaldelijk en in felle bewoordingen dat deze praktijk niet meer mag voorkomen. “In individuele gevallen kon je redenen hebben deze proefschriften goed te keuren. Maar als je het op een rijtje zet, dan hoop ik dat dit niet meer zo gebeurt.”

John Rijsman: ‘Ik was betrokken, maar ook volstrekt onafhankelijk’ “De proefschriften waren niet geschikt om te publiceren in journals die abstracte wetenschap bedrijven, maar ik zou niet zeggen dat ze een zwakke kwaliteit hadden. Zoals bij alle proefschriften heb ik gezien dat er goede en minder goede tussenzaten. Ik heb ook weleens getwijfeld, en dat zeg je dan. Maar je wist bij Arie: dit snijdt hout. Soms kon de theoretische reflectie beter of konden er invalshoeken uit de literatuur bij worden betrokken. Daar heb je te maken met smaken en voorkeuren. Ik heb nooit iets gezien dat echt niet kon. En je kan niet in de schoenen treden van commissieleden, die denk ik een integere beoordeling hebben gegeven. Als je substantiële kennis wil hebben over de maatschappij die overdraagbaar is, dan heb

4 mei 2017

je juist dit soort proefschriften nodig. Ik heb ze vaak gebruikt in het onderwijs. Ze waren vrij helder gestructureerd en hadden één groot voordeel: ze gingen ergens over. Het waren geen modellen of abstracte dingen die je zelf kan verzinnen. Het is onmogelijk de boel te belazeren als je schrijft over het bedrijfsleven, de echte wereld, waar dingen zijn gebeurd. Een universiteit is niet alleen bedoeld voor zuivere wetenschap. Ik heb met wel twaalfhonderd mensen in promotiecommissies gezeten. Zo heb ik veel verschillende benaderingen en visies gezien. En kan ik zeggen dat er heel veel soorten wetenschap zijn. Zeker als je als universiteit beweert de maatschappij te willen begrijpen, vind ik dat je ook dit

soort wetenschap moet bedrijven. Ik heb Arie de Ruijter twee keer als decaan gehad. Hij wist dat ik een verscheiden en grote internationale ervaring heb. Het is niet zo dat Arie uit veel mensen kon kiezen en hele andere commissies kon samenstellen. Als je het hebt over proefschriften naar fenomenen uit de maatschappij, dan zullen de meeste hoogleraren die niet willen beoordelen omdat ze zichzelf niet geschikt vinden. Ik was betrokken, maar ook volstrekt onafhankelijk ten opzichte van Arie, net zoals ik dat ben ten opzichte van honderden andere collega’s.” John Rijsman was 19 keer betrokken bij De Ruijters promotiecommissies


9

column Tom Grosfeld student CIW

Gênant Mijn vader had vroeger vrienden die verslaafd waren. Twee alcoholisten en een drugsgebruiker. Tijdens het avondeten werd dit opgerakeld en vroeg mijn vader, terwijl hij met een steelse blik mijn moeder zocht, of ik in mijn omgeving ook mensen kende die verslaafd waren en de grip over hun leven dreigden te verliezen. Die kende ik wel. Maar het voelde gênant om dat ter sprake te brengen. Mijn vrienden spoten geen heroïne in hun aderen en maakten ook niet iedere avond een kratje pils soldaat. Ze waren verslaafd aan Facebook. “En ik denk dat ik dat ook ben, pap.” Papa keek me verbouwereerd aan. Het klinkt treurig, maar toch: Facebook beïnvloedt ons dagelijkse leven. Ik sta op en ga naar bed met Facebook. In de trein ververs ik mijn tijdlijn. Op de wc ook. Als ik een ruimte binnenstap waar ik niemand ken verbloem ik mijn ongemak door meteen mijn mobiel erbij te pakken. Ik lees niks, maar scroll als een bezetene omlaag. Als ik met mijn vriendin in een restaurant zit en zij gaat naar de wc, is ze nog niet opgestaan of ik zit al op Facebook. We vluchten onze tijdlijn in, bang om niets te doen, op zoek naar iets onbereikbaars. Iets dat ons een fijn gevoel geeft, maar nooit helemaal tevreden stemt. ’s Avonds gaan we teleurgesteld richting bed omdat Facebook –wederom- onze dag de baas is geweest. Pap is vroeger ontsnapt. Niet bezweken onder groepsdruk. Zijn vrienden grepen naar alcohol en drugs, hij bleef sterk. ‘Geluk’, zegt hij. Maar misschien is zijn grootste geluk wel dat hij in een tijd geboren is waar Facebook nog niet bestond.

4 mei 2017


10

Opinie

leestijd

3

minuten

tekst Frank Hendriks en Stavros Zouridis

Wees niet bang voor referenda

Wel of geen referenda in de Nederlandse politiek? Volgens sommigen zijn ze een gevaar voor de democratie. Maar we moeten referenda niet verketteren, waarschuwen de Tilburgse hoogleraren Frank Hendriks en Stavros Zouridis

R

eferenda roepen grote aarzelingen op. Dagblad Trouw berichtte dat D66, PvdA en GroenLinks inmiddels twijfelen over de voortgezette behandeling van het door henzelf geïnitieerde bindend correctief referendum in tweede lezing. Het referendum in Turkije van 15 april, waarin Erdogan meer macht opeiste, bewijst volgens menigeen dat referenda de democratie uithollen. Het lijkt erop dat naarmate stemmen populairder wordt onder de bevolking, de angst ervoor onder de politieke elite evenredig toeneemt. Stemmingen grijpen op alle domeinen van het

4 mei 2017

leven in. Op internet is met een eenvoudige ‘like’ snel een voorkeur doorgegeven, op elk ‘trending topic’ volgt een peiling en we kijken eerst even naar de scores op iens.nl alvorens we een restaurant bezoeken om er snel onze eigen score aan toe te voegen. De roep om referenda is dan niet verrassend en, het moet gezegd, als uitdrukking van een publieke opinie gerichter dan de vierjaarlijkse stem voor Tweede Kamer of gemeenteraad. Machtsgreep Net als andere democratische instituties moet het referendum natuurlijk kritisch worden

bevraagd, maar dan wel op juiste gronden. Het argument dat we veel horen is dat van de bedreiging van de rechtsstaat. Het referendum in Turkije als bewijs daarvoor opvoeren is retorisch slimme framing, maar van zeer beperkte relevantie voor de Nederlandse rechtsstaat. De afstand tussen het centraal-gestuurde, machtsgrijpende referendum van Erdogan en het correctieve wetgevingsreferendum van Nederlandse snit - van onderop aangevraagd, louter reagerend op parlementair vastgestelde wetgeving - is minstens zo groot als de afstand tussen het Nederlandse verkiezingssysteem en dat wat zich nu in Turkije ontwikkelt. Als verkiezingen in bepaalde landen democratische façades optrekken voor autocratische politiek is dat nog geen reden om af te zien van alle verkiezingen. Net zomin zouden we alle referenda moeten verketteren omdat autocratische varianten dat verdienen. Zulke referenda geven, in de woorden van politicoloog David Altman, ‘people to the powerful’ en niet ‘power to the people’. Voor het Nederlandse, vanuit de burgerij geïnitieerde referendum zijn veel


11

zinniger en leerzamer referentiepunten te vinden. Landen als Zwitserland, Denemarken, Ierland en de meeste Duitse deelstaten bewijzen dat een aanzienlijke rol voor referenda goed met representatieve democratie kan worden gecombineerd. Noodrem De Nederlandse referendumpraktijk is vergeleken hiermee nog zeer bescheiden en voorzichtig ontwikkeld. De gevreesde aantasting van de rechtsstaat ligt bij een correctief referendum - reagerend op parlementaire wetgevingsarbeid - ook niet erg voor de hand. Eerder biedt het

Het biedt de samenleving een noodrem ingeval partijpolitiek tot besluiten leidt die de rechtsstaat bedreigen de samenleving een noodrem ingeval partijpolitiek tot besluiten leidt die de rechtsstaat bedreigen. Men kan het referendum als stijlfiguur gebruiken voor een naar populisme afglijdende democratische cultuur, maar is de vertegenwoordigende democratie dan het beste tegengif? Kenmerkend voor de politieke representatie in hedendaags Nederland zijn incidentenpolitiek en een risico-regelreflex die bestendige uitvoering van beleid en wetgeving juist bedreigen. In plaats van een generieke banvloek uit te spreken over het referendum, zou de zorg uit moeten gaan naar het democratisch ethos en staatkundig gesternte dat nodig is om een rechtsstaat in stand te houden. Telkens werd in de geschiedenis een rechtsstaat pas duurzaam in een pluriforme samenleving met stevige machtsconcurrentie. Alleen dan worden machthebbers van rechtsstatelijke handboeien en tegenmacht voorzien. Het maatschappelijk fundament in Nederland is stevig genoeg om de aanvullende ‘check’ van het correctief referendum aan te kunnen.

column Henk Strikkers columnist

Niet nog meer controle Een decaan huurt een nichtje met een schoonheidssalon en een neef met consultancybedrijf in om promovendi te begeleiden en niemand die er iets van zegt. Voormalig decaan Arie de Ruijter van de Tilburg School of Humanities leek er lang mee weg te komen, totdat het universiteitsbestuur in 2015 een tip kreeg. Toen was er al een miljoen weggelekt. Minister Bussemaker meldde in antwoord op Kamervragen dat ‘de interne controle rond het financieel proces niet goed heeft gewerkt’ en dat het bestuur inmiddels scherpe regels heeft opgesteld. Het Tilburgse promovendinetwerk TiPP pleitte ook al voor ‘supervising the supervisor’. Het zijn de standaardantwoorden die na dit soort fraudegevallen steeds weer worden gegeven: scherpere regels en het stapelen van toezicht op toezicht. Ik geloof daar niet in. Organisaties worden er niet beter van wanneer drie leidinggevenden een stempel moeten zetten voordat er paperclips gekocht kunnen worden. Op een universiteit lopen mensen rond die stuk voor stuk geschoold zijn om hun mening goed te onderbouwen met degelijke argumentaties. Het zijn de knapste koppen van het land met het hoogst haalbare diploma. Zij moeten zelf kunnen inschatten wanneer iets tegen de regels ingaat of ethisch niet te verantwoorden is. Wanneer promovendi zo afhankelijk zijn van hun begeleider dat je hen niet kunt vragen om misstanden te melden zit daar het probleem, en moet er iets gedaan worden aan die afhankelijkheidsrelatie. Wanneer decanen hun financiële afdeling zo onder de duim houden dat zij hen niet kunnen controleren, moet die financiële afdeling onafhankelijker worden. Op nieuw oerwoud aan regels en toezichthouders zit niemand te wachten. Voordat iedereen in zo’n situatie weet wat er speelt, zijn er al tientallen eigenaren van schoonheidssalons miljonair.

Frank Hendriks en Stavros Zouridis zijn beiden werkzaam als hoogleraar Bestuurskunde.

4 mei 2017


12

I-con

Wazda

Term: Vloerpizza Vindplaats: gesprek tussen studenten in de Esplanade

naam Jorrit van Santvoort opleiding Organization Studies leeftijd 26 jaar Je bent rector van Tilburg University. Wat zou je meteen veranderen? Weg met die verkiezingen! Kon ze dit jaar wederom niet ontwijken op de campus. Terras of kroeg? Kan niet kiezen. Wat is je lievelingsplek op de campus? De kantine van C. Voor de combideal natuurlijk! Wat moet per direct van de buis verdwijnen? Ik heb geen tv-abonnement, dus daar zou ik mee kunnen beginnen. Dan kom ik later op deze vraag terug. Je moet één Tilburg University-opleiding schrappen. Welke kies je? Filosofie, daar komt geen eind aan! Avond gratis zuipen in de Boekanier maar je mag niet met vrouwen praten, of vier euro per biertje betalen in de Studio en onbeperkt aandacht krijgen? Mits overeenstemming te bereiken met het thuisfront: Studio. Je bestelt bittergarnituur. Welke saus mag niet ontbreken? Ik ben wel een goeie ouwe mayonaise-liefhebber. Zaanse dan, romig en vet. Vaak krijg je er mosterd bij, maar dat dip ik enkel plichtsgetrouw. Je hebt een sollicitatiegesprek en krijgt één regel om jezelf te verkopen aan het bedrijf. Wat zeg je? Want to bring in a gamechanger?

Managementtaal, turbo-Tilburgs of professorengepruttel. In de rubriek Wàzdà? duidt ex-campusdichter Nathan de Groot maandelijks een bijzondere term die gebruikt wordt op de universiteit. a) Dé nieuwe Italiaanse superfood b) Variant op het taartdiagram c) Kritiek op het ontwerp voor de nieuwe vloer van het OZC d) Een portie braaksel verspreid over de grond Vergeet speltbrood, want de nieuwste hype in voedselland zou weleens de vloerpizza kunnen zijn. Met name onder jonge hoogopgeleiden wint dit Italiaanse concept aan populariteit. Volgens een legende is dit hedendaagse superfood ontstaan in 2014, toen Guiseppe Muntoni uit Bari de vloer benutte voor het bereiden van zijn authentieke pizza’s. Het filmpje van het recept zou direct viral gaan en de rest is geschiedenis. Of is een vloerpizza gewoon een grotere variant op het aloude taartdiagram. Een Tilburgse econometrist zou deze interactieve methode dan kunnen gebruiken om studenten bij te scholen over verhoudingen binnen de speltheorie. Het zou natuurlijk kunnen, maar wellicht is het juist subtiele kritiek op het ontwerp voor de vloer van het te verrijzen OZC. Geen interieurarchitect die de kwalificatie vloerpizza als een compliment beschouwt. Dan nog liever een Haribo-mozaïek of parketvla. Toch blijkt D het enige correcte antwoord. Binnen studentenkringen is de vloerpizza het resultaat van ‘een brokje leggen’ of ‘nekken’. Het fenomeen duikt vooral later in de avond op in de buurt van de toiletten of bij de ingang van een café. Hoofdoorzaak is overmatig drankgebruik en/ of het mixen van verschillende alcoholische versnaperingen in kort tijdsbestek. Het zelf verwijderen van je eigen vloerpizza helpt goed om herhaling te voorkomen. Alleen is doorgaans onbekend wie de mildzure substantie op de grond liet kletteren. Ook een nieuw woord of rare term gespot? Stuur hem naar univers@uvt.nl

4 mei 2017


13

Campuspoem Voicemail I am sorry to be slightly lacking in poems if you’re wondering how I’m feeling, well, wrecked the last thought before I go to sleep at night is usually ‘when was your email last checked?’ I’ve been too busy to write about anything except being busy but so is everyone else, I guess all my conversations are on exams and deadlines and how other people cope with their stress so I’ve made a Spotify playlist for calming down and I’m waking up without caffeine I’m hoping by summer, I’ll be able to derive pleasure from reading right now I can hardly get through one magazine the other day I even put my phone on airplane mode while I met up with a friend as the days get slightly longer, my nights are ever short but I know the spring semester, too, will soon end --Lotte Klaassen, campus poet 2017

4 mei 2017


14

Beeldend

foto jack tummers

Leve de koningin

Tilburg is natuurlijk de geboren stad voor koningsdag. Kijk maar naar het oranje van de carnavalsdas en de rood-witblauwe voetbalsjaal van de naar zijn voorouder vernoemde club. Voor een uitdossing hoeft een beetje Tilbo niet lang te zoeken. En al die pilsheffende Tilburgers, zeggen die eigenlijk niet ook continu: Leve de Koning (v/h Prins Pils)? Wat een feest. Dus zullen we dan maar even over het hoofd zien dat het niet (meer) de koningin is, die vandaag gevierd wordt. Kijk goed en je ziet overal odes aan Mรกxima. Willem-Alexander komt er bekaaid vanaf. Ach. Koningsdag is in Tilburg gewoon ook een beetje Koninginnendag.

4 mei 2017


15

4 mei 2017


16

de vijf VAN EIJFF

Kleine verschillen, grote verschuivingen Onze topeconoom Sylvester Eijffinger beperkt zich niet alleen tot de economie en herkent een nieuw fenomeen in de politiek: kleine overwinningen hebben grote consequenties. 1. Professor Eijffinger, u ziet een nieuw fenomeen in de politiek aan het werk, dat maakt ons nieuwsgierig. “Ik zou dat nog eens moeten uitwerken, als ik eraan toekom, maar we hebben het allemaal kunnen zien met de grote gebeurtenissen de laatste maanden: kleine marges hebben tegenwoordig grote consequenties in de wereldpolitiek.” 2. Dat moet u toch echt even uitleggen. “Ga maar na: de Brexit komt er na winst van het Boris Johnsonkamp met een miniem verschil. Donald Trump won slechts met een fractie verschil en als we naar de ‘popular vote’ kijken, dus de absolute aantallen die op hem hebben gestemd, had hij al helemaal niet gewonnen. Onlangs won Erdogan met zijn referendum in Turkije en ook dat was met een klein verschil. De effecten zijn echter enorm! Groot-Brittannië verlaat de EU, met alle economische gevolgen van dien. Met Trump hebben de Amerikanen de grilligste president ooit en Erdogan kan in de regering blijven zitten tot 2029 en verandert Turkije in een dictatuur.”

‘We zijn een soort olietanker die niet opeens wegdrijft’

4 mei 2017

3. In de sport betekent een milli­ seconde eerder of later over de meet natuurlijk ook winst of verlies. Zolang er niet is valsgespeeld, hebben Johnson, Trump en Erdogan terecht gewonnen, toch? “Deels wel, maar zolang we het over democratie hebben, betekent dat niet dat de tegenstander helemaal mag worden weggevaagd. Democratie betekent dat ook de minderheid een stem behoudt. En wanneer de intensiteit van de winnende stem en dus het draagvlak zo laag zijn als nu, betekent dat al helemaal dat je niet zomaar het volle pond uit de winst kan halen. En dat lijkt nu juist wel te gebeuren.” 4. Wat is er mis in het systeem? “Ik denk dat het veel te maken heeft met strategisch stemgedrag. Men kijkt naar wat de tegenpartij gaat stemmen en dat motiveert om al dan niet te gaan stemmen en waarop er dan wordt gestemd. De jeugd in Engeland liet het massaal afweten omdat ze dachten dat Brexit er heus niet zou komen en toen kwam-ie er toch! In Amerika wilden Millennials Bernie Sanders en toen dat niet doorging waren ze

te beroerd om op Hillary Clinton te gaan stemmen, met Donald Trump tot gevolg. In Nederland bleef het anti-Erdogan kamp onder de Turkse Nederlanders voor een belangrijk deel thuis. Op zich logisch, want wat heb je met Turkije als je het hier prima naar je zin hebt. Maar wanneer de marges zo klein zijn, dan geven dit soort bewegingen wel de doorslag op de wip! ” 5. Wat zou een oplossing kunnen zijn? “Een paar verbeteringen zijn wel denkbaar. Ik zou ervoor pleiten om bijvoorbeeld vanaf twee weken voor de verkiezingsdag polls te verbieden. Die zorgen voor strategisch stemgedrag. En wanneer we stemmen over bijvoorbeeld de Oekraïne, waar het ook weer ging om een kleine marge, zou ik geen opkomstdrempel hanteren. Dan weet iedereen dat het menens is en komen er meer mensen naar de stembus. We zouden ook kunnen denken aan een systeem waarin de intensiteit of motivatie beter wordt verdisconteerd. Wil je echt een Brexit of liever een betere deal met Europa? Wil je echt de PvdA of wil je alleen de VVD erbuiten houden? Dan maak je het fijnmaziger en dat leidt wellicht tot minder radicale conclusies. Gelukkig werkt dat in Nederland deels al zo vanwege het coalitiestelsel. We zijn een soort olietanker die niet na één stemronde opeens van Europa wegdrijft!”


17

Wè nou? tilburgse reacties op Het nieuws

Wat heb je nu geleerd? college Cognitive Neuropsychology locatie CZ114

Niets is minder hedendaags dan het concept ‘gender’. Waarom wordt er als het op toiletten aankomt dan nog zo’n ouderwets onderscheid gemaakt? De Tilburgse campus moet met zijn tijd meegaan en daarbij horen enkel nog genderneutrale toiletten. “Helemaal goed, zeker doen! Ik vind het echt prima om een toilet te delen. In Scandinavië doen ze niet anders, dus waarom hier dan niet?”

Docent?

Dyanne van Wijdeven, 20, International Business Administration

Karin Gehring

“Ik ben weleens per ongeluk het meisjestoilet binnengelopen en toen was dat best ongemakkelijk, maar als het overal normaal wordt zal dat vast vanzelf wennen. Ik zie zelf niet het nut ervan in, maar als er mensen zijn die dat heel graag willen, heb ik er geen problemen mee.”

Ik had weinig keus. Op papier was dit een hoorcollege over het zoeken naar literatuur. In de praktijk was het echter een erg interactieve bedoening. Het college vond plaats op een vrijdagmiddag maar dagdromen over het aanstaande weekend was geen optie.

Andy Issahaku, 20, Organisatiewetenschappen

“Ik sta echt volledig achter gelijkheid voor iedereen en als iemand zich meer vrouw voelt dan man vind ik het helemaal niet erg als diegene het vrouwentoilet gebruikt, maar ik zit er eigenlijk niet op te wachten om een toilet te delen met mannen. Daar voel ik me toch ongemakkelijk bij.” Annelyn van der Wolde, 20, Liberal Arts and Sciences

“Ik heb er geen probleem mee om een toilet te delen. Dat lijkt mij een betere oplossing dan bijvoorbeeld een apart toilet voor transgenders. Dat zou veel duurder zijn en op die manier sluit je nog steeds mensen buiten.” Tatyana Kharlamova, 27, Liberal Arts & Sciences

Kon je wakker blijven?

Hoe zaten de studenten erbij?

Het varieert. Een deel zit erbij zoals je zou verwachten op een vrijdagmiddag: enigszins versuft. Zij lijken er vooral te zijn om de presentielijst niet te missen. Het grootste deel van de studenten weet de aandacht er daarentegen redelijk bij te houden. Af en toe moeten groepen studenten overleggen tijdens het college, daardoor weet iedereen aardig wakker te blijven.

Had de docent er zin in?

Jazeker. Het lijkt erop dat de vriendelijke docent van een goede bak koffie heeft genoten voor het college. Ze is goed voorbereid en staat opgewekt voor de collegezaal. Tijdens de overleg-intermezzo’s van haar studenten wandelt ze vrolijk door de zaal en probeert ze hun bij te sturen. Ruim voldoende.

Wat heb je nu geleerd?

Ik had verwacht dat ik, als ervaren student, de fijne kneepjes van het literatuur zoeken wel onder de knie had. Toch kwamen er ook voor mij nog best wat handige tips voorbij vliegen tijdens. Het vormen van zoektermen, het gebruiken van synoniemen en het toepassen van booleans kwam allemaal voorbij. Al met al een leerzame vrijdagmiddag.

4 mei 2017


18

leestijd

7

minuten

tekst tom grosfeld fotografie Ton toemen

Lieve Edith, Nieuw ronde, nieuwe kansen. Univers vroeg vier wetenschappers van Tilburg University naar hun wensen voor de komende regering. Nu maar hopen dat formateur Edith Schippers de hartenkreten meeneemt naar de onderhandeltafel. Hoewel: volgens socioloog Peter Achterberg kan ze er beter meteen mee kappen.

Lieve Edith, U zult het wel druk hebben, als formateur en demissionair minister. Daarom vraag ik van u niet meer dan enkele minuten voor het lezen van mijn pleidooi voor meer tijd op de universiteit. U weet het, time is money, dus meer tijd gaat wat kosten. Hier komt ‘ie: Geef studenten tijd om fulltime student te zijn. Ongeveer twee-derde van de universitaire studenten heeft nu een betaalde bijbaan, meestal van zo’n anderhalve dag per week. Ik merk dat als docent: studeren is lang niet altijd en voor iedereen de eerste prioriteit. Eerstegeneratiestudenten worden nu afgeschrikt door het ‘sociale’ leenstelsel. Ambitieuze studenten kunnen zich niet permitteren twee masters te doen en zo interdisciplinaire bruggen te slaan. Voor extra-curriculaire activiteiten komen studenten tijd tekort. Werkervaring opdoen op de arbeidsmarkt tijdens je studie is prima, maar de meerwaarde van eindeloze horecashifts is beperkt. Kies daarom voor een ruimhartig beurzenstelsel. Gun jonge gepromoveerden een langetermijnperspectief. Binnen tien jaar is het percentage tijdelijke UD-aanstellingen van 20% gestegen naar een op de drie. Tegelijkertijd groeien de studentenaantallen veel harder dan die van onderwijzend personeel. Om goed onderwijs aan te bieden hebben we veel van deze mensen nodig. Nu worden ze afgescheept met twee jaarcontracten, en dan een welgemeend ‘veel succes’. De hoogste tijd voor een inhaalslag: maak het gat tussen tijdelijke en vaste contracten veel kleiner en creëer meer echte banen voor onderwijzend personeel dat zich gewaardeerd weet. Help onderzoekers om bij de tijd te blijven. Ja, er moet meer geld naar onderzoek. Maar als het aan mij ligt niet door meer grote beurzen met dito beoordelingscommissies op te tuigen. Onderzoekers moeten en willen zich blijven ontwikkelen, maar met beperkt tijd voor onderzoek en een grote publicatie- en aanvragendruk, kom je niet overal aan toe. Bied onderzoekers daarom de mogelijkheid kleine beurzen aan te vragen: voor een verblijf van zes weken bij een topinstituut in het buitenland, of om je een blok uit het onderwijs ‘vrij te kopen’, zodat je echt tijd hebt een nieuw analyse-instrument onder de knie te krijgen. Dat kost per beurs enkele duizenden euro’s, dus een korte onderbouwing en een aanvraagformulier volstaat (scheelt een hoop tijd). Ik wens u een goede formatie. Neem gerust de tijd. Met vriendelijk groet, Maria Mos, universitair docent Tilburg center for Cognition and Communication

4 mei 2017


19

Lieve Edith, Graag zou ik het kabinet willen vragen om een nieuwe visie op onderwijs te ontwikkelen. De afgelopen jaren heeft het onderwijsbeleid leerlingen en studenten te vaak gezien als de hoogopgeleide werknemers voor het bedrijfsleven. Maar we moeten niet alleen de werknemers van de toekomst opleiden, maar vooral de burgers van de toekomst. Een mens is immers meer dan alleen een economisch wezen. Dat vraagt om brede Bildung naar negentiende-eeuws model en dus niet om Bildung als eufemisme voor arbeidsmarktoriëntatie. Om dat voor elkaar te krijgen hebben we goede en in vrijheid functionerende leraren nodig. De eerste concrete maatregel die het nieuwe kabinet moet nemen is het instellen van een ‘crisisteam lerarentekort’. Hoe zorgen we ervoor dat onze havo- en vwo-leerlingen gaan kiezen voor studies waarmee je leraar wordt? De studentenaantallen van die opleidingen staan landelijk voortdurend onder druk. Het kabinet moet maatregelen ontwikkelen die deze ‘marktwerking in het onderwijs’ tegengaan en zo veel mogelijk studenten stimuleren te kiezen voor hbo- en wo-opleidingen die opleiden tot leraar. Maar denk ook aan de PABO’s, want ook in het basisonderwijs neemt het tekort in rap tempo toe. Hier zijn een aantal maatregelen direct te realiseren: - het afschaffen van de vier profielen die leerlingen in het voortgezet onderwijs al na de derde klas voorselecteren voor hun carrière in het hoger onderwijs (een selectie die vaak in het nadeel van de geesteswetenschappen uitvalt) - voor verschillende disciplines en opleidingen het instellen van een door de overheid ondersteunde campagne om het imago te vergroten - het verstevigen van het middelbare school-curriculum voor de probleemvakken, bijvoorbeeld door ze niet meer vooral als vaardighedenvakken te definiëren (zoals bij de talen nu te vaak het geval is), maar als echte vakken geworteld in een wetenschappelijke discipline.

- een landelijk masterplan om disciplines te beschermen die door teruglopende studentenaantallen bedreigd worden met als doel die disciplines in het landelijke aanbod te waarborgen en te versterken Het ‘crisisteam lerarentekort’ moet bovendien zorgen dat het beroep leraar weer aantrekkelijk wordt. Daarbij moeten de volgende vier voorwaarden als eerste gerealiseerd worden: minder werkdruk, kleinere klassen van maximaal 25 leerlingen, een beter salaris en het gevoel dat je invloed hebt op je eigen werk. Tot slot: de gehele onderwijswereld – van de leerkracht in groep 1 tot aan de professor in de research master – wordt momenteel bestuurd volgens een systeem van geïnstitutionaliseerd wantrouwen. Dat wantrouwen heeft geleid tot administratiewaanzin, tot absurd gedetailleerde leerlingvolgsystemen, tot quasi-betrouwbare beoordelingsformulieren. Veel docenten hebben het gevoel allang geen eigenaar meer te zijn van het onderwijs dat ze geven. De derde maatregel die ik zou willen voorstellen is dan ook het afschaffen van al die kwantitatieve verantwoordingsmomenten, te beginnen met: • de cito-gekte waarmee kinderen al vanaf hun vierde jaar op basisscholen worden achtervolgd. • het overdreven gewicht dat wordt toegekend aan de prestaties van leerlingen en scholen bij het centraal schriftelijk eindexamen op middelbare scholen. • de onzinnige prestatieafspraken tussen overheid en universiteiten. Met vriendelijke groet, Sander Bax, universitair hoofddocent Tilburg School of Humanities >>

4 mei 2017


20

Lieve Edith, Begin dit jaar meldde de vakbond FNV op basis van een onderzoek onder 2500 medewerkers van Nederlandse universiteiten dat het gros van de daar werkzame wetenschappers een te hoge werkdruk ervaart. Zestig procent van de ondervraagden gaf zelfs aan daardoor lichamelijke en/of psychische klachten te ervaren. De primaire reactie op dergelijke berichten is meestal een roep om een financiële injectie. Natuurlijk, pecunia non olet, maar volgens mij ligt er een meer fundamenteel probleem aan de geschetste problematiek ten grondslag, waarvoor ik graag aandacht vraag.

migen bewust, door anderen onbewust – als een nevenactiviteit of last ervaren. In een artikel dat in de Volkskrant verscheen gaf professor Jan Willem van Groenigen (Wageningen University) jonge onderzoekers – niet van harte, zo benadrukt hij – zelfs het advies zo min mogelijk onderwijsverplichtingen op zich te nemen. Dat brengt de wetenschapper van nu in een tweestrijd. Natuurlijk wil hij wél gewoon goed onderwijs verzorgen, liefst ook nog innoveren op het gebied van onderwijstechnieken en inhoud, maar dat kost tijd, die hij eigenlijk – aldus het systeem – beter in onderzoek kan steken. Het gevolg? Een gefrustreerde wetenschapper.

Ik doel op de ‘publish or perish’ cultuur waartoe universiteiten in de afgelopen decennia zijn afgegleden. Aan de nadruk die door bestuurders wordt gelegd op kwantiteit van onderzoek (aantallen publicaties) in plaats van kwaliteit van onderzoek, zijn in het verleden al verschillende negatieve effecten toegeschreven. Ik denk bijvoorbeeld aan de Stapelaffaire, het fenomeen van ‘salamiwetenschap’ en het kopijoverschot. Wat mij betreft minstens zo belangrijk is echter de enorme (publicatie)druk die daardoor is komen te rusten op de schouders van de – met name nog niet gevestigde, zonder vast contract opererende – wetenschapper. Promoveert hij niet of publiceert hij na promotie te weinig, dan is de kans op contractverlening of een succesvolle sollicitatie op een academische functie niet al te groot. Dat levert niet alleen (onnodig) veel stress op, maar stimuleert bovendien tot ‘snel scoren’ in plaats van het systematisch uitpluizen van grotere wetenschappelijke vraagstukken. Juist omdat veel publiceren voor het maken van carrière van doorslaggevend belang is, verdwijnt de aandacht voor onderwijs onder wetenschappers automatisch naar de achtergrond. Onderwijs wordt – door som-

Beste mevrouw Schippers, wetenschappers zijn professionals bij uitstek. Zij weten als geen ander wat binnen de eigen discipline nodig is: minder maar fundamenteler en systematischer onderzoek, en meer investeren in kwaliteit en het innoveren van onderwijs. Met het beleid dat nu door Nederlandse universiteiten wordt gevoerd, wordt het ons echter ongelofelijk lastig gemaakt. Ik realiseer me dat ik u om het bijna onmogelijke vraag als ik u vraag zich sterk te maken voor een kabinet dat zich inzet voor cultuurverandering binnen de universiteitsmuren: van prestatiemeting naar vertrouwen, van een focus op onderzoeksoutput naar onderzoeks- én onderwijskwaliteit. Alleen zo kunnen wij werkelijk de uitdagingen waarvoor universiteiten anno 2017 staan (massificatie, diversificatie, internationalisering, globalisering, multidisciplinarisering, enzovoort) aan. Alleen zo bereiken wij een meer happy wetenschapper.

4 mei 2017

Met vriendelijke groet, Marnix Snel, universitair docent Tilburg Law School


21

Lieve Edith, De redactie van Univers vroeg mij of ik je van wat welgemeend advies kon voorzien. Dan kan je er rekening mee houden tijdens deze kabinetsformatie. Wenken om de wetenschap beter te maken. Mijn advies is betrekkelijk simpel: kap er toch gewoon mee. Het heeft toch allemaal geen zin. Waarom ik dat zeg? Ik leg het je in de mij resterende 345 woorden hieronder even uit. Neem zo’n ‘probleem’ als criminaliteit. Ik las onlangs een mooi berichtje over een scooterdief dat was samengesteld door de redacties van NU.nl en AT5. Daaruit bleek dat de scooterdief in kwestie de scooter diezelfde avond nog had gebruikt om shoarma rond te brengen bij de mensen in de samenleving. Wat moet de politiek met zo’n figuur? Keihard aanpakken? Of juist loven om zijn arbeidsethos? Tja, iemand moet de mensen in de samenleving voorzien van shoarma! Dus zo’n hardwerkende crimineel achter slot en grendel lijkt zinloos. Of neem nou al die ‘problemen’ in de economie? Ik hoef je denk ik er niet aan te herinneren dat de regeringsploeg waar je nota bene zelf deel van uitmaakt, nogal verrast is over al die miljarden die plotsklaps over het land worden uitgestort. Niemand, zelfs Jeroen Dijsselbloem himself niet, had dit in de verste verte hebben kunnen zien aankomen! Het roept de vraag op of de economie zich überhaupt iets aantrekt van wat formerende kabinetjes allemaal zitten te bekokstoven. En of het daarom niet een beetje zinloos is allemaal.

Dat regeren zinloos is, weten politici trouwens zelf ook wel. Hoe vaak spreken ze niet over ‘beleidsresistentie’? Hoe vaak doen ze niet alsof ze helemaal niets te maken hebben met die ‘Haagse kaasstolp’? Met dat gedoe in die ‘achterkamertjes’? Met die ‘plucheklevende politieke elite’? Juist! Omdat het zinloos is natuurlijk! Want trekken al die sociale en economische problemen zich ook maar iets aan van wat jullie allemaal heel gewichtig zitten te bedenken? Ik zeg dus: kap er gewoon mee! Dan houd je zeeën van tijd over. En kan je je richten andere dingetjes. Zoals wat, hoor ik je vragen? Wel, je zou zondag 14 mei aanstaande naar het Amsterdamse Vondelpark kunnen komen om een lekker uurtje ‘keihard te schreeuwen want life’. Dit door Fleur Klint georganiseerde facebookevent heeft op het moment van schrijven de interesse gewekt van meer dan 3000 man. Ik kom natuurlijk ook. Wellicht zie ik je daar? Kunnen we samen vaststellen dat er geen probleem meer op te lossen is in ons kikkerlandje. Nederland is af! Met vriendelijke groet, Peter Achterberg, hoogleraar Tilburg School of Social and Behavioral Sciences

4 mei 2017


22

Over de schutting wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?

Masterscriptie

#The Shining als inspiratie voor film over Leiden De Amerikaanse antropologieprof Mark Neupert heeft na veldwerk in een dorp in de Filipijnen een ander interessant onderzoeksterrein gevonden, meldt universiteitskrant Mare: Leiden. Toen hij er in 1995 voor het eerst kwam was hij meteen geboeid: “Alsof ik midden in mijn studieboeken werd gedropt.” Nu heeft hij een 50-minutenlange antropologische documentaire over de stad gemaakt. Horrorklassieker The Shining hielp hem daarbij: “Wat Kubrick zo briljant doet, is je het gevoel geven dat je zelf daar op die plek bent.”

#Colleges hebben pas zin na 11 uur Het is nu officieel. Het Britse studentenblad The National Student meldt dat studenten niet gemaakt zijn om vroeg uit te veren te komen. Uit onderzoek van de Britse Open University bleek dat de biologische klok van jongvolwassenen niet ingesteld is op vroeg opstaan. “Terwijl de optimale slaap- en waaktijd bij jongvolwassen twee tot drie uur later zijn, moet deze groep zich houden aan tijden die meer geschikt zijn voor jonge kinderen en ouderen.” Daarom, stellen de onderzoekers, moeten colleges niet voor 11 uur ’s ochtends beginnen.

#Opleiding stopt actie tegen betaling stagiaires Ook lekker, jarenlang gaven opleidingen Verloskunde het dringende advies om stagelopende studenten GEEN verplichte stagevergoeding te geven. Volgens de ziekenhuis-cao zouden die 300 euro per maand moeten krijgen, maar hun opleidingen waren daar tegen uit angst dat dat tot minder stageplaatsen zou leiden, aldus Rotterdams hogeschoolblad Profielen. Inmiddels hebben de opleidingen hun mening herzien. De invoering van het leenstelsel was een reden, maar ook waren er ziekenhuizen die wel een vergoeding betaalden en dat maakte het oneerlijk voor anderen.

#Bril voor blinden Het is een langgekoesterde wens van Avansdocent Onno Eerenberg: een bril voor blinden. “Stel je een bril voor die de tekst op verpakkingen omzet in geluid, zodat een blinde weet wat er op de verpakking staat. Of een bril die is aangesloten op de dienstregeling van treinen en andere verkeersinformatie,” vertelt hij hogeschoolblad Punt. Lang was dat technisch lastig, maar tegenwoordig zijn er applicaties die dat mogelijk maken. Hij wil het plan nu gaan omzetten in een echt product. Studenten van verschillende Avans-opleidingen moeten hem daarbij helpen.

Wetenschap mist niks aan Spaanstalige artikelen In de wetenschap is de Engelse taal dominant. Spaans onderzoek naar PTSS bij politieagenten kan daardoor buiten beeld blijven. Ileen Verbeek onderzocht of dat zo is, en of de wetenschap daarmee een belangrijke bijdrage uitsluit. In theorie houdt wetenschap zich niet aan landsgrenzen, maar in de praktijk kunnen taalbarrières de uitwisseling van wetenschappelijke kennis sterk tegenwerken. Verbeek richtte zich op PTSS (posttraumatische stressstoornis) onder politieagenten. Uit de Engelstalige literatuur komt naar voren dat 1,3 tot 8,9 procent van de politieagenten eraan lijdt. Spaans is de tweede wereldtaal, wat zeggen Spaanse studies hierover? Verbeek ging op zoek naar publicaties. In eerste instantie zocht ze naar Spaanstalige publicaties, aanvullend zocht ze naar publicaties in het Engels, met voorbeelden van de Spaanse of LatijnsAmerikaanse politie. De oogst was erg mager. Ze vond negen publicaties, waarvan ze er vijf daadwerkelijk kon raadplegen. En daarvan bestonden er slechts drie uit onafhankelijke studies. De gevonden percentages in de studies wijken niet veel af van de Engelstalige bevindingen: het loopt van 1,2 tot 2,64 procent. Wel opvallend was één studie, waarin iedereen die aan PTSS leed (1,2 procent) vrouw was. Dat is niet alleen te verklaren doordat vrouwen de stressstoornis vaker ontwikkelen en roept dus vragen op. Over de gehele linie is het allemaal niet schokkend. Daarom concludeert Verbeek dat de wetenschap op dit moment niet veel mist aan de Spaanse literatuur over dit onderwerp. Gek genoeg kan ze niet óók concluderen dat de dominantie van de Engelse taal niets uitsluit. Dat weet ze simpelweg niet, want ze heeft te weinig interessants gevonden. Misschien weerhoudt die dominantie de Spaanstalige onderzoekswereld juist wel van actie op dit gebied. Dat Verbeek geen belangwekkende bijdrage vond van de Spaanse wetenschap op dit gebied, is op zichzelf wel belangwekkend. Ze heeft haar scriptie inmiddels omgeschreven tot een artikel, dat is gepubliceerd in het Traumatology journal. Cijfer 8

4 mei 2017


23

reading time

5

minutes

text Laura van gelder illustration Martien bos

The new dandy of Dutch politics?

T

A well-dressed, swaggering intellectual is causing a stir in Dutch politics. Thierry Baudet believes modesty is ‘disgusting’ and spoke his first words in parliament in Latin. And yet he strongly opposes the elite. Are we witnessing the return of the dandy-populist?

wo weeks after he was voted into parliament, Thierry Baudet walked towards the microphone to deliver his first speech as a member of the House of Representatives. He walked at a trot, clearly eager to speak his famous first words. He unbuttoned the jacket of his suit and spread his arms wide, steadily gripping both sides of the lectern with his hands. And then, without a hint of irony, Baudet lashed out against the establishment - in Latin: “Quo usque tandem factionem cartellum et officiorum magina, patientia nostra abuditur dum navis praetoria resurrectionis ad profiscendum parata est?” COMMON PEOPLE The opening phrase of Baudet’s speech was met with a mixture of laughter and astonishment. It exemplified the paradox of Baudet’s persona - how can a Latin-speaking, piano-playing intellectual with calfskin tassel shoes and a posh accent declare war on the elite? According to Baudet, being a man of the people has nothing to do with being like the people. “You don’t have to be common to be able to represent the common people”, he said in an interview published in Dutch newspaper de Volkskrant on March 18th, days after his electoral victory. “There is a difference between the elite that calls the shots, and people who, like me, belong to the elite in terms of their lifestyle. Pim Fortuyn had an elite lifestyle, even though his views did not match those of the ruling elite.” >>

4 mei 2017


24

Baudet is not the first to draw a comparison between himself and Pim Fortuyn, a flamboyant far-right leader who was shot dead on May 6 2002. Fortuyn, rising to prominence out of nowhere in 2001, was a rather theatrical figure - a character unseen and unheard of on the Dutch political stage. Wearing pin-stripe suits and traveling around the country in his chauffeur-driven Daimler accompanied by his two Cavalier King Charles spaniels and his butler, Fortuyn quickly became known as the dandy of Dutch politics. Perhaps surprisingly, the ambition of this dandy was to dismantle the political establishment and to return power to ‘the people in the country’. WHEN DANDYISM MEETS POPULISM “With the rise of Fortuyn, something very curious happened”, says literary historian Geertjan de Vugt, who wrote a dissertation at Tilburg University on the emergence of the dandy on the stage of twenty-first century European politics. The dandy - a man of the eighteen hundreds who spent his days doing nothing and polishing his boots with champagne - had reappeared in an unlikely arena. “Baudelaire once wrote: can you imagine a dandy speaking to the people, unless to scoff at them?” De Vugt says. And, on top of being a politician, Pim Fortuyn was a populist - he not only spoke to the people, he appealed to them. “How could a populist, a figure who speaks for the people, simultaneously be a dandy, a figure who turns away from the people?”

time. It wasn’t his tie or his suit that set him apart - all politicians wear ties and suits. Fortuyn was placed outside the order because he challenged the status quo.” The political and media establishment branded Fortuyn a xenophobe, a racist, and even a neo-nazi. It seems that Baudet is being neutralized in a similar way. Columnists publishing in the country’s main newspapers have openly called him a racist, a rapist and a fascist. Recently, after a string of vilifying comments, journalist Roderick Veelo warned that publicists and comedians calling Baudet a fascist have ‘learned no lessons from what the demonization of Fortuyn led to’. UNCOMFORTABLE The dandy makes the establishment feel uneasy, Geertjan de Vugt says. “The dandy confronts us with an uncomfortable truth. He teaches us that politics is not purely rational. It’s sensuous. It’s about seeing and being seen, hearing and being heard, feeling and being felt. That was the appeal of Fortuyn. He understood that people want to be seen, heard, felt. Establishment parties did not - and perhaps they still don’t. They believe in management politics, in rational deliberation.”

He is seen as a threat, but he also carries a promise to a paradise that has gone lost to the moderns

Asked whether he views himself as the new Fortuyn, Thierry Baudet replied that although he is greatly inspired by him, he “could not possibly stand in his shadow”. If he is not the new Fortuyn, perhaps Baudet is, at least, the new dandy of Dutch politics. Who better to ask than Geertjan de Vugt, who not only wrote a PhD thesis on the ‘Polit-dandy’ but also worked alongside Baudet during his time as a postdoctoral researcher at Tilburg University? But De Vugt explains that whether Thierry Baudet truly ‘is’ a dandy or not, is of little importance. “What I’m interested in, are the consequences of calling someone a dandy who could not be a dandy.”

INSECTS One of the consequences of branding someone a dandy, De Vugt explains, is exclusion. “In the nineteenth century, farmers referred to dandies as insects. The dandy was seen as a threat, as someone who refused to work and who undermined the division of tasks in the community.” When he first appeared, the dandy was not a very well-liked character, De Vugt explains. “It was much later that the first positive readings of the dandy emerged. And to some extent, dandies are still regarded as a threat. By calling someone a dandy, you exclude them. It’s a way of putting a tag on something that is too exotic to grasp within your own conceptual framework. Fortuyn was irreconcilable with the consensus politics of his

Geertjan de Vugt (1985) studied cultural sciences at Tilburg University and comparative literature at Utrecht University, the University of Wisconsin-Madison and Princeton University. He obtained his PhD cum laude from Tilburg University in 2015. He currently works as a policy advisor for the Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences (KNAW). He is writing a new book on the fingerprint, which will be published in fall 2018 by Van Oorschot Publishers.

4 mei 2017

According to De Vugt, the discomfort kindled by the dandy is illustrated by a television debate between political leaders in March 2002, on the night of Fortuyn’s electoral victory in his home town Rotterdam. Ad Melkert, the leader of the ruling Labor Party, refused to shake Fortuyn’s hand. During the debate, Melkert was overtly avoiding eye contact with Pim Fortuyn. “Are you not willing to look at him?”, debate leader Paul Witteman asked Melkert, referring to the grinning dandy on the opposite side of the table.

“Melkert’s refusal to shake Fortuyn’s hand is extremely symbolic”, Geertjan de Vugt says. In that moment, he explains, Melkert rejected Fortuyn and the politics he stood for: “He did not want to touch Fortuyn, in the most literal sense. It shows a total discomfort with the bodily.” PARADISE So far nobody has refused to shake Baudet’s hand, and his new colleagues don’t seem to shy away from looking him in the eye. But Thierry Baudet is clearly triggering something. What makes him so intolerable to so many? Perhaps it’s his controversial statements, which some find snobbish and others believe to be dangerous. Baudet has claimed that his Forum for Democracy is the party with ‘the highest IQ’ in the Netherlands. He has also warned against the ‘homeopathic dilution’ of the Dutch by ‘other people’. And he recently stated - while sipping on a glass of champagne - that women are ‘less likely to excel at lots of professions’ than men. But Baudet also has a large number of supporters. They see a man who can turn the tide. According to Geertjan de Vugt, the dandy has a double nature: he is seen as a threat, but he also carries a promise. “The dandy promises a return to an idealized society, a paradise that has gone lost to the moderns.” Pim Fortuyn was assassinated before he could deliver on his promise. Whether Thierry Baudet will keep his remains to be seen. Perhaps he will break open the oligarchic ‘party cartel’ and lead us common people to paradise, perhaps he won’t. Tempus omnia revelat, right?


25

Wearing pin-stripe suits and traveling around the country in his chauffeur-driven Daimler accompanied by his two Cavalier King Charles spaniels and his butler, Pim Fortuyn quickly became known as the dandy of Dutch politics

4 mei 2017


26

reading time

4

minutes

text Laura van gelder photography dolph cantrijn

Stefan Bogaerts gets inside the minds of pedophiles Perverts, psychos, monsters. Most people have little empathy for pedophiles. Forensic psychologist and Tilburg University professor Stefan Bogaerts has spent over two decades working with those locked away by society. “You can’t cure pedophiles, but you can treat them.”

P

rofessor Stefan Bogaerts refers to the pedophiles he sees as his patients, not his clients. “A client is someone who uses a service, a patient is someone who is suffering”, he explains. “In some cases, when you’re dealing with a child abuser with an antisocial personality, the term ‘client’ might be in place. But if someone is suffering from a pedophilic disorder, I call him a patient.” MARC DUTROUX According to the Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders ‘the psychiatrist’s bible’ - a pedophilic disorder is an intense and recurrent sexual desire for children. “One of the diagnostic criteria for a pedophilic disorder is that it causes distress - because of the patient’s inability to satisfy his sexual desires, because he doesn’t feel understood, or because he must carry the burden of his secret”, Bogaerts says. “People suffering from a pedophilic disorder can either internalize their distress, without acting on their impulses, or externalize it. Child molesters belong to the second category. That’s the group I focus on.” Bogaerts has worked with pedophiles for more than twenty years. He wrote a dissertation on the psychology of child abusers in Leuven in the mid-1990s, when Belgium was shaken up by the crimes of Marc Dutroux. “That was a period during which the Justice department and the Ministry of Public Health invested a lot in mental health centers, especially those focusing on the treatment of child abusers”, he says. While writing his doctoral thesis, Bogaerts worked with child abusers as a part-time therapist. Since then, he has continued combining his academic work with clinical practice. A deliberate choice: “That combination has always been very important to me. I believe that as a researcher, you should know your subject of study.” SEXUAL ORIENTATION There are some stubborn misconceptions about pedophilia and child

4 mei 2017

abuse, Bogaerts says. Firstly, not all pedophiles are child molesters and not all child molesters are pedophiles. “People can fantasize about children without acting on those fantasies. And many child abusers are not sexually attracted to their victims. Someone with an antisocial personality disorder may not have a sexual preference for children, but still abuse a child.” Another mistaken belief is the idea that pedophilia can be ‘cured’. “Pedophilia is a sexual orientation. As a therapist, trying to change that orientation is the last thing I would do. You can’t change homosexuality or


27

heterosexuality either”, Bogaerts says. “If someone with a pedophilic disorder has committed a sexual offense against a child, he will continue to have a sexual interest in minors. Treatment cannot eliminate those desires. But what you can do, is teach that person to manage his urges and change his behavior.” TRIGGERS So what does a therapeutic session with a child molester look like? “We always start with an analysis of the scenario of the offense”, Bogaerts explains. “We look back at the days and hours before the offense, at the offense itself, and at the days and hours after the offense. We start to unravel those moments - what happened, what did you think, how did you feel, what did you do? And then we look at alternative behaviors that could have been used in those moments - what could you have done differently?” The next step is preventing recidivism. “And that’s where we stumble upon an enormous problem, especially when the offender is held in a forensic detention center or a TBS clinic”, Bogaerts says. “Using a relapse prevention model, you ‘practice’ with a delinquent. But you can’t practice in a detention center. There are no children in a forensic clinic, so there are no real triggers to practice with.” LOOK-A-LIKE CHILDREN Without practice, the risk of relapse is high. “Treating a child abuser in a clinic is like teaching someone to swim on dry land”, Bogaerts says. “Obviously, you can’t bring children into the clinic. But there is another possibility, in which I see a lot of potential.” This ‘other possibility’ is virtual reality. Because virtual reality experiences are so close to real ones, Bogaerts believes that child molesters - especially those without access to the outside world - could benefit from the technology. “What I would like to do, is bring look-a-like children into the clinic. Using avatars of children in treatment, we could allow child abusers to practice with triggers and change their maladaptive cognitive schemes.” For the past few years, Bogaerts has been working on a virtual Filipino girl called ‘Sweetie’. Created by Terre des Hommes in 2013, Sweetie is used to trace and trap people looking for webcam sex with children. The project has been very successful in exposing predators, but Bogaerts believes avatars like Sweetie could also be the key to treatment success. ANGRY Throughout his two-decade career as a clinical forensic psychologist, there was one period during which Bogaerts took a break from working with child abusers. “When my own children had the age of the victims we talked about in therapy, I stopped for two or three years. I had to. You can’t do your job as a therapist if it makes you feel angry or upset.”

column Leanne Soff

liberal arts student

Pop the bubble Dear millennials, For a long time, I have put up with all the incredible stupid things you do. I kept quiet when you turned kale into a beverage. I did not once complain about the sanctity with which you treat avocados. When you worry more about photographing a meal than about eating it, I undergo my frustration in silence. After all, you will eventually become my colleagues, my doctors and my prime ministers. And so I’ve let you live in your nice little bubbles. Your hashtags and man buns weren’t really hurting anyone. Until recently. A news article informed me that in south-east Asia, bag packers that have run out of financial resources are taking to the streets to sponsor their travels. Apparently, in this self-entitled bubble you have somehow justified to yourself that your right to travel and explore the world is as important as another person’s right to survive. South-east Asian people that have to beg for money to buy food, now have to compete with young backpackers who are begging for money to travel. Now I hate to be the needle that pops your bubble, but this is the real world, where people die if they don’t have food to eat. Third world countries are not there to boost your CV with volunteer work, these people are actually suffering. Travelling is a luxury, not a necessity, despite what some of your tattoos might tell you. You are never to feel entitled to someone else’s pocket money. Especially not if that money could pay for someone else’s food. Dear millennials, we’ve let you live in your bubbles for too long. It’s time to face the real world now.

Hearing stories of abuse on a daily basis can’t be easy. Nevertheless, Bogaerts says the impact of working with child molesters ‘shouldn’t be exaggerated’. “I’m currently treating a man in a TBS clinic who has done terrible things to children. But when I’m in a therapeutic setting with him, I’m purely there as a psychologist. That’s my job”, he says. “I condemn his crimes, I tell him that. He should not expect any sympathy from me, but I will help him break that cycle of violence.”

4 mei 2017


28

Waar is Univers?

door Leanne Soff fotografie Jack Tummers

dagboek van een eerstejaars

I

k heb een grote leegte in me die eenvoudig uit te leggen is. Het is een zwart gat met een diameter van net iets minder dan twintig centimeter ter hoogte van mijn middenrif. Wanneer ik drink is de leegte even weg. Over een fles wijn doe ik anderhalf uur. De leegte kan deels, dus nooit helemaal, worden opgevuld door te roken. Met een pakje sigaretten doe ik twintig uur. Laten we niet in centimeters denken. Dit is geen wetenschappelijke beschrijving. Dit is een impressionistische beschrijving in korte zinnen van de grote leegte in mij. Soms zorgt de leegte ervoor dat ik een geladen pistool in mijn mond wil stoppen en de trekker wil overhalen. Door de strenge wapenwetgeving in het land waar ik geboren ben en nog steeds leef ben ik nog in leven. Daarnaast is sterven best zonde van al de tijd die ik in mijn studie stak. Wanneer ik stilsta ben ik me bewust van de grote leegte in me, het zwarte gat. Dan beweeg ik meestal maar, iets wat ik liever niet doe. Wanneer ik niet beweeg, en me dus bewust ben van de leegte, moet ik uitkijken. Ga ik liggen dan lig ik meteen twee weken. De leegte wordt groter, soms zelfs groter dan ikzelf ben. Ik ben constant op de vlucht voor de grote zwarte leegte die altijd in me zit.

4 mei 2017

Opening fietsenmaker Ongemakkelijke bekentenis: ik weet niet hoe ik een fietsband moet plakken. Helaas heb ik, al mopperend over alle ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, dat lesje in de cursus emancipatie even overgeslagen. Het zou goed kunnen dat mijn vader het mij een keer heeft laten zien, maar blijkbaar bleef die les niet hangen. En dus heb ik al meerdere malen verslagen de weg van de uni naar huis af moeten leggen met de fiets aan de hand. Nu kun je denken, kijk gewoon even een video op Youtube, of vraag het iemand, maar ik ben nou eenmaal liever lui dan moe. En dus heb ik spontaan een klein vreugdedansje

ingezet toen ik hoorde dat er eindelijk een fietsenmaker op de campus komt. Hoezee! Wanneer ik bij de feestelijke opening naar binnen loop om mijn grootste held persoonlijk te ontmoeten, word ik gastvrij onthaald. De eigenaar duwt mij een cola in de handen en ik wil hem spontaan de liefde verklaren, hem prijzen voor zijn onbaatzuchtige werk, zijn miraculeuze handen die de wonden in menig band zullen dichten. Maar nee, ik mompel zachtjes ‘dankjewel’ en verstop me tussen de fietsen. Sprakeloos. Mijn held.

l. Groeten uit Schipho 26 fst Met maar lie man sterk reist de Tilburgse Fiscalisten Vereniging ‘de Smeetskring’ af naar Kuala Lumpur. Met zulke studiereizen klinkt belastingrecht toch ineens een stuk leuker.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook