Skip to main content

Onze campus in Den Bosch

Page 1

Onafhankelijk magazine Tilburg university

jaargang 55 | 14 mei 2018 #12

Onze campus in Den Bosch

Heilige huisjes

Op de schop

Women’s voices Still unheard

Eefje Wentelteefje

Promoveert


2

In deze Univers

06

12

Big data is booming in Brabant

Hotspot voor onderzoekers

In Den Bosch richtten de universiteiten van Tilburg en Eindhoven twee jaar geleden de Jheronimus Academy of Data Science (JADS) op. Maar wat gebeurt er nou eigenlijk in dit fonkelnieuwe big data paradepaardje?

Er wordt niet alleen onderwijs gegeven op JADS in Den Bosch. De afgelopen anderhalf jaar is er druk gewerkt aan het opzetten van de onderzoekstak. Volgens medewerkers heerst er een echte pioniersgeest.

19

25

Heilige huisjes op de schop

Women’s voices still go unheard

De bijna vijftig instituten die de universiteit rijk is, worden in kaart gebracht. Er moet flink verbouwd worden om die heilige huisjes klaar te maken voor de toekomst. Dat een flink aantal zal sneuvelen, lijkt onvermijdelijk. OVERIGE ARTIKELEN Campusgedicht Pray and party RUBRIEKEN De pluim Op de hoogte En passant

14 mei 2018

Popular belief has it that women talk a lot. But in the academic world, it’s men who do most of the talking. Tilburg University is no exception, academics say.

Commentaar Op de man af Wè nou? Beeldend De vijf van Eijff Waar is Univers? Wat heb je nu geleerd? Bij de buren

Masterscriptie Eefje Wentelteefje COLUMNS Tom Grosfeld Luuk Koelman Henk Strikkers Leanne Soff


3

Van de redactie Liefdesnest Voor het eerst samenwonen is altijd spannend. Twee jaar geleden besloten de universiteiten van Tilburg en Eindhoven om iets nieuws te beginnen in Den Bosch. Daar richtten zij de Jheronimus Academy of Data Science (JADS) op, ondergebracht in het prachtige Mariënburgklooster. Een hotspot voor big data moest het worden. Waarom Den Bosch? “Wanneer twee geliefden samen gaan wonen”, zo zei rector Emile Aarts destijds, “trekken ze ook niet in bij de ouders, maar gaan ze op zoek naar iets nieuws.” Wie ooit voor het eerst ging samenwonen, weet dat het even aftasten is. Voor JADS is dat niet anders. Hoe vergaat het de beide universiteiten in Den Bosch? Leven de twee geliefden in pais en vree en gaat alles volgens plan, of zijn er groeipijnen en ander ongemak te bespeuren? Univers besloot om samen met de collega’s van Cursor uit Eindhoven eens een kijkje te nemen op de campus in Den Bosch. In deze Univers een special over JADS, met niet alleen aandacht voor de organisatie, maar ook voor het onderzoek dat er wordt verricht en de studenten die er wonen en leren. Een compleet inkijkje in het kersverse liefdesnest dus. Ook benieuwd hoe beide universiteiten het samenwonen vergaat? Lees dan snel verder op de pagina’s 7 tot en met 10 en 12 tot en met 15. Bart Smout, hoofdredacteur a.i. b.smout@uvt.nl

De pluim Prijzen, prijsjes, benoemingen, subsidies, schouderklopjes en veren in de reet, het academische wereldje zit er vol mee. Univers licht er de mooiste uit. Je zou denken dat Cees Braken het als hoofd beveiliging gierend druk heeft. Toch kreeg hij een lintje voor alle dingen die hij náást zijn werk doet. En dan hebben we het niet over zomaar een lintje: op Koningsdag werd Braken benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Dat is toch verdulleme niet niks! Wat doet Braken dan zoal in zijn vrije tijd? Nou, hij krijgt het lintje voor zijn inzet bij Buurtvereniging Den Berg, De Jeugdnatuurwacht, en voor Stichting ABL, die onder meer de dodenherdenking en de Sinterklaasintocht regelt. Een bezig baasje, die Braken. Wij van Univers leggen de rode loper voor hem uit en maken een hoffelijke buiging.

colofon

Univers #12 14 mei 2018

Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Ton Toemen Productie PrismaPrint Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 13 van jaargang 55 verschijnt op 7 juni 2018 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Bart Smout (hoofdredactie ad interim), Martien Bos, Adrian van den Eerenbeemt, Martijn Faes, Laura van Gelder, Tom Grosfeld, Jonathan Hendriks, Vincent van den Hoogen, Luuk Koelman, Han Konings, Jeroen de Leijer, Daan Rutten, Bas van der Schot, Leanne Soff, Henk Strikkers, Ton Toemen, Jack Tummers, Ron Vaessen, Rik van Vegchel, Marga Walsh.

column Tom Grosfeld

Kwaliteitseisen In een artikel van Univers bogen wetenschappers zich over de vraag of er binnen de universiteitsmuren grenzen zitten aan de vrijheid van meningsuiting. Jan Blommaert, hoogleraar cultuurwetenschappen, vindt dat bepaalde sprekers, zoals Steve Bannon, niet thuishoren op de universiteit. Want voor een mening die niet voldoet aan kwaliteitseisen is geen ruimte op de universiteit. Het is volgens Blommaert de taak van wetenschappers om onderscheid te maken tussen goede en slechte ideeën. Dat baart me zorgen. Zo leren we studenten namelijk dat bepaalde meningen of opvattingen van dusdanig laag niveau zijn, dat ze er niet eens over hoeven te discussiëren. Ze studeren immers aan de universiteit en staan niet op een marktplein. Maar wie studeert aan de universiteit is nog steeds onderdeel van de maatschappij. Het is niet zo dat je tijdens je studie uit de maatschappij wordt gerukt en daarna met gevulde rugzak wordt teruggesmeten. Je maakt altijd onderdeel uit van de maatschappij. En daar bestaat niet zoiets als een kwaliteitsfilter. Daarnaast wil de universiteit juist middenin de maatschappij staan. Het lijkt me niet bevorderend om je dan af te sluiten voor meningen die niet voldoen aan de kwaliteitseis (wat dat ook mag zijn), maar die wel worden gedragen door een groot gedeelte van de maatschappij. Je verplaatsen in personen die er extreme opvattingen op nahouden leidt tot begrip. Je daarvoor afsluiten tot nog meer polarisatie. Wanneer iemand die Marokkanen wil terugsturen naar hun eigen land zich niet serieus genomen voelt, zal hij of zij zich alleen maar extremer uitlaten. Al is het maar om de hoogopgeleide elite, die het allemaal beter weet, dwars te zitten. Het nieuwe onderwijsprofiel zet karaktervorming hoog in het vaandel. Wat sterkt het karakter van onze studenten meer dan ze in aanraking te laten komen met meningen die ze niet aanstaan?

14 mei 2018


4

Op de hoogte daan rutten kijkt terug

Hoofd IT-support Rien Deijkers trapt al vele jaren de kilometers weg achter zijn bureau

H

et is u misschien ontgaan, maar het was gezondheidsweek bij Tilburg University in april. Dit keer geen ultrasoepele ‘dynaband’ cadeau voor alle medewerkers (gebruikt u hem nog wel af en toe?), maar wel tal van activiteiten voor medewerkers om de fysieke en mentale gezondheid te verbeteren. Compleet met meditatie en mindfulness. Voor Univers Online genoeg reden om het eens over onze gezondheid te hebben. Laat het niet rauw op uw dak vallen, maar een groot internationaal-comparatief onderzoek van onder meer de Tilburgse economiehoogleraar Arthur van Soest wees uit: we zijn lang niet zo fit als we zelf denken. Overal ter wereld hebben mensen de neiging hun fysieke activiteit te

14 mei 2018

Trappers overschatten, en dat is in Nederland niet veel anders. Desalniettemin hebben Nederlanders – gemiddeld genomen – een streepje voor op de rest, voor wat het waard is dan. “In Nederland zagen we dat overoptimisme ook, maar in mindere mate”, aldus Van Soest: “Vooral ouderen en Amerikanen overschatten hun fysieke activiteit.” De oorzaak van de overschatting heeft volgens de onderzoeker wellicht te maken met het referentiekader. Ouderen kijken naar andere ouderen, zoals Amerikanen vooral naar Amerikanen kijken. En kijk je op die manier, dan krijg je al snel het idee: ik doe het nog best oké. En eerlijk is eerlijk: zolang die dynaband alleen wordt gebruikt om boeken te katapulteren en andere ongein uit te halen, moet je wel gekke

Henkie heten om er als Arnold Vanderlyde mee aan het werk te gaan. Pas het goede voorbeeld maakt dat we goed volgen. Vandaar dat we een video maakten van de Tilburgse marketingonderzoeker en universiteitsraadslid Hans Haans, die een heuse bureaufiets (of beter: deskbike) liet plaatsen op z’n kantoor. Hij gebruikt hem twee uur per dag en dan vooral tijdens routineuze werkzaamheden. We dachten dat Haans de allereerste was, maar IT-medewerker Thomas Jansen van Tilburg University veroordeelde dit cynisch als een ‘knap stukje reporting’ dat hem tot een bulderlach (LOL!) bracht op Facebook. De reden? Zijn eigen hoofd IT-support blijkt zo’n ding al sinds jaar en dag te hebben! Wij zeggen: fantastisch nieuws en dat het zo rechtgezet moge zijn. Hoe meer Tilburgse trappers, hoe beter!


5

En passant Commentaar

Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? Op de zevende verdieping van het Simongebouw treft Univers Paulette Flore. Hoewel haar kantoor een prachtig uitzicht heeft, is Paulette druk bezig met een workshop voor middelbare scholieren over misschien wel hun favoriete onderwerp: APA bronvermelding. Dat doet ze omdat de school meewerkte aan haar onderzoek. Flore onderzoekt of gender­ stereotypes de wiskundeprestaties van meisjes beïnvloeden. Ze begon op de universiteit als student-assistent, promoveerde hier en werkt er nu een jaar. Weg & wijzen Blijkbaar is het secretariaat van Econometrie een van de meest geheime locaties op de universiteit. Ver weggestopt in het Prismagebouw lijkt het erop dat het niet te vinden is. Wat voor veel overlast zorgt bij de overige werknemers.

Dante & Dixi Kun je het niet langer ophouden en moet je een sanitaire stop maken? Geniet dan lekker van de chemische dampen in de Dixi en pleeg een plasje tegen de prachtige voorgevel van het Dantegebouw.

Fast & Fabulous De wagentjes van Maas Automaten hebben fraaie namen op stickers. Zoals deze. En fast and fabulous is ’ie! Na een zoektocht van tweeënhalfuur had Univers de racende kar eindelijk te pakken om hem op de foto te zetten.

Vaderschapsverlof Nederland loopt weer eens voorop. Tenminste, als we NWO-voorzitter Stan Gielen moeten geloven. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek geeft niet alleen moeders, maar ook hun partners voor­ taan langer de tijd voor het aanvragen van een beurs. De NWO had al de extensieregel: moeders krijgen anderhalf jaar per kind extra voor het aanvragen van een beurs. Die extensieregel wordt nu uitgebreid naar de partners, ook al krijgen die iets minder tijd, namelijk zes maanden per kind. Verschil moet er zijn. “Een belangrijke stap voor de Nederlandse wetenschap”, aldus Gielen. “We willen een gelijk speelveld creëren voor alle onderzoekers.” Natuurlijk is het een goed initiatief. Maar er is nog een hoop werk aan de winkel als het gaat om het creëren van een gelijk speelveld voor vaders en moeders in Nederland tout court. Onder het huidige kabinet krijgen partners vanaf 1 januari 2019 vijf dagen vaderschapsverlof. Nu moeten vaders het nog doen met twee dagen betaald verlof. Daar komt nog vijf weken aanvullend verlof bij, waarin de partner zeventig procent van zijn (of haar) loon krijgt uitbetaald. Ook dit is een verbetering, maar in vergelijking met andere Europese landen doet Nederland het nog altijd slecht. Wat te denken van 25 dagen verlof in Portugal, 54 in Finland, of zelfs 90 in Slovenië? Die cijfers plaatsen vraagtekens bij het Nederlandse beleid. Waarom geen vijf maar vijftig dagen betaald verlof voor nieuwe ouders? En waarom heeft de NWO de extensieregel voor partners niet ook op anderhalf jaar per kind gezet? Het gaat de goede kant uit met het vaderschapsverlof in Nederland. Maar om nou te zeggen dat we voorop lopen? Dan moeten er toch echt grotere stappen worden gemaakt.

14 mei 2018


6

Onze campus in Den Bosch 1

leestijd

9

minuten

Big data is booming in Brabant Tekst Ron vaessen fotografie Ton Toemen

Big data borrelt en bruist in Den Bosch. De universiteiten van Tilburg en Eindhoven richtten daar twee jaar geleden de Jheronimus Academy of Data Science (JADS) op. Om datawetenschappers op te leiden die niet alleen analyseren, maar ook programmeren en nadenken over ethiek. Maar wat gebeurt er nou eigenlijk in dit fonkelnieuwe big data paradepaardje?

E

r broeit iets in Noord-Brabant, de provincie die lang bekend stond om haar megastallen, weilanden en boerderijen. In de zeer nabije toekomst gaat het niet meer om boeren en hooibergen, maar om ondernemende wetenschappers die algoritmes loslaten op de snel groeiende databergen van de wereld. In het hart van de regio, op loopafstand van station Den Bosch centraal, zit in het Mariënburg-klooster de Jheronimus Academy of Data Science (JADS). Daar worden data scientists opgeleid. Het klooster in Den Bosch is de spil in de samenwerking op het gebied van data science tussen de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), Tilburg University (TiU), de provincie Noord-Brabant en de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Een vergaande samenwerking die tot voorheen heel onwaarschijnlijk was. “Deze universiteiten zijn zo verschillend, dat kan je je bijna niet voorstellen,” zegt Emile Aarts, rector magnificus van TiU en daarvoor decaan van de Eindhovense faculteit Wiskunde en Informatica en chief scientific officer bij Philips. In Eindhoven staat ingenieurswetenschappen centraal en wordt in teamverband aan hard- en softwaresystemen gebouwd. In Tilburg slaat juridisch, economisch en sociologisch onderzoek de klok.

14 mei 2018

Maaike Blok, masterstudente Data Science and Entrepreneurship “In de universiteitsraad van de TU/e heb ik meegepraat over het beleid en de procedures van JADS. Zo is mijn interesse gewekt. Ik heb de pre-master gevolgd, en het zo ingepland dat het keuzevakken waren voor mijn bachelor technische bedrijfskunde. Ik was bang dat ik opgeslokt zou worden door een soort programmeerbubbel. Maar je wordt hier uitgedaagd om te pitchen, te brainstormen en te werken in groepsverband met mensen van allerlei achtergronden. Dat is heel gaaf. Privacy is met name belangrijk geworden door de discussies omtrent Facebook, het is een probleem dat vaak wordt aangehaald, maar tijdens de studie wordt er niet veel op gefocust. In mijn optiek hoef je niet bang te zijn dat er iets bijzonders met jouw data gebeurt, als je niets te verbergen hebt. Als je je afsluit voor data, belemmer je onderzoek. Wie weet kunnen ze over vijf of tien jaar wel kanker ontdekken met data. Op de arbeidsmarkt ben je als persoon denk ik uniek, omdat data science een beginnende studie is. Na mijn afstuderen zie ik mezelf werken bij een e-commerce bedrijf, waar ik de strategie verbeter aan de hand van data.”


7

Wetenschappelijk directeur Arjan van den Born: ‘JADS had nooit kunnen werken als het alleen in Tilburg en Eindhoven was gebleven’

Jaren terug ontstond in Eindhoven het besef dat ze iets met data moesten doen, maar ze hadden niet alle expertise in huis. Er kwam een gesprek op gang met TiU, zegt Aarts in een ruime vergaderzaal in het klooster. “Er was een klik, deze universiteiten vullen elkaar aan.” De keuze voor Den Bosch lag vervolgens voor de hand: de stad wilde graag een universiteit, had geschikte panden en ligt tussen de universiteitssteden in. Financiën Een project van deze omvang kan een financieel risico zijn, maar met de centen zat het meteen goed. De gemeente kocht en verbouwde het klooster, de provincie betaalde met innovatiegelden de voorinvesteringen om JADS op gang te brengen en houden. Tegenover deze investering in JADS, die uitgesmeerd over tien jaar neerkomt op twintig miljoen euro, staat dat universiteiten twintig miljoen investeren in data science. Het chequeboekje hoeven de universiteiten daarvoor volgens Aarts echter niet te trekken: ze zetten eigen mensen in, die dit werk toch al zouden doen. December 2016 werd JADS officieel geopend door koningin Máxima, en sinds de zomer van dat jaar zat er al een klein team. Begin april 2018, als we het klooster bezoeken, is het pand net verbouwd. Aarts is hier één dagdeel per week, om met eigen ogen te zien wat er gebeurt. Anders blijven cijfers en berichten over de ontwikkelingen wel erg abstract. Zo ervaren velen in Tilburg en Eindhoven dat ook. Zeker sinds er een summiere begroting rondging door de medezeggenschapsorganen, waarop in plaats van een beoogd tekort van 3,34 miljoen euro in 2018, een tekort van 4,75 miljoen euro stond. Onder de streep kost dit de universiteiten niet direct geld, maar de subsidiepot wordt er sneller door leeg getrokken. Toch maken de universiteitsbesturen zich geen zorgen. Emile Aarts weet dat er meer gebeurt in Den Bosch dan voorzien, en dan is het logisch dat het geld sneller wordt besteed. De Eindhovense collegevoorzitter Jan Mengelers denkt dat ook. Volgens Mengelers verdienen de mensen in Den Bosch complimenten voor wat ze hebben bereikt.

Ondertussen blijft de medezeggenschap met vragen zitten. In Tilburg leidde dat zelfs tot een negatief advies op de begroting. Want wat doen ze daar in Den Bosch eigenlijk? Den Bosch “We hebben meer binnengehaald dan verwacht,” zegt wetenschappelijk directeur Arjan van den Born in zijn werkkamer. En met ‘meer’ bedoelt Born: meer studenten, bedrijven, startups en projecten. In korte tijd zijn er nauwe banden met het bedrijfsleven gelegd, wat niet wil zeggen dat er een kennisfabriek wordt opgezet, die draait naar believen van de klant. “Ons onderzoek moet fundamenteel en onafhankelijk zijn.”

Privacy is geen hindernis bij het gebruik van prachtige en nuttige data De locatie heeft allerlei voordelen. “JADS had nooit kunnen werken als het alleen in Tilburg en Eindhoven was gebleven,” zegt Van den Born. Het werkt omdat mensen in één werkkamer of collegezaal zitten. “Daar gaan ze elkaar begrijpen.” Studenten weten bedrijven te vinden, bedrijven wetenschappers, en zo voorts. Niet onbelangrijk, want bij JADS willen ze niet alleen studenten opleiden. In de hele maatschappij is behoefte aan kennis over data, en zeker in het bedrijfsleven. Er vindt dan ook volop beroepsonderwijs plaats. Het luisterrijke pand is opgeknapt, er is een dak over de binnenplaats gelegd zodat er geluncht kan worden, er staat nog een orgel in de kapel die niet >>

14 mei 2018


8 450

Studentenaantallen Qua studentenaantallen ligt JADS nog niet op schema. Met name in 2018 blijven de aantallen waarschijnlijk achter, omdat de bachelorstudenten Data Science in het tweede jaar zitten, en pas na het derde jaar kunnen doorstromen naar de master. Bovendien zijn er ook daar minder studenten dan verwacht.

Masters

Bachelors 200

200

120

Doelstelling masterstudenten Doelstelling bachelorstudenten

28

2016

2017

125

Aantal ingeschreven studenten

114 96

40

±245*

2018

* Verwacht aantal studenten in september

115

80 55

2016

2017

2018

zou misstaan als aula en er zijn strakke technologische en moderne aanpassingen doorgevoerd. Het klooster is een symbiose met, door de glazen deuren en wanden die reiken tot het plafond, een op veel plekken opvallend gebrek aan privacy. Het is verleidelijk deze letterlijke transparantie te zien als tekenend voor de tak van sport: privacy, dat is toch een hindernis bij het gebruik van prachtige en nuttige data? Wellicht is het juist omgekeerd. Ethiek speelt bij JADS een belangrijke rol, zegt Van den Born: “Dat gaat om hoe je transparant en accuraat met data omgaat, op een vertrouwelijke manier. We doen bijvoorbeeld onderzoek naar de transparantie van algoritmes. Weten we wel wat die precies doen?”

Wonen op de campus, in Den Bosch kan het Studenten In het klooster zitten studenten van de tweejarige master Data Science and Entrepreneurship. Van hen wordt veel verwacht, meer dan het lezen van boeken. Ze moeten modellen maken, oplossingen bouwen, marktstrategieën ontwikkelen en ethisch-juridische vragen niet schuwen. Ze worden onderwezen in de domeinen van data engineering, mining, decision making, entrepreneurship en in society. Er zijn overkoepelende vakken, waar kennis toegepast wordt op casussen uit het bedrijfsleven. En daaronder ligt een vaardighedentraject, dat vanaf dag één begint met een assessment en de toewijzing van een coach. Verplicht is het niet, maar veel studenten richten ook een eigen bedrijf op. De vakken worden gegeven door iemand uit Tilburg en iemand uit Eindhoven, voor scriptiebegeleiding geldt hetzelfde. Bij vrijwel alle vakken worden datasets gebruikt, zegt onderwijsdirecteur Willem Jan van den Heuvel. “Als het er bijvoorbeeld om gaat welk privacymodel het beste werkt voor iTunes, wordt niet gekeken naar intuïtie, maar naar harde data.” Voor de scriptie wordt niet alleen een paper geschreven, er moet ook een project worden opgeleverd voor (eigen) bedrijf of overheid. Het onderwijs zelf moet bovendien innovatief zijn door nieuwe leervor-

14 mei 2018

Rector-magnificus Emile Aarts: ‘Er was een klik, deze universiteiten vullen elkaar aan’


9

masterStudenten Data Science and Entrepreneurship, van hen wordt veel verwacht, meer dan het lezen van boeken.

men, zegt Van den Born. “Als data science instituut moet je een lichtend voorbeeld geven. En je ziet dat studenten niet allemaal meer de energie hebben om naar een pratend hoofd te kijken.” Toch zijn pratende hoofden nog even de realiteit, aldus senior-beleidsmedewerker onderwijs Carlien Geelkerken. “Eerst willen we een goed curriculum gedraaid hebben.” Ook dat vergt continue aandacht, in het begin was er bijvoorbeeld nog wel eens overlap. “En we hebben sponsoren nodig, want het is duur.” Er worden al gesprekken over gevoerd. Een student uit Eindhoven zal er niet van opkijken, voor een Tilburger is het een unicum. Wonen op de campus, in Den Bosch kan het. Er zijn 77 wooneenheden in het klooster, met ruimte voor 88 mensen. Die worden door de eigenaren van het pand ook verhuurd aan docenten, promovendi en anderen die met JADS van doen hebben. “Zo krijg je een echte campusgedachte,” zegt directeur bedrijfsvoering Angelique Penners. De collegezalen en kantoren zijn ‘s nachts gesloten voor de inwoners, al is het op termijn de bedoeling om 24/7 open te zijn. Tegengesteld JADS draait amper twee jaar en is een bedrijvig epicentrum aan het worden voor de (data)wetenschap van de toekomst. Een aantal zaken moet daarvoor wel worden gladgestreken. Dat de twee universiteiten andere regels hebben over bijvoorbeeld onderwijsreglementen, personeelszaken, financiering en intellectueel eigendom, is wel eens lastig. Dit erkent Angelique Penners, al ziet ze er ook een voordeel in. “De universiteiten zijn tegengesteld aan elkaar, maar wat leren we veel over en weer. En we hebben het geluk dat we soms het mooiste van alles kunnen kiezen.” Toch is het tijd voor regels die specifiek gelden voor de locatie Den Bosch, zegt Arjan van den Born. En een eigen departement. “Waar we tegenaan lopen, is dat iedereen nu gedetacheerd is.” In Tilburg en Eindhoven krabben mensen zich nog weleens achter de oren: waar zijn hun collega’s? Ah, die zitten weer in Den Bosch. Emile Aarts heeft ook nog wat wensen. “Tot nu toe gaat het bij JADS vooral over de regionale ontwikkelingen en historie, er moet een stap ge-

zet worden naar een visie op de wereld. Welke bijdrage wordt geleverd, en hoe?” Voor 2020 wil hij dit helder hebben, dan bestaat de organisatie vijf jaar en is ze niet jong meer. En er moet de overstap gemaakt worden van een ondernemende mentaliteit, wat in de opstartfase nodig is, naar een aanpak met meer routine en zorg voor kwaliteit. “We komen te langzaam in een stabiele fase.” Die routine is bijvoorbeeld nodig in omgang met de buitenwereld. JADS trekt veel aandacht, en dat betekent ook veel telefoontjes en e-mails. Aarts: “Straks zeggen ze dat je JADS niet hoeft te bellen, omdat ze de telefoon toch niet opnemen.”

‘Er zijn bedrijven die vijfhonderd stagiaires per jaar van ons willen, die hebben we nog niet’ Ze zijn ermee bezig, zegt Arjan van den Born. Het jaar 2018 is er een van reflectie en vooruitkijken. De organisatie is gegroeid van zeven naar honderdvijfitg mensen en veel lukt al. Hij wil verder groeien en de processen vastleggen, maar wil ook goed kijken wat er is bereikt en wat de kwaliteit daarvan is. Waarmee verder te gaan? Eerst de studentenaantallen maar eens opkrikken. “Er zijn bedrijven die vijfhonderd stagiaires per jaar van ons willen. Die hebben we nog niet, en bovendien moeten studenten eerst afstuderen,” aldus Van der Born. Maar als dat eenmaal is gelukt, ziet de toekomst er zonnig uit. Carlien Geelkerken over de eerste lichting afstudeerders: “Ik kan ze wel vijf keer wegzetten.”

14 mei 2018


10

While the path is illuminated I can’t seem to shine my light on The road you have illustrated And the goals I’ve set my sights on While the path is illuminated It’s hard to reach the mountaintop But I will keep on going And there’s no way I’ll stop And they can say: Turn off the lights, hun, There’s not much time, It’s getting late. But I won’t do that. Because my road is illuminated And there’s no way I’ll stop I’ll show the world I’m ready To climb this mountaintop. Unshackled, unstoppable, unlimited.

14 mei 2018

Campusdichter Tekst Martijn Faes illustratie Hanna van Dun


11

Op de man af

Wè nou? tilburgse reacties op Het nieuws

Hoeveel glazen alcohol drink jij per week? Negen op de tien studenten drinkt ‘risicovol’: meer dan vijftien glazen per week. Hoeveel drink jij? “Ik drink er sowieso meer. Afhankelijk van de activiteiten bij Vidar drink ik er vijf tot tien per avond. Maar op een echt wilde avond gaan er wel tussen de twintig en dertig in.”

Stein Sietsen, 19, Bedrijfseconomie

“Ik zit bij Keiretsu, dus de vijftien haal ik zeker wel. Maar hoeveel precies, dat weet ik niet, haha.” Rixt Mollinga, 22, Economie en bedrijfseconomie

naam Theorge Haupt opleiding Psychologie leeftijd 20 jaar Wat is je favoriete Afrikaanse zoogdier? Makkelijk! De honingdas, of honeybadger. Kijk maar eens op Youtube hoe badass deze diertjes zijn, leeuwen zijn bang voor ze en ze vechten met cobraslangen. Wat je is guilty pleasure? Schansspringen. Daar kan ik echt uren naar kijken. Voor wie zou jij een fanclub willen oprichten? Dwayne ‘The Rock’ Johnson. Wat een geweldige man waar je vette memes van kan maken.

“Vijftien glazen haal ik niet. Ik denk dat ik dood zou gaan als ik er vijftien per week weg moest tikken. Afgelopen week met het mooie weer heb ik er vijf gehaald.”

Pedro Castanheira, 22, International law and human rights

“Verschilt per week. Soms drink ik een hele week niets en andere weken drink ik er tien. Als ik een feestje heb, dan gaan er wel een aantal in, maar ik word nooit echt dronken.”

Lex Giesen, 21, Bedrijfseconomie

Koffie of thee? Thee. Koffie is voor losers. Nou ja, om eerlijk te zijn, lust ik geen koffie. Zit je nog steeds op Facebook? Jup. Ik ga het niet verwijderen, want ik heb niks te verbergen. Misschien dat ik ooit als ik 90 ben en op m’n sterfbed lig, mijn account verwijder. Je mag één superpower uitkiezen, wat kies je? Hier heb ik al eens goed over nagedacht. Het is een egoïstische superkracht, maar ik zou voor teleporteren gaan. Als het kon zou ik nu linea recta naar bed teleporteren. Welke hype heb je overgeslagen? Pokémon GO. Dat kwam omdat ik tijdens de hype in China was, waar het spel verboden is. Toen ik terugkwam in Nederland, was de hype al over. In welk beroep zou je heel slecht zijn? Professioneel zingen. Dat kan ik dus écht niet. Glazen en ruiten breken als ik zing.

45% 0 tot 15 glazen per week (117 stemmen)

22% 15 tot 30 glazen per week (58 stemmen)

18% Meer dan 30 glazen per week (48 stemmen)

15% Ik drink geen alcohol (39 stemmen) Totaal: 262 stemmen Stemmen op de volgende poll kan op Univers­ online.

14 mei 2018


12

Onze campus in Den Bosch 2

leestijd

7

minuten

Tekst Han Konings/Cursor fotografie Ton Toemen

Den Bosch inspirerende hotspot voor onderzoekers Wil je de wereld verbeteren, of simpelweg een product doelgericht aan de man brengen? De mogelijkheden van big data zijn eindeloos. In Den Bosch vindt het onderzoek van de toekomst plaats.

A

an de onderzoekstak van JADS in Den Bosch is de afgelopen anderhalf jaar hard gewerkt. Arjan Haring, strategisch adviseur onderzoek bij JADS, benadrukt dat veel ervan nog in de opbouwfase verkeert, maar dat het hebben van een fysieke plek waar onderzoekers elkaar kunnen ontmoeten, al als een enorm pluspunt wordt ervaren. Ook de nauwe betrokkenheid van het bedrijfsleven bij JADS is van essentieel belang voor de toekomstige ontwikkelingen.

De ervaringen van hoogleraar Jack van Wijk, wetenschappelijk directeur van het Data Science Center Eindhoven (DSC/e), sluiten volledig aan bij wat Haring vertelt over het belang van JADS als ontmoetingsplaats. De gesprekken die hij de afgelopen anderhalf jaar in Den Bosch had met onderzoekers van andere disciplines uit zowel Eindhoven als Tilburg, waren van groot belang bij het opstellen van een succesvol NWO-voorstel op zijn expertisegebied: de visualisatie van data. Hij ontving er een subsidie van 700.000 euro voor, waar drie promovendi van aan de slag kunnen, begeleid door een divers scala van onderzoekers. Van Wijk ziet het echt als een JADS-project. Het onderzoek richt zich op de vraag hoe complexe voorspellende modellen die zijn voortgekomen uit algoritmes, toch begrijpelijk kunnen worden weergegeven. Dat betekent volgens Van Wijk letterlijk in beeld brengen wat er in zo’n model gebeurt, “want pas dan ontstaat er bij mensen vertrouwen in dit soort modellen.” Toepassingen Ook voor wat betreft het onderzoek van JADS staan de drie data science centers van Eindhoven, Tilburg (DSC/t) en Den Bosch (DSC/b) aan de basis. Men vult elkaar aan en er is sprake van overlap. In zowel Tilburg als Eindhoven wordt bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar nieuwe fundamen-

14 mei 2018

PDEng-opleiding Data Science zeer in trek Bij de tweejarige PDEng-opleiding Data Science wordt in de loop van het eerste jaar een kandidaat gekoppeld aan een bedrijf. In dat eerste jaar wordt hij of zij extra bijgeschoold en gaat daarna een jaar aan de slag met een opdracht van het betreffende bedrijf, dat daar ook in investeert. De sollicitaties naar een plaats in de opleiding lopen volgens opleidingsdirecteur Stef van Eijndhoven naar verwachting. Op dit moment zijn er al veertig PDEng’ers aan de slag en dat aantal wordt nog opgeschaald naar vijftig. De cursisten worden beschouwd als werknemer en ontvangen salaris, zegt Van Eijndhoven. Hij vervolgt: “De opleiding is sterk multidisciplinair, naast het bijbrengen van kennis over data science wordt een evenredige hoeveelheid aandacht besteed aan niet-technische vaardigheden, die onder meer betrekking hebben op ondernemerschap en gedragswetenschap. De integratie van deze vaardigheden met de technische aspecten van data science is een belangrijk onderdeel van de leervisie van het programma.” Voor bedrijven is het de ideale gelegenheid om snel mensen binnen te halen die beschikken over de meest recente kennis op dit vlak. Voor het overgrote deel zijn het internationale studenten die de opleiding volgen, maar men verwacht dat in de toekomst ook het aandeel Nederlandse studenten gaat toenemen. De bedrijven waarmee wordt samengewerkt, zijn onder meer bedrijven uit de traditionele maakindustrie, waarbij Van Eijndhoven aantekent dat hij in deze sector nog meer projecten zou willen genereren. “We hebben projecten lopen bij bedrijven als ASML, Philips Lighting, Philips Health, Enexis, Brabant Water, Omron, Dow, Saint-Gobain, Alfalaval, en LOCC. Daarbij gaat het in het algemeen niet over een productieproces, veel eerder supply chain, maintenance, klantsegmentatie, risicobeheer.”

tele technieken zoals machine learning, zegt hoogleraar Dick den Hertog, wetenschappelijk directeur van het Tilburgse center. Den Hertog: “Verschillen zijn er met name in de toepassingen. In Den Bosch ligt het accent op ondernemerschap, Eindhoven kijkt naar de toepassingen in de techniek, en in Tilburg ligt de focus op toepassing van data in het bedrijfsleven.” Data kan volgens Den Hertog bijvoorbeeld worden toegepast in marketing, om producten te verkopen, maar ook in werving en selectie, om de beste kandidaat te vinden. Of voor het helpen van de mensheid, en dan vooral voor diegenen die hulp het hardst nodig hebben. Onder de vlag van Data Science for the Social Good wil hij twee lopende onderzoeksprojecten samenbrengen en verder uitbouwen. Ten eerste een project van Sterk Huis en CentERdata: het preventief in kaart brengen van probleemgezinnen, >>


13

14 mei 2018


14

om vroegtijdig effectieve hulp te bieden. Het andere project heeft te maken met het gebruik van data voor humanitaire innovatie. Het World Food Programme van de VN brengt voedsel uit alle delen van de wereld bijeen, om bij een hongersnood, zoals nu in Jemen, een dagelijkse maaltijd op tafel te zetten met minimale voedingswaarden tegen zo laag mogelijke distributiekosten. “Een gigantische puzzel”, zegt Den Hertog, “maar een die met data en algoritmen van het DSC/t nu al beter in elkaar wordt gelegd. Naar schatting zijn er in Syrië daardoor al een miljoen mensen meer gevoed.” Pioniersgeest Den Hertog zoekt naar zoveel mogelijk verbinding: onderzoekers met elkaar, universiteiten met elkaar en universiteit en maatschappij. Eens per maand komt hij samen met zijn collega’s uit Eindhoven en Den Bosch. Zijn streven is zoveel mogelijk samen op te trekken, bijvoorbeeld bij subsidieaanvragen. Zijn Eindhovense collega Van Wijk hoopt dat iedereen die vanuit Eindhoven, Tilburg en Den Bosch bij data science en JADS betrokken is, het steeds meer gaat zien als één geheel en niet als een verzameling eilandjes. Maar ook Van Wijk beseft dat in deze relatief prille samenwerking soms ‘politieke’ hobbels opduiken. Begrijpelijk, maar wel jammer vindt hij, want ze kosten onnodig tijd en inspanning. Op alle stukken die DSC/e tegenwoordig uitbrengt, laat hij daarom naast het eigen logo nu ook nadrukkelijk het logo van JADS afdrukken. Volgens Van Wijk heerst in Den Bosch echt een pioniersgeest. “Met hoogleraar Arjan van den Born, de wetenschappelijk directeur van DSC/b, staat daar een uiterst creatief persoon aan het roer, die ook wilde ideeën niet schuwt. Den Bosch biedt onderzoekers de mogelijkheid om bij elkaar in de keuken te kijken, een nog breder netwerk op te bouwen en om de klokken gelijk te zetten. We gaan nu naar de volgende fase, waarbij we het allemaal wat meer body geven en waar we ook de lijnen uitzetten voor de onderzoekslabs. Onderzoekers uit Eindhoven en Tilburg zouden vaker aanwezig moeten zijn in Den Bosch om daar leiding aan te geven en actief te zoeken naar funding.” Frontlinie Adviseur Arjan Haring, die enige jaren terug nog werkzaam was bij Booking.com, zegt dat ook het bedrijfsleven een zeer belangrijke rol speelt

Max Ortega, student PDEng Data Science “Tijdens mijn master toegepaste wiskunde in Delft zag ik veel potentie in data science. Het leek me goed om daarin professionele vaardigheden op te doen. Ik was wel sceptisch over het PDEng-programma, omdat het me niet duidelijk was wat ik op dagelijkse basis zou doen. Ik heb de sprong gewaagd en ben blij dat ik het heb gedaan. Bij de PDEng wordt verwacht dat je al vaardigheden hebt. Er zijn online cursussen en praktijkcursussen om basisprincipes op te doen, maar je moet daarna meteen aan de slag. Tot nu toe ben ik betrokken geweest bij twee grote projecten van zes tot zeven weken. Het ene project ging om het maken van interactieve visualisaties, zodat inzichten tot acties kunnen leiden. Bij het andere moesten we in een multidisciplinair team met nieuwe perspectieven komen op een bestaand probleem. Ik verwacht tijdens de studie nog veel met bedrijven te werken, op een praktische manier. Dit is een warm-up voor een carrière en een modern programma voor de behoeften van morgen.”

bij de opzet van het onderzoek bij JADS. Vier bedrijven - CZ, KPN, Vivat en BrandLoyalty - zijn een Flagship Partnership met JADS aangegaan. De komende vier tot vijf jaar investeren die elk een bedrag van een miljoen euro of meer in JADS, waarmee leerstoelen, promovendi en ontwerpersin-opleiding worden gefinancierd. Ook worden afspraken gemaakt over permanente educatielijnen voor de eigen medewerkers van deze bedrijven. Voorop staat wel dat de wetenschappers op onafhankelijke basis hun onderzoek kunnen uitvoeren. Haring: “Het is niet de bedoeling dat deze bedrijven ons concrete problemen of opdrachten voorleggen, waarmee we aan de slag gaan. Dat werkt niet. Deze vier partnerbedrijven, die ieder op hun eigen manier veel met data werken, begrijpen dat en hebben er baat bij dat het onderzoek bij JADS goed van de grond komt. Want dat is het gezamenlijk streven: zorgen dat we in Nederland op het gebied van data science in de frontlinie blijven opereren.” De bedrijven zijn volgens Haring ook van groot belang om goed te kunnen testen of de vooronderstellingen die uit onderzoeksprojecten naar voren komen, ook werken in de praktijk.

Jack van Wijk, wetenschappelijk directeur van het Data Science Center Eindhoven: ‘Den Bosch biedt onderzoekers de mogelijkheid om bij elkaar in de keuken te kijken’ Fotografie Vincent van den Hoogen 14 mei 2018


15

column Luuk Koelman

Wetenschappers in het wild Arjan Haring, strategisch adviseur onderzoek: ‘Het is niet de bedoeling dat deze bedrijven ons concrete opdrachten voorleggen, waarmee we aan de slag gaan’

Volgens Liesbeth Leijssen, bij JADS belast met kennisvalorisatie, bestaat er naast deze vier partnerships nog een waaier aan samenwerkingsverbanden van bescheidener omvang. Leijssen: “Daar zijn zeker zo’n honderd bedrijven en instellingen bij betrokken, waarmee we afspraken op maat maken, bijvoorbeeld als het gaat om educatie of de inzet van PDEng’ers van de opleiding Data Science (zie kader). Sommige bedrijven zijn ook bij ons gehuisvest. Op korte termijn willen we voor alle partners de JADS Association oprichten. Hierbinnen gaan we al deze bedrijven en instellingen, ook de Flagship Partners, verenigen en op die manier willen we meer impact hebben op nationaal en Europees niveau.” Bij JADS zijn er ook de Applied Labs. Thema’s waar die zich op richten zijn Crime, Health, Smart Cities, Agrofood, Mobility en Smart Manufactering. De labs richten zich op onderzoek waar de gemeente en provincie baat bij hebben, dus vaak gefocust op problemen die op lokaal niveau spelen. Zo huurt de stichting Nationale Politie/DITSS (Dutch Institute for Technology, Safety and Security) een ruimte bij JADS, waar het Crimelab is gevestigd. Leon Verver, werkzaam bij de Nationale Politie en directeur van DITSS, geeft een voorbeeld van waar zijn instituut zich bij JADS mee bezighoudt. Verver: “Door bepaalde databestanden op elkaar te leggen, bijvoorbeeld over geldstromen en over personen die bij ons bekend zijn voor vergrijpen die met drugs te maken hebben, en die geregistreerd staan op meerdere adressen, hopen we zicht te krijgen op waar zich in de toekomst bepaalde criminele activiteiten, zoals het opzetten van een hennepkwekerij, kunnen voordoen. Het is voor ons een nieuwe, innovatieve manier van werken, waarbij de contacten met de onderzoekers bij JADS zeer waardevol zijn.” Volgen Leijssen is die belangstelling er vanuit alle geledingen van de gerechtelijke en uitvoerende macht.

Laatst volgde ik op Twitter een politieke discussie tussen twee wetenschappers. Het ging over euthanasie. Beide heren waren het hartgrondig met elkaar oneens. Het dispuut liep hoog op. Al snel ontbrak elke nuance en maakten ze elkaar uit voor rotte vis. Het had iets sneus. Ik had juist verwacht dat beide wetenschappers zorgvuldiger zouden zijn in hun waardeoordeel en aannames. Dat elk eerst zou proberen het standpunt van de ander te begrijpen, desnoods hem het voordeel van de twijfel te gunnen. Ja, misschien zelfs wel wat zelfreflectie te betrachten. Al was het maar omdat echte wetenschappers alleen conclusies trekken wanneer dat strikt noodzakelijk is. Maar daar had dit duo geen last van. En plots vroeg ik mij af: waarom handelen deze heren rationeel en objectief wanneer het gaat om wetenschappelijk onderzoek, maar impulsief en vanuit de onderbuik wanneer morele en politieke overtuigingen om de hoek komen kijken? Ik bedoel: ze twitterden niet om uit te leggen hoe ze tot hun mening waren gekomen, maar enkel om de opponent smalend duidelijk te maken dat hij er he-le-maal niets van had begrepen. Waarschijnlijk dachten de twee dat hun verstand hier aan het woord was, maar wat ik zag, had niets met denken te maken. Een diarree aan meninkjes poepten ze uit, meer was het niet. En meningen zijn niets meer dan subjectieve opvattingen, gebaseerd op emoties. En zoals dat dan gaat op Twitter: pas nadat de emotie heeft gesproken, mag het brein er een muurtje van ratio omheen proberen te bouwen. Meestal met gelegenheidsargumenten. Alles om de discussie maar niet te hoeven verliezen. Kortom, ik vond beide heren maar sneue eikels, hun wetenschappelijk opleiding onwaardig. Ik heb hen dat overigens niet gemeld op Twitter, omdat deze mening en conclusie natuurlijk ook maar gewoon emoties mijnerzijds zijn.

14 mei 2018


16

foto Jack Tummers

Beeldend

14 mei 2018


17

Zingen met de hertog Hertog Jan van Brabant. Hij wordt genoemd als uitvinder van het bier. Fake nieuws, want lang voor hem dronken de Duitsers het al en lang, lang daarvoor Egyptenaren en Mesopotamiërs. Niettemin hield hij veel van bier en van zingen. Misschien is hij dus wél de uitvinder van de cantus. Heel toepasselijk dat zijn pils prominent meedoet aan de huifkarcantus van studievereniging Input. Misschien dat Het lied van hertog Jan – in tijden voor Meeuwis nog het officieuze volkslied van Brabant – ook gezongen werd. Daarin gaat hij heel Brabant rond, niet met huifkar, maar: 'Te peerd parmant, al triumfant', en overal waar hij komt klinkt zijn lied: 'Harba lorifa, zong de Hertog, Harba lorifa.'

14 mei 2018


18

de vijf VAN EIJFF

Afwaardering van Amerika is waarschijnlijker geworden Onze topeconoom Sylvester Eijffinger was onlangs opnieuw te gast aan het economiedepartement van Harvard University. We vroegen hem naar de stemming onder ‘s werelds meest briljante economen nu hun eigen president Donald Trump het nieuws domineert. 1. Wij begrepen dat u een ongelukje kreeg en een poosje in het gips heeft gezeten. Hoe ging dat in Amerika? “Ik moet zeggen dat mijn collega’s enorm goed voor me hebben gezorgd. Ik kreeg een toegankelijke kamer met een mooi uitzicht op de yard. Kan je nagaan, Nobelprijswinnaars en topeconomen die koffie halen, of met alle plezier een lift gaven naar mijn logeeradres, zoals macroeconoom Greg Mankiw dat deed. Dat valt me sowieso op: hoe complimenteus en collegiaal ze daar allemaal zijn voor elkaar. Hier bij ons mag die genereuze mentaliteit wat mij betreft ook wel ietsje meer.”

‘Je merkt dat er veel ergernis en schaamte is over Trump’

2. Gaat het er ook zo gemoedelijk aan toe als het onderwerp Trump ter tafel komt? “Dat is dus het vreemde: Trump is werkelijk de hele avond te zien op televisie, maar op de universiteit spreekt niemand erover. Ze praten wel wanneer je aandringt, maar ook dan merk je dat ze eigenlijk helemaal geen zin hebben om het er nog over te hebben. Je merkt dat er veel ergernis en schaamte is.”

14 mei 2018

3. Zijn er dan geen Republikeinen te vinden aan Harvard? “Jawel, er werken bijvoorbeeld economen die nog adviseurs waren van president Bush, maar zij vinden ook dat met Trump een politieke soap is begonnen die het land in een constitutionele crisis heeft geworpen. Deze Republikeinen houden zich liever stil in afwachting van wat gaat komen. Onderzoeker Mueller is nog bezig aan zijn onderzoek naar banden met de Russen, er is het onderzoek naar Trumps advocaat en de hele affaire met pornoactrice Stormy Daniëls. En dan komt er nu ook nog een onderzoek ingesteld door de Democraten. Wellicht dat de uitkomsten hiervan bijdragen aan een verlies van Trump bij de midterm elections in november. Overigens is er wel een enkeling te vinden die zich nog achter het economische beleid van Trump schaart: Robert Barro. Een aparte man, die altijd geheel zijn eigen plan trekt.” 4. Heeft deze Barro gelijk wanneer hij zegt dat Trump de economie wel degelijk sterker maakt? “Het kan best dat Trump de economie op korte termijn aanjaagt, al is de vraag of de opleving niet al onder Obama is ingezet. Op de iets lange-

re termijn is Trump echter bezig het land in de schulden te steken. Hij zit op een staatsschuld van 110 procent van het bbp en dat kan ook naar 120 gaan. Nederland zit onder de 60 procent, en wanneer we de aandelen van ABN AMRO verkopen, gaan we nog verder naar beneden. Dat is heel goed, maar Amerika gaat landen als Italië achterna. Eerder voorspelde ik een afwaardering van Amerika door de credit rating agencies. Die is alleen maar waarschijnlijker geworden.” 5. Trumps schoonzoon Jared Kushner en ook z’n economisch adviseur Peter Navarro zaten op Harvard. Doen hun docenten nog iets om ze op andere gedachten te brengen? “Kushner is een rich kid en dan kan je Harvard betalen, zo’n 60 à 70 duizend dollar per jaar. Uiteindelijk zijn alumni vrij om te doen wat ze willen, maar neem maar van mij aan dat er schamper wordt gesproken over zo’n Navarro. Die zou, als econoom, beter moeten weten.”


19

leestijd

9

minuten

Tekst Ron vaessen en tom grosfeld illustraties Bas van der Schot

Heilige huisjes op de schop De bijna vijftig instituten die de universiteit rijk is, worden in kaart gebracht. Er moet flink verbouwd worden om de heilige huisjes op de campus klaar te maken voor de toekomst. Dat een flink aantal zal sneuvelen, lijkt onvermijdelijk.

V

an een afstand lijkt de universiteit overzichtelijk geordend. Als flats die boven een woonwijk uit torenen springen de faculteiten in zicht, met daarbinnen voor ieder departement een eigen verdieping. In de woonwijk die Tilburg University heet, is echter meer aan de hand. Rondom de vijf flats, de een met meer verdiepingen dan de ander, staan schots en scheef verspreid bijna vijftig huisjes, de onderzoeksinstituten. Er zijn hier dus ongeveer tien keer zoveel instituten als faculteiten, constateerde ook Emile Aarts toen hij in 2015 als rector magnificus aantrad. Het wekte verbazing. “Ik wilde dit begrijpen, er eens goed naar kijken.” Als het aan Aarts ligt, gaat er een hoop veranderen. De wildgroei aan instituten mag best kritisch worden bekeken – en er mag gesnoeid worden. Want wat doen al die instituten precies en waar zijn ze eigenlijk goed voor? Samenwerken Instituten zijn er niet alleen om onderzoek te doen. Ze verzorgen ook colleges, beoordelen tentamens, organiseren congressen, en brengen kennis naar de buitenwereld. Maar boven alles is een instituut een samenwer-

kingsvorm die zich niet houdt aan de traditionele grenzen van faculteiten en departementen. Dit heeft allerlei voordelen. Terwijl een faculteit als eenvormig geheel in de weidse wereld vaak niet opvalt, kan een instituut zich op een gunstige plek vestigen met een eigen uitstraling. Subsidieverstrekkers als NWO en Europa willen zien dat onderzoekers de beste zijn, dus zo kunnen er gerichter euro’s worden binnengesleept, de klinkende brandstof van het universitaire bedrijf. Onderzoekers, bedrijven en burgers weten zo ook beter waar ze moeten zijn. En binnen de eigen organisatie kunnen onderzoekers met een gedeelde interesse elkaar vinden en de krachten bundelen, zoals rondom het justitiepastoraat (CJP) of vergrijzing en pensioenen (Netspar). En een jurist en sociale wetenschapper die er wat voor voelen om samen de arbeidsmarkt onder de loep te nemen, bouwen een huisje en noemen het ReflecT. Er zijn vele voordelen, maar inmiddels wordt hardop nagedacht over het bestaansrecht van instituten. Het zijn er nogal veel, ze lijken niet weg te krijgen alsof het heilige huisjes zijn, en ze verschillen sterk. Er zijn instituten die gonzen van het leven, die krimpen of groeien, instituten die uitsterven of waar allang geen leven meer te bekennen is. Ze leunen tegen een of meerdere faculteiten aan of staan ver weg. Ze heten instituut, brand, merk, label of iets anders. Sommige houden de broek op, andere >>

14 mei 2018


20

Ruud Muffels, directeur ReflecT

de hand. En zo zijn er meer uiteenlopende verschillen, die zich vooral laten verklaren door hoe de faculteiten de dingen regelen. Nuttig voor profilering Soms vallen een instituut en departement letterlijk samen. Aan de faculteit Geesteswetenschappen (TSHD) waren er tot 2018 drie departementen (inmiddels zijn het er vier) met daaraan verbonden drie instituten (TILPS, Babylon en TiCC). “Het zijn lichte constructies,” zegt decaan Wim Drees. Een instituut is geen afzonderlijke eenheid met eigen personeel en budget, maar “een activiteit van een departement, waarbij een onderscheidende naam nuttig is voor profilering.” Babylon, een samenwerkingsverband rond diversiteit in taalgebruik met externe partners, is overigens formeel geen instituut van de faculteit, maar overlapt met het onderzoek van het departement Cultuurwetenschappen. Het vierde instituut bij TSH, het Tilburg Cobbenhagen Center (TCC), is een samenwerking met de theologische faculteit TST, met wél een eigen begroting en eigen personeel (twee van geesteswetenschappen, één van theologie). Een uitzondering, zegt Drees, en zinvol omdat het zo een eigen plek krijgt in de organisatie, los van de normale onderzoeks- en onderwijstaken. Naar TCC gaat geld, naar de andere instituten niet. Ook aan de theologische faculteit zijn instituten vooral een kwestie van strategie, aldus decaan Marcel Sarot. Niet per se een financiële strategie: alleen het Franciscaans Studiecentrum wordt voornamelijk extern gefinancierd. De andere instituten worden gefinancierd uit de eerste geldstroom. Het onderzoek is georganiseerd in onderzoeksprogramma’s, de instituten zijn perspectieven daarop. “Het mes snijdt aan twee kanten. Enerzijds zetten wij datgene wat wij doen in de etalage, anderzijds investeren wij extra in onderwerpen die wij van belang vinden, zoals geestelijke verzorging of Thomas van Aquino.”

14 mei 2018

“Rechten is net als medicijnen een toegepaste wetenschap. Veel docenten werken in deeltijd, waardoor er weinig tijd is voor onderzoek. Er is altijd een spanning geweest tussen departementen en instituten, omdat instituten wél tijd hebben voor onderzoek. Daarbij wordt vergeten dat we onze eigen broek moesten ophouden. Het grootste deel van de salarissen van mijzelf en de andere onderzoekers moest ik binnenhalen met contractonderzoek of subsidies van bijvoorbeeld NWO of EU. Overhead wordt door deze fondsen vaak niet betaald, terwijl we door de universiteit wel afgerekend worden op deze kosten. Het facultaire verdeelmodel is bovendien erg ongunstig voor instituten. Dit is een kwetsbare positie. ReflecT is altijd klein gebleven, ook omdat er voor onderzoek naar de arbeidsmarkt beperkte middelen zijn. Sinds de oprichting in 2009 hebben we toch een gezonde begroting gehad, en daar hebben we veel voor gedaan. We hebben bijvoorbeeld scripties begeleid en onderwijs gegeven, we hebben academische werkplaatsen opgezet rond migratie, onderwijs en gezondheid en ik heb onlangs met anderen een Horizon2020 aanvraag gedaan. Met één pennenstreek is het allemaal verdwenen (ReflecT is 22 maart 2018 als zelfstandig instituut opgeheven door de faculteitsraad, red.). Dat ReflecT doorgaat als merk is prima, maar heeft nadelen. Hiervoor zaten we samen om tafel, nu zitten de mensen verspreid over faculteiten en departementen, bij een eigen baas die niks met ReflecT te maken heeft. Dit heb ik eerder een sterfhuisconstructie genoemd, maar het thema is sterk en zal zijn weg vinden.”

Bij de faculteit sociale- en gedragswetenschappen (TSB) is het beeld gemengder. Instituten zijn volgens decaan Jantine Schuit een manier om samenwerking te stimuleren en vorm te geven. Er lopen twee samenwerkingen met TiSEM, “die zijn redelijk succesvol.” Verder is er een instituut dat departement en instituut tegelijkertijd is: Tranzo. In de eigen organisatie een departement, naar buiten toe een sterk merk. Dat mag wat decaan Jantine Schuit betreft zo blijven: “Ik denk dat het voor de buitenwereld verwarrend is als je daar het label instituut weer vanaf haalt.” Volgens Schuit moeten instituten een meerwaarde bieden en boven het gewone werk uitstijgen, bij voorkeur iets doen waar de faculteit trots op is. Een goede reputatie geeft daar blijk van, en is bovendien belangrijk om onderzoeksgelden binnen te halen. “Instituten zijn zelf verantwoordelijk om geld te verwerven voor hun activiteiten. Het is dus niet zo dat dit gefinancierd wordt door de faculteit of universiteit.” Maar dit is niet voor alle instituten even makkelijk, CoRPS bijvoorbeeld kan niet veel geld uit het bedrijfsleven ophalen, maar moet zich vooral richten op de gezondheidsfondsen van het KWF of de Nederlandse hartstichting, waar veel competitie is. Vrije markt Bij de economische en managementfaculteit TiSEM zit het personeel in departementen en onderzoeksgroepen, toch gaat het er anders aan toe dan elders. Er heerst een vrije markt van ideeën, blijkt uit het verhaal dat decaan Lex Meijdam en directeur bedrijfsvoering Mat van Essen afsteken. De faculteit stuurt het onderzoek in beperkte mate, ze bouwen prikkels in en laten vooral de onzichtbare hand het werk doen. Wetenschappers met een gezamenlijke interesse die met een goede idee komen en weten te overtuigen, kunnen een startsubsidie krijgen. Naar een aantal van de instituten die op de facultaire begroting staan, zoals CIR en EBC, gaat geen geld meer. “Die hebben een reservepositie,” zegt Van Essen. Gaat het meer


21

geld kosten dan de bedoeling was, dan moet er nog eens goed over nagedacht worden. “Wetenschappers hebben ruimte om zich te organiseren, maar het heeft ook een levenscyclus.” Die cyclus loopt vaak wel even door, ook bij TiSEM zijn er veel instituten. Dat is te verklaren door de gedrevenheid van onderzoekers, en door wat Van Essen zegt over instituten die geen geld kosten en onder de radar bungelen: “We zijn niet zo sterk in dingen stopzetten.” Van instituten naar thema’s Aan de rechtenfaculteit gebeurt iets van een andere orde. Daar wordt sinds het begin van dit jaar hardop nagedacht over het van de kaart vegen van alle instituten en departementen, om de faculteit te herstructureren. Het idee was om verder te gaan met vier thema’s. Inmiddels worden de plannen bijgesteld, mede door onrust in de faculteit, en wordt gesproken over zes thema’s. Maar ook dat is niet zeker, laat een woordvoerder weten. Er worden gesprekken gevoerd over de precieze plannen. Het is daarom “te vroeg om iets te zeggen over bestaande of nieuwe onderzoeksinstituten en hun plek en/of toekomst binnen de faculteit.” Onderzoeksinstituut ReflecT is wel alvast opgeheven, lees daarover meer in het kader. De inzet op thema’s doet sterk denken aan wat er op het hoogste niveau gebeurt. Sinds zijn aanstelling in 2015 heeft Emile Aarts het druk gehad met onder andere het strategisch plan en het onderwijsprofiel. Inmiddels is er ruimte om zich over de instituten te buigen, met een werkgroep van faculteitsvertegenwoordigers. Binnen een jaar moet er overzicht zijn. Daarna is het tijd voor actie, en dat kan het einde betekenen van monodisciplinaire instituten, instituten waar niets gebeurt en instituten die feitelijk een departement zijn. Niet losse wetenschappers maar faculteiten moeten >>

Daan van Soest, directeur Tilburg Sustainability Center (TSC) “Wij willen mensen op de campus samenbrengen die geïnteresseerd zijn in duurzaamheidsonderzoek en die hun kennis beschikbaar willen stellen aan de maatschappij. TSC heeft ongeveer 20 tot 25 actieve leden uit de verschillende faculteiten, toch zijn we een licht instituut. Alleen de secretaresse en ikzelf worden door het instituut betaald, en moeten terugverdiend worden. Voor een deel worden we ingehuurd voor onze kennis. Econoom Reyer Gerlagh was bijvoorbeeld hoofdauteur van een hoofdstuk van het meest recente rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), en jurist Jonathan Verschuuren heeft gewerkt op het terrein van het climate smart maken van landbouw in Australië. Daarnaast proberen we actief onderzoek te doen met de maatschappij. Er zijn vanuit de Nederlandse overheid en energiebedrijven bijvoorbeeld veel vragen over hoe we de burger zover krijgen dat hij zijn woning klimaatneutraal maakt. Het is echter moeilijk om geld te verdienen met duurzaamheidsonderzoek, want als die informatie er eenmaal is, is die voor iedereen beschikbaar. TSC heeft de afgelopen jaren kleine verliezen gedraaid, waardoor we over een jaar of vijf door onze reserves raken. Als duurzaamheidscentrum hebben we een uitstekende reputatie in binnen- en buitenland, en daarmee grote toegevoegde waarde voor de universiteit. Naast de kosten terugverdienen blijft echte interdisciplinaire integratie ook een strijd. De verschillende disciplines hebben verschillende manieren van denken, dus is samenwerking altijd een uitdaging. Bovendien kost het veel energie om samenwerking te realiseren, mensen op de universiteit werken hard en hebben veel verschillende taken, en moeten dus kiezen waar ze hun tijd aan besteden. Al zie je wel dat onderzoekers van verschillende disciplines zelf realiseren dat ze de blik moeten verbreden. Dat subsidieverstrekkers zoals de EU en de NWO interdisciplinaire samenwerking belangrijk vinden lijkt goed, maar ze willen ook dat je samenwerkt met andere universiteiten. Dat maakt samenwerking op de campus juist weer lastiger.”

14 mei 2018


22

met elkaar verbonden worden, of twee departementen die qua inhoud mijlenver van elkaar afstaan, en elkaar dus kunnen versterken. “We spelen met het idee om instituten te organiseren met een sterke focus op een externe stakeholder,” zegt Aarts, “en met activiteiten van een multidisciplinair karakter.” De rector vouwt een blauw boekje open, Scientific Strenghts. Connecting Disciplines. Daarin is door wetenschappers in kaart gebracht waar de universiteit sterk in is met 12 thema’s als Health en Social Justice, en 34 subthema’s zoals Social Decision Making en Brain and Cognition. Er is weinig overlap tussen de faculteiten, ze doen zelden dezelfde dingen. Wordt echter gekeken naar hoe die sterktes zich verhouden tot de drie universitaire impactthema’s (Empowering the Resilient Society, Enhancing Health and Wellbeing en Creating Value from Data), dan blijkt er ineens veel overlap. Dat zou het vertrekpunt moeten zijn bij het oprichten van instituten, vindt Aarts. Daarmee maakt de universiteit zich sterker om maatschappelijke problemen aan te pakken, en subsidiegelden binnen te slepen die vaak worden gegeven voor onderzoek dat de disciplines overstijgt. Sloophamer Het is de vraag in hoeverre de faculteiten in deze grensverleggende plannen meegaan, want zij hebben nog altijd veel te zeggen over de eigen huishouding. Vooralsnog wordt daarover niet veel duidelijk. Bij TST waren ze van plan kritisch naar de instituten te kijken, aldus Marcel Sarot. Hij kan zich voorstellen dat er wordt ingezet op multidisciplinariteit om meerwaarde te creëren, maar denkt dat het ook bij een enkele discipline kan blijven. Zeker bij theologie: “Theologie is in wezen al interdisciplinair en brengt literaire, historische, empirische en systematische benaderingen onder een dak bij elkaar.” Het lijkt Jantine Schuit van TSB goed om kritisch te kijken naar de instituten. Een instituut moet volgens haar een meerwaarde hebben, voor de universiteit of de buitenwereld. Lex Meijdam merkt op dat de huidige structuur al 25 jaar bestaat, en ziet die niet zo snel veranderen. Bovendien spelen thema’s bij TiSEM maar een beperkte rol: “Wetenschappers moet je niet teveel willen sturen.” Maar net als Wim Drees wacht Meijdam af waar de werkgroep mee komt. De rector kijkt alvast vooruit. Tilburg University gaat de toekomst in met hooguit vijfentwintig instituten, schat Aarts desgevraagd, al blijft daarmee in het midden in hoeverre bestaande instituten plaats moeten maken voor de nieuwe soort. Aarts zegt het gesprek daarover te willen aangaan met de faculteiten. Hij verwijst weer naar de metafoor van de woonwijk. “Wij zeggen straks dat die huisjes daar op de hoek er prima uitzien, maar dat je misschien een muur moet doorbreken. Dan heb je twee keer zoveel woonruimte. En die huizen die onbewoonbaar zijn verklaard, zullen we daar een nieuw project van maken, of een grasveld?” Tot zover de ideeënfase. “Het wordt pas echt lastig als we de sloophamer binnenrijden.”

14 mei 2018

column Henk Strikkers columnist

Post Ik heb een vriend die als manager bij de post werkt. Een andere vriend stuurt hem steevast een kaartje als hij ergens is. ‘Voor de volumes’ schrijft hij er dan op. De post is immers een krimpmarkt. Een tijdje terug hadden we het erover wie die kaartjes eigenlijk betaalt. Je koopt immers maar in één land een postzegel, terwijl twee postbedrijven ervoor moeten werken. En je kunt niet zeggen dat zich dat vanzelf compenseert. Hij vertelde dat er eens in de paar jaar een overleg van alle posterijen is, een soort Verenigde Naties voor postbezorgers. Daar worden verdeelsleutels afgesproken. Ieder land betaalt de komende jaren dan een bepaalde bijdrage om de internationale post te bekostigen, conform de hoeveelheid post die het verstuurt en ontvangt. Anders dan de post is de uitwisseling van studenten wel een groeimarkt. Steeds meer Europese jongeren kiezen voor een studie in het buitenland. Vooral studenten uit jonge EU-landen kiezen een opleiding in landen als Oostenrijk, Duitsland of in toenemende mate Nederland. Universiteiten komen hierdoor in een catch 22: omdat sommige universiteiten in Nederland veel buitenlandse studenten trekken, moeten zij dat ook doen. Ze krijgen immers betaald per student. Daardoor groeit vrijwel iedere universiteit als kool, waardoor het budget per student juist daalt. Op de langere termijn wordt zo’n situatie onhoudbaar. Het kan niet zo zijn dat landen als Oostenrijk gedwongen worden veel geld aan hoger onderwijs te spenderen, terwijl een land als Cyprus zowat 90 procent van haar studenten ziet vertrekken en daardoor bijna niets aan universiteiten betaalt. Wellicht moet de EU eens langsgaan bij de Wereldpostunie. Een verdeelsleutel, waarbij landen afspreken dat netto-ontvangers van studenten gecompenseerd worden door netto-verzenders, is geen slecht idee.


23

Waar is Univers?

Wat heb je nu geleerd? college Marketing in bedrijf locatie WZ-001

door Jonathan Hendriks fotografie Jack Tummers

Docent

Jorna Leenheer

In een kleine donkere gokzaal Het schrijven van deze rubriek brengt nogal wat risico’s met zich mee. Je leert en ziet veel, maar toch loeren er gevaren. Wat kan er dan zo gevaarlijk zijn, vraag je? Nou, er bestaat een grote kans dat ik binnenkort al mijn spaarcentjes kwijt ben en in behandeling moet voor een gokverslaving. Voor deze uitgave van het magazine ben ik namelijk langsgegaan bij een casinoavond en daar heb ik mijn geluk beproefd. De casinoavond is georganiseerd door studievereniging POLIS en geeft studenten de mogelijkheid op een onschuldige wijze – dus zonder jezelf meteen in de schulden te werken – kennis te maken met de wereld van het gokken. Je betaalt een klein bedrag waarvoor je een aantal fiches krijgt om mee te beginnen. Hoe meer fiches je die avond wint, hoe meer kans je uiteindelijk maakt op leuke prijzen. Omdat ik nog nooit in een casino ben geweest, lijkt het mij wel een goede gelegenheid om te kijken of het geluk een beetje aan mijn kant staat. In een kleine, donkere zaal ga ik aan de roulettetafel zitten. Na een korte introductie gaan we aan de slag, want al doende leert men het beste. De fiches worden geplaatst en het spel kan beginnen. Tot mijn verbazing is het meteen raak en ook de volgende rondes gaan goed. Naarmate ik verder speel groeit de stapel fiches voor mij en daarmee ook mijn zelfvertrouwen. Aan het einde van de avond voel ik me toch een beetje als Guus Geluk. Of dat handig is? Waarschijnlijk niet. Bij het verschijnen van dit nummer ben ik in Las Vegas terwijl ik de smaak van het gokken nu echt te pakken heb. De casinoavond is het opstapje naar de echte wereld van de geluksspelen. Vegas, here I come.

Kon je wakker blijven?

Dat hangt bij mij van twee factoren af: hoe interessant vind ik het onderwerp en hoe gedreven is de docent? Vandaag zat dat allebei wel goed, dus ik kon makkelijk mijn ogen openhouden. En ook al had ik de collegetijd willen benutten voor een dutje, de mot die telkens voor mijn neus vloog zou het onmogelijk hebben gemaakt.

Hoe zaten de studenten erbij?

Het was een opmerkelijk kleine groep voor deze grote zaal, dus ik vroeg me af waar de rest van de studenten was. Mijn buurmannen vonden het college blijkbaar niet zo interessant en zaten over wifirouters te discussiëren. Of misschien waren ze een marketingstrategie voor routers aan het bedenken, en brachten ze zo de theorie van het college meteen in de praktijk, zou kunnen toch?

Had de docent er zin in?

De docent gaf dit college voor de eerste keer en dat ging erg goed. De uitleg was helder en gestructureerd waardoor zelfs ik de stof goed kon volgen. Wat ik grappig vond was dat de docent continu een koffiemok in haar handen hield, dat gaf mij een Amerikaanse vibe.

Wat heb je nu geleerd?

Behoorlijk wat, moet ik zeggen. Er waren veel aspecten van marketing die voor mij nieuw en erg interessant waren. Wat mij het meeste is bijgebleven? Dat was toch het verhaal over H&M, waarvoor een deel van de producten door Chinese gevangenen werd geproduceerd. Dat vond ik echt een opmerkelijk verhaal.

14 mei 2018


24

Bij de buren

Masterscriptie

wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?

Grafmonument voor vliegenlarven WAGENINGEN – Zorgvuldig gerangschikt op de vloer van het Impulsegebouw van de Universiteit Wageningen liggen 56 zwarte steentjes met eromheen roze en witte anjers. Het is een grafmonument voor de larven van zwarte soldaatvliegen, meldt universiteitsblad Resource. Ontwerpers van de Rietveld Academie waren daarvoor geïnspireerd door entomologisch onderzoeker Stijn Schreven. ‘Here lies an unknown soldier sacrificed for our homeland’, is te lezen bij het kunstwerk. Schreven hoopt dat het graf bijdraagt aan de acceptatie van insecten als voedselbron.

Informatici winnen strijd tegen kantoortuin AMSTERDAM – Open access is één ding, maar een kantoortuin is iets heel anders. En de informatici op de Vrije Universiteit houden er niet van. Zij willen muren zien. Vier, met een deur. Maar dat is geenszins de bedoeling in het floorplan van het Nieuwe Universiteitsgebouw van de VU. Uiteindelijk krijgen ze toch hun zin en is er een nieuw plan gemaakt waarin zestig procent van de ruimte wel bestaat uit kamers. Makkelijk was dat niet, schrijft Advalvas, managementteam en faculteitsbestuur van de Bètafaculteit hebben de muren ‘meter voor meter moeten bevechten’.

Naakt voor Nijmegen NIJMEGEN – Het motto van het Snapchat-account van de Nimmastudent is ‘Tits out for Nijmegen’ en dat is ook precies wat erop gebeurt, schrijft VOX. Nijmeegse studenten sturen pikante en anonieme naaktfoto’s op, die daar worden geplaatst. Er zijn volop blote borsten, billen, en hier en daar een penis te zien, aldus Vox. Genderonderzoekster Marijke Naezer noemt het interessant: “In mijn onderzoek zie ik dat naaktfoto’s vooral in privégesprekken worden uitgewisseld. Dit is voor mij een nieuw fenomeen.” Dat fenomeen is ondertussen wel gestopt, meldt Vox in een update, vanwege alle media-aandacht.

Promoveren met een kroegentocht ALBURY-WODONGA –Australiër Matt O’Connell gaat op zoek naar vis, om precies te zijn de Murray kabeljauw. Niet gewoon in meren of rivieren, maar in de pub, meldt Charles Sturt University News. Vis op het droge? Het lijkt een smoesje voor een boemeltocht, maar het is voor zijn promotie. O’Connell zoekt namelijk opgezette Murray kabeljauwen die in kroegen de muren sieren. Dat geeft een beeld van de verspreiding van die vis in het verleden en de omstandigheden waaronder ze gevangen zijn, verwacht hij.

Literatuur als waarschuwing Persoonlijke data delen met bedrijven is de gewoonste zaak van de wereld. Maar is het ook wenselijk? Guus Hovens (Art, Media and Society) las The Circle en ontdekte dat fictionele literatuur scherpe maatschappijkritiek kan leveren. Een relatie vraagt om een relatiestatus, een concert of evenement wordt ‘misschien’ bezocht. Een (sociaal) leven wordt tegenwoordig geleefd via Facebook, de social media-veelvraat die persoonlijke data verorbert als zoete cookies. En Facebook is exemplarisch voor de tendens om persoonlijke informatie uit handen te geven aan grote bedrijven. Allerhande informatie wordt opgezocht met Google, e-mails verstuurd met Gmail en ook met andere apps en diensten kijken bedrijven mee over de vingertoppen. De moderne mens doet aan een vorm van zelfsurveillance, schrijft Hovens, waar de Oost-Duitse Stasi jaloers op was geweest. Belangrijke vragen dringen zich op. Gaat dit wel de goede kant uit? Wat als Facebook nog groter wordt of Mark Zuckerberg president wil worden? Zorgt meer transparantie inderdaad voor een betere wereld? Is privacy een achterhaald concept? Tot aan het licht kwam dat Facebookdata van miljoenen gebruikers is misbruikt om Donald Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen te laten winnen, werden deze vragen nauwelijks serieus genomen. Maatschappijkritiek wordt bij uitstek bedreven in de fictionele literatuur. Hovens sloeg daarom The Circle van Dave Eggers open, een roman uit 2013 waarin de schrijver de digitale ontwikkelingen tot in het extreme doortrekt. Eggers voorzag een transparante wereld, waar mensen alles met elkaar delen op een sociaal supernetwerk. Wie niet meedoet, telt niet mee. Een beklemmend beeld, dat steeds meer werkelijkheid wordt. De kracht van de roman is dat die ons aan het denken zet, en het nog gepaster maakt om serieus vraagtekens te plaatsen bij de toenemende digitale verbondenheid en het schrijnende tekort aan privacy. Cijfer: 8

14 mei 2018


25

reading time

8

minutes

text Laura van gelder Illustrations martien Bos

Women’s voices still go unheard on campus

I

Popular belief has it that women talk a lot. But in the academic world, it’s men who do most of the talking. Tilburg University is no exception, academics say. “Our campus remains a bastion of white male privilege.”

t’s no secret that women are invited to give talks at universities and scientific conferences less often than men. Research has confirmed it many times over. There’s even a Tumblr site, ‘Congrats, you have an all-male panel!’, which documents examples of all-male speaker line-ups at conferences across the world.

The lack of female voices is an issue at Tilburg University as well. Although no one keeps track officially, it doesn’t take a lot of effort to see that female speakers are vastly outnumbered by men at discussion events, symposia and public lectures on campus. At recent editions of regular events and lecture series such as ‘Food for Thought’, ‘Introducing the

Netherlands’, ‘Hartslagcafé’, ‘Last Lecture’, ‘Science Cafe’ and the university’s annual Dies Natalis, the experts brought to the stage were mostly men. HARDER TO FIND Why do female academics give fewer talks than men? One commonlyheard explanation is that female speakers are harder to find, since men outnumber women in higher academic positions. Another is that women say no to speaking invitations more often than men. At Tilburg University, Academic Forum is the main platform for bringing research and ideas to a broader audience through discussion events >>

14 mei 2018


26

‘Yes, we had three women and three men on the panel, but the men were all older, white, and in powerful position’ and public lectures. “It’s true that the pool of available women speakers is smaller than the pool of available men,” says Academic Forum programmer Annelieke Koster. “You’re also less likely to find non-white speakers. The academic community as a whole is predominantly white, and academics in higher ranking positions are predominantly male.” Women don’t turn down more invitations than men, Koster says. “In my experience, that’s not an issue. Women do tend to ask for more information before agreeing to speak. In that sense you could say that perhaps women are less quick to say yes than men, but I wouldn’t say they’re quicker to say no.” GENDER POLICIES Koster believes it’s important to have a diverse set of speakers weighing in on public discussions on campus. “We do try to pay attention to diversity,” she says. “Academics are role models. It’s important for students and other Tilburgers to see that everyone can be an academic, not just white middleaged men dressed in gray suits.” Nevertheless, diversity is not a primary concern for Academic Forum. “For us, getting the best speaker on a specific topic is what’s most important. That’s what we focus on,” Koster says. “We don’t work with quotas or targets.” The same is true for Univers, which, as the university newspaper, also serves as a platform for different voices and ideas on campus. When searching for academics with an expertise in a certain field for comments and interviews, there are no official policies to ensure that female voices are heard. CHEWING GUM The question is: should there be? Koster doesn’t believe so. A lot is being done already to improve gender equality in academia, she says, making official policies to regulate the number of female speakers unneeded. “We should definitely stay alert to a lack of diversity when looking for speakers, but I don’t think we need official policies. As the pool of female academics continues to grow, I’m optimistic that the pool of women speakers will grow along.” Not everyone shares Koster’s optimism. According to Alkeline van Lenning, educational professor at the Humanities faculty and dean of University College Tilburg, the lack of female voices is not a problem that will sort itself. “A lot of people underestimate the complexity of the problem. It’s an extremely layered and pervasive problem. It’s like having chewing gum stuck in your hair. There’s no easy way to fix it, but doing nothing definitely won’t make it go away.” NOT ABOUT NUMBERS If we want to get the gum out, Van Lenning stresses, the focus shouldn’t just be on improving numbers and percentages. Simply counting up the number of women on a discussion panel to make sure women are represented is not enough. “It’s not just about the number of women you invite to speak,” Van Lenning says. “It’s about the academic positions these women hold, it’s about the type of questions they are asked, it’s about the

14 mei 2018

speaking time they get, it’s about the frequency and nature of the interruptions they receive.” Morag Goodwin, professor of Global Law and Development, agrees. “The problem is definitely more complex than numbers,” she says. “Numbers are one thing, but then the question is: who speaks when about what? Is the female perspective genuinely represented?” Recently, Van Lenning was invited to lead a panel discussion at the Erasmus Festival Brabant in Den Bosch. On the panel were the male rectors of three universities, including rector Emile Aarts of Tilburg University, and three female students. Although the panel consisted of an equal number of men and women, Van Lenning says it was far from an equal discussion. “Yes, we had three women and three men on the panel—but the men were all older, white, and in powerful positions. Although they absolutely didn’t intend to do so, they completely overshadowed the women.”


27

GENDER BIAS Diversity and inclusion programs generally focus on improving the number of women in academia. For example, the most important program at Tilburg University—the Philip Eijlander diversity program—aims to tackle the lack of women in higher academic positions. But the lack of female voices in public discussions on campus proves to be a more difficult problem to tackle. “Hearing different voices and ideas is extremely valuable. It allows for different perspectives to come into our research and to come into our education. We miss that on campus,” Goodwin says. “The university remains a bastion of white male privilege.”

equally biased against women as men are. It’s about becoming aware of this.”

Fixing the gender gap in public speakers will not automatically fix a much deeper-running problem: gender bias. “We grew up with ideas about when women should speak and about what,” Goodwin says. “We are all caught up in that system. Not just men, women too—women can be

Zekic fully understands that the university looks for good speakers for its events. “But then the question is: what makes you think of someone as a good speaker? The qualities you appreciate in a speaker, such as confidence and assertiveness, might themselves be driven by gender bias. >>

A GOOD SPEAKER Nuna Zekic, assistant professor at Tilburg Law School, says platforms such as Academic Forum and Univers should also consider what gender biases they may harbor. “If your task is to structurally provide a platform for different voices on campus, you have a responsibility to at least become aware of the unconscious mechanisms that tend to favor men over women.”

14 mei 2018


28

‘In my experience, male academics engage in selfpromotion a lot more keenly than women’

We are socialized, consciously or not, by the male examples of ‘good’ public speakers that we were brought up with.” BIASED STUDENTS The silent force of gender bias is present in the classroom, too. A burst of new research on student evaluations has shown that students, both male and female, perceive female lecturers as less competent than male lecturers. When these studies on students’ biases against female lecturers came out, Goodwin asked her own students what they think makes a good lecturer. “A good lecturer is someone who speaks authoritatively, they said. Apparently you’re not judged by how much you know or how well you communicate that knowledge, but by how authoritative you are,” she says. “Similarly, when Academic Forum looks for a keynote speaker, they may want someone who is a bit of a showman, a performer, someone who can hold the stage. You’re probably more likely to get a man who fits that image.” MALE STANDARDS In order to get ahead, Goodwin says, women scientists have to conform to male standards. “You have to manifest yourself in a certain way,” she explains. “It’s important that women are heard, but it’s equally important that they are listened to on their own terms.” Nuna Zekic says the differences between men and women don’t point to differences in their academic competence. “In my experience, male academics engage in self-promotion a lot more keenly than women. They tend to seek publicity and attention more actively than women. But that doesn’t mean that women are insecure or incompetent. The women I work with certainly aren’t.” IMITATION At times, Zekic sees female colleagues mimic the ‘alpha male’ behavior that seems to work well for male academics. “Personally, I don’t think the public debate benefits if all women start doing that. It shouldn’t be about who speaks loudest, it should be about interesting ideas and good academic work. And in that respect, men certainly don’t outperform women.” According to Van Lenning, it’s not too surprising that women tend to imitate the assertive, self-promotional tactics they see successful male academics use to get their voices heard. The academic world has long been an all-men’s playing field, she explains, and women have only just started to participate and compete within that system. “Imagine you’re invited to a fancy dinner with state leaders. How would you behave? You would watch how everybody else behaves, and you would do as they do. You’re not going to stand up and shout, ‘Hey, here’s what I think!’, because that will only open the door for those fancy people to point to the reasons why you were excluded in the first place.”

14 mei 2018

NATURAL The fact that women have a seat at the table doesn’t mean equality has been achieved, Van Lenning says. Countering the underrepresentation of women at scientific events requires more than putting an equal number of men and women on the invite list. The problem, as Van Lenning, Goodwin and Zekic all point out, is much more complex. What can be done, then? The academics agree that raising awareness on implicit gender bias is key. “Most men are not aware of their privilege, because it seems natural to them,” Goodwin says. “That’s why it’s so important that we see women speak from a position of power, from as early an age as possible. It changes what men think is normal and natural, and it changes what women think is possible.” EVERYONE’S ISSUE Van Lenning stresses that pointing fingers will not solve the problem. “People sometimes blame women for not trying hard enough, or for not speaking up enough. I don’t think that’s very productive,” she says. “And it’s equally unproductive to blame men for silencing women. It’s everyone’s issue—we’re all affected by it and we’re all complicit in it. We are all tangled up in that chewing gum that is stuck in our hair.” Goodwin is on the board of the recently launched Tilburg University Network for Women, which aims to promote the representation of women on campus. The first meeting of the women’s network will take place on the 26th of June. “There’s no agenda, we just sit and talk and get to know each other. It’s this sort of networking that women don’t participate in often,” Goodwin says. Men are welcome to join the women’s network as well. “We would absolutely welcome men to participate.” Although Goodwin believes active intervention is still needed to help women’s voices get heard, some important steps forward have been made. “Things are better than when I started twenty years ago. There are more women around today, and men are more aware of the disparities between male and female academics,” she says. “Everyone agrees that diversity and hearing different voices is important. That’s quite something. Now we just have to work out what we are going to do with that agreement.”


29

reading time

5

minutes

Let us pray and party text Laura van Gelder Photography Jack Tummers

Bible discussions at boozy get-togethers in frat houses, and Friday night FIFA tournaments that turn into earnest conversations about Allah. Being religious doesn’t mean you have to miss out on the college experience, students say. Here’s how they juggle belief and being a student.

W

hen Daniëlle Olthof came to Tilburg University two years ago for a master’s in human recourse studies, she was a nonbeliever. But after the introduction week, she didn’t join Olof or Plato or Vidar—she joined the Christian student association Navigators. “I liked the people and the atmosphere. Everybody was very warm and welcoming,” she explains. “I had no intentions of becoming a Christian, but that wasn’t a problem. So I joined.” Almost two years later, Olthof is still an active member. She found friends at Navigators, and she found faith along the way. “I started to learn more and more about Christianity, and I found it very enlightening. I didn’t think it would happen, but it did—I started to believe. Now, I consider myself a Christian.” NOT THAT DIFFERENT N.S.T., the Tilburg chapter of Navigators, is in many ways a typical student association. It’s a tight-knit community of young adults who unwind together after class, have drinks at their regular bar every Wednesday night, and dance to overplayed pop songs on the weekends. But there is one thing that sets the students of N.S.T. apart from others: at the core of their university experience, there’s Jesus. >> 14 mei 2018


30

Daniëlle Olthof and Lennard Tins in front of their ‘pop up prayer bus’

Many people assume that this means N.S.T. members cannot have a vibrant and fulfilling student life, Olthof says. “Because we’re a Christian student association, people often have a certain image of us. They think we’re boring, secluded or different. But when we talk to them, they quickly see that we’re not that different from them at all.” PERSONAL EXPLORATION Religion is a central aspect of the students’ life. Faith, for them, is not only about going to church on Sunday to hear the pastor speak. “It’s about having a personal relationship with God,” Olthof says. “Although it’s a personal exploration, it’s nice to have other students to share it with. We all try to help each other get closer to God.” Rather than following the teachings of their elders, the students organize their own Bible study sessions and prayer meetings. And they’re not afraid to get a little creative. Last month, for example, they spent thirty-six hours praying non-stop in a camper van parked on campus. The camper’s interior walls were decorated with fairy lights and strings of hand-written cards with prayer requests made by other students and university staff. In their ‘pop up prayer bus’, Olthof and other N.S.T. members prayed day and night for good exam results, world peace and any other prayer request they received.

people, we just like to reach out to other students and tell them about our faith. And it’s also just a lot of fun.” N.S.T. board member Lennard Tins particularly enjoys going to more traditional fraternity and sorority houses, where the most ardent skeptics can be found. “I think the most interesting conversations happen at Olof and Vidar houses, because the students there tend to be quite critical,” he says. “They’ll ask us critical questions, about sex before marriage for example. That’s fine, we’re open to talk about that.”

‘We ring the door bell and ask whether we can wash their dishes, or we show up with a crate of beer’

FRAT HOUSES N.S.T. also organizes missionary activities. While some Christians go to Africa or South America to do missionary work, the Navigators go to frat houses. “We ring the door bell and ask whoever answers the door whether we can wash their dishes. Or we show up with a crate of beer and ask them to have a drink with us,” Olthof explains. “It’s not our goal to convert

14 mei 2018

BROTHER- AND SISTERHOOD Another faith-based student association on campus is the Muslim Student Association (MSA), founded by economics student Charif Chahid two years ago. There’s no alcohol at MSA, so don’t expect its members to show up on the doorstep of your frat house with a Heineken crate. Rather than embracing the culture of beerdrinking and hard partying, MSA focuses on another tradition that fraternities and sororities are famous for: forging lasting friendships and a sense of brotherhood and sisterhood. “That’s one of the most important aspects of our association,” Chahid says. “We have a bond that goes beyond nationality, race or gender.”

MSA is the first student association for Muslim students on campus. “I noticed that Muslim exchange students had difficulties connecting to other students,” Chahid explains. “Because they don’t feel comfortable going to typical student parties, they fill their weekends staying at home and watching Netflix. You can do that for a week or so, but not for the entire six months or three years that you’re studying here. That’s one of the main reasons why I decided to establish a Muslim student association—to help those students explore student life and the Dutch culture more.”


31

column Leanne Soff

liberal arts student

Innocent children

MOVIE NIGHTS MSA now has around fifty members, from abroad and from the Netherlands. “We share knowledge, insights and struggles,” Chahid says. Aside from weekly lectures and regular religious events, there’s also time for fun. “We like to have movie nights, and we recently had a FIFA tournament, a high tea and a henna workshop.” The social dimension of student life is important, Chahid says. “I see a lot of Muslim students who just go to university to get good grades, pass their exams and get a degree. Through MSA, I hope I can encourage them to use their student time to explore and develop themselves in other ways too. I believe that’s just as important as getting a diploma.” Muslim students aren’t stereotyped as being ‘boring’ very often. But they, too, deal with prejudice. “Because Muslims are often in the news very negatively, many people have a negative image of Islam,” Chahid says. “We think it’s important to reach out to non-Muslim students, to start a dialogue. Everyone is welcome to ask us anything. We want MSA to be a place on campus where everyone can come with their questions.” HANGOUT SPOT Tilburg University was once a religious institution. But now, it’s students themselves who are driving a re-engagement with religion on campus. They organize their own activities, social gatherings, prayer meetings and religious discussions. And they do so in their own student-like way. Although Christian and Muslim students are happy to do their own thing, the university’s Catholic background can at times be quite convenient. “It’s nice that religion is not something strange or unfamiliar on campus,” Chahid says. The prayer room, for example, is a popular hangout spot for religious students. “Because Muslims pray several times a day, we’re there a lot. We get most of our new members from the prayer room. But more importantly, it’s a place where Muslim students can meet other Muslim students.”

Entering the world of adulthood can be scary. People need you to tell them why they should hire you, what you are good at, why you are better than others, when you actually feel like you’re not really capable of anything at all. In such situations, my teachers always told me to simply imagine that everyone else is naked. An advice that seems inadvisable for several reasons. First of all, it does not seem very appropriate to start imagining people naked without their consent, especially in this day and age. Secondly, this may just be me, but there are surprisingly little situations in life where I feel that people being naked would make me feel more at ease. If anything, it would be the thing to shut me down completely. Thankfully, I have found a way to make the world less intimidating without risking a lawsuit. These days, I simply imagine people licking a popsicle. Not in a sensual way, of course, but in the way that grown-up people treat themselves to a popsicle every once in a while on hot summer days. There’s something so incredibly disarming about the slight amazement of having reached that point in life where you can buy your own popsicles whenever you want, instead of having to ask your parents. No matter how old, how mean or how vicious someone is, as soon as they start carefully licking a popsicle, you can see the hard exterior melting away, leaving nothing but an innocent child. Imagine Putin, Trump or Kim Yong-un slowly licking away at a frozen treat, keeping a close eye on the lick-to-melt ratio. Yes, they could possibly destroy the world if they wanted to, but with that melting treat in their hand, they just look like innocent children. And somehow, a world full of innocent children does not seem so very intimidating.

14 mei 2018


32

14 mei 2018


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Onze campus in Den Bosch by Redactie Univers - Issuu