Skip to main content

Univers 11. No Fear!

Page 1

Onafhankelijk magazine Tilburg university

Mirjam van Reisen:

jaargang 54 | 13 april 2017 #11

No Fear! Tilburg

Zorguniversiteit

Pieter Tops

Pak de drugscriminelen

Vidi vangen De moeite waard


2

In deze Univers

05

11

Tilburg zorguniversiteit

Duiken in de drugswereld

Iedereen kan straks honderd jaar worden, maar hoe doe je dat gezond en wel? Daar wil de Tilburgse universiteit bij helpen.

Pieter Tops beschrijft in zijn boek ‘De achterkant van Nederland’ de enorme omvang van de drugscriminaliteit in Zuid-Nederland en Tilburg is hoofdrolspeler.

18

23

Een Vidi vangen

Van Reisen won’t be intimidated

Een beurs van acht ton voor jonge onderzoekers, alleen maar mooi, zou je zeggen. Toch is er kritiek op het systeem. Twee Vidi-vangers en een beursverdeler over hun ervaringen. OVERIGE ARTIKELEN 9 Opinie: Zorgverlof 26 Back to school at 54 RUBRIEKEN 4 En Passant 4 Commentaar 10 I-con 10 Wazda? 13 april 2017

Despite threats and intimidation, Mirjam van Reisen will not be silenced. In her new book she targets human trafficking by the Eritrean government.

14 Beeldend 16 De vijf van Eijff 17 Wè nou? 17 Wat heb je nu geleerd? 22 Over de schutting 22 Masterscriptie 28 Dagboek van een eerstejaars 28 Waar is Univers? 28 Briefkaart

COLUMNS 3 Luuk Koelman 8 Tom Grosfeld 21 Henk Strikkers 27 Leanne Soff


3

Van de redactie Houdoe hans Ik zal altijd aan hem blijven denken als de man die niet ouder lijkt te worden: Hans van Driel, vicedecaan Humanities. Gymschoenen onder een pak en snel op en neer springen, maar daar hadden we er meer van. Wat Hans uniek maakt is zijn experimenteerzin. Zo maakte hij de eerste MOOC’s in 1994, en in 2006 drong hij al aan op een website voor kankerpatiënten, destijds zeer baanbrekend. De interactie met de patiënten op de opvolger: Kanker.nl heeft voor medische doorbraken gezorgd. De Zorguniversiteit (zie pag. 5) is hem daarvoor erkenning schuldig. Als een idee lukte was Hans bescheiden, bij mislukkingen was hij eerlijk. Genadeloos voor zichzelf publiceerde hij de cursusevaluaties na een mislukt onderwijsexperiment. Hans was idealist: altijd in de weer voor de vrijheid van meningsuiting, iets waar Univers hem zeer dankbaar voor is. Lastig toch dat ook jongblijvende spelende mensen (homo ludens) met pensioen gaan. Hoewel de papierlezer volgens jou al jaren dood is, Hans, hier toch vanaf papier: Houdoe en bedankt! Francine Bardoel, hoofdredacteur f.bardoel@uvt.nl

Poll

Ga je stemmen voor de universiteitsraad?

41%

38%

13%

8%

Zeker weten, op FRONT!

Jazeker, op SAM!

262 stemmen

245 stemmen

Die partijen kunnen net zo goed samen gaan.

Bah, die opdringerige partijen, nee dus!

80 stemmen

50 stemmen

Stemmen op de volgende poll Zwerfvuil kan op Universonline.

colofon

Totaal: 637 stemmen

Univers #11 13 april 2017

Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Ton Toemen Productie PrismaPrint Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 12 van jaargang 54 verschijnt op 4 mei 2017 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Francine Bardoel (hoofdredactie), Martien Bos, Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Laura van Gelder, Nathan de Groot, Tom Grosfeld, Luuk Koelman, Jeroen de Leijer, Yannick Maas, Joubert Pignon, Daan Rutten, Bart Smout, Leanne Soff, Henk Strikkers, Ton Toemen, Jack Tummers, Ron Vaessen, Marga Walsh.

column Luuk Koelman

De koninklijke trein richting Tilburg. Arme Willem, het hele land moet hij doorkruisen om uitgerekend dáár zijn vijftigste verjaardag te vieren. De koning kijkt naar buiten, daar schiet het landschap voorbij. Eindeloze landerijen. Goddank duurt het bezoek aan Tilburg maar twee uur. En weer gaat zijn mobiel. Het is burgemeester Noordanus. Voor de derde keer deze ochtend en steeds hetzelfde verhaal: Tilburg gaat er een onvergetelijke dag van maken. Vreselijk. Alsof het zijn eigen keuze is z’n verjaardag in een industriestad te vieren, ergens nabij de Belgische grens. Het leven wemelt van de kleine gruwelen. Willem hoort de slepende monoloog van de burgemeester over ‘het verhaal van Tilburg’ beleefd aan. Vijf minuten later hangt hij zuchtend op. Die burgemeester is aardig van de realiteit losgezongen. Hij kijkt naar Máxima. Zij is op een dag als deze zoveel sterker dan hij. Glimlachen, zwaaien, babbelen. Ja, zijn koningin kan dat als de beste. Altijd met een extra oog voor bejaarden en mensen met een beperking, precies wetend wanneer ze beide mondhoeken omhoog moet trekken. De koninklijke trein rolt Tilburg binnen. Het station heeft sinds kort ook een achteruitgang. Daar zijn ze héél erg trots op in Tilburg, heeft de Rijksvoorlichtingsdienst hem verteld. Dus niet vergeten daar iets positiefs over te zeggen. Máxima wenkt. Ja, hij weet het. Hij moet als eerste naar buiten stappen. Heel even hoopt hij vurig dat de treindeur een raam op de tiende verdieping is. Maar nee. Daar is het eerste zwaaimoment al. Volhouden nu. Hij haalt diep adem, recht de schouders, duwt zijn borst vooruit en zet voet op het perron. Nog 1 uur, 59 minuten en 55 seconden te gaan.

13 april 2017


4

En passant Commentaar

Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? In een van de verborgen gangen in het Academia-gebouw verschuilt Floo Aarts zich achter stapels mappen en papieren. “Ik zit hier voor de eindstage van mijn opleiding.” Op de vraag wat ze precies doet, volgt een diepe zucht “Tsja, van alles!” Ze gebaart naar de toren van mappen en papieren. “Archiveren, documenteren, allerlei achtergebleven taakjes eigenlijk.”

Fiets & briefje Bij lente hoort de welbekende grote lenteschoonmaak. Zo ook voor de beveiligers van Tilburg University. Bij gebrek aan vloerkleden om uit te kloppen, laten zij hun opruimwoede los op de achtergelaten fietsen op de campus. Mocht je nog een verwaarloosde fiets op de uni hebben, verwijder het dreigbriefje dan voor 10 april. Wol & kunst In het kader van sustainability recyclede Jorieke Rottier de wol die was gebruikt tijdens de kinderuniversiteit. Helaas, geen zelfgebreide mutsen voor het gehele College van Bestuur. Rottier heeft de wol omgetoverd tot een waar kunstwerk, vanaf heden te bewonderen in het Simon gebouw.

Contract & kwijt Een nieuwe baan is natuurlijk altijd spannend. Deze arme ziel was echter zo zenuwachtig dat hij het ondertekende arbeidscontract voor Grand Café Esplanade zomaar uit zijn klamme handjes liet glippen. We hopen van harte dat hij op de dienbladen in de Espla meer grip heeft.

13 april 2017

Vierde generatie De wereld beter maken, wie kan daar op tegen zijn? In de toekomst zullen universiteiten zich daar meer mee bezig houden. Steeds vaker kom je de term ‘vierde generatie universiteit’ tegen. Het idee daarachter? Naast onderwijs, onderzoek en valorisatie, moeten universiteiten samenwerken met bedrijven en instanties. De onderzoeker moet vaker buitenspelen, de maatschappij in. Andersom moet de maatschappij vaker naar de universiteit. Zo moeten universiteiten nuttiger worden. Meer betekenen voor de samenleving. Ook Tilburg University is hier druk mee bezig. In de toekomst wil de universiteit zich actief inzetten op verschillende speerpunten, die allemaal moeten bijdragen aan een betere maatschappij. Dat is mooi. Dat is prima. Merkwaardig is alleen, dat op deze manier de indruk wordt gewekt dat universiteiten vroeger de wereld niet beter maakten. Alsof ze zich altijd afzijdig hielden van de wereld en daar nu verandering in moet komen. Je hoeft maar om je heen te kijken om te weten dat dit niet waar is. De huisarts die je bezoekt, de apparatuur waar je dagelijks gebruik van maakt, het vliegtuig waarmee je op vakantie gaat – zonder academische kennis waren ze er nooit geweest. Kennis vindt altijd zijn weg naar de wereld. Dat daar nu meer op wordt ingezet, kan geen kwaad. Maar zeggen dat universiteiten nooit hebben gemaald om de wereld, en dat daar nu verandering in moet komen – dat is populistisch gezwets van de hoogste orde.


5

leestijd

8

minuten

Tilburg zorguniversiteit Tekst Bart smout en Ron Vaessen illustraties Martien bos

U

Iedereen kan straks honderd jaar worden, maar hoe doe je dat gezond en wel? Daar wil de Tilburgse universiteit bij helpen, met onderzoek voor én in de praktijk. Want universiteiten kunnen de maatschappij vooruit helpen.

niversiteiten zijn ooit begonnen als opleidingsinstituten. Later kwam daar onderzoek bij, en inmiddels wordt veel gesproken over valorisatie, het met de maatschappij delen van kennis. Rector magnificus Emile Aarts denkt nu dat het tijd is voor een vierde generatie universiteit: eentje die naar de maatschappij toe gaat en ermee samenwerkt. Universiteiten zijn bolwerken van kennis, maar die kennis vindt lang niet altijd een weg naar buiten. En kennis van buiten vindt de weg naar binnen niet. Aarts: “De omgeving zegt over ons dat we een gesloten instelling zijn, terwijl ze hele hoge verwachtingen van ons hebben en met ons willen samenwerken.”

Een soort valorisatie+ dus. Maar waarop dan? Om daarin overwogen keuzes te maken, is gekeken naar een Tilburgs rapport over valorisatie en de Nationale Wetenschapsagenda. Daaruit rolden allerlei vragen waar de maatschappij antwoord op wil. Zo koos Tilburg University één overkoepelend thema, de Digitale Samenleving, met daaronder drie specifieke thema’s waarin ze een voortrekkersrol ambieert. Waaronder Health and Wellbeing. Een beetje uit de bocht lijkt dat wel, Tilburg heeft immers geen academisch ziekenhuis. En dat gaat er ook niet komen, erkent Aarts. “Die kans heeft Brabant al twee keer gemist, de laatste keer ontstond daaruit de >>

13 april 2017


6

universiteit Maastricht. We zijn er bovendien niet op berekend. Wij gaan geen hard core gezondheidszorg doen en zullen hier nooit een medische faculteit krijgen. Wel hebben wel veel kennis in huis over extramurale zorg.” Dat is zorg bedoeld om mensen langer zelfstandig te laten wonen. Bovendien werkt de universiteit veel samen met ziekenhuizen, dus ook zonder academisch ziekenhuis is er van alles mogelijk. Krachten bundelen Paula Mommersteeg is vaak in het ziekenhuis te vinden. Niet als patiënt, maar als onderzoeker. Ze werkt voor CoRPS (Center of Research on Psychological and Somatic disorders) aan Tilburg University. Onlangs publiceerde ze een studie in een speciale uitgave van het wetenschappelijke tijdschrift Circulation: Cardiovascular Quality and Outcomes. Uit vergelijkend onderzoek bleek dat vrouwen met hartklachten in vergelijking met mannelijke patiënten een slechtere kwaliteit van leven hadden. Ze waren vaker vermoeid en angstig. Valorisatie? Naar de maatschappij toe gaan? Voor Mommersteeg zijn dit vanzelfsprekende zaken. “Het is een wisselwerking. Ik ga naar het ziekenhuis, maar het ziekenhuis komt ook naar ons. Zo krijgen onze studenten gastcolleges van artsen. Heel nuttig.” De samenwerking komt bij wijze van spreken tot stand bij de koffieautomaat. “Je ontmoet iemand met dezelfde interesses, gaat een gesprek aan en besluit gezamenlijk een onderzoek op te zetten.” Het klinkt vaak geforceerd – de universiteit die naar buiten moet treden – maar dat is het niet, bedoelt Mommersteeg te zeggen. “Ik kan me voorstellen dat je wat voorzichtiger moet zijn als je met bedrijven samenwerkt, dat belangen dan makkelijker botsen. Maar ziekenhuizen willen, net als universiteiten, op wetenschappelijke wijze bijdragen aan een betere samenleving. Waarom zou je dan niet de krachten bundelen?”

om de slogan van de universiteit die hij graag ziet veranderen: “van Understanding Society naar Advancing Society.” Dit kan de universiteit niet alleen. Naast CoRPS zijn er nog andere instituten die veel samenwerken met ziekenhuizen. “Tranzo werkt al samen met wel tachtig ziekenhuizen,” vertelt Aarts. Van Aarts mogen wetenschappers daadwerkelijk naar buiten. “Tilburg University zou wat mij betreft een front-office kunnen hebben in het Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis, als de hoogleraren dat boeiend vinden. Je zou een visie kunnen ontwikkelen op hoe traumatologie in 2025 moeten zijn. En traumatologie wordt pas heel concreet als er een helikopter op de snelweg landt. Je wil onderzoek verrichten naar wat er dan allemaal gebeurt en wat voor effect dat heeft op mensen in de file, familie en vrienden. Dan kun je hier in je denkspleet zitten en daar diep over nadenken, je kan ook als hoogleraar in zo’n helikopter meegaan.”

‘Je kunt in je denkspleet zitten en diep nadenken, je kan ook in zo'n helicopter meegaan’

Dat Health and Wellbeing een van de drie speerpunten van Tilburg University wordt, juicht Mommersteeg dan ook toe. Een academisch ziekenhuis is daarbij geen vereiste. “We hebben een goede samenwerking met onder andere het Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis en het Instituut Verbeeten. Bovendien zal Tilburg University nooit chirurgen opleiden. Deze universiteit richt zich vooral op welzijn. Gezondheid gaat over meer dan opereren en medicijnen alleen.” Honderd en gelukkig De universiteit kan qua gezondheid vele kanten op, vertelt Aarts. Hij noemt gedragswetenschappen, sociologie, klinische psychologie, de cognitieve wetenschappen – zelfs voor de juridische faculteit ziet hij een rol weggelegd. Op die gebieden wordt al decennia onderzoek gedaan en zijn nog relevante onderzoeksvragen te stellen. “Mensen die een lichte vorm van Alzheimer hebben, zijn ziek maar functioneren nog wel goed. Wat betekent dat dan voor die mensen? En hoe zit het met vrouwen die zijn genezen van borstkanker? Zij ondervinden daarna nog allerlei vage klachten zoals vermoeidheid, onzekerheid en hebben een andere kijk op zichzelf. Van wie is het patiëntendossier, juridisch gezien, wie betaalt daarvoor de rekening?” Genoeg te doen, wil Aarts maar zeggen. “Echt een gamechanger zou zijn: honderd en gelukkig. Dus,” zegt hij glimlachend

13 april 2017

Even terug naar de thema’s. Je zou drie weinig kunnen noemen. Heeft Aarts al kritische geluiden gehad? “Tot nu toe niet, we hebben het proces zorgvuldig afgestemd. En je wil als onderzoeker natuurlijk graag meedoen aan dingen waarvan je herkent dat ze een zwaartepunt zijn van de universiteit. Ik durf bovendien te stellen: iedere onderzoeker die daartoe bereid is, kan zijn weg vinden in deze drie onderwerpen.”

Team Impact Dat denkt Johan Denollet ook. De hoogleraar medische psychologie en directeur van CoRPS is aangesteld als kwartiermaker voor het speerpunt Health and Wellbeing. De komende jaren moet hij er zorg voor dragen dat het thema universiteitsbreed wordt ingevoerd. Want de universiteit moet niet alleen meer naar buiten treden, faculteiten moeten onderling ook meer gaan samenwerken op dit thema. “Gezondheid en welzijn kun je heel breed interpreteren. Dat moeten we ook vooral zo houden, zodat iedereen er op zijn eigen manier aan kan bijdragen. Het thema moet ruim genoeg zijn voor iedereen en tegelijk profilerend zijn.” Daar een goede balans in vinden wordt nog een hele uitdaging, benadrukt Denollet. Faciliterend. Zo moet het thema werken volgens Denollet. Wetenschappers die zich krampachtig in een mal proppen, dat ziet hij liever niet. Het thema moet er juist voor zorgen dat wetenschappers hun werk beter kunnen doen. En het meer impact weten te geven. Denollet: “We noemen ons niet voor niets het impact team. We willen graag dat onderzoek zichtbaar bijdraagt aan mens en maatschappij.” Volgens Denollet gaan gezondheid en welzijn zo belangrijk worden in de nabije toekomst, dat het vreemd zou zijn om hier als universiteit geen speerpunt van te maken. “Nu mensen ouder worden is gezondheid een veel complexer begrip dan honderd jaar geleden. Bovendien is er steeds meer aandacht voor zorg op maat. Ons denken over welzijn is in hoog tempo veranderd.” Tegelijkertijd moet er ruimte blijven voor onderzoekers die niet helemaal in het thema passen. Dat vindt Paula Mommersteeg ook. “Er moet ruimte blijven voor vrij onderzoek. Daarover kun je afspraken maken.” >>


7

13 april 2017


8

>> Zorguniversiteit Hoepeltjes Ook hoogleraar belastingrecht Hans Gribnau is gehecht aan die vrijheid. In Univers zei hij eerder: “Je krijgt drie hoepeltjes om doorheen te springen. Wacht eens even, denk ik dan, er zijn duizend hoepeltjes. Je raakt er toch je vrijheid door kwijt.” Aarts: “Hoepeltjes? Dat is typisch de reactie van een heel autonome wetenschapper. Dat is prima, we mogen best een paar van dat soort mensen te hebben. Van mij hoeft niemand mee te doen.” Aarts wijst op de Speech2025, waar de wetenschappelijke gemeenschap zelf met ideeën kwam voor het universitaire strategisch plan 20172021. “Negenentwintig van de dertig bijdragen waren naar buiten gekeerd.” Tijdens het Speech2025-evenement sprak hoogleraar Jaap Paauwe. Hij zag zijn kans ideeën die hij al langer had uit te werken en te presenteren. Zeven andere academici werkten daar uiteindelijk aan mee. Ze stelden een plan op voor een Tilburg School of Health, Care and Well-Being. De universiteit wil groeien naar 20.000 studenten, zeggen ze, dan moet je wel nadenken over wat je als universiteit gaat doen. Paauwe: “Met de bestaande faculteiten kom je er niet, je hebt er meer nodig.”

‘Wacht eens even, er zijn duizend hoepeltjes’

De insteek van die school: kijken wat er te winnen valt qua gezondheid en welzijn. Net als Aarts ziet team Paauwe onderzoeksvragen weggelegd voor de diverse faculteiten en onderzoeksgroepen. Zelf denkt Paauwe dat zo’n school zich organisch moet ontwikkelen. In 2018 of 2020 is die er nog niet. “Dat redden we niet.” Hij stelt zich een tussenfase voor, waarin de faculteit zich wellicht omdoopt tot Tilburg School of Social, Behavioral and Health Sciences. “Als dat groot genoeg wordt, zou je in 2025 een afsplitsing kunnen krijgen in een zelfstandige Health School.” Op een academisch ziekenhuis mikt Paauwe evenmin. “Al zou dat wel mooi zijn. Dan neemt alles een vlucht, onderzoeksprogramma’s zitten er meer in de genen, samenwerking wordt intensiever. Vooralsnog is dat niet haalbaar. Mijn voorstel is dat wel misschien wel.” Ondertussen maakt de faculteit TSB al vier miljoen vrij uit reserves, voor onderzoek naar gezondheid, welzijn en big data. “Zo zie je dat dit langzaam een speerpunt wordt, waar we ook landelijk bekend om willen staan als faculteit.” Er staat veel te gebeuren.

13 april 2017

column Tom Grosfeld student CIW

Verkiezingen Hang de vlag maar uit: het verkiezingscircus is voorbij. De kudde op hol geslagen studenten op jacht naar je stem heeft zich weer teruggetrokken in hun holletje. Tevreden over het aantal zetels, tevreden over het opkomstpercentage. Als student denk je dan: “Hey, universiteitsbestuur, houdt die studenten eens in bedwang, het komt ons de strot uit!” Maar dat doen ze niet. Het bestuur is namelijk dol op het hoge opkomstpercentage. Dat studenten de medezeggenschap enkel associëren met het verkiezingscircus en niet met de inhoud laat het bestuur koud. Het gaat om de verpakking: medezeggenschap leeft in Tilburg. Ik leef het meeste mee met de eerstejaarsstudenten. Daar staan ze dan. Hun eerste jaar aan Tilburg University. Het had zo mooi kunnen zijn: een gezellige campus, gemoedelijke sfeer en docenten die hun best doen. Maar dan breekt april aan. De campus verandert in Sodom en Gomorra. Een stel malloten duwt een iPad onder je neus en tettert in je oor op wie je moet stemmen. In ruil krijg je een stuk pizza, een tijdschrift of gewoon een schouderklopje. Termen als ‘medezeggenschap’ en ‘Universiteitsraad’ vliegen je om de oren. Je hoort het, snapt het niet en voelt je vies. “Aan wie of wat heb ik vandaag mijn stem gegeven” spookt het door je hoofd terwijl je huilend in slaap valt. Dat had je niet verwacht toen je hier kwam studeren. Het is als een leuk meisje ontmoeten, verkering nemen en er na een halfjaar achterkomen dat ze knettergek is. Mijn advies is dan ook: rennen. Nu het nog kan. Verlaat de universiteit, wis je sporen en vertel niemand, maar dan ook niemand, dat je ooit voet op deze campus hebt gezet.


9

Opinie

leestijd

6

minuten

tekst Sonja bekker

Verlofrecht van vader en moeder is hopeloos ouderwets Nederlandse ouders krijgen veel minder verlof dan ouders in andere Europese landen zoals Ierland en Portugal. Het is symptomatisch voor het Nederlandse zorgmodel, dat vrouwen in hun zelfstandigheid belemmert en mannen in hun zorgambities. Dat schrijft Sonja Bekker, universitair hoofddocent bij Tilburg Law School.

U

itbreiding van vaderschapsverlof is populair. Duitsland, Ierland, Luxemburg, Hongarije, Malta en Portugal hebben de regels voor betaald vaderschapsverlof verbeterd. De Europese Commissie noemt deze landen een goed voorbeeld in haar recente verslag over werkgelegenheid. Goede verlofregelingen voor vaders en moeders ondersteunen immers de arbeidsmarktparticipatie van moeders. Dit is vooral zo wanneer de rechten op betaald verlof relatief gelijk verdeeld zijn tussen vaders en moeders. Waarom wordt Nederland niet genoemd in het rijtje goede voorbeelden van verbetering van verlofregelingen? Niet zo lang geleden hebben Nederlandse vaders er drie dagen ouderschapsverlof bij gekregen, naast de bestaande twee dagen kraamverlof. Ze mogen nu vijf dagen verlof opnemen na de geboorte van hun kind. Afhankelijk van de cao is dit extra verlof, al dan niet gedeeltelijk betaald. In internationaal perspectief kan deze ‘verbetering’ nauwelijks indruk maken. Zo heeft Ierland pas geleden het betaalde vaderschapsverlof uitgebreid naar twee weken en is Portugal van 20 naar 25 dagen gegaan, waarvan vaders 15 dagen verplicht moeten opnemen. Dat is klare taal.

Nederlandse ouders komen er bekaaid vanaf Wat ook opvalt is dat andere landen, bijvoorbeeld Oostenrijk, Duitsland en Denemarken, hun beleid niet alleen richten op moeders. Het is juist de bedoeling dat vaders ruimte krijgen om thuis te zijn en voor hun kind te zorgen. In Duitsland begint deze insteek tot resultaten te leiden. Daar neemt 34 procent van de vaders vaderschapsverlof op en deze vaders blijven gemiddeld 3 maanden thuis bij hun kind. Door een eerlijkere verdeling van verlofrechten tussen vaders en moeders, moet de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt verbeteren. Niet alleen Nederlandse vaders hebben weinig vaderschapsverlofrechten. Ook Nederlandse moeders komen er bekaaid vanaf. Sterker nog, vaders in Frankrijk, België, Portugal en Luxemburg hebben langer betaald verlof dan Nederlandse moeders. Het Nederlandse zorgmodel lijkt voor een groot deel te draaien op deeltijdwerk. Deeltijdwerk is niet genderneutraal. Nederlandse moeders hebben een relatief korte werkweek, vooral als ze thuiswonende kinderen en een partner hebben. In 2013 werkten deze moeders gemiddeld zo’n 24 uur per week. Ze hebben daarmee de kortste werkweek vergeleken met vrouwen die in een ander type huishouden wonen. Deeltijdwerk is voor vaders geen optie Nederlandse vaders met thuiswonende kinderen en een partner werkten juist de meeste uren: ongeveer 40 uur per week. Een vergelijkende studie tussen Duitsland, Nederland, Ierland en Zweden, laat zien dat vaders alleen onder heel specifieke omstandigheden een grotere kans hebben om in deeltijd te werken. Alleen Duitse en Ierse vaders die drie of meer kinderen hebben, werken vaker in deeltijd dan vaders die minder kinderen hebben. Nederlandse vaders met een gelijke of lagere beroepsstatus dan hun partner hebben alleen een grotere kans om in deeltijd te werken als ze kleine kinderen hebben, in vergelijking met vaders die een hogere beroepsstatus hebben dan hun partner. Deeltijdwerk lijkt voor vaders dus geen optie om zorg en werk te combineren. Het massale gebruik van deeltijdwerk in Nederland blijft vooral een ‘vrouwending’, zeker als er kinderen in het huishouden zijn. Dit heeft uiteindelijk grote gevolgen voor inkomen, zelfstandigheid, carrière en pensioen van vrouwen en belemmert vaders in hun zorgambities. Een ongelijke verdeling van werkuren maakt huishoudens bovendien kwetsbaarder dan nodig voor het wegvallen van die ene fulltimebaan die het huishoudinkomen draagt. Nederland doet vrouwen en mannen tekort Het huidige Nederlandse zorgmodel lijkt dus de ongelijkheid tussen vaders en moeders te bevorderen. Daarmee doen we zowel vaders als moeders tekort. Europa is een pionier wat betreft gelijkheid tussen mannen en vrouwen, maar tegelijkertijd is er nog heel wat werk te verzetten. JeanClaude Juncker van de Europese Commissie spreekt van een eenvoudige maar ook fundamenteel Europese boodschap: gelijkheid tussen mannen en vrouwen is geen doelstelling; het is een grondrecht.

13 april 2017


10

I-con

Wazda

Term: Overloopzaal Vindplaats: technicus Huub den Ouden

naam Heleen Ballemans opleiding Liberal Arts and Sciences leeftijd 20 jaar Wat wilde je vroeger worden? Ballerina. En Archeoloog. Niet tegelijk hoor, het wisselde elkaar af. Waar zou jij de winst van de basisbeurs in investeren? Iets met duurzaamheid denk ik, zodat de universiteit op een verantwoorde manier door kan groeien. En meer ontmoetingsplekken voor studenten! Als je een drankje was, welke zou je dan zijn? Een of ander gek fruitdrankje, omdat ik zelf ook gek uit de hoek kan komen. Wat is het beste wat je deze week is overkomen? De gratis chocolade aan het eind van de Business Night. Dat maakte de langdradige lezingen het wel waard. Wat is het raarste dat je ooit gegeten hebt? Een made op Dierentuinkamp, toen we de wasberen gingen voeren. Wat is je slechtste gewoonte? Mijn huisgenoten vragen of ik iets voor ze mee kan nemen en het dan vervolgens niet meenemen. Wat zie jij het liefst uit het straatbeeld verdwijnen? Mensen in de twintig die overal nog snorretjes en piemels op tekenen. Wat moet er dan van je worden?

Managementtaal, turbo-Tilburgs of professorengepruttel. In de rubriek WĂ zdĂ ? duidt ex-campusdichter Nathan de Groot maandelijks een bijzondere term die gebruikt wordt op de universiteit. a) Een zaal die regenwater opvangt bij hevige regenval b) Een plek waar deserteurs werden vastgehouden tijdens de oorlog c) Een nieuwe fitnessrage d) Een extra zaal waar drukbezochte colleges via livestream te volgen zijn Tilburg University barst van de protocollen. Voor koninklijk bezoek, brand of juist zware regenval liggen er plannen klaar. Zo is het niet onwaarschijnlijk dat bepaalde collegezalen zijn aangemerkt als overloopzaal. Mocht de campus blank komen te staan dan vormt bijvoorbeeld de ruime collegezaal WZ1 een belangrijk bassin. Het zou kunnen, al is het ook niet ondenkbaar dat collegezalen als overloopzalen gediend hebben in de Tweede Wereldoorlog. Op zuidelijke universiteiten en hogescholen zouden deserteurs vastgezet kunnen zijn door de oprukkende geallieerden. Of gaat het toch om een nieuwe variant op de hype rondom bootcamps? Een overloopzaal is dan een veredelde gymzaal met allerlei rek- en strekmeubilair. Toegegeven, in DZ3 zou je prima kunnen turnen, maar of overlopen het nieuwe planken wordt valt te bezien. Toch is D het enige juiste antwoord. Populaire colleges en evenementen met capaciteitsproblemen maken gebruik van overloopzalen, zodat meer studenten het via een livestream kunnen volgen. Bij het onvolprezen Supply Chain Management zal het misschien niet direct storm lopen, maar bij andere vakken puilen collegezalen soms uit. An sich een prima oplossing natuurlijk, alleen zal menig student zich afvragen wanneer dezelfde livestream vanuit bed in de vertrouwde studentenkamer beschikbaar is. Ook een nieuw woord of rare term gespot? Stuur hem naar univers@uvt.nl

13 april 2017


11

leestijd

8

minuten

Tekst tom grosfeld portretfoto dolph cantrijn

Interview met Pieter Tops

Duiken in de drugswereld

Pieter Tops, hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University, beschrijft in zijn boek ‘De achterkant van Nederland’ samen met journalist Jan Tromp de enorme omvang van de drugscriminaliteit in Zuid-Nederland. Tilburg is hoofdrolspeler. Tijd voor een interview met Tops.

T

oen Pieter Tops het rapport ‘Integraal Appèl’ (gemaakt door collega’s van de universiteit en mensen van het RIEC) onder ogen kreeg, schrok hij zich een hoedje. Het rapport stelt dat de omzet van hennepteelt in Tilburg jaarlijks 800 miljoen euro is. Tops’ eerste reactie: “Dit kan niet waar zijn.” Toen zijn collega’s het rapport nog eens ‘op de gril’ legden, bleek het getal plausibel. De hoogleraar wist niet wat hij meemaakte. “Is dit de stad waar ik sinds ‘84 woon?” vroeg hij zich af. Tops vertelt dat het pal onder onze neus gebeurt en dat we niets doorhebben. Het onttrekt zich aan je waarneming als je een keurig intellectueel bestaan aan de universiteit leidt. “Je gaat het pas zien als je het doorhebt,” zo citeert hij Johan Cruijff. “Er werken in Tilburg 2500 mensen in de drugsindustrie en er zijn ongeveer 60 criminele samenwerkingsverbanden. Voeg de handel in synthetische drugs toe aan het verhaal en je komt naar schatting op een drugsomzet van meer dan een miljard euro per jaar. Het is ongelooflijk.” Het boek van Tops en Tromp deed de nodige stof opwaaien. Zo trokken burgemeesters van vijf steden en de Commissaris van de Koning in

Noord-Brabant aan de bel. Ze stelden een Deltaplan op tegen de georganiseerde drugscriminaliteit in Zuid-Nederland en hopen meer geld en mogelijkheden te krijgen om de ondermijnende drugscriminaliteit in de regio aan te pakken. U beschrijft in uw boek dat de drugswereld zich voornamelijk in het zuiden van ons land concentreert. Is dit een probleem van Noord-Brabant of van alle provincies? “Het speelt zich overal in Nederland af, maar het klopt dat het zuiden op dit moment de hoofdrolspeler is. In Tilburg en omstreken is de hennepteelt goed voor ongeveer 800 miljoen per jaar. Ook synthetische drugs worden volop geproduceerd. Nederland is niet voor niets marktleider in de productie van XTC en ook de handel in cocaïne is groot. Die werelden zijn deels met elkaar verbonden. We zien nu dat de omvang en invloed van de drugsindustrie totaal uit de hand loopt. Mensen in een zwakke economische positie worden gemakkelijk verleid. Neem bijvoorbeeld boeren in Noord-Brabant die enorme schuren bezitten: voor hun is die wereld erg aantrekkelijk. Ze kunnen enorme bedragen krijgen voor >>

13 april 2017


12

het ter beschikking stellen van hun schuur. De drugswereld staat ook dicht bij middelbare scholen. Ze vragen scholieren niet alleen om een keer een stickie te verkopen, maar ook om structureel te runnen en te dealen.” U spreekt van parallelle samenlevingen waarin werken in de drugsindustrie de norm is. Hoe kunnen hele groepen zo de drugsindustrie inrollen? “Mensen die leven in volksbuurten, woonwagens en deels motorclubs, leven in de marge van de samenleving. Zij voorzien op een eigen manier in hun bestaan. Het is niet mainstream, het zijn geen modelburgers, maar ze denken: ‘laat ons leven hoe we willen leven’. Ze koesteren hun eigenzinnigheid aan de rafelrand van de samenleving. Daar moesten zij zien te overleven, door activiteiten te verrichten waar de rest van de samenleving de neus voor ophaalde. In zeker zin zijn zij een participatiesamenleving avant-la-lettre. Er werd en wordt voor elkaar gezorgd. Toen kwam daar de drugswereld. Illegaal maar aantrekkelijk. Er viel veel geld te verdienen en de pakkans was niet groot. Tegelijkertijd trok de overheid zich uit die gebieden terug. De mensen in volksbuurten zien de bovenkant van de samenleving, bankiers bijvoorbeeld, geld graaien en denken: wij pikken ook een graantje mee. En voor de mensen aan de onderkant van de samenleving is de overheid steeds strenger geworden. Dat verklaart waarom ze eigen manieren bedenken om aan geld te komen. De maatschappelijke onderklasse heeft zich op die manier weerbaar gemaakt.”

is dat het illegaal verkregen geld is. Maar wat zou jij doen? 20.000 euro is veel geld.” Zou het legaliseren van wiet de problemen oplossen? “Het probleem is zo omvangrijk dat we het niet met een ‘regulering’ kunnen oplossen. Maar ik denk wel dat het goed is de morele dubbelzinnigheid – wel verkopen, niet produceren en inkopen – weg te nemen. Die dubbelzinnigheid is een uitnodiging voor mensen om in het wereldje te stappen.” Hoe roepen we de drugsindustrie een halt toe? “Een ondermijningsfonds, zoals de burgemeesters en de commissaris van de Koning Noord-Brabant al voorstelden, lijkt me verstandig. Geld afpakken van criminelen en een deel houden om te investeren in de strijd tegen de drugsindustrie. Ook het nadenken over verbeteren en versnellen van strafrecht lijkt me buitengewoon verstandig. Het Openbaar Ministerie is onderbezet, daarom duren sommige zaken te lang. Die lui van Satudarah Tilburg kregen 15% strafvermindering omdat het zo lang geduurd heeft. Nu schikt de rechtbank vaak. Zo besparen ze op een lange rechtsgang, als crimineel betaal je zo jouw strafvervolging. De portemonnee van de crimineel is een gevoelige plek, maar de samenleving ziet het gewoon als afkopen. Strafrecht is ook een morele markering van fout gedrag. Hetzelfde geldt voor gevangenisstraffen: een harde drugscrimineel voor twee jaar opsluiten heeft niet zoveel zin. Sluit je iemand 10 jaar op, dan valt de structuur van de criminele organisatie rondom zo’n persoon ineen. Ze moeten dan herordenen en dat duurt even. Maar er zijn nog meer oplossingen. Heb eens oog voor de sociale achtergrond van het verschijnsel en de morele principes in de samenleving. Het Amerikaanse autoverhuurbedrijf Hertz heeft bijvoorbeeld haar vestiging in Tilburg gesloten wegens vermoedens van witwassen. Er was daar contant geld aangenomen en dat is niet het beleid van de organisatie. Een interessante ontwikkeling.”

‘Men heeft in Den Haag nog steeds niet op het netvlies wat de omvang van het probleem is’

Is de omvang van die wereld onderschat? “We hebben het drugsprobleem zeer onderschat. De Nederlandse samenleving is naïef geweest. Het probleem is nu de omvang, aantrekkingskracht en macht van de drugsindustrie. Dat is uit de hand gelopen. Het is een schaduwmaatschappij geworden. Daar lopen niet alleen uitgeharde criminelen in rond, maar ook mensen die hand- en spandiensten verlenen of bereid zijn om even weg te kijken.”

Hoe trek je die mensen uit de drugscriminaliteit? “Dat is lastig. Vrijwel elke gemeente heeft zo zijn eigen personen en groepen. Het is denk ik belangrijk om mensen te beschermen door ze alternatieve levensmogelijkheden voor de drugswereld aan te bieden. Er is al wel wat verbetering. Tien jaar geleden ging er in die wijken niemand naar havo of vwo. Nu begint dat langzaam te komen. Dat is een hoopgevende ontwikkeling waarop je kunt inspelen. Het is zaak ervoor te zorgen dat scholieren van 16 of 17 jaar niet in de drugswereld getrokken worden. Corin Denis, een bekende Tilburgse drugscrimineel, begon op zijn zeventiende en verdiende niet veel later een paar ton per maand. Als je daar aan gewend raakt, ga je nooit meer iets anders doen.” Heeft Tilburg de inkomsten uit het drugscircuit nodig? Verwijzend naar uw eerdere uitspraak dat een kwart van de Tilburgse middenklasse failliet gaat zonder drugsindustrie. “Ik weet niet of Tilburg het nodig heeft. Maar het is buitengewoon aantrekkelijk voor bedrijven. Neem het voorbeeld van de hoteleigenaar: iemand wil een feest geven in zijn hotel. Het kost 20.000 euro en er komen 40 mensen. De klant wil alleen het feest in dat hotel geven als hij contant mag betalen. Wat doe je dan als hoteleigenaar? Je weet dat de kans groot

13 april 2017

Is de omvang van de drugsindustrie in Tilburg groter dan in de rest van het land? “Het is meer bekend in Tilburg en we hebben een burgemeester die geen blad voor de mond neemt. Maar het is voor Zuid-Nederland een probleem, net als dat het voor de Randstand een probleem is. Het is overal aanwezig.” Verrast het u dat Den Haag zo weinig doet? “Ik mis de erkenning dat dit vraagstuk van nationaal belang is. Het initiatief van de burgemeesters en de Commissaris van de Koning NoordBrabant zijn pogingen om het ook op het niveau van Den Haag op de agenda te krijgen. Mede naar aanleiding van ons boek heeft de toenmalige minister van Justitie en Veiligheid (Van der Steur) één miljoen extra uitgegeven voor de aanpak van ondermijning in het zuiden van het land. Dat was voor mij het signaal dat men in Den Haag nog steeds niet op het netvlies heeft wat de omvang van het probleem is. Dat bedrag is niet eens een fooi. Het moet groter en omvangrijker. In de verkiezingscampagne hebben de lijsttrekkers allerlei toezeggingen gedaan; eens kijken of ze die zich in de kabinetsformatie nog herinneren.”


13

13 april 2017


14

Beeldend

foto jack tummers

Kies mij Als arme onschuldige student is er bijna niet aan te ontkomen, in verkiezingstijd word je op de campus opgewacht door roedels groen- en blauwgetruide stemmenjagers. Zij willen maar een ding: voor jouw belangen opkomen in de Universiteitsraad. Je hoeft alleen maar even te stemmen. Wie kies je? De groenen met hun frontradio uit de Glazen Huis-keet, tv-scherm en minicamping op het Prismaveld. Of de blauwen met hun grote 'Stop dit circus, stem ons'-borden. Denk er maar rustig over na in de campagnevrije zone van Sam. Dat is tevens, meldt een subtiel groen bordje, een door Front geregelde buitenwerkplek.

13 april 2017


15

13 april 2017


16

de vijf VAN EIJFF

Op naar de vlaktaks Sylvester Eijffinger is behalve topeconoom ook CDA-denker en een kenner van het politieke onderhandelingsspel. Hoe denkt hij dat het regeerakkoord eruit gaat zien? 1. Professor Eijffinger, heeft de redelijkheid dan toch gewonnen aangezien de populistische partijen zo klein zijn gebleven bij de verkiezingen? “Ja, ik denk dat we van een ‘Dutch turning point’ kunnen spreken. Mensen zien het gerommel van Trump en de Brexit en denken terecht: dat willen we hier niet! Ik heb dat idee na de verkiezingen meteen opgeschreven voor Project Syndicate. Ha, het schrijven van dat stukje ging net als Mozart: het rolde er praktisch in één keer uit.”

‘Het is tijd om de kiezers wat terug te geven’

2. Op dit moment zijn de partijen VVD, CDA, D66 en GroenLinks volop in onderhandeling om een kabinet te vormen. Komen ze eruit? “Het zou kunnen, maar ik denk dat het niet gaat lukken met GroenLinks. Die partij wil teveel nivelleren en te radicaal hervormen. VVD heeft juist na jaren nivelleren met regeringspartner PvdA iets goed te maken met de eigen kiezers.

13 april 2017

Het is tijd om ze wat terug te geven in de portemonnee. Dat zie ik niet gebeuren met een partij als GroenLinks. Ze onderhandelen nog, maar dat is waarschijnlijk vooral ritueel.” 3. Uw voorspelling: uiteindelijk komt de ChristenUnie erbij. “Zodra de onderhandeling met GroenLinks mislukt, komt CU erbij en dat lijkt me niet verkeerd. Let wel, het waren precies de degelijke christelijke partijen als ChristenUnie die wél iets kritisch durfden te zeggen over hoe bijvoorbeeld Erdoğan met zijn volk omgaat na de mislukte coup. VVD praat graag over normen en waarden, maar bij de christelijke partijen zit het ethisch besef ook echt in het DNA!” 4. Hoe moet het regeerakkoord er volgens u uitzien? “Drie elementen zouden wat mij betreft voorop moeten staan. Eén: het belastingstelsel moet nu eindelijk worden aangepakt, want zelfs de Belastingdienst snapt het niet meer. Laten we nu eindelijk naar die vlaktaks

gaan: gewoon kraakhelder voor iedereen 35 procent. Twee: er moet een structurele oplossing komen voor het vluchtelingen­ vraagstuk. Drie: er moet een digitale agenda komen. Hoe gaan we mee in de informatie- en communicatietechnologie? We moeten front-runner worden, zoals Tilburg University dat ook is met JADS in Den Bosch. En daarnaast moet de pensioenproblematiek worden opgelost en de toestand in de verpleegsector aangepakt. Wat er is gebeurd met de verzorgingshuizen, de PGB en mantelzorg onder het vorige kabinet is schandalig.” 5. Kunnen de partijen elkaar hierin vinden? “Voor een deel wel, maar voor een deel ook niet. Mijn devies is dan om dit keer nu eens goede uitruilen te doen, dus niet zoals VVD en PvdA de afgelopen periode hebben gedaan, met halfbakken en vaak ronduit slechte plannen tot gevolg. Denk aan de wet voor flexwerkers die vooral veel mensen werkloos maakte.”


17

Wè nou? tilburgse reacties op Het nieuws

Wat heb je nu geleerd? college political philosophy and organization studies locatie CZ120

In Den Haag kun je voortaan een Soa-test uit de muur trekken. Dag en nacht. Dat verdient navolging: Soa-testen zouden overal anoniem af te halen moeten zijn. “Eens! Ik denk dat de drempel om naar de GGD te stappen voor veel mensen hoog is. Natuurlijk moet je gewoon opletten met wie je het bed in duikt, maar je doet weleens wilde dingen. Ik denk dat het verstandig is om die drempel weg te nemen.”

Docent?

Jonas van Leest, 19, Bedrijfseconomie

Amanda Cawston

“Van de ene kant lijkt het me een goed idee omdat het voor veel mensen best een ding is om je te laten testen. Aan de andere kant voelt het een beetje als dweilen met de kraan open. Mensen zouden onvoorzichtiger kunnen worden als die testen overal anoniem te krijgen zijn.”

Kon je wakker blijven?

Marije de Groot, 21, Organisatiewetenschappen

“Ik ben voor. In sommige culturen ligt er best een taboe op seks, waardoor veel mensen zich zullen schamen en onwetend over hun gezondheid blijven. We leven in een ontwikkeld land, waar iedereen moet kunnen weten of hij of zij ziek is. Voor de kosten hoef je het volgens mij ook niet te laten.”

Sem Herijgers, 19, International Business Administration

“Ik kan bijna geen tegenargumenten verzinnen. Mensen hebben volgens mij steeds vaker seks met mensen die ze niet lang, of niet, kennen. Leuk natuurlijk, maar het brengt wel wat risico’s met zich mee. Zolang mensen in hun hoofd houden dat een test geen preventiemiddel is, lijkt het me een goed idee.” Tessa de Groot, 28, Communicatie- en informatiewetenschappen

Het kostte enige moeite. De droge stof droeg hier niet aan bij. Voorafgaand aan het college kwamen enkele kandidaten van Front de studenten verblijden met een gezonde dosis verkiezingspropaganda. Zij wisten de aandacht beter vast te houden dan de docent.

Hoe zaten de studenten erbij?

Het weekend had duidelijk een zware tol geëist van de aanwezige studenten. Op de vroege maandagmorgen zat de meerderheid duidelijk te strugglen met de droge stof over dode denkers. Zo kort na het weekend waren velen er nog niet klaar voor.

Had de docent er zin in?

Hoewel de studenten redelijk slaperig overkwamen, was dat bij de vriendelijke Canadese docent duidelijk niet het geval. Ze had goed door dat veel studenten niet meteen warm liepen door de vakinhoud, maar ze deed enthousiast haar best om de materie toegankelijk te maken en om iedereen betrokken te houden. Ruim voldoende.

Wat heb je nu geleerd?

Het was het eerste college in het nieuwe blok, dus het was als buitenstaander makkelijk instappen. Na wat formaliteiten trapt de docent af met de vraag wat filosofie eigenlijk is en wat filosofen zoal doen. Aan het eind van het college lijkt er een redelijk antwoord te zijn op deze vraag. Ook wordt voorzichtig een begin gemaakt aan de rol van filosofie binnen de politiek. Wat ik nu geleerd heb? Dat filosofen voornamelijk koffie drinken en heel veel lezen.

13 april 2017


18

leestijd

8

minuten

tekst adrian van den eerenbeemt fotografie dolph cantrijn

Een Vidi vangen

Is het de moeite waard? Een goede beurs komt altijd van pas, zoals de Vidi voor de jonge wetenschapper. Met acht ton kom je wel een paar jaar vooruit. Toch is er ook kritiek. Het zou te veel moeite zijn voor een te kleine kans op succes. Twee Vidi-ontvangers en een Vidibeursverdeler over hun ervaringen met het systeem.

H

et is dringen aan de top. Budgetten zijn beperkt en goede aanstellingen voor wetenschappers zijn niet dik gezaaid. Sinds begin deze eeuw deelt NWO stimuleringsgeld uit om de carrières van veelbelovende onderzoekers een zwieper mee te geven, bijvoorbeeld Vidi-beurzen. Rianne Letschert, oud-prof van Tilburg University en nieuwe rector van Maastricht University, vertelde vorig jaar aan NRC Handelsblad nog dat ze zonder Vidi uit de wetenschap was gestapt. Is zo’n Vidi-beurs echt zo belangrijk en hoe kun je die krijgen? Een Vidi was niet het eerste waar Katrijn Van Deun aan dacht toen ze in juni 2014 vers uit Leuven begon bij sociale wetenschappen in Tilburg. Ze had er nog nooit van gehoord, maar binnen de vakgroep Methodology and Statistics werd ze al snel voorgelicht en erop gewezen dat ze toch wel kans zou maken. In oktober ging haar voorstel de deur uit. Dat haalde het

13 april 2017

Veni, Vidi, Vici? De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) verdeelt sinds 2000 onder de naam Vernieuwinsimpuls drie soorten beurzen onder veelbelovende onderzoekers. Voor de jonkies, die maximaal drie jaar gepromoveerd zijn, is er een Veni van 250.000 euro. Wetenschappers met wat meer ervaring kunnen tot acht jaar na hun promotie een Vidi aanvragen. Die bedraagt 800.000 euro. Ten slotte is er voor senior onderzoekers, tot maximaal vijftien jaar na hun promotie, kans op een Vici van 1,5 miljoen euro. Vrouwen die een Vidi of Vici ontvangen en onderzoeksters die wel goed beoordeeld waren, maar net misgrepen worden daarbovenop ondersteund met de Aspasia-premie. Die krijgt een universiteit als zo’n onderzoekster binnen een jaar wordt bevorderd tot UHD, dan wel hoogleraar, als ze dat nog niet was.

toen niet. De experts die het voorstel beoordeelden waren positief, maar de commissie die de beurs moest toewijzen was niet overtuigd, merkte ze. “Het is een vrij technisch verhaal over het ontwikkelen van een nieuwe statistische analysemethode. De externen zijn experts op dat gebied en die zagen de toepassingsmogelijkheden, maar de commissie is veel breder samengesteld. De voornaamste kritiek was dat ik de relevantie beter moest vertalen naar de commissie toe.” Met die ervaring en meer training op dat gebied, bleek afgelopen jaar haar voorstel wel Vidi-waardig. Het was ook haar laatste kans op de beurs, je mag niet meer dan twee pogingen doen. Voor Van Deun hing haar toekomst in de wetenschap niet af van toekenning. Ze was juist net terug van een uitstapje naar een farmaceutisch onderzoeksbedrijf. “Daar waren teveel protocollen. Alles was voorgeschreven, voorgekauwd. Ik miste de vrijheid om leuk onderzoek te doen, daarom ben ik terug gegaan naar het academische leven. Nu kan ik weer doen wat ik leuk vind en zie ik wel hoe


19

Katrijn Van Deun: ‘Ik kwam naar Tilburg om vrij kleinschalig mijn eigen ding te doen, maar nu wordt het veel groter’

het loopt. Ik kwam naar Tilburg om vrij kleinschalig mijn eigen ding te doen, maar nu met acht ton van de Vidi wordt het veel groter.” Professorabel Voor hoogleraar financiering Joost Driessen was het doen van een Vidiaanvraag in 2009 daarentegen al gesneden koek. Zes jaar ervoor haalde hij met succes al een Veni-beurs binnen. “Voor mij was die Veni misschien wel belangrijker dan de Vidi. De periode net na je promotie is een belangrijke fase in je carrière. Je twijfelt of het gaat lukken in de wetenschap. Er komen veel dingen op je af en je werkt met tijdelijke contracten. Op zo’n moment is het wel belangrijk om een stimulans te krijgen.” Een Vidi is een mooi signaal om aan te geven dat je professorabel bent. Je laat zien: dat je fondsen binnenhaalt, dat je een project kan leiden en dat je promovendi kan vinden. In het geval van Driessen was dat minder van belang, hij was al hoogleraar. “Voor mijn loopbaan is de Vidi wat minder cruciaal, maar het helpt wel bij mijn onderzoek. Zonder die beurs was ik het onderzoek dat ik voorstelde ook wel gaan doen, maar dan had het veel langer geduurd. Met dat geld kon ik onderzoekstijd vrijmaken, extra promovendi aannemen en, ook heel belangrijk, ik had geld voor datasets.” Tweeënhalve ton voor een Veni, acht ton voor een Vidi en anderhalf miljoen voor een Vici. Je zou denken dat wetenschappers staan te juichen

om de zakken met geld die jaarlijks door NWO worden uitgedeeld. Toch zijn er ook kritische geluiden over het verdelingssysteem. Zo zeiden Leidse wetenschappers vorige maand in universiteitskrant Mare dat het systeem overbelast is. Door een toenemend aantal aanvragen is de kans op toekenning kleiner, maar ondertussen worden de eisen voor de onderzoeksvoorstellen steeds hoger. Dat kost steeds meer tijd die ook besteedt had kunnen worden aan onderzoek, is de kritiek. NWO ziet die problemen ook, vandaar dat er op 4 april in de Rode Hoed een werkconferentie is over aanvraagdruk en beoordelingsprocedures. Het schrijven, maar ook het beoordelen van een aanvraag door andere wetenschappers worden zeer tijdrovend genoemd en lage honoreringspercentages een knelpunt. Wetenschappers en bestuurders, beleidsmakers en NWO partners gaan kijken hoe het beter of anders kan. Eind juni volgt er ook een internationale werkconferentie waarin ideeën uitgewisseld worden met vergelijkbare organisaties uit het buitenland.

‘Nu kan ik weer doen wat ik leuk vind en zie ik wel hoe het loopt’

Verspilde moeite “Het aantal aanvragen is zeker toegenomen,” erkent Jeroen Vermunt, behalve hoogleraar Statistiek in Tilburg, ook voorzitter van de commissie die de Vidi-beurzen op het gebied van de Maatschappij- en gedragswetenschappen verdeelt. “Zo’n vijf jaar geleden waren dat er op ons gebied ongeveer 80 en dit jaar waren er meer dan 160 aanvragen. We proberen extra ruimte te krijgen om meer aanvragen te honoreren, maar het percentage is toch gedaald van >>

13 april 2017


20

15 procent naar rond de 10 procent nu.” En niet alleen het aantal, maar ook de kwaliteit van de voorstellen is toegenomen, stelt hij. “Het is nu lastiger om een succesvolle aanvraag te schrijven dan tien jaar geleden. Maar er is ook meer een cultuur om dit soort middelen binnen te halen. Jonge mensen zijn grootgebracht in dit systeem, dat begint al met masterstudenten die een beurs aanvragen. En je hebt kans dat je verliest, dat hoort er ook bij. Dat wil niet zeggen dat het verspilde moeite is, het gaat om acht ton. Je moet het juist zien als een goede kans in plaats van verlies als het niet lukt. Überhaupt denk ik dat het geen tijdverspilling is voor jonge wetenschappers om na te denken over wat ze willen doen de komende vijf jaar.”

Joost Driessen onderschrijft het belang van samenwerking bij het aanvragen van een grant. “Wij proberen dat hier steeds als groep te doen. Iedereen kijkt naar het voorstel en samen doen we ook oefeninterviews. Als je een beurs binnenhaalt is dat eigenlijk een succes voor de hele afdeling.” Misschien dat een andere opzet daarom beter is, vindt hij. “Ik zou eigenlijk liever zien dat de grotere Vidi- en Vici-beurzen worden toegekend aan onderzoeksgroepen, niet aan een persoon. Het duurt heel lang voor je een goede onderzoeksgroep opgebouwd hebt en daar gaan ook veel kosten aan vooraf. Het is belangrijk dat je dat in stand houdt als je zover bent. En met dat systeem dwing je ook af dat dan een groep gaat samenwerken.”

‘Als je een beurs binnenhaalt is dat eigenlijk een succes voor de hele afdeling’

Aan de eerste aanvraag heeft ze zelf totaal zo ongeveer tien weken besteed, berekent Van Deun. “Zonder de hulp van mijn collega’s was het niet gelukt. In de vakgroep worden veel aanvragen gedaan, de mensen hier hebben veel routine en inzicht in hoe de procedure werkt. Bij het opstellen is het ook belangrijk dat je mensen mee laat kijken en laat meedenken. Tien weken is misschien veel, zeker als je niets krijgt. Maar in mijn geval kreeg ik veel support van mijn collega’s, die ik daardoor ook goed leerde kennen. Alleen daarom zou ik het al gedaan hebben.”

Vernieuwend Commissievoorzitter Vermunt, ook departementshoofd van de vakgroep van Van Deun en zelf ontvanger van een Vici in 2011, erkent dat samenwerking belangrijk is bij een aanvraag. Maar een Vidi kan toch beter naar een persoon gaan, denkt hij. “Je probeert een aantal goede mensen de kans te geven om een stap te zetten in hun onderzoeksloopbaan.” De persoon zelf telt ook mee bij de beoordeling van de aanvraag. “Er zijn drie zaken waar we naar kijken. Het voorstel zelf, is het vernieuwend, is het uitvoerbaar? Dat is heel

Joost Driessen: ‘Voor mijn loopbaan is de Vidi wat minder cruciaal, maar het helpt wel bij mijn onderzoek’

13 april 2017


21

column Henk Strikkers columnist

Aangekondigde diefstal

Jeroen Vermunt: ‘Überhaupt is het geen tijdverspilling om na te denken over wat je wil doen de komende vijf jaar’

belangrijk en telt voor 40 procent mee. De kennisbenutting telt mee voor 20 procent. En de kandidaat telt ook mee voor 40 procent. Wat is het track record, is die toe aan de volgende stap. Na zes, zeven jaar in de wetenschap mag je verwachten dat iemand niet helemaal stil gestaan heeft. Heeft die een goed netwerk, promovendi begeleid, samengewerkt met anderen? En matchen de persoon en het voorstel wel voldoende op elkaar?” Medaille Het krijgen van een Vidi is een erkenning van een onderzoeker, een soort van medaille, merkte Joost Driessen. “In het buitenland kijken ze er niet naar, daar weten ze niet wat het is, maar in Nederland merk je dat je wel waardering krijgt, ook buiten je eigen wetenschapsgebied. Ik ben ooit aan mijn rug geopereerd en de arts die de operatie deed had ook een Vidi. Dat moet je eigenlijk met een korreltje zout nemen, want het zegt natuurlijk niet hoe goed hij snijdt. Maar het geeft toch een soort van status.” Ook Van Deun merkte een Vidi-effect. “Mensen namen contact met me op. Als ik vragen stel komt er sneller respons. Bij collega’s in Nederland opent het echt deuren.” Maar er komt ook meer bij kijken, merkte ze. “Als je zoveel bezig geweest bent met je aanvraag en je krijgt het, dan ben je zo blij. Maar meteen daarna besefte ik: oei, het is wel een heel grote verantwoordelijkheid om dit tot een goed einde te brengen. Het is toch geen klein bedrag en de verplichting om daar iets voor terug te doen voor de samenleving voel ik toch wel heel hard.”

De boosheid van de studenten was ingecalculeerd. Ik vermoed dat minister Bussemaker zelfs de verklaring waarin ze het rapport van de commissie Van de Donk afkeurde al klaar had liggen. Die commissie presenteerde plannen om het geld dat van studenten was afgepakt toen de basisbeurs werd afgeschaft niet langer aan hen te besteden, maar aan onderzoek en valorisatie. Kort gezegd: nog geen twee jaar nadat het leenstelsel werd ingevoerd om te kunnen investeren in onderwijs, werd het geld al ergens anders aan besteed. Er zijn allerlei goede redenen om geld te investeren in wetenschap en toegepast onderzoek. De werkdruk onder wetenschappers is bijvoorbeeld hoog: acht op de tien wetenschappers die een FNV-enquête invulden, werkt ’s avonds of in het weekend door. En zeggen dat we in Nederland relatief veel besteden aan wetenschap zou een leugen zijn. Natuurlijk weten ook studenten dat de Bussemaker-gelden, zoals de honderden miljoenen die het leenstelsel opleveren heten, niet tot het einde der tijden voor hoger onderwijs bestemd zullen zijn. Er gaan kabinetten komen die daar stukjes van af knabbelen. De manier waarop de commissie Van de Donk studenten echter poogt te beroven is schaamteloos en schandelijk. Zij neemt de opbrengsten van het leenstelsel al weg bij studenten voordat die miljoenen überhaupt bij de overheid zijn binnengekomen. Het is te hopen dat Van de Donks rapport bij de coalitieonderhandelaars in de Stadhouderskamer niet eens ter tafel komt. Drie van de vier partijen die het leenstelsel invoerden en de studenten honderden miljoenen beloofden spreken daar nu over de toekomst van ons land. Wanneer zij dat nu alweer terzijde schuiven laten zie niet alleen zien lak aan studenten te hebben, dan zijn ze bovendien geen knip voor de neus waard.

13 april 2017


22

Over de schutting wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?

Masterscriptie

#Met bacteriën Mars koloniseren Als er mensen naar Mars gaan, moeten er ook bacteriën mee. Dat is de ambitie van VU-promovendus Vincent Friebe, vertelt hij universiteitsblad Ad Valvas. Friebe werkt namelijk met bacteriën die erg goed zijn in het omzetten van licht naar energie. Als het gaat om biostroom uit fotosynthese doen ze het veel beter dan planten. Planten zijn minder sterk en geven na een half uur geen energie meer. Daarom wil hij juist met bacteriën biozonnecellen maken om bijvoorbeeld Marstronauten tijdens hun verblijf op de rode planeet van energie te voorzien.

Bas Bloem is watching you De Nijmeegse prof. Bas Bloem gaat big data inzetten bij zijn Parkinsononderzoek. Het bleek wat te ambitieus om 50.000 parkinsonpatiënten een smartwatch te geven om ze 24/7 te monitoren, maar met hulp van Google worden het er nu 650, aldus universiteitsblad Vox. “Er zit ontzettend veel data in het menselijk lichaam die wij nu niet zien,” vertelt Bloem en daarom is hij blij dat hij twee jaar lang patiënten 23 uur per dag kan monitoren (het 24e uur wordt het horloge opgeladen). Al die gegevens worden bij Google-dochter Verily verzameld, ingelezen en geanalyseerd.

Surveillanten doen oogje toe bij tentamens Op de Hogeschool Utrecht verlopen de tentamens niet geheel vlekkeloos, meldt hogeschoolblad Trajectum. De klachten zijn veelvuldig en aanhoudend. Tentamens beginnen te laat, of juist te vroeg, toetsen raken kwijt of er zijn te weinig formulieren. Surveillanten ontbreken soms, verlaten het lokaal korte tijd of vallen zelfs in slaap. Dat leidde in de afgelopen tentamenperiode tot drie ongeldig verklaarde tentamens. De hogeschool heeft nu een taskforce in het leven geroepen die daaraan een einde moet maken.

Miljonair slaat pleefiguur Honi Soit, het studentenblad van Sydney University, meldt dat de Australische miljonair Neville Crichton over de rug van onschuldige universiteitstoiletten de grote patser uithangt. In een bericht in de Australische Sunday Telegraph beweerde Crichton dat hij maar liefst 20.000 dollar betaald heeft om de toiletten in het historische universitaire Quadrangle-gebouw wat meer geschikt te maken voor de tere billetjes van zijn dure gasten. Crichton houdt namelijk zijn bruiloft in de Main Hall van het gebouw. Helemaal niets van waar, meldt de universiteit aan Honi Soit, de verbetering van de toiletten zat al in het verbouwingsplan en hebben ze helemaal zelf betaald.

De kinderstem tijdens echtscheidingen Ruim een derde van de huwelijken in Nederland eindigt in een echtscheiding. Ingrijpend voor scheidende echtgenoten én hun kinderen. Lonneke van Roekel onderzocht of kinderen er voldoende bij worden betrokken. Scheiden is geen pretje en heeft grote gevolgen. Er zijn emotionele, sociologische en economische gevolgen. Het is daarom belangrijk dat de juridische procedure goed verloopt. Hoewel een scheiding zich voltrekt tussen twee volwassenen, mogen kinderen niet uit het oog worden verloren. Kinderen van scheidende ouders hebben tweemaal zoveel kans op verschillende psychische en sociale problemen. Ongewild zijn ze getuige van een ontwrichtende gebeurtenis. Kinderen moeten volgens het internationale kinderrechtenverdrag betrokken worden bij de scheiding. Ouders en rechters moeten kinderen informeren, naar ze luisteren en rekening met ze houden. Gebeurt dat in Nederland voldoende? Om dat te onderzoeken, vergeleek Van Roekel ons rechtstelsel met dat van het vooruitstrevende Noorwegen. Dan blijkt het in Nederland onvoldoende geregeld. Bij het opstellen van het ouderschapsplan moeten ouders hun kinderen betrekken, maar dat doen ze onvoldoende. Bovendien controleren rechters nauwelijks. Als er een zinnetje in staat over ‘betrokkenheid’, is het al goed. Kinderen onder de twaalf jaar worden niet automatisch uitgenodigd voor een gesprek met de rechter. Naar kinderen die wél worden uitgenodigd, wordt niet echt geluisterd. Uiteindelijk hoeft de rechter niet eens te motiveren wat hij met de mening van het kind heeft gedaan. Er moet iets gebeuren, vindt Van Roekel. Kinderen moeten zo vroeg mogelijk bij het proces worden betrokken. Vanaf hun tiende jaar moeten ze worden opgeroepen, in plaats van hun twaalfde. Niet meer met een afstandelijke brief maar een vermakelijke e-mail met een voorlichtingsfilmpje. Ouders van minderjarige kinderen zouden een gedragsdeskundige moeten inschakelen. Uiteindelijk moet het belang van het kind bij iedere keuze voorop staan, vindt Van Roekel. Want kinderen zijn de toekomst. Cijfer 8

13 april 2017


23

reading time

7

minutes

text Laura van gelder photography ton toemen

Mirjam van Reisen won’t be intimidated

Being critical of the Eritrean regime is not without risk even for academics at Tilburg University. Despite threats and intimidation, professor Mirjam van Reisen has published a new book on an international trafficking scheme that targets Eritrean refugees. Shockingly, this billion-dollar trade seems to be run by Eritrea’s government.

13 april 2017


24

‘While a hostage is subjected to torture, a phone call is made to family members so that they can listen to the screams’

O

n the same day that professor Mirjam van Reisen presented a report that would later become a chapter of her new book, a six-yearold boy was thrown from a wall in Eritrea. It may seem absurd to think that these events could be connected to each other. But for Van Reisen, it was the first thing that came to mind. It’s how the Eritrean regime operates, she explains. “It’s impossible to prove, but I don’t believe it was a coincidence”, she says. It’s common practice in Eritrea to punish people for the actions of others. “For Eritreans in the Netherlands, there is a real threat of reprisals against family members who still live inside Eritrea.”

LONG ARM OF ERITREA As professor of international relations at Tilburg University, Van Reisen has spent years doing research on Eritrea. She has personally felt the ‘long arm’ of the Eritrean regime on many occasions. Threats, intimidation and a lawsuit - supporters of the regime have made legal and illegal attempts to silence her over the past few years. Nevertheless, Mirjam van Reisen presented her new book in Leiden on March 10th, together with Zimbabwean co-author Munyaradzi Mawere. The book carries a lengthy title - Human Trafficking in the Digital Era: The Ongoing Tragedy of the Trade in Refugees from Eritrea - and results from five years of ethnographic fieldwork. What exactly does that mean, doing ethnographic fieldwork? Van Reisen explains how she and Mawere operated. “We worked with a team of PhD students, journalists, and a medic. We interviewed Eritrean trafficking victims in Europe, Ethiopia, Uganda, Sudan, Israel and Egypt. Our on-the-ground investigators helped us verify the information we collected. And we also worked with a physician from Eritrea, who medically examined survivors of the human trafficking crisis in the Sinai in order to assess the physical and mental trauma suffered by these victims”, she says. “The trauma was much more severe than we knew. Both women and men had often been subjected to extreme sexual violence.” RANSOM Towards the end of 2008, a new form of human trafficking emerged in the Sinai desert. Mirjam van Reisen is internationally considered an expert on this phenomenon, which has come to be known as ‘Sinai trafficking’. Sinai trafficking is characterized by the kidnapping, torture,

13 april 2017

extortion and killing of refugees from the Horn of Africa - particularly from Eritrea. Victims are sold and re-sold, forced to beg family members for ransom. Mobile phones are a central part of Sinai trafficking. “For our research, we often used mobile phones to make contact with victims of trafficking and to conduct interviews”, Van Reisen says. But, tragically, mobile phones have not just been helpful to Van Reisen and her team. “Mobile phones are used by traffickers to extort the families of hostages. While a hostage is subjected to torture, a phone call is made to family members so that they can listen to the screams. As you can imagine, this is an effective way to pressure relatives into transferring money.” In the span of a few years, tens of thousands of people were trafficked and tortured in the Sinai desert. Family members of hostages paid hundreds of millions in ransom. In her new book, Van Reisen traces back the origins of these practices to Eritrea itself. She argues that the regime’s deliberate policy of impoverishment and human rights violations has driven Eritreans to leave the country en masse. “On the one hand Eritreans are not allowed to leave the country, while on the other hand they don’t have access to sufficient food”, she says. Although leaving the country is illegal, thousands of Eritreans continue to flee each month to escape poverty, persecution and the prospect of potentially indefinite military service. “The situation hasn’t changed”, Van Reisen says. “Eritreans are still forced into military service that amounts to modern slavery, and Eritrea is still imposing its shoot-to-kill policy against anyone trying to flee.” INVOLVEMENT OF THE REGIME As Eritreans continue to escape the country, they continue to fall victim to traffickers. Although anti-terrorist operations largely put an end to Sinai trafficking in 2015, Van Reisen says that the phenomenon of trafficking for ransom has not ended. Eritrean refugees are now trafficked and tortured in other parts of Africa. “Sinai trafficking has spread throughout Libya and Sudan, for example”, Van Reisen says. “And the influence of Eritrea in these regions is significant. The key figures in the trafficking chain, reaching from Libya all the way to Europe - they’re all Eritreans.”

the most shocking discoveries presented in the book. Van Reisen and her team have laid bare the structures of a billion-dollar trafficking scheme controlled by government officials, military personnel and criminal gangs. Even the authors were surprised at the level of organization behind the trafficking cycle. “Because victims are generally passed around from location to location and from one trafficker to the next, we always assumed that these traffickers acted as individual ‘links’ in the trafficking chain”, Van Reisen says. “But we discovered that there is a higher organizational structure at play, which holds this chain together. The trade in Eritrean refugees seems to be far more well-organized, well-structured and well-coordinated than we ever could have imagine.”

The involvement of the Eritrean regime in the trafficking of its own people is perhaps one of

BIG FISH Van Reisen and Mawere were able to identify


25

five major players at the top of the trafficking chain. Although they operate in different countries, they are all Eritrean nationals. “With the knowledge that we have today, we can conclude that it is vital to further investigate the regime’s involvement”, Van Reisen says. Although she stresses that her work is an ethnographic study and not a legal investigation, Van Reisen calls for justice and accountability. “Victims not only suffer from the physical and psychological traumas they have endured, but also from the lack of accountability for those traumas. Europol recently reported that it had made a large number of arrests, but it is not enough to go after small fish. They are easy to catch, and easy to replace”, she says. “We need to go after the big fish, the people at the top. In Cairo, a number of people were arrested recently for trading organs of Eritrean refugees. But according to our sources,

the military officials at the top of the organization went free.” What should Europe’s role be in battling the impunity of human rights violations against Eritrean refugees? In the first place, Van Reisen says, Europe should stop facilitating the governments that commit those crimes. “What we should absolutely not be doing is providing financial support to governments that are involved in human trafficking - including Eritrea.” Europe should not be making deals with Libya or Sudan, Van Reisen says, because Eritrea holds significant influence in these countries. “Instead, we should collaborate with countries like Ethiopia, Uganda and Kenya, where refugees are protected and camps are a lot safer. The aim of such collaborations should not be to stop refugees from coming to Europe by cutting off their options, but to create a safe zone in the region.”

FREEDOM The six-year-old boy that was pushed from a wall in Asmara survived. But thousands of others did not. An estimated one-fourth of Sinai hostages did not come back from the desert. Those who survived, are deeply scarred. “It’s a forgotten crisis”, Mirjam van Reisen says. “As an academic, I feel that I have a responsibility to bring it to light, to make sure that that knowledge is not lost.” Driven by a strong sense of responsibility, Van Reisen refuses to let the long arm of the Eritrean regime restrict her. “I think carefully about what I do and don’t do, but I won’t be intimidated. If I would stop what I’m doing, freedom would not win”, she says. “I’ve always believed that you can’t defend freedom if you allow yourself to be intimidated.”

13 april 2017


26

reading time

4

minutes

text Laura van gelder photography ton toemen

Back to school at 54 Marlies van Breda (54) studies cultural sciences at Tilburg University. Although she isn’t quite sure what she wants to do after she graduates, one thing is certain: retirement is not it.

E

very fresh-faced student is nervous about making friends on campus. But what if you’re twice as old as most of your new classmates? For Marlies van Breda (54), the first day of university was pretty nerve-racking. “I was worried that other students would look at me and think: what is she doing here?”, she recalls smilingly. “Luckily, everyone responded very positively to me.”

So what is Van Breda doing at Tilburg University? “Since I started working as a librarian in 1985, I’ve always taken courses to keep developing myself. I said to myself: when I’m retired, I’m going to university. But a few years ago, I decided not to wait. And so I enrolled for the parttime bachelor’s program in cultural studies”, she explains. “I’m a librarian at the public library of Breda. Libraries are transitioning, they have to be entrepreneurial in order to survive. That’s why I was initially planning to choose the career path ‘cultural entrepreneurship’ during the final stages of my bachelor’s. But I’ve come to realize that I enjoy transferring knowledge more than entrepreneurship, so I ended up choosing the career path ‘education’. I’m not sure yet what I’ll do after I graduate. Maybe I’ll pursue a different position within the library, maybe I’ll become a teacher. But first I want to get a Master’s degree.” DEDICATION Van Breda is currently a third-year student, writing a Bachelor’s thesis on Simone de Beauvoir’s novel Misunderstanding in Moscow.

13 april 2017


27

Studying has become an important part of her life, she says. “I love writing my thesis. Sometimes I’m actually bummed that I have to go to work, because I’d rather delve into my research.” On top of her job at the library and the writing of a thesis, Van Breda is also following an extra course this semester. “I live in Breda”, she explains. “If I would only be writing my thesis right now, I would miss going to Tilburg. I enjoy working on my thesis at home or in the library in Breda, but I also like being on campus and going to class.” Juggling work, university and family life isn’t always easy. It takes dedication. “I work three days a week, so figuring out which courses I can take each semester can be a bit of a

‘I may not know anything about beauty vlogs, but I do know a lot about literature’ puzzle. Luckily, I’m able to choose my own work hours. When I had three days of class one semester, I worked on Saturdays”, Van Breda says. “I also have two children, and a grandchild I babysit. My son still lives at home. He studies engineering in Breda. Although we’re in completely different fields of study, he’s a great support. He always asks me how my day was, what I’ve learned, or how my exam went.” BEAUTY VLOGS Van Breda no longer worries about being ‘too old’ for university. “At first, I didn’t feel comfortable commenting on other students’ work. I thought, who am I to tell them to do things differently? But one of my fellow students told me I shouldn’t think that way. He said that having different perspectives in the classroom is a good thing. That really was an eye-opener for me”, she explains. Drawing from her life experience and her three-decade career as a librarian, Van Breda now feels confident that she can contribute to her student group in her own way. “I may not know anything about beauty vlogs, but I do know a lot about literature. I’ve come to realize that we all share the same interests, and that we can learn from each other.” Asked if she ever regrets going to university, Marlies van Breda doesn’t hesitate. “No”, she says. “I haven’t regretted it one moment.” It seems that the old cliché holds true: university is the time of your life - whether you’re in your twenties or in your fifties.

column Leanne Soff

liberal arts student

Self-plagiarism (Soff, 2017) The academic world is one of many mysteries. The abundance of rules, both written and unwritten, makes me suspect that scientists secretly love to make their scientific field as inaccessible as possible. One particularly peculiar phenomenon is that of self-plagiarism. I can understand why plagiarism in itself is undesirable, since there’s nothing worse than not receiving the credit you deserve. This is why my favourite kind of people are those who, when repeating a joke, are so humble to admit that someone else actually came up with it. However, there is a group of people that has slightly different beliefs. These are the kind of people that when you tell a joke you’ve told before, but to different people, feel that it is necessary for them to point out that you have made this joke before. It is rude, unnecessary and uncomfortable. It turns out that this type of person is the übermensch of the academic world. In the world of academia, it is unacceptable to call upon your previous findings, without awkwardly putting your own name behind it in brackets. Refusal to do this will not only end in public humiliation, nay! As a consequence of such self-plagiarism, your entire credibility will be called into question. I ask you, world of academia, is that the type of society we want to live in? A world in which men reluctantly have to admit that they have already tried that same pick-up line on another girl across the bar? Please, just let us shamelessly repeat ourselves without having to openly admit it. References: Soff, L.C. (2017). Self-plagiarism, Univers 54(11), pp. 27

13 april 2017


28

Waar is Univers?

door Leanne Soff fotografie Jack Tummers

dagboek van een eerstejaars (… vervolg...)

E

en lamp schijnt in mijn gezicht wanneer ik mijn ogen open. Ik knijp ze onmiddellijk weer dicht en hoor een stem zeggen: “Voorlopig in bed blijven en geen alcohol.” Daarna hoor ik mijn vriend zeggen: “Dank u wel, dokter.” Vriend? Dokter? “Wat doe jij hier, Dennis?” vraag ik mijn vriend. Ik open mijn ogen. Ik lig in mijn kamer, op mijn bed, onder de dekens. Ik heb mijn kleren nog aan. “Je stond urenlang te schreeuwen in de mensa. De universiteit heeft mij gebeld. Je hebt veel mensen bang gemaakt. Gaat het, Welmoed?” vraagt mijn vriend. Uit het feit dat Dennis me met mijn naam aanspreekt maak ik op dat het *serious business* is. Meestal noemt hij me ‘poepie’ of ‘scheet’. Vreselijk. “Ik weet het niet Dennypenny,” zeg ik. Ik voel me overigens best uitgerust. Volgens mij heb ik in tijden niet zo lang geslapen. Dan, het is altijd weer een verrassing, bonkt de muziek van mijn buurmeisje door de muur tussen onze kamers. Ik kijk naar Dennis en vraag of hij iets voor me wil doen. “Alles, Welmoed,” zegt hij. Ik knik in de richting van de hamer op mijn nachtkastje en vraag of hij een paar keer op de muur wil bonken. “Zelf heb ik er de kracht niet voor,” zeg ik. Terwijl Dennis op mijn muur hamert, harder dan ik zelf zou doen – ik doe het op een manier zodat er géén gaten ontstaan, zie ik op mijn klok dat ik het eerste college nog kan halen. Ik ben immers al aangekleed. 13 april 2017

In De Pont Een museum als De Pont kun je niet doorlopen zonder dat iemand verontwaardigd roept dat hij het merendeel van de kunstwerken zelf ook had kunnen maken. Zo zal menig aanschouwer van deze cirkel van kalksteen wellicht hetzelfde denken. Stenen in een cirkel, dat kan ik ook. Maar eerlijk is eerlijk, het zal die cirkel worst wezen. Die ligt daar gewoon, zonder zich wat aan te trekken van jouw verontwaardiging. Die woede, die verontwaardiging die je op de steen loslaat, is die niet eigenlijk gericht op jezelf? Ben je niet diep vanbinnen jaloers dat die steen daar ge-

woon mag liggen, zonder enige verplichtingen of verwachtingen? En dus kun je boos zijn op dit Franse kalksteen, of je kunt er een voorbeeld aan nemen. Wees als de steen. Laat het je allemaal worst wezen. Tentamenstress, deadlines, papers, het kan die steen niets schelen. Waarom jou dan wel? Mijn advies: ga op een druilerige donderdagavond (met gratis toegang van 17:00 tot 20:00) gewoon eens even naast de cirkel liggen. Wordt één met de stenen en laat al je zorgen van je afglijden. Kan geen therapeut tegenop.

Manipulatie door de politie verwacht je niet in een kroeg. Toch kregen psychologiestudenten in Klein Café Van Horen Zeggen kroegcollege over po ielat ipu an litionele m technieken. Hopelijk w hoeven ze hun nieu is nn ke n ve or verw niet in de praktijk te brengen.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Univers 11. No Fear! by Redactie Univers - Issuu