Skip to main content

Stoeien met je scriptie

Page 1

Onafhankelijk magazine Tilburg university

jaargang 54 | 23 maart 2017 #10

Stoeien met je scriptie

Stratumseind 2.0

Voor iedere kroeg een camera

Night owls

The university after dark


2

In deze Univers

05

11

Stoeien met je scriptie

Arrestatie oud-decaan

Het schrijven van een scriptie verloopt niet altijd vlekkeloos. Steeds meer studenten klagen over slechte begeleiding. Waar gaat het mis?

Oud-decaan Arie de Ruijter en twee andere verdachten zijn aangehouden door de FIOD. De Ruijter heeft promotiebonussen laten uitkeren aan familieleden.

17

23

Voor iedere kroeg een camera

Night owls

Op het Stratumseind wordt iedere stap die je zet vastgelegd. Goed voor de veiligheid, maar hoe zit het met de privacy? Maša Galič waarschuwt voor blind vertrouwen in technologie. OVERIGE ARTIKELEN 9 Opinie: De universiteit moet zich bewijzen 12 Scriptiebureaus: wat mag wel en wat mag niet? 26 Russian students about Putin

23 maart 2017

Some students like to study when it’s dark. Neuropsychologist Geert van Boxtel explains why being nocturnal in a world that favors morning people isn’t always easy.

RUBRIEKEN 4 En Passant 4 Commentaar 10 I-con 10 Wazda? 14 Beeldend 16 De vijf van Eijff 21 Wè nou? 21 Wat heb je nu geleerd? 22 Masterscriptie

22 Over de schutting 28 Dagboek van een eerstejaars 28 Waar is Univers? 28 Briefkaart COLUMNS 3 Luuk Koelman 13 Tom Grosfeld 20 Henk Strikkers 26 Leanne Soff


3

Van de redactie No stars just talent Als je peanuts betaalt krijg je monkeys aan de top, zeggen mijn VVD vrienden. Zij vinden dat elke normering van topsalarissen de kwaliteit van de topman tegenwerkt. Decanen Stapel en De Ruijter werden hier op de uni met riante salarissen als sterren binnen gehaald. Wat er geregeld kon worden qua extra’s en faciliteiten, werd geregeld. Nu zitten we met de gebakken peren, wetenschapsfraude en financiële fraude. Ik ben ervoor dat de uni zich strak aan de Wet Normering Topinkomens houdt, de vroegere Balkenendenorm. Als je teveel betaalt haal je juist graaiers en statusjagers binnen.

Het is niet eerlijk!

Meer over De Ruijter op pagina 11

De totale studieschuld van alle (oud-)studenten in Nederland bedraagt 17,9 miljard euro, meldt het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). Het bedrag loopt rap op. Nu al heeft tweederde van alle studenten na afloop van zijn studie een schuld bij de overheid van gemiddeld 15.000 euro. Dat is bijna tweemaal zoveel als tien jaar geleden.

Francine Bardoel, hoofdredacteur f.bardoel@uvt.nl

Poll

zou jij als vwo’er al colleges kunnen volgen?

42%

Jazeker, leeftijd is maar een getal 61 stemmen

32%

Nee, voor mijn 18e was ik nog niet slim en gedisciplineerd genoeg 46 stemmen

26% Misschien wel, ja 38 stemmen

Totaal: 145 stemmen

Stemmen op de volgende poll kan op Universonline.

colofon

column Luuk Koelman

Univers #10 23 maart 2017

Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Marjolein Schalk Productie Prisma­ Print Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 11 van jaargang 54 verschijnt op 13 april 2017 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Francine Bardoel (hoofdredactie), Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Laura van Gelder, Nathan de Groot, Tom Grosfeld, Luuk Koelman, Jeroen de Leijer, Yannick Maas, Joubert Pignon, Daan Rutten, Marjolein Schalk, Bart Smout, Leanne Soff, Henk Strikkers, Ton Toemen, Jack Tummers, Ron Vaessen, Marga Walsh.

17,9 miljard euro. Dat zijn 7,2 miljard biertjes, moppert het ISO. Niet eerlijk! Bovendien krijg je met een studieschuld minder makkelijk een hypotheek. Ik vind dat een vreemd argument. Je studie vergroot juist je kans op een hoger salaris en dus op meer hypotheek. Ik bedoel: alsof je zonder die studie dat huis wel had kunnen kopen. Trouwens, wat is het verschil tussen lenen voor je woning en lenen voor je studie? Waarom is het één wel volkomen normaal en het andere niet? Jeetje, heb je 15.000 euro minder te besteden. Dan maar geen nieuwe badkamer. Gelukkig is er ook goed nieuws: studeren en een eigen huis gaan prima samen! Laatst zat ik met een student in de kroeg. Hij leent maximaal, legde hij me uit. Niet voor zijn studie, want die betalen zijn ouders. Door maximaal te lenen, spaart hij alvast voor het kopen van een huis. Eerst begreep ik hem niet, maar hij rekende het me voor. Als oud-student heeft hij straks 35 jaar de tijd om zijn schuld af te lossen. Bovendien is de rente op zijn lening (die niet wordt geregistreerd bij het BKR) de komende jaren slechts 0,01 procent. En mocht in de toekomst iets faliekant misgaan, dan is het altijd mogelijk de terugbetaling tijdelijk op te schorten. Daar kan geen hypotheek tegenop! De student grijnsde van oor tot oor en ik wist: geen wonder dat die zogenaamde studieschulden in rap tempo oplopen. Het is niet eerlijk!

23 maart 2017


4

En passant Commentaar

Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? In het Cognitive Neuropsychology lab is onderzoeksassistent Frouke de Schipper druk in de weer met buisjes en een groene gelsubstantie. “Ik werk mee aan een EEG-onderzoek” vertelt ze, al wijzend naar een klein schermpje, waarop een proefpersoon met een hoofd vol elektroden te zien is. “De gel zorgt voor betere geleiding, met al het haar ertussen is dat wel nodig.”

Stoel & trap Is de moed je na een verschrikkelijk tentamen weer eens in de schoenen gezakt? Dan kun je je studerende medemens altijd vragen of ze je op deze stylish trapbrancard naar beneden kunnen helpen. Ook uitermate geschikt voor huilen in de foetushouding.

Muur & klad Niets beter dan eens lekker rebels een pilaar bekladden. Toch wordt de druk sommigen als puntje bij paaltje komt te groot. Een scheldwoord is de beschaafde student te grof, de eigen naam verbreekt de anonimiteit. De rebelse student komt niet verder dan enkel de datum neerkladden. Een treurig aanzicht. Jezus & universiteit Over het algemeen weet Tilburg Universiteit haar nog altijd katholieke achtergrond goed te verbergen. Toch komt Jezus af en toe een kijkje nemen. Gewoon, om te zien of we hem niet vergeten zijn. De hemel brak er spontaan van open.

23 maart 2017

Betutteling Ook nieuwsgierig hoe de nieuwkomer eruit gaat zien? Nu de verkiezingen achter de rug zijn en de formatie is begonnen, zal er een nieuwe minister van OCW komen. Dan is het dag Jet Bussemaker. Wat zal de nieuwe minister brengen en wat hebben universiteiten en studenten te wensen? De basisbeurs terug. Die wens zal bij veel studenten bovenaan het lijstje staan. Maar met een regering waarvan het blok waarschijnlijk door VVD en D66 wordt gevormd, beide voorstanders van het leenstelsel, lijkt die kans klein. Dan maar de aalmoes die D66 voor de verkiezingen uit de hoge hoed toverde: de hele week gratis reizen. Het goede nieuws is dat er onder de nieuwe regering waarschijnlijk meer geld naar de universiteiten gaat. Vrijwel iedere partij wil investeren in onderwijs. Mooi, maar wat zou het fijn zijn als dat extra geld zonder malle restricties komt. De afgelopen jaren zuchtten universiteiten onder prestatieafspraken, excellentielabels of de zogenaamde innovatiecontracten. Voor iedere cent die de universiteit extra krijgt, wordt de halsband strakker aangetrokken. Het gevolg is een vorm van betutteling, waarbij universiteiten achter van bovenaf gestelde doelen aanrennen waarvan het nut niet altijd wordt ingezien. Ook onder studenten werkt deze cultuur door. Het gaat erom zo snel mogelijk alles keurig af te vinken. Niet teveel twijfelen en treuzelen, dat kost geld. Een nieuwe minister van OCW die universiteiten vooral met rust laat. Dat zou nog eens een verademing zijn. Stop de betutteling en haal die halsband eraf. Want wie diep wil graven, heeft de ruimte nodig.


5

leestijd

8

minuten

Stoeien met je scriptie

Tekst Tom Grosfeld en leanne soff illustraties marjolein schalk

Het schrijven van een scriptie vereist een constructieve samenwerking tussen student en docent. Deze samenwerking verloopt niet altijd even vlekkeloos. Steeds meer studenten trekken aan de bel. Waarom levert dit proces zoveel moeilijkheden op?

A

ls student ben je zelf verantwoordelijk voor het behalen van je diploma. Een scriptie schrijven is absoluut geen gemakkelijke opgave, maar hoort wel de bekroning op je studie te zijn. Studenten worden dan ook intensief begeleid in dit traject. Althans, dat is de algemene aanname. Veel studenten vinden namelijk dat de begeleiding te wensen overlaat. Veelvoorkomende problemen zijn een trage start waarbij de student in het diepe wordt gegooid, een gebrekkige communicatie tussen docent en student, een student die vooral data verzamelt voor het onderzoek van de begeleider,

tegenstrijdige feedback of in het ergste geval helemaal geen feedback vanuit de begeleider. Het gevolg? Scriptie- en/of studievertraging en een slechte verstandhouding met de begeleider. Actie Kortom: het is tijd voor actie. Studentenfracties SAM en Front merken dat er steeds meer studenten klagen over scriptiebegeleiding. Fractie SAM heeft contact gehad met verschillende studieverenigingen en faculteitsraden en kreeg daar te horen dat zij steeds meer studenten met klachten over de vloer kregen. Romy van Limpt heeft namens Fractie SAM deze problemen aangekaart in de laatste Universiteitsraad. Ook

is de fractie bezig een platform te ontwikkelen dat de onduidelijkheid over het scriptieproces gaat wegnemen. “We merkten dat studenten vaak niet weten wat zij precies mogen of moeten verwachten van hun scriptiebegeleider,� zegt Van Limpt. Univers heeft net als de studentenfracties en studieverenigingen veel klachten van studenten binnengekregen. In dit artikel komen drie studenten aan het woord die slechte ervaringen hebben met het begeleidingsproces. Zij wensten alle drie anoniem te blijven. Ook spreken we Ruud Koolen, docent aan Humanities, over zijn ervaring met het scriptiebegeleidingsproces.

Scriptiebegeleiding Karel Ik heb afgelopen semester mijn scriptie geschreven en het begon redelijk voortvarend. In november vertelde mijn begeleider dat het helemaal goed ging komen. Hij had wel wat verbeterpuntjes, maar als ik dat aanpaste koerste ik op de 6,5 of 7,5 af. Dat schept natuurlijk vertrouwen. Een poos later zat ik met mijn tweede lezer rond de tafel om over mijn verdediging te praten. Toen vertelde hij ineens dat ik een extra feedbackmoment kreeg in plaats van de verdediging, want het was nog geen voldoende. Dat voelde als een klap in mijn gezicht, aangezien mijn scriptiebegeleider altijd zeer positief is geweest. Uiteindelijk wil ik natuurlijk zelf ook een goed product afleveren, dus heb ik met mijn tweede lezer een document met feedback samengesteld. Daar ben ik flink mee aan de slag gegaan en beide partijen

hadden veel vertrouwen in een goede afloop. Uiteindelijk heb ik alles ingeleverd en kreeg ik de bevestiging van mijn tweede lezer (mijn begeleider was onbereikbaar, bleek later dat hij in het buitenland zat) dat mijn verdediging 16 januari ging plaatsvinden. Dat verliep best goed en ik kon bijna alle vragen goed van repliek bedienen. Ik schrok dan ook erg toen ik hoorde dat ze besloten hadden de stekker eruit te trekken. Op basis van mijn document konden ze me geen voldoende geven. Dus ik vraag me dan sterk af: waarom moest ik op verdediging komen? Dat vond ik niet erg chic. Uiteindelijk heb ik voor deze zomer een afstudeerscriptie geregeld bij een zeer groot en prestigieus bedrijf, dus barst ik weer van de motivatie om er vol voor te gaan, maar dat heeft wel wat tijd gekost. >>

23 maart 2017


6

Scriptiebegeleiding Tessa Tijdens het schrijven van mijn scriptie werd mijn begeleider ziek, waardoor ik na een maand of twee een nieuwe begeleider aangewezen kreeg. Alles verliep voorspoedig, maar vanaf dat moment werd de voorspoed ingeruild voor tegenspoed. Tijdens de eerste afspraak met mijn nieuwe begeleider merkte ik dat hij mijn thesis (inleiding en theoretisch kader) niet gelezen had. Daar had ik begrip voor: het is immers een hoop werk om ineens een aantal studenten te moeten begeleiden. Helaas kwam er geen verandering in de situatie. Ik had inmiddels al mijn data verzameld en mijn experimenten afgerond. Ik stuurde toen een mail om een afspraak te maken voor het bespreken van mijn analyses. Drie weken en twee herinneringsmails later konden we eindelijk mijn analyses bespreken, die hij nog niet had bekeken. Toch had hij een aantal dingetjes opgenoemd die ik anders moest doen. De volgende afspraak kwam ik terug met de mededeling dat ik dacht dat zijn feedback niet klopte. Hier gaf hij me gelijk in. Het bleek dat mijn analyses al de hele tijd goed waren, in tegenstelling tot wat hij de afspraak ervoor beweerde. Inmiddels was het al 2 juni en zag ik het afstuderen aan mijn neus voorbij gaan. Omdat ik nog wat vragen had over mijn analyses, een essenti-

eel onderdeel van mijn scriptie, wilde ik nog een keer afspreken voordat ik begon te schrijven aan mijn conclusie. Na enig mailcontact verscheen ik op zijn kantoor. Was hij de afspraak compleet vergeten en niet op de hoogte van mijn vragen. Een saillant detail: hij stelde zelf voor om af te spreken en mijn vragen had ik in meerdere mails uitgewerkt. Ik kon dus weer naar huis. Toen schreef ik hem een nette mail waarin ik vertelde dat ik op iets meer aandacht en antwoorden vanuit zijn kant had gehoopt. Als reactie kreeg ik terug dat mijn toon ongepast was en dat hij me niet meer wilde begeleiden. Het was niet mogelijk een andere scriptiebegeleider te nemen, dus heb ik hem een excuusmail geschreven (waar ik totaal niet achter stond) en hierna wilde hij me weer begeleiden. Ik heb toen wederom een uitgebreide mail gestuurd met mijn vragen, waar hij zes (!) weken later op reageerde. Dat was eind juli, de eerste keer dat hij mijn scriptie gelezen had. Hierna kon ik mijn scriptie afronden, net voordat het nieuwe collegejaar begon.

Scriptiebegeleider Ruud Koolen

‘Ik vind het niet gek dat er geklaagd wordt’ Ruud Koolen geeft les op Tilburg University. Hij is onderdeel van de LCC-onderzoeksgroep van het Tilburg center for Cognition and Communication. Momenteel houdt Koolen zich vooral bezig met de invloed van visuele perceptie (wat je ziet) op taalproductie (wat je zegt). Hoe zijn jouw ervaringen met scriptiebegeleiding? Ik heb daar wel goede ervaringen mee. Ik steek veel tijd en moeite in het begeleidingsproces. Docenten krijgen hier 20 uur per bachelorscriptie per student. Je hoopt dan dat die scriptie goed geschreven is zodat je kunt focussen op de inhoud. Ik vind het namelijk best lastig om door een matige structuur heen te lezen, maar als ik dat ook moet corrigeren ga ik ongetwijfeld over mijn tijd heen. Een belangrijke factor is hoeveel studenten je begeleidt. Als dat er te veel worden, krijg ik daar wel stress van. Maar dat hangt altijd samen met je onderwijstaken: geef je veel vakken, begeleid je minder scripties. Kun jij je voorstellen dat voor sommige docenten het begeleiden van een scriptie geen prioriteit is? Ja, zeker. Scriptiebegeleiding valt onder je onderwijstaak. Maar het voorbereiden en geven van college is altijd urgenter dan het begeleiden van een scriptie. Je moet dus goed plannen als docent.

23 maart 2017

Veel studenten klagen over slechte scriptiebegeleiding. Hoor je weleens verhalen van docenten die hun studenten ondermaats hebben begeleid? Ik hoor weleens verhalen van docenten die een week wachten met het beantwoorden van hun mail. Dat vind ik wel slecht. Afgelopen zomer was ik tweede lezer bij een scriptie van een bachelorstudent. Haar begeleider zou die zomer de universiteit verlaten en was druk bezig met zijn proefschrift, die hij in de zomer zou verdedigen. Daar lag zijn prioriteit. Die student kwam via de vertrouwenspersoon bij mij terecht, omdat ze niets van hem hoorde. Als ze langsging was hij er niet, hij reageerde niet op mails of zei dat hij geen tijd had en ze kreeg ook geen feedback. Ik heb dat toen opgepakt en dan steek je natuurlijk ergens tijd in waar je eigenlijk geen tijd voor krijgt vanuit de universiteit. Dat is wel een duidelijk geval waar het echt misging. Die student volgt nu een master en zegt ook dat ze nu niet meer voor het meest interessante onderwerp gaat kiezen, maar voor een begeleider die tijd en moeite in het scriptiebegeleidingsproces gaat steken. Dat wil je natuurlijk niet als universiteit. Een student moet een onderwerp kiezen waar hij of zij passie voor voelt, dan heb je ook de meeste kans op een goed eindresultaat. Wat denk jij dat de reden is dat het begeleiden van scripties bij sommige docenten structureel fout gaat? Ik denk dat ze te druk zijn met andere dingen.

De primaire taak van een docent is onderwijs geven. Maar als wetenschapper is onderzoek doen het belangrijkste. Ik denk dat docenten die het minste tijd steken in begeleiding, het meeste tijd steken in onderzoek doen. Dat is namelijk het beste voor hun cv. Ik hoor van iedere universitair docent dat ze worstelen met het feit dat ze veel onderwijstaken hebben die altijd het meest urgent zijn en dat ze tegelijkertijd onderzoek moeten doen, want ze worden afgerekend op publicaties. Als je in de weer bent met scripties van studenten, kost dat je onderzoekstijd. Alle tijd die je als docent niet in


7

scriptiebegeleiding steekt, kun je in onderzoek steken. Dat is goed voor je publicatielijst, handig als je een onderzoeksbeurs wilt aanvragen of als je naar een prestigieuzere universiteit wilt. Publicaties zijn uiteindelijk het belangrijkste voor een wetenschapper, maar onderwijs is op korte termijn zeer belangrijk. Je moet de juiste balans vinden. Nog iets: bij onze opleiding schrijven studenten zich in op een onderwerp. Maar het komt voor dat een vakgebied van een docent geen populair onderwerp onder studenten is, waardoor hij dus studenten begeleidt die een ander onderwerp

gekozen hebben dan zijn vakgebied. Die docent wordt dus gedwongen scripties te begeleiden die niet binnen zijn onderzoek- of interesseveld liggen. Dan wordt de motivatie een stuk lager. Als je studenten hebt die binnen jouw vakgebied onderzoek doen, kan je de data die zij verzamelen ook zelf gebruiken. Ik heb ooit studenten gehad die data verzamelden die ik vervolgens zelf kon presenteren op een conferentie. Dat kwam dus direct mijn onderzoek ten goede. Als dat niet zo is, moet je onderwerpen begeleiden waar je geen hart voor hebt. Dat is niet goed voor de motivatie.

Vind je het verrassend dat zoveel studenten klagen over de scriptiebegeleiding? Ik vind het niet gek dat er af en toe geklaagd wordt. Ik denk dat het heel vaak goed gaat, maar het kan soms zo zijn dat het niet werkt tussen de docent en student. Dat kan ook andersom zo zijn. Als je als docent merkt dat de student halfbakken werk inlevert en niet zijn best doet, moet ik bekennen dat mijn motivatie ook wat lager wordt. Samenwerken met een gemotiveerde student is natuurlijk altijd het fijnste en dan verloopt het proces ook vaak soepel. >>

23 maart 2017


8

‘Telkens vroeg mijn begeleider: zeg het eens, wat was je onderzoeksvraag ook alweer?’ Scriptiebegeleiding Joep Ik was tijdens onze eerste ontmoeting al met stomheid geslagen. We komen binnen en onze scriptiebegeleider vraagt wat we willen onderzoeken. Wij hadden ons van tevoren ingeschreven op een onderwerp, zeiden we. Maar de begeleider vond dat niet zo belangrijk. Als het maar iets was waar hij een beetje verstand van had. Dat vonden we best prima, maar het zorgde er wel voor dat het een maand duurde voordat er een beetje richting werd gegeven aan de thesis. Hierna ging onze begeleider drie weken naar het buitenland en zou hij zijn mail sporadisch lezen. In de maanden hierna had ik verschillende meetings met mijn begeleider. Telkens als ik binnenkwam vroeg mijn begeleider: zeg het eens, wat was je onderzoeksvraag ook alweer? Hij was dan vergeten om welk onderzoek het ging en dan moest ik dat telkens uitleggen. Ook moest ik hem herinneren welke opdracht hij mij gegeven had voor de huidige meeting. Vaak kwam er dan meteen een nieuwe suggestie en was datgene wat ik had gedaan in de afgelopen weken niet meer nodig.

Een poos later had ik een conceptversie afgekregen. Ik kreeg als feedback dat het een aardig begin was, maar dat ik er nog lang niet was. Ik kon een face2face meeting plannen of een skypemeeting. Ik wilde een F2F natuurlijk, maar dat ging op het laatste moment niet meer door. Op de vraag of skype nog wel kon, kreeg ik geen reactie. Toen heb ik al mijn vragen maar gemaild. Vooral over de statistiek was veel onduidelijkheid bij mij. Ik kreeg een mail terug met alleen twee linkjes met webpagina’s over statistiek. Met andere woorden: zoek het maar uit. Ik heb toen hulp gevraagd aan een PhD-student die mijn dataset ging bekijken. Bleek dat het model dat mijn scriptiebegeleider had voorgesteld, totaal niet geschikt was voor mijn data. Nu heb ik op persoonlijk gebied totaal geen problemen gehad met mijn scriptiebegeleider, maar hij had het zo druk dat het onmogelijk was om van hem sturing te krijgen, of om van een scriptiebegeleider te spreken. Ik stond er grotendeels alleen voor, wat zorgde voor enorm veel stress. Ook hoorde ik pas in de week voordat ik aan mijn Master zou beginnen of ik mijn thesis gehaald had of niet.

De namen van de geïnterviewde studenten zijn gefingeerd, maar wel bekend bij de redactie. 23 maart 2017


9

Opinie

leestijd

3

minuten

tekst Henk Garretsen en Dike van de Mheen fotografie dolph cantrijn

Universiteit moet zich bewijzen

F

Van universiteiten wordt terecht geëist dat ze maatschappelijk relevanter moeten worden. Tegelijkertijd wordt door wereldleiders als Donald Trump een oorlog tegen de wetenschap gevoerd. Wat dat betreft is het vijf voor twaalf. De wetenschap zal meer dan ooit moeten bewijzen dat ze waarde heeft voor de samenleving, schrijven Henk Garretsen en Dike van de Mheen.

undamenteel onderzoek en onderwijs zijn kerntaken van universiteiten en moeten dat altijd blijven. Er is een groeiend besef dat de zogenaamde valorisatie - het beschikbaar maken van kennis voor de praktijk - een derde kerntaak is. Maar dit wordt nog niet breed gedeeld, en al zou dat wel zo zijn, dan nog zijn we er bij lange na nog niet. Door universiteiten ontwikkelde kennis en producten zijn vaak niet goed bruikbaar in de praktijk. In principe wel bruikbare kennis en producten worden vaak niet goed naar de praktijk gebracht of daar niet goed opgepikt. De universiteit heeft onvoldoende kennis van de praktijkcontext. En, belangrijker, bij de huidige valorisatie blijft het veelal eenrichtingsverkeer - de universiteit ontwikkelt iets voor de samenleving zonder voldoende te weten wat de samenleving zelf wil, waar men nu echt behoefte aan heeft.

Henk Garretsen laat kinderen luisteren naar de hartslag bij een college op de Kinderuniversiteit

Een bijdrage leveren aan oplossingsrichtingen voor maatschappelijke uitdagingen blijft zo zeer gebrekkig. De universiteit was eerst alleen gericht op onderwijs (eerste generatie), daarna op onderwijs en onderzoek (tweede generatie) en de huidige universiteit is gericht op onderwijs, onderzoek en valorisatie (derde generatie). Maar de maatschappelijke uitdagingen en het tempo waarin deze zich ontwikkelen vragen om veel meer. Een dynamische en open innovatie samen met de praktijk, is essentieel. Maarten Steinbuch van de TU Eindhoven spreekt in dit verband heel mooi van het groeien naar een vierde generatie universiteit. In een vierde generatie universiteit moet het wat ons betreft gaan om een universiteit die naar buiten reikt en dan gaat het om veel meer dan alleen het beschikbaar maken van kennis vanuit de universiteit voor de praktijk. Het moet gaan om een dynamische en open innovatie waarbij wetenschappers deels buiten de universiteit werken en professionals deels erbinnen. Het moet gaan om werken in interdisciplinaire teams. De huidige maatschappelijke uitdagingen zijn immers al lang niet meer vanuit een discipline aan te vliegen. Het moet gaan om een gezamenlijk aanpakken vanuit universiteit en praktijk, op basis van volstrekte gelijkwaardigheid. De manier om dit structureel te kunnen doen lijkt het vormen van duurzame partnerships tussen de universiteit en de praktijk. Er moeten ‘ontmoetingsruimten’ zijn waarin partijen elkaar vinden. Binnen Tilburg University is nu met Tranzo vijftien jaar ervaring opgedaan met dergelijke partnerships. In twaalf zogenaamde academische werkplaatsen en kennisnetwerken wordt op het gehele terrein van zorg en welzijn door praktijk en universiteit gezamenlijk, duurzaam, gewerkt aan kennisontwikkeling en kennisuitwisseling. Wetenschappers werken buiten de universiteit en professionals werken binnen de universiteit in interdisciplinaire teams. De werkplaatsen worden door de universiteit en door de vele partners uit de praktijk zeer positief gewaardeerd. Deze of een soortgelijke vorm van werken is pure noodzaak om als universiteit maatschappelijk meer relevant te zijn. Naast onderwijs, fundamenteel onderzoek en traditionele valorisatie is het noodzakelijk dat de universiteit duurzame partnerships vormt met de praktijk. Universiteiten kunnen zo een betere bijdrage leveren aan oplossingsrichtingen rond de grote maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan! Henk Garretsen was voorzitter van Tranzo. Hij wordt opgevolgd door Dike van de Mheen.

23 maart 2017


10

I-con

Wazda

speech 2 0 25

Term: Speech2025 Vindplaats: Website Tilburg University

naam Jacco Tiggelman opleiding Data Science leeftijd 25 jaar Waar zou je eerder aan deelnemen: Temptation Island of Adam zoekt Eva? Temptation Island, want ik heb een vriendin. Ik denk dat ik die 10 dagen met vlag en wimpel zou doorstaan. Van welke BN-er zou jij een gastcollege willen volgen? Maarten van Rossem. Hij is grappig, slim en bijdehand. Maar kan ook ongelooflijk saai zijn. Ik twijfel wel of ik in slaap val of juist enorm geïnteresseerd blijf. Wat is je lievelingsplek op de campus? De koffiecorner in M. Waar stoor jij je het meest aan in college? Overactieve studenten die steeds vragen stellen, maar ook aan docenten die slecht Engels spreken. Of die veel ‘huiswerk’ meegeven. Hoe ga jij tijdens de verkiezingen op Tilburg University SAM en Front ontwijken? Zeggen dat ik al op ze gestemd heb. Of gewoon een week thuisblijven. Welke taal wil je nog leren? Italiaans en Spaans. Kan ik eindelijk een keer romantisch overkomen. En misschien ga ik er wel beter van koken. Je staat in de kroeg, het is 03.00 uur en je hebt nog vijf euro. Haal je twee bier of ga je eten? Ik sprokkel nog drie euro en haal een grote kapsalon. Je geeft een rondje en krijgt 10 euro te veel terug van de barman. Wat doe je? Normaal zou ik het wel teruggeven, maar als ik bezopen ben haal ik zeker nog een extra rondje.

23 maart 2017

Managementtaal, turbo-Tilburgs of professorengepruttel. In de rubriek Wàzdà? duidt ex-campusdichter Nathan de Groot maandelijks een bijzondere term die gebruikt wordt op de universiteit. a) Een speech van 2025 woorden b) Een project van cabaretier Johan Fretz c) Een wachtwoord van het college Supply Chain Management II d) Een evenement over de toekomst van de universiteit Een professor communicatiegeschiedenis aan Tilburg University publiceerde afgelopen woensdag een bijzonder onderzoek. Op basis van big data blijkt dat de beste duizend speeches uit de wereldgeschiedenis een gemiddelde lengte hebben van 2025 woorden. Saillant detail: zijn eigen onderzoek bevatte 10.347 woorden en blijft derhalve onderbelicht in de media. Het had gekund, maar logischer is wellicht de link naar cabaretier Johan Fretz die het boek Fretz 2025 schreef. Hierin doet de retorisch begaafde hoofdpersoon een poging de volgende minister-president te worden in het jaar 2025. Over acht jaar weten we of speech2025 inderdaad op een onvergetelijke toespraak slaat die ons allen nog te wachten staat. Het zou ook al realiteit kunnen zijn, maar dan als degelijk wachtwoord. De slides van het college Supply Chain Management II schijnen verzegeld te zijn middels een wachtwoord. Zo hoopt de docent dat alleen studenten die aanwezig waren bij de hoorcolleges de slides kunnen raadplegen. Nu liggen de dia’s mogelijk op straat, al zul je net zien dat het wachtwoord is aangepast wanneer jij probeert in te loggen. Nee, toch is D het juiste antwoord. Met veel tromgeroffel werd 9 maart een evenement georganiseerd waarbij studenten, onderzoekers, alumni en medewerkers meedachten over de toekomst van de universiteit. De ideeën dienen als input voor het Strategisch Plan. Of als strategische afleiding van mogelijke kritiek op de toekomstplannen. Bij bezwaar geldt wel vaker: speech nu of zwijg voor altijd.


11

leestijd

3

minuten

Tekst francine bardoel fotografie ton toemen

Arrestaties vanwege fraude oud-decaan Het Openbaar Ministerie meldt dat oud-decaan Arie de Ruijter en twee andere verdachten zijn aangehouden door de FIOD onder leiding van het Functioneel Parket. Met De Ruijter zijn ook een vrouw van 40 en een man van 46 aangehouden.

D

e verdachten werden drie dagen vastgehouden en zijn inmiddels weer vrijgelaten. Wel blijven ze verdacht en wordt het strafrechtelijk onderzoek voortgezet. Het onderzoek werd geopend naar aanleiding van de aangifte door de Tilburgse universiteit medio april 2016 tegen voormalig TSB en TSH-decaan Arie de Ruijter. Die zou zich in zijn functie schuldig hebben gemaakt aan fraude, verduistering en valsheid in geschrifte. Over deze zaak zijn Kamervragen gesteld door SP Kamerlid Jasper van Dijk. De drie weken die staan voor beantwoording van Kamervragen, zijn al verstreken.

aangifte naar aanleiding van een onderzoek uitgevoerd door bedrijfsrecherchebureau Hoffman. In het radioprogramma verdedigde De Ruijter zich door te stellen dat hij toestemming kreeg van de universiteit om hulp in te schakelen van externe partijen om hem te ontlasten omdat hij het te druk had met zijn nevenwerkzaamheden. Hij vindt dat hij de universiteit een dienst bewees door zoveel buitenpromovendi te laten promoveren. Nevenwerkzaamheden De Ruijter was verplicht om zijn nevenwerk-

zaamheden op te geven aan zijn leidinggevenden, het College van Bestuur. Daarnaast was De Ruijter verplicht om zijn nevenwerkzaamheden openbaar te maken op zijn Webwijspagina. Die pagina is echter niet geüpdate sinds 2008, hoewel de publicatie van de politieacademie in 2012 wel automatisch is geïndexeerd. De lectorale reden die Arie de Ruijter gaf voor de politieacademie staat op YouTube en ook van optredens van De Ruijter voor het NCDO staan verschillende filmpjes op YouTube. Zijn nevenfuncties waren dus openbaar bekend. Daarnaast heeft elke werknemer van Tilburg University één keer per jaar een Resultaat en Ontwikkelingsgesprek met zijn of haar leidinggevende. In dit geval dus Arie de Ruijter met de rector magnificus en de collegevoorzitter (de eindverantwoordelijke). In dit gesprek zit de vaste verplichte vraag over nevenfuncties, die gesteld had moeten worden volgens de Nederlandse gedragscode wetenschapsbeoefening, die ook Tilburg University ondertekend heeft.

Bonussen De Ruijter, in 2010 nog benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau, was decaan van de Humanities-faculteit gedurende de periode 2007-2015. Daarnaast bekleedde hij verschillende nevenfuncties, zoals voorzitter van de commissie die de militaire missie naar Uruzgan evalueerde en lector aan de Politieacademie. De grootste nevenfunctie was fulltime directeur van het NCDO, een centrum voor ontwikkelingssamenwerking. De Ruijters vrouw, Selma van Londen, werkte ook op Tilburg University, als studentenbegeleider bij TSB. Zij kwam tegelijk met De Ruijter in dienst van deze universiteit. Zaterdagmiddag 18 februari bracht radioprogramma Argos aan het licht dat Tilburg University aangifte tegen hem had gedaan: hij zou promotiebonussen hebben laten uitkeren aan schoonheidssalon I’Solo Tisera en het bureau Thoben Research & Consult, beiden in handen van familieleden. De universiteit deed deze

Arie de Ruijter en zijn vrouw Selma van Londen bij een lustrum van de Vrienden van Cobbenhagen

23 maart 2017


12

leestijd

4

minuten

Scriptiebureaus Tekst yannick maes illustratie marjolein schalk

wat mag en wat mag niet?

A

Het schrijven van een scriptie gaat voor sommigen van een leien dakje, voor anderen is het een ware nachtmerrie. Gelukkig komt hulp bij het schrijven van scripties in vele vormen en maten. Wat mag en wat niet?

an het eind van je Bachelor of Master is het tijd om aan te tonen dat je alles wat je geleerd hebt, ook daadwerkelijk in de praktijk kan brengen. Je schrijft je in voor een onderwerp en hoopt op een goede begeleider. Niet veel later zit je tot in je nek in het literatuuronderzoek, probeer je een experiment op te tuigen, of ben je al je Facebookvrienden aan het lastigvallen met surveys en vragenlijsten. Als dat vervolgens allemaal een beetje mee zit, sta je een half jaartje later met een alumni-speld, een roos en je felbegeerde diploma op de foto bij de Tilburg University-selfiespot naast de Starbucks.

In een ideale wereld kost het hierboven beschreven proces je een half jaartje van je tijd, veel stress en een paar slapeloze nachten. Als het allemaal tegen zit kan het hele scriptietraject een zwaardere kluif zijn. Wellicht heeft je begeleider te weinig tijd voor je, ligt het onderwerp je niet of heb je er simpelweg te weinig moeite in gestoken. Wat de reden ook is, hulp is er in alle vormen en maten te vinden. Vrienden of studiegenoten om hulp vragen ligt voor de hand, maar ook op internet is er genoeg aanbod voor de wanhopige scriptieschrijver. Een groot deel van dit aanbod bestaat uit professionele scriptiebureaus, die de afgelopen jaren als paddenstoelen uit de grond lijken te schieten. Op de campus struikel je over reclameposters van dergelijke bedrijfjes en een zoekopdracht op google levert bijna een miljoen hits op. Dat scripties inderdaad big business zijn, blijkt wel uit de website van de Kamer van Koophandel. Een snelle zoekopdracht levert daar meer dan 170 geregistreerde scriptie-bedrijven op. Wat voor hulp kun je krijgen? Met het aanbod van dergelijke bureaus zit het

23 maart 2017

dus wel snor. De grote vraag die rijst is uiteraard of het allemaal zomaar mag en in welke mate? Wanneer is het onschuldige hulp om je op weg te helpen en wanneer telt het als fraude? Het antwoord op deze vraag zal voor een groot deel afhangen van het soort ondersteuning dat je hebt ingeschakeld. Wat wordt er zoal aangeboden? En wat vooral niet? De service die de meeste bureaus aanbieden, is min of meer in twee soorten hulp onder te verdelen. Allereerst bieden veel van deze bedrijven een nakijkservice aan, waarbij de student het product aanlevert. Dat wordt vervolgens gecontroleerd op spelling, structuur opmaak en eventueel inhoud. Een beetje afhankelijk van het

formaat van je scriptie en de termijn waarbinnen je het terug wilt hebben ben je snel 80,- å 100,- euro kwijt. Bovendien biedt een enkeling vervolgens ook nog aan om het eindproduct door Ephorus te laten scannen, dezelfde plagiaatscanner die de universiteit gebruikt. Naast dergelijke nakijkservices bieden veel van deze bedrijven ook een heel begeleidingstraject aan, waarbij de student per uur betaalt en gedurende het hele proces feedback ontvangt. De rekening kan bij deze laatste variant overigens snel oplopen: ₏50 per uur ben je snel kwijt. Welke van beide varianten ondersteuning je ook kiest, onder het daadwerkelijke schrijven van


13

je scriptie lijk je niet uit te komen. Geen enkel scriptiebureau dat Univers benaderd heeft liet zich verleiden tot het eigenlijke schrijfwerk, ook niet na enig aandringen. Hoe handelt de universiteit? Betaalde scriptiehulp is er dus volop, maar mag het ook? Dat hier binnen de universiteit ook enige onduidelijkheid over bestaat, blijkt wanneer we contact opnemen met de examencommissies. De eerste reactie komt van de theologische faculteit. Bij monde van Jack de Mooij, secretaris van de commissie, laten zij weten ‘op de hoogte te zijn van het bestaan van dergelijke bureaus.’ De Mooij voegt hier aan toe dat ze niet de indruk hebben dat hun studenten dergelijke hulp gebruiken, en dat zijn commissie er derhalve geen uitgesproken standpunt over inneemt. Winnie Damsteegt, secretaris van de examencommissie van Humanities, verwijst ons door naar de onderwijscoördinatoren van de faculteit. Damsteegt legt hierbij uit dat externe scriptiebegeleiding geen zaak is van de eindexamencommissie tenzij deze hulp leidt tot overtreding van de regels. Zolang het dus niet leidt tot plagiaat of fraude, blijft de examencommissie buiten schot. Cathy de Waele, onderwijscoördinator bij de Tilburg School of Humanities bevestigt dit: “Binnen de universiteit hebben we het Scriptorium, daar verwijzen we studenten naartoe die moeite hebben met scripties of papers. Daar worden ze geholpen. Als ze toch extern hulp zoeken, is dat hun zaak. Wij hebben daar in principe geen problemen mee. We vertrouwen erop dat de student hierbij zijn gezond verstand gebruikt en op de hoogte is van de regels rondom fraude en plagiaat.” Bij de Tilburg School of Social and Behavioral Sciences handelen ze in lijn met Humanities. Roel Rutten, vice-voorzitter van de examencommissie van TSB, zegt desgevraagd ook geen principiële bezwaren tegen externe scriptiehulp te hebben. “In de eerste plaats raden we het Scriptorium aan, maar als studenten er voor kiezen om extern hulp te zoeken is dat niet per se een probleem. Hulp vragen bij het schrijven van scripties of papers is van alle tijden, of de hulp van medestudenten komt of van een extern bureau maakt hierin niet veel uit. Zolang het eigen werk blijft, heb ik geen bezwaren.” Wel waarschuwt Rutten hierbij voor bedrijven die adverteren met een ‘plagiaatcheck’. “Alles wordt hier op de universiteit tegen onze eigen database vergeleken, ik zou daarbij niet zomaar vertrouwen op de scan van een externe partij”.

column Tom Grosfeld student CIW

Rode kaart Je kunt op Tilburg University bestraft worden met een rode kaart. Niet als je iemand op de campus met gestrekt been doormidden zaagt, wel als je een croissantje eet in de bieb. Maar je krijgt niet alleen een rode kaart voor het overtreden van de regeltjes, nee, je kan al voor veel minder een rode kaart krijgen. Laatst nog: ik zit in de bieb te studeren en laat mijn laptop en notitieblok onbewaakt achter omdat ik naar de wc moet. Kom ik terug, staat daar een beveiligingmedewerker een rode kaart uit te schrijven bij mijn werkplek. Hij vertelt me dat er geen discussie mogelijk is en dat ik bestraft wordt. “Maar een vriend van me, die daar zit, lette op mijn spullen”. De beveiliger was onverbiddelijk. Ik kon mijn vriend namelijk nooit 100% vertrouwen. “Maar ik mag toch zelf bepalen of ik mijn spullen onbewaakt achterlaat?” Dat gaat er ook niet in. Het is en blijft onverantwoordelijk gedrag en dat wordt niet geaccepteerd op deze universiteit. Dat heeft me aan het denken gezet. Waarom mogen wij dit niet? Te pas en te onpas met rode kaarten strooien als andere studenten gedrag vertonen waar wij niet op zitten te wachten. Jij stelt een niet zo snuggere vraag tijdens college? Rode kaart. Jij bestelt een vet onhandige en economisch onverantwoordelijke combideal in de kantine van Cobbenhagen? Rode kaart. Of ik op je studentenfractie wil stemmen? Rode kaart! Dat zou een innovatief voorstel zijn waar onze rector, naar verluidt in een ver verleden ooit amateurvoetbalscheidsrechter geweest, ongetwijfeld punten mee scoort. Het strooien met rode kaarten bevordert de kritische houding van studenten, versterkt hun karakter en draagt bij aan de praktische vaardigheden van de student. Wat willen we nog meer?

N.b. de examencommissies van Tilburg Law School en TiSEM hebben niet gereageerd op vragen van Univers.

23 maart 2017


14

Beeldend

foto jack tummers

Geheid succes Een goede basis is ook bij bouwen van groot belang. Daarom zijn de afgelopen weken honderden palen de grond ingeramd. Grondwerk voor het Onderwijs en Zelfstudie Centrum dat onze campus komt verrijken. Aan alles is gedacht. De voortgang is te volgen op schermen in Prisma en Tias, geluidsoverlast werd ietwat ingeperkt met een containermuur. En zelfs de keetkleuren zijn afgestemd op die van langsrazende treinen.

23 maart 2017


15

23 maart 2017


16

de vijf VAN EIJFF

Nederlanders zijn spaarkampioenen Tilburg University-economen Dirk Brounen en Kees Koedijk oogsten veel succes met hun boekje Nooit meer slapend arm, over hoe je moet sparen. Kan onze topeconoom Sylvester Eijffinger zich in hun spaartips vinden? 1. Bent u trouw aan het spaarvarken, of bent u toch meer van de school ‘geld moet rollen’? “Ik heb een grote spaarzin, want ik haat schulden. Dat is iets wat ik uit de ondernemersfamilie heb meegekregen. Wanneer ik schulden heb gemaakt, wil ik die het liefst stante pede inlossen. Ik ben een gematigd mens, niet op status belust. We hebben geen hoge hypotheek en ook geen Mercedes. Wel een Toyota, de beste auto die je kunt hebben, en hybride bovendien.”

‘Als ik schulden maak, wil ik die het liefst Uw stante pede 2.collega’s inlossen’ enBrounen Koedijk

schreven een boek met praktische tips om te sparen. Goede tips? “Zeker. En het is ook leuk opgeschreven. Het boek is al aan de zoveelste druk toe dus ze voorzien duidelijk in een behoefte. Wat ik er echter aan wil toevoegen, is dat het grote probleem niet zozeer bij de individuen ligt waar zij zich op richten. Micro-economisch kan je zeggen: Nederlanders zijn ware spaarkam­ pioenen. Het probleem is vooral dat

23 maart 2017

sparen op dit moment helemaal niet loont. Dat heeft alles te maken met het macrobeleid van financiële repressie.” 3. Wat bedoelt u daarmee? “Financiële repressie zien we optreden na elke crisis. De overheden willen hun schulden afbouwen. Dat doen ze dan door de rente kunstmatig laag te houden. Dan hoeven ze geen aflossing te betalen. Dat is misschien goed voor de schatkist, maar killing voor het publieke en private vermogen. Met een spaarrente van amper 1 procent teer je in op je geld, omdat de inflatie alleen al hoger is. Tel daarbij op de vermogensrendementsheffing en je ziet dat je wordt gestraft voor sparen. Dan heb je dus een boek met slimme trucs van Brounen en Koedijk nodig om toch nog enig rendement te kunnen behalen.” 4. De rente moet zo onderhand omhoog? “Vind ik wel, maar dat is aan de Europese Centrale Bank. Daarnaast vind ik dat het afbouwen van de staatsschuld geen prioriteit moet hebben. Economen zeggen wel dat een staatschuld tot 80 à 90 procent van het BBP goed te dragen is. Nederland zit daar verder onder en heeft ook nog eens een begrotings-

overschot. Dat klinkt positief, maar wat moet de staat met een surplus? Een staat is iets anders dan een onderneming of een individu. De overheid kan het geld beter gebruiken om meer welvaart te creëren.” 5. Dus we sparen eigenlijk wel voldoende? “Zolang geïnvesteerd wordt in infrastructuur, scholing en onderzoek werkt investeren productiviteitsverhogend en worden we er allemaal beter van. Dit advies om uit te geven geldt overigens niet voor iedereen. Landen als België, Spanje, Portugal en Italië zitten ver boven de kritische grens met de staatsschuld en zullen toch echt moeten bezuinigen. Zoals ook de jongere generatie in Nederland moet opletten. Ik zie toch dat dit de ‘spending generation’ is. Jongeren geven het geld vaak al uit voordat het binnen is. Maar pas toch op, zeg ik dan, want je krijgt ook een studieschuld en je wil toch niet dat je straks geen huisje kunt kopen zodra je een gezin wil stichten.”


17

leestijd

5

minuten

tekst bart smout fotografie ton toemen

Voor iedere kroeg een camera

Op het Stratumseind wordt iedere stap die je zet vastgelegd. Goed voor de veiligheid, zegt de gemeente. Maar hoe zit het met het recht op privacy? Promovenda Maša Galič: “De betrokken partijen hebben geen oog voor de schadelijke gevolgen.” 23 maart 2017


18

D

e toekomst begint in Eindhoven. Op het Stratumseind, om precies te zijn. De lange straat bomvol kroegen is geliefd onder jongeren. Ieder weekend hoppen ze van kroeg naar kroeg. Wat velen niet weten is dat ze constant gevolgd worden tijdens hun stapavond. Niet door gewone camera’s, maar door

slimme camera’s. In Eindhoven loopt het project Stratumseind 2.0. Wie wil weten hoe toezicht in de publieke ruimte er over pakweg vijftien jaar uit ziet, moet daar eens een kijkje nemen. Via moderne technologieën wordt er in Stratumseind een enorme hoeveelheid data van bezoekers verzameld. Dit gebeurt in het Living Lab. Een studio waar de straat letterlijk ‘gemonitord’ wordt. Vervolgens wordt er aan de hand van de data bepaalt of er een verhoogd risico is op onrust of vechtpartijen. Straatverlichting kan worden aangepast om een kalmerend effect te creëren. Of de politie wordt ingeschakeld. Kan en mag dit allemaal? Maša Galič is promovenda bij het Tilburg Institute for Law, Technology and Society en is gefascineerd door project Stratumseind 2.0. “Hoe bescherm je het recht op privacy in de publieke ruimte?” vraagt ze in haar kantoor in het Montesquieu-gebouw. “Dat is waar het in mijn onderzoek om draait. Nieuwe observatietechnieken vragen erom hierover opnieuw na te denken.”

lei algemene statistieken bijgehouden. Hoeveel bier wordt er gedronken, hoeveel afval staat er op straat, hoeveel auto’s staan er geparkeerd? Veiligheid Het doel hiervan? Galič quote het programmaboekje van Stratumseind 2.0: “Om de straat vanuit een economisch en een sociaal perspectief langdurig te verbeteren.” Dit gebeurt door het gedrag van mensen “te meten, te analyseren en te beïnvloeden.” Nudging wordt dat laatste in de vakliteratuur genoemd, vertelt Galič. Nudging is een gedragspsychologische motivatietechniek waarbij mensen op een positieve manier worden gestimuleerd om gewenst gedrag te vertonen. In Stratumseind gebeurt dit onder meer via straatverlichting. Wordt de sfeer als ‘dreigend’ geïnterpreteerd, dan wordt de verlichting zachter en warmer. Ook kan de politie tijdig een seintje krijgen. “Het is een betuttelende manier van handelen,” zegt Galič. “Mensen worden gestimuleerd om zich te gedragen op een manier die de participanten als ‘goed’ en ‘positief ’ zien. Maar wie zijn die participanten en wat voor verantwoordelijkheden hebben ze?” Het project wordt aangestuurd door de gemeente Eindhoven in de persoon van Tinus Kanters. De gemeente werkt samen met de politie. Dat is participant nummer twee. En dan volgt er nog een hele trits aan bedrijven: Atos, IBM, Intel en Philips, om er maar een paar te noemen. Niet de minsten. Deze bedrijven financieren het project en hebben daardoor veel inspraak. Het wordt zo steeds onduidelijker waar de eindverantwoordelijkheid echt ligt, wil Galič maar zeggen.

Als je het woord Stratumseind in een tweet gebruikt, wordt deze herkend en beoordeeld

Iedere stap vastgelegd Wie op stap gaat in Stratumseind, wordt op allerlei manieren vastgelegd. Alle dagen van de week, vierentwintig uur per dag. Er zijn speciale videocamera’s die je gezicht blurren, maar waarop je toch makkelijk herkenbaar bent, vertelt Galič. En er zijn camera’s die zich focussen op de manier waarop je beweegt. Een zwalkende tred? Waarschijnlijk dronken. In de gaten houden dus! Daarnaast hangen er geluidscamera’s die de intensiteit van geluid meten. Als een bepaald geluid de aandacht trekt, bijvoorbeeld een harde schreeuw, kan de locatie daarvan worden bepaald. Aan wifi-tracking wordt volgens de gemeente Eindhoven niet gedaan, “maar ik ben er niet helemaal zeker van of dat echt zo is,” lacht Galič. Wat wel zeker is: er worden sentimentanalyses op social media gedaan. Als je het woord Stratumseind in een tweet gebruikt, of de naam van een kroeg, dan wordt deze herkend. Vervolgens wordt bepaald of de inhoud van de tweet ‘neutraal, positief of negatief ’ is. Tot slot worden er nog aller-

Stratumseind 2.0 bestaat uit vijf projecten De-escalate Project: het registreren van de sfeer op straat en de beïnvloeding hiervan met lichtscenario’s. City Pulse Project: het voorspellen van mogelijk escalerende situaties zodat er vroegtijdig extra politie kan worden ingezet. Trillion Project: online samenwerkingsverband tussen bewoners van Stratumseind en de politie. Stratumse Poort Project: community building om Stratumseind positief aandacht te geven. Scorpion Project: opslag, transport en beveiliging van de verzamelde data.

23 maart 2017

Big business Zoveel grote bedrijven in zo’n klein straatje, dat verwonderde Galič. Waarom doen ze aan het project mee en waarom steken ze er zoveel geld in? “Stratumseind wordt door de bedrijven gezien als een gratis proeflab voor nieuwe technologie. Als ze deze succesvol weten te maken, zullen ze het doorverkopen aan andere steden in de wereld. Kun je nagaan hoeveel geld ze daarmee kunnen verdienen. Een vertegenwoordiger van de gemeente Eindhoven zei eens: ‘We zoeken naar tastbare resultaten, maar het belangrijkste is dat we Eindhoven openen als een laboratorium voor inventieve bedrijven.’ Stratumseind 2.0 gaat erg over het rijk en groot maken van Eindhoven. Voor de mogelijke schadelijke gevolgen van big data-verzamelingen lijkt minder aandacht te zijn.” (Lees verder op pag 20) >>


19

23 maart 2017


20

Er bestaat immers zoiets als het recht op privacy in de openbare ruimte. Daarmee wordt het niet zo nauw genomen. Galič: “Het afstaan van persoonlijk data moet bijvoorbeeld gebeuren op grond van instemming. Maar bezoekers van Stratumseind wordt daar nooit om gevraagd. Terwijl personen toch vrij makkelijk te identificeren zijn. Een ander probleem: wat gaat er gebeuren als je op basis van big data gaat discrimineren? Gaat zeggen: die mag hier wel komen en die niet, want de kans dat deze persoon iets geks gaat doen is groot. Dan kom je in een soort Minority Report-achtige toekomst terecht. Dat wil je niet.” Niet dat de bedrijven die Stratumseind als proeflab gebruiken kwaadwillend zijn. De realiteit is niet zoals de films, waarschuwt Galič, waarin de grote bedrijven en de overheid slechte intenties hebben en de burger willen brainwashen. “De participerende bedrijven en de gemeente willen Stratumseind echt veiliger maken en Eindhoven welvarender. Daar is iedereen bij gebaat. Feit is alleen dat de technologie zich op dit moment zo snel ontwikkeld, dat de wettelijke restricties er vaak achteraan hobbelen.”

‘Wat als je op basis van big data gaat zeggen: die mag hier wel komen en die niet?’ Escalerend gedrag Galič : “De kernvraag is: hoe definieer en codeer je gedrag in een systeem? En moeten private technologie bedrijven dit doen? Mogen zij reguleren wat er wel en niet mag in de publieke ruimte?” Hoe wordt bijvoorbeeld potentieel escalerend gedrag gedefinieerd? Heel breed, volgens de promovenda. Escalerend gedrag wordt omschreven als “elk gedrag waarbij mensen de zelfcontrole verliezen, schreeuwen, agressief worden en fatsoensnormen overschrijden die ze normaal nooit overschrijden.” Als je jong bent en op stap gaat, is de kans groot dat je weleens een fatsoensnormpje of twee overschrijdt. Ben je dan ook meteen een potentieel gevaar? Zelfs als het lukt om Stratumseind veiliger en aangenamer te maken via big data en de privacy van bezoekers goed te beschermen, is dit niet per se een vooruitgang, waarschuwt Galič. Het systeem lost immers geen sociale problemen op. “De misdaad die je hier vermindert, zal ergens anders weer opduiken. Je bestrijdt symptomen, niet de onderliggende oorzaken.” Leg niet al je vertrouwen in moderne technologie, zegt Galič. Zelfs duizend slimme camera’s creëren nog geen ideale wereld. “Op dit moment verzamelt het systeem de informatie, maar maakt een mens uiteindelijke keuzes. In de toekomst moet het systeem zelfstandig worden. Ook dat lijkt mij een probleem. Hoe maak je onderscheid tussen iemand die schreeuwt omdat hij agressief is en iemand die schreeuwt omdat hij iemand kwijt is? Er bestaat nog een erg naïef beeld van technologie. Als je volledige veiligheid wil, en misdaad onmogelijk wil maken, zijn de offers die je maakt enorm.”

23 maart 2017

column Henk Strikkers columnist

De jeugd van tegenwoordig De kaart met daarop de verkiezingsuitslagen per gemeente is altijd de mooiste grabbelton van het jaar. Dit keer was dat niet anders. Natuurlijk; er zitten altijd zekerheidjes in. Urk kun je de dag voor de verkiezingen altijd SGP-oranje kleuren. Venlo kun je vast peroxideblond maken en Boxmeer donkerrood. Grote vraag dit jaar was of de verantwoordelijke partijen afgestraft zouden worden voor het leenstelsel. Maar studenten bleken op 15 maart masochisten. Studentenstad voor studentenstad kleurde ofwel grasgroen van D66 of appeltjesgroen van GroenLinks. Groningen, Leiden, Utrecht, Wageningen, Delft, Nijmegen en Amsterdam; stuk voor stuk kleurde Dionne Stax ze groen. Ook in steden als Eindhoven, Enschede en Tilburg konden antileenstelselpartijen als het CDA of de SP geen voet aan de grond krijgen; daar won de VVD. Zijn studenten dan stiekem allemaal masochisten die ervan genieten om gepakt te worden in hun beurs? Of zijn studenten tegenwoordig te dom om met hun portemonnee te stemmen? Ik vermoed dat de oorzaak elders te zoeken is. Onder jonge stemmers zijn GroenLinks, D66 en ChristenUnie namelijk ernstig oververtegenwoordigd. Dat zijn juist de partijen die hebben geprobeerd om een vergezicht te schetsen deze campagne, om een stip op de horizon te zetten. Dat zijn partijen die verder kwamen dan ‘pleur op’, ‘Normaal punt doen punt’ en de uitspraak dat onze koningin haar paspoort maar moest inleveren. Nee, als deze verkiezingen iets zeggen over jongeren, dan is het dat ze geen zombies zijn die enkel Netflixen, aan hun smartphone met Kamergotchi gekluisterd zitten of hun idealen verloren hebben. Het lijkt erop dat jongeren nog veel meer dan hun ouders en grootouders hebben gestemd met het oog op de toekomst.


21

Wè nou? tilburgse reacties op Het nieuws

Wat heb je nu geleerd? college Capita Selecta Vennootschapsbelasting locatie CZ 121

Het CDA riep in de verkiezingscampagne op tot de invoering van een maatschappelijke dienstplicht. Hoe denkt de Tilburgse student over dit voorstel? “Ik vind het echt een bizar voorstel. Het CDA heeft er sowieso een handje van om terug in de tijd te reizen, maar dit was weer een nieuw dieptepunt. De reden dat de maatschappij nu zo gepolariseerd is, komt door de mensen die de afgelopen tijd aan de macht zijn geweest. Het is onzin om met zulke symboolpolitiek de schuld op de jeugd af te schuiven.” Liesbeth van Heest, 21, jaar bedrijfseconomie

“Ik ben er wel voor om mensen meer bij de maatschappij te betrekken, maar ik betwijfel of dit de juiste manier is. Als je er een plicht van maakt, denk ik dat de hele gedachte erachter verloren gaat. Op scholen heb je al een maatschappelijke stage, ik heb het idee dat dat prima werkt.” Dirk den Boer, 19, rechten

“Ik ben het er niet mee eens. Ik heb juist het idee dat veel jongeren erg begaan zijn met de maatschappij, als je voor hun een dienstplicht invoert, dan los je daar de problemen niet mee op. Er blijven dan nog altijd meer dan genoeg rotte appels over, die zo’n plicht ontlopen omdat ze niet de juiste leeftijd hebben.” Esther de Graaff, 20, personeelswetenschappen

“Ik kan me er niet echt in vinden. Ik vind het onzinnig om te doen alsof je met zo’n plicht ineens alle maatschappelijke problemen oplost. Daarnaast zijn er veel praktische bezwaren zoals de kosten. Je houdt een hele generatie langer van hun werk af, het lijkt me een duur grapje voor een probleem wat hiermee niet opgelost wordt.” Dave Embrechts, 21, psychologie

Docent?

Arthur Hofman

Kon je wakker blijven? Gapend en wel.

Hoe zaten de studenten erbij?

Niet in driedelig pak maar in sjofele studentenkledij. De meesten krabbelen het eigen onleesbare spijkerschrift op goedkope kladblokken. Het riante salaris en de laptop, telefoon en auto van de zaak zijn duidelijk nog een afstudeersessie en een handjevol tentamens van de fiscalisten verwijderd. Oplettend zijn ze, maar ontzettend passief. Welgeteld één student stelt een vraag. Die zit naast een oudere bebrilde man, sprekend oud-minister van Financiën Gerrit Zalm.

Had de docent er zin in?

Vermoedelijk. Binnen één hoorcollege jast hij er zo’n 500 volgepropte slides doorheen. De belangrijkste informatie tekent hij zelfs uit op het groene krijtbord. Geen moment verveling te bespeuren, met verve citeert en parafraseert Hofman overwegingen van de staatssecretaris, topmannen bij de belastingdienst en de Hoge Raad. Alsof hij er zelf bij was toen de belastinggeschiedenis zich voltrok.

Wat heb je nu geleerd?

Bedrijven die binnen grotere concerns opereren kunnen belastingvoordelen scoren door geld tactisch te verplaatsen. Het vermogen van een Duits moederbedrijf wordt bijvoorbeeld minder zwaar belast dan dat van het Nederlandse Hema. Dus gaat het geld op papier naar de Duitsers. Met het belastingrecht probeert een land als Nederland zulke mazen in de wet te dichten. Vele wetsartikelen worden er tegenaan geschreven. Maar het is een eeuwige strijd die nooit gewonnen kan worden.

23 maart 2017


22

Over de schutting wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?

Masterscriptie

#Spils: studenten maken sportbier Sporten is natuurlijk heel leuk en naar verluidt ook gezond, maar wat doe je daarna? HvA Sport, marketing & ondernemen-studente Merle Drommel schrok op een ochtend wakker met het perfecte antwoord: een biertje drinken. Samen met twee kompanen heeft ze een speciaal sportbiertje ontwikkeld: Spils. Aan universiteits- en hogeschoolblad Folia legt ze uit wat er bijzonder aan is. Extra vitaminen en mineralen en minder alcohol. Ze was nooit een bierdrinker, maar ondertussen heeft ze de smaak toch te pakken: “Van de bieren die ik tot nu toe heb geproefd vind ik Spils toch het lekkerst.”

#Diervriendelijke biefstuk is plantaardig Hij komt er aan, belooft de Wageningse prof. Atze Jan van der Groot in universiteitsblad Resource: de plantaardige biefstuk. Met de Wageningse shear cell-technologie kunnen plantaardige eiwitten vezelachtige structuren krijgen, ‘die qua uiterlijk en textuur niet onderdoen voor die van vlees’. Van der Groot heeft met een team al een machine ontwikkeld die het op kleinere schaal voor elkaar krijgt. Met de steun van acht voedingsbedrijven, waaronder Unilever, werkt hij de komende vier jaar aan een productielijn die op industriële schaal plantenbiefstuk creëert.

#Virale snoepsorteermachine Het vervelende van M&M’s is dat ze altijd door elkaar in een zak zitten. Maar voor TU/e-student Willem Pennings is dat geen probleem meer. Hij heeft een snoepsorteermachine gebouwd, meldt universiteitskrant Cursor. Wereldwijd is er veel belangstelling voor. In twee weken tijd was het filmpje daarvan goed voor 15 miljoen views. Het apparaat kan, zoals je al verwachtte, M&M’s en Skittles op kleur sorteren. Het is niet de eerste machine die dat kan, weet Pennings. Maar zijn machine is sneller en dankzij de 3D geprinte onderdelen mooier afgewerkt.

#Studentenblad maakt bommen In tijden van radicalisering doet de redactie van het Gentse studentenblad Schamper haar best om alle lezers te bedienen. In hun Schamperlab experimenteerden ze met verschillende vormen van huis-, tuin- en keukenbom. Het leuke van de luci­ ferdoosjesbom is bijvoorbeeld dat ‘je Playmobil menig expe­ riment ermee zal overleven’. De bakpoederbom bleek redelijk ‘lame’. Maar de Croftybom gaf een ‘enigszins bevredigende knal’ en bleek vogel- en wandelaarverschrikkend. Laatste conclusie van het onderzoek: Schamperleden zijn niet echt dapper.

Geen werk, wel loon Als je door werkgerelateerde omstandigheden niet meer kan werken, dan wil je misschien toch doorbetaald krijgen. Anne Wouters (Rechtsgeleerdheid) onderzocht of dat na een belangrijke wetswijziging makkelijker is geworden. Soms kun je niet meer door één deur met je werkgever, of is je werk te belastend. Als je niet meer kan werken vanwege de dreiging van lichamelijke of psychische klachten, ben je situatief arbeidsongeschikt. Mogelijk heb je dan toch recht op loon. In het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn hiervoor bepalingen opgenomen. Tot een paar jaar terug was het uitgangspunt: geen werk, geen loon. Wilde je als werknemer toch betaald krijgen, dan moest je bewijzen dat het niet verrichten van de arbeid voor rekening moest komen van de werkgever. Met het arrest Mak/SGBO stelde de Hoge Raad daar zware eisen aan. April 2016 is het betreffende artikel 7:628 BW veranderd. De wetgever heeft volgens Wouters geen wezenlijke verandering van de risicoverdeling en bewijslast beoogd. Sterker: de strenge oude rechtspraak die het voor werknemers moeilijk maakt te cashen, zou intact moeten blijven. Wouters heeft onderzocht hoe de nieuwe wetgeving in de praktijk uitwerkt, op basis van de wetshistorie en rechtspraak. Dan blijkt naar Wouters verwachtingen dat het uitgangspunt onbedoeld is veranderd naar: geen werk, wél loon. Blijkens haar analyse heeft de werkgever nu overwegend de bewijslast. Hij moet bewijzen dat de werknemer niet meer kan werken. In de praktijk zal dat uitpakken in het voordeel van de werknemer en dat vindt Wouters ongewenst. Waar werkgever en werknemer niet meer door één deur kunnen, hebben beiden vaak schuld. Daarom stelt ze voor een gedeeltelijke loonaanspraak mogelijk te maken van 50 procent. Zo zoekt Wouters een middenweg in de tegenstrijdige argumenten van de wetgever. Soms haalt de werkelijkheid je in tijdens het schrijven van een scriptie. Of loop je op de zaken vooruit. Wouters ontdekte na haar afstuderen dat de wetswijziging tot de dag van vandaag is uitgesteld. Daarom geldt nu nog onverminderd: geen werk, geen loon. Cijfer 8

23 maart 2017


23

reading time

5

minutes

text Laura van gelder photography jack Tummers

Night owls

Early to bed and early to rise makes a man healthy, wealthy and wise - at least, so goes conventional wisdom. Society seems to be designed for early risers. But there are night owls among us who thrive after dark, and who tend to have a complicated relationship with their alarm clocks. Neuropsychologist Geert van Boxtel explains why being nocturnal in a world that favors morning people isn’t always easy.

23 maart 2017


24

‘Like big and small noses, sleep-wake function can vary across people’

W

hen night falls, the Tilburg University campus transforms into a quiet, deserted place. Most of us have returned home to wind down in front of the television before curling up in bed to get a good night’s rest. But the lights in the university library continue to burn long after early risers have called it a day. If you glance through the windows, you might spot them going about their business: night owls. LATE-NIGHT STUDYING On a Thursday night, German student Isabell and Iranian-Belgian student Loranne share a computer in the Montesquieu Learning Center. For them, the nightly campus is a bed of calm

23 maart 2017

that provides the perfect conditions to get some work done. If the early bird catches the worm, the night owl catches a quiet and serene study environment. “I think I’m much more productive in the late hours”, Isabell says. “I always get my work done at night. Usually, I don’t go to bed before two or three.” Perhaps unsurprisingly, then, getting up at first light doesn’t make Isabell and Loranne feel healthy, wealthy and wise at all. “The earliest I can start thinking is around nine or ten in the morning”, Loranne says. “So I prefer not to take an exam early in the day. During the previous exam period, Isabell and I actually stayed up studying all night for an exam that was scheduled early in the morning. We didn’t go to sleep until after the exam. That was pretty exhausting, but we both passed the exam.” Psychology student Dede from Lithuania can

relate. “I’m a total night owl”, she says. “I tend to study at night and go to bed late, generally between two or three in the morning. I usually have to get up early for class, so I don’t get that much sleep.” While some students are already getting ready for bed, Dede is working on an assignment with her co-student Bas - who also has a non-traditional sleeping pattern. “I only sleep four to five hours a night. I can’t sleep before one o’clock at night, and I wake up early in the morning”, he explains. “I have a few tired moments during the day, but I usually feel pretty energized.” FARMER’S RHYTHM It seems that when it comes to sleeping patterns, there is no such thing as a one-size-fits-all. Accor­ding to Geert van Boxtel, associate profes-


25

‘I advise my students to maintain a regular routine and to avoid alcohol’ rhythm. Traffic starts at seven in the morning. We still tend to wake up at first light so we can get to work. Only it’s not the crowing of a rooster that tells us it’s time to rise, but the ringing of our alarm clocks.” MORNING CLASSES The farmer’s rhythm isn’t for everyone. For people of the night, like Isabell, Loranne and Dede, society’s traditional schedules are problematic. When society tells them it’s time for bed they are not tired, and when society says it’s time to rise they are sure they need more sleep. “If you consider everyone’s sleeping habits, I think the day should start around ten”, Dede says. “That’s a pretty decent time. But for me, personally, it would be best if the day didn’t start until noon.”

sor in cognitive neuropsychology at Tilburg University, our biological clocks don’t all tick in sync. Van Boxtel likens our internal clocks to nose sizes: “Like one person can have a big nose while someone else has a small nose, sleep-wake functions can also vary across people.” Our bodies run on a central ‘master’ clock, Van Boxtel explains, located in the brain. “This master clock controls the other clocks in your body, like those regulating temperature, hunger, and sleep-wake rhythms.” Your individual internal clock might conflict with general school and work schedules. “If you have a natural tendency to produce the hormone melatonine later in the day, you might have some difficulty with traditional schedules. We live in a society that clings to the farmer’s

So is it time for Tilburg University to stagger starting times and let night owls sleep in? Geert van Boxtel doesn’t believe so. “As a university, it is our task is to prepare students for the world of work. And in that world, work days start early in the day”, he says. “We do see more flexible working hours nowadays, but then we’re usually talking about employees coming in between 8 and 9. At this point I don’t believe we would be helping students by planning all classes and exams in the afternoon, even though that might fit the rhythms of late-sleepers better.” ADJUSTING YOUR BODY CLOCK The good news is that we can adjust our biological clocks. “It’s a misconception that you’re ‘stuck’ with the brain you’re born with”, Van Boxtel explains. “People often think that you’re wired a certain way and that’s it. But in reality, your brain changes constantly. Your biology responds to your surroundings. You may have a natural tendency to sleep earlier or later in a 24hour period, but your biological clock is quite flexible. People can set their clocks, although that may be easier for some than for others.” Jet lags provide the perfect ‘proof ’ that re-setting your internal clock is possible, Van Boxtel says: “If you were born with a fixed biological clock, it wouldn’t be possible to adapt to a different time

zone when you fly to Japan or the United States.” “Having said that, there are individual differences. I’m more of an evening person. I don’t go to sleep before twelve at night”, Van Boxtel adds. Like Isabell and Loranne, Van Boxtel even pulls an all-nighter from time to time: “When I have a lot of work to do, I like to stay up all night to get it done. Everything is quiet, you can pour yourself a drink and put some background music on. Personally, I enjoy that atmosphere. But there are also people who jump out of bed as soon as they hear the first bird whistle, excited that a new day has begun.”

Instead of dividing ourselves into night owls and early birds, Van Boxtel believes we should be speaking of a continuum. Most of us fall somewhere in the middle. “But for people on the opposite ends of that spectrum, it can be difficult to adjust their clocks to society’s schedule.” FATHERLY ADVICE Whatever your built-in preferences may be, getting a good night’s rest is important. If you’re more of an owl than an early bird, you could be at risk. “If you tend to go to bed late while you have to get up early the next day, you may miss some sleep. And if you do that for years and years, that sleep shortage may become chronic. That’s not good for your health”, Van Boxtel explains. “I also advise my students to maintain a regular sleeping routine and to avoid alcohol. I realize that sounds a bit fatherly and that irregularity can be fun, especially when you’re a student. But the ‘early to bed, early to rise’ rule that our parents used to set for us really does work.” Also keep in mind that sleeping well is critical to study success. “We know that there is a link between sleep and memory storage”, Van Boxtel says. So especially during exam periods, you should try to get regular and ample amounts of sleep - unfortunately, the ancient method of putting your study books under your pillow is not supported by science.

23 maart 2017


26

text Laura van gelder

column Leanne Soff

liberal arts student

Look mom, no hands! I have developed a theory. A scientific breakthrough, if you will. In my twenty years of cycling, I have stumbled upon many strange cycling habits. However, the one that I have never been able to wrap my head around, is the habit of cycling without hands. The thing with cycling without hands is, it’s never as chill and laid-back as those who do it want it to seem. Rather, their face shows a mix of faked relaxation and complete panic, every muscle in their body tense. This raises the question: why on earth would anyone ever cycle without hands? (Unless, of course, you are on a unicycle) Now this brings me to one of my more recent findings. As I was watching a fellow cyclist struggle to keep his balance and his pokerface, I realised that I have never seen a woman attempt this foolishly inconvenient move. This leads me to think that perhaps this phenomenon has nothing to do with comfort or convenience. Instead, it might be one of the few tricks that twenty first century men have left to show their dominance over other males. In this world where there are no more bears left to fight, no more tigers to viciously murder, there are little lawful activities that allow men to establish who is the alpha male, the best partner for procreation, the übermensch. Thus, my theory is as follows: cycling without hands is not a matter of practicality. It is a statement to other men and to the world. Cycling without hands shows that you are not simply an inferior creature that needs the support of a steering wheel. You’re a man! You don’t need anyone or anything to keep you upright! That strange expression isn’t a sign of discomfort, it’s the face of a winner.

23 maart 2017

What do Russian students think about Putin? Vladimir Putin is flexing his muscles. In the Netherlands, his recent displays of strength whether in Ukraine, in the skies above Syria or in cyberspace - have sparked debate on ‘the Russian threat’. For Russians studying at Tilburg University, this debate is a familiar one. How do they feel about their president?

“A

bear doesn’t ask permission from anybody”, Russian president Vladimir Putin said in a 2014 propaganda video that shows him against a backdrop of tanks, flags and armed troops. Putin’s supporters may praise him for standing up to the West, his critics believe the Russian Bear to be autocratic, repressive and dangerous. Tilburg University students Inna Byalik (24), Vlad Burilov (27) and Konstantin Orlov (24) grew up in Putin’s Russia. Here’s what they think of their country’s long-time leader.


27

Vlad Burilov (27), International Business Law “I’m against Putin. My concerns are actually not so much focused on Putin himself, but on the political system he represents. The government will use all means necessary to reach its goals. They use force, they deceive people. They try to make people believe in a powerful Russia by showing military muscle. By taking the Crimea, for example, they are creating the illusion of a powerful country. Russians feel a bit lost, we don’t have a very strong sense of identity anymore. The Soviet Union doesn’t exist anymore, and Russia’s military power is not what it once was. If people believe in some higher purpose, some greater good, they might forget about their low wages and the lack of stability in Russia. I think that most young people, especially those who are educated and who get their news

Inna Byalik (24), Economic Psychology

“When I tell people I’m from Russia, they immediately ask me what I think of Putin. I’ve noticed that people have a very negative impression of him. I was expecting people to ask questions or to make comments, but not this much. After the Oscars, some people joked that it was Russian hackers who changed the envelopes. Sure, that’s funny, but if you’re constantly asked the same questions and you’re constantly told that the country you’re from is bad, or evil, or a threat, that can be annoying. I don’t fully support the government, especially since the last few years. After the military intervention in Ukraine and the annexation of the Crimea, I can’t say I’m a big fan. But it’s not as bad in Russia as people tend to think. It’s not like you can’t openly voice your opinion about the government. We have a lot of freedom. In my friend circle, not everyone feels the same way about Putin. I have friends who are very supportive of the government, but I also have friends who are totally opposed. We all manage to get along and look past each other’s political views. That’s also how I like to be treated when I’m in another country. I wish people would distinguish between the Russian government and the people themselves.”

from different sources, are very much against the curtailment of freedom in Russia. They feel that nothing can justify military action abroad if you can’t manage your internal affairs. Still, only a small minority goes to gatherings or protests. When I joined the protest march after the murder of opposition leader Boris Nemtsov, many of my peers didn’t understand why. I think people are afraid that any kind of change in the status quo may destabilize the country. If we protest, we might end up like Ukraine. They had a revolution, but where are they now? The thing is, Russia is not a problem of one person. People say that Russians can endure a lot of hardship. That may seem like an admirable feature, but perhaps it’s also the reason why Russians are not as quick to stand up for their rights to freedom.”

Konstantin Orlov (24), Law

“In Russia, the majority supports Putin. But the majority is also uneducated. Most people only get their news from TV, which is heavily pro-government and anti-liberal. People see Putin as a strong leader who will make Russia great again. The government spends billions on the Olympics and the military to create this image of a great, powerful nation. But when it comes to internal politics, it’s a mess. We should be spending all that money on improving our healthcare system and battling corruption and bureaucracy. In Moscow, where I’m from, Putin has less supporters than in the rest of the country. I think about half of the people in Moscow support him. I belong to the other half. I care about equality, feminism and LGBT rights. All of my friends are against Putin’s government. It’s not that I would be uncomfortable being friends with someone who supports Putin, but we would probably have different values. Supporters of the government are generally very conservative, which I am not at all. Some of my friends go to demonstrations, but personally I don’t. I don’t really like crowds, and I don’t think protesting will make a difference. There is a general feeling in Russia that you can’t really change anything about the political situation. For me, there are two main reasons for wanting to leave Russia: the climate and the mentality. I don’t believe either will change any time soon.”

23 maart 2017


28

Waar is Univers?

door Leanne Soff fotografie Jack Tummers

dagboek van een eerstejaars

D

e mensa is verlaten. Op een van de tafels staat een lege fles Calvados. Ik heb nooit eerder een fles Calvados gezien, geen volle, geen lege. Is hier een feest gevierd? Waar is iedereen? De balie waar we als studenten normaal gesproken met onze dienbladen traag langs schuifelen om onze bestellingen door te geven is verlaten. Er staat niemand achter de kassa. Ik hoopte een studiegenoot, m/v – het maakt me niets uit; doorhalen wat niet van toepassing is – aan te treffen om een paar euro van te lenen. Heb enorme trek in een roze koek. Ben ik dood? Is dit het hiernamaals? Ik hoop niet dat ik dood ben. Ik heb binnenkort een tentamen en heb goed geleerd. Er is wel genoeg verpakt eten. Koek en snoep. Of het genoeg is om de eeuwigheid mee door te komen weet ik niet. Kun je doodgaan in het hiernamaals? Misschien had ik filosofie moeten gaan studeren. Of heb ik geen talent voor open vragen? Vorige week, tijdens een hoorcollege, hoorde ik mijn achterbuurman tegen zijn buurvrouw fluisteren: “Soms steekt mijn kleding ineens over.” Dat zijn nog eens uitspraken die niets aan de verbeelding overlaten. Ik loop naar de lege fles Calvados toe en pak de hals vast. Ineens is de mensa vol. Overal zijn studenten, ze praten en kauwen en kijken en zwijgen. Ik laat de fles los. Iedereen is weer weg. Als ik de fles weer vastpak is iedereen er weer. Ik laat de fles weer los en roep door de lege ruimte tegen mezelf: ‘Weet je zeker dat alles goed gaat?!’ Dan voel ik een hand op mijn schouder...

(wordt vervolgd) 23 maart 2017

Jongeren shake up Hoe krijg je jongeren enthousiast over de gemeenteraadsverkiezingen? Dat is de vraag die tijdens de Jongeren Shake Up door jongeren zelf beantwoord moest worden. Ik vroeg het een aantal aanwezige raadsleden tijdens het evenement in De Kennismakerij. Ze kwamen niet veel verder dan het beleid rondom het afsteken van vuurwerk. Na veel overleg en het verorberen van door de gemeente gefinancierde pizza was mijn conclusie dan ook: jongeren hebben bij de gemeenteraadsverkiezingen niets te zoeken. Want welke 19-jarige maakt zich nu echt druk over een stoplicht meer of minder, of oplaad-

punten voor elektrische auto’s? Met miljoenen studieschuld op ons geweten zullen de meeste jongeren allang blij zijn als ze tegen hun 35ste een vierdehands Fiat Punto aan kunnen schaffen. Daar komt nog bij dat deze leeftijdsgroep verantwoordelijk is voor ruim een derde van de verhuizingen binnen Nederland. Waarom stemmen voor de gemeenteraad wanneer je toch elk moment uit huis kan gaan? Gemeentezaken zijn nu eenmaal pas interessant als je een hypotheek, drie katten en een Prius hebt. Voor die tijd adviseer ik alle jongeren om tijdens de gemeenteraadsverkiezingen lekker thuis te blijven.

De wedstrijdselectie van T.S.R. Vidar heeft midden in de winter een mooi trainingskamp in Sevilla gehad. Inmiddels is de groep alweer lang en breed terug, gelukkig hebben ze de foto nog.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Stoeien met je scriptie by Redactie Univers - Issuu