Skip to main content

Little Princess Syndrome

Page 1

Onafhankelijk magazine Tilburg university

jaargang 55 | 1 maart 2018 #09

Little princess syndrome

AngĂŠlique Cramer

Geen superheld

Economieles Op middelbare school moet beter

#TimesUp

For fraternities that cross the line


2

In deze Univers

06

10

Prinsjes en prinsesjes

Geen superheld

Docenten spreken van een ‘little princess syndrome’. De student vraagt veel, maar geeft er weinig voor terug. Wat gaat er mis?

Angélique Cramer wordt in maart benoemd tot lid van de Jonge Akademie. Haar plannen? Een divers academisch systeem zonder de druk om een superheld te zijn.

17

23

Betere economieles voor scholieren

Students volunteer in Calais

Lans Bovenberg heeft een droom: beter economieonderwijs op middelbare scholen. Samen met leraren gaat hij de dagelijkse lespraktijk veranderen. “Jongeren moeten leren hun economische leven te besturen.”

The notorious ‘Jungle’ of Calais has gone, but tragedy remains. A group of Tilburg University students recently visited the French coastal town to provide on-the-ground support.

OVERIGE ARTIKELEN 5 Verkiezingsgeweld 26 #TimesUp for fraternities RUBRIEKEN 3 De Pluim 4 Op de hoogte 9 En passant

1 maart 2018

9 Commentaar 13 Op de man af 13 Wè nou? 14 Beeldend 16 De vijf van Eijff 21 Waar is Univers? 21 Wat heb je nu geleerd? 22 Bij de buren

22 Masterscriptie 28 Eefje Wentelteefje COLUMNS 3 Tom Grosfeld 12 Luuk Koelman 20 Henk Strikkers 27 Leanne Soff


3

Van de redactie Verwende studenten Zijn de studenten van nu verwend? In deze Univers spreken docenten van het ‘little princess syndrome’. Studenten zouden veel vragen, maar weinig geven. Ook als het om aanspreekvormen gaat, zijn de goede manieren vaak ver te zoeken. Maar zijn studenten tegenwoordig echt kleine prinsjes en prinsesjes? Hun bestaan is toch niet omgeven met koninklijke weelde. Studiebeurs afgepakt, opgezadeld met een lening, gebukt onder hoge eisen als het gaat om de studie zelf en het krijgen van een baan. De tijd dat je op je gemak een studie in zeven jaar kon afronden en om daarna nog minister-president van Nederland te worden (leest u even mee, Mark Rutte), ligt ver achter ons. Nee, de student van nu lijkt eerder op een uitgebuite arbeider. Dan heb je inderdaad weinig te geven. Lees verder op pagina 6.

Bart Smout, hoofdredacteur a.i. b.smout@uvt.nl

De pluim Prijzen, prijsjes, benoemingen, subsidies, schouderklopjes en veren in de reet, het academische wereldje zit er vol mee. Univers licht er de mooiste uit. Ook gebouwen kunnen in de academische wereld prijsjes krijgen. De Cube is nog niet geopend en nu al genomineerd voor een award. Veel gekker moet het niet worden. Het nieuwe onderwijs- en zelfstudiecentrum van Tilburg University staat op een shortlist van 55 genomineerde gebouwen van over de hele wereld. Wetenschaps- en techniekcollectief BRE, dat de BREEAM Award 2018 uitreikt, heeft de Cube op de lijst gezet. De reden? Het gebouw is heel duurzaam. Over een flitsende start gesproken. Nu nog die deuren open.

colofon

Univers #9 1 maart 2018

Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Martien Bos Productie PrismaPrint Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 10 van jaargang 55 verschijnt op 22 maart 2018 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Bart Smout (hoofdredactie ad interim), Martien Bos, Adrian van den Eerenbeemt, Laura van Gelder, Tom Grosfeld, Jonathan Hendriks, Luuk Koelman, Jeroen de Leijer, Elise van Rossum, Jacq Roos, Daan Rutten, Leanne Soff, Henk Strikkers, Ton Toemen, Jack Tummers, Ron Vaessen, Marga Walsh.

column Tom Grosfeld

Het bord Als je naar het sportcentrum gaat, kan je het gigantische bord met ‘Student Sports Center’ bijna niet missen. Geniet er nog maar even van, want dat wordt weggehaald en vervangen door een nieuw bord. Daar zullen de woorden ‘Tilburg University Sports Center’ op verschijnen. Waarom? Omdat het sportcentrum niet alleen voor studenten, maar ook voor medewerkers is bedoeld. En deze universiteit sluit niemand buiten. Wat kost dat? Zo rond de 20.000 euro. Dat is zonder de emotionele schade die deze verandering aanricht. Studenten krijgen namelijk ontzettend warme gevoelens bij het huidige bord. Voor buitenstaanders zijn het slechts wat letters voor de ingang van een sportcentrum, voor de Tilburgse student is het een ontmoetingsplaats. Hoe vaak hoor je in de collegezalen niet: ‘Vanmiddag sporten?’ ‘Is goed, spreken we af bij het bord?’ ‘Natuurlijk spreken we af bij het bord.’ Dat is dagelijkse kost. Laatst ging ik zaalvoetballen. Voordat ik de zaal betrad, liep ik even naar het bord. Ik legde mijn hand op de ‘S’ van Student. De letter voelde nog warm. Ik werd me daar toch emotioneel. Het bord, die letter, ik vond dat zo mooi. Ik richtte me tot de hemel, sloot mijn ogen en voelde me één worden met het bord. Ik fluisterde: ‘Laat me dan ook maar drie goals maken zometeen.’ En wat gebeurde er? Ik scoorde vijf keer. De vrijgevigheid van dat bord kent geen grenzen. Maar dat niet alleen. Het bord is de absolute trekpleister van onze universiteit. Iedere dag zie ik internationale studenten, vaak Chinezen, in dat bord klimmen en foto’s maken. Dan denk ik: is er wel nagedacht over de mogelijk stagnerende aanwas van nieuwe internationale studenten, als dat bord wordt vervangen? Waarschijnlijk niet.

1 maart 2018


4

Op de hoogte daan rutten kijkt terug

T

Stroomlijnen

amelijk hilarisch, het filmpje op Univers Online gemaakt door Elise van Rossum. Ze maakte een item over de grote wens van veel campusbewoners: een fietspad! Pieter van Bekkum, gepensioneerd hogeschooldocent Verkeerskunde, werd bereid gevonden om een kijkje te nemen op de campus. Is zo’n rood fietspad nu echt nodig? Hij vindt van niet, op zich is de situatie ‘duidelijk genoeg’. Op de achtergrond sjezen fietsers over het zebrapad, sommigen in de richting van de voetgangers, anderen met de weg mee, en allemaal rakelings langs elkaar. En dan nog een autootje, paar voetgangers... Hij gaat lekker! Mocht het heel druk worden, ook met internationale studenten die niet zo bekend zijn met ’s lands chaotische fietscultuur (een fietser mag alles, de rest moet opletten!), is het volgens Van Bekkum wel een optie om met lijnen, symbolen en informatieve borden de voetgangers en fiet-

1 maart 2018

sers meer uit elkaar te houden. Wat, denken wij, toch neerkomt op een looppad en een fietspad.

Hegger reageerde onze eigen professor Rob van Gestel dat hij helemaal niet gelooft in ‘meedenken’, onder meer door de recente berichtgeving over het WODC, die niet zo onafhankelijk onderzoek deden voor het ministerie als ze beloofden: ‘Onbegrijpelijk’.

Gelukkig zijn we op andere terreinen wel op streek om de boel meer te stroomlijnen. Ingrid Hegger promoveert in Tilburg met een proefschrift over wetenschappelijke impact en beleid. Ze werkt bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en daar constateerde ze dat heel veel wetenschappelijke resultaten in de la van beleidsmedewerkers belanden. Ze bedacht een ‘constructivistisch model’ om wetenschap te bedrijven, maar ook in een vroeg stadium het wetenschappelijke project af te stemmen met beleidsmakers. Het gaat om duidelijk communiceren, maar ook om timing. “Belangrijk is dat je weet op welk moment iets beschikbaar moet zijn. Misschien moet je een tussenproduct leveren, zodat de juiste kennis op het juiste moment beschikbaar is.”

Wel unanieme overeenstemming kwam er in de universiteitsraad. Het ‘actieplan’ van het College van Bestuur, dat beslag moet geven aan het Strategisch Plan 2018-2022, werd goedgekeurd. Ook in dat actieplan staat stroomlijnen centraal, zowel van wetenschappelijke activiteiten als het onderwijs (door middel van het uitrollen van het Tilburgse Onderwijs Profiel) en het campusbreed stimuleren van ‘Open Science’ en ‘sociaal ondernemerschap’. Ook moet er meer ‘synergie’ komen tussen de universiteit en de aparte TIAS Business School op de campus.

Stroomlijnen betekent overigens geen garantie voor eenstemmigheid. Onder ons bericht over

Dat zit allemaal in de planning. Wij zeggen: nu dat fietspad nog.


5

leestijd

3

minuten

Tekst Laura van gelder

Studieverenigingen tegen verkiezingsgeweld Het moet afgelopen zijn met de gekte die elk jaar losbarst tijdens de verkiezingsstrijd tussen studentenfracties SAM en Front. Dat schrijven de voorzitters van een grote groep studieverenigingen in een brief aan het universiteitsbestuur. Ze vragen de universiteit om in te grijpen.

D

e brief is opgesteld en ondertekend door 25 voorzitters van Tilburgse studieverenigingen en studentenorganen. Ze willen daarmee een gezamenlijke vuist maken tegen opdringerige campagnevoerders die tijdens de jaarlijkse medezeggenschapsverkiezingen bezit nemen van de campus.

Gedwongen De verenigingsvoorzitters schrijven de brief namens hun leden, die de verkiezingstijd als vervelend ervaren. Studenten kunnen zich niet vrij over de campus bewegen omdat ze voortdurend worden aangesproken door campagnevoerders die op agressieve wijze stemmen werven. “Studenten worden bijna van hun fiets getrokken”, zegt Stijn de Kort, voorzitter van studievereniging Magister JFT. “Ze worden drie dagen lang veertig keer per dag gevraagd of ze al gestemd hebben. Er is echt sprake van overlast.” De agressieve manier van stemmen werven maakt het studenten moeilijk om een weloverwogen keuze voor een bepaalde partij te maken, stellen de verenigingen. In hun brief aan het College van Bestuur schrijven ze dat studenten worden ‘gedwongen’ om te stemmen. “Het gaat nauwelijks nog om de inhoud”, legt De Kort uit. “Natuurlijk mag iedereen voor zijn eigen partij campagne voeren, maar wat je nu ziet is dat het vooral ‘vrienden van’ zijn die stemmen werven. Je kunt dan als kiezer geen inhoudelijk gesprek aangaan met iemand die om je stem vraagt.” Afspraken De studieverenigingen benadrukken in hun brief dat ze groot belang hechten aan de medezeggenschap, en dat ze vinden dat studenten-

fracties SAM en Front goed werk verrichten. De kritiek heeft uitsluitend betrekking op de manier waarop de verkiezingen verlopen. Die kritiek is overigens niet nieuw. “Dit is een situatie die zich jaar op jaar herhaalt”, zegt Lina Segers, voorzitter van studievereniging Asset. Enkele jaren geleden gingen SAM en Front met elkaar in gesprek over de uit de hand gelopen verkiezingen. Ze kwamen tot een convenant, waarin afspraken werden gemaakt over de campagnevoering. Zo werd afgesproken dat partijvertegenwoordigers geen stemmen meer

‘Studenten worden bijna van hun fiets getrokken’ mochten werven in de stad of in de trein. Maar die afspraken zijn niet genoeg om het ‘blauwe en groene geweld’ tegen te gaan, blijkt uit het verkiezingscircus van vorig jaar. Uit een enquête van Univers bleek dat driekwart van de studenten ontevreden was over de manier van campagnevoeren. De fracties zijn vorig jaar opnieuw convenantonderhandelingen gaan voeren, om tot strengere afspraken te komen. Maar die onderhandelingen hebben nog altijd niets opgeleverd. Noodzaak Segers legt uit dat de verenigingsvoorzitters zich nu genoodzaakt voelen om iets aan het verkiezingsgeweld te doen. Dat zijn ze verplicht aan hun leden, stelt ze: “Al onze leden vinden het

vervelend. In eerste instantie wilden we ons hier helemaal niet mee bemoeien, want de medezeggenschap is niet onze core business. Maar het gaat zo niet langer.” Minder stemmenwervers Fractie SAM staat achter de roep om verandering. De partij erkent dat studenten overlast ondervinden en vindt dat er echt iets moet gebeuren. “Wij vinden dat de verkiezingen drastisch moeten veranderen”, zegt vicevoorzitter Tim Evers. “We hebben het afgelopen jaar heel intensief gesprekken gevoerd met Front om de overlast aan te pakken, maar we zijn er niet uitgekomen.” Volgens Evers wil SAM serieuze veranderingen, maar ligt Front dwars: “We hebben niet het gevoel dat Front echt iets wil doen om de verkiezingen te veranderen.” Evers geeft een voorbeeld. Om de verkiezingsdrukte op de campus te verminderen, wil SAM het aantal stemmenwervers drastisch terugdringen. “Wij willen een maximum van vijftig vertegenwoordigers per partij op de campus.” Maar fractie Front toont zich daartoe niet bereid: “Front hield vast aan negentig vertegenwoordigers per fractie. Daarmee pak je de overlast niet aan.” Ingrijpen De studieverenigingen willen dat de universiteit zich mengt in de onderhandelingen over strengere afspraken. Volgens SAM zou dat een goede oplossing zijn. “Als twee partijen er niet uitkomen, dan is tussenkomst van een derde partij nodig.” Fractie Front wil op niet reageren op het voorstel van de verenigingsvoorzitters om de universiteit bij het probleem te betrekken. “We hebben de brief zelf niet gezien, dus we kunnen er inhoudelijk niet op reageren”, laat algemeen bestuurder studentfaciliteiten Rosa de Weert weten.

1 maart 2018


6

leestijd

7

minuten

Tekst Tom Grosfeld illustraties Martien Bos

Een campus vol prinsjes en prinsesjes

H

Docenten spreken van een ‘little princess syndrome’. De student vraagt veel, maar geeft er weinig voor terug. Wat gaat er mis?

et is tegenwoordig bijna vanzelfsprekend dat je na het behalen van je vwo-diploma naar de universiteit vertrekt. Of dat je na je hbo een master gaat doen. Het zal daarom niet verbazen dat universiteiten steeds meer studenten verwelkomen. Een aantal decennia geleden vertrokken studenten namelijk niet met dezelfde vanzelfsprekendheid naar de universiteit als nu. Als studenten in die tijd naar de universiteit vertrokken, was dat vaak een bewuste keuze. Ze waren geïnteresseerd in wetenschap, wilden academisch worden opgeleid. Die tijden zijn veranderd. Studenten gaan nu vaak op de automatische piloot vanuit het vwo naar de universiteit. Juliette Schaafsma, hoogleraar aan Tilburg University: “Niet alle studenten zijn academisch gemotiveerd. Een groot deel heeft geen duidelijk beeld van wat een academisch opleiding inhoudt. En zijn vooral geïnteresseerd in het diploma en willen niet per se de diepte in.” Ongemotiveerde studenten Dat is een doorn in het oog van veel docenten. Ze willen inhoudelijke interactie met studenten die oprecht geïnteresseerd zijn in kennis en wetenschap. “Maar je ziet te weinig studenten die écht graag willen weten hoe het zit en de discussie met de docent opzoeken,” ervaart Bart van der Sloot, docent bij Tilburg Law School. Hij is een jonge wetenschapper die veel energie haalt uit lesgeven, mits studenten uit zichzelf iets willen leren. Dat gevoel mist hij nu bij een groot deel. “Het is een tendens die me zorgen baart. Steeds meer studenten willen slechts hun diploma halen, meer niet.” Weinig verdieping tijdens college Weinig gemotiveerde studenten veroorzaken weinig gemotiveerde docenten, ziet Van der Sloot. “Dat geldt ook voor mij. Het lesgeven komt niet overeen met de verwachting die ik ervan had. Als je begint met college geven heb je een ideaal voor ogen: intellectuele interactie met de student. De praktijk is dat je je niveau aanpast aan de slechtere studenten, zodat die ook meekunnen. Dat is frustrerend voor de goede studenten, die wel goed voorbereid en gemotiveerd zijn.” Als voorbeeld noemt Van der Sloot het opgeven van literatuur die studen-

1 maart 2018

ten moeten voorbereiden voor het volgende college. “Je wilt als docent dan veronderstellen dat iedereen het leest, zodat je kunt verdiepen. Dan kun je zeggen: ‘De auteur van de voorgeschreven tekst zegt wel A, maar er zijn ook wetenschappers die B zeggen’. Als een groot deel van de studenten de tekst niet heeft gelezen, dan kom je daar vaak niet aan toe.” Wie leest nog opgegeven literatuur? Fons Naus, docent bij TiSEM, verbaast zich er al niet meer over als niemand de opgegeven literatuur heeft bestudeerd: “Een jaar of zeven, acht geleden schoten er nog handen de lucht in wanneer ik vroeg wie de literatuur had bestudeerd. Ik heb zelfs meegemaakt dat ik eerstejaarsstudenten vroeg om een stukje te lezen van nog niet één pagina. Toen ik dat de week erop besprak, keek de hele zaal me aan alsof ze water zagen branden. Ik vroeg: ‘Wie heeft het gelezen?’ Niet één vinger ging omhoog.” Structuur en duidelijkheid Daar komt bij dat de student wel van de docent verlangt hem of haar bij het handje te nemen. “Studenten willen weten welke stof in het tentamen komt, wat het punt is van dit stuk, welke hoofdstukken van ’t boek relevant zijn,” ziet Van der Sloot. Kortom: ze willen duidelijke richtlijnen. “Maar soms leer je het meeste als die richtlijnen niet bestaan. Je moet soms een beetje spartelen,” stelt hij. “Ook het idee van wetenschappelijke discussie – het idee dat er geen goed of juist antwoord is op een vraag – stuit vaak op verzet. ‘Heeft auteur A nu gelijk of auteur B’?” Dat beperkt docenten in hun manier van lesgeven. Schaafsma: “Studenten vinden het niet fijn als er dingen veranderen tijdens de cursus. Je moet alles van tevoren uitspreiden. Ze leven in een complexe wereld en hebben steeds meer behoefte aan structuur. Bied je dat niet, dan worden ze onzeker. En een onzekere student wordt huilerig, boos of verontwaardigd.” Keurslijf Inge van de Ven, cultuurwetenschapper aan Tilburg University, geeft als voorbeeld dat haar studenten vragen om duidelijk omlijnde opdrachten en het expliciet maken van beoordelingscriteria. “Ik doe graag een beroep op de creativiteit van de student. Dat wordt niet altijd met luid gejuich ontvangen. Laatst stond er in een evaluatie zelfs: ‘Meer toetsmomenten voor de literatuur graag, want als het niet wordt getoetst lees ik het niet’.” >>


7

‘Zonder structuur worden studenten onzeker. En een onzekere student wordt huilerig, boos of verontwaardigd’ 1 maart 2018


8

Een ander voorbeeld geeft Bram Peper, socioloog aan Tilburg University: “Sommige studenten willen de slides niet na afloop, maar vóór het college. Zodat ze die erbij kunnen houden als ik lesgeef. Daar doe ik niet aan mee. Ze reageren dan meestal teleurgesteld en zelfs verbolgen.” Maatschappelijke waarde diploma Kortom: er zitten te veel studenten op de universiteit die geen academische houding hebben, vinden Van der Sloot en Schaafsma, en toch een hoop eisen. Het zorgt ervoor dat ze soms overkomen als verwende prinsjes en prinsesjes. Maar kan de student daar wat aan doen? “Het is deels te wijten aan het verdienmodel van de universiteit,” erkent Van der Sloot. “Hoe meer studenten een diploma behalen, hoe meer geld er in het laatje komt.” De universiteit zoekt volop studenten, maar studenten zoeken de universiteit ook op. “Dat komt omdat de maatschappij meer waarde hecht aan een universitair diploma dan aan een hbo-diploma,” zegt Peper. “Studenten die beter op hun plek zitten op het hbo, komen toch naar de universiteit. En geef ze eens ongelijk.” Daarom pleit Van de Ven ervoor om als docent ook eens de andere kant te zien. “Studenten investeren veel tijd en geld in hun studie en krijgen daarbij minder steun dan voorheen qua toeslagen en soepele leningen. En dan hebben ze ook nog veel minder kans op een baan. Onbetaalde stages na een studie zijn aan de orde van de dag. Ik vind het niet vreemd dat studenten zich soms wat meer als consument opstellen.”

en docent kleiner te worden. Dat zie je terug in onbeleefd mailgebruik. Een bron van ergernis voor veel docenten. Van der Sloot vertelt dat door een technisch mankement de resultaten van het tentamen een dag later op blackboard kwamen dan gepland. Hij ontving zo’n vijftig mailtjes van studenten in zijn postvak. “Op hoge poten maakten ze duidelijk dat dit niet de bedoeling was. ‘Wie denken jullie wel niet dat jullie zijn?’” vroeg een student. En hij kreeg een anonieme mail: ‘Mijn cijfer staat niet op blackboard. Domme fout- misschien even herstellen?’ Gelukkig zijn er ook docenten met mildere ervaringen. Maria Mos onderschrijft dat studenten meteen in de mail hangen als je de nakijkterm overschrijdt, maar ziet ook dat herkansingen vaak krap achter tentamens worden gepland. Van de Ven zegt zich flexibel en begripvol op te stellen en dit ook terug te krijgen van studenten.

‘Mijn cijfer staat niet op blackboard. Domme fout – misschien even herstellen?’ Klagen over tentamens Het idee dat iedere student intrinsiek is gemotiveerd, een wetenschappelijke carrière overweegt en altijd alle opgegeven literatuur leest, is wellicht wat hoog ingezet. Dat hoeft ook niet, maar een student die veel vraagt en er weinig tegenover zet, kan rekenen op minder sympathie. Van der Sloot: “Een groeiend aantal studenten doet geen serieuze poging om het tentamen te halen. Toch moet je die tentamens serieus nakijken en voorzien van onderbouwde opmerkingen. Je bent veel tijd kwijt aan studenten die er met de pet naar gooien.” En juist die groep klaagt over de resultaten van dat tentamen, ondervindt de wetenschapper. “Laatst kwam iemand met een laag cijfer naar de inzage. Hij wilde een zes. Waarom? Omdat hij het verdiende, naar eigen zeggen. Hij had er hard voor gewerkt. Zoiets neigt echt naar prinsen- en prinsessengedrag.” Studenten hebben een eisenpakket Dat gedrag uit zich bijvoorbeeld ook in het opstellen van een soort eisenpakket. “Studenten hebben bijvoorbeeld een bijbaantje en laten weten op dinsdag en woensdag beschikbaar te zijn voor een afspraak. Als docent moet je dan maar tijd hebben en je schikken naar de agenda van de student. Het is een soms wat bevreemdende situatie waarin je als docent blij mag zijn wanneer je student tijd voor je heeft,” zegt Van der Sloot. Volgens Schaafsma moeten studenten leren dat de opleiding zich niet altijd naar hun wensen voegt. “De student voegt zich naar de opleiding. Je wilt geen avondcollege omdat het niet uitkomt met werk? Jammer dan. Je haalt het college van kwart voor negen niet omdat je vanuit Zuid-Limburg moet komen? Dan ga je maar op kamers.” Lompe mailtjes Door het opstellen van een eisenpakket lijkt de afstand tussen student

1 maart 2018

Etiquette leren Studenten lijken dus niet allemaal door te hebben welke etiquette en omgangsvormen aan de universiteit zijn verbonden. Dat veronderstellen veel docenten wel. Daar gaat het mis. “Docenten hebben vaak een idee van hoe studenten zich moeten gedragen. En worden dan boos als ze dat niet doen. Maar zo werkt het niet meer. Studenten doen dat niet uit zichzelf. Je moet het dus helder maken,” legt Schaafsma uit. Daarom start Schaafsma haar eerste college met slides over etiquette. Daar staat hoe studenten met haar en de universiteit moeten omgaan. Bijvoorbeeld hoe en wanneer je een mail stuurt naar docenten. En vooral: wanneer je het zelf moet uitzoeken. “Dat moet je doen, want studenten hebben soms een wat misplaatste assertiviteit. Ze nemen de ruimte die ze krijgen of voelen,” ervaart Schaafsma. Volgens de hoogleraar komen studenten op de universiteit in een wereld terecht waar ze de codes niet kennen. Terwijl de meesten wel goede intenties hebben. “Het is aan ons om helder te maken wat er van ze wordt verwacht. Studenten hebben soms de neiging hun problemen op het bordje van de docent neer te leggen. Dan moet je zeggen: “Nee, dit is jouw probleem en jouw verantwoordelijkheid. Je bent volwassen. Los het maar op. Studenten springen zo hoog als de lat die je ze voorlegt.”


9

En passant Commentaar

Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? Er is er een jarig, hoera, hoera! Dat kun je wel zien, dat is Paul van den Bosch. Deze financieel controller blies afgelopen weekend 46 kaarsjes uit. Dat weerhield zijn Cobbenhagen collega’s er niet van om hem op maandag te verrassen met een bonte werkplek en twee flessen Paulaner. Tussen neus en slingers door maakt hij zich klaar voor het bespreken van de jaarresultaten: “Boekjaar 2017 sluiten we nu af, 2018 wordt opgepakt en we kijken alvast naar 2019.”

PYLON & POSITIE Deze eenzame oranje kegel is nog zoekende naar zijn functie. Op de eerste verdieping van Cobbenhagen hoeft de drukte niet gereguleerd te worden en wegwerkzaamheden zijn in geen velden of wegen te bekennen. Weet jij nog een nuttige plek voor deze pylon? BETEGELING & REGELING Mocht je een stoel tegenkomen met afzetlint, laat deze toch maar staan. Ondanks het gebrek aan zitplekken op de campus, worden ze gebruikt als waarschuwing voor missende tegels in de Cobbenhagenkantine. Was er maar een ander voorwerp dat studenten kon waarschuwen voor deze misstap... RUIT & REPARATIE Gebouw A is transparant maar kwetsbaar. Door zijn glazen omhulsel ziet het er strak uit. Om dat zo te houden is onderhoud een must. Een barst is niet best en moet direct vervangen worden. Daar komt deze grote rode viervoeter wel bij van pas.

Mop Kent u die mop over de man die bleef herhalen dat hij het over de inhoud wilde hebben? Doordat hij zichzelf bleef herhalen kwam hij nooit aan de inhoud toe. Toegegeven: er bestaan betere moppen. Maar het tekent wel de situatie rondom de verkiezingsstrijd tussen SAM en Front. Die strijd is nog niet losgebarsten of het eerste relletje is een feit. Een grote groep studieverenigingen heeft een brief ingediend bij het universiteitsbestuur waarin wordt gevraagd om een eind te maken aan de verkiezingsgekte. De agressieve manier van campagnevoeren door SAM en Front is veel studenten een doorn in het oog. Grijp nu in, schrijven de studieverenigingen. Al jarenlang is het een terugkerend punt van kritiek. En al jarenlang gebeurt er niks. Zo gaat het tijdens de verkiezingen toch vooral over de campagnevoering. Maar wat willen de partijen? Met een snel groeiende universiteit, stijgende studiekosten, en het beloofde studiebeursgeld waarvan onduidelijk is waarin het precies wordt geïnvesteerd, staat er nogal wat op het spel. Reden genoeg voor de studentenpartijen om bovenop het politieke spel te zitten. En reden genoeg voor studenten om politiek geëngageerd te zijn. In plaats daarvan blijven we steken in de roep om meer inhoud. En gaat het toch vooral weer over de invulling van de campagne. Wel of geen gratis pizza? Wel of geen tablets die dwingend onder je neus worden gehouden? Wel of geen gekleurde ballonnen op de campus? Kent u die mop over de man die bleef herhalen dat hij het over de inhoud wilde hebben? Ja, horen wij u zeggen, die mop kennen we onderhand wel.

1 maart 2018


10

leestijd

6

minuten

Geen superheld Tekst Bart Smout fotografie Jacq Roos

J

Angélique Cramer wordt in maart benoemd tot lid van de Jonge Akademie, een eervolle toevoeging aan haar toch al indrukwekkende cv. Haar plannen? Een divers, interdisciplinair academisch systeem zonder de druk om een superheld te zijn: “Het wordt tijd dat we wetenschappers als mensen gaan behandelen.”

e hebt ochtendmensen en avondmensen. Angélique Cramer valt duidelijk in de eerste categorie. Tijdens het interview in haar kantoor in het Simon-gebouw, maakt ze vroeg op de ochtend een energieke en opgewekte indruk. En reden om opgewekt te zijn heeft Cramer. Als enige Tilburgse wetenschapper is ze benoemd tot lid van de Jonge Akademie, een platform bestaande uit vijftig jonge topwetenschappers uit verschillende disciplines. “Een hele eer,” zegt Cramer. De methodologe en psychologe is één van de grondleggers van de netwerkbenadering van psychopathologie, waarbij een stoornis zoals depressie wordt opgevat als het mogelijke gevolg van symptomen die elkaar veroorzaken. Volgens Cramer wordt er verkeerd tegen psychische aandoeningen aangekeken en is het tijd voor een andere aanpak. De traditionele opvatting dat een depressie ontstaat door een defect in de hersenen, waarna er een hele rits symptomen uit voortkomt, verwerpt ze. In plaats daarvan begint Cramer met kijken naar de symptomen. “Stel je voor: iemand verliest zijn baan en raakt daardoor in de financiële problemen. Daarom slaapt hij steeds slechter en krijgt minder energie, waardoor hij minder beweegt en minder vaak met vrienden iets leuks doet. En dat leidt weer tot een sombere stemming. Langzaam infecteren al deze problemen elkaar. Zie het als dominosteentjes die elkaar aantikken. Iedereen heeft weleens een mindere periode in zijn leven. Alleen bij sommige mensen rijgen die factoren zich aaneen tot een hecht netwerk, een negatieve spiraal, met een depressie als gevolg.” Het verhaal achter het succes Het kan iedereen overkomen, wil Cramer maar zeggen, en de methodologe weet waarover ze praat. Het is niet eens heel lang geleden dat een energiek ochtendgesprek voor Cramer ondenkbaar was. “Als mensen naar mijn cv kijken, denken ze dat alles me voor de wind is gegaan. Maar dat is niet zo. In 2014 heb ik een hele heftige burn-out gehad. Ik zat in een badjas op de bank, het lukte me niet eens om een boodschappenlijstje te maken.”

1 maart 2018

Alsof het nog niet erg genoeg was, kreeg Cramer er ook de ziekte van Pfeiffer bij. Zeker een jaar lag ze uit de running, en dat terwijl ze net cum laude gepromoveerd was en stond te trappelen om haar carrière in de wetenschap te vervolgen. “Ik werkte me altijd kapot. Zestig uur per week, ook in het weekend, ik ging altijd door. Mijn hele identiteit was op mijn werk gebaseerd. En dan val je opeens uit en ben je voor je gevoel alles kwijt.” Moest ze terugkeren naar de wetenschap? Na een periode van twijfel besloot ze het nog eenmaal te proberen, maar dan wel op haar eigen manier. “Ik zei tegen mezelf: je gaat geen zestig uur per week meer werken, je gaat je richten op de dingen die je energie geven, en je gaat jezelf trainen om nee te zeggen.” Vooral dat laatste kost Cramer nog moeite. “Je bent zo snel geneigd je te laten leiden door wat anderen belangrijk vinden. Omdat ieder aanbod een potentiële kans op succes is, ben je geneigd om alles aan te pakken wat er op je pad komt. Maar uiteindelijk wordt het daardoor teveel. Nee zeggen moet je leren, het is als een spier die je traint.” Deze strategie blijkt te werken: niet alleen bruist Cramer van de energie, ze sleepte na deze lastige periode prijzen, beurzen en fellowships binnen, werd UHD en nu dus ook nog de Jonge Akademie. Superheld Cramers eigen verhaal inspireert de projecten die ze binnen De Jonge Akademie wil opstarten. “Een van de mythes die de academische wereld graag in stand houdt, is die van de wetenschapper als superheld. Iemand die nooit ziek is, altijd werkt, alle boxen met vereisten afvinkt, nooit zijn/ haar privéleven meeneemt naar het werk – of nog beter: helemaal geen privéleven heeft. Zo’n mens bestaat natuurlijk niet. En zo zouden we ook niet moeten willen zijn.” Onder andere daarom wil Cramer onderzoek doen naar diversiteit in brede zin (qua gender, maar ook qua profiel) en interdisciplinariteit, twee sleutelwoorden binnen de moderne universiteit, KNAW en NWO. Het is het bekende riedeltje: een academicus die veel samenwerkt met wetenschappers uit andere disciplines, binnen een diverse werkomgeving, >>


11

‘Je bent zo snel geneigd je te laten leiden door wat anderen belangrijk vinden’

Angélique Cramer (1979) is psycholoog en methodoloog en werkt bij de Tilburg School of Social and Behavioral Sciences. In 2013 promoveerde ze cum laude in de psychologische methodenleer en ze groeide in korte tijd uit tot expert op het gebied van netwerkmodellen en complexe dynamische

systemen. Ze ontving een Veni-beurs en stuurt een succesvolle onderzoekslijn aan waarbij ze met haar team onder andere werkt aan betere methoden om netwerken te schatten voor individuele personen. Met haar column De Gereedschapskist in het maandblad De Psycholoog maakt

Cramer methodologische en statistische vraagstukken toegankelijk voor een breder publiek. Via de Jonge Akademie wil ze de wetenschap diverser, en meer interdisciplinair maken, onder andere door het opzetten van projecten met als doel het verkennen van nieuwe manieren van werken.

1 maart 2018


12

zal meer kennis opdoen en tot creatievere oplossingen komen. “Dat klinkt fantastisch,” zegt Cramer, “maar het huidige academische systeem is helemaal niet gemaakt om interdisciplinair en divers te zijn.” Hoe steekt het academische systeem dan in elkaar? Volgens Cramer is het hiërarchisch en rigide. En bovendien weinig divers: “Als je begint als promovendus word je opgeleid als onderzoeker. Lesgeven en managementtaken komen er gewoon bij. Dat word je onvoldoende geleerd, er wordt eigenlijk vanuit gegaan dat je op magische wijze over die gaven beschikt. Je wordt getraind om één ding te doen, onderzoeken, en de rest krijg je er gewoon bij. Van een diverse opleiding is dus geen sprake, terwijl er wel van je verwacht wordt dat je op allerlei verschillende borden tegelijk schaakt naarmate je verder komt in je carrière. Bovendien word je nooit gevraagd van welke taken je echt energie krijgt. Of wat er zou moeten gebeuren om daarvoor te zorgen.” Het gevolg: eigenlijk alles moeten doen en nog heel goed ook, leidt in de praktijk vooral tot langere to-do-lijstjes en een hogere werkdruk. Met alle gevolgen van dien: vorig jaar waarschuwde de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) nog dat zeven van de tien medewerkers van Nederlandse universiteiten een zeer hoge werkdruk ervaart. Bij maar liefst zestig procent leidt dat tot fysieke en psychische klachten.

‘Het huidige academische systeem is helemaal niet gemaakt om interdisciplinair en divers te zijn’ Wegcijferen Opvallend is de mate waarin academici zichzelf wegcijferen voor hun werk. Bijna tachtig procent offert vrije avonden en weekenden op, blijkt uit het onderzoek, en de helft werkt door tijdens vakanties. Jezelf ziek melden? Bijna niemand durft het. “Weer dat superheldenmodel,” zegt Cramer, “waarin je alles moet kunnen en je nooit mag falen.” Cramer moet denken aan een blogpost die ze ooit schreef over het imposter syndrome: de angst om ontmaskerd te worden als iemand die eigenlijk ongeschikt is, wat leidt tot een fanatieke hang naar perfectie. Op die blog kreeg Cramer een stortvloed aan reacties, zowel van mannen als van vrouwen. De herkenning was enorm. Maar hoe verander je het superheldenmodel? Misschien begint een diverse werkomgeving bij de erkenning dat mensen zelf divers zijn, met alle ups en downs die daarbij horen. “Niemand kan alles even goed en niemand is altijd gelukkig en evenwichtig. Personaliseer daarom het systeem. Besteed meer aandacht aan voorkeuren en afkeuren van wetenschappers, aan de dingen die ze goed kunnen en de dingen die ze minder goed kunnen. Diversiteit betekent dat het oké is dat de ene wetenschapper op zijn best is als onderzoeker en een ander als docent. En waardeer dan beide gelijk. Niet meer alle boxjes hoeven afvinken zou al een enorme bevrijding zijn.” Het is nog een lange weg om daar te komen. De gewonden die ontstaan door het superheldenmodel lap je niet met één pleister op. Maar met haar onderzoek voor de Jonge Akademie hoopt Cramer een substantiële bijdrage te leveren. “Het wordt echt tijd dat we de hele mens meenemen naar het werk.”

1 maart 2018

column Luuk Koelman

Loten, niet kiezen Plaatselijke democratie kan makkelijk zonder politieke partijen. Zei ik democratie? We leven niet eens in een democratie. We leven in een particratie: een systeem waarin politieke partijen de macht uitoefenen. En dat is geen goede zaak. Iets meer dan twee procent van alle Nederlanders is lid van een politieke partij. Weer een klein deel van die twee procent stelt zichzelf verkiesbaar. Daar mag je dan uit kiezen, als burger. Eén keer in de vier jaar een bolletje rood kleuren achter een naam in plaats van een idee, want politiek draait om de poppetjes. Terwijl de hamvraag zou moeten zijn: hoe krijgen we het best mogelijke bestuur? Onze maatschappij telt duizenden en duizenden burgers die dolgraag de samenleving willen dienen, maar voor geen goud de politiek in willen. Denk maar aan alle vrijwilligers die verenigingen en stichtingen draaiende houden, van voetbalclub tot buurthuis. Dan denk ik: waarom niet loten in plaats van kiezen? Juryrechtspraak werkt ook zo, dus waarom de plaatselijke politiek niet? Burgers zijn beter geïnformeerd én hoger opgeleid dan ooit tevoren. Waarom bestaat het bestuur van een stad als Tilburg niet uit verschillende organen van door loting aangewezen burgers, die op hun beurt weer worden bijgestaan door (deskundige) ambtenaren? En elke twee of vier jaar loten we opnieuw. Om de beurt regeren én geregeerd worden, dát is ware democratie. Dit is overigens niet mijn idee, maar van de Bel­ gische cultuurfilosoof David van Reybrouck. En hij heeft het weer afgekeken van de oude Grieken die het ook zo deden, met volksvergaderingen. Bijna alle publieke functies in de stadsstaat Athene werden via loting ingevuld. Democratie bestaat al drieduizend jaar. Stemmen pas tweehonderd jaar, indertijd ingevoerd door de aristocratie om burgers op afstand te houden. Denk daar maar aan wanneer je politici weer eens hoort betogen dat referenda ‘verkeerde verwachtingen’ wekken bij de burger.


13

Op de man af

Wè nou? tilburgse reacties op Het nieuws

Schrap het bindend studieadvies Kamerlid Zihni Özdil van GroenLinks wil dat het bindend studieadvies komt te vervallen. Een goed idee? “Nee, je studie is je eigen verantwoordelijkheid. Ik vind het prima dat er een advies is, maar het mag niet bindend zijn. Stel dat je je leven wil beteren na je eerste jaar, dan krijg je daar de kans niet voor en dat zou zonde zijn.” Irene Broeckaert, 22 jaar, Cognitive science and artificial intelligence

“Het bindend studieadvies moet blijven. Universiteiten hebben een bepaald niveau dat ze willen waarborgen, dan is het wel handig om één lijn te trekken. Hoe vervelend dat soms ook voor individuele gevallen is.” Toon van der Sande, 20 jaar, Fiscale economie

naam Dirk Roest opleiding Econometrie leeftijd 19 jaar Hoe was je verkleed met carnaval? Als ridder. Met elf man hebben we vier dagen gehost in Eindhoven. Liever te dik in de kist óf een feestje gemist? Dan toch liever te dik in de kist. Waarvoor heb jij je spaarvarken kapot geslagen? Voor m’n aankomende vakantie naar Albufeira. Samen met de rest van de ridderlijke orde.

“Het is goed dat er een grens getrokken wordt. Op deze manier maak je onderscheid tussen gemotiveerde en ongemotiveerde studenten en behoudt een studie zijn niveau. Zo voorkom je ook dat niet iedereen zomaar met een bachelor de deur uitloopt.” Milou Reuvers, 19 jaar, Psychologie

“Een bindend studieadvies zorgt voor een bepaalde motivatie. Het nadeel ervan is dat er teveel nadruk op ligt. Hierdoor wordt het halen van punten belangrijker dan het leerproces zelf.” Luuk Alards, 21 jaar, Economie en bedrijfseconomie

Voor welke stad bij monopoly ga jij altijd? De oranje, Utrecht. Voor een redelijke prijs levert het behoorlijk wat op. Wie is je leukste huisgenoot? M’n moeder. Welk probleem zou jij de wereld uithelpen? Wat een missverkiezings-vraag. Dan wil ik een eind maken aan voedsel- en watertekort. Welke stempels zou jij nog in je paspoort willen? Chili. Ik zou heel graag rondreizen in Patagonië. Als ik er dan toch ben, pak ik de boot naar Antarctica. Hoe is je laatste date afgelopen? Goed! Afgelopen zaterdag was ik in Valencia en daar hebben we lekker gegeten.

61% Nee, de uni moet je weg kunnen sturen als je het niveau niet aankunt (111 stemmen)

18% Nee, het advies helpt studenten zo goed mogelijk hun eerste jaar door (33 stemmen)

16% Ja, dan kun je op je eigen tempo studeren (29 stemmen)

5% Ja, zo wordt het hoger onderwijs toegankelijker (9 stemmen) Totaal: 182 stemmen Stemmen op de volgende poll kan op Univers­ online.

1 maart 2018


14

Beeldend

foto Jack Tummers

Tilburgse topmodellen De mobiele studio van fotograaf Maurice van den Bosch is de komende weken op tournee over de campus. Hij is niet op zoek naar de nieuwe Doutzen of zo, maar is hier voor het huidige universiteitspersoneel, wetenschappelijk en ondersteunend. Hij maakt professionele profielportretten voor het Tilburgse digitale koppenboek Webwijs. Alle vage selfies, saaie paspoortfoto's en uitsnedes uit oude vakantiekiekjes kunnen dan vervangen worden door strakke Tilburg University portretten. En die hebben geen suffe zakelijke grijze achtergrond, maar juist een fris groengevlekte, voor het echte Tilburgse boomvolle campusgevoel.

1 maart 2018


15

1 maart 2018


16

de vijf VAN EIJFF

Bubbels, punch bowls en alcoholisten DowJones en Wall Street kregen te maken met fikse koersdalingen deze maand. Klein bier, of de voorbode van een flinke kater? Topeconoom Sylvester Eijffinger zegt dat we de aandelenmarkt vandaag het beste kunnen begrijpen als een notoire alcoholist.

versiteit, Helmut Schlesinger, vergeleek de financiële bubbel ook al eens met een alcoholist. Je weet dat-ie op een zeker moment weer naar de fles grijpt, maar je weet nooit precies wanneer.”

1. De aandelenkoersen zetten een flinke daling in. Hoe is dit te verklaren? “De centrale banken Fed en ECB stimuleren de economie nog steeds, onder meer door de rente kunstmatig laag te houden. Het zorgt voor een situatie van ‘overliquiditeit’. Zoals de Amerikaanse econoom Irving Fisher het ooit mooi formuleerde: ‘There is too much money, chasing too few goods.’ Lenen is zodanig goedkoop dat er meer geld in omloop is dan geïnvesteerd kan worden in de reële economie. Omdat rente op sparen nagenoeg nul is, steken mensen het in financiële producten, assets, zoals aandelen. Die worden hierdoor kunstmatig duurder, ‘asset price inflation’ noemen we dat. Opeens gaat men zich realiseren dat de assets te hoog gewaardeerd zijn en dan treedt er een correctie op. Dat is nu gebeurd.”

5. En nu hadden vooraanstaande journalisten als Charles Groenhuijsen en Arendo Joustra van Elsevier net bij WNL beweerd dat Donald Trump zo lekker bezig was met het boosten van de economie... “Trump beweerde verantwoordelijk te zijn voor de stijgende beurskoersen en de florerende economie, maar dit is onzin. Feit is dat politiek beleid pas zo’n 24 maanden later doorwerkt in de economie. Trump zit er nu een jaar en zijn eerste daad, het belastingplan, is er pas net een paar weken. Groenhuijsen en Joustra weten niets van economie. De gestage groei de laatste jaren is al iets meer het effect van Obama, maar vooral van de Centrale Banken die geld in de economie pompen. En nu moet daar toch een keer een eind aan komen, anders vliegen we uit de bocht.”

‘Het geld pompen moet nu echt een keer stoppen’

2. Is dit een incident, of een voorbode van economische malaise? “Het laat zien dat we weer bezig zijn speculatieve bubbels te creëren. Dit is een eerste correctie, maar stelt nog

1 maart 2018

weinig voor. Als de Centrale Banken niet adequaat gaan handelen, is dit slechts een voorbode van een recessie. Ze zullen echt de rente moeten verhogen, daar wordt ook over gesproken.” 3. Waarom proberen de banken de woekering van geld niet zo snel mogelijk af te remmen? “Omdat niemand het feestje wil verpesten. Zie het zo: de grote punch bowl gaat lekker rond, er is een drankje voor iedereen en de gasten beginnen net gezellig aangeschoten te raken. Nu moet de gastheer ervoor waken dat niet iedereen in een beschonken staat raakt en voorzichtig de punch bowl wegrijden. Probleem is alleen dat als de gasten het merken, het zomaar kan dat ze zich allemaal in één keer richting de uitgang begeven.” 4. En dan krijg je dat iedereen gelijktijdig van z’n aandelen af wil, zakken de koersen en creëer je wellicht een recessie. Hoe bepaal je het juiste moment om het feestje niet met een vervelende anticlimax te laten aflopen? “Dat is dus het probleem. Mijn mentor en voorganger aan de Humboldt-uni-


17

leestijd

7

minuten

Tekst Ron Vaessen fotografie Ton Toemen

Betere economieles voor scholieren

Lans Bovenberg heeft een droom: een eenvoudiger en beter economieonderwijs op middelbare scholen. Samen met economieleraren gaat hij de dagelijkse lespraktijk veranderen. “Jongeren moeten leren hun economische leven te besturen.”

H

et is tijd om het economieonderwijs op de middelbare school verder te ontwikkelen, stelt hoogleraar economie Lans Bovenberg. Ruim tien jaar nadat de commissie Teulings in 2007 het economieonderwijs op havo en vwo op de schop nam, werpt Bovenberg zich op als hervormer. Want het kan nog altijd beter, eenvoudiger en leuker. Per 1 april 2015 nam Bovenberg zitting op de Goldschmeding-leerstoel, die speciaal voor deze missie op Tilburg University is neergezet. “Onderwijshervorming op de middelbare school is iets dat ik altijd belangrijk vond,” zegt hij op de derde verdieping van Prisma. De zon valt over het Warandebos ongehinderd door hoogbouw binnen in de tijdelijke werkkamer waarin hij huist, terwijl Koopmans wordt gerenoveerd. >>

1 maart 2018


18

Eind 2017, na ruim twee jaar diep nadenken, wist Bovenberg hoe het economieonderwijs op havo en vwo eruit moest gaan zien. Een commerciële uitgeverij peilde in 2016 al het animo voor Bovenbergs lesmethode. De resultaten waren even slikken: slechts 15 procent van de gevraagde middelbare scholen had interesse, terwijl een lespakket pas rendabel is als dat minimaal 25 procent is. “Ik was in eerste instantie teleurgesteld,” zegt Bovenberg. Want met zijn methode kan het beter. Sinds 2007 gaat het economieonderwijs uit van acht domeinen, zoals ‘vaardigheden’, ‘schaarste’, ‘markt’ en ‘goede tijden, slechte tijden’. “Ik juich het toe vanuit een beperkt aantal concepten te denken, waarmee je een heleboel economische contexten kan begrijpen,” zegt Bovenberg. Maar het kan nog eenvoudiger, en recente ontwikkelingen in de economische wetenschap moeten ook een prominentere plek krijgen in het onderwijs. Want die hebben niet bepaald stilgestaan. Samenhang Van acht naar drie, dat is in een notendop wat Bovenberg voorstaat. Met drie fundamentele concepten, die een opvallende onderlinge samenhang vertonen, kan de hele economie worden gedoceerd en begrepen. Concept één: ‘het leven is geen nulsomspel’. Anders dan vaak wordt gedacht, betekent het verlies van de één niet de winst van de ander, of andersom. “Economen zien als het wonder van de economie juist dat we kunnen winnen door te ruilen, door samen te werken. Trump ziet dat bijvoorbeeld niet in, door te beweren dat als Mexico wint, de Verenigde Staten verliezen.”

uit aan een pensioenfonds. Iemand die een auto wil kopen, gaat te rade bij de autoverkoper, verzekeraar en Consumentenbond. “Zo ontstaan allerlei relaties tussen mensen,” zegt Bovenberg. Dat zijn de eerste twee concepten in werking. Het derde concept, eerlijk delen, komt in beeld bij de vraag of de ander wel te vertrouwen is. Steekt het pensioenfonds niet teveel in de zak van de directeur, probeert de autohandelaar de boel te flessen? Wat aantoont dat economie in de praktijk niet eenvoudig is. Of juist spannend, een mens moet kunnen wikken en wegen tussen eigen en gezamenlijke belangen. “In onze complexe samenleving moet je je kunnen inleven in anderen en zorgen dat ook zij ook profiteren. Zo word je een succesvol persoon.” De economische bril Jongeren zijn de toekomst, maar ze moeten wel worden voorbereid op die toekomst. Jongeren worden geleid door hormonen en onzekerheden, hebben moeite met het nemen van beslissingen en zijn makkelijk te manipuleren. Aan de leraar economie de nobele taak hen in te wijden in de geheimen van het besturen van je leven – in economie als huishoudkunde. Daar is Bovenbergs methode behoorlijk geschikt voor, denkt hij. Die sluit namelijk meer aan op de belevingswereld: “De meeste jongeren zijn vooral bezig met relaties en het met vallen en opstaan leren om verstandig te kiezen en goed samen te werken.” Ze zullen zich eerder herkennen in het relationele, dan het rationele mensbeeld.

‘Als jij denkt dat ik er met de poet vandoor ga, doe je niet mee’

Het tweede concept, ‘verschil’, maakt duidelijk waarom iedereen kan winnen. “Als we verschillend zijn, ontstaat potentie voor handel en welvaartscreatie.” De bakker wil nieuwe schoenen, de schoenmaker zijn dagelijks brood. De één kan de ander ergens mee helpen en vice versa. Het derde concept, ‘meerwaarde eerlijk delen’, toont aan dat ook ethiek een rol speelt in de economie. “Als jij denkt dat ik er met de poet vandoor ga, doe je niet mee. Als we de winst daarentegen eerlijk verdelen, hebben we allebei vertrouwen in de samenwerking.” Dat is, voor wie het wil, uiteindelijk ook goed voor het eigenbelang.

Relationeel Bovenbergs efficiëntere economieonderwijs gaat uit van een fundamenteel ander mensbeeld dan gebruikelijk is. Leerlingen krijgen nu nog regelmatig te horen dat het er vooral om gaat jezelf rijker te maken, maar de economische wetenschap heeft aangetoond dat dit beeld grotendeels achterhaald is. Het rationele mensbeeld speelt nog een rol, maar een meer relationeel mensbeeld is net zo belangrijk. Naast soms zelfzuchtig zijn we ook allemaal economische actoren die hechten aan rechtvaardigheid en van betekenis willen zijn voor een groter geheel. De kracht van de mens zit in het sociale karakter – in het vermogen tot samenwerking. Iemand die niet veel van pensioenen weet, besteedt dat

1 maart 2018

Natuurlijk komt het allemaal aan bod, ook het rationele mensbeeld. Met drie menstypen naar voorbeeld van de Griekse mythologie wil Bovenberg de economie uitleggen. Met Eros, de god die staat voor zelfliefde. Agape, het vooral denken aan andermans belangen. En Philia, die uitgaat van wederkerigheid: “Als jij goed bent voor mij, ben ik goed voor jou. Maar als je slecht bent voor mij, ben ik bereid kosten te maken om jou te schaden.” Bovenberg: “Iedereen heeft deze drie soorten in zijn of haar repertoire. Het gaat erom te leren wanneer je welk model het beste kunt gebruiken.”

Leraren meekrijgen Met de theorie zit het wel snor, nu de praktijk nog. Daarvoor zal Bovenberg de leraren moeten meekrijgen in zijn plannen. Zij bepalen wat wordt onderwezen, want scholen hebben vrijheid van onderwijs. Al wordt er in het economieonderwijs juist weinig gebruikgemaakt van die vrijheid. “We hebben feitelijk een soort staatsonderwijs. Er zijn een aantal uitgevers en de boeken die zij uitgeven worden vrij slaafs gevolgd.” In het uitgevers-marktonderzoek hadden vooral de orthodoxchristelijke scholen interesse in de lesmethode, wat volgens Bovenberg te verklaren is omdat zij interesse hebben in mensbeelden en een goed gedefinieerd vormingsideaal hebben. Daarvan is bij algemene scholen lang niet altijd sprake. Uit het marktonderzoek bleek dat leraren nauwelijks antwoord gaven op de vraag: wat maakt het vak leuk? Ze lijken niet zozeer geïnteresseerd in de inhoud van het vak, maar vooral in het goed naar examens begeleiden van leerlingen. “Cijfers zijn natuurlijk belangrijk, maar het gaat uiteindelijk om wat leerlingen leren over hun leven.” >>


19

1 maart 2018


20

Bij de pakken neer zat Bovenberg niet lang. Nu duidelijk is wat moet gebeuren, draait een nieuw plan op volle toeren. Eerst geeft hij zes keer college in Utrecht, waar hij vijftig enthousiaste leraren én mensen van lerarenopleidingen uit het hele land – die wél bezig zijn met de inhoud van het vak - bijspijkert in de economische wetenschap. “Om ze te inspireren en enthousiasmeren voor hun prachtige vak”. De tweede stap, in september 2018, is de start van een innovatielab. Daar werkt hij de methode verder uit, in samenwerking met die voorhoede van vijftig belanghebbenden. Co-creatie, dus. Lesmodules De aanpak is bescheidener van aard. Het onderwijs hoeft niet ineens over een andere boeg, ze beginnen met drie modules: ‘gedragseconomie’, ‘samenwerken’ en ‘geld’. Over dat laatste: “We willen niet uitstralen dat we ons niet bezighouden met financieeleconomische zaken zoals wat geld is, of hoe je budgetteert.” Met de lesmodules moeten scholen vanaf september 2019 gaan experimenteren. Materiaal dat niet werkt komt terug en wordt aangepast. Daarna moet de stap gezet worden van de voorhoede van intrinsiek gemotiveerde leraren naar de mainstream. Daar ligt de grootste uitdaging.

‘Cijfers zijn belangrijk, maar het gaat uiteindelijk om wat leerlingen leren over hun leven’ Het is de vraag of Bovenberg die stap zelf nog gaat zetten. “Ik doe elke tien jaar iets anders. Ooit ben ik begonnen met openbare financiën, daarna heb ik me beziggehouden met het milieu en de afgelopen periode met pensioenen en vergrijzingen bij onderzoeksnetwerk Netspar.” De laatste tien jaar van zijn carrière vingen aan toen hij op zijn 57e plaatsnam op de leerstoel voor onderwijsvernieuwing. Hij deed dit voor een termijn van vijf jaar, welke bij succes verlengd wordt met nog eens vijf, tot Bovenbergs pensioenleeftijd van 67. Hij is nu 59, op de helft van de eerste termijn. Het idee: in deze eerste vijf jaar de structuur neerleggen. Goede mensen opleiden, die op termijn het stokje kunnen overnemen. “Mijn hoop is dat we een soort Netspar te ontwikkelen, maar dan een netwerk voor constante onderwijsvernieuwing.” Gaat dit volgens plan, dan heeft hij daarna nog vijf jaar voor zich. Misschien kan hij het economieonderwijs op de universiteit dan onder handen nemen. Vooral daarvan wordt al jaren gezegd, onder andere door economeninitiatief Rethinking Economics NL, dat het anders moet. “Maar daar moeten andere spraakmakende economen zoals Eric van Damme, Coen Teulings en Bas Jacobs zich dan ook achter stellen. Ik ga het niet alleen doen, dat is wel mijn les.”

1 maart 2018

column Henk Strikkers columnist

Universiteit van Harderwijk Precies 32 jaar geleden was de gelukkige dag dat de Katholieke Hogeschool Tilburg zich eindelijk universiteit mocht noemen. Tegelijkertijd met de technische hogescholen in Delft, Eindhoven en Enschede en de Wageningse Landbouwhogeschool werd de KHT gepromoveerd tot universiteit. Tien jaar eerder werd in Maastricht een geheel nieuwe universiteit uit de grond gestampt. Het was een reactie op de babyboomers die de jaren ervoor massaal naar de universiteiten trokken. Zij zorgden er voor dat universiteiten piepten en kraakten en uit hun voegen dreigden te barsten. De universiteiten waren simpelweg niet voorbereid op zulke grote studentenaantallen. Dat is tegenwoordig niet anders. Het leenstelsel heeft de meeste jongeren niet ontmoedigd om naar de universiteit te gaan en de voortdurende verengelsing van opleidingen heeft als gevolg dat de studentenaantallen sterk stijgen. Ook TiU krijgt steeds meer aanmeldingen. De gevolgen zijn duidelijk: steeds meer werkdruk voor docenten, steeds meer ruimtegebrek voor universiteiten en grote kamertekorten in studentensteden. Studenten klagen aan de andere kant steeds meer over het onpersoonlijke karakter dat onderwijs op universiteiten heeft gekregen. De oplossing ligt voor de hand: na de onderwijsemancipatie van Zuid-Nederland in de jaren zeventig en tachtig is het nu tijd voor het stichten van nieuwe universiteiten. Als je naar de landkaart kijkt zijn de universiteiten in het noorden en het oosten dunbezaaid: dus waarom worden de universiteiten van Franeker en Harderwijk geen nieuw leven in geblazen? Of als die steden niet de prestige van weleer hebben, waarom kijken we dan niet naar de Universiteit van Almere (UvA-2) en de Universiteit Zwolle? De keuze is reuze en de tijd dringt. Red ons hoger onderwijs en sticht een nieuwe universiteit!


21

Waar is Univers?

Wat heb je nu geleerd? college European Intellectual Property Law and Technology

door Jonathan Hendriks

locatie CZ 120

Docent

Maurice Schellekens

Kon je wakker blijven?

Bij de excuustruus In het verleden is mij weleens verteld dat ik me te vaak verontschuldig. Vervelend is dat. Dus toen ik las dat er een bijeenkomst op de universiteit plaatsvond met het onderwerp ‘De sociale kant van excuses: motivatie en consequenties van verontschuldigen’ wist ik meteen dat ik hier een bezoekje moest brengen. Het event vond plaats in een lokaal op vrijdagmiddag in het Academia gebouw, dus ik verwachtte geen grote mensenmassa’s. Maar tot mijn verbazing was het lokaal propvol. Wellicht waren er meer mensen die wat problemen hebben met excuses aanbieden? Benieuwd naar de inhoud van het programma pakte ik net als iedereen iets te eten en ging zitten. Ergens verwachtte ik een soort therapiesessie waarbij iedereen vertelde over zijn leven. Ik was al gereed iedereen te overspoelen met mijn duizenden excuses maar dat was toch niet helemaal de gang van zaken. Terwijl iedereen aan het genieten was van de gratis lunch vertelde dr. Amy Summerville over haar onderzoek naar verontschuldigingen. De kerntheorie die deze middag ter discussie stond was dat mensen zich verontschuldigen vanuit de behoefte bij een groep te horen. Ik kom te weten dat spijt de tweede meest genoemde emotie is en sociale relaties kan verbeteren. Veel wetenschappelijke publicaties passeerden de revue, er werd met percentages en cijfers gegooid en vanuit het publiek waren er veel vragen. Al met al een levendige bijeenkomst. Na afloop van de presentatie had ik niet minder de behoefte om me te verontschuldigen. Ik ging met een tevreden gevoel naar huis, want dankzij dr. Amy Summerville had ik het gevoel mezelf net iets beter te begrijpen. En zoiets is altijd fijn. Maar toch kan ik het niet laten: mijn excuses als je dit stuk niet interessant vond, volgende keer beter dan.

Tot mijn verbazing kon ik ondanks het feit dat het vrijdagochtend was goed wakker blijven. Misschien kwam het door het haasten, ik was nogal aan de late kant en moest nog even een sprintje trekken om op tijd bij het college te zijn.

Hoe zaten de studenten erbij?

Wakker en geïnteresseerd. Op de laptopschermen zag ik alleen maar aantekeningen open staan. Dus volgens mij waren de studenten ijverig aan het meetikken, of ze moesten nou net bezig zijn met het schrijven van een lange brief. Het waren veel internationale studenten, dat verklaart misschien waarom de studenten zo oplettend waren. Mij valt toch op dat onze buitenlandse studenten vaak net iets aandachtiger zijn dan de gemiddelde Nederlandse student.

Had de docent er zin in?

De docent praatte nogal monotoon, dus ik was in het begin niet helemaal zeker of dat zijn manier van lesgeven was of dat hij op deze vrijdagochtend behoefte had aan weekend. Hij stelde wel veel vragen, die trouwens allemaal ijverig werden beantwoord, dus ik neig te zeggen dat hij er wel zin in had.

Wat heb je nu geleerd?

Eerlijk gezegd niet zoveel. Ik vond het vrij technisch dus veel van wat er werd verteld begreep ik niet. Wat ik wel heb onthouden is dat er ergens in het Europees recht een wet is waarin wordt aangegeven voor welke uitvindingen geen patenten verkrijgbaar zijn. Mocht ik ooit nog de Willy Wortel in mezelf tegenkomen, dan heb ik daar wellicht iets aan.

1 maart 2018


22

Bij de buren

Masterscriptie

wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?

Kip-ei discussie gesloten WAGENINGEN – Eindelijk antwoord op de eeuwen­oude vraag: wat was er eerder, de kip of het ei? Pluimveepromovendus Tom Berghof geeft in de zesde stelling bij zijn proefschrift het definitieve antwoord: de kip. Kwestie van genetica, legt hij in Resource uit. Er waren duizenden DNA-mutaties nodig voordat een vogel tenslotte tot kip evolueerde. “Voortplantingscellen met de bepalende mutatie resulteerden samen in een kippenembryo, maar dat zat in een voorouder-ei, niet in een kippenei.” Het eerste kippenei kwam dus daarna.

Afrika ligt in scheiding ENSCHEDE – Wereldschokkend nieuws van de Universiteit Twente, meldt U-Today: het continent Afrika ligt in scheiding. “Het is één minuut voor twaalf voor het continent zoals we het nu kennen,” zegt hoogleraar aardstructuur en dynamiek Mark van der Meijde. Tijdens zijn onderzoek ontdekte hij bij een krachtige aardbeving een breuklijn die dwars door Botswana loopt. “Dat betekent dat een deel van Afrika uiteindelijk zal afbreken en wegdrijven, zoals ooit met Zuid-Amerika is gebeurd.” Overigens duurt dat nog honderdduizenden jaren, maar voor geologen is dat al heel snel.

Stil zijn of oprotten GRONINGEN – Studentenhuisvester SSH stuurde de internationale bewoners van een Gronings studentenhuis een dreigbrief vanwege geluidsoverlast. De volgende keer krijg je een officiële waarschuwing die ook naar de universiteit hier en in je eigen land gaat en misschien ook naar je ouders, kregen ze te horen, meldt UK. De brief gaat zelfs verder: als het daarna nog eens gebeurt, word je uit huis gezet, van de universiteit gegooid en moet je het land uit. Het zijn loze en leugenachtige dreigementen, laat de universiteit zelf weten. SSH erkent dat en heeft inmiddels excuses aangeboden.

Studentenraad krijgt ongevraagde dildo TORONTO – De studentenraad van de University of Toronto kreeg eind januari een ongevraagd pakketje bezorgd, meldt studentenblad The Varsity. Inhoud: een grote doorzichtige dildo. Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt. Een twaalftal andere raden door heel Canada kreeg ook al onbestelde seksspeeltjes. De Royal Canadian Mounted Police onderzocht de mysterieuze pakketjes. Ze blijken te komen van Chinese distributeurs. Waarschijnlijk is het een soort van marketingactie, vermoedt mountie Darryl Waruk.

Slimmer bellen Om klanten niet lastig te vallen maar te bereiken op het juiste moment, ontwikkelde Olcay Yücekaya (Marketing Management) een slimme belmethode voor callcenters. Callcenters zijn een belangrijke schakel tussen bedrijven en hun klanten. Ze fungeren vaak als vraagbaak voor klanten die bellen, maar net zo belangrijk is de afdeling die zelf naar (potentiële) klanten belt. Er worden algoritmes gebruikt om zoveel mogelijk mensen te bereiken om producten of diensten te verkopen. Of bijvoorbeeld om betalingsregelingen te treffen. Maar vooral om de callcentermedewerkers continu aan het werk te houden. De tijd wordt optimaal benut. Hoewel? Waar geen rekening mee wordt gehouden is wie er wordt gebeld. En op welk tijdstip dat het beste gedaan kan worden. Zo ontstaat de bekende frustraties dat een telefoontje nooit gelegen komt. Mensen worden gebeld tijdens het eten of onder werktijd. Yücekaya, jaren werkzaam bij callcenter 2Contact, had deze frustraties als klantenservicemedewerker ook. Mensen hangen op of zijn onbeleefd en de boodschap komt niet over. Dat is eigenlijk hartstikke slecht voor de zaken en moest beter kunnen. Daarom onderzocht hij of telefoontjes afgestemd kunnen worden op de mensen die worden gebeld. Dit was eerder geprobeerd, maar door de complexiteit ervan en een gebrek aan computerkracht onsuccesvol. Yücekaya laat zien dat het inmiddels wel kan. Zijn manier van bellen houdt rekening met klantinformatie. Om te bepalen hoe laat iemand gebeld kan worden, wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met leeftijd en geslacht. Ook een eventuele baan of pensionering worden meegenomen. Zo kan de beste tijd voorspeld worden om individuele personen te bellen. Het leidt tot meer en betere reacties van klanten, minder irritatie en meer verkopen en betalingsregelingen. Callcentermedewerkers voeren kortere gesprekken, met meer succes. Dit is, schrijft Yücekaya, een lang gevraagde doorbraak die de telemarketing kan veranderen. Voor 2Contact heeft hij de methode inmiddels uitgewerkt tot de belmethode ‘Smart-Call’. Cijfer: 7,5

1 maart 2018


23

reading time

6

minutes

Students volunteer in Calais text Laura van gelder

The notorious ‘Jungle’ of Calais is gone, but tragedy remains. A group of Tilburg University students recently visited the French coastal town to provide on-theground support. “Now that the camp has been demolished, refugees live on the streets.”

I

Banksy mural at Calais beach of a child looking towards Britain Photography Alberto Hugo Rojas

t was late January when Luca Bruijstens (19), Kevin Kootstra (22) and five other Tilburg University students stuffed their weekend bags into a rental car and set out for a road trip to Northern France. “We had to make a small detour to stop by my house first, because I forgot my passport”, Luca says. She smiles, adding: “Yeah, I was that person.”

The students—all participants of the university’s Outreaching Honors Program—weren’t departing for an ordinary getaway. Their final destination was Calais, the French port town that came to be a painfully visible sign of Europe’s inability to cope with the migrant crisis. “As students of the Outreaching Honors Program, we participate in community projects. We can join organizations that are involved in giving back to society”, Kevin explains. “Luca and I both joined Lend a Hand, a non-profit organization founded by Tilburg University students. The organization focuses on helping people from less fortunate backgrounds and vulnerable groups, such as refugees.”

CLOSER TO HOME Since its establishment in 2015, Lend a Hand has set up projects in Rio de Janeiro and South Africa. “Our project is called Closer to Home. We don’t go to Brazil or Africa, but to more nearby locations where help is needed”, Kevin says. Only a three-hour drive from Tilburg, Calais qualifies as close to home. And although the overcrowded and badly maintained refugee camp near Calais—notoriously nicknamed the Jungle—no longer exists, help is still very much needed. Refugees continue to arrive in Calais, hoping to make the cross to England. Luca: “Now that the camp is demolished, refugees live on the streets. They sleep under bridges and by the sides of the roads. They often don’t even have a tent, because tents get taken away by the police.” JUNGLE Plagued by protests, riots and disease, Calais’ controversial migrant camp was bulldozed by French authorities over a year ago, turning the Jungle >>

1 maart 2018


24

into an empty grassland. But the demolition of the camp didn’t stop refugees from coming to Calais in the hopes of getting to Britain. With hundreds of uncared-for migrants now wandering the streets of Calais and competing for routes into the UK, one thing is certain: for the refugees, it’s still a jungle. “For the refugees, the situation definitely became worse”, Luca says. “And perhaps things became worse for the residents too. The camp was located on an empty terrain outside the city, so you could say that the residents of Calais weren’t bothered by it. After the camp was destroyed, the refugees who stayed in Calais were scattered across the entire city.” CAT AND MOUSE French authorities fear that a new encampment will arise in the area of Calais. As a result, an endless cat-and-mouse game has developed between police and homeless migrants. Luca: “Refugees are not allowed to gather in groups of more than seven people. When they put up a tent somewhere

‘In reality the refugees in Calais are just ordinary people’ to sleep, their tents get confiscated and they’re driven away by police. They live under the constant risk of being arrested and deported.” Kevin vividly remembers seeing a group of migrants being chased away by police. “We saw a group of refugees clustered together under a bridge, near a parking lot for truckers”, he recalls. “The police had pepperspray and weapon sticks. They were driving the migrants away. It really looked like they were pushing a herd of sheep up the road.” ANIMALS According to Luca, migrants don’t receive a humane treatment in Calais. “They’re treated like animals, almost”, she says. “And that’s also how they’re depicted in the media. Some of the refugees we talked to were so smart and friendly. To be honest, that surprised me a little. I was expecting to see some small fights over people skipping the line at food handouts and things like that. But people were politely waiting their turn. One man even moved all the way to the back of the line so that others could get food first.”

1 maart 2018

According to Kevin, the refugees wandering the streets of Calais are not the troublemakers that the media sometimes lead us to believe. “When you hear about the refugees in Calais on the news, it’s always something negative—fights, riots, problems. But in reality, they’re just ordinary people”, he says. “They don’t mean any harm, and they’re very grateful for the work that the volunteers do. When we were walking the streets and we ran into a group of refugees, I never felt threatened.” “I never felt unsafe, not once”, Luca says. She was moved by the way the migrants look out for each other, despite living in appalling conditions. “You’d think that under those circumstances, when you’re hungry and cold and you’ve lost everything, that you’d only think about yourself. I guess that’s just survival instinct. But people were so kind and loyal and selfless. That surprised me.” THE WAREHOUSE Without facilities provided by the authorities, migrants must rely on the work of volunteers for basic necessities such as food, clothes, blankets, tents and sleeping bags. Volunteers from all over the world work to provide life-saving support to refugees in Calais. It’s not an easy job, as Luca and Kevin quickly discovered. “The work is pretty demanding, both physically and emotionally”, Kevin says. The students worked at a warehouse, where donations are collected and sorted and where food is prepared and distributed in town twice a day. The warehouse volunteers are extremely dedicated, Luca says. “There’s a group of fulltime volunteers. Some of them have already been there for two years. They sleep in a caravan, they wear clothes that are donated and


25

Kevin says. Luca: “Of course the situations shown on television are real. But they only show that part. It’s framed very negatively. By telling others about my experiences in Calais, I hope to change that a little. For every person I tell about Calais, I think: that’s one more person that doesn’t have this negative view of refugees.” FOR GRANTED After witnessing the migrants’ daily struggle with biting cold, hunger and uncertainty, the students returned to Tilburg with a new appreciation for the things most of us take for granted. Kevin hopes that by sharing their experience, they can make others—like the readers of this article—more aware of how we live in completely different circumstances and often take this for granted. “A lot of things that we take for granted are not available to refugees”, Kevin says. “Maybe you’re sitting on your couch as you read this article— those refugees don’t have a couch, they don’t have a roof over their head. they eat the food that’s prepared at the warehouse. They gave up their jobs, their whole life, to help these refugees.” FOOD HANDOUT Food distributions are carried out by the more experienced volunteers, as it’s the most complex and risky part of the job. “We did a field training, during which we learned the dos and don’ts on a food distribution. We were told what can go wrong, and how to react in certain situations”, Luca says. The students were instructed how to deal with police and how to interact with the migrants that come to collect a meal at the food handout. “For example, some questions are a no-go”, Kevin explains. “You shouldn’t ask the refugees any questions referencing to their identity. Because they’re illegal immigrants, they could be deported. You should also never take out your phone, because that could create suspicion among the refugees—you might be taking a picture, or calling the police.” CLASHES Two weeks after Luca, Kevin and the rest of the group had left Calais, things went terribly wrong during a food handout. Clashes broke out between Afghans and Eritreans. Four teenage migrants were shot, leaving them in critical condition, and more than a dozen others were injured. “I read in the newspaper that there was a fight”, Luca says. “I was shocked.” Still, both Luca and Kevin warn that we should remain critical of news reports on Calais. “What you see on the news is by far not the whole story. Things are blown up, and the refugees are depicted in a very negative way”,

‘Some of the volunteers gave up their jobs, their whole life to help these refugees’ Maybe you’re reading it online on your phone—they don’t have a phone, let alone access to the internet. You’re probably warm as you read this— these refugees live in the cold twentyfourseven. It’s very easy to create an opinion about refugees based on what you see on the news, but you can’t really know the conditions under which these people live if you’ve never experienced it. I hope we all become more aware of that.” EYE-OPENING For Kevin, Luca and the rest of their group, the trip to Calais was an eye-opening experience. The students plan on going back later this year, perhaps as soon as June, and this time for a longer period. Luca: “Help is still very much needed in Calais. Every day. If other students feel like they want to go and volunteer, they definitely should.” “Getting involved is really easy”, Kevin adds. “You don’t have to follow any trainings, there’s no minimum of time you have to be there and Calais is easy to reach by train or by car.” He does have one important piece of advice: “Dress warmly.”

1 maart 2018


26

reading time

4

minutes

#TimesUp for fraternities that cross the line text Laura van gelder illustration Jeroen de Leijer

For Dutch student societies, these are times of hard introspection. In the #MeToo and #TimesUp era, fraternity culture must walk the line between tradition and change.

T

he country’s first student societies were established centuries ago. Members of the oldest Dutch student societies, known as student corporations or simply the ‘corps’, continue to pass on the rules and rituals of the old time. But over the years, a new tradition seems to have taken hold: controversy has become part of the culture. And after a string of violent and sexist incidents, universities are no longer letting it slide. BAD PUBLICITY Although hazing incidents and sexism are nothing new in the history of Dutch fraternity culture, the increased pressure on universities to take action is. Until now, controversies never really seemed to hurt student societies. In fact, membership numbers only went up after what would seem to be a PR nightmare—reports of alcohol poisonings, physical and psychological violence, relentless sexism. But gone are the days that bad press helped fraternities rather than hurting them. In a time when social media is a powerful cultural and political force and hashtags can mobilize armies, there is such a thing as bad publicity.

1 maart 2018

IMPUNITY As Dutch universities increasingly refuse to be complicit in an ‘old boys’ club’ culture where there is no accountability, student corporations are at a crossroads. Several universities have already taken serious measures against centuriesold student societies, suspending their subsidies and denying them access to academic events. The recent guilty verdict in an aggravated assault case against a member of the Groningen student society Vindicat, the country’s oldest still-existing student corps, sends a similar message: the culture of impunity must end. Student corporations are not protesting the call for change, or at least not publicly. It looks like the willingness to find a new balance between tradition and change is there. In a rare interview, former Vindicat president Stijn Derksen told daily newspaper de Volkskrant: “All the commotion has woken us up.” He also stressed the

importance of more transparency. “If another incident occurs in the future, I hope it comes to light”, he said. “I’ve seen the positive effect it has on making these issues open for discussion.” INCIDENTS The growing controversy over student societies was sparked by a series of violent and sexist incidents. Here are some of the recent cases that made national headlines. Banga list The first incident to attract major public attention in the past few years was the so-called ‘banga list’, which appeared online in 2016. The list contained the personal details of 23 female members of Vindicat. Rating the women’s sexual performances on a one- to five-star scale, the list also included the women’s photos and phone numbers. Investigation showed that a group of male Vindicat members were responsible for


27

column Leanne Soff

compiling the list. The University of Groningen announced that no action would be taken against Vindicat or against the individual students, calling it an ‘internal affair’ that should be dealt with by Vindicat. After an internal investigation, Vindicat suspended thirteen male members held responsible for spreading the list. Brain injury A 24-year-old member of Vindicat was prosecuted last year for aggravated assault. During Vindicat’s initiation period in August 2016, Wouter B. stood on the head of a prospective member, causing him to suffer brain injury and chronic headaches. Vindicat initially kept the incident quiet, wanting to resolve it internally, but daily newspaper NRC uncovered the story. Both Vindicat and the victim pressed charges against Wouter B. The court found him guilty of aggravated assault, sentencing him to one day in prison and 240 hours of community service. The University of Groningen initially let Vindicat off with a warning, calling for a ‘culture change’, but Vindicat quickly made headlines again for holding a ‘Slut of the Summer’ election and for trashing a sushi restaurant. The university then stopped paying the grants for Vindicat’s board members after all. Undercover footage of hazing Television show RamBam sent five students wearing hidden cameras to the 2017 hazing activities of student corporations. The undercover footage showed a number of incidents took place, particularly at the sorority of the Utrecht student corps (UVSV) and at the fraternity of the Rotterdam student corps (RSC). One prospective member of RSC was taken to hospital by ambulance after sustaining a head wound. The student said that he had been hit in the face, which caused him to fall backwards on his head. After watching the footage, Erasmus University cancelled subsidies to RSC and its female counterpart RVSV. Utrecht University also suspended board grants and subsidies to UVSV, saying that the secret recordings showed a breach of the university’s code of conduct. Sexist party theme Aleph, one of the fraternities of the corps of Eindhoven (ESC), made headlines last January for throwing a Carnaval party with a sexist theme. Aleph posted an invite for the party on Facebook, announcing that the theme of the party was a #MeToo parody: ‘De wil van de vrouw doet er #niettoo’, which translates as ‘a woman’s consent is irrelevant’. On the invitation, Aleph wrote that it is ‘wonderful’ that three out of four are sexually harassed. According to the text on the invitation, it was time to put a stop to the #MeToo movement and to preserve that tradition: ‘Because at Aleph we are aware, just like the rest, that women have no say over what happens to their bodies during Carnaval.’ The invite also contained references to Kevin Spacey and child rapist and murderer Marc Dutroux. In response to the incident, the Technical University of Eindhoven suspended all funding to ESC.

liberal arts student

The deception of spring The first days of sun have come upon us. There’s nothing like the sweet feeling of vitamin D rushing through your body as the first rays of sun touch upon your face, softly, a little shy even. The world lets out a sigh of relief, knowing that those few months of hellish cold and rain have passed. Birds cautiously whistle their first few notes, as if they are fearing they might scare the sun away. The first flower buds have peaked out their heads to carefully observe their surroundings, waiting for the right time to fully emerge and blossom into the beautiful flowers they have always wanted to be. But there is always that one flower, that one pioneer, who is misled by the first deceitful signs of spring. Bravely it breaks free from the ground that has kept it warm and safe over the past months, hoping to finally feel that sweet sunlight on its freshly erupted petals. The other flowers watch anxiously as our brave little daffodil opens up into the fresh air of spring. He thinks he has made it. As the soothing feeling of photosynthesis rushes through his dainty little flowerbody, he is overwhelmed with relief. It’s here, he thinks, spring is finally here. He should’ve known better, the other flowers think as they find him the next morning. His bright yellow color has faded and his leaves, that once rose so proudly to the blue sky, have dropped onto the surface of the cold, frozen ground. As I cycle past the miserable pile of soon-to-be-compost, I sympathize with the little flower. I too hoped that winter had passed, but alas, it was only a dream.

1 maart 2018


28

1 maart 2018


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Little Princess Syndrome by Redactie Univers - Issuu