jaargang 54 | 9 februari 2017 #08
Onafhankelijk magazine Tilburg university
Wetenschappers en hun idealen
Refugee students
determined to succeed
2
In deze Univers
05
12
Waar is ons geld?
Nieuwe campusdichter
Toen de studiebeurs veranderde in studievoorschot, beloofden de universiteiten om extra te investeren in beter onderwijs. Hoe is dat geld in Tilburg University besteed? En is er wel echt iets extra’s uitgegeven?
Tilburg University is een nieuwe campusdichter rijker. Lotte Claassen neemt het stokje over van Jan Völkel. En geeft meteen wat dichterlijke tips aan de beginnende student.
16
23
Wetenschappers en hun idealen
Refugee students
Wetenschappers moeten publiceren, subsidies binnenhalen en lesgeven. Maar hoe zit het met hun idealen? Kunnen ze daar nog recht aan doen?
RUBRIEKEN 4 En Passant 4 Commentaar 10 I-con 10 Wazda? 11 De vijf van Eijff 14 Beeldend 21 Wè nou? 9 februari 2017
Mohammed Elgizoly Adam and Emal Hashemi are refugee students. After escaping war and oppression in their home countries, they are determined to succeed at Tilburg University. But being a refugee student isn’t easy.
21 Wat heb je nu geleerd? 22 Masterscriptie 22 Over de schutting 28 Dagboek van een eerstejaars 28 Waar is Univers? 28 Briefkaart
COLUMNS 3 Luuk Koelman 9 Tom Grosfeld 13 Erik-Jan Broers 27 Leanne Soff
3
Van de redactie Belofte maakt schuld Minister Bussemaker van Onderwijs schafte de basisbeurs af en voerde het leenstelsel in. Het plan werd gepresenteerd als investering in het hoger onderwijs maar was feitelijk een bezuinigingsoperatie. De grote belofte hierbij: het geld zou uitsluitend gebruikt worden voor de verbetering van het onderwijs. En de medezeggenschap zou meer macht krijgen om te zorgen dat bestuurders het onderwijsgeld echt gaan investeren in de verbetering van het onderwijs. Universiteiten beloofden transparant te zijn over waar het geld van het studievoorschot naartoe gaat. Univers besloot om eens te gaan kijken of dat ook zo was. Uiteindelijk waren we tweeëneenhalve maand bezig. Tja. Doe ons en jezelf dus een lol en lees het stuk op pagina 5.
column Luuk Koelman
Verslaving Wetenschappelijk onderzoek, het staat of valt met de definitie van wat je onderzoekt. Neem nu de Rijksuniversiteit Groningen. Daar waren ze maandenlang op zoek naar veertien pornoverslaafden. De universiteit wil onderzoeken of bij hen de doorgifte van bepaalde signalen in de hersenen minder goed werkt, zoals ook het geval is bij heroïne- en cocaïneverslaafden.
Francine Bardoel, hoofdredacteur f.bardoel@uvt.nl
Poll
Moeten docenten sneller tentamens nakijken?
41%
39%
15%
6%
Ik wil mijn docent geen burn-out bezorgen
Voor dat salaris mag het wel wat vlotter
Aan de schandpaal met trage docenten!
maakt niet uit, ik moet toch wel herkansen
99 stemmen
94 stemmen
37 stemmen
14 stemmen Totaal: 244 stemmen
Stemmen op de volgende poll kan op Universonline.
colofon
Univers #8 9 februari 2017
Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Bas van der Schot Productie PrismaPrint Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 9 van jaargang 54 verschijnt op 2 maart 2017 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Francine Bardoel (hoofdredactie), Erik-Jan Broers, Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Laura van Gelder, Nathan de Groot, Tom Grosfeld, Robin Heester, Luuk Koelman, Jeroen de Leijer, Yannick Maas, Joubert Pignon, Daan Rutten, Bas van der Schot, Leanne Soff, Bart Smout, Jack Tummers, Ron Vaessen, Marga Walsh, Marten van de Wier.
Zo ja, dan is dat een aanwijzing dat pornoverslaving een échte verslaving is. “Het is een groeiend probleem,” aldus één van de onderzoekers tegenover RTV Noord. Ja, dat bekt altijd lekker. Jammer dat de reporter hier niet doorvroeg. Want hoezo ‘probleem’? Waarom zou er iets mis zijn met mensen die veel porno kijken, desnoods met een doosje tissues binnen handbereik? De een heeft nu eenmaal een hoger libido dan de ander en wat heeft dat in hemelsnaam van doen met heroïne en cocaïne? Heroïne is zo goed als dodelijk en cocaïne molt op zijn minst je neustussenschot. Maar wat doet porno nu? De tijden dat werd gedacht dat veelvuldig onaneren je ruggenmerg week maakt en blindheid veroorzaakt, liggen al decennia achter ons. Rijst als vanzelf de vraag: wanneer is iemand verslaafd aan porno? Volgens de onderzoekers: als je in je sociale leven of op je werk problemen ondervindt door je honger naar porno. Waar ik nu dus zo benieuwd naar ben: zou onder die veertien pornoverslaafden ook maar één vrijgezelle werkloze zitten? Zo iemand die woest snuivend de hele dag in zijn ochtendjas achter de computer zit en verder niemand stoort? Ik denk het niet, want dát is tegenwoordig de definitie van een verslaving: het is pas een probleem wanneer je de maatschappij tot last bent.
9 februari 2017
4
En passant Commentaar
Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? Met twee mastertitels Rechten op zak kun je natuurlijk de wijde wereld in. Maar waarom zou je, als je het goed naar je zin hebt in Tilburg. Voor een baan als ambtelijk secretaris van de examencommissie TSB hoefde Max de Bruin maar één gebouw verder te zijn. Het is niet alleen een slechtnieuwsfunctie. “Ik was net bezig een student met een beroepszaak te vragen om meer informatie. Dat zou goed nieuws kunnen zijn, we onderzoeken of er voor haar misschien nog wat geregeld kan worden.” dutkar In een maatschappij als deze kun je er niet vroeg genoeg bij zijn, zal deze kleine student gedacht hebben. Lekker door je moeder naar de uni gebracht worden en dan tussen bestuursrecht en publieke beleidsvorming even een middagdutje doen. Grandioos plan. Schone luier aan en gaan.
Koude kermis De wintercantus was dit jaar extra goed in thema. Voor de complete winter experience mochten de studenten tot wel anderhalf uur in de vrieskou wachten. Maar de TOP-organisatie is de moeilijkste niet: de volgende dag mochten de verdwenen jassen gewoon opgehaald worden. Moet je wel in je t-shirtje naar de uni fietsen. Ijstijd Niets mooier dan winterse kou en vrolijke mensen die voorzichtig het ijs op schuifelen. Een prachtig gezicht. Maar ja, zo gek konden we helaas niemand krijgen. Dan maar een foto van de bevroren fontein. Die kun je tenminste gewoon veilig van achter het raam bewonderen.
Kwestie Broers De column van Erik-Jan Broers in ons vorige magazine van 19 januari heeft voor verontwaardiging onder lezers gezorgd. Een aantal vond de column aanstootgevend en seksistisch en voelde zich erdoor bedreigd. Univers betreurt dit. Discriminatie, in welke vorm dan ook (racisme, seksime, etc.), veroordelen wij ten zeerste. Laat staan dat wij het de wereld in willen helpen. Het is nooit onze bedoeling geweest om onze lezers een onveilig gevoel te geven. Waarom wij de column dan hebben gepubliceerd? Omdat wij de column niet als seksistisch hebben geïnterpreteerd, of als seksueel intimiderend, zoals sommige lezers aangaven. Wij lazen de tekst als een parodie op een Bouquetreeksverhaaltje, waarbij Broers een spel met de lezer speelt. Seksuele gedachten worden hierbij geëvoceerd, jazeker, maar op het einde plaatst Broers de lezer weer met beide benen op de grond. Een column met een knipoog. Een verkeerde inschatting van onze kant, zo blijkt. Achteraf gezien hadden wij gevoeliger moeten zijn voor de mogelijke andere lezingen van de column. Dat wij deze niet hebben gezien, heeft ook te maken met het feit dat de betreffende columnist al negen jaar voor Univers schrijft en wij hem kennen als iemand die discriminatie of seksisme nooit zou ondersteunen. Wat niet wil zeggen dat ik als hoofdredacteur niet de volledig verantwoording neem voor deze verkeerde beoordeling. Tot slot hechten wij veel waarde aan de vrijstaat die een column is binnen de journalistieke wereld. Het inperken van de vrijheid van een columnist zullen we vanuit het kader van de vrijheid van meningsuiting niet snel doen, tenzij er expliciet wettelijke grenzen worden overschreden. Soms zal een column daardoor slecht vallen. Dat hoort bij het spel. Aangezien Univers een blad voor de volledige universitaire gemeenschap is, betreuren wij de aanstoot die de column heeft veroorzaakt. Tegelijkertijd betreuren wij het dat wij door deze affaire afscheid moeten nemen van Broers, een columnist die ons en onze lezer bijna een decennium lang veel plezier en scherpe inzichten heeft bezorgd. Namens de hele redactie van Univers, Francine Bardoel
9 februari 2017
5
leestijd
9
minuten
Tekst marten van de wier illustraties Bas van der Schot
Waar is ons geld?
Op zoek naar de Tilburgse studiebeurs miljoenen Toen de studiebeurs veranderde in studievoorschot, beloofden de universiteiten flink te investeren in onderwijskwaliteit: ruim 200 miljoen. Hoe is dat geld in Tilburg University besteed? En is er wel echt iets extra’s uitgegeven? Univers zocht het uit.
H
et is alsof je van je vriend een dure ketting cadeau krijgt voor je verjaardag. En een half jaar later krijg je van hem diezelfde ketting nog een keer. Hij heeft hem van je nachtkastje gehaald, er een nieuw papiertje om gedaan, en een briefje bijgestopt: ‘PS: deze ketting was ook voor Sinterklaas’. Dat is het beeld dat bij Univers opkomt, na onderzoek naar de extra investeringen van Tilburg University in onderwijs. Eerst: hoe zat het ook al weer, met dat extra geld vanwege de invoering van het studievoorschot? Doordat de studiebeurs geen gift meer is, bespaart de overheid geld. Dat geld gaat naar beter onderwijs op de hogescholen en universiteiten. Studeren is dan duurder, maar de kwaliteit is beter, zo is het idee. Maar: de universiteiten en hogescholen krijgen dat geld pas vanaf 2018. En studenten missen al sinds 2015 hun beurs. De huidige generatie zou dan duur studeren, zonder er iets voor terug te krijgen. Niet eerlijk, vond de vereniging van universiteiten VSNU. “Studenten komen volgend jaar al voor aanzienlijke lastenverzwaringen te staan. Daar hoort direct meer kwaliteit tegenover te staan”, schreef de VSNU in mei 2014 aan minister Jet Bussemaker van onderwijs. De universiteiten boden
aan de drie tussenliggende jaren te overbruggen met geld van de universiteiten zelf. Samen zouden ze in die periode ruim 200 miljoen investeren in onderwijs. De hogescholen deden een vergelijkbaar aanbod. Ze deden dat in ruil voor de belofte van minister Bussemaker dat het studiebeurs-geld vanaf 2018 echt naar de instellingen komt. Stenen en kabels Univers ging met twee vragen op pad. Hoeveel investeert Tilburg University in 2015, 2016 en 2017 extra in onderwijs vanwege het studievoorschot? En waar is dat geld aan besteed? Tilburg University geeft in drie jaar tijd 48 miljoen uit, zo blijkt uit de tabel ‘voorinvesteringen in verband met studievoorschot’ die het College van Bestuur in december aan de Universiteitsraad presenteerde. Het grootste deel gaat naar gebouwen en ICT: ruim 30 miljoen. Het nieuwe Onderwijs en Zelfstudie Centrum (OZC) neemt daar met 24 miljoen de grootste hap uit. Het wordt een modern onderwijsgebouw met zelfstudieruimten, zalen voor het digitale tentamens en collegezalen. In totaal passen 2.500 studenten in het gebouw. >>
9 februari 2017
6
9 februari 2017
7
Investeringen in stenen en kabels, zijn dat wel investeringen in onderwijs? De studentenfractie Front stelde er in november 2014 kritische vragen over. “Fractie Front vraagt of de voorinvesteringen, voortkomend uit VSNU-afspraken (...) volledig zullen opgaan aan investeringen in het OZC. De fractie ziet liever directe investeringen in onderwijs (...). Het OZC zou immers, ook zonder deze afspraken, uit de reserves bekostigd worden”, zo staat in een verslag van de commissie financiën van de Uraad. Maar volgens het College van Bestuur is de investering in het OZC ‘weldegelijk een investering in onderwijs, aangezien zonder een goede omgeving goed onderwijs niet mogelijk is’. Het bestuur stelt de studenten gerust: de voorinvestering gaat niet volledig op aan gebouwen en infrastructuur. Dat klopt: uiteindelijk wordt het 68 procent van het totaal. Helemaal geen voorinvesteringen Kleinere bedragen steekt de universiteit in projecten op de faculteiten die moeten leiden tot beter onderwijs en betere studieresultaten. Het gaat onder andere om ‘pilots verbeteren onderwijskwaliteit/Implementatie onderwijsprofiel’, ‘verbeteren onderwijskwaliteit’ en ‘overtreffen prestatieafspraken studiesucces’. Wat dat precies voor de student betekent, wordt Univers niet duidelijk. De directeuren van de faculteiten economie, rechten, geesteswetenschappen en sociale wetenschappen geven ondanks herhaald verzoek geen concrete voorbeelden van projecten. Geesteswetenschappen, economie en theologie stellen in eerste instantie zelfs dat er nog helemaal geen voorinvesteringen zijn op hun faculteit. De faculteiten verwijzen naar Folkert Kootstra, directeur Finance en Control van de universiteit. Een deel van de proeven is gericht op digitaal onderwijs en digitaal toetsen, zo blijkt uit een document dat hij Univers toestuurt. Ook gaat er geld naar kleinere groepen, meer contacturen en het opleiden van docenten. Maar de details van de projecten kent Kootstra niet. Woordvoerder Tineke Bennema van het College van Bestuur komt uiteindelijk met drie concrete voorbeelden. De sociale faculteit steekt geld in kleinschalig onderwijs. Bij rechten wordt de bachelor rechtsgeleerdheid gemoderniseerd. En op de theologische faculteit loopt een project dat moet zorgen voor aandacht voor ‘vaardigheden’ in het onderwijs.
het aanbod is ook een verbetering van de kwaliteit. Studenten hebben meer keuze”, vindt Kootstra. Ook de studenten in de Universiteitsraad hebben geen bezwaar tegen deze investering. zichtbaar in de begroting Waarover in de U-raad wel rumoer ontstond, was de 6 miljoen ‘voor handen aan het bord’ die de universiteit op het studievoorschot-lijstje heeft gezet: de grootste post na huisvesting. Het gaat om geld dat de universiteit bespaard heeft met BEST, de reorganisatie onder ondersteunend personeel. Dat BEST-geld zou de universiteit deels in onderwijs investeren, zo was begin 2014 al het plan – al voor de belofte van de VSNU. Volgens de studenten en medewerkers in de U-raad hoort het niet op het lijstje met voorinvesteringen thuis. BEST en het studievoorschot komen weliswaar allebei ten goede aan het onderwijs, maar het gaat om twee verschillende potjes, vinden de fracties. Die mag je niet zomaar bij elkaar optellen: het totaal aan voorinvesteringen zou dan te hoog lijken. Het CvB komt de U-raad tegemoet door in de definitieve begroting twee totaalcijfers te geven: eentje met het BEST-geld en eentje zonder. Maar zelf kijkt de universiteit naar het bedrag inclusief BEST. Tijd om de VSNU te raadplegen. Wat betekent de belofte aan de minister en de studenten nu precies? Gaat het wel echt om nieuwe investeringen? “Ja, het gaat om een extra pot met geld”, stelt Bastiaan Verweij, hoofd woordvoering van de universiteitenkoepel. “Dat komt bovenop wat de universiteiten al van plan waren, of hadden begroot. Dat moet zichtbaar zijn in de begroting.” Er zijn drie varianten mogelijk, verduidelijkt hij. “Het kan gaan om compleet nieuwe plannen. Het kan ook zijn dat een universiteit zegt: ‘Wij zouden hierin al investeren, daar doen we nu nog extra geld bovenop’. Ook kan het zijn dat je investeringen naar voren haalt en bijvoorbeeld twee jaar eerder doet.” Alleen het ‘additionele geld’ telt mee, stelt Verweij. Op het meetellen van het BEST-geld, en op andere Tilburgse investeringen, wil hij niet reageren. “Het is aan de lokale medezeggenschap om een beoordeling te maken.”
‘Het gaat om een extra pot met geld, dat moet terug te vinden zijn in de begroting’
Uitbreiding van onderwijsaanbod Vice-decaan Henk Schoot is projectleider. Hij reageert verrast dat Bennema zijn project een ‘voorinvestering studievoorschot’ noemt. “Hahaha, dat kan zo zijn, dat de universiteit dat zo ziet. Wij beschouwen het als onderdeel van de implementatie van het Tilburgs Onderwijsprofiel”, legt hij uit. Volgens Schoot gaat het om ‘21st century skills’, zoals schrijfvaardigheid en communicatieve vaardigheden. Meer kan hij er niet over zeggen. Het project is nog niet begonnen. Terug naar het lijstje. Veel geld gaat er naar nieuwe opleidingen: 9 ton gaat naar het nieuwe Data Science, 9 ton naar het University College, 8 ton naar de School of Public Governance. Is uitbreiding van het opleidingsaanbod wel een verbetering van de onderwijskwaliteit? “Het is op het randje”, vindt voorzitter Jarmo Berkhout van de Landelijke Studentenvakbond. “Het is niet iets waar huidige studenten baat bij hebben, zoals bijvoorbeeld kleinere klassen.” De financiële man van onze universiteit is het daar niet mee eens. “Een uitbreiding van
oude plannen Geld uit het lijstje van de universiteit dat overduidelijk niet onder de criteria van de VSNU valt, is de post ‘inzet wetenschappelijk personeel voor onderwijs’. Ook hier gaat het om ‘handen aan het bord’, maar dit geld komt niet uit het reorganisatie-potje. De universiteit trok hiervoor 471.000 euro uit, zowel in 2015 als 2016. Maar in 2014, onder het oude leenstelsel, gaf de universiteit precies hetzelfde bedrag uit. In Universiteitsraadsstukken uit december 2013 is exact het bedrag van 471.000 euro al gepland voor drie jaar: 2014, 2015 en 2016. Iets vergelijkbaars geldt voor de ‘pilots verbeteren onderwijskwaliteit’: ook die begonnen al in 2014. In februari dat jaar kondigde het CvB in de Universiteitsraad aan om tot en met 2017 jaarlijks drie pilots te starten. En zelfs het plan voor het OZC, goed voor de helft van alle investeringen, stamt al van vÓÓr het studievoorschot. Het OZC is ook eerder gebouwd dan destijds het plan was: in een U-raadstuk uit januari 2014 is er sprake van oplevering eind 2016. De verwachting is nu dat het gebouw rond het einde van 2017 klaar is. Folkert Kootstra wijst erop dat er in 2014 nog geen bedrag gereserveerd was voor het OZC. “Dit is natuurlijk een veel uitgebreider OZC >>
9 februari 2017
8
‘We liepen in Tilburg al voor, waarom zou dat niet mee mogen tellen’ geworden”, denkt hij. Hoeveel geld trekt de universiteit dan extra uit? “Dat weet ik niet.” Misschien is het plan dus niet uitgebreid? “Maar misschien ook wel, dat weet u niet”, reageert Kootstra. Tilburg liep al voor In Tilburg is na de belofte van de VSNU geen extra pot met geld vrijgemaakt uit de algemene middelen en verdeeld, legt Kootstra uit. Wel is er een ‘inventarisatie’ geweest van de investeringen die je onder de voorinvesteringen kunt scharen. Die staan op het lijstje dat de U-raad te zien kreeg. In 2015 is dat lijstje aangevuld met projecten die de faculteiten betalen uit hun reserves. Een ander deel (zo’n 4 miljoen) komt uit het potje voor het strategisch plan van de universiteit voor de periode 2014-2017. Onderwijsinnovatie is daarin een kernpunt. Dat geld is volgens Kootstra ‘modelmatig’ over de faculteiten verdeeld. Iedere faculteit krijgt een vaststaand deel, en moet daarna verantwoorden hoe dat geld wordt besteed. Het strategisch plan werd eind 2013 in de U-raad besproken, ruim voor de studievoorschot-belofte. “We liepen in Tilburg al wat voor”, zegt Kootstra.
9 februari 2017
“Waarom zouden we die investeringen niet mee mogen tellen?” Kootstra stelt dat Tilburg veel meer uitgeeft dan je zou mogen verwachten op grond van studentenaantallen. 48 miljoen is bijna een kwart van de ruim 200 miljoen die de VSNU heeft toegezegd, terwijl Tilburg University maar 3,1 procent van het alle reguliere universitaire studenten opleidt. Het roept de vraag op of deze investeringen zonder invoering van het studievoorschot ook gewoon gedaan zouden zijn. “Dat is niet zo een, twee, drie te zeggen”, zegt Kootstra. “Het onderwijs was sowieso een speerpunt in het strategisch plan. Los daarvan is er verder geïnvesteerd, zijn investeringen geïntensiveerd of verschoven in tijd.” Student is de dupe Welk deel van de 48 miljoen al gepland was, en welk deel nieuw is, kan Kootstra niet zeggen. “Wat wat is, is minder relevant. Het zijn allemaal investeringen in onderwijs, het leidt allemaal tot hetzelfde.” Dat volgens de VSNU alleen ‘additioneel geld’ meetelt is nieuw voor hem. “Die richtlijnen hebben wij niet gehad.” De landelijke studentenvakbond LSVb reageert kritisch op de Tilburgse
9
werkwijze. “Als dit klopt, dan houden ze zich niet aan de afspraak”, zegt Jarmo Berkhout. “Dit zou een grote fout zijn, waarvan de student de dupe is.” Maar de Tilburgse studentenfracties SAM en Front tonen zich vooral blij met het forse bedrag dat het college in onderwijs steekt, ook al weten ze nu niet hoeveel er echt ‘extra’ is. “Dat zo’n groot deel voorkomt uit het strategisch plan, daar was ik me nog niet van bewust”, reageert Bas Veldhuizen van SAM. Maar een probleem vindt hij dat niet. “Er is in ieder geval fors geïnvesteerd. Het is de vraag of het voor ons relevant is om tot op de cent te weten wat nieuw is.” Veldhuizen denkt ook dat er meer geld naar onderwijs is gegaan dan zonder het studievoorschot was gebeurd. “Door de toezegging van de VSNU was het voor het College van Bestuur intern makkelijker om geld voor onderwijs vrij te maken”, denkt hij. Veldhuizen verwijst verder naar een onderzoek van de Algemene Rekenkamer, dat na dit jaar duidelijkheid moet geven over de besteding van het geld op alle universiteiten. “Het OZC, dat zou ik als Rekenkamer niet meetellen als investering in onderwijskwaliteit. Maar als studentenfractie zijn we hartstikke blij met dat gebouw. Waarom zouden we daar dan een punt van maken?” Front sluit zich bij SAM aan. Waar de VSNU de beoordeling bij de Universiteitsraden legt, vinden de studenten dit ‘meer een probleem tussen de VSNU en de universiteit’, zo zegt Frank van Leeuwen van Front.
Reactie van het College van Bestuur Univers vroeg woordvoerder Bennema waarom de universiteit de U-raad niet een lijstje met alleen extra investeringen heeft gegeven. Zij kwam met een schriftelijke reactie (die volledig te lezen is op Universonline.nl): ‘De minister heeft op Tweede Kamervragen in 2015 geantwoord dat instellingen die bijvoorbeeld eerder al een financiële kwaliteitsimpuls hebben gegeven niet weer in staat zullen zijn om een grote impuls vrij te maken. De gemene deler is wel dat de investeringen gericht zijn op versterking van de kwaliteit. Het gaat om het intensiveren en versnellen van kwaliteitsplannen die aansluiten op het strategisch beleid van de individuele instellingen. Dat is precies wat Tilburg University gedaan heeft en doet. Er bestaat geen haarscherpe scheidslijn tussen de periode voor en na de totstandkoming van de bestuurlijke afspraak in 2014. (...) De inspanningen en de projecten die in dit verband relevant zijn (...) dragen zonder uitzondering bij aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit ten behoeve van de huidige generatie studenten.’
column Tom Grosfeld student CIW
Inspirerend Mijn schoonvader is een eigen bedrijf gestart. Vorige week was de feestelijke opening. Bij binnenkomst kreeg ik prompt een glas champagne in mijn handen geduwd. Er waren veel keurige mensen. Ze overhandigden hun welgemeende felicitaties en keken ondertussen hun ogen uit. Dit was geen statisch kantoor, nee, het was een ontzettend hippe ruimte. Ingericht als woonkamer. Er werd dan ook volop met termen als ‘prachtig’, ‘fris’ en ‘fantastisch’ gesmeten. Een man van middelbare leeftijd met een deftige uitstraling noemde het pand zelfs meerdere keren ‘inspirerend’. Verbaasd keek ik om me heen. Wat inspireerde deze man toch zo? De groen geverfde muren? De bijbehorende planten en het gigantisch stilleven? Was het de industriële lamp die trots onder het plafond bungelde? Of toch de kantine die veel weghad van een afgezaagde karaokebar? Ik begon het voor me te zien. Deftige man zit achter zijn bureautje. Wordt ineens overladen door inspiratie. Hij schreeuwt het uit en rent eerst drie rondjes door de zaak, waarna hij de hoorn vastpakt en zijn vrouw belt: “Schat, ik weet wat we gaan eten vanavond. Laat alles maar aan mij over. Ik barst ineens van de inspiratie hier.” Hij zou het gesprek afsluiten met een zelfgemaakt versje en daarna proberen niet te verdrinken in de eindeloze zee van inspiratie die hij telkens voelt wanneer hij zijn blik op het kantoor werpt. Een poos later kwam de man aan mijn tafeltje staan. Ik vroeg hem wat hij deed in het dagelijks leven. Hij vertelde dat hij architect was en een aantal aardige gebouwen had ontworpen in de binnenstad van Breda. Ik vond zijn verhaal zo inspirerend, dat ik hem beloofde erover te schrijven in mijn eerstvolgende column.
9 februari 2017
10
I-con
Wazda
prela
Term: Prela Vindplaats: Inzending (waarvoor dank!)
naam Johan van Diepen opleiding Communicatie- en Informatiewetschappen leeftijd 23 jaar Voor welke drank kan iemand jou wakker maken? “Disaronno met citroen doet het bij mij altijd erg goed.” Pizza of friet? “Friet, sowieso. Het liefst meerdere dagen achter elkaar.” Hoe ziet je ideale stapavond eruit? “Vol escalatie. En drank. Veel drank.” Wat is de beste plek op de campus? “De kantine in de bieb. Daar staat een magnetron. Het feit dat ik daar knakworst kan opwarmen is eigenlijk de enige reden dat ik af en toe in de bieb te vinden ben.” Welke feestdag mag afgeschaft worden? “Valentijn. Ik ben totaal niet romantisch en bovendien vind ik het commerciële onzin. Gelukkig is mijn vriendin twee dagen daarna jarig, dus ik kan het mooi combineren.” Nooit meer alcohol of nooit meer seks? “Makkelijk: nooit meer alcohol. Voor alcohol zijn genoeg alternatieven, voor seks niet.” Bowlen of darten? “Bowlen, sowieso. Dat is volgens mij de enige ‘sport’ waarin ik niet faal.” Met welke bekende Nederlandse zou jij wel een beschuitje willen eten? “Dionne Stax. Zij maakt het nieuws spontaan een stuk interessanter. Of Chantal Janzen. Het liefst samen.” Wie zou de beste vervanger van Donald Trump zijn? “Dionne Stax. Zij zou ook politiek ineens een stuk boeiender maken.”
9 februari 2017
Managementtaal, turbo-Tilburgs of professorengepruttel. In de rubriek Wàzdà? duidt ex-campusdichter Nathan de Groot maandelijks een bijzondere term die gebruikt wordt op de universiteit. a) Zeldzame Brabantse vogel b) Fase voorafgaand aan pre-master c) Zweedse stoel d) Begin van een relatie, typisch tussen twee studenten “Kijk, daar! Is dat geen Prela?” De kromme snavel, korte vleugels bedekt met grauwe veren en oranje pootjes zijn inderdaad aanwezig. Toch zou het uiterst onwaarschijnlijk zijn deze fictieve vogel op de Tilburgse campus te spotten. Zou de soort met dergelijk uiterlijk niet beter passen op een uitgestrekte steppe? Is Prela dan een jaar voorafgaand aan de pre-master? Het klinkt aannemelijk dat de Prela de Prema voorgaat. Omdat studenten steeds meer opleidingen stapelen zou het een bureaucratische maatregel kunnen zijn om het stapelaars niet al te makkelijk te maken. Een uitspraak die je daarom zou kunnen horen is: “Ik zit nog in mijn Prela”. Dat zou ook heel anders geïnterpreteerd kunnen worden, als je bedenkt dat de Prela een nieuwe stoel is van een Zweedse meubelgigant. Die stoelen zijn gekozen voor het nieuwe Onderwijs & Zelfstudie Centrum (OZC). Bijzonder is de actie van Tilburg University waarbij iedereen een Prela kan adopteren. ‘Have a seat!’ is een nieuwe vorm van sponsoring. Met dat geld krijgen kwetsbare studenten een steuntje in de rug. Letterlijk en figuurlijk. Toch is D het correcte antwoord. Prela is een samenstelling van pre-relatie. Het vult daarmee de ruimte tussen de frivole scharrel en de officiële relatie. Een oplossing die prima past bij studenten. Die hebben toch gemiddeld meer behoefte aan vrijheid en last van bindingsangst. Prela kan dus een slim compromis zijn. Voor de mensheid mag het futiel lijken, maar voor een nieuw koppel is het soms een grote stap. Ook een nieuw woord of rare term gespot? Stuur hem naar univers@uvt.nl
11
11
de vijf VAN EIJFF
De crisis voorbij? Het Centraal Planbureau stelt dat de economische crisis voorbij is: de werkloosheid daalt gestaag en er wordt weer geconsumeerd. Optimisme alom. Maar Sylvester Eijffinger, seismograaf van ’s lands economisch gestel, voelt de volgende aardschok al aankomen. 1. Veel mensen denken dat de crisis nu wel voorbij is, dat we ons kunnen opmaken voor zeven vette jaren. Wat denkt u? “We moeten een goed onderscheid maken tussen conjuncturele en structurele ontwikkelingen. Ja, na een laagconjunctuur gaan we nu naar een periode van hoog conjunctuur, dat wil zeggen: een opleving in de economie. Er komen banen bij. Mensen hebben meer te besteden en kopen meer. Dat betekent echter niet dat de ware oorzaken van de crisis zijn aangepakt door echte hervormingen op de arbeidsmarkt.”
‘We moeten geen banen beschermen maar mensen’
2. Het einde van de crisis is maar schijn, zegt u. “Onze economie wordt op dit moment vooral aangejaagd door de Verenigde Staten. Daar kwam een opleving onder Obama. Tel daarbij op dat de FED de rente niet verhoogde en dat Trump overheidsinvesteringen in de infrastructuur
aankondigt. De economie schakelt op dit moment door in de overdrive. Daarmee is het wachten op een nieuwe crash.” 3. Waarom denkt u dat? “Fundamentele problemen zijn niet aangepakt. Door kunstmatig de rente laag te houden en de vraag naar arbeid hoog, komt er een opleving, maar die zorgt niet voor reële meerwaarde en productiviteitssstijging. Op den duur wordt alles duurder, lopen de schulden weer op en kan arbeid niet meer worden betaald. Tel daarbij op de onvermijdelijke ontwikkelingen in de robotisering en artificial intelligence, waardoor ook banen van hoogopgeleiden verloren gaan. Dan vallen er weer veel ontslagen, daalt de consumptie en zijn we weer terug bij af.” 4. Dus we kunnen nog niet denken aan loonsverhoging en meer vaste contracten? “Ik ben niet tegen loonsverhoging, maar wel wanneer daar geen reële productiviteitsgroei tegenover staat. Voor sommige sectoren zou het misschien kunnen, maar een kapper gaat nu eenmaal niet
twee keer zo snel knippen. De tijd van het goudgerande vaste contract zie ik ook niet meer terugkomen.” 5. Moeten we dan maar genoegen nemen met al dat onderbetaalde flexwerk, kinderen die ook in Nederland in armoede opgroeien, overwerkte docenten en wat dies meer zij? “Absoluut niet. We moeten alleen naar een heel ander model. Ik zie in Denemarken een voorbeeld. Die zien in dat banen in de 21e eeuw niet bij voorbaat meer kunnen worden beschermd: wat dit jaar nodig is, kan volgend jaar overbodig zijn. Ze beschermen daarom geen banen, maar mensen. Wie werkloos raakt, krijgt van de overheid een omscholingstraject aangeboden voor functies waarvan bedrijven zeggen dat ze nodig zijn. Dit gaat dus niet alleen om een verplichting voor de burger, maar ook de overheid en het bedrijfsleven. Zo’n sociaal contract zou het doel moeten zijn voor een volgend kabinet.”
9 februari 2017
12
tekst bart smout fotografie Jack tummers
Nieuwe campusdichter Lotte Claassen Tilburg University heeft een nieuwe campusdichter. Lotte Claassen werd uitverkoren door jury en publiek tijdens de verkiezingen in Tilbury’s. Claassen neemt het stokje over van Jan Völkel.
9 februari 2017
N
egentien jaar is ze, maar ze dicht al sinds het begin van de middelbare school. “Ik vind het een fijne manier om dingen te articuleren. Ook andermans werk kan ik erg waarderen, ik vind het bijzonder dat zo weinig woorden op papier je soms toch echt kunnen raken,” vertelt Claassen, tweedejaars student Rechtsgeleerdheid. Dichten kan ze, maar debatteren ook. Naast haar studie volgt Claassen een bestuursjaar bij TDV Cicero. “Verder blink ik ook uit in wijn drinken en sushi eten.” Het komende jaar wil Claasen poëzie verder verspreiden onder de studenten van Tilburg. In haar eerste gedicht voor Univers alvast een paar wenken voor de beginnende student.
13
column Erik-Jan Broers
docent rechtenfaculteit
Verontschuldiging
How to live through your first semester Write a love letter to a place and a girl and a time in your life consider them maybe the same Dodge broken glass driving home on your bike through Tilburg on post-carnaval days Join clubs for promises of a great resumé sober up, screw commitment forget about them a week from today Spend your student loan on the many mistakes you’re currently permitted to make You’ve never had more freedom nor will you be younger than this so each test has a resit you’re ready to take Have your coat stolen twice and refuse to care Just walk home and wash off the scent of smoke from your hair Buy a beer for a girl with your final three bucks at the end of the month, eat at your parents if you must Have yourself some liquid courage so you don’t waste a second afraid Tell her she’s the most beautiful thing about Brabant in a drunken serenade
Een door mij geschreven column, geplaatst in Univers Magazine van 19 januari j.l., heeft aanleiding gegeven tot veel verontwaardiging, ergernis en boosheid. Dat ik bij het schrijven van deze column geen kwade bedoelingen had en de lezer slechts op het verkeerde been wilde zetten, doet niets af aan de onwenselijke en kwalijke gevolgen die ik met de inhoud heb veroorzaakt. Gevolgen die ik zeer zeker niet heb willen veroorzaken en die ik dan ook ten zeerste betreur. Ik draag onze universiteit en het daaraan verbonden personeel in al haar geledingen een zeer warm hart toe, en ik heb nimmer deze instelling of haar personeel opzettelijk schade willen toebrengen. Dat ik dit desondanks heb gedaan, doet mij veel verdriet. Ik ben tot het besef gekomen dat de column in kwestie, door het daarin gebezigde taalgebruik, zijn doel volledig voorbij schiet. En dat het geschrevene enkel de sfeer van seksuele intimidatie en onveiligheid van de werkplek oproept. Ik kan helaas de tekst van deze column niet uitwissen, noch het eigen leven dat hij is gaan leiden ongedaan maken. Ik kan slechts mijn oprechte spijt betuigen dat ik hem heb geschreven. Ik vind seksuele intimidatie verwerpelijk, maar ik was mij in mijn onnozelheid niet bewust van de verschillende wijzen waarop deze intimidatie kan plaatsvinden. Dat bewustzijn is inmiddels hard tot mij doorgedrongen. Ik wil dan ook volledig afstand nemen van de inhoud van de gewraakte column, die ik op persoonlijke titel – en niet als spreekbuis van mijn faculteit of zelfs de universiteit – heb geschreven. Gezien hetgeen de column heeft aangericht, vind ik dat ik niet langer als columnist en blogger aan Univers verbonden kan blijven. Ik kan ten slotte slechts de hoop uitspreken dat ik als mens en lid van de universitaire gemeenschap niet volledig word afgerekend op de misstap die ik heb gemaakt, en dat deze misstap zo min mogelijk doordringt tot de buitenwereld. Erik-Jan Broers
9 februari 2017
14
foto jack tummers
Beeldend
9 februari 2017
15
Op fietsen Je hebt inburgeren en inburgeren. Schaatsen, erwtensoep, haring- en koekhappen - hoe onmisbaar ook als Holland-evaring - is optioneel. Maar voor internationals is fietsinstructie essentieel. Van levensbelang, kun je wel zeggen. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor de rest van de nietsvermoedende Tilburgse medeverkeersdeelnemers. Je leert er nuttige dingen als rechtuit fietsen, niet omvallen, banden plakken, fietsen schilderen en op rare rijwielen rijden. Toegegeven, in het dagelijks leven zul je waarschijnlijk nog maar weinig kilometers maken met een tandem. Maar je leert tenminste, zoals de juffrouw rechts, dat je wel bij de trappers moet kunnen om een beetje fatsoenlijk vooruit te gaan.
9 februari 2017
16
leestijd
8
minuten
tekst Ron vaessen fotografie dolph cantrijn
Wetenschappers en hun idealen Wetenschappers moeten publiceren, internationaal een naam opbouwen, subsidies binnenhalen en lesgeven. Maar wat zijn hun drie belangrijkste idealen en kunnen ze daar nog recht aan doen? Univers sprak drie hoogleraren en een universitair docent.
9 februari 2017
17
‘De wetenschap moet op z’n kop’ - Rob van Gestel -
‘Durf nieuwe wegen in te slaan’ Toen Rob van Gestel als student-assistent de wetenschap inrolde, dacht hij totaal niet na over idealen. Dat kwam later, nadat hij zijn proefschrift had geschreven over zelfregulering in het milieurecht. De belangrijkste idealen van de hoogleraar Theorie en methoden van regulering: onafhankelijkheid, academische vrijheid, de wetenschap op z’n kop durven zetten. 1. Onafhankelijkheid “Recht moet tegenwoordig iets oplossen. Wij rechtswetenschappers vragen ons af wat de praktijk moet met ons onderzoek, terwijl valorisatie voor het merendeel van het juridische onderzoek helemaal geen probleem is. Methodologische betrouwbaarheid en theoretische relevantie zijn dat vaak wel. Teveel juridisch onderzoek begint vanuit een wenselijk eindresultaat en daarbij worden passende argumenten gezocht, zoals een advocaat een pleidooi schrijft. Zo’n betoog kan razend knap in elkaar zitten, maar het is geen wetenschappelijk onderzoek. Je verliest zo je onafhankelijkheid. Wie de wereld wil veranderen moet politicus wor-
den, beleidsmaker of dominee, maar vooral geen rechtswetenschapper. Understanding society: prima! Maar advancing society vind ik mateloos aanmatigend in onze tak van sport.” 2. Academische vrijheid “Academische vrijheid is belangrijk, maar er is steeds minder ruimte voor. Je zit in een onderzoeksprogramma. Iedere vier a vijf jaar moet ik 12 puntjes halen met publicaties: voor een goed Nederlands artikel 1 punt, voor een vaag stuk in een Engelstalig tijdschrift al snel 2 punten, voor een onderwijsboek of een annotatie in beginsel geen punten. Daar heb ik me altijd tegen verzet, want door te sturen op output wordt de intrinsieke motivatie van wetenschappers om hun eigen weg te kiezen aangetast. Veel meer dan wordt gedacht. Het gesprek zou niet moeten gaan over hoeveel punten ik heb gescoord, maar over welke nieuwe ideeën ik heb ontwikkeld. Die vraag is me in Tilburg al jaren niet meer gesteld. Bestuurders met een visie op wetenschap zouden zich dat moeten aantrekken.”
3. De wetenschap en jezelf op z’n kop zetten “Wetenschappers borduren eindeloos voort op bestaand onderzoek, door de manier waarop ze worden aangestuurd. Ook voor jonge onderzoekers worden past performances steeds belangrijker. Volgens mij is het juist als je jong bent belangrijk dat je radicaal nieuwe wegen durft in te slaan. En ook oudere wetenschappers zouden zichzelf iedere paar jaar moeten dwingen het roer om te gooien, in plaats van eindeloos te blijven mieren over dezelfde dingen. De wereld echt op z’n kop zetten is natuurlijk maar voor weinigen weggelegd, maar ik denk wel dat je die ambitie moet blijven koesteren. Het mooie van echte wetenschap is namelijk dat je vooraf nooit weet wat er uit gaat komen, al zou het NWO dat wel willen. Daarmee houd je de mogelijkheid open dat je ineens wél op iets revolutionairs stuit. De geschiedenis laat voldoende voorbeelden zien van hoe onverwacht dat kan gaan. Eén ding weten we zeker: ‘If you do what you did, you get what you got.’ U hoort nog van mij!” >>
9 februari 2017
18
‘De universiteit als fabriek’ - Hans Gribnau -
‘Er is steeds minder tijd voor onderzoek’ Brede academische vorming, dat was het beeld dat Hans Gribnau tijdens zijn studies fiscale economie en filosofie had van de wetenschap. Na zeven jaar werk als belastinginspecteur, wilde de hoogleraar Belastingrecht in Rotterdam promoveren op de Nederlandse filosoof Spinoza. “Maar ik ben geen filosoof pur sang.” Dus bewandelde hij een middenweg: hij deed een fundamenteel onderzoek naar het belastingrecht. Eenmaal in de wetenschap ontdekte hij dat wetenschappers zich eindeloos specialiseren en er onderling nauwelijks wordt gediscussieerd. Gribnau’s belangrijkste idealen: onderzoekstijd, intellectualiteit en autonomie. 1. Onderzoekstijd “We werken hier in een fabriek, er is geen tijd voor Bildung. Zo heb je nu allerlei extra trajecten voor studenten. Mooi hoor, maar je krijgt er als medewerker geen extra tijd voor. Vroeger gaf je daarvoor een punt, nu moet je ook nog een formulier invullen met toelichting. Dat zit je op zondagavond in te vullen. En dan heb je nog redactiewerk, lezingen, productienormen.
9 februari 2017
Er is steeds minder tijd voor onderzoek, terwijl je daar natuurlijk wel op wordt afgerekend. Laat staan vrij onderzoek. Eigenlijk zou je een maand moeten kunnen besteden aan heel iets anders. Echt out of the box denken, ook over hoe je je verhoudt tot deze fabriek. Mijn echte ideaal is de Lotto winnen, zodat ik met een aanstelling van één dag in de week nog vijf á zes dagen overhoud voor onderzoek.” 2. Intellectualiteit “Je moet, vind ik, niet alleen technisch bezig zijn en daar heel goed in zijn. Het moet ook iets intellectueels hebben wat we hier aan de universiteit doen. Ik heb altijd geprobeerd metajuridica te bedrijven, zoeken naar dingen die net verderop liggen. Dat ligt lastig. Ik ben voorzitter van de Spinoza-vereniging, maar als ik onderzoek doe naar Spinoza heb ik het idee dat ik dat niet mag. Het is niet mijn leeropdracht. Ik betrek graag andere disciplines bij het belastingrecht en begeleid promovendi die dat ook doen. Paradoxaal is dat natuurlijk wel: hoe meer ik er begeleid, hoe minder tijd ik over heb voor eigen onderzoek.”
3. Autonomie “Er is academische vrijheid. Er is ook een tendens tot centraliseren en profileren. Er worden thema’s vastgesteld, waarop de universiteit gaat valoriseren. Zo krijg je drie hoepeltjes om doorheen te springen. Wacht eens even, denk ik dan, er zijn duizend hoepeltjes. Daarom moet er ruimte zijn voor tegenspraak, het is gevaarlijk als het universiteitsbestuur centraal gaat zeggen wat je moet doen, zonder de mensen te spreken die het moeten doen. Jammer genoeg heb je weinig tijd om er als wetenschappers onderling over te praten. Door al die hoepeltjes raak je je vrijheid toch kwijt. Terwijl niemand op een congres me vraagt wat het profiel is van mijn universiteit. Studenten kijken daar ook niet naar. Weet je, er moet meer ruimte zijn voor mensen die misschien niet zo goed zijn in het aanvragen van een prestigieus project zoals Horizon 2020, dat wetenschappelijk misschien ook niet zoveel zoden aan de dijk zet, maar die wel bepaalde nieuwe ideeën ontwikkelen... Eén ding is zeker: Albert Einstein had hier nooit kunnen werken.”
19
‘Je moet rust creëren om tot iets te komen’ Na het vwo en een hbo-studie Communicatie deed Astrid Kramer Organisatiewetenschappen aan de universiteit. Aansluitend werd ze docent en promoveerde ze op netwerken in de zorg. De drie belangrijkste idealen van de universitair docent bij het Departement of Management: praktijkgerichtheid, studentgerichtheid, de universitaire balans. 1. Studentgerichtheid “Je moet het voor studenten zo inrichten dat ze hier een leuke studententijd hebben en zich kunnen ontwikkelen. Op uitwisseling gaan, meedoen aan activiteiten. Kansen krijgen ze, maar ze moeten die wel zelf pakken. Terwijl je weg vinden als student best lastig is. Als opleidingsdirecteur en docent probeer ik ze daarbij te helpen. Ik wil studenten stimuleren goed na te denken over wat ze doen. Er wordt steeds meer van ze gevraagd. Bedrijven verwachten dat ze redelijke cijfers hebben, buitenlandervaring, bestuurservaring. In september beginnen we met een nieuw vak, daar
gaan we teams van studenten koppelen aan bedrijven. Voor driehonderd studenten is dat pittig om te organiseren, dat is een afweging die je maakt. Studenten hebben trouwens ook een eigen verantwoordelijkheid. Het nieuwe onderwijsprofiel zegt dat studenten moeten worden gevormd. Maar uiteindelijk vormen ze zichzelf wel. Sommigen zitten liever op de achterste rij te luisteren maar presteren goed, dat moet ook kunnen.” 2. Praktijkgerichtheid “Ik heb toen ruim 200 interviews gehouden met mensen in de zorg. Bij ziekenhuizen, met managers, huisartsen, andere specialisten. Dat vond ik geweldig. Ik kon het veld zo goed in kaart brengen, je krijgt de nuances mee. Natuurlijk had ik ook kunnen promoveren op een berg data uit de bibliotheek, maar ik haal er veel voldoening uit te praten met mensen uit de dagelijkse praktijk. Wat kunnen zij me vertellen? En hoe kan ik dat koppelen aan de theorie? Dat snijvlak van theorie en praktijk vind ik interessant.”
3. De universitaire balans “Toen ik promoveerde, deed ik dat drie dagen per week. De andere twee dagen was ik docent. Toch heb je als je promoveert één duidelijk doel. Eenmaal gepromoveerd heb je op de universiteit meerdere doelen en ballen hoog te houden. Ik vind het belangrijk daar een balans in te vinden. En moeilijk. Management is concreet, net als onderwijs. Maandag sta je om kwart voor negen in die zaal en ga je dat tegen studenten vertellen. Onderzoek laat je makkelijker even liggen. Je moet de rust creëren om tot iets te komen. Op alle drie de vlakken excelleren gaat overigens niet. Wetenschapper ben je altijd, maar je legt accentverschillen of legt een aantal jaren de nadruk op iets anders. Onderwijs, onderzoek en management zijn ook geen losse eilanden, er zijn veel dwarsverbanden. Ik begeleid masterstudenten bij hun scripties, dat kan op mijn interessegebied. Als opleidingsdirecteur leg ik contact met recruiters. En als wetenschapper ben je heel vrij een vak in te richten zoals je het zelf graag zou zien.” >>
‘De universitaire balans’ - Astrid Kramer -
9 februari 2017
20
‘De wereld moet veranderen’ Altijd al gingen de grote problemen Wim Dubbink aan het hart. Duurzaamheid en milieuverlies staan hoog op de agenda bij de hoogleraar Filosofie. “Mijn kleinkinderen zullen opgroeien in een wereld zonder leeuw, olifant en tonijn.” En onrechtvaardigheid: in zijn proefschrift vroeg hij zich af hoe de politieke instituties het beste konden worden veranderd, zodat we een betere samenleving krijgen. Dubbinks belangrijkste idealen: ambitie, karakterontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid. 1. Ambitie “De wereld moest veranderen! Toen ik met mijn proefschrift begon was ik dertig en nog een beetje naïef. Ik dacht echt dat de wereld duurzamer zou worden. Zag mezelf als iemand die kon bijdragen door goede filosofische analyses te geven. Kennis geeft immers inzichten die bijdragen aan politiek bewustzijn. Maar door de jaren heen heeft dat geloof in maakbaarheid wel een knauw gekregen. De wereld is veel chaotischer geworden. Weten-
schappelijke artikelen schrijven vind ik leuk om te doen, maar in relatie tot mijn pogingen de wereld te verbeteren uiterst frustrerend.” 2. Maatschappelijke betrokkenheid “Er komt meer aandacht voor de publicatiedruk, omdat iedereen de krankzinnigheid ervan in begint te zien. Soms kan je compenseren voor maatschappelijk betrokken publicaties in de krant bijvoorbeeld - hoewel meestal niet. Ik laat me niet gek maken, tot nu toe lukt het om de punten te halen. Voldoening haal ik er niet uit, je schrijft een artikel dat wereldwijd een paar mensen lezen. Hooguit honderd, als je in een heel goed tijdschrift publiceert. Het is een zinloze ratrace. Zeker voor een vak als ethiek slaat het nergens op. Actieve maatschappelijke betrokkenheid van filosofen zou veel zwaarder moeten meetellen. De hoogleraar waarbij ik ben gepromoveerd, zou nul kans hebben als hij nu hier zou solliciteren. Hij had nul internationale
publicaties, en dat zijn de enige die tellen. Ik word betaald door de Nederlandse belastingbetaler, maar een Nederlandse publicatie kan ik net zo goed meteen weggooien. De invloed op het debat hier is dus klein. Eigenlijk zou je daar op afgerekend moeten worden: minstens twee publicaties in de krant.” 3. Karakterontwikkeling “Filosofie hoort te gaan om karakterontwikkeling. Wat je als filosoof probeert, is mensen goed leren denken. Eén van de problemen van deze tijd is de woede. Mensen zeggen: ik ben boos en denken daarom dat ze recht van spreken hebben. Dat is wonderlijk. Klassieke filosofen zouden juist zeggen dat je je perspectief hebt verloren en je stil moet houden. Instituties moeten nog steeds worden veranderd, maar ik zie mijn taak daar niet meer. Die ligt eerder bij het praten met mensen. Studenten, mensen in mijn directe omgeving. Zo kan ik meer een bijdrage leveren dan met hoogdravende verhalen over instituties.”
‘Voor een duurzame wereld’ - Wim Dubbink -
9 februari 2017
21
Wè nou?
Wat heb je nu geleerd?
tilburgse reacties op Het nieuws
college Investeren en Beleggen locatie Gz101
Steeds meer mensen pleiten voor het basisinkomen. In sommige landen wordt er al mee geëxperimenteerd. Toch blijven de meningen binnen de politiek verdeeld. Hoe denken studenten aan Tilburg University over het basisinkomen? “Voor sommige beroepen, zoals freelance journalist of fotograaf, is het basisinkomen een voordeel. Als zij even geen klus krijgen, hebben ze toch een inkomen. Hiervan kunnen ze een deel investeren in hun eigen werk, om zo weer klussen te krijgen. Toch denk ik dat er een grotere groep is die misbruik van dit inkomen maakt. Het liefst zou ik pleiten voor een basisinkomen voor een selecte groep mensen, maar dat is helaas onmogelijk.” Iskander de Lange, 25, master CIW
Docent? Jac Kragt
Kon je wakker blijven?
Zeker. Dat had ook te maken met de twee gigantische schermen die zich op een metertje of 20 bij mij vandaan bevonden. Wegkijken was geen optie.
“Ik ben wel voor het basisinkomen, maar alleen als dit inkomen niet te hoog wordt. Ik vind het namelijk echt verschrikkelijk als mensen gaan profiteren van gratis geld. Ze kunnen werken voor 1300 in de maand, dus besluiten ze om dan maar niets te doen en een uitkering van 1100 in de maand te pakken. De wil om te werken moet verhoogd worden.”
Hoe zaten de studenten erbij?
“Het basisinkomen is in mijn ogen een utopie. Ik zou eerder pleiten voor een betere uitvoering van ons huidige stelsel, want zo slecht hebben we het helemaal niet voor elkaar in Nederland. Laten we de administratieve rompslomp rondom uitkeringen en subsidies aanpakken en verbeteren in plaats van het hele systeem compleet veranderen.”
Had de docent er zin in?
Dorus Manders, 24, rechtsgeleerdheid
Mick van Grinsven, 25, organization studies
“Basisinkomen zal zorgen voor meer gemakzucht. Je kunt simpelweg geen bal uitvoeren en toch nog financieel het hoofd boven water houden. Het zal, afhankelijk per persoon, de stimulans om werk te gaan zoeken laten kelderen. Uiteraard zal het bij een verzadigde arbeidsmarkt in combinatie met een werkloosheid die een stuk hoger dan de natuurlijke 5% ligt, een ander verhaal zijn. Er zijn genoeg positieve punten, maar nog meer negatieve.”
Redelijk actief. Misschien omdat het pas het eerste college van de cursus was en studenten nog vol goede voornemens zaten. Maar aan de andere kant: de stof was niet oninteressant. Ik zag zelfs een aantal fanatiekelingen ijverig meeschrijven met de docent. De meeste hingen toch wel wat achterovergeleund te luisteren naar de stof, die ze hoogstwaarschijnlijk nog herkenden van het vwo. Voor participatie en interactie was het nog wat te vroeg, maar wie weet wat de cursus gaat brengen in de toekomst. Die indruk kreeg ik wel. Hij is 20 jaar actief geweest in de bankenwereld en geeft sinds een aantal jaar les op Tilburg University. Lijkt me toch wel een verademing. Hij straalde uit plezier te hebben en deelde zijn kennis met de zaal op een bevlogen manier. Knap gedaan.
Wat heb je nu geleerd?
Hoe investeren en beleggen past binnen de economische wetenschap. Ook wat wijzer geworden over rente. Dit is niet meer dan een vergoeding voor het verlopen van tijd. Best eenvoudig dus. Hij gooide er ook nog een formule in: Discontovoet = 1/1+rf. Alsof dat nog niet genoeg was, had Jac Kragt nog een wijze les voor de studenten in petto: geld dat je vandaag hebt, is morgen niet hetzelfde.
Maxime van den Akker, 21, bedrijfseconomie
9 februari 2017
22
Over de schutting wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?
Masterscriptie
#Iedereen een cum laude De ene cum laude is de andere niet, ontdekte de Delftse universiteitskrant. Delta ging op onderzoek nadat in oktober bijna een op de vijf van de afstuderende bachelorstudenten Werktuigbouwkunde een cum laude mocht noteren: 18 procent, waar dat op andere faculteiten meer in de buurt van de 3 procent ligt. Hoe komen ze zo briljant? Niet, blijkt. De regels verschillen per faculteit. Waar je bij andere met een gemiddelde 8 de lof krijgt toebedeeld, is dat bij werktuigbouw bij een 7,5. Inmiddels is de norm ook daar opgeschroefd en verwachten ze een flinke terugval in het komende jaar.
#Berichten van een pas geboren neutronenster Een klein sterrenstelsel, een dikke 3 miljard lichtjaar hiervandaan, is de bron van mysterieuze radiosignalen. Dat blijkt uit onderzoek van onder anderen UvA-wetenschapper Jason Hessels, schrijft Folia. De krachtige radioflitsen, die tien jaar geleden voor het eerst zijn ontdekt, zijn zo sterk dat ze niet afkomstig kunnen zijn van zoiets als aliens, aldus Hessels. Het was zelfs onverwacht dat een klein stelseltje voor zulke grote flitsen kon zorgen. Naar de precieze bron is het nog gissen. Hessels heeft wel een theorie: hij denkt aan levenstekens van een pasgeboren neutronenster.
#Jurassic Park in de bieb Fossielen, je kunt ze overal vinden, schrijft Norbert Peeters in het Leidse universiteitsblad Mare. Daarvoor hoef je helemaal niet af te reizen naar afgelegen steengroeves. De stad blijkt zelf een paleontologisch openluchtmuseum. Na lezing van het boekje Kijk waar je loopt! Over stadspaleontologie ontdekt Peeters op zijn vaste rookplek een zeer zeldzaam fossiel van de bekerspons. In het natuursteen van Leiden vond hij overal de resten van oud leven, maar het meeste is bewaard gebleven in de UB. De Beierse kalkstenen vloertegels blijken een Jurassic Park van oude levensvormen.
#100 dagen voor de zombie apocalyps Als een zombievirus uitbreekt, heeft de mensheid nog zo’n 100 dagen, daarna is het afgelopen. Dit berekenden studenten van de University of Leicester. Ze publiceerden een paper daarover op het digitale Journal of Physics Special Topics. In dit voorbeeld laten ze de zombies begaan. In een vervolgstudie bekeken ze wat er gebeurt als de mens terug vecht. Verrassende uitkomst: dan zijn de overlevingskansen groter! Andere papers op het Journal hebben onderwerpen als Propellor Hats Do Not Make Good Parachutes, How to be A Healthy Sith Lord en Playing Hungry Hungry Hippos with Black Holes.
9 februari 2017
Wat slachtoffers voelen Slachtoffers van gewelddadige misdrijven hebben vaak moeite om met hun emoties om te gaan. Danique van Hees (Victimology and Criminal Justice) onderzocht hoe die emoties zich verhouden tot het type misdrijf en tot de dader. In eerder onderzoek is nauwelijks gekeken naar de rol die emoties spelen voor slachtoffers van misdrijven. Van Hees deed dat wel en analyseerde interviews met slachtoffers van seksueel geweld, lichamelijk geweld en slachtoffers van de moord van een bekende. Ook keek ze naar het type relatie: was de dader bekend of onbekend? Er blijken verschillende verbanden te bestaan tussen emoties en het soort misdaad. Alle slachtoffers ervaren woede, en ze noemen allemaal meer dan één emotie. Schaamte was de minst gevonden emotie. Er zit overlap in. Slachtoffers van seksueel en lichamelijk geweld ervaren het vaakst angst en ongerustheid. Voor omstander-slachtoffers van moord zijn dat woede en droefheid. Specifieke verschillen zijn er ook. Slachtoffers van seksueel geweld ervaren meer schaamte dan slachtoffers van fysiek geweld en omstander-slachtoffers van moord. Verbanden tussen emoties en het type dader vond Van Hees eveneens. Slachtoffers van bekende daders ervaren de meeste angst en ongerustheid. Bij onbekende daders is dat meestal woede, en droefheid. Verwacht werd dat slachtoffers van bekende daders meer droefheid zouden voelen, vanwege de verbroken vertrouwensband. Maar op basis van de onderzoeksresultaten kan dit niet worden geconcludeerd. Daar is een verklaring voor: droefheid wordt bij slachtoffers van bekende daders overschreden door angst en woede. De conclusies zijn vooral van belang voor de hulpverlening. Slachtoffers van verschillende soorten misdrijven ervaren andere emoties, in een andere intensiteit en hebben daardoor mogelijk andere hulp nodig. In vervolgonderzoek zou gekeken kunnen worden naar positieve emoties. Een emotie als vergevingsgezindheid speelt mogelijk óók een rol bij de verwerking van dit soort traumatische ervaringen. Cijfer 7,5
23
reading time
7
minutes
text Laura van gelder photography dolph cantrijn
Displaced but determined: Tilburg University’s refugee students Mohammed Elgizoly Adam and Emal Hashemi are refugee students. After escaping war and oppression in their home countries, they are determined to make the most of the opportunities that arise from the unimaginable sacrifices they have made. And although studying feels as a relief to them, being a refugee student isn’t easy.
O
n the Tilburg University website, there is a section devoted to students who combine their studies with top-level sports. ‘Tilburg University is proud of its top-level sports students’, the web page reads. And, in bold, blue letters: ‘The university currently has over eighty top-level student athletes. Do you want to know who they are?’ Scrolling through the names and photos of Tilburg University’s top rowers and hockey stars, it’s difficult not be impressed by the talent, ambition and determination of these students. But there is another group of talented, ambitious and determined students with a similar need for extra support to get through university successfully. Unlike athlete students, refugee students don’t have their own hall of fame commending their accomplishments on the university website. And more importantly, refugee students don’t receive the same supervision, counseling, special arrangements or customized study programs. But as the global migrant crisis is driving up the demand for programs and facilities for the growing group of refugee students, Tilburg University is now stepping up to offer assistance. Backed by the local government and the Foundation for Refugee Students (UAF), the university is building a one-year preparatory program for highly qualified refugees who want to study on university level. This September, the Academic Training for Refugees will welcome its first participants.
BRIDGING THE GAP Currently, Tilburg University is home to an estimated 35 refugee students. One-third of these students are registered with UAF. They generally receive no additional support from the university. Students like Mohammed Elgizoly Adam from Darfur and Emal Hashemi from Afghanistan must rely on their own determination, and on the practical and financial support provided by UAF. But the mass influx of refugees is stretching UAF’s capacity beyond its limits, says the foundation’s head of student supervision Albert de Voogd. “Previously, we took on about 700 to 800 refugee students per year. But this year, we’re expecting to accept at least twice as many applications. That’s a significant increase”, De Voogd says. The foundation is seeking new ways to build fresh capacity. “We’re trying to raise more funds so that we can expand. And secondly, we’re increasingly looking to educational institutions for collaborations.” According to De Voogd, some forms of support can be best provided by universities. “One of the main challenges that refugee students face, is the enormous gap that often exists between the Dutch education system and the education system in their country of origin. Universities are much better equipped to help refugee students bridge that gap than we are”, he explains. “Another issue is that many refugee students have a hard time settling into university and communicating with fellow students >>
9 februari 2017
24
because of language barriers. Refugee students are also often older than the average Dutch university student. Sometimes they already have families of their own. They are not typical students, which can make it difficult for them to participate in student life.” WASTED TALENTS The Academic Training for Refugees aims to help prospective students from a refugee background overcome precisely those challenges. In the future, it should be easier for Tilburg University’s refugee students to adapt to the Dutch educational system and to settle into university life. Tjits Roselaar, director of the Language Center and one of the driving forces behind the new program, is excited about the project. Most educated refugees hit a wall once they arrive in the Netherlands, she explains. “Their diplomas are often not recognized here. As a result, we have a bulk of talented refugees in the Netherlands whose potential is wasted.”
is much more to it. Refugees taking part in the program will also be trained in core subjects such as mathematics and civics. They will acquire academic learning skills such as planning, taking notes, summarizing, searching for literature and writing essays. “There is also a social aspect”, Roselaar says. “For example, participants will learn how to give and receive feedback. And, unfortunately, we also feel that it’s important to address issues like how to deal with discrimination.” In addition, participants will receive study choice guidance. “During the program, participants will explore whether their choice of study meets their expectations. Some refugees want to become a lawyer or a doctor because they are from a culture in which these professions hold high status. In preparing participants for university, we also want to help them determine whether a certain field of study is actually the right choice for them.”
‘We have a bulk of talented refugees in the Netherlands whose potential is wasted’
Albert de Voogd agrees that the Academic Training for Refugees is a much-needed program. “Regular students are prepared for university during their high school years. But most refugee students never had that opportunity”, he says. “Currently only the VU University in Amsterdam offers a transitional program that specifically prepares refugees for Dutch university. It would be fantastic if such a program would also be available to refugees who live in the Southern provinces of the Netherlands.” FULLY PREPARED So what exactly will the Academic Training for Refugees entail? A lot, says Roselaar. “For participants, it will be highly demanding. The goal is to fully prepare them for a bachelor’s program at Tilburg University or, if needed, at another Dutch university.” Although language training is an important aspect of the program, there
TURNING POINT The Academic Training for Refugees will be launched this September. Preparations are in full swing, Roselaar says. “It’s a challenge, but it’s absolutely achievable.” In total, 15 to 18 refugees will be selected to take part in the program this year. In the coming months, in-takes will take place and the program will be further elaborated. “We’re also planning to talk to refugee students who are currently studying at Tilburg University”, Roselaar says. “We would like to know what problems they came across, what they have missed, and what we could do better for future refugee students.” Albert de Voogd hopes to expand UAF’s collaboration with Tilburg University in the future. “I would like to establish further agreements”, he says. Although De Voogd is enthusiastic about the preparatory program, he believes the university could also play a role in helping refugee students on their way once they have started a bachelor’s program. “For example, >>
Emal Hashemi, pre-master International Management
“G
rowing up in Afghanistan, I never experienced peace. I’m part of a war generation. I was born in 1983, during the Soviet-Afghan war. After the Soviet Union pulled its last troops out of Afghanistan, a civil war broke out. It was really bad, you cannot imagine. I had to leave for safety reasons. In 2008, I arrived in the Netherlands in search of a better, safer life. I studied Journalism in Kabul before I fled. After I arrived in the Netherlands, I lived in many asylum seekers’ centers across the country. In Ter Apel and in Deventer, for example. I noticed that people were wasting a lot of time there, and I decided that I wanted to make optimal use of my time instead of just waiting and doing nothing all day. I heard there were a lot of educational opportunities in the Netherlands, so I thought: why shouldn’t I use these opportunities? I contacted UAF, and fortunately they wanted to help me. Eventually, I completed an hbo program in International Business in Deventer. I was still living in asylum seekers’ centers at that time. I had to travel a lot, and I would stay at school until late. When you live in an azc, you don’t have a lot of privacy or alone-time to study. Sometimes you have problems with your roommates, or people come home late and disturb your sleep. It wasn’t easy, but I believe that if you want to do something, you can do it. I now live in Arnhem with friends, and I follow the International Management pre-master’s program at Tilburg University. I started again, I built a new life here. I tried to forget everything, but I can’t. I still have problems, even though I’m happy here. As a human being, you
9 februari 2017
can’t detach yourself from your history. I’m sitting here, but I’m with my memories. I’m always in my past. I still have to use medicine to sleep, and I have problems concentrating. I try to keep myself busy. Studying is a blessing for me, because it takes my mind off my problems, my loneliness. The problem is that I can’t always focus. I know I have the ability, but because of my lack of concentration it’s often difficult for me to study. I don’t think the university knows about my refugee background. They didn’t ask, and I didn’t tell them. I’m registered as an international student. I don’t want to get any favors simply because I’m a refugee, I don’t believe in that. I want to be on my own two feet, to find my way and to be part of society as any other student. But I do think the university should consider the challenges that refugee students face. I’m not the only one who struggles with concentration problems and differences in levels of education. Refugee students are under a lot of pressure to succeed. Sometimes I hear people say: if you fail, you fail. But for us, everything is do or die. Most refugee students are not youngsters anymore. We don’t have time to experiment, to figure out what we want to do. We’ve been given a chance to start over, but that’s it - that’s your only chance. That can be really stressful. I believe refugee students have different but similar problems. They may have much more talent than you think, but without help those talents are wasted. It’s a team effort to help refugee students move forward in society, and the university should also play its part.”
25
‘I don’t want to get any favors simply because I’m a refugee, I don’t believe in that’ - Emal Hashemi -
9 februari 2017
26
‘I already had a bachelor’s degree, but I had to take a lot of steps back before I was able to move forward again’ - Mohammed Adam -
9 februari 2017
27
the university could offer extra study counseling, develop a mentoring program, or establish a buddy program in which Dutch students help refugee students become part of the student community at Tilburg University.” Although there is more to be done, the Academic Training for Refugees might make a significant difference for future refugee students. Tjits Roselaar feels a strong personal commitment to the program. She recalls giving language training to refugees in the 1990s, when the Bosnian war drove millions of people from their homes. “As a teacher, that was a special experience. It truly felt like a privilege”, she says. “Education may constitute a turning point in the life of a refugee, and to be able to contribute to that is a beautiful thing.”
Mohammed Adam, Global Law
“I
was born in Darfur, in a place called Al-Malam. I had a really good life before the war erupted in 2003. I was a student at the university of Khartoum in Sudan. When the war in Darfur started, there was a lot of confusion in Khartoum about what was going on. With a group of other students from Darfur, we started to raise awareness about the atrocities that were taking place in our home region. That’s when the tensions between us and the government started. We were arrested multiple times. When I was arrested for the third time, I was imprisoned for a year. After I got out of prison, I fled to Egypt and stayed in Cairo for a while. Despite the risks, I eventually returned home to help my family. I decided to keep quiet and stay under the radar. I got a job to support my family, and I didn’t get involved in activism. But I was arrested again, without clear reason. This time I got sick in prison. I had malaria, but they refused to take me to a doctor. Friends, family and the UN mission in Darfur were campaigning for my release. I went on a hunger strike for 33 days. They eventually released me, on the condition that I reported to the prison officer every morning. I was there every day from 8:00 until 14:00 o’clock. That period was harder for me than the time I was imprisoned, because I had to witness other prisoners being tortured. I could hear their voices. That was more painful than being tortured myself. After a while, I was physically and psychologically so exhausted that I almost lost my mind. One morning, I decided that I was never going back to that prison. I fled to Kenya on foot, where I lived in refugee camps. One day, I was told that I was selected to be resettled in Friesland, the Netherlands, together with a group of others. Out of all refugees, I consider us the lucky ones. In some camps in Africa, people are born as refugees and they die as refugees. Still, starting from zero again in a new country wasn’t easy. I already had a bachelor’s degree, but I had to take a lot of steps back before I was able to move forward again. I wanted to study law, but I first had to obtain the equivalent of a Dutch high school diploma to be accepted into university. That was frustrating, but I had no other option. Refugee students have to work hard. Many refugees are from a poor educational background. If you studied in a developing country, it’s not easy to succeed in a highly developed educational environment. Everything is completely different, especially the technical stuff. I had difficulty working with Blackboard when I first started studying here, and using citations and footnotes correctly. That was completely new to me. There are still moments that I feel stressed or overwhelmed. But I believe that the only way you can make it, is through hard work and determination. I don’t like failing. But mostly, I like reading and learning. It’s a relief for me. For quite some time, it was the only thing that kept me alive. The more I learn, the more I feel human. Even if I couldn’t get a job for the rest of my life, I would not regret a single day that I spent in university.”
column Leanne Soff
liberal arts student
Socialist Sex Two sexologists published a book about sex and the myths around it. They mention that when it comes to sex, usually the ‘man-script’ is followed (if that isn’t the most feminist word you’ve ever heard then I don’t know what is). Especially young, white and highly educated women are said to suffer from wanting to fit their partners’ needs perfectly, when instead they should focus on ‘writing their own script’. Least sexy metaphor ever if you ask me. Still, apparently us young, white, highly educated women (not my words) are too focused on looking and performing a certain way, rather than just having a jolly good time between the sheets. Now when it comes to improving sexual confidence, there is only one person we can turn to: Karl Marx. I know his beard might not do much for you, but hear me out. According to research, citizens of cold war, socialist eastern Germany not only had sex earlier than their capitalist neighbors, but also had it more often and enjoyed it more. Though life in East Germany was not ideal, there still seems to be one thing those socialists were good at: having sex. You know why? Without any porn around to make guys feel like they should last for at least an hour and women think that sex is aimed purely at the pleasure of men, people were free to just figure stuff out themselves. Without commercials and advertisings telling people what they should want and be, there was no such thing as pressure to look or act a certain way. Well, except for the whole ‘if you criticize the government we will put you in prison’thing. Still, it might not be such a bad idea to bring the socialism back into sex. Forget about your wobbly bits, stop worrying about what’s right or wrong and just enjoy yourself. Karl Marx-style.
9 februari 2017
28
Waar is Univers?
door Leanne Soff fotografie Jack Tummers
dagboek van een eerstejaars
I
k word wakker met mijn hoofd op een opengeslagen boek. Door mijn kwijl is de inkt uitgelopen. Ik heb mijn lenzen nog in. De wekker op mijn telefoon piept al een uur. De fles Armagnac die mijn ouders me gaven om hun trots mee uit te drukken dat ik de eerste uit de geschiedenis van onze familie ben die is gaan studeren staat half leeggedronken naast het boek. In mijn familie praten we niet, in ieder geval niet over emoties en dat soort gekke dingen, we geven elkaar cadeaus die symbool staan voor het een of het ander. Invulling van de symboliek komt voor rekening van de ontvanger. Ik hoest een paar keer, maar ben nog te dronken om te merken hoe vaak. Een lange douche van deo, fris ruikend wit vocht daalt op me neer. Nog vijftien minuten om het college te halen – moet te doen zijn. Ik ren door de straten. Natuurlijk heeft het weer geregend. De stoep is iets te glad. Ik val een paar keer bijna, maar steeds net niet. Voor de ingang van de universiteit staan geen studenten. Is iedereen al binnen? De deuren gaan niet open. Ik kijk op mijn telefoon. Ik ben op tijd, over een minuut begint het college pas. Ik bonk op de deuren. Binnen is het donker. Moet ik een steen zoeken? Nergens is een steen te zien. Ik pak mijn telefoon en beweeg mijn arm naar achter. Dan maar zo. Het scherm licht op. Ik zie welke dag het is. Zaterdag.
9 februari 2017
bij de fietscursus Aan alle Nederlanders, Er is iets aan de hand met ons land. Hoe komt het toch dat we zoveel fietsen hebben, maar sommige mensen zich zo armzalig voortbewegen? U herkent het vast wel. Mensen die zich steeds asocialer lijken te gedragen. Die van mening zijn dat ze altijd maar voorrang hebben. Dit gedrag mogen we nooit normaal vinden. Toch zijn er mensen die dit soort gedrag toejuichen. Zo ook het TOP-bestuur. Een op het eerste gezicht gaaf initiatief, bleek niets anders dan een regelrechte sabotage van de fatsoenlijke verkeersomgeving die ons Nederlanders zo aan
het hart gaat. Samen met hordes internationals stond ik klaar om te horen wat voor een wonderschone fietsactiviteit het TOP-bestuur voor ons in petto had. Toen werd verteld dat wij ons zo langzaam mogelijk op de fiets voort moeten bewegen, sloeg ik achterover van verbazing. Zo bouwen we toch geen samenleving met elkaar? In Nederland is het normaal om gewoon door te fietsen. Tijd is geld. Laten we ervoor strijden dat we ons thuis blijven voelen in ons mooie land. Laten we duidelijk maken wat hier normaal is en wat niet. Fiets door of ga weg.
Bier schenken uit oranje gieters, het kan allemaal tijdens de TOP Wintercantus in de Koepelhal. Kans dat je hersens ervan tot bloei komen is klein. De groeimogelijkheden voor de bierspier zijn daarentegen eindeloos.