Onafhankelijk magazine Tilburg university
PSV-prof en student
jaargang 53 | 11 februari 2016 #07
Gesloten Europa is een illusie
Hoogleraar Conny Rijken over vluchtelingen
A PhD, and quick, please
Tilburg scores first place in completion times
2
In deze Univers
04
08
PSV-prof en student
Hoe fijn is het de Moorplein
Menno Koch combineert zijn Tilburgse studie met een profcarrière bij PSV
Wonen aan de rand van de campus. Is het wel fijn daar? Univers nam poolshoogte na een reeks incidenten.
16
25
Gesloten Europa is een illusie
A PhD, and quick, please
Kersvers hoogleraar Conny Rijken pleit voor meer onderzoek naar mensensmokkel
OVERIGE ARTIKELEN 6 De groene bul van dr. Hans 22 Campus poet from Cologne 23 Whatever the problem, go see your buddy Rubrieken 7 Waar is Univers
11 februari 2016
Tilburg University has the shortest completion times for PhD’s. Here’s why.
7 FF bellen met 12 De Vijf van Eijff 13 Goudhaantje 13 En Passant 14 Beeldend 20 Recensies 20 Wè nou? 21 Masterscriptie
21 Over de schutting 28 Schappelijk Nieuws COLUMNS 3 Luuk Koelman 11 Tom Grosfeld 19 Erik-Jan Broers 27 Marianne Lalande
3
Van de redactie Carrière Op onze wonderschone universiteit halen mensen het snelst hun PhD, zoals te lezen is op pagina 25. Maar als je de titel hebt, wat dan? Wil je je carrière in de wetenschap voortzetten? Voor slechts 20% van alle promovendi is een aanstelling op de universiteit weggelegd, en nog eens 10% komt in onderzoeksfuncties buiten de universiteit terecht. De overige 70% komt na hun promotie terecht in functies in het bedrijfsleven of bij de overheid. Lees het verhaal op pagina 25 en kijk daarna eens op Universonline: ‘Wie begeleidt promovendi naar een baan?’
column Luuk Koelman
Kakelende koffer Francine Bardoel, hoofdredacteur f.bardoel@uvt.nl
Poll
De Nationale Studenten Enquête invullen, heeft dat zin?
48%
36% 16%
Ja, het helpt om het onderwijs beter te maken.
Nee, met de resultaten wordt veel te weinig gedaan.
Ik vul sowieso nooit enquêtes of polls in.
(35 stemmen)
(12 stemmen)
(26 stemmen)
Stemmen op de volgende poll ‘Het is ieders plicht duurzaam te leven’ kan op Universonline.
colofon
Univers #7 | 11 februari 2016
Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Ton Toemen Productie PrismaPrint Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 8 van jaargang 53 verschijnt op 10 maart 2016 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Francine Bardoel (hoofdredactie), Erik-Jan Broers, Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Nathan de Groot, Tom Grosfeld, Sarcelle Kemperman, Luuk Koelman, Marianne Lalande, Jan Ligthart, Lars Regeer, Iris Scherphof, Bas van der Schot, Bart Smout, Ton Toemen, Jack Tummers, Ron Vaessen, Marga Walsh, Jeroen Wienen, Niek Willems, Jozien Wijkhuijs.
Kip Jip. Haar avontuur op de Amsterdamse Theaterschool aan de Jodenbreestraat leest als een spannend jongensboek. Op een woensdag plaatst de 21-jarige student Rick haar daar in een hok in de hal, met toestemming van de directie. Rick is bezig met een theatraal onderzoek naar ‘voedsel en de herkomst van vlees’. Via een poll kunnen medestudenten stemmen over het lot van Jip: slachten of niet? Zo ja, dan zal Rick dit eigenhandig doen, ter plekke. “Wie wil, kan er bij zijn.” Commotie alom. Arme kip Jip. Maar op maandagochtend is daar plots Sandra, actievoerster van Comité Dierennoodhulp. Zij ontvoert Jip. In het kippenhok laat ze een bakje vegetarische kipstukjes achter, plus een briefje met de tekst ‘geen theater ten koste van een kip’. Maar Sandra wordt betrapt. Dat wil zeggen: een medewerkster van de Theaterschool ziet haar wegrennen met een kakelende koffer. De politie wordt gealarmeerd waarna agenten Sandra staande houden op de Plantage Kerklaan. Ze mag kiezen: de kip teruggeven of mee naar het bureau. Sandra kiest voor het bureau. Daar zit ze zes uur in de cel. Kip Jip wordt op last van de officier van justitie teruggegeven aan Rick. Deze besluit dat het mooi is geweest. De kip mag terug naar huis, naar de boerderij van de opa van Rick, in Drenthe. Eind goed, al goed. Zoveel publiciteit! Rick waande zich even net zo beroemd als kunstenares Tinkebell met haar kattenhandtas. En Sandra zag haar verzetsdaad terug in een halve pagina in De Telegraaf. En kip Jip? Voor haar verandert er niets. Zij belandt daar waar alle kippen van Ricks opa belanden: in de kippensoep. Dag kip Jip! Namens alle partijen bedankt voor de publiciteit.
11 februari 2016
4
leestijd
3
minuten
tekst Jeroen Wienen foto ton toemen
Student onder de PSV-profs Terwijl menig leeftijdgenoot nog de kroeg uitrolt, staat Menno Koch (21) al op het trainingsveld. De jeugdige voetballer zit bij de selectie van landskampioen PSV. Daarnaast studeert hij International Business Administration aan Tilburg University. Profvoetballer en student; een weinig voorkomende combinatie. Voel je je écht student? “Ik sta niet midden in het studentenleven, zoals veel van mijn medestudenten. Ik zit niet op kamers, dus ik heb geen huisgenoten. Ik zie mezelf meer als een voetballer die ook studeert. Daarnaast ben ik weinig op de campus, door mijn drukke programma als voetballer. Doordat ik deel uitmaak van het topsportprogramma is daar ook wel redelijk wat ruimte voor.” Redelijk wat ruimte? “Om sommige dingen is moeilijk heen te plannen. Tentamenweken vallen bijvoorbeeld vaak samen met trainingsstages van PSV of het Nederlands elftal. Dan ben ik al snel aangewezen op de herkansing. En als ik die niet haal kan ik pas een jaar later nog een keer proberen. Al kan ik sommige dingen wel mondeling herkansen.” Want voetbal gaat voor? “Absoluut. Voetbal op één, studie op twee. Dat heb ik ook meteen tegen de uni gezegd toen ik kwam studeren. Ik vind studeren leuk, maar als het te veel problemen oplevert voor mijn voetbalcarrière, dan stop ik ermee.” Ben je wel eens herkend op de campus? “Ja, dat gebeurt. Dan hebben we een kort praatje. Maar het heeft nog geen gekke vormen aangenomen. Het komt ook niet zo vaak voor.” Mis je het studentenleven niet? “Tuurlijk, soms wel. Ik geef dingen op om hier te kunnen voetballen. Aan de andere kant krijg ik er ook een heleboel voor terug. Ik heb eigenlijk al dingen moeten opgeven sinds ik op
11 februari 2016
mijn twaalfde bij PSV ben gaan voetballen. Net als ‘gewone’ studenten ga ik af en toe op stap, maar op een meer verantwoorde manier dan de meeste studenten zullen doen.” En de andere kant van het studentenleven: tentamenstress. Ervaar je dat wel? “Ik heb altijd redelijk gemakkelijk geleerd, daarom kan ik het nu ook combineren met profvoetbal. Erg veel stress ervaar ik daar dus niet door. Dat ligt ook aan mijn persoonlijkheid. Maar ik wil natuurlijk mijn tentamens wel graag halen. Nee, ik heb nog niet met mijn studieboeken in de kleedkamer gezeten.” Waarom ben je eigenlijk gaan studeren? “Een heleboel redenen. Voetbal biedt geen vastigheid. Ik ben bijvoorbeeld net 10 maanden geblesseerd geweest. Dan is een studie een fijne back-up. Maar zelfs in het beste geval duurt je voetbalcarrière maar tot ongeveer je 35e. Dan moet je iets hebben klaarliggen voor daarna.” Andere studerende voetballers geven ook wel aan dat ze diepgang missen binnen een voetbalselectie. “Ik merk dat ik binnen de selectie heel andere gesprekken heb dan met vrienden van vroeger of met studiegenoten. Met die laatste groep praat ik ook over het nieuws, politiek of economie. Niet dat ik die gesprekken binnen de selectie niet heb, maar dat is toch anders. Mijn beste vrienden zijn niet de jongens uit de selectie.” Wat vind je van studenten die ervoor kiezen om hun studentenleven voor-
namelijk zuipend door te brengen? “Dat mogen ze lekker zelf weten, dat mag iedereen voor zichzelf beslissen. Je hoort vaak mensen zeggen dat hun studententijd de mooiste periode van hun leven was. Dat kan ik begrijpen. Maar terwijl zij in de kroeg staan, hoop ik in een mooi stadion te spelen voor een heleboel fans.” Wat moet dan de mooiste periode van jouw leven worden? “Mijn voetbalcarrière.” Heb je ook een specifiek doel dat je tijdens je profcarrière wil bereiken? “Nu vooral weer wedstrijdfit worden, zo na mijn blessure. Hopelijk heeft de trainer me snel nodig. Op de lange termijn... een internationale club, Europees voetbal, EK’s, WK’s. ” Ambitieus. “Absoluut, je moet altijd een doel hebben. Of dat nou voor je studie of voor je carrière is.”
Menno Koch (Heeze, 1994) is profvoetballer bij PSV. Hij heeft in Eindhoven een contract tot medio 2018. In het seizoen 2013/2014 speelde hij 38 wedstrijden voor Jong PSV. Op 20 december 2014 debuteerde hij bij het eerste van PSV. Vorig jaar werd hij een half jaar verhuurd aan NAC. Momenteel komt hij terug van een zware blessure en doet hij wedstrijdritme op bij Jong PSV. Menno studeert IBA aan Tilburg University.
5
‘Nee, ik heb nog niet met mijn studieboeken in de kleedkamer gezeten’
11 februari 2016
6
leestijd
3
minuten
Tekst adrian van den eerenbeemt Foto dolph cantrijn
De groene bul van dr. Hans Aio Hans Westerbeek heeft twee ambities. Zijn proefschrift schrijven én dat vervolgens NIET te laten drukken, maar alleen digitaal uit te brengen. En dat laatste, dat mag niet van het promotiereglement.
H
ans Westerbeek is een PhD-student met een missie. Hooggeleerd worden, maar wel op een milieuvriendelijke manier. “Het is leuk om te promoveren, maar zo’n boekje hoeft van mij niet. Dat is zonde. Steeds als ik een promovendus zie sjouwen met dozen met proefschriften bedenk ik dat die uiteindelijk toch maar op zolder belanden.” Al ruim voor de einddatum in zicht is, begint hij dan ook met informeren of en hoe hij papierloos kan promoveren. Per mail, per telefoon, bij iedereen die daar ook maar een rol in zou kunnen spelen. Een van die mensen is Jacqueline Waijers. Zij krijgt als secretaresse van het college van promoties de meeste vragen te verwerken. Is het niet van de promovendus zelf, dan wel via één van de door hem benaderde instanties. Ze krijgt er een sik van. Want het antwoord blijft onveranderd: neen, wie een doctorstitel wil, dient in Tilburg uiterlijk drie weken voor de promotiedag 35 papieren exemplaren van het proefschrift aan te bieden. Zo is nu eenmaal vastgelegd in het promotiereglement van de universiteit. Er is ook nog altijd veel belangstelling voor papieren proefschriften, zegt Wayers. (Oud-)hoogleraren kunnen die aanvragen en dat gebeurt regelmatig. “Laatst heb ik er zelfs een naar Frankrijk gestuurd.” De rest van de dissertaties wordt verdeeld over de promotiecommissie, de bieb, het cvb, pedel, archief, graduate school, recensie-exemplaren voor de pers.
leen mijn zus vindt het raar dat ik wil promoveren zonder boek. Verder krijg ik alleen maar leuke reacties.” Je hebt nu eenmaal boeken en echte boeken, stelt Westerbeek. “Ik zie mijn proefschrift niet op hetzelfde level als grote namen in de literatuur. Een Hermans of Brusselmans. Ik heb thuis wel allemaal mooie romans staan, maar ik vind niet dat mijn boek daar op dezelfde manier tussen zou moeten staan.” Compensatiebeuk Met jaarlijks zo’n 170 promoties worden er alleen al voor Tilburg University een kleine 6000 boeken gedrukt. Goed voor 20 volle Billy-boekenkasten. Per jaar. Voor Hans Westerbeek reden om dan tenminste compensatie te zoeken voor zijn bijdrage aan die papierberg. Met de hulp van chef campus Bram Groothuis lukt dat ook. Op 10 februari, de dag van zijn promotie, plant hij op het veldje tussen Esplanade en bibliotheek een trotse gevederde rode beuk.
Digitaal Papierloos promoveren is op sommige andere universiteiten totaal geen probleem. Sterker nog, sinds 2009 is het de norm op UC Berkeley. En ook in Rotterdam en Eindhoven werden al in 2011 ongedrukte proefschriften toegestaan. Waarom ook niet, zegt Univers-wetenschapsredacteur Bart Smout. “Of het nou een boek is of op een site staat. Als het maar toegankelijk is, zal de rest me worst wezen.” Hij is er al aan gewend dat andere publicaties exclusief digitaal te lezen zijn. “Wat mij betreft kan die stap voor proefschriften morgen al gemaakt worden.” Westerbeek kan dat alleen maar beamen: “Ik heb geen woord met een pen geschreven. Het hele proces is bij mij digitaal geweest. Het contact met mijn begeleiders ging digitaal. Het onderzoek deed ik met computers en het schrijven ook. Waarom moet het eindproduct dan wel op papier? Ik zie de logica niet.” “Ik heb bovendien niet het idee dat ik een boek geschreven heb. Ik heb gewoon mijn werk gedaan. Dat is het produceren van wetenschappelijke artikelen en die zijn er. Behalve vakgenoten gaat niemand die lezen. Al-
11 februari 2016
Het gedrukte proefschrift, ook Hans Westerbeek kon er niet onderuit
7
Waar is Univers?
tekst Jozien Wijkhuis foto Jack Tummers
misschien wel bij jou in de buurt
ff bellen met
Ralf Bodelier Goed nieuws voor World’s Best News. Microsoftbiljonair Bill Gates himself kwam even langs om succes te wensen en geld toe te zeggen. Mooie publiciteit voor projectleider, filosoof en in Tilburg gepromoveerde kosmopoliet Ralf Bodelier.
In een verse studentenkamer De eerste studentenkamer. Vaak niet meer dan een paar vierkante meter, met een aantal mankementen die je van de vorige bewoner voor kennisgeving aanneemt. Je zegt tegen je ouders: “Nee, die kraan moet je twee keer naar rechts en dan een keer zachtjes terug draaien, anders worden je kleren nat”, en negeert hun afkeurende blikken. Je slaapt op een IKEA-frame dat uitklapbaar is tot een tweepersoonsbed, maar dat meestal ingeklapt staat omdat het anders niet in de kamer past. Het wasrekje dat aan de deur is bevestigd, is eigenlijk net te klein voor je kleren. Zo niet bij Nathalie, eerstejaars Rechtsgeleerdheid. Zij heeft nog geen wasrek. Wel een tweepersoonsbed. “Ik heb eigenlijk nog niet zo veel spullen hierheen verhuisd, dat is een van de redenen dat het hier zo netjes is.” Ze woont net in een studentenhuis aan de Piusstraat, met vijf andere studenten, allemaal vrouwen. Tijdens haar eerste kijkavond was het al raak en zo kon ze een maand later al verhuizen. “Ik moest op tijd weg, dus ik ben eigenlijk maar heel kort op de kijkavond geweest. Maar we konden het
gelijk goed met elkaar vinden. Ik vind het heel fijn om nu mijn eigen kamer te hebben.” De huisgenoten delen beneden een keuken en een bijkeuken, waar ook de wasmachine staat. Er komt een hoop kijken bij voor het eerst op kamers wonen. Voor vandaag zijn er twee duidelijke stappen te zetten: een fiets kopen en uitzoeken hoe de wasmachine werkt. De standen daarvan zijn namelijk ingedeeld op kledingstuk en niet gewoon op ‘bont’ en ‘wit’. Ook hangt het badkamerkastje voor boven de wastafel nog niet. Verder staan alle meubels die een eerstejaarsstudent nodig heeft in Nathalies kamer: een kast, een bank, een bureautje en een bed. Als Nathalie ’s ochtend het gordijn opendoet, wordt de huisgenoot in de kamer naast haar wakker, vertelt ze. Nu doet ze hem heel behoedzaam pas rond het middaguur open, “want het maakt een rotgeluid”. Het kastje is een stuk zwaarder dan het er uitziet en gaat een aantal keer dat we het optillen bijna door de wasbak heen. Uiteindelijk besluiten we dat haar vader nog maar een keer naar Tilburg moet komen om het op te hangen.
Een bezoek en steun van Bill Gates, dat is toch bijzonder? “Hij kwam niet speciaal voor ons naar Den Haag, hoor. Tussen bezoekjes aan de minister-president en Europese ministers had hij wel een uurtje vrij om de aandacht op ons richten. Door die ontmoeting en door ons te noemen in interviews hebben we veel publiciteit gekregen.” Jullie pleiten voor meer goed nieuws. Is daar reden toe? “Jazeker! We vinden dat er veel te somber wordt gekeken naar de ontwikkelingen in de wereld, vooral die in de armste landen. Daardoor zouden bedrijven kunnen twijfelen of ze wel moeten investeren en of ontwikkelingssamenwerking wel helpt. Terwijl de lange termijn-ontwikkelingen juist uitermate positief zijn. Op grote onderwerpen als kindersterfte, onderwijs en gezondheid is er wereldwijd enorme vooruitgang geboekt.” ‘Het gaat prima’, lijkt me geen boodschap waar hulporganisaties blij van worden. “Sommigen helpen juist om dit van de grond te krijgen: Oxfam Novib, Kinderpostzegels, Wilde Ganzen. Door teveel slecht nieuws denken mensen dat hulp toch geen zin heeft. Maar als ze horen hoeveel succes er is geboekt, vertrouwen ze er eerder op dat hun steun goed terechtkomt.”
11 februari 2016
8
leestijd
7
minuten
Hoe fijn is het Professor de Moorplein? Tekst Niek willems Foto’s jack tummers
Het Professor de Moorplein werd de afgelopen jaren opgeschrikt door een aantal incidenten: twee inbraakpogingen bij Albert Heijn, postcodefraude, twee opgerolde hennepplantages en meerdere branden in woningen. Maar hoe gevaarlijk is wonen op de rand van de campus nou eigenlijk?
V
anaf hartje universiteit is het nog geen vijf minuten lopen naar het Professor de Moorplein. Er wonen zo’n 400 studenten aan de ene kant. In het appartementencomplex aan de overkant wonen voornamelijk starters. Een maaltijd is zo gefixt: op kruipafstand ligt een Albert Heijn, een friettent, een Taco Mundo, een Subway en Pechka. En met een bushalte om de hoek heeft de student weinig redenen tot klagen. Maar wat is er precies aan de hand met het Professor de Moorplein? Dat vroeg de redactie van Univers zich een maand geleden af naar aanleiding van een balkonbrand in studentencomplex Intermezzo. Tijdens oud en nieuw vlogen spullen op de twaalfde verdieping in de fik door vuurwerk. Een vuurpijl kwam terecht op een vuilniszak. Gelukkig was niemand aanwezig. De brandweer was de vlammen al snel meester.
11 februari 2016
Een ongeluk zit in een klein hoekje, zou je denken. Maar dit was niet de eerste brand aan het plein. In 2014 moest de brandweer uitrukken om vlammen te blussen in de woontoren aan de overkant. Daar werd vervolgens een hennepkwekerij met 200 planten aangetroffen. En in december 2015 moest de brandweer wederom uitrukken voor een brand aan de overkant. Wat bleek? Er werd op een amateuristische manier stroom afgetapt voor een hennepkwekerij. De vondst: maar liefst 390 planten schoon aan de haak. En in het laatste weekend van januari brak er een brand uit in een studentenwoning. Gelukkig hoefde daar geen brandweer voor uit te rukken. En in 2015 schrokken studenten ’s nachts wakker toen dieven de Albert Heijn probeerden te beroven. Om nog maar te zwijgen over de steekpartij in cafétaria Franske in 2012: een overspannen oud-medewerker stak de eigenaar neer. Wild west-taferelen aan de rand van de campus?
‘Seniorenflat’ Uit navraag bij de bewoners van de studentenflat blijkt het Professor de Moorplein helemaal niet zo spannend als dat het lijkt. Sterker nog: het is hier lekker rustig wonen. “Een seniorenflat”, omschrijft een bewoner. Jos Buijvoets (27) studeert Ondernemingsrecht en huurt sinds vijf maanden een studio aan het plein. Eerst woonde hij aan de Professor Verbernelaan. “In The Verbs wonen veel jonge mensen en daar wordt veel meer gefeest. Het is leuk om daar te wonen, maar op een gegeven moment had ik behoefte aan een rustigere plek. Ik wist van mensen die hier al zaten dat het goed was.” Buijvoets noemt de omgeving veilig. Volgens hem wonen in de studentenflat op het Professor de Moorplein voornamelijk de wat serieuze en oudere studenten. “Mensen die al richting het werk gaan. Hier heb je weinig contact met medebewoners. En als je contact hebt, dan is het op een vriendelijke toon.”
9
Cleo Baaijens: het Professor de Moorplein is allesbehalve spannend
Ook Liberal Arts and Sciences-student Cleo Baaijens (21 jaar) vindt het Professor de Moorplein allesbehalve spannend. “Het is hier erg stil”, omschrijft ze. “Er gebeurt niet zoveel als aan de Professor Verbernelaan. Het merendeel van de bewoners is op zichzelf. De studio is super. Ik heb een eigen keuken met een eigen badkamer. Er zit alles in wat je nodig hebt.” Af en toe heeft ze last van hangjongeren die ’s avonds op het plein te vinden zijn. “Vooral in het weekend en ’s avonds vind ik dat vervelend.” Maar van de branden, hennepkwekerijen en inbraken heeft ze geen last gehad. Suzanne Hendricksen (23 jaar) volgt een master Strafrecht en vindt dat de reeks incidenten spannender klinkt dan dat het was. Ze woont er bijna vijf jaar. “Toen ik 17 was, wist ik dat ik in Tilburg ging studeren. Via-via hoorde ik positieve verhalen van mensen die hier al woonden. Ik moest en zou op kamers gaan en heb me ingeschreven bij WonenBreburg. De sfeer hier is gewoon prima. Het is niet dat je bij de buren op de koffie gaat. Mensen wonen hier niet om te feesten, dus het is vrij rustig. Dat vind ik heel fijn.” Ze geeft aan dat er regelmatig aan foodsharing wordt gedaan. “En er woont iemand die heel goed kan koken. Die post vaak foto’s op onze Facebook community-pagina van het eten dat hij heeft gemaakt. Dat is heel leuk.” Onveilig voelt ze zich nooit. Wel geeft ze aan dat er drie jaar geleden een aantal keer is ingebroken in de studentenflat, maar sindsdien niet meer. >>
11 februari 2016
10
Pakketfraude Waar de bewoners van de studentenflat wél last van hadden, was pakketfraude. In het verleden bestelden vermoedelijk niet-bewoners voor duizenden euro’s aan pakketten bij H&M en Zalando. Op fictieve namen, maar dan wel op huisnummers van het Professor de Moorplein. Als de postbezorger langskwam, zetten ze een krabbeltje. Vaak was dat niet eens nodig. En vervolgens namen ze de benen met een nieuwe trui of hippe sneakers. Veel bewoners kregen daardoor aanmaningen in de brievenbus. Maar dat probleem is inmiddels opgelost: de postbezorger vraagt nu naar identiteitsbewijzen en bewoners moeten op een speciale manier bestellen bij H&M en Zalando. Ook zijn er in het verleden flink wat fietsen gestolen uit de gemeenschappelijke fietsenstalling, bevestigt woordvoerder Claudia Vleeschhouwer van WonenBreburg. “Dit kwam doordat bewoners de deur niet goed dicht deden of de deur openmaakten zonder te checken of het een bekende was die aanbelde. En soms doordat een stukje plastic in het slot werd gestoken.” Vermoedelijk door niet-bewoners, zodat de dieven
gemakkelijk de deur open kunnen maken. “Helaas kunnen wij niet de hele dag de sloten in de gaten houden. We hebben daarom aan de bewoners gevraagd om hier zelf actief op te letten. Sinds deze oproep zijn er bij ons geen meldingen meer binnengekomen.” Grappig feitje: in de flat liep regelmatig een monnik rond. Student Buijvoets: “Hij leeft volgens een speciale filosofie die hij probeert te promoten. Hij moet leven van de geschenken die hij krijgt. Niet dat hij expliciet aan het bedelen is, maar hij wil wel dat je iets geeft. Het liefst levensmiddelen, zoals bananen.” Buijvoets geeft aan dat hij best volhardend kon zijn. “Het was wel grappig, maar aan de andere kant ook wel heel irritant. Hij wachtte totdat iemand de deur open liet staan, zodat hij bij de lift kan komen.” Waarom dan bedelen in een studentenflat? “Sommige bewoners staan open voor verschillende filosofieën. Misschien zijn ze vrijgeviger en gaan ze er serieus op in.” ‘Niet onveilig’ Maar toch: twee opgerolde hennepkwekerijen, twee pogingen tot inbraak, branden
Suzanne Hendricksen: die reeks incidenten klinkt spannender dan dat het was
11 februari 2016
en een steekpartij in 4 jaar tijd. Dat klinkt niet al te best. “Het zijn allemaal losstaande incidenten die bij een grote stad horen”, zegt politiewoordvoerder Willem-Jan Uytdehage. “Op en rond het plein is het niet onveiliger dan in de rest van Tilburg.
11
Jos Buijvoets: hier wonen vooral de wat serieuze en oudere studenten
column Tom Grosfeld student CIW
Later
De vondst van wietplantages is niet uniek en gebeurt helaas vaker.” Hij snapt dat het een verkeerd beeld opwekt van het plein. “Voor de gemiddelde burger is dit opvallend, maar het kan net zo goed in een villawijk gebeuren. Dat dit toevallig in een flatgebouw gebeurt, wil niet veel zeggen. Wij rollen ongeveer dagelijks hennepkwekerijen op.” Ook de gemeente sluit zich aan bij het antwoord van de politie. Een woordvoerder geeft aan dat er af en toe meldingen binnenkomen over zwerfafval, maar daar is alles mee gezegd. Dus over tot de orde van de dag? Ja dus, vindt Intermezzo-bewoner Pawel Piotrowski: “Gebeuren zulke delicten niet overal? Aan het plein wonen ruim vierhonderd mensen. De overkant nog niet eens meegerekend. Logisch dat hier ook wel eens wat gebeurt. Maar ik denk dat een gemiddelde Tilburgse wijk statistisch gezien slechter zal scoren dan ons plein.”
Sinds een aantal maanden leen ik 500 euro per maand. Deze eenvoudige manier van geld lenen is de achilleshiel voor studenten die maximaal twee dagen vooruit kijken. Ik hoef nauwelijks rente te betalen, heb jaren de tijd om mijn schuld af te lossen en ik ga ervan uit dat ik een baan krijg na mijn studie. Waarom leven als een arme man als je ook kan leven als een Griekse God? Ik wil niet de supermarkt afspeuren naar producten in de korting, maar gewoon alles in mijn mandje gooien zonder erbij na te denken wat dit met mijn financiële situatie doet. Als ik later een waardeloze baan krijg en een hebzuchtige vrouw die al ‘ons’ geld uitgeeft aan kleding en accessoires, heb ik in ieder geval tijdens mijn studententijd nog even onbezorgd kunnen genieten van financiële vrijheid. Ik heb mijn ouders beloofd geld te sparen voor ‘later’, maar ik leen bij zodat ik dure rode wijn kan drinken, mijn vriendin mee kan nemen naar goede restaurants, de kleding kan kopen die ik wil en drie vakanties per jaar kan boeken. Maar wat is later eigenlijk? Later is het sparen voor je rijbewijs, je collegegeld en de huur van je kamer. Later wordt sparen voor de inrichting van een eventueel huis dat je gaat kopen en voor een nieuwe keuken die je misschien ooit wilt. Later wordt het sparen voor onderwijs voor je kinderen. Later wordt het sparen voor een pensioen en uiteindelijk het sparen voor een erfenis. Daarom heb ik besloten dat dit het moment is dat mijn ‘later’ is aangebroken. Mensen vragen me soms verbaasd: “Wanneer ga je al dat geleende geld dan terugbetalen?” Later, zeg ik dan.
11 februari 2016
12
de vijf VAN EIJFF
Cijfers zeggen weinig over de toekomst Economie lijkt altijd over cijfers te gaan. Toch blijken cijfers vaak minder waardevol als het om toekomstige inzichten gaat. Waarom is dat? En waarom zijn economische modellen maar zo beperkt in hun betrouwbaarheid? Hoogleraar financiële economie Sylvester Eijffinger geeft antwoord op vijf vragen. 1. Zijn harde cijfers dan waardeloos? “Als je cijfers gebruikt voor de korte termijn zijn het vooral berekeningen. Ga je die cijfers gebruiken voor de langere termijn, dan wordt het meer voorspellen. En als het aandeel voorspellen groter is dan het aandeel berekeningen, dan zijn het altijd ‘zachte’ voorspellingen. Dat betekent: grotere onzekerheidsmarges bij de uitkomsten. Dat zie je ook aan de langere termijnvoorspellingen die het Centraal Planbureau de afgelopen decennia deed. In het gunstigste geval klopte 50 procent van die voorspellingen.”
“Het vak economie is te veel gemathematiseerd”
2. De topambtenaar van Economische Zaken stelt dat CPB-cijfers van zeer beperkte waarde zijn voor langetermijnbeleid. Hij heeft dus gelijk? “Ja.” 3. Toch gaven u en andere economen onlangs af op politici die cijfers van het CPB zouden ‘misbruiken’. Als die cijfers niet
11 februari 2016
betrouwbaar zijn voor lange termijnvoorspellingen, dan mogen politici die toch ook vrij interpreteren? “Maar niet als zij die cijfers en modellen als achtergrondmuziek gebruiken die ze aan- en uitzetten waar het hen goed uitkomt. Dat kan niet. Je kunt die niet de ene keer gebruiken en de volgende keer negeren. Het is of het een of het ander. Politici gaan er nu opportunistisch zelfs cynisch mee om en ondergraven daarmee de geloofwaardigheid van modellen. En als het hen uitkomt, verschuilen zij zich achter de rekenmeesters van het CPB. Daar is het CPB niet voor bedoeld.” 4. Microsoft presenteert minder goede kwartaalcijfers, Amazon komt met een recordwinst. Maar omdat de analisten met andere cijfers rekening hielden wordt Microsoft beloond en Amazon gestraft door beleggers. Wederom: welk nut hebben cijfers nog als iedereen er zijn draai aan geeft? “Ook daar zie je dat gedragsrelaties tot onzekerheden leiden. Net als het CPB proberen financiële markten zo goed mogelijk te
voorspellen, in dit geval wat de winstgevendheid van een bedrijf is. Dit gaat dan alleen over de ultrakorte termijn: één, misschien twee kwartalen. En zelfs dan kan het dus fout gaan. Waarom? Omdat mensen een inschatting maken, andere mensen daardoor worden beïnvloed en daar op reageren en daarmee weer de koers van een bedrijf beïnvloeden.” 5. Economie is geen harde wetenschap. Maar is het gezien uw antwoorden eigenlijk wel een ‘weten’-schap? “Zeker wel. Maar het is wel een menswetenschap, een gammawetenschap. Waar ik problemen mee heb is dat we ons vak te veel hebben gemathematiseerd. Daardoor wekken we nu de schijn dat we de meest wetenschappelijke van de sociale wetenschappen zijn, terwijl we dat helemaal niet kunnen waarmaken. Uiteindelijk kun je modellen bedenken wat je wilt, maar gaat het ook om intuïtie. Wetenschap dient intrinsieke twijfel als permanente eigenschap te hebben. Nee, dat is geen gemakkelijke boodschap. Maar als je daar als economiestudent niet mee kunt omgaan, dan moet je geen wetenschappelijk onderwijs willen volgen.”
13
Goudhaantje
En passant
Martijn Groenleer Het gaat Martijn Groenleer voor de wind. De kersverse hoogleraar kreeg op 4 februari de leiding over het kenniscentrum Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG). Daarnaast mag hij zich sinds begin dit jaar ook vader noemen. Hoe kwam het kenniscentrum bij u terecht? “Van origine ben ik bestuurskundige maar ik heb ook een achtergrond in het recht. Ze waren op zoek naar iemand die op beide gebieden uit de voeten kan en een breed netwerk daarin heeft. Daarnaast doe ik als hoogleraar onderzoek naar problemen op regionaal en mondiaal niveau. Daarom klopten ze bij mij aan, denk ik.” Waar doen jullie onderzoek naar? “TiREG doet onderzoek naar de veranderingen en vernieuwingen in de samenwerking tussen overheden, bedrijven, burgers en kennisinstellingen rond maatschappelijke vraagstukken. Een voorbeeld is het aanpakken van criminaliteit in de regio.” Is dit een hoogtepunt in uw carrière? “In mijn korte carrière is dit zeker een hoogtepunt, maar we zijn bij het centrum pas net begonnen. Ik kijk er naar uit om effecten op de lange termijn te onderzoeken.” U bent op jonge leeftijd al hoogleraar, hoe bevalt het? “Ik heb het erg druk, maar het geeft veel voldoening. Ik heb geen Brabantse achtergrond dus toen ik hier hoogleraar werd, heb ik kennis gemaakt met Tilburg en omstreken. Dat ging snel, want voor mijn werk ben ik daar veel mee bezig.” En als u even niet bezig bent met onderzoeken? “Sinds kort mag ik mijzelf vader noemen. Los van het kenniscentrum en andere onderzoeksprojecten sport ik en ik verhuis binnenkort naar Maastricht, waar mijn levenspartner werkt. Veel vrije tijd is er niet. Maar mijn werk is mijn grote passie. Het opzetten van nieuwe projecten geeft telkens weer een enorme drive.”
Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? Het studentenspreekuur bij Simone B. Hofland-Lokin, Career Services Officer, zit er dinsdagmiddag net op als Univers bij haar binnenwandelt. “Ik help studenten op weg”, vertelt ze. “Zojuist kreeg ik een telefoontje van een oud-studente accountancy die ik aan een baan heb geholpen. Ze belde om te vertellen hoe het gaat. Super leuk om te horen, ik word daar echt blij van.”
Fietsers & sneeuw Buitendienstmedewerker Ron Verbruggen houdt de campus bij. Prullenbakken legen, zwerfvuil weggooien en takken opruimen zijn dagelijkse klusjes voor hem. Door een nachtje vorst kreeg hij er nog een taak bij: fietspaden veilig houden. “Dit zijn erg gladde stukken, vooral tussen de vijvers. Hier komen veel fietsers voorbij en ik wil voorkomen dat ze vallen.” Peukje & prullenbak Een voorbijganger van de mensa was er in januari niet in geslaagd om te stoppen met roken. Zijn brandende peuk belandde in een prullenbak voor het restaurant. De bak kon de hitte helaas niet verdragen: een verschroeide bak was het gevolg. De trouwe vuilnisbak moest daarom plaats maken voor een nieuwe. Band & dali Iedere student maakt het wel eens mee: fietssleutel kwijt, geen achterlicht of een lekke band. Goede redenen om te laat te komen, of zelfs helemaal thuis te blijven. Deze fiets bezorgde ons echter de nodige hoofdbrekens. Hoe heeft de eigenaar dit voor elkaar gekregen? Een volledig verbogen achterwiel maar geen noemenswaardige schade aan de rest van de fiets... Salvador Dali is niet dood, hij leeft nog! 11 februari 2016
14
foto Jack Tummers
Beeldend
11 februari 2016
15
FC AZC Als sporten niet verbroedert, dan verbindt het toch op zijn minst. Daarom organiseerde Avans samen met Tilburg University een voetbaltoernooi voor studenten en jonge bewoners van het AZC in Oisterwijk. Voor de asielzoekers was het een beetje onwennig. Niet alleen omdat ze allemaal uit verschillende landen komen, een gemiddeld eredivisieteam is qua samenstelling niet minder divers, maar ook vanwege het halfbevroren veld. En oh, het vizier van de fotograaf stond wel degelijk op scherp. Maar de jonge asielzoekers mogen niet herkenbaar op de foto. Het zijn allemaal vluchtelingen die hier zonder hun ouders zijn beland en mogelijk slachtoffer zijn geweest van mensenhandel.
11 februari 2016
16
leestijd
6
minuten
Een gesloten Europa is een illusie Tekst Bart Smout foto's dolph cantrijn
De aanhoudende stroom vluchtelingen zorgt in Europa voor grote problemen. Maar naar de problemen van de vluchteling zelf wordt te weinig gekeken, vindt Conny Rijken. Onlangs werd zij benoemd tot hoogleraar Human Trafficking and Globalization. “Er wordt amper aandacht besteed aan het geestelijk welzijn van asielzoekers. Op de lange termijn geeft dat problemen.” Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) zijn er sinds januari 2016 al 31.000 vluchtelingen naar Griekenland afgereisd. Vorig jaar waren dat er in januari slechts 1500. Gaat 2016 een nieuw record aan vluchtelingen opleveren? “Dat is moeilijk te zeggen. Alle hoop is nu gevestigd op Turkije. Dat land moet de migranten gaan tegenhouden. Of dat lukt hangt ervan af of Europa zijn verplichtingen aan Turkije nakomt. Dat is nog maar de vraag. Wij hebben Turkije beloftes gedaan die we nog niet zijn nagekomen. Het is een geven en nemen tussen Europa en Turkije. Maar als het lukt de opvang in Turkije te verbeteren en er betere opvang in de regio komt, zullen er minder vluchtelingen doorreizen naar Europa. Of de deal met Turkije slaagt of niet, zal in 2016 dus van grote invloed zijn op het aantal vluchtelingen. Breder gezien kun je stellen dat het einde van de vluchtelingenstroom nog ver weg is. Als je van het Westen van Afrika tot het uiterste puntje van Azië kijkt, dan zie je alleen maar brandhaarden, met slechts sporadisch een lichtpuntje. En oplossingen zijn nog niet in zicht. Mensen blijven vluchten.” Samsom heeft gezegd dat Nederland 200.000 vluchtelingen aankan. Kun je een maximum bepalen? “Nee. Je kunt natuurlijk berekenen hoeveel opvangplekken je als land hebt en hoeveel je
11 februari 2016
er nog kunt realiseren. Maar het belangrijkste is natuurlijk dat er voldoende maatschappelijk draagvlak is. Je kunt vluchtelingen wel onderdak bieden, maar daarmee vang je ze nog niet op. Je moet ook zorgen dat er voldoende scholen zijn, dat er voldoende werk is en voldoende huisvesting. Hoe breng je dat allemaal in kaart? Het is onmogelijk vast te stellen hoeveel vluchtelingen een land kan opnemen. Zo’n opmerking van Samsom slaat nergens op. ” De bevolking van een land moet natuurlijk ook bereid zijn om vluchtelingen op te nemen. Die bereidheid lijkt in Nederland af te nemen. Er komt tijdens inspraakavonden steeds meer verzet tegen azc’s. “Dat zijn uitzonderingen. De meeste inspraakavonden verlopen rustig. Dat mag ook weleens gemeld worden.” Volgens Donald Tusk, voorzitter van de Europese raad, stort Schengen ineen als er niet snel wordt opgetreden. Hoe komt het dat de Europese Unie zo vleugellam is? “Ik vind Europa niet vleuggellam. Er zijn het afgelopen jaar flinke stappen gemaakt. Zo is er bijvoorbeeld overeenstemming bereikt over de verdeling van de 160.000 migranten die met name in Griekenland en Italië zitten, iets wat lang niet voor mogelijk werd gehouden. Maar
dat neemt niet weg dat de Europese lidstaten te vaak hun afspraken niet nakomen als het gaat om het vluchtelingenbeleid. Er moet een permanent verdeelsysteem komen waarbij solidariteit voorop staat. De ontwikkeling daarvan verloopt veel te traag.” Maar veel landen zien die verdeling helemaa niet zitten. Polen wil bijvoorbeeld geen vluchtelingenquota. “Er is een aantal landen dat niet kan en een aantal landen dat niet wil. Voor de landen die nog niet klaar zijn voor vluchtelingenopvang ligt er >> Conny Rijken (1969) studeerde internationaal Recht aan de Universiteit van Utrecht en Tilburg University. Ze promoveerde bij Hirsch Ballin en Cyrille Fijnaut op het thema mensenhandel. Rijken breidde haar expertise uit naar onderzoeksgebieden als mondiale migratie en Europees strafrecht. Centraal in haar onderzoek staat aandacht voor en engagement met het individu. Op 1 januari 2016 is ze aan Tilburg University benoemd tot hoogleraar Human Trafficking and Globalization. Bij het International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT), dat deel uitmaakt van Tilburg Law School, zal Rijken zich richten op uitbuiting en andere schendingen van de mensenrechten in de context van mondiale migratie.
17
‘Het is onmogelijk vast te stellen hoeveel vluchtelingen een land kan opnemen’
11 februari 2016
18
Europese wetgeving en op basis daarvan moeten deze landen een plan opstellen om de vluchtelingenopvang op orde te krijgen. Op aanvraag wordt er dan door de EU geïnvesteerd in een asielopvang op nationaal niveau die wel toereikend is. En wat betreft het niet willen: dat is simpelweg geen optie. Als je lid bent van de EU moet je solidair zijn in het vluchtelingenvraagstuk. Punt.” Sommige politici roepen dat de buitengrens van Europa moet worden afgesloten. “Dat is simpelweg niet mogelijk.” Australië doet het. “Australië is een eiland. Dat is makkelijk af te bakenen. Bekijk de kaart van Europa eens. Alleen al het enorme aantal Griekse eilandjes zorgt ervoor dat Europa onmogelijk hermetisch is af te bakenen. Een gesloten Europa is een illusie. Bovendien lijkt het mij onwenselijk om je af te zonderen van de rest van de wereld.” En het sluiten van de binnengrenzen? “Ook van dat idee zijn we snel genezen.” Waarom? “Wij zijn zo gewend aan internationaal verkeer binnen Europa, dat we niet meer zonder kunnen. De binnengrenzen weer sluiten zou de Europese economie een enorme klap geven. Er zullen wel strengere controles komen. Maar de ineenstorting van Schengen? Dat
11 februari 2016
lijkt me gedramatiseerd en zie ik niet zo snel gebeuren.” Een andere mogelijkheid dan: meer opvang in de regio. “De meeste vluchtelingen blijven hangen in Jordanië, Libanon of Turkije, omdat ze uiteindelijk terug willen naar hun eigen land. Opvang in de regio biedt voor veel vluchtelingen het beste perspectief. Dat is dus prima. Alleen zijn de regiolanden overvol. In Libanon is op de vier inwoners één Syrische vluchteling. Dat is onvoorstelbaar. Europa moet die landen helpen. Ook dat gebeurt te weinig. De Europese Unie is erg goed in het afschuiven van verantwoordelijkheden. Er wordt makkelijk geroepen: meer opvang in de regio! Maar als het geld over de brug moet komen, kijkt iedereen de andere kant op.”
eindstation is van een smokkelroute. De meeste vluchtelingen hebben geen vooropgezet plan. Ze willen vooral weg uit Eritrea. Hoe ver ze kunnen vluchten hangt van een heleboel factoren af. Hoeveel geld ze hebben bijvoorbeeld, wat voor informatie ze onderweg ontvangen over andere landen, dat soort dingen. Je moet niet vergeten dat sommige mensen wel drie of vier jaar onderweg zijn. Wij denken in Europa dat vluchten gelijkstaat aan de Middellandse zee oversteken met een rubber bootje. Maar aan die overtocht gaan vaak enorme ontberingen vooraf.” Kun je daarvan een beeld schetsen? “Ook bij vluchtelingen geldt het recht van de sterkste. Gezonde mannen met genoeg geld kunnen een relatief veilige doortocht maken. Maar als je weinig financiële middelen hebt word je al snel een speelbal van uitbuiters en louche bendes. Er bestaan martelhuizen in de Sinaï woestijn waar mensen worden misbruikt en mishandeld totdat hun familie losgeld betaalt. Dit gebeurt ook in Tsjaad en in Zuid-Sudan. Het is niet iets dat op kleine schaal gebeurt.”
‘Als het geld over de brug moet komen, kijkt iedereen de andere kant op’
Onder de vluchtelingen bevinden zich ook veel mensen uit Eritrea. Jij hebt onderzoek gedaan naar Eritrese mensenhandel door de Sinaï-woestijn. Hoe ziet zo’n route eruit? “Het is niet zo dat Europa automatisch het
19
Worden alle vluchtroutes naar Europa gefaciliteerd door mensensmokkelaars? “Het is niet zo dat er een structuur bestaat zoals wij die kennen van de maffia. Het smokkelnetwerk is vrij versnipperd. We hebben er in Nederland weinig kennis over, omdat er weinig strafrechtelijk onderzoek naar wordt gedaan. De smokkelroutes zijn slecht in kaart gebracht. Italië loopt op dit gebied voorop, omdat zij veel meer met smokkelaars te maken hebben. De rest van Europa lijkt maar matig geïnteresseerd in onderzoek naar mensensmokkelroutes.” Artsen zonder Grenzen luidt de noodklok over de erbarmelijke situatie in Griekse opvangkampen. Begin je als vluchteling meteen aan een volgend trauma wanneer je in Europa aankomt? “De opvang in Griekenland is mensonterend. Maar niet alleen daar. We kennen allemaal nog de beelden van migranten in Italië die als vee met de spuit worden schoongespoten. Veel vluchtelingen komen Europa al getraumatiseerd binnen en worden in de opvang meteen met nieuwe uitdagingen geconfronteerd. Er wordt amper aandacht besteed aan het geestelijk welzijn van asielzoekers. Op de lange termijn geeft dat problemen.” Het is lastig integreren met een trauma, bedoelt u? “Precies. Probeer maar eens goed te integreren als je nog dagelijks beelden voor je ziet van familieleden die gemarteld worden. Dat lukt niet. Door de hoge instroom duurt het overigens een half jaar voordat de asielprocedure überhaupt wordt gestart. Stel je dat eens voor. Je hebt allerlei verschrikkelijke dingen meegemaakt en moet vervolgens een half jaar wachten in een kamp waar niks te doen is. Dat is een giftige cocktail. Goede psychologische opvang is een basisvereiste bij vluchtelingen. Het zijn onze nieuwe Nederlanders. Daar moet je goed voor zorgen.”
(Advertentie)
Weet jij al welke master je kiest?
11 maart Masterdag
column Erik-Jan Broers
docent rechtenfaculteit
Hork Heren, mag ik even uw aandacht? Bent u vrijgezel maar bent u het alleen zijn zat? Wilt u graag een vriendin met wie u gelukkige tijden gaat beleven? Met wie u lachend door het leven gaat, plezier maakt en ook ruzie gevolgd door goedmaakseks? Maar beschikt u niet over natuurlijke charme? Bent u niet gracieus? Heeft u geen charisma? Dat is geen enkel probleem. U kunt tijdens een date een vrouwspersoon gewoon zo lomp mogelijk benaderen. Gaat u bijvoorbeeld naar een restaurant, laat dan de deur in haar gezicht vallen, neem haar jas niet aan, schuif haar stoel niet aan. Praat vervolgens alleen over uzelf. En over voetbal. Liefst met volle mond. Val haar voortdurend in de rede, spreek haar tegen, lach hard om haar opvattingen, lach niet om haar grappen, wel om uw eigen grappen. Laat geregeld een boer. Laat haar aan het einde van de avond betalen voor wat zij heeft gegeten en gedronken – tot op de cent nauwkeurig. Help haar niet in haar jas maar loop rechtstreeks naar buiten. Laat opnieuw de deur in haar gezicht vallen. Als u dit alles doet, is de kans groot dat de vrouw in kwestie een relatie met u wil aangaan. Uit psychologisch onderzoek is namelijk gebleken dat veel vrijgezelle vrouwen liever een hork aan de haak slaan dan alleen te blijven. Dan zijn ze ook niet langer zielig in de ogen van hun getrouwde vriendinnen, die immers al een hork aan de haak hebben geslagen. Speciaal voor heren die moeite hebben om zich als een hork te gedragen, begint binnenkort op RTL7 een zevendelige programmareeks met praktijkgerichte oefeningen, kledingadviezen en tal van nuttige tips. Veel succes!
unileidenmasters.nl
Bij ons leer je de wereld kennen 11 februari 2016
20
Recensies deze keer film, eten, boek
Wè nou? tilburgse reacties op Het nieuws
Moreel verval in beeld Hebzucht. Een fundamenteel fout systeem. En het ontbreken van zelfs maar een greintje moraliteit. Dat is waar de bankencrisis van 2008 door werd veroorzaakt. The Big Short, serieuze gegadigde voor de Oscar voor de beste film, legt dit alles op een geestige en creatieve manier bloot. Dat doet het in een - helaas niet - consequente The Officeachtige stijl en met fantastische acteurs. Steve Carell speelt met verve de enige good guy. Maar het is de wederom geniale Christian Bale die de show steelt, meer dan Ryan Gosling en Brad Pitt. En toch: als tijdsdocument over de bankencrisis was Margin Call (2011) net iets beter. (Jan Ligthart)
Vegavoer in de Mensa Voor Tilburg University geen ‘Meatless Monday’, zoals bijvoorbeeld in Wageningen en Nijmegen. Om de vleesvrije medemens toch een beetje tegemoet te komen, heeft de Mensa nu een complete vegetarische hoek ingericht. Rechts naast de kassa staan drie enorme stalen schalen met zes verschillende maaltijdonderdelen waaruit je mag kiezen. De onderdelen wisselen regelmatig en als degene die je eten opschept goed gemutst is, krijg je zelfs van alles wat. Want wat je ouders je ook verteld hebben, je kunt best loempia’s, aardappels en kaas door elkaar eten. Het blijft natuurlijk Mensavoedsel, dus verwacht geen driesterrenkwaliteit, maar het smaakt verrassend goed. Al met al een goede zet van het universiteitsrestaurant, en dat zonder protestborden. (Jozien Wijkhuijs)
Episch drama in Texas Mystery novels verheffen zich niet vaak van lectuur tot literatuur. Maar James Lee Burke lukt dat telkens weer. Zo ook met The House of the rising sun, een episch drama rond een getroebleerde vader en zijn vervreemde zoon, gesitueerd in het Texas van begin twintigste eeuw. Episch want de Sundance Kid, de Eerste Wereldoorlog en de Heilige Graal: het komt allemaal voorbij. Een goed verhaal is één ding. Maar ik ken geen andere auteur die sfeer, tijdsbeeld en personages zo grandioos in woorden vangt. Vooral in zijn melancholieke bespiegelingen over de vergankelijkheid van een epoch en de tekortkomingen van ieder individu, goed- of kwaadaardig, toont Burke zijn uitzonderlijke klasse. (Jan Ligthart)
Vloeken en betuttelen Een gebrek aan fatsoen is als betonrot voor de bouwstenen van onze samenleving. Tenminste, dat zegt de Bond tegen Vloeken. Als iedereen minder vloekt, wordt Nederland er een stuk mooier op. En een meldpunt gaat dat bewerkstelligen. Toch? “Je moet natuurlijk wel rekening houden met de medemens, maar met vloeken an sich heb ik geen probleem. Ik vraag me af wat het nut is van een meldpunt.” Jacco Tiggelman, 24 jaar, Communicatie- en Informatiewetenschappen
“Ik denk dat Nederland er mooier op wordt als iedereen iets minder vloekt. Je mag wat mij betreft alles zeggen, maar het gaat om de manier waarop je het brengt. Vloeken is niet de juiste manier. Een meldpunt lijkt me alleen een tikkeltje overdreven en zal vermoedelijk eerder averechts werken.” Frank van Leeuwen, 20 jaar, Bestuurskunde
“Nederland is al veel te ver verhufterd voor een knullig meldpunt. Vloeken mag inderdaad minder, maar dit gaat ‘m echt niet worden.” Pieter Winnemuller, 21 jaar, Communicatie- en Informatiewetenschappen
“Ik vind dat in veel opzichten fatsoen vervaagt in onze samenleving. Dat zie je bijvoorbeeld aan de recente discussie over de omgangsvormen van studenten en docenten. Fatsoen is juist iets dat niet gevat kan worden in harde regels, het zijn ongeschreven afspraken die zich binnen een samenleving ontwikkelen. Je hoort je er uit fatsoen aan te houden, niet omdat er anders iemand van het Meldpunt Vloeken langskomt. Laten we vooral niet nog meer gaan betuttelen.” Bob van Soolingen, 23 jaar, Internationaal & Europees Recht
“Je kan overal wel een meldpunt voor maken. Dadelijk komt er nog een meldpunt tegen te veel meldpunten.” Walter Govers, 22 jaar, Fiscale Economie
11 februari 2016
21
Masterscriptie
Over de schutting wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?
#Praktisch afstuderen
agenten en Soft Skills Soft skills zijn belangrijker dan ooit. Maar kun je mensen uit verschillende culturen er ook eerlijk op beoordelen? Lisbeth Bell (culturele diversiteit) onderzocht of die beoordeling bij de Deense politie ongelijk is. Politieagenten leveren een dienst. In onze neoliberale tijd wordt net zoveel belang gehecht aan hoe ze dat doen, als aan dat ze het doen. Agenten moeten soft skills inzetten: persoonlijke gedragingen en houdingen. Ongelijkheid in de beoordelingen van agenten door hun leidinggevenden kon Lisbeth niet sterk aantonen. Wel viel een aantal dingen op. Allochtone agenten legden op straat de nadruk op respectvol, competent en gezaghebbend overkomen. Autochtone agenten toonden zich menselijk en zorgden emotioneel voor de burgers. Dat zijn duidelijke verschillen. Maar managers zagen dat gedrag op straat niet. Ze vertrouwden op hun impressies. Dat werkte in niemands voor- of nadeel. Wél hechtten de managers - net als de autochtone agenten - belang aan het tonen van de agent achter het uniform. Moeten allochtone agenten dan voor bepaalde gewenste soft skills kiezen? Lisbeth denkt van niet. Je kiest je soft skills niet. Ze zijn deels cultureel bepaald en niet zomaar aan te leren. Sociale verwachtingen en onzekerheid spelen een grote rol. Allochtone agenten zitten in een lastige positie: ze zijn respectabele handhavers van de wet, én een minderheid in de samenleving. Veel ruimte hebben ze niet om zich kwetsbaar te tonen. Moeten managers dan de straat op? Dáár zien ze het verschil in prestaties. Ook dat niet. Lisbeth concludeert dat soft skills geen goed beoordelingscriterium zijn. Het bevoordeelt immers onbedoeld de autochtone agenten. Niet dat de managers kwaadwillend zijn. Wel hebben ze te veel macht gekregen. Van werknemers wordt nu niet alleen verwacht dat ze harde vaardigheden van 9 tot 5 inzetten. Hun hele persoonlijkheid staat op het spel. Mogelijk in hun nadeel. Cijfer 9
(Foto: Lars Hur)
Eindhovense studenten zijn handig en praktijkgericht, blijkt weer uit Cursor. Neem Industrial Design-studente Daphne Menheere. De jonge eigenaresse van een schoonheidssalon ontwierp voor haar afstuderen een beha met ingebouwde stappenteller. Daarmee hoopt ze (oud)borstkankerpatiënten meer te laten bewegen. Bij voldoende stappen verhit de temperatuurgevoelige inkt tot boven 47 graden en licht op. Sierlijke patroontjes worden dan ingekleurd. Daarmee ziet de vrouw dezelfde dag al resultaat, in plaats van maanden later. Wie wil?
#Mag het wat korter? Hoorcolleges zijn de spil van het universitair onderwijs. Maar anno 2016 kunnen we die PowerPoint-voorleessessies toch wel afschaffen? De Delftse studentenraadfractie Oras ondervroeg 1700 studenten, schrijft Delta. Dat leverde een gematigd beeld op met verbetersuggesties. Het hoorcollege mag blijven als nuttige toevoeging op zelfstudie. Maar dan wel een tikkeltje uitdagender a.u.b. En korter. Vijfenveertig minuten is écht te lang. Studenten verliezen dan hun aandacht. Gaap.
#Plantenjacht December was vorstvrij. Dus vliegen de insecten al een tijd verdwaald rond en schieten gekleurde bloemvelletjes te vroeg uit de knoppen. Groot alarm! De natuur is van slag. Onzin, zegt bioloog Arnold van Vliet in het Wageningse Resource. Tijdens de jaarlijkse ‘Plantenjacht’ telde Van Vliet 735 bloeiende soorten. In 2006 waren dat er 240. Dat is niet slecht, maar gewoon anders. We zijn toch wetenschappers? Zie het als één groot experiment. Afgelopen december was meteorologisch gezien gewoon spectaculair.
#Phone home In het Amsterdamse Folia peinzen wetenschappers over de meest tot de verbeelding sprekende vraag ooit: Are we alone? Sterrenkundige Lucas Ellerbroek denkt van niet. Leven vinden is moeilijk, maar onze telescopen zijn sinds de zestiende eeuw ontzettend krachtig geworden. Temper wel je verwachtingen. Als we al wat vinden, zal het niet veel voorstellen. Intelligent leven is niet alleen zeldzamer dan ‘gewoon’, maar ook gemakkelijk over het hoofd te zien. Immers: dolfijnen zijn ook intelligent, maar die zullen geen radiosignalen versturen die we kunnen oppikken.
11 februari 2016
22
My Friend and I My friend and I would like to play soccer. They say, he can, but you can’t because you are white. My friend and I would like to study math. They say, she can, but you can’t because you are male. My friends and I would like to have sex. They say, they can, but you can’t because you are smart. My friend and I would like to leave the church. They say, she can, but you can’t because you are beautiful. My friend and I would like to become actors. They say, he can, but you can’t because you are straight. My friend and I would like to live in the Netherlands. They say, she can, but you can’t because you are from Belgium Syria. Jan Völkel, campusdichter
text lars regeer Photo Jack tummers
Campus poet from Cologne The new Campus poet of Tilburg University is 24-year old TSB-student Jan Völkel. Being a stutterer, he struggled through his poems at the Poetry Party, but nevertheless won the jury over. “When you go on stage, you have to make good on your qualities. It is just that sometimes when I stutter during a performance, I notice that changes the mood of the public. That can be very frustrating.”
J
an prefers to write poems about themes that really matter. “My poems are often about serious subjects. For the same reason I like to have discussions with my friends about political issues or about current affairs. My winning poem at the Poetry Party, My Friend and I, is about the refugee crisis. I believe every person, including refugees, should be treated with respect. That is one of the principles I write poems about. I also write a lot about my personal daily experiences. For me, it is an outlet. And people are not annoyed in any way by my stuttering. On the contrary: they seem interested by it and they respect me for it.” Originating from Cologne, Jan started putting his thoughts on paper in Germany. But he did not like the poetry society in that country at all. “Writing poems is very popular in Germany. Each month there are several poetry slams in Cologne. But over there it is more and more about entertaining. It feels like cabaret instead of poets who want to bring a message
11 februari 2016
across. While to me, the latter is the basic principle of poetry. I do want to get a message across.” “The poetry culture in Germany made me stop writing poems. I picked it up again when I went to summer school in the United States and visited a poetry slam there. The participants were very good performers and they were very critical about society. That inspired me to start writing poetry again.” Usually, inspiration bubbles up at the worst moments for Jan. “I often get my ideas when I am actually very busy with other things. Like during an exam week. That is not a convenient time to sit down and take time to write a poem. I get most of my inspiration from songs, scientific articles or from a discussion with a friend. I usually write indoors since most of the time the weather here does not permit otherwise. The next poem I am going to write will be a romantic one. Something less serious for a change.”
23
reading time
5
minutes
text Jozien wijkhuijs Photos Jack tummers
Whatever the problem, go see your buddy Student association I*ESN is thriving, with more and more international students coming to Tilburg every year. Not all of these students come here through the Erasmus program, so I*ESN uses all kinds of programs to meet their needs. Like the buddy program. Univers visits a buddy dinner on a Thursday night.
A
t ‘Verbs 10’, the ground floor of one of the buildings at Professor Verbernelaan, a group of four students is playing foosball while three others in blue t-shirts are cooking stamppot. Since it is one of the first dinners for the students since they arrived here, this typically Dutch dish is on the menu tonight. Merel Tombrock, one of the people in the
kitchen, is making nameplates for the various kinds of stamppot. “What is andijvie in English?”, she asks. A Google search later, it turns out to translate to ‘endive’. Nobody knows what endive is, but everybody eats it anyway. The students come from all over the world and are enrolled in student association I*ESN’s buddy program. Twenty students are paired with three ‘buddies’, their go-to people for the
rest of their time here. “The program is running smoothly”, says Elsemiek Kauwenberg, integration manager at I*ESN. “We found that master students, who stay here for a full year, have different needs than exchange students. They want to party less and are more serious about their studies.” The buddy program focusses less on parties than the exchange student program, and the group plans a dinner every fortnight instead of weekly. >>
11 februari 2016
24
There are now eleven buddy groups. Elsemiek says that the association tries to match specific buddies with the group’s study discipline. “That way, they can also help them academically. So whatever the problem is, they can go to their buddy. Most questions are about simple, daily things. Like how things work in the supermarket or how the Dutch education system works.” Old people The program is one way for I*ESN to meet the needs of all international students that come to Tilburg. Since their number is growing each year, and Tilburg University has the ambition to attract even more, I*ESN is always looking for new ways to help these students. “At the moment, we are also thinking about a special program for bachelor degreeseekers. We already started Year Clubs, where students have an ‘amigo’ leading the group. That program is focused on long-term friendships,
since the students will stay for much longer.” The students in the buddy group that is having dinner in Verbs 10 are doing master studies at TiSEM and Marketing Management. Sithabiso Kumalo, from Zimbabwe, and Pinja Ruonala, from Finland, are eating their stamppot and discussing their first experiences with Dutch culture. “Even old people here speak English”, says Sithabiso. “And they are very helpful when I can’t find the way in the city.” One thing that surprised her, is how windy it has been. “The wind is awful, especially when I have to ride a bike.” Another thing they noticed is how a Dutch syrup waffle, a stroopwafel, tastes much better when placed on a cup of tea.
‘How do things work in the supermarket or the education system?’
11 februari 2016
Language barrier During dinner, the students try out their first Dutch words, like stroopwafel, Albert Heijn and vette jus. They hang out with other international
students most of the time now. Before, the TOP week organization used to put international master students in groups with their Dutch classmates. Now, they start their time here with their buddy group and stay with it for at least one semester and often for the second semester as well. “When the group has been together for six months, the students sometimes do not need a buddy anymore to keep it all together.” The downside is that contact between Dutch and international students becomes harder this way, Elsemiek admits. “But when they were in mixed TOP week groups, it was not ideal either. Students experienced a language barrier and still grouped together.” And there are other ways to meet the Dutch, she says. “Most master students invest more in their surroundings, because they are here for a longer time. They might have Dutch roommates and classmates and could join their study association, for example.” Despite the ‘calmer’ reputation of the master students, Elsemiek says that the students have been very engaged in all the activities. The rest of the night, they will go on a pub crawl to get to know the bars they can spend their Thursday nights at. But not before dessert: vla (‘what is this, some kind of pudding?’) with chocolate sprinkles.
25
reading time
6
minutes
text niek Willems illustration Bas van der schot
A PhD, and quick, please
I
Tilburg PhD students have the fastest PhD completion times compared to other Dutch universities. The least slow, anyway, since delays are regularly unavoidable. Why is this? And how do PhD students fit into the larger organization of Tilburg University?
f you’re not up for hard work, don’t pursue a PhD. Imagine sixty-hour workweeks, waiting forever for that one elusive data set, doing chores for your department and a professor who hardly has time for you. And then you have to do it all with as little delay as possible. On that count, Tilburg University is the best in the Netherlands, figures from the Association of universities in the Netherlands (VSNU) show. Our PhD students finish their dissertations on average in 52 months. That is much quicker than Radboud University and the University of Groningen, whose average PhD completion times are 65 months. With an average completion time of 54 months, Eindhoven University of Technology doesn’t do badly either, for that matter.
program. We know these students and what they’re capable of. I have worked at universities where PhD students were hired that hadn’t done research masters. Their level could be high, but in some ways also poor, especially in fields as statistics, mathematics and methodology.” He also credits his school’s relatively short
completion time to Tilburg University’s approach to supervision. “We carefully track our PhD students. We catch delays early. We have education coordinators that know students from the moment they are with us. They can also act as confidential counsellors and spot problems at an early stage.” >>
Average PhD completion time in months, categorized per university and PhD completion year
Research master program What makes Tilburg PhD students such fast workers? According to Geert Duysters, Vice Dean Research of TiSEM, the intake of research master’s students is an important piece of the puzzle. The average completion time at this school is 46 months; 9 months less than the national average. “We only hire PhD students that have participated in our own research master
Source: Association of Dutch Universities, annual statements PhD students 2014. Utrecht University and the Open University not included
11 februari 2016
26
PhD student Marieke Musegaas says that the VSNU figures aren’t necessarily telling. “Many PhD positions in Tilburg are awarded for three years, whereas other universities often offer four-year programs. This distorts the results.” Delay While Tilburg University may have the shortest PhD completion time on a national level, not all its PhD students obtain a PhD in three or four years. “There is an issue there”, says Koen van der Krieken, PhD student at Tilburg University and member of the association for Tilburg PhD students (TOP). He can’t pinpoint the crux of the problem, but does give some explanations for the delays many PhD students content with. “Due to the university’s cutbacks, they
have been given a lot more jobs to do. Or maybe more data needs to be collected for research projects. Or, it may be due to the increased number of female PhD students; they need more time when they have children.” PhD students at Tilburg Law School on average need 59 months to finish their PhD. That is 9 months less than the national average for PhD students at law schools, but still, delays are no exception here. Hervé Tijssen, PhD Dean of Tilburg Graduate Law School explains: “PhD students at the Law School have too much on their plates. All sorts of jobs have to be done for the department. They are asked to do corrections, for example. It’s not that they are treated as dogsbodies all the time. They often do these jobs voluntarily. They collect as many ‘cards’ as possible for their CV’s. Also,
‘The university often makes decisions without our input’
11 februari 2016
some are too ambitious about their PhD thesis, they see it as their life’s work.” Still, Thijssen remains optimistic, “We are aware of the issue, and spend more and more time on supervising the process.” Van der Krieken says that the delays among PhD students should be a point of consideration for universities. “Contracts are hardly ever renewed. Before, PhD students were often offered hospitality agreements. They were no longer employed by the university, but could still use its facilities, such as the library, computers and printers. These days, a great deal of PhD students end up on unemployment. The Employee Insurance Agency (UWV) now has stricter rules, so PhD students need to be available for work. They can’t make use of the hospitality agreement, and the university’s facilities, any longer.” favorable conditions According to PhD student Nick Huberts, Tilburg PhD students are lucky with what they have. “We are part of the staff here, while in most other countries, PhD students are seen as regular students. I recently happened to speak
27
Average length of PhD completion time in months at Tilburg University in 2014
column Marianne Lalande liberal arts student
How to be productive
with an English PhD student. The grant he receives just about covers his tuition fees. He has no office and no pension plan.” Van der Krieken says that while Tilburg University has favorable conditions for PhD students, they are still talked and decided about without their involvement. “It is hard to let our voices be heard. The university often makes decisions without our input”, he laments. A prime example of one of those bad decisions according to Van der Krieken: closing the Career Center. A sum of 96,000 euros that was originally put aside for PhD student and postgraduate career coaching has been withdrawn. “This sum would have enabled the Career Center to save about 300,000 euros in unemployment benefits.” This is why TOP wants a seat on the University Council, although it is as yet unclear how that will happen. “We represent one third of the university staff. We are young and see Tilburg University from the point of view of students and of the staff. It is important for PhD students to be invited at the table where the decisions are made.”
‘The PhD students have too much on their plates’
Project. The word gets thrown around a lot, both within academia and outside of it. Tim’s project has to do with presenting his research findings. Tom’s project is to collect cinema tickets. Teun’s project is to document his journey as a new entrepreneur through the art of origami. Whatever it may mean, the word has a weirdly professional ring to it. If I tell you I’m working on a project, you know I mean business. Yet the good news is that a project can be anything. You could decide that your next project would be to diversify your media consumption and try watching different series to your usual ones. You could work your ass off to get that kick right at your taekwondo class. You could set yourself a reading challenge: read 20 books by the end of the year. Or you could decide to do five minutes of yoga everyday (my personal favourite). Your life isn’t always going to revolve around your courses. There will come a point when you will have to make up your mind about the things you want to make time for. And that’s when projects come in handy. Because projects sound serious enough but they don’t have the gravity of a deadline. Projects are the kind of things that allow for, and even celebrate, progress. With a project to invest in, you’re giving yourself the opportunity to relish in the process and grow in the meantime. Big achievements are hardly the work of a day; it all comes down to the little efforts you collect everyday on your way towards your goal. Scratch that; you don’t even need a goal. What you need is drive, and the courage to undertake a new project – because you want to, because you need to or because you don’t know what else to do. While a new project may not lead to your career of choice, yield any money or provide you with any substantial skills, it may just give you the energy and the drive you need to get things done. If you can focus on one project you truly enjoy, you will be able to focus on many more.
11 februari 2016
28
Schappelijk nieuws
medewerker van de maand Elk nummer kiest Univers een Medewerker van de Maand. Dat gebeurt op basis van onder meer bijzondere verdiensten of prestaties, grote inzet en opvallende collegiale activiteiten. Weer heeft Chris Pothoven het predicaat Medewerker van de Maand veroverd. Tot ergernis van sommige andere medewerkers. Begrijpelijk, want op de campus waren er dit keer echt wel harder werkende medewerkers te vinden. Dat komt omdat Chris het druk had met iets heel anders. Iets dat laat zien hoe groen en toegewijd het hart van Chris is. “Op sommige universiteiten kunnen ze een varen nog niet van een Athyrium onderscheiden. Hier in Tilburg is dat wel anders. Onze campus is groen en dat geldt ook voor de mensen die hier werken en studeren.” Geen Groenlinks-groen, stelt Chris, maar CDA-groen. ”Daar liggen onze roots. Ook de mijne. Want Chris komt van Christus, pot is van potgrond en hoven is een oud woord voor tuinen of boomgaarden.” Dat bracht Chris op een idee. In een opwelling besloot hij om iedere plant en boom op en rond de campus te vernoemen naar een werknemer of student van de TiU. “Voor mezelf heb ik een ficus hier in de gang gekozen. Lekker dichtbij. Ik heb nu ruim 6.000 struiken en bomen aan mensen gelinkt. Als het aanslaat, wil ik dit project uitrollen over de hele gemeente. Onder het motto ‘een groene vriend voor elke Tilburger’. Ik ben er zelf al helemaal ontroerd van.” En dat was de jury ook. Alle lof voor Chris!
Ga voor meer Univers naar universonline.nl
11 februari 2016
‘Carnaval bedreigd door indianen-tsunami’ Door nathan de Groot De carnavalsweek is uitbundig en groots gevierd in Kruikenstad. Toch staat deze mooie traditie volgens de Raad van Elf steeds meer onder druk. Voorzitter Jan Smulders: “Ik mag het misschien niet hardop zeggen, maar de groep indianen van boven de rivieren wordt elk jaar groter en dreigt het feest voor de rest te verpesten. Ze zingen niet mee, verkleden zich karig, maar pikken wel de beste plek in van de polonaise (voorop, red.).” Volgens de Tilburgse hoogleraar Brabantse volkscultuur Ineke Verwoerd groeit het antiindianenkamp beneden de rivieren. Strenger controleren op het station of de stad afsluiten voor indianen blijkt lastig. Verwoerd: “Er is echter een breder gedragen gevoel dat er maatrege-
len nodig zijn. De vraag rijst hoeveel indianen een volksfeest aan kan.” Ervaringsdeskundige Ferry van Carnavalsvereniging De Bierschaope onderschrijft het probleem. “Bij tumult op het Piusplein weet ik zeker dat er indianen bij betrokken zijn.” Volgens hem ontstaat verregaande polonaisepolarisatie, omdat ook het aantal cowboys verder stijgt. “De meeste cowboys en -girls komen van hier en willen onze cultuur beschermen. Ik vind dat logisch, maar als je dat zegt in de krant word je gelijk als radicaal weggezet.” Professor Verwoerd waarschuwt voor escalatie. “Radicale lieden als Ferry moeten geen podium krijgen.” Ook geeft ze aan dat indianen goed zijn voor de economie en steeds beter integreren. “Laten we dat niet vergeten dat sommige oudindianen tegenwoordig verkleed gaan als piloot of stewardess. Over een tijdje valt het niet meer op en heeft niemand het er nog over.”
Party time at Willem II stadium for international students. (Foto: Peter van Vugt)