Onafhankelijk magazine Tilburg university
Kiezen: rap of studie?
Rechten
jaargang 55 | 7 december 2017 #06
Academische feitenstampers
Balkan
Als lachspiegel van Europa
International Students Then and now
2
In deze Univers
06
10
Keuze: rappen of studeren?
Academische feitenstampers
Een onzeker leven als rapper of een zeker leven door te studeren? Mijndert Rodolf, bekend onder de naam Fotosynthese, koos voor het laatste.
Rechten studeren is meer dan het wetboek uit je hoofd leren. Worden studenten aan Tilburg Law School wel academisch genoeg opgeleid?
18
23
Lachspiegel van Europa
Internationals then and now
Ivana Ivkovic is een kind van twee werelden. Geboren in voormalig Joegoslavië, studeerde in Tilburg. “Ik zie de Balkan als een lachspiegel van Europa.”
OVERIGE ARTIKELEN 14 Archief: de universiteit protesteert RUBRIEKEN 3 De Pluim 4 Op de hoogte 5 En passant 7 december 2017
The road to Tilburg University is old and welltraveled. Univers takes a look back at the history of international students at our campus.
5 Commentaar 9 Op de man af 9 Wè nou? 17 De vijf van Eijff 21 Waar is Univers? 21 Wat heb je nu geleerd? 22 Bij de buren 22 Masterscriptie
COLUMNS 3 Tom Grosfeld 13 Luuk Koelman 20 Henk Strikkers 27 Leanne Soff
3
Van de redactie Seks & drugs & rock & roll of een studie Een verstandige keuze hoeft geen saaie te zijn. Dat blijkt uit het verhaal van Mijndert Rodolf, aka rapper Fotosynthese. Hij had al jong een miljoen viewers op YouTube, een gevolg dat hem met de auto naar het volgende optreden bracht, zelfs zijn broer werkte voor hem. Respect van gevierde rappers, een jongensdroom voor velen. Toch koos hij voor zijn studie. Dat lijkt een droge keuze, een stap die het avontuur in je leven voorgoed doodslaat. Zo is het niet gelopen, naast zijn studie heeft ie nog een hele leuke baan bij poppodium 013. Lees meer op pagina zes tot en met acht.
Francine Bardoel, hoofdredacteur f.bardoel@uvt.nl
De pluim Prijzen, prijsjes, benoemingen, subsidies, schouderklopjes en veren in de reet, het academische wereldje zit er vol mee. Univers licht er de mooiste uit. Aan goede literatuur zal het Anne van der Hoogt de komende tijd niet ontbreken. Ze kreeg vijfhonderd euro aan boekenbonnen en de Marit Witteveen Award omdat ze is uitgeroepen tot meest getalenteerde eerstejaarsstudent Liberal Arts and Sciences. Haar cijfergemiddelde? Een 8,85. Maar dat is niet het enige dat telt, verzekerde decaan Alkeline van Lenning. Van der Hoogt viel ook op door een brede interesse en intellectuele nieuwsgierigheid. Die brede interesse manifesteert zich ook buiten de studie. Zo rijdt Van der Hoogt actief paard, werkt ze in de student-pool en geeft ze als student-assistent colleges methodenleer aan eerstejaarsstudenten sociologie. Benieuwd of ze nog tijd over houdt om te lezen.
colofon
column Tom Grosfeld student CIW
Groene Pieten
Als er iets is waar mijn hart sneller van gaat kloppen, zijn het wel de zichtbaarheidsdagen van Fractie Front. Ze lijken altijd te komen op momenten dat je ze het hardst nodig hebt. Zo ook vandaag. Ik loop van de koffiezetautomaat, met koffie in de hand, terug naar mijn bureau. Ik werp eens een blik naar buiten. Zie ik daar Sinterklaas over de campus lopen. Twee groen geschminkte pieten volgen. Ik neem een slok van mijn koffie en kijk dan nog eens. Daar loopt ook Fractie Front achter de Sint aan. En dan weet je het: we hebben hier te maken met een zichtbaarheidsdag van Front. En die stellen nooit teleur. Het doel van zo’n dag is dat Front ideeën van studenten verzamelt die de universiteit moeten verbeteren. Dan kun je daar gaan staan in je groene truitje, maar met hetzelfde gemak ga je gewoon als Sinterklaas. Dan speel je toch wat meer in op de beleving van de student. Die kan dan zijn of haar ideeën opschrijven in het grote boek van Sinterklaas, in plaats van het gewoon te zeggen. Na het doorgeven van de ideetjes, kan eventueel nog even bij de Sint op schoot worden geklommen. Ik neem een laatste, grote slok van mijn koffie en denk: die mensen van Front gaan echt door roeien en ruiten om hun doel te bereiken. Het is acht graden buiten. Somberheid heeft zich genesteld op de campus. Maar dan is daar ineens de Sint. Met zijn gouden staf en team van groene pieten slaat hij de somberheid de campus af. Om de student een duwtje in de rug te geven. Het inspireert me om wat van mijn dag te maken. Ik besluit nog een koffie te halen.
Univers #6 7 december 2017
Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Ton Toemen Productie PrismaPrint Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 7 van jaargang 55 verschijnt op 18 januari 2018 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Francine Bardoel (hoofdredactie), Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Laura van Gelder, Tom Grosfeld, Luuk Koelman, Jeroen de Leijer, Ilja Panis, Elise van Rossum, Daan Rutten, Bas van der Schot, Bart Smout, Leanne Soff, Henk Strikkers, Ton Toemen, Jack Tummers, Ron Vaessen, Marga Walsh.
7 december 2017
4
Op de hoogte daan rutten kijkt terug
D
e Amerikaanse schrijver Joseph Heller schreef de roman Catch-22. Het boek gaat over een gevechtsvlieger die niet meer wil vliegen en daarom zichzelf krankzinnig laat verklaren, wat de bedrijfsarts juist weer heel verstandig vindt, waardoor hij dus niet de gewenste verklaring afgeeft. Een begrip was geboren, de catch-22: je onderneemt een actie die ertoe leidt dat je in een rare looping terecht komt, een impasse. Voorbeelden hiervan zijn ook op onze campus te vinden. Onze studentredacteur Tom Grosfeld interviewde bij wijze van ‘constructieve journalistiek’ een groep studenten over de werkdruk bij studenten. Wat is hun analyse? Joep Paumen, die de master Supply Chain Management aan Tilburg University volgt, zag een ‘vicieuze cirkel’, de moeder aller catch-22’s: “Docenten hebben het druk, communiceren dan minder goed of reageren pas weken later op een mailtje en maken vervolgens sneller fouten of laten problemen liggen. Dat zorgt weer voor toenemende werkdruk en de cirkel herhaalt zich.” Het lijkt schier onmogelijk om uit de cirkel te
7 december 2017
Hoe dan? breken, maar het constructieve is dat studenten wel ideeën aandroegen om dit voor elkaar te krijgen. Docenten kunnen bijvoorbeeld tijd winnen door antwoorden op vragen van studenten te delen op Blackboard, gastdocenten uit te nodigen, of videocolleges aan te bieden. Een filmpje heeft er ten slotte geen problemen mee om elke keer opnieuw te worden afgespeeld! Nog zo’n voorbeeld: het Strategisch Plan. Rector Emile Aarts en collegevoorzitter Koen Becking hoopten in november hun plan, dat de universiteit op een hoger plan moet brengen, geaccordeerd te krijgen door de medezeggenschap. De decanen en faculteitsdirecteuren gaven al hun fiat, maar de Universiteitsraad trapte op de rem. De strategie ging wat de leden betreft te zeer over groei en te weinig over de capaciteitsproblemen die nu al spelen wat betreft studieplekken, fietsenstallingen en overwerkt personeel. Een catch-22 leek in de maak, want het College van Bestuur zegt: we moeten ambitie tonen en groeien, op die manier stellen we de toekomst veilig en kunnen we investeren om ‘on the go’ problemen op te lossen. Terwijl de medezeggenschap zegt: eerst graag concrete maatregelen
om bestaande oneffenheden weg te werken, en dan kijken we vooruit! Een impasse dreigde. Het hele probleem balde zich samen in de discussie over de zogeheten KPI, de Kritische Prestatie Indicator, jargon voor zeg maar de concrete getallen (met dito prijskaartjes) die aan ambities in een plan moeten worden gekoppeld. Hans Haans (fractie Onafhankelijken) eiste dat deze KPI’s vooraf preciezer moeten worden aangegeven in het plan. Terwijl Aarts juist vond dat KPI’s niet zo interessant zijn voor het Strategisch Plan, want die behoren tot het einde van de rit, ‘bij de afrekening’. Hij wil eerst instemming met ‘de grote lijn’ en dan pas naar de precieze invulling. Maar ja, geef de leden van de medezeggenschap eens ongelijk, want betekent instemmen met de grote lijn niet dat ze straks voor een fait accompli komen te staan wanneer ze toekomen aan de concrete maatregelen in het actieplan dat later moet volgen? Na de bewogen vergadering is de rector in gesprek gegaan met de afzonderlijke fracties om de catch-22 niet te laten voortduren. De nodige toezeggingen over kwaliteit- en capaciteitsverbetering zijn gedaan, het Strategisch Plan lijkt gered.
5
En passant Commentaar
Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? In het Tiasgebouw op de vijfde verdieping is het departement Marketing van TiSEM te vinden. In een kantoor zit Rick Proosten. Als docent Marketing ondersteunt hij drie vakken: Digital and Social Media Strategies, Inleiding Onderzoeksmethoden en Academische Competenties Marketing. “Hoogleraren en professoren geven de hoorcolleges en ik verzorg de werkcolleges”, vertelt hij. Ook is hij tweede beoordelaar voor masterthesissen. “Daar ben ik zojuist mee klaar.”
Katholiek & Kunst Even niets te doen? Ga gratis naar museum Cobbenhagen! De universiteit stelt een deel van haar kunstcollectie tentoon. Veel werken, zoals dit Mariabeeld, zijn geïnspireerd op de katholieke signatuur. Maar je kunt je ogen ook de kost geven aan verschillende abstracte werken. Boom & Sjaal Heb jij je sjaal al uit de kast gehaald? Deze boompjes in ieder geval wel. De universiteit heeft nieuwe sjaaltjes voor hen gebreid, zodat ze de kou deze winter kunnen trotseren. Je moet toch een beetje aan het groen denken.
Kerst & Boom Als je naar de aula van het Cobbenhagengebouw kijkt, zie je een tuintje. In dat tuintje staan bomen, weliswaar zonder sjaaltje, maar wel met mooie kerstlichtjes! Ach, daar komt ook warmte vanaf: geen boompje komt iets tekort hier op Tilburg University.
Feest van fitheid en frisheid Dat wordt ons het zen-jaartje wel, op de prachtige universiteit van Tilburg. Januari is uitgeroepen tot meditatiemaand. Medewerkers kunnen in het Zwijssengebouw op aangewezen dagen een half uur mediteren. Om de geest leeg te maken en te ontsnappen aan de waan van de dag. Tel daarbij nog eens de gratis fitness-instructies op die medewerkers van Tilburg University krijgen via het wonder dat intranet heet, en het kan bijna niet anders, of de campus is een feest van fitheid en frisheid. Maar wacht. Waarom werd er vijf december dan een petitie overhandigd aan de Tweede Kamer, bijna vijfduizend keer ondertekend, waarin gesproken wordt van een uitputtingsslag onder het universitaire personeel? De petitie van hoogleraar Rens Bod, oprichter van WO in Actie, vond veel weerklank. Vreemd is dat niet. In de petitie constateert Bod onder meer dat de afgelopen jaren het bedrag dat beschikbaar is per student, met een kwart is gedaald. Zes op de tien universitaire medewerkers hebben psychische en fysieke klachten hebben. En de kwaliteit van onderwijs en onderzoek vertoont een dalende lijn. Investeringen in de Nederlandse universiteiten kunnen daarom niet op zich laten wachten. De klachten zijn niet nieuw. Wat helaas ook niet nieuw is: een doofstom Den Haag. De vermoeidheid aan de universiteiten zit diep en is structureel van aard. Om die weg te nemen, heb je consistent beleid nodig, geen lapmiddelen. Een half uurtje mediteren of wat strekoefeningen na de lunch gaan niet helpen, hoe goedbedoeld de initiatieven ook zijn. Het feest van fitheid en frisheid laat waarschijnlijk nog lang op zich wachten.
7 december 2017
6
leestijd
5
minuten
Van onzekere rap naar een zekere toekomst Tekst Tom Grosfeld fotografie Ton Toemen
Een onzeker leven als rapper of een zeker leven door te studeren? Mijndert Rodolf (24) koos voor het laatste. Op jonge leeftijd was hij onder de naam Fotosynthese Nederlands grootste hiphoptalent. Totdat hij op zijn twintigste de knoop doorhakte en stopte.
M
eer dan een miljoen views op Youtube. Mijndert Rodolf wist niet wat hem overkwam in 2008. Op zijn vijftiende deed hij mee aan een spitsessie bij 101 Barz: het bekende YouTube platform van Rotjoch waar veelbelovende rappers nieuwe of niet eerder gebruikte teksten rappen. Door zijn liefde voor hiphop was hij begonnen met het zelf schrijven van teksten. Voor het optreden bij 101 Barz was Mijndert nog gewoon Mijndert. Daarna ontplofte Youtube en ging het snel. Nederlandse hiphopliefhebbers maakten kennis met ‘Fotosynthese’ (kortweg Foto), zijn artiestennaam. “Mijn populariteit steeg enorm. Na die sessie heb ik veel vette dingen gedaan: album uitgebracht, meer dan 200 shows gegeven, voorprogramma Macklemore en veel radio-optredens.”
7 december 2017
Jeugdjaren De tienerjaren van Mijndert zagen er anders uit dan die van zijn leeftijdsgenoten. Als zijn vrienden op stap gingen, stond hij ergens in een kroeg in Goes op te treden. Of in Amsterdam. In ieder geval was de rapper altijd onderweg. “Maar achteraf had ik dat nooit willen missen.” Dat niet alleen. Mijndert had een behoorlijke entourage om zich heen. Een mannetje of zeven, waaronder zijn oudere broer Rens. “Ik was erg jong, die gasten waren in de twintig en sommigen bijna dertig. Uiteindelijk was ik de leiding gevende. Zo voelde het niet, maar wat ik wilde, dat gebeurde. Ik denk dat ik gezien mijn leeftijd een vrij volwassen leven leidde.” Studie Mijndert rondde ondanks alle drukte het vwo af en ging aan Tilburg University studeren. Communicatie- en Informatiewetenschappen. Dat betekende niet dat hij stopte met rappen, maar langzaam verschoof de focus van muziek naar studie. “Ik had al vrij snel tijdens mijn rapcarrière zoiets van: dit gaat ‘m niet worden. Het ging goed, ik mocht niet klagen, maar ik had twijfels over de stap naar professioneel muzikant. Toen ging ik studeren en zag dat daar ook een mooi carrièrepad lag. Vooral een zekerder pad. Daar schreef ik een nummer over: Verstand of het hart. Dat omvat nog steeds alles: ‘Verstand of het hart, de stad of het land, de mic in de wilgen of de mic in de hand.’ En zinnetjes als: ‘een zekere toekomst of onzekere raps’. Zo voelde het op dat moment. Ik moest kiezen tussen een universitaire studie afronden en daarmee dus zekerheid pakken, of vol inzetten op rap zonder te weten wat het brengt. Voeg daaraan toe dat ik steeds minder bezig was met teksten schrijven, minder de studio indook om nummers op te nemen en het gewoon drukker kreeg met andere dingen. Dan zeg je op een moment: het is genoeg.” Mijndert erkent dat de ‘wat-als’-vraag weleens door zijn hoofd gaat. “Ik doe nu voor poppodium 013 de promotie voor de show van Kraantje Pappie, Diggie Dex, dat soort gasten. Daar rapte ik vroeger mee. >>
7
7 december 2017
8
‘Ik was er heilig van overtuigd dat ik moest studeren. Ik wilde niet rondtrekken in Thailand of een jaar lang in de studio zitten’ Met Diggie heb ik zelfs een nummer. Wat als ik had doorgezet? Had ik dezelfde levensstijl als zij? Verkocht ik volle zalen? Maar dat is achteraf. Ik haal energie en ambitie uit wat ik nu doe. Achter de schermen en niet meer op het podium, dat wel.” Discipline Mijndert lijkt de dingen die hij doet vanuit een ijzeren discipline te benaderen. In zijn tienerjaren brak hij door als rapper en behaalde tegelijkertijd zijn vwo-diploma zonder vertraging. Aan Tilburg University tikte hij binnen drie jaar zijn bachelor binnen en volgde daarna twee masters. Ook weer behaald zonder studievertraging. Hij plakte er nog een stage bij voetbalclub NAC aan vast. “Ik kom mijn afspraken na. Met anderen, maar ook met mezelf. Medestudenten zeiden weleens: ik ga niet leren voor dat tentamen. Ik kan dat niet. Dan word ik onrustig en ga toch leren.” De zekerheid die het studeren Mijndert gaf, woog zwaarder dan de sprong in het diepe en zien wat hij uit zijn rapcarrière kon halen. “Natuurlijk, ik had na mijn vwo een jaartje alleen muziek kunnen maken. Daar vol voor gaan. Misschien had ik dat moeten doen. Maar ik was er na het vwo heilig van overtuigd dat ik moest studeren. Ik wilde niet rondtrekken in Thailand of een jaar lang in de studio zitten. Het is mijn hoofd niet gepasseerd, dus denk ik dat ik de goede beslissing heb genomen. Het studeren heeft me daarnaast ontzettend veel moois gebracht.” Werk Nu werkt Mijndert bij Poppodium 013. Hij richt zich op de marketing van het dance- en nachtprogramma. “Ik probeer hier elke week de zaal vol te krijgen. Het grotere plaatje is om dance in 013 een landelijk profiel te geven. Dat doen we onder andere door al onze nachtdingetjes onder 00:13 te scharen. De feel en look van een poppodium verschillen nogal van de nacht. Het is niet zo sexy. Vandaar 00:13.” Mijndert trekt samen met de programmeur van 013 het land in om bookers te overtuigen hun artiesten bij ze neer te zetten. “Het is een misverstand dat genoeg betalen vanzelf goede dj’s naar je tent brengt. Zo werkt
7 december 2017
het niet. Het zijn miljoenenbedrijven. Ze kiezen zorgvuldig uit waar ze draaien. Past het qua profiel, productie van de zaal, binnen het marketingbeleid. We proberen dus het vertrouwen van die bookers te winnen. We laten zien dat we feestjes kunnen uitverkopen. De grote zaal vol krijgen. En uiteindelijk komt er dan ook een stukje gunnen bij.” De alumnus van Tilburg University staat dus nog midden in de muziekwereld. Achteroverleunen is geen optie. Mijndert zit vier dagen op kantoor. In het weekend is hij altijd bij het poppodium. “Daartussenin is het veel mailen, appen, bellen. Mijn telefoon staat nooit uit. De lijn tussen ontspanning en werk is dun in de muziekindustrie. Ik word soms wakker met 013 in mijn hoofd en kan dan ’s nachts niet slapen door 013. Het is lastig want 00:13, het nachtprogramma dus, voelt als mijn eigen project. Als shows goed lopen krijg ik daar energie van. Ik bekijk constant de kaartverkoop en zie dan: ‘Oké, weer 100 kaarten verkocht!’ Maar als de kaartverkoop stokt, krijg ik stress. Daar moet ik mee leren omgaan: niet alles persoonlijk aantrekken. Dat gaat steeds beter.” En dan is er nog Gaande. Een feest dat Mijndert samen met Tim van Dongen, bekend als Timmietex, organiseert. “Daar kan ik echt nog meer mijn persoonlijke voorkeuren op loslaten qua marketing, maar ook wat betreft dj’s die we vragen. Echt een leuk project. We zijn nu ongeveer twee jaar bezig en halen jonge, talentvolle dj’s naar Tilburg die normaal niet zo snel zouden komen. Dat loopt goed. We hadden een podium op Mundial en een spot op Daisy. De ambitie is er om nog grotere dingen te doen.” Ook op persoonlijk vlak wil Mijndert groeien. Hij heeft nu vooral de ambitie om de dancescène in Tilburg te vergroten. “Dat mensen zeggen: 013 en dance, dat is echt flink gegroeid. Een groter marktaandeel krijgen, dus. Daarnaast zou ik het leuk vinden om bookings voor artiesten te doen. En om artiesten te managen. Dat balletje begint nu een beetje te rollen. Ik wil dus in een wat breder spectrum binnen de muziekwereld werkzaam zijn. Het liefst zo snel mogelijk. Daar ben ik ongeduldig in. Maar ik moet erop vertrouwen dat mijn tijd nog wel komt.”
9
Op de man af
Wè nou? tilburgse reacties op Het nieuws
Stage lopen verplichten?
Met studeren alleen kom je er tegenwoordig niet. Werkervaring is een must. Dus kan stage lopen beter verplicht worden binnen het curriculum van je studie. Het lijkt mij goed als je de keuze krijgt. Een half jaar die de student zelf kan invullen met een minor of stage. Praktijkervaring is nooit mis. Zelf zou ik bijvoorbeeld bij het CBS, CPB of een gemeente stage willen lopen. Nu heb ik het gevoel dat ik voor niemand schrijf, bij een instantie kunnen ze er iets nuttigs mee doen.
Madelon Jacobs, 23, Sociology
Tijdens mijn bachelor heb ik zeker wel baat gehad bij de stage. Dan ben je in de toekomst niet zo onvoorbereid. In de praktijk is toch alles anders. Vooral de sociale contacten die je tijdens je stage opbouwt, werken later in je voordeel. naam Marin Hagemans opleiding Premaster Strategic Management leeftijd 21 jaar Ben je een moeders- of een vaderskindje? Vaderskindje. Vroeger was hij altijd de makkelijkste en mocht ik meer en dat is eigenlijk nog steeds zo. Je hebt het gisteravond iets te bont gemaakt. Stug door naar je werk of brak in bed? Op de werkvloer. Zonder smoesjes. Welke openingszin gebruik jij op zaterdagavond? Geen. Doe maar gewoon niet. Dineren met je schoonouders of studeren in de bieb? Dan ga ik toch maar een hapje eten. Wanneer was de laatste keer dat je in je broek piste van het lachen? Een jaar geleden, maar toen was ik ook wel echt dronken. 10.000 euro of een dag in het lichaam van het andere geslacht? Man voor een dag. Ik ben benieuwd hoe mannen dingen zien en hoe ze denken. Je mag één superpower uitkiezen. Welke zou het zijn? Gedachten lezen. Het is soms moeilijk te peilen wat mensen echt vinden. Nooit meer make-up of plastisch chirurgie? Liever natuurlijk dan nep en gemaakt. En het is makkelijker. Wie heb je het laatst van Facebook verwijderd? Pasgeleden heb ik m’n Facebook opgeruimd, dus een hele boel.
Robin Hultermans, 22, Rechtsgeleerdheid
In het bedrijfsleven heb je een streepje voor als er een stage op je CV staat. Op de uni krijg je kennis aangereikt, bij een bedrijf breng je het in de praktijk. Daar leer je bijvoorbeeld ook snel te schakelen, iets wat je niet opsteekt in de collegezaal. Cas Vos, 22, International Management
Het ligt aan de opleiding hiervoor. HBO is praktijkgericht waarbij stagelopen een vast onderdeel is. Dan is het niet nodig om dat op de uni opnieuw te doen. Hier draait het toch meer om onderzoek doen. Maar ik denk dat praktijkervaring wel belangrijk is. Hoe wil je anders aan de slag gaan bij een bedrijf? Kelly van Dijk, 21, Supply Chain Management
40% Ja, om de arbeidsmarkt te betreden is werkervaring nodig (58 stemmen)
29% Nee, de universiteit leidt academici op. Stage lopen is iets voor hbo’ers (42 stemmen)
23% Ja, via een stage ontdek je wat je leuk vindt, en wat niet (34 stemmen)
8% Nee, het is belangrijker om een halfjaar in het buitenland te studeren (12 stemmen) Totaal: 146 stemmen Stemmen op de volgende poll ‘Er moet een fietspad op de campus komen’ kan op Universonline.
7 december 2017
10
leestijd
8
minuten
Tekst Ron Vaessen illustraties Bas van der Schot
Academische feitenstampers Rechtenstudenten worden opgeleid voor de wereld van rechtszaken en contractbesprekingen. Maar aan een universiteit gaat het ook om wetenschappelijke vorming. Worden studenten aan Tilburg Law School wel academisch genoeg opgeleid?
R
echten ga je studeren omdat je later pleidooien wil houden in de rechtszaal, om de wereld te verbeteren, om onschuldigen te verdedigen. Maar vanaf dag één wordt duidelijk dat het er in de rechtenstudie lang niet zo romantisch aan toegaat. In sneltreinvaart worden de belangrijkste rechtsgebieden in jonge koppen gestampt, van contractenrecht en strafprocesrecht tot arbeidsrecht en internationaal- en Europees recht. Gebrek aan visie Wat daar wetenschappelijk aan is? Het is een vraag die veel wordt gesteld. Rechtenstudenten leren toch vooral rijtjes uit het hoofd? Niet zomaar verweet de visitatiecommissie de Tilburgse rechtenfaculteit in 2008 een gebrek aan visie. Twee jaar later lag er bij de faculteit een rapport op tafel om de opleiding academischer te maken en zo betere studenten op te leiden. Studenten moesten voortaan colleges voorbereiden en actief meedoen in nieuwe onderwijsvormen. Niet meer op zoek gaan naar het ene juist antwoord maar vragen stellen, redeneren en creatief denken. Uit het rapport: ‘Vanaf dag één moet worden duidelijk gemaakt dat het bij een academische studie niet alleen gaat om het verwerven van kennis en het kunnen toepassen daarvan.’
raren en ervaren docenten in het bacheloronderwijs zijn ingezet. En de andere doelen? Die zijn door de drie bachelorjaren heen ingevoerd. Dat is terug te zien in de cursusbeschrijvingen: er wordt gerept van voorbereiding, een academische houding, interactie- en pleitcolleges. Uitleggen waarom Mooie woorden maken nog geen daden. Is de handschoen daadwerkelijk opgepakt? Hoe staat de faculteit ervoor anno 2017? Docent Paul Frenken geeft goederenrecht (in het tweede jaar) en burgerlijk procesrecht (in het derde jaar). Hij is in 2016 begonnen aan de faculteit en vertelt hoe er wordt gedoceerd. Met concrete situaties (casuïstiek) traint hij studenten onder andere in het toepassen van de wet. Studenten koppelen wetgeving bijvoorbeeld aan beginselen van het Nederlandse recht, zodat ze inzien waarom de dingen zijn zoals ze zijn en waar dat soms wringt. Qua rechtspraak leren ze niet alleen wat de rechter besloten heeft, maar ook waarom. “Pas als ze iets kunnen uitleggen over de overwegingen, wordt het interessant.”
‘Studenten willen horen wat een goed of slecht antwoord is’
De eerste gelukkigen die zich aan het hernieuwde curriculum mochten wagen begonnen september 2011. Vice-decaan onderwijs Suzan van der Aa vertelt dat er meer contacturen zijn gekomen en dat er meer hoogle-
7 december 2017
‘Rijtjes’ krijgen studenten nog voorgeschoteld, zegt Frenken. “Schema’s zorgen ervoor dat ze de stof begrijpen en aan de hand daarvan een antwoord kunnen geven. Maar niet alles hoeft uit mij te komen, ik hoor hele mooie antwoorden en redeneringen.” Gaan studenten meer de diepte in? “Bij een aantal zit het er zeker in. Dat zijn vaak de uitblinkers.”
11
Er is wat veranderd, toch gaat het bij inhoudelijke vakken primair om de inhoud. Reflectie is eerder uitzondering dan regel. Er zijn speciale vakken nodig, zoals het eerstejaarsvak Perspectieven op recht. Maria IJzermans gaf jarenlang de voorgangers van het vak (Encyclopedie van het recht A & B) en was betrokken bij de opzet. Meer dan voorheen ligt de focus op academisch juridisch denken. Studenten leren onder meer verschillende opvattingen over recht en analyseren daarmee een rechterlijke uitspraak. “Het lukt om ze te laten zien dat er meerdere antwoorden mogelijk zijn,” zegt IJzermans. Moeilijk, want ze hebben minder houvast. Een antwoord
is goed als het goed is onderbouwd, met argumenten uit de voorgeschreven literatuur. “Studenten willen liever horen wat een goed of slecht antwoord is.” Over de studenten is ze niet ontevreden: door een gebrek aan geld en docenten zijn de werkcolleges erg groot (‘maximaal zeventig studenten’), maar studenten werken zelfstandig en de feedback die ze elkaar geven is vaak goed. Kan de eerstejaars meteen een kritische houding worden aangeleerd? IJzermans: “Het vak is ontworpen om dat te doen.” Bij ongeveer >>
7 december 2017
12
één derde lukt het, bij nog eens één derde niet en de rest zou er volgens IJzermans bij gebaat zijn als andere vakken meer aandacht hebben voor een kritische omgang met het recht. Methoden en technieken Na het perspectievenvak overheerst de bestudering van het geldende recht. Pas in het zesde en laatste semester van de bachelor worden studenten weer door elkaar geschud, als ze in de collegezaal oplopen tegen Rob van Gestel en zijn collega’s van MTO/bachelorthesis. Zij spreken over een cultuurshock. Rechtenstudenten leren keurig binnen de lijntjes van het geldende recht kleuren en krijgen zo de indruk dat ‘opvattingen van wetgevers, rechters en rechtswetenschappers onbetwistbaar zijn’, schrijft Van Gestel (hoogleraar theorie en methode van wetgeving) in het in novembernummer van Ars Aequi gepubliceerde artikel Tegenspraak in de rechtswetenschap. Terwijl recht al lang niet meer in steen geschreven staat. Anders dan de studie doet vermoeden is recht niet zwart-wit, maar één grote grijze vlek. Iedere rechtszaak kan opnieuw vastgesteld worden wat het is.
Aan studenten die de samenleving willen verbeteren met het recht vragen ze wat ‘beter’ is en hoe ze dat gaan meten of wegen. Kunnen studenten bestaande empirische data gebruiken of moeten ze zelf sociaalwetenschappelijke methoden toepassen? Als studenten academisch gevormd moeten worden, komt dit methodenvak dan niet rijkelijk laat? De coördinator van het vak Thomas van Golen ziet zo’n vak graag al in het eerste jaar. Paul Frenken van privaatrecht merkt echter op dat studenten de materie moeten begrijpen, voordat ze er op een academisch niveau over kunnen nadenken. Van Gestel gelooft na 25 jaar doceren niet meer dat studenten eerst het geldende recht moeten kennen.
Recht is niet zwart-wit, maar één grote grijze vlek
Vóór de academisering schreven studenten een bachelorscriptie, terwijl ze niet wisten hoe dat eigenlijk moet. Nu volgen ze het vak MTO/bachelorthesis, waar ze een onderzoeksplan schrijven voor een scriptie. Voor de scriptie is vervolgens geen tijd, maar zo weten ze in ieder geval hoe het moet. Makkelijk wordt het studenten bij Methoden en Technieken van Onderzoek niet gemaakt. Ze moeten op zoek naar een vraagstuk dat ze nog niet begrijpen, waarop in de literatuur geen juist antwoord bestaat. En bedenken hoe ze zelf met een antwoord komen. Van Gestel: “Wij nemen geen genoegen met mensen die zeggen dat ze rechtsvergelijking gaan doen. Wij vragen: wat ga je morgen concreet doen? Dat vinden ze confronterend.”
7 december 2017
Is een methodenvak noodzakelijk? Rechtswetenschappers staan erom bekend onduidelijk te zijn over methoden. Ze verantwoorden gebruikte bronnen bijvoorbeeld niet goed, bleek vorig jaar uit het promotieonderzoek van Marnix Snel. Kan zo zijn, maar Snel bepleit ook meer aandacht hiervoor. Van Gestel, die het onderzoek begeleidde als promotor: “Er zijn natuurlijk mensen die kunnen autorijden zonder dat ze ooit een rijles hebben gevolgd, maar de kans op ongelukken lijkt me vrij groot.” Van Golen: “Bij MTO leer je kritisch reflecteren op wat je leest. Daar heb je in de wetenschap iets aan, maar ook op een advocatenkantoor.”
Nieuw curriculum Nuttig dus, zo’n vak, maar MTO gaat een ongewisse toekomst tegemoet. De bacheloropleiding wordt wederom opnieuw ingericht. Twee van de vier studiepunten gaan op in een scriptievak en twee punten moeten samengaan met het vak Recht en Maatschappij. Waarom? Van Gestel, in binnen- en buitenland een veelgevraagd spreker en schrijver over het
13
belang van methoden en technieken, weet het niet. Aan hem is niets gevraagd. “Ik kijk met spanning uit naar degene die me uitlegt hoe we dit gaan doen. Waarom dit een beter idee is dan wat wij al hebben bedacht.” Veranderde de opleiding maar omdat goed is nagedacht over wat studenten moeten kennen en kunnen, mijmert Van Gestel. Maar het is bittere noodzaak. Landelijk is met het zogenoemde convenant civiel effect afgesproken dat rechtenopleidingen pas toegang geven tot advocatuur en rechterlijke macht als het leeuwendeel van de opleiding is toegespitst op kennis van het geldende recht. In 2016 is een nieuw convenant gesloten, waar de Nederlandse rechtenfaculteiten de curricula op hebben aangepast. Er waren volgens vice-decaan onderwijs Suzan van der Aa meer redenen om de opleiding te herzien. Vakken worden tussentijds aangepast, waardoor ze niet meer in lijn lopen met het grotere plan. En studenten willen dat vaardigheden explicieter worden getoetst. Hoe staan ze voor de klas tijdens een presentatie, kent het betoog een goede opbouw? De faculteit gaat met hernieuwd elan vaardigheden in het onderwijs een plek geven. Het grotere plaatje Wordt reflectie zo niet wederom het ondergeschoven kindje? De toekomst van MTO voorspelt vooralsnog weinig goeds. Van der Aa: “We zullen altijd de methodologie moeten bewaken. Het zit nu expliciet in het MTO-vak, in hoeverre daarnaast ruimte is moeten we bezien.” Ze merkt op dat de rechtenopleiding een vierjarige opleiding is met een scriptie als sluitstuk. “Daar zit een sterk methodologische component in.” Van Gestel ziet echter dat daar allerlei methodische problemen ontstaan waar ook vakgroepdocenten onvoldoende op zijn toegerust. Van der Aa wijst op het grotere plaatje. “Weinigen gaan de wetenschap in. Wie zich er verder in wil bekwamen, kan een Research Master volgen. Natuurlijk, ook in de advocatuur zijn academische vaardigheden nuttig. Maar hoe diep wil je daarin gaan?” Komt bij dat Tilburg University 12 ECTS aan filosofievakken wil terugzien in de bachelors. “Er blijft bijna geen ruimte over,” zegt Van der Aa. “Daar worstelen we mee.” Binnenkort verschijnt ook het nieuwe onderwijsprofiel. De faculteit moet T-shaped lawyers gaan opleiden, juridische professionals met vaardigheden en een karakter. Is het de zoveelste beknellende verplichting of juist een kans? In het mobility window, een halfjaar dat ingewisseld kan worden voor een stage, buitenlandervaring of minor, ontstaan mogelijkheden. De faculteit denkt nog na over de minoren die ze gaat aanbieden. Van der Aa: “We moeten studenten handvatten bieden, zodat ze weten wanneer ze een psycholoog moeten inschakelen of empirisch onderzoek kunnen interpreteren.” Er moet veel bij de rechtenopleiding en binnen de marges lukt het nodige. Meer zit er niet in met de landelijke afspraken. Maar zijn die nog wel van deze tijd? Parate kennis is belangrijk, maar een academicus moet ook kritisch en creatief kunnen nadenken. Van der Aa: “Misschien moeten we het in de toekomst anders doen, daar wordt over nagedacht. Het beroep van jurist verandert constant en dat kan gevolgen hebben, ook voor zo’n convenant.” Voorlopig blijft de Tilburgse rechtenstudent een feitenstamper, die net genoeg leert om zichzelf academisch te mogen noemen.
column Luuk Koelman
De regel van drie Een echtpaar op een terras. Allebei staren ze naar het scherm van hun telefoon. Samen alleen. De aandacht ligt niet bij elkaar, maar bij de wereld daarbuiten. Die willen allebei ergens anders zijn, denk ik dan. Maar misschien ligt dat aan mij. Laatst zat ik met een oud-student op een terras, toen hij middenin het gesprek (we hadden het over solliciteren) naar zijn telefoon greep: “Moment, een appje. Even antwoorden!” En hopla, daar was de conversatie al ingeruild voor de blik naar beneden. Ik wachtte beleefd, maar dat was niet de bedoeling. “Ik luister wel hoor,” mompelde hij, druk doende met beide duimen. Maar ik dacht: flikker toch op met die smartphone van je. En kijk me aan als ik met je praat. Rustig zitten, praten en luisteren. Iemand je onderverdeelde aandacht geven tijdens een gesprek, het is er niet meer bij in deze tijden van multitasking. Daarom wordt het hoog tijd dat meer mensen de regel van drie kennen, die in de Verenigde Staten al heel gangbaar is. Pas als vijf of meer mensen een gesprek voeren, is het oké om even naar je smartphone te grijpen. Let wel, op voorwaarde dat tenminste drie personen luisteren naar degene die iets aan het vertellen is. En die oud-student? Ik had tegen hem kunnen zeggen: “Doe je dit ook tijdens een sollicitatiegesprek? Je geeft een hand, gaat zitten en legt pontificaal je mobiel op tafel? Ik kan je garanderen dat je niet wordt aangenomen.” Maar ik besloot anders te reageren. Toen hij zijn telefoon weer op tafel had gelegd, diepte ik de mijne op uit mijn broekzak, deed oordopjes in, zwengelde Spotify aan en verlegde mijn blik met een “ik luister wel hoor!” richting verre einders.
7 december 2017
14
foto Rien Siers
Beeldend
7 december 2017
15
90 jaar universiteit Vakbondsman Herman Bode helpt de universiteit, want in 1986 wil de regering twee faculteiten sluiten. Rechts rector magnificus Ruud de Moor, die samen met studenten ging protesteren in Den Haag. Als dat niet was gebeurd, had Tilburg University er anno 2017 misschien heel anders uitgezien. Zie volgende bladzijde voor achtergrond. >>
7 december 2017
16
leestijd
3
minuten
Tekst Francine Bardoel en Ron vaessen Fotografie Rien Siers
Bijna twee faculteiten kwijt De tsunami van spandoeken- en bomenwarmers op de campus zal niemand ontgaan: Tilburg University bestaat 90 jaar. Maar de universiteit stond er slecht voor in 1986. Twee faculteiten zouden verdwijnen.
S
eptember 1986 schreef Univers: “Als minister Deetman zijn slag thuishaalt verdwijnen in Tilburg letteren en psychologie. Wat er dan overblijft, is een rompuniversiteit zoals die er al in 1969 was. De KUB verliest dan 1200 studenten, 20% van het personeelsbudget en de uitstraling en het optimisme van een instelling die nog mag groeien.” Een gure wind van verbijstering, ongeloof en verbitterdheid waait door de universiteitsgebouwen. Er zijn redenen te over om de barricaden op te gaan. “Actie-initiatieven schieten als paddenstoelen uit de grond,” schrijft Univers. Het
moet modern, hard en flitsend worden aangepakt. Je speelt toch op het effect?,” zegt een jonge student-assistent tegen Univers. Dat dacht rector-magnificus Ruud de Moor ook. In november schrijft hij een brief naar alle studenten van de KUB: “Het spreekt vanzelf dat alle psychologie- en letterenstudenten meedoen. Maar dat is niet genoeg. Ik doe daarom een klemmend beroep op alle studenten: weest solidair! Help de afbraak van uw universiteit voorkomen! Ga mee naar Den Haag! IK REKEN OP U!” Jazeker, dat zijn hoofdletters. Flitsend en solidair was het. Tientallen volgepropte bussen vertrekken naar Den Haag. Daar verwelkomen de demonstranten rector magnifi-
cus Ruud de Moor als een voetbalheld, als deze het spreekgestoelte op het Binnenhof beklimt. Ruim tweeduizend medewerkers en studenten van de KUB zijn erbij. Tweeduizend! “Ruudje! Ruudje!” scanderen ze. De Moor besluit zijn toespraak: “Laat nu zo ver als ballonnen kunnen drijven, weten dat Brabant strijdt voor zijn universiteit”. Hij wordt overstemd door een joelende menigte die honderden felroze ballonnen de lucht in laat vliegen. Succes! De Brabantse gezelligheid overtuigt. “Letteren en Psychologie mogen blijven”, kopt Univers een week later. Het glas wordt geheven tijdens een feestje voor de actievoerders: “Eenieder kreeg een herinnering aan de achterliggende actieperiode in de vorm van een cassette met foto’s van de manifestatie en een aantal consumptiebonnen. Er werd kwistig rondgegaan met bitterballen en andere hapjes.” Het filmpje van de demonstratie staat op Universonline: Protesteren anno 1986.
‘Het actievoeren moet modern, hard en flitsend worden aangepakt. Je speelt toch op het effect?’ leidt tot een actieplan dat de minister van gedachten moet doen veranderen, tot een contranotitie en tot een brievenactie van studenten. Demonstreren En, als kers op de protestcultuur, natúúrlijk een demonstratie. Toen was dat nog heel normaal, opkomen voor belangen in de buitenlucht. In november komt het tot het echte werk. Naar Den Haag! “Als je toch actie voert, doe het dan meteen goed. Een actie moet er ook mooi uitzien. Je kunt niet aankomen met een spandoek waarop de letters druiplijnen vertonen. Dat
7 december 2017
Ongeveer 150 demonstranten, drie kamelen, een zebra en een buffel trokken in november 1986 door het centrum van Tilburg naar de Heuvel voor het behoud van de Letteren- en Psychologiefaculteit
17
de vijf VAN EIJFF
Nederland is wél een belastingparadijs De Nederlandse overheid is schimmig over de ‘rulings’ met internationale bedrijven. Vindt onze topeconoom Sylvester Eijffinger dat wel in de haak? 1. In de media ontstond veel ophef over zogenaamde ‘rulings’ met bedrijven. Wat zijn rulings eigenlijk? “Rulings zijn simpelweg speciale regelingen die de overheid treft met grote internationale bedrijven over de belasting die ze moeten afdragen. Eigenlijk moeten ze vennootschapsbelasting en dividendbelasting betalen, zoals het midden- en kleinbedrijf dat ook moet, en zoals burgers ook belastingen betalen. Soms worden er uitzonderingen vastgelegd op de bestaande regels en dat zijn rulings.”
‘Niet voor burgers, wel voor bedrijven en figuren als Bono’
2. Is dat niet oneerlijk? “Wat je eigenlijk zou willen, is arbeid zo min mogelijk belasten en kapitaal meer belasten. Probleem is alleen dat arbeid niet zo mobiel is. Alleen de professionals aan de bovenkant van de arbeidsmarkt zijn bereid om te verhuizen, bijvoorbeeld naar Wall Street, en dat geldt ook voor de mensen aan de onderkant die niets te verliezen hebben, zoals arbeiders uit Polen en Spanje. Het gros blijft in eigen land. Daarom is het eenvoudig arbeid te belasten, mensen vertrekken niet zo snel. Kapitaal is daarentegen wel gemakkelijk te verplaatsen. Een hoofdkantoor van een bedrijf kan zo verkassen. Door hiermee te dreigen, kan
een groot bedrijf een betere belastingdeal afdwingen. Het is onrechtvaardig. Zie je het al voor je wanneer wij burgers of MKB’ers bij de belastingdienst aankloppen voor een betere deal? Ze lachen ons uit!” 3. Moeten rulings worden verboden? “Dat niet, maar ik vind wel dat we er prudent mee moeten omgaan. We zijn een democratische rechtstaat en daarin is iedereen gelijk. Wordt er een uitzondering gemaakt, dan moeten we daar ten eerste altijd transparant over zijn. Ten tweede moet inhoudelijk worden beargumenteerd waarom we een Starbucks of een Microsoft belastingvoordeel geven. Het kan soms nodig zijn om bijvoorbeeld werkgelegenheid te behouden, maar dat moet dan wel aantoonbaar het geval zijn. Dat valt nu niet te controleren en dat moet dus anders.” 4. Onlangs zei de Tilburgse hoogleraar fiscale economie Eric Kemmeren dat het wel meevalt en dat het niet vreemd is de dividendbelasting af te schaffen. Het kapitaal is namelijk vaak niet verdiend in Nederland en dan is het vreemd het hier te belasten. Wat denkt u hiervan? “Zo beredeneerd hoeft straks niemand
meer belasting te betalen. De internationale regel is gewoon dat waar je hoofdkantoor staat, je daar ook belasting betaalt. En heb je meerdere hoofdkantoren, zoals Shell, dan moeten de verschillende nationale belastingdiensten met elkaar in gesprek over hoe het wordt verdeeld. Het afschaffen van de dividendbelasting is dus heel vreemd. Het is een noodmaatregel van Groot-Brittannië om bedrijven te houden na de Brexit. Nederland is verder het enige land dat hierin meegaat, maar dat hoeven we helemaal niet te doen. We vragen nu al veel minder dan omringende landen en we hebben een betere infrastructuur dan Engeland, dus het is nergens voor nodig. Dat we het wel doen, maakt dat we zeker behoren tot de belastingparadijzen. Niet voor burgers, wel voor bedrijven en schijnheilige figuren als Bono.” 5. Gezien uw contacten in de politiek weet u er vast meer van: hebben bedrijven er echt voor gezorgd dat Rutte de dividendbelasting zo plotseling afschaft? “Ik was er niet bij, maar met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zou ik zeggen: ja. Ik vind het slecht. Je doet mee aan een ‘race to the bottom’ terwijl dat geld beter en eerlijker kan worden besteed.”
7 december 2017
18
leestijd
6
minuten
De lachspiegel van Europa Tekst Bart Smout Fotografie Dolph Cantrijn
“I
Ze werd geboren in voormalig Joegoslavië en studeerde filosofie in Tilburg. Ivana Ivkovic is een kind van twee werelden. “Ik zie de Balkan als een lachspiegel van Europa.”
k heb net gif gedronken,” zegt de BosnischKroatische oorlogsmisdadiger Slobodan Praljak. Meteen nadat hij door het Joegoslavië-tribunaal is veroordeeld tot twintig jaar celstraf, staat hij op en brengt een klein glaasje naar zijn mond. “Ik ben geen oorlogsmisdadiger en verzet mij hiertegen,” vervolgt hij. Ambulancebroeders brengen hem naar het ziekenhuis. De volgende dag wordt bekend dat Praljak is overleden.
Ivana Ivkovic (1974, Belgrado) is de eigenaar van filosofiebureau NoWishfulThinking. Sinds 1993 woont ze in Nederland. Na haar studie filosofie in Tilburg heeft ze gewerkt aan de Katholieke Universiteit Brussel en Tilburg University. In 2009 was ze visiting scholar aan The New School for Social Research te New York. Momenteel bereidt ze een dissertatie voor op het gebied van de politieke filosofie.
Meer dan twintig jaar na de val van Joegoslavië dreunt het nog altijd na in Europa. Iemand die de recente veroordelingen en ontwikkelingen (eerder werd Ratko Mladic veroordeeld tot levenslang) met veel belangstelling volgt, is Ivana Ivkovic. De filosofe die in Tilburg studeerde en werkte, en één van de oprichters is van de Dag van de Filosofie, werd in 1974 geboren in Belgrado, tegenwoordig de hoofdstad van Servië. Als klein kind groeide ze op in het communistische Joegoslavië onder leiding van Tito. Maar ze maakte ook de tijd na Tito mee, een tijd van opkomend nationalisme, het uiteenvallen van Joegoslavië in 1991 en de ijzeren hand van Milošević en de oorlogen die volgden. Ook vandaag de dag is Servië nog altijd een verzamelplaats van nationalistische sentimenten. Van de kinderen waarmee Ivkovic op de middelbare school in de klas zat, wonen er nog vier in hun geboorteland. De rest is over de hele wereld uitgezworven, van Amerika tot Frankrijk.
Toen u hier studeerde woedde de crisis in voormalig Joegoslavië volop. Hoe beleefde u dat? “Het waren vreemde tijden. Toen ik in Nederland zat, braken op de Balkan de meest bloedige jaren van Milošević aan. Tijdens de jaren negentig klotste het geld over de plinten in Nederland. Er heerste een sfeer van optimisme, van openheid en vertrouwen. In Servië waren de jaren negentig juist jaren van crisis, nationalisme en wanhoop. Ik heb me altijd sterk betrokken gevoeld bij mijn vaderland. Mijn generatie is een van de laatste die nog herinneringen heeft aan een communistisch systeem. We zijn opgegroeid met Tito en verhalen over de partizanen. Maar we hebben ook bewust meegemaakt hoe het communisme instortte en Milošević opkwam. Ik kan me nog herinneren dat ik voor het eerst weer nationalistische liedjes op televisie hoorde. Dat hoorde je ten tijde van het communisme nooit. Mijn familie is gelukkig nooit direct getroffen door de oorlogen.”
Inmiddels is Ivkovic eigenaar van NoWishfulThinking, een bureau waarmee ze filosofie naar een breed publiek wil brengen. En dat lukt aardig: artikelen van Ivkovic verschijnen in Filosofie Magazine, Trouw en de Groene Amsterdammer, ze geeft vaak publieksoptredens en verzorgt beroepsonderwijs en cursussen. Toen ze op achttienjarige leeftijd naar Nederland verhuisde, had ze niet kunnen voorzien dat ze ooit als filosofe in haar onderhoud zou voorzien. Ja, boeken speelden altijd een grote rol in haar leven, en als tiener verslond ze Nietzsche. “Echt een Balkan filosoof,” lacht ze. Maar eenmaal in Nederland ging ze Technische Natuurkunde studeren in Eindhoven. Totdat ze in het derde jaar van haar opleiding een Studium Generale-cursus over gedachtenexperimenten volgde, gegeven door de Tilburgse filosoof Herman de Regt. En meteen wist ze: filosofie is te leuk om te laten liggen. Eindhoven werd ingeruild voor Tilburg en sindsdien is de uil van Minerva nooit van haar zijde geweken.
U bent opgegroeid op een breukvlak. “Klopt. Generaties na mij hebben geen herinneringen meer aan het communisme. Die kennen alleen de chaos die daarop volgde. Hierdoor kunnen mijn generatiegenoten en ik door verschillende brillen naar de werkelijkheid kijken. Het heeft ons gevoelig gemaakt voor de misstanden van het communisme, maar laat ons eveneens kritisch naar het kapitalistische systeem kijken. Een vriendin van me zei laatst: ik heb mezelf nooit als communist beschouwd, totdat ik in New York kwam. Zoveel rijkdom in Manhattan en zoveel armoede als je een stap daarbuiten zet. Wijken met alleen maar zwarte of Mexicaanse mensen. Hoezo meritocratie? Hoezo gelijkheid?”
7 december 2017
Vormt die gespleten achtergrond u ook als filosoof? “Ik hoop van wel. Ik zie mijn achtergrond sowieso als een verrijking. Ik
19
‘Vergeleken met Servië is het vertrouwen in het systeem in Nederland heel hoog’
ben nu vijfentwintig jaar in Nederland en onderhoud mijn contacten in Servië zodat ik me daar thuis blijf voelen. Mijn moeder woont er nog. Ik ga er regelmatig naartoe. Als politiek filosoof heeft mijn geschiedenis me bewust gemaakt hoe de organisatie van een maatschappij je leven en manier van denken beïnvloedt. In Servië is het systeem heel erg zwak. Er zijn altijd zijwegen waar je zaken onofficieel kan regelen. Met een beetje praten en een smoesje hier en daar krijg je een hoop voor elkaar. Nederland
Servië en Joegoslavië Servië, officieel de Republiek Servië, is sinds 5 juni 2006 een onafhankelijke staat, nadat het 85 jaar lang onderdeel was van Joegoslavië. Tussen 2003 en 2006 was het onderdeel van de confederatie Servië en Montenegro. De hoofdstad van Servië is Belgrado. Slobodan Milošević, oud-president van Servië, werd door het Joegoslaviëtribunaal beschuldigd van oorlogsmisdaden in Kroatië, Kosovo en Bosnië en Herzegovina.
wordt juist gekenmerkt door een sterk systeem met sterke instituties. Als je hier voor het eerst komt, maakt Nederland een harde en kille indruk. Pas later ontdek je dat de sterke instituties en regelgeving in Nederland worden gedragen door een hoogontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel. Vergeleken met Servië is het vertrouwen in het systeem in Nederland heel hoog, ook al wordt er weleens het tegendeel beweerd.” Toch wordt er gesproken van een crisis van de democratie. “Volgens mij valt dat wel mee. Niet dat alles perfect functioneert. Je ziet een verschuiving van een partijsysteem met stabiele aanhang naar vertegenwoordigers van verschillende meningen en opvattingen. En dit slaat niet alleen op de populisten, bijna alle politieke partijen zijn meningenpartijen geworden. Er wordt voortdurend afgewogen: wat kunnen we zeggen om stemmen te winnen en wat kunnen we beter niet zeggen? Inhoudelijk is het allemaal nogal zwak. Maar je ziet dan ook dat het wantrouwen zich vooral op politici toespitst. Ik hoor niemand zeggen dat we de democratie maar op moeten rollen of het rechtssysteem bij het grof huisvuil moeten zetten.” >>
7 december 2017
20
Zo direct niet, inderdaad. Maar juist populistische politici als Wilders hebben er een handje van om bijvoorbeeld rechters te ondermijnen, of om de Tweede Kamer weg te zetten als een ‘nepparlement’. Komt het wantrouwen niet eerder vanuit de politiek dan vanuit de burger? “Populistische partijen willen een directe en emotionele band met hun electoraat aangaan. Instituties staan daarbij in de weg. De beroemde socioloog Max Weber schreef al over de ‘charismatische autoriteit’, die gekenmerkt wordt door een persoonlijke leiderschapscultus die het collectief opzoekt. Dat zie je terug bij bijvoorbeeld Wilders. Niet voor niks is zijn partij geen echte partij. Die bestaat alleen uit hem, de rest zijn volgers. Er is geen correctie mogelijk, geen inspraak van leden. Dat is toch heel gek? Juist de achterban van Wilders, die boos is omdat ze niet worden gehoord, stemt op een man die hen geen inspraak geeft.” Zijn de instituties in Nederland sterk genoeg? “Het baart mij wel zorgen. Ik zie vaker dan ik wil overeenkomsten tussen populisten in Nederland en Amerika en het populisme dat ik in Servië al lang gewend ben. Na Milošević is daar een rare mengelmoes ontstaan van nationalistische retoriek, anti-EU sentiment en corruptie. Het gaat echt niet meer om een doordacht politiek programma. Gelukkig is Nederland niet zo corrupt, maar op de overige gebieden komen we redelijk overeen. Het bespelen van angst en emotie staat voorop. Niet alleen bij de populisten.” Er is geen politieke ideologie meer? “Kijk eens naar de VVD, die tradtioneel opereert vanuit een liberale overtuiging. De laatste jaren zien we hoe die partij zich opwerpt als beschermer van Zwarte Piet, of hoe Rutte in een open brief in de krant dingen zegt als ‘Doe normaal of ga weg.’ Op eenzelfde manier is het heel vreemd hoe de PvdA, een partij gevormd vanuit de internationale beweging van het socialisme, steeds vaker Eurosceptische geluiden in zijn gelederen opneemt. Ook bij deze traditioneel sterk ideologische partijen wordt de overtuiging ingeruild voor het sentiment. Allemaal vanuit het idee dat het gat met de burger gedicht moet worden.” Moeten politieke partijen niet wat minder naar het volk luisteren? En wat meer naar hun eigen overtuiging? “Ik zou daar heel blij mee zijn. Het zou alleen weinig zin hebben. Binnen ons huidige systeem word je daar zo hard op afgerekend dat je weinig succes gaat hebben. Wat we nodig hebben, is een politieke cultuuromslag. De politiek moet de burger weer als burger aanspreken, niet als consument die op zijn wenken bediend moet worden in ruil voor een stem. Politiek is geen economie van dealtjes. Zo van: geef mij jou stem, dan krijg jij dit. Het is een project waarin iedereen verantwoordelijkheid moet nemen.” Lijken we steeds meer op Servië? “Wat er nu in Servië gebeurt is een extreme variant van wat er in de rest van Europa gebeurt. De setting is anders, het welvaartsniveau is anders, maar toch zie ik veel vergelijkbare ontwikkelingen. Ik zie Servië als een lachspiegel van Europa. Zo anders is het niet op de Balkan.”
7 december 2017
column Henk Strikkers columnist
Denk eens aan een promovendus Het is december. De maand van de kerstgedachte, de maand waarin iedereen Do They Know It’s Christmas meeneuriet en de maand waarin je toch iets in het collectemandje stopt als je in de kerk zit, terwijl je anders nooit gaat. Meneer pastoor zal op kerstavond de aandacht vragen voor degenen die het minder hebben. Je gedachten zullen afdwalen naar die straatkrantverkoper, die alleenstaande ouder, of de kinderen in Jemen. Dat is logisch, zij hebben het zwaar. Maar ook op de universiteit zijn er mensen die het zwaar hebben. Het zijn de promovendi, jongens en meisjes vol dromen die onderaan de ladder staan. Het zijn de mensen die zich op de universiteit vier jaar lang te pletter werken en daarnaast nog in een goed blaadje moeten komen bij hun begeleider omdat ze anders voor niks zijn gepromoveerd. Het zijn de jonge honden van de universiteit die naast hun onderzoek ook tweede- en derdejaars de fijne kneepjes van het wetenschappelijk onderwijs moeten leren. Het zijn de organisatoren van vrijwel ieder wetenschappelijk congres. Het zijn de twintigers en dertigers die extreem gevoelig zijn voor intimidatie, seksueel of anderszins. Het zijn de mensen die geen nee zeggen, omdat ze niet durven of omdat ze niet kunnen. Promovendi zijn de lemen voeten waar de reus van de Nederlandse wetenschap op staat. En het erge is: het hoeft niet. Dat ziet ook TiU-rector Emile Aarts. ‘Hoe wij omgaan met promovendi is de laatste vorm van slavernij in het Westen. Hoogleraren houden promovendi – en zo praten ze er ook over: alsof het lijfeigenen zijn,’ zei hij tegen ScienceGuide. Hopelijk gaan we volgend jaar beter om met onze promovendi. Tot die tijd zullen ze dankbaar zijn voor iedereen die met kerst aan ze denkt. Dat is tenminste iets.
21
Waar is Univers?
Wat heb je nu geleerd? college Social Psychology locatie WZ001
door Tom Grosfeld foto Jack Tummers
Docent
Dr. Mark Brandt
Kon je wakker blijven?
Bij Sinterklaas Ik stap het Sportcentrum binnen. Om mij heen staan werknemers en hun kinderen. De kinderen rennen in het rond. Sommigen gehuld in pietenpakje. Dan gaat de zaal open en stormen de kinderen naar binnen. Daar komen ze oog in oog te staan met Lieve Pieten. Ze schreeuwen het uit van blijdschap! Maar er is meer. Er staan tafels bedekt met cadeautjes. Iemand roept dat Sinterklaas komt. Nu zijn ze echt niet meer te houden. Als een op hol geslagen kudde rennen ze rondjes door de zaal. De ouders nemen plaats op de tribune. Ook zij zijn een beetje zenuwachtig. De man die de dag in goede banen moet leiden, schept wat orde in de chaos. Het lukt hem om de kinderen rustig te krijgen. Ze gaan allemaal braaf op de grond zitten. Hij gebruikt hiervoor geen geweld en verheft ook niet zijn stem. Dan gaan de kinderen zingen. ‘Zachtjes gaan de paardenvoetjes’ en ‘De zak van Sinterklaas’ zijn favoriet. Een jongetje mag zelfs door de microfoon zingen. Van podiumvrees is geen sprake. Wel mag hij wat meer vanuit zijn buik zingen. Ik zeg er maar niets van. Dan komt Sinterklaas binnen. De zaal wordt langzaam stiller. Kinderen krijgen de mogelijkheid om wat vragen aan de Sint te stellen. Zoals: ‘Waarom bent u zo oud?’ Dat weet de Sint zelf ook niet, hij gooit het op veel groente eten, vooral spruitjes. Een jongetje zegt dat pepernoten niet gezond zijn. ‘En uw pieten delen die wel uit.’ Vast het kind van een wetenschapper. En dan het moment waar alle kinderen op wachten: het uitpakken van de cadeautjes. Naast me telt een jongetje hard af: 3,2,1. JAAAA! JAAAA! Hij schreeuwt het uit. Verscheurt de verpakking. Het is een racebaan. Als ik ooit in een klein dipje terechtkom, denk ik terug aan dit moment. Een ontlading van jewelste. Om een racebaan.
Het was half elf en ik had pas één koffie op. De omstandigheden waren niet in mijn voordeel. Toch kon ik moeiteloos wakker blijven. Dat kwam omdat er leuke onderwerpen werden aangesneden door de docent. Agressie, stereotypering, status, om maar wat te noemen. Ik maakte zelfs aantekeningen.
Hoe zaten de studenten erbij?
Het was een grote collegezaal die ongeveer voor de helft gevuld was met voornamelijk internationale studenten. Een paar laptops, de meeste studenten nog ijverig meeschrijvend met pen en notitieblok. Voor me zaten twee meisjes. De één praatte constant tegen de ander, maar de ander wilde gewoon opletten. Ze tikte op haar laptop met de docent mee. De praatgrage vriendin keek dan maar weer op haar telefoon.
Had de docent er zin in?
Zeker. Een relatief jonge docent, die zijn college goed had voorbereid. Hij had ook een ontspannen manier van presenteren en gooide hier en daar wat humor door de zaal. Dat sloeg wel aan. Toen hij een paar keer de slides kwijtraakte, verviel de zaal niet in geroezemoes. Iedereen wachtte tot Brandt zijn zaakjes weer op orde had, en het college werd hervat.
Wat heb je nu geleerd?
Dat oudere, getrouwde mannen minder agressief gedrag vertonen dan jonge, ongetrouwde mannen. Dat komt omdat zij niet meer zo hunkeren naar het vergaren van status, wat op zijn beurt weer moet leiden tot een potentiële partner. Als ze toch agressief reageren, blijkt uit onderzoek naar agressie bij ijshockeyteams in Canada, is het vaak met humoristische ondertoon. Het is wellicht wat kort door de bocht, maar agressieve jongetjes zoeken dus gewoon een vriendinnetje. Weten we dat ook weer.
7 december 2017
22
Bij de buren wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?
Masterscriptie
Panda’s knuffelen Leven tussen de panda’s. Hogeschool van Amsterdam-student Nanja van Rijsse doet niet anders. Ze heeft een hele collectie pandaknuffels, die maar blijft groeien, vertelt ze aan Folia. Het is dan ook geen wonder dat ze meedoet aan een online competitie om voor het echie tussen de panda’s te zitten. Wie de meeste stemmen krijgt mag in China na twee weken training een week lang meehelpen met de verzorging van de beren. Echt veel dierzorgervaring heeft ze nog niet. “De poes in mijn vorige huis was van de huisbaas. En ik had een vis, maar die is overleden.”
Geen warme truien voor walvisvaarders Het kan best frisjes zijn op Spitsbergen, schrijft de Groningse UK. Een warme wollen trui en stevige laarzen zijn daar bepaald geen luxe. Toch pakten de walvisvaarders het in de 17e en 18de eeuw anders aan, ontdekte de Groningse textielarcheoloog Sandra Comis. Ze droegen lagen schoenen, lange kousen en een pofbroek onder een wambuis. Ze onderzocht de goed bewaarde kleding die uit de graven op het eiland kwam. Zelf was ze niet bij de opgraving. “Ik ben een koukleum. En ik hou niet van kamperen.”
nepartikel blijft rondspoken Honderden keren wordt er naar verwezen in andere publicaties: het artikel The Art of Scientific Writing door J. van der Geer, schrijft de Leidse universiteitskrant Mare. Maar dat artikel bestaat helemaal niet, ontdekte emeritus prof. Peter Kroonenberg bij toeval. Het blijkt een voorbeeld-referentie die uitgeverij Elsevier aan auteurs stuurt: zo moet je die opschrijven. En dat doen ze dan, maar vergeten uiteindelijk het voorbeeldje weg te halen uit de literatuurlijst. Zo dringt een spookartikel de academische hitlijsten binnen.
Toch maar blaadjes harken De herfst is in volle glorie bezig, blaadjes vliegen om je oren. Canadezen weten daar alles van, er staat niet voor niets een blad op hun vlag. The Varsity, studentenblad van de University of Toronto, vroeg of al die blaadjes bijeen harken een goed idee is. Lekker laten liggen, zegt de ene prof, dode blaadjes zijn belangrijk voor bosgrond en tuin. Een andere pakt zelfs blaadjes van straat om in zijn tuin uit te strooien. Toch kan het ook zorgen voor schimmel in de grond, vertellen ze, het beste is om blaadjes te versnipperen. Dus harken, versnipperen en teruggooien, dat moet je met blaadjes doen.
Mondriaan in neonlicht Op Eindhoven Centraal kan het de reiziger moeilijk ontgaan. De woorden van Mondriaan knallen eruit in gele neonletters: ‘Conventie, een soort herinnering, is het grootste beletsel om te genieten van leven en kunst.’ Liza Voetman (Kunst- en Cultuurwetenschappen) schreef er een afstudeerscriptie over en kreeg een 9,5. Het Mondriaancitaat aan de wand is niet zomaar een aardigheidje van de NS, maar een heus kunstwerk van de Amerikaanse citaatkunstenaar Joseph Kosuth. Voetman, zelf woonachtig te Eindhoven, vroeg zich af: wat doet dat kunstwerk daar? Allereerst moet gezegd dat Voetman zelf een schitterend kunstwerk van haar scriptie heeft gemaakt. Het omslag is net zo geel als de neonletters van Kosuth en het verslag van haar zoektocht is niet alleen vastgelegd in taal, maar ook in beeld. We zien diagrammen en plattegronden, krantenstukken, foto’s van kunstwerken, maar ook van archiefstukken, brieven. Dat maakt dat de scriptie iets heeft van een collage, een feest om te bekijken. De vrolijke veelheid aan behandelde perspectieven wordt bij elkaar gehouden door een centraal spanningsveld tussen de polen kunst en commercie. Steeds weer keert de vraag terug: hoe kan het eigenlijk dat zo’n neonlicht niet verdwijnt tegen de achtergrond van commercie op zo’n station? De kunstenaar leek ook niet altijd mee te helpen: toen Eindhoven het werk wilde aankopen, wilde mijnheer wel eventjes gefêteerd worden in een luxe toko. Toch zijn het de sterke woorden van Mondriaan die een appel doen op de burger om het conventionele op te schorten, en botsen het afwijkende geel en het lettertype met de omgeving. Ze vangen de blik van de voorbijganger en stimuleren zo tot ‘nieuwe inzichten, of op zijn minst een nieuw gevoel’. Waarom kreeg ze geen 10? Misschien omdat Voetman het niet over de vertaling wilde hebben. Zoals haar scriptiebegeleider Léon Hanssen in Brabants Dagblad schreef: het Mondriaan-citaat was oorspronkelijk in het Engels en hij sprak van ‘memory’, wat niet volledig gedekt wordt door het Nederlandse woord ‘herinnering’. ‘Geheugen’ was wellicht beter geweest: het zijn de ingesleten patronen van ons geheugen die verhinderen met een open blik naar de wereld te kijken. Cijfer: 9,5
7 december 2017
23
reading time
7
minutes
text Laura van gelder
International students then and now
I
The road to Tilburg University is old and well-traveled. For decades, students from far and wide have been finding their way to our campus, carrying high hopes and heavy suitcases. Univers takes a look back at the history of international students at Tilburg University.
t’s the summer of 1999 when a group of 150 newly arrived international students set up camp in the Loonse and Drunense Duinen, a desert-like national park near Tilburg known as the ‘Sahara’ of the Netherlands. The group spends three days playing tug-o-war, having water balloon fights, drinking local beers, and talking about weird Dutch stuff. Sociology student Kyle Marshall from the United States thinks the toilets look strange in Holland, and economics student Johan Strann from Finland is surprised at the headaches that come with owning a bicycle. Almost two decades later, not much has changed. Kyle Marshall and Johan Strann, well in their forties by now, have made way for new generations of students from faraway places where the toilets look slightly different. Today’s internationals still get to know each other during beer-fueled introduction days shortly after their arrival in Tilburg. And they, too,
quickly meet the Dutch student’s fate of dealing with broken, stolen and lost bicycles. LANGUAGE BARRIER Although the international student experience has largely remained intact over the years, some things did change. The number of international students on campus has grown spectacularly. In 1980, a total of 73 foreign students studied at our university, most of them originating from Belgium and from constituents of the Kingdom of the Netherlands. Today, there are 2070 international students from more than 97 different countries on campus. And the number of international alumni is about 5000, while there were only 4 of them in 1977. Most of today’s internationals try to pick up a few words of Dutch while they’re here, and some even choose to take Dutch language classes. But for internationals who studied at Tilburg University in earlier eras, learning Dutch was a necessity rather than >>
7 december 2017
24
a choice. English-taught courses did not exist, so learning the Dutch language was a matter of sink or swim for foreign students. And, for some, it was reason to stay away altogether. In 1983, when the university still carried the less internationally-oriented name Katholieke Hogeschool Tilburg, a specially convened Foreign Policy Commission concluded that the university wasn’t very popular among students from other countries, despite significant investments in the internationalization of the university. The main reason, according to the report? “The Dutch language, which continues to be too big an obstacle for most foreigners.” LONELINESS The Dutch language may still be somewhat off-putting to foreign students, it’s no longer the obstacle it once was. Other challenges that international students face have proven to be more timeless. Internationals often struggle with feelings of loneliness, and that wasn’t any different five, ten, or fifty years ago. Perhaps loneliness was an even greater problem for international students before English became the lingua franca on campus, and before Skype and WhatsApp became available. In 1984, an economics student from the Netherlands Antilles was granted extra time to finish the academic year because
7 december 2017
‘It’s a shame, that Dutch students are not used to interact with fellow students from faraway countries’ feelings of severe homesickness had made her fall behind on her courses. The university board initially granted the student—Louella Rondon—an extra period of six months to complete her first study year, chalking up Rondon’s study difficulties to ‘personal circumstances’. But Rondon successfully fought the board’s decision, arguing that her homesickness classified as chronic illness rather than as personal circumstances—and that she therefore had a right to not six, but twelve months of extra time. Student dean Wim Meuwissen supported Rondon, arguing that there was insufficient regard for the situation of international students: “For Dutch students, feelings of homesickness are easy to cope with. You simply go back home a little more often. But if your family home is located on the Antilles, the costs alone will quickly make you put that idea out of your mind.”
25
1999 - Newly arrived international students set up camp in the Loonse and Drunense Duinen
2000 - Emotional scenes at the airport in the Dutch Antilles when students say goodbye to their families as they leave for the Netherlands
SEPARATE LIVES Over the years, Tilburg University has grown into a melting pot of different cultures and nationalities. With such a diverse crowd on campus, students are likely to mix. In the past, Dutch students and international students appeared to live more separate lives. In September 1990, Univers published an article about the lack of interaction between Dutch students and internationals at Tilburg University. “It’s a shame, that most of our foreign students still have to experience that Dutch students are not used to interact with fellow students from faraway countries”, the article reads. After making a few guesses as to why Dutch students don’t become friends with students from Curaçao, Suriname, Turkey or Morocco, the article concludes: “Thankfully, some foreign students take the first step. That is not always easy, because us Dutch don’t always come across as pleasant people. Compared to what foreign students are accustomed to back home, we are often very direct in our manners and we communicate in a way that could seem rude and inappropriate to someone who is here for the first time. Only after they get to know us, they discover that we can actually be quite nice.” STUDENT BRAWL A rummage through the archives shows that Dutch students and international students weren’t always shy to mingle. In 1982, a group of Dutch
and international students made local headlines after spreading chaos in Tilburg’s city center. On a Tuesday afternoon in February, members of student association Olof showed international students around town in mini trains rented from local safari park Beekse Bergen. But the tour quickly escalated. Univers reported: “What started out as a cultural tour ended in a not so uplifting student brawl. Pedestrians were harassed, and even ‘assaulted’ according to police reports. Was it no big deal, as Olof likes us to believe, or was it indeed the ‘terrible mess’ that eyewitnesses describe?” Although newspaper Dagblad van het Zuiden described the tour as an alcohol-infused chaos—with students harassing bicycle riders, urinating on the side of the road, and knocking over trashcans—student and Olof member Birgit Telkamp declared that she had fun that day. “Het was een dolle dag”, she said: it was an exuberant day. VERBS Dutch students and internationals were on less friendly terms in the year 2000, when Dutch students living in the student apartment buildings along the Professor Verbernelaan received an eviction letter from Wonen Midden Brabant. The housing association announced its plans to reserve the buildings for foreign students, requiring Dutch tenants to leave the apartments in order to make room for internationals. The Dutch students >>
7 december 2017
26
1969 - Construction of the 'Verbs', the student appartment buildings at the Professor Verbernelaan
refused, saying that they were staying put. They formed a protest group called ‘Red de flat’—save the building—and put up posters and protest banners on campus. Wonen Midden Brabant defended their decision to evict Dutch students and to reserve the buildings for international students by saying that ‘all exchange students want to live to together’. Rico Kamp, who was the chairman of international student organization ESN at the time, disagreed. “Some students want to live with Dutch students, some want to live with each other”, he told Univers. When Univers asked around on campus, that seemed to be true. While Hungarian student Taczman Istva’an preferred to live with other international students, Karin Storm from Sweden said she would like to share a house with both Dutch students and foreign students. The housing association didn’t succeed in its plans to make the student accommodations along the Professor Verbernelaan exclusively nonDutch. Although many of today’s occupants are international students, the student apartment buildings—known as ‘Verbs’—are shared by students from anywhere and everywhere, including the Netherlands. REFUGEE STUDENTS A little further down the road from the student apartments along the Professor Verbernelaan, at the Academia building, a new one-year prepara-
7 december 2017
‘Some want to live with Dutch students, others want to live with each other’ tory program for refugee students has started recently. Dutch universities have witnessed a sharp rise in the number of refugee students in recent years. But, sadly, the latest wave of refugees from Syria, Iraq, Afghanistan and other war-torn countries isn’t the first. Refugee students have been part of the student community for decades. COMMUNITY In the late 1970s, tens of thousands of people fled from Chile to escape the military dictatorship of Augusto Pinochet. Among them was Guillermo Álvarez de Pizarro, who had been arrested and tortured repeatedly by the regime for being a member of the Chilean student protest movement. He escaped the country and started a new life as a sociology student in Tilburg. But only a few months later, the Dutch government informed
27
1968 - Announcement in Dutch in THB (former name of Univers): ‘Foreign students who experience difficulties because of a poor command of the Dutch language can contact language coach G. van den Heuvel for help’.
column Leanne Soff
liberal arts student
Introduce-you-tomy-cat-friendship
1982 - A group of Dutch and international students spread chaos in Tilburg's city center when they drive around town in this rented mini train
him that he would be sent back to Chile. While Guillermo Álvarez de Pizarro went into hiding to avoid being deported, his fellow students and teachers rallied together in protest against his forced return to Chile. The protests paid off. “If was up to the Dutch justice system, Guillermo would no longer be in Tilburg”, Univers reported in the spring of 1977. “It is due to the solidarity of a group teachers and fellow students at the university, and due to the efforts of numerous people and organizations, that this Chilean refugee can stay in the Netherlands for now.” Out of the many tales and stories that the history of international students at Tilburg University holds, the Guillermo Álvarez de Pizarro case is an important one. It shows that—all quarrels over language barriers, student housing and escalated frat parties aside—Tilburg University is a community. The university may pride itself in its international reputation, but are impressive international student numbers what truly sets us apart? Perhaps that magical term ‘internationalization’ is not about student enrollments or numbers or rankings after all. Perhaps it’s about being united in diversity.
Back in kindergarten, I never would have thought that friendships could become a complication. This may have to do with the general lack of standards and shame that me and the other toddlers had. We basically just played with whoever was available and no one ever really seemed to be considering what others might think of them. This is probably for the best in a crowd where pants are regularly peed upon. Sadly, this all seems to have changed rather quickly. Now that my playdates are no longer arranged by my mum, I have to provide for myself when it comes to social contact. In university, it’s manageable. After all, everyone is just as alone and helpless as you are. But then comes the real world. The workplace. Of course there’s the standard small-talk at the watercooler, which, if executed well, might even earn you a ‘work-friend’. But is it possible to extend the work-relationship you have with Susan from HR into an actual introduce-you-to-my-cat-type of friendship? It might seem strange to worry about these things when I’m still in a stage in my life where I let out a sigh of relief when I’m finally alone. But sometimes, when I sit in the park and see old people walking by themselves, I do worry. I worry how, when I’m old and my loved ones have passed or moved away, I’m going to stop myself from being lonely. A few weeks ago, as I was wondering the same thing, an old man asked me if he could sit with me. “I’m just waiting for my friend,” he said “I met him on this bench two years ago, so now we meet here every day and have a little chat.” Perhaps sometimes, things aren’t as complicated as they seem.
7 december 2017
28
7 december 2017