Skip to main content

Univers #6: Hoog bezoek

Page 1

Onafhankelijk magazine Tilburg university

jaargang 54 | 8 december 2016 #06

Hoog bezoek

Succes ondernemer Printpionier Erik de Bruijn

Lijst Blanco

Studenten in de politiek


2

In deze Univers

05

08

Langstudeerder wordt printpionier

Vrouwen: wezens van een lagere orde

Tijdens zijn studententijd was Erik de Bruijn al aan het ondernemen. Inmiddels is hij wereldwijd marktleider in 3d-printers met zijn bedrijf Ultimaker. Interview met een succesondernemer.

Onbedoeld kijken we bevooroordeeld naar mannen en vrouwen. Daardoor blijven vrouwen in de hiërarchie onder mannen staan. Het wordt tijd voor een vrouwenquotum, stelt Henriëtte Prast.

10

25

Lijst Blanco

A lonely Christmas

Politieke dromen? Studenten Thijs, Gail en Luc maken ze waar. Als Lijst Blanco wonnen ze twee zetels bij de gemeenteraadsverkiezingen.

OVERIGE ARTIKELEN 9 OSIRIS komt naar de campus 13 ‘Sisverbod’ teruggefloten 18 Spelregels van brongebruik 20 Máxima opent JADS 23 Ammar Maleki: academic and activist

8 december 2016

Dozens of internationals are stuck in Tilburg during the winter break. They won’t be driving home for Christmas. How do they deal with the holiday blues?

RUBRIEKEN 4 En Passant 4 Commentaar 12 I-con 12 Wazda? 14 Beeldend 16 De vijf van Eijff 17 Wè nou? 17 Wat heb je nu geleerd? 22 Masterscriptie

22 Over de schutting 28 Dagboek van een eerstejaars 28 Waar is Univers? COLUMNS 3 Luuk Koelman 19 Tom Grosfeld 20 Erik-Jan Broers 27 Leanne Soff


3

Van de redactie kerstlingerie Soms denk ik dat ik maar het klooster in ga. Dan hoef ik niet meer na te denken over kerstdiners, Victoria’s Secret kerstlingerie met vleugels, en al die goedbedoelde kerstmeuk uit gezelligheidswinkels. Geen gezeik met feestjurken die te naakt of net niet naakt genoeg zijn. Of te strak, terwijl je je net voorgenomen hebt om ongelooflijk te gaan schranzen met de kerst. Niet prakkiseren over het opsteken van je haar, gewoon hoofd kaal en de kap erop. Dan hoef ik niet meer na te denken over hoe je mannen aanpakt om ervoor te zorgen dat ze je als manager serieus nemen. In het klooster met nonnen onder mekaar, met de slimste vrouw als moeder overste die de leiding heeft. Emancipatie voltooid, rustig mediteren over Jezus en Bardoel is klaar. Maar alleen zolang de kerst duurt, beloofd?

Francine Bardoel, hoofdredacteur f.bardoel@uvt.nl

Poll

Is Tilburg University nog relevant?

36%

24%

28%

Als top-uni maken we de wereld beter

Nee. Alleen bèta is echte wetenschap

57 stemmen

44 stemmen

Ja, we voegen gezelligheid toe aan het Brabantse boerenleven

Wat Trump zegt: hoogopgeleiden doen er niet meer toe

40 stemmen

19 stemmen

Stemmen op de volgende poll kan op Universonline.

colofon

12%

Totaal: 160 stemmen

Univers #6 8 december 2016

Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Dolph Cantrijn Productie PrismaPrint Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 7 van jaargang 54 verschijnt op 19 januari 2017 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Francine Bardoel (hoofdredactie), Erik-Jan Broers, Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Laura van Gelder, Nathan de Groot, Tom Grosfeld, Robin Heester, Luuk Koelman, Jeroen de Leijer, Yannick Maas, Henriëtte Prast, Joubert Pignon, Daan Rutten, Leanne Soff, Jan Völkel, Bart Smout, Ton Toemen, Jack Tummers, Ron Vaessen, Marga Walsh.

column Luuk Koelman

Ik denk het niet Arm hoger onderwijs, ze doen het ook nooit goed. Nu moeten universiteiten en hogescholen weer meer steun geven aan zwangere en pas bevallen studenten. Dat wordt bepleit in een rapport van de Vrije Universiteit Amsterdam. Het zou hier gaan om een groep van zo’n drieduizend studerende moeders en zwangere studenten. Van hen valt volgens de onderzoekers bijna 70 procent uit. Een studerende moeder klaagt tegenover de NOS: “Als je iets later bent omdat je je kind naar de opvang moet brengen, of iets eerder weg moet om je zieke kind op te halen, krijg je meestal te horen dat het je eigen keuze was en dat je een vak maar over moet doen. En dat terwijl het bij topsporters geen probleem is.” Potdorie, dat is nog eens een argument! Daarom wordt in het rapport gepleit voor extra beleid en landelijke richtlijnen. Denk hierbij aan een wettelijk geregeld zwangerschaps- en zorgverlof voor studenten, maar ook aan flexibele roosters, soepele regels met betrekking tot hertentamens en de aanwezigheidsplicht, en - last but not least - tijd en ruimte om te kolven. En dat allemaal om hoge uitval tegen te gaan. Want een hoge uitval betekent een lager rendement: wie stopt, die verspilt een jaar en gaat dus later de arbeidsmarkt op. Of nog erger: verdient veel minder dan degenen die hun studie wél afmaakten en draagt zo dus minder belasting af. Ach en wee, arme zwangere studenten. Alsof je stopt met je studie omdat er geen kolfruimte is. Stoppen met studeren is altijd een optelsom van beweegredenen. Vandaag de dag meestal financiële. Daarom zomaar een vraagje: hebben de onderzoekers ook gekeken hoeveel zwangere studenten en jonge moeders nog wél hadden gestudeerd wanneer de basisbeurs niet was afgeschaft? Ik denk het niet.

8 december 2016


4

En passant Commentaar

Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? “Ik wil even mijn haar goed doen voordat je een foto neemt,” knipoogt Evelien Heshof, medewerkster studentzaken. Ze is druk bezig met het bijwerken van de cursusevaluaties. “Ik zorg ervoor dat alle docenten en vakken geëvalueerd worden door de studenten. Met alle op- en aanmerkingen proberen we de kwaliteit van college te verbeteren. Ook de ‘Best Teacher Award’ wordt naar aanleiding van dit systeem uitgereikt!”

ordi & spuitwerk Trottroirgraffity op een parkeerterrein is een toch een tikje ordi. En we weten ook niet wat er hier bedoeld wordt: Motorcross, fietscross, brommercross, Zwarte Cross of autocross. Terug naar de Randstad met je spuitbus!

Boom & Verband Het werd deze beuk allemaal wat teveel. Niets om je voor te schamen, het overkomt de beste. Naar verluidt kreeg de boom teveel zonlicht. Vandaar een verbandje. Net een kindje dat met T-shirt aan het zwembad betreedt, ter bescherming van het zeer tere, snel verbrandende, witte huidje. Een aandoenlijk geheel. trump & pet Het tij is gekeerd, met Trump komen de populisten aan de macht. Een socioloog als Peter Achterberg weet natuurlijk als geen ander hoe je met zo'n nieuwe wind mee moet waaien. Tijdens de Kinderuniversiteit gaf hij een kleine demonstratie. Het is een kwestie van de juiste pet opzetten. En dat geeft een prof, elitair en dus verdacht, weer een heel ander aanzien.

Klimmen In Nederland kun je alles worden wat je wilt. Ons onderwijssysteem is voor iedereen toegankelijk. Wie wil klimmen, kàn klimmen. Toch? Uit onderzoek van het CBS blijkt eerder het tegenovergestelde. Je toekomst wordt nog altijd voor een groot deel bepaald door je afkomst. Leerlingen uit een huishouden met een hoog inkomen stromen vaker door naar het hbo dan leerlingen uit een huishouden met een laag inkomen. Naast inkomensongelijkheid speelt ook afkomst een rol. Zo blijkt uit het CBS-onderzoek dat niet-westerse allochtonen vaker op vmbo-niveau blijven steken dan westerse allochtonen en autochtonen. Het is eigenlijk geen nieuws. Er bestaan tal van onderzoeksrapporten die onderstrepen hoe bepalend afkomst anno 2016 nog altijd is. Toch blijven we Nederland beschouwen als een meritocratie: een land waarin je sociale status wordt bepaald op basis van je verdiensten, niet op basis van afkomst of het inkomen van de ouders. Niets is minder waar. Natuurlijk is er in Nederland wel ruimte voor groei op basis van de eigen verdiensten. Alleen is de ladder niet voor iedereen even makkelijk te beklimmen. Daarom moet een meritocratie degenen ondersteunen die het door afkomst of inkomen moeilijk hebben. Laat het nou zo zijn dat juist het hoger onderwijs de laatste jaren deze plicht verzaakt. De harde knip, het bindend studieadvies, selectie aan de poort, het wegvallen van de studie lening: allemaal hordes op de weg voor de student die van ver komt. Klimmen in Nederland wordt steeds moeilijker.

Vind jij ergens iets van? Heb jij een opinie die wel in de krant mag? Neem contact op met Bart Smout (b.smout@uvt.nl).

8 december 2016


5

leestijd

5

minuten

Tekst Yannick Maas fotografie Dolph Cantrijn

Van langstudeerder tot printpionier Veel studenten houden het op terraslopen of bier tappen om hun portemonnee te spekken. Een enkeling waagt zich in de studententijd al aan het ondernemen. Nog minder slagen erin om een succesvol bedrijf op poten te zetten. Het lukte alumnus Erik de Bruijn met 3d-printers.

V

an een bedrijfje naast je studie tot een onderneming met 230 mensen in dienst. Niet veel mensen krijgen het voor elkaar, maar het is alumnus Erik de Bruijn gelukt. In 2010 rondde hij zijn studie Information Management af, daarna wist hij met zijn bedrijf

Ultimaker in een paar jaar tijd wereldwijd marktleider te worden in 3d-printers. Tijdens de opening van het academisch jaar mocht hij een prijs aan de beste student-ondernemer uitreiken en kreeg hij zelfs een ereprijs voor zijn werk. Univers sprak met De Bruijn over zijn studententijd, zijn ondernemerschap en over de toekomst van zijn bedrijf.

Hoe was je studentenleven en hoe kijk je terug op je tijd aan Tilburg University? “Ik heb in Tilburg een mooie tijd gehad. Tijdens mijn studie heb ik altijd in Tilburg in een studentenhuis gewoond. Ik heb acht jaar over mijn studie gedaan, dat is vrij lang. Ik heb daardoor wel veel tijd gehad om me naast mijn studie >>

8 december 2016


6

met andere dingen bezig te houden, waaronder ondernemen. Uiteindelijk heb ik mijn studie in 2010 nét niet cum laude afgerond. Vakken die ik leuk vond, daar kon ik altijd vol voor gaan, terwijl ik de vakken die me minder boeiden altijd met zo min mogelijk moeite probeerde te halen. Dit leverde me een combinatie van hoge cijfers en zesjes op. Net niet voldoende om cum laude te slagen maar uiteindelijk was ik er wel klaar mee na acht jaar studeren.” Wat heb je tijdens je studententijd allemaal ondernomen naast je studie? “Samen met mijn broer en een goede vriend hebben we een hostingbedrijf opgestart, LowVoice. Een hostingbedrijf met een systeem dat we samen hadden opgezet. Tijdens onze studie was het een prima inkomstenbron. Het was geen grote onderneming, maar dit stelde ons juist in staat om te blijven experimenteren zonder grote verplichtingen. Daar heb ik toen veel van geleerd. Het bedrijf bestaat nog altijd, maar tegenwoordig ben ik druk genoeg met Ultimaker.”

voort. Als je codeert kun je daarmee prachtige dingen ontwikkelen, maar het blijft ontastbaar. Uiteindelijk leven we nog wel in een wereld waar we vooral fysieke toepassingen zoeken. Ik wil de brug tussen het virtuele en het fysieke slaan. Ik denk dat dat de hoofdreden is waarom dat ik 3d-printer zo mooi vind.” Voor veel mensen klinkt 3d printen nog altijd als science-fiction. Is dat ook zo? “Je ziet dat het de klassieke hype cycle volgt. Er zijn mensen die er vroeg inspringen en er dan heel erg mee bezig zijn, voordat het de grote massa bereikt. Dat punt dat we de massa echt bereiken, daar zijn we nog niet, maar je ziet wel dat het langzaam een groter publiek aanspreekt. Je kunt het vergelijken met de ontwikkeling van de computer. Die is geëvolueerd van een onbetaalbaar, kamer vullend mainframe tot de goedkope desktop die we nu kennen. 3d-printers zijn inmiddels ook een stuk compacter geworden en net als bij de computers in het verleden zullen mensen langzaam aan ontdekken wat ze kunnen bieden.”

‘De startende ondernemer moet naïef blijven’

Hoe is het idee voor Ultimaker ontstaan en hoe is het bedrijf van de grond gekomen? “Ik ben opgegroeid met computers om mij heen. Mijn vader had een drukkerij en deed daarmee veel in het grafisch ontwerp en automatisering. Ik ben hierdoor heel vroeg in aanraking gekomen met computers en heb mijzelf leren coderen. Tijdens mijn studietijd kwam ik in aanraking met 3d-printen. Met groepjes mensen verspreid over de wereld werkten we via internet aan een primitieve 3d-printer. Het ontwerp heb ik met twee vrienden compleet overgedaan. Dat is uiteindelijke de eerste Ultimaker geworden.” Wat trekt je aan tot 3d-printen? “We leven in een wereld die steeds virtueler wordt. Daar komen hele mooie dingen uit

8 december 2016

Heeft iedereen, net als bij de computer het geval is, straks ook een 3dprinter in huis? “Laat ik voorop stellen dat we bij Ultimaker niet de behoefte hebben om ‘a la magnetron’ straks bij iedereen in huis te staan. Wij willen geen prijsvechter zijn, maar een kwalitatieve 3d-printer bieden. Ik denk dat je ons product het beste kunt vergelijken met een e-reader. Die dingen slaan ook de brug tussen fysiek en virtueel. Ik verwacht dat, evenals bij e-readers het geval is, lang niet iedereen straks de behoefte heeft om er eentje te bezitten, maar de mensen die er een hebben zullen er erg blij mee zijn.” Waar staat jouw bedrijf over pakweg twintig jaar? “We zijn in korte tijd erg gegroeid. In een paar jaar tijd zijn we van drie mensen naar 230

werknemers gegaan. Ook zijn we internationaal actief en zijn we wereldwijd marktleider. Als je bedrijf zo hard groeit, ga je van crisis naar crisis en moet je je beperkingen als ondernemer kennen. We hebben daarom mensen aangetrokken die weten hoe je een bedrijf efficiënt laat doorontwikkelen, maar het doel is niet per se om heel groot te worden. Een bedrijf runnen puur omdat het financieel goed gaat is voor mij niet genoeg, ik wil ook een verschil maken. Met 3d-printers kan dit. Ik hoop dat er in de toekomst minder grondstoffen worden verspild aan onnodige voorraden en dat vervuilende transporten niet nodig zijn omdat onderdelen op locatie geprint worden. We proberen dit zelf ook in de praktijk te brengen. In plaats van een nieuwe printer kunnen klanten losse upgrades kopen. Ook is het product grotendeels opensource dus kan iedereen meewerken aan ons product. Daar komen de mooiste ontwikkelingen uit voort.” Tijdens de opening van het academisch jaar heb je een prijs in ontvangst mogen nemen voor je werk. Wat betekent dat voor je? “Het is zeker niet alleen mijn werk, maar ook van alle collega’s en allerlei mensen die zich inzetten voor Ultimaker. Met onze printers proberen we mensen de middelen te bieden om problemen op te lossen die anders blijven bestaan. Vanuit de community rond ons product komen de mooiste dingen naar voren. We steunen bijvoorbeeld een project waarbij een soort protheses geprint worden. Waar simpele protheses normaal duizenden euro’s kosten, kunnen we ze nu laten printen voor een paar tientjes. Dat wij daarvoor erkenning krijgen van de universiteit, dat betekent zeker wat voor me.” Wat zou jij de ondernemende student van nu adviseren en wat zou je zelf achteraf anders gedaan hebben? “Als ik van te voren had geweten hoe moeilijk dit was, weet ik niet of ik er aan was begonnen. Ik denk dat ik zelf redelijk naïef ben geweest toen ik er in stapte, maar achteraf gezien is dat juist goed. De manier waarop het bij mij is gelopen, is geen garantie voor anderen. Soms is hard werken en een goed product niet genoeg, er zijn veel meer factoren die de zaken beïnvloeden. Het beste advies wat ik de startende ondernemer kan geven, is om een beetje naïef te blijven.”


7

8 december 2016


8

Opinie

leestijd

3

minuten

Wij zien vrouwen als wezens van een lagere orde tekst Henriëtte Prast

Onbedoeld kijken we bevooroordeeld naar mannen en vrouwen. Daardoor blijven vrouwen in de hiërarchie onder mannen staan. Het wordt tijd voor een vrouwenquotum, stelt Henriëtte Prast.

Z

oek op Google naar Hillary Clinton in combinatie met ‘warm’ en je krijgt een reeks hits die gaan over de vraag of Hillary niet of wel warm is. Zoek naar Obama of Trump in combinatie met ‘warm’ en je krijgt berichten als ‘warm welcome for Barack Obama,...’ Trump supporters warm to Russia’ - niets over hun persoonlijkheid. Het lijkt er op dat we vrouwen op andere eigenschappen beoordelen dan mannen. En dat geldt niet alleen voor presidentskandidaten. Goed presterende vrouwelijke werknemers krijgen veel vaker dan hun mannelijke collega’s van hun baas te horen dat ze vriendelijker moeten zijn. We hebben niet alleen stereotype oordelen over eigenschappen, maar ook over hiërarchie: onopzettelijk ‘denken’ we dat vrouwen minder zijn dan mannen. Toen Marjolijn Februari Maxim geworden was moest hij er aan wennen op straat meer ruimte in te nemen - blijkbaar ging

hij als Marjolijn onbewust opzij voor de man. Uit onderzoek naar sollicitatieprocedures blijkt dat als een mannelijke kandidaat slecht scoort op een wiskundetest de reactie is dat hij een slechte dag gehad moet hebben, bij een vrouw is het reden voor afwijzing. Afwijking Mensen die impliciet discrimineren - wij allemaal- zijn niet slecht, maar hebben van jongs af aan subtiele boodschappen gekregen over de rolverdeling en hiërarchie in de samenleving. God, Allah en Jahweh zijn mannen. Er

Henriëtte Prast is hoogleraar gedragseconomie aan Tilburg University en lid van D66 voor de Eerste Kamer. Dit stuk is eerder verschenen in De Volkskrant. Zij schreef dit stuk, dat mede gebaseerd op haar hoofdstuk in het boek Redelijk Radicaal, op persoonlijke titel.

is geen kaartspel met de Vrouw als hoogste kaart. Bij schaken gaat het om de koning. Bij de uitreiking van de Gouden Kalveren komt die voor mannelijke hoofdrol na die voor beste vrouwelijke actrice en vlak voor het klapstuk, die voor beste film. Wie zich via een website ergens voor wil aanmelden - een politieke partij bijvoorbeeld, kijk maar bij CDA of VVD - ziet op het formulier vaak bij aanhef ‘de hr’ staan, met als suggestie dat vrouw zijn een ‘afwijking’ is. Ook ons taalgebruik suggereert dat de man meer is dan de vrouw. Claus mocht niet koning, Máxima wel koningin heten: blijkbaar wordt koning als meer dan koningin beschouwd. Als mannen een traditioneel vrouwenberoep uitoefenen bedenken we een nieuwe naam: verpleegkundige in plaats van verpleegster. We vinden het lastig om een man die secretaresse is secretaresse te noemen, maar niet om een vrouw aan te duiden als hoogleraar of senator. Waarom stemmen een heleboel vrouwen niet op Hillary? Volgens de Amerikaanse emeritus hoogleraar politieke filosofie Michael Waltzer is vrouwendiscriminatie speciaal omdat vrouwen, anders dan zwarten, joden, moslims, geen gezinseenheid met lotgenoten vormen. Hun echtgenoot, zonen, broers vader behoren tot de groep van de ‘onderdrukker’. Vrouwen vinden het daardoor moeilijker om in opstand te komen, en mannen vinden het moeilijker als ze dat doen. Mede daarom zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in de politiek en vinden we het doodnormaal dat de PvdA in Amsterdam noch Rotterdam ooit een vrouwelijke burgemeester heeft geleverd. Vooringenomen Vivienne Ming, die van man vrouw werd, rekende uit dat een vrouw in de VS een master titel moet hebben wil ze dezelfde loopbaan krijgen als een man met een bachelordiploma. In Nederland zal het niet beter zijn gezien onze slechte positie op de glazen plafond index van the Economist. Doordat we vooringenomen naar mannen en vrouwen kijken maken we niet optimaal gebruik van menselijk talent. Een veelgehoord argument tegen quota is dat de beste kandidaat het moet worden. Laat dat nu juist één van de beste argumenten vóór quota zijn.

8 december 2016


9

leestijd

2

minuten

tekst Ron Vaessen fotografie Dolph Cantrijn

OSIRIS komt naar de campus

1.

Je studievoortgang en collegerooster, inschrijvingen voor tentamens en cursussen. Voortaan ga je het allemaal bijhouden met OSIRIS. Vijf dringende vragen.

Wat ís OSIRIS en wat kun je ermee? Een studenteninformatiesysteem. Studenten gebruiken OSIRIS voor het in- en uitschrijven voor opleidingen, tentamens en cursussen. En om hun studievoortgang bij te houden. Docenten, begeleiders en de studentenadministraties kunnen studieresultaten, gespreksnotities en documenten inzien en toevoegen.

2.

Waarom OSIRIS? Tilburg University gebruikte al jaren verschillende verouderde systemen zoals MySiS, het SIS en de Elektronische Studiegids. Die zijn niet gebruiksvriendelijk, verouderd, vergen veel onderhoud en zijn daardoor extra duur. OSIRIS moet goedkoper, sneller en beter zijn. En vooral: één sluitend systeem om het huidige rammelende allegaartje te vervangen. Bijna twee derde van de Nederlandse hoger onderwijsinstellingen gebruikt OSIRIS al.

3.

Merk je er als student al wat van? Sinds afgelopen zomer schrijf je je al (via Studielink) via OSIRIS in voor een studie. En je kan er je inschrijfstatus zien. Komende tijd worden wat applicaties vervangen, zoals de studiegids en het systeem voor de taalvouchers. Vanaf september 2017 moet OSIRIS helemaal operationeel zijn, vertelt projectmanager Marien de Clercq. Vanaf collegejaar 2017/2018 moet je het gebruiken voor je inschrijvingen en studievoortgang. Uiteindelijk komt er ook een smartphoneapp die de huidige app grotendeels gaat vervangen.

4.

De universiteit is er al jaren mee bezig. Waarom plaatsen ze OSIRIS niet in één keer online? De verandering gaat in fases, omdat het veel te riskant is om in één keer de overstap te maken, zegt De Clercq. Eerst moet data uit de oude systemen worden omgezet naar het nieuwe systeem.

Soms gaat dat goed, maar het is ook wel eens “a hell of a job.” Daardoor was de volgmodule (voor onder meer de registratie van studieresultaten) vertraagd van mei naar november 2016. Vervolgens moeten de koppelingen naar onder andere Blackboard gelegd worden. Blackboard blijft namelijk de onderwijsomgeving. Ook moet OSIRIS speciaal ingericht worden voor de universiteit. En natuurlijk moet er uitgebreid worden getest en moeten mensen opgeleid worden om ermee te werken. Uiteindelijk óók de studenten.

5.

Wat kost het? Drie miljoen. Voor 2014 tot en met 2017, laat directeur Finance & Control Folkert Kootstra weten. De Clercq: “Voor aanschaf, gebruik tijdens de projectperiode en inzet van mensen en middelen.” Overschrijding van het budget verwacht hij niet. Vooralsnog is het goedkoper dan MySis, dat van 2004 tot 2013 voor de ontwikkeling alleen al 5,5 miljoen euro kostte, op een totale kostenpost van 7,8 miljoen euro.

8 december 2016


10

leestijd

4

minuten

Tekst Robin heester fotografie Jack Tummers

Tilburgse studenten veroveren lokale politiek

Lijst blanco

Politieke dromen? Studenten Thijs, Gail en Luc maken ze waar. Als Lijst Blanco wonnen ze twee zetels bij de gemeenteraadsverkiezingen. “Ik was enorm zenuwachtig voor het eerste debat. Toen ik de zaal binnen kwam dacht ik bij mezelf: ik pak die deur en ik ga thuis gamen.”

J

e bent jong en je hebt een mening. Je kunt die mening van de digitale daken schreeuwen, of er heftig over discussiëren tijdens het drinken van een biertje. Maar je kunt er ook daadwerkelijk iets nuttigs mee doen. De politiek in gaan bijvoorbeeld. Thijs van Zutphen, student fiscaal recht aan Tilburg University, was het niet eens met de gang van zaken rond de fusie van de gemeentes Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel waaruit Meierijstad is ontstaan. De inwoners van deze drie gemeentes zijn volgens hem te weinig gehoord. Samen met studenten Gail Toppenberg (psychologie) en Luc van den Tillaart (bedrijfseconomie) wil Thijs zorgen voor nieuw elan binnen de gemeente. Als Lijst Blanco deden zij mee aan de gemeenteraadsverkiezingen en wonnen twee zetels. Meer starterswoningen en stoppen met het oppotten van het zorgbudget zijn twee van hun meest opvallende punten. Thijs: ‘’Uiteindelijk willen wij de grootste partij van Meierijstad worden. Waarom niet?’’ Steunt jullie partij volledig op studenten? Thijs: “Wij hebben niet alleen maar jonge mensen op de lijst staan. Zo hebben wij Jan Verhagen als lijstduwer, een man met ervaring die al 24 jaar in de raad zit. Hij was van begin af aan enthousiast over onze ideeën. Mensen kennen

8 december 2016

hem. Daardoor haal je makkelijker stemmers binnen.” Waar lag de focus bij jullie campagne? Luc: “Wij hebben vooral veel tijd gestoken in de campagne op Facebook. Aan het einde van de race hebben we er nog een paar tientjes tegenaan gegooid, maar zeker geen honderden euro’s. Andere partijen hebben veel geadverteerd in de plaatselijke kranten. Dat geld hebben wij als studenten gewoon niet.” Jullie hebben het dus op de studentenmanier gedaan? Gail: “Wij hebben onze partijposter door een drukker laten maken. De overige flyers hebben wij thuis gemaakt. Wij hebben zelf een stukje geschreven en daar onze eigen foto bij geplakt. Lekker goedkoop.” Luc: “Maar we hebben wel meer gedaan dan alleen flyeren, hoor. Op de markt in Schijndel stonden bijvoorbeeld verschillende partijen. Sommige partijen staan daar dan achter hun koffiewagen en doen dan verder niets. Terwijl wij mensen actief hebben aangesproken.” Wat was het hoogtepunt van de campagne? Thijs: “Ik was enorm zenuwachtig voor het

eerste debat. Toen ik de zaal binnen kwam dacht ik bij mezelf: ik pak die deur en ik ga thuis gamen. Maar nadat de zenuwen waren verdwenen vond ik het echt gaaf. Dat debat heeft ons zeker een flinke boost gegeven.”


11

Luc van den Tillaart, Gail Toppenberg en Thijs van Zutphen: "Het is absoluut geen studentengrap".

Hoe hebben jullie de verkiezingsavond beleefd? Gail: “In ’t Spectrum in Schijndel deed Meike de Jong van RTL verslag. Dat was écht super spannend. Tegen het einde leek het er even op dat we misschien de zetel gingen verliezen. Uiteindelijk bleken we er dus zelfs twee te hebben. Als de uitslagen binnen komen zit je hart wel even in je keel.” Thijs: “In ’t Spectrum waren de consumpties gratis, dus daar ben ik tot een uurtje of drie blijven hangen. De dag erna belde Hart van Nederland of ze even langs konden komen. ‘We staan over een uur voor je deur.’ Binnen één uur! Luc zat alweer in de collegezaal en is toen samen met Gail naar huis geracet.”

Thijs heeft zijn eigen zetel. De andere zetel zal rouleren. Hoe zien jullie dat voor je? Luc: “Drie of vier mensen zullen om de beurt op die plek komen te zitten. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat degene die niet in de raad zit uit zijn of haar neus gaat eten.” Gail: Ik denk dat wij sneller dingen oppikken dan mensen die daar al jaren zitten. Als studenten zijn wij een flexibel leven gewend en daar past dit systeem erg goed bij.”

‘Sommige partijen staan achter hun koffiewagen en doen verder niks’

Het is toch zeker niet allemaal rozengeur en maneschijn? Thijs: “Reacties als: ‘Met die jonge mannen wordt het niks’ of ‘Gullie bent te jong’, die horen

er een beetje bij. De vraag of we wel wisten waar we aan begonnen is soms wel vervelend. We zijn geen mensen die niets kunnen, anders zit je hier ook niet op de universiteit.” Gail: “Plannen is de laatste tijd onmogelijk. Er komt zoveel op je af, dat is echt niet normaal.’’ Luc: “Wat ik vervelend vond is dat er na de verkiezingen een paar websites met het nieuws kwamen dat wij er geen zin meer in hadden. Die mensen hadden ons rouleringssysteem verkeerd begrepen en dachten dat wij de zetels niet konden vullen. Dat is gewoon niet waar.” We kunnen wel stellen dat dit een geslaagd studentenprojectje is toch? Thijs: “Ik vind dit absoluut geen studentengrap. We zijn ook niet alleen een studentenpartij. De jonge mensen gaan het werk doen binnen de partij, maar alle leeftijdscategorieën zijn vertegenwoordigd. Mensen mogen er van vinden wat ze willen, maar wij zitten hier nu met twee zetels in de gemeenteraad van Meierijstad!”

8 december 2016


12

I-con

Wazda

fluisterset

Term: Fluisterset Vindplaats: U-raad naam Judy Borsje opleiding Personeelswetenschappen leeftijd 18 jaar Wat wilde je worden toen je klein was? “Ankie van Grunsven, maar dat wil ik stiekem nog steeds.” Wat is je spirit animal? “Ja, een paard natuurlijk.” Wat is je favoriete comfort food? “Chocolade! Of beter nog, chocoladepopcorn.” Sinterklaas of kerstmis? “Ohh... Oh nee, nee daar kan ik echt niet tussen kiezen.” Wat doe je als er mensen praten in de stiltecoupé? “Gewoon lekker laten gaan, tenzij het echt te erg wordt.” Wat vind je het irritantste kerstliedje? “Eigenlijk geen een... Ik ben een enorme kerstfanaat, ik vind echt alle kerstliedjes héél erg leuk.” Wat is het laatste wat je gekocht hebt? “Smintjes.” Heb je goede voornemens? “Meer op mijn eten letten. Maar dat doe ik eigenlijk al, dus daar ga ik gewoon mee door.” Wat is je grootste ergernis in college? “Als een docent uit de hoogte doet. Ik heb één docent die de eerste les meteen afstand creëerde met allerlei betweterige opmerking, dat vind ik echt irritant.” Wat is je meest nutteloze talent? “Pff, ik heb denk ik alleen maar nuttige talenten, zoals goed leren en paardrijden.”

8 december 2016

Managementtaal, turbo-Tilburgs of professorengepruttel. In de rubriek Wàzdà? duidt ex-campusdichter Nathan de Groot maandelijks een bijzondere term die gebruikt wordt op de universiteit. a) twee conservenblikken met een touwtje erdoor b) een set waarbij twee tennissers geen geluid maken c) de nieuwe poëziebundel van de huidige campusdichter d) een koptelefoon waarmee live vertalingen worden doorgegeven De voorloper van de telefoon. Dat zou de fluisterset kunnen zijn. Bekend geluidsexperiment waarbij twee lege conservenblikken verbonden worden door een stuk touw. Dit oude communicatiemiddel bleek beter te werken dan men op papier vermoedde: je kon met deze set op afstand goed naar elkaar fluisteren. Of is een fluisterset toch een term uit het tennisjargon? Als in: ‘De fluisterset eindigde in een tiebreak’. Door aanhoudend gekreun heeft de KNLTB besloten om een geluidloze set als straf op te leggen bij duels die escaleren. De decibellen worden in deze set ingeslikt om het geluidsniveau laag te houden. Wie de regel overtreedt, krijgt strafpunten of wordt gediskwalificeerd. Of is Fluisterset de nieuwe dichtbundel van de huidige campusdichter? Dat zou warempel een mooi getimed geschenk zijn, zo voor de feestdagen. De titel is vast een tip van de uitgever, die dit woord mooier vond dan het door de dichter voorgestelde ‘Angstschreeuw’. Enfin, zo gaat dat in de literatuur. Toch is D het correcte antwoord. Vergaderingen in de medezeggenschapsraden worden weer in het Nederlands gehouden en live in het Engels vertaald. De redenatie: zo is het inclusief en kunnen discussies ten volle worden gevoerd in the mother tongue. Het wachten is nu op de fluisterset die ook in het Brabants of Tilburgs vertaold, want zou da niet pas echt verrèkes schón zéén, meense. Ook een nieuw woord of rare term gespot? Stuur hem naar univers@uvt.nl


13

13

leestijd

3

minuten

tekst Laura van gelder

Strafrechtdeskundige ziet niks in ‘sisverbod’ Mannen die op straat naar vrouwen sissen, obscene gebaren maken of ‘hoer’ roepen: Amsterdam vindt dat het afgelopen moet zijn. De gemeente wil straatintimidatie gaan verbieden en overtreders bestraffen met hoge boetes. Goed idee, zo’n ‘sisverbod’?

M

arloes van Noorloos, universitair docent strafrecht aan Tilburg University, denkt van niet: “Als strafrechtdeskundige, vrouw, feminist en Amsterdammer ben ik bezorgd over deze maatregel, omdat het begrip ‘straatintimidatie’ zo vaag is.” Ook Tilburgse studentes zijn sceptisch. In Amsterdam geeft acht op de tien jonge vrouwen aan het afgelopen jaar minstens een keer last te hebben gehad van straatintimidatie. Ook homoseksuelen en transgenders worden regelmatig nageroepen of uitgescholden. Amsterdam is er klaar mee en komt daarom met een intimidatieverbod. De gemeente wil aanstootgevende uitlatingen en gedragingen op straat strafbaar stellen. Media berichten over een ‘sisverbod’, wat tot verwarring leidt. Volgens het stadsbestuur dekt die term de lading niet. Nafluiten en sissen is namelijk niet per se aanstootgevend, maar ‘slet’ of ‘wil je neuken?’ roepen wel. En juist die vaagheid maakt het intimidatieverbod volgens universitair docent strafrecht Marloes van Noorloos problematisch. Aanstootgevend “Strafrechtelijke verboden moeten duidelijk zijn, zodat iedere burger weet wat wel en wat niet mag. De gemeente Amsterdam heeft het over ‘aanstootgevende taal’. Het verbieden van aanstootgevende taal komt al snel in strijd met de vrijheid van meningsuiting, omdat het zo subjectief is: alles hangt af van iemands lange tenen.” Het ‘sisverbod’ is een slecht plan, zegt Van Noorloos. “Als de politie aanstootgevende uitingen in Amsterdam wil tegengaan, heeft ze daar een dagtaak aan. Die capaciteit kan beter aan andere problemen worden besteed. Het valt me tegen dat juist een vrije, liberale stad als Amsterdam met zo’n maatregel komt.” Ook Tilburgse studentes zijn sceptisch over het verbod. “Ik word ook weleens nagefloten of nagekeken op straat, maar zelf maak ik me daar niet zo druk om. Ik ga gewoon wat harder fietsen. Maar misschien voelt iemand anders zich in diezelfde situatie wél geïntimideerd”, zegt psychologiestudente Lotte (23). “Wanneer is iets dan objectief intimidatie te noemen? Dat lijkt me moeilijk om te bepalen.” Intimidatie Rechtenstudente Elise (21) heeft twijfels over de praktische haalbaarheid van een intimidatieverbod. Want wie gaat het controleren, en hoe? “Ik

denk dat de gemeente met een intimidatieverbod wel een goed signaal afgeeft, want met zo’n verbod zeg je dat intimiderend gedrag niet acceptabel is. Maar tegelijkertijd vraag ik me af of je zo’n verbod in de praktijk wel kunt handhaven.” Studente bedrijfseconomie Floor (21) ziet een intimidatieverbod wél zitten. “Ik zou het goed vinden als er ook zo’n verbod komt in Tilburg”, zegt ze. Op weg naar de universiteit moet Floor in haar eentje langs een bouwplaats lopen waar ’s ochtends mannen aan het werk zijn. “Ik loop daar altijd met tegenzin langs, omdat ik weet dat ze dingen naar me gaan roepen. Als je als meisje alleen over straat loopt, kan dat echt heel vervelend zijn. Mijn nicht woont in Amsterdam, zij belde me laatst alleen omdat ze langs een groepje jongens liep dat vervelend deed en ze daarom iemand aan de telefoon wilde hebben.” Mannen die vrouwen op straat lastigvallen vormen een probleem, vindt ook Van Noorloos. Maar een ‘sisverbod’ lost volgens haar helemaal niets op: “Ik denk niet dat dit een oplossing vormt om discriminatoire opvattingen over de vrouwen tegen te gaan. En dat is de oorzaak van het probleem.”

8 december 2016


14

Beeldend

foto ton toemen model Dana Berkx

Searching and Guessing when the rain is white and solid and the light already dark when the floor is full of clothes and the stomach full of chips he doesn’t know how she can phone their mom the other day when the clouds are strong and lonely and the cars about to start when the fridge is fully empty and the shower stays just cold she doesn’t know how he can show how happy they just are when the girl with the leather jacket asks politely for a chair when the boy called the dreamer can’t stop looking at his phone when the person with the clicker waits for the first question of the class when two former lovers see each other for their second first time when they could choose to be a rainbow what colors would they be when they could choose the colors what difference would it make? Jan Völkel, Campuspoet 2016

8 december 2016


15

8 december 2016


16

de vijf VAN EIJFF

Economisch beleid Trump voorspelt weinig goeds Het ongelooflijke gebeurde: ‘The Donald’ is verkozen tot Amerikaanse president. Hij kondigde ook al een aantal economische maatregelen aan. Wat betekenen ze voor de welvaart volgens ‘The Sylvester Eijffinger’, onze tophoogleraar financiële economie? Stond u ook niet even met de mond vol tanden toen Trump de verkiezingen won? “Het kwam voor mij toch niet geheel onverwacht. Eerder wees ik wel op de ‘muitende middenklasse’ (zie FD, 18 maart 2014, red.). Een grote groep die welvarend werd in de jaren ’90 en nu sinds de crisis vanaf 2008 allerlei verworvenheden kwijtraakt. Michael Moore heeft dat geweldig geanalyseerd in z’n documentaire over de achterban van Trump. Het gaat om mensen die zonder baan kwamen te zitten omdat bedrijven naar het buitenland vertrokken. Ze kunnen scholing en gezondheidzorg niet meer betalen en voelen zich in de steek gelaten door de overheid.”

‘Trumps winst was voor mij niet onverwacht’

Trump zegt de banen terug te halen naar Amerika. De dollarkoers schoot in elk geval omhoog. De markt heeft kennelijk vertrouwen in hem.

8 december 2016

“De markt is kortzichtig en kijkt hooguit één of twee jaar vooruit. De verwachting is dat Trump snel en fors gaat investeren in wegenbouw, bruggen en andere infrastructuur. Dat creëert vraag en stimuleert groei op de korte termijn, maar echt houdbaar op de lange termijn is dit niet. De staatsschuld zal oplopen, dat maakt dat rentes stijgen en alles duurder wordt.” Tijdens de campagne hintte Trump ook op het voortrekken van Amerikaanse bedrijven en het opheffen van internationale handelsverdragen. Kan dat zomaar? “Dat kan niet volgens de WTO en de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst NAFTA, maar er zijn wel allerlei manieren om binnen de mazen van de wet te zoeken naar manieren om de eigen markt te bevoordelen. Bijvoorbeeld door een muur van bureaucratie op te werpen voor buitenlandse partijen die goederen willen exporteren naar de Verenigde Staten. Door extra grenscontroles in te stellen, bijvoorbeeld. Dan worden de transactiekosten voor buitenlandse bedrijven hoger en de goederen uit het binnenland relatief goedkoper.”

Gaat dit werken? “Op de korte termijn zien we een boost, op de lange termijn een neergang. De belangrijke econoom David Ricardo heeft mooi laten zien hoe slecht protectionisme en isolationisme uiteindelijk zijn. Van een coöperatieve markt plukt iedereen de vruchten. Het ene land is beter in het fabriceren van product X en het andere in product Y. Dan kunnen ze beter van elkaar deze producten kopen dan het zelf te produceren. Dat maakt ze allebei meer welvarend.” Kortom: die muitende middenklasse heeft een kat in de zak gekocht. “Industrie kunstmatig terughalen terwijl die zich allang uit de markt geprijsd heeft, gaat niet werken. Er moet eerder gebouwd worden aan een andere economie, een kennis­ economie met onderzoek en universi­teiten, daar knapten Amerikaanse steden als Boston en Pittsburgh van op. Helaas heeft Trump het niet zo op universiteiten.”


17

Wè nou?

Wat heb je nu geleerd? college Data Mining locatie Mariënburg, MDB 1.11

tilburgse reacties op Het nieuws

Vrouwen moeten topfuncties bekleden. Dit gebeurt nu te weinig, dus stelt men op Tilburg University een vrouwenquotum voor. Is dit de manier om meer vrouwen in hogere functies te plaatsen? “Ik vind dit lastig. Mijn eerste reactie is: je moet kijken naar capaciteit, niet naar gender. Ik snap wel dat het belangrijk is om naar de buitenwereld uit te stralen dat je serieus met het probleem bezig bent. Maar wat als er gewoon meer mannelijk aanbod is voor topfuncties op de universiteit? Dan is een quotum niet verantwoord.” Kim Konings, 20, Communicatiewetenschappen

“Goede zaak. Het is belangrijk dat ook vrouwen als voorbeeld gezien worden door jonge mensen. Dat een jonge onderzoekster kan opkijken tegen een vrouwelijke hoogleraar. Het werkt aanstekelijk, aanmoedigend. Er moet een cultuuromslag gemaakt worden, ook vrouwen kunnen en moeten topfuncties bekleden.” Anneloes van Delft, 20, Liberal Arts

“Er moeten zeker meer vrouwen in topfuncties komen. Een quota is alleen niet de manier waarop dit bereikt moet worden. Het probleem moet bij de kern aangepakt worden. Een vrouw aannemen omdat ze vrouw is, is minimaal een risico. En gezien het belang van de kwestie: een risico dat je niet moet nemen.” Bas Veldhuizen, 21, Econometrie

“Ik vind een quota maar onzin. Je moet op basis van kwaliteit selecteren, niet op gender. Waarom zou je een vrouw aannemen, alleen omdat het een vrouw is? Ik zie wel dat er een probleem is. Heb er gisteren nog over nagedacht, maar weet nog geen goede oplossing. Wordt vervolgd.”

Docent?

Wouter Duivesteijn

Kon je wakker blijven? Jawel.

Hoe zaten de studenten erbij?

Behoorlijk fris op de vroege ochtend (08.45u). Keurig in het gelid, op de eerste en tweede rij. Als Duivesteijn een vraag stelt, denken ze hardop mee. De ijverigste student stelt zelf vele vragen en tekent in de pauze grafieken op het bord voor de minder knappe koppen. Lovenswaardig allemaal, want het is er stikheet. Met een droge bek staren de studenten naar de nog drogere met wiskundige formules overladen dia’s. Al had de dame op de voorste rij vooral oog voor de Tilburgse koophuizen op haar laptopscherm.

Had de docent er zin in?

Enorm. Het tempo ligt hoog, maar daar kan Duivesteijn niet veel aan doen. Er is veel te bespreken. Enthousiast neemt hij de studenten aan het handje. Stap voor stap laat hij zien hoe ze data kunnen groeperen in clusters. Of eigenlijk wat daar mis bij kan gaan en hoe je dat oplost. Als hij niet op het whiteboard met stiften datasets uittekent, zwaait hij met zijn handen door de lucht. Wiskundige formules en symbolen legt hij begrijpelijk en verrassend snel uit. De hitte is voor hem geen probleem. Misschien omdat hij college geeft met opgestroopte mouwen en een in zijn overhemd gestoken zonnebril.

Wat heb je nu geleerd?

Dat je data in clusters kan verdelen. En dat het geen hocus pocus is, maar vooral een kwestie van goed nadenken over wat je doet.

Hao Zhang, 23, Finance

8 december 2016


18

leestijd

4

minuten

tekst Ron vaessen fotografie natalie van leeuwenberg

De spelregels van brongebruik

R

“Ik wilde niet voorschrijven hoe het moet, dan word je al snel gezien als de methodenpolitie.” Aldus Marnix Snel over Meester(s) over bronnen, een studie naar de eisen en spelregels van brongebruik in de rechtswetenschap. Toch moest iemand die spelregels eens optekenen.

Vier idealen

ze keuzes moeten verantwoorden. Het mag een unicum heten dat de Tilburgse bachelor Rechtsgeleerdheid sinds 2014 een vak MTO heeft. Toen Marnix Snel rechten studeerde aan Tilburg University, bestond dat vak nog niet. In de opleiding bestuurskunde, die hij ook deed, was er wel aandacht voor methoden en technieken. Heel belangrijk, realiseerde Snel zich toen hij zijn scripties schreef en tegen problemen aanliep. Een vurige wens ontstond om iets te creëren dat beginnende onderzoekers meer houvast zou geven en dat het methodologisch bewustzijn onder rechtswetenschappers vergroot. Dat werd uiteindelijk een proefschrift.

Uit zijn onderzoek haalt Snel vier idealen die bij het brongebruik hooggehouden moeten worden. 1) Een precieze en correcte bronvermelding. Keuzes die vragen oproepen bij de lezer moeten daarbij gemotiveerd worden. 2) Bronnen die worden opgevoerd moeten bijdragen aan beantwoording van de onderzoeksvraag. 3) Het brongebruik moet gebalanceerd zijn en zo compleet mogelijk. Belangrijke bronnen zoals hogere rechtspraak en gezaghebbende literatuur mogen niet ontbreken. 4) Het brongebruik moet geloofwaardig zijn. Er mogen geen fouten in de beschrijvingen zitten en er moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij gangbare interpretaties.

34 hoogleraren Zijn onderzoeksterrein is traditioneel: juridischdogmatisch onderzoek is het fundament van de rechtswetenschap. Snels onderzoeksopzet is alles behalve traditioneel: hij zat niet vier jaar in gebouw Montesquieu gebogen over wetenschappelijke literatuur, hij reisde voornamelijk door het land. 34 hoogleraren in de rechten sprak hij. Om te achterhalen wat ervaren rechtswetenschappers zelf goede gebruiken vinden qua brongebruik. Het probleem is volgens Snel niet dat ze geen ideeën hebben over eisen en spelregels van een goed bronnengebruik, het probleem is dat die ideeën impliciet en onbesproken blijven. Met zijn onderzoek wilde hij de bestaande ideeën aan het licht brengen. “Over de opzet heb ik lang nagedacht. Ik wilde niet voorschrijven hoe

echtenstudenten weten weinig van onderzoek doen. Aandacht is er nauwelijks voor in de studie en ze krijgen geen cursus over methoden en technieken van wetenschappelijk onderzoek (MTO). Dus weten ze bijvoorbeeld niet hoe ze naar bronnen moeten zoeken, welke bronnen ze mogen negeren en wanneer

8 december 2016

het zou moeten, dan zien mensen je al snel als de methodenpolitie. En de hoogleraren die ik heb geïnterviewd hebben meer wijsheid in pacht dan ik.” In het onderzoek toont Snel aan wat rechtswetenschappers belangrijk vinden en wat de grootste gevaren zijn bij het bronnengebruik. Hij hoopt bij te dragen aan een cultuuromslag, die al gaande was. “Het is duidelijk dat het beter gaat, je ziet dat er bij artikelen en boeken bijvoorbeeld vaker een onderzoeksvraag wordt beschreven. Tien jaar geleden was dat minder. Ik was er toen nog niet bij, maar durf die claim wel te maken. Je ziet ook dat onderzoekers steeds vaker aangeven hoe ze gezocht hebben naar bronnen, welke keuzes ze hebben gemaakt.” Een balans zoeken Onduidelijkheid over methoden is in de wetenschap allerminst een aanbeveling. Door er expliciet aandacht aan te besteden, kunnen veelgemaakte fouten worden voorkomen. Dat kan ook goed zijn voor de geloofwaardigheid van de rechtswetenschap, erkent Snel. “Maar dat betekent andersom niet dat je kwalitatief slecht onderzoek aflevert als je het niet doet. Je kan bovendien niet op alle eisen een tien scoren, je moet een balans zoeken. Je wil je verantwoorden, maar op een publicatie met 40 bladzijdes uitleg over brongebruik zit niemand te wachten. Je wil ook een leesbaar artikel schrijven.” Het onderzoek van Snel is vooral bedoeld voor beginnende onderzoekers. Om die handvaten te


19

Vijf gevaren Snel ziet vijf concrete gevaren die een juist brongebruik in gevaar brengen. 1) Voorkeuren, aannames en veronderstellingen van de onderzoeker. Die kunnen ervoor zorgen dat bronnen niet worden vermeld of überhaupt niet worden gevonden. 2) Een onderzoeker kan onvoldoende achtergrondkennis hebben van een kennisgebied of brontype, waardoor hij of zij interpretatiefouten maakt of onjuiste generaliseringen. 3) Door de toenemende digitalisering worden (vaak) papieren bronnen niet meegenomen in het onderzoek, omdat ze moeilijk te raadplegen zijn. Ook is er steeds meer materiaal dat online gepubliceerd wordt zonder de traditionele controlemechanismen van tijdschriftredacties te hebben doorlopen. 4) Er is steeds meer informatie beschikbaar, waardoor het moeilijk is op het juiste spoor te blijven. 5) De verantwoording van gemaakte keuzes blijft te makkelijk achterwege.

column Tom Grosfeld student CIW

Corry

geven, want er worden nu veel fouten gemaakt door studenten en promovendi. “Er zijn wel honderd valkuilen. Ook voor de ervaren onderzoeker kan het proefschrift nuttige inzichten bevatten om de eigen methoden en technieken te vergelijken of aanvullingen te bedenken. Daarnaast hoop ik dat mijn bevindingen invloed hebben op degenen die zijn belast met beoordeling van onderzoek. Scriptiebegeleiders bijvoorbeeld, en tijdschriftredacties. Die hebben vaak geen eenduidig idee over wat ze goed onderzoek vinden, en hebben ook geen eenduidige richtlijnen waarmee scripties of publicaties worden beoordeeld. Daardoor weten studenten en onderzoekers ook niet goed wat van ze wordt verwacht.”

Ik fiets vanuit de universiteit naar huis. Het is donker, of op zijn minst schemerig. Mijn studentenfietsje is niet voorzien van een goed werkend licht, maar ter compensatie ben ik extra op mijn hoede. Niets aan de hand, zou je zeggen. Totdat een echtpaar nadert. Midden zeventig, gok ik. Ze zijn nog ver weg, maar de vrouw heeft me al gezien. Ze knijpt eens goed met haar ogen en ziet een student op een fiets. Zonder licht. “Een student zonder fietslamp,” sist ze tegen haar man. “Gewoon negeren, Corry.” De man spreekt de woorden uit zonder hoop. Ze sleutelt wat aan de instellingen van haar elektrische fiets en spurt dan zonder aarzeling voor haar man uit. Voor de vorm probeert hij haar nog tegen te houden, maar het is tevergeefs. Corry heeft een missie. Verwoed komt ze op me af gesjeesd. Haar rimpels golven in de wind, haar hangende huid flabbert alle kanten uit. Een sliertje kwijl ontsnapt uit haar mondhoek. Het is moeilijk een gezichtsuitdrukking te detecteren, maar als ik zou moeten gokken: onweer. Corry komt in een razend tempo dichterbij. Dit is haar moment. Om een frontale botsing te voorkomen, wijkt ze op het laatste moment uit naar rechts. Terwijl me ze passeert, snerpt ze “levensgevaarlijk, levensgevaarlijk” in mijn oor. Gevolgd door een scheldkanonnade. De man, zichtbaar teleurgesteld vanwege het uitblijven van de frontale botsing, maakt een ‘ik-weetook-niet-waarom-ik-ooit-met-haar-getrouwd-ben’ gebaar en fietst rustig door. Corry is alweer op weg naar haar volgende slachtoffer: iemand zonder fietslamp die ook nog eens door rood fietst. Ik hoor haar schelle stem: “Levensgevaarlijk, levensgevaa-“ pats. Lantaarnpaal tegen elektrische fiets. De man ziet zijn vrouw hulpbehoevend in de berm liggen. Hij schudt zijn hoofd. “Levensgevaarlijk Corry, levensgevaarlijk,” en fietst goedgehumeurd naar huis.

8 december 2016


20

Koninklijke hotshot voor universitaire hotspot column Erik-Jan Broers

docent rechtenfaculteit

Moordlust Schrijf eens iets over goede voornemens voor het nieuwe jaar, stelde Francientje Appelsientje me voor. Dat leek haar wel een leuk idee. Waarschijnlijk omdat ze dacht – of eigenlijk wel weet – dat me dat toch niet gaat lukken. De decembermaand is voor mij de Maand van Verschrikking. Sinterklaas is nog maar net naar Spanje vertrokken, of de Kerstman is alweer in aantocht. Dat wordt altijd weer een concurrentiestrijd met Kindeke Jezus en zijn familie. Met als compromis dat er bij ons in de kerststal rendieren staan. De kersttijd vervult mij met huiver vanwege de enorme stapels tentamens die ik onder de kerstboom vind. Tentamens waarvan de antwoorden ook na enig lezen niet duidelijk maken wat er is gevraagd. Tentamens waarvan de antwoorden zijn geschreven in de kleutertaal die ook in zorginstellingen en psychiatrische ziekenhuizen wordt gesproken. Tentamens waarvan de antwoorden mij in deze dagen van vrede en verdraagzaamheid tot waanzin en moordlust brengen. En dan zeker goede voornemens maken! Dat ik in het nieuwe jaar me bijvoorbeeld meer ga verplaatsen in de belevingswereld van de studenten? Ja, prima hoor, dan bereid ik mijn colleges voortaan ook niet meer voor, en dan geef ik die met een mobieltje in mijn hand. Of moet ik me voornemen dat ik in 2017 meer aandacht aan mijn gezin ga besteden? Die zien me al aankomen, die zijn allang blij dat ik ze met rust laat. Zal ik dan proberen om in het nieuwe jaar mijn columns op tijd aan te leveren? Dat is bij voorbaat een kansloze aangelegenheid. Wat dan wel? Wat heeft een kans van slagen? Laat ik mij voornemen om in 2017 de hoofdredactrice van Univers niet langer Francientje Appelsientje te noemen.

Koningin Máxima opende 1 december de Jheronimus Academy of Data Science in Den Bosch. Het is een nieuwe ‘hotspot’ waarin Tilburg University en de Technische Universiteit Eindhoven de krachten bundelen.

J

ADS spitst zich toe op universitair onderwijs en onderzoek over ‘big data’ en de digitale revolutie. Bij de opening waren ook de Eindhovense rector Frank Baaijens en de Tilburgse rector Emile Aarts aanwezig, initiatiefnemers van deze samenwerking met de gemeente Den Bosch.

Het onderwerp ‘big data’ was volgens de Tilburgse rector Emile Aarts de perfecte aanleiding voor de universiteiten van Eindhoven en Tilburg om tot ‘een al langer gewenste, multidisciplinaire samenwerking’ te komen. Het onderwerp vraagt tenslotte om een Eindhovense benadering vanuit de digitale techniek, en een sociale, economische en juridische benadering vanuit Tilburg die zich buigt over kwesties als privacy. De Academy is gevestigd in het monumentale Mariënburgklooster aan de Sint Janssingel in de binnenstad van Den Bosch. Deze gemeente wilde fors investeren in een universitaire academie. Bovendien vonden Eindhoven en Tilburg dat een nieuwe plek de zichtbaarheid vergroot en de aparte status van de academie waarborgt. “Wanneer twee geliefden samen gaan wonen”, zo motiveerde Aarts de keuze voor Den Bosch, “trekken ze ook niet in bij de ouders, maar gaan ze op zoek naar iets nieuws.” Studenten kunnen bij de Bossche dependance terecht voor een Joint Bachelor of Data Science en verschillende masters waaronder een Master of Data Science Business & Governance, Data Science & Business Analytics, Marketing Analytics, Data Science & Engineering en Data Science & Entrepeneurship.

8 december 2016


21

fotografie dolph Cantrijn

8 december 2016


22

Over de schutting wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?

Masterscriptie

#Niet zo eeuwige roem Iedereen wint weleens een prijs. Het zijn er ook zoveel. Maar een Nobelprijs, dat is iets bijzonders. Dan ben je een grote. Eeuwige roem. Straten en gebouwen worden naar je genoemd. Ook op de Rijksuniversiteit Groningen, meldt UK, waar ze een heuse nieuwe Nobellaureaat in huis hebben: Ben Feringa. Op een receptie ter ere van hem werd bekend gemaakt dat het gebouw Zernikeborg wordt omgedoopt tot Feringa Building. Een prachtig eerbetoon, voor hem. Maar wie was Zernike ook weer? Oh, ja, een Groningse wetenschapper die zo’n zestig jaar geleden een Nobelprijs kreeg.

#Big brother is watching gnoes We zijn dol op olifanten, leeuwen, tijgers, neushoorns en ander meer of minder aaibaar wild dierenspul. Maar er wordt nog altijd illegaal op gejaagd. Parkwachters moeten dat tegengaan, al is dat op de weidsheid van de grote open savanne toch een beetje dweilen in de zee. Gelukkig werkt Wageningen University aan een oplossing, meldt universiteitsblad Resource. Onderzoekers hopen met analyses van vluchtgedrag van zebra’s en gnoes tot een model te komen waarmee locaties van stropers worden berekend. Stropers beware, Big Brother is watching gnoes!

#Bloody science Een groep Duitse onderzoekers, waarvan één van de Universiteit Leiden, deed onderzoek naar borderliners met zelfverminkingsneigingen. Eerst werden ze met moeilijke sommen en harde ruis in de stress gebracht en daarna werden ze soms bewerkt met een mes. Geen zorgen, schrijft universiteitskrant Mare, het was een speciaal mes. Eentje die niet echt snijdt, maar wel pijn doet. Het snijden gebeurde achter een schermpje, soms kreeg de proefpersoon daarop bloed te zien. En dat had effect. Van niets kalmeerden de borderliners zo snel als het zien van bloed.

#Succes met thee en taart Verslaggevers van het Gentse studentenblad Schamper namen poolshoogte bij studentenvereniging Moeder Theepot. De club houdt zich bezig, niet met pinten, maar met, juist, thee drinken. Niettemin hebben ze toch nog zo’n 150 leden. Vanwaar dit succes? “De laagdrempelige toetreding. Je hoeft je enkel een lidkaart aan te schaffen, waar je elk evenement wel een gratis theetje of taartje mee kunt scoren.” Iedereen mag anders zijn bij de vereniging. Daarom kun je er ook terecht voor koffie en warme chocomel, of meer, meldt Schamper. “Al giet je een scheut whisky in je thee of koffie, ze gaan je hierom niet scheef aankijken.”

8 december 2016

Spelen tegen de stroom in Geen filosoof zo berucht als Nietzsche, geen autobiografisch werk zo omstreden als zijn Ecce Homo. Stefan Voeten (Art, Media and Society) onderzocht hoe de Nietzsche-figuur in het boek zich verhoudt tot de culturele en historische context van de negentiende eeuw. In de wetenschappelijke literatuur zag Voeten dat Ecce Homo wordt weggezet als een gevaarlijk en problematisch werk van een gek, als een filosofisch werk dat geanalyseerd moet worden of als een werk waarin de stijl centraal staat. Niemand had nog onderzocht hoe het personage dat Nietzsche in het boek construeert zich verhoudt tot de gangbare vormen van zelfrepresentatie in de negentiende eeuw. In die tijd ziet Voeten namelijk vier manieren waarop grote kunstenaars zichzelf presenteren. Als 1) uniek en speciaal, 2) met een focus op transcendentie, 3) met veel nadruk op pijn, melancholie en decadentie en 4) met spelelementen als grapjes, parodie en ironie. Nietzsche was als ieder mens een product van zijn tijd, en gebruikte deze mogelijkheden. Maar Nietzsche was Nietzsche, dus deed hij de dingen ook anders dan zijn tijdgenoten. Hij combineerde de mogelijkheden tot iets nieuws. Van esthetiek tot nationalisme, Nietzsche vond het een idealistische vlucht van de realiteit. Toch presenteerde hij zichzelf als Christusachtig figuur, als groots en uniek. Om zich tegelijkertijd óók als tegenovergesteld aan Christus te presenteren. En zichzelf terloops een hansworst te noemen. Nietzsche claimde labels en verwierp ze, waardoor hij een flexibele en ambigue persoonlijkheid creëerde. Spel wordt tot in het extreme doorgevoerd in Ecce Homo. Met veel ironie, parodie en satire vernietigt Nietzsche grote bewegingen als het Christendom en het Duitse nationalisme. Concluderend stelt Voeten dat Nietzsche spel weer een centrale en creërende factor gaf in de negentiende-eeuwse cultuur. Die rol was verloren gegaan in een eeuw van redelijkheid en rationaliteit, met een nadruk op technologie, werk en productie. Cijfer 8,5


23

reading time

5

minutes

Ammar Maleki: academic and activist text Laura van gelder Photography dolph cantrijn

For Ammar Maleki, academia and activism are the same. Coming from Iran, he has witnessed the cruelties of a tyrannical system from nearby. “My father was severely tortured for being critical.”

A

mmar Maleki is the son of a well-known Iranian human rights activist, who suffered years of imprisonment and severe torture for criticizing the regime. He is also an assistant professor in Comparative Politics at Tilburg University. Following in his father’s footsteps, Maleki joined the struggle for change in Iran. But the price he pays for being an activist scholar is high. He cannot return to Iran, while his father is forbidden to leave the country. Although it has been eight years since they

last saw each other, they remain firmly united in their pursuit of a democratic Iran. “You can either be silent and exercise your basic rights, or you can be committed to what you believe in and be denied those rights. My father and I chose the second option.” As the son of a human rights activist, did you become involved in political activism at a young age? “I grew up in a political family. My father was a professor. After the Revolution in 1979, he became the first president of Tehran University.

He believed in free universities and democratically elected university authorities, which wasn’t common in Iran. When my father was the dean of Tehran University, the new regime decided to have a ‘cultural revolution’. Universities were closed because they were not in line with the revolutionary Islam. My father was against the Cultural Revolution, and called it a ‘cultural coup’. Because of that, he was imprisoned. He was tortured severely for five years, and he was even sentenced to death at one point. After his release, he continued to be critical. He was arrested and imprisoned many times, in different stages >>

8 december 2016


24

if you really want to do something, if you want to be part of the process of liberalization and democratization, you have to combine activism and academic knowledge. Without activism, you are just a theoretician. And as an activist, you need to understand theoretical concepts.”

of my life. But although I always had sympathy with my father’s dreams for a free and democratic Iran, I wasn’t political myself. Sometimes when you grow up in a political family, you become fed up with politics.” When did that change? “After I graduated from Tehran University in Automotive Engineering, I started working in one of the largest factories in Iran, a car factory. I worked there as a senior engineer for six years. I was happy with my job, I liked engineering. But I also understood that engineering is not the main issue we have in Iran. We don’t lack good engineers, we lack a good system. A free, democratic system. I decided to continue my education. I wanted to study political science, but I had a very technical background. When I was searching for a bridge between those two disciplines, I came across a new interdisciplinary field: engineering and public policy. One of the universities that offered this program was the Technical University of Delft. It was important for me to get funding somehow, because I wasn’t from a rich family. Luckily, I was able to get a grant from the Shell Centenary Scholarship Fund. And so I moved to the Netherlands with my wife, to start this new journey at the age of 30.” What was it like for you to study at a Dutch university? “It was fascinating. I had experiences that I never had in my life – being in a free society and studying at a free, liberal university. In Iran, there are a lot of restrictions. Here you can be critical, you can be involved in decision-making, you can organize gatherings. Together with other Iranian students, I established the first – and only – Iranian student association. We called our association the Iranian Students Society of TU Delft, or ISSTUD, which means ‘standing’ in Persian. I’m happy I got to be a part of that. I also enjoyed the courses I was following. I learned more about measuring different cultural values, how countries can be different based on cultural dimensions. That was very interesting to me, maybe because I could see the differences between two cultures. Iran has cultural dimensions that are completely opposite to those of the Netherlands. I wrote my master’s thesis on the way cultural differences affect public participation, and I graduated cum laude. That was great, even though I was going through a difficult time.” Why was it a difficult time for you? “When I started my Master’s in Delft, my wife got a PhD position in Materials Science. She had to go to Iran to obtain a visa to register as a PhD candidate, and I wanted to take that opportunity to visit my family. When we arrived at Tehran Airport, I was interrogated about my writings. I had written a book on civil disobedience, in which I introduced my theory of civil ‘misobe8 december 2016

Democracy and democratic systems are a central theme in your work. Is Iran a democracy? “No. Only if a country has free, fair and frequent elections, it can be defined a democracy. Iran doesn’t meet those minimum criteria. We don’t have free and fair elections. Iran is an electoral theocracy. There are elections, but these elections are not free and fair. And only the president and the parliament are elected, while the highest person in power, the Supreme Leader, is not.”

dience’. That’s something we see a lot in Iran. It’s in between breaking the law and accepting it. For example, wearing a hijab is compulsory for women in Iran. Breaking that law can have grave consequences, so women started to wear a ‘bad’ hijab, a sexy hijab, as a form of protest. And there are many other examples of this kind of civil obedience in Iran. I wrote about it, and it

‘For me, activism and academia are complementary to each other’ came to a book. At the airport I was interrogated about it. After four or five hours, I was released and we could enter the country. But once we were back in the Netherlands, I was told that it was no longer safe for me to travel to Iran. There was a lot of unrest at that time. When my father was imprisoned again and some of our friends were arrested, I understood that I could not go back. I haven’t seen my father since. He is banned to travel. I can’t go in, he can’t go out.” After graduating from TU Delft, you obtained your PhD cum laude at Tilburg University, where you were subsequently appointed as an assistant professor. Do you see your academic work as a form of activism? “Yes. For me, activism and academia are complementary to each other. In fact, I think that

What are you working on now? “On designing compatible democracies. My hypothesis is that there aren’t simply ‘good’ and ‘bad’ models of democracy. If a certain democratic system works well in one country, you can’t just transplant it to another country and expect it to be successful there as well. You have to take into account cultural elements.” Designing a democracy, is that like designing an automobile? “In a way. When you’re designing a machine, you have different elements and you combine them in a specific way to produce a specific outcome. In a political system, there are different institutions that are similar to the elements of a machine. When you consider all of these elements and you arrange them in a compatible way, then you are designing democracy.” Do you miss Iran? “Yes. It’s important for me to point out that Iran and the Iranian regime are two very different things. Iran is a country with a rich and old history, it has people who like many other people in the world want to have dignity and freedom. Iran contributes to the world’s cultural heritage, to science. I love my country, but many aspects of Iranian society are in decline because we don’t have a responsible, accountable, democratic government.” Do you wish to return someday? “I’d love to go back. But if I would go to Iran now, I would be imprisoned for being critical. I would have to spend years in prison. If I’m being realistic, I don’t think I’ll have the opportunity to go back any time soon. But I’d love to go back one day and contribute to the democratic transition of my country. I also hope to see my family again before it’s too late. That is my dream, but whether it can become a reality is another issue. Only God knows.”


25

reading time

5

minutes

text Laura van gelder

A lonely Christmas Dozens of internationals are stuck in Tilburg during the winter break. They won’t be driving home for Christmas. How do they deal with the holiday blues?

F

estive lights, richly decorated trees and the omnipresent tune of Mariah Carey’s ‘All I want for Christmas is you’ are guaranteed to get you in the holiday mood. But while most students are exchanging presents and enjoying long dinners with their families, not everyone gets to spend the holidays at home with their loved-ones. For international students who are forced to stay in Tilburg during the winter break, the holiday period can be a lonely prospect. “Luckily, I’ll be spending the holidays with my ‘new’ family here in Tilburg,” says Pablo Sáez.

Snow For International Business Law student Phuong Nguyen (23), visiting a Christmas market won’t do it. She’s hoping for a white Christmas. “The cold and the dark make me feel homesick. In Vietnam, we only have two seasons: one hot season, and one super hot season. So this is the coldest winter I’ve ever experienced. It makes me miss home”, she says. There is only one thing that can cheer her up: “Snow! I’ve never seen it before, and I really want to.” Phuong doesn’t know how she will spend the holidays yet. “I have a lot of things to do, but if I have time I’ll visit Amsterdam during the winter break”, she says. “In Vietnam, New Year is a

very important holiday. But we celebrate the Lunar New Year, which falls in January or February. By then the winter break will already be over and I won’t have time to go back home. I’m planning to get together with some friends in Tilburg on the day before Vietnamese New Year, and cook Vietnamese food.”

8 december 2016


26

Exams Economics student Pablo Sáez (22) from Chile is planning to get together with other ‘lonely’ internationals. “Most of my European friends are going back home for the holidays, but a lot of students from America, Australia and other far-away countries are staying in Tilburg”, he says. “Some international students who can’t afford to go back home during the winter break are going to travel across Europe instead. I have exams in January, so for me that wasn’t an option.” Pablo is glad he’s not the only one staying behind: “More than missing my family, I think it would be sad to spend the holidays alone. You shouldn’t be alone around that time of the year. It’s a time to be with friends and people you like. Luckily, I’ll be spending the holidays with my ‘new’ family here in Tilburg. As long as I can spend it with them, it won’t be a sad Christmas for me.”

Internships Laura Semeraro (23) is from Italy. She will graduate from Tilburg University in Communication and Digital Media this January. “I’m sad that I can’t spend the holidays with my family, but it’s a matter of priorities. I’m planning to stay in the Netherlands after I graduate, so I have to search for internships and I might have to move to another city soon. I can’t spend my time and money on travelling back home for the holidays, as much as I’d love to be with my family.” Christmas is an important celebration in Italy. “We always have a huge dinner on the 24th, and a huge lunch on the 25th. I’m especially sad that I can’t be with my little nephew. He’s only a year old, and I haven’t been able to see him often because I’m

8 december 2016

studying abroad”, Laura explains. She doesn’t know how she will spend Christmas yet, but she probably won’t be spending it alone. “Maybe I’ll meet up with my best friend, who has just moved to Germany. And a close friend from Greece will also stay on campus during the winter break.”


27

column Leanne Soff

liberal arts student

Resolutions 2017

Christmas markets Economics student Fizzah Malik (23) isn’t looking forward to the holiday break. “Most of my international friends are going home to be with their families. I’m from Pakistan and tickets are really expensive around this time of the year, so for me it’s not a possibility to go back home”, she explains. It’s Fizzah’s first time abroad, and she struggles with missing her friends and family – especially now that the campus is becoming cold and quiet. “I had never travelled outside of Pakistan before. Sometimes it’s difficult to be so far away from home. Right now I still have to do a lot of studying and I have my friends to keep me occupied, but I think I’ll miss home really bad during the winter break. My roommates are all going away for the holidays, so I’ll be home alone with a lot of time on my hands.” “I think I’ll visit some Christmas markets. They’re really fascinating to me, because we don’t have them back home. And I think it’s pretty cool to see stuff on my own, so I don’t mind going alone. I’ve also visited Prague and a lot of Dutch cities by myself”, Fizzah says. Still, she thinks it would be nice to have a platform where internationals who are ‘stuck’ in Tilburg during the holidays can meet. “That way, everyone would have somebody to spend the holidays with. It would also be a good way to meet new people, which is always nice.”

When I was a little girl, the first thing on my Christmas list would always be the same: world peace. Adorable, right? I guess back then, I was quite optimistic about the things I would be able to achieve on my own (or perhaps with a little bit of Santa Clause’s help). However, as time passed, something started to change. Don’t worry, it’s nothing terminal. That little girl who wanted to achieve world peace single-handedly is slowly transforming into Statler and Waldorf. In case you’re wondering, Statler and Waldorf are those two old muppets who watch all the other muppets from their little balcony and just criticise pretty much everything. I know, considerably less adorable, but I’m afraid that this is what is becoming of me. I try so hard to be nice and kind, but every time I hear someone tell me about how they’re working on a great world-saving project where they plan to turn used eggshells into sustainable organic tricycles (or whatever idiotic thing they have come up with now), I get this uncontrollable desire to punch them in the face and tell them just how tiny and insignificant they are, how they are never going to save the world and how in ten years they will call me in tears, surrounded by rotten eggshells, telling me that I was right all along. Of course, I don’t punch anyone. I patiently listen while they tell me how many eggshells are wasted annually and how this will solve global warming and famine. I smile and I nod while making a mental note: “New Year’s resolutions 2017: Stop talking to people.”

8 december 2016


28

Waar is Univers?

door Leanne Soff fotografie Jack Tummers

dagboek van een eerstejaars

H

oewel ik één minuut te vroeg ben voor het hoorcollege is er geen plek meer. De collegezaal is afgeladen. Het is ochtend. Wat is

er gebeurd? Ik schiet een studente aan en vraag wat er aan de hand is. “Seksschandaal?” fluister ik. Ze schudt haar hoofd en wijst naar beneden, de trappen af, mijn blik volgt haar vinger. Beneden staat de mooiste man die ik ooit heb gezien. “Nieuwe docent,” fluistert ze terug. De docent krabt aan zijn ochtendbaard, schraapt zijn keel en zegt dat hij gaat beginnen. “Kom,” zegt de studente en trekt me aan mijn arm de collegezaal uit. Op de gang zegt ze dat het hoorcollege dáár gestreamd wordt. Ze wijst op een deur, even verderop. Er wordt wat afgewezen vandaag op de universiteit. De studente zegt dat ze ook zo komt, “maar... eh... eerst moet ik even naar het toilet, even wat doen. Is hij niet prachtig?” Ik knik. Ik loop naar de aangewezen deur en open hem, binnen zie ik dat ik in de ruimte sta waar schoonmaakspullen en poetsrollen worden bewaard. De deur valt achter me in het slot. Ik bonk tegen de deur, maar niemand lijkt me te horen. Tussen twee stellingkasten in is een stukje vrije muur. Ik druk mijn ene oor tegen de muur en stop mijn vinger in het andere. Als ik mijn adem inhoud kan ik soms flarden opvangen van het hoorcollege, met mijn vrije hand maak ik aantekeningen op een poetsrol.

8 december 2016

in de zelfverdediging Van nature ben ik niet bijster agressief. Als je me heel kwaad maakt komt er hoogstens een passief-agressieve column op je af. Helaas blijkt dat, op het moment dat je een steegje ingetrokken wordt, niet de beste manier van zelfverdediging te zijn. Gelukkig heeft het universiteitssportcentrum een speciale cursus: weerbaarheid voor vrouwen. Dat hebben ze geweten. Na een vijf weken lange opbouw gaat men in deze laatste les vol in de aanval. Volledig voorbereid werp ik me met mijn mede-weerbaarheidsvrouwen vol overgave op onze belagers. Zelfs de man

op de achtergrond die, bij wijze van uitzondering, in de laatste les aanwezig is, druipt na een paar rake trappen en stoten af. In zes weken zijn deze onschuldige meisjes omgetoverd tot ware vechtmachines. Persoonlijk kan ik het iedereen aanraden. Al is het maar om de fantastische move genaamd ‘de garnaal’, waarmee je je als een soort gepensioneerde zeeleeuw uit een wurggreep kan manoeuvreren. Geen mens die een serieuze achtervolging in kan zetten wanneer het slachtoffer zich met de billen in de lucht over de grond hobbelend voortbeweegt.

Het open feest van T.S.C. Olof biedt de uitgelezen mogelijkheid om alvast aan het studentenleven te ruiken. Of misschien zijn de dames allang studerende. Eigenlijk doet het er niet toe. Op het Pablo Discobar feest hebben ze het goed naar hun zin.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Univers #6: Hoog bezoek by Redactie Univers - Issuu