Skip to main content

Univers #5: Sabelstudente Sophie Smits

Page 1

Onafhankelijk magazine Tilburg university

Sabelstudente Sophie Smits

Insecten eten

jaargang 54 | 17 november 2016 #05

Denken over voedsel moet radicaal anders

Politie discrimineert

Niet je beste vriend

Black Pete

A history of St. Nick's controversial helper


2

In deze Univers

06

11

De politie is niet je beste vriend

Studente met sabel

De politie discrimineert. Met die boodschap begaf antropoloog Paul Mutsaers zich in het wetenschappelijke en maatschappelijke debat. Nu hij alle kritiek en aandacht heeft overleefd, blikt hij terug.

Studente Sophie Smits rijgt de ene na de andere overwinning aan haar sabel. Toch twijfelt ze aan haar toekomst. “Ik wil verder, maar voel me niet gesteund.”

18

23

Twee porties insectensoep, aub

Saint Nicholas’ controversial helper

Als we in de toekomst nog willen eten, zal ons denken over voedsel radicaal moeten veranderen. Zitten we over twintig jaar massaal aan de insectensoep? OVERIGE ARTIKELEN 5 Culturele kaalslag in Tilburg 26 Learn a language by app RUBRIEKEN 4 En Passant 4 Commentaar 10 I-con 10 Wazda? 17 november 2016

The ‘Black Pete’-debate rages again in the Netherlands. Univers-editor Leanne Soff looks into the history of Black Pete and tries to find a solution.

14 Beeldend 16 De vijf van Eijff 17 Wè nou? 17 Wat heb je nu geleerd? 22 Masterscriptie 22 Over de schutting 28 Dagboek van een eerstejaars 28 Waar is Univers?

COLUMNS 3 Luuk Koelman 9 Tom Grosfeld 21 Erik-Jan Broers 27 Leanne Soff


3

Van de redactie broodje sprinkhaan Insecten zijn mijn beste vrienden. Ik ben nooit bang geweest voor spinnen, wespen of ander klein gespuis. Zelfs de mug kan ik niet haten. Hebben jullie wel eens gezien hoe vasthoudend een mug een gaatje in een klamboe zoekt? Echt centimeter voor centimeter speurt ie de hele nacht langs de meters gaas. Maar ondanks al mijn liefde en bewondering voor insecten verorber ik ze graag. Ik heb ze leren waarderen door veel bij Afrikanen thuis te eten. Sprinkhanen vind ik het lekkerst. Knapperig met nootachtige smaak, vroeger kon je ze krijgen bij een klein zaakje in de Korte Putstraat in Den Bosch. Heerlijk, maar ik at ze wel met schuldgevoel. Gelukkig is insecten eten volgens veel wetenschappers de redding van onze aarde. Dat maakt het net iets beter te verteren. Lees meer hierover op bladzijde 18.

Francine Bardoel, hoofdredacteur f.bardoel@uvt.nl

Poll

Je vingerafdruk scannen voor biebtoegang?

35%

26%

24%

Nee! Ik studeer voortaan thuis

Boeien. Mijn vinger is toch overal al geweest

de universiteit heeft toch al mijn gegevens al

103 stemmen

76 stemmen

70 stemmen

15% Prima, privacy is overrated 45 stemmen

Stemmen op de volgende poll kan op Universonline.

colofon

Univers #5 17 november 2016

Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Ton Toemen Productie Prisma­ Print Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 6 van jaargang 54 verschijnt op 8 december 2016 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Francine Bardoel (hoofdredactie), Erik-Jan Broers, Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Laura van Gelder, Nathan de Groot, Tom Grosfeld, Luuk Koelman, Jeroen de Leijer, Yannick Maas, Joubert Pignon, Daan Rutten, Leanne Soff, Bas van der Schot, Bart Smout, Thomas Quack, Ton Toemen, Jack Tummers, Ron Vaessen, Mark van de Voort, Marga Walsh.

column Luuk Koelman

Horrelvoet Op de site van Univers las ik een mooi interview met Amber, een studente in een rolstoel. Ze zegt: “Op dit moment ben je als student met een beperking toch een uitzondering.” Haar belangrijkste kritiekpunt is het feit dat zelfs gloednieuwe gebouwen voor haar niet goed toegankelijk zijn. Gelukkig voert de LSVb actie, want studenten met een functiebeperking hebben te maken met extra kosten: zo’n 400 euro per maand. Bijvoorbeeld voor aanpassingen in het studentenhuis. Maar ook omdat gehandicapte studenten vaak niet in staat zijn om naast hun studie te werken. Dat moet financieel worden gecompenseerd, vindt de LSVb. Of Bussemaker maar even over de brug wil komen met een landelijke toelage van 400 euro per maand voor elke student met een functiebeperking. En oh ja, volgens cijfers van de LSVb hebben drie op de tien studenten een functiebeperking, want dyslexie, chronische vermoeidheid en een horrelvoet tellen ook mee. Nou, dan weet je het wel. Ik heb eens opgezocht hoe vaak de LSVb écht actie heeft gevoerd voor studenten met een beperking. Eigenlijk nooit. Vooruit, soms een beetje. De laatste keer was in 1998, op initiatief van het Astmafonds. Maar dat maakt de LSVb met deze actie weer helemaal goed. Nu heeft iedereen recht op een beperking! Geef die drie op de tien studenten vierhonderd euro extra, en binnen de kortste keren trekken alle studenten op de campus met hun been. Goed nieuws voor Amber. Is zij eindelijk geen uitzondering meer. Niet dat daarmee de toegankelijkheid van gebouwen verbetert, maar hé, wie maalt daarom? De LSVb in ieder geval niet. Hoe meer studenten gecompenseerd worden voor een beperking, des te beter. Totdat de studie voorbij is en er gesolliciteerd moet worden. Dan zijn alle beperkingen als sneeuw voor de zon verdwenen en is Amber toch weer de uitzondering.

17 november 2016


4

En passant Commentaar

Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? “Al 42 jaar werk ik hier,” vertelt Marlies koeltjes. U leest het goed, 42 jaar. Marlies werkt sinds haar twintigste voor de universiteit. “Eerst zat de catering nog in de hoogbouw van Koopmans en brachten we koffie op de kantoren rond.” Tegenwoordig mogen de mensen het zelf komen halen bij Marlies. Ze is gedetacheerd bij Sodexo. Met nog 5 jaar te gaan voor haar pensioen heeft Marlies straks 47 jaar op de campus rondgelopen. “Ik heb het nog altijd naar mijn zin, maar ik werk sinds kort wel een dagje minder.” Liefde & Vragen Een geheime boodschap: “Je bent super knap!” Voorzien van een heus gelukspoppetje lag dit in het postvak van Univers. De hele redactie is verguld met deze opkikker, maar de vraag voor wie dit daadwerkelijk bedoeld was, blijft rondzingen. Kunnen we er de volgende keer een telefoonnummer bij krijgen?

Maandag & Drank Maandagen zijn altijd een taaie kluif om door te komen. De bewoners van gebouw Esplanade hebben hier een antwoord op gevonden: drank. Over de keuze van het merk kunnen we later nog discussiëren, maar we geven ze een ruim voldoende voor de poging.

Slapen & Studeren Studeren is en blijft een prijzige bedoeling. Een zekere Duitse student heeft hier een oplossing op gevonden. Waarom een semester lang een kamer huren als je een camper hebt? Elektronica laad je op tijdens colleges en toiletten heb je in overvloed op de campus. Deze Duitse(r) komt er wel.

Racisme Vol verbazing werd Nederland wakker in de nieuwe wereld. Niet Hillary Clinton, maar Donald Trump als president. Telt Amerika dan echt zoveel racisten? Wat echt verbazing moet wekken, is het feit dat wij daar in Nederland zo verbaasd over zijn. Uitgerekend wij moeten beter weten. Blader deze Univers eens door en het blijkt direct dat racisme in Nederland een hot issue is. Of het nu gaat om discriminatie bij de politie (p. 6) of de jaarlijkse Zwarte Piet-discussie (p. 26), het zal niemand ontgaan dat Nederland niet langer het morele gidsland is. Een blik op de peilingen leert dat Wilders met de PVV bovenaan staat – ook al voordat Trump president werd. Als de PVV de grootste partij van Nederland kan worden, waarom zou Trump dan niet de president van Amerika kunnen worden? De aanhang van Wilders en Trump is groot en toch weten we amper hoe die eruit ziet. Zonder aarzeling wordt deze groep mensen al jarenlang afgeserveerd als racistisch en weggezet als een groep mongolen die je eigenlijk het stemrecht moet afpakken. De term ‘racisme’ is een stoplap geworden. Een middel om de ander niet te hoeven begrijpen. Maar hoe wil je de ander overtuigen van jouw gelijk, als je hem bij voorbaat uitscheldt en weg parkeert? In Vrij Nederland staat een interview met de linkse sociologe Arlie Hochschild. Vijf jaar lang trok zij op met conservatieve Trump-stemmers in Louisiana, om zo een beter beeld van hen te krijgen. Ook Nederland heeft meer dan ooit sociologen nodig die voorbij het eigen gelijk kijken. Wie een land wil veranderen, moet het eerst begrijpen.

Vind jij ergens iets van? Heb jij een opinie die wel in de krant mag? Neem contact op met Bart Smout (b.smout@uvt.nl).

17 november 2016


5

leestijd

4

minuten

tekst Mark van de Voort fotografie Thomas quack

Culturele kaalslag in Tilburg In culturele vrijhaven Tilburg leek alles pais en vree, maar het uitgebrachte advies van de commissie Kunsten van de Provincie Noord-Brabant zorgt voor grote onrust. Ineens krijgen zeven prominente instellingen en festivals nul op rekest en dreigen ze de geldelijke ondersteuning voor de periode 2017-2020 mis te lopen.

S

lachtoffers zijn de festivals Incubate, Mundial en Stranger than Paranoia, dansgezelschappen T.r.a.s.h. en Vloeistof, en beeldende kunstinstellingen PARK en Kunstpodium T. Het mislopen van de inkomsten zou weleens het einde kunnen betekenen voor deze voor Tilburg zo belangrijke instellingen. “Dit zal onherstelbare schade aanbrengen aan het stedelijke én provinciale cultuurlandschap,” wordt er gewaarschuwd in een gezamenlijk opgestelde openbare brief. Paul van Kemenade, al bijna 25 jaar drijvende kracht achter jazzfestival Stranger than Paranoia, windt er geen doekjes om. “Een dramatische klap voor Tilburg en heel Brabant. Met deze adviezen worden straks zeven Tilburgse instellingen zomaar weggevaagd. Eigenlijk allemaal het gevolg van het culturele wanbeleid dat zes jaar geleden door het Rijk is ingezet.”

Strijdbaar Een van de andere gedupeerden is het Incubate festival. Directeur Jan Zobel is beslist: “We zijn strijdbaar en dat merk ik ook bij andere instel-

lingen als Mundial en PARK. Belangrijk is dat we nu actie ondernemen en de verschillende Tilburgse kunstinstellingen lobby gaan voeren.” Zobel verbaast zich met name over het klakkeloos overnemen van landelijk beleid. “Met dit advies volgt de provincie de lijn van het Rijk die is uitgezet door het Fonds Podiumkunsten en Raad voor Cultuur. Er is ook weinig stof voor discussie want het oordeel van de commissie over ons is ruim voldoende. Het is dus simpelweg geldtekort.” Incubate zit in een overgangsfase. “Na een periode van financiële problemen zijn we dit jaar gestart met een andere festivalopzet, met vier kleinere festivaledities verspreid over het jaar. Terug naar de wortels van ons festival en de onafhankelijke cultuur, waardoor we het hele jaar door makkelijker kunnen inspelen op jonge ontwikkelingen. Gemeente en provincie schaarden zich vorig jaar nog achter deze nieuwe opzet. En nu ineens wordt het door de provincie niet meer gehonoreerd, terwijl we midden in het proces zitten.” De gemeente Tilburg is ondertussen van zins om de Gedeputeerde van Cultuur, Henri Swinkels, uit te nodigen voor een gesprek over deze

gewraakte adviezen. “We maken ons inderdaad zorgen”, laat Irma Galama, woordvoerder cultuur van de gemeente Tilburg weten. “Wij als gemeente vragen ons af of de gekozen methodiek van de commissie Kunsten van de provincie wel de beste wijze van toekenning is.” Risicovolle strategie Cultuuradviseur Bert Matthijssen uit Tilburg blijft optimistisch. “Als deze adviezen worden overgenomen, zou dat zo’n kaalslag voor Tilburg betekenen. Vanuit de provincie wordt wel ingezien dat dit niet kan.” Hij vindt de door de commissie Kunsten gekozen strategie risicovol. “Natuurlijk had de commissie gewoon de beproefde kaasschaafmethode kunnen hanteren. Dus alle instellingen moeten wat inleveren. Nu pikken ze er een stel uit. En daaronder bevinden zich ook Tilburgse festivals als Mundial en Incubate die net in een overgangsfase zitten. Zo’n advies komt dan heel ongelukkig uit.” Matthijssen vindt het sowieso bemoedigend dat de meeste instellingen en festivals uit Tilburg wel een positief oordeel hebben gekregen. “Alleen is het provinciale budget vooralsnog ontoereikend. Het kan goed dat de provincie in een later stadium de gelden wel vrij kan maken en deze positieve adviezen gewoon volgt. Daarbij hoeft de provincie de commissie Kunsten ook niet te overrulen.”

17 november 2016


6

leestijd

6

minuten

De politie is niet je beste vriend tekst Ron vaessen fotografie dolph cantrijn

T

Politieagenten discrimineren. Met die boodschap liet antropoloog Paul Mutsaers het wetenschappelijk en maatschappelijk debat ontvlammen. Nu hij alle kritiek en aandacht heeft overleefd, blikt hij terug.

oen Paul Mutsaers een jaar of zes was, zag hij bij het Tilburgse poppodium Noorderligt mensen met hanenkammen en piercings. Ze rookten jointjes en dronken bier. Nooit konden ze eens rustig zitten, want ze moesten zich legitimeren of werden weggejaagd door de politie. Mutsaers begreep dat niet en zag onrechtvaardigheid. Jaren later promoveerde hij juni 2015 op politiediscriminatie in Nederland, met zijn proefschrift A Public Anthropology of Policing: Law enforcement and migrants in the Netherlands. Daarin toont hij aan dat politieagenten in Nederland een te grote handelings-

Paul Mutsaers (1984) liep voor zijn promotieonderzoek tussen 2008 en 2013 mee met de politie in Amsterdam, Bergen op Zoom en Tilburg. Daar zag hij dat etnische profilering door de politie aan de orde van de dag is. De politie discrimineert. Juni 2015 verdedigde Mutsaers zijn proefschrift, dat sindsdien veel stof heeft doen opwaaien. Momenteel doet hij onderzoek naar anti-politieprotesten. Hoe kun je die protesten als wetenschapper echt kennen, als ze zich niet op straat maar op het dark web afspelen? En hij herschrijft zijn proefschrift voor een uitgave bij Oxford University Press.

17 november 2016

vrijheid hebben gekregen, waardoor het veel waarschijnlijker is dat ze etnische minderheden discrimineren. Zijn proefschrift maakte veel los. Burgers konden de politie ineens onderbouwd verwijten maken, politici riepen om maatregelen, wetenschappers deden (bevestigend) vervolgonderzoek en Mutsaers werd een gevraagd gast in de media. De politie heeft het met lede ogen aangezien. Moesten ze nu reageren op dit onderzoek of niet? Een beruchte stuiptrekking is hoe de politie omging met het bericht dat ze in Tilburg stopformulieren zouden gaan gebruiken. Om discriminatie door de politie in beeld te brengen, zouden agenten bij iedere aanhouding de reden daarvoor opschrijven en de etniciteit van de burger. Maar zodra Univers en andere media er lucht van kregen, haalde de politie het persbericht offline dat de stopformulieren gebruikt zouden worden. Vervolgens liet de Nationale Politie weten dat er van de plannen werd afgezien. Dertig minuten later ontkende de politie Zeeland-West-Brabant dat er überhaupt sprake was geweest van de plannen. Ondertussen staat de boodschap van Mutsaers’ proefschrift onverminderd overeind. Reden tot zorg, want de 55.000 á 60.000 agenten die dagelijks handelen, zorgen ervoor dat mensen anders gaan kijken naar onze samenleving. Somaliërs uit Tilburg-Noord bijvoorbeeld, doen geen aangifte meer en treden niet op als getuige. Mutsaers: “Ze zien de politie meer als een veiligheidsrisico dan als partner.”

Waarom controleert de politie bepaalde groepen vaker dan andere? “Het meest gegeven argument is efficiëntie. Maar dat is heel makkelijk onderuit te halen. Je kan alleen door willekeurig te selecteren een betrouwbaar beeld krijgen van criminaliteit. Door je te focussen op bijvoorbeeld Marokkanen, besteed je een gigantisch deel van je capaciteit aan een kleine groep mensen. Andere groepen verlies je uit het oog. Dat is helemaal niet effi­ ciënt, en ook nog eens onrechtvaardig, want in strijd met de grondwet.” Heeft de politie dan geen goede redenen om dit te doen? Marokkanen zijn bijvoorbeeld oververtegenwoordigd in misdaadcijfers. “Die cijfers zijn nooit objectief. In alle schakels van de strafrechtketen zijn beleidskeuzes daarvoor bepalend. Neem de reclassering. Die werkt met risico-inschattingstechnieken en catego­ rieën. Een categorie is geboorteland, dat bijvoorbeeld wordt gebruikt om te bepalen wanneer iemand voorwaardelijk mag worden vrijgelaten. Etniciteit is dus geïnstitutionaliseerd als medebepalende factor in een strafproces. Dan kun je niet stellen dat die statistieken neutraal zijn.” Wat heb je gedaan toen je meeliep bij de politie? “Participerende observatie. Achter in de auto, tijdens verhoren, bij verkeerscontroles en huiszoekingen. En dan zie je dat verkeerscontroles >>


7

‘In Hilvarenbeek worden grapjes gemaakt tegenover burgers, in Noord wordt er keihard opgetreden’

17 november 2016


8

in Hilvarenbeek er heel anders aan toegaan dan in Tilburg Noord. In Hilvarenbeek worden grapjes gemaakt tegenover burgers, in Noord wordt er keihard opgetreden. Dat zijn indicaties. Wat we nodig hebben is grootschalig statistisch onderzoek. Daar wil de politie nog niet aan, misschien verandert dat nog.” Waarom lieten ze jou wel meelopen? “Ik was gedurende mijn onderzoek in dienst van de politieacademie. Dan ben je meer one of us. Ze nemen het probleem ook wel serieus. Maar als je kwalitatief onderzoek doet, kunnen ze het sneller als een verhaal afdoen. Als ze door kwantitatief onderzoek worden geconfronteerd met harde cijfers, is dat anders.” Toch konden ze jouw onderzoek niet makkelijk wegwuiven. Er was veel belangstelling voor. “Veel kranten namen contact met me op. Er stonden felle woorden in het persbericht over mijn proefschrift, zoals road block. Dat is een ander woord voor verkeerscontrole, maar klinkt een stuk heftiger. Alsof het rechtstreeks uit een gewelddadige Amerikaanse tv-serie komt. Vrij snel werd ik opgebeld door een woordvoerder van de nationale politie. Hij vroeg of het niet wat genuanceerder kon. En hoe ik aan die termen kwam. Dat zijn jullie termen, zei ik. Het interessante van antropologisch onderzoek is dat je je baseert op uitspraken van mensen zelf.

17 november 2016

Via informele kanalen hoorde ik trouwens dat er nagedacht werd over een rechtszaak. En ik kreeg wat nare mailtjes.” Was dat bedreigend? “Dat niet. Vooral dat telefoongesprek was heel diplomatiek. Het is de kunst om dan in je wetenschappelijke stoel te blijven zitten. Te zeggen: dit zijn mijn gegevens, ik heb ze geanalyseerd, ik

‘De commissaris wordt van alle kanten bekeken, maar niemand ziet wat de straatagent doet’ refereer aan honderden andere bronnen in binnen- en buitenland waar ook wordt gesproken over politiediscriminatie. We hebben te maken met een groter probleem. Ik was overigens wel totaal verrast. Er is kennelijk een groot verschil tussen de interne en externe communicatie bij de politie. Ik sprak een keer op een leiderschapsbijeenkomst. Luid applaus. Ze waren zeer enthou-

siast en zeiden tegen me: goed gedaan, hier kunnen we mee aan de slag. Maar na publicatie was de officiële reactie dat ze zich niet in mijn bevindingen konden vinden.” Op een gegeven moment besefte je: al die aandacht en kritiek zijn ook wetenschappelijk interessant “Het is een verlenging van je werk. Je publiceert data, presenteert het, er komt een reactie op en dat is weer nieuwe data. Wat bijvoorbeeld inzicht geeft in hoe de politie omgaat met de problematiek. Het is wel persoonlijker en meer confronterend. Door een organisatie bloot te leggen, creëer je een productieve ongemakkelijkheid. Productief omdat je verschillende partijen zoals de politie, wetenschap, politiek en burgers in staat stelt erop te reflecteren. Dat is goed voor het democratisch proces.” En ongemakkelijk omdat je zelf mikpunt wordt van kritiek. Volgens de politie ben je een asshole? “Ik denk dat ik een asshole voor ze ben, omdat ik een beeld laat zien waar ze zich niet in kunnen vinden. De term is gemunt door de Amerikaanse politiewetenschapper John van Maanen. De asshole is iemand die de definitie van de situatie, zoals gegeven door de politie, niet automatisch accepteert. Dat wordt door de politie dan weer niet geaccepteerd. Op straat definiëren zij immers wat er gebeurt.”


9

De politie discrimineert. Dat probleem is toegenomen omdat de politie minder bureaucratisch is geworden. Maar minder bureaucratie, dat is toch juist goed? “Echt niet. Onder het mom van new public management zijn allerlei ideeën overgenomen uit de bedrijfswereld. Maar een handhavende instelling als de politie is geen commercieel bedrijf. Dat minder bureaucratisch zijn, zit trouwens niet zozeer in papierwerk of overregulatie. Daar denken mensen dan snel aan en dat kan inderdaad zeer belemmerend zijn. Ik bedoel een duidelijke hiërarchie in besluitvorming en verantwoording. Dat is bij de politie moeilijk, hoe lager in de hiërarchie, hoe meer vrijheid (discretionaire ruimte) je hebt. De hoofdcommissaris wordt van alle kanten bekeken, terwijl niemand ziet wat de straatagent doet. Dat is een probleem, want vrijwel iedere buitenlandse studie laat zien: hoe groter de discretionaire ruimte, hoe groter de kans op discriminatie.” Agenten zijn dus onzichtbaar. Maar tegelijkertijd zijn ze heel belangrijk geworden? “Er is geen duidelijke scheiding meer tussen privé en ambt. Er wordt tegen agenten gezegd: je kan alleen een legitieme politieagent zijn, als je authentiek bent. Jezelf blijft. Niet als je je verschuilt achter rollen of standaardprocedures. Er wordt gezegd: de stereotyperingen die je hebt, horen bij jou als persoon en jouw persoon doet ertoe. Ze zijn veel meer bezig met wie je bent, dan wat je kunt en doet. Waarom dit allemaal gebeurt? Burgertevredenheid. Het idee is dat mensen een agent willen die zich kan inleven in situaties.” Politieagenten worden zelfs geïnstrueerd om aan stereotypering te doen? “De politie heeft een actief doelgroepenbeleid. Er wordt gezegd: vandaag gaan we Oost-Europeanen uit het stadscentrum verdrijven, want er worden teveel zakken gerold. Terwijl de bevoegdheid er niet is. Agenten hebben dus veel vrijheid, en door de instructies die ze krijgen zorg je ervoor dat die gekleurd wordt.” Je pleit voor meer bureaucratie. Dat is geen sexy verhaal. Hoe zou dat er überhaupt uitzien? “Je kan stopformulieren invoeren om de vrijblijvendheid van de agent weg te nemen. Daarop noteer je bijvoorbeeld reden van aanhouding en de etniciteit van aangehouden mensen. Als een agent buitenproportioneel etnische minderheden aanhoudt, kun je die agent daar op aanspreken. Ook kan je burgerraden invoeren. Als burgers nu een klacht hebben komen ze uiteindelijk binnen de politie terecht. Dat is een probleem. En weg met het continu psychologiseren van de problematiek. De hoofdcommissaris zei over mijn onderzoek dat het om incidenten gaat, de oplossing was volgens hem individuele agenten op bewustwordingstraining sturen. Dan maak je het probleem alleen maar erger. En natuurlijk kan een bureaucratie eng zijn. Want die is zo goed of slecht als het regime dat erboven staat. Maar je moet er als verstandige mensen wel over kunnen nadenken.” Wat trekt jou trouwens in de antropologie? “Het maakte het bekende vreemd en het vreemde bekend. Ik wil laten zien dat de dingen die hier voor lief worden genomen niet zo logisch zijn. De antropologie van de politie is een nieuw veld. Lang heeft de antropologie niet durven kijken naar machtshebbers. Er is veel onderzoek gedaan naar mensen die het onderwerp werden van politieaandacht, maar heel weinig naar de politie zelf. Dat vind ik moeilijk als me wordt gevraagd naar etnisch profileren. Dan gaat het wéér over de doelgroepen van politie, terwijl we veel inzichtelijker moeten krijgen hoe de politie er van binnen uitziet. We zijn verleerd ons te verbazen over wat daar gebeurt.”

column Tom Grosfeld student CIW

Een normaal leven Ik nip koffie in de mensa. Een student, wiens blik treurnis uitstraalt, komt naast me zitten. Ook hij nipt koffie. We raken in gesprek. Ik hoor met engelengeduld een klaagzang aan over het werkende leven, dat met veel geweld op hem af komt stormen. Ontsnappen is geen optie. Ik voel de pijn in zijn stem en vraag me af of hij deze mokerslag ooit nog te boven gaat komen. Hij vertelt me dat het voelt alsof al zijn levenslust door een stofzuiger uit zijn ziel wordt gezogen. Als hij denkt aan een 40-urige werkweek, wil hij het liefst zijn kop in het zand steken en hem er nooit meer uithalen. Hij weet dat hij niet mag klagen, zich in een bevoorrechte positie bevindt en vooral dankbaar moet zijn voor de kansen die hij krijgt. Het afdelingshoofd van zijn opleiding heeft altijd duidelijk gemaakt hoe erg hij in zijn handjes moet knijpen dat hij les krijgt op een universiteit. Zijn potentie gaat benut worden, hij hoeft er alleen maar hard voor te werken. Intelligentie is vereist, maar zonder inzet verdwijnt intelligentie als sneeuw voor de zon. Nu is het moment daar. Hij vertrekt met zijn diploma’s naar de arbeidsmarkt. Hij zou ambitieus moeten zijn. Boven zichzelf uitstijgen in een concurrentieklimaat. De beste worden in zijn vakgebied. Maar het enige wat hij wil, is een leuk huis, een vrouw, kinderen, een gezinsauto, een hond, af en toe op vakantie en als er wat geld over is een kookeiland. En een 32-urige werkweek. Ontsnappen aan de gecreëerde nachtmerrie van het afdelingshoofd, beginnen aan de droom van een normaal leven. Waar ambities zich niet richten op carrière, maar op geluk.

17 november 2016


10

I-con

Wazda

Term: Technolease drama Vindplaats: Agenda Tilburg University naam Vera van Koetsveld opleiding International Business Administration leeftijd 19 jaar Nooit meer een druppel alcohol of nooit meer een druppel koffie? “Nooit meer een druppel koffie. Ik kan echt niet zonder gin-tonic!” Wie zou volgens jou de nieuwe president van Amerika moeten zijn? “Michelle Obama. Ik vind haar een heel sterke vrouw.” Wat is je meest nutteloze talent? “Ik kan heel snel atten.” Met haaien zwemmen of onvoorbereid naar een tentamen gaan? “Onvoorbereid naar een tentamen gaan. Dat overleef je tenminste.” In welk beroep zou je heel slecht zijn? “Ik moet geen basisschooljuf worden, want ik heb totaal geen geduld.” Je mag de campus verbouwen en je hebt een onbeperkt budget tot je beschikking. Waar begin je? “Ik zou allereerst de bieb groter maken, want die is veel te vol. O, en ik zou shuttlebussen regelen die je van de ene kant van de campus naar de andere brengen!” Welk fictief personage zou in het echt moeten bestaan? “Totally Spies! Moet ik er één kiezen? Dan Sam, die wilde ik vroeger altijd zijn.” Wie is je favoriete docent? “Henk Norde, mijn wiskundedocent. Die vind ik zó schattig!”

Managementtaal, turbo-Tilburgs of professorengepruttel. In de rubriek Wàzdà? duidt ex-campusdichter Nathan de Groot maandelijks een bijzondere term die gebruikt wordt op de universiteit. a) dat je uitgeleende CD’s met techno nooit terugziet b) een technocratisch toneelstuk c) dé nieuwe serie op Netflix d) een fnuikende transactie van bedrijven in nood In technolease zou muziek kunnen zitten. Als men in de jaren ’90 massaal schijfjes techno-muziek aan het uitwisselen was, dan zou de term passen. Anders dan bij een videotheek gebeurde technolease vaak ongecontroleerd. Het gevolg? Veel mensen die CD’s uitleenden zagen die nooit meer terug. Ze spreken daarom nog steeds van een technolease drama. Toch zou het ook een futuristisch toneelstuk kunnen zijn. Jarenlang heeft het kunnen bestaan zonder een duidelijk hokje, totdat een promovendus in Helsinki het vorig jaar als nieuw genre definieerde. In Finland zijn dit jaar al drie technolease toneelstukken verschenen. Allemaal de grond in geboord door recensent Juha Miitkottinen, die sprak van een groot technolease drama. Of is het toch een nieuwe hitserie op Netflix? ‘Heb jij Technolease drama al gezien? En begreep je ook hoe het zat met die gevangenis waaruit twee ingenieurs wisten te ontsnappen?’ Nee? Spoiler: ze overleven het niet. Het had allemaal gekund, maar het correcte antwoord is D. Terwijl de techno hoogtijdagen beleefde, ging het met Philips en Fokker ronduit slecht. Deze bedrijven verkochten hun kennis aan de Rabobank en huurden het vervolgens terug. Technolease is de naam voor deze zogenaamde ‘sale-lease-back’ transactie die gezien de toevoeging van het woord drama slecht heeft uitgepakt. Hoe precies dat weten Tilburgse onderzoekers die op 21 november hun boek Het Technolease Drama presenteren. Ook een nieuw woord of rare term gespot? Stuur hem naar univers@uvt.nl

17 november 2016


11

leestijd

5

minuten

Tekst bart smout fotografie ton toemen

Sophie Smits, studente met sabel Studente Sophie Smits rijgt de ene na de andere overwinning aan haar sabel. Na anderhalf jaar schermen stond ze al in de wereldtop. Succes genoeg dus. Toch twijfelt Smits aan haar toekomst. “Ik wil verder, maar voel me niet gesteund.�

17 november 2016


12

O

p een dinsdagochtend wilde Sophie Smits haar tas van de grond pakken en naar de universiteit gaan. Pijn schoot door haar schouder naar beneden. Ze kreeg haar arm niet omhoog. “Neem maar wat rust,” zei de dokter, “je pees is overbelast.” “Maar ik moet aanstaande vrijdag naar Polen voor mijn eerste wereldbeker schermen,” antwoordde Sophie. Slijmbeursontsteking in de schouder, vertelt Sophie in het Esplanadecafé op de campus. Heel pijnlijk. Nu kan ze erom lachen, maar toen het gebeurde was het een ramp. Na drie dagen fysiotherapie vertrok Sophie naar Polen. Ze kon haar arm redelijk bewegen, maar haar hoofd kon ze niet afschermen. Te hoog. Toch wist ze één partij te winnen. “De rest heb ik verloren, maar niet kansloos. Toen voelde ik wel: ik ben topsporter en er is niets mooiers dan dat.” Inmiddels is Sophie 22 jaar. De wereldbeker ligt twee jaar achter haar. Ze volgt twee masters aan Tilburg University: Finance en Strategic Management. De eerste is ze aan het afronden, met de tweede is ze net begonnen. Schermen doet ze nog steeds. Prijzen winnen ook. Maar of ze zich nog echt topsporter voelt? Er is in die twee jaar veel veranderd. Trainen doet ze minder en minder. Het einde van de studie is in zicht, een baan in de consultancy lonkt. Jij bereidt je al voor op een leven buiten de sport? “Ja. Er valt geen geld te verdienen met schermen. Schermen kost alleen maar geld. Typisch Nederlands is dat. Het is onmogelijk om rond te komen in de kleinere sporten. Of je moet het geluk hebben om grote sponsors te vinden. Zelfs als je naar de Olympische Spelen mag, verdien je nog te weinig om van te leven.” Hoe oud was je toen je begon met schermen? “Zestien.”

Hoe kwam je daarbij? “Ik zat in 5 vwo. We hadden op school gymlessen, maar te weinig lokalen voor alle klassen. Een keer in de drie weken had je buiten les. Bij die buitenlessen kregen we een keer een minicursus schermen. Ik vond het meteen leuk. En het ging ook meteen goed. Dat ik dacht: ik snap deze sport. Na de cursus kreeg ik een bon voor vier gratis proeflessen. Als rasechte Hollander heb ik daar natuurlijk gebruik van gemaakt. Dat gevoel dat ik de sport helemaal begreep, bleef. Dus vanaf toen ben ik blijven schermen. Mijn eerste puntentoernooi op een jeugdtoernooi won ik vijftien van de achttien partijen. Daarna mocht ik naar de

17 november 2016

regiotraining en de nationale training. Het bleef goed gaan. Na anderhalf jaar schermen stond ik al op mijn eerste wereldbekertoernooi.” Dat was tegen alle verwachtingen in? “Ja. Maar niet alleen tegen de verwachtingen van de schermbond in. Ik had het zelf ook niet verwacht. Als je net begint met schermen denk je echt niet dat je anderhalf jaar later al op je eerste wereldbeker staat.” Wat voor gevoel gaf dat? “Heel gaaf. Die schouderblessure was een enorme domper. Maar als je daar staat bij de openingsceremonie met het bordje ‘Nederland’ voor je, dan word je stil. Het gevoel dat je dan krijgt, is bijna niet te beschrijven.”

jammer. Ik kan nog zoveel leren, maar de middelen zijn er niet.” Heb je nooit gedacht: ik pak mijn spullen en vertrek naar Boedapest? “Natuurlijk. Ik heb overwogen een master in Boedapest te volgen en daar te schermen. Maar de masters daar staan niet hoog aangeschreven, dus dan zou dat weer een nadeel zijn. Uiteindelijk heb ik gekozen hier te blijven. Mijn geld moet ik later sowieso verdienen met iets anders dan schermen. Dan kan ik maar beter zorgen dat ik in ieder geval een goed diploma heb.”

‘Als beginner verwacht je niet dat je anderhalf jaar later op de wereldbeker schermt’

Je kunt schermen met een floret, degen of sabel. Waarom heb jij voor de sabel gekozen? “De sabel is een slagwapen. Er zit veel actie in. Als je met een sabel strijdt, moet je aanvallen. Raak je elkaar tegelijk, dan krijgt degene die het initiatief van aanval had een punt. Wie vertrekt er het eerst, wie strekt als eerst zijn arm? Dat zijn allemaal factoren waar de scheidsrechter naar kijkt om te bepalen wie het recht van aanval krijgt. Als ik het recht krijg, bouw ik mijn aanval uit. Raak ik mijn tegenstander en word ik geblokkeerd, dan neemt mijn tegenstander het recht van aanval over. Zo golft een wedstrijd op en neer. Het is altijd spannend.” Je houdt ervan om aan te vallen? “Ik hou in ieder geval niet van afwachten. Ik neem graag initiatief en ga ervoor. Bij sabel kun je alleen een partij winnen door de partij te maken. Dat vind ik mooi.” Hoe kwam je uit die wereldbeker? Hongerig naar meer? “Ja, ik wilde beter worden en nog eens deelnemen zonder blessure. Ik ben een half jaar in Boedapest geweest omdat dat een van de beste landen op sabel is. Dat was in 2014, in het derde jaar van mijn bachelor. In Boedapest heb ik veel geleerd. Je hebt daar zulke goede trainingspartners en sparringpartners. Terug in Nederland viel ik in een zwart gat. Hier is het niveau zoveel lager. Dat vrat aan mijn motivatie.” Boedapest was een omslagpunt? “Ja. Ik voel me in Nederland beperkt. Dat is heel

Je zei dat schermen je alleen maar geld kost. “Ik kan het gewoon niet betalen om ieder weekend naar een wedstrijd te gaan. De bond betaalt niks voor me. Ik moet alles zelf betalen: outfit, sabel, reiskosten, overnachting, inschrijfgeld. Sinds anderhalf jaar moet je ook nog een zogenaamde scheidsrechterbijdrage aan de bond betalen. Er is nog nooit een scheidsrechter meegegaan.” Je voelt je niet gesteund? “Ik sta nu vanaf maart 2015 eerste op de Nederlandse ranglijst bij de senioren. En vanaf 2012 stond ik eerste bij de junioren. Maar de bond helpt me niet. Die vraagt alleen maar meer geld. Kleine wedstrijden dichtbij huis kan ik nog wel zelf betalen. Maar EK’s en WK’s? Vergeet het maar. Waarom train ik dan nog? Wat ik wil bereiken, lukt me op deze manier niet. Daarom richt ik me steeds meer op mijn studie. En ben ik twee masters gaan doen. Beter voor mijn baankansen.” Is studeren niet een beetje saai na schermen? “Het is iets anders, maar niet saai. Ik zie studeren ook als een uitdaging. Zolang ik uitdagingen heb, ben ik gelukkig. Ik ben geen bankhanger. Stil zitten en niks doen, kan ik niet.” Toch gaat het goed met schermen de laatste tijd. Je traint weinig. En toch: een eerste plek in Leuven en tweede plekken in Amsterdam en Mülheim. Is het bloed daarna niet opnieuw gaan kruipen? “Het blijft knagen. Ik denk: als ik dit kan zonder al teveel te trainen, dan moet er toch meer te halen zijn?”


13

17 november 2016


14

Beeldend

foto dolph cantrijn

Bieb Nederlandse mannen zijn de langste ter wereld. En dat is handig in zo'n volle bieb, zo kun je beter die zeldzame vrije plek vinden. De dames in het midden hoeven zich daarover niet druk meer te maken. Een plekje hebben ze. Maar dan moet het echte werk nog komen. Zorgelijk kijkt de een, hoopvol muist de ander. En de derde neemt nog maar eens een slokje water. Misschien brengt dat de inspiratie een beetje op gang.

17 november 2016


15

17 november 2016


16

de vijf VAN EIJFF

Het referendum is een monstrum Sylvester Eijffinger is niet alleen onze tophoogleraar financiële economie, maar ook een kritische CDA-adviseur. Wat vindt hij van de perikelen rond de handelsverdragen met Oekraïne en Canada? Waarom gaat het toch zo moeilijk, met die handelsverdragen? “Dat heeft met van alles te maken, behalve eigenlijk met die handelsverdragen zelf. Niets is perfect, maar over het algemeen zorgen ze voor meer welvaart, een gelijker speelveld. Het probleem zit hem vooral in de politiek. De partij D66 wilde die referenda invoeren...” En referenda zijn het grote euvel? “Kijk, D66 wilde die referenda introduceren en de VVD, van oudsher altijd tegenstander van het referendum, moest daarin mee. Daardoor werd de hybride vlees noch vis-oplossing van een ‘raadgevend referendum’ in het leven geroepen. En nu weet niemand wat we precies met de uitslag daarvan moeten doen. Het is een monstrum. In Zwitserland werkt het, maar daar hebben ze het goed geregeld en verankerd in de politieke traditie.”

‘Wat Rutte wil is niet de oplossing’

Premier Mark Rutte lijkt nu toch te werken aan een handige op-

17 november 2016

lossing: het verdrag ratificeren, maar wel met een extra document, dat tegemoet komt aan de zorgen van de boze burger die ‘Nee’ stemde. Maar uw CDA ligt dwars. “Wat Rutte wil, is uiteindelijk niet de oplossing. Ook met zo’n ‘side-letter’ ga je de tegenstanders niet voor je winnen. Die zijn bezorgd over migratie, verlies van banen, crisis in Europa, enzovoort. Grote problemen, maar die verder niets met het handelsverdrag te maken hebben. Ik denk dat zoiets ook heeft meegespeeld bij de Walen, die hun stem lieten horen tegen CETA, het verdrag met Canada. Het is veel emotie. Het referendum, met een bijzonder onduidelijke vraagstelling en troebele status, heeft ervoor gezorgd dat het handelsverdrag met Oekraïne beheerst kon worden door irrationaliteit. Het CDA heeft toch echt gelijk. Of je legt het advies van het volk naast je neer, of je gaat niet akkoord met het verdrag. Meer smaken zijn er niet. You can’t have the cake and eat it too.”

Waarom legt Rutte het referendum niet gewoon naast zich neer? “Hij heeft er alle recht toe: het is een raadgevend referendum, geen correctief referendum. Maar hij wil dat niet doen, omdat hij dan bij de aanstaande verkiezingen geen euroscepticus kan blijven en Europa en de EU moet verdedigen. En dat doet hij liever niet, met een hijgende Geert Wilders in zijn nek.” Het politieke spel zal dus nog even duren! Iets anders nog. Onlangs vierden politici het 25-jarig bestaan van de EU in Maastricht. Het CDA organiseerde de bijeenkomst. Merkel was er, maar ook de president van de Oekraïne, Poroshenko. Is dat niet koren op de molen van mensen als Roos en Baudet, die geloven dat Oekraïne stilletjes lid wordt van de EU? “Dat geloof ik niet. Ik wist ook verder niet dat Poroshenko zou komen. Van dat soort grote manifestaties moet ik ook niets hebben. Die zeg ik altijd af.”


17

Wè nou?

Wat heb je nu geleerd? college New Media and Politics locatie Wz201

tilburgse reacties op Het nieuws

Tilburg University is een ‘cultuurarme omgeving’. Dit zei oud-hoogleraar Jaap Goedegebuure in de Volkskrant. Is het echt zo slecht gesteld met het culturele aanbod op de universiteit? “Er studeren hier veel internationale studenten, dus in die zin is de universiteit juist heel cultuurrijk. Alleen op het gebied van kunst en muziek valt nog wel wat te halen. Maar een cultuurarme omgeving? Nee, dat vind ik te drastisch.”

Docent? Ico Maly

Kon je wakker blijven?

Sarah Hendriks, 27, MA Communication & Information Science

Redelijk

“Ik heb hier nog niet zoveel zien gebeuren op cultureel gebied, maar misschien komt dat ook omdat ik wat verder weg woon. Hiervoor zat ik op het hbo in Arnhem. Het beeld dat ik van de universiteit had, lijkt tot nu toe wel te kloppen: het draait vooral om kennis vergaren, en minder om cultuur en leven.”

Dit college is het de beurt aan de studenten. Ze moeten hun groepspaper presenteren. “Wie gaat er eerst?” Schaapachtige blikken en krekelgeluiden op de achtergrond. Na wat voelt als een eeuwigheid aan ongemakkelijke stilte stapt een groepje met tegenzin naar voren. Vooruit dan maar. Omdat het moet.

Rutger Pauw, 23, pre-master Filosofie

“Er is op de universiteit genoeg te doen op cultureel gebied, maar zelf ben ik daar niet zo naar op zoek. Ik studeer econometrie. Over het algemeen zijn econometriestudenten niet zo creatief. Wij maken liever wiskundesommetjes.” Rachel van der Velde, 19, Econometrie

“Cultuurarm zou ik de universiteit niet noemen, maar van mij zou er wel meer mogen gebeuren op het gebied van muziek, kunst en theater. Er stonden een tijdje overal piano’s. En vorig jaar was er een kerstkoor, dat was leuk. In de stad Tilburg gebeurt gelukkig wel ontzettend veel, dus misschien kan de universiteit meer samenwerken met de gemeente.”

Hoe zaten de studenten erbij?

Had de docent er zin in?

Gezien de presentaties een rustig college voor de docent, zou je denken. Niets bleek minder waar. Hoewel zijn woorden rustig blijven, zie ik de wanhoop in zijn ogen. Hij wijst de studenten er vriendelijk op dat ze toch echt de vooraf gegeven indeling moeten volgen en dat de ondervindingen wel met data onderbouwd moeten worden. Volgens mij wil hij stiekem in het gezicht van de studenten schreeuwen: “Ga verdorie eens het boek lezen! En leer eens een wetenschappelijke paper schrijven, stelletje amateurs!” Als blijkt dat het eerste groepje niks gelezen heeft en pas een uur eerder een onderzoeksvraag heeft bedacht, zie ik zijn hart in duizend stukjes breken. Arme Ico.

Wat heb je nu geleerd?

Niets is ongemakkelijker dan zeven mensen, die samen twee slides met drie zinnen erop presenteren.

Liselotte Hattinga, 24, Human Resource Studies

17 november 2016


18

leestijd

7

minuten

Tekst tom grosfeld illustratie Jeroen de Leijer fotografie Jack Tummers

Twee porties insectensoep, alstublieft In 2050 wonen er naar schatting 9 miljard mensen op de wereld. AziĂŤ wordt welvarend en ontdekt vlees en vis, wat veel vraagt van de voedselproductie. Verandering is noodzakelijk, willen we iedereen blijven voeden. Volgens Karin Thomas, onderzoeker Duurzaamheid en Agrifood aan Tilburg University, moet onze manier van denken over voedsel drastisch veranderen.

17 november 2016


19

Z

o nu en dan een mals stukje biefstuk op ons bord, supermarkten gevuld met eten en de consument die koopt wat hij nodig heeft. Het lijkt zo vanzelfsprekend, voedsel is er altijd geweest. Er zijn ontzettend veel mensen zonder eten in de wereld, maar Europa hoeft zich toch geen zorgen te maken? Fout. Als we zo doorgaan, zal er wereldwijd, dus ook in Europa, een voedseltekort ontstaan. Reden tot paniek? Karin Thomas vindt van niet. Nog niet. De onderzoeker vertrouwt erop dat alles goed komt en dat er de nodige technologische ontwikkelingen zullen plaatsvinden. De consument speelt een belangrijke rol in dit proces. De knop zal om moeten.

In de media circuleren al geruime tijd berichten over een voedseltekort in 2050. Wat is de oorzaak hiervan? “Als we naar de toekomst kijken zijn er meerdere aspecten die leiden tot problemen. Ten eerste groeit de wereldbevolking. De heersende gedachte is: we moeten meer voedsel creëren op een meer industriële productiewijze. Het probleem is alleen dat deze manier van produceren maatschappelijk niet geaccepteerd wordt. Mensen reageren negatief op bijvoorbeeld intensieve veeteelt. Vinden ze niet kunnen. Ook is daarvoor een grote hoeveelheid antibiotica nodig, om dierenziekte onder het vee te voorkomen of genezen. Dit levert problemen op met antibiotica­resistentie. Een ander probleem speelt zich af in China en India. Daar zijn veel mensen op dit moment nog relatief arm, maar hoe rijker ze worden, hoe meer vlees ze gaan eten. In Europa wordt al veel vlees gegeten, China en India gaan de omslag van plantaardig naar vlees snel maken.

Welvaart zorgt voor een verlangen naar dierlijke proteïne. Dat is zeer problematisch, omdat daar ruim 2,5 miljard mensen wonen. Als ze hetzelfde voedingspatroon ontwikkelen als in Europa, ontstaat er al een tekort. Dan hebben we de stijgende wereldbevolking nog niet eens meegeteld. Dit zijn de twee grootste problemen, maar dat is helaas niet alles. Op mondiaal niveau wordt 70% van de totale waterconsumptie gebruikt voor de irrigatie van landbouwgrond. In ontwikkelingslanden kan dit percentage zelfs oplopen tot 95%. Water is essentieel voor landbouw. Moeten we meer verbouwen, komen we water tekort. Als laatste moeten we ons zorgen maken over klimaatverandering. Warmtezones worden opgeschoven en op sommige plekken komt de voedselproductie in gevaar. De Sahara wordt steeds groter, waar Spanje last van heeft. Ook andere zuidelijke landen ondervinden hinder van steeds groter wordende droge gebieden. Kortom, er staat veel te gebeuren. Wie weet

‘Hoe rijker ze worden, hoe meer vlees ze gaan eten’

wordt een biefstuk straks een luxeproduct dat alleen de allerrijksten kunnen veroorloven. Of er wordt toch heel intensief geteeld, wat maatschappelijk niet wenselijk is, maar misschien wel nodig.” >>

Karin Thomas

17 november 2016


20

Moeten we ons niet meer zorgen maken om landen waar niets te eten is, in plaats van landen die klagen over te weinig vlees op hun bord? “Er heerst een distributieprobleem, want er is nog honger in de wereld. Zolang er honger is, gaat er ergens iets niet goed. Deze problemen hangen samen met onze manier van denken over voedsel. 30% van het voedsel in de keten van boer tot bord, wordt weggegooid. Verspild. In arme landen vindt de grootste verspilling plaats op het land, in rijkere landen verderop in de keten, bijvoorbeeld bij consumenten die de houdbaarheidsdatum blindelings vertrouwen. Ook vanuit klimaatverandering speelt een distributieprobleem op. In 2050 worden 250 miljoen klimaatvluchtelingen verwacht. Die zullen vanwege droogte, overstromingen of mislukte oogsten niet meer kunnen leven waar ze leven, dus gaan ze ergens anders heen. Europa bijvoorbeeld. De technologie ontwikkelt zich gelukkig om deze problemen te voorkomen. Op Wageningen University is bijvoorbeeld een plant ontwikkeld die beter in staat is om in verzilte grond te groeien.”

vaak zonder te ruiken. Je kunt gewoon op je neus vertrouwen. Als het niet zuur ruikt, is het goed. De voedselindustrie wordt opgelegd om een hele veilige marge te nemen. Bij een normaalverdeling zitten ze binnen de vijf procent risicozone. De consument vertrouwt blind op de voedingsindustrie als het gaat om houdbaarheidsdata. Maar wie heeft de meeste baat bij het weggooien? Zij, want dan koopt de consument het opnieuw. Vertrouw dus wat meer op jezelf. De voedselindustrie krijgt, terecht en onterecht, enorm veel beschuldigingen naar zich toegeworpen, maar over de houdbaarheidsdatum hoor je niemand. Dat vind ik bijzonder.”

‘Je kunt je neus vertrouwen. Als het niet zuur ruikt, is het goed’

Hoe kan het dat maar liefst 30% van het voedsel, een absurd hoog percentage, weggegooid wordt? “We vergeten ons gezond verstand te gebruiken. Als je zure melk ruikt, drink je hem niet. Ook als de houdbaarheidsdatum nog klopt. Andersom is het zo dat mensen één dag na de houdbaarheidsdatum de melk al weggooien,

17 november 2016

Ligt het probleem bij de voedingsindustrie of bij de consument? “Consumenten kunnen niet alles blijven afschuiven op de industrie. Ze willen geen intensieve veehouderij, maar betalen voor biologisch eten doen ze ook niet. De consument is schizofreen. Het is een burger met bepaalde wensen, een consument die een bepaald uitgavepatroon nastreeft. Die consument lijkt totaal niet op de burger die begaan is met maatschappelijke belangen.” Hoe gaan we het voedseltekort in vredesnaam oplossen? “We kunnen biologisch gaan eten, maar dat moeten we ons wel kunnen veroorloven. Ook in Nederland gaan nog mensen naar de voedselbank. Op dit moment is er ongeveer 30% minder opbrengst

per hectare grond door biologische productiemethoden. We moeten naar 70% meer, dus daar zit een flink gat. Aan de andere kant: aan intensiveren van veeteelt kleven ook nadelen. Er moet een mix gevonden worden. Investeren in innovaties én consumenten moeten als de wiederweerga anders over voedsel gaan denken. En openstaan voor ander soort voeding.” Zoals het eten van insecten? “Inderdaad. Dit wordt in andere landen al


21

column Erik-Jan Broers

docent rechtenfaculteit

gedaan. Je kunt ze gewoon eten, of vermalen als dierlijke proteïne. De vraag naar deze proteïne groeit enorm, vooral in Azië. Als je dat ook uit insecten kunt halen, hoeft er minder vlees geproduceerd te worden. Zo bespaar je flink, want op dit moment wordt er ontzettend veel landbouwgrond gebruikt om diervoer te produceren, wat nodig is voor het ‘maken’ van een biefstuk. We gaan in Nederland zeker insecten eten. Het is een kwestie van tijd. Er zijn altijd mensen die het niet willen, zoals vegetariërs, maar het overgrote deel van de bevolking gaat het gewoon doen. Kinderen hebben er sowieso geen problemen mee, volwassen vinden het soms eng en raar. Maar ook grappig om te proberen.” Kan het eten van insecten het voedsel­ tekort een halt toeroepen? “Het is een mogelijke oplossing, maar zo zijn er meerdere. Op Maastricht University zijn ze bijvoorbeeld bezig met kweekvlees. Je kunt dan een hamburger eten, zonder dat er een dier sterft. Maar het is wel een échte hamburger. Ze maken gebruik van celvermenigvuldiging. Dat betekent dus dat je vlees kunt maken van ieder dier waar je een cel van hebt. Heb je een mammoetcel, kun je zelfs mammoetvlees eten. Het is allemaal mogelijk en er gaan geen dieren dood. Wie weet gaat het die kant op.” Hoe ziet de toekomst eruit? “Ik denk dat mensen zich bewuster zullen worden van voedsel. We gaan gezonder eten. Of dat vrijwillig is, of gedwongen door technologische ontwikkelingen, durf ik niet te zeggen. Ook zal er meer diversiteit in ons eten komen. Insecten, kweekvlees, meer vegetarisch. We gaan meer geven om dierenwelzijn. Misschien zeggen ze in 2050 wel: “Vroeger maakte ze dieren dood om het vlees op te eten, het is een schande!” Er zijn veel mogelijkheden. Ik hoop wel dat eten een sociaal evenement blijft. De lol moet er niet vanaf gaan. Technologie moet ruimte bieden om te genieten van eten.”

Fijnste college ooit Toen ik de collegezaal binnenkwam, zaten de studenten uitgeslapen en monter in de banken, klaar om te luisteren naar wat ik had te vertellen, pen en papier bij de hand, een enkele laptop. Zij waren allen op tijd gekomen en wensten mij vriendelijk lachend goedemorgen. Ze hadden zoveel mogelijk plaatsgenomen op de voorste rijen zodat ze het college goed konden volgen. Frisgewassen waren ze, met een heldere oogopslag, een leergierige blik, een kwieke lichaamshouding. Tijdens het college letten zij aandachtig op en maakten ijverig aantekeningen. Niemand zat te spelen met zijn mobieltje, of te kletsen met zijn buurman of buurvrouw, niemand zat te doezelen of te dromen, te gapen of te slapen. Opmerkelijk was ook dat alle studenten goed voorbereid waren. Zij hadden niet alleen hun boek bij zich, maar hadden daarin belangrijke passages onderstreept of gemarkeerd met vrolijke kleuren. Op alle vragen die ik tijdens het college stelde, wisten zij een zinnig antwoord te geven, terwijl zij van hun kant geregeld aangaven dat ze meer wilden weten over een bepaald onderwerp dat ik had behandeld. Herhaaldelijk ontstond er een levendige discussie over een deel van de lesstof. En zo ging het twee keer drie kwartier lang – het liefst hadden ze de pauze overgeslagen – tot de allerlaatste minuut van het college. Er was niemand eerder opgestaan om nog een trein of bus te kunnen halen; iedereen was gewoon tot het einde blijven zitten. Ik werd bedankt voor de gegeven les, die als zeer interessant en educatief was ervaren, duidelijk en prettig gebracht bovendien. Toen zij hartelijk afscheid van mij hadden genomen, werd ik wakker en was het tijd om op te staan. Jammer, het was zo’n mooie droom.

17 november 2016


22

Over de schutting wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?

Masterscriptie

#huisje printen In de wereld van vandaag stel je niets meer voor als je niet 3D bent. Zelfs op onze Tilburgse campus kunnen we pochen met een eigen 3D Print Lab. Maar in Eindhoven gaan ze nog een stapje verder, zoals je zou mogen verwachten van een Technische Universiteit. Daar hebben ze een 3D betonprinter. Stel je voor wat je daarmee kunt doen. En inderdaad, meldt Cursor, in de loop van volgend jaar willen ze een compleet huis printen. De techniek hebben ze al onder controle, zegt betonprof Theo Salet, “nu komt het aan op het opschalen.”

#Applaus voor de docent Je kunt klappen voor een goede voorstelling en sommigen doen het voor een geslaagde landing. Maar blijkbaar kun je het ook doen voor een mooi college. Zoals in Utrecht, schrijft DUB. Soms tenminste. Het is begonnen in september 2007 weet socioloog Bart van Heerikhuizen te melden. Volgens DUB klatert het applaus vooral bij grote colleges voor beginnende bachelors en ook bij de opleidingen van Sociale Wetenschappen. En soms krijgen docenten zelfs cadeautjes. Een docent kreeg een waterkoker: “De student was erg blij met de begeleiding, maar minder enthousiast over de thee die ik serveerde.”

#voor het lapje gehouden Het jaar is 1922 en de Nederlandse communist Henk Sneevliet reist met dit lapje in zijn kleren naar China. Het is een boodschap van Moskou aan de Chinese communisten. Mao en zijn partij moeten verhuizen van Shanghai naar Kanton, zo staat te lezen op socialhistory.org. Dat alles in overleg met kameraad Philipp, de codenaam van Sneevliet. Uiteindelijk is dit lapje wereldgeschiedenis in het archief van het IISG in Amsterdam terechtgekomen. Het dong mee naar de titel archiefstuk van het jaar, maar moest het afleggen tegen onze eigen Tilburgse muurkranten.

#Seksueel gezondste uni “Fashion and fornication unite at Project Condom, a University of Georgia program where contestants design outfits made out of 1,000 condoms” lezen we in The Red & Black, het onafhankelijke studentenblad van de University of Georgia. Dat gebeurt niet alleen voor de lol, het idee is dat studenten ook voorgelicht worden over safe sex. Door activiteiten als deze en bijvoorbeeld een Condom Express Delivery Service is de uni uit Athens, Georgia door condoomfabrikant Trojan uitgeroepen tot seksueel gezondste universiteit van het jaar.

De gevaren van antibiotica Antibiotica dreigen onbruikbaar te worden door resistente bacteriën. Dat is voor een groot deel onze eigen schuld. We gebruiken ze teveel. Michiel van Rijn (Sociologie) onderzocht waarom en hoe dat beter kan. Veel mensen gebruiken antibiotica om virale infecties zoals verkoudheid en koorts te bestrijden. Terwijl ze daar niet tegen werken. Zo vergroten ze onnodig de kans dat resistentie ontstaat. De overheid heeft campagnes gevoerd om mensen bewust te maken van de gevaren van verkeerd antibioticagebruik. Maar het kan moeilijk zijn om één boodschap over te brengen op burgers met verschillende culturele achtergronden. En mensen leunen op verschillende persoonlijke waardes en uitgangspunten, zoals het vertrouwen in instituties en de mate waarin ze egocentrisch zijn. Van Rijn deed bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onderzoek naar de invloed van deze sociaal-culturele kenmerken. Hoe beïnvloeden die de overtuigingen van mensen over antibiotica en hoe zijn verschillende soorten mensen het beste te benaderen? Ook vroeg hij zich af in hoeverre Nederlanders zich zorgen maken over resistente bacteriën. Nederlanders schatten de kans op een resistente bacterie laag in. Wel verschillen personen sterk in hoe gevaarlijk ze resistente bacteriën vinden voor de volksgezondheid. Nederlanders zien resistentie als een groter gevaar dan klimaatverandering en de economische crisis. Maar terrorisme vinden ze enger. Ook hebben persoonlijke eigenschappen invloed op het al dan niet opvolgen van maatregelen om de gevaren van resistentie te verkleinen. Belangrijke bevinding: mensen die meer weten van antibiotica, zien een groter gevaar voor de volksgezondheid. Kennis is essentieel, die moet worden verhoogd. Pas dan is gedragsverandering mogelijk. Bijna de helft zou het advies van de overheid opvolgen om risico’s te verkleinen. Het probleem lijkt daarmee oplosbaar. Hoewel? Minder dan een kwart gaf aan op de hoogte te zijn van bestaande campagnes. De overheid weet nu wát ze moet doen, maar hoe ze de mensen vervolgens bereikt? Dat weet ze niet. Cijfer 8

17 november 2016


23

reading time

6

minutes

Saint Nicholas’ controversial helper text Leanne soff Illustration bas van der Schot

The ‘Black Pete’-debate rages again in the Netherlands. Opponents see him as an offensive caricature, while the majority of Dutch people see him as harmless and as an important part of Dutch culture. Which side is right? Univers-editor Leanne Soff looks into the history of Black Pete and tries to find a solution.

S

interklaas is coming to town, and so are his helpers. Every year they bring gifts, joy and sweets, but also something less festive: a discussion about racism and cultural adaptation. Sinterklaas is actually not so different from the Americanified Santa Clause. He too delivers presents to children by climbing through chimneys, except that our Sinterklaas rides the roof on a white horse and comes a little earlier: Sinterklaas is traditionally celebrated on the evening of the fifth of December. Sinterklaas’ age is not something to be spoken of, but there is one general agreement: Sinterklaas is very, very old. One could hardly expect him to single-handedly deliver presents to every person in the entire country. Thankfully, Sinterklaas has a bunch of helpers. His young and healthy helps have no problem climbing up rooftops and going through chimneys to bring gifts and joy to everyone. They are cheerful and energetic with colourful clothing. Their gimmicky characters bring joy to many children. Yet there is one aspect of these helpers that causes a national discussion year after year: their black skin. >>

17 november 2016


24

Though I can understand the debate now, I have to admit that, as a child, I never noticed anything weird about it. Let’s face it, there were stranger things going on than the black faces. For example, the fact that we didn’t have a chimney, but somehow the gifts still found their way into our home. Or the fact that when Sinterklaas came to visit my school, my mum was the one who drove him there. In our own car. And he happened to be wearing my dad’s shoes. I did not bat an eye. As long as I got presents and some sweets, I was willing to accept most anything. But then again, this is not a discussion about children, it is a discussion about grownups and recognition, and it has been going on for years now. Slavery Many opponents of this helper that we call ‘Zwarte Piet’ (Black Pete) argue that the skin tone of Zwarte Piet implies a background of slavery and encourages discrimination and racism. Though many people nowadays don’t link Zwarte Piet directly to slavery, it is not so strange to think that the roots of this figure might be closely connected to slavery. Zwarte Piet as we know him today was first introduced in 1850, when a book called “Saint

17 november 2016

Nicholas and his servant” by Jan Schenkman was published. This is thirteen years before the overall abolishment of slavery in Dutch colonies. It is thus not unthinkable that Zwarte Piet was originally inspired by Afro-American slaves from colonial times. Though some argue that later in time, his dark skin was explained by soot from the chimneys Zwarte Piet climbs through, opponents still feel that there are too many connections to slavery.

longer portray Zwarte Piet. However, in 2006 things become serious. Since 2001, a daily ‘news’ show about the whereabouts of Sinterklaas and his Zwarte Pieten, called the ‘Sinterklaasjournaal’, had developed into a national treasure. Every year, a storyline surrounding Sinterklaas and the Zwarte Pieten would be created and told from a couple of days before the arrival of Sinterklaas to the day of celebration, December 5th. As a central point of influence in this debate, the Sinterklaasjournaal attempted in 2006 to find a solution to the discussion about Zwarte Piet. In 2006’s storyline, Sinterklaas’ steamboat accidentally sailed through a rainbow, turning the Zwarte Pieten into all sorts of colours, calling them Rainbow Pieten. A fun and creative solution it seems. Many Zwarte Piet fanatics, however, disagreed. The show started receiving angry letters, the presenter received

Black Pete can promote bullying, exclusion and even discrimination

Protest In the 1960s, protests slowly started to arise. Some magazines wrote critical articles about Zwarte Piet and some associations started raising their voices, but things remained fairly civil and smallscaled. As time develops, so does the debate and by the 1980s, it has already become more of a national issue. Some schools even decided to no


25

death threats: it seemed that the pro-Zwarte Piet movement was equally, if not more passionate and aggressive about their cause than its opponents. From then on, measures started becoming more drastic and more aggressive. In 2011, a group of anti-Zwarte Piet activists protested at the arrival by steamboat of Sinterklaas in Dordrecht, in the midst of hundreds of joyful children. Though the protest was intended peacefully, the activists were arrested with considerable violence. An extra element was now added to the debate. Next to the already existing two groups, pro- and anti-Zwarte Piet, a third group arose: a group of people who were not too bothered either way, but felt that this was not a fight to be fought in the presence of children. Court Considering the controversy around their protest, seven anti-Zwarte Piet activists choose a different path to achieve their goals. In 2014, they took the municipality of Amsterdam to court, trying to get a lawful ban on Zwarte Piet at his arrival by boat for that year. Their en­deavour was unsuccessful and in November 2014, Sinterklaas’ boat was still graced by dozens of Zwarte Pieten.

Now, from early September on, people already start to become anxious. Who will be the first one to make a move this year? When will the discussion be ignited again? This year, the honour goes to children’s advocate Margrite Kalverboer. On September 30th, she publishes a report saying that Zwarte Piet is going against the UN’s Convention of the Rights of the Child, because it can promote bullying, exclusion or even discrimination. Within no more than a couple of hours, Kalverboer has already received dozens of threatening emails and messages. Adaptation The discussion seems disproportional with regards to the size of the matter itself. I highly doubt that anyone will truly suffer if Zwarte Piet suddenly turns purple or green, or any colour for that matter. But that’s not what this discussion is about. What seems to be the problem here is that both parties have chosen this particular issue to represent a bigger issue. The first being the persisting presence of racism and discrimination in the Netherlands and the second being a question of how far we have to adapt our own culture to make people of other cultures feel more welcome. The thing is that solutions to these issues

aren’t mutually exclusive. But by choosing Zwarte Piet as a representation of both issues, two equally relevant issues have become each other’s opponent. It has come to the point where changing Zwarte Piet means giving up all of Dutch culture, whereas keeping him black means giving in to racism and exclusion. Either solution will discredit the relevance of the opposing issue. In my opinion, this discussion can’t be fixed unless we recognise both issues and start separate conversations about them. Though changing the colour of Zwarte Piet is definitely a reasonable measure in my eyes, I also believe that there is room for a debate about how far we have to adapt. If someone would propose to ban short skirts because they make people of certain religions feel uncomfortable, I would definitely be less open to adaption. So where do we draw the line? When does adapting to include new cultures start to turn into excluding our own? Perhaps it’s time to start addressing the issues that are behind this whole discussion. And as far as Zwarte Piet goes: traditions are meant to evolve over time. Changing his skin colour does not mean abandoning our culture, it means making it accessible and joyous for everyone.

17 november 2016


26

reading time

3

minutes

text Laura van gelder

Learn a language by app International Business Law student Luca Tavecchio is currently learning Dutch, French and Turkish. His language instructor is always available, fits in his pocket and doesn’t ask for anything in return. Interested? You’re not the only one. Apps like Duolingo have made language learning fun, accessible and highly addictive. Is it time for us to burn our dusty grammar books once and for all?

“I

started using Duolingo last year, before I came to the Netherlands,” says 28-year-old Luca Tavecchio, who studies International Business Law at Tilburg University. “Back in Italy, I was commuting a lot. Instead of listening to music or reading the news on the train, I used Duolingo to improve my English.” Since Luca moved to Tilburg, he gets around by bike. “I don’t use Duolingo on a daily basis anymore.

I practice a few times a week,” Luca explains. “Duolingo does send me a daily reminder. Usually around dinner time, so that’s not very helpful,” he adds smiling. ‘NOBODY’S JUDGING’ “The best thing about using a language learning app is that it’s so easy. It’s always available,” PhD student Lenka Habetinova (24) from the Czech Republic says. She daily uses Duolingo to learn Dutch and Italian, but there are many more languages to choose from. “Another big advantage is that you’re talking to a computer. Nobody’s judging if you make a mistake. Personally I’m not afraid to make mistakes, but I know a lot of people are.” Language learning apps are increasingly popular. Worldwide, more than 120 million people have signed up for Duolingo. Going from one challenge to the next in a game-like fashion, users are taught a new tongue from scratch. And perhaps the most exceptional thing about Duolingo: it’s completely free. That makes the app an attractive option for students who are eager to learn a second language but can’t afford a pricy language course. BASED ON SCIENTIFIC RESEARCH Dr. Afra Alishahi is an assistant professor in the department of Communication and Information Sciences, specializing in human language acquisition. Alishahi is also a user of several language learning apps. “I can’t say it’s a success story, because I’m not very consistent. But, yes, I do use language learning apps. I use Memrise and Babbel for Dutch, and Duolingo for Spanish.” So how effective are language learning apps like Duolingo? Does fanatically buongiorno-ing and bitte schön-ing while standing in line in the supermarket actually work? That’s a difficult question, Alishahi says, since assessing the effectiveness of language learning apps is extremely complicated. “In my research, I mainly focus on how children learn a language. Unlike children who all go through a similar process of language acquisition, adults who actively learn a second language have very diverse backgrounds. Their prior knowledge, their level of motivation, their surroundings and their access to learning materials all vary greatly. Because you don’t have a coherent population, it’s difficult to study how effective language learning apps are.” Nevertheless, language learning apps are often based on cognitive findings, Alishahi explains. “There seems to be consensus on the notion that adding a competitive component is effective. It helps if you can score points and unlock new levels. Apps for memorizing words also follow scientific findings. They take into account how often people need to be exposed to words and for how long, for example, in order to learn words most effectively.”

Luca Tavecchio

17 november 2016

COMMUNICATION IS KEY “That said, motivation remains one of the most important factors in learning a second language,” Alishahi adds. “If you really want to learn a foreign language, you can also just go to the library or carry around


27

Afra Alishahi

a dictionary everywhere you go. So have apps really revolutionized language learning? I don’t know. I think apps like Duolingo are good at motivating people when they are beginning to learn a second language, but the most important thing is that you continue. I’m not sure if apps are able to do that.” And there is also a vital component missing from language learning apps, Alishahi says: communication. Luca agrees. Duolingo is great for levelling up your vocabulary, but it doesn’t teach you how to make conversation. “I also take Dutch and French courses at the university, so I use Duolingo complementary to my classes. That works really well for me. I think Duolingo is super useful,” he says. “But by itself, I don’t think it offers enough to really be able to speak and make conversation.” “Passive learning alone isn’t very successful,” dr. Alishahi explains. “It would be great if apps would incorporate the possibility to chat or get together with other users. In the end, communicating with others is the key to learning a language.”

column Leanne Soff

liberal arts student

Festive injustice I think it’s great that we re-evaluate certain traditions from time to time. Sometimes, certain things just become a bit old-fashioned. Having a playful black little helper could certainly classify as such. However, I can’t help but feel that discrimination and injustice have become things that only people of colour can make an appeal to. If for one second, we could just step out of our Zwarte Piet tunnel vision, we’d see that the world of festivity related characters is filled with injustice and oppression. Take Sinterklaas. Now I know there’s no real clarity about his exact age, but rumor has it that he’s been around since the year 300. 300! That means this chap has been working for over 1700 years. Here we are complaining about retirement ages that keep getting higher. Meanwhile, we don’t only accept this lawful injustice, but we’re even applauding it. “Ohhh thank you Sinterklaas, please come back next year!” What?! For the love of God, just leave that poor man alone! I bet he cries himself to sleep every night, wondering what has become of his life. And he’s not the only one, really. Think about those poor reindeer! They go through jingle hell, slaving away by carrying around a morbidly obese man until the whole damn planet has received their Christmas gift. Or that miserable Easter Bunny, trying so hard every year to hide its eggs, only to have greedy little children hunt for them and eat every last one of them. Do you think any of them ever had anyone fight for their rights? They’ve been oppressed for ages and not once has anyone stopped to say “Hey, shouldn’t you be retired by now?” or “Maybe don’t take away eggs that aren’t yours.” I think it’s time we take a good look in the mirror and ask ourselves what gives us the right to continuously abuse others for our own good. And above all, start buying our own damn eggs.

Lenka Habetinova

17 november 2016


28

Waar is Univers?

door Bart Smout

dagboek van een eerstejaars

M

et drie studiegenootjes bezoek ik een kroeg. Het is een kroeg waar ik nooit eerder was. De kroeg is pas net geopend, in een zijstraat van een zijstraat, door twee redelijke jonge mannen met strakke scheidingen in het haar en grote pluizige baarden aan de onderkant van hun hoofden. Ik geloof niet dat ik de meiden waarmee ik hier ben echt graag mag maar het is fijn om wat aansluiting te vinden. Terwijl ze praten kijk ik de kroeg rond, mensen zwaaien wild met hun armen om indruk te maken op hun gesprekspartners. Om de tijd te doden ga ik naar het toilet en doe daar wat mensen normaal gesproken op een toilet doen. Ik wurm mijn broek weer omhoog. Een openmaker van knopen en gulpen ben ik nooit geweest. Ik draai de deur van het slot, probeer hem open te doen - klem. Duwen. Klem. Duwen. Klem. Klem. Klem. Klem. Paniek. Ik trap tegen de deur. De zwarte afdruk van mijn schoenzolen op de pasgeverfde deur. Ik schreeuw om hulp. In de kroeg hoor ik de mensen praten en lachen. Het geluid van rinkelende glazen. Omkomen van de dorst zal ik hier niet, zoals overal in Nederland worden ook in Tilburg de toiletten met drinkwater doorgespoeld. Gelukkig moeten er ook anderen plassen, wordt er alarm geslagen en kijk ik na veel geboor en gehamer in twee bebaarde gezichten die de toiletdeur uit de scharnieren tillen. Langs smalend lachende kroegbezoekers loop ik terug naar mijn tafel. Een van mijn studiegenootjes zegt: “Als je de volgende keer weer zo lang wegblijft zou het je sieren even een appje te sturen.”

17 november 2016

bij het bier Bokkig doen tijdens een Bockbierproeverij is niet leuk. Gelukkig zit de sfeer er goed in. Op vrijdagavond komen leden van de personeelsvereniging bijeen in Tilbury’s om te proeven en te sloeberen. Dit alles onder begeleiding van twee Bockbier-experts. Terwijl de biertjes worden uitgeschonken en opgedronken, leggen zij uit wat Bockbier nu eigenlijk precies is. Kort samengevat: vroeger was bockbier een vrij specifiek biertje, maar tegenwoordig kan het eigenlijk van alles zijn. Waarvan akte. Het van oorsprong Duitse seizoensbier komt dan ook in alle soorten en maten voorbij. De Flying Dog, de Lupulus Bock, de Anchor Big

Leaf Maple, de Bokkige Arn: zomaar een greep uit het assortiment. De deelnemers hebben een formulier waarop ze hun smaakbeleving opschrijven en cijfers uitdelen. Met ieder biertje wordt er meer gelachen en harder gepraat. Moet je normaal gesproken bij het bier proeven de drank niet uitspugen in een teiltje, vraagt u? Misschien wel, maar hier verdwijnt het Bockbier keurig in de keeltjes. Een unanieme favoriet is er niet. De meningen lopen uiteen. Wel vindt een overgrote meerderheid het etiket van de Lupulus het mooist ontworpen. Zelfs een wolf kan dus tegenwoordig een bok zijn.

Wat doen secretaresses op secretaressedag? Ze luisteren naar stijladvies van imagodeskundige Zabeth van Veen. Die staat niet op de foto. De secretaresses wel. Keurig met de benen over elkaar. Wel zo goed voor het imago.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Univers #5: Sabelstudente Sophie Smits by Redactie Univers - Issuu