Skip to main content

Vrouwen aan de bal

Page 1

Onafhankelijk magazine Tilburg university

jaargang 55 | 14 september 2017 #02

Vrouwen aan de bal

Hospiteren Hoe regel je een lekker kamertje

LĂŠon

en de valse Mondriaan


2

In deze Univers

07

11

Vrouwen aan de bal

Hospiteren kun je leren

Deze zomer werden de Oranje Leeuwinnen Europees kampioen. Is het vrouwenvoetbal eindelijk geaccepteerd? Zover is het nog lang niet, waarschuwt voetbalfilosoof Martine Prange.

Kijkavonden: de meeste studenten krijgen het er Spaans benauwd van. Maar met de do’s en dont’s van Univers trek jij die felbegeerde kamer makkelijk binnen.

17

23

Léon Hanssen en de valse Mondriaan

David and Goliath in the Amazon

Het leek een droomvondst. Biograaf Léon Hanssen stuitte op een verloren gewaande Mondriaan. De realiteit bleek helaas een stuk weerbarstiger te zijn.

Indigenous communities are vulnerable to land grabbing, even if the law is on their side. Assistant professor Bas Rombouts studies their situation: “I’ve always had an interest in human rights.”

OVERIGE ARTIKELEN 05 De Boekanier meest geliefde studentencafé 26 Preparing refugees RUBRIEKEN 03 De Pluim 04 Op de hoogte 05 En passant 14 september 2017

05 Commentaar 10 Op de man af 12 Wè nou? 14 Beeldend 16 De vijf van Eijff 21 Waar is Univers? 21 Wat heb je nu geleerd? 22 Bij de buren 22 Masterscriptie

COLUMNS 03 Tom Grosfeld 09 Luuk Koelman 20 Henk Strikkers 27 Leanne Soff


3

Van de redactie Excellent We doen allemaal ons best, maar niet iedereen kan schitteren. Toch gebruiken alle universiteiten het predicaat ‘excellent’. Gewoon goed is niet goed genoeg meer, het moet groter en beter. Bokito-gedrag alom. Alle uni’s verkeren in een aanhoudende strijd om hogere rankings en meer studenten. Vaak heeft het één niet eens met het ander te maken. En wie profiteert er nou echt van al dat testosterongebrul? Onze columnisten Luuk Koelman en Henk Strikkers gaan helemaal los op de concurrentiestrijd, lees ze op pagina’s 9 en 20.

column Tom Grosfeld student CIW

Sjouwen Francine Bardoel, hoofdredacteur f.bardoel@uvt.nl

De pluim Prijzen, prijsjes, benoemingen, subsidies, schouderklopjes en veren in de reet, het academische wereldje zit er vol mee. Univers deelt er ook een uit. Een academicus die weigert zich de mond te laten snoeren door de geheime dienst. Gevalletje Rusland of Turkije? Nee hoor. Bas van der Sloot, de privacyen big data-specialist van Tilburg University, kreeg een telefoontje van de AIVD nadat hij zich op televisie kritisch uitliet over de overheid die stiekem in de ov-chipkaart van studenten rondneust. Een tik op de vingers van de veiligheidsdienst volgde. Van der Sloot liet zich niet bang maken en reageerde in de Volkskrant. Wetenschappers die pal staan voor de academische vrijheid, daar kun je er niet genoeg van hebben. Daarom een pluim voor Bas van der Sloot. En een enkeltje Erdogan voor de AIVD.

colofon

Op zaterdagmiddag hielp ik met sjouwen. Als je vrienden gaan verhuizen terwijl ze al samenwonen, moet je jezelf geen illusies meer maken: het laatste restje studentenleven sijpelt weg. Toen ik met een tv richting het verhuisbusje liep, zag ik mijn broertje fietsen. Verfomfaaid, wat wazig voor zich uitkijkend. “Nick!” riep ik. Hij schrok op en kwam naar me toe. Met schorre stem vertelde hij dat hij net terugkwam van Vidar, waar het eindfeest van de Topweek was. Het was twee uur ’s middags en hij was katje lam. Een confronterend moment. Ik zei: “Nick, onze levens, ze lopen niet meer gelijk. Wat moeten we nu?” Hij wist het ook niet. Twee jaar geleden struikelde ik nog van kroeg naar kroeg. Als ik opstond dacht ik: zuipen. Nu ga ik soms twee weken niet. Nick besefte dat het ook voor hem ooit afgelopen is. Dat er dingen belangrijk worden die voorheen niet bestonden. Verkering, werk, gezondheid, ritme, je nuttig voelen, om maar wat te noemen. De drang zoveel mogelijk te zuipen brokkelt af. Je neemt een avond rust, ‘vergeet’ met vrienden de stad in te gaan omdat het thuis zo gezellig was en als je toch gaat, zoek je rustige cafés op waar je een fatsoenlijk gesprek met elkaar kunt voeren. Doordeweeks drink je thuis op de bank. Je eet wat in de stad maar maakt het niet te laat. Weekend wordt weer weekend. Vrijdag- en zaterdagavond vervangen dinsdag- en donderdagavond. Behalve als je zaterdag moet verhuizen. Dan pak je vrijdagavond rust. En zaterdagavond ook. Je moet wel even bijkomen van dat sjouwen, natuurlijk.

Univers #2 14 september 2017

Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Adrian van den Eerenbeemt Productie PrismaPrint Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 3 van jaargang 55 verschijnt op 5 oktober 2017 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Francine Bardoel (hoofdredactie), Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Laura van Gelder, Tom Grosfeld, Luuk Koelman, Jeroen de Leijer, Ilja Panis, Yannick Maas, Pim Ras, Daan Rutten, Bart Smout, Leanne Soff, Ton Toemen, Jack Tummers, Ron Vaessen, Marga Walsh.

14 september 2017


4

Op de hoogte daan rutten kijkt terug

W

Winst en verlies

e moeten gaan scoren, dat is de boodschap waarmee rector Emile Aarts en collegevoorzitter Koen Becking het nieuwe academische jaar openden. En dat moet onder meer gebeuren met een uniek nieuw Tilburgs Onderwijs Profiel dat nu wordt ingevoerd, met een splinternieuw onderwijs zelfstudiecentrum (OZC, af in september 2018) en met de Jheronimus Academy of Data Science (JADS, vorig jaar geopend). Daarmee willen we stijgen in de rankings en met de studentenaantallen van circa 13.000 naar 20.000. Of dat gaat lukken? Tja, recent bleek dat we ons net als vorig jaar niet tot de beste 500 universiteiten ter wereld mogen rekenen volgens de prestigieuze Shanghai ranking. Toch zijn er lichtpuntjes te vinden. Afzonderlijk genomen behoren onze sociale en economische studies wel tot de wereldtop in die lijst. De vraag is echter of we ons zo moeten laten opnaaien. Opleidingsbeoordelaar NVAO plaatste al vraagtekens bij het predicaat ‘excellent’ en econoom Sylvester Eijffinger ziet het als onhaalbaar om een ‘Harvard aan de Rijn’ na te streven. En ach, wie zich niet blindstaart op de academische lijstjes, ziet de zon alweer schijnen zoals-ie scheen in juli!

14 september 2017

Neem onze sportende studenten. Rechtenstudente Jackie Groenen was een van de sterspelers van het Europees Kampioenschap voetbal in eigen land. De technisch begaafde aanvallende middenvelder loodste Oranje naar de finale waarin Denemarken werd verslagen. Europees kampioen! TiSEM-student Laura Nunnink speelde hetzelfde klaar als hockeyster in de finale tegen België. Europees kampioen! En dan was er nog wielrenner Sam Oomen, die psychologie studeerde in Tilburg en in de top meedraaide van het peleton tijdens de Vuelta, de Ronde van Spanje. Oké, hij viel ziek uit in de veertiende etappe, maar toch. Wie waren er nog meer top? In elk geval het komisch duo Jeroen en Bruce, de mentorpapa’s verkleed als Bassie en Adriaan die we met Univers Online volgden tijdens de Topweek. We betwijfelen ten zeerste of ze hun ‘kinderen’ veilig weg hebben gehouden van de drank, en of ze echt scoorden bij de dames met al hun strapatsen valt ook te bezien. Feit is dat ze de absolute kijkcijfer-hit waren op onze website en op Facebook. Een eervolle vermelding moet zeker ook naar de Portugese Claudia Carvalho, die eerst voor FC Porto werkte en nu voor Tilburg Univer-

sity als PhD en terrorisme-expert. Ze haalde onlangs de Washington Post met haar kennis van radicaliserende moslims in de regio van Barcelona. Winst bestaat helaas niet zonder verlies. Mei-Lin Koster, een studente met een groot nationaal en internationaal netwerk, zag af van haar plek in de Universiteitsraad namens Fractie SAM. De exacte reden werd niet geopenbaard, maar ze zal worden gemist. Lotte Gofers nam haar plek over. Verloren is ook de traditionele ontgroening, nu gemeenten de studentenverenigingen aan allerlei regels onderwierpen naar aanleiding van de incidenten bij de Groningse studentenvereniging Vindicat. Fysiek contact is tegenwoordig uit den boze, misogynie mag niet en feuten moeten altijd kunnen douchen en tanden poetsen. Of de ouderejaars de novice nog sadistisch onder handen kan nemen met enkel geschreeuw, is de vraag, maar voor veel slachtoffers zal dit verlies waarschijnlijk winst mogen heten. Andersom kan een hoge ranking een nieuw dieptepunt betekenen. Een vrouwelijk lid van roeivereniging Aegir, onderdeel van Vindicat, kreeg een ‘Bokaal’ uitgedeeld omdat ze werd uitgeroepen tot ‘Slet van de Zomer’ in het clubblad.


5

Tekst Ilja Panis fotografie Jack Tummers

Univers recenseerde in de Uitgids voor de start van het nieuwe studiejaar 41 studentenkroegen in Tilburg. Dit schreven de recensenten van Univers over de top 3: Café de Boekanier Een van de weinige kroegen waar je ook zonder studielening nog goed naar de getver kunt gaan. Vrijwel iedere dag van de week zijn er acties voor goedkoop pils en anders kun je je geluk beproeven bij het ‘radje draaien’. De dronken dispuutsmeisjes die aan de strippaal hangen dragen alleen maar bij aan de magie.

De Boekanier meest geliefde studentencafé

Van Horen Zeggen Sinds Guus Meeuwis zijn carrière hier begon is de muziek er duidelijk op vooruitgegaan. Een bruin café dat eens geen codewoord is voor zielloze bierschuur. Gewoon een pittoreske huiskamer waar je met vrienden kan praten. Leuk om een feestje te houden. Bestudeer ook de fotowand met bekende en onbekende mensen uit Tilburg en het land.

Pijpen voor maximaal €1,50, jongens die euro’s spenderen aan radje draaien en giechelende meisjes die elkaar uitdagen om een paaldansact uit te voeren. Komt dit je niet bekend voor? Dan zal menig Universlezer je aanraden jezelf vanavond in je mooiste outfit te hijsen en een sprintje te trekken naar de Stadhuisstraat. Daar staat namelijk Café de Boekanier: door onze lezers uitgeroepen tot de beste studentenkroeg van Tilburg.

Café Brandpunt Al jarenlang een begrip voor studenten in Tilburg. Meer studentikoos vind je het niet. Uitvalsbasis voor veel studentensport-, maar ook studie- en studentenverenigingen. Leuk op dinsdag en donderdag, maar ook op zondagavond vaak volle bak (veel hockeymeisjes- en jongens). Jammer dat het al jarenlang stikheet is binnen. Zal wel door al die knappe studenten komen.

Café de Boekanier behaalde 504 van de 1810 stemmen. Via een poll op de website konden lezers stemmen op de kroegen die in de Univers Uitgids door recensenten waren beoordeeld. Runner-up Café Van Horen Zeggen (VHZ) harkte, ondanks de niet zo spetterende recensie van Univers (drie kruikjes, ‘ach wel okay’), 369 stemmen binnen. De twee kroegen uit de Stadhuisstraat behaalden hiermee samen bijna de helft van de stemmen. Met iets minder

stemmen (328) dan VHZ komt Café Brandpunt op de derde plaats. Je kunt dus stellen dat waar studenten afgelopen jaren nog massaal de kroegen aan het Piusplein in doken, ze tegenwoordig vaker te vinden zijn in de Stadhuisstraat. Dat betekent echter niet dat het Piusplein geen begrip meer is in het uitgaansboekje van de student: Café Brandpunt (3e) en Café Bolle (5e) wisten beide de top vijf te behalen. Op de Korte Heuvel is Café Polly Maggoo (4e plek) het populairst. Het café staat vooral bekend om de woensdagavond wanneer de ‘Jongens Van Je Weet Wel’ de meest uiteenlopende nummers coveren. Opvallend is dat Café Philip - waar de wachtrij buiten altijd het langst is - en Café Studio ontbreken in de top vijf. Misschien had hun aanhang te veel gedronken, waardoor ze per ongeluk de verkeerde kroeg aanklikten bij het stemmen.

14 september 2017


6

En passant Commentaar

Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? Ada van der Velden-Westervelt is directeur van de faculteit Katholieke Theologie. “Ter ere van het tienjarig jubileum van onze faculteit ben ik bezig met de voorbereiding van een studiereis naar Rome voor vijftig studenten en medewerkers.” 13 oktober vertrekt de groep en om de universiteit op de hoogte te houden van de reisactiviteiten gaan zij bloggen en vloggen. Zo’n reis naar Rome is natuurlijk heel leuk, maar een directeur heeft het ook druk met andere zaken. Zo staat er nu een vergadering op de planning met de directeuren van de andere afdelingen. sport & stiek Om fit te worden kregen alle personeelsleden een Dynaband. De sportievelingen verzonnen meteen een aantal toepassingen. De origineelste was van FerryK: “Eindelijk een legitieme katapult #universiteitdeeltwapensuit. Collegae katapulteren elkaar over de campus, studenten zoeken dekking.” stoel & scherm Zaten de vorige niet lekker dan? De studenten in de bieb worden in de watten gelegd. Nieuwe schermen, nieuwe stoelen. Zo wordt studeren nog leuker. Alleen de sensoren die bezetting registreren zitten er nog niet op. Nepreserveringen worden nog niet geregistreerd. spel & scheef Nog meer sportiviteit, er zijn gloednieuwe hufterproof tafelvoetbalspelen buiten gezet. Enig nadeel, ze kunnen kantelen als een tuimelbeker, dus zijn net zo instabiel als het tafelvoetbalspel in je ouwe kroeg.

14 september 2017

Varkentjes Laat het aan de leden van Vindicat maar over om het nieuws te halen met varkensachtig gedrag. Leden van de Groningse studentenvereniging verbouwden een sushi-restaurant voor de lol. Eerder kwam de vereniging al negatief in het nieuws vanwege het uitreiken van de ‘sletbokaal’ en het opstellen van ‘bangalijsten.’ Nu de ontgroeningen van start gaan, zullen de studentencorpora weer vaak het nieuws halen. Zo bekladden vorig jaar vijf studenten van het Leidse Quintus een regenboogzebrapad. Eén van hen bracht daarbij de Hitlergroet. En Amsterdamse studenten belandden in het ziekenhuis omdat ze voor hun ontgroening in de grachten moesten zwemmen en tussen het afval moesten slapen. Tilburg bleef uit het nieuws. Maar het is geen geheim dat ook in onze stad stevig ontgroend wordt. Onderdeel van de studentencultuur? Hoort erbij? Dan is het nu echt tijd dat daar een einde aan wordt gemaakt. Een groepsgevoel creëren, daar is niks mee. Maar als vernedering, seksisme en intimidatie hiervoor de belangrijkste middelen zijn, wat zegt dit dan over de toekomst van deze studenten? De koorballen van nu zijn vaak de ministers en topbestuurders van later. Het zou goed kunnen dat de brenger van de Hitlergroet aan het hoofd van een bank komt te staan. En dat de uitreiker van de sletbokaal over het personeelsbeleid van een grote organisatie gaat. Kleine varkentjes worden groot. En ook dan geldt: jong geleerd is oud gedaan.


7

leestijd

7

minuten

Vrouwen aan de bal Tekst Bart smout fotografie Pim ras/HH en Tom Toemen

Deze zomer kleurde Nederland oranje. De Oranje Leeuwinnen pakten voor het eerst in de geschiedenis de Europese titel en zetten het vrouwenvoetbal op de kaart. Is het vrouwenvoetbal eindelijk geaccepteerd? Zover is het nog lang niet, waarschuwt voetbalfilosoof Martine Prange.

O

p de dag dat ik Martine Prange spreek is het net bekend geworden dat Shanice van de Sanden de overstap maakt van Liverpool naar Olympique Lyon. De 24-jarige Oranje Leeuwin tekent een contract van drie jaar bij de Franse kampioen. Een grote transfer voor de kersverse Europees Kampioen en één van de smaakmakers van het Nederlands Elftal. En toch is het maar een klein berichtje in het sportkatern. Eén kolom. Zonder foto erbij. Een teken aan de wand? Martine Prange vindt het in ieder geval opmerkelijk. De hoogleraar filosofie en hoofd van het door de NWO ondersteunde onderzoeksproject ‘Van voetbalvrouwen tot vrouwenvoetbal’ is specialist op het gebied van vrouwenvoetbal. Onlangs publiceerde zij samen met Martijn Oosterbaan het boek Vrouwenvoetbal in Nederland. Wie hier doorheen bladert, beseft al snel dat het vrouwenvoetbal er nog lang niet is. “Dat eenkolommertje in de krant is tekenend voor de status van het vrouwenvoetbal in Nederland,” zegt Prange. “En misschien wel voor de status van de vrouw sowieso. Het laat zien dat de waardering voor vrouwelijke prestaties in het algemeen minder is dan voor prestaties die mannen leveren. Of dit nu in de sport is, of in de kunst, of in de wetenschap.” >>

14 september 2017


8

Feiten & cijfers • • • •

Vrouwenvoetbal is de snelst groeiende sport ter wereld. Nederland telt inmiddels meer dan 150.000 vrouwelijke KNVBleden. In 2017 bestaat de Eredivisie Vrouwen tien jaar. Sinds februari 2017 zendt de NOS ook samenvattingen uit van de Eredivisie Vrouwen.

Conservatief Niemand had verwacht dat het vrouwenvoetbal zoveel aandacht zou krijgen afgelopen zomer. Maar nadat de Oranje Leeuwinnen in een volgepakte Grolsch Veste Denemarken versloegen met 4-2, en de ploeg zich Europees Kampioen mocht noemen, bereikte de hype rondom het elftal een hoogtepunt. “Natuurlijk heeft het Europees Kampioenschap een enorm positief effect,” zegt Prange. “Maar er moet nog veel gebeuren. Dat kost tijd en veel is afhankelijk van wat er de komende periode gaat gebeuren. Er is nu veel aandacht voor het vrouwenteam. Men verwacht dat ze zich gaan plaatsen voor het WK. Maar wat als de prestaties tegenvallen en ze kwalificatie mislopen? Dan zie ik de aandacht voor het vrouwenvoetbal met hetzelfde gemak weer verdwijnen.” En die aandacht is nodig, op structureel niveau, want het vrouwenvoetbal worstelt nog altijd. Daar verandert de rondvaart door de Utrechtse grachten zo gauw niks aan. Nog altijd wordt het niet voor vol aangezien. Prange haalt een uitspraak aan van ex-voetballer Arnold Mühren, speler van het legendarische mannenelftal van 1988. Tijdens het EK voor vrouwen zei hij: ‘Als je de Oranjevrouwen tegenover het vijfde elftal van de amateurs zet, krijgen ze het nog lastig.’ Zo’n uitspraak zegt alles, vindt Prange. “Zoiets kun je in het buitenland echt niet zeggen. Wij denken dat we een heel progressief land zijn, maar we zijn juist heel conservatief in ons denken. Als het gaat om de emancipatie van het vrouwenvoetbal, zijn andere landen echt veel verder dan wij.” “Zeggen dat vrouwen niet kunnen voetballen is seksistisch. Alsof ze met een natuurlijke handicap zijn geboren. En weet je wat het erge is? Tegen-

Jackie Groenen “Vroeger hadden meisjes die voetbalden jongens als voorbeeld,” vertelt Europees Kampioen Jackie Groenen aan Univers. “Nu zie je steeds vaker dat ze fan zijn van vrouwelijke voetballers.” Groenen, rechtenstudent aan Tilburg University, speelt als aanvallende middenvelder bij de Oranje Leeuwinnen. En dat doet ze niet onverdienstelijk. Regelmatig wordt ze genoemd als een van de beste spelers van het toernooi. Er is veel veranderd sinds de gewonnen finale, ziet Groenen. “De WK-kwalificatiewedstrijd tegen Noorwegen is uitverkocht. Dat is ongelooflijk. Steeds meer mensen kijken naar vrouwenvoetbal. Ook mannen. Het zit echt in de lift.” Groenen was zich vooraf erg bewust van de impact die het EK kon hebben. “Ik besefte dat we het vrouwenvoetbal een enorme stimulans konden geven als we goed zouden presteren. Dat is wel een extra druk die je als vrouwelijke voetballer ervaart. Hoewel ik daar niet aan dacht als ik op het veld stond. Dan dacht ik alleen aan de bal.” Volgens Groenen gaat het vrouwenvoetbal de goede kant op. “De sport is in ontwikkeling. Je kunt niet in één keer op gelijke voet met het mannenvoetbal staan, maar we gaan wel stapje voor stapje die kant uit.” Een tip van Groenen: bezoek de wedstrijden in de Nederlandse competitie. “Hoe voller de stadions, hoe groter het vrouwenvoetbal wordt.”

14 september 2017

• • •

Het eerste EK Vrouwenvoetbal wordt in 1987 gehouden in Noorwegen. Nederland doet niet mee. Pas in 1979 mogen ook meisjes lid worden van een voetbalvereniging. In 1938 werd gemengd voetbal nog verboden door de KNVB. Ook stelde de organisatie geen trainers en velden beschikbaar voor vrouwenvoetbal.

woordig wordt het als moedig omschreven, als mensen durven te zeggen wat ze denken. Maar er is een verschil tussen een mening en schaamteloosheid, zoals Plato al opmerkte. Een eigen mening moet onderbouwd zijn. Dit soort uitspraken missen iedere onderbouwing.” Onderbetaald Mannelijke arrogantie stak sowieso meer dan eens de kop op tijdens het EK Vrouwenvoetbal. Want waarom waren alle verslaggevers mannen? “Het is tekenend voor het Nederlandse conservatisme dat mannen met geen tot nauwelijks ervaring met vrouwensport en vrouwenvoetbal de verslaggeving deden. In andere landen wordt de live-verslaggeving verzorgd door een man en een vrouw, een vrouw die zelf uit de sport komt.” Tegelijkertijd zag Prange dat mannen ook een sleutelfunctie vervulden bij de bredere acceptatie van vrouwenvoetbal. “Een icoon als Robin van Persie maakte zich voor de finale wel sterk voor de Oranje Leeuwinnen. Dat blijkt nodig om het vrouwenvoetbal algemeen geaccepteerd te krijgen door het mannelijke sportpubliek, want tegen Van Persie kijken ze op.”

‘Zeggen dat vrouwen niet kunnen voetballen is seksistisch, alsof ze met een handicap geboren zijn’ Waar het Europees Kampioenschap in ieder geval voor heeft gezorgd, is dat het vrouwenvoetbal terecht is gekomen in wat Prange een ‘stimuleringscultuur’ noemt. En dat is al heel wat, meent de filosoof, want lange tijd verkeerde het in een ‘oppressiecultuur’. Prange: “Het werd verboden door de KNVB, en ook na opheffing van het verbod in 1971 is het lang niet serieus genomen. Wedstrijden van volwassen vrouwen werden gespeeld met een viertje en duurden 2x 40 minuten. Want dat het zogenaamd ‘anders’ was dan het mannenvoetbal, moest vooral benadrukt worden. Nu wil men eindelijk investeren in het vrouwenvoetbal. Dat is toe te juichen. Maar de investeringscultuur is nog lang niet optimaal. Niet alleen worden vrouwen nog steeds erg laag betaald als topsporter, ook zijn de faciliteiten nog altijd een stuk minder. Het vrouwenvoetbal wordt nu gestimuleerd ja, maar het mag nog altijd niet ten koste gaan van het mannenvoetbal, dat blijft voorop staan.” Mannelijk presteren Een wrange paradox, maar het wemelt in het vrouwenvoetbal van de paradoxen. Prange besteedt er in het boek dat ze samen met Oosterbaan samenstelde uitgebreid aandacht aan. Een opvallende is de schoonheidsparadox. Die komt hierop neer: meisjes moeten op het veld ‘als een man’ presteren, maar moeten er tegelijk ‘vrouwelijk’ uitzien, dat wil zeggen voldoen aan het traditionele heteronormatieve schoonheidsideaal. Prange: “Dit brengt meiden in een spagaat: mannelijk bewegen op het veld, daarna voor de camera moet het vrouwelijk zijn.” Een andere paradox, de democratiseringsparadox, haalde Prange al kort aan: vrouwenvoetbal ontwikkelt zich steeds meer naar gelijk-


9

column Luuk Koelman voetbalfilosoof en Oud-international Martine Prange

heid, maar wordt hierdoor een grotere bedreiging voor het mannenvoetbal, waardoor er weerstand ontstaat. “Die tegenreactie zie je ook breder in de maatschappij. Komt na jaren van emancipatie SIRE ineens met die reclamecampagne dat jongens tegenwoordig niet meer genoeg jongen zijn. Dat werkt rolbevestigend voor jongens èn meisjes, want de afwezigheid van het meisje in deze campagne suggereert dat meiden het niet nodig hebben om buiten te spelen en te ravotten. Terwijl wetenschappelijk is bewezen dat meisjes meer dan jongens van buiten spelen houden.” Nog een ander effect van de democratiseringsparadox: hoe meer het vrouwenvoetbal voor gelijk wordt aangezien, hoe meer het van zijn ‘lesbische’ imago af moet. Ook hier komt de heteronormatieve norm weer om de hoek kijken. Het zorgt ervoor dat vrouwelijke voetballers niet alleen op het veld strijden, maar ook daarbuiten. “Vrouwen zijn nooit alleen voetballer. Ze vervullen altijd ook een politieke rol, als strijders voor de publieke erkenning van het vrouwenvoetbal. Bij mannen is dat anders. Die kunnen zich puur op hun eigen carrière en de wedstrijd concentreren. Voor vrouwen staat er veel meer op het spel. Elke voetbalwedstrijd is óók een strijd om erkenning en de bevestiging dat vrouwen echt kunnen voetballen. Daarom is de winst van het EK ook zo indrukwekkend. Een enorme druk rustte op de schouders van de speelsters. Ze moesten winnen voor Nederland, maar ook voor de nationale en internationale erkennning van het vrouwenvoetbal. De toekomst van de sport stond op het spel.” Topbestuurders Al snel na het behalen van het kampioenschap stelde bondscoach Sarina Wiegman dat het vrouwenvoetbal moet professionaliseren. En dat het daarvoor nodig is dat er meer vrouwen in het bestuur terechtkomen. Prange is het daar volkomen mee eens. Om er nog maar eens een paradox bij te halen: hier komt de machtsparadox om de hoek kijken. Die gaat als volgt: het aantal voetballende vrouwen groeit, maar de groei in bestuurskringen blijft achter, waardoor structurele verandering uitblijft, want de mannelijke bestuurders voelen zich over het algemeen niet verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal. “Nog altijd zitten er weinig vrouwen in het bestuur van het vrouwenvoetbal,” zegt Prange. “Het vrouwenvoetbal blijft een mannenwereld.” Misschien moet dat, na het gewonnen EK, de eerstvolgende verandering zijn. En het liefst zo snel mogelijk. “Mannen die besturen, hebben niet dezelfde achtergrond als een vrouw. Zij weten niet hoe het is om je hele leven te moeten strijden om te mogen voetballen. Een man wordt juist gestimuleerd om te voetballen, een vrouw niet. Als vrouw strijd je van jongs af aan tegen allerlei vooroordelen, waar jongens gewoon nooit mee te maken hebben.”

Excellent Excellent presteren is het helemaal tegenwoordig. Google op ‘Tilburg University’ plus ‘excellence’ en honderdduizenden hits vliegen je om de oren. Geen bijvoeglijk naamwoord dat het beter doet dan ‘excellent’. Excellent vakmanschap, excellent onderwijs, excellente wetenschap, excellente studenten. Eerst was het de zesjescultuur die werd gehekeld, nu is zelfs ‘goed’ niet meer goed genoeg. Alles moet vandaag de dag excellent zijn. Het lijkt wel een vorm van hysterie. Excellent dit, excellent dat, excellent zus en excellent zo. Leuk hoor, universiteitsjargon dat uiteindelijk resulteert in een zelfbedachte Michelin-ster, maar wat koop je ervoor? Het is het geschreeuw van managers: “We zijn allemaal toppers!” Nee, dat zijn we niet. Minstens 98 procent is dat niet, want hoe je het ook wendt of keert, het predicaat ‘excellent’ is niet voor iedereen weggelegd, ongeacht hoe vaak je het woord laat vallen. Dat is nu net de grap. Er kan er maar één de beste zijn. En er kunnen er maar een paar ‘top’ zijn. Toch ziet elke universiteit zichzelf graag als excellent en van topkwaliteit. Nu kan ik me dat bij Harvard University nog wel voorstellen, maar waarom dan ook Tilburg University? Met alle respect, maar is de term ‘excellent’ voor een universiteit die op internationale ranglijsten rondom plaats driehonderd staat, niet wat te hoog gegrepen? Stel, Tilburg University was een mens van vlees en bloed, en jij bent zijn psycholoog. Zou je iemand met zulke torenhoge, onrealistische ambities dan niet tegen zichzelf in bescherming nemen? Weer zo iemand die moeite heeft met het accepteren van zichzelf, denk je dan. Het beste wat je kunt doen, is diegene omhelzen en zachtjes heen en weer wiegen, terwijl je fluistert: “Tilburg University, kom op, doe niet zo mal. Je bent goed zoals je bent. Echt.”

14 september 2017


10

Op de man af

Wè nou? tilburgse reacties op Het nieuws

Favoriete kroeg

Wat is de beste kroeg van Tilburg? In de Univers Uitgids lieten we die vraag beantwoorden door een legertje deskundige recensenten. Maar wat vindt de student zelf? Univers gaat de campus op.

naam Ramon Pieternella opleiding Human Aspects of Information Technology leeftijd 20 jaar Wat wilde je vroeger worden toen je klein was? Kok, dokter of wetenschapper. Dat laatste is sinds ik studeer wel afgevallen. Wie zou de nieuwe minister president moeten worden? Rapper Boef. Dat lijkt me wel wat. Wat is je meest nutteloze talent? Ik kan mijn ogen laten trillen. Tamelijk zinloos. Wat is je favoriete plek in Tilburg/Campus? Dat moet de Döner Company zijn. Ook zonder kater is dat goed voedsel. Nooit meer alcohol of nooit meer seks? Nooit meer alcohol. Dat moet me wel lukken. Wat is je grootste OV-ergernis? Tegenwoordig moet je €5 toeslag betalen als je een OV-fiets een paar dagen hebt. Heel irritant. Wat vind je van ananas op een pizza? Heb ooit één keer pizza Hawaii op, dat ging meteen fout. Sindsdien heb ik trauma’s. Welke BN’er wil je het liefst verbannen naar de Noordpool? Als rapper Boef minister-president wordt, dan stuur ik Lil’ Kleine naar de Noordpool. Het land is te klein voor twee van die figuren.

Het Sportcafé natuurlijk. Om te beginnen staat daar een geweldige barman: Olaf. Hij is zo legendarisch dat er een adtje naar ‘m is vernoemd. En je kan er goed speciaalbier drinken, met in het bijzonder de La Trappe ladder, bestaande uit zes speciaalbiertjes. Vooral op de zondagmiddag is het daar groot feest. Bas Vermeulen, 22 jaar, Bedrijfseconomie

Ik vind Cul de Sac echt geweldig. De muziek is daar, als een van de weinige kroegen in Tilburg, lekker alternatief. De sfeer is goed, mensen zijn er blij en je kan er goed dansen. Gemakkelijke keuze. Anna Meerts, 18 jaar, Online Culture

Ik vind de Polly leuk omdat het er zo groot is. Dat is echt een pluspunt tegenover andere kroegen. Je hebt er dus de ruimte om lekker te dansen en de muziek is heel goed. Nu moet ik zeggen dat ik iedere kroeg heel leuk vind, als je maar met de juiste mensen bent. Aileen Janssens, 18 jaar, Bedrijfseconomie

Boekanier is hartstikke gezellig en het bier smaakt goed. Het is binnen altijd feest, maar buiten op het terras is vaak ook genoeg te beleven. Het leeft daar heel erg. In de Topweek staat de avond bij de Boekanier me nog het meeste bij, dus dat wil wel iets zeggen? Perrin Rietveld, 18 jaar, Bedrijfseconomie

Van Horen Zeggen is klein en gezellig. We waren daar tijdens de Topweek een aantal keer heen gegaan en ik was meteen verkocht. Ik ga dit jaar ook op kamers en dan zal ik er zeker nog genoeg feestjes meepakken.

Anne Masseling, 18 jaar, Communicatie- en Informatiewetenschappen

Bij de Studio is leuke muziek en veel ruimte om te dansen. Het is geen typische studentenkroeg zoals Polly Magoo bijvoorbeeld, maar ik ga echt stappen om te dansen. Dus waar ik ook begin, ik eindig altijd dansend in de Studio.

Maddie Bregman, 20 jaar, Personeelswetenschappen

14 september 2017


11

leestijd

5

minuten

Hospiteren Tekst Tom Grosfeld fotografie Ton Toemen

kun je leren

Je studeert in Tilburg en het besef dringt langzaam door: het is tijd om je lieve ouders te verlaten en op kamers te gaan. Je zoekt en speurt en vindt een geschikt stekkie. Een uitnodiging voor een kijkavond volgt. Paniek. Hoe ga je zorgen dat ze jou de leukste vinden? Je moet misschien leuker zijn dan tien anderen. Of twintig. Garanties geven we niet, maar met behulp van dit artikel heb jij een streepje voor op de rest. 14 september 2017


12

Do’s •

•

•

Speel detective. Het is 2017 en dat biedt mogelijkheden voor de speurneuzen onder ons. Sprokkel informatie bijeen over de huisbewoners en ontdek hun interesses en hobby’s. Als Tim voetbalt, zeg jij tijdens het voorstelrondje dat je niet vies bent van een potje FIFA. Houdt Tessa van paaldansen, dan barst jij niet in verontwaardiging uit, want jij hebt al een vervolgvraag voorbereid (‘Je traint je hele lichaam met die oefeningen, toch? Is dat niet zwaar?’). Pas op dat je niet per ongeluk een foto uit 2013 liket of dingen zegt die je eigenlijk niet kunt weten. Niets is zo eng als een stalker. Hou het daarom passief. Gebruik je kennis alleen waar nodig. Geef iedereen een handje. De huisbewoners hebben binnen tien seconden een oordeel over jou gevormd. De binnenkomst is daarom belangrijk. Geef iedereen een handje. Geen rare dingen, zoals knuffels, omhelzingen of boksen. Gewoon een normale handdruk, ook aan eventuele hospiteerders die er al zijn. De meeste mensen dwalen af tijdens het voorstellen, maar jij niet. Onthoud de namen, herhaal ze desnoods bij het voorstellen (Ah, Tim, okay), zodat je ze bij hun naam kunt noemen als je later op de avond met ze praat. Mensen voelen zich nu eenmaal gevleid als je hun naam in één keer onthoudt. Praat met iedereen. En blijf dus niet te lang bij één persoon hangen, al is de klik nog zo goed. Na afloop gaan ze overleggen wie ze in huis willen. Je wil dat iedereen op jou stemt. Als je iemand niet gesproken hebt, zal hij of zij nooit voor jou kiezen. Vermijd dat. Het mag best geforceerd. Denk aan: “Hey, ik heb jou volgens mij nog niet gesproken, hoe lang woon je hier al?” Of minder subtiel: “Hoi, zou ik jou even mogen lenen? Ik heb je nog niet gesproken volgens mij.” Een beetje brutaliteit siert de mens.

•

Ben enthousiast. Je hoeft bij binnenkomst niet meteen te schreeuwen: “WAT EEN GEWELDIG HUIS. WAT EEN KEUKEN. FANTASTISCH. HIER WIL IK WONEN!” Maar ben een beetje positief over de kamer en het huis. Geef ze de indruk dat jij jezelf hier wel ziet wonen. Roem de locatie, de indeling, het wooncomfort, je snapt het wel.

•

Persoonlijke verzorging. Je hoeft niet twee uur voor de spiegel te staan, maar kom een beetje goed voor de dag. Poets je tanden, doe een lekker luchtje op, smeer wat gel in je haar, of doe er een strik in. Als het even kan trek je wat leuke kleren aan. Zorg ervoor dat je niet uit je mond stinkt, of beter, dat je helemaal niet stinkt. Niemand wil een stinkende huisgenoot. En het laat zien dat je de kijkavond serieus neemt.

•

Doe normaal. Ga niet ineens de lolbroek uithangen. Of anders doen. Of extra je best, nonchalant of stoer doen. Dat komt er altijd krakkemikkig uit en de bewoners prikken daar zo doorheen. Ze moeten jou willen om wie je bent, dus doe niet te hard je best om iemand anders te zijn.

•

Hou het melig. Studenten staan niet bekend als de meest serieuze mensen op aarde. Daarnaast is een kijkavond een evenement waarbij studenten, en helemaal de bewoners van het huis, vaak moeite hebben om hun meligheid in bedwang te houden. Ze gaan je sowieso bestoken met onzinvragen. Dat is hip tegenwoordig. Welk fruit ben jij? Wat zou je doen als je een potlood was? Probeer niet op alles serieus te antwoorden en laat de touwtjes af en toe een beetje vieren. Drink desnoods een biertje of twee voordat je naar binnen stapt, om de scherpe randjes wat minder scherp te maken.

Wat te doen als je niet naar een kijkavond wilt? Is een hospiteeravond dan de enige weg naar een kamer in Tilburg? Het antwoord is nee. Er leiden meerdere wegen naar een mooie kamer. Om te beginnen: ga naar de Facebookpagina ‘woonruimte aangeboden/ gezocht Tilburg’. Daar komen veel kamers voorbij, en lang niet elk huis zoekt iemand via een kijkavond. Ook via vrienden of vage kennissen

14 september 2017

een kamer regelen blijkt effectief te zijn, want huisbewoners mogen vaak zelf een nieuwe huurder voor een vrijgekomen kamer regelen. Dus graaf eens in je netwerk. Als dat allebei niet lukt, kun je nog huren via verhuurbemiddelaar De Huissleutel of Kamernet.


G pe em N r b ie s id te eho t ied tud del p ns o e e d op rijs ted rt to re s nt e k e p a e t ta e a de r te erv f va n, m de d i nst me sta gen lak n lo aa go s ev ad rp ds aa te. ca r n edk en ri jz rin n i In tie atu op d en u s , h g t p e n ur er ur oe rij t c ieu lijk e s . T z wo ig ent wb h tud ilb rd , wa rum ou ang en urg th t w t et ver of en de d go de ic ed r n ht ko aa pe r r.

13

Dont’s •

•

•

•

Je ouders meenemen. Het gebeurt nog. Echt waar. Je wilt jezelf niet buitenspel zetten voordat het eerste fluitsignaal geklonken heeft. “Waarvoor neemt ze haar moeder nog meer mee?”, zullen ze denken. “Als ze gaat koken? Naar de universiteit gaat? Op stap gaat? Staat ze naast haar bed als ze een jongen mee naar huis neemt?” Als je je hier niet in kunt vinden, sta dan op, loop langzaam naar de spiegel en kijk jezelf eens even goed in de ogen. Wil je wel op kamers? Te laat komen. Liever te laat zonder ouders dan op tijd met je ouders, maar het blijft een schot in eigen voet. Mensen moeten wachten op jou en raken geïrriteerd. Je bent de hele avond bezig om je achterstand teniet te doen, en vaak werkt dit compensatiegedrag in de hand. Zet dus de wekker één uur voordat de hospiteeravond begint en zorg dat je telefoon genoeg batterij heeft voor Google Maps. Te aanwezig zijn. Je ontmoet deze mensen voor het eerst, eis dus niet alle aandacht op. Daar knappen mensen op af. Je hoeft niet als een muurbloempje de avond uit te zingen, maar houd jezelf een beetje in toom. Helemaal als je weet dat je snel druk wordt in grote gezelschappen. Ga ook niet eventuele stiltes opvullen met oppervlakkig geneuzel. Dat is niet jouw taak. Te uitgesproken. We zeiden het al: wees jezelf. Maar gooi niet meteen de meest eerlijke dingen op tafel. Het kan best zo zijn

dat jouw vriendin je iedere maandagavond vastbindt aan bed en je tepel streelt terwijl jullie Game of Thrones kijken, maar dat is misschien iets wat je later een keer kunt bespreken. Bij voorkeur met een psycholoog. •

Een cadeau meenemen. Het is doorzichtig en nep, maar gebeurt nog wel. Het valt op, het is geforceerd en vaak ongemakkelijk voor de huisbewoner(s) zelf. Neem kortom nooit een cadeau mee naar een kijk­avond. Je wilt de kamer krijgen omdat je een leuke toevoeging aan het huis bent, niet omdat je een fles wijn voor ze meebrengt. Doe het jezelf niet aan.

•

Zeiken en zeuren. Het is bewezen: samen zeiken schept een band. En het werkt soms zo bevrijdend. Prima, maar niet tijdens een hospiteeravond. Niemand wil een negatief persoon in huis, dus doe net of het leven een feestje is. Zeuren kan altijd nog, als je samen met je nieuwe huisgenoten onderuitgezakt in de bank hangt en de dag evalueert.

•

Flirten. Als student kun je ieder moment van de dag, op welke locatie dan ook, een klein flirtje of sjansje eruit gooien. Behalve tijdens een hospiteeravond. Het zijn je potentiële huisgenoten, die regel je niet. Daarnaast zullen de overige bewoners het jou niet in dank afnemen als je met hun jongens of meisjes flirt. Als je het toch niet kan laten, doe het dan stiekem als je één op één met iemand praat.

14 september 2017


14

foto Dolph Cantrijn

Beeldend

14 september 2017


15

Nat

Een frisse duik in het Stappegoorbad op de laatste dag van de TOP. Feest, meldt onze fotograaf, en van vermoeidheid was niets te merken. In ieder geval toont een uitgelaten menigte verse studenten aan dat je het best kunt stellen zonder bier, shotjes of anderszins alcoholisch vocht. Water geeft zo te zien wel de meeste pret van alles.

14 september 2017


16

de vijf VAN EIJFF

We zijn niet hard op weg naar een volgende crisis De economie draait op volle toeren en het geld klotst weer tegen de plinten, lezen we in alle kranten. Waar moeten we naartoe met onze overschotten? Onze enige echte topeconoom Sylvester Eijffinger vindt dat de overheid niet op de centen moet zitten. 1. Allereerst moet gezegd dat u wederom het gelijk aan uw zijde had. Reeds voordat GroenLinks aan tafel kwam in de formatieonderhandelingen, voorspelde u in Univers dat deze partij zou afhaken en dat ChristenUnie de plaats zou innemen. “Ik weet wel hoe de hazen lopen in Den Haag. Dit gaat wel lukken met ChristenUnie. Het is een kleine meerderheid, maar bedenk dat ze altijd nog kunnen rekenen op steun van de SGP.”

‘Ik ben niet voor cadeautjes’

2. Na een jarenlange crisis gaat het opeens weer heel goed met de economie, als we de berichten mogen geloven. Mag het volgende kabinet cadeautjes uitdelen? “Ik ben niet voor cadeautjes, maar de overheid moet absoluut investeren. De lerarensalarissen moeten echt omhoog. Als je ziet hoe vaak die tot tien uur ’s avonds nog bezig moeten zijn met allerlei

14 september 2017

nakijkwerk, ik geef het je te doen. En er moet geïnvesteerd worden in wat ik ‘de nieuwe werkelijkheid’ noem. Ik heb het vaker gezegd: over een jaar of vijf à tien leven we in een digitale werkelijkheid en nemen artificial intelligence en robots het werk over dat nu door universitair geschoolden wordt gedaan. Wat gaan zij dan doen? Daar moeten we nu mee aan de slag.” 3. Ik leerde tijdens de lessen economie: uitgeven en de economie stimuleren in slechte tijden en dan bezuinigen in goede tijden. Is dat niet beter? “Daarbij hoort dan vaak het verhaal dat de inflatie op twee procent moet worden gehouden. Ik snap niet waarom je dat kunstmatig zou doen en het is ook onzin. We moeten juist nog verder vooruit kijken en investeren in de nieuwe economie, daar plukken we in de toekomst de vruchten van.” 4. Gezien de rooskleurige situatie, heeft het laatste

kabinet VVD-PvdA dan toch iets goed gedaan, ondanks de bezuinigingen waarover zo veel werd geklaagd? “De opleving in de economie heeft niet of nauwelijks te maken met onze binnenlandse politiek. De internationale economie en dan vooral die van Duitsland, daar is de groei vooral aan te danken.” 5. Er zijn ook wetenschappers die waarschuwen dat we eigenlijk alweer in de overdrive zitten en hard op weg zijn naar een nieuwe crisis. “Ach, nee joh, wie zeggen dat dan? Ewald Engelen? Hij is geen econoom maar permitteert zich wel uitspraken over economie. We zijn niet hard op weg naar een volgende crisis. Onze banken zijn grondig gesaneerd, slechte leningen zijn afgeschreven en ook onze pensioenfondsen zijn uitermate stabiel vergeleken met andere landen. Zeker, de huidige generatie krijgt iets minder pensioen dan de vorige, maar dat komt simpelweg door het demografische gegeven van de vergrijzing. Daar valt weinig aan te doen.”


17

leestijd

7

minuten

Op het spoor van een verdwenen meesterwerk tekst Laura van gelder fotografie dolph Cantrijn

14 september 2017


18

V

Piet Mondriaan woonde in Amsterdam, Parijs, Londen en New York. Zijn schilderijen verspreidden zich over de hele wereld. Maar niet alleen de kunstenaar en zijn kunst maken bijzondere omzwervingen, bewijst biograaf Léon Hanssen. Een bizarre vondst bracht Hanssen op het spoor van een verloren gewaand werk van de meester van de strakke lijnen en gekleurde vakjes.

oor Mondriaan waren kunst en leven één, weet cultuur­historicus en hoogleraar life writing Léon Hanssen. Twee jaar geleden voltooide hij De schepping van een aards paradijs, een lijvige biografie van Mondriaan in de periode 1919-1939. Op dit moment werkt Hanssen aan het slotdeel, over de laatste jaren van Mondriaans leven. Het zal nog even duren voordat het boek in de winkels ligt, want een goede biografie schrijven kost tijd. Deze maand verschijnt wél een ander boek: Alleen een wonder kan je dragen, dat ogenschijnlijk toevallig tot stand kwam en zich in een razend tempo door Hanssen liet schrijven. Het is een boeiende essaybundel, waarin Hanssen niet alleen in het leven van Mondriaan duikt maar ook een bijzonder inkijkje geeft in zijn eigen werkwijze als biograaf, die hij typeert als ‘een vagebonderen’. Wie het boek leest, zal concluderen dat ook voor Léon Hanssen kunst en leven niet altijd los van elkaar te zien zijn. Dat blijkt vooral uit één verhaal uit de essaybundel, ‘De ontdekking van een lang verloren gewaand meesterwerk’, waarin Hanssen beschrijft hoe hij tijdens een bezoek aan Brussel onverwachts op een klein, rechthoekig wonder van 85 bij 51,5 centimeter stuitte. Verloren gewaand Hanssen kon zijn ogen nauwelijks geloven toen hij het schilderij in het Brusselse kunstcentrum Bozar aan de muur zag hangen, vertelt hij als wij hem in augustus over zijn nieuwe boek spreken op de verlaten campus van Tilburg University. Hij herkende het schilderij meteen: deze Mondriaan was sinds 1937 niet meer in de openbaarheid gezien. Kenners, onder wie Hanssen zelf, waren in de veronderstelling dat het schilderij in de oorlogsjaren verloren was gegaan, vernietigd door het oorlogsgeweld. “En daar hing dat schilderij plotseling. Ik was flabbergasted.”

Léon Hanssen (1955) is cultuurhistoricus en schrijver. Hij is buitengewoon hoogleraar Life Writing and Cultural Memory aan Tilburg School of Humanities. Hanssen promoveerde op het werk van Johan Huizinga en schreef een bekroonde, tweedelige biografie van Menno ter Braak. Over de dichteres M. Vasalis schreef hij de imposante monografie Een misverstand om in te geloven. Het slotdeel van zijn biografie van Mondriaan is in voorbereiding. Binnenkort zet Hanssen koers naar Wenen, waar hij vier maanden als fellow verbonden zal zijn aan het Internationales Forschungszentrum Kulturwissenschaften (IFK).

14 september 2017

‘Ik werd daar zó in de watten gelegd, dat ik er een beetje argwanend van werd’ “Ik ben natuurlijk meteen naar de curator van de tentoonstelling gestapt, met de vraag: waar komt dit vandáán?”, vertelt Hanssen. Het schilderij blijkt vanuit een privécollectie in Zwitserland op weg te zijn naar het Stedelijk Museum in Amsterdam, om deel uit te maken van een geplande tentoonstelling 100 jaar De Stijl. Voordat het doek doorreist naar Amsterdam mag het tijdelijk in Brussel blijven om daar geëxposeerd te worden, op voorwaarde dat Bozar de transportkosten en de kosten van de restau­ ratie betaalt. Tot Hanssens verbazing heeft op dat moment niemand het lang verloren meesterwerk als zodanig herkend. “Ik was de eerste en de enige, achteraf ook, die het heeft opgemerkt. Hoe is het mogelijk?” Het Stedelijk Museum vraagt Hanssen om onderzoek te doen naar de herkomst van het schilderij. Die zoektocht leidt Hanssen, langs het Parijs van de jaren ’20 en het Duitsland van Hitler en via het beroemde Kabinett der Abstrakten en de beruchte Entartete Kunstt tentoonstelling, naar de huidige eigenaar van het schilderij: een steenrijke Zwitser die met zijn vrouw aan de goudkust van Zürich in Zwitserland woont. Tientallen miljoenen “Volgens de hoofdconservator van het Stedelijk Museum in Amsterdam was het schilderij betrouwbaarder dan de Zwitserse frank, maar om het te kunnen exposeren zijn documenten nodig die de authenticiteit van het werk bevestigen”, legt Hanssen uit. Op zoek naar die documenten reist Hanssen af naar Zwitserland, waar hij allerhartelijkst wordt ontvangen. Papieren heeft de Zwitser niet, en hij vertelt wisselende verhalen over hoe hij in het bezit van de verloren Mondriaan is gekomen. En er is nog iets anders, vertelt Hanssen: “Ik werd daar zó in de watten gelegd, dat ik er een beetje argwanend van werd. De duurste Mondriaan ooit leverde bijna 45 miljoen euro op. Dit schilderij, met zo’n roemruchte achtergrond, met zo’n geschiedenis, zou daar wellicht overheen gaan. Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat de eigenaren van het schilderij mij graag hadden gezien als de wetenschapper die het werk wettig zou verklaren, om het op een zeker moment voor tientallen miljoenen te kunnen verkopen. Voor


19

die wettiging was ook de expositie in een toonaangevend museum als het Stedelijk een essentieel gegeven.” Als de Zwitser na lang aandringen toch met een schriftelijke verklaring over de herkomst van het schilderij komt, is Hanssen even gerustgesteld. Even, want als hij dieper gaat graven blijkt het verhaal niet te kloppen. “Uiteindelijk moest ik concluderen: dit houdt geen stand. Toen zijn we opnieuw naar het schilderij gaan kijken, aan de hand van het historische fotomateriaal dat ik in het kader van mijn onderzoek had verzameld. De restaurator van het Stedelijk belde me ’s avonds laat op. Zij bevestigde mijn vermoeden: dit is niet het originele, beroemde schilderij van Mondriaan waarop het als twee druppels water lijkt. Toch hebben we een jaar lang met z’n allen in het wonder geloofd. Het werk was zelfs al in het atelier van het Stedelijk Museum gerestaureerd!” Duivels goed Op de vraag of hij teleurgesteld was toen hij tot de conclusie kwam dat het schilderij niet de verloren gewaande Mondriaan is, antwoordt Hanssen: “Nee, teleurgesteld was ik toen al niet meer. Ergens zat die twijfel bij mij er steeds. En ik ben vooral ook blij dat ik trouw ben gebleven aan mijn kritische geest. Het was natuurlijk heel verleidelijk om in dit mooie verhaal te geloven, maar als wetenschapper moet ik ook gehoor geven aan mijn scepsis. De essentiële vraag was: deugt het werk, wat is de kwaliteit ervan, is de herkomst ervan betrouwbaar en documenteerbaar? Die punten heb ik tegen het licht gehouden.” En hoe zeker kunnen we nu zeggen dat het écht niet om het verloren meesterwerk van Mondriaan gaat? “Met aan zekerheid grenzende waar-

schijnlijkheid”, wat Hanssen betreft. “Als je het door hebt dan zie je het, om met Cruijff te spreken. Verschillende restauratoren die eerder werken van Mondriaan hebben gerestaureerd, zijn ook allemaal tot hetzelfde oordeel gekomen. Maar het is duivels goed gedaan.” Hanssen: “Er is nog één andere mogelijkheid, namelijk dat Mondriaan hetzelfde werk opnieuw heeft geschilderd. Maar dat is een mogelijkheid die ik nagenoeg uitsluit. Er is geen enkel bewijs dat Mondriaan dat ooit heeft gedaan, een werk natuurgetrouw opnieuw maken. Waarom zou hij? Elk schilderij was voor hem een nieuwe schepping, als een roos die hij had geplukt uit de Hof van Eden. Die bloem ging hij niet kopiëren.” Vagebonderen Het verhaal van het verloren gewaande meesterwerk vormt één van de in totaal tien hoofdstukken van Alleen een wonder kan je dragen. De bundel is in veel opzichten anders dan Hanssens vuistdikke biografie van Piet Mondriaan, en ook dan zijn eerder verschenen biografie over schrijver Menno ter Braak. Het nieuwe boek is lichter. Letterlijk - het telt een bescheiden 250 pagina’s - maar vooral ook in de zin van lichtvoetiger, speelser. En het is opvallend persoonlijk: met Mondriaan leert de lezer tegelijkertijd ook Hanssen beter kennen. Als biograaf is Hanssen avontuurlijk. Hij is niet vooringenomen en pretendeert geen alleswetende gids te zijn. Vagebonderen, zo noemt hij zijn werkwijze: de sporen van een leven volgen zonder bang te zijn om te verdwalen of zelfs te falen. Die werkwijze loopt als een rode draad door al zijn werk, maar in Alleen een wonder kan je dragen lijkt Hanssen daar >>

14 september 2017


20

Zwart-wit foto van het originele Mondriaanschilderij Kompostion, 1923 (links) met daarnaast het bewuste Zwitserse doek

nog een stapje verder in te gaan: het vagebondisme is nu niet impliciet aanwezig, maar leidend. Als vagebonderende wetenschapper gaat Hanssen in zijn nieuwe essaybundel ‘verder de wilde natuur in’ dan in zijn biografische werken, zo zegt hij zelf. “De biografie is een vorm van science civilisé. Dit boek is eerder een vorm van wilde wetenschap, van science sauvage, waarbij die notie van vagebonderen heel sterk naar voren komt.”

‘Elk schilderij was voor hem als een roos die hij had geplukt uit de Hof van Eden’ Wonder De zwerftochten die Hanssen aflegt om de sporen van het leven van Mondriaan te volgen, worden voor een zeker deel gestuurd door toevalligheden, verrassingen, dingen die hij nooit had kunnen voorzien. Het is wilde wetenschap, maar, zo benadrukt Hanssen, geen wetenschap in het wildeweg: “Dat vagebonderen, daar zit heel sterk iets programmatisch in. Het is geen brevet van vrijblijvendheid. De kern ervan is dat je productief gaat zoeken. En dat je daarbij soms ook in onvermoede richtingen zoekt.” De toevallige ontdekking van het verloren gewaande meesterwerk en de zoektocht naar de herkomst ervan, is een mooi voorbeeld van zo’n zwerftocht. Die tocht liep in zekere zin uit op niets; het schilderij is teruggestuurd naar Zwitserland, waar het naar alle waarschijnlijkheid weer aan de muur prijkt in de villa van de eigenaren. Zeker weten doet Hanssen dat niet, want zelf is hij niet meer welkom bij het Zwitserse echtpaar. “Zij hebben zich van mij afgewend. Eigenlijk zodra ze merkten dat het de andere kant op ging dan ze gewenst hadden. Dat vind ik jammer. Ik ben van deze ervaring wijzer geworden, maar ook een stukje wantrouwender. That’s life.” Het wonder is uitgebleven, maar de omzwervingen die Hanssen langs Brussel, Amsterdam en Zwitserland voerden, hebben toch iets wonderbaarlijks opgeleverd. “Het verhaal!”, zegt Hanssen met een lach. Want inderdaad: het verhaal van de vagebonderende Mondriaan-biograaf die de sporen volgt van een lang verloren gewaand meesterwerk om na veel omzwervingen vast te stellen dat het tóch niet om de verloren zoon gaat, is een klein wonder op zich.

14 september 2017

column Henk Strikkers columnist

Verantwoordelijk Ik heb niet zoveel met die versteenkolenengelsing die de universiteit sluipend overneemt. Voor mij was het thema van de jaaropening dan ook gewoon ‘verantwoordelijkheid nemen’ in plaats van ‘taking responsibility’. Het klinkt goed: verantwoordelijkheid nemen. Maar het is maar de vraag of het bestuur van onze universiteit dat wel doet. Natuurlijk zijn er gemakkelijke verwijten te maken. Dat de universiteit belachelijk veel werknemers tijdelijk in dienst heeft bijvoorbeeld. Of dat promovendi onder ongelooflijke druk staan. Maar dat kun je voorzitter Koen Becking en rector Emile Aerts nauwelijks kwalijk nemen. Het zijn problemen van het Nederlandse of misschien wel het internationale wetenschapsstelsel. Waar je de heren Becking en Aerts wel verantwoordelijk voor kunt houden is voor de strategische doelen die de universiteit zichzelf stelde. Binnen acht jaar wil de universiteit namelijk groeien van om en nabij de 14.000 studenten naar 20.000 studenten. Dat is een groei van 43 procent. In acht jaar. Iedereen die niet bij een start-up of de Chinese overheid werkt schrikt direct terug van dat soort cijfers, maar de heren Becking en Aerts doen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Los van het feit dat je ongeveer vijf nieuwe gebouwen en meer dan duizend nieuwe medewerkers nodig hebt, is het vreemd, omdat het een impliciete oorlogsverklaring aan andere universiteiten is. De laatste jaren zag iedereen juist het belang van samenwerking in. Als we in Nederland in de wereldtop mee willen doen moeten we niet Oxfordje willen spelen of elkaar studenten afsnoepen. Dan moet de UvA zich specialiseren in communicatiewetenschap, Leiden zich richten op klassieke talen en Tilburg focussen op bijvoorbeeld Data Science. Daarvoor moeten wellicht wel wat egostrelende streefcijfertjes opzij geschoven worden, maar ach, dat hoort erbij als je je verantwoordelijkheid neemt.


21

Wat heb je nu geleerd? college Social Signal Processing locatie DPZ1 (Deprez gebouw in de Spoorzone)

Waar is Univers?

door Tom Grosfeld

Docent

Martin Atzmüller

Kon je wakker blijven? Vrij aardig

Hoe zaten de studenten erbij?

Het jaar inluiden met een cantus Het academisch jaar wordt geopend op maandag 4 september. Overdag formeel, door academici en een handjevol studenten. ’s Avonds informeel, door studenten en een handjevol academici. En wat is het toch een heerlijk fenomeen: het academisch jaar inluiden met een cantus, waar je meteen de helft van je hersencellen wegspoelt. Een goed begin is het halve werk, zullen ze gedacht hebben. Het VIP-volk is ook aanwezig. Zij begeven zich niet onder de ‘gewone’ studenten, maar zitten op een balkonnetje dat boven de meute uittorent. Door het hoogteverschil kijken ze letterlijk op ons neer. Er staan mannen in pak. Vrouwen in jurk. Studenten in cvruk/netwerk modus. Ze staren maar voor zich uit, de arena in. Waar wij als varkens door een modderpoel banjeren. Ons besmeuren met bier en meeblèren op Sweet Caroline. Ik kijk naar ze en denk: wat gaat er in die hoofden om? Onttrekken ze zich bewust aan de biercantus? Vinden ze het boers en beneden alle fatsoensnormen? Of willen ze de kleren van hun lijf scheuren en met ons dansen, springen, joelen en drinken, maar houden ze zich in bedwang omdat ze geen statusbevlekkende activiteiten willen ontplooien? We zullen het nooit weten.

Incompleet en verkeerd. Dit college was het allereerste dat gegeven werd in het Deprez gebouw in de Spoorzone. Veel studenten bleken zich vergist te hebben in de locatie van het college. Meerdere studenten die in DZ1 (campus) moesten zijn, hadden zich vergist met DPZ1 (Spoorzone) of vice versa. Dit leidde ertoe dat de groep na de pauze pas compleet was. Waarschijnlijk kwam de verwarring door de afkortingen van de gebouwen. Het is ook goed mogelijk dat de studenten om 8.45 nog niet helemaal wakker waren.

Had de docent er zin in?

De vriendelijke Duitser leek vooraf een beetje verbaasd over de lage opkomst; hij had op Blackboard aanzienlijk meer aanmeldingen. Als de verdwaalde club studenten halverwege binnenstapt is hij zichtbaar blij. In dit eerste college probeert hij de studenten te laten zien wat er allemaal speelt in het veld en laat hij zien wat ze kunnen verwachten. Het ziet er allesbehalve gemakkelijk uit. De docent heeft er zichtbaar zin in. De studenten laten zich (nog) niet uit het veld slaan.

Wat heb je nu geleerd?

Dat de serie ‘Lie to me’ een stuk verder van de werkelijkheid afstaat dan ik dacht.

14 september 2017


22

Bij de buren wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?

Masterscriptie

Lekker zwemmen in een schimmelbad WAGENINGEN – Op warme zomerdagen zoek je het liefst afkoeling aan het water. Wetenschappers zijn ook maar mensen, dus toog schimmelexpert Anne van Dieperingen deze zomer naar het zwembad, schrijft het Wageningse universiteitsblad Resource. Ze deed daarbij ook wel werk. Zij en andere onderzoekers namen monsters in en om het water. Niet voor niets: ze vonden maar liefst 79 verschillende schimmels en van zo’n 40 daarvan zou je ook nog eens ziek kunnen worden. Van Dieperingen wil daarom vaker het nuttige met het aangename verenigen en adviseert meer onderzoek.

over de snelweg fietsen DELFT – Vergeet Annemiek van Vleuten of Marjan Vos als het om hardfietsende vrouwen gaat, aldus universiteitsblad Delta. Aniek Rooderkerk en Iris Slappendel fietsten bij wijze van training al 82 en 83 km per uur op een stuk snelweg bij Helmond voor het Human Power Team van de Universiteit Delft. Nog lang geen wereldrecord, dat staat op 122 km per uur. Toch zijn ze vol vertrouwen dat ze dat deze maand bij een wedstrijd in Nevada zullen verbreken. Het is daar is nu eenmaal geen Helmond, de luchtdichtheid en omstandigheden zijn niet te vergelijken.

Klooster voor promovendi NIJMEGEN – De Radboud Universiteit heeft net als de onze een katholieke achtergrond. Het voelt dan ook heel logisch als universiteitsblad VOX meldt dat de Nijmeegse uni 200 buitenlandse promovendi wil onderbrengen in een voormalig klooster bij de Heilige Land Stichting. Het complex wordt onderverdeeld in studio’s en appartementen en moet zo een einde maken aan de woningnood van internationale phd’s. Het pand is overigens al sinds 2008 patervrij. Eigenaar is nu de Tim Hofman-meppende vastgoedmagnaat Ton Hendriks.

verdunde whisky lekkerder ZWEDEN – Een beetje water bij de whisky is beter voor de smaak. Dat blijkt uit onderzoek van chemici Björn Karlsson en Ran Friedman, meldt de nieuwssite van de Zweedse Linnaeus University. Whisky wordt verdund tot 40% voor het gebotteld wordt. In die verhouding komen de smaakmoleculen al goed vrij. Bij verder verdunnen na het inschenken wordt dat alleen maar beter. Het onderzoek werd gedaan met computermodellen. Niettemin is er maar één manier om de echte ideale verhouding whisky-water te vinden, zeggen de Zweedse onderzoekers. Met een glas, drank, water en de eigen smaakpapillen. En dan zelf proeven.

softwaregebruiker dupe bij faillissement De curator maakt de dienst uit bij bedrijfsfaillissementen. Openstaande vorderingen hoeft hij niet te voldoen en mogelijk mag hij zelfs doorlopende afspraken niet nakomen. Hendrik Bastiaans (Rechtsgeleerdheid) vroeg zich af wat dat betekent voor licentiehouders van software. Een curator controleert en beoordeelt vorderingen van schuldeisers, maar hoeft ze niet na te komen. Hij mag met andere woorden passief wanpresteren. Mag de curator ook actief wanpresteren? Mag hij bijvoorbeeld huurders ontruimen, waarmee is afgesproken dat ze worden geduld in andermans eigendom? Juridisch lijkt dat een brug te ver: een actieve curator zou het uitgangspunt aantasten dat een faillissement de inhoud en geldigheid van bestaande overeenkomsten niet aantast. De Hoge Raad oordeelde in 2006 anders in het Nebula-arrest: niet in alle gevallen kan vastgehouden worden aan afspraken. Dan wordt namelijk een inbreuk gemaakt op de gelijkheid van schuldeisers. Schuldeisers die nog iets tegoed hebben moeten een vordering indienen terwijl schuldeisers die het recht hebben geduld te worden het faillissement kunnen negeren. In 2014 echter oordeelde de Hoge Raad in het Berzona-arrest dat actief wanpresteren te ver gaat. Een huurovereenkomst schenden mag niet. Tegelijkertijd merkt de raad op dat dit oordeel niet anders is dan het eerdere. Zo ontstond verwarring: er leek sprake te zijn van een algemeen verbod op actief wanpresteren. Geldt dat nu alleen voor huurders? Een belangrijke vraag, voor bijvoorbeeld de softwaremarkt. Daar wordt veel gewerkt met licenties: eigenaren dulden het gebruik van hun intellectueel eigendom door anderen. Bastiaans vroeg zich af of de rechtspositie van de licentienemer is verbeterd of verslechterd. De curator kon bijvoorbeeld al stoppen met software-updates. Als hij actief mag wanpresteren kan zelfs het softwaregebruik verboden worden. Omdat de rechtspraak onduidelijk is, concludeert Bastiaans dat de positie van de licentienemer is verslechterd. Zij moeten rekening houden met een actieve curator en eventueel een dure juridische verweerconstructie opzetten, terwijl niet zeker is of die kosten echt gemaakt moeten worden. Cijfer: 7,5

14 september 2017


23

reading time

5

minutes

text Laura van gelder photography Jack Tummers

David and Goliath in the Amazon

Indigenous communities are vulnerable to land grabbing and dispossession, even if the law is on their side. Bas Rombouts, assistant professor at Tilburg Law School, is an expert on the topic. “Indigenous communities are amongst the most vulnerable groups in the world.”

T

he construction of the Dakota pipeline in the United States, oil drilling in Ecuador and Brazil’s mining plans in the Amazon rainforest are just a few examples of controversial projects that have a serious impact on indigenous communities. “In some cases, the very survival of those communities is at stake”, says Bas Rombouts, who recently published his 47-page-long study on the evolution and application of indigenous land rights in the Stanford Journal of International Law - one of the oldest and most reputable international law journals in the world. Rombouts’ study describes the long struggle for recognition fought by indigenous peoples across the world, and the difficulty of settling land disputes between worlds that could not be further apart. In recent human rights law, some important steps forward have been taken. The rights of indigenous peoples, such as the right to be included in discussions on land use, have been enshrined in international laws and declarations. But when a small Indian tribe sits down at the negotiating table with a multinational corporation, can you ensure fair negotiations? According to Bas Rombouts, indigenous communities remain extremely vulnerable, despite the existence of laws and treaties. >>

14 september 2017


24

Univers talked to him about the struggle for the world’s ever more scarce natural resources, the limitations of international law, and indigenous tribes spreading from the Sarayaku territory in the Amazon region of Ecuador to nomadic reindeer herders in Sweden. The rights of indigenous peoples have been the focus of your research since the early beginnings of your academic journey. How did you initially become interested in this particular field? “I’ve always had an interest in human rights and cultural diversity. During my Master’s in International Law at Tilburg University, I had the chance to study in Sweden. At the University of Uppsala, I followed guest lectures on the Saami. The Saami are nomadic reindeer herders in Sweden, and the last recognized indigenous people of Europe. I thought the Saami and their rights were such an interesting topic. You see, international law and human rights are primarily concerned with states and individuals. But some groups don’t fall into either of those categories, which leaves them vulnerable. I decided to write my Master’s thesis on indigenous rights, which eventually led to a PhD and a job as a teacher and researcher at Tilburg University.”

sign a contract, the house belongs to someone else. In the reality of indigenous peoples, that can be entirely different. To them, the land cannot change ownership with a signature. It’s part of their identity. Fortunately, we’re starting to realize that the special relationship between indigenous communities and their lands is to be respected and protected. But still, in the struggle between powerful companies and states over the world’s last natural resources, small and remote groups are extremely vulnerable. How realistic are the chances of a small tribe in Canada conducting sharp negotiations with a multinational gold mining company? Because they have such a different way of thinking about property and ownership, the negotiating position of indigenous peoples is often very weak.” You’ve mentioned that we are slowly but surely improving our ability to protect the rights of indigenous communities. What about indigenous peoples? Are they getting better at organizing themselves and defending their rights? “They are. Indigenous peoples are making their voices heard, you can see that quite clearly. They have been working together and organizing themselves since the 1920s, before the United Nations even existed. Especially after the Second World War, indigenous peoples increasingly started to build alliances. At the same time, it’s important to remember that indigenous communities are amongst the most vulnerable groups in the world. Small, remote tribes don’t always have the know-how to defend themselves against violations of their rights.”

Disputes over indigenous lands are often disputes between two completely different worlds

It’s been ten years since you took those lectures in Sweden. Has the human rights situation of indigenous peoples improved since then? “In international law, there is a growing realization that indigenous communities need to take part in discussions that affect them. Indigenous consultation and participation rights have been incorporated in international agreements. And over the past 10 to 20 years, we’ve seen countries pass national legislation on the protection of indigenous rights as well, especially in LatinAmerica. But indigenous communities continue to be disproportionally affected by exclusion from decisionmaking processes. It often still goes wrong. Especially for smaller tribes, the situation remains very precarious.”

If the rights of indigenous people are enshrined in international laws and agreements, why do violations of those rights continue to take place? “The difficulty with international laws is that there is no international police to enforce them. In the Netherlands, stealing a bike is against the law. So if I steal a bike and the police arrives, I’ll be given a fine for breaking the law. In international law, it’s much more complicated than that. Whether agreements are enforced or not largely depends on power politics and political will on the part of states. That’s why it’s so important that states pass national legislation on the protection of indigenous rights. Another difficulty is that there are different types of agreements. They are not all binding. One of the most important documents, the UN Declaration of the Rights of Indigenous Peoples, is not a law. It’s a declaration, it doesn’t have binding effect. It’s very difficult to enforce the standards outlined in that declaration, even though almost all countries of the world have endorsed it.” You write that, for indigenous peoples, the land is not just important for material reasons. They often have a deep spiritual connection to their traditional lands. Does that complicate disputes over land between native communities and large companies or governments? “Absolutely. Disputes over indigenous lands are often disputes between two completely different worlds. We have a very Eurocentric idea of property and ownership. In our world, you can sell your house; after you

14 september 2017

Are current international laws enough? “Absolutely not. In order to protect indigenous peoples effectively, there needs to be political will within individual countries to implement these standards at the domestic level. Not just in some countries, but across the entire world.”

In your article, you describe two cases that represented an important victory for indigenous peoples: Saramaka v. Suriname and Sarayaku v. Ecuador. Why are these cases, that appeared before the Inter-American Court of Human Rights, of such importance? “In those cases, the Court not only ruled in favor of the Saramaka and the Sarayaku, but the Court also imposed extra safeguards to protect the rights of indigenous peoples. In the case of the Saramaka people against Suriname, Chinese loggers had been granted permission by the Surinamese state to cut down trees in the forests of the Saramaka. The Saramaka, descendants of escaped African slaves, were not consulted in any way. After years of legal struggle, the Inter-American Court of Human Rights ruled that three extra safeguards must be met if the cultural or physical survival of indigenous peoples is at stake: there must be a fair process of communication and participation, the state must ensure that impact assessments are carried out, and the affected indigenous community must share in the benefits that arise from the use of their lands. One of the main lessons from the Sarayaku decision, is that the duty to consult indigenous peoples is regarded as a general principle of international law.” Can science help improve the human rights situation of indigenous peoples? “I definitely hope so! Knowledge can have societal impact, especially if you collaborate with international organizations, NGOs, governments and companies. As an academic, I like to believe that my research on indigenous rights can help improve the situation. If only a little bit.”


25

14 september 2017


26

reading time

4

minutes

text Laura van gelder photography Jack Tummers

Preparing refugees for university and beyond Summer is over. Students have returned to campus for the new semester, and freshers have started their first courses at Tilburg University. Amongst them is a group of fourteen refugees. They are the first participants of a new one-year program that prepares refugees for university: the Academic PreBachelor. We accompanied them during their first week of class.

“I

see some tired faces”, says Dutch language teacher Gabri van Sleeuwen as she looks around the classroom in the Academia Building. For the young adults in her class, the past few days have been tiring. They haven’t been in a school environment for quite some time. Some of them were college students in their country of origin - Syria, Iran, Afghanistan, Qatar, Saoudi-Arabia - while others fled just before they could finish high school. Whatever their educational background, the transition from conflict to classroom is not without difficulty. “We moeten nog wennen”, Bassam explains to his new teacher in perfect Dutch: we’re still adjusting. Earlier this week, Bassam and his thirteen new classmates have been introduced to each other, to their teachers and their mentors. They’ve received their timetables for the intensive year ahead of them, and they’ve been taken on a campus tour by a seasoned Tilburg University student named Annick, who cheerfully shared

14 september 2017

the ins and outs of campus art, coffee machines and study areas. The introductory period of the Academic Pre-Bachelor program was packed into a single morning: classes started the same day.

that help us determine whether someone is a potential fit with the program. In our assessments, we also worked together intensively with the UAF, the Foundation for Refugee Students.” The fourteen candidates who were eventually selected may not yet be universityready, but they are university-qualified. “That’s important for us, but especially for the participants. We’re convinced that all selected participants have the ability to study at a Dutch university, and that they will make it through the Pre-Bachelor program successfully.”

Sometimes the Dutch say ‘great job!’, when they’re actually saying that you did something foolish

SELECTION Tired or not, the first participants of the Academic Pre-Bachelor are highly motivated to succeed. They made it through a tough sel­ection process. “We received around fifty applications”, project leader Kathelijn van Heeswijk says. “All applicants took entrance tests to determine their level of Dutch, English and mathematics. Based on those results, we conducted interviews. We asked applicants about their educational background, study plans, asylum procedure and living situation. Those are all factors

CRASH COURSE Most of the participants arrived in the Netherlands without their diplomas. “Some of them


27

had to leave their diplomas behind in the hurry to flee, others lost their documents in another way”, Van Heeswijk explains. “Moreover, the degrees of refugees are often not recognized in the Netherlands. Our participants are automatically admissible for a Bachelor’s program at Tilburg University. Completion of the Academic PreBachelor substitutes the entrance examination of the Colloquium Doctum.” But the one-year program is more than a crash course to bring the knowledge and skills of refugees to the level required for Dutch university. “We also look beyond university”, Van Heeswijk says. “During the program, we will help participants explore what they want to study and what profession they want to pursue later in life, whether those goals are achievable and how those goals can be achieved.” COMMON GOAL In the classroom, some of the students-to-be already have a clear idea of they want to do next year. Bassam wants to study Data Science, while Homa is set on getting her Law degree. The group is remarkably diverse - not just in terms of ambitions and study plans. Ehsan is a musician from Iran, Mohamed was born and raised in Syria. The youngest participant is 18, the oldest is 30. Fadi injects the class with a little humor, while others are more reserved. But the members of the first group attending the Academic Pre-Bachelor all have one thing in common: they are determined to build a new life in the Netherlands. Starting university is the first step. “We want the class to really form a group”, Kathelijn van Heeswijk says. “It’s an intensive program and it’s a small class, so we believe that the entire group benefits if participants motivate and support each other. You can already see that happening, which is wonderful.” COMPLIMENTS During Gabri van Sleeuwen’s first Dutch lesson, the class works together on group assignments. In changing groups of two, three or four people, they discuss Dutch words with multiple meanings, form sentences with different tenses and constructions, ask each other questions and give each other explanations. In one exercise, the class is asked to pass on compliments. “You’re very ambitious”, “You’re such a motivated student”, “You have an excellent pronunciation”, they tell each other. Mohamed notices that compliments are not always compliments in Dutch. “Sometimes the Dutch say ‘great job!’, when they’re actually saying that you did something foolish.” When the three-and-a-half-hour Dutch lesson slowly comes to an end, it’s already past six o’clock. It’s been a long day. While Gabri van Sleeuwen is wrapping up her lesson, some students start packing their bags. “We have a few more minutes”, Van Sleeuwen tells her class. “Don’t pack your bags yet.” Officially, the first refugees attending the Academic Pre-Bachelor are not yet university students - but in the end, they’re like any other class on campus.

column Leanne Soff

liberal arts student

Snack equality Recently, there has been some discussion about a Dutch primary school that has stopped allowing kids to consume anything but water, fruit and ordinary sandwiches. Many have debated the role of the school in children’s lifestyle, saying that dietary choices are for the parents to make. One father that felt particularly strong about the matter, stated that ‘water is for dogs’, while others appreciated the school teaching children about a healthy diet. For me, however, this debate has nothing to do with health and diet. It has to do with personality, with inner strength. Growing up, I had annoyingly responsible parents. The kind that would set an alarm to ensure that I would only use the computer for half an hour a day. Each day, they would send me off to school with nothing but an apple and sugar-free lemonade. I would await snack-time with fear, anxiously staring at the clock. As it struck eleven, backpacks would open and my classmates would reveal the most delicious snacks, one even more indulgent than the other. I can still smell the chocolate covered cookies. Late at night, I hear the sound of their straws poking into their fancy juice boxes. I can still feel the disapproving glances in the direction of my apple. While they feasted on their sugary goods, me and the other rejects of the class reluctantly chewed our apples, exchanging glances of sympathy. No one understood the pain we were going through. All we had was each other, brothers in arms. No child should have to experience the things we went through. What I would’ve given for complete snack-equality, a world where we could all live as consumption-comrades. Please, parents, just give your kid an apple. If you don’t do it for their health, do it for equality.

14 september 2017


28

14 september 2017


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vrouwen aan de bal by Redactie Univers - Issuu