Skip to main content

Univers mach05 2017 zicht

Page 1

Onafhankelijk magazine Tilburg university

jaargang 55 | 16 november 2017 #05

Virtual Reality

Fouten

Wetenschapper is ook een mens

Thuis wonen En toch een studentenleven

Nudging

Better choices for irrational people


2

In deze Univers

06

10

Pionieren in Virtual Reality

Wetenschappers maken ook fouten

Virtuele mensen die je helpen in het ziekenhuis? Het zou zomaar de toekomst kunnen zijn. Op de Tilburgse campus wordt druk geĂŤxperimenteerd met virtual reality.

Wetenschappers zien zichzelf graag als objectief en onkreukbaar. Ondertussen maken ze fouten bij de vleet. Promovenda Coosje Veldkamp onderzocht hoe je omgaat met het feilen van de onfeilbaren.

16

22

Leven in twee werelden

A little nudge in the right direction

Studenten blijven langer bij hun ouders wonen. Is het mogelijk om een echt studentenleven te leiden als je verblijft in Hotel Mama?

OVERIGE ARTIKELEN 25 Students who volunteer RUBRIEKEN 3 De Pluim 4 Op de hoogte 5 En passant 5 Commentaar 16 november 2017

The new economist believes in the power of nudging. According to scientists of Tilburg University, it can help human beings make better choices. And that goes for imperfect students too.

12 De vijf van Eijff 13 Op de man af 13 Wè nou? 14 Beeldend 20 Bij de buren 20 Masterscriptie 21 Waar is Univers? 21 Wat heb je nu geleerd?

COLUMNS 3 Tom Grosfeld 9 Luuk Koelman 19 Henk Strikkers 27 Leanne Soff


3

Van de redactie Vrijwillig Tijdens mijn vrijwilligerswerk heb ik meer geleerd dan waar dan ook. Daarom wil ik hier een lans breken om meer dingen te doen zonder dat je daar geld aan verdient. Je krijgt meer verantwoordelijkheid, je leert organiseren en mee te leven met de mensen die je helpt. Nou ja, helpen: ik was niet zo’n hoogstaand mens als de vrijwilligers op de pagina’s 25 t/m 27. Ik verkocht vooral bier en hing jassen op bij een poppodium. Je moest enorm hard werken maar in ruil kon je naar alle concerten die je wilde. Bijvoorbeeld Radiohead voor niks. Je leert hoe het is om in een bedrijf te werken, verantwoordelijkheid te nemen en jezelf niet met een hoofdpijntje af te melden. Het enorm goede groepsgevoel als je weer eens een groot festival achter de rug had en met zijn allen zat af te pilzen, zal ik nooit vergeten. Je doet er contacten op voor het leven. Maar het belangrijkste is: een goed gevoel over jezelf.

Francine Bardoel, hoofdredacteur f.bardoel@uvt.nl

De pluim Prijzen, prijsjes, benoemingen, subsidies, schouderklopjes en veren in de reet, het academische wereldje zit er vol mee. Univers licht er de mooiste uit. Hoera en hoezee! Angélique Cramer (1979), onderzoekster bij het departement Methodology and Statistics, is toegetreden tot de Jonge Akademie. Dit platform voor jonge topwetenschappers heeft tien nieuwelingen gekozen om haar gelederen te versterken. Een hele eer, want alleen buitengewone onderzoekers worden tot de Jonge Akademie toegelaten. Cramer promoveerde cum laude in de psychologische methodenleer en ze groeide in korte tijd uit tot expert op het gebied van netwerkmodellen en complexe dynamische systemen. Begrijpt u daar helemaal niks van? Met haar column De Gereedschapskist in het maandblad De Psycholoog maakt Angélique haar onderzoeksgebied toegankelijk voor een breder publiek. Een welverdiende pluim dus.

colofon

column Tom Grosfeld student CIW

De witte jas Onlangs zat ik bij de dokter in de wachtruimte. Ik wachtte tot een witte jas het hoekje omkwam en zei: “Grosfeld?” De witte jas kwam geregeld het hoekje om, maar niet één keer werd mijn naam uitgesproken. Dus werd ik ongeduldig. Ik dacht: zal ik naar huis gaan en over een uurtje terugkomen? Maar dat risico neem je niet. Als die dokter de hoek om komt en jouw naam vragend door de wachtruimte laat galmen, moet je er natuurlijk wel zijn. Anders is je kans verkeken. Ik bleef zitten en twee uur later was ik aan de beurt. Na die dag wilde ik nooit meer wachten op iets. Ik wilde het leven bij zijn strot grijpen. Initiatief nemen. Kansen benutten. Dat is niet gelukt. Voor ik er erg in had, was ik alweer op twee andere dingen aan het wachten. Het eerste waar ik nu op wacht is de huizenbubbel. Klap eens, beste huizenmarkt. Het heeft lang genoeg geduurd. Dan koop ik een huisje voor een gunstig bedrag, waar ik dan intrek met mijn vriendin en eventuele huisdier. Het tweede waar ik op wacht is de vergrijzing. Iedereen roept al jaren: ‘De vergrijzing komt eraan. De banen zullen voor het oprapen liggen.’ Ik hoor het in de metro, bij de slager, tijdens de seks. Alleen merk ik er zo verdomd weinig van. Dus blijf ik maar wachten. Net zoals bij de dokter. Erg productief is dat niet. Heb je ooit iemand een scriptieanalyse zien uitvoeren tijdens het wachten? Of een sale zien afronden? Ik niet. Je bladert wat in tijdschriften die je geen moer interesseren, terwijl je je afvraagt of er ooit een einde komt aan dit wachten. Maar dat weet alleen de witte jas.

Univers #5 16 november 2017

Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Ton Toemen Productie PrismaPrint Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 6 van jaargang 55 verschijnt op 7 december 2017 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Francine Bardoel (hoofdredactie), Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Laura van Gelder, Tom Grosfeld, Luuk Koelman, Jeroen de Leijer, Ilja Panis, Yannick Maas, Daan Rutten, Bas van der Schot, Bart Smout, Leanne Soff, Henk Strikkers, Ton Toemen, Jack Tummers, Ron Vaessen, Peter van Vugt, Marga Walsh.

16 november 2017


4

Op de hoogte daan rutten kijkt terug

D

Toegankelijkheid

e toegankelijkheid staat op het spel, zo klinkt het uit vele kelen. We gaan door voor democratie, maar krijgt iedereen werkelijk een even grote kans om te participeren? Formeel zijn veel grenzen opgeheven, maar op subtiele wijze worden ze soms opnieuw geïnstalleerd. In de Tweede Kamer werd uitgebreid gediscussieerd over de verengelsing van het hoger onderwijs. Het zou barrières opwerpen voor studenten uit lager opgeleide milieus. Dat geldt ook voor de ‘selectie aan de poort’ waarover wordt gesproken nu universiteiten proberen te scoren op excellentie. De vraag is echter of dit uitsluitingsmechanisme wel zin heeft. Uit promotieonderzoek van Nienke Schripsema (RUG) blijkt dat het door de bank genomen niet veel scheelt of je loot of selecteert. Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) is dan ook bang dat ‘drempels, obstakels en slagbomen voor bepaalde groepen studenten’ onterecht worden opgelegd. Ook onze Tilburgse rector Emile Aarts is geen fan van drempels en obstakels. Numerus fixus

16 november 2017

en extra toelatingseisen, daar houdt hij niet van, is bekend. Wanneer de student maar de motivatie heeft zichzelf te verbeteren om later aan de slag te kunnen als een capabele werknemer, dan is deze meer dan welkom. Onze universiteit is er niet alleen voor briljante denkers, maar vooral ook voor doeners en weldoeners. Tilburg moet een hub worden voor wat hij ‘social venturing’ noemt, sociaal ondernemen. Volksverheffing 2.0! Barrières moeten weggenomen, de kloof moet geslecht, vinden wij TiU’ers. Socioloog Barend Wind ontdekte in zijn proefschrift dat rijkere huishoudens veel meer profiteren van de liberalisering van de woningmarkt dan minder welgestelden. Wie arm is, koopt goedkoop aan de rand van de stad, en heeft geen profijt van de gigantische prijsstijgingen in het centrum. En dat roept uiteraard de kritische vraag op: is dat nu eerlijk? Onze eigen internationale studenten proberen we in elk geval een redelijke kans te geven op een betaalbare woning. International Office-directeur René Voogt meldde in de medezeggenschapsvergadering dat verschillende maatrege-

len succesvol bleken om inkomende studenten onderdak te geven. Een enkeling kreeg geen geschikte woning, maar dat had meer met het elitaire gedrag te maken van de persoon in kwestie. Sommige internationals eisen een royaal appartement met eigen badkamer, en dat liefst voor een schamele 300 euro. Over toegankelijkheid op de campus gesproken: Remco Witlox van de kantine in C organiseerde weer een spellenmiddag om studenten nader tot elkaar te brengen. En voor treinreizigers is de campus veel dichterbij komen te liggen, want het perron van Station Tilburg Universiteit is verlengd. En het wordt nog beter bereikbaar wanneer het pad naar de universiteit is gelegd. Overigens geeft deze verbouwing meteen het fundamentele probleem van de toegankelijkheid weer. Vergroten we deze voor de een, dan wordt deze voor de ander al snel beknot. Of zoals de Tilburgse treinreiziger Elke het formuleerde: “Voor de gewone burger is het een ramp. Die stapt namelijk op aan de andere kant van het station. Het probleem van de lange wandeling naar de trein is dus gewoon afgeschoven op een andere groep.”


5

En passant Commentaar

Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? Verscholen in gebouw Academia zitten Corina van Bijsterveldt en haar collega’s. “Ik ben BKO-trainingen aan het opzetten voor docenten,” vertelt Van Bijsterveldt. Zij is verantwoordelijk voor het secretariaat van Teacher Development en de Student Desk. “Docenten moeten een basiskwalificatie hebben voor lesgeven. Die kunnen ze halen door modules te doen. Ik plan de trainingen in en zorg er bijvoorbeeld voor dat er een zaal beschikbaar is.”

Goed & Bezig Nog even wachten en de voordelen van het nieuwe treinstation zullen merkbaar worden. De nieuwe in-/uitgang ligt namelijk bijna direct aan de parkeerplaats van de universiteit. Dat wordt voortaan snelwandelen in plaats van rennen om de eerstvolgende trein te halen. rook & verbod De uni wil hinder door rokers bij de ingangen van gebouwen tegengaan. Daarom zijn er nieuwe rookzones, nieuwe asbaktegels en nieuwe rookverbodtegels. Te oordelen aan het aantal peuken rond deze rookverbodtegel, werpt het initiatief nog niet helemaal zijn vruchten af. Foto & expo De universiteit organiseerde begin oktober een fotowedstrijd in het teken van haar negentigjarig bestaan. De tien beste inzendingen hangen momenteel in het Cobbenhagengebouw.

Column Verbon Vrijdag 3 november plaatste de redactie van Univers een column van emeritus-hoogleraar Harrie Verbon. Deze column, waarin Verbon reageert op de #MeToo-kwestie, heeft veel boze en gekwetste reacties losgemaakt. Ook heeft de column geleid tot een open brief van een veertigtal wetenschappers die hun expliciete veroordeling uitspreken. In een eerder statement beroept Univers zich op de persvrijheid en het belang van een open discussie, waarin wij geen meningen willen verbieden, of vooraf het debat van een algemeen gewenste uitkomst willen voorzien. Ook hebben we hierin openlijk afstand genomen van de column van Verbon. Hier staan wij nog steeds achter. Maar dit wil niet zeggen dat de discussie die nu wordt gevoerd de redactie onbewogen laat. Of dat we niet op de plaatsing van de column reflecteren. De column brengt de redactie van Univers in een lastige spagaat. Wettelijk en journalistiek gezien kunnen wij de plaatsing verdedigen, maar er is natuurlijk nog zoiets als een redactionele ethiek. Nieuwsmedia zijn geen onnadenkende doorgeefluiken, ook niet als het om een column gaat. Een redactie fungeert ook als filter. Is ons filter in dit geval te zwak geweest? Herhaaldelijk hoorden we dat de column als ‘kwetsend’ is ervaren en voor sommige werknemers een ‘onveilige omgeving’ creëert. Het zijn woorden die steeds vaker in het publieke debat vallen en als reden worden gegeven om bepaalde meningen niet te publiceren. Maar wat is ‘kwetsend’ en ‘onveilig’? Wie bepaalt dat? Waar trek je de grens? Met dit soort vragen worstelt de redactie. Het veld van de journalistiek is niet in beton gegoten, maar voortdurend in beweging. Als redactie zijn we geschrokken van de mogelijke schadelijke gevolgen van de column. Het vereist veel moed van slachtoffers van seksueel misbruik om de schaamte te doorbreken en naar buiten te treden. Het kan nooit de bedoeling van een column zijn om slachtoffers hierin te ontmoedigen. De universiteit is een kleine wereld waarin de mening van een hoogleraar automatisch met veel gezag is omkleed. Hier hadden wij meer oog voor moeten hebben. Hierbij zetten wij de ramen van de Universredactie open en willen wij inzicht geven in de afwegingen van de redactie. Graag blijven wij de dialoog aangaan met iedereen die daar behoefte aan heeft.

16 november 2017


6

leestijd

7

minuten

Tekst Ron Vaessen fotografie Ton Toemen

Pionieren in virtual reality

Tilburgse wetenschappers verkennen virtuele werelden. Om te onderzoeken wanneer die beter zijn dan de werkelijkheid. Virtuele mensen die je helpen in het ziekenhuis? Het zou zomaar de toekomst kunnen zijn.

E

en actiefilm beleven door de ogen van de held. Moordlustige clowns neerschieten in een donkere spoortunnel. In virtual reality (VR) kan het allemaal. Uit bits en bytes worden levensechte werelden opgetrokken aan de binnenkant van een speciale bril. Toch gaat het al lang niet meer om films kijken en games spelen. VR barst van de potentie, het kan op allerlei manieren worden ingezet in de maatschappij. Het is alleen nog niet helemaal duidelijk wanneer dat zin heeft. En het probleem met potentie is dat het maar afwachten is wat ervan terechtkomt. Hoewel? Aan Tilburg University zitten de wetenschappers niet op hun handen. Ze scheppen virtuele werelden en dompelen daar proefpersonen in onder. Om deze nieuwe technologie aan de tand te voelen.

16 november 2017

Dit gebeurt iedere dag op de campus, in het DAF Technology Lab achterin het Dante gebouw. Het is het eerste en vooralsnog enige mixed reality onderzoeks- en onderwijslab ter wereld. Er ligt een Occulus Rift, de meest bekende VR-bril die helemaal afsluit van de werkelijkheid. Belangrijker nog is de ruimte waar op vier muren een mixed reality wordt geprojecteerd. Maarten Horden, alumnus van de universiteit en ingehuurd om het lab te managen, leidt ons rond. The Matrix Van een Spaans binnenplein waar we de fontein horen klateren als we dichterbij komen, een hersenmodel dat ontleed wordt in een interactieve game tot een achtbaan die doet duizelen terwijl we gewoon op twee benen


7

maar in het VR lab springen ze in de rondte om samen opdrachten uit te voeren. Psychologiestudenten leren in het lab hoe het menselijk brein in elkaar steekt en economiestudenten hoe de blockchain werkt. Of er zo daadwerkelijk beter onderwijs wordt gegeven, is vooralsnog onduidelijk. Het is één van de vragen die volgens Max Louwerse (hoogleraar Cognitive Psychologie en Artificiële Intelligentie) liggen te wachten om beantwoord te worden. “Hoe ga je dat uitzoeken? Breek je een college op in een groep die het lab in mag en een groep die dat niet mag?” VR wordt al gebruikt om antwoorden te vinden op deze vragen. Studenten zijn enthousiast en Louwerse denkt dat het ver kan gaan. Net als voor werknemers kan voor studenten voorspeld worden hoe ze na de training functioneren. Zal het geleerde beklijven? Dan kunnen schriftelijke tentamens wel worden afgeschaft. Tel uit je winst.

Er is hooguit een zombieachtig poppetje te bespeuren dat rondjes loopt

staan. Het is als in de Hollywoodklassieker The Matrix, waar de helden Neo en Trinity in een digitaal niemandsland omgeving na omgeving inladen. Het spreekt tot de verbeelding, weet Horden. Maar: “Het is niet alleen het plaatje dat je nu ziet. Normaal gesproken plakken we je helemaal vol met sensoren.” Bloeddruk, zweet, ademhaling, gelaatsuitdrukkingen, oogbewegingen, positie in de ruimte – al het meetbare wordt gemeten. Voor bedrijven is zo’n lab enorm interessant. Trainingen voor werknemers kunnen er goedkoper en efficiënter door worden. En door mensen in levensechte situaties te plaatsen en te meten wat ze daar doen, kan voorspeld worden hoe ze in de echte wereld functioneren. En wat te denken van onderwijs? Nu zitten studenten geeuwend in de collegebanken,

Avatars Eerlijk is eerlijk, de technologie is nog maar net uit de startblokken. Sommige projecties ogen rudimentair, niet alles werkt vlekkeloos en je moet soms wel heel goed om je heen kijken om niets over het hoofd te zien. Maar dat is ook de charme van de staat van onderzoek. Tilburg University pioniert wereldwijd in virtuele werelden. En heeft juist daarom een kans daaraan een grote bijdrage te leveren. Want hoe indrukwekkend de omgevingen ook zijn, ze zijn zielloos. “Er lopen geen mensen in rond,” zegt Louwerse. Er is hooguit een zombieachtig poppetje te bespeuren dat rondjes loopt. Om van VR een succes te maken is meer nodig. Hier ontvouwt zich de missie van Louwerse: het tot leven wekken van virtuele mensen (avatars). Vier jaar heeft hij ervoor, als hoofdonderzoeker van het project VIBE (Virtual Humans in the Brabant Economy). VIBE is het eerste project van Mind Labs, het initiatief rondom interactieve technologieën en menselijk gedrag in de Spoorzone in Tilburg. De universiteit heeft zeven miljoen euro subsidie gekregen uit Europa en Nederland en werkt samen met 13 partners zoals kennisinstellingen, ziekenhuizen en technologiebedrijven. Praktische kennis, de menswetenschappen, big data en kunstmatige intelligentie komen zo allemaal samen. Dit is wat je noemt synergie. Het is nog een beetje science fiction, een virtueel mens, maar over vier jaar lopen ze dus rond. Louwerse rekent de ideale avatar alvast voor: “Het verschil met een werkelijk mens is niet te zien. Bovendien maakt hij oogcontact op de juiste momenten, heeft gelaatuitdrukkingen en gebaren en gaat het gesprek met je aan, begrijpt wat je zegt en weet daarop te reageren. Terwijl hij nooit eerder gehoord heeft wat je zegt.” >>

16 november 2017


8

Zwangerschappen Zo’n avatar kan in alle denkbare sectoren worden ingezet, van luchtvaart tot op scholen. De eerste toepassing richt zich op de zorg, waar een avatar goed van pas gaat komen. Louwerse neemt Victoria tot voorbeeld. “Dat is een rubberen pop waarmee verloskundigen getraind worden op zwangerschappen en wat daarbij mis kan gaan.” Het probleem? Onderzoek toont aan dat kennis van die training na drie maanden verwatert. “Idealiter breng je mensen dan terug voor een opfriscursus, maar daarvoor zijn die trainingen veel te duur.” Ziedaar het praktisch nut van virtual reality: mensen kunnen thuis een VR-bril opzetten en de training vanaf de bank herhalen. Een avatar is de ideale man/vrouw, die kan zijn wat nodig is. In dit geval: een zwangere vrouw of docent, een dokter of verpleegkundige. De mogelijkheden strekken zelfs nog veel verder: een avatar is in feite een slim algoritme, dat ook op computerschermen gedraaid kan worden. Of gebruikt in robots. “We moeten de avatars wel eerst ontwikkelen, onderschat dat niet,” zegt Louwerse. “Je wil weten wat er gebeurt in het ziekenhuis, wat voor gesprekken daar worden gevoerd. Wat voor non-verbaal contact de avatar moet hebben.” Dat gedrag moet vervolgens niet geïmiteerd worden, maar zo gemodelleerd dat de virtuele mensen het zelf kunnen leren en vertonen. De laatste stap is het uitzetten van de avatars in ziekenhuizen, om te kijken hoe succesvol ze zijn.

16 november 2017

Empathie Wetenschappelijk gezien bevinden we ons in de stilte voor de storm. Promovendi zijn in het DAF-lab pas een jaar bezig, VIBE start officieel per januari 2018. Toch zijn er al twee artikelen gepubliceerd over trainingen in VR en liggen er vier op de plank. Ook elders op de campus wordt gewerkt met VR, blijkt als een publicatie opduikt van Linda Jūtten, promovenda bij de vakgroep Cognitive Neuropsychology. Haar onderzoek wordt niet gedaan op de campus in het lab, maar in een zeecontainer die met een hijskraan naar ziekenhuizen wordt vervoerd. Hoewel VR in iedere sector kan worden ingezet, richt ook Jüttens onderzoek (Into D’mentia) zich op de zorg. Ook haar onderzoek is uniek in de wereld en richt zich op zorgverleners, namelijk de mantelzorgers van mensen met dementie. Het is een groot maatschappelijk probleem: steeds meer mensen krijgen dementie en zijn aangewezen op de eigen sociale omgeving voor zorg. Dat is niet zonder gevolgen. Mantelzorgers hebben meer kans op depressie, hebben een slechtere fysieke en mentale gezondheid, zijn sneller sociaal geïsoleerd en hebben een slechtere kwaliteit van leven. Omdat uit allerlei onderzoeken blijkt dat mensen met een groter empathisch vermogen minder last hebben van stress en burn-outs, wordt in Jüttens onderzoek geprobeerd de empathie van mantelverzorgers te vergroten.


9

column Luuk Koelman Max Louwerse

Om mensen te laten ervaren hoe dementie is, is een woonkeuken nagebouwd. Daar stappen mensen in. “Je staat in de schoenen van de persoon met dementie,” zegt Jütten. “Uit het vest dat je aanhebt klinkt een stem, er zijn projecties van bijvoorbeeld je kleinkinderen die langskomen, een fotoboek met foto’s van jezelf als dement persoon. Het is een soort spel waarin je keuzes kan maken.” Het onderzoek is grotendeels rond, alleen de controlegroep moet nog een keer bevraagd worden. Daarna is het tijd om de data te analyseren. Wat verwacht Jütten? “Mensen vinden het heel nut-

Linda Jütten doet haar onderzoek in een zeecontainer die met een hijskraan naar ziekenhuizen wordt vervoerd tig en leerzaam. Maar of ze dan ook minder zorglast ervaren, empatischer zijn en minder depressief? Dat is afwachten. Ik denk wel dat ze er iets aan hebben, maar om een verschil te zien op vragenlijsten moet dat verschil groot zijn.” Indruk maakt het in ieder geval al: “Mensen worden er emotioneel van. Het is aangrijpend om te zien wat je naaste met dementie doormaakt, dat heb je vaak niet zo door.” Voegt VR iets toe, dan moet het de wereld in. “Je kan wetenschappelijk onderzoek doen, maar als het niet in de maatschappij terechtkomt heb je er niets aan,” zegt Jütten. “De invloed van virtual reality kan denk ik groot zijn. Op allerlei vlakken zie je dat het opkomt.” Louwerse erkent dat: “Elk groot bedrijf heeft VR omarmd, van Sony tot Google, Apple en Facebook. Er moet iets gaan komen.” Al moeten we volgens Louwerse oppassen met overmatig enthousiasme. “Er is een uitvinding, die wordt gehypet en dan komt het na de desillusie op een normaal niveau waar het een beetje wordt gebruikt. Ik denk dat VR geen uitzondering is. Een 3D-televisie lijkt me geweldig, maar als vervanging voor alle televisies zou het een stille dood sterven. De vraag of het succesvol wordt kan niet beantwoord worden met ja of nee. De vraag moet zijn onder welke omstandigheden. Dat zijn we nu aan het uitzoeken.”

God ziet alles De overheid vraagt niet meer naar je geslacht, omdat dat vervelend is voor je gevoel van privacy. Maar de sleepwet is geen enkel probleem. Diep in gedachten over deze vreemde tegenstelling rijd ik over een landweggetje, als plots een politiewagen achter me opduikt. Oh jee, daar schiet mijn rug al recht. Zou er iets aan de hand zijn? Nu vooral rustig blijven. Ik ben geen voortvluchtige crimineel, mijn wegenbelasting en verzekeringen zijn betaald, APK oké, dus geen enkele reden mezelf een verdachte te voelen. Maar waarom laat ik dan een heel klein beetje het gas los? Waarom kleuren mijn knokkels wit? Dan draait de politiewagen het erf van een boer op. Mijn handen ontspannen zich, ik zak terug in mijn zitting. Stel nu dat hetzelfde gebeurt online, maar dan continu. Bij elke mail die je verstuurt, elke site die je bekijkt, elk Skype-gesprek dat je voert, word je ‘gevolgd’ door een virtuele politiewagen. Natuurlijk, de agenten kunnen niet horen of lezen wat je zegt (dat kunnen ze in de politiewagen die in real life achter je rijdt ook niet), maar het zet je toch aan het denken. Gewoon je ding kunnen doen, zonder het gevoel dat je wordt geobserveerd, is dat niet waar vrijheid om draait? De vrijheid om iets voor jezelf te houden, óók als je niets te verbergen hebt? Daarom heb je gordijnen in je huis. Daarom zet je je thuisadres niet op Facebook. Vroeger werd je als burger in toom gehouden door de kerk. Meneer pastoor oreerde over het Oog van God, dat alles en iedereen gadesloeg. Straks is het de surveillancestaat die jou in toom moet houden, want de sleepwet is slechts de eerste wet op een sterk hellend vlak. De overheid die alles van je wil weten, als het haar zo uitkomt. Behalve dan je geslacht, want dat is vervelend voor je privacy.

16 november 2017


10

leestijd

4

minuten

Tekst Adrian van den Eerenbeemt fotografie Ton Toemen

Wetenschappers maken ook fouten Integere helden van de rede, objectief, onpartijdig en openstaand voor ideeën van een ander, zo zien wetenschappers zichzelf. Maar ondertussen maken ze fouten bij de vleet. Hoe ga je om met het falen van de onfeilbaren, dat is kort door de bocht het promotieonderzoek van Coosje Veldkamp.

‘M

ethodologische terroristen’: Susan Fiske, oudvoorzitter van de Association for Psychological Science, had in een column voor de APS Observer geen goed woord over voor meta-onderzoekers, zoals degenen die met het programma Statcheck duizenden psychologische publicaties op fouten navlooien. Coosje Veldkamp is een van de onderzoekers. Voor haar proefschrift The Human Fallability of Scientists haalde ze duizenden publicaties door de Statcheck en ze vond alarmerend hoge foutpercentages. Veldkamp: “Bij twee op de drie artikelen die ik analyseerde vond ik minstens een kleine fout, bij één op de tien een serieuze fout”. Dat moet veranderen, vindt Veldkamp. “Het is je taak heel nauwkeurig te zijn als wetenschapper. Zelfs ogenschijnlijk kleine fouten kunnen grote gevolgen hebben. Bijvoorbeeld toen gesteld werd dat in 2035 de gletsjers van de Himalaya verdwenen zouden zijn en dat een fout bleek, zeiden klimaatsceptici meteen: zie je wel, er klopt niets van al het global warmingonderzoek. ”

van anderen die er meer van verwachten. Meer waarheidsvinding en niet zo veel gericht op publiceren. Maar precies op het juiste moment kwam er een promotieplaats bij Jelte Wicherts beschikbaar. Toen ik in 2005 begon met Psychologie kreeg ik meteen college van hem over methode en techniek van onderzoek. Hij leerde me meteen een kritische blik te hebben.”

Maar goed, fouten maken is nu eenmaal menselijk. En wetenschappers zijn mensen. Maar wat voor mensen? Veldkamp vroeg het voor haar proefschrift aan duizenden wetenschappers, waaronder Nobelprijswinnaars, en hoogopgeleide leken. Het antwoord: mensen die objectiever, rationeler, opener, intelligenter, integerder, en coöperatiever zijn dan andere hoog opgeleide mensen. Niettemin brengt Statcheck in het psychologisch onderzoek flink wat fouten in de rapportage van statistische resultaten aan het licht, kleine afrondingsfouten, maar soms ook behoorlijke missers.

Als je begint met pre-registratie is het nog heel erg moeilijk, maar als je het vaker doet, begin je er gevoel voor te krijgen. Later blijkt het dan weer handig als je van tevoren alles vastlegt. Dan hoef je niet steeds weer over allerlei zaken na denken, ik werd daardoor zekerder van mijn keuzes.”

Coosje Veldkamp wist aanvankelijk niet of een carrière in de wetenschap wel iets voor haar was. “Tijdens mijn studie en daarna deed ik sociaal psychologisch onderzoek en zag dat er heel creatief met statistiek werd omgegaan. Ik dacht: wat betekent het dan nog allemaal? Ik hoorde het ook

16 november 2017

Veldkamp onderzocht methodes die de onderzoekspraktijk kunnen verbeteren en gebruikte zelf de methodes die ze onderzocht. Pre-registratie, bijvoorbeeld. “Practice what you preach. Je moet ondervinden hoe het is.

‘Bij peer review achteraf is advies hoe het beter zou kunnen vaak te laat’

Bij pre-registratie leg je de voorwaarden van je onderzoek vooraf nauwkeurig vast. Veldkamp: “Dat betekent niet dat je je zo vastlegt dat er helemaal geen vrijheid is. Die heb je wel, als je er maar open over bent. Als je bij je onderzoek onverwachte patronen ontdekt, moet je dat zien als nieuwe hypothese, niet als conclusie.” Veldkamp verwacht veel goeds van pre-registratie en is ook de enige niet. “Het gebeurt steeds meer. Het Open Science Framework maakt het heel erg toegankelijk. Er is ook een Pre-Reg Challenge waarbij je 1.000 dollar kunt winnen als je een pre-


11

registratie schrijft en je publicatie daarna aan alle eisen daarvan voldoet. Ook kun je nu bij veel tijdschriften zogenaamde Registered Reports publiceren, waarbij de gepreregistreerde inleiding en methode gepeer-reviewed worden en het artikel gegarandeerd gepubliceerd wordt als het onderzoek precies volgens de pre-registratie uitgevoerd is. Het tijdschrift Cortex was hiermee een pionier. Dat draagt bij aan het goed doen van onderzoek. Bij peer review achteraf is advies hoe het beter zou kunnen vaak te laat. Ik denk dat Registered Reports over een tijd wel de norm worden.”

Wetenschappers zijn ook maar mensen en niets menselijks is hen vreemd. Zoals boosheid in reactie op Veldkamps vragenlijsten over de manier waarop onderzoeken waren uitgevoerd, brengt promotor Jelte Wicherts nog even in herinnering bij haar promotie. Toch ziet Veldkamp dat de verandering al gaande is. “Met onze meta-onderzoeksgroep proberen we bijdragen te leveren aan de verbetering van onderzoek. We zien elk jaar dat bij congressen de methodensessies groter worden, er komt steeds meer publiek op af.”

16 november 2017


12

de vijf VAN EIJFF

De Bitcoin is gebakken lucht Heeft onze topeconoom Sylvester Eijffinger een portemonnee vol met Bitcoins? Zou hij aanbevelen om de studielening direct om te zetten in klinkende digitale munt? 1. Een paar jaar geleden gaf niemand er een stuiver voor en nu is één Bitcoin al meer dan 5000 dollar waard. Gezien uw inzicht in de economie, heeft u vast een digitale beurs vol Bitcoins achter de hand. “O nee hoor, zeker niet, en ik zal daar ook nooit mijn geld aan uitgeven. Ik ben sceptisch. Wel geloof ik in het belang van de achterliggende technologie van Bitcoin, de zogenaamde blockchain. Dat laatste is razend interessant en ik begeleid ook een promovendus die daar een proefschrift over schrijft.”

‘Wie investeert in Bitcoin neemt een enorm risico!’

2. Wat is dat eigenlijk, de blockchain? “Het is onderdeel van de FinTech, de digitale tak van het bankieren die zeer sterk in opkomst is. Bij de blockchain gaat het om algoritmes die financiële transacties koppelen, automatiseren en zodoende een meer efficiënt betalingsverkeer mogelijk maken. Het is vooral interessant voor het ingewikkelde betalingsverkeer tussen banken, waarbij allerlei bedragen over en weer worden overgemaakt. Block-

16 november 2017

chain gaat met veel minder handelingen gepaard en dat scheelt tijd en geld.” 3. Bitcoin is ook een manier om digitaal handel te drijven. Maar dat is een heel ander verhaal? “Zeker. Bitcoin suggereert dat het om een munt gaat, maar het is hooguit een pseudomunt. Een echte munt moet allereerst kunnen dienen als een ruil- en rekenmiddel en moet dus een relatief stabiele waarde vertolken. Ook moet het je vermogen kunnen vertolken. De waarde van de Bitcoin is veel te grillig, te volatiel om deze functies te kunnen overnemen. Er is bovendien geen autoriteit zoals een centrale bank die de waarde garandeert. De waarde ervan is dus gebaseerd op gebakken lucht.” 4. Waarom investeren mensen er dan toch zo fanatiek in? “Op zich is dat niet vreemd en het is op dit moment zelfs rationeel te noemen. Er wordt flink op gespeculeerd en dat maakt dat de zeepbel groeit. Wanneer je er op tijd in stapt en ze op tijd weer ver-

koopt, kan je er grote winst mee maken. Maar het blijft speculeren en gokken. Ik sluit ook niet uit dat het een interessant betaalmiddel is voor het criminele circuit. Er is geen controle, terwijl in het normale betalingsverkeer alle grotere overboekingen naar het buitenland worden gecontroleerd door de bank en de belastingdienst.” 5. Op de middelbare school leerde ik dat iets waarde krijgt vanwege z’n schaarste. Is dat niet vreemd, dat de Bitcoin zoveel waard is, terwijl een digitale munt in principe oneindig kan worden bijgemaakt? “De kenners en de mensen die Bitcoins ‘minen’, delven, zeggen dat het toch wel eindig is. Het algoritme zou een zekere eindigheid kennen en er zit dus een plafond aan hoeveel Bitcoin er kan zijn in de toekomst. Maar waar ligt de grens dan? Het valt niet te controleren en ook daarom geloof ik er niet in. Wie investeert in Bitcoin, neemt een enorm risico!”


13

Op de man af

Wè nou? tilburgse reacties op Het nieuws

Hoeveel tijd moet je steken in extracurriculaire activiteiten?

Stages, bestuursfuncties, vrijwilligerswerk: een beetje student doet tegenwoordig van alles naast de studie om zich te profileren. Hoe combineer je dat allemaal? De tijd die je moet besteden aan extra curriculum vind ik erg belangrijk. Je persoonlijkheid wordt denk ik meer gevormd door de extra dingen die je naast je studie doet, dan door de studie zelf. Als ik een verdeling moest maken, zou ik zeggen 60 procent extracurriculaire activiteiten en 40 procent studie.

Kayleigh Mol, 20 jaar, Psychologie

naam Eelco van Es opleiding Bedrijfseconomie leeftijd 21 jaar Wat is je grootste campusirritatie? De massa fietsende mensen constant moeten ontwijken. Wat is je favoriete kater-ontbijt? Wortelsap en ei. Wat is je beste tip om je te vermaken tijdens saaie colleges? Überhaupt niet naar saaie colleges gaan. Nooit meer alcohol of nooit meer seks? Laat dan de alcohol maar zitten, daar zijn nog alternatieven voor. Wat vraag jij van Sinterklaas? Een racefiets. Ik betwijfel of ik hem krijg. Wat wilde je vroeger worden toen je klein was? Piloot. Wat wil je worden nu je groot bent? Geen piloot; brandweerman.

Ik denk dat studenten efficiënt moeten plannen. Soms richt je de pijlen op de studieboeken, soms op extracurriculaire activiteiten om ook andere vaardigheden te ontwikkelen. Of je nu een fulltime bestuursjaar doet of deelneemt in een kleine commissie: het opent deuren voor je. Voordeel van de universiteit is dat je zelf bepaalt hoeveel tijd je dus besteedt aan dingen naast je studie. Een privilege, en het is optimaal om daar toch wel een aantal uur per week gebruik van te maken. Lukas Brus, 21 jaar, Psychologie

Ik denk dat het tegenwoordig erg belangrijk is om als student deel te nemen aan extracurriculaire activiteiten. Niet alleen voor je CV, maar ook voor je eigen ontwikkelingen. In de praktijk leer je gewoon nog meer dan in de collegebanken.

Meggie Janssen, 20 jaar, communicatie en informatiewetenschappen

55% Het is goed om je studie aan te vullen met extracurriculaire activiteiten (88 stemmen)

17% Pak wat je pakken kan. Hoe meer extracurriculaire activiteiten, hoe beter (28 stemmen)

17% Zo weinig mogelijk. De studie moet centraal staan. (27 stemmen)

11% Een 50/50 verdeling tussen studie en extracurriculaire activiteiten is het beste (18 stemmen) Totaal: 161 stemmen Stemmen op de volgende poll kan op Univers­ online.

16 november 2017


14

foto Jack Tummers

Beeldend

16 november 2017


15

Tentamentijd Bibliotheek, maandagmorgen. De eerste vroege vogel is neergestreken op de brug voor een gesloten deur. Nog even tijd om snel de telefoon te checken op gemiste berichtjes of posts. De komende minuten zullen nog tientallen anderen zich aansluiten in de nieuw te vormen rij. Wachten tot de deur weer draaien gaat en zij de mooiste werkplekken in gebruik kunnen nemen. Maar misschien is dat niet eens het belangrijkste en zijn ze gewoon heel leergierig. Of heeft het te maken met de tentamenweek die bij het maken van deze foto met rasse schreden nadert.

16 november 2017


16

leestijd

5

minuten

Leven in twee werelden Tekst Ilja Panis Fotografie Jack Tummers

Thuis wonen en actief in het studentenleven

L

Studenten blijven langer bij hun ouders wonen, blijkt uit onderzoek van het kenniscentrum studentenhuisvesting (Kences). Maar is het voor thuisblijvers wel mogelijk om evenveel te genieten van het studentenleven als uitwonende medestudenten?

angzaam worden de gevolgen van het afschaffen van de basisbeurs zichtbaar. Studenten kiezen er steeds vaker voor om bij Hotel Mama te blijven. Zo vermijden ze hoge schulden, want een beetje studentenkamer kost algauw meer dan driehonderd euro per maand. Een flink bedrag als je het helemaal zelf bij elkaar moet sprokkelen en ook nog eens zelf je studie moet betalen.

Thuis wonen Dylan Munnich is derdejaars student organisatiewetenschappen aan de Universiteit van Tilburg. In de afgelopen jaren heeft hij vijf commissies op zich genomen binnen studievereniging POLIS. Hij koos ervoor om bij zijn ouders in Helmond te blijven wonen: “In eerste instantie om te kijken of de studie me beviel. Maar daarnaast vind ik het ook gewoon fijn om thuis te wonen, omdat ik in mijn woonplaats veel werk en ook vrienden van de middelbare school heb die daar nog wonen.”

16 november 2017

Thuiswoners na invoering van het leenstelsel Thuiswonend Uitwonend Leenstelsel

1e jaar bachelor 2014-2015

62%

2015-2016

Bron: Kences voorpublicatie Landelijke Studenten Monitor

Het aandeel thuiswonende studenten met een écht actief studentenleven is klein. Bij studentenverenigingen zitten alle leden op kamers. Bij studieverenigingen zitten enkele actieve, thuiswonende leden, maar ook die zijn zwaar in de minderheid. Vaak lijkt het erop dat de thuiswonende student het studentenleven aan zich voorbij laat gaan en alleen naar de campus afreist om college te volgen. En toch zijn er studenten die het doen: schooien om een slaapplek of door weer en wind fietsen van studentenstad naar woonplaats, dag en nacht, niets houdt hen tegen. TiU-studenten Dylan Munnich, Maurits Godthelp en Gijs Hoeben bewijzen dat het mogelijk is om actief te zijn in het studentenleven én thuis te wonen.

Munnichs ouders moesten er wel aan wennen dat hun zoon koos voor een actief studentenleven. “Zij waren het er in het begin niet mee eens. Ten eerste moesten ze er aan wennen dat ik veel weg was, ten tweede vonden zij dat ik me moest focussen op het halen van mijn studie. Maar ik was koppig en deed het toch. Uiteindelijk zagen ze in dat ik me er erg door ontwikkelde en het er ook wel bij hoort.”

73%

74%

2016-2017

2de jaar bachelor 2014-2015

51%

2015-2016

51%

2016-2017

63%

%

%

%

%

%


17

‘Mijn ouders waren het er in het begin niet mee eens. Ze moesten er aan wennen dat ik veel weg was’ Dylan Munnich

Twee werelden combineren Het combineren van het studentenleven en het leven thuis is voor Munnich geen probleem. “Ik moet wel toegeven dat ik me in een luxe positie bevind: ik kan de auto van mijn moeder vaak gebruiken om naar de universiteit te rijden, ik heb een fiets op de universiteit staan en ik heb een vast slaapadres bij een vriend in Tilburg.” Met die vriend is hij zo goed bevriend geraakt dat hij er standaard spullen heeft staan en er altijd terecht kan. Vierdejaars student Gijs Hoeben kijkt daar anders tegenaan. Hij woonde in zijn eerste jaar bij zijn ouders in Someren. De twee jaar die daarop volgden, woonde hij op kamers in Tilburg, om uiteindelijk in zijn vierde jaar weer terug te gaan naar zijn ouderlijke huis. Al die tijd is hij actief geweest binnen studievereniging ASSET Economics. “Toen ik op kamers zat, merkte ik dat ik toch veel op en neer reisde omdat ik ook contact met mijn vrienden daar wilde houden. Ik ben dus terug naar mijn ouders gegaan om de aansluiting met mijn vrienden thuis niet kwijt te raken.” Hij merkt wel dat thuis wonen lastig te combineren is met het studentenleven.

“Ik wilde bij de vereniging blijven. Ik zat er al een paar jaar bij en ik heb ook daar veel vrienden gemaakt. Door thuis te wonen en lid te zijn van een vereniging heb je eigenlijk twee levens: je probeert regelmatig feestjes mee te pakken in Tilburg en ook contact te houden met je vrienden thuis. Het lastige is dat je in Tilburg geen slaapplek meer hebt, dus je moet bij je vrienden vragen of je daar mag slapen, maar zij kunnen niet altijd voor je klaarstaan. Gelukkig gaat het tot nu toe goed.” Tweedejaars Psychologiestudent Maurits Godthelp woonde tot voor kort in het Brabantse dorpje Gilze. Dat ligt op ongeveer dertig minuten fietsen vanaf de universiteit, vertelt hij. Hoewel die afstand voor hem goed te doen was, besloot hij toch op kamers te gaan in Tilburg. “Ik zit in het Algemeen Bestuur bij Complex en merkte aan het begin van het jaar dat het continu heen en weer reizen me begon te slopen. Ik had meerdere activiteiten gepland staan, waardoor ik in extreme gevallen vijf keer per week tot vier uur ’s nachts op pad was”, aldus Godthelp. Daarna ging hij vaak nog op de fiets naar huis. “Ik kon meestal wel een slaapplek regelen, maar dan moest ik de volgende dag weer ongedoucht naar de >>

16 november 2017


18

‘Ik ben terug naar mijn ouders gegaan om de aansluiting met mijn vrienden thuis niet kwijt te raken’ Gijs Hoeben universiteit bijvoorbeeld. Ik vond het dan fijner om toch naar huis te gaan.” Zelfstandig worden Op kamers gaan kan volgens Theo Klimstra, ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit van Tilburg, een goede stap zijn voor de emotionele ontwikkeling van een student. “In België is hier onderzoek naar gedaan. Daaruit bleek dat uitwonende studenten over het algemeen een betere band met hun ouders hebben, omdat ze minder vaak in conflict kwamen met elkaar. Daarnaast zijn uitwonende studenten over het algemeen zelfstandiger dan hun thuiswonende medestudenten. Zij maken makkelijker kleine, maar ook grote financiële beslissingen zelf,” vertelt hij. Toch kaart hij aan dat dit niet voor iedere student het geval is. “Sommige studenten beginnen aan de universiteit als ze zeventien zijn. Je kunt ook te vroeg zelfstandig worden. Deze stap moet natuurlijk wel aansluiten bij de mate waarin je al ontwikkeld bent op sociaal-emotioneel gebied. Daarnaast zijn er ook studenten die naar deze universiteit komen, maar niemand anders kennen die hier ook zit. Dan moet je een nieuw sociaal

16 november 2017

netwerk opbouwen. Dat is een grote taak. Als daar dan ook nog eens het zelfstandig worden bij komt kijken, is dat wel erg veel in één keer. Ik kan me voorstellen dat het in deze gevallen makkelijker is om het iets geleidelijker te doen, dus eerst vrienden te vinden bij je studie en dan pas de stap nemen naar het zelfstandig wonen.” Gijs Hoeben denkt dat het voor de ontwikkeling van een student niet noodzakelijk is om op kamers te gaan. “Ik moest voordat ik op kamers ging thuis ook meehelpen. Ik vind het heel normaal dat ik bijvoorbeeld een keer moet stofzuigen of koken, want mijn ouders doen ook dingen voor mij. Volgens mij kun je thuis ook prima zelfstandig worden, maar dat is natuurlijk wel afhankelijk van je opvoeding.” Sociale ontwikkeling Niet alleen door op kamers te gaan maak je een ontwikkeling door, ook door je te mengen in het studentenleven kun je veel leren. Dat merkte Munnich binnen de commissies waar hij deel van uitmaakte. “Ik ben best koppig en zie graag dat dingen gebeuren zoals ik het wil. Maar door bij een commissie te gaan leer je samen te werken. Ik merkte dat mijn wil niet


19

column Henk Strikkers columnist

Hogere liefde

‘Ik kon meestal wel een slaapplek regelen, maar dan moest ik de volgende dag ongedoucht naar de universiteit’ Maurits Godthelp altijd wet kon zijn. Daarnaast leer je omgaan met knelpunten. Er zijn ups en downs en die moet je in teamverband oplossen.” Godthelp zou thuiswonende studenten zeker aanraden om actief te worden in het studentenleven. Hij ziet het als een verrijking van je studententijd. “Ik zie soms medestudenten in de collegezalen die alleen voor colleges komen. Op zich is daar niets mis mee: je kunt je leven thuis hebben, maar het is wel een verrijking voor je zelf en je ontwikkeling om naast het studeren nog wat meer in het studentenleven te doen.” Ook Klimstra denkt dat het voor thuiswonende studenten goed zou zijn om af en toe wat actiever te zijn in het studentenleven: “Ik kan me voorstellen dat de categorie thuiswonende studenten die buiten hun studie niets doen in de studentenstad of het studentenleven, weinig sociale contacten op de universiteit hebben en zich misschien minder verbonden voelen met hun studie. Actief zijn kan de studie leuker maken.”

Het beeld dat de gemiddelde Nederlander van Tilburg heeft bestaat uit een combinatie van Roy Donders, de Tilburgse kermis, John Feskens en veel beton. Maar Tilburg is booming als stad van de liefde. Althans, dat zegt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Zij onderzochten, net zoals tien jaar geleden, het opleidingsniveau van stellen. Dat onderzoek trapt een hoop open deuren in. Voor een uitspraak als ‘Nu er steeds meer hogeropgeleiden in Nederland zijn, groeit ook het percentage hogeropgeleide paren’ heb je geen universitaire studie nodig. Maar daar blijft het niet bij. Hoewel het aantal hoger­ opgeleiden met 34 procent steeg, nam het aantal stellen waarvan beide partners hoog opgeleid zijn met 58 procent toe. Soort zoekt soort blijkt dus waar, ook als het om opleiding gaat. En dat is geen verrassing. Het aantal vrienden dat ik ken met een pre-universitaire relatie is op één hand te tellen. En is er een betere liefdesmarkt voor te stellen dan een huisfeest waar de schemering echt plaatsmaakt voor de eerste zonnestralen van de nieuwe dag? Ik waag het te betwijfelen. Als je dan toch op zoek bent naar succesvolle relatiemarkten, dan is Tilburg een veelbelovende, zo blijkt uit de cijfers van het CBS. Hoewel in Utrecht nog steeds het grootste percentage stellen gestudeerd heeft (63,6 procent), is Tilburg de top 10 binnengestormd. Twee op de vijf stellen bestaat er inmiddels uit twee hogeropgeleiden. En dat is maar liefst 67 procent meer dan tien jaar terug. Enkel in Zwolle, nota bene een stad zonder een universiteit, was de stijging sneller. Wanneer dat zo doorgaat is Tilburg binnen de kortste keren de stad van de hogere liefde, een stad waar over tien jaar misschien wel de slimste stellen van Nederland leven. En wie had dat ooit kunnen denken van een stad die bekend staat om liefdeloze grijze gebouwen en een bonkige roodharige voetballer met als bijnaam d’n Beitel?

16 november 2017


20

Bij de buren wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?

Masterscriptie

Promovendus maakt muziekstuk Mozart af AMSTERDAM - Na ruim 200 jaar is ie dan toch eindelijk af, de Mis in c klein van Wolfgang Amadeus Mozart. Hij begon er in 1783 aan, maar maakte die nooit af. Muziektheoreticus en arrangeur Clemens Kemme heeft dat voor hem gedaan en is daarop aan de UvA gepromoveerd. Aan Folia vertelt Kemme dat er de afgelopen 100 jaar al vaker geprobeerd is het muziekstuk af te maken, maar vergeefs. “Alle onderzoekers die het vóór mij hebben geprobeerd, hebben bij minstens een van de delen hun huiswerk niet goed gedaan.”

Oude Grieken waren opscheppers EINDHOVEN – De akoestiek in het theater van Epidaurus van 400 voor Christus zou volgens de verhalen zo goed zijn, dat je zelfs tot op de achterste rijen een speld kon horen vallen. Helemaal niets van waar, meldt Cursor nu. De Eindhovense onderzoekers Constant Hak en Remy Wenmaekers hebben het ter plekke uitgebreid nagemeten en stelden vast dat dat verhaal niet meer dan een Griekse mythe is. De akoestiek is best goed, concludeerden ze, luid acteerwerk kun je op de achterste rijen verstaan, maar daar blijft het bij.

lopen met elektrische broek DEVENTER – Onderzoekers van de Saxion hogeschool werken aan een e-broek die loopondersteuning biedt aan slecht ter been zijnden. In 2019 hopen ze een soft exoskelet klaar te hebben voor gebruik, meldt hogeschoolblad Sax. Volgens onderzoeker Devi Wolthuizen moet het exoskelet comfortabel zijn, “je moet het elke dag kunnen dragen en mag de gevoelige huid van ouderen niet beschadigen”. Zo’n slimme broek lijkt op een legging of joggingbroek, wordt onder gewone kleding gedragen en is beter voor de oudere burger van de toekomst dan een wandelstok of rollator.

Hawking breekt het internet CAMBRIDGE – Stephen Hawking is als wetenschapper wel een beetje bekend. Geen wonder dus dat toen bekend werd dat zijn proefschrift gratis te downloaden is bij de University of Cambridge het internet een beetje brak. De belangstelling was zo groot dat de server steeds opnieuw crashte. Aan studentenblad Varsity vertelt Hawking dat hij met de publicatie van het proefschrift mensen wil inspireren. “Het is prachtig om te horen dat zoveel mensen belangstelling hebben voor een download van mijn proefschrift – hopelijk zijn ze niet teleurgesteld nu ze het eindelijk kunnen inzien”.

16 november 2017

Denken met woorden Het menselijk brein begrijpt de wereld om ons heen op een taalkundige en zintuiglijke manier. Pablo Bernabéu (Language and Communica­ tion) onderzocht waarom dat zo is. Woorden en concepten begrijpt het menselijk brein niet alleen met taalkundige hersengebieden, maar ook met zintuiglijke. Dit was al langer bekend, maar onduidelijk was waarom, wat er dan precies gebeurt en of het ene systeem sneller is dan het andere. Bernabéu onderzocht dit door zesenveertig proefpersonen woorden te laten zien, terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten. Door bijvoorbeeld ‘zware jas’ en ‘hard welkom’ af te wisselen bracht hij in kaart wat er in het menselijk brein gebeurt. Om te begrijpen wat warmte, herrie of snelheid zijn gebruikt ons brein inderdaad twee systemen. Het taalkundige: als we het woord ‘winderig’ horen checkt ons brein of er soortgelijke woorden zijn die we kennen. En het zintuiglijke: fysieke en emotionele herinneringen worden opnieuw geactiveerd als we een woord of concept verwerken. Het woord ‘winderig’ kan bijvoorbeeld een gevoel van wind op de huid doen opleven, of het geluid en de lichaamshouding die we aannemen als het waait. Waarom er eigenlijk twee systemen zijn? Het taalkundige systeem werkt sneller dan het zintuiglijke. Het wordt ook eerder geactiveerd, maar soms schakelt het brein over. Zintuiglijk wordt er namelijk meer gedetailleerde informatie verschaft en verwerkt dan taalkundig. Proefpersonen die meer de tijd krijgen om een woord te verwerken, blijken vaker het zintuiglijke systeem te gebruiken, om de ervaring grondiger te verwerken. Welk systeem wordt gebruikt doet ertoe. Lang nadenken over wat iets voor je betekent kost niet alleen tijd. Overschakelen van het taalkundige naar het zintuiglijke systeem, en andersom, kost vooral ook veel energie. Meestal is het daarom beter het taalkundige systeem gewoon het werk te laten doen. Cijfer: 8


21

Waar is Univers?

Wat heb je nu geleerd? college Financial Accounting locatie WZ001

door Tom Grosfeld foto Peter van Vugt

Docent

Drs. Dirk Leysen

Kon je wakker blijven?

bolleborrel Ik loop café Bolle binnen en wel om een bijzondere reden: het is de constitutieborrel van Front. Alle studentbesturen zijn uitgerukt om het nieuwe Frontbestuur te feliciteren met hun bestuur-zijn. Als vreemde eend in de bijt, ik ben immers geen studentbestuurder, besluit ik maar een biertje te bestellen. Ondertussen denk ik: ‘Ik heb vijf jaar gestudeerd en was nooit bij een constitutieborrel. Nu werk ik en sta ik hier tussen de studenten.’ Het is één van de vele toevalligheden die het bestaan biedt. Daar sta ik maar niet te lang bij stil. Het leven gaat immers door en de borrel ook. Ik sta vooraan in het café, het bestuur van Front achteraan op het podium, tussen ons in staan ongeveer 100 studenten. Als ik naar ze zwaai, zien ze me niet. Ze zijn druk bezig gefeliciteerd te worden door andere besturen. Ze omhelzen elkaar, roepen dingen, maken heftige armgebaren en vormen dan een cirkel. Er gaat een fles rond. Iemand naast me roept: “Nóg een fles!” Dan bedenk ik me dat ik ze ook moet feliciteren. Ik meld me aan bij het oude Frontbestuur. Zij houden via een lijstje bij welk bestuur wanneer het podium op mag om hun felicitaties over te brengen. Ik mag aansluiten bij een ander bestuur en ben vrij snel aan de beurt. De spanning giert door mijn lijf. Toch gaat alles goed. Ik deel zelfs een knuffel uit. Iemand van Front feliciteert ook mij met mijn bestuursjaar. Misschien ziet ze me voor iemand anders aan omdat ik een bril draag. Ook daar sta ik niet te lang bij stil. Een fles gaat rond. Ik drink en drink, maar het is ranja. Teleurgesteld druip ik weer het van podium af. Onderweg naar de uitgang spreek ik nog een bestuurder. Hij geeft me zijn visitekaartje. Ik kan hem altijd eens bellen, zegt hij. Dat vind ik een geruststellende gedachte.

Ja. Dat lukte wel. Voornamelijk omdat ik veel moeite moest doen om te begrijpen wat er aan formules en cijfergebrabbel voorbij kwam op de slides.

Hoe zaten de studenten erbij?

Niet lang geleden hadden de studenten een midterm gemaakt, dus de druk was even van de ketel. Dat was duidelijk te merken. Veel lijken present te zijn omdat ze bang zijn iets te missen, maar daadwerkelijk opletten gaat veel van hen te ver.

Had de docent er zin in?

Ik weet niet of zin direct het juiste woord is, maar het is duidelijk dat deze man maar om één reden voor de studenten staat: doceren. Hij vlamt door de slides heen en roept de rumoerige zaal meerdere keren tot de orde. Richting het eind van het college worden de studenten onrustiger, evenals de docent. Het is maar goed dat het college niet veel langer duurde.

Wat heb je nu geleerd?

Tja. Dat weet ik eigenlijk zelf ook niet. Voor een cijferanalfabeet die structureel maand overhoudt aan het eind van zijn salaris, was dit wellicht niet het beste college om bij te wonen. Of misschien juist wel. Ik zou nu in ieder geval moeten weten hoe je de ‘Present Value’ van een investering uitrekent en wat een ‘Contraliability account’ is.

16 november 2017


22

reading time

7

minutes

A little nudge in the right direction text Laura van gelder illustration bas van der schot

A new wave of economic thinking has come, sweeping away our faith in the old gods of fines, taxes and subsidies. The new economist believes in the power of nudging. According to Tilburg University’s pioneers of behavioral economics, nudges can help imperfect human beings make better choices. And that goes for imperfect students too.

A

merican economist Richard Thaler recently received a Nobel prize for making economics a little more human. He confronted the world with a shocking reality: when it comes to money and finances, people make terrible choices. Sadly, we are not the rational, self-controlled decision makers that old-school economists believe us to be. When the New York Times asked him how he was going to spend the million dollar prize that comes with winning a Nobel prize, Thaler jokingly said that he would spend it ‘as irrationally as possible’.

In Tilburg, meanwhile, a group of economists and psychologists were overjoyed to see Thaler win the Nobel prize for economics. Among them was professor Jan Potters, who has spent the last two decades bringing the fields of economics and psychology together at Tilburg University. “As a

16 november 2017

behavioral economist, I’m very excited that the Nobel prize has been awarded to Richard Thaler. It’s an encouragement for all of us, and a recognition of the importance of what we’re doing.” OLD-SCHOOL When Potters was an econometrics student at Tilburg University in the 1980s, behavioral economics wasn’t part of the curriculum. “In my time, students were taught standard economics. And that was it.” But the problem with standard economic theories, Potters says, is that they completely ignore the human factor “Conventional economists assume that people are endlessly rational and endlessly selfish, and that they always make the best possible decision which serves their long-term interests. In reality, those assumptions don’t hold up.” When Potters became a professor of economics at Tilburg University, he wanted to do things

differently. He joined forces with professor of social psychology Marcel Zeelenberg. “We started working together about sixteen or seventeen years ago, when we decided to organize a joint symposium for economists and psychologists.” The symposium has been held every year since then. “It was an immediate success, and it still is”, Marcel Zeelenberg says. “We’ve welcomed some of the biggest names in our field as keynote speakers over the years. Eventually, we founded TIBER: the Tilburg Institute for Behavioral Economics Research.” PIONEERS The relationship between the departments of economics and psychology has proven to be more than just a flirt. It’s a marriage that spans decades, dating back years before Potters and Zeelenberg started working together. “Tilburg has always played a pioneering role in merging psychology and economics”, Zeelenberg says. “Economic psychology, which is very similar to behavioral economics, became a field of expertise at Tilburg University as early as the 1970s.” And the pioneers of behavioral economics on campus aren’t just visionary professors, researchers, and teachers. Whether they know it or not, many Tilburg University students and alumni have contributed to the field of


23

behavioral economics as well. “For the past twenty years or so, we’ve been conducting experimental research in our lab,” Potters says. “In most of the experiments, the subjects are students. They’re a big part of the studies that we conduct here.” NUDGES Richard Thaler is best known for popularizing the concept of ‘nudging’. Nudges are an alternative to standard instruments used to influence choices, such as fines, subsidies, and taxes. Zeelenberg: “A nudge is a ‘soft’ way to change people’s behavior. It’s a push in the right direction, to help people make decisions

that affect their finances, their health, their happiness.” Nudges are whispers rather than shouts, and they often go unnoticed. “Subtle changes that may seem insignificant can actually have an enormous impact on human decision-making,” Potters says. “Nudging works for all kinds of consumers from tax payers to potential organ donors - and for influencing all kinds of behavior.” NUDGING STUDENTS What about struggling students? Can nudges help them do the right thing too? According to Marcel Zeelenberg, the answer is yes. There are some simple ways in which university teach-

ers can give their students a nudge in the right direction. “For teachers, the way you present choices to your students matters,” Zeelenberg explains. “Imagine that you teach a course that consists of both lectures and tutorials, and you want as many students as possible to attend the tutorial sessions. At the start of the course, you could tell your students that they need to register for the tutorial sessions if they choose to participate. But you could also tell them that they are automatically registered and they need to unregister from the tutorial sessions if they won’t be participating. If you do the latter, more students will attend the tutorial sessions.” >>

Niels van de Ven, associate professor in economics and marketing “My favorite example of a nudge that achieves long-run effects entails the mailing of Home Energy Reports to households. These reports provide households with information on their energy use and advice on how to easily save energy. More importantly, the reports compare a household’s energy usage to that of comparable households in the neighborhood. The reports show to what extent households consume more or less energy than their neighbors. For example, a household’s relative performance is indicated by different smiley faces. The socialcomparison feature of this nudge is powerful, since human beings have a tendency to strive to be better, in whatever way, than their friends, family, or in this case, neighbors.

Alcott analyzed the effect of Home Energy Reports in a field experi­ ment where households were randomly selected to receive a report. He shows that the reports on average achieve a decrease of 2 percent in households’ energy usage. This may not sound like a lot, but con­ sidering that the reports are now being sent out to 15 million homes, these small changes quickly add up to be substantial in the aggregate. Obviously, the question remains whether the Home Energy Reports really changed habits or whether the effects result from investments in more energy-friendly technology and appliances. This is where us scientists should come in to disentangle the two mechanisms...”

16 november 2017


24

The relationship between economics and psychology has proven to be more than just a flirt Zeelenberg gives another example. “Students often struggle with deadlines. If a course requires students to write a paper and to take a final exam, you could set the deadline for the paper at the end of the course - that way, the paper would be due around the time of the exam. But for students to succeed, it’s better to set the deadline a few weeks before the exam.” That seems strange, because students can always hand in a paper two weeks before the deadline if they wisely choose to do so. Wouldn’t it make more sense to give them as much time as possible, then? Oddly, that’s not the case. “Setting deadlines can help students plan their work more efficiently.” IRRATIONAL BUT PREDICTABLE Students, like the rest of us human beings, don’t always benefit from having complete freedom of choice. Making the right choices, whether about studying, budgeting or planning for the long future ahead of us, is not an easy task. Behavioral economists, it seems, are tellers of bad news and good news. The bad news is that we are all irrational. The good news is that we are predictably irrational. As long as economists and psychologists continue to make sense of our strange impulses and disastrous decisions, we’ll be just fine.

Thijs Brouwer, PhD student in behavioral economics “One of Thaler’s best ideas and most influen­ tial nudges is his idea to “Save More Tomor­ row”. People often know they should save more money, but find it difficult to do so. After all, if I have to save more money this implies that I should give up something that I am spending money on right now. Thaler’s solution? Ask people to indicate how much they are willing to save from their next salary increase. Imagine that you expect to receive a salary increase of 100 euro next month. It’s easy to indicate you want to save 50 euro a month from that salary increase; you can save money

16 november 2017

and still have 50 euro more per month than you do now! Almost 80% of people in the Save More Tomorrow program started sav­ ing more with this simple change. This has a tremendous impact, as in the U.S. people are not obliged to save for their pension and many people save too little. Thaler’s method has helped (and still helps) many people to be better prepared for their future. Some question the ethicality of nudges: are we not pushing people to do certain things? However, Thaler’s work has also helped us realize that the way a choice is presented is

never a neutral action: it’s a choice to place the unhealthy snacks next to the check out. It’s a choice whether a society’s system of or­ gan donations is opt-in (you have to actively register if you want to be a donor) or opt-out (you have to actively indicate if you do not want to be a donor). Both options allow free choice on whether people want to be a donor or not. Why not choose the system that po­ tentially saves 100 lives a year? I would argue that, if anything, it’s actually unethical to not think about how we can present options in a way that will maximize people’s overall wellbeing.”


25

reading time

4

minutes

text Laura van gelder photo yasin ince Jack tummers

Students who volunteer Students are always short of time and often short of money. When you’re struggling to pass exams and to pay rent, doing volunteer work may not seem very appealing. But for Tilburg University students Melissa van Casteren (22), Yasin Ince (24) and Pleun Hakkens (20), volunteering pays off. Even without a paycheck.

Melissa van Casteren (22) Master’s student in Forensic Psychology, volunteer at the Red Cross student desk

“I

already had a job as a student assistant at the university, but I still had a lot of free time. A friend told me about her volunteer work at a student-run organization of the Red Cross in Tilburg. It sounded like a great combination of serving the community and having a good time with other students, so I signed up. We’re free to set up our own projects and events, which is some­ thing I really enjoy. We do a lot of different things. We give first aid and safety trainings, we host bingo nights at refugee centers, we organize fundraising campaigns in collaboration with Serious Request. Right now, our primary focus is to increase the self-reliance of vulnerable people in the community. Organizing a fashion show for the disabled is a wonderful way to put them in the spotlight for a day, but we also want to look beyond the day of the event.

As a volunteer at the Red Cross student desk, I get the best of both worlds. I can be at a party one day, and collecting food for people in need the next. For me, volunteering is not just about making a dif­ ference, it’s also about having fun. It’s an important part of my social life. You’re all students and you work together intensively on very rewarding projects, so you quickly become friends. Last summer, I actually went on vacation with one of my co-volunteers. Some stu­ dents join Plato or Olof, I joined the Red Cross student desk.” >>

16 november 2017


26

Pleun Hakkens (20) Bachelor’s student in Psychology, volunteer at Serve the City

“S

erve the City is a student volunteer organization. Throughout the year, we organize different activi­ ties for specific groups within the community. Last year, I was part of the committee that organized the event Serve the Dinner. We prepared an all-night dinner with enter­ tainment for eighty people who depend on the Food Bank. It took a lot of preparation, but it was a big success. With all those smiling faces around you, it doesn’t matter that you don’t get paid for the work that you put in. On the night of the event, the volunteers joined the guests at the table so that we could really engage in conversation with each other. I shared a table with a little boy and his parents. The parents told me about their situation, which was pretty

Yasin Ince (24) Master’s student in International and European Law, volunteer at Vluchtelingenwerk

“S

tudying at university is very fulfilling, but I always had the desire to put the newly gained knowledge into practice. I am currently writing my thesis and I always get a bit restless from not doing any practical work. I therefore decided to volunteer one day a week as a legal advisor at Vluchtelingenwerk, an organization that offers legal aid to refugees. Clients come in during consultation hours and my role is to answer questions and advise them on legal issues regarding their request for asylum or the return procedure when the request for asylum is denied. Often we also pre­ pare clients for their hearings and we sometimes join them during the hearings for additional support. I chose to volunteer at Vluchtelingenwerk for two reasons. The first is that during my studies I grew very fond of migration topics, international law and world politics. Vluchtelingenwerk allows me to gain practical work experience in migration law and to remain up-to-date with the latest developments. It makes for an easy transi­ tion to the labor market in this field. The second reason is that I can faintly relate to refugees and asylum seekers. My grandfather was an immigrant guest worker and my parents-in-law are former refugees. I want to be of use for people who often have left everything behind, have gone through difficult times and have to start their lives all over in a foreign country. They are under a lot of stress because their future is uncertain. It makes me happy to see that I can use my knowledge and experience to give them a little bit of certainty and help them secure a livelihood. At the same time I enjoy learn­ ing about their countries and cultures. Working with refugees and asylum seekers, I think you could write a book about each of their stories. Since the asylum requests are always very detailed you learn so many things about a country’s geography, politics, culture, ethnic and religious minorities. For me the important considerations for doing volunteer work are that I gain work experience, find out what I love to do and what I am good at. In that sense, volunteer work always pays off, it may not be in money, but you always gain experience and develop your skills and

16 november 2017

knowledge. The other side of it is that volunteer work allows you to make life a little bit easier for those who are less fortunate than you. It is very gratifying work, but probably the most valuable reward is that it keeps you humble as you are time and again reminded that nothing should be taken for granted in life.”


27

gripping. In my own surroundings, I don’t often hear stories like theirs. Another family got up and walked out, because they didn’t like the food. They said they would go to McDonald’s instead. We thought they were very ungrateful, because we’d put in so much time and energy and we knew that other people would’ve been happy to have gotten their seats at the table. But you do learn from experiences like that. This year, I’m in two committees: Serve the Kids and Cadeautjespiramide. Both events are for children who face challenges, either because they have a psychological diagnosis or because they are from financially less well-off families. I want to focus on child and adolescents psychol­ ogy, so I’m excited to work on events for kids.”

column Leanne Soff

liberal arts student

Accidental adult Last Saturday seemed to have every intention of turning into a normal Saturday. I just finished the grocery list for the week, the value of my stocks seemed to be increasing steadily, the laundry was all done and folded; I really felt like I had my life together. Then, a terrifying thought entered my mind. Did I accidentally become... an adult? Impossible. There would be signs, right? My heartrate starts to increase as I go over the last couple of weeks. All the vegetables I willingly bought and ate. The bills I paid without skipping a beat. I feel myself falling into a state of existential crisis as I rush towards the nearest mirror and inspect the eyes looking back at me from its reflective surface. Just as I feared. Wisdom. This can’t be happening. There must be a way back. I frantically start gathering my stuffed animals, put on my favourite Disney film and inform my boyfriend that if he’s looking for me, I’ll be in the pillow fort I built in our bedroom. I am determined to turn back time. As soon I wake up the next morning, I run to the bathroom and look into the mirror. It’s still there. I splash some water into my eyes and start rubbing vigorously, but as I look back up, I can still see that little sparkle of life-experience, along with tears welling in my eyes. I slowly work myself into a foetal position on the bathroom floor and start crying for a good ten minutes, until I realise that my mum isn’t going to come and offer me a piece of candy to ease the pain. There’s no going back. I’m an adult now.

16 november 2017


28

16 november 2017


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Univers mach05 2017 zicht by Redactie Univers - Issuu