J
J 18 maart 1966
Tllburgs Al
dentenblad 2
Redaktie: Akademielaan 9 TWEEWEKELIJKS
ORGAAN
Advertentie-administratie
VAN Drukkerij
DE A L G E M E N E Uitgeverij
H.
TILBURGSE
c jaargang - no-12
STUDENTEN-ORGANISATIE
Gianotten N . V . - Bredaseweg 57 - Tilburg - Telefoon
23036 - 23037
TRIBUNE (Afd. K.S.S.F.) Dr. L. A . H. Albering is sedert 1946 algemeen secretaris van de Katholieke Volkspartij. Hij woont momenteel te Rijsbergen. Hij werd in 1904 geboren te Groningen, studeerde Ned. taal en letterkunde aan de R.U. aldaar en promoveerde er in 1934 tot doctor in de letteren en wijsbegeerte. Hij w a s leraar aan het O.L.V.lyceum te Breda. Sinds oktober 1965 is de heer Albering lid van de Tweede Kamerfractie, waarin hij optreedt als woordvoerder voor onderwijszaken. Hij is lid van de Kiesraad.
De heer J. M . Willems was tot september 1965 voorzitter van de KathoUeke Werkgemeenschap in de Partij van de Arbeid. Hij werd in 1909 geboren in Tilburg, waar hij het St. Odulphuslyceum bezocht. Hij studeerde klassieke letteren, archeologie, prehistorie en kunstgeschiedenis aan de G.U. te Amsterdam. Hij w a s praeses v a n de K.S.V. Thomas Aquinas. Toen na de bevrijding de P . v . d A . werd opgericht, werd hij lid en sinds 1946 is de heer W i l lems Tweede Kamerlid voor de P.v.cLA. Bovendien is hij secretaris van zijn partij, lid v a n de Interparlementaire Bcneluxraad, van de Provinciale Staten van N.-Brabant en van de gemeenteraad v a n zijn woonplaats Oisferwijk. Ben aantal keren was hij lijsttrekker van de P.v.d.A. in het zuiden.
DE T O E K O M S T I G E STRUCTUUR V A N ONS Reeds vele jaren bestaat er ontevxedenheid over het huidige partijstelsel. De verhoudingen zijn enigszins verstard. Bij verkiezingen vinden er nauwelijks verschuivingen van betekenis pllaats, waaruit een duidelijk oordeel van de kiezer over het door de partijen gevoerde beleid spreekt. Men verwijt de partijen, met name de vijf grote partijen die in ons land de dienst uitmaken, dat zij zo weinig van elkaar verschillen, in de theorie en in de praktische politiek, dat het maar weinig uitmaakt of er liberalen in de regering zitten (kabinet Marijnen) of socialisten (kabinet Cals). Ook het feit dat een overgang van eerstgenoemd kabinet naar het andere mogelijk was zónder dat daarover de kiezers geraadpleegd werden, stuit op tegenstand. In dit verband zij men herinnerd aan de artikelen van prof. Duynstee. De politieke interesse neemt af. Verschijn-
selen van aversie tegen politiek in het algemeen komen op. Er worden vele nieuwe partijen en partijtjes opgericht. Bij de laatste Kamerverkiezingen boekten de vijf kleine partijen een winst van 7 zetels op de vijf grote. Aan het optreden van veel partijen zijn, gezien het verieden, duidelijke gevaren venbonden. De gesignaleerde ontevredenheid wordt ook binnen de partijen gevoeld. Voorstellen voor verbeteringen en discussies daarover zijn aan de orde van de dag. Wij denken aan de ideeën van de huidige premier mr. Cals, over de idee van de invoering van een organische kamer, gelanceerd door prof. Oud, de vraag van het al dan niet samengaan van A.R. en C.H.LI., de confessionele partijvonning über' haupif;, het gedeeltelijk intrekken van het mandement van ili954 door de bisschoppen van Nederland enz.
Een lachertje . . . Af en toe schijnt het moeizaam te lopen in onze hooggeroemde Tilburgse Studenten Raad. „ W a t bedoelt u?" hoor dk de tóch wel enigszins bevreemde lezer vragen. O, verwacht van mij geen antwoord. Ik weet het namelijk zelf niet precies. Maar ik bevind me in select gezelschap: de Raadsleden blijken met een gelijk euvel te kampen. Het is u volstrekt onduidelijk, waarover het eigenlijk gaat? Nee maar, dan mag ik u gelukwensen: u voldoet ruiimsdioots aan de voorwaarden om zich. kandidaat te kunnen stellen voor de volgende TSR^verkiezingen! Capaciteiten? Och kom, niet nodig. Ik heb 't met eigen ogen gezien. Ik spreek verward? Sorry, de sfeer van de afgelopen TSR-vergadering heeft me nog zozeer te pakken, dat ik het nauwelijks merk. Maar ik venman mij. Per slot van rekening is T A S uw enige en laatste strohalm. Nu
klare taal. Morgen ga ik met vakantie. Even diep inademen en: valt gij aan, ik volg wel. (Geen vrees voor de reacties, die komen gaan. Welnee. Coüte que coüte). Afgelopen maandagavond, 7 maart, was een van die tijdstippen, waarop je uren zou willen wandelen, alleen maar lopen te ademen. De nieuwe lucht van bet voorjaar. Ik mocht niet. Uw TAS-blad moest er immers bij zijn, bij de vergadering van de Tilburgse Grondraad. Voor u, lezer. Ja, zo zijn wij. W a s ik toah maar gaan wandelen. Deze TSR-avond vertoonde weinig onderscheid met de dertien avonden van het eerste het slechtste dispuut, welke in het doeijn gaan. (En te erger, daar dit onderscheid uitsluitend gelegen was in de representativiteit, dde dit instituut gewoonlijk voor zichzelf pleegt op te eisen.) Chaotische discussies over een (vervolg zie pag. 2)
m
PARTIJWEZEN
De laatste bijdragen aan de discussie zijn geleverd door de K.V.P, en de P.v.d.A., die beide een rapport publiceerden, waarin men zich bezint op de grondslagen van zijn bestaan en waarin men aangeeft hoe het in de toekomst zal moeten. De K.V.P. zoekt het in de richting van een samenwerking van alle christelijik géïnspireerden in een soort C D . I L , de P.v.d.A. meer in de richting van een tweepartijen-systeem (progressief contra conservatief) en een districtenstelsel, m e t a l s voorbeeld Engeland. Op .dinsdagavond (22 maart a.s., de dag voor de verkiezingen zullen d e heren Albering, algemeen secretaris van de K.V.P., en W i l lems, lid 2e Kamer P.v.cLA., voor d e Tilburgse Hogesctoolgemeenschap debatteren over deze zaak, die iedere kiezer (es) moeit interesseren.
ATTENTIE!! Verschijningsdatum eerstvolgende nummer 20 april Sluitingsdatum voor het inzenden van copy 13 april TAS Tweewekelijks blad van de Algemene Tifimrgse Studenten Organisatie. Redactie, directie en administratie: Akademielaan 9. TUburg. Tel. 04250-72337 Advertentie-administratie: Drukkerij Uitgeverij H . Gianotten N.V., Bredaseweg 57, Tilburg. Tel. 04250-23036-23037 Hoofdredacteur: P. P. A. M . van Eeuwijk Redacteuren: A . J. M. Smetsers P . L. M. Beelen J. H. W . Kees H. L. M. Coenen A. Hammersteln Organieke leiding: J. J. A. Thomassen Lay-out: P . v. Eeuwljik A. J. A . Godfioy; en enige leerlingen van de Kunstacademie.
(«vervolg v a n pag. 1)
voorstel van het ATSO-^bestuur, dat kennelijtk door zeer weinigen vóór de aanvang van de vergadering genoegzaam bestudeerd, laat staan persoonlijk verwerkt, was, werden — dat moet gezegd zijn — door proportioneel in 't geheel niet onesthetische moten logaristische haarkloverij over vergadertechniek en ^orde mitsgaders andere aanverwante, niet minder intrigerende themata, afgewisseld. Tussendoor had de voorzitter - een voor deze gelegienlhdd door 't ATSO-bestuur voorgedragen onpartijdig buitenstaander en dus nog niet voldoende ingewijd om het praatzieke detailMsme van de Raad te kunnen onderscheppen — er aardigheid in, nu en dan èen stemming te laten houden. "Waarover, wist meestal niemand. Met welke uitslag, evenmin. Hoefde ook niet, 't W a s zo al leuk genoeg. Maar President Los kon dit alles klaarblijkelijk weinig appreciëren. En terecht. Hij wenste de voorstellen van het bestuur met serieuze en zakelijke beraadslagingen gehonoreerd te zien. Er viel plotseling een weldadige stilte. Met één simpele stemming was de zaak beklonken. Dat, na vier uur „vergaderen". En hoe grappig, bijna iedereen was ook- nog vóór. Tjonge. Herman Coenen
Meent „DE TIJD ,, zijn tijd vooruit te zijn? In het weekend-nummer van 12 februari staat een verhaal over het „superbrein" d.i. de computer. W i e het leest en erbij rustig blijft zal tot de concluisde komen dat automatisering en computers nuttige dingen zijn. Als eerste merkt men op dat ,,Een computer niet meer kan dan de mens erin stopt" door Prof. Polak als niet waar wordt aangeduid, ja zelfs hij bezweert ons om daar niet in te geloven. Op gezag van een Prof. nemen wij eahter niets aan. Hij moet het bewijzen en argumenterien. De daairop volgende vrij snggesitieve uitspraak dat er computers zijn die een zekere onberekenbaarheid en zelfstandig gedrag vertonen, wordt zonder meer gemaakt. Zijn de computerkundigen tovenaarsleerlingen, klungels die niet weten wat ze doen en dan zeggen dat d e machine „denkt"? Het zijn juist de computer-kundigen die met de onmacht van de machines geconfronteerd worden. In zijn boek „Hoe veroveren wij de toekomst", blz. 193 e.v. schrijft Polak dat de techniek mensenwerk is en in uiterste consequentie de mens daarin maatgevend is. Daarom is het des te verwonderlijker dat hij — al doet hij het beschroomd — over machines kan spreken als dingen met een zekere mate van vrije wil en intelligentie. Als men niet precies weet wat men in de machine stopt kan er natuurlijk ook iets uitkomen dat men niet verwadhten kón. Maar dit is nog beslist niet intelligent! Als dan aan het einde van het artikel wat voorbeelden worden aangehaald blijkt dat de toepassingen eenvoudig zijn, maar in ieder geval dat nóg geldt dat het maar een slaafs uitvoeren is van vooraf door mensen gegeven bevelen. Het vermoeden rijst dat Polak nog nooit een compleet programma heeft geschreven zodat hij wellicht onder de indruk is geraakt, van wat de machine kan, en is gaan extrapoleren naar wat de machine niet kan. De sensatie-journalistiek, zoals bedreven, is alleen maar verwarrend want het publiek kan het jammer genoeg niet meer onderscheiden. J. Rijekmans
5 0 jaar internationale school voor wijsbegeerte In Amersfoort — nauwkeuriger gesproken: Leusden, vlak daarbij — staat sinds februari 1916 temidden van een eigen bosterrein de Internationale School voor Wijsbegeerte, gebouwd door de bekende architect De Bazel. Het 50-jarig bestaan is kort geleden feestelijk herdacht, waanbij in de herinnering werd geroepen dat de school midden in de eerste wereldoorlog werd gesticht door oen idealistisch zakenman, wie een centrum voor ogen stond waar vogels van diverse geestelijke pluimage elkaar konden ontmoeten ter verdieping van hun levens- en wereldbeschouwing Vroeger vierden oosterse wijsheid en „Hegelarij" er nogal hoogtij, maar dat is larg voorbij. Beroemde figuren uit binnen- en buitenland hebben er geschitte-d, talloze conferenties zijn er gehouden. Tagore, Berdjajew, Buber, Heidegger, Tillich en vele anderen hebben er gesproken. De inrichting van de school en het daarbij behorende logeergebouw hebben de'i laatste jaren allerlei verbeteringen ondergaan. Maar studenten — „jongeren" in het algemeen — ziet men er nog te weinig. Daarom
moge de aandac'it werden gevestigd op een speciaal voor studenten opgezet Studium Generale, dat van maandagmiddag 28 tot donderdag 31 maart a.s. in de Internationale School zal worden gehouden. Het thema luidt „De •mens als producent en product van cultuur". H?t zaJ word;n ingeleid' door dr. Jan M. Broekman. Verder zullen er inleidingen worden gehouden door prof. dr. R. F. Beerling, dr. Kwee Swan Liat, prof. dr. J. A. van Leent, prof. dr. G. Nuchelmans en prof. dr. E. V. W . Vercruysse. W a t besproken is zal worden samengevat door prof. mr J. F. Glastra van Loon. De bedoeling is dat er in ruime mate wordt gediscussieerd. Studenten, die deze gelegenheid willen aangrijpen om met de school kennis te maken kunnen zich opgeven bij de administratie, Dodeweg 8, Amersfoort, tel. 0349015020. Zij worden in 'het logeergebouw gehuisvest en driemaal per dag rijkelijk gevoed. Dankzij een subsidie v a n Let Prins Bemhard Fonds hoeven zij voor de gehele cursus niet meer dan ƒ 25,— te betalen. Prof. dr. R. F. Beerling
B - K I R N i N : Moeten zij rusten in vrede ? In de vorige aflevering van het TAS-blad heeft de hoofdredactuer met een van zijn secondanten onder de titel „Functionele of Institutionele Coördinatie" een artikel gewijd aan de vier onderafdelingen van de A.T.S.O., t.w. de Agrarische Kring, Pax Romana/Alma, de Tribune en T.S.F./S.I.B. Zij houden een warm pleidooi voor de samensmelting van de vier B-kernen om zo te komen tot een nieuwe constellatie. De motieven voor de samensmelting vind ik echter uitermate zwak. Toegegeven, bij de huidige structuur zijn doublures onvermijdelijk. Het werkterrein van de B-kemen overlapt elkaar. Doch is dit zo bezwaarlijk? Ligt hierin niet juist de grote levenskracht van de geheel zelfstandige verenigingen. Zij moet om haar activiteiten optimaal te kunnen ontplooien, een grote kern van actieve leden hebben, die zich persoonlijk voor de zaak inzetten. Een persoonlijke inzet van ieder lid kan m.i. alleen opgebracht worden als in de vereniging een sfeer heerst, die voor ieder lid acceptabel is. Vervlakking is uit den boze. En dit cachet nu moet een uitgesproken karakter dragen en borg staan voor een gezonde wedijver tussen de verschillende Bkernen. Zover is het nog niet. Doch door het steeds groeiende aantal studenten in Tilburg, zal er spoedig een dermate grote diversiteit komen, dat meendere verenigingen een levenskans hebben. Ook het aantal post-kandidaatstudenten zal spoedig zo groot zijn, dat daaruit zonder al te veel moeite geschikte bestuurleden gerecruteerd kunnen worden.
Zeg nu a.u.b. niet, dat door de huidige „inertie" van de Tilburgse student nooit voldoende belangstelling gewekt kan worden voor een actieve bezetting van de diverse verenigingen. Als die niet komt, dan is alles gedoemd om te mislukken. Ook een overkoepelende vereniging, zoals die wordt voorgesteld door P. v. Eeuwijk en H. Coenen. Komt die belangstelling echter wel, dan verdwijnen de voordelen zoals die in het voornoemde artikel opgesomd worden als sneeuw voor de zon, ledere B- kern creëert dan een geheel eigen algemene lijn, die haar het beste past. ledere B-kern is in staat door contributies zichzelf te bedruipen of volledig verantwoorde subsidies te ontvangen. En tot slot, over de subsidiebijdragen van het curatorium zou ik me maar niet te veel zorgen maken. Het College van Curatoren is heus in staat een verantwoord financieel beleid te voeren. Oh ja, en dan nog iets! Sinds wanneer is de tijd van studenten uiterst kostbaar? Komen we in de toekomst op uurloon te staan? Daar was me nog niets van bekend. Of staan de leuteruurtjes hoger in het preferentieschema van de Tilburgse student. Ik kan me niet voorstellen, dat het merendeel zich niet een avond in de week voor een zowel nuttige als leerzame en interessante vereniging in kan spannen. Dat hij dit niet doet, als deze vereniging hem niets te bieden heeft, is te begrijpen. Maar hebben de B-Jcemen hem niets te bieden?
Th. H. M. v. d, Heijden
m
j
FUNCTIONELE OF INSTITUTIONELE COÖRDINATIE V O O R W I E ? Het in uw blad van 25 februari j.l. opgenomen artiikel: „Functionele of Institutionele Coördinatie" is, zoals de schrijvers reeds bij de aanvang beweren inderdaad niet negatief of afbrekend, en het is alleen maar toe te judohen, dat buiten de meer beperkte kring van A.T.S.O. en B-kem-bestuurderen, ook een poging wordt gedaan, deze alle studenten aangaande problematiek, ook bij alle studenten te doen leven. Natuurlijk is het voor de nu bestaande BIcernen moeilijik om van het oude systeem van concurrentie over te stappen naar coördinatie of integratie, maar de weinige concrete resultaten die tot nu toe vallen te bemerken, mogen nog geen reden zijn om meteen tot de aanval over te gaan, en het „co-co" slechts te zien als een orgaan dat de schijn van coördinatie naar buiten ophoudt. De in bovenvermeld artikel opgesomde voordelen van coördinatie en integratie kan ik zcader meer onderschrijven, alleen daar waar gesproken wordt over de dan grotere belangstelling voor activiteiten, meen ik teveel aan optimisme te moeten constateren. In het verleden is namelijk gebleken dat de inertie van de Tilburgse student ieder jaar goter wordü. Men ziet ieder jaar meer „studenten" verschijnen die menen dat het student-zijn niet
méér eisen stelt dan „collegelopen" en „de verplichte literatuur, liefst op een zo marginaal mogelijke wijze door te nemen". Een lezing bijwonen of een congres bezoeken doet men niet meer (tenzij er, zoals bij de K.S.D.dagen, meer feesten dan lezingen zijn), daar men de behandelde stof niet direct interessant vindt, daar men ook hierover eventueel een boekje kan lezen enz. Het vormende element dat in een discussie wordt gevonden, wordt nieft meer gezien. De student die de behoefte voelt om zoveel mogelijk te weten van zoveel mogelijk, en die met beide handen de kans grijpt om ergens actief aan deel te nemen, maakt plaats voor de passieve duffeling, die zelfs de moeite niet meer neemt zich te verschuilen achter het smoesje van ,,een te stringent studieprogram", maar volstaat met: „ik heb geen zin". Dat de B-kemen de studentengemeenschap overspoelen met activiteiten geef ik grif toe, maar dat deze activiteiten elkaar overlappen, is een bewering die meer een kreet dan een waarheid is. Deze vele activiteiten, kunnen tot gevolg hebben, dat men door de bomen het bos niet meer ziet, maar anderzijds bieden ze de mensen met een enigszins gerichte interesse de gelegenheid een bepaald probleem van versdhillende kanten te zien be-
GiZILLIGHilDSVi^ENiGING De gezelhgheidsvereniging is die groep van studenten waarbinnen ik mijzelf thuis voel. Aangezien een normaal mens zich aan vele omstandigheden kan aanpassen zal dit een vrij grote groep kunnen zijn. Toch zullen er bepaalde groepen van studenten zijn, waarmede ik absoluut niets wens te maken te hebben. Het staat mij vrij om wat dit betreft mijn eigen weliswaar globale regels te stellen. Z o bepaal ik mijn eigen exclusiviteit als student, iets wat ik naar mijn mening ook later zal doen. Dit laatste bewust of onbewust. Binnen deze groep zoek ik mijn eigen vrienden of wordt ik als vriend gevonden. Dit noemen wij in het Tilburg Studenten Corps een Dispuut of Vriendenkring. Het hoofdthemavan dit kontakt is de onderlinge vriendschap. Tevens kan ik binnen deze grote groep enige gelijk gerichte zielen tegenkomen op hobbyof vormings-gebied, o.a. muziek, sport, als rederijkersikamer enz. Het hoofdthema blijft de intimiteit met een weigering om iedere willekeurige nieuweling als deelnemer toe te laten. W e l is er een mogelijkheid om zich in wedstrijd of einder groter verband, zo nu en dan, in groter verband in te sdhakelen. Als incidentele gebeuTtenis kan zo'n groepering wel eens een evenement organiseren voor alle studenten. Zij doen dit dan meestal om zichzelf als groep enige glorie te geven,
of om te bewijzen dat zij het serieus menen met hun ideeën. Al deze activiteiten binnen de eigen gezelligheidsvereniging behoeven geen beperking of belemmering te zijn om ook in de algemene organisaties zijn beste beentje voor te zetten. Hier bedoel ik de landelijke organen, het bestuur van de A T S O , de algemene onderafdelingen van de A T S O , de studieverenigingen oif het werk in een van de vele stichtingen. Ik hoop via dit aan velen iets te hebben duidelijk gemaakt. Dit vooral omdat zeer vele Olofers en Askloaten (naar mijn mening) zelf niet exact weten wat ze van hun eigen vereniging kunnen of willen verwachten. De nihilisten daarentegen praten vanuit hun eigen straatje en zullen waarschijnlijk dikwijls heimwee hebben naar de gezelligheid, of in ieder geval een soort van gezelligheid, die zij bij hun studievrienden of medestudenten bemerken. Zij zijn bet weliswaar niet eens met de vorm maar zij voelen dat zij iets missen, zijzelf missen echter veelal d e kracht en de moed om daar iets aan te veranderen. Ik wens U allen sukses met U w gezelligheid, maar ik ben ervan overtuigd dat U deze zelf voor 9 5 % moet maken. Ook mijn gezelligheid heeft me de nodige moeite gekost, ik hoop dat U daarvan overtuigd bent.
Wat zien ik ?
over de aan Bacchus en Venus gebrachte offers. Ziehier enkele gedachten van een argeloze buitenstaander: Is het een volksfeest? Nee, want dan zou heel Nederland nu nog nahijgen van het genotvol geplemp. En blaakte men ooit meer van dadendrang dan thans in het Boven-Moerdijkse. Is het een folkloristisch trekje, karakteristiek voor een achtergebleven gebied? Blijkbaar niet. Hoe zou anders in Tilburg, waar de folklore welig pleegt te tieren, het Carnaval van het ene in het andere jaar verdwenen kunnen zijn nadat endge gezaghebbende geestelijken (prudentes!) het als „poel van zonde en verderf" hadden gebrandmerkt?
Maandag en dinsdag geen mensa! Waarom is er dan geen mensa? Omdat er geen colleges zijn. V/aarom zijn er geen colleges? Omdat het Carnaval is. En waarom is het Carnaval, of liever, wat is het, waar wetenschap voor wijken moet? Ziedaar de vraag die ik zou willen voorleggen aan al diegenen, die zich kortelings met schier onlesbare dorst en evenredig gevulde beurs in het luidruchtige feestgedruis hebben gestort en nu, compleet met kater en aanverwante verschijnselen, verbitterd namijmeren
naderen en hierover in kleine groep te discussiëren. W a t wil men nog meer: een grote keuzemogelijkheid en door de veelal kleinere groep een gelegenheid tot discussie voor iedereen. Dat er dus een kleinere groep is vereist, om tot goede discussiemogelijkheden te komen, is een van de stellingen waarvan ik uitga, maar als deze groep door de „enorme belangstelling" niet groter is dan ± 20 personen (wat overigens geen zeldzamheid is) dan is dait belachelijk. D e besturen van de B-kemen mogen dan behept zijn met persoonlijke belangen, maar als men ziet wat voor moeite en tijd het kost om iets reëels te kunnen bieden, met het vooruitzicht dat er, behalve voor sensatie^aktiviteiten, toch weer geen belangstelling bestaat, is een woord van waardering hiervoor toch wel op zijn plaats. In de toekomst zullen we wel een integratie krijgen, maar laten we eens beginnen met een gecoördineerd overleg over hoeveel premie we zullen gaan geven aan bezoekers van lezingen en congressen, want dat het allemaal gatis is, is schijnbaar niet voldoende om de heren studenten te bewegen een stap op de weg naar een academische vorming te zetten. P. Merkelbach
Vanwaar anders die inspanningen om onze goede stadgenoten met geweld nu weer Carnaval-rijp te maken. Behoefte bestaat er kennelijk niet aan? Is de angst voor het eeuwige vuur dan toch nog goter dan het genieten van een kortstondige warming-up? Is het soms de collectieve misvatting als zou een jaar vol ernst en zorg voor een keer en dan niet meer, wat doelloos gebras rechtvaardigen? Kom, kom, maar één keer? Is het dan misschien een uiting van een latent minderwaardigheidscomplex, dat — de hemel zij geprezen voor zijn temporele accuratesse —• toevallig telkenjare weer samenvalt met een kerkelijk „Nihil Obstat", waarbij dan het masker moet dienen als dekking voor de schaamrode kaken? Wellicht is het niet meer dan een zweverige uitdaging aan ons, van lol verstaken Noorderlingen, om ons zozeer te vergapen aan geforceerde vrolijkheid en Beneden-Moerdijkse sdhep-vreugde-in-het-leven, dat ons niets meer rest dan een geluidloos wenen en een geknars van tanden om zoveel levensonmacht onzerzijds. Het lijkt zo. Doch dit is ndet voldoende. De niet-begrijper en onbegrepene zal niet slechts sidderen om eigen impotentie, hij zal ook honger lijden. De mensa is gesloten. Het is immers Carnaval. A. v. d. Wiel ADRESWIJZIGINGEN
Piet J. G. Aarts
m
Roy Somaroo van Bredaseweg 363 naar Ringbaan W e s t 191, Tilburg. I. Verdier naar Prof. Cobbenhagelaan 190, Tilburg. M. M. W Dooper van Melis Stokestraat 56, Tilburg naar Marsstraat 9, Tilburg. J. A. M. van W e z e l van V a n Limburg Stirumlaan 101, Tilburg naar Azuurweg 216, Tilburg. Ph. P, A. Bennis v a n W e s t e r p a r k 83, Tilburg naar Postelse Hoeflaan 76, Tilburg. J. G. A. Brouwer v a n Tafelbergstraat 48, Tilburg naar Statenlaan 329, Tilburg. L. A. A. L. Linders van Ringbaan W e s t 191, Tilburg naar Mofenbochtstraat 37, Tilburg. G. D . A M. T o u w van Burg. Suijsstraat 57, Tilburg naar Bredaseweg 228, Tilburg. C. A. M. Jacobs van Hilvarenbeekseweg 24, Tilburg naar Veestraat 104, Tilburg. J. W . G. van Raaij v a n Aübardastraat 7, Tilburg naar Kasteel Nijenrodestraat 259, Tilburg. K. A. Kool v a n Azuurweg 89, Tilburg naar Statenlaan 139, Tilburg. J. W . Huljbregts van Tamarindestraat 6, Tilburg naar Bisschop Zwijsenstraat 54, Tilburg.
0
•
•
CAFé RESTAURANT
„Boerke Mutsaers" in 't Zand
Café Bar DAMRAK
Eekelaar-brillen Contactlenzen
heeft prima zaal beschikbaar voor
Eig.: A. J. C. Mutsaers
disputen,feestvergaderingen,enz.
Oude Wandelboslaan 99 Telefoon 70693
Heuvelstraat 59
HEUVELRING 154
Bredaseweg 102
de betere brillenmakers
Café-Bar
VERZEKERINGEN
„De
NCB
Veldh oven
f»
Eig.: F. Westerburger
Veldhovenring 89 Tilburg Telefoon 26213
ALLE VERZEKERINGEN voor IEDEREEN dus ook VOORU
RADIO
•
TELEVISIE
•
ELECTRO
TELEFOON 32579
KORVEISEWEG 138
TELEFOON 04250-34012 - SPOORLAAN 50 - TILBURG
Koelkasten Wasmachines
Centrifuges
Stofzuigers
BAH IA BA R Jan Heijnsstraat 2 Hoek Philips Vingboonsstraat
Café-Restaurant
„Huize
Franken"
Telefoon 30397 't gezellige trefpunt voor H.H. studenten. Geopend van 17.00 uur t/m 2 uur 's nachts
Heuvelstraat Centrum Biljartsport
KATHOLIEKE STUDENTEN D A G E N - 1 9 6 6 : „Jezus van Nazareth is echt dood!" Aan het verzoek van de redaktie tot het geven van enkele impressies over de van de 3-6 februari j.l. in Nijmegen gehouden Katholieke Studenten Dagen (KSD) - 1966 voldoe ik gaarne, echter met de uitdrukkelijke vermelding dat het zeer persoonlijke indrukken zullen zijn. Voor een verslag zij men verwezen naar het t.z.t. door Paul Brand uit te geven boekwerk over de KSD-'66 ) waarin een lezing van prof. dr. A. Hulsbosch osa ten behoeve van de diskussieleiders, alle lezingen van het kongres, de preek van mgr. J. Bluyssen en de speech van dr. J. van Kilsdonk sj zullen worden opgenomen, (prijs ƒ6,50).
WAAROM K.S.D.?
„STURM UND DRANG,, Voor een gehoor van 800 kongresgangers schilderde Hella Haasse op fascinerende wijze aan de hand van de moderne literatuur het proces van bewustwording van de jonge mens van na de tweede wereldoorlog. Een jonge generatie die zich als een „buitenstaander" voelt in een benauwde en beklemmende wereld. In hun „Sturm und Drang" reageren de pubers en „angry young men" tegen voor •hen onaanvaardbare vormen van d e „Vader", als de autoriteit; de staat en de kerk, én de „Moeder", als de handlangster in de nog konservatóeve „Vader'-sfeer, als het irrationele, het primitieve en het magische. Ouders, milieu en geloof hebben zij afgezworen en van de maatschappij houden zij zich honend en woedend wanhopig afzijdig, om samen met leeftijdgenoten zo goed mogelijk een eigen klimaat te improviseren.
In deze tijd van dekonfessionalisering stelt men zich ook kritisch tegenover het instituutKSD, waarbij men zich afvraagt of deze relikwie uit het Rijke Roomse Leven (vanaf 1917) nu nog een funktie heeft. In deze diskussie speelt de gebruikelijke vorm van de KSD („veel feesten naast een aardig kongresje") een belangrijke rol. Tegenstanders van de traditionele KSD willen tereoht een benadrukking van het kongresgedeelte, immers dit zou tenminste nog een rechtvaardiging zijn van de „K" in de KSD, tenzij men nog gelooft in een introvert gezellig rk-onderonsje. Vanuit deze achtergrond waren er wat veranderingen gebracht in het geijkte stramien. Allereerst is er geprobeerd tot een voorbereiding in de steden te komen. In Tilburg heeft Pax Romana/Alma dit op zich genomen en heeft in samenwerking met de (priester-) studenten van het Gemeenschappelijk Instituut voor Theologie een tweetal gespreksavonden georganiseerd, waarbij o.a. prof. Plattel gesproken heeft. Jammer is echter, dat alleen leden van Pax Romana/Alma een uitnodiging ontvangen hebben, echter waarom geen aankondiging ad valvas? Tijdens het kongres heeft men deze lijn van gesprek, dialoog i.p.v. alleen lezingen willen doortrekken door middel van het in het leven roepen van diskussiemogelijkheden in groepen meit als plenaire diskussie een forum. Het feit dat gemiddeld een 225 mensen aan de groepsgesprekken hebben deelgenomen, duidt erop dat deze in een behoefte hebben voorzien.
„Opnieuw beginnen op het nulpunt" was de titel en strekking van de inleiding door prof. Tellegen. Hij zag zijn taak als filosoof in het reduceren van de door Hella Haasse getekende werkelijkheid. Het gaat hier om de aktuele vraag: hoe is het mogelijk, dat in een historische situatie geijkte kaders verworpen moeten worden, teneinde vanuit een nulpunt als referentiepunt een richting te kunnen vinden voor een authentiek menselijk leven. W e moeten vastliggende en vastleggende kaders vervangen door persoonlijke referentiepunten, d.w.z. nieuwe vormen van kaders. M.a.w. kader in overgeleverde zin vervalt, het wordt vervangen door eigen beslissingen in een veld van veranderde mogelijkheden. Kader in de nieuwe betekenis wijst naar een mens, niet naar een bovenmenselijk wezen. Deze mensen kunnen dan zijn: Socrates, Jezus, Boeddha of Marx. Het gaat daarbij niet om een navolging van deze mensen, maar om een referentiepunt en richting als zingeving aan eigen leven. Deze terugkeer tot het z.g. nulpunt bracht de christen prof. Teilegen tot de figuur Christus, zonder dit verder te nuanceren om dit aan de volgende spreker over te laten.
Thema: „Toekomst zonder gezicht,'
PAASWONDER
Het wegvallen van vastomlijnde, geërfde en aanvaarde zekerheden is uitgangspunt voor dit kongres geweest. Het aggiomamento van paus Joannes XXIII en het tweede Vaticaanse Concilie zijn duidelijke tekenen van een kerk die moest ervaren dat ook zij een historisch- en kultureel-bepaald instituut is. Deze sekularisatie-tendens zal zich steeds verder doorzetten totdat men op alle wereldse terreinen verlost is van het adjektief katholiek of christelijk. Langzaam maar zeker worden velen zich bewust dat ,,dé" katholieke of christelijke wereldbesöhouwing, ethiek en sociale leer fikties zijn en als ieder kulturecl verschijnsel plaats- en tijdgebonden. Dit stelt velen voor de moeilijke opgave, anderen voor een plezierige gave, dat de toekomst open is en dat wij voor d e toekomst niet angstig behoeven te zijn.
„De betekenis van Jezus van Nazareth voor onze toekomst" was het onderwerp van het referaat dat de theoloog drs R. S. Callewaert uit Leuven ons voorschotelde. Het betoog van de spreker had een zeer dualistisch karakter. Enerzijds was de filosoof aan het woord, die op existentialistische wijze het bestaan en de figuur van Jezus van Nazareth (die „goed en wel dood is") benaderde, anderzijds sprak de theoloog Callewaert die met behulp van een deus ex machina een niet geargumenteerde oplossing wist te vinden voor zijn onoplosbare vraag een transcendente bron als verklaringsgrond voor zijn existentie te zoeken, wat dan God moest zijn. Echter wie of wat is de God van Callewaert? Hier hield de logika van de existentialistische theoloog op teneinde met een soort theo-
NIEUW BEGIN
Een prettige vakantie en prettige feestdagen ! ! >
logika het verklarende sluitstuk voor zijn levensfilosofie te vinden. De z.g. Godmens Jezus wordt dan de bemiddelaar tussen God en de mensen. Omdat de mens ervaart dat hij op de laatste levensvragen geen antwoord kan geven, voelt hij de behoefte een antwoordende bovennatuurlijke bron te kreëren. Deze spanning tussen het zijnde en het zijn, het eindige leven en het eeuwige heeft de mens de hele geschiedenis al willen doorbreken. Hij stelde tegenover de beperkte mens God (-en) die middels profeten tot hem sprak. God werd de mythische persomifikatie van het srupranatuurlijke, die echter alleen sprak wanneer de bemiddelaars, zoals de profeten, dit nodig achtten. Niet God sprak maar de bemiddelaars tussèö het sakrale en het profane lieten hem spreken. Z o is Jezus voor Callewaert door zijn leven en opstaniding d e verkondiger van het Rijk Gods. Deze eschatologische funktie die gesymboliseerd wordt in het Paaswonder is de belangrijkste voor de spreker en niet Jezus als brenger van een pasklare ethiek in deze tijd, want hij is immers al lang dood. Jezus zegt niet wat de toekomst zal zijn, maar door zijn leven en verrijzenis zegt God ons dat het leven toekomst is. Het gaat daarbij ook vooral om een adopteren van de levenswijze die het Jezusgebeuren en de Jezusverkondiging pretenderen open te leggen en mogelijk te maken. Hierbij bemiddelen geschiedenis — de geschiedschrijving - en de verkondiging door de kerk voor een theologie van de hoop, die ons een nieuwe en betere hestaanswijze in God middels Jezus toont.
TOEKOMSTVERWACHTING Als laatste spreker stelde drs D. de Lange de vraag naar de „Toekomstverwachtingen van de Kerk in het post-condliaire tijdperk". Allereerst stelde hij toekomstverwachtingen in het algemeen aan de orde, die hij zag ids projekties van de mens op de toekomst, waaraan een drietal elementen te onderscheiden zijn: angst voor, zekerheid in en hoop op de toekomst. Toegepast op de toekomstverwachtingen ten aanzien van de kerk konkludeerde de spreker, dat de kerk de toekomst met weinig bagage zal binnengaan en met een soberheid die past aan een volk dat onderweg is. Distantie tegenover de wereld zal plaats moeten maken voor een volledig engagement in deze wereld. Al handelend zullen wij zelf aan de toekomst een gezicht moeten geven. ^Vat de kerk betreft zal de kritieke periode van het concilie nu pas beginnen en ook hier hangt het gezicht van de toekomst van ons af.
REFLECTIE Al reflekterend over deze KSD mogen we •tot een eindindruk komen dat deze dagen zeker geslaagd zijn. De diskussies waren zeer geanimeerd en zoals het forum liet zien bestaat er bij vele jongeren een zeer grote skepsis tegenover de overgeleverde traditionele geloofsvoorstelling. God en Jezus van Nazareth zijn voor hen dode begrippen, waaraan men in het verleden te gemakkelijk zijn beperkte groepsbelangen spiegelde, waardoor men eigen optreden kon rechtvaardigen. De kritiek betrof niet alleen de tijdelijke falsifikaties, maar w a s fundamenteler en raakte de oergrond van de godsdienst. J. P . Huijg
3
o VERWONDER NG Toen Ari zich enige jaren geleden, door enige studenten liet ontgroenen, had hij duidelijk de jaren des onderscheids nog niet bereikt. Ari, allereerst wil ik er jou op attenderen dat jij in jouw artikel nogal veel scheldwoorden of wat sommigen noemen studentikoze uitdrukkingen gebruikt. O.a. stelletje apen en gearriveerde halfwas-academici. Dit noem ik een zwakte of is het misschien een hang naar compensatie voor hetgeen je ondanks alles mist. Bovendien is je vergelijking met Amsterdam volkomen zinloos, want daar is de situatie op het gebied van de exclusiviteit nog veel slechter dan in Tilburg. Dit alles Ari, niet omdat ik het volkomen eens ben met hetgeen hier in Tilburg gebeurt, alles behalve dat. Vandaar dat ik hieronder zal trachten enige gedachten op papier te zetten.
INDELING Wij 'kunnen het leven van een student in Tilburg indelen op vele manieren. A a Men is lid van gezin en maatschappij b Men is ingeschreven ads student aan een instituut van hoger onderwijs. Reeds met deze indeling hebben vele studenten moeilijkheden. Dit is enerzijds duidelijk te constateren bij de Tilburgers die in hun eigen stad op kamers gaan wonen en anderzijds zij die gedwongen worden spoorstudent te zijn. W a t de oorzaak of de beweegreden ook mag zijn van deze beslissing. B a Student zijn om te studeren. Hieronder verstaan we het collegelopen, het tentamens en examens afleggen met de daarbij behorende voorbereiding, b Student zijn om zich voor te bereiden op zijn latere maatschappelijke status. Hieronder valt zijn gehele persoonlijke ontplooiing. Ook deze tweeledigheid brengt vaak moeilijkheden met zich mee. W e kennen studenten voor wie het eerste ad B te zwaar is maar die voor het tweede slagen. W e hebben echter ook studenten die voor het eerste te weinig tijd uittrekken en al hun tijd besteden aan het tweede facet, zodat zij ook na enige tijd verdwijnen. Men zal voor zichzelf een middenweg moeten vinden, C Dit is een geheel andere indeling die de beide vorige doorkruist, a Het studieuze facet van het studentenleven, b Het algemeen verzorgende facet van studentenleven. c Het gezel'ligheidsfacet van het studentenleven. Ad C-a Dit facet wordt verzorgd door de Hogeschool als instituut. Hierbij heeft de student te maken met het Curatorium, de academische senaat, zijn faculteitsvereniging en het publiciteitsorgaan van dit instituut. Ad C-b Bij dit facet heeft de student te maken met: 1. De Stichtingen, die zorgen voor gezonde leefomstandigheden, zoals: Nostrorum Sanitas met de secties: Mensa, Sport, Gezondheid; d e Stichting Studentenhuisvesting, die tracht te voorzien in kamers voor de studenten via een kamerbemiddelingsbureau, het aankopen van eigen dispuutshuizen en/of groepshuizen en in de naaste toekomst via het bouwen van studentenflats. Het is duidelijk dat deze facetten een gedegen apparaat vergen met een duidelijke
*
(il)
groep, met een zeker minimum aantal, aan, dan zorgt de A T , S . O . voor een verenigingsgebouw. Zij moet dan in staat zijn dit te garanderen. Dit is een geheel andere constructie dan die welke op dit moment door de A.T.S.O. is voorgesteld aan St. Olof. Nu wenst de A.T.S.O. dat St. Olof zelf uitziet naar een nieuw pand. Dit op grond van het feit, als zouden zij, voor het algemeen belang meer effectief genot uit het Eigen Huis kunnen halen. De A.T.S.O. wil onder de huidige situatie van twee walletjes eten. Hopenlijik zult U mij nu niet verwijten dat ik een algemeen studentencafé (dit voor 1450-1000 — 450 studenten) afwijs. Geenszins wil ik dat doen. W e l heb ik er op gewezen dat dit niet alleen een idiële kant maar ook een financiële kant heeft. De idiële kanten moeten realiteitszin hebben, en dat is volgens mij op dit moment hetgeen eraan ontbreekt. Ook heb ik niet willen beweren dat St. Olof altijd in dit pand moet blijven zitten, wel wil ik er op wijzen dat het heel natuurlijk zou zijn indien de A.T.S.O. zorgt voor een reëel ruilobject indien zij nu of in de naaste toe•komst St. Olof willen laten verhuizen. Dit laatste zou maar een heel natuurlijke gang van zaken zijn, te vergelijken met een onteigeningsprocedure van gemeente of rijk. In zo'n geval wordt men in het algemeen belang uitgekocht of biedt men andere, vergelijkbare alternatieven. Dit lijkt mij ook beter te beantwoorden aan de geschiedkundige achtergrond van dit Eigen Huis Complex.
m
financiële grondslag. Het eerste is gewaarborgd door de Stichtingsvorm en het tweede door de rijkssubsidie en de subsidie van het Curatorium. Het Curatorium verkrijgt deze gelden voor subsidie via de verplichte bijdrage van de studenten bij hun inschrijving. Noot: Hierbij ga ik dus duidelijk voorbij aan het feit dat het Curatorium ook nog andere bronnen kent zoals: De Gemeentelijke en provinciale bijdrage, subsidie van de Radboutstichting. 2. De A.T.S.O. Dit instituut bestrijkt tot op heden alle werkzaamheden die er, met betrekking tot het coördineren van studentenactiviteiten zijn. Dit instituut moet zich daarbij wel degelijk beperkingen opleggen, aangezien het zich slechts met het algemeen belang dient bezig te houden. Het mag niet in het persoonlijike vlak treden, en moet iedere student een even grote kans geven. Het moet het algemeen karakter handhaven en niet gaan differentiëren. Ad C-c Het gezelligheidsfacet van het Studentenleven. De praktijk heeft bewezen dat een groep, zelfs de grootste groep, behoefte heeft aan een specifiek gezelligheidsleven. Noot: b.v. Tilburg, daar hebben we het T.S. C. St. Olof met 650 leden. De gezelligheidsrvereniging Askloa met 350 leden. Totaal aantal ingeschreven studenten, buiten postdoctoralen is 1450. Conclusie bijna 70% is aangesloten. Dit gezelligheidsleven is echter een dure zaak. Het Curatorium is hiervan overtuigd en subsidieert dan ook deze verenigingen. De A . T . S.O. betrekt zijn middelen echter ook, en wel voor het allergrootste gedeelte, van dit Curatorium.
Piet J. G. Aarts 17e A C A D E M I S C H E JAAR V A N H E T EUROPA-COLLEGE T E BRUGGE
Een algemene vereniging kan maar één soort gezelligheid bieden en dat is juist wat te zeer indruist tegen de keuzevrijheid van de student. Noot: Wij zouden willen vermelden dat we dan in dezelfde situatie komen, als de uitgangssituatie was in 1963 toen men tot oprichting van de A.T.S.O. besloot. Het is daarom straks heel goed mogelijk, dat als de A.T.S.O. het gezelligheidsaspect in zijn vaan gaat voeren, zij moeilijkheden krijgt. Gezelligheidsaspecten die d a n gefinancierd worden via de gelden of subsidies van het Curatorium. Indirect zijn het de studenten die dit financieren. Zij financieren aldus tweemaal eenzelfde facet. NI. via hun bijdrage aan het curatorium. Zij zullen echter slechts één wijze van gezelligheid waarderen. Het zou dan mogelijk moeten zijn, dat Olofen Askloa-leden een gedeelte van hun te betalen contriibutie putten, uit een korting die zij mogen aanbrengen op hun A.T.S.O. bijdrage, die immers ook geïnd wordt via de Curatorium-hijdrage. Tot zover mijn opmerkingen met kritieken op de huidige situatie en heersende tendenties. Mijn fundament is erg finacieel getint, er zijn echter ook de nodige idiële objecties, die bewaar ik voor een volgende maal. Als slot wil ik nog een andere constructie weergeven die aan bepaalde bezwaren tegemoet Jkomt maar die ook weer andere contra's heeft.
RUIME A.T.S.O. D e A.T.S.O. pleegt gezelligheid, maar nu gezelligheid naar wens. Meldt zich dus een
Het 17e Academische jaar van het Europa-College te Brugge zal op 26 september 1966 een aanvang nemen. V a n de 30 a 35 plaatsen zijn er drie voor Nederlanders gereserveerd. Candidaten voor deze plaatsen dienen: — tenminste een tmiversitair examen te hebben afgelegd, dat de afsluiting vormt van tenminste drie studiejaren; —• de Engelse en Franse taal voldoende te beheersen; — niet ouder dan 30 jaar en ongehuwd te zijn. De kosten, venbonden aan het studiejaar, belopen een bedrag van ƒ 3.750,—; bij dit bedrag zijn inbegrepen logies met volledig pension, college- en excursiegeld en, alsmede een Jdein zakgeld. Ten aanzien van deze kosten 'kan worden medegedeeld, dat jaarlijks een fonds ter beschükküig is om candidaten tegemoet te komen in de kosten, voorzover eigen middelen hem/haar beletten aan het studiejaar deel te nemen. Opgave van candidaten dient te geschieden (onder overlegging van een curruculum vitae, een recente pasfoto, een aanbeveling van twee academische docenten en een medisch attest) vóór 1 mei 1966 bij ondergetekende. De selectie der Nederlandse candidaten berust bij de Europese Beweging. algemeen secretaris M. van Aken,
REKTIFIKATIE Diverse keren is mij onlangs gevraagd of ik gepromoveerd ben tot artistiek medewerker van het Tas-blad; bovendien werd opgemerkt dat de artistieke kwaliteit van mijn eerste filmligatekeningetje (zie voorlaatste editie van het Tas-blad, van 19/1/1966) nauwelijks is terug te vinden in mijn tweede (zie Tas^blad van 8/2/1966). Ten aanzien van bovenstaande wil ik hier een en ander reoht zetten, In de eerste plaats: ik ben geenszins tot Tas-funiktionaris in enige hoedanigheid benoemd; er was overigens ook geen vaikature. In de tweede plaats: alleen de eerste van genoemde tekeningen is van mijn hand; de andere is slechts een erbarmelijk plagiaat, ondertekend met en door T.S. Tot slot zij opgemerkt dat eenieder uiteraard over de kwaliteit van verschillende tekeningen van mening mag verschillen. N . W . Hovers
V
*
9
S U R I N A M E EN Z I J N O N T W I K K E L I N G (2) (door R. Somaroo) Ontwikkeling
en bloei
In het begin van het jaar 1667 veroverde de Zeeuw Abraham Crynssen de verstrekte post te Paramaribo, waarmee een lange periode van Nederlands bestuur een aanvang nam, slechts onderbroken door korte perioden van Engelse bezetting (1799-1802 en 1804-1816). In 1682 verkocht Zeeland Suriname aan de Tweede West-Indische Compagnie, die later uit geldgebrek, de stad Amsterdam en de faimilie Van Aerssen van Sommelsdijck liet participeren. Ook de Zeeuwen zagen de lucratieve mogelijkheden van de suikercultuur. Even stagneerde de produktie door het vertrek van Engelse plantagebezitters, die daarin werden gesterkt door de verontrustende produktiedaiing op vele van hun plantages in de oude kustvlakte, doch de Zeeuwen wisten de produktie weer spoedig op te voeren, temeer waar zij als polderbewoners van huis uit al spoedig begonnen met inpolderingen in de veel vruchtbaarder jonge kustvlakte; de moerassige strook land, die de Spanjaarden had afgeschrikt en de Engelsen voorbij deed gaan, behoudens de handhaving van een versterkte plaats op een zandrits (het huidige Paramaribo) . De Zeeuwen begonnen met de aanleg van aparte polders ter grootte van 200-400 ha, om redenen van transport liggend langs de oevers van de grote rivieren; „Suriname" en ,,Commawijne". Het waren veelal employees van de W^estIndische Compagnie die — op een schoen en een slof in Suriname aangekomen — deze plantages in eigendom ontvingen en middels financiële steun van dezelfde compagnie op gang werden geholpen, met gebruikmaking van negerslaven. Op deze wijze ontstond een bloeiende suikercultuur waarvan de exportproduktie gaandeweg toenam. Van 1677 af tot 1695 steeg de produktie van ± 216.000 kg. tot ± 5 miljoen kg. Er was een overvloed van vruchtbaar land aanwezig. Beperkingen van gebruik werden REDUCTIEAPPARAAT Het is het R.A.T. gelukt om tjb.v. de Tilburgse studenten te hemkidelen bij de aankoop van koffie en thee. Het betreft het volgende assortiment (tussen haakjes staat de vergelijkbare winkelwaarde vermeld): koffie: 1 pak gemalen koffie a 250 gr. ƒ 1,65 (ƒ 1,98) 1 pot oploskoffie a 50 gr. ƒ1,50 (ƒ2,08) 1 pot oploskoffie a 200 gr. ƒ 5 , — (ƒ7,45) thee: 1 pakje Assam thee a 100 gr. ƒ0,75 (ƒ0,90) NJB. U weet toch wel dat het R.A.T. bemiddelt bij de aankoop van fcwaliteitsoverhemden, waarop U ± 3 5 % reductie krijgt. Namens het R.A.T., C. Oostveen. T.S.S. P E N D R A G O N Shirts In de sporthal hangt een lijst waarop ingetekend kan. worden voor een „Hogesahool/Pendragon"-sportshirt. D e kosten bedragen ƒ 15,.—. In verband met de grote belangstelling voor dit representatieve shirt staat insdhrijving nu nog slechts voor een beperkt aantal studenten open. Nederlandse Studenten Kampioenschappen De N.S.K. vinden dit jaar op 20 en 21 april (Paasvakantie) wederom plaats te Amsterdam. Met de selektie van de Tilburgse deelnemers is reeds begonnen. Teneinde met een zo sterk mogelijke deputatie in Mokum te verschijnen stellen wij „sportsterren" onder de niet-Pendragonleden eveneens in staat hun kandidatuur te stellen voor een plaats in de NJK.S.-ploeg. Aanmelding bij het bestuur. Foto's zaalvoetbalkompetitie In d e sporthal hangt een groot aantal foto's, welke in de loop van deze kompetitie zijn gemaakt door de Heer Remmers. Bestellingen kunnen worden gedaan bij de conciërge. Indoor doctoraal'Studenten Deze fcategorie studenten wordt elke maandag van
gevormd door de afwezigheid van kapitaal1 en arbeid, hetgeen echter in overvloedige; mate door de W^est-Indische Compagnie uitt resp. Nederland en Afrika werd aangevoerd,, ter wille van de winsten welke zodoende uitt ikortlopende investeringen konden wordeni verkregen. In dit kader paste een uitbreiding van het gewassenassortiment gericht op de produktie; van in Europa veel gevraagde tropische produktcn. Vanaf omstreeks het jaar 1700 werden meerdere gewassen geïntroduceerd waarvan enkele op basis van proef, b.v. koffie, katoen en cacao. Een tussentijdse remming in de ontwikkeling] ontstond toen in 1712 de Franse admiraal1 Cassard (een kaper) Suriname binnendrong[ en overging tot plundering en verwoestingf op grote schaal. Nederland stond in die tijd1 echter zowel politiek als economisch op eeni hoogtepunt, mede waardoor de toenmalige; kolonie Suriname weer kon worden opgewerkt, zij het dan dat de ingezetenen zwaar: werden belast voor de bouw van verdedigingswerken. In de jaren 1751-1773 nam de plantagelandbouw een grote vlucht. Er was geen enkele; restrictie op de slavenhandel, zodat er voldoende arbeidskrachten ter beschikking standen, terwijl de hoogconjunctuur in Neder-land een waarborg was voor de produktenafzet. In Suriname ontstond een soort „planterssociety" welke zowel bestuurlijk als maatschappelijk de boventoon voerden. De plan-ters-families die arm in Suriname waren aangekomen, hadden hun schulden veelal (met; suiker) afbetaald, en behoorden nu tot de: gezeten en welvarende burgerij. Hoewel ziji een overdadige levensstijl aannamen, investeerden zij hun winsten niet in het land waar: zij woonden, doch brachten deze over naar het moederland in de vorm van tegoeden biji de Nederlandse handelshuizen. Alles was gericht op het maken van de grootste winsten1 in de kortst mogelijke tijd. Reservevorming[ •diende tot instandhouding van de gevoerde'•
levensstaat, doch niet als bedrij f sbasis. V a n daar dan ook dat er geen pogingen werden gedaan tot verbetering van d e infrastrukturele situatie in het land, hetgeen de winsten afgeroomd zou hebben ten dienste van de economisöhe voordelen op lange termijn. Evenmin werd er gedacht aan de vorming van arbeidsreserves bijv. middels verbetering van de sociale positie der aangevoerde werkkrachten. Er was geen sprake van enige planmatige actie inzake bodembestemming of risicospreiding d.im.v. diversificaties in bedrijven en gewassen. In deze tijd begon het absenteïsme van plantag e-eigenaars, welke in Nederland gingen wonen en het beheer van de plantages overlieten aan administrateurs. Van laatstgenoemden werd verwacht dat zij met geringe kosten grote winsten naar Nederland zouden overmaken. Afgezien van enkele uitzonderingen goid er een sterk opportunistische instelling t.a.v. de tijdsomstandigheden waarin geen plaats was voor enige planmatige toekomstbesdhouwingen. Vandaar dan ook dat gemakkelijk nieuwe schulden werden gemaakt, welke in 1773 leidden tot een crisis op de Amsterdamse beurs. In de jaren 1750-1775 bedroeg de waarde van de export van landbouwprodukten uit Suriname ƒ 265.000.000. In 1780 waren er vnl. langs de Suriname- en de Commewijne-irivier 452 plantages, waar van niet minder dan 350 eigenaren afwezig waren. In 1788 bedroeg het aantal plantages 591. In deze tijd liep de gouden eeuw ten einde. De eenzijdige economische basis en de ondoelmatige besteding van besparingen hadden tot gevolg dat de daarop gebouwde schijnwelvaart begon te wankelen zodra handel en scheepvaart in de knel kwamen vanwege concurrentie en politieke c.q. ideologische verwikkelingen in Europa, terwijl in Suriname de belastingdruk hand over hand toenam t.b.v. het bouwen van verdedigingswerken.
16.15-17.15 uur in de gelegenheid gesteld de indoortraining te komen bezoeken om de krakende scharnieren weer soepeler te doen werken.
Voorheen was dit de Vincentius-Jongerenconferentie. Het bestuur meent echter dat de naam „Studentenjeugdwerk" duidelijker het werk en de doelstellingen van haar vereniging weergeeft. Zij zal voortaan onder de Studentenparochie ressorteren. Tegelijkertijd met deze naamsverandering heeft zij haar werkterrein uitgebreid. T o t nu toe waren haar leden werkzaam in 3 wijkhuizen, w a a r zij met de leiding van jeugdclubs belast waren. In de toekomst wordt het werkterrein uitgebreid tot 10 wijkhuizen, waaronder 1 protestants wijkhuis, en een woonwagenkamp. Gezien de uitbreiding v a n de activiteiten, kunnen een aantal nieuwe leiders en leidsters geplaatst worden. Wij roepen iedereen, die interesse heeft in het leidinggevende werk onder de a-sociale jeugd, op, eenmaal per week enige uren van zijn/haar vrije tijd ter beschikking te stellen. E r zijn ook plaatsingsmogelijkheden voor sportleiders en muziekinstnjeteups. Voor nadere inlichtingen kunt U zich wenden tot onderstaande adreseen: E , J. H. M . Hooymans, Trouwlaan 112, h.t. voorzitter. W . L. Joosten, v a n Limburg Stirumlaan 101, h.t. secretaris/penningmeester.
Trampolinedamesj maandag v a n 16.15-17.15 uur (kleine zaal). Boksen» Aanvulling: donderdag 19.0O-20.0O uur gevorderden donderdag 18.00-19.00 uur beginners als vanouds: dinsdag 18.00-19.00 uur beginners dinsdag 19.00-20.00 uur gevorderden Zaalhockey woensdag 20.30-21.30 lager dan 2e klasse training: woensdag 21,30-22.30 2e klasse-en hoger Tennis:
donderdag 16.00-17.00 tennisles vervalt. De les van 15.00-16.00 blijft gehandhaafd.
Vollcybal/baskctbalj donderdag 16.00-17.00 Extra training voor N.K.S.teams. Disputen-volleybalkompetitie Donderdag 3 maart j.l, is een aanvang gemaakt met deze kompetitie. Ook nu moest het Pendragon-bestuur weer aan enige disputen de deelname ontzeggen, wegens te late inschrijving. Uit de 32 deelnemende teams zijn 8 poules van 4 gevormd. V a n elke poule gaat de winnaar over naar de kwartfinales. Vanaf de 'kwartfinales wordt het afvalsysteem toegepast. Inmiddels zijn reglementen en wedstrijdprogramma's verspreid. Bij normaal verloop zal de finale op 31 maart a.s. plaats vinden. Namens het bestuur, J. L. M. Velthuis, h.t. vice-praeses. STUDENTENJEUGDWERK Onder bovenstaande naam gaat schuil een groep studenten, die zich wijdt aan het jeugdwerk in de wijkhuizen van de Stichting voor Bijzonder Jeugd- en Gezinswerk te Tilburg.
>
(wondt vervolgd)
DISPUUT PROMETHEUS Het bestuur van het dispuut Prometheus heeft de eer U mede te delen dat het zich voor het jaar 1965-1966 als volgt heeft geformeerd: Praeses: De heer A. Vekemans Ab-actis: D e heer B. Savelsbergh, Ab-actiaat: Redemptoristenstraat 20, Tilburg. Tel. 04250-73364. Namens het bestuur, B. M. J. Savelsbergh h.t. ab-actis.
^
9
•
let op: grote psp verkiezings voordeelactie! Nog slechts enkele dagen voordeel-koopjes hij uw PSP. Kies bewust ot koop nu. Al deze artikelen móéten weg, vóór het te laat is. Deze aanbiedingen vindt u aileen bij uw JPSP, de party die u het leven dragelijker wil maken! Natuurliefhebbers, uw laatste kans ALLEEN BIJ UW VRIENDELIJKE PSP
16perceeltj@s riant recreatiegebied
Na lang zoeken Is het gelukt: alleen deze week i nog fraai recreatiegebied. Riant gelegen tussen militair oefen: terrein met blijvend vrij , uitzicht op belendende ' industrie. Beleg nu maak straks uw speculatiewinst!
FEESTNEUZEN
mei rz! binnenfilter LÏÏi .Stinkt uw stad, stinkt het water, stinken de fabrieken? U lacht er om met onze feestneus op. Helpt afdoende tegen ledere luchtverontreiniging. Neem uzelf bij de feestneus!
Tot 23 maart in de reclame Toegelachen door. H.H.Fabrikanten en Regeeringspartijen 'Wk J^^^Êk
GROOT BB-SPEL Mn een onlangs gedecoreerde doos9 met Wenken en Voorschriften aam de binnenzijde van het deksel* onvangt mg
«de ""
/ originele mulle Ijzeren rovrraad i Mokhoold (utapêlhaar)
Bit leerrijke speelgoed nutteloos en zedeloos.
la zinloos, Athraakprijs
Wegens sluiting van ons bedrijf in Deventer, grote partij
STEMPELKAARTEN van vooroorlogse kwaliteit Verzeker uw aandeel in de welvaart. Haal vast een flinke voorraad in huis, dat voorkomt teleurstelling latere
uioningxoBkenilen opgelet Hier komt de kans waar u al jaren en jaren en jaren en jaren op wacht!
iMiBiiiTE m i i i i m » Nog uitstekend geschikt voor gezinsbewoning. Kwaliteit is te»—«»j onze reclame. Mogen | OCfl i zonder vergunning worL:'^^ den opgezet. EWh»^ni
.MOW »V oo!iS«^
ttto-l
(óe. ^o^:r> Ht*
EXTRA AANBIEDING VOOR U die deze advertentie tot hiertoe hebt gelezen Vergeet politiek, vergeet partijbelangen. Kijk om u heen, snuif de lucht op, die langzaam verpest wordt. Denk aan de mensen die nu al jaren op een huls wachten, vraag u af hoe uw kinderen straks in dit land moeten leven.
langzaam maar zeker wordt Nederland onleefbaar Wij, de PSP, willen niet nakaarten en niet natrappen. Wij willen de put dempen voor het zoveelste kalf verdronken is. Daar zijn stemmen voor nodig. Van u bijvoorbeeld.
I
| ik wil uitvoerige inlichtingen over de doelstellingen van de PSP.
| I
1 Ik wil uitvoerige Inlichtingen over het lidmaatschap .van de PSP. I Ik wil lid worden van de PSP.
Naam:.
* * * lia* «o*
aa
t leuk* anti-HlrallmgHmul» I xakl? zand
""w^L^sh
Dez« aanbieding alleen voor houders «an groene urgentiekaart
^
SP* (cV*
iPolit,
Straat:.
ett re?
> o > ^ e " ' u tW6 «o'«M» eW> de'
Plaats:. Hokje zwart maken voor het punt dat u belangrijk vindt. Bon invullen, uitknippen, envelop met 8-ct. postzegel, adres: PSP, postbus 700, Amsterdam. Wij zorgen voor de rest.
m
m
ê) PAN 66 Op vrijdag 14 januari vond te Utrecht in het „Instituut voor Muziekwetenschappen" wederom een bijeenkomst plaats van de Stichting P A N , landelijk orgaan van studentenmuziiekgezelschappen. Daar dit fenomeen velen van U onbekend zal zijn allereerst een korte explicatie. In 1961 is er voor het eerst een interacademiale uitgesdhreven voor studentenmuziekgezelschappen, hetgeen zowel naar de kwaliteit van de uitvoeringen als naar de kwantiteit van het aantal deelnemers gerekend, een groot succes is geworden. Allerwegen bestond grote belangstelling voor een herhaling, wat tot gevolg had dat er in de volgende jaren regelmatig concoursen plaats vonden, o.a. te Wageningen en Delft. Ter continuering van deze festiviteiten is nu het afgelopen jaar de Stichting P A N , gevestigd te Gouda, in het leven geroepen. ledere universiteits- of hogeschoalstad heeft voor haar plaatselijke vertegenwoordiger een zetel toegewezen gekregen in de stichtingsraad, zodat aldus zorg is gedragen voor een directe en snelle communicatie, terwijl tevens een hoogste bestuurscollege is gerealiseerd. Op de reeds genoemde vergadering van de stichtingsraad met het dagelijks bestuur is in grote eensgezindheid besloten bij gelegenheid van het eerste lustrum van deze culturele activiteiten een grandioos concours, meerdaags, voor kamermuziek te organiseren te Gouda. In onderling overleg heeft men hiertoe het oog laten vallen op de week onmiddellij'k volgend op Pasen 1966, en wel speciaal op de dagen 14, 15 en 16 april. In tegenstelling tot de in het verleden georganiseerde concoursen staat dit festijn geheel in het teken van de kamermuziek. Aldus zijn ook de kleinere instellingen van Hoger Onderwijs in staat deel te nemen zonder dat zij zich bezwaard behoeven te gevoelen door het kleine getal van hun afvaardiging.
Het ligt in de bedoeling op afzonderlijke dagen respectievelijk een pianisten- en een orgaruistenconcours te houden, terwijl ook voor zowel de vocalen, als wel de instrumentale kamermuziekensembles een afzonderlijke dag is gereserveerd. Vanaf deze plaats roep ik alle minnaars van de muze in Tilburg op in grote getale deel te nemen aan dit meerdaagse festival, als deelnemer van het concours of als belangstellende. Utrecht biedt ons een ideale omgeving voor het ten gehore brengen van juist die muzikale •meesterwerkjes die U zo na aan het hart liggen, terwijl de slotavonden U zeer zeker de gelegenheid zullen bieden het kleinere ensemblewcrk te beoefenen. De stidhtingsraad en het nieuw gekozen dagelijks bestuur, waarin zitting hebben de heer M. T . Frenstra als praeses, mej. M. Mentenbelt als ab-actis, de heer F . C. de Ruyter als quaestor, zullen al het mogelijke doen, en dit is niet licht te overschatten, tot het welslagen van dit festijn. W e n d t U voor andere inlichtingen tot Uw PAN-vertegenwoordiger, dodh begin aanstonds met Uw voorbereidingen. De respectievelijke concoursen zijn als volgt gepland: donderdag 14 aprü: piano vrijdag 15 april: orgel zaterdag 16 april: ensemble. Op zaterdag 16 april zal de prijsuitreiking plaatsvinden, die wordt gevolgd door een grote slotavond waarop de jeugdopera van Mozart zal worden opgevoerd, namelijk Sebastien en Sebastienne. Als afronding van het gehele concours en als sluitstuk van de slotavond zal er een groots feest plaatsvinden, waaraan alle deelnemers zullen kunnen deelnemen. P . v. Kasteren Deken Botsstraat 24
STUDENTENPAROCHIE AFSCHRIFT
DE EERSTE STEEN Vrijdag 25 februari vond de eerste steenlegging van onze studentenkerk plaats. Nadat het aktieve kerkbestuur ter elfder ure nog de felrode Baratso-reclameplaten achter het altaar verwijderd had, ihad er om 4 uur in de voorzaal van het Eigen Huis een eucharistieviering plaats, waarbij vele officiële genodigden, onder wie de presidentcurator, de rector-magnificus, vele pastoors ter stede en verder q.q.ers aanwezig waren. N a de H. Mis ging ieder op uitnodiging van de pastoor naar de bouwplaats, zo mogelijk gedekt door een paraplu, daar de zegen van boven al overvloedig waterig naar beneden sijpelde, •— reden, waarom de pastoor zijn preek tot een minimum bekortte, daarmee tevens het gevaar kerend, dat het aanwezige wijwater door het vallen van de regen naar •de .daarvoor toegestane verdeelsleutel van haar wijdingskracht beroofd zou worden. Mr. P. M. F. van Boven dankte daarna de pastoor voor zijn vele werk en sprak de wens uit, dat de kerk in deze tijd, die zeker voor intelligente studenten een tijd van verwarring kon betekenen, voor dezen een steun mocht gaan vormen. Vervolgens metselde hij summier de steen vast met daarachter de verzegelde oorkonde, waarvan wij hieronder de inhoud afdrukken. N a afloop volgde een ook door studenten druk bezochte geanimeerde receptie. Toon Smetsers,
Oorkonde ingesloten in de Ie steen op de 25e februari 1966. Aan het nageslacht. Gij die de inmiddels waarsdhijnlijk reeds tot fossiel geworden specie van mijn omhulsel met hopenlijk welwillende vingers openbreekt, gedenk in welke tijd mijn schuilplaats nog ten dele zacht was en ik zelf nog maar pas beschreven. Ik zal geen poging doen om deze tijd weder voor uw ogen te doen opleven, omdat de tijd slechts bestaat bij de gratie van hen die hem weten te benutten. Desondanks wil ik u wèl van enige wetenswaardigheden kond doen die er onder meer toe geleid hebben, dat ik op de 25e februari van het jaar onzes Heren 1966, onder het pontificaat van Z J H . Paus Paulus V I en het rectoraat van Prof. Dr. H. F. J. M . van den Eerenbeemt, in de bruidsdagen van Prinses Beatrix en de Heer Claus von Amsberg, toen Koningin Juliana vorstin der Nederlanden, Monseigneur W . M. Bekkers bisschop van 's-Hertogenbisch, Mgr. L. van Oort deken en Mr. C. J. G. Bedht burgemeester Van d e stad Tilburg was, neergevlijd werd in mijn stenen graf om, wachtende op de huidige verrijzenis, d e mij voorbestemde tijd in kluizenaarschap en diepe zelf-reflexic door te brengen. iDe studenten-parodbde, waartoe de kerk behoort in wier eerste steen ik besloten zit.
»
werd opgericht op de lÖe november 1962 door voornoemde Mgr. W . M. Bekkers en onder de titel ,,/Maranatha" toegewijd aan de Verlosser Zelf in het mysterie van Zijn Wederkomst. Tot eerste pastoor werd benoemd Dr. M. G. H. Gelissen, die vóór zijn benoeming als pastoor reeds sinds november (1959 de vijfde moderator was van de Tilburgse studenten. Hij werd bij de oprichting van de parochie bijgestaan door de kerkmeesters Drs. W \ J. G. Reuwer, accountant hier ter stede, en H. J. Dijkstra, M. Th. Lam en H, G. A. Visscher, studenten aan de Katholieke Hogeschool. Het bouwwerk werd ontworpen door de Architecten J. Bedaux te Goirle en J. van Poppel te Breda, die daartoe van het kerkbestuur de opdracht hadden gekregen. De bouwplannen werden door het Diocesane Bouwbureau van het Bossche Bisdom op het eind van het jaar •1965 goedgekeurd en het Aannemingsbedrijf Zeebregts te Tilburg kreeg de eer om het -geheel in een concrete vorm te gieten. De eerste spade werd gestoken op de 4e november '1965 door de pastoor zelf. Deze had in September van het jaar daarvoor een medewerker van o.a. het twaalfde uur (zijnde op een kwartier na de aanvangstijd van de dagelijkse H. Mis voor de studenten) kunnen begroeten in de persoon van Pater Drs. Prudentius Driessen O.F.M. En daar aan studenten-kerkmeesters, in vergelijking tot hun meer burgeclijke collega's in de territoriale parochies, als zodanig maar een betrekkelijk kort leven beschoren is, bestond dit college bij de aanvang van de bouw uit de Heren Drs. W \ Reuwer en H. Dijkstra voornoemd en de nieuwe leden K. Laan, J. H. J. Verburg, C. P. M. Siegers en Mej. A. J. S. M. Hemelaar, de eerste vrouwelijke kerkmeester van het Bisdom, met als aspirant-lid de Heer J. A. J. M. Geertman. Eindelijk was het dan zo ver, dat mijn stenen omhulsel met mij erin opgesloten werd gelegd en wel door de Edelgrootachtbare Heer Mr. P. M. H. van 'Boven, president-curator van de Katholieke Hogeschool, in afwadhting van de velen die hier hun economische modellen, hun sociologisch voer en hun juridische muggenzifterij voor een ogenblik zouden komen vergeten om, religieus verkwikt „the struggle for" propjes, candjes of doctoraal weer met hernieuwde bezieling aan te gaan. Tilburg, il8 februari 1966. Zegel G. GELISSEN voorzitter, secretaris. P.S. Schrijver dezes, John Bokma, ontving hiervoor een liter van het vocht dat zijn naam draagt. DE EERSTE STEENTJES Met de eerste steenlegging is dan een aanvang gemaakt met een projekt, wat naar schatting ƒ ^SO.OOO,— zal gaan kosten. Bisdom, rijk en curatoren nemen hiervan ƒ 375.000,^— voor hun rekening. De overige ƒ 75.000,— —' d e pastoor rekent dat het er wel ƒ1100.000,.— zullen worden •—, moet door de studenten zelf bijeengebracht worden. Een goed half jaar geleden riep de pastoor daarvoor de muntenactie in het leven. Hiervoor werden alle studenten, oud-studenten, vrienden en bekenden van de pastoor aangeschreven. Momenteel heeft dit ongeveer ƒ 10.000,— opgebracht, terwijl de verwach(vervolg op pag. 12)
*
TOEKOMST ZONDER GEZICHT Er was gisteren. En er waren kinderen. W i j waren de kinderen, die de zon onder een oude vilthoed vingen. Gisteren was een lange daig, hij duurde jaren. Het w a s een stille dag vol stemmen, een ver weiland met de geheimloze kleuren van bloemen en ergens het grote rode dak van thuds. Wij roeiden in een houten, met kleuren beschilderd bootje over een vijver, een kalme vijver, waarin vissen zwemmen tussen de stenen op de bodem van het koude water. Er dreven ook andere boten op de vijver en met onze spanen deden wij 'het water naar alle kanten spatten. En wij sprongen op en neer om de boot te laten kantelen. Lachende eenden vluchtten naar de oever, waar het groen was onder de lange tafcken van de bomen. Daar, een witte vlinder. W i j vingen hem in een leeg luciferdoosje met kleine gaatjes. Gaatjes voor de luaht die doorzichtig was en warm boven een strand vol vreemde mensen. D e zee liep in een kuil en wij bouwden er een kasteel van zand. omheen met onze handen. Er waren geen vragen, enkel antwoorden. Geen schuld, geen onschuld, enkel het omlijnde spel van onbegrensde koninkrijken. Het absolute, gevangen in een cirkel in het natte zand. De woorden zijn zwaar van hoge namen, nu, gedachten draohliig van betekenis. W a n t de kinderen zijn dood. Gisteren is dood. Er kwam trots en onze handen gingen grijpen naar wat wij waren, om het te bezitten. Maar het was er niet meer. Het mozaïek van wij werd in kleine stukjes losgeweekt. Ik werd een andere dan jij, ik zocht de vlinder en trok zijn zachte vleugels uit, jij stal de stem van de vroege merel. Bauwde een zilveren kooi voor de vogel zonder lied. Verbaasd plotseling, zag ik mijn eigen voeten. Z e liepen, die voeten die mijn ogen nooit gezien hadden. Z e liepen, waar ik wilde. Ik wüde... W i l d e willen. Zien werd kijken, horen werd luisteren, krijgen werd nemen. Maar nu verstilden ook de oude stemmen, de woorden van de bomen, de zon, de bloemen en het gras. En ik zocht de avond om mijn eigen stem te horen spreken dn de verre donkere dingen. Ik legde mijn arm over de schouder van alleen-zijn. Ik werd alleen-zijn. De dagen zwijgen, de lange wegen zwijgen, onbereikbaar zwijgen de mensen. Er zijn geen sterren, een trage hamel verstikt de maan. Nu nog slechts leven op het smalle scherp van het mes tussen gisteren en morgen. Vandaag is kort, bestaat nauwelijks. Maar blijft altijd. W a a r zijn de vertrouwde dingen? Ik heb ze weggezonden. Gisteren. De oever van de vijver is teruggeweken tot achter een onzichtbare horizon. Open water, nu, ©en wijde vlakte, te wijd soms om te durven varen. Gisteren was er een bedding mét groene glooiende heuvels, vanwaar een man met gaaf gelaat op ons neerzag. Een gaaf gelaat. Ik kerf er zinloze runen in, vandaag. D e man is gegaan, liet enkel de scherpe trekken van een masker aöhter. En morgen is een totem zonder tekens, een lege paal waarin wij elke nieuwe dag onze woorden moeten snijden. Geen gezicht, dat onze vermoeide aandacht eist. Er hangt een dichte mist, vooruit, roodgekleurd van de brand die gisteren verteert. Ik sta alleen, hier. W a t blijft er anders nog dan angst en zoeken naar de grote handen, die mij eens beschutten, handen die zorgden? Ik vond twee handen vandaag, koude handen. Z e waren smal en beefden als de mijne. E n lieten niet meer los. Z e streelden mijn ogen, er groeide een kleine bal van warmte
t
in de handen die mij zeiden: maar gisteren was niet goed. W i j waren gelukakdnderen in een nauwe wereld. Gisteren bracht oorlog en naakte dood, gisteren bracht het bloed van kinderen. Moeders baarden honger, vaders verwekten de pijn van vuur. Maar wij wisten het niet. De schoonheid is enkel het woord dat jij nu spreekt. Ook vandaag leeft de dood. En wij weten. Onze oogleden zijn verstijfd, wij mogen niet meer slapen in de palm van onze eigen handen. Altijd waken... Gisteren had een houten masker. Maar er is niet het strakke staren van de toekomst. W i j vormen vandaag onder eigen handen. Als een zandkasteel. En wij varen uit, samen, naar de hoge zee... Mijn handen zijn gaan bewegen, nu. Ik zie een gezicht, jouw gezicht. W i j scheppen een nieuwe dag. Maar niet te vroeg. Het spel wordt ernst op de grenslijn tussen toekomst en verleden, die trilt van verwachting. Er was angst. Nu is er wij en onze gelukkige eenzaamheid. Niet meer grijpen, alleen maar strelen. D e toversteen is gebarsten. Maar ik wrijf jouw bleke handen. Z e mogen niet meer rusten, wachtend op de vreemdeling, die verdween, gasteren. Morgen blijft een witte leegte. En wij leven, vandaag. Herman Coenen Op zaterdag 2 6 mrt. zal van 10-6 uur in de Stadsschouwburg door leerlingen van de Kunstacademie een verkoopexpositie georganiseerd worden t.b.v. de hongerslachtoffers in India. Geeft U ook blijk van Uw belangstelling ?
Studium Generale: Links voorrang, groot succes ! !
MERCURIUS Woord, vorm, klank en beeld O p woensdag 23 maart zal in de gebouwen van de Hogeschool op initiatief van de rector magnificus van de Katholieke Hogeschool, door een te geven college, een te houden tentoonstelling, een concert (zie het programma elders) en een door de Filmliga uit te brengen film, de gelegenheid geboden worden om met de diverse expressiemogelijkheden kennis te maken. Na het college van 2 tot 4 uur door Prof. Dr. H. F. J. M. van den Eerenbeemt wordt de tentoonstelling van werken van studerenden aan de tekenacademie geopend. De expositie bestaande uit schilderijen, grafieken en plastieken wordt gehouden in de gangen van het hogeschoolgebouw.
EN DE Breuk
Daar het college voor de studerenden aan de verschillende onderwijsinstellingen gegeven wordt zal de tentoonstelling door de aanwezigheid van de makers der werken alsook de medewerkers voor het te geven concert een levendige comversatiemogelijkheid bieden. Het thema is: expressie in vorm en kleur Het concert in de aula van de Hogeschoal dat om acht uur 's avonds gegeven zal worden door het conservatoriumorkest heeft als motto; Musische contrasten. Daarover kan na afloop met o.a. de uitvoerenden onder het drinken van een glas wijn van gedachte worden gewisseld. D e wijn wordt U aangeboden. Om 11.15 uur begint in d e Ambassade als laatste programmadeel van de dag, de film ,,The 7 Samourai".
een trage troep kameleons, wij, droomloos draaiend rond elkaar met gladde vreemde lijven, ogen schijnend achter ongeboren vliezen en enkel onze tongen kleven, snelle spiralen van vergetelheid er is groene hitte hier, het moeizam zijn van aders pompend half-geronnen bloed en een altijd wellende oude massa hart wij zijn anders, anders, dobbelstenen van het lot, dat steeds weer andere glanzen kleuren doet het weke pantser van vijandigheid het koele scherm voor onze bleke tederheid
§
MUZEN
Het kennismaken met deze vier vormen van expressie wordt bevorderd doordat het in de bedoeling ligt dat het gehele programma wordt bijgewoond door de studerenden aan de verschillende onderwijsinstellingen. Tussen zes en acht uur kan in de sociëteit Asgard een borrel respectievelijk een kop koffie gedroniken worden. Het sociëteitsbestuur heeft haar medewerking toegezegd zodat voor de deelnemers aan deze dag de sociëteit toegankelijk zal zijn. De homo ludens '— de spelende mens •—• speelt met de Muzen en de Muzen met U op woensdag 23 maart. J. Rijckmans
en niets vervloeit, wij dansen altijd parallel in drassig zonli :ht eenzaam onder het gif der dampen die ons binden en de lage ritmen van een verre liefde kaatsen tegen glazen wanden van bezwete huid,.. HERMAN
f
•
A
VERWONDERING III
t/>
CQ
c5
o i
Dat u enige gedachten op papier tracht te zetten is te waarderen, maar ik wil u er op wijzen, dat u enkele fouten in deze gedachtenconstructie heeft gemaakt, heer P. J. Aarts. In uw artikel, Verwondering II ad C-c, stelt u de zaken voor St. Olof en Askloa wel zeer mooi voor. Duizend van de 1450 Tilburgse studenten zijn volgens uw berekeningen aangesloten, maar ik stel hier tegenover, dat dit getal irreëel is. _ Ik weet van welk standpunt u uitgaat. N.l. lid van het Corps of Askloa is hij, die ingeschreven is. Of hij dan verder zijn geldelijke en andere verplichtingen nakomt interesseert u geloof ik maar weinig. Maar een waar lid van een vereniging bezit de kracht en de moed om aan deze verplichtingen te voldoen. Gaan we op deze basis de door u gegeven getallen en percentages bekijken, dan ziet de zaak er heel anders uit. Het T.S.G.-St. Olof heeft dan 530 leden en de Vereniging Askloa 250 leden. In percentages omgerekend, komen we dan aan resp. 36% en 17%, totaal 53%. Hieruit volgt, dat 47% van de Tilburgse studenten niet aangesloten is. Nu de A.T.S.O. zich met het ALGEMENE gezelligheidsleven gaat bemoeien, komt u in verzet. De oprichting van een Algemeen Studentencafé is een zaak van algemeen belang gezien bovenstaand percentage. De A.T.S.O. zal niet in het persoonlijke vlak treden, maar geeft iedere student op deze wijze een even grote kans. En ik voorspel, dat wanneer de A.T.S.O. er in slaagt een ALGEMEEN studentencafé te openen, dit zeer goed rendabel en levensvatbaar zal zijn, mits St. Olof en Askloa geen boycot afkondigen. Nog twee opmerkingen: I) Algemeen Studentencafé betekent, een café toegankelijk voor iedere student, . dus voor alle 1450 studenten van de Hogeschool, dus ook voor u. Het is dus geen café alleen voor studenten, uw 1450 — 1000 = 450, die niet zijn aangesloten bij St. Olof of Askloa. (voor Algemeen — zie woordenboek!) II) U doet voorkomen alsof St. Olof eigenaar van de ruimte, door de ATSO beschikbaargesteld, is of is geworden. St. Olof is alleen maar huurder met alle consequenties, die daar aan verbonden zijn. Dat St. Olof uitgekocht zal moeten worden als gold het een, onteigeningsprocedure is derhalve uitgesloten, ook al beroept u zich op een historische achtergrond. JOFRALE
NOOT VAN DE REDACTIE De redactie matigt zich het recht aan met bovenstaande artikelen een einde te maken aan de discussie over taak en functie der A.T.S.O. In een aantal artikelen onder het hoofd „Verwondering" zijn enige economen aan het woord geweest, die middels de hen eigen cijfermatige exactheid, getracht hebben aan te tonen hoe de situatie in Tilburg o.a. met betrekking tot de studenten gezelligheid ligt. Laten wij hier in het kort trachten ons standpunt t.a.v. dit onderwerp weer te geven, hoewel dit reeds eerder uitvoerig geschied is. De tijd van de „Burschenschaften" behoort tot het verleden, doch we zien, ondanks een streven naar meer openheid in het studentenleven, nog steeds een krampachtig streven van de verschillende studenten-gezelligheidsverenigingen om een meer of mindere mate van exclusiviteit te handhaven. Wat we echter ook zien, is dat de meerderheid der Tilburgse studenten hiervan de zin niet meer ziet en de voorkeur geeft aan een ruimte, waar men gezellig onder elkaar kan zijn, als-mensen-onder-elkaar, die elkaar op een open en eerlijke manier benaderen, zonder daarbij gehinderd te worden door allerlei dwaze, dikwijls kinderachtig aandoende „mores". Dat men zonder deze franje tot een waarlijk academische levenshouding kan komen, daarvan is elk zinnig mens o.i. toch wel overtuigd. Of menen de „exclusieven", dat bv. een galasoirée in rok of smoking bij gelegenheid van een inauguratiefeest e.d., ontaardend in een half carnavaleske sfeer, wél deel uit maakt van de zo hooggeroemde academische stijl? Het is onze indruk, dat men het zelf niet meer weet en dat er zodoende allerlei paradoxen ontstaan, zowel in het gezelligheidsleven van St. Olof alsook van Askloa. De laatste heeft zich in de aanvang van haar bestaan afgezet tegen eerstgenoemde, doch schiet in de uitwerking van haar idealen hoe langer hoe meer tekort. Alles bijeen is het soms lachwekkend, vergeleken bij andere universiteitssteden, hoe het optreden naar buiten van de verenigingen is, een krampachtige camouflage van de holheid en leegte van binnen.
IV en slot In het vorig Tas-blad heeft de heer Aarts getracht in zijn artikel „Verwondering I I " enige gedachten over onze studentengemeenschap op papier te zetten. Ik waardeer zijn poging ten zeerste, ofschoon ik bij zijn gedachten nog enige kanttekeningen wens te maken. Op verzoek van de redactie moet ik beginnen met voorop te stellen, -dat de publicaties in dit blad niet het standpunt van de Tilburgse Studenten Raad representeren. De opmerkingen van Aarts ad A, B, Ga en Cb kan ik in grote lijnen onderschrijven. Ad Cc, het gezelligheidsfacet van het studentenleven, gaan onze meningen echter uiteenlopen. Het is nl. mijn ervaring, dat niet een bepaalde groep studenten behoefte heeft aan een specifiek gezelligheidsleven, zoals Aarts stelt, neen, 90% heeft hier behoefte aan; alleen de mate waarin die behoefte gevoeld en uitgewerkt en vervuld wordt kan uiteenlopen. We zien daarom in Tilburg het T.S.C. S t Olof met ± 400 en de T.S.G.V. „ASKLOA" met ± 150 intensieve sociëteitsbezoekers. Resteren nog zo'n 1000 studenten, d.w.z. ± 7 0 % van de gehele populatie. Hiervan hebben ongeveer 400 mensen de gelegenheid hun sociëteit regelmatig te bezoeken. Zij doen dit, echter niet. Daarom ben ik het met Aarts eens, dat het gezelligheidsleven een dure zaak is (per intensieve sociëteitsbezoeker gerekend); de sociëteit van Olof wordt nl. voor ƒ 18000,— per jaar gesubsidieerd, exclusief licht, verwarming en dagelijks technisch onderhoudsloon; de sociëteit van Askloa zal voor ƒ 10000,— per jaar gesubsidieerd gaan worden. Als Aarts verder stelt, dat het Curatorium wel eens in de toekomst het gezelligheidsaspect van de A.T.S.O. zou kunnen gaan subsidiëren (op het moment draait de Bar-Atso financieel zelfstandig, dus zonder enige subsidie), dan moet ook mij van het hart, dat dit in strijd zou zijn met de opzet van de A.T.S.O., welke nl. in vijf facetten uiteenvalt, nl.: 1) denkorgaan; 2) uitbouw van het bureau studentenbelangen, door studenten zelf; 3) representant van alle Tilburgse studenten; 4) grondraad van de Nederlandse Studenten Raad; 5) coördinator van door het Curatorium gesubsidieerden. In haar opzet als denkorgaan en representant van de Tilburgse studenten kan en mag de A.T.S.O. een soort Tilburgse studenten sociëteit stimuleren en bevorderen, maar ze mag het beheer niet zelf ter hand nemen, beheer in technische en financiële zin. Zo'n sociëteit moet dan ook voor iedereen toegankelijk zijn, zonder drempel van groen- of kennnismakingstijd. Deze stimulans is en zal in de toekomst een belangrijke taak voor de A.T.S.O. zijn, vooral ab men de door mij geconstateerde restgroep van 1000 studenten de gelegenheid wil bieden zich in een specifiek algemeen studentencafé te verpozen en te ontplooien, tenminste als zij dat steeds sterker gaan wensen. Er bestaat m.i. beslist geen behoefte aan een derde specifieke gezelligheidsvereniging. Tenslotte moet ik stellen, dat het niet zo is, dat de A.T.S.O. de bestaande gezelligheidsverenigingen zou tegenwerken. Integendeel, terwijl in Eindhoven de inbreng van de gezelligheidsverenigingen fe^gemstitutionaliseerd in een soort Eerste Kamer, worden hun belangen in Tilburg informeler, doch reëel vertegenwoordigd in onze Tweede Kamer, de T.S.R. Ari Pekelblom Het is daarom des te meer te betreuren, dat, ondanks de voor eenieder duidelijk zichtbare tendenzen in de Tilburgse studentenwereld, het Eigen Huis waarschijnlijk nog vijf jaar bezet zal blijven door een gezelligheidsvereniging, die dan wel ongeveer 800 papieren leden telt, doch waarvan in feite slechts 300 mensen intensieve sociëteitsbezoekers zijn, hierdoor de pas af snijdend aan het streven van de A.T.S.O. om het gebouw te bestemmen tot het doel waarvoor het uiteindelijk geschapen is, nl. het zijn van het EIGEN HUIS. Redactie
rf")
mÊÊÊm
ALBERT CAMUS Korte Levensschets Camus werd geboren op 7 november 1913 te Mondovi, Algerije. Zes maannden later sneuvelt zijn vader in de slag aan de Marne. Daarna verhuist zijn moeder naar Algiers; Camus groeit op in de wanne NoordAfrikaanse zon, armoedig, maar keert hierdoor niet in zichzelf; integendeel: hij ziet, zoals hij later in zijn werk beschrijft, deze armoede als essentiële basis om niet te zelfvergenoegzamen en een uitbundige levensvreugde te vinden. Godsdienstige elementen in zijn opvoeding ontbreken. Na het lyceum, waarvoor hij een beurs ontving, gaat hij naar de Universiteit van Algiers, waar hij een studie maakt van het „Hellenisme en Christendom onder Augustinus"; helaas maakt een aanval van t.b.c. dat hij zijn studie moet opzeggen. Na achtereenvolgens reiziger, klerk, en propagandist van de kommunistische partij geweest te zijn, vindt hij zijn verdere bestaan in de journalistiek terwijl hij nog enige jaren als acteur werkzaam is bij Radio Algiers en zich aansluit bij een reizend toneelgezelschap „Le Theatre de Travail". Het doel van de hieraan verbonden kunstenaars was voorstellingen te geven van klassieken, zowel voor ontwikkelden als voor het volk.
inhoud en achtergronden Caligula behoort ongetwijfeld tot het sterkste werk van Camus. Uitgangspunt van dit toneelstuk is de absurditeit van het bestaan, hetgeen Camus ziet als een chaos van toevallige gebeurtenissen, van nutteloze en zinloze daden, van gebaren zonder inhoud, die door de gewoonte zijn afgestompt. De dood is tenslotte de bekroning van die wrange komedie. De krankzinnige filosofie van Caligula (Romeins keizer van 37-41 na Chr.), die om zijn tyrannie vermoord werd, vormt voor Camus een passend gegeven om uitgewerkt te worden in het raam van zijn gedachtengang.
In 1937 wordt zijn eerste werk gepubliceerd: „L'envers et L'endroit"; de idee van het leven, welke hij hierin beschrijft is typerend voor de eerste periode van zijn werk: in armoe levende mensen voor wie elk beetje geluk een kostbaarheid is van onschatbare waarde, en die desondanks nimmer verbitteren. Vriendschap, zonnig leven en de kleine dingen van iedere dag zijn voor hen de factoren die hun geluk bepalen. „Noces", dat twee jaar later verschijnt, benadrukt deze levensroes.
Het stuk zet het mechanisme uiteen van de logische waanzin, die het gevolg is van het besef van de zinloosheid van het bestaan, waarop de mens slechts kan reageren met opstandigheid, de strijd aan te binden, ook al weet hij, dat er geen eind aan komt Caligula komt tot dit besef door de dood van zijn zuster en maitresse en begrijpt, dat een uitweg slechts mogelijk is door de zin van het bestaan te zoeken in een tot nu toe ongekende waarde nl. het onmogelijke, het grenzeloze, de absolute vrijheid. Hij brengt deze waanzinnige ideeën in praktijk door te kennen te geven de maan te willen bezitten, en door alle normbesef en ethische waarden tegengesteld te maken aan hun oorspronkelijke inhoud: „Ik wil het onmogelijke tot werkelijkheid maken, de hemel met de zee vermengen, schoonheid en lelijkheid verenigen, de lach wekken uit het medelijden". Zijn naaste vertrouwelingen noemen hem gek; Caligula protesteert: „Ik ben niet gek en zelfs ben ik nooit redelijker geweest dan vandaag. Ik heb eenvoudigweg een plotselinge behoefte aan iets onmogelijks. De dingen, zoals ze zijn lijken me niet te zijn zoals ze zijn. De mensen sterven en zijn niet gelukkig en ik zal ze gelukkig maken". Het onvermijdelijke gevolg van deze redeloze logica is de beraming van een complot door de patriciërs, die echter alleen vanuit hun eigen egoïstisch straatje redeneren: „Hij beledigt onze waardigheid", „Hij maakt me belachelijk", „Hij noemt me vrouwtje, hij moet dood", „Hij laat ons elke avond rondom zijn draagstoel rennen als hij een tochtje naar buiten maakt". Besef voor iets hogers, hetgeen door Caligula geloochend wordt, en hetgeen een werkelijk motief moet zijn voor een opstand wordt hen daarop bijgebracht door Chaerea, een intellectueel: „Jullie schrijft hem kleine motieven toe, terwijl hij jullie bedreigt in wat het diepst in ons is". Caligula drijft intussen de spot met alles en wordt langzaam tot de top der waanzin gedreven. Zijn visie op de doodstraf geeft Helico,
*
zijn vertrouwensman — even glad als intelligent —: „De doodstraf lucht op en bevrijdt, zij is algemeen geldend en rechtvaardig; men sterft omdat men schuldig is, men is schuldig omdat men onderdaan is van Caligula; nu is het zo, dat iedereen onderdaan is van Caligula, dus iedereen is schuldig, daaruit volgt, dat iedereen sterft; het is een zaak van tijd en geduld". Een bijzonder aangrijpende en toch ook wel komische scène is die, waarbij Caligula het hemelse geheim aan de aarde prijsgeeft door een kermisachtig opgezette godsloochening, waarin hij zich uitgeeft voor Venus en zegt op de aarde te zijn nedergedaald. „Godin der Liefde en van de D a n s . . . . verzadig ons voor altijd aan Uw zwarte en zilte hart". Volslagen absurditeit blijkt wel uit dit korte citaat, genomen uit een soort litanie, die door de patriciërs wordt opgedreund. Het stuk is getypeerd door een zeer intense spannning, welke, na gewekt te zijn in reeds de eerste scène van het eerste bedrijf, gestadig uitgroeit tot een geweldige climax; de sterke dialogen hebben hieraan hun debet. Tragj-komische scènes komen herhaaldelijk voor. Het is niet vreemd, dat velen destijds na de eerste opvoering in 1945 een vergelijkingspunt tussen Calgula's krankzinnigheid en Hitlers grootheidswaanzin zagen. P. van Erve Eseftee - - S.F.T. - - Eseftee - - S.F.T. Voorstelling: woensdag 27 april 1966 23.15 uur (kwart over ell) Ambassade-bioscoop Voorprogramma: Rupture Le Pellerinage Als tweede in „The Directors of the year" cyclus:
LOLA van JACQUES DEMY (1960) (niet te verwarren met Nabukov's regie Stanley Kubrick)
LOLITA:
f
Vanaf 1938 werkt hij aan zijn eerste trilogie: „L'étranger, Caligula et Le Mythe de Sisyphe". Hij staat bekend als anti-kolonialist en wordt na afgekeurd te zijn voor de militaire dienst overal een baan geweigerd, waarna hij tenslotte in Parijs bij de staf van Paris Soir terechtkomt. Na de inval der Duitsers in Parijs gaat hij terug naar Algerije; te Oran schrijft hij „La Peste". In 1940 huwt hij. In 1942 sluit hij zich aan bij een verzetsgroep „Combat". In 1944 wordt „Caligula" opgevoerd, waarin velen ten onrechte een politieke hekeling zien; aangezien op dat moment „Les Mouches" van Sartre ophef maakt wordt hij tot existentialist uitgeroepen, iets wat hem altijd geërgerd heeft. „La Peste", 1947, is te vergelijken met Herman Melville's „Moby Dick", aangezien ook hierin duidelijk de bestrijding van het kwaad (La peste) tot uiting komt; een besef dus van ethische waarden, waarin Camus zijn geloof bevestigt: „Il y a dans l'homme plus de choses a admirer que de choses a mépriser". De absurditeit van het bestaan, hetwelk uitgangspunt was voor de tweede periode van zijn werk (bv. Caligula) wordt hierin overschreden door het verlangen naar de goedheid van het bestaan. „L'Homme Révolte (1951) gaf aanleiding tot het bekende dispuut met Sartre. Het bewustzijn van het absurde leidt tot opstandigheid, die op haar beurt insluit, dat er iets permanents gered dient te worden: de menselijke natuur. Waar Sartre geen plaats laat aan de illusie: „De mens is een nutteloze passie" klampt Camus zich vast aan de zekerheid: „De mens moet blijven weigeren te geloven in zijn ongeluk; daarin zal hij een geheime bron van vreugde en geluk ontdekken". De laatste periode wordt ingewijd met „La Chute et L'Exile" et „Le Royaume" (1957). De zonde doet haar intrede in Camus' problematiek. Op 14 december 1957 ontvangt Camus de 9e Nobelprijs voor de letteren. Onverwacht op 5 jan. 1960 komt Camus door een auto-ongeluk om het leven. De menselijkheid, die uit zijn werk straalt vond haar bron in de deugd, die hij voor de mens als wezenlijk zag, de kameraadschap.
r
M^V^J
9'^^^^^w'^.^^^^W\ifW^irw'^fw^^'W'***-t-^^W^^W'^^w'^^^r^^
NOGMAALS T.S.R.; 7 MAART
NIEUW JAAR de dag vandaag danst als een gele vlinder door de nieuwe geuren van de tijd en ik pluk een blauwe korenbloem tussen het gras dat geboren is in de warme tuin van morgen
> *
¥ * *
y ¥
dag oude zon
i
hier het lieverheersbeestje van genoegen toe neem het meisje en kijk met je ogen naar de groene boom die straks wit zal zijn of rose onze lichtboom van de lente Herman •"*' > *'"sr**' v *'^sr* - ^' > *''*''*'"*' v 2sr^"2*"*''
Het is een veel voorkomend verschijnsel: vorm en inhoud zijn niet altijd met elkaar in overeenstemming. Zo kan 't gebeuren, dat wij nogmaals terugkomen op de vergadering van de Tilburgse Studentenraad van 7 maart jl., over de vorm waarvan wij in ons vorige nummer reeds melding maakten. Immers ook de materie, welke in die vergadering ter sprake kwam, verdient ruimschoots onze aandacht. Ter tafel kwam het volgende plan van het ATSO-bestuur: splitsing van de huidige ledencontributie aan de ATSO in twee delen; één, zoals totnogtoe geïnd tegelijk met de jaarlijkse inschrijfgelden voor de Hogeschool; het tweede, afhankelijk gesteld van ieders vrijwillige deelname aan één of meerdere van de directe voorzieningen, welke de ATSO voor de Tilburgse student brengt. Dus: het eerste deel van de contributie, ad ƒ 7,50, wordt door alle studenten betaald en is bestemd ter verkrijging van 't lidmaatschap van
SAMENVOEGING B-KERNEN? Het artikel Functionele of Institutionele Coördinatie in het TAS-blad van 25 febr. jl. heeft bij mij een aantal vragen opgeroepen. Als ik in de argumentatie van de Heren van Eeuwijk en Goenen enkele hoofdlijnen mag onderscheiden dan. richten hun bezwaren tegen de huidige structuur zich vooral op de gelijkgerichtheid van de B-kemen, het organisatorisch aspect en de financiële kant van de zaak. Op elk van deze punten wil ik hier ingaan en de argumentatie aan een kritische beschouwing onderwerpen. — De doelstellingen van de B-kemen zouden te zeer overeenkomen. Mijns inziens valt dit nogal mee. De verschillende groeperingen hebben wel deels hetzelfde object maar zij bezien dit onder een voor hen speciale gezichtshoek: de agrarische kring ziet vooral het groene gras, pax romana/alma kijkt vanuit welke hoek de geel-witte vlag waait, tribune hoort op de barricaden te springen en t.s.f./s.i.b. timmert aan de internationale integratie. Er schuilt in de landbouwpolitiek toch wel iets meer als alleen politiek, de pax romana rijkt toch wel iets verder als de ontwikkelingsgebieden, politiek omvat toch wel iets meer als federalisme en internationale samenwerking wel weer wat meer als politiek. Ik geef toe, de B-kémen lijken nogal op elkaar als men hun activiteiten bekijkt, maar dit hoeft niet zo te zijn. Mogelijk zijn ze van hun oorspronkelijke bedoeling afgedwaald en zijn zij, door zich af te zetten tegen elkaar, teveel volgens eenzelfde beginsel gaan opereren. Als de 4 kernen zich bezinnen op hun oorsprong zouden ze mogelijk nog genoeg recht van bestaan blijken te hebben. — Het organisatorisch aspect is twee-ledig: coördinatie van doublures en bundeling van krachten op bestuursgebied annex studietijdbesparing. Wat de coördinatie van de studiegroepen betreft volsta ik met te wijzen naar hetzelfde Tas-blad van 25-2-'66 p. 6 Ie kolom waar te constateren valt dat 2 van de 5 studie-, groepen van de t.s.f./s.i.b. samenwerken met resp. de tribune en pax. Ik twijfel overigens of samenvoeging van studiegroepen tot verhoogde participatie zou leiden. Wat betreft samenvoeging van besturen, gepaard aan inkrimping zie ik niet in hoe dit tijdbesparend zou moeten werken. Om enigszins hetzelfde te kunnen blijven doen als nu door de 4 afzonderlijk wordt gedaan zal onder het overkoepelend orgaan een aantal commissies moeten ontstaan om de specifieke zaken te behartigen. Het is evenwel een
bekend feit dat commissies zich doorgaans weinig identificeren met de bestuursdoeleinden; de inzet van zo'n commissie zal waarschijnlijk laag zijn en het werk gaat dus toch weer neerkomen op het bestuur. Resultaat: we nemen de last van de schouders van de huidige 20 bestuursleden en geven dit aan een kleine 10 officials van het overkoepelend orgaan. Samenvoeging van de Bkemen hoeft dus niet noodzakelijk grotere activiteit met zich mee te brengen en van verlichting van de „zware last" van de bestuursleden is geen sprake. — Het economisch aspect wijst al evenmin eenduidig in de richting van integratie. Het is niet zeker dat de subsidie voor een vereniging toerijkend zou zijn. Zou voorts het ledental van de gefusioneerde B-kemen gelijk zijn aan het huidige aantal en zou de contributie-opbrengst werkelijk hoger zijn? Ik meen het te moeten betwijfelen. Ook de doublures in lidmaatschap verdwijnen immers. Het argument dat bij samenvoeging gelden vrij zouden komen „voor evt. andere, wellicht meer urgente en belangwekkender projecten" kan ik nauwelijks serieus nemen. Indien er meer urgente projecten bestaan die door de huidige subsidie aan de Bkemen worden geblokkeerd dan zijn of die projecten minder urgent of er is iets mis met het subsidie-beleid van het curatorium, wat ik niet wil veronderstellen. Ook op financieel gebied hoeft fusionering niet per se gunstig te zijn. Het schijnt mij toe dat het artikel van de Heren van Eeuwijk en Goenen vooralsnog geen doorslaggevende argumenten levert voor samenvoeging van de B-kemen. Het heeft waarschijnlijk wel de discussie geopend over een onderwerp wat die aandacht beslist waard is. t.H.
TAS Tweewekelijks Onafhankelijk Studentenblad. Redactie, directie en administratie: Akademielaan 9, Tilburg. Tel. 04250-72337 Advertentie-administratie: Bredaseweg 57, Tilburg. Tel. 04250-23036-23037 Hoofdredacteur: P. P. A. M. v. Eeuwijk Redacteuren: A. J. M. Smetsers, P. L. M. Beelen, J. H. W. Kees, H. L. M. Goenen, A. Hammerstein Organieke leiding: J. J.'A. Thomassen Layout: W. Wüstefeld - B. Groels (studenten aan de Kunstacademie)
de ATSO en de normale rechten die daaruit voortvloeien (o.m. het recht op deelname aan de activiteiten der onderafdelingen van de ATSO, zoals Tribune, TSF, Agrarische Kring). Zij die daarenboven wensen gebruik te maken van de faciliteiten voor de individuele student, door de ATSO geboden (SSGZ, werkbemiddeling door 't bureau STASS, reisbureau NBBS, Studentenabonnement op de schouwburg, weekend-café, koffie-uur tijdens de Mensa) betalen als aanvulling de zgn. vrijwillige bijdrage van ƒ4,-. Met dit voorstel (dat die avond door de TSR werd bekrachtigd) beoogde het ATSO-bestuur allereerst een grotere bewegingsvrijheid door geringere afhankelijkheid van de subsidies van Guratoren. De ATSO zou zich voor 'n deel zelf gaan bedruipen (en dit allengs in grotere mate) uit de opbrengsten van de door haar geschapen directe voorzieningen. Daarom zou 't systeem van de vrijwillige bijdrage ook 'n stimulans zijn om steeds meer voorzieningen tot stand te brengen. Tevens zou de Tilburgse student leren, de verantwoordelijkheid voor zijn eigen belangen te onderhouden en mede te dragen. Dóór de chaos van de vergadering heen, hebben wij enkele verstandige bezwaren tegen dit alles uit de mond van diverse TSR-leden mogen vernemen. Want inderdaad, het plan brengt ernstige gevaren mee, met als uiterste consequentie een volledige ontkrachting van de ATSO. Wij willen er met nadruk op wijzen, dat de ATSO, door zozeer te streven naar onafhankelijkheid, haar typische brugfunctie tussen studenten en Guratoren dreigt te verliezen: voor het innemen van een gunstige overlegpositie is namelijk zelfstandigheid niet: vrijgevochten onafhankelijkheid, vereist. Dit schijnt men te verwarren. De Tilburgse student moet worden opgevoed tot verantwoordelijkheidsbesef; welnu, dit kan enkel geschieden in samenwerking met hen die totnogtoe steeds de verantwoordelijkheid voor zijn welzijn hebben gedragen en — laten we het ons niet verhelen — voor 'n groot deel zullen blijven dragen. Want zelfstandigheid houdt óók in: zijn plaats kennen. En het dubbelzinnige van de positie van de student is nu juist hierin gelegen, dat hij zich niet uitsluitend op 't standpunt van recht en zakelijkheid kan stellen, immers hij komt onvoordelig uit, indien de andere partij zijn voorbeeld volgt. Wij blijven afhankelijk: dat doet aan de zelfstandigheid — hoe paradoxaal dit moge klinken —• niets af. Overigens betwijfelen wij of het effect van 't systeem der vrijwillige bijdragen wel zo groot zal zijn, dat de ATSO inderdaad meer bewegingsvrijheid verwerft. Al de totnogtoe geboden voorzieningen zijn gericht op secundaire belangen van de student. De behartiging van primaire belangen (Mensa, Sporthal) is — nog steeds — in handen van zelfstandige commissies. V d e Tilburgse studenten zullen daarom licht geneigd zijn van de voorzieningen welke de ATSO hen wil bieden, af te zien. De vrijwilligheid van de bijdrage zal aan het gebrek aan verantwoordelijkheidszin slechts voeding geven. En hieruit vloeit het grootste gevaar voort: indien inderdaad slechts weinigen de belangenbehartiging door de ATSO blijken te steunen, zal de ATSO van open dienstverlenend orgaan afgedaald zijn tot 't niveau van een besloten vereniging, hetgeen dan 't duidelijkst tot uiting komt in 'n beperkte toegang (id. alleen voor hen die de contributie voldaan hebben) tot de Bar-atso en het weekend-café. En dan begint de hele geschiedenis weer van voor af aan Herman Goenen
Uif . . . ? . . . goed voor U STADSHERBERG
DE
PONDEROSA'
wacht op U I Dagelijks geopend tot 2 uur 's nachts Telefoon 34360 - Tilburg
HET BRABANTS ORKEST Vrijdag 22 april zal het Brabants Orkest weer een uitvoering geven in de Stadsschouwburg. Op het programma staan werken van Pijper, Wagner en Beethoven. Pijper is tot nu toe Nederlands grootste componist van de moderne tijd. Hiervan getuigt onder andere zijn 2e symfonie. Zij ontstond in 1921, de-tijd waarin Pijper zowel criticus van het Utrechts Dagblad als leraar theorie aan het Amsterdams Conservatorium was. Pijper, die het Nederlands muziekleven in nieuwe banen leidde werd in zijn eerste periode beïnvloed door
VERZEKERINGEN
STUDIUM I
NCB ALLE VERZEKERINGEN voor IEDEREEN dus ook
Debussy maar vooral door de Duitse laat-Romantici Brahms en Mahler. Zijn tweede periode begon kort na beëindiging van de tweede wereldoorlog. Dat Pijper grote interesse voor biologie had komt in dit tijdvak tot uiting. Hij ontwikkelde een kiemcelproces. Dit hield in: een klein vormgevend element diende als basis van de gehele compositie. Vanuit deze kern groeide de symfonie. Dit nieuwe idee werd voor het eerst aangewend in Pijper's tweede symfonie, die echter minder internationale faam kreeg als zijn in 1926 gecomponeerde 3e symfonie.
WAARNEMING, GEHEUGEN, DENKEN, CREATIVITEIT
Er zijn onder de Tilburgse studenten nog van die onverbeterlijke idealisten, die zelfs voor een onderwerp dat ligt op het terrein van de psychologie, belangstelling kunnen opbrengen. Voor hen hield Prof. Dr. A. D. de Groot op 17 maart een college met ais thema: „Waarneming, geheugen, denken, creativiteit". Sommigen van hen zijn in hun idealisme nog bedrogen uitgekomen toen het over schakende computers bleek te gaan. Deze teleurstelling hadden zij zich kunnen besparen door eerst het programma eens goed na te lezen. Maar goed, er waren er ook die dit van tevoren hadden zien aankomen en er toch geen spijt van hadden gekomen te zijn. Wel, zolang er nog studenten zijn die graag verder kijken dan him neus lang is, moet het Studium Generale maar gehandhaafd blijven en onderwerpen aan de orde stellen die aanspraak mogen maken op de belangstelling van de Tilburgse studenten. En het aan de orde gestelde thema was belangrijk en het werd op een bijzonder verteerbare wijze gebracht. Het programma kondigde aan: „Twee theoretische problemen zullen aan de orde komen:
VOORU
1) Wat is de betekenis van machine-simulatie voor de theorievorming in de psychologie en in andere wetenschappen? 2) Wat is het effect van de mogelijkheid (of onmogelijkheid) om een proces te simuleren op onze waardering voor dat proces?"
TELEFOON 04250-34012 - SPOORLAAN 50 - TILBURG
Deze vragen werden besproken aan de hand van een aantal experimenteelpsychologische gegevens op het gebied van de waarneming van schaakstellingen. Uit die gegevens werd het volgende afgeleid: Het verschil in denkmethode bij grootmeesters en overige schakers is vrijwel nihil. De grootmeesters zien zonder meer de juiste oplossing waar de andere schaker deze over het hoofd ziet. Schaakmeesterschap is een kwestie van ervaring. De prestatie moet men zoeken in het feit dat de schaakmeester in staat is geweest die ervaring op te bouwen en disponibel te hebben.
HHH Jan Heljnsstraat 2 Hoek Philips Vingboonsstraat
Wanneer men tracht een computer te laten schaken, blijkt het mogelijk te zijn logische denkprocessen te simuleren. Hoe meer het echter aankomt op ervaring en geheugen, des te minder succes heeft de simulatie. Het menselijk waarnemingsproces tenslotte blijkt onmogelijk gesimuleerd te kunnen worden. Het nut van deze pogingen is dit: als men het volledige beslissingsproces van de juist-beslissende mens kan simuleren, kan men de computer in de praktijk inschakelen ter vervanging van de mens. Bovendien kan men zijn theorieën aangaande een complex menselijk proces controleren op him juistheid door omzetting van de theorie in een computerprogramma. Wat de menselijke creativiteit betreft — afgezien dus van waarneming, geheugen en denken — dan blijkt dat men een computer vrij gemakkelijk „creatief" kan laten zijn. Dit illustreerde Prof. de Groot met een suite die tien jaar geleden door een computer was gecomponeerd, en ik moet zeggen: geen gek resultaat voor een computer die nog in zijn kinderschoenen staat.
Telefoon 30397 't gezellige trefpunt voor H.H. studenten.
De open vraag waarmee dit interessante college besloten werd, luidde:
Geopend van 17.00 uur i/m 2 uur 's nachts
e
„Rangschikt men de vier begrippen „waarneming", „geheugen", „denken", „creativiteit" respectievelijk naar hun sociale waardering als hoogmenselijke vermogens, dan valt de volgorde precies omgekeerd uit als die naar de mate waarin wij kunnen zeggen, dat we er, via ons vermogen ze te simuleren, iets van menen te begrijpen; is een „Umwertung aller Werte" nodig?"
t
MET PIJPER
/ A DEN
HORST" Haghorst
diessen • st. josephstr. 1 - 04254-212
De naam Beethoven komt de laatste jaren op bijna ieder programma voor. Ook deze keer zal het Brabants Orkest weer een werk van deze meester uitvoeren; al is het dan minder bekend nl. het eerste pianoconcert in c groot opus 19. Beethoven componeerde dit concert reeds in 1796 en het bezit niet de glans van de bijna kapotgespeelde 4e en 5e pianoconcerten. Solist van de avond is de pianist Daniel Wayenberg. Hij studeerde in Den Haag bij Ary Verhaar en vervolgens in Parijs bij de onlangs overleden wereldvermaarde pianopedagoge Marguerite
Long. Sedertdien woont hij in de directe omgeving van Parijs. Deze levenslustige vrijgezel, die in zijn vrije tijd met electrische treinen speelt, treedt in vrijwel alle landen van de wereld op. Zijn spel is vele malen bekroond. De laatste onderscheiding ontving hij de vorige maand voor een grammofoonplatenopname met pianosonates van André Jollivet. Tot het tijdstip van het ter perse gaan van dit artikel kon men mij nog niet precies meedelen welke de werken van Wagner zijn, die tijdens dit zelfde concert gespeeld worden. A. de Wever
GENERALE ii
de s te
DE VERHOUDING TUSSEN EMPIRISCH EN THEOLOGISCH DENKEN
Voor een talrijk gehoor (klinkende namen doen het nog wel) hield Prof. Mag. Dr. E. G. F. A. Schillebeeckx op 24 maart een college over de verhouding tussen, empirisch en theologisch denken. Dit college behelsde een poging om de kloof die in het verleden is ontstaan tussen geloof en wetenschap, te dempen. Om dit doel te bereiken ging Prof. Schillebeeckx uit van een voorwetenschappelijke ervaring: de algemene menselijke ervaring van het menszijn, van de menselijke werkelijkheid. Elke afzonderlijke wetenschap abstraheert en formaliseert een onderdeel van die werkelijkheid. De totale werkelijkheid wordt echter niet gevormd door een optelsom van alle geformaliseerde werkelijkheidsaspecten. De wijsbegeerte, die de voorwetenschappelijke menselijke ervaring van de totale werkelijkheid tot object heeft, heeft o.a. tot taak de geformaliseerde wetenschappen te reïntegreren binnen de totale werkelijkheid. Wanneer een wetenschap dit binnen haar eigen kader wil doen, dan gaat ze haar eigen grenzen te buiten. Wêl moet de wijsbegeerte binnen elke afzonderlijke wetenschap worden toegelaten, opdat ze boven zichzelf kan uitstijgen en menselijke zin krijgt. Een wetenschap als zuivere formalisering van een werkelijkheidsaspect is ook een zuiver binnenwereldlijke aangelegenheid. De theologie is dat wat haar object betreft niet. De wereld, die vroeger de mens beheerste, is nu het object van het menselijk handelen en denken geworden. Het zuiver binnenwereldlijke is nu, geheel los van alle godsdienstige aspecten, menselijk geworden. Daardoor vindt het atheïsme nu zoveel aanhang. En tussen wetenschap en geloof is een diepe kloof ontstaan. Hoe kunnen nu de wetenschap en het empirische denken binnen één persoon worden geïntegreerd met een gelovig denken? Deze paradoxale denkvormen vertonen een sterke overeenkomst. Beide zijn zij gebonden aan de waarheid, en beide zijn zij onmogelijk zonder de ervaring. Het empirische aspect van de theologie ligt in de woordopenbaring. De totale werkelijkheid, inclusief God dus, manifesteert zich binnenwereldlijk. De wetenschappelijke methode is dus in beide gevallen gelijk. De wereld nu is niet de afsluitende horizon. Dit ontkennen is evengoed een voorwetenschappelijk postulaat als het te bevestigen. De werkelijkheid, die het voorgegeven is van alle wetenschap, roept ook om een theologie. Maar wetenschappen noch theologie kunnen rechtstreeks leiden tot geloven of ontkennen.
oor
Ook de theologie formaliseert iets van de voorwetenschappelijke werkelijkheid. En de theologie en de overige wetenschappen hebben elkaar nodig. De theologie moet rekening houden met de partiële werkelijkheidsformaliseringen van de wetenschappen. De theologie heeft anderzijds tot taak de ultieme zin van het binnenwereldlijke te verklaren. Dat poogt ook de wijsbegeerte, maar het verschil hiermee is, dat de theologie het antwoord tracht te geven vanuit God: Gods openbaring aan de mens is de mensopenbaring aan God, de zingeving van het binnenwereldlijke in God. Van deze beide wetenschappen is de totale werkelijkheid het particuliere object, maar dit wordt evengoed geformaliseerd. Wanneer de wetenschap binnen haar eigen kader totaliteitsuitspraken wil doen, dan doet zij aan wijsbegeerte en treedt aldus, zoals reeds gezegd, buiten dit kader. Het resultaat mag dan ook niet als het resultaat van wetenschapsbezinning worden aangediend. Al met al vormde dit Studium Generale een zeer interessante bijdrage aan de oplossing van een probleem waarmee iedere wetenschapper geconfronteerd kan worden. Daarom moet men ook geen geringe waarde toekennen aan de drie kwartier durende discussie die op het college volgde en waarin nog vele onder de geïnteresseerde studenten levende problemen, althans enigermate werden opgehelderd. A. Godfroij
Zaal voor vergaderingen - bals - shows en partijen Ruime parkeergelegenheid - Geluidsinstallatie - Centrale verwarming ledere 2e en 4e zondag van de maand dansen met uitstekende muziek
Café-Restaurant
„Huize
Franken"
Heuvelstraat
Centrum Biljartsport
Gaat u trouwen of zich verloven? Profiteer dan van Uw ATSO-lidmaatschap. U krijgt dan 1 5 - 2 0 % korting op meubelen, uitzetten, serviezen, enz. HET R.A.T. WEET ER ALLES V A N !
De Wijnhal levert aan heren studenten
speciale wijn van het vat per fles : f 1,25 per liter: f1,50 Rode wijn, goede kwaliteit
De Wijnhal n.v. Jul. v. Stolbergstraat 6 - Tilburg - Tel 34920
R.K. OPENBARE BIBLIOTHEEK WILLEM II STRAAT 21-23
TILBURG
TELEFOON 25984
Filialen: Wassenaarlaan 40 - Telefoon 34712 Ringbaan West 96a - Telefoon 34825 Roelof Kranenburgplein 19 - Telefoon 71597 ABONNEMENTEN VANAF f 1,- PER JAAR
•
Voor Vrije Demagogie Woensdag 23 maart was de stemmingsdatum voor sommigen recht of plicht, voor velen fatum immers welk een klagenswaardige deceptie ook hier de uiterste inertie ! Doch het licht scheen in de duisternis verlost werden zij uit hun kluistemis voorgelicht en geadviseerd door meester Schouten overbodig nu was verder kouten ! Het zat er in volgens de economische wetten geoorloofd was principes over boord te zetten 'n volgend maal komt een ander aan de beurt ze zijn er toch te kust en te keurt ! En niet werd de tijd in het hokje verlummeld D e tros van de partij werd zowaar verdubbeld met al dat bewuste kiezen van de heren economen zijn ze er samen met de juristen tot 4353 gekomen ! De moraal van dit onnozele verhaal het kan zetten veel of weinig kabaal: we zijn geen extremisten of communisten wij gedragen ons als rasechte opportunisten !
MEDEDELING
ADRESWIJZIGINGEN
Gedurende het zomerseizoen zal de V P R O in samenwerking met de Academische Radio Omroep ACRO (te Amsterdam) een serie programma's uitzenden op de zaterdagmorgen van 9.40 - 10.00 uur. D e serie is bedoeld voor een categorie van algemeen belangstellenden, tot welke categorie vanzelfsprekend een vrij grote groep academisch gevormden behoort. Voor de serie, die de titel „Studium generale" zal meekrijgen, is als uitgangspunt gekozen: specialisatie en interdependentie in de wetenschap. Aangezien door de toenemende specialisatie het begrip tussen de specialisten onderling steeds moeilijker wordt, zal de nadruk in deze reeks op de interdependentie worden gelegd. De uitzendingen zullen de vorm krijgen van causerieën, die om vier themata zullen worden gegroepeerd. Gezien het krakter, dat de V P R O aan deze programma's wilde geven, lag het opnemen van contact met de A C R O , die uiteraard o.a. op overeenkomstige wijze werkzaam zal zijn, voor de hand. De uitzendingen beginnen op 21 mei en zullen eindigen op 24 september. Zodra de voorbereidingen zullen zijn afgesloten, zullen aan geïnteresseerden nadere mededelingen worden gedaan. Persdienst V P R O Persdienst ACRO
P. Leclerq, Zuringhof 14, Tilburg Mej. H . de Keyzer, Ant. Coolenlaan 9, Tilburg. J. de Haas van Biss. Zwijsenstr. 52 naar Piusstr. 98. Dhr. P. H . M . Schol van Kruisherenstr. 24 naar Lilahof 18, Tilburg. M. Hermans van Hertogstraat 65 naar Prof. Verbernelaan 47, Tilburg. C. J. M . Seelen van Philips Vingboonsstr. 75 naar Langestraat 22, Tilburg. H. J. H . Spinhof van Europalaan 41 naar Tamarindestraat 6, Tilburg. L. G. H . M. Bockholts van Textielplein 12 naar Zuringhof 71, Tilburg. F. J. Schmitz van Prof. Verbemelaan 47 naar Kasteel Nijenrodestraat 257, Tilburg. H. J. M . Pluymakers van Dongensebaan 90 naar Ganzerikhof 40, Tilburg. F. L. M . Jansen van Lage Witsiebaan 278 naar Nieuwstraat 24, Tilburg. J. P. Oomen, Kwakkelhutstr. 94 naar Acaciastraat 5 1 , Breda. L. H . Engelen van Lovensestr. 178 F naar Bredaseweg 139, Tilburg. J. M . E. de Goeij van Tobias Asserlaan 113 naar Statenlaan 231, Tilburg. R. M. M. v. Geenen van Biss. Zwijsenstr. 37 naar Kasteel Strijenstr. 27, Tilburg.
VULPEM PILUM MUTARE, N O N MORES on the end of a february-day eleven first-years decided to stay together for ever forsaking never
P. S. Peertje
Dispuut G I M M I C K i.o. opr. d a t u m : 12 februari 1966 corr. adres: Le Bourgetstraat 28
ATTENTIE ! ! Verschijningsdatum eerstvolgende nummer 13 mei. Sluitingsdatum voor het inzenden van copy 6 mei.
STICHTING
Café Bar D A M R A K
HET NEDERLANDS STUDENTEN SANATORIUM gevestigd ie Amsterdam, Keizersgracht 632. De Stichting biedt hulp bij de studie en sociale verzorging aan zieke en gehandicapte studenten en afgestudeerden,
heeft prima zaal beschikbaar
Eekelaar-hrillen Contactlenzen
voor
studenten en aanstaand studenten die in het sanatorium „Zonnegioren" te Soest of elders kuren. Voor alle inlichtingen:
disputen, feestvergaderingen, enz.
Bureau Studiehulp N.S.S., HEUVELRING 154
Willem Barenlszstraat 31 b, Utrecht. Telefoon: 030-710104
Heuvelstraat 59
Bredaseweg 102
de betere brillenmakers
IC Het enige dagblad WAARD o m het NIET m e e eens te zijn.
^ NIEUWE ROTTERDAMSE COURANT
TEEUWEN-WAGEMAKERS Heuvelstr. 62 - Tel. 23343 Piusstraat 28 - Tel. 21670 TILBURG
ZELFBEDIENINGSSERRE PIUSSTRAAT
28
V o o r uw Multo-Banden en interieurs, dictaatcahiers en alle schrijfbenodigdheden
Kantoorboekhandel G i a n O t t e t l HEUVEL 41 (corpsleverancier)
MERCURIUS EN DE MUZEN De onwillige bruiloftsgasten; hoogleraren, docenten en studenten. Zeker iemand gaf een groot feestmaal en nodigde velen uit. Tegen het uur van de maaltijd zond hij zijn dienaar, om aan de gasten te zeggen: „Komt, want alles staat klaar". Maar eenparig begonnen allen zich te verontschuldigen. De eerste.zei hem: „Ik heb een stuk land gekocht en moet het noodzakelijk gaan zien; ik bid U, verontschuldig me". Een ander zei: „Ik heb vijf paar ossen gekocht en ga ze keuren; ik bid U verontschuldig me". Weer een ander zei: ,Jk heb een vrouw gehuwd en kan dus niet komen". De dienaar kwam thuis en boodschapte het aan zijn heer. Toen tacitus.
K.V.P.ofP.v.d.A.; maakt het nog wat uit? Aan de vooravond van de statenverkiezingen had „De Tribune" twee kamerleden te gast, de heer Albering (KVP) en de heer Willems (PvdA). Tegen de achtergrond van het thema van deze avond behandelden zij gestelde vragen. De bedoeling was bovendien te komen tot een discussie over politieke partijvorming. Na een toch zo luidruchtige propaganda was de zaal niet overvol. De gelegenheid is in elk geval geboden van gedachte te wisselen over de politieke gang van zaken, in het bijzonder waar het deze twee partijen betreft. Dat alleen KVP en PvdA vertegenwoordigd waren was — zoals door voorzitter van Gils meegedeeld werd — een beleidskwestie!!! Beide sprekers hielden een korte inleiding, waarbij zij zich nogal op de vlakte hielden. De KVP blijft een beginselpartij met een eigen programma. De partij gaat uit van fundamentele inzichten omtrent mens en maatschappij. De heer Willems was van mening, dat politieke partijvorming moet gebeuren op politieke grondslag. Verwarring tussen godsdienst en politiek moet vermeden worden. Daarop kwam het verwijt, dat een partij zonder levensbeschouwelijke basis wel wat opportunistisch is. Moeilijk echter kan ontkend worden, dat een programma altijd opportunistisch is. Kruimelpolitiek is onvermijdelijk, maar het mag niet gebeuren uit propagandistische overwegingen. T.a.v. de grote problemen wil de PvdA een duidelijk signatuur dragen. Het grote geschilpunt was het bestaansrecht van de confessionele partijen. Is het juist, dat een partij macht ontleend aan binding door geloof? De heer Albering vond dit nodig om het programma ten uitvoer te brengen, dat door hen nodig geacht wordt voor de welvaart en het welzijn van de mens. De vraag werd gesteld, enerzijds of dit niet mogelijk is binnen en door partijen op nietconfessionele grondslag, anderzijds of de partijstructuren niet doorbroken kunnen worden met behoud van principes. In feite is op de vraag: , ; Maakt het nog wat uit?" niet voldoende antwoord gegeven. De heer Willems heeft alleen een partij met confessioneel karakter afgewezen. In hoeverre de directe uitzending de levendigheid ten goede is gekomen valt slechts te gissen. A. H.
GEZELLIGHEIDSVERENIGING II Door het lezen van uw artikel, heer P. J. Aarts, is mij zeer veel duidelijker geworden. Uit de één na laatste alinea — het staat er met iets andere woorden — is mij gebleken, dat u studenten, niet-aangesloten bij St. Olof of Askloa, grote slappelingen vindt. U beschuldigt een zeer grote groep studenten ervan, geen moed en kracht te bezitten om iets aan het studentengezelligheidsleven te veranderen. Wanneer u een beetje meer geïnteresseerd was in de studentenwereld buiten het T.S.G.-St. Olof, dan was u op de hoogte geweest van de ontwikkelingen in de groep studenten, niet-aangesloten bij het huidige Corps of de Vereniging Askloa. Binnen deze groep zijn en worden veel disputen en vriendenclubs opgericht.
Waarom u voor deze studenten het woord „NIHILISTEN" gebruikt is mij nog niet helemaal duidelijk. Maar weet u wel wat een „Nihilist" is ? Een „Nihilist" is die student, die geen lid is van welke studentenorganisatie dan ook en die op geen enkele wijze zijn medewerking aan een activiteit van de studentengemeenschap zal verlenen. (U kunt deze omschrijving controleren in een goed, maar niet exclusief nederlands woordenboek !) U weet wat de A.T.S.O. betekent? ledere student, ingeschreven aan de Hogeschool-is lid van deze organisatie, zelfs u. In alle geledingen van de Hogeschool Gemeenschap zijn veel studenten, niet-aangesloten bij St. Olof of Askloa, zeer actief. Zij willen en ik ben daar van overtuigd, op deze wijze meewerken aan een betere opbouw van de Tilburgse Studentenwereld (dit ook met betrekking tot het gezelligheidsleven). Is de exclusieve -gezelligheid, zoals u die zich voorstelt, in deze tijd nog wel te verwezenlijken? Zijn het Corps en Askloa met de veranderde instelling van de student t.a.v. het gezelligheidsleven meegegroeid ? Waarom voert het bestuur van het Corps een actie om meer studenten naar de sociëteit te krijgen? Is het daar dan niet écht gezellig; is het soms te exclusief of is het bestuur, wakker geschud door de A.T.S.O, eindelijk gaan inzien dat de daar geboden gezelligheid niet voldoet aan de eisen van de hedendaagse student? Maar men is er dan wel laat, zo niet te laat achtergekomen. JOFRALE
HET BEGIN EN HET EINDE Toen ik onlangs het boek „Van het Verloren naar het Herwonnen Paradijs" uitgegeven door Watchtower bible and tract society of New York eens doorbladerde viel mij op pag. 173 de volgende mening op: „Maar zijn de zeven tijden 2520 dagen van 24 uur? Neen, God telt iedere dag voor een jaar. Hieruit blijkt dat de zeven tijden van de tijden der heidenen 2520 jaar zouden duren". De Jehova-getuigen vervolgen op dezelfde bladz. met: „Daar de tijden der heidenen in 607 voor Christus begonnen moeten wij 2520 jaar verder tellen. Waar komen wij dan? In het jaar 1914 n. Christus. Dat is het jaar waarvan in de bijbel wordt gezegd dat het het jaar is waarin de tijden der heidenen zouden eindigen. Het is het jaar waarin Christus, degene die er recht op heeft het hemelse koninkrijk schenkt (pers. opm.: Zijn wij 1966-ers dan al voorbeschikt om in hemel of hel te komen?). Het verhaal vervolgt met: „In 1914 eindigde en begon er dus iets. Wat eindigde waren de 2520 jaar of zeven tijden der heidenen, wat begon was Gods koninkrijk in de hemel met Christus als koning. In 1914 vond dus onzichtbaar voor menselijke ogen Christus tweede komst in het koninkrijk plaats". Nu vind ik het heel aardig gevonden, dat, toen de voorspellingen van de Getuigen in 1914 niet uitkwamen, er weer iets opnieuw begon. Ik heb respect voor zo'n inventiviteit. Natuurlijk zijn de Getuigen na 1914 voorzichtiger geworden met het voorspellen van de juiste datum van het einde der tijden. Ik vond in dit boek dan ook geen ander uitsluitsel dan dat het gezochte einde zeer nabij was. Logisch beschouwd, d.w.z. om de uitleg van de bijbeltekst te verkopen moet ik ook deze oplossing respecteren. Niets dan waardering daarvoor. Een mens en daarom een Jehova-getuige kan de datum van de afloop der onbegrepen eindigheid niet voorspellen. Ik kan me zo, in fantasie weliswaar, voorstellen dat mensen in de toekomst de krachten van ons zonnestelsel zouden kunnen berekenen en daardoor het einde hiervan, maar dat wil nog niet zeggen dat op dat moment de doden verrijzen. Als ik dan zo waarneem wat voor een energie de Jehova-getuigen besteden aan het verkopen van him bijbel-tekst, dan vraag ik me wel eens af of ze wel bereid zijn deze wereld positief op te bouwen, zonder het voortdurend vooropstellen van het einde hiervan. Als je toch de mensen wilt bewegen altijd in hun daden dit nabije einde voorop te stellen, dan doe je toch niets anders dan het menselijk geluk op aarde futiliseren. Zouden de Jehova's misschien zo aardsmoe zijn dat ze van dit leven zo vlug mogelijk af willen zijn? Ik weet het niet, maar wel staat bij mij vast, dat ik het gediscussieer aan de deur doodmoe ben. Een modem Christen.
Het betere bier komt uit ffrfjl
BREDA