UNIVERS Tilburgs Universiteitsblad
lei 1988 - jaargang 25 nummer 31
Adviesraad wil alle macht aan de bestuurders Concentratie van de macht bij de colleges van bestuur en de faculteitsbesturen en terugdringing van de democratie op de universiteiten tot proporties die ook elders in de maatschappij gebruikelijk zijn. Tot die conclusies komt de adviesraad hoger onden/vijs (ARHO) in haar deze week verschenen advies over een nieuw/e bestuursstructuur aan de universiteiten. De adviesraad, onder voorzitterschap van de vroegere Delftse collegevoorzitter drs. C. de Hart, veegt de vloer aan met de bestaande democratische verhoudingen op de universiteit. De invloed van het universiteitsbestuur op het onderwijs en onderzoek is veel te gering. Daardoor is het niet mogelijk om te komen tot een duidelijke en samenhangende profilering van de universiteit. Het grote aantal betrokkenen en de sterke participatie bij het bestuur leiden tot trage besluitvorming, belangenverstrengeling en politisering. Gevolg is dat vernieuwingen en veranderingen, die gepaard gaan met de herverdeling van financiële middelen, moeilijk tot stand komen; de drie geledingen w.p., n.w.p. en studenten - zijn uit op handhaving van het bestaande om hun belangen te verdedigen. Herverdeling op grond van een oordeel over de kwaliteit van onderwijs
en onderzoek wordt 'vrijwel onmogelijk' geacht. Een ander manco is volgens de ARHO de geringe 'integratie van wetenschappelijk en bestuurlijk gezag'; volgens de adviesraad moeten de hoogleraren en de docenten het op de faculteiten weer voor het zeggen krijgen. Studenten mogen tevreden zijn met een adviesrol op het gebied van onderwijs en studentenbelangen. Ook de collectieve verantwoordelijkheid voor het beleid van besturen en raden tesamen, zoals die in de huidige wetgeving vastligt, voldoet niet. De ARHO vindt dat bevoegdheden en verantwoordelijkheden moeten worden toegedeeld aan 'identificeerbare' personen, die daarop dan ook voor de hele universitaire gemeenschap aanspreekbaar zijn. De ARHO concludeert dat de huidige wet op het wetenschappelijk onderwijs uit 1986,
waarin de bestuursstructuur zoals die sinds de Wet Universitaire Bestuurshervorming uit 1970 gold, in grote lijnen werd voortgezet, ingrijpend gewijzigd moet worden. De meest in het oog springende verandering, die de ARHO bepleit, is dat de beslissingsbevoegdheid van de gekozen vertegenwoordigende organen (universiteitsraad, faculteitsraden) in handen moet komen van faculteits- en instellingsbesturen. De bestuurden adviseren slechts: de wetenschappelijke staf over onderwijs en onderzoek (de faculteitsraad); het personeel over sociaal beleid (in een met een ondernemingsraad vergelijkbare medezeggenschapsraad); en de studenten over onderwijs en studentenaangelegenheden (de studentenraad). Het faculteitsbestuur zou bestaan uit drie leden van de wetenschappelijke staf, met als voorzitter een hoogleraar. Op centraal niveau staat de ARHO een soortgelijke verdeling voor ogen; het college van bestuur krijgt de taken die thans aan CvB en Universiteitsraad tesamen zijn opgedragen. De universiteitsraad wordt een adviesraad over het algemeen en strategisch beleid en in het bijzonder over het onderwijs, de wetenschapsbeoefening en de verdeling van het geld. Ook hier zouden weer aparte vervolg op pagina 17
Brief over terugbetaling beurs leidt tot paniek Zo'n 140.000 studenten kregen -of krijgen- een schrijven van het Ministerie van Onderwijs met de boodschap dat ze het teveel of de onterecht ontvangen studiefinanciering vóór 31 mei moeten terugbetalen. Ondanks een eerdere schikking waarin deze terugbetalingsmaatregel werd aangekondigd, raken veel studenten in paniek, getuige de vele telefoontjes naar het Regionaal Steunpunt Studiefinanciering aan de KUB. De minister wil met die manoeuvre een totaalbedrag van 220 miljoen aan teveel betaalde financiering van de studie terugvorderen.
Geen numerus fixus economie Minister Deetman voelt niet voor de onlangs voorgestelde studentenstop voor economie. Hij wil volstaan met een plaatsingscommissie. Daarnaast wil hij bij bedrijfskunde enkele honderden studenten meer toelaten. Prof. dr. P.A. Verheijen, voorzitter van het Tiiburgse College van Bestuur, toont zich verheugd over Deetman's oplossing. Eind vorige week liet de minister aan de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) weten dat hij studentenstops zoveel mogelijk wil vermijden en dat de aanvraag voor economie dan ook zal worden afgewezen. Voor bedrijfskunde blijft de numerus fixus gehandhaafd, maar het aantal toe te laten studenten wordt hier verhoogd tot 1610 - een toename van circa 25 procent. Omdat studenten die voor bedrijfskunde worden uitgeloot veelal economie als tweede voorkeur hebben, is het verwachte effect dat de toeloop bij economie enigszins zal worden ingedamd. College-voorzitter Verheijen is blij met deze
De aangeschreven studenten moeten gemiddeld een geldbedrag tussen de 1.000 en 1.500 gulden terugstorten. In Tilburg zijn beoplossing. De 25 procent opslag voor bedrijfskunde betekent per saldo ook een verlichting voor de KUB, is zijn inschatting. De maximale opnamecapaciteit van de Tiiburgse economie-faculteit, onlangs vastgesteld op 944 studenten, blijft daarmee waarschijnlijk uit het zicht. Verheijen's persoonlijke schatting ligt op 800 studenten. Met 800 eerstejaars economen blijft Tilburg op het peil van vorig jaar, toen een enorme groei genoteerd werd. (LK)
Ontsluiting tot Bredase weg B & W van Tilburg heeft dinsdag besloten om de KUB te ontsluiten door een verbindingsweg aan te leggen vanaf het zuidelijk deel van de parkeerterreinen, die ten westen van de universiteit liggen, tot aan de Bredaseweg. Er is 625 duizend gulden voor beschikbaar. Het plan zal met de KUB besproken worden, waarbij ook de voorgestane grondruil betrokken wordt. De door buurtbewoners gehekelde voornemens om het
dragen bekend die variëren van 27 gulden tot ruim 14.500. Op een enkele uitzondering na heeft eenieder tussen mei 1987 en november 1987 een kennisgeving gehad over de terugbetalingsmaatregel. Dat kan dus een jaar geleden zijn. 'Dan nog ontslaat het niemand van de verplichting om terug te betalen', aldus steunpuntmedewerker Joost Verheugen. Hoeveel Tiiburgse studenten moeten terugbetalen is niet bekend. Verheugen: 'Voor tachtig procent is dat geen probleem. Wij krijgen die twintig procent vervolg op pagina 19 verkeer via de prof. Gimbrèrelaan en langs het spoor te leiden is hiermee van de baan. De weg telt twee rijstroken en wordt aangelegd op een gedeelte van het tracé van de Taxandriebaan, die in de oorspronkelijke plannen doorloopt ten noorden van het spoor. Hiervoor heeft de gemeente Tilburg echter onvoldoende geld. Voor de weg moet een groenstrook van twintig meter doorsnee wijken en de hondenclub in het bos zal ook elders een onderkomen krijgen. Hijmans, hoofd afdeling bouwzaken van de KUB, in een eerste reactie: 'Wij zijn voorlopig tevreden dat er een besluit is over de ontsluiting, maar onze wens blijft dat de weg doorgetrokken wordt tot aan de Taxandriebaan ten noorden van het spoor.' Dat staat zo ook in het Stadsbeheersplan van de gemeente, weet hij. Naast de zuidelijke ontsluiting via de Bredaseweg moet er ook een noordelijke ontsluiting komen, vindt hij. Anders blijft het verkeer dat vanuit het noorden komt via de woonwijk komen. Hijmans: 'De eerste steen is gelegd maar de universiteit zal er op aandringen om een hogere prioriteit te krijgen voor de aanleg van een volledige Taxandriebaan.'
(GR)
12/13GerKlein blikt met andere beleidsmakers terug op 25 jaar bezuinigingen in het onderwijs. 3 PIT helpt werkloze academici 7/8 9
10
Armoede als thema van landelijk onderzoek. Gasmeters en thermostaten centraal m proefschrift
Management en universiteiten.
Bestuur CentER bijna rond Het Centerfor Economie Research (CentER) begint langzamerhand vorm te krijgen, nu enkele namen bekend zijn geworden die dit top-instituut gaan bemannen. Prof.dr. A.P. Barten, hoogleraar econometrie aan de Katholieke Universiteit van Leuven zal directeur van het CentER worden. Hij is verder nog lid van het CORE (Centre for Operations Research and Econometrics) te Leuven in de theorie van consumentenvraagstelsels en meer recent op het gebied van de integratie van nationale macroeconomische modellen in één geïntegreerd model, voor de EG. Barten maakte deel uit van de verkenningscommissie economische wetenschappen die twee jaar geleden een vernietigend rapport uitbracht over de kwaliteit van het economisch onderzoek in Nederland. Het is mede dit rapport geweest dat de aanzet heeft gegeven tot het CentER. Een andere senior-onderzoeker die voor het CentER is aangetrokken is prof. dr. F. (Rick) van der Ploeg (31), hoogleraar kwantitatieve economie aan de KUB. Van der Ploeg is directeur van de nationale post-doctorale opleiding 'Netwerk voor Kwantitatieve Economie'. Verder is hij als hoogleraar verbonden aan de Europese Universiteit te Florence. Een van de Initiatiefnemers van het instituut, de Tiiburgse hoogleraar econometrie, prof. dr.ir. A. Kapteyn is ook benoemd in het bestuur van het CentER. Van twee andere kandidaten zijn de namen nog niet vrijgege^^"-
(MK)
Univers verschijnt volgende week niet. U w copy voor nummer 32 gaarne inleveren voor 13 mei.
MATSERTJES COLOFON
Startsubsidie voor 17 aio-netwerl<en Minister Deetman gaat opnieuw zeventien zogeheten 'aio-netwerken' financieel ondersteunen. Het totaal aantal met overheidssubsidie beloonde netwerken en centra voor geavanceerd onderzoek komt hierdoor op 37. Ak)-netwerken zijn postdoctorale onderzoekersopleidingen, waaraan meerdere universiteiten deelnemen. In deze centra krijgen assistenten-in-opleiding hun tweede fase opleiding. De leiding van de centra is in handen van toponderzoekers op het betreffende vakgebied. In elk netwerk is een van de deelnemende universiteiten aangewezen als 'penvoerder'. Zo is de KUB penvoerder van het al eerder gehonoreerde netwerk voor kwantitatieve economie. Minister Deetman wil de aio-netwerken steunen met een startsubsidie. De hoogte van de subsidie staat nog niet vast. De universiteiten kunnen in overleg met de minister kiezen uit drie mogelijkheden. Zo is Deetman bereid om één aio extra te financieren op elke twee of drie die door de universiteit worden aangesteld. Desgewenst kan een netwerk ook de infrastructurele kosten vergoed krijgen. En tenslotte is het mogelijk om het toegestane aantal hoogleraren en universitaire hoofddocenten te verhogen. Deetman verleent de subsidie voor het starten van een aio-netwerk voor een periode van vijfjaar. De deelnemende universiteiten moeten zich bereid verklaren om het netwerk daarna op eigen kosten voort te zetten. Verder is er een inhoudelijke kwaliteitstoetsing voorzien, uit te voeren door de Konink-
^ ^ matsertjes
" ^
'Matsertjes' kunnen enkel per ingevulde malserbon worden opgegeven bij de redaktie. Contant betalen. Tot 30 woorden kosten z e / 5,—. Tussen 30 en 60 woorden ƒ 10,—; onder nummer ƒ 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen.
WEEKENDGROEP: Voor alleenstaanden van 20-35 jaar organiseert de WEEKENDGROEP diverse activiteiten. 7 mei: jeu de boules; 14 mei: vlaggetjesdag; 15 mei: trimmen; 1 mei: Jazz-festival in Den Bosch; 23 mei: Grieks etentje; 28 mei: landelijke fietsdag; 4/5 juni: weekend Antwerpen. Heb je interesse, informeer dan bij Ferry van Loon, Trompstraat 24, Tilburg. Tel.: 013-358642.
lijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). De KUB is in een drietal van de onlangs gehonoreerde aio-netwerken als deelnemer betrokken. Dat zijn de netwerken op de terreinen Mathematische besliskunde. Taal, logica en informatie en Taalwetenschap. (LK)
Raadsvoorzitter af Mr. H. Geleijnse zal per 1 september zijn functie van voorzitter van de universiteitsraad neerleggen. Geleijnse acht zijn voorzitterschap van de raad niet meer te combineren met zijn functie als adjunct-bibliothecaris. Als gevolg van de SKG-operatie is het takenpakket van Geleijnse in de bibliotheek uitgebreid. Bovendien levert de voorbereiding van de nieuwbouw van de KUBbibliotheek een grote hoeveelheid extra werk op, aldus Geleijnse in een brief aan de universiteitsraadsleden. 'Het belang dat ik aan de universitaire democratisering hecht, betekent voor mij dat de raad recht heeft op een voorzitter die wat betreft tijd en beschikbaarheid reëel als zodanig kan functioneren', zo schrijft Geleijnse verder. Met zijn besluit sluit hij een driejarige p)eriode als raadsvoorzitter af. (CJ)
Discussiemiddag over Suriname De studentenvereniging VITE organiseert op 19 mei een discussiemiddag op de KUB over de eventuele hervatting van de ontwikkelingshulp aan Suriname. De vastgestelde datum voor de bijeenkomst kon bijna niet
EUROPACUP: Woensdag 11 mei rechtstreeks in de PUF op het grote scherm: Ajax-KV Mechelen (finale Europacup). Zaal open: 19.00 uur. Toegang gratis.
TYPEWERK: Secretaresse typt scriptie's, verslagen e.d. in Nederlands, Frans, Duits, Engels op moderne apparatuur. Ook copiëren mogelijk. Voor informatie: 013-347691.
GEZOCHT: Dameskappersmodellen voor maandagavonden in Den Bosch. Reiskostenvergoeding. Marion: 013-354079.
TYPEWERK: Student Nederlands (voormalig secretaresse) typt snel al uw werkstukken. Tel. 013-422510, De Vries.
EUROPACUP: Woensdag 11 mei rechtstreeks in de PUF op het grote scherm: Ajax-KV Mechelen (finale Europacup). Zaal open: 19.00 uur. Toegang gratis.
GESLAAGD? In La Cabane vindt u een mooie (gratis) accomodatie tegen redelijke consumptieprijzen. Informeer of kom gerust langs. Academielaan 73 Tilburg. Tel.: 013-673384/636792.
VROUWENHANDEL: Een rijke, aardige, blanke man kwam hen uit de Latijnsamerikaanse misere redden. Nu zitten ze voor een patatje per dag achter het raam. Lees erover in de nieuwe ALERTA, opinieblad over Latijns Amerika, met als thema 'vrouwenhandel'. Tel.: 020-270307. P r i j s / 4,— ex. porto.
VERHUIZEN: Snel en voordelig verhuizen met Sjakkelien. Tel. 013-358278. Tussen 18.00 en 20.00 uur.
ONDERNEMER: Welke collega student-ondernemer denkt voordeel te halen uit 'n overleg over o.m. de fiscale aspecten van zijn eigen bedrijf. Wij zoeken mede-studentondernemers voor het uitwisselen van ideeën. Bel voor meer informatie 013-435983 (Wilbert) of 073-560956 (Erik).
Univers
TYPEWERK: Wilt u uw scripties, verslagen, etc. netjes op een elektronische machine getypt, belt u dan s.v.p. 672466.
EUROPACUP: Woensdag 11 mei rechtstreeks in de PUF op het grote scherm: Ajax-KV Mechelen (finale Europacup). Zaal open: 19.(X) uur. Toegang gratis.
beter gekozen worden, want het onderwerp is actueler dan ooit. Toeval overigens, want de discussiemiddag was al lang gepland door de studenten van VITE. Nu minister Van de Broek nog maar kort geleden redelijk optimistisch terugkeerde uit onze voormalige kolonie, en minister Bukman van Ontwikkelingssamenwerking op het punt staat om naar Suriname te vertrekken, belooft de VITE-middag interessant te worden. Zeker gezien de aangekondigde gasten, zoals de PvdA-deskundige bij uitstek Jan Pronk, oud vice-premier André Haakmat en ir. Nashulla van de Raad voor de Bevrijding van Suriname. De middag zal onder leiding staan van drs. B. Evers, directeur van het IVO (Instituut
PROEFSCHRIFT?
Drukkerij Elinkwijk staat klaar! ook voor dissenaties en andere publicaties Drukkeni Elinkwijk is • • « •
gespecialiseerd concurrerend snel en stipt centraal gelegen
Bel: 030 - 444921 en WIJ stu'-en u vrijblijvend de irads ciocumentatiemap
I Drukkerij Elinkwijk B.V. 5 An'S!eidiiins(-straatv.og 554 ■ 3553 EN UTRECHT
ROIME: Buongiorno Roma! Tweeweekse vakantiecursus in Rome. Communi catief Italiaans, Italiaanse kunstgeschiedenis (in het Nederlands). Cursus t verblijf: ƒ 605,—. Mensa, excursies, zwembad, etc. Informatie: Angélique van Groeninghen, 030-522244, 19.00-22.00 uur. FILMCYCLUS: di. 17 mei: 'One flew over the cuckoo's nest'. EUROPACUP: Woensdag 11 mei rechtstreeks in de PUF op het grote scherm: Ajax-KV Mechelen (finale Europacup). Zaal open: 19.00 uur. Toegang gratis. VAKANTIE: 10 dagen aktie-avonturen week in Oostenrijk. Skiën, bergwandelen en rafting; een te gekke week! Vertrek 8 juli - prijs ƒ 799,—. 10 dagen de/tavliegcursus in Oostenrijk. Moet je meemaken!! Vertrek 8 juli - prijs ƒ 849,—. 10 dagen wildwatercursus in Oostenrijk. Speciaal cursus voor beginners. Vertrek 8 juli prijs/ 879,—. 10 dagen duikcursus voor beginners in Spanje. Ga op avontuur in de boeiende onderwater wereld van de Middellandse Zee. Vertrek 17 juni - prijs / 949,—. 10 dagen windsurfkamp in Frankrijk. Leren windsurfen, gezellig kamperen, lekker bruin worden. Vertrek 6 augustus - prijs/ 325,—. Voor verdere informatie NWIT-Breda, tel. 076-611219 of haal de folder op het Sportcentrum. AFRIKA: Stichting EXPLORER organiseert 4 tot 10 weekse kampeertrektochten (okt./mrt.) per truck door woestijn, savanne en regenwoud in Westen Centraal Afrika. Inlichtingen? Bel: 020-255424/796599.
voor Ontwikkelingsvraagstukken). Aanvang 14.00. Zaal SZ 17. (CJ)U
B MEE MET DE SCHIPPERS RUIGER KOPLAND Méé met de boze schippers op nachtelijke actie. *Arm als de kerkratten, maar ze verlaten het zinkende schip nooit.' Interview met P.C. Hooft winnaar Rutger Kopland, wandelend over de Drentse hei. Hoe in de VVD met slimme manoeuvres aangestuurd wordt op: niét zó rechts. Voorpublicatie: Yellow Wind, David Grossman^s beroemde boek. over leven op de bezette Westbank. Wielrenner/ridder Oranje-Nassau Hennie Kuiper. Bibeb en harpiste Phpa Berghout, een leven met Eduard van Beinum en het Concertgebouworkest. Brieven van Glenn Gould. Onderduiken bij de gorilla's: Nederlandse dierentuinen in de oorlog.
DE SGHUTTERSTUKKEN In de kleurenbijlage. Frans Hals bestaat 75 jaar: alle schutterstukken zijn te zien, een reportage. En: het kinderziekenhuis in het Getto van Warschau. Boekenbijlage :de Zachte (en de Harde) Vernieling van Hugo Claus, als sleutelroman.
Lees naast uw krant Vrij Nederland univers
tilburgs universiteitsblad (voorheen tilburgs hogeschoolblad) redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, angela van schendel (assistente) medewerkers toine asselbergs, hugo backx, han von den hoff, Caspar Janssen, jan charpentier, claartje van der grinten, michel knapen, frank soonieus, gerard rutten, yvonne ton, lil w/agenmakers columnisten dr. a.j.w. boelhouwer, c m . van diek dr. p.f.nn. kop, t.aarts samensteliing redaktieraad prof. mr. p. van seters (voorzitter) dr. h. van erp, prof.dr. j.l. goedegebuure, prof.dr. p. ruys, m. ackermans (adviseur), drs. th. schouw, r. lazaroms, g. siegelaer officiëie mededelingen afd. interne communicatie cartoonist ad van haandel advertenties angela van schendel kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn. redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor univers) 662277 en 662506 intern: 2277 en 2506 kamer B 12 en B 13 (gebouw b) foto nen siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten' ad valvas (vu amsterdam), wagenings universiteitsblad, utrechts universiteitsblad, delta (delft), cursor (eindhoven), tut-nieuws (twente), observant (maastricht), uk (groningen) en ku-nieuws (nijmegen) druk drukkerij em. de jong bv, baarle-nassau abonnementen voor niet-universiteitsleden f 20,— per jaargang
INNOVATIE
Project werkloze academici garandeert geen vaste baan De nood onder de beter geschoolde werklozen is hoog: 17.000 academici en 25.000 HBO'ers zijn op zoek naar een baan. Het Tilburgse project probeert op een eigen manier een bijdrage te leveren aan het probleem. Het Project Innovatie Tilburg is vorig jaar ontstaan als een initiatief van de Stichting Jeugd en Werk, het Bureau Kleinschalig Werk van de gemeente Tilburg en adviesbureau Van Gestel. Drs. ing. Leo Koek, bedrijfskundige van huis uit en leider van het project: 'We beoogden om de arbeidsmarkt te verbeteren door bedrijven nieuwe impulsen te geven, ideeën aan de hand te doen en te innoveren. Verder wilden we werkloze academici net die drempel tot het bedrijfsleven over helpen .' Uit de informatiebrochure van het P.I.T.: 'Soms staan werklozen met een sociale opleiding niet te trappelen om het bedrijfsleven in te gaan. Omgekeerd bestaat er in het bedrijfsleven enige weerstand tegen het in dienst nemen van sociologen of psychologen'. Het schort deze groep werklozen niet alleen aan praktijkervaring, ook ontbreekt 'de kennis van het jargon en de cultuur van het bedrijfsleven', meent Koek. 'Het P.I.T. brengt nu de hooggeschoolden werklozen in contact met de bedrijven en probeert beiden duidelijk te maken dat ze iets aan elkaar hebben.' Het project dat afgelopen maandag van start is gegaan loopt eind december 1988 af. In die tijd krijgen de deelnemers een theoretische opleiding, ze moeten vakantiewerk verrichten en stage lopen in een bedrijf. Die stage moet uiteindelijk uitmonden in een innovatie-advies aan het bedrijf. De praktijkgerichte ('theoretische') opleiding duurt twee maanden en vindt plaats in het Diogenes-gebouw (waar vroeger het TIAS gevestigd was). Tijdens de opleiding, die een veertig-urige werkweek inhoudt, lopen de deelnemers college. Ze dienen literatuurstudies te verrichten en huiswerkopdrachten te maken. Ze krijgen les in o.m. organisatiekunde, gesprekstechniek, projectmanagement, logistiek, robotica en automatisering. De docenten komen van 'gespecialiseerde adviesbureau's, het zijn mensen die op het randgebied van overheid en bedrijfsleven zitten', zegt Koek.
Op 2 mei zijn in Tilburg dertig werkloze academici en HBO'ers met een project gestart dat hun betere kansen moet bieden op de arbeidsmarkt. HetP.I.T., Projekt Innovatie Tilburg is een initiatief van de gemeente Tilburg en wordt dit jaar voor de tweede keer opgezet. De projectleider: 'Helaas kunnen we geen garantie op een baan bieden'.
LOPENDE BAND
Leo Koek voor het Diogenes-gebouw waar de opleiding plaatsvindt. bureau Van Gestel en konden 'redelijk tot is deze periode 'zeker voldoende': het gaat goed' les geven. Laarveld is tijdens zijn staimmers niet om de invoering van de nieuwe ge gedetacheerd bij een machine-fabriek in technologie. De stagiaire beperkt zich ertoe Waalwijk, waar zo'n 70 mensen werkten. om uit te zoeken welke vorm van automatiDeze stage duurde een vol jaar (van decemsering er toegepast kan worden. Het advies ber 1986 tot december 1987) en dat is hem wordt niet altijd overgenomen. 'Dat hangt er heel goed bevallen. Gedurende drie dagen van af hoe je je werk doet. Je bemt immers per week werkte hij voor het bedrijf en 'twee meer bedrijfsadviseur dan organisatiedagen had je over om te solliciteren'. adviseur', is de opvatting van Koek.
Na het eerste project klaagden de deelnemende bedrijven, waar de cursisten na hun opleiding geplaatst werden, dat de deelnemers nog zo weinig van het bedrijf wisten. Vandaar dat de deelnemers nu twee weken vakantiewerk moeten verrichten. Koek: 'Er gaan maanden overheen voordat ze goed op de hoogte zijn . Als je ze eerst een paar weken vakantiewerk laat doen, zijn de adviezen later veel meer afgestemd op wat er in de praktijk mogelijk is'. Het is dus zeer goed mogelijk dat de academici aan de lopende band gezet worden, maar daar is volgens Koek 'heel positief op gereageerd'. Aansluitend op deze twee weken wordt de cursist opgenomen in een 'innovatieteam' dat speciaal voor dat bedrijf gecreëerd is. Dit team bestaat verder nog uit een lid van de directie, een stagebegeleider, een externe adviseur en eventueel nog andere mensen uit het bedrijf op afroep. Het is de bedoeling dat de werkloze academicus gedurende vijf maanden de mogelijkheden onderzoekt voor innovatie op het gebied van de technologie; na deze periode moeten er concrete aanbevelingen op tafel liggen. Volgens Koek
Een van de 28 mensen die hebben deelgenomen aan het eerste P.I.T.-project is Paul Laarhoven. Yussen 1970 en 1979 heeft hij aan de - toen nog - Katholieke Hogeschool Tilburg rechten gestudeerd en hij is afgestudeerd in de privaatrechterlijke richting. Tijdens z'n studie kwam hij in aanraking met Oosterse filosofie en Oosterse meditatie en tussen 1979 en 1985 heeft hij in Nederiand, Duitsland en Afrika als free lance docent Oosterse meditatietechnieken gewerkt. In oktober 1986 meldde hij zich aan voor het Tilburgse werklozenproject dat toen de innovatie van het produkt en/of de markt betrof. Ondanks het feit dat hij nu nog geen baan heeft, acht hij het meedraaien met dit project 'als werkervaring uitermate positief'. De theoretische opleiding, die toen drie maanden duurde en waarin hij onderwezen werd in vakken zoals strategische beleidsvorming, bedrijfseconomie, marketing, management & organisatie en innovatietechnieken, vond hij niet echt moeilijk. Ook is hij redelijk positief over de docenten: deze waren allen bedrijfsadviseur bij het Advies-
Univers
Leo Koek: 'Bedrijven zullen zelden of nooit op eigen houtje mensen aantrekken, althans niet in het zoektrajeet. Wij zitten heel duidelijk in de voorfase. Pas als de bedrijven een idee hebben dat verder uitgewerkt moet worden, dan pas nemen ze daarvoor mensen in dienst. Dat is heel concreet'. Het voordeel van de werkloze academicus is minstens net zo groot als voor het bedrijf, meent Koek. Van de 28 mensen die met het eerste project meededen, stopten er vijf voortijdig. Ongeveer de helft van de overblijvers heeft nu 'dankzij dit project een betaalde baan. En dat waren mensen die gemiddeld twee en een half jaar werkloos zijn geweest' . Paul Laarveld geeft hier een eigen visie op. Volgens hem vond slechts één socioloog een baan bij het Adviesbureau Van Gestel. Vier anderen vonden ook werk, maar dit hield volgens hem geen verband met het P.I.T. Sinds de werving van de cursisten, eind maart, zijn er 110 sollicitaties binnen gekomen. Uiteindelijk konden er dertig mensen meedoen met het project. Elf vrouwen, negentien mannen, twaalf WO'ers en achttien HBO'ers (waaronder veel leraren) konden geplaatst worden. Deze mensen hebben de meest uiteenlopende achtergronden: HBO Frans, geschiedenis, fysiotherapie, personeelswerk, journalistiek en textiele werkvormen. De academici hadden een studie taaien literatuurwetenschappen, sociologie, psychologie, rechten en in mindere mate economie achter de rug. De gemiddelde leeftijd van de cursisten ligt een eind in de dertig en er zijn nogal wat mensen die ouder zijn dan veertig jaar. Het P.I.T. garandeert wel de stageplaatsen. Er worden twee cursisten per bedrijf geplaatst; Koek verwacht 'dat enkele mensen al tijdens de opleiding een baan zullen vinden en dat er mensen af zullen vallen omdat de omschakeling te groot is'. Het P.I.T. is op zoek naar twaalf bedrijven in de regio. In tegenstelling tot de eerste ronde van het P.I.T. worden nu de grotere bedrijven aangeschreven. Koek: 'Uit de ervaring met het eerste project is gebleken dat er in de bedrijven met twintig tot honderd man personeel weinig ruimte is voor academici. Kleinere bedrijven hebben vaak geen behoefte aan stafmedewerkers, ze hebben er de financiële ruimte niet voor. We gaan ons nu meer richten op bedrijven tot vijfhonderd man personeel. Die hebben wel staffuncties. We hopen dat de meeste deelnemers er kunnen blijven hangen.'
GEEN GARANTIE Het bedrijf is niet verplicht om de cursist na afloop van de stage in dienst te nemen, hoewel projectleider Koek graag zou zien dat deze mensen gedurende een halfjaar een baan wordt aangeboden. 'Het P.I.T. garandeert inderdaad geen vaste baan, maar onderhandelingen hierover zijn in volle gang', aldus Koek. Toch is het volgens Koek niet zo, zoals Laarveld beweert, dat het bedrijf de enige is die voordeel weet te halen uit het project. 'Normaal gesproken doet een bedrijf een dergelijk onderzoek niet. De stagiaire is voor het bedrijf dan ook niet zo maar een goedkope arbeidskracht, wat deze mensen doen ligt buiten het gebruikelijke bedrijvenwerk. Bovendien is de uitkomst ontzettend onzeker. Het kan zijn dat de deelnemers onvoldoende grip krijgen op de materie en dat er een slecht advies uitkomt. Anderzijds kan het zijn dat er voor het bedrijf niks te halen valt, dat het te duur is, dat het niet toepasbaar is of dat het bedrijf het organisatorisch niet aan kan.'
Het Projekt Innovatie Tilburg wordt gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds (dat ook een aantal criteria opstelde voor de werving van de bedrijven) en het gemeentelijk Arbeidsbureau. De theoretische cursus is voor de deelnemers gratis. De bedrijven betalen aan de stagiaires alleen een vergoeding voor de onkosten. Andere vergoedingen zijn er niet: deze worden toch alleen maar in mindering gebracht van de uitkeringen. Dat noemt oud-cursist Paul Laarhoven een minpuntje: 'Onbetaald werk wordt minder gewaardeerd'. Het werklozenproject is alleen bestemd voor academici en HBO'ers die langer dan een jaar werkloos zijn. Koek: 'Die mensen hebben het harder nodig. Hoe langer je werkloos bent, des te harder de spiraal naar beneden gaat. Een half jaar werkloos is nog wel te overbruggen, maar na een jaar wordt het wel erg moeilijk.' Michel Knapen
6 mei 1988
ADVIES
.^^
Nota nieuw concept:
dan een bibliotheek De nieuwe universiteitsbibliotheek (UB) van de KUB is een 'ambitieus project' van 'internationale importantie', wat betekent dat het 'meer dient te zijn dan een bibliotheek alleen'. Behalve een infrastructuur voor informatieve dienstverlening moet het een 'proeftuin'zijn voor toekomstige ontwikkelingen. Bovenop de gelden die het ministerie voor de bouw ter beschikking stelt moeten er enkele miljoenen op tafel komen voorde hypermoderne inrichting^ Bedrijfsleven en internationale organisaties zouden een substantieel deel voor hun rekening moeten nemen. De nieuwe bibliotheek kan leiden tot verschuivingen van taken binnen de KUB. Dit staat in liet rapport 'UB Brabant: een nieuw bibliotheekconcept', een adviesnota van de bibliothecaris van Neijenrode drs. J . Mackenzie Owen op basis van interne notities en gesprekken. 'Het bouwen van een universiteitsbibliotheek in de tweede helft van de jaren tachtig biedt mogelijkheden voor iets heel anders dan de 'klassieke' bibliotheek zoals die in feite al eeuwen bestaat', luidt de aanhef van het rapport. Ontwikkelingen binnen het onderwijs, wetenschap en technologie hebben geleid tot nieuwe eisen en mogelijkheden voor de moderne bibliotheek. Met het concept zoals dat in het rapport staat beschreven kan de KUB hier op inspelen. Twee elementen staan centraal in het concept. Door de aanwezigheid van alle mogelijke vormen van documentaire informatie en door de inzet van geavanceerde technologie zal de bibliotheek een infrastructuur voor informatieve dienstverlening bieden. Daarnaast zal de bibliotheek een 'proeftuin' zijn voor toekomstige ontwikkelingen in de vorm van projecten, in samenwerking met commerciële en non-profitinstellingen. Voorbeelden van zulke projecten zijn intelligente informatietechnologie en optische opslag- en distributiemedia. De opzet van de nieuwe bibliotheek is vooral gericht op de gebruiker. 'Deze keuze houdt onder meer in dat wanneer bibliotheektechnische en gebruikersgerichte functies met elkaar in conflict komen er voor de gebruikersfunctie dient te worden gekozen', aldus het rapport. Het multi-mediale aspect houdt in dat alle mogelijke vormen van documentatie aanwezig zijn, 'in plaats van een oriëntatie uitsluitend op dè 'klassieke' informatievormen zoals boeken, rapporten en tijd-
schriften'. De high-tech formule betekent 'de inzet van technologische oplossingen overal waar dat mogelijk en zinvol is'.
'ir f
L'
ACTIEPLAN FINANCIERING De financiering van het geheel zal gedeeltelijk door het ministerie plaatsvinden maar ook door derden. Het rapport noemt additionele geldstromen voor het wetenschappelijk onderzoek, subsidienten op het gebied van het bibliotheekwezen, het bedrijfsleven (met name uitgevers en computerbedrijven) en internationale organisaties van bijvoorbeeld de Europese Gemeenschap. De inventaris van de bibliotheek zal volgens de KUBbibliothecaris dr. L. Wieërs drie tot vier miljoen kosten, waarvan een 'consistent' ge-
TTOUW
Als de middeJen die men ter beschikking heeft niet onbeperkt zijn, en als men de verhouding tussen variabele en vaste kosten een beetje redelijk kan houden, dan is men in de proktizerende huishoudkunde aJ een aardig stuk op weg (As men de variantie in het variabele deel binnen de perken kan houden. De Minister van Onderwijs blijkt deze graad van kunde nog niet bereikt te hebben; hij rapporteert vooral uitschieters naar boven en geen meevallers te hebben. Hij zit met een relatie/gering bedrag aan variabele kosten en daarin een geweldige variantie die bovendien niet aan hel toeval kan worden toegeschreven. Zo'n soort situatie is uiterst moeilijk te verkopen. Er is hiervoor weinig begrip, want de conclusie ligt al te zeer voor de hand: de minister kan niet vooruitkijken en hij kan geen beleid voeren. Men mag aannemen dat de politici dat aan Deetman duideliik zullen gaan maken en dat daaraan wederom geen consequenties zuilen worden verbonden voor Deetman zei/maar wel voor degenen die van zijn beleid a/hankelijk zijn. Weinig begrip zal hij ook ontmoeten in Groningen. Men rekent er daar immers op dat beursstu-
deelte door externe bronnen betaald zou moeten worden. De 'UB Brabant' zal met zijn nieuw concept de boer op moeten. Het zal zich via 'promotionele activiteiten' bekendheid moeten verwerven bij potentiële geldschieters, aldus het rapport. Het beveelt aan om een 'actieplan financiering' op te stellen. Binnen de KUB zullen verschuivingen plaatsvinden, stelt het rapport. De bibliotheek zal taken van bijvoorbeeld diensten overnemen en andersom zullen van diensten werkzaamheden verlangd worden. 'In beide gevallen zijn er (positieve of negatieve) financiële implicaties voor de betrokken diensten, zowel in de ontwikkelingsfase als daarna', aldus het rapport. Wieers hierover: 'Als wij meer een beroep gaan doen op het Re-
kencentrum is de vraag of het rekencentrum dat aan kan. Dat is een probleem. Onze mening IS datje dat kunt oplossen door het Rekencentrum bijvoorbeeld twee formatieplaatsen erbij te geven.' Om problemen te voorkomen en om inzicht te krijgen in de kosten, adviseert het rapport om zo snel mogelijk inzicht in de gevolgen te verkrijgen. Het rapport zal binnenkort aan de faculteiten voorgelegd worden. Suggesties zullen 'voor zover haalbaar en niet tegenstrijdig' meegenomen worden, aldus Wieers. Wat betreft het ministerie, dat zo'n twintig miljoen heeft toegezegd, kan de KUB uiterlijk in 1990 beginnen te bouwen. 'Maar wij menen dat wij eerder moeten kunnen beginnen', aldus Wieërs. G.R.
Nieuwe leeszaal Theologische Faculteit Binnen enkele maanden beschikt de bibliotheek van de Theologische Faculteit over een gloednieuwe leeszaal. Al vrij snel na de ingebruikname van het voormalige mensacomplex aan de Academielaan in 1980, bleek de ruimte nauwelijks geschikt om rustig te studeren. Steeds is er plaatsgebrek geweest en geluidsoverlast van de balie. Maar vooral heerst er vaak een ongezond klimaat. Het vele glas aan de zuidzijde van het gebouw doet bij het minste of geringste zonnestraaltje de temperatuur binnen al tot tropische waarde stijgen. Niet bepaald bevorderlijk voor het consumeren van godgeleerde lectuur. Maar aan alle ellende komt een eind. Men kwam op het lumineuze idee om de loze ruimte tussen het bovengrondse deel van de bibliotheek en de kelders, waar in totaal zo'n 400.000 banden gereed staan voor gebruik, geschikt te maken als leeszaal. Tussen de steunpilaren worden glazen wanden geplaatst. Een trap naar boven geeft toegang tot catalogi, uitleenbalie en te raadplegen boeken. De verbouwing gaat circa tweeënhalve ton kosten en levert een goed geventileerde, schaduwrijke en stille zaal op van 125 vierkante meter met ruimte voor veertig leesplaatsen. Naar verwachting zullen de werkzaamheden begin juli afgerond zijn. Bibliothecaris dr. A. Geuns is opgetogen over de uitbreiding: 'Een prima oplossing. We hadden misschien wel met de nodige aanpassingen enige verbetering in de bestaande situatie kunnen brengen, maar dan bleef je met de krappe ruimte zitten. Bovendien kunnen we nu boven de boeken beter kwijt.' Een en ander past overigens goed in de promotie-campagne die de bibliotheek van de Theologische Faculteit op stapel
heeft staan. Geuns: 'Er is een film in de maak, waarmee we eventuele gebruikers willen attenderen op de omvang en de inhoud van ons boekenbestand.' De bibliotheek beschikt niet alleen over een grote hoeveelheid theologische literatuur, maar heeft ook een ruim aanbod op het gebied van filosofie, geschiedenis en letteren. (P.v.Z.)
denten het achterwege blijven van studiejinancieën gemakkelijk het hoofd zullen kunnen bieden. Een student die Groningen zou melden dat het met de variabele kosten wat uit de hand is gelopen kan er terecht op rekenen dat hij op zijn eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en inventiviteit zal rr oeten terugvallen. Ook Zoetermeer zelf is gewoonlijk niet van dit soort verhalen gediend; stel, we delen mee dat in September 1988 zo'n 3400 studenten eerste-1 jaars economie-onderwii; behoeven. Zouden ze de toename in personeelsbestand al op voorhand toewijzen, of zouden ze met het 1 vingertje naar de eigen zeggenschap van de Universiteit wijzen, of naar de decentralisatiegedachte achter het beleid van de Minister? En hoeveel begrip mogen wij verwachten van de | Zoetermeerse boys als we ze erop wijzen dat door allerlei wandaden van Hogerhand, beschreven in Nota's met Ludlum titels, schijn visies er illusies van beleid-, er zoveel onderwijsprogramma's parallel lopen in dag- en avondonderwijs, dat het feitelijk aantal cursussen 1 ongeveer tweemaal zo groot is als redelijkerwijs mag worden verwacht? Dat wordt hand in | eigen boezem, daar kun je vergif op innemen. Voorgaande Ministers hadden nog wel eens het idee dat hef in de politiek tenminste je eigen winkel hoorde te beschermen. Pais en Van Kemenade hadden hun eigenaardigheden, maar ze hielden de zaak overeind. Het brevet van onvermogen dat Deetman zichzelf uitdeelt voorspelt niet veel goeds. De Minister meldt, in Trouw, dat hij zal blijven aanmodderen. Onder-1 schat de vernietigende kracht van misplaatste vasthoudenheid niet, vooral niet bij lieden die er ook nog koppig en bezorgd bij zijn. Als dit maar niet een koekje van eigen deeg wordt dat wij zullen moeten slikken. De Minister is somber, zegt hij; 'depro' heet dat, zo legde een van Nederlands bekendste psychiaters hier laatst uit.
Q
TRENDS
Universiteiten ionicen naar postacademische onderwijsmarict Postacademisch onderwijs, postdoctoraal onden/vijs, postinitieel hoger onderwijs, tweede-fase-opleidingen, contractonderwijs: enige spraakverwarring heerste bij de beantwoording van de vraag, 'postdoctoraal onderwijs, taak voor bedrijfsleven of universiteit?' Vrijdag 22 april werd er in Utrecht over gecongresseerd. Universiteit en bedrijfsleven vonden elkaar in het midden: de instellingen zijn primair verantwoordelijk voor postacademisch onderwijs, echter in intensieve samenwerking met bedrijven. De vraag die onbeantwoord bleef: zijn universiteiten wel in staat de postacademische markt te veroveren, die nog vrijwel geheel in handen is van commerciële onden/vijsinstellingen? Postacademisch onderwijs (PAO) is nascholing van hen die het reguliere hoger onderwijs, eerste of tweede fase, doorlopen hebben en enige jaren in de beroepspraktijk hebben gewerkt. Kortdurende cursussen die de deelnemers weer op de hoogte brengen van de meest recente onderzoeksresultaten. En wie kunnen dit beter dan de universitaire instellingen waar het onderzoek
plaatsvindt? Bedrijfsvertegenwoordiger dr. C. Boeren, secretaris van het VNO (Verbond van Nederlandse Ondernemingen): 'Ondernemingen willen mensen met een volwaardige academische vorming, van wie een aantal ook nog een korte ontwerfjers- of onderzoekersopleiding hebben gevolgd. Maar verder is bij het bedrijfsleven weinig animo voor beroepsopleidingen die direct aansluiten op het doctoraal. De cultuur in een bedrijf is dat iemand voor een functie wordt benoemd als hij geschikt wordt gevonden. En dan wordt erbij gezegd: dan moet je dit en dat er nog wel even bij studeren. Aan dat soort korte nascholingscursussen heeft het bedrijfsleven grote behoefte. Universiteiten zullen zich daartoe op de opleidingsmarkt moeten begeven en gezamenlijk met ondernemingen de opleidingsbehoeften vaststellen.'
OBSTAKELS Drs. J . Veldhuis, voorzitter van het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Utrecht, erkent dat de universiteiten deze taak in samenspraak met bedrijven en andere afnemers op zich moeten nemen, maar hij constateert ook een aantal obstakels: 'Het probleem is de veelvormigheid van postacademisch onderwijs. Er zijn cursussen van enkele dagen, maar ook langere van enkele weken of maanden, cursussen die versnip-
perd over een heel jaar plaatsvinden, en cursussen die dooreen paarfaculteiten of zelfs universiteiten gezamenlijk worden verzorgd. Het gaat om zeer toepassingsgericht onderwijs, dat aan vele en snelle veranderingen onderhevig is. Hierop moet onmiddellijk ingespeeld kunnen worden.' Het bedrijfsleven geeft jaarlijks tenminste (de schattingen lopen uiteen) 2,5 miljard gulden uit aan nascholing van zijn personeel. Vrijwel het hele bedrag gaat naar commerciële onderwijsinstellingen. Universiteiten halen hiervan nog geen één procent binnen en willen uiteraard hun aandeel graag vergroot zien. Maar drs. J . Gortworst, secretarisdirecteur van Geoplan, betwijfelt of ze daartoe wel voldoende geëquipeerd zijn: 'Commerciële instellingen kunnen veel flexibeler optreden, omdat zij geen regulerende overheid hebben, niet vastzitten aan traditionele regels en arbeidsvoorwaarden. Bovendien hebben ze altijd marktgericht moeten opereren om te kunnen overleven. Universiteiten hebben echter nooit hoeven opereren als ondernemers; ze hebben niet de goede mentaliteit. Ze zijn gewend aan hun monopoliepositie: wie wil winkelen komt vanzelf bijons.' Geoplan verzorgt postacademisch onderwijs voor geografen en geologen. Het is een van de PAO-organen die door de overheid voor verschillende wetenschapsgebieden in het leven geroepen zijn. Het ministerie van onderwijs en wetenschappen heeft zich al-
tijd op het standpunt gesteld dat nascholing bekostigd moet worden door bedrijven en andere afnemers. Afgezien van een startsubsidie moeten de PAO-organen zichzelf bedruipen. Dit betekent cursussen tegen commerciële prijzen, zo'n 400 gulden per dag. Enkele van hen, onder andere PAOletteren, hebben op de markt van vraag en aanbod het loodje gelegd. Inmiddels heeft minister Deetman laten weten de PAO-organen te willen opheffen. Gortworst ziet dit met gemengde gevoelens tegemoet: 'Omdat de PAO-organen voorde financiering niet meer van de overheid afhankelijk zijn, en dus al op eigen benen staan, kunnen ze gewoon doorgaan. Het voordeel is een grotere handelingsvrijheid, omdat alle knellende subsidieregels en arbeidsvoorwaarden wegvallen. Maar ik vind het vreemd dat de overheid zich zo distantieert van de hele nascholing. Wij willen graag met universiteiten samenwerken. Dertig procent van onze docenten komt van universiteiten. Ik ben bang dat die samenwerking nu in gevaar komt en elke universiteit zijn eigen PAO-winkeltje gaat beginnen.' Tilburg kreeg een eervolle vermelding van ene meneer Roebersen, die opmerkte dat het blijkbaar heel wel mogelijk is marktgericht post-doctoraal onderwijs te verzorgen. 'Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het TIAS in Tilburg'. (JvS/UP)
Filosofen werpen zich op de handel in welzijn en geluk Het was stralend helder weer, die zaterdag. Wie echter de eindeloze reeks trappen had beklommen en was aangeland op de zolder van het pand aan de Amsterdamse Raadhuisstraat, kwam in een heel andere atrhosfeer terecht. Daar werd gestudeerd op de hulpverlenende praktijk van de filosoof. De filosofenpraktijk is een betrekkelijk nieuw fenomeen. De gedachte erachter is dat filosofen iets te bieden hebben wat hulpverleners (psychotherapeuten en predikanten bij voorbeeld) niet in huis hebben: een goed gesprek over levensbeschouwelijke zaken, zonder dat degene die om zo'n gesprek vraagt de normen van de hulpverlener opgedrongen krijgt. De bekendste voorvechter in Nederland van zo'n filosofenpraktijk is Ad Hoogendijk, schrijver van het kort geleden verschenen boekje 'Spreekuur bij de filosoof'. Volgens Hoogendijk is de markt voor praktizerend filosofen groot. Allerlei problemen waarmee mensen kunnen zitten - van huwelijksproblemen tot ethische dilemma's - kunnen een levensbeschouwelijk karakter hebben. Filosofen zijn bij uitstek geschikt om mensen te helpen bij het verhelderen van dit soort problemen. Zij zijn immers geschoold in het doordenken van levensbeschouwelijke vragen. Natuurlijk kunnen mensen ook een predikant raadplegen, maar dan is de kans groot dat zij geconfronteerd worden met diens geloofsovertuiging. Als zij zich bij een psychotherapeut vervoegen, zullen zij zich een therap)eutisch model moeten laten aanleunen. Filosofen zijn daarentegen, pretendeert Hoogendijk, in staat hun eigen vooronderstellingen 'tussen haakjes te zetten' en de bezoekers/cliënten in hun waarde te laten. Univers
Praktizerend filosofen moeten zich nog een plaats verwerven op de markt van welzijn en geluk, tussen alle andere hulpverleners in. Zij zullen zich dus moeten onderscheiden van wat er op de markt te koop is. Een van de belangrijkste problemen voor de filosofische praktijk is dan ook wat het 'demarcatieprobleem' genoemd wordt. Tijdens de studiedag van afgelopen zaterdag, georganiseerd door de Amsterdamse Werkgroep Filosofische Praktijk, stond het verschil met de psychotherapie centraal. Dat bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Het meest fundamentele verschil tussen filosofische praktijk en psychotherapie is dat de laatste met een genezingsschema werkt, zo betoogt bij voorbeeld de Duitse filosoof G.B. Aachenbach, de geestelijke vader van de filosofische praktijk. Bezoekers van een psychotherapeut worden opgevat als patiënten. Afwijkend gedrag ziet hij als een stoornis die verholpen moet worden. De filosofische praktijk doet dat niet. Die ziet af van elk concept van genezing. Dat wil onder meer zeggen dat zij afwijkend gedrag niet beoordeelt vanuit en herleidt tot een vaststaand waardenpatroon. De Nijmeegse filosoof Johan Luttenberg betoogde dat de filosofische praktijk deze pretentie niet waar maakt. Dat is niet meer dan logisch, volgens Luttenberg, want wie elk gesprek volledig zonder vooronderstellingen wil beginnen, staat in zo'n gesprek met lege handen en heeft dus ook geen recht meer
te spreken van filosofische vaardigheden. Wat in het ene gesprek vaardigheden zijn, kan in een ander gesprek wel eens niet meer dan een domme gewoonte blijken te zijn. Luttenbergs betoog kreeg een prikkelend slot. Als een filosoof een gesprek zonder vooronderstellingen begint, is de uitkomst ervan principieel onvoorspelbaar. Het kan best zijn dat het resultaat tegengesteld is aan wat de klant hoopte. Daarom is het onjuist een honorarium voor filosofische diensten te vragen, vindt Luttenberg. De filosoof kan immers de pretentie dat hij of zij een dienst zal leveren (of heeft geleverd), niet waar maken.
Het zal duidelijk zijn dat ook deze consequentie niet door alle dertig aanwezige filosofen, al dan niet praktizerend, werd geslikt. De discussie die volgde was dan ook levendig. Ad Hoogendijk zei desgevraagd Luttenbergs redenering 'totaal niet te snappen', hoewel hij het betoog 'qua logisch denken subliem' noemde. 'Maar op die manier zou ik binnen een maand blut zijn,' zei hij, en toen iemand hem toeriep: 'Wat dan nog?', antwoordde hij: 'Daar kies ik niet voor.' Fundamenteler was de discussie over de vraag wat de praktizerend filosoof dan wél nastreeft, als het geen genezing is. 'Zelfverwerkelijking', 'de menselijke utopie' werd er gezegd, maar dat werd afgedaan als niet meer dan synoniemen voor 'genezing'. 'Verheldering', 'bemiddeling' zeiden anderen, maar men moest erkennen dat dit soort woorden, net als het woord genezing, een bepaald waardenpatroon veronderstelde, en de praktizerend filosoof gaat er nu juist prat op dat niet te hebben. Het meest radicale antwoord was dat de praktizerend filosoof helemaal niets moet nastreven. 'Je kunt niet echt luisteren als je er een doelstelling op na houdt.' Wat de filosofische praktijk nu precies te bieden heeft, bleef dus vooralsnog in nevelen gehuld. 'Elk gesprek kan de mist ingaan, dat moet je je goed realiseren,' wierp een filosoof op. 'De uitdrukking 'de mist ingaan' veronderstelt al een concept van genezing,' kaatste een ander terug. 'Wie spreekt over mist, veronderstelt dat er een weliswaar onzichtbaar, maar uitgestippeld pad bestaat.' En een derde plaatste de kanttekening: 'Mist maakt het leven spannend. Als je mist wilt vermijden, ben je hardstikke ongezond bezig.' Buiten was het, zoals gezegd, stralend helder weer. (Hanne Obbink/Ad Valvas/UP) 6 mei 1988
SYMPOSIUM
ifi^^^W^
Soms is adverteren schieten met een icanbn op een mug Zitje cv al in een file voor het geval een v\/erkgever iemand als jij zoekt? Word je weleens benaderd door een gastdocent die met jou over je carrière veilde praten? Dan^hebje te maken met de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de arbeidsmarktcommunicatie. Ben je van plan om gewoon op advertenties te reageren, dan doe je er goed aan iets meer te weten te komen over de ontwikkelingen in die communicatie op de arbeidsmarkt. Voor iedereen die daar in geïnteresseerd is vindt op 19 mei vindt op de universiteit het symposium 'Jobmarketing, ontwikkelingen in de arbeidsmarktcommunicatie' plaats. Het symposium wordt georganiseerd door twee verenigingen van psychologiestudenten: STEPS (samenwerking Tilburgse economische psychologie studenten) en TAOP (Tilburgse Arbeids- en Organisatiepsychologen). Univers sprak met de organisatoren Jan Kwint, Henk Verhoeven, Hans de Waard en Casper Welling over het onderwerp van het symposium. Jobmarketing is volgens de heer Bremer, een van de sprekers op het symposium, 'de positionering van een werkgever als merkartikel'. Als bepaalde specialisten, bijvoorbeeld ingenieurs of informatici, schaars worden zijn bedrijven gedwongen met elkaar te concurreren om die mensen. Maar ook op markten waar het aanbod van sollicitanten
groter is proberen organisaties allemaal de beste krachten in huis te halen. In die strijd om de sollicitant moeten ze de vacature zien te 'marketen', te verkopen, en daarbij worden niet alleen salaris en carrièreperspectieven maar ook de identiteit van het bedrijf ingezet als marketinginstrumenten. In de folder voor het symposium wordt dit als volgt verwoord: 'De arbeidsmarkt is in beweging; de strijd om de sollicitant wordt harder, de wapens gevarieerder' In de communicatie met de arbeidsmarkt blijkt het beeld dat sollicitanten van een bedrijf hebben een steeds belangrijker rol te spelen. Bedrijven doen natuurlijk hun best om dat beeld, de 'corporate image', zo gunstig mogelijk voor te stellen in hun communicatie met het publiek. Het is echter onverstandig om het publiek een beeld te geven dat niet overeenkomt met de werkelijke identiteit van het bedrijf. De Waard legt uit
waarom: 'De identiteit is de sfeer, de manier waarop mensen binnen de organisatie met elkaar omgaan. Je gebruikt in je communicatie vooral een positief beeld van de organisatie, maar als dat in strijd is met de werkelijke identiteit, krijg je gedonder als de nieuwe werknemers merken dat de sfeer binnen de organisatie niet is zoals ze zich die hadden voorgesteld.' Die sfeer en de manier waarop de organisatie in elkaar zit blijkt ook hoe langer hoe meer een argument te zijn om van baan te veranderen, met name in de hogere functies. Naar mate het salaris hoger wordt is geld namelijk steeds minder een argument om een andere baan te nemen.' Leuk voor later, maar waarom zouden studenten daar nu in geïnteresseerd zijn? Volgens de organisatoren is het symposium niet alleen interessant voor mensen die werkzaam (willen) zijn op het gebied van personeel en organisatie, maar voor iedereen die binnenkort op de arbeidsmarkt komt. 'Wat weten wij als student? Je studeert af, doet wat open sollicitaties en reageert op advertenties. Het kan nuttig zijn om ook als student te weten op welke manier een organisatie naar buiten toe communiceert,' aldus Kwint. Een van de ontwikkelingen in de communicatie is dat de advertentie niet meer het enige
middel is om personeel te werven. Tegen woordig doet men aan 'campus recruiting', waarbij o.a. op bedrijvendagen, op de universiteit zelf mensen geworven worden. Ook duiken de termen 'file search' en 'direct search' op als over moderne personeelswerving gesproken wordt. Er zijn bureaus die daarin gespecialiseerd zijn. Kwint vertelt hoe 'file search' dan werkt: 'Dan komt er een bedrijf naar zo'n bureau toe en zegt 'ik wil een econoom met die en die kwaliteiten'. Nou dan scannen ze dat bestand en halen er tien uit die ze dan laten komen.' En wat is 'direct search'? De Waard: 'Als zo'n organisatie iemand wil dan denkt het bureau: Jantje voldoet aan dat beeld, laten wij hem eens bellen.' Er worden dus andere wervingsmethoden naast de personeelsadvertentie gebruikt want 'als je een vacature hebt waar maar een paar specialisten voor zijn dan is het plaatsen van een advertentie zoiets als schieten met een kanon op een mug,' aldus De Waard. Er zijn echter ook bedrijven die advertenties plaatsen om de communicatie met de arbeidsmarkt te onderhouden, ook als ze géén mensen nodig hebben. Dat gebeurt dan in destijlvan:'... ons bedrijf heeft altijd plaats voor ambitieuze economen.' De organisatie van 'Jobmarketing' heeft gestreefd naar een evenwichtige opbouw van het symposium waarbij zowel wetenschappers als mensen uit de praktijk hun licht laten schijnen over de oude vertrouwde advertenties en andere vormen van werving. Niet alleen de corporate identity komt daarbij aan bod, maar ook wordt er aandacht besteed aan de effectiviteit en juridische aspecten van personeelswerving. En natuurlijk wordt de term 'jobmarketing' verder uitgewerkt. (AT)
Entree studenten, f 75,- inclusief bundel en lunch, f5,- exclusief lunch Informatie: kamer 072, tel 662993.
Twintig jaren geleden vonden de studentenrellen plaats in Parijs en dat zullen we weten ook. De nostalgie van het studentenoproer uit de jaren zestig leeft weer op. Paul Damen van FOLIA interviewt, hoe kan het ook anders, Ton Regtien. De Nederlandse studentenleider van weleer heeft een boek over zijn belevenissen in de jaren zestig geschreven. Aangezien zijn baan op de Groningse universiteit als psycholoog wegbezuinigd is, heeft hij alle tijd om te reizen en te schrijven. In zijn boek schrijft Regtien dat de activisten van de jaren zestig allemaal op comfortabele maatschappelijke funaies terecht zijn gekomen. Hoe zit dat met hem zelf?' Ik zou geen nee zeggen tegen een professoraat, maar ambiëren doe ik het niet. Alleen al wat je er voor over moet hebben om het te worden. Ik vond het in mijn Groninger tijd toch vaak Univers
een onsmakelijk gedoe, die vechtpartijen om benoemingen, de loopgravenoorlogen in sommige instituten. En de sociale wetenschappen zijn sindsdien knap in diskrediet geraakt. De hele vakgroep arbeids- en organisatiepsychologie, waar ik bij werkte, bestaat niet meer en de afdeling bedrijfskunde kwam in de lift. De muziek was er een beetje uit vanwege de bezuinigingen.' Regtien wordt wel eens beschouwd als de Opa van de studentenbeweging:' Opa, dat is natuurlijk onzin, maar het valt niet te ontkennen dat de jaren zestig op mijn leven een behoorlijke invloed hebben gehad. (...) Ik denk dat ik in de jaren zeventig als wetenschappelijke medewerker ook een aantal dingen heb gedaan die de moeite waard zijn, maar daar hebben ze het nooit over. Misschien moet ik zelf ook de andere kanten in mijn leven maar eens gaan benadrukken. Ik heb geen spijt van die jaren zestig. Voor een belangrijk deel heb ik goede herinneringen aan dat leven in de vierde versnelling, maar ik vind leven nu net zo boeiend en spannend als destijds.' Deze week komt in Folia ook Lucas Reijnders aan het woord. Hij is hoogleraar op de Universiteit van Amsterdam geworden bi) de interfacultaire vakgroep Milieukunde. Reijnders kan wel beschouwd worden als het milieugeweten van Nederland. Bij Reijnders - geen kd van een politieke partij - blijken de WD-milieuministers een potje te kunnen breken:' Van de mi-
lieuministers die we de afgelopen jaren hebben gehad is Ginjaar de beste, gevolgd door Nijpels, derde Winsemius (alle drie VVD), dan Lambers-Hacquebard (D66) en tenslotte Irene' Vorrink (PvdA). Minister zijn heeft niet zoveel te maken met het hebben van goede ideeën of het in een goede partij zitten, maar is veel meer een kwestie van handwerk, een vaardigheid om iets te bereiken die een heleboel mensen niet hebben - ik ook niet. De W D heeft relatief goede mensen op die positie gezet. Grappig is trouwens dat ze allemaal overleven bij de gratie van de oppositie.' Op de Utrechtse universiteit promoveerde vorige week de sociaal-geograaf drs. P.J. Boelhouwer die verbonden is aan het onderzoeksinstituut voor Technische Bestuurskunde in Delft. In zijn proefschrift analyseert Boelhouwer de overdracht van woningen aan huurders in de afgelopen vijfentwintig jaar in drie Brabantse gemeenten: Geldrop, Oisterwijk en Waalwijk. Tijdens het recente Paasdebat in de Tweede Kamer hield met name de W D een pleidooi om woningwetwoningen te verkopen aan de huidige huurders. In het Utrechtse UBLADverklaart de promovendus dit plan maatschappelijk onwenselijk en bovendien ineffeaief :'Als de W D denkt dat met de verkoop van woningwetwomngen aan huurders geld kan worden verdiend, dan heeft zij het mis. Het eerste jaar levert die verkoop misschien wat op, maar
de jaren daarna gaat het de staat alleen maar geld kosten. De W D schat definanciëleconsequenties veel te optimistisch in. Men gaat bijvoorbeeld uit van een gemiddelde verkoopwaarde van 75.000 gulden, terwijl uit mijn onderzoek blijkt, dat in de afgelopen jaren maar een paar procent van de verkochte woningen meer heeft opgebracht dan 70.000 gulden.' De W D rekent zich rijk en dat is dus nu wetenschappelijk vastgesteld. Brabant schijnt een willig onderzoeksopject te zijn. Naast Boelhouwer maakte de Leidse polticoloog Huberts gebruik van Brabant als plaats van onderzoek. Huberts promoveerde vorige week op zijn onderzoek naar 'De politieke invloed van protest en pressie. Besluitvormingsprocessen over rijkswegen'. Het werk is gebaseerd op een reconstructie van 15 besluitvormingsprocessen over in de provincie Brabant geplande rijkswegen. De reconstructie moest antwoord geven op de vragen wie er in actie komen, wie er invloed hebben op het beleid, wie er profiteren van het beleid en waaraan het succes of falen van invloedspogingen moet worden toegeschreven. 'Er wordt vaak bij de verkeerde poort gedemonstreerd', aldus Huberts in MARE. 'In plaats van naar het Binnenhof zouden de acties een paar honderd meter verderop plaats moeten vinden. Voor de deur van Rijkswaterstaat'. Dat wisten we al. (HB) 6 mei 1988
ONDERZOEK
Op zoek naar armoede en deprivatie Dit zijn de belangrijkste, eerste resultaten van een onderzoek naar armoede in Nederland, dat prof. dr. J . Berghman, hoogleraar sociale zekerheidswetenschap aan de Katholieke Universiteit Brabant en de Leidse socioloog prof. mr. dr. C. Schuyt in opdracht van de Nationale raad voor maatschappelijk welzijn verrichten. Medio vorig jaar kregen zij van de raad de opdracht de armoede in Nederland te onderzoeken. Begin april werden de eerste onderzoeksresultaten op een congres in Noordwijkerhout bekend gemaakt. Het is een meerjarig onderzoeksprogramma, waarin om de twee jaar over de ontwikkeling van problematische armoede wordt gerapporteerd en waarin analyses worden gemaakt van aparte groepen armen en de cumulatieve gevolgen van beleidsmaatregelen. Berghman neemt de kwantitatieve aspecten voor zijn rekening, Schuyt verricht kwalitatief onderzoek naar aspecten van armoede.
\/an alle Nederlandse huishoudens leeft bijna elf procent in armoede, onder de bijstandsgrens. Huishoudens waar een vrouw aan het hoofd staat zijn veel vaker arm te noemen dan huishoudens met een man als gezinshoofd: negentien procent tegen negen procent. Dat laatste gegeven is een bevestiging van een ontwikkeling in alle Westerse landen; feminisering van de armoede noemende onderzoekers dat verschijnsel.
De onderzoekers spreken er hun verbazing over uit dat bijna elf procent van de huishoudens mindet te besteden heeft dan waarop zij wettelijk gezien recht hebben. Die huishoudens blijken volgens de cijfers diep onder die wettelijk grens te zitten, ze komen gemiddeld twintig procent tekort. De onderzoekers kunnen dat wel gedeeltelijk verklaren, maar niet helemaal. In het onderzoek komen studenten voor, die immers geen recht hebben op een uitkering op bijstandsniveau. Daarnaast worden mensen voor straf gekort op hun uitkering of wordt met een gedeelte van de bijstand hun schuld gesaneerd. Volgens voorzichtige schattingen van Berghman blijft er zo'n vijf a zes procent over, die om vooralsnog vage redenen onder het bijstandsniveau zit. 'Een belangrijke oorzaak zou kunnen liggen in de omstandigheid dat ook al heeft men recht op de wettelijk vastgestelde bedragen men geen gebruik maakt van de rechten, om reden van sociaal stigma, om reden van onbekendheid of omdat men niet weet hoe men moet omgaan met de bureaucratische regels. De grote vraag is dan: hoe zicht te krijgen is op het verschijnsel van niet-gebruik van sociale zekerheidsrechten', zo schrijven de onderzoekers. Het definiëren en vervolgens meten van armoede blijkt geen eenvoudig werk te zijn. Wat is armoede nu eigenlijk? De jongste editie van Van Dale blijft er wellicht noodgedwongen vaag en algemeen over: 'De toestand waarin iemand verkeert die arm is, die bijna niets heeft om van te leven.' Met deze omschrijving kunnen onderzoekers nauwelijks uit de voeten. Uit het rapport dat werd gepresenteerd op het congres in Noordwijkerhout blijkt dat de courante definities van armoede nogal wat nadelen kennen. Dat bracht Berghman ertoe een nieuw begrip te introduceren: de sociale barometer. In dat meetinstrument zijn een drietal definities van armoede verenigd waardoor de nadelen van iedere definitie afzonderlijk enigszins wegvallen. De sociale barometer geeft een beeld van armoede, bestaansonzekerheid en relatieve deprivatie. De onderzoeksgegevens werden verkregen via het zogenaamde sociaal economisch panelonderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek dat sinds april 1984 bijna 3500 huishoudens in Nederland ondervraagt over hun inkomenspositie. Het eerste bestanddeel van de sociale barometer is het meten van armoede op grond van de politieke of beleidsmatige grens. Binnen de onderzoeksUnivers
La Poubelle, goedkoop adres voor tweedehands spullen. Een uitkomst voor menige moderne armoedzaaier. groep wordt bekeken hoeveel huishoudens er zich qua inkomen beneden de door de politiek vastgestelde bijstandsgrens bevinden. Dat levert het in het begin al genoemde percentage van 10,9 op. Een groot nadeel van die beleidsmatige grens is dat naarmate die lager wordt vastgesteld het aantal armen ook zal dalen. 'De omvang van de armoede wordt daarmee direkt afhankelijk van politieke besluitvorming en het moge duidelijk zijn dat electorale redenen een rol kunnen spelen bij de bepaling van de grens', zo merken de onderzoekers over dit meetinstrument op.
Het tweede element van de barometer meet bestaansonzekerheid op grond van de Subjective Poverty Line (SPL). Voor deze meting gaan de onderzoekers niet te rade bij de politici of beleidsmakers maar bij de onderzochte huishoudens zelf. Hen werd de vraag gesteld bij welk inkomensniveau zij de eindjes nog aan elkaar konden knopen. Terwijl alleenstaande volwassenen bijna elfhonderd gulden bijstand per maand ontvangen, vinden zij zelf dat ze met f 1405, — per maand de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Voor een alleenstaande volwassene met twee of meer kinderen waren die bedragen respec-
tievelijk / 1770, - en f 1739, - . Op grond van die subjectieve grens blijkt 17 procent van de onderzochte huishoudens in bestaansonzekerheid te verkeren. Het derde en laatste bestanddeel van de sociale barometer wordt gevormd door de relatieve deprivatie-index. Met het toevoegen van dit instrument willen de onderzoekers verhinderen dat er een beeld van armoede en bestaansonzekerheid ontstaat dat louter op materiële, inkomensbestanddelen berust. Die index heeft te maken met uitgaven die van belang zijn voor de immateriële behoeftebevrediging, zoals onderwijs, sociale contacten en gezondheid. 'Gedepriveerd zijn betekent in onze opvatting een tekort aan mogelijkheden om te kunnen participeren aan de middelen en mogelijkheden die in de maatschappij aanwezig zijn', zo schrijven de onderzoekers. De index heeft bij de eerste presentatie van de sociale barometer nog geen rol van betekenis gespeeld. Het onderzoek van het CBS bevatte te weinig gegevens om de deprivatie-index uit te werken. Berghman en de zijnen willen de komende jaren diepgaand onderzoek verrichten naar aspecten van relatieve deprivatie. Pas dan wordt de index volwaardig in de barometer opgenomen. De eerste reactie van Berghman op de onderzoeksuitkomsten was er een van verbazing. 'Als je nagaat wat door de wetgever als bestaansminimum is aangemerkt dan is het verwonderiijk dat 10,9 procent van de huishoudens daaronder zit. Wij denken dat we te maken hebben met nogal wat nietgebruik van uitkeringen en dat heeft, naar wij veronderstellen, te maken met de wijze van uitvoering van een aantal regelingen in combinatie met de huishoudens voor wie die regelingen bestemd zijn. Nogal wat sociale zekerheidsregelingen worden uitgevoerd op een wijze die bureaucratisch is. De onderste inkomensgroepen in de bevolking zijn vaak huishoudens met een gemiddeld lagere opleiding. Dat brengt met zich mee dat die huishoudens het vaak moeilijk vinden hun weg binnen de uitvoeringsinstanties te vinden. De factoren die bestaansonzekerheid vergroten zijn ook de factoren die gelijk opgaan met de bureaucratische incompetentie van mensen. De uitvoering van sociale zekerheidswetten staat haaks op de leefwereld van dergelijke huishoudens', aldus Berghman. Daarnaast zijn er volgens hem wellicht nog andere factoren die het niet-gebruik in de hand werken. 'Maar daar is nog weinig zicht op, dat vereist nadere studie. Te denken valt aan de stigmatiserende werking van uitkeringen, dat mensen er uit schaamte, onder sociale druk niet toe komen de noodzakelijke uitkeringen aan te vragen.' De constatering van een belangrijk percentage nietgebruik van uitkeringen bracht Berghman er toe het volgende in zijn onderzoeksverslag op te merken:'Voor uitvoerders van sociale zekerheid mag de strijd tegen niet-gebruik van sociale zekerheidsuitkeringen best zo belangrijk zijn als de strijd tegen misbruik en oneigenlijk gebruik. En de wetgever doet er in dit verband goed aan weinig, stabiele en eenvoudige wetten te maken. Uit buitenlands onderzoek weten we immers dat fijnmazige wetgeving en inschakeling van inkomens- en middelentoetsen veeleer nietgebruik bevorderen dan misbruik tegengaan.' vervolg op pagina 8.
6 mei 1988
ONDERZOEK
De harde kern van de armoede vervolg van pag. 7 Het doen van dergelijke beleidsaanbevelingen rekent Berghman uitdrukkelijk tot zijn plicht als wetenschappelijk onderzoeker. 'Het is een beetje verstoppertje spelen wanneer je alleen maar zou zeggen: het nietgebruik wordt gesteld op zoveel procent. We hebben de resultaten en dan hebben we ook de plicht om de relevantie daarvan te vertalen naar de besluitvormers, de uitvoeringsorganen'en de belangenorganisaties. En wat ook meespeelt is dat wij hier vanuit de studierichting sociale zekerheidswetenschap de discussie rond het sociale zekerheidsstelsel willen ondersteunen met onderzoek. Dat impliceert dat je je gegevens zodanig presenteert dat die discussie ook daadwerkelijk plaats kan vinden. Er wordt nogal wat werk gemaakt van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik. Daar zetten wij dan op grond van ons eerste onderzoek tegenover dat er niet alleen misbruik is, maar ook een flinke mate van nietgebruik. We zijn nog niet zo ver dat we precies kunnen zeggen waar dat aan ligt, dat vereist nog nadere studie.'
CONTROVERSE Het rapport dat de natksnale raad voor maatschappelijk weizijn heeft uitgebracht naar aanleiding van de eerste onderzoeksresultaten heet 'Op zoek naar armoede en bestaansonzekerheid langs twee sporen'. Die twee sporen staan ongetwijfeld voor het kwantitavieve onderzoek van Berghman aan de ene kant en het kwalitatieve onderzoek van Schuyt aan de andere kant. Het kan echter ook goed van toepassing zijn oo de controverses die gaandeweg het onder-
zoek tussen de twee hoogleraren zijn gerezen. Schuyt wenste hex onderzoeksrapport als geheel niet mede te ondertekenen omdat hij het op sommige punten fundamenteel oneens is met de door Berghman gehanteerde meetmethode van armoede. Het rapport valt dan ook in twee afzonderlijke gedeelten uiteen: het ene op naam van Berghman en de zijnen en het andere op naam van Schuyt en zijn mede-onderzoeker Tan, Berghman over die meningsverschillen: 'Wanneer wij op basis van kwantitatief onderzoek bezig zijn zit bij ons in het achterhoofd: hoe speelt het sociale zekerheidsstelsel in op de evolutie naar armoede. Wij zijn wat minder bezig met de harde kern, de kwalitatieve onderste groep binnen de armoedesituatie. Wij zijn wat meer gespitst op de grijze zone tussen uiterste armoede en bestaansonzekerheid, omdat juist in die zone het sociale zekerheidsstelsel opereert Als je zegt Berghman schrijft het rapport en Schuyt ondertekent het, nee dat kun je niet verwachten. Ons rapport en onze analyses hebben niet de insteek die Schuyt bij voorkeur zou kiezen en dus is het niet venwonderlijk dat hij zegt dat hij daar zijn naam niet onder zet. Schuyt wil voorzichtig zijn met het gebruik van de term armoede voor situaties in wat wij de grijze zone noemen. De vraag werpt zich dan op: hoe rekbaar mag die grijze zone zijn? Naarmate je verder weg k o m t van de harde-kern-armoede vindt hij het heel moeilijk om nog over armoede te spreken.' Schuyt zelf beaamt volmondig datgene wat Berghman over zijn opstelling in het armoede-onderzoek zegt. 'Ik ben inderdaad nogal gereserveerd om het woord armoede te gebruiken. Wij zijn hier in Leiden op zoek naar harde indicatoren voor armoede en dan kom ik-terecht bij sociale uitsluiting, er niet meer bij horen. Niet het hebben van een uitkering alleen bepaalt of men tot de harde kern van armen behoort, lang niet alle mensen met een uitkering hangt sociale uitsluiting boven het hoofd',aldus Schuyt. in het rapport merkt hij over die uitsluiting onder meer het volgende op: 'De vorming van een duidelijke en permanente onderklasse is ook in Nederland aan de gang in de probleemcumulatiegebieden van de grote steden. De aan de gang zijnde marginalisering kan leiden tot permanente uitsluiting in die zin dat de maatschappelijke positie op de andere generatie wordt overgedragen en dat voor fien een terugweg via opwaartse sociale mobiliteit via arbeid of scholing definitief wordt afgesloten Dan zou op den duur in de meest letterlijke zin van het woord armoede weer van toepassing kunnen worden. Zover is het naar onze mening nog niet, maar het sociale beleid van een lange reeks van jaren ten aanzien van deze groepen kan het fundament voor hernieuwde armoede in Nederland leggen.'
BAROMETER
Prof. Schuyt vindt sociale barometer onbetrouwbaar instrument. (Foto: Koppel
Kan Schuyt zich nog wel vinden in de definities die in het rapport voor armoede worden gegeven, met de daaraan gekoppelde meetinstrumenten, de samenstelling van de sociale barometer, heeft hij flink wat moeite. Zo zegt volgens hem de Subjective Poverty Line niets over armoede. 'Die geeft alleen maar een indicatie van het feit of men teveden of ontevreden is met zijn of haar inkomen, mets mee- en mets minder. Dai meetinstrument zegt niets over armoedfc. Uit het onderzoek' Isleek bij voorbeeld dal.
Prof. Berghman: "Wij zijn meer gespitst op de grijze zone'. ook al had men een inkomen dat redelijk boven het beleidsmatig minimum, de bijstandsgrens, lag, men toch zei dat men de eindjes niet aan elkaar kon knopen.' Het beleidsmatig minimum vindt hij een betere methode om armoede te meten. 'Aan de vaststelling van die grens, het bijstandsniveau, ligt tenminste nog een collectief besluit ten grondslag, ten nadeel is weer dat die grens wordt vastgesteld door mensen die zelf nooit in die bijstandsafhankelijke positie terecht zullen komen. De besluitvormers zelf weten meestal niet in welke situatie de personen verkeren waarvoor zij besluiten nemen. De besluiten zijn vaak gebaseerd op statistische makro-gegevens van geaggregeerde devolkingsbestanden, of op inkomensplaatjes. Dergelijke makro-gegevens kunnen het zicht op de mikro-situaties, waarop die betrekking hebben, soms volledig vertroebelen. Het gezicht van de uitkeringsgerechtigde verdwijnt uit het beeld en daarmee verdwijnt vaak het inzicht in de maatschappelijke werkelijkheid van die uitkeringsgerechtigden', aldus Schuyr. Berghman deelt de kritiek van Schuyi op het gebruik van dÜ Subjective Poverty Line niet. 'Uiteindelijk is die SPL-norm berekend op basis van antwoorden van mensen zelf en sociologisch gezien vormt dat wel een indicatie voor bestaansonzekerheid, maar het is niet een ultieme indicatie. Op het eerste gezicht zou je kunnen zeggen dat die norm puur subjectief tot stand komt. Maar door de antwoorden van de huishoudens bij elkaar op te tellen en weer te delen trachten wij een soort consensus uit te rekenen, namelijk dèt bedrag dat men als noodzakelijk minimum inkomen ziet. De SPL is daarmee een intersubjektieve norm geworden op basis van sociologische consensus', aldus Berghman. Ook op de steekproef- 3500 huishoudens uit het panelonderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek- dat als basis diende voor het kwantitatief onderzoek, heeft Schuyt het nodige aan te merken. 'De steekproef is keurig representatief, daar valt niets op aan te merken. De resultaten doen uitspraken over de gemiddelde be^'olking, terMf. ik iets wil weten over ae onderkant van de samenleving, ik wil die in kasrt bi engen. Dan ga ik natuurlijk niet bij de middengroeperi iaat
staan bij de bovenklasse te rade. Bovendien is bekend dat in dit soort steekproeven voor ons belangrijke groepen als etnische minderheden en langdurig werklozen ondervertegenwoordigd zijn.'
WERKLOOSHEID Berghman is het met Schuyt eens datje aandacht moet hebben voor de harde kern van armoede. 'Maar niet alleen daarvoor, je moet op termijn ook die grijze zone tussen harde kern en bestaansonzekerheid tot een oolossing zien te brengen om een afglijden vanuit die zone naar de harde kern te voorkomen.' Een van de factoren die dat afglijden kan bevorderen is het voortdurend verstoken blijven van betaald werk. Berghman:'lk ben me er zeer goed van bewust dat je niet op korte termijn een perfekt werkgelegenheidsbeleid kunt voeren. Het feit dat je dat niet op korte termijn kunt doen moet je niet vrijstellen van pogingen om daar alvast werk van te maken. Doe je dat niet dan krijg je na verloop van tijd toch de rekening gepresenteerd. Cociaal, economisch en technologisch gezien zitten we in een overgangsperiode, daar vloeit nogal wat werkloosheid uit voort. Je kunt bezwaarlijk vijftien tot twintig procent van de beroepsbevolking tot werkloosheid veroordelen. Maar wat doet men in die overgangsfase? De lasten daarvan worden grotendeels gedragen door de werklozen en daarnaast heeft men een sociaal zekerheidstelsel ontwikkeld dat er voor zorgt dat die werklozen niet helemaal op zwart zaad komen te zitten. Dat stelsel wordt geweldig overvraagd, dat brengt het budget in moeilijkheden. Niet het sociale zekerheidsstelsel op zich is het grote punt, maar het feit dat dat zoveel moet herverdelen', aldus Berghman. De controverse tussen de twee hoogleraren heeft geen gevolgen voor de voortgang van het onderzoek. Noch Schuyt, noch Berghman zien in de discussies van de afgelopen maanden aanleiding om zich uit het armoedeproject terug te trekken. Deze week vindt overleg plaats over Qe verdere financiering vari onderzoek door de Nationale raad voonnaaischappelijk weizijn. 'I oine AsselberĂśf. r m--
'988
PROMOTIE
Klokken, weegschalen , gasmeters en thermostaten hebben ons leven veranderd.
De instrumentalisering van het wereldbeeld Onder de titel Instrumenten, weten schap en samenleving schreef Joke Mooij de geschie denis van de instrumentenfabricage en handel in de jaren 1840 tot 1940. Afgelopen vrijdag promoveerde ze op deze studie aan de Tilburgse universiteit. Mooij (30) schreef de geschiedenis in op dracht van de brancheorganisatie 'het in strument', de vereniging van fabrikanten van instrumenten voor medische en weten schappelijke toepassingen en van meet en regeltechniek bij industriële processen. Be gin 1985 werd ze benaderd door haar latere promotor prof.dr. Joh. de Vries, hoogleraar economische geschiedenis in Tilburg en ad viseur van bovengenoemde branche organisatie. Twee jaar en drie maanden was ze bij de vereniging in Soest werkzaam om haar proefschrift te schrijven. Het was twee jaar stevig aanpoten. Over de geschiedenis van de instrumentenindustrie was nog nauwelijks geschreven, zodat Mooij praktisch van de grond af moest be ginnen. Bovendien bleken de leveranciers van instrumenten in de onderzochte tijds spanne een uiterst gevarieerd produkten pakket te voeren, waardoor ze gedwongen was in korte tijd van zo ongeveer alle mark ten thuis te raken. Maar het resultaat van haar 'monnikenarbeid' mag er zijn: een vlot geschreven, rijk geïllustreerde en fraai uitge geven geschiedschrijving van honderd jaar instrumenten en hun gebruikers in alle hoe ken van de samenleving. Bij de opening, af gelopen maandag, van de tweejaarlijkse vakbeurs/yef/>7Sfru/77eA7f in de Jaarbeurs te Utrecht kreeg commissaris van de koningin Beelaerts van Blokland het eerste exemplaar van de handelseditie uitgereikt. Tussen de coulissen van de vakbeurs was er in Utrecht gelegenheid de jonge promovenda kort te interviewen.
ONDERBELICHT In de standaardwerken over de Nederland se economische geschiedenis is de rol van instrumentenindustrie nogal onderbelicht gebleven, stelt Mooij vast. (Dit in frappan te tegenstelling tot de speerpuntfunctie die
In de tweede helft van de negentiende eeuw werd Nederland een in dustriële natie. Fabrieken , rokende schoorsten en , watertoren s en elektriciteitscentrales veran derden het landschap. Maar ook binnenskamers in werkplaatsen, in ziekenhuizen, in laboratoria, zelfs in de huiskamer voltrokken zich de nodige veran derin gen . Balansen, microscopen, voltmeters, stethoscopen en andere instrumenten voor medisch, weten schappelijk en industrieel gebruik vonden in brede kring toepassin g. En ook in het dagelijks leven deden instrumenten op grote schaal hun in trede; verbruiksmeters voor gas, water en elektriciteit, sn elheidsmeters, thermostaten zijn nauwelijks meer weg te denken uit ons leven. Analoog aan de industrialisatie kan men spreken van de 'instrumentalisatie' van de samenleving. de branche nog niet zo lang geleden in het rapport van de commissieWagner kreeg toebedeeld.) Zelfs in de befaamde Beschrij ving van handelen n ijverheid uit 1912 van hoofdambtenaar J.C.A. Everwijn drie kloe ke boekdelen groot en een onmisbare bron voor economisch historici komt de instru mentenhandel en nijverheid er relatief be kaaid van af. 'Uit mijn studie blijkt dat er veel meer instru mentmakers zijn geweest dan je voor moge lijk had gehouden,' zegt Mooij. 'Dat is niet zo verwonderlijk: kijk je bijvoorbeeld in een gemeenteverslag, dan vind je kleine am bachtelijke bedrijfjes zonder een stoomma chine als krachtbron vaak niet terug. Ever wijn noemt wel een flink aantal instrument makers (23), die hij vooral in de universi teitssteden situeert. Maar als je gaat kijken naar advertenties in kranten en vakbladen, dan blijken er veel meer firma's geweest te zijn. Aan de hand van adresboeken etcete ra was het mogelijk in totaal een vijftigtal be drijven op te sporen.' De resultaten van haar speunwerk legde Mooij vast in een veertigtal bedrijfsmonogra fieën, die samen het hart van haar studie vormen. Tot ver in de negentiende eeuw bleef de fabricage van instrumenten in Ne derland een ambachtelijke aangelegenheid. Dit in tegenstelling tot de situatie in Duits land waar de branche veel eerder overging tot specialisatie, schaalvergroting en massa produktie. Dat betekende overigens niet dat de Nederlandse industrie in die jaren werd weggeconcurreerd door de Duitse. Mooij: 'Duitsland had het voordeel van een veel grotere thuismarkt, daar konden de bedrij ven een veel grotere expertise opbouwen. In ons land bleef het mogelijk instrumenten op maat te leveren. Bovendien: massafabricage en serieproductie liggen niet erg voor de hand als je in een jaar'tijd hoogstens tien in strumenten van een bepaald type kunt afzet ten . Op sommige terreinen was er in Neder land overigens wel behoefte aan een massa produkt: bedrijven die zich toelegden op de fabricage van gasmeters, watermeters en balansen waren een stuk groter.'
SCHILDPADDEN HANDVAT De Nederlandse instrumenten makers had den ook in het buitenland overwegend een goede naam. Regelmatig waren hun pro dukten op de vele nijverheidstentoonstellin gen te zien, waar ze geregeld in de prijzen vielen wegens hun grote oorspronkelijkheid, kwaliteit en afwerking. Vooral de Nederland se bijdrage aan de ontwikkeling van instru menten voor natuurwetenschappelijk en
medisch gebruik mocht er zijn. Zo legde W. Einthoven in 1902 met de constructie van de snaargalvanometer de grondslag voor de la tere elektrocardiografie. Voor een andere doorbraak op instrumentengebied zorgde de Groningse fysicus F. Zernike met de ont wikkeling in 1932 van de fasecon trast microscoop, een uitvinding waarvoor hij in 1953 de Nobelprijs voor natuurkunde zou ontvangen. Aardig om te vermelden is ver der de uitvinding van het elektrische af mijn toestel de voorloper van de huidige 'veiling klok' in 1903, ontwikkeld om veilingen snel ler te doen verlopen en om mogelijke me ningsverschillen tussen afslager en koper over de 'gemijnde' prijs te voorkomen. Met de overgang naar massafabricage en serieproduktie rond de eeuwwisseling on derging ook het uiterlijk van de instrumen ten een belangrijke wijziging. De tijd van de fraai uitgevoerde osteotoom met schildpad den handvat een instrument 'tot het doen van uitzagingen uit het gebeente' was de finitief voorbij. 'Deze kunstig bewerkte, vaak uit kostbare materialen vervaardigde voor werpen,' schrijft Mooij, 'maakten plaats voor instrumenten, waarbij de doelmatig heid voorop stond. Ze moesten nauwkeurig en laag in prijs zijn, alsmede een lange le vensduur hebben.'
El
overheid die een keuringsdienst van waren in het leven roept. Maar ook in hel dagelijks leven: als er gas komt, is een gasmeter no dig om het verbruik vast te stellen. Vroeger waren mensen gewend in hun eigen le vensmiddelen te voorzien. Nu koop je je groente bij de groentenman. Die groente moet gewogen worden; dat is nu heel van zelfsprekend, je staat er niet meer bij stil. Een ander voorbeeld: gaandeweg verschijnen overal klokken, in huis en op straat. Tijd is een steeds belangrijkere rol gaan spelen in ons leven: treinen vertrekken op tijd, fabrie ken beginnen op tijd, enzovoort.' In de periode die Mooij beschrijft tracht men steeds meer zaken te abstraheren en te kwantificeren in meetbare eenheden. Dijksterhuis' mechanisering van het wereld beeld kreeg in de loop van de vorige eeuw definitief z'n beslag: tijd, afstand en andere fysische grootheden werden met behulp van mechanische en later ook elektrische instru menten in getallen vastgelegd. De samen leving ging een steeds grotere waarde hech ten aan precisie en cijfermatige en grafische presentatie. Het onderwijs speelde daarop in: vanaf de laatste decennia van de vorige eeuw leerden grote delen van de bevolking met nieuwe abstracties om te gaan en ver trouwen te stellen in de uitkomsten van me tingen. 'Vertrouwen in de door de handel gebruik te meetinstrumenten,' merkt Mooij in haar studie op, 'was bijna net zo waardevol als het vertrouwen in de munt van een land.' Het vertrouwenvan de mensen werd overi gens niet zonder slag of stoot gewonnen. Pas gaandeweg verdwenen de aanvankelij ke twijfels ('geeft de gasmeter nu wel het juiste verbruik aan') en ging men een zeke re autoriteit toekennen aan waarnemingen met behulp van instrumenten. De 'instru mentalisatie' van de samenleving werkte on miskenbaar door in het leven van de mens, in zijn doen en laten. Maar hoe is dat proces nu in zijn werk gegaan? Het wachten blijft voorlopig op de eerste grondige 'mentali teitsgeschiedenis' van het industriële tijd perk. Lennart Kik
Is dat geen verarmin g? Mooij heeft vooral oog voor de praktische kant. 'Dat is mogelijk een verarming, ja. Maar een medisch instrument met schild padden handvat kun je moeilijk steriliseren. Dan krijg je vanuit medische hoek al snel het bezwaar dat zo'n handvat ziektekiemen vasthoudt...'
■<<
MENTALITEITSGESCHIEDENIS Anders dan de titel In strumen ten , weten schap en samen levin g doet vermoeden, komt het maatschappijhistorisch perspec tief in de studie van Mooij niet helemaal uit de verf. Hoe moet de ontwikkeling die zij aanduidt met 'instrumentalisatie' van de sa menleving worden gewaardeerd, hoe heb ben instrumenten ons leven veranderd? Aan een bevredigend antwoord op dit soort vra gen komt Mooij niet toe. Ze geeft weliswaar een eerste aanzet tot de beantwoording; ze wekt de nieuwsgierigheid van de lezer maar niet meer dan dat. Wie tussen de regels doorleest komt het maatschappijhistorisch perspectief wel op het spoor, meent Mooij. 'In de loop van de tijd doen instrumenten op steeds meer ter reinen hun intrede in de samenleving: op wetenschapsgebied, in de industrie, bij de
LAMIEI^ir INSTPJMENTEN (i A S ONDERZOEK
Instrumentencatalogus met producten voor h et gasonderzoek. Joke Mooij verrichtte monnil<en-werk.
RECENSIE
Management van universiteiten Management van universiteiten is gaandeweg een vrij normaal begrip geworden, of dat nu komt door de veranderde tijdgeest of doordat de universitaire managers zich inmiddels als zodanig hebben waargemaakt. Nog maar twintig jaar geleden liep heel academisch Nederland te hoop tegen de plannen van Maris, dezer dagen staan adviezen van de officiële Adviescommissie Hoger Onderwijs (AHO) in de krant waarin de managers meer macht wordt toegewenst ten koste van de universiteitsraden.
Een advies overigens met een pikante voorgeschiedenis: de huidige AHO-voorzitter, drs. C. de Hart, heeft met zo'n constructie - goede? - ervaring opgedaan toen na lange conflicten tussen raad en College in de toenmalige TH Delft, de raad aldaar een tijdje van zijn bevoegdheden was beroofd en de Hart als college-voorzitter de vrije hand kreeg. Toen dr. T.L.C.M. Groot in januari jl. promoveerde koos hij voor zijn proefschrift de titel: 'Management van Universiteiten, een onderzoek naar de mogelijkheden voor doelmatig en doeltreffend universitair bestuur'. Met die wijdse titel dekt hij, dat kan ook niet anders, slechts een gedeeltelijke lading. Zijn aandacht gaat niet zozeer uit naar het profiel of de macht van de universitaire managers, maar hij probeert het universitaire systeem in termen van markt of budget en diverse organisatiemodellen te beschrijven en hij verkent een tweetal regelmechanismen. Het is interessant dat de wetenschap in Nederland de eigen universitaire organisatie de laatste jaren ook als voorwerp van onderzoek is gaan zien. Een serie studies, de oprichting van een onderzoekcentrum aan de TU Twente, de oprichting van een vereniging voor universitair bestuur en management; met dat alles komen we in Nederland op een wetenschappelijk niveau dat .in het buitenland, vooral in Amerika, al heel gewoon was. De verdienste van Groot is dat hij in zijn 300 pagina's dikke boek een oorspronkelijke vraagstelling en een aantal empirische studies ten grondslag legt aan zijn,conclusies. Univers
Dat geeft hoop op een eigen Nederlands geluid in het internationale koor van onderzoekers van 'Institutional Management' van universiteiten. Dat lijkt ook nodig: te lang hebben we de ene na de andere modieuze totaal-conceptie uit de VS geïmporteerd , waarvan telkens ook residuen achterbleven. Zo was het, in de zestiger jaren bij de Amerikaanse defensie-agencies ontwikkelde. Planning - Programming - Budgeting - System (PPBS) een verleidelijk model. Er zou objectief worden geanalyseerd wat universiteiten moesten kosten en de overheid wist dan hoeveel ervoor moest worden betaald. Prof. Overbeek maakte zijn eerste berekeningen, er kwamen curriculum-profielen en soms bittere discussies over de noodzakelijke, de 'juiste', waarde van de parameters zoals groepsgrootte en voorbereidingstijd. De grote toeloop en de noodzakelijke bezuinigingen haalden deze schone beschrijvingsvormen onderuit, al kun je de voorwaardelijke financiering van onderzoek ook als een late, rudimentaire vrucht van PPBS beschouwen. Ook andere, globale beheersingsconcepties zoals 'incremented' planning of de meerjaren-afspraken bleken niet tegen het bezuinigingsgeweld bestand.
HISTORIE Groot beschijft in hoofdstuk 2 eerst de geschiedenis, hij begint zelfs bij de Middeleeuwen. Maar die beschrijving gaat naar mijn smaak te veel uit van de documenten en " officiële voorstelling van zaken. Dat geeft niet, zijn boek gaat immers ergens anders over, de historie van de universitaire plan-
gestemdheid moet echter van verder onderzoek komen. Wel is duidelijk dat de bestuurders op diverse niveaus elkaar beter aanvoelen dan de wetenschappers op de werkvloer, die vooral geïnteresseerd lijken in het budget voor dat jaar en die de stroom aan planning-, strategie- en beleidsstukken aan zich voorbij laten gaan.
VERREKENING ning van de laatste twintig jaar zou een aparte en meer onthullende, ontmaskerende geschiedschrijving verdienen. Na in de inleiding o.a. de economische ordening (markt versus budget) als omgeving van de .universiteit én als intern ordeningsprincipe te hebben omschreven, ontvouwt Groot een op de universitaire praktijk gerichte verkenning van management-theorieën. Waaronder het in de universitaire context ontwikkelde 'vuilnisbak-model'. Dat leidt tot de niet erg vreugdevolle constatering dat de universiteiten van een 'losgekoppeld' systeem de vakgroepen en faculteiten min of meer los van het universitaire bestuur - steeds meer als een ambtelijk-hiërarchische organisatie functioneren, wat Marx (een andere dus) tien jaar geleden al voorspelde. Vervolgens beschrijft Groot verschillende theoretische beheersingssystemen, waarbij afhankelijk van de vraag of outputs en het voortbrengingsproces (in ons geval onderwijs en onderzoek) helder en meetbaar zijn, verschillende controle-mechanismen werken. Behalve bureaucratische en marktmechanismen schildert hij een systeem dat op het eerste gezicht, maar ook bij wat doordenken, beter bij de universitaire hoofdprocessen lijkt te passen: een door gemeenschappelijke normen en waarden gekenmerkte 'clan'-beheersing, die zich onderscheidt door 'doel-congruentie' bij de organisatiegenoten en die niet afhankelijk is van (al dan niet artificieel) kwantitatief en objectief gemaakte outputs en proceskenmerken. Groot concentreert zich dan op twee mechanismen waarvan hij verbetering verwacht. De doelcongruentie heeft hij via vragenlijsten in een achttal verschillende faculteiten onderzocht en gerelateerd aan diverse organisatie-kenmerken. Een verlossend woord over het bevorderen van die gelijk-
Het tweede mechanisme is de coördinatie van ondersteunende diensten door interne verrekening. Sommige van die diensten, zoals drukkerij of rekencentrum, worden in alle universiteiten wel geheel of gedeeltelijk doorberekend. Groningen, Utrecht en Twente hebben de laatste tijd nogal werk gemaakt van verdergaande doorbelasting, waardoor er een soort interne markt ontstaat. Dat gaat niet altijd zonder schokken: AVC en huisdrukkerij zagen hun klandizie dramatisch slinken, terwijl rond de 'Hortus' een pokerspel werd gespeeld wie nu voortaan moest betalen, respectievelijk de Zwarte Piet kreeg voor de opheffingsbeslissing. Aan de andere kant heeft internal pricing naar het schijnt geen invloed op computergebruik, tenzij bij een grote verbruiker die domweg geen budget meer heeft. Ofschoon 'Management van Universiteiten' in de tweede helft dus is toegespitst op twee onderwerpen, is het geheel zo interessant als verkenning en beschrijving van de universitaire besturingsprocessen, dat iedereen die daarmee te maken heeft er zijn voordeel mee kan doen dit boek te lezen. Bij een grotere oplage van dit soort uitgaven kan voortaan wellicht ook aan de afwerking meer zorg worden besteed: niet meer die vermoeiende type-letters, niet meer tot zes of zeven type-fouten per pagina en een literatuurlijst waar verwijzingen als 'De Moor (1983)' of 'Vroom(1980)' ook een dienovereenkomstige vermelding krijgen. Terwijl J. J.J. van Dijk dan zijn 'c' kan behouden. Maar dat is klein grut: Groot schreef een leesbare en lezenswaardige studie. Herman Hopman 'Management van Universiteiten, een onderzoelc naar de mogelijlcheden voor doelmatig en doeltreffend universitair bestuur', door T.L.C.M. Groot, Walters Noordhoff Groningen, 1988.
(advertentie)
ELAS BUSINESS SERVICES staat voor hoogwaardige bedrijfsadviserende dienstverlening aan de ondernemer. Wij zoeken op free-lance basis een commercieel en ondernemend ingesteld JURIST m/v liefst met specialiteit privaat- en fiscaalrecht. Richt uw sollicitatie plus foto en CV binnen 2 weken na het verschijnen van deze advertentie aan: CV. ELAS Nederland B.A. Eindhovense weg 26 5683 KH BEST
6 mei 1988
m
PROMOTIE
KU B-onderzoeker verwijst 'hele rij boeiien naar land der fabelen' Als het aan drs. Martin Wijn ligt, kan de bibliotheek van de KUB gaan inkrimpen. Veel boeken onder het kopje 'faillissementen' kunnen net zo goed met het oude papier mee. Met zijn pas afgerond onderzoek 'uittreden van industriële ondernemingen' denkt de 41-jarige bedrijfseconoom het overbodige van die literatuur te bevjijzen. 'In Nederland werken ze met modellen die falikant de plank mis blijken te slaan', is zijn stellige overtuiging. Afgelopen vrijdag promoveerde Wijn op zijn onderzoek tot doctor aan de KUB.
Voorspellen van faillisementen Begin jaren tachtig moesten in de BV Nederland, zoals Wijn het uitdrukt, nogal wat ondernemingen hun poorten sluiten. Daarmee werd de vraag naar de oorzaken van bedrijfssluitingen weer uiterst actueel. Ook Wijn wilde zich in de discussie niet onbetuigd laten en als rechtgeaard academicus is het dan tijd voor een onderzoek. Door prof. dr. P.A. Verheyen werd hij in 1983 in het VFprogramma 'dynamische ondernemingsmodellen' van de econometristen opgenomen . Vijf jaar later komt Wijn met resultaten die op zijn minst verrassend zijn te noemen. Het onderzoek bakent drie soorten industriële ondernemingen af. Vrijwillige stoppers zijn bedrijven die de poorten sluiten omdat ze het niet meer zien zitten of bedrijven die van de industrie overstappen op een hele andere activiteit, bijvoorbeeld de dienstverlening. Dan zijn er ondernemingen die wel moéten stoppen omdat de rechter ze failliet verklaart. In de derde categorie zitten de bedrijven waar niets mee aan de hand is. Door deze drie groepen op een aantal punten met elkaar te vergelijken lijkt de bedrijfseconoom aardig wat dogma's rond het failliet gaan van ondernemingen uit de wereld te hebben geholpen.
OORZAKEN Volgens Wijn zijn er nogal wat belemmeringen die het beëindigen van een onderneming in de weg staan. Een heel belangrijke factor in Nederland is de leiding van het bedrijf. Als een bedrijf failliet gaat wijst iedereen graag, terecht of onterecht, met de beschuldigende vinger richting management. Volgens Wijn heeft zo'n manager weinig kans op een volgende baan: 'Als je in Nederland failliet gaat, dan kun je het als manager wel schudden. Kijk maar naar Udink. Toen OGEM op de fles ging, kwam die nergens meer aan de bak.' Die dreiging van gezichtsverlies doet de leiding vaak besluiten om toch maar door te gaan. Volgens de bedrijfseconoom ligt dat in een land als Amerika heel anders: 'Als je daar failliet gaat zeggen ze: die jongen had pech, maar heeft wel lef getoond.' Andere barrières worden gevormd door politieke partijen, de regering, vakbonden en banken. Als het om flinke bedrijven gaat is het gedrag van deze groepen in de visie van Wijn niet gespeend van opportunisme. 'Grote ondernemingen zijn meer gepolitiseerd', stelt hij vast, 'iedereen heeft er belang bij om die ondernemingen in leven te houden, desnoods met grote kredieten. Kijk maar naar RSV. (Lachend) De winkelier op de hoek loopt daar minder kans op. Die is politiek niet zo interessant.' In zijn boek doet Wijn ook een speurtocht Univers
naar de oorzaken van bedrijfssluitingen. Een populaire verklaring van faillissementen is het />?\/esfeA/>7gsargument. De redenatie is dat er een verschil in investeringsgedrag bestaat tussen bedrijven waar het slecht mee gaat en bedrijven die het goed doen. Een bedrijf, dat in de neerwaartse spiraal zit, zou ofwel grote investeringen doen onder het motto 'er is toch niets meer te verliezen', ofwel helemaal niet meer investeren omdat de banken de kredietkraan dichtdraaien. Wijn vecht die theorie aan. Zijn onderzoek concludeert nu juist dat er in de industrie geen wezenlijk verschil bestaat in het investeringsgedrag van de drie categorieën ondernemingen. Een soortgelijke conclusie levert Wijn ten aanzien van de rentelasten. Industriële ondernemingen, waar het slecht mee gaat, zouden meer rente moeten betalen dan gezondere collega's. Nietwaar, volgens Wijn (afgezien van de metaalproduktenindustrie). Wijn gaat overigens verder dan het afwijzen van andere theorieën. Hij draagt ook zelf een oplossing aan. Volgens hem zie je of het slecht gaat met een onderneming door naar de cash flowte kijken. De som van winst en
afschrijvingen is zijns inziens van doorslaggevende betekenis voor het al dan niet beëindigen van de industriële activiteiten. Nauw verbonden met het zoeken naar oorzaken is de vraag hoe je een faillissement kunt voorspellen. Van oudsher probeert men dit door te kijken naar een aantal kengetallen van een onderneming. Neem de jaarrekening, haal daartwee posten uit, deel die op elkaar, en je hebt een kengetal. Een aantal van die financiële ratio's bij elkaar moet een indicatie geven of een bedrijf gezond is of niet. De hele academische wereld werkt ermee. Maar ook het bedrijfsleven: wanneer een bank een krediet verstrekt aan een onderneming kijkt ze met name naar die kengetallen. Heel de wereld werkt er dus mee. Nietechterdrs. Wijn vandeKUB. Hij geeft toe: 'Ja, dan ben je natuurlijk heel arrogant bezig als je van achter jp bureautje roept dat de hele wereld zich vergist.' Toch blijft de bedrijfseconoom bij zijn standpunt: de ratiobenadering rammelt aan alle kanten. Om dit te kunnen bewijzen heeft Wijn gebruik mogen maken van de industriestatistieken vanhetCBS.Datopzichisalheel uitzonderlijk want de gegevens in die statistieken worden verstrekt door de ondernemingen zelf, maar wel onder de strikte voorwaarde dat ze niet worden doorgespeeld. Wijn was de eerste 'buitenstaander' die daar een kijkje in mocht werpen en dat nog alleen via het tekenen van een speciale geheimhoudings verklaring. Op deze gegevens heeft de onderzoeker de ratiobenadering losgelaten. Wijn: 'Op een gegeven moment hadden we meer dan honderd ratio's. Daar zijn we maar in gaan schrappen. Er bleven er drieëntwintig over. Die hebben we in de computer gestopt met als resultaat een berg papier van meer dan een meter hoog. Met een aantal collega's ben ik dat gaan analy-
seren en we ontdekten dat je zowel op theoretische als praktische gronden die hele kengetallen benadering kon weggooien.' In zijn onderzoek geeft Wijn ook aan hoe het wel moet. De kengetallen theorie kijkt op het niveau van de bedrijfstak, in dit geval dus de industrie. Volgens de bedrijfseconoom dient men echter een niveau lager te stappen, naar de bedrijfsklasse; dus bijvoorbeeld de textiel-, kleding-'of meubelindustrie. Met behulp van een bepaalde rekentechtniek, de clusteranalyse, heeft hij dit idee gecontroleerd. Er bleek dat de drie onderscheiden categorieën ondernemingen inderdaad een homogene groep vormen op het lagere niveau. Verder is de onderzoeker niet gekomen. De tijd en het geld waren op. En omdat hij naar een andere afdeling binnen de vakgroep bedrijfseconomie verhuist, gaat hij de zaak zelf niet verder uitspitten. Wijn vindt zijn onderzoek 'uiteraard' heel vernieuwend. 'Je kunt nu rustig een hele rij ' boekerf in de bibliotheken naar het land der fabelen verwijzen', vindt de bedrijfseconoom. 'Maar', zo voegt hij eraan toe, 'waar de maatschappij natuurlijk op zit te wachten is: kun je nu echt een faillissement voorspellen. Nou, zover is het nog niet. Mijn werk is een platform waarop verder geborduurd kan worden.' Is het betrouwbaar voorspellen van faillissementen iets voor de nabije toekomst? Wij n: 'Ik denk dat er nog veel moet gebeuren voordat zoiets kan. Bij banken zie ik bijvoorbeeld dat ze nog steeds met die kengetallen werken. En ik heb aan verschillende bankmensen gevraagd: als je naar zo'n kengetal kijkt, wat stelt dat nou voor? Het enige antwoord dat ik in feite kreeg was: ja maar, zo hebben we het altijd al gedaan.'
SOCIAAL Een verdergaand onderzoek moet volgens Wijn ook maatschappelijke factoren nadrukkelijk bij het voorspellen van een faillissement betrekken. Wijn: 'Ik ken ondernemingen die vrijwillig zijn uitgetreden, ook in de buurt van Tilburg. Nee, ik noem geen namen. Maar waarom kon dat? Omdat er een slotenfabriek was in Drunen waar die mensen aan het werk konden. Dus er was eeri alternatief.' Waren die bedrijven dan niét gesloten als dat alternatief er niet was geweest? W\]ri: 'In tijden van neergang probeert iedereen te houden wat hij heeft. Als er geen vervangende werkgelegenheid is, probeert men verliesgevende bedrijven toch met steu n overeind te houden.' En dat is volgens Wijn puur geld weggooien. Hij bekijkt de situatie in Nederland: 'We hebben hier een tijd gehad dat we bedrijven steunden omdat er gedacht werd dat het een conjunctureel probleem was. Maar door die steun konden andere ondernemingen niet meer concurreren. Dat heeft men nu gelukkig in de gaten. Je ziet dan ook dat we op weg zijn naar een meer kapitalistisch systeem.' Door al in een vroeg stadium, te onderkennen dat een onderneming geen toekomst meer heeft, kan in zijn visie veel ellende worden voorkomen. In plaats van een faillissement af te wachten moeten de betrokken partijen gezamenlijk een plan voor het stopzetten van het bedrijf opstellen. Dat dient in Wijns' ideeënwereld dan wel te gebeuren 'met het minste leed voor iedereen'. (JC)
6 mei 1988
Het is omstreeks 1970. De rekenaars op het ministerie van Onderwijs komen tot een onthutsende conclusie. De laatste cijfers over het hoger onderwijs in Nederland wijzen uit dat als de universitaire groei niet tijdig een halt wordt toegeroepen, de wetenschap binnen twintig jaar evenveel zal kosten als we met z'n allen in Nederland bij elkaar verdienen. Met dit besef komt een eind aan het al jaren durende automatisme waarmee geld richting universiteit wordt gepompt onder het motto 'wat goed is voor de universiteiten is goed voor Nederland'. Tot op dat moment leek het erop alsof de academische bomen tot in de hemel groeiden. Met de stijging van de studentenaantallen tengevolge van de na-oorlogse babyboom en de externe democratisering was het universitaire budget evenredig meegegroeid. Uitgangspuntvan het overheidsbeleid was steeds geweest dat iedereen moest kunnen studeren. Vooral ook omdat de behoefte aan academici groot was. Dr.ir. B. Okkerse, directeur-generaal voor het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek: 'Iedereen was bezwangerd met de gedachte dat technische en natuurwetenschappen de werkgelegenheid zouden kunnen bevorderen. Maar er was een enorm tekort. Mensen werden weggekocht door de Verenigde Staten. Toen ik afstudeerde als chemisch ingenieur kon ik kiezen uit verschillende banen . Ik wilde echter voor een tijd naar Amerika en moest toen een verklaring tekenen dat ik terug zou komen.' De universiteiten speelden in op deze ontwikkeling. Ze richtten zich met name op de harde wetenschappen. Onder leiding van de toenmalige directeur-generaal dr. A . J . Piekaar werden alle groei- perspectieven overgenomen. Daarbij werd vooral niet al teveel gerekend. Oud-staatssecretaris Klein, en' thousiast met de armen gebarend en met pretoogjes, illustreert dit met een anekdote over minister van onderwijs mr I. A. Diepenhorst (1965-1967). Klein: 'Boze tongen beweerden dat ambtenaren Diepenhorst hadden geleerd dat debet aan de raamzijde was en credit aan de muurzijde. 'Ga weg met die cijfers', riep hij dan.' Toen de Kamer een dringend noodzakelijke numerus fixus voor Medicijnen wegstemde zei Diepenhorst: dan maken we gewoon een nieuwe faculteit. Waar doen we dat? In Rotterdam, want daar kunnen ze snel werken.' Die faculteit werd in no-time uit de grond gestampt. Maar hij werd ook twee keer duurder dan begroot, 625 miljoen in plaats van 300. Zulke dure heipalen werden de grond in gedreven, dat men beweerde dat als je het Empire State Building op die plek zou neerzetten de grond geen centimeter zou verzakken. Niemand maalde erom: de bekendmaking in het parlement leverde Diepenhorst zelfs een staande ovatie op.
CONTINUÏTEIT Dr.mr. G.J. Leibbrandt was directeur-generaal van 1974 tot 1981. Volgens hem valt er een grote continuïteit te bespeuren in de ideeènontwikkeling van de achtereenvolgende bewindslieden De Brauw, Van Veen, Klein, Trip, Pais, Van Trier, Peijnenburg en Deetman. Leibbrandt: 'Als overheid probeer je sturend op te treden bij een ontwikkeling die al aan de gang is. Als je op een ministerie komt, dan moetje verder met de ideeën die al door 200 ambtenaren zijn ontwikkeld. Je kunt wel stellen dat zonder Klein bepaalde opvattingen geen kans gekregen zouden hebben, als bewindsman was hij bijzonder stimulerend.' Na wat eerste schuchtere pogingen tot besnoeien begin jaren zeventig door de toenmalige minister De Brauw was het dus een
socialist die de teugels flink aantrok: Ger Klein, lid van het later als spilzuchtig afgeschilderde kabinet Den Uyl. Onderzijn bewind werden de groeiprognoses drastisch teruggebracht. De uitgaven voor het hoger onderwijs stegen nog wel in de jaren '74 tot '76, maar minder dan aanvakelijk was begroot. Klein: 'Ik ben in feite de grootste bezuiniger geweest. Ik heb wel eens gehoord van een van mijn ambtenaren dat ik over de hele rit 2 miljard bespaard heb.'
KNIJPEN Op de eerste plaats wilden Klein en zijn topambtenaren komen tot een 'reallocatie van middelen': in de loop van jaren was er een scheefgroei ontstaan tussen de verschillende universiteiten. De KUN was een van de instellingen die minder middelen had ontvangen. Onder Klein mocht de KUN daarom nog een procent groeien. De oud-staatssecretaris kijkt daar nu met enig plezier op terug. 'In Nijmegen keken ze me eerst wel suspect aan. Zo van, daar heb je die atheist die eens eventjes wil gaan beuken. Maar ach, met een paar guldentjes meer waren ze wel rustig.' Klein wilde ook komen tot normalere stafstudent verhoudingen. In Twente was die begin jaren zeventig bijvoorbeeld 1 op 2, bij verschillende economische faculteiten daarentegen 1 op 21. 'Met zo'n staf kwam je natuuriijk niet echt aan research toe', zegt Klein. 'Ik heb toen de beta's geknepen en 6 miljoen op de begroting gezet voor zuivere research voor de alfa's en de gamma's.' Een van de belangrijkste beleidspunten was dat men een methode wilde ontwikkelen om de uitgaven in het WO in de toekomst beter te kunnen beheersen. Men wilde niet dezelfde fout maken als in de zestiger jaren, waarin het beleid zich beperkte tot het aankomende begrotingsjaar. Planning en bestuur van het wetenschappelijk onderwijs werden trefwoorden. Dit resulteerde eind 1976 in het zogenaamde ATOOM-model: iedere instelling maakte een ontwikkelingsplan op basis waarvan meerjarenafspraken met de minister werder gemaakt. Door de verschillende meerjarenafspraken op elkaar af te stemmen wilde Klein sturend gaan optreden. 'Ik wilde tot een volledig model komen van wat er kwantitatief en kwalitatief leefde. Ik wilde aansluiten bij de maatschappelijke behoeften: waar zet je je numerus fixus-grens voor medicijnen, waar die voor juristen? Ik was voorstander van het invoeren van selectiviteit. Waarom zou er een achtste medische faculteit in Maastricht moeten zijn, maar ja, die kon je natuuriijk moeilijk gaan sluiten als je hem net geopend hebt. We gingen vrij intuïtief te werk toen. De onderbouwing was: 'Mijne Heren, in de totale landelijke verdeling komt u wat minder aan de bak.' Twente moet maar wat harder gaan werken voor zijn centen, de VU en de KUN waren heel sober geweest, dus daar ging niks af. Die waren immers van de mensen die op de schoorsteen een potje hadden staan, 'voor onze eigen universiteit'. En zo ging je een beetje langs de instellingen.' Aan de kwalitatieve component kwam Klein niet meer toe. De tijd bleek namelijk nog niet rijp voor selectief beleid, iets wat onder Deetman wel van de grond is gekomen. Klein heeft hier een verklaring voor: 'Het is Deetman wel gelukt en mij niet, omdat de hele maatschappij nu veel harder is geworden. Zoals Ernst Happel zei: kein geloei, voetballen. No-nonsense. Maardeno-nonsense in de goede betekenis van het woord, dus: hou er rekening mee dat het centen van
et bezuinigingspm i^aagse 'In Nijmegen zagen ze me als die atheïst die eens lekkeri gaan beuken.' Dr. Ger Klein, oud-staatsecretarisv Onderwijs in het eerste kabinet Den Uyl, beroemt zich er de grootste bezuiniger uit de na-oorlog onderwijsgeschiedenis te zijn geweest. In zijn huis Oostvoorne, onder de rook van Rotterdam, laat hij vol vi de o n t w i k k e l i n g e n in het midden van de jaren zeven nogmaals de revue passeren. Gniffelend: 'Ik zou het eig( lijk nog eens vier jaar moeten doe Toen Klein aantrad in 1973 w a s het aantal student vanwege de na-oorlogse babyboom in t w i n t i g jaar tijd mi liefst verviervoudigd. M e t Klein, die als eerste een bel o n t w i k k e l d e o m t o t kostenbeheersing te k o m e n , warde proces in gang gezet dat t o t op de dag van vandaag z diepe sporen in het universitaire bestel achterla Jan met de Pet zijn, dat is duidelijk overgenomen door mijn opvolgers. De hele filosofie van wat goed is voor de universiteit, is goed voor Nederland, is veriaten.' Het voeren van een onderzoeksbeleid, een van de doelstellingen van Klein, mislukte volkomen. Dr.ir. B. Okkerse, vroeger samen met Klein werkzaam op het NAT-lab van Philips in Waalre, werd in 1976 aangetrokken als hoofddirecteur onderzoeksbeleid. Volgens zijn analyse is de huidige universitaire problematiek ontstaan omdat men de middelen toen anders ging verdelen. Toen de koek minder werd kregen de universiteiten niet meer automatisch geld, maar op basis van studentenaantallen. Het resultaat was volgens Okkerse dat de instellingen probeerden zo veel mogelijk onderwijsactiviteiten op poten te zetten om via dat mechanisme hun budget veilig te stellen. Over onderzoek werd niet meer nagedacht. 'Ik was in 1976 de enige op het ministerie die over onderzoek sprak. Niet de Colleges van Bestuur, niet de planninggroep. Di5 verdeling op basis van die studentenaantallen is volgens mij een fatale beslissing geweest.' Volgens Okkerse, die als topambtenaar ook meerdere bewindslieden meemaakte, ver-
beleidsmakers
Vant analyse van de gebeurtenissen in de afgelopen t w i n t i g lar maakt één ding duidelijk: ondanks de verschillende lolitieke kleur van de opeenvolgende bewindslieden stond ostenbesparing centraal in hun beleid. 'Wie er aan de macht maakte niet veel uit,' zegt oud directeur-generaal dr.mr. |,J. Leibbrandt, op het kantoor van de Unesco in Den Haag. nhet onderzoek? 'Dat dat een decennium lang achter de orizon is verdwenen, w a s een fatale beslissing', aldus de luidige directeur-generaal dr.ir. B. Okkerse, die vanuit zijn uoderne kantoor in Zoetermeer w a a r s c h u w t voor het feit lat de universiteiten nog niet uit de problemen zijn. 'Kan het iet minder middelen? Jazeker! In Oostenrijk zetten ze lewoon een extra luidspreker neer als er meer studenten omen.' Irie bezuinigers over bijna een k w a r t eeuw afslanken. weg dat afgestudeerden vaak te oud waren als ze op de arbeidsmarkt verschenen. Leibbrandt: 'De studieduur was in Nederland de langste ter wereld. Shell kreeg zijn Engelse ingenieurs op 22-jarige leeftijd, en zijn Nederiandse met 28, terwijl die laatsten toch echt niet zes jaar beter waren.' Klein en Van Kemenade dienden de eerste wet herstructurering in bij het pariement. De PvdA kwam in de Tweede Kamer met een amendement dat de mogelijkheid bood om een uitzondering te creeëren op de vier jaar mits door de afzonderiijke faculteiten werd aangetoond dat dat in hun geval niet voldoende was. Vervolgens kwamen 99% van alle studierichtingen en faculteiten met rapporten waarin ze met klem aantoonden dat vierjaar voor hun tekort was. Toen Pais zag dat op deze manier de tweefasen-gedachte behoorlijk ondermijnd werd en bovendien onbetaalbaar zou worden, nam hij de drastische stap om naar het pariement te stappen en te zeggen dat hij de wet wilde intrekken. Drie jaar later kreeg Pais zijn zin toen uiteindelijk toch de twee-fasenstructuur door de Kamer werd aangenomen. Leibbrandt: 'Pais zat op de handhaving van de zogenaamde nullijn. Het ging nog heel geleidelijk, de dramatische bezuinigingen
'Meer output bij gelijke middelen'
'Kein geloei! Voetballen' schilt de periode-Pais niet wezenlijk van de periode-Klein. 'Niet zozeer omdat dezelfde ideeën zijn voortgezet, maar omdat er sprake was van een bewustwordingsproces dat in toenemende mate vorm krijgt'. Dat ontwikkelingen een vrij lange adem hebben valt goed te illustreren aan de hand van de tweefasen-gedachte. Vlak voor zijn aftreden in 1963 bepleitte minister Cals in zijn 'testament' voor een kortere cursusduur. Professor dr. K. Posthumus die in 1967 werd benoemd tot regeringscommissaris voor het WO ging op deze lijn verder. Hij stelde voor om de studieduur in de regel op vier jaar te stellen met daarnaast de mogelijkheid om daarna in een of twee jaar een researchaantekening te behalen. Het achteriiggende motief was niet zozeer van financiële aard, men vond eenvoudig-
Univers
zijn pas onder Deetman gekomen. De kwaliteit van het ondenwijs was in onze tijd nog niet expliciet aan de orde. Wegingen uit van de filosofie dat alle universiteiten gelijk zijn en dat ze gelijke ontwikkelingskansen moesten hebben. We hebben toen al wel gedacht aan een uitruil van faculteiten of studierichtingen als we tot verdere bezuinigingen zouden moeten komen, zoals vandaag de dag ook daadwerkelijk is gebeurd.' Ook zijn onder Pais de ideeën over de herstructurering van het wetenschappelijk corps ontwikkeld en ten dele doorgevoerd. Leibbrandt: 'Toen ik in 1957 assistent werd, was ik de tweede die de juridische faculteit van de VU ooit benoemd had. Er waren toen nog geen wetenschappelijke medewerkers, slechts lectoren en hoogleraren. Toch kon de faculteit er behooriijk mee uit de voeten.
Het aantal studenten was natuuriijk wel veel kleiner. Kort daarna begon de enorme groei van het wetenschappelijk corps aan de Nederiandse universiteiten. Toen ik directeurgeneraal werd kwamen er jaarlijks 1500 plaatsen bij aan de universiteiten. We hebben dat toen teruggebracht naar 450. De rang van lector is afgeschaft, de wetenschappelijk hoofddocent en de universitair docent zijn gekomen.' Eveneens zijn onder Pais de eerste stappen gezet in de richting van voorwaardelijke financiering. In 1979 kwam de Beleidsnota Universitair Onderzoek uit waarin voorstellen werden gedaan voor voorwaardelijke financiering. Leibbrandt: 'Volgens de eerste toewijzingsmodellen kreeg je toen per student een bedrag dat aan onderzoek besteed mocht worden, ledere hoogleraar en docent werd geacht een deel van de tijd aan onderzoek te besteden. Wat voor onderzoek of hoe hij dat deed liet men aan de persoon zelf over. We kwamen tot de conclusie dat dat toch een te grote mate van vrijheid was, want het sluitstuk zat er niet aan: verantwoording afleggen. We zijn de universiteiten toen gaan vragen om met een wetenschappelijk verslag te komen. Dat was de eerste stap naar de voorwaardelijke financiering.'
BEELDVORMING Volgens Okkerse vormt het onderzoek nog steeds een probleem. Dat er een decennium lang niets gebeurd is op dat punt beschouwt hij als de 'root of all evil'. Vooral een mentaliteitskwestie. 'Er is een tijd geweest dat wetenschappelijk onderzoek iets was waar iedereen trots op was in Nederland. In de loop van de jaren zestig is dat door alleriei omstandigheden naar de achtergrond geraakt. Er ontstond het beeld van de 'nieuwe vrijgestelden': mensen die zo'n acht uur in de week instructie gaven en verder niets te doen hadden. De beeldvorming van de universiteiten is toen enorm verslechterd. Het maatschappelijk draagvlak werd minder. Als Van der Stee aan Deetman vroeg: waar zijn die 6000 fte's mee bezig waarvan jij berekent dat ze onderzoek doen, dan was dat volstrekt onduidelijk. Door middel van wetenschappelijke verslaglegging begint de samenleving daar nu een beetje zicht op te krijgen. Maar het draagvlak moet sterker worden. Nederland beseft nog in onvoldoende mate het belang van universiteiten. Bovendien, aldus Okkerse, zitten de universiteiten met een verouderd personeelsbestand. 'In het algemeen is het zo dat mensen na verloop van tijd hun interesse voor het fundamentele onderzoek veriiezen. De creativiteit neemt af. Daardoor is de output niet meer wat het zou moeten zijn, met name in de harde wetenschap. Dat probleem is onvoldoende onderkend. Die personen zijn in vaste dienst. Ze zouden een heleboel dingen kunnen doen, maar niet aan de universiteit. Dikwijls vindt automatisch bevordering plaats, zodat ze een hoog salaris hebben en op de arbeidsmarkt een enorme vermindering zouden incasseren. Gemiddeld heb je hoge personeelslasten, daar zit in essentie de bron van het kwaad, dat moeten we geleidelijk zien te herstellen.'
PERSPECTIEF Okkerse benadrukt dat bezuinigen ook positieve effecten kan hebben. 'Het punt van doelmatigheid is niet zo'n steri< punt van ons universitaire bestel. Hier kan, in abstracto, nog wel wat verdiend worden. Het beleid van minister Deetman is met ongeveer gelijke middelen meer doen. Dat hebben we geprobeerd te realiseren met de TVC en SKG operaties, met name op het gebied van
SNle een blik werpt op de geschiedenis van het wetenschappelijk onderwijs van de afgelopen ^Hjfentwintig jaar duizelt het at gauw voor ogen. De herstructurerings- en bezuinigingsoperaties hebben alkaar in hoog tempo opgevolgd. Soms was de ene nog aan de gang terwijl een nieuwe ahveer werd opgestart. Een ding is heel duidelijk: de verantwoordelijke bewindslieden en ambtenaren op Onderwijs hadden al heel snel in de gaten dat er instrumenten moesten komen o m het enorm uitdijende onderwijsapparaat in de greep te houden. Zowel op financieel als op organisatorisch gebied. De W W 0 1 9 6 0 w a s de eerste w e t die de inrichting van het W O regelde. Al snei werd duidelijk dat hij niet opgewassen was tegen de enorme schaalvergroting. M e n k w a m tot een tijdelijke kaderwet, de W U B 1970, waarin het universitaire bestuur op bedrijfsmatige leest werd geschoeid. Maar w a a r i n tevens, onder i n v l o e d van de studentenacties van '68 en '69, regelingen voor democratisering w a r e n o p g e n o m e n . Het zou uiteindelijk nog t o t 1%4 duren eer een definitieve w e t tot stand k w a m : de W W O 1984. Hierin werd het f u n c t i o n e r e n van de raden en besturen n a u w k e u r i g geregeld. Eenzelfde moeizame ontstaansgeschiedenis kent de herstructurering van het W O . Alhoewel men al In 1983 sprak over studieduurverkorting, zou het tot 1978 duren voordat minister Pais de twee-fasenstructuur door het pariement kon loodsen. Doelmatigheid en kostenbeheersing vorm e n ook de rode draad voor de operaties uit de jaren t a c h t i g : de herziening structuur wetenschappelijk personeel, studiefinanciering, voorwaardelijke financiering van onderzoek. En vanzelfsprekend de grote operaties Taakverdeling en Concentratie <TVC) en Selectieve Krimp en Groei JSKG). De bezuinigingen vormen een belangrijk aspect in de hervormingen die het W O gedurende t w i n t i g jaar heeft doorgemaakt. In dit proces vormt 1988 een belangrijk breekpunt. Dit jaar zullen voor het eerst gedwongen ontslagen vallen. In het onderstaande verhaal k o m e n drie bezuinigers aan het w o o r d die samen t w i n t i g jaar afslanking mede gestalte hebben gegeven. (Bij het totstandkomen van deze serie is gebruik gemaakt van het onderzoek 'Management van Universiteiten', van T.L.C. M . Groot, WoltersNoordhoff Groningen 1988.) onderwijs. Het HOOP-beleid dat nu ontwikkeld wordt, is erop gericht bij gelijkblijvende middelen meer output te krijgen: meer academici en meer onderzoek. Ik realiseer me dat het oplossen van problemen met problemen gepaard gaat. En dat er schrijnende gevallen zijn. Dat blijkt ook uit persoonlijke brieven aan de minister. En met verhalen over toegenomen werkdruk halen we natuurtijk wel de knipselmappen. Maar als je mij vraagt - opnieuw in abstracto- of het met minder middelen kan dan zeg ik ja. Zo was ik eens op een universiteit in Oostenrijk. Daar zei iemand: als er meer studenten komen, dan kopen we er toch gewoon een luidspreker bij!' 6 mei 1988
'jVfV^^-;;
^ ^ i ^ - K X ^ ^ ^
Afgestudeerd? Zie dan bij ons hoe elektronica de papierwinkel verdringt. Doctoraal bedrijfseconomie? Als u een carrière in de accountancy ambieert, kunt u bij Price Waterhouse m aanraking komen met een w^ondere wereld van moderne technologie. Dat IS geen toeval Het accountants vale. IS sterk aan verandering onderhevig De computer deed zijn intrede waardoo veel saai, routinematig werk verdween Price Waterhouse staat vooraan deze ontwikkelingen Dat komt enerzijds door de aard van onze clientenkring. De meeste daarvan beschikken over een volledig geautomatiseerde administratie die zich uitstekend leent voor moderne controletechnieken Anderzijds is Price Waterhouse een vooraanstaand ontwikkelaar van geavanceerde systemen. Veel van onze software programma's schreven geschiedenis Zoals het veelzijdige A P S S softwaresysteem voor audit support. Vanzelfsprekend is EDP-auditing bij Price Waterhouse ingeburgerd, evenals het gebruik van de Personal Computer Risico-
analyse met behulp van analytische technieken staat centraal in onze contrölebenadering Het is deze combinatie van interessante werkkring, samen met u-w postdoctorale studie voor accountant, die u doet uitstijgen boven de grauwe middelmaat. Daarnaast stellen wij u in staat u w studie succesvol af te ronden. Er zijn goede regelingen om colleges en lessen te volgen en tentamens en examens af te leggen U w honorering behoort tot de beste op ons vakgebied Dat geldt eveneens voor het aanvangssalaris Tevens zijn er aantrekkelijke
secundaire voorzieningen als auto- en studievergoedmgen Ambieert u een werkkring bij Price Waterhouse? Neemt u dan contact op met Ester Daniels, Koninginnegracht 8, 2514 A A 's-Gravenhage. Telefoon (070) 108 308
Price Waterhouse in Nederland maakt deel uit van de wereld'wijde Price Waterhouse organisatie van accountants, belastingadviseurs en management consultants, met kantoren in meer dan 100 landen
Price Waterhouse Nederland ACCOUNTANTS
^P
Koninginnegracht 8, 2514 AA Den Haag Tesselschadestraat 18-22,1054 ET Amsterdam Mr H F de Boerlaan 64,7411 AK Deventer Schouwburgplein 30-34, 3012 CL Rottcrdar ^^A-^
nóg b vuurvliegje.
RECENSIE
Reünisten, verzamelen! Wat betekent TAEK? De letters van dit woord staan voor: Tilburgsche Academische Economische Kring. Een vereniging van die naam werd in 1934 opgericht. Inhoudelijk heeft de TAEK niets meer te betekenen: in 1974 werd de vereniging opgeheven. Er kwam toen nog wel een Stichting TAEK Tilburgse Afgestudeerden, maar die deed niet veel meer dan de letters van de oude naam bewaren. De letters werden trouwens een paar jaar later alweer cadeau gedaan aan een andere, reeds bestaande, stichting. Sinds 1979 kunnen we de oude letters terugvinden in de Stichting Professor Cobbenhagen-TAEK. In dat fonds mag u, als u dat wilt, geld storten. Ooit werden de eerste vijfentwintig jaar van de TAEK in een boekje geschreven. Omdat de tijd niet stil is blijven staan, ontstond de behoefte om ook de volgende vijfentwintig jaar op papier te zetten. Daarom verscheen onlangs, in 1988, een boek met een wat misleidende titel: Een gouden TAEK: 1934-1984. Die jaartallen zetten de lezers twee maal op het verkeerde been: de eerste vijfentwintig jaar worden in een paar bladzijden afgeraffeld (omdat daar vroeger al meer over is geschreven). Verder: het boek eindigt helemaal niet in 1984; de auteurs (F.L.M, van der Meer en J.F.R. PhiHps) wandelen gewoon door tot 1987.
De Tilburgse universiteit is ooit als hogeschool opgezet met het doel om mee te helpen aan de emancipatie van het rooms-katholieke volksdeel. Eerst zijn er alleen een paar professoren en een paar studenten, maar uit de groep van studenten studeren er ook een paar af. Een goed moment om een reünistenvereniging op te richten. Die doctorandussen moeten toch de mogelijkheid hebben om een band met elkaar en met de hogeschool te blijven houden. De maatschappij is kil en nog niet gewend aan roomse doctorandussen. In zo'n clubje kun je wat warmte terugvinden; je kunt elkaar ook steunen. Voor de hogeschool was de oude TAEK aantrekkelijk, omdat de band met de maatschappij via zo'n vereniging verstevigd kon worden. De afgestudeerden zul-
Een lijk te kijk 'Meer nog dan het leven', zo stelt JeanJacques Rousseau in een aantekening, 'moet het sterven iemands diepste wezen tot uitdrukking brengen.' Maar als hij in zijn La nouvelle Héloise Julie laat sterven speelt ook zij enkel een rol. Sterven is een soort voltooiing van het leven en dat dient dus met de uiterste waardigheid te geschieden. Met name vooral zulke edele sterfscènes als die van Socrates ten voorbeeld. Ontkomt de mens dan nooit aan zijn rol? Kan hij zelfs niet op zijn gemak sterven en op zijn eigen manier? Philippe Adriès heeft enkele schitterende studies gewijd eian het uur van onze dood en het boeiendst daarvan is wel dat de wijze waarop de mensen leven juist door hun wijze van sterven zeldzaam scherp belicht blijkt te worden. De dood werpt een schril en fel licht op het leven en toont een beeld dat des te duidelijker is door het direct daarop volgende contrast: het ingaan in de duisternis. Het fascinerende van studies als die van Ariès is dat twee doeleinden tegelijk worden bereikt: een groots tafereel van allerlei gebruiken, monumenten, leefwijzen, opvattingen etc. etc. en tevens het schetsen van de achtergronden, de diepere betekenissen daarvan. En altijd weer blijkt de geschiedenis definitief anders dan wij uit onze schoolboekjes meenden begrepen te hebben. Een negentiende-eeuws beeld van de christelijke middeleeuwen wordt in toenemende mate door de moderne Franse historici ondergraven. Letterlijk ondergraven, want zij gaan enkele lagen dieper dan de gebruikelijke, oppervlakkige interpretaties. De dood is in de middeleeuwen wel overal aanwezig, en doorgaans is haar beeld gru-
Univers
welijk. Al boven de ingangsportalen van de grote kathedralen loeren de duveltjes, prikken in de verdoemde zielen, koken ze in potjes en slepen ze tussen de zaligen vandaan hellewaarts. Ook Ariès had daar oog voor en begint met de historische ontwikkeling te schetsen. In nuchtere taal vertelt hij zijn verhaal: 'de hel dijt uit' in de loop der eeuwen is zijn conclusie. Maar betekent dat ook dat de middeleeuwse mens dus in toenemende mate binnen de sfeer van het religieuze kwam en zijn dagelijks leven liet vergallen met angstvisioenen over hel en verdoemenis en zijn oor leende aan prekende patertjes die hem de zwavelstank bijna tegelijkertijd in oren en neusgaten stak? Welnee, eerder is, zegt Ariès, het omgekeerde het geval, een vorm van secularisatie ligt besloten in deze uitbreiding van de hel. Want vóór de twaalfde eeuw was de voorstelling vager en meende men eigenlijk dat de zondaar na zijn dood weggevaagd zou zijn. Door de toename van de voorstelling van de hel krijgt de mens, zelfs de zondaar, een soort vervolg. Vanaf de dertiende eeuw is zelfs de zondige mens zich zozeer bewust geworden van zijn bestaan, dat ze daar een soort blijvende betekenis aan toekennen. Ze achten het eigenlijk niet
len de TAEK wel gezien hebben als een combinatie van gezelligheidsvereniging en belangenorganisatie. Er ontstonden plaatselijke kringen (bijvoorbeeld in Maastricht) waar oud-Tilburgers elkaar konden blijven ontmoeten. Toen de hogeschool nog klein was,'werden bijna alle afgestudeerden lid van de TAEK. Je was gek als je daar geen lid van werd, want die club hielp je in het zadel. Lange tijd zorgde de TAEK ervoor, dat pas-afgestudeerden direct een baantje konden krijgen bij TAEK-leden die reeds een fraaie maatschappelijke positie hadden verworven. Een soort 'moeders voor moeders'organisatie: Tilburgers voor Tilburgers. Het gaat mis. Tilburg krijgt meer studierichtingen: ons kent ons dan niet meer zo goed. De maatschappij raakt ontzuild: Tilburgers hoeven het niet alleen maar van Tilburgers te hebben. Welvaart en geboortegolf overspoelen de universiteiten: er komen emancipatie-bewegingen waar geen TAEK meer tegenop kan. Bovendien: al die moderne ontwikkelingen verstoren ook nog eens de verhoudingen tussen de hogeschool en de vereniging. De hogeschool is de TAEK liever kwijt dan rijk. De eenheid is verbroken; de club van afgestudeerden sterft een zachte dood. Aan het eind van hun boek zien Van der Meer en Philips de zon opkomen. Er zijn weer allerlei organisaties van afgestudeerden: misschien bloeit er weer iets op? Het zou best kunnen. De universiteit moet omgebouwd worden tot een onderneming. De derde geldstroom, gevoed door het bedrijfsleven, is voor de universiteit belang-
langer mogelijk dat hun bestaan, hun trotse, zondige, vrekkige, wellustige, eigenzinnige bestaan geheel en al verloren zal gaan en weggevaagd zal worden alsof het nooit bestaan had. En met begerigheid vermeien ze zich in de meest buitensporige visioenen en helletaferelen, zoals bij Jeroen Bosch. In de vijftiende eeuw verschijnen de meest lugubere boekjes over De kunst van het sterven. Ze zijn, als stripverhalen, zeer rijkelijk voorzien van plaatjes, want ze richtten zich tot een breed publiek dat nauwelijks de kunst van het lezen verstond. Op die plaatjes wemelt het van de heiligen en God en Maria staan even gemoedelijk naast het bed van de stervende als zijn collega kleermakers. Het zoveelste bewijs van de gedrenktheid van de middeleeuwse beschaving in het christendom? Integendeel zegt Ariès alweer, nogmaals beduidt dit
rijker dan ooit tevoren. Een interessante omslag: eerst was een club van afgestudeerden nodig om oud-studenten te beschermen tegen de maatschappij; in de toekomst zijn clubjes afgestudeerden nodig om de universiteit te behoeden voor de ondergang. Vroeger werd je lid van de TAEK om aan een mooi baantje te komen; in de toekomst mag je alleen nog maar lid van een vereniging van afgestudeerden worden, als je eerst een goede positie hebt verworven. Het boek Een gouden TAEK is niet dik, maar wel braaf. Wie herinneringen heeft, kan ze hier ophalen. Leuk voor de lezers die met warmte terugdenken aan figuren zoals Cor Roorda, Toon Sevens en Boeb Jaspers - namen die mij niets zeggen. Zelf genoot ik het meest van het lied dat doctorandus Norbert Schmelzer voor de TAEK schreef. Laat ik het maar in z'n geheel citeren: 'De stem werd schor, de adem kort/ dat heb je als je ouder wordt/ maar vrienden, één ding is nog raak:/ dat is de hartklop van de TAEK. / Wij zweren Alma Mater trouw/ dat blijven wij met kind en vrouw/ de prof, minister en magnaat/ en hij die de schoorsteen roken laat/ geen geld of roem en ook geen vrouw/ breekt ooit onz' Alma Mater-trouw.' Karel Soudijn
1
F.L.M, van der Meer en J.F.R. Philips, Een gouden TAEK: 1934-1984. Crisis en wederopbloei van de Tilburgse organisaties van afgestudeerden sinds 1959. Uitgave van de Stichting Professor CobbenhagenfondsTAEK, 1988, 104 blz. eerder de terugtocht van God en de opkomst van het vrije individu, de mens. Het oordeel immers is niet langer het Laatste Oordeel, op het einde der tijden, maar het is het beslissende moment van het sterven in het eigen huis, in de eigen slaapkamer. Christus troont niet langer als almachtig rechter boven zaligen en verdoemden en oordeelt vanuit Zijn almacht. Nee, eerder kijkt Hij nieuwsgierig toe welke uiteindelijke keuze, vrije keuze, de stervende gaat maken. De eigen beslissing van het vrije individu is beslissend. In Huizinga's Herfsttij der Middeleeuwen staan bijna gruwelijke beschrijvingen van allerlei afgrijselijke 'dans-macabre' voorstellingen. Maar ook daar laat Ariès de christelijke interpretatie vervagen. In die dodendansen staat de dansende Dood niet langer in dienst van God of Satan. Hij staat juist in verbinding met een tot dan toe door het Christendom verborgen wereld. Laat niet juist die dansende Dood die in toenemende mate kracht moet zetten om zijn tegenstribbelende en niet langer in christelijke berusting stervende mensen mee de dood in te sleuren, laten die danses macabre niet juist de gehechtheid aan het leven zien? Zó toont de dood ons het leven en zelden zal de dood zo levendig beschreven zijn als door Philippe Ariès. Terzelfder tijd werden zowel zijn hoofdwerk L 'homme devant la mort van bijna zevenhonderd bladzijden als de enkele jaren daarna verschenen aanvulling, met de zeer verkorte tekst en bijna tweehonderden vijftig illustraties, in het nederlands vertaald. De beide boeken verschenen bij twee verschillende uitgevers maar dienen, als tekst- en beeld-deel, bij elkaar te staan. Charles Vergeer Philippe Ariès: Het uur van onze dood. Duizend jaar sterven, begraven, rouwen en gedenken, Uitg. Elsevier, Amsterdam, 1987. En Philippe Ariès: Het beeld van de dood, Uitg. Sun, Nijmegen, 1987.
6 mei 1988
KORT
Gewetensbezwaarden in centraal budget De universiteitsraad heeft besloten dat het totale bedrag van f 120.000 voor de aanstelling van gewetensbezwaarden onderdeel blijft van het centrale budget van de KUB. Als uitgangspunt voor het budget studentassistenten is vastgesteld dat dit geoormerkt aan de faculteiten wordt toegewezen. En de vaste voet van het A-2 deel voor de faculteit der wijsbegeerte is bepaald op vier plaatsen. Dat zijn drie belangrijke uitkomsten van de vergadering die de universiteitsraad vorige week donderdag wijdde aan de uitgangspunten van de Nota Formatie Ontwikkeling. De studentenfracties in de raad hadden eendrachtig een amendement ingediend om het budget student-assistenten geoormerkt aan de faculteiten toe te wijzen. Dit om te voorkomen dat de faculteiten de bedragen die ze voor deze voorziening ontvangen anders gaan besteden als dat zo uitkomt. Ook wat de gewetensbezwaarden betreft vond de raad het in grote meerderheid verstandig het budget voor deze voorziening centraal in de gaten te houden. Op die manier denkt men de beschikbare som van f 120.000 effectiever te kunnen besteden dan bij versplintering over de faculteiten. Tenslotte stelde de raad de bedreigde formatieontwikkeling bij de filosofen veilig door de vaste voet van het A-2 deel aan te vullen met twee extra onderzoeksplaatsen.
WIE DURFT IN DEZE STOEL PLAATS TE NEMEN? marktonderzoek
(TG)
Bestuursrecht Bij uitgever Tjeenk Willink te Zwolle is de publicatie 'Bestuursrecht en Nieuw B.W.' verschenen. De publicatie is een bewerkte weergave van een in november door de Juristenvereniging voor Afgestudeerden in Tilburg (JUVAT) georganiseerde themamiddag op de KUB over hetzelfde onderwerp. Het 110 pagina's tellende verslag stond onder redactie van mr. J.A.F. Peters en mr. M.H. Kobussen.
Tijdens de PROCTER & GAMBLE CASE STUDY kunnen 15 studenten plaatsnemen op de stoel van een brandmanager.
VAN 1 T/M 3 AUGUSTUS 1988 (inschrijven voor 10 juni '88) Rectificaties In de Univers van 29 april stond op de achterklap-pagina een artikel over het gebrek aan p^atsruimte tijdens de collegeswijsbegeerte. De passage: 'Niet dat deze zo populair zijn, maar ze zijn nu eenmaal verplicht' wekt de indruk dat de betreffende colleges alleen gevolgd worden omdat ze verplicht zijn. Het betreft hier een ongenuanceerde interpretatie door betreffende medewerker, interpretatie die niet gebaseerd is op feiten. Hiervoor excuses. In dezelfde krant is het woordje 'niet' verdwenen in een Te Berde van M. Ackermans op pag. 10. De betreffende zin moet qjdus worden gelezen:' We kunnen wel ambitieuze profielschetsen en ontwikkelingsplannen ontwerpen, maar als die niet onderbouwd of gedragen worden door een universitaire gemeenschap(szin).... , dan komen we -vrees ikniet zo erg ver. Univers
De case study zal plaatsvinden in Rotterdam Doel van de case study is cursisten kennis te laten maken met de manier waarop Procter & Gamble marketing pnncipes in de prak tijk toepast Daartoe zult u een marketing case study uitwerken waarbij alle marketing mix elementen uitvoeng aan bod zullen komen De case study is onder begeleiding van experts op het gebied van marketing en andere disciplines Deelname aan de selectieprocedure staat open voor doctoraal studenten die a) voor juli 1990 afstuderen aan een nederlandse universiteit,
b) goede studieresultaten hebben behaald, c) over een goede kennis van de Engelse taal beschikken, d) commercieel management als loopbaan ambiĂŤren, voort komend uit aangetoonde leidinggevende en organisatonsche ervanngen Stuur voor deelname een bnef met uitgebreide CV en pasfoto naar Procter & Gamble Benelux NV, Divisie Nedei land t a.v mevrouw N M Verhaegen Postbus 1345, 3000 BH Rotterdam, (tel 010 468 7302)
PROCTER & GAMBLE: VOOR WIE DE LEIDING NEEMT
ADVIES
vervolg van pag. 1
ARHO adviesraden moeten worden ingesteld voor het sociaal beleid (alle personeel) en voor het studenten- en onderwijsbeleid (alle studenten). Opvallend is voorts de door de ARHO bepleite samenstelling van universiteits- en faculteitsraden. De laatsten worden gevormd uit de voorzitters van de vakgroepbesturen. De UR bestaat uit de voorzitters van de faculteitsbesturen. Beide organen kunnen worden aangevuld met leden van buiten, vertegenwoordigers van de maatschappij. Studenten hebben in de raden echter geen zitting. Volgens de ARHO moet de faculteitsraad het recht krijgen om het college van bestuur voor te stellen een lid van het faculteitsbestuur tussentijds te ontslaan, wanneer deze niet langer het vertrouwen van de faculteit geniet. De universiteitraad zou zich analoog tot de minister kunnen wenden bij het niet functioneren van (een lid van) het college van bestuur. De universiteitsraad zou een voordracht mogen maken voor twee leden, waaronder de voorzitter, van het driehoofdige CvB. De Rector Magnificus zit uit hoofde van zijn functie in het CvB. In de bevoegdheidsverdeling die de ARHO voorstaat, wordt het grote belang weerspiegeld van de faculteit. Aldaar worden door de wetenschappers belangrijke keuzes gemaakt, die op centraal niveau worden aanvaard en geĂŻntegreerd. Aan het advies van de ARHO wordt grote betekenis toegekend. Adviesinstanties als de R A W B en de Onderwijsraad wezen eerder op" het belang van een slagvaardiger bestuur. Minister drs. W . J . Deetman wil een wetsvoorstel voorbereiden naar aanleiding van het advies. Tegen de Eerste Kamer zei hij vorige week reeds volgend jaar een voorstel klaar te willen hebben. De ARHO wil overigens slechts de hoofdlijnen van de nieuwe structuur in de wet vastleggen. Er moet genoeg ruimte zijn voor eigen regelgeving van de universiteiten, dus voor 'zelforganisatie'. Minister Deetman reageert nog niet op het advies. De minister roept alle betrokkenen op om voor 15 september te reageren op het door de ARHO bepleite model, waarna hij eind september in de Hoger onderwijs-kamer tot conclusies wil komen.
DE TIJDSGEEST In een eerste reactie concludeert drs. J . de Kort, griffier van de Tilburgse universiteitsraad dat 'dit het zoveelste advies is van een hoog college dat wijst op een noodzaak die anderen blijkbaar zien.' 'Het weerspiegelt de tijdsgeest, het is ironisch dat we precies twintig jaar na mei 1968, toen de democratisering op universiteiten werd afgedwongen, worden geconfronteerd met stukken die dit terug willen draaien. Of dat verstandig is, is voor mij nog maar de vraag', aldus De Kort, die benieuwd is naar de reactie van de minister op het jongste ARHO-advies. Deetman kondigde vorige week aan al volgend jaar een wetsvoorstel klaar te willen hebben naar aanleiding van het advies. Volgens De Kort zal veel afhangen van de ruimte die universiteiten krijgen voor eigen regelgeving. 'Ik verwacht dat er hier zonder wettelijke dwang niet veel zal veranderen. Er heerst een redelijke mate van overeenstemming over de huidige bestuursstructuur op deze universiteit. Maar als de minister al op voorhand vaststelt dat alle beslissingsbevoegheid bij het CvB moet komen te liggen, dan valt er natuurlijk weinig meer zelf te regelen.' Rector-magnificus De Moor wilde namens het college nog niet reageren op het ARHOadvies. (BB/UP/CJ) Univers
VAN DIEN ^ CO* TREEDT GRAAG IN CONTACT MET AMBITIEUZE BpA AFGESTUDEERDE BEDRPSECONOMENm/v
Van Dieni^Co taountants
Schnfteli)ke sollicitaties te richten aan Van Dien + Co Accountants, t a v de heer R H van Ede, Hoofd Personeelszaken, Fizeaustraat 2 109^ SC Amsterdam, tel 020 5686610
*\an Dien + Co Accountants maakt deel uit \an de \an Dien groep en is lid \an Deloitte Haskins & Seih Internanonal Een organisatie met 2" 000 medewerkers m 80 landen Alkmaar Almere Amsterdam Arnhem-\'elp Breda Eindhoven Enschede Gouda s Gravenhage-Ri)swi|k Groningen Haren Haarlem s Hertogenbosch Hoogeveen Leeuwarden Lelystad Lochem Maastricht Roosendaal Rotterdam Tilburg Utrecht \'enlo Zaandam Zwolle Willemstad (Curasao) Oranjestad (Aruba) Philipsburg (St Maarten)
Docenten en niedewerk(st)ers KUB.
Natuur
maatwerk en lage premies speciaal voor het onderwijs V \
De collectieve verzekering M^' van de KUB bij de VZS ver ruimt Uw nettoinkomen door lage premies. Mede mogelijk omdat wij ver zekeren 'zonder winstoogmerk'. Onze specialistische kennis staat borg voor een perfecte polis op maat, waaraan gekoppeld een aantrekkelijk lage premie. De groei van de VZS van 70.000 verze kerden in 1981 naar ruim 130.000 n,u bewijst dat de kwaliteit, ,, > ,r.^^'^ weergaloze service en lage premiestelling gewaardeerd worden. Bent u nog niet bij de VZS verzekerd? De persoonlijke offerte ' en duidelijke Info die U aanvraagt kan veelal direct honderden guldens premievoordeel ople veren. En U in lengte vanjaren mogelijk duizenden guldens besparen als u zich voor uw 45e verzekert. \- ï?A*
«,i.**""
VZS • vertrouwen • zekerheid • service
r>»..T.r.ru7^r NATUURLIJK WIL IK MEER WETEN
1
Ik wil graag vrijblijvend vergelijken middels een üflerle gebaseerd op mijn persoonlijke gegevens: M/V Naam _^ Adres Plaats Postcode ■.. tve.it:''' Telefoon Leeftijd ma'rf vrouw Leeftijd kinderen ' ' Nu verzekerd bij . Toetreden bij 65 jaar of ouder niet mogelijk. LCodc KUB _02 i; Deze bon "zonder postzegel" zenden aan: VZS Ziektekostenverzekering,antwoordnummer 153, 5000 WB Tilburg, tel: 013-325 325.
M^ Ziektekostenverzekering een leven lang zekerheid
vervolg van pag. 1
TRUK'
Terugbetalen
Constantijn Weks van de Tilburgse Studerenden Bond (TSB) zegt dat de commotie over de terugbetaling voor 'een tikje' aan de voorlichting van het ministerie is te wijten. 'Maar voor het overgrote deel klopt het wel', zegt hij. De TSB adviseert om pas te betalen bij de tweede of derde acceptgiro. Dat de minister na 31 augustus met de deurwaarder dreigt, is volgens het TSB-bestuurslid 'in strijd met een toezegging aan de Tweede Kamer. Een schrijven van de minister aan de Tweede Kamer van 29 februari jongstleden vermeldt de regeling voor kortlopende schulden als gevolg van het staken van studie, ten onrechte uitgekeerde voorschotten, enzovoorts. Hierin staat dat per een september de 'betalingsregeling' start, dat de uiterlijke datum van terugbetaling 'zonder verdere consequenties' 31 december 1988 is en dat voor een januari ,1989 de procedure voor de 'wanbetalers' begint, met deurwaarders. Woordvoerder Jaap de Bruijn van de Landelijke Studentenvakbond (LSVB) bevestigt dit. Volgens de LSVB wordt de procedure stringenter toegepast dan op papier staat. 'Ik denk dat het een truc is van de Centrale Directie Studiefinanciering om eerder hun geld binnen te halen', aldus De Bruijn. Danny Backx van de Dienst Studentenzaken en Welzijn (DSW) heft de waarschuwende vinger. 'Het staat er wel maar je kunt er niet het recht aan ontlenen om pas op dertig december te betalen', aldus het hoofd van DSW.
aan de lijn die er te weinig of geen rekening mee hebben gehouden.' Die zijn van het geld op vakantie gegaan, hebben een auto, stereotoren of computer aangeschaft of betaalden er schulden mee af, zegt hij. Verheugen: 'Het geld is er niet meer en dat vormt een probleem. Maar ja, ze wisten het.' Met 'Groningen' valt geen betalingsregeling te treffen. 'Ze zijn er heel strikt in en ik denk ook terecht', zegt hij. Hij wijst op de Wet Studiefinanciering en het Burgerlijk Wetboek. 'Die zeggen allebei dat het bedrag direct op>eisbaar is en dat er geen verplichting is tot het treffen van een regeling.' Volgens de steunpunt medewerker valt 'Groningen' of minister Deetman niets te verwijten. 'Als er teveel is uitbetaald ligt het in bijna alle gevallen aan het feit dat studenten te laat gegevens hebben doorgegeven en als het ten onrechte is uitbetaald kan het zijn dat iemand het heeft aangevraagd en zich toch maar niet heeft ingeschreven. In mijn ogen valt de minister weinig te verwijten in dit geval.' Op 31 mei moet het bedrag betaald zijn. Zoniet dan volgt in juni een aanmaning en de uiterlijke betalingstermijn loopt op 31 augustus af. Daarna kunnen de studenten die nog niet betaald hebben rekening houding met een incassoprocedure annex deurwaarder, wat weer extra kosten met zich meebrengt.
Arthur Andersen & Co. summercourse: 6 tot en met 8 september 1988
(GR)
Supergoedkope treintickets voorjongeren t/m 25jaar BIJVOORBEELD:
retour v.a. 98,retourv.a.l55r retourv.a.l49r Kopenhagen retx)urv.a. 225, wenen retour v.a. 249,-
Panjs Londen
Trans Vakantiereizen biedt voor jongeren t/m 25 jaar supergoedi^ope treintarieven naar 900 bestemmingen in heel Europa. Roemenië,Turkije, Zweden: liet ligt nu allemaal binnen handbereik. Bovendien zijn reisonderbrekingen meestal toegestaan. Vraag uw reisagent of de NS-stations om de speciale TransGo 25 folder
trans G025
,3^^'^"^^
#„
JDIDI
^
% iöial 1^
DIFFERENTIATIE IN ACCOUNTANCY Accountancy is een boeiend en afwisselend vak, zeker bij Arthur Andersen & Co. Om een groep Nederlandse studenten kennis te laten maken met de Arthur Andersen organisatie en haar werkwijze wordt in samenwerking met de EFR een driedaagse summercourse georganiseerd. Speciaal gericht op die gebieden waarin Arthur Andersen meent zich te onderscheiden van de andere kantoren. De thema's zijn: advieswerk (aan- en verkoop van ondernemingen, buy-outs, waardebepaling, business plans), communicatie (presentaties, video-opnames) en technologie (aspecten van automatisering). Een bedrijfsbezoek is gepland. Uiteraard komen ook zaken als carrièreperspectief, loopbaanplanning en selectiecriteria bij sollicitatie aan de orde. De summercourse heeft een sterk participerend karakter. Aanmelding staat open voor studenten bedrijfseconomie die in de laatste fase van doctoraal II zitten (administratieve organisatie en binnenkort afstuderend) en die de postdoctorale accountancy opleiding zullen gaan volgen. De cursus wordt georganiseerd in het kantoor van Arthur Andersen & Co. te Den Haag en het aantal deelnemers zal maximaal vijfentwintig zijn. Informatiepakket en inschrijvingsformulier kunnen worden verkregen via Arthur Andersen & Co., Stadhoudersplantsoen 24,2517 JL Den Haag, tel. 070-425692, Miriam Smit. De inschrijving sluit 1 juni.
ARTHUR ANDERSEN
ACCOUNTANTS
UNILEVER SUMMER COURSE
M)0
4 t/m 8 juli
^
'N VOLLE WEEK KONTAKT MET DE DYNAMIEK VAN HET BEDRIJFSLEVEN! Multidisciplinair In een intensief programma werkt u met Unilever topmanagers aan onderwerpen als Marketing — Reclame — Research — Produktie — Financiën — Economie — Personeelsmanagement. Er wordt dus veel van u verwacht! Inschrijving Staat open voor doctoraalstudenten van bovengemiddeld niveau die voor medio' 89 zullen afstuderen. Formulieren verkrijgbaar bij uw studievereniging of op aanvraag. Insturen voor 1 juni a.s. Aantal plaatsen Maximaal 30. Selectie aan de hand van inschrijfformulieren en interviews. Inschrijfgeld F 75.— te voldoen na acceptatie. Voor alle inlichtingen Algemene Personeelszaken Nederland, telefoon 010 - 464.42,44.
UNILEVER * O i \y
'N WERELD VAN MOGEUJKHEDEN
MEDEDELINGEN
De mededeSngenpagina wordt verzorgd doof de 3fdelif»g Interne Communicatie. Diensten en faciliteiten leveren cofjij zsm aan, uiterif? vrijdag 12.00 uyr vóór het verschijnen van de nieuwe Univers. t.v.m. beperkte ruimte t$ het zaak berichten korten kernachtig te formuleren. De redactie kafiöerichtenvv^igen. Bij teveeJ copij krijgt de hoogste actuatiteitswaarde voorrang.
ALG COMMUNIQUÉ UNIVERSITEITSRAAD D.D. 29 APRIL 1988 * Voorzitter universiteitsraad: Naar aanleiding van het schrijven van de voorzitter van de raad, mr. Geleijnse, dat hij het voorzitterschap op 1 september wil beëindigen, besluit de raad het presidium te machtigen een besluit te nemen over de samenstelling van een Voorbereidingscommissie verkiezing voorzitter UR. Het presidium beslist ook over de termijn waarbinnen de commissie kandidaten voor het voorzitterschap voordraagt aan de raad. * Uitgangspunten Nota Formatie Ontwikkeling: De universiteitsraad besluit, ter voorbereiding van de definitieve besluitvorming over'de NFO in juni, de uitgangspunten voor de NFO 89-93 nu vast te stellen conform het voorstel van het college van bestuur. De raad geeft nadere specificaties met betrekking tot de Faculteit der Wijsbegeerte (vaste voet A2-deel vastgesteld op 4 plaatsen), het budget voor gewetensbezwaarden (als centraal budget gehandhaafd) en het budget studentassistenten (geoormerkt aan de faculteiten toegewezen). Het besluit wordt genomen na een uitvoerige discussie van de raad met het CvB en nadat het college toe heeft gezegd na te zullen gaan wat inhoudelijk de taken van de diensten moeten zijn. * Uitgangspunten Kaders Overige Lasten: Het voorstel (ordevoorstel) van de voorzitter van de Commissie planning en Begroting om de uitgangspunten KOL niet te behandelen en van de agenda af te voeren wordt door de raad met algemene stemmen aanvaard. Een korte discussie en een korte schorsing gaan hieraan vooraf. * Uitwerking regeling buitenlandse betrekkingen: De raad besluit het CvB-voorstel inzake de nadere uitwerking van de goedkeuringsregeling buitenlandse contacten voor kennisgeving aan te nemen. Naar aanleiding van het advies van het presidium zegt het CvB toe dat het faculteitssecretarissen en diensthoofden er schriftelijk nadrukkelijk op zal wijzen dat zij cont(r)acten, alvorens deze te fiatteren, moeten toetsen op de vraag of daarbij personen, organisaties of regeringen betrokken zijn die mensenrechten notoir schenden. * Jaarverslag subsidiecomftilssie: De raad besluit het Jaarverslag 1987 van de Subsidiecommissie (Stichting Hogeschoolfonds) voor kennisgeving aan te nemen. * Voortgangsrapportage Studentenbeleid: De raad besluit de Voortgangsrapportage Studentenbeleid van DWS voor kennisgeving aan te nemen. Concept-beheersreglement KUB: De raad besluit met algemene stemmen zich positief uit te spreken over het concept-beheersreglement. * Benoeming leden Commissievan Advies voor de Beroep- en Bezwaarschriften: De raad besluit zonder tieraadslaging en
Univers
zonder stemming over te gaan tot de volgende benoemingen (voor 2 jaar) in de bovenstaande commissie: prof.mr. J . B . M . Vranken (voorzitter), prof.mr. A.K. Koekkoek (plv. voorzitter); leden: hr. B.F. Beljaars, drs. J.A.G. van der Geld; plv. leden: drs. F. van Bussel, mw. J . M . H'alsema. * Notitie inzake decentralisatie: De raad besluit de CvB-notitie inzake decentralisatie met algemene stemmen voor kennisgeving aan te nemen. Overigens ziet de raad, zo concludeert de voorzitter meer concrete voorstellen tot decentralisatie, ongeacht de vraag naar eventuele financiële consequenties ervan, met belangstelling tegemoet. REGELING PRIVACY PERSOONSGEGEVENS GEAUTOMATISEERDE SYSTEMEN Van de Rijksuniversiteit Groningen, vakgroep sociologie, is een verzoek ontvangen voor het verstrekken van adressen van afgestudeerde sociologen, psychologen, juristen en economen. Het betreft de lichtingen 1986, 1987 en 1988. Het gaatom een steekproef daarvan. Men behoeft adressen vooreen onderzoek naar de determinanten van de arbeidsmarktintrede van afgestudeerden. Een afschrift van de brief ligt ter Griffie. Elke geregistreerde die meent bezwaar te hebben kan binnen een maand na datum van dit Universnummer schriftelijk bezwaar aantekenen bij de secretaris van de commissie.
FEW GASTCOLLEGE PROF. J.L. STEIN Op 16 en 17 mei brengt Prof. J.L. Stein (Brown University, U.S.A.) een kort bezoek aan Nederland. Op uitnodiging van het instituut voor economisch onderzoek (Rotterdam) en de Colloquiumcommissie van de economische faculteit (Tilburg) verzorgt Prof. Stein twee lezingen.
FLW C O L L O Q U I U M REEKS LETTEREN Spreker: Gisela Redeker (WERKVERBAND TEKSTWETENSCHAP) Datum: 19 mei 1988 Tijd: 15.30 u. Plaats: AZ 8 Onderwerp: Drie componenten van samenhang in teksten: semantische, retorische en sequentiële structuur. Teksten hebben een inhoudelijke structuur (vaak 'macrostructuur' genoemd) en een presentatiestructuur (bv. een conventionele 'superstructuür'). Deze twee aspecten van samenhang in teksten zijn tot nu toe meestal apart onderzocht. Dit bemoeilijkt de theoretische integratie. Immers kunnen structuursignalen zoals voegwoorden en partikels in verschillende teksten zowel semantische als retorische relaties aanwijzen. En soms hebben zij zelfs geen van beide functies. Zij markeren dan sequentiële structuureenheden (bv. 'maar' na een terzijde). Uit een eerder onderzoek is gebleken dat sprekers in mondelinge verhalen één en dezelfde semantische structuur minder expliciet markeren naarmate zij meer retorische en sequentiële structuursignalen gebruiken. Om te toetsen of deze complementair ook in geschreven informatieve teksten te vinden is, zijn beschrijvende en opiniërende artikelen uit het weekblad Vrij Nederland onderzocht. De semantische en pragmatische complexiteit van deze teksten wordt empirisch bepaald door middel van tekstanalyse en proefpersonenoordelen m.b.t. semantische complexiteit en tekstfuncties (informerend, onderhoudend, opiniërend). De resultaten worden gerelateerd aan de hoeveelheden (per 100 predicates) van semantische, retorische en sequentiële structuursignalen in de verschillende teksten.
FSW
16 mei Seminar: Rational Expectations, Welfare and the Futures Market. Plaats: Erasmus Universiteit Rotterdam, zaalHO8-01. Tijd: 12.00-13.00 uur. 17 mei Seminar: Capital Market Integration. Plaats: Katholieke Universiteit Brabant, zaal CZ 217. Tijd: 12.00-13.00 uur. Beide seminars zijn toegankelijk voor alle geïnteresseerden. Voor inlichtingen: H.G. van Gemert, KUB, kamer B 531, tel. (66)2560.
Op de maandagavonden 13 - 20 en 27 juni en de dinsdagochtenden 14 - 21 en 28 juni vinden er herhalingscolleges plaats voor de studenten die nog niet geslaagd zijn voor SMT I en in augustus aan dat tentamen willen deelnemen. De avondcolleges vinden plaats van 19.00 - 22.00 uur in PZ 207 en PZ 209. De dagcolleges vinden plaats van 10.(X) -12.30 uur in SZ 28 en SZ 32.
KATHOLIEKE UNIVERSITEIT BRABANT LEVERT BESTE NEDERLANDSE BIJDRAGE A A N NAIC-88
VERKIEZING STUDENTLEDEN BESTUUR VAKGROEP OOEP (ONDERWIJS-, ORGANISATIE- EN E C O N O M I S C H E PSYCHOLOGIE)
Tijdens het eerste grootschalige Nederlandse Al congres te Amsterdam op 12 en 13 april jl., werd het artikel 'Kwalitatief Redeneren in een Keynesiaans Model' van R.J. Berndsen en H.A.M. Daniels (Vakgroep Bestuurlijke Informatiesystemen van Accountancy en Instituut voor Taal- en Kennistechnologie) gekozen tot de beste Nederlandse inzending.
In juni zal de vakgroep verkiezingen organiseren voor de geleding studenten. Geïnteresseerde studentleden van de vakgroep dienen zich vóór Ijuni 1988te melden bij het secretariaat van de vakgroep (P-705, 662480 of P-505,662270).
HERHALINGSCOLLEGES S M T I METHODEN
De colleges zijn op vrijdag van 11.00 tot 13.(X) uur. Zij vangen aan voor Militair administratief recht op vrijdag 16 september 1988 in zaal E 101, Kloveniersburgwal 72 te Amsterdam. Voor Militair straten tuchtrecht beginnen de colleg'es op vrijdag 20 januari 1989. Elk der delen levert naar keuze 170 of 200 uur op. Meer informatie (ook over eventuele reiskostenvergoeding) is te verkrijgen bij de studieadviseur, tel.: 013662502 of bij de assistent van prof. Coolen, mr. P.C. Quak, tel.: 020-5253941. BEGINTIJD T E N T A M E N RECHTSGESCHIEDENIS A In de vorige editie van Univers is de gewijzigde begintijd van het tentamen rechtsgeschiedenis A (vrijdag 13 mei a.s.) foutief vermeld: Het tentamen begint om 13.00 uur en derhalve niet (zoals vermeld) om 13.30 uur.
Inlichtingen kunnen worden ingewonnen bij prof. dr. P. Ribbers, tel. (66)2679 en de heer A. Janssen, tel. (66)2877. Schriftelijke sollicitaties met curriculum vitae en eventuele lijst van publicaties kunnen worden gericht aan het hoofd van de Dienst Personeelszaken van de Katholieke Universiteit Brabant, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, onder vermelding van vacaturenummer 335.
VAC In verband met de te verwachten grote aanmelding van nieuwe economie-studenten p e r l september a.s. roept de Faculteit der Economische Wetenschappen sollicitanten op voor (nr. 333) UNIVERSITAIR en/of TOEGEVOEGDE DOCENTEN in de volgende vakgebieden: - Algemene Economie - Bedrijfseconomie - Informatica Van sollicitanten wordt verwacht dat zij een universitaire studie in een van bovengenoemde vakgebieden hebben afgerond, dat zij belangstelling hebben voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek en dat zij bereid zijn zich in te zetten voor goed onderwijs aan eerste-jaar studenten. Aanstelling (full- of parttime) in een van de wetenschappelijke salarisschalen zal voorhands plaatsvinden in tijdelijke dienst. Bij een tot tevredenheid functioneren behoort uitzicht op vast dienst tot de mogelijkheden. Inlichtingen kunnen worden ingewonnen bij prof. dr. P. Ribbers, tel. (66)2679. en de heer A. Janssen, tel. (66)2877.
De Faculteit der Economische Wetenschappen roept sollicitanten op voor de functie van (nr. 335)
Voor geïnteresseerden bestaat de mogelijkheid te kiezen voor het vak Militair
De onderzoektaak wordt verricht in het kader van voorwaardelijke gefinancierde onderzoeksprojecten op een van de hierboven genoemde vakgebieden. Aanstelling (full- of parttime) in een van de wetenschappelijke salarisschalen zal voorshands plaatsvinden in tijdelijke dienst. Bij een tot tevredenheid functioneren behoort uitzicht op vaste dienst tot de mogelijkheden.
2. Avondstudenten propedeuse. • Responsiecollege voor de avondstudenten voor het vak Inleiding belastingrecht vindt plaats op 13 juni om 18.30 uur in SZ 17.
Op maandag 16 mei wordt een repetitiecollege Rechtsfilosofie A (systematisch gedeelte) voor de deeltijd-studenten verzorgd door dr. G. van Roermund. Plaats: PZ 12, tijd: 19.00 uur. MILITAIR RECHT
Van sollicitanten wordt verwacht dat zij een universitaire studie in een van bovengenoemde vakgebieden hebben afgerond, dat zij belangstelling hebben voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek en dat zij bereid zijn zich in te zetten voor onderwijs-vernieuwing. De onderwijstaak zal vooral bestaan uit propedeutisch onderwijs wiskunde e n / of statistiek aan economie- en econometrie studenten.
1. Keuzevak Belastingrecht. Het responsiecollege vindt plaats op 10 juni om 11.00 uur in CZ 104.
RECHTSFILOSOFIE A
FRW
- besliskunde/bedrijfseconometrie - econometrie - wiskundige economie
RESPONSIECOLLEGES
Schriftelijke sollicitaties met curriculum vitae en eventuele lijst van publicaties kunnen worden gericht aan het hoofd van de Dienst Personeelszaken van de Katholieke Universiteit Brabant, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, onder vermelding van vacaturenummer 333.
WIJSBEGEERTE 2 (PROP.) I.v.m. de vervanging van dr. L. Hamminga door drs. W. Ophelders zijn er twee verschillende tentamens gemaakt voor 27 mei. Het is duidelijk dat tijdens het uitdelen van de verschillende versies kenbaar moet worden gemaakt welk tentamen men wil maken.
recht. Dit vak wordt gedoceerd aan de Universiteit van Amsterdam, Kloveniersburgwal 72, door Prof. Mr. G.L. Coolen. Het vak bestaat uit twee delen: Militair administratief recht en Militair straf- en tuchtrecht. Aangezien het vak voor een kleine 110.000 Nederlandse militairen direct van belang is, bestrijkt het een gebied waarmee de rechtspraktijk vaker geconfronteerd wordt dan men zou verwachten.
UNIVERSITAIR en/of TOEGEVOEGDE DOCENTEN in een van de volgende vakgebieden: - wiskunde - statistiek
Functieprofiel en functie-eisen, ter inzage op het prikbord in de vitrines (o.m. hal gebouw B). Copieën verkrijgbaar bij de dienst Personeelszaken (kamer 1028). Sollicitaties, tenzij anders vermeld, schriftelijk, binnen een week, onder vermelding van het vac.nr. op de enveloppe aan het hoofd van de dienst Personeelszaken, Postbus 90153, 5000 LE TILBURG. In het kader van het streven naar een evenwichtiger personeelsopbouw zal bij gelijkwaardigheid van candidaten de voorkeur worden gegeven aan een vrouw.
6 mei 1
Studentem De Tilburgse Econometristen Vereniging (T E V ) heeft 3 è 4 vacatures voor een B E S T U U R S U D M/V Wat kan de TEV jou bieden? - Een gezellige werksfeer, - Gelegenheid tot het opdoen van be stuurlijke ervaring, - Een unieke mogelijkheid enorm veel studenten en medewerkers bij de vakgroep econometne te leren kennen. Eens per jaar een gezellig bestuurs etentje. De beste manier om van nabij de vele TEV-activiteiten mee te maken Wat voor personen zoeken we? Iemand die TEV lid is (en dus econometne studeert), - Die gemiddeld twee è drie uur in de week kan vrijmaken voor niet-studieactiviteiten, - Inwelkjaarjezitmaaktabsoluutniets uiti Die mee wil helpen de vele TEV acti viteiten tot een succes te maken. Enige ervaring op bestuurlijk of orga nisatorisch gebied is echt met nodig, die knjg je vanzelf wel Kortom een enthousiast econome trist(e) Voor meer informatie eventjes naar Jan bellen, 013 367517 ZOMERSCHOOL De Algemene Vereniging voor Taalwe tenschap organiseert deze zomer voor de derde maal een zomerschool Het thema dit jaar is Patholinguistiek met als drie hoofdonderdelen Afasie, Taalont wikkelingsstoornissen en Doofheid & Slechthorendheid De zomerschool zal plaatsvinden in A m sterdam, in de week van 13-17juni 1988 Het inschrijfgeld voor de zomerschool bedraagt /'SO,— Voor studenten, AIO's, OIO s en werklozen f 50, — Bij het inschrijfgeld is inbegrepen een rea
Menu
PER(ODE9T/M13MEI
der en het lidmaatschap van de A V T Belangstellenden kunnen zich vóór 2 mei opgeven bij A V T / D u t c h Studies, Postbus 9515, 2300 RA Leiden, giro 474579
STUDEREN I N R O M E Het Nederlands Instituut te Rome biedt studerenden en afgestudeerden aan Universiteit en Hogeschool de mogelijkheid een deel van hun studie in Rome te vemchten Een groot deel van de 'studiosi' bestaat uit kunsthistorici, histonci en archeologen Studenten en afgestudeerden in andere disciplines zijn ook van har te welkom Het Nederlandse Instituut verstrekt stu diebeurzen alsmede een tegemoetko ming in de reiskosten, verleent onderdak en verzorgt introducties en begeleiding Nadere informatie en een aanvraagfor muller is te verkrijgen bij het Bureau Bui tenland van de Universiteit of bij het Ne derlandse Instituut te Rome Via Omero 10-12 00197 Roma-ltalia tel vanuit Nederland
09-39-6-3600751
BIJEENKOMST S I N T GERTRUDIS A C A D E M I E Programma 17 mei Plaats St Janscentrum, Papenhulst 4, te 's Hertogenbosch Inleider Prof Dr J W Schneider s j Docent in het volkenrecht aan de K U B Onderwerp Het Evangelie in het licht van Vaticanum II Het lezen van het Evangelie verandert met de Kerk geheel hetzelfde en geheel anders in de loop van de geschiedenis Anders zou de kerk met naar de mannemaat van Christus kunnen groeien Twee punten zijn tegenwoordig van groot belang het historisch aspect en de aramese/hebreeuwse achtergrond De constitutie Verbum Dei van Vatica num II nodigt ons tot zo'n lezing uit 19 00 19 45 u H Mis 19 45-20 00 u koffiepauze 20 00-20 15 u bestuursmededelingen 20 15-21 15 u lezing door Prof Dr J W Schneider 21 15-2J 25 u pauze 21 25-21 50 u discussie 21 50-22 00 u rondvraag en sluiting Voor dit belangrijke onderwerp nodigen WIJ gaarne iedere belangstellende uit' Informatie secretariaat Mendelssohnlaan 12,4837 CV Breda, tel 076-651987
M A A N D A G 9/5 heidere preisoep of konmginrwsoep paprikaschnitzel of bretonse schijf Hongaarse saus doperwten of postelein rijst of gekookte aardappelen Veg goulash doperwten rijst DINSDAG 10/5 heldere kervetsoep of tondonderrysoep shoarmaburger of kalkoensteak currysaus witte koolsatade of snijboontjes gebakken of gekookte aardapjjeten Veg vegetarisch worstje currysaus witte koolsalade gebakken aard
WOENSDAG 11/5 groentesoep of witte cremesoep nas» goreng kroepoek seroendeng kipnuggy in pindasaus ananas of siavtnk bleekselderie gekookte aardappelen Veg nuggets m pindasaus kroepoek ananas nasi goreng DONDERDAG 12/5 GESLOTEN HEMELVAARTSDAG VRIJDAG 13/5 tomatensoep of vermicellysoep wijtingfitet of kipchampignonpastei ravigottesaus panjse worteltjes of sperciebonensalade patates frites of gekookte aardappelen Veg groentehamburger sperctebonensatade gebakken aard appelen
VRIJWILLIGERSWERK Dit jaar geen zin in een luie vakantie' SIW biedt uitkomst Vrijwilligerswerk verrichten met jongeren uit diverse landen 1000 mogelijkheden in meer dan 30 landen Voor meer informatie SIW, Willemstraat7,3511 RJ Utrecht Tel 030-317721 opwerkdagenvan 10 30 tot 12 30 uur Openingstijden werkda gen van 13 00 15 00 uur (info buro Eindhoven Demer 38 woensdagmiddag van 14 00-16 30 uur)
SCHLICHTING-COLLEGE Op donderdag 26 mei a s komt Prof Dr J Grootaers van de Katholieke Umver siteit Leuven naar Tilburg in het kader van dejaariijkse SCHLICHTING-coWeges voor een inleiding over Openhaarheid, Kerk en Rome Deze colleges vinden om toerbeurt plaats aan de Katholieke Universiteit Nij megen en aan de Katholieke Un'versiteit Tilburg Zij worden georganiseerd door de stichting Katholiek Instituut voor Massamedia Prof Dr Grootaers IS een expert in aangelegenheden inzake Kerk en Media Hij zal m n het functioneren van de bisschoppen synodes in Rome analyse ren Het college vindt plaats van 16 00 tot 17 15 uur in zaal S 27 van gebouw S van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg Aan de bijwoning zijn geen kosten verbonden
Univers
INTERNATIONALE D Y N A M I E K Aangeboden de kans om je internatio naai en organisatorisch te ontplooien Gevraagd studenten met sterke interna tionale interesse, een stevige werklust en een goede teamgeest In september 1988 vertrekt een nieuw VITE bestuur uit de startblokken Wiljij deelnemen aan deze boeiende race? Neem contact op met voorzitter Ivo Ver heijden Tel 013-662722 (VITE-kamer) en 013-675075 (thuis)
TROPENKURSUSSEN SEIZOEN 1988/1989 De Stichting Tropenkursus voor Kader in Ontwikkelingswerk (T K O ) organiseert van september 1988 tot mei 1989 weer kursussen, bestemd voor mensen die in het kader van ontwikkelingssamenwerking naar derde wereldlanden (willen) gaan De tropenkursussen zijn toegankelijk voor degenen die uitgezonden worden en degenen die meegaan met hun part ner Aandacht wordt besteed zowel aan praktische voorlichting op het gebied van voeding, landbouw, gezondheids zorg en huishouding, als aan velerlei so ciale, culturele, politieke en economi sche aspecten van ontwikkelingssamen werking en ontwikkelingsprojekten De lange kursus start dit jaar reeds op 2 september en is verder op elke vrijdag tot mei Deze uitgebreide kursus beoogt een noodzakelijke aanvulling te geven op de eigen (vak)kennis De korte kursus wordt twee keer per jaar georganiseerd (sept dec en jan april), elke zaterdag, en is bedoeld voor degenen die een fulltime baan hebben en/of op korte termijn worden uitgezon den In de korte kursus in het najaar zijn nog maar enkele plaatsen beschikbaar Aanmelding en informatie bij Stichting T K O , Mariaplaats 4-c, 3511 LH Utrecht Tel 030 318703 (behalve woensdag)
KAMPEERWEEKEND JONGE HUMANISTEN De Jonge Humanisten organiseren van donderdag 12 mei (Hemelvaart) t / m zondag 15 mei een kampeerweekend Dit weekend is bedoeld voor jongeren tussen 17 en 30 jaar die zich humanist noemen en/of voelen Het weekend vindt plaats op een kam [jeerterrein op de Veluwe, bij Assel Hoog Soeren Het programma behelst naast allerlei aktiviteiten ook diskussiegroepjes rond het thema 'leiden en lijden' Jk moet zelf zorgen voor slaapspullen, eet gerei en een tent Kookgerei is aanwezig, voor alle aanwezigen wordt gekookt De deelnamesom bedraagt f 55, — dn clusief alle maaltijden) Voor meer infor matie en/of aanmelding Secretariaat Verenigingszaken Huma mstisch Verbond, Postbus 114,3500 AC Utrecht (030-318145) t a v Ariane de Brauw
T H E M A D A G CONFLICTEN De Jonge Humanisten organiseren op zaterdag 21 mei een themadag met als rode draad 'Is een leven zonder conflict mogelijk?' Op deze dag zullen geen hoogdravende, theoretische lezingen worden gehou den, maar staan de ervanngen en visies van de deelnemers centraal In het ochtendgedeelte komt het thema naar voren in enkele korte lezingen, met persoonlijke visies en ervaringen van de inleiders Na de lunch kunnen de deelnemers in een discussie of expressiegroep zelf aan de slag De dag wordt afgesloten met een gezamenlijke warme maaltijd De themadag begint om 10 30 uur en wordt gehouden in het Humanistisch Centrum, Oudkerkhof 11 te Utrecht De kosten zijn f 10, — (inclusief lunch en warme maaltijd) Je kunt je aanmelden via briefkaart of te lefoon bij het Humanistisch Verbond (Ariane de Brauw of Margot Klute), Postbus 114 3500 AC Utrecht, tel 030318145 Deelnemers krijgen enkele da gen voor de themadag een informatie map toegestuurd
ECONOMETRIE S T U D E N T E N OVERLEG Het E S O vergadert weer en wel op dinsdag 10 mei a s om 12 30 uur in CZ108 Alle econometne-studenten die bestuur lijk geïnteresseerd zijn of gewoon eens mee willen praten over onderwerpen die nauw aan de studie verwant zijn worden hierbij uitgenodigd De agenda en bijlagen kun je vanaf maandag 9 mei afhalen op B 512
FILMVERENIGING LETTEREN presenteert: O N E F R O M THE HEART Regie Francis Ford Coppola Muziek Tom Waits en Chrystal Gayle Met Natassia Kinski, Frederic Forrest, Ten Garr en Raul Julia (bekend uit Kiss of the Spiderwoman) Van de regisseur van o a Apocalypse Now, The Godfather en Rumble Fish Francis Ford Coppola, nu eens een 'ou derwetse' liefdesgeschiedenis, maar dan met alle visuele kenmerken van een mu sical Het verhaal is dan ook wel een beetje ondergeschikt aan het kijkspekta kei Natassia Kinski speelt een circusartieste Ze belichaamt in de film het traditionele entertainment, waarin de aandacht van de toeschouwer wordt getrokken door het eigen lichaam van de artiest en met door de techniek die alles zichtbaar maakt One from f/ie/Vea/ï toont als film juist wel dat technisch vernuft alles dat je ziet IS namaak, ook Las Vegas Dan sen op straat behoort dan weer tot de mogelijkheden, want in de studio heb je de tijd, de ruimte, precies het licht datje hebben wilt en de camera op de juiste plaats Het verhaal Las Vegas Franny en Hank wonen 5 jaar samen Zij werkt bij een reisburo, hij heeft samen met een vriend een autohandel Op 4 juli, de nationale feestdag, krijgt het stel ruzie en ieder gaat zijn eigen weg Franny doft zich op en ontmoet Ray, een kelner Hank ontmoet het circusmeisje Leila (Natassia Kinsky) Maar ze denken nog wel aan elkaar Als Franny en Ray op het punt staan naar Bora Bora te vertrekken, verschijnt Hank Franny aarzelt, maar stapt toch op het vliegtuig Hank keert bedroefd terug naar huis Plotseling verschijnt maar kom dat zelf maar bekijken Woensdag 11 mei, 20 00 uur, CZ 101 Entree f 3,50
DSW^ DIENST S T U D E N T E N Z A K E N EN W E L Z M N OPENINGSTIJDEN INFORMATIECENTRUM (gebouw N , kamer 24) maandag 13 00 15 00 uur'• dinsdag t / m donderdag 11 00 15 00uur vrijdag 11 00 13 00 uur dinsdag 16 30-18 00 uur (alleen tijdens collegepenode) Voor informatie of afspraken met de dekaan kun je terecht in het Informatiecentrum of telefonisch 662211 Buro Welzijn (studie en beroepskeuzeadviseur, medewerker vorming en wel zijn, studentenpsychologen) tel 662218 Buro studentenarts tel 662116 AKTUELE STUDENTENINFORMATIE In deze rubriek wordt melding gemaakt van nieuw binnengekomen informatie matenaal voor studerenden In het Infor matiecentrum wordt dit matenaal, dat van zeer uiteenlopende aard is, ten minste een maand ter inzage gelegd Deze week aktueel * Belasting en studiefinanciering Deze (gratis) brochure is bestemd voor alle studerenden met een WSF 18 -l- toela ge ZIJ informeert over de gevolgen van de 'Wet wijziging van de inkomstenbe lasting en vermogensbelasting in ver band met de studiefinanciering', die op 23 februan 1988 is aangenomen Behan deld wordt onder meer welk deel van de studietoelage belastbaar is, wanneer uit gaven voor studie kunnen worden afge trokken, hoe je loonbelasting en premies die zijn ingehouden op het loon van je bijbaantje via het T-biljet kunt terugvragen.
fiscale gevolgen voor de ouders * Type kursus Een instituut in Tilburg maakt melding van de mogelijkheid tot het volgen van een korte, intensieve kur sus machineschrijven, tienvingersys teem-blind voor de zomervakantie * De vrijwilligerscentrale maakt bekend dat er op twee middagen in de week in formatie wordt verschaft over vakantievnjwilligerswerk Heb je interesse in oogstwerk, boerderijwerk, au pair, kib boets, kinderkampen, werkkampen, re kreatiewerk, reisbegeleiding e d , dan kun je ledere maandag en woensdag middag van 13 00 17 00 uur terecht in het kantoor van de vrijwilligerscentrale aan de Spoorlaan 320 te Tilburg * Zomerkursus durts en lof Wirtschafts deutsch aan het Aktilingua instituut te Wenen Het betreft maandelijkse kur sussen in juli, augustus en september, die op vijf verschillende niveaux van voorkennis gegeven worden Pnjs 4 800,- oS (excl slaapgelegenheid en eten) * Prijzen voor Accountancy of Organisatie- en Informatiekunde-afstu deerskripties worden uitgeloofd door KPMGKlyngeld Informatie over deeina me en prijzen staan in een brochure
Sportnieuws^ VIDAR Op de weekenden 14, 15 mei en 21, 22 mei zijn op de roeibaan Beeksebergen bij Vidar de nationale wedstrijden de Hol landia en de Z R B Dit zijn studenten roeiwedstrijden waarin 2 km afstanden gevaren worden, m boten variërend van een skif tot een acht Tijdens deze af standen worden de ploegen aangemoe digd door supporters en coaches Studenten uit heel Nederland komen de ze dagen dan naar Tilburg Op het Z R B weekend kan het aantal inschrijvingen wel tot zo'n 700 oplopen wat al snel een 2500 tot 3000 mensen inhoudt Met mooi weer dus een groots spectakel om eens mee te maken De Vidar ploegen varen een thuiswedstrijd en proberen ook de nodige blikken binnen te slepen. Kom in deze weekenden eens van je boeken af en kom kijken naar de enige echte studentensport onder het genot van een biertje, en maak zo kennis met de roeisport SPORTCENTRUM Sportnieuws In de maand mei heeft het Sportcentrum een nogal afwijkend lesrooster Attentie hiervoorll! ma 2, dl 3 en w o 4 mei zijn de lessen als normaal do 5 mei Sportcentrum gesloten vr 6 mei mogelijkheden tot vrije sport, al Ie overige lessen vervallen m a 9 , d i 1 0 e n w o 1 1 mei lessenalsnor maal, behalve lessen in KALO acco modatie (KALO is gesloten wegens va kantie) do12envr13mei Sportcentrumgeslo ten ma 1 6 t / m v r 2 0 m e i alle lessen als nor maal ma 23 mei Sportcentrum gesloten d i 2 4 t / m v r 2 7 m e i alle lessen vervallen behalve KEEP MOVING (17 00 17 45 uur) Daarnaast veel mogelijkheden tot vrije sport en conditietrainingen
PENDRAGON Vakatures Voor het komende studiejaar zoekt de studenten sportorganisatie PEN DRA GON nog bestuursleden Naast het behartigen van de belangen van de sportende student organiseert Pendragon o a de Hart van Brabant loop, diverse Tilburgse toernooien en ko mend jaar ook de Grote Nederlandse Studenten Kampioenschappen Wiljemeeorganiserenaandezee a eve nementen, meebeslissen over de toe komst van de studentensport en heb je de tijd hiervoor kom dan eens langs of bel voor een afspraak of nadere informatie tel 013 663012
6 mei M
Agenda MEI
DE BEELDUNIE
SCHOUWBURG
'Othello' door Globe 'To be or not to be' dat is de grote actuele vraag voor het gezelschap Globe. Nadat bijna iedereen daar het zinkende schip heeft verlaten wordt minister Brinkman door de Raad van State teruggefloten met het verzoek de subsidie aan Globe en Theater alsnog te handhaven, terwijl er al een zuiniger toneelvoorziening voor het zuiden in de steigers staat. Het begin van een Shakespeareaans drama lijkt het wel. Globe wilde in elk geval waardig afscheid nemen en wel met een wat moeilijker drama van de grootmeester: Othello. Het stuk ging in Tilburg in première en komt op zaterdag 7 mei nog een keer naar de schouwburg (aanvang 20.15 uur). Of dat een definitief afscheid wordt is nog maar de vraag, maar reden tot feestvreugde geeft drt wanbeleid van de overheid evenmin. Dat de gebeurtenissen een domper zetten op de creativiteit van het gezelschap werd in alle producties van het afgelopen jaar pijnlijk zichtbaar. Ook Othello is een matte voorstelling geworden waarbij het accent bij gebrek aan een totaalvisie op de seksuele relatie is komen te liggen. Globe-directeuren regisseur Klamer komt met een strakke regie tot een klassieke interpretatie die net niet gaat vervelen maar ook nauwelijks weet te boeien.
Zo kan het best: zoveel mogelijk resfject voor de tekst, klassieke tijdloze kostuums, muziek uit de Othello-opera van Verdi, sober lichtplan. Ook het zwarte decor mag er zijn. Maar waarom duiken daaruit steeds opnieuw pompeus storende objecten -logge vierkante zuilen - die vaak verplaatst worden en dan als spelbreker gaan optreden in het theaterbeeld. Maar vooral de theatrale aanzetten in de eerste helft van het stuk zijn storend. Het zijn draconische afspiegelingen van groteske opera-interpretaties en ze doen hier afbreuk aan het sobere spel dat elders in het stuk wordt vooropgezet. Het ergste is wel dat bij de spelers het vuur ontbreekt tot een genuanceerd en afgewogen tekstgebruik. De gevoelens komen te plots uit het niets opwellen en verdwijnen op dezelfde manier. De tekst wordt ondergeschikt aan geregisseerde emoties en niet omgekeerd. De dramatische opbouw van personnages zoals Jago en vooral Othello worden daardoor ongeloofwaardig. Allen zijn in hun spel te keurig ondanks hun seksuele interpretatie van de jaloersheid. Het is geen menselijk gif dat langzaam in de tekst bezit neemt van Othello maar een dierlijk stoeien tussen rivalen. (EV)
Please disturb
doodsheid wil Krzyzanowski door de herhaling versterken. Krzyzanowski probeert het verwachtingspatroon van de galeriebezoeker te doorbreken, door de serie foto's niet zomaar aan de wand te hangen. Hij confronteert de bezoeker met een nagebouwde hotelkamer, en dus met een universaliteit die overal ter wereld in dezelfde prijsklasse voorstelbaar is. Dit versterkt het effect van leegheid en anonimiteit. De tentoonstelling stelt niet veel meer voor dan een aantal zwartwit interieurfoto's. Krzyzanowski slaagt er echter wel in een sfeer te scheppen waardoor je je als bezoeker werkelijk een vreemde voelt, die wat onwennig de anonieme wereld van het hotelwezen binnenstapt. (CvB)
Tot en met 16 mei is In de Tilburgse Schouwburg de foto- expositie 'please disturb'te bezichtigen. Deze expositie laat hotelkamerinterieurs uit verschillende delen van de wereld zien, gefotografeerd door Michel Szulc Krzyzanowski. Krzyzanowski heeft de afgelopen jaren veel moeten reizen waardoor hij bijna permanent in hotelkamers vertoefde. Het thema hotelkamerinterieurs is zodoende spontaan, zonder een specifiek vooropgesteld doel, tot stand gekomen uit een soort automatisme. Het resultaat blijkt een serie oninteressante foto's van levenloze, saaie en doodse kamers. Maar juist dit aspect van Univers
Jozef van den Berg 'De Pleisterplaats'
Vreemde stukjes behang
Op dinsdag 10 mei in de schouwburgzaal om 20.15 uur en woensdag 11 mei in de schouwburgzaal om 14.30 en 20.15 uur. In 'De Pleisterplaats' speelt Jozef yan den Berg samen met Marie-Clalre Stambac, een meisje met de accordeon op de rug en een piano achter zich aan slepend. In feite gaat 'De Pleisterplaats' verder waar het vorige programma 'De Geliefden' stopte. Daarin zou Van den Berg op aandringen van de voornaamste pop uit zijn familie, mevrouw de heks, een liefdesverhaal schrijven. Hij kwam niet verder dan de titel; 'De Geliefden'. In 'De Pleisterplaats' Is hij eraan gehouden dit verhaal daadwerkelijk af te maken. Maar het verhaal en zijn leven zijn een. Althans het leven dat hij op de scène kreëert en een opduikende geliefde Is niet alleen een soort wig tussen hem en zijn poppenfamille, maar ook een angstaanjagend en weerstanden oproepend, vreemd, orde- en rustverstorend element, dat hij ietwat aarzelend leert te hanteren. Het Is van meetaf aan duidelijk in 'De Pleisterplaats' dat Van den Berg op een punt Is gekomen waarop hij zijn poppen kan loslaten om voluit acteur/caberetier te worden.
Onzin? Vrouwonvriendelijk? Pornografisch? Hoort het werk eigenlijk wel thuis in een galene? Dit zijn vragen die menigeen zich zal stellen bij het zien van de expositie 'Zes obscene paarden en een geile bok' van Paul Straathof, beter bekend als 'De Kid'. De Beeldunie/musuem voor nieuwe kunst exposeert merkwaardige stukjes behang van een man die 'goddank' geen kunstopleiding heeft gehad. Tot met 13 mei in de St. Jozefsstraat 136, Tilburg..
SCHOUWBURG
Danse Pour Zaterdag 14 mei, studiozaal, schouwburg, 20.45 uur Majella Opdenacker en Luc Carels ontmoetten elkaar bij het Parljse Theatre d'en Face waar zij belden aan verbonden waren. Uit hun rijke ervaring - zij werkte o.a. met Min Tanaka, hij met Luc de Smet - groeide een eerste boelende dansproduktie 'Danse Pour /'atte/Onte d'une vieille dame'. Majella en Luc zijn soepele, energieke bewegers. Hun voorstelling kun je als postmodern t)estempelen: uitgangspunt is Immers het plezier beleven aan de pure, vaak simpele lichaamsbeweging. Weg met de virtuositeit, leve de alledaagsheid lijkt wel het motto van deze produktle. Speels, ongedwongen en met zichtbaar genoegen dartelen Opdenacker en Carels over de nagenoeg lege scène. Geregeld wordt onder het vrij beperkte arsenaal van losse, improvisatieachtige bewegingen een streepje muziek geschoven: Kurt Weill, Ry Cooder, Ennio Morricone, Mousorgsky. 'Danse Pour' is pretentieloos, bescheiden en bij wijlen vertederend In haar prille originaliteit.
Bianca van Dillen Dinsdag 17 mei, schouwburgzaal, 20.15 uur Het nieuwe avondvullende werkstuk 'Dag en Nacht' van choreografe Bianca van Dillen, bestaat uit twee onderdelen. De produktie kreeg als ondertitel 'To be prepared for the unprepared' mee. Dat slaat niet zozeer op een detectleve- of horror-story In het dansstuk, maar eerder op het feit dat de dansers hun eigen bewegingen en de bijbehorende muziek kunnen beïnvloeden. Door op een knop te drukken bepalen de dansers zelf welk onderdeel van een compositie van Guus Janssen wordt gespeeld. Dat geeft aan de dansers zowel t)ewegingsvrijheid en de mogelijkheid tot Improviseren. In principe liggen bewegingen vast, maar met de keuze van het muziekstuk verandert steeds de bijbehorende choreografie in een volgorde die uiteindelijk door de dansers wordt bepaald. Het tweede deel wordt gedanst op live gespeelde muziek voor geprepareerde piano's van componist John Cage.
De Beeldunie is een nietcommerciële instelling die controversiële kunt wil laten zien van met name jonge kunstenaars. Het verschil met galeries elders in de stad was de laatste tijd niet groot. Met de expositie van Straathof is daar verandering in gebracht. Omdat het werk van Straathof niet in een galerie thuishoort, hangt het in De Beeldunie. 'De Kid' heeft geen kunstopleiding gehad, werkt met acryl- en plastic verf op behangpapier, lijst zijn werk niet in maar knipt de vormen uit en prikt deze op de muur. Bovendien is de kunstenaar er niet vies van om pornografische afbeeldingen deel uit te laten maken van zijn weri<. Het resultaat is een wat armoedig geheel dat op je lachspieren werkt, maar wat je ook aan het denken zet. Straathof wordt naast 'De Kid' graag met 'Art Police' aangesproken. 'Ten eerste vind ik het een mooi woord. Verder heeft het ook te maken met censuur. Wat mag je laten zien en wat niet?', zegt Straathof. De kunstenaar laat zich inspireren door televisieprogramma's-en boeken over Amerika. 'De vele verschillende uniformen van de 'fat cops', het onuitputtelijk grote gebied van de verschillende Staten en het kinderlijke dat Amerikanen over zich hebben vind ik prachtig!', laat 'De Kid' weten. Hij plakt, schildert en knipt politiemannen, paarden, auto's, pistolen en vrouwen. En de pronografische plaatjes in zijn weri<? 'Wanneer je praat over porno dan doet iedereen of zijn neus bloedt. Toch hebben veel mensen dergelijke blaadjes onder hun bed of in de kast liggen. Vaak krijg ik als reactie op mijn werk: 'Oh, we vinden het wel heel mooi, maar we willen het niet in de kamer hangen. Bloot moet verborgen blijven.' In het persbericht van De Beeldunie staat: "De Kid' heeft (goddank) geen kunstopleiding gevolgd...' Straathof: 'Ik zit niet vast aan regels omtrent vormen en materiaalgebruik, waardoor ik gemakkelijker naar de inhoudelijke kant van mijn werk kan doorstoten. En ach, wanneer naar buiten was gebracht dat ik wel een kunstopleiding had gehad, dan was de reactie geweest: 'Zo, die heeft een enorme vrijheid ontwikkeld!' (J.V.M.)
6 mei 1988
VRIJDAG 6 M€l Cinecitta, 20.CX) uur, zaal 1: 'Round midnight'. Regie: Bertrand Tavemier. (t/m 10.5). Cinecitta, 22.15 uur, zaal 1: 'Oci Gtorni'. Regie: NIkita Mikhatkov, (t/m 10.5). Cinecitta, 20.15uur, zaai 2. '1941', Regie: Steven Spielberg. It/m 10.5). Cinecitta, 22.15 uur, zaai 2: 'Du mich auch'. Regie: Helmut Berger, it/m 10.51. Schouwburg, 20.15 uur: Dansgroep KrtsztInadeChatel. Schouwburg, 20.00 uur: Filmhuis: 'The tove child'. Regie' Robert Smith. Schouwburg, 22.15 uur: Filmhuis: 'Circle of gold'. Regis: Uday Bhattachavya ZATERDAG 7 MEi Schouwburg, 20.15uur- Globe speelt 'Othefto'. Schouwburg, 20.45 uur, studio: Pau! Haenen met 'Merïsen en gevoelens'. Schouwburg, 20.00 uur: Filmhuis: The London Story'. Regie: Sally Potter. Schouwburg, 22.15 uur: Filmhufe. The
brothers quay - films'
MAANDAG 9 MEI Schouwburg, 20.00 uur: Filmhuis: 'Landlords blues'. Regie: Jacob Burckhardt. (t/m 10.5). Schouwburg, 22 15 uur: Filmhuis: 'Rate ItX'. Regie: Lucy Winer, Pualde Koenigsberg. (t/m 10.5K DINSDAG 10 MEI Schotiwrfjurg, 20.15 uur: Jozef van den Berg met 'De pleisterplaats', (t/m 11.5). Schouwburg, 20,45 uur: De Salon met 'Beckett 3', Regie' Annemarie Prins. Universiteit, 20,15uur, aula: Kon.üedertafel met Cotisortium Classicum. __ WOENSDAG 11 MEI Schouwburg, 14,30 uur: Jozef van den Berg: Familievoorstelling van 'De pleisterplaats'. Universiteit, 12 30 uur, aula: Optreden KUB-cabaret. Schouvrfjurg, 20.00 uur: FHmhuis; 'Exftomance'. Regie'Charles Atlas 'Arena Brains'. Regie: Robert Longo, (t/m 12,5), Schouwburg, 22.15uw Filmhuis: Or*ema of Transgresstori VRIJDAG 13 MEI Schouwburg, 20.15 uur Hoofdstad Operette met 'Wiener Blut' van Johann Strauss, (t/m 14.5). Schouwburg, 20.45 uur, studio: Tilburgse Afnateurtorjeeigroep speelt 'Het portret'. Schouwburg, ^ , 0 0 uur: Filmhuis: 'Friendship's Death'. Reg»: Peter Wolten, (t/m 14,51 Schouwburg, 22,15 uur: Filmhuis: 'Mondo New York'. Regie: Harvey Keith, (t/m 14.5). DE BEELDUNIE
'Schoonheid bestaat niet' De Filosofenkring organiseert in samenwerking met de Beeldunie op maar7dag9me/om20.00uureen lezing door drs. Rob van Gerwen, filosoof, toegevoegd docent Esthetika aan de Rijksuniversiteit Utrecht, momenteel bezig met een studie 'Film en Opvoeringskunsten'. De lezing, die voor ieder vrij toegankelijk is, vindt plaats in: De Beeldunie, St. Josephstraat 136, Tilburg. Kunstwerken worden op vele verschillende manieren beschreven. Kritici geven ons een korte beschrijving van een roman of film om ons een indruk te geven, maar vooral om ons tot een bepaald oordeel te overtuigen. We hebben allemaal van tijd tot tijd onze vraagtekens bij hun opmerkingen. Kunsthistorici beschrijven kunstvormen om ze te kunnen katalogiseren en we zien in de musea kunstwerken van Van Gogh of Stella, met dure katalogi in de hand, met de vinger langs de prenten in het boek, kijkend wat ze er langs deze weg allemaal óver te weten kunnen komen. Ook de benadering van kunsthistorici heeft zo zijn nadelen. Ze lijken om de brei heen te draalen: ze laten de schoonheid buiten beschouwing.
A C H T E R K L A P '^ri<.
-&'-'^"e-''
Geen Shelldonatie voor Subsidiecommissie De universiteitsraad heeft vorige weel< donderdag een motie aange nomen, waarin wordt aangedron gen dat de Subsidiecommissie niet langer een geldbedrag van Shell ac cepteert vanwege de 'grote belang en' van het bedrijf in ZuidAfrika. Het gaat om een jaarlijkse donatie van 5.000 gulden die werd aange wend voor studentenactiviteiten. De Subsidiecommissie legt zich bij het besluit neer en het college on derzoekt de juridische consequen ties van het besluit. Terwijl een aantal topfunctionaris sen van Shell vorige week donder dag op uitnodiging van VITE een gastcollege gaven, debatteerde de universiteitsraad over de jaarlijkse schenking van Shell aan de Subsi diecommissie. K. van Dongen van de Progressieve Studentenfractie (PSF), die de motie indiende, zei dat de PSF wel degelijk beseft dat het
gaat om geld ten behoeve van stu dentengroeperingen maar wil dit niet uit de weg gaan. 'Als we een duidelijk afwijzend beleid willen voe ren ten aanzien vanZuidAfrika kunnen we dit niet steeds blijven vermijden, zelf niet als we er voor moeten inleveren', aldus Van Don gen in een toelichting. A. Boerema van de fractie Vinger in de Pap (VIP) zei dat haar fractie ver deeld was over de motie. Zelf vindt ze het een 'ad hoebeslissing' bij ge brek aan een beleid over bedrijven die banden hebben met ZuidAfrika en de KUB. Ook is de motie 'bijzon der nadelig' voor studenten, stelde zij. 'Echter, het Apartheidsregime in ZdidAf rika is zo mensonterend en laag bij de grond, dat iedere moge lijkheid om ertegen te ageren aan gegrepen moet worden', aldus Boerema. H. Walthervan Onafhankelijk Appèl
deelde mee dat de fractie de motie niet steunt omdat het 'een gebrek kige methode is'. Walther: 'Je moet dan ook de 25.000 gulden die Shell subsidieert in alle mogelijke activitei ten, zoals congressen en bijeen komsten van studentenverenigin gen, retourneren.' B. Taken van de VIP wees op de advertentie van Shell die onlangs in Univers stond afgedrukt. 'Pak dan ook dat aan en zo kun je bezig blijven', aldus Ta ken. PSFwoordvoerderVan Don gen: 'Het is een gebaar, een teken aan de wand. Er ligt wat betreft Shell geen beleid aan deze instel ling.' Prof. P. Verheyen raadde de motie namens het college 'met klem' af. 'Het is voor het onderzoek en on derwijs maar ook voor afgestudeer den belangrijk om contacten te heb ben met bedrijven', aldus Verheyen. Desondanks werd de motie met veertien tegen acht stemmen aan genomen. W. Heuvelmans, voor zitter van de subsidiecommissie.
verwacht dat de subsidiecommissie zich bij de motie zal neerleggen. Het college onderzoekt de motie op zijn juridische merites. (GR)
Tilburgse bedrijvendag net iets eerder Vorige week woensdag, 27 april, or ganiseerden Leidse psychologen van de vakgroep Functieleer en So ciale en organisatiepsychologie een bedrijvendag. Gaven er vorig jaar 27 bedrijven acte de presence, dit jaar was de belangstelling met veertien bedrijven beduidend minder. Rolf Westerhof, één van de organisato ren, mag in het Leidse universitei tenblad Mare van vorige week uit leggen hoe dat komt: 'Uitgerekend op diezelfde dag organiseerden ook de Tilburgse psychologen een be drijvendag. W e hebben dat goed kunnen merken aan de belangstel
ling. Tilburg was net iets eerder met de uitnodigingen.' Tilburg was niet alleen eerder met de uitnodigingen, maar ook met haar bedrijvendag. Dinsdag 26 april organiseerde Olof en niet de plaat selijke psychologen, zoals Wester hof meent in en rond de aula een bedrijvenpresentatie. Negentien be drijven waren van de partij Met 400 bezoekende studenten en enthousiaste reacties van de deel nemende bedrijven mag de eerste Tilburgse bedrijvendag een aardig succes worden genoemd, aldus OIofstudent Paul Boerboom, één van de organisatoren. Volgens Boerboom heeft de Olof bedrijvendag nauwelijks concurren tie ondervonden van de Leidse psy chologen, maar wel van een club Twentenaren die 27 april een bedrij venpresentatie organiseerden. Dus uitgerekend op de dag dat... De Twentenaren waren Boerboom c.s. vóór met hun uitnodigingen. (LK)
DE SEMINAR SOLLICITANT INGEKORT
BETREFT: Géén tijd voor d© Efteling J
Uit het omvangrijke archief van een academisch gevormde sollicitant. A) B) Q D) E) F)
De Adverteilties De Sollicitatiebrief Het Antwoord Reactie E xcuse Brosjnre
Intermediair 1011986 Het seminar Time Manaiïer leert u de techniek van effectief tijdbehoer in nauwelijlts 2 dagen. Ken tcchnielt op het werit en om thuis de zal<en rastiger en ixter te organisei^n. Om zo van nllebci meer voldoening te hebben. Om eindelijic eens echt tijd voor uw gezin te matten Voor het te laat is r documentatie; Marianne van Rossum o 112(1 .')! 112 S77 Intermediair Seminars, Rijnsburgstraal II. 1(1.")<) AT Amsterdam.
Geen tijd voorde Eftdj Time JManager helpt u
Drs. C.M. van Diek Kruisstraat 13 5014 HR Tilburg
Intermediai r Semi nars Marianne van Rossum S Meky Uyt den Boogaard Rij nsburgstraat 11 1059 AT AMSTERDAM urg,
1611986 VNU BUSINESS PUBUCATIONS
Geachte lezer(es) dezes,
21 januari 1986
In I ntermediair van lO januari j.l. trof ik uu advertentie aan uaarin u aanbiedt de moderne drukke zakenman op weg te helpen zijn tijd beter en efficiënter in te delen zodat er voor de fami 1 ie thuis ook nog wat immaterieels van de carrière—maker te verwachten is. Mijn kinderen zijn nog klein maar laten al blijken dat zij emotioneel te kort schie ten. "Moet paps aluieer werken vanavond?" Of "Kan ie nou niet eens een keer komen kijken naar het voetballen zaterdagmiddag" (jongste zoon). Of; ■"■Hwt" -ia- &i een jaar geleden dat pap mijn balletvorderingen heeft gezien" (oudste dochter). Ook moeder de vrouw klaagt steen en been over de drukke werkdagen, de volI e aktentas die het weekend mee naar de slaapkamer gaat, de schaarse uurtjes die we samen doorbrengen (en dan zit ik nóg met een stressgevoel van 'ik moet dit nog doornemen, dat vrijt bijvoorbeeld niet echt relaxed), verjaardagsfeestjes bij kennissen waar ik niet naar toe ga of het ongeduldige gewip op de stoel bij schoonmamma gevolgd door de ruzie i n de auto op de terugweg.
GB/LS
Ik heb het gevoel dat er binnen niet al te lange tijd iets hopeloos mis gaat lopen als er van mij n kant uit niet iets constructiefs gaat gebeuren. I k denk dat uw seminar een eerste stap in de goede richting is. Hoewel ik bang ben dat de eerste reactie van mij n vrouw zal zijn: "Ben je weer twee dagen weg", hetgeen juist is. Ik zal Haar moeten duidelijk maken dat het dit keer gaat om een investering in zaken als het tijd'maken voor een trip naar de Efteling mét pa erbij. En naar de Beekse Bergen, Walibi, Slagharen, het Textielmuseum. Willem II. Ik besef dat u mij dit niet in twee dagen kunt bijbrengen maar ik hoop op zijn minst enkele handvaten aangereikt te krijgen om dit type tijd en dus aandachtsproblemen te kunnen stroom!ij nen zodat mij n vrouw en ki nderen zich ook immaterieel niets te kort gedaan voelen.
Me«r dan 400.000 fnnctioiiazisi over de hele wereld namen deel seminar en werden gestimnleerd plezieriger hnn doelstellingen -zowel als privé- te verwezenlljki
Time Manager® persoonlijke ontwikkeling 23 en 24 januari 1986 17 en 18 februari 1986
Intermediair Seminars
Ik verzoek u de nodige documentatie aan mij toe te zenden. Afhankelijk van de prijs en de inhoud van uw seminar Time Manager zal ik mijn keu ze definitief kenbaar maken. Hopend op een effectievere tijdsbesteding in de nabije toekomst mij nerzijds en een i nteressant cursuaaanbod uwerzijds, teken ik met de meeste hoogachting, drs.
Geachte heer Van Diek,
^ .
Riinsburgslraal 11 1059 AT Am s lef dam Poslbus 9194 1006 CC Amsterdam Tele(oon020 51 02 911 (zeook dotxkiesnumm») Telei t4<l07publinl letecopt» 020175137 Poslgiro 11917ie'136400 Bank AMRO Amsletdam. iekeningnr 46 66 85 203 ABN Amsterdam (eken.r\giir 54 0184 020
Nog wat uitgeblust van een intensief weekend lees ik met groeiend begrip en sympathie uw brief van 16 januari j.l. U kent dit soort weekends, naast het schrijven van het jaarverslag lf85, waar weer mee gewacht tot het laatste moment, moest schoonmoeder worden verhuisd, gezaalhockeyd met de zoon, zaterdagavond twee feestjes bezocht (gelukkig beide in het dorp) en zondagmiddag de verjaardag van dezelfde schoonmoeder gevierd. Hoe is het mogelijk denkt u nu, dat de directeur van Intermediair Seminars, die uiteraard zelf de cursus Time Management heeft gevolgd, deze hectische toestanden niet weet te voorkomen. Wel ik denk dat het antwoord eenvoudig is, ik wil ze gewoonweg niet voor komen. Ik denk dat ik die spanning nodig heb om iedere keer weer te pres teren zowel naar mijn werk als naar mijn gezin. Inderdaad heb ik zelf de cursus Time Management met veel plezier gevolgd en ik denk dat ik er veel geleerd heb. Met name het gevoel (vaak 's nachts) 'ik vergeet iets, maar ik weet niet wat het is', ben ik kwijt immers mijn Time Manager vergeet niets. Orde, systemathiek en planning zijn de belang rijke benefits voor mij geweest. Zonder commerciële bijbedoeling kan ik u dan ook zonder meer aanraden twee dagen voor deze cursus te reserveren. U zult twee plezierige en nuttige dagen beleven. De brochure sluit ik voor u bij en een extra exemplaar voor uw vrouw zodat u haar kunt overtuigen dat u er in 1986 niets aan gelegen zult laten liggen het haar en de kinderen werkelijk naar de zin te maken. Gaarne hoop ik u persoonlijk te mogen begroeten op éên van de volgende cursussen.
C M. van Diek
BETREFT: Géén tijd voor de Efteling > De heer I dir. VNU I ntermediair Rij nsburgerstraat 11 1059 AT AMSTERDAM
Seminars 24 januari 1986
lnt«rm*dtair Seminars
Tilburg, 22119Ö6 GB/LS Geachte heer ' Dank voor uw warme persoonlijke reactie op mij n schrij ven d.d. 16/1/1986. U schrijft onder andere: "...mijn Time Manager vergeet niets." En: "Orde, systematiek en planning zijn de belangrijkste benefits vor mij geweest." Petje af ! .Mag ik u niettemin bij de afhandel ing \feirt mi j n verzoek om document at ie attenderen op een si ordigheidje ? In uw sympathieke schrijven beloofde u (nota bene) twee exemplaren van de I ntermediair Seminai—brochure bij te sluiten. I k zocht evenwel tevergeefs i n de enveloppe. I k hoop dat u deze omissie alsnog wiI t corrigeren. Maar u zult begrijpen dat de hoge hoed die ik ophad van uw Time Manager Seminar is gekrompen tot een alpinomuts
Intermediair Seminars Rijnsburgstraat 11 1059 AT Amsterdam Telefoon 020 - 510 28 77 Telex 14407 publi nl
Geachte heer Van Diek, Hierbij bied ik u mijn welgemeende excuses aan voor het vergeten bij te sluiten van de brochures. Zfals u zult begrijpen verstuurt de heer V H I^ B i niet zelf zijn brieven maar geeft aan mij de opdracht hiervoor. Ik hoop dan ook dat de alpinomuts weer uit kan groeien tot de hoge hoed.
Vriendelijke groeten,^
Met vriendelijke groet»
drs.
VNU Intermediair Seminars
C.M. van Diek
A, C>5% SasVerhaigen secretaresse
§