Kritiek op nota Beiaard i<an leiden tot meer Tweede Fase-opleidingen Er komen misschien toch meer beroepsopleidingen in de Tweede Fase dan de twee waartoe minister Deetman zich voor enige weken heeft willen beperken, te weten die voor bedrijfskundige en voor wijsgeer in een bepaald wetenschapsgebied. De minister is bereid nog eens wat beter naar de ruim zeventig door de universiteiten en hogescholen bij hem ingediende financieringsaanvragen te kijken. Een 'petit comité', bestaande uit drie departementsambtenaren en drie universiteitsrectores, zal de bewindsman op korte termijn adviseren.
door de universiteit, maar betaald door de cursisten zelf of door hun werkgevers. Verder denkt hij aan de verwerking van opleidingen als differentiatie in de eerste fase en aan zgn. in-service-trainingen elders. Volgens Deetman gaat het goed met het post-academisch onderwijs. In 1982 namen 27.000 cursisten deel aan circa 540 van dit soort cursussen. De universiteiten en hogescholen kwamen vorige week woensdag lijnrecht tegenover de minister te staan toen bleek dat hij de ongeveer 170 aanvragen voor eerstegraads lerarenopleidingen wilde bevriezen in afwachting van een uitspraak van het parlement over zijn definitieve nota daarover. In zijn twee weken geleden uitgegeven concept-nota brengt de minister deze opleidingen bij het hoger beroepsonderwijs onder. De W . O . instellingen betoogden dat de minister de wet moet uitvoeren. De behandeling van de aanvragen gaat nu weliswaar door, maar de minister gaat parallel daaraan stug door met de voorbereiding van zijn voorstel tot wetswijziging aan de Tweede Kamer. Wie als student aan de universiteit een leraarsbaan najaagt moet daarvoor volgens de opvatting van Deetman in de eerste fase een apart voorbereidingsprogramma van twee maanden volgen. Daarna kan slechts een klein deel door naar de opleiding van één jaar bij het hoger beroepsonderwijs (nieuwe lerarenopleidingen).
Dat is dan voor de universiteiten en hogescholen een mogelijl< lichtpuntje bij alle sombere wolken die boven de tweede fase-opleidingen hangen. Minister Deetman wilde blijkens de vorige week uitgelekte bijna-definitieve versie van zijn "Beiaardnota" nog meer besnoeien dan een jaar geleden toen het eerste concept van die nota uitkwam. In de nota Beiaard poogt de minister de samenhang aan te geven tussen de vier nu lopende processen binnen het wetenschappelijk onderwijs: de invoering van de twee-fasenstructuur, de taakverdelingsoperatie, de voorwaardelijke financiering van onderzoek en het op poten zetten van een nieuw en goedkoper rangenstelsel voor het wetenschappelijk personeel. De definitieve Beiaard-nota wordt omstreeks januari verwacht. Tijdens het vorige week woensdag met het ministerie gehouden overleg over de bekostiging van de vier soorten tweedefase-opleidingen uitten de vertegenwoordigers van de W.O.-instellingen ferme kritiek op het ministeriële voornemen vrijwel geen beroepsopleidingen toe te
staan. Uiteindelijk zei directeur-generaal voor het hoger onderwijs dr. L.J. in 't Veld namens de minister ermee in te stemmen als de aanvragen eerst nog eens door een klein groepje deskundigen worden bestudeerd. De universiteiten en hogescholen hadden als bezwaar dat de minister tot dusver niet inhoudelijk over deze aanvragen heeft willen discussiëren, omdat hij ze in feite bijna allemaal wil afwijzen. Zelfs de al bestaande universitaire beroepsopleiding tot accountant kan worden geschrapt volgens de minister omdat die ook kan wórden gegeven door het Nederlands Instituut voor Registeraccountants (NIVRA). De bedrijfskundige opleiding mag zolang blijven bestaan als nodig is om de achterstand die ons land ten opzichte van het buitenland heeft in te lopen. De minister zal nagaan welke van de aangevraagde opleidingen ook op een andere manier kunnen worden gegeven. De minister denkt o.a. aan de onderbrenging van opleidingen in post-academische cursussen. Die worden gegeven
CvB oordeelt niet over Zuid-Afrika-reis
sanctioneren. Het college heeft alle begrip voor de bezwaren die er tegen ZuidAfrika leven, maar voelt zich niet geroepen het vermijden van wetenschappelijke contacten met dat land als een algemene gedragscode aan alle wetenschappers van de hogeschool op te leggen. Het bestuur zegt dan ook geen oordeel te willen vellen over het omstreden bezoek en de contacten van de Tilburgse professoren met Zuid-Afrika.
en voor de studentengeleding zullen Van Baest, Corvers, Van Geyt en De Haardt in de faculteitsraad zitting nemen. De Instellingsraad, een soort adviserende hogeschoolraad zonder beslissingsbevoegdheid, zal het volgend jaar worden bemand door Bornewasser en Wouters (w.p.). Van der Meer en Van Straalen (administratief personeel) en de student Wennekes. Eigenlijk was er in de Instellingsraad plaats voor een tweede student maar er had zich geen kandidaat voor deze bestuursfunctie gemeld.
Uitslag verkiezingen theologen
T.G.
"In algemene zin is het College van Bestuur van oordeel dat officiële contacten tussen onze universiteit en instanties in Zuid-Afrika moeten worden vermeden". Dat schrijft het bestuur van de Tilburgse hogeschool als antwoord op de vragen over het bezoek van de econoom prof. B. van Veen aan Zuid-Afrika in september van dit jaar. In algemene zin staat het college dus geen contacten met Zuid-Afrika voor. Maar, schrijft het college, "ten aanzien van individuele wetenschappelijke contacten zijn wij van oordeel dat het hogeschoolbestuur deze niet kan en behoort te verhinderen." Wel moeten wetenschappers die politiekgevoelige landen bezoeken zich realiseren, aldus het college, wat de officiële politiek van de KHT is. Volgens het CvB is uit het bezoek van van Veen en uit een eerder bezoek van diens collega prof. Bosman 'overtuigend duidelijk' geworden dat beide wetenschappers geenszins hebben beoogd het Zuidafrikaanse apartheidsregime op enigerlei wijze te
Zoals verwacht zijn er bij de verkiezingen op de theologische faculteit maar weinig studenten ter stembus getrokken. Voor de Instellingsraad werden slechts 73 van de 246 stemmen uitgebracht, voor de Faculteitsraad lag het percentage iets hoger met 92 van de 246 potentiële stemmen. De opkomst bij wetenschappelijk en administratief personeel lag veel hoger. De samenstelling van de Faculteitsraad is na de uitslag van vorige week als volgt: de docenten Berger, Maas, Merks en Valkenhoef vertegenwoordigen het wetenschappelijk corps
vervolg op pag. 3
11
Oude wijken Naar aanleiding van een IVA-onderzoek een gesprek met Fred Valkenburg.
5
De ambtenarenacties hebben één ding duidelijk gemaakt: ambtenaren gaan steeds meer gewone werknemerstrekjes vertonen. Een gesprek met Nagelkerke en De Nijs. Dierenverblijf Afgelopen week opende collegelid Rijk oifficieel het nieuwe dierenverblijf van de subfaculteit psychologie. De filosofen van de Cl F moeten volgens de taakverdeling 35% bezuinigen.
THB rond de jaarwisseling Op 23 december verschijnt het laatste THB van 1983. Het eerste nummer van 1984 ontvangt u op 20 januari. Kopij, mededelingen en advertenties voor dat eerste nummer kunnen ons bereiken tot 13 januari.
In de hal van gebouw B zijn ter verfraaiing van de hogeschoolentree, twee levensgrote copieermachines neergezet. Ten behoeve van de studenten. Voor hen is het een uitkomst omdat ze nu niet meer van gebouw A naar de eerste verdieping van B hoeven te hollen om te zien of ze al aan de beurt zijn. Wie had het ook al weer over de verloederende omgeving van de hogeschool?
INGEZONDEN
KOLOFON MATSERTJES
Komt er nog kinderopvang op de hogeschool? In maart van dit jaar heeft de voorberei dende commissie 'emancipatiebeleid' een werkgroep ingesteld, die de wenselijk heid van kinderopvang op de hogeschool moest onderzoeken. De reden hiervoor was dat kinderopvang in het algemeen een emancipatorische funktie kan vervullen voor de ouders en dat kinderopvang een belangrijke rand voorwaarde is voor de mogelijkheden voor vrouwen om te werken of te stude ren. Om een beter inzicht in deze problema tiek te krijgen heeft de werkgroep zowel studerende als werkende ouders betrok ken bij haar werkzaamheden. In de periode maart tot augustus heeft de werkgroep geprobeerd een globaal beeld te krijgen van verschillende opvangmo gelijkheden in de stad en kinderdagver blijven van W.O .instellingen. Daar naast is er in de eerste drie weken van ju ni een enquête gehouden om de behoefte aan kinderopvang op de KHT te peilen. De resultaten waren bemoedigend, on danks de wat ongunstige periode (de col leges waren al afgelopen en de vakantie periode was voor sommigen al begon nen). • De resultaten waren in ieder geval be moedigend genoeg voor het CvB om zelf aktiviteiten op dit gebied te ontplooien. Maar laten we eerst wat resultaten geven.
TE BERDE door De Werkgroep Kinderopvang
gestuurd. De reakties kwamen van 44 ou ders, die opvang nodig hadden voor 57 kinderen; 38 mensen, die (toen nog) geen opvang nodig hadden, maar positief stonden tegenover kinderopvang. Daarnaast hebben 8 mensen gereageerd, die bezwaren hadden tegen kinderop vang. Bij de ouders was de verhouding perso neelstudente 65%3 5%. Iets meer dan één derde van de mensen die gereageerd hebben waren bereid om vrijwilligerswerk te doen in een eventuele kinderopvang. Eind augustus heeft de werkgroep haar bevindingen schriftelijk doorgegeven aan het CvB met het verzoek om een gesprek hierover te arrangeren met een delegatie van de werkgroep. Op 25 november j . l . heeft dat gesprek plaatsgevonden tussen de heren D; Backx (Studentenzaken), C. Krijger (In terne Zaken), M. Rijk (CvB), F. Smul ders (Bouw en O nderhoud) en de dames I. Sliedrecht, R. Weideveld en M. Thie
De resultaten van de enquête zijn voor het CvB de aanleiding geweest om zelf verdere informatie in te winnen bij ande re W.O .instellingen en bij de gemeente. Het CvB deed verslag van haar bevindin gen. Uit het gesprek zijn drie vormen naar voren gekomen, waarin kinderop vang op of voor de hogeschool gestalte zou kunnen krijgen: de hogeschool zou het geheel in eigen beheer kunnen doen, er zou een samenwerking kunnen ko men met bedrijven en/of onderwijs instellingen in de direkte omgeving van de KHT of de hogeschool zou zich voor een aantal plaatsen in kunnen kopen in een bestaand kinderdagverblijf. Tijdens het gesprek zijn ook een aantal huisvestingsmogelijkheden naar voren gekomen, die ook nader bekeken zullen worden. Het ligt in de bedoeling om 22 december a.s. weer bij elkaar te komen om aan de hand van de dan verkregen informatie verdere afspraken te maken. Of er daadwerkelijk een of andere vorm van kinderopvang komt, is afhankelijk van beslissingen die de hogeschool hier over moet nemen... We staan dus pas aan het begin van het besluitvormingsproces. De eerste stap pen zijn gezet.
In totaal zijn er 91 formulieren terug
reaKtionai, "Reaktionair" is een rubriek waarin reakties van lezers worden ge plaatst. Naam en volledig adres van de schrijver(s) dient bij de redaktie bekend te zijn. Anonieme brieven verdwijnen in de prullemand.
Objektiviteit Het Is alweer enige tijd geleden, dat de subfaculteit der sociaal culturele weten schappen, voor haar eerstejaars een discussie omtrent waardevrijheid van wetenschap in haar onderwijspakket had. Ik ben bang dat deze, gelet op de reaktie van Gerda Schapens in het
café met o.a. 13 koffiespecialiteiten! restaurant dagelijks een steeds variërend DAG MENU voor f 14,00 bar geopend van woensdag t / m zondag vanaf 21.00 uur.
DN
BEIAARD
Heuvel 22,5038 CP Tflburg Tel.: 013365324
THB van 9 december j . l . , met de op komst van de tweefasen struktuur ver dwenen is. Misschien uit bezuinigings overvvegingen; praten kost nu eenmaal geld, of misschien wel om de discus sies en daarmee de controversies tus sen de verschillende medewerkers, bin nenskamers uit te vechten. Al dan niet met brandweerauto en "Dinky T o y " zoals Gerda stelt. Zij vraagt aan het slot van haar verhaal om "objektieve" feiten. H et mag dui delijk zijn door de tegenstelling tussen Zijderveld en Kerstholt, dat in de socio logie "objektieve" wetenschap bedrij ven niet makkelijk is. Wetenschap be drijven gaat, mijns inziens, net als elke andere vorm van menselijke handelen, gepaard met de in de sociologie zo graag gehanteerde waarden en nor men. Deze uitgangspunten van de we tenschapper moeten boven tafel ko men, en niet achter de schermen blij ven; omdat pas dan een vertroebeld beeld ontstaat. H et is kenmerkend voor onze moderne tijd, met haar roep om funktionaliteit, om te vragen naar een "objektieve" wetenschap. Alsof men sen daar inhoudelijk niets aan toe te voegen hebben. In de praktijk blijkt dat mensen op ver schillende manieren wetenschap bedrij ven, en dat doen vanuit verschillende gezichtspunten. Deze dienen niet onder tafel geschoven of verheimelijkt te wor den. Nog gevaarlijker is het als ze "weggewerkt" worden door de een voudige ontkenning van hun bestaan. Ik pleit er dan ook voor dat er een openlijke discussie gevoerd wordt over wederzijdse uitgangspunten, of min stens een explicatie hiervan. Waarom een blad als dit hiervoor niet te gebrui ken? Bij een openlijke discussie of ex plicatie van uitgangspunten hebben studenten pas echt baat: Wij zijn niet slechts wetenschapskonsumenten die Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d
behoefte hebben aan een keurig afgepaste, mooi verpakte portie. Tenminste ik niet. Eric Verkaar Student Sociologie.
De toekomst van de Academische Raad De meeste Colleges van Bestuur zijn van mening dat de Academische Raad moet worden opgeheven. In een concept-advies (van de dagelijkse raad van de AR) voor een nieuwe advies- en overlegstructuur verklaren negen besturen van universitaire instellingen zich voor die opheffing. Limburg was tegen terwijl de reacties van Leiden, Groningen en Delft nog ontbraken. De reacties van de besturen worden deze week in de Hogeschoolraad besproken. Op 13 januari zal de Academische Raad een eindadvies vaststellen. De raden van Nijmegen en Amsterdam (UvA) hebben zich al uitgesproken voor opheffing van de AR. In hun reacties stellen de diverse colleges zich achter de door Deetman voorgestelde splitsing tussen het advies en het overleg. Ook gaan zij in meerderheid accoord met de instelling van de Adviesraad Hoger Onderwijs (ARHO). De colleges willen wel dat de interne bevoegdheidsregeling op de instellingen onaangetast blijft. Deze regeling dreigt te veranderen omdat Deetman alleen nog maar wil overleggen met afgevaardigden die het mandaat hebben om zaken uit te onderhandelen, dus zonder dat vervolgens nog eens overleg met de raad nodig is. Ook vinden de CvB's dat het overleg al moet plaatshebben voor het moment waarop beleidsbeslissingen worden genomen. Deetman wil alleen nog overleggen over uitvoeringszaken. B.B./U.P. (bewerkt)
■■■m a t s e r t j e $■■■ 'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten ze ƒ 5,-; onder nummer ƒ 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen. TE KOOP: Halfvrijstaand woonhuis in de nabijheid van de Hogeschool ('t Wandelbos). Prijs ƒ 199.500,— k.k. Tel. 685694.
Restaurant
DE ROODE HAAN V o o r een gezellig avondje uit en w a a r sfeer nog steeds heerst KEUKEN OPEN 12-14/17-22 uur zat. en zondag 17-22 uur maandag gesloten
Wilhelminapark 42 Tilburg 013-426982 tilburgs hogeschoolblad weekblad voor de katholieke hogeschool tilburg redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, angela lodder (assistente) medewerkers pau! emonts, wouter van gils, peter pennartz, henk zomer, wilma okkerse, sjef stoop, klaudie biemans, John versieyen. samenstelling redaktieraad .prof. mr. p. van seters (voorzitter), dr. j koning, dr. h. van erp, m. ackermans (adviseur), a. de laaf, drs. th. schouw. officiële mededelingen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel, henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de ,week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn. redaktle-adres/advertentles hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662506 intern: 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten: ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrecht universiteitsHad, delta (delft), thberichten (eindhoven), tht-nieuws (tweiite), observant (maastricht), uk (groningen) en ku-nieuws (nijmegen) druk drukkerij em. de jong bv, baarle-nassau abonnementen voor niet-hogeschoolleden / I S , — per jaargang
16 december 1983
Deetman wil praten met studenten
Voorzieningen worden teruggeschroefd tot minimum Er komt, aldus minister W.J. Deetman een beleidsnota Studentenvoorzieningen. Over de inhoud zal met de betrokkenen overlegd worden. Wanneer die nota verschijnt valt dus nog niet te zeggen. Maar dat hij strak en franjeloos zal zijn, daar liet de minister woensdag 7 december in Nijmegen geen twijfel over bestaan. De Commissie Studentenvoorzieningen (CVS) van de Academische Raad vierde in Nijmegen haar tienjarig bestaan met een symposium onder de titel 'Zonder studenten geen Hoger Onderwijs'. Studenten zullen In de toekomst niet neer praten over hun 'studententijd', zei Deetman daar, maar gewoon over hun studietijd'. Een aantal basisvoorzieningen zoals de studiefinanciering en het jtudentendekanaat zullen uiteraard bllj/en bestaan en daar bovenop zullen, van jniversiteit tot universiteit verschillend, studiebevorderende' voorzieningen altijd nodig blijven. De universiteiten moeten zelf uitmaken wat daar onder valt. Dver de bekostiging van deze voorzieningen had de minister zich nog weinig /oorstelling gemaakt. En, op de huidige ;haos in de studentenvoorzieningen ging lij niet in.
woede en van ideologieën over maatschappelijke gelijktrekking van studenten en andere jongeren'. "De samenhang is voor de bestuurder ver te zoeken. Dan weer leest deze in een regeerakkoord dat een adequaat studiefinancieringsstelsel tot stand moet komen, dat daarbij de onafhankelijkheid van het ouderlijk inkomen een wezenlijk element is, en vervolgens dat de studietoelagen beneden de leeftijd van 21 jaar overeenkomstig de bijstandsuitkeringen moeten worden verlaagd, dat de Tweede Kamer der Staten Generaal dit heeft afgewezen en dat dit wordt opgevangen door alle toelagen te verminderen. Vervolgens zegt de begroting dat een nieuw studiefinancieringsstelsel volgens de eerder aanvaarde criteria niet financierbaar is en dat bovendien de reductie van de toelage voor studenten jonger dan 21 jaar toch doorgang moet vinden. Ondertussen heeft een minister het beleidsvoornemen geuit om financiering van bepaalde studentenvoorzieningen als sport en lichamelijke vorming af te bouwen. Verder schreef het ministerie van O. en W . in een brief dat de bijdrage voor studentenvoorzieningen per student van f 73, — is teruggebracht tot f 52, —. Ten slotte verneemt de bestuurder, dat een bepaalde politieke partij een gat in de be-
groting wil dichten door een verdere aanval te doen op de gelden, beschikbaar gesteld door de studiefinanciering". Zoals bekend bestaat er het voornemen kinderen van onvermogende ouders een studiefinanciering te geven gelijk aan de RWW-uitkering. Dat geldt voor studenten jonger dan 21 jaar. 21-Jarigen en oudere studenten zouden aparte toelagen krijgen, die na correctie voor studiekosten en ziekteverzekering 5 tot 25% lager zullen liggen dan de RWW-uitkering. De stelling van Vendrik is, dat de studenten van minvermogende ouders, duidelijk meer lasten hebben dan de andere jongeren en dat f 750,— per kop voor 18- tot en met 20-jarigen te weinig is. Hij ging daarbij uit van de door de stichtingen voor studentenhuisvesting te berekenen kamerhuur, plus een aantal overwegingen: studenten kunnen niet meer kiezen waar ze gaan wonen, thuis of op kamer. Ze zijn meestal uitwonend, weg van hun ouders, in de universiteitsstad. Ze hebben dan hun reiskosten van en naar het ouderlijk huis, en verder is er door de studiedruk weinig mogelijkheid om enige bijverdienste en momenteel worden ze geconfronteerd met een stijBrenninkmeijer en Deetman in gesprek (foto Flip Franssen)
Dat deed in zijn bijzijn wel Dr. A. Venirik, lid van het College van Bestuur van ie Katholieke Universiteit van Nijmegen. De spil van zijn betoog was de troostelo:e realiteit der studiefinanciering: een «vildgroei van maatregelen zonder saTienhang. Als er maatregelen genomen worden, dan graag met een beschrijving /an de consequenties die ze hebben voor iet studentenbudget. Vendrik constaeerde dat het heersende stelsel van studiefinanciering is verslechterd 'en dat los laarvan de indirecte steun' (alle voorzielingen boven op de studiefinanciering) ?e/7 prooi is geworden van bezuinigingsi/ervolg van pag. 1
Bijna afgeronde Beiaardnota De universitaire vertegenwoordigers krejen ten aanzien van de onderzoekersopleidingen de toezegging dat meer opleidingen per faculteit soms zullen vorden toegestaan. De minister wil die ijdelijk bekostigen tot hij de wet zo heeft veten te wijzigen dat hij studenten als issistent-in-opleiding kan invoeren. Deetman had gezegd te staan op één opleiding per faculteit. Uitzonderingen cunnen dus de regel bevestigen. Er zijn uim 100 aanvragen voor een dergelijke opleiding bij het departement ingediend, ïeetman blijft er in zijn nagenoeg afgeonde Beiaardnota bij dat de meer dan senjarige onderzoeksopleiding uiteindeijk moet verdwijnen. Daarvoor in de olaats komen opleidingen van hooguit 'Ier jaar voor in de eerste fase afgestuleerden, die assisten-in-opleiding gaan leten. Zij zullen moeten solliciteren naar
urgs Hogeschoolblad
ging van de huurlasten door verhoging van allerlei service-kosten.
HEILSINSTITUUTi Deetman was van mening dat in het nieuwe beleid inzake studentenvoorzieningen het accent verlegd zou moeten worden van studententijd naar studietijd, en er een verschuiving moet komen van de status 'student zijn', naar de activiteit 'het studeren'. Verder zal er zorgvuldig gekeken moeten worden naar de verantwoordelijkheden. Waar sprake is van 'noodzakelijke verantwoordelijkheden' zullen er zogenaamde basisvoorzieningen getroffen moeten worden, met daarin expliciete plichten voor ministerie en instellingen van W . O . en ook voor andere overheidsinstellingen. Dat vergt veel samenspel. De universiteit is daarbij 'geen algemeen heilsinstituut' (meer). De grenzen van de universitaire verantwoordelijkheden zullen in overleg met de instellingen opnieuw worden bekeken. Een apart niveau vormen de voorzieningen waar de instellingen zich expliciet van afzijdig moeten houden, omdat daar anderen of de studenten zelf voor kunnen zorgen. Een ander kenmerk dat in het nieuwe beleid zal spelen is de gelijkschakeling van studenten in het W . O . met de studenten in het HBO. Dit wil echter niet zeggen dat de voorzieningen voor beide onderwijstypen hetzelfde zullen zijn. Verdere schaalvergroting in het HBO zal echter tot gevolg hebben dat 'met name de omgevingsfactoren' bij de groep HBO-studenten zich meer in de richting van het W . O . kunnen ontwikkelen, aldus Deetman over de toekomst. Maar voor dit alles is degelijk overleg nodig, niet alleen tussen het ministerie en de universiteitsbesturen, maar ook met de studenten zelf. Deetman: " I n dit licht acht ik het niet meer dan noodzakelijk dat de studentenwereld ook representatieve overlegpartners kan leveren om het hier besproken beleid verder uit te werken. Ik heb het jammer gevonden, ook met betrekking tot eventuele bespreking van andere beleidsonderwerpen dat de studenten de afgelopen jaren zoveel moeite hadden om zich als georganiseerde gesprekspartners te profileren. Ik hoop van harte dat hierin spoedig verbetering komt".
een opleidingsplaats en treden bij acceptatie in dienst van de universiteit. De minister schat dat in de jaren negentig jaarlijks tussen de 1200 en 1400 afgestudeerden een onderzoekersopleiding in die zin zullen kunnen volgen. Ofwel tien procent van het totaal. Opmerkelijk is dat dit aantal slechts de helft is van het aantal dat hij noemde in de concept-beleidsnota Beiaard. De assistent-in-opleiding krijgt een bescheiden salaris. Deetman motiveert dit met te zeggen dat studenten aan de ene kant werk doen, maar aan de andere kant in opleiding zijn. Gedacht wordt aan een beginsalaris van 1500 gulden per maand. In het vierde opleidingsjaar kan dat uitgroeien tot 3000 gulden. Er wordt van uitgegaan dat de assistentin-opleiding zijn aanstellingstijd afsluit met een proefschrift of een andere wetenschappelijke publicatie. Als hij korter dan vier jaar meeloopt, kan hij een soort verklaring krijgen. Inschakeling bij het voorwaardelijk gefinancierd onderzoek zal de voorkeur dienen te krijgen. De assistent-in-opleiding zal voor een deel ook onderwijs moeten geven. Meer dan een kwart van zijn tijd mag hij daar overigens niet aan besteden.
BEURZEN I Circa vijf procent van de gepromoveerde assistenten-in-opleiding kan vervolgens een beurs krijgen voor vijf jaar. Dit is een nieuw punt in de Beiaardnota. De beurs geldt alleen voor kwalitatief uitstekende onderzoekers, die dan een maandsalaris van een kleine vijfduizend gulden kunnen gaan verdienen. Ze staan dan op het niveau van een universitair docent (nu nog wetenschappelijk medewerker geheten) in het vierde jaar. Ze hebben daarmee meteen een reële kans op een vaste aanstelling bij vacatures wanneer de vijf jaar zijn afgelopen. Door meer onderzoek in opdracht van en betaald door derden aan te trekken, kunnen de universiteiten zelf meer plaatsen voor assistenten-in-opleiding maken. Minister Deetman wil - en dat is nog een nieuw punt - het aantal plaatsen voor hoogleraren en hoofddocenten (nieuwe naam voor wetenschappelijk hoofdmedewerkers) per universiteit aan een maximum binden. Minder wetenschappers komen daardoor in aanmerking voor de functie van hoofddocent. Voor hoeveel universitaire docenten er plaats zal zijn.
a
B.H./U.P. (ingekort)
zal afhangen van het aantal hoofddocenten. Deetman heeft een verhouding van 1 hoogleraar/1,5 hoofddocent/2,5 docent op het oog. De assistenten-in-opleiding vormen het sluitstuk van het nieuwe stelsel. Zij komen na 1986 in de plaats van de wetenschappelijk assistenten die de vervanging moeten zijn van de rest van het wetenschappelijk personeel in de komende jaren tot 1986. Een deel van het bestaande wetenschappelijk personeel zal namelijk overtollig worden bij invoering van het nieuwe rangenstelsel. Deetman wil in de overgangsperiode van oud naar nieuw de rang van wetenschappelijk assistent als tijdelijke opvang gebruiken, in afwachting van herplaatsing of ontslag. Ook doorstroomplaatsen wil Deetman daarvoor gedeeltelijk benutten. Een minimum van die doorstroomplaatsen zal echter per universiteit open moeten blijven staan voor de entree van assistenten-in-opleiding, vindt de bewindsman. Jan van der Veen Ad Valvas/U.P.
16 december 1983
KUN en KHT praten over een gezannelijk voorstel
Sociale faculteiten in van zes miljoen
om subsidiekluif
De sociale faculteiten in Nederland kunnen voor 1 februari 1984 voorstellen indienen voor de verdeling van de 6 miljoen, die minister Deetman beschikbaar heeft gesteld ter stimulering van vernieuwend onderzoek. Vorige week heeft de Discipline Adviescommissie Sociale Wetenschappen (DAS) bekend gemaakt volgens welke criteria dat geld, dat vrijkomt door de TVCbezuiniginsoperatie, zal worden verdeeld. Er zullen maximaal 12 zogenoemde 'zwaartepunten' ter grootte van 0,5 miljoen (vijf mensjaren) door de commissie worden goedgekeurd. De faculteiten zullen daarnaast ook zélf vijf mensjaren ter beschikking moeten stellen. De voorstellen mogen aansluiten bij onderzoek dat door voorwaardelijke financiering is beschermd, de nadruk moet liggen op fundamenteel onderzoek en het geld mag alleen besteed worden aan personeel, niet aan faciliteiten. Inmiddels stelt het Instituut Sociologie van de Kil pogingen in het werk om samen met de Katholieke Hogeschool Tilburg een grootschalig veldonderzoek via deze stimuleringsgelden gefinancierd te krijgen. De zes miljoen zijn een aantrel<l<elijke kluif voor de sociale faculteiten, die ten gevolge van de taakverdelings-afspraken de komende jaren een forse bezuiniging moeten realiseren oplopend tot 35,6 miljoen in 1987. Een deel van dat bedrag komt nu terug in de vorm van de zwaartepunten-subsidies. Minister Deetman heeft toegezegd dit 'extraatje' gedurende tien jaren beschikbaar te zullen stellen, een totaal van 60 miljoen dus. De Discipline Adviescommissie Sociale Wetenschappen (DAS), een overlegorgaan door de universiteiten opgericht met het oog op een nadere invulling van de TVCafspraken, heeft nu criteria voor de verdeling van de gelden ontwikkeld. Volgens de commissie kan van een zwaartepunt worden gesproken 'als een grotere groep van onderzoekers, voor onbepaal-
de tijd, hun onderzoekingsinspanningen op een welomschreven gebied concentreren en daardoor een belangrijke bijdrage aan de vermeerdering van wetenschappelijke kennis op het gebied kan worden verwacht.' De commissie stelt de eis dat minstens 20 procent van de tijd die aan de in te dienen projecten wordt besteedt toevalt aan gepromoveerden. Die eis zal ongetwijfeld moeilijkheden opleveren, omdat dit type wetenschappers in de meeste gevallen al is ingezet bij projecten die vallen onder de voorwaardelijke financiering. Bovendien zouden volgens de DAS ook één of meer hoogleraren aan het zwaartepunt moeten deelnemen. Ook zij zullen naar verwachting voor het merendeel
De gewone man
Moeten wi] Spaan en Vermeegen geJoven, dan is de gewone man niet meer wat hij geweest is. Wie boerenkool en hutspot eet, alleen in het weekend een borrel drinkt en 's zaterdags voor het hele gezin chinees haalt, is ongewoon geworden. Dat vinden niet alleen Spaan en Vermeegen; ook recent sociaal-wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat zulk sooTt burgerlijkheid onvermijdelijk met benzineslurpen, boom-omplassen of doelpaal-knakken zal worden gecompenseerd. Daarmee hli]ft de vraag wie als gewone man moet worden aangemerkt onopgelost en interessant. Pisa's antwoord laat lang op zich wachten, al komen de contouren van een oplossing geleidelijk in zicht. Dat die oplossing met de laatste sociaalwetenschappelijke inzichten al overeenstemmen, laat zich raden. De gewone man van Pisa is inderdaad een veertiger of daaromtrenl, die aan het einde van de jaren zestig even dreigde volwassen te worden, trouwde, twee kinderen kreeg en een goede baan en vervolgens die weelde niet heeft kunnen dragen. In de tweede helft van de jaren zeventig verloor hij dan ook vrouw en kinderen, doch behield zijn baan, want die was vast. Hij behoort tot de na-oorlogse generatie die haar comfortabele positie aan een burgerlijke opvoeding moet wijten en daarom jongere generaties kan voorhouden, dat uitsloven nergens toe dient. Zelf zou hij er zonder universitaire studie nooit in geslaagd zijn zo gewoon te worden. Zijn baan ligt in de buitendienst van de Overheid B.V., het onderwijs, de politiek, de omroep etc. en door zijn toedoen is de gewone man van weleer uit die sectoren verdwenen. Zijn opvattingen zijn grillig en inconsistent; hij vindt dat heroïne van staatswege moet worden verstrekt, dat vuurwerk moet worden verboden en dat er ergens anders op moet worden bezuinigd. De gewone man van nu is een tweeverdiener, die daarom meer ziet in een emancipatoir dan in een progressie/ belastingstelsel, die op D'66 had willen stemmen en juicht over Hef Ver-
zijn ingeschakeld in de voorwaardelijke financiering. Tenslotte geldt dan nog eens de eis dat de vijf te financieren mensjaren gelden als een aanvulling op vijf mensjaren die de sociale faculteiten zélf ter beschikking moeten stellen. Per faculteit kunnen maximaal vijf voorstellen worden ingediend; de voorzitter van DAS, de Tilburgse hoogleraar dr. R. de Moor schrijft in een telex aan de faculteiten op schoolse wijze: 'Indien meer dan vijf voorstellen worden ingediend, worden zij geen van alle behandeld'. Tijdens een vergadering van de raad van de subfaculteit Sociologie van de KU bleek dat dit instituut inmiddels in onderhandeling is met Tilburg over het opzetten van een grootschalig veldonderzoek. Ondanks onduidelijkheid over de opzet van dit project, en uiteenlopende interpretaties omtrent de invulling ervan, willen Nijmegen en Tilburg proberen samen een half miljoen in de wacht te slepen. Een noodgedwongen samenwerking, zo bleek ook, want Tilburg acht zich niet in staat zelfstandig een aanvraag van voldoende omvang in te dienen. -Aldus een artikel in KU-nieuws. Jan van Tuijl, secretaris van de subfaculteit SW Tilburg noemt het een raar verhaal en verwijst naar Prof. Prinking, dekaan van dezelfde subfaculteit. Die heeft weinig zin om de laatste opmerking uit het Nijmeegse artikel in te gaan. Prinking: "Die kwalificaties laat ik graag over aan de desbetreffende redacteur. Als het om geld gaat ontstaan er vaker van dit soort verhalen. Ik ga er verder niet op in". THB: Wat is dan wel waar van dit verhaal? Prinking: "Het is inderdaad waar dat wij samen met de sociale faculteit van Nijmegen bezig zijn te praten over een ge-
zamenlijk voorstel in te dienen in het kader van deze pot van zes miljoen. Tot nu toe hebben we echter alleen nog maar inhoudelijk over dit onderzoek gepraat en niet over de concrete invulling ervan. THB: Wat houdt dat onderzoek dan in? Prinking: "Het betreft het onderzoek naar de sociaal-culturele ontwikkelingen in Nederland. Elke vijf jaar wordt er een nationale steekproef gehouden in deze en wat wij nu willen gaan onderzoeken zijn de ontwikkelingen van waarden op verschillende terreinen, bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsverhoudingen, relaties, politiek en bestuur, enz. Uit zo'n onderzoek verwachten we, dat de nodige probleemstellingen te voorschijn zullen komen die nader empirisch onderzoek noodzakelijk en wenselijk maken. Uiteraard sluit dit onderzoek aan bij de zwaartepunten die binnen onze faculteit al langer een belangrijke rol spelen. THB: Houdt dit in dat Tilburg zich bij dit ene project samen met Nijmegen houdt? Prinking: "Nee, er zijn 12 te honoreren projecten. We zijn ook bezig als Tilburg zelfstandig een voorstel in te dienen". M.M./U.P. P.E. (bewerkt)
Van Agt in het Stich tingsbestuur? Mr. A.A.M, van Agt is bij de Nederlandse bisschoppenconferentie voorgedragen als lid van het Stichtingsbestuur van de KHT. Deze week is aan de Hogeschoolraad gevraagd zich uit te spreken over het voorstel van het Stichtingsbestuur om Dries van Agt in die functie te benoemen. Het CvB heeft zijn instemming al betuigd. Dries van Agt is, zo melden betrouwbare bronnen, gekozen vanwege zijn bestuurlijke ervaring en zijn huidige positie als commissaris van de koningin van de provincie Noord-Brabant.
driet van België. Echt staken hoeft vQn hem niet, hij vindt ook dat de Centrumpartij niet meer moet worden doodgezwegen en heeft niet gemerkt dat Dolman de bezuinigingen op Janmaats partijapparaat heeft weten te voorkomen. Ideologisch is hij het alleen met Wehkamp en Neckermann oneens, al laat hij hun gidsen daarom nog niet" ongelezen. Sinds Lubbers' 'no-nonsense kabinet' raakt zijn gemoedsrust door formatieplaatsenangst verstoord en dringen de ressentimentele aspecten zijn medemenselijkheid naar voren. Dat laatste is weliswaar nog speculatief maar zal in een fundamenteel sociaal-wetenschappelijk onderzoekprogramma van KUN en KHT wel worden aangetoond. Spaan en Vermeegen weten dat natuurlijk ook en vanaf het allereerste begin ben ik j ervan overtuigd geweest dat de definitieve ontsluiting van het kamermeisje zou sa- j men vallen met de onthulling van Harry Vermeegen als Mister Gewone Man 1983. Henk Spaan zou naar mijn mening een eervolle tweede zijn geworden en sociaalwetenschappelijk gezien was dat weliswaar geen perfecte, maar toch een aanvaardbare oplossing. Sinds dinsdag 6 december is die afloop echter onzeker. Thuisgekomen | van een van consensus zinderende faculteitsretraite, was ik hard toe aan iets gewoons, hetgeen precies is wat je van de Vara mag verwachten. En jawel, zelden werd \ ik zo op mijn wenken bediend.' Nu heb ik het niet eens over drs. Marcel van Dam, die vond dat Reagan in Libanon is gaan vechten om herkozen te worden; dat was 1 hooguit gewoontjes. Ook niet over mr. Cnoop Koopmans of drs. ƒ. van Dijk die heroïne-hoertjes van vijftien of jonger gedepriveerd willen houden. Zij zijn beloften voor de toekomst. Nee, op 6 december werd duidelijk dat Mister Gewone Man 1983 niemand anders kan zijn dan Vara's 'konsumentenman'. Gewoner bestaat niet. Had Or- J tega dit nog mogen meemaken, of Musil.' Bom fhoe zeldzaam gewoon is zijn pseudoniem.'] moet het leven 'spelen', hij is de ultieme 'performer'. Hij studeert op vriendelijkheid, volgt lachlessen en zijn chagrijn is door een software-shop geleverd. Hij dreigt met camera-ploegen alsof het niks is, verloot auto's voor de Stichting Humanitas en vervloekt vervolgens iedereen die zich met stichtingen inlaat. En dat was nog niet alles.' Aan het eind van zijn programma onthaalde hij ons op een prachtig staaltje van werkelijfc-het ailergewoonste ressentiment; hij sprak er schande van dat het met de nivellering in Nederland zo slecht is gesteld dat er nog steeds mensen zijn die | f 540,— per jaar aan de Stichting Foster Parents Plan kunnen schenken. Het is duidelijk, bij Pisa kunnen ze niet meer om hem heen. Maar als ze het handiger | hadden ingepikt en tijdig de leuze 'Kan die Bom niet weg!' hadden gelanceerd, zouden i ze nu altijd nog naar Mient ]an Faber hebben kunnen uitwijken.
El
Nagelkerke en De Nijs over ambtenarenacties De afgelopen weken hebben weer veel materiaal opgeleverd voor mensen die zich bezig houden met het bestuderen van de arbeidsverhoudingen in ons land. Zeven weken ambtenarenacties waren goed voor een stortvloed van hooggeleerde commentaren, interviews met stakingsleiders en vakbondsbonzen, rechterlijke uitspraken, beschouwingen over het stakingsrecht van ambtenaren en noem maar op. De specialisten kunnen schaar en lijmpot weer opbergen en zich gaan toeleggen op het in kaart brengen en interpreteren van de bijeen gesprokkelde feiten en meningen. "In dit vak ben je wel gedwongen de aktualiteit op de voet te volgen. Je zit als het ware in een situatie dat je vanuit de wetenschap de maatschappelijke ontwikkeling kunt dicteren. Aan de andere kant is de nut van het vak dat het aktuele voorvallen in een wijder verband plaatst. Het vak is niet voor niets ingebed in een hele lange traditie van kijken naar de arbeidsverhoudingen." Aan het woord zijn Ad Nagelkerke en Willem de Nijs, allebei wetenschappelijk medewerker - u merkt het meteen aan de genuanceerde toon van hun uitlatingen - bij de vakgroep Arbeidsverhoudingen van de KHT. De vakgroep publiceerde onlangs het tweede deel van het handboek 'Arbeidsverhoudingen, theorie en praktijk'. Prof. dr. W.H.J. Reynaerts redigeerde het boek, waarin de belangrijkste aandachtsvelden van de leer van de arbeidsverhoudingen in zes uitvoerige hoofdstukken de revue passeren. Naast bijdragen van Reynaerts, Nagelkerke en De Nijs bevat het boek ook een hoofdstuk van de hand van Paul van Haaren - inmiddels medewerker aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. De link met de maatschappelijke aktualiteit van de ambtenarenacties is snel gelegd. Willem de Nijs schreef het hoofdstuk over arbeidsconflicten in het boek en daarover gaat het hier. Bedachtzaam formulerend en terzake kundig is hij gedurende het vraaggesprek het meeste aan het woord. Nagelkerke, in onderwijs en onderzoek dikwijls samenwerkend met De Nijs, valt hem daarin bij, vult aan en legt een aantal dwarsverbanden. Het wordt een uur brainstormen over de 'getatoeëerde' ambtenaar, die steeds meer werknemerskenmerken gaat vertonen. Maar Rietkerk krijgt zijn trekken thuis, verwachten de twee.
ARBEIDSCONFLICTEN Hoe denken jullie over arbeidsconflicten? Is het conflict het meest belangrijke onderwerp van studie van jullie vak of slechts één van de vele? De Nijs: "Dat is vooral een kwestie van perspectief. Je hebt binnen het vakgebied twee hoofdstromingen. Aan de ene kant de 'institutionalisten' die heel sterk de regelbenadering beklemtonen en arbeidsverhoudingen met name benaderen vanuit de optiek van regelvorming. Daarnaast heb je de 'marxisten' die weer sterk het conflict benadrukken, het beheersingsprobleem tussen kapitaal en arbeid - later is ook de overheid in die strijd betrokken. Je kunt regelvorming in de arbeidsverhoudingen niet ontkennen, maar je kunt ook niet ontkennen dat die institutionalisering heeft geleid tot het kanaliseren van arbeidsconflicten. Je gaat allerlei zaken bespreken die vroeger bevochten moesten worden. Dat is een reden waarom het conflict minder naar voren komt. Je moet echter ook weer niet zo ver gaan dat je concludeert dat arbeidsconflicten geen essentiële bete-
Nieuwe arbeidsverhoudingen geven aanleiding tot oppositioneel gedrag De ambtenarenacties hebben tenminste één ding duide/ijk gemaafct: ambtenaren gaan steeds meer gewone wer/(nemerstref<jes vertonen. Het conflict van de afgelopen weken stond vooral in het teken van het recht op vrije onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden. Het aloude imago van de ambtenaar brokkelt langzaam af: van loyaal dienaar van de overheid als hoedster van het algemeen belang tot werknemer in overheidsdienst met alle vormen van oppositioneel gedrag vandien. Een gesprek met Ad Nagelkerke en Willem de Nijs. kenis meer hebben in de arbeidsverhoudingen." " J e kunt conflicten zien als een brandpuntvan arbeidsverhoudingen," vult Nagelkerke aan. "Dat zie je nu ook in de overheidssector," valt De Nijs hem bij. "Juist doordat die conflicten zich daar manifesteren is er zo'n sterk beroep op het ontwikkelen van aangepaste regels en onderhandelingspatronen."
"Het conflict is wel een tijdlang 'weggeweest' in de leer van de arbeidsverhoudingen. In het begin van de jaren zestig leek het erop dat de mensen niet meer zo principieel bezig waren, en dat alles tot simpele verdelingsproblemen kon worden teruggebracht. Nederland werd in die jaren zelfs vaak als een bewijs voor die stelling gehanteerd." Uit die tijd stamt ook de theorie van Ross en Hart-
man over het wegkwijnen van de stakingsactiviteit in de industriële wereld. Volgens Ross en Hartman hangt de lage stakingsgraad in ons land sémen met de specifieke aard en vorm van de Nederlandse arbeidsverhoudingen. Het nationale stakingspatroon is vooral bepaald door de stabiele vakorganisaties met hun gecentraliseerde structuur, de maatschappelijke ingroei van de vakbeweging, de regeringsdeelname van de PvdA en de grote betrokkenheid van de overheid bij de arbeidsverhoudingen.
STAKINGSPATROON De Nijs: "Voor de tweede wereldoorlog kende ons land een veel hogere stakingsfrequentie, met stakingen die relatief lang duurden. Alleen het aantal deelnemers per staking lag veel lager dan na de oorlog. Voor een deel is dat te verklaren uit de institutionele structuur van ons land die minder centralistisch was opgebouwd. Daarnaast waren de ondernemingen voor de oorlog doorgaans minder groot. Het is de periode dat er een strijd plaatsvindt om de erkenning van de vakbeweging, die onderhandelingsrechten moest afdwingen. Na de oorlog krijg je een sterke centralisering van de arbeidsverhoudingen. Er werd onderhandeld voor alle werknemers. Of je nu werkte voor de overheid, voor een bank of voor een metaalbedrijf - de arbeidsvoorwaarden werden overkoepelend vastgesteld. Dat maakte het erg moeilijk om de staking als drukmiddel te gebruiken." Nagelkerke: "Waar zo'n actie tegen de loonpolitiek wilde ingaan zou het zelfs een politieke staking zijn geweest. Dat was in die dagen zo goed als onmogelijk." "Het gekke is," aldus De Nijs, "dat het toch niet heeft geleid tot het verdwijnen van de stakingen. Wel is het zo dat de meese stakingen een wild karakter hadden, dus niet door de vakbeweging werden ondersteund. Die wilde stakingen trof je vooral aan in setoren waar de officiële vakbeweging niet goed vertegenwoordigd is, onder andere in de havens en in de b o u w . " Is zo'n wilde staking niet de enige uitlaatklep die er dan over blijft? De Nijs: "Werknemers hebben veel meer uitlaatkleppen dan alleen staken. Het is bijv. opvallend dat de landen met een heel laag stakingscijfer - Duitsland, Zweden en Nederland - ook de landen zijn met het hoogste ziekteverzuim. Het aantal productiedagen dat in ons land door staking verloren gaat is bijna niet in statistieken uit te drukken, terwijl het aantal verliesdagen ten gevolge van ziekteverzuim rond de tien procent ligt. Dan is het eigenlijk vreemd dat de staking zo in de belangstelling staat." "Het stakingsprofiel van ons land geeft het volgende beeld te zien: weinig stakingen, waarvan het merendeel dan nog wild is. Dat patroon wordt af en toe onderbroken door enkele officiële acties, die meestal kort van duur zijn, maar wel een grote omvang hebben. Dat zijn stakingen op bedrijfstak- of zelfs op nationaal niveau waar veel werknemers bij betrokken zijn."
RECHT OP ONDERHANDELEN Passen de ambtenaren acties van de afgelopen weken ook in dat nationale stakingspatroon? De Nijs: "De acties duurden weliswaar zeven weken, maar door het estafettekarakter bleef het gemiddelde aantal stakingsdagen per werknemer beperkt. Je vervolg op pag.10 Nagelkerke en De Nijs
Opening nieuw dierenverblijf Op acht december opende M.C. Rijk, lid van het College van Bestuur, officieel het nieuwe dierenverblijf van de subfaculteit psychologie. Rijk drukte op een knop en toverde daarmee op een televisiescherm de tekst "Hiep Hoi, het dierenverblijf is hiermee open verklaard". De totale bouwkosten van dit verblijf bedragen ruim twee miljoen gulden. Het verblijf geeft onderdak aan 130 duiven en 80 ratten die voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt worden. Verder is er in het gebouw een onderzoekruimte, een dieetkeuken, een donkere kamer en een laboratorium. Prof. J . RIjsman, decaan van de subfaculteit psychologie, zei in het welkomstwoord: " D e voormalige staatssecretaris van onderwijs, Deetman, kwam in 1981 hier op bezoek en in een vlaag van medemenselijkheid zei hij dat dieren geen hondeleven mochten hebben. Met deze uitspraak gaf Deetman het startsein voor de nieuwbouw. Nog net voordat de grote geldsluis werd dichtgedraaid". Hierna bood Rijsman aan de vakgroep functieleer de ratjetoemascotte aan; een grijze pluche rat. Dr. P. Kop, hoofdmedewerker van de vakgroep functieleer gaf met behulp van dia's een korte uiteenzetting over de functie van het nieuwe dierenverblijf. "De psychologie houdt zich bezig met de bestudering van het menselijk gedrag. Verandering in de psyche van de mens kan een voorwaarde zijn voor verandering in het gedrag. Ook veranderingen in de omgeving waarin een mens verkeert kunnen gedrag afremmen of bevorderen. Hier liggen een aantal wetmatigheden aan ten grondslag. De psychologie probeert deze wetmatigheden te ontdekken. Om deze wetmatigheden te onderzoeken, gebruikt men soms dieren. Er zijn verschillen in het gedrag van dieren en mensen, maar er zijn ook overeenkomsten. Als iemand honger heeft, ontwikkelt hij een gedrag om aan eten te komen. Voor dieren geldt hetzelfde. Het onderzoek dat wij doen maakt deel uit van een groter geheel: De sturing van
Uit de Universiteitsbladen Aan de Technische Hogeschool in Twente worden vijftien halve formatieplaatsen beschikbaar gesteld voor jonge, startende ondernemers. Dit aanbod is afkomstig van de Twentse ideeënbank, een soort denktank op het gebied van innovatie en ondernemerschap. Het aanbod geldt voor jonge mensen die in de beginfase van het ondernemen zitten. Per 1 januari beginnen drie mensen hun werkzaamheden binnen een vakgroep. De overige plaatsen zijn nog vacant. Op deze wijze wordt bijgedragen aan het onderzoek op de TH en jonge ondernemers zijn verzekerd van een (bescheiden) inkomen. Startende ondernemers kunnen voor maximaal een jaar geplaatst worden aan de KHT. In THT-NIEUWS verder een vraaggesprek met Prof. dr. Piet Thoenes. Hij hield een lezing aan de Enschedese Hogeschool. Deze "denker Tilburgs Hogeschoolblad
het motorisch gedrag. Van dit onderzoeksprogramma nemen wij het dieronderzoek voor onze rekening". Kop eindigde zijn uiteenzetting met bedenkingen bij de twijfels die veel mensen hebben bij dierproeven. " W i j hebben ook wel eens onze bedenkingen. Ik ben blij dat er nu een wet op dierproeven is. Daardoor krijgen wij regelmatig controle en ik kan u verzekeren dat wij zo weinig mogelijk dieren gebruiken". A H c r\.
Q.
O.
Studenten vaak op zoek naar huurhuis Twee-derde van de KHT-studenten die op een kamer in een studentenflat woont, betaalt daarvoor relatief veel als je naar de verhouding oppervlakte/prijs kijkt. In vergelijking met andere zelfstandig wonende studenten, zijn studentenflatbewoners het minst tevreden met hun woonsituatie. Een derde van hen is op zoek naar andere huisvesting: een kamer in een vrij huis of een huurhuis zijn het meest geliefd. Verhuislustige studenten die nog bij de ouders, een hospita, of bij kennissen of familie wonen, zijn vaak op zoek naar een kamer in een studentenflat. Dit zijn voornamelijk eerstejaarsstudenten of mensen die jonger zijn dan 21 jaar. Dit alles blijkt uit de "Huisvestingsgegevens Jaarcijfers Studentenpopulatie 8 2 / 8 3 " , samengesteld door de Dienst Studentenzaken en Welzijn uit gegevens van een vragenlijst die door ongeveer negentig procent van de KHT-studenten bij de inschrijving is ingevuld. Bijna tien procent van de Tilburgse studenten is niet tevreden met de huidige woonsituatie, en twintig procent is van plan om te verhuizen. Studenten in een koop- of huurhuis zijn het meest tevreden. Naast de studentenflats leveren hospita's, vrije hulzen en kleine kamers de meeste ontevredenheid op. Er is een duidelijke lijn te trekken in de 'wooncarrière' van studenten. Na het ouderlijk huis of de hospita zijn studentenflats en vrije huizen in trek. Daarna gaat de voorkeur uit naar een huurhuis. De vraag naar huurhuizen neemt steeds toe. Bijna veertig procent van de studenten die op zoek zijn naar andere woonruimte vindt dat de meest geschikte woonvorm; alleen studenten onder de 21 jaar wonen liever op kamers. Niet gehuwde-, vrouwelijke- en ouderejaarsstudenten wonen vaker in Tilburg
over overmorgen" neemt per 1 januari 1984 afscheid van de Rijksuniversiteit Utrecht. Thoenes is bezorgd over de rationaliteit van onze cultuur. Weliswaar heeft het ons verder gebracht in de natuurwetenschappen, maar ook milieuvervuiling, honger, atoombommen en overproductie opgeleverd. Thoenes, eens vurig aanhanger van "de rationaliteit", denkt dat we moeten experimenteren met utopieën. THT-nieuws nodigt haar lezers uit een eigen utopie te schrijven. In -1400 woorden mag de lezer zijn visie geven op de "maatschappij van nergenshuizen". Bekroonde inzendingen komen in aanmerking voor publicatie in het blad en maken kans op "een zeer utopisch ge-, schenk". Een student is bij de Commissie van Beroep van de Academische Raad in beroep gegaan tegen het Delfts College van Bestuur. De student is van mening, en het College van Beroep lijkt het daarmee eens te zijn, dat studenten die bestuurslid zijn geweest van een studievereniging
dan anderen. Zevendejaars en andere eeuwige studenten trekken echter weer weg uit deze stad. Op het ogenblik woont 26,4% van de KHT-ers bij de ouders. Dat betekent een toename van bijna negen procent sinds 78/79. Van de studenten onder de 21 jaar woont meer dan de helft nog thuis. Het aantal bewoners van een vrij huis is de laatste jaren onder de KHT-studenten toegenomen tot 23,8%. Het is moeilijker geworden om een huurhuis te vinden: sinds 80/81 liep het aantal studenthuurders terug met 2,5% tot 15,7%. Ook het aantal bezitters van een eigen huis nam af tot bijna veertien procent. Deze laatste categorie woont over het algemeen buiten Tilburg. Studenten die in Tilburg wonen zijn over het algemeen kleiner behuisd dan anderen. Een kwart van de zelfstandig wonende studenten moet genoegen nemen met een kamer die kleiner is dan 12 vierkante meter. Bijna 17% van de kamers bij een hospita is kleiner dan 9 m^, terwijl 60% van de studentenflats niet groter is dan 12 m^. Kamers in vrije huizen zijn meestal ruimer. Jonge studenten bewonen de kleinste kamers, maar zijn dan ook kwantitatief minder kwijt aan woonlasten. Huisvesting bij kennissen of familie is vaak het goedkoopste. Twintig procent van die studenten betaalt voor een kamer minder dan 150 gulden per maand. Dan volgt de hospita; vijfenveertig procent van deze kamers kost minder dan 200 gulden. De prijzen van kamers in een vrij huis lopen sterk uiteen. Het gemiddelde is een bedrag tussen de 200 en 250 gulden, en deze prijzen gelden ook voor een studentenflat. Voor een huur- of koophuis betaalt een student maandelijks meer dan 350 gulden. In Tilburg wonen is relatief veel duurder dan pendelen. Kijk je naar de relatie tussen de oppervlakte van de woonruimte en de prijs die ervoor betaald wordt, dan valt op dat behalve de studentenflats ongeveer 43% van de kamers in vrije huizen en 35% van de kamers bij een hospita relatief duur zijn. Vooral studenten onder de 21 jaar hebben vaak te maken met relatief hoge woonlasten. De helft van de studenten tussen de 21 en 25 jaar woont redelijk of goedkoop en dat geldt ook voor 75 tot 85% van de ouderen. Een vergelijking van de huidige studenten woonlasten met voorgaande jaren is niet mogelijk. Het was de eerste keer dat DSW vragen met betrekking tot dit onderwerp in de jaarlijkse enquête heeft opgenomen. K.B.
aanspraak moet kunnen maken op verlenging van de inschrijvingsduur. Het College van Bestuur stelt zich op het standpunt dat een student moet kunnen aantonen dat er studievertraging is en dat die vertraging het gevolg is van een bepaalde omstandigheid. Het gevolg is dat een student pas als hij in tijdnood komt een verzoek kan indienen voor een extra termijn. De Delftse student vindt dat deze interpretatie onvoldoende rechtszekerheid biedt. De uitspraak van de Commissie van Beroep wordt over enkele weken verwacht. (DELTA). Twaalf Delftse studenten gaan volgend jaar met een zelfgebouwd jacht meedoen aan een oceaanzeilrace. De wedstrijd, de "Rotterdam Mid Atlantic", wordt in twee etappes afgelegd en gaat van Rotterdam naar de Azoren en terug. De Delftse studenten denken, dat ze vanwege de zwaarte van het schip de wedstrijd niet zullen winnen. Omdat het onderhoud nogal veel geld kost, hebben de studenten een vereniging opgericht. Met
Eerste raamcontract met Open Universiteit Als eerste universiteit is Leiden pasgeleden een raamcontract aangegaan met de Open Universiteit in Heerlen. De overeenkomst tussen beide onderwijsinstellingen regelt de voorwaarden vvaaronder de Rijsuniversiteit Leiden haar personeelsleden voor de Open Universiteit wil laten werken. Het gaat daarbij om werkzaamheden op het gebied van cursusontwikkeling, studiebegeleiding, examinering en programmering van het onderwijsaanbod. Ook bevat de raamovereenkomst een principe-afspraak over het auteursrecht op te vervaardigen cursusmateriaal. Op korte termijn zal de Open Universiteit dergelijke overeenkomsten ook aangaan met andere universiteiten. Er is overleg met Nijmegen, Amsterdam en Utrecht en ook in Tilburg is de samenwerkingsvoorbereiding al in een vergevorderd stadium. Het afsluiten van de raamovereenkomsten is een gevolg van het Ontwerp van wet op de Open Universiteit dat binnenkort bij de Tweede Kamer zal worden ingediend. Daar staat in dat de Open Universiteit met een relatief kleine wetenschappelijke staf toe kan omdat samenwerking met andere instellingen voorop staat. Bij de ontwikkeling van het cursusaanbod zijn wetenschappers uit het hele land betrokken. Ook uit Tilburg. De vakgroep Staatsrecht van de juridische faculteit bijvoorbeeld is belast met de coördinatie en de programmering van een inleiding staatsrecht voor de Open Universiteit. Eind november werd bekend gemaakt dat het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen vijf raadsadviseurs heeft benoemd 'ten behoeve van' de Open Universiteit. Onder hen is de Tilburgse wetenschappelijk hoofd medewerker Dr. Henk Peer. Deze was werkzaam bij de vakgroep Algemene Leer en Geschiedenis van de Economie aan de Tilburgse Hogeschool. Peer zal met z'n vier nieuwe collega's H. van den Bergh, S. Douma, P. Storm en F. Stroink verantwoordelijk zijn voor de cursusontwikkeling van de Open Universiteit. Te zijner tijd zullen Henk Peer (36) en de anderen worden voorgedragen voor benoeming tot hoogleraar. T.G.
studentenbemanning en al wordt het schip voor grote en kleine zeezeiltochten te huur aangeboden. In Rotterdam is een uniek initiatief van start gegaan. Sinds kort is er op de Erasmus Universiteit zeker driemaal daags een video-journaal te zien. Het betreft hier een door studenten opgezet project bedoeld om de activiteiten die op de Universiteit plaatsvinden "op een eigentijdse wijze aan het publiek te presenteren". Het project is inmiddels opgenomen binnen het programma van de afstudeerrichting 'communicatie en voorlichting' van de subfaculteit Maatschappijgeschiedenis. In plaats van de voorheen verplichte productie van een historische videofilm kunnen studenten als stageproject ook kiezen voor het maken van een wekelijkse video-productie. De videojournaals komen tot stand in samenwerking met het Audio-Visueel Centrum en onder verantwoordelijkheid van de afdeling Pers en Voorlichting (QUOD NOVUM). ^. ^. IV. 16 december 1983
TAAKVERDELEN In de reeks Taakverdelen en de KHT heeft Wouter van Gils het deze week over de bezuinigingsoperatie aan de Centrale Interfaculteit.
TVC eist bezuiniging van 35% bij filosofie
Moeilijke tijden voor jonge interfaculteit /n het uitvoeringsplan Taal<verdeling en Concentratie (TVC) dat medio september aan tiet College van Bestuur is voorgelegd, lezen we dat de problemen ten aanzien van de Centrale Interfaculteit in Tilburg "complex" zijn. Met een bezuinigingsclaim van 400.000 gulen op een budget van 1,1 miljoen lijkt het voortbestaan van deze jonge faculteit filosofie inderdaad nog een moeilijke kwestie te worden. De vraag dringt zich op of het einde van de mogelijkheid van een zelfstandige wijsbegeerte-studie in Tilburg in zicht is. Een pijnlijke vraag, wanneer men bedenkt dat pas sinds 1979 een gedeeltelijke filosofie-opleiding wordt verzorgd, en vanaf september van dit jaar voor het eerst een volledige reguliere universitaire studie wijsbegeerte is geopend. Donkere wolken pakken zich samen boven de CIF, en sommigen vrezen dat de oprichting van deze faculteit eigenlijk vergeefse moeite is geweest. Terecht of onterecht? De Centrale Interfaculteit Wijsbegeerte is in Tilburg in 1979 gestart met doctoraalopleidingen die een vakwetenschappelijke oriëntatie in de filosofie verzorgen. Dit zijn de zogenoemde "C-studies" in de wijsbegeerte waartoe men voorheen toegang had met een kandidaatsdiploma in één van de studierichtingen op de Hogeschool, en thans met een propedeuseprogramma. Vanaf het begin was de belangstelling van studenten voor deze Cstudies uiterst matig, en was ook de tevredenheid over de uiteindelijke vormgeving en inhoud van het studie-pakket met een grote nadruk op wetenschapstheorie en logica - allesbehalve unaniem. Een aantal van het kleine clubje studenten ging er zelfs toe over via wijzigingen in het vakken-pakket de C-studie te stoppen en min of meer een door hen als veel aantrekkelijker beschouwde "systematische" f\\osoi\e-stud\e op te bouwen. De bedoeling om deze C-studie te voltooien nèèst de eerder gestarte studie in een van de andere faculteiten, bleek een geweldige misrekening van de oprichters van de CIF. Niet één student was in staat om die belasting modelmatig te realiseren.
Sinds september van dit jaar is het ook mogelijk een niet strikt wetenschapstheoretisch filosofie-studie te volgen aan de CIF. Naast de genoemde C-studies kan men nu namelijk vanaf het eerste jaar een volledig reguliere filosofie-opleiding volgen, waarin veel aandacht wordt besteed aan de klassieke vakken van de wijsbegeerte. Studenten hebben de keuze uit twee doctoraal-varianten; "Grondslagen van de Wetenschap" en "Filosofie van Cultuur en Maatschappij". Met name voor die laatste opleiding lijkt aardig wat belangstelling te bestaan, en de instroom van een-behoorlijk aantal eerstejaars filosofie-studenten afgelopen september, kan daar ook zeker aan worden toegeschreven. Met deze eerste lading propedeuse-studenten in de wijsbegeerte wordt iets hersteld van het fiasco dat de C-richting wijsbegeerte onomstotelijk geworden is. En dan, juist op het moment dat de Tilburgse CIF zich lijkt te kunnen verheugen in een belangstelling die kwantitatief enigszins op een aanvaardbaar peil komt, decreteert minister Deetman aan de CIF een budgettaire inkrimping van maar liefst vijfendertig procent. Dit heeft de Centrale Interfaculteit opnieuw in een netelige positie gebracht. Dr. A. Leijen is lid van het bestuur van de Centrale Interfaculteit en vertelt over de gedwongen begrotingsinkrimping voor de komende jaren: "De huidige bezuinigingsoperatie in het universitaire onderwijs is natuurlijk niet alleen bedoeld om één maal dat bedrag van 254 miljoen gulden op te leveren. Het is óók de bedoeling dat de zaak in de toekomst financieel binnen de perken blijft. En wat dat laatste betreft zijn wij in onze verdere uitgroei in ieder geval aangewezen op een samenwerking met de filosofiefaculteit van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Voor die eventuele toekomstige samenwerking is een commissie opgericht die onderzoekt wat de reële mogelijkheden zijn. Wat ik nu al wel zeker weet is dat die samenwerking met Nijmegen in géén geval volledig die opgeëiste vier ton aan bezuinigingen gaat opleveren, per 1 ja-
Op de foto v.l.n.r.: Prof. H. Berger. CIFbestuursleden Dr. A. Leijen en Prof. H. de Swart, secretaris M. van den Akker en raadslid I. van Neerven.
Tilburgs Hogeschoolblad
nuari 1984. Er zal ook nog naar andere mogelijkheden gezocht moeten worden." Die "andere mogelijkheden" worden in een brief van het College van Bestuur aan het faculteitsbestuur van de CIF nog eens opgesomd. Daartoe behoren o.a. mogelijke dienstverleningen van het CIFpersoneel aan andere onderwijsinstellingen zoals de TH in Eindhoven, de Rijksuniversiteit Limburg, de Open Universiteit en de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Ook wordt gedacht aan de werkzaamheden via de Leergangen en andere HBO-instellingen in Tilburg. Tenslotte is er de weg van interne bezuinigingsmogelijkheden, waarbij het College diverse lijnen aangeeft zoals het terugbrengen van de personele formatie op basis van natuurlijk verloop, het invullen van filosofie-vacatures op andere faculteiten vanuit de CIF en omgekeerd, en het overgaan tot combinering van wijsbegeerte-vakgroepen van verschillende faculteiten. Met name voor die laatste optie van de interne bezuinigingsmoeilijkheden heeft op dinsdag 22 november een overleg plaatsgevonden van vertegenwoordigers van een aantal faculteitsbesturen met het bestuur van de CIF, bijgestaan door het College van Bestuur. De bedoeling van dat overleg was te komen tot de oprichting van een commissie die opdracht zou krijgen om de mogelijkheden te onderzoeken van de uitvoering van het TCV-plan met betrekking tot de CIF voor zover het niet de samenwerking KHT-KUN betreft. Deze commissie herbergt een vakfilosoof die bestuurlijk niet rechtstreeks bij het CIF-probleem betrokken is (c.q. niet in dienst van de CIF werkzaam is), de rector-magnificus en de secretaris van de Hogeschool. De post van vak-filosoof in die commissie wordt ingenomen door Prof. Herman Berger, hoogleraar aan de Theologische Faculteit. Aan rector magnificus Prof. de Moor vroeg THB of de instelling van deze commissie soms moet worden beschouwd als een alternatief voor het weiDe commissie die is opgericht om te l<omen tot de samenstelling van een landelijk disciplineplan voor filosofie staat onder leiding van de Leidse fysicyus Prof. Casimir. In die commissie zitten verder de filosofen Prof. de Boer uit Amsterdam, Prof. van Melsen uit Nijmegen en Prof. Nuchelmans uit Leiden. Op de vraag of het niet jammer is dat geen Tilburgse filosoof in deze club zitting heeft, antwoordt Dr Leijen van de CIF: "Wij zouden er natuurlijk blij mee geweest zijn als er iemand van Tilburg in gezeten had. Ik ken de werkwijze van deze commissie niet maar op een gegeven moment komt zij met voorstellen op tafel die inhoudelijk van waarde zijn. Daarnè kunnen wij pas gaan reageren." Prof. de Moor, rector magnificus van de KHT, denkt daar iets anders over: "Die commisie is niet samengesteld om bepaalde instellingen wel en andere niet te vertegenwoordigen. Men heeft de mensen eerder op basis van hun verdiensten voor de wijsbegeerte gekozen, dan op basis van mogelijke belangenbehartiging van een bepaalde universiteit. Voorts moet deze commissie werken binnen de afspraken die reeds gemaakt zijn met de minister, èn binnen de beleidsvoornemens. Als die commissie per 1 januari met een rapport komt dat negatief uitvalt voor de filosofie-toekomst in Tilburg, zou dat betekenen dat zij zich niet aan de opdracht gehouden heeft. • W. V. G.
licht wat tegenvallend samenwerkingsverband met Nijmegen. De Fi/loor: "Nee, nee. De minister heeft gezegd dat de twee filosofie-faculteiten van Tilburg en Nijmegen moeten samenwerken met elkaar. Wat wij met Nijmegen bespreken is de samenstelling van hun en onze personeelsbezetting. Wij bekijken of bij het openvallen van een vacature bij een van beide instellingen met behulp van een dubbelbenoeming een deel van het bezuinigingsprobleem kan worden opgelost. Ook een wederzijdse afstemming van specialisatie in het studiepakket kan als manier van samenwerking tot een inkrimping van personele lasten leiden, met behoud van goede mogelijkheden voor studenten. Dus dat samenwerkingsplan loopt nu en gaat gewoon door." "Daarnaast zitten wij natuurlijk wel met het probleem dat wij vier ton moeten gaan bezuinigen. Toch willen wij in Tilburg de wijsbegeerte-studie zo goed mogelijk laten lopen. Het is duidelijk dat die vier ton niet helemaal vrij komt, door die samenwerking met Nijmegen. Dit betekent dat wij het een en ander via onze eigen instelling moeten opvangen. Wat niet wil zeggen dat de bezuinigingen die door de CIF moeten worden opgebracht, ten laste komen van het filosofie-onderwijs in andere faculteiten. We kunnen wèl of via nieuwe en goede afspraken onder het totale corps van alle wijsgeren (in de zeven faculteiten in Tilburg zijn er dat samen meer dan dertigwvg) met beperktere middelen toch goed filosofie-onderwijs realiseren, zowel binnen de CIF als daarbuiten."
PIJNLIJKE OPERATIE ^ B M ^ ^ Uit de informatie die tot op heden via ambtelijke documenten en gesprekken met betrokkenen is vergaard, kan je niet veel meer besluiten dan dat de bezuinigingsoperatie bij de CIF nog in een nevel van vaagheid en onduidelijkheid is gehuld. Is een begrotingsinkrimping van vier ton op een dergelijke kleine faculteit als de CIF, met een uiterst geringe outillage, funest? Diverse mensen speculeren over de mogelijkheden om de bezuiniging op te vangen via samenwerkingen met andere instellingen en zij baseren hun kansen op een uitbreiding van de vraag naar filosofie-onderwijs. Maar uit de landelijke inschrijvingscijfers voor wijsbegeerte kan men opmaken dat dit wel wat onzeker is. En daarmee is het feitelijke probleem, de vereiste budgettaire inkrimping, nog niet opgelost. THB vroeg Prof. de Moor of het nog wel mogelijk is om het ideaal van een bezuinigingsoperatie zonder ontslagen bij de CIF te realiseren, met name ook omdat andere faculteiten eveneens in de budgettaire problemen zitten. De Moor: "Kijk, tegenwoordig is het natuurlijk onmogelijk om helemèèl uit te sluiten dat je ooit eens tot gedwongen ontslag zult moeten overgaan. Maar ik weet wel dat wij het uiterste zullen proberen om dit soort dingen te voorkomen." ClF-bestuurslid Dr. A. Leijen verklaart in dit verband aan THB: " A a n de Centrale Interfaculteit zijn acht plaatsen voor wetenschappelijk personeelsleden, en die acht plaatsen zijn allemaal bezet. Voor de rest van de Hogeschool geldt dat er momenteel twee vacatures voor hoogleraren filosofie zijn, namelijk aan de sociale faculteit en bij de juristen. Nu zou het mogelijk zijn dat iets intern wordt opgevuld. Maar, dat hangt toch ook weer af vervolg op pag. 12
16 december 1983
MKB's
Jacques Wallage (foto Bram de Hollander)
Wallage: "Als je studenten beschouwt als volwassen partners mag je hen niet in een toeschouwersrol dringen^' Wat betekent de WWO'84, waarover volgend voorjaar de Kamer definitief een oordeel velt, voor de universitaire democratie? Zo ongeveer het einde, vindt Jacques Wallage, in 1968 voorzitter van de Groninger Studentenbond, in de jaren zeventig gemeenteraadslid in Groningen en nu woordvoerder onderwijs in de Tweede Kamerfraktie van de Partij van de Arbeid. "De jaren zestig waren de jaren van participatie, de jaren zeventig de jaren van de consolidatie. De jaren tachtig dreigen de jaren van de technocratie te worden. Onder invloed van de modieuze en eenzijdige opvatting dat het de democratie is die de universitaire bestuurskracht heeft aangetast en niet de bureaucratie en het eindeloze gehakketak met Den Haag. Als we de ideeën van Deetman zouden loslaten op het Nederlandse parlement, zouden we een angstige ontwikkeling tegemoet gaan." Hoe was het ook weer? In 1968 stonden we op de barrikaden voor de democratisering. In 1971 kregen we daar eindelijk de Wet Universitaire Bestuurshervorming voor terug. Een slap aftreksel van onze wensen, vond de studentenbeweging, maar in ieder geval beter dan het oude. Behalve met die WUB moesten de universiteiten ook nog met een enorme groei in studententallen leren werken, zodat één en ander niet vlekkelos verliep. De Kommissie-Polak die het democratisch experiment moest evalueren, stelde bureaucratisering vast en gaf de democratie de schuld. Waarop het sociaaldemocratisch koppel Van Kemenade en Klein in 1975 de eerste bijstelling maakte: de studentenvertegenwoordiging op het laagste niveau, de vakgroep, werd tot een minimum teruggebracht. Boosheid alom. WD-minister Pais wachtte rustig tot het actiepotentieel zich had teruggetrokken in vredes-, kraak- en derde wereldgroepen en vertaalde Polaks bevindingen in een wetsontwerp: de W W O ' 8 1 . En toen tweefasen en taakverdeling de universitaire tegenkrachten van hun laatste munitie hadden afgeholpen kwam CDA-minister Deetman met zijn eigen versie van het terug-naar-toen: de W W O '84. Nu nog zijn het de raden, democratisch gekozen en samengesteld uit alle geledingen van de universiteit, die de besluiten nemen. De universiteitsraad, daaronder de faculteitsraad, daar weer onder de vakgroepraad. De besturen voeren uit en bereiden voor. Pais gaf de besturen meer macht, de raden minder. Hij gaf bovendien het wetenschappelijk personeel overal meer zetels. In faculteitsbestuur en -raad kreeg het zelfs de meerderheid, want de faculteit wordt de belangrijkste werkeenheid van de toekomstige universiteit. Wég democratische piramide. Deetman trekt dat beleid door. Hij versterkt het topbestuur, en trekt daarbij lering uit het verleden. In Utrecht kregen de vijf collegegeleden ruzie. Bij een driekoppig college is die kans kleiner, bedacht de minister en schrapte er twee. In Delft koos de hogeschoolraad iemand in het College waarmee de door de Kroon benoemde voorzitter niet kon leven. Een universiteitsbestuur waarin zowel door de Raad als door de Kroon benoemde leden, bevat in opzet al de kiem voor conflicten, redeneerde de minister. Hij wil ze nu voortaan allemaal zelf aanwijzen. Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d
Wallage: "Hiermee wordt de autonomie van de universiteit in het topbestuur fundamenteel aangetast. De colleges staan tussen de minister en de universiteits- of hogeschoolraad in. Als je daar niet een of twee mensen hebt die van onderop worden neergezet dreigen ze een verlengstuk te worden van Den Haag. Ik begrijp dat de universiteitsbesturen in sommige gevallen, zoals landelijke taakverdeling, meer bestuurskracht moeten hebben. Maar de minister maakt een denkfout. Bestuurskracht is geen kwestie van al of niet door de Kroon benoemd zijn, het is een kwestie van persoonlijke kwaliteiten. Niemand haalt het toch ook in zijn hoofd, in een stadsbestuur behalve de burgemeeser ook alle wethouders door de Kroon te laten benoemen?" Ook de inbreng van de maatschappij in de universiteitsraad wordt anders geregeld. Op het moment is die in handen van de zogenaamde Buitenuniversitaire leden, anonieme ja- of neeknikkers die via advertenties zijn geworven. Weinigen zijn erg tevreden over die inbreng, ook de BUL-len zelf niet. Maar terwijl zij pogingen beramen hun functioneren te verbeteren, schrapt de minister ze eenvoudig. Wallage: "Een weinig creatieve oplossing. Enerzijds komen de universiteiten meer aan het touwtje van het departement, anderzijds worden de banden met de maatschappij verzwakt. Waarom de
inbreng van de vakbeweging niet verplicht, en vertegenwoordigers van de lokale en regionale democratie in de raden? De universiteit zou bestuurlijk verankerd moeten worden in de regio waarin ze werkt. Dat mis ik pijnlijk." De W W O '84 kent wél buitenuniversitaire leden in de faculteitsraad. Wallage: "Dat is een verregaand gespecialiseerd niveau, dat door leken minder makkelijk te overzien is. Dan krijg je gespecialiseerden, en misschien hoopt de minister zo ook belanghebbenden binnen te halen. Bij de invloed van de samenleving gaat het juist om de koers van de universiteit als geheel." De invloed van studenten en ook van niet wetenschappelijk personeel wordt op alle niveaus kleiner. Vooral op het niveau van de faculteit, waar de belangrijke beslissingen over onderwijs en onderzoek genomen worden. Wallage: "De minister ziet de universiteit minder als democratische werkgemeenschap en meer als onderwijsbedrijf." En daarom dus legt hij de beslissingsbevoegdheid bij degenen die ervoor verantwoordelijk zijn. Het heeft, schrijft hij zelf, niets te maken met de bestuurlijke kwalh teiten van studenten en technisch en administratief personeel. De universiteit is een professioneel bedrijf. Wallage: "Hij verwart professionaliteit met of je je brood ermee verdient. Maar professionaliteit betekent zakelijk, deskundig en to-the-point optreden. Ook studenten kunnen die rol vervullen." Móeten ze die rol vervullen? Wallage: "De universiteit is naar mijn mening een van de weinige organisaties in de samenleving waarin de interne democratisering als het ware tot onderdeel van het werk kan horen. Eind jaren zestig gold het in de universitaire democratie meedraaien ook als leerdoel, het meebeslissen over het studieprogramma als vaardigheid die ook educatief van belang is. Als je studenten beschouwt als volwassen partners in het universitaire leerproces mag je hen niet zo terugdringen tot toeschouwer." Je kunt niet echt zeggen dat de democratie leeft bij de student, zoals dat in 1968 het geval was. Wallage: "Nee. De tweefasenstructuur, de crisis en de moeilijkheden met de
Slotconferentie midden- en kleinbedrijf stelt actieprogramma op Tilburgse studenten "Natuurlijk je hoort hier veel retoriek, maar het is al een hele stap voorwaarts dat er op Europees niveau erkenning van de problematiek van het midden- en kleinbedrijf is en bovenal dat de wil aanwezig is om een Europees beleid voor het MKB op te stellen", aldus de heer Courtial, een Franse ondernemer. Op de slotconferentie van het Europees jaar van het middenen kleinbedrijf in Straatsburg. Bert Peters was erbij.
beurzen drukken de student met de neus ers." Toch was het destijds de PvdA die in de boeken. Maar daarin moet je niet oor het eerst onderscheid maakte tusberusten als overheid. Je moet uitdaïn blijvers en doorstromers, toen Van gende wetten maken. Anders kom je in emenade en Klein de studenteninvloed een vicieuze cirkel. Als je mensen minder de vakgroep minimaliseerden. te zeggen geeft - en dat is al aan de gang /allage: "Dat is niet mijn opvatting. Ik - neemt het animo om mee te doen ook oud vast aan het beginsel van paritaire af. srtegenwoordiging. Natuurlijk moeten Deetman doet dat niet. Die vertaalt deincidentele deelnemers ook niet het mocratiseringsmoeheid in berustende ele onderwijs naar hun hand kunnen wetgeving." itten. Een hoger orgaan moet wel kunBerusting? Dat veronderstelt iets van len toetsen, zoals de minister ook de il niversiteiten toetst. Dat zou voor mijn goede wil, van geloof in democratie. Wallage: "De vraag is: waar gelooft ji art het College van Bestuur kunnen Deetman in? Ik ben inderdaad bang dat ij: ijn, als dat tenminste voor een belanghij probeert de universiteit weer het do- ji^k deel uit de universiteit komt." mein van beroepsbestuurders ii.u,.jc,o te Lo maken .. jfst CvB of de Universiteitsraad die oorHij hanteert een ou derwetse invulling | %)ronkelijk het hoogste orgaan was? van het begrip 'efficiency, die vreemd is Wallage: "Daarover heb ik nog niet zulke aan het universitaire leerproces. Dat pro- uitgekristalliseerde ideeën." ces veronderstelt gelijkheid van student ,®P 1 maart zal de Kamer commentaar en docent. Democratie is riiet strijdig met ^ven op de WWO '84. "De PvdA komt efficiency. Dat weten alle moderne ma- ^ n " , stelt Wallage zich voor, "met een nagers, dat zie je tegenwoordig zelfs in oitgewerkte visie. Ik moet nog met de de structuur van bedrijven als Philips. Als onderwijscommissie bespreken in hoede aanbiedende partij beslist en de vrarre mijn ideeën daarin terecht komen." gende geen invloed heeft, krijg je vroeü n Tabak ger of later problemen met de gebruiU.U./U.P.
Professor Roos heeft al eerder in THB de aandacht op dit bijzondere Europese jaar gevestigd en de Hogeschool was 9 november gastheer voor een Europees congres over het MKB, 'Small and mediumsized enterprises coping with their environment'. Nu was er dan op 8 en 9 december de slotconferentie in Straatsburg. Bij deze gebeurtenis was de Hogeschool ook vertegenwoordigd. Naast professor Roos waren nog eens acht studenten aanwezig omdat zij een jaar lang onderzoek hebben gedaan voor het MKB op uitnodiging van het Europees Parlement. Deze leden van de Tilburgse studentenvereniging 'VITE' mochten tijdens die conferentie de bundel 'SME-research institutes in the European Communities' aanbieden. Een inventarisatie van een groot deel van de onderzoeksinstituten die gericht zijn op het midden- en kleinbedrijf in de EG, Spanje en Portugal. De bedoeling van deze slotconferentie was een actieprogramma op te stellen ter bevordering van de positie van het MKB. Hiervoor waren vertegenwoordigers van de Europese instellingen en van beroepsorganisaties welke voor de gehele Gemeenschap representatief zijn, bijeengeroepen. De conferentie stond onder voorzitterschap van de heer Dankert, de voorzitter van het Europees Parlement. Donderdag kwamen, na de officiële opening en de lunch, de verschillende redactiecomités bijeen. Elk comité boog zich over een onderwerp van het actieprogramma, bijvoorbeeld de financiering van de oprichting en ontwikkeling van het MKB, het economisch, sociaal en cultureel kader van de MKB's en het ambacht, de regionale gebieden en de externe betrekkingen.
"Het definitieve programma, dat aan het einde van de conferentie zal worden vastgesteld, zal gezien zijn uitgebreide en nauwkeurig omschreven inhoud, een onvervangbaar document moeten zijn, 1 beslissend voor de totstandkoming van een algemeen communautair beleid voor de KMO's (Kleine en Middelgrote Ondernemingen, B.P.) en het ambacht in de De tijdelijke wet taakverdeling wetenschappelijk onderwijs is niet in strijd met de geest van de WWO'84 waarin Deetman de definitieve taakvdswetgeving wilgaan regelen, niet zal kunnen komende jaren." Zo stelden de heren zijn ingevoerd voordat de taakverdeligsoperaiief ideels is uitgevoerd. Dat is op 1 januari 1988. WUB. De wet moet zijn tijdelijk karakter houden, en er komen nog aanvullende richtlijnen voor de Dankert, voorzitter Gaston Thorn en anvertaling van het taakverdelingsplan naar de begroting van een instelling. Dat zijn enkele belangrijke De memorie van antwoord gaat gepaard met eein van wijzigingen op het wetsontwerp. Daarin deren aan het begin van de slotconferenpunten uit de memorie van antwoord op deze wet, die door de bewindslieden Deetman en Braks worden de taken van het in te stellen beleiösoif^ vanneer studierichtingen fuseren, afgezwakt tie. Het actieprogramma dat van deze maandag 12 december bij de Tweede Kamer is ingediend. Dit naar aanleiding van het door de ka- tot louter adviserende. Oorspronkelijk wa5 woiiif de beleidsorganen het beleid voor het pergroep het resultaat is, is in drie delen opmerfracties opgestelde 'voorlopig verslag'. soneel van de verschillende vestigingen zouden^ 'egelen, maar in de wijziging wordt daarvan gezet. Het eerste deel bevat een pro. In dit voorlopig verslag van de Tweede Kamer was veel kritiek geuit op de vermeende strijdigheid afgestapt. met de Wet op de Universitaire Bestuurshervorming (WUB). Het per instelling op te stellen uitvoeDe Colleges van Bestuur behouden nu hun vombevoegdheid ten opzichte van hun personeel, gramma om de oprichting en ontwikkeringsplan voor de taakverdelingsoperatie kan namelijk zonder goedkeuring van universiteits- of hoIn een bijlage bij de memorie van antwoord Mi>beleid ten aanzien van studenten die als ge- ling van kleine en middelgrote en van moeten overstappen, uiteengezet ambachtelijke ondernemingen in de gegeschoolraad worden vastgesteld door het College van Bestuur. Deetman en Braks zijn echter van volg van de taakverdelingen naar een andere ^gsplaats w meenschap te bevorderen. Er moet meer mening dat geen strijdigheid bestaat 'met de geest van de WUB'. Zij voeren daarvoor drie argumen- Daarin wordt geregeld dat per instelling en pe'Jiheffen vestiging van een studierichting een ten aan. In de eerste plaats is de WUB bij de totstandkoming van de beleidsafspraken tussen Deet- begeleidingscommissie wordt ingesteld, die sti kan adviseren bij de overstap. Deze commis- financiële hulp komen; een uitbreiding man en de instellingen volledig gehanteerd. Het uitvoeringsplan is daarvan slechts een vertaling, Wfe van de examencommissie van de instel- van leningen van onder andere de Eurosies zullen echter geen bevoegdheden krijgen m waarbij het accent dan nog ligt op het personeelsbeleid en -beheer, waarvoor het College van ling waar de studie wordt voortgezet. pese Investeringsbank en de EGKS en Bestuur ook volgens de WUB verantwoordelijk is. Tenslotte worden de maatregelen zelf door de Uitgangspunt bij het overstappen is dat de t idielast gelijk blijft, of, als het onvermijdelijk een betere risicodekking voor kredietbetreffende bestuursorganen op faculteits- en vakgroepniveau genomen, en op dat niveau blijft de zou blijken om aanvullende tentamens of exsij s doen, de inschrijvingsduur te verlengen, zonodig de verdeling van overstappende stu- verstrekkers. Er moeten impulsen komen WUB volledig van kracht. Verder worden de spreidingscommissies gereg^' voor innovatie en nieuwe .technologieën. denten over de resterende vestigingen vaneen'enctiting kunnen regelen. Door een meerderheid van de fracties in de Tweede Kamer was er op aangedrongen om de wet De opleiding voor managers en perso•yenten geregeld. In deze tegemoetkoming Tenslotte wordt de financiële tegemoetkoming^ niet tijdelijk maar permanent te laten gelden. Dit omdat in hun ogen taakverdeling een permanent neel moet verbeterd worden, waarbij reproces dient te zijn. Met een beroep op het eenmalige karakter van de taakverdelingsoperatie en zal een differentiatie mogelijk zijn naar detosfe^ ot de student met de overstap gemoeid zijn. Eerder al werd duidelijk dat de tegemoetkom". de 1000 gulden zal komen te liggen. op de 'unieke omvang' daarvan willen Deetman en Braks echter het tijdelijk karakter tiehouden. Ook het gevaar van dubbele wetgeving doet zich volgens de bewindslieden niet voor, omdat de Bert BakkerlUP
Deetman: Taakverdelingsoperatie niet strijdig met
kening gehouden dient te worden met de positie van de vrouw en haar opleiding. In de administratieve sfeer moet meer voorlichting, advies en hulpverlening geboden worden. Het tweede deel handelt over de verdere openstelling van de gemeenschappelijke markt voor het MKB en het ambacht. Dit is een punt waar vooral de voorzitter van het Nederlands nationaal comité, de heer Perquin, de aandacht op heeft gevestigd. In de juridische, fiscale, economische en sociale sfeer valt hier nog een hoop werk te doen. Het derde en laatste deel gaat over "een naar buiten toe gericht M K B " . Over de hele wereld wordt de ontwikkeling van het MKB momenteel als een belangrijk middel gezien voor economisch herstel en schepping van werkgelegenheid. De Europese Gemeenschap heeft er alle belang bij de toegang van het MKB tot de externe markten te verbeteren en de oprichting en uitbreiding van het MKB in de derde wereld aan te moedigen. Hierbij dient echter het uitgangspunt te zijn: de behoeften, tradities en mogelijkheden van de derde wereldlanden.
bieden boek aan in Straatsburg
Op de conferentie ter afsluiting van het Europese Jaar van liet Midden- en Kleinbedrijf, die op 8 en 9 december j.l. in Straatsburg plaats vond, heeft Bert Peeters namens een groep KHT-studenten een exemplaar aangeboden van een door de studenten samengesteld boek. In het boek zijn een groot aantal instituten opgenomen, die zich in één van de W EGlanden en in Spanje en Portugal toeleggen op onderzoek naar en voor middelgrote en kleine ondernemingen. Het boek heeft het karakter van een naslagwerk, waarin niet enkel de instituten zijn opgenomen die zich bezig houden met de sociale en economische problemen met het midden- en kleinbedrijf maar ook de instituten die zich toeleggen op technologisch onderzoek. Het initiatief voor het maken van het naslagwerk komt van prof. drs. H. Roos, hoogleraar aan de economische faculteit, die zich afvroeg hoe de communicatie en samenwerking tussen kleine en middelgrote bedrijven bevorderd kon worden. Het lag voor de hand te zoeken naar instituten in de verschillende EGlanden die de nodige kennis en expertise op het gebied van het midden- en kleinbedrijf in huis hebben. Prof. Roos heeft toen de studentenvereniging VITE om medewerking gevraagd bij het samenstellen van het bedoelde naslagwerk. Het resultaa t is een ruim 300 pagina 's tellend boekwerk, dat beschouwd kan worden als een eerste stap op weg naar een complete inventarisatie van het onderzoekswezen in de 12 landen. Met het naslagwerk hopen prof. Roos en de studenten internationale economie en internationaal recht een bijdrage te leveren aan de coördinatie van het onderzoek op het gebied van het midden- en kleinbedrijf. Daarnaast zou het aardig zijn als de verschillende onderzoeksinstituten de onderlinge banden wat steviger zouden aanhalen. Tenslotte spreken de samenstellers de wens uit dat ook inviduele ondernemers hun voordeel met het boek kunnen doen. L.K.
/VUB
Het is, al met al, een vrij veelomvattend actieprogramma geworden. De moeilijkheid zit echter in de volgende stap, de tenuitvoerlegging. Het programma zal voor de verschillende communautaire en nationale instanties herschreven moeten worden tot meer concretere beleidspunten, waarbij elke keer rekening gehouden dient te worden met de bevoegdheden en de mogelijkheden van de betreffende instanties. Zeker na het echec van Athene zijn de verwachtingen hieromtrent niet bijzonder hoog gespannen. Bert Peters.
Adviesorganen overbodig De projectgroep externe advisering stelt In haar donderdag 8 december verschenen tweede interim-rapport dat een groot aantal adviesorganen op het terrein van het wetenschappelijk onderzoek kan worden opgeheven. Deze projectgroep is door de regering ingesteld om het bestaand arsenaal aan adviesinstanties door te lichten. In en eerder rapport had de projectgroep - in de wandeling de commissie - Van der Ploeg, voorgesteld om de academische raad en de hbo-raad van hun adviestaak te ontheffen, en in plaats daarvan een adviesraad hoger onderwijs in te stellen. B.B./U.P.
16 december 1983
Computer Club neemt angst weg voor het domste apparaat dat er is
" I n het begin was het pure gezelligheid. We deden toen spelletjes die zo populair waren dat het verboden w e r d " . In het rekencentrum werkt Walther Beset. Hij is de man achter de "Computer Club Tilburg University", een vereniging van computer-enthousiastelingen: studenten aan de Hogeschool die op de microcomputer in het rekencentrum hobbyen, wanneer die niet voor andere zaken gebruikt wordt. "Het laatste jaar hebben we gestreefd naar een serieuze aanpak", zegt Walther. " W e hebben een vaste kern van gevorderden opgebouwd, waar we nu mee verder kunnen". De CCTU wil studenten leren hoe ze met een computer om kunnen gaan. " W e willen de angst voor de computer bij studenten wegnemen", zegt Walther. "Soms komen er mensen op het rekencentrum die voor het eerst met de computer moeten werken. Dan zitten ze heel benauwd te kijken, net alsof ze iets kapot maken. Iedereen vindt dat je een knappe kop moet hebben om op een computer te werken. Maar als je er eenmaal inzit valt het reuze mee. Wij proberen een beetje de onwennigheid bij studenten eraf te halen. Een computer wordt altijd gezien als iets geweldigs, maar in feite is het het domste apparaat dat er is. Zelf kan-ie niks, we moeten hem alles vertellen. Hij kan alleen in tien seconden rekenwerk verrichten waar wij uren of dagen over zouden doen. Iedereen kan leren om met een computer om te gaan. In Amerika is zelfs een computertaal ontwikkeld, waarmee 6-jarige kin-
deren kunnen programmeren". De CCTU is ontstaan uit voornamelijk economie- en econometriestudenten, die omdat ze student-assistent waren veel tijd doorbrachten op het rekencentrum. Na verloop van tijd werden er computerprogramma's uitgewisseld. Walther: "Iedereen ging samenwerken, en we probeerden zo steeds meer mogelijkheden van de computer te ontdekken. Je kunt een computer voor heel veel dingen gebruiken. Je kan er spelletjes op doen en serieuze programma's op maken. Je kan er een hele administratie instoppen, je kan er tekeningen en grafieken mee maken, je kan zelfs je hele huis laten regelen door een micro-computer". Mensen van de club beperken zich tot het uitwisselen van computerprogramma's en spelletjes, en proberen steeds
vervolg van pag. 5
'Onderhandelen is geven en nemen' kunt in ieder geval niet zeggen dat de hele overheid is platgelegd. Vergelijk dat maar eens met de cijfers van 1924: toen duurde de gemiddelde staking maar liefst 120 dagen. De staking wordt nu ook meer gezien als een onderdeel van het onderhandelingsgebeuren. In die zin kun je spreken van een parallel met de situaties van voor de tweede wereldoorlog: die stakingen duurden vaak zo lang omdat het recht om te onderhandelen nog afgedwogen moest worden. In feite is dat een situatie waar de ambtenaren nu ook mee te maken hebben. Dat is de reden waarom de staking een wat ander karakter heeft dan we gewend zijn, veel principiëler is en daarom ook een wat langere duur vertoont." Nagelkerke: "Daar komt bij dat onderhuids het probleem speelt dat, wanneer je de trendparaplu wegneemt en de werkzekerheid vermindert, de ambtenaren steeds meer de trekken van de particuliere werknemers gaan vertonen en daardoor ook het recht op collectieve onderhandelingen gaan eisen." De Nijs: " D e ambtenarenacties passen overigens wel in het patroon in die zin dat het om van boven geleide acties gaat. Ze zeggen wel dat de leden zelf zijn gaan staken, maar dat neemt niet weg dat het weer centralistisch is aangepakt vanuit een centraal strategisch concept. In die zin past het natuurlijk in ons sinds de oorlog sterk gerationaliseerde stakingspatroon. De acties hebben wel een extra dimensie waar het ging om het verkrijgen van een autonoom onderhandelingsrecht." "Er is nooit een onderhandelingstraditie opgebouwd in de overheidssector. Bij de ontmoetingen tussen de vertegenwoordigers van het ministerie - de minister was er tot voor kort zelf niet bij - en de
Tilburgs Hogeschoolblad
vakbonden werden gewoon een aantal percentages vastgesteld, er werd nooit onderhandeld. De loonsverhoging werd vastgesteld, gegeven de index van de particuliere sector. Zolang het goed ging in de particuliere sector, zolang het loon daar steeg en de productiviteit steeg, hadden de ambtenaren ook weinig reden tot onderhandelen." Nagelkerke: "Ik denk toch wei dat een van de belangrijkere factoren bij deze staking was dat Rietkerk zo weinig feeling met de materie had, een stugge man met weinig wisselgeld op zak..." De Nijs, lachend: "Ze hebben het leerboek van de arbeidsverhoudingen niet gelezen, vooral het hoofdstuk van Reynaerts niet: hoe je onderhandelingen moet voeren. Daar staat het heel cryptisch beschreven: er moeten marges zijn, er moet gegeven en genomen kunnen worden." " J e merkt overigens wel dat dit kabinet van plan is daden te stellen, men wil effectief ingrijpen. Dat geldt voor de overheidssector nog in extreme mate. Er moet uitgevoerd worden wat er in het regeerakkoord staat en daarmee uit. Zo kèn de minister van Binnenlandse Zaken zich ook helemaal niet als werkgever profileren ten opzichte van z'n ambtenaren..."
SUCCES De ambtenarenbonden hebben met succes v/eken lang een grote groep stakers op de been gekregen, terwijl er in materiële zin toch niet veel te halen viel. Hoe verklaren jullie dat succes? De Nijs: "De acties zijn voor de ambtenaren een middel geweest om zich maatschappelijk te manifesteren, om duidelijk te maken wat er gebeurt als zij hun werk niet meer doen. Als alle ambtenaren sta-
beter met het apparaat om te gaan. Voor de meeste mensen is het louter hobbyisme. Voor sommigen geldt als een tweede motivatie dat de computer in de toekomst voor alles gebruikt gaat worden, het is alleen maar handig als je er dan iets vanaf weet. " D e CCTU richt zich op mensen die meer van computergebruik willen wet e n " , zegt Walther Beset. 'Zij kunnen lid worden, en spelenderwijs de mogelijkheden verkennen, De mensen van de vaste kern kunnen daarbij helpen, maar het is niet de bedoeling dat in een strak schema gewerkt wordt. Als er voldoende belangstelling is, gaan we lezingen organiseren. Als je dan naar ons toe komt hoef je helemaal niets van computers te weten, maar het is de bedoeling dat je na een uur al aan de slag kunt". ken is de hele samenleving ontregeld. Je kunt best zeggen dat er een zekere maatschappelijke frustratie achter zat." Nagelkerke: "Daar komt bij dat er een diepsnijdende verandering plaatsvindt in hun arbeidsvoorwaarden. Zo'n breuk hebben ze nog niet eerder meegemaakt, noch de civil servants, noch de verzorgende ambtenaren." De Nijs: " J e hebt bij de overheid nooit een duidelijke werknemer-werkgever relatie gehad. De werkgever is er een abstractum, de minister van Binnenlandse Zaken. Aan de andere kant heb je de arbeidspositie: die is tot in de puntjes geregeld en uiterst gedetailleerd. Je wist precies van taakomschrijving, functiebeschrijving, beoordeling, de koppeling aan beloning, enzovoort. Het vacuüm tussen werkgever en werknemer is als het ware opgevuld met regelgeving. Wij hebben ze ook op de hogeschool: de 'blauwe boekjes'. Daar staat precies in wat je mag en wat je niet mag, wat je rechten en plichten zijn en wat je kunt doen in het geval er meingsverschillen zijn."
OPPOSITIONEEL GEDRAG Nog even terug naar de particuliere sector. De FNV heeft de onderhandelingen met de werkgevers voor een periode van een half jaar opgeschort. Toch krijgt je de indruk dat er in allerlei informele overlegcircuits nog wel degelijk zaken worden gedaan. Die vraag leidt tot een schampere reactie van de twee: "Ze kunnen nu wel een kunst-nee tegen de SER en andere instituties zeggen, maar de FNV kan er niet definitief afstand van nemen. Daarvoor zijn werknemers en werkgevers in ons land teveel op elkaar aangewezen," aldus Nagelkerke. "Maar het zou ook heel onverstandig zijn van de werkgevers als ze zouden proberen de vakbeweging te overspelen nu ze daar de macht toe hebben. Dat is enkel kwaad bloed zetten voor later en daar
Ook zijn er plannen voor excursies en lezingen over moeilijkere onderwerpen en computertalen. "Het is een soepzooitje", zegt Walther Beset, "met al die computertalen. Elke computer producent maakt zijn eigen taal. Het wordt tijd dat op dit gebied normalisaties worden doorgevoerd, want als je de ene computer kent, moet je bij een ander weer bijna helemaal opnieuw beginnen. De excursies die we organiseren zijn vooral leuk voor mensen die niet zoveel van computer weten. Ze kunnen dan de toepassingen van computergebruik zien bij bijvoorbeeld Philips of IBM. En we willen ook kleine bedrijfjes bezoeken". Op de hogeschool kunnen de leden van de CCTU gebruik maken van een Apple-computer, dus het is niet noodzakelijk dat je thuis over eigen apparatuur beschikt. De CCTU wil wel zelf apparatuur voor de club aanschaffen. "Als er veel mensen op af komen", zegt Walther, "hebben we aan deze computer nooit genoeg. Bovendien is hij van het rekencentrum, en die hebben hem ook vaak nodig. We zijn bezig om subsidie voor eigen apparatuur aan te vragen. Zodra we dat hebben kunnen we eigenlijk pas echt gaan draaien". Studenten van de Hogeschool die geïnteresseerd zijn in computer-gebruik kunnen voor 25 gulden per jaar lid worden van de CCTU. Wie nog niet helemaal zeker is, kan eerst binnenlopen in C 235, het inzageburo van het rekencentrum, en vragen naar Walther Beset.
IQ
K.B. heeft geen enkele partij baat b i j , " stelt De Nijs vast. "Als je bedenkt dat het in de industrie als normaal wordt beschouwd dat ondernemer en vakbeweging samen moeten zorgen voor een goede verhouding, dan is het opmerkelijk dat daar in de overheidssector toch gemakkelijk over heen gelopen w o r d t . " Nagelkerke: "Dat heeft te maken met de groei naar echte arbeidsverhoudingen bij de overheid: dat gaat gepaard met fouten, mispakken en overschatten van de eigen hand." De Nijs: " J e moet ook niet onderschatten wat de consequenties zijn van echte arbeidsverhoudingen, daar zit alles op en aan. Als ambtenaren als gelijkwaardig behandeld willen worden ten opzichte van de industriewerknemers, houdt dat ook in dat ze al hun voordelen verliezen: de werkzekerheid, de pensioenvoorziening. Dat heeft ook maatschappelijke consequenties, je krijgt een heel andere ambtenaar. Het zou bijv. de loyaliteit ten opzichte van de overheid wel eens kunnen aantasten." Nagelkerke: "De overheid breekt dan ook meer open dan ze denkt door met het trendsysteem te breken, de werkzekerheid te verminderen en overal te bezuinigen. Het kan op de duur leiden tot meer oppositioneel gedrag onder ambtenaren." De Nijs, lachend: "Het zou ertoe kunnen leiden dat het ziekteverzuim bij de overheid minder w o r d t . . . " Nagelkerke: " J a , je weet immers nooit of er die dag niet een actie op je werk is. Dan moet je er natuurlijk bij zijn..." Lennart Kik Prof. dr. W.H.J. Reynaerts (red.), Arbeidsverhoudingen, tlieorie en praktijk, deel 2. Stenfert Kroese, Leiden/Antwerpen, 1983. 374 + X blz., / 55,—. Naast de al genoemde hoofdstukken over collectieve onderhandelingen en arbeidsconflicten bevat het boek bijdragen over medezeggenschap, sociaal ondernemingsbeleid, de arbeidsmarkt en sociale zekerheid.
16 december 1983
NA-onderzoek in oude wijken
Van werkloosheid naar machteloosheid Afgelopen woensdag 14 december, werd er in het Haagse perscentrum Nieuwspoort een nieuw IVA-onderzoel< aan de pers voorgesteld. "Werkloosheid in oude stadswijken", is een studie naar de arbeidsmarktpositie en het arbeidsmarktgedrag van de werklozen." De resultaten van het onderzoek in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken liegen er niet om! Naast een korte schets van het onderzoek spraken we met één van de belangrijkste medewerkers, Fred Valkenburg van het IVA. De probleemstelling van dit onderzoek, dat In het voorjaar '82 in Rotterdamse wijken werd gehouden, is vooral gebaseerd op nieuwe Amerikaanse theorieën ten aanzien van de arbeidsmarkt, de zgn. segmenteringstheorieën. Deze theorie gaat ervan uit, dat er op de arbeidsmarkt een primaire en een secundaire segment aanwezig zijn. Het primaire segment wordt gevormd door de grote, kapitaalsintensieve bedrijven met een stabiele afzetmarkt, een ver doorgevoerde arbeidsdeling en een stabiel personeelsbestand. Het secundaire segment bestaat uit kleine, arbeidsintensieve bedrijven met een sterk op konkurrentie gerichte afzetmarkt en een minder stabiel personeelsbestand. Het zijn vaak toeleveringsbedrijven voor 't primaire segment. De arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden zijn in het secundaire segment veel minder aantrekkelijk, de lonen liggen lager, er is minder werkzekerheid en er worden nauwelijks opleidingseisen gevraagd. Bij een ruime arbeidsmarkt selecteren werkgevers juist die arbeiders, waarvan zij op basis van statistische gemiddelden verwachten, dat ze bijvoorbeeld naar vooropleiding, werkervaring, leeftijd, geslacht woonadres etc. de meeste garantie bieden voor een hoge en stabiele produktiviteit. Persoonlijke capaciteiten spelen geen rol meer. Dit betekent, dat juist de kansarmen in een krisisperiode geen plaats meer krijgen in het arbeidsbestel, en dat zij ook voor de toekomst bijna zeker buiten dat arbeidsbestel blijven. Één van de selectiefaktoren vormt de faktor 'woonomgeving'. Dat houdt in dat werkgevers - en dan niet alleen uit 't primaire segment - bij hun selectie van arbeiders een zekere waarde toekennen aan de wijk of buurt, waar de sollicitanten wonen. Arbeiders, die in verpauperde of anderzins achtergestelde wijken wonen, komen dus niet of nauwelijks meer aan de bak. Eenmaal werkloos is hun kans om nog in het reguliere arbeidsbestel opgenomen te worden bijzonder klein. In de Verenigde Staten braken midden jaren '60 rellen uit in diverse steden, die vaak als raciale konflikten werden bestempeld, maar waarvan later via grootschalige onderzoeken werd ontdekt, dat ze een veel bredere onvrede met de bestaande maatschappelijke verhoudingen tot uiting brachten. Deze Amerikaanse gettostudies én het feit, dat deze getto-vorming zich ook in de Europese steden ging manifesteren, leidde in 1981 tot een drietal opdrachten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waarvan het 'wijl^onderzoel<' om de specifieke aard van de
Tilburgs Hogeschoolblad
werldoosheid in de oude wijl<en aan het licht te brengen er één was. De uitgangspunten voor dit onderzoek waren volgende vragen: hoe ziet de werklozenpopulatie er uit in de oude wijken en in hoeverre verschilt die werkloze in persoonskenmerken, arbeidsverleden, arbeidsethos, zoekaktiviteiten en zoekkanalen, mening over het arbeidsbureau en mening omtrent alternatieve beroepsarbeid met werklozen in tussenwijken? In hoeverre verschillen werklozen in oude wijken van werkenden in dezelfde wijken? In elf Rotterdamse oude wijken werden werkloze Nederlanders en buitenlanders, in de leeftijd van 16-57 jaar geënquetteerd. Als vergelijkingsgroepen werden nog werklozen in tussenbuurten (minder werkloosheidspercentage, minder nietNederlanders in de buurt en betere woningkwaliteit), werkenden in oude buurten en werkende buitenlanders in tussenbuurten ondervraagd.
SOMBER BEELD Hoewel uit het onderzoek blijkt, dat we in Rotterdam nog niet die situatie aantreffen, die kenmerkend is voor veel oude wijken in de grote Amerikaanse steden, is het toch duidelijk, dat we wél die kant op gaan; het geeft een somber beeld. Uit gettostudies blijkt bijvoorbeeld, dat voor grote groepen bewoners arbeid puur een middel is tot inkomenswerving en niet een middel tot 'sociale ontplooiing'. Er is in die getto's een levend "streetcorner life", mensen wisselen vaak van werkgever, hechten meer waarde aan leefgroepen buiten het werk dan aan collega's op het werk etc. Er is daar een levensstijl ontstaan, die haaks staat op de vereisten vanuit het reguliere arbeidsbestel. Zover zijn we hier nog niet gekomen. Uit het onderzoek blijkt, dat de meeste werkloze buurtbewoners arbeid nog steeds beschouwen als meer dan alleen maar inkomensverwerving. Werkloosheid is bepaald nog geen geaccepteerd verschijnsel, de mensen vinden het nog steeds moeilijk over hun werkloosheid te praten in hun buurt. Je zou kunnen zeggen, dat we hier te maken hebben met een overgangssituatie van de door de regering nog steeds aangehangen ideologie van volledige werkgelegenheid en de steeds sterker wordende roep om het hoe dan ook loslaten van het calvinistische arbeidsethos. Fred Valkenburg: Ja, in de praktijk hanteren we nog steeds de ideologie van volledige werkgelegenheid. Een betaalde baan blijft nog steeds nastrevenswaardig en als de overheid de WW-uitkering terugdraait van 80% naar 75%, dan zit
daar toch achter, dat de werklozen zelf schuld zijn aan deze situatie. Daarnaast bestaat ook nog steeds die sollicitatieplicht. Men wil er nog niet aan, dat er in de toekomst niet meer voor iedereen arbeid zal zijn. Er zal straks een grote groep mensen zijn, die in het reguliere arbeidsbestel geen plaats meer zal hebben. En het gevaarlijke is, dat de overheid deze situatie nog nauwelijks onderkent. Tegenstrijdig daaraan is dan weer wel, dat de Minister van Sociale Zaken de Arbeidsbureau's heeft opgedragen hun aandacht vooral te richten op de nog bemiddelbare werklozen. Dat betekent, dat voor zo'n 30-40% van de werklozen gewoon niet meer bemiddeld wordt.' En als we het dan hebben over het loslaten van het arbeidsethos, het inkomensrecht voor iedereen, al of niet via arbeid, dan wordt uit dit onderzoek ook duidelijk, dat die ideologie nog geen vaste bodem heeft gevonden bij de mensen. Weinig mensen voelen voor vrijwilligers werk of andersoortige alternatieven. Vat blijven voor hen noodoplossingen. Maar zolang de overheid aan de kant blijft staan en slechts marginaal wat arbeidsplaatsen in die alternatieve sfeer toestaat, zet het allemaal geen zoden aan de dijk. Wat ze wel doen, is twee miljard gulden steken in de toch al sterkere bedrijven in de hoop, dat daardoor de gehele ekonomie wat zal aantrekken. THB: Uit het rapport spreekt ook duidelijk, dat de mensen in de oude buurten zich moedeloos en machteloos voelen, er is zowel sprake van berusting, maar ook van verzet, hetzij via incidenteel geweld hetzij via verzet door bijv. Centrum Partij te stemmen? Valkenburg: De uitingsmogelijkheden voor die machteloosheid zijn natuurlijk beperkt. Niet iedereen gaat zomaar over op geweld en niet iedereen licht zo maar de Sociale Dienst op. Het minst bedreigend in deze is het anonieme stemmen op een Centrum Partij (CP), op het roddelen over buitenlanders. Hoewel daar geen expliciete vraag naar is gesteld, blijft het toch opvallend, dat bijvoorbeeld in de wijk Spangen zo'n hoog percentage (ongeveer 9%, PE) CP-stemmers woont. In onze beleidsadviezen wijzen we dan ook op de relatie tussen oude buurten met hun slechte arbeidsperspektieven en de mogelijke vormen van verzet, waaronder het stemmen op de CP. Overigens ben ik van mening, dat ook juist de werkenden deze 'bedreiging' door buitenlanders via een CP tot uiting brengen. "Wij moeten werken en die werkloze buitenlanders profiteren daarvan", zo is hun redenering. THB: "Jullie geven nogal wat ongevraagde adviezen aan het begin van jullie rapport. Maar de meeste adviezen passen toch weer binnen die vicieuze cirkel, waar we nou precies uit moeten geraken. Is dat vanwege het ontbreken van alternatieven of willen jullie met deze 'gematigde' aanpak in ieder geval gehoor vinden? Valkenburg: Ik durf toch niet helemaal los te laten dat de mensen uiteindelijk betaalde arbeid verrichten, ik neig er zelf nogal naar toe oplossingen in die sfeer te zoeken. De samenleving is nog niet rijp voor het recht op arbeidsloos inkomen, dus dan moet iedereen toch maar op de
Fred Valkenburg van het IVA. een of andere manier bezig gehouden worden. Tja... dat machteloze voel ik zelf ook wel een beetje. THB: Naast een heleboel andere achtenswaardige bevindingen valt het op, dat de buitenlanders in jullie onderzoek duidelijk aangeven, dét ze zich nogal eens gediscrimineerd voelen. Enerzijds blijkt daar uit, dat zij steeds meer hun stem verheffen tegen mistoestanden, anderzijds geeft het aan, dat de nood toch wel hoog is? Valkenburg: Wij hadden ook niet verwacht, dat dat zo duidelijk zou zijn. Het 'oude' beeld nl. dat buitenlanders Nederland een prima plek vinden om te werken en te wonen, lijkt achterhaald. Hun slechte positie in het arbeidsbestel is voor mij één van de meest dringende uitkomsten van ons onderzoek. Waar oudere Turken en Marokkanen berusten in die situatie, moeten we niet schrikken, als vooral jonge buitenlanders - die overigens helemaal niet zo goed geschoold blijken te zijn als vaak wordt verondersteld - straks hun eigen subculturen gaan creëren. Volgens een werker bij een stichting voor Buitenlanders zou dit best eens kunnen leiden tot bijv. godsdienstfanatisme of gelijksoortig radicalisme. THB: Ook in Nederland gaan we nog sterker te maken krijgen met buurten, waar naast die culturele verscheidenheid algemene werkloosheid en verpaupering de belangrijkste kenmerken worden. Een reportage in de Volkskrant van afgelopen zaterdag over de Utrechtse wijk Lombok wijst in eenzelfde richting? Valkenburg: De regering stippelt wel een beleid uit, maar dat is nogal eenzijdig. Het zijn vaak maar kleine dingen, zoals het intrekken van de subsidie voor de emancipatie van buitenlandse vrouwen, die uiteindelijk toch een situatie in de hand werken, die gemakkelijk uit de hand kan lopen. Ik ben daar bezorgd over, vandaar dat ik hoop, dat dit rapport evenals de andere twee veel aandacht zullen krijgen in politieke kringen. Aan mij zal het niet liggen! Paul Emonts
16 december 1983
Emancipatie in het onderwijs is nog niet rond "Een stukje wijzer". Zo heet de nieuwe nota over onderwijsemancipatie die maandag 28 november door l\/linister Deetman en Staatssecretaris Mevrouw Ginjaar-Maas aan de Tweede Kamer is aangeboden. Hierin doen de bewindspersonen een groot aantal voorstellen om de emancipatie in het onderwijs te bevorderen via de lesprogramma's, het personeelsbeleid en maatregelen om de verschillen in onderwijsdeelname tussen meisjes en jongens te verkleinen. De nota is de opvolger van twee eerdere nota's, de "schets van een beleid voor emancipatie in onderwijs en wetenschappelijk onderzoek" uit 1979 en de Voortgangsnota onderwijsemancipatie uit 1980. De bedoeling van de nota is om liet tot nu toe gevoerde beleid "uit te werken" en te systematiseren. Daarbij moet een verschuiving gaan optreden van specifieke emancipatlemaatregelen naar het voeren van een emancipatiefacetbeleid, wat inhoudt dat op reeds bestaande of nieuwe beleidsterreinen de emancipatiekant daarvan nadrukkelijk moet worden meegenomen. Bij iedere nieuwe beleidsontwikkeling van enige omvang zal daarom een ambtenaar worden belast met het facet emancipatie, zo schrijven Deetman en Ginjaar-Maas. Een interne brochure op het departement moet hen behulpzaam zijn bij het toetsen van het beleid op emancipatieaspecten. De grootste aandacht heeft de nota voor het primair en voortgezet onderwijs. Geconstateerd wordt dat meisjes nog lang niet maximaal van hun formeel gelijke onderwijskansen gebruik maken. En volgen ze wel een voortgezette opleiding, dan kiezen ze, ook omdat de schooldekaan hen dat adviseert, minder vaak natuurkunde. De nota wil de keuze van zwakke pakketten tegengaan door de eis te stellen dat een vakkenpakket toelating moet bieden tot tenminste 2 opleidingen in verschillende sectoren van het HBO of het W O . De nota laat weinig onbesproken; van de rolstereotiepering in schoolboekjes tot de bijna antieke verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke schoolhoofden. Getracht wordt om allochtone meisjes langer op school te houden via het project "De ouders van Fatimah worden wijzer". Ook Wetenschappelijk onderwijs en HBO komen ruim aan bod in de nota. Volgend jaar zal een onderzoek worden gestart naar studievertraging en - uitval van vrouwen in het hoger onderwijs, die aanmerkelijk hoger uitvallen dan bij mannen. Om als voorbeeld te dienen voor andere instellingen zal voorts aan de Vrije Universiteit in Amsterdam een emancipatiewerker worden aangesteld. Dat is vervolg van pag. 7
TVC en de CIF van de vraag of de capaciteit daarvoor in huis is, en of de betrokken personen dat wensen. Daarbij heb je natuurlijk nog te maken met de autonomie van die faculteiten, die zelf ook al geconfronteerd worden met bezuinigingen. Uiteindelijk kan ik dan ook niet anders zeggen dan dat ik er op dit moment geen idee van heb waar wij budgettair de gaten moeten laten vallen om die vier ton op te brengen. Wanneer dat toch zal moeten gebeuren zal dat een uitermate pijnlijke operatie worden, die wij nu uiteraard voorlopig liever voor ons uit schuiven." THB: "Aan de Tilburgse CIF een bezuiniging opleggen van vier ton lijkt op een opdracht om er maar helemaal mee op te houden, vindt u ook niet?
ook het geval bij de Open Universiteit. Verder zal het functioneren van de coördinatoren voor vrouwenstudies, waarvan er nu 9 op de 13 WO-instellingen zijn, worden geëvalueerd. Binnen het HBO wordt een landelijke ontwikkelingscommissie vrouwenstudies ingesteld. Verder zal in 1983 en 1984 een deel van de kosten worden vergoed van congressen, studiebijeenkomsten en gastdocenten die de emancipatie in het hoger onderwijs ten goede komen. De nota geeft interessante cijfers met betrekking tot de deelname van vrouwen en mannen in het hoger onderwijs. 63% van de eerstejaarsstudenten in 1981 was man, maar voor alle ingeschreven studenten lag dit in dat jaar op 69%. De deelname van vrouwen neemt dus geleidelijk toe. In 1970 was de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke studenten in het WO nog 80 tegen 20. Meisjes zijn echter nog altijd sterk ondervertegenwoordigd in de technische en de Beta-wetenschappen. Ruime aandacht heeft de nota voor het personeelsbeleid binnen het onderwijs en op het departement van onderwijs en wetenschappen. Geconstateerd wordt dat vrouwen sterk ondervertegenwoordigd zijn, en bovendien voor een groot deel in deeltijd werken, waar mannen dat nauwelijks doen. Het werken in deeltijd zal volgens de nota krachtig worden gestimuleerd, door onder meer deeltijdontslag mogelijk te maken en bovendien alle functieniveaus voor deeltijd open te stellen. Interessant is dat momenteel een evaluatie gaande is naar de gevolgen van de bezuinigingen in het onderwijs voor vrouwen. Het ontslagrisico is voor vrouwen doorgaans groter omdat zij minder lang werken en er daarom het eerst weer uitgaan. Dat is in tegenspraak met het beleid dat poogt het aandeel van vrouwen juist te vergroten. De Tweede Kamer heeft begin dit jaar aangedrongen op positieve discriminatie bij ontslag. Bert Bakker/UP Leijen: "Wij hebben als CIF niet de pretentie een faculteit te zijn die alles op zijn nek kan nemen. Wij verzorgen de Crichtingen en twee reguliere studierichtingen, waarvoor wij voldoende draagvlak hebben. Via goed overleg kan met die bezuiniging dat draagvlak blijven bestaan, en verder beschouw ik het niet als onmogelijk om deze faculteit eventueel met minder mensen draaiende te houden." THB: "Vier ton blijft toch veel geld om in te leveren". Leijen: "Dat is een verdomde hoop geld op 1,1 miljoen." THB: "Bovendien heeft de CIF ook geen dure apparatuur waarop bezuinigd kan worden, of een enorme bibliotheek die wat kan worden ingekrompen. Leijen: "Niks, helemaal niks. Mensen en een bord en een krijtje..." Wouters van Gils.
Kollektïef Autoverzekeringskontrakt voor de K.H.T. W.A. Verzekering geen eigen risiko Gewicht t / m 750 850 950 1050 1150 1250
Bruto premie
kg kg kg kg kg kg
f f f f / f
279,06 318,92 358,79 398,65 438,52 478,38
Overname no-elaimkorting tot 70%. Groene kaart gratis. Maandelijkse betaling zonder kostentoesiag mogelijk.
Kasko Verzekering eigen risiko f 200,— Oorspr. Cat. prijs incl. BTW tot: f 10.000,f 14.000,f 16.000,f 18.000,ƒ20.000,ƒ25.000,-
Bruto premie ƒ255,14 f 382,70 ƒ446,49 ƒ 510,27 ƒ 574,06 ƒ698,34
Vraag naar onze circulaire i.v.m. andere kollektieve kontrakten t.b.v. K.H.T.-personeel
ASSURANTIEBEDRIJF STRICK Postbus 63 - 5000 AB Tilburg - telefoon: 013-423620*
VANKMSST GBWmOVEERK DRUKm
Krips Repro - drukker van de meeste proefschriften in Nederland - stelde een aardig steilingenboekje samen. U ontvangt het als u uw dissertatie in produWiagaeftbJK.ps_Repro. § ^ 1 1 1 ^ 0 ^ Bel voor informatie Grety Schoelink.
krips repro meppel Kaapweg 6,7944 HV Meppel Postbus 106, 7940 AC Meppel telefoon 05220-53731
Kan je ziektekostenverzekering goedkoper? Uit een onderzoek is gebleken dat veel studenten via hun ouders tegen ziektekosten zijn verzekerd. Dat is natuurlijk prima, als dit inhoudt dat zij via de verplichte ziekenfondsen gratis zijn meeverzekerd. IVIaar hoe zit het bij particuliere verzekeringen? Veelal kan een student tegen een gereduceerd tarief meeverzekerd worden op de polis van zijn of haar ouders. Het is echter goed eens te bezien of deze verzekeringsmogelijkheid wel zo voordelig is. Let daarbij op de volgende punten: • Bij sommige maatschappijen geldt dat bijvoorbeeld het derde of vierde kind gratis meeverzekerd is. Indien hiervan gebruik wordt gemaakt, is het met verstandig de studerende elders te verzekeren. • De premie van de SSGZ is f 480,- per jaar of f 42,- per maand. Wat wordt er voor de huidige verzekenng betaald? • Let op het eigen risico. Dit is bij deSSGZ slechtst 50,- per Jaar. Bij particuliere verzekeringen veelal hoger. Particuliere verzekeringen zijn veelal opzegbaar per 1 januari. Bij premieverhogingen kan 1 maand na aankondiging hiervan de verzekenng worden opgezegd. Speciaal in verband hiermee kent de SSGZ voor eerstejaars studenten jonger dan 27 jaar, een non-select acceptatiebeleid tot 15 januari a.s. Misschien goed om het eens te bestuderen.
isviBv Stichting Studenten Gezondheids Zorg Bel voor inlichtingen: 01719-70944 of stap binnen bij het plaatselijke SSGZ-informatieburo aan de universiteit of hogeschool. Folder aanvragen in envelop zonder postzegel aan SSGZ, Antwoordnummer 10070,2200 VB Noordwijk.
Tiiburgs Hogeschoolblad
16 december 1983
s
MEDEDELINGEN
jifsy^'TJ-^^^
INFORMATIE BETREFFENDE BEDRIJFSEKONOMIE IV Organisatie van de Onderneming (ifandidaats EIconomie oude structuur en eerste doktoraaljaar TFS) De literatuurlijst voor het komende semester bevat de volgende titels: - C. Schieman: beheersing van bedrijfsprocessen, Leiden, 1980. - C. Schieman/F. Gosselink: Twintig 'cases' bij beheersing van bedrijfsprocessen. - A. Oldendorff: Organisatie van samenwerking in het bedrijf, Utrecht, 1972. - Artikelenbundel 1984 - Syllabus 1984. - Opgaven-syllabus 1983 De laatste drie titels zijn verkrijgbaar bij het diktatenmagazijn. Versies van voorgaande jaren zijn niet meer bruikbaar. Hoorcolleges: op dinsdag in CZ 101 van 12.30-14.30 uur. Te beginnen op 31 januari 1984. Werkcolleges: op donderdag van 8.30-10.30 uur en op vrijdag van 8.30-10.30 uur en van 10.30-12.30 uur in nader bekend te maken zalen. Avondcolleges: op donderdag in SZ 37 van 18.30-20.30 uur. Alle werk- en avondcolleges beginnen op 2 c.q. 3 februari 1984. Hierin staat de zelfwerkzaamheid van de student centraal. Er wordt een relatie gelegd tussen theorie en praktijk, waarin aangesloten bij de eigen ervaringen van de deelnemers. Op die aanwezige kennis kan worden voortgebouwd. Dit uitgangspunt heeft een aantal consequenties. a. De werkcolleges worden groepsdiscussiecolleges, waarin groepen van ongeveer 10 studenten zelfstandig aan verstrekte opdrachten werken; b. De opdrachten zullen, zeker in beginfase van het semester, zoveel mogelijk bij de ervaringen van studenten moeten aansluiten. c. De literatuur en de hoorcolleges hebben mede als functie "aanvullende ervaring" te verschaffen. Teneinde het onderwijsproces te sturen vinden wekelijks, voorafgaand aan het werken in de groep, besprekingen plaats waarin vier groepen gezamenlijk met een docent de resultaten van de voorgaande week doornemen, aanvullende informatie verstrekken en zo nodig corrigeren. Indien men aan tenminste 9 werkcolleges aktief heeft deelgenomen, bestaat de gelegenheid een aan dit onderwijs aangepast tentamen af te leggen. Nadere informatie zal worden verstrekt in het hoorcollege van 31 januari. U dient voor de werkcolleges in te tekenen tussen 2 en 20 januari 1984 bij mevrouw M. Onderwater of Mevr. M.M. Mol, bereikbaar op toestel (66)2315, kamer B604. Ook dagstudenten kunnen zich opgeven voor het avondcollege, dat identiek zal zijn aan de andere werkcolleges. De artikelenbundel komt te vervallen.
DOCTORAAL ECONOMIE OUDE STUL Het vak: "Economie van Ontwikkelingslanden" (afst. vak) op maandag van 13.30-16.30 uur, vindt het hele semester plaats in Sz 137 in plaats van Sz22.
Tilburgs Hogeschoolblad
KEUZEVAK ADMINISTRATIEF RECHT Bij het dictatenmagazijn is verkrijgbaar het syllabusje "Tribunals & Inquiries/Judicial Review in the U.K.", enkele beschouwingen n.a.v. de colleges over deze onderwerpen door David Williams M.A., LI. B. tijdens de Cambridge Tilburg Law Lectures, maart 1983. (Dictaatnr. 660.83.50, f 1,25). RECIDIVISTEN STAATS- EN BESTUURSRECHT (PROPEDEUSE) Voor de goede orde wordt op het volgende gewezen. Voor het tentamen van 9 januari 1984, dient de stof bestudeerd te worden die te vinden is in de Gids Staatsrecht en de Gids Bestuursrecht van het studiejaar 1982/1983. Men kan dus van Koopmans' Compendium de 3e druk gebruiken. Wel dient men om te kunnen gaan met de tekst van de nieuwe grondwet. Indien men snel kennis wil nemen van de belangrijkste wijzigingen die in de grondwet zijn aangebracht, wordt aangeraden een losse tekstuitgave met commentaar te raadplegen. Bijv. P.C. Breedveld, Grondwet 1983 in kort bestek. Inmiddels is bij de boekhandel (gratis) verkrijgbaar een supplement op de uitgave 1980 van C. Versteden, Inleiding Algemeen Bestuursrecht. Geadviseerd wordt ook van dit supplement kennis te nemen. LMST VERPLICHTE LITERATUUR TENTAMEN PRIVAATRECHT B, STUDIEJAAR 1983/1984 1. Prof. mr. O.K. Brahn, Zwaartepunten van het nieuwe vermogensrecht. Een introductie, Gouda Quint b.v. Arnhem, 1983. De hoofdstukken 1-4. 2. Mw. mr. B.W.M. Nieskens-lsphording. De rechtsbehandeling. De overdracht. Overdruk uit 'Inleiding Privaatrecht' onder redactie van A.M.J van Buchem-Spapens en Prof. mr. J.H. Nieuwenhuis. De overdracht (pag. 31-50). 3. M.H. Bregstein, Verzameld werk, Zwolle 1960. Moet de rechter de bevoegdheid toekomen enz. (pag. 200257). Preadvies NJV 1936. Met uitzondering van de paragrafen 9, 13, 14, 19, 20 t/m 24. 4. Literatuur opgenomen in de Leidraad Privaatrecht B. 5. Arresten: zie de opgave per onderwerp. De arresten zijn voor het merendeel opgenomen in Van Zeben/ Sterk, arresten Burgerlijk Recht, vijfde druk, Zwolle 1982. Lijst van verplichte literatuur voor het tentamen inleiding tot het belastingrecht, studiejaar 1983/1984. - Hoofdlijnen van het belastingrecht door P.M. van Schie en W.W. van Smeden. - Syllabus inleiding tot het belastingrecht propedeuse: t.z.t. verkrijgbaar bij het dictatenmagazijn. - Belastingwetten, Kluwer 1983 (Geppaart-editie), 15e druk (verschijnt februari/maart 1984). RESPONSIECOLLEGE PRIVAATRECHT IIB (HANDELSVERKEEREN FAILLISSEMENTSRECHT1 Op 9 januari 1984 zal een responsiecollege Handelsverkeer- en faillissementsrecht (Privaatrecht IIB) worden verzorgd voor dag- en avondstudenten (voltijdse en deeltijdse opleiding).
bestaande uit het beantwoorden door de docenten van vragen van studenten betreffende de tentamenstof. Het geven van overzichten e.d. zal derhalve niet plaatsvinden. Aanvangstijd: 19.00 uur, plaats: Az 116. MEDEDELINGEN PROPEDEUSE STUDENTEN (DEELTMDSE OPLEIDING) A) Voor deeltijdse studenten die in het afgelopen semester als onderdeel van het propedeuse-programma de colleges economie van Prof. Smulders gevolgd hebben, zal op maandag 9 januari 1984 een repetitie-college worden gegeven. Tijd: van 19.00-21.00 uur. Lokaal: AZ 10. B) Studenten die het afgelopen semester de propedeuse-colleges economie van Prof. Smulders hebben gevolgd, dienen voor het tentamen op 16 januari 1984 de volgende stof te bestuderen: - J.E. Andriessen: Economie in theorie en praktijk 1, zesde geheel herziene druk, uitg. Elsevier, Amsterdam/Brussel 1980. Hieruit te bestuderen: hoofdstuk 1, hoofdstuk 3, hoofdstuk 4, hoofdstuk 7 t/m 9. De paragrafen 8.7. (Een monetaire sector in het Keynesiaanse model) en 8.8. (Een beleidsmodel met monetaire sector) behoeven niet te worden bestudeerd. - Vragen en opgaven bij Economie in theorie en praktijk 1 en 2 onder redactie van R. Schöndorff en N. Cohen; Uitgeverij Elsevier, Amsterdam/Brussel 1980. Ter voorbereiding op het tentamen zijn van belang de vragen en opgaven bij de hoofdstukken 1, 3, 4, 7, 8 en 9. De opgaven 5, 9, 10, 11 en 12 bij hoofdstuk 4 en de opgaven 6 t/m 9 bij hoofdstuk 8 mag men overslaan. - A.A.J. Smulders: Syllabus "Macroeconomie I", dictaatnr. 690.82.17. - A.A.J. Smulders: Syllabus "Macroeconomie I I " , dibtaatnr. 690.82.35. - Collegestof. Een gestencild dictaat van het thema "internationaal stimuleringsbeleid" (welk onderwerp behandeld is in het college van 21-11-1983) kan niet meer tijdig gedistribueerd worden. Daarom komt de bestudering van dit thema te vervallen als verplichte stof voor het tentamen van 16 januari 1984. CAPITA SELECTA NIEUW BW In het tweede semester wordt het keuzevak "Capita selecta Nieuw BW" gegeven. Dit keuzevak staat zowel open voor studenten "oude stijl" als "nieuwe stijl" (414-jarig programma). Voor 'oude stijl' studenten geldt dat zij hun keuzevakkenpakket moeten laten goedkeuren door het faculteitsbestuur. Studenten 'nieuwe stijl' die privaatrecht als afstudeerrichting hebben, zijn verplicht om hetzij het onderhavig keuzevak hetzij het keuzevak Capita selecta Handelsrecht (in het najaarssemester) te volgen. Doe/van het vak Capita selecta NBW is om de student een grondige fundering te gevin in de centrale leerstukken van het vermogensrecht naar NBW. De cursus is in vijf thema's onderverdeeld: 1. Rechtshandeling en totstandkoming van overeenkomsten (mr. Bordes). 2. Algemene voorwaarden en koopovereenkomst (mr. van Erp). 3. Toerekening binnen en buiten contract en schadevergoeding (mr. Streefkerk). 4. Overdracht en derdenbescherming (mr. Nieskens-lsphording). 5. Pand, hypotheek, privileges, retentierecht (mr. van Neer-van den Broek).
Met betrekking tot elk thema wordt twee maal drie uur college gegeven en dient de opgegeven literatur gedurende die twee weken bestudeerd te worden; de week daarop wordt een korte schriftelijke toets hierover afgenomen. Bovendien dient ieder voor 1 september 1984 een paper van 10 è 15 pagina's in te leveren over een onderwerp naar keuze dat met een der thema's verband houdt. In tegenstelling tot hetgeen op het keuzevakkenrooster vermeld is, worden de kolleges 's avonds gegeven, te beginnen op donderdag 16 februari; het laatste kollege is op donderdag 3 mei. Plaats: SZ 11 Tijd: 18.45-21.30 uur. De studiebelasting bedraagt 300 uur. Tijdens tien collegeweken is 20 uur per week nodig; voor het schrijven van het paper staat 100 uur. Een syllabus met opgave van verplichte literatuur en arresten is eind januari bij het Dictatenmagazijn verkrijgbaar. Aanbevolen wordt om voor de aanvang van het eerte college het boekje van A.S. Hartkamp gelezen te hebben: Aard en opzet van het nieuwe vermogensrecht (Monografieën NBW, deel A l ) , Kluwer 1982.
PSY LAATSTE PRACTICUM THERAPEUTISCHE GESPREKSVOERING OUDE STIJL (6e SEMESTER), VAKGROEP KUNISCHE PSYCHOLOGIE EN PSYCHOTHERAPIE Elke student eerste hoofdrichting Klinische Psychologie (5-jarig programma) dient zich in te schrijven (desnoods telefonisch of schriftelijk) bij het secretariaat (P 306), uitsluitend in de periode tussen 10 en 21 januari 1984. Voor de deelnemers die zich né deze datum opgeven, bestaat géén garantie dat zij alsnog in de vakgroepen ingedeeld kunnen worden. PROPEDEUSE Lokaalwijziging Blok 3: De werkgroepen functieleer zullen worden verzorgd in Sz 37, inclusief Sz 20 en Sz 22.
CENTRALE INKOOP SOCIOLOGEN
PROPEDEUSE
De vrijwillig(st)ers van het C.I.S. leggen het erbij neer met hun boekenaktiviteiten. Aangezien zij het komende semester weer een onzekere toekomst tegemoet gaan en er enigszins verandering lijkt te komen, moeten zij hiertoe besluiten. Nadere toelichting over deze beslissing volgt. Voor de studenten betekent dit in ieder geval dat ze de boeken voor het 2e semester (tijdig) zelf moeten bestellen.
Algemene kennis- en wetenschapsleer. Eerste deeltentamen. Vanaf 13 december 1983 liggen de vragen van waaruit de tentamenvragen geselecteerd zuilen worden op het Bureau van de Centrale Interfaculteit Wijsbegeerte (kamer B-322) klaar. Aan deze vragenlijst zijn volledige instructies toegevoegd voor degenen die van plan zijn een werkstuk te maken.
WIJSGERIGE ANTROPOLOGIE Het vak Wijsgerige Antropologie (Fil. Ill) zal in het 2e semester gegeven worden door drs. F. van Peperstraten. Onderwerp van de kursus zal zijn: "Kultuurlogika" (voorheen: "Strukturalisme"). De filosofiese openingszet om niet meer de mens centraal te stellen, brengt ons via de semiothiek en de linguïstiek tot de hypothese, dat de betekening in de kuituur feitelijk bestaat in de vorm van betekening. Dit zullen we op de terreinen van kulturele antropologie, psycho-analyse, ideologie en geschiedenis nader kunnen bezien, terwijl ook de meer algemene konsekwenties hiervan aan de orde komen. Naast de Reader Wijsgerige Antropologie SCW 1984 is verplichte literatuur: M. Foucault, "The history of sexuality", New York 1978 en R. Bakker, "Wijsgerige Antropologie van de twintigste eeuw". Assen 1981. KRITISCHE THEORIE Docent: P.L. van Elderen. Op dinsdag 20 december is er weer een voorbereidingsbijeenkomst voor de komende doctoraal-cursus "Algemene Sociologie", Sz 27 van 17.3019.00 uur. Het vormen van thema-groepen staat op de agenda. De thema's zijn (voorlopig): 1. de esthetische theorie en de kritiek op massacultuur, 2. de positie van het gezin, de rol van de vrouw en fascisme, 3. de geschiedenisopvatting van Habermas, 4. Habermas' theorie van het communicatieve handelen, 5. de autoritaire persoonlijkheid (en fascisme). Geïnteresseerden dienen zich in ieder geval vóór 15 januari. 1984 bij de docent te melden.
DOCTORAAL Roosterwijziging. Geschiedenis van de hedendaagse wijsbegeerte zal verzorgd worden op woensdag 8.30-10.30 uur in collegezaal AZ 04. Doctoraalcollege "Geschiedenis van de moderne en hedendaagse wijsbegeerte van prof. dr. L. Heyde, 2e semester 1983/1984. Behandeld wordt de recent verschenen studie van P.J. Labarrière, Le discours de l'altérité. Paris, 1983. In het werk wordt een poging ondernomen tot de uitwerking van een autonoom filosofisch discours van fundamentele aard. De auteur poogt hierbij ten volle recht te doen aan de problemen die in belangrijke actuele wijsgerige stromingen ten aanzien van zo'n project gesteld worden. Met name het thema van de alteriteit en de uitdaging die daarvan uitgaat naar een filosofie die in het teken van reflexiviteit, subjectiviteit en vrijheid staat, krijgt een bijzondere aandacht. De studie van Labarrière is te situeren binnen de confrontatie van de klassieke wijsgerige traditie met vormen van hedendaags filosofisch denken, m.n. het structuur-denken en het differentie-denken. Begin februari 1984 zal een nederlandse tekst ter beschikking gesteld worden, waarin het werk in hoofdlijnen wordt voorgesteld. Begin februari 1984 zal een nederlandse tekst ter beschikking gesteld worden, waarin het werk in hoofdlijnen wordt voorgesteld. Wie het boek van Labarrière wil bestellen via de CIF gelieve dit uiterlijk 23 december 1983 te melden bij het Bureau van de Centrale Interfaculteit Wijsbegeerte, kamer B-322.
16 december 1983
B
MEMO
Varia i AFSCHEIDSBMEENKOMST MARANATHA Bij gelegenheid van ons vertrek uit IVIaranatha per 1 januari a.s. waar mee we onze verantwoordelijkheid beëindigen voor het studentenpasto raat zoals dat door de bisschop van 'sHertogenbosch aan de parochie Maranatha is opgedragen nodigen het demissionaire bestuur en pasto raal team van Maranatha u uit voor een korte AFSC H EIDSBIJEEN KOMST op vrijdag 16 december a.s. om 16.45 uur in het l<erkgebouw van Maranatha, Prof. Cobbenhagenlaan 17 te Tilburg. Vanwege het bestuur en team van Maranatha zal een woord ten af scheid worden gesproken. Aan de bestuurscollege van de Katholieke Hogeschool en de Katholieke Leer gangen en aan de deken van Tilburg is gevraagd om bij deze gelegenheid ook het woord te nemen. De bijeenkomst wordt op informele wijze afgesloten. Wij stellen u komst zeer op prijs. Bestuur en Team van Maranatha.
Studenten i STAGIAIRES GEVRAAGD ONDERZOEK NAAR PLEEG GEZINPLAATSINGEN Ten behoeve van het onderzoek naar pleeggezinplaatsingen van jonge kin deren (010 jaar), uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de Coördi
natiecommissie Wetenschappelijk Onderzoek Kinderbescherming, wor den per 1 januari 1984 stagiaires ge zocht voor een periode van + 6 maanden. Het onderzoek vindt plaats in de ar rondissementen Utrecht en Den Bosch. De voorkeur gaat naar docto raalstudenten pedagogiek, psycholo gie, rechten (kinderrecht), sociolo gie. Belangrijkste werkzaamheden zijn: meewerken aan het verzamelen en verwerken van de onderzoeksgege vens ten behoeve van de evaluatie van het beleidsexperiment "Plaatsing in pleeggezinnen". De mogelijkheid tot het verrichten van een eigen deelonderzoek is aan wezig.
Vrouwen \ WINTERUNIVERSITEIT VROUWENSTUDIES Nijmegen, zaterdag 17 tot en met vrijdag 23 december 1983. Zaterdag 17 t/m vrijdag 23 december staat Nijmegen in het teken van de Winteruniversiteit Vrouwenstudies (WUV). Meer dan 3000 vrouwen ne men in deze week deel aan een groot scala van activiteiten die onder de noemer vrouwenstudies vallen. Er vindt uitwisseling plaats van ervarin gen en kennis op het terrein van de feministische wetenschap. Daar naast is er een uitgebreid cultureel programma zoals film, theater, mu ziek, literatuur, beeldende kunst, dans en beweging. Deze culturele ac tiviteiten vinden vooral in het cen trum van Nijmegen plaats.
instituut voor sociaai wetenschappeiijii onderzoeic De sektie Organisatie van het IVAInstituut voor Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek zoekt een
STUDENTASSISTENT(E) ten behoeve van de uitvoering van een studie naar de socia le en economische achtergronden van het ondernemersschap. Deze studie wordt uitgevoerd in opdracht van de Weten schappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Het betreft een aanstelling voor 2,5 dagen per week gedu rende 8 weken in de periode februari/april 1984. Zijn/haar taak zal bestaan uit een literatuuronderzoek naar sociale en economische factoren ter verklaring van kenmer ken van ondernemers en ondernemingen uit het MKB. Gezien de aard van deze studie en de in het IVA aanwezige kennis, gaat de voorkeur uit naar laatstejaars studenten economie die reeds blijk hebben gegeven van hun vermo gen tot synthese en zelfstandig werk. Honorering geschiedt volgens de bij de Katholieke H oge school gebruikelijke richtlijnen. Nadere inlichtingen i.v.m. deze advertentie kunnen verkre gen worden bij G. Geeraerts (projectleider), kamer S 215, tel.: 013(66)2078 E. Andriessen (hoofd sectie Organisatie), kamer S 213, tel.: 013(66)2453.
16 december 1983
De opzet van de WUV is interdiscipli nair. Er is aansluitend bij onderwer pen die vooral de laatste jaren be langstelling genieten binnen vrou wenstudies gekozen voor elf the ma's. Deze zijn: arbeid, beeldtaal teken, hulpverlening, moederschap, nietwesterse vrouwen, onderwijs, politiek, religie, sexualiteit, weten schap en wonen. Gedurende de hele week komen in werkgroepen genoemde thema's aan de orde; in workshops wordt op min der gangbare manier met de thema's omgesprongen, bijvoorbeeld in de vorm van dramatische expressie. Rondom werkgroepen vinden een aantal grote lezingen en forums plaats. Zo zijn er op zaterdag, zondag en maandagavond inleiden de hoorcolleges 'vrouwenstudies'. Deze colleges gaan elk vanuit een ei gen vakgebied (psychologie, econo mie, pedagogiek, literatuurweten schap, geschiedwetenschap) in op de (mogelijke) plaats van vrou wenstudies op dat terrein. Dinsdagavond zijn er zes lezingen van 'politiekmaatschappelijke' aard, die de concrete positie van vrouwen in verschillende levensstijlen belich ten. Op de donderdavond hebben de lezingen een meer wetenschappelijk theoretisch karakater, speciale aan dacht wordt besteed aan het onder werp 'vrouwen en racisme' op de woensdagavond. Forums Zondagavond over 'met mannen in therapie?', de 'on'mogelijkheden van gemengde groepen binnen vrouwge richte hulpverleningen. Woensdagavond over 'de arbeidspo sitie van vrouwen', betaald en onbe taald werk. Vrijdagmiddag forum over 'wat de toekomst voor werkloze academicae en de toekomst voor vrouwenstudies'. Vanwege de grote belangstelling, kunnen nieuwe inschrijvingen niet meer aangenomen worden. De WUV vindt plaats binnen diverse ruimten van de Katholieke Universi teit Nijmegen en op verschillende plaatsen in het centrum van de stad. De centrale informatiebalie is die week in de hal van het Collegezalen complex Afaculteiten, Mercatorpad 1, Nijmegen, tel. 080515861 of 512217. Uitgebreide informatie treft u aan in het programmaboekje, welke u telefonisch kunt aanvragen bij bu reau Pers en Voorlichting van de K.U., mw. J. van Namen of mw. G. Westerlaken, tel. 080512232. Melding van uw komst naar de WUV wordt op prijs gesteld.
Buro Buitenlandt STUDEREN IN DE VERENIGDE STATEN Indiana University in de Verenigde Staten heeft vier fellowships voor een semester aangeboden aan de KHT. Deze fellowships bestaan uit vrijstelling van collegegeld en een subsidie op de kosten voor huis vesting en levensonderhoud. De reiskosten zijn voor rekening van de student. De fellowships zijn bestemd voor doctoraalstudenten met goede cijfers die in de eindfase van zijn studie zijn en een semester in Indiana willen doorbrengen. Kandidaten dienen een goede aktieve en passieve kennis te hebben van de Engelse taal. De fellowships zijn aan Tilburg aan geboden vanwege de samenwerking met het Program in European Stu dies, een in Tilburg gedoceerd en gelstalig semesterprogramma voor studenten van de Business School van Indiana University.
Voor de fellowships komen in aan merking studenten die een cursus willen doen in de volgende vakken: Accounting Administrative and Behavioral Studies Administrative Systems and Busi ness Education Business Economics and Public Po licy Business Law Finance Insurance International Business Administrati on Marketing Operations and Systems Manage ment Public Utilities Quantitative Business Analysis Real Estate Administration Transportations and Logistics Naast cursussen in deze hoofdvak ken kunnen ook kursussen aan ande re fakulteiten worden gedaan, maar de Tilburgse studenten zullen gast student zijn aan de Business School van Indiana University. Indiana University behoort tot de z.g. toptien in de Verenigde Staten en is gelegen in Bloomington, Indiana. Er zijn ongeveer 32.000 studenten, waarvan 1/4 graduate studenten. De stad Bloomington, het culturele en uitgaanscentrum van Zuidlndiana, heeft buiten de studenten 50.CKX) in woners. De bibliotheek van de Uni versiteit is de grootste van de Vere nigde Staten met ongeveer 5.300.000 boeken en gebonden tijdschriften en 9.200.000 andere publicaties. Het ligt in de bedoeling dat de gese lecteerde studenten in augustus naar de Verenigde Staten vertrekken. Vanwege de verwachte belangstel ling en de noodzakelijke selectie in Tilburg en Indiana wordt geïnteres seerden gevraagd zich zo spoedig mogelijk te melden. Aanmelding en informatie over het studieprogramma kan men doen bij Buro Buitenland, Kamer B1013, tel. (66)2236.
Ta/en centrum ^ INTENSIEVE W EEK ENGELS VOOR ALGEMEEN BELANGSTELLENDEN Van 16 t/m 20 januari wordt u de ge legenheid geboden uw Engels (spreek lees en luistervaardigheid) te verbeteren. Niveau: H AVO/VWO Docenten: M. Sanders, A. Tingloo Kursustijden: maandag t/m vrijdag 9.3012.15 uur 13.3016.00 uur Plaats: Lespraktikum gebouw C Groepsgrootte: Maximaal 15 perso nen Schrijft u zich tijdig in (in ieder geval vóór 9 januari 1984) bij Gonnie Jan sen, kamer A 116, maandag t/m donderdag tussen 9.4511.45 uur. Tel. 013662508. CURSUSAANBOD TAALVAARDIGHEID Dit is het cursusaanbod van het werkverband Taalvaardigheid voor het tweede semester: D.84.1 Leescursus Duits F.84.2 Keuzevak Frans voor Lette renstu denten F.84.3 Leescursus Frans II (weten schappelijke teksten). F.84.1 Schrijfcursus Academisch En ■ gels E.84.2 Mondelinge vaardigheid En gels E.84.3 Leescursus Engels N.84.1 Schrijfvaardigheid Neder lands N.84.2 Leesvaardigheid Nederlands N.84.3 Spreekvaardigheid Neder lands
Tilburgs H ogeschoolblad
N.84.4 Scriptieworkshop Econome trie N.84.5 Scriptieworkshop Rechten N.84.6 Cursus Solliciteren N.84.7 Cursus Nederlands voor Bui tenlanders in relatie tot de stu die N.84.8 Nederlands voor Buitenlan ders, Taal en Cultuur van het Nederlands. Nadere mededelingen over deze cur sussen volgen in het TH Bnummer van 20 januari 1984.
iB
Sport i STUDENTENKAMPIOENSCHAP DAMMEN 1984 Evenals in 1983 zal in het komende voorjaar een toernooi om het Neder lands studentenkampioenschap dammen worden gehouden. Via regi onale voorwedstrijden in februa ri/maart komt een finale van 8 deel nemers tot stand, die in april 1984 (omstreeks de Paasdagen) zal wor den georganiseerd. Nadere inlichtin gen, c.q. aanmeldingen bij Bondsbu reau KNDB, Steegoversloot 105107, 3311 PN Dordrecht (078147170) of bij Th. van den Hoek, Gangboord 60, 9733 GE Groningen (050414256). Vermeld bij inschrijving: naam, adres, telefoonnummer, studierich ting, en universiteit/hogeschool. De aanmelding sluit op 27 januari 1984.
f^rj In tegenstelling tot hetgeen vo rige week in het TH B stond ver meld is gebouw H . de gehele week geopend (dus tot 18.30 uur).
Menu PERIODE 19 T/M 23 DECEMBER 1983 MAANDAG 19121983 erwtensoep braadworst runderlapje vleesjus bloemkool met bechamelsaus prei a la crème DINSDAG 20121983 tomatenpaprikasoep peperschnitzel hamburger pepersaus spercieboontjes schorseneren WOENSDAG 21121983 chinese kippesoep gebakken mosselen kalkoensteak doperwten rauwkostsla patates frites DONDERDAG 22121983 kerrysoep gestoofd rundvlees met uien en appel bietjes appelmoes cheeseburger VRIJDAG 23121983 MENU VAN DE DAG Het personeel van de restaura tieve dienst wenst u prettige feestdagen.
I
HO^pO^ Agenda DECEMBER DONDERDAG 15 DECEMBER K a t h o l i e k e Hogeschool, 10.30-12.30 uur, CZ-113: Colloquium Econometrie, B-serie. Dr. F.H. Ruymgaart (KUN) over "Projectie van meerdimensionale gegevens". Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis met "Mama Roma" van P.P. Pasolini uit 1962. Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis met ''Satycrion" van Federico Fellini uit 1969. Maranatha, 20.00 uur: Open bijeenkomst. Thema: "Kerstmis vieren" met: Maranatha-betrokkenen. Olof, 21.00 uur: Film "Halloween". VRIJDAG 16 DECEMBER Katholieke Hogeschool, vanaf 10.00 uur: Symposium "Moedertaal in het onderwijs", (voor uitgebreid programma zie THB 15, pag. 5). Org. Fac. Let. Maranatha, 16.45 uur: Afscheidsbijeenkomst.
STADSSCHOUWBURG
Toneelgroep Sater: Tableau de la Troupe' Donderdag 22 december, 20.15 uur schouwburg-zaal. Toneelgroep Sater wilde zelf 'een spel over toneelspelen' maken. Sater vond echter 'II ricatto a teatro' van de Italiaanse schrijfster Dacia Maraini. De thematiek daarvan raakt in talloze opzichten aan de voor Sater belangrijke vraag naar de verhouding van artistieke ambitie, politieke aspiratie en persoonlijke integriteit. Sater, nieuwsgierig gravend naar eigen drijfveren om politiek toneel te maken, zag interessante aanknopingspunten en brengt het daarom uit onder de titel 'Tableau de la Troupe'. Een toneel-op-toneel produktie. 'Tableau de la Troupe' gaat over vijf
STADSSCHOUWBURG
Publiekstheater speelt 'Adam in Ballingschap' Dinsdag 20 en woensdag 21 dec. 20.15 uur schouwburg-zaal. In een regie van Hans Croiset brengt het Publiekstheater dinsdag 20 en woensdag 21 december het drama 'Adam in Ballingschap' dat door Joost van den Vondel in 1642 geschreven werd. Aan de voorstelling wordt o.a. meegewerkt door Thea Korterink, Sigfrid Koetse, Celia Nufaar, Truus te Stelle, Herman van Elteren, Alexander van Heteren, Victor van Swaay, Frans Vorstman en Siem Vroom. In 1852 voerde de letterkundige Jakob van Lennep op een eigenzinnige wijze voor de allereerste keer Vondel's 'Adam in Ballingschap' op met een amateur-gezelschap. Het Publiekstheater wil het alexandrijnendrama van Vondel uitvoeren in een vorm die aansluit bij het huidige tijdsbeeld. Was het een onmogelijke opgave voor de eerste mensen om de appel heel gaaf te houden. Of begon juist met die daad van ongehoorzaamheid de emancipatie-geschiedenis van de mens, die sindsdien voortdurend bezig is met het bijten in min of meer diezelfde (zure) appel? Wat blijft er over van dat paradijkselijke, ononder-
Tilburgs Hogeschoolblad
akteurs die onder niet al te florissante omstandigheden een voorstelling maken. Hun gezamenlijke doel, op 'kollektieve' wijze een voorstelling te maken waarbij ieders inbreng gewaarborgd zal zijn, levert voortdurend konflikten op, maar brengt hen ook steeds opnieuw weer bij elkaar. Konflikten op het vlak van de persoonlijke relaties en politieke tegenstellingen lopen dooreen, twijfel over de zeggingskracht van hun ekspressiemiddelen domineert het werkproces. Spontaan spelersaanbod leidt tot komische scènes; de meest boeiende spelmomenten worden echter afgebroken door misplaatste interrupties.
broken geluksgevoel, wanneer de hang naar méér de mens bevangt? Treurnis? Vondel geeft het probleem in het voorwoord tot zijn stuk heel gevoelig aan: 'Het treurtoneel is in den paradijze'.
THEATER ACHTEROM BREDA
Handke/Weiss Gezelschap speelt Fassbinder Zaterdag 17 december 20.15 uur in het Theater Achterom (Stadsschouwburg Breda). "Die bittere Tranen der Petra von Kant" is een van de bekendste films van Rainer Werner Fassbinder. Op 15 december is deze film ook in Theater Achterom te zien. Als toneelstuk is het nog nooit in Nederland opgevoerd. Het Handke/Weiss Gezelschap vindt de thematiek, een vrouwenstuk, toch zo interessant, dat zij dit schijnbaar melodramatische werk aan het publiek wil presenteren. Petra von Kant, een succesvol modeontwerpster in Bremen, leeft samen met haar bediende Mariene in een zeer ruim appartement. Haar eerste man is verongelukt, van hem heeft ze een dochter, Gabriëlle, van haar tweede man heeft ze zich laten scheiden. Ze wordt verliefd op een meisje dat ruim tien jaar jonger is dan zij, Karin Thimm. Petra wil de jonge Karin helemaal voor zichzelf hebben. Karin
Op deze wijze vormen de spelers voor zichzelf en voor elkaar een belemmering. Het persoonlijke verhaal van de akteurs raakt op een tragikomische wijze verweven met het verhaal dat ze spelen, werkelijkheid en fiktie lopen door elkaar heen. Zo goed als deze spelers in staat zijn om afstand tegenover hun rolfiguren te scheppen, zo slecht zijn ze bereid om een konfrontatie met zichzelf aan te gaan. En is niet juist die balans de kern van het toneelspelen...? 'Tableau de la Troupe' wordt in een regie van Lex Schoorel gespeeld door Roelof den Ambtman, Hajo Bruins, Roelant Radier, Marie-Louise Stheins en Francis Wijsmuller.
wil de vermogende Petra gebruiken, maar haar vrijheid behouden. Als de man van Karin, die in Australië was plotseling terugkomt, gaat ze weer naar hem toe. Petra wordt wanhopig. Langzaamaan begint ze het echter te begrijpen: " I k heb helemaal niet van Karin gehouden, ik heb haar alleen maar willen bezitten". Ze biedt haar secretaresse Mariene, die ze tot op dat moment als een voorwerp had behandeld, samenwerking, vrijheid en plezier aan. Maar Mariene die nooit een woord sprak, pakt zonder iets te zeggen haar koffer en vertrekt.
FILMHUIS
Fellini en Pasolini in het filmhuis Filmhuis Tilburg vertoont van donderdag 15 tot en met woensdag 21 december om 19.30 uur de film M a m m a Roma van Pier Paolo Pasolini uit 1962. Op de boerenbruiloft van haar souteneur Carmine is de hoer Mamma Roma door haar uitbundige levensvreugde een opvallende verschijning. Ze kan nu een nieuw leven beginnen en haar in een internaat opgroeiende zoon Ettore bij zich nemen in een gehuurde nieuwbouvinwoning aan de rand van de stad. Ze begint een fruitstalletje: Ettore zal niet hoeven werken. Vervreemd van zijn moeder
Stadsschouwburg, 20.15 uur: Robert Long en Leen Jongewaard. Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 15 december). vindt hij al spoedig aansluiting bij een jeugdbende. Om zijn geliefde Bruna - die echter gemeenschappelijk eigendom van de hele groep is, zoals hij weldra zal bemerken - cadeautjes te kunnen geven, besteelt hij zijn moeder. Na een gesprek met een priester, die haar aanraadt haar zoon een vak te laten leren, biedt Mamma Roma Ettore 'iets beters' aan. Samen met haar excollega Biancofiore dwingt ze een caféhouder ertoe Ettore als kelner aan te nemen. Ettore die dan hoort van het vroegere bestaan van zijn moeder geeft zijn baantje op en sluit zich weer bij de jeugdbende aan. Ziek en meer nog uit eigenzinnigheid probeert hij met zijn vrienden een ziekenhuis te overvallen. Hij wordt echter gepakt. De film 'Satyricon' van Fellini uit 1969 wordt van donderdag 15 december tot en met woensdag 21 december om 22.00 uur vertoond in het Filmhuis. Fellini heeft 'Satyricon' een sciencefiction-film genoemd, die niet over de toekomst gaat maar over het verieden, en wel speciaal over het oude Rome uit de tijd van Nero. Hij heeft zich voor het scenario gebaseerd op de Satyricon van Petronius, maar dan wel heel losjes. De film heeft als hoofdpersoon Encoïpius (Martin Potter), die zich in de openingsscène rechtstreeks tot het publiek beklaagt over het feit dat zijn vriendje Gitton (Max Born) hem is afgenomen door Asciltus (Hiriam Keiler). Dan begint zijn zwerftocht door de onbekende wereld op zoek naar Gitton; zijn pure liefde voor de jongen staat in absolute tegenstelling tot de decadente wereld die hem omringt. In geen enkele film van Fellini leven zoveel groteske wezen en worden zoveel absurde spektakels opgevoerd als in 'Satyricon'. Het gevecht met de Minotaurus, de petomaan, de vrouw met het vuur tussen de benen, de bleke hermafrodiet die uitdroogt in de zon en de dichter Eumolpus die bij testament heeft bepaald dat zijn lijk door de erfgenamen moet worden opgegeten, het is alles zo overweldigend en overdadig dat er maar één ding op zit: 'Satyricon' is een film die je tenminste twee keer moet zien.
ZONDAG 18 DECEMBER Stadsschouwburg, 14.00 uur: Kinderfilmhuis met "Clarence en A n g e l " . Voor kinderen vanaf 8 jaar van de Amerikaanse regisseur Robert Gardner. Nederiands ondertiteld. Stadsschouwburg. 19.00 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 15 december).
M A A N D A G 19 DECEMBER Katholieke Hogeschool, Landelijke studiedag met als thema: "Integratie of Concentratie?" Org.: SSW. Stadsschouwburg, Kerstconcert door het Brabants Orkest o.l.v. dirigent Roelof van Driesten. Werken van Ottorino Respighi, Haydn, Bach en een aantal kerstliederen m.m.v. diverse solisten en het Brabants Conservatorium. Theseus, 21.00 uur: Film "Greetings". Regie: Brian de Palma. Zaal open vanaf 20.30 uur. Entree: leden f 2,50; niet-leden f5, — . Lidmaatschap aan de zaal: ^ 5 , — . DINSDAG 20 DECEMBER Stadsschouwburg, 20.15 uur: Publiekstheater speelt 'Adam in ballingschap' van Vondel in een regie van Hans Croiset in een eigentijdse versie. Met o.a. Truus te Stelle, Sigrid Koetse en Siem Vroom. Stadsschouwburg, 20.30 uur: Dansgroep Nan Romijn. WOENSDAG 21 DECEMBER Katholieke Hogeschool, vanaf 10.30 uur: Symposium "Letteren Lezen" (voor uitgebreid programma zie THB 15, pag. 5). Org. Fac. Let. Stadsschouwburg, 20.15 uur: Publiekstheater speelt Vondel (zie 20 december). Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Dansgroep Nan Romijn. DONDERDAG 22 DECEMBER Stadsschouwburg, 20.15 uur: Toneelgroep Sater speelt 'Tableau de la troupe' van de Italiaanse schrijfster Dacia Maraini als toneel op toneelproductie. Regie: Lex Schoorel. Spelers: Roelof den Ambtman, Hajo Bruins, Roelant Radier, Marie Louise Stheins en Francis Wijsmuller. Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Big Bamboozle. Concert t.g.v. het eenjarige .bestaan van het Tilburgse workshopsorkest 'Big Bamboozle'. Café Paradoks, 22.00 uur: Sessie o.l.v. Ben Bogaards en Sjoerd Rolsma. Toegang gratis. Katholieke Hogeschool, 10.30-12.30 uur, CZ-111: Colloquium economie. A-serie, Algemeen). Dr. J . Sijben (KHT) over "Wisselkoersvorming en monetaire politiek". Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis met " I Clowns" van Federico Fellini uit 1972. Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis met " R o m a " van Federico Fellini uit 1972. TENTOONSTELLINGEN Nederlands Textielmuseum Tot en met 15 januari: Textielminiaturen '83 Tilburg/Hannover. Tot en met 22 januari: Textielkunst en vormgeving rond het thema 'inpakken'. Volkenkundig M u s e u m Tot en met 4 januari 1984: Moderne kunstnijverheid uit de derde wereldlanden. Noord-Brabants Natuurmuseum Tot en met 31 maart 1984: 'Kollektie te kijk'. Permanent: Vogels en zoogdieren.
16 december 1983
ACHTERKLAP Neem nou Goirle... De Goirlese politiek is niet erg betrol<l<en bij de welzijnsplanning in haar gemeente. Ook de burgers en de welzijnsorganisaties tonen weinig interesse. Zonder enige politieke discussie is in Goirle besloten om het maken van een sociaal-cultureel plan uit te besteden aan het Provinciaal Opbouworgaan Noord-Brabant in het kader van decentralisatie. Een groep studenten van het "Welzijnspsychologie" aan de KHT heeft de welzijnsplanning in Goirle onder de loep genomen. Onder leiding van Drs. Pieter van Harberden schreven zij een aantal suggesties die de betrokkenheid van de politiek en de burgers met de welzijnsplanning kunnen vergroten. De nota "Neem nou Goirle..." is aangeboden aan het College van B & W Goirle. Het is de bedoeling dat het als een discussiestuk in de Commissie Welzijnszaken wordt besproken.
College geven in een broeikas Hoe krijg je heel veel studenten in een kleine collegezaal? Eerst zet je zoveel mogelijk mensen op een stoel, dan verdeel je de staanplaatsen, en de rest stuur je noodgedwongen weer naar huis. De gelukkigen die je college wel bij kunnen wonen, lopen na verloop van tijd rood aan door benauwdheid en sterk oplopende temperaturen. Het gebeurt regelmatig dat de belangstelling voor een college wordt onderschat. Kandidaatsstudenten Economie oude stijl vonden dit semester het college 'algemene economie II' zo interessant dat de toegewezen zaal AZ 9 al snel te klein was. De docent, drs. J. Donders, besloot om dan maar te verhuizen naar de grote zaal CZ 101, die toch
leegstond. Een stuk comfortabeler, maar dat genoegen mocht niet lang duren. De college-uren vielen juist samen met de wekelijkse witte tornado die de schoonmaakdienst voor CZ 101 gepland had: een reden voor de afdeling Studentenadministratie om docent en studenten terug te wijzen naar hun oude broeikas. Het hoofd van Studentenadministratie, A. Lebbink, zorgt voor de toewijzing van collegezalen. Volgens hem komt het probleem wel vaker voor. "In dit geval was er geen alternatief op de dinsdagavond", zegt hij, "maar op een woensdag of donderdag hadden we wel iets kunnen regelen. Als er problemen zijn met de grootte van een collegezaal, dan komt de docent meestal naar ons toe, en dan zorgen wij voor een alternatief. De docent is nu echter zonder overleg in CZ 101 gaan zitten". Zeker nu de Twee Fasen-structuur is doorgevoerd is het moeilijk om de belangstelling voor een college vooraf te schatten; studenten kunnen tegelijkertijd met de propedeuse en het doctoraal bezig zijn. "In september ben ik de hele maand aan het wijzigen", zegt Lebbink, "en dat zal in het begin van het volgende semester ook wel zo zijn. In negentig procent van de gevallen gaat het goed, maar de overige tien procent waarbij het fout gaat loopt getalsmatig nog aardig op". Het aantal collegezalen is volgens de heer Lebbink op de Hogeschool zeker niet te klein. "Door planning en overleg is het mogeijk dat iedereen een ruimte krijgt die geschikt is". K.B.
Asbest "Ik pendel tussen asbest en cadmium", zegt de directeur van de Tekenakademie, de heer Mender, met een grimlachje. Hij woont in de Kempen. Een jaar geleden bleek dat de bodem daar vol cadmium zat. Maar niet al-
I^MIMMfi ^^t:^z^
leen de woonomgeving van de heer Manders is niet te vertrouwen, een paar weken geleden bleek dat hij ook al twaalf jaar in een gevaarlijke werkomgeving rondloopt. "Het was louter toeval", zegt de heer Manders, "dat we ontdekten dat er asbest verwerkt is in de plafonds". Half oktober organiseerde de Akademie een expositie van eindexamenwerk van leerlingen. Een vriend van een studente, die de tentoonstelling bezocht, vond het interessant om na het bezichtigen van de kunstwerken, ook het gebouw eens beter te bekijken. Hij had een baan op een ingenieursburo en werkte met isolatiematerialen. "Omdat hij wilde weten of het plafond van het gebouw uit hetzelfde materiaal bestond als waar hij mee werkte heeft hij een beetje van het spul afgekrabt en het in een leeg sigarettendoosje meegenomen", zegt Manders. "Toen na een onderzoek bleek dat er asbest in zat heeft de studente ons gewaarschuwd". De Tekenakademie werd in 1971 gebouwd, maar niemand heeft er bij stilgestaan dat het spul ook in ons gebouw verwerkt was". Asbest ondergaat een proces van verbrokkeling, waardoor er steeds meer stofdeeltjes vrijkomen. TNO heeft metingen verricht waaruit bleek dat de grens van het toelaatbare aantal stofdeeltjes nog niet is overschreden. Voor de zekerheid worden bepaalde ruimtes twee keer per dag met water gereinigd. Na de kerstvakantie gaat de akademie zes tot acht weken dicht om het asbest weg te halen. De Tekenakademie is op zoek naar een vervangende ruimte. "Maar het is moeilijk om iets te vinden", zegt Manders, "vooral voor de donkere kamer en de textielafdeling met droogtafels en dergelijke". Ook studenten zijn al bang dat ze op school een tijd niet kunnen werken. "Ik ben een van degenen die hier al heel lang een vaste betrekking heeft", zegt Manders. Maar door het TNO onderzoek valt het met de angst
P
voor eventuele gevolgen wel mee. En tenslotte dreigt het gevaar van alle kanten. K.B.
Links, Rechts "Een politieke kwestie". Dat is het oordeel van Mr. C.H. Krijger over de mogelijke toewijzing van een nieuw onderkomen, bij het hogeschoolrestaurant, aan de kritische boekhandel KRIS. Krijger is hoofd van de Dienst Interne Zaken. Hij zou het leuk hebben gevonden als 'zijn' afdelingen Kantoorartikelen en Diktatenmagazijn samen een plaatsje hadden gekregen in de nieuw te bouwen multifunctionele ruimte tegen het restaurant aan. Maar helaas, het ziet er naar uit dat alleen het diktatenmagazijn daar een onderdak krijgt, het kantoorartikelenmagazijn blijft zitten waar het zit. De rest van de geplande uitbreiding lijkt voorbestemd aan het KRIS en aan studentenvoorzieningen. En dat zit Krijger allesbehalve lekker: "Wie zit er op deze hogeschool nu te wachten op een linkse boekhandel? Maar het College van Bestuur en de hogeschoolraad hebben zich gecomitteerd aan het KRIS. Het is gewoon een
Er komt een multifunctionele ruimte tegen het hogeschoolrestaurant aan. politieke machtsstijd, dat staat voor mij wel vast." Krijger is dus boos. Op voorhand, want er bestaat nog allerminst zekerheid over de definitieve ruimteverdeling. Verschillende instanties moeten nog worden gehoord, het College moet nog beslissen. Maar vast staat wel dat het College zich heeft verplicht om het KRIS met voorrang te behandelen. Wouter van Gils van het KRIS beaamt overigens Krijgers opmerking dat het hier om een politieke kwestie gaat: "Meneer Krijger is rechts en wil dus graag het linkse KRIS van de hogeschool weren. Zo simpel ligt dat. De kwestie loopt nu al twee jaar. Wij hebben voortdurend gelobbied bij het College van Bestuur. En de hogeschoolraad heeft ons in een resolutie gesteund bij het zoeken naar een goede huisvesting. En dĂŠt zit Krijger natuurlijk dwars. Inderdaad, puur politiek." Volgende week de ontknoping van dit drama. T.G.
ŠF.\/lbmminx'(Si
I
Tilburgs Hogeschoolblad
16 decennber 1983