M
Tilburgs Hogeschoolblad - 4 november 1983 - jaargang 21 - nummer 10
Aktiebereidheid tegen saiariskorting zeer gering onder hogeschoolpersoneel s/echts een handvol medewerkers van de Tilburgse Hogeschool is op woensdag 2 november in de autobus naar Den Haag gestapt om uiting te geven aan het ongenoegen over het bezuinigingsbeleid van minister Rietkerk. Blijkbaar is de voorgenomen salariskorting van 3y2% niet bedreigend genoeg om aan het hoger onderwijs een massaal protest te ontlokken. Op woensdagmorgen vertrokken er vanaf het Centraal Station twee bussen met Tilburgse demonstranten naar Den Haag. Van de 120 passagiers was hooguit een tiende deel afkomstig van de Katholieke Hogeschool Tilburg. "Dat is inderdaad heel weinig", beaamde een dag eerder Marion van den Berg, bestuurslid van de ABVA/KABO op de hogeschool. "Als je toch ziet welke belangen er op het spel staan! Maar misschien is de opwarmingsperiode te kort geweest. En wellicht heeft de betoging van 29 oktober de mensen demonstratiemoe gemaakt. Je vraagt je wel af wat er moet gebeuren voordat de vlam nog eens echt in de pan slaat." De ambtenarenbond ABVA/KABO had z'n leden vorige week via een pamflet opgeroepen om Rietkerk massaal te laten horen "dat u NEE ! zegt tegen de manier waarop hij omgaat met zijn personeel". De bond vindt het onaanvaardbaar dat minister Rietkerk het salaris van ambtenaren en trendvolgers per 1 januari 1984 met 2Vi% wil korten alleen maar
om het financieringstekort te verkleinen. Marion van den Berg: "Het kabinet Lubbers voert een kil financieel beleid. En het aantal werklozen blijft maar groeien. De korting vorig jaar van 1,65% heeft toch ook niks uitgehaald? Lubbers en Rietkerk willen de zwakste schouders de zwaarste lasten laten dragen. Dat is onverantwoord." Hoe komt het dat de aktiebereidheid op de hogeschool, ondanks dat onverantwoordelijke beleid, toch niet groter is? Marion van den Berg: "Naast de redenen die ik al heb genoemd denk ik dat de matheid is terug te voeren op de toegenomen werkdruk. Door de voortdurende bezuinigingen is de werklast enorm vergroot. Mensen moeten in dezelfde tijd meer prestaties leveren, ze krijgen 't vaak echt veel drukker. En ze leveren wel een flink deel van hun salaris in, maar daar staan geen nieuwe banen tegenover. Bovendien geloof ik dat de angst om zelf werkeloos te worden veel mensen van de straat houdt. Je moet tegenwoordig heel zuinig zijn op het baantje dat je hebt."
Een verdere reden voor de lage opkomst is volgens van den Berg misschien gelegen in de èanpak van de ABVA/KABO: "Wij benaderen de mensen meestal alleen maar via de verspreiding van pamfletten. Maar ik vrees dat er zo langzamerhand sprake is van een pamflettenmoeheid. Wij zijn dan ook van plan om ons te beraden over een andere, meer persoonlijke, benadering van de hogeschoolbevolking". Marion van den Berg wist op dinsdagmiddag nog niet te vertellen wat er zou gebeuren na een mislukken van het overleg tussen Rietkerk en de bonden: "Dat zullen we volgende week in onze ledenvergadering moeten afspreken". De hogeschoolleden ('een handjevol') van de christelijke ambtenarenbond CFO gingen woensdag niet mee naar de residentie. Albert Stuulen van deze bond zei op dinsdagmiddag: "Wij hebben als plaatselijke afdeling Tilburg besloten om de uitkomst van woensdag af te wachten. Aanstaande zaterdag zullen we bekijken wat ons te doen staat. Als Rietkerk ons die drie en een halve procent cadeau doet hoeven we natuurlijk geen aktie te voeren". Het College van Bestuur van de Katholieke Hogeschool heeft eind vorige week in een brief aan het hogeschoolpersoneel laten weten "dat het dienstbelang het in principe toelaat dat betrokken personeelsleden op 2 november verlof opne-
8/9
De onzekere zekerheid Nederland staat aan de vooravond van een herziening van het stelsel van sociale zekerheid. Een gesprek met Drs. Frans van den Heuvel (foto) op de middenpagina.
7
Psychologisch taakverdelen De subfaculteit Psychologie praat al een half jaar over beleidsuitgangspunten voor de taakverdeling.
men." Medewerkers die verzuimen om die verlofdag aan hun diensthoofd of faculteitssecretaris op te geven zullen echter een korting op het salaris ondervinden," evenredig aan de tijd dat betrokkene gestaakt heeft". Volgens Marion van den Berg van de ABVA/KABO een onnodig harde maatregel: "Het College had ook toestemming kunnen geven om de verloren werktijd later door overwerk te compenseren". JG
Sociale contacten belangrijker dan prestatie Steeds meer mensen sporten overdag "Sport Overdag" zal in de toekomst een grote rol gaan spelen. Steeds meer mensen hebben 's morgens en 's middags vrije tijd. Dat zijn niet alleen werklozen, maar ook bijvoorbeeld ouderen, huisvrouwen en mensen die in ploegdiensten werken. Er ontstaat op dit gebied een vergelijkbare situatie met de studentensport. nx'55
1983
Zo klonk het 1 november tijdens een college over Vrije Tijd en Sport Overdag. Daar ontstond een discussie naar aanleiding van een tekst, die economiestudent Igo Jongen voor het doctoraalvak "Economische aspecten van de vrije tijd" heeft gemaakt. Naast studenten en de docent, drs. De Freijtas, waren er een aantal mensen aanwezig die bezig zijn met de organisatie van recreatieve sport, onder andere Danielle van Bakel van "Sport Overdag" van de gemeente Eindhoven en Dick van Schooneveld van Pendragon. Igo Jongen, die zelf aan topsport doet, signaleert dat er steeds meer aandacht komt voor 'breedtesport', sport die voor veel mensen toegankelijk is, waarbij de prestatie niet belangrijk is en waarbij de sociale aspecten voorop staan. De meeste aktiviteiten worden geleid door vrijwilligers-metbehoud-van-uitkering, en de aktiviteiten "Sport Overdag" niet alleen voor studenten en werklozen. Een foto van het afgelopen maand gehouden Pendragon-tornooi.
moeten door de deelnemers bekostigd worden omdat subsidiemogelijkheden ontbreken. Igo Jongen: "Veel mensen vervelen zich, raken geĂŻsoleerd omdat ze steeds meer vrije tijd krijgen. Als ze aan sport doen krijgen ze nieuwe contacten met anderen, ze voelen zich nuttiger. De besteding van vrije tijd is een maatschappelijk probleem waaraan iets gedaan moet worden, anders ontstaat het gevaar voor een toenemende criminaliteit en ontstaan mogelijk nog meer verzetsbewegingen". De meeste sportverenigingen zijn gericht op mensen met een 40-urige werkweek. Igo Jongen: "In Eindhoven blijkt dat mensen soms in een ander stadsdeel dan waarin ze wonen aan "Sport Overdag", een project van de gemeente, deelnemen, omdat ze bang zijn dat anders anvervolg op pag. 6
PERS MATSERTJES KOLOFON
reaKtiomi, "Reaktionair" is een rubriek waarin reakties van lezers worden ge plaatst. Naam en volledig adres van de schrijver(s) dient bij de redaktie bekend te zijn. Anonieme brieven verdwijnen in de prullemand.
Onbeschaafd gedrag Er heerst nog steeds een rare mentali teit ten aanzien van vrouwen op de Hogeschool. Zo gebeurde het in het verleden dat aanplakbiljetten van Vrou wenstudies beklad werden met woor den waarvoor iedereen zich de ogen uit zijn kop zou schamen als z'n naam eronder stond. Het is natuurlijk erg makkelijk om anoniem te schrijven want je draagt er geen verantwoorde lijkheid meer voor. Tenminste, je kunt niet ter verantwoording geroepen wor den. O ok de verdwijning van 5 degelij ke posters van het Vrouwenoverleg uit de glazen gang van gebouw A is een specimen voor deze mentaliteit. O p donderdag de 13de oktober opgehan gen waren ze die zelfde dag alweer verdwenen. Waarom roepen deze posters zo'n agressie op? Als het je niet interesseert kun je de interesses van andere mensen nog wel respecte ren. Dit vertoon van onbeschaafd ge drag rechtvaardigt mede het bestaan van de Vrouwenstudies en het Vrou wenoverleg. L. Mors.
Ander leesvoer De redactie van het juristenfaculteitsblad Nonde Jure vergadert ook wel eens in ca fé de Egiantier. Een redactielid was op die vergadering afwezig. De redactie staat onder 'zware druk', zo lezen wij in een redactioneel. Als het blad geen betere kwaliteit levert dreigt het afwezige redac tielid over te stappen naar het Katholieke Nieuwsblad. Dat laat de redactie overi gens koud. "Wij hebben begrepen dat daar de eisen die aan toekomstige mede werkers gesteld worden niet zo bijster hoog zijn". De redactie die zich de titel toemeet van "herdershonderen van de KHT, de Don Giovanni's van de cata comben" kondigt voor het november nummer een aantal "hot items" aan. Voor het oktobernummer heeft Nonde Jure weer eens een prijsvraag uitgeschre ven. Wie is de wetenschappelijk mede werker die zich in de strip van Rinus Rees als vrouwe Just it ia voordoet? Beloning: enkele flessen Blanc de Blanc. Verder nogal wat artikelen met hoe kan het ook anders een juridische inslag. Paul van Vugt schrijft over de dit jaar opge richte Bond van Wetsovertreders (BWO). In zijn artikel geeft hij aan met wat voor problemen de BWO regio T il burg zich bezighoudt. Elders wordt be richt over "een dwaling in het Straf recht". Student Michiel Onneweer ging in beroep tegen een tentamenuitslag. In zijn artikel bespreekt hij de "strafrechte lijke aspecten van de tentamenvraag", alsook de procedure bij het College van Tilburgs Hogeschoolblad
In nriemoriam Cees van Dorp Na een langdurige ziekte is op maan dag 31 oktober Dr. Cees van Gorp overleden. Hij was hoofd van het O n derwijs Research Centrum van de Ka tholieke Hogeschool. De manier waar op hij tegen zijn ziekte heeft gestreden, dwong bij eenieder die het meege maakt heeft bewondering af. Voor hem kon de dood nog niet nabij zijn, want zijn taak, het tot stand brengen van kwalitatieve verbeteringen in het onder wijs, was nog lang niet volbracht. Velen in de hogeschool hebben hem gekend als een joviaal man met een warme persoonlijke belangstelling en met echte, brede interesses voor cul tuur en sociale verhoudingen. Voor zijn collega's was hij bovendien een man met sterke principes, onvoorwaardelijk loyaal ten opzichte van zijn onderge schikten. Hij was er ten volle van over tuigd, dat de door hem zo noodzakelijk geachte veranderingen in het onderwijs gerealiseerd konden worden. Hij onder kende wel dat er nog een lange weg te gaan was, maar met zijn optimisme, strijdlust en creativiteit probeerde hij het veranderingsproces te versnellen. Kritiek op zijn visie kon hij daarom ook misschien moeilijk accepteren, omdat het tempo waarmee hij de veranderin gen tot stand hoopte te kunnen bren gen, erdoor werd vertraagd. Hij genoot landelijk bekendheid en ach ting en werd veelvuldig geconsulteerd, met name met betrekking tot de on derwijskundige scholing van docenten in het hoger onderwijs. Als gemoti veerd mens verstond hij de kunst an deren te motiveren. Tot kort voor zijn verscheiden was hij intensief bezig met het uitdragen van zijn boodschap: "De kunst van het verstaan is besloten in
Beroep van Examens. Nogal rijk gelar deerd met citaten. Romain Rijk geeft een verantwoording voor zijn vervangende dienstplicht aan de Hogeschool. "Geen s5 maar B836". "Als tegenprestatie voor deS'A fles Bordeaux die de redactie mij heeft toegezegd" gaat hij uitgebreid in op de gang van zaken bij het toetsen van de gewetensbezwaren, de procedure bij het vinden van een tewerkstel lingsplaats en het werk dat hij op de Ho geschool doet. Rob Dielemans bespreekt de zusterbladen en kan hier en daar een
^■■m a t s e r t j e s i ^ 'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten z e / 5,; on der nummer ƒ 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen.
WINTERSPORT: Ga mee met een wintersportreis van de studentenreisclub! Vervoer per supertouringcar, verblijf in goed hotel (zwembad, sauna, discotheek), 10 dagen incl. half-pension ƒ 375,—. Verschillende vertrekdata. Bel voor inf.: dagelijks tussen 18.30 en 20.30 uur: 050-142386.
WINTERSPORT: 10 of 17 dagen per luxe touringcar naar Götzens in Oostenrijk. Inclusief drie sterrenhotel al vanaf ƒ 400,—. Sneeuwzeker tot eind april. Bel Hans Eijsbouts, tel. 020-906403 (na 18.30 uur).
TYPEWERK: Voor goed verzorgd typewerk kunt u bellen naar: Mieke Smulders, tel. 041662367. de kunde van het goed luisteren naar de ander". Zijn laatste werk, een boek waarmee hij die kunde wilde overdra gen, heeft hij helaas niet meer kunnen voltooien. Cees laat een vrouw een twee opgroei ende kinderen na, die zijn zware strijd met hem hebben gedeeld. Wij leven met hen mee en wensen hen de beziel de levensmoed toe waarin hij hen is voorgegaan. De medewerkers van het O RC
gevoel van jaloezie niet onderdrukken. Rob Schelfaut beschrijft de contacten van een samenwonend stelinspé met de huisjesmelker Harrie van der Meijden. Simon van den Boomen verhaalt van Glastra van Loon, de vroegere staatsse cretaris en PP wijdt uit over de proble men van het denken. Aan de juridische faculteit werd eens besloten vaardighe den in het onderwijspakket in te passen PP maakt de balans op en die is nega tief L.v.W.
Antiquariaat Psychologie, Sociologie, Ekonomie, Filos ofie, Theologie, Kuns t, Geschiedenis, Literatuur, enz. Nieuwlandstraat 25 5038 SL Tilburg Tel. 013431229 Open: vanaf 12.00 uur n o v e m b e r 1983
TE KOOP: Simca Horizon 1.5 GLS; kleur: oranje; bouwjaar 1978 met LPG. Prijs n.o.t.k. Tel. 013-672918.
tilburgs hogeschoolblad weekblad voor de katholieke hogeschool tilburg redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) tvi/an geurts, lennart kik, angela lodder (assistente) medewerkers paul emonts, wouter van gils, peter pennartz, henk zomer, wilma okkerse, sjef stoop, klaudie biemans, john versieyen samenstelling redaktieraad prof mr p van seters (voorzitter), dr j koning, dr h van erp, drs j de net, f hummelman, m ackermans (adviseur), a de laaf, drs th schouw offksiële mededelingen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel, henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de .week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie jijn redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662506 intern 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolbiad, utrecht universiteitsblad, delta (delft), thberichten (eindhoven), tht-nieuws (twente), observant (maastncht), uk (groningen) en ku-nieuws (nijmegen) druk drukkerij em de jong bv, baarle-nassau abonnementen voor niet-hogeschoolleden f 15,- per jaargang
Student mag forse inkomensdaling verwachten Gezinnen met een studerend kind gaan er de komende tijd globaal 8 procent in inkomen op achteruit. Gaan de plannen van de regering door dat voor kinderen tussen de 12 en 17 jaar schoolgeld betaald moet worden, dan zal de inkomensachteruitgang nog groter zijn. Dat zijn twee conclusies uit een studiefinancieringsmotie die de Delftse studentenraad (DSR) begin oktober aannam. Bijzonderheid van de motie is, dat ze verzegeld gaat van negen rekenvoorbeelden. Die geven een uitgewerkt beeld van de beleidsvoornemens die onderwijsminister drs. W.J. Deetman met de studiefinanciering heeft. Gebeurt wat Deetman blijkens de beleidsvoornemens 1984 wil, dan wordt de bijdragevrije voet bij de berekening van de toelage bevroren, gaan de collegegelden omhoog en krijgen studenten onder de 21 voortaan een even
hoge studietoelage als de RWW-ultkering voor 18- tot 21-jarigen. Broers en zussen die geen toelage aanvragen tellen dan ook niet meer dubbel (of driedubbel) bij de bepaling hoeveel de ouders zouden moeten bijdragen en, tenslotte, het zal geen oogmerk meer zijn om het ouderlijk inkomen los te maken van dat van de student. Wat hebben al die maatregelen nu voor repercussies op de samenstelling en de
hoogte van het studenteninkomen? De commissarissen studiefinanciering van de VSSD, Nico de Gier en Leon Sonnenschein, rekenden het na voor negen situaties. Daarbij gingen ze telkens uit van de situatie die voor de student het meest gunstig zou zijn. Zou het gunstig zijn om een deel van de toelage te weigeren om zo meer kinderbijslag te krijgen, dan Is dat in de bedragen verwerkt. Verder zetten zij telkens twee gevallen naast elkaar: dat waarbij de toelages even hoog blijven als ze tot dusver waren (resp. f 11.076,- voor thuis- en f 14.876,voor uitwonende studenten) en het geval waarbij de toelages verlaagd worden: f 8.780,- voor thuis- en f 12.720,voor uitwonende studenten. Volgens de beide commissarissen is het laatste geval het meest waarschijnlijke. Het grootste verschil met de huidige situ-
atie zal dan optreden in het geval van een thuiswonende student wiens ouders een belastbaar inkomen hebben van f 40.000, — , en die een broer of zus heeft tussen de 18 en de 27 die naar school gaat. Die student gaat er namelijk f 3.659, — per jaar op achteruit, en krijgt geen f 8.955,— meer, maar f 5.296, — . Het kleinste verschil treedt op bij de thuiswonende student wiens ouders een belastbaar inkomen hebben van 30.000 gulden: die gaan er 'slechts' f 1.216,— op achteruit. De vermelde bedragen zijn overigens de ongunstigste: namelijk die bedragen die gaan gelden wanneer alle beleidsvoornemens van Deetman ook inderdaad worden uitgevoerd. Esther Hageman/UP Delta
a
Prof. Kohnstamm:
"ingrijpen overlieid is scliadelijlt voor onderzoelc op korte termijn." "De financiële en organisatorische ingrepen van het Ministerie veroorzaken veel ellende bij de medewerkers en hoogleraren in de vakgroepen, faculteitsbesturen en Colleges van Besturen. Zij zijn in deze jaren zeker schadelijk voor het onderzoek, omdat zovelen zich daaraan niet rustig en ongestoord kunnen wijden. Het is niet te voorspellen of zij ook op de langere duur schadelijk zullen zijn." Dit zei de Leidse hoogleraar prof. dr. G.A. Kohnstamm op een studiedag van de Stichting Wetenschapsjournalistiek en -voorlichting op 28 oktober in Den Haag. Een aantal sprekers gaf daar commentaar op de stelling: "De financiële en organisatorische ingrepen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen fnuiken een goed wetenschapsbeleid en zijn schadelijk voor het wetenschappelijk onderzoek in Nederland." Plaatsvervangend directeur-generaal voor het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek, dr. ir. B. Okkerse verdedigde de overheidsbemoeienis met het universitaire onderzoek. "Men kan zich daarbij de vraag stellen, waarom men zich nu juist bij wetenschapsbeleid beklemd voelt en niet bij ander beleid dat men ervaart. Ook kan men zich de vraag stellen of een wetenschapsbeleid dat onder condities van beperkte middelen werkt niet altijd beklemmend zal zijn voor sommigen. Een blik naar andere landen zou de weg kunnen wijzen naar bevrijding. De vrijheid van een ondezoeker in de Verenigde Staten wordt bijvoorbeeld in hoge mate bepaald door de mate waarin hij geld weet te verwerven. In Nederland wordt deze vrijheid in het systeem van voorwaardelijke financiering op voorhand voor 5 jaar gegeven. Bij dit alles moeten we ervoor oppassen het universitaire onderzoek niet al te zeer te associëren met hetgeen gefinancierd wordt uit de voorwaarlijke financiering. De student-onafhankelijke financiering
Tilburgs Hogeschoolblad
betreft de helft van de huidige onderzoekscapaciteit van de universiteiten", aldus ir. B. Okkerse. Prof. Kohnstamm had het ook over de afgedwongen akseptatie van de tweefasen struktuur. Dit heeft veel weerstand opgeroepen, en er is ongelofelijk veel energie gaan zitten in de bestrijding van de ontwerpwet 2-fasen structuur. Vervolgens gaat men de studieprogramma's herprogrammeren met alweer eindeloos WUB's-overleg. Mokkend ontwerpt men de Ie fase onder de belofte van een 2e fase voor toch zo'n 20 è 40% van de studenten. Men stelt zelfs tweede fase kommissies in en schrijft talloze dikke aanvragen. Maar, aldus Kohnstamm, ondertussen heeft het departement berekend dat er voor die 2e fase in de toegezegde omvang geen geld is en men laat een anonieme groep ambtenaren de concept Beiaard-nota schrijven, waarin de 2e fase vervangen wordt door het systeem van assistenten-in-opleiding. "Ik beschrijf slechts hoe dit beleid op de modale vakgroepsmedewerker overkomt. Als woordspreuk", aldus Kohnstamm. "Wat een goed wetenschapsbeleid is weet ik niet" zegt Kohnstamm. "Ik wantrouw de lieden die menen dat wel te weten. Vaak zijn dat doctorandussen of doctors met een bescheiden wetenschappelijke staat van dienst." De Beiaard-nota wordt door het departement uitgebracht op het moment dat men in de universiteiten nog bezig is met de invoering van het nieuwe onder-
wijsprogramma, de propedeutische fase, met alle kopzorgen van dien. Daar bovenop komt nog eens de hele TVCoperatie en het in orde brengen van papieren onderzoeksprogramma's voor de externe beoordeling in het kader van de Voorwaardelijke Financiering. "Het is voor ambtenaren op het departement, en waarschijnlijk ook voor wetenschapsjournalisten onmogelijk zich de spanning voor te stellen waaronder men komt te staan als men (als medewerker of hoogleraar) deze zaken allemaal tegelijk te verwerken krijgt en dan óók nog onderwijs moet geven en het onderzoek gaande moet houden. Gevolg: groeiende
afkeer van het departement en nog grotere weerzin tegen het lezen van nieuwe beleidsnota's" aldus prof. Kohnstamm. Ambtenaar Okkerse vond het interessant om waar te nemen dat de discussie over het voeren van beleid-op-zich ook in het politieke krachtenveld speelt. "Het is opvallend, dat daarbij de scheidslijnen dwars door de politieke partijen heenlopen. Elke politieke partij kent zijn aanhangers die de autonomie van de universiteiten benadrukken, elke partij zijn aanhangers die de wezenlijkheid van overheidsbemoeienis naar voren brengen," aldus ir. Okkerse. E.V.
Nog een plaatje van de eind oktober gehouden Oldendorff-lezingencyclus over 'de toekomst van het boek'. Op de foto de Zweedse uitgever en auteur Per Gedin.
4 november 1983
K
ff^^^ Europees congres gratis voor studenten Op 9 en 10 november vindt aan de Tilburgse hogeschool een Europees congres plaats met als titel: kleine en middelgrote bedrijven in confrontatie met hun omgeving. Het congres wordt gehouden onder auspiciën van het Nederlands Nationaal Comité en de Commissie van de Europese Gemeenschappen. Bedoeling van het congres is aan te geven dat het voor de overleving en de ontwikkeling van het IVlidden- en Kleinbedrijf noodzakelijk is een antwoord te geven op de zich snel veranderende technologische en sociale omgeving. Centraal op het congres staat het belang van een werkelijke Gemeenschappelijke Europese markt, een markt die momenteel nog teveel door nationale barrières wordt versnipperd, waardoor onvoldoende ruimte wordt geboden aan innoverende en expanderende middelgrote en kleine bedrijven. Een gedetailleerd overzicht van sprekers en lezingen is te vinden in THB-9. Op 9 november wordt het congres om 14.15 uur met enig ceremonieel vertoon geopend. Op het terrein van de KHT worden dan de Europese vlaggen gehesen. Het is de bedoeling dat de conclusies die uit het congres naar voren komen bij de sluiting van het Jaar van het Midden- en Kleinbedrijf worden aangeboden aan het Europees Parlement, de Commissie en de Raad. Geïnteresseerden studenten kunnen kosteloos aan het congres deelnemen. Ze moeten zich dan wel even van tevoren opgeven bij het congressecretariaat, kamer B 313 van de KHT.
Dinsdag kreeg de KHT het bezoek van Jaacov Nechustan, ambassadeur van Israël in Nederland. Hij schonk aan de hogeschoolbibliotheek de volledige "Encyclopedia Judacia". Na de aanbieding van dit standaardwerk hield de ambassadeur een voordracht over "de toestand in het Midden-Oosten". Op de foto Nechustan en zijn echtgenote. Het Palestina Komitee Tilburg verspreidde ter gelegenheid van dit hoog bezoek een "verklaring" waarin ambassadeur Nechustan wordt verweten de nederzettingenpolitiek te verdedigen als een militaire noodzaak maar ook als een onvervreemdbaar recht van het Joodse volk. Als symbolische herinnering aan de massamoord op duizenden Palestijnen in de kampen van Sabra en Chatilah deed het Palestina Komitee ook een schenking aan de bibliotheek in de vorm van een affiche.
Extra banen door deeltijdarbied In de gemeentelijke organisaties van Tilburg en Den Bosch kregen de afgelopen twee jaar 29 mensen een baan doordat
Virtuozen en amateurs
Tijdens één van mijn pianolessen - ik was nog student, het was in het ante-Wub tijdperk toen studenten nog niet naar schooi gingen om lessen van medewerkers te ontvangen, doch universitair gevormd werden - merkte ik op, dat ik hef pianoconcert in bes van Tsjaikowski anti-muzikaaJ vond. Mijn ieraar antwoordde dat het probleem met dit paradestuk was dat slechts één pianist het echt goed kon spelen en dat was Vladimir ïiorowifz. Op een ochtend niet lang daarna - ik zat aan het ontbijt, het was elf uur - zette ik de radio aan en hoorde de zwoele tonen van dit concert. Ik was ogenblikkelijk in de ban van de uitvoering en wist dat, als mijn leraar gelijk bad gehad, dit een opname van Horowitz moest zijn. En dat was ook zo. Een paar jaar geleden zag ik Horowitz op de televisie en dat was weer een schok voor mij; de stand van zijn handen op de cJaviafuur was van een onvoorstelbare klungeligheid. Zo zet een kind dat voor het eerst gaat pianospelen zijn vingers op de toetsen! Alleen als je je ogen sloot, hoorde je dat de muziek vanaf de Olympus kwam. Niemand kan met deze stand van de vingers de tweede sonate van Rachmaninov spelen, maar Horowitz vertolkte het waanzinnige werk als geen ander. De virtuoos stoort zich niet aan de kleinburgerlijke regels, die door de professionele tweede en derde garnituur worden aangehouden en gevolgd. Het kenmerk van de ware virtuoos is, dat hij aan deze regels die hij wellicht in zijn jonge jaren heeft moeten leren, lak heeft. En dat verbindt hem met de amateur. Het verschil is natuurlijk dat de amateur zich niet aan de regels van de professionelen houdt, omdat zij voor hem te moeilijk zijn, terwijl de virtuoos lak aan hen kan hebben, omdat hij door hen heengedrongen is en voorbij de regels creatieve vrijheid heeft veroverd. Er is nog een tweede verschil tussen amateurs en virtuozen, dat niet over het hoofd mag worden gezien;
Tilburgs Hogeschoolblad
ambtenaren korter zijn gaan werken, en nog eens 18 anderen doordat een aantal volletijdvacatures is omgezet in deeltijdvacatures. Van de door deeltijdarbeid vrijgekomen arbeidstijd bleven 600 uren onbezet en slechts een klein deel van de volletijdvacatures is omgezet in deeltijdvacatures. Dit is het resultaat van een door de Provinciale Staten van Noord-Brabant op gang gebracht experiment in Tilburg en Den Bosch, experiment dat door het Instituut voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek (IVA) van de KHT werd geëvalueerd. In 1981 en 1982 vroegen 141 personeelsleden in beide gemeenten deeltijdarbeid aan. Van de hierdoor vrijgekomen uren is slechts 54% opnieuw bezet. Vooral bij restvacatures van maar enkele uren op een laag functieniveau is de lust tot herbezetten gering. Tevens werd deeltijdarbeid gebruikt als een bezuinigingsinstrument waardoor resturen niet meer werden ingevuld. Ondanks deze afremming, gevolg van de sterke economische teruggang, werden toch nog 47 extra banen geschapen. Eenzelfde resultaat in elke Nederlandse arbeidsorganisatie zou 50.000 extra banen en als alle uren zouden worden bezet zelfs 90.000 extra banen opleveren, aldus het IVA in het rapport "deeltijdarbeid in de gemeentelijke organisatie". Het rapport (f 20, — ) of de samenvatting (f A, — ) is verkrijgbaar bij het IVA (bankrekening: 686513886).
Weinig verhuizingen De komende tijd zal er binnen de Hogeschool niet veel verhuisd worden. Dat blijkt uit het Intern Huisvestingsplan 1983 van Dienst Bouw en Onderhoud. Alleen de Letterenfaculteit gaat drie kamers op de derde verdieping van gebouw B betrekken, en enkele kamers van
Drs. R.M. Geerts (37) is sinds 1 november in dienst van de Hogeschool. Hij volgt per 1 januari de heer Brander op, als hoofd van de Dienst Personeelszaken. De heer Geerts heeft eerder personeelfuncties bekleed bij de N.V. Philips, het Gemeenschappelijk Administratiekantoor in Amsterdam en bij de Noord-Brabantse Kruisvereniging in Tilburg. de Dienst Algemene Zaken zullen veranderen. De sociologen en psychologen zijn op dit moment ruim behuisd. Zij zullen op lange termijn kamers in moeten leveren als het aantal formatieplaatsen blijft dalen. De Faculteit der Rechtswetenschappen zal in de toekomst flink groeien. Daarvoor worden een aantal kamers op de zevende en achtste verdieping van gebouw B gereserveerd. De economen, die voor de juristen plaats moeten maken, zullen dan verhuizen naar de derde verdieping. De Centrale Interfaculteit en Letteren worden in de geplande hoogbouw van gebouw P gehuisvest; volgend jaar wordt met de bouw daarvan begonnen. De SSHT ten slotte, verhuist volgend jaar naar een locatie buiten de KHT.
amateurs worden doorgaans door een dierlijke ernst gedreven, terwijl de ware virtuoos over zijn vak grapjes kan maken. Arthur Rubinstein was daarvan een fraai voorbeeld, terwijl voor mij Alfred Brendel altijd nog net niet de top van het virtuozendom heeft bereikt, omdat hij zo verkrampt en humorloos optreedt - meer als een wat ziekelijke muziekpriester dan als een gezonde muzikant. Het krampachtige van amateurs heeft doorgaans iets komisch. Laatst hoorde en zag ik een amateur de Appasionata van Beethoven in foto verkrachten en hij deed het, alsof hij een mis celebreerde... Maar afgezien van deze fwee punten hebben amateurs en virtuozen mef elkaar gemeen daf zij nief in hef keurslijf van de regels van de professionelen geperst worden. In de wetenschap komen we deze dynamiek ook tegen. De amateurs in de sociale wetenschappen bij voorbeeld tref je vooral onder journalisten aan, die soms stukken schrijven welke inventiever en creatiever zijn dan wat alzo door de tweede en derde garnituur gepubliceerd (of nog vaker: niet gepubliceerd) wordt. Herman Vuijsje is een goed voorbeeld. J^ij heeft het bestaan een alleraardigst boekje over de wetenschappelijke tweede en derde garnituur aan Nederlandse universiteiten te schrijven onder de provocerende titel Nieuwe Vrijgestelden en met de dodelijke ondertitel: "De opkomst van het spijkerpakkenprolefariaaf". Een woest gebrul sfeeg uit dit grauwe circuit op en vervolgens werd het werkje als onwetenschappelijk in de kast gezet. Opmerkelijk is ook dat de weinige virtuozen die de sociale wetenschappen hebben voortgebracht, door de tweede en derde garnituur meestal als amateurs worden afgestempeld en afgedaan, fan fiomein was dit lot beschoren en ik heb eens een historicus, die zelf tot de onderste ladder van de derde garnituur gerekend moest worden, horen opmerken dat Huizinga een grappemaker was. De professionele tweede en derde garnituur bewaakt de grenzen van hun Paradigma's, zeurt op nationale en internationale congressen over regels en methoden, schrijft de periodiekjes vol over Popper, Kuhn en Lakatos, herhaalt de cliché's ad infinitum en ad nauseam. Zij doen dit met de ernst van gebrekkige amateurs. Wil de wetenschap niet afsterven, dan moeten verbeeldingsrijke amateurs en vrije virtuozen de handen ineen slaan; de virtuoos kan zich baden in het naïeve élan en enthousiasme van de amateur en daarmee het gevaar van eigen déja vu inperken; de amateur kan van de virtuoos vrijheid en souplesse leren en zo eigen religieuze ernst aan banden leggen. De tweede en derde garnituur moeten ze links laten liggen; die vergadert en loopt congressen af. 4 n o v e m b e r 1983
THEOLOOG
Prof. Bouwman neemt afscheid tM
opstellen" Q
Ik vind dat de bisschoppen zich zéér
Kunt u mij als heiden en als leek uitleggen wat zo'n "vak" Nieuwe Testament inhoudt? Bouwman: "Dan moet ik eerst uitleggen wat een theoloog is. Die houdt zich namelijk bezig met het denken en voelen van religieuze mensen. Daarbij heb je twee bronnen: het denken van deze mensen nü, en voorts "de heilige boeken" waaruit de fundamentele gedachten van zo'n religieuze beweging zijn gegroeid. Het tegenwoordige denken en voelen moet zich toch steeds weer confronteren met dat begin. Niet slaafs uitvoeren, want dan krijg je een heel gevaarlijk biblisme." "Nu is het, wanneer men een bepaalde opvatting heeft, héél gemakkelijk om in de bijbel bijpassende teksten te vinden die die opvatting ondersteunen. Dat gebeurt tot In het belachelijke toe, en dat noemen wij "tekstfetisjisme". Je kunt de bijbel steeds inschakelen, ook bij je politieke keuzes. Bijvoorbeeld bij de kernwapen-kwestie. Daar ligt het probleem bij de vraag hoe die rotdingen de wereld uitmoeten, langs welke weg. Die van het overleg, van afschrikking of weet ik wat. Dat noem ik de eigenlijke politiek. Je zult wel compromissen moeten sluiten, want anders is het onmogelijk om iets te bereiken. Nu vind ik dat de kerken bij die politieke keuzes al geen standpunt meer kunnen innemen. Zo begrijp ik best de opstelling van de bisschoppen in het kernwapenvraagstuk, ook al heeft men ze van een "uitvlucht"-houding beschuldigd. De bisschoppen zeggen dat politiek een zaak is van vakmensen. Je kunt dan tóch wel een oordeel over iets hebben hoor..." Het is natuurlijk wel vreemd dat die bisschoppelijke bescheidenheid zo'n grillige gedaante aanneemt. In zaken van levensbeschouwelijke aard mogen we het nodige aanhoren van ze. Bouwman: " J a dat is zo. Kwesties rondom sexualiteit, euthanasie en dat soort dingen. Dan noem je in feite een heel technische kwestie. Bij euthanasie of abortus speelt immers toch ook de vraag mee of leven nog wel menselijk is of kan zijn. Het is niet zo moeilijk om een wet te maken: "men mag niet doden". Maar als je het personalistisch bekijkt, " w a t is het leven", dan kun je met die bijbel niets doen. Die bijbel kun je alleen gebruiken om te zeggen, "het leven is heilig". En daar zijn we het natuurlijk over eens." Nou ja... Bouwman: "Ik vind dus dat je uiterst voorzichtig moet zijn met het hanteren van bijbelse argumenten." Uw opvolging heeft nogal wat stof doen opwaaien. Ik wil daar nog een paar dingen over vragen. Wat vindt u bijvoorbeeld van het feit dat de bisschoppen in het College van Toezicht van de Theologische Faculteit een vetorecht hebben? Bouwman:"\N\] zijn een wetenschappelijke instelling, maar tevens een ambtsopleiding. Dat vetorecht is het minimale wat de bisschoppen in de statuten hebben ingevoerd om naar Rome toe te kunnen uitleggen dat zij voldoende greep of de Faculteit hebben. Ik vind dat de bisschoppen 7ich zéér liberaal opstellen." Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d
Donderdag 27 oktober jongstleden hield Prof. G. Bouwman zijn afscheidscollege als hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Faculteit. Met name de opvolging van Bouwman heeft recentelijk nogal wat stof doen opwaaien omdat een van de kandidaat-hoogleraren op grond van zijn homofilie door het Curatorium van de Theologische Faculteit zou zijn afgewezen.
Prof. Bouwman en decaan prof. Logister.
Galileï "Er zijn de laatste jaren in Nederland talloze bedrijven bankroet gegaan. Niet bij gebrek aan know how, want die is er genoeg, maar door gebrek aan durf en fantasie". Prof. dr. Gijs Bouwman vond in zijn afscheidsrede aan de theologische faculteit dat de wetenschap, net als het bedrijfsleven, maar met fantasie te werk moet gaan. "l\/len is in de wetenschap steeds bezig nieuwe argumenten aan te dragen om oude stellingen te verdedigen, in plaats van omgekeerd te testen of ze weerstand bieden aan nieuwe veronderstellingen". Symptomatisch voor die foutieve wetenschapsbeoefening noemt Bouwman het projectonderwijs. "Een groep werkt altijd nivellerend en aanvaardt afwijkende opvattingen niet... Een groep droomt niet en heeft geen fantasie. "Bouwman zou zijn wetenschap liefst omdopen dan theo-logie in theofantasie "want logisch denken leidt zelden tot nieuwe theologische inzichten." Hij rekent zichzelf kennelijk tot de zeer weinigen die wél de gave bezitten om Fantasie en Wetenschap (zo luidt ook de titel van zijn afscheidscollege) te laten samengaan. Hij herinnerde het gehoor aan zijn omkering van de mythe van de schepping van Eva. Volgens Bouwman is de tijd gekomen om het beeld van de gehoorzaamheid eisende Vader, waarop Freud zijn afwijzing van de religie baseerde, te vervangen door dat van de koesterende Moeder. God de Moeder dus voortaan. Inderdaad een fantasievolle gedachte.
Een andere rode draad door het werk van bijbelexegeet Bouwman is de bewering dat het nieuw-testamentische boek Handelingen eerder of gelijktijdig tot stand is gekomen met het Evangelie. Een argeloze buitenstaander zal roepen: leuk, en dan? Maar in theologische kring zou je op deze bewering een explosieve reactie mogen verwachten. Ze zet immers de bestaande theorie over de ontstaansgeschiedenis van het Nieuwe Testament danig op z'n kop. Maar, laat Bouwman zelf al doorschemeren, het was vechten tegen de bierkaai. Collega's en andere insiders hebben nooit echt de moeite genomen om Bouwmans fantastische hypothese eens grondig op z'n merites te beoordelen. En zo vindt de Tilburgse exegeet zichzelf aan het eind van zijn aktieve hoogleraarschap terug als een roepende in de woestijn. De studenten waren altijd heel geïnteresseerd en vonden zijn verhaal aannemelijk. Maar de collegawetenschappers zijn door lange studie zakenblind geworden. "De situatie komt verdacht veel overeen met die rond het proces van Galilei: omwille van één vers uit de Schrift (Pred. 1,4; resp. Hand. 7,1) wordt het feitenmateriaal eenvoudig weggemoffeld of gebagatelliseerd". Bouwman vindt dat de wetenschappelijke wereld hem niet serieus neemt. "Mijn hypothese heeft tot nu toe weinig weerklank gevonden. Voor sommige auteurs schijnt dit een argument contra te zijn, alsof de kwantiteit van het aantal auteurs die een stelling aanhangt, de probabiliteit (= waarschijnlijkheid, tg) verhoogt". T.G.
Je kunt ook zeggen dat dat vetorecht een voldoende voorwaarde is om de theologen-dub in Tilburg keurig in het gareel te houden. Bouwman: " J a , zo kun je het ook formuleren." Bij de kwestie van uw opvolging en met het afwijzen van Dr. Farla is door heel wat mensen gesteld dat dat vetorecht te verregaande gevolgen heeft. Een kandidaat zou op grond van zijn homofilie niet afgewezen moeten kunnen worden. Bovendien was Farla door de benoemingsadviescommissie als kandidaat nummer één voorgedragen. Bouwman: " J a , maar bij zo'n voordracht maakt het wel verschil of iemand unaniem naar voren wordt geschoven of met een kleinst mogelijke meerderheid. Bijvoorbeeld!!! Ik spreek hier veronderstellenderwijs, maar ik kan ook niet anders. In zo'n geval kan het zijn dat een andere instantie op grond van een capaciteit die zij belangrijker acht, de voorkeur geeft aan een andere kandidaat. Rondom die afwijzing van Farla is wel erg hoog van de toren geblazen, vind ik." Daar is toch wel wat méér aanleidig toe geweest. Decaan Professor Logister zou namelijk in het vertrouwelijk deel van een faculteitsraadsvergadering hebben gesteld dat Farla juist op grond van zijn homoseksuele levensstijl voor één van de bisschoppen een onaanvaardbare kandidaat was. Bouwman: "Dat kan goed zijn, ik ben daar niet bij geweest." Ja, maar daar ligt wél de motor van al het tumult rondom uw opvolging. En natuurlijk ook in uitlatingen van Farla zelf, die bij curatorium-lid Mgr. van Laarhoven op gesprek is geweest. Bouwman: " N o u , over dat laatste heb ik zo m'n twijfel, en dan niet over de waarheid van Farla's opmerkingen. Van Laarhoven heeft gezegd: " U wordt niet benoemd, dat is voor u wel pijnlijk, maar zou het niet verstandiger zijn uit dier voege.." Farla heeft gezegd dat hij voor van Laarhoven om zijn homosexualiteit niet aanvaarbaar was. Bouwman: "Dat heb ik niet gelezen." Dat staat letterlijk in een THB-interview met Farla, op 29 september. Bouwman: "Ik heb alleen gelezen dat men gezegd heeft dat hij geen kansen maakte." Blijft natuurlijk toch staan dat Farla voor de benoemingsadviescommissie nummer één was. Bouwman: " J a , maar die verschillen tussen kandidaten kunnen heel gering zijn." Okay, maar Farla was toch nummer één. Bouwman: "Dat zegt mij niet zoveel. Nogmaals, als je heel lang hebt vergaderd, en dan -bijvoorbeeld!! - met één stem meerderheid iemand voordraagt, dan vind ik dat een andere instantie kan zeggen: nee. En als vakman kan ik wel zeggen dat kandidaat Farla en mijn uiteindelijke opvolger inderdaad ongeveer gelijk w a r e n . " vervolg op pag. 12 4 novennber 1983
Subfaculteit Psychologie
Rapport effent de weg voor keuzevak Vrouwenstudies Vorige maand is liet rapport Vrouwenstudies aan de Subfaculteit der Psycho/ogisciie wetenscliappen gepresenteerd. I-let rapport werd samengesteld door de Commissie Vrouwenstudies en verscheen in opdracht van het bestuur van de subfaculteit naar aanleiding van een voorstel van de studentenfractie om keuzecursussen Kritische Psychologie en Vrouwenstudies in het onderwijsprogramma van de twee-fasenstruktuur op te nemen. De Commissie Onderwijs peilde op verzoek van het bestuur de bereidheid van val<groepen om aan de bedoelde cursussen mee te werken. Op grond van overwegend positieve reacties van vakgroepen werd in augustus '82 een commissie voor Vrouwenstudies samengesteld. Deze organiseerde in september '82 een bijeenkomst voor "geïnteresseerden psychologie-studentes" om de belangrijke aandachtspunten van Vrouwenstudies vast te stellen. Op die bijeenkomst meldden zich een aantal vrijwilligsters uit de groep Vrouwen en Psychologie om aktief aan voorbereidingen van de cursussen deel te nemen. Gevolg: een uitbreiding van de commissie van 4 naar 9 leden onder voorzitterschap van M. Genemans. De commissie wil meer dan alleen maar aandacht voor vrouwenstudies binnen andere cursussen. Daarom is in december '82 in overleg met de toenmalige bestuursleden Rijsman en van der Vlugt gezocht naar vaste formatieplaatsen. Tevergeefs. Het bestuur oordeelde dat aanvragen voor vrouwenstudies ipso facto
ten koste van andere aanvagen voor de subfaculteit zouden gaan. Toch kwam er nog een oplossing. De Hogeschoolraad stemde in april '83 in met een aanvraag voor een formatieplaats van twee jaar vanaf 1 september '83 binnen de SPWpool. In deze pool is geld beschikbaar voor drie formatieplaatsen, for the time being, ten behoeve van aandachtsgebieden die de subfaculteit belangrijk acht. "Aanleiding tot het indienen en aannemen van dit voorstel was een advies van de Interfacultaire Begeleidingscommissie Vrouwenstudies dat schriftelijk ondersteund wordt door de Werkgroep Vrouwen en Psychologie, het Vrouwenoverleg, de coördinatrices Vrouwenstudies en de Voorbereidingscommissie Emancipatiezaken; kortom ^en advies waarbij alle belangrijke voruwengroeperingen aan de Hogeschool betrokken waren", zo zegt de commissie. De HR zal actieve medewerking verlenen aan een cursus Vrouwenstudies op de subfaculteit Psychologie zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande onderwijs en onderzoek. Met deze nota is het voorberei-
vervolg van pag. 1
van Bakel: "Je ziet dat er veel meer mensen afkomen op een stukje in de krant dan op een folder die bij iedereen in de bus wordt gegooid. Maar de kranten schrijven alleen over topsport. Ze besteden weinig aandacht aan de kleine clubjes. Gelukkig wordt dat de laatste tijd wat minder. Bovendien zitten wij in een vervelende positie omdat Sport Overdag georganiseerd wordt door de gemeente. Het beeld dat de mensen van de gemeente hebben speelt een grote rol bij de beoordeling van Sport Overdag. Bovendien moeten wij ook wel tegenover de pers het officiële standpunt van de gemeente verkondigen". Mensen die ouder zijn dan veertig zijn vaak moeilijk te bereiken. Voor veel oudere mensen is sport een hele nieuwe ervaring. Zij hebben op school nooit aan sport gedaan en zo is het wel eens voor gekomen dat een sportleraar in een kleedkamer een groep mensen vond die netjes bleven wachten totdat het zou beginnen. Ze durfden niet zomaar die mooie sporthal met die glanzende vloer binnen te gaan. Danielle van Bakel: "Soms krijg je telefoontjes van mannen die vragen: "mag menne mens ook mee", en laatst belde een Surinaamse man die vroeg of Surinamers ook mochten komen". De lage drempel lijkt voor veel mensen nog te hoog.
Studentensport dere mensen in hun eigen stadsdeel zien dat ze werkloos zijn. Wanneer die angst in de toekomst vermindert of verdwijnt bij de werklozen, zal de deelname aan "Sport Overdag" sterk stijgen". Igo Jongen vindt dat er veel mogelijkheden moeten komen om aan recreatieve sportbeoefening deel te kunnen nemen, en dat gebeurt ook. Maar hij zegt: "In Tilburg wordt de topsport afgebouwd in verband met de nodige bezuinigingen (Willem II krijgt onder andere steeds minder subsidie). Alles is erop gericht om zoveel mogelijk mensen bij de sport te betrekken. Dit is een hele goede zaak, maar hopelijk gaat dat niet ten koste van de topsport". Hij hoopt dat Sport Overdag gecombineerd zal worden met trainingsmogelijkheden voor topsporters. Bij de gemeente Tilburg is een aantal weken geleden ook een Sport Overdagproject gestart voor mensen die overdag vrije tijd hebben. Tegen een kleine vergoeding kunnen zij aan een aantal sportaktiviteiten deelnemen. De drempel wordt zo laag mogelijk gehouden. In steden waar al langer soortgelijke projecten draaien is er erg veel belangstelling voor. In Tilburg en Eindhoven, waar Sport Overdag ook pas bestaat, zijn er wat knelpunten met de publiciteit. Danielle
Tilburgs Hogeschoolblad
STUDENTENSPORT
De studentensport zit in een vergelijkbare situatie als Sport Overdag. Studenten leiden vaak een onregelmatig leven, waardoor ze bij gewone sportverenigingen als 'vreemde eenden in de bijt' ge-
dende werk voor een doctoraal-keuzevak Vrouwenstudies verricht. In het eerste gedeelte van het rapport wordt het ontstaan van vrouwenstudies geplaatst tegen de achtergrond van ontwikkelingen in de vrouwenbeweging en de organisatie van het wetenschappeijk bedrijf. De vragen naar het waarom van vrouwenstudies en de wijze waarop vrouwenstudies beoefend worden, krijgen een antwoord. De ontwikkelingen aan de hogeschool worden beschreven en geplaatst in een landelijke context. Verderop in het rapport een weergave van de discussies met betrekking tot theorie en methodologie van vrouwenstudies in het algemeen. Een beschrijving van het theoriebegrip en van vooronderstellingen, vraagstellingen en doelstellingen van vrouwenstudies alsmede de voornaamste ontwikkelingen in theorievorming. Ook aandacht voor de plaats van vrouwenstudies binnen de organisatie van de wetenschap. Na deze terreinverkenning en -afbakening een hoofdstuk over het object van vrouwenstudies toegespitst op het terrein van de psychologie. Eerst een aanduiding van het belang van psychologische noties voor de algemene feministische theorievorming. Vervolgens een scherpstelling van het specifieke object vrouwenstudies binnen de psychologie. Daarnaast kritiek op de bestaande psychologiebeoefening aan de hand van impliciet en expliciet sexisme. Tot slot inhoudelijke thema's voor een cursus vrouwenstudies en een zien worden. Door lange vakanties en tentamenperiodes is het moeilijk om het normale trainings- en wedstrijdenprogramma mee te draaien. Toch is voor veel studenten beweging een welkome aanvulling op de studie. Spanningen kunnen weggespeeld worden, maar ook hier staan de sociale contacten op de eerste plaats. Studentensport is niet prestatiegericht, topsport wordt niet bevorderd, maar ook zeker niet tegengewerkt. Dick van Schooneveld van het bestuur van Pendragon ziet dan ook met schrik in de ogen alle bezuinigingen op de studentensport afkomen: "Studentensport mag beslist niet wegvallen. De meeste mensen komen voor hun sociale contacten, waar ze door de studieverzwaring van de twee-fasen structuur toch al te weinig tijd voor hebben. We merken duidelijk dat de behoefte stijgt: vorig jaar hebben we 1800 sportkaarten verkocht; nu zitten we al boven de 2000. Mensen die op de middelbare school nooit aan sport gedaan hebben, komen wel naar ons toe omdat ze zien dat het hier om andere dingen dan prestaties gaat. We hebben gewoon een gedeelte van de taak van een gezelligheidsvereniging overgenomen". Studentensport is een wezenlijk onderdeel van de universitaire doelstelling. Dick: "Ook de Hogeschool heeft zich ervoor uitgesproken dat de persoonsvorming van de student een belangrijke plaats inneemt, en dan kan je niet om studentensport heen. De massaliteit van het Wetenschappelijk Onderwijs wordt in de sporthal doorbroken. De mensen leren elkaar kennen en vinden zo hun
inventaris van activiteiten elders in het land. In het vijfde en laatste hoofdstuk een aantal aanbevelingen waaronder een uitgewerkt voorstel tot een keuzecursus vrouwenstudies. Twee van de negen commissieleden, S. Schruyer en Dr. Y. Poortinga, distantiëren zich van de nota. Zij hebben fundamentele bezwaren tegen de standpunten zoals die binnen vrouwenstudies worden ingenomen. Hun essentiële bezwaren zijn in een bijlage uiteengezet en voorzien van een antwoord van de overige commissieleden. Een tweede bijdrage geeft een uitvoerige bibliografie, gerangschikt naar thema's. Volgens de commissie is de basis voor het doctoraal keuze-vak Vrouwenstudies gelegd en betekent het een kwalitatieve groei van onderwijs en onderzoek in Tilburg. "Hiermee kan de Hogeschool een onmiskenbare achterstand op eerdere ontwikkelingen in Nederland inlopen." E. v.d. O.
weg in de rommelige onderwijssituatie die soms erg demotiverend is. Je kunt wel zeggen: ga maar bij een vereniging in de stad sporten, maar dat is vaak te duur, de drempel is hoger, en de mensen vinden er hun broodnodige contacten met studiegenoten niet". Studentensport neemt een aparte plaats in, maar de exclusiviteit is volgens Dick aan het vervagen: "Ik vind eigenlijk ook wel dat iedereen die overdag tijd heeft in de studentensporthal terecht zou moeten kunnen. Maar de sporthal is al overbezet, zeker tijdens de collegeperiodes. Dat zijn juist de maanden waarin andere mensen ook het meest aan sport doen. We zijn wel bezig om samen te werken met het HBO, om te kijken in hoeverre integratie mogelijk is. En we wisselen ook accomodatie uit met groepen in de stad. Maar studenten zijn en blijven gewoon anders". Volgend jaar bestaat Pendragon 55 jaar. De financiële situatie is zo somber dat de vereniging subsidie aan moet vragen om het te kunnen vieren. K.B.
Studentenwerkgroep homofilie De studentenwerkgroep homofilie (SWH) heeft voor studenten diverse tijdschriften en boeken op het gebied van homoseksualiteit ter inzage en te leen in de pas opgerichte SWH-bibliotheek. De SWH-bibliotheek is te vinden in het KRIS en bij het Pers- en Voorlichtingscentrum. 4 november 1983
TAAKVERDELEN In de reeks Taakverdelen en de KHT heeft Edwin van den Oetelaar het deze week over de bezuinigingsoperatie aan de subfaculteit Psychologie.
De opkomst en afgang van een taakverdelingsrapport Het vorige bestuur van de subfaculteit Psychologie heeft op 8 maart '83 een bestuurscommissie herbezinning onderwijs- en onderzoelabeleid ingesteld (structuurcommissie). De commissie bestaat uit de hoogleraren dr. L. de Klerk (voorzitter), dr. P. Hettema, dr. T J . van Meel en de hoofdmedewerkers drs. A. van Boxtel en dr. C. Maes. De subfaculteitsraad besloot geen studenten in de commissie op te nemen omdat men ervaren mensen ten aanzien van organiseren en reorganiseren van de subfaculteit prefereert. De structuurcommissie werd gevraagd een adviesnota op te stellen die aangeeft op welke manier het aantal formatieplaatsen wetenschappelijk personeel kan worden teruggebracht. Volgens de Nota formatie-ontwil<l<eling KhiT 1983-1987 za\ het w.p.-bestand (van 63) op ongeveer 50,7 (afhankelijk van de verdeling HGS en sociologen en psychologen) plaatsen moeten komen. De beoogde Nota Herstructurering Subfaculteit Psychologie verscheen in augustus '83. Centraal uitgangspunt bij de samenstelling van de adviesnota is behoud van in de subfaculteit aanwezige kwaliteit en expertise op gebied van onderwijs en onderzoek. De nota geeft een beslissingsschema voor de verdeling van de w . p . formatie over onderwijs- en onderzoektaken. Conform de PGM-normen is 5,5 formatieplaats op centraal subfacultair niveau afgezonderd voor voorwaardelijke financiering. Van de resterende formatieplaatsen is 75% gereserveerd voor onderwijs en 25% onderzoek. Bij de beoordeling van de onderwijstaken is gekozen voor het criterium vakkenkeuze in termen van toeloop van aantallen studenten in de periode 1978-eind 1981. Tevens is rekening gehouden met onderwijstaken die verplichte vakken met zich meebrengen. Ten aanzien van onderzoek heeft de commissie, volgens opgave van de vakgroepen, een aantal aandachtsgebieden (AG) gespecificeerd. Elk afzonderlijk AG is beoordeeld op kwantitatieve output (productiviteit). Gelet op de bestede onderzoekstijd is aan elk AG een score toegekend. Zodoende is een rangorde van onderzoeksprojecten ontstaan die aangeeft welke het meest productief zijn. De commissie adviseert het subfaculteitsbestuur de onderste 13 projecten, van de 3 1 , te schrappen. Voorts bevat het rapport een overzicht van de formatieverdeling over de vakgroepen zoals die zou zijn bij 50,7 plaatsen. In de berekening is meegenomen (verplichte en keuze) onderwijstaken en onderzoeksproductiviteit. De geschrapte onderzoeksprojecten zijn hierin verdisconteerd ( = een score van O toegekend). Opvallend in dit overzicht is dat de vakgroepen Functieleer & Techno-, Arbeid & Organisatie en Fysiologie & Fysiologische Psychologie aanmerkelijk lager uitkomen in vergelijking met hun huidige formatie. Dit is vooral te wijten aan een relatief geringe studententoeloop en het gegeven dat elk van de genoemde vakgroepen twee onderzoeksprojecten onder de streep heeft. Economische psychologie komt volgens de berekeningen eveneens laag uit hoewel de vakgroep haar beide projecten boven de kritische grens ziet. Geringe studentenbelangstelling is ook hier het euvel. Het tegendeel geldt voor Ontwikkelingspsychologie. Deze vakgroep heeft eveneens een proTilburgs Hogeschoolblad
Het zijn slechte tijden voor psycho/ogen en sociologen. Ook in Tilburg. De Faculteit Sociale Wetenschappen moet in de komende jaren, 7,16 miljoen inleveren. In welke mate de budgetten van de afzonderlijke subfaculteiten Psychologie en Sociologie zullen inkrimpen is nog niet bekend. Over een eerlijke verdeling zal nog overleg plaatsvinden. Voordat hierover serieuze discussie mogelijk is moeten eerst de beleidsuitgangspunten van beide faculteiten op tafel liggen. Op de subfaculteit Psychologie is al veel werk in die richting verricht maar weinig bereikt. Een overzicht van een half jaar bezuinigingsperikelen.
ject onder de maat maar komt door grote studententoeloop zelfs hoger uit dan de formatie die ze nu heeft. Klinische Psychologie & Psychotherapie ziet twee van haar onderzoeksprojecten beoordeeld als niet rendabel genoeg; dit wordt gecompenseerd door een grote belangstelling vanuit de studenten. De beschreven nota is slechts adviesrapport. Dit impliceert dat geen enkele aanbeveling beslissend is. De subfaculteit bepaalt in hoeverre de adviezen bruikbaar zijn en bijstelling behoeven. Het rapport is zeker niet bedoeld om nu al mensen aan te wijzen die eruit zouden moeten. Kwaliteit van onderwijs en onderzoek speelt een zeer bescheiden rol in het advies en vormt daarmee een vruchtbare bodem voor kritiek. Zoals gezegd is bij de beoordeling van onderzoek productiviteit als maatstaf gebruikt. Kwaliteitsgegevens, die de commissie definieert als betrokkenheid bij de organisatie van congressen, redactielidmaatschappen van wetenschappelijke tijdschriften, uitnodi-
ging voor gastdocentschappen, functies binnen wetenschappelijke beleidsorganen en aantrekken van extra financieringsbronnen voor onderzoek, zijn buiten beschouwing gelaten. Voorzitter Prof. de Klerk hierover: "Doel van de nota is dat gegevens bekend, hard en doorzichtig zijn zodat er geen premature discussie ontstaat over zaken die niet hard te maken zijn. Bovendien neem ik waar, en deze opmerking is voor eigen rekening, dat wetenschappers die ontzettend produktief zijn op hun gebied vaak ook zeer aktief bezig zijn met kwalitatieve zaken zoals in het rapport omschreven." Zoveel mogelijk bladzijden in een wetenschappelijk tijdschrift schrijven lijkt dus de aangewezen weg om gekwalificeerd te worden als een goed wetenschapper. De Klerk: "Voor de beoordeling van publicaties is gebruik gemaakt van het Gronings model. Hierin wordt rekening gehouden met kwaliteit. De wetenschappelijke status van het tijdschrift, op grond van haar selectiecriteria, is in de berekeningen meegenomen. Bovendien wordt bij de
bepaling van de omvang van de publicatie gebruik gemaakt van een afnemende schaal. Dit impliceert dat pagina's van grotere artikelen minder zwaar gaan meetellen." Voor de beoordeling van het onderwijs is ondermeer gekeken naar studententoeloop. Kwaliteit van onderwijs en studentenbegeleiding zijn niet overwogen. De Klerk: "Ik denk dat naarmate een programma meer belangstelling oproept, en een vakgroep beter studenten begeleidt, de studie daardoor aantrekkelijker wordt. Daar ondermeer uitgegaan wordt van aantrekkelijkheid van onderwijs denk ik dat de factor kwaliteit hierin meegenomen wordt hoewel wij daar niet expliciet naar gekeken hebben." De Klerk zegt voorstander te zijn van een systeem dat kwaliteit van onderwijs op de subfaculteit garandeert. Hiervan zouden beoordeling (mede door studenten) en follow-upstudies wezenlijk onderdeel uit moeten maken. Hij is van mening dat op de subfaculteit relatief te weinig aandacht besteed wordt aan onderwijsaktiviteiten gelet op de proportie (67,5%) die het PGM aangeeft. De commissie zag op korte termijn geen mogelijkheden dergelijke kwaliteitensaspecten in het advies te betrekken. Wat vinden studenten van de Nota? Twee PAG-leden Dirk-Jan Mulders (subfaculteitsraad) en Jan Pijnenburg (Commissie Onderwijs) leggen uit waarom er geen student in de commissie zit: "Voor de samenstelling van de commissie zijn in de subfaculteitsraad 2 moties aangenomen. De eerste luidde dat er een student in de commissie moest komen. De tweede dat suggesties van studenten gehoord moesten worden. Half april werd een hearing voor studenten georganiseerd waar commissieleden aandachtig luisterden. Van onze suggesties is in het rapport niets terug te vinden. De eerste motie is niet uitgevoerd. Het subfaculteitsbestuur had hier op toe moeten zien. Je kunt dan voorstellen om het bestuur te laten aftreden maar voor zoiets krijg je nooit een meerderheid. Dan kun je nog naar "de overkant" (CvB) stappen. We hebben niets in die richting geprobeerd. Je kweekt hiermee negatieve houdingen tegenover studenten waardoor de zaak alleen maar moeilijker w o r d t . " Over de inhoud van het rapport: " H e t rapport staat bol van "kwaliteit" maar wat men hiermee bedoeld is in wezen kwantiteit. De commissie heeft zich beperkt tot kriteria die wel hard te maken zijn maar tegelijkertijd weinig betekenisvol. Het Gronings model corrigeert gering en eenzijdig voor kwaliteit. Men is voorbijgegaan aan maatstaven van andere instanties zoals het ZWO (Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek). Zo'n drie jaar geleden stelde de subfaculteit 4 criteria vast voor zwaartepunten van subfacultair onderzoek. Hier is niets mee gedaan. De medewerker die in de periode waarover gerekend is aan een proefschrift werkte - en dit nog niet publiceerde - komt er in dit advies bekaaid af. Zo ook de wetenschapper die kiest voor minder frequent maar meer kwalitatief publiceren. De relatie die de Klerk tussen productiviteit en kwaliteit legt is niet hard te maken." Mulders stelt voor verscheidene criteria te hanteren die, hoewel minder betrouwbaar, eikaars onzuiverheden grotendeels opheffen. De PAG-leden vinden studenvervolg op pag. 12 4 novennber 1983
onzekerezekerheid Sociale zekerheid 't bes gewaarborgd als mensen er géén beroep lp hoeven doen"
Het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is erg gecompliceerd en kent, in vergelijking met de historie en met andere landen, een grote mate van dekking. Daarmee is het een niet erg doelmatig en relatief kostbaar stelsel. Het stelsel is bovendien nog niet volmaakt of, als men wil, voltooid: met name gehuwde vrouwen komen er bekaaid vanaf, die hebben minder uitkeringsrechten dan mannen. Als een vrouw werkloos wordt, komt ze wèl voor W W (Vï jaar) in aanmerking, maar ze heeft geen recht op een W W V uitkering (2 jaar) tenzij ze medekosxwinster is en ze kan ook geen aanspraak maken op een RWW (bijstands)uitkering tenzij ze kostwinster is. Opmerkelijk aan het huidige stelsel is voorts dat de werknemers\/erzekenngen (WW, W W V , W A O en ZW) een dekking bieden die uitgaat boven het minimumloon. Een uitkeringstrekker kan netto maximaal f 3000,— per maand mee naar huis nemen, bij een minimum van zo'n f 1.450, —. In kort bestek zijn dat de belangrijkste kenmerken van het huidige sociale stelsel, meent Frans van den Heuvel. "Bij de werknemersverzekeringen staat het equivalentie- of verzekeringsbeginsel (de uitkering is gekoppeld aan het laatst genoten loon en daarmee aan de betaalde premies, nvdr) nog overeind," aldus Van den Heuvel. " A n n o 1983 staat echter de solldarlteltsgedachte, waarbij het recht op uitkering onafhankelijk is van de eigen bijdrage, sterk op de voorgrond."
OMBUIGEN
,..:.üx:,
Frans van den Heuvel is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de vakgroep Openbare Financiën van de Tilburgse economische faculteit en maakt namens deze vakgroep deel uit van de begeleidingscommissie die vorig jaar is ingesteld om de studierichting Sociale Zekerheidskunde in Tilburg van de grond te tillen. Hij publiceerde de afgelopen jaren verschillende artikelen over sociale zekerheid in Intermediair en in het economenblad ESB. Op 25 mei j . l . vroegen de staatssecretarissen van Sociale Zaken De Graaf en Kappeyne van de Coppello de SociaalEconomische Raad (SER) en de Emancipatieraad (ER) om een advies over de herziening van ons stelsel van sociale zekerheid. In een recent ESB-artikel voorziet Van den Heuvel de adviesaanvraag van de bewindslieden van Sociale Zaken
van kritisch commentaar. Wat zijn de redenen voor stelselafwijziging? "In de adviesaanvraag zijn 3 redenen voor stelselwijziging aangegeven", zegt Van den Heuvel. " I n de eerste plaats zijn we in een situatie verzeild geraakt waarin de werkloosheid zeer sterk is gestegen en bovendien een sterk structureel karakter heeft gekregen. Dat is erg belangrijk, want die werkloosheidsregelingen zijn indertijd opgezet vanuit de gedachte dat de werkloosheid vooral conjuntureel van aard zou zijn. Ook het beroep op arbeidsongeschiktheidsregelingen is flink toegenomen. Bovendien zijn er een groot aantal werklozen in die regelingen ondergebracht, die nu niet na IVi jaar in de bijstand terechtkomen maar tot hun 65e aanspraak kunnen maken op 80% van hun laatst verdiende loon. De tweede reden is dan de gelijkberechtiging van man en vrouw. Volgens de derde richtlijn van de EG moet de ongelijke behandeling van man en vrouw in de sociale zekerheid ongedaan worden gemaakt. In de derde plaats is er de ombuigingsnoodzaak. De kosten van sociale zekerheid zijn gigantisch gestegen, niet alleen in miljaren guldens maar ook als aandeel in het Nationaal Inkomen." Volgens Van den Heuvel is het zo klaar als een klontje dat de ombuigingstaakstelling voor de regering voorop staat. "Stelselwijziging moet in de jaren '84 tot en met '86 ettelijke miljarden guldens opleveren. Dat is het doel. Het op elkaar afstemmen van uitkeringen van werklozen en arbeidsongeschikten is daarbij gebruikt als een middel. De gelijkberechtiging kun je zien als een randvoorwaarde. Nederland is nu eenmaal ertoe genoodzaakt die derde richtlijn uit te voeren, maar ik heb niet de indruk dat dat enthousiast gebeurt. Ombuiging en gelijkberechtiging zijn met elkaar verzoend door een bruto ombuigingsbedrag als uitgangspunt te kiezen. Uit dat bedrag worden dan de kosten voor gelijkberechtiging betaald."
ALTERNATIEVEN Het heeft er veel weg van dat de regering stelselwijziging hanteert om domweg een fors bedrag op sociale zekerheid te bezuinigen. Betekent dat dat andere manieren om te bezuinigen daarmee uit het zicht raken? Andere mogelijkheden om te bezuinigen die al eerder zijn voorgesteld zijn bijv. het sleutelen aan de hoogte van de uitkeringen - in de praktijk komt dat natuurlijk op het bijstellen in benedenwaartse richting - en het op particuliere basis verzekeren van risico's die nu collectief worden worden gedekt, ook wel privatisering genoemd. De beste oplossing is overigens nog steeds een politiek die erop gericht is het aantal mensen dat een beroep op sociale zekerheid moet doen te beperken, het zogenaamde volumebeleid. Over het voeren van een volumebeleid, bijna onlosmakelijk verbonden met een effectief werkgelegenheidsbeleid, is aan het einde van de jaren '70 veel gesproken, vertelt Van den Heuvel. Anno 1983
is dat voor een deel uitgevallen, maar er is in concreto wel degelijk volumebeleid gevoerd al bleken de effecten nogal marginaal te zijn. Als voorbeeld noemt hij het beperken van de uitkeringsrechten van jeugdige werklozen. De privatisering valt niet helemaal buiten het beeld bij stelselherziening. "De ombuigingen - Van den Heuvel neemt liever niet het woord "bezuinigingen" in de mond, hij spreekt steevast van 'ombuigingen' - worden vooral gezocht in besparingen op de bovenminimale uitkeringen. Die besparingen worden dan in principe doorgeschoven naar de sociale partners die er in het CAO-overleg, dat wil zeggen in semi-collectieve sfeer, over kunnen onderhandelen. Ten slotte kunnen mensen die geen genoegen nemen met de hoogte van de uitkeringen de resterende risico's bijverzekeren bij particuliere verzekeraars. Het is echter uitermate moeilijk om één consistent geheel te maken van een wettelijk stelsel en een stukje privatisering daar bovenop. Zo is het niet denkbeeldig dat die extra uitkeringen betaald door particuliere verzekeraars voor een groot deel weer zullen worden afgeroomd. Het verlagen van de uitkeringen zit er natuurlijk duidelijk in, de adviesaanvraag draait om het verlagen van de bovenminimale uitkeringen. Bovendien staat er in de adviesaanvraag - dat wordt overigens verder niet uitgewerkt - dat een substantiële verlaging van de minima noodzakelijk zal zijn in de toekomst," aldus Van den Heuvel. Wel beschouwd blijkt dus alleen het volumebeleid enigszins uit de boot te zijn gevallen. Dat is jammer, vindt Van den Heuvel, want: 'Als je een goed sociale zekerheidsstelsel wil maken moet je niet alleen naar de sociale zekerheid kijken, maar je zult er ook het werkgelegenheidsbeleid, het werkverdellngsbeleld en het Inkomensbeleid bij moeten betrekken. "
VANGNET Van den Heuvel typeert het stelsel waar de bewindslieden van Sociale Zaken in de adviesaanvraag voor kiezen als een 'vangnetsysteem met loondervingstrekjes'. "Heel veel mensen zullen al meteen in het vangnet (het sociale minimum, nvdr) terechtkomen en anders wel binnen een zeer korte periode. Alleen mensen die erg veel verdienen of relatief oud zijn - het leeftijdscriterium speelt een rol - kunnen er een tijdje buiten blijven." Je kunt nog beter spreken van een 'relatieve behoeftensysteem', meent hij. "Ook wat de uitgavenkant betreft gaat de overheid steeds meer kijken naar de leefeenheid: hoe is die samengesteld, wat hebben mensen nodig? De nieuwe belastingmaatregelen voor tweeverdieners en de huursubsidieregeling zijn al sterk geënt op de leefeenheid. Je krijgt dus een meer gedifferentieerd betalings- en uitkeringensysteem, overigens met alle controles vandien!" Die controles zijn vooral veel vrouwen al een doorn in het oog. Op het speciale FNV-congres over de herziening van het Drs. Frans van den Heuvel.
Anno 1983 staat Nederland a de vooravond van een herziening van het stelsel van sock zekerheid. In een tijd van stagnerende welvaart is een steki lan voorzieningen, dat Jaarlijks ruim een derde deel van het tionaal Inkomen opslokt, stilaan onbetaalbaar geworden. Toé /orden er nog dagelijks nieuwe claims op tafel gelegd: bijstamvrouwen willen 400 gulden in de maand erbij, de emancipa^eweging streeft een volledige gelijkberechtiging van man en vrouw na en de vakbeweging zou 't liefst langdurige werkloiin buiten de bijstand houden. Sociale zekerheid: vroeg of kê krijgt elke Nederlander ermee te maken. Is het niet hoog f|j|^oor een Brede Maatschappelijke Discussie over het stelseUip de nabije toekomst? Drs. Frans van den Heuvel r^^eerde onlangs voor Vuga/Intermediair een artikelenbunde ver het sociale stelsel, die ONZEKERE ZEKERHEID als titel iekreeg. Een gesprek.
Een gesprek met Dn Frans van den Heuvel doorl nart Kik
sociale stelsel van vorige week dinsdag gaven FNV-vrouwen als blijk van hun ongenoegen voorzitter W i m Kok een bezemgrote tandenborstel cadeau. Daarmee wilden ze waarschuwen voor de inbreuk op het privé-leven die maatregelen in de uitkeringensfeer en op fiscaal gebied met zich mee kunnen brengen. Als het aan de FNV-vrouwen en de emancipatiebeweging ligt, wordt het toekomstig stelsel van sociale zekerheid gekenmerkt door individualisering - iedereen heeft een gelijk recht op een uitkering, onafhankelijk van de partner waarmee hij/zij leeft. Biedt het regeringsvoorstel ook mogelijkheden om die individualisering gestalte te geven? Daarover kun je twisten, vindt Van den Heuvel. " D e regering vindt van wel. Als mensen straks het bovenminimale traject na een aantal halfjaarlijkse stapjes hebben doorlopen en op het bijstandsniveau van een alleenstaande zijn terechtgekomen, hebben ze voorlopig recht op die uitkering gedurende één jaar of ze samenwonen of niet. Dat is het antwoord van de regering op de individualiseringseis. Als je individualisering echter uitlegt in de zin dat iedereen tot z'n 65e recht moet hebben op 70% van het netto minimumloon, dan stuit je al snel op de onbetaalbaarheid van die w e n s . " De Emancipatieraad lijkt begrip te kunnen opbrengen voor het regeringsstandpunt, maar vindt wél dat de gezinstoelagen die onderdeel uitmaken van het vangnetsysteem een tijdelijk karakter moeten krijgen. " D e ER heeft een vastomlijnde visie, wil via een eerlijke verdeling van het werk - betaald werk én onbetaald werk - naar een andere maatschappij. De kostwinnersfaciliteiten kunnen dan geleidelijk afgebouwd w o r d e n , " aldus Van den Heuvel.
UIT DE BIJSTAND Op het speciale FNV-congres van vorige week dinsdag stond het vakbondsalternatief voor het sociale stelsel ter discussie. Centraal in de voorstellen van de FNV staat de al lang levende langdurige werklozen uit de bijstand te houden. "Op zich is dat een vanzelfsprekende eis," zegt Van den Heuvel. "Het gaat vaak om mensen die al tientallen jaren trouw hun premies betaald hebben. Het probleem is echter dat die wens zich vertaalt in hogere uitkeringslasten, op jaarbasis ben je zo'n 1,5 miljard duurder u i t . " Volgens Van den Heuvel zouden we ons eigenlijk meer moeten realiseren dat je ook kosten krijgt als je niet aan dit soort wensen tegemoet komt. "Als je mensen die zeer lang gewerkt hebben en hun levenlang trouw zijn geweest aan de rechten de plichten van de verzorgingsstaat, als je die moet teleurstellen - denk maar aan bouwvakkers die hun eigen huis moeten opeten - dan verliezen die mensen op een gegeven moment het vertrouwen in de maatschappij. En dat is een zeer kwalijke zaak. Dat betekent bijv. dat je de spaarzin van de mensen aantast, dan krijg je dat mensen meer de neiging hebben zwartte werken om het hun aangedane onrecht te compenseren..."
Sociale zekerheid staat niet op zich. Het bestaan van het sociale stelsel heeft gevolgen voor de inkomensverdeling in ons land, voor de mogelijkheden voor economische groei op korte en op lange termijn, mogelijk zelfs voor het niveau van de werkloosheid. De samenhang van sociale zekerheid en het inkomens- en werkgelegenheidsbeleid is van groot belang. Wordt het niet tijd voor een Brede Maatschappelijke Discussie over dit onderwerp waar iedereen zich bij betrokken zou moeten voelen? Zo'n maatschappelijke discussie is best zinvol, geeft Van den Heuvel toe. "Die discussie wordt deels al gevoerd, als je kijkt naar de SER
en de Emancipatieraad. Verder door de pressiegroepen: de bijstandsvrouwen, de arbeidsongeschiktheidsgroepen, de bejaardenbonden." Tot voor kort werd sociale zekerheid nog als een geïsoleerde zaak beschouwd, stelt hij vast. "Maar dat is onzin. Sociale zekerheid kan niet neutraal zijn, het gaat om 35 è 4 0 % van het Nationaal Inkomen. Als je dan voor een bepaalde oplossing kiest, heeft dat bepaalde consequenties voor het economische-maatschappelijk systeem. Wat bijv. op korte termijn aantrekkelijk kan lijken - denk maar aan de 400-gulden eis van de bijstandsvrouwen - kan op lange termijn zeer nadelig uitpakken. In zo'n situatie is het belangrijk dat je een visie hebt voor de lange termijn. Die geeft je randvoorwaarden aan, daarbinnen heb je keuzemogelijkheden. Ik denk zelf dat de sociale zekerheid van mensen het best gewaarborgd is als ze er geen beroep op hoeven doen. Nou, als je die stelling als juist beschouwt, betekent dat al dat er een samenhang bestaat..." ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^,^_
Eigen propedeuse Sociale Zekerheidswetenschap nog ter discussie Op 17 november komt de hogeschoolraad bijeen om het conceptrapport Sociale Zekerheidswetenschappen van prof. dr. G.M.J. Veldkamp te tiespreken. De behandeling in het HR vormt het sluitstuk van een breed opgezette advies- en behandelingsprocedure. In de afgelopen anderhalve maand Is het rapport-Veldkamp In een indrukwekkend tempo langs een groot aantal hogeschool-gremia geloodst. Het was de bedoeling dat het college van bestuur op 1 november een nota van wijzigingen zou opstellen aan de hand van de binnengekomen reacties, maar dat Is er niet van gekomen. De vaststelling van die nota van wijzigingen is nu uitgesteld tot de college-vergadering van 8 november. Onzeker Is op dit moment nog of de nieuwe studierichting een bovenbouwstudie (zonder eigen propedeuse) wordt, of dat er een volledig vierjarig curriculum uit de bus komt. Het rapportVeldkamp kiest voor een experimentele studierichting, In combinatie met een eigenpropedeuse. Minister Deetman daarentegen heeft al eerder gezegd te willen vasthouden aan een bovenbouwstudie
Sociale Zekerheidswetenschap, die toegankelijk moet zijn voor studenten die hun propedeusepapiertje voor rechten, economie of sociologie op zak hebben. Als de KHThaar zin krijgt kan de nieuwe richting in 1984 slechts van start gaan vla de propedeuseprogramma's van de bovengenoemde drie faculteiten. In 1985 kan dan tegelijk een begin worden gemaakt met de propedeuse Sociale Zekerheidswetenschap en met het eerste doctoraaljaar waarvoorstudenten die in 1984 begonnen zijn met rechten, sociologie of economie worden toegelaten. Zonder eigen propedeuse lijkt de levensvatbaarheid van de nieuwe studierichting overigens minder groot te zijn, dat is althans de mening van Veldkamp. Hij verwacht dat studenten in de propedeuse van andere studierichting niet eenvoudig te enthousiasmeren zijn. Van een volledige studierichting gaat een grotere werfkracht uit, ook op potentiële studenten van bulten het regionale wervingsgebied van de KHT. Dat speelt temeer omdat hij bij Sociale Zekerheidswetenschap gaat om een landelijk nog unieke studierichting.
m
"Schade bezuinigingen valt mee Deetman opende de bijeenkomst met te zeggen dat zijn beleid erop gericht is de doelmatigheid te bevorderen. In het verleden is daarvan te weinig terecht gekomen. Dat moet nu in versneld tempo tot stand worden gebracht. Na deze woorden ging hij terug naar Den Haag. Een van de landen waar men al ervaring met het bezuinigen in het wetenschappelijk onderwijs heeft, is Engeland. Prof. Keith Clayton, vice-voorzitter van het University Grants Committee - een instelling die tussen overheid en universiteiten staat en de bezuinigingen op het Engelse hoger onderwijs vaststelde - zag positieve kanten aan bezuinigingen. Zo noemde hij het voorbeeld van de universiteit van Aberdeen, die 160 van de 600 arbeidsplaatsen moest inleveren. Doordat die inkrimping gepaard ging met een goed reorganisatieplan en aanstelling op grote schaal van nietbetaalde arbeidskrachten ontstond er een nieuw élan. De universiteit bloeit als nooit tevoren. In Oxford daarentegen (pim. Vz% verlies van arbeidsplaatsen) waren structurele maatregelen uitgebleven. Daar moddert men nog steeds maar wat aan, zo konden wij uit de woorden van Clayton concluderen. Hij ging overigens niet zo ver een zonder meer louterend effect van bezuinigingen te verwachten. Hoe staat het met de Nederlandse universiteiten? Zijn ze bestuurlijk en inhoudelijk opgewassen tegen ingrijpende maatregelen van buitenaf? Prof. drs. E.L. Berg, bestuurskundige te Rotterdam, was daarover somber gestemd.
VUILNISBAK De bestuursstructuur van het wetenschappelijk onderwijs is te amateuristisch en te versnipperd om de bezuinigingen aan de universiteiten rationeel tot stand te doen komen. Met de tot standkoming van de Wet Universitaire Bestuurshervorming in 1970 werd gekozen voor de democratisering, ten koste van het management. Daarvan worden de wrange vruchten geplukt, nu er een groot aantal belangen moet worden afgewogen in het kader van afslanking, taakverdeling, concentratie of andere verhullende benamingen, die er voor bezuinigingen zijn ontwikkeld. De besluitvorming binnen de universiteiten vindt plaats volgens het zogenaamde "vuilnisbakmodel". Dit model staat tegenover modellen die een rationeel besluitvormingsproces beschrijven. Deze laatste gaan ervan uit dat de besluitvormers de problemen kennen en de doelstellingen in volgorde van belangrijkheid weten te plaatsen. Ook bekend zijn de middelen om tot oplossingen te komen. De optimale oplossing wordt vervolgens gekozen na een gedegen kosten-baten analyse. Dat deze vorm van besluitvorming niet tot stand komt wijt Berg aan een aantal factoren. Zo zijn de doelstellingen van de universiteit als organisatie uiteenlopend en slecht gedefinieerd. Verder is het produktieproces - de theorie is ontwikkeld aan de hand van de praktijk in het bedrijfsleven - niet gestructureerd door harde technologie. Dat laatste maakt beslissingen bij de spoorwegen of in een kledingfabriek vaak overzichtelijker. Daarom dus het vuilnisbakmodel, een term die gekoren is, omdat de inhoud van een vuilnisbak toevallig Is. In het vuilnisbakmodel is het maar de vraag of er problemen en/of oplossingen zijn. Verder is het toevallig of bestuurders aan de besluitvorming deelnemen en is het de vraag of het besluit wel genomen
Tilburgs Hogeschoolblad
Hoe kan het wetenschappelijk onderwijs met minder middelen een grotere stroom van studenten in kortere tijd als afgestudeerden op de markt brengen onder handhaving van de kwaliteit van het onderwijs en van de onderzoeksproduktie? Deze vraag stond centraal op een diskussiedag in de Rotterdamse Erasmus Universiteit, waar universitaire bestuurders uit het hele land samengekomen waren om de door de bezuinigingen opgelopen schade op te nemen. Het valt mee, volgens de deskundigen. Minder tevreden zijn de bonden. Zij bedachten minister van onderwijs Deetman met een "brevet van onvermogen". Cum Laude. wordt op het moment dat het probleem urgent is. Belangrijke oorzaak van dit verschijnsel is het feit dat de bestuurders geen professionals zijn. Dat is o.m. te wijten aan het feit dat er in brede kringen van de universiteit minachting bestaat voor het management. Ook werkt de scheiding van beleid en beheer in het nadeel van een goed functioneren van het management. Op het hoogste niveau is dat verdeeld over College van Bestuur enerzijds en de universiteitsraad anderzijds. Berg, tevens voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, vergelijkt dat met de situatie, zoals die bestaat in het gemeentelijk bestuur. Daar zijn beide taken aan één orgaan, de gemeenteraad opgedragen. Zulk een structuur werkt in de praktijk beter. Toch zag Berg nog lichtpunten. De huidige bestuursstructuur kan zich aan het vuilnisbakmodel ontworstelen als het universitaire management professioneel wordt en de registratie en administratie dusdanig verbeterd wordt, dat gegevens over de kwaliteit van het produkt beter en sneller beschikbaar zijn.
DOELGERICHT Wat betekenen de bezuinigingen voor de kwaliteit van de instellingen voor hoger onderwijs? Prof. dr. J . J . M . Ritzen heeft vijf ingrijpende bezuinigingsmaatregelen tegen die achtergrond bekeken. De vijf, invoering twee-fasenstructuur, de nota Beiaard, de voorwaardelijke financiering, de kern-nota BUWP en de operatie TVC
kunnen de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek verbeteren. Nu de overgang van elite-universiteit naar massa-universiteit gestalte krijgt, is het zaak het onderwijs zo in te richten dat de afgestudeerden een opleiding achter de rug hebben die afgestemd is op de vraag van hun toekomstige werkgevers. Die vragen om doelgerichte academici; de tegenwoordige academicus is eerder middelgericht. De twee-fasenstructuur kan een positieve invloed hebben op deze ontwikkeling. Vooral het instituut van de vrije studierichting lijkt de student een brede opleiding te kunnen leveren, die noodzakelijk is voor de flexibiliteit. In dit verband betreurde Ritzen het dat vanwege structurele drempels de invoering van dergelijke studierichtingen achterblijft bij de behoefte daaraan. De onduidelijkheid omtrent de invulling van de tweede fase frustreert de ontwikkeling daarvan. Ritzen riep het ministerie op het verstoppertje spelen op dit punt te beëindigen. De TVC-operatie moet beschouwd worden als een inhaalmanoeuvre. Planning van het WO is te lang uitgesteld. In zekere zin is de TVC-operatie drie jaar te vroeg gekomen. Als in 1886 de voorwaardelijke financiering is ingevoerd, zijn er namelijk duidelijke criteria voor de beoordeling van de kwaliteit van onderzoek. Beide, TVC en voorwaardelijk f i nanciering, kunnen een positieve invloed op de kwaliteit hebben. Overigens is dat wel afhankelijk van de nadere invulling van de TVC-beslissingen. De voorwaardelijke financiering is in zoverre positief.
##
dat de wetenschap voortdurend zelfkritiek zal moeten hebben. Kritiek, vooral van de kant van alpha- en gamma-wetenschappers op deze struktuur wees Ritzen van de hand. Het bezwaar uit die hoek - onderzoek is een individuele zaak - gaat voorbij aan moderne ontwikkelingen op het gebied van data-verwerking en lijkt meer gestoeld op de huidige praktijk dan op verwachtingen omtrent komende ontwikkelingen. Ritzen pleitte verder voor een versterking van de positie van de universiteiten t.o.v. het ministerie van onderwijs. Daar komen alle lijnen samen en vanuit haar surplus aan kennis ontwikkelt het ministerie een macht die zij niet graag uit handen zal geven. Aanbeveling verdient het derhalve te komen tot een overlegorgaan, bestaande uit deskundigen, dat een positie tussen universiteit en ministerie zal innemen. Dit orgaan zou de voorwaardelijke financiering moeten regelen.
VACATUREBANK Bezuinigingen gaan ten koste van het personeel. Mr. W . G . Koppelaars, voorzitter van het personeel-portefeuillehouders-overleg bestreed de opvatting als zou de TVC-commissie zich pas in een laat stadium met de sociale aspekten van de bezuinigingen zijn gaan bezighouden. Al vanaf het begin is dat sociaal beleid agendapunt geweest. Altijd is de doelstelling geweest het aantal gedwongen ontslagen tot een minimum te beperken. Bovendien moest de overplaatsing naar andere universiteiten mogelijk zijn. Later werden deze uitgangspunten verruimd: deeltijdarbeid, vervroegde uittreding, deeltijd-ontslag en onbetaalde arbeid. Onduidelijkheden over de wachtgeldregeling staan een soepele uitvoering van dit beleid vooralsnog in de weg. Vrijwillige uittreding is niet populair. Om de doorstroom van universitair personeel van de ene instelling naar de andere te bevorderen is inmiddels besloten een universitaire vacaturebank in Utrecht op te richten. Koppelaars ontkende verder dat de ambtelijke tak van de universiteiten te zwaar zou zijn. Deze geluiden worden onder meer van de R.A.W.B, en van sommige parlementariërs vernomen. Hij vroeg zich af of genoemde personen en instelling wel op de hoogte waren van uitvoeringsproblematiek waarmee de colleges van bestuur worden geconfronteerd. Toenemende spanning verwacht Koppelaars. Enerzijds tussen met ontslag bedreigde personen en hun instelling, anderzijds, in de beleidssfeer, tussen de doelstelling van doelmatig onderwijs en onderzoek en het verlangen zoveel mogelijk personeel aan de universiteit te behouden. Al met al duidelijke taal op de door de Rotterdamse no-nonsense universiteit georganiseerde diskussiedag. Het enige gemor kwam van de vakbonden en studentenbonden die aan minister Deetman een "brevet van onvermogen" kwamen aanbieden. De bewindsman had dit brevet, waaraan het predikaat " c u m laude" was verbonden, verdiend met "zijn grote inspanningen ten behoeve van de afbraak van het wetenschappelijk onderwijs". Zij nodigden Deetman verder uit het mes in eigen departement te zetten. In het november- of decembernummer van het blad Beleid en Maatschappij zal uitgebreid aandacht geschonken worden aan deze "Dag Bezuinigingen". Hidde van der Veen/UP Bezuinigingen kunnen ook een stimulerende werking hebben, aldus een aantal bestuurders in Rotterdam. (foto A . J . Vleming)
4 n o v e m b e r 1983
i
Uit de universiteitsbladen Aan de Rijksuniversiteit Utrecht worden doctoraalstudenten geweerd bij een "biggenpraktikum" chirurgie. De reden is "dat er geen dieren doodgemaakt mogen worden voor studenten die misschien nooit hun studie zullen halen". De faculteitsraad heeft zich, met uitzondering van de studentleden, hierachter geschaard. De studenten noemen de maatregel "hypocriet". In het verleden was het zo dat studenten die zich tegen het praktikum verzetten problemen kregen bij het verder studeren. Het Vrouwenoverleg van de Katholieke Theologische Faculteit Utrecht verwacht "niets" van de benoeming van Bisschop Simonis tot ko-adjutor "met het recht van opvolging" van kardinaal Willebrands. Verder een artikel over literatuur in de Verenigde Staten, een onderzoeksproject over "blindisme" en een interview met de vredesopvoeder Lennart Vriens: "Kinderen breeduit de ellende van atoomoorlog schilderen, is geen vredesopvoeding". Op de achterpagina van het UTRECHTS UNIVERSITEITENBLAD een plattegrond met tekst van de route die de vredesdemonstratie in Den Haag zal gaan lopen. In Tilburg werd onlangs de Stichting Steunfonds Werkloze Academici opgericht. Deze week meldt het Nijmeegse
KU-NIEUWS een soortgelijk alternatief de reorganisatie van de Winteruniversiteit Vrouwenstudies heeft in samenwerking met de Stichting Landelijk Overleg Vrouwenstudies een plan uitgewerkt waarin wordt voorgesteld onderzoeksprojecten op het gebied van vrouwenstudies te laten uitvoeren door werkloze, afgestudeerde vrouwen. In eerste instantie wordt gedacht aan een negental projecten in de Universiteitssteden Nijmegen, Groningen en Utrecht. Ter gelegenheid van het 12e Lustrum van de Katholieke Universiteit Nijmegen werd er op 27 oktober gediscussieerd over het bijzondere karakter van de KU en over "het bestaande en gewenst gehalte aan democratie" binnen deze opstelling. In het laatste artikel in de serie "werkloosheid onder academici" een vraaggesprek met enkele academici-in-wording. De Groningse UNIVERSITEITSRKANT meldt dat studenten binnenkort 24 uur per etmaal bij de studentenartsen terecht kunnen. De artsen hebben zich bij de gemeente als huisarts laten inschrijven. Dat kon nog voor 1 januari. Een huisarts moet 24 uur per etmaal service bieden. Hiermee zijn de plannen om de studentenartsen geheel en al weg te saneren definitief van de baan. In hetzelfde nummer een paginavol meningen over de vredesdemonstratie in Den Haag. Tal van medewerkers formuleren een antwoord op de stelling "to go or not to go, that's the question". In THT-NIEUWS een
''R#iddebielen Institutioneel overleg in ongelijke machtsposities werkt altijd tennadele van de relatief machteloze partij. Ofschoon dit stuk opgehangen is aan wat zich aan de juridische fakulteit in de Coördinatie Commissie Eerstejaars voordeed is dit stuk ook voor niet-juristen lezenswaardig: Het laat zien hoe (schijnbaar) demokratiese organen tot niets anders als beheersing van student initiatieven worden gebruikt. Aan de juridische fakulteit heeft men gedurende enige jaren een Coördinatie Commissie Eerstejaars - CCE - gekend. Deze in de oude vorm statusloze commissie werd eind vorig jaar opgeheven na vernietigende kritiek in het fakulteitsblad NONDEJURE doch is dit jaar terug gekomen als subcomnjissie van de onderwijscommissie. Doel van de CCE waarin zowel door studentals docentleden zitting werd genomen was een adequate knelpuntsignalering met betrekking tot oplossing van de gerezen onderwijsproblematiek om daarmee een verbeterende invloed op het onderwijsklimaat uit te oefenen. Dankzij sabotage vanuit de vakgroepen kon aan deze doelstelling niet worden voldaan. De vraag is of aan sabotage binnen een dergelijk institutioneel advies een overlegorgaan meer tengrondslag ligt dan persoonlijke inkompetentie van de vakgroepleden. Deze vraag is inzoverre van belang dat zij licht werpt op de achterliggende grondvraag van dit artikel: Is institutioneel overleg tussen vakgroep en studenten zinvol voor de laatsten? In dit perspektief bezien stijgt dit verhaal boven de episode van de CCE uit. Het is natuurlijk duidelijk dat, wil een adviserend overleg-orgaan als de CCE goed funktioneren zowel bij student- als docentleden een goede wil wil moet bestaan om fundamentele knelpunten te signaleren en oplossingen daarvoor te zoeken. Wanneer één der partijen het overleg tracht te frustreren is het bij voorbaat mislukt. Daarnaast is een goede informatie van studenten van faculteitswege een tweede minimumeis: studentleden moeten weten waar ze over praten willen ze problemen al dan niet als relevant kunnen definiëren. De ellende is nu dat het aan beide basisvoorwaarden - goe-
Tilburgs Hogeschoolblad
>>
de wil bij de docentleden van de kommissie en gedegen informatie van de studenleden - ontbreekt. Het gevolg is dat de kommissie niet funktioneert: Wanneer er wezenlijke problemen gesignaleerd worden stellen vakgroepen zich niet koöperatief op: In plaats van leidende figuren als hoogleraren en hoofdmedewerkers zitting te laten nemen in de CCE vaardigt men medewerkers of studentassistenten, in het verleden, met een zeer beperkt mandaat af. Gevolg is dat over wezenlijke punten niet echt inhoudelijk gepraat kan worden. Voor ieder wissewasje moeten docentleden met hun achterban - de vakgroep - overleg plegen. Eenieder kan begrijpen dat met een vergaderfrequentie van ongeveer een keer in de maand het oplossen van de meest eenvoudige problemen veel tijd gaat kosten oftwel knelpunten werden net zolang op de lange baan geschoven tot het jaar voorbij was en men het volgende nieuwe jaar met een verse lichting op de zelfde manier kon doorgaan. Daarnaast blijken de studenleden - en dat is niet aan hun te wijten slecht ge?nformeerd. De fakulteit schiet hier duidelijk tekort in het verstrekken van relevante achtergrond-informatie. Zo kon het gebeuren dat toen de CCE advies uit moest brengen over het invoeren van vaardigheden in het eerste jaar, dat wil zeggen zelf stukjes schrijven rechtbankbezoek maar ook rechtbankverslagen maken, de studentleden dit afwezen omdat ze dachten dat het om taalvaardigheid in de zin van grammatica kursussen ging: Studenten leren wanneer je een "d" of een "t" moed zetten. En de vakgroep vertegenwoordigers die wisten toch beter - veronderstellende dat het geen verzameling randdebielen betreft - die konden studenten toch de studenten uit hun dromen helpen? Ze keken wel uit. Het doorvoeren van veranderingen op onderwijsgebied kost energie en die had men er niet voor over. Om deze opmerking te kunnen begrijpen is het noodzakelijk enig licht te werpen op de ambtelijke positie onzer docenten en wat ermee samenhangt. Het merendeel van de docenten heeft de status van wetenschappelijk medewerker. Daarnaast zijn er hier en daar nog enkele "ambtenaren"
vraaggesprek met de polemologen Röling en Boskma. Röling is van mening dat de situatie veiliger zou zijn indien het huidige wapenarsenaal tot 5% zou worden teruggebracht. THT-conclusie: "Het blijft "muddling through' - en wel met wapens". Aan de Technische Hogeschool Delft blokkeerden actievoerende medewerkers een laboratorium waaraan minister Deelman een bezoek wilde brengen. De ingang was gebarricadeerd met een plaat zachtboard waarop stond geschreven "Botte bijl erin? Kap ermee". De Minister moest zich inderdaad toegang verschaffen tot het laboratorium met een botte bijl. Op de foto een olijke Deelman. In contrast met deze actie staat de conclusie van enkele Universitaire topbestuurders. Op een discussiedag aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit concludeerden zij dat de door de bezuinigingen teweeggebrachte schade meevalt (DELTA). Het Leidse MARE komt met een groot middenpagina-artikel over de "oudere student". Mensen die na een carrière spanning zoeken in een universitaire studie. Een probleem is dat deze groep studenten vaak overlijdt voor hun afstuderen. Mare meldt ook dat de laatste tijd studies zijn verschenen waaruit blijkt dat beleidsmakers op het gebied van kernbewapening lijden aan een "gevaarlijke grensvervaging" tussen fantasie en werkelijkheid. "Voor dit soort mensen is het de 'super-kick of the century'. De Stichting Studentenhuisvesting
TE BERDE \
door P.P. de Kluner
/
die enkel een onderwijs- of enkel een onderzoekstaak hebben doch dezen vormen voor dit verhaal een te kleine en uitzonderlijke groep om interessant te zijn. Terug naar de "wetenschappelijk" medewerker: Diens arbeidsomschrijving valt in drie deeltaken uiteen: Een onderwijstaak (de grootste), een onderzoekstaak en een bestuurstaak (de kleinste: Bijvoorbeeld in de fakulteitsraad of in een commissie zitting nemen). Door vermenging van taken ontstaan grote problemen daar het funktioneren van wetenschappelijk medewerkers - en daarmee samenhangend het al dan niet verkrijgen van een vaste aanstelling - wordt getoetst aan diens verrichtingen op "wetenschappelijk" terrein. De onderwijstaak komt niet voor een kritiese evaluatie in aanmerking. Dit en het feit dat de beoordeling door hiërarchisch meerderen wetenschappelijk hoofdmedewerkers en professoren - gebeurt, maakt het voor docenten weinig aantrekkelijk om zich volledig voor hun onderwijstaak in te zetten: Alle inspanning die men op onderwijsgebied kan uitsparen kan immers tenbehoeve van het onderzoek worden gebruikt, daarop wordt men immers beoordeeld. De trieste konklusie die uit het voorgaande getrokken kan worden is dat institutioneel overleg tussen studenten en docenten met betrekking tot onderwijsproblematiek onmogelijk is gezien de strukturele belangentegenstelling van de overlegpartners. De mogelijkheid om onderzoek ten koste van onderwijs te laten prevaleren maakt ieder konstruktief overleg van begin af aan illusoir. Het is daarom zinloos om bij de konfrontatie met docenten uit te gaan van een belangenhypothese, de overleg situatie wordt immers bepaald door een belangentegenstelling. Moge de voorgaande verhandeling tot nu toe een wat technics ideologies karakter hebben gehad en daarom misschien tot enige skepsis aanleiding geven, een verdere kijk in de praktijk zal enkel mijn verhaal bevestigen. Ik doel
van Amsterdam vindt dat de woonkosten van studenten de pan uitrijzen. In een onderzoek concludeert de Stichting dat voor bepaalde studenten de individuele huursubsidieregeling moet worden uitgebreid; huurverlaging moet met extra object-subsidies voor sommige SSHcomplexen worden opgevangen en ook moeten stookverlagende maatregelen, die hier en daar al zijn genomen, worden voortgezet (FOLIA CIVITATIS). L.v.W.
T.g.v. de presentatie
NIEUWE WiLDKAART "'" °"''
serveren wij wederom een grandioos 7 GANGEN WILDMENU Prijs per couvert
*
DO,—
Voor nadere informatie en/of reservering:
Restaurant «Den Schout» Oranjestraat 4 - Tllburg-Centrum (tussen Paleisring en Emmastraat) Telefoon 013-434512-674394
hiermee op de innerlijk tegenstrijdige, de van docentwegen: bestaande beheersingsaspiraties nauwelijks verhullende, oproep van de voorzitster van de CCE aan eerstejaars om zitting te nemen in de CCE nieuwe stijl. We lezen dat door de commissie knelpunten en moeilijkheden worden besproken en dat de commissie ook oplossingen probeert te bewerkstelligen... Dat zou mooi zijn waar het om strukturele problemen - kwaliteit van het onderwijs, onderwijsmethode, toetsingsproblematiek, vaardigheden etcetera - gaat, doch dat is blijkbaar niet zo want even later stelt de schrijfster dat de CCE voor meer strukturele problemen met het oog op zijn adviserende taak een belangrijke funktie kan vervullen. Kortom: Oplossing van strukturele problemen is in de CCE niet te bewerkstelligen, er mag slechts geadviseerd worden. De adviezen zouden hun kracht ontlenen aan het feit dat ze van een orgaan afkomstig zijn waar studenten en docenten zitting in nemen maar wat is een advies - bijvoorbeeld over wijzigingen in de opzet van de propedeuse: het eerste jaar - waar wanneer één der partijen niet eens weet waar die over praat??? Waar dient deze commissie dan anders voor dan ter inkadering van eventuele ongeorganiseerde student initiatieven??? Dat de CCE geen enkele reële invloed op het onderwijsklimaat kan uitoefenen wordt tenslotte nog eens duidelijk aangetoond aan de hand van het evaluatierapport '82-'83: Naast het feit dat men sinds '79 toen de CCE werd opgericht niet heeft kunnen komen tot een door de jaren heen uniforme evaluatiemethode - dat is ook overbodig wanneer men van te voren weet dat de uitkomsten van het overleg nihil zullen zijn - werd er in de zeven getypte velletjes geen woord over strukturele onderwijsproblematiek gerept.... De in het voorgaande stuk gestelde vraag over de zin van institutioneel overleg tussen studenten - telatief machtelozen - en docenten - relatief machtigen - en de negatieve beantwoording daarvan zijn aan de CCE opgehangen dit omdat in deze commissie een (hoge)school voorbeeld werd gegeven hoe institutioneel knelpuntoverleg bij ongelijke machtsposities altijd ten nadele van de minst machtige werkt. Grof machtsmisbruik, onder deze noemer kan het verhaal ook worden gebracht. En dat aan een juridische fakulteit. Wonderlijk? Weineen wat is recht anders dan machtsmanipulatie?
4 november 1983
vervolg van pag. 7
Taak verdelen bij de psychologen tentoeloop als maatstaf voor kwaliteit niet terecht: "Kwaliteit is daarmee gelijl<gesteld aan populariteit. Hierbij neemt men aan dat de student, voordat deze de cursus doorlopen heeft, de perfecte beoordelaar van kwaliteit is. Dat is zoiets als de stelling dat de kwaliteit van een samenleving af te meten is aan het aantal immigranten. Volgens die redenering is Nederland met zijn vele buitenlanders dus een goede samenleving. Bovendien wordt geen rekening gehouden met verschuiving van interessen van studenten die vooral de laatste jaren vanaf 1982 te zien zijn (met name bij A & O en Economische Psychologie) en in de toekomst in het kader van de tweefasenstructuur zeker zullen optreden." PAG vindt het een slechte zaak dat overige taken (10% van de formatie) in het rapport versleuteld zijn naar onderwijs en onderzoek: "Als je zoiets doet kun je er donder op zeggen dat niemand nog bestuursfuncties op zich wil nemen: alleen publiceren en doceren wordt beloond." Ook vanuit de commissies Onderwijs en Wetenschapsbeoefening en de meeste vakgroepen is fel gereageerd op de Nota Herstructurering. De kritieken zijn te detaillistisch om hier te vermelden. Zeker nu duidelijk wordt dat de Nota op losse schroeven staat. Vrijwel alle reakties wijzen er op dat bij de beoordeling van onderwijs en onderzoek kwaliteit onvoldoende in de Nota aan de orde is geweest, terwijl de commissie in de algemene doelstellingen benadrukt dat behoud van kwaliteit en expertise zo belangrijk is. Een van de redenen voor het Bestuur van de Subfaculteit (decaan prof. Rijsman) om op de laatste vergadering op 20 oktober het rapport voorlopig
terzijde te leggen en de Structuurcommissie op te heffen. Wellicht speelt mee dat het huidige bestuur een ander is dan het subfaculteitsbestuur de Klerk dat in maart '83 de Structuurcommissie instelde. Dit nieuwe bestuur hanteert andere beleidsuitgangspunten die waarschijnlijk in de vergadering van november te berde worden gebracht. Op 20 september j . l . is bilateraal overleg gevoerd tussen het College van Bestuur en het subfaculteitsbestuur. Hierin heeft het CvB geponeerd dat men gedwongen ontslagen zoveel mogelijk dient te voorkomen. Dat betekent dus dat wanneer middels natuurlijk verloop en vrijwillig ontslag (VUT-regeling) niet genoeg mensen verdwijnen er gesneden gaat worden in de zogenaamde flexibele ruimte. Deze bestaat uit 6,2 formatieplaatsen voor studentassistenten en de S.P.W.-pool (dit is ruimte voor extra formatieplaatsen (3) voor projecten die de subfaculteit als belangrijk beschouwd - een Z(waartepunt) - status verleent). Voorts moet men dan maar met personeel gaan schuiven; inzetten op andere plaatsen. Deze nieuwe richtlijnen van het CvB waren voor het subfaculteitsbestuur directe aanleiding om de Nota Herstructurering te weerleggen. Op dit bilateraal overleg is kritiek gekomen vanuit de Subfaculteitsraad (SR). De leden Mulders (studenten) en Flohr (Onderzoeksmiddenkader) verweten het Bestuur dat zij zich te veel de les hadden laten lezen door het CvB. Flohr: "Er is geen sprake geweest van bilateraal overleg. Het verslag van het overleg is een zuiver dictaat van de richtlijnen van het CvB. Het subfaculteitsbestuur moet standvastiger zijn in haar eigen standpunten." Mulders dien-
vervolg van pag. 5
Dan bent u dus niet vóór de motie. Kijk, een motie is iets waar je over stemt. En als je vóór een motie bent, dan stem je vóór. En wat doet u? U zegt dat u vóór een motie bent, maar u stemt er niet voor. U onthoudt zich van stemming. Dat is toch precies die dubbele moraal? Zo kun je wel van alles beweren.
Afscheid Bouwman Farla is cum laude gepromoveerd, uw opvolger niet. Bouwman: " O h , dat wist ik niet. Maar dat zou wel eens de doorslag hebben kunnen geven om Farla voor te dragen. Daar staat tegenover dat de andere kandidaat een aantal jaren ervaring in het universitair onderwijs heeft, en Farla niet." Het gesprek komt op het ondenwerp van de persoonlijke visie op homosexualiteit, die bij veel mensen in de theologen-sfeer bijzonder nobel en fraai kan worden genoemd. In het artikel over de afwijzing van Farla in het THB van 29 september blijkt zowel bisschop Bluyssen als diens persmedewerker Spekman geen problemen te hebben met homofilie. Ook Professor Bouwman zegt zaken van gelijke strekking, en voegt eraan toe diverse vrienden te hebben die homofiel zijn. Tocli ligt daar wel de kern van wat de heer Farla zo irriteert, namelijk die zogenaamde "dubbele moraal". Het verschil tussen woord en daad. Bouwman: " J a , dat is z o . " Ik vind dat ü de neiging zelf ook hebt, bijvoorbeeld wanneer u in het THB van 27 oktober schrijft dat u vóór een Hogeschoolraadsmotie bent waarin afkeurend gesproken wordt over de afwijzing van Farla, maar er vervolgens toch niet voor stemt. Bouwman: "Nee, nee, wacht even. Ik heb gezegd: "ik ben vóór die motie, en ben tégen deze koppeling aan het gebeuren op de Theologische Faculteit."
Bouwman: "Nee, dat ik niet gestemd heb is een protest tegen het feit dat men de Theologische Faculteit niet wenst te accepteren binnen de Hogeschoolgemeenschap, en tegelijk zich bemoeit met interne kwesties van die Faculteit."
de hiertoe een motie in die werd aangenomen. Hij is van mening dat de nieuwe richtlijnen van het CvB de toch beperkte ruimte van de subfaculteit teveel inkrimpen waardoor zelfstandig reorganisatiebeleid welhaast onmogelijk wordt. Flohr diende in dit verband een motie in die zich meer richt op de inhoudelijke aspecten van de motie Mulders. Hij wil voorkomen dat er zondermeer gesneden wordt in studentassistentschappen en S.P.W.-pool. Bovendien is volgens hem het gaan schuiven met medewerkers in tegenspraak met de doelstelling om kwaliteit en expertise te behouden. Zodoende kunnen medewerkers op plaatsen terecht komen waarin ze niet gespecialiseerd zijn. De motie Flohr is ook aangenomen. SR-lid Simons (Onderwijs) vind het vreemd dat de Structuurnota niet meer gebruikt wordt omdat het CvB gebood dat er geen gedwongen ontslagen mogen vallen. Volgens Simons moet men nu gaan kijken welke gegevens uit het rapport als uitgangsdata voor reorganisatie bruikbaar zijn. Raadslid Weijnen (Fysiologie en Fysiologische Psychologie) vroeg het bestuur de garantie de Nota Herstructurering, of delen daarvan, niet te gebruiken voor reorganisatie of andere doeleinden voordat de Nota, of gedeelten, door de SR goedgekeurd zijn. Weijnen vreest dat het rapport, zonder die garantie, een eigen leven gaat leiden en ten onrechte aangewend kan worden voor bepaalde doelen en beslissingen. Na enig gekissebis en langs-elkaar-heengepraat legde Rijsman uit dat er eerst een reorganisatieplan op tafel moet liggen alvorens gepraat kan worden over
welke gegevens men gaat gebruiken voor de beoordeling van onderwijs en onderzoek. Gegevens uit de Nota zouden daarvoor in aanmerking kunnen komen maar dan worden die eerst, zoals alle andere gegevens, in de SR besproken. Een voorstel van studente Schenk om met een onderwijsevalutatie te beginnen, zodat die gegevens straks beschikbaar zijn, strandde op dezelfde redenering. Rijsman duldt geen abstracte, premature discussies. Eerst moet er een reorganisatieplan komen. Hoe en wanneer is niet duidelijk. In november komt het Bestuur van de Subfaculteit met haar beleidsuitgangspunten op de proppen. Op basis daarvan zal in samenspraak met de SR een reorganisatieplan opgesteld worden. Dan wordt pas gekeken welke gegevens men gaat gebruiken voor beoordelingen. In elk geval een breed scala van gegevens. Wat er op tegen is om nu al kwaliteitsgegevens over onderwijs te verzamelen - aangezien deze zeker binnen dat scala thuishoren - is niet duidelijk. Dit geldt trouwens voor meerdere gegevens die zeker aan de orde zullen komen. De tijd dringt. Anders komt er straks weer een rapport samengesteld uit weinig betekenisvolle gegevens. We weten intussen wat er met dit soort rapporten gebeurt. En gegevens verzamelen die ook nog veelzeggend zijn is een tijdrovende aangelegenheid. Wordt hiermee geen haast gemaakt dan weten de psychologen nu al waar ze aan toe zijn: zie de nieuwe richtlijnen van het CvB van 20 september '83. Edwin van den Oetelaar.
50.000 studieboeken
op nog geen 5 minuten lopen van de Hogeschool Dat is de ongelofelijke augustus-voorraad van onze studentenboekhandel. Een voon-aad die ook overigens het hele jaar door uitstekend is. Zodat u bij ons niet op uw boeken hoeft te wachten! En erg dichtbij: onder de 5e studentenflat. Gemakkelijker kan het bijna niet!
Professor Bouwman blijft na het neerleggen van zijn functie ais hoogleraar doorgaan met studeren en het werken aan nieuwe publicaties. Hij zegt daar veel genoegen aan te beleven, en verkeert in de gelukkige omstandigheid regelmatig gevraagd te worden voor het schrijven van theologische bijdragen. U bent, naar ik aanneem, een gelovig mens. Bouwman: " J a , dat ben ik." Wat is daar nu de aardigheid van, van dat gelovig zijn? Bouwman: "Gelovig zijn betekent dus geen genoegen nemen met de dingen die je met handen en voeten kunt grijpen. Je hebt de overtuiging dat er waarden in het leven zijn die je niet precies kunt benoemen, maar die misschien veel belangrijker zijn. Ik leef in ieder geval zo dat ik in dit leven gelukkig ben. Ik ben zoekende... Ik ben niet iemand die zal gaan zeggen, het moet zus of zo, want dat is God's w i l . " Met die "God's wil" bedoelen gelovige mensen natuurlijk ook alleen maar hun eigen willetje. Bouwman: "En daar heb ik een hekel 33ri-" Wouter van Gils.
tweedehands-boeken Gianotten start nü met de in- en verkoop van 2e hands-studieboeken. Laat de studieboeken die u niet meer nodig heeft door ons beoordelen. Meestal geven wij u eenderde van de nieuwwaarde terug. N.B. "Start nu" betekent uiteraard dat we nu bezig zijn een voorraad op te bouwen!
boekhandel gianotten b.v. studentenboekhandel Prof. Verbemelaan 20. (Onder de 5e studentenflat).
m
MEDEDELINGEN
VACATURE
TENTAMENDATA
Bij de afdelingsbibliotheek voor Sociologie en Psychologie wordt gevraagd een ASSISTENT COLLECTIEVORMING EN -ONTSLUITING M/V voor 0,5 van de werktijd. Informatie over deze funktie bij de dienst personeelszaken, kamer B 1C28, tel. 2646.
aiNGO Datum: dinsdag 8 november 1983. Tijd: 20.00 uur. Plaats: koffiekamer gebouw A, begane grond. Kosten noch moeite zijn gespaard om u een groot prijzenassortiment aan te bieden. Het is werkelijk te gek. U moet het zien om het te kunnen geloven. Toegang: voor P.V.-leden gratis; voor introducées (per P.V.-lid maximaal 30 f 2,50 p.p. (LET OP: introducées kunnen uitsluitend familieleden of vrienden zijn. Iemand die bij de Hogeschool werkt en geen P.V.lid is kan geen introducée zijn).
DOCTORAAL TFS ECONOMIE Vak: Kwantitatieve Methoden voor Bedrijfseconomen Dit vak wordt in het tweede semester van dit cursusjaar gegeven aan de hand van de volgende verplichte literatuur: 1) G.D. Eppen and F.J. Gould, Quantitative Concepts for IVIanagement (1979); uitgever Prentice-Hall. 2) R.S. Kaplan, Advanced IVtanagement Accounting (1982); uitgever: Prentice-Hall. (Hoofdstukken 2, 3 en 4).
WIJZIGING COLLEGEROOSTER DOCTORAAL ECONONIE (OUDE STIJL) Het college Financiering op dinsdag van 13.30-15.30 uur vindt vanaf 1 november plaats in Az 114. Deze wijziging is permanent (dus voor het Ie én 2e semester).
NOGMAALS TENTAMENDATA EN TIJDSTIPPEN DECEMBER 1983/JANUARI 1984 12 december: 13.00-15.00 uur inl. rechtswet. A UITZONDERINGEN 15.30-18.00 uur: Tentamenperiode december 1983/ja- 15.30-18.00 uur: inl. rechtswet. B inl. rechtswet. onnuari 1984: gedeeld - inl. rechtswet A, 12 december: 22 december: 13.00- 15.00 uur. 10.00-12.00 uur: privaatrecht A inl. rechtswet B, 12 december: 10.00-13.30 uur: beg. privaatrecht 15.30-18.00 uur. (ongedeeld) inl. rechtswet. ongedeeld, 12 decem9 januari: ber: 15.40-18.00 uur. 10.30-13.00 uur: staats- en be- privaatrecht. A, 22 december: stuursr. A 10.00-12.00 uur. 14.00-16.30 uur: staats- en bebeg. privaatrecht, ongedeeld, 22 destuursr. B en 14.00-16.30 uur: cember: 10.00-13.30 uur. 10.30-13.00 uur - beg. Staatsrecht ongedeeld, 9 janu(ongedeeld). beg. staatsrecht ari: 10.30-13.00 én 14.00-16.30 uur. 16 jan.: - beg. strafrecht ongedeeld, 23 janu14.00-17.00 uur: economie. ari: 10.30-12.00 én 14.00-15.30 uur. 23 jan.: tentamenperiode mei/juni 1984: 10.30-12.30 uur: strafrecht A - staats- en best. B (!), 6 juni: 14.00-16.30 uur: strafrecht B 14.00-16.30 uur. 10.30-12.00 uur: - staats- en bestr. A (!), 6 juni: 14.00-15.30 uur: beg. strafrecht (on18.30-21.00 uur. gedeeld) - beg. staatsrecht ongedeeld, 6 juni: 26 jan.: 14.00-16.30 én 18.30-21.00 uur. 14.00 uur- 17.00 uur: balanslezen. - beg. strafrecht ongedeeld, 16 mei: 10.30-12.00 én 14.00-15.30 uur. tentamenperiode augustus 1984: - beg. staatsrecht ongedeeld, 14 augustus: 10.30-13.00 én 14.00-16.30 uur. - beg. strafrecht ongedeeld, 21 augustus: 10.30-12.00 én 14.00-15.30 uur. alle zgn. 'B-tentamens' beginnen om 14.00 uur. alle zgn. 'ongedeelde tentamens' beginnen om 14.00 uur.
De bingokaarten kosten f 2,50 per stuk. U kunt ze de gehele avond gebruiken. Van te voren opgeven is niet nodig.
Het tweedejaars tentamen Economie II (23 december 1983) is verplaatst naar 23 december. Het tentamen Wijsbegeerte III (Wijsgerige antropologie) vindt plaats op vrijdag 16 december; opgave met blauwe en gele kaart vóór 16 december.
AVONDOPLEIDING PRIVAATRECHT H-A EN H-C Op maandag 21 en dinsdag 29 november worden extra colleges burgerlijk procesrecht (ll-C) gegeven. Tijd: 18.45-20.30 uur in AZ 114. De colleges burgerlijk recht (ll-A) vangen met ingang van woensdag 2 november weer aan om 18.45 uur (SZ 174). TIJDSTIPPEN TENTAMENS EN PROPEDEUSE Als regel geldt: alle zgn. 'A-tentamens' beginnen om 10.30 uur.
jg
>*e
emiel de jong b.y. oo
de drukkers uit baarle-nassau
gespecialiseerd in: brochures boeken kranten
voor inlichtingen: telefoon 04257-8922, toestel 25, j . de jong Tilburgs Hogeschoolblad
4 november 1983
MEMO
3e LANDELUKE DAG INFORMATIE-UITWISSEUNG WETENSCHAPSWINKELS Op 11 november 1983 wordt de 3e Landelijke Dag Informatieuitwisseling Wetenschapswinkels gehouden. Op deze dag wisselen de Wetenschapswinkels ervaringen uit aan de hand van het bespreken van een aantal konkrete projekten en m.b.v. een informatiemarkt. Deze open dagen zijn zeer geschikt om kennis te maken met het werk van Wetenschapswinkels en met vertegenwoordigers van de diverse winkels in het land. De dag wordt gehouden op de Vrije Universiteit Amsterdam, De Boelelaan 1106, Amsterdam. Inlichtingen: Wetenschapswinkel VU, Hoofdgebouw, De Boelelaan 1105, Amsterdam. Tel.: 020-5486931. Aanmelding is niet nodig. BEVRUDING IN DE DERDE WERELD, EEN UITDAGING VOOR DE KATHOUEKE UNIVERSITEIT? 10 Jaar Derde Wereld Centrum Op donderdag 10 november wordt in de Aula van de K.U. een discussie-' avond gehouden over bevrijding in de Derde Wereld. Het katholicisme kan men zien als opening van de dialoog tussen Christendom, Marxisme en positivisme in de wetenschap. In deze traditie heeft het Derde Wereld Centrum tien jaar gewerkt in een perspectief van maatschappij-kritische analyse en bevrijding van onderliggende groepen. Ook andere afdelingen van de universiteit zijn bezig met aspecten van de Derde Wereld-problematiek en meer of minder direct bij deze dialoog betrokken. Spreker op deze avond is: prof. mag. dr. E. Schillebeeckx o.p. Verder bijdragen van o.a. prof. dr. V. van Amelsfoort (Instituut Gezondheidszorg Ontwikkelingslanden) prof. dr. Kleinpenning (Vakgroep Sociale Geografie Ontwikkelingslanden) prof. dr G. Huizer (Derde Wereld Centrum) een vertegenwoordiger van het College van Bestuur van de K.U. Datum: donderdag 10 november Plaats: Aula K.U., Wilhelminasingel 13, Nijmegen. Aanvang: 20.00 uur. Informatie: Leo Schellekens, DWC, Thomas van Aquinostraat 1, tel. 613060. Bureau Pers en Voorlichting, Bets Berntsen, tel. 080-512230. "KERK EN HOMOSEKSUALITEIT" 3 nov. - 1 dec. Theologische f a c , T-8. Org. Homogroep Theol. Fac. i.s.m. CCZ Hierbij willen wij u uitnodigen voor de cyclus "kerk en homoseksualiteit". Deze wordt door een aantal leden van de homogroep op de theologische faculteit te Tilburg georganiseerd, i.s.m. de kommissie kulturele zaken. Waarom zal dit thema tijdens de vier bijeenkomsten centraal staan? De officiële kerkelijke leer wijst homoseksualiteit af. De Nederlandse bisschoppen zijn verdeeld over de pastorale houding t.a.v. homo's. Ook bij benoemingen kan het problemen opleveren als de kandidaat homo is. En nog steeds wordt in de R.K. kerk het onderscheid tussen seksuele geaardheid en - praxis gehanteerd.
Deze situatie betekent dat homo's in een hoek blijven staan, en doodgezwegen worden. Zolang deze situatie blijft bestaan, vinden wij het belangrijk om dit ter sprake te brengen. Homo's hebben veel te vertellen. Daarom laten we ze in deze cyclus aan het woord. De cyclus wordt gehouden op drie donderdagmiddagen in november en op de eerste donderdag in december. Alle vier de bijeenkomsten vinden plaats in het gebouw van de Theologische Faculteit. Academielaan 9, lokaal T-8. Donderdag 10 nov., 14.00 uur film: "ANNA UND EDITH". Anna en Edith werken allebei op een groot verzekeringskantoor. Anna, na vijf jaar huwelijk volkomen afgeknapt, vindt begrip en warmte bij Edith, die haar in huis opneemt als ze besluit bij haar man weg te gaan. De genegenheid tussen de twee vrouwen groeit geleidelijk aan tot een relatie. Hun chef probeert deze relatie in diskrediet te brengen. Maar andere vrouwen in het bedrijf blijken solidair met de twee vrouwen te worden. Donderdag 17 nov., 14.00 uur FRANS-JOSEPH HIRS (in mrt. 1983 afgestudeerd in Nijmegen, titel van zijn scriptie: "Op naar Sodom", voorstel tot een theologie van de verkeerde kant. Publicaties in de Bazijn, Opstand, EItheto, Tijdschrift voor Theologie. Momenteel volgt hij de kerkelijke opleiding aan de Universiteit van A'dam). thema: QUEENS AND THE QUEEN OF SCIENCE, of: de spannende relatie tussen homo's en de Godgeleerdheid. Frans-Joseph Hirs wil theologie bedrijven vanuit de positie van het flikker zijn. Donderdag 1 dec, 14.00 uur thema: "VROUWEN MET VROUWEN" EN THEOLOGIE Een eerste aanzet tot een pottentheologie? Deze bijeenkomst wordt voorbereid door een aantal vrouwen en potten die met feminisme en theologie bezig zijn. STICHTING CULTUURFONDS VAN DE BANK VOOR NEDERLANDSCHE GEMEENTEN De Stichting Cultuurfonds van de Bank voor Nederlandsche Gemeenten, heeft ter bevordering van studies van algemeen belang voor het gemeentewezen sedert 1977 jaarlijks de gelegenheid opengesteld tot het verkrijgen van een premie voor wetenschappelijke werkstukken, welke het resultaat zijn van deze studies. Op advies van de daartoe benoemde beoordelingscommissie bestaande uit de heren prof. dr. B. Boorsma, mr. L.G. van Reijen en mr. R. Streng is dit jaar besloten een premie toe te kennen aan de heer A.B. Dalmijn voor zijn inzending "Het bestemmingsplan en de zones van de Wet geluidhinder" aan de heer F. Suurmond voor zijn inzending "Het karakter van openbaarheid". Ook in 1983 stelt het bestuur de gelegenheid tot het verkrijgen voor wetenschappelijk werkstukken van algemeen belang voor het gemeentewezen. Het begrip gemeentewezen wordt in dit verband geïnterpreteerd, zodat daaronder mede worden begrepen andere gebiedsonderdelen dan gemeenten, alsmede de problematiek welke met die gebiedsonderdelen op enigerlei wijze verband houdt. Voorwaarden voor premietoekenning aan werstukken in de gemeentelijke sfeer
1. Deelneming Aan het onderzoek, waarvan de uitslag bepalend is voor de toekenning van een premie, kunnen worden onderworpen doctorale scripties en daarmee vergelijkbare werkstukken, welke door één of meer (doch niet meer dan drie) studenten gezamenlijk met instemming van een hoogleraar of docent vervaardigd zijn. De werkstukken mogen niet elders geheel of gedeeltelijk zijn gepubliceerd. 2. Criteria, aan de werl(stul(l(en gesteld a. zij moeten bij de betrokken begeleider na 1 september 1982 zijn ingeleverd en van wetenschappelijke waarde zijn, hetgeen bevestigd moet worden door een verklaring van een hoogleraar of docent, die met de inzending zijn instemming betuigt; b. zij moeten het in de aanhef omschreven gebied en voor wetenschap of praktijk betekenis hebben, hetgeen moet blijken uit de verklaring van een beoordelingscommissie (hierna genoemd "de commissie"). Deze commissie bestaat uit 3 personen daartoe benoemd door het bestuur van de Stichting Cultuurfonds van de Bank voor Nederlandsche Gemeenten (hierna genoemd "het bestuur"), nadat voor de benoeming van één lid een aanbeveling is ontvangen van het bestuur van de Vereniging voor Bestuurskunde en voor de benoeming van een tweede lid een aanbeveling is gedaan door het bestuur van de Vereniging van Nederlandsche Gemeenten; c. zij moeten op duidelijke doch niettemin beknopte wijze het gekozen onderwerp behandelen. 3. De premies In 1 9 ^ worden premies ter grootte van onderscheidenlijk f 1000, — , f 2.000,-, en f 3.000,- beschikbaar gesteld. Het totaal voor premies beschikbare fonds wordt door het bestuur vastgesteld, nadat het kennis heeft genomen van het aantal ingezonden werkstukken, dat aan de criteria voldoet. Het bestuur deelt het door hem vastgelegde bedrag van het fonds mede aan de commissie. Deze commissie adviseert het bestuur over de toe te kennen premies. 4. Publikatie In beginsel worden de gepremieerde werkstukken door de Stichting Cultuurfonds van de Bank voor Nederlandsche Gemeenten uitgegeven in een daartoe bestemde reeks. Het bestuur behoudt zich het recht voor niet tot publikatie over te gaan, indien het meent dat daarvoor termen aanwezig zijn. Ingeval wordt besloten niet tot publikatie over te gaan wordt de reden daarvoor aan de commissie en aan de inzender medegedeeld. De publikatie zal in de regel niet meer dan 126 bladzijden (400 woorden per bladzijde) kunnen omvatten. Is het werkstuk van groter omvang dan zal het ten behoeve van de publikatie in overleg tussen bestuur, commissie en inzender worden bekort. Worden terzake geen overeenstemming bereikt dan blijft publikatie achterwege. 5. Inzending van werkstukken Inzending van werkstukken - één persoon of per groep - voor deelneming aan het onderzoek als onder 1 omschreven, dient te geschieden aan de secretaris van de Stichting Cultuurfonds van de Bank voor Nederlandsche Gemeenten, Postbus 30306, 2500 's-Gravenhage. Het verdient aanbeveling dat de inzending plaats heeft vóór 31 december 1983, doch niet later dan 31 januari 1984. De werkstukken behoren in drievoud te worden ingezonden en moeten vergezeld gaan van de verklaring (in gesloten couvert) van de hoogleraar of docent, die met de inzending van
het werkstuk zijn instemming betuigt.
Staden ten ^mm^ MIUEUHYGIËNISCH BELEID DOOR MARKTCONFORME REGULERING Een minder bureaucratisch, overzichtelijker en soepeler uitvoerbaar milieu-hygiënisch beleidsinstrumentarium kan in principe een deel van de bestaande minder flexibele regulering vervangen en zo "deregulerend" werken. Het gaat bij deze meer marktconforme instrumenten o.a. om emissieheffingen in vele vormen, "bubbles" of "stolpen" verhandelbare verontreinigingsrechten, statiegeldregelingen voor schadelijke stoffen, overheidsaankoopbeleid en milieu-produktinformatie. Het onderzoek naar de mogelijkheden (en onmogelijkheden) op dit terrein, en ook naar de combineerbaarheid met elkaar en met bestaande beleidsinstrumenten vormt het ondenwerp van interdisciplinaire onderzoeksgroep bij het Centrum voor Milieukunde van de Rijksuniversiteit Leiden. Deze onderzoeksgroep zal bestaan uit ± 7 doctoraalstudenten met de volgende disciplines: 2 of 3 juristen/bestuurskundigen/sociale wetenschappers (beleidsformulering; aansluiting bij bestaande regelingen; argumentatie van voor- en tegenstanders)
relaite vrouwenstudies/vrouwenbeweging? Daarnaast zijn er werkgroepen over hoe onderzoel(svoorstellen onderzoeksvoorstellen kunnen worden geschreven gesclireven en ingediend. Kuituur neemt een grote plaats in, zij biedt de mogelijkheid op andere ma- |R1 nieren met kennis en ervaring om te l i l i gaan; iets wat verhelderend kan werken en nieuwe inzichten kan verschaffen. Informatie: 080-512217 (di./wo./do.)
Sport^m^mmmmmm GEZOCHT De Tilburgse studenten onderwatersport vereniging "FALCO" is op zoek naar de oud-leden om samen met de huidige leden het eerste lustrum te vieren. Op twee december is het nl. vijf jaar geleden dat de studenten duikvereniging is opgericht. Daarom zijn we op zoek naar de adressen van de oudleden. Ken je mensen die lid geweest zijn van T.S.O.S.V. "FALCO" en heb je hun adressen, neem dan kontkat op met Han Langen, Vendeliersstraat 77, Tilburg telefoon 425741.
2 of 3 ekonomen/bedrijfskundigen/accountants (aangeven bedrijfsreakties; mikro-effektuering en kon.trole, "milieu-accountancy") 2 milieu- of chemisch technologen (technische alternatieven); produktiekosten Het onderzoek duurt 6 maanden en begint in jan. 1984. Deelname dient (vrijwel) full time te zijn. Studiehonorering in overleg. Begeleiding: Drs. G. Huppesen Dr. H.A. Uod de Haes. Inlichtingen: Centrum voor Milieukunde, Garenmarkt 1b, 2311 PG Leiden, tel. 071-148333 tst. 7424 of 2422.
Vrouwen^Ê^mÊi^ WINTERUNIVERSrTEIT VROUWENSTUDIES Van 17 t/m 23 december is er te Nijmegen een Winteruniversiteit Vrouwenstudies. Zij richt zich op alle vrouwen die zich interesseren voor vrouwenstudies. Doel van de WUV is het doorgeven en uitwisselen van kennis en ervaringen op het gebied van vrouwenstudies. Daarnaast hopen we dat produktieve konfrontaties tussen verschillende standpunten plaatsvinden. In werkgroepen en workshops staan een elftal thema's centraal. Bij de keuze van de thema's zijn we niet uitgegaan van disciplines maar van probleemvelden. We hebben aangesloten bij maatschappelijke ontwikkelingen. Wat betekenen voor vrouwen bijvoorbeeld politieke verschuivingen, wijzigingen in het sociale zekerheidsstelsel en veranderingen in denken over relaties en seksualiteit? En tevens: wat biedt de toekomst voor werkloze vrouwen? In lezingen en fora worden thema's belicht (bijvoorbeeld 'relatie arbeidtechnologische ontwikkelikngen', 'sociologie'). Daarnaast gaan deze bijeenkomsten in op problemen die thema's overkoepelen (bijvoorbeeld 'moralisme in feminisme', 'identiteit vrouwen/vrouwenstudies', 'vrouwenstudies/genresstudies'). Juist in deze tijd is de positie van de vrouwenstudies wankel. Op 21 december plannen we daarom een strategiedag. Dan komen onder meer de volgende vragen aan bod: hoe stellen we vrouwenstudies veilig, hoe is de
Menu PERIODE 7 T/M 11 NOVEMBER 1983 MAANDAG 7-11-1983 minestronesoep - peterseliesoep blinde vink - gebakken lever stroganoffsaus - snijboontjes met wortel - savooikool gekookte aardappelen div. nagerechten DINSDAG 8-11-1983 heldere spinaziesoep - kalfssoep bami goreng - kroepoek - augurk eieromelet - kip met pindasaus biefburger - gemengde sla gekookte aardappelen div nagerechten WOENSDAG 9-11-1983 heldere preisoep Servische bonensoep creblapje - kalkoenrollade champignonsaus - tuinboontjes a la crème - postelein gekookte aardappelen div nagerechten DONDERDAG 10-11-1983 vermicellysoep - londonderrysoep rundertong kippelevertjes madeirasaus - gestoofde prei met kaassaus - rauwkostsalade gekookte aardappelen div nagerechten VRIJDAG 11-11-1983 kerrysoep met kip gebakken schelvis - bretonse schijf pelerseliesaus - wortelen gemengde s'a aardappelen div nagerechten
gg^l Gees Linnebank en Hugo Koolschijn (foto: Kors van Bennekom). STADSSCHOUWBURG
Publiekstheater: Arturo Ui Stuk: "De weerstaanbare opkomst van Arturo U i " van Brecht, door het Publiekstheater. Regie: Fritz Marquardt. Dekor: Henning Scheller. M e t : Gees Linnebank, John Kraaijkamp e.a. Te zien: di. 8 nov. in de Stadsschouwburg, aanvang: 20.15 uur. Toen hij in 1941 verbannen was naar Finland, schreef Bertold Brecht zijn toneelstul< "De weerstaanbare opl<omst van Arturo Ui", vlal( voordat hij naar Amerika zou gaan. Om daar te laten zien hoe Hitler aan de macht kon komen verplaatste hij de handeling naar de gangsterwereld van Chicago. Supergangster Arturo Ui heeft te weinig aanzien onder zijn medegangsters, maar samen met zijn browning werkt hij zich door middel van allerlei corrupte praktijken omKATHOLIEKE HOGESCHOOL
Film noir: de gangster als volksheld De Filmvereniging Letteren besteedt deze maand aandacht aan een belangrijke stroming in de Amerikaanse film: de film noir. Om te beginnen worden op donderdag 10 november in CZ 101 twee voorloper van de stroming vertoond: om 13.30 uur Litte Caesar (USA, 1930) en om 15.30 uur Pépé Ie Moko (Frankrijk, 1937). Tussen film en maatschappij lopen op zijn minst twee lijnen. De aard van de film wordt voor een deel bepaald door maatschappelijke factoren, en de film kan op zijn beurt invloed uitoefenen op ons denken en handelen. Een wisselwerking dus, waarvan het genre van de gangsterfilm een aantal mooie voorbeelden heeft opgeleverd. Aan het eind van de jaren twintig bracht de explosieve groei van de Amerikaanse industrie nogal wat onzekerheden met zich mee. Er ontstond een grote behoefte aan stabiliteit, aan oriëntatiepunten, en daarmee aan volkshelden. De gangsters, die in die roaring twenties voor het eerst van zich deden spreken, konden in die behoefte uitstekend voorzien. Ze waren immers de vrije jongens bij uitstek, en vooral na de crash van 1929 nog de enigen die de American way of life geloofwaardig konden maken. In hun wereld was succes nog mogelijk, zeker toen Amerika werd drooggelegd, en in de media werden hun daden breed uitgemeten. In de film uitte die sociale acceptatie van het gangsterdom zich vooral tussen 1930 en 1933. Films als Littel Caesar (1930) gaven de verheerlijking van de gangster bijna mythische proporties. Litte Caesar vertelt het ver-
Tilburgs Hogeschoolblad
hoog. Brecht toont hiermee niet alleen wat een slechterik die Ui wel is; hij legt de nadruk op de zwakte van de maatschappij die zich niet durft te verzetten tegen een figuur als Arturo Ui. De Oostduitse regisseur Fritz Marquardt zegt dat Arturo Ui meestal gespeeld wordt met een duidelijke verwijzing naar Hitler en dat hij dat in z'n regie bij het Publiekstheater niet wilde doen. Twee seizoenen gelegen deed hij Brechts "De heer Puntila en zijn knecht Matti" bij het Publiekstheater en later "Johann Gabriel Borkman" van Ibsen. Nu Arturo Ui, omdat hij bij het lezen ervan verbaasd was over de aktualiteit van het stuk. Van die aktualiteit, die algemene geldigheid is niet veel te merken bij de voorstelling. Een monumentaal dekor van grijs beton suggereert de verschillende ruimtes met steeds dezelfde kille dreiging. Doordat de betonnen balken het toneel aan de zijkanten en van boven afbakenen, geeft het de indruk van een afgesloten gebied waaruit geen ontsnappen mogelijk is. Tegelijkertijd maakt het de mensen klein en nietig, alsof het poppetjes in een poppenkast zijn. Dat weerspiegelt heel goed Brechts idee over het toneel als metafoor voor de werkelijkheid, waarin ieder karakter een maatschappelijke klasse vertegenwoordigt, elk type een prototype is. Binnen die grijze kijkdoos rent Arturo Ui rond, schreeuwend en stampvoetend. Een geweldige rol van Gees Linnebank die de kleine dictator iets absurds geeft door z'n overdreven mimiek en enorme bewegelijkheid. Helaas steekt hij schril af tegen de rest van de 'maatschappij' die door de andere spelers saai, statisch en haal van een kruimeldief die zich opwerkt tot big shot; dat lijkt erg veel op de successtory van de krantenjongen of worstjesverkoper die het tot multimiljonair brengt. Wel moest Hollywood rekening houden met de wensen van de censuur, en daarom kwam de gangster in de laatste minuten van de film onveranderlijk ten val. "Crime does not pay," haastte men zich te roepen, maar de misdaad loonde wel degelijk, daar deed die ongelukkige afloop, of de schijnheilige, belerende epiloog niets aan af. Warner Bros, de belangrijkste producent van gangsterfilms, verwierf er zich in ieder geval een fortuim mee. Het tragische lot dat de gangster trof, maakte een vertoon van wangedrag mogelijk dat anders onbestaanbaar zou zijn. Dit werd de voorvechters van het goede fatsoen, die er ook nog waren, tenslotte te veel. On. der druk van vooral hetL egion of Decency werd in 1934 de censuur aanzienlijk verscherpt, en als gevolg daarvan veranderde de gangster in een FBI-agent met speciale bevoegdheden: de G-man. Het was de tijd van New Deal, en daarmee de tijd van een nieuw gevoel van het nationale saamhorigheid. Wie kon dat gevoel beter belichamen dan de federale agent? De politieman was de nieuwe held, maar verder was er in de gangsterfilm nauwelijks iets veranderd. In Frankrijk was het aan het eind van de jaren dertig anders gesteld met het ganstergenre. Door regisseurs als Marcel Carné en Julien Duvivier (Pépé Ie Moko, 1937) werden daar films gemaakt in de traditie van de vroege Amerikaanse gangsterfilm a la Little Caesar, en de mythe van de gangster als volksheld was hier nog intact. Klakkeloze imitatie viel deze filmers echter niet te verwijten. Zij voegden een nieuw element aan het genre toe: een alles overheersende sfeer
veel te natuurlijk wordt weergegeven. Zodra Ui van het toneel is verdwenen wordt het stuk een loodzwaar drama, nog eens extra benadrukt door de manier waarop de teksten aan het eind van de scènes getoond worden: het doek valt, het is doodstil en in een smalle strook licht worden de teksten geprojecteerd. Bij Mephisto (vorig jaar bij het Publiekstheater) vormde een dergelijke sacrale vertoning van namen van door nazi's vermoorde kunstenaars een indrukwekkend einde, maar zo tussen de scènes door is het effect veel te dramatisch. Bovendien legt dat juist het accent op Hitler en dat was toch wat Marquardt niet wilde? Ui is de enige die duidelijk belachelijk gemaakt en daardoor bekritiseerd wordt. Een oogmaskertje (dezelfde smalle strook als die van de teksten) moet wijzen op de medeplichtigheid van de mensen rond Ui. Het ziet er mooi uit maar overtuigend is het niet. Alleen de scène waarin Ui toneellessen krijgt van een oude acteur (John Kraaijkamp) kent de snelheid en dynamiek die deze parodie op de samenleving nodig heeft. Om zijn spraakvermogen te verbeteren oefent Ui in die scène de rede van Marcus Antonius uit de "Julius Caesar" van Shakespeare, waarin door middel van retorische principes het volk zo gemanipuleerd wordt dat het uiteindelijk een andere 'mening' krijgt dan vóór de toespraak. Terecht zegt Marquardt: "In Ui blijkt Brecht een groot dichter en subtiel psycholoog" en hij hoopte dat de voorstelling daarom alleen alpuur theatraal genot zou bieden. Jammer genoeg gaat juist in deze versie van het Publiekstheater een boel van dat theatrale genot verloren. Marijne v.d. Jagt.
van somberheid. Het was deze duistere toon die een paar jaar later aanleiding zou geven tot het ontstaan van een nieuwe stroming in de Amerikaanse film: de film noir. Bert Haagsman. FILMLIGA
Le beau Serge Regie: Claude Chabroi. Met: Gérard Blain (Serge), JeanClaude Brialy (Frangois), Bernadette Lafont (Marie), Philippe de Broca (Jacques de la Chassoule), Claude Chabroi, e.a. Ambassade-bioskoop. Dinsdag 8 november. Aanvang 22.30 uur. Door een erfenis van zijn eerste vrouw was Claude Chabroi in staat o m , onafhankelijk van producenten, een film te maken die geheel naar zijn eigen keuze was. Zowel wat betreft het draaiboek als de keuze van de acteurs en de locatie kon hij precies doen wat hij zelf wilde. Dit heeft er ongetwijfeld mede toe geleid dat LE BEAU SERGE, welke ChabroI's eerste film was, in een nog lange rij ook de eerste film van de Nouvelle Vague kon worden. De film is desondanks niet zo beroemd geworden, ondanks het succes dat bij de Franse critici werd geoogst. Een oorzaak zou kunnen zijn dat LE BEAU SERGE slechts op een minder belangrijk festival geïntroduceerd werd (in Locarno, 1959), terwijl de beroemd geworden films van Truffaut (LES 400 COUPS) en Godard (A BOUT DE SOUFFLE) wel op grote festivals uitkwamen. De eerste film van CHABROL heeft een verloop wat we ook in zijn latere werken wel vaker tegenkomen nl. de hoofdpersoon Franpois treedt als toeschouwer het verhaal binnen en wordt van lieverlee ook aktief als deelnemer in de gesloten dorpswereld. Hierbij speelt ook het feit een rol dat, ondanks de tegenstelling tussen de geciviliseerde Parijzenaar en de ar-
Agenda NOVEMBER VRIJDAG 4 NOVEMBER Theseus, 22.00 uur: Optreden 'DDay', punk/skinhead band. Entree gratis. Stadsschouwburg, 20.15 uur: Globe met "Richard I I I " van Shakespeare. Vertaling: Gerrit Komrij. Regie: Peter de Baan. Stadsschouwburg, 20.30 uur: De Nieuwe Dansgroep 'Vals Bloed' met de voorstelling "Usher". Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis " H a m l e t " van de Russische regisseur Grigory Kozintsev uit 1964. Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis " O o m W a n j a " van de Russische regisseur Andrei Konchalovsky uit 1971. ZATERDAG 5 NOVEMBER Staddschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 4 nov.) Stadsschouwburg, 20.15 uur: Globe met "Richard I I I " (zie 4 nov.) Stadsschouwburg, 21.00 uur, studio: Konsert Gerard van Maasakkers en Dommelvolk. ZONDAG 6 NOVEMBER Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 4 nov.) Olof, 22.00 uur: Oud-Senatorenborrel. Maranatha, 11.15 uur: Viering Liturgie. Stadsschouwburg, 12.30 uur, studio: Openbare repetitie Tilburg Big Band o.l.v. Jan Nooyens. Olof, 20.00 uur: Bridgecursus. moedigheid van het dorpsbestaan, Frangois iets 'normaals' als tuberculose kan overkomen. Wat hem aan het slot van de film dan nog overkomt, is hiervoor typerend: de vader is blij met de geboorte van zijn kind. Het normale is een wonder waarover le ie kunt blijven verbazen. STUDIUM GENERALE EN BURO BUITENLAND
"10 Jaar internationale economische crisis Documentaire: "Een kwestie van g e l d " (oktober 1983; 30 min.) Dinsdag 8 november, 12.30 uur, SZ 17. Deze documentaire werd gemaakt naar aanleiding van het nog te nemen besluit van het Amerikaanse congres om 8,4 miljard dollar te storten in het Internationaal Monetair Fonds. Dit geld is nodig voor de noodzakelijke schuldherstrukturering van Brazilië, Mexico en Argentinië en daarmee ter voorkoming van een ernstige crisis in het internationale bankwezen. Lezing: "DE ECONOMISCHE CRISIS IN ONTWIKKELINGSLANDEN" door Prof. GERD JUNNE Donderdag 10 november, 13.30 uur, AZ 116 In de derde lezing wordt dieper ingegaan op de problemen van ontwikkelingslanden. Deze worden meer dan de andere landen getroffen door de oliecrisis en zien zich belast met gigantische buitenlandse schulden. De grote ontwikkelingsprogramma's van de jaren zestig lijken weinig resultaat te hebben gehad. De meeste landen van de Derde Wereld zijn dieper in het moeras van onderontwikkeling en afhankelijkheid weggezakt. Wat zijn de oorzaken van de problemen van deze landen?
M A A N D A G 7 NOVEMBER' Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 4 nov.) Olof, Klassieke Muziekavond. DINSDAG 8 NOVEMBER Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 4 nov.) Katholieke IHogeschool, 12.30 uur, SZ-17: Dia-programma. " D e Voorstellen van de Commissie Brandt". Stud. Gen. cyclus 10 jaar Internationale Economische Crisis. Ambassade-bioscoop, 22.30 uur: Filmliga met " L e beau Serge". Regie: Claude Chabroi. Stadsschouwburg, 20.15 uur: Publiekstheater met " A r t u r o U i " . In een regie van de Berlijnse top-regisseur Fritz Marquandt wordt het beroemde toneelstuk 'de -weerstaanbare opkomst van Arturo U i " van Bertold Brecht gespeeld. Gebaseerd op de opkomst van Hitler in de republiek van Weimar. Met o.a. Annet Nieuwenhuyzen. Gees Linnebank, John Kraaykamp, Cor van Rijn en Elja Pelgrom. Katholieke Hogeschool: Europees Congres over Midden- en Kleinbedrijf (voor programma zie THB nr. 9) Olof, CCT borrelt. WOENSDAG 9 NOVEMBER Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 4 nov.) Stadsschouwburg, 12.30 uur: Lunchkonsert "Kwintessens" o.l.v. dirigent Jac van Steen m.m.v. de pianist Ton Dammers. Uitgevoerd worden werken van Janagek en Martinu. Stadsschouwburg, 20.15 uur: De Lyrische Komedie met 2 korte opera's: " D e arme matroos" uit 1927 van Darius Milhaud en " D e Tsaar laat zich fotograferen" uit 1928 van Kurt Weill. Katholieke Hogeschool, Europees Congres over Midden- en Kleinbedrijf (voor programma zie THB nr. 9, blz. 10).
DONDERDAG 10 NOVEMBER Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis "King Lear" van de Russische regisseur Grigory Kozintsev uit 1970. Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis " L a Colmena" van de Spaanse regisseur Mario Camus uit 1982. Theologische Faculteit, T-8, 14.(X) uur: Film " A n n a und Edith" Cyclus 'Kerken homoseksualiteit'. Org.: Homogroep Theol. Fac. i.s.m. CCZ. M a r a n a t h a , 20.00 uur: Open bijeenkomst: (Er) uitgewerkt op Maranatha: hoe beleef je dat? Met Paul Sas, medew. Moller Instituut over " H e t Maranatha-besluit". Katholieke Hogeschool, 13.30 uur, AZ-116: Lezing Gerd Junne over 10 jaar Internationale Economische Crisis. Katholieke Hogeschool, 10.30-12.30 uur, CZ-113: Colloquium economie. A-serie, algemeen. Prof. Dr. P. Peters (KUN, Economisch Instituut) over "Actueel onderwerp algemene economie." Stadsschouwburg, 20.15 uur: Griftheater met "Tegenlicht"; toneel-optoneel-produktie. Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Bruno Brei, een franstalige zanger. Olof, Lustrumreceptie S.O.S. VRIJDAG n NOVEMBER S t a d s s c h o u w b u r g , 20.11 uur: ElfElf-feest van de Carnavalsstichting Tilburg. S t a d s s c h o u w b u r g , 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 10 nov.).
4 november 1983
ACHTERKLAP Harrie kwam niet
Jubileuminflatie Heb je bijzondere diensten voor de Hogeschool verricht, dan krijg je van het Stichtingsbestuur een afgietsel van het plastiek "Bach en Handel in gesprek", gemaakt door A. Teeuwisse. Het College van Bestuur en een commissie bepalen wie er voor deze verering in aanmerking komt, en dan wordt het beeldje bij voorkeur bij een bijzondere gelegenheid, zoals het 25-jarig ambtsjubileum bij de Hogeschool, het afscheid van de KHT, een lustrum of de opening van een nieuwe studierichting uitgereikt. Vroeger kreeg iedereen die 35 jaar bij de KHT in dienst was een beeldje. Maar er zijn tegenwoordig zoveel mensen die het lang uithouden op de Hogeschool, dat een zilveren jubileum niet meer automatisch onder de bijzondere verdiensten valt. En dan krijg je ook geen "onderscheiding". "De voorraad beeldjes raakt te snel uitgeput, en bovendien krijgen de jubilarissen ook al een gratificatie", zegt het College van Bestuur. De bijzondere personen die wèl een beeldje ontvangen stellen de erkenning die de Hogeschool daarmee uitspreekt hoog op prijs. Wie geen beeldje verdient kan sinds kort wel in aanmerking komen voor een penning van het college; ook daarmee kan de KHT zijn bijzondere aandacht uitspreken voor personen of instanties. Maar dan ben je toch net niet goed genoeg voor een "Bach en Handel".
Eerder op deze plaats schreef het THB al over het raadsel rond Harrie van Strijdhoven. Wie is deze Harrie die vanaf tientallen affiches in de stad meedeelde ook eerstejaars te zijn geweest bij Olof! Tot op heden bleef dit raadsel onopgelost. Maandag 24 oktober togen wij naar studentenvereniging St. Olof aan de Reitse Hoevenstraat. Onder de kop "Harrie komt" werd middels affiches gesuggereerd dat de ontknoping van dit raadsel spoedig zou plaatsvinden. Helaas, niets bleek minder waar. Wèl werden wij op prettige wijze onderhouden door de nieuwe senaatsvoorzitter Ber Sweering. Sweering verklaarde dat bedoeld affiche "een eerstejaarsstunt was om publiek te trekken." De hele avond bleek georganiseerd te zijn door eerstejaars. Na een massale nasi-vreetpartij, georganiseerd door de eetcommissie, bracht de cabaretcommissie een helaas onverstaanbaar programma. Een van de boxen bleek gesprongen. Een onderdeel wat nog wel opgevangen kon worden was het afdraaien van een bandje waarop voortdurend herhaald werd: "Wil iedereen binnen vijf minuten het pand verlaten". De stuntcommissie kwam met dè klapper van de avond. Voor deze avond had zij de travestiet Hester Hoffman ingehuurd. Hoffman bracht een wervelende show. Voor de pauze playbackte ze "Goldfinger", "New York" en "Big Spender", na de pauze ging de rok uit en volgde een ontroerende vertolking van "Mein Herr" en "Cabaret". De decoratiecommissie had de OIof-lokalen omgetoverd in Prungle-stijl. Volgens Gerrit, lid van de introductiecommissie, moeten wij hieronder verstaan "de samenstelling van prunussen en jungle". De prunus is een snelgroeiend onkruid dat de leefruimte van ander groen kan beperken. Op kamp in het Brabantse Leende mochten eerstejaars, onder betaling van Staatsbosbeheer, de omringende bossen prunusvrij maken. Vandaar. Het moet gezegd worden, Olof was een ware Prungle-jungle. Overal herfstbladeren op de grond en
LEKKENDE KRANEN
Niet dan? Om heel eerlijk te zijn. Een vreemde gang van zaken. Of niet soms? Reken maar van jes. Neem nou Argentinië. Wat stoort mij daarin? Dat spreekt. Punt uit. U mag mij daarop vastspijkeren. Maar één ding weet ik zeker. Eindelijk dan toch. Nog sterker. Het gaat om de kwaliteit van de argumenten. Het is een oud verhaal. hier en daar moest men zich door heuse prunussen worstelen. Ook hingen her en der enkele touwen aan het plafond. Leden van de introductiecommissie schijnen zich in waarlijke prungle-stijl door de ruimte te hebben voortbewogen. Ondanks alle leut nam, in tegenstelling tot de landelijke tendens, het aantal leden bij Olof dit jaar af. Vorig jaar meldden zich 130 nieuwe leden, dit jaar slechts 105. Volgens Gerrit hangt die afname samen met de "specifieke mentaliteit van Brabanders en Limburgers". De Tweefasenstructuur biedt geen verklaring, die is immers overal ingevoerd. Ad van Gorp, oud-voorzitter van Dispuut Iduna - het meest progressieve dispuut van Olof - ziet bij die geringere toename wel een verschuiving naar bepaalde disputen. "Iduna zelf nam binnen enkele jaren af van 23 naar 14 leden. Men wordt nu liever lid van disputen als A One en in zekere mate ook Pallieter". L.v.W.
Zou je zo denken. Even heeft het er naar uitgezien. Daar moeten we het dan mee doen. Overigens. En dat is precies wat we nodig hebben. Hoe dan ook. Dat IS de vraag. Of met soms? Ja toch? Nou dan! Als het aan Lubbers ligt. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen. D'r wordt wat af geluld op deze wereld. Dat bleek kortgeleden weer eens. Niets op tegen natuurlijk, maar helemaal gebruikelijk is het niet. Hoe eerder hoe beter. Hoewel, dat was ü nooit overkomen, wel? Pakweg. Pak 'm beet. Begrijp me niet verkeerd. Enfin, de rest weet u zelf Nee, dat was er toen niet bij. Het is weer zover. Zeg ik altijd maar. Zover is het weliswaar nog lang niet. Zeker, daar valt iets voor te zeggen. Hoe is dat nou mogelijk? Het kan niet op. Of toch wel? Eerst maar eens afwachten. Soms lukt hem dat vrij aardig. Wat had u dan gewild? Want één ding is heel duidelijk. Al met al. Ja, als dét zou kunnen. Je maakt wat mee vandaag de dag. Dat wordt alras duidelijk. Dat is nog begrijpelijk. Niet bepaald een
prettig vooruitzicht. Welnee, ben je mal. Zal ik u eens wat zeggen? Ere wie ere toekomt. Dat belooft wat. Vergeet het maar. Jammer, jammer. Geloof d'r maar niks van. Kijk eens aan. Maar daar blijft het niet bij. Ga d'r maar aan staan. Een beetje aan de late kant, dat wel. Moest er nog bij komen. Dat is zo'n beetje alles. Kijk, dat bedoel ik nou. Maar er is meer. U raadt het al. Nog is het niet zo ver. Maar dat zal voorbijgaan. Dat heeft zo zijn oorzaken. Dat heeft zo zijn voordelen. Dat was me al eerder opgevallen. Je zal het zien. Dat ziet toch iedereen. Het is meteen al raak. Niks bijzonders dus. Wat is er gebeurd? Dat lijkt natuurlijk heel wat. Wie heeft dat toch bedacht? Daar is toch helemaal niks tegen? Geen wonder ook. Maar laat ik een paar voorbeelden noemen. Verderop heet het: een prima zaak. Toeval? Welnu, nog zoiets. Tja, wat heet? Niet dan? Hoewel. Dat krijg je. Goed, zand erover. Enfin, kortom, wat U? T.G.
Boeken en brood
met een hoge kamerhuur en reiskosten heeft echter op zijn minst 10.813 gulden nodig, maar veel zakgeld heeft hij naast zijn vaste kosten dan niet te besteden. Achter in het boekje kun je je eigen vaste uitgaven en inkomsten noteren, zodat je uit kunt rekenen wat je overhoudt voor je huishoudbeurs. Het boekje telt 28 pagina's en je kunt het bestellen door f 4,90 over te maken op gironummer 36 87 00 t.n.v. NIBUD, Den Haag, onder vermelding van 'Boeken en Brood'.
Hoe kun je rondkomen van je studiebeurs, en hoe zit het als je wilt bijverdienen? Dit wordt uitvoerig uit de doeken gedaan in het boekje "Boeken en brood op de plank, richtlijnen voor het maken van een studentenbegroting", een uitgave van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD). In het boekje staan de nieuwste regelingen op het gebied van beurzen, kinderbijslag, leningen etcetera, waarop je een jaarbegroting kunt baseren. Ook worden er tips gegeven hoe je voordeliger uit kan zijn. Het NIBUD is zelf niet zo optimistisch over de financiële situatie van studenten: "De post vakantie kan beter buiten de begroting blijven. De meeste studenten zullen dit nauwelijks kunnen bekostigen van hun beurs of ouderlijke toelage". Een HBOstudent die alle financiële meevallers heeft kan volgens het NIBUD minimaal rondkomen van 8.380 gulden per jaar inclusief collegegeld. Een WO-student
gaat Studeren (worc/t vervolgd)
i
©F.VIemminx'ói 7.0 zaaifcons besn^etbeiijk aeleufeet" pai^iekehverwarh'n3 ondel" de Russen^hahaha! >lablablablabla
I
y ( ja^^g^i^'y
•