ff
Tilburgs Hogeschoolblad - 20 mei 1983 - jaargang 20 - nummer 31
Instellingen redelijk tevreden over bezuinigingsplannen minister De taakverdelingsoperatie moet ongeveer 33 miljoen gulden meer opleveren dan de universitaire taakverdelers hadden begroot. Het merendeel is bestemd voor vernieuwingen en versterking van onderzoek. Twaalf miljoen gulden is uitgetrokken voor tegemoetkomingen en hogere onderwijskosten voor studenten die moeten verhuizen. Zij kunnen een schadeloosstelling krijgen van maximaal duizend gulden per persoon. De extra aanslagen vallen vooral in de medische hoek, waarin nog lang niet alle knopen zijn doorgehakt, en bij sociologie. Letteren wordt voor vijf miljoen gulden ontzien en het NIAS (Netherlands Institute for Advanced Studies) mag blijven. Minister Deelman en zijn ambtenaren hebben de universitaire taal<verdelers in volledigheid overtroffen. Hun voorlopig standpunt, waaruit bovenstaande blijkt, telt 175 bladzijden en bevat tal van argumenten. De colleges van bestuur zijn er redelijk tevreden mee en van hun ferme taal van enige weken geleden is weinig over. VU-voorzitter Brinkman: "met onze wensen is rekening getiouden, en mits de minister voldoende ruimte laat voor overleg kan het werk voortgaan." Grote verrassingen zijn er in dit stadium niet meer, maar hoe meer de operatie vordert des te werkelijker worden de gevolgen. De voornemens zijn dit keer dan ook, op uitdrukkelijk verzoek van de instellingen, aan het universitair personeel meegedeeld vóórdat heel Nederland er via de media kennis van kon nemen. Grote onduidelijkheden blijven bestaan in de medische hoek. Ook een open vraag is, wanneer de voorgestelde fusies en sluitingen zich gaan voltrekken. De minister neemt zijn besluiten in augustus, de nieuwe tandheelkundeopleiding begint het jaar daarop en de nieuwe farmacieopleiding in 1987. Alle andere data liggen daartussenin maar zijn nog helemaal niet vast. Nieuw zijn de ministeriële standpunten over godsgeleerdheid, sociologie en letteren. De Universiteit van Amsterdam moet theologie inleveren vanwege de kwaliteit, de ligging en de omvang van die opleiding. Het sluiten van nog meer theologenopleidingen is bespreekbaar. De Vrije en de Katholieke Universiteit leven boven hun stand met een opleiding die bijna tweemaal zo duur is als wat de studentenbelangstelling rechtvaardigt. De sociologie wordt, medicijnen uitzonderd, van alle disciplines het zwaarst gepakt: 33 miljoen gulden. "Het talent lijkt te verspreid", oordeelt het ministerie. "Het losmaken van andragogie en andragologie heeft zo'n verdunning opgeleverd (...) waarbij nauwelijks algemene gezichtspunten tot stand zijn gekomen." Het toverwoord, ook door de Taakverdelingscommissie al gebruikt, is "reïntegrat i e . " Vijf van de zes androgiek/andragologievestigingen moeten dicht, waarbij alleen die van de Universiteit van Amsterdam blijft. De Vrije Universiteit moest westerse sociologie inleveren, de Nijmeegse universiteit krijgt geen afzon-
derlijke studierichting planologie, de Universiteit van Amsterdam geen afzonderlijke richting communicatiewetenschappen en voor de Friese opleiding sociale wetenschappen valt het doek definitief. Letteren krijgt, na vele protesten en vanwege het onduidelijke toekomstbeeld iets meer armslag. Klassieke talen in Utrecht verdwijnt, als hoofdvakstudie in Utrecht, en gaat als servicevak samenwerken met de wel volledige opleiding in Nijmegen. Slavisch blijft in Leiden, zij het na fusie met Utrecht. Indisch en Iraans verdwijnen uit Utrecht, Italiaans uit Nijmegen en Groningen maar niet uit Leiden en de studie Spaans blijft, als fusie met Leiden, in Utrecht behouden. Vergeleken met dit alles is het lijstje vernieuwingen kort. Zeven miljoen voor landbouwwetenschappen, die de landbouwwetenschappen eerst zelf moeten inleveren. Verder iets voor de onvermijdelijke informatica, bestuurskunde en 'zwaktepuntenonderzoek' ter verbetering van de sociologieopleiding. Lin Tabak/UP
ClF en econometrie blijven bedreigd Als het van minister Deetman afhangt, verdwijnt de Tilburgse Centrale Interfaculteit (CIF). De minister wil een volledige filosofie-opleiding handhaven aan de V U , in Nijmegen en Utrecht en een bovenbouwstudie in Leiden, Groningen en aan de UvA. Tilburg en Rotterdam vallen dan af. Dit voorstel wil de minister met de instellingsbesturen bespreken. In elk geval wil hij de topzware personeelsopbouw aanpassen en het aantal kroondocenten terugbrengen van 58 naar 45. Verder is er over Tilburg weinig nieuws. Bij de juridische faculteit is het wachten op een disciplineplan dat uiterlijk 1 januari '84 klaar moet zijn, waarna de minister tot augustus '84 de tijd heeft om een taakverdelingsbeslissing te nemen. Deetman klaagt ook hier over een onevenwichtige personeelsopbouw. Hij stelt als randvoorwaarde dat het huidige landelijke aantal van 20 hoogleraren wordt teruggebracht tot 150. Bij de economen is het eveneens wachten op een disciplineplan en ook daar wil de bewindsman wat orde in de onevenwichtige personeelsopbouw. Het aantal hoogleraren moet terug van 150 naar + 100. Ook hier volgt de minister hetzelfde afwerkingsschema als bij de juristen. Voor econometrie blijft hij vasthouden aan een concentratie tot 2 è 3 vestigingen. Thans zijn er afdelingen econometrie in Rotterdam, Groningen, Tilburg, één aan de UvA en twee aan de V U . Van deze zes zullen er dus minstens drie moeten verdwijnen.
De Spoorstudent Het "echte" studentenleven bestaat niet langer in Tilburg. Meer dan de helft van alle studenten woont niet meer in de stad en komt per trein het onderwijs genieten. De Spoorstudent. Een nieuwe generatie, heen en weer geslingerd tussen thuis en Tilburg. THB nam een retourtje Etten-Leur en bericht van tussen de rails. E pericolosi sporgersi. Joep Heesters ontwarde in zijn proefschrift het financiële web rondom de huisarts.
Letteren blijft in Tilburg buiten schotsen komt alleen in aanmerking voor een door Tilburg trouwens aangevochten afslanking. Sociologen en psychologen aan de KHT blijven eveneens van concentratie gespaard; voor hen geldt alleen enige afslanking conform het TVC-rapport. E.V.
Facultaire onderzoeksvoorstellen in de raad De Hogeschoolraad zal zich donderdag buigen over een plan van het College van Bestuur om elf onderzoeksprojecten uit de faculteiten voor te dragen als voorwaardelijk te financieren onderzoek. Als de raad besluit de facultaire w.p.formatie voor deze onderzoeksvoorstellen te garanderen, worden 9,65 facultaire w.p.-plaatsen ter bescherming voorgedragen. De bescherming van nog eens zes w.p.plaatsen is reeds langs de weg van de centrale pools gegarandeerd. De garantie van de HSR is echter afhankelijk van
externe instanties die elk voorwaardelijk te financieren onderzoek beoordelen, en van de minister die elk onderzoek met de nodige geldmiddelen mogelijk moet maken. Vier voorwaardelijk te financieren onderzoeksvoorstellen werden in een eerste ronde eind '82 "geparkeerd", in afwachting van een externe beoordeling, te weten: 'dynamische ondernemingsmodellen' en 'methodologie, theorie en empirie van micro-economische gedragsmodellen', beiden uit de economische faculteit en 'sociaal-culturele veranderingen in de moderne samenleving, in het bijzonder solidariteit en verzorgingsstaat' en 'sturing van motorisch gedrag', het eerst van sociologische, het tweede van psychologische origine. Deze programma's werden nu aangepast, maar de raad behoeft geen uitspraak te doen over de twee eerstgenoemde voorstellen omdat de desbetreffende plaatvervolg op pag. 7
5
De type-kamer van de economische faculteit. Onophoudelijk ratelende type-machines in de rubriek Werkwaardig.
10
De lUI's De interuniversitaire instituten worden hard gepakt.
12
Sigmund Freud in polderland. Een boekbespreking door Kerel Soudijn.
PERS
COLOFON MATSERTJES
Tijdschrift S ociale Wetenschappen In het eerste nummer van dit jaar wordt verslag uitgebracht van een drietal on derzoeken; een studie naar secularisering en geborgenheid; een korte termijn mo del voor de prognose van huwelijksslui ting en huwelijksontbinding en een rap port over enkele toepassingen met be trekking tot de specificatie en elaboratie van verbanden met Lisrel. De laatste twee studies zijn nogal methodisch van aard, zodat ik ze hier niet zal bespreken. In de eerste studie vragen de onderzoe kers zich af wat er met het geloof ge beurd is. Zij onderscheiden optimisten en pessimisten. De eerste groep wijst op tekenen van een herontdekking van of nieuwe interesse in het geloof, zoals die zich volgens haar manifesteert in de ople vingen van discussies en activiteiten bin nen de kerken en grote aandacht voor al lerlei vormen en verbasteringen van Oosterse Religie. De tweede groep is van mening dat er tekenen zijn die erop wij zen dat het geloof aan relevantie inboet. Deze groep wijst erop dat collectieve wij zen van godsdienstige beleving, zoals die tot uiting komt in kerkbezoek en het zich verbonden voelen met de kerk, steeds minder mensen aanspreekt. Ook op an dere terreinen verliezen gedragswijzen die van oudsher getypeerd werden als ty pisch godsdienstig aan betekenis. Op grond van hun onderzoek komen de au teurs tot de conclusie dat secularisering, samenhangend met een pessimistische vi sie, een randcrisis is en geen totale le venscrisis. "Een randcrisis echter, die nauwelijks te localiseren valt binnen een specifiek sociaaleconomisch milieu en betrekkelijk los staat van allerlei achter grondkenmerken ". Wel blijkt dat inzake kwesties als het lijden en de dood het ge
Uit de Universiteitsbladen Uitslagen van Universitaire verkiezingen druppelen ook deze week weer gestaag binnen. Eind vorige keer brachten wij reeds verslag uit van een tanende be langstelling van studentenzijde voor de verkiezingen, getuige de opkomstpercen tages. In Wageningen ging het opkomstpercen tage van 45% naar 36%; in Utrecht van 47% naar 39%; in Rotterdam van 48% naar 45%. I n Tilburg bleef het percenta ge ongeveer gelijk (39%). In Nijmegen bleven onder meer door een lagere opkomst tien studentenzetels on bezet. Deze week werden de uitslagen in Twente (THTNI EUWS) en (de Univer siteit van) Amsterdam (FOLI A I CI V TA TIS) bekendgemaakt. I n Enschede ging de opkomst van 47% naar 38,7%. Vol gens een voorlopige uitslag boeken de progressieve studenten, ondanks de lage opkomst, één zetel winst. Dit brengt de (studenten)verhouding links:rechts op 6:2. Voor de totale Raad bezien kwamen de Progressieven op 14 zetels tegenover de Democraten op 13 zetels. Vorig jaar lag de verhouding precies andersom. De uitslag voor de Raadsverkiezingen van de Universiteit van Amsterdam wordt pas 30 mei verwacht. Deze vertra ging met twee weken valt te wijten aan diefstal van de stembus. Men heeft uit de stembiljetten echter een zeer betrouwba re steekproef genomen zodat al enige in dicaties te geven zijn. Zo verwacht men dat de opkomst ongeveer gelijk blijft aan die van vorig jaar (40%). De verkiezin
Tilburgs Hogeschoolblad
loof nog steeds een belangrijke rol speelt onder meer als buffer tegen existentiële twijfels. Tenslotte merken de auteurs nog op dat op theoretische gronden secu larisering zeer wel als een doorbreking van geborgenheid beschouwd kan wor den. I n Sociale Wetenschappen verder een boekbespreking en enkele recensies. Henk Zomer bespreekt "The Art of Ja panese Management" (Pascale en At hos), een in 1982 bij Allan Lane (Groot Britannië) uitgekomen boek. Een eerdere, Amerikaanse, editie verscheen reeds in 1981. I n zijn bespreking verge lijkt hij het Japanse met het Europese en Amerikaanse management. Wat dat laatste betreft laat hij zich enigszins ver leiden tot hét prototype van de Ameri kaanse ondernemer J.R. Ewing. "De wijze waarop de Amerikaanse acteur Larry Hagman de rol van de Texaanse olieonderneming J.R. Ewing vertolkt (ontplooiing van machopower niet ge hinderd door lastige scrupules) in de po pulaire t.v.serie Dallas is niet gespeend van werkelijkheidszin". Nu we het toch over Dallas hebben. Anton Zijderveld re censeert een studie van len Ang: "Het geval Dallas, populaire kuituur, ideolo gie en plezier" (SUA, 1982). De schrijfster baseert haar onderzoek op 42 brieven die zij ontving na een oproep in de VI VA en een interview met een krant. Interessant is de relatie die Ang legt, van uit een marxistische analyse, tussen het kapitalisme en het plezier dat mensen kennelijk aan Dallas beleven. Sociale wetenschappen verschijnt 4 maal per jaar in een omvang van ca. 70 bladzijden. De prijs voor losse nummers bedraagt f 12,50. Een studentenabonne ment kost f 20,—. gen leveren waarschijnlijk winst op voor de linkse partijen. De ASVA studentenfractie krijgt er een zetel bij en het Progressief Personeel blijft per saldo gelijk. In Groningen en Delft staan de verkie zingen nog voor de deur. Hier en daar al vast een voorbeschouwing en een terug blik. De GRONI NGSE I UN VERS I TEITSKRANT neemt de zittende raadsleden onder de loup. "Universi teitsvergaderingen duren zes tot acht uur. En zijn een hele zit. Vooral als de vergaderingen saai zijn. Dat is meestal het geval tegenwoordig. Het WO staat op zijn kop en de URaad kruipt in zijn schulp". De verkiezingen in Delft waren uitgesteld wegens een aantal beroepszaken. Deze zijn inmiddels gegrond verklaard. De campagne's zijn begonnen. DELTA, het weekblad van de Delftse Hogeschool blikt terug op 11 jaar WUBgeschiedenis (Wet op de Universitaire Bestuurshervor ming) en kijkt tegelijkertijd vooruit naar een mogelijke uitslag door studenten te vragen of ze gaan stemmen. Het resul taat is weinig bemoedigend zodat Delta zich afvraagt of de universitaire verkie zingen niet, net zoals de landelijke ver kiezingen, aan geloofwaardigheid ver liezen. Delta vroeg een studentpoliticus naar zijn mening: "I k vind het wat afge zaagd om te zeggen dat de student het te druk met de studie heeft. Het is gewoon een mentaliteitsverandering, denk ik. De Tijd beschreef de student als iemand die op zoek is naar een baan en daarvoor studeert. Dat beeld klopt". De aanslagen op de portemonnee van de studenten blijven doorgaan. Naast de
■■■m a t s e r t j e
SHIH
BEROEPSAUTORIJSCHOOL
'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten ze / 5,; on der nummer ƒ 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen.
MARCHAND
TE HUUR GEVRAAGD: Studente M.O.-Frans zoekt ruime kamer ( ± ƒ 300,—) in centrum en liefst met tuin. Tel. 013-355629 (na 18.00 uur, vragen naar Hugo). TE KOOP: Woning + garage, 10 minuten van KHT in Wandelbos. Doorzonkamer met parket; moderne keuken; tuin; 5 slaapkamers. Prijs (incl. garage) ƒ 119.000,— k.k. Tel. 013-67345. TE KOOP: "Wegwijzer in de doolhof van de bureaucratie". Goedkoop door eenvoudige uitvoering. Stort ƒ 6,50 op giro 3464232 t.n.v. AVBM, postbus 5147, Maastricht. Franco toez. volgt. Degenen die n.a.v. de eerder adv. een bedrag hebben gestort, gelieven hierover een kaartje te sturen aan vermeld adres, aangezien door een drukfoutje in de vorige adv. een ander gironummer is vermeld. TE HUUR GEVRAAGD: In Tilburg: etage (min. 2 slaapkamers), flat of huisje. Tel. 01833-1854. BOEKENBON VERDIENEN: NONDEJURE, het onafhankelijk blad van de juridische faculteit, nodigt hierbij de Hogeschoolbevolking uit om hun eventuele ervaringen met de buitenlandse justitie tijdens de vakantie op papier te zetten. Uit de inzendingen zal door een jury de leukste worden gekozen, die naast plaatsing in NONDEJURE, zal worden beloond met een boekenbon. Uiterste inzenddatum: kamer A-016, KHT. TYPEWERK: Zoekt U iemand die uw typewerk accuraat kan verzorgen? Dan kan onderstaande van belang zijn. Rian van den Broek, Sint Catharinastraat 22, 5081 VJ Hilvarenbeek, telefoon 04255-2228. Redelijk tarief. verhoging van het collegegeld met ingang van komend studiejaar werd onlangs bekendgemaakt dat voor studerenden onder de 21 jaar de studietoelagen gekoppeld zullen worden aan de R WW-norm. Deze laatste zal met ingang van 1 juni verlaagd worden. Een andere wijziging met betrekking tot de studiebeurzen meldt AD VAL VAS, het weekblad van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Volgens dit blad zal voortaan het studieresultaat niet meer meetellen voor de beurs. Voorheen was het zo dat studenten die in aanmerking wensten te komen voor een studiebeurs voldoende studievoortgang moesten hebben. Deze eis komt met ingang van 1 september te vervallen. Dit schrijft minister Deelman in een brief aan de Colleges van Bestuur. De nieuwe maatregel vloeit voort uit de invoering van de Wet Tweefasenstructuur. In deze wet is de inschrijvingsduur gekoppeld aan bepaalde termijnen waardoor studenten in de propedeusefase gedurende twee jaar studiefinanciering krijgen en doctoraalstudenten gedurende maximaal vijfjaar. De enige controle die de minister inbouwt is dat er in een studiejaar op zijn minst enige studieprestatie geleverd moet worden. Dat kan in de vorm van een afgelegd examen. L.v.W.
lest 60 min. voor f 32,50 en nu tijdelijk 2 lessen gratis! Tel. 013 - 344674
s
Instituut ^ voor Vertalers en Tolken
opleidingen TOLKVERTALER en voorbereidend jaar SPAANS (utrecht zat.) ENGELS (utrecht zat., Zwolle do.av.). Aanvragen studiegids 1983-1984 uitsluitend schriftelijk bij sekr. I.V.T., Helhuizerweg 1, 7451 KE Holten. / tilburgs hogeschoolblad
weekblad voor de katholieke hogeschool tilburg redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, ellen nooyen, angela lodder (assistente) medewerkers paul ennonts, wouter van gils, peter pennartz, henk zomer, wilma okkerse, sjef stoop, klaudie biemans, John versieyen. samenstelling redaktieraad prof. mr. p. van seters (voorzitter), dr. j koning, dr. h. van erp, drs. j . van de riet, f. hummelman, m. ackermans (adviseur), t. nilsen, r. geurtsen, a. de laaf, drs. th. schouw. officifile madedelingen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel, henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn. redaktie-^dres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thbj 662277 en 662506 intern: 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten: ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrecht universiteitsblad, delta (delft), thberichten (eindhoven), tht-nieuws (twente), observant (maastricht), uk (groningen) en ku-nieuws (nijmegen) druk drukkerij em. de jong bv, baarle-nassau abonnementen voor niet-hogeschoolleden f 15, - per jaargang
Vrijdag 20 mei 1983
Promotie Heesters
Het financiële web rondom huisarts ontrafeld Als de kwaliteit van de huisartsenhulp verbeterd moet worden, is praktijkverkleining onoverkomelijk. Dat blijkt uit recente diskussies over de toekomst van de gezondheidszorg in ons land. Die praktijkverkleining zou bovendien de komende jaren honderden afgestudeerden in staat stellen hun beroep uit te oefenen door zich als huisarts te vestigen. Op de weg naar praktijkverkleining bevinden zich echter een groot aantal hinderpalen van financieel-economische aard. Die moeten hoognodig geslecht worden. Joep Heesters doet de beleidmakers en politici in zijn proefschrift de nodige voorstellen aan de hand. Een gesprek met de auteur. Op vrijdag 20 mei promoveert drs. Joep Heesters aan de Tilburgse liogescliool tot doctor in de economische wetenschappen. Heesters is vanaf 1977 werkzaam geweest als wetenschappelijk medewerker bij de vakgroep Organisatie van de Gezondheidszorg van de economische faculteit. Binnenkort aanvaardt hij een baan in de geestelijke gezondheidszorg. Heesters' proefschrift is een bedrijfseconomische studie waarin de honorering van de huisarts centraal staat. In de Structuurnota Gezondheidszorg van staatssecretaris Hendriks uit 1974 wordt de functie van huisarts aangeduid als de centrale functie in de Nederlandse gezondheidszorg. De financiële consequenties van dit beleidsvoornemen moeten daarbij scherp in het oog worden gehouden. In publicaties op dit gebied komen de honorering van de huisarts en het verschijnsel van de goodwillbetaling bij praktijkoverdracht meestal slechts zijdelings aan de orde. Een totaaloverzicht van deze problematiek ontbrak tot nu toe. Heesters heeft met zijn proefschrift deze lacune willen opvullen. Hij ontwierp een methode om het financiële web waarin de Nederlandse huisarts is ingesponnen op een voorzichtige wijze te ontrafelen. Daarmee draagt hij de nodige bouwstenen aan voor een beter begrip van 'De honorering van de Nederlandse huisarts als vrij-beroepsbeoefenaar en de relatie met de goodwill-problematiel<.' In zijn werkstuk geeft Heesters op basis van gegevens over 1977 schattingen van de omzet van de huisartsenpraktijk. Ook de kosten die met het voeren van een praktijk gemoeid zijn worden gepresenteerd. Daarmee valt iets te zeggen over het honorarium van de huisarts als vrij beroepsbeoefenaar. Heesters gaat verder na met welk honorarium van de rijksambtenaar resp. van de werknemer in de gezondheidszorg het huisartsenhonorarium vergeleken kan worden. Uitgaande van deze resultaten kan Heesters dan berekenen wat de gevolgen zijn van praktijkverkleining, afschaffen van de goodwill e.d. voor de honorering van de huisarts.
KWALITEIT Heesters: "Praktijkverkleining is noodzakelijk voor een kwalitatieve verbetering van de Ie lijns gezondheidszorg. Het werkgelegenheidsargument is daarbij, althans in mijn visie, duidelijk ondergeschikt. Toch is die relatie tussen praktijkgrootte en kwaliteit moeilijk aantoonbaar. Zelfs de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) heeft dat moeten erkennen. Het is géén kwestie van een blik huisartsen opentrekken en pats, boem! ... de kwaliteit van de huisartsenhulp neemt zienderogen toe. Kwaliteitsverbetering is vooral een zaak van lange adem. Pas als je te maken Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d
krijgt met huisartsen die gewend zijn in een kleine praktijk te werken en daarnaast ook een opleiding hebben gehad waarin een andere aanpak centraal staat, pas dan begint praktijkverkleining vruchten op te leveren. Ik denk overigens dat de vraag om méér huisartsenhulp per patient vanzelf wel zal komen als de 2de lijn de duimschroeven wat verder krijgt aangedraaid. Dat heeft te maken met de budgetfinanciering die in dat veld gehanteerd w o r d t . " Voorlopig is het ontbreken van een landelijk vestigingsbeleid voor huisartsen nog een belangrijke belemmering voor het van de grond komen van praktijkverkleining. Zo'n vestigingsbeleid, waaraan overigens wèl gewerkt wordt, en dat mogelijk al per 1 januari 1984 van start gaat, moet de voorwaarden aangeven waaraan een huisarts moet voldoen voordat hij zich als extra huisarts in een bepaald 'werkgebied' kan vestigen. Daarnaast zijn er een aantal financieel-economische hinderpalen die praktijkverkleining in de weg staan. Zo blijkt dat de wijze waarop de ziekenfondsen de praktijkkosten vergoeden nadelig is voor de kleine praktijken. De ziekenfondsen gaan namelijk uit van een normatieve praktijk van 2600 patiënten. Bij die praktijkomvang worden alle vaste kosten vergoed. "Dat betekent dat je voor een praktijk van 1300 zielen de helft van de normatieve vaste kosten vergoed krijgt. Al je eenmaal beslist hebt dat bepaalde kosten vast zijn, moet je daar geen variabele vergoeding voor geven", meent Heesters. Heesters presenteert in zijn proefschrift enkele vergoedingssystemen die wat 'vriendelijker' zijn voor kleine praktijken. Zo kan de 'knik', het deel tot waar vaste kosten voor ziekenfondspatiënten vergoed worden, lager gelegd worden, bij-
voorbeeld bij 1300 in plaats van de huidige 1800 patiënten. Daarnaast is het denkbaar aansluiting te zoeken bij het Engelse systeem, waarin praktijken de vaste kosten vergoed krijgen als ze erkend zijn en aan bepaalde minimumeisen voldoen. Ook de verplichte pensioenvoorziening voor huisartsen is een belemmering voor het realiseren van praktijkverkleining. "Wij kwamen tot de conclusie dat bij lagere praktijkomzetten de gedwongen pensioenopbouw hoger was dan de in dat geval vergelijkbare ambtenaar moest opbrengen. De huisartsen die genoegen willen nemen met een lager inkomen, worden op deze wijze gedwongen wat hun pensioen betreft boven hun stand te gaan, "aldus Heesters. Er is overigens op dit moment sprake van een heuse aktiegroep van huisartsen die ageren tegen de verplichte pensioenregeling. Heesters heeft in zijn studie het honorarium van de huisarts als vrij beroepsbeoefenaar vergeleken met de honorering van de ambtenaar en de werknemer in de gezondheidszorg. Een belangrijke zaak, omdat de overheid in het inkomensbeleid voor vrije beroepsbeoefenaren een zogenaamd 'norminkomen' hanteert, waarbij men uitgaat van een bepaald ambtenareninkomen (voor huisartsen bijv. het maximum van schaal 151) dat vervolgens wordt "aangekleed" met een bij benadering overeenkomstig sociaal voorzieningenpakket. De overheid gaat daarbij uit van een uniform 'aankledingspercentage' bij verschillende inkomensniveaus. Uit de berekeningen van Heesters blijkt echter dat het "aankledingspercentage' waarmee het honorarium van de ambtelijke vergelijkingsfiguur moet worden verhoogd om tot het vrij beroepsinkomen te komen, hoger is naar mate dat inkomen lager is. Als het honorarium van de huisarts daarentegen vergeleken wordt met de honorering van de vergelijkbare werknemer in de gezondheidszorg blijkt het 'aankledingspercentage' nauwelijks te variëren met de hoogte van het inkomen. "In de praktijk werkt het inkomensbeleid van de overheid dus denivellerend", stelt Heesters vast. "Als je tot praktijkverkleining wilt overgaan, zie je dat een huisarts die er 10% in vrije beroepsinkomen op achteruit gaat er in ambtenareninkomen gemeten 12 é 13% op achteruit gaat." Met de vestiging van een huisarts als vrij beroepsbeoefenaar in een eigen praktijk
zijn aanzienlijke investeringsbedragen gemoeid. Bij overname van een bestaande praktijk is het gebruikelijk dat naast de praktijkruimte ook het vaak kostbare woonhuis wordt overgenomen. Daarnaast is de koper in veel gevallen bereid een flink bedrag aan goodwill te betalen, een waarde die aan de praktijk wordt toegekend op grond van overwegingen als status, verwachte winstgevendheid e.d. boven de intrinsieke waarde. Vervolg op pag. 5
Eigen risico niet voordelig De ziekenfondsverzekerde maakt eerder en vaker gebruik van de diensten van de huisarts dan de particulier. Op het eerste gezicht lijkt dat een gevolg te zijn van de financiële drempel die de particuliere patiënt ondervindt. In tegenstelling tot de ziekenfondspatiënt moet de particulier immers een eigen bijdrage voor huisartsenhulp betalen, zo luidt de redenering. Het consumptieverschil valt blijkbaar te verklaren op grond van financieel-economische overwegingen. Ook in dit verband is het echter onverstandig om op die eerste indruk af te gaan. Uit onderzoek dat Joep Heesters in zijn proefschrift aanhaalt blijkt namelijk dat het consumptieverschil tussen ziekenfondsverzekerden en particulieren voor een belangrijk deel is toe te schrijven aan de slechtere gezondheidstoestand van de ziekenfondsbevolking. En die gezondheidstoestand hangt in belangrijke mate samen met de leeftijd, het inkomen en het opleidingsniveau van de betrokkenen. Daarnaast spelen waarschijnlijk ook zaken als de huisvestingssituatie en de arbeidsomstandigheden een rol. Het beeld van de ziekenfondsbevolking steekt w a t betreft deze factoren ongunstig af bij dat van het particulier verzekerde bevolkingsdeel. Bejaarden, werklozen, arbeidsongeschikten etc. zorgen immers voor een aanzienlijke vertekening. De conclusie die Heesters trekt op grond van diverse onderzoeken is dan ook dat het prijsaspect nog w e l een zekere rol speelt, maar dat het toch zeker niet van doorslaggevende betekenis is. Het opmerkelijke is echter dat dit prijsaspect in kringen van politici en ziektekostenverzekeraars telkens weer als de belangrijkste verklaringsgrond voor het consumptieverschil w o r d t opgehemeld. In deze kringen neemt het prijsaspect de gedaante aan van een 'idéé re^ue'. Wellicht kan het onderzoeksmateriaal dat Heesters aandraagt een rol spelen in de politieke diskussie over het toekomstig stelsel van ziektekostenverzekering. Staatssecretaris van der Reijden heeft immers plannen voor een beperkte volksverzekering. "Wie krijgt in dat geval de verzekeringen in de gezondheidszorg in handen? Die vraag krijgt grote betekenis. De particuliere ziektekostenverzekeraars roepen nu om 't hardst: Wij doen het goed, een eigen risico voor de verzekerden maakt de gezondheidszorg voordeligeri Ik meen echter dat de juistheid van deze stelling allerminst is vastgesteld," aldus Joep Heesters. L |^_ Joep Heesters
Vrijdag 20 mei 1983
''Holocaust
ff
Veel studenten slachtoffer van Argentijnse diktatuur Ruim een kwart miljoen Argentijnen tiebben t)un tiandtekening gezet onder een verzoeksciirift voor opheldering over de vermisten. Twaalfduizend van hen trokken een paar weken terug door Buenos Aires om de handtekeningen aan de regering aan te bieden. Die gaf niet thuis. Argentinië mag dit najaar naar de stembus. Onlangs arriveerde een gevluchte Argentijnse politieinspekteur in Nederland. Hij zei dat de militaire leiders de verkiezingen met angst en beven tegemoet zien. Misschien worden ze gedwongen om nog in leven zijnde vermisten vrij te laten. En zij zijn de belangrijkste getuigen van hun gruwelijkheden. Veel van de vermisten zijn studenten. Sommigen wisten te ontkomen en vluchtten naar Nederland. Een paar vertellen over de 'Argentijnse holocaust', die hen tot op de dag van vandaag nog bezig houdt. "Bijna de helft van mijn studiegenoten zijn vermist, vermoord of gevangen gen o m e n " , zegt Ernesto Galindes. Argentijns ex-student psychologie. Hij heeft Argentinië op tijd weten te verlaten en woont nu al zo'n vijf jaar in Nederland. "Tegenwoordig kun je geen psychologie meer in Argentinië studeren. Alleen artsen krijgen een soort stoomkursus psychologie, maar dat houdt weinig om het lijf". Vroeger, begin jaren zeventig, gingen studenten grondig in op sociale vraagstukken". Studenten probeerden antwoord te vinden op de vraag hoe het komt dat mensen geestelijk niet gezond zijn. Eén van de antwoorden is de ondervoeding, die in Argentinië een gigantisch probleem is. Veel ondervoede mensen krijgen op den duur een geestelijke achterstand. Tegen dat probleem is weinig te doen zolang een kleine bovenlaag zich
alsmaar verrijkt, terwijl de grote massa steeds dieper wegzakt. Het regiem verafschuwde de kritische houding van psychologiestudenten en sommige linkse docenten. Na de staatsgreep onder leiding van generaal Videla, veranderde de inhoud drastisch. Er mocht niet meer worden ingegaan op sociale vraagstukken. Belangrijke psychologen als Freud en Piaget werden verboden. Studenten moesten hun studie volgens een strak schema afmaken. Eerstejaars werden niet meer aangenomen en na een paar jaar was het afgelopen met psychologie. En zo verliep het met sociologie en antrapologie. Ernesto vertelt dat de fakulteit vroeger een bron van aktiviteit was. "Als je binnenkwam hingen er op de muren overal politieke leuzen", zegt hij. "ledere politieke groepering had zijn eigen stukje
Hollanditis is meer dan een tvat recalcitrante en soms balJorige beweging tegen de atoombewapening. Het gaat hier om een echte cuJtuurzieJcte, die vooral in onze taal en in ons sociaal gedrag tot uitdrukking komt. Een taal zegt erg veeJ over het wel en wee van een volk. Wat het Nederlands betreft, is voora] het leentjebuur-spelen kenmerkend. Zo heeft het een diep historische oorzaak dat wij geen Nederlandse begrippen hebben voor het Engelse wit en het Franse esprit. We missen er domweg de humor en geestelijke /ïjnzinnigheid voor.' Men zou savoir vivre wel met 'wellevendheid' kunnen vertellen, maar dat is het natuurlijk net niet. Zoek eens omgekeerd naar een Nederlands woord dat in de ons omringende drie wereldtalen niet voorkomt. Iemand noemde mij desgevraagd eens het woordje 'gezellig' dat zo oer en heerlijk Hollands zou wezen. Maar cosy is minstens even goed en gemütlich klinkt gezelliger dan 'gezelhg'. Alleen onze krachttermen zijn onvertaalbaar, maar dat is natuurlijk een twijfelachtig en ook veelzeggend voorrecht. Ons leentjebuur-spelen in de faal gaat zelfs zover dat we woorden en begrippen uit andere talen, bij voorkeur uit het Engels, stelen en dan net doen alsof ze eigenlijk Nederlands zijn: we piennen wat af met elkaar en we tjekken voortdurend, terwijl we in de sport kootsjen, trenen en zelfs nu ook al djoghen. Het is een linguïstisch ratjetoe.' U moet eens opletten: als we een woord in onze taal niet tot onze beschikking hebben en het uit een andere taal moeten betrekken, dan zijn we doorgaans ook slecht in hetgeen door dat woord wordt weergegeven. Neem nou bijvoorbeeld de flirt en het flirten. Daar brengt de Hollander niets van terecht. Een Hollander die probeert te flirten, is als een hernia patiënt die ijverig aan aerobic dancing doet. Doorgaans vervalt hij al gauw tot de fout die voor de kunst van het flirten het meest onvergeeflijk is: de botte avance. Ons sociaal gedrag kent de avance helemaal niet. Onze benaderingen zijn van een zenuwslopende eerlijkheid en directheid; hier heb je blommen, pak aan verdomme. Dit alles heeft natuurlijk historisch alweer met ons Calvinistisch verleden te maken. (Ik hamer daar maar steeds weer op, want mijn zo gewaardeerde katholieke omgeving heeft daar geen benul van.'J De Calvinist is wars van verfijning, hij is bonkig, eerlijk, recht-op-de-man af en een macho in het diepst van zijn gedachten. Al hebben zij dan wel niet zijn merkwaardige religieuze ideeën overgenomen, deze bonkige leven-
Tilburgs Hogeschoolblad
muur waarop hij zijn ideeën kwijt kon. De meeste leuzen gingen over de politieke situatie in het land, zoals: 'Weg met de diktatuur'. Tot 1974 bestond er een redelijke vrijheid. Met de komst van de nieuwe minister van onderwijs, Ivanissevich, begon de terreur". Argentinië verkeerde onder het ultra-rechtse mandaat van Isabel Peron in een chaos. Ze kondigde de staat van beleg af, die tot op heden voortduurt. Binnen de universiteit hield dat onder andere in, dat de politie konstant aanwezig was. Ernesto: 'Er mocht niets meer op de muur geschreven worden, vergaderen was verboden, tassen werden nagekeken.' Het kwam tot een eskalatie toen het linkse revolutionaire universiteitskader van psychologie uitgeroeid werd door een paramilitaire organisatie. Er volgde een massale protestdemonstratie. De politie hakte, na een paar waarschuwingsschoten, wild op de menigte in. Het werd een drama. De subfaculteit werd daarna een jaar gesloten. Ernesto: 'Zelf ben ik toen de universiteit na de staatsgreep heropend werd niet meer teruggekeerd. Ik wist dat ik op de zwarte lijst stond, want ik was tijdens mijn studietijd politiek aktief. Ik weet dat de helft van de ongeveer 2000 psychologiestudenten ontvoerd of vermoord is. Bijna al mijn vrienden heb ik verloren". Als voorwaarde om te vertellen over vermiste studiegenoten stelt Jaime als eis anoniem te blijven. In tegenstelling tot Ernesto heeft hij wel familieleden in zijn vaderland en hij wil elke kans vermijden hen in gevaar te brengen. "Voor een buitenstaander is het nauwelijks voor te stellen welke barbaarse methoden het le-
ger hanteerde", zegt Jamie. " H u n leugens waren doorzichtig, maar daar hadden ze lak aan. Ik zal je een paar voorbeelden geven. Ik had een vriend. Luis Gemetrio, die diergeneeskunde studeerde. Hij zat in het bestuur van een studentenorganisatie. Later werden alle studentenorganisaties verboden. Hij pleitte voor de heropening daarvan. In de winter van '76 drongen militairen binnen in de dierenartsenpraktijk, waar hij aan het werk was. Ze namen hem mee, maar ontkende later dat ze hem hadden opgepakt. Een tijd later gaf het leger een verklaring dat ze ergens buiten Buenos Aires gevochten hadden met guerrilleros. Ze publiceerden een lijst van slachtoffers. Luis Gemetrio stond erbij. Dat was onmogelijk. Luis was allang gevangen genomen. Het lijk werd uiteraard niet vrijgegeven. Alberto Bruneda was een studiegenoot van Luis. Alberto zat in deboerderijkommissie. Ze zorgden ervoor dat studenten stage konden lopen op de boerderij. Die kommissie bestaat nu niet meer. Hij spande zich ook in voor de heropening van de studentenorganisaties. De politie kwam in 1977 's avonds bij hem thuis. Voor de ogen van zijn ouders bewerkten zij hem met gloeiende ijzeren staven en duwden ze hem onder water. Alberto moest mee en is nooit meer teruggekomen. En zo verdwenen Graciela Luci en Eloisa Castellini. Ik wil dat je die namen publiceert, want, wie weet, komt dit verhaal onder de pgen van de militairen. Hoe paradoxaal het ook klinkt, het leger is zeer gevoelig voor negatieve publiciteit". U.P.
sinstelling heeft ook op de Nederlandse katholieken een zware stempel gedrukt. Het was bovendien de houding die goed paste bij kooplieden, onderwijzers en soortgelijke middenstanders die het overgrote deel van ons volk heeft uitgemaakt en nog steeds uitmaakt. Verder heeft natuurlijk ook het gemis van een echt hof ons danig parten gespeeld. Willem I heette destijds al - o gruwel - de "koning-koopman" en sedertdien woonden de Oranjes als een familie-doorsnee steeds wel in een ruime behuizing, die de naam paleis kon dragen doch onmogelijk als Hof kon worden aangeduid. Van ons koningshuis ging nimmer een cultuurvormende en beschavende invloed uit en dat is ook precies de reden, waarom de monarchie in dit zowel landschappelijk als sociaal en geestelijk genivelleerde landje kon blijven voortbestaan. Een vorstin die gewoon doet, doet al gek genoeg voor de Nederlanders en ze vonden dat dit maar altijd moest blijven. We zijn ten diepste een intens onbeschaafd volkje en rechtvaardigen het echt Calvinistisch door het onze eerlijkheid te noemen. Dat is niet geheel onjuist, maar daarom ook niet minder onprettig. Vergelijk het eens met de Oostenrijkers in Wenen. Daar zwemmen de mensen in de Höflichkeit - küss die Hand, gnödige Frau; ich hitte höflichst, Herr Doktor. Dat dit alles evenwel een dun vernislaagje is, ontdek je pas in het verkeer waar de Weners als wilde zwijnen tekeer kunnen gaan, schreeuwend, scheldend, op de brede voorhoofden tikkend. Maar buiten hun mobielen (over de oor•log praten we nu maar eventjes nietj doen ze hun best hun agressie in te tomen. Subhmeren heet dat fraai. ]a hoor, Freud kende zijn Weners.' In het buitenland haal je op een party (weer zo'n woord] Nederlanders er zo uit. Ze staan op een kluitje of voeren in een gruwelijk koeterwaals een luid en principieel gesprek, waarin eigen ongenuanceerde opvattingen recht voor de raap als geweersalvo's worden afgevuurd. Daarbij gaan ze prat op hun talenkennis, maar dat is weer zo'n misverstand. Als zij niet Frans zijn, komen gastvrouwen en gastheren in hef buitenland al snel met complimentjes over talenbeheersing aanzetten om hun gasten op hoffelijke wijze op hun gemak te stellen. De Nederlander begrijpt dat natuurlijk niet en gelooft direkt dat hier de waarheid wordt gesproken. Een grotesk misverstand. Nederlanders spreken zelden Frans, behouden een gruwelijk klei-aardappel accent in het Engels en hebben van de Duitse grammatica werkelijk geen kaas gegeten. Hollanditis is een ernstige cultuurziekfe. Het is de ziekte van de systematische ontsublimering. De erotische flirt wordt tot botte sexuele toenadering, de ironische wit tot bijtende kritiek, de fijnzinnige esprit tot agressief vitten. Hollanditis is echter ook een typisch moderne ziekte en dat is niet iets om trots op te zijn, doch een hard sociologisch feit. Overal waar een samenleving massaal wordt en verstrikt raakt in de lineaire rationahteit van technologie, bureaucratie en natuurwetenschap, verdort iedere sublimering, verschroeien de esprit en de wit. Met het modern worden van de wereld heeft de Hollanditis zich als een olievlek uitgespreid en het culturele miheu vervuild. Wat Tromp en Coen niet is gelukt, is tegen wil en dank dan toch gebeurd in de modernisering: Holland heeft zich van het buitenland meester gemaakt, zij het door middel van een culfuurziekte. Het vervelende voor de wereld is, dat er voor Holland zo ontzaglijk veel buitenland is.
Vrijdag 20 mei 1983
WERKWAARDIG
Typekamer economische faculteit
A/s we woensdagmorgen onaangekondigd en gewapend met 'n casette-recorder de typekamer van de economische faculteit op de vijfde verdieping van gebouw B binnenlopen, vallen we midden in een verjaardagsfeestje. Koffie en gebak staan reeds klaar. Daar wij echter altijd uiterst discreet te werk gaan, spreken we af om later terug te komen. In de tussentijd schieten we de centrale typekamer op de elfde verdieping binnen. De typistes daar zitten echter tot over hun oren in het type- en telexwerk. Het is voor hen helaas onmogelijk om het werk te onderbreken. We keren daarom terug naar de vijfde verdieping. Het verjaardagsfeestje ter ere van Anja Meeder, het hoofd van deze typekamer - in vrolijke stemming de 'Big Boss' genoemd, "de hiërarchische scheiding is er slechts op papier" - is gevierd en we nemen plaats aan een opgeruimde tafel. Voor ons zitten Anja Meeder, Annemiek Dikmans, Els Leijten, Gonnie de Rooij en Leni Sari. Als wij rechts van ons kijken, staren ons twee diepgroene ogen aan: de beeldschermen van de twee tekstverwerkers. De economische faculteit is de enige faculteit die een typekamer heeft. De centrale typekamer, waar men alleen in de ochtenden werkt, verzorgt het type- en telexwerk voor de diensten van de hogeschool. De typistes op de vijfde verdieping krijgen het typewerk aangeleverd van de economen en econometristen. Het grootste deel van het werk beslaat het zogeheten 'formuletypwerk': het typen van de wiskundige symbolentaal die vooral de econometristen je onder de ogen schuiven. " D a t formulewerk neemt de meeste tijd in beslag, 't Schiet
vervolg van pag. 3
Promotie Heesters Deze financieringsproblematiek maakt praktijkverkleining op dit moment extra onaantrekkelijk. "De fipanciers worden langzamerhand wèl verstandig, die zien ool< wel dat de bomen in de gezondfieidszorg niet meer tot in de hemel groeien. Toch zijn er gevallen bekend van artsen en medisch specialisten, waar de financiële situatie minder rooskleurig is en waar mensen soms onder curatele gesteld zijn," aldus Heesters.
GOODWILL De goodwill-betaling, in de woorden van Heesters een 'kettingbrlevenssyteem 'met een gelimiteerd aantal deelnemers', zou beter afgeschaft kunnen worden. Tiiburgs H o g e s c h o o l b l a d
De typistes en het hele leuke -formule-werk niet op, hé. Voor al die symbolen hebben we vijf verschillende type-bolletjes nodig, die we steeds moeten verwisselen. Nu we met het beeldscherm werken vervalt dat bezwaar enigszins. Het nadeel is wel dat op de tekstverwerker maar één 'printwiel' zit; dus het gebruik van tekens is weer beperkt. Als je 't soft-ware assortiment wilt uitbreiden wordt daar heel moeilijk over gedaan. Het materiaal moet uit Amerika komen en is erg duur. Zuiver 'n kwestie van geld d u s . " Blijkbaar telt de economische faculteit zeer productieve wetenschappers, want de typistes zitten tot over hun oren in het werk. En juist de kleine groep van tristen houdt hen het meeste bezig: "Omdat van de econometristen het 'hele leuke' formule-werk komt! Maar overwerk, daar beginnen we niet aan. Anders moeten we dat elke dag doen. Een haastklus wordt nog weleens aangepakt, maar dat zijn uitzonderingen." Vreemd genoeg is sinds de ingebruikname van de twee tekstverwerkers, zo'n twee jaar geleden, het werk steeds drukker geworden. Zo'n tekstverwerker zou het typewerk toch moeten verlichten? "Dat is ook zo, maar veel wetenschappers gaan er het gemak van inzien en beginnen ineens overal wijzigingen aan te brengen in de teksten. Die extra veranderingen moeten wij dan weer intypen op de tekstverwerkers. Op den duur zal echter wel blijken dat deze apparaten hun nut hebben. Bijna elk jaar wordt 'n
dictaat wel veranderd. Vroeger moest zo'n bundel dan helemaal uit elkaar worden gehaald. Dan zaten we weken achtereen te knippen en te plakken. Het leek wel of we hier op de kleuterschool zaten met 'n schaar en 'n potje plak. Nu de tekst van een dictaat eenmaal op de schijf staat, is het 'n kwestie van eventjes een toets indrukken, wegvegen en opnieuw intypen. Dan draai je de tekst opnieuw af en komt zij weer netjes en gecorrigeerd te voorschijn." Elke schijf die erg veel lijkt op een singeltje, bevat + 75 pagina's bladtekst; zitten er nogal wat formules en tabellen in de tekst dan kunnen er slechts zo'n 20 bladzijden op een schijf. Het aantal jaren dat de typistes op de hogeschool werken loopt behoorlijk uiteen. Annemiek Dikmans en Lenie Sari werken hier resp. 1,5 en 5 jaar;^ Anja Meeder, Els Leijten en Gonnie de'Rooij resp. 11, 15 en 14 jaar. Gonnie herinnert zich nog dat ze is begonnen als typiste voor de hogeschool in een villa aan de Bredaseweg. "Daar hadden we een eigen sfeertje; 't was een groot gezin zeg maar. Vroeger deden ook de secretaresses het formulewerk. De secretaresse van Schouten bij voorbeeld zat dag en nacht formules te typen. Dat doet nu in feite geen enkele secretaresse meer." In de loop van de tijd heeft de Hogeschool zich sterk uitgebreid. Vooral de economische faculteit is flink gegroeid. Het aantal typistes bij de economen is echter niet toegenomen. Hoe vangen jul-
Immers het staat praktijkverkleining in de weg en 'bovendien maakt het de kosten van huisartsenhulp via een sluipweggetje weer afhankelijk van het marktmechanisme. Zo zal het goodwill-bedrag toenemen in een tijd waarin het aantal afgestudeerde huisartsen toeneemt en het aantal praktijken min of meer constant blijft. Wel zijn er een aantal tegenwerkingen, zoals een meer terughoudende opstelling in financieringskringen. Ook de norm die de LHV hanteert is van invloed; daarmee kwam een bovengrens van 90% van de bruto jaaromzet tot stand (in 1977 al een slordige 180 duizend gulden). In de studie van Heesters wordt de relatie tussen goodwill-betaling en honorering van de huisarts aan de hand van berekeningen uitvoerig geëvalueerd. Uit de berekeningen komt naar voren dat de verwachting die de overnemende huisarts heeft inzake de goodwill-opbrengst bij praktijkbeëindiging van groot belang is. Wordt die goodwill-opbrengst hoog
ingeschat, dan is een korte praktijkperiode zelfs gunstiger dan een lange. Gunstig, omdat dan allerlei fiscale voordelen zoals vervroegde afschrijving en investeringsaftrek optimaal tot hun recht komen. Ook de praktijkomvang speelt in de berekeningen een belangrijke rol. Voor huisartsen met kleine praktijken is afschaffing van de goodwillbetaling financieel aantrekkelijk. In een tijd met lage inflatie zoals nu het geval is wordt afschaffing zelfs zeer aantrekkelijk voor de kleine praktijken. "Je zou kunnen zeggen: overheid grijp nu je kans, als de huisartsen deze berekeningen voorgeschoteld krijgen zijn ze een stuk williger", stelt Heesters vast. Bij afschaffing van de goodwill is waarschijnlijk een redelijke schadeloosstelling van de betrokkenen noodzakelijk. Voor de financiering van die schadevergoeding zou in eerste instantie een beroep gedaan kunnen worden op verschillende
lie dat op? " W e kunnen onder vrij grote druk werken. Wordt 't teveel dan roepen we de hulp in van het uitzendburo. Dat vraagt wel weer extra aandacht, want zo'n kracht moet, speciaal voor het typen van de ingewikkelde formules, goed ingewerkt worden'. Mocht het zo zijn dat we het werk niet meer aankunnen, dan wordt ons diensthoofd, de secretaris van de faculteit, erbij gehaald. Maar dat gebeurt maar zelden. Er is wel 'n werkoverleg, maar meestal is daar geen aanleiding toe: 'n bewijs dat het goed loopt. Met de wetenschappers op de faculteit hebben we veel kontakt. Ze lopen regelmatig hier binnen. Twee keer per dag kunnen ze hier gedurende een half uur terecht om kantoorspullen te halen of als ze willen kopiëren. Vroeger kon elke wetenschapper zoveel kantoormateriaal pakken als ie wou. Dat moest je echt in de gaten houden, want 't liep gewoon uit de h a n d . " Het is niet zo dat de hooggeleerde heren alleen 'n stapel papier dumpen en 'm dan smeren? "Er zijn er wel die 't zo doen (gelach), maar met de meesten wordt steeds overlegd wat wel en wat niet haalbaar is. Je hebt inderdaad van die drammers die zeggen: 't moet gisteren klaar zijn! Maar zoiets komt overal voor. leder heeft zo z'n eigen karakter. Er zijn er ook die denken dat op al die vrije dagen de typistes gewoon doorwerken." Stellen jullie ook eisen aan de manier waarop copij aangeleverd w o r d t ' " H e t moet duidelijk leesbaar geschreven zijn. Tenminste, dat vragen we dus. Er zijn wetenschappers die gewoon niet duidelijk kunnen schrijven. Die zie je hun best doen, net als iemand op school als hij een nieuw schrift heeft gekregen: de eerste twee pagina's zijn netjes en daarna wordt 't één grote legpuzzel. Dan gaan ze er van uit, dat wij 't kunnen lezen en dat we 't snappen." Is het geen gek idee dat je de hele dag bezig bent met het typen van formules en wiskundige symbolen, terwijl je er zelf niets van begrijpt? "Kijk, als we zouden begrijpen wat er staat, zouden we hier niet op onze plaats zitten. Het belangrijkste voor ons is dat de dictaten goed verzorgd in de handen van de lezers komen en dat de tekst helder en gecorrigeerd op papier staat. Maar neem nu bijvoorbeeld die filosofische teksten. Al die gekke zinnen. Die wil je allemaal verbeteren, maar die mag je niet verbeteren!!!" Peter Pennartz Wouter van Gils
a
belanghebbenden, meent Heesters. Immers, zo luidt zijn redenering, die belanghebbenden ondervinden financieel voordeel bij de afschaffing van goodwill. "Huisartsen met kleine praktijken gaan erop vooruit. De fiscus wint aan de ene kant, maar verliest aan de andere kant. Ziekenfondspatiënten en particulieren gaan erop vooruit, omdat de vergoeding van de interest op goodwill in de tariefsbepaling geschrapt kan worden. Ook van nog niet gevestigde huisartsen kan een bijdrage gevraagd worden bijv. door uit te gaan van eenzelfde aanvangssalaris als geldt voor andere academici", verwacht Heesters. "Daar is overigens nog een stevige pot overleg over nodig", stelt de promovendus vast. Ook hier is het laatste woord dus aan het politieke bedrijf. Heesters heeft in zijn studie, en dat is geen geringe verdienste de bouwstenen aangedragen voor het voeren van die politieke discussie. Lennart Kik Vrijdag 20 mei 1983
K
Open Universiteit onthult eerste programma's Het bestuur van de Open Universiteit heeft aan minister Deetman plannen voorgelegd voor 27 diplomastudies, waarvan de getuigschriften gelijkwaardig zullen zijn aan die van het hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderwijs. Daarnaast worden er cursussen op zeven leerstofgebieden ontwikkeld die niet diploma-gericht zijn, maar meer bedoeld voor her- bij- of omscholing van volwassenen. De Open Universiteit verwacht dat ongeveer de helft van haar studenten voor de laatste mogelijkheid gaat kiezen. Het is de bedoeling dat studenten in '84,
Universiteit in megen bezet Op 10 en 11 mei hebben Nijmeegse studenten het Erasmusgebouw van de Katholieke Universiteit bezet, uit protest tegen de bezuinigingsplannen van Deetman. Op een aktievergadering, georganiseerd door het Aktie Kommitee Kritische Universiteit, besloten vierhonderd aanwezigen dat het tijd werd voor een bezetting. Het doel was om te praten over de plannen van minister Deetman aan de hand van vier thema's: de TVC-operatie, de tweefasenstructuur, de inkomens positie van studenten en de problemen van oude stijl-studenten met de onderwijsbevoegdheid. Verder vonden er een aantal prikakties plaats. De Tilburgse Studentenfractie PSF heeft de bezetters laten weten dat ze konden rekenen op solidariteit en volledige steun. PSF wees erop dat Deetman in zijn TVC-plannen geen rekening houdt met de belangen van de studenten en
als de Open Universiteit van start gaat, al met een diplomastudie kunnen beginnen. Er zijn plannen voor programma's op de volgende gebieden: Technische Wetenschappen, Cultuurwetenschappen, Bedrijfs- en Bestuurswetenschappen, Sociale Wetenschappen, Economische Wetenschappen, Natuurwetenschappen en Rechtswetenschappen. De diplomastudies hebben zoveel mogelijk een interdisciplinaire opzet, en de studie Cultuurwetenschappen is nieuw in het wetenschappelijk onderwijs. Door ongeveer alle culturele aspecten van de Europese samenleving te bestuderen, zouden studenten van deze opleiding toegang moeten krijgen tot beroepen in de sociaal-culturele sector, waarvoor nu een algemene universitaire opleiding wordt gevraagd.
dat hij gemaakte afspraken en bevoegdheden van democratische en gekozen organen binnen de universiteiten en hogescholen met voeten treedt.
Studenten willen assistentschappen behouden Het Interuniversitair Studenten Overleg vindt dat het aantal studentassistenten niet mag worden teruggedrongen. Door de TVC-plannen zal het tijdelijk personeel geen contractverlenging krijgen en worden vacatures niet meer opgevuld. Het ISO vindt dit een schadelijke ontwikkeling, die tot verstarring en immobiliteit van het WO leidt. Bovendien zou de mogelijkheid voor studenten wegvallen om als assistent ervaring op te doen met onderwijs en onderzoek. Het ISO vindt dat de studentassistentschappen behouden moeten blijven.
Onderzoek Wetenschapswinkel
Nederlandse minima icomen teliort Een gezin met twee kinderen dat van een minimumuitkering leeft komt per maand f 502,25 tekort; een alleenstaande ouder met twee kinderen f 372,66 en een alleenstaande f 225, —. Dat is de conclusie die drie economiestudenten, Marinus Verhagen, Winfried Houtman en Jan van Schijndel, trekken in "De laatste dijk in de sociale zekerheid", een onderzoek naar aanleiding van vragen die door bijstandsgroep "De Nachtegaal" en het Tilburgse Overleg Belangenbehartiging in Projecten Mensen Zonder Werk aan de Wetenschapswinkel gesteld zijn. Uit het rapport blijkt dat "minimuminkomen" en "bestaansminimum" geen objectieve gegevens zijn. Het minimum wordt uitgedrukt in een som geld, een RW W-uitkering, die gekoppeld is aan het minimumloon. Dat wordt weer bepaald door onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers, die dus indirect over de koopkracht van de minima beslissen. Het minimuminkomen wordt met een "handje-klap-procedure" bepaald, er wordt niet gekeken naar wat de redelijke behoeften van mensen in de Nederlandse samenleving zijn. "Herformulering van het bestaansminimum wordt actueler naarmate de koopTilburgs H o g e s c h o o l b l a d
kracht van huishoudens afneemt. Dit is het geval als de inkomensontwikkeling achterblijft bij de prijsontwikkeling. Een voortdurende achteruitgang van de koopkracht zal bij de laagste inkomensgroepen de vraag doen rijzen wanneer de grens van het bestaansminimum overschreden wordt. Deze vraag kan alleen beantwoord worden als dat minimum geformuleerd is in een pakket goederen en diensten", aldus de onderzoekers. Dat is natuurlijk een uiterst subjectief karwei. De drie economen hebben zich daaraan gewaagd. Ze hebben voor drie kategorièn, gezinnen, een-oudergezinnen en alleenstaanden een pakket opgesteld dat
Emancipatieonderzoek Er moet een stimuleringsfonds voor emancipatieonderzoek worden ingesteld. Dit is één van de belangrijkste onderdelen van het eindadvies van de Voorlopige Begeleidingsgroep voor Emancipatie-Onderzoek (VBEO). Het advies is afgelopen dinsdag 10 mei overhandigd aan de staatssecretaris voor emancipatiezaken, Kappeyne van de Coppello. Zij is de eerst verantwoordelijke voor de VBEO.
20 Undergraduate studenten van de Indiana University, School of Business, hebben met succes het afgelopen semester het Program in European Studies gevolgd, een 'course' van 4 maanden waarin een aantal internationaal georiënteerde economische thema's aan de orde gesteld worden. Als begeleider fungeerde prof. dr. Joseph M. Waldman, associate dean van de School of Business, I.U. Het PES wordt georganiseerd door de FEW in samenwerking met Buro Buitenland.
DE VBEO heeft zich al enige jaren beziggehouden met het inventariseren van emancipatie-onderzoek/vrouwenstudies. Daaruit blijkt dat het niet goed gaat met het onderzoek naar de achtergestelde positie van vrouwen. Veel onderzoek wordt binnen de universiteit verricht; een "mannenbolwerk". Mannelijke stafleden stellen zich vaak afwijkend op en staan niet open voor de vernieuwende gezichtspunten die door vrouwenstudies in het wetenschappelijk bedrijf kunnen w o ren ingebracht. Veel vrouwen die zich met vrouwenstudies bezighouden zitten op tijdelijke aanstellingen en bevinden zich in een geïsoleerde positie. Er is vaak sprake van een enorme overbelasting door de overweldigende belangstelling voor onderwijs en scriptiebegeleiding op dit gebied. De VBEO is bang dat door de huidige bezuinigingsplannen het emancipatieonderzoek naar de achtergrond ver-
schuift. Zij bepleit een aantal maatregelen om dit te voorkomen. Deze variëren van een (getalsmatig) evenwicht tussen mannelijke en vrouwelijke onderzoekers en het bij de voorwaardelijke financiering prioriteit geven aan vrouwelijke onderzoekers, tot het versterken van de concurrentiepositie van vrouwelijke onderzoekers bij de tweede en derde geldstroom. Door de VBEO is een programmering van emancipatie-onderzoek opgesteld. Het centrale gezichtspunt van het programma is: "Herverdeling van macht tussen mannen en vrouwen". Voor het hierboven al genoemde stimuleringsfonds zouden de kosten per jaar ruim twee miljoen gulden gaan bedragen. Speciale nadruk wordt gelegd op scripties en onderzoeksopzetten. Nu de subsidiekranen langzaam maar zeker dichtgedraaid worden is het natuurlijk afwachten of de staatssecretaris en de andere bewindspersonen een dergelijke politieke keuze willen doen. U P / A V
huishoudens met een minimuminkomen in staat moet stellen om op normale wijze deel te nemen aan het maatschappelijke proces. Een "aanvaardbaar bestaan" houdt volgens de onderzoekers meer in dan het kunnen aanschaffen van voeding, huisvesting, verwarming en kleding. In hun "minimum-begroting" komen daarom ook de volgende posten voor: opleiding, schrijfbehoeften en lektuur, sport spel en speelgoed, vakantie, televisie, roken, overige ontspanning, openbaar vervoer, telefoon, zakgeld voor de kinderen , verzekeringen, aflossingen, kado's, kinderopvang, afschrijvingen en reserveringen voor duurzame goederen. De geschatte uitgaven voor voeding, huisvesting, verwarming, kleding en hygiene zijn gebaseerd op het budgetonderzoek '80 van het CBS, cijfers van de VEGIN (gas), en het FNV/KonsumentenKontakt woonlastenonderzoek 1981. Als je deze "overlevingskosten" bij elkaar optelt blijft er van de uitkering van het gezin, het een-oudergezin en de alleenstaande respectievelijk 200, 300 en 250 gulden over. Daar moeten de bovengenoemde posten dan nog van betaald worden. "De gevolgen voor huishoudens met minimuminkomen zijn duidelijk", schrijven de onderzoekers. "Deze huishoudens hebben schulden of grote betalingsachterstanden bij bijvoorbeeld de energiebedrijven. Het voornaamste is dat deze huishoudens veel zaken en al<tiviteiten moeten laten waarvan wij vinden dat ze mogelijk moeten zijn. Het komt veel
voor dat deze huishoudens niet meer op vakantie gaan, zelfs niet in Nederland. Mensen lopen stad en land af om overal de goedkoopste spullen op de kop te tikken. Het is denkbaar dat er geen vlees meer op tafel komt. Het abonnement op de krant en verzekeringen worden opgezegd. Familieleden die buiten de eigen woonplaats wonen kunnen niet meer bezocht worden. Veel huishoudens kunnen zich geen telefoon meer permiteren. Dit zijn slechts enkele mogelijkheden om de uitgaven aan de te lage inkomsten aan te passen. Het belangrijkste gevolg is dat huishoudens geen geld meer reserveren voor vervanging en onderhoud van de meer duurzame goederen zoals koelkast, televisie, fiets, stoelen etc. Als één van deze goederen het begeeft is er geen geld". De drie economiestudenten pleiten voor koopkrachtverhoging voor de minima, en dan niet in de vorm van eenmalige uitkeringen, maar de uitkeringen zelf zouden blijvend verhoogd moeten worden. Kinderbijslag zou inkomensafhankelijk moeten worden, en de tarieven die door de overheid vastgesteld worden (en waarvan de prijzen de laatste jaren het sterkst gestegen zijn) moeten omlaag. De economen vinden dat het bestaansminimum duidelijk door de overheid gedefinieerd moet worden. "Mensen die vinden dat de laagste uitkeringen nog verder omlaag kunnen, moeten maar aangeven wéér nog op bezuinigd kan worden". K.B. Vrijdag 20 mei 1983
Woensdag 11 mei studeerden in het gebouw van de theologische fakulteit de eerste studenten af van de Experimentele Pastorale Opleiding. Deze part-time opleiding die in 1980 van start is gegaan, is 'n initiatief van de bisdommen Breda en Den Bosch. Het is de bedoeling dat deze opleiding 'n pastorale variant wordt binnen de bestaande IVIO-B theologie. De huidige MO-B leidt studenten alleen maar op tot katecheet. De pastorale opleiding is tot nog toe experimenteel omdat hij nog niet door de Minister van Onderwijs en Wetenschappen erkend is. Wel is de studierichting erkend door de bisschoppen van Breda en Den Bosch en geeft dus direkt toegang tot het kerkelijk ambt. Op de foto Vicaris Mgr. van Laarhoven met een eerste afgestudeerde W . M . Bolwerk en rechts studiebegeleider A. Polspoel.
Regeling contractonderzoek bijgesteld Donderdag buigt de hogeschool raad zich opnieuw over de regeling Contractonderzoek. In opdracht van het College van Bestuur Is de afgelopen vjeken gewerkt aan een bijstelling van het oorspronkelijk model. Er is niet veel nieuws onder de zon. Verschillende punten zijn nader toegelicht, de formulering is hier en daar wat bijgeschaafd.
Vierjarenplan zonder verrassingen Het nieuwe vierjarenplan van de Tilburgse Hogeschool bevat geen verassingen. Het ontwikkelingsplan 1984-1988 werd onlangs gepresenteerd als een bijstelling van het eerder verschenen vierjarenplan 1983-1987 en voegt aan de daarin uitgezette beleidslijnen niets nieuws toe. De opstellers van het ontwikkelingsplan 84-88 hebben er een makkie aan gehad. De hoofdstukken leveren In vergelijking met de vorig jaar ontvouwde plannen geen spektakel op. Het College van Bestuur heeft het verstandig geacht om In deze onbestendige tijden een terughoudende opstelling te kiezen ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen en akti-
Vooral het ontbreken van een deugdelijke regeling voor neveninkomsten was de HR op 17 maart een doorn In het oog. Het CvB onderschrijft nu dat de bestaande regeling voor neveninkomsten aanpassing behoeft, maar blijft bij haar standpunt dat deze zaak los van de regeling van het contractonderzoek staat. Het wachten is op een landelijke regeling voor neveninkomsten. Van groot belang is tevens het tot stand komen van een nieuw rechtspositiereglement voor het W O , waarin nu ook de positie van de hoogleraren aan de orde komt. Voor het vraagstuk van het auteursrecht is op dit moment nog géén definitieve oplossing te geven, stelt het College. Niet alleen kleven er de nodige juridische problemen aan dit vraagstuk, ook op het punt van de organisatie van het uitgeven en de Inkomsten die daaruit voortvloeien blijven er onduidelijkheden. Het College kondigt aan dit nader te zullen onderzoeken. vitelten. " D e voortdurende onzekerheid", aldus de inleiding van het ontwikkelingsplan "gevoed door een niet te stuiten vloed van nieuwe gedachten en voorstellen van het departement, draagt niet bij tot een evenwichtige planmatige ontwikkeling van het onderwijs- en onderzoeksbeleid en het daarmee samenhangende personeels- en studentenbeleid". Als het aan de Tllburgse Hogeschool had gelegen was deze bijstelling er zelfs helemaal niet gekomen. "Na het ontvangen van de ministeriële richtlijnen hebben wij ons gevraagd of het wel zinvol was om In 1983 een Ontwikkelingsplan op te stellen" aldus het rapport. " W i j waren van oordeel dat het beter zou zijn het opstellen van een plan achterwege te laten en In plaats daarvan de instellingen te vragen rond september 1983 te komen met: bijstellingen van het Leeropdrachtenplan
Eerste afgestudeerde pastorale opleiding
1982, aanvragen tweedefasenopleldlngen en voorstellen voor voorwaardelijke financiering. Wij werden In de loop van februari/maart nog in dit oordeel bevestigd toen de minister de conceptbeleidsnotitie Belaard naar bulten bracht. Onze pogingen het opstellen van het plan alsnog te laten vervallen, konden echter geen algemene steun vinden bij de andere Instellingen van Wetenschappelijk Onderwijs. Belangrijkste argument van een aantal instellingen was dat men niet na één jaar de procesgang van jaarlijkse ontwikkelingsplannen wenste te verstoren". Vorig jaar hervatten de Nederlandse universiteiten en hogescholen de lang verwaarloosde traditie van de jaarlijkse presentatie van een ontwikkelingsplan per instelling. vervolg van pag. 1
Voorwaardelijke financiering sen zijn gegarandeerd. Voor de planperiode 1984 tot en met 1988 werden volgen-
de onderzoektaakstellingen ingediend: 'psychologische adaptatie; economie en samenleving in ontwikkeling'; 'grondslagen van het recht'; 'de hervorming van belastingheffing van ondernemingen'; 'rechtsvergelijking'; 'het raakvlak van internationale en nationale factoren in de ontwikkelingsproblematiek' en tenslotte 'evenwicht en onevenwicht in vraag en aanbod'. Een voorstel van de Cl F en de FEW 'Grondslagen van de maatschappijwetenschappen, in het bijzonder de economische en sociologische wetenschappen' v^eró door het CvB nog niet ter bescherming voorgesteld. Met de voorwaardelijke financiering van universitair onderzoek van groot maatschappelijk of wetenschappelijk belang wil de overheid de beoefening van wetenschap veilig stellen in een periode waarin de inschrijvingen van studenten teruglopen. Het aantal op te leiden studenten vormde tot nu toe de belangrijkste maatstaf bij de f i nanciering van het W . O . Op 1 januari 1983 werd een begin gemaakt met deze nieuwe wijze van financieren. E.V.
De witte jas uit en de straat op Dit was In één zin zo ongeveer het advies, dat Frank Bovenkerk zijn gehoor voorhield op donderdagavond 28 april in Sz 17. Hij sprak daar op uitnodiging van POLSOC, de werkgroep binnen de subfaculteit Sociale Wetenschappen, die meer aandacht wil voor een kritische benadering van de sociologie in Tilburg. De werkgroep vindt de sociologie in Tilburg o.a. te technocratisch, er komen te weinig maatschappelijke problemen aan de orde en er is slechts eenzijdige belangstelling over de kwantitatieve methoden, n.l. uitspraken doen louter op basis van tabellen en statistieken. Vandaar, dat zij twee avonden organiseerde, de ene over kwalitatieve sociologie en de andere over normatieve sociologie. Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d
Bovenkerk legde allereerst uit, waarom het vak Methoden en Technieken zo'n belangrijke plaats Inneemt In de meeste Soclologie-facultelten en -vakgroepen. De korte geschiedenis van sociologie als wetenschap en het feit, dat sociologie een lage status bezat binnen het scala aan wetenschappen noopte deze wetenschap zich te profileren. Kenmerken van deze profilering waren onder andere een aparte vakopleiding, een gesloten beroepsvereniging (Nederlandse Sociologische en Antropologische Vereniging, de NSAV), eigen tijdschriften, een eigen jargon en vele handboeken. Ook zocht de sociologie naar eigen specifieke methoden van data-verzameling, welke men dacht te vinden In de natuurwetenschappelijke opvatting over wetenschap. "Het schrijven van handboeken over deze methoden en technieken van de sociologie heeft de schrijvers hiervan bepaald geen windeieren gelegd", zei Bovenkerk, daarmee de zich onder het gehoor bevindende Prof. Jo Segers (hoogleraar Meth. en Technieken In Tilburg) bewegend tot een wat ongemakkelijke glimlach.
MEETBARE VARIABELEN De sociologie speelde leentjebuur bij natuurwetenschappelijke methoden, waarbij sociale verschijnselen tot variabelen worden gemanouvreerd, die je kunt me-
ten. "Mensen verdwijnen uit het gezicht, objectiviteit en meetnauwkeurigheid worden de dominante criteria, ja, er is zelfs sprake van angst voor mensen". Een niet gering deel van de sociologie is zo verworden tot tabellen, grafieken en andere technische modellen, die pretenderen de menselijke samenleving te kunnen verklaren via deze empirische methoden. En daar ligt volgens Bovenkerk de oorsprong van de "sociologie in betonnen kolossen, met witte jassen, kliniese experimenten en computers." De antropoloog Bovenkerk gaf toe zelf aanvankelijk ook zeer geïnteresseerd te zijn geweest voor deze methoden en technieken. Hij kreeg echter zijn twijfels bij onderzoeken In Ierland en Suriname, waar bleek, dat "gesproken fragmenten van de onderzochte mensen sterker waren dan de beschrijvende, analytische teksten van de onderzoeker". Ook ontdekte hij, dat er nogal eens een groot verschil bestond tussen de werkelijke toedracht van de onderzoeken en de verantwoording daarvan in de uiteindelijke rapportages. Sociologische hypothesen bleken veel eerder toevallig te ontstaan dan dat ze logisch uit theorieën ontwikkeld werden. Vandaar dat Bovenkerk (samen met Brunt) op de universiteit van Utrecht overging tot een kwalitatieve onder-
zoeksbenadering, die veel meer recht doet aan de geloofwaardigheid van het onderzochte. Studenten in Utrecht worden vanaf het begin de straat op gestuurd om onderzoek te doen; ze leren eerst het vertrouwen te krijgen, waarna ze pas vragen gaan stellen. De onderzochte mensen worden in staat gesteld hun eigen verhaal te vertellen in plaats van op een vragenlijst voorgestruktureerde te mogen antwoorden. Er moet veel worden geïmproviseerd en daarbij zijn statistische berekeningen best bruikbaar, maar wel pas, nadat alle materiaal Is verzameld, aldus Bovenkerk. Bovenkerk was zo reëel om een aantal beperkingen van deze kwalitatieve aanpak aan te geven, te weten een theoretisch nogal willekeurige aangelegenheid, dus niet gebonden aan één theorieuitgangspunt; de theorie ontstaat al lezende en in het veld; het onderzoek heeft een sterk Induktlvistische inslag en het blijft moeilijk generaliserende uitspraken te doen. Tenslotte wees hij op het groeiende aanzien van de kwalitatieve aanpak, ook bij beleidsmakers. Mogelijk doelde hij hierbij ook op een onderzoek dat door Prof. ZIjderveld onlangs Is afgerond In opdracht van het Ministerie van VRO, nl. een cultuur-sociologische benadering van het probleem 'stedelijkheid'. Paul Emonts Vrijdag 20 mei 1983
rr wr
Ik heb een eigen ritme tiiuis. ïk leef anders dan de anderen
De zestiger en zeventiger jaren brachten grote veranderingen in de studentenwereld. De democratisering brak los, en door de economische bloei werd het voor studenten mogelijk om onafhankelijk van hun ouders te leven. Vrijheid was troef, en een beetje student, kritisch en links, deed al het mogelijke om zich af te zetten tegen de "burgerlijke" maatschappij en haar normen en waarden. Die tijd is voorbij. "Economische terugg a n g " , " n o future", " d e verrechtsing van de j e u g d " , zijn kreten die de gemiddelde Nederlander uitslaakt als hij het over de tegenwoordige tijd heeft. Ook de studentenwereld doet een stapje terug. Christa Thoolen: " W a t mij opvalt is de "verschoolsing" van het wetenschappelijk onderwijs. Je merkt dat ook aan het taalgebruik van de studenten. Ze praten over "naar school gaan" en "huiswerk maken", net alsof ze nog naar de middelbare school gaan. Als je vroeger ging studeren, kwam je in het universitaire milieu terecht, je ging "studeren", maar vanaf '75 is dat veel minder geworden. De studentenverenigingen zijn lang niet meer zo belangrijk. Olof is in Tilburg de enige uitzondering. Van het echte "studentenleven" van vroeger is verder weinig over".
MM
kamers te gaan. Thuis ben je veel goedkoper uit: ik hoef geen kostgeld te betalen". Peter: "Ik heb nu een kleine beurs. Financieel zou op kamers gaan voor mij geen probleem zijn. Maar thuis wonen is zeker goedkoper, er wordt in het groot ingekocht. En als je op kamers woont heb je ook reiskosten, want dan ga je toch af en toe naar huis". Erik: "Als je met een paar mensen samen kookt is het eten natuurlijk ook niet zo duur". Zijn studenten van tegenwoordig minder zelfstandig dan vroeger? Peter: "Het op kamers wonen maakt je zelfstandigheid niet uit. Als je je vrienden hebt in de plaats waar je woont leid je toch een eigen leven. Als je op kamers zit, ben je denk ik wel meer aangewezen op je medestudenten, en ga je sneller iemand opzoeken".
Tom: "Ik heb een heel eigen ritme thuis, ik leef heel anders dan de anderen". Peter: " J e ziet bij de mensen die thuis blijven wonen wel een grote hang naar zelfstandigheid". Wouter: "Maar langzamerhand groei je toch een beetje van thuis weg. Je gaat langzaam een andere kant op, en als je verder in je studie komt, heb je vaker je medestudenten nodig". Peter: " J a , hoe verder je komt, des te zelfstandiger je wil en moet w o r d e n " . Peter: "Thuis heb je bepaalde zekerheden. Je maakt een grote overgang als je gaat studeren, als je thuis blijft kan je daarop teruggrijpen. Maar uiteindelijk ga je toch w e g " . Erik: "Ik vind de toenemende onzekerheid in de maatschappij geen motief om thuis te blijven. Het student zijn wordt wel erg opgeklopt".
In de praktijk blijkt wel, dat het meedoen aan aktiviteiten in Hogeschoolverband als spoorstudent niet gemakkelijk is. Erik: " I k ben wel in Tilburg aktief geweest. Het eerste jaar roeide ik bij Vidar, maar dat was niet meer te kombineren; studeren en iedere dag wedstrijdroeien. Ik ben er mee gestopt." Tom: "Ik heb hier geschaatst. Maar we
Een mistige vrijdagmorgen in maart. Station-West is verlaten, te laat voor heen- en te vroeg voor terugreizende penoelaars. Op weg naar Etten-Leur, waar een spoorstudent me verwacht. De trein is leeg, de reis rustig. Ik probeer wat te schrijven, maar door het schokken verandert mijn handschrift in gekrabbel. Dan maar naar buiten kijken. Na tien minuten rust in Breda, waar ik me vermaak met het kijken naar wachtende mensen, kom ik eindelijk in Etten-Leur aan. Gerrit-Bartus Dielissen, 20 jaar, eerstejaars socioloog in Tilburg, staat me al op te wachten. Na de begroeting begint hij meteen te vertellen. Hij blijkt een rasechte pendelaar te zijn. In de achttien jaar dat hij in Etten-Leur woont, is hij vijf jaar iederie dag met de bus naar Breda afgereisd om een goede lagere school te bezoeken. Daarna ging hij zeven jaar per trein naar dezelfde stad, om daar achtereenvolgens MAVO, HAVO en VWO te
"Ik zou niet de hele dag op een kamertje kunnen zitten" doorlopen. Nu is het dus iedere dag Tilburg geblazen. Een half uur heen, een half uur terug. "Dat is net goed te doen", vertelt hij. "Ik woon hier vlak bij het station, en de Hogeschool is er ook niet zover vandaan." We komen bij zijn huis aan. Van GerritBartus' moeder krijgen we koffie en koekjes. "Als ik na college de trein in Tilburg niet haal", gaat hij verder "blijf ik in de kantine, dat is goed voor m'n sociale contacten. Mijn meeste vrienden wonen in Breda, maar mijn vrienden van de middelbare school zitten nu in dienst, of
Wouter: "Toen ik hier kwam stond in de studiegids zoiets als "sporen kan wel, maar je moet goed begrijpen dat studeren iets anders is dan naar school gaan". Het "studentenleven" werd je dus voorgeschoteld als bijna onmisbaar, en daar ben ik het niet mee eens". Erik: "Thuis wonen heeft het voordeel dat je niet konstant in hetzelfde milieu zit. Als je alleen maar met studenten omgaat vervreemd je van de maatschappij: eerst loop je samen colleges, daarna ga je samen studeren en 's avonds naar de- ^ zelfde club. Thuis heb ik ook contact met
mensen die werken. Het studentenleven is best elitair, daar heb ik niet zo'n zin in".
doen vervangende dienst. Die zie ik niet zo vaak meer. Ik vraag hem hoe zijn rooster in elkaar zit. Over de collegetijden van dit semester is hij niet zo enthousiast:" Op maandag en vrijdag heb ik tot half zes college. Dan ben ik om half zeven thuis en krijg ik een opgewarmde prak, want we eten hier erg vroeg, al om vijf uur. Op dinsdag doe Ik de hele dag niks. Dan heb ik om zes uur pas economie, samen met de avondstudenten. Ha, ha, de laatste vier colleges van het semester wilen ze gaan diskussiëren, stel je voor zeg, we zitten daar met honderd man!
eerste gedeelte, de condietietraining, voorbij is. Dat is niet zo erg want ik ben toch warmgelopen, 's Avonds ben ik om half elf thuis. Woensdagmorgen heb ik om half negen weer college! Nee, wat de tijden betreft wordt er geen rekening gehouden met spoorstudenten. Dinsdags moet ik óf thuis vroeg eten, óf vroeg weg om op de mensa te eten. Op donderdag heb ik vrij, maar dan ben ik toch vaak op de Hogeschool. Bijvoorbeeld zo'n cyclus over Nietzsche van Studium Generale interesseerde me, dus die heb ik gevolgd. Ik zit ook in de Eerstejaarsoverleggroep, die op donderdag vergadert." Onder het tweede kopje koffie komt de logische vraag op tafel waarom hij eigenlijk niet op kamers is gaan wonen. GerritBartus: "Ik heb het thuis prachtig naar mijn zin. Ik ben van alle gemakken voorzien en ik kan goed met mijn ouders opschieten. Ik heb niet het idee dat ik hier Jn een kluis zit. Ik zou ook niet de hele
Dan weer terug naar het rooster: 'Dinsdags om half acht heb ik schermles in de studentensporthal. Nu is het een beetje moeilijk omdat ik tot kwart voor acht college heb. Maar ik verlaat om vijf over half acht de collegezaal, m'n sportkleding doe ik van te voren aan. Ik ren naar de sporthal, waar ik net aankom als het
moesten ook vaak naar Eindhoven om te trainen en daar was ik te veel tijd mee kwijt." Peter: " I k heb een sportkaart gehad, maar dat vond ik niet zo denderend. Bij Pendragon ging het mij niet fanatiek genoeg. Nu doe ik aan volksdansen bij de Conservatorium te Tilburg." Wouter: "Ik roei nog steeds bij Vidar en ik was ook vrij aktief in 13-15, de studentenvereniging." Dus alleen Wouter is nog vrij aktief in Tilburg als spoorstudent. Maar meteen brengt hij ook een ander probleem te berde: Wouter: "Ik studeer vaak op de Hogeschool en dan blijf ik wel eens eten. Ik ga ook wel eens bij mensen in Tilburg langs. Ik heb wel het gevoel, dat ik twee levens leid, één in Den Bosch en één in Tilburg. Het is een soort schizofrenie. In mijn woonplaats heb ik wat vrienden en ik zit daar in een gezin. Die mensen maken ook aanspraak op je, of je daar nou zin in hebt of niet. Trouwens, als hier eens een feestje is, kan ik altijd wel ergens blijven slapen. Maar zoiets kan je niet altijd van die mensen verwachten."
TILBURG
DOOR KLAVPIE BIEMANS EN PAUI EMONTS
ELITAIR
Tilburgs Hogeschoolblad
mij veel beter, ook gezelliger en minder onpersoonlijk." Christa Thoolen: "Er is in het algemeen te weinig oog voor de studenten in het onderwijs op zo'n universiteit, er is sprake van massaliteit en de (noodzakelijke) afstand wordt alleen maar groter, samenhangend met steeds meer onbegrip van onderwijszijde." Peter: " N u met de tweefasenstruktuur moet je zo hard werken, dat je steeds met je studie bezig bent. Ook al zou je in Tilburg wonen, dan heb je toch niet veel tijd om je met andere dingen bezig te houden."
De schizofï nie van de spoon tudent
Christa: "En last but not least, de gemiddelde student stelt het tijdstip van verzelfstandiging langer uit. De mensen die nu twintig zijn, zijn opgegroeid in de verzorgingsstaat. Daardoor hebben ze minder geleerd om voor zichzelf te zorgen".
Hebben jullie een beurs? Tom: "Ik niet. Als ik er een had zou ik het me wel kunnen veroorloven om op
men heeft niet geleerd om samen te studeren of van elkaar te leren en men raakt dan in een isolement. Vandaar, dat wij ook zoveel nadruk leggen op de introduktiedagen en de mentorgroepen, maar helaas doen daar nogal wat spoorstudenten niet aan mee". Tom bevestigt dit: "Ik ken we1 mensen van de mentorgroepen, daar heb ik veel plezier aan gehad - in de grote massa leerde je tenminste mensen kennen -, maar ik heb uiteindelijk toch de meeste kontakten thuis". Ook de sfeer op de Hogeschool of binnen de fakulteiten wordt genoemd als een faktor, die studenten niet bepaald stimuleert in Tilburg te gaan wonen. Erik: " I n het begin had ik nog wel vrienden hier, maar dat is in de loop van de jaren vervlakt. In Tilburg heerst toch een heel onpersoonlijke benadering. Natuurlijk ligt dat voor een deel aan mijn studie (Ekonomie, red.), want de sfeer op de fakulteiten Sociologie of Psychologie lijkt
E
Christa denkt dat door toenemende onzekerheid over de toekomst studenten vaker bij hun ouders blijven wonen. "Thuis komen jongeren veel minder problemen tegen dan wanneer ze op kamers gaan. Maar ook financiële motieven spelen een rol. Studenten die niet in aanmerking komen voor een beurs zijn thuis met de driedubbele kinderbijslag veel goedkoper u i t " . De laatste jaren is de overheid ook minder gul met studiebeurzen aan Tilburgse studenten. In '75 ontving 47% van de KHT-ers een beurs, in '82 was dat aantal teruggelopen tot 39%.
Wouters Croonen, vierdejaars psycholoog uit Den Bosch, Erik Mol, vijfdejaars econoom uit Breda, Tom Overboom, tweedejaars jurist uit Etten-Leur en zijn studiegenoot Peter Smits uit Dongen zijn studenten die "huiswerk maken" en "naar school gaan". Ze wonen bij hun ouders. Waarom eigenlijk? Peter: "Het eerste jaar is best zwaar. Meteen op kamers gaan is een grote overgang. Na twee jaar zou ik best op kamers willen, volgend jaar doe ik dat denk ik ook wel. Nu ben ik hier een beetje ingedraaid en kan ik het beter a a n " . Tom: "Ik woon best dichtbij. Met een beetje geluk ben ik er in drie kwartier. Ik ben in Etten-Leur aktief in verenigingen, en heb eigenlijk geen reden om daar weg te gaan. Bovendien is op kamers wonen financieel gezien best duur. Thuis heb ik genoeg ruimte. Ik heb met mijn broer samen een kamer, maar doordeweek zit die in Delft." Erik: "Ik doe het ook wel om de financiën en ik ben in Breda best aktief. En eigenlijk zit ik liever thuis". Peter: "Ik woon pas kort in Dongen. Ik ken er niet zoveel mensen. Voor mij maakt het niet uit of ik daar woon of hier".
Meer dan de helft Vcti de studenten van de Hogeschool woot t buiten Tilburg. De laatste jaren is het ai ]ntal pendelaars enorm toegenomen, In 1975 woonde 57% van de Hogeschooisi udenten in de stad. Nu is dat negen pro\ ent minder. Studenten blijven va :er bij hun ouders wonen: bijna de heli^. van de spoorstudenten wooipf thuis. Over de oorzaken hiervan en de problemen die daardoor kunnen ontstaan, spraken we met Christa Thoolen van DSW en vier spoorstudenten. Vijffneningen over zelfstandigheid, toen emende onzekerheid en het ''image'' van f/e huidige student.
PROBLEMEN Dat neemt toch niet weg, dat er steeds meer spoorstudenten komen, die problemen krijgen met de studie en dit kenbaar maken aan de DSW. Christa Thoolen: "Vooral in een latere fase van de studie komen ze dan in de problemen. Veel kollega-studenten gaan een andere richting op, er worden eisen gesteld aan het zelfstandig funktioneren.
dag op een kamertje kunnen zitten, ik zou knettergek worden. Als ik op kamers ga, wil ik naar een studentenhuis, daar heb je tenminste sociale contacten. Maar je moet daar wel rekening met elkaar houden. Hier heb ik geen herrie aan m'n kop. Het is een ideaal klimaat om te studeren en te leven. Mijn hele hebben en houden heb ik bij de hand. En als ik het hier beu ben zit ik in Breda".
TREIN Gerrit-Bartus vult zijn tijd in de trein niet met studeren. "Mensen kijken is pracht i g " , zegt hij. " J e ontwikkelt er allerlei technieken voor, de ramen zijn spiegels, 's Morgens is het altijd heel druk in de trein, dan kruip je op iedere lege vierkante centimeter die je maar kan vinden. Soms lees ik wat: het boekje over Nietzsche, vorige week een boekje over Zen. Ik ben van de zomer 28 dagen in Japan geweest. Dat had ik niet kunnen doen als
ik op kamers woonde. Ik ben in Nagasaki geweest en in Hirosjima. Als je ziet wat daar gebeurd is kan je niet anders dan atoompacifist zijn, al die verwrongen bruggen en een schaduw van een soldaat in een muur gebrand...." Het Hogeschoolblad is trouwens ook prima in de trein te lezen, het heeft een goed formaat, de meeste kranten zijn te breed. Schrijven in de trein is onmogelijk. Soms heb ik wel wat aanspraak van mensen uit Breda die ook naar de Hogeschool gaan." Het loopt al tegen half een. W e moeten ons haasten om de trein naar Tilburg te halen. Gerrit-Bartus' moeder geeft ons een lunchpakketje mee. In de trein praten we verder over Japan. Ik bekijk de foto's van Hirosjima en Nagasaki. Om één uur zijn we in Tilburg. Na een kopje thee in de kantine van gebouw S nemen we afscheid. Gerrit gaat naar Sociologie. Ik loop weer naar het station, maar nu alleen om mijn fiets te halen....
Tilburg gaat er prat op een mooie en gezellige stad te zijn. Dat dit niet universeel wordt aanvaard, blijkt wel uit de volgende uitspraken van onze spoorstudenten: Erik: "Tilburg is trouwens een erg onaantrekkelijk stad om te wonen. Ik breng mijn vrije tijd liever door in Breda." Tom: " I k vind Breda een leukere stad en daar heb ik ook mijn vrienden zitten." Wouter: " I k vind Den Bosch ook wel leuker dan Tilburg." Peter: " I k kom hier studeren voor de goede opleiding, niet voor de s t a d . " Op een suggestie van Christa Thoolen, als zouden vooral mannelijke studenten behoefte hebben aan verzorging door de moeder en later door de echtgenote - een ergerlijke houding, vindt zij -, wordt f u rieus gereageerd door onze spoorders: Peter: " D a t is een achterhaalde uitspraak, ik moet er om lachen. Ik strijk thuis zelf de was hoor!" Erik: "Andersom heeft een vrouw toch ook behoefte aan een m a n . " Tom: "Thuis doe je toch ook een aantal dingen. Gemakzucht is het niet, er staan dingen tegenover. Volgens mij heeft het spoorstudentschap veel meer te maken met het Ik-tijdperk, de individualisering. Dan is het juist belangrijk dat je toch in een bepaalde groep blijft. Als je op kamers woont, moet je ook zelf een groep vormen, anders kun je er problemen mee krijgen." Hebben jullie nog opmerkingen over de treinen? Tom: " D e vering is niet zo best." Peter: " J e mist hem soms." Tom: " J a , vaak moet ik in een sprint naar de trein, anders moet ik een half uur wachten." Wouter: " D e laatste trein gaat zo vroeg." Erik: " D e kosten zijn ook veel te hoog, ik vind het duur voor zo'n kleine afstand." Dit was een impressie van en over spoorstudenten, een kategorie studenten, die kiest voor het familieverband en/of al lang bestaande vriendschapsverhoudingen in plaats van het grote studentenleven. Een volgende keer willen we een artikel wijden aan de zogenaamde "bivaksstudenten", die op een klein kamertje wonen, al poolend op maandagochtend in Tilburg aankomen en afhankelijk van kollegeroosters al weer op donderdag of vrijdag huiswaarts keren. Vrijdag 20 mei 1983
X^
''Speerpunten van de universitaire samenwerl<ing"
De Interuniversitaire instituten worden hard gepalet Een inkrimping van het budget met 20 miljoen, een verlies van 200 arbeidsplaatsen, een afslanking van ruim 30%: nergens heeft de universitaire taakverdelingscommissie (TVC) zo fors toegeslagen als bij de interuniversitaire instituten. Vier van de dertien lUI's moeten verdwijnen, voor enkele anderen moet dat op zijn minst overwogen worden, en de rest moet flink ombuigen, zo bleek eind maart bij de presentatie van het TVCeindrapport. De lUI's waren overdonderd en voelden zich de sluitpost van de bezuinigingsoperatie. Zij, de 'speerpunten' van de universitaire samenwerking, het hardst gepakt? En dat terwijl samenwerking en concentratie het officiële doel van de TVC-operatie zou moeten zijn? Het lijkt er inderdaad op dat de universiteiten weinig moeite hebben gedaan de UlU's de beschermende hand boven het hoofd te houden. Gezien de geschiedenis van deze instituten, die gel<enmerkt worden door een betrekkelijk autonome positie, is dat ook niet zo verwonderlijk. Hun relatie met de universiteiten bestond voornamelijk uit het aannemen van geld, dat door de minister via die universiteiten aan hen was toegekend. Nauwere banden met de instellingen hebben de lUI's afgehouden; zij prefereerden de bescherming van de minister. Die houding zal hen nu lelijk opbreken, naar het zich laat aanzien. De interuniversitaire instituten in Nederland, dertien in getal, zijn opgericht tussen 1967 en 1974. De Wet op het wetenschappelijk onderwijs gaf de instellingen van w . o . sinds 1960 het recht dergelijke instituten in het leven te roepen. Hun taakgebieden lopen sterk uiteen: er zijn medische, natuur- en sociaalwetenschappelijke instituten; sommigen zijn vooral gericht op onderzoek, anderen ook op onderwijs, weer anderen voornamelijk op het verzamelen en bijhouden van documentatie. In een rapport van de Academische Raad uit 1979 wordt een onderscheid gemaakt tussen twee typen lUI's. Type I verricht zelf onderzoek en verzorgt ook het onderwijs dat daarmee samenhangt, terwijl type II zich beperkt tot het coördineren en stimuleren van onderzoek dat op de instellingen van w . o . plaatsvindt. Mengvormen van beide typen zijn ook mogelijk, zoals bijvoorbeeld het Limperg instituut voor accountancy dat in 1974 werd opgericht nadat was geconstateerd dat het onderzoek op dat gebied vrij grote leemten vertoonde. Wat de interuniversitaire instituten wel gemeenschappelijk hebben is de organisatievorm. Het zijn zelfstandige rechtspersonen, met in de besturen vertegenwoordigers van de zogenoemde 'deelnemende instellingen'. Het aantal deelnemende instellingen lUI en ook de mate waarin die instellingen financieel aan een lUI bijdragen loopt uiteen. De instituten plegen hun begroting en ontwikkelingsplan rechtstreeks bij de minister in te dienen. Deze stuurt de centen naar de universiteiten, met de aantekening erbij dat ze meteen doorgestuurd dienen te worden naar het betreffende lUI. In financieel opzicht zijn de universiteiten dus niet veel meer dan doorgeefluiken. Die situatie is door hen nooit als erg bevredigend ervaren, men vond de lUI over het algemeen te zelfstandig.
Tilburgs Hogeschoolblad
De samenwerkingsgedachte, zo constateert de werkgroep van de Academische Raad die in het rapport een analyse geeft van de lUI's en hun relatie met de universiteiten en hogescholen, bestond in praktijk vaak uitsluitend uit contacten tussen de onderzoekers. Het is niet overdreven om te stellen dat het eigenlijk nooit helemaal goed heeft gezeten met deze vorm van interuniversitaire samenwerking. Uit het AR-rapport blijkt dat de raad zich al in 1972, nog vóórdat alle instituten waren opgericht, met de problematische verhouding lUI's - universiteiten heeft beziggehouden. De ARbemoeienis heeft echter weinig uitgehaald: structurele veranderingen in de organisatie en de financiering van de lUI's hebben niet plaatsgevonden. De lUI's zijn in de praktijk sterk gebonden aan één universiteit of hogeschool, de zogenaamde penvoerende instelling, tevens in de meeste gevallen de vestigingsplaats van het instituut. Er is weinig contact tussen de instituten en wie bij de universiteiten op zoek gaat naar informatie stuit al snel qp een muur van onbekendheid. Bij de Academische Raad noch bij het ministerie van Onderwijs is iemand te vinden die overzicht heeft over de lUI's. De enige man in Nederland met een centrale blik op de instituten is de oud-secretaris van eerder genoemde ARwerkgroep, drs. C.H. Postma, thans werkzaam bij de Rijksuniversiteit van Leiden.
OUD ZEER ^ ü i ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ "Er is een discussie geweest naar aanleiding van het rapport van de werkgroep", vertelt hij, " o m die instituten écht interuniversitair te maken in financiële zin, en ze dus te laten bekostigen door de instellingen. Het voorstel was om de bedragen voor de lUI's in de rijksbijdrage aan de instellingen op te nemen en vervolgens de instellingen zélf te laten besluiten hoeveel ze aan zo'n instituut willen spenderen. De instituten zagen daar echter geen heil in, denkend dat ze meer bescherming zouden genieten als ze door het departement zelf gefinancierd zouden w o r d e n " . De gevolgen van die houding krijgen ze nu dus op hun brood: de universiteiten hebben zich nauwelijks ingespannen om de samenwerkingsvorm 'interuniversitair instituut' op enigerlei wijze de hand boven het hoofd te houden. Drs. Postma beschrijft de situatie aldus: " D e taakverdelingscommissie heeft betrekkelijk gemakkelijk argumenten kunnen vinden om het oud zeer (i.e. de slechte verhouding met de lUI's) om te
zetten in klinkende m u n t " . Het ARrapport heeft daarbij goede diensten bewezen. Het is opvallend dat precies die vier instituten volgens het TVCeindrapport moeten worden opgeheven, waar de AR-werkgroep de meeste kritiek op had: het Instituut Normen en Waarden (INW) in Rotterdam, het Instituut voor Radiopathologie en Stralenbescherming (IRS) in Leiden, het Netherlands Institute for Advanced Studies in Humanities and Social Science (NIAS) in Wassenaar, en het Instituut voor Bedrijfskunde (IB) in Delft. De lUI's hebben uiteraard zeer kritisch op de dreigende bezuinigingen gereageerd. Een brief van het Interuniversitair Reactor Instituut (IRI) te Delft geeft goed weer hoe de gevoelens ongeveer liggen. Uitgaande van de constatering dat de lUI's bij uitstek de concretisering van samenwerking en taakverdeling tussen de instellingen vormen stelt het reactor instituut dat de TVC de lUI's terecht in haar beschouwingen heeft meegenomen. "Daarbij mocht echter worden verwacht dat de TVC, in het belang van de na te streven taakverdeling en concentratie, aan de lUI's - als concentratiepunten per definitie - grote aandacht zou schenken, met name in de deeloverlegg e n . " Maar dat is niet gebeurd: de TVC schakelde geen deskundigen uit de lUI's in, en handelde hun in twee uur tijds af. Daarbij werd het principe gevolgd dat zoveel mogelijk taken van de lUI's naar de universiteiten en hogescholen teruggesluisd dienden te worden. De aanslag op de instituten werd opgeschroefd van 10 naar 20 miljoen, wat neerkomt op het verlies van 200 van de in totaal 550 arbeidsplaatsen. Dat zijn resultaten waarmee een instellings-vertegenwoordiger in de TVC veilig mee naar huis kon gaan: flink bezuinigd zónder dat het de universiteit iets gekost heeft. Het instituut Normen en Waarden is uitgebreid op de lobby-toer gegaan, als één van de weinigen overigens, de meeste instituten beperken zich tot brieven en nota's en een afwachtende houding. Het is trouwens de vraag of INW met zijn lobby enig succes zal boeken: over de opheffing van dat instituut schijnt iederéén het eens te zijn. De meeste lUI's zijn op 17 maart, nog vóór het uitkomen van het TVCeindrapport, bij elkaar gekomen om de situatie (toen nog: 10 miljoen bezuinigen) in ogenschouw te nemen. Veel meer dan een manifestatie van onmacht is die vergadering niet geweest, zo valt op te maken uit de woorden van prof. dr. H.A.F.J. Misset, directeur van het NIAS. "Eén van de conclusies was dat er van het begin af aan geen overleg is geweest tussen de lUI's en de T V C " , meldt hij. "Maar dat is niet zo schokkend". Een gezamelijk actieplan is er niet uitgekomen. Bij het ter perse gaan vernamen we uit het TVC-concept van minister Deetman dat hij iets voorzichtiger wil opereren dan de Taakverdelingscommissie. Hij wenst alvast het NIAS te handhaven, sommige instituten beoordeelt hij conform de TVC terwijl hij nog andere instituten wil beoordelen na een evaluatie. Marcel Metze KU/UP
Vrijdag 20 mei 1983
MEMO
Studenten i FEEST LETTEREN Donderdag 26 mei feest in La Cabana voor de hele letterenfaculteit. Tot dan, om 21.00 uur. Entree ^ 1 , — .
M A N E T TENTOONSTELLING PARIJS De Stichting Internationaal Studen ten Contact (S.I.S.C.) organiseert van 10 tot en met 12 juni 1983 een lang weekend in Parijs in het kader van de grote overzichtstentoonstel ling van Edouard Manet (18321883). Deze unieke en grootse tentoonstel ling van meer dan 200 werken wordt gehouden in het Grand Palais te Pa rijs en is verder alleen nog te zien in New York. Daarnaast wordt in het Centre Pom pidou (Beaubourg) de tentoonstel ling "Bonjour Monsieur Manet" ge organiseerd. Deze laat invloeden van Manet zien op schilders als Picasso, Cezanne, Matisse en anderen. S.I.S.C. biedt in de eerste plaats aan jongeren met C.J .P. tot 26 jaar de gelegenheid deze exposities te be zoeken tegen een sterk gereduceerd tarief. De totale reissom bedraagt slechts f 95,— inbegrepen: vervoer AmsterdamParijs, v.v. per luxe tourincar 2 overnachtingen in hotel (l ont bijt) en toegang tot beide tentoonstellin gen. Vertrek op vrijdag 10 juni vanaf het Stadionplein in Amsterdam om 13 uur en uit Parijs op zondagmiddag om 16 uur. Voor deelnemers zonder C.J .P. en ouder dan 25 jaar bedraagt de prijs f 125,. Informatie en aanmelding zo spoedig mogelijk en in elk geval voor 1 juni a.s. bij voorkeur per briefkaart aan: S.I.S.C. postbus 10191, 1001 ED Amsterdam, tel. 020265623, giro 5265386 met vermelding van naam, geboortedatum, geslacht, adres t postcode en telefoonnummer. D O C T O R A A L BIJVAK M A S S A C O M M U N I C A T I E EN PUBLIC RE LATIONS TE UTRECHT Aan de Rijksuniversiteit Utrecht wordt door de Werkgroep Massa communicatie het komend jaar weer het keuzevak Massacommunicatie verzorgd door doctoraalstudenten uit alle studierichtingen. Omvang van het bijvak is naar keuze 250, 400, 500, 600, 800 of 1000 uur. Op woensdag 1 juni a.s. wordt een voorlichtingsbijeenkomst gehouden van 16.30 uur tot 17.30 uur in de gro te collegezaal (zaal 0.24) van het ge bouw aan de Bijlhouwerstraat 6 te Utrecht. Men kan een informatiebro chure aanvragen bij het secretariaat van de Werkgroep Massacommuni catie, Kromme Nieuwe Gracht 15, 3512 HC Utrecht; telefoon 030314190.
Varia \ WEEEKENDCONFERENTIE ISW Op zaterdag 28 en zondag 29 mei wordt op de Internationale School voor Wijsbegeerte de weekendconfe rentie Maatsch appelijkh eid bij Marx gehouden. Zaterdag: 10.30 uur. prof. dr. W . van Dooren, Maatschappelijkheid en onmaat schappelijkheid bij de vroege Marx. 14.00 uur: drs. P.O.K. Horbach,
Tilburgs Hogeschoolblad
Abstracte maatschappelijkheid en de politieke economie van het kapitaal. 19.30 uur: prof. dr. G. Lock, Marx' ideeèn in het "Communistisch Mani fest" over de noodzakelijke verande ring van de maatschappelijke verhoudingen. Zondag: 10.00 uur: drs. A. Korver, de rol van de arbeidskracht. De noodzaak van een nieuwe, door Marx geïnspireer de, strategie voor verandering van de maatschappelijke verhoudingen op de arbeidsmarkt. 11.00 u: Discussie. Inlichtingen en aanmelding: ISVW, Dodeweg 8, 3832 RD Leusden, tel. 03315020. SYMPOSIUM TE LEIDEN
VEERSTICHTING
OP 31 A U G U S T U S , 1 SEPTEMBER '83 De VeerStichting is in 1979 opgericht door 3 Leidse studenten. Het bestuur van de stichting bestaat uit studen ten, die zich een jaar inzetten een geslaagd Symposium van de grond te krijgen. De VeerStichting heeft tot doelstel ling het bevorderen van contact des woords. Hiertoe wordt jaarlijks een Symposium georganiseerd, dat dit jaar plaatsvindt op 31 augustus en 1 september te Leiden. Thema zal zijn "ZICHT OP UIT ZICHT", een Symposium over crisis, toekomst en uitdaging. De schijn werpers zullen tijdens deze twee da gen gericht zijn op de lichtpuntjes in de huidige crisissituatie. Vanuit de in stituties overheid, bedrijfsleven en Europese samenwerking zullen de achtergronden, mentaliteitseffecten en toekomstmogelijkheden bezien worden. Programma: Tijdens het Symposium worden er in de ochtenden lezingen gehouden door sprekers uit binnen en buitenland. P. Schwartz (Shell, London), Dr. R.L. Brien (Philadelphia) en Dr. R. Nater (Stanford University) en H.J .L. Vonhoff werden reeds vastgelegd. De middagen worden gevuld met werkgroepen, waar studenten en nietstudenten geïntegreerd aan deelnemen, onder leiding van men sen met leidinggevende functies uit de verschillende organisaties. Naast de 150 deelnemende studen ten wordt aan het Symposium deel genomen door 150 nietstudenten, waarbij gemikt wordt op de top uit bedrijfsleven, overheid en vakbon den. Kosten van deelname bedragen f 75,. Studenten worden op het Symposi um voorbereid in twee voorbereiden de werkgroepen onder de zeer ge waardeerde leiding van Dr. C.W. Vroom. Daar deze bijeenkomsten reeds op korte termijn een aanvang zullen nemen, dient aanmelding zo spoedig mogelijk te geschieden. Studenten die aan het Symposium willen deelnemen dan wel meer infor matie verlangen dienen zich te rich ten tot de VeerStich ting, Postbus 11230, 2301 EE Leiden, tel. 071-123545.
Vrouwen CONGRES " V R O U W E N I N ONDERWIJS" Op 29, 30 juni en 1 juli 1983 vindt te Amsterdam (Oude Manhuis Poort het congres "Vrouwen in Onderwijs" plaats, dat in principe bedoeld is voor alle vrouwen in het onderwijs, van
kleuterschool tot en met universiteit, de thema's van het kongres zijn: The ma A . Vrouwenideaal, meisjespeda gogiek en vrouwelijke dubbelrol. Thema B. Het dagelijks leven op school. Thema C. Feminisering van onderwijs (iedere dag 1 thema). Een inleiding op deze thema's is te vinden in de congresbundel, die half mei verschijnt en in de vrouwenboek handels te koop is (prijs f 12,50, tachtig pagina's), eveneens is dan een folder met meer informatie in de boekwinkels en in de vrouwenstudiesafdelingen van de universiteiten te krijgen. Het pro gramma van het kongres omvat 's morgens lezingen, 's middags werk groepen, 's avonds plenaire diskus sie. De lezingen worden door de vol gende vrouwen verzorgd: Thema A . Monika Simmel (meisjespedagogiek) en Mechtild Rumpf (vrouwelijke dub belrol), beiden uit West Duitsland, Thema B. Miriam David (rolvoorstel lingen beroep leerkracht) en Michelle Stanworth (interaktie in de klas), bei den uit Engeland, Thema C. Ilse Schutte (meisjes in mannenberoe pen/opleidingen) en Yvonne Bee cham (vrouwenstudieprojekten in het voortgezet onderwijs, kennis en macht), respektievelijk uit West Duitsland en Engeland. Verder zullen nog nader te bepalen Nederlandse vrouwen lezingen verzorgen. Tolken en vertalingen van de samenvattin gen van de lezingen zijn beschikbaar. De toegang van het kongres is f 10,. Inschrijving is mogelijk door storting van dit bedrag op postgironummer 19 27 5 27 van Ankie Veneberg, Ege lantierstraat 142A, 1015 PS Amster dam, MET VERMELDING V A N DE KEUZE V A N THEMA'S W A A R A A N WORDT DEELGENOMEN. Het is overigens niet onmogelijk om op het congres zelf in te schrijven, maar de voorkeur van de organisatri ces gaat uit naar inschrijving vooraf omdat hiermee een inschatting kan worden gemaakt van de beschikbare (werkgroep)ruimtes en kostendek king. De organisatie van het kongres wordt verzorgd door een themavoorberei dingsgroep van 17 vrouwen en vindt plaats in samenwerking met de Stichting Landelijk Overleg Vrou wenstudies en de Universiteit van Amsterdam.
Buro Buitenland \ VRIJWILLIGERS G E V R A A G D Het komend studiejaar organiseert Buro Buitenland voor de tiende maal een Leergang Ontwikkelingsproble matiek met het doel om de relatie tussen de problematiek van mensen in de Derde Wereld en de eigen situa tie, hier in Nederland, te verhelderen. Deze Leergang bestaat uit een jaar kursus, die open staat zowel voor studenten als nietstudenten. De deelnemers, afgelopen jaar ruim 100 personen, vormen een nogal hetero geen gezelschap wat betreft leeftijd, achtergrond en ervaring met de Der de Wereld problematiek. De Leer gang is opgebouwd rond werkgroe pen van ca. 10 personen die wekelijks bijeenkomen. Deze groepen werken zelfstandig aan een, in onderling overleg opgezet programma. Elke groep wordt begeleid door één of twee groepsbegeleid(st)ers, die op grond van hun kennis van de ontwik kelingsproblematiek en ervaring met het werken in groepen hun vrijwillige medewerking aan de Leergang verle nen. Voor het komend studiejaar zoekt Buro Buitenland enkele enth ousiaste
groepsbegeleidistlers. De taken van deze groepsbegeleid(st)ers bestaan uit: het voorbereiden van en deelnemen aan de wekelijkse groepsbijeen komsten deelnemen aan het driewekelijks overleg van groepsbegeleid(st)ers deelnemen aan het voorbereidings weekend eind augustus 1983. De bijdrage van Buro Buitenland aan de Leergang bestaat uit: Inhoudelijke en organisatorische ondersteuning door middel van ple naire bijeenkomsten en regelmatig overleg met de groepsbege leid(st)ers. het aanbod van kursusmateriaal voor alle deelnemers plus aanvullend dokumentatiemateriaal in de vorm van literatuur, audiovisueel materiaal en spelmateriaal. financiële ondersteuning van de groepen door middel van een groeps budget. Mensen, die interesse hebben in het begeleiden van een groep of meer in formatie willen, kunnen kontakt op nemen met Mieke Grazell of Stiena Versluis van Buro Buitenland, tel: (66)2236 of (66)2556.
Talencentrum
^
SOLLICITATIECURSUS Het Talencentrum organiseert voor pas afgestudeerden en studenten die op het punt staan af te studeren, op dinsdag 7 juni van 10.00 tot 17.00 uur een bijeenkomst die gewijd is aan het solliciteren, 's Ochtends staat de sol licitatiebrief centraal; 's ■ middags krijgt het sollicitatiegesprek aan dacht. Voor deze cursus kunt U zich opgeven bij het secretariaat van het Talencentrum (66)2508 tot 12.30. Een door de kursist geschreven solli citatiebrief naar aanleiding van een (bijgesloten) advertentie aan drs. M.C. Westermann A 160 vormt de inschrijving voor deze cursus, die ge houden wordt in B 703. (aanmelden en inleveren van sollicitatiebrief vóór 3 juni).
meespelen in ons dames of heren team. Het is de bedoeling ongeveer 15 mensen in een team te plaatsen, zodat de mogelijkheid bestaat een keer per drie weken niet mee te spe len. Heb je interesse' Bel Pim, tel. 013366960. P.S. een keepster is van harte welkom! Veldvoetbal: de studentenvoetbal vereniging Merlijn kan nog steeds keepers gebruiken voor het komende seizoen. Heb je interesse of vragen, dan kun je terecht bij: Sjef Leijs, Ba zielkruidhof 21 Tilburg, tel. 013685487, Allrounderstoernooi: het allroun derstoernooi wordt van 13 t / m 24 ju ni georganiseerd. De sportactivitei ten bestaan uit basketball, volleybal, zaalvoetbal, zaalhockey, handbal, estafetteloop en " i e t s " in het zwem bad en vinden plaats gedurende de avonduren, namelijk van 18.0024.00 uur, in de studentensporthal, het zwembad Ringbaan West en in de Warande. De teams, die elkaar op verschillende sportonderdelen zullen bestrijden, bestaan uit 10 personen en wel " m i x e d " . Deelname is zowel voor verenigingen als voor individue le belangstellenden (waaruit teams samengesteld zullen worden) moge lijk. Wil je meedoen, geef je dan op bij je vereniging of schrijf je in op de sporthal. Sportlessen: de algemene sportles sen en trainingen in de sporthal gaan door tot 20 juni. Daarna kan er weer vrij ingeschreven worden voor de grote en kleine zaal.
Docenten: F. Creemers, H. van Driel, M. Westermann.
SCRIPTIEBEGELEIDING Het talencentrum organiseert op 1 j u ni a.s. vanaf 10.00 uur een workshop over het schrijven van scripties voor studenten economie en econometrie. Aan de orde komen: algemene problemen van opbouw; typografische vormgeving; inventarisatie van bijzondere proble men; oefensituaties ter oplossing van ge opperde problemen Plaats en handeling B 703 Inschrijving vóór 27 mei bij Gonnie Jansen, gebouw A kamer 114 onder overlegging van: de (voorlopige) inhoudsopgave van de scriptie de uitgetypte tekst van één (korte) paragraaf. De teksten zijn uitgangspunt voor oe feningen. Docent: F. Creemers, tel. (66)2650.
Menu PERIODE 23 T / M 27 MEI 1983 M A A N D A G 23/5 Gesloten Pinksteren DINSDAG 24/5 preisoep chinese kippesoep kerrieragout gebakken lever met uiensaus hawaiimix rauwkosisalade WOENSDAG 25/5 heldere tomatensoep juliennesoep duitse braadworst kippeburger barbecuesaus gemengde sla koolraap DONDERDAG 26/5
Sport X PENDRAGON Hockey: hockey(st)ers opgelet! Het gaat nu echt gebeuren: de Tilburgse Studenten Hockeyclub wordt opge richt en gaat komend seizoen mee draaien in de landelijke kompetitie (4e klasse), W e zijn nog op zoek naar en kele enthousiastelingen, die willen
Vrijdag 20 mei 1983
kippecremesoep heldere aspergessoep stoofvles met spelblokjes in rode wijn saus bretonse schijf rode kool met appel + rozijnen appelmoes VRIJDAG 27/5 spaghetti met ham i doperwten gehaktballetjes in tomatensaus gemengde sla koud vlees
Il
Sigmund Freud in polderland Het boek van Ilse N. Bulhof, Freud en Nederland, roept bij mij verschillende beelden op. Het eerste is dat van een zandloper. Bulhof laat zien hoe Freud door twee belangrijke cultuurstromingen is beïnvloed: positivisme en romantiek. Beide stromingen vloeien in het werk van Freud samen. Hij lijkt daarom het smalste punt van een zandloper. Maar het zand dat hier aankomt, blijft niet stil liggen: andere mensen nemen weer ideeën van Freud over. Zijn invloed op die anderen is vaak heel gevarieerd: uit het smalste punt van de zandloper waaie ren de korrels breed weg. Bulhof besteedt enkele tientallen bladzij den aan de bovenkant van de zandloper. Aan het begin van het boek plaatst zij het werk van Freud beknopt tegen de ge noemde cultuurstromingen. De meeste aandacht honderden pagina's krijgt een segment van de onderkant van de zandloper. Bulhof laat zien hoe allerlei figuren in het Nederland van vóór de tweede wereldoorlog op Freud reageer den. Dat levert al snel een tweede beeld op:
een spiegel. Denkbeelden van Freud wor den geaccepteerd door mensen die tot zeer verschillende zuilen in ons land gere kend kunnen worden. Niet iedere Neder lander van vóór 1940 omhelsde de begin selen van Sigmund Freud; het gekke is echter, dat zijn opvattingen heel accepta bel en inspirerend bleken te zijn voor mensen die eikaars opvattingen verket terden. Het lijkt alsof velen Freud kon den waarderen, omdat ze hun eigen over tuigingen weerspiegeld zagen in het werk van de oude meester. Het boek roept ook een derde beeld op: dat van een rariteitenkabinet. Aan de hand van citaten laat Bulhof zien, hoe al lerleipersonen Freud interpreteerden. De citaten zijn vaak uiterst curieus. Op grond van de meest rare gedachten kon je vroeger professor, psychiater of theo loog worden! Positivisme en romantiek keren in allerlei kronkels en mengvormen terug in het werk van de geciteerde Ne derlanders. De geschiedenis is een medo genloze beul: de wijsheden van toen, vor men de curiosa van thans. Het beulswerk van de historie houdt geen halt bij de tweede wereldoorlog: beschouwingen die vandaag in alle ernst aan het papier wor den toevertrouwd, zullen er over een hal ve eeuw heel merkwaardig uitzien. Bulhof legt nadruk op personen. Zij voert ze in kleine groepjes tegelijk ten to nele. Eerst krijgen we vertegenwoordi gers van een romantische stroom te zien: de artsen Frederik van Beden en Albert
Willem van Renterghem. Ze kwamen al lebei via de hypnose terecht bij de psy choanalyse. Ze werkten ook enige tijd sa men. Eerstgenoemde was een rusteloze zoeker (toen hij geestelijk aftakelde, werd hij roomskatholiek). Voor Van Eeden vormde de psychoanalytische praktijk slechts een tussenstation op weg naar een betere wereld. Van Renterghem was veel praktischer ingesteld; zijn ge schriften gaan ook minder diep dan die van Van Eeden. In het Nederlandse rari teitenkabinet zijn Van Eeden en Van Renterghem echter pioniers van behoor lijk groot formaat. In 'n volgend deel van 't boek laat Ilse Bulhof ons kennismaken met drie psy chiaters die verschillende levensovertui gingen aanhingen. Alledrie werden ech ter pleitbezorger van de psychoanalyse. Eerst krijgen we de liberaal Jelgersma te zien, die zich van hersenanatoom tot psy choanalyticus ontwikkelde. Daarna komt een protestantschristelijke Freudi aan op het toneel: de VUhoogleraar Bouman. Vervolgens wordt het portret geschetst van iemand die meer met het socialisme verwant was: August Starcke. Laatstgenoemde was zeer begaafd, maar hij werd een tragische figuur die zijn le ven eindigde met psychoanalytische stu dies van de mierenmaatschappij. In het deel dat dan volgt, worden alle la den van het rariteitenkabinet openge trokken. Een stoet van dwergen (soms afgewisseld met iemand van groter for
maat) wordt het toneel opgejaagd. Bul hof heeft al die dwergen nodig om iets te kunnen vertellen over de groei en verbur gerlijking van de psychoanalyse in Ne derland. Bulhof citeert nu opvattingen over bijvoorbeeld psychoanalyse en respectievelijk: wereldziel, communisme en parapsychologie. Zij gaat tevens in op de reactie van de kerken. Het voorspel wordt geschetst van de seksuele bevrij ding die we in de naoorlogse jaren zestig meegemaakt schijnen te hebben (was u er toen al? ik wél!) Freud lijkt bij Bulhof een projectietest te zijn: iedereen haalt uit Freud wat hij of zij er heeft ingestopt. Voor een deel is dat de schuld van Freud zélf, die zoveel ver schillende ideeën in zijn Verzameld Werk heeft neergelegd: hij is de zak van Sinter klaas, lijkt het. Het boek is een mooie cultuurgeschiede nis. De persoonsgerichte benadering gaat soms echter de mist in. Bulhof probeert de lezers er bijvoorbeeld van te overtui gen, dat August Starcke een origineel denker van behoorlijk formaat is. Dat lukt niet goed: de citaten die zij van Starcke heeft verzameld, maken die man tot net zo'n vreemde vogel als de perso nen die Bulhof veel lager aanslaat. Karel Soudijn Ilse N. Bulhof: FREUD EN NEDERLAND; de interpretatie en invloed van zijn ideeën. Baarn: Ambo, 1983 (431 biz.) Prijs: f 49,75.
Studenten hebben hun eigen verzekering: Ziekte in het buitenland, brand, aansprakelijk heid, ongevallen, invaliditeit. Dat kan de beste student overkomen. Maar gelvikkig hebben studenten hun eigen verzekering en w^orden al die risico' s door één pakket voordelig gedekt: het Zekerheidspakket van de Stichting "SSGZ1970" ofwel SSGZ. Opgericht door en voor studenten. Dat merk je aan het soepele acceptatiebeleid en het snelle uitkeren. Aan het vergoeden van studieom schakeling als gevolg van een ongeval en aan het feit dat er zonder winstoogmerk gev/erkt wordt. Verstandig dus om de bon in te vuUen, te bellen(01719) 7 0 9 4 4 of binnen te stappen bij het plaatselijke SSGZinformatiebiiro. Voor alle informatie over het Zekerheidspakket en de Ziektekostenverzekering die ervoor zorgt dat ziek worden geen narefinanciëlegevolgen heeft.
van de SSGZ. r
1
Bon voor alle zeterhdd Studenten verzekeren zich bij de SSGZ. Stuur mij daarom G de folder Zekerheidspakket D de folder Ziektekostenverzekering
Bon in envelop zonder postzegel aan: SSGZ, Antwoordnr. 10070,2200 VB Noordwijk zh geboortedatum:
Jüm "TrTT"■1. n ; : . . R t'
met/zonder partner adres;. postcode/plaats:
De premie voor het Zekerheidspakket bedraagt f 37,50, f 50, of f 65, per jaar en voor de Ziektekosten verzekering f 480, per jaar of f 42, per maand.
SS
v:
I2H Stichting'SSGZWO' De verzekering voor studerenden.
TUB T
'1
1
r'
s
^
Ig
MEDEDELINGEN
JAARVERSLAG NEDERLANDSCHE B A N K Het Jaarverslag van de Nederland sche Bank is vanaf heden d m v in schrijving bi) het Dictatenmagazijn (A 02) verkrijgbaar voor f 11,60
doctoraal studenten (oude stijl), m a w met voor de zogenaamde eerste fase studenten) in de econo mische wetenschappen De aanmelding voor de cursus dient te geschieden middels een formulier dat op de bijeenkomst of bij mevr T Kleine Vromans (kamer B 523) ver knjgbaar is Dit formulier dient vóór 28 mei a s te zijn ingeleverd bij een van de onderstaande docenten van de opleiding Drs H Klok, vakdidaktiek economie, kamer B 508, tel (66)2318 Drs J Costongs algemene onder wijskunde, kamer S 6, tel (66)2454
LLIItKbN Donderdag 26 mei organiseren de tweedejaars studenten een congres over de thema's Minderheden in de regio Tilburg, de Brede Maatschap pelijke Discussie en Kunst en Media In pnncipe is dit congres alleen toe gankelijk voor letterenstudenten en medewerkers Plaats SZ 17 Tijd 8 45 17 00 uur
HERHALINGSCOLLEGE RECHT
STRAF-
Op dinsdag 31 mei a s zal om 19 00 uur in zaal AZ 8 een herhalingscolle ge worden gegeven voor Strafrecht I door mr J Simmelink B E K E N D M A K I N G V A N DE UITSLAG V A N HET PROPEDEUSE/C1-EXAMEN V A N M E I / J U N I 1983
KRITISCHE THEORIE Ter voorbereiding van een doctoraal cursus algemene sociologie (1983 1984) over kritische theorie zal op dinsdag 7 juni a s een bijeen komst worden gehouden Geinteres seerde doctoraalstudenten zijn welkom om 19 00 uur in S 27
INFORMATIEBIJEENKOMST LERARENOPLEIDING E C O N O M I E In september 1983 start de lerarenop leiding economie aan de economi sche faculteit van de KHT Alle studenten die na 31 augustus afstuderen en hun onderwijsbevoegdheid willen behalen in de economie ( I e graads niveau) dienen, ingevolge een wijziging van het Academische Statuut in 1981, een lerarenopleiding te volgen Op 25 mei a s om 16 00 uur wordt in gebouw S, collegezaal SZ 11, een in formatiebijeenkomst belegd voor
Op 30 juni aanstaande zal de examencommissie de uitslagen vaststellen van de examenpenode mei/juni De avondstudenten hebben de uit slag van de tentamens dan inmiddels reeds toegezonden gekregen Voor de dagstudenten geldt, dat vanaf 15 00 uur op de publikatieborden een lijst met de namen van de geslaagden voor het examen zal worden gepubli ceerd en dat vanaf 16 00 uur in zalen CZ 2 1 , 22 en 23 elke student persoon lijk de precieze uitslag zal worden medegedeeld Daarna zullen de uitslagen schriftelijk worden medegedeeld aan elke stu dent door het Buro Examens Er ZIJ met nadruk op gewezen, dat uitsluitend op bovengenoemde wijze de uitslag zal worden bekend ge maakt HET EXAMENREGLEMENT V A N DE PROPEDEUSE/CANDIDAATS 1 (DAGOPLEIDING) In het verleden is gebleken, dat de dagstudenten van de propedeu
se/het candidaats 1 met altijd op de hoogte zijn van enkele regels van het op hun van toepassing zijnde exa menreglement In het onderstaande wordt op deze regels ingegaan 1 Ongeacht de diepte van de in een bepaalde penode behaalde onvol doendes mag men herkansen bij elke volgende gelegenheid, die zich voor doet binnen de penode waarbinnen men voor het examen dient te sla gen 2 Een herkansing kan resulteren in een cijfer, dat lager is dan dat welk voor het betreffende tentamen is be haald bij de vorige gelegenheid (bij voorbeeld een 5 in mei/jum en een 4 in augustus) In dat geval geldt het laatstbehaalde cijfer dn het voorbeeld de 4) 3 Als men na de augustuskans nog een of twee punten tekort komt (der halve naast een aantal voldoendes nog een of twee vijven heeft of een vier) heeft men recht op een monde ling verlengd examen in het vak of die vakken waarvoor men een onvol doende heeft Dit verlengd examen wordt afgenomen voor 15 septem ber Een verlengd examen in een be paald vak is alleen mogelijk indien men aan het tentamen van het be treffende vak in de penode augustus heeft deelgenomen Inlichtingen over het examenreglement kunnen worden ingewonnen bij de studie adviseur
A A N M E L D I N G VOOR DE TENTAMENS V A N AUGUSTUS AANSTAANDE A Dagopleiding propedeuse/kandidaats 1 examen In tegenstelling tot hetgeen in de betreffende reglementen is bepaald, zullen de aanmeldingen voor de augustustentamens van de propedeu se/het Cl (dagopleiding) als volgt verlopen 1 ZIJ, die wensen deel te nemen aan augustustentamens, maar in mei/ju ni met aan enig tentamen hebben deelgenomen, dienen zich aan te melden bij het Buro Examens (kamer B 108) en wel voor 1 juli 2 ZIJ, die in mei/jum aan enig tenta men hebben deelgenomen, krijgen automatisch (dus zonder dat zij zich hoeven aan te melden) een oproep voor augustus voor alle tentamens.
waarvoor zij nog met zijn geslaagd Men IS niet verplicht om na ont vangst van deze oproep aan het be treffende tentamen deel te nemen Desgewenst kan men derhalve (zonder zich af te melden) afzien van deelname B Avondopleiding/deeltijdse oplei ding propedeuse/ kandidaats J-examen Deelname aan de tentamens van augustus staat slechts open voor avondstudenten/deeltijdse studen ten, die zich tijdig (dat wil zeggen voor 1 juli) aanmelden C Voor alle overige schriftelijke tentamens, die de faculteit in augustus a s afneemt, geldt, dat men zich moet aanmelden voor 1 juli
REPETITIECOLLEGE RECHT ll/MATERIEEL RECHT
STRAFSTRAF-
Op donderdag 2 juni a s zal vanaf 10 30 uur in zaal AZ 19 een repetitie college worden gegeven t b v het tentamen strafrecht Il/Materieel strafrecht d d 14 juni Tijdens dit college bestaat de gele genheid om vragen over de te bestu deren stof te stellen
Keith Cowling, "Monopoly 17,80
Capitalism",
Macmillan,
London
1982, 200pag,
f
Monopoly Capitalisme van Keith Cowling is het eerste deel van de nieuwe serie "Radical Economics' uitgegeven door Macmillan Cowling probeert in zijn boek een analyse te geven van een aantal kenmerken van het huidige kapita lisme HIJ IS daarbij vooral geïnspireerd door het werk van de poolse ekonoom Kalecki en de amenkanen Baran en Sweezy Cowling betoogt dat het huidige kapitalisme gekenmerkt wordt door de domi
Tilburgs Hogeschoolblad
Voor dagstudenten I A (Verbintemsrecht) donderdag 2 juni, 10 00 uur, AZ 6 I B (Rechtspersonenrecht) dinsdag 31 mei, 10 30 uur, AZ 11
m
Voor avondstudenten I A (Verbintemsrecht) donderdag 26 mei, 19 00 uur, AZ 7 I B (Rechtspersonenrecht) dinsdag 24 mei, 19 00 uur, AZ 7
STAATSRECHT AVONDSTUDENTEN Op 19 mei 1983 zal H Tilborghs een repetitiecollege voor avondstudenten verzorgen voor het vak beginselen staats en administratief recht Dit college begint om 19 00 uur en zal plaatsvinden in SZ 28 N B Het tentamen zal, anders dan in december, bestaan uit een aantal multiple choise vragen en een aantal open vragen
GASTCOLLEGE Professor Kevin Boyle houdt op dins dag 24 mei 1983 een lezing over "Na tional and International Protections of Human Rights contrasted the role of domestic law and the European Convention in the Northern Ireland Emergency" De lezing wordt gegeven op uitnodi ging van de vakgroep staats en administratief recht en vindt plaats in een lunchbijeenkomst van 12 00 tot 14 00 uur in B 602 Alle docenten en studenten zijn welkom Opgave voor de lunch, met gelijktijdige betaling van resp f 7,50 en f5,— uiterlijk 19 mei 1983, 12 00 uur, bij Marijke Hornman, kamer B 826 Kevin Boyle is dekaan van de Law Faculty van het University College te Galway, Ierland Als barrister heeft Kevin Boyle een aantal zaken betref fende Noord-lerland behandeld voor de Europese Commissie te Straats burg HIJ IS expert op het gebied van de rechten van de mens
Het KRIS boekte voor U Jonathan Culler, "On Deconstruction, Theory and Criticism after Structuralism", Routledge & Kegan Paul, London 1983, 307 pag, f 31,25 Wie denkt of verwacht dat de structuralistische taaltheorie en de wijsgerige vruchten die daarvan geplukt worden een stnkt Franse aangelegenheid zijn, vergist zich Dit blijkt wel in het boek " O n Deconstruction, Theory and Cnticism after Structuralism" Culler besteedt in zijn boek aandacht aan de merites van het begrip deconstructie Dit begrip speelt een centrale rol in die filosofie die probeert een kritiek te leveren op een "metafysiek van het taakdenken" Deconstructie rekent af met het idee dat taaltekens zouden verwijzen naar iets wat in zich waar is en principieel denkbaar ("logocentrisme") Een van de grootste vertolkers van deze kritische theorie is momenteel Jacques Derrida, en over zijn werk wordt door Culler veelvuldig gesproken De lezer wordt in " O n Deconstruction" ingeleid in de ingewikkelde materie van (o a ) Derrida's taalfilosofie via een drietal illustratieve voorbeelden behelst het lezen van teksten als vrouw "Reading as a w o m a n " Het ligt voor de hand te vragen w a t voor gevolgen een dergelijke taalfilosofie heeft voor " D e Literat u u r " Immers, deze filosofie lijkt "alles wat ziel is" weg te pompen uit de taal, terwijl de literatuur in haar essentie juist lijkt te drijven op het verbonden zijn van teksten met rijke en veelvormige ideeenwerelden In een nuchter geschreven hoofdstuk gaat Culler in op de deconstructie methode als een vorm van literaire kritiek Verwijten als zou de deconstructieve kritiek als literatuur denigreren noemt hij met zonder ironie "comically aberrant" Een zalig boek voor filosofen, letterkundigen, feministische wetenschappers en ZIJ die met terugschrikken voor een wat moeilijkere tekst WvG
REPETITIECOLLEGES PRIVAATRECHT I
nantie van een aantal oligopolistische ondernemingen die een relatief onaantastbare positie hebben Door o a overkapaciteiten te scheppen weten deze ondernemingen hun positie te handhaven Deze overkapaciteiten en de hoge overheadkosten die het gevolg zijn van de autonomie van het managment in het monopoliekapitalisme zorgen ervoor dat de werkelijke winst lager is dan de potentiële winst De potentiële winst wordt bepaald door de monopoliegraad in de ekonomie - die volgens Cowling is toegenomen en de werkelijke winst w o r d t bepaald door het nivo van de effektieve vraag De strijd tussen kapitalisten en arbeiders leidt volgens Cowling tot een loon-prijs spiraal waardoor de inflatie toeneemt, wat een ingrijpen van de staat tot gevolg heeft Dit staatsingrijpen zal erop gericht zijn de ekonomie te defleren d w z de effektieve vraag terug te dringen, o a door een beperking van het geldaanbod (de po litiek van Thatcher) Toenemende overkapaciteiten en een vermindering van de winsten op korte termijn zullen hiervan het gevolg zijn Om uit de huidige krisis te komen, die gekenmerkt wordt door omvangrijke overkapaciteiten is volgens Cowling een vergroting van de effektieve vraag no dig, een strikte prijskontrole en een verdere demokratisering in de bedrijven om vat te krijgen op de grote ondernemingen De theorie van Cowling staat lijnrecht tegenover de theorie van de 'profit squeeze', volgens welke het britse kapitalisme gemangeld werd door de hoge looneisen en de toenemende internationale konkurrentie In de serie 'radical economics' zijn nog twee andere makro-ekonomische stu dies te verwachten, twee over winst en loonvormingstheorie, een over verstedelijkingspolitiek en een over derde wereldproblematiek die ook weer bij het KRIS te verkrijgen zullen zijn Allernieuwste titels te koop bij het KRIS Jurgen Baumgarten (Hrsg ), "Linkssozialisten in Europa , Alernatieven zu Sozialdemokratie und Kommumstischen Parteien", Junius Verlag Hamburg, 1982, 215 pag , f 32,75 Frank Ackerman, "Reaganomics Rhetoric vs Reality", Pluto Press London, 1982, 166 pag , f 21,75
BIJ de Dienst Personeelszaken komt in de tweede helft van 1983 de funktie vrij van HOOFD DIENST PERSONEELSZAKEN M / V
BIJ de Wetenschapswinkel bestaat de vacature voor een STUDENT ASSISTENT M / V voor 20 uren per week voor de periode van 1 augustus 1983 tot 1 augustus 1984 Informatie over deze funkties bij de Dienst Personeelszaken, kamer B 1028, tel 2464
Per 1 augustus 1983 komt vacant de functie van GRIFFIER V A N DE HOGESCHOOLRAAD ( M / V ) De griffier is belast met de ondersteu ning van raad, raadsvoorzitter, raadsleden en raadsfracties HIJ vervult het secretariaat van enkele raadscommissies, waaronder het Presidium en de Begrotingscommissie De griffier draagt zorg voor de proce durele voorbereiding van de raads vergaderingen en de vastlegging van de besluiten Functie eisen opleiding op academisch niveau uitstekende schriftelijke uitdruk kingsvaardigheid bekendheid en zo mogelijk ervanng met de W U B - in staat in teamverband (4 perso nen) te functioneren en dienstver lenend op te treden naar verschil lende groepen en personen Een functie omschrijving is op aanvraag beschikbaar Voor nadere inlichtingen kunt u zich wenden tot de secretaris van de Ho geschool, drs H Hopman, tel 2327 of de voorzitter van de Hogeschoolraad, de heer F Teumssen, tel 2131 Honorering afhankelijk van de erva nng max f 5 705, — bruto p m Schriftelijke sollicitaties, onder ver melding van vacaturenummer 127 op de enveloppe, aan hoofd Dienst Personeelszaken, voor 1 juni 1983
Vrijdag 20 mei 1983
VEBTREKPUNT VOOR LAATSTEJAARS Inteimediair Jaaiboek'83
btemiBdidir weeld)]ad
Sollicitatiehandboek met informatie over t zoeken naar, vinden en vervullen van een baan Verder uitvoerige informatie over een groot aantal bedrijven en instellingen
* ^
Weekblad met meest ' " ' ^ X * complete overzicht van vacatures voor personeel met een academische of HBO opleiding Verder achtergrondinformatie over ontwikkelingen op het terrein van wetenschap en samenleving
. _ iUs urn 1983 afstudeert m een van onderstaande studierichtingen dan kunt u beide uitgaven kosteloos ontvangen. Studierichtingen: Alle technische wetenschappen, accountancy, actuariële wetenschappen, andragogie, bedrijfskunde, biologie, chemie, culturele antropologie, economie, econometrie, informatica, pedagogie, planologie, politicologie, psychologie, rechten, sociologie, wis- en natuurkunde. Voor een folder met aanvraagformulier kunt u terecht bij:
IC0«^
B107/108
6^;
l U U N A nv' te Uden is een middelgrote, goed renderende onderneming die zich toelegt op ontwerp, productie en verkoop van ondermode en sport-Zbadmode. Zij is in de markt ondermeer bekend met de merken Pastunette en Nickey Nobel. De producten van Iduna worden wereldwijd verkocht.
5Ê^
iSiSCi
'macooüï"
Wegens interne promotie zoeken wij contact met kandidaten voor de functie
MARKETING MANAGER (ondermode) M/\ Binnen het actieve en enthousiaste managementteam zal de marketing manager onder de directeur ressorteren. De marketing manager is verantwoordelijk voor de opstelling en, na goedkeuring, uitvoering van het beleidsplan. Dit brengt onder andere de volgende taken met zich mee: - de formulering van de verschillende (marketing)deelplannen voor de uiteenlopende product-Zmarktcombinaties. - het coördineren van de activiteiten van de onder hem ressorterende groepen. - het onderhouden van de contacten en afsluiten van contracten met grote accounts met name in het buitenland. -de bewaking en aanpassing van strategische marketingbeleid. Voor de dynamische marketingfunctionaris is dit een unieke mogelijkheid zich verder in een all-round commerciële functie te bekwamen. Het internationale karakter van deze functie geeft hier een extra dimensie aan. Functie eisen: Opleiding: -doctoraal examen in relevante wetenschap of -H.B.O. niveau, aangevuld met op de commerciële discipline gerichte cursussen Leeftijd : 28-35 jaar Spreekvaardigheid in de moderne talen is vereist. Geïnteresseerden in de functie kunnen hun schriftelijke sollicitatie richten aan Iduna N.V., Hoofd Personeel en Organisatie de heer M. Teutscher, Udenseweg 2, 5405 PA Uden, terwijl deze ook beschikbaar is voor telefonische informatie. Tel nr.: 04132-63915.
Nickey
Nobel
po/luncMe»
WestblaaklOO Leidseplein 29
3012 KM Rotterdam 1017 PS Amsterdam
tel. 010-130680 tel. 020-221355
Oude Stadsgracht 1
5611 D D Eindhoven
tel. 040-454525
uU^pO^ Bosch heeft 'Gezichtsverlies' van Dario Fo gekozen. Al eerder was dit stuk te zien in de uitvoering van de Nieuwe Komedie. 'Bis' heeft vooral accent gelegd op de 'commedia dell'arte'-stijl. In een regie van Hein Ceelen speelt 'Bis' op vrijdag 27 mei om 20.30 uur. Theatergroep 'Vreuchdendael' uit Breda heeft gekozen voor een theaterstuk van Bert Brecht, dat hij geschreven heeft in 1937 over de Spaanse burgeroorlog 'De geweren van vrouw Carrar'. Vooraf brengt de groep een kollege van teksten van Wolfgang Borchert en uit de leerstukken van Brecht. Zaterdag 28 mei om 20.30 uur. DINSDAG
24
MEI,
20.15
UUR
SCHOUWBURG-ZAAL
Dansen op muziek van Bach De Dansgroep Krisztina de ChStel brengt op dinsdag 24 mei in de schouwburg-zaal de nieuwe produktie 'Wiederkehr'. Dit is de zesde produktie, die door deze dansgroep in de afgelopen vijf jaar is uitgebracht. Krisztina de Chatel is Hongaarse van origine. In Duitsland studeerde zij dans bij Kurt Joss en in Nederland van Koert Stuyf en Ellen Edinoff. Tegenwoordig geeft zij les aan de Amsterdamse Theaterschool (moderne dans). Alle dansers hebben een gedegen klassieke opleiding gehad, naast training in Cunningham-
en Graham-technieken in Nederland en de Verenigde Staten. Bij Krisztina's werk heeft de integratie van dans, beeldende kunst en muziek altijd voorop gestaan. Ze streeft er altijd naar een maximum aan spanning te ontwikkelen met een minimum aan middelen. 'In mijn nieuwe produktie Wiederkehr zal ik een samenhangende kompositie maken op enkele van Bach's preludiums en fuga's, waarbij de helderheid van de struktuur van zijn muziek het uitgangspunt zal zijn.'
KULTUREEL SENTRUM
Amateurtheater uit Noord-Brabant Een van de laatste theaterevenementen in het Kultureel Sentrum vóór de grote verhuis naar de stadsschouwburg, IS het optreden van dne amateurtheatergroepen uit NoordBrabant, elk met een verschillende achtergrond en andere aanpak. Theatergroep 'Verkocht' uit Tilburg is voortgekomen uit een theaterwerkgroep van de Stichting Musische
Vorming. Zij hebben vorig seizoen een stuk gekozen van Manuel van Loggem 'Jeugdproces' dat geschreven is in de zestiger jaren, dit seizoen is het geheel weer omgewerkt en meer aangepast aan de huidige tijd. 'Verkocht' speelt dit stuk onder de titel " D e pleinbende" op zondag 29 mei om 20.30 uur. Theatergroep 'Bis' van het gelijknamige theater in Den
Agenda
Maranatha, 11.15 uur: Viering van het Pinksterfeest.
VRIJDAG 20 MEI
M A A N D A G 23 MEI Katholieke Hogeschool, 20.15 uur: aula: Koninklijke Liedertafel met Svjatoslav Richter (piano). Inf. en kaartverkoop Spiero 423223. Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis "Landschap na de slag" van Wajda.
Kuhureel Sentrum, 20.30 uur: Valeska: ich bin ein Hexe. Theaterproductie met als uitgangspunt het leven en werk van de Duitse kunstenares Valeska Gert. Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis Klassiek. 'Entr'acte' van René Clair; "Etoile de mer" van Man Ray; "La coquille et Ie clergyman" van Germaine Dulac; "Ballet mécanique" van F. Léger en D. Murphy; "Berlin, Sinfonie einer Groszstadt" van W . Ruttman. Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis "Padre Padrone" van de Italiaanse regisseurs Paulo en Vittorio Taviani uit 1977. Katholieke Hogeschool, 16.15 uur, aula: Promotie Drs. J.P.J.M. Heesters. Promotoren: Prof. Dr. H . A . W . M . Tiddens en Prof. Dr. P.A. Verheyen. Titel proefschrift: " H u i sartsenhonorering en goodwillproblematiek". ZATERDAG 21 MEI D'n Egelantier, Boomstraat 39, 20.30 uur: Travestietenavond. Show en amusement. Toegang gratis. Kultureel Sentrum, 20.30 uur: Va leska: ich bin ein Hexe. (zie 20 mei) Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 20 mei) ZONDAG 22 MEI Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis (zie 20 mei)
Tilburgs Hogeschoolblad
Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis "Padre Padrone" van Paulo en Vittorio Taviani.
FILMHUIS TILBURG 26 MEI TOT 9 JUNI 22.00 UUR FILMLIGA TILBURG 31 MEI 22.30 UUR
La notte di San Lorenzo regie: Paolo en Vittorio Taviani met: Omero Antonutti, Margarita Lozano e.a. Italië 1982 106 minuten. De gebroeders Taviani brengen een wens in vervulling met hun film, die tegelijk overeenkomt met wat ze zelf nog eens uit de geschiedenis willen oprakelen. Ze hebben het verhaal zelf toen ook meegemaakt. Het is de geschiedenis van San Miniato, een dorp in de buurt van Pisa waar Vittorio in 1929 en Paolo in 1931 werd geboren. Ze waren er allebei bij toen in 1944 heel in de verte de Amerikaanse bevrijders naderden en de Duitse bezetters de bevolking opdroeg zich te verzamelen in de kerk, omdat de rest van het dorp zou worden opgeblazen. Gavano Galvani, een weduwnaar die in feite de vader van de Taviani's zou zijn en gespeeld wordt door Omero Antonutti die ook al de imponerende vader in PADRE PADRONE was, zegt dat de Duitse uitnodiging stinkt. Hij neemt het initiatief tot een Lange Mars naar de Vrijheid en weet
Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis: "La notte di San Lorenzo" van Paulo en Vittorio Taviani uit 1982. Maranatha, 20.00 uur: Evaluatieavond vanwege het Gezinspatronaat.
DONDERDAG 26 MEI Katholieke Hogeschool, 10.30-12.30 uur, CZ-21: Colloquium economie, overige vakgroepen, Bserie: Drs. Hamminga (KHT) over "Empirische methodologie van de economische Modellenbouw". Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis: " D e dode klasse" van Wajda uit 1976.
M A A N D A G 30 MEI Stadsschouwburg,-19.30 uur: Filmhuis (zie 28 mei) Olof, 18.00 uur: maaltijd door de vrouwelijke gastronomen.
Ambassade bioscoop, 22.30 uur: Filmliga met ""La notte di San Lorenzo"". Regie: Paolo en Vittorio Taviani. Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis: ""Alles te k o o p " van Wajda uit 1968.
ZATERDAG 28 MEI
WOENSDAG 25 MEI Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 23 mei)
Op 21 mei zullen bij het COC, Koestraat 73, optreden het duo Juff r o u w Sonnika en Trante Gré met hun nieuwe programma ""Schurft"". Met dit nieuwe programma, dat in
DINSDAG 31 MEI
Kultureel Sentrum, 20.30 uur: "De geweren van vrouw Carrar" van Bert Brecht door Amateurtheater Vreuchdendael uit Breda. Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis: "Berkenbos" van Wajda uit 1970. Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis (zie 26 mei).
ZONDAG 29 MEI Kultureel Sentrum, 20.30 uur: "De Pleinbende" door Amateurtheater Verkocht uit Tilburg. Bewerking van Manual van Loggem"s "Jeugdproces" over jeugdkriminaliteit. Maranatha, 11.15 uur: Viering eucharistie. Thema: Op wég uit Jerusalem (volgens het Boek Handelingen) Maranatha, 11.15 uur: Samenkomsten van de drie kindergroepen. Olof, 21.30 uur: Film ""Marathon Man"". Tweede film van de Dustin Hoffman cyclus m.m.v. de Vrienden van Olof.
""Na 'Een liedjesprogramma in travestie' (1978-1980) en 'Eenzaam en van Kerl< en Keurigheid verlaten' (1980-1982) is 'Schurft' het derde programma van Juffrouw Sonnika en Tante Gré. Was het eerste programma een collage van homo-strijdliederen, het tweede programma een zoektocht naar de oorzaken van individuele homo-problemen, in dit derde programma verhalen ""de dames"' van een ontslagzaak; het ontslag van een vakleerkracht algemene muzikale vorming aan een Christelijke Nationale School. In het eerste gedeelte van de voorstelling nemen de heren Gotschalk en De Prall de gelegenheid te baat om het hoe en waarom van het ontslag precies uit de doeken te doen; na de pauze is het woord aan de Juffrouw en de Tante.
Sonnii<a en Gré
Kultureel Sentrum, 20.30 uur: "Gezichtsverlies" van Dario Fo door amateurtheater Bis uit Den Bosch. Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 26 mei)
DINSDAG 24 MEI
maart 1983 in première ging, bevestigen de landelijk bekende Sonnika en Gré hun hoogstaande cabarettalenten. Aanvang 21 .(X) uur. Het duo zegt zelf over hun programma:
COC, KOESTRAAT, 21 MEI
VRIJDAG 27 MEI
StadsschouwlHirg,'20.15uur: Dansgroep Krisztina de Chatel met " W i e derkehr". Een voortzetting van werken zoals in de productie 'Forgo', maar nu op muziek van Bach. Ambassade-bioscoop, 22.30 uur: Filmliga met "Le dernier m e t r o " Regie: Francois Truffaut. Stadsschouwburg: 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 23 mei) Olof, 21.30 uur: Zesdejaars borrel.
ongeveer de helft van de bevolking achter zich te krijgen om "s nachts te vluchten en de Amerikanen tegemoet te gaan. Het klopt, want de verzamelde achterblijvers worden in de kerk op een flinke bom verrast. De vrijheidstocht is vol pijn en moeite, onder meer door ontmoetingen met fascisten die nog even proberen hun verlopen macht te handhaven terwijl hun Duitse bondgenoten het eigenlijk al voor gezien houden. Aan het einde van de film klinken de kerkklokken van de bevrijding, terwijl Galvano Galvani nog even achterblijft. In de afronding van de film spreekt de vrouw die dit allemaal vertelt de hoop uit dat haar zoon de geest van die betreffende Nacht van San Lorenzo zal bewaren. Het is de Tweede Wereldoorlog die dorpelingen van San Miniato één van de indringendste episode uit hun leven heeft gegeven. Een episode, die na de bevrijding nog slechts onderwerp van overlevering zal zijn. Vandaar het dubbelzinnige einde van de vertelling van LA NOTTE Dl SAN LORENZO, als de oude Galvano op het erf van de boerderij tegelijkertijd in zon en regen achterblijft om de beleefde periode te overdenken, terwijl zijn dorpsgenoten op feestelijk opgetuigde karren de Amerikanen tegemoet rijden. De vrijheid die de dorpelingen zochten, lag immers niet in het dorpje San Miniato en zal evenmin door de Amerikanen worden gebracht. De vrijheid lag veeleer in de zoektocht, in het avontuur, in het spel. Dat is de wijsheid van de Taviani"s: de utopie ligt niet in de verre toekomst verborgen, maar in de geschiedenis. Men moet deze echter wel weten te vinden.
Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis (zie 26 mei) Olof, Eerste dag van het zomeravond toernooi:, voetbal en volleybalwedstrijden. 18.00 uur: Maaltijd voor iedereen. Wedstrijden vanaf 19.30 uur. Olof, vanaf 21.30 uur: borrel.
Vijfdejaars
WOENSDAG 1 JUNI Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis '"Alles te koop"' van Wajda uit 1968. Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis (zie 26 mei).
DONDERDAG 2 JUNI Katholieke Hogeschool, 14.00-16.00 uur, CZ 2 1 : Colloquim bedrijfseconomie, B-serie. Prof. Dr. H.K. Thierry ( U v A / N I A S ) over " B e loning voor arbeid"'. Katholieke Hogeschool 10.30-12.30 uur, CZ-23: Colloquium economie, algemeen. A-serie. Prof.
Dr. J . van Duyn (Interfac. Bedrijfskunde, Delft) over "Beloning vor arbeid". Katholieke Hogeschool 10.30-12.30 uur, CZ-23; Colloquium economie, algemeen. A-serie. Prof. Dr. J . van Duyn (Interfac. Bedrijfskunde, Delft) over "Recente macroeconomische ontwikkelingen". Katholieke Hogeschool 10.30-12.30 uur, CZ-21: Colloquim algemene economie, B-serie. Prof. Dr. J . Spronk (EUR) over "Interactieve doelprogrammering als hulpmiddel bij de evaluatie van economische scenario's. Een praktijkprobleem bij de W.R.R. Olof, 18.00 uur; Maaltijd, aansl. wedstrijden zomeravond toernooi. Otof, 21.30 uur: Film: Christiane F. " W i r Kinder vom Bahnhof Zoo"". VRIJDAG 3 JUNI Stadsschouwburg, 19.30 uur: Swing Workshopfestival. Optreden van 15 orkesten met geïmproviseerde muziek. TENTOONSTELLINGEN: Tissofer glassierkunst, Julianapark 23A, Tot 1 juli: landschappen (olieverf) van Jan van Roessel. Geopend donderdags en vrijdags van 13.(X)-18.00 uur en zaterdags van 13.00-17.00 uur. Kutlrueel Sentrum en Schouwburggalerie, tot en met 21 mei: Monumentale collages van Noud van de Ven. Noordbrabants Natuurmuseum, Tot 1 juni: schilderen met planten. Expositie van Nel van Dooremaal.
Vrijdag 20 mei 1983
m
ACHTERKLAP De laatste weken duiken in een aantal takken van de wetenschap verschillende hitlijsten op, waaruit af te lezen valt wie in Nederland goed onderzoek zou doen. Er is een hitparade voor medische specialisten, economen en binnenkort komt er 'n TopZoveel voor bedrijfseconometristen. De ego-tripperij binnen het wetenschappelijk wereldje is blijkbaar groot, getuige de naïeve ernst waarmee het hitparadeverschijnsel wordt ontvangen. Onder de economen circuleren zelfs twee lijsten: de Citatenindex van prof. Jaap van Duijn en de Top-40 lijst van A . D . S . de Schuite. In Intermediair van 1 april j . l . publiceerde de Schuite voor de derde maal (eerder in ESB '80 en Intermediair '82) zijn hitnotering. A . D . S . de Schuite is het pseudoniem - of, zoals Intermediair in meer sophisticated termen uitdrukt - de 'nom de plume' van A. Kapteyn en T . J . Wansbeek, beiden econometrist, de eerste is prof aan de KHT, de tweede is werkzaam op het CBS in Voorburg. In tegenstelling tot de Citatie-index, waar je hoog scoort als je maar vaak genoeg geciteerd wordt, is de De Schuite-lijst verfijnder uitgewerkt. De internationale vakbladen zijn onderverdeeld in drie categorieën: toptijdschriften, uitstekende en zeer goede tijdschriften. Een artikel, geplaatst in een der categorieën levert 'n vaste premie op van 5 punten plus 1 punt per bladzijde. Het totaal wordt met 2, 3 of 4 vermenigvuldigd, afhankelijk van de categorie van het blad waar het artikel in staat. Het is algemeen bekend dat het onderzoek in de economische wetenschap hoofdzakelijk kwantitatief van karakter is. De eerste zeven personen op de Top-40 van De Schuite zijn allen econometrist. Bovenaan staat de in Amerika werkende H. Theil, bij jong en oud in Nederland bekend
door de zgn. Theil-coëfficient, die elk kind op de lagere school op 't bord kan tekenen. Kapteyn zelf staat derde en Wansbeek elfde. Dat de Top-40 lijst door de neefjes en nichtjes in de economische wetenschap met argusogen wordt bekeken, wordt, naast ijdelheid, ook veroorzaakt door de bezuinigingswoede binnen de universiteiten. Op de economische fakulteit van de UvA circuleert 'n copie van de internationale toptijdschriften. Kapteyn en Wansbeek benadrukken derhalve dat je zo'n lijst met beleid moet hanteren. Zij blijven zoeken naar verbeteringen. Zo is nagedacht welke elementen uit de Citatie-index van Van Duijn overgenomen kunnen worden. Je zou, aldus Kapteyn en Wansbeek, het volgende in ogenschouw kunnen nemen: als er veel naar 'n artikel in een bepaald blad wordt verwezen dan zegt dat iets over de kwaliteit van dat blad. Ais je vervolgens weer in dat blad publiceert ben je dus vrij succesvol geweest; een teken dat dat artikel ook meer aandacht zal krijgen. Het betekent ook dat het moeilijker is geweest om in dat tijdschrift te komen. Want als er veel artikelen naar een vooraanstaand vakblad worden opgestuurd is de concurrentie groter en de kans op plaatsing kleiner. Voordat 'n artikel in een vakblad geplaatst wordt, is het bekritiseerd door anonieme referees, voornamelijk vakgenoten. Dus zijn citaten een direkte maatstaf voor bij voorbeeld de kwaliteit van het forum dat je hebt gekozen voor jouw publikatie. Dan gaat het niet meer om het verwijzen naar een individu, aldus Kapteyn en Wansbeek. De Citatie-index methode van Van Duijn voor de economen en van Rooijen voor de medische hoogleraren maakt weer eens duidelijk hoe serieus de wetenschap zichzelf neemt. De metho-
de van citeren bevat een aantal komische elementen. Als tien onderzoekers elk in 'n afzonderlijk artikel de noeste arbeid van professor X tot op de grond toe afkraken, stijgt de citatie-score van prof. X. Kapteyn en Wansbeek daarover: " I n de ekonomie geldt dat niet zo zwaar. Daar is veel minder sprake van polemiek. Zij beamen dat als iemand oud en bekend is, er toch veel naar hem wordt verwezen louter en alleen vanwege zijn ere-verdiensten. Een ander opvallend feit in bijvoorbeeld 'lekenbladen' (kranten e.d.) is de 'knusheid' waarmee wetenschappers elkaar aanhalen. Kapteyn geeft in de NRC zijn visie op de Arbeidstijdverkorting; Van Praag - tweede op de Top-40 prijst later in dezelfde krant de goede macro-economische onderbouwing van Kapteyn; en als de laatste in de Volkskrant wederom over ATC schrijft, haalt hij op zijn beurt van Praag weer aan. Dit zijn weliswaar lekenbladen, maar gebeurt het ook niet zo in de vaktijdschriften? Kapteyn en Wansbeek: " J a w e l , natuurlijk. En het feit dat je in een heel goed blad 'n artikel plaatst is natuurlijk ook geen waterdichte garantie voor kwaliteit. Vaak bestaat onder economen en -tristen desalniettemin 'n grote consensus over wie 'n goede onderzoeker is." De 'familiairiteit' onder wetenschappers komt ook naar boven in de reacties op de Top-95 citatie-index onder medische wetenschappers, opgesteld door van Rooijen. In de NRC van 5 mei bekritiseerde een aantal vakgenoten de juistheid van van Rooijens hitparade. Tot hun verbazing ontbrak namelijk de naam van prof. dr. J . Voogd. Wat bleek: Van Rooijen had de naam gespeld als T. Voogd, overgenomen uit 'n foutieve adreslijst. Van Rooijen weigert te rectifice-
Aantekeningen van een kamerbewoner
De landduik door Koos Dalstra Ik doe het voor Rudolf! Rudolf de radioaktieve laboratoriumrat. Nooit zal ik vergeten hoe mijn geliefde bedgenoot 's nachts aan de stroomkabels knaagde, hetzij uit nervositeit of verdriet vanwege zijn schokkende verleden of gewoon omdat hij weer eens zin had zijn tanden te zetten in een van de talloze prullaria die mijn studentenkamer in het voormalige burgemeestershuis rijk was. Neef Wim, die toendertijd aan zijn tiende jaar medicijnen toe was, had hem meegebracht aangezien hij het niet over zijn hart kon krijgen vijftig intelligent getrainde witte kraalogen, - psychologisch en experimenteel onderlegd-, naar de andere wereld te helpen met behulp van wat gas. Wim was trouwens toch een rare schuiver. Als tienjarige jongen ging ik bij hem logeren om zogenaamde opgravingen te doen. 's Avonds trokken we naar de nieuwe kerk en scharrelden tussen hopen modder en stenen van de reparatiewerkzaamheden gave schedels en wervels op. Niet zonder trots vroeg ik de bezoekers van mijn oudheidkundig museum te raden of deze schedel nu aan een man dan wel een vrouw behoorde. Nog voordat de leek van de schrik bekomen was, rammelde ik met het ding, zodat het gruis in de hersenholte knarste. Dit was echter puur ter afleiding. Vervolgens draaide ik het achterhoofd tegen het licht en wees op een groen uitgeslagen plukje haar. "Het moet een vrouw zijn geweest, die een koperen haarspeld in haar kapsel had gestoken. Zodoende." Om de ceremonie af te sluiten, leunde ik dichterlijk tegen een balk, zette de hand aan het hoofd en sprak: "Frailty, thy name is woman".
ren en de vertoornde vakgenoten blijken allemaal oud-promovendi te zijn van prof. dr. J . Voogd. Hoewel Kapteyn en Wansbeek de Citatie-index van Van Duijn meer een monument voor verdiensten in het verleden vinden dan een meting van recente produktiviteit, staat iemand als Tinbergen na drie jaar weer op de Top-40, mede omdat de American Economie Review, 'n toptijdschrift, in '81 zijn Nobelprijslezing (uit 1969!) heeft opgenomen. Dus toch weer 'n monumentaal eerbetoon? Kapteyn en Wansbeek: " D a t zit zo. De American Economie Review, het blad van de American Economie Association, geeft om de zoveel tijd 'n ledenlijst uit. Die lijst is dik en wil je die goedkoop versturen dan moet je de ledenlijst vermommen als 'n exemplaar van je tijdschrift. Dus hebben ze drie nog niet eerder gepubliceerde Nobelprijslezingen bijeengezet en daar vervolgens 'n paar honderd bladzijden met leden achteraan geplakt, 'n Zeker eerbewijs aan Tinbergen was ook wel op z'n plaats. De man is ontzettend goed en publiceert nog steeds. Daarbij vinden we 't ook leuk als Tinbergen op onze lijst 'n beetje hoog staat. Als hij er niet op staat wordt 't sommige oppervlakkige opponenten van de Top-40 wel erg gemakkelijk gemaakt om te zeggen dat onze lijst niet deugt." De onthulling van het pseudoniem A . D . S . de Schuite en het feit dat de Top-40 door vakgenoten griezelig serieus genomen wordt, weerhouden Kapteyn en Wansbeek er niet van om door te gaan met hun hitparade. " W e willen overigens de- indruk vermijden dat de Top-40 een uit de hand gelopen grap is. We staan nog steeds achter de gekozen aanpak. Door de badinerende vorm van presenteren hebben we willen voorkomen dat de lezer
Prof. dr. ir. A. Kapteijn de lijst al te serieus zou nemen. Wij geloven zelf wél dat de wetenschappers die 'n hoge notering hebben ook goed onderzoek d o e n . " Zodat ambtenaren die 'bezuinigingsknopen' moeten ontwarren de Top-40 op hun nachtkast hebben liggen? Kapteyn en Wansbeek: " D a t is een extra reden om over de opzet van de Top-40 na te denken en naar verbeteringen te zoeken. IVIaar het is duidelijk dat als je geen maatstaf voor wetenschappelijke produktiviteit ontwikkelt, je je afvraagt op wat voor gronden 'n ambtenaar dan wél bezuinigt." Peter Pennartz.
Prijsvraag A.D.S de Schuite is het pseudoniem waaronder Prof. A. Kapteyn en T . J . Wansbeek, resp. werkzaam aan de KHT en het CBS te Voorburg, de bekende Economen Top-40 in ESB en Intermediair publiceerden. Kapteyn en Wansbeek dagen ü uit, ambitieus lezer, wel of geen wetenschapper, om te achterhalen hoé het pseudoniem A . D . S . de Schuite tot stand kwam. Eerste prijs is: een eervolle vermelding in de eerstvolgende publikatie van de Economen Top-40. Lukt het u, dan staat niets meer een gloedvolle carrière in de weg! Uw naam zal in één adem genoemd worden met de groten der aarde. U zult geciteerd worden tot u er bij neervalt. Goede oplossingen opsturen aan prof. A. Kapteyn, kamer B 411 Hogeschoollaan 225 Tilburg.
Rudolf was een schone rat. De schichtigheid, eigen aan de aard van de soort, overwon hij meteen. Naar het voorbeeld van de tekenfilm had ik een holletje voor hem gemaakt in het behang. Het was alleen vervelend dat ik naast een herenkapper woonde, bij wie het reukwater rijkelijk vloeide. Meermaals wankelde Rudolf dan ook de kamer in, verdoofd door berkenwater of dennegeur al naar gelang het jaargetijde. Tot aan zijn onverwachte dood behield hij echter een opgewekt humeur. Het einde kwam, toen een vriendin hem verzorgde tijdens een korte vakantie mijnerzijds. Het ongeluk wilde dat ze geen losse schemerlampen had met van die lekkere stroomkabels om op te knagen. Rudolf schijnt het nog geprobeerd te hebben op plastik buizen, maar tevergeefs. Ten einde raad nam hij zijn toevlucht tot een kaars en stierf zo stijf als een plank aan een overdosis. Rudolf was een snelle loper. Vliegensvlug ratelden zijn pootjes op het zeil. Zijn radioaktiviteit gaf hem vleugels. Niet langer werden er isotopen in zijn bloedbaan bestudeerd en dat scheen hem op te luchten. Aan besmettingsgevaar dacht ik niet. Wel heb ik sinds die tijd een merkwaardige belangstelling voor alle aktiviteiten die met radiozenders en ontvangers te maken hebben. Als rechtgeaarde jongen van de hobbyklub bouw ik nu aan een eigen piraat. Ook ben ik er achter gekomen dat de slag om Arnhem mislukt is doordat de stoottroepen verkeerde onderdelen hadden meegekregen, waardoor ze onderling geen kontakt konden maken. Je weet hoe het gaat. Vijfentwintig keer is het loos alarm geweest. Springen we of springen we niet? Dan zegt iemand van de genie: "Dat komt er dit jaar toch niet meer van, laten we die onderdelen maar uit die toestellen halen, en ergens anders voor gebruiken." Maar de zesentwintigste keer is het wel raak. Dan hang je in de lucht achter de linies en blijft steken in een bos bij Sonsbeek. Snel effe de walkietalkie om je positie door te geven. Nop! Het is net als met de landduik der Papoea's. Elk voorjaar de week na Pasen springt de jongeling gehuld in peniskoker en digitaalhorloge van een rots met een liaan om zijn enkels. Zijn haar zwiept over de grond, hij doet dit om 'n bepaalde vrouw te imponeren met wie hij wil trouwen. Maar waarom zo moeilijk? De legende wil, dat eens een mishandelde vrouw vluchtte voor haar man. Ze klom in een hoge boom en hij er achter aan. Maar voordat hij haar kon grijpen sprong ze naar beneden. Ze bleef ongedeerd en toen de man dat zag deed hij het ook. Hij viel te pletter , omdat hij de liaan niet zag die ze om haar enkels had gebonden teneinde haar val te breken. Jan van Schaffelaar deed het om zijn vrienden te redden, ik doe het voor Rudolf. Het elastiek, dat mijn val breekt is de stroomkabel, die hij niet had om op te kluiven.
/-+\