Skip to main content

1979 06 01

Page 1

Den Bosch had een dezer dagen een kongres binnen haar poorten over de zich aandienende Open Universiteit. Een opmerking aldaar: „ D e opzet kan vergeleken worden met een pseudo-akademisch postorderbedrijf". Pagina 4,

Ontwikkelingssociologen in de kou Donderdag 17 mei trad na een langdurige besloten vergadering het bestuur van de Subfakulteit Sociologie af. De raad had in een motie haar vertrouwen in het bestuur opgezegd, omdat het wegens interne verdeeldheid niet in staat was gebleken voorstellen te doen in de kwestie .Imperialisme en Onderontwikkeling'. In deze kwestie gaat het om het wel of niet verlengen van een formatieplaats, die wegens het aflopen van een tijdelijke benoeming van ontwikkelingssocioloog Cees Heemskerk, per 1 september vrijkomt.

Over deze problematiek kon de r a a d n a het aftreden van het bestuur geen besluiten meer nemen. Gevolg daarvan is dat ongeveer zestig studenten niet langer zeker zijn van onderwijs en af studeerbegeleiding. Toen dekaan prof. dr. J. Segers het aftreden van het bestuur bekend maakte, sloten de 75 aanwezige studenten de vleugel af waarin de vergadering van de Subfakulteitsraad had plaats gevonden. Zij wilden dat de raad zich uitsprak over de wenselijkheid van een kontinuering van de formatieplaats-Heemskerk. Slechts enkele raadsleden gaven a a n dat verzoek gevolg. De rest werd n a

een kwartier .gijzeling' ontzet door een gezamenlijke krachtinspanning van de leden van het KvB, die de ketenen, waarmee de deuren zaten vastgekluisterd, verbraken. Volgende week donderdag komt de r a a d van de sociologen bijeen om

zich te beraden over de ontstane situatie. Een aantal raadsleden wil dan tevens - gezien de urgentie een besluit nemen over de kwestie .Imperialisme en Onderontwikkeling' (Vervolg op pagina 3)

Europa en de Derde Wereld hebben deze week een plaatsje gevonden op de middenpagina. Dit naar aanleiding van de heren Faber en Cohen die op uitnodiging van Buro Buitenland hun licht lieten schijnen over de EG-relatie met de Derde Wereld. Studenten uit ontwikkelingslanden maakten kritische kanttekeningen.

Cobbenhagen

Met een grote schaar knipt KvB-lid drs. A. Vermeulen de ketting door, waarmee de deur naar de bezette vleugel was vergrendeld. Prof dr. J. Segers verklaarde danig aangeslagen door deze korte gijzeling: „ I k heb de oorlog nog meegemaakt Toen mocht je ook niet gaan en staan waar je wilde. Het is vrijheidsberoving!"

Verslagenheid bij de theologen „Mijn reaktie op het besluit van de Hogeschoolraad om de theologische fakultelt voorlopig niet te inkorporeren, is er een van verslagenheid. Dat Is ook de reaktie die ik bij anderen hier waarneem. Wat nu? We moeten ons volledig gaan heroriënteren, tot nu toe is al ons beleid uitgegaan van de veronderstelling dat de inkorporatie tot stand zou komen."

Zoals reeds gemeld in het vorige THB speelden daarbij de vrees voor een te grote invloed van de kerkelijke overheid en de bijzondere ontslaggronden (ambtsverlating in verband met huwelijk en heterodoxie) een rol van doorslaggevende betekenis. De Hogeschoolraad, die de inkorporatie op zich als een groot goed beschouwt, heeft de bisschoppen gevraagd h u n houding te versoepelen, zodat inkorporatie alsnog kan plaatsvinden.

Aldus vertolkt de dekaan van de Theologische Fakulteit, prof. m a g . dr. A. Smits de gevoelens die binnen zijn fakulteit heersen, n u de Hogeschoolraad althans voorlopig de integratie binnen de hogeschool heeft gedwarsboomd.

Voor de dekaan is de verslagenheid en spijt over het besluit des te groter omdat n a a r zijn mening de inkorporatie vlak n a de oprichting van de Stichting Theologische Fakulteit, twaalf jaar geleden, geen enkel probleem opleverde. In die tijd zijn wederzijds intentieverklarin-

gen afgegeven om samen te gaan, m a a r de wet stond uitvoering in de weg. De wijziging van de wet heeft erg lang op zich laten wachten: pas vorig jaar verscheen zij in het Staatsblad. Toen h a d de Hogeschoolraad (in augustus 1977) al uitgesproken dat er geen sprake kon zijn van verschillende rechtspositieregehngen binnen de hogeschool. Smits: „Eigenlijk is pas de laatste maanden de hoop op inkorporatie op een laag pitje komen staan. Tot dan toe hoopten we er vast op, en tot vlak voor de Hogeschoolraadsvergadering werd nog op een wonder gehoopt en bleef het beleid op inkorporatie gericht. Daar komt nog bij dat we altijd lastige vragen hebben moeten afhouden om de behandeling van de (Vervolg op pagina 4)

was de geestelijke vader van de hogeschool. Dat blijkt onmiskenbaar uit het eerste deel van de geschiedschijving van de hogeschool, dat vorige week verscheen. De auteur, Hans Bornewasser, behandelt de periode van de oprichting van de hogeschool in 1927 tot aan de dood van Cobbenhagen in 1954. Het eerste deel van de bespreking treft u aan op de pagina's 9 en 10.


„Wij willen niet zomaar iconstateren dat iets met iuict

Stichting wil Icwaliteit ziekenliuis bevorderen Tijdens een symposium over „Aspekten van de medische beroepsuitoefening" dat op 18 mei door de lnteral<ademiale Wericgroep Ziekenhuiswetenschappen in de aula van de Tilburgse Hogeschool werd georganiseerd, liep vooral dr. Reerink in de kijker. Met ingang van 1 juni wordt dr. Reerink immers direkteur van de nieuwe, in Utrecht gevestigde. Stichting Centraal Begeleidingsorgaan der Interkollegiale Toetsing in Nederland, CBO. Het is de bedoeling dat de stem van de patiënten sterk gaat doorklinken in deze organisatie die zich gaat bezighouden met de programmatische ondersteuning van het toetsen van medische handelingen in zowat 240 Nederlandse ziekenhuizen, maar die het uiteindelijk zo ver wil krijgn dat er door de ziekenhuizen verantwoording wordt afgelegd. Een interview. - U heeft al enkele jaren ervaring met toetsingsprogramma's in ziekenhuizen in Heerlen en Sittard: wat houdt dat toetsen van aktiviteiten in? - E. Reerink: „Konkreet moet u het zo voorstellen dat het proces van

tllburgs hogeschoolblad weekblad van de katholieke hogeschool tilburg

redaktie

Annemiek Decock (hoofdredakteur), jacques herraets, paul spapens, eddie vaes. angela lodder (assistente)

medewerkers

toetsing in zes stappen verloopt. De eerste fase is het vaststellen van wat er getoetst gaat worden: je moet mikken op dingen die de moeite waard zijn. Processen die al jaren vlekkeloos lopen zijn niet het eerst aangewezen om getoetst te worden. U voelt wel aan dat er meteen spanningen optreden als gemikt wordt op probleemgebieden. Wij noemen dat in de ziekenhuizen ook altijd de nachtmerries."

Dr. E. Reerink

komen. Het gaat dus duidelijk niet om incidentele fouten Een volgende fase is dan een beschrijving van hoe het eigenlijk zou moeten. Dat zijn dan de kriteria, en die worden vastgesteld door een wetenschappelijke raad waarin alle disciplines binnen de specialistische geneeskunde vertegenwoordigd zijn. De derde stap is het meten van wat er in de werkelijkheid gebeurt. De vierde is het naast elkaar leggen van de uitkomsten van het veldonderzoek en de kriteria. Daaruit kunnen bepaalde konklusies naar voren komen. Als het in orde is, en men konform de maatstaven heeft gewerkt, dan is het logisch dat men daarna een volgend onderwerp neemt uit die lijst van knelpunten.

- Kunt u er daar enkele van noemen? - E. Reerink: „Een te hoog geneesmiddelengebruik, het verkeerd toedienen van medicijnen, fouten bij het medisch-technisch handelen die zich eventueel kunnen uiten in het overlijden van de patiënt, te lange wachttijden, een stuk verwaarlozing van de patiënt: allemaal dingen die naar ik aanneem in de meeste ziekenhuizen wel zullen voorkomen. We moeten bij de toetsing natuurlijk wel uitkijken dat we niet op het terrein van de tuchtrechter terecht

peter allena, toine asselbergs, plet van asseldonk, cees brinkhuizen, hans dieteren, twan geurts, frans godfroy, clemens graafsma, tymen troisky. jace van der ven

Het valt niet te ontkennen dat vooral de midden-etages hiervan de meeste last ondervinden.

officiële mededelingen buTo kommunlkatie cartoonist ad van haandel

(Een reaktie op de Heren v.d. Reep en Popelier)

Een pleidooi voor efficiënter liftgebruik, als gesuggereerd door de Heer v. d. Reep (THB 32) lijkt zondermeer een goede zaak te zijn; echter volgt na de konstatering dat lange llft-wachttijden een voortdurende bron van ergernis zijn: een nog meer ergernis-verwekkend voorstel. Als alle liftgebruikers een beetje meewerken zouden bijvoorbeeld de westelijke liften alleen de even verdiepingen bedienen... De komplikaties die hierbij optreden spreken voor zich en kunnen tot in den treure worden uitgewerkt (de Heer Popelier heeft de z.i. positieve kanten belicht in THB 34).

Heeft u dat wel eens meegemaakt? Je staat te wachten op een lift die naar boven gaat, de lift arriveert en is leeg, je duwt op de gewenste knop én de lift gaat naar beneden! En wie heeft er nog nooit een ongewenste reis naar het sousterrain gemaakt? Weliswaar zijn dit sporadische gebeurtenissen, niettemin komt het daarnaast vaak voor dat - al wachtende om naar boven c.q. beneden te gaan- er een lift in omgekeerde richting passeert (die vaak minstens nog enkele tussenstops zal maken vooraleer hij is teruggekeerd).

Gaarne wil ik hier een serieus tegenvoorstel poneren: laat de liften zodanig afstellen dat het ene paar slechts tussenstops maakt in neergaande richting, waarna de liften direkt terugkeren naar de hoogste etage (eventueel naar de hoogste wachtende) en omgekeerd voor het andere liftenpaar. Uit efficiëntie-overwegingen moet ervan worden afgezien om dit systeem toe te passen bij beide liftkokers, immers wordt de wachttijd verkort indien 2 liften in dezelfde richting gaan (en vrijwel nooit gelijktijdig).

fotografie n e n siers, t i l b u r g druk drukkerij j . j .

. van der wee bv. tllburg

abonnementen voor niet-hogeschoolleden: f 15,— per jaargang advertentie-acquisitie a. p. p. lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week vóór het verschijnen m het bezit van de redaktie zijn redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, t i l b u r g telefoon (alleen v o o r t h b ) : 662277 intern. 2277. kamer 207 (gebouw b) telefoon hogeschool: 669111 foto-service f o t o ' s in dit nummer kunnen worden besteld è f 2,50 per foto in het formaat 13 X 18 cm- telefonisch 013 - 551109 of bij de redaktie landelijk samenwerkingsverband gemeenschappelijke universitaire persdienst (qupd), waarbij verder aangesloten: folia civitatis (amsterdam), ad valvas (vu amsterdam), quod novum (rotterdam), universiteitskrant groninqen, wagenings hogeschooiblad, utrechts universiteitsblad, mare (leiden), thd-nieuws (delft), th-beriohten (eindhoven) en tht-nieuws (twente)

,Reaktionair' is een rubriek waarin reakties van lezers worden geplaatst

Efficiënt liftgebruik en frustraties?

2

Het kan ook best zijn dat één van beide komponenten, namelijk die maatstaven, niet goed geformuleerd is: dan moet men weer terug naar het hokje .kriteria opstellen'. Men moet die dan bijstellen, bekijken of die niet wat te hoog gegrepen zijn. Maar in de meeste gevallen zal het duidelijk zijn dat er problemen zijn die met de werkelijkheid samenhangen. Men heeft gewoon niet gedaan wat men zelf ziet als goede zorg. Er zijn te grote verschillen en dan komen we aan het kenmerkende van de toetsing. Men houdt niet op bij die konstatering dat er iets niet lukt. Men gaat verder, men gaat duidelijk een therapie voorschrijven. Dit probleem bestaat op grond van dat en dèt, en we moeten dat nu gaan veranderen om uiteindelijk het probleem uit de wereld te helpen. Dat is dus de één na laatste stap, want de laatste is dat een hermeting moet worden uitgevoerd. Meestal gebeurt dit na een half of een heel jaar, om te kijken of die verandering wel degelijk effekt gekregen heeft. Op zo'n manier ontstaat een cyklisch schema. Het kan best voorkomen dat men na een hermeting nog niet tevreden is met de resultaten en opnieuw weer die cirkel ingaat en er zelfs twee of drie van die metingen op tafel moeten komen alvorens men zegt: nu heeft het een voldoende hoog niveau bereikt. Voor de volledigheid moet ik zeggen dat dit gebeuren een geweldig Hawthome-effekt zal krijgen. Dat is het effekt dat samenhangt met het nieuwe van het verschijnsel. (Vervolg op pagina 3)

Welnu, staat men in de ,verkeerde' hal te wachten en ziet men de liften alsmaar in de ongewenste richting voorbijkomen, heeft men de keuze tussen hetzij te lopen naar de andere hal hetzij alle trappen te nemen. Deze situatie hoeft overigens niet voor te komen, aangezien dit probleem te herleiden is tot het probleem hoe te weten welke liften opwaarts gaan als we ons in een gang bevinden. Mijn eenvoudig voorstel behelst het aanbrengen van blauwe pijltjes in de richting van de liftkokers waarin men naar het hemelblauwe kan opstijgen. In de veronderstelling dat bovengenoemd voorstel zal kunnen leiden tot vermindering van wachttijden en ergernis, onder voorkóming van mogelijke verwarring en onwil, nodig ik de Aktlegroep Efficiënt Liftgebruik KHT uit dit in overweging te rvemen en een nader onderzoek te plegen naar kwalijke neveneffekten (de rammelende koffiewagen 2x over de gang is te vermijden als de koffiedames zo vriendelijk zijn bijvoorbeeld de etage-volgorde aarvhouden: 2-1 -4-3-6- enz.). R. C. M. M. Strik

B 607


Bestuurskrisis houdt verlenging formatieplaats tegen

Dekaan Segers houdt voet bij stuk Door het forceren van een bestuurskrisis heeft dekaan prof. dr. J. Segers, weten te voorkomen, dat de raad van de sociologen zou besluiten de formatieplaats bij de werkeenheid .Imperialisme en Onderontwikkeling' (die per 1 september afloopt) te verlengen. De subfakulteit heeft nu geen bestuur en een zestigtal studenten geen onderwijs. Al meer d a n vier jaar bestaat er bij de werkeenheid ,Imp)erialisme en Onderontwikkeling een knelsituatie met betrekking tot de personele bezetting'. De grote toeloop van studenten n a a r de werkeenheid werd niet gekompenseerd met een vaste extra medewerker. Wel werd e r tot tweemaal toe, dankzij de inspanningen van de studenten en de vakgroepsleden, een tijdelijke medewerker aangesteld. Beide keren was dat Cees Heemskerk, wiens kontrakt n u per 1 september afloopt. Argument voor het tijdelijke karakter van deze aanstelUng was steeds, dat de personeelsproblematiek bij de werkeenheid niet struktureel van a a r d zou zijn. Intussen is echter wel anders gebleken. De belangstelling voor het vak is zeer konstant, e n dat is niet in de laatste plaats een gevolg van de projektmatige opzet van het onderwijs. Tot m a a r t v a n dit jaar twijfelde men er in de werkeenheid ,lmperialisme en Onderontwikkeling' dan ook niet aan, of Heemskerk's tijdelijke benoeming zou worden omgezet in een vaste aanstelling. Die zekerheid werd echter doorbroken door een uitlating van sekretaris Van Tuyl van de subfakulteit, waarin deze duidelijk maakte, dat een kontinuering van Heemskerk's plaats er wel eens niet in zou kunnen zitten. Wetend, dat inlevering van de formatieplaats een ernstige inkrimping van de onderwijs- en onderzoeksaktiviteiten van de werkeenheid .Imperialisme en Onderontwikkeling' zou betekenen, stelde een aantal leden van de Subfakulteitsraad in de maartvergadering voor de plaats veilig te stellen en dus te verlengen. Onder druk van het bestuur besloot men echter met een dergelijk besluit te wachten totdat een tweetal gegevens beschikbaar zouden zijn. Op de eerste plaats wilde men het besluit van de Hogeschoolraad afwachten over het aantal in te leveren plaatsen in het kader van de bezuinigingen, en verder wilde men eerst cijfermateriaal hebben over de onderwijslast van de medewerkers van de Sociologische Fakulteit. Die informatie zou in de april-vergadering op tafel liggen. Tegen de verwachtingen in bleek dat echter niet zo te zijn. Weer stelde een aantal raadsleden voor om dan toch m a a r besluiten te nemen, m a a r weer zwichtte men uiteindelijk voor de druk van het bestuur, waarbinnen overigens al een eerste verdeeldheid zichtbaar werd. Er zouden

dus spijkers met koppen worden geslagen in de mei-vergadering. Ruim voor de vergadering v a n 17 mei lagen de vereiste gegevens op tafel. De Hogeschoolraad h a d bepaald dat de subfakulteit 1,4 plaats zou moeten inleveren, en ook de onderwijslast was geïnventariseerd. De vakgroep ontwikkelingssociologie, waarvan de werkeenheid ,Imperialisme en Onderontwikkeling' deel uit maakt, blijkt volgens de cijfers in de huidige bezetting een normale belasting te hebben. De werkeenheid zelf heeft in vergelijking met andere vakgroepen of werkeenheden zelfs een vrij forse onderwijslast. Zo zit bijvoorbeeld de vakgroep methoden en technieken van onderzoek (van prof. Segers!) veel en veel beter in de mensen. De bestuursleden C. Vermunt en R. Luijkx trokken uit een en ander dan ook de konklusie, dat kontinuering van de formatieplaats Heemskerk niet meer dan billijk zou zijn. De voorzitter van het bestuur, prof. Segers, dacht d a a r echter even anders over en, zie, het konflikt was daar. Segers bleek niet bereid de r a a d een dergelijk voorstel te doen, en ontwikkelde een soort ,over mijn lijk'-strategie. Enkele dagen voor de raadsvergadering van 17 mei liet hij sekretaris J. van Tuyl een brief schrijven a a n de raadsleden, waarin deze stelt, dat zich bij de voorbereiding van een

het ontbreken van een bestuursvoors t e l . . . En zo geschiedde. Op 17 mei besloot de r a a d zich achter gesloten deuren over de problemen in het bestuur te buigen. Prof. dr. J. Segers maakte duidelijk, dat hij als dekaan op zou stappen als de r a a d niet bereid was wetenschappelijk medewerker Cees Vermunt uit het bestuur te wippen. Deze ,hij d'r uit of ik'-strategie betekende in ieder geval het zoveelste uitstel van een besluit over ,Imperialisme en Onderontwikkeling'. Immers, was de r a a d bereid Vermunt te lossen, dan zou er een bestuurskrisis zijn ontstaan. Volgens het gebruik worden dan geen besluiten genomen over kontroversiële kwesties; dus ook niet over ,Imperialisme en Onderontwikkeling'. Echter ook wanneer de r a a d Vermunt niet wilde laten vallen zou het resultaat hetzelfde zijn. Dan zou Segers zelf opstappen en dan is er ook een krisis. Het hoeft geen betoog dat de r a a d zich door deze manipulatie van Segers aardig voor het blok voelde gesteld. Nog even probeerde men voor te stellen om dan m a a r eerst een besluit over de verlenging van de plaats-Heemskerk te nemen, en d a a r n a pas over de bestuursperikelen te praten. Die volgorde was voor Segers echter onaanvaardbaar. De r a a d besloot vervolgens de eer aan zichzelf te houden en stuurde het gehele bestuur n a a r huis via een motie van wantrouwen. Uiteraard werd er niet meer gepraat over ontwikkelingssociologie. En aldus kreeg Segers, zij het ten kosten van zijn dekanaat, zijn zin. De r a a d stond machteloos, de 75 aanwezige studenten eveneens. De kortstondige bezetting vormde een korte aanklacht tegen dit wanbestuur.

Dekaan Segers In een hoekje In juni wordt waarschijnlijk getracht een nieuw bestuur te formeren. Naast enkele anderen staat prof. dr. J. Segers hoog op de nominatie om de nieuwe dekaan te worden. Of hij daar, gezien zijn ervaringen in de afgelopen twee jaren, zo'n zin in heeft is echter zeer de vraag. De hardste klappen zijn echter gevallen in de hoek van de ontwikkelingssociologen. Wanneer de r a a d niet bereid is om komende week, tijdens een vergadering die door enkele raadsleden is bijeengeroepen, een voor de werkeenheid Imperialisme en Onderontwikkeling gunstig besluit te nemen, ontstaan levensgrote problemen. Het recht op onderwijs van zo'n zestig studenten wordt regelrecht aangetast, en voor de zoveelste maal zullen de gedupeerden en h u n sympathisanten zich moeten opmaken voor een lange hete zomer. H.D.

Vervolg van pag.X^

Betere kwaliteit van de zielcenhuizen

Op de borden boven Segers, Vroom en Vermunt: ,Open sollicitatieprocedure!' en .Afgelopen met tijdrekken! Nu beslissen en wel positief voor ontwikkelingssociologie'.

bestuursstandpunt over het onderwerp .Imperialisme en Onderontwikkeling' problemen hebben voorgedaan die de dekaan van de subfakulteit tot de konklusie hebben gebracht, „dat het bestuur in zijn huidige samenstelling niet meer adekwaat kan funktioneren." Van Tuyl stelt de raad in zijn brief voor deze bestuursperikelen in een besloten vergadering voorafgaand aan de officiële agenda te bespreken. Het agendapunt over imperialisme en onderontwikkeling moet volgens Van Tuyl vervallen wegens

Men duikt er enthoesiast üi, men doet een tijdlang geweldig zijn best, maar, als de glamour eraf is en het routine dreigt te worden heeft het proces de neiging om af en toe tot stilstand te komen. En dan is het van uitermate groot belang dat er een stevige organisatie in Nederland is die dat negatieve effekt k a n opvangen: om de motor draaiende te houden en om te zorgen dat er een voortdurende feedback is. Het is natuurlijk uiterst belangrijk dat de medische wereld, m a a r ook de financiers en de overheid, op de hoogte gesteld worden van wat er met die toetsing bereikt wordt." - Welke bevoegdheden moet volgens u de toetsingskommissie krijgen? -E. Reerink: „Wat doe je als iets heel duidelijk fout loopt! Daar zijn verschillende meningen over. Er zijn mensen die zeggen dat je die fouten uitsluitend op een edukatieve manier uit de wereld kunt helpen. Anderen zeggen weer d a a r begin je

in Nederland niks meer mee. we moeten de bestraffende kant op. we moeten sankties gaan invoeren. Ik kan daar geen zinnig woord over zeggen, dat zal uit het onderzoek moeten blijken." - Hoe denkt u over de plaats van de patiënt in het toetsingsgebeuren? - E. Reerink: „ Het is voor mij evident dat de patiënt meewerkend voorwerp wordt en niet meer lijdend voorwerp is. Maar je moet toegeven dat dit meewerken toch ergens eindigt ook. De arts blijft, in welke sociale kontekst men dat ook zou willen zien, diegene die de beslissingen neemt over de patiënt, over de problemen van de patiënt. Dat is denk ik op geen enkele manier weg te denken uit dit gedeelte van het medisch b e r o e p . . . Binnen ons programma is er alleen plaats voor het afleggen van verantwoording n a a r kollega's toe." Toine Asselbergs THB/GUPD t h b 35 - 1 juni 1879


Kongres in 's-Hertogenbosch twijfelt aan deze Open Universiteit De Open Universiteit blijft heel wat diskussie uitlokken en zal mede daardoor slechts in 1982 van start kunnen. Het eindrapport van de Kommissie Voorbereiding Open Universiteit stuit op verzet en twijfel bij een aantal belanghebbenden en belangstellenden. Felle tegenwind kwam op het kongres, in het provinciehuis in Den Bosch, van dr. Van der Meer van de Landbouw Hogeschool in Wageningen die de opzet vergeleek met een .pseudo-akademisch postorderbedrijf'. Andere sprekers vroegen zich bezorgd af of onze Open Universiteit dezelfde slepende kinderziekten zou moeten doormaken als bijvoorbeeld de Engelse ,Open University'.

lossen. De GO richt zich te veel n a a r studenten met een goede voorkennis, die bereid zijn offers te brengen en te weinig n a a r de nieuwe kategorieën onderwijsvragenden waarvan sprake is in het voorstel van Van Kemenade C1977).

Trendsetter Mensen die op afgelegen plaatsen wonen of werken, die op onregelmatige tijden werken, mensen in inrichtingen en gevangenissen, mensen die voor kinderen en huisgenoten zorgen, mensen die van de studie worden weerhouden door herkomst, huidskleur, leeftijd, ziekte enz. vallen ook bij de OU uit de boot. Van der Meer pleit voor voorr a n g aan het open voortgezet onderwijs voor volwassenen. Dr. Stoelinga, voorzitter van de

HBO-raad, bekritiseerde de opvatting van een OU als trendsetter van de vernieuwing. Juist n u initiatieven ontplooid worden om de scheiding HBO-WO op te heffen en een nieuwe struktuur voor het gehele hoger onderwijs te ontwerpen is een regeling van de Open Universiteit die daarvan los komt te staan uit den boze. Stoelinga beschouwt de nieuwe indeling van kortere en langere programma's als een ongelukkige zaak, oude wijn in nieuwe zakken'. Ook vind hij de problemen van de sociale begeleiding van de studenten in de voorstellen van de kommissie niet terug. Dat dit kongres op initiatief van het studiecentrum OTO in het provinciehuis van Den Bosch werd gehouden kan geen verwondering wekken nadat Kommissaris van de Koningin Van der Harten in zijn welkomstwoord zinspeelde op de Brabantse gastvrijheid niet alleen voor het kongres m a a r ook voor de vestiging van de Open Universiteit. Na Maastricht, Leeuwarden, Twente zijn ook de Brabantse steden Breda, Den Bosch, Oss, Eindhoven en Tilburg in de running. Wie volgt?

De Tilbxirgse hoogleraar De Moor, voorzitter van de kommissie, leverde in m a a r t bij minister Pais een lijvig eindrapport in. In dat rapport werd n a a r eigen zeggen rekening gehouden met ontvangen kommentaren en suggesties op vroegere interimrapporten. In een interview met Folia Civitatis zei vorige week drs. Van der Klauw, van de kontaktgroep onderwij sresearchers, dat tot zijn genoegen toch enige lessen waren getrokken uit vijftien jaar ervaring in de Engelse Open University, m a a r dat hij in het eindrapport niets k a n terugvinden van zijn kritiek op het interimrapport.

keuze van het middel, vergelijkbaar met een pseudo-akademisch postorderbedrijf. Leren is nog altijd wetenschappelijk leren denken en handelen en dat doe je niet al lezend of televisie-kijkend, m a a r door het opdoen van ervaring, door de ontwikkeling van vaardigheden. Volgens Van der Meer moet de OU op een goedkope manier de kapaciteitsproblemen van andere instellingen op-

In Den Bosch sprak ir. Schijff namens minister Pais. Hij beklemtoonde nog eens de twee hoofdredenen ter oprichting van een Open Universiteit, namelijk: de toenemende vraag n a a r hoger onderwijs bij mensen die al een dagtaak hebben en de wenselijkheid van de opbouw van een samenhangend stelsel van ,tweede weg' onderwijs. De poort tot de Open Universiteit moet dus wijd open staan en werking moet er flexibel zijn. Vier graden van vrijheid zullen het waardemerk van de OU blijven bepalen. Dat zijn: - door de open toelating zijn alle studenten vrij in h u n keuze of zij een studie zullen aanvangen. - door de opbouw van de studie in kleine zelfstandige kursussen zijn de studenten vrij h u n eigen pakket samen te stellen. - door de opbouw in afzonderlijke kursussen zijn de studenten vrij h u n studietempo te bepalen. - door de middelen van het afstandsonderwijs zijn de studenten vrij de plaats en tijd van h u n studie te kiezen.

„Er is niet voidoende reclit gedaan aan onze falcuiteit'

Over de interne aspekten van de OU brachten dr. Brenninkmeijer, voorzitter van de Akademische Raad en dr. Van der Meer medewerker voorlichtingkunde te Wageningen een aantal diskussiestellingen te berde. Brenninkmeijer vond dat de OU een prikkel moest zijn voor de bestaande onderwijsinstellingen. Toch moeten we niet te optimistisch zijn, recent IVA-onderzoek Cin het kader van de WUB-evaluatie) en openlijke zelfkritiek van de Engelse OU geven aanleiding tot enige voorzichtigheid. Van der Meer trok h a r d van leer tegen de OU zoals die nu in de steigers wordt gezet. De voorkeur van de Kommissie-De Moor voor een centraal geproduceerd schriftelijk onderwijs met aanvulling noemde hij een verkeerde

Eddie Vaes

Vervolg van voorpagina

wetswijziging niet nog meer te vertragen." Ook de sekretaris van de fakulteit, drs. H. Reumkens, bevestigt dat het beleid steeds is uitgegaan van inkorporatie: „We hebben ons nooit afgevraagd wat we gaan doen in het geval van niet-inkorporatie. Maar ik geloof dat we zoveel mogelijk de aansluiting moeten behouden bij het wetenschappelijk onderwijs in deze regio." Het gevoel van spijt wordt nog versterkt doordat in de loop der jaren de bisschoppen hun beleid ten a a n zien van priesters, die in het huwelijk treden, in ongunstige zin hebben moeten wijzigen. Tot voor enkele jaren werden huwende priesterdocenten gehandhaafd, n a die tijd werd dat onmogelijk gemaakt door richtlijnen uit Rome. Maar volgens Smits is de bepaling over ontslag wegens ambtsverlating van de Werkgroep Inkorporatie met opzet zo geredigeerd dat de bisschoppen te allen tijde terug kunnen vallen op de mogelijkheid tot handhaving, als Rome zijn houding weer versoepelt: „er is uitdrukkelijk bepaald dat voor ieder geval een afzonderlijke beslissing van de bisschop nodig is. In de praktijk van thans kan dat helaas niets anders dan ontslag betekenen, m a a r ik heb er het vaste vertrouwen in dat deze bisschoppen iedere herwonnen speelruimte zullen aangrijpen", aldus Smits.

Ei van Columbus Sekretaris Reumkens waarschuwt voor een te eenzijdige aandacht voor de ontslaggronden: „De bezwaren richten zich in het algemeen tegen een te grote invloed van het kerkelijk gezag in hogeschoolaangele-

genheden die gesymboliseerd is in die twee ontslaggronden." Het is juist dat algemeen bezwaar tegen de kerkelijke invloed binnen de hogeschool dat de dekaan voor de toekomst verontrust. In de inkorporatiediskussie is herhaaldelijk als ei van Columbus voorgesteld om alleen de wetenschappehjke opleiding te inkorporeren en niet de ambtsopleiding, die dan m a a r via bisschoppelijke kursussen zou moeten worden verzorgd. Prof. Smits wijst er echter op dat deze mogelijkheid zowel wettelijk uitgesloten is als niet gezocht wordt door de fakulteit: „wij willen geen fakulteit voor godsdienstwetenschappen zijn. Wij willen heel nadrukkelijk met deze bisschoppen samenwerken, het zijn mensen die voorwaarts stuwen. Wij willen funktioneren in de regio waarin wij werken en over het algemeen zijn de opvattingen van deze bisschoppen daarover in overeenstemming met de onze." „Wel is het zaak goede afspraken over de invloed van het kerkelijk gezag te maken. En die lagen er ook in de vorm van de brief van de Raad van Toezicht (waarin de bisdommen, ordes en kongregaties zijn vertegenwoordigd - Red.). De r a a d zegt heel nadrukkelijk dat de goedkeuring van het studieprogramma een globale is en dat bij heterodoxie de norm ,open katholiciteit' wordt gehanteerd." Dat betekent de garantie voor een volkomen wetenschappelijke vrijheid, vindt Smits, waarin de eigen veronderstellingen in de theologie en filosofie steeds ter diskussie staan. Dat wordt juist op dit moment voor het eerst mogelijk, en uitgerekend op dat moment wordt de weg n a a r de opname in de hoge-

school, die onze natutirlijke setting zou betekenen, afgesneden!" Over de manier waarop in de vergadering van de Hogeschoolraad over de theologen is gesproken, is Smits goed te spreken: „Ik vond de bespreking sympathiek." Reumkens: „anderen - en ik ook vinden dat er niet voldoende recht is gedaan aan onze fakulteit, die in h a a r twaalfjarig bestaan toch iets geworden is. Ik geloof dat er mensen zijn die zich afvragen of hier wel wetenschap wordt beoefend, of we d a a r genoeg vrijheid toe hebben." Smits op zijn manier: „Ik denk dat men zich tezeer heeft afgevraagd: wordt daar nog wetenschap beoefend als er een Gijsen in Brabant komt?"

Banden loslaten Of de fakulteit de hand, die de Hogeschoolraad uitgestoken heeft in h a a r richting, zal aangrijpen is nog niet besproken. Smits: ,,Er zullen er wel zijn die in een opwelling pleiten voor het loslaten van de banden met de hogeschool. Voorlopig zal ik mijn gevoel van verslagenheid niet van me af kunnen zetten, m a a r dat wil niet zeggen dat ik geen perspektief zie in een nauw samenwerkingsverband, waardoor we zoveel mogelijk van onze wensen kunnen realiseren." Reumkens: „Ik denk dat deze fakulteit zijn kontakten met de hogeschool moet behouden en verstevigen, m a a r ik blijf het onlogisch vinden om de laatste stap n a a r inkorporatie te weigeren en tegelijkertijd zo gemakkeUjk te praten over samenwerking." J.H.


„steun verlenen aan een theoloog die kans loopt te worden vervolgd"

Eredoktoraat voor linkse theoloog Gutierrez man van dialoog en eerlijke konfrontatie", aldus de kommissie van voordracht in het antwoord a a n de heren dekanen. „Het zou fout zijn Gutierrez' denken vast te prikken op zijn optie voor het socialisme.

„De weerstand die de bevrijdingstheologie ondervindt bij de bestaande dilttatoriale regimes in Latijns-Amerilo, hoeft nog niks te zeggen over het waarheidsgehalte van die theologie, maar is wél een bewijs voor de sociale rol die ze vervult" De nieuwbakken eredoktor Gustavo Gutierrez Merino sprak z'n toehoorders op het Nijmeegs kongres, fel en bewogen toe in z'n - soms bijna onverstaanbaar - engels.Hij deed een reeks uitspraken die vooit insiders niet meer opzienbarend zijn, maar die toch binnen het traditionele theologenwereldje heel wat stof zullen doen opwervelen. En misschien zelfs daarbuiten. Een theoloog die de term .konflikt' zonder blozen in de mond neemt, die het over een klassenmaatschappij heeft en over de noodzakelijkheid van een marxistische maatschappij-analyse, die de onderontwikkeling van de koloniale en neo-koloniale landen direkt toeschrijft aan hun afhankelijkheid (dependence) van de centra van het wereld-kapitalisme; zo'n theoloog mag in Latijns-Amerika misschien geen uitzondering meer zijn, maar hier ir^ Europa behoort hij voorlopig nog tot een piepkleine minderheid. Dat deze Gustavo Gutierrez begin mei het eredoktoraat kreeg aangeboden in het kader van het elfde lustrum van de Universiteit van Nijmegen, mag daarom zeker een gebeurtenis van wetenschappelijk en politiek belang heten.

Kerend tij Gutierrez wordt de vader van de bevrijdingstheologie genoemd. Die titel dankt hij vooral aan z'n boek .Theologia de la Liberación, Perspectivas', dat in 1971 verscheen en inmiddels in zeven vertalingen wereldwijd de aandacht heeft getrokken. Het boek gaf een overzicht van enkele jaren progressief theologisch denken in Latijns-Amerika. Het sloot aan bij de bisschoppenkonferentie van Medellin (1968) en forceerde een doorbraak in de politieke opstelling van een belangrijk deel van de latijns-amerikaanse christenen. Zij vonden het onverantwoord langer lijdzaam de uitbuiting en onderdrukking van hun kontinent te blijven gadeslaan en kozen vanuit hun godsdienstige overtuiging voor de bevrijdingsstrijd. De armoe in Latijns-Amerika was volgens hen niet met liefdadigheid m a a r enkele door struktuurverandering op te lossen. De kerk nam in Medellin stelling voor de onderdrukten. Gutierrez was er toen ook bij. Tijdens de laatste bisschoppenkonferentie in Puebla moest hij echter genoegen nemen met 'n plaatsje in het alternatieve schaduwkongres. Het tij leek gekeerd. Ternauwernood ontsnapte de bevrijdingstheologie in Puebla aan een officiële kerkelijke veroordeling. Dat maakt Gutierrez en zijn geestverwanten tot zeer kon. troversiële figuren binnen de kerk. De Nijmeegse Universiteit zat aanvankelijk dan ook behoorlijk in de naaag met de voordracht tot .doctor honoris causa' van de vijftigjarige, Peruviaanse theoloog. Getuige een pamflet van een zevental Nijmeegse Latijns-Amerika groepen, dat bij de ingang van de kongresruimte aan

Deze optie moet gezien worden in het kader van een ethisch.religieuze bewogenheid voor de ,arme' meerderheid van de mensheid. Gutierrez is geen autoritair, polariserend denker. Hij neemt wel stelling, maar schrijft daarom de anderen niet af. Nee, men kan hem geen rode theoloog noemen." Toen de angel eenmaal uit Gutierrez' profielschets was weggesneden, wilde het Kollege van Dekanen wel akkoord gaan met diens eredoktoraat.

de deelnemers werd uitgereikt. Daarin werd gewezen op een aantal tegenstrijdigheden die de toekenning van Gutierrez' eredoktoraat hebben omgeven.

Afstand Gutierrez deed nauwelijks moeite om te beantwoorden aan de brave verzoenersrol die hem door de organisatoren van het kongres min of meer in de schoenen was geschoven. Hij trok fel van leer tegen de klassieke theologie met h a a r eeuwigheidsaanspraken. De bevrijdingstheologie vertrekt bij h a a r reflektie vanuit de konkrete, historische situatie van de armoe in Latijns-Amerika. En is daarbij aangewezen op het instrumentarium van de sociale wetenschappen. Vandaar

„Het progressieve gezicht dat de K.U. met de verlening van het eredoktoraat naar buiten toe vertoont, lijkt niet meer dan een schijnvertoning. Het is een eredoktoraat voor een linkse wetenschapper, van een universiteit die zelf de grootste moeite heeft met dergelijke wetenschappers." De ondertekenaars van het pamflet wantrouwen de plotselinge solidariteit van de K.U. met Latijns-Amerika. Zij baseren hun scepsis ondermeer op de gang van zaken rond Gutierrez' voordracht.

europese theologieën, met name de politieke theologie: de nieuwe, progressieve theologie van Europa is een typisch middle-class produkt. geschikt om in dialoog te treden met de ongelovigen. Maar de bevrijdingstheologie is de reflektie op het denken van de verdrukte zelf en treedt in dialoog met de .stemloze non-personen aan de onderzijde van de geschiedenis'.

Over de vloer Hoezeer de bevrijdingstheologie is toegesneden op de specifiek latijnsamerikaanse kontekst bleek wel uit de aarzeling van Gutierrez om adviezen, voor hier uit te delen. „Wij hebben teveel europeanen bij ons oarer de vloer gehad die wel eens even zouden vertellen hoe wij het moesten doen, terwijl zij van onze situatie nauwelijks op de hoogte waren. Diezelfde fout wil ik niet maken." Een belangrijk m a n met een boodschap die van veel betekenis zal blijken te zijn voor de ontwikkeling van het zuid-amerikaanse kontinent. „Helaas", aldus nogmaals Gutierrez. is de religieuze faktor altijd een struikelblok geweest (en is dat nog steeds) in de ontwikkeling van het zelfbewustzijn van de armen en onderdrukten. Een groot deel van wat volksreligie heet is nog steeds een

Enkele theologiestudenten namen daartoe in februari 1978 het initiatief. Aan de bestaande kriteria voor toekenning van een eredoktoraat voegden zij het volgende toe: „het door middel van een eredoktoraat steun verlenen aan een theoloog die onder moeilijke politieke omstandigheden moet werken en de kans loopt als gevolg van zijn we. tenschappelijke aktiviteiten te worden vervolgd."

Militant? Het voorstel van de studenten vond weerklank binnen de fakulteit. Een Kommissie van Voordracht leverde positief advies aan het Kollege van Dekanen van de Universiteit. Tot veler verbazing (?) echter gingen de bestuurders dwarsliggen. ,,Moet Gutierrez niet tot de militante bevrijdingstheologen gerekend worden? Is hij geen ondubbelzinnig socialist; kan de bevrijdingstheologie überhaupt wel gesteund worden?", zo vroegen de gezamenlijke fakulteitsvoorzitters de voordrachtskommissie om toelichting. De theologen moesten daarop erg voorzichtig zijn en vooral flink hameren op de vriendelijke, ongevaarlijke kanten van de Peruviaanse theoloog, om de toekenning alsnog te kunnen laten doorgaan. „Gutierrez is, niettegenstaande z'n militante opstelling, een

De man „die niettegenstaande zijn militante opstelling, een man van dialoog i s " ontvangt zijn eredoktoraat.

dat op het kongres, dat de titel meekreeg .Bevrijding en christelijk geloof in Latijns-Amerika en Nederland' naast Gutierrez ook een historikus, een politikoloog en een ekonoom in een lezing uitgebreid aan het woord kwamen over de situatie in het latijns-amerikaanse kontinent. Opvallend groot was ook de afstand die Gutierrez n a m van de moderne 5

manifestatie van de heersende ideologie." J a m m e r dat de lezing die Buro Buitenland (onder andere) voor de Tilburgse Hogeschool had georganiseerd, niet kon doorgaan wegens ziekte (verkoudheid en stemverlies) van Gutierrez. Ook de nieuwgeprikte datum van 9 juni bleek uiteindeUjk niet haalbaar. Volgend jaar beter. Twan Geurts thb 35 - 1 juni 1978


mtm Afgelopen maand kwamen twee gastsprekers, de heren Faber en Cohen, op uitnodiging van Buro Buitenland, in de hogeschool praten over de groei van de EG-relatie met de derde wereld. Een aantal ekonomiestudenten afkomstig uit ontwikkelingslanden luisterden en maakten een aantal kritische kanttekeningen. In het licht van het zopas afgekapte overleg tussen de EG en de 57 geassocieerde ontwikkelingslanden van Afrika, de Caraïben en de Stille Zuidzee (ACP), krijgt deze eerder geschreven evaluatie toch wel een bijzondere betekenis. In Brussel was immers een aanvang gemaakt met de onderhandelingen over een tweede Lomé overeenkomst. Toen duidelijk werd dat de EG niet bereid was om verder te gaan dan het aangeboden financiële hulppaket van ongeveer 13,3 miljard guldens, wat eigenlijk neerkomt op een indexering van 40 procent vergeleken bij het vorige verdrag, vroegen de ACP landen teleurgesteld een verdaging van de onderhandelingen aan. Wat is er mis met Lomé? Een ekonomische analyse. Bij het ontstaan van de EG in 1958, zei Cohen, was het overduidehjk dat de „stimulering van de welvaart binnen de lidstaten" als prioritair stond; vandaar dat de lidstaten zich nauwelijks met andere dan de Europese landen bekommerden. In het verdrag tot oprichting van de EG stond daarom nauwelijks iets over de ontwikkelingspolitiek ten opzichte van de derde wereld. Nauwelijks, omdat alleen in deel 4 van het verdrag, dat de associatiepolitiek van de Gemeenschap ten opzichte van de koloniën regelt, was opgenomen dat landen van de EG bijzondere betrekkingen wensten te scheppen met een aantal van de lidstaten afhankelijke landen. Ten aanzien van de associatie werd bepaald dat het principe van de vrijhandel gold, dat wil zeggen dat produkten uit de geassocieerde landen vrij op de Europese m a r k t konden worden ingevoerd. Bij het ontstaan van de EG in 1958 hadden alleen Frankrijk en België, als landen van de eerste ,6', nog koloniën. Nederland h a d immers, op grond van het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden, speciale betrekkingen met Suriname en de Nederlandse Antillen zodat toen formeel niet meer van een kolonie m a a r van een .autonoom rifhsdeel' kon worden gesproken. De Franse kolonialistische politiek was gebaseerd op een systeem van wederzijdse preferenties, dat kwam er op neer dat goederen uit de Franse kolonie op de Franse m a r k t konden worden ingevoerd zonder tariefmuren op hun weg te ontmoeten. Anderzijds gold voor de Franse produkten dat die zonder enige restrik. ties konden worden uitgevoerd n a a r de Franse koloniën in Afrika en elders. Daar haakte de associatiepolitiek van de EG dan op in; niet zozeer om ontwikkelingshulp te geven, eerder om het bestaande systeem van bepaalde preferenties tussen de Franse koloniën en Frankrijk uit te breiden tot de Gemeenschap in h a a r geheel. In verband met ontwikkelingen binnen de Gemeenschap, namelijk het ontstaan van een douaneunie en het voeren van een gemeenschappelijke landbouwpolitiek, werd de EG echter genoodzaakt te komen tot een algemene politiek ten aanzien van de ontwikkelingslanden, en dit naast de associatiepolitiek. Ook n a de staatkundige onafhankelijkheid van de Afrikaanse koloniën in de jaren

'60 werd deze associatie voortgezet: in 1963 kon de overeenkomst van Jaoende worden ondertekend, volledig gebaseerd op het Franse systeem van wederzijdse vrijhandel.

Vrijhandel in één richting De overeenkomst van Lomé breekt met dit principe van wederzijdse vrijhandel en wel als gevolg van het feit dat met de toetreding van Engeland tot de EG werd bepaald dat de landen, die in een vergelijkbare ekonomische positie waren als de reeds geassocieerde ook in aanmerking zouden kunnen komen voor een bepaalde band met de Gemeenschap. Het principe van wederzijdse vrijhandel wordt vervangen door het systeem van vrijhandel in één richting. De Afrikaanse landen en de landen in het Caraïbisch gebied kunnen h u n produkten vrij uitvoeren n a a r de lidstaten van de Gemeenschap, m a a r omgekeerd is dit niet mogelijk. Daarnaast kan als belangrijk nieuw element worden genoemd het zogenaamde Stabex systeem, dat gericht is op de stabilisatie van de exportopbrengsten van de ACP-landen. Tot d a a r grofweg de uiteenzetting van de heer Cohen die verder vindt dat hoewel tegen de overeenkomst van Lomé vele punten van kritiek zijn in te brengen deze overeenkomst toch een sukses is, hetgeen n a a r zijn mening tot uitdrukking komt in de wens van de ACP-landen tot voortzetting van Lomé I in Lomé II.

Opportunisme De heer Faber blijft stilstaan bij de grondstoffenpolitiek van de EG ten opzichte van de ontwikkelingslanden en konkludeert dat deze wordt gekenmerkt door een zekere mate van opportunisme en eigenbelang. De Gemeenschap heeft geen eenduidig en principieel standpunt ten aanzien van de grondstoffenovereenkomst. Bij het voeren van een grondstoffenpolitiek laat zij zich leiden door verschillende overwegingen, die variëren van het zeker stellen van de aanvoer van grondstoffen voor het garanderen van de welvaart in de lidstaten tot de belangenbehartiging van die ACP-landen, die de verbouw en aanvoer van tropische gewassen en grondstoffen voor de Europese markt veilig stellen. Faber heeft be-

Europa en de lerde Wereld: ppAls Lomé dan al een lukses wordt genoemd, dan geldt dat besllsiniet voor de armen" denkingen ten aanzien van Lomé I. Deze hebben betrekking op de vrije toegang van produkten uit de ACPlanden, die een konkurrentie vormen voor de Europese produkten. Verder blijkt dat de Stabex.regeling nauwelijks aan zijn doel heeft beantwoord omdat een geleidelijke uitholling van de grondstof f enprij zen niet door dit systeem gedekt wordt als gevolg van het feit dat het Stabex-systeem pas in werking treedt nadat de stijging van de grondstoffenprij s een bepaalde waarde heeft overschreden. Hij signaleert hier een vermenging van doelstellingen namelijk die van de bevordering van de belangen van de ontwikkelde landen en die van ontwikkelingssamenwerking. De praktijk heeft geleerd dat de doelstelling van ontwikkelingssamenwerking veelal ondergeschikt is aan die van het eigen belang van de Gemeenschap. De ontwikkeling van de Lomé-landen is dienstbaar gemaakt aan die van de EG. Dit vanwege het feit dat de ACP-landen voorbestemd zijn hun rol van grondstoffenleverancier en uitvoerders van eenvoudige produktieprocessen te vervullen.

Knabbelen aan de EOF-pot Wij hebben onze kritiek op het hele Lomé-gebeuren duidelijk rond twee aspekten willen formuleren: de manier waarop de overeenkomst is geformuleerd (en de bepalingen die gelden) en de v r a a g in hoeverre de overeenkomst een positieve ontwikkeling van de ekonomie van de ACPlanden heeft bevorderd dan wel tegengewerkt. Deze specifikatie is nodig om te zien in hoeverre het de

konkrete uitwerking van de overeenkomst is die faalt, dan wel een falen van de doelstellingen. Toch wordt de nu volgende kritiek niet ingedeeld

nistratieve kosten en financiële gevolgen van de bepalingen van de Lomé konven tie (bijvoorbeeld bevordering van de handel en industriële ontwikkeling, Stabexfonds etc.) moeten ook uit de pot van het EOF worden gefinancierd. Daardoor wordt n a a r schatting niet minder dan 25 a 30% weggeknabbeld. Vanwege een andere rekeneenheid als Jaoende II, en de inflatie is het bedrag dat de ACP-landen aan hulp per capita beschikbaar hadden n a Lomé, 25% beneden het niveau van Jaoende II. Dit geeft echter niet de totale feitelijke teruggang in het fonds weer. Terwijl enerzijds een deel van de ACP_exporten n a a r de EG en de op-

In Lomé werd voor financiële samenwerking 3.390 miljoen Europese Reken Eenheden (ERE) beschikbaar gesteld (1 ERE = ƒ2,75). De samenstelling was als volgt: Europees Ontwikkelings Fonds (EOF) voor - Financiële samenwerking waarvan: giften bijzondere leningen rentedragend kapitaal - STABEX Europese Investerings Bank (EIB)

zoals hierboven wordt aangegeven omdat die anders een te fragmentarisch karakter zou krijgen. De Lomé overeenkomst is voor de ACP-landen praktisch nadeliger dan de Jaoende II overeenkomst. Aangezien het gemeenschappelijke buitentarief van de EG werd afgebroken ingevolge de tariefonderhandelingen in het kader van de GATT en aangezien er een algemeen preferentie, stelsel is ontwikkeld in de EG sinds 1971, is de uitvoer van de ACP-landen n a a r de EG voor 75% ook zonder Lomé vrij toegankelijk. De overeenkomst wordt nog verder uitgehold doordat de EG naast de Lomé overeenkomst, in steeds grotere getale bilaterale handelsakkoorden sluit. Een ander soort uitholling van de overeenkomst betreft de financiële middelen die de EEG beschikbaar stelt. De middelen uit het EOF zijn slechts ten dele beschikbaar. Admi-

Ook in Manila, op de wereldhandelskonferentie UNCTAD, ziet het er niet was bij de dingen betrokken. Op die dag in de rechtszaal zat hij op een naar uit dat de rijke en arme landen de kern van de zaak- oen totale her- ' rotan stoel, bijna onbeweeglijk, wezenloos voor zich uit te staren, zijn mond verdeling van de wereldproduktie, zullen aanraken. half open, zonder enige aandacht voor de mensen en het gepraat om hem Intussen blijven de kamera's van de wereldpers gericht op de Filippijnen, heen: want hij was onder de staat van beleg gedetineerd en zo herhaaldelijk waar rijke ambtenaren uit arme landen^ in grootse pralerige kongrescentra, en wreedaardig afgestraft en onderworpen aan een zo grote dosis van wat praten met ,arme' technokraten uit rijke landen. Maar weg van Manila's de militairen waarheidsserum noemen dat zijn verstand gebroken was. Hij is protserige glorie, achter de witgeschilderde afsluithekken. leeft de Filipino nu geplaatst onder de geestelijke verzorging in een militair hospitaal. echt: arm, verdoken, verwaarloosd, vernederd, verdrukt, en vooral buiten het Achter hem stond zijn vrouw, rechtop en fier, een hand zacht rustend op de gezichtsveld van de grote planologen. kruin van zijn hoofd, de ander zijn schouder rakend, teder, maar toch ook afHierna, zonder kommentaar ,een stukje uit een fel bewogen toespraak van werend, klaarstaand om eenieder aan te vliegen die haari man nog kwaad jose Diokno, oud-minister van Justitie en nu pleitbezorger voor de duizenden zou willen doen. politieke gevangenen op de Filippijnen, vorig jaar september op de Inter- Toen ik naar het paar keek, zag ik in hen het gezicht van iedere Filipino national Council van Amnesty International in Cambridge. en ik wist toen dat de staat van beleg onze lichamen wél kan kraken, ons „Er is een herinnering in mijn hart, die erom vraagt u er deelgenoot van te verstand kapot kan maken, maar dat het onze geest niet kan overwinnen. maken. Het is de herinnering aan een jong paar - nog onder de dertig - dat Het kan onze stem doen verstommen en onze ogen blinddoeken, maar het ik enkele maanden geleden zag in een grote zaal die was ingericht voor een kan onze hoop niet doden, noch onze visie vernietigen. Wij zullen doormilitair gerechtshof, waar zij wachtten op het voorkomen van de zaak waarin vechten, het doet er niet toe hoe lang het duurt of wat het kost, totdat zij samen met zowat negentig andere jonge mannen de aangeklaagden waren We in ons land een rechtvaardige gemeenschap zullen vestigen van vrije Ik had de jongeman gekend voor de staat van beleg. Hij was student aan de mannen en vrouwen, die samen zullen beslissen, samen arbeidend en omuniversiteit, een leidende figuur, een uitblinker, kwam voor zijn) mening uit. hoogstrevend maar ook samen zingend, dansend, lachend en liefhebbend."

3.000 2.625 2.100 430 95 375 390

min. ERE „ „ „ „ „ „

brengsten daarvan gestabiliseerd wordt via STABEX, stijgt anderzijds de importprijs van de ACP-landen uit de EG; een verslechtering die niet wordt gekompenseerd. Verder is de hulp gebonden; dat betekent dat aankoop van goederen en diensten gefinancierd uit EOF-middelen, in EG-ACP gebied moet geschieden. Hoewel dit een verbetering van de Jaoende II overeenkomst is (waarbij de hulp enkel gebonden was aan de EG-markt) is deze slechts theoretisch. Immers, de investeringsgoederen die de ACP-landen in het algemeen met de hulp kopen, worden vrijwel niet in de ACP-landen geproduceerd en waar dat wel het geval is, kan de produktie m a a r al te vaak niet konkurreren met EG-produkten.

Stabex? Ren paradepaardje! Uit het fonds wordt ongeveer 20% besteedt aan industriële projekten waarbij opvalt, dat het voornamelijk industrieën betreft die komplementair zijn met de EG-industrie. Ook in de agrarische sektor is dit het geval. Van de EOF-middelen is ongeveer 1/3 gericht op plattelandsontwikkeling m a a r 40% van de hulp in deze sektor gaat n a a r 47 grote agroindustriële exportprojekten. Stabex, het systeem tot stabilisatie van de exportopbrengsten is zonder twijfel het paradepaardje van de Lomé overeenkomst. De essentie ervan is, dat de EG aan een aantal grondstoffen-exporterende landen tot op zekere hoogte een vast inkomen garandeert, los van wisselvalligheden van hun produktie en van de wereldmarktprijzen. Stabex

geldt voor 15 grondstoffen. Om in aanmerking te kunnen komen voor Stabex moet voldaan zijn aan de voorwaarde dat de exportopbrengst van het produkt voor een ACP-land in het voorgaande jaar minstens 7,5% bedroeg van de totale exportopbrengsten. Voor de armste landen, landen die niet aan zee liggen en insulaire landen is deze afhankelijkheidsdrempel 2,5%. Maar voordat Stabex in werking treedt moet nog voldaan zijn aan de voorwaarde dat de exportopbrengst n a a r de EG met 7,5% daalt beneden de gemiddelde opbrengst van de laatste vier jaren. Voor de minst bedeelde landen is deze drempel weer 2,5%. Stabex wordt gepresenteerd als een opbrengstenfaktor voor de ACP-landen meiar dat is niet waar. Aangezien transfers binnen vijf jaar terugbetaald moeten worden is Stabex eerder een overbruggingslening. Het Stabexfonds (75 min. ERE per jaar) is tamelijk gering. Het dekkingspercentage (dit is het fonds ten opzichte van de totale export n a a r de EG) bedraagt amper 5% en er bestaat nauwlijks ruimte om prijsfluktuaties op te vangen. Een veel gehoorde kritiek op Stabex is dat het de ACPlanden in de rol van grondstoffenleveranciers van de EG dwingt. Immers, verwerking van de grondstoffen waardoor de opbrengsten stijgen worden door de EG bestraft. Stabex hindert zo een beleid van de ACSlanden gericht op industriële ontwikkeling. En tenslotte nog dit: De ACP-uitvoer n a a r de EG daalde terwijl de EG uitvoer n a a r de ACP-landen steeg.

Fundamentele onevenwichtigheid De ACP-landen ondervinden vele nadelen van een verdrag dat wordt uitgehold door allerlei veiligheidskleppen, hoge kostenfaktoren en bilateraal overleg tussen landen naast Lomé. Lomé tast de fundamentele onevenwichtigheid tussen rijke en arme landen, namelijk de afhankelijke positie van de ACP-landen als komplementaire faktor van het EGkapitaal niet aan. In tegendeel. En dit moet ons toch ook nog van het hart: het is voor een socialist (de heer Cohen is lid van de PvdA) en een kandidaat van het Europees Parlement tamelijk naïef te stellen dat Lomé suksesvol is omdat de ACPlanden zelf een voortzetting van Lomé wensen, omdat de heer Cohen dan doet alsof de arme landen een homogene grijze massa van mensen is die allemaal hetzelfde zijn, en zo voorbijgaat a a n klasse-indelingen en klassetegenstellingen. ACP-afgevaardigden voor Lomé zijn vooral politici en vertegenwoordigers van de rijkere klassen in die landen en als zij een voortzetting van Lomé wensen, dan m a g daaruit wel worden afgeleid dat Lomé een sukses is geweest, m a a r dan beslist niet voor de armen. K. Raghoebarslng W. Sowma S. Sumter F. Weisz

thb 35 - 1 juni 1979


Aan de leden van de hogeschoolgemeenschap

Protest tegen schending van de mensenrechten Een p a a r weken geleden heeft een initiatiefkomité bijgestaan door cirk a honderd personeelsleden en studenten, alsmede door een aantal organen binnen de hogeschool aan het Kollege van Bestuur gevraagd toe te staan dat een muurschildering wordt aangebracht op een van de buitenmuren van de hogeschool als teken van protest tegen de schending van de mensenrechten en verkrachting van de demokratisering in het algemeen en met name tegen de gebeurtenissen zoals die zes jaar geleden in Chili plaatsvonden toen een militaire coup werd gepleegd door de militaire junta van generaal Pinochet.

over een dergelijk initiatief, er daarbij wel de nadruk op leggend dat de

Drs.A.W.P.M.Vermeulen plv. voorzitter KvB Drs. H.J.M. Hopman sekretaris van de hogeschool

In de ogen van het Kollege van Bestuur moet voorop staan het algemeen protest tegen de schending van bovengenoemde fundamentele waarden. Maar een dergelijke stellingname kan natuurlijk nooit los gezien worden van konkrete gebeurtenissen of die zich nu voordoen in Zuid-Oost Azië, in Afrika, Europa of Latijns-Amerika. Daarom is het Kollege van Bestuur bereid de verbijzondering van dit algemeen protest n a a r de situatie in Chili positief te waarderen.

Het Kollege van Bestuur heeft doen weten sympathiek te staan tegen-

doelstelling van zo een manifestatie niet mag inhouden dat een poli-

Het kollege wil daarbij echter niet alleen afgaan op zijn eigen oordeel terzake (en de adhesie aan het ini-

Te berde gebracht

tiek eenzijdige stellingname wordt ingenomen.

tiatief van bovengenoemden) m a a r wil gaarne in kennis komen van de reaktie van anderen binnen de hogeschool op dit initiatief. Wie dat wenst kan dan ook ofwel een ingezonden brief aan het THB zenden, of het kollege rechtstreeks van zijn/haar visie op de hoogte stellen. Het kollege neemt zich voor om een definitief besluit te nemen over het aanbrengen van een muurschildering in het begin van de maand juli opdat de onthulling daarvan kan plaatsvinden op de zesde herdenkingsdag van de Chili-coup op 11 september aanstaande. Wij zien uw reaktie met belangstelling tegemoet.

Internationale Anti-Atoom-Manitestatle wil een denkpauze tot 1985 Daags voor pinksteren, zaterdag 2 juni, wordt in het plaatsje Doel onder de rook van Antwerpen een Internationale-Anti-AtoomManifestatie gehouden. De protestmanifestatie in Doei is een onderdeel van een gekombineerde internationale aktie tegen atoomenergie. Zo wordt eveneens op 2 juni betoogd in het Groningse Gasselte en op 3 juni in. het Duitse Kalkar en dan verder van de deur in Fessenheim In de Elzas, Malville in het dal van de Rhone, la Hague in Normandië, Brunsbüttel aan de Ebe, Billingen in Zweden, Windscale in Engeland en het Amerikaanse Seabrook. Kernenergie is de laatste tijd steeds meer als middel tot opwekking van

elektriciteit in opspraak gekomen. Vanuit de samenleving klinken twijfels steeds harder en massaler door. Zoals de vraag of kernenergie wel nodig is om ekonomische vooruitgang te boeken en d a a r a a n vastgekoppeld de vraag of ekonomische groei wel zo noodzakelijk is. Welke prijs zal de internationale gemeenschap voor kernenergie moeten betalen? Harrisburg liet zien dat de techniek veel, zo niet alles, te wensen overlaat. W a a r moeten de uiterst giftige afvalstoffen worden opgeslagen, in de Groningse zoutkoepels of in de Kempische kleilagen? De Duitse professor Robert Jungk voegde hieraan onlangs nog een nieuwe dimensie toe. In zijn boek ,de Atoomstaat' wees hij op het opkomend Atoomfascisme. Een absurd ver doorgevoerde bewaking van de atoomcentra en een alles omvattende kontrole van de burgers. En dan te bedenken dat al deze ontwikkelingen staan te trappelen om

de geschiedenis binnen te marcheren. Dat is dan ook de reden waarom al die internationale akties gericht zijn op het verkrijgen van een moratorium (denkpauze) tot tenminste 1985. Konkreet wil dat zeggen: een periode waarin de bouw van kerncentrales en d a a r a a n verwante installaties als opwerkingsfabrieken wordt stopgezet en waarin ook geen nieuwe installaties mogen worden gepland. Dit houdt onder meer in dat de bouw van de vierde centrale in Doel niet in werking mag worden gesteld, geen proefboringen in Groningen of in de Kempen en geen uitbreiding van de verrijkingsfabrieken. Andere eisen die centraal zullen staan in Doel en de andere internationale aktiecentra zijn: de kernbewapening stoppen, een uitbouw van de demokratische rechten, uitbanning van de repressie en volledige openbaarheid van alle informatie en beslissingen bij (kem)-

energie-politieke kwesties. De denkpauze tot 1985 zou kunnen worden benut om energiebesparing en de mogeUjkheden van alternatieve energiebronnen te bestuderen, zo stellen de organisatoren. In Doel begint de manifestatie om 11.00 uur. Na de diverse programmaonderdelen als zang en theater, het woordje van gastsprekers van politieke partijen, Robert Jungk en een speciaal kinderprogramma, volgt om ongeveer 14.30 u u r een demonstratie langs de kernenergieobjekten. Dat zijn twee werkende centrales, een centrale die in 1980 in werking zal worden gesteld en een centrale in aanbouw. Het is mogelijk om n a a r Doel te reizen per speciale bus die zaterdag 2 juni om 09.00 u u r vanaf het Tilburgse Centraal Station vertrekt. Kaartjes kosten ƒ 12,50 en zijn verkrijgbaar aan de hogeschool bij de Databank en de Infobalie. P.S.

■psü. Wij hebben op onze kantoren in Rotterdam en Amsterdam plaats voor afstuderende

BEDRIJFSECONOMEN die verder willen gaan in accountancy

C O O P E R S Si LYBRAND N E D E R L A N D Coolsingel 6 - 30U AD Rotterdami - Tel. (010) 130680 tst. 141


Eerste deel geschiedschrijving van de Hogeschool verschenen In 1975, twee jaar voordat de Hogeschool haar vijftigjarig bestaan ging vieren, ontvingen twee Tilburgse historici-hoogleraren, prof. dr. J. Bornewasser van de theologische en prof. dr. Joh. de Vries van de ekonomische fakuiteit, van het Stichtingsbestuur de officiële opdracht de geschiedschrijving van vijftig jaar Katholieke Hogeschool te verzorgen. Oorspronkelijk hadden vijf geschiedenisdocenten een kollektief willen vormen om het monument op te richten, maar uiteindelijk konden alleen Bornewasser en de Vries het perspektief bieden dat zij het karwei voor afloop van het lustrumjaar 1977-1978 konden klaren. Ongunstige omstandigheden brachten een zodanige vertraging teweeg dat pas vorige week vrijdag de eerste helft van de geschiedschrijving, die de periode 1927 tot 1954 beslaat, door auteur Bornewasser kon worden overhandigd aan de voorzitter van het Stichtingsbestuur, mr. W. A, Schouten. Binnen afzienbare tijd volgt een herhaling van de ceremonie, ais dee\ twee (1954 tot heden) door de Vries zal worden overhandigd. Ondanks de vertraging toonde de voorzitter van het Stichtingsbestuur zich erg gelukkig met het resultaat van Bornewassers speurwerk: „Meer kennis van de geschiedenis van deze instelling zal meer inzicht geven in de redenen waarom mensen menen dit monument in stand te moeten houden en in de redenen waarom wij gemeend hebben tot handhaving van de katholieke signatuur te moeten besluiten."

Katholieke signatuur Het laatste deel van die opmerking noemt Bornewasser in een gesprek enkele dagen later ambivalent. „Met dit boek in de hand k u n je zowel voor handhaving van de sign a t u u r als voor afschaffing pleiten, het is natuurlijk geen fundament onder het besluit tot handhaving." De voornaamste argumenten die voorstanders van afschaffing uit zijn boek kunnen halen, zijn volgens de auteur van tweeërlei aard. Enerzijds is de integratie van geloof en wetenschap die, zoals Bornewasser het uitdrukt, peet stond bij de geboorte van de hogeschool, niet meer zo aktueel en anderzijds heeft het emancipatieproces, dat het katholieke zuiden en in het bijzonder Brabant uit zijn ekonomische en sociale achterstand heeft getrokken, zich nu wel voltooid. Voorstanders van handhaving van de katholieke signatuur kunnen zich beroepen op de historisch gegroeide relatie tussen de maatschappijgerichte wetenschapsbeoefening aan de hogeschool en het traditioneel katholieke zuiden. „Tilburg met zijn grote belangstelling voor het funktioneren in een katholieke samenleving ,ten behoeve van een konfessionele groepering, heeft nog belang bij handhaving van de signatuur. Ik denk dat je met de uitrusting die de hogeschool heeft opgebouwd die funktie kunt blijven voortzetten, bijvoorbeeld bij de verwerking van het sekulariseringsproces, bij de vraag hoe je mensen pastoraal kunt begeleiden. Dat is een echt maatschappelijke kwestie geworden, die in nauwe samenwerking met de theologen k a n worden

aangepakt. Die maatschappijgerichtheid, dat is altijd een typisch kenmerk van Tilburg geweest, ook al is die in de jaren '50 en '60 afgezwakt. Maar die zie je dan plotseling weer terugkomen via de belangstelling voor het marxisme, die helemaal niet toevallig is komen aanwaaien en die n a a r mijn mening ook veel te negatief beoordeeld is. Ik denk dat de geschiedenis aanwijst dat als er één instelling nog het maatschappelijke, het religieuze, het regionaal behulpzame in een synthetische wetenschapsbeoefening bijeen heeft laten komen, en geen decisionistische wetenschap a la Popper wenst, dat die instelling de Katholieke Hogeschool is. Die traditie kun je niet zomaar overboord zetten, maar je kunt mijn boek be-

slist niet zien als een wapen voor een bepaalde politiek."

Geestelijk vader Bornewasser heeft zijn studie (Katholieke Hogeschool 1927-1954) een veelzeggende ondertitel meegegeven: Economie-Ethiek-Maatschappij. De grondslag voor' de synthese van deze drie grootheden is gelegd door de man die duidelijk als de geestelijke vader van de hogeschool uit de studie n a a r voren komt: de priesterhoogleraar prof. dr. M. J. H. Cobbenhagen. Zijn plotselinge dood in 1954 markeert het einde van Bornewassers studie, het einde van een periode, het einde van een ideaal: de synthese van geloof en wetenschap. Cobbenhagen was in 1926 (hij was toen 32 jaar oud) leraar handelswetenschappen en godsdienstleraar in Rolduc, toen hij door toedoen van Leergangen-curator van Gils het verzoek kreeg een blauwdruk te maken voor een handelshogeschool, te vergelijken met de tien jaar daarvoor in Rotterdam gestichte Nederlandsche HandelsHoogeschool. Cobbenhagens blauwdruk zette zich duidelijk af tegen de neutrale Rotterdamse instelling, die evenals de ekonomenopleiding van de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam, verweten werd zuivere wetenschap te willen en aldus mensen op te leiden „die geblaseerd en onhandig staan voor de praktijk en dus daar tegenvallen." Tilburg zou daarentegen zijn studenten moeten voorbereiden op een

min of meer leidende funktie in de praktijk van het bedrijfsleven en van de politieke en administratieve sektoren van de maatschappij en de praktijk zou daarom de basis voor de wetenschapsbeoefening moeten vormen. Dat was de ene poot waarop Cobbenhagen zijn bouwwerk fundeerde. De andere was het normatieve element: juist in een praktijkgerichte opleiding zou de ethische vraag of het ekonomisch wenselijke ook maatschapplijk geoorloofd is, voortdurend a a n de orde dienen te komen. Bornewasser tekent daarbij aan dat Cobbenhagen beslist geen goedkope vermenging wilde van harde ekonomische gegevens en hun toepassingsmogelijkheden in katholieke zin. W a t hij wel wilde was een zelfstandige beoefening van de ekonomie, m a a r voorgelicht door en toegepast binnen de toen nog duidelijk omlijnde katholieke levensovertuiging. Zijn leven lang heeft Cobbenhagen zich voor deze integratie ingezet door zich voortdurend op de theoretische uitgangspunten van ,zijn' katholieke centrum voor ekonomiestudie te bezinnen. Dit leidde er op den duur zelfs toe dat Tilburgse afgestudeerden, in tegenspraak met wat Cobbenhagen wilde, voor theoretisch goed en praktisch slecht geschoolde ekonomen doorgingen. Cobbenhagens blauwdruk werd door het curatorium dat weinig kaas van ekonomie-onderwijs h a d gegeten, aanvaard. Het eerste studieprogramma, en dus ook de eerste benoemingen werden op het plan afgestemd. Aan het begin van de rit in 1927 stonden vijf hoogleraren, acht lektoren tegenover achtentwintig studenten. Gezien zijn voorgeschiedenis werd de start van het instituut met de nodige scepsis (Vervolg op pagina 10)

Van links naar recht de curatoren: dr. P. J. M. van Gils, H. M. J. Blomjous, J. A. A. M. Verhoeven, sekretaris: mr. B.J.M, van Spaendonck. Van rechts naar links de hoogleraren: dr. A. B. A. van Ketel, mr. E. G. J. Gimbrère, mag. dr. F. N. M. Weve, dr. Th. J. A. J. Goossens, dr. M. J. H. Cobbenhagen en dr. J. E. de Quay die het rektoraat overdenkt. t h b 35 - 1 juni 1979


Versterk ABVA in het GO In de m a a n d juni vinden weer verkiezingen plaats voor de .kommissie van overleg in personeelsaangelegenheden', meestal kortweg Georganiseerd Overleg (G.O.) genaamd. In het GO wordt met het Kollege van Bestuur overlegd en advies gegeven over het personeelsbeleid en de dienstuitvoering. Hoewel het GO slechts een adviesorgaan is, probeert de ABVA er meer van te maken. Het werk in het GO is voor ons het verlengstuk van de andere aktiviteiten op gebied van individuele en kollektieve belangenbehartiging waarmee we ons op de KHT bezighouden. Momenteel levert de ABVAgroep KHT zes van de dertien gekozen leden van de nu nog zittende GO. Ondanks de soms nogal vrijblijvende houding van het Kollege van Bestuur ten opzichte van de GO-adviezen is er toch wel het een en ander bereikt. De ABVA zette zich in voor verbeteringen van de arbeidsvoorwaarden. Enige konkrete resultaten: - instelling van een beroepskommissie over funktiewaarderingen; - meer faciliteiten voor studie die niet direkt in het belang van de dienst is; - de konsignatieregeling voor het bewakingspersoneel werd aanzienlijk verbeterd;

- mogelijkheden geopend voor deeltijdarbeid. Bij sommige punten konden we rekenen op de steun van de zogenaamde .ongeorganiseerden' in het GO, m a a r dat was helaas niet altijd het geval. (Een meer uitgebrei-

TE BERDE GEBRACHT Henk Koi Joop Crombach de verantwoording van onze fraktie over de afgelopen periode plus het nieuwe programma is verkrijgbaar bij de infobalie). Wat wil de ABVA in de nieuwe GO periode bereiken? Uitgangspunt zal opnieuw zijn de verbetering van de positie van het personeel in de hogeschoolstruktuur. Dat dit ook in 1977 al centraal stond, bhjkt uit de volgende pxmten uit het ABVA-programma van toen: - verdergaande demokratisering van diensten en afdelingen; - beperking van overwerk; betere honorering laagstbetaalden;

- onafhankelijkere positie DPZ en/ of bedrijfsmaatschappelijke werker; - beoordeelde aanwezig bij beoordeling; mogelijkheid groepsbeoordeling openen; - betere rechtspositie tijdelijke arbeidskrachten; - demokratische samenstelling benoemingskommissies. In feite kunnen deze punten ongewijzigd worden overgenomen. Verdere programmapunten volgen uiteraard uit de eerdergenoemde (nog) niet gerealiseerde plannen. Heel konkreet denkt d© ABVA a a n de volgende aktiepunten: 1 Wij blijven ons verzetten tegen de takenverzwaringen en andere verslechteringen van de arbeidsvoorwaarden die het gevolg zijn van de bezuinigingspolitiek van Den Haag (Bestek '81). 2 Wij blijven streven n a a r het opstellen van een ontwikkelingsplan met betrekking tot de arbeidsplaatsen a a n de KHT: ook bij ons is een arbeidsplaatsenovereenkomst nodig en nuttig. 3 In samenhang hiermee verlangen wij garanties dat bij reorganisatieplannen en/of automatiseringsplannen gedetailleerd wordt ingegaan op de perspektieven van de betrokken personeelsleden. 4 Wij blijven hameren op een meer onafhankelijke positie voor DPZ dan wel van personeelskonsulenten, dan wel van een bedrijfs-maatschappelijk werk (st) er. 5 Wij blijven ijveren voor een vergroting van de bevoegdheden en verbetering van het demokratisch funktioneren van de dienstraden. 6 Wij blijven verbetering van de in-

Vervolg van pag. 9

10 Tenslotte willen we openbaarheid van het GO en zullen we voorstellen doen om het funktioneren van het (X) te verbeteren. Voor dit alles heeft de ABVA uw stem nodig. Namen van de kandidaten: N.W.P.: J. Geleynse. W. Ligtvoet. M. van den Berg, A. van Beers, J. Coumou, R. de Coninck-Merkx. L. Letteboer. W.P.: J. v.d. Straaten, F. Kerstholt, M. Berger. C. Heemskerk, P. Horbach, A. Sanders, J. Moors. Student-ass.: J. Dagevos, J. PeU, K. van Dijken, J. Bogers.

' i

Hogeschool kwam moeizaam tot stand gadegeslagen. Wie denkt ' d a t de kerkelijke leiding de i)oging om handelsonderwijs op wetenschappelijk niveau én op katholieke grondslag van de grond te krijgen, toejuichte heeft het mis. De bisschop»pelijke goedkeuring van de instelling is enkel te danken geweest aan een Brabants onderonsje van mgr. Th. Goossens, rector van de Katholieke Leergangen, en mgr. A. F. Diepen, die voor zijn wijding tot bisschop van Den Bosch, als een van de belangrijkste curatoren van de Leergangen had gegolden. De Roomsch Katholieke Leergangen waren in 1913 in Den Bosch van start gegaan met als doel katholieke leraren voor het katholiek onderwijs op te leiden. Oprichter, rector en alleenheerser was dr. H. Moller, die met zijn instituut ambitieuze plannen koesterde. Moller startte in het studiejaar 1916-1917 een hogere handelsstudie, die dezelfde mogelijkheden zou g a a n bieden als de Handelshoogeschool in Rotterdam, verzekerde de studiegids. De opleiding kwam in 1918 samen met de rest van de Leergangen n a a r Tilburg. De ,Handelshoogeschool voor hoogere handels studie' is nooit behoorlijk van de grond gekomen. De studenten konden niet verder gaan dan de inleiding tot dei vakken die in de studiegids werden aangeprezen. Docenten en materiële voorzieningen waren niet voldoende voor-

komenspositie van met name de laagstbetaalden benadrukken. De zogenaamde aanloopschalen dienen te worden afgeschaft of tenminste verkort. Betere en snellere doorstroommogelijkheden, bijvoorbeeld door middel van taakverrijking, moeten mogelijk worden. 7 Er dient meer openheid te komen omtrent de funktiewaardering; de beoordelingsprocedures moeten demokratischer worden. 8 Er dienen faciliteiten geschapen te worden voor vrouwelijke werknemers met kinderen. Zelfs pleiten wij voor positieve diskriminatie in de zin dat bij twee gelijkwaardige sollicitanten de vrouw de voorkeur krijgt. Dit om de jarenlange negatieve diskriminatie enigszins te kompenseren. 9 De rechtspositie en taakomschrijving van student-assistenten dient te worden verduidelijkt, terwijl voorts meer rekening met h u n arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld werkruimtes) gehouden moet worden.

'T- f 1 ;kV

handen om het .luchtkasteel van Moller' op te bouwen. In 1920 kwam het binnen de Leergangen tot een ernstige krisis; Moller werd ontslagen en zijn grootse plannen werden tot meer realistische proporties teruggebracht. De opleiding in de handelsekonomie werd als vereenvoudigde kursus .Handelswetenschappen' zonder universitaire pretenties alleen, gehandhaafd als basis voor de toekomst. Die toekomst werd bepaald door de Katholieke Universiteit, waarover in die dage ndruk gediskussieerd werd. Behalve Nijmegen stond ook Tilburg kandidaat voor de vestiging. Het was dus zaak voor de curatoren de Handelshoogeschool als het perspektief op wetenschappelijk onderwijs te laten voortbestaan. Noch dit perspektief, noch de waarschuwing van Tilburgse notabelen aan de bisschoppen, dat Nijmegen honderden publieke vrouwen telde, mochten baten. Het episkopaat koos voor Nijmegen, waar in 1923 de universiteit h a a r werk begon. Van toen af zette het curatorium van de Leergangen zich onder leiding van Mollers opvolger Goossens met m a n en macht in voor de troostprijs: een R.K. Handelshoogeschool. De bisschoppen waren echter weinig toeschietelijk, benauwd als ze waren voor een bedreiging van de katholieke universiteit, die hen handenvol geld kostte. Toch

De voorzitter van het Stichtingsbestuur, mr. W. A. Schouten ontvangt uit handen van prof. dr. J. Bornewasser een exemplaar van de Geschiedenis van de Hogeschool.

lukte het bisschop Diepen van zijn kollega's de beslissing los te krijgen „dat het de taak is van de R.K. Leergangen in Tilburg, de zoo nodige R.K. Handelshoogeschool te vestigen en te ontwikkelen in de richting der Rotterdamsche Hoogeschool." Maar, zo voegden de bisschoppen d a a r a a n toe, op enige financiële hulp van onze k a n t valt daarbij niet te rekenen. Het curatorium interpreteerde de besUssing m a a r al te graag als een opdracht, en verklaarde in 1926 eenzijdig - het zekere voor het onzekere nemend de R.K. Handelshoogeschool voor opgericht. De oprichting wekte de verbazing van enkele bisschoppen, die de ,opdracht' zo niet bedoeld hadden, en de' woede van Nijmegen, die de opleiding graag als een fakulteit voor handelswetenschappen had binnengehaald. Noch de relatie met de bisschoppen, noch de relatie met Nijmegen zijn er later veel op vooruit gegaan. De bisschopi>en bleven bij hun weigering Tilburg een 10

financiële hand toe te steken en stemden pas jaren later n a lang smeken toe in een kerkkollekte ten bate van de hogeschool. Dat verhinderde de hogeschool niet een gezond financieel beleid te voeren, mogelijk gemaakt door vooral het regionale bedrijfsleven, de gemeente Tilburg en de Katholieke Leergangen. Ook de toeloop van de studenten ontwikkelde zich gunstig. Al in 1931 werd de magische grens van honderd inschrijvingen overschreden en in het oorlogsjaar 1942/1943, vlak vóór de sluiting van de instelling, stonden ruim 400 studenten ingeschreven. J. H. Over de verdere ontwikkeling van de idealen van Cobbenhagen en de wetenschappelijke denkbeelden die door de hogeschool werden aangehangen, volgt in het komende THB een uitvoerige bijdrage. Daarbij wordt vooral aandacht besteed aan de korporatieve gedachte van voor, tijdens en na de oorlog.


VWJZIGING TENTAMENDATUM PSYCHODIAGNOSTIEK VIJFDE SEMESTER

officieel

Het t e n t a m e n psychodiagnostiek vijfde semester, oorspronkelijk gepland op 31 a u g u s t u s 1979, v i n d t t h a n s p l a a t s op 2 juli 1979, C9.00 u u r , G-31.

KOMMUNIQUE KOLLEGE VAN BESTUUR 15 MEI 1979 1 Leden Liturgische Werkgroep Het Kollege van Bestuur heeft ingesteld een voorbereidingskommissie voor de liturgische viering bij de opening van het akademisch jaar en diësvieringen en daarin opgenomen: mevr. mr. A. M. T. Bots, mevr. J. Sens, drs. G. A. M. van den Heuvel, dr. G. M. Lukken, dr. J. A. J. Meyer, prof. dr. J. A. Stalpers, H . W . J. Walter.

SOCIOLOGIE OP DE WERKVLOER (TWEEDE JAAR) Het projekt .Sociologie op de werlcvloer' m a a k t deel uit v a n het onderwijsprogramma v a n de tweedejaars-sociologen. De leiding van dit projekt berust bij vier mensen: M. van Boxmeer, twee studenten uit h e t tweede j a a r en ondergetekende. Welke studenten uit het tweede j a a r hebben belangstelling zich voor het welslagen v a n dit projekt in te zetten? Nadere informatie k a n worden verkregen bij: C. W. Vroom, (telefoon 66.2452 of 66.2208).

2 Evaluatie Hogeschoolraad Het Kollege van Bestuur zal n a a r aanleiding van een op 10 mei jl. door de r a a d aanvaarde motie inzake de uitvoering van het besluit van het Kollege van Bestuur om een brochure a a n sollicitanten te zenden met onder andere informatie over de signatuur van de instelling, mededelen dat gelet op de stand van het overleg, die motie niet meer uitvoerbaar is.

AGOLOGIE Het geplande t e n t a m e n AGOLOGIE C6e semester psychologie) zal geen doorgang vinden op 11 luni a.s. De overige afgesproken d a t a blijven gelhandhaafd, namelijk 28 mei en 2S juni Aan h e t begin v a n het nieuwe k u r s u s j a a r wordt een d a t u m afgesproken voor de d e r d e gelegenheid.

3 Beroepskommissie Fimktiewaardering Het Kollege van Bestuur zal bij het GO in bespreking brengen een voorstel voor een reglement voor een dergelijke beroepskommissie vooraleer dat a a n het Stichtingsbestuur ter vaststelling voor te leggen. 4 Samenwerking met Peru Het Kollege van Bestuur zal aan de r a a d een samenwerkingsovereenkomst voorleggen met de universiteiten van Puno en Cusco. CENTRALE INTERFAKULTEIT LO. WIJSBEGEERTE STUDEREN IN TILBURG Zoals uit affiches blijkt die op een aantal plaatsen binnen de gebouwen van de hogeschool zijn opgehangen is de Centrale Interfakulteit i.o. voornemens om in het studiejaar 1979/1980 te starten met de verzorging van inhaalprogramma's voor de verschillende C-richtingen, welke voorafgaan aan het doktoraalprogramma dat n a a r verwachting van start zal g a a n in het het studiejaar 1980/1981. In de navolgende C-richtingen zal onderwijs worden verzorgd: - de C-richting wijsbegeerte van het ekonomische wetenschapsgebied - de C-richting wijsbegeerte van het sociologische wetenschapsgebied - de C-richting wijsbegeerte van het juridische wetenschapsgebied - de C-richting wijsbegeerte van het psychologische wetenschapsgebied - de C-richting wijsbegeerte van het theologische wetenschapsgebied. Voor belangstellenden is er onder andere een informatiebrochure beschikbaar waarin onder andere aandacht wordt gegeven a a n de studie wijsbegeerte en de globale inhoud van de wijsgerige studie volgens de C-richting alsmede enige beroepsperspektieven. Voor deze brochure en eventuele nadere inlichtingen k a n men zich wenden tot het Bureau van de Centrale Interfakulteit dat voorlopig gehuisvest is in AZ-26 en telefonisch bereikbaar is onder n u m m e r 013-662140.

Zo juist is versclienen liet eerste deel van de geschiedschrijving van de Katholieice Hogeschool Tilburg ,Katholiel<e Hogeschool Tilburg deel I 1927-1954' van Hans Bornewasser. Het tweede deel van die geschiedschrijving zal in de loop van dit jaar verschijnen en wordt geschreven door prof. dr. Joh. de Vries. U kunt tot 30 juni nog tegen zeer gunstige voorwaarden intekenen op beide delen van deze geschiedschrijving. De winkelprijs van de twee boeken samen zal ongeveer ƒ50,— bedragen. Indien u bijgaande coupon vóór 30 juni inzendt, ontvangt u beide delen voor ƒ30,— (gebonden). Ondergetekende: Naam : Adres : Woonplaats:

.. .

bestelt hierbij . exemplaren van de beide delen van de geschiedschrijving van de Katholieke Hogeschool, inleveren bij de Informatiebalie in de hal van Gebouw B. Handtekening:

BESTUUR EN RAAD Het Subfakulteitsbestuur is op 17 mei jl afgetreden. De aanleiding daartoe vormde een motie v a n de Subfakulteitsraad w a a r i n d e Subfakulteitsraad zijn vertrouwen in het b e s t u u r opzegde. Mededelingen van bestuurszijde over h e t i n t e r n e funktioneren van h e t subfakulteitsbestuur plus de omstandigheid dat h e t b e s t u u r niet bereid of in staat is gebleken om onder a n d e r e over de formatier u i m t e van d e vakgroep ontwikkelingssociologie a a n de r a a d een voorstel a a n t e bieden, zijn voor de r a a d de r e d e n e n geweest om het aftreden van h e t b e s t u u r te verzoeken. Ter behandeling v a n lopende zaken fungeert de afgetreden dekaan. De Subfakulteitsraad zal zich op donderdag 7 juni a a n s t a a n d e om 15 30 u u r over de o n t s t a n e situatie beraden. Het is de bedoeling dat de r a a d voorts bfleenkomt op dinsdag 19 j u n i en woensdag 27 juni, telkens om 14.00 u u r in zaal B-703.

AGOLOGIE Het geplande t e n t a m e n AGOLOGIE (2e semester doktoraal) zal geen doorgang vinden op 11 juni a.s. De o v e n g e afgesproken d a t a blijven gahandhaafd, namelijk 28 mei en 25 juni. Aan h e t begin v a n h e t nieuwe k u r s u s j a a r wordt een d a t u m afgesproken voor de derde gelegenheid. RAADSBESLUITEN VAN DE SUBFAKULTEITSRAAD 5 APRIL 1979 - De formatieplaats v a n h e t Subfakulteitsbureau v a k a n t geworden door h e t vertrek v a n Mevrouw I. Maas-Van Geel, wordt opnieuw a a n het Subfakulteitsb u r e a u toegewezen. - De Subfakulteitsraad g a a t akkoord met het voorstel tot budgetverdeling v a n de onderzoeksgelden zoals opgesteld door d e Kommissie Wetenschapsbeoefening; de raad gaat tevens akkoord met d e door de KW opgestelde p l a n n e n met betrekking tot de besteding van de zogenaamde restantgelden. - De Subfakulteitsraad g a a t akkoord m e t de splitsing v a n de vakgroep sociale en organisatiepsychologie in twee vakgroepen konform het voorstel, m e t dien verstande d a t met de voorzitter v a n de huidige vakgroep sociale en organisatiepsychologie nog overleg zal worden gevoerd betreffende de b e n a m i n g v a n een tweede nieuwe vakgroep waarbij de v r a a g a a n de orde zal komen of het niet verstandiger is a a n te sluiten bij de landelijk g a n g b a r e b e n a m i n g e n m ê t b e t r e k k i n g tot d e psychologie v a n arbeid en organisatie. - De r a a d stemt in met de u i t g a n g s p u n t e n m e t betrekking tot d e verdeling van werkkamer, konform h e t bestuursvoorstel.

11

KOLLOQUIUM Woensdag 6 juni 1979 om 15.30 u u r in zaal AZ-3: Dr. C. Wiegel-Crump, Troy State University - E u r o p e a n Division. The development of g r a m m a r in down's syndrome children between ((he m e n t a l ages of 2 - 0 a n d 6 - 1 1 years.

KANDIDAATS EKONOMIE BURGERLIJK EN HANDELSRECHT In verband met het t e n t a m e n op 15 juni a a n s t a a n d e zal mr. M. J. v a n Vliet op vnjdag 8 juni om 10 00 u u r in CZ-2S een v r a g e n u u r houden. DOKTORAAL EKONOMIE TOEGEPASTE BEDRIJFSEKONOMIE O p woensdag 5 september aans t a a n d e n e m e n de kolleges Toegepaste Bedrijfsekonomie een aanvang. Op deze d a g zal door een i n t r o duktie n a d e r worden ingegaan op de g a n g v a n zaken met b e t r e k k i n g tot de kolleges, zowel als met betrekking tot h e t afstuderen. Daartoe zal een bijeenkomst worden gehouden in kollegezaal AZ-6 om 10 00 u u r . Vervolgens wijzen wij u erop, d a t een belangrijk gedeelte van d e kolleges Toegepaste Bedrijfsekonomie uit werkkoUeges bestaan. Alle deelnemende studenten dienen d a a r t o e in groepen te zijn ingedeeld. Omdat een werkgroep gedurende het gehele eerste semester niet v a n samenstelling k a n wijzigen is h e t noodzakelijk dat reeds vooraf a a n zoveel mogelijk voorwaarden voor een goed funktioneren v a n d e groep wordt voldaan. Een dezer voorwaarden is een zodanige k o m b i n a t i e v a n personen d a t een reële samenwerking tot stand k a n komen. Om a a n deze voorwaarde te voldoen verzoeken wij u zoveel mogelijk zelf uw werkgroep samen te stellen Daarbij gelieve u h e t volgende in asfht t e n e m e n : - een groep bestaat uit 8 tot 10 personen; - een groep moet, gelet op vertegenwoordigde keuzevakken, zo gevarieerd mogelijk v a n samenstelling zijn. De n a m e n v a n de door u samengestelde werkgroep verzoeken wij u vóór vrijdag 31 a u g u s t u s a a n s t a a n d e schriftelijk door te geven a a n mevrouw A. MeederMols (kamer B-304, 's-middags, telefoon 2006). Zij die op genoemde d a t u m nog niet tot een groep behoren, zullen door ons in groepen worden ingedeeld. Staf Toegepaste Bedr^fsekonomle

VAKATURE STUDENTLID ONDERWIJSKOMMISSIE Bij d e Onderwijskommissie is een v a k a t u r e o n t s t a a n voor een student-lid. S t u d e n t e n die belangstelling h e b b e n voor het lidmaatschap van d e Onderwijskommissie worden verzodht dit door te geven a a n het Fakulteitsbureau, gebouw B k a m e r 1012, telefoon (66)2290. INSCHRIJVING VOOR TENTAMENS Inschrijving voor t e n t a m e n s van d e kandidaatsfase dient te

geschieden m i n i m a a l één m a a n d voor het eerste examenonderdeel v a n een examenperiode, via formulieren welke bij h e t Bureau Examens (kamer 106, gebouw B) verkrijgbaar zijn. Zie p a g i n a R 2 5 , 28 en 34 van de studiegids. In overleg met h e t Bureau Examens is besloten a a n d e termijnen v a n inschrijving s t r a k da h a n d te houden.

BESLUITENLUST FAKULTEIT DER RECHTSGELEERDHEID DONDERDAG 12 APRIL 1979 1 N a d a t e r in d e r a a d een uitvoerige diskussie is geweest a a n de h a n d van het voorstel v a n h e t fakulteitsbestuur bij de brief dd. 2 april 1979 van de raadsleden A. v a n Kalmthout, W. Konijnenbelt, A. T i m m e r m a n s en R Veerm a n met b e t r e k k i n g tot de h e r p r o g r a m m e n n g , besluit d e r a a d , n a stemming, niet t e r u g te komen op h e t besluit tot invoering v a n de h e r p r o g r a m m e n n g per september a a n s t a a n d e , zulks m e t i n a c h t n e m i n g van de volgende kanttekeningen • - er zullen gedifferentieerde onderwijsprogramma's moeten komen voor het eerste en tweede studiejaar voor wat kolleges, leerstof, examens en (examen) k n t e n a betreft. Indien die voor een vakgroep op een of meerd e r e p u n t e n niet mogelijk is, moet bedoelde vakgroep dit duidelijk m a k e n a a n d e r a a d ; - e r zal een overgangsregeling moeten komen, die de sfeer v a n goede trouw ademt; - de fakulteit zal, zolang als h a a r dit mogelijk is, een 4% jarige k u r s u s d u u r moeten k o n t i n u e r e n . 2 Het fakulteitsbestuur zal bezien of d e kommissie basisprogramma moet worden opgedragen overgangsregelingen te ontwerpen.

WIJZIGING Cl-EXAMENREGLEMENT O p 10 mei jl. heeft de Fakulteitsraad besloten om bij wijze van overgangsregeling h e t Cl-examenreglement te wijzigen als volgt: Thans vermeldt artikel II, lid 2 sub b: „ b een k a n d i d a a t is geslaagd, indien - alle examencijfers 6 of m e e r bedragen - ten hoogste één cijfer lager is d a n 6, doch niet lager d a n 5, terwijl h e t totaal a a n t a l p u n t e n voor d e d r i e vakken tenminste 20 is. In alle a n d e r e gevallen is d e k a n d i d a a t afgewezen". Met i n g a n g van 10 mei 1979 luidt h e t artikel: „ b een k a n d i d a a t is geslaagd, indien - alle examencijfers 6 of m e e r bedragen; - ten hoogste één cijfer lager is d a n 6, doch niet lager d a n 5. In alle a n d e r e gevallen is de k a n d i d a a t afgewezen. O m te slagen dient de k a n d i d a a t derhalve m i n i m a a l 5 - 6 - 6 - 6 t e skoren. Tevens heeft de Fakulteitsraad bepaald, d a t s t u d e n t e n , die niet slagen voor h e t Cl-examen 1978/1979, bij voortzetting v a n de studie h e t nieuwe onderwijsp r o g r a m m a moeten volgen, d a t per 1979/1980 wordt ingevoerd. Indien zij voor een of meerdere v a k k e n v a n het Cl-examen 1978/ 1979 een voldoende eindcijfer behaald h e b b e n zal m e t deze voldoende in h e t nieuwe p r o g r a m m a r e k e n i n g gehouden worden in die zin, dat een voldoende behaald in het k a d e r van het Cl-examen v a n 1978/1979 in het nieuwe prog r a m m a zal meetellen bij de bepaling van het cijfer voor h e t korresponderende vak in h e t nieuwe programma, en wel in do v e r h o u d i n g v a n één (voldoende voor 1978/1979) staat tot twee (cijfer m h e t nieuwe p r o g r a m m a ) . Daarbij zal het cijfer voor h e t t e n t a m e n historische ontwikkeling v a n het recht (onderdeel van de basisperiode v a n h e t nieuwe programma) vergeleken worden met het gemiddelde van de cijfers, behaald voor de C l - t e n t a m e n s 1978/1979 in Romeins Recht en Nederlandse Rechtsgeschiedenis. De bovenvermelde regeling k a n niet ten nadele van de s t u d e n t werken omdat zij vervalt indien het cijfer voor een vak v a n het nieuwe p r o g r a m m a hoger is d a n d a t voor het korresponderende vak v a n h e t oude p r o g r a m m a . t h b 35 - 1 juni 1B7»


voor dezo pagina " f i g e l a bellen (66>2277

Filmliga: .Beyond good and Evil' HARMONIE-THEATER D I N S D A G 5 JUNI A A N V A N G : 22.45 UUR Regie: Lillane Cavani Met: Dominique Sanda (Lou Salomé), Erland Josephson (Nietzsche), Robert Powell (Paul Ree), V i m a Lisa (de zuster van Nietzsche) e.a. Italie-Frankrijk-Duitsland 127 m i n . / kleur. De film gaat eigenlijk over Friederich Nietzsche, toegespitst op zijn verhoud i n g met Paul Rée en Lou Salomé, samen een t r i o in een experimentele samenlevingsvorm. Aanvankelijk is het Ree d i e Lou Salomé m een huwelijk probeert te vangen, maar zij beschouwt een vaste verbintenis tussen twee mensen als een emotionele gevangenis A l s er een derde biJ te vinden is, w i l Lou wel met Paul. Nietzsche haakt daar graag op i n . Binnen deze driehoeksverhouding v i n den allerlei experimenten plaats. Bijvoorbeeld do door Salomé en Nietzsche gedeelde strijd tegen allerlei morele opvattingen ongetrouwd samenwonen, homo- en biseksualiteit als normale mogelijkheden van menselijke omgang worden door hen o n derzocht op een praktiese uitwerking. Nietzsche heeft bovendien nog een relatie met zijn zus (incest), die al of niet bewust v e r l i e f d is op Friederich en jalours o p Lou Salomé. Nietzsche wordt verder lichamelijk gek w e l d door syphillis en een opiumverslavmg. De verhouding in het t r i o loopt niet goed af. Paul Rée is te verliefd op Lou Salomé, d i e weer een verhouding aangaat met Karl Andreas, met w i e ze trouwt, hoewel ze tegelijk weigert voortaan met hem naar b e d te gaan. De verbroken verhouding tussen Lou en Friederich, leidt inmiddels tot een volledige ineenstorting van Nietzsche. Volkomen apaties slijt hij zijn laatste j a r e n achter de plano van zijn zus. HIJ I S dan de absolute waanzin nabij. Nietzsche stierf in precies 1900, Lou Salome leefde door tot 1937 en had r o g verhoudingen met Rainer Maria Rilke en Sigmund Freud. Lillana Cavani heeft Nietzsche's f i l o sofie, of zo men w i l levensopvattingen flink verketterd. D e titel van de f i l m stemt overeen met die van één van Nietzsche's bekendste werken, .Jenseits von Gut Bose' (1886), waarin de grondslag wordt gelegd voor de Ubermensch-teorie. Goed en kwaad ervan waren voor Nietzsche dubbelnamige begrippen, totaal verschillend van inhoud naar gelang zij geïnterpret e e r d werden vanuit de ,i-lerrenmoral' (de moraal van de elite), of vanuit de ,Herdenmorar (de moraal van de kudde-mens) Voor Nietzsche was de europese etiek geleidelijk afgetakeld tot het nivo van de .Herdenmoral'. waarin de sterken verplicht worden zich te schikken naar de zwakken, hst dekadentieverschijnsei bij uitstek. Liliane Cavani interpreteert anders: er bestaat een alom geldende morel© wet, w i e er zich aan houdt, is goed, wie ervan afwijkt, is slecht. D i t komt tot uiting als Cavani Nietzsche's vriendin Lou Salomé in een bloemenvaas laat urineren.

Cinema Posjet FILM V A N WILLIAM FRIENDKIN Z O N D A G 3 JUNI AANVANG: 20.30 UUR In deze film die gebaseerd is op een aktueei onderwerp van deze tijd namelijk het probleem van de heroïne spelen Roy Schneider, Fernando Rey en Gene Hackman de hoofdrollen. Twee rechercheurs, Boyle en Russo van de afdeling narkotika komen op bet spoor van een ongekend grote heroïnesmokkel Via allerlei moderne afluistertechnieken die veel gebruikt worden om de misdaad o p te sporen, komt men te weten dat een Franse reder van plan is om een grote hoeveelheid heroine te financieren. Z o geheten onopvallend houdt de narkotikabrigade deze reder in het oog door de wagen van deze reder, die zich voor een Franse televisiester uitgeeft, te doorzoeken.

BIJ deze speurtocht wordt 60 k i l o heroïne gevonden, maar er wordt naar het schijnt mets gedaan. W e l wordt de auto door de politie gevolgd naar een fabriek aan de havens, waar de ontknoppmg van deze smokkelpartij volgt, die leidt tot een helse achterv o l g i n g door N e w York Een van de smokkelaars wordt na een ontsnappingspoging via de ,Bovengrondse' eindelijk klem gereden en ingerekend. D i t IS heel in het kort de inhoud van een toch wel spektakulaire film over de smokkel m heroïne. Hoewel de f i l m geen reel beeld geeft van het reilen en zeilen van de handel in hard-drugs kan deze film wel gezien worden als een aanzet om het probleem van deze drugs wat meer uit te diepen en er meer aandacht aan te besteden.

Nederlands Textiel- juni museum werkwijzen in textiel Van 2 iuni tot en met 1 j u l i aanstaande worden in het Nederlands Textielmuseum werken tentoongesteld van een zestal kunstenaars die als gemeenschappelijk kenmerk hebben, dat ZIJ m hun werk op enigerlei wijze gebruik maken van het medium textiel. Het gaat hierbij met zozeer om het tonen van mooie technische textiele hoogstandjes, maar om het zichtbaar maken van de manier waarop ziJ met het materiaal omgaan en er inhoud aan proberen te geven.

ZATERDAG 2 JUNI Stadsscliouwburg, 20.15 u u r ; M u z i e k t h e a t e r - . S c h o r u m ' . Een m u z i e k t h e a t e r p r o g r a m m a door T h e u B o e r m a n s . Hij b r e n g t een v e r z a m e l i n g eigen t e k s t e n en vertalingen van onder andere Bruce S p r i n g s t e e n en Elton J o h n . A a n h e t p r o g r a m m a w e r k e n voorts een orkest en de z a n g e r e s s e n M a r j a n Brave en Yolanda Zwartjes mee

ZONDAG 3 JUNI Maranatha, 11 00 u u r : Dienst m e t als t h e m a , K e m - e n e r g i e of P m k s t e r - v u u r ' ' m e t het oog op d e

Wetenschapsvoorlichting „Vermeden moet worden d a t een ge- hogeschool binnen te houden. En dat dachte uit het achterhoofd n a a r h e t behoeft ook niet. De wetenschappelijke achterwerk daalt." publikaties, de afstudeerskripties v a n Met deze uitspraak v a n Eric Satie wil studenten, zullen voldoende tegengas ik mij even voorstellen. Ik ben Henk geven om het beeld van ons n a a r buiBlom, sinds 1 m a a r t werkzaam als we- ten evenwichtiger te maken. tenschapsvoorlichter a a n de hogeschool. Niet alle onderzoek bevat echter h e t inNa w a t schilderachtige omzwervingen, grediënt nieuws. Ik ben er toch v a n ben ik behept m e t een grote dosis ener- overtuigd dat vele vakbladen buiten de gie en nieuwsgierigheid begonnen. Ik dagelijkse pers graag op de hoogte wilwil u graag vertellen w a t ik onder we- len blijven van ons onderzoek. Om dit tenschapsvoorlichting versta. Naar mijn op een goede en aktuele wijze te kunnen mening moet "vermeden worden . . . , de doen heb ik informatie nodig. Deze inrest heeft u al in de kopregel gelezen. formatie zal ik deels door eigen garing Veel v a n het wetenschappelijk gebeuren moeten weten te vinden, m a a r ook zal is tot een roemloos einde gekomen. Stuk er v a n de k a n t v a n de medewerkers gedrukt door gebeurtenissen binnen de en studenten een aanbod moeten zijn. De universiteiten en hogescholen die weinig zit in gebouw C, in d a t oranje ,hok', u te maken hadden met h a a r wezenlijke zult mij d a a r ongetwijfeld kunnen vintaak. Veel is er niet gepubliceerd wat den. best in de media h a d mogen komen en Tot slot even een praktisch puntje. Met veel is gepubliceerd over zaken die de de uitbreiding v a n de wetenschapsvoorbeeldvorming over de universiteit heb- lichting -alle wetenschappehjke instelben bepaald. En dat beeld is niet onver- lingen zijn n u in het bezit van zo'n fideeld gunstig. M a a r genoeg hier over. guur - lijkt zich vaker dan voorheen een W a t en wie wil ik met mijn weten- botsing van belangen voor te doen. Dit schapsvoorlichting bereiken? In de eer- komt omdat vele onderzoeksprojekten ste plaats, wil en k a n ik niet in de plaats gefinancierd worden door meerdere invan de wetenschapper gaan staan. Ik stanties. Deze instanties hebben veelal ben geen wetenschapper. U als onder- een eigen voorlichtingsdienst die er zoeker, zal a a n het grote publiek duide- aanspraak op k a n maken om de voorlijk moeten maken w a t er n u zo be- lichting van h e t onderzoeksprojekt zelf langrijk a a n uw onderzoek is. Spreekt te doen. Het is daarbij niet de vraag of men echter dezelfde taal? Veelal niet. de onderzoeker verantwoordeUjkheid Ik wil mij daarom aanbieden om deze draagt voor publikatie v a n zijn ondervertaal-funktie op mij te nemen. Ten zoeksresultaten (dat wordt zelden betweede wie wil ik bereiken? Het grote streden), m a a r welke instantie verantpubliek, onze aandeelhouders, de belas- woordelijk is voor de publikatie. Binnen tingbetaler. Ik zal mij d a n ook opstellen de kring v a n de wetenschapsvoorlichals de belastingbetaler/aandeelhouder. ters is dit een belangrijk punt van overEn geloof mij, ik vind dat ik veel te veel leg, ik zal u graag op de hoogte houden belasting betaal. van de ontwikkelingen dienaangaande. Ik wil waar voor mijn geld. Omdat de Het formeel vastleggen in een kontrakt media deze kontrolerende funktie heb- wie de publieksvoorlichting gaat doen ben, zal ik graag met de journalist n a a r is al reeds bij enkele universiteiten en uw geschriften en onderzoeken kijken. hogescholen in studie. Satie heeft ook En ik ben er van overtuigd dat er waar nog wondermooie muziek geschreven. voor h e t geld zal zijn. Hoewel de journalist v a n de dagbladen veelal op nieuwswaarde selekteert zal er ruimte genoeg over blijven om aktuele onderwerpen bij hen onder te brengen. En h e t werkt. In de afgelopen maanden hebben al veel journalisten de voorlichter weten te vinden. Zonder al te veel over de rechten v a n de mens op informatie te spreken wil ik graag zo objektief mogelijk mijn taak binnen de hogeschool verrichten. De zal niet als de sluisfunktie kunnen funge- Hcttk Blofll ren om minder prettig nieuws over de

12

Europese V e r l a e z i n g e n , w a a r o v e r ook bisschoppen zich h e b b e n uitgesproken Trefsentrum Posjet, 20.30 u u r : C m e m a Film v a n W i l i a m Friendkln. MAANDAG 4 JUNI Tongerlose Hoef, 12.00 tot 17.00 uur: Schaapscheerdersdag. Organisatie. N e d e r l a n d s Textielmuseum. DINSDAG 5 JUNI Stadsschouwburg, 20.15 u u r : De n i e u w e Toon H e r m a n s one-man-show. Heirmonie-theater, 22 45 u u r . Filmliga met .Beyond good a n d evil'. Regie: Liliane C a v a n i . WOENSDAG e JUNI Katholieke Hogeschool, AZ-3, 15 30 u u r Kolloquium psychologie. Dr. C. W i e g e l - C r u m p (Exerpta Media A ' d a m ) over .Language d e v e l o p m e n t m Down's S y n d r o m e C h i l d r e n (Mongoloide k i n d e r e n ) . Katholieke Hogeschool, Aula, 16 00 u u r . Promotie d r s . P. J. J. P e n n a r t z . Promotores: Prof d r . R A de Moor en d e h e e r H. v a n Leeuwen (lektor Landbouwhogeschool W a g e n i n g e n ) . Titel proefschrift: .Mensen en r u i m t e , een s t u d i e n a a r d e sociale b e t e k e n i s v a n de gebouwde omgeving'. S t a d s s c h o u w b u r g , 20 15 u u r : De n i e u w e Toon H e r m a n s one-man-show. DONDERDAG 7 JUNI Katholieke Hogeschool, B-802, 13 30 uur- Hogeschoolraadsvergadering. Maratha, 20 00 u u r : Algemene l e d e n v e r g a d e r i n g . VRIJDAG 8 JUNI Koningswei, 20.30 u u r : Film , 0 Thiassos' v a n Th Angelopoulos (1975) G r i e k e n l a n d .

ymaXieA^^^ „Matiertjes" kunnen worden opgegeten bij de redaktie. Tol 30 woorden kosten 2e f 3,50; onder nummer f 1,— extra Reakties erp advertenU.es onder numme' niMr de redaktie sturen.

ZELF TUINIEREN: Te huur in De Moer, 10 km van de hogeschool. Tuinbouwgrond voor ƒ 1,— per vlerkante meter per jaar, ploegen en bemesten inbegrepen. S. van Laarhoven, Telefoon 04187 - 3251. TE KOOP, Beslist betrouwbare en goed onderhouden Ford 'Taunus 1968. 'Vraagprqs ƒ 600,—. Extraatje: gratis komplete autoradio-set. B. van der Veen, Kasteeldreef 93, Tilburg, telefoon 613 - 426494. JONGE, dynamische akademikus in spé, niet onknap, zoekt gezellig vrouwtje, 18-24 jaar, om samen lekker mee te doen aan de introduktle. Brieven met pasfoto (o.e.r.) afgeven Kamer E-1. NOG GEEN VAKANTIEPLANNEN? Volg een zomerkursus van de International Summer School aan een Britse Universiteit, over politiek, ekonomie en socieile achtergronden In Groot Brittannië, literatuur, kunst etc. Vraag folder aan bij Eugenio van Mierlo, B. Eutestraat c l , Utrecht of bel (013) 344221 om informatie. OP 29 MEI VOORMIDDAG een bos sleutels kwijt. Peugeot autosleutels en huissleutel. Voor de vinder: telefoon 671858 of Burg. Suysstraat 29, een fles goede wijn gegarandeerd. Frangoise van der W a l .


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
1979 06 01 by Redactie Univers - Issuu