Skip to main content

1975 03 24

Page 1

!277) X>1, C-6, litieke Ekover .Imperialil'. )0l, C-18, 2000 glezing tie. 20.00 uur; aal: eetfestijn ziek en lekker» 1.15 uur:

oede Vnjdas ïnsstijl IS een RT 21.00 uur: 'hema: idering'

ïktie uit .Filmprogramma Lgina). RT 'ktie uit .Filmprogramma igina). .00 tot 17.00 it van antiek kt met 65 Veg weg', een deren van zes 3eld met mispelers. .15 uur: n een regie ilobe' met iarends. Ann Ooms

•VK^Uv^

69 kandidaten, 51 zetels

let is weer zover. Voor de vijfde maal maakt het WUB-verkiezingscirkus zich op om ons medeleslissingsrecht op zetels neer te zetten. Er zijn er 51 te verdelen; een belangstelling van 69 andidaten mag redelijk genoemd worden. D e verkiezingsstrijd gaat om de studentenzetels van ($ub)fakulteitsraden en om alle zetels van de Hogeschoolraad. Zoals w e al meldden blijven 2.45 uur: xase' in een ieder geval de plaatsen voor de studentenvertegenwoordigers in de Subfakulteit Psychologie m met onder lo, Jane Fondi mbezet: niemand heeft zich kandidaat gesteld. In de overige kiesdistrikten staan de volgende lersonen kandidaat: ol, portretten)-kursus ie .Kennis en

iogeschoolraad

HESDISTRKT A-1 wetenschappelijk personeel 'bnomische Fakulteit) ,IL ^cht kandidaten voor drie zetels ol, C-33. 10.30 Sannink. R. lium Ekonod r D. J. loerboom, W. G. (BWA) « m UniversitJ lalmulder, J. J. J. ;entives (or 'ijck, J. E. A. M. van 1)'. ol, C-8. 14.00 ith, J. A. van lium Bedrijfs- ichaik, A. B. T. M. van . Baeten over P. /ries, J. de ol. C-6. o l , 20.00 tot

latieve Intelsrden.

litieke Ekolans over tralisatie van

JESDISTRIKT A-2 wetenschappelijk personeel ol, C-18, 20.00 iubfakulteiten Sociologie en flezing Vliologle) ie. 'ijt kandidaten voor drie zetels 20.30 UUT: ' met .Voor iergsma, J. 1 zoen' tees, E. J. W. M. van (PLM) 5). - torbach, P. O. K. (BWA) 'ijsman. J. B. ric'SnTypsie r ™ " " * - K- J. G. M. (BWA) 1. Entree ƒ5,ol. portretten ItlESDISTRIKr A-3 ie Kennis en

jen ;H MUSEUM

iganje: .ekeningen.

"etenschappelijk personeel uridische Fakulteit) fwee kandidaten voor twee zetels /ijns. F. C. L. M. Schneider, J. W. H. C. M. ^lESDISTRIKT B (administratief en technisch personeel)

lien kandidaten voor acht zetels f'^^'T, M. A. M. van den (PLM) ^umou, J. H. ;ekeningen. ^«leijns, M. j'. (PLM) USEUM \amphuis, H. T. samenwerWM -etteboer, L. (PUVI) ™as, j . (PLM) lïichellart, P. A. J. (PLM)

Schollen-Vingerhoets. A. (PLM) Teunissen, F. (PLM) Wester, Ch. KIESDISTRIKT C-1 (studenten Ekonomische Fakulteit) Zeven kandidaten voor vier zetels EIbertse, E. (Konstruktief) Jansen, G. H. M. (Konstruktief) Kortie, J. F. (KonstruktieO Meerts, P. J. (PStF) Pijpers, H. O, M. (PStF) Verhagen, Th. (Konstruktief) Ververgaart, F. J. H. (PStF) KIESDISTRIKT C-2 (studenten Subfakultelten Sociologie en Psychologie) Twee kandidaten voor twee zetels SIbbing, H. P. M. (PStF) Verschuren. A. J. P. M. (PStF) KIESDISTRIKT C-3 (studenten Juridische Fakulteit) Twee kandidaten voor twee zetels Peuter, P. J. C. de (Open Werk) Poel, mej. M. v. d. (Konstruktief)

(Sub)fakulteitsraden KIESDISTRIKT 1-C

(Fakulteitsraad Ekonomie,

studenten) Veertien kandidaten voor acht zetels Brahim, J. (PEP) Donk, P. van de (Nieuwe Aanpak) Evers, G. H. M. (Nieuwe Aanpak) Graafsma, O. M. J. (PEF) Hafkamp, W. A. (Nieuwe Aanpak) Hesseling, E. J. (PEF) Heynen, A. A. J. (PEF)

Koppens, W. H. (PEF) Metselaar-Boerma, mevr. E. (PEF) Niekerk, P. van (PEF) Smolders, M. (Nieuwe Aanpak) Soons, Th. (Nieuwe Aanpak) Spoeltman, W. (Nieuwe Aanpak) Steenhof, H. (PEF) KIESDISTRIKT 2-C (Subfakulteitsraad Sociologie, studenten) Zes kandidaten voor zes zetels Dleteren, J. H. (PSF) Maas, G. K. (PSF) Oey, T. P. (PSF) Ruhe, M. H. M. (PSF) Vastbinder, R. C. M. (PSF) Wajon, G. F. A. M. (PSF) KIESDISTRIKT 3-C (Subfakulteitsraad Psychologie, studenten) Geen kandidaten voor de zes beschikbare zetels KIESDISTRIKT 4-C (Fakulteitsraad Rechten, studenten) Dertien kandidaten voor zeven zetels Berger, H. C. L. E. (Open Werk) Blaakman, G. E. (Open Werk) Evers, J. A. F. M. Griffijn, E. A. G. M. (Open Werk) Heynen, M. (Open Werk) Huizen, F. van (Open Werk) Langeslag, A. H. (Open Werk) Nuland, B. van (Open Werk) Opstal, A. F. M. van (Open Werk) Roymans, J. (Open Werk) Schaminée, P. (Open Werk) Sloot, P. van der (Open Werk) Vrinten, H. W. J. M.

1


Een goede gewoonte getrouw, besteedt het THB ook in dit verkiezingsnummer enkele kolommen aan een evaluatie van het funktioneren van de struktuur die met het drieletter-woord WUB wordt aangeduid. Zo'n evaluatie blijkt maar moeilijk van de grond te krijgen. Het is tot nu toe alleen de eerste Hogeschoolraad (die van 1971) geweest, die na veel pijn en moeite wat evaluerende gedachten op papier kreeg. Toen al heette het, dat de WUB-struktuur in geen enkel opzicht een antwoord gaf op de wezenlijke vragen die tijdens ,de revolutie' werden gesteld. Inmiddels heeft de wetgever zich ook over de WUB gebogen, wat voorstellen opleverde, die nog meer van het demokraties gehalte van onze radenstruktuur afknabbelen. Tilburg had zich - in het kader van een landelijk onderzoek - ook over de wettelijke bestuursstruktuur moeten buigen. Dat dat niet lukte (lees daarover op pagina 3) is vooral triest, omdat juist in de afgelopen raadsperiode heel wat zwakke plekken van de struktuur bloot kwamen. Samen met enkele notoire WUB-sleutelaars én -beukers ondernam het THB een poging om althans een paar belangrijke ervaringen op papier te zetten. Een gewaagde onderneming, want zelfs de Hogeschoolraad, die in de afgelopen periode toch aanleidingen te over h a d durfde een evaluatie van zijn eigen funktioneren kennelijk niet aan.

(leden van de zogenaamde ,groep van zes tot acht' van de Hogeschoolraad). Als leidraad voor de diskussie was er door de deelnemers een aantal stellingen gedeponeerd.

Zo zette staatssekretarifr Klein Tilburg het mes op de keel en reageerde het Kollege van Bestuur daar wat onhandig op: de r a a d kwam echter niet veel verder dan slepende debatten over de gevolgde procedures. Ook kulmineerden de spanningen tussen r a a d en bestuur in ,de hrisis van oud en nieuw', gaf de rektor er uit diepe minachting voor de r a a d de brui aan: m a a r de r a a d zweeg. De ontwikkelingsplannen brachten allerlei moeilijke verhoudingen (ten opzichte van het HBO en W O in de regio, de f akulteiten, het Kollege van Bestuur) a a n het licht: het besturen van de raad kwam niet ver boven het hinderlijk volgen van het KvB uit. En tenslotte gaan pogingen van buiten de raad (de nota-Meningsvorming omtrent Wetenschapsbeleid) om de inhoudelijke beleidsbepaling bespreekbaar te maken, voorzien van een raadsnummer het archief in.

Zo bracht Bosman onder andere n a a r voren, dat er met de WUB best te werken valt, wanneer de raden zich tot de grote lijnen zouden beperken en de uitvoering a a n de besturen zouden overlaten.

Allerminst ontmoedigd, geeft het THB nu toch een aanzet tot evaluatie; anderen moeten d a a r n a de draad m a a r weer opnemen. W e kozen voor een groepsgesprek met een uiterst bont gezelschap: prof. dr. H. W. J. Bosman (die zich indertijd als kurator inzette voor het soepel van start gaan van de WUBstruktuur), drs. C. de Graaf (bestuurslid van de Sub-Fakulteit der Sociaal-Kulturele Wetenschappen), drs. W. Boerboom (lid van de vorige r a a d van de Ekonomische Fakulteit), P. Gerrits (student-lid van de Rood Front-Fraktie van de Hogeschoolraad), dr. P. Kop (lid van de Evaluatiekommissie die in Tilburg de WUB had moeten evalueren), dr. J. de Miranda en drs. A. van Reeken (leden van de Initiatiefgroep Meningsvorming Wetenschapsbeleid), prof. dr. ir. G. C. Nielen (ex rektor), mr. G. J. M. Cartigny en mr. F. Derks

De Graaf wijst in zijn diskussie-stelling op de grote kloof tussen de fakulteiten en de Hogeschoolraad. De incidentele ontmoetingen leveren volgens hem irritaties op, omdat de Hogeschoolraad als een mogendheid van buiten wordt gezien, die zich bemoeit met interne zaken. Ook Kop stelt dat de afstand tussen de HR en de fakulteiten door het huidige vertegenwoordigingssysteem niet wordt geminimaliseerd. De afstand tussen kiezers en gekozenen kan volgens hem in een partijenstelsel aanzienlijk verkleind worden. Boerboom ziet het voornemen van staatssekretaris Klein om de demokratische verworvenheden van de WUB in te snoeren, als een poging het verzet tegen de verschoolsing, vertechnokratisering, rigoureuze selektie en de inhoud van de stof in de hand te kunnen houden. „Er zijn krachten werkzaam die het wetenschappelijk onderwijs in overeenstemming willen brengen met de behoeften van het kapitalistische bedrijfsleven". En hij voegt er a a n toe dat het „kennelijk onverschillig is of het ministerie geleid wordt door het duo De Brauw-Van Veen dan wel Van Kemenade-Klein". Volgens Gerrits heeft de WUB geen reële mogelijkheden geopend voor de geëiste invloed op de organisatie en inhoud van het onderwijs en onderzoek. „De macht in het WO is gebleven waar zij was: in handen van het Ministerie, professionele bestuurders en hoogleraren". De Miranda is door de ontwikkeling van onze raden-demokratie beves-

WUB-demokratiMuiten door partijvorming Een dislcussie over i ogelijkheden en on-mogelijklieden vii WUB-struktuur «1 niet gekozen worden door de iudenten, omdat ik demokratie in de m van neuzen tellen afwijs. Er kelt niet altijd te gebeuren wat een merderheid zegt; we moeten ook rmr minderheden luisteren". Maar Boerboom stelde, dat er nu serder niet n a a r een meerderheid leluisterd wordt en hij voegde er lan toe, dat echte partijvorming in eite last- en ruggespraak met zich leebrengt, waardoor de geledingenideling al helemaal zinloos wordt. '•errits benadrukte, dat partijvorg de afstand tot de kiezers vereint. „Een geïsoleerde raad wordt mtomatisch gekonfronteerd met de 'genstelling deshundigheid-demontie. Nu is aan de raden in feite 'ezelfde taak opgedragen als vroenr aan de Senaat. De raden moeten er open, meer vanuit de massa mrken. Dat is de inhoud van de Prof. dr. ir. G. C. Nielen: „Een grote fout van de WUB is, dat het verband tussen de iegenstelling deskundigheid-demobasis van kiezers en de vertegenwoordigers is losgemaakt." kratie. Het argument van de deskuniigheid is een drogreden voor het tigd in zijn overtuiging, dat demo- - Hoe staat het met de demokratie n stand houden van de geïsoleerde kratie steeds weer moet worden ge- aan de basis van de WUB-struktum rood". leerd. Hij ziet dit leerproces duide- in de fakulteiten, bij de vakgroepen' Men, die bij zijn aftreden fors uiteehaald heeft over de ,deskundiglijk belemmerd door de organisatoheid' van de Hogeschoolraad, is het rische splitsing volgens geledingen. Mt Gerrits eens: „Bij een behoorNielen wilde diskussie uitlokken lijke demokratiese struktuur hoef je over zijn stelling dat „op het instelOndanks de heterogeniteit van liet die deskundigheid van geïsolingsnivo - dit in tegenstelling tot gezelschap rolde uit de diskussie leerde bestuurders op te hoesten". het fakulteits- en vakgroepsnivo - er toch nog een gemeenschappe enover Bosman, die vertegenzo weinig te beslissen valt, dat de demokratische bestuursvorm daar- konklusie: Men was er van over- woordigers primair ziet als personen tuigd, dat met het vormen van !» 4ie individueel een bepaald vertrouvoor ondoelmatig is". Een van de belangrijkste feilen van htieke partijen de WUB-struktuuru wen genieten, n a m Nielen het op voor het kiezen voor principes, zode organisatie van het W O is, vol- demokratische zin uitgebuit als tot nu toe alleen door de KSB gens Cartigny, de desintegratie: „Ie- kunnen worden. Ook was men er over eens dat deze partijvormiM IS bevorderd. dere eenheid binnen de organisatie iosman ziet een dergelijke partijziet zichzelf als autonoom ten op- de grenzen van de geledingen zichte van de eenheden op gelijk ni- moeten overschrijden. Strikt geno- 'orming niet gemakkelijk van de men houdt de WUB dit niet tegen e» grond komen: „Het midden en rechts vo en de naasthogere eenheden". Derks tenslotte, meent dat het ,wan- in toenemende mate zien we in tomen pas in aktie als ze hun pokel evenwicht', dat de WUB biedt, verschillende raden nu ook al ü^ srfie bedreigd zien. En het is een niet langer houdbaar is. Slechts aan- tievorming dwars door de geledingei Seliife voor rechts dat links geen natuurlijk zienlijke veranderingen kunnen de heen, m a a r de WUB bevordert par- eenheid vormt. Je krijgt oote nooit een liberale of konservaWUB nog redden. „De demokratise- tijvorming duidelijk niet. *'eve studentenpartij. Niet omdat er ring wordt gehinderd door de struk- Het feit, dat de WUB uitgaat turele verdeeldheid (geledingen, ver- kandidaten, die per geleding g * seen konservatieve studenten zijn waarschijnhouding tot en tussen de fakultei- zen worden, werd door Boerboom & "wssa's, de meerderheid ten) en beperkt aan de basis (vak- Gerrits nogmaals ter diskussie I 'Jfe - maar omdat ze zich niet orsteld met een verwijzing naar hetu ganiseren zolang ze met rust gelaten groepen)". 1969 geëiste ,medebeslissingsrecti 'oorden. En uiteindelijk is de grote voor alle geledingen op alle nivoi<nassa politiek inert. Dat is wel akeIn heel wat toonaarden spraken zo een recht dat in de WUB tot w'- om te honstateren, maar daar de deelnemers a a n het groepsgedrukking gebracht h a d moeten w* ^^rkt de parlementaire sprek h u n ongenoegen uit over vier demokratie den. jaar WUB-praktijk. Uit het gesprek oofe mee". lichten we twee thema's: Dat de vertegenwoordigers binnen ^'iHigny heeft in zoverre bedenkin- Is partij vorming een remedie voor de geledingen gekozen worden " gen bij fraktie- en partijvorming, dat voor Van Reeken geen beperküK ''«t risiko ontstaat dat de standpunde gesignaleerde kwalen?

Partijvorming

ten volledig vast komen te liggen en de diskussie zich verplaatst n a a r het fraktie- en partijoverleg.

Basis van de WUB-struktuur De basis van de WUB-struktuur ligt in de fakulteiten en vakgroepen. Vooral over de situatie in de vakgroepen bestaat weinig duidelijkheid. De wet schrijft er het minst over voor en ze funktioneren het kortst. „Het is een blinde vlek van de WUB", zegt Boerboom, „waar nu juist de stroming Broekmeyer zich op werpt: het element van de deskundigheid moet de demokratie daar doen verdwijnen. En Klein blijkt er gevoelig voor". Derks deelt die bezorgdheid en meent dat met een ,afgeknelde basis' ook de hogere nivo's in de WUB niet goed meer kunnen funktioneren. Nielen vindt het nog niet zo gek, dat de deskundigheid in de vakgroep prevaleert. „Het bevordert de

Drs. W. Boerboom: „Klein wil de demokratische verworvenheden van de WUB insnoeren om het verzet tegen de verschoolsing, de vertechnokratisering, de rigoureuze selektie en de inhoud van de stof in de hand te kunnen houden."

effektiviteit en de demokratie. De beslissingen kunnen op dat nivo gerationaliseerd worden". Anderen stellen juist, dat de direkte betrokkenheid bij de beslissingen die rationalisering belemmert. Dat zowel de vakgroepen als de fakulteiten zich op h u n eigen autonomie terugtrekken, wijt De Graaf a a n de angst dat de hogere nivo's zullen beslissen zonder de lagere erbij te betrekken. Zowel De Graaf (sociologie) en Kop (psychologie) beweren, dat de vakgroepen ten opzichte van de fakulteit en de fakulteit t e n opzichte van de Hogeschoolraad informatie achterhouden. Voor Boerboom betekent die autonome opstelling van de vakgroepen niet veel meer dan ,bijt jij mij niet, dan bijt ik jou niet', waardoor een veilig eigen terrein voor besluitvorming verzekerd wordt. Dat daarbij de macht van de vroegere bekleder van de leerstoel nog groot is, wil er bij Bosman niet in, hoewel Cartigny meerdere malen verduidelijkt dat die macht hem alleen al via de rechtspositieregeling gegeven wordt. Zolang alleen de vakgroep het on-

derwijs en onderzoek regelt, wordt, volgens Gerrits, geen recht gedaan aan de potentie van de studenten. „Je legt de vernieuwing die van de wetenschap uit kan gaan kunstmatig bij een verouderde garde". Daar ligt, n a a r de mening v a n Derks, ook de kern van veel onvrede van nu. „Die onvrede richt zich niet zo sterk op gebreken van de WUB. De WUB was een afgedwongen konsessie in, demokratische richting, maar daarmee was nog geen vermaatschappelijking van het WO verzekerd". Een slotkonklusie, die de problemen rond het funktioneren van de WUB in een breder kader plaatst. Nielen h a d er moeite mee: „Ik krijg de indruk dat men het paard vóór de wagen wil spannen. Dat kan bij het onderwijs niet. Je zult altijd met een staf van gisteren mensen opleiden voor een maatschappij van morgen. Een maatschappij die niemand kent. Daarom moeten we de studenten voor meer dan één maatschappij, voor één van de volgende maatschappijen, klaarstomen". C.Br.

Tilburgse WUB-evaluatie in impasse De evaluatie v a n de WUB-demokratie op de Tilburgse hogeschool stokt volledig. De door het Kollege van Bestuur benoemde WUB-evaluatiekommissie onder voorzitterschap van prof. J. E. A. M. van Dijck zit in een impasse en overweegt het KvB te vragen de evaluatiewerkzaamheden op te schorten. De Tilburgse WUB-evaluatiekommissie had met medewerking van de vakgroep Agologie een onderzoek willen instellen n a a r de mate van deelname der hogeschoolgemeenschap a a n de nieuwe bestuursstrukturen krachtens de WUB, zoals hogeschoolraad, fakulteitsraden en vakgroepen. Het onderzoek zou onder meer door drs. J. Slagtman geleid worden. Daarvan is niets gekomen. De heer Slagtman zegt ons teleurgesteld te zijn, omdat hij meermalen tevergeefs met onderzoeksvoorstellen voor de dag is gekomen. Voor verdere medewerking zegt hij weinig meer te voelen.

Kommissie-voorzitter prof. J. v a n Dijck legt uit, dat het moeilijk bleek een specifiek op de Tilburgse behoefte afgestemd onderzoeksmodel te vervaardigen. Een verder strekkend, extern onderzoek bleek technisch wel mogelijk, m a a r de kosten daarvan zouden d a n te zeer oplopen. „Dat zou al vlug anderhalve ton kosten," zegt prof. Van Dijck. Een tweede taak van de WUB-evaluatiekommissie, die eigenlijk vóór 16 maart jl. volbracht h a d moeten zijn, was een doelmatigheidsonderzoek in verband met het funktioneren van de WUB-raden op de hogeschool. Een evaluatie van strikt wetstechnische aard is al geschied door de landelijk opererende kommissie-Polak. De evaluatie-arbeid van deze kommissie-Polak zal overigens nog beoordeeld worden door een speciale WUB-evaluatiekommissie van de Akademische Raad. Het Tilburgse doelmatigheidsonderzoek n a a r het funktioneren van de

WUB is ook niet van de grond gekomen. „Ons werk is de mist ingegaan," geeft prof. Van Dijck toe. Het bleek de Tilburgse WUB-evaluatiekommissie in de praktijk nagenoeg onmogelijk goede uitgangspunten en probleemstellingen te vinden. Daarom wil de kommissie in overleg zijn opdracht a a n het KvB teruggeven. „Zo in het luchtledige doorwerken heeft geen zin. Het betekent voor onszelf ook een psijchische last," zegt prof. Van Dijck. Met het afhaken van de door het KvB ingestelde evaluatiekommissie wordt ook de door de Hogeschoolraad ingestelde evaluatiekommissie goeddeels overbodig. Deze AR-kommissie onder leiding van drs. G. van den Heuvel zou namelijk het werk van de AR-kommissie onder leiding van prof. Van Dijck hebben moeten beoordelen. Van de WUB-evaluatieop de Tilburgse hogeschool lijkt dus al met al weinig terecht te komen. P. V. A. verkiezingskrant t h b 14a - 24 m a a r t 1975

I


Het centrale bestuur heett kansen laten liggen Analyse van de bevoegdheden t.a.v. de fakulteiten In de beleidsnota van het Kollege van Bestuur (december 1973) werd grote nadruk gelegd op het vraagstuk van de relatie KathoUeke Hogeschool (centraal bestuur)-fakulteiten (decentraal bestuur). De Hogeschoolraad bepaalde bij de bespreking van deze nota dat deze relatie zou worden uitgediept door vragen te stellen met betrekking tot de overall-doelstellingen van de hogeschool op het gebied van onderwijs en wetenschapsbeoefening, de mate van beïnvloeding van het fakulteitsbeleid door de centrale bestuursorganen en de verplichtingen die de fakulteiten hebben ten aanzien van de hogeschool als zodanig. Het betreft hier een probleem dat (waarschijnlijk) tengevolge van de moeilijkheden van de invoering van de WUB althans in de hogeschool nog nauwelijks systematische aandacht heeft gekeregen. Ook het juridisch steekgevecht omtrent de interpretatie van artikel 30 van de struktuurregeling (artikel 27 WUB) met betrekking tot de richtlijnen voor de organisatie en koördinatie van onderwijs en wetenschapsbeoefening was snel beslecht; en wel zo goed beslecht dat er verder vanuit de centrale organen niet veel meer kon gebeuren.

Repressieve bevoegdheden Bij nadere bestudering van de struktuurregehng blijkt dat er behalve het genoemde artikel 30 meer bepalingen bestaan die enerzijds het centrale bestuur met name repressieve bevoegdheden geven ten aanzien van de fakulteiten en anderzijds de fakulteiten verplichtingen opleggen ten aanzien van de hogeschool als geheel. Ik laat bij de analyse hiervan het koevoetartikel betreffende de vaststelling van de instellingsbegroting door de Hogeschoolraad buiten beschouwing. In het algemeen trouwens wordt als weinig elegant beschouwd dat via de begrotingsvaststelling bepaalde aktiviteiten van de fakulteiten worden afgedwongen of juist stopgezet (bijvoorbeeld door het toekennen van zogenaamde bestemmingsplaatsen). Eveneens laat ik buiten beschouwing in hoeverre andere wetgeving ten aanzien van het W O (met n a m e de wet op het wetenschappelijk onderwijs) in de verhouding centraaldecentraal bestuur interfereert. Bij oppervlakkige waarneming lijkt dat niet ingrijpend te zijn. Dit is trouwens ook logisch, omdat de WUB primair de bestuursverhoudingen voor de instellingen van W O regelt. Er zijn een viertal gebieden waarop het centrale bestuur en het decentrale bestuur min of meer verplich-

tingen a a n elkaar hebben: - de organisatie en de koördinatie van onderwijs en wetenschapsbeoefening; - het ontwikkelingsplan, financieel schema en begroting van de hogeschool; - het benoemingsbeleid; - de huisvesting. In alle gevallen betreft het enerzijds de Fakulteitsraad en anderzijds het Kollege van Bestuur en/of de Hogeschoolraad; in sommige van deze gebieden is de verhouding direkt in andere indirekt. In het bestek van dit artikel kan ik ze niet alle vier analyseren. In het kader van deze verkiezingskrant lijkt mij de verhouding ten aanzien van het beleid op gebied van onderwijs en wetenschapsbeoefening het meest interessant omdat daarbij op de meest direkte wijze de autonomie van de fakulteiten in het geding is. Hier past eerst een opmerking van algemene aard. In de radenstrukt u u r van de hogeschool kennen we slechts (geheel of gedeeltelijk) vertegenwoordigende lichamen, die (geheel of gedeeltelijk) door verkiezingen tot stand komen. Nu is er wel eens opgemerkt dat het ,krankzinnig' is dat vertegenwoordigende lichamen met elkaar overleggen om tot bepaalde afspraken te komen. Te denken valt daarbij aan de Tweede Kamer die met pakweg de Deutsche Bundestag zou spreken om tot verdragen te komen. Voorzover daar nog behoefte aan is, is het weerleggen daarvan snel gebeurd. Het zou inderdaad krankzinnig zijn wanneer vertegenwoordigende lichamen voltallig met elkaar in overleg zouden treden, m a a r dat gebeurt dan ook niet. Op de eerste plaats kent de WUB-struktuur vertegenwoordigende organen op verschillende niveaus (die zonder dat er sprake is van een hiërarchische ordening in enge zin van het woord, toch ingebed zijn in een eenheid figurerende organisatie) en elk van deze organen beschikt, bestuursorganen als zij zijn voor een eigen niveau, over een .legislatief' en een ,exekutief', met elk eigen taken en bevoegdheden ten aanzien van eigen, hoger of lager niveau. (De in dit verband relevante trits is de Hogeschoolraad met KvB, de fakulteit met dagelijks bestuur, de vakgroep met bestuur en eventueel dagelijks bestuur). Het is dus bepaald niet zo dat iedereen met iedereen in gezamenlijkheid over alles praat: de verhoudingen zijn geregeld, de taken afgebakend de verplichtingen gesteld.

Geen sankties Nu schrijft de struktuurregeling tot op dit moment weliswaar een aantal

fakulteitsreglement niet of onvolledig is vastgesteld, stelt de Universiteitsraad het reglement of het ontbrekende deel daarvan vast". (Voor ontwerp artikel 8, lid 2) \

De huidige raadsvoorzitter drs. G. A. M. van den Heuvel Is op een aantal punten tegenstander van het .stelsel van repressief toezicht', dat staatssekretaris Klein voorstelt in zijn wetsontwerpen tot verlenging en wijziging van de WUB. Van den Heuvel stelt in nevenstaand artikel, dat binnen de huidige WUB al mogelijkheden voor preventief en repressief toezicht aanwezig zijn. Hij licht dit toe aan de hand van een analyse van de bevoegdheden van het centrale nivo ten opzichte van de fakulteiten. Eén van zijn konklusies is, dat momenteel sankties op dit toezicht ontbreken. Sankties, die Klein in zijn wetsontwerpen wel voorstelt.

verplichtingen voor, m a a r geeft in het algemeen geen sankties daarop, noch stelt zij termijnen waarbinnen bepaalde verplichtingen moeten zijn gerealiseerd. Een voorbeeld daarvan is de vaststelling van het fakulteitsreglement: artikel 9 lid 2 SR (artikel 8, lid 2 WUB) bepaalt dat de fakulteit het fakulteitsreglement vaststelt; dit reglement behoeft de goedkeuring van de Hogeschoolraad. Hier dus wel een verplichting om iets te doen, m a a r niet de termijn waarbinnen noch een bepaling ten aanzien van wat er in dat reglement moet komen staan. Blijkbaar wordt het momenteel nodig geoordeeld op verschillende punten meer dwingende bepalingen in dit opzicht uit te geven. In het voorontwerp van wet, dat beoogt de werkingsduur van de WUB te verlengen nadat daar een aantal wijzigingen en aanvullingen in zullen zijn aangebracht wordt voor het hier gegeven voorbeeld voorgesteld: „Indien binnen een door de Universiteitsraad te bepalen termijn het

Ik ga niet in diskussie over de waarde van deze voorstellen maar volsta met te konstateren dat er kennelijk behoefte is a a n nadere regelingen in de verhouding tussen de fakulteiten en de instelling als zodamg, en dat deze voorstellen niet zomaai uit de lucht komen vallen. Als we deze voorstellen dan even laten voor wat ze zijn, kunnen we ons afvragen welke mogelijkheden de bestaande regeling in dit opziclt biedt, inzake de organisatie koördinatie van het onderwijs en de wetenschapsbeoefening, ffiervoor ik met n a m e uit van artikel 9 SR (artikel 8 WUB) waarbij bepaald wordt dat de fakulteit tot t heeft: a) om met inachtneming van door de Hogeschoolraad vastgestelde richtlijnen, de organisatie en koördinatie van onderwijs en onderzoei ter hand te nemen (lid 1); b het fakulteitsreglement vast te stellen, dat de goedkeuring behoeft van de Hogeschoolraad (hd 2); c het onderwijsprogramma vast te stellen dat inklusief de fasering de kursusduur andermaal de go keuring behoeft van de Hogeschoolraad (leden 3 en 4) 2. Een van de kruciale punten hierbi] vormt de interpretatie van de woor den ,in overleg' in artikel 30 SR (artikel 27 WUB) dat voorschri)ft Hogeschoolraad stelt in overleg met het Kollege van Dekanen en met voorzitters van de fakultaire onder wijs- en onderzoekskommissie richtlijnen vast voor de organisatie van het onderwijs en de wetenschapsbeoefening.

In of na overleg De woordgroep ,in overleg' wordt door juristen in het algemeen geïnterpreteerd als ,in overeenstemnuDg met', hetgeen in het onderhavige geval zou betekenen dat de Hogeschoolraad slechts bedoelde ncW lijnen zou kunnen uitgeven als hel Kollege van Dekanen en de voorzitters van de kommissies het c volledig eens mee zouden zijn. Dat is een interpretatie die tot nu toe Tilburg is gehuldigd en die er on getwijfeld toe heeft bijgedragen er op dit gebied geen aktiviteite» zijn ondernomen. Het hellevisioet doemde op van een gemeenschappelijke vergadering van de betrokken organen en funktionarissen waarM het vetorecht dat impliciet gegeven was (aan de Hogeschoolraad meerderheid van stemmen, aan


Kollege van Dekanen bij meerderjeid van stemmen en aan elk van de takultaire kommissievoorzitters affflnderlijk) elk voorstel in de richjmg van richtlijnen zou doen verderen in een abortus provocatus. heeft de procedure zelfs niet aangedurfd voor de meest onschulder richtlijnen: een standaardrapportage over onderzoeksaktiviteiten aan de hogeschool. Echter uit de memorie van antwoord bij de WUB en uit het kamererslag blijkt dat met de woorden m overleg' in dit bijzondere geval bedoeld wordt ,na overleg' hetgeen dus inhoudt dat de Hogeschoolraad -uiteraard n a zorgvuldige raadple; - zelf de verantwoordelijkheid voor het uitvaardigen van richtlijnen kan nemen 3. Persoonlijk onderschrijf ik deze interpretatie. Als deze gemeengoed zou worden binnen de hogeschool zou er vanuit centraal niveau wat meer te doen zijn ten aanzien van de fakulteiten. Immers in dat geval zou de Hogeschoolraad kunnen beginnen met het vaststelvan een aantal richtlijnen Cde procedure zou dan trouwens nog zeer tijdrovend zijn), die de raad later zou kunnen hanteren bij de leden 2 en 3 van artikel 9 SR verplichte fakulteitsaktiviteiten: het vaststellen van een fakulteitsreglement en het vaststellen van een onderwijsprogramma ''. In dat geval zou sprake zijn van zowel preventief als repressief toezicht op het handelen van de fakulteiten. In dat geval namelijk k a n de Hogeschool mtspraken doen waar de fakulteiten bij de vaststelling van het fakulteitsreglement niet gemakkelijk omheen kunnen, bijvoorbeeld op straffe van onthouding van goedkeuring aan reglementen, kursusduur en onderwijsprogramma's. Nu rijst de vraag in hoeverre de Hogeschoolraad, behalve de hier boven gesignaleerde misinterpretatie van de woorden ,in overleg', in der bij de vaststelling van het bestuursreglement nog een kans heeft gemist om via dit reglement a a n de fakulteiten bepaalde verplichtingen op te leggen. Artikel 27 van de struktuurregeling zegt dat de Hogeschoolraad het bestuursreglement vaststelt met machtneming van het daaromtrent in de struktuurregeling bepaalde. Nu blijkt deze regeling in tlit opzicht geen bepalingen te bevatten . . . Dit heeft dan waarschijnweer geleid tot een minimalistische redaktie van het bestuursreglement. En dit heeft nu onder meer tot gevolg dat, wanneer de Hogeschoolraad op korte termijn de fakulteitsreglementen ter goedkeuring tejgt aangeboden, er geen van te voren opgestelde kriteria beschikr zijn waaraan de fakulteitsreglementen te toetsen zijn. Voor de fakulteiten een uiterst onprettige en onzekere situatie, voor de Hogeschoolraad een uiterst hachelijke ^gelegenheid, zelfs wanneer men w van uitgaat dat de Hogeschoolraad deze reglementen slechts marêinaal zou behoren te toetsen. Persoonlijk ben ik van mening dat 'oordat deze reglementen in de HSR 'tt behandeling komen, het de voorMur verdient wijzigingen a a n te brengen in het bestuursreglement - gegeven de stand van zaken "P minder formele wijze toetsings•^teria opstelt, die het mogelijk malden beslissingen in deze zin meer te

objektiveren en te toetsen a a n een meer algemeen hogeschoolbelang ^.

Konkiusie W a t k a n de konkiusie zijn n a deze (onvolledige) analyse van de struktuurregeling op de bevoegdheden van het centrale bestuur ten aanzien van de fakulteiten? Het centrale bestuur beschikt, behalve over preventief en repressief toezicht op het doen en laten van de fakulteiten, momenteel niet over sankties. Daarentegen blijken juist door dit preventief en repressief toezicht de mogelijkheden van beïnvloeding van de decentrale besturen door het centrale bestuur groter t e zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Uit het voorgaande moge blijken dat ik er persoonlijk voorstander van ben om deze mogelijkheden te benutten. Drs. G. A. M. van den Heuvel

(

Voetnoten 1 In een overgangsartikel wordt zelfs voorgesteld, dat indien op het tijdstip van inwerkingtreding v a n deze wet (gestreefd wordt n a a r 1 september 1976) het door de fakulteitsraad vast te stellen reglement niet of Diet helemaal is vastgesteld, de Universiteitsraad een ]aar de tijd krijgt om zulks te doen. Blijft ook de Universiteitsraad in gebreke, d a n is, aldus het voorontwerp, de minister bevoegd o m d a t te doen. 2 In dit artikel laat ik de beschouwing over artikel 9, lid 3b, achterwege. Het betreft h i e r de eisen te stellen a a n het colloquium doctum. Wel wil ik hier opmerken, hoezeer blijkt d a t de verhoudingsproblematiek weinig spreekt. In de loop v a n 1974 heeft de Hogeschoolraad informatie gevraagd a a n de fakulteiten o m t r e n t de eisen die gesteld worden bij h e t afnemen v a n h e t colloquium doctum. Geen der bij de behandeling aanwezigen (inklusief de leden v a n h e t Kollege v a n Bestuur en de raadsvoorzitter) waren er zich van bewust, d a t de r a a d zijn goedof afkeuring daarover h a d dienen uit te spreken! 3 Nu gebeurt er overigens iets bijzonder interessants: zowel de Kommissie voor de Bes t u u r s h e r v o r m i n g (kommissie-Polak) als d e Akademische Raad adviseerden de staatssekretaris om als ,in overleg' d a n toch gelezen moest worden als ,na overleg', dit d a n ook m a a r mee te nemen bij de wijzigingsvoorstellen van de "WUB. Zo echter niet de staatssekretaris: in de Memorie v a n Toelichting bij de Wijzigingsvoorstellen schrijft de bewindsman (pagina 30 v a n de MvT), d a t volgens d e toenmalige bewindslieden door de formulering ,in overleg' zou worden gewaarborgd d a t a a n h e t Kollege v a n Dekanen een belangrijker aandeel toekomt dein uit de formulering ,het Kollege v a n Dekanen gehoord' zou volgen. De staatssekretaris stelt d a n verder: ,,De ondergetekenden k u n n e n deze indertijd door de Tweede Kamer g e d a n e u i t s p r a a k onderschrijven. De Memorie v a n Antwoord en de handelingen van de Tweede Kamer geven duidelijk een eigen i n h o u d a a n d e woorden ,in overleg m e t ' . " Interessant zou een poging zijn om deze eigen i n h o u d te kwantificeren: betekent dit bijvoorbeeld dat het Kollege v a n Dekanen vier m a a l moet worden gehoord of zelfs zes m a a l of is het nog iets anders? 4 Een forse juridische diskussie zou opgezet k u n n e n worden of h e t wenselijk is om bij fakulteitsreglement behalve de inrichting v a n de fakulteit te regelen, d a a r n a a s t in datzelfde reglement bepalingen op te nemen ten aanzien van de organisatie en koördinatie van onderwijs en onderzoek. Als m e n de MvT bij de WUB goed leest, blijkt deze dubbele rol voor de fakulteitsreglementen wel bedoeld te zijn (MvT, p a g i n a 21 r k ) . 5 Ook in dit opzicht komt de staatssekretaris met een voorstel tot wetswijziging. Volgens hem zou artikel 8, lid 2, onder meer moeten worden uitgebreid met het volgende: ,.Onverminderd het d a a r o m t r e n t bij of k r a c h t e n s deze wet bepaalde, k a n de Universiteitsraad in het bestuursreglement bepalen welke andere zaken ten minste in h e t fakulteitsreglement worden geregeld." En ik b r e n g hier in h e r i n n e r i n g d a t op dit moment h e t wijzigingsvoorstel ten aanzien van artikel 17 in de adviesprocedure zit, inhoudende een toevoeging a a n artikel 17, lid 1: ,,De instelling van vakgroepen geschiedt bij fakulteitsreglement", een voorstel overigens d a t o m verschillende redenen als hoogst ongelukkig wordt gekwalificeerd.

Mr. J. Daniels (Kollege van Bestuur):

Kontakt HR - KvB moet meer via kommissies In de verhouding tussen Hogeschoolraad en Kollege van Bestuur is een spanningsveld aanwezig tussen enerzijds de behoefte van een HR tot het nemen van echte beleidsbepalende en beleidsinvloed hebbende beslissingen en anderzijds de behoefte van een KvB om zoveel eigen beleidsruimte te krijgen dat een adekwaat dagelijks bestuur mogelijk is. In theorie kunnen deze beide zeer goed samengaan indien een HR zich beperkt tot het vaststellen van de algemene beleidslijnen en het KvB daaraan loyale uitvoering geeft. In het praktisch funktioneren zijn er n a a r mijn mening een aantal omstandigheden die dit samenspel bemoeilijken. Zo ontbreekt er een relatie tussen het KvB en de HR zoals die bijvoorbeeld aanwezig is tussen burgemeester en wethouders en de gemeenteraad, tussen de regering en het parlement. Dit leidt bij de voorbereiding van alle beshssingen noch tot enige zekerheid ten aanzien van de steun welke een voorstel zal verwerven, noch tot enige voorkennis bij de r a a d hoe een voorstel er uit zal zien. Een dergelijke relatie ontbreekt niet alleen voor het KvB als geheel, m a a r ook voor het door de HR benoemde lid. Toch wordt van dit lid nogal eens ds ,raadsinbreng' in het KvB verwacht En verwacht juist dat lid van het KvB in bepaalde omstandigheden de steun van de raad. Deze verwachtingen zijn mijns inziens in het licht van het voorgaande ten onrechte. Omdat er niet van enige relatie tussen KvB en HR sprake is, ontbreekt een vertrouwensrelatie bij de start van een bestuursperiode. Zo'n relatie moet op basis van explikaties van beleidsvoornemens, aard en wijze van beleidsvoorziening en beleids-

uitvoering, aard en wijze van beleidsbeslissingen in de loop van de bestuursperiode worden opgebouwd. Ik ben van mening dat deze omstandigheden van meet af aan beïnvloed zouden kunnen worden (en positief op de relatie HR-KvB zouden kunnen werken) door parallel aan een portefeuilleverdeling in het KvB een behoorlijk aantal raadsadvieskommissies in te richten. De inrichting zou moeten geschieden door groepen raadsleden en leiden tot een frekwent kontakt tussen KvB en kommissies. De inrichting van de kommissies kan geschieden door bijvoorbeeld aan elke groep van vier raadsleden de mogelijkheid te bieden om per raadsadvieskommissie één lid te benoemen Ceen groep van acht: twee etc). Hiermede wordt, uitgaande van ongeveer acht kommissies, bereikt dat: - het kommissiewerk redelijk over alle raadsleden wordt verdeeld; - door een geregeld kontakt tussen de portefeuillehouder en de kommissie wederzijds de nodige informatie over beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering kan worden gegeven; - door onderling kontakt binnen de groepen raadsleden (dit hoeven nog geen frakties te zijn die eenstemmige geluiden in de HR laten horen) kan er een goede besluitvorming plaatshebben. Bovenstaande is slechts een zeer globale aanduiding van de genoemde mogelijkheid. Een meer uitgewerkte versie zal ik graag de nieuwe r a a d aanreiken. Een nieuwe r a a d die binnenkort wordt gekozen en die het demokratisch funktioneren van het universitaire bestuur des te meer kan waarmaken als niemand nalaat zijn stem. uit te brengen. Mr. J. Daniels t h b 14a - 24 m a a r t 1975 verkiezingskrant


m^^-

Het stelsel van de enkele overdraagbare stem De verkiezingen voor de Hogeschoolraad en de (sub)­ fakulteitsraden vinden op alle instellingen van WO plaats volgens het stelsel van de enkele overdraagbare stenn (EOS). De werkgroep In 't Veld, indertijd ingesteld door minister Veringa heeft de voor­ en nadelen van diverse kies­ stelsels tegen elkaar afgewogen en geadviseerd het stelsel van de E OS toe te passen bij het kiezen van de bestuursraden uit de Wet Universitaire Bestuurshervorming 1970. Bij vorige verkiezingen is ge­ bleken dat er veel misvattingen over dit systeem bestaan. Hieronder volgen enige opmerkingen om bepaalde punten te verduidelijken. De hogeschoolgemeenschap is verdeeld in kiesdistrikten. Voor ieder kiesdistrikt zijn kandidaten gesteld, ledere kiezer krijgt een stembiljet thuis voor zijn eigen kiesdistrikt. E lders in dit nummer staan voorbeelden van de stembiljetten van de diverse kiesdistrikten. Op het stembiljet kan de kiezer aangeven wie van de hierop vermelde kandidaten naar zijn mening als eerste in aanmerking komt een zetel in de raad te bezetten. Vervolgens duidt hij aan, wie in de tweede, de derde enzovoort plaats zijn voorkeur heeft. Ziet een kiezer een bepaalde kandidaat liever helemaal niet in de raad dan moet hij geen stem op hem uitbrengen. Het is dus niet noodzakelijk dat alle hokjes op het stembiljet ingevuld worden. Het Centraal Stemburo sorteert de diverse stembiljetten die binnengekomen zijn naar kies­ distrikt. Voor ieder kiesdistrikt wordt de kiesdeler vastgesteld. De kiesdeler is het aantal stemmen dat een kandidaat nodig heeft om te worden gekozen. Deze wordt zo berekend dat het onmogelijk is dat er meer kandidaten de kiesdeler halen dan er plaatsen te vervullen zijn. leder stem­ biljet krijgt een stemwaarde 100. De stemwaarde van alle geldige op één kiesdistrikt betrekking hebbende stembiljetten worden opgeteld en gedeeld door één meer dan het aantal te vervullen zetels. Deze uitkomst wordt verhoogd tot het kleinste gehele getal dat er boven ligt. Stel dat er in een kiesdistrikt 38 stem­ men zijn uitgebracht en dat er 3 zetels te verdelen zijn. De som der stemwaarden is 38 X 100 = 3800. De kiesdeler is dan (3800:4) + 1 = 9 5 1 . De 100 punten die leder stembiljet waard is vallen toe aan de kandidaat die op dat biljet met eerste voorkeur staat aangegeven. Stel dat er in een kiesdistrikt 38 stemmen zijn

uitgebracht en dat er 4 kandi­ daten zijn. Kandidaat A heeft 6 eerste stemmen en dus 600 punten; B heeft 7 eerste stem­ men, dus 700 punten; C heeft 25 eerste stemmen en 2500 pun­ ten en D heeft geen eerste stemmen. Van alle eerste kandidaten wordt diegene ge­ kozen verklaard die de kiesdeler heeft gehaald. Indien meer kandidaten de kiesdeler gehaald hebben wordt degene die de meeste punten verzameld heeft gekozen verklaard. De kandidaat die gekozen is heeft meestal meer punten gehaald dan de kiesdeler is. De punten die hij teveel heeft worden verdeeld over de kandidaten die als tweede genoemd staan op de stem­ biljetten waar hij als eerste genoemd staat. Welke kandidaat als tweede genoemd staat verschilt natuuriijk per stembiljet. De ene kiezer noemt B als eerste en A als tweede voor­ keur, terwijl de andere B als eerste noemt en D als tweede. De gekozen kandidaat draagt meestal aan diverse andere kandidaten stemmen over. Nu zal ook duidelijk zijn waarom het systeem dat van de enkele overdraagbare stem genoemd wordt. De kiezer heeft slechts één stem uit te brengen. Deze brengt hij uit op degene die hij als eerste voorkeur aangeeft. De stem is overdraagbaar op

andere kandidaten, als de eersl kandidaat al genoeg verzameld heeft om gekozen te kunnen worden. Maar de kiezer moet wel bedenken dat de stem die overgedragen wordt minder waard wordt. E en stem die aanvankelijk een stemwaarde 100 heeft wordt bij overdracht op andere kandidaten van het stembiljet minder waard. Het systeem van stemoverdracht is alom bekend, aangezien het bijvoorbeeld bij de Tweede Kamer­verkiezingen in andere versie wordt toegepast. Het ikregen v, overgrote deel van het kiezers it aantal f korps stemt dan op de eerste B«i7anield kandidaat van een van de lijsten, die aldus wel enkele tientallen malen de kiesdeler JONDE 2 halen. Het surplus wordt afge­ (andidaat 1 wenteld op de volgende unten. Op kandidaten van de lijst. Aan­ iljetten m( gezien deze bij voorbaat vast­ al 320{ staan hoeft de kiezer zijn (oorkeur w tweede en volgende voorkeuren stembllje niet meer kenbaar te maken. ü (totaal 1 Zijn keuzevrijheid is dan ook tweede ge beperkt, want hij heeft geen totaal Is dL invloed op de bestemming van «arde op zijn stem als deze overbodig is, lieeft echte omdat de lijsttrekker of even­ deler) nodi tueel een andere voorkeurs­ worden. Er kandidaat op de lijst reeds is Hetgemidi gekozen. stembiljet In het universitaire kiessysteem wordt 134E wijzen de kiezers zelf de liddeld kandidaten aan op wie het it met 1 eventuele stemmenoverschot "/loo X 4( overgaat. biljetten w

Het tellen van de stemmen De telling geschiedt in ronden. In iedere ronde w o r d t een kandidaat gekozen of valt een kandidaat af. E r zijn dus evenveel rondes als er kandidaten zijn. Z o w o r d t de rangorde v a n alle kandidaten bepaald. RONDE 1 In het voorbeeld hebben de kandidaten A en E de kiesdeler gehaald. A heeft de meeste stemwaarden verzameld en w o r d t gekozen verklaard. A heeft eigenlijk aan 2017 punten (de kiesdeler) genoeg om gekozen verklaard te w o r d e n . Hij heeft een overschot van 4400 — 2017 = 2383 punten. Dit overschot is verdeeld over 44 stembiljetten. Het gemiddelde overschot per stembiljet 2383 : 44 = 54. A heeft per stembiljet

54 punten over. De punten die A per stembiljet over heeft w o r d e n overgedragen aan de kandidaten die op de diverse stembiljetten vermeld staan. In het voorbeeld stond B zeven maai als tweede voorkeur genoemd op een stembiljet waarop A als eerste voorkeur stond. B krijgt daarom 7 X 54 = 378 punten v a n A . C stond één maal als tweede (54), Dvie' maal (4 X 54 = 216), E drie maal (3 X 54 = 162), F twee maal (2 X 54 = 108), Géén maal (54) en H vijf maal (5 X 54 = 270). O p 21 biljetten werd A als enige genoemd. Deze stem­ men zijn niet overdraagbaar, omdat geen tweede voorkeur is aangegeven (21 X 54 = 1134) De punten die de kandidaten B tot en met H van A er bij hebben

eerste sto als tweede en H nege 3 X 40 Bovendier nog op ee als derde, genoemd hij er duS;

RONDE ; Kandidaai punten. H meer dan 15 eerste

'ÏRKIEZINC

'21 stemm i zetels kiesdeler

ffiSDIDAT

^ Abraha

s­ B a s t i a

­■ Cornel

"■ Dirkse

­■ E v e r t s

''• Pranss '■ G e r r i t

'■ Harmse

fJiet ovei

'Erondinc

Totaal:


1, als de eerst» leg verzameld te kunnen kiezer moet t de stem die 'dt nninder stem die stemwaarde ' )ij overdracht aten van liet waard. 5temoverdracht langezien het Ie Tweede 5n in andere epast. Het in het kiezers Dp de eerste n van de wel enkele Je kiesdeler 1 wordt afge­ )lgende e lijst. Aan­ oorbaat vast­ lezer zijn de voorkeuren r te maken. is dan ook heeft geen stemming van i overbodig is, ker of even­ voo rkeurs­ lljst reeds is

\ilM<^

en in bet gebou w van de su b-faku lteit psychologie alleen op maandag 7 april van 10.00-13.00 uur

gen worden opgeteld bij et aantal punten dat ze al wameld hadden. !ONDE 2 (andidaat E heeft nu de meeste lynten. Op zijn naam staan 32 iljetten met stemwaarde 100 ;totaal 3200), waar hij als eerste (oorkeur werd aangegeven en stembiljetten met stemwaarde H (totaal 162), waar hij als tweede genoemd stond. In het Baal is dus 3362 aan stem­ warde op hem uitgebracht. Hij echter maar 2017 (de kies­ deler) nodig om gekozen te worden. Er zijn 1345 punten over.

Het gemiddelde overschot per stembiljet met stemwaarde 100 e kiessysteem wordt 1345 : 33,62 = 40. Het zelf de middelde overschot per stem­ ip wie het let met stemwaarde 54 is dan snoverschot %«, X 40 = 21. Op de stem­ biljetten waar kandidaat E als eerste stond, stond B acht maal als tweede, C, D en G vier maal enH negen maal. Dus B krijgt er 3 X 40 = 320 punten bij enz. Bovendien stond kandidaat C nog op een stembiljet genoemd als derde, waarop E als tweede Senoemd stond. Daarvoor krijgt hij er dus nog 21 punten bij.

ler stembiljet I overgedragen I die op de ten vermeld oeeld stond B eede voorkeur stembiljet ite voorkeur jrom 7 X 54 I A. C stond de (54), D vier !16), E drie 62), F twee 08), G één f maal (5 X 54 jetten werd A d. Deze sten­ draagbaar, Ie voorkeur is ; 54 = 1134) kandidaten B \ er bij hebben

^

Stembussen staan opgesteld in de hal van gebouw B (boogbouw) op maandag 7 en dinsdag 8 april (beide dagen van 10.00-17.00 uur)

5 tweede stemmen na kandidaat A, per stuk 54 punten; 9 tweede stemmen na kandidaat E , per stuk 40 punten. De 15 stem­ biljetten op naam van kandidaat H met stemwaarde 100 worden nu ieder 113 : 21,30 = 5 waard. De stembiljetten van 54 punten worden dus ^/loo X 5 = 2 waard en de stembiljetten van 40 punten ^/m X 5 = 2. Kandidaat B wordt vier maal als tweede genoemd, terwijl hij twee maal op een biljet dat 2 punten waard is na H genoemd wordt; C en F worden twee maal als tweede genoemd, terwijl F nog een keer als derde staat op een biljet waar H als tweede staat; kandidaat G staat negen maal als tweede en twee maal als derde genoemd.

Ronde

'21 stemmen/ 5 zetels <lesdeler i s :

BEGIN 2017

Abrahamsen ■ Bastiaansen ■ Cornelissen

4400

RONDE 7 Nu valt kandidaat G af, hetgeen tot gevolg heeft dat D in de raad komt. E r zijn immers 5 zetels, waarvoor reeds 4 kandidaten gekozen zijn. E r zijn nu 3 kandi­ daten afgevallen, zodat D auto­ matisch in de raad komt. De volgorde der kandidaten is nu: A, E , H, B, D, G, C. F. De kandidaten A tot en met D komen in de raad. Zegt een van hen voortijdig het raadslidmaat­ schap op, dan volgt automatisch G op.

Ronde 3

1

Kandidaat C valt af

Kandidaat gekozen

Kandidaat G valt af

Kandidaat D gekozen

over­ telling dracht

over­ telling dracht

over­ telling dracht

over­ telling dracht

over­ telling dracht

over­ telling dracht

over­ telling dracht

over­ t e l l i n g dracht

­2383

2017

1017

2017

2017

2017

2017

140

1962

2281

2017

409

1478

+ 320

1798

24

100

+

54

154

+ 181

335

10

345

64 42

+ 378

1218

1223

1441

2017

2017

2017

1163

1217

1302

1327

2017

2017

2017

2017

1224

1224

800

+ 216

1016

+ 160

1176

1176

+ 162

3362

­1345

2017

2017

• Franssen

100

+ 108

208

+ 80

288

12

300

■ Gerritsen

900

+

954

+ 160

1114

49

1770

+ 360

2130

113

1500

Wet o v e r d r a a g b a a r :

54

+ 270

+ 82

+ 1134

19

'Erondinq

Totaal:

Ronde 8

Ronde 6

Kandidaat F valt af

3200

• Harms en

Ronde 5

Kandidaat H gekozen

1822

1100

Elke groep kiesgerechtigden, die een omvang heeft gelijk aan of groter dan de kiesdeler, heeft de macht via de verkiezing een kandidaat aan te wijzen. Meer algemeen kan men stellen, dat elke groep die 2, 3 enz. maal de kiesdeler groot is, 2, 3 enz. kandidaten aan kan wijzen. Vooropgesteld natuurlijk dat de leden van de groep ook op de kandidaten stemmen. De vraag kan zijn hoe groepen het hierboven gesigna­ leerde resultaat ktinnen bereiken, dus evenveel kandi­ daten verkozen krijgen als het aantal malen dat de groepen de kiesdeler omvat. Het antwoord op deze vraag is heel eenvoudig: ­ men moet minstens zoveel kandidaten stellen uit of namens de groep als het aantal keren de groep gezien zijn omvang de kiesdeler kan behalen; ­ alle leden van de groep moeten al deze kandidaten op de bovenste plaatsen op het stembiljet zetten, waarbij de onderlinge volgorde van de eigen kandi­ daten er niet toe doet. Afspraken vooraf hoe men zal stemmen heeft dus geen zin en men hoeft hier geen ruzie over te maken. Overigens blijft het gewenst om andere dan eigen kandidaten op lagere plaatsen te zetten; men berok­ kent daarmee zijn eigen kandidaat geen enkel nadeel en heeft eventueel enige invloed op verkiezing van andere dan eigen kandidaten. De enige afspraak vooraf die effekt kan hebben is: de eerste stemmen verspreiden over de eigen kandi­ daten; dat wil zeggen alle kiezers van de groepering vermelden alle kandidaten van hun groepering, maar deze kiezers variëren onderling in de volgorde waarin ze hun kandidaten vermelden. Men kan dan in bijzon­ dere gevallen een man meer verkozen krijgen dan het aantal malen dat de groepering de kiesdeler omvat.

Kandidaat E gekozen

■ Evertsen

■ Dirksen

Ronde 4

Implikaties van het stelsel van de enkele overdraagbare stem

Kandidaat A gekozen

STAND

SfflBIDATEN:

RONDE 6 Nu heeft kandidaat B de kies­ deler gehaald. Hij heeft 264 punten over. Stembiljetten van 100 punten worden 264 : 22,81 = 11 waard, stembiljetten van 54 punten worden ^/m X 11 = 5 waard, stembiljetten van 40 punten worden 4 waard, biljetten van 21 worden 2, biljetten van 5 en 2 worden minder dan 1 waard en vallen weg; B draagt 218 punten over aan D en 25 aan G.

RONDE 4 Nu blijkt dat, hoewel kandidaat H aan alle overgebleven kan­ didaten stemmen heeft over­ gedragen, niemand de kiesdeler heeft gehaald. Daarom valt nu degene af die de minste stem­ men heeft gekregen. Dat is kan­ didaat F. Zijn stemmen worden overgedragen met onvermin­ derde stemwaarde omdat hij zelf immers niets heeft gebruikt. F heeft één stembiljet van 100 punten, 2 van 54, 2 van 40, 2 van 5 en 1 van 2 punten. Hij draagt 100 ­F 40 punten over aan B, 54 ­1­ 5 ­F 5 aan C, 40 ­F 2 aan D en 54 aan G.

BONDE 3 Kandidaat H heeft de meeste punten. Hij heeft 113 punten meer dan de kiesdeler. Hij heeft 15 eerste stemmen verkregen,

Ï8KIEZING:

FtONDE 5 Nog steeds heeft geen kandidaat de kiesdeler. Daarom valt O als degene met de minste punten af. Hij heeft 1 stembiljet van 100 punten, 1 van 54, 4 van 40, 1 van 21 en 2 van 5. Hij draagt aan B over 100 ­F 54 ­l­ 54 4­ 40 ­F 40 ­F 21 ­F 5 ­F 5 = 319, aan D 5 en aan G 40 + 40 ­F 5.

12100

12100

12100

12100

12100 t h b 14a ­ 24 m a a r t 19' verkiezingskrai


VERGEET NIET BIJ STEMMEN PER PO ST UW O PRO EPINGSKAART ONDERTEKEND MEE IN TE SLUITEN

Administratief-Taclini HogescJioolraad daadwerkelijk betrokken moet blijven bij het door de partij in de HR te voerei beleid. Daarom wil de PLM het werk van de raadsleden onder­ steunen door de vorming van werkgroepen in de par­ tij. Via deze werkgroepen kan de achterban daadwer keiijk invloed uitoefenen op het beleid, dat in de PLM fraktie gestalte krijgt. AI on ze kandidaten zijn bereid met deze werkgroepen sa­ men te werken. Gemeen schappelijk optreden houdt op deze manier voor ons in, dat we niet alleen vóór verkiezingen mensen nodig hebben om op PLM­kandida ten te stemmen, maar ook n a de verkiezingen mensen, die in de werkgroepen mee willen denken over het te voeren beleid, en dit beleid vnllen voorbereiden. Ge meenschappelijk optreden houdt ook in dat de PLM een partij is voor deze leden van de hogeschoolgemeen schap, die h u n ideeën in ons partijprogramma kunnen te rugvinden. Wij streven dai ook n a a r partijvorming dooi de geledingen heen.

stemmen per post 1

Vul het u toegezonden stembiljet In

2 Zet uw handtekening op de oproepingskaart. 3 Stop het stembiljet voor de hogeschoolraadsverkiezingen in de kleine enveloppe met opdruk: .Uitsluitend voor het stembiljet voor de Hogeschoolraad'; het stembiljet voor de voor de (sub)fakulteitsraadverkiezingen stopt u in de kleine enveloppe met opdruk: .uitsluitend voor het stembiljet voor de (sub)fakulteitsraden'. 4 Doe de kleine enveloppe tesamen met de getekende oproepingskaart in de enveloppe met het antwoordnummer en stuur dit ongefrankeerd op. 5 De stembrief moet uiterlijk 8 april om 17.00 uur door het centraal stemburo worden ontvangen.

hm BüM^ /l ■=Tr

\

Stemmen door persoonlijke verschijning 1 Op 7 of 8 april 1975 meldt u zich met de ontvangen oproepingskaart bij het stemburo dat op uw oproepingskaart vermeld staat.

Partij Links van het IVIidden (PLIVI): van links naar rechts Martin van den Akker, Lambert Letteboer, Paui Schellart, Ans Schoiien (staand) en Meeuwis Geleijns en E d van Hees (op de voorgrond). Niet op de foto de PLM­kandidaten Frans Teunissen en Jacques Maas.

2 Geef uw oproepingskaart af aan de voorzitter van het stemburo.

Partij Links van het Midden:

3 U ontvangt ter plaatse een stembiljet dat op ander papier gedrukt is dan het stembiljet dat u thuisontvangen heeft. 4 Deponeer het ingevulde stembiljet in de stembus.

Door gemeenscliappeli|l( optreden bestuurbaarlieid van KH bevorderen

Stemman door afgifte liij iiet Centraai S temburo 1 Handel zoals voor het stemmen per post beschreven staat. 2 Stuur de enveloppe met antwoordnummer niet op, maar geef hem af bij het centraal stemburo, kamer A­106 of A­110. 3 De stembrief moet uiterlijk 8 april om 17.00 uur door het centraal stemburo worden ontvangen.

De PLM wil als gematigd progressieve partij meewer­ ken aan de vervolmaking van de demokratie binnen de hogeschool. Hoewel we een a a n t a l gebreken in de WUB onderkennen, willen we toch meewerken a a n de uitvoe­ ring ervan. Dit is een van de punten, waarin we ons on­ derscheiden van een extreem linkse partij. Wel hebben we een duidelijk progressieve vi­ sie; deze houdt op de langere termijn fimdamentele wijzi­ gingen in de verhoudingen binnen de hogeschool in. Maar wij beseffen dat de ho­ geschool bestuurbaar moet

blijven, wat mede een ver­ antwoordelijkheid van de Ho­ geschoolraad en dus ook van PLM­raadsleden is. Maar dit betekent niet, dat PLM­ raadsleden, omwille van de bestuurbaarheid van de ho­ geschool, in de Hogeschool­ raad klakkeloos voorstellen zullen steunen, die van onze ideeën afwijken. E lke kon­ sessie aan de bestuurbaar­ heid, ten koste van onze ei­ gen visie, zal terdege over­ wogen moeten worden. Maar niet alleen door onze raads­ leden. Wij vinden namelijk, dat, wil een demokratie goed funktioneren, de achterban

Op welke gronden wij ons een gematigd progressieYe partij vinden, is hieronder met betrekking tot een aan tal konkrete punten weerge­ geven in een uittreksel uit ons partijprogramma. Bestuursstruktuur aan onze hogeschool De Hogeschoolraad als hoog ste orgaan zal zich dienen te beperken tot de grote lijnen, daarbij vertrouwend op het werk van h a a r kommissies, die een goede afspiegeling van de raad behoren te zijn. In principe moet alle voor de beleidsvorming noodzakelij­ ke informatie openbaar zijn hoewel we erkennen dat dit in bepaalde uitzonderings­ gevallen niet mogelijk zal zijn. Men dient er van overtuigd te raken dat het noodzake­ lijk is dat het KvB samen met de Hogeschoolraad het bestuur voert. Daarbij zal het KvB zich beperken tot belangrijke zaken en details op daarvoor bestemde plaat­ sen laten uitvoeren. Daarom is een degelijke taakverde­ ling en een goede delegatie zinvol. Goed funktiönerende (sub)­ fakulteiten en diensten bete­ kenen veel voor de vorming

KATHOLIEKE HO GESCHO O L TILBURG STEMBILJET VERKIEZING HOGESCHOOLRAAD

P L.M

A. van den Akker, .M.A.M. B. Coumou, J.H.

P L.M.

C. Geleijns, M.J. D. Kamphuis, H.T.

en uitvoering van het beleid. funktioneren van met 3 de diensten zou ver­ beterd kunnen worden door verdere uitbouw van de lienst­ en afdelingsraden, waarbij de beslissingen die binnen een dienst of afde­ bng kunnen worden geno­ men, genomen worden door een gekozen dienst­ of afde­ luigsraad. In dit funktioneren zal de Dienst Personeelszaken een belangrijke taak hebben in bet begeleiden van groeps­ processen. Hierbij is, evenals fOor de begeleiding van som­ _„j individuele gevallen monafhankelijke opstelling .._g voor (een deel van) de Dienst Personeelszaken.

kwantitatief zo hoog moge­ lijk zal zijn. Groei en uitbreiding, samenwerking en hulp­ verlening ­ Voorop moet staan dat de Katholieke Hogeschool een plaats moet zijn waar de wetenschap geleerd, beoe­ fend en toegepast wordt in dienst van de samenleving, ook van de regio. ­ Groei is geen levensvoor­ waarde voor de KHT, wel moet zij voldoen a a n de vraag n a a r onderwijs, ook als deze vraag groeit. Niet iedere uitbreiding met sub­, inter­ of gewone fakulteiten is zonder meer goed; iedere uitbreiding zal door ons kri­ tisch beoordeeld worden. ­ De Katholieke Hogeschool heeft een regionale taak, niet slechts een passieve, m a a r juist ook een aktieve. W a a r het de regionale as­ pekten betreft k a n de KHT een aktieve rol spelen als in­ stelling van mens­ en maat­ schappijwetenschappen in het bedrijven van toegepaste wetenschap.

Ondervrijs en onderzoek , de beoordeling van on­ lerwijsaangelegenheden zal PLM zich laten leiden door de gedachte dat ge­ streefd moet worden n a a r iderwijsmogelijkheden voor ieder mens, die overeenko­ men met zijn of h a a r be­ kwaamheden, interessen en motivatie, alsmede, in ver­ band daarmee, door de ge­ dachte dat een zo volledig Planning en begroting mogelijk spektrum van on­ derwijsvoorzieningen in de Bij de primaire taken van de regio Brabant zeer wenselijk hogeschool als instelling, te IS. Wij achten het noodzake­ weten het verzorgen van we­ dat er een konstruktieve tenschappelijk onderwijs en samenwerking gezocht wordt het verrichten van weten­ lussen het W O en HBO schappelijk onderzoek in eer­ waarbij op voet van gelijk­ ste instantie door de (sub)­ en gelijkwaardigheid fakulteiten, is het noodzake­ gehandeld wordt. Het onder­ lijk dat de instelling voorziet mjs moet voortdurend ge­ in voldoende mankracht en middelen en een zodanige wed en gesteund worden muit het onderzoek. Daar­ organisatiestruktuur dat de toe moet noodzakelijkerwijs gestelde taken gezamenlijk mderzoek plaatsvinden. On­ op een adekwate en aan­ derwijs en onderzoek dienen vaardbare wijze kunnen wor­ den uitgevoerd. een gelijkwaardige plaats in Om de genoemde middelen te nemen in de (sub) fakul­ teiten. Ook het wetenschaïH pelijk onderzoek kan belang­ Bjk bijdragen in het aanzien ran de hogeschool. ïoorts zijn wij van mening de DOO een wezenlijke plaats heeft in verband met Ie ondersteuning van het mderwijs­ en onderzoekge­ lieuren in de (sub) fakultei­ ten, l>oor het mogelijk maken 'an een redelijke tijdsverde­ 'mg tussen service a a n de 'sub) fakulteiten en de stu­ fe voor ont­wikkehng voor zich snel ontwikkelende ■sethoden op de diverse ge­ ''ieden, zal enerzijds begrip en Waardering voor de aan­ Seboden service toenemen ^CTUTTfrrmj terwijl de dienstverlening 'nderzijds kwalitatief en

te kunnen verkrijgen en eventueel afspraken te kun­ nen maken voor langere ter­ mijn is het noodzakelijk dat het hogeschoolniveau inzicht heeft in de voorgenomen ta­ ken alsmede een terugblik op het feitelijk verloop. In dit verband is het be­ langrijk dat de autonomie van de (sub) fakulteiten na­ der wordt omschreven, waar­ uit zou kunnen blijken dat (sub) fakulteiten autonoom zijn met betrekking tot een belangrijk deel van de taak­ stelling en met betrekking tot de uitvoering van de ta­ ken. Bij het voorzien in mid­ delen om taken uit te voeren zijn zij gebonden aan instel­ lingsregels. Voorlichting, kommunikatie en meningsvorming Een goede voorüchting, kom­ munikatie en meningsvor­ ming is een wezenlijke voor­ waarde voor het goed funk­ tioneren van de hogeschool als werkgemeenschap intern en als wetenschappelijke in­ stelling n a a r buiten. In dit kader vervult THB (Hogeschoolblad) een cen­ trale funktie als aandrager van feiten, meningen en kommentaren. Door middel van een wekelijkse verschij­ ning zou het de onafhanke­ lijke redaktie mogelijk zijn feiten vollediger te presente­ ren en aan meer meningen toegang te verlenen. Verder zijn vrij van mening dat uniformiteit in universi­ taire uitgaven door middel van de Universitaire Pers Tilburg zal bijdragen tot de goede n a a m van de hoge­ school omdat daarmee een presentatie van informatie

TrjK-nTrj^

E. Letteboer, L.

P L.M.

F. Maas, J.

P L.M.

G. Schellart, P.A.J.

P L.M.

H. Schollen­Vmgerhoets, A.E.A.M.

P L.M.

K. Teunissen, F.

P L.M.

L. Wester, M.J.

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

DE LETTERS, GEPLAATST VOOR DE NAMEN VAN DE KANDIDATEN ONDER DE CIJFERS INVULLEN IN VOLGORDE VAN VO O RKEUR

omtrent de wetenschapsbe­ oefening op de KHT, infor­ matie over de a a r d en de re­ sultaten van onderzoek op een juiste manier worden uitgedragen. Het is een taak van voor­ lichting en kommunikatie de beslotenheid van de weten­ schapsbeoefening te door­ breken. Studentenvoorzieningen Als we de voorzieningen voor stu denten beschouwen, menen wij dat studenten (aan een wetenschappelijke instelling) bevoordeeld wor­ den ten opzichte van leeftijd­ genoten. Deze bevoorrechte positie van de student dient

niet gehandhaafd te worden. Andere jongeren moeten ge­ lijke mogelijkheden krijgen voor huisvesting, sport en dergelijke. In het kader van de indivi­ duele studentenvoorzienin­ gen zijn wij van mening dat binnen de (sub)fakulteiten de studiebegeleiding van de individuele student een taak voor iedere docent is, met ondersteuning door een stu­ dieadviseur. PLM: Roeien met de WUB die je hebt, m a a r met de mensen die je zelf kiest. Het volledige partijprogram­ ma is verkrijgbaar bij het sehretariaat, gebo u w A, ka­ mer 22.

Joop Coumou:

Positie personeel moet verbeterd 1 Hoe zwak de positie van medewerkers aan onze hoge­ school is bleek wel uit de nota ,Meerjarencijfers', waar, zonder dat de betrokkenen er iets over te zeggen had­ den, voorgesteld werd het aantal personeelsplaatsen te verminderen. De Hogeschool­ r a a d zal erop toe moeten zien dat het aantal perso­ neelsplaatsen gelijk blijft met de hoeveelheid te verrichten werk. De nu reeds optreden­ de taakverzwaring dient af­ gewezen te worden en de HR zal verantwoordelijkheid voor inkrimping van het personeel moeten afwijzen. Plannen voor één regionale onderwijsinstelling voor ho­ ger onderwijs, zonder de be­ langen van personeel en stu­ denten d a a r in te betrekken moeten afgewezen worden. 2 Hoe zwaar de lasten voor

het administratief en tech­ nisch personeel zijn blijkt al hieruit dat sommigen geen kandidaat voor de HR­ver­ kiezingen kunnen (mogen) zijn. Door een beter beleid moet het mogelijk worden t h b 14a ­ 24 m a a r t 1975 verkieziingskrant


ATG: Hogeschoolraad (vervolg) dat elk lid van de hogeschoolgemeenschap ook vertegenwoordiger in de raad kan zijn. 3 De medewerkers bij de diensten worden door de hogeschool te veel gezien als mensen die slechts opdrachten uitvoeren. Tot nu toe hebben ze zelf veel te weinig in te brengen over het te voeren beleid. De demokratisering aan de basis moet uitgebreid worden; de HR zal erop moeten toezien, dat de raden van de diensten, afde-

lingen en fakulteiten ook praktisch beslissingsbevoegdheid krijgen. 4 De Hogeschoolraad zal ervoor moeten vechten, dat h a a r bevoegdheden niet verkleind worden (door Den Haag of KvB) en dat ze op alle punten van beleid het vetorecht krijgt. Ook de samenstelling zal in evenredigheid met het aantal betrokkenen moeten worden. In die zin zal de HR moeten pleiten voor een demokratischer bestuursvorm. 5 De HR zal met de perso-

H. T. Kamphuis:

Vergroting van onderling vertrouwen Een midden-,partij' op progressieve grondslag, gericht op beleid. Parlementaire aanpak Dat wil zeggen: op basis van gemeenschappelijke informatie en in redelijke verstandhouding problemen oplossen. Op demokratische wijze Dat wil niet zeggen, dat

verdoezeling van piële verschillen.

princi-

Doelstellingen van de hogeschool Doelmatigheid in de strukturen. Dat wil zeggen: alle onderwijs en onderzoek moet gepland en waar mogelijk op elkaar afgestemd zijn. Bij alle beheersaktiviteiten moet steeds het doel onderwijs en onderzoek voorop staan. Demokratische besluitvorming en verantwoordingsplicht Meer inspraak in de besluitvorming wil ook zeggen: medeverantwoordelijkheid voor de genomen beslissing. In de dienstverlenende eenheden zal de dienstraad meer invloed moeten krijgen.

iedereen zich met alles bezighoudt. Dat wil wél zeggen, dat geen ongemotiveerde eenzijdige besluitvorming plaatsvindt. Dat wil óók zeggen: - grotere openheid in het bestuur; - geen onnodige verharding ten opzichte van de bestuurders; - vergroting van het onderling vertrouwen zonder

Zo groot mogelijke vrijheid voor alle individuen en strukturele eenheden van de hogeschool Het hogere nivo moet slechts d a a r beslissen waar het onderwerpen betreft die de mogelijkheden van het lagere nivo te boven gaan.

neelsvertegenwoordiging in het GO moeten samenwerken. Uiteindelijk moet het personeel het laatste woord over het algemene i>ersoneelsbeleid (werktijden, overwerk, werkindeling, werkomstandigheden, beoordeling enz.) moeten krijgen.

Giel Wester:

Vertrouwen om efficiënt te kunnen werken, vóór fraktievorming ben, zo mogelijk dwars door de geledingen heen. Jammer dat de WUB-regelingen daartoe niet aansporen voorafgaande aan de verkiezingen

6 Tot nu toe is het onderzoek en onderwijs aan deze hogeschool alleen maatschappelijk bevestigd. Herstrukturering zonder dat de kritische fxinktie van het onderwijs vergroot wordt moet daarom afgewezen worden. Meer steun en aandacht voor projekten als Polek en Werkgroep Klasseanalyse is daarom dringend gewenst. 7 In de nieuwe Hogeschoolraad moeten linkse personen en groeperingen zo spoedig mogelijk een gemeenschappelijk front vormen, als voortzetting van de huidige samenwerking tussen onder andere BWA en Rood Front. Joop Coumou

Op het moment dat ik dit schrijf is mij nog geen programma van enige fakulteit bekend. U moet weten dat ik, om de duidelijkheid en

Iemand zei mij: „of je ,links' of .rechts' bent, wisselt met het gezelschap waarin je verkeert". Daarmee ben ik het eens. Zolang ik het zogenaamde ,midden' niet ken, kan ik mijzelf niet typeren als .links' of ,rechts'. Ovengens heeft vrijwel elk probleem meer kanten. U moet echter weten, dat ik, oók in de WUB-struktuur, de noodzaak van vertrouwen verdienen, m a a r dan ook geven en krijgen, als een grote noodzaak heb ervaren.

Wees op uw hoede voor zetelkorting I

De WUB De demokratische struktuur - zoals die door de Wet Universitaire Bestuurshervorming wordt voorgeschreven maakt van de universiteiten en hogescholen een soort proeflaboratorium voor de maatschappij.

Artikel 3, viercie lid, Struktuurregeling: „Indien bij het vaststellen van de uitslag van een verkiezing voor een van de in het tweede lid bedoelde organen blijkt dat van de kiesgerechtigden van een geleding minder dan 35 % een geldige stem heeft uitgebracht, wordt van de voor die geleding bestemde zetels dat aantal bezet, dat evenredig is met de verhouding van het geldig uitgebrachte tot het vereiste aantal stemmen."

De universiteiten en hogescholen kunnen beter voorop lopen dan achter de samenleving aan!

Een voorbeeld: als er acht zetels zijn en slechts 24 % van het aantal kiesgerechtigden komt op (en stemt geldig), dan zijn slechts ^"As van acht zetels Is vijf zetels beschikbaar! 10


Wetenschappelijk personeel: Hogeschoolraad Bond voor Wetenschappelijke Arbeiders (B.W.A):

Sociale en Ekonomische Fakulteit De wetenschap wordt een steeds belangrijkere komponent in het produktieproses. De centralistiese beleidsvoornemens moeten worden gezien als pogingen het wetenschappelijk onderwijs (WO) te onderwerpen aan de groeiende behoefte aan hooggekwalifiseerd middenkader bij het bedrijfsleven en de overheid. De BWA stelt zich ten doel deze ontwikkeling te bestrijden door te streven n a a r herstel van de maatschappijliritiese funktie van de wetenschap. Daarnaast wil de BWA een bijdrage leveren tot een fundamentele demokratiese beheersing en organisatie van de wetenschap. De standpunten met betrekIdng tot onderwijs, onderzoek en bestuur worden hieronder weergegeven. Onderwijs en onderzoek - De kwaliteit van het onderwijs wordt onder andere via herstrukturering, via van bovenopgelegde herprogrammering (Wiegersma) en via personeelsbezuinigingen ernstig aangetast. Het gevolg is verschraling en formalisering van de studiestof en het loslaten van de meest essentiële doelstellingen van het WO Cdie ar-

beidsintensief en tijdrovend zijn): maatschappelijke vorming, kritiese verwerking van denkbeelden, het leren doen van onderzoek. De BWA verzet zich hiertegen. Een herprogrammering op basis van een breed opgezette diskussie dient vooraf te gaan a a n herstrukturering. Bij deze herprogrammering dienen inhoudelijke heroriëntatie en onderwijsvorm centraal te staan. Mede vanwege de eenzijdige verschraling van de studiestof worden initiatieven als Polek en de Werkgroep Klassenanaliese door de BWA ondersteund. - Een voorwaarde voor het handhaven van de kwaliteit van het W O is een direkte koppeling van onderwijs en onderzoek. Verzwaring van onderwijstaken wordt derhalve afgewezen. Het tweede geldstroom onderzoek mag niet worden uitgebouwd ten koste van het onderzoek aan hogescholen en universiteiten. - Zolang de noodzaak ervan niet is aangetoond, kan geen enkele taakverzwaring van ATG- en wetenschappelijk personeel worden geaksepteerd. De zwakke groepen van het personeel - ATG en medewerkers in tijdelijke

van de WUB aan te tasten onder andere door: stroming Broekmeyer, de stichting .Onbevangen Wetenschappers' en Den Haag (zo wil staatssekretaris Klein de vakgroep demokraties verder uithollen en een strukt u u r doorvoeren waarbij het hoger gelegen bestuursnivo .repressief toezicht' houdt op het funktioneren van het daaronder liggende nivo). De WUB dient te worden uitgebouwd n a a r een reële zeggenschap van alle geledingen over de inhoud van h u n bezigheden. - De demokratisering mag niet selektief worden toegepast. Openbaarheid van vergadering van kommissies, vakgroepen en dergelijke wordt door de BWA nagestreeft. - Met betrekking tot de Hogeschoolraad acht de BWA een slagvaardige opstelling van deze raad dringend gewenst vanwege de centralistiese maatregelen van Den Haag. Interne konfUkten van ondergeschikt belang dienen zoveel mogelijk te worden vermeden. Den Haag dreigt een verdere interne demokratisering vroegtijdig in de kiem te smoren door vertegenwoordigers van de hogeschoolgemeenschap in de WUB-organen te dwingen maatregelen uit te voeren, die zij en h u n kiezers onaanvaardbaar vinden. - De BWA is van mening dat de Hogeschoolraad zich ook dient bezig te houden Bestuur - De BWA neemt stelling met zaken die liggen op het tegen elke poging de demo- raakvlak van hogeschool en kratiese verworvenheden maatschappelijke ontwikke-

dienst - mogen in geen geval de dupe worden van doorgezette bezuinigingsmaatregelen. - De BWA verzet zich tegen het stopzetten van de externe demokratisering van het tertiaire onderwijs (numerus fixus, selektiedrempels). Het ,tweede-kans'-onderwijs (open universiteit, TV-kursussen, korrunersiële avondopleidingen) en het HBO mogen niet gaan fungeren als een afvalbak voor een sterk selekterend - en daardoor elitiserend - WO. - De winstgevendheid mag niet voorop staan bij besluitvorming inzake direkt toepasbaar wetenschappelijk onderzoek. De verdeling van de middelen moet zoveel mogelijk geschieden overeenkomstig de maatschappelijke prioriteiten. De onderzoeksprojekten binnen fakulteiten en instituten van de hogeschool dienen voor de gehele hogeschoolgemeenschap openbaar te zijn voor wat betreft de aard, de herkomst, de bestemming en de financiering. - Het wetenschapsbeleid in Nederland dient gereorganiseerd te worden. Deze reorganisatie dient te geschieden op basis van een fundamentele diskussie over de doelstellingen van het wetenschappelijk onderzoek en het medebeslissingsrecht van de wetenschapper of onderzoeker.

lingen. - In de Hogeschoolraad wil de BWA een aktieve politiek voeren. Er zal gestreefd worden n a a r samenwerking met andere progressieve krachten. BW A-kandidaten Hogeschoolraad Breng uw eerste stem in de Ekonomische Fakulteit uit op: Wim Boerboom Breng uw eerste twee stemmen in de Fakulteit der Sociale Wetenschappen (sociologen en psychologen) uit op: Paul Horbach Kees Vermunt

P.LIVi.:

Ed van Hees staat kandidaat voor de PLM. Zie voor het programma pagina 8.

VERGEET NIET BIJ STEMMEN PER POST UK OPROEPINGSKAART ONDERTEKEND MEE IN TE SLUITEN

VERGEET NIET BIJ STEMMEN PER POST UW OPROEPINGSKAART ONDERTEKEND MEE IN TE SLUITEN

VERGEET NIET BIJ STEMMEN PER POST UW OPROEPINGSkAART ONDERTEKEND MEE IN TE SLUITEN

KATHOLIEKE HOGESCHOOL TILBURG

KATHOLIEKE HOGESCHOOL TILBURG

KATHOLIEKE HOGESCHOOL TILBURG

STEMBILJET VERKIEZING HOGESCHOOLRAAD

STEMBILJET VERKIEZING HOGESCHOOLRAAD

WETENSCHAPPELIJK PERSONEEL SOCIALE FAKULTEIT A. Bergsma, J. B. v.Hees, E.J.W.M. C. Horbach, P.O.K.

P.L.M. B.W.A.

D. Ri^sman, J.B. E. Vermunt, K.J.G.M.

STEMBILJET VERKIEZING HOGESCHOOLRAAD WETENSCHAPPELIJK PERSONEEL JURIDISCHE FAKULTEIT

WETENSCHAPPELIJK PERSONEEL EKONOMISCHE FAKULTEIT A. Bannink, R.

B.W.A.

A. Cri^ns, F.C.L.M. B. Schneider, J.W.H.C.M.

B. Boerboom, W.G. C. Dalmulder, J.J.J. D. V. Dijck, J.E.A.M. E. V. Lith, J.A. F. V. Schalk, A.B.T.M. G. slangen, P. H. De Vries, J.

1 2

DE LETTERS

3

4

5

GEPLAATST VOOR DE NAMEN VAN DE KANDIDATEN

ONDER DE CIJFERS INVULLEN IN VOLGORDE VAN VOORKEUR

1

2

3

4

5

6

7

8

2

DE LETTERS, GEPLAATST VOOR DE NAMEN VAN DE KANDIDATEN

DE LETTERS, GEPLAATST VOOR DE NAMEN VAM DE KANDIDATEN

ONDER DE CIJFERS INVULLEN IN VOLGORDE VAN VOORKEUR

ONDER DE CIJFERS INVULLEN IN VOLGORDE VAN VOORKEUR

11

thb 14a - 24 maart 1975 verkiezingskrant


studenten: Hogeschoolraad „Konstruktief (Juridische en Ekonomische Fal<ult8it):

■ HRko progi BBgen. Ik (eerste ikheid is 1 .reëlere ig van imen. Ik it niet i geloof k dat in ïluiden i iren zijn Ik wil dan ook die studentei i geval vertegenwoordigen die meei zien in redelijk overleg de tweei in het te pas en te onpai lindeH gooien van kreten, meer 11 a onwerl samenwerking dan in boy aat door kotten. at kost a zijn. Het is ook volstrekt juis dat deze groeperingen in 4 raden vertegenwoordigd zijn tenminste voorzover zij km nen steunen op een .achter ban', m a a r ik geloof dat he de verhoudingen niet weergeeft wanneer zij allééi of in overgrote meerderheii de studentenzetels bezetten Vandaar mijn kandidaats stelling.

Géén gemeenschappelijk programma, wél samenwerking De eerste zin van een stukje als dit is erg belangrijk. W a n t als u die eenmaal leest is er een goede kans dat u door zult lezen. E n d a a r mik­ ken we op. Immers wij zijn kandidaten voor de studen­ tenzetels in de volgende Ho­ geschoolraad en we hebben uw steun nodig om in die r a a d te komen. Geen van ons zou graag als eenling in de Hogeschool­ r a a d gekozen worden. Daar­ voor is het raadswerlc voor een student veel te omvang­ rijk. Het doornemen van alle stukken, het aktief deelne­ men a a n kommissies en het voortdurend op de hoogte blijven van alles wat gaande is, is noodzakelijk om je lid­ maatschap van de HR echt zinnig te doen zijn. Maar om dat alles goed te kunnen doen moet je samenwerken met een aantal mensen die je kunt vertrouwen. Pas als je binnen de r a a d tot werk­ verdeling kunt komen ben je in staat om alle ter beschik­ king staande informatie te bekijken en op z'n waarde te schatten, en dat is nodig om

gefundeerd mee te praten en mee te beslissen over alle vraagstukken die aan de orde komen. Vandaar dat wij de koppen bij elkaar gestoken hebben en besloten hebben op deze basis gezamenlijk de verkie­ zingen in te gaan. E n dan is onze n a a m niet meer dan 'n herkenningspunt en 'n indi­ katie voor hoe we te werk willen gaan: .Konstruktief. Samen denken en praten over alles wat in de r a a d komt en samen n a a r juiste beslissingen toewerken is voor ons essentieel. E n dat zou dan niet alleen een sa­ menwerking tussen de stu­ denten onderling in de raad moeten zijn, m a a r evenzeer, waar mogelijk, met raadsle­ den uit andere geledingen en met de mensen buiten de r a a d die mee willen denken.

men. U hoeft van ons ook geen verkiezingsleuzen te verwachten die duidelijke uitspraken inhouden over hete hangijzers. In het ver­ leden is genoeg gebleken hoe kwetsbaar samenwerkings­ verbanden zijn die kost wat kost hun programma, dat in­ zet was van de verkiezingen, wilden uitvoeren. We kun­ nen ons voorstellen dat dit u niet helemaal bevredigt. W a n t waarvoor kiest u dan wel als u op ons stemt? Wel­ nu, als u onderstaande stuk­ jes van de afzonderlijke le­ den van .Konstruktief leest zal u dat hopelijk duidelijk worden.

Voor de Juridische Fakulteit: Mérion van der Poel

Over één punt mag geen on­ duidelijkheid bestaan: wij vormen een organisatorische eenheid, géén partij. We wil­ len dan ook niet voor de ver­ kiezingen met een gemeen­ schappelijk programma ko­

Voor de Ekonomische Fakulteit. J a n Kortie Jéróme Verhagen Evert E Ibertse Eric Jansen

Konstruktief: Jan Kortie (derdejaars ekonomie) Het is niet eenvoudig om in een p a a r regels een min of meer betrouwbare indruk te geven van mijn opvattingen of denkwijzen. Misschien blijken die wel het duide lijkst uit m'n motivatie om me kandidaat te stellen voor de Hogeschoolraad. Het is me opgevallen dat de verhoudingen in de hoge­ school­ en fakulteitsraden ietwat scheef liggen. Ofwel het aantal studenten in de raden ligt ver onder het maximale aantal te behalen studentzetels, ofwel de zetel­ verdeling geeft geen juist beeld van de opvattingen van de ,gemiddelde student'. Het is een vaker voorkomend verschijnsel dat externe groe­ peringen het meest aktief

VERGEET NIET BIJ STEMMEN PER POST UW O PRO EPINGSKAART ONDERTEKEND MEE IN TE SLUITEN

VERGEET NIET BIJ STEMMEN PER POST UW O PRO EPINGSKAART ONDERTEKEND MEE IN TE SLUITEN

KATHOLIEKE HOGESCHOOL TILBURG

KATHOLIEKE HO GESCHO O L TILBURG

STEMBILJET VERKIEZING HOGESCHOOLRAAD

STEMBILJET VERKIEZING HOGESCHOOLRAAD

STUDENTEN JURIDISCHE FAKULTEIT A. De Peuter, P.J.C. B. Van der Poel, M.A.C.

STUDENTEN EKO NO MISCHE FAKULTEIT mraktxe Open Werk Konstruktief

A. B. C. D.

EIbertse, E.A.M. Jansen, G.H.M. Kortie, J.F.P.M. Meerts, P.J.

Konstruktief Konstruktief Konstruktief Prog. Stud. Fraktie

E. Pi:]pers, H.C.M.

Alléén zou ik waarschijnlijk niet in staat zijn geweest om me door alle papier­ en kom missiewerk heen te worste­ len en d a a r n a nog genoeg overzicht op de beschikban informatie te hebben on juiste keuzen te kunnen ma­ ken. Omdat ik goede hoop heb dat we er samen veel meer van kunnen maken, heb ik me aangesloten In ,Konstniktief

Konstruktief: Jéröme Verhagen

inten wil] II uiterst De redenen dat ik niet als g aanne eenling m a a r als lid van .Konstruktief' de verkiezin­ zie de gen in ga, zijn hierboven dui­ i bestui delijk uiteengezet. men we De reden dat ik het belang­ 'beslissir rijk vind dat deze groep m sliussies D gedach een HE een ideol( a maar ( VERGEET NIET BIJ STEMMEN PER POST UW OPROEPINGSKAART ONDERTEKEND MEE IN TE SLUITEN n Dit bet Senstellin KATHOLIEKE HOGESCHOOL TILBURG Wen gaa STEMBILJET VERKIEZING i'iek gele HOGESCHOOLRAAD idelijk ei STUDENTEN SOCIALE FAKULTEIT nemen, i A. Slbblng, H. Prog. Stud. Fraktie annee a B. Verschuren, Prog. Stud. Fraktie 1 fundar '1 en af (derdejaars ekonomie)

Prog. Stud. Fraktie Konstruktief Prog. Stud. Fraktie

F. Verhagen, Th.M.A.J. G. Ververgaart, F.J.H.

^

1

2

DE LETTERS, GEPLAATST VOOR DE^IAMEN VAN DE KANDIDATEN ONDER DE CIJFERS INVULLEN IN VOLGORDE VAN VOORKEUR

1

2

3

4

5

6

7

2

DE LETTERS, GEPLAATST VOOR DE KAMEN VAN DE KANDIDATEN

DE LETTERS, GEPLAATST VOOR DE NAMEN VAN DE KANDIDATE»

ONDER DE CIJFERS INVULLEN IN VOLGORDE VAN VO O RKEUR

ONDER DE CIJFERS INVULLEN IN VOLGORDE VAN VOORKEUR

12

e


I gg^

jHR komt is niet in 'n aan­ programmapunten te angen. Ik geloof dat dit in eerste plaats een moge­ ikheid is om tot een ,betere' .reëlere' vertegenwoordi­ !g van de studenten te men. Ik heb de wijsheid it niet in pacht m a a r het geloof ik, wel noodzake­ k dat in de HR ook andere jluiden van studenten te iren zijn dan tot nu toe die studenten geval is. gen die meei : overleg■ Jai Ie tweede plaats geloof ik en te onpai in de HR langzamerhand 3ten, meer' a onwerkbare situatie ont­ doordat mensen kost dan in kost alleen eigen stand­ volstrekt juis «ringen in i woordigd zi)ii zover zij km 3 een .achter ïeloof dat he en niet goei leer zij allééi ! meerderheii 'tels bezetten kandidaats

mogen best n a a r voren ko­ men, m a a r geen polarisatie door al te star vasthouden a a n principiële overtuigin­ gen. We mogen best opposi­ tie leveren, m a a r dit moet niet leiden tot louter een destruktieve houding. Laten we ophouden elkaar in hok­ jes te duwen. Ik hoop dat ik hiermee mijn denkrichting een beetje dui­ delijk gemaakt heb. Nu is het woord aan jullie. Ken je verantwoordelijkheid en ga n a a r de stembus!

Konstruktief:

waarschijnlijk n geweest om .pier­ en kom ;n te worste­ nog genoeg i beschikban hebben on 3 kunnen ma goede hooj • samen veel men maken, ngesloten bij

omlijnd programma in de trant van: dit zijn mijn, of onze eisen. Wel de wil om een goed funktionerende Ho­ geschoolraad te verkrijgen, die beslist aan de hand van de voorhanden zijnde infor­ matie, zowel van officiële als van niet­officiële zijde. Om dit doel te bereiken is er echter een ding nodig; een groep mensen, die de bereid­ heid hebben om samen te werken, en erop vertrouwen, dat de gegevens door elkaar aangedragen juist zijn, m a a r die niet zover doorvoeren, dat er niet n a a r anderen ge­ luisterd wordt. Een groep: daarom is ook het gebruik door ju llie van de tweede­, derde en vierde voorkeursstem gewoon no­ dig. Willen we met een goed funktionerende Hogeschool­ raad het jaar door, laat dan tenminste tijdens de verkie­ zingen je stem horen.

Evert EIbertse (derdejaars ekonomle)

Konstruktief: Eric Jansen lagen inomie)

%

'■"•­.

(derdejaars ekonomie)

inten willen doorvoeren en n uiterst negatieve hou­ ng aannemen.

t ik niet als lid van ie verkiezin­ ae de HR duidelijk als ierboven dui­ 0 bestuursorgaan waar­ ;et. nnen we moeten proberen i het belang 'beslissingen te komen via eze groep ii skussies en uitwisseling «1 gedachten. Men zit niet een HR om alleen zijn een ideologie te verkondi­ 1 maar om mee te bestu­ 'PINGSKAART n Dit betekent niet dat we Senstellingen uit de we§^ *ten gaan of dat er geen itiek geleverd mag worden. ttl<ielijk eigen standpunten emen, oké, m a a r niet Fraktie annee andere groeperin­ Fraktie 1 fundamenteel wantrou­ •1 en afwijzen. De polen

Evert E Ibertse, derdejaars ekonometrist, tapper bij The­ seus en medebewoner van een huis nabij het centrum. Tot zover het broodnodige visitekaartje dat je op deze pagina af kunt geven: een mens moet weten op wie hij stemt, m a a r als zodanig ga je niet in de Hogeschoolraad zitten, daar ben je vertegen­ woordiger van de ideeën en wensen van de studenten. Mensen, van mij geen vast

Ik zal zoals te doen gebrui­ kelijk in enkele zinnen iets over mezelf vertellen en de

<^

reden aangeven waarom ik mezelf kandidaat stel voor de HR.

Konstruktief: Mérion van de Poel

Aangezien de middengroep van de studenten ekonomie niet in de huidige HR ver­ tegenwoordigd is en het be­ lang daarvan overduidelijk is, heb ik mezelf kandidaat voor deze groep gesteld om zo een betere afspiegeling te bewericfetelligen van de denk­ beelden van de studenten binnen de Hffl,.

(studente rechten)

Daar het erg moeilijk is als eenling goed te funktioneren binnen de HR heb ook ik de werkwijze van ,Konstruktief' gekozen om zo een betere en meer kritische opstelling binnen de raad mogelijk te maken en zo tot een beter gefundeerd stemgedrag te komen. Ik heb niet de pretentie dat alles n u ideaal zal gaan lo­ pen m a a r ik wil me tegen­ over elk voorstel positief op­ stellen om een goed funktio­ neren van de HR mogelijk te maken. Voor alles wil ik proberen eerlijk te werk te gaan om me bewust te zijn van de belangen van de mensen die op ons gestemd hebben. Op 7 en 8 april bestaat de mogelijkheid voor de studen­ ten om tot een gedifferen­ tieerder en eerlijker verte­ genwoordiging van de stu­ denten in de HR te komen. Het is echter erg belangrijk dat als je .Konstruktief' stemt, je dan alle vier de kandidaten vermeld. E en hoog opkomstpercentage is belangrijk!

Met de beslissingen van de Hogeschoolraad komt iedere student direkt of indirekt in aanraking. E en optimaal funktioneren van de Hoge­ schoolraad is gebaat bij een samenwerking, die vooral gebaseerd is op onderling vertrouwen en op realiteits­ zin. De samenwerking moet mijns inziens primair gericht zijn op het belang van de hele hogeschoolgemeenschap en op de funktie die een uni­ versiteit of hogeschool in de samenleving moet vervullen. In bovenstaande zin hoop ik zelf te kunnen meedraaien in de Hogeschoolraad en wel als afgevaardigde van hope­ lijk vele juridische studenten.

Open Werk: Piet de Peuter (rechten­stu­ dent) staat vanuit ,Open Werk' kandidaat voor de Hogeschoolraad. Het ,Open Werk'­programma staat op pagina 16.

-—IvVlflH

KANDIDATE» l/OORKEUE

13

t h b 14a ­ 24 m a a r t 1975 verkiezingskrant


studenten: Hogesclioolraad (vervolg) de r a a d willen werken zijn elders op deze pagina be­ schreven. In dit kader willen we meer expliciet ingaan op onze steUingname ten op­ zichte van kwesties die in de Hogeschoolraad a a n de orde komen. Puntsgewijs: Landelijke maatregelen Maatregelen op landelijk ni­ vo, waarmee de HR komend jaar (weer) mee te maken zal krijgen, zijn de herstruk­ turering / herprogrammering WO, de integratie HBO­WO, wijzigingen in de WUB en begrotingszaken in het kader van de meerjarenplannen. N a a r onze beoordeling bete­ kenen deze maatregelen een verregaande centralisatie van de inhoud en opzet van het onderwijs en onderzoek.

De .Progressieve S tudenten Fraktie' voor de Hogeschoolraad: van links naar rechts: Harry Pijpers, Frans Ververgaart, Jan Meerts (alle drie ekonomiestudenten); Arnold Verschuren en Huub S ibbing (sociologiestudenten).

Progressieve Studenten Fraktie:

Naar een progressieve studie In de Progressieve Studenten Fraktie voor de hogeschool­ raadsverkiezingen zijn ver­ enigd de kandidaten van

groeperingen op de E kono­ mische en Sociale Fakulteit zoals de jaargroepen, Polek, werkgroep Klassenanaliese,

Kappataai, de SocioList etc. De redenen waarom wij a a n de verkiezingen deelnemen en de manier waarop wij in

Progressieve Fral<ties voor Hogeschoolraad, FR E konomie en Sub­FR Sociologie:

Waarom wij meedoen aan de verkiezingen Wij zien het raadswerk aller­ eerst als een ondersteuning van het progressieve studen­ tenwerk in de jaren. Komen daaruit eisen n a a r voren, dan zullen wij de verwezen­ lijking daarvan proberen te bewerkstelligen en toezien op de uitvoering. De kracht van het raadswerk ligt dus in de jaren, niet bij de frak­ ties zelf. Dit onderscheidt ons dan ook van ,gelegen­ heidsfrakties'. Tegelijkertijd willen wij opkomen voor be­ houd en uitbreiding van ver­ worvenheden zoals Data­ bank, THB en aanplakrecht op de hogeshool. Ten derde vinden wij het van belang dat de via de raden verkre­

gen informatie wordt door­ gespeeld en gebruikt. Be­ stuurderen houden vaak in­ formatie achter, waarop geeiT kontrole mogelijk is als er geen studenten in de raden zitten. Is dat wel het geval, dan kunnen zij de be­ stuurderen onder druk zet­ ten, om die informatie toch te geven (bijvoorbeeld in kwestie Steunfonds). W a t waren belangrijke punten het afgelopen jaar? In de Hogeschoolraad is er de kwestie geweest van de subsidiegelden van de ge­ meente en de rol van het Steunfonds daarbij (zie voor

meer informatie THB 8 en 9, jaargang 12). Op de E konomische Fakul­ teit ging de .knipkaartrege­ ling' weg. De Sociale Fakul­ teit werd verplicht om de studenten een stem te geven in het opstellen van een re­ glement voor het doktoraal­ examen. Bij deze punten hebben de Rood­Frond­frak­ ties en het KtdH niet alleen een even aktieve rol ge­ speeld. Wè,t zij hebben be­ reikt, vinden wij bovendien marginaal. Dit werken in de marge heeft volgens ons een tweeledige oorzaak: a de frakties hebben opti­ maal kunnen funktioneren 14

De herstrukturering/herpro­ grammering gaat ten koste van een brede maatschappe­ lijke vorming van de studen­ ten en van mogeUjkheden om onze kennis in dienst van maatschappelijk öJiderdrukte groepen a a n te wenden. In­ tegendeel zelfs, de herstruk­ turering perst de studie in vier jaar en door middel van scherpe selektie worden de studenten gedwongen kri­ tiekloos versleten theorieën in zich op te nemen. Ook het personeel staat onder andere door de Nota Meerjarencij­

bij gebrek a a n een goed ge­ organiseerde achterban (zo­ wel op de E konomische als Sociale Fakulteit zijn intus­ sen initiatieven genomen om te komen tot een beter ge­ struktureerde organisatie); b bereikte resultaten in de raden kunnen ook niet fun­ damenteel zijn, omdat dit niet de bedoeling is van de WUB. We leggen dat hier­ onder uit. Tot hoever tolereert men van hogerhand demokratie op de universiteiten? De WUB heeft een aantal karaktertrekken, die lijn­ recht ingaan tegen een wer­ kelijk demokratische struk­ t u u r op de universiteiten. Zo kunnen bijvoorbeeld beslui­ ten die in de raden zijn ge­ nomen worden ontkracht of omzeild. E en voorbeeld hier­ van hebben we gezien bij een amendement over het centralistisch k a r a k t e r van

fers een taakverzwaring meer onzekerheid (door mi tijdelijke dienstverbanden) wachten.

Ipenbaarl ! de be ilisidiekv oBege V Btie te

iden. ■^ Alternatief Bgelijk tl Tegenover deze centralisati istie te maatregelen willen wij si iterhale menwerking tussen studei an het V ten en docenten, diskuss ft nog over het belang van de ged penbaam ceerde stof en mogelij khedi trzoek. V ' voor projekt­ en werkgroeix aan de om zo de studie progressi itvoering in te richten en aan te we: den in dienst van de bew olidaritei king (zie bijvooj"beeld JuiB het 00 dische E HBO, ­^^lenzogroe igandist:,i Polek, werkgroep Klasse lateriële it van l analiese). lè uitsi Bij begrotingsbehandeling! mde kw< zullen wij voorstellen in ifttema richting doen c.q. onderste laatit prir nen. Ook de zo gewenste u ogeschoo breidingen van de hogescho iseerde i zullen door ons op die Irijd van beoordeeld worden. 'an deze HR spi Subsidies kandidate De zittende Hogeschoolrai leve Stuc heeft niet het recht van e Hogesc of afkeuring van de subsid aan studentengroeperinge Wij willen deze bevoegdhe wél bezitten. Daarnaast« het ministerie wel kuiture en geestelijke aktiviteiti subsidiëren, doch geen po tieke aktiviteiten. Wij we sen geen disciplinering vi politieke groeiJeringen do middel van subsidie.

aar of te de meerjarennota (HR) U met a 11 wi het KvB gewoonweg ni inden zich neerlegde. Het stic koestel tingsbestuur k a n daamasBlen besk nog eens besluiten vemiepien op b. gen, die in strijd zijn met iiis(demol wet. linnen aeenscha Een tweede soort bepe* zit in de raden zelf; all< ^at wUle eerst is de vertegenwoon lereiken? ging van de geledingen Uitbrei afgestemd op de aantall "ng van van de achterban, maar leke ak de drie geledingen (studf i»ez(«nlijk ten, ATG en WP), een konfiogescho( ratief systeem dus , Daardo jis Tref is men verplicht, op P*" Öconomif nen te stemmen en niet senanalys mair op standpunten, t Veranc medewerker bijv. kan o ie­inhou zeggen: ,,er staat maar f ichting progressieve medewerker "lie van de lijst, dus stem ik voor tóangrijl rest op progressieve studf ■an vorn ten". Ook zitten de leden titre personnel' in de radi De gei zodat zij door geen enk' itrukture achterban, mocht die al i school a georganiseerd, aanspr* Proberen


'

Studenten: Sub-FR S ociologie Ipenbaarheid verzwaring e de behandeling van de ! eid (door mi ilisidiekwestie bleek het tverbanden) oBege van Bestuur infor­ Btie te hebben achterge­ luden. Wij zullen zoveel igelijk trachten deze infor­ e centralisatiB"^' ,tie te eisen en zelfs te willen wij (Herhalen. tussen studei an het Vietnam­symposium iten, diskuss ft nog steeds de eis tot g van de gedi penbaarmaking van alle on­ mogelijkhedi trzoek. Wij zullen dit in de n werkgroep( R aan de orde stellen en op die progress! itvoering toezien. m aan te we: van de beT( olidariteit ^OOTbeeld Jui het oogpunt van het pro­ JRjlenzoiigroeBagandistisch effekt en de roep Klasse latenele steun achten wij it van belang, dat de HR ich uitspreekt over bran­ ibehandelingi nde kwesties op nationaal irstellen in i ifitemationaal nivo. Hierin c.q. onderste ,t primair de onder de laat 0 gewenste ui igeschoolbevolking georga­ 1 d e hogescho Beerde solidariteit met de 18 o p die bas Injd van de onderdrukten. jrden. 'an deze solidariteit behoort HR spreekbuis te zijn. [andidaten<^an de Progres­ logeschoohai leve Studenten Fraktie voor r e c h t van goe Ie Hogeschoolraad: /•an de subsid J a n Meerts ngroepennge (ekonomie) ze bevoegdhe Harrie Pijpers Daarnaast« (ekonomie) i w e l kuiture Huub Sibbing e aktiviteit» (sociologie) loch geen po Arnold Verschiu'en i t e n . Wij we (sociologie) :iplinering vi Frans Ververgaart speringen do (ekonomie) ibsidie.

nota (HR) voonweg ni de. Het sticj k a n daamai luiten verme rijd zijn met

aar of terug te trekken zijn. U met al redenen genoeg, mden wij, om niet de illusie e koesteren dat er in de ra­ len besluiten worden geno­ nen op basis van een werkc­ ?k demokratische struktuur imnen de hogeschoolge­ aeenschap.

joort beperk! den zelf; allf ^at willen we dan toch /•ertegenwoon lereiken? geledingen ffl Uitbreiding en instandhou­ 3 de aantall tag van kulturele en poli­ srban, maar leke aktiviteiten die van üngen (studf "ezenlijk belang zijn voor de (VP), een kon logeschoolgemeenschap, zo­ 1 dus. Daardo 'Is Trefsentrum, Politieke licht, op pe" E konomie Werkgroep Klas­ len en niet senanalyse, enzovoort. .ndpunten. • Verandering van de stu­ bijv. kan n li6­mhoud in progressieve staat maan chting (waarbij de autono­ medewerker "ne van de vakgroepen de item ik voor bela angrijkste belemmering "essieve stud an vormen). ten de leden el' in de radi De gevolgen van de her­ ■urering op de hoge­ ar geen ei locht die al! school aangeven en tegen i, aanspre* liroberen te gaan (niet alleen

fraktie kunnen tweeledig:

spelen,

is

1 Vanuit de toegang tot meer en snellere informatie, kun je als fraktie dingen aankaarten n a a r de jaren toe die van belang zijn voor het onderwij sgebeuren. Hier­ voor zullen we verschillende wegen bewandelen; enerzijds willen we via de SocioList en eventueel via de THB kon­ krete informatie geven over de belangrijke agendapunten en over de aktiviteiten die wij willen ontwikkelen. An­ derzijds willen we zelfstan­ dig op belangrijke punten proberen gezamenlijk met de jaren aktiviteiten te ontwik­ kelen. De bestaande jaar­ groepen kunnen en moeten hierbij volgens ons een be­ langrijke rol spelen.

De .Progressieve Sociologen Fraktie': van linl<s naar rechts: Rob Vastbinder, Trudy Wajon, Mike Ruhe, Hans Dieteren, Ping Oey en Fried Maas.

Progressieve S ociologen Fraktie:

Naar fundamantaie verandering vanuit de {aren Wij zijn ons ervan bewust, dat de WUB slechts een be­ perkte mogelijkheid biedt om je belangen te beharti­

gen. De wet heeft heel duide­ lijk zijn beperkingen, wat het sterkst tot uiting komt in: ­ de wettelijk geregelde on­

studenten vinden namelijk deze gevolgen terug in h u n studiepakket, ook WP'ers en ATG'ers merken het bij per­ soneelsbeleid, onderzoeksmo­ gelijkheden, onderwijs, enz.). • Huisvestings­, sport­ en verdere studentenvoorzienin­ gen ook voor andere groepe­ ringen toegankelijk. Deze punten vindt u nader uitgewerkt terug in onze programma's elders in dit nummer.

Progressieve Studentenfrak­ tie (PSF) voor de Hogeschool­ raad: J a n Meerts Harrie Pijpers Huub Sibbing Arnold Verschuren Frans Ververgaart (Programma op pagina 14).

Met wie werken we samen in de raden? Willen we op al deze punten iets bereiken, dan zullen we dat samen moeten doen met anderen. We zullen dan ook één front proberen te vor­ men met alle progressieve leden van de raden, ook on­ der het ATG en WP. De bun­ deling van al deze progres­ sieve krachten is daarom be­ langrijk, omdat dan gemeen­ schappelijke standpunten sterker n a a r voren kunnen komen.

Progressieve E konomenfrak­ tie (PE F) voor de FR E k.: John Brahim Clemens Graafsma Erik Hesseling Ton Heynen Willy Koppens Els Metselaar Paul van Niekerk Hans Steenhof (Programma op pagina 18). Progressieve Sociologenfrak­ tie (PSF) voor de Sub­FR Soc: Hans Dieteren Fried Maas Ping Oey Mike Ruhe Rob Vastbinder Trudy Wajon (Programma hierboven). 15

dervertegenwoordiging van de studenten in raden en vakgroepen; ­ de macht van het fakul­ teitsbestuur en hogere in­ stanties om beslissingen ge­ nomen door de raden naast zich neer te leggen (we heb­ ben hier in het verleden al verschillende voorbeelden van gezien: verdubbeling van de Vietnam­kollekte, nota­Meerjarencijf ers); ­ de onmogelijkheid voor studenten om invloed op het beleid van de vakgroep (en) uit te oefenen. Vanuit deze beperkingen van de WUB zijn wij van mening dat we niet de illusie moeten hebben dat wij door ons werk in de raad fundamen­ tele veranderingen in het onderwijs door kunnen druk­ ken. Integendeel, alle belangrijke zaken die bij ons op de fa­ kulteit spelen, zoals de her­ struktureringsplannen, de abstraktheid van de gedo­ ceerde theorieën, etc. zullen voornamelijk door een brede beweging a a n de basis aan­ gepakt moeten worden. De rol die wij hierbij

als

2 De progressieve initiatie­ ven, die uit de jaren komen, zullen wij als fraktie in de r a a d n a a r voren brengen en verdedigen. We zullen de fa^ kulteit dwingen om niet a a n de initiatieven van de studenten voorbij te gaan; we proberen uit de WUB te halen wat erin zit! W a t gaan we n u aanpakken? Er zijn enkele centrale piui­ ten die op onze fakulteit spelen en die we komend jaar zeker aan de orde zul­ len stellen. ­ Volgens een raadsbesluit van 1973 mogen er alleen studenen in de vakgroepen als ze de kwalifikatie van student­assistent hebben. De WUB laat een preciese in­ vulling van de vakgroepen over a a n de fakulteit. Ver­ eist is alleen dat het weten­ schappelijk personeel, be­ trokken bij het onderzoek en onderwijs van een bepaald vakgebied, in de vakgroep vertegenwoordigd is. Dit be­ tekent, dat de vakgroepen zelf het onderwijs kunnen in­ vullen en in feite een auto­ nome positie innemen. In de huidige situatie hebben de studenten over het algemeen niets in te brengen in de vorm en inhoud van het on­ derwijs. Wij achten dit een ontoelaatbare zaak en we zullen daarom strijden voor een wezenlijke invloed van studenten op het vakgroe­ penbeleid. We zien het te­ rugdringen van het besluit van '73 als een eerste stap hiertoe. E chter, de aanwezig­ heid van studenten in de vakgroepen is nog geen voorwaarde voor een funda­ t h b 14a ­ 24 m a a r t 1975 verkiezingskrant


studenten: Sub. FR Sociologie (vervoig) mentele verandering van de studieinhoud. Hiervoor zullen we de gehele beslissingsstruktuur moeten veranderen. - We ondersteunen progressieve initiatieven, zoals de SocioList of de sociologendriedaagse in Oisterwijk van de derdejaars, op materieel en politiek gebied. Het in de wielen rijden van progressieve instituten of initiatieven zullen wij echter te allen tijde tegengaan. - De doorvoering van de herstrukturering (de voorstellen van Posthumus) is nog steeds niet van de baan; neen, sterker nog, het zwaard van Posthumus hangt boven ons hoofd!!! Deze voorstellen kunnen alleen tegengehouden worden door een breed front dat elke doorvoering van deze wet afvnjst. Als eerste aanzet hiertoe is recentelijk het Tilburgs Anti-Posthumüs-Frönf opgericht. - We zullen door middel van de onderwij skommissies een diskussie organiseren over het studieprogramma als geheel. Voorstellen hiertoe zullen wij in ons nader uitgewerkt verkiezingsprogramm a presenteren. Gezien de, a a n het begin van

dit stuk reeds gekonstateerde ondemokratische strukt u u r van de WUB - een tendens die door de nieuwste voorstellen van Klein en van Van Kemenade nog versterkt wordt (zie THB nr. 13) - zijn wij ervan overtuigd dat veel van onze doelstellingen niet via ons werk in de r a a d zijn te verwezenlijken. Een belangrijk deel van ons werk zal zich dan ook op buitenparlementair gebied afspelen. Juist in dit kader zien wij dan ook de band met de jaren als basisvoorwaarde om ook m a a r iets fundamenteels te bereiken. Immers fundamentele veranderingen in vorm en inhoud van het onderwijs kunnen niet binnen het kader van de WUB plaatsvinden, m a a r zullen bereikt worden door de strijd van de studenten. Wil deze strijd suksesvol zijn, moet zij zich ook tegen het ondemokratisch k a r a k t e r van de WUB richten. Kandidaten vanuit de Progressieve Sociologen Fraktie voor de Sub-FR Sociologie: Hans Dieteren Fried Maas Ping Oey Mike Ruhe Rob Vastbinder Trudy Wajon

Studenten: FR Recliten

iS te m( it dat c 31 stude veran dat h e meest iu, dat 1 leefwer€ besluil atsvindt

-t*-»

uursve ridmg

Jiiliuii

De fraktie ,Open Werk': van links naar reclits staand: Paul van der Sloot, Jos Roymans, Flip van Huizen, Peter Schaminée, Anton van Opstal, Lyzette Griffijn, André Langeslag, Guus Blaakman en gehurkt: Emile Berger, Marcel Heijnen, Bart van Nuland, Piet de Peuter (kandidaat Hogeschoolraad).

Open Werk:

Door middel van onze kandidaatsstelling voor de Fakulteitsraad willen we laten zien, dat de studentleden van

de juridische fakulteitsgemeenschap h u n deel verantwoordelijkheid met betrekking tot het bestuur van de

VERGEET NIET BIJ STEMMEN PER POST UW OPROEPINGSKAART ONDERTEKEND MEE IN TE SLUITEN

KATHOLIEKE HOGESCHOOL TILBURG

KATHOLIEKE HOGESCHOOL TILBURG STE.MBILJET VERKIEZING (SUB) FAKULTEITSRAAD STUDENTEN JURIDISCHE FAKULTEIT A. Berger, H.C.L.E.

Open werk

STUDENTEN SUBFAKULTEIT SOCIAAL-KULTURELE WETENSCHAPPEN

B. Blaakman, G.E.

Open werk

A. Dieteren, J.H.

Prog. Sociol. Fraktie

C. Evers, J.A.F.M.

B. Maas, G.K.

Prog. Sociol. Fraktie

D. Griffi]n, E.A.G.M.

C. Oey, T.P.

Prog. Sociol. Fraktie

E. Heijnen, M.

Open werk

D. Ruhe, M.H.M.

Prog. Sociol. Fraktie

F. Van Huizen, F.H.J.G.

Open werk

E. Vastbinder, R.C.M.

Prog. Sociol. Fraktie

G. Langeslag, A.H.

Open werk

F. Wajon, G.F.A.M.

Prog. Sociol. Fraktie

H. Van Nuland, B.

Open werk

K. Van Opstal, A.F.M.

Open werk

Open werk

L. Roymans, J.

Open werk

M. Schaminée, P.

Open werk

N. Van der Sloot, P.

Open werk

0. Vrinten, H.W.J.M.

1

2

3

4

5

6

als u z wat ve B vorig FakuH van II hikl;bare trkandic fakulteit willen dragen. ier hebb' We herkennen ons in h( dan t streven van ,Open Werk' oi ischikbaf een zo groot mogelijke opei wij 01 heid te krijgen. We gelovei "^ latei dat we door de ,Open Werl nktioner werkwijze te kiezen het bei ffl wat te de meningsvorming kuii§E6nlijk v nen stimuleren en beleidi e uiteind alternatieven kunnen forinn iloven V ellen dg leren.

Kritiscli i(iezen voor eigen verantwoordelijjciiei

VERGEET NIET BIJ STEMMEN PER POST UW OPROEPINGSKAART ONDERTEKEND MEE IN TE SLUITEN

STEMBILJET VERKIEZING (SUB)FAKULTEITSRAAD

orkomen mgen v dt^d t e Disatie (

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

DE LETTERS, GEPLAATST VOOR DE NAMEN VAN DE KANDIDATEN

DE LETTERS, GEPLAATST VOOR DE NAMEN VAN DE KANDIDATE N

ONDER DE CIJFERS INVULLEN IN VOLGORDE VAN VOORKEUR

DNDER DE CIJFERS INVULLEN IN VOLGORDE VAN VOORKEUR

16

Meningsvorming De bijeenkomsten van ,Opei Werk' voor iedere ve ring van de Fakulteitsraai scheppen een kader waani meningsvorming kan plaats vinden in direkt kontakt me de leden van de fakulteits gemeenschap. Iedereen welkom op deze bijeenkoins ten en kan zo ons oaptredei in de raad zinvoller maken Een flinke deelname aai deze bijeenkomsten is nodig omdat we dan werkelijk gefundeerde beslissinge" kunnen komen in de waarbij we het gevoel kun nen hebben mensen te vertegenwoordigen. Deze goede opkomst is ook nodig om voorkomen dat we inslapen en teleurgesteld vergaden gen uitzitten.

siUusies » gekre^

pen W i >pen We sraad v

mie Ber lus Bias yzette G (af^ei H< lip van ] idré Lai ïrt van nton va] 'S Roym eter Sch aul van

'penWe logeschoi iet de P

Roym Bn, Lyz( Vt de P Vakgroepen fercel H Een meedoen van studente» an der S


19

te meer vereist wil het it dat ons erg hoog zit, 31 studenten in vakgroeveranderen. We gelodat het onjuist is om op meest elementaire niij, dat het dichtst ligt bij eefwereld van de studenbesluitvorming te laten -tsvlnden zonder die stulen. luursverdeling eiding van funkties k a n [«rkomen, dat iemand gemgen wordt onevenredig tijd te besteden a a n orjsatie en bestuur. Waner iedereen wat op zich emt hoeft niemand zich

lans, Flip van Blaakman en geschoolraad).

iijkheii 1 dragen. 1 ons m h( pen Werk' oi logelijke opei . We gelovei i ,Open Werl iezen het bei vorming ]iun a en beleidi :unnen fomu

ten van ,Opei dere vergadi ?akulteitsraa( kader waani ig kan plaats ;t kontakt me de fakulteits Iedereen ;e bijeenkoBS Dptredei ons o_ voller maken eelname aai isten is nodig werkelijk to beslissingei i in de t gevoel kun ensen te ver 1. Deze : nodig om'« t we inslapen d vergadenn

ongewild in een machtspositie te manouvreren. Als slechts een isaar studenten bestuursfunkties aanvaarden, bestaat het gevaar, van een kleine bestuurslaag van studenten, wat volgens ons geen inhoudelijke demokratisering betekent. Verantwoordelijkheid Uit deze stellingname vloeit wel voort, dat we hopen dat de leden van de fakulteitsgemeenschap eigen verantwoordelijkheid willen dragen voor het fakulteitsgebeuren. Dit houdt in, dat ieder in principe bereid moet zijn om deel uit te maken van een

vakgroep, kommissie, werkgroep of op een andere manier wil helpen de werksfeer op de fakulteit plezieriger te maken en het begrip zo goed mogelijk onderwijs met een zo verantwoord mogelijke toetsing inhoud te geven. W e willen aansluiten bij wat er leeft in de fakulteitsgemeenschap, we willen het vuur aanwakkeren, m a a r we willen en kunnen het niet eventjes voor ,de anderen' opknappen, zodat die rustig zouden inslapen. ,Open Werk' brengt met zich mee een kiezen voor eigen verantwoordelijkheid.

J.A.F.M. Evers:

In overleg standpunt bepalen Een kandidaatstelling voor de fakulteitsraad houdt altijd een keuze in tussen twee feitelijke situaties, namelijk aan de ene kant gods water over gods akker te laten lopen dan wel aan de andere kant iedere keer weer trach-

É zittende raadsleden vanuit ,Open Weric' indidaat als u ziet is de situatie (1 wat verschillend van die B vorig jaar. Hadden voor Fakulteitraadsverkiezinvan 1974 voor de belikbare zetels zich slechts trkandidaten gemeld, deze ier hebben zich niet mindan twaalf kandidaten ;hikbaar gesteld. isch wij onze gedachten zo "f laten gaein over ons nktioneren in de raad, zo ffl: wat stelden we ons fenlijk voor en wat hebben e uiteindelijk bereikt? Dan iloven wij wel te mogen ellen dat we nogal wat isiUusies te verwerken hebin gekregen.

Daar zijn wel een aantal redenen voor te geven. Het duurt een tijdje voor je als nieuweling in de raad doorhebt hoe de verhoudingen liggen en voor je ingewerkt bent in de toch nogal komplexe problematiek. De wat ondoorzichtige besluitvorming ten gevolge van niet bepaald heldere vergadertechniek is nog zo'n faktor. Dan valt te wijzen op de opbouw van de raad. Zonder te veel te willen polariseren zijn er toch duidelijk te onderscheiden belangengroeTpen. Grofweg: Die leden die zo min mogelijk willen veranderen, die zijn voor een zo

/

pen Werk-kandidaten in Werk' studenten-deelnemers a a n de verkiezing van sraad van de Juridische Fakulteit: mie Berger Kapelmeesterlaan 473 Tilburg lus Blaakman Lieven de Keystraat 49 Tilburg yzette Griffijn Prof. Verbemelaan 74 Tilburg (af^ei Heijnen Goirkestraat 74 Tilburg lip van Huizen Van Beekstraat 29 Boxtel idré Langeslag Groenewoudstraat 60 Tilburg ïrt van Nuland Veldhovenring 67 Tilburg nton van Opstal Tongerlose Hoefstraat 58 Tilburg 'S Roymans Van Sasse van IJsselstraat 19 Tilburg eter Schaminée Predikherenlaan 119 Tilburg 'ul van der Sloot Veldhovenring 67 Tilburg )pen Werk' studenten-deelnemer a a n de verkiezing van de bgeschoolraad: 'iet de Peuter, Van Goghstraat 32, Raamsdonksveer.

«s Roymans is in zijn Cl-fase, Emile Berger, Guus Blaak"sn, Lyzette Griffijn, André Langeslag, Anton van Opstal, 'iet de Peuter en Peter Schaminée zijn in h u n C2-fase en 'arcel Heijnen, Flip v a n Huizen, Bart van Nuland en Paul ^an studenten aa der Sloot zitten in h u n Dl-fase v a n de juridische studie.

.soepel' mogelijk funktioneren van de raad. Dan zijn er een aantal leden die vinden dat er onderhand wel eens iets mag veranderen. Tot de laatste groep zou ik de fraktie ,Open Werk' willen rekenen en een aantal studentleden. Wij hebben het grootste deel van het afgelopen jaar samengewerkt met deze fraktie en het is daarom dan ook dat wij ons dit jaar herkiesbaar stellen onder de n a a m van fraktie ,Open Werk'. Het lijkt ons de duidelijkheid ten goede komen. Ook bij ons leeft diezelfde onvrede met de bestaande toestand in de fakulteit. Overigens spektakulaire suksessen hebben we niet geboekt. Een mening hebben is een, om een mening aanvaard te krijgen moet je wel beschikken over een meerderheid in de raad. Laten we over het afgelopen jaar verder niet al te negatief zijn. Wij hebben als studenten in ieder geval wel een zeer reeële invloed in de Onderwij skommissie. Dat zal u wel duidelijk worden als u het nieuwe rapport ziet waar uw en onze meningen duidelijk van invloed zijn geweest. Binnenkort m a g u daar nog eens uw zegje over doen. Nu de voornemens en verlangens voor het komende jaar. Er moeten studenten worden toegelaten tot de vakgroepen en benoemingskommissies. In de meeste 17

ten een wezenlijke bijdrage te leveren in de verantwoordelijkheid, welke ieder van ons heeft tijdens zijn studententijd ten aanzien van zijn fakulteit binnen de hogeschool. Dit is eigenlijk een antwoord a a n ieder, die mij de vraag stelt; „Waarom ga je eigenlijk in de fakulteitsraad"?; men geeft evenwel met zo'n vraag wel a a n dat

universiteiten en hogescholen is dat usance, alleen in Tilburg heeft men dit tot op heden weten te voorkomen. Naast de generalistenopleiding moeten er een aantal alternatieve aktiviteiten mogelijk worden binnen het studieprogramma, zoals bijvoorbeeld het werken in de wetswinkel. Dit is absoluut noodzakelijk wil de wetswinkel bij een verkorting van de studieduur niet in de verdrukking komen. Te denken valt, ook a a n een gunstiger examenregeling. Meer in het bijzonder het een p a a r jaar laten staan van een voldoende in het ClI-examen en een ontkoppehng v a n staats- en strafrecht in de Dl-fase. Dit lijkt

voor ieder van ons het antwoord niet als zo'n vaststaand gegeven voor ogen staat. Als men tenslotte een keuze gemaakt heeft hoeft men niet meteen met een program op te treden, immers in dit soort zaken moet een student, indien hij gekozen wordt, kunnen inspelen op zaken welke plotseling en onvoorzien zich aan hem voordoen. Het is desondanks wel weer zo dat ik in beginsel de fraktievorming van de andere studenten toejuich zonder er zelf konsekwenties aan te verbinden; ik ben van mening dat het gevaar aanwezig is dat daaruit een eenzijdige opstelling voortvloeit. Ik ga er vanuit dat als er op mij gestemd wordt en er door mij voldoende stemmen behaald worden hieruit een bepaald vertrouwen spreekt welke mij machtigt om in overleg met de diverse andere groeperingen een standpunt in te nemen in de talloze problemen waarmee onze fakulteit in het komend jaar gekonfronteerd wordt en welke opgelost dienen te worden. H. Evers

ons ook wel nodig, want we hebben niet alleen in Tilburg het zwaarste studieprogramm a van Nederland en tevens het ongunstigste examenreglement. Wanneer we dat echter willen bereiken is het wel nodig dat de volle zeven studentplaatsen ook worden opgevuld door mensen die nauw met elkaar willen samenwerken en waar nodig een front vormen met h u n medestanders in de raad. Dat zal het dan ook mogeUjk maken efficiënter te gaan werken door een konsekwentere taakverdeling en de besluitvorming kritischer te volgen. We denken trouwens ook aan een ideeënbus voor studenten om op die wijze een t h b 14a - 24 m a a r t 1975 verkiezingskrant


UP

Studenten: FR Ekonomie ^}:

^^

\

.y\^

^

^

^

\'^

..

jgrammE Teel pun lüek zie) lijningsvi igzame i (liktureri

"■ •>^^'***'

BUS (bi]

leggen van de filosofie en methodologie achter de hier gedoceerde, gangbare weten­ schapsbeoefening is daarbij een eerste aanzet.

(Vervolg Open Werk] beter kontakt tot stand te brengen met onze achterban. Er schijnen overigens ook een aantal misverstanden te bestaan over het onlangs ge­ nomen besluit voor de Fa­ kulteitsraad een vrijstellend tentamen mogelijk te maken in het eerste jaar van de Dl­fase. Dit tentamen is be­ doeld als extra mogelijkheid. Het doet dus niets af aan de bestaande regelingen. De stok moet trouwens toch m a a r eens in het rustige juridische kippehok. De stap voor het Dl valt hoe dan ook niet binnen 24 maanden te doen. Zelfs de ijverigste stu­ denten spelen dat nauwelijks klaar. J a tenslotte, wij stellen ons wederom kandidaat. Wij me­ nen dat een inwerkperiode nodig is en dat we nu eigen­ lijk pas een beetje gaan funktioneren. We menen ook dat een tweede jaar nodig is om ervoor te zorgen dat er een kontinuïteit blijft be­ staan voor het werk binnen de kommissies, om de geleg­ de kontakten en aangeboor­ de informatiebronnen niet verloren te laten gaan. Wij vragen u zeer beschei­ den dus om een nieuw man­ daat. Mocht u opheldering wensen, op punten vragen hebben of suggesties, het ligt in het voornemen een bijeen­ komst te organiseren vóór de verkiezingen, zodat u voorzover dat nog nodig mocht zijn, in ieder geval uw problemen kwijt kunt. Guus Blaakman Ly zette Grif fijn Anton van Opstal

De .Progressieve E konomen Fraktie': van links naar rechts staand: Els Metselaar, Willy Koppens, Hans Steenhof, John Brahim, Ton Heynen en op de voorgrond: Paul van Niekerk (links) en E rik Hesseling. (Niet op de foto: Clemens Graafsma).

Progressieve Ekonomen Fraktie:

Programma vanuit gaorganisearde achterban Deze programmapunten zijn een onderdeel van de uit­ gangspunten van de studen­ tenorganisatie, die de PSF­ en PE F­mensen kandidaat heeft gesteld. Deze beweging is nog bezig zich beter te organiseren, m a a r de basis ervan ligt er al, namelijk de jaargroepen. Het is dus niet het programma van de frak­ tie, m a a r van de georgani­ seerde achterban. E en volle­ dig uitgewerkte visie ver­ schijnt later nog apart. (Zie voor een algemene inleiding op de programma's van de Progressieve Frakties: pagina 14 en 15).

de studiestof een tendens tot toenemende vermathemati­ sering, dat wil zeggen steeds meer toepassing van wiskun­ dige en statistische technie­ ken. Daardoor ontstaat een studie­aanpak, die steeds meer gaat verhullen wat de werkelijke oorzaken en ge­ volgen zijn van ekonomische verschijnselen en maatrege­ len. Wij willen deze ontwik­ keling niet alleen stuiten, m a a r vooral ombuigen n a a r een meer maatschappelijker ekonomie­beoefening. Zo wil­ len we de politieke ekonomie mee helpen stimuleren en uitbreiden.

­ Wij zien bij de inhoud van

­ Het zoveel mogelijk bloot­

­ De kritiek op de gangbare ekonomie zal gepaard gaan met andere theorieën, die door studenten zijn bestu­ deerd. Bovendien zal die kri­ tiek moeten worden inge­ bracht in de kolleges, waar­ bij de medewerking van do­ centen en/of vakgroepen is vereist (bijvoorbeeld ,Bret­ ton Woods'). ­ Niet alleen voorbereide studiestof moet kunnen wor­ den ingebracht, m a a r ook .spontane' kritiek. Menings­ vorming over en beoordeling van de gedoceerde theorieën m.oet mogelijk zijn. ­ Al deze vormen van kri­ tiek en bestuderen van al­ ternatieven zullen moet lei­ den tot een verandering van de burgerlijke studie in pro­ gressieve richting, dat wil zeggen dat wij initiatieven van studenten of andere zij­ de in die richting zullen steunen, en zelf ook aanzet­ ten daartoe zullen geven. We denken voorlopig aan: zelfstandige keuze van het onderwerp in werkgroepen, verandering verplichte en aanbevolen literatuur op de lijst, enzovoort. ­ Artikel 5e van het kandi­ daatsreglement, inhoudend dat skriptiemedewerking kan worden opgeschort voor drie maanden, bestaat nog steeds en schept de mogelijkheid tot politieke diskriminatie. Daarom vinden wij dat dit artikel moet worden ge­ schrapt. Wij zijn vóór vrije keuze van onderwerp en gegarandeerde begeleiding daarbij. ­ Wij zullen verdere studie­ verzwaring zoveel mogelijk proberen tegen te gaan om te voorkomen dat studenten ,kennisverwerkende machi­ nes' worden, die geen kriti­ sch vermogsn ten aanzien van de studieinhoud meer

overhouden of niet ma kunnen ontwikkelen. E U vorm van selektie die dit i de hand werkt, wijzen wij a ­ Wij zijn ons ervan bewui dat wij bij dit soort inhoud lijke veranderingen steei n a a r de vakgroepen zulle worden verwezen. Hieni blijkt al, dat in de rade geen of nauwelijks inhoudi lijke beslissingen vallen. W wUlen zoveel mogelijk prol» ren (juist óók buiten de n den) deze autonomie van d vakgroepen af te breken (o het ogenblik is een omgi keerde tendens gaande, ni meiijk dat hoogleraren d autonomie kennelijk m( groot genoeg vinden en at toe weer samen aan het ve gaderen slaan, zoals de vroi gere ,senaat').

vermatl iverzwar B proble UB­radei vakgroe OB, enz' tiiktureri in de irden 1: iel ervan ii| zijn te men di ikogesch iidelijk tl iiten dez ie verde »ogrammi f lart uitbr

PE Jo (tl

Cl (K Er (e Tc (t' W (e El (d Ps (e Hi (F

­ We willen openbaarhei van onderzoek (bijvoorbeel waarom Janssen s.j. naa Chili ging). ­ In plaats van de WUB­gi ledingen­,demokratie' wille wij een vertegenwoordigin zónder geledingen op van politieke standpuntei die de besluiten van haa achterban uitvoert. ­ Als onderwijsvorm wille wij de mogelijkheid van pn jektonderwijs, omdat daar kans hgt om alle (maal schappelijke) aspekten het te bestuderen ekonom sche probleem aan de ord te laten komen. ­ Zeer nabij is de diskuss» over de studiestof en tenta menregeling in het kand daats. Ook wanneer niet door de ORC­uitkonü ten ­ de vorm van het ondei wijs (bijvoorbeeld minder o meer tentamens, toetsen­sy steem of dergelijke) veran dert, wil dat niet zeggen de inhoud ook verandert. W willen de ontwikkelingei rondom dit onderzoek nau« lettend bijhouden en zovee mogelijk initiatieven neniei tot een sturen van die ver anderingen in progressie" richting, zoals verder in ^

VERGEET I OSDERTEKl BTHOLIEI

STEMBILJ] ISOBjFAKl SKJDENTEI

Brahii

Van dl C. E v e r s Graaf

E. Hafkai Hesse

5' H e i j n i Koppe ^' M e t s e I" Van N 1­ Smold Soons ''■ S p o e l Steen 1

LETTE DER DE

18

.


tgramma n a a r voren komt. ïeel punten waarop onze lüek zich richt, zijn ver­ lijningsvormen van de igzame m a a r zekere her­ (ukturering volgens Post­ mus (bijvoorbeeld verde­ vermathematisering, stu­ iverzwaring, wegwerken % problemen hierbij via de ■raden en ­kommissies, ivakgroepsautonomie in de i, enzovoort). Dit her­ if niet me( tiiktureringsvoorstel moet ikkelen. E l ig in de Tweede Kamer maar ktie die dit irden behandeld, , wijzen wij a iel ervan is al doorgevoerd. zijn tegen deze wet en ervan bewus amen daarom landelijke­ soort inhoud ikogeschoolinitiatieven om ringen steei adelijk te maken dat stu­ roepen zulle iiten deze wet niet willen. ezen. Hieni ie verder ons uitgebreide in de slijks inhoudf»sramma, dat wij nog uitbrengen). en vallen. W logelijk protH PEF: buiten de K John Brahim )nomie van d (tweedejaars groep) te breken (o Clemens Graafsma is een omgi (Kappataai) s gaande, ni Erik Hesseling ,De Nieuwe Aanpak': van links naar rechts: Gerard E vers, Martin Smolders, Wim Hafkamp, Piet van jogleraren (eerstejaars groep) de Donk, Thei Soons (niet op de foto: Wim Spoettman). ennelijk m( Ton Heynen inden en at (tweedejaars groep) n aan het ve Willy Koppens zoals de vroi (eerstejaars groep) Els Metselaar openbaarhei (derdejaars groep) (bijvoorbeel Paul van Niekerk sen s.j. naa Dank zij het falen van voor­ valling een nieuw fenomeen ­ Onze houding ten opzichte (eerstejaars groep) behoedsmiddelen aanschouw­ het daglicht. De gelukkige van de fakulteit en de raad Hans Steenhof de n a een voorspoedige be­ verwekkers noemen h a a r ,De kunnen we als volgt in het (Polek) a de WUB­i kort omschrijven: een direk­ Nieuwe Aanpak'. ikratie' wille Aangezien het onze bedoe­ tere werkwijze van de fakul­ ïenwoordigin ling is als partij deel te ne­ teitsraad kan volgens ons be­ igen op basi VERGEET NIE T B I J STE MME N PE R POST UW O PRO EPINGSKAART men aan de komende fakul­ reikt worden door het ver­ standpuntei OSDERTEKEND ME E IN TE SLUITE N teitsraadsverkiezingen, die­ mijden van de stortvloed van ,en van haa BTHOLIEKE HOGE SCHOOL TILBURG nen wij een kort overzicht nota's en rapporten, die ove­ 'oert. van onze denkbeelden (be­ rigens toch altijd in voor de STEMBILJET VE RKIE ZING spiegelingen) aan het krities meeste mensen nauwelijks jsvorm wille ISOB) FAKULTEITSRAAD en oordeelkundig kiezers­ leesbaar doktorandussenpro­ Lheid van pr« SKDENTEN E K O N O M I S C H E F A K U L TE I T volkje voor te leggen. De vol­ za gesteld zijn. Dmdat daard gende punten achten wij ka­ Prog. Ekon. Fraktie alle (maat Brahim, J . ­ Door het afschuiven van rakteristiek voor onze Nieu­ aspekten De Nieuwe Aanpak Van de Donk, P.L.J. problemen n a a r kommissies we Aanpak: sren ekonom De Nieuwe Aanpak Evers, G.H.M. worden problemen aan het aan de ord ­ Wij zijn ervoor, dat de ver­ zicht van de studenten ont­ Prog. Ekon. Fraktie Graafsma, C.M.J. 1. schillende standpunten, die trokken; worden ze nodeloos De Nieuwe Aanpak Hafkamp, W.A. hier aan de fakulteit leven, komplex en wordt het raads­ 3 de diskussi Prog. Ekon. Fraktie Hesseling, E.J. beter en vaker met elkaar in werk ondoorzichtig. Daarom stof en tenta Prog. Ekon. Fraktie Heijnen, A.A.J. kontakt kunnen worden ge­ n het kand) willen wij slechts ingaan op Prog. Ekon. Fraktie Koppens, W.H. bracht (niet via borrels die zaken die van belang zijn inneer ­ al" Prog. Ekon. Fraktie Metselaar­Boerma, E.A.M. hoor!), zodat de diskussie ORC­uitkoms Prog. Ekon. Fraktie over bepaalde zaken niet be­ Van Niekerk, P. ifan het ondel perkt blijft tot een klein De Nieuwe Aanpak Smolders, M.J.M. eld minder o groepje insiders. De Nieuwe Aanpak IS, toetsen­sy Soons, Th.L.J.M. elijke) veran ­ Wij willen een mogelijk­ De Nieuwe Aanpak Spoeltman, W.Th.E. iet zeggen heid vormen om een zo breed Prog. Ekon. Fraktie ''■ Steenhof, J.H. verandert. W mogelijk spektrum van stu­ ntwikkelingei I 2 3 dentenmeningen te laten 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ierzoek nau« doorklinken, m a a r verplich­ ien en zovef ten ons niet deze meningen ,tieven neniei tot de onze te maken. LETTERS, GEPLAATST VOOR DE NAMEN VAN DE KANDIDATEN van die ver ­ Verder zijn we voor kon­ DE CIJFERS INVULLEN IN VOLGORDE VAN VO O RKEUR progressie» struktieve samenwerking op verder in''' basis van redelijkheid.

ê

De Nieuwe Aanpak:

Een nieuw fenomeen

19

voor de studenten, hopende daardoor aan oeverloze dis­ kussies over formele en pro­ cedurele wissewasjes te ont­ komen. Ter illustratie van onze alge­ mene opvattingen kunnen wij de volgende punten noe­ men: ­ We staan een studie­opzet voor waarin een grotere een­ heid tussen de vakken onder­ ling is bereikt. Dit zou onder andere mogelijk zijn met be­ hulp van projektonderwijs. ­ Openbaarheid van normen en procedures bij benoe­ mingsbeleid. ­ De posthume herstruktu­ rering zullen wij enigszins achterdochtig volgen. E en brede diskussie over vorm en inhoud van de studie moet op gang gebracht worden, waarbij onder andere de tijdsduur van de studie niet op de eerste plaats komt. ­ Het vermijden van onno­ dige kosten door organisatie van een boekenbeurs en geen vervanging van goed­ kope diktaten door dure boe­ ken (opdat de hoogleraren niet in een nog hogere schijf van de inkomstenbelasting vallen). ­ Uitbreiding van de facili­ teiten voor lees­ en studeer­ kursussen ter verbetering van de studie­effektiviteit. ­ E en verkleining van de kloof tussen de ,wetenschap­ pelijke opleiding' en de schoolse beoordeling zoals deze tot uiting komt in de .vijven­ en zessenrace'. Tot slot nog enkele stemmen­ trekkers voor onze Nieuwe Aanpak: ­ Met bezorgdheid ziet ,De Nieuwe Aanpak' de stand van de onbevangen weten­ schap in Tilburg om half negen 's morgens aan. Ter opheffing van deze deka­ dente toestanden bevelen wij aan: prifefeZofefeen voor weten­ schappelijk personeel. ­ Geen selektie op intellekt van studenten, d a a r dit even­ min geldt voor docenten. ­ Bannink mag blijven onder nevenvoorwaarden.

thb 14a ­ 24 maart 1975

verkiezingskrant


Bestaat de KSB nog 7 Negativisme, seldarisme en moralisme leidden tot interne strijd Al meer dan een half jaar heerst er een betrekkelijke rust aan het front van de studenten-opposltie van de Katholieke Hogeschool. Een tentoonstelling en een forum n a a r aanleiding van het eerste lustrum van de .Tilburgse revolutie' hield weinig meer in dan een wat nostalgieke inventarisatie over aktievere perioden. En rond de Kommunistiese Studenten Bond (KSB), die de laatste drie jaar welhaast het monopolie had van de studenten-oppositie in Tilburg, hangt al even lang een even grote stilte. Velen vragen zich nu zeker in het licht van de komende verkiezingen - af of deze studentenorganisatie een stille dood is gestorven of dat de verschillende .Progressieve Frakties' die aan de verkiezingen meedoen, evenzovele proprogressieve manteltjes zijn voor die KSB (Voor de verkiezingen van 1974 presenteerde de KSB zich immers ook Uever als .Rood Front'). W e zochten twee leden van deze stu-

konstatering snijdt natuurlijk diep en was dan ook aanleiding voor een even .diepgaande strijd onder de leden van de KSB'. De termen negativisme, sektarisme en moralisme kwamen in de interne diskussies steeds vaker terug. Fraaie parolen als .Bestrijd de reaktionair burokratiese hervormingen' en .Bestrijd de arbeidsvijandige regering Den Uyl' moeten in de Rode Studenten Pers plaats maken voor de neerslag van de zelfkritiek: ,.De KSB heeft voor vele studenten het imago gekregen een behoorlijk negativistiese organisatie te zijn, die overal tegen is. Cynies reageerden sommige studenten dan ook op onze propaganda met opmerkingen als: .Zijn jullie wel ergens voor?' Hierop konden wij slechts reageren met: .Ja. voor het socialisme".

dentenbond op en kregen van hen te verstaan, dat beide veronderstellingen volstrekt onjuist zijn. Een n a a r buiten toe afgenomen aktiviteit werd niet ontkend, m a a r dit zou veroorzaakt zijn door een ingrijpend proces van .kritiek en zelfkritiek'.

Grote fouten Op een landelijke ledenvergadering van de KSB in juni van het vorig jaar brak het besef door, dat de organisatie grote fouten heeft gemaakt. Huub Sibbing, één van de Tilburgse KSB-voormannen, daarover:„Het werd ons duidelijk, dat de KSB voor de meerderheid van de progressieve studenten nauwelijks een reèle organisatie-mogelijkheid was. We stelden aan onze leden veel te hoge eisen. De KSB is in feite een kader-organisatie en is als zodanig altijd een belemmering geweest voor het ontstaan van een brede basis van progressieve studenten". Zo'n

Houding veranderen Het werd de KSB steeds duidelijker wat er allemaal zou moeten veranderen. „Op de eerste plaats moet een verkeerde houding worden afgebroken bij onze leden", zegt ons Peter Gerrits, één van de KSB-ers die lid zijn van de huidige Hogeschoolraad.

Een voorpagina van de RSP-,oude-8tijl'

Op naar de landelijke manifestatie en demonstratie l

ROM STUDEWTENPERS

eetHAAL ORGAAN VBN DE KOMMUNISTIESE STUDENTtNBOH)

BESTRIJD DE REAKTIONAIR BUROKRATIESE HERVORMINGEH! BESTRIJD DE ARBEIDERSVIJANDIGE REGERING DEN UYL!

Ondertussen is het de KSB ook al duidelijk wat er opgebouwd moet worden. Huub Sibbing: „We stimuleren momenteel de oprichting van een nieuwe, brede studenten-organisatie die de taak van de KSB kan overnemen. Niet omdat de KSB zelf niet goed funktioneert. maar omdat het belangrijk is voor de studentenoppositie in Tilburg, dat er zo'n organisatie komt. Dat werd ook benadrukt tijdens het forum over ,de VerRaden Universiteit'. Die massa-organisatie moet heel konkreet uitgaan van de problemen die de studenten dagelijks in hun eigen situatie ervaren. De organisatie zal progressief en socialisties zijn, omdat er van uitgegaan wordt, dat de student zijn verworven kennis wil gebruiken ten behoeve van de maatschappelijk onderdrukte lagen, zoals bijvoorbeeld nu al gebeurt bij de Juridische EHBO en bij de inbreng van Polek in de vakbeweging".

Oproep van de Centrale leiding van de Kommunistiese Studentenbond voor de landelijlce manifestatie en demonstratie

ONDERWIJSTRIO VAN KEMENAO^^ KLflN EN TRIP HEBBEN OE AANVAL INGEZET ' Man het eind van de^'ÓÜer [aren moc^lten we vernemen dof de imperial.sren aan weerszi|den van de AHanhese Oceao T standpunten t o.v. het hoger onderwijs bepaald hadden. In Nederland hooide hef Mini n onderwij! en wetenschappen het organi npfa, mngsburo van McKintey en Co met open armen binnen Deze restou- mogeli|kh«den om nog meer v t de arbeidersklasse te penen m roteurs van de rotte plekken in het impenalisliet bastion zowden het de impenalistiese moederlonden z Nederlonds ooderwi|s wel eem shroomliinen om dit beter in overeenEnigszins los van de kreotieve idee» i van McKtnsey en zijn trawanten, stemming te brengen met de ' veronderende mciofichoppeli|l<e behoefte zetten de Nederlandse onderwi[sspeciolisten hun eerste reorganisatiemet veronderlngen in demogelijkheden om grorKJsloffen weg te roven pionnen op tafel, mei wisselend sukses uit de onderontwikkeld gehouden landen, met veranderingen m de

Bericht Welke rol de KSB zichzelf bij de oprichting van zo'n organisatie toedenkt is niet helemaal duidelijk. Enerzijds wordt gesteld, dat er binnen de organisatie ,kommunistiese kernen' aktief zullen zijn, anderzijds wordt samenwerking met andere progressieve organisaties zeker niet uitgesloten. Uit een ,Bericht van de Centrale Leiding aan de leden' blijkt, 20

dat de KSB als aparte studentenorganisatie van de Kommunisüesi Eenheidsbeweging Nederland (KEN) spoedig opgeheven zal worden en dat de KSB-leden in de moeder-organisatie zullen worden opgenomen De huidige basis-eenheden van de KSB zullen dan omgevormd worden tot basis-eenheden van de KEN

M

Situatie aan KH

Hoe die basis-eenheden er nu aan de KH uitzien is eveneens nogal onduideUjk. In ieder geval bestaan de bekende agitatie-kollektieven met meer. Echte KSB-cellen zijn er buikansen ten de sociale fakulteit ook met meer. Peter Gerrits: ..In de ehonom «'M»! ia aa seveade Ne sche fakulteit is ons werk door georganiseerde studie-jaren overge- telt zijn. aaj nomen. Vandaaruit is de Progressie- blijkt uit dl ve Fraktie voor de komende verkie teneur, die zingen ook geformeerd. Dat is uit- ferschillend drukkelijk geen KSB-aangelegen- Akademisch heid. hoewel er natuurlijk wel KSB- tot de opr Nederl ers in meedraaien". Aan de Sociale Fakulteit neemt de KSB wél zelf het spreekt. Zoi initiatief tot de oprichting van een sekretaris d brede studenten-beweging, .maar m 9che Raad i willen die beslist niet aan ons bm- adviseren o van ee den' verklaart Huub Sibbing. telt. Met n dam stelder ze nieuwe AR-advies Het negativisme wordt verlaten, De Commis m a a r wat komt er voor in de plaats' kulteiten ( In de RSP van januari lezen we dat sche Raad de geweigerde steun aan de 1000- akties ontv gulden-boikot betreurd wordt en dat schiedenis, er nu (drie jaar n a het begin van de cheoligie, 1 boikot-akties) alsnog aktief meege- voorlopig werkt zal worden aan een boikot Engels, Ge van de navordering. Verder wil men wetenschap het niet langer laten bij een ver- tuurwetens werping van de posthumisenng, zijn voor d m a a r tegelijk voor progressieve stu- nen gunstif die-mogelij kheden (als onderzoeks-, gens nog thema- en projektgroepen) gaan van de AF strijden. „We zijn nu van mening, wetenschai dat ook vóór de omverwerping von historie v a het kapitalisme al een heleboel bm archeologif nen het onderwijs te bereiken valt" Niet-westei torie, Rom Specifieke KSB-akties hoeven we Kuituren v niet meer te verwachten. We zullen Talen en I u op de hoogte houden van de voort- en Zuid-Oc gang in de oprichting van de nieu- sekties hel we, brede, progressieve, socialistiese rekt belan een zeven massa-organisatie. CBr dat de Ti plannen d in een bep lerlel spec

Wat te doen?

Uitbreidm citelt op h wordt uitc - om redf om de grc tal - door wetenscha


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook