Skip to main content

1972 06 02

Page 1

tilburgs hogeschoolblad jaargang 9 - nr. 1 9 - 2 juni 1972 tweewekelijks verschijnend officieel orgaan van de katholieke hogeschool tilburg - redaktie: gerard van den heuvel - vaste medewerkers: cees brinkhuizen en frans godfroy - redaktieassistente: angela lodder - fotograaf: persburo rien siers, tilburg - cartoonist: willem franken - druk: grafische kunstinrichting j . j . a. van der wee nv, tilburg - kopij: het volgend nummer van het thb verschijnt op 16 juni; de inzendtermijn van alle kopij voor dit nummer sluit op 9 juni om 11.00 uur. redaktie-adres: hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon 69111, toestel 2277, kamer 108 (gebouw B).

Evaluatie studentenicafee en bestemmingsplan Eigen Huis De Hogeschoolraad zal in een extra vergadering op 8 juni aanstaande de nota „Evaluatie studentenkafee en raamwerk bestemmingsplan Eigen Huis" behandelen. Nadat op 30 maart jl. een eerste nota door de Evaluatiekommissie zelf werd ingetrokken (zie THB 15), kreeg deze kommissie een verruimde taakopdracht ten einde naast een evaluatie van het studentenkafee ook een bestemmingsplan voor het Eigen Huis op te kunnen stellen. Bovendien werd de kommissie toen uitgebreid met drie door de Kontaktgroep Belangenbehartiging voorgedragen studentleden. Voor deze tweede nota heeft de kommissie (bestaande uit de heren Backx, Bongaerts, Doorman, Van Elteren, Knoben, Van Reeken, Spinhof en Voncken) alle betrokkenen gehoord en ook anderszins ruimer informatie ingewonnen.

Evaluatie Bij de evaluatie van de ontwikkeling van het huidige studentenkafee heeft de kommissie zich laten leiden door het uitgangspunt, dat de aktiviteiten in het toekomstige Eigen Huis gezien moeten worden als een „welbepaalde vorm van welzijnsbevordering". „In het koncipiëren van die welzijnsbevordering moet ervan worden uitge-

gaan dat er zich momenteel onder de studenten initiatieven ontwikkelen, welke zich niet kunnen realiseren binnen bestaande kaders." Bij h a a r uitgangspunt betrekt de kommissie ook, dat deze initiatieven onderkend en opgevangen moeten kunnen worden door een professionele begeleiding binnen een flexibele struktuur. Tegen deze achtergrond is de kom-

missie unaniem van mening, dat het studentenkafee in zijn huidige vorm n a 30 juni in ieder geval niet gekontinueerd m a g worden, omdat het door de beheerder voorgenomen beleid (voor en door studenten) onvoldoende geëffektueerd is; omdat het toch al eenzijdige programma inmiddels aanzienlijk verschraald is; omdat een groot aantal ruimten in het Eigen Huis niet of slechts incidenteel gebruikt worden; omdat de bestuursstruktuur erg ondoorzichtig is en de studenten niet bij het besluitvormingsproces betrokken zijn; én omdat de gehanteerde openingstijden kommercieel wel, m a a r sociaal niet a a n v a a r d b a a r zijn. „Konkluderend is de kommissie van mening, dat de huidige struktuur aan kommerciële overwegingen wel de voorrang moet geven; zij acht dit een uiterst onwenselijke konditie voor een gericht en kultureel verantwoord beleid."

Bestemmingsplan De adviezen die de kommissie geeft voor een bestemmingsplan van het Eigen Huis, beperken zich tot een raamwerk, dat grotendeels overeenkomt met de voorstellen van de Stichting Trefcentrum (zie THB 16). „Naar de mening van de kommissie

De THB-redaktie is verhuisd naar de nieuwbouw (gebouw B, kamer 108). Het intern telefoonnummer blijft 2277. De THB-redaktie wijst de lezers erop, dat het THB-archief voor iedereen toegankelijk Is. De archiefstukken zijn nu zodanig opgeborgen, dat het materiaal snel en eenvoudig beschikbaar kan komen.

dient het Eigen Huis een akkommodatie te zijn met een primaire funktie op het gebied van maatschappelijk, kultureel, kreatief en rekreatief welzijn, programmatisch gericht op studerende jongeren in de tijd die zij vrij ter beschikking hebben. Kortom, het moet primair een trefcentrumfunktie vervullen voor studerende jongeren die niet of nauwelijks georganiseerd zijn en vaak ook niet in de huidige situatie (bij bestaande studentenverenigingen en -sociëteiten) kunnen zijn." Omdat het trefcentrum zich juist ook op de ongeorganiseerde studerenden moet richten verkiest de kommissie een stichtingsvorm boven een vereniging. „In de statuten van de stich-

In dit nummer o.a.: Letterenfakulteit in 1974? (p. 2) Uitslag nieuwe verkiezingen (p. 2) Evaluatie funktioneren HR (p. 3) Demokratisering als experiment (P. 4) Eindrapport personele organisatie

(p. 6) OTO-kongres in Scheveningen (P.9) De puinhoop rond de f 1000,— (p. 10) Studium Generale en de gevolgen van Posthumus (p. 12)

t h b 1 9 - 2 juni 1972

verschijnt tweewekelijks


ting zullen de doelstellingen als volgt omschreven dienen te worden: De stichting stelt zich ten doel behulpzaam te zijn bij het ontwikkelen van aktiviteiten, en dit uiteraard zonder winstoogmerk. Daarbij handelt het om aktiviteiten die beogen: de kritische zin te bevorderen bij; resp. in de ruime zin informatie te bieden aan; resp. gelegenheid tot ontmoeting en ontspanning te geven aan; en resp. mogelijkheden op experimenteel, kultureel gebied te scheppen, primair voor alle studerenden a a n alle vormen van tertiair onderwijs in Tilburg." De meerderheid van het stichtingsbestuur zou moeten bestaan uit studerenden. Uit de deelnemers, bezoekers en vertegenwoordigers van verschillende groepen welke aktief participeren dient een programmaraad geformeerd te worden, die uiteindelijk de sfeer in het centrum moet bepalen en waarvan ook enige leden in het stichtingsbestuur zouden moeten zitten. De staf zal moeten bestaan uit een fulltime en parttime deskundig beroepskader. Deze staf heeft een sociaal-kulturele taak en een t a a k op maatschappelijk- en welzijnsterrein. Naast een verantwoordelijkheid voor het zakelijke beheer moet de staf ook opbouwwerk verrichten in aansluiting op de initiatieven van de programmaraad.

Drs. J. Verster, G. Noë en prof. dr. P. A. Verheyen (v.l.n.r.) proberen Den Haag achter zich te krijgen.

Financiering „De financiering van het tref centrum zal niet in eerste instantie moeten geschieden door subsidies (van KH, gemeente, provincie en CRM) op aktiviteiten. doch middels subsidiëring van lasten die samenhangen met de ahkommodatie en het personeelsbestand."

Uitwerking De kommissie dringt er tmaniem bij de HR op aan dat de raad, zo hij zich met de voorstellen verenigt, op korte termijn (in elk geval vóór 1 juli) al die beslissingen n e e m t - d i e - er toe leiden, dat het raamwerk van uitgangspunten nog nader k a n worden gekonkretiseerd. „Daartoe geeft de kommissie de HR in overweging een werkgroep in te stellen welke zich met de uitwerking zal belasten." Bij deze uitwerking zou in ieder geval de Kontaktgroep Belangenbehartiging betrokken moeten worden, die zich door het Provinciaal Serviceburo, de Groep Welzijnsbevordering en Studium Generale k a n laten adviseren. C. Br. Onze nieuwe zaal „Oriënt", ingericht volgens de meest vooruitstrevende ideeën op het gebied van restaurantmanagement, is speciaal Ingericht voor partijen, waar men naast onze bekende ChineesIndische gerechten ook kennis kan maken met de internationale keuken. Gaarne hopen wij u in „Oriënt" te mogen begroeten om u eens heerlijk te laten verwennen.

„ORIENT^ is in de weekends uitsluitend voor rijsttafelgebruikers geopend

„KOTA RADJA" CHINEES-INDISCH RESTAURANT Heuvelring 110 - Tilburg Telefoon 25104

Letterenfakulteit in 1974? Perskonferentie over bestuursnota's Mede n a a r aanleiding van de uitlatingen van minister De Brauw tijdens zijn werkbezoek a a n de Katholieke Hogeschool en ondanks het negatieve advies van de Akademische Raad heeft het Kollege van Bestuur goede hoop, dat de a a n v r a a g van een letterenfakulteit gehonoreerd zal worden. Op een perskonferentie in Den Haag ter nadere toelichting van de drie bestuursnota's („Struktuurplan", „Samenwerking HBO-WO in de regio" en „Letterenfakulteit") sprak het Kollege van Bestuur zelfs de verwachting uit, dat de Katholieke Universiteit Nijmegen de Tilburgse a a n v r a a g niet langer zal dwarsbomen. „Nijmegen zit met een dusdanig grote toeloop voor de letterenfakulteit, dat reeds voor drie richtingen een numerus fixus aangevraagd moest worden. Daarnaast is de KU ook al een samenwerkingsverband met de Gelderse Leergangen aangegaan." Ook verwacht het Kollege van Bestuur dat men in Nijmegen wel zal zien, dat er met de afbouw van de MO-opleiding in Tilburg een grote vraag n a a r een letterenfakulteit in deze regio zal ontstaan. Het kollege hoopt binnen één jaar uitsluitsel over de aanvraag te krijgen en zal, bij een positieve beslissing, de letterenfakulteit al in 1974/ 1975 kunnen laten starten. Huisvestingsproblemen zullen er niet zijn, omdat het „psychologisch provisorium" dan voor een definitieve vestiging ontruimd wordt. Op de perskonferentie noemde prof. Verheyen nog eens de belangrijkste konklusies uit de nota's:

ma's en daarom ook in de onderwijskurrikula konkreet gestalte moeten krijgen. Letterenfakulteit Naast argumenten van vraag n a a r onderwijs en aanbod, pleit nu ook de aanwezigheid van het Moller-instituut voor een vestiging van een

letterenfakulteit in Tilburg. Met deze nota's wil het Kollege van Bestuur een goede eigen planning voorbereiden, zodat de KH niet tot 1977 op de operationalisering van McKinsey hoeft te wachten. Verheyen legde er de nadruk op, dat Tilburg spoedig een konkrete samenwerking met de HBO in de regio wil realiseren en dus niet op de raamwetten van Den Haag zaJ wachten. De eerste (officiële) kontakten zullen met het HEAO en de Sociale Akademies gelegd worden. Het is een duidelijke uitspraak. Even duidelijk als het besluit om met de TH-Eindhoven een samenwerkingsverband aan te gaan. Van dat besluit is in ieder geval zo weinig terecht gekomen, dat de drie bestuursnota's buiten het Samenwerkingsorgaan om tot stand zijn gekomen. Hopelijk vergaat het de samenwerking met de regionale HBO beter. Het Kollege van Bestuur zou dan terecht een perskonferentie in Nieuwspoort uit kunnen schrijven. C. Br./F. G.

Uitslag nieuwe verkiezingen Ten gevolge van een fout bij de vaststelling van de verkiezingsuitslag diende het wetenschappelijk personeel van de subfakulteit Psychologie opnieuw naar de stembus te komen. Deze nieuwe verkiezingen hebben tot een - voor sommigen verrassend resultaat geleid. Hieronder vindt u de nieuwe uitslag met daarnaast tussen haakjes het resultaat van de eerste verkiezingen 1 Willems 1 (Willems) 2 Van Dooren 2 (Hettema) 3 Hettema 3 (Kop) 4 Kop 4 (Voorn) 5 Voorn 5 (Van de Mortel) 6 Van de Mortel 6 (Schellart) 7 Schellart 7 (Van Dooren) ö Moolhuyzen 8 (Moolhuyzen) 9 Van Bussel 9 (Van Bussel) 10 Groot 10 (Groot) De namen zijn ook nu opgenomen in volgorde van voorkeurspercentages, met dien verstande dat loting over de plaatsen 1 en 2 en de plaatsen 9 en 10 beslist heeft. De eerste zes kandidaten zijn verkozen verklaard, hetgeen tot gevolg heeft dat prof. Van Dooren nu wel en ir. Schellart niet zitting zal hebben in de nieuwe raad Opkomstpercentage: 100.

Struktuurplan Omstreeks 1990 zal de KH bestaan uit zes grote fakulteiten (van elk 2(K)0-2500 studenten) en twee kleinere (van elk 2CK)-250 studenten). Samenwerking KH-HBO in de regio De samenwerking zal gebaseerd moeten zijn op onderwijsprogram2


Evaluatie van funktie en funktioneren HR In zijn vergadering van 13 april heeft de Hogeschoolraad, zoals wij eerder berichtten, een kommissie ingesteld die zou moeten evalueren hoe de Hogeschoolraad in h e t afgelopen jaar heeft gefunktioneerd als besluitvormend orgaan en tevens in hoeverre het funktioneren van de Hogeschoolraad beschouwd k a n worden als een geslaagde vorm v a n demokratisering, of anders gezegd, in hoeverre de opvattingen v a n de hogeschoolgemeenschap ajn doorgedrongen in h e t gevoerde beleid. Deze kommissie, onder voorzitterschap van prof. mr. F. v a n der Burg, heeft rapport uitgebracht van haar bevindingen. In de inleiding deelt de kommissie mede, dat zij om tot een zo rijp mogelijk oordeel te komen een aantal gesprekken heeft gevoerd met een aantal personen die in verschillende funkties aktief deelnemen a a n het leven van de hogeschool. Deze gesprekken hebben, zo luidt het in het rapport, zeer verhelderend gewerkt en „onze gesprekspartners hebben ons meermalen op nieuwe gezichtspunten gewezen". Vanwege de beperkte tijd die ons ter beschikking stond, zijn wij bij het voeren v a n deze gesprekken verre v a n volledig geweest, zo schrijft de rapporteur. In de eerste paragraaf: de Hogeschoolraad en de achterban, worden een aantal verwijten opgesomd, die aan de r a a d worden gedaan. „De raad funktioneert min of meer los van de hogeschoolbevolking. De leden van de r a a d hebben slechts weinig kontakt met h u n achterban. De Hogeschoolraad vat het verbod van last en ruggespraak wel zeer strak op." Verder is de r a a d verweten, d a t hij te weinig rekening heeft gehouden met bijvoorbeeld de uitspraak v a n een groot deel v a n de hogeschoolbevolking inzake de studiefinanciering. De raad zou zich niet krachtig genoeg opstellen tegen Den Haag en loopt te braaf mee in het gareel v a n de nieuwe struktuur. In de analyse van deze verwijten, aldus h e t rapport, kwam n a a r voren d a t de leden van de Hogeschoolraad min of meer volgens negentiende-eeuwse opvattingen over h e t parlement zijn gekozen als individuele personen in wie een zeker vertrouwen wordt gesteld. De leden v a n de raad worden niet gekozen op basis v a n partijbeginselen (waarbij de aantekening volgt dat het kiesstelsel dat n u wordt gehanteerd niet zoals bij het stelsel van de evenredige vertegenwoordiging een impuls bevat tot partij vorming). Er zijn geen partijformaties die zich voor de keuze v a n kandidaten inzetten. Ook het verschijnsel dat individuele burgers zich tot een vertegenwoordiger wenden om a a n een bepaalde zaak iets te doen is nagenoeg onbekend. Interessant is voorts de opmerking in het rapport d a t ten aanzien v a n de relaties met Den Haag de demokratisering met zich meebrengt dat vroegere politieke (persoonlijke?) relaties v a n de hogeschool (funktionarissen?) minder sterk worden. Voof zover in dit verband gedacht moet worden a a n verdeling v a n schaarse middelen is het voorts v a n belang dat binnen de hogeschool niet in dezelfde zin gedacht wordt over het afwegen van desiderata op h e t gebied van het wetenschappelijk onderwijs en andere wensen (bijvoor-

beeld de financiële nood v a n de gemeenten) . Onder de kop „Politieke apathie?" konstateert de rapporteur d a t men ,,tot op zekere hoogte voor het werk van de Hogeschoolraad ook moeilijk belangstelling k a n verwachten". De Hogeschoolraad bespreekt tal v a n zaken die de gemiddelde student of

het gemiddelde personeelslid weinig zeggen. Hierbij wordt d a n verwezen n a a r een bijlage waarin een overzicht v a n de bevoegdheden v a n de raad is opgenomen. Ook wordt ingegaan op de veronderstelling d a t de formele sfeer bij de verkiezingen en het ondoorzichtig kiesstelsel velen afschrikken. Dit proces zou slecht passen in de meer losse en informele werk- en leefatmosfeer v a n de hogeschool. Gewezen is ook op de wenselijkheid om door middel v a n meer voorhchting de belangstelUng te verhogen. De kommissie acht de mogelijkheden daartoe beperkt. Er is een voortwoekerende informatieinflatie. Een voorstel is gedaan om v a n de belangrijke hogeschoolraadstukken een aantal exemplaren op de fakulteitsleeszalen neer te leggen. Een derde paragraaf is gewijd a a n het vraagstuk v a n de kommissies. Op de buitenwacht is de indruk ontstaan dat de Hogeschoolraad met gretigheid zijn verantwoordelijkheden aanpakt, dat bestaande kommis-

sies zijn omgevormd tot hogeschoolraadskommissies en d a t daarbij te weinig gezocht is n a a r kandidaten van buiten de r a a d om de kommissies te bemannen, waardoor de relatie tussen de r a a d en de hogeschoolbevolking in tweevoudig opzicht werd geschaad: de raadsleden worden extra zwaar belast e n de „rol" van hogeschoolraadslid kreeg weer een zwaarder aksent, waardoor de belangstelUng voor h e t bestuur v a n de hogeschool bij mogelijke gegadigden werd ontmoedigd. De kommissie meent ook bij de studentleden v a n de raad de voorkeur te besi)euren voor het benoemen van niet-raadsleden in kommissies. Toch(?) is h e t de zaak dat de Hogeschoolraad op dit punt nog eens ernstig h e t geweten onderzoekt. Een ander aspekt v a n h e t kommissiewerk is nog v a n belang. De ervaring leert dat voor een uitgebreid bestuurskoUege d a t in h e t openbaar vergadert het niet erg goed mogelijk is zelf beleid te vormen door uitge(vervolg zie pagina 4)

Rapport haalt Raad niet uit impasse Bij het voeren van deze gesprekken zijn wij verre van volledig geweest, schrijft de auteur van het evaluatierapport, waarvan hiernaast een samenvatting staat afgedrukt. En dat is dan ook helaas te goed te merhen. Bij het lezen krijgt men zelfs de indruk dat ook de rapportage over de verre van volledige gesprekken zelf ook verre van volledig is geweest. En dat is temeer jammer, omdat voor belanghebbenden nu nauwelijks ook maar een indikatie te vinden is van de oorzaken die geleid hebben tot het relatieve falen van Hogeschoolraad als demokratisch orgaan, terwijl in het geheel (op een enkele na) geen suggesties of aanbevelingen worden gedaan om de zaak uit de impasse te halen. Integendeel.

hebben gedaan om met hun achterban in kontakt te komen. Niet is geanalyseerd het effekt van de fraktievergaderingen van de ATG daags voor elke raadsvergadering. Het vraagstuk van de informatie wordt wel erg snel afgedaan met de opmerking over de informatie-inflatie. Tenzij men ook, hier weer wonderen verwacht van de nota voorlichtingsbeleid die binnenkort komen gaat. Niet ingegaan wordt op de verhouding Kollege van Bestuur en Hogeschoolraad en met name ook de rol van de voorzitter van de raad, die zoals bekend de vergaderingen van het Kollege van Bestuur bijwoont. Een rol die naar ons gevoel en met name in de vergadering van 25 mei laatstleden voor een groot deel debet was aan de geïrriteerde sfeer die deze laatste vergadering kenmerkte. Het karakter dat de meeste debatten kenmerkt komt maar nauwelijks uit de verf. Er wordt wel gesproken over de gretigheid waarmee de raad zijn verantwoordelijkheden aanpakt, maar dat dit vaak ontaardt in een soort „groepsgesprek" in plaats van dat er sprake is van (met name door de raadsleden onderling) goed geregisseerde vergaderingen blijft buiten beschouwing.

Wat moet nu de Hogeschoolraad met een dergelijk rapport? Het was niet de bedoeling dat het een wetenschappelijk rapport zou worden, maar het kan toch ook nooit de bedoeling geweest zijn dat het zo oppervlakkig zou worden als nu het geval is. Want om maar eens een paar dingen op te sommen: er is geen onderscheid gemaakt tussen het werken van de raad als zodanig (behalve dan op het stuk van kommissies) en de relatie van de raad naar de achterban. Over dit laatste handelt eigenlijk het grootste deel van het rapport, waarbij tenslotte nog de indruk achterblijft dat na de voltooiing van het geschrift een aantal tussenkopjes zijn ingevoegd.

Voorts kunnen wij ons niet voorstellen dat uit alle gesprekken die de Evaluatiekommissie gevoerd heeft, niet meer honkrete suggesties zijn voorgekomen dan er nu in vage termen zijn geformuleerd. De kommissie heeft er de voorkeur aangegeven om ten aanzien van de gesprekspartners de anonimiteit te betrachten. Wij vragen ons af wie nu in dit rapport zijn eigen inbreng zal kunnen herkennen. Anonimiteit kan zijn voordelen hebben, maar op deze wijze heeft anonimiteit weinig zin.

Maar wat daardoor helemaal achterwege is gebleven: de analyse van de wisselwerking van raad naar achterban en omgekeerd voor zover dat wordt beïnvloed juist door de manier van werken van de raad zelf. Noch zijn beschouwingen gewijd aan bijvoorbeeld de plaats waar de raad bijeenkomt (het meest geïsoleerde deel van de hogeschool en ook het minst toegankelijke, maar wel het meest „dure"), noch aan de vraag of met name bijvoorbeeld de afgevaardigden van het wetenschappelijk korps en de studenten veel moeite

Dan nog een enkele opmerking over een passage die ons in hoge mate verbaasd heeft. Konklusie c luidt zo ongeveer, dat er voor het komend jaar minder werk verwacht kan worden voor de raad. Wij menen dat dit een essentiële misvatting is. Het is 3

natuurlijk zo dat de formele kwesties (regelingen) die tot een aantal maanden geleden zoveel tijd in beslag namen, vanaf nu minder in frekwentie en omvang zullen zijn. Maar nog horen wij de verzuchting van een aantal raadsleden „dat er nu eindelijk tijd ging komen voor de echte vraagstukken, waarvoor men zich tenslotte had kandidaat gesteld. Als de wijze van werken die de raad op deze laatste soort vraagstukken (vaak noodgedwongen, dat geven wij toe) heeft gemanifesteerd, dan willen wij aannemen, dat de vergaderfrekwentie verlaagd kan worden. Als één middel geschiUt is om de belangstelling tot een minimum te doen dalen dan is het deze konklusie wel. Zo zou men nog wel even kunnen doorgaan. Laten we volstaan met de konklusie dat meer en systematischer onderzoek gewenst is. Als onze waarneming ons niet bedriegt leeft overigens ook deze wens minstens bij een van de leden van de kommissie zelf, die tijdens de laatste raadsvergadering te kennen gaf dat er nog een ander stuk moest komen, zodat de bespreking van deze nota in de raad zou kunnen worden uitgesteld. Het is bitter het te moeten konstateren, maar het gaat hier om een kommissie die het funktioneren van de raad zelf en van de raad ten opzichte van de hogeschool moest onderzoeken. Voor dit onderzoek zijn nota bene de verkiezingen uitgesteld. Als één instantie het hier laat afweten dan is het deze kommissie, door met een dergelijk rapport te komen. De voorzitter van de kommissie was niet bereikbaar voor een nadere toelichting op de bedoelingen en de tot standkoming van dit rapport. Toch hebben wij de indruk dat juist hij de samensteller van dit verslag is, gezien de manier waarop ingegaan wordt op de formele bevoegdheden van de raad, alsof er geen andere werkterreinen zouden zijn dan slechts die, die bij de wet zijn aangegeven. V. d. H . t h b 19 - 2 juni 1972


vervolg van pag. 3 breid heen en weer te praten, door afwegen van voors en tegens oplos­ singen te formuleren. „De r a a d zou de machteloosheid die (ook) hem van nature eigen is slechts kunnen overwinnen door kommissies die zich intensief met bepaalde sektoren of met de begroting in h a a r geheel bezig houden." In de laatste paragraaf gaat de rap­ porteur in op de WUB en de orga­ nisatie van de hogeschool. „Ook op de hogeschool worden we gekonfron­ teerd met de demokratische paradox dat de gekozen vertegenwoordiging de hoogste macht vormt, m a a r dat de kiezers weer onderdanen zijn tegenover de overheid. Voor de in­ stellingen van wetenschappelijk on­ derwijs is er dan nog een extra pro­ bleem. In politieke verbonden is het gebruikelijk, dat degenen die in het apparaat werken onder leiding van het politiek verantwoordelijk bestuur uitgesloten zijn van het hdmaat­ schap van het vertegenwoordigend kollege. De WUB heeft, aldus het rapport, deze uitsluiting niet gewild, m a a r heeft juist daardoor nog weer extra aandacht gevestigd op het feit dat de externe demokratie samen­ gaat met interne hiërarchie in het apparaat. Een probleem waar de ma­ kers van de WUB niet goed uitge­ komen zijn. Wel moet gezegd wor­ den dat sommige elementen van de WUB illusies hebben gewekt, die, n a a r in de praktijk geleidelijk aan blijkt, door andere elementen wor­ den weersproken. De nota gaat dan in op enige vraag­ stukken in het centrale a p p a r a a t (dat door ATG­leden is bemand) en in het wetenschappeUjk korps. De Hogeschoolraad k a n zich toch be­ zwaarlijk inlaten met een groot aan­ tal zaken die het werkklimaat a a n de hogeschool belangrijk beïnvloe­ den: „het is niet onwaarschijnlijk dat voor het welzijn van de hogeschool het goed funktioneren van de H oge­ schoolraad van minder betekenis is dan het funktioneren van de onder het kollege van bestuur ressorteren­ de diensten". Aan het slot van dit voornamelijk beschouwende betoog volgen een aantal „konklusies en vragen", die wij integraal overnemen. a Gezocht moet worden n a a r nieu­ we vormen van voorlichting die de belangstelling voor de H ogeschool­ raad stimuleren. b De H ogeschoolraad moet bij het samenstellen van kommissies een ruime plaats geven a a n niet­leden van de raad. De instelling van een kommissie „kommissies" verdient aanbeveling. c H et is niet ondenkbaar dat in het komend jaar het werk van de H oge­ schoolraad zal afnemen en het werk van de fakulteitsraden en de raads­ kommissies meer aksent krijgen. Waarschijnlijk k a n dan ook de ver­ gaderfrekwentie lager worden. d De WUB wekt illusies die zij niet waar kan maken. De struktuur van de universitaire organisatie zoals in de WUB wordt opgezet is alles­ behalve duidelijk. Tilburg worstelt hier met problemen waarmede ook andere instellingen te maken hebben. e Participatie demokratie k a n beter verwezenlijkt worden op het niveau van fakulteiten, vakgroepen en werk­ groepen dan op het niveau van de hogeschool. V. d. H.

,&*^'' ­^^^rr­­,­^

*v«^**^

*■ ­ ^^""^­>'é' V^at verder ter tafel had moeten komen .

Demokratisering is een leerproces Gronings experiment onderzocht Zolang de universiteiten nog gekonfronteerd zijn met een (zoals een H R­Ud het uitdrukte) „in hoog tempo nota's spuwende" minister, zal het voor de instellingen wel erg moeilijk bUjven om zich op de resultaten van het door­ gemaakte demokratlseringsproces te bezinnen. Een poging van de Tilburgse H ogeschoolraad om h a a r positie en werkzaam­ heden kritisch te bezien is bUjven steken in een erg globale en oppervlakkige evaluatie (zie elders in dit n u m m e r ) . Voorlopig is het alleen in Groningen wél gelukt: onlangs publiceerde de „Stichting Interuniversitair Instituut voor Sociaal­Wetenschappelijk Onder­ zoek" (SISWO) onder de titel „Demokratisering als experiment" een onder­ zoek van Teus de Jong n a a r het effekt van de demokratisering van de subfakulteit Psychologie in Groningen. dieprogrammering plaats te moeten maken voor van boven af samen­ gestelde en zorgvuldig geprogram­ meerde opleidingspakketten die lei­ den tot een verschraling en ver­ schoolsing van de studie", aldus De Jong in zijn inleiding. Het Groningse experiment was ge­ baseerd op een aan deze tendens tegengestelde visie: demokratisering van het onderwijs ten behoeve van verandering van de maatschappij en

Bij het ontstaan van een experimen­ tele struktuur in die subfakulteit (1969) werd het steeds duidelijker, dat de regeringsvoorstellen ­ met als kern de voorstellen van Posthu­ mus en Veringa ­ „tenderen n a a r een technologische beheersing van een steeds massaler wordende uni­ versiteit in een maatschappij waarin wetenschap en techniek het produk­ tiviteitsdenken ondersteunen. Daar­ bij lijkt bijvoorbeeld vrijheid van stu­ 4

de rol van de wetenschap in de maatschappij stonden centraal. Voor zijn onderzoek omschrijft De Jong demokratisering als „het uitbreiden van de mogelijkheid om invloed uit te oefenen en het leren zien en ge­ bruiken van deze mogelijkheid door de betrokkenen". Het eerste deel van deze omschn]­ ving kan gedefinieerd worden als formele demokratisering (het schep­ pen van de kaders), terwijl het twee­ de deel duidt op een ingewikkeld proces dat de auteur als bewust­ wording en politisering ziet. De cen­ trale vraag van het onderzoek was dan ook hoe de formele (nog „lege") demokratische struktuur werd „op­ gevuld". Uit het onderzoek bleek, dat het de­ mokratlseringsproces in Groningen stagneerde. De feitelijke verdeling van invloed (door de onderzoekers geoperationaliseerd als de spreiding van participatie) bleek statisch en ongelijk te zijn. „Een vrij kleine min­ derheid beheerst het demokratise ringseffekt binnen de sektoren (de organisatorische eenheden van de subfakulteit). Een vast patroon ken­ merkt de participatie en dus de in­ vloedsverdeling." De oorzaak van deze stagnatie ligt, volgens De Jong, in het feit, dat aan het begin van het experiment (im­ pliciet) is voorondersteld wat men juist via het experiment wilde berei­ ken: mensen die door voortdurende explicitering van en diskussie over strukturele en kulturele patronen, het onderwijs zelf richten en sturen „Door uit te gaan van het aanwezig zijn van de vaardigheid om geza­ menlijk de subfakulteit in te richten en te beheren en zelf het onderwijs te bepalen, is a a n het begin van het experiment de basis voor de stagna­ tie van het demokratlseringsproces al gelegd. H et verwerven van derge­ lijke vaardigheden h a d juist één van de doelen van het experiment moeten zijn." Daarnaast heeft De Jong de indruk, dat de verregaande differen­ tiatie in de sektorstruktuur onvol­ doende tegenwicht heeft gekregen van processen van specifikatie, maar vooral integratie. Ondanks dat het demokratlserings­ proces was vastgelopen, zijn er ten aanzien van het onderwijs wél gun­ stige ontwikkelingen te signaleren, Hoewel de parate kennis afnam, Is het inzicht in de a a r d van het vak en in de relatie tussen de studie­ onderdelen toegenomen. Ook de rela­ tie tussen de psychologiestudie en de beoefening ervan in de maatschappij is gegroeid. Men heeft vaardigheden verworven op het terrein van de or­ ganisatie en groepsprocessen, men heeft leren spreken, diskussiëren en beargumenteren en tot op zekere hoogte heeft men geleerd de eigen studie te plannen en te organiseren. De Jong trekt de konklusie dat demo­ kratisering nog meer een leerproces (vervolg op pagina 10)

Kontaktgroep Belangenbehartiging Op 9 juni om 14.15 uur belegt de KB een bijeenkomst in de aula n.a.v. de besluiten van de H R over de bestemming van het Eigen Huis. Alle studenten worden er voor uit­ genodigd.


Wetsontwerp numerus fixus ingediend Bij de Tweede Kamer is op 24 mei het ontwerp „machtigingswet inschrijving studenten" ingediend. De voorgestelde regeling, die voor maximaal vijf jaar zou gelden, beoogt de bevoegdheid te geven van jaar tot jaar de inschrijving van eerstejaarsstudenten a a n de Nederlandse universiteiten en hogescholen te beperken in die studierichtingen, waar de beschikbare onderwijskapaciteit overschreden dreigt te worden, zoal niet in enkele gevallen reeds is overschreden. De beperkte werkingsduur van de voorgestelde wet wordt voldoende geacht om in die tijd de moeilijkheden als gevolg van een ontoereikende kapaciteit van de toniversiteiten en hogescholen tot een oplossing te kunnen brengen. Die kapaciteitsmoeilijkheden worden veroorzaakt doordat de toeneming van de toeloop n a a r de diverse studierichtingen veel groter is dan werd verwacht. In de Regeringsverklaring van 3 augustus 1971 deelde de regering mee, dat, hoewel een snelle overgang naar de nieuwe strukturen van het wetenschappelijk onderwijs geboden is, de uitvoering nog wel enige jaren zal vergen.

De Akademische Raad adviseert de minister of ministers over de ingediende voorstellen, teneinde de koördinatie tussen de fakulteiten te bevorderen. Met name zal de raad moeten beoordelen of de situatie in een bepaalde studierichting zo nijpend is, dat een toelatingsplafond dient te worden vastgesteld, of dat kan worden volstaan met een verdeling der eerstejaars-studenten over de betrokken fakulteiten, zoals tot dusverre voor een aantal studierichtingen door plaatsingskommissies is verricht. Alvorens de minister een beslissing neemt inzake de bepaling van het maximum aantal van de voor inschrijving in aanmerking komende eerstejaars-studenten dient eerst de Onderwijsraad te wor-

den gehoord. Het besluit wordt gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant. De Staten-Generaal worden in kennis gesteld van de ingediende voorstellen en adviezen. Een belangrijk punt betreft de wijze, waarop ingeval van beperking de toelating tot het onderwijs wordt geregeld.

Naar aanleiding van de gang van zaken bij de laatstgehouden verkiezingen voor de fakulteitsraden is besloten dat de Reglementenkommissie van de hogeschool zich nog eens over de gesignaleerde problemen zal buigen. „Toch blijkt men elders", aldus mr. F. van Spaendonck, „in het geheel niet ontevreden te zijn over het systeem". Het Rekencentrum van de hogeschool heeft een enkète uitgeschreven onder de wetenschappelijk medewerkers, de student-asslstenten, enkele afdelingshoofden, de medewerkers van de samenwerkende instituten en de abonnees binnen de hogeschool op het Komputer-bulletin. Er bestaat volgens het Rekencentrum geen duidelijk inzicht meer in de vraag in hoeverre het Rekencentrum momenteel kan voldoen aan de wensen van de medewerkers uit de diverse sektoren van de hogeschool.

£j n d e x a i T i e n C i j f e r S Met de Kommissie Ontwikkeling Wetenschappelijk Onderwijs (kommissie-De Moor), de Akademische Raad en de Onderwijsraad zijn de ministers van oordeel dat de toelating zal moeten geschieden op grond van een beoordeling van eindexamencijfers, gekombineerd met loting. In hoeverre deze mogelijkheid behalve ten aanzien van de VWO-eindexamencijfers ook ten aanzien van andere eindexamencijfers zal kunnen worden toegepast, is nog in studie. Evenzo of en, zo ja, in welke gevallen bij inadequate vooropleiding selektie op grond van eindexamencijfers toch mogelijk zou kunnen blijken.

De nieuwe Geleding Wetenschappelijk Personeel (GWP), zal naar alle waarschijnlijkheid in de maand juni haar konstituerende vergadering houden, aldus de heer Vladar, een van de kontaktfiguren uit de groep initiatiefnemers. Vanaf ongeveer een week geleden wordt de hogeschool nog deskundiger bewaakt dan tot nu toe het geval was. De heren Van Beers en Boor - portiers- en bewawingsdienst - hebben met goed gevolg het examen BNOB afgelegd, wat het einde betekende van een kursus Bedrijfsbeveiliging. Hierin waren opgenomen onder meer: wiskunde, Nederlandse taal, beveiligingssystemen, blusapparatuur en praktische blusoefeningen. Het examen was beslist geen sinecure, gezien het groot aantal gezakten.

Minister De Brauw heeft steeds te kennen gegeven slechts onder extreme omstandigheden v a n deze machtigingswet gebruik te willen maken. (Persbericht Ministerie v a n O & W)

Strukturele maatregelen Inmiddels zijn als strukturele beleidsmaatregelen aangekondigd of in gang gezet: - de herstrukturering van het wetenschappelijk onderwijs; - het brengen van samenhang tussen wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs; - de invoering van planning voor het postsekundaire onderwijs; - de ontwikkeling van een a a n de moderne eisen aangepast wetenschapsbeleid; - de opzet van een ruim stelsel van studiefinanciering. Tevens werd in de regeringsverklaring opgemerkt: „Inmiddels dreigen de uiterste kapaciteitsgrenzen van onze universiteiten en hogescholen te worden overschreden door de belangstelling van de zich voor de studie aanmeldende jeugd. De regering zal derhalve, hoe onaangenaam ook, waarschijnlijk niet kunnen ontkomen aan overweging van tijdelijke beperking van de toelating van studenten tot enkele studierichtingen van het wetenschappelijk onderwijs". De ministers De Brauw en Lardinois achten thans het moment gekomen de Staten-Generaal te vragen hun de mogelijkheid te bieden voor het treffen v a n een tijdelijke voorziening teneinde de problemen op dit gebied het hoofd te bieden. De universiteit of hogeschool die voor het komende studiejaar een overmatig aanbod van studenten in een bepaalde studierichting vreest, kan volgens het wetsontwerp een voorstel indienen tot vaststelling van het ten hoogste toe te laten aantal eerstejaarsstudenten bij de Akademische Raad. Het voorstel moet een beredeneerde opgave van de onderwijskapaciteit bevatten en een raming van het te verwachten aantal eer stej aarsstudenten.

Het Kollege van Bestuur van de Utrechtse Universiteit heeft aan het Bureau Voorlichting Aanstaande Studenten van de universiteit laten weten te overwegen „dit jaar slechts publikatie mogelijk te maken van dat gedeelte van het vademekum dat uit zakelijke informatie bestaat". Het Kollege van Bestuur heeft „onoverkomelijke bezwaren" tegen een aantal „gekleurde en eenzijdige beschouwingen". De grondraad (USF) en de gezamenlijke gezelligheidsverenigingen hebben besloten op eigen kosten de gids te laten drukken en verspreidenw Het Kollege van Bestuur heeft onder meer bezwaar tegen een beschouwing over de ontwikkeling van de universiteit „van oord van de vrije wetenschap tot een NV verenigde opleidingsbedrijven". Het wordt hoog tijd voor een beschouwing over de ontwikkeling van de universiteit van oord van vrije meningsuiting tot een NV informatie-monopolie.

I

En dan lazen we ook nog dat prof. dr. J. Th. G. Overbeek, lid van hetzelfde Utrechtse Kollege van Bestuur als woordvoerder optrad van de tegenstanders in de Subfakulteitsraad Scheikunde tegen een door de groep Projektonderwijs ingediend research- en onderwijsprojekt om onder andere ten gunste van NoordVietnam desinfectals te gaan synthetiseren. Het Landelijk Beraad Studentendekanen heeft het rapport-Andriessen „een zwak stuk'' genoemd „zowel wat betreft de ideologische als de financieel-ekonomische argumentatie". Het LBS wijst het meerderheidsvoorstel-Andriessen af. De dekanen voelen meer voor een stelsel van studieloon, zoals neergelegd in een minderheidsvoorstel van de kommissieAndriessen.

thb 19 ^ 2 Juni 1872


Eindrapport personele organisatie KH

van elkaar" worden gezien. Ook al zal in bepaalde gevallen de overgang van de bestaande situatie n a a r datgene wat wordt voorgesteld als een „grote stap" worden ervaren; bij het aangeven van de veranderingen is uitgegaan van ons inziens reële overbruggingsmogelijkheden," aldus het rapport. In de procedure met betrekking tot dit onderzoek is vastgelegd dat het Kollege van Bestuur de uiteindelijke beslissing zal nemen.

GITP - advies Eind april heeft het GemeenschappeUjk Instituut voor Toegepaste Psychologie (GITP) zijn eindrapport uitgebracht inzake de personele organisatie van de Katholieke Hogeschool. In tegenstelling tot het eerder uitgebrachte interim-rapport is dit in de afdelingshoofdenvergadering goed ontvangen. Sommigen zagen er zelfs al wel wat in om het zo niet geheel, dan toch gedeelteUjk of gefaseerd ten uitvoer te leggen.

Efficiency en demokratie In dit rapport - dat door een der aanwezigen werd gekenschetst als een „bijbel op het gebied van de organisatiekunde" - zijn een aantal beschouwende paragrafen opgenomen over uitgangspimten voor een personele organisatie; de besluitvorming als proces, en de betekenis van het centrale apparaat. Dit alles wordt afgezet tegen de achtergrond van de twee begrippen efficiency en demokratie (de WUB) terwijl op de achtergrond ook meespeelt de uitbreiding c.q. groei van de KH. Op grond van een analyse van de taakstelling van de verschillende afdelingen in de hogeschool wordt gekonkludeerd dat het wenselijk is een grotere koördinatie tot stand te brengen tussen afdelingen die qua funktie of werkzaamheden aan elk a a r verwant zijn. Dit leidt tot vorming van „clusters" waarin - in de gedachtengang van het GITP - funktionarissen uit een van de betrokken afdelingen, of zo nodig van daarbuiten, zouden optreden als koördinator, met een per cluster nader te omschrijven taakopdracht.

De indeling die er dan tenslotte is uitgekomen ziet er uit als volgt: In h u n slotbeschouwing stellen de auteurs, de heren dr. B, Scheepmaker en ing. J. Mojet, dat zij slechts de hoofdlijnen hebben kunnen aangeven van de vormen die de organisatie volgens h u n moet krijgen. Doelsteilinq De moeilijkheid voor hen was het „doel" van de hogeschool waarop de organisatie moet zijn afgestemd te omschrijven. „Met name de behoefte/noodzaak aan het ontwikkelen van een (globaal) totaalplan en - daarmee nauw samenhangend - van een systematische visie op verschillende terreinen heeft geleid tot de voorstellen met betrekking tot de cluster-vorming. Ook de instelling van een breder tweede niveau (i.e. de koördinatoren. red.) dan thans bestaat is hiervan een konsekwentie. De huidige taakstellingen van de verschillende afdelingen zijn hierbij uiteraard ook betrokken; heden en toekomst kunnen niet teveel „los

Direkte relatie tussen de funkties in de topstruktuur Bibliotheek Rekencentrum Ondcrvijs-/0nderzoekzaken

Onderwiis Research Centrum Audio Visuele Dienst Taalkundig Centrum Studentenbelangen en dekanaat Arts/Psychologen

Welziin en VorminR

Studium Generale Bureau Buitenland/KIS KAS» subsidiekommissie

+3 03 (D

Planning Centrale Planning

Organisatie en Automatisering Bouwplanning en -voorbereHing

cd

>

Administratie

Bouwzaken en Technische Zaken

<D

Technische Dienst Tuindienst Schoonmaakdienst

I-r

o M

Sekretariaat Juridische Zaken Algemene Zakcn/Sekretaria C.v.B.

Public Relations

,

Studentenbureau Civiele Dienst Personeelszaken

(Bedriifsmedische en Maatschappelijke DienaC)

e

Het kollege verwacht dit in de loop van de maand juni te kunnen doen. V. d. H.

Brochure:

Wat is De Brauw met de universiteiten van plan ? In een gezamenlijke brochure van de Bond voor WetenschappeUjke Arbeiders, het Verbond voor Wetenschappelijke Onderzoekers en de Vereniging van Akademici bij het Wetenschappelijk Onderwijs afdeling Amsterdam, hebben deze drie organisaties h u n visie neergelegd op de stroom van maatregelen die De Brauw in het wetenschappelijk onderwijs wil doorvoeren. „Bezuiniging als begin van strukturele beleidsombuiging" zien de drie bonden in de maatregelen van bouwstop, personeelsstop en studentenstop, „Op korte termijn - in casu vóór 1972 -", aldus citeert de brochure minister De Brauw uit zijn eerste begrotingstoelichting (september 1971), „dwingt de financieel-ekonomische situatie van ons land tot een versobering van de middelen voor universitair onderwijs en onderzoek. Zulk een versobering heeft de ontwikkeling van een nieuw beleid niet in de weg te staan, ja zal er zelfs toe leiden dat - eerder dan anders wellicht het geval zou zijn geweest - een al te wilde uitgroei wordt gesnoeid."

De Stops Over de bouwstop, waarvoor de motieven van de minister niet alleen van financiële a a r d waren, m a a r waarbij de herstrukturering van Posthumus eveneens een grote rol speelde, schrijven de organisaties: „Nu zal de invoering van de plannen van Posthumus inderdaad betekenen dat de studenten sneller zullen doorstromen. Maar de hieruit voorts vloeiende vermindering valt op zijn vroegst in 1977/1978 te verwachten. Tegen die tijd zal de doorstroming echter al lang weer gekompenseerd zijn door de normale groei van het aantal komende studenten." De personeelsstop, waarvan de uitwerking in de verschillende universiteiten nogal uiteenloopt, vindt evenmin genade in de ogen van de bonden. De kommissie-Overbeek konstateerde destijds al een achterstand van niet minder dan 30 % bij een norm van 700 u u r onderwijs, m a a r deze gegevens zijn nooit door het ministerie als grondslag voor het beleid aanvaard. De minister spreekt echter pas van een noodsituatie wanneer het wetenschappelijk korps gemiddeld meer dan 1000 u u r per jaar a a n onderwijs besteedt. Een studentenstop zou volgens de minister pas dan ter sprake komen. Hiertoe verstuurde de minister in november 1971 de ,,kapaciteitsbrief" waarin hij vroeg in welke studierichtingen voor 1972/ 1973 kapaciteitsproblemen worden verwacht. Voor een reeks van studierichtingen zal in het volgend kollegejaar een studentenstop gelden. Onderwijs en onderzoek komen volgens de brochure bij de huidige kapaci-

teitsbepaling en de maatregelen vem het ministerie beide in de verdrukking.

Geen kontrole Ten aanzien van de lange-termijnplaimen schrijft de brochure: „Het is nog niet duidelijk hoe deze papieren planprocedure in de praktijk tot leven zal komen. Wanneer de landelijke stuurgroep en discipline-(sub-)kommissies door de gebrekkige mankracht w a a r a a n het departement nu ook lijdt niet in staat zijn behoorlijk gedetailleerde plannen op te stellen, zullen de universiteiten, hogescholen en HBO-instellingen in feite toch heel wat autonomie overhouden. Maar in beginsel kiuinen, nu het parlement zich niet principieel tegen invoering heeft verzet, alle belangrijke beslissingen worden genomen door landelijke organen, die niet door gekozen vertegenwoordigers van de basis kunnen worden gekontroleerd en tot wijzigingen worden gedwongen." Tenslotte betekenen studieduurverkorting (Posthumus) en lastenverzwaring (Andriessen) volgens de brochure voor de studenten: „minder mogelijkheden voor meer geld".

Aktie „Het zal duidelijk zijn", zo besluit de uiteenzetting, „dat de gelijktijdige doorvoering van al deze maatregelen onmogelijk tot stand kan komen in een goede landelijke samenwerking, waarvan toch ook minister De Brauw het belang onderschrijft. De chaotische situaties die hier en daar ongetwijfeld moeten ontstaan, zullen


■1^^

PILLOT standaard­ boekhandel Willem ll­straat 24

drukkerij van der wee

Telefoon 04250­26252

u.

Tilburg

koestraat 83­85 tilburg

• Voor: ­ boeken ­ posters enzovoorts

we a a n dit overladen beleidspro­ gramma moeten wijten. Wie nu moei­ lijkheden voorspelt, zal over enige üjd zeker gelijk blijken te hebben. Belangrijker is echter, door tijdig verzet zoveel mogelijk van de schade die de minister dreigt te veroorzaken, gezamenlijk te voorkomen. Daarvoor zijn gerichte akties nodig die duide­ lijk moeten maken, welke risiko's minister De Brauw afroept over het bestaande stelsel van wetenschappe­ lijk onderwijs en onderzoek in Neder­ land. Wie nu aan de k a n t blijft staan, maakt zich medeverantwoordelijk voor het onheil dat ons hoger onder­ wijs ­ „bij onveranderd beleid" ­ te wachten staat."

Korte tijd na de opschorting van de hoge­ schoolraadsverkiezing voor de studenten­ zetels en de uiterst magere resultaten van de fakulteitsraadsverkiezingen aan de KH zijn aan de TH in Eindhoven hoge­ schoolraadsverkiezingen gehouden waar­ bij alle zeven zetels voor studenten op­ nieuw gevuld werden. Van de TH­studen­ ten kwam Se'/a % naar de stemburoos, 1 Va % méér dan het minimum dat het vorig jaar juist gehaald werd. Elke afde­ ling van de TH, uitgezonderd bouwkunde, zal een kwaliteitszetei krijgen.

Dat de organisaties zichzelf hieraan niet schuldig willen maken blijkt onder meer a a n een pakket van eisen die aan de brochure zijn toegevoegd: ,,geen scheiding van onderwijs en onderzoek; demokratisering, ook op landelijk niveau; opheffing van stops; en een plan voor de wetenschap". F.G.

Bij de Bedrijfsvereniging voor Overheids­ diensten erkent men blijkbaar nog steeds niet de werkstudent als een normaal lid van de samenleving, aldus de heer W. Corpeleijn, die namens een aantal ontslagen student­assistenten in Utrecht bij de Raad van Beroep een zaak aan­ hangig heeft gemaakt naar aanleiding van de weigering van Sociale Zaken van de gemeente Utrecht om hen als werkeloos te beschouwen en een uitkering krach­ tens de Werkeloosheidswet toe te ken­ nen. De president meende dat het stre­ ven van een student om onafhankelijk van studietoelagen of ouderlijke bijdragen zelfstandig in zijn onderhoud te voorzien alleen maar loffelijk moet worden ge­ noemd en miste bovendien elke argumen­ tatie van de gemeente die student­assis­ tenten niet als werknemers beschouwt. Binnenkort zal uitspraak worden gedaan.

De brochure ,,Wat is De Brauw met de universiteiten v a n p l a n ? " is verkrijgbaar bij h e t gezamenlijk a k t i e s e k r e t a n a a t , Prinsen­ g r a c h t 834, Amsterdam; bij het b u r e a u v a n de VWO, Kouwerplantsoen 38, Utrecht, giro 22321 ten n a m e v a n VWO­pennmgmeester te Utrecht; oï via postgiro 2307567 ten n a m e van BWA te Amsterdam, onder vermelding van ,,Brochure De Brauw".

Dynamische komponenten ­ analyse Op woensdag 24 mei promoveerde aan de KH ir. R. Stobberingh tot doctor in de ekonomische wetenschappen (cum laude). Zijn proefschrift is getiteld: „Dynamische komponenten­analyse. Een integratie van komponenten­ en tijdreeksanalyse". Promotor was prof. dr. J. J. J. Dalmulder.

Samenvatting Het doel van de studie is tweeledig: 1 onderzoek n a a r het tijdafhanke­ lijke karakter van de met behulp van de methode van de komponen­ tenanalyse verkregen komponenten; 2 na te gaan hoe de komponenten­ analyse kan worden aangewend bij de analyse van de tijdreeksen. Het tijdafhankelijke karakter van de met behulp van de methode van de komponentenanalyse verkregen komponenten wordt gerelateerd aan dat van de h a a r samenstellende oorspronkelijke variabelen. Daartoe wordt het stochastisch pro­ ces, bepaald door elk zo'n variabele en de d a a r a a n uitgevoerde waar­ nemingen, weergegeven door een kanonieke ontwikkeling. Dit houdt een ontbinding in van het betreffen­ de stochastisch proces in een aantal, alleen van de tijd afhankelijke niet­ stochastische fimktie, waarbij de ko­ efficiënten van deze funkties in de ontbinding wel stochastisch zijn. De gedachtegang welke hieraan ten grondslag ligt is in wezen dezelfde aJs die welke behoort bij de kompo­ nentenanalyse. Ook de afleiding van de optimale, als koördinaten op te vatten funk­ ties, de zogenaamde Karhunen­ Loève funkties, verloopt geheel ana­ loog aan die voor de komponenten. Zij kan worden beschouwd als een

De Groningse hoogleraar prof. dr. B. Delfgaauw heeft de voorlopige Universi­ teitsraad van Groningen geschreven: „Door niets te doen maakt u zich tot stilzwijgende kollaborateurs van een re­ gime dat even misdadig Is als het Duitse uit de vorige oorlog". De Universiteitsraad had geweigerd in te gaan op een motie van prof. Delfgaauw waarin de raad werd uitgenodigd zich te stellen achter de verklaring van de Gro­ ningse Brede Vietnambeweging, waarin de Nederlandse regering werd opge­ roepen alles in het werk te stellen een einde te maken aan het Amerikaanse op­ treden in Vietnam.

„één­dimensionale komponentenana­ lyse", waarbij zo'n optimale koördi­ n a a t funktie het analogon is van een komponent uit de komponentenana­ lyse. H et koördinaten systeem van funkties blijkt optimaal te zijn, in de zin van maximale beschrijving met een minimum a a n koördinaat funkties, indien deze funkties de eigenfunktie oplossingen zijn van een homogene integraalvergelijking. De kern hiervan wordt gevormd door de autokorrelatiefunktie van de betreffende variabele. De voorgestelde methode ter oplos­ sing van deze integraalvergelijking heeft als bijzonder kenmerk dat de eigenschappen van de variabele in kwestie, zoals h a a r trend, periodi­ citeiten en andere, op een zinvolle manier in de oplossing, dat wil zeg­ gen, in de gezochte koördinaatfunk­ ties, kunnen worden verwerkt. Substitutie van de, voor elke varia­ bele optimale ontbinding in de ge­ ëxtraheerde komponenten, geeft dan een beschrijving van deze kompo­ nenten in termen van de tijdafhan­ kelijke eigenschappen van de oor­ spronkeUjke variabelen van het sy­ steem. Anderzijds wordt door deze wijze van benaderen de voor ekonomische tijdreeksen zo weinig suksesvolle kruisspektraalanalyse geheel over­ bodig.

Het bestuur van de Rijksuniversiteit van Utrecht heeft de Universiteitsraad voor­ gesteld aan de minister meer tijd te vra­ gen voor het uitbrengen van adviezen. De raad wordt voorgesteld om te verzoeken de gedragslijn bij het bepalen van de termijnen te herzien „wil niet het funktio­ neren van de volgens de bedoeling van de wetgever gedemokratiseerde univer­ siteit onmogelijk worden".

Robert Stobberingh werd op 1 mei 1940 geboren In Batavia. Na het behalen van het eindexamen middelbare school begon hij In 1957 te studeren aan de Technische Hogeschool Delft. Na een onderbreking van een jaar doorgebracht aan de Kunst­ akademle studeerde hij in 1964 af als wiskundig ingenieur (mathematisch sta­ tistische richting). Van 1964 tot 1966 was de heer Stob­ beringh als statistlkus verbonden aan het Instituut voor Verkeersonderzoek van prof. Ir. J. Volmuller. Vanaf 1 maart 1966 Is hij werkzaam bij de Katholieke H ogeschool Tilburg, ter assistentie van prof. dr. J. J. J. Dalmulder. Tot zijn taken behoren onder andere het geven van onderwijs In de statistiek, voor ekonomen en ekonometristen.

Drs. Doors, voorzitter van de afdeling bedrijfskunde van de Tilburgse H TS heeft in een interview met het Nieuwsblad van het Zuiden, naar aanleiding van de ont­ wikkeling van deze studierichting, ge­ zegd: „H et moet hier natuurlijk geen Amerikaanse toestand worden waarbij het bedrijfsleven bepaalt wat er gedo­ ceerd wordt. Ook is het niet de bedoeling dat het bedrijfsleven de kans krijgt be­ paalde stokpaardjes te berijden, maar we moeten oppassen niet te verstarren en daarom is voeling met het bedrijfsleven noodzakelijk. H et is ook niet de bedoe­ ling van deze opleiding iemand klaar te stomen, maar wel om de gelegenheid te geven zich te oriënteren." Het Elisabeth­ziekenhuis en het Maria­ ziekenhuis, beide te Tilburg, hebben een affiliatie­kontrakt gesloten met de Rijks­ universiteit te Utrecht. Deze ziekenhuizen hebben hiermede onderwijsbevoegdheden gekregen voor de klinische opleiding van medische studenten in hun laatste jaar,

thb 19 ­ 2 juni 1S72


niet bijgewoond. Voor de beide zit­ tingen (op 31 mei over ,,Posthumus" en op 1 juni over de kollegegeld­ verhoging) waren alleen vertegen­ woordigingen namens de universi­ taire Instellingen uitgenodigd. In een toelichting op het besluit om niet te gaan, stelde de voorzitter van de Hogeschoolraad, prof. Van Dijck, dat met deze beperkte uitnodiging de hearings ,,waardeloos" zijn gewor­ den. „De standpunten van de ver­ schillende instellingen zijn de kom­ missie bekend. H et heeft weinig zin er een papegaaifunktie te vervullen." Met hem was de H R van mening, dat de hearings een werkelijk openbaar karakter hadden moeten hebben.

Als me manometer goed s t a a t . . . Op de hoogste (12e) verdieping van de nieuwbouw bevindt zich een machineltamer, waar een volledig geautomatiseerde installatie de air­conditioning verzorgt De lucht­ temperatuur is konstant 16 °C en in de lokalen 20 tot 21 °C. De relatieve vochtigheid van de lucht wordt op ongeveer 55 % gehouden. Dit wordt bereikt met een ketelhuis waarin drie gasketels van elk 900.000 kcal/h funktioneren en met een „klimaatkamer" waarin buitenlucht aangezogen wordt. Samen met de recirkulerende lucht wordt deze lucht op de juiste vochtigheid gebracht. Zo nodig koelt de klimaatkamer de lucht met een koelelement van 120.000 kcal/h. Dit koelelement verwerkt de lucht van twee koelmachines (Carrier) met elk een kapaciteit van 800.000 kcal/h. In de lage nieuwbouw is geen volledige air­conditioning: de lucht wordt er alleen verwarmd of gekoeld en geventileerd. Op de twaalfde verdieping bevindt zich ook een noodstroomaggregaat, dat de energie levert om in noodgevallen twee liften, de „loopverlichting" en de vuilwaterpompen in werking te houden. Het Adviesburo Van H eugten uit Nijmegen gaf de installatie­adviezen. De uitvoering was in handen van NV Kropman uit Oss. H et elektrisch gedeelte is door NV Van Boxtel verzorgd.

HR vraagt kriteria subsidie­ kommissie Het beleid van de Subsidiekommis­ sie was een der agendapunten tij­ dens de laatste H ogeschoolraadsver­ gadering. De Subsidielionimissie is een ruim samengestelde groep H oge­ schoolleden die de Stichting Steun­ fonds KH adviseert inzake de toe­ kenning van gelden op ingediende verzoeken om financiële steun. Deze kommissie werkt voornamelijk met door Provincie en Gemeente ver­ strekte gelden. Aangezien de kom­ missie zelf voorstelde h a a r leden te laten benoemen door de H ogeschool­ raad, ging de r a a d zeer uitvoerig in op de normen en kriteria die de kommissie hanteert bij de toeken­ ning van gelden. In de diskussie bleek zeer duidelijk dat het bijzonder moeilijk is om kri­ teria „hard te maken" aangezien het gaat om een groot aantal zeer ver­ schillende aanvragen ten behoeve van zeer uiteenlopende aktivlteiten, waarvan onder meer te noemen zijn studentengroeperingen met h u n on­ derafdelingen, studentenparochle, kongressen, zielzorg, dies enzovoort. Toch pleitte de r a a d ervoor dat een poging gedaan zal worden tot het nader vastleggen van minstens sub­ sidievoorwaarden, zeker waar het geldsbedragen boven een bepaald minimum betreft. Besloten werd dat de benoeming van kommissieleden a a n een termijn zou worden gebonden, waardoor de raad de mogelijkheid heeft het beleid van de kommissie te desavoueren door

de kommissieleden niet opnieuw in de kommissie te benoemen. Overi­ gens heeft ook het Steunfonds bij afwijzing van het beleid de bevoegd­ heid de delegatie in te trekken. Nog even werd de veronderstelling geopperd dat het Steunfonds nog over andere inkomsten beschikt dan die van gemeente en provincie. Openheid in deze werd wel gewenst m a a r (nog) niet verkregen.

In een brief van de KH a a n de Kamerkommissie werd nogmaals ge­ wezen op het door de H R ingenomen standpunt ten aanzien van de studie­ financiering.

KH niet zonder meer achter voor­ stellen De l\/loor De H ogeschoolraad heeft zich bij zijn laatste vergadering onder meer ge­ bogen over een brief aan de minister als reaktie op de nota: „het over­ heidsbeleid inzake het tertiair on­ derwijs" van de kommissie Ontwik­ keling Wetenschappelijk Onderwijs (de kommissie­De Moor). Behoudens een p a a r aanvullingen kon de r a a d zich verenigen met het koncept van deze brief, dat was opgesteld door het Kollege van Dekanen. In deze brief wordt vooropgesteld dat de hogeschool zich in het algemeen kan verenigen met de door de kommis­ sie­De Moor geformuleerde doelstel­ lingen. W a a r echter de kommissie de na­ druk legt op het onderzoek n a a r de behoefte van de maatschappij a a n allerlei kategorieën beroepsbeoefe­ naren is de hogeschool van mening, dat in verband met de kapaciteits­ planning ook het (studenten) aanbod in de beschouwingen dient te wor­ den betrokken. De hogeschool acht voor een lange­termijn­plan een zorg­ vuldig empirisch onderzoek in deze beslist noodzakelijk.

Werkgroep Letterenfakulteit Tijdens het bezoek van minister De Brauw h a d er ook nog een gesprek plaats samen met de Katholieke Leergangen over de aangevraagde letterenfakulteit. Dit gesprek ­ dat door de voorzitter van het Kollege van Bestuur als konstruktief werd gekenschetst ­ heeft geen nieuwe gezichtspunten opgeleverd, behalve dan dat er een nieuwe werkgroep zal worden ge­ formeerd waarin zullen samenwer­ ken de Katholieke H ogeschool, de Katholieke Leergangen, de TH ­Eind­ hoven (zelf, of het Samenwerkings­ orgaan) vertegenwoordigers van het departement, en (min of meer op verzoek van de minister) de Katho­ lieke Universiteit Nijmegen.

KH niet naar hearings De Katholieke H ogeschool heeft de hoorzittingen van de Vaste Kamer­ kommissie voor Onderwijs en We­ tenschappen van de Tweede Kamer 8

op grond van personeelstekort. „Mocht", zo besluit de brief, „een dergelijke beperking bij het weten­ schappelijk onderwijs onoverkomelijk blijken, dan dienen tegelijkertijd ad­ ditionele toegangsmogelijkheden bij het overig tertiair onderwijs te wor­ den geschapen."

Stafkonvent opgeheven De ontwikkelingen met betrekking tot"^ een Geleding Wetenschappelijk Personeel (zie TH B 18) waren voor het bestuur van het stafkonvent aanleiding om spoed te maken bij de opheffing van het stafkonvent (organisatie van de wetenschappe­ lijke medewerkers van de KH ). Dit stafkonvent dat in de nieuwe WUB­struktuur geen betekenis en fxmktie meer heeft, heeft met name in de bezettingstijd nu drie jaar ge­ leden een grote rol gespeeld. Daar­ naast heeft het zich nogal geroerd op het gebied van rechtspositie re­ gelingen ten behoeve van de weten­ schappelijke staf. Het besluit werd genomen door mid­ del van een schriftelijke stemming over een voorstel waarvan de tekst letterlijk luidt: Het voorstel van het bestuur van het stafkonvent is het stafkonvent met ingang van 25 mei 1972 op te heffen om de weg voor de nieuwe Geleding Wetenschappelijk Personeel vrij te maken. Van de vijfenzeventig uitgebrachte ■ stemmen waren zeventig voor op­ heffing, twee tegen en drie blanko. De sfeer waarin het bestuur de af­ gelopen drie jaar onder voorzitter­ schap van drs. L. Vladar heeft ge­ werkt wordt ons inziens het best ge­ ' typeerd door een citaat uit de kon­ vokatie voor de opheffings­vergade­ ring: Het bestuur van het stafkonvent hoopt dat u door uw deelname aan de schriftelijke stemming en door uw aanwezigheid bij deze (vermoe­ y delijk laatste) vergadering van het stafkonvent zult willen getuigen van de solidariteit, welke tussen de me­ dewerkers bestaat en welke tevens als een van de hoekstenen zal moe­ ten dienen voor de eenheid van het wetenschappelijk riersoneel aan deze hogeschool.

De hogeschool acht voor de door de kommissie­De Moor geformuleerde stelling, dat de ingangsselektie tot een tertiair ondenvijsprogramma be­ hoort tot de verantwoordelijkheid van de ontvangende instelling niet aanvaardbaar. De eerste verantwoor­ delijkheid dient daarvoor te liggen bij het sekundaire onderwijs: „de op­ leidingen binnen het sekundaire on­ derwijs en de eindexamens dienen", aldus de brief, „zodanig te zijn ge­ struktureerd, dat een duidelijke indi­ katie wordt verkregen ten aanzien van geschiktheid van abituriënten voor het tertiair onderwijs". De in­ stellingen van tertiair onderwijs kun­ nen slechts verantwoordelijkheid dra^ gen voor verdere selektie.

Vakantiegeld verhoogd

Evenmin kan de hogeschool instem­ men met de omschrijving van nume­ rus fixus als ,,een onmisbaar element van rationeel onderwijsbeleid". De hogeschool acht numerus fixus slechts a a n v a a r d b a a r als tijdelijke noodmaatregel op grond van gebrek aan kapaciteit, zoals een tekort a a n laboratoriumruimte, m a a r zeker niet

Het vakantie­uitkerings­percentage voor overheidspersoneel wordt met ingang van 1 juli verhoogd van 6VB tot 7 %. H ierover is overeenstem­ ming bereikt op de vergadering van het Centraal Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken op 18 mei. Hier­ mee worden de ontwikkelingen bij het bedrijfsleven gevolgd.

De opheffing van het stafkonvent zal immers geen gevolg mogen zijn van een geleidelijke ontbinding, m a a r van een duidelijke keuze wel­ ke op de wil van de meerderheid dient te berusten. Vijftien stafkonventsleden waren aanwezig om het stafkonvent bij te zetten. En dat typeert dan meer de sfeer in het konvent als geheel.


Duidelijker positie-bepaling Maranatha Enkele indrukken na vier open avonden

boekhandel gianotten

Ter voorbereiding op Pinksteren 1972 heeft de Maranatha-gemeente vier keer een avond lang nagedacht over een duidelijlcer positie-bepaling. Tweehonderd personen namen eraan deel, onder wie een kleine honderd jongeren en ouderen, die nog niet op een andere manier in Maranatha aktief zijn. Het zoeken n a a r een duidelijker positiebepaling was niet meer dan een voortgaan in de gekozen lijn, welke reeds vorig jaar door bisschop Bluyssen officieel was erkend in een nieuw beleidsstatuut: „Wat is nou konkreet een gemeente van vrijwilligersgelovigen". Daarom is er gesproken over een gerichter vertalen van de kerk-visie in dienst van evangelie-beleving, over de samenwerking daarin tussen funktionarissen en alle anderen „vrijwilligers", en tenslotte over de financiële verantwoordelijkheid voor het gezamenlijk bezigzijn. Een eind-verslag van de gesprekken op de vier avonden, vastgelegd in „verslagen" van vier groepen per avond, zal binnenkort door de Parochieraad worden aangeboden. Enkele algemene konklusies zijn: 1 om het kerkelijk samenkomen meer „basis" te geven zal in het komende studiejaar naast het aanbod van weekend-vieringen en allerlei vaste groepen ook een aanbod gedaan worden van samenkomen op zondagmorgen in kleine groepen; geloofsbezinning en -viering zal daarin spontaner vanuit en n a a r ' et konkrete leven en werken mogelijk worden-, 2 bovendien zullen er meer „open" avonden worden aangeboden rond maatschappelijk engagement (openmarkt-avonden waarop vraag n a a r en aanbod van vrijwillige hulp direkter kans krijgt) en rond vragen van geloof in verband met wetenschappelijk bezigzijn; 3 er is begonnen met het inzamelen van financiële „garantie-verklaringen", opdat een begroting van 1973 voor de vrijwilligersgemeente Maranatha eerlijker k a n worden opgesteld. Maranatha

prof. verbernelaan 100 - tilburg telefoon 04250-73181 gespecialiseerd op wetenschappelijk gebied

In 1990 open en geïntegreerd onderwijs gewenst Kongres OTO Bij de opening van een driedaags kongres in Scheveningen over de toekomst van het hoger onderwijs heeft minister De Brauw de mening uitgesproken, dat veel verouderde denkbeelden en regelingen de onderwijsvernieuwingen in Nederland in de weg staan. Hij betreurde tevens een gebrek a a n medewerking van de universitaire onderwijsbegeleidingsbureaus aan het opstellen van landelijke objektieve studietoetsen. „Men houdt zich liever bezig met ideologische diskussies dan met praktische herprogrammering", aldus de bewindsman.

ken, m a a r haalde geen meerderheid. En dan was er nog de ontwerp-resolutie van werkgroep vier, die luidde: „De overheid dient te bevorderen dat zo spoedig mogelijk het hoogleraarssalaris wordt afgestemd op dat van kleuterleidsters". Maar het ging de meesten toch te ver om dit konkrete punt speciaal uit het pakket van wensen te lichten. De resolutie kwam niet in stemming, al was er nogal wat sympathie voor te vinden. Op korte termijn sprak men zich verder uit voor een betere koördinatie en doorstroming tussen WO en HBO. Bovendien werd bezwaar gem a a k t tegen de in het Wetsontwerp Herstrukturering voorgestelde uniforme kursusduur.

Prof. De Jong raadsvoorzitter in ekon. fakulteit In de eerste vergadering van de gekozen Fakulteitsraad der Ekonomische Fakulteit op 10 mei jl. is het lid van de r a a d prof. dr. S. E. de Jong tot voorzitter daarvan gekozen met negen stemmen op h e m uitgebracht en één blanko. De heer De Jong heeft deze verkiezing thans aanvaard en heeft het voorzitterschap per 1 juni jl. van mijl overgenomen. Ik m a a k graag van de gelegenheid gebruik om iedereen te danken voor de prettige samenwerking en het genoten vertrouwen. Prof. dr. H. W. J. Bosman voorzitter Fakulteit der Ekonomische Wetenschappen

Eén rechts, Eén averechts

In de diskussies over de toekomstige bestemming van het Eigen Huis heeft het bestuur van de Katholieke Hogeschool duidelijk gesteld, dat het huide diskussies weg te werken, als de dige studentenkafee geen enkele prefraaie begrippen (integratie, diffe- tentie heeft en slechts bedoeld is als rentiatie, onderwijs vraag, recurrent een noodoplossing in afwachting van education, externe demokratisering een nieuwe, vooral door studenten en ga zo m a a r door) ter bespreking geïnspireerde opzet. Omdat de HRwerden aangeboden. beslissing over deze nieuwe opzet op zich liet wachten heeft het Kollege Hoe dan ook, n a drie dagen kongres- van Bestuur kort geleden de benoeseren heeft men datgene waarover ming van de beheerder van het stumen het (in meerderheid) eens was dentenkafee voor onbepaalde tijd geworden toch neergelegd in een aan- verlengd. Terecht, want het sluiten tal slotresoluties, die als we de minis- van het studentenkafee, nu de proefter moeten geloven h u n invloed niet periode is afgelopen, zou mogelijk de hoeven te missen: de nota „naar een spoedig te verwachten beslissing van hoger onderwijs nieuwe stijl" komt de raad kunnen doorkruisen. de volgende maand in behandeling Ten aanzien van een andere zaak, die bij de Kamerkommissie en de be- evenzeer het belang van de studenwindsman noemde het een gunstig ten raakt, stelt het Kollege van Beogenblik om juist n u dit kongres te stuur zich echter totaal anders op. organiseren. „Met eventuele hand- De struktuur van de Databank is reikingen uit dit kongres zal ik dan onlangs ter diskussie gesteld en ook graag mijn voordeel doen", zo had daarover wordt binnenkort een adhij in zijn openingsrede verklaard. vies uitgebracht. Bij de Databank is het Kollege van Bestuur echter De slotresoluties vormden de neer- niet bereid een HR-beslissing af te slag van de lange, uitgewerkte ver- wachten: op voorhand worden de beide beheerders ontslagen. Dit ontslagen van de elf werkgroepen. Voornaamste konklusie van het kon- slag impliceert een (voorlopige) sluigres was dat er gestreefd dient te ting van de Databank, zodat er, wanworden n a a r een open en geïnte- neer de HR een standpunt moet begreerd hoger onderwijs, dat wil zeg- palen, al geen Databank meer is. gen een hoger onderwijs waar ieder- Het begint er op te lijken, dat het een binnen mag zonder allerlei bij- Kollege van Bestuur een inkorporezondere drempels. Een differentiatie ring van de Databank in het inzageaan via een systeem van keuzepakketten buro van Buro Kommunikatie werd door een groot aantal kongres- het voorbereiden is. C.Br. gangers als wenselijkheid uitgespro-

Niet alle aanwezigen zullen het hiermee eens geweest zijn; zeker is in ieder geval, dat de ideologische debatten, naast het „konstruktieve pragmatische meedenken", ook op dit monsterkongres niet achterwege zijn gebleven. De uitvoerige kongresm a p vroeg de kongresgangers te zoeken n a a r een aantal voor geen misverstand vatbare viitgangspunten voor de strukturering van het hoger onderwijs in de komende twee decennia. Maar een groot aantal aanwezigen zag dat helemaal nog niet zo zitten. Liever praatte men over die punten waarover men het niet eens was dan de opgediste beschouwingen van de Voorbereidingskommissie voor zoete koek te nemen. De vraag n a a r de doelstellingen van onderwijs bijvoorbeeld was niet uit

9

t h b 19 - 2 Juni 1972


Vervolg van pag. 4 IS dan in Groningen werd verondersteld „Bij het opzetten van experimentele strukturen zullen deze dan ook niet zozeer „gedemokratiseerd" moeten zijn - omdat dan verondersteld wordt dat mensen door in andere strukt u r e n terecht te komen plotseling autonoom in samenwerking met anderen h u n eigen situatie kunnen bepalen en beheren -, als wel „demokratiserend", d.w.z. stimulerend voor het proces van bewustwording en politisering. Bij toenemende bewustwording kunnen dergelijke strukturen dan geleidelijk vervangen worden door zelf gekreeerde en beheerde strukturen, waarbij met de komplexiteit van de onderwijsorganisatie wordt gerekend." Voor een grondige analyse van de problemen die deze ontwikkeling met zich meebrengt is inzicht in de positie van de umversiteit in de huidige maatschappij van essentieel belang „Demokratisenng van het onderwijs wordt dringender en krijgt meer konsekwenties n a a r m a t e wetenschap meer en meer de belangrijkste produktiefaktor wordt en de afgestudeerde steeds meer een posi tie gelijk a a n die van andere loontrekkenden in gaat nemen De vraag is zelfs in hoevere imiversitaire problemen opgelost kunnen worden wanneer dit niet gelijk gepaard gaat met fundamentele veranderingen m de maatschappij " Tenslotte konkludeert prof Van S t n e n m een naschrift „Wanneer men m Groningen iets geleerd heeft, is het dat demokratie geen struktuur IS, m a a r een proces' C.Br.

De puinhoop rond de f1000,c i i s f 1

\

i d s x 1. r a I< n L d tl

ë s

V

s d k T P n SI

g n B k w d d

Deze week zijn de inschrijvingsburoos van alle universitaire instellingen bijeen geweest" om met een vertegenwoordiger van het departement te spreken over de gevolgen van de centrale vooraanmelding en de voorgestelde koUegegeldverhoging. Het ziet er nameUjk n a a r uit, dat de tijdnood waar De Brauw mee zit in verband met de doorvoering van de ƒ 1000,—, de inschrijvingsburoos voor bijna onoverkomelijke administratieve moeilijkheden stelt. Op 1 juh gaat de Tweede Kamer en op 5 juli de Eerste Kamer op reces Wanneer het voorstel van De Brauw met voor 5 juli door de Eerste Kamer behandeld is, zal dit tussen 22 augustus en 1 september (begin kollegejaar) moeten gebeuren Het KH-inschnjvingsburo deelde ons mede, dat in dat geval, volgens zowel de instellingen als het ministerie een eventuele verhoging theoretisch dan wel vastgesteld, m a a r onmogelijk nog praktisch uitgevoerd k a n worden Op 12 jimi begint de hogeschool reeds met het verzenden van de mschnjvmgsboekjes aan de ouderejaarsstudenten In deze boekjes is nog de vigerende kollegegeldregeling opgenomen De pagina met financiële gegevens zal lutscheurbaar zijn, zodat deze door een eventuele nieuwe regeling vervangen k a n worden Door de centrale vooraanmelding worden de adimnistratieve problemen nog groter pas in de eerste week van agustus zullen de eerstejaarsstudenten die m Tilburg socio-

logie, rechten en psychologie gaan studeren bekend zijn Op de bijeenkomst met de vertegenwoordiger van het departement is aan de inschnjfburoos voorgesteld de inschnjvingsdagen en de betalingsgelegenheid uit te stellen „Van alle bezwaren van onze buroos zal het ministerie zich met veel aan trekken, dat wij gepolst werden was voor het departement een verplicht nummertje informatie", aldus de heer Van Elsdingen van het KHmschnj vingsburo Om administratieve redenen hebben deze buroos onderling moeten afspreken geen afbetalingsregeling mogelijk te maken Dit tegen een advies van de Akademische Raad in, dat wel een dergelijke regeling voorstelt, omdat vooral de ouderejaarsstudenten en hun ouders er onvoldoende rekening mee hebben kunnen houden En wanneer zelfs ondanks alle moeilijkheden de verhoging toch tijdig geeffektueerd zou worden, mogen de instellingen wel een komplete politiedienst m het leven roepen om enige kontrole op de kollegekaarten te kunnen houden In Tilburg is de kontrole in handen van de bewakingsdienst, die voorlopig zeker niet uitgebreid zal worden ,,A1 met al worden wij welhaast gedwongen om op wintervakantie te gaan", moppert ons inschnjvmgsburo C.Br.

Akademische Raad:

Stel herstukturering één jaar uit

»

In de vergadering van 29 mei jl. heeft de Akademische Raad besloten de minister te adviseren niet eerder dan september 1974 de herstrukturering STICHT! van het wetenschappeUjk onderwijs in te voeren. Aanvankelijk was dit ook PROF. C de geplande datum voor de herstrukturering, m a a r minister De Brauw heeft m zijn nota van wijzigingen op het oorspronkelijke wetsontwerp voorgesteld Voor enig de invoering reeds op september 1973 te stellen. verschiUei De Akademische Raad is van memng dat het onmogelijk zal zijn om voor 1973 de voorgestelde herprogrammen n g uit te voeren Daarbij moet rekem n g worden gehouden met de noodzaak van gelijktijdige herprogramm e n n g voor propedeuse- en doktoraalfase Verder ziet het er n a a r uit, dat er te weinig isersoneel voor de h e r p r o g r a m m e n n g zal zijn Een argument voor invoering in 1974 ziet de Akademische Raad bovendien in de mogelijkheid om op dat tijdstip meer ruimte te hebben voor de relatie WO-HBO De Akademische Raad heeft zich m deze vergadering tevens uitgespro ken tegen de voorgestelde onmoge-

lijkheid om twee studies gelijktijdig te doen Misbruik van de mogelijk heid om zich te laten inschrijven voor twee studierichtingen tegelijk zou kunnen worden voorkomen door toestemming van de betrokken f akul teiten verplicht te stellen

wetenscha Hogeschoo Twee van 1952 ter g der Tilbu) Het Til staan i ƒ50 000 industn

b Het TA eengebr hogesch Daarnaast genoemd financiële einden) ( geversfon< katholieke TE HUUR IN OISTERWIJK: gemeude heer J bracht bileerd vrijstaand huis met centrale Tenslotte Thomas 1 verwarming en garage. Voor achtpektieveli] tien maanden vanaf augustus '72. kuituur a. Hoewel ni Huur n o.t k. Postbus 344, Tilburg. genoemd Fonds ! Bestuurde hadden a bundeling In a p n l 1 gadenng het Leon fonds bes fondsen o ten goede Dank zij een erg goede organisatie is de verhuizing van de fakulteiten goed verlopen Hogescho( Steunfond

Federatie van Nederlandse Onderzoelcers De politieke en ekonomische situatie in Nederland heeft zich zodanig ontwikkeld, dat voor een zeer ernstige bedreiging van het wetenschappelijk onderzoek moet worden gevreesd. De bezmnigingen op de gelden voor wetenschappelijk onderzoek, die thans door de regering worden doorgevoerd, tasten het wetenschappelijk onderzoek in Nederland tot in de wortel aan. Daarbij komt dat het ontbreken van adekwate selektieprocedures voor een evenwichtige verdeling van de resterende financiële middelen de heersende tendens stimuleert om procentuele bezuinigingen a a n te brengen Deze treffen veel minder het „ode hout" van het Nederlandse research-bos dan juist de meest vitale, snelst groeiende takken van onderzoek Hierdoor wordt een gezonde ontwikkeling van de Nederlandse wetenschapsbeoefening onmo(vervolg op pagina 12)

Onze pocketkeider kent u uiteraard!!! MEER D A N 16.000 T I T E L S . . . . Onze afdeling KBH geeft u op vertoon van uw studentenpas 10 % korting op alle schrijfbenodigdheden (geen luxe artikelen) Boek- en Kantoorboekhandel Kantoormeubelen en -machines

Het Nieuwe Centrum Westermarkt 9-11 - Tilburg Telefoon 04250-71586

10

! i


fï

besloten de rukturering g^icHjiNG ivas dit ook: COBBENHAGENFONDS irauw heeft J Voor enige jïiren (begin 1970) bestonden er verscliillende fondsen, die ten doel h a d d e n wetenschappelijke arbeid a a n de Katholieke Hogeschool te stimuleren. gelijktijdig Twee van deze fondsen werden opgericht in 1952 ter gelegenheid van het vijfde lustrum e mogelijk- der Tilburgse Hogeschool namelijk: inschrijven a Het Tilburgs Hogeschoolfonds, dat ontstaan is uit een feestgave v a n het plm. ren tegelijk ƒ 50.000,— v a n de Tilburgse burgerij en {omen door' industrie; kken f akul- b Het TAEK-fonds, o n t s t a a n uit gelden bijeengebracht door de afgestudeerde der hogeschool. [Daarnaast bestond h e t AKWV-fonds, later genoemd NKWV-fonds (doel: verlenen van Ifinanciële steun voor speciale studiedoeleinden), ook wel Asselbergsfonds of Werkgeversfonds genoemd, omdat de gelden door katholieke werkgevers bij een jubileum van K: gemeude heer J. P. J. Asselbergs w a r e n bijeen gebracht. !t centrale Tenslotte nog het Léon Harmelfonds en het ^oor achtThomas Meréfonds, die bevordering respektievelijk de Franse en Engelse taal en ustus '72. kuituur a a n de hogeschool ten doel h a d d e n . Hoewel niet speciaal „Tilburgs" zou ook nog ♦, Tilburg. genoemd k u n n e n worden het Dr. Van Gils Fonds. Bestuurders v a n de verscheidene fondsen hadden al geruime tijd de overtuiging, dat bundeling of vereenvoudiging gewenst was. In april 1970 werd in een gezamenlijke vergadering v a n de besturen v a n NKWV-fonds, het Léon Harmelfons en het Thomas Moréfonds besloten tot opheffing van deze drie fondsen over te g a a n en het liquidatiesaldo goede te laten komen a a n de Katholieke >ed verlopen. ten Hogeschool, respektievelijk a a n de Stichting Steunfonds Katholieke Hogeschool. De besturen v a n het TAEK-fonds en het TilburgsHogeschoolfonds, besloten samensmelting v a n beide fondsen te bevorderen. Na goedkeuring door de verschillende instanties werd door beide fondsen opgericht de Stichting Professor Cobbenhagenfonds. Deze n a a m werd gekozen om de m a n te

Voor de wij sbegeerte aan de Juridische Fakulteit wordt gevraagd een

student­assistent voor 272 dag per week, met ingang van 1 september '72 Tot zijn taak zal behoren: • de verzorging van materiaal voor het onderwijs • het geven van werkgroeperY voor eerstejaars • het verlenen van assistentie voor de research aan de docenten in de sektor van de wijsbegeerte. Alleen diengenen die in het bezit zijn van een kandidaatsdiploma komen in aanmerking. De voorkeur wordt gegeven aan hen die vóór de rechtenstudie enige jaren wijsbegeerte hebben gestudeerd of wijsbegeerte als keuzevak hebben gekozen. Sollicitaties kunnen tot 1 juli 1972 worden gericht aan de sekretaris van de Fakulteit der Rechtsge­ leerdheid, H ogeschoollaan 225 te Tilburg.

eren, die in de eerste 25 j a r e n van de hogeschool zo'n belangrijke rol heeft ge­ speeld. Het doel van de stichting is in de oprich­ tmgsaktie omschreven als volgt; ,,De stichting heeft ten doel het bevorderen van wetenschappelijke arbeid ten aanzien van die gebieden van wetenschap, die be­ streken worden door het onderwijs, gegeven a a n de Katholieke H ogeschool te Tilburg. Ten dien einde k a n financiële steun ver­ leend worden aan docenten, afgestudeerden en studenten van deze hogeschool, die zich aan zodanige arbeid wijden, alsmede aan instituties van' deze hogeschool, of a a n die instituties die met deze hogeschool in een bepaalde relatie staan en het bevorderen van bovenomschreven wetenschappen ten doel h e b b e n , " Van het uit zes leden bestaande bestuur, worden twee leden benoemd door de Katho­ lieke H ogeschool en twee leden door de TAEK, de vereniging van Tilburgse afge­ studeerden. De aldus benoemde bestuurs­ leden benoemen de twee overigen, die de eerste maal gekozen werden uit de aftre­ dende bestuursleden v a n het Tilburgs H oge­ schoolfonds. 17 m a a r t jl. werd de aktie v a n oprichting gepasseerd. Het b e s t u u r is samengesteld als volgt: Drs. H . J. M. v a n de Laar, St. Michielsgestel, voorzitter­. Drs. A. F. M. v a n Vugt, Tilburg, sekretaris; Mr. J. F. M. Molkenboer, Tilburg, penning­ meester. Prof. Dr. H . F. J, M. van den Eerenbeemt, Tilburg, lid; Prof. Dr, Ph. C. J. S t o u t h a r d , Tilburg, lid. Het sekretariaat is voorlopig gevestigd: Burgemeester van Meursstraat 23, Tilburg.

OPROEP Studenten die geïnteresseerd zijn in de pro­ blematiek van het milieu, in casu het rap­ port van de Klub v a n Rome ,,Environmen­ t l " worden verzocht k o n t a k t op te n e m e n met de KIS. Het Is de bedoeling een werk/studiegroep te vormen die mogelijk gaat deelnemen aan een Internationale interdisciplinaire k u r s u s welke k u r s u s een foUow­up k a n krijgen »n samenwerking met de TH ­Eindhoven en de Universiteit van N o r t h e r n Illinois. Opgave: Buro Buitenland, k a m e r 25, toestel 2235.

STUDIEREIS WEST­EUROPA De Kommissie I n t e r n a t i o n a l e Samenwerking wil g a a r n e in kontakt komen met studenten die geïnteresseerd zijn in een studiereis n a a r een a a n t a l Oost­Europese landen, mogelijk nog deze zomer of herfst. De gedachte gaat uit n a a r een reis van twee é 3 weken waarvoor de eigen bijdragen on­ geveer ƒ 300,— zal bedragen, in verband met een te verwachten subsidie v a n het Ministerie van O & W. Het p r o g r a m m a v a n de reis alsmede de te bestuderen zaken dienen nog onderdeel van beraad te zijn v a n de geïnteresseerden zelf. Bij voldoende interesse, ongeveer 25 é 30 personen, zal een bijeenkomst worden belegd waarop deze zaken k u n n e n worden besproken. Opgave zo spoedig mogelijk, voor 10 juni a a n s t a a n d e , bij Bureau Buitenland, k a m e r 25.

„SCIENCE AND THE WORLD OF TOMORROW"

HERKANSINGSTENTAMEN VIERDEJAARS AGOLOGIE

Al geruime tijd geleden is besloten dat het twintigjarige bestaan v a n de NUFFIC zou worden gevierd met een bezinningskonferentie over de funktie v a n de wetenschap in de komende maatschappij (zie persbericht 1/72). Deze konferentie zal niet in juni m a a r in oktober 1972 worden gehouden. In zijn vergadering van 8 mei heeft het bes t u u r v a n de NUFFIC besloten d a t de bijeenkomst op 18 en 19 oktober in Den Haag zal plaatsvinden en o p e n b a a r zal zijn. Prins Bernhard, erevoorzitter v a n de NUFFIC, zal h a a r openen op woensdag 18 oktober om 16,00 u u r . De konferentie zal vervolgens worden voortgezet en gesloten op donderdag 19 oktober. De konferentie zal worden voorafgegaan door een a a n t a l , op verschillende plaatsen te houden, werkvergaderingen, Eén d a a r v a n zal in Den H a a g plaatsvinden op 17 en 18 oktober. D a a r n a a s t zullen in een a a n t a l universiteiten parallelle werkvergaderingen worden gehouden. De resultaten v a n deze studiebijeenkomsten vormen de stof voor de openbare konferentie in Den Haag. U i t g a n g s p u n t voor de beraadslagingen vormt een stuk over ,,Science and t h e development of society" v a n de h a n d v a n drs. Van Bent h e m van d e n Berg, prof. G l a s t r a van Loon en prof, Vercruysse v a n het Institute of Social Studies, Een tiental wetenschapsmensen uit binnen- en b u i t e n l a n d zal hierbij k o m m e n t a r e n schrijven, die te zamen met he eerste stuk a a n d e deelnemers aan de werkvergaderingen zullen worden toegezonden.

De volgende mededeling geeft de konklusie weer van een overleg met een afvaardiging van het vierdejaar. Voor degenen die een onvoldoende hebben behaald voor h u n schriftelijk t e n t a m e n v a n 15 mei jl. vindt een h e r k a n s i n g s t e n t a m e n plaats op donderdag 15 juni a a n s t a a n d e v a n 10,00 tot 12.00 u u r in C 6, Tentamenstof is: M, Ross en B, Lappin: Community O r g a n i ­ zation; G, Kruyer: Organiseren en Evalueren. Ieder die een onvoldoende behaalde krijgt uiterlijk 2 juni a a n s t a a n d e d a a r v a n bericht, waarbij tevens het gemiddelde cijfer over alle t e n t a m e n s (eindwaardering) wordt mee­ gedeeld. Bij een onvoldoende eindcijfer is het h e r t e n ­ t a m e n verplicht, bij een voldoende eindcijfer fakultatief.

Het is de bedoeling, met deze nieuwe form u l e r i n g het denken over de ontwikkelingen in de verschillende delen van de wereld en de s a m e n h a n g d a a r t u s s e n een eind verder te brengen.

Personeelszaken

Op vrijdag 9 juni a a n s t a a n d e om 14,00 u u r wordt in C 6 een voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd over het doktoraal studiepro­ g r a m m a voor de huidige tweedejaars­studen­ ten die in september met het doktoraal­ s t u d i e p r o g r a m m a hopen te beginnen. Door ieder van de acht afstudeerrichtingen zal een korte uiteenzetting gegeven worden over het k a r a k t e r v a n de richting, de b e ­ roepsmogelijkheden en de samenstelling v a n het studieprogramma.

KANDIDAATSEXAMEN MEI 1972 In verband met het verplaatsen v a n h e t t e n t a m e n van h e t tweede gedeelte v a n h e t vak sociale psychologie n a a r 7 juni a a n ­ staande k a n de uitslag v a n het examen pas in de loop v a n de week v a n m a a n d a g 12 juni worden vastgesteld. De k a n d i d a t e n ontvangen zo spoedig mogelijk bericht.

VAKATURES Sub-fakulteit psychologie

Wetenschappelijk (hoofd) medewerker sociale psychologie Wetenschappelijk medewerker sociale psychologie Wetenschappelijk (hoofd)medewerker funktieleer en technopsychologie Wetenschappelijk hoofdmedewerker persoonIijkheidsleer en psychodiagnostiek Wetenschappelijk medewerker persoonlijkheidsleer en psychodiagnostiek Software specialist,

Ekonomische fakulteit

Lektoraat in de bedrijfsekonomie Lektoraat in de methode v a n ekonomisch onderzoek Lektoraat in de Waarschijnlijkheidsberekening en de Wiskundige Statistiek Twee wetenschappelijke medewerkers in de bedrijfsekonomie Gewoon lektoraat statistiek.

Juridische fakulteit

Wetenschappelijk medewerker/hoofdmedewerker in de sektor van het privaatrecht Wetenschappelijk medewerker kriminologie Student-assistent wijsbegeerte Assistent boekhouding Receptioniste-informatrice (part-time) Sekretaresse Studium Generale (part-time) Sekretaresse samenwerkingsorgaan KHT-THE

KOMMUNIKATIE Wij, d a t zijn: Fiet Engelhart, groepswerker; Dolf Grünwald, veranderings- en organisatiedeskundige; Frans Honigh, student vormingswerk en pastoraat; Peter v a n der Linde, interaktietrainer; Willem-Jan Mulder, deskundige dramatische vorming; Anneke Schreurs, kommunikatietrainer; Jacqueline Wagevoorde, mime-pedagoog. In ons werk ervaren wij de beperktheid van onze eigen deskundigheid. Zien wij d a t ieder van ons het gevaar loopt v a n eenzijdigheid. En ontdekken wij d a t wij méér zouden kunnen als wij, ieder met zijn eigen vaardigheden, méér zouden samenwerken. In een weekend willen wij onze eenzijdigheid proberen te doorbreken. Willen wij a n d e r m a n s werkwijze en deskundigheid leren kennen. Door v a n u i t verschillende werksoorten met elkaar samen te werken. Niet alleen wij zien het gevaar v a n eenzijdigheid en de voordelen van samenwerking. Osk a n d e r e n - in dezelfde of heel andere beroepen - delen onze ervaring. Ekonomen zo goed als leraren. Architekten niet m i n d e r d a n vakbondsbestuurders. Juristen en studenten. Direkteuren en ga zo m a a r door.

VOORLICHTING DOKTORAALPROGRAMMA

.■i^'

BESLUITEN SUB­FAKULTEITSRAAD EERSTE VERGADERING 4 MEI 1972 1 Dr, Segers zal, totdat een nieuw b e s t u u r is geformeerd, de vergaderingen v a n de r a a d voorzitten, 2 H et oude b e s t u u r zal de lopende zaken behandelen tot een nieuw b e s t u u r is gefor­ meerd. 3 De verkiezing van het nieuwe sub­fakul­ teitsbestuur zal in een besloten vergadering plaatsvinden, wegens het persoonlijke ka­ r a k t e r v a n de zaak, 4 H et oude b e s t u u r zal de vergadering van de raad voorlopig bijwonen met uitzonde­ ring v a n het overleg over een nieuw be­ stuur. 5 Aan de leden v a n de r a a d zal de struk­ tuurregeling van de hogeschool en een over­ zicht v a n de belangrijkste v e r g a d e r s t u k k e n v a n de sub­fakulteitsvergadering van de afgelopen tijd verstrekt worden. 6 De r a a d zal zorgdragen voor een optimale k o m m u n i k a t i e met alle leden van de sub­ fakulteitsgemeenschap. H et hoofd v a n het b u r e a u van de sub­fakulteit zal een notitie over dit onderwerp m a k e n . 7 Op de volgende vergadering (15 mei aan­ staande 9.30 uur) komt de taak­ en samen­ stelling v a n het b e s t u u r a a n de orde. De daaropvolgende vergadering is vastgesteld op 1 juni a a n s t a a n d e om 14,00 uur.

Daarom nodigen wij ieder die zijn eenzijdigheid wil doorbreken en de konfrontatie met a n d e r m a n s k u n n e n wil a a n g a a n , uit, om met ons in het weekend ervaring op te doen. Belangstelling? Noteer d a n even dat het weekend wordt gehouden bij Kerk en Wereld, De Horst 1, Driebergen, Begin: vrijdag i e juni, 19 u u r . Sluiting: zondag 18 juni, 15 u u r . Dat de prijs ƒ 25,— per persoon bedraagt. Dat aanmelding mogelijk is bij Kerk en Wereld, telefoon 03438-2241, vragen n a a r N a n n y Landsman.

11

PRAKTUKKURSUS H YPNOSE O n d e r auspiciën van het I n t e r n a t i o n a l Se­ m i n a r for Medical and Dental H ypnosis wordt op 30 juni, 1 en 2 juli 1972 een inten­ sieve weekend­kursus praktische hypnose georganiseerd in h e t c e n t r u m H ydepark, Driebergen, Deze k u r s u s staat onder persoonlijke leiding v a n dr, N, Fleischer, Ph, D. en is speciaal bedoeld voor artsen, t a n d a r t s e n , psychia­ ters en psychologen voor toepassing in d e dagelijkse praktijk. Behandeld worden praktische technieken voor o n t s p a n n i n g en nieuwe methodes voor direkte hypnose, het verdiepen v a n hypnose, hypnotisch coma en het creëren van h y p ­ nose zonder hypnotische induktie. Boven­ dien worden induktietechnieken voor kin­ deren uitvoerig behandeld. De k u r s u s geschiedt door praktische oefe­ ningen en demonstraties a a n en door de deelnemers. De voertaal is Engels, Voor p o s t k a n d i d a a t ­ s t u d e n t e n geldt een spe­ ciaal tarief. De k u r s u s begint vrijdagavond om 20.00 u u r en d u u r t de gehele zaterdag en zaterdag­ avond en eindigt zondagmiddag. Kursus­ geld inklusief verblijfskosten; voor afgestu­ deerden ƒ 360,—; voor studenten ƒ 160,— Voor verdere inlichtingen en informatie: Sekretariaat ISMDH, Trans 4, Utrecht, Nederland, telefoon 030 - 332114, toestel 239, (Mevrouw Stenfert).

VIJFDEJAARS BEDRIJFSEKONOMIE zij die zich nog niet ingeschreven hebben voor de kolleges vijfdej a a r s bedrijfsekonomie 1972/1973 worden verzocht uiterlijk 13 juni a a n s t a a n d e een ingevuld inschrijvingsformulier in te leveren bij Mej. D. Deurvorst (kamer 324). Tot 16 juni wordt u de gelegenheid geboden op eigen initiatief werkgroepen v a n minimaal acht en ten hoogste tien personen te formeren. De n a m e n der groepsleden gelieve u schriftelijk op k a m e r 324 in te leveren. N a 18 juni zullen zij die nog geen deel uitm a k e n v a n een greep, ingedeeld worden.


Vervolg van pag. 10 gelijk gemaakt. De nadelige gevolgen daarvan voor het niveau en de betekenis van het Nederlandse wetenschappelijk onderzoek kunnen zich vele jaren lang doen gevoelen. Daarnaast hangt de Nederlandse onderzoekers een net van nieuwe strukturen en niet al te duidelijke beleidsvormen boven het hoofd, waaraan op hoog niveau wordt gewerkt. Het is dan ook de hoogste tijd om de Nederlandse onderzoekers te verenigen in een hechte organisatie, zodat een forum voor meningsvorming en, waar nodig, een eensgezind front kan worden gevormd. De noodzaak hiertoe is des te meer aanwezig omdat onder degenen die aktief deelnemen a a n het wetenschappelijk onderzoek velen h u n inspraak dreigen te verliezen bij het bepalen van het te volgen wetenschapsbeleid. Daarom is d.d. 27 januari 1972 de FENO opgericht (Federatie van Nederlandse Onderzoekers). Deze organisatie stelt zich ten doel mee te denken met, suggesties te doen aan en voorstellen in te dienen bij de bevoegde Instanties met betrekking tot

het wetenschapsbeleid in Nederland. Een belangrijk element is de vorming van een systeem voor de beoordeling van de kwaliteit en het belang van het in Nederland op verschillende terreinen verrichte onderzoek. Voorts zal de FENI middels de publiciteitsmedia trachten de meningsvorming over onderzoek en onderzoekers bij een groter publiek in gunstige zin te beïnvloeden. Zij gaat daarbij uit van de stelling dat goed onderzoek tevens een conditio sine qua non is voor goed onderwijs aan de universiteiten. De federatie heeft vier sekties gevorm, te weten: de sektie BiologischMedische Wetenschappen, de sektie Exakte Wetenschappen, de sektie Geesteswetenschappen en de sektie Maatschappijwetenschappen. De enige formele voorwaarde die a a n de toelating als lid van de federatie gesteld wordt is het aktief betrokken zijn bij wetenschappelijk onderzoek. Het lidmaatschap is derhalve niet gebonden a a n rang, status of leeftijd. Aangenomen wordt dat allen die lid worden in principe bereid zijn zich te onderwerpen a a n een landelijke beoordeling van h u n onderzoekingen op basis van door

hen geaksepteerde kwaliteitsnormen. Stuurgroep FENO: Prof. dr. R. J. Planta (Amsterdam, VU) Dr. J. G.P. Best (Amsterdam, UvA) Prof. dr. H. Bloemendal (Nijmegen) De kosten verbonden a a n het lidmaatschap bedragen ƒ 5,— (een b e d r a g d a t uitsluitend zal worden besteed a a n uitgaven voor publiciteit en administratie) en k u n n e n worden overgemaakt op postgirorekening-nummer 2685942 ten n a m e v a n Dr. J. G. P. Best, Dr. E y k m a n s t r a a t 38 te Amstelveen, onder vermelding „lidmaatschap FENO Cen de betreffende s e k t i e " ) .

Wettelijke basis voor universitair vormingswerlc gevraagd Het Landelijk Kontakt Universitair Vormingswerk en Studium Generale (informeel overlegorgaan van betrokkenen) heeft deze week in een brief a a n onder andere de Vaste Kamerkommissie voor Onderwijs en Wetenschapsbeoefening zijn verontrusting uitgesproken over de mogelijke nadeUge invloed van de in het Wetsontwerp Herstrukturering neergelegde voorstellen. Voor het vormingswerk, dat - zo wordt in een bij de brief behorende nota gesteld - duidelijk een weg blijkt te zijn waarlangs een aantal doelstellingen van de universiteit verwezenlijkt kunnen worden, worden op twee pxmten gevaren gezien: „Het niet terugdringen van de verschoolsing kan de gerichtheid op stellingname (een van de kenmerken van het vormingswerk) in de weg zitten. En waar de universiteit geen institutionele verantwoordelijkheid wil dragen, komt de gerichtheid op het handelen (ook een van de kenmerken van het vormingswerk) in het gedrang. Kortom, dat tengevolge van de te verwachten verschoolsing van de kennis het houdings- en handelingsaspekt dreigt te worden ontnomen." Het Landelijk Kontakt vraagt daarom een wettelijke basis te garanderen voor het vormingswerk binnen het studieprogramma.

Een tekening van Sabine Ves». Meer werk van deze Tilburgse kunstenares is te zien op de seizoententoonstelling van de Brabantse Kunststichting, Spoorlaan 426. Deze tentoonstelling, die van 3 juni tot 16 juli gehouden wordt, laat werken zien van elf Brabantse kunstenaars (olieverf, grafiek, tekeningen en kleinplastieken). Tijdens de tentoonstelling staat een (zelfbedienings)projektor opgesteld. Openingstijden: dinsdag tot en met zaterdag van 9.00 tot 12.00 en van 14.00 tot 17.00 uur; zondag van 14.00 tot 17.00 uur en woensdagavond van 19.00 tot 22.00 uur.

Agenda eerstvolgende HR-vergadering

pichum

8 JUNI, 14.30 u u r (Raadszaal) Met name zullen aan de orde worden gesteld: • het rapport van de kommissie Evaluatie Studentenkafee; • de nota van de Evaluatiekommissie inzake het funktioneren van de Hogeschoolraad. De agenda met bijbehorende stukken voor deze vergadering kunnen door belangstellenden op het sekretariaat (kamer 61, hoofdgebouw) afgehaald worden.

12

juni ZATERDAG 3 J U N I Katholieke Hogeschool (C-5), 10.15 u u r : Laatste dag TAEK-symposium. Prof. dr. H. W. J Bosmani „Synthese v a n de voorafgaande referaten". Prof. Bosman treedt ook op als diskussieleider. M a r a n a t h a , 18.30 u u r : Weekend-liturgie. Thema: „Onze debiele en zwakzinnige medemens". ZONDAG 4 JUNI M a r a n a t h a , 11.15 en 12 30 uur; Vfeekend .'. liturgie. Thema: ,,Onze debiele en zwakzm i J nige m e d e m e n s " . \M MAANDAG 5 J U N I M a r a n a t h a , 20 00 u u r : Open avond nieuwe opzet ,,Engagementsgroepen".

—

.1 rond i J ' tj

( ^

DONDERDAG 8 JUNI Ir* Katholieke Hogeschool (Raadszaal), 14.30 u Extra Hogeschoolraadsvergadering in ver-; band met ,,Bestemmingsplan Eigen H u i s " „De W a r a n d a " , 19.00 u u r : S t a r t eerste Til i burgse Trimloop. Katholieke Hogeschool (C-4), 20.00 uur: Scholing Marxisme/Leninisme. Lezing en diskussie ^ over ,,De Partij". M a r a n a t h a , 20.15 u u r : Oriëntatie-avond rond j huwelijks- en doopviering. Laatste avond van dit seizoen. VRIJDAG 9 JUNI Katholieke Hogeschool (aula), 14.15 uur Kontaktgroep Belangenbehartiging: Bijeenkomst n a a r aanleiding v a n d e besluiten van de HR over het bestemmingsplttn Eigen Huis 'j ZATERDAG 10 JUNI M a r a n a t h a , 18 30 u u r : Vk^eekend-liturgie. Thema: „Kan d e bejaarde m e n s ons nog leren laven/sterven?" Stadsschouwburg, 22 30 uur- Nachtkonsert met de Dutch Swing College Band. ZONDAG 11 JUNI Stadsschouwburg, van 10 00 tot 17.00 uur Muntenruilbeurs. M a r a n a t h a , 11.15 en 12.30 u u r : V/eekendliturgie. Thema; ,,Kau de bejaarde mens ons nog leren leven/sterven?"

tentoonstellingen Galerie „Kokon"

Tot 8 juni; KoHages v a n Evelyn Ortlieb uit Parijs.

Brabantse Kunststichting (BKS)

Tot 19 juli: Seizoententoonstelling; werk van diverse k u n s t e n a a r s in verschillende tech-* nieken.

Schouwburg-Galerie Tot 19 juni; Rob Vermeer met grafiek.

Volkenkundig Museum Tot 20 juni: Nigeria.

Skulpturen

uit

Noord-Oost

Natuurhistorisch Museum

Tot 1 september: Zomerexpositie 1972: ,,Onz6 dierenwereld".

Sub-fakulteit Sociaal-kulturele

Wetenschappen

Bij de Vakgroep Methoden en Technieken is een vakature voor een

student-assistent Hij zal worden Ingeschakeld bij het onderwijs en onderzoek van de vakgroep. Vereist wrordt kandidaatsexamen sociologie; ook zij die binnenkort het kandidaatsexamen hopen te behalen kunnen solliciteren. Nadere inlichtingen worden verstrekt door drs. J. Hagenaars, kamer 805 (nieuwbouw), tel. 69111 (toestel 2086). Sollicitaties kunnen worden gericht aan dr. J. Segers, Hogeschoollaan 225, Tilburg.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
1972 06 02 by Redactie Univers - Issuu