tilburgs hogeschool blad jaargang 9 - nr. 1 6 - 2 1 april 1972
'i f ^ i ;
tweewekelijks verschijnend officieel orgaan van de katholieke hogeschool tilburg - redaktie: gerard van den heuvel - vaste medewerkers: cees brinkhuizen en frans godfroy - redaktieassistente: angela lodder - adviseur: g. noë - akwisitie: a. j . brekelmans - fotograaf: persburo rien siers, tilburg cartoonist: Willem franken - druk: grafische kunstinrichting j . j . a. van der wee nv, tilburg - kopij: het volgend nummer van het thb verschijnt op 5 mei; de inzendtermijn van alle kopij voor dit nummer sluit op 28 april om 11.00 uur. redaktie-adres: hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon 69111, toestel 2277, kamer psy 114.
kaal 14), 20.00 UI H. t e r Schegg lioop of wanhoo luT: „Das K risch kabaret r: Filmliga brei sseur Medvedd rote kollege-a 16.00 u u r : Lezu Burg en mr. Atsrechtelijke 1 de staatkundl I e r l a n d en nschrijven:
.ula), 16.00 UI ong uit Pretoii enis v a n de on leel I. Promolfl
ingen met schilderije if 13 april: Nie •i..
um. 500 j a a r tab»
Hogeschoolraad n zak en as Wie op donderdag 13 april tijdens de behandeling van het (ingelaste) agendapunt „evaluatie funktioneren Hogeschoolraad" als buitenstaander ie raadszaal zou hebben betreden, zou daar een Hogeschoolraad hebben aangetroffen in uiterste mineurstemming. Slechts enkele raadsleden deden pogingen (waaronder met name de heer Doorman) h u n mede-raadsleden ;e bewegen het moede hoofd niet helemaal in de schoot te leggen. Aanleiding tot deze mismoedigheid was duidelijk het onvoldoende aantal kandidaten voor de acht te vervullen student-zetels in de raad. Er
Igangen:
sitie van tonefcad zich slechts één kandidaat ges en tekeningi pj-esenteerd en deze zou bovendien verklaard hebben, dat hij zich zou amer: 'an Rees Diepe terugtrekken als hij inderdaad de enige zou blijken te zijn. tie. Bij openii Wat doe je als raad in een dergelijk ice Versa" Gedichten: K« geval? Al eerder had de heer Brou(studentaf ge vaardigde) de .; J a n Lammen wers met grafiek, wens te kennen gegeven dat de Hoag (BKS) geschoolraad zich eens zou gaan beeldorp met foti zinnen op het eigen funktioneren. Voor deze HR-vergadering had hij Bum deze wens vervat in een brief en laald". voorgesteld dat de HR zich zou buiAellin", over gen over een tweeledige vraagstelLappen. ling: 1 kunnen we zoals we n u funktioneren op een verantwoorde wijze een totale onderwijsproblematiek verwerken? Zo nee, dan moeten we maatregelen nemen zodat we het \ kunnen; wel |2 hoe funktioneert de r a a d als de) mokratisch orgaan? j Het mag nauwelijks verwondering wekken dat deze brief de tongen vorden opgt | losmaakte, waarbij zelfs enige draat 30 wooré! I matische effekten werden bereikt. lummer f 1,- ' Hoewel het de bedoeling was van de tenties onde * heer Brouwers dat daarover pas in tie sturen. een later stadium zou worden gedisJg spiegelreflei j kussieerd, voelden velen zich nu m. plus tussei reeds geroepen om hun mening over 600,—. Bosscbf een en ander te geven. In ieder gebel). val leidde de diskussie tot de belijke Verenigi» sluiten die elders in dit blad zijn afizee voor /7,J gedrukt. et tweemaandf Onder de meningen die geventileerd nbuUetin". Of eniging Behoiii werden vielen onder meer deze te .t 157 te Assci beluisteren: „Er is een duidelijk gebrek aan kommet alle nood munikatie. Wij zijn een soort andere !f 3 PK buiten „senaat" aan het worden die opeicbiel van d« reert in een betrekkelijk isolement" (Van Reeken). 1 DRU-gasgevel mostaat wegeit „Wat wij doen is misschien niet zo ig. Adres: Va« van ogenschijnlijk direkt belang. Waar je kunt praten over voor alle
I
betrokkenen belangrijke zaken is het fakulteitsniveau" (Van der Burg). „Deze raad heeft goed gewerkt, m a a r het is een goed trekkende schoorsteen zonder dat er iets onder zit" (mej. Er men). „Minister De Brauw ondermijnt zelf
door zijn optreden het geloof in de mogelijkheden van de WUB" (Vladar). Toch waren er ook optimistischer geluiden: „Al was het alleen m a a r op het stuk van openbaarheid van bestuur. Daar hebben we toch al veel gewonnen" (Van Dijck), m a a r deze geluiden waren duidelijk veel minder groot in aantal. De r a a d zat duidelijk met een dilemma. Moeten we de verkiezingen laten doorgaan en op een nog onvollediger wijze (tenminste voor zover het de zetelbezetting betreft) verder besturen dan tot nu toe het geval was of moeten we de verkiezingen uitstellen, een grondig zelfonderzoek houden en inmiddels de kommunikatiekanalen verbeteren. (Er waren zelfs HR-leden die onmiddelijk een hoger budget wilden (vervolg op pagina 6)
Stemmen op 25 en 26 april In aanwezigheid van drie belangstellende heren van de ekonomische fakulteit heeft het Centraal Stembureau op 7 april in een openbare vergadering in de raadszaal de kandidatenlijsten vastgesteld. Vier kandidaatstellingen werden ongeldig verklaard. Twee gegadigden lieten zich kandidaat stellen voor een kiesdistrikt - (sub) fakulteitsgeledlng - waartoe zij zich waanden te behoren, terwijl zij in het kiezersregister in een ander kiesdistrikt te boek staan. Eén kandidaat kwam in het geheel niet in het kiezersregister voor. De kandidatuur van de vierde h a d gered kunnen worden, als gevolg zou zijn gegeven a a n de uitnodiging van het Centraal Stembureau een vormverzuim bij de kandidaatstelling te herstellen. Ruim twintig personen hebben voorkomen dat de kandidaatstellingen verder zouden worden uitgedund door, vaak hoofdschuddend over zoveel formalisme, op het b u r e a u van het Centraal Stembiu-eau de toevoeging „prof." te schrappen, of, als waren zij analfabeten die een gewichtig dokument komen ondertekenen, door alsnog een kruisje bij het desbetreffende kiesdistrikt te plaatsen. In het volgende staatje zijn in de eerste kolom de aantallen kandidadaten opgenomen en in de tweede kolom het aantal beschikbare zetels.
(Sub-)fakulteitsr aden
Ekonomie A l (wp) B i (nwp) C 1 (studenten) Sociaal-kultureel A 2 (wp) B 2 (nwp) C 2 (studenten) Psychologie A 3 (wp) B 3 (nwp) C 3 (studenten) Rechten A 4 (wp) B4 (nwp) C 4 (studenten) Ingevolge artikel 27 van
22 2 9
10 2 8
12 3 0
8 2 6
10 3 4
6 3 3
8 8 1 1 3 7 het kies-
reglement worden kandidaten zonder dat stemming plaats vindt gekozen verklaard, indien het aantal gestelde kandidaten het aantal te vervullen plaatsen niet te boven gaat en de kandidaten tevens door tenminste 35 % van het aantal kiezers is gesteld. Aan deze voorwaarden is voldaan in de kiesdistrikten A 4, B 1 en B 4. Derhalve zijn reeds gekozen verklaard: • in de fakulteitsraad van de ekonomische fakulteit: Akker, M. A. M. van den; Saman, A. A. D. • in de fakulteitsraad van de jxiristen: Coopmans, prof. mr. J. P. A.; Dijk, mej. M. M. van; Jacobs, mr. B. C. M.; Jeukens, prof. mr. H. J. M.; (vervolg op pagina 2)
HR-verkiezing gaat niet door! Op donderdag 13 april heeft de Hogesclioolraad ten aanzien van de aanstaande verkiezingen het volgende besloten: • De Hogeschoolraadsverkiezingen (voor de studentenzetels) worden uitgesteld tot minstens september. • De verkiezingen voor de fakulteitsraden gaan gewoon door. * Gezien het onvoldoende aantal student-kandidaten voor de fakulteitsraden zal worden overwogen in het najaar eventueel aanvullende verkiezingen te houden. * In der middelerwijl zal de Hogeschoolraad zich diepgaand bezinnen op zijn eigen funktioneren als bestuursorgaan zowel als demokratisch orgaan. Een kommissie, bestaande uit de heren Van den Berg (voorzitter), Kuypers (maatschappij-vertegenwoordiger), Geleyns (ATG), Huyben (ATG) en Noë (Buro Kommunikatie) zal een evaluatieve bespreking voorbereiden, onder meer door het organiseren van hearings.
in dit nummer o.a.: Hoe stemmen? (p. 2) De kandidaten (p. 3 e.v.) Normen studietoelagen (p. 6) Eén Jaar Hogeschoolraad (p. 8) De fout van De Brauw (p. 10) Trefcentrum (p. 11) Numerus fixus (p. 12)
t h b 16 - 21 april 1972 verschijnt tweewekelijks
Vervolg van pag. 1
Stemmen Leeuwen, drs. R. J. van; Overbosch, mr. A.; Schoordijk, prof. mr. H. C. F.; Smits, mr. H. J. J.; Willems, mr. J. H. M. Het Centraal Stembureau heeft in zijn procesverbaal van 7 april ver zuimd n a te gaan of deze benoe mingen al dan niet in strijd zijn met het bepaalde in het voorlopig be stuursreglement dat tenminste drie zetels toekomen a a n wetenschappe lijk personeel in vaste dienst. Ge bleken is echter dat de juridische fakulteit de zaak goed geregistreerd heeft, zoals h a a r betaamt. In de kiesdistrikten B 3 en C 4 is wel voldaan a a n de voorwaarde v a n ar tikel 27 dat het aantal gestelde kan didaten het aantal te vervullen plaat sen niet te boven gaat, m a a r niet a a n de eis dat de kandidatuur door tenminste 35 % van de kiezers ge steld moet zijn. D e kandidaten van deze kiesdistrikten kunnen op grond van artikel 3, vierde lid, v a n de struktuurregeling op geheel andere wijze met dit percentage gekonfron teerd worden. In geval namelijk min der dan 35 % van de kiesgerechtig den v a n een geleding een stem uit brengt wordt een evenredige korting op het beschikbaar aantal zetels toe gepast. Het is dus volstrekt onjuist a a n te nemen dat de kandidaten bij gebrek a a n konkurrentie min of meer „automatisch" gekozen zullen zijn. De kandidaten voor de kiesdistrikten waarin gestemd moet worden zijn de volgende:
Fakulteits en subfakulteitsraden A l (EKONOMIE) Bannink, R. Julianastraat 60, Heerlen Bems, E. E. Anton Coolenlaan 38, Tilburg Boerboom, W. G. Frans Erensstraat 40, Tilburg Bosman, H. W. J. Ringbaan West 245, Tilburg" Daniels, J. J. J. H. Anton Coolenlaan 36, Tilburg Gevel, A. J. W. van Herman Heijermansweg 43, Tilburg Groeneveld, J. G. Luchthavenlaan 4, Tilburg Hulst, W. G. H. van Amarantstraat 10, Tilburg Jong, S. E. de Tobias Asserlaan 6, BerkelEnschot Kerkhof, H. P. J. van de Boslaan 25, Vught Klundert, Th. C. M. J. v a n de Herman Heijermansweg 77, Tilburg Koning, J. H. Zwartvenseweg 42, Tilburg Koeten, I. C. M. van Sportlaan 15, BerkelEnschot Maagdenberg, P. J. M. Hendrik Marsmanhof 6, Tilburg Messelink, J. G. M. Gagelstraat 7, Oisterwijk Meulendijks, P. J. F. G. Hekelstraat 19, Mierlo Neeleman, D . Frankenlaan 129, Tilburg Nielen, G. C. Eversveld 12, Geldrop Oppen, P. A. C. J. M. van Van Goorstraat 40, Tilburg Stevers, T. A. Bredaseweg 434, Tilburg
Thoben, H. A. A. M. Wijnkoperstraat 211, Gorinchem Vries, Joh. de Drossaard v. Wesepstraat 6, Tilburg
C 3 (PSYCHOLOGIE) Bodewes, M. M. G. T. Poststraat 18, Tilburg Sleypen, J. A. M. Abdij V. Oosterhoutstraat 33, Tilburg Schoot, F. C. J. A. van der Willem Ilstraat 66, Tilburg Zwaga, J. D. L. Trouwlaan 22, Tilburg
A 2 (SOCIAALKULTUREEL) A m t z , J. Th. C. Schiphollaan 30, Tilburg Erp, H. H. H. van Mozartlaan 357, Tilburg Graaf, C. J. A. W. C4 (JURISTEN) Roeselarestraat 155, Breda Claessen, P. D. A. Grunfeld, F. Prinsenhoeven 15, Tilburg Rielsedijk 2, Goirle La Haye, G. E. M. Hagenaars, J. A. P. Kasteel Nij rodestraat 225, Tilburg Predikherenlaan 247, Tilburg Velzen, P. L. G. van Keune, A. W. M. Prof. Verbernelaan 64, Tilbiirg Hugo Verrieststraat 24, Tilbiu"g Puijenbroek, F. J. M. De stemming vindt plaats op 25 en 26 Drossaard Bemagiestraat 3, Tilburg april aanstaande telkens van 9.00 tot Segers, J. H. G. 17.00 uur. Men k a n zich n a a r keuze Umenveld 7, Goirle vervoegen bij het stembureau in de Stalpers, J. Ant. hal voor de aula of in de hal van de Herman de Manhof.4, Tilburg subfakulteit der psychologie. D e Stassen, J. L. kiesgerechtigden ontvangen ieder Rossinistraat 243, Tilburg een oproep voor deze stemming. Aan Vroom, C. W. h e m / h a a r die geen oproepmgskaart Frankenlaan 77, Tilburg heeft ontvangen of wiens oproepings Wentink, A. A. L. G. • k a a r t in het ongerede is geraakt Vincent van Goghlaan 29, Berkel wordt op verzoek een duplikaat uit Enschot gereikt mits hij/zij voldoende van zijn/haar identiteit doet blijken. Deze stemmer ziet het liefst R. Krat A 3 (PSYCHOLOGIE) in de fakulteitsraad. Zijn/haar twee Bussel, F. J. J. van de keus is A. Toetamoela. P. Verstrak Kapelmeesterlaan 541, Tilburg en A. Judokus zijn/haar respektieve Dooren, F. P. J. van lijk zijn/haar derde en vierde keus. Dr. Keizerlaan 10, Goirle V. Verpalen en K. Liemham zijn Groot, C. J. Bachlaan 594, Tilburg Hettema, P. J. Treubstraat 148, Nijmegen Kop, P. F. M. Kasteel Twikkelstraat 5, Tilburg Moolhuijzen, T. M. Postelse Hoeflaan 54A, Tilburg Mortel, M. H. J. van de Kofferen 25, Sint Oedenrode Schellart, P. A. J. Frans Erensstraat 48, Tilburg Voorn, F. J. Wildenborgstraat 27, Breda Willems, P. J. Bosscheweg 92, Enschot
h e m / h a a r niet bekend. Hij/zij z^ dan ook geen aanleiding deze kandi daten op het stembiljet in te vullen De uitslag van de stemming word vastgesteld volgens het zogenaamd stelsel van de enkele overdraagbai ^an all< stem. Voor een uiteenzetting van di ilt verk ingewikkelde systeem moge wordg m een verwezen n a a r het kiesreglemeii lereage (ter inzage bij het buro kommum jagina's katie) en THB, jaargang 1971, 9 aprj iommig' no. 15A. *:erwijl l ivellicht De oproepingskaart moet aan „, voorzitter van het stembureau wor den overhandigd. Wordt alles orde bevonden, dan ontvangt mei in ruil hiervoor een stembiljet. Oi dit stembiljet nummert men in vol gorde van voorkeur de kandidaten Men m a g zoveel voorkeuren uitbren Weter gen als er kandidaten zijn, maar ooi met één voorkeur volstaan.
}e
Ekoi
Stembiljet verkiezing fakulteitsraad EKONOMISCHE FAKULTEIT Wetenschappelijk personeel A Judokus, A B Verpalen, V. C Liemham, K. D Toetamoela, A. Verstrak, P. Krat, R. 2 3 4 5 6 [ D E A ' De verkiezingskommissie
mJ J. de
(hooglei nis)
Voor wi graag i voorstal nng va mus, in sen alle met eer mdividi de hoog dien ni( het bel waakt 1 van het de kon te trekl Het spi een res streven aanduii mene v
B2 (SOCIAALKULTUREEL) Crawfurd, A. S. E. Paletplein 129, Tilburg lerselvan Valen, Mevr. M. van Griegstraat 341, Tilburg KruysBeenders, Mevr. C.P.M.G. v. d. Prof. Cobbenhagenlaan 362, Tilburg B 3 (PSYCHOLOGIE) Breimer, H. J. Merimondstraat 2, Sint Oedenrode Neggersvan Esch, C. Mozartlaan 521, Tilburg Rovers, J. G. M. Paterserf 355, Oosterhout C l (EKONOMIE) Hafkamp, W. A. Prof. Verbernelaan 48, Tilburg Hendrickx, H. H. M. Van Limburg Stirumlaan 113, Tilburg Hermans, J. M. N. Ger. de Bondtstraat 29, Tilburg Kielenstijn, A. J. Prof. Verbernelaan 92', Tilburg Knoop, G. C. Prof. Verbernelaan 52, Tilburg Niessen, R. E. C. M. Enschotsestraat 62c, Tilburg Overtoom, J. C. M. Kruidenlaan 373, Tilburg Verriet, G. A. Stedekestraat 68, Tilburg Voeten, M. M. A. J. Stedekestraat 66, Tilburg
Hoe stemmen? De verkiezingen zullen plaats heb ben op 25 en 26 april van 9.00 tot 17.00 uur. Men k a n n a a r keuze zich vervoegen bij het stemburo in de hal bij de aula of in de hal van de subfakulteit psychologie.
I.e. ^
lijk personeel, dat niet als zodanig f ï tot een (sub) fakulteit behoort: zi] Is van • ondï stemmen voor de (sub) fakulteits raden niet mee. ma's ■v kunnen In de distrikten nie1>wetenschappê lijk personeel van de ekonomische, en de juridische fakulteit, en weten j schappelijk personeel v a n de juridi sche fakulteit zijn de kandidaten automatisch verkozen, aangezien hun aantallen juist overeenkomen met de respektieve aantallen te ver delen zetels: in deze distrikten wordt dus niet gestemd.
De kiezer krijgt een oproepingskaart thuis vergezeld van een lijst waarop de kandidaten vermeld staan. Bij het stemburo waar de oproepingskaart ingeleverd dient te worden ontvangt de kiezer een stembiljet, waarop de kandidaten vermeld staan die tot dezelfde (sub)fakulteitsgeleding be horen als de kiezer.
Tenslotte zullen de sociologiestuden ten niet stemmen: vanuit h u n sub [ fakulteitsgeleding zijn in het geheel | geen kandidaten gesteld.
Een aantal kategorieën ontvangt géén oproepingskaart. In de eerste plaats is dat het nietwetenschappe
Een kiezer k a n slechts stemmen op die kandidaten, die behoren tot de j zelfde geleding als de kiezer!
i
d. Hij/zij ad ig deze kaïidi t in te v u i y mming worJ t zogenaanijj iverdraagba etting van ( moge wordeJ kiesreglemeiil ro kommun g 1971, 9 apiij noet aan dJ nbureau woij )rdt alles ntvangt me] tembiljet. , men in voil ; kandidateiL uren uitbrenl ijn, maar ooj aan.
Zes kandidaten op de lijst Universitaire Politieke Fraktie (UPF)
Ie kandidaten ^an alle kandidaten voor de fakulteitsraden is de mogelijkheid geboden in lit verkiezingsnummer een toelichting te geven op h u n kandidaatstelling jn een portretfoto te laten plaatsen. Een aantal van hen heeft hierop 'ereageerd, waarbij één groep zich presenteert als Ujst. In de navolgende igina's wordt dan ook geen volledig overzicht gegeven. Ongetwijfeld zullen jommige kandidaten, vooral in kleine kiesdistrikten, voldoende bekend zijn, terwijl buiten dit verkiezingsnummer andere mogelijkheden tot publiciteit rellicht nog te baat zullen worden genomen.
[konomische Fakulteit /etenschappelijk personeel
:ing
***"%»«.
LTEIT meel
1 P. J. M. Maagdenberg
2 P. A. C. J. M. van Oppen
Zoals in het Hogeschoolblad van 7 april 1972 reeds is vermeld prefere ren een aantal medewerkers in de ekonomische fakulteit een andere kandidaatstelling dan die welke bin nen de fakulteit reeds in gang was gezet en welke erop neerkwam dat verdere sektie c.q. vakgroep een aantal kandidaten zou leveren. Alhoewel het nut hiervan niet hele maal ontkend wordt, meenden de medewerkers, die zich verenigd heb ben in de UPF (en niet in het PUM, welke naamgeving de hogeschool bladredaktie bedacht) dat fakulteits raadsleden primair het belang van de gehele fakulteit moeten dienen, daarbij handelend tegen de achter grond van een opvatting met betrek king tot de universitair politieke ontwikkeling welke vanuit „D en Haag" tot ons komt.
Tegenover het „stoppenwerk" van het ministerie, stelt het UPF dat de problemen overwonnen kunnen wor den door rat ionalisering van het on derwijs en onderzoek. Daarom is het UPF van mening dat: 1 D e overdracht van elementaire kennis in het onderwijsproces dient te geschieden door personen a a n wie een onderwijsopdracht in plaats van een ordinariaat verstrekt is. 2 D oor het leggen van de verant woordelijkheid voor het onderwijs bij grotere groepen dan de huidige leer stoel, zal het mogelijk zijn binnen die groep t ijdelijk tot specialisatie over te gaan. Onderzoekperioden kunnen zodoende afgewisseld wor den met onderwijsperioden!
De opvatting van het UPF met be trekking tot de universitair politieke mtwikkeling komt er hier in het kort op neer dat zij: gskommissie
\
als zodanig behoort: zij ))fakulteits
J. de Vries (hoogleraar ekonomische geschiede nis) Voor wie dit nodig mocht zijn, wil ik graag duidelijk verklaren: ik ben voorstander van een loyale invoe nng van de aanstaande wetPosthu mus, in een goede samenspraak tus sen alle betrokken geledingen, maar met een werkelijke begrenzing in de individuele verantwoordelijkheid van de hoogleraar. Voor mij geldt boven dien niet minder absoluut dat naast het belang van het onderwijs ge waakt moet worden voor het belang van het onderzoek. D aaruit zijn voor de komende periode konsequenties te trekken. Het spreekt tenslotte vanzelf dat ik een respektabel evenwicht zal na streven tussen (laat ik deze m a a r aanduiden als) de hoofd en alge mene vakken.
1
tenschappe' konomische| , en weten a de juridi kandidaten 1 aangezien ■reenkomen | Hen te ver ikten wordt ogiestuden t h u n sub het geheel emmen op ren tot de 'zer!
I. C. M. van Kooten
Is van mening, dat: • onderwijs en onderzoekprogram ma's veel doelmatiger op elkaar kunnen worden afgestemd, indien de
betrokken docenten hun principiële bereidheid tot het werken in team verband om zouden zetten in een feitelijke bereidheid daartoe; • er beduidend meer aandacht dient te worden geschonken aan de didaktiek in het onderwijs; • de eenheid wetenschappelijk korps een hoge prioriteit heeft en dat deze op een zo kort mogelijke termijn ge realiseerd moet worden;
• voorstander is van kostenbespa lingen, van verbetering van onder wijs en onderzoeksprogramma's mits deze tot stand komen vanuit een grondig onderzoek n a a r plaats en funktie van wetenschappelijk on derwijs en onderzoek; • tegenstander is van de herstruk turering a la Posthumus, daar het universitair geen rekening wenst te houden met de fundamentele op en aanmerkingen vanuit de universi taire wereld met name de noodza kelijke integratie met het HBO;
3 E. E. Berns
• tegenstander is van de plannings procedure a la McKinsey omdat deze
principieel onverenigbaar is met de demokratisering welke het WUB bracht; • tegenstander is van bouwstop, personeelstop en vooral studenten stop, en zich in het bijzonder ergert a a n de wijze waarop deze stops door het ministerie werden afgekon digd; • tegenstander is van de kollege geldverhoging zoals ze nu wordt voorgesteld.
Dit betekent dat de verschillende organen, voorzien in de WUB, met name de vakgroepen, onderwijs en onderzoekskommissies zo snel mo gelijk dienen te worden ingesteld met een, gezien de wet, maximum a a n bevoegdheid en interne demo kratie. D it sluit eveneens in dat de r a a d niet meer meewerkt a a n be slissingen die onder druk van de omstandigheden, van de bureaukra tische routine of van de autonomie van de vakgroep tot stand komen, doch dat zij een algemene beleids visie ontwikkelt en beslissingen daar a a n toetst. Zo dient bijvoorbeeld op het punt van benoemingen meer openheid be tracht te worden. Hiertoe kan de be noemingsprocedure in twee fase ge spUtst worden, waarbij een kommis sie n a de eerste fase een zo precies mogelijke taakomschrijving ter goed keuring aan de r a a d voorlegt en een kommissie in de tweede fase op grond van deze taakomschrijving tot een voordracht van kandidaten komt. Zo tenslotte de wenselijkheid van de oprichting van subfakulteiten mocht blijken, dan dient te gebeuren op basis van gezamenlijk overleg van al de betrokkenen die verantwoor delijkheid voor de inrichting van de nieuwe studie dragen en dus niet op basis van het vakspecialisme van de betrokken subfakulteit i.o.
• het wetsontwerp Herstrukture ring W O weliswaar een aantal posi tieve elementen bevat, doch zeker niet int egraal aan deze hogeschool mag worden ingevoerd; • ook, indien men binnen enkele jaren een nieuwe struktuur ver wacht, dit geen reden mag zijn de problemen van nü n a a r de toekomst te verschuiven; • de personeels, studenten en bouwstop meer nadelen dan voor delen oplevert.
koestraat 83-85 tilb urg
4 Hoge prioriteit dient verleend te worden aan de aanstelling van een didaktikus, met funktionele bevoegd heden, om de ekonomische opleiding door te lichten op zijn onderwijskun dige merites.
Teneinde de fakulteitsraad demokra tischer en met meer gezag te laten funktioneren zal zij h a a r besluiten moeten nemen in overleg met al de betrokkenen binnen het kader van een algemene beleidsvisie.
• de verschillende kommissies van de fakulteitsraad voor zover ge formeerd! onvoldoende funktio neren;
drukkerij van der wee
3 Gestreefd dient te worden n a a r het zelfstandig leren en bestuderen van de stof door de student. In de kolleges dienen slechts de giote lijn en fundamentele achtergrond a a n de orde gesteld te worden. D it is niet alleen dialektisch beter verantwoord, doch ook veel efficiënter.
thb 18 - 21 april 1972
4 W. Boerboom De fakulteit zal in de komende jaren gekonfronteerd worden met de invoering van: • een scheiding van onderwijs en onderzoek (rede van De Brauw voor het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, d.d. 13-12-1971) • de „Wet Herstrukturering Wetenschappelijk Onderwijs" (Posthumus) • een door het adviesbureau McKinsey ontworpen planning. Het UPF zal zich tegen de invoering hiervan verzetten, omdat tot nu toe niet gebleken is, dat deze aangekondigde veranderingen gebaseerd zijn op kriteria ontleend aan het wetenschappelijk onderwijs zelf, noch het resultaat zijn van een inspraak van de universitaire wereld. Het stabiele funktioneren van de fakulteit dreigt in de komende jaren verstoord te worden door de - partijpolitiek gemotiveerde en op korte termijndata gebaseerde - zogenaamde ,.stops" (bouwstop, personeelsstop, studentenstop). Eenzelfde effekt gaat uit van de nu geplande verhoging van het kollegegeld. Het UPF wijst daarom deze „stops" en de verhoging van het kollegegeld af.
versitair-politieke beweging als zodanig te steunen. Dit geschiedt in het geval dat alle kiezers die deze beweging aanhangen exakt hetzelfde stemgedrag vertonen. Alleen dan wordt daadwerkelijk en optimaal steun verleend aan onze beweging! De zes kandidaten hebben zich hierover beraden en verzoeken allen die h u n ideeën onderschrijven exakt dan ook exakt de onderstaande voorkeursnummering a a n te houden. 1: Maagdenberg; 2: Van Oppen; 3: Bems; 4: Boerboom; 5: Koning en 6: Daniels. Wij rekenen op uw steun.
stippelei struktur b ik ei breng v. van zak c ik, e met de ' houden deugdeli ten doel lijk de 1 niveau < den op I nen wor Bij verk nog mi waarsch
Ekonomische Fakulteit Niet-wetenschappelijk personeel (reeds verkozen)
Wegens de korte inzendtermijn van kopij zie ik me niet in staat een standpuntbepaling in dit verkiezingsn u m m e r te geven. In het volgende THB zal ik dat alsnog doen.
M.M.
M. A. M. van (den Akker
De wijze van kandidaatstelling maakt het echter onmogelijk om met een gezamenlijke lijst te komen. Het kiessysteem, waarbij de kiezer de kandidaten in volgorde van voorkeur moet nummeren, biedt echter de mogelijkheid aan de kiezer bij het uitbrengen van zijn keuze niet alleen de individuele kandidaten, m a a r tevens in belangrijke mate de imi-
Juri Faki
A. A. D. Saman
Stude
Peter Peter ' Fred I
Ekonomische Fakulteit studenten student af te helpen. Verder meen ik, dat het onbezet laten van de studentenzetels een zinloze vorm van protest is: uit recente uitlatingen van De Brauw blijkt wel, dat hierop van hogerhand niet zal worden gereageerd. Wanneer De Brauw daarbij nog beweert, dat de studenten alleen m a a r „nee" kunnen zeggen, terwijl bovendien de wetenschappelijke geleding zich politiek begint te groeperen, is het aan ons, om ons binnen de gegeven mogelijkheden, zoals de fakultietsraden, sterk te formeren en te tonen, zowel a a n De Brauw als a a n het docentenkorps, dat de studenten wel degelijk genuanceerde standpunten innemen.
6 J. Daniels De in deze verkiezingskrant opgenomen afzonderlijke verklaringen van de kandidaten Bems, Boerboom, Koning, Maagdenberg, Van Oppen en mijn verklaring, zoals de lezer al bemerkt zal hebben, als een gezamelijke verklaring van deze zes kandidaten worden gezien. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat alle zes kandidaten voortkomen uit dezelfde universitair-politieke opvatting onderschrijven. Dit brengt met zich mee dat zij als een eenheid willen opereren.
a intensief kontakt met de achtei ban;
A. J. Kielenstijn
5 J. H. Koning Na het bovenstaande zal het duidelijk zijn, dat de kandidaten van de fakulteitsraad, die de bovengenoemde universitair-politieke standpimten huldigen, niet als eenling aan de verkiezingen zullen deelnemen. Daarom in deze verkiezingen de introduktie van één kandidatenlijst. Indien men met het UPF van mening is dat het fakulteitsbelang méér is dan de optelsom van de diverse vakgroepbelangen, is het zaak dat een maximaal aantal UPF-kandidaten wordt gekozen. Het uitkomen met 'n lijst brengt enkele moeilijkheden met zich mee, omdat de verkiezingsprocedure is gebaseerd op persoonlijke prestaties. Een grote opkomst kan evenwel de verkiezing van een aanzienlijk aantal UPF- kandidaten mogelijk maken, waardoor de gekozen UPF-ers inderdaad als een fraktie in de fakulteitsraad kunnen gaan optreden. Dit schept dan de mogelijkheid om met betrekking tot zaken die de gehele fakulteit regarderen, alle leden van de fakulteit te raadplegen.
met de achterban, waardoor de nieuwe opzet van inspraak een farce wordt. Het belangrijkste is dus: b een goede organisatie binnen del studentenafvaardiging.
KlA.
R. E. C. M. Niessen (tweedejaars-ekonomie)
G. C. Knoop Na mijn ervaring in de Studieraad is mij gebleken dat een belangrijke voorwaarde voor het goed funktioneren van de studentenafvaardiging in de nieuwe fakulteitsraad is, dat de studentenafgevaardigden hun taken onderiing koördineren, dat zij overleg met elkaar plegen en taken verdelen. Als dit niet het geval is, wordt deze afvaardiging er een zonder gezicht. Deze versnippering veroorzaakt ook gemakkelijk een breuk
In het komende kollegejaar dienen de vertikale kommunikatiemogelijkheden, die de studentengeleding in de fakulteitsraad ter beschikking staan, beter te worden benut; enerzijds moeten de student-leden hun medestudenten beter informeren over de zaken, die voor hen van wezenUjk belang zijn; anderzijds moeten zij trachten de docenten van hun onbegrip over de positie van de 4
G. A. Verriet
Wij zul 25 en 2 standpi. Hogesc] vanweg (ongev( werden
Geboren 20 augustus 1951, derdejaars-ekonoom, aktief lid van de J a a r r a a d derdejaars-ekonomen en oud-bestuurslid van de „Raad van Twintig", woonachtig Stedekestraat 66, Tilburg. Ik ben van mening dat wij, de studenten, de mogelijkheden tot inspraak en medezeggenschap, zoals vastgelegd in de wet „bestuurshervorming van hogescholen en universiteiten" voor de volle 100% moeten uitbuiten, omdat: a wij alleen middels de nieuwe struktuur ons stempel kunnen drukken op handen zijnde veranderingen in de struktuur van de fakulteiten en het d a a r gedoceerde onderwijs; b wij slechts door middel van onze aanwezigheid op de diverse raadsvergaderingen het wetenschappelijk personeel kunnen ,,opvoeden" tot ware demokratiese mentaliteit, besluitvorming. Konkreet stel ik mij kandidaat voor de fakulteitsraad van de ekonomische fakulteit, omdat: a ik bereid ben mij mede in te zetten bij het zoeken n a a r en het uit-
je sti
I
stippelen van nieuwe wegen en strukturen; b ik een meer fundamentele inbreng van de studenten op de gang van zaken in de fakulteit nastreef; ik, eventueel in samenwerking met de TEF, mij konkreet wil bezighouden met het opzetten van een deugdelijke overlegstruktuur, welke ten doel moet hebben: dat uiteindelijk de beslissingen op een bepaald niveau ook door alle belanghebbenden op dat niveau gezamenlijk kunnen worden genomen. Bij verkiezing tezamen met vier of nog minder studenten, neem ik waarschijnlijk géén zitting in de
aardoor de ak een farct is dus: e binnen de y
t de achtei
Sub-fakulteit sociaal kulturele wetenschappen
Wetenschappelijk personeel A. W. M. Keune Bij deze verkiezingen dienen de vakgroepsbelangen minder centraal te staan dan andere zaken. Deze zijn: • de universitairpolitieke vraagstukken (Posthumus en dergelijke); wat deze betreft sluit ik mij aan bij de stellingname van de PUM zoals gepubliceerd in het THB van 9 april jl. • de maatschappelijke rol van de universiteiten en hogescholen: ik ben voorstander van een steeds verder gaande dienstbaarheid van de wetenschap aan de emancipatiebeweging.
voorstellen over de wijze waarop de sub-fakulteit de beoefening van de wetenschap dient te bevorderen en tevens zal voldoen aan vragen uit de praktijk om verheldering, om kritiek en om aanwijzigingen voor planmatige interventie. De aanvaarding van een praktische naast een wetenschappelijke verantwoordelijkheid - niet zonder grenzen overigens - houdt een aantal wijzigingen in voor het onderwijs- en onderzoekprogramma. Ook de didaktische opzet van het onderwijs behoort n a a r mijn mening tot het voorliggend werkprogramma.
Onze nieuw zaal „Oriënt", ingerlclit volgens de meest vooruttstrevende ideeën op het gebied van restaurantmanagement, is speciaal ingericht voor partijen, waar men naast onze bekende ChineesIndische gerechten ook kennis kan maken met de internationale keuken. Gaarne hoper» wij u in „Oriënt" te mogen begroeten om u eens heerlijk te laten verwennen.
is in de weekends uitsluitend voor rijsttafelgebruikers geopend
„KOTA RADJA" CHINEES-INDISCH RESTAURANT Heuvelring 110 - Tilburg Telefoon 25104
Itermijn -var 1 staat een verkiezmgs et volgende oen. L
951, derded van de nomen en „Raad van jdekestraat
M. M. A. J. Voeten
Juridische Fakulteit studenten Peter van Velzen Peter Claessen Fred La Haye |Wij zullen vóór de verkiezingen op 25 en 26 april via een stencil een standpunt bepalen. Opname in het Hogeschoolblad bleek niet mogelijk vanwege de uiterst korte termijnen (ongeveer twee dagen), die geboden werden voor het inleveren van kopij.
je kent stuwa toch ?
N\}, de stum tot m'hap, zoals 3stuursheren univer)% moeten
STUWA HEEFT WERK VOOR JULIIE:
Ie nieuwe men drukmderingen fakulteiten nderwijs;
Als je 18 jaar en ouder bent, kun je bij ons terecht (ook al is het maar voor één dag)
van onze rse raadschappelijk eden" tot iliteit, beidaat voor ekonomiin te zetn het uit-
F. J. M. van Puijenbroek 48 jaar, hoofdmedewerker, sinds 1 oktober 1966 aan de hogeschool werkzaam voor onderzoek en onderwijs in het vak sociale geschiedenis. Wil zich kandidaat stellen niet uit ,,roeping" m a a r uit het besef dat de subfakulteitsraad een afspiegeling dient te zijn van de brede schakering der vakgroepen, richtingen en stromingen om beleid en organisatie van onderwijs en onderzoek op basis van pluriforme visies te koordineren en te stimuleren.
• dagwerk • ploegendienst • weekend-werk
UITZENDBURO Heuvelstraat 133 Telefoon 30541 - 31226 Tilburg
Clektor) Is bij de studierichtingen sociologie van staat en openbaar bestuur en sociologie van arbeid en bedrijfsleven betrokken. Hij stelt zich terwille van een adekwate weerspiegeling van vakgroepen en stromingen verkiesbaar voor de fakulteitsraad der sociaal-kulturele wetenschappen. Hij is geïnteresseert in de zich opdringende problemen betreffende onderzoeks- en onderwijsbeleid en als zodanig voorstander van een zinvolle samenwerking tussen de geprofileerde studierichtingen in de fakulteit.
prettig zijn, m a a r de gevolgen van deze beslissing komen geheel op ons neer. Zo heeft ieder besluit zijn praktische konsekwenties. Zo zal de (sub) fakulteitsraad moeten beslissen of een nieuwe personeelsplaats voor een wetenschappelijk of een administratief medewerker (ster) bestemd wordt. De verschillen tussen de wetenschappelijk en de administratief medewerker (ster) komen onder andere n a a r voren in de toepassing van de arbeidsvoorwaarden (het zogenaamde thuis werken bijvoorbeeld op zonnige dagen). De (sub) fakulteitsraad moet hierover m a a r eens een uitspraak doen! Verder besef ik goed dat voor een aantal onderwerpen over onderwijs en onderzoek wij ons oordeel niet zo goed kunnen geven.
Niet wetenschappelijlc personeel Mevrouw M. van lerselvan Valen
TOT ZIENS BIJ
STUWA
J. L Stassen
J. A. Stalpers (hoogleraar agologie) Een belangrijke zaak in de komende bestuursperiode zal de bespreking zijn van het rapport van de zogenaamde ontwikkelingsgroep van de (sub) fakulteit. Het rapport doet
Het ATG van de (sub)fakulteit dient in de (sub)fakulteitsraad vertegenwoordigd te zijn, omdat er in die raad een groot aantal problemen aan de orde kunnen komen waar de administratief medewerker (ster) direkt of indirekt mee te maken krijgt. Als er bijvoorbeeld voorgesteld zou worden om de skripties op de (sub) fakulteit te laten typen, k a n dat voor de studenten en medewerkers wel t h b 16 - 21 april 1972
Vervolg van pag. 1 :
Adviesnorm studietoelagen
Zak en as voteren voor het Tilburgs Hogeschoolblad!!). De voorzitter van het Kollege van Bestuur, de heer Verster gaf onomwonden te kennen dat het KvB in ieder geval meer belang heeft bij een Hogeschoolraad waar veel studenten inzitten dan bij een HR waar geen studenten inzitten. (Ongevraagd voegde hij er aan toe dat de budgetten voor de kommunikatiekanalen op het ogenblik in studie zijn en in ieder geval tot een verantwoord minimum moeten worden opgevoerd) . De heer Doorman tenslotte hield de raad voor (met ekskuses dat
er nou eenmaal rekening gehouden moet worden met een sterk „inhaerente apathie in niet zo kleine organisaties". „Wat kan", aldus Doorman, „een mens opbrengen aan persoonlijke betrokkenheid?" Zoals elders in dit blad wordt gemeld heeft de r a a d besloten om de HR-verkiezingen uit te stellen en inmiddels een grondig gewetensonderzoek in te stellen. Wij haasten ons te melden dat de situatie aan andere universiteiten en hogescholen nauwelijks rooskleuriger is. V. d. H.
H.R. kandidaat Zwaga: „Eens met beslissing" De heer J. Zwaga was de enige kandidaat voor de studentzetels in de HB. Telefonisch om kommentaar gevraagd op het raadsbesluit om de HR-verkiezingen niet te laten doorgaan, deelde de heer Zwaga mee dat hij nog niet op de hoogte was van de genomen beslissing. Hij kon deze beslissing overigens wel billijken en had goede hoop dat een grondig onderzoek n a a r de mogelijkheden en het funktioneren van de r a a d meer studenten er toe zou kunnen bewegen zich in een later stadium kandidaat te stellen. Wij vroegen de heer Zwaga nog of de geruchten juist waren dat hij zich in ieder geval zou hebben teruggetrokken als zou blijken dat hij de enige student-kandidaat voor de acht HB-zetels zou zijn. Hij verklaarde dat hij dat zeker niet gedaan zou hebben, omdat hij, komend uit de groep psychologiestudenten, vindt dat deze hoe dan ook op alle niveaus verte-
genwoordigd moeten zijn. Daarom zou hij zijn zetel zeker hebben ingenomen en daarom ook handhaaft hij zijn kandidatuur voor het ogenblik dat de verkiezingen wél zullen doorgaan.
Q.
3
C
-Q
CD
è
<
co
+-•
co 0)
o
^
o o
-o
c ca
> CD 3
1 Door de rijksoverheid kunnen krachtens artikel 80, lid 1, van de wet op het wetenschappelijk onderwijs studietoelagen worden verleend: „Onze minister kan aan financieel minder draagkrachtige studenten met goede aanleg studietoelagen verlenen tot een door hem vast te stellen maximum". 2 De afdeling Rijksstudietoelagen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen beslist aan wie en tot welke hoogte een studietoelage wordt verleend en gaat daarbij uit van het advies van de hogeschool en van het inkomen van de aanvrager en diens ouders.
4 Het advies van de hogeschool kan een beurs, een gemengde toelage, een toelage voor een half jaar (september tot en met februari) of een afwijzing inhouden; het advies hangt af van de examenresultaten en van de periode van voorbereiding op het examen.
i-
1-
Algemeen gecJeelte
3 Een rijksstudietoelage heeft de vorm van een beurs (a fond perdu) of van een gemengde toelage, van welke laatste 60 % als schenking en 40 % als renteloos voorschot van het te verstrekken bedrag wordt uitgekeerd.
O)
co
voor het jaar 1972/1973
kleurrijk eigentijds drukwerk
CL CD CD CD
?r
o
CD 03
drukkerij van der wee koestraat 83- 85 tilburg tel. 04250- 23137
Q}
CX) CO
c» CJl 1 I-I-
c (Q
5 Terwille van de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid van alle studenten, ongeacht de fakulteit waara a n zij studeren, zijn door het bureau studentenbelangen in samenwerking met de fakulteiten normen voor de advisering opgesteld, welke normen nauw verband houden met de vigerende exameneisen. 6 De adviezen worden uitgebracht door het bureau studentenbelangen; dit geschiedt voor het merendeel van de aanvragers in de periode van april tot augustus, zodat zij in de maand september hun eventuele toelage kunnen ontvangen. 7 De uit te brengen adviezen staan in geen enkel verband tot de hoogte van de bedragen. De berekening geschiedt door de afdeling Rijksstudietoelagen konform hiervoor geldende regels. 8 Persoonlijke of sociale omstandigheden die de studieresultaten ongunstig beïnvloeden of beïnvloed hebben, kunnen, indien deze aan de studentendekaan zijn voorgelegd, in afwijking van de adviesnormen, een positief advies rechtvaardigen. 9 In bijzondere gevallen kunnen integrale renteloze voorschotten worden verkregen volgens daarvoor door het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen gegeven richtlijnen (studie-aanvang op later leeftijd, studie-omzwaai, tweede doktoraalstudie, weigerachtigheid der ouders, huweUjks- c.q. gezinstoelagen); men raadplege hiervoor het bureau studentenbelangen. 10 Bij de vaststelling van adviezen wordt gelet op de periode tussen het voorlaatste en laatste examen en op de uitslag van het laatste examen.
11 Wie voor een examen slaagt, krijgt een gunstig advies. Afhankelijk van de voorbereidingstijd en de uitslag luidt dit advies: beurs of gemengde toelage (afgekort: b of gt) 12 De aanvrager die binnen de langste periode van voorbereiding die in het adviesschema staat vermeld, zijn examen niet heeft behaald, krijgt een afwijzend advies. De aanvrager die later dan de langste termijn van voorbereiding die in het adviesschema staat vermeld, slaagt, krijgt een positief advies voor een toelage met ingang van de eerstvolgende termijn. Deze termijnen gaan in per 1 september, 1 januari en 1 april. 13 Ten aanzien van hen die vóór de aanvang van het nieuwe kollegejaar niet voor een examen slagen, of er niet aan deelnemen, terwijl zulks gelet op het studieprogramma verwacht kan worden, wordt, behoudens het bepaalde sub 8 en 12, een toelage voor zes (6) maanden geadviseerd Indien het examen in die periode met goed gevolg wordt afgelegd volgt een aanvullend positief advies voor de rest van het studiejaar. Zo niet, behoudens artikel 12, dan heeft geen kontinuëring van de toelage plaats - hetgeen overeenkomt met een atwijzend advies - voor het lopende kursusjaar. 14 Het kollegejaar wordt geacht met ingang van 1 september te beginnen. Voor diegenen, die aan het eind van een kollegejaar (juni/juli) voor een examen zijn geslaagd, wordt de periode van voorbereiding voor het volgend examen gerekend vanaf de aanvang van het nieuwe kollegejaar. 15 Onderstaande n o n n e n worden gehanteerd bij de advisering voor het studiejaar 1972/1973. 16 Op daartoe strekkende verzoeken van provinciale, gemeentelijke en partikuliere studiefondsen wordt zoveel mogelijk op gelijke wijze geadviseerd.
Bijzonder gecjeelte ^ Bij het adviseren in verband met het al dan niet toekennen van een toelage, wordt (zie artikel 4) rekening gehouden met de periode van voorbereiding voor het examen en met de examenresultaten. Om deze examenresultaten uit te drukken, worden zogenaamde „scores" gebruikt. Deze scores zijn gebaseerd op de voor de examens behaalde gemiddelde cijfers. De uitkomst van de berekening van dit gemiddelde cijfer èn de periode van voorbereiding (dat wil zeggen de periode tussen het laatste en het voorlaatste examen) geven aan, of, onder normale omstandigheden, een beurs dan wel een gemengde toelage wordt geadviseerd. De scores zijn als volgt bepaald: Gemiddeld cijfer = Score > > <
71/2 61/2 6^/2
= = =
1 2 3
Uit onderstaande schema's kan men het advies dat onder normale omstandigheden wordt uitgebracht, afleiden.
Ekonomische fakulteit
PROGRAMMA Einde eerste jaar: - propedeutisch examen. Einde derde jaar: . kandidaatsexamen. Einde vijfde jaar: _ doktoraalexamen ekonomie. Gedurende zesde jaar: _ doktoraalexamen ekonometrie. EXAMENDATA Propedeutisch examen: - juni, augustus Calle vakken behalve ekonomie). Kandidaatsexamen: . mei, augustus, december. Doktoraalexamen: - mei, augustus, (oktober), december, februari, (april). ADVIESSCHEMA'S Propedeutisch examen Score minder dan of gelijk aan 10 m 13 m 1 b b 2 b gt 3 gt gt Aangezien geen januari-examen bestaat, k a n in aanvulling op het bepaalde in artikel 13, een toelageverlenging voor drie maanden worden geadviseerd, wanneer een aanvrager bij de tentamens voor het propedeutisch examen in december van het tweede studiejaar met score 2 slaagt. Het advies op basis van het propedeutisch examen wordt twee jaar gekontinueerd. Op deze regel bestaat een uitzondering: Indien een aanvrager n a zijn propedeutisch examen een verkregen toelage dreigt te verliezen, kan hij door het behalen van voldoende resultaten voor onderdelen die n a een jaar kandidaatsstudie opnieuw worden afgelegd, een gunstig advies krijgen. In zodanig geval is artikel 13 niet van toepassing. Kandidaatsexamen Score minder dan of gelijk a a n 22 m 25 m 28 m 1 b b b 2 b b gt 3 gt gt gt Kandidaatsexamen ekonometrie Score minder dan of gelijk aan 25 m 28 m 1 b b 2 b b 3 gt gt Doktoraalexamen Het advies dat op basis van het kandidaatsexamen wordt uitgebracht, wordt voor ekonomiestudenten voor 2 jaar, voor ekonometriestudenten voor 2'72 jaar gekontinueerd. Ten aanzien van ekonomiestudenten die later dan 2 jaar en ekonometriestudenten die later dan 2% jaar n a het kandidaatsexamen afstuderen, wordt met de fakulteit overleg gepleegd over het uit te brengen advies. Indien geadviseerd wordt de toelage te kontinuëren, dan zal dit in elk geval zijn in de vorm van een gemengde toelage.
Subfakulteit sociaal-kulturele wetenschappen
PROGRAMMA Einde eerste jaar: - propedeutisch examen. Einde tweede jaar: - kandidaatsexamen. Einde vierde jaar: - doktoraalexamen I.
Einde vijfde jaar: - doktoraalexamen II. EXAMENDATA Propedeutisch examen: - juni, september, januari. Kandidaatsexamen: - juni, september, januari. Doktoraalexamen L - in overleg, tentamengewijs. Doktoraalexamen II: - in overleg. ADVIESSCHEMA'S Propedeutisch examen Score minder dan of gelijk a a n 10 m 13 m 17 m 1 b b gt 2 b gt gt 3 gt gt gt Kandidaatsexamen Score minder dan of gelijk a a n 10 m 13 m 17 m 1 b b b 2 b b gt 3 gt gt gt Doktoraalexamen I Score minder dan of gelijk a a n 22 m 25 m 29 m 1 b b b 2 b b gt 3 gt gt gt In geval van afwijking van het normale D I-programma wordt het advies uitgebracht in overleg met de fakulteit. Doktoraalexamen II Ten aanzien van degenen, die later dan één jaar na het D I zullen afstuderen, zal met de fakulteit overleg worden gepleegd over het uit te brengen advies. Indien geadviseerd wordt de toelage te kontinuëren, dan zal dit in elk geval zijn in de vorm van een gemengde toelage.
Subfakulteit psychologie
PROGRAMMA Einde eerste jaar: - propedeutisch examen . Na twee en half jaar: - kandidaatsexamen. Na vijf jaar: - doktoraalexamen. EXAMENDATA Propedeutisch examen: - juni, september, januari. Kandidaatsexamen: - juni, september, januari. Doktoraalexamen: - in overleg, tentamengewijs. ADVIESSCHEMA'S Propedeutisch examen Score minder dan of gelijk a a n 10 m 13 m 17 m 1 b b gt 2 b gt gt 3 gt gt gt Kandidaatsexamen Score minder dan of gelijk a a n 16 m 19 m 23 m 1 b b b 2 b b gt 3 gt gt gt
ADVIESSCHEMA'S Kandidaatsexamen I Score minder dan of gelijk a a n 10 m 13 m 16 m 1 b b gt 2 b gt gt 3 gt gt gt Kandidaatsexamen II Score minder dan of gelijk aan 10 m 13 m 17 m 1 b b b 2 b b gt of b2 3 gt gt gt Doktoraalexamen I Score minder dan of gelijk a a n 30 m 32 m 1 b b 2 b gt 3 gt gt Doktoraalexamen II Ten aanzien van degenen, die later dan één jaar n a h u n doktoraalexamen I zullen afstuderen, zal met de fakulteit overleg worden gepleegd over het uit te brengen advies. Indien geadviseerd wordt de toelage te kontinuëren zal dit in elk geval zijn in de vorm van een gemengde toelage.
Theologische fakulteit
PROGRAMMA Einde eerste jaar: - propedeutische toets. Einde tweede jaar: - kandidaatsexamen. Einde vierde jaar: - doktoraalexamen I. Einde zesde jaar: - doktoraalexamen II. EXAMENDATA Propedeutische toets: - tentamengewijs. Kandidaatsexamen: - volgens vastgestelde periodes. Doktoraalexamen L - tentamengewijs, respektievelijk volgens vastgestelde periodes. Doktoraalexamen II: - in overleg. Voor de periodes, waarin examens kunnen worden afgelegd, raadplege men de regeling van de tentamens en examens. ADVIESSCHEMA'S Propedeutische toets Score minder dan of gelijk a a n
13 m 16 m 10 m b 1 b gt 2 b gt gt 3 gt gt gt Kandidaatsexamen Score minder dan of gelijk a a n 10 m 13 m 17 m 1 b b b 2 b b gt 3 gt gt gt Doktoraalexamen I Score minder dan of gelijk a a n 22 m 25 m 29 m 1 b b b 2 b b gt 3 gt gt gt Doktoraalexamen II Het advies, uitgebracht op basis van het doktoraalexamen I, wordt gekontinueerd voor het eerste en tweede jaar daarna. Ten aanzien van degenen, die later dan twee jaar n a h u n doktoraalexamen I h u n doktoraalexamen II zullen afleggen, zal met de fakulteit overleg worden gepleegd over het uit te brengen advies. Indien geadviseerd wordt de toelage te kontinuëren, dan zal dit in elk geval zijn in de vorm van een gemengde toelage. Opmerking I Voor degenen, die eerder dan in 1966 zijn ingeschreven, gelden mutatis mutandis dezelfde regels. Opmerking II Degenen, die zich voorbereiden op een verplicht voortentamen Latijn en Grieks, kunnen de propedeutische toets en het kandidaatsexamen telkens met zes maanden vertraging afleggen. Het uit te brengen advies heeft dan mede betrekking op het voortentamen. Nadere inlichtingen omtrent de rijksstudietoelagen bij het bureau Studentenbelangen. Geopend: iedere werkdag van 10.00 tot 12.00 en van 14.00 tot 16.00 uur.
1 Ten gevolge v a n een l a t e r verstrekte mededeling, is het waarschijnlijk d a t in 1972/1973 geen beurzen zullen worden verstrekt. 2 Beursadvies, indien de a a n v r a g e r een e x t r a t e n t a m e n Latijn heeft moeten doen.
boekhandel gianotten
Juri(dische fakulteit PROGRAMMA Einde eerste jaar: - kandidaatsexamen I. Einde tweede jaar: - kandidaatsexamen II. Half vijfde jaar: - doktoraalexamen I. Gedurende zesde jaar: - doktoraalexamen II. EXAMENDATA Kandidaatsexamen L - juni, september, december. Kandidaatsexamen II: - juni, september, januari. Doktoraalexamen I: - in overleg. Doktoraalexamen II: - in overleg.
prof. verbernelaan 100 - tilburg telefoon 04250-73181
gespecialiseerd op wetenschappelijk gebied
thb 16 - 21 april 1972
Eén jaar Hogeschoolraad Na één jaar lid te zijn geweest van de HR dacht ik dat het zinvol was vóór de nieuwe verkiezingen na te gaan hoe die raad heeft gefunktioneerd en hoe hij naar mijn mening zou moeten gaan funktioneren juist omdat hij, nu de formeel-juridische en procedurele zaken zijn afgehandeld, zich meer kan richten op zijn eigenlijke taak: beleid voeren. Ik zou mijn gedachten wiUen toespitsen op de belangrijkste facetten zoals zij in chronologische volgorde naar voren zijn gekomen. Tenslotte zou ik iets over de positie van de student in deze bestuursstruktuur willen zeggen.
Verhouding en sannenwerking met het KvB Allereerst wil ik over de formatie van het KvB nog iets zeggen. Indertijd heeft de HR (en dus ook ik) nogal wat blunders begaan bij de formatie. Een van de grootste was: de formatie in fasen te laten verlopen. Als ik het goed heb was de rectormagnificus al bekend eind juli. Eind oktober werd daar de afgevaardigde van het wetenschappelijk corps aan toegevoegd en tenslotte werd de formatie afgerond met het benoemen van het derde lid door het kuratorium. N a a r mijn mening zou de formatie van het KvB niet in verschillende stappen moeten gebeuren m a a r ineens. Zoals nu een impassekommissie voor een oplossing heeft gezorgd zou bij een nieuwe formatie al vanaf het begin een kommissie daarvoor benoemd moeten worden die met een afgerond KvB uit de bus komt. Aanvankelijk leefde er onder de HR-Ieden een levensgrote angst voor een KvB. Deze angst spitste zich in het algemeen op twee punten toe. Men twijfelde a a n de wil van een KvB om voldoende informatie te geven en men was bang dat een KvB ontzettend veel op zijn eigen houtje zou gaan opknappen. Ik geloof dat deze angst voor dit KvB ongegrond is geweest, al vind ik het nuttig dat die angst er geweest is. Momenteel geloof ik dat de HR door het KvB voldoende wordt geïnformeerd, terwijl daarnaast voor ieder lid van de raad de mogelijkheid bestaat om informatie in te winnen via de mogelijkheden die het reglement van orde geeft. Het lijkt me goed in dit verband nog terug te komen op het aantal leden van het KvB. Het was voor mij indertijd een erg schimmige diskussie. Naderhand pas is me duidelijk geworden waarom het voor mij zo moeilijk was de argumenten voor drie of voor vijf te wegen. Wel is indertijd afgesproken dat er n a een jaar grondig nagegaan zou worden of op grond van de ervaringen er reden zou zijn het aantal alsnog te veranderen. Ik geloof dat deze evaluatie moet gebeuren door een zuivere HR-werkgroep, die a a n de hand van door de HR geformuleerde kriteria nagaat of er redenen aanwezig zijn om het aantal personen in het KvB te wijzigen.
Verdere invoering WUB Wanneer men wil n a g a a n in hoeverre de beperkte demokratische mogelijkheden van de WUB zijn uitgebuit moet men dacht ik in eerste instantie kijken n a a r de zetelverdelingen in de fakulteitsraden. Zoals waarschijnlijk bekend is staat er in de wet dat „minstens de helft der zetels bestemd moet zijn voor leden
van het wetenschappelijk corps". Dat houdt in dat bij een even aantal zetels het wetenschappelijk corps niet de absolute meerderheid hoeft te hebben en dat bij een oneven aantal zetels zij per se de absolute meerderheid hebben. Bij de bepaling van de zetelverhoudingen is er in de HR steeds vanuit gegaan dat men bij een tijdelijke wet, die dus nog het karakter van eksperimenteer-wet heeft, de mogelijkheden van die wet zo volledig mogelijk moeten worden verwezenlijkt. Daarom is steeds gekozen voor een even aantal zetels, met precies de helft daarvan voor het wetenschappelijk corps. Bij de fakulteit der psychologie is de verhouding momenteel anders omdat deze fakulteit in opbouw is. N a a r mijn mening zijn aan de KHT de mogelijkheden die de wet ons geeft, hoe beperkt ze misschien ook mogen zijn volledig verwezenlijkt. W a t heeft dit voor konsekwenties ten aanzien van je houding ten opzichte van de HR? Voor mijzelf heeft dit de volgende konsekwentie dat je op de eerste plaats goed de gang van zaken - ook ten aanzien van het demokratisch aspekt - evalueert met het oog op de eventuele veranderingen in de wet en dat je op de tweede plaats roeit met de riemen die je hebt, juist nu, omdat er op dit moment erg wezenlijke dingen in het onderwijs gaan veranderen. In mijn artikeltje voor de verkiezingen van vorig jaar schreef ik: „wat er van de HR terecht komt zal in eerste instantie afhangen van onze opkomst bij de verkiezingen en in tweede instantie van de aktiviteit en het enthousiasme van de door ons gekozen studenten". Daar zou ik nu graag een aanvulling op willen geven, omdat ik de HR nog steeds zie als een punt waar studentenaktiviteiten zich op kunnen richten. Ik geloof dat wat ervan terecht komt veel meer afhankelijk is van hoe de HR door de basis wordt beschouwd en van de (helaas uiterst minieme) aktiviteiten die door de basis worden ontplooid. Ik ben absoluut van mening dat de beleidsstrufetuur van de hogeschool op dit moment geen enkele reden mag zijn om niets te doen, omdat men, n a a r mijn mening, druk bezig is zeer fundamentele veranderingen aan te brengen in het onderwijs en omdat deze fundamentele veranderingen bijzonder dreigend zijn. Enkel en alleen vanwege het feit dat er veel belangrijker zaken aan de orde zijn vind ik dat onze aandacht ook daarop gericht moet zijn en niet alleen op bestuursstrukturen, die tenslotte toch een middel blijven.
De HRen het bepalen van beleid De HR heeft het afgelopen jaar in
de uiterst vervelende situatie verkeerd dat men zich moest koncentreren op de invoering van de WUB. Hierdoor kreeg het geheel vaak het beeld van de juridische werkgroep. Toch moest er in die periode beleid bepaald worden en standpunten worden ingenomen. Hierdoor is een in mijn ogen onduidelijke en onzuivere situatie ontstaan, die begrijpelijk en verklaarbaar doch onjuist is. Het is overduidelijk dat in een nieuwe beleidsstruktuur gezocht moet worden n a a r een goede werkmethode. Het stomme is dat je daar de kans niet voor krijgt. Met de regelmaat van de klok lijkt De Brauw nota's te „spuwen" over zeer
ten tekortkomingen of onduidelijkheden. 1 Naar mijn mening moeten de debatten in de HR op een andere manier voorbereid worden. Wanneer ieder individueel die nota's door moet worstelen zal er in de massale diskussie nooit iets degelijks uitkomen. Ik denk hierbij aan gespecialiseerde kommissies die nu als taak hebben zo nodig kritiek te formuleren op de plannen van Den Haag, de diskussies in HR op deze punten voor te bereiden en later, als in Den Haag het een en ander is besloten, zouden zij de taak hebben de invoering a a n KHT te begeleiden. 2 De adviserende funktie van het Kollege van Dekanen is mij momenteel geloof ik wel duidelijk, m a a r ik vind hem versnipperend en vertroebelend werken. Het kollege adviseert rechtsstreeks a a n de minister. Dat advies wordt wel eerst a a n de HR toegezonden en d a a r behandeld, m a a r het blijft een stuk van het Kollege van Dekanen. De HR zou als zij zich over de zelfde materie buigt ook een stuk op kunnen stellen, dat afwijkt of gedeeltelijk dat van de dekanen overlapt. N a a r mijn mening is een standpunt van de KHT als zodanig, sterker dan verschillende standpunten van allerlei kolleges en raden en daarom zou het advies van het Kollege van Dekanen verwerkt dienen te worden in één stuk van de KHT aan de minister over een bepaalde nota. 3 Juist doordat de HR zich de afgelopen periode bijzonder intensief heeft beziggehouden met de invoering van de WUB is het Kollege van Bestuur misschien gedwongen geweest verder te gaan dan ik wenselijk zou vinden. Hierbij doel ik op de „policy-group" die nagaat hoe de mogelijkheden tot samenwerking met het HBO zijn in de regio. Hier zit impliciet een stuk beleid in naar mijn mening, dit beleid is nooit in de HR geweest. Alleen het besluit tot instelling heeft op de besluitenlijst gestaan. Kortom, ik ontdek binnen de nieuwe struktuur nog een aantal wrijvingspunten op het gebied van duidelijk en effektief beleid bepalen. Vandaar dat het voorstel gedaan is aan deze zaak begin mei een hele vergadering te wijden.
Positie van de student ten opzichte van en in de WUB-struktuur
ingrijpende veranderingen en dat wil mijnheer er dan nog even doorwringen ook, daarbij handig gebruik makend van de interne veranderingen bij de instellingen (dit laatste zal alleen de achterdochtige lezer met me eens zijn). Gezien dit alles zal de HR snel een duidelijke werkmethode moeten ontkurken waarbinnen de funkties van CvB, HR en Kollege van Dekanen bepaald zijn, zodat op een uitzichtelij ke en grondige manier beleid bepaald kan worden.Zelf ontdek ik op drie pun-
Zoals reeds hier en d a a r in het voorgaande is gebleken staat in mijn redenering het feit centraal dat momenteel ontzettend veel in het onderwijs gaat veranderen en op een manier en in een richting die ik zelf bijzonder gevaarlijk vind. Globaal zou ik die angst als volgt willen omschrijven: Ik ben bang dat door het op elkaar ingrijpen van Andriessen, Posthumus, De Moor en McKinsey er binnen het onderwijs geen enkele mogelijkheid overblijft om mensen zich te laten vormen; ik ben bang dat het overdragen van kennis het enige is dat overblijft. Als student in deze periode voel ik me gedwongen op deze ontwikkeling te reageren. Ik voel me genoodzaakt zo goed mogelijk kritiek te leveren, enkel en alleen omdat ik er ben, studeer en deze ontwikkeling per se
onjuist vind. Deze kritiek lever ik niet in de volle overtuiging dat ik gelijk heb m a a r wel met de zekerheid dat het moet gebeuren omdat er gewaakt moet worden voor de huidige ontwikkeling. Vorig jaar bij de kandidaatsstelling had ik de illussie dat de HR daarvoor een juist en effektief middel zou zijn. Dat heb ik in het afgelopen jaar wel leren relativeren en wel om twee redenen. Op de eerste en veruit voornaamste plaats komt het feit dat alles wat ik het afgelopen jaar in dit verband heb gedaan bijna zuiver een individuele aktiviteit is geweest. Daardoor IS natuurlijk de inhoud en de kracht van je inbreng een stuk minder. Op de tweede plaats wordt je duidelijk dat je verwachtingen ten aanzien van de invloed van de HR wat aan de naĂŻve k a n t waren. Ondanks deze relativering ben ik de HR blijven zien als een plaats waar studenten hun mening n a a r voren moeten brengen. Gezien mijn angst voor de zichtbare ontwikkeling in het onderwijs en mijn inmiddels gerelativeerde houding ten aanzien van de HR ben ik van mening dat wij als studenten verplicht zijn op een zo'n grondig mogelijke manier onze kritiek n a a r voren te brengen. We moeten daarbij de mogelijkheden die we nog hebben - het zijn er verdomd weinig - zo goed mogelijk aanwenden. Zwaarder wordende studies, niet alleen maar ook de organisatie van de studies belemmeren daarbij onze aktiviteiten. Je kunt ze aangrijpen als smoesjes om verder niets te doen maar ook zien als bewijs van de juistheid van je inzichten. Naar mijn
mening is het nog steeds mogelijk om je via werkgroepen gedurende een beperkte tijd in een gedeelte van de problematiek te verdiepen en daarover een visie n a a r voren te brengen, zonder daarbij in studiemoeilijkheden te komen. Een van de manieren waarop men die visie n a a r voren kan brengen is via de HR. Daarom ook vind ik het nuttig dat studenten lid zijn van die HR. Als lid van die HR heb ik ondervonden dat het veel tijd kost, dat je positie in de raad formeel niet verschilt van andere raadsleden m a a r zij hebben vaak het voordeel dat zij door h u n werksituatie gemakkelijker in de problematiek kunnen doordringen. Heeft het zin? Is het zinvol om je druk te maken over deze problematiek? Verandert er iets door? Natuurlijk ga je deze vragen stellen. De twee eerste vragen zijn vragen die gesteld moeten worden en waarop ik spontaan en overtuigd ja zeg. De derde vraag mag je wel stellen m a a r van het antwoord mag je je aktiviteiten niet laten afhagen. Zelf ben ik tot de konklusie gekomen dat het n a a r voren brengen van een zo'n goed mogelijk gefundeerde kritische mening op zich voldoende zinvol is om er keihard voor te werken. Het voeren van een slechte politiek mag nooit een reden voor apathie zijn. Zolang studenten in Spanje met een veel groter risiko en een veel kleinere kans op sukses blijven protesteren en ageren durf ik niet in een luie stoel te blijven zitten als hier ontwikkelingen in gang gezet worden waar velen de onjuistheid van zien. Adriaan Brouwers
Verhuizing naar nieuwbouw
In mei zal door de firma Geytenbeek de gigantische verhuizing van de fakulteiten en enkele diensten naar de nieuwbouw ter hand worden genomen. Op 8, 9 en 10 mei wordt begonnen met de ekonomische fakulteit, de subfakulteit sociaal-kulturele wetenschappen volgt op 18 en 19 mei, de juridische fakulteit op 26 mei en tenslotte de huisdrukkerij en magazijn kantoorbehoeften op 29 mei. Er is een uitgekiend draaiboek opgesteld om de verhuizing zo soepel mogelijk te laten verlopen.
' " ; - ' * * * - * * * . . : ; ^ ^ ^
LEESZALEN NIEUWBOUW De op bovenstaande foto afgebeelde grote leeszaal van de ekonomische fakulteit op de tweede verdieping van gebouw C (nieuwe laagbouw) zal door een scheidingswand worden verdeeld in een open magazijn met een kapacitelt van ongeveer 20.000 boeken en een studiegedeelte met ongeveer 100 zitplaatsen. Op de vijfde verdieping van gebouw B (ruimte 502, nieuwe hoogbouw) is een ekonomische tijdschriftenleeszaal gesitueerd met een kapaciteit van 350 titels. De huidige SOC-leeszaal zal verhuizen naar de negende verdieping van gebouw G (ruimte 903). De kapaciteit van de nieuwe SOC-leeszaal bedraagt ongeveer 5.400 boeken en ongeveer 125 tijdschriften; tevens bevat deze zaal een 30-tal studieplaatsen. De leeszalen voor de juridische fakulteit zullen worden ondergebracht op de tiende en elfde verdieping van het B-gebouw (ruimten 1001 en 1101). De totale kapaciteit van deze twee leeszalen bedraagt ongeveer 13.000 boeken, ongeveer 250 tijdschriften en ongeveer een 80 studieplaatsen.
Protest van randfiguren In februari 1972 heeft de Hogeschoolraad bij de vaststelling van het kies reglement in artikel 3 bepaald aan welke voorwaarden een personeelslid moet voldoen om te kunnen worden gerekend tot de geleding van het wetenschappelijk personeel. Zoals bekend, kwam dit probleem medio oktober 1971 in andere gedaante reeds n a a r voren bij de kandidatuur van een der wetenschappelijke ambtenaren voor het lidmaatschap van het Kollege van Bestuur. Toendertijd heeft de Hogeschoolraad een werkbesluit genomen om alleen de wetenschappelijke ambtenaren die in een (sub) fakulteit werkzaam zijn te rekenen tot het wetenschappelijk personeel. Bij de vaststelling van het kiesreglement is dit werkbesluit vrijwel geruisloos tot principe-besluit verheven. Tegen deze gang van zaken is nu door een zevental buiten de (sub)fakulteiten werkzame wetenschappelijke ambtenaren protest aangetekend middels een brief aan de voorzitter van de Hogeschoolraad. Enerzijds kunnen zij zich niet verenigen met de bij de besluitvorming door de Hogeschoolraad gevolgde procedure, anderzijds zijn zij het niet eens met de genomen beslissing. In de vermelde brief gaan zij in op de in de Hogeschoolraad gevoerde diskussies Cwaarbij zij op geen enkele manier werden betrokken) tegen de achtergrond van een brief van de Minister van Onderwijs en Wetenschappen van 10 februari 1971, die richtlijnen verstrekte met betrekking tot het opmaken van de kiesregisters voor de verkiezing van de eerste hogeschoolraad. In dit schrijven wordt duidelijk gesteld, dat tot het wetenschappelijk personeel al diegenen behoren, die zich a a n wetenschappelijk onderwijs en/of wetenschappelijk onderzoek wijden; aanstelling in dan wel buiten een fakulteit, is daarbij irrelevant. De genoemde groep van wetenschappelijke ambtenaren werpt de v r a a g op, of de ministeriĂŤle richtlijnen bekend waren aan de Hogeschoolraad op het moment van zijn beslissing. Ten-
slotte verzoeken zij de voorzitter van de Hogeschoolraad deze kwestie opnieuw op de agenda te plaatsen om een nadere gedachtenwisseling mogelijk te maken. v. d. H.
Het bezoeic van De Brauw Op 9 mei zal minister De Brauw een werkbezoek a a n de Katholieke Hogeschool brengen. Het Kollege van Bestuur zal met hem met n a m e willen spreken over een eventuele Letterenfakulteit. Voorts zal de minister tijdens een anderhalf u u r durende Hogeschoolraadsvergadering ingaan op schriftelijk gestelde vragen van Hogeschoolraadsleden. Een enigszins vergrote publieke tribune zal belangstellenden in de gelegenheid stellen de debatten (?) van nabij te volgen. De audio visuele dienst zal een rechtstreekse uitzending verzorgen voor belangstellenden buiten de raadszaal. tkb 18 - 21 april 1972
De „fout" van minister De Brauw Eindelijk heeft de minister voor het wetenschapsbeleid en het wetenschappelijk onderwijs een beslissing genomen over de fout, die was ontdekt bij het indienen van zijn begroting voor 1972. W a t was het geval? Zoals gebruikelijk werd in september aan de instellingen van wetenschappelijk onderwijs bekend gemaakt op hoeveel formatieplaatsen („koppen" in het jargon) men in 1972 kon rekenen. Het is duidelijk, dat dit aantal veel lager was dan was aangevraagd, m a a r dat was andere jaren ook zo. Voorts was het toewljzingspercentage ook lager dan voorheen, m a a r ook daarvoor kon mijns inziens alle begrip worden opgebracht. Nieuw was echter, dat uit de begroting bleek, dat het toegestane aantal formatieplaatsen niet uit de cijfermatige begroting kon worden gefinancierd. Het scheelde ook niet een klein beetje: voor sommige instellingen, waaronder de Katholieke Hogeschool Tilburg, was het toegestane bedrag ongeveer voldoende om het feiteUjke personeelsbestand a a n het einde van het jaar 1971 te financieren en zelfs te laag om de voor 1971 toegestane formatie geheel te bekostigen. Was er nu een fout gemaakt, of was dit een onderdeel van een nieuw beleid? De zaak is ook in de Tweede Kamer ter sprake gebracht en pas kort geleden heeft de minister aan de instellingen een gedragslijn opgelegd. Blijkbaar is er toch een fout gemaakt, want de eerder toegestane bedragen worden verhoogd. Dit betekent, dat men tot medio maart heeft m.oeten wachten, alvorens men weet waar men voor het lopende jaar aan toe is. Geen beste beurt voor een minister die tot een betere planning wil komen! Maar het is mijns inziens niet alleen een fout geweest, want de minister keert allerminst n a a r het oude systeem van het toekennen van formatieplaatsen terug. Los van alle in zijn brief opgezette ingewikkelde redeneringen komt de zaak hierop neer, dat via het invoeren van een verplicht vakaturebestand het reeds toegekende aantal formatieplaatsen drastisch wordt beperkt. Daarmee wordt een element in het beleid gebracht, dat er volkomen buiten behoort te staan. Natuurlijk was het zo, dat het aantal toegekende „koppen" nergens op elk moment voor 100% was benut. Niet elke goedgekeurde benoeming k a n onmiddellijk worden gerealiseerd, niet elk personeelslid, dat een andere- funktie zoekt kan onmiddellijk worden vervangen. Maar vakatures zijn er om te worden vervuld en niet om onderdeel te worden van een beleid, dat blijkbaar n a a r een volkomen stabilisering van het personeelsbestand streeft. In zijn brief van 3 m a a r t komt de minister er voortdurend op terug, dat „het effekt van het lager personeelsaccres op het aantal vakatures is onderschat"; onderschat door het departement wel te verstaan. Het lijkt mij nogal logisch, dat indien het aantal toegekende formatieplaatsen relatief veel lager is dan vroeger, het vakaturebestand gaat afnemen. Vakatures worden normaliter n a enige tijd vervuld en als het aantal „koppen" niet mee sterk toeneemt, wordt het vakaturepercentage lager. Ik stel, dat het vervullen van toegekende formatieplaatsen tot de verantwoordelijkheid van de instelling behoort en dat de budgettaire opzet daarmee rekening behoort te houden. Om nu zijn veel te laag begrote uitgaven toch zoveel mogelijk te handhaven gaat de minister een verplicht
nog sprake zal zijn. In theorie zou het mooi zijn, als zij enige tijd buiten het wetenschappelijk onderwijs zouden doorbrengen, m a a r er is niemand, die enige garantie zal kunnen geven, dat zij weer terug kunnen keren. Integendeel: door de feitelijke bevriezing van de bestaande formatie is die kans miniem. Voor nieuwe initiatieven zal natuurlijk in het geheel geen ruimte zijn, want die kunnen alleen worden gehonoreerd uit toevallig ontstaande vaka-
vakaturebestand voorschrijven, m a a r daarmee wordt het wezen van een vakaturebestand, namelijk dat dit zo spoedig mogelijk moet worden opgevuld, aangetast. Voor de Katholieke Hogeschool Tilburg, (maar het ligt in wezen elders niet anders) is de situatie zo, dat voor alle fakulteiten en diensten samen (met uitzondering van de sub-fakulteit psychologie, die op 1 september 1971 is begonnen en dus nog in opbouw is) voor 1972 was toegewezen 418 plaatsen. Voor 1971 bedroeg dit aantal 412, waarvan eind december 1971 ongeveer 380 was gerealiseerd. Door nu op die 418 plaatsen 6% vakatures te eisen brengt men in feite de toekenning weer terug tot 393. Ten opzichte van het vorig jaar is er dus een achteruitgang wat het aantal toegewezen plaatsen betreft en voor de ekonomische fakulteit, de grootste in Tilburg, betekent dit bijvoorbeeld dat er zo goed als geen nieuwe benoeming in het wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk personeel k a n plaatsvinden.
door H. W. J. Bosman Prof. dr. H. W. J. Bosman is hoogleraar aan de KH. Hij was in 1964/1965 rector-magnificus en in 1970/1971 president-kurator in het bijzonder belast met de invoering van een nieuwe bestuursstruktuur. Hij is thans nog voorzitter van de ekonomische fakulteit (Dit artikel is op 25 maart ook in ,,De Tijd" gepubliceerd.)
tures, waarop de betreffende vakgroep natuurlijk ook h a a r aanspraak zal laten gelden. En dan zit mij nog iets anders dwars: met de financiële konsequenties van de bestuurshervormlng wordt geen rekening gehouden. Daarmee wordt het beleid van minister Veringa wel duidelijk gedesavoueerd, want het moet voor een kind duidelijk zijn, dat demokratisering betekent meer overleg met meer mensen en die mensen kunnen niet tegelijk vergaderen en h u n kollege voorbereiden of een artikel schrijven. Demokratisering betekent dus iets meer mensen voor dezelfde taak. Velen zouden zich waarschijnlijk minder hebben ingespannen om tot nieuwe en meer demokratische verhoudingen te komen, als zij hadden geweten, dat de opvolger van minister Veringa met de konsequenties geen rekening wil houden. (De verwijzing in de brief n a a r de besparingen, die worden bereikt bij de wervingskosten van personeel, nu die uitbreidingen gereduceerd worden, laat ik nu m a a r met een schouderophalen voor wat deze is).
Nu wil ik de basis-filosofie van de minister, namelijk dat er een ombuiging van het beleid moet plaatsvinden, niet aantasten, m a a r ik stel met klem, dat er daarvoor een redelijke tijd en manoevreerruimte moet worden geschapen. Als de minister zou zeggen: u bent nu x en u bent steeds uitgegaan van x -^ 10% m a a r dat wordt voor de eerstvolgende jaren x + 6 /o, terwijl gemiddeld over de eerstvolgende vijf jaar slechts x -1-4% kan worden bereikt, dan doet dat pijn, m a a r dan heeft men de ruimte om zich op een nieuwe situatie in te stellen en zijn prioriteiten anders te stellen. Een keuzevak, dat men belangrijk vindt, m a a r niet volstrekt nodig is, laat men dan vallen ten bate van een versterking in een verplicht vak. Maar dat doet de minister niet: in feite zegt hij: met die X, die u nu heeft, ziet u m a a r toe te komen. Het is duidelijk, dat verschuivingen dan alleen m a a r kunnen plaatsvinden, als er toevallig iemand weggaat.
Het wordt tijd, dat de akademische wereld en de Staten Generaal zich met dit „beleid" intensiever gaan bezighouden. Met name de fraktie, die ook het vorige kabinet steunden.
Men moet overigens niet denken, dat er van enigerlei doorstroming van het wetenschappelijk korps en met n a m e van de jongere leden daarvan 10
worden volstrekt ongeloofwaardig, als zij na jaren het beleid van Veringa en zijn voorgangers te hebben gesteund, thans met De Brauw op. eens menen, dat een regelmatige groei in een half jaar tot een bevriezing van de verhoudingen kan worden omgebogen. Dit is met deze minister meer het geval: als hij zegt, dat er iets gedaan moet worden aan de groei van het aantal studenten en daartoe uitvoerige nota's produceert, dan kan ik dat waarderen, m a a r als hij bij het toelatingsbeleid van studenten het stompzinnige middel van loting niet uitsluit, dan is dat onverteerbaar voor mij en wil ik uitdrukkelijk stellen, dat minder goed onderwijs voor honderd zich meldende studenten voor mij ver de voorkeur heeft boven goed onderwijs a a n tachtig met uitloting van twintig. Ombuiging van het beleid? Akkoord, m a a r niet ten koste van wetenschappers en studenten, die toevallig in 1972 met het wetenschappeUjk onderwijs te maken hebben. Geen geld in kas? Pas akkoord, als mij aangetoond wordt, dat de krijgsmacht reeds op het toppunt van doelmatigheid funktioneert en door overleg in de NAVO geen cent k a n worden bespaard en dat ons gehele volksbestaan afhangt van de afsluiting van de Oosterschelde. H. W. J. Bosman
1 mei koninginnedag De hogeschool zal op 1 mei in verband met de viering van Koninginnedag gesloten zijn.
Van de redaktie Zoals u elders in dit blad kunt lezen hebben sommige Hogeschoolraadsleden een beroep gedaan op het Kollege van Bestuur om het budget van het THB aanzienlijk te verhogen. Anderzijds heeft de redaktie diverse auteurs van bijdragen moeten aanzetten om hun teksten tot het uiterste te beperken. Zelfs heeft de redaktie niet geschroomd om een financiële tegemoetkoming te vragen voor het publiceren van geleverde bijdragen. Laten we het u niet verhelen: de financiële situatie van het THB is, gegeven de noodzaak van informatie en opiniëring, op dit ogenblik dramatisch. De redaktie besteedt op dit ogenblik meer tijd aan overleg dan aan voorbereiding van publikaties. Maar op diverse fronten wordt aan dit probleem gesleuteld. Wij hopen binnen afzienbare tijd een oplossing gevonden te hebben.
7" Pleidooi voor open trefcentrum
inventaris dient de staf de eerste bevoegdheid te knjgen
De Kontaktgroep Belangenbehartiging heeft onlangs, in aansluiting op h a a r diskussies over een bestemmingsplan voor het Eigen Huis, een nota van de Stichting Trefcentrum (voorheen Posjet) unaniem en volledig onder schreven. In deze nota worden de uitgangspunten geschetst voor een tref centrum voor „jongeren in Tilburg, met een programmatische gerichtheid op studerenden a a n vormen van tertiair onderwijs". Zowel de kontaktgroep als de stichting zijn van mening, dat voor de huis vesting van een dergelijk trefcentrum het Eigen Huis de meest aangewezen ruimte is, omdat de doelstellingen van het Eigen Huis in het verlengde liggen van die van de Stichting Trefcentrum, omdat de ligging gunstig is en omdat een historisch gegroeide band niet te ontkennen valt. Als bijdrage in de diskussies over een bestemmingsplan voor het Eigen Huis drukken we hieronder de belangrijkste gedeeltes van de nota af. De Stichting Trefcentrum zal binnenkort de nota nader uitwerken, zodat er gegevens beschikbaar komen over de begroting, de programma's en de inrichting.
Nota Stichting Trefcentrum De stichting stelt zich ten doel (citaat statuten) zonder winstoogmerk het ontwikkelen van aktiviteiten: om de kritiese zin te bevorderen bij; in de ruimste zin informatie te verstrekken aan, gelegenheid tot ontmoeting en ontspanning te geven aan; en mogehjkheden op eksperimenteelkultureel gebied te scheppen voor; jongeren in Tilburg met een programmatiese gerichtheid op studerenden aan vormen van tertiair onderwijs. De gemeente Tilburg, de provmcie en CRM verlenen op grond van de regeling „Open Jongerenwerk" sub sidies aan twee Tilburgse trefcentra van de Werkende Jongeren (Tele foonstraat en Tumstraat) en van middelbare scholieren (D e Slakke gang) Daar de stichting meent dat de uni versiteitsstudenten niet gedwongen dienen te worden zich als een elitair en eksklusief soort mens te gedra gen m de beslotenheid van socië teiten en studentenkafees, wenst de stichting gelijkschakeling met de beide Tilburgse trefcentra en hoopt op dezelfde basis (regeling Open Jongerenwerk) m aanmerking te komen voor door de drie voornoem de instanties en Onderwijs en Weten schappen te verstrekken subsidies Dit betekent dat de st icht ing voor een Open Trefcen t rum pleit, wat overigens CRM eist, om m aanmer king te kunnen komen voor subsidie Waarbij opgemerkt, dat dat geens zins wil zeggen dat er geen toe latmgsbeleid gevoerd mag of k a n worden De subsidie dient m eerste instantie verstrekt te worden op akkommo datie en personeelskosten Subsi dienng van de aktiviteiten zou niet voorop moeten staan Het welzijnswerk v a n een op stapel staand welzijnsteam (studentenarts, psycholoog, dekanen, en een even tueel aan te trekken maatschappelijk werker) overlapt voor een groot ge deelte het terrein van het Trefcen trum
Struktuur en organisatie Naar de regeling Open Jongeren werk verdient het aanbeveling het Trefcentrum onder te brengen m een stichtingsvorm en zal met meOi' moeten funktioneren vanuit een
Freek Saté
PROGRAMMARAAD
vereniging en een d a a r a a n gekop pelde sociëteit
Taken STICHTINGSBESTUUR In eerste instantie verantwoordelijk voor het beheer met betrekking tot het aantrekken en benoemen van de staf, regelen van arbeiderskontrak ten en rechtspositieregelingen, slui ten van huurkontrakten en andere zaken rondom huisvesting, verzor gen van subsidies en financiering STAF 1 Sociaalkulturele taak stimuleren, organiseren, initiëren en koordmeren van aktiviteiten, werkgroepen, work shops, aksiegroepen etcetera Orga niseren en koordmeren van door de programmaraad gewenste program ma's en aktiviteiten 2 Taak op maat schappelijk en welzijnsterrein het signaleren van kon takt en relatiestoornissen en deze m samenwerkmg/koordmatie met onder meer het JAC, het welzijn team, TSWH, juridische EHBO trach ten op te lossen In het trefcentrum zou dat onder andere kunnen gebeuren door mid del van sensitivitytrainmg, bewe gmgsekspressie, yoga etcetera 3 Administ rat ieve t aak primaire verantwoordelijkheid van de dage lijkse gang van zaken binnen het trefcentrum (running bar, budgete n n g , wekelijkse en maandelijkse overzichten etcetera) 5 Inricht mgsen opbouwwerk de ruimtes zullen zoveel mogelijk m gericht dienen te worden n a a r de ideeën van de programmaraad Evenals de sfeer en de programma's en verdere aktiviteiten De staf dient er konkreet gestalte aan te geven 6 Ten aanzien van onderhoud en 11
Een kommissie van deelnemers, bezoekers, vertegenwoordigers der verschillende groepen, welke uitein delijk de sfeer en het kader van het trefcentrum dienen te bepalen Het zou aan te bevelen zijn wanneer uit deze raad verscheidene leden zitting zouden nemen m het stichtingsbe stuur Gezien de veelheid van taken, het bezoekersaantal, het aantal ope ningsuren, het aantal ruimtes, denkt het bestuur a a n vijf beroepskrach ten (drie fulltime en twee parttime) Daarnaast zou het wenselijk zijn enkele vakspecialisten, ter begelei ding van werkgroepen, workshops, gespreksgroepen, forums, hearings etcetera aan te trekken, welke even tueel uit andere bron gesubsidieerd zouden kunnen worden De beroepskrachten zouden be noemd moeten worden uit de sociaal kulturele en maatschappelijke rich ting en over een goed ekonomies en administratief inzicht moeten be schikken
Studentenkafee: sociëteit zonder leden" n
In het PV blad (het orgaan van de personeelsvereniging van de KH), n u m m e r 1 1972, is een interview met Bolsius, de manager van het studen tenkafee opgenomen Twee citaten „Allereerst is de societeitsruimte in gericht Voor WIJ er binnenstapten vroegen we ons af of we hier de sfeer zouden aantreffen van de lees en bittertafel, of die van de under ground, dan wel die van het kafe t a n a met speelautomaten Het bleek een mengeling van deze d n e te zijn, iedereen k a n er a a n zijn trekken komen, hetgeen ook duidelijk de be doeling van de heer Bolsius is Hij wil, behalve een verdere verbete ring van dit interieur, namelijk ook toe n a a r een aantrekkelijk en vooral allground programma D aarbij laat hij zich graag gidsen door de ,,eva luatiekommissie", die rechtstreeks kontakt tracht te onderhouden met wat er leeft m de studentenwereld Naast Olof en Theseus is het kafee eigenlijk een sociëteit zonder leden " „De heer Bolsius is zich bewust zowel van de beperkingen als van de on gekende mogelijkheden die het stu dentenkafee op dit moment heeft Beperktheden, omdat de mentaliteit en de (financiële) positie van de student zodanig is geworden dat er slechts beperkte behoefte bestaat aan een trefcentrum als zodanig Trouwens het gehele studentenleven IS n a a r de indrukken van de heer Bolsius op een dood punt aangeland Het societeitsleven is gerelativeerd, de politieke hausse is voorbij, ATSO IS verdwenen, enzovoort Een goede studentenorganisatie zou het studen tenkafee kunnen doen bloeien Van de andere k a n t is juist op zo'n dood punt het studentenkafee een nieuwe mogelijkheid, die aantrekkelijk ge noeg k a n zijn om h e t een en ander in beweging te brengen Bolsius ge looft h i e n n en tracht het zijne bij te dragen tot de mogelijke bloei van het studentenkafee "
■Vlet een knipoog naar Anton Zijderveld In onze serie kauseneen over wezens kenmerken van de humor vanavond een beschouwing over de humor van het zo genaamde ,,varieteeffekt', waarbij ik als referentiekader zou willen verwijzen naar de show van de eminente humorist Freek Sate, zoals die onlangs op uw scherm vertoond werd Wanneer wij de humoristische waarde van het varieteeffekt willen analyseren en evalueren delen wij deze het beste in drie of meer groepen in a b o d e
het verwachte effekt, het onverwachte effekt, het verwachte onverwachte effekt, het onverwachte verwachte effekt, het onverwacht verwachte onverwach te effekt,
f
nou ja enfin, vult u zelf maar in
Nemen wij eerst het verwachte effekt Wanneer ik tegen mijn assistent zeg , laat je broek eens zakken , en hij doet het dan moet u misschien lachen, mis schien ook niet, maar in elk geval is het weinig fijnbesnaard Zeg ik daarentegen mets en hij laat toch zijn broek zakken (MARTIN DOET HET) dan is er sprake van het onver wachte effekt Daarmee bevinden wij ons in het humorscala op een hogere ont wikkelingstrede Verschijnt nu mijn assistent opnieuw m beeld en zeg ik mets tegen hem, dan denkt u ,,nu laat hij zijn broek zakken maar dat zal hij wel met doen en hij doet het toch (terzijde tegen Martin ) de broek graag' Kijk nu raken we ai veel diepere onder bewuste lagen van de humor in Jungiaan se zm, met het zogenaamde verwacht onverwachtverwachte, hetgeen vooral de analytisch intellektuele kijker tot een bescheiden glimlach zal kunnen brengen (MARTIN LAAT BROEK ZAKKEN) Hel Dat had ik zelf niet verwachtl U ziet, mijn assistent bereidt mij een ver rassing en brengt mij tot een lach, daar mee onbewust een illustratie gevend van de lachkategorie d of e het onverwacht onverwachte maar te verwachten broek zakeffekt BIJ al deze varieteeffekten komt het uiter aard aan op perfekte timing en regel matige herhaling (in vakkringen spreekt men dan van de zogenaamde „return gag') (MARTIN LAAT BROEK ZAKKEN, HAALT HEM WEER OP, HU VALT WEER ETC ) Afrondend zou ik dan willen zeggen dat ook de wat grove, boertige vormen van humor, mits gebracht vanuit een intellektualistischfond en in penneldiskus sie voorbereid, kunnen voeren tot de be vrijdende lach voor de maatschappelijke kategorieen die door afkomst opleiding en ontwikkelingsniveau (MARTIN LAAT BROEK ZAKKEN) vroeger plachten neer te zien op het laten zakken van de broek Ik dank u (Uit de tweede aflevering van het KRO tete visie programma .Blauwe maandag , de tekst is van Ernst van Aitena naar een Idee van Marnix Kappers) thb 16 - 21 april 1972
m^^v
Is numerus fixus nodig? Het bepalen van een numerus fixus voor een bepaalde fakulteit impliceert een berekening van de kapaciteit in aantallen eerstejaars-instromers. Ook zijn kapaciteitsberekeningen noodzakeUjk indien men een zinvol plaatsingsbeleid wenst te voeren. Immers een plaatsingsbeleid dient gebaseerd te zijn op de kapaciteiten der diverse fakulteiten.
Kapaciteitsberekeningen Kapaciteitsberekeningen zijn gekenmerkt door de volgende drie grootheden: • aantallen studenten in de diverse kurrikulumjaren in een bepaald akademisch jaar, bijvoorbeeld 1971/1972, • aantal middelen, zoals leden van het wetenschappelijk korps, niet-wetenschappelijke staf, ruimtefaciliteiten e t c , • het onderwijsprogramma en de vidjze van uitvoering daarvan. Indien nu het aantal onderwij sontvangende studenten volgens een kapaciteitsstudie kleiner is dan het aantal onderwijs vragende studenten dan is er sprake van een kapaciteitstekort. In dit laatste geval k a n men verschillende strategieën volgen teneinde dit tekort op te heffen, zoals: • het instellen van een numerus fixus; • verandering der slagingspercentages (vergelijkende examens); • beperking van het aantal herhaalmogelijkheden per student; • uitbreiding van de middelen. Het is dus niet zo dat een kapaciteitstekort onvermijdelijk leidt tot het instellen van een numerus fixus. Dit is slechts een van de mogelijke alternatieven.
Eisen waaraan kapaciteitsberekeningen moeten voldoen De minimale eisen w a a r a a n kapaciteitsberekeningen moeten voldoen zijn: • uniforme uitgangspunten; •
meerjarenanalyse;
•
landelijke kapaciteitsbepaling.
Ad a Uniforme uitgangspunten In kapaciteitsmodeUen zitten vele grootheden die alle op eenzelfde manier gedefinieerd dienen te zijn. Voorbeelden zijn: - onderwijstijd per lid van het wetenschappelijk korps, bijvoorbeeld 1000 uren; - groepsgrootte bij bepaalde kolleges etc.; - aantal uren onderwijs per student per kurrikulumjaar. Het zal voor eenieder duidelijk zijn dat n a a r m a t e de wetenschappelijke staf minder tijd besteed aan onderwijs, de kai>aciteit kleiner wordt. Op eenzelfde manier geldt dit voor andere grootheden, zoals bijvoorbeeld: n a a r m a t e men onderwijs in kleinere groepen geeft, is de onderwij sbelasting groter en wordt de kapaciteit kleiner. In het algemeen geldt: hoe beter de service a a n studenten, hoe kleiner de kapaciteit bij gegeven middelen. Hier wordt duidelijk dat men te maken heeft bij kapaciteits-
berekeningen met het onvermijdelijke oordeel over de „kwaliteit" van het onderwijs. Eist men hoge kwaliteit dan kan men kleine kwantiteiten verwerken en omgekeerd. De kapaciteitsberekeningen zoals ingediend bij de akademische r a a d voldoen niet a a n de eis van uniforme uitgangspunten, mede doordat de richtlijnen van het ministerie hier-
Langzamerhand komen er wat gegevens los van fakulteiten die óf een numerus fixus zouden wiUen doorvoeren voor aankomende studenten óf voor zich zelf een noodsituatie konstateren. Tijdens de laatste hogeschoolraadsvergadering verstrekte de rector-magnificus een aantal details. Voor Tilburg is met name van belang dat de RU-Utrecht en de KU-Nijmegen een studentenstop willen doorvoeren voor de juridische fakulteit. Voor de sociaal-kulturele wetenschappen geldt een dreigende noodsituatie in Leiden, Utrecht, Amsterdam (VU) en Nijmegen. De Hogeschoolraad tekende protest aan tegen de houding van de sociale fakulteit van Nijmegen, die weliswaar niet officieel een numerus fixus doorvoert, m a a r toch van plan is bij de toelating een maximum aantal toelatingen in het „achterhoofd te hebben". ,,Een soort privé-numerus fixus", aldus Scheffer. Meer in het algemeen wenste met name de heer Bemelmans, HR-lid, wel eens nauwkeurig te weten of alle fakulteiten die een numerus fixus wensen door te voeren wel dezelfde uitgangspunten en hetzelfde berekeningsmodel hanteren bij het vaststellen van de kapaciteit. Hij was bevreesd dat dit niet het geval is. De KH-delegatie in de Akademische Raad zal daarover opening van zaken vragen. v. d. H.
omtrent bij lange n a niet voldoende waren. Wil men bovendien het uitermate moeilijke vraagstuk van de kwaliteit van het onderwijs niet omzeilen, dan is een landelijke vergelijking van onderwijsprogramma's per sé noodzakelijk. Ook hieraan voldoen de kapaciteitsberekeningen niet.
demische jaren. Immers een beperkte lichting studenten wordt n a verloop van tijd de bepalende faktor voor het aantal studenten in hogere kurrikulumjaren. Men k a n niet spreken van de kapaciteit in één bepaald jaar d a a r een dergelijke vraagstelling niet zinvol is. Een voorbeeld ter verduidelijking: de kapaciteit vormt geen probleem in 1972/1973 als men de staf belooft dat men in volgende akademische jaren vrijgesteld wordt van onderwijs. Bovendien is een meerjarenanalyse, zeker bij de kapaciteitsbepaling voor 1972/1973, noodzaak omdat in 1973/1974 het Mammoet-effekt optreedt dat enige verlichting geeft. Men moet als het ware profiteren van deze toevallige omstandigheden om zo weinig mogelijk studenten van één bepaald akademisch jaar te treffen met een numerus fixus. De kapaciteitsberekeningen zoals ingediend bij de akademische r a a d voldoen niet a a n de eis van een meerjarenanalyse. Ad c Landelijke kapaciteitsbepaling Reeds in het voorgaande zagen we dat la,ndelijke kapaciteitsbepaling een vereiste is bij de bespreking van het moeilijke, m a a r niet te omzeilen vraagstuk van de kwaliteit van het onderwijs. Verder is landelijke kapaciteitsbepaling noodzaak om te weten of een aantal studenten dat niet toegelaten k a n worden aan fakulteit A in stad X geplaatst k a n worden a a n fakulteit A in stad Y. De situatie k a n zelfs nog ingewikkelder worden d a a r studenten die bijvoorbeeld rechten kiezen en daarvoor niet geplaatst worden tot het besluit kunnen komen sociologie te gaan doen. Oplossen van kapaciteitsproblemen in de ene plaats kan dus leiden tot het versterken of initiëren van kapaciteitsproblemen in een andere plaats. Wil men dit doorschuiven van eikaars problemen voorkomen, dan zal men kapaciteitsberekeningen landelijk moeten maken. Ook aan deze eis voldoen de meeste kapiciteitsberekeningen, zoals die bij de akademische r a a d ingediend zijn, niet. Dit was overigens te voorzien, daar elke fakulteit afzonderlijk de kapaciteit moest bepalen.
Konklusie De kapaciteitsberekeningen zoals ingediend bij de akademische r a a d voldoen niet a a n één of meer van de gestelde eisen. Het vaststellen van een numerus fixus op basis van deze berekeningen wordt derhalve een onmogelijke opgave d a a r de berekeningen der fakulteiten niet vergelijkbaar zijn en niet een meerjarenanalyse geven van het gestelde probleem. Oorzaak van deze feilen zijn de ontoereikende ministeriële richtlijnen en het gebrek a a n landelijke koördinatie, veelal samengevat in de uitspraak „de wet is niet rijp op dit moment om toegepast te worden". Volmondig kan erkend worden dat aan vele fakulteiten een kapaciteitsprobleem bestaat. De aanpak van dat probleem echter is niet op adekwate wijze geschied. Bewondering is op zijn plaats voor de vele inspanningen die zich fakulteiten getroost hebben om kapaciteitsberekeningen te maken. Helaas is het eindresultaat niet onderling vergelijkbaar en derhalve ongeschikt om een beleid op af te stemcmen.
Ad b Meerjarenanalyse Voor eenieder is het duidelijk dat een beshssing over een aantal studenten dat toegelaten wordt konsekwenties heeft voor navolgende aka-
Verder k a n men zich ernstig afvra12
gen of het hanteren van de numerus fixus-strategie alléén een prudent beleid is. Enerzijds geeft het beperken van het aantal herhalingsmogelij kheden van studenten reeds een aanzet tot een oplossing van kapaciteitsproblemen, anderzijds kan men aan de middelenkant nog een beperkt aantal maatregelen treffen die kapaciteitsverruimend werken. Het eerste impliceert een vervroegde in werking stellen van een gedeelte van de wet-Posthumus, het andere een efficient begrotingsbeleid van het ministerie. Th. Bemelmans
Motie van Bemelmans Op de voorgezette vergadering van de HR op woensdag 19 april lag met betrekking tot de numerus fixus de volgende notie van de heer Bemelmans ter tafel. „De Hogeschoolraad van de Katholieke Hogeschool te Tilburg - erkent dat a a n vele fakulteiten kapaciteitsproblemen bestaan; - is echter van mening dat een beperking van studenten op basis van de kapaciteitsberekeningen zoals die ingediend zijn bij de Akademische Raad, ontoelaatbaar is d a a r deze berekeningen niet voldoen a a n de volgende drie essentiële eisen. a het gebruik van uniforme uitgangspunten bij de berekeningen, b een meerjarenanalyse; c een landelijke benadering van het kapaciteitsprobleem. - is van mening dat kapaciteitsproblemen opgelost kunnen worden door: a het beperken van het aantal herhaalmogelijkheden per student gedurende zijn studie; b een begrotingsbeleid van het ministerie van onderwijs en wetenschappen, gericht op het opheffen van kapaciteitsknelpunten. - is van mening dat de zo juist genoemde strategieën de voorkeur verdienen boven het beperken van liet aantal studenten; - is van mening dat, gezien de kapaciteitsproblemen, het instellen van landelijke plaatsingscommissies ten zeerste gewenst is voor die fakulteiten waar kapaciteitsproblemen bestaan of dreigen te ontstaan; - is van mening dat zo spoedig mogelijk tot een landelijke koördinatie gekomen moet worden om kapaciteitsproblemen adekwaat aan te pakken." De meerderheid van de raadsleden stelde zich achter dit standpunt en adviseerde de afvaardiging van de KH in de Akademische Raad zich bij eventuele stemming aangaande de invoering van een numerus fixus in de bepaalde fakulteiten zich van stemming te onthouden. De HR kon zich wel verenigen met de instelling van plaatsingkommissies.
Accountancyexamen maart 1972
'i^
P M P M van D ooren, Woerden J A L M de Feber, Roosendaal W H B Goemans, B a a m A M B Heesakkers, Mierlo W A B ter Horst, Oss J A V d Plas, Soerendonk W Sciarone, Heerlen
GASTKOLLEGE DR. G. H. TER SCHEGGET
BURO STUDENTENBELANGEN Het spreekuur v a n de s t u d e n t e n d e k a a n zal in de week van 34 a p n l tot 28 a p n l m e t op de gewone wijze doorgang vinden, m a a r wel op dinsdag 25 april vanaf 7 u u r 's avonds, op woensdag 26 a p n l vanaf 2 u u r 's middags Die week vervalt het s p r e e k u u r op m a a n dagmiddag en donderdagochtend
KOMMISSIE INTERNATIONALE SAMENWERKING Studenten die geïnteresseerd zijn in de problematiek v a n h e t milieu, i c het r a p p o r t ïan de Club v a n Rome en Environmental problems k u n n e n k o n t a k t opnemen met de KIS Het IS de bedoeling een werk/studiegroep te vormen die mogelijk gaat deelnemen a a n een Internationale interdisciplinaire k u r s u s welke k u r s u s een follow up k a n knjgen m samenwerking met de Technische Hoge school Eindhoven en de universiteit van Northern Illinois Opgave k a m e r 25, toestel 2235
Subsidie studiereizen buitenland In haar vergadering v a n 5 april heeft de subkommissie een a a n t a l garantie-subsidies toegekend Er resteert t h a n s nog een bedrag van ƒ 2150,— Geïnteresseerden worden m de gelegenheid gesteld alsnog een a a n v r a g e voor subsidie m te dienen De aanvragen dienen vergezeld te g a a n v a n een duidelijke omschrijving v a n de studiereis en een begroting Dat de reis duidelijk verband houdt met de studie dient onderschreven te worden door de betreffende hoogleraar Aanvragen indienen vóór 15 mei
Op uitnodiging van de Theologische Fakul teit zal d r G H t e r Schegget op dinsdag 18 a p n l 1972 om 20 00 u u r m lokaal 14 van h e t fakulteitsgebouw Willem Hstraat 47 49 in Tilburg, een gastkoUege geven getiteld , Revolutie, daad van hoop of wanhoop ' Dr Ter Schegget werd in 1927 geboren in Amsterdam Na zijn middelbare studies al d a a r studeerde hij v a n 1947 tot 1953 theologie a a n de Universiteit van Amsterdam H i e r n a bekleedde hij diverse funkties in het pasto raat, vanaf 1958 was hij als p r e d i k a n t werk zaam in Curagao en Venezuela In 1963 slaagde hij voor het doktoraalexamen theo logie In 1970 promoveerde hij op een proef schrift getiteld ,,Het beroep op d e stad der toekomst. Ethiek v a n een revolutie" D e heer Ter Schegget is momenteel werkzaam a a n de Sociale Akademie m D n e b e r g e n Geïnspireerd door zijn e r v a n n g e n in Curagao en Venezuela verscheen van zijn h a n d het boek ,,Partijgangers der a r m e n , tevens pu bliceerde hij enkele artikelen over Marcuse
PROMOTIE D RS. C. D E JONG Op vnjdag 21 a p n l 1972 om 16 00 u u r is a a n de KH drs C de J o n g gepromoveerd tot doktor m de ekonomische wetenschappen De heer D e J o n g is woonachtig m P r e t o n a , Zuid Afrika D e titel v a n zijn proefschnft IS ,,Geschiedenis v a n de oude Nederlandse walvisvaart, deel een Grondslagen, o n t s t a a n en opkomst 1612—1642 , gedrukt bij de Uni versiteit v a n SuidAfnka m P r e t o n a Pro motor was prof d r Joh de V n e s
75 30 30 8 23 5 1251 58 9 56 7 40 8 95 1 4513
GESLAAGDEN Doktoraal ekonomie m a a r t 1972 Bednjfsekoncmische specialisatie W G G Beijer, Zwolle J M A Mostard, Susteren G O M van Alphen, Breda J G 1 M Reijnnk, Tilburg B C J M v a n Beurden, Veldhoven Th H J M Langendonck, Wychen M P M Wenneger, Tubbergen W H O M Dekkers, Roosendaal E K M Verhoeven, Zeeland Fiskaal ekonomische specialisatie A P J Stijns, Eygelshoven
Doktoraal sociologie m a a r t 1972 Sociologie van het maatschappelqk welzqn J M A Hamers, Sittard Algemene sociologie ■I J Th Beckers. Roosteren
A J L de Kort, Tilburg J A J Kemps, W e u r t Fiskaal recht A Blom, A r n h e m
METHODEN EN TECHNIEKEN Het d e r d e j a a r s t e n t a m e n methoden en tech nieken zal plaats vinden op dinsdag 23 mei om 9 30 u u r m C 2 Opgeven vóór 12 mei per t e n t a m e n k a a r t
''»y^,'^^i
In het Tilburgs Hogeschoolblad n r 14 van 24 maart 1972 zijn de nog te bezetten personeelsplaatsen voor 1972 niet geheel juist weergegeven Onderstaand vindt u een schema w a a n n opgenomen h e t herziene budget 1972, de be zetting per 1 m a a r t 1972 en de nog te vervullen vakatures
Doktoraal rechten m a a r t 1972
2 Het advies dat de sub fakulteit dient te geven o m t r e n t de toekenning van een njks studietoelage, zal bij het overschnjden v a n de n o r m van twaalf m a a n d e n voor het af studeerjaar in overleg met de begeleidende docenten worden opgesteld Een negatief advies zal de s t u d e n t met een schnftelijke m o t i v e n n g worden meegedeeld De s t u d e n t k a n tegen dit advies in beroep g a a n bij het subfakulteitsbestuur
personeelszaken VAKATURES Subfakulteit psychologie Gewoon hoogleraar in de ontwikkelingspsy chologie Gewoon hoogleraar in de klinische psycho logie Wetenschappelijk (hoofd)medewerker sociale psychologie Wetenschappelijk medewerker sociale psy chologie
Ekonomische fakulteit Lektoraat in de bednjfsekonomie Lektoraat m de methode v a n ekononusch derzoek Lektoraat i n (de waarschijnlijkheidsrekening en de wiskundige statistiek Twee wetenschappelijk medewerkers in de bedrij f sekonomie Assistente voor het b u r e a u van de ekono mische fakulteit
Juridische fakulteit Gewoon hoogleraar in het sociaal recht Gewoon hoogleraar in de ekonomie Wetenschappelijk medewerker/hoofdmede werker in de sektor van h e t p n v a a t r e c h t Wetenschappelijk medewerker k n m m o l o g i e Wetenschappelijk medewerker voor romeins recht voor twee dagen Assistentsekretaresse van h e t b u r e a u j u r i dische fakulteit
Subfakulteit sociaalkulturele wetenschappen
REKTIFIKATIE
Bureau Hogeschool en technische diensten 72 O 30 Bibliotheek 30 o Bureau studentenvoorzieningen 29 6 12 Rekencentrum 210 25 Ekonomische fakulteit 1218 33 Sttb-takulteit sociaalkulturele wetenschappen 57 9 10 Sub fakulteit psychologie 29 5 27 2 Juridische fakulteit 37 3 35 Groep B 4 7 5 2 0 J F Kennedy-mstituut 1 407 6 43 7
studeren als de twee verplichte afstudeer werkstukken als voldoende beoordeeld k u n nen worden blijft gehandhaafd D e termijn voor een afstudeerwerkstuk is overeenkom stig het besluit v a n d e sub fakulteitsver g a d e n n g v a n 7 oktober 1971 in p n n c i p e op vijf m a a n d e n gesteld In overleg tussen de s t u d e n t en de betrokken docenten k u n n e n deze termijnen op vier m a a n d e n voor het ene en zes m a a n d e n voor het andere af studeervak gesteld worden D e begeleiding v a n de k a n t v a n de docent zal bij het overschrijden v a n de termijn v a n vijf m a a n den (onvoldoende resultaat, uitlopen v a n het projekt, moeilijkheden met het stage onderzoek, persoonlijke omstandigheden) als regel m e t l a n g e r d a n tien m a a n d e n d u r e n Indien echter n a vijf m a a n d e n geen uitzicht IS op enig redelijk r e s u l t a a t k a n d e docent de s t u d e n t adviseren een a n d e r afstudeer projekt of afstudeervak te kiezen Is er n a tien m a a n d e n geen voldoende resultaat bereikt, d a n k a n de docent de student voor verdere begeleiding afwijzen en de student dient een nieuw afstudeer projekt of een a n d e r afstudeervak te kiezen Tegen het advies n a vijf m a a n d e n en het afwijzen n a tien m a a n d e n k a n de s t u d e n t beroep a a n t e k e n e n bij het sub fakulteits bestuur
'"$:
VERSLAG VERGAD ERING SUBFAKULTEIT VAN 6 APRIL 1972
TENTAMEN STAATHUISHOUDKUNDE I
1 N a a r aanleiding van een ongelukkige publikatie m het v o n g e kort verslag wordt de openbaarheid van de vergadering n a drukkelijk bevestigd m a a r de publiciteit zal wat betreft persoonlijke en zeer zwaarwegen de algemene belangen enigszins terughou dend zijn 2 D e voorzitter doet mededeling van de slechte resultaten van de pre t e n t a m e n s in het eerstejaar en verzoekt de eerstejaars docenten zich hierover ernstig te beraden, vooral met het oog op het s t u d i e p r o g r a m m a voor 1972/1973 3 D e personeelsstop is gedeeltelijk opge heven D e subfakulteit k a n een nieuwe medewerker a a n t r e k k e n Besloten is om deze plaats toe te k e n n e n a a n het b u r e a u van de sub fakulteit 4 D e besluiten van h e t overleg over het afstudeerjaar worden met enige wijzigingen bekrachtigd (zie elders in deze SOCmede delingen) 5 In principe wordt besloten voor h e t vol gend j a a r weer een regeling t e treffen voor de werkstudenten D e eerste en tweede jaars docenten worden verzocht hiermee m te stemmen en de regeling verder u i t te werken 6 D e totaalcijfers v a n de berekeningen v a n de onderwijslast en opnamekapaciteit zullen a a n de bestuursorganen v a n de hogeschool t e r kennis worden gebracht Er wordt een n c h t g e t a l vastgesteld voor het a a n t a l eer stejaars De n o t a over de onderwijskapaciteit wordt a a n alle medewerkers v a n de sub fakulteit toegezonden 7 D e voorstellen van de voorzitter om de n o t a ,,ethiek en w o" in praktijk te brengen worden met enige wijzigingen a a n g e n o m e n 8 N a enige diskussie wordt besloten het r a p p o r t van de ontwikkelingsgroep lu eerste instantie binnen de vakgroep te bespreken
Afwijkend van de mededeling m het hoge schoolblad v a n 7 a p n l jl is het t e n t a m e n S t a a t h u i s h o u d k u n d e I als volgt vastgesteld
AFSTUDEERJAAR 1 D e regel d a t de s t u d e n t alleen k a n
af
13
17 MEI 1972 voormiddag namiddag
Assistent voor de psycholoog Medewerker voor het Onderwijs Research Centrum Assistente schoonmaakdienst O p e r a t e u r bij het r e k e n c e n t r u m Medewerker financiële administratie Medewerker (ster) voor de afdeling begroting
MUTATIES
15 MEI 1972 9 00 10 00 u u r 10 00 10 30 u u r 10 3013 00 u u r
Medewerker v a n het b u r e a u
examen over literatuur, pauze, statische evenwichtstheone en g r o e i t h e o n e geld , krediet en bankwezen pnjstheone
UIT D IENST PER 1 APRIL 1972 C van Beek (tijdelijk) dierverzorger sub fakulteit psychologie Mevrouw A T M M a a s Verhagen, admini stratief medewerkster centrale inkoop J F M Oostrom, s t u d e n t assistent bij de ekonomische fakulteit IN D IENST PER 1 MEI 1972 Prof d r G M v a n Veldhoven, gewoon hoogleraar in de ekonomische psychologie bij de subfakulteit psychologie UIT D IENST PER 1 MEI 1972 Mevrouw A Lefennkvan Beers, assistente huishoudelijke dienst Mej R Liebregts, typiste b u r e a u ekonomi sche fakulteit Drs J Rademaker, wetenschappelflk mede werker ekonomische fakulteit
ARS AEQUI Op zeer korte termijn zoekt d e redaktie v a n Ars Aequi een tweede r e d a k t e u r voor Tilburg Naast redaktionele arbeid (kopij beoordelen en zelf schnjven) zal zijn voor n a a m s t e arbeid bestaan in h e t o n d e r h o u d e n v a n k o n t a k t e n met hoogleraren en studen ten Onze gedachten g a a n uit n a a r een derde jaarsstudent die met goed gevolg het kan didaatsexamen heeft Eifgelegd Diegenen die belangstelling h e b b e n gedu rende ongeveer twee j a a r dit werk te doen in een groep vertegenwoordigers v a n alle universiteiten, k u n n e n inlichtingen verknj gen bij. M a n n u s de Jong, Prof V e r b e m e l a a n 82, Tilburg, Telefoon 72964
IN D IENST BIJ HET SAMENWERKINGS ORGAAN KHT THE PER 1 MEI 1972 M r P Groot, medewerker stafbureau
MINIMUM VAKANTIEUITKERING Het m i n i m u m bedrag v a n d e vakantieuit k e n n g . die zoals u weet 8'/2% bedraagt, is voor 1972 vastgesteld op ƒ 862,44 per j a a r (was ƒ 771,84) en h e t b e d r a g per k i n d op ƒ 65,52 per j a a r (was ƒ 64,32) Deze n u n i m u m v a k a n t i e u i t k e n n g o n t v a n g t de medewerker die de leeftijd v a n 23 j a a r heeft bereikt en de gehuwde medewerker beneden 23 jaar, wiens v a k a n t i e - u i t k e n n g lager zou zijn d a n het hierboven genoemde bedrag Zoals gebruikelijk zal de v a k a n t i e u i t k e n n g berekend worden over de m a a n d e n juni 1971 tot en met mei 1972 en in mei worden uitgekeerd
thb 16 - 21 a p n l 1972
^ V"" "■
30
april 21
VRIJDAG
Hogeschool, 16 00 u u r , Aula Promotie v a n drs C d e Jong, u i t Pretoria Titel proefH schrift ,,Geschiedenis v a n de oude Neder landse walvisvaart deel I Promotor d r Joh de Vnes Schouwburg, 2015 u u r Blijspel , Het geld ligt o p de b a n k v a n C u r t Floton met lu de hoofdrol Bob de Lange
22
Schouwburg, , Livm Blues
De BackToTheRootsRock'N'RollM ovement of de Rock Revival wordt behalve door de pure kuivenfan even entoesiast toegejuicht door de langharige popliefhebber, die in al dat moeilijke en ingewikkelde popwerk van tegenwoordig nog maar weinig plezierigs kan ontdekken. In Engeland wordt de revival begeleid door het herstel van de vetkuif, de leren jacks en de suède puntschoenen. Een van de populairste groepen van de herboren Teddy boys zijn Shakin' Stevens & The Sunsets. Een rock en rollgroep van het zuiverste water. „We aren't playing any long guitarsolo's", zo kondigde bassvoice zingende Paul Barret het optreden in januari van dit jaar in de Harmonie aan: „We just play the music from the roots, the rock and roll van the Big Bopper, van Jerry Lee Lewis, van Little Richard en Buddy Holly." In 75 minuten raasden, shakten, rockten Shaky met ontzagwekkende snelheid door het repertoire.
23
2015 u u r
Popkonsert m e t
ZONDAG
TONGERLOSE HOEF, 1100 u u r Koffiednn ken voor iedereen Muziek rustige blues M a r a n a t h a , 1115 e n 12 30 u u r Weekend liturgie Thema Unctad III onze z a a k " 24
MAAN D AG
Schouwburg, 20 15 u u r , T h e a t e r " m e t ,,D e prijsuitreiking v a n Paul Z i n d e l ' Regie Elise Hoomans
26
Bij het afscheid in januari beloofde Shaky bij een tweede optreden zijn nog in de maak zijnde geheel gouden maatkostuum aan te trekken. Woensdag aanstaande, wederom in de Harmonie, organiseert de Werkgroep Pop muziek en de Stichting Trefcentrum opnieuw het konsert van de beste popmuziek ooit gemaakt: de rock and roll. In het voorprogramma de rock folkzanger Frans Verhoef. Zaal open om 21.00 uur. Entree f 4,—, nietdeelnemers f 5,—. Voorverkoop: Databank hogeschool, koffiekamer hogeschool, sociëteit Leergangen, Fiesta, VVV en zaal Harmonie.
Studentenkafé, Kabaretavond m e t h e t gezel schap , Popperet" M a r a n a t h a , 22 00 u u r Avondgebed
Unctad drietje speien B a n k d i r e k t e u r Landgraaf doet h e t weer, n u al voor de derde k e e r Hij g a a t er zelf niet in gelovend, m a a r a c h kom, w a t k a n je g e b e u r e n ' m op de v r a a g v a n Sjef Tmner, los arbeider, om een gesprek bij Tinner thuis Sjef IS namelijk al tien ter mijnen a c h t e r met de afbetaling v a n zijn huisje, h u i s r a a d en tweedehands a u t o Sjef heeft zich goed voorbe reid, zegt hij, en heeft ons allen uitgenodigd om via open r a a m en d e u r getuigen t e zijn
Landgraaf s t a a t op, p a k t zijn jas en k o m t n a a r buiten
Landgraaf zegt W e r k d a n om geld te verdienen Als er w a t perspektief k o m t d a t je k u n t betalen, b e n ik de beroerdste niet.
Wij joelen h e m u i t en voelen ons h i e n n plotseling weer solidair met Sjef Erwin Ey
Sjef Ik k a n geen werk vinden d a n b i j JOU
22 en 23 april:
(wijzend
op
ons,
die
Hogeschool (KSB), 20 00 u u r , C 4 M o d e m revisionisme
2
DINSDAG
Schouwburg, 20 15 u u r Uitvoering v a n het Toonkunstkoor W e r k e n v a n Mozart , Re q u i e m " e n A Honegger La Danse des M o r t s " Begeleiding Het B r a b a n t s Orkest Solisten Elisabeth Lugt, sopraan, Wilhel m i n a Matthès, alt, Rudolf Olster, tenor, Jat Heys, b a s e n Theodora Reijs, piano 4
DONDERDAG
M a r a n a t h a , 20 15 u u r Oriëntatie avond rond huwelijk/doopvienng (niet deze m a a n d de tweede donderdag)
tentoonstellingen
Lezing
Brabantse Kunststichting (BKS) Tot 24 a p n l Wil v a n Dusseldorp m e t fotografisch werk Nederlands Textielmuseum Tot eind mei ,,De Gouden N a a l d " Volkenkundig Museum Tot e n m e t 30 a p n l ,,Sami Aellin", over de levenswijze van Nomadische Lappen Katholieke Hogeschool (Studium Generale) koffiekamer Sfeerreeks, deel IV, foto's v a n Rees Diepen Galerie „Koken" Tot 25 a p n l Gouaches v a n Pim Leefsma e n H e n n Plaat Tot 9 mei W e r n e r Moonen m e t grafiek Stadsschouwburg Tot 4 m e i Niels v a n Spaendonck m e t grafiek
Metranatha, 2015 u u r Parochieraadsbijeenkomst (openbaar) Schouwburg, 2015 u u r Het Amsterdams Toneel m e t ,,In d e greep v a n d e m a c h t " v a n Eduardo Manet
Deze r a a k t geïrriteerd en voelt zich m de r u g geschoten door ons, die hij meende t e verdedigen en v r a a g t W a t willen julhe d a n ' ?
Sjef r a a k t in v e r w a r r i n g Hij heeft geen wapen.
Landgraaf
Hogeschool, 17 00 u u r , Aula Promotie v a n drs R M Lapré Titel proefschrift ,,As-t pekten v a n m a r k t a n a l y s e m e t betrekking t o t verloskundige diensten lu Nederland '
WIJ kijken w a t gegeneerd vóór ons en pleiten m u r m e l e n d voor Sjef bij Landgraaf
Landgraaf vindt d a t zeer ontroe r e n d en v r a a g t Sjef h e t w a p e n t e bepalen
Sjef zegt h e t k e i h a r d te willen spelen, t e willen vechten voor vrouw en kinderen.
Hogeschool-
Hogeschool (grote kollegezaal, lage nieuwbouw) , 15 30 u u r Pro en c o n t r a volledige onafhankelijkheid b i n n e n 5 j a a r Een bijeenkomst onder leiding v a n prof d r H Bosman
Sjef d r a a i t zijn hoofd n a a r ons o m en wij zien zijn ogen zich l a n g z a a m vullen met h a a t .
Een o n v e r s t a a n b a a r g e m u r m e l klinkt op uit onze njen D e door de sollici tatie v a n Sjef bedreigden onder ons zeggen „nee", de m e t direkt bedreig zeggen „ja", m a a r zachtjes, opdat de a n d e r e n h e t niet h o r e n Het geheel is o n v e r s t a a n b a a r .
DONDERDAG
Hogeschool, 14 30 u u r . Aula raadsvergadering (reserve)
zeer b e g a a n m e t de ellende v a n Sjef voor h e t ojjen r a a m staan) Zij wer k e n al bij mij en onder a n d e r e omdat JIJ m e t betaalt, k a n ik zelfs h e n niet allemaal i n dienst houden. Ik h e b geen werk voor jou Zij kosten mij al te veel
mei
WOENSDAG
Harmonie, 2130 u u r Cgeorganiseerd door Werkgroep Popmuziek e n Stichting Tref centrum) Voorprogramma The Rock Folk, gitarist F r a n k Verhoef Hoofdprogramma Vetkuivenmuziek ofwel Rock a n d Roll v a n S h a k m ' s Stevens & t h e Sunsets Entree deelnemers ƒ 4,—, niet deelnemers ƒ 5,—
27
Tongerlose Hoef, 1100 u u r Koffiedrinken voor iedereen Muziek ouwe e n nieuwe Beatles M a r a n a t h a . 11 15 e n 12 30 u u r Weekend liturgie Thema h e t engagement a a n de mens Wilhelminakanaal, nabij Beekse Bergen tweede d a g Nationale Roeiwedstnjden
ZATERDAG
M a r a n a t h a , 18 30 u u r Weekend liturgie Thema Unctad IH onze z a a k "
Shaky b ack in town!
ZONDAG
28
VRIJDAG
Hogeschool einde kolleges Hogeschool, 20 00 u u r , (plaats wordt tijdig bekend gemaakt) Ontmoetingsavond vol zang, muziek e n d a n s m e t medewerking v a n Moxie Alesie, Cora Cante Antiyas, Stanley Cras en J u l i a n Coco Schouwburg, 20 15 u u r Toneelgroep ,.Globe" met , Ziekenzorg óf Zuster Norton verliefd ' van Peter Nichols 29
M a r a n a t h a , 18 30 u u r Weekend-liturgie Thema h e t engagement a a n d e mens Schouwburg, 20 15 u u r Toneelgroep ,,Globe" met ,,Ziekenzorg öf Zuster Nerton verliefd' van Peter Nichols
14
„Matsertjes" kunnen worden opge geven bij de redahtie. Tot 30 woorden kosten ze ƒ 2,50. Onder nummer f 1,extra Reahties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen
ZATERDAG
W i l h e l m i n a k a n a a l (nabij Beekse Bergen) eerste d a g Nationale Roeiwedstnjden
WeekendIiturgie M a r a n a t h a . Thema: UNCTAD III onze z a a k ?
y^na^e^Cj^
TE KOOP Komplete Doka-uitrusting, z« goed a l s nieuw (met Durst vergroter) voW f 400,—. LEES: de Rode Tribune e n de Rode Studen tenpers v a n deze m a a n d !