Skip to main content

1971 02 19

Page 1

tilburgs hogeschoolblad - jaargang 8 - nr. 12 - 19 februari 1971

De nieuwe rechtspositieregeling door Mr. Jan Daniels We schrijven 1971, de koppen die de situaties rond de totstandlioming van een rechtspositieregeling voor het personeel aan de KHT zouden kunnen beschrijven wanen ons echter in de jaren twintig of daarvóór: Arbeiders

aan de KHT krijgen

Eerste gevolg:

langer

rechtspositieregeling!

werken!!!!

Gedeelte der arbeiders aan de KHT beraden zich nog over de hun rechtspositieregeling! Dit wekt de toorn des werkgevers op!

aangeboden

Edoch, koppen kunnen liegen door de waarheid weer te geven, leest daarom verder dit verhaal zonder eind. Hierna zal worden getracht weer te geven het hoe en het waarom van de ontstane situatie waarin een nieuwe rechtspositieregehng nog slechts voor een gedeelte van het personeel aan de KHT h a a r gelding heeft, terwijl het andere deel zich nog beraadt over de vraag of de regehng (voor hen?) wel goed (genoeg) is.

Tijdens zijn nieuwjaarsrede op 4 januari deelde de president-kurator prof. Bosman onder meer mee, dat nog net vóór liet einde van het oude jaar de nieuwe rechtspositieregeling tot stand was gekomen. Sinds die datum is op alle niveaus vreselijk veel over de regeling gediskussiëerd. Een veel daarbij voorkomende vraag was: Is die regeling nu eigenlijk wel of niet Ingevoerd en zo ja, voor wie geldt hij dan? Deze en zeer veel andere vragen komen in het nevenstaand artikel aan de orde, dat mr. J. Daniels, onder meer lid van het stafkonventsbestuur, samenstelde op verzoek van het THB. De hier gegeven visie komt uitdrukkelijk voor zijn eigen rekening.

Een inleiding Het personeel van de KHT - ATG-leden, bibliothecaris, docenten, hoogleraren, lectoren, student-assistenten en wetenGchappelijk medewerkers (in alfabetische volgorde) - zijn in dienst bij de Stichting Katholieke Hogeschool. Op grond van het bijzondere - civielrechtelijke - karakter van deze instelling komt bij indiensttreding een - civielrechtelijke - arbeidsovereenkomst tot stand. Van een ambtenaarschap in de zin van de Ambtenarenwet kan in deze dus geen sprake zijn. Evenmin in de zin van het ARAR (Algemeen Rijksambtenaren Reglement), waarin de rechtspositie van de ambtenaren is vastgelegd. Wel zijn de personeelsleden aan de KHT ambtenaar in de zin van de ambtenarenpensioenwet (Algemeen Burgerlijke Pensioenwet). thb 12 - 19 februari 1971 verschijnt tweewekelijks


mi

Aan de arbeidsovereenkomst zoals die hier tot stand dient te komen en h a a r inhoud worden in de eerste plaats eisen gesteld (een aantal van dwingende aard) door bepalingen in het Burgerlijk Wetboek. Voorts kan aan de arbeidsovereenkomst inhoud worden gegeven door opneming van door partijen overeengekomen regelen. Tenslotte kunnen in een reglement nog nadere bepalingen worden opgenomen. Door dit samenstel van regelen kunnen de rechten en plichten van de werkgever en de werknemer worden gekend.

tilburgs hogeschoolblad OFFICIEEL O R G A A N V A N DE KATHOLIEKE H O G E S C H O O L TILBURG

Wat over de historie

(verschijnt tweewekelijks) Redaktie Drs. G. A. M. van den Heuvel, hoofdredakteur C. F. Brinkhuizen F. W. Godfroy Redaktle-adres Hogeschoollaan 225, Tilburg Telefoon 70960, toestel 111, kamer N 71 Fotografie Persbureau Rien Siers, Tilburg Kopij Het eerstvolgende nummer verschijnt op 19 maart. De inzendtermijn voor alle kopij voor dit nummer sluit op 12 maart. Slechts getypte kopij w o r d t in behandeling genomen.

in dit nummer: Pagina 1 ~ 2

5 6

7

9

11

12

De nieuwe rechtspositieregeling - Mr. Jan Daniels Hoe gaan we kiezen? Regeling van de verkiezing van de EHR Andere samenstelling EHR - V. d. H. Uitbreiding THB-redaktie Veringa in Tilburg: ,,Leest u de w e t toch e e n s ! " - C. Br. Verslag diskussiebijeenkomst over nota's Posthumus - F. G. Dr. Stassen persoonlijk lector Het ATSO-bestuur representeert de studenten niet meer - K. Verster Dokter Santen bedrijfsarts van hogeschool - C. Br. Projektgroep derdejaars ekonomen Plannen voor nieuwe studentenflats Twente: Stafbureau voor beleidsvoorbereiding

13

Artsenexamens in drie types? Rechtspositieregeling (vervolg van p. 1)

15 e.v.

Mededelingen

In het verleden heeft men zich om de vaststelling van de rechtspositie weinig bekommerd. In artikel 24 van het nimmer ingevoerde, doch wellicht sinds voorjaar 1969 wel stilzwijgend uitgevoerde reglement betreffende de inwendige inrichting, werd aan curatoren de opdracht gegeven de rechtspositie te regelen. Wellicht op grond van deze opdracht kwam een ,,commissie voor het rechtspositiereglement" tot stand, welke blijkens de aanwezige stukken op 21 mei 1969 h a a r eerste vergadering hield. In deze commissie namen zitting: vertegenwoordigers van curatoren, enige hoogleraren, ATG-leden en stafleden (in analfabetische volgorde). Al spoedig kwam de mogelijkheid n a a r voren om een regeling te ontwerpen, welke op een of andere wijze een nabootsing inhield van de rijksregeling voor personeel aan soortgelijke instellingen. Discussiepunten waren onder andere de vraag of die regeling zoveel mogelijk moest en kon worden nagebootst, of nadelige en voordelige afwijkingen konden of moesten (op grond van dwingende bepalingen in het BW) worden opgenomen en de vraag hoe het voor de rijksinstellingen geldende circulaire recht en de aan die instellingen gevormde gewoonte mede konden worden overgenomen. Dit laatste met name omdat het de bedoeling werd geacht niet alleen de regelen over te nemen, maar mede (en juist) de regelingen zoals die in de praktijk bij die instellingen waren gevormd. In een wat stroomversnel-achtige sfeer kwam eind 1970 een voor de commissieleden aanvaardbaar lijkende regeling tot stand welke werd vervat in een „concept algemene voorwaarden betreffende de dienstbetrekking aan de Stichting Katholieke Hogeschool". De regeling was niet geworden een reglement, dat na een accoordverklaring door partijen bindend zou zijn voor het gehele personeel, doch werd gezien als een regeling, inhoudende algemene voorwaarden welke bij de met iedere

werknemer te sluiten arbeidsovereenkomst in acht genomen dienden te worden.

(

Op grond hiervan diende aan iedere werknemer afzonderlijk een nieuwe arbeidsovereenkomst te worden aangeboden waarin de algemene voorwaarden vervat werden, welke arbeidsovereenkomst voor partijen bindend werd door ondertekening.

De regeling Het is de bedoeling dat de tot stand gekomen regeling zal gelden voor alle hiervóór genoemde personeelsleden van de KHT. De regeling houdt echter niet meer in dan een principeverklaring: op het personeel zijn van toepassing de Algemene Burgerlijke Pensioenwet en de bij of krachtens de wet vastgestelde regelingen van materiële rechtspositie, die gelden voor het overeenkomstig personeel van een rijksuniversiteit, dat is aangesteld als ambtenaar.

I

In de eerste plaats betekent dit dat degenen die elders niet zijn aangesteld als ambtenaar niet onder deze regeling vallen. Dit zijn met name degenen die bij de overheid worden aangesteld als ,,arbeidscontractanten". Hieronder zullen met name werknemers vallen voor wie het dienstverband een wat uitzonderlijk (vaak tijdelijk en vrijblijvend) karakter heeft. Te denken valt wellicht aan avond- of ochtendwerksters die op uurbasis worden beloond. In de tweede plaats houdt het principe in dat, aangezien de rijksregeling een afzonderlijke rechtspositieregeling kent voor hoogleraren en lectoren, ook aan de KHT deze afzonderlijke regeling wordt ingevoerd. Het ,.blauwe boekje" is voor hen niet van toepassing.

De huidige situatie In de laatstelijk gehouden vergadering van de commissie, waarin voornoemde regeling tot stand kwam, is de regeling door de ATG-leden in de commissie uitdrukkelijk aanvaard, hebben de senaatsleden geen uitdrukkelijke voor- of afkeur uitgesproken en is door de afgevaardigde van het stafconventsbestuur in de commissie het standpunt ingenomen dat van de zijde van de staf pas een uitspraak kan worden verwacht, nadat de leden van het stafconvent ter zake zijn geïnformeerd en een oordeel hebben uitgesproken. Op grond van deze standpuntbepalingen is door curatoren per de gewenste invoeringsdatum (1-1-1971) aan de ATGleden een nieuwe arbeidsovereenkomst

i

(vervolg op pagina 13)

^a


4

I

Hoe gaan we kiezen?

Regeling van de verkiezing van de eerste hogeschoolraad CENTRAAL STEMBUREAU Artikel 1

Er IS een Centraal Stembureau (CS) voor de verkiezing van de eerste Hogeschoolraad van de Katholieke Hogeschool Het CS bestaat uit 3 leden In het CS zijn benoemd de heer J Poort, hoofd 5e afdeling van de secretarie der gemeente Tilburg, voorzitter, mr H Willems, wetenschappelijk medewerker, hd en de heer T Weijers, juridisch student, hd en secretaris Het curatorium kan plaatsvervangers benoemen KIEZERSREGISTER Artikel 2

1 Van 1 tot en met 10 maart 1971 wordt op het bureau senaat op werkdagen van 9 00 tot 12 00 u u r en van 14 00 tot 17 00 uur een lijst van kiesgerechtigden n a a r de toestand van 28 februari 1971 ter inzage neergelegd

4

Deze lijst bevat - de namen en voorletters van de leden van het wetenschappelijk personeel in de zm van de WUB 1970, alsmede een opgave van de faculteit, waartoe zij behoren, - de namen en voorletters van de studenten, alsmede het nummer van hun collegekaart en de opgave van de faculteit, waartoe zij behoren, - de namen en voorletters van de leden van het met-wetenschappelijk personeel 2 De leden van het wetenschappelijk personeel en de studenten die tot meer dan een faculteit behoren kunnen gedurende de periode, waarin de lijst van kiesgerechtigden ter inzage ligt, schriftelijk kenbaar maken, tot welke faculteit ZIJ gerekend wensen te worden De desbetreffende verklaring dient gericht te worden aan de secretaris van het Centraal Stembureau voor de verkiezing van de eerste Hogeschoolraad van de Katholieke Hogeschool, Willem Il-straat 38 te Tilburg Indien voor de zitting van het CS op 12 m a a r t 1971 geen voorkeur is kenbaar gemaakt, wordt de betrokkene geacht bij de faculteit te behoren, die het kleinste aantal leden, behorende tot het wetenschappelijk personeel, onderscheidenlijk het kleinste aantal studenten omvat 3 Het wetenschappelijk personeel dat niet tot een faculteit behoort, wordt ingedeeld bij de faculteit die het kleinste aantal leden, behorende tot het wetenschappelijk personeel, omvat 4 Indien m de lijst van kiesgerechtigden gegevens ontbreken, of onjuiste gegevens zijn vermeld, kan schnftehjk een verzoek tot aanvulling of verbetering worden ingediend bij de secretaris van het CS Dit verzoek dient uiterlijk op 11 maart 1971 te worden ingezonden 5 CS bepaalt op 12 maart 1971 tot welke faculteit de m het tweede hd bedoelde kiesgerechtigden behoren Het beslist dan tevens op de verzoekschriften, bedoeld in het vierde hd Het doet een met redenen omklede schriftelijke beslissing aan de belanghebbende toekomen Het stelt het kiezersregister n a a r de toestand van 28 februari 1971 vast 6 Bi) ontslag of overlijden van personeelsleden, dan wel overlijden van studenten dienen de namen van de betrokkenen door de voorzitter van het CS op de kieslijst te worden doorgehaald Het curatorium draagt zorg dat de m dit hd

Ten geleide Voor de overgang van de huidige bestuursstructuur naar die van de W e t Universitaire Bestuurshervorming 1970 zijn een aantal maatregelen en beslissingen noodzakelijk. Het hiertoe competente orgaan is het curatorium. Dit college heeft zich bij de in dit nummer afgedrukte (voorlopige) regeling in belangrijke mate laten inspireren door de adviezen van de door minister Veringa ingestelde werkgroep-In 't Veld, na hierover de zienswijze van een aan deze hogeschool in het leven geroepen technische w e r k g r o e p structuur te hebben ingewonnen. De thans aangeboden regeling spitst zich geheel toe op de totstandkoming van de eerste Hogeschoolraad. Later zullen nog andere, thans minder urgente beslissingen genomen moeten w o r d e n . Met betrekking tot de omvang en de samenstelling van de eerste raad heeft het curatorium zich, alvorens te besluiten, van het gevoelen van de senaat, het stafconvent en de ATG voorzien.

Andere samenstelling EHR Door kuratoren is een nadere beslissing genomen inzake de samenstelling van de Eerste Hogeschool Raad De sociale fakulteit had namelijk bezwaar aangetekend tegen de verhoudingsgewijze vertegenwoordiging van het wetenschappelijk korps uit de drie fakulteiten 5 uit de ekonomische fakulteit, 2 uit de sociale fakulteit en 2 uit de juridische fakulteit De sociale takulteit zou meer ingenomen zijn met een 4-3-2 verdeling Dit verzoek van de fakulteit kan - zo blijkt - door het senaatsbestuur en het bestuur van het stafkonvent worden gebillijkt Na overleg IS derhalve door kuratoren besloten om de verdeling 4-3-2 inderdaad m te voeren V. d. H.

t h b 12 - 19 februari 1971


bedoelde gegevens aan de voorzitter van het CS worden doorgegeven

tigden die hun kandidatuur steunen tot dezelfde faculteits geleding, c q geleding behoren, en of het voorschrift dat een kiesgerechtigde slechts evenveel handtekeningen voor een kandidatuur mag zetten als er zetels te vervullen zijn, m acht IS genomen 2 Terstond na het onderzoek worden de onderscheiden kan didatenlijsten vastgesteld Ingeval het CS een ingediende kandidatuur ongeldig verklaart, doet het hiervan onverwijld mededelingen aan de kandidaat en aan de kiesgerechtigden die de kandidaatstelling hebben ondersteund Ieder van hen kan van 27 tot en met 30 maart 1971 tegen deze beslissing van het CS schriftelijk bij het CS bezwaar indienen Het recht van bezwaar omvat mede het recht om een door het CS gekonstateerde omissie of fout m de kandidaatstelling alsnog te herstellen Herstel van de kandidaatstelling kan plaats vinden op het originele formulier, mdien uitsluitend een aanvulling nodig is Het CS zendt daartoe gelijktijdig met de mededeling, bedoeld m de tweede volzin, het originele formu lier, alsmede een blanco formulier aan de indiener van de kandidatuur

Artikel 3 Kiesgerechtigden die na 28 februari 1971 zijn benoemd of als student zijn ingeschreven, dienen bij de kandidaatstelling en of de stemming een verklaring over te leggen dat zij na deze datum zijn benoemd respektievelijk ingeschreven Deze verklaring dient ambtshalve te worden afgegeven aan personeelsleden door de secretaris van curatoren en aan studenten door het hoofd van het bureau senaat OMVANG EN SAMENSTELLING EERSTE HOGESCHOOLRAAD Artikel 4 1 In de eerste Hogeschoolraad zullen voor de leden van de hogeschoolgemeenschap 24 zetels beschikbaar zijn, waarvan 9 voor het wetenschappelijk personeel, 7 voor het niet-wetenschappelijk personeel en 8 voor de studenten 2 Faculteitsgewijs is het aantal voor het wetenschappelijk personeel beschikbare zetels verdeeld m 4 voor de faculteit der economische wetenschappen, 3 voor de faculteit der sociale wetenschappen en 2 voor de faculteit der rechtsgeleerdheid Voor de studenten is deze verhouding 4 voor de faculteit der economische wetenschappen en 2 voor elk van de beide andere faculteiten Het niet-wetenschappelijk personeel wordt voor het kiesstelsel als een eenheid beschouwd

Artikel 8 1 Op 1 april 1971 besluit het CS op de ingediende bezwaren m een openbare zitting te 17 00 uur in de faculteitenkamer en stelt het de kandidatenlijst definitief vast Het zendt een afschrift van de met redenen omklede beslissing aan de kandidaat en de kiesgerechtigden die zijn kandidatuur onder steunen 2 Zodra de kandidatenlijsten definitief zijn vastgesteld, stelt het CS voor de onderscheiden faculteitsgeledmgen en voor de geleding van het niet-wetenschappelijk personeel de stem biljetten vast en bepaalt het de plaats van de kandidaten op de stembiljetten door loting 3 Indien m enige faculteitsgeleding of m de geleding van het niet-wetenschappelijk personeel het aantal gestelde kan didaten het aantal voor de (faculteits-) geleding beschikbare zetels niet te boven gaat en alle kandidaten zijn gesteld door tenminste 35 % van de kiesgerechtigden n a a r de toestand van 28 februari 1971 blijft de verkiezing voor die (faculteits ) geleding achterwege en stelt het stembureau daarvoor geen stembiljet vast

KANDIDAATSTELLING Artikel 5 Van 1 tot en met 25 maart 1971 zijn bij het bureau senaat op werkdagen van 9.00 tot 12.00 en van 14.00 tot 17.00 uur kosteloos formulieren verkrijgbaar voor het stellen van kandidaten. Het formulier is ingericht overeenkomstig het model in bijlage bij deze regeling *. Kandidaatstelling kan uitsluitend geschieden van 15 tot en met 25 maart 1971 door inzending per post van een in de vorige volzin bedoeld formulier, nadat het overeenkomstig de op het formulier gegeven aanwijzingen is ingevuld en ondertekend. Het formulier wordt gezonden aan de voorzitter van het Centraal Stembureau voor de verkiezing van de eerste Hogeschoolraad, per adres Gemeentehuis te Tilburg. De secretaris van het CS zendt aan de inzender van een kandidatenformulier onverwijld namens de voorzitter een getekend en gedagtekend bewijs van ontvangst.

Artikel 9 Het C S verzendt uiterlijk op 8 april 1971 aan alle kiesgerechtigden een oproep om ter stemming te verschijnen STEMMING Artikel 10 De stemming vindt plaats op 21 en 22 april 1971 van 10.00 tot 17.00 uur. De stembureaus zijn gevestigd in de hal vóór de aula van het hogeschoolgebouw en in de studentensporthal. Elk stembureau bestaat uit 3 door het curatorium benoemde leden en 3 plaatsvervangers. De stemming kan uitsluitend geschieden door verschijning in persoon bij een van de stembureaus. Daarbij dient men de oproepingskaart voor de stemming, c.q. de verklaring, bedoeld in artikel 3, mede te brengen. De leden van het wetenschappelijk personeel en de studenten zijn uitsluitend bevoegd hun stem uit te brengen op kandi daten van de geleding en de faculteit waartoe zij behoren De leden van het niet-wetenschappelijk personeel zijn uitslui tend bevoegd hun stem uit te brengen op kandidaten van deze geleding

Artikel 6 1 De kandidaatstelling van een lid van het wetenschappelijk personeel moet gesteund worden door tenminste 5 % van de kiesgerechtigde leden van het wetenschappelijk personeel die op 28 februari 1971 m dienst van de hogeschool waren en behoren tot dezelfde faculteit als de kandidaat De kandidaatstelling van een student moet gesteund worden door tenminste 5 % van de kiesgerechtigde studenten die op 28 februari 1971 aan de hogeschool waren ingeschreven en tot dezelfde faculteit als de kandidaat behoren De kandidaatstelling van een lid van het niet-wetenschappelijk personeel moet gesteund worden door tenminste 5 % van de leden van deze geleding die op 28 februari 1971 m dienst van de hogeschool waren 2 Het bepaalde m het eerste lid betreffende de vereiste steun aan een kandidaatstelling van 5 % van de desbetreffende faculteitsgeledmg, c q geleding geldt met dien verstande dat m elk van deze gevallen een aantal van tien handtekeningen volstaat.

Artikel 11 1 De kiesgerechtigde overhandigt zijn oproep aan de voorzitter van het stembureau De voorzitter leest de naam en voorletters, alsmede het op de oproep vermelde nummer van de kiesgerechtigde op de lijst van kiesgerechtigden op De secretaris van het stembureau kontroleert of deze gegevens in het in zijn bezit zijnde afschrift van de lijst van kiesgerechtigden voorkomen en parafeert de naam van de kiezer m het afschrift 2 Indien de kiezer niet op de lijst van kiesgerechtigden voorkomt, is hij slechts gerechtigd aan de stemming deel te

Artikel 7 1 Het CS onderzoekt, of de gegevens op de kandidatenformulieren m overeenstemming zijn met die op de lijsten van kiesgerechtigden, ofwel met die op de verklaring, bedoeld in artikel 3, voorts, of de kandidaten en de kiesgerech* Het model formulier is niet in het Hogeschoolblad opgenomen

4


Il

nemen, indien hij in het bezit is van een verklaring, als bedoeld in artikel 3. 3 De voorzitter van het Centraal Stembureau konstateert op welke lijst van kandidaten de kiesgerechtigde zijn stem mag uitbrengen. Het overblijvende lid van het stembureau overhandigt het desbetreffende stembiljet. Na zijn stem te hebben uitgebracht deponeert de kiezer het stembiljet in de daarvoor bestemde afgesloten stembus. 4 Ongeldig is een stembiljet dat naast de nummering van de voorkeur andere tekens bevat of van opmerkingen of andere teksten is voorzien, alsmede het stembiljet, waarop geen enkele stem is uitgebracht. Artikel 12 Elk van de stembureaus maakt dagelijks na sluiting van het stembureau een proces-verbaal op van de stemming. De stembiljetten, de ingeleverde oproepingskaarten en verklaringen, als bedoeld in artikel 3, alsmede de geparafeerde afschriften van het kiezersregister, worden aanstonds daarna in een verzegelde verpakking bij het CS gedeponeerd. Op 22 april 1971 maakt het CS te 20.00 u u r een procesverbaal van de gehele stemming op. Op 23 april 1971 vindt te 11.30 u u r in de faculteitenkamer een openbare zitting van het CS plaats tot vaststelling van de uitslag van de stemming overeenkomstig de hiervóór vastgestelde regelen. De voorzitter van het CS biedt gelegenheid om tegen de vastgestelde uitslag bezwaren in te dienen. Nadat het CS zich over de bezwaren heeft beraden, heropent de voorzitter de zitting en doet uitspraak. Van het verhandelde in deze zitting wordt proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal van verkiezing en vaststelling van de uitslag wordt toegezonden aan het curatorium. Het wordt eveneens ad valvas gepubliceerd. Het CS zendt zo spoedig mogelijk na de zitting een benoemdverklaring aan alle gekozen leden, alsmede aan degenen die behoren tot de kandidaten van een (faculteits-) geleding, waarbinnen met toepassing van artikel 8, derde lid, stemming achterwege is gebleven. VASTSTELLING VAN DE UITSLAG Artikel 13 1 Het curatorium stelt nadere regelen met betrekkmg tot de vaststelling van de uitslag van de verkiezing. Daarbij neemt het het bepaalde in het zevende lid van dit artikel in acht, alsmede de grondslagen van het stelsel van de enkele overdraagbare stem, zoals deze in de leden 2 tot en met 6 van dit artikel zijn omschreven. 2 Elk der stembiljetten wordt in eerste instantie met een stemwaarde 100 toegewezen aan de daarop als eerste voorkeur vermelde kandidaat. De verdere voorkeuren komen pas aan de orde als de kandidaten met meerdere voorkeuren zijn uitgevallen (als gevolg van „verkozen verklaard" zijn of bij gebleken kansloosheid). 3 De kiesdeler wordt bepaald door als kriterium te kiezen: het kleinste getal waarbij het niet mogelijk is dat er een kandidaat te veel wordt gekozen (zogenaamde minimale kiesdeler of kiesdeler van Droop). 4 Indien een kandidaat een aantal stemmen heeft verkregen, dat tenminste gelijk is aan de kiesdeler, wordt deze kandidaat verkozen verklaard. Het aantal op de verkozene uitgebrachte stemmen dat boven de kiesdeler uitgaat, wordt - met verminderde stemwaarde - overgedragen aan de kandidaat, welke door de kiezer als volgende voorkeur is aangegeven. Hierbij worden de kandidaten, die reeds de kiesdeler hebben gehaald of inmiddels zijn afgewezen, genegeerd. 5 Indien geen der (overgebleven) kandidaten een aantal stemmen heeft gekregen, dat tenminste gelijk is aan de kiesdeler, wordt de kandidaat met het geringste aantal stemmen afgewezen. De stembiljetten, welke aan deze kandidaat waren toegewezen, worden met onverminderde stemwaarde overgedragen aan de kandidaten, welke door de kiezer als volgende voorkeur zijn aangegeven. Ook hierbij worden die kandidaten genegeerd, die reeds de kiesdeler hebben gehaald of

Frans Godfroy Is het die met ingang van deze aflevering van het THB deel zal uitmaken van de redaktie. De oproep voor een free-lance-redakteur had enig gedrang tot gevolg, waaruit Godfroy is komen boven drijven. Vanzelf, want een wip waar aan de linkerkant het minst gewicht op licht beweegt zich links omhoog. Daarbij geldt overigens dat wat van voren gezien links is, van achteren gezien rechts wordt waargenomen. Waarmee maar moet worden afgewacht of en in hoeverre het THB in de toekomst een andere signatuur krijgt. Voor degenen die de heer Godfroy niet kennen, zijn Tilburgse antecedenten zijn: Sociologie, Links Front, TAS, ASF. Momenteel is hij „buitenkerkelijk".

inmiddels zijn afgewezen. 6 Het proces in 4 en 5 wordt herhaald totdat de totale volgorde van de kandidaten op de lijst is vastgesteld. 7 Indien bij het vaststellen van de uitslag van de verkiezing blijkt dat van de kiesgerechtigden van een geleding minder dan 35 % een geldige stem heeft uitgebracht, wordt van de voor die geleding bestemde zetels dat aantal bezet, dat evenredig is met de verhouding van het geldig uitgebrachte tot het vereiste aantal stemmen. Tilburg, 12 februari 1971 Dr. H. W. J. Bosman, president-curator

t h b 12 - 19 februari 1971


Veringa in Tilburg:

„Leest U de wet toch eens!"

Op donderdag 11 februari jl. hebben minister Veringa en zijn juridische medewerker dr. Ariëns, op uitnodiging van het Tilburgs Studentencorps St. Olof, een toelichting gegeven op de wijze van invoering van de Wet Universitaire Bestuurshervormingen. Het Ifostte het THB de nodige moeite om, met een zeer beperkt gezelschap, in de sociëteit van St. Olof deze toelichting te mogen aanhoren. Het was een van de eerste keren, dat de minister n a de aanname van de WUB weer met studenten over deze wet sprak. Diskussiëren met studenten over de wet was hem in het verleden kennelijk tegengevallen, want de minister opende met een dringende aansporing de wet eens te lézen. Hij is zelfs bereid een onlangs uitgegeven populaire versie van de wet aan belangstellenden op aanvraag toe te sturen. (Hij zwaaide hierbij met het boekje, waarvan we helaas de kleur niet zo gauw konden onderscheiden.)

Bij de vragen die aan het forum werden gesteld over de invoering van de wet in Tilburg, moest prof. Bosman regelmatig optreden als souffleur van de minister. Een diskussie over de gevolgen van de wet voor Tilburg was misschien ook interessanter geweest wanneer de president-kurator ook in het forum had gezeten. Nu kwam het er veelal op neer, dat de minister, slechts heel globaal voor onze hogeschool, aangaf wat er in de wet te lezen valt.

,,Wanneer u de wet goed leest zult u ook zien welke mogelijkheden door de wet worden geboden: als u de wet vergelijkt met allerlei vigerende tussentijdse bestuursvormen, zal blijken dat deze wet verder gaat dan welke tussentijdse bestuursvorm in Nederland ook."

Onafzetbaarheid l(ollege van bestuur De leden van het kollege van bestuur van de universiteit of hogeschool worden voor twee jaar benoemd en zijn tussentijds niet afzetbaar. Op de bezwa-

ren die ten aanzien van deze bepaling n a a r voren werden gebracht, stelde de minister, dat de universiteitsraad het kollege van bestuur niet kan afzetten, maar dat de minister dit ook niet kan. ,,Deze vorm geeft enige zekerheid aan hen die zich voor de bestuurstaak vrij moeten maken van hun werk. Bij een totaal gebrek aan vertrouwen tussen enerzijds het kollege van bestuur en anderzijds de universiteitsraad kan ik mij voorstellen, dat de bestuursleden zeggen, dat ze in die setting niet kunnen fungeren en heengaan." Ook de Kroonleden worden voor een bepaalde tijd benoemd, waarbij ook geen mogelijkheid tot tussentijds ontslag bestaat: de benoemingen zijn Kroonbenoemingen. In Tilburg zullen deze benoemingen door het stichtingsbestuur geschieden.

Val<groepsleden De diskussie-avond had alleen al zijn nut voor de Tilburgse bestuurders, die toegaven tot nu toe begrepen te hebben, dat de plaatsen voor student-leden in de vakgroep slechts zouden kunnen worden ingenomen door student-assistenten. Veringa lichtte toe, dat de fakulteitsraad zal bepalen welke leden van de hogeschool op grond van hun bijdrage aan onderzoek en onderwijs zullen behoren tot die vakgroep. W a t de studenten dus betreft, zal hun deelname aan de vakgroep niet bepaald worden afhankelijk van het al of niet student-assistent zijn.

l\/lcKinsey Naar aanleiding van een vraag over de aktiviteiten van het Amerikaanse organisatiebureau McKinsey, dat het wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs in Nederland doorlicht, konstateerde Veringa ,,een vrees, dat de minister via de centrale planningsstruktuur volgens McKinsey meer centrale invloed zou krijgen, dan men eigenlijk vindt dat hij zou moeten hebben". Veringa acht deze vrees volstrekt ongegrond. ,,Als u èn kijkt n a a r de planningsgroep èn n a a r de stuurgroep, dan ziet u, dat die twee organen volkomen onafhankelijk van de minister zijn gevormd en dat de universiteiten zélf meespelen. Ik heb zelfs eerder het idee, dat ik wat minder brandjes zal moeten blussen, dan in de afgelopen vier jaar." ,,McKinsey stelt een volstrekt neutrale planningsstruktuur op: het geeft niet anders dan een stramien, waarlangs straks de beleidsgegevens binnen kunnen komen. De verantwoording blijft bij de universiteiten, de minister en uiteindelijk bij het parlement." C. Br.


Verslag diskussiebijeenkomst over nota's Posthumus

„Elke vorm van eenzijdige hervormingsdrang zou het wezen van de universiteit slechts schade berokkenen. Aan prof. Posthumus is daarom verzocht, overigens geheel overeenkomstig zijn eigen wensen en suggesties, a a n de nota die hij zou opstellen het karakter van een diskussienota te verlenen." Aldus minister Veringa in zijn voorwoord bij de nota-Posthumus, zoals die ruim twee jaar geleden werd uitgebracht. Inmiddels hebben zich binnen en buiten de universiteit ontwikkelingen voorgedaan die onder meer resulteerden in de wet-Veringa aangaande de bestuurlijke herstrukturering van de universiteit. De diskussies rond de nota van Posthumus „De universiteit - doelstellingen, funkties, strukturen" gaan echter voort. Posthumus bracht ondertussen in aansluiting op zijn diskussienota twee „voortgangsnota's" uit die proberen a a n te sluiten bij de op gang zijnde ontwikkelingen.

Recht op studie Op 19 december 1970 werd m Tilburg een diskussiebijeenkomst van leden van het wetenschappelijk korps a a n de hogeschool gehouden, waar de drie nota's op tafel lagen Allereerst werd kort op een aantal punten ingegaan die betrekking hadden op de algemene probleemstelling zoals die m de nota's uitgebreid n a a r voren wordt gebracht Er bestond onder de deelnemers wemig verschil van mening over de konklusie dat de nota's een beperkte opzet hebben en zich niet bezig houden met de integratie van wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs of een open universiteit Aangaande het principiële recht van iedereen om hoger onderwijs te volgen werd opgemerkt dat het daarbij m feite toch gaat om het bepalen van nationale prioriteiten Voor de noodzaak van studieverkorting bestond begrip, maar men vroeg zich af of de kursusduur van vier jaar als algemene regel moet worden voorgesteld, gezien de eisen die a a n een zelfstandige beroepsbeoefenaar m bepaalde vakken (bijvoorbeeld psychologie) worden gesteld

Selektie Een groot deel van de diskussie werd gewijd aan de voorstellen van Posthumus over de indeling van de studie Over de propaedeuse stelt de notaPosthumus, dat getracht moet worden propaedeutische onderwijs- en examenprogramma's op te stellen die voldoen aan voorwaarden van representativiteit en selektiviteit In de diskussie kwam naar voren dat de eis van representativiteit met alleen moet worden betrokken op de inhoud van de stof, m a a r ook

op de methoden en techmeken Over de eis van selektiviteit stelt de nota onder andere „Gedurende de studie en het onderwijs n a het propaedeutisch examen behoort de selektie op de achtergrond te treden De fakulteit acht zich verantwoordelijk voor de door haarzelf aangenomen studenten, de student acht zich verantwoordelijk voor zijn gekozen hebben en gekozen zijn" Hieraan werd de vraag gekoppeld of al deze betrekkelijk zware eisen gelegd kunnen worden op de zwakke schouders van een eenjarige propaedeuse De deelnemers spraken dan ook h u n voorkeur uit voor een langere propaedeuse, bijvoorbeeld van twee of twee en een half jaar, juist ook m verband met de eis van representativiteit De opmerking werd geplaatst dat een te sterke nadruk op de selektie de motivatie van de student kan verminderen

a a n v a a r d b a a r is ,,aan ieder die voor een doktoraalexamen geslaagd is zonder beperking en gedurende een aantal jaren recht op een bezoldigde funk tie te geven" Over het al dan met betrokken worden van de promovendus bij het leven van de instelling waaraan hij verbonden is, werd gesteld, dat de verkorting van studieduur ongetwijfeld zal leiden tot een sterke verlaging van het niveau van de doktoraalstudie Voor degenen die zich wetenschappelijk willen bekwamen zal een aanvullende studie nodig zijn In het algemeen bestond bij velen de vrees dat bij de m v o e n n g van de nota-Posthumus de zuivere wetenschapsbeoefening van de universiteiten zou verdwijnen Wat betreft de door Posthumus voorgestelde maximum inschrijvingsduur werd gesteld, dat een beperkt recht op studiefacüiteiten billijk is Studiefaciliteiten zijn schaarse goederen, wie een plaats te lang bezet houdt ontneemt derhalve kansen aan anderen Wel miste men duidelijkheid omtrent een beleid m deze ten aanzien van bijzondere persoonlijke omstandigheden De invoering van de nota-Posthumus zou m ieder geval gepaard moeten gaan met grondige hervorming van de onderwijsprogramma's en van de onderwijsmethodieken Landelijke samenwerking lijkt h i e n n geboden Tenslotte bleek men opnieuw m het duister te moeten tasten waar het ging over de organisatie van het door ieder wenselijk geachte postakademiale onderwijs Ziehier de neerslag van een studiedag van het wetenschappelijk korps van de Katholieke Hogeschool over de „universiteit, h a a r doelstellingen, funkties en strukturen". F. G.

Onduidelijk Aangaande de doktoraalfase kwam de suggestie n a a r voren twee soorten doktoraalexamens m te voeren een voor hen die in de praktijk willen gaan en een voor hen die een wetenschappelijke karriere ambiëren Hierover werd men het echter niet eens Wel vond men een vergroting van de keuzemogelijkheden m de doktoraalfase wenselijk

De ATSO maakt bij deze bekend, dat de verkiezingen voor de Tilburgse Studenten Raad dit jaar gehouden zullen worden op 24, 25 en 26 februari.

Over de doktoraatsfase bleef veel onduidelijkheid bestaan Het voorstel uit de eerste nota dat de geslaagde doktorandus die zich wil voorbereiden op de promotie solliciteert n a a r de funktie van ,,assistent-onderzoeker" wordt m de tweede voortgangsnota m zoverre afgezwakt, dat er „m nader overleg k n t e n a voor geschiktheid en voor waardering van tussentijdse uitkomsten zullen moeten worden gezocht", waaraan de opmerking voorafgaat dat het niet

Zoals bekend, is ieder hogeschoolstudent automatisch lid van de ATSO en heeft dus stemrecht op vertoon van kollegekaart.

7

Bekendmaking ATSO

's Middags van 12.00 tot 2.00 uur en 's avonds van 5.00 tot 7.00 u u r zullen er stembussen geplaatst worden op de hogeschool, de mensa en de theologische faculteit.

Het verkiezingsreglement ligt ter inzage bij de ATSO-sekretaresse. ATSO-bestuur

t h b 12

19 februari 1971


Extraatje op een ABN studentenrekeiiiiig

Een bankrekening. Speciaal voor studenten. Voor 't gemak. Om allerlei soorten betalingen te doen. Met gratis overschrijvingsformulieren. Met gratis dagafschriften waarop elke saldowijziging staat. Een bankrekening met 'n extraatje. Drie volle procenten rente. Niet langer op studeren! Meteen zo'n bankrekening openen. Bij een van de ABN kantoren. 't Is een kwestie van 'n paar minuten en je hebt er jaren elke dag plezier van. U bent welkom bij de

Algemene Bank Nederland Tilburg: Spoorlaan 346, telefoon (04250) 21040 Westermarkt 12, telefoon (04250) 21040 Wilhelminapark 14, telefoon (04250) 21040

thb 12 - 19 februari 1971


Dr. Stassen persoonlijk lektor

Het ATSO-bestuur representeert de studenten niet meer door K. Verster

Het College van Curatoren heeft overeenkomstig de voordracht van het Senaatsbestuur besloten aan dr. J. L. Stassen met ingang van 15 januari jl. een persoonlijk lectoraat te verlenen. De taak van dr. Stassen blijft ongewijzigd. De heer Stassen is de eerste aan de Katholieke Hogeschool die benoemd is tot persoonlijk lector. Dit lectoraat wordt slechts zelden verleend. Dr. Stassen is hiertoe benoemd vanwege zijn bijzondere wetenschappelijke begaafdheid, welke blijkt uit zijn grote bekendheid met en eruditie op het gebied van de economie, de sociologie, de politicologie en het staatsrecht. Daarnaast bezit hij grote kennis op het gebied van de pohtieke geschiedenis. Een zo ruime bekendheid met verschillende gebieden van wetenschap heeft als steeds minder voorkomend verschijnsel, grote betekenis voor de hogeschool en de studenten van de faculteit van de sociale wetenschappen De heer Stassen is sinds 1960 als wetenschappelijk medewerker aan de hogeschool verbonden. Aanvankelijk was hij onder leidmg van prof. dr. F. J. H. M. van der Ven werkzaam op het gebied van het arbeidsrecht en de sociale politiek, later werden zijn werkzaamheden uitgebreid met een leeropdracht ,,Theorie van de politieke stelsels". De heer Stassen behaalde in 1960 cum laude zijn doctoraal examen in de sociale wetenschappen. In 1969 promoveerde hij cum laude tot doctor in de sociale wetenschappen op het proefschrift ,,Over democratie"

Het gesprek met de heer W. Franken, voorzitter van de Algemene Tilburgse Studenten Organisatie, verschenen in het Tilburgs Hogeschoolblad van 5 februari jl., met name zijn stelling dat de activiteiten van de ATSO met betrekking tot de invoering van de Wet Universitaire Bestuurshervorming zich zullen beperken tot anti-propaganda en boycot, vormt voor mij, als student met een duidelijk afwijkende mening, reden te over eens uitvoerig stil te staan bij de positie en de houding van de ATSO. Was de ATSO tot voor enige jaren een organisatie die daadwerkelijk de belangen der hogeschoolstudenten bundelde en behartigde middels een uitgebreid faciliteiten-apparaat en door, als representatieve gesprekspartner, deel te nemen aan velerlei soorten overleg, waarbij de positie of de belangen der hogeschoolstudenten in het geding kwam (en); de huidige situatie is helaas heel anders. Nog steeds vormt de ATSO op faciliteitengebied een belangrijke organisatie, waar alle Tilburgse studerenden gebruik van kunnen maken, mits ze lid zijn Com bepaalde subsidies veilig te stellen zijn een aantal faciliteiten welke ATSO-gebonden waren sinds kort a a n collegekaart-gebonden, maar daarover straks meer). Van representativiteit bij overleg, betrekking hebbende op hogeschoolzaken, is echter in het geheel niets meer te bespeuren.

Meerderheidsdictatuur De extreme opstelling der ATSO-bestuurderen in de laatste jaren is zeer zeker geen juiste weergave van de verhoudingen zoals die onder de hogeschoolstudenten liggen. U kunt dan tegenwerpen dat deze besturen gevormd worden uit de TSR, welke middels algemene verkiezingen wordt samengesteld. Terecht. Maar even terecht is de constatering dat een democratische gang van zaken in de TSR en de ATSO reeds enige tijd een idéé fixe, een illusie is. De daar heersende dictatuur van de

meerderheid, uitgeoefend door onze grote „maatschappijhervormers" werkt dermate desillusionerend, zo niet frustrerend, dat zi) die menen via deze organen constructief mee te kunnen werken aan het oplossen van de talloze problemen rond onze hogeschool, zich allen steeds weer opnieuw realiseren dat het vechten tegen een bierkaai is. (Bovenstaande beschuldiging van meerderheidsdictatuur, om niet te zeggen machtsmisbruik, ben ik gaarne bereid nader toe te lichten indien daar behoefte a a n mocht bestaan Daar het evenwel slechts zijdelings met dit betoog verband houdt, zie ik hier van verdere beschouwing af.) Nu de ATSO zich, volgens eigen zeggen, van de hogeschool heeft afgewend en zich geheel wijdt a a n sociale en maatschappelijke problemen en mistoestanden (wat op zichzelf natuurlijk een bijzonder goed en noodzakelijk werk is) vraag ik me echter wel af, hoe diezelfde ATSO nog steeds durft beweren het voor-de-studenten-aande-hogeschool-representatieve-orgaan te zijn. Met andere woorden wij worden klaarblijkelijk vertegenwoordigd door een organisatie die in principe iedere vertegenwoordiging, iedere vorm van overleg en samenwerking boycot, vermijdt of ridiculeert Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat zeer vele studenten deze gang van zaken toch wel zeer vreemd aandoet.

Verdeling EHR reëel Het is bijzonder te betreuren dat de Tilburgse student, na aanvankelijk een der grote initiatiefnemers geweest te zijn bij het beuken tegen de feodaalautoritaire verhoudingen in de universitaire wereld, momenteel wederom een bijzondere positie inneemt door h a a r starre en dogmatische houding ten opzichte van iedere vorm van samenwerking of overleg. Triest is het ook dat men als enig aanvaardbare bestuursalternatief het one-

9

thb 12 - 19 februari 1971


dat zeer vele hogeschoolstudenten slechts ATSO-lid zijn om van die faciliteiten gebruik te kunnen maken, anderzijds dat vele ATSO-leden geen hogeschoolstudenten zijn. Ondanks deze administratieve wirwar durft men zich nog steeds representatief te noemen. Maar voor wie? Voor de Tilburgse studerenden, voor de hogeschoolstudenten, voor de posjetbezoekers of voor de reductie-apparaatgebruikers? Het is mijn vaste overtuiging dat de ATSO als orgaan in de huidige structuur géén adequate organisatie is als vertegenwoordiger der hogeschoolstudent. Ik ben er geen lid van en wens het ook niet te zijn. Lidmaatschap is nog steeds gebaseerd op vrije keuze en of ik nu al of niet een collegekaart heb maakt in deze geen verschil uit.

K. Verster

man-one-vote-systeem ziet. Na een felle strijd tegen de autoritaire structuren pleit men nu voor een vorm die zo mogelijk nóg absoluter de autoriteit in handen van één groep legt, en wel bij de studenten. Deze uitleg van het begrip democratie kan er bij mij niet in. Democratie op universitair bestuursniveau dient uit te gaan van de gelijkheid der participanten, waarbij verantwoordelijkheden, kennis, ervaring, inzicht en taakstelling niet uit het oog mogen worden verloren. Dat derhalve a a n de wetenschappelijke staf op basis van h a a r grotere ervaring, h a a r grotere kennis en beter uitgebalanceerde mening^ een relatief zware stem in het kapittel wordt toegekend, acht ik reëel. Het is volstrekte waanzin studiestof en -vorm te laten bepalen door studenten, die er grotendeels geen benul van hebben wat onderwijs eigenlijk is, welke mankracht daarvoor nodig is; laat staan dat ze weten wat hun studierichting eigenlijk inhoudt.

Representativiteit Wenst het ATSO-bestuur uit principe al op generlei wijze aan enigerlei vorm van overleg deel te nemen dan vraag ik me daarnaast af of ze daar überhaupt wel het geëigende orgaan voor is. Niet slechts verklaart ze zich niet met de hogeschool te willen inlaten, ook aan h a a r representativiteit waag ik het ernstig te twijfelen. De uiterst vreemde koppeling van faciliteiten aan „politieke" vertegenwoordiging en het openstellen van het lidmaatschap voor alle Tilburgse studerenden heeft enerzijds bewerkstelligd

Niet omdat ik nu zo'n medelijden heb met prof. Bosman, die m a a r moet trachten een hogeschoolraad en alle andere onderdelen der nieuwe structuur op poten te zetten; m a a r omdat ik me betrokken voel bij de hogeschool, omdat ik géén fundamenteel wantrouwen heb in oudere mensen die meer verdienen, omdat n a a r mijn mening in de WUB een goede uitgangstelling n a a r een toekomstige, bevredigende democratische structuur ligt en omdat ik vind dat de momenteel zo verpeste en verziekte sfeer op de hogeschool grotendeels zou kunnen worden opgelost door middel van reëel en open overleg, daarom wil ik gaarne alle studenten wijzen op de mogelijkheden die er zijn om wél actief en constructief mee te werken aan de bestuursstructuur. Dat de ATSO, volgens Franken, nog in de ,,antikapitalistische fase" verkeert en derhalve meent niet mee te moeten werken aan ,,het elitair hervormen van de hogeschool", waardoor een ,,democratisch eiland in een ondemocratisch en kapitalistische maatschappij" zou ontstaan, moet zij zelf weten. Maar n a a r mijn mening moet het democratiseringsproces ergens beginnen. Vanuit dat eiland zullen dan wel bruggen geslagen worden n a a r „de maatschappij". Niemand is gedoemd apatisch af te wachten wat er nu gaat gebeuren en zich wellicht te ergeren aan deze antihouding, ledere studentengroepering (flatbewoners, disputen, sport- en studieclubs, studieraden, faculteitsvertegenwoordigers etc.) kan tezijnertijd h a a r stem laten horen en laten gelden. Een gesprekspartner is er voor Bosman aan studentenzijde helaas niet. Statutair is dat (nog steeds) de ATSO. Maar het moet toch mogelijk zijn dat er aan onze hogeschool voldoende reële en nuchter-denkende studenten rondlopen om de impasse, althans aan studentenzijde, te verbreken, zodat ook de geplande acht studentenzetels in de hogeschoolraad en de vele zetels in andere organen bezet worden.

10

Tenslotte: liet TAS-blad U zult zich wellicht afvragen waarom dit artikel, wat eigenlijk slechts de studenten aanbelangt, in het Hogeschoolblad verschijnt en niet in het TAS-blad. De reden daarvoor is, dat de ervaring geleerd heeft dat artikelen met een strekking, welke niet overeenkomt met de ideeën der TAS-redactie, erg weinig kans op plaatsing hebben in dat periodiekje. Bovendien lijdt TAS in zo mogelijk nog heviger mate dan de ATSO aan een volslagen gebrek aan interesse waar het hogeschoolproblemen betreft. Ook in het woord TAS kunnen we de A gevoegelijk tussen aanhalingstekens plaatsen. En wanneer het TAS-blad zich dan al eens met de hogeschool wil inlaten dan zijn dat nimmer inhoudelijke bijdragen of commentaren, m a a r steeds strikt persoonlijke aanvallen, die stuk voor stuk voldoende aanleiding kunnen vormen voor een aanklacht wegens smaad. Gelukkig zien de betrokkenen de betrekkelijkheid van het blad in: niemand leest het en door een aanklacht zou het blaadje mogelijk meer publiciteit gaan genieten dan het verdient. Wanneer Franken in zijn gesprek met het Hogeschoolblad zegt dat ,,zorgvuldig vermeden zal worden dat personen in het geding komen" dan klinkt mij dat zeer hoopvol in de oren. Zou dat de nieuwe ATSO-TAS-lijn zijn? Maar nee. Zijn woorden verliezen meteen weer alle waarde wanneer hij drie regels verder zegt dat ,,personen die aan de nieuwe structuur mee zullen werken niet bij voorbaat van kwade trouw zullen worden beticht"(!). (Over vrijheid van meningsuiting en democratie gesproken!) Naar aanleiding van die ,,lagemeenheid" van het TAS-blad tenslotte het volgende: Om voor verdere subsidiëring door de hogeschool, via de subsidiecommissie, in aanmerking te komen stelde deze commissie onlangs de eis dat het TAS-blad dan ook aan alle hogeschoolstudenten en niet slechts aan de ATSO-leden zou worden toegezonden. Bovendien eiste zij dat er in het TAS-blad op enigerlei wijze aandacht zou worden besteed aan de hogeschool. Wanneer nu in het jongste TAS-blad het door ,,Ino" in een half u u r in elkaar gedraaide prietpraatje over allerlei hogeschool-perikelen onder de kop ,,Een goed en gelukkig nieuwjaar" voor de subsidiecommissie blijkbaar reeds voldoende is om weer ƒ 15.000,— in dit blaadje te steken, dan vraag ik me af hoe royaal die commissie dan wel niet in h a a r centen moet zitten. Op basis van deze, door de subsidiecommissie van de hogeschool vastgestelde, criteria met betrekking tot algemeenheid en dus het subsidiabel zijn, komen dan in Tilburg ongetwijfeld vele


periodieken en organisaties veeleer voor subsidiering in aanmerking. Laat de subsidiecommissie zich eens realiseren dat h a a r subsidiebeleid-ten-deze ertoe bijdraagt dat de „Algemene" Tilburgse Studenten Organisatie en het Tilburgs „Algemeen" Studentenblad hun schijn van representativiteit kunnen blijven ophouden. Kees Verster

Dokter Santen bedrijfsarts hogeschool

Met ingang van 1 januari jl. heeft de hogeschool zich voor de „bedrijfsgeneeskundige begeleiding" van het personeel aangesloten bij de Stichting Bedrijfsgezondheidsdienst Tilburg. Deze stichting zal het a a n te stellen personeel keuren, jaarlijks doorlichten, een spreekuur Instellen voor klachten welke met de werkomstandigheden (kunnen) samenhangen en voorts zorgdragen voor de begeleiding van het ziekteverzuim aan de hogeschool. Vanuit genoemde stichting zal de heer B. C. Santen optreden als bedrijfsarts van de hogeschool.

Dokter B. C. Santen

Tot nu toe kende de hogeschool geen bedrijfsgeneeskundige begeleiding bij het ziekteverzuim. Voortaan deelt de afdeling Personeelszaken een ziektegeval aan de bedrijfsarts mee, die, wanneer de patiënt na ongeveer vijf dagen het werk nog niet hervat heeft, hem een uitnodiging voor een gesprek stuurt. Wanneer de patiënt bedlegerig

is of het werk inmiddels weer heeft hervat, kan de uitnodiging geretourneerd worden. Slechts in bijzondere gevallen zal de arts tot huisbezoek over gaan. Desgevraagd deelde de heer Santen mee, dat met opzet de term „begeleiding van het ziekteverzuim" gebruikt wordt, omdat van een zogenaamde ,,ziektekontróle" geen sprake zal zijn. De begeleiding zal erop gericht zijn om in geval van ziekteverzuim samen met de patiënt n a te gaan of mogelijk de arbeidssituatie een aanleiding vormt. Tegen de beslissing van kuratoren, waarmee de begeleiding van het ziekteverzuim wordt geregeld, heeft onder meer het bestuur van het stafkonvent bezwaar aangetekend. Zij meent, dat voor de tot standkoming van het besluit overleg met de betrokkenen op h a a r plaats was geweest. De heer Santen deelde ons mee, dat óók m zijn idee over zijn funktie, overleg met de betrokkenen over de te kiezen vorm van ziekteverzuim-begeleiding wenselijk was geweest. De gedragslijn van de heer Santen zal uniform zijn ten opzichte van alle personeelsleden. C.Br. (Zie voorts het artikel van mr. Daniels onder „Enige praktische bezwaren".)

„Een zieke werknemer moet weliswaar gekontroleerd worden, m a a r de kontrole dient zich In de eerste plaats te richten op het signaleren van de ziekte. Kontrole op verzuim, die alleen een politionele Inhoud heeft, vind Ik onjuist. Het valt me op, dat bestrijding van het ziekteverzuim altijd weer de handarbeiders betreft, temeer omdat de hogere beambten vaak tweemaal zoveel van h u n werk wegblijven." CKonklusies van drs. A. K. de VriesVan der Zee, medisch sociologe bij het Nederlands Instituut voor Preventieve Geneeskunde in Leiden.)

11

t h b 12 - 19 februari 1971


een groep studenten in de kandidaatsfase mogelijkheden heeft. De fakulteit heeft het Onderwijs Research Centrum van de hogeschool verzocht het experiment, voor zover mogelijk, te evalueren. De fakulteit hoopt dat het ORC tot een zodanige evaluatie komt, dat noodzakelijke voorwaarden voor het welslagen van een dergelijke onderwijsvorm kunnen worden aangegeven. C. Br.

Plannen voor nieuwe studentenflats

Zou de samenwerking van destijds tussen studenten-oppositie en bouwvakkers dan eerst nu konkreet resultaat opleveren?

De Stichting Studentenhuisvesting heeft onlangs met de architekt van de reeds staande studentenflats, de heer Postel, een schetsplan opgesteld voor een nieuw huisvestingskomplex van ongeveer 800 kamers. Het gebouw, dat uit ongeveer 20 verdiepingen zal gaan bestaan, zal een van de hoogste gebouwen van Tilburg worden en is gesitueerd op een terrein aan de Ringbaan-West, tussen de Hart van Brabantlaan en de Bredaseweg. Wanneer de stichting nog dit jaar met de bouw zal kunnen laten beginnen, zouden de nieuwe studentenflats eind 1973 in gebruik kunnen worden genomen. C. Br.

Twente: Stafbureau voor beleidsvoorbereiding Projektgroep derdejaars ekonomie Naar aanleiding van de brief van de projektgroep derdejaars elionomen van 1 december jl., waarin deze groep aan de voorzitter van de eltonomische faliulteit meedeelde zichzelf te hebben opgeheven, informeerde het THB - bij het uitblijven van een officieel antwoord n a a r de reaktie van het fakulteitsbestuur. De voorzitter van het fakulteitsbestuur, prof. Verheyen, deelde ons mede dat, nadat de brief in de fakulteitsvergadering was bosproken, aan de leden van de projektgroep is meegedeeld, dat zij, middels een speciale overgangsregeling, kunnen terugvallen op het oude programma. Prof. Verheyen betreurt de mislukking: hij zag het projekt als een onderwijsexperiment, waaruit mogelijk zou blijken, dat deze vorm van onderwijs voor

In het ,,Nieuws in en om de Technische Hogeschool Twente" van 28 januari jl. wordt melding gemaakt van de instelling van een stafbureau voor beleidsvoorbereiding. Vooral wat betreft de beleidsvoorbereiding die rechtstreeks door het bestuur van de hogeschool tot stand komt is behoefte ontstaan aan assistentie door een stafbureau. Dit zal zowel moeten assisteren bij de voorbereiding van het te voeren beleid als bij de evaluatie van het gevoerde beleid. Zaken die de beleidsvoering van alle dag betreffen zullen doorgaans niet tot het werkterrein van het stafbureau behoren. Om te voorkomen dat het bureau louter een verlengstuk of instrument van het bestuur of van andere organen of groepen in de hogeschool zou worden, zal het een zekere mate van zelfstandigheid moeten hebben bij de vervulling van zijn taak, aldus het,,Nieuws in en om de Technische Hogeschool Twente". F. G.

12

DATABANK Rotbücher Baran, Fried, Salvatore: Intellektuelle und Sozialismus ƒ4,70 Bettelheim, Dobb, Robinson, Mandel, Sweezy enz.: Zur Kritik der Sowjetokonomie ƒ5,50 Aimé Cesaire: ü b e r den Kolonialismus ƒ4,Huberman, Sweezy, Frank, Silva, Quartim, Debray: Focus und Freiraum; Linke in den Metropolen ƒ5,50 Frank, Guevard, Mauro, Marini e.a.: Kritik des bürgerlichen Anti-lmperialismus ƒ6,40 Sun-schriften De B W A over het wetenschapsbeleid ƒ2,25 Altvater Joffe: Onderwijs en wetenschap in het laatkapitalisme ƒ 1,50 Technologie en revolutie ƒ 1,50 Herkommer: Ontwikkelingstendensen in het laatkapitalisme en de voorwaarden voor politisering van de techniese intelligentie ƒ1,75 Mallet: De nieuwe arbeidersklasse De uitbuiting van Suriname

ƒ2,ƒ7,—

Kruit Politieke ekonomie (uittreksels Dobb, Mandel, Baran) ƒ3,— Wat te doen met de sociologie? ƒ2,25 Seksualiteit en gezin ƒ3,50 E d w a r d s / M a c Ewan: Een radikale benadering van de ekonomie ƒ1,75 Vernietiging van het burgerlijk onderwijs m China ƒ0,50 Tomberg: Utopie en negatie; over de ontologiese achtergrond van de kunstteorie van W, A. Adorno; met een reaktie van M. AIth ƒ0,50 S w e e z y / M a g d o f f : Aantekeningen over inflatie en dollar ƒ0,70 Raden in Italië? ƒ0,20 Hofmann: De krisis van de staat en het recht ƒ0,15 Eckhertz: Vijf stellingen m.b.t. de hervorming van de studie der rechtswetenschappen ƒ0,25 Kuhn: Over de verhouding van medezeggenschap en verlichting ƒ0,15 Korsch: Arbeitsrecht für Betriebsrate ƒ0,25 Baran/Sweezy: Monopoly Capital (uittreksel) ƒ0,90

DATABANK

I I


^m De rechtspositieregeling

(vervolg van pagina 2)

aangeboden Aan de stafleden is een dergelijke overeenkomst nog niet aangeboden, omdat zi] nog geen standpunt hebben ingenomen Betreffende hoogleraren heeft het wel m de bedoeling gelegen de nieuwe (eigen) overeenkomst aan te bieden, doch n a a r verluidt wil ook deze groep werknemers zich nog beraden Hierdoor is een wat vreemde situatie ontstaan, waarin voor een gedeelte van het personeel de nieuwe en voor een gedeelte de oude rechtspositieregeling van toepassing is

Standpunt van de staf De redenen waarom de staf nog een nader beraad wenste zijn m de eerste plaats gelegen m de hiervoor vermelde omstandigheid dat de voorwaarden afzonderlijke regelingen inhouden voor de hoogleraren en lectoren enerzijds en de wetenschappelijke medewerkers an derzijds Het stafconventsbestuur vraagt zich met name af of dat onderscheid nog past m het kader van de m de wetVeringa gerealiseerde eenheid wetenschappelijk corps Een dergelijke regeling kan, zo hij aanvaardbaar IS, dan ook slechts als een voorlopige worden aanvaard Dit standpunt IS door de staf ook tijdens de eerste vergadering van de commissie rechtspositiereglement, zo blijkt uit de notulen, ingenomen In de tweede plaats is voor de staf de aanvaardbaarheid van de regeling de vraag aangezien een regeling bij rijks instellingen wordt overgenomen, waarvan m gezaghebbende kringen aan de rijksinstellingen wordt gezegd, dat hij zeer onbevredigend is voor wetenschappelijk medewerkers en hoog nodig gewijzigd dient te worden (zie Universiteit en Hogeschool, december 1968) Een departementale comnussie houdt zich thans met deze problematiek bezig

Positie hoogleraren De hoogleraren en lectoren aan de openbare instellingen bij wier situatie wordt aangesloten zijn evenals de wetenschappelijk medewerkers en ATGleden aldaar, ambtenaren m de zm van de Ambtenarenwet In deze wet zijn echter weinig zaken van rechtspositionele aard geregeld Het is blijkens artikel 64 WWO de bedoeling dat voor personeel aan de rijksuniversiteiten, die ambtenaar zijn m de zm van de Ambtenarenwet, een afzonderlijke rechtsposi-

^m

tieregeling wordt vastgesteld, afwijkend van de rechtspositieregeling welke voor overige ambtenaren voornamelijk m het ARAR is neergelegd Deze afzonderlijke regehng is er echter nog niet Om deze reden moeten we toch te rade gaan bij het ARAR Dit ARAR echter geldt, met uitzondering van het hoofdstuk betreffende de bezoldiging, met voor ,,onderwijzend of docerend personeel bij het hooger onderwijs" Ten tijde van de totstandkoming van dit ARAR (1930) bestond de enige groep waarvoor dit van toepassing werd geacht uit de hoogleraren en de lectoren Voor hen werd d n 1931) de rechtspositie geregeld m het ,,reglement hoogleraren en lectoren ' Voor de groep medewerkers, welke eerst na die tijd omvangrijk is geworden, is echter het ARAR van toepassing geacht, waardoor het onderscheid tussen beide groepen m rechtspositionele zm aan de openbare instellingen een feit is geworden

Waaruit bestaat het onderscheid? In het reglement hoogleraren en lectoren zijn onder andere rechtspositionele zaken geregeld betreffende verlof en vakantie, ziekte, toegestane woonplaats, wachtgeld, schorsing en overlijden Hoewel op enige andere plaatsen incidentele rechtspositiebepalmgen voorkomen (ARAR bezoldiging. Wet WO nevenfuncties) kan toch algemeen gesteld worden dat de rechtspositie van deze groep werknemers slechts op summiere wijze IS geregeld, hetgeen met het sterk zelfstandige karakter der functie op grond van de autonomie der leerstoel m overeenstemming zal zijn geacht In een wat algemene formulering zou het verschil tussen de rechtspositie van de hoogleraren en de stafleden kunnen worden uitgedrukt door te stellen dat voor hoogleraren de mogelijkheid tot het verkrijgen van een arbeidsmstructie ontbreekt Juist dit verschil is van be lang in het kader van de toepassing van de wet-Vermga waarin wordt uitgegaan van een eenheid wetenschappelijk corps Met name kan zich daarbij een probleem voordoen ten aanzien van het functioneren van de vakgroep, waaraan (m artikel 17, lid 5) is opgedragen de taken te regelen van de leden van de vakgroep Zonder volledigheid der opsomming der verschillen te beogen (de problematiek IS nog te wemig bestudeerd en een â&#x20AC;&#x17E;blauw boekje voor hoogleraren" is nog

13

met samengesteld) kan gesteld worden dat voorts verschillen bestaan ten aanzien van de regelingen betreffende verlof en vakantie, ziekte, schorsing en ontslag en dat een bevordermgs- en beoordelmgsbeleid ontbreekt Betreffende de schorsmgs- en ontslag gronden zij overigens vermeld, dat m het kader van de civielrechtelijke arbeidsovereenkomst aan de KHT de gunstige regeling moeilijk kan worden nagebootst, waardoor m deze (theoretisch) het onderscheid tussen hoogleraren en andere personeelsleden aan de KHT gering is (zie hierna)

Andere bezwaren van de staf Naast de hiervoor genoemde bezwaren, welke uitsluitend de verhouding tussen hoogleraren en lectoren enerzijds en wetenschappelijk medewerkers anderzijds betreffen, heeft de bezinning m de periode die smds 1 januari verstreken is, ook tot andere bezwaren, welke voor toepassing der rechtspositieregeling voor a l l e personeelsleden aan de KHT gelden, geleid In de eerste plaats betreffen zij de opzet van de regeling Uitgegaan is van het overnemen van de ambtenarenregehng voor zover dwingend recht met anders gebiedt In het BW zijn een aantal ontslaggronden dwingend voorgeschreven en worden als zodanig m de voorwaarden vermeld Deze ontslaggronden zijn echter ruimer dan die welke gelden voor ambtenaren m vaste dienst bij de overheid Nabootsing der rijksregeling biedt m deze dus weinig soelaas Bovendien bieden een aantal ontslaggronden die zowel m de rijksregeling voorkomen als onder de bepahngen van het BW kunnen worden gebracht, m de rijksregeling uitzicht op een wachtgeldregeling, doch m het BW niet Aangezien echter gezien het civielrechtelijk karakter der arbeidsovereenkomst een ontslag gemotiveerd moet worden op grond van het BW is het de vraag of de werknemer aan de KHT bij een ontslag op een dergelijke grond wel een recht op het wachtgeld voor de rechter waar kan maken In de tweede plaats blijft de staf zich afvragen of door de m de voorwaarden gekozen formuleringen de aan rijksinstellingen ter zake gevormde gewoonte dwingend mee overgenomen is Het IS immers de bedoeling de elders bestaande s i t u a t i e over te nemen en niet slechts de r e g e l i n g e n . Het slechts overnemen van de regelingen en een starre toepassing daarvan brengt het personeel aan de KHT m een situatie zoals die elders tientallen jaren geleden al aanwezig was, toen de regeling aldaar van start gmg

t h b 12

19 februari 1971


em

Enige praktische bezwaren Tenslotte heeft de staf moeite met de interpretatie van het praktische optreden van de zijde van de werkgever bij de invoering van de regehng en gedu rende de (korte) ti)d die sindsdien verstreken IS, mede m het hcht van het hiervoor m de tweede plaats gestelde Dit betreft onder andere • de toornige reactie van curatoren op het uiten van de wens van de staf zich nader te beraden (het is mij met bekend of de hoogleraren dit bezwaar delen, nu zi] eveneens die wens hebben uitge sproken), • de houding van curatoren met betrekking tot de werktijden (het is alge meen bekend dat aan andere instellingen van hoger onderwijs ter zake gewoontes zijn gevormd), • de aanvankelijke houding van curatoren bij de aanstelling van nieuwe medewerkers (zij kregen de nieuwe regeling reeds aangeboden, hoewel de staf zich nog niet had uitgesproken), • het zonder enig vooroverleg invoeren van een ziekteverzuimregelmg waarvan de strekking, de gevolgen en de praktische uitvoering met duidelijk voor ogen van de werknemer staan, waarbij bovendien door velen de vraag gesteld wordt hoe een effectieve controle mogelijk 18 bij die werknemers (lees vele hoogleraren, lectoren en wetenschappelijk medewerkers) die de mogelijkheid hebben ambulant te zijn, • de vaagheid waarmede van de zijde van curatoren het tijdstip waarop wetenschappelijk medewerkers m vaste dienst benoemd kunnen worden wordt omschreven

Een mening De nieuwe rechtspositieregeling heeft ontegenzeggelijk een belangrijk voordeel m vergelijking met de oude de vaagheid rond de rechtspositie m het verleden wordt vervangen door een grote mate van zekerheid omtrent de rechten en plichten van de werkgever en de werknemer Aan de zekerheid zoals die nu wordt verleend kleven echter nog een aantal bezwaren, waarvan hiervoor in het kort een deel is weergegeven en welke ik alle deel Deze bezwaren betreffen m de eerste plaats invoeringspenkelen, kinderziektes waaraan middels nader overleg - binnen de commissie rechtspositiereglement' - kan worden gedokterd In de tweede plaats betreffen dit bezwaren tegen de opzet van de regeling.

bezwaren van ernstiger aard, welke echter binnen het kader van de regeling bepaald met onoplosbaar hoeven te zijn De derde categorie bezwaren is een gevolg van de wens van de staf om ook m rechtspositionele zin een eenwording wetenschappelijk corps te verwezenlijken Deze bezwaren zijn uiteraard van principiële aard en binnen het kader der huidige regeling met weg te nemen Op grond hiervan kan de staf het standpunt innemen dat een dergelijke regeling volstrekt met a a n v a a r d b a a r is Dat dit standpunt de toorn des werkgevers en wellicht ook van de andere personeelsleden der KHT zal oproepen lijkt een gewettigde veronderstelling De stelling dat een dergelijke reactie niet geheel verdedigbaar is lijkt mij echter juist, omdat namelijk begrip moet worden opgebracht voor het feit dat m de periode waarin de commissie h a a r werkzaamheden heeft verricht een structurele ontwikkeling heeft plaats gehad, welke heeft geleid tot een situatie die een afwijzende houding rechtvaardigt

Gelukkig zijn er ieder nummer wel drie geledingen erg kontent met het THB.

De staf kan echter ook het standpunt innemen dat op grond van de grotere zekerheid en duidelijkheid welke door de nieuwe regeling wordt geboden en op grond van het feit dat men elders ook geen betere heeft (maar dit is een argument waarmede elke verandering, c q verbetering kan worden tegengehouden) de nieuwe regeling acceptabel IS als een voorlopige regeling onder de voorwaarde dat curatoren bereid zijn op een redelijke termijn een overleg te doen starten, welke moet leiden tot een realisering van de eenheid wetenschappelijk corps m de rechtspositionele sfeer, een en ander vooruitlopend op een wettelijke regeling ter zake (curatoren hebben overigens reeds mondeling deze bereidheid verklaard) Persoonlijk, en ik spreek hierbij mitsdien met namens de staf of het stafbestuur, ben ik van mening dat de tweede oplossing met te snel verworpen dient te worden indien de overige voornoemde bezwaren weggenomen worden en zeker niet indien uitzicht bestaat op het ondervangen van de hierna te noemen bezwaren Rest mij de vierde groep bezwaren, waarvan de oorzaak is gelegen m de mentaliteit waarmede van de zijde van de werkgever aan de regeling uitvoering wordt gegeven of zal worden gegeven Hoewel enkele van de hiervoor

Met het in funktie treden van de bedrijfsarts wordt wellicht ook de „mag"dag een feit.

genoemde handelingen sommigen te denken geven, is het nog de vraag of het trekken van conclusies hieruit ge wettigd is omdat ook de werkgever moet inspelen bij de toepassing van de nieu we regeling Bovendien komt onder de nieuwe structuur een gedeelte van de uitvoering van het reglement m handen van het college van bestuur, op welker taakuitoefening de hogeschoolraad mid dels bepalingen m het bestuursregle ment invloed kan uitoefenen Een duidelijke vooruitgang zou n a a r mijn me nmg thans worden geboekt door het instellen van een personeelsoverleg, waarin een groot aantal onderwerpen voor afdoening door curatoren kunnen worden ingebracht Voorts is het doen blijken van een instelling van curatoren dat ZIJ de werknemer zelf ook als betrokkene beschouwen en dat zij oog hebben voor zijn streven n a a r een optimale rechtspositie, in feite een onvermijdelijk vereiste De invoering van een nieuwe rechtspositieregeling heeft meer problemen opgeleverd dan binnen de commissie werden vermoed Het is n a a r mijn mening een goede zaak dat door de dis cussies rond de invoering het gehele personeel van de KHT zich meer bewust ten opzichte van de rechtspositie is gaan opstellen De rechtspositie is immers een zaak die ons allen ter harte gaat en welke voortdurend m beweging dient te zijn Het verhaal over de rechts positie IS daarom een verhaal zonder eind Mr. J a n Daniels

I

Artsenexamens in drie types Minister Veringa heeft op 1 februari jl laten weten dat hij met staatssekretaris Kruismga van Volksgezondheid de mogelijkheden zal bezien om de artsenexamens n a a r drie types te differentieren een medisch-klimsch, een medisch-maatschappelijk en een medischtechnisch examen Met name de invoering van het laatste type zou de mogelijkheden voor een gezamenlijke medisch-techmsche fakulteit van de hogescholen m Tilburg en Eindhoven ten goede komen Volgens minister Veringa staat staatssekretaris Kruismga positief tegenover het voorstel, m a a r hij wil eerst de mogelijke konsekwenties nog bekijken

14

^


8 Van het curatorium is bericht ontvangen dat curatoren, overeenkomstig het advies van de academische senaat, hebben besloten dr J L Stassen met ingang van 15 januari 1971 een persoonlijk lectoraat te verlenen

DATABANK PERIODIEKEN DIE BIJ DE DATABANK VERKRIJGBAAR ZIJN Link Tweemaandelijks studententijdschrift uit Nijmegen Inhoud ,,Link ' november/december 70 L Gorling Belevenissen in de uitgeversbranche (novelle) H Straver De lerarenopleiding en de produktie van „human capital" (kritiek op prof Knoers' boek „Algemene onderwijskunde") L Zonneveld Wereldoriëntatie in het onderwijs E Bettelheim Internationale solidariteit? Twee zienswijzen U Enzensberger Ontstaan, struktuur en ideologie van de kommunistiese partij Cuba Totaal 112 pagina's groot formaat f 2,50 Rode Tribune Marxisties-leninisties maandblad ƒ0,75 Dien het volk Maandblad van de tiese studentenbond

marxisties-lenmisƒ1,—

Rooie Panter Pers Uitgave Vrijheidsschool/Cmeclub ƒ 1 , — Inhoud laatste uitgave Viva RMS (over de Zuid-Molukkers) Het tien punten-programma van de Black Panthers Alle macht aan de arbeiders Driewekelijks Belgies m I-blad

ƒ0,50

Nesbic-Bulletin; maandblad

ƒ1,25

Vietnam-Bulletin; tweewekelijks ƒ0,50 (op het ogenblik oude nummers voor ƒ0,25) Sozialistische Politik Maandblad, uitgegeven door het Otto Suhr-lnstitut uit Berlijn 100 a 130 pagina's ± ƒ2,50 Afgeprijsd de nummers 8 en 9, nu voor ƒ1,50 Inhoud nummer 8 Artikelen over het vraagstuk ,,Produktive und unproduktive Arbeit im kapitalismus' Inhoud nummer 9 P Costas e a Yugoslawien auf dem dritten W e g zum kapitalismus Deiters e a Kritik des YugoslawienAufsatzes Rabehl/Heilmann Die Legende von der bolschewisierung der KPD

DATABANK

OPENSTELLING DIKTATENMAGAZIJN

BESLUITEN EN MEDEDELINGEN VERGADERING SENAATSBESTUUR VAN 29 JANUARI 1971 1 Het verslag van de dd 19 december 1970 gehouden discussiebijeenkomst van leden van het wetenschappelijk corps met betrekking tot de nota ,,De univer siteit, doelstellingen, functies, structuren", door prof dr K Posthumus, regeringscommissaris voor het wetenschap pelijk onderwijs, en de eerste en tweede voortgangsnota zal op verzoek van en namens de deelnemers aan deze bijeenkomst ter kennis worden gebracht aan alle leden van het wetenschappelijk corps van de Katholieke Hogeschool en aan de Minister van Onderwijs en Wetenschappen Voorts zal het stuk aan het Hogeschoolblad worden aangeboden 2 Aan het bestuur van het Rekencentrum zal worden verzocht contact op te nemen met de directeur van het Rekencentrum van de Technische Hogeschool Eindhoven m verband met eventuele aansluiting van terminals op de nieuwe computer van de Technische Hogeschool 3 Aan het dagelijks bestuur van curatoren zal worden voorgesteld reeds nu een beslissing te nemen tot een opdracht voor het schrijven van de geschiedenis van de Katholieke Hogeschool, zulks mede m verband met het toekomstige tiende lustrum van de Katholieke Hogeschool

's morgens van 10 00 tot 11 30 uur en s middags van 14 00 tot 15 30 u u r VRIJ AVONDSPREEKUUR STUDENTENDEKAAN Vanaf 10 februari 1971 is, bij wijze van proef, een vrij avondspreekuur gehouden door de studentendekaan Gezien de bezetting van dekanen immers ontstaan vaak wachttijden voor het gewone spreekuur Hiermede wordt beoogd de gelegenheid te scheppen voor elke student vnj binnen te lopen op een voor hem gunstig tijdstip Het vrij avondspreekuur, waarop men zonder afspraak vooraf kan komen, zal elke woensdag van 18 00 tot 21 00 u u r worden gehouden Ook de balie van het Bureau Studentenbelangen zal die avond geopend zijn KOMMISSIE INTERNATIONALE SAMENWERKING COLLEGES ACTUELE INTERNATIONALE VRAAGSTUKKEN Programma

februari/maart

25 februari De kwestie Berlijn, door mr P J Teunissen (Polemologisch Instituut, Groningen)

4 Drs W J P G de Boer wordt benoemd tot voorzitter en prof dr J A m t z tot lid van de Commissie Academische Studievoorlichting

4 maart Kansen voor een Europese veiligheidsconferentie, door prof dr F A M Altmg von Geusau tJ F KennedyInstituut)

5 De inaugurale rede van prof dr C M Storm is vastgesteld op donderdag 1 april a s te 16 00 uur

INTERNATIONALE EN SYMPOSIA

6 Als promotiedatum voor drs R Bannink IS vastgesteld donderdag 13 mei a s te 16 00 uur, promotoren prof dr P A Verheyen en prof drs J Kriens Titel proefschrift „Simultane produktieafzetplannmg op korte termijn zonder serie grootte-problemen" 7 Op verzoek van de economische faculteit zal aan het curatorium worden voorgesteld om de leeropdracht van prof dr L H Janssen s j , luidende ,,Leer van de economische en sociale aanpassing van ontwikkelingslanden" te wijzigen m „Economie van ontwikkelingslanden"

15 ^

De openingstijden van het diktatenmagazijn zijn met ingang van 15 februari 1971 verruimd Van maandag tot en met vrijdag zal daartoe het magazijn als volgt geopend zijn

CURSUSSEN

Zomercursus van de Verenigde Naties te New York en Geneve Deze cursus zal worden gehouden v a n 21 j u l i tot 5 augustus 1971 m Geneve en v a n 2 augustus tot 27 augustus 1971 m New Y o r k

Solliciteren voor 1 maart 1971 bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken Verdere inlichtingen bi] Bureau Buitenland Symposium

,,De wisselwerking tussen technische wetenschap en maatschappij m België en Nederland gedurende 1945-1970 " Dit symposium wordt georganiseerd m

thb 12 19 februari 1971


het kader van het 25 jarig bestaan van het Nederlands­Belgisch cultureel ver drag en zal plaats vmden op donderdag 7 en vnjdag 8 oktober 1971 te Amster­ dam Aanmeldingsformulieren (verkrijgbaar bij Bureau Buitenland) inleveren voor 15 maart a s bij de Koninklijke Neder landse Akademie van Wetenschappen STUDIEBEURZEN BUITENLAND België Beurzen voor jonge afgestudeerden en doctoraal studenten gedurende maxi­ maal acht maanden Aanvragen voor 1 maart 1971 Groot-Bnttannie Beurzen voor jonge wetenschappelijke medewerkers ten behoeve van een kort studieverblijf (ten hoogste tien dagen) m Groot Brittanme Aanvragen voor 1 maart 1971 Polen Jaarbeurzen voor doctoraal­studenten en afgestudeerden ten behoeve van de studie m ­ geschiedenis van Polen ­ Poolse taal en letterkunde, ­ Slavische taal en letterkunde Aanvragen voor 25 februari 1971 Laten diegenen, die geïnteresseerd zijn m een buitenlandse stage of studie, vroegtijdig contact opnemen met het Bureau Buitenland kamer 76, telefoon 70960 toestel 115 STUDIUM GENERALE Hoewel is gebleken dat de studenten m toenemende mate gebruik maken van de mogelijkheid om de regelmatig m de aula plaatsvindende kamermuziekcon certen te bezoeken komt men ook regelmatig studenten tegen die niet weten dat onder auspiciën van het studium generale deze concerten om niet toegankelijk zijn voor de studenten van de hogeschool Ten behoeve van hén ZIJ hier nog eens op gewezen, en aan het adres van allen wordt nog eens herinnerd aan a de enige moeite die men moet nemen een plaatsbewijs halen aan de kassa b het hoge niveau van deze concerten de Koninklijke Liedertafel geniet te recht een landelijke reputatie

In de Antoniusstr aat, er gens bij de Tumstr aat, hebben wij een wmkelte vol met mooie en apar te dmgen, alles met de hand ge­ maakt ke r amiek, handgeweven stoffen sier aden, tekeningen en zo Komt u eens kijken? Niet duurder dan machinaal gemaakt) KADOBOETIEK

„Ie hibou" Antoniusstraat 38 - Tilburg Geopend van 10 00 tot 18 00 uur , s maandags gesloten

ROTARY BEURS Het district 161 van Rotary International (omvattende de provincies Noord Bra bant Gelderland en Limburg) waarin de universiteit/hogeschool is gelegen heeft de mogelijkheid voor het studie jaar 1972/1973 een voordracht te doen aan Rotary Foundation voor een beurs welke degene die uiteindelijk wordt geselekteerd m de gelegenheid stelt een kollegejaar te studeren aan een buiten landse instelling van hoger onderwijs De kandidaten ­ mannelijk of vrouwe lijk ­ kunnen m eerste instantie zelf namen opgeven van instellingen waar ZIJ bi) voorkeur die studie willen volgen De uiteindelijke keuze dient door het bestuur van de Rotary Foundation te worden goedgekeurd Kandidaten voor deze beurs die zich uiterlijk half februari dienen te hebben opgegeven bij drs H Loevendie, dienen rekening te houden met de volgende gegevens Kandidaten moeten 1 bij de aanvang van het betreffende studiejaar met jonger zijn dan 18 en niet ouder dan 28 jaar, en minstens twee studiejaren m Nederland achter de rug hebben aan een Nederlandse universiteit of hogeschool 2 de taal van het land waar de uit te kiezen instelling is gevestigd zodanig te beheersen dat zij m staat zijn tot een normale gedachtenwisselmg met de m woners van dat land, en m staat zijn de studie die zij beogen te volgen, 3 over een duidelijk schikken,

studieplan

be­

4 beschikken over enige kennis van de historische, culturele en geografische gegevens van het betreffende land, 5 fysiek zowel als mentaal een goede gezondheid genieten, 6 bij de aanvang van het kollegejaar 1972/1973 ongetrouwd zijn, 7 beschikken over referenties waaruit blijkt dat ZIJ over een zodanige persoon lijkheid en studie aanleg beschikken dat ZIJ een waardige vertegenwoordiger van hun land kunnen worden geacht, 8 zich ten opzichte van het land waar ZIJ te gast zijn loyaal en coöperatief op stellen, 9 in het land waar de geselekteerde instelling is gelegen kan de student (e) terugvallen op de gastvrijheid van Ro tary klubs m het bijzonder m de nabij­ heid van de instelling waaraan hij/zij studeert, ­^i rv ■•«. 10 kandidaten mogen geen verwanten zijn door bloed of huwelijk noch stief­ kinderen, kinderen noch kleinkinderen van een Rotanan, 11 reiskosten op en neer, verblijfkosten ter plaatse kollegegeld en andere uit­ gaven worden ruimschoots door de beurs gedekt

16

INTERMEDIAIR JAARBO EK 1971 informatie over bedrijf en carrière voor (a s ) afgestudeerden Hoofdbestanddeel vormen individuele tekstbijdragen van werkgeverszijde In deze bijdragen verschaffen bedrijven en instellingen velerlei informatie over zichzelf, waarbij onder meer wordt aan gegeven welke loopbaanmogelijkheden ZIJ de groep afgestudeerden, waarop het boek IS gericht, te bieden hebben De bedrijven en instellingen die men in deze uitgave aantreft vormen het over grote deel van die bedrijven die een regelmatige behoefte hebben aan de groep afgestudeerden tot wie het boek zich richt Aan de hand van een speciaal register kunnen de afstuderenden op eenvou dige wijze nagaan bij welke bedrijven en instellingen een specifieke belang stelling voor hun capaciteiten bestaat Op een van de laatste pagina s treft men het alfabetisch register aan van alle m het boek voorkomende bedrijven en instellingen Teneinde het boek zijn optimale funktie te laten vervullen zal het direkt na het afstuderen tot 1 november 1971 koste loos worden toegestuurd Bovendien ligt het boek ter inzage bij bibliotheek, studentendecaan en facul teitsbureau TJWH ZJANTIEL ledere vrijdagavond vanaf 21 00 uur nog steeds Zjantiel soos voor homofiele jon geren (jongens en meisjes) en voor iedereen, die om welke reden ook, be lang stelt m de TWJH, m Zjantiel, m seksualiteit, m sekspol, m relaties Nie mand hoeft bang te zijn om te komen Het wordt steeds beter, steeds drukker steeds geweldiger' Binnenkort willen we in het centrum van Tilburg zelfs een tweede Zjantiel beginnen Informaties over Zjantiel, over onze ak tiviteiten aksies en ideeën Wilfried Martens, Prof Verbernelaan 52, Tilburg telefoon 72942 of Steph van Rijswijk Prof Verbernelaan 54, Tilburg, telefoon 72943 Kontakt met pastor Martin van Mil Kruidenlaan 38, Tilburg, telefoon 71086 Zjantiel iedere vrijdag vanaf 21 00 uur m ATSO ­wijnkelder (ingang aan de op n t n a a r de sporthal) INTERNE TELEFOONLIJST VERANDERINGEN TELEFOONBOEKJE Blondeel drs 442 niet 347 Geleyns M 310 niet 311 Molenaar m r Icamer B i l 359 niet 335 Sommers W 142 niet 165 MEDEWERKERS DIE NOG NIET IN HET BOEKJE STAAN 464 Aarts mej M k a m e r 30 w 455 Dorren P L k a m e r N55 EIT 346 Evers m g J J M k a m e r P8 EIT 212 Herps mej M k a m e r 59 STU 115 Sanders mevr J k a m e r 76 KIS PRIVÉ TELEFOONNUMMERS Goldschmidt prof i ervoor Hout dr van de 04166 658 J e u k e n s prof 74170 Kuschpeta drs 1 ervóór Plattel prof 72159


i

I I,, â&#x20AC;&#x17E; ,, I

I

- BIJ de aanwijzing van de secretaris van de faculteit komt het volgende aan de orde - de secretaris moet hoogleraar zijn of lector, secretaris is dus automatisch dr G M Lukken, - het dagelijks bestuur moet uitgebreid worden, dit is echter volgens het struktuurrapport onmogelijk De raad besluit daarom via h a a r eigen leden aan de geledingen een voorstel voor te leggen, waardoor het mogelijk wordt dat het dagelijks bestuur uit vier man bestaat Rest de vraag wie het vierde hd van het dagelijks bestuur moet worden de secretaris of een ander hd van de raad"? ,,Of een ander lid van de r a a d ' wordt n a enige diskussie beperkt tot ,,of een ander docentlid van de raad" Een beslissing hierover wordt uitgesteld tot de volgende vergadering 2 Bespreking van de rapportage van de eerstejaars over hun gesprek met vicaris Ooms van het bisdom Den Bosch op 20 oktober 1970 Allereerst wordt aan de vertegenwoordiger van het eerste jaar gevraagd wat precies de verwachtingen ten aanzien van de raad zijn bij het voorleggen van deze rapportage De heer Kostermans brengt daarop het volgende n a a r voren - beroepsmogelijkheden na de studie dienen m het program verdiskonteerd te worden, - de rapporteringscommissie zou graag nog een of meer studentleden van hogere jaren m h a a r werk betrekken, - de commissie stelt zich voor de raad regelmatig te informeren over h a a r werkzaamheden In de daarop volgende diskussie wordt n a a r voren gebracht a De commissie, die uiteraard vrij is m h a a r doen en laten, kan niet optre den namens de faculteit, tenzij de faculteit zich bij monde van de raad op het standpunt van de commissie stelt b Het vraagstuk van de beroepsmogeBESLUITEN EN MEDEDELINGEN lijkheden speelt al veel langer, is echter VERGADERING FACULTEITSRAAD bi] gebrek aan nieuwe perspektieven VAN 21 JANUARI 1971 wat dood gepraat 1 Aanwijzing van de secretaris en het c De commissie zou niet alleen hogerestudentlid van het dagelijks bestuur jaars moeten vragen, m a a r ook een of - Naast de voorzitter (prof H H Ber- meer docenten en leden van buiten de faculteit die ervaring hebben met het ger) en de heer H Reumkens (ATG) zal als studentlid van het dagelijks be- werk van theologisch geschoolden m de maatschappij stuur Johan van Luytelaar optreden

BESLUITEN EN MEDEDELINGEN VERGADERING FACULTEITSRAAD VAN 10 DECEMBER 1970 1 Op deze eerste vergadering van de faculteitsraad m h a a r nieuwe samenstelling wordt besloten pas m de volgende vergadering over te gaan tot het aanwijzen van de secretaris van de faculteit en van het studentlid van het dagelijks bestuur De adviezen van de oude raad worden besproken evenals de voornaamste kwesties waarmee de nieuwe raad spoedig zal worden geconfronteerd zoals de integratie van de pastorale opleiding m de faculteit, de regeling van de vacature Karastra en de programmering van het komende jaar 2 De colleges van het studiejaar 1970/ 1971 eindigen op vrijdag 30 april 1971 De gehele maand mei staat ter beschikking van de studenten die tentamens en examens willen afleggen In het komende studiejaar beginnen de coUe ges op 1 september Bijgevolg vangt de tentamen- en examenperiode aan op 16 augustus 3 In opdracht van de faculteitsraad heeft het dagelijks bestuur overeenkomstig de door de raad geformuleerde wensen de volgende periodes vastgesteld voor het afleggen van examens 16 augustus tot en met 31 augustus, de laatste volle week van september, de laatste volle week voor kerstmis, de laatste volle week van januari, de laatste volle week van maart, 16 mei tot en met 31 mei Deze regeling gaat m, nadat de nieuwe â&#x20AC;&#x17E;Regeling van tentamens en examens" is aangenomen en verspreid Tentamens kunnen worden afgelegd gedurende het academisch jaar en m beginsel ook daarbuiten 4 De heren B van Roermund en H Witte zullen m de hoedanigheid van student-assistent fungeren als gespreksleider bij de interdisciplinaire colleges van respectievelijk het derde en vierde jaar, en het eerste en tweede jaar

17

d De rapporteringscommissie zou zich eigenlijk allereerst moeten verstaan met de commissie toekomstmogelijkheden ook al omdat de raad de door h a a r zelf ingestelde commissies tot loze organen degradeert, wanneer ze zich bezig gaat houden met kwesties, die eerst m commissie uitgewerkt dienen te worden Uit het overleg met de commissie toekomstmogelijkheden zou wellicht een voorstel aan de programmeringscommissie voorgelegd kunnen worden e De geledingen zelf zouden zich weer eens uitdrukkelijk moeten bezinnen met betrekking tot de toekomstmogelijkheden f Aangezien het episcopaat zelf nu druk bezig is aan een verruiming van de werkmogelijkheden m kerkelijk verband kan een blijk van instemming door middel van een brief een welkome steun zijn voor het beleid De raad ziet weinig m een voorstel, zoals geformuleerd is onder e, mede om de onder b vermelde reden De onder d genoemde procedure voor de verwerking van de rapportering en eventuele nieuwe stappen van de commissie acht de raad de meest juiste, ze stelt evenwel voortdurende informatie van de zijde van de commissie zeer op prijs

De brief aan het episcopaat zal aan de orde komen na informatie over de onderhandelingen van kardinaal Alfrink, mgr Zwartkruis en mgr Moller m Rome 3 Verslagen van commissies en vertegenwoordigingen - Commissie reizen en excursies Aan de studenten moet worden doorgegeven dat er momenteel nog onvoldoende gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden die de commissie biedt - Commissie post-academische cursus Het dagelijks bestuur zal aan de commissie laten weten dat h a a r program rond half april klaar dient te zijn m verband met de studiegids Gevraagd wordt of deze commissie zou kunnen zorgen voor een lezingencyclus voor de omgeving, zoals ook elders gegeven wordt Tevoren moet dan wel kontakt opgenomen worden met de theologische leergangen om een belangenbotsing te vermijden - Commissie madekwate vooropleiding Volgens het verslag van de commissie waren er op de schooldekanendag kritische geluiden te horen over de nieuwe brochure Besloten wordt om aan tien willekeurige moderatoren te vragen om een beoordeling, zij zouden de beoordeling van leerlingen erin moeten betrekken Bovendien wordt besloten tot het aanleggen van een map, waarin de verschillende reakties op de brochure verzameld moeten worden De toelatingseisen moeten opnieuw ge-

thb 12

19 februari 1971


formuleerd worden in overleg met een schooldekaan - Commissie academische studievoorlichting: Bij nadere toelichting van de in het verslag vermelde „vertraging" bleek dat de brief a a n rektoren en direkteuren van VWO-scholen twee weken is blijven liggen, waardoor wellicht het effekt met betrekking tot de abituriëntendag zeer gering was. 4 Programmeringscommissie Vorig jaar startte de programmeringscommissie tamelijk laat. Als de programmeringscommissie nu reeds benoemd wordt k a n ze rustiger werken. Van docentenzijde zullen m de commissie zitting nemen: Berger, Lescrauwaet, Lukken, Van Rijen en een nog door de exegeten uit h u n midden n a a r voren te brengen zesde man. Vanuit de pastorale opleiding zal Laudy aan het werk van de commissie deelnemen. Van studentenzijde zal de vertegenwoordiging van zes leden binnen twee weken door de studenten van de raad aan de raad worden meegedeeld. 5 Vacature commissie fenomenologie van de godsdiensten en missiologle Tot prof. Berger, prof. Luijpen en prof. Smits is het verzoek gericht om zitting te nemen in de vermelde vacature-commissie. 6 De raad besluit die punten, die n a a r het oordeel van het dagelijks bestuur door de laatste afgehandeld kunnen worden, te delegeren a a n het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur verstrekt de raad een overzicht van de door het bestuur geregelde kwesties. Het dagelijks bestuur kan te allen tijde om verantwoording worden gevraagd en als een van de leden van de raad meent dat een door het dagelijks bestuur geregelde kwestie een bespreking door de raad verdient, dan vindt in de volgende vergadering deze bespreking plaats. Bij verschil van mening binnen het dagelijks bestuur heeft ieder lid van het dagelijks bestuur het recht de kwestie waarover meningsverschil ontstaan is, voort e leggen a a n de raad. - De raad besluit tot uitbreiding van het dagelijks bestuur tot vier leden, op voorwaarde dat de geledingen een wijziging van het struktuurrapport in deze zin goedkeuren. - De raad besluit de problematiek die n a a r voren gebracht is in de rapportering van de eerstejaars eerst voor te leggen aan de commissie toekomstmogelijkheden theologie, door de rapporteringscommissie te verwijzen n a a r de commissie toekomstmogelijkheden. - De raad besluit tot de instelling van een nieuwe programmeringscommissie van twaalf leden, zes van de staf en zes van studentenzijde.

staat de mogelijkheid deel te nemen aan een excursie n a a r Engeland van 28 maart tot en met 4 april 1971. Het programma zal onder andere bevatten: lezingen over en bezoeken aan projecten rond slums-areas, problemfamilies en adult education. De kosten per persoon zullen tussen ƒ 125,— en ƒ 150,— bedragen. EXCURSIE ENGELAND Voor de studenten sociologie (derde-, vierde- en vijfdejaars), die de colleges Sociologie van het maatschappelijk werk en sociaal-cultureel vormingswerk (drs. A. van Bijsterveldt) en/of Sociale Agologie (prof. J. Stalpers) volgen, be-

18

Intekening kan tot en met uiterlijk maandag 22 februari a.s. plaats vinden (schriftelijk) bij: Th. van der Krogt, 2e provisorium, kamer 17. (Vermelden: naam adres, studiejaar, geslacht en geboortedatum.) Er kunnen in totaal veertig personen mee; bij overtekening zal geloot worden.


VOOR STUDENTEN DOOR STUDENTEN

ITEmD

Onderlinge vervoersvereniging

„HET PAND" stelt zich ten doel verhuizingen en vervoer in het algemeen goed en goedkoop te verrichten.

februari

M a r a n a t h a , 11.15 en 12.30 uur; Weekend-liturgie ,,Keer tot e l k a a r " : uit de vervreemding tot kommunikatie!

"I 9 VRIJDAG

Ook vervoer van groepen personen (bijvoorbeeld disputen) over korte en lange afstand. Wij hebben de beschikking over een goede VW-bus met geroutineerde chauffeurs.

2 8 ZONDAG

ATSO-Trefcentrum (in wijnkelder): Zjantiel. 1 9 - 2 3

Stadsschouwburg, 12.00 tot 18.00 u u r : Grote kunst- en a n t i e k m a r k t . Toegang: ƒ 1,— (beneden 12 jaar: ƒ 0,50).

VRIJDAG TOT EN MET DINSDAG

ATSO-Trefcentrum: Geen karnaval, wel geopend.

maart

2 0 ZATERDAG M a r a n a t h a , 18.30 uur; Weekend-liturgie voor de dag, k a b o u t e r " .

.,Kom

2 1 ZONDAG M a r a n a t h a , 11.15 en 12.30 uur: Weekend-liturgie .,Kom voor de dag, k a b o u t e r " .

„HET PAND" Meelstraat 16 - Tilburg Telefoon 04250-22948

2

DINSDAG

ATSO-Trefcentrum; Electric Cinema met Carolee Scheeman (USA).

Stadsschouwburg, 20.15 uur: Speciale karnavalsavond met het Kabaret ,,Neerlands hoop in bange dagen". Na afloop bal met het orkest Tony Nüsser en de boerenkapel ,,De Alpenjagers".

3

WOENSDAG

M a r a n a t h a , 13.15 tot 13.45 u u r : Pauzekoncert door het Dekany-Kwartet met werken van Legeti en Wolf.

2 3 DINSDAG ATSO-Trefcentrum: In de Electric Cinema-reekS: Paul en Linde Fuchs (uit Duitsland); behalve films ook g e l u i d s a p p a r a t u u r (Linde Fuchs met d r u m s en Paul Fuchs met andere i n s t r u m e n t e n ) . Entree: ƒ 1,—.

2 4 WOENSDAG M a r a n a t h a , 22.00 uur: Avondgebed, w a a r n a gelegenheid voor koffiedrinken.

2 5 DONDERDAG Stadsschouwburg, 20.15 uur; Nieuw Rotterdams Toneel met ,,Koning J a n " van Shakespeare. Regie: J o h n van de Rest.

2 6 VRIJDAG

grafische

Stadsschouwburg, 20.15 uur; Fons Jansen het p r o g r a m m a ,,Driemaal a n d e r m a a l " .

met

kunstinrichting

2 7 ZATERDAG

j'. |. a. van der wee n.v.

Stadsschouwburg, 10.00 tot 18.00 uur; Grote kunst- en antiekmarlct. Toegang; ƒ 1,— (beneden 12 jaar; ƒ 0,50).

l(oestraat 83-85 tiiburg

M a r a n a t h a , 18.30 uur; Weekend-liturgie ,,Keer je tot elkaar": uit de vervreemding tot kommunikatie! Stadsschouwburg, 20.15 uur; Brabants Orkest onder leiding van Hein J o r d a n s met werken van Smetana, Bartók, Schönberg, Brahms, Strauss.

19

tentoonstellingen Natuurhistorisch Museum, Kloosterstraat 24: Tot en met 1 m a a r t : Expositie ,,Mens en N a t u u r " . Geopend: dagelijks (ook zondags) van 14.00 tot 18 00 uur. Na afspraak ook van 9.00 tot 12.00 uur. Nederlands Textielmuseum, Gasthuisring 23: Expositie ,.Studies in Textiel". Geopend; m a a n d a g tot en met vrijdag van 10.00 tot 12.00 en van 14.00 tot 17.00 uur; zaterdag en zondag van 14.00 tot 17.00 uur; bovendien maandag van 19.00 tot 22.00 uur. Stadsschouwburg: Tot en met 25 februari: Expositie van Constance van Terheijden met psychedelische schilderijen en insekten. Katholieke Hogeschool (wandelgangen): Van 17 tot 25 februari: Foto-expositie Polen. Brabantse Kunststichting, Spoorlaan 426: Van 17 februari tot 6 m a a r t : Expositie; W e r n e r Moonen met nieuwste grafiek en J a n van Tol met houtplastieken. Geopend: van dinsdag tot en met zaterdag van 9.00 tot 12.30 en van 14.00 tot 17.00 uur; zondags van 14.00 tot 17.00 uur; m a a n d a g s gesloten. Galerie ,,Kokon", Nieuwlandstraat 17: Tot 3 maart: Expositie van Joost Schmidt met grafieken en J a n Meefait met beeldhouwwerken. Geopend; dagelijks van 14.00 tot 19.00 uur.

thb 12 - 19 februari 1971


I I

Nieuwe uitgaven: Verolme

Memoires (met medewerking van Leo Ott)

Den Hollander, Prof

Dr

A N J

276 biz

geb

ƒ 27,50

Americana.

Studies van een socioloog over het Amerika buiten de steden, katoenplukkers, indianen, mustangs, de literatuur van het zuiden, een vergeten bergvolk 323 biz paperback ƒ 16,50 Van den Berg, Prof

Dr

J H

Dieptepsychologie.

Is de dieptepsychologie een tijdgebonden verschijnsel dat met de veranderende cultuur al bezig is te verdwijnen? Met dit boek kunt u er dan de staart nog van grijpen Erg interessant zijn ook de m dit historisch overzicht opgenomen portretfoto's van de grote mannen die de psycho-analyse gemaakt hebben 359 bIz paperback ƒ 29,50 Lamg, R D

Toestanden.

De bekende anti-psychiater houdt zich hier met het vak bezig op een manier die hanteerbaar is voor ieder die zich voor menselijke relaties interesseert Het boek sluit aan op zijn eerder werk Strategie van de ervaring. Het verdeelde zelf, Het zelf en de anderen. 90 bIz paperback f Von Brentano, M , J Kruithof en J Visser

7,—

Positivisme en diaiektiek.

Eurosboekje 1970/4, W e r k g r o e p 2000

84 bIz

paperback ƒ

7,—

Van Santen, Dr J Welvaart en welzijn, deel I Kritisch economisch denken Eurosboekje 1970/2 62 bIz paperback f

7,—

Welvaart en welzijn, deel II Eurosboekje Platte!, Prof

Jallee, P

Dr

M G

1970/3

114 bIz

paperback ƒ

7,—

189 bIz

paperback ƒ 12,50

264 bIz

paperback ƒ 14.50

Utopie en kritisch denken.

Kapitalisme, socialisme en de derde wereld.

Verkrijgbaar bij:

boekhandel gianotten heuvel 43

tilburg

telefoon 04250-25830

20

prof. verbernelaan 100 telefoon 04250-73181


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
1971 02 19 by Redactie Univers - Issuu