tilburgs hogeschoolblad - jaargang 7 - nummer 13 -10 april 1970 Teach-in „burgerlijke ekonomie" Door het collectief van wetenschappelijke economen Op woensdag 25 maart werd door het Sosjialisties Kollektief een teach-in georganiseerd op grond van het feit dat het onmogelijlt was gebleken tijdens de colleges van Prof. Schouten zinvol te diskussiëren. De vrees van dit kollektief dat er buiten de college-uren om weinig studenten tot diskussie bereid zouden zijn bleek ongegrond, voornamelijk omdat Prof. Schouten deze diskussies op zijn college warm had aanbevolen. Er waren ongeveer 250 studenten tot a a n het vertrek van Prof. Schouten, om ongeveer 23.00 uur, aanwezig. De volgende drie vragen werden aan de zaal voorgelegd: 1 Wat zijn de beperkingen van het kwantificeren van de economie in het algemeen en van de modellenbouw in het bijzonder? 2 Is het kapitalisme daarbij buiten diskussie? 3 Funktie van de econoom ten aanzien van het kapitalisme. De heer Boerboom opende zijn aanval op de methode van Prof. Schouten met een bijna letterlijk verhaal over de theorie van Marx, zoals weergegeven in hoofdstuk IV van Exacte Economie, met als voornaamste stelling de vermaatschappelijking van het produktie-proces en de private toeëigening van het resultaat in het kapitalistisch systeem tengevolge van ongelijke machtsverhoudingen. Hierop antwoordde Prof. Schouten dat de heer Boerboom geen verklaring had gegeven van het machtsverschijnsel, hetwelk juist gelegen is in de ongelijkheid van bezit aan schaarse factoren. Voor een groot gedeelte kan deze ongelijkheid nimmer opgeheven worden, omdat nu eenmaal niet alle mensen dezelfde kapaciteiten bezitten. Bijvoorbeeld een puriteinse ondernemersfiguur, zoals men die in Engeland in het begin van h a a r industriële revolutie kende, zal tengevolge van zijn spaarzaamheid macht kunnen uitoefenen op anderen die niet sparen, want kapitaal was toentertijd een uiterst schaarse produktiefactor. Overigens erkende Prof. Schouten dat de macht van kapitaal-eige-
naren ook wel op ongeoorloofde wijze verkregen kon worden (roofridders uit de Middeleeuwen, erfrecht). Voorts wees Prof. Schouten erop dat Marx een van de grote modellenbouwers was, m a a r dat het jammer is voor het betoog van de heer Boerboom dat zijn vooronderstellingen (absolute kapitaalschaarste) thans niet meer opgaan. Bij relatieve kapitaalschaarste komt de kwestie van de uitbuiting van de arbeiders door de kapitaaleigenaren in een geheel ander daglicht te staan en kan onder omstandigheden zelfs het omgekeerde plaats vinden. Tenslotte trachtte Prof. Schouten duidelijk te maken dat zijn methode de historische ontwikkeling a la Marx trachtte te verklaren op grond van de wisseling in schaarste- of van de wisseling in machtsverhoudingen. Al te scheve schaarsteverhoudingen zullen door een levende en vitale maatschappij onherroepelijk via het democratisch proces geredresseerd worden. Vraag uit de zaal: Is schaarste op dit moment nog wel aanwezig? Antwoord van Prof. Schouten: 60 % van het nationale meer-inkomen wordt momenteel in beslag genomen voor sociale doeleinden. De vakbeweging wil van de nationale produktiviteitsstij ging wel een gedeelte afstaan voor sociale zaken, maar eist een jaarlijkse stijging van het beschikbare reële looninkomen. De leefbaarheid van ons land zal tengevolge van de overbevolking binnenkort voor (pagina 2, 2e kolom)
1
r
1
dit nummer: in Pagina 1 tot en met 5 5
e 7
9 9 9 10 12
13
Rondom de ,,burgerlijke economie" Wie neemt de leiding bij de onderwijsvernieuwing? - Drs Q. M van Bijsterveldt Promotie C J Rijnvos Reaktie op het interview met de Rector - M. van Schaaijk Open brief a a n de hoofdredakteur - Prof Dr P. A. Verheyen Mag de a m b t e n a a r in overheidsdienst gaan staken' In Memoriam Loek van Huystee Motie-Vladar verworpen Studenten trekken zich terug uit de stuurgroep - J Bergers Ekonomische wetenschap en beroepspraktijk - Ekonomen-kollektief
L
1 1
1
Van de redaktie Met ingang van deze aflevering verschijnt het Tilburgs Hogeschoolblad in een nieuwe lay-out. Over de redenen daarvoor kan ik kort zijn: wij menen dat door het kiezen van een nieuwe schreefletter en een veranderde opmaak het blad aantrekkerlijker en meer leesbaar zou worden. Dit te meer omdat, zoals met name in deze aflevering zal blijken, de schrijf drift binnen de hogeschool aangewakkerd schijnt te zijn. Langere artikelen kunnen, doordat de kolombreedte verminderd wordt, gemakkelijker gelezen worden en de hoop bestaat dat zij daardoor beter gelezen worden. De nieuwe koppen zijn ontworpen door Marijke Raaymakers en technisch uitgevoerd door de heer A. van Helfteren,
thb 13 - 10 april 1970 verschijnt tweewekelijks
(vei'volg van redaktioneel)
hoofd van de tekenkamer der hogeschool. De inhoud van dit nummer De inhoudsopgave van dit nummer laat onmiddellijk zien dat veel aandacht is gewijd aan de huidige diskussies over de burgerlijke wetenschap. Enerzijds bestaat het gevaar dat de lezer hiermede een overdose krijgt a a n informatie en ideeën, waarmee hij m a a r moet zien klaar te komen. Het daartegenover staande voordeel is, dat in dit nummer veel stof tesamen wordt gepresenteerd zod.at - en n a a r mijn mening zal een en ander nogal wat inspanning vragen - de lezer zich een tamelijk goed beeld kan vormen van wat op gang gezet wordt met de kampagne tegen de burgerlijke wetenschap. Daarom ook heeft de redaktie gemeend, in afwijking van de normaal gevolgde procedure, twee verslagen op te nemen van een en dezelfde bijeenkomst: de teach-in over de burgerlijke ekonomie op 25 maart laatstleden. Wellicht biedt de confrontatie van twee visies op eenzelfde ,,feit" de mogelijkheid de werkelijkheid dichter te benaderen. Voorts blijkt dat het interview met de rector nog reakties heeft losgemaakt: het verschil in de beide reakties toont eens te meer aan dat er nog bijzonder veel fundamentele verschillen bestaan tussen de mensen die de hogeschool bevolken. Gerard van den Heuvel TILBURGS HOGESCHOOLBLAD (verschijnt tweewekelijks) Uitgave Bureau Public Relations Redaktie Drs G. A. M. van den Heuvel Redaktie-sekretaris C F Brinkhuizen Redaktie-adres Hogeschoollaan 225 telefoon 70960, toestel 244 Korrespondenten Ekonomische fakulteit: Mej. L. A n d r i n g a Prof. Verbernelaan 70, telefoon 72961 Sociale fakulteit: J Bergers Prof. Verbernelaan 34. telefoon 71989 Theologische fakulteit: H. Waegemakers Leuvenstraat 8, telefoon 04100 - 46337 "T-Hertogenbosch Juridische fakulteit; H. Poeth Prof. Verbernelaan 50, telefoon 72922 Fotografie Persbureau Rien Siers, Tilburg Druk Grafische Kunstinrichting J J. A. van der Wee n.v , Tilburg Abonnementen Het blad wordt a a n alle leden van de hogeschoolgemeenschap gratis toegezonden Anderen k u n n e n zich abonneren a ƒ 12,50 per j a a r Het volgende Hogeschoolblad verschijnt 24 april. Sluitingsdatum inleveren kopij 17 april.
onderwijs en ruimtelijke ordening ongekende bedragen vergen. Niemand weet nog waar men het geld hiervoor vandaan moet halen. Wie zegt dat de schaarste overwonnen is, is bijzonder slecht geïnformeerd. Vraag uit de zaal: Wekt kapitalisme dan niet voortdurend nieuwe behoeften op? Antwoord van Prof. Schouten: Het streven n a a r de stijging van het reële beschikbare inkomen voor de massa der arbeiders kan niet als een bevrediging van valse behoeften gekenmerkt worden, gezien het betrekkelijke welvaartsniveau waarop zij nog steeds leven. Daarom moet de economische groei nog steeds bevorderd worden. Vraag uit de zaal: Degene die meer kan sparen krijgt macht over zijn medeburgers: moet er geen inkomenspolitiek gevoerd worden, zodat niet alleen een kleine groep meer kan sparen? Antwoord van Prof. Schouten: Op het gebied van het inkomensbeleid zal de SER binnenkort adviseren. Overigens is er wel een tendens te bespeuren tot inkomens-nivellatie, welk verschijnsel verklaard kan worden uit de vermeerdering van de gelijke kansen bij het onderwijs. Inderdaad ontstaat een ongelijkheid in machtspositie wanneer de een spaart en de ander niet. De vrijheid om te sparen is echter een grondrecht dat toch niemand zou willen afschaffen. Ondanks wanhopige pogingen via spaarpremies en andere faciliteiten wordt er door de grote massa nog te weinig gespaard. Daardoor is het bedrijfsleven wel gedwongen om via interne reserveringen te sparen. De vraag rijst telkens: wie is schuld dat
•■• C(4>
2
f.
WIE . . .
in plaats van de individuele burger het bedrijfsleven zoveel moet sparen? De heer Boerboom: Alle waarde komt van arbeid. Als een gedeelte van die waarde van de arbeider wordt afgenomen door de kapitalist is dat uitbuiting. Antwoord van Prof. Schouten: Alle waarde komt van samenwerking tussen arbeid, kapitaal en ondernemingsaktiviteit. Welke van deze drie factoren het meest schaars voorkomt, krijgt de meeste opbrengst. De arbeidswaardeleer van Marx is zo langzamerhand echt niet meer aktueel. Vraag uit de zaal: Een endogene verklaring van de technische ontwikkeling via monopolie-kapitalisme is in strijd met de conclusies van de modellen van Prof. Schouten, die gebaseerd zijn op concurrentie-kapitalisme. Prof. Schouten antwoordt hierop, dat zijn modellen soms evenzeer op monopolie-kapitalisme gebaseerd zijn als die van wie dan ook. Maar het lukt hem inderdaad nog niet de stijging van de arbeidsproduktiviteit volledig te verklaren. Hij hoopt dat zijn collega Prof. V. d. Klundert op dit gebied terzijnertijd meer zal presteren. Een echte verklaring zal echter steeds modelsmatig moeten zijn. Overigens wijst hij erop, dat gedeeltelijk de stijging van arbeidsproduktiviteit wel degelijk door hem wordt verklaard. Hoe hoog echter het grensprodukt van het onderwijs, resp. research-uitgaven, is, blijft vooralsnog een open vraag. Vraag uit de zaal: De modellen van Prof. Schouten kunnen geen internationale spanningen en oorlogen verklaren.
eigen belang in plaats van door het sohdariteitsprincipe.
Hierop antwoord Prof. Schouten, dat zijn modellen wel degelijk onder bepaalde kwantitatieve vooronderstellingen tot onhoudbare toestanden kunnen leiden (bijvoorbeeld door een volstrekt onaanvaardbare scheve inkomensverdeling). Er kan dan een „kladeradats" komen via revolutie. Maar een levende maatschappij zal via geëigende maatregelen tot een redelijke evolutie komen. Hoe hoger ontwikkeld een volk is, ook op demokratisch gebied, hoe meer kans op evolutie, hoe minder kans op revolutie. Vraag uit de zaal: Evenwichtige evo-
lutie dreigt uit te groeien tot een wereld van Huxley, via technocratische planning. Daar heeft spreker balen van, daarom kiest hij voor de humane wanorde van de revolutie. Antwoord van Prof. Schouten: Mijn economie is niet aheen gericht op de evenwichtige groei van de materiële welvaart, maar ook op de toename van immateriële zaken zoals vrije tijd (zie proefschrift van Dr. Kolnaar). Vraag uit de zaal: Bij de modellen van Prof. Schouten worden de economische subjecten steeds gedreven door het
Prof. Schouten antwoordt hierop, dat hij alleen het belang van de verschillende sociale groepen kent welke via een democratisch onderhandelingsproces van geven en nemen telkens weer opnieuw de prioriteiten van de verschillende belangen moeten vaststellen. Het begrip Algemeen Belang is een abstrakt en volstrekt inhoudloos begrip. Er zuüen altijd tegengestelde belangen blijven bestaan omdat tenslotte niet alle wensen tegelijkertijd gerealiseerd kunnen worden. Na de pauze kwamen randvraagstukken aan de orde die niet van wezenlijke betekenis waren voor de drie aan de orde gestelde vraagstukken (waarom gaat er geen Nederlander n a a r de maan?, waarom hebben de economen niet gezocht n a a r voldoende werkgelegenheid in het Noorden van het land?). Voor nadere studie over de wiskundige economie zie ..De Economist", nr. 1, jan./febr. 1970: Dr. A. J. Vermaar, ,,Over de wiskunde in de economie".
Nogmaals de teach-in want daar stonden de antwoorden in op de vragen die hij hier opwierp. Hij vroeg Boerboom het begrip uitbuiting nader te preciseren en toen deze naast imperiahsme de grote ongelijkheid in Bij stemming in het kollege van Schout inkomens en ontplooiingsmogelijkheden ten op 23 maart bleken (ondanks het t van de verschillende bevolkingsgroepen feit dat Schouten stelde dat hij er niet ; n a a r voren schoof, zette Schouten hem veel voor voelde en ondanks de vele - diskussietechnies altans, ongeveer vast reeds uitgevallen kolleges en de exa- met een betoog over „Piet de Jong die mens in zicht) 108 aanwezige tweede1 vroeger bij Schouten in de straat had jaars vóór diskussie te zijn bij 115 tegen gewoond en die toch ook zoon van een en ongeveer 25 onthoudingen. De disr smid of zoiets was" en over „de zoon kussie werd daarop verplaatst n a a r van zijn eigen vader die zich toch louter 25 maart. en alleen door zijn intelligentie had opEr bleek door de „kampagne tegen de3 gewerkt" enz. Zijn assistent Kolnaar burgerlijke ekonomie" nogal veel be-- ondersteunde hem daarbij door als langstelling losgemaakt te zijn in de3 Boerboom of anderen van de tegenekonomiese fakulteit: er waren ruimX partij in zijn buurt het woord voerden tussendoor tegen ze te gaan praten: „Hè 250 aanwezigen. e Wim, je weet toch wel beter" of „JonBoerboom opende de diskussie voor de marxistiese kant met een 20-tal stellin- gen, jongen, je begrijpt er toch niets gen, die aan iedereen uitgedeeld werdena van", wat de zaal nauwelijks merkte en wat de mensen in het begin wel van en waarvan hij enkele punten naderr toelichtte. De rollen werden toen omge-1- hun stuk bracht. draaid, doordat het kamp van de burI- Pas na de pauze werd de diskussie ingerlijke ekonomen van zijn openingse houdelijk beter. Schouten hield vol dat stellingname afzag en onmiddellijk de Q het onmogelijk was iets te zeggen over aanval op Boerboom inzette. Schouten k techniese vooruitgang en dat dit ook, prees Boerboom dat deze het hoofdstuk n al was dit in zijn eigen theorie ervan over Marx in Exacte Ekonomie (van 1- afhankelijk, buiten de ekonomie hoorSchouten) zo goed gelezen had, vanX de, zolang er geen wiskundige formule daar dat Boerboom zoveel van Marx voor was gevonden. wist.
Door het sosjialisties ekonomen kollektief
•e Alleen jammer dat Boerboom de andere i hoofdstukken zo slecht gelezen had,
Naar aanleiding van de andere aanpak van de techniese vooruitgang (endo-
3
geen of exogeen, verklaarbaar of onverklaarbaar) kwam er kritiek van de sosjiahstiese kant op de willekeurige beperkingen die de modellenbouw aan de theorie oplegt, namelijk dat iets pas verklaarbaar geacht wordt als het in een wiskundige definitie staat. 1 een model bestaat uit een reeks wiskundige definities die tautologies zijn en op zich zelf los staan van de werkelijkheid. 2 wiskundige definities zijn een belangrijk hulpmiddel in de ekonomie omdat ze het kwantitatieve verloop in de tijd van een faktor aan kunnen geven, maar ze kunnen ook niet meer dan het: het is absurd te pretenderen dat met een tiental van zulke formules de werkelijkheid op afdoende wijze geanaliseerd zou kunnen worden om er de konklusies voor de praktijk uit te trekken zoals Schouten dat doet. 3 het ene model verschilt op kwalitatieve wijze van het andere, maar de overgang van de ene kwalitatieve situatie n a a r de andere kan met tautologiese definities (zoals wiskunde) niet beschreven worden, zodat men de kwalitatieve ontwikkeling tot onverklaarbaar definieert, terwijl deze juist het belangrijkste is om te begrijpen. 4 doordat de modellenbouw-ekonomie telkens van een gefixeerde totaalstruktuur (onderlinge samenhang van de variabelen in het model) uitgaat,
t h b 13 - 10 april 1970
gaat hij in feite uit van de gevestigde orde en ontwerpt slechts technieken om het evenwicht daarin te handhaven. Dit leidde tenslotte tot een diskussie over systematiese regionale onderontwikkeling in het kapitalisme en de strokarton akties. Een tweedejaars ekonoom (gehinderd door Schouten, die hem aanviel op zijn slechte formuleren) stelde dat door de evenwichtsbenadering van Schouten sociale onrust niet meer was dan toevallige golfjes (amphtudes) die losstaan van de kern van de zaak (ekonomiese struktuur). Schouten antwoordde dat dit een mooi voorbeeld was, want dat hij als SER-lid nu juist in een kommissie zat die een advies aan het formuleren was, o.a. over de steun aan Groningen. Waarop hij prompt werd aangevallen dat dat nu juist de irrationaliteit van het kapitalisme is: doordat er slechts een absoluut minimum aan planning is - verder regeert het winstprinciep zogenaamd voor het algemeen belang - ontstaan zulke dingen als regionale onderontwikkeling {milieuvernietiging, verspilUng, behoefte, manipulatie enz.) juist op sistematiese wijze, d.w.z. veroorzaakt door het sisteem. Kommissies als de zijne moeten daarna ervoor zorgen dat al te grote onevenwichtigheden niet uit de hand lopen. In
de
diskussie
bleek
opnieuw
dat
WAT? Schouten c.s. niet (meer) in staat zijn om de fundamentele tekortkomingen van zijn theorie nog ter diskussie te stellen. Hij lijkt ervoor gekozen te hebben om er desnoods mee ten onder te gaan. Maar evengoed bleek een stuk zelfkritiek aan onze kant noodzakelijk: de kritiek op de burgerlijke ekonomie was vaak nog tamelijk abstrakt en weinig uitgewerkt, zodat ze nog moeilijk over-
komt. Begrippen als uitbuiting, klassestrijd, overgang van konkurrentie n a a r monopohe, kapitalisme enz. moeten verder gekonkretiseerd worden (waar we nu dan ook hard aan werken). Bovendien was onze kritiek niet altijd konsekwent anti-kapitalisties en bleef ze soms ook te eties-liefdadig in plaats van rationeel-overtuigend. Maar alles kan ook niet in één keer. U hoort er meer van. KoUektief sosjialistiese ekonomen
Verklaring Prof. Schouten Ondergetekende is altijd bereid in kleiner groepsverband te discussiëren over de ideologische grondslagen van zijn wetenschapsbeoefening. Hoewel hij het massale hoorcollege daarvoor niet geschikt vindt, is hij toch bereid nogmaals aan een dergelijke discussie mee te werken op maandag 22 maart indien de meerderheid van de tweedejaarsstudenten dit zou willen. Ter voorbereiding van een vruchtbare discussie moge het volgende summiere antwoord van ondergetekende op de punten, aangedragen door het sosjialistiese kollektief van ekonomen, dienen: 1 Inderdaad wordt door ondergetekende de technische vooruitgang als een exogene (naargelang van probleemstelling te variëren) factor in zijn modellen opgenomen. De reden hiervan is dat een goede verklaringsgrond van de technische voortuitgang nog niet is gevonden. Voortdurend wijst ondergetekende er echter op dat de economische wetenschap bijzonder betrekkelijk is zo lang zij deze belangrijkste factor voor de welvaartsgroei niet voldoende kan verklaren. Hij houdt zich ten zeerste aanbevolen voor diepgaand onderzoek op dit gebied.
Het causale verband tussen onderwijs, research-uitgaven, defensie-uitgaven, concentratiegraad van het bedrijfsleven en technische vooruitgang is tot op het huidige moment niet veel meer dan een voorwerp van ideologische geloofspunten. 2 In welke richting de technische vooruitgang plaats vindt blijft inderdaad bij een macro-economische beschouwingswijze buiten beschouwing, evenals het onderscheid tussen wat genoemd wordt ware en valse behoeften. Ondergetekende houdt zich aanbevolen voor een studie waarbij de meerderheid van de consumenten aangeeft wat volgens h a a r valse behoeften zijn, die h a a r worden opgedrongen. Als noodzakelijk comphment van dit standpunt dient de minderheid aan te geven waarom de massa der consumenten zich vergist, waarom zij eigenlijk te dom is om te begrijpen wat h a a r ware behoeften zijn. Ondergetekende heeft uitvoerig aandacht besteed in zijn college over de meersectoren-economie, aan het verschil tussen de groei van het nationaal produkt in constante prijzen en de groei daarvan in waarde, waarbij hij duidelijk heeft gemaakt dat het erom gaat om
4
werkelijke waarden te vermeerderen. Daarbij heeft hij die economen bekritiseerd die erop uit zijn om van overheidswege de groei-industrieën te bevoordelen. 3 Ondergetekende bekommert zich wel degelijk om de machtsstructuur in de economische samenleving, geeft regelmatig colleges over uitbuitingssituaties, over de macht van vakbeweging en grootbedrij ven, met het oog op de verhouding tussen hoog- en laagontwikkelde landen en over de relativiteit van de desbetreffende machtsstructuren, in verband met het streven n a a r realisatie van algemeen aanvaarde doeleinden. Hij aanvaardt derhalve niet impliciet de bestaande economische orde. Hij is wel van mening dat elke economische orde (dus ook een mogelijke) bij benanering weergegeven dient te worden door een economisch model, waarin aangegeven wordt hoe de instrumenten van economische politiek gebruikt kunnen worden voor structurele veranderingen. In dit opzicht geeft hij in de loop van zijn colleges een grote hoeveelheid denkbare structuren waarvan de meeste inderdaad niet betrekking hebben op de feitelijke economische
orde, m a a r op denkbare en voor sommigen nastrevenswaardige structuren HIJ kan derhalve niet inzien waarom op deze wijze het pohtieke bewustzijn van de studenten wordt onderdrukt, daar het juist de bedoehng is om aan te geven dat de feitehjke economische structuur met een natuurnoodzakehjke IS
4 Ondergetekende is erop uit rationele mvestenngscriteria op te stellen waarbij hij telkens m het licht stelt dat de huidige generatie met de toekomstige mag uitbuiten en omgekeerd en is als econoom uiteraard voortdurend bezig schaarste te verminderen door verspil Imgen bij de investeringsactiviteit te voorkomen Hij houdt zich echter aanbevolen voor het bewijs dat deze pro bleemstellmg irrelevant zou zijn, omdat de schaarste onmiddellijk opgeheven zou zijn wanneer slechts de ware behoefte van de massa der consumenten bevredigd zou worden 5 HIJ geeft voortdurend college over de structuurpolitiek van de Staat, zodat het een grove misvatting is dat hij zou ontkennen dat de Staat een structurele factor m onze samenleving is
6 Een wederom grove misvatting is het om ondergetekende te verwijten dat hij kwalitatieve veranderingen m de economie met m ogenschouw zou nemen Juist elk nieuw model van economische samenhangen (waarvan hij er vele geeft) heeft zijn eigen kwalitatieve structuur Hij is zelfs een van de eerste m Nederland geweest die op basis van kwalitatief te onderscheiden modellen (waaronder ook de theorie van Marx) een soort van geschiedenis van econo mische leerstellingen heeft trachten te schrijven Daarbij heeft hij m zijn colleges telkens toegelicht hoe de feitelijke economische structuurverandering in de loop der jaren zijn afspiegeling vond in de evolutie der economische leerstellingen 7 Ondergetekende beroept zich inderdaad op de democratie bij vaststelling van algemeen aanvaarde doelstellingen, maar hij acht zich beslist niet te m m om welke andere reeks van doelstellingen op hun uitvoerbaarheid en onderlinge consistentie binnen welk structureel systeem dan ook, te toetsen Tilburg, 22 maart 1970 Prof. Dr. D. B. J. Schouten
Wie neemt de leiding bij de onderwijsvernieuwing? Drs. Q. M. van Bijsterveldt De Rector-Magnificus m het THB van 26 maart „Naar mijn mening is de problematiek inderdaad niet de structuur, m a a r het onderwijs... Het is duidelijk dat je dat niet van de ene dag op de andere kunt veranderen, zeker niet met mensen die in een bepaald stramien zijn vastgegroeid Dus we vragen ons voortdurend af hoe je dat proces op gang moet brengen en hoe je het moet begeleiden." Wat drie maanden geleden aan de hoge school nog niet duidelijk was lijkt me nu wel aanwijsbaar „men' is bereid tot en „men" is zelfs al begonnen met de vernieuwing van het onderwijs, en dat ondanks het verschijnen van het Wetsontwerp-Vermga, dat alles weer eens op de structuurproblemen terugbracht In de economische en theologische fakulteit loopt men met die vermeuwmgspogmgen m het onderwijs harder, dunkt me, dan m de sociale en juridische maar dat kan natuurlijk gezichtsbedrog zijn De economische fakulteit wilde eerst de zaak eens flink doordiscussieren met de studenten, m a a r dat leverde weinig op Ook een plan vanuit de studieraad haalde het met Uit het Hogeschoolblad heb ik begrepen dat men toen maar begonnen is aan een (geïsoleerd) experiment met project-onderwijs voor 20 tweedej aarsstudenten In de theologische fakulteit is men al vanaf de oprichting over een breed
front bezig geweest te experimenteren met groepsdiscussieonderwijs Momenteel zijn de theologen geheel gewikkeld in de opzet van de bestuurlijke structuur In de sociale fakulteit heeft men het op gang brengen van de onderwijsvernieuwing min of meer gedelegeerd aan een stuurgroep, terwijl er tegelijkertijd ook in de fakulteitsvergadenng over een nieuwe opzet van het studieprogramma wordt gesproken Een met al te duidelijke situatie dus, die, hoewel zij m de laatste fakulteitsvergadering scherp aan de orde werd gesteld, nog niet door een helder besluit uit de wereld is geholpen In elk geval is hier duidelijk dat de studenten er nog wemig aan te pas komen Inmiddels loopt m de sociale fakulteit al lang een tweetal vormen van projecten van groepsonderwijs, welke overigens, hoewel ,,gelegitimeerd" toch niet onder zulke gunstige condities worden
5
uitgevoerd dat ze een eerlijke toetsing toestaan Naast en doorheen en eventueel achter dit alles begint het Onderwijs Research Centrum zich te bewegen Nadat eerst inventariserend de problemen zijn ver kend wordt m een nota van Dr J de Miranda nu gepoogd voor het Centrum een eigen plaats in het geheel te vinden In de nota wordt binnen de relatie Centrum ^—> Adviesraad ,,een optimale onafhankelijkheid van het Centrum" geclaimd ,,die de vrijheid van handelen en actief initiërend optreden mogelijk m a a k t ' (p 45) Het Centrum kent zich ten aanzien van docenten en studenten een helpende taak toe bij een ,,beheerste vernieuwing van het onderwijs' met name door het tot h a a r taak te rekenen nieuwe onderwijsvormen te ontwerpen en te doen introduceren (p 39-41) Maar hoe en wanneer kan het Centrum dit waar gaan maken, gezien ook de huidige bezetting"? De vraag die bij mij steeds sterker boven komt is Wie neemt er eigenlijk de leiding van dit veranderingsproces? Of moet je die vraag soms prematuur vinden"? Is het misschien beter dat iedereen, individuele docenten of groepen studenten, er m a a r eens flink op los experimenteren om na een bepaalde tijd eens te zien wat een en ander opge leverd heeft, en dan pas een keuze doen en orde op zaken stellen"? Eerlijk gezegd vmd ik dat beter dan niets, m a a r ik onderken het gevaar (en men kan dat ook al signaleren) dat studenten door deze onsystematische en soms dilettantistische aanpak het spoor kwijt raken en zich geen raad meer weten met de chaos van invloeden en processen waarin ze betrokken worden Het gevolg kan zijn dat het dan voor hen met meer hoeft en dat men gaat vinden dat men maar beter terug kan keren n a a r de oude methoden of dat men m a a r beter thuis kan blijven en zichzelf gaan onderwijzen Dan zijn we van klassikaal via groeps- of project-onderwijs m een solistische zelfstudie aangeland Het lijkt me daarom beter, als bij de hogeschoolleidmg (senaatsbestuur, fakulteiten) de overtuiging bestaat dat onderwijsvernieuwing werkelijk nodig IS, of dat deze minstens met meer tegen te houden is, dat men daaruit de conclusie trekt en probeert krachtig leiding te geven aan de vernieuwingsprocessen Ook al IS een ,,vrijblijvend" experimenteerstadium nodig, dan dient dat toch gestuurd te worden Het lijkt me daarom niet verantwoord het nieuwe studiejaar opnieuw zonder voldoende duidelijkheid en voorbereiding in te gaan Het gaat ook te lang duren om op de fakulteitsraden van Vermga te wachten, terwijl eventuele interim-raden die alleen de acute onderwijs-problemen
t h b 13
10 april 1970
- nog voor de zomerperiode - zouden behandelen, in de komende examentijd onvoldoende inbreng van de studenten zullen krijgen Bovendien loopt men daarmee weer het gevaar dat men weer terechtkomt in de formele moeilijkheden over verkiezingen, delegatie en samenstelling Ik zou hier daarom willen pleiten voor het snel instellen van stuurgroepen per fakulteit (of de studieraad daarvoor gebruiken) die een welomschreven opdracht krijgen van hun fakulteit om voor het nieuwe studiejaar de haalbare vernieuwingen te formuleren Echter met deze kanttekeningen erbij a dat de voorstellen die worden voorbereid m mei aan de betrokken vakgroepen worden voorgelegd, b dat de uitgewerkte voorstellen op een rond 1 juni per fakulteit te houden onderwij sstudiedag worden doorgesproken, c dat voor 1 juli of voor 1 augustus de fakulteitsvergaderingen samen met die stuurgroepen of studieraden de voorstellen goedkeurt Een dergelijke of soortgelijke aanpak lijkt me noodzakelijk om uit de verlammende en onzekerheid scheppende besluiteloosheid te raken
Promotie C. J. Rijnvos „Economische orde en Europese monetaire intergratie" Samenvatting van het proefschrift ,,Economische orde en Europese monetaire integratie" van de heer C. J. Rijnvos, die op 9 april 1970 aan de Katholieke Hogeschool promoveerde tot doctor in de economische wetenschappen. Promotor was Prof. Dr. H. W. J. Bosman. Zowel m Oost- als m West-Europa wordt de monetaire integratie m toenemende mate een actuele aangelegenheid De noodzaak te komen tot monetaire integratie wordt steeds duidelijker Binnen de EEG heeft dit onder andere geleld tot de instelling van een werkgroep, welke een plan voor de vorming van een monetaire unie moet ontwerpen De leiding van deze groep is m handen van de Luxemburgse ministerpresident Pierre Werner Tegelijkertijd zijn er problemen op internationaal-monetair gebied m OostEuropa De laatste tijd bereiken ons berichten, dat binnen de Comecon pogingen worden ondernomen de transferabele roebel beperkt convertibel te maken In deze situatie ontstaat de behoefte aan een wetenschappelijke bezinning op
de vraagstukken, die zich voordoen Het proefschrift is bedoeld als een bijdrage m het voldoen aan deze behoefte Het bevat een fundamentele benadering van de monetaire integratie, die m Oost- en m West-Europa valt waar te nemen In het eerste hoofdstuk wordt een begripsomschrijving gegeven van „economische integratie', deze is het m vrijheid genomen besluit tot internationaaleconomische toenadering Nu heeft de vrijheid vele gestalten, m verband daarmee worden de klassiek-liberale, de communistisch-marxistische en de democratisch-pragmatische vrijheidsidee onderscheiden Aansluitend daarop is de integratie van liberaal-vrij e, centraal-geleide en gemengde volkshuishoudmgen onderscheiden Elke mtegratievorm heeft een eigen monetair gewaad Aan dit onderwerp is het tweede hoofdstuk gewijd De monetaire integratie van vrije volkshuishoudmgen leidt tot een internationale gouden standaard, deze heeft nog slechts een - zij het belangrijke - historische betekenis In theorie leidt de monetaire integratie van de Oost-Europese een traal-geleide volkshuishoudmgen toi
juridische uitgaven van kluwer deventer mevr. mr m kakabeeke-van der put en mr p neleman compendium van het personen- en familierecht
mg
ƒ 19,50
mr p I wery hoofdzaken van het verzekeringsrecht deel 2 serie hoofdzaken van het handelsrecht
mg
ƒ
mr w h heemskerk, mr m m mendel, mr p neleman, mr b c puut en mr p r smits casus privaatrecht burgerlijk recht - handelsrecht - burgerlijk procesrecht
mg
ƒ 12,50
9,50
boekhandel gianotten wetenschappelijk filiaal-
prof. verbernelaan 100 (studentenflat) - telefoon 04250-73181 - tilburg enig filiaal van heuvel 43 - tilburg
een volledig glad lopen van de natio nale betalingsbalansen m het kader van internationale clearing Het I S de Comecon niet gelukt dit ideaal te verwezenlijken Zodoende ontstaat het probleem van een zinvolle verreke ning der betalmgsbalanssaldi, dat pas zal worden opgelost als de transfera bele roebel een bepaalde convertibiliteit krijgt In vrije en centraalgeleide volkshuis houdmgen is het nationale geldstelsel een principieel uitgangspunt Dat is m de gemengde volkshuishouding met het geval Het fiduciaire geld dat m de gemengde volkshuishoudmg circuleert, heeft eigen criteria voor de geografi sche afbakening van het circulatie gebied W a a r een en dezelfde geld eenheid als wettig betaalmiddel en als algemeen aanvaard ruilmiddel kan fun geren, met een redelijke stabiele waar de m de loop van de tijd, dient een geldstelsel te zijn Daarom gaat bij monetaire integratie van gemengde volkshuishoudingen, zoals deze wordt nagestreefd m EEGverband, de voor keur uit n a a r een geldstelsel voor het gehele gebied Na de theoretische benadering van dit onderwerp m hoofdstuk I I , is de studie besloten met een economischpolitieke benadering van de mogelijke vorming van een geldstelsel m de EEG Voor het reahseren van belangrijke economisch politieke doelstelhngen, zoals de schep ping van een EEG geldstelsel, zijn prak tische argumenten nodig, die aanvaard baar zijn m de politieke Zulke argu menten werden m hoofdstuk I I verza meld Daarbij werden het integratie, het efficiency en het stabiliteitsargu ment onderscheiden De economische integratie binnen de EEG, die zal leiden tot een economische unie als alles vol gen plan verloopt, zal relatief gemak kelijk verlopen als zij door een supra nationaal geldstelsel wordt ondersteund Voorts kan dit geldstelsel leiden tot een relatief grotere efficiency m het beta lingsverkeer, vooral omdat de onder hnge inwisseling der valuta's vervalt Tenslotte kan een monetaire unie een belangrijke stabiliserende werking uit oefenen op de internationale monetaire orde Er zijn drie hoofdproblemen bij de vor ming van een EEGgeldstelsel Op de eerste plaats gaat het daarbij om het creëren van een supranationale circu latiebank, verder het vinden van een juiste wijze van vervanging der huidige valuta's door Europees geld en tot slot de vestiging van een Europees mone tair gezag Men mag verwachten dat vooral over de vervanging van de nationale valu ta s door een Europese munt nog vele gesprekken zullen worden gevoerd Een omstreden punt daarbij wordt waar schijnlijk de keuze tussen een geheel nieuwe munt en een reeds bestaande nationale geldeenheid tot een Europese munt
„ I k denk dat derdejaars dat eerder kunnen doen vastgeroeste hoogleraren"
dan
door Marijn van Schaaijk Opmerkingen n a a r aanleiding van het interview van het THB met de rector en „ordeverstoringen" in het algemeen. * I n de eerste plaats spreekt de inter viewer steeds van ,,college verstorin gen", waardoor hi) meteen al partij kiest voor de autoriteiten, dit komt de objectiviteit van het interview natuur lijk met ten goed ■^ Scheffer heeft het erover, dat 90 % van de studenten tegen geforceerde dis cussie zouden zijn geweest Zover ik weet lagen de verhoudingen ongeveer fiftyfifty « Scheffer klaagt erover dat op de dis cussiedag van de EF 's morgens nul studenten aanwezig waren, nogal wie des als de faculteit zo stom is te ver geten een tijdstip aan te kondigen' Die zelfde middag om twee u u r waren er minstens honderd studenten, m a a r geen enkele hoogleraar Scheffer is toen door een paar studenten gehaald, toen hij eindelijk kwam waren er inderdaad nog maar een twintigtal studenten over Wat betreft de ideologie achter de wetenschap Scheffer stelt „van de op positie mag er maar een ideologie zijn" Op die manier draait hij de zaak wel helemaal om' Op het ogenbhk is er op de hogeschool immers m a a r een ideo logie (burgerlijk kapitahsties) De oppo sitie wil daar juist verandering m brengen * Scheffer stelt, dat als een examen al zou bestaan uit nakauwen, dan ligt dat met aan de docent Dat is wel een heel erg boude bewering Het is toch zo klaar als een klontje, dat de huidige examens van a tot z bestaan uit reproductie Dat kan ook niet anders zolang de student geen enkele invloed heeft op de te be studeren stof Wanneer je trouwens een protest indient bij het faculteitsbestuur tegen een examen, waarbij het al te gortig was, wordt dat niet eens m be handeling genomen * Verder vmdt Scheffer het „nogal een opgave voor derdejaars om de weten schap te veranderen" I k denk dat der dejaars dat eerder kunnen dan vastge roeste hoogleraren •* Scheffer heeft het over de inbreng van studenten, die zo groot zou zijn, volgens hem Nou, dat gaat misschien op voor enkele studentenvertegenwoor digers, m a a r zeker met voor de massa van de studenten * Verder zegt Scheffer „bij een uitroep als ,gooi die man eruit' is er natuurlijk geen sprake van aanzetten tot geweld", m a a r het beginnen van een discussie ziet hij wel als ordeverstoring I k begrijp er niets meer van'
7
Nog iets in het algemeen over geforceerde discussies Uitgangspunt is de verantwoordelijk heid van de mens voor de dingen die hij doet en waaraan hij meewerkt Bij voorbeeld meewerken aan het tot stand komen van de atoombom zouden velen m strijd achten met hun verantwoorde lijkheid, omdat ze zo'n atoomwapen niet wensen Bij de atoombom ligt het erg duidelijk, m a a r ook bij de studie m de economie ligt verantwoordelijkheid Iemand die op dit moment studeert aan de Hogeschool en braaf bestudeert wat de hoogleraren hem opdragen, studeert af als burgerlijk kapitahsties econoom, die later moeilijk anders kan dan hel pen bij het m stand houden van onze kapitalistiese economie, d w z een sys teem dat is gefundeerd op de egoistiese aspecten van de mens, waaruit twee wereldoorlogen, de atoombom, de wo ningnood, de uitbuiting van de arme landen, de imperialistiese en oorlogs misdadige politiek van onze navo bondgenoot USA m Vietnam, laos, zuid amerika, een nergens door te recht vaardigen inkomensverdeling, een ge vaarlijke met gefundeerde angst voor Rusland, uitgekristalliseerd m de navo, die met eens behoorlijk door het parle ment gecontroleerd kan worden, de on mondigheid van de nietbezitter, e n z , voortvloeit Wanneer je nu deze huidige kapitalis tiese maatschappij principieel verwerpt, IS het m strijd met je verantwoordelijk heid je te laten vormen tot burgerlijk econoom Het is dan niet alleen je recht, maar zelfs je plicht te protesteren tegen het huidige burgerlijk kapitahsties on derwijs, wat je vormt tot burgerlijk ka pitahsties econoom En deze plicht tot protest geldt met alleen voor jezelf, m a a r ook voor je medestudenten en docenten Je bent immers samen met studie bezig Trouwens op dezelfde ma nier als je het met leuk vmdt, dat je b u u r m a n bezig is met het ontwikkelen van een betere atoombom, wil je ook niet, dat je medestudent zich opfokt tot burgerlijk econoom Om je medestudent duidelijk te maken, dat hij zich vormt tot burgerlijk kapi tahsties econoom en om hem ervan te overtuigen, dat dit onjuist is, maak je gebruik van je vrijheid van menings uiting Dit recht tot vrije meningsuiting wordt soms eenzijdig geïnterpreteerd, namelijk je hebt dan wel het recht je mond open te doen n a a r iemand, m a a r die heeft weer het recht om niet te luis teren Op die manier heb je nog geen mogelijkheid tot vrije meningsuiting Werkelijke vrijheid van meningsuiting betekent, dat je binnen zekere gren
t h b 13
10 april 1970
i
grafische kunstinrichting j . j . a. van der wee n.v.
zen - de ander moet kunnen dwingen tot luisteren. W a a r die grenzen liggen is natuurlijk een moeilijke zaak, m a a r als in één college van de honderd of meer colleges die per week aan de hogeschool gegeven worden, een paar mensen de aandacht voor hun ideeën opeisen, mag je toch zeker niet spreken van ordeverstoringen. Nog een opmerking over de verantwoordelijkheid van de student. Pas als je als student zelf (mede) kunt bepalen in welke richting je je vormt, kun je de verantwoordelijkheid voor je eigen daden dragen. Dat en niet werkgroepen van tien of twintig man is het wezen van project-onderwijs. Juist dit wordt door Veringa in zijn nieuwe wet verboden. Daarom maakt deze nieuwe wet ons tot slaven van het huidige systeem. Maar op het moment dat de slaven zich bewust worden van hun ketenen komen ze in opstand. En de geschiedenis leert, dat ze niet alleen woorden gebruikten in hun rechtvaardige strijd.
koestraat 83-85
Naschrift Redaktie
tilburg
Leestest (volgens systeem cursus verbetering leesvaardigheid). 1 Heeft de auteur van bovenstaande
Zit de hogeschool met Spit in z'n maag?
opmerkingen het interview: a b c d e
wel gelezen niet gelezen half gelezen goed gelezen slecht gelezen?
2 Komt het woord ,,ordeverstoring" of ,,collegeverstoring": a wel voor in ,,de fronter" van 18 maart b niet voor in ,,de fronter" van 18 maart? 3 Wie noemt het aantal van 90 % studenten die tegen geforceerde discussies zijn: a het THB b de Rector c Van Schaaijk d geen van drieën? 4 a Was de faculteit zo stom om te vergeten een tijdstip aan te kondigen waarop de discussies begonnen? b Staat in het THB van 13 februari de zin: de studenten zullen discussiëren volgens een door de TEF op te stellen programma? c Is de TEF zo stom om te vergeten het tijdstip van de discussies aan te geven? d Is ten aanzien van het artikel in het THB van 13 februari hier dezelfde vraag te stellen als onder 1? 5 ,,Van de oppositie mag er m a a r één ideologie zijn": a is dit het enige wat Scheffer over deze kwestie stelt b stelt Scheffer meer c stelt Scheffer minder? Vraag 6 tot en met 9 vervallen, omdat het antwoord daarop te gemakkelijk is. Vraag 10 tenslotte heeft een enquêteus karakter. Vindt U, geachte lezer, dat het Hogeschoolblad door plaatsing van dit artikel: a links is b rechts is c nergens is? Voor plaatsing van gevonden antwoorden is in de volgende afleveringen slechts beperkte plaatsruimte aanwezig.
Rektifikatie In het interview met de rector, afgedrukt in het vorige nummer van het THB, is een storende fout geslopen. De rector zal studenten voor schorsing voordragen aan het Senaatsbestuur in plaats van aan het Schoolbestuur. Behalve het feit dat de term onjuist is kan hij bovendien een ander bestuurscollege suggereren dan het Senaatsbestuur. Met onze excuses.
8
In memoriam Loek van Huystee
Open brief van Prof. Verheyen Aan hoofdredacteur Tilburgs Hogeschooiblad Tilburg, 6 april 1970 Zeer geachte Heer Van den Heuvel, In het Tilburgs Hogeschoolblad van 26 maart ]1 is een brief opgenomen welke op 9 maart door de TEF aan mij werd verzonden Deze brief is m de discussiemiddag van 11 maart m het openbaar voorgelezen en besproken op de faculteitsvergadermg van donderdag 12 maart In deze faculteitsvergadermg verklaarde de heer Beljaars (vertegenwoordiger van de TEF) dat de passages over de hoogleraren Bosman en Schouten met bedoeld waren als een persoonlijke belediging Na deze voorvallen was ik persoonlijk zeer verontwaardigd dat deze brief op 26 maart m het Hogeschoolblad was opgenomen Het blad dient namelijk een voorlichting te geven over de gang van zaken aan onze hogeschool, meningen van de verschillende groeperingen te etaleren en een forum te vormen voor de leden van de hogeschool De voorlichtende taak is m dit geval volkomen eenzijdig en wel om de volgende redenen - de brief van een der studentleden van
de Studieraad over de vertegenwoordiging a titre personnel is niet opgenomen, - de reactie van de faculteitsvergadermg op de brief is niet vermeld, - aan de schrijvers van de brief is door het niet opnemen van de reacties geen gelegenheid gegeven hun mening over de opmerkingen van de studentleden van de Studieraad en van de faculteit te geven Voor wat de faculteit betreft was dit daarom nodig omdat de brief op zijn minst gezegd de indruk kan wekken kwetsend te zijn voor de collegae Bosman en Schouten Ik wil nu met meer reageren op de brief Wel kan ik m het algemeen stellen dat ik de beoordeling of veroor deling van personen met behulp van slogangs en kronkelredeneringen volledig verwerp Met vriendelijke groeten. Prof Dr P A Verheyen la titre personnel)
NASCHRIFT Door de late ontvangst van dit schrijven IS het mij met mogelijk om er nu op m te gaan In het volgende nummer wordt er op teruggekomen
Van den Heuvel
Mag de ambtenaar in overheidsdienst gaan stalden? Op 1 april heeft de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, Mr C van Veen de „Commissie van advies inzake het rechtskarakter van de ambtenaarsverhouding" geïnstalleerd Aan deze commissie IS onder meer opgedragen A 1 Een onderzoek m te stellen n a a r de inhoudelijke aard en het rechtskarakter van de verhouding overheidoverheidspersoneel, zoals deze verhouding zich heden ten dage aftekent en ontwikkelt 2 Op grond van de beantwoording van de eerste vraag te adviseren over de vraag of een stakingsrecht voor overheidspersoneel strookt met de hedendaagse ambtenaarsverhouding en de huidige staatsrechtelijke en bestuurlijke verhoudingen
andering van de huidige constellatie zouden moeten worden verbonden
3 In geval van bevestigende beantwoording van de vorige vraag en mdien - bij ontkennende beantwoording - de commissie nochtans van oordeel zou zijn, dat een mogelijkheid tot werkstaking van overheidspersoneel aan te bevelen IS, te adviseren over de positiefrechtelijke en met name ook staatsrechtelijke consequenties, die aan ver-
De commissie staat onder voorzitterschap van Mr E H Toxopeus, Commissaris der Konmgm m de provincie Groningen
B Een onderzoek m te stellen n a a r de vraag of het overheidspersoneel m zijn geheel dan wel gedeeltelijk fundamenteel een bijzondere positie inneemt vergeleken met dat, werkzaam m het particuliere bedrijfsleven, en zo ja of en in hoeverre deze bijzondere positie h a a r weerslag behoort te vinden m een bijzondere, zich van die voor de werknemers m het bedrijfsleven onderscheidende reglementering van de rechtspositie van het overheidspersoneel BIJ de overweging van de vorige punten dient de commissie ook te betrekken de positie van het militaire personeel, alsmede van dat van de universiteiten en van het bijzonder onderwijs.
In het door het Ministerie uitgegeven persbericht wordt geen termijn genoemd, waarbinnen de commissie h a a r rapport dient klaar te hebben . . .
9
Op 26 maart jl is geheel onverwacht van ons heengegaan Loek van Huystee. Hij was een onvermoeibaar idealist Wij moeten aanvaarden, dat zijn lichaam dood is, doch zijn naam zal onder ons blijven leven, een naam die ons steeds weer zal herinneren aan een intens levend, zuiver mens Zijn vrienden
Subsidie Nuffic uit pot ontwikkelingshulp Op 18 maart heeft het bestuur van de NUFFIC enige besluiten genomen met betrekking tot de overlegsstruktuur binnen de NUFFIC Gezien de groei van taak en werk van de kommissies-buitenland der Nederlandse universiteiten en hogescholen, welker aktiviteiten (plaatselijk) grotendeels op gelijk terrein liggen als die van de NUFFIC (landelijk), werd behoefte gevoeld aan een vastere vorm voor de ontmoetingen tussen deze kommissies en de NUFFICorganen, er zal nu een kommissie van bijstand m het leven worden geroepen waarin de kommissies buitenland elk twee afgevaardigden zullen kunnen aanwijzen Tevens zal uitvoering worden gegeven aan de in de NUFIC statuten gegeven mogelijkheid van overleg m een kollege waarin Bestuur, Raad voor Wetenschappelijke Zaken en Direktie zijn vertegenwoordigd, dit kollege kan zich tevens beraden over wijzigingen m de struktuur van de NUFFIC die het gevolg zijn van de struktuurwijzigmgen m de universiteiten en van de uitbreiding van de taken der NUFFIC, voor het beraad hierover kan het kollege van overleg ook anderen aantrekken, bijvoorbeeld uit de kring der kommissies-buitenland Tenslotte zal het bestuur zich - m overeenstemming met gedachten, geuit op een bijkomst van de NUFFIC-organen met de kommissies-buitenland - tot de minister van Onderwijs en Wetenschappen en de minister voor de Ontwikkelingssamenwerking wenden met bezwaren tegen het feit dat de subsidie voor de NUFFIC van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen voor 100 % ten laste komt van de voor ont wikkelingshulp bestemde gelden, terwijl de aktiviteiten van de NUFFIC niet uitsluitend op de „derde wereld" zijn gericht. C A Wijnen
t h b 13
10 april 1970
Motie-Vladar verworpen Tilburg, 2 april 1970 Zeer geachte Redaktie, Het bestuur van het stafconvent heeftt door middel van een brief d d 6 maartt j 1, gepubliceerd m nr 11 van uw bladi d d 13 maart j l (blz 7), onze hogeschoolgemeenschap op de hoogte willen^ stellen van mijn motie ingediend m de hoedanigheid van delegatie-adviseur^ van de Katholieke Hogeschool Tilburg^ in de vergadering van de Academische' Raad d d 28 februari ) 1 Uit de circulaire van de Academische5 Raad d d 20 m a a r t ] 1, nr A R -484-111, heb ik vernomen dat de dagelijkse raad1 de genoemde motie heeft verworpen Om onze hogeschoolgemeenschap de zo5 mogelijk volledige informatie met te3 onthouden, citeer ik uit de notulen van1 de dagelijkse raad d d 19 maart j 1, blz 3 II Artikel 4, 3e lid: geledingsgewijze verkiezing van leden van bestuursorganen. Met een verhouding van 10 1 werd een voorstel verworpen om artikel 4, 3e hd, als volgt te lezen ,,De leden van de universitaire gemeenschap, bedoeld m het 2e lid, kunnen door de geleding waartoe zij behoreni
van Onderwijs en Wetenschappen te vragen artikel 4, lid 3, van het voorontwerp als volgt te wijzigen
als kandidaat worden gesteld voor hett lidmaatschap van de daar bedoelde organen Uit die kandidaten worden des leden van die organen door de gehele° universitaire gemeenschap gekozen,< ' met inachtneming van" enz Verschillende deelnemers aan het overleg gaven uitmg aan hun waarderingT voor de gedachte, welke achter hett voorstel staat Zij zijn van oordeel, datt n a a r de verwerkelijking van een dergelijk kiesstelsel zou moeten worden gestreefd De grootst mogelijke meerderheid van de groep acht die verwerkelijking onder de bestaande verhoudmgen evenwel met mogelijk Bij aanvaarding van het voorstel zou de kans groott zijn, dat niet alle geledingen worden vertegenwoordigd door de personen, m wie ZIJ zelf hun vertrouwen willen stellen De mogelijkheid van een dergelijke ondemokratische ontwikkeling moet worden vermeden Zo ver de notulen Ik laat het gaarne aan de kritische lezer over om zich een oordeel te vormen over de motie en de motivatie van de dagelijkse raad om deze motie te verwerpen Volledigheidshalve citeer ik hier nog eens de tekst van de motie - BIJ deze wordt voorgesteld de Minister
„De leden van de universitaire gemeenschap, bedoeld m het tweede hd, kunnen door de geleding waartoe zij behoren, kandidaat gesteld worden voor een lidmaatschap van de daar bedoelde organen Uit deze kandidaten wordt het door de wet aangegeven aantal leden voor deze organen door de gehele universitaire gemeenschap gekozen m de door de wet aangegeven verhouding " Hierbij heb ik verder aangetekend dat de zinsnede ,,door de wet aangegeven verhouding" nog niet betekent dat men het eens is met deze verhouding, zoals aangegeven m het voorontwerp De redenen waarom ik deze motie heb ingediend zijn terug te vinden m de genoemde publikatie van uw blad L V Vladar
Rektorifikatie De rector deelde n a a r aanleiding van het onderschrift bij het m het vorige nummer van het THB verschenen interview mede, dat Paul Ricoeur zelf zijn ontslag had aangevraagd Dit is op zich juist Dit neemt met weg dat de minister van onderwijs Guichard daarna de rector van de Universiteit van Nanterre (op diens verzoek, allezO ontslagen heeft, m a w de man is ontslagen
Mededelingen algemeen LEZINGEN PROF. EUWE VOOR PERSONEEL Voor alle duidelijkheid wordt erop gewezen, dat de m het vorige Hogeschool blad aangekondigde serie van drie voordrachten, op 14, 17 en 21 april, betrekking heeft op drie verschillende lezingen, die uiteraard wel onderling samenhangen BESLUITEN EN MEDEDELINGEN SENAATSBESTUUR 26 MAART 1970 1 De volgende promoties zijn vastge steld a woensdag 3 juni te 16 00 u u r Drs J Th Adolfse, promotor Prof Dr H W J Bosman, titel proefschrift ,,De nationale investeringsbanken in West-Europa voor buitenlandse ontwikkelingsfinanciering" CDit m tegenstelling met een eerder gepubliceerde mededeling, dat deze promotie op 4 juni zou zijn ) b donderdag 18 juni te 14 00 u u r Drs J H F Schilderinck, promotor Prof Dr
J J J Dalmulder, titel proefschrift ,,Een structuurmodel van de Nederlandse Economie m het licht van de regressie en de factoranalyse' c woensdag 24 juni te 14 00 u u r Drs G G J Bos, promotor Prof Dr J J J Dalmulder, titel proefschrift ,,A logistic approach to the demand for private cars" d woensdag 24 juni te 16 00 u u r Drs F M Sorel, promotor Prof Dr J Godefroy, titel proefschrift „Een sociologische visie op de zwakzinnigheid, zoals toegepast m de frekwentiebepahng van zwakzinnigheid''. 2 De openbare les van Drs L J M Smeele, lector Accountancy, is vastgesteld op donderdag 18 jum te 16 00 u u r 3 In afwachting van de definitieve behandeling van het verzoek van de Katholieke Hogeschool met betrekking tot de deelneming aan het Interuniversitair Instituut voor normen en waarden m de geïndustrialiseerde samenleving, gevestigd te Rotterdam, is Prof Dr M G Plattel voorgedragen als be-
10
stuurshd van genoemd instituut namens de senaat van de Katholieke Hogeschool 4 Inzake ,,Universitaire Leergang Ontwikkelingsproblematiek ' IS aan het curatorium geadviseerd om m te stemmen met het plan deze Leergang m 1971 m Tilburg te organiseren Voorgesteld is om aan de commissie buitenland (KIS) te verzoeken een gemengde commissie aan te wijzen, die zitting neemt m de voorbereidingscommissie van bedoelde Leergang 5 Aan het curatorium is verzocht twee van de drie plaatsen die bij de verdeling van de voor 1970 goedgekeurde begroting m reserve gehouden zijn, toe te wijzen aan de economische faculteit 6 Aan het curatorium is geadviseerd te besluiten dat m de nieuwe hoogbouw gehuisvest zullen worden op de bovenste etage de juridische faculteit en op de overige etages de economische faculteit, de sociale faculteit, het Instituut voor Arbeidsvraagstukken en het Fis-
caal I nstituut. I n de provisoria zouden dan gehuisvest worden: het gedeelte van de juridische faculteit, waarvoor de bovenste etage van de hoogbouw onvol doende ruimte biedt, het Kennedy I nsti tuut, het Economisch I nstituut Tilburg en het I nstituut voor Ontwikkelings vraagstukken. 7 Aan het curatorium is geadviseerd de in principe bereidverklaring van de Katholieke Hogeschool tot medewer king door middel van adviezen, waar om de Verkeersacademie Tilburg heeft verzocht, toe te zeggen. 8 Aan de besturen van de faculteit is verzocht om met betrekking tot weten schappelijke medewerkers, die bestuurs functies vervullen voor het stafconvent, de nodige aandacht te willen schenken aan een a a n het vervullen van zulke functies gerelateerde taakverdeling bin nen de werkeenheden en wel op zoda nige wijze, dat promotievoorbereidingen van betrokkenen zoveel mogelijk voort gang kunnen vinden.
vierde plaatsen bij badminton en zaal handbal. Verdere klasseringen zijn: zevende bij schermen (sabel); achtste bij volleybal; negende bij judo; tiende bij waterpolo; elfde bij zwemmen en twaalfde bij basketball. I n het totaal klassement bij de heren eindigde Til burg als achtste van de twaalf inge schreven hogescholen en universiteiten. Dames uit Tilburg hebben, als enige in den lande, niet deelgenomen. In het algemeen stonden de wedstrijden op goed tot zeer hoog peil met deel name van talrijke internationals. Uitslagen van de hogeschoolkampioen schappen: Badminton: 1) J. Janssen, 2) L. Weis scher. Tafeltennis: 1) G. Klaassen, 2) M. van de Stekker, 3) A. Hasselbekke. De finale van het zaalvoetbaltournooi, waaraan door disputen, flats, personeel, etc. is deelgenomen en reeds vanaf oktober draait, is op maandag 13 april a.s. in de sporthal, aanvang 21.00 uur. Na afloop prijsuitreiking in Posjet. Die komt er „geheid" te staan . . .
PENDRAGON Zwemmen en waterpolo is tot nadere aankondiging alleen op donderdagmid dag van 13.45 tot 14.35 in het overdekte bad aan de RingbaanWest op vertoon van collegekaart; ATSO en andere kaarten zijn niet geldig. De Nederlandse Studenten Zomerkam pioenschappen (NSZK 1970), t.w. atle tiek, honkbal en tennis, worden dit jaar gehouden in Nijmegen. Atletiek is op zaterdag 23 mei; honkbal op donderdag en vrijdag 21 en 22 mei en tennis van 19 tot en met 23 mei a.s. Deelnemers kunnen zich tot 30 april melden bij de studentensporthal en worden verwacht op de trainingen; dat is voor atletiek op maandag van 18.15 tot 19.30 u u r in de studentensporthal en donderdag van 14.00 tot 16.00 u u r op de sintelbaan Volt in de J a n Truijenlaan; honkbal training voorlopig nog in de studentensporthal op woensdag van 18.15 tot 20.00 uur. Indien de weersomstandigheden het toe laten wordt overgegaan op veldtraining. De tenniskampioenschappen worden gehouden in een a, b en ccategorie. Indien voldoende mensen zich aanmel den wordt hiervoor ook nog een aparte training georganiseerd. Het volleybal en basketballtournooi, waaraan door disputen, flats, vrienden kringen, personeel etc. kan worden deelgenomen, wordt gehouden op maan dag 20 april a.s. in de studentensport hal. Aanvang 19.30 uur. I nschrijfformu lieren zijn verkrijgbaar bij de sporthal en de inschrijving sluit 15 april. Bij de op 25 en 26 maart te Groningen gehouden Nederlandse Studenten Kam pioenschappen heeft de afvaardiging van de Katholieke Hogeschool Tilburg enkele voortreffelijke prestaties verricht door het behalen van tweede plaatsen bij hockey, tafeltennis en voetbal en
m ■
^_ ^1
I WmJÊ M TWEE LEZI NGEN Op 22 april organiseert de theologische fakulteit twee lezingen over structura lisme. De eerste lezing zal gehouden worden door Prof. Dr. H. H. Berger. De titel van de lezing van Prof. Berger luidt: „Van de Saussure tot Chomsky: een linguïs tische situering van het structuralisme". De tweede lezing wordt gehouden door Dr. J. H. Kamstra en de titel luidt als volgt: ,,Het wilde denken en de gods dienstf enomenologie". Plaats: Maranatha; aanvang: 14.30 uur. VERGADERING FACULTEI TSRAAD 5 MAART 1970 De raad besloot het structuurrapport zo konsekwent mogelijk uit te voeren. Om deze reden werd het niet wenselijk geacht, dat de secretaris van de facul teit, Dr. G. M. Lukken, in het dagelijks bestuur wordt opgenomen. Vervolgens werd de instelling van een publieke tribune aanvaard, die open staat voor alle leden van de faculteits gemeenschap en uitsluitend voor dezen. De aanwezigen op de publieke tribune hebben geen spreekrecht en mogen tijdens de vergadering op geen enkele wijze storend reageren op hetgeen in
11
de raad wordt besproken. Bij bespreking van onderwerpen, benoeming en ont slag betreffende, zal de publieke tribune gesloten zijn. De agenda van de vergaderingen van de faculteitsraad zal tevoren ad valvas gepubliceerd worden. De goedgekeurde notulen zullen ter inzage in de leeszaal worden gelegd. De secretaris zal de uit eindelijke verantwoordelijkheid dragen voor een kort verslag van de vergade ringen van de raad, bestemd voor pu blicatie in het Tilburgs Hogeschoolblad. De raad stelde een programmerings commissie in, die een advies zal uit brengen over de inrichting van de stu die voor het jaar 1970/1971. Deze com missie vergaderde van vrijdag 20 maart tot en met woensdag 25 maart. Zij is als volgt samengesteld: de professoren Berger, Lescrauwaet en Smits, voorts Dr. Lukken, Dr. de Grunt en Dr. Pouls sen en de studenten E. Gubbels, W. Ha mersma, F. Jespers, A. van de Riet en B. van Roermund. Tevens n a m Drs. C. W. Vroom enkele malen deel aan de besprekingen. Onder leiding van Dr. Bredero ver zorgde de faculteit een aantal infor matiebijeenkomsten voor middelbare scholieren over de studie in de theologie.
t h b 13 10 april 1970
VERSLAG BESPREKING MET
EXTRANEÏ
1 Op 7 maart jl heeft een bespreking plaats gevonden tussen het faculteitsbestuur en die studenten, die hun studie combineren met een gedeeltelijke of volle dagtaak elders De bedoeling van deze bespreking was om na te gaan, of de studie-omstandigheden van deze groep studenten speciale voorzieningen wenselijk zouden maken Alle extraneï waren schriftelijk voor deze bespreking uitgenodigd Van de 87 extraneï (waaronder 19 student assistenten) waren er ongeveer 30 aanwezig 2 Conclusies van de bespreking a Faculteit en individuele docenten zullen belangrijke mededelingen t a v colleges, literatuur, tentamens en examens etc m het Hogeschoolblad publi ceren b In die gevallen, waarin een individuele regeling de voorkeur van de betrokken student heeft dan wel de enige mogelijkheid is om een oplossing te vinden, kunnen de extraneï rekenen op de grootst mogelijke medewerking van de docenten De extraneï dienen in dit soort gevallen zelf contact op te nemen met de betrokken docent Cen) c De faculteit zal aan het begin van ieder semester, en voorts zo vaak als daaraan behoefte bestaat, met de extraneï bespreken welke concrete regelingen voor de extraneï van een bepaald jaar c q van een bepaalde specialisatie getroffen kunnen worden 3 Suggesties De volgende suggesties werden de faculteit ter nadere overweging voorgelegd a Het meedoen aan al dan met verplicht gestelde werkgroepen is voor vele extraneï niet te realiseren Te overwegen zou zijn - voor extraneï deelneming aan werkgroepen met verplicht te stellen, - voor extraneï aparte werkgroepen m te stellen met bijeenkomsten m het week-end of 's avonds, - extraneï individuele opdrachten te geven b Vele extraneï ervaren de isolatie ten opzichte van de docenten en de medestudenten als een ernstige handicap bij de studie Verzocht wordt om dit gegeven te benadrukken bij de discussie m
de faculteit over de onder a gedane suggesties De contactmogelijkheden van de extraneï met de docenten en mede-studenten zouden voorts vergroot kunnen worden door - het geven van avondcolleges en colleges m de week ends, - de colleges minder over de dag c q de week te spreiden, - frekwenter individueel contact tussen extraneï en docenten, waarbij het initiatief dan wel van de extraneï zou moeten uitgaan c Een vrij algemeen onderstreepte wens was (een onderzoek n a a r de mogelijkheid van) het openen van een creche door de hogeschool 4 Standpunt faculteit ten aanzien van extraneï De extraneï zouden het tenslotte op prijs stellen het officiële standpunt van de faculteit over het werkstudentschap te vernemen
Studenten trekken zich terug uit de stuurgroep Donderdagavond 2 april hadden de sociologen een vergadering belegd m C 2 Door het bar slechte weer was de opkomst niet erg groot Uit de toch wel zinvolle diskussies resulteerden de volgende beslissingen - De delegatie van de studenten m de Stuurgroep (die diskussiedagen voorbereidt m de Sociale Fakulteit, r e d ) wordt teruggetrokken Alle overleg met de fakulteit wordt van nu af aan gestopt Hetzelfde besluit werd ook de staf aangeraden - Verder was men algemeen van me mng, dat er nu m alle jaren hard ge werkt zou gaan moeten worden aan de organisatie van kaders, zodat men vol gend jaar m staat is akties te ondernemen tegen Veringa's raden - Op korte termijn zijn er geen mogelijkheden meer tot massa-akties Daarom zullen alleen nog kollege-akties gevoerd kunnen worden, waaronder ook echte verstoringen van kolleges, dus met alleen het gewone vragen om diskussie of vragen stellen J
12
Bergers
LECTORAAT BURGERLIJK RECHT Curatoren van de Katholieke Hogeschool hebben op voordracht van de Academische Senaat Mr. F. Molenaar benoemd tot gewoon lector m de economische fakulteit met als leeropdracht burgerlijk recht en handelsrecht. De heer Molenaar is m 1928 te Wassen a a r geboren Hij heeft aan de Leidse universiteit rechten gestudeerd en was vervolgens, van 1954 tot 1956, werkzaam als advocaat te Rotterdam Van 1956 tot 1968 was hij als bedrijfsjurist m dienst bij het Hemeken-concern In 1968 werd hij benoemd tot wetenscnap pelijk hoofdmedewerker bij het Molengraaff-Instituut voor privaatrecht aan de Rijksuniversiteit te Utrecht LANDELIJK JURIDISCH STUDENTENCONGRES Op 9, 10 en 11 april zal m Amsterdam een landelijk juridisch studentencongres gehouden worden over Recht m / e n Praktijk m m v Minister Polak en Prof Scholten Het congres zal plaatsvinden m de zalen van het Roeterseiland aan de Roetersstraat Het inschrijvingsgeld bedraagt ƒ20,—, waarin zijn begrepen twee lunches, twee diners, receptie ten stadhuize, slotfeest (ƒ 15,— voor hen die met aan de diners willen deelnemen) Het inschrijfgeld dient te worden overgemaakt op de Algemene Bank Nederland, Muntplem te Amsterdam, rekeningnummer 54 95 17 081 t n V T van Oostrom, Landelijk Juridisch Studenten Kongres 1970 Postgiro-aansluitmg van de Bank 6269 Gemeentegiro-aansluitmg van de Bank A 10744
SFR ontbonden Het bestuur van de JFVT heeft, nadat het vertrouwen m h a a r was opgezegd, h a a r funktie ter beschikking gesteld, terwijl ook de studenten-faculteitsraad (SFR) zichzelf heeft ontbonden Op korte termijn zullen m alle jaren verkiezingen gehouden worden van nieuwe jaarvertegenwoordigers m de SFR, die vervolgens een nieuw bestuur zullen kiezen
DOKTORAAL TENTAMEN PROF. PLATTEL Degenen, die na april het vrijstellend doctoraal tentamen Wijsbegeerte kunnen afleggen, worden vriendelijk verzocht dit zoveel mogelijk m de maand mei te doen Daar er sprake is van ± 400 candidaten, kunnen er m de maanden juni en juli wegens vakantie en wegens werkzaamheden aan wetenschappelijke publicatie door ondergetekende, wachtlijsten ontstaan Met het afleggen van dit tentamen zal de termijn voor de doctoraal tentamens nog niet aanvangen
Ekonomische wetenschap en beroepspraktijk Door het Sosjalisties Ekonomen Kollektief
Prof
De relatie tussen de vorm en inhoud van het universitaire onderwijs en onderzoek aan de ekonomiese fakulteiten en de konkrete beroepspraktijk van de afgestudeerde ekonomen We zullen met dit stuk pogen om vanuit de bestudering van de konkrete beroepspraktijk van de ekonomen een kritiek te leveren op de inhoud van de ekonomiese wetenschap zoals die aan bijna alle ekonomiese fakulteiten m de kapitalistiese landen wordt gedoceerd Over de konkrete beroepspraktijk gaf een groep radzkale ekonomen op de meeting van de amerikaanse ekonomiese associatie op 29 december 1969 m het Hilton Hotel te New York de volgende verklaring uit „Ekonomen m de VS werken als een groep en hun werk IS tegengesteld aan de belangen van grote groepen mensen De invloed en de macht die de ekonomen bezitten, verkrijgen zij door hun steun aan de elite te verlenen, de elite die de institutionele struktuur en de machtscentra kontroleert en zo de onderdrukking van miljoenen bewerkstelhgt en kontmueert Door deze steun aan de elite houden de ekonomen wantoestanden m de maatschappij m stand zoals de grote inkomensongelijkheid, de vervreemding, de vernietiging van het leefmilieu door verontreiniging, imperialisme, racisme en de onderdrukking van de vrouw De ekonomen zijn de priesters en profeten van een onrechtvaardige maatschappij ZIJ preken het evangelie van de rationele efficiency, de rechtvaardiging van de reduktie van de mens en n a t u u r tot verhandelbare goederen, zij behandelen menselijke wezens als kapitaal en vertellen de armen dat zij arm zijn omdat het hun aan voldoende produktieve vakkundigheid ontbreekt Alles wat zij over de oorlog m Vietnam vertellen is hoe men er efficiënter kan vechten, zij ontwikkelen mathematiese metoden die moeten bewijzen dat buitenlandse investeringen de ontwikkeling van de arme landen helpen, zij vertellen ons dat pnvebezit en loonverschillen een siesteem van persoonlijke materiele prikkelingen vertegenwoordigen die voor de groei noodzakelijk zijn Maar de ekonomen prijzen het siesteem met alleen maar, zij leveren ook de werk-
tuigen zij zijn juist zelf de werktuigen bruikbaar om de door de elite gestelde onrechtvaardige doelem den te bereiken Zij geven aan hoe men mensen moet manipuleren om de msti tuties m het siesteem zo soepel moge hjk te doen funktioneren Ekonomen zijn mensen die de gerechtvaardigde ontevredenheid tot een minimum die nen terug te brengen Ten aanzien van de politierellen m de steden zijn het de ekonomen die de „people appeasement" programma s ontwikkelen om rebelhe te verhinderen, als een reaktionaire regering een arm land onder kontrole heeft worden er ekonomen n a a r toe gezonden om de ekonomie te rationaliseren en te stabiliseren, als de studenten op de kampussen rebelleren, wordt de rationele arm van de politie erop afgestuurd, ekonomen met industriële relaties en spelteoretici stellen een programma van repressiemaatregelen op De huidige veranderde houding ten aanzien van de gangbare (burgerlijke) ekonomie is toe te schrijven aan de groeiende irrationaliteit van de kontrole van de heersende klasse over de produktie en aan de onbekwaamheid van de burgerlijke ekonomen om de fundamentele achtergronden van deze irrationaliteit te begrijpen. Deze fundamentele achtergronden zijn de stedelijke problematiek, imperiahsme, toenemende sociale behoeften, toenemende produktieverspilhng, de ekologiese schade, grote inkomensongelijkheid, vervreemding, rassisme, onderdrukking van de vrouw Imperialisme: Ten aanzien van de arme landen zijn twee duidelijke kenmerken te onderscheiden de verslechtering van de ruilvoet en een daling of konstant blijven van het inkomen per hoofd gepaard gaande met verschuldmg Voor de ontwikkelde industrielanden is de funktie van het imperialisme de bescherming van voor multi-nationale bedrijven noodzakelijke grondstoffen en het scheppen van afzetmarkten om zo, d m v ontwikkelingshulp, noodlijdende bedrijven m stand te kunnen houden (vergelijk de funktie van bewapening m nationale ekonomie) Ondanks de irrationaliteit van het kapitalistiese
13
Plattel
VAKATURES EKONOMISCHE FAKULTEIT Bij de Fakulteit der Ekonomische Wetenschappen worden gevraagd twee wetenschappelijke medewerkers, die zullen worden ingeschakeld bij het m teamverband verzorgen van het onderwijs voor het vak economie m de propadeuse fase van de studie Zowel ZIJ die een algemeen-economische als ZIJ die een bedrijfseconomische op leiding hebben genoten kunnen reflecteren Ook ZIJ die binnen afzienbare tijd denken af te studeren kunnen m aanmerking komen Aanstelling geschiedt, afhankelijk van leeftijd en ervaring, volgens het rangenstelsel voor wetenschappelijke medewerkers Nadere inlichtingen kunnen worden ingewonnen bij Prof Dr Th v d Klundert, die als coordinator optreedt binnen eerder genoemd team Sollicitaties met curriculum vitae te richten aan de Secretaris van Curatoren, Hogeschoollaan 225, Tilburg siesteem die op wereldmvo wel zeer duidelijk IS, gaan ontwikkelmgsdeskundigen gewoon door met het opstellen van ontwikkelmgsplannetjes voor reaktionaire regeringen zonder zich daarbij maar een ogenblik af te vragen welke funktie ZIJ m het maatschappelijk bestel vervullen In de praktijk worden ontwikkelmgsdeskundigen en -instituten alleen gebruikt om de beheerstechnieken, die de verhouding tussen de geïndustrialiseerde landen en de onderontwikkelde landen dienen te konsolideren, te ontwikkelen en m praktijk te brengen Ekologiese schade: Omdat een goed pas een waarde heeft als het verkocht kan worden en het dan ook door de ekonomiese wetenschap m beschouwing wordt genomen, zijn goederen zoals leef, woon, reuk, genot etc volgens de burgerlijke ekonomie niet verhandelbaar, bestaat er geen markt voor en valt dus buiten de ekonomiese wetenschap Toenemende sociale behoeften en toenemende produktieverspilling: Tegen-
t h b 13
10 april 1970
genover de toenemende sociale behoef ten aan gratis voorzieningen (arts, tele foon, vervoer etc ) staat een toenemen de verspilling van produktieve krachten zoals reklame, overkapaciteit, versnelde afschrijving door techniese vooruitgang, overdreven assortiment van produkten De eerstgenoemde behoeften worden met m de burgerlijke ekonomiese theo retische beschouwingen betrokken aan gezien Z I J met kwantificeerbaar zijn, geen marktvraag voorstellen en het be vredigen van deze behoeften met door middel van een produktieproces, dat beheerst wordt door het winstprmcipe, kan geschieden Om deze reden valt het buiten de doelstellingen van de ekono miese theorie, want deze doelstellingen worden met door de ekonomiese theorie bepaald, m a a r zijn gebonden aan be paalde wetten, die inherent zijn aan het kapitalistiese siesteem Inkomensongelijkheid: Tententies n a a r inkomensongelijkheid zijn een integraal deel van de funktionenng van de kapi talistiese instituties ten aanzien van de faktor arbeid moet arbeid geen produk tiemiddelen bezitten, anders verkoopt ZIJ zich niet op de (arbeids) markt De belonmgsverschillen hebben de funktie een produktieverhogende rol te ver vullen Konkurrentie, promotie en kar riere zijn ook noodzakelijk in een kapi tahsties produktieproces ^ Een belang rijke faktor I S de strijd om de beloning van produktiefaktoren Deze strijd is m feite een klassestnjd Elke produktie faktor probeert zoveel mogelijk m de wacht te slepen (klassen gedefinieerd m hun relatie tot de produktiemid delen) Maatregelen als de Loonwet en de Stakmgswet leggen de klassestnjd aanbanden, ten voordele van de kapi taalbezitters Vervreemding: I n de kapitalistiese maatschappij betekent de kapitalistiese kontrole over het arbeidsproces dat de arbeiders de techniese of sociale orga nisatie van het produktieproces niet kunnen bepalen, zoals zij dat zouden willen, ZI J bepalen ook met welke pro dukten er geproduceerd zullen worden of waarvoor het gebruikt gaat worden, zodat de arbeider zowel gescheiden als vervreemd wordt van zowel zijn werk zaamheden als zijn produkt Tijdens het produktieproces kontroleert de ka pitalist de arbeid (vul steeds in de door de kapitalist gehuurde ekonoom), d w z hij kontroleert het leven van de arbei der tijdens de werkdag De werkzaam heden zijn daardoor noch kreatief noch zelfontplooiend De arbeider heeft geen mtrensiek belang bij zijn direkte aktivi teiten noch bij het doel ervan en de motivatie moet dan ook de vorm aan nemen van het werken voor een eks terne stimulans het loon. Als deze sti mulans effektief wil zijn, moet er onge lijkheid bestaan zoals al eerder is duide lijk gemaakt De gevolgen van de vervreemding zijn
duidelijk waarneembaar, het werk dat een groot gedeelte van ieders leven uit maakt wordt inhoudsloos karakteront wikkeling en zelfexpressie worden in het werkmilieu de kop ingedrukt en mogen alleen buiten de werktijden tot ontplooiing komen Gevolgen zijn vaak cynisme ten opzichte van zichzelf en anderen en ten opzichte van de maat schappij een apolitieke houding is het logiese voortvloeisel daaruit Op een gegeven moment is de vervreemding niet meer af te kopen m termen van verhoogde beloning, aangezien met de verhoogde beloning geen alternatieven te koop zijn De meeste konsumptiegoe deren worden geproduceerd (waaronder sex) om onbevredigde gevoelens achter te laten (reklame, sociale pressie) Een andere baan als alternatief is er m de kapitalistiese ekonomie ook niet, omdat dit verschijnsel m bijna alle kapitalis tiese instituties I S doorgedrongen (ar beidsverdeling) Men zal met alleen n a a r een met vervreemde situatie ver langen omdat deze alternatieven niet bestaan, m a a r ook omdat de preferen ties op hun beurt bepaald worden door de omgeving De burgerlijke ekonomie heeft zich nog nooit met dit soort problemen bezig gehouden, omdat het geen problemen van de heersende klasse zijn Zij gaat er zich pas mee bezighouden als de gevolgen van de vervreemding invloed beginnen te krijgen op het verloop van het produktieproces, als de wmstmaxi malisatie bedreigd wordt Een goed voorbeeld van de manipulatieve rol die bedrij f sekonomen, sociologen en psycho logen m de praktijk vervullen is het werkstruktureringsplan bij de Philips bedrijven ^ Men heeft daar een organisatiestruk tuur geschapen die de bestaande psy chologiese moeilijkheden voor de werk nemers dn rapport medewerkers) op heft, maar zodanig dat de verhouding uitbuiteruitgebuitene veel ondoorzich tiger gemaakt wordt door de werk nemer het idee te geven dat het bedrijf van hem is, zodat het met meer m zijn hoofd komt, dat hij uitgebuit wordt en in feite helemaal niets te vertellen heeft, want dat zou hij zichzelf uitbuiten Wat de positie van de ekonomen m dit be drijf I S zal onderhand wel duidelijk zijn geworden gehuurd door de heersende klasse dient hij de belangen van die klasse door de wmst te maximaliseren en de klassetegenstellingen te verdoe zelen (ondernemingsraden, werkoverleg etc ) Rassisme: uitbuiting van de buiten landse arbeiders en onderdrukking van de vrouw: Vooral m de USA en Enge land vervult het rassisme een funktie m het maatschappelijk proces I n de andere ontwikkelde landen vervullen de buitenlandse arbeiders ongeveer de zelfde funktie De onderdrukking van
14
de vrouw is een verschijnsel dat m bijna alle kapitalistiese landen voorkomt Rassisme heeft een duidelijke ekono miese funktie zij dient namelijk ter ondersteuning van de kapitalistiese be langen Zij vervult de funktie om de lonen te drukken door de lage aan bodsprijs wordt de gedisknmmeerde arbeider dan een nietgediskrimmeerde De gediskrimmeerden worden voor die werkzaamheden ingeschakeld die nie mand anders zou willen doen Zij ver zwakken op hun beurt de arbeidende klasse omdat zij door de kapitalisten als een stok achter de deur gebruikt kunnen worden bij looneisen door de metgedisknmineerde arbeiders Een tweede funktie die zij vervullen is een klasseverhullende funktie Zij zorgen ervoor dat de metgediskrimmeerde ar beiders zich met tegen de werkgevers verzetten, m a a r tegen de door de maat schappij gediskrimmeerden, zodat de klassetegenstellingen tussen de niet gedisknmmeerde arbeiders en werkge vers verhuld worden De buitenlandse arbeiders vervullen m de andere kapitalistiese landen een soortgelijke rol (Franknjk, Duitsland, Zwitserland, Nederland) Het feit dat de kosten van een buitenlandse arbei der m het produktieproces groter zijn dan het hogere loon dat de werkgever zou moeten betalen om binnenlandse arbeidskrachten voor deze werkzaam heden aan te trekken geeft een zodanig beeld die de vergelijking met de funktie van het rassisme rechtvaardigen De verdeling van de arbeidskracht houdt meer m dan de scheiding door middel van ras Vakbekwaamheid en scholing zijn ook zeer belangrijke fakteren De scheiding door sex en daarmee ge paard gaande onderdrukking van de vrouw doordringt de hele maatschappij Er zijn veel parallellen met het rassisme te trekken, speciaal die betrekking heb ben op de fundamentele stratifikatie rol die lage beloning voor ongewenst werk mogelijk maakt Vrouwen ontvan gen geen loon voor het werk wat zij thuis verrichten en hebben aldus weinig keus Sosjialisties ekonomenkoUektief
1 Vergelijk moeilijkheden die ten aanzien van de uitvoering van het eerstejaarsprogramma van het volgend j a a r gespeeld hebben Assistenten weigerden h u n medewerking om reden van de te missen promotie en karrierekansen 2 Zie verslag Zomeruniversiteit Nijmegen Philips organisatie en de universiteit ofwel universiteit als hoofdindustnegroep door Boekraad en H Sips 3 Zie Monthly Review september 1969 over o n d e r d r u k k i n g van de vrouw
De de H de
i i i ■ "
i il
studium generale
april 9 DONDERDAG Aula, 14 00 uur Promotie C J Rijnvos , Economische orde en Europese monetaire integratie" 1 0 VRIJDAG Stadsschouwburg, 2015 uur „TmgelTangel" met .Proost, Cheeno, Santé, Gezondheid" Na afloop Boekenbal 1 0 VRIJDAG 1 1 ZATERDAG Symposium „Vooroordelen en Wetenschap" Inleiders S J Doorman MSC (Eindhoven), Prof Dr A D de Groot (Amsterdam), Prof Dr P Thoenes (Utrecht) Inhchtmgen 04902-3986
nen" van Eduardo Manet door Toneelgroep ,,Studio" 2 3 DONDERDAG Hele dag Studium Generale Symposium Planologie (zie hiernaast) Stadschouwburg, 2015 u u r Het Brabants Orkest met werken van Franck, Debussy, Milhaud, Ronsel en Ravel) Juliette Grcco
1 3 MAANDAG Stadsschouwburg, 20 15 uur „De Spaan se Hoer" van Hugo Claus 1 4 DINSDAG C 3, 20 30 tot 22 00 uur Lezing Prof Euwe voor personeel ,,Inleiding tot de betekenis van de computer voor de maatschappij m het heden en m de toekomst", deel 1 Stadsschouwburg (grote zaal), 20 15 uur „De Spaanse Hoer" van Hugo Claus Stadsschouwburg (Studio), 20 15 uur Brabants Barok Ensemble met werken van Piet Ketting (premiere) 1 5 WOENSDAG Stadsschouwburg, 20 15 uur „De Huisbewaarder" van Harold Pmter
Pop-opera In de pop-opera „De Pauw en de Rat" heeft Floris Kolvenbach twee tot de verbeelding sprekende symbolen gekozen om de strijd weer te geven tussen twee maatschappij-vormen een patriarchale - m de figuur van de pauw, die, met zijn veren pronkend en door iedereen bewonderd om zijn schoonheid, m feite alleen zichzelf zoekt - tegenover een matriarchale maatschappij-vorm, die gesymboliseerd wordt door de rat een door iedereen verafschuwd en gehaat ondier, dat echter, als zijn gedrag zonder vooroordeel bekeken wordt, socialer blijkt te zijn dan dat van de geliefde en trotse pauw. Of de rat deze strijd-op-leven-dood zal winnen is voor Floris Kolvenbach geen vrijblijvende uitkomst de zekerheid dat het ook zal gebeuren is de basis voor zijn geloof m een betere maatschappij Floris Kolvenbach, de beat-groep The Dream, de dansgroep van mevrouw Neijholt, de Wonderland Lightshow en de theatergroep Jaja zullen, dansend, zingend, met licht- en geluidseffecten, vorm geven aan deze pop-opera op donderdagavond 16 april m de aula van de hogeschool. De opera begint om 20.00 uur en is voor iedereen gratis toegankelijk.
Symposium Planologie 23 april: „Planologie in de samenleving". In een zestal inleidingen (drie 's morgens en drie 's middags) zullen onder andere het woord voeren Ir H H Tonkes, planoloog en oud-lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland voor de PSP, Dr K Biersteker, arts. Drs S P van der Zee, sociaal econoom. Dr Ph van Praag, demograaf. Dr R Eijssmk, socioloog, lid van de Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland en Mr J A C de Jonge, hoofd afd bestuursaangelegenheden van de Rijks Planologische Dienst Het symposium zal worden afgesloten met een forum, waarin, naast een aantal van de inleiders. Drs A Korf en Mr P Kuypers zitting zullen hebben en dat onder voorzitterschap zal staan van Drs L Vladar Voor plaats en tijd zie ad valvas
1 6 DONDERDAG Aula, 20 00 u u r Studium Generale Popopera „De Pauw en de Rat" (zie hiernaast) 1 7 VRIJDAG C 3, 19 30 tot 2100 uur Lezing Prof Euwe, deel 2 (zie dinsdag 14 april) Stadsschouwburg, 2015 uur Optreden van Juliette Greco 2 0 MAANDAG Sporthal, 19 30 uur Volleybal- en basketballtournooi (zie onder Mededelingen algemeen) 2 1 DINSDAG C 3, 20 30 tot 22 00 uur Lezing Prof Euwe, deel 3 (zie dinsdag 14 april) Stadsschouwburg, 2015 u u r „De Non-
15
In ons concern wordt aan de
jonge economist de gelegenheid geboden een carrière op te bouwen. Hij zal, afhankelijk van geschiktheid en belangstelling, een loopbaan in één van de volgende werkgebieden kunnen beginnen: •
budgettering en berichtgeving;
•
bedrijfseconomische analyses en efficiency-controle;
•
ontwikkeling en beoordeling van informatiesystemen;
•
advisering inzake toepassingsmogelijkheden van automatisering in binnen- en buitenland;
•
financieringsvraagstukken;
•
marktonderzoek en commerciële prognostiek;
•
planning op korte, middellange en lange termijn;
•
personeels- en opleidingsvraagstukken - personeelsbeleid;
•
internationale marketing;
•
rentabiliteitsberekeningen ten behoeve van "beslissings"-caiculaties;
•
samenhang seriegrootte (kostprijs).
Het ligt in het voornemen belangstellenden - waartoe ook zij worden gerekend die binnenkort afstuderen - uit te nodigen voor een wederzijds oriënterend onderhoud. Geïnteresseerde economisten kunnen schriftelijk of telefonisch contact opnemen met Drs. Ch. Katz, Personeelzaken, Willemstraat 20, Eindhoven (telefoon 040 - 60000, toestel 7549) onder advertentienummer 69132.
N.V. Philips Gloeilampentabneken, Eindhoven
PHILIPS