tilburgs hogeschoolblad j a a r g a n g 7 - no. 3 - 14 n o v e m b e r
1969 - v e r s c h i j n t
tweewekelijks
Discussiedag op 2 0 november 1969 Tijdens de laatstgehouden senaatsbestuursvergadering is een brief binnengel<omen en behandeld, welke ondertekend was door 56 studenten en wetenschappelijke medewerkers. Deze brief is elders in dit Hogeschooiblad afgedrukt (pagina 1; red.). Het senaatsbestuur heeft zich positief opgesteld tegenover het verzoek om ruimte te scheppen voor discussie over structuurvraagstukken tussen alle leden van de hogeschoolgemeenschap. In een bespreking welke plaatsvond met een delegatie uit de ondertekenaars van bovenbedoelde brief werd overeengekomen dergelijke discussies te doen plaatsvinden onder auspiciĂŤn van de structuurcommissie. Dit werd logisch geacht omdat van meet af aan d3 bedoeling is geweest dat naast de beraadslagingen in de structuurcommissie binnen de hogeschoolgemeenschap over het structuurvraagstuk in groepen zou worden gediscussieerd (totnogtoe kwamen Bergelijke discussies nauwelijks op gang). Uit overleg met de voorzitter van de structuurcommissie is gebleken, tiat ook van de zijde van de structuurcommissie met dit plan werd ingestemd en dat deze commissie de organisatie op zich wilde nemen. Het secretariaat van de commissie geassisteerd door anderen is onmiddellijk met het voorbereidende werk begonnen. Als eerste discussiedatum is nu vastgesteld donderdag 20 november a.s. Op die dag zal 's morgens om 10.00 uur begonnen worden met een informatief forum m de aula, waardoor met name informatie zal worden verschaft over op gang zijnde experimenten op faculteitsniveau te Groningen, Utrecht en Nijmegen. Motivering, functionering en evaluatie van deze experimenten komen hierbij aan de orde. tn de namiddag zal m kleine groepen worden gediscussieerd. Deze groepen staan onder leiding van daartoe aangezochte hoogleraren, wetenschappelijke medewerkers en studenten. Uitvoeriger mededelingen over de discussiedag vindt U elders in dit Hogeschoolblad. Gaarne zou ik alle leden van de hogeschoolgemeenschap willen oproepen en aansporen om aan deze dag deel te nemen. De herstructurering van de hogeschool is ons aller belang en hel is niet wel denkbaar dat er een geldig excuus is te vinden om zich aan deelneming te onttrekken. Dit geidt m.i. zowel voor studenten als voor docenten en anderen. Colleges zullen er op die dag niet worden gegeven. Het nadeel van het wegvallen van colleges op donderdagmorgen voor enkelen, weegt niet op tegen het nut dat deze discussiedag kan opleveren voor de gehele hogeschoolgemeenschap. Door de initiatiefnemer is ons verzekerd, dat geen moties zullen worden aangenomen, dat het niet in de bedoeling ligt de structuurcommissie te omspelen en dat men zich wil onthouden van aanvallen op personen. De resultaten van de discussies zullen een belangrijke basis kunnen bieden voor de verdere voortgang van de besprekingen in de structuurcommissie. Het gaat er om dat constructieve bijdragen worden geleverd ter oplossing van het structuurvraagstuk en elke gemeenschappelijke poging daartoe moet ten zeerste worden toegejuicht. Laat daarom ieder lid van de hogeschoolgemeenschap zich inzetten om deze eerste discussiedag te doen slagen. c . F. Scheffer
I
Prof
Dr
C. F. Scheffer
Foto
Th. Dusseldorp
Open brief Aan het bestuur der Academische Senaat, t.a.v. de heer C. Scheffer, Hogeschoollaan 225, Tilburg. Tilburg, 30 oktober 1969 Geachte Heer, Bezorgdheid over de ontstane situatie t.a.v. het functioneren van de Hogeschool heeft ons geĂŻnspireerd tot het schrijven van deze brief, waarin wij een dringend beroep doen op de loyaliteit van het senaatsbestuur om het hare bij te dragen tot de effectuering van de principes, neergelegd in de door de senaat en het curatorium ondertekende en door de overige geledingen aanvaarde verklaring van 7 mei j l . Wij menen dit beroep op uw loyaliteit te moeten doen op grond van de volgende overwegingen: a
Wij zijn van mening dat een structurele hervorming van de Hogeschool weinig zinvol is, indien niet tevens een werkelijk bewustwordings- en participatieniveau van alle betrokkenen actief gestimuleerd wordt.
b Tot nu toe hebben we deze actieve stimulering helaas voornamelijk binnen de studentengeleding en te weinig daarbuiten kunnen waarnemen; we laten in het midden of de door studenten gekozen middelen daartoe steeds even gelukkig zijn geweest. 1
THB 3
14 november 1969
Redactioneel
c
W I J constateren dat er door een actie-reactie-patroon een sfeer van wederzijds wantrouwen in eikaars goede bedoelingen is ontstaan, als gevolg waarvan een gezamenlijk zoeken naar mogelijkheden tot herstructurering en mentaliteitsverandering onmogelijk geworden is
d
Nu de pogingen om via overleg m de structuurcommissie te komen tot een nieuwe en aan de eisen van de tijd aangepaste bestuursvorm van de Hogeschool met binnen redelijke termijn tastbare resultaten beloven op te leveren, lijkt het zinvol ook naar andere wegen te zoeken ter realisering van de gestelde doeleinden, te meer daar op zeer korte termijn een w e t s o n t w e r p van minister Veringa tegemoet gezien kan worden m b t een herstructurering van het hoger onderwijs
e
In andere universiteitssteden is het mogelijk gebleken te komen tot concrete resultaten via andere wegen dan louter structuuroverleg, op grond waarvan wij menen met te moeten berusten in de uitzichtloze situatie van dit moment
De hierboven afgedrukte brief is door de Senaat van de Hogeschool gunstig ontvangen De Senaat heeft gevolg gegeven aan het verzoek de mogelijkheden tot grote en kleine discussies te bieden door voor een of twee dagen per maand de colleges af te gelasten om iedereen m de gelegenheid te stellen deze voor de toekomst van de Hogeschool uiterst belangrijke gesprekken bij te wonen Aangezien het overleg in de struktuurcommissie nagenoeg is vastgelopen dienen nieuwe wegen gezocht te worden om uit de impasse te geraken Men kan zich afvragen waarom de struktuurcommissie nog mets heeft bereikt Waarschijnlijk moet een van de grondoorzaken gezocht worden in de totaal verschillende referentiekaders van waaruit gedacht en gesproken w o r d t door de diverse delegaties in de commissie Deze soort communicatiestoornis kan slechts uit de wereld geholpen worden door een overvloed van informatie en gedachtenwisseling, waarvan men kan hopen dat uiteindelijk een gemeenschappelijke basis kan w o r d e n gevonden voor verder zakelijk en concreet overleg Faculteiten elders in den lande experimenteren reeds met gedemocratiseerde strukturen Er blijken zeer positieve ervaringen te zijn opgedaan, er zijn eveneens teleurstellingen verwerkt Het belangrijkste h i e r b j is dat er iets gebeurd is, dat in deze faculteiten waarschijnlijk om met de w o o r d e n van Dr J Miranda te spreken, een nieuwe taal gegroeid is waarin men elkaar verstaat Deze taal dient m Tilburg opnieuw te ontstaan Zij zal waarschijnlijk eigen klanken, begrippen en wendingen bevatten, maar zij is een noodzakelijke voorwaarde voor het nieuwe
Het IS daarom dat wij ons met de volgende concrete voorstellen tot u richten 1
Het scheppen van ruimte v o o r discussie tussen alle leden van de academische gemeenschap over de nota-Vennga-Lardinois en over andere reeds verschenen voorstellen aangaande de herstructurering van het hoger onderwijs Te denken valt hierbij aan het opschorten van de colleges voor enkele dagen gedurende de eerste weken van de maand november
2
Het organiseren van faculteitsgewijze discussies, waarbij alle betrokkenen via redelijk overleg trachten te komen tot een experimentele opzet van de faculteitsstructuur t a v onderwijs, onderzoek en beheer Hierbij zij gerefereerd aan soortgelijke experimenten in Groningen, Amsterdam, Utrecht, Leiden en Delft
-TerwiUe van de leefbaarheid binnen de Hogeschoolgemeenschap, zowel op het bestuurlijke als ook op het persoonlijke vlak doen wij een dringend beroep op uw royale medewerking bij het realiseren van bovengenoemde voorstellen In de hoop een spoedig antwoord van uw kant te verkrijgen, eventueel vergezeld van suggesties uwerzijds signeren wij Met vriendelijke groet, P. P. A. M. van Eeuwijk, Prof Verbernelaan 9 0 - 1 , Tilburg
Inmiddels hebben de Databankcommissie en een werkgroep uit de struktuurcommissie zich gezet aan de uitwerking van de in de brief aangeduide mogelijkheden Om te beginnen worden op 20 november en 2 of 3 december twee discussiedagen belegd, waarop respectievelijk aan de orde komen de herstrukturering van de fakulteit en de herstrukturering van de Hogeschool De zaken die op deze twee niveaus aan de orde zijn verdienen ten volle een aparte behandeling Tussen deze twee dagen in zal de struktuurcommissie in eerste instantie de balans opmaken van een paar weken waarin de bij de laatste vergadering ingestelde agendacommissie heeft getracht een basis te leggen voor het ontwerpen van een struktuurmodel De hoop is gerechtvaardigd dat de resultaten bereikt op 20 november door zullen werken in de besprekingen van de struktuurcommissie die zich reeds sedert enige tijd had gebogen over voorstellen van de studentendelegatie en de stafconventdelegatie (zie THB van 17 oktober)
FACULTEITENDAG DONDERDAG 20 NOVEMBER 10 00 uur
PS Bovenstaand verzoek w o r d t gesteund door de eigenaren van bijgevoegde ( Âą 60 red ) handtekeningen voorts door de Tilburgse Economische Faculteitsverenigmg in veragdering bijeen, verder door de Sociologische Kring Tilburg
12 00 uur 12 00 tot 13 00 uur
Tilburgs
Discussie in groepen met gesprekleider
15 30 uur
Plenaire discussie met de forumleden (Groningen, Nijmegen, Utrecht) Einde forum
Uiterlijk 17 00 uur Hogeschoollaan 225 kamer 113 telefoon 70960 toestel 458
Redactie
Drs
Redactie mededelingen
Bureau Public Relations
Zakelijl( leider
C
G A M van den Heuvel
F
Brinkhuizen
Alle copy zenden naar het redactie adres De sluitingsdatum voor het inleveren van copy voor het komende nummer is 21 november.
Einde forum Walking lunch
13 30 uur Hogeschoolblad
Redactie-adres
Forum Informatieverschaffing onder voorzitterschap van Mr P Kuypers Deelnemers forum - sub-faculteit psychologie Groningen - theologische faculteit Nijmegen - sociologisch instituut Utrecht
CYCLUS ,AGRESSIE' STUDIUM GENERALE De lezing van Dr H Hillenius is verplaatst van donderdag 20 november naar donderdag 27 november, 14.00 uur in C 3. De lezing van Prof Dr N H M Fortmann over ,Agressie en cultuur' kan door ziekte van Prof Fortmann geen doorgang vinden
2
I
iscussiedag 20 november
Samenvatting van de nieuwe struktuur in de subfakulteit psychologie der Rijksuniversiteit te Groningen De redactie ontving i.v.m. het forum op 20 november van de subfaculteit der psychologie te Groningen onderstaande weerslag van de nieuwie struktuur. Teksten met betrekking tot deze problematiek uit Nijmegen en Utrecht kwamen te laat binnen om nog gezet te kunnen worden. Geprobeerd zal worden deze in stencilvorm te verspreiden (Databank). De herstrukturering van de subfakulteit is geschied vanuit de gedachte dat het mogelijk is om gezamenlijk verantwoordelijke taken te verrichten, zonder gescheiden te zijn in geledingen maar door m voortdurend redelijk overleg tot besluiten te komen Hiertoe is gekozen voor een bestuursvorm die geschoeid is op de leest van de direkte demokratie en gebruik maakt van de one-man-one-vote' gedachte De uitwerking van deze bestuursvorm is echter zodanig dat aan massavergaderingen geen formele funktie w o r d t toebedeeld om met de bestuurskracht en efficiëntie van bestuur te verzwakken Zonder van te voren rekening te houden met .geledingen' zullen alle betrokkenen bij de subfakulteit psychologie behoren bij een eigen organische werkeenheid, die tevens basiseenheid van bestuur is Deze basiseenheden zijn behoudens de noodzakelijke koordinatie autonoom m het plannen en uitvoeren van hun werk, en zullen meestal met groter zijn dan 30 a 40 personen In deze eenheden kan direkte demokratie funktioneren Uit ieder van de basiseenheden van bestuur wordt een afgevaarde gekozen naar het subfakuiteitsbestuur, waarin naast deze afgevaardigden een professionele sekretaris permanent zitting heeft De gedachte aan demokratie vanaf de basis heeft hier dus voorgestaan beleidsoverwegingen worden naar boven' gebracht door afgevaardigden en worden aldaar geïntegreerd De besluitvorming komt tot stand in de werkplaats Representatie van ,geledingen' is welbewust vermeden De solidaire gezamenlijkheid en verantwoordelijkheid gaan voor belangenbehartiging der geledingen en de opvatting van demokratie als het georganiseerde wantrouwen Dit betekent echter allerminst dat met funktionele verschillen en verschillen in ter zake kundig zijn met w o r d t rekening gehouden Het redelijk overleg honoreert deze verschillen vaak met meer werkelijkheidszin dan associatie met hiërarchieke status
De genoemde koordinatietaken komen v o o r rekening van de gehele kommissie die alle leden van het technisch en administratief personeel omvat alsmede de afgevaardigden van de andere basiseenheden ZIJ kiest bovendien een direkteur-voorzitter Het
Studie en
bestuur
De organische werkeenheden die tevens basiseenheden van bestuur zijn, zijn ten eerste de sektoren. Een sektor bestaat uit 20 a 40 personen (m principe hoogleraren, medewerkers en studenten) die tesamen een gebied van de psychologie in studie en onderzoek nemen, en tevens zorg dragen voor de beheerlijke aspekten van dat werk Een sektor is semi-permanent gedacht, deelname als lid van een sektor heeft de termijn van een jaar, waarna hennschnjving op dezelfde sektor eventueel mogelijk is Een sektor bepaalt in onderling overleg het werkschema voor een hele kursus en voert dat uit Naast interne kontrole op dit werk bestaat er de verplichte rapportering naar een uit twee andere sektoren bestaand kritisch forum, en de openbaarheid van alle sektorvergaderingen als mogelijkheden voor een kritische evaluatie van het werk in elke sektor Omdat er voor de kursus 1969/1970 is besloten tot het handhaven van een apart propedeutisch programma van eerstejaars, zijn de eerstejaarsstudenten onderverdeeld in eerstejaarsgroepen die met de sektoren vergelijkbaar zijn m bestuurlijk opzicht Elke sektor en eerstejaarsgroep kiest een afgevaardigde in de direktoraatskommissie van het instituut waaronder het hoort, en een afgevaardigde in het subfakulteitsbestuur DIrektoraatskommissles De vier instituten voor psychologie hebben ieder een eigen direktoraatskommissie voor het koordineren van beheerlijke en admimstratief-technische zaken die het instituut betreffen Eveneens is elke direktoraatskommissie voor het technisch en administratief personeel (die in het dlgemeen geen wetenschap beoefenen) de basiseenheid van bestuur Als zodanig heeft iedere direktoraatskommissie ook een afgevaardigde in het subfakulteitsIbastuur
I
onderzoek
Studenten in de psychologie moeten voldoen aan de eisen van de propedeuse, zij moeten verder onderwijs hebben gevolgd m de door het Akademisch Statuut voor hen verplicht gestelde vakken, en moeten een periode van 9 maanden praktijkstage hebben gelopen Daarnaast nemen zij vanaf het tweede jaar full-time deel aan het werk van een sektor (studie onderzoek en beheer) waarmee zij kreditpunten verzamelen De sektor zelf deelt deze kreditpunten uit in overeenkomst met een bestaande globale regel Voor het afleggen van een doktoraalexamen zijn 400 punten nodig Beoordeling van prestaties gaat in termen van slagen of ralen, respektievelijk kreditpunten toekennen of met toekennen Cijfers zijn afgeschaft In de sektoren ligt de verantwoordelijkheid voor de beoordeling bij de groep Het onderzoek dat door individuen of projektgroepen w o r d t gedaan, w o r d t als regel verantwoord aan de sektor en aan diens kritisch forum (zie boven) Voor zover reeds lopend onderzoek met bij een sektor w o r d t ondergebracht, staat het onder verantwoording aan het subfakulteitsbestuur Het
Basiseenheden van
subfakulteitsbestuur
Afgevaardigden van eerstejaarsgroepen, sektoren en direktoraatskommissies vormen het subfakulteitsbestuur Dit is het hoogste koordinerende lichaam binnen de subfakulteit V o o r de uitvoering van het beleid stelt het een dagelijks bestuur aan Bovendien zullen aan speciale kommissies of personen uitvoerende taken worden gedelegeerd De verkiesbaarheid voor het subfakulteitsbestuur geldt v o o r iedere betrokkene, los van professie Er zijn geen regels voor minimale vertegenwoordiging van .geledingen'
experiment
Een dergelijke opzet, met de daaruit voortvloeiende grotere verantwoordelijkheid van studenten en personeel voor het besturen en voor de eigen studie geeft meer ontwikkelingskans aan een tot dusver sterk verwaarloosde doelstelling van het universitair onderwijs, het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef Er w o r d t in wijde kring geloofd m de werkbaarheid van deze opzet Een ideëel streven is dank zij konstruktief werk van voorstanders en oppositie uitgewerkt naar een werkvorm waarmee het experimenteren mogelijk moet zijn en blijven
grafische kunstinrichting
j . j . a . v a n der \A/ee n.v, koestraat 83-85 - telefoon 23137 tilburg THB 3
14 november 1969
DATABANK DOCUMENTATIE
Redactioneel
De totstandkoming van de bestuursstructuur der Katholieke Hogeschool
De Databankcommissie heeft reeds geruime tijd gewerkt aan een documentatiemap met betrekking tot de herstruktureringsproblematiek aangezien het op alle niveaus vaak ontbrak en nog steeds ontbreekt ' aan duidelijkheid omtrent .waarover het gaat'
De Katholieke Hogeschool is tot stand gekomen op particulier (i 11 overheids-) initiatief Een soort bolwerktheone en emancipatiegedacht zullen vermoedelijk onder meer de drijfveren tot dit initiatief geweest
Het verzamelde materiaal is voor het Hogeschoolblad bewerkt door L, Brinkhuizen Het omvat uiteenzettingen over het ontstaan van de huidige structuur en de recente geschiedenis van de Katholieke Hogeschool Medewerking werd verleend door de heren Mr F J M van Spaendonck en V Feldbrugge
De eerste stap was een overeenkomst tussen de gemeente Tilburg en de Stichting de RK Leergangen' waarbij de Leergangen op zich nam een handelshogeschool in het leven te roepen
De Databankcommissie en de redactie van het Hogeschoolblad hopen dat met deze informatie velen een duidelijker beeld krijgen van de situatie die is ontstaan en waarvoor nu op alle mogelijke manieren een oplossing wordt gezocht
GELOOF IN EEN NIEUWE TIJD?
de bazuin REVOLUTIE IN KERKELIJK NEDERLAND?
de bazuin KORT KRITISCH KOMMENTAAR?
de bazuin
HOUDT U IEDERE WEEK WAKKER
Abonnement slechts ƒ9,50 per halfjaar; voor studenten slechts ƒ7,50 per halfjaar. Stort op giro 713140 t.n.v. Weekblad ,De Bazuin' te Utrecht. Wenst u een gratis proefnummer? Bel dan 030-441845, toestel 8 of schrijf een briefkaart aan: Ondiep 6 te Utrecht.
^
Afgezien van deze historische bijzonderheid over het ontstaan van de Hogeschool kan de oprichting van een bijzondere instelling globaal aldus geschetst worden het plan leidt tot oprichting van een rechtspersoon, waarin financiële middelen voor de verwezenlijking van het beoogde doel kunnen worden afgezonderd De Stichtinqsvonr IS hiervoor de meest geëigende Ook de Hogeschool gaat van een btichting uit Een rechtspersoon moet een orgaan hebben dat voor haj kan handelen Doorgaans is dit het bestuur Het bestuur van de Stichting Katholieke Hogeschool heet blijkens de statuten van de Stichting ,het college van curatoren' naar het ten aanzien van zijn taak overeenkomstig bestuursorgaan aan de openbare instellingen Het bestuur dat voor de eerste maal optreedt, en uiteraard vaak bestaat uit de initiatiefnemers of hun vertrouwensmannen, bereidt het op qanq komen van de onderwijsinstelling voor Personeel moet worden aangezocht, gebouwen ingericht en gelden vergaard Toen dit alles in Tilburg was volbracht en de Hogeschool begon te functioneren, verhinderde de bevoegdheid van curatoren als bestuur van de Stichting met dat de senaat in de dagelijkse praktijk van het academische ,bedrijf' met een flink stuk zelfstandigheid te werk ging Zulks zou met name op het gebied van de opzet van de studieprogramma s en examenregelingen ook moeilijk anders voorstelbaar zijn en tot op zekere hoogte zelfs met anders aanvaardbaar zijn met dien verstande dat curatoren er op dienden toe te zien dat geen inbreuk zou worden gemaakt op het levensbeschouwelijke karakter van de Hogeschool Deze zelfstandigheid van de senaat hield uiteraard op daar waar het onderwijsbeleid financiële consequenties had en waar het curatorium er derhalve als beheerder van de middelen van de Stichting bij betrokken diende te worden Bij de algemene beleidsbepaling, planning op langere termijn en uitbouw van de instelling moest het curatorium anderzijds vanzelfsprekend voor een belangrijk deel rekening houden met de ideeën en wensen welke binnen het docentencorps leefden
De hier geschetste situatie komt nagenoeg overeen met de bestuursstructuur van de openbare instellingen, welke is vastgelegd m de Wet op het wetenschappelijk onderwijs en bekend staat als het dualistisch stelsel Artikel 38 van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs bepaalt curatoren en senaat oefenen onder medewerkinq var de faculteiten het bestuur uit Artikel 37 wijst curatoren echter aan als het uiteindelijk verantwoordelijk orgaan Ook curatoren van de Hogeschool dragen bij een dualistische praktijk, als enig bestuursorqaar van de Stichting, per saldo de verantwoordelijkheid De genoemde zelfstandigheid van de senaat van de Hogeschool op het stuk van onderwijs en onderzoek is voor dit college aan de openbare instellinqep In het uitdrukkelijk vastgelegd in artikel 48 van de Wet op het wetenhoofd schappelijk onderwijs, dat door de bepaling dat de senaat in het in div bijzonder de algemene belangen van het onderwijs in de beoefening Jiiervi der wetenschap behartigt, op dit gebied autonomie verleent Men kan zich afvragen hoe deze autonomie zich verhoudt tot de uiteindelijke verantwoordelijkheid van curatoren Dit moet zo begrepen worden dat curatoren ener rijksinstelling er zorg voor dienen te drager aat de senaat bij de uitoefening van zijn functie ex artikel 48 Wet op het wetenschappelijk onderwijs met in strijd komt met de wet en de krachtens de wet uitgevaardigde regelingen, richtlijnen en' aanwijzingen, doch die autonomie overigens onverlet moeten laten Van curatoren van de Hogeschool zou gezegd kunnen worden dat zij er voor moeten waken dat het statutaire doel van de Stichting - onderwijs op confessionele grondslag - in acht wordt genomen De wet geeft in artikel 45 aan curatoren van rijksinstellingen naast
4
J
1
Verloop ontwikkeling structuurproblematiek de alqemene bestuurstaak, uit te oefenen samen met de senaat, de opdracht tot het beheer Ook hier parallelliteit met het curatorium van de Hogeschool dat als Stichtingsbestuur het beheer voert Het ontstaan van het curatorium als geleding aan de Hogeschool is hierboven toegelicht Hoe moet dit orgaan aan de rijksinstellingen verklaard w/orden? Met de opvatting van de wetgever dat noodzakelijk IS dat naast en in zeker opzicht ook boven de traditionele organisatie van het academisch zelfbestuur m senaat en faculteiten een college van beheer en toezicht staat Ook aan het curatorium van de Hogeschool moet het karakter worden toegekend van belangeloos orgaan dat zo nodig prioriteiten bepaalde - in de voorbije periode van beperkte subsidie van nog duidelijker betekenis dan thans - en dat voorts door de bisschoppen benoemd als representant van het katholieke volksdeel, fungeerde als een soort solidariteitsgarantie voor niveau en orthodoxie van het onderwijs Zowel de representatiegedachte als de op het onderwijs toezichthoudende functie zijn duidelijker te onderkennen aan een andere confessionele instelling, namelijk de Vrije Universiteit van Amsterdam De Vrije Universiteit gaat namelijk uit van een vereniging Directeuren vormen het bestuur van de vereniging en zijn aan de ledenvergadering verantwoording verschuldigd Naast directeuren, die met het beheer belast zijn, staat het college van curatoren, dat toezicht houdt op het onderwijs BIJ de behandeling ven de bezstting van de Hogeschool m de Tweede Kamer is de vraag gesteld of de bijzondere instellingen hun bestuursrichtmg naar eigen goeddunken kunnen bepalen In het vorenstaande is reeds de indruk gewekt dat de genoemde wetsartikelen met op de bijzondere instellingen van toepassing zijn Voor zover de wet over de bijzondere instellingen spreekt, geschiedt dit in de vorm van voorwaarden, waaraan ter waarborging van deugdelijkheid moet zijn voldaan Vast staat dat conformatie aan de bestuursstructuur van de rijksinstellingen met als voorwaarde voor erkenning en bekostiging in de wet is geformuleerd, terwijl evenmin anderszins eisen aan de bestuursstructuur van de bijzondere instellingen gesteld worden Hiertegenover wordt de redenering geplaatst dat de vrij gedetailleerde bestuursregeling in de wet weliswaar met als voorwaarde voor erkenning en bekostiging is overgenomen, teneinde de bijzondere instellingen op dit punt de mogelijkheid van afwijkingen met te ontnemen, doch dat de erkenning en bekostiging destijds is verleend op grond van een inrichting welke globaal genomen met die van de openbare instellingen overeenstemde Al met al zou uit het stelsel van de wet blijken dat ook de bijzondere instellingen de traditionele universitaire structuur in acht dienen te nemen In het vorenstaande is volstaan met een uiteenzetting van de hoofdlijnen Geen aandacht is geschonken aan het belangrijke werk in diverse commissies en colleges van overleg, en aan de invloed hiervan op de uiteindelijke beleidsbeslissingen
LITERATUUR MET BETREKKING TOT HERSTRUKTURERING (verkrijgbaar in de Databank) Nota van 4 - Nota van 21 - Aantekeningen bij een radenuniversiteit (Boekraadt/van Nieuwstadt) - Onderwijsmap - Vermgamap Aantekeningen voor een demokratisering van de studie in de sociologie - Materiaal voor de aksie tegen de nota-Vennqa - Tilburg het begin WIJ gaan door met de striid.
I
Het IS achteraf moeilijk uit te maken, wanneer de discussies over de bestuursstructuur nu precies zijn begonnen Men kan wel zeggen dat de universitaire wereld in ons land de laatste jaren geleidelijk in beweging is gekomen en dat die beweging soms schoksgewijs verliep Een eerste ,schok' was de bekendmaking van het rapport .Zelfstandige taakvervulling van de universiteit en hogeschool' in het voorjaar van 1968 Dat rapport was gemaakt door een commissie van de Academische Raad onder voorzitterschap van Ir A G Mans Het staat dan ook bekend als het ,rapport-Maris' De commissie kwam tot de conclusie, dat de bestaande tweeledige bestuursstructuur (curatoren en senaat) met meer voldeed In plaats daarvan zou het algemene beleid in handen van een bestuursorgaan moeten komen In het rapport gaf de commissie de hoofdlijnen voor zo'n eenledige ( monistische' in plaats van .dualistische') structuur aan Het rapport kreeg meer kritiek dan bijval en de Academische Raad zelf was er ook met tevreden mee Daarom verzocht de Raad aan alle universiteiten en hogescholen het probleem van de bestuursstructuur in eigen kring te bespreken en daarbij alle ,geledingen' te betrekken (Met,geledingen' zijn bedoeld de vijf groeperingen binnen de universiteit de studenten, de hoogleraren, de wetenschappelijke staf, de curatoren en de administratieve en technische personeelsleden) In Tilburg werd in juli 1968 begonnen met de voorbereidingen voor het overleg over de structuur De president-curator en de rector-magnificus zonden een brief aan de besturen van het stafconvent (dat is de organisatie, waarin de leden van de wetenschappelijke staf zijn verenigd) en van de Algemene Tilburgse Studenten Organisatie (ATSO), waarby alle Tilburgse studenten zijn aangesloten In de brief werd de taak van de op te richten structuurcommissie' als volgt omschreven ,,Op zo kort mogelijke termijn advies uitbrengen aan de thans verantwoordelijke bestuursinstanties van de Katholieke Hogeschool over een zodanige organisatie- en bestuursstructuur van de hogeschool, dat de doelstellingen welke zijn geformuleerd in de Wet op het wetenschappelijk onderwijs zo goed mogelijk worden bereikt en tevens zoveel als mogelijk tegemoetgekomen wordt aan het verlangen van alle betrokkenen om medeverantwoordelijkheid te dragen voor de verwezenlijking van deze doelstellingen " In de brief werd gevraagd zo spoedig mogelijk mee te delen, wie namens de beide groeperingen in de commissie zitting zouden nemen BIJ de ATSO en het stafconvent bestond twijfel aan het nut van dit overleg Men vreesde dat de adviezen van de structuurcommissie geen werkelijke veranderingen in de structuur tot gevolg zouden hebben Deze vrees werd mede veroorzaakt door een opmerking die de president-curator tijdens een interview voor het mandblad TAEK (het blad van de afgestudeerden) had gemaakt ,,Uiteindelijk zal over eventuele veranderingen beslist moeten worden door de mensen die nu de verantwoordelijkheid hebben" Omdat de ATSO en het stafconvent onder deze omstandigheden meenden met te moeten deelnemen aan het overleg in de structuurcommissie, nodigden curatoren en senaatsbestuur de vertegenwoordigers van stafconvent en ATSO uit voor een ,rondetafelgesprek' Deze bijeenkomst, op 25 november 1968, werd ook bijgewoond door twee leden van het administratief en technisch personeel Men werd het op 25 november met eens over de wijze waarop een structuurcommissie zou moeten werken Men besloot een aantal ^ informele bijeenkomsten van de voorlopige .werkgroep structuur' te houden, een rapport op te stellen en daarover in een volgende vergadering op 20 januari 1969 te beraadslagen De .werkgroep structuur' kwam viermaal bijeen In de vergadering van 20 januari werd voornamelijk gesproken over het ,medebeslissingsrecht' Van de zijde van het stafconvent werd aan curatoren en senaat de volgende vraag voorgelegd ,,Erkent men het recht van de wetenschappelijke staf en studenten op medebeslissen in zaken van onderwijs, onderzoek en beheer, waarbij de wijze waarop^ en m hoeverre een zaak van beraad in de structuurcommissie zal zijn'?" De president-curator zei, dat hij het antwoord op deze vraag op dat moment schuldig moest blijven Hij stelde een nota over het structuurvraagstuk in het vooruitzicht en vroeg de aanwezigen of zij zich konden verenigen met een bespreking van die nota in de .werkgroep 5
THB 3
14 november 1969
Databank Doc umentatie
(vervolg)
structuur' De vertegenwoordigers van het ATSObestuur waren daartoe .vooralsnog' met bereid, de vertegenwoordigers van de andere geledingen wel
O p 7 mei w e r d in de aula namens de senaat de volgende verklarina voorgelezen ^ „ D e senaat wenst als noodzakelijk gebleken verduidelijking van ziin reeds eerder ingenomen standpunt het volgende te verklaren De senaat erkent in principe het medebeslissingsrecht voor alle geledingen en op alle niveaus als uitgangspunt voor het overleg omtrent de structuur van de hogeschool
De toegezegde nota, opgesteld door de curatoren Bartels en Loevendie en de hoogleraren De M o o r en Schoordijk, w e r d op 24 maart gepubliceerd in het Tilburgs Hogeschoolblad (In hetzelfde nummer was ook opgenomen een nota van een groep van 21 hoogleraren wetenschappelijke medewerkers en studenten De eerstgenoemde nota w e r d bekend als de nota van ,de vier', de andere als die van ,de 2 1 ' ) In de nota van ,de vier' staat centraal de gedachte, dat in de universiteit alle geledingen hun inbreng moeten kunnen leveren Daarbij is het met de vraag of de verschillende groepen invloed op de bestuurs besluiten moeten kunnen uitoefenen, maar hoe en op welke gebieden
Dat wil zeggen dat geen geleding bij voorbaat van enig beslissinqs terrein w o r d t uitgesloten ^ Het ideaal van democratie zal inspiratiebron dienen te zijn voor de uitwerking van een nieuwe structuur Deze uitwerking zal moeten geschieden m een structuurcommissie waarin de v i j f ' geledingen op basis van gelijkwaardigheid vertegen w o o r d i g d zijn ^
^ ^ u T u ^ u ^ u " ' ^ ^ ^ ^ ' 9 ^ ^ ' " " ' " ^ ^ ^^^ principe, dat alle geledingen het recht hebben op medebeslissing inzake onderwijs, ondei^oek en beheer Echter bij de uitwerking hiervan moeten doelmatigheidsoverweqinaen mede in aanmerking worden genomen
Deze gelijkwaardigheid brengt met zich mede. dat de realisering van net advies van de structuurcommissie v o o r a l l e geledingen aanvaardbaar zal moeten zijn
De beide nota's kwamen aan de orde tijdens een discussiebijeenkomst in de aula op 27 maart Aan deze bijeenkomst namen ongeveer 800 personen deel, afkomstig uit alle geledingen
Het advies van de commissie kan door ieder der geledingen alleen worden vervvorpen. indien de bedoelde geleding op zwaarwichtige gronden duidelijk worden aangegeven
De beide nota's bleken met met elkaar te verenigen De grote meerderheid van de aanwezigen besloot de nota van de 2 1 ' te accepteren als uitgangspunt v o o r structuurveranderingen Verder werd een beroep gedaan op het college van curatoren, het bestuur van de senaat en het bestuur van het stafconvent, binnen twee weken bekend te maken of ook zij de nota van ,de 2 1 ' zouden accepteren als uitgangspunt voor structuurveranderingen
Indien geledingen het advies met kunnen aanvaarden zal met de minister van Onderwijs en Wetenschappen overleg worden gepleegd tot het bereiken van een oplossing De senaat heeft m dit verband ervan kennisgenomen dat voorstellen buiten het thans bestaande wettelijke kader voor de regering v o o r overweging vatbaar kunnen zijn Curatoren voegden er aan toe. dat zij met deze verklaring volledig instemden ='
Op 18 april deelden de curatoren aan de besturen van de andere vier geledingen schriftelijk mee, dat naar hun mening beide nota's door de structuurcommissie zouden kunnen worden behandeld In de brief stond verder onder meer „ C u r a t o r e n erkennen in principe het medBbeslissingsrecht voor alle geledingen Over de uitwerking en de differentiatie van het medebeslissingsrecht behoort uiteraard overleg te w o r d e n gepleegd in de structuurcommissie" Tenslotte werd m de brief de bereidheid van curatoren tot uitdrukking gebracht om vooruitlopend op definitieve wijzigingen mee te werken aan onmiddellijke invoering van een aantal bestuurlijke wijzigingen overeenkomstig de nota van ,de vier De senaat reageerde op 28 april De senaat kon zich verenigen met het stand van curatoren, erkende een .gedifferentieerd mede beslissingsrecht' voor alle geledingen en vond dat zo snel moqeliik met de uitwerking daarvan een begin moest worden gemaakt Een groep studenten bezette, na het bekend w o r d e n van het senaats standpunt, de senaatszaal en kort daarna de telefooncentrale Daarop volgde, op 29 april, het besluit van de presidentcurator, de hogeschool voor onbepaalde tijd te sluiten De rectormagmficus deelde mee dat tijdens de sluitmgsperiode geen colleges zouden worden gegeven en geen examens afgenomen De studenten namens vervolgens het feitelijke beheer van het hogeschoolgebouw over In de aula werden regelmatig bijeenkomsten gehouden Het aantal deelnemers varieerde van 500 tot 1500 Tijdens zo'n bijeenkomst, op 30 april, besloten de studenten de bezetting op te heffen indien de sluiting ongedaan zou zijn gemaakt en het medebeslissingsrecht m principe zou zijn erkend voor alle geledingen en op alle niveaus De uitwerking van dit principe zou moeten geschieden in onderling overleg door de vier geledingen (senaat, wetenschappelijke staf, personeel en studenten! op basis van gelijkwaardigheid Nadat op 4 mei curatoren in overleg met de rectormagnificus de hogeschool weer hadden geopend, besloten de studenten de bezetting voort te zetten Op 5 mei namen zij een motie aan, waarin van curatoren en senaat w e r d geëist, uiterlijk 7 mei „hun standpunt bekend te maken inzake de eis van principieel medebeslissingsrecht voor alle geledingen op alle n i v e a u s "
De aanwezigen in de aula namen later op de dag de volgende motie aan (de motieFrantzen) ..De hogeschoolvergadering, m vergadering bijeen op 7 mei 1969 aanvaardt de verklaring van senaat en curatoren als basis voor hét openen van gesprekken in de structuurcommissie heft dientengevolge de bezetting van de hogeschool op. verzoekt het college van curatoren in zijn huidige samenstelling heen te gaan en verzoekt het episcopaat in dat geval een nieuw curatorium te benoemen conform de voordracht van de senaat, staf. studenten en technisch en administratief personeel verleent tenslotte het ATSObestuur het mandaat in overleg te treden met overige geledingen omtrent de werkwijze der structuurcommissie en de wijze van geschillenbeslechting in geval van het gebruik van ' het vetorecht O p 8 mei nam het stafconvent een verklaring aan. waarin het stelde voorstander te zijn van een benoeming van een college van curatoren op voordracht van de vier (andere) geledingen Het verzocht aan het curatorium om binnen drie maanden zijn standpunt in deze kenbaar te maken ■' In de daaropvolgende weken werd informeel overleg gepleegd zowel binnen de geledingen als tussen vertegenwoordigers van de geledingen onderling Op 5 juni kwamen delegaties uit de geledingen biieen ter voorbereiding van het overleg m de structuurcommissie Men besloot
een neutrale voorzitter te zoeken.
een documentatie en informatiecentrum (.databank') op te richten waar zo volledig mogelijk materiaal zal worden bijeengebracht op ' he gebied van de structuurveranderingen binnen het wetenschap pelijk onderwijs, "^
de beslissing over openbaarheid van de vergaderingen van de structuurcommissie over te laten aan de structuurcommissie,
dat het verstrekken van informatie over wat de structuurcommissie bespreekt en besluit onder de verantwoordelijkheid van de voorzitter van de structuurcommissie zal vallen,
6
Over sommige zaken (de minister noemt de interne organisatie, de begroting, het financiĂŤle schema en het ontwikkelingsplan) kan het bestuur slechts beslissen ,in overeenstemming met de universiteitsraad'. Ook het voorstel van de minister zal in de structuurcommissie aan de orde komen. Begin Juli hadden aNe geledingen hun vertegenwoordigers voor de structuurcommissie aangewezen. De sam.enstelling van de commissie is ais volgt. Mr. P. Kuypers, voorzitter; Drs. G. A. M. van den Heuvel, secretaris; aangewezen door curatoren: Dr. A. J. H. Bartels, Mr. G. A. van den Belt, Drs. W. A. J. Bogers; Drs. H. Loevendie, Mr. A. A. M Struycken; aangewezen door de senaat: Mr. J. P. A. Coopmans, J. E. A. M. van Dijck, Dr. R A. de Moor, Dr. J. A. Stalpers, Dr. P. J. Willems; aanaewezen door het stafconvent: Drs. Th. Bemelmans, Drs. H. Frantzen, Drs. P. Maagdenberg, Drs. L, Vladar, Drs. A. Wentink; aangewezen door het administratief en technisch personeel: Mej. G. Ermen, J. Engelen, Drs. J. Hendriks, A. Ligtenberg, J. Pompen; aangewezen door de ATSO: T. Akkermans ( A Ă? S O ) , K. de Boer (Sociale Faculteit), J. Luchtman (ATSO), N. Scheerder (Economische Faculteit), P. Sommen (Juridische Faculteit); waarnemers, aangewezen door de Theologische Faculteit: Dr. J. A. Bornewasser, A. Lambregts, Dr. A. H. M. Scheer; aangewezen door het IVA en het EIT: Drs. M. Raaymakers. Kroniek 16 september 1968: Enkele studenten hielden een protestdemonstratie tijdens de rectoraatsoverdracht.
H e t is m o e i l i j k n i e u w e s t r u c t u r e n t e b o u w e n m e t o u d e materialen. -
dat de structuurcommissie werkgroepen kan oprichten en zich door die werkgroepen kan laten adviseren; anderzijds dat de geledingen ook zelf werkgroepen kunnen oprichten, die eveneens adviezen aan ds structuurcommissie kunnen uitbrengen;
-
dat de samenstelling van het huidige college van curatoren en de wijze van benoeming van de curatoren in de eerste vergadering van de structuurcommissie aan de orde zullen komen;
-
dat de structuurcommissie ook moet bespreken, welke gedragslijn moet worden gevolgd, indien een of meer geledingen bepaalde conclusies van de structuurcommissie niet kunnen aanvaarden
Inmiddels heeft minister Veringa eind juni 1969 een voorstel voor bestuurshervorming van de universiteiten gedaan. HiJ wil dit voorstel uitwerken tot een wetsontwerp en het m 1969/1970 biJ de Tweede Kamer indienen. Volgens dit ontwerp zou de universiteit bestuurd worden door een universiteitsraad en een bestuur. De universiteitsraad w o r d t samengesteld uit gekozen vertegenwoordigers van de senaat, de wetenschappelijke staf, de technische en administratieve staf en de studenten, alsmede een aantal personen van buiten de universiteit als vertegenwoordigers van de maatschappij.
25 oktober 1968: Een werkbezoek van prins Claus w e r d afgelast toen de studenten eisten dat de pers het gesprek van de prins met de studenten zou b j w o n e n . 8 november 1968: De A T S O eiste intrekking van het - bij de minister en de Academische Raad ingediende - ontwikkelingsplan. 28 januari 1969. Brief van de A T S O aan de kardinaal, waarin om het ontslag van enkele curatoren werd gevraagd. 18 februari 1969: Boven de hoofdingang van het hogeschoolgebouw was in grote rode letters ,Karl Marx Universiteit' geschilderd. 25 februari 1969: Na een ,sit in' w e r d de kamer van de gedelegeerd curator bezet door studenten. 11 maart 1969:
Studenten bezetten de aula.
24 maart 1969:
Nota van ,de vier' - Nota van ,de 2 1 ' - THB 6-12.
2 april 1969: Studenten verstoorden de officiĂŤle opening van een tentoonstelling van wandtapijten in het hogeschoolgebouw. 24 april 1969:
Oprichting ATG.
29 april-7 mei 1969: Eind juli 1969:
Bezetting van de hogeschool.
Nota-Veringa.
September 1969:
Curatoren verlaten de structuurcommissie.
Oktober 1969: Studenten bezetten de kamers van de gedelegeerd curator en de adjunct-secretaris van curatoren.
Het bestuur bestaat uit een klein aantal personen; daarvan komen enkele voort uit de universitaire gemeenschap, enkele andere worden als deskundigen op het gebied van besturen, van buiten de universiteit aangetrokken.
Voor de vorderingen van de werkzaamheden in de struktuurcommissie w o r d t verwezen naar de verslagen in het eerste nummer van het THB in deze jaargang (17 oktober 1969).
Het bestuur treedt op als ,uitvoerend beheersorgaan' en is verplicht in alle belangrijke zaken het advies van de universiteitsraad in te winnen. Het bestuur heeft gedeeltelijk een zelfstandige bevoegdheid.
1 De vier bovengenoemde geledingen plus het college van curatoren (red ) 2 Het neutrale tot negatieve antwoord op dit verzoel< werd op 25 augustus verzonden (red ).
THB 3
14 november 1969
Databank Documentatie (vervolg)
Ter leeringhe ende vermaeck ATG A T G IS een afkorting v o o r Administratief/Technische Geleding De ATG IS het organisatorische verband van alle werknemers van de Katholieke Hogeschool te Tilburg, die met tot de wetenschappelijke staf behoren Deze geleding wordt ook wel aangeduid met .overig personeel Dit organisatorische verband is tot stand gekomen in april 1969 Doelomschrijving Integratie van genoemd .overig personeel binnen de structuur van genoemde hogeschool De A T G tracht via interne en externe communicatie te bereiken, dat de gemeenschappelijke belangen van het overige personeel onderkend, geformuleerd, erkend en gegarandeerd worden binnen en in overeenstemming met het algemeen hogeschoolbelang De behartiging van deze belangen geschiedt op basis van een representatieve democratie De ATG streeft in overleg met de overige geledingen ter verwezenlijking van deze doelstelling naar een hogeschoolstructuur, waarin het recht op inspraak in en het medebeslissen over hogeschoolaangelegenheden is gerealiseerd en gewaarborgd Globale aanduiding van de middelen om gesteld doel te bereiken De ATG tracht dit doel te bereiken met alle daartoe geëigende middelen, zoals discussies, bijeenkomsten en vergaderingen, het verstrekken en verwerken van informatieve gegevens, in- en extern overleg De administratieve en representatieve kosten worden vergoed door curatoren, die een budget ter beschikking hebben gesteld Algemene Tilburgse Studenten Organisatie (ATSO) Doelomschrijving Vertegenwoordiging en belangenbehartiging van de Tilburgse studenten, met alleen van de W O - , maar ook van de HBO-studenten, die immers buitengewoon lid kunnen worden Het naar voren brengen van de mening van de studenten ten aanzien van maatschappijproblemen in het algemeen en problemen in het vlak van d» studie in het bijzonder en het bevorderen van de meningsvorming onder studenten hierover Het treffen van een aantal collectieve studentenvoorzieningen Plaats in de hogeschoolstructuur Het ATSO-bestuur ontvangt haar verantwoording via de TSR van de Tilburgse studenten
benoemingen en materiele uitgaven) besluit het curatorium op voorstel van de senaat of van de betrokken faculteit Didaktiek -
Kunst van het onderwijzen
-
Dat deel van de opvoedkunde waarin de overdracht van kennis en vaardigheden behandeld w o r d t
Dualistisch-systeem (m b t
universiteiten)
Bestuurssysteem waarbij de beslissingsbevoegdheden bij twee organen liggen i c curatoren en senaat Faculteit Hoofdafdelingen met de daarvoor aangewezen hoogleraren, waarin het onderwijs aan de hogeschool gesplitst is Faculteitsbestuur Bestuur van de hoofdafdelingen, waarin het onderwijs aan de hogeschool gesplitst is Dit bestuur wordt gevormd door twee hoogleraren, respectievelijk voorzitter en secretaris Dit bestuur wordt gekozen door de gewone hoogleraren, die deel uitmaken van de faculteit Gedelegeerd curator De gedelegeerd curator is m het bijzonder belast met de behartiging van specifieke beleidstaken welke omvangrijke en fresuente bemoeiingen vergeen Hij vertegenwoordigt curatoren in het overleg met het ministerie en met andere landelijke beleidsinstanties Geledingen Groepen aan de universiteit curatoren (maar betwist), hoogleraren, wetenschappelijke staf, technisch en administratief personeel, studenten Gewoon hoogleraar Hoogleraar, die belast is met het onderwijs in een vak waarvoor een aparte leerstoel bestaat en die stem heeft in de senaat van de
hogeGcnool
Bibliotheek
Hoofd faculteitsbureau
Taakomschrijving Het verzamelen (selecteren, collectionerén en bewaren), het ordenen (beheren, classificeren en klasseren, titelbeschrijven) en verspreiden (uitlenen en informeren) van w e t e n schappelijk informatiemateriaal t b v onderwijs o n d e r z o e k e n maatschappelijke vorming der gebruikers van de hogeschoolbibliotheek Plaats in de hogeschoolstructuur Is verantwoordelijk aan curatoren en bibliotheekcommissie
Het hoofd van het faculteitsbureau w o r d t gezien als een functionaris, die het beleid van de faculteit voorbereidt en belast is met de dagelijkse zorg voor de faculteitszaken onder direct toezicht van het faculteitsbestuur Meer concreet worden zijn taken als volgt omschreven
Bijzonder hoogleraar Hoogleraar, die vanwege een stichting, nstelling of vereniging is aangesteld Buitengewoon hoogleraar Hoogleraar, die een onderdeel van een vak doceert en met volledig in dienst is van de hoaeschool College van curatoren Het college van curatoren is belast met het algemeen bestuur van de hogeschool Alle bevoegdheden, welke met aan andere organen (bijvoorbeeld senaat, senaatsbestuur, faculteiten) zijn toegekend, berusten bij het college van curatoren Het curatorium oefent in feite en krachtens reglement zijn bestuurstaak uit tesamen met de senaat en onder medewerking van dwe faculteiten Alle beslissingen op het gebied van onderwijs en de beoefening van de wetenschap worden genomen door de senaat en door de faculteiten, voorzover hierbij financiële beheersaspecten aan de orde zijn (bijvoorbeeld bij
1
Beleidsvoorbereiding a gegevens verzamelen ten behoeve van het faculteitsbeleid, b m nota s de faculteitsbeslissingen voorbereiden Concreet valt bij deze punten te denken aan het ontwikkelingsplan, het financiële schema, studieprogrammering, begrotingen 2 Contact met studenten a het behandelen van aanvragen v o o r termijnverlenging, b het goedkeuren van de keuze van keuzevakken, c het geven van informatie over studiemogelijkheden aan buitenstaanders (specifieke voorlichting onderscheiden van die welke de studentendecaan geeft) 3
Controle op de voortgang van de studie a zich op de hoogte stellen van de voortgang van de studie der individuele studenten, b met achterblijvers contact opnemen en de geëigende maatregelen nemen 4 Beheer en administratie a zorg voor correspondentie en archiefvorming, b toezicht op typekamer c registratie van vacanties en ziektemeldingen. d opstellen van tentamen- en examenrooster.
e bewaken van personeelsbegroting en financiële begroting van f
de faculteit, zorg voor de verdeling van de voor de faculteit beschikbare
ruimte, Q notuleren van faculteitsvergadenngen, commissie- en sectievergaderingen alsmede het voorbereiden van deze vergaderingen, h zorg voor het faculteitsgedeelte van de studiegids, I organisatie van de onderv\/ijsregelingen, j uitvoering van faculteits- en senaatsbesluiten 5 Al het overige dat hem door het faculteitsbestuur wordt opgedragen
Projektonderwijs Ideaal gezien is projektonderwijs een onderwijsvorm, waarin een aartal personen participeren aan onderwijs en onderzoek in een projekt, waarbij geen verschil in hiërarchische positie (bijvoorbeeld d o c e n t student) zou bestaan en waarbij eveneens de geldmiddelen, nodig voor de besteding van het projekt, door de groep worden beheerd Pro-rector Gewoon hoogleraar
plaatsvervangend voorzitter van de Academische
Senaat
(Opgave door hoofd bureau sociale faculteit)
Instituut voor Arbeidsvraagstukken (IVA) Doel - Het doen van sociaal-wetenschappelijke onderzoek mede t b v de Sociale Faculteit - Het bieden van mogelijkheden aan studenten en pas afgestudeerden om ervaring op te doen als wetenschappelijk onderzoeker - Het verzorgen van onderzoekstages voor studenten Middelen Het IVA heeft een vaste staf van medewerkers De financiële middelen worden hoofdzakelijk verkregen uit subsidies van overheid, organisaties, wetenschappelijke steunfondsen en bedrijfsleven, op basis van door het IVA opgestelde onderzoeksprojecten Plaats in de hogeschoolstructuu'Het IVA, dat juridisch de stichtingsvorm heeft aangenomen, kent een curatorium, dat benoemd w o r d t door het curatorium van de Katholieke Hogeschool Het bestuur w o r d t gevormd uit de docenten van de Sociale Faculteit, en wordt benoemd door de senaat van de Katholieke Hogeschool Lector Docent, belast met het doceren van een onderdeel van een studievak Leerstoel Hoogleraarschap, ofwel plaats van een docent op het niveau van hoogleraar Manipulatie Beïnvloeding van mensen zonder dat die zich daarvan bewust zijn Maranatha Studentenparochie Maranatha wijdt zich aan volledig pastoraal, aangepast aan de studenten, leden van deze parochie De parochie heeft geen plaats in strikte zin m de hogeschoolstruktuur Is m verband met subsidie en garantie wel rekenplicht verschuldigd aan het curatorium en bisdom, waaraan het bovendien verantwoording verschuldigd is in verband met het pastoraal beleid Meebeslissingsrecht Recht van alle leden van een universiteit om mee te beslissen in alle zaken Monistlsch-systeem (m b t
universiteiten)
Bestuurssysteem waarbij de beslissingsbevoegdheid bij een orgaan ligt bijvoorbeeld de nieuw te ontwerpen hogeschoolraad Niveaus Bestuurslagen aan de universiteit studierichting, faculteit, gehele universiteit Nota-Veringa Nota door de ministers Veringa en Lardinois aangeboden aan de Staten-Generaal, bevattende uitgangspunten voor de herstrukturering van het Nederlands wetenschappelijk onderwijs
Raad van Toezicht De Raad van Toezicht is een op de statuten van de hogeschool gebaseerd orgaan tot bijstand' van het curatorium Zij heeft krachtens een reeds oud en verouderd reglement tot taak ,,de ontwikkeling en de bloei der Katholieke Economische Hogeschool in de door Katholiek Nederland meest gewenste richting te helpen bevorderen De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door het curatorium Meestal eenmaal per jaar wordt door het curatorium in een vergadering van de Raad van Toezicht verslag uitgebracht over de aangelegenheden van de hogeschool Rector-magnificus Gewoon hoogleraar voorzitter van de Academische Senaat De rectormagnificus w o r d t benoemd door het college van curatoren uit een door de senaat opgemaakt rooster Rekencentrum Taakomschrijving Zie Studiegids 1968/1969, pagina 32 Globale aanduiding van de werkzaamheden Zie Studiegids 1968/1969, pagina 32 Middelen Computer (nu type B M 1620 II-F 2D later ICL 1903 A-F 3D) Overigens met te vergeten circa 20 medewerkers Plaats in de hogeschoolstructuur 1
ontvangt verantwoording van curatoren en senaat,
2
legt verantwoording af aan bestuur gevormd door curatoren en senaat
Secretaris van curatoren Zijn taak en werkzaamheden bestaan o m uit het voorbereiden van en adviezen geven over beleidsbeslissingen van curatoren, het vorm geven aan en het uitvoeren van het beleid van curatoren, het op bestuurlijk niveau onderhouden van contacten binnen en buiten de hogeschool, de leiding van en de supervisie over het secretariaat van curatoren en de verschillende beheersdiensten van de hogeschool Senaat Raad van hoogleraren van de hogeschool, behartigt in het bijzonder de algemene belangen van het onderwijs en van de beoefening der wetenschap aan de hogeschool Senaatsbestuur Bestuur voor de dagelijkse behartiging van de tot de w e r k k r i n g van de senaat behorende zaken Dit bestuur w o r d t gevormd door de rector-magnificus, voorzitter, pro-rector, secretaris van de senaat, en voorzitters en secretarissen van de faculteiten Stafconvent Het stafconvent is een orgaan van de hogeschool dat als zodanig alle wetenschappelijke medewerkers omvat, verbonden aan de hogeschool Het kan met de andere hogeschoolorganen deelnemen aan het overleg betreffende onderwijs en wetenschap m ruime zin (artikel 62 van de W e t op het wetenschappelijk onderwijs, aangepast) THB 3
14 november 1969
Databank Documentatie
(vervolg)
Stichting Nostrorum Sanitas Taakomschrijving. Het bevorderen van de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de studenten aan de Katholieke Hogeschool. Middelen: De onderafdelingen: Mensa, Sport, Academiale Gezondheidszorg (toekomstig Gezondheidscentrum). Plaats in de hogeschoolstructuur: Ontvangt verantwoording van genoemde onderafdelingen; legt verantwoording af aan- het rijk via het curatorium, - de studenten via de Tilburgse Studenten Raad. Stichting Studentenhuisvesting Doel: Het bevorderen van goede huisvesting van studenten van de Katholieke Hogeschool. Globale aanduiding van de werkzaamheden: medewerking met derden.
Nieuwbouw koop
STUDENTi^IPERS.
huur
mijn volgende pakje is weer caballero
Plaats in de hogeschoolstructuur: Zelfstandige stichting. Verantwoording van onder haar leiding w e r k e n d personeel. Verantwoordina aan curatoren, voor zover de statuten zulks bepalen. Studentendecaan/Hoofd Bureau Studentenbelangen Doelomschrijving: Bevordering van een gunstig leef- en werkklimaat in samenhang met het studie- en onderwijsproces Globale aanduiding van de werkzaamheden/middelen om gesteld doel te bereiken: '^ Individueel: behandeling van persoonlijke kwesties en uitvoerina toelagenbeleid. ^ Effectief: volgen en begeleiden van binnen de doelomschriivina vallende ontwikkelingen o.m. door middel van contacten, onderzoek en advisering.
-^ '^^
Organisatorisch: coördinatie en verbetering der studentenvoorzieningen, o.m. door deelname in besturen en commissies benevens overleg met diverse instanties op diverse niveaus Plaats in de hogeschoolstructuur: Ontvangt verantwoording van personeel en medewerkers der betrokken diensten; legt verantwoordina -ar aan curatorium. ^
wantdiesmaakt nu eenmaal andersdan andere
h^rH'!!lTJ%Z"'^'^'''l^f"'^ " ^ ^ ' f s t ^ " d i g e deskundigen werken met het Bureau Studentenbelangen mee de tweede studentendecaan en de studentenpsycholoog (de laatste onder auspiciën van de Stichting Nostrorum SanitasJ. ^
t^e^Tilbu^^'^"'^'"^ ' ' ^ " ^ ' S ^ ® * " ' ' ^ ^ ' ' ' ' ^ " aan de Katholieke Hogeschool Doelomschrijving: a
het behartigen van het maatschappelijk belang der leden-
c
schappelijk gebied; het bestendigen en versterken van de band tussen de leden onderling en tussen dezen en de Katholieke Hogeschool te Tilburg.
b het levendig houden van de belangstelling der leden op w e t e n -
Globale aanduiding van de werkzaamheden/middelen om gesteld doel te bereiken-: ad a -
ad b
ad c -
het bevorderen van de plaatsing van afgestudeerden (plaatsingsbureau); het entameren van post-doctorale cursussen; het sonderen van de behoeften op dit terrein' bij de leden het (doen) bespreken van wetenschappelijke en practische vraagstukken; subsidieverlening via TAEK-fonds; het scheppen van mogelijkheden voor de leden om w e t e n schappelijk bij te blijven. het vormen van plaatselijke en regionale kringen van haar leden; het houden van vergaderingen en bijeenkomsten.
Plaats in de hogeschoolstructuur: 90 % van de afgestudeerden.
Vertegenwoordigt (mei 1969) rond
Tilburgse Disputen Federatie Taakomschrijving: Overkoepelend orgaan voor anagesloten disputen. Globale aanduiding van de werkzaamheden: Coördinator ontvanot representatie-bevoegdheid naar buiten van Disputenraad (elk dispuut een afgevaardigde). Geheel zorgt voor continuïteit van afzonderlijke disputen door gezamenlijke benadering eerstejaars, leder, die dispuutsgezelligheid wenst vindt contactmogelijkheden Plaats in de hogeschoolstructuur: TDF is kern en is als zodanig aangesloten bij de Kamer van Verenigingen. Overigens is TDF een federatie en zij er nogmaals op gewezen, dat elk dispuut autonoom is Aanvullende opmerkingen: TDF zou overbodig worden zodra bijvoorbeeld A T S O , coördinatie en contactfunctie met alle losse disputen in Tilburg zou overnemen. TDF zou voor deze samenbundeling
10
f
Tilburgs Studenten Corps ,St. Olof' Doel Het corps stelt zich ten doel het verenigingsleven en de ontwikkeling zijner leden op wetenschappelijk en algemeen cultureel gebied (statutair) Middelen a Door het houden van vergaderingen, lezingen, voordrachten en onderlinge besprekingen, b Door het oprichten van, het toezicht houden op en het medewerken aan eigen periodieken, onderafdelingen en andere groeperingen, c Door het bevorderen van de omgang tussen studenten onderling Plaats in de hogeschoolstructuur De paricipatie van de verenigingsleden in het hogeschoolleven is dermate intensief dat de plaats die het corps in de hogeschoolstructuur inneemt een vooraanstaande genoemd mag worden Aan geen enkele instantie is direct verantwoording verschuldigd Tilburgse Studenten Raad (TSR) Taakomschrijving Benoeming, ontslag en controle van het A T S O bestuur haar uitvoerend orgaan
Plaats in de hogeschoolstructuur De leden van de TSR worden jaarlijks gekozen door de Tilburgse studenten, de TSR is verantw o o r d i n g verschuldig aan hen T S G V Jheseus' Taakomschrijving ,,De vereniging stelt zich ten doel de academische vorming van haar leden op wetenschappelijk, maatschappelijk en cultureel g e b i e d " (artikel 2 Statuten) Globale aanduiding van de werkzaamheden Onder meer het kreeren en in stand houden van een trefcentrum voor de leden, het houden van lezingen en onderlinge discussies, het bevorderen van contacten met en tussen leden van andere instellingen van hoger onderwijs Plaats in de hogeschoolstructuur Studentenvereniging van de hogeschool De uitvoerende macht berust bij een dagelijks bestuur, dat verantwoording aflegt aan een hoofdbestuur Zelfbeheer Betrokkenen beheren zelf hun eigen instelling, zonder directe invloed van bovenaf
De structuur schematisch BESTUUR STICHTING K H
+
CURATORIUM
RAAD VAN TOEZICHT
Bureau van de Secretaris
SECRETARIS VAN CURATOREN ADJ SECR VAN CURATOREN
Afd Pubhcrleit en Voorlichting
Afd Personeelszaken en Huishoudelilke dienst
BESTUUR K H
SENAAT
Afd FinanciĂŤle en Bouwzaken
Afd Algemene - en Juridische zaken
Centrale typekamer
SENAATSBESTUUR Fina cien w aro salar sadn- in istr en bcekho d n g
Bureau Senaat
der tie
Tech nische laken onder techn dienst reproductie afd tekenkamer inkoop centraal magaiijn onderhoud tuinen
S-
Economische Facul teit
nq
Fac bureau
Studieraad
Sociale Faculteit
Fac bureau
11
Studieraad
Juridische Faculteit
Studieraad
Fac bureau
THB 3
14 november 1969
Juridische kanttekeningen bij de nota-Veringa
V o o r o p gesteld zij, dat men de juridische merites van de nota-Veringa eigenlijk nauwelijks kan zien als een afzonderlijk onderwerp naast de vraag naar de meest wenselijke bestuursvorm van de instellingen van wetenschappelijk onderwijs De rijksuniversiteiten zijn lang door de wet beschouwd als instellingen, d w z onderdelen van de rijksbestuursorganisatie waarin bepaalde personen en goederen zijn afgesplitst en aan een bepaalde taak z j n toegeordend In deze opvatting ligt de nadruk op de bestuursorganisatie, deze staat ten dienste van het publiek, w o r d t door studenten ,bezocht' De Wet op het wetenschappelijk onderwijs van 1964 heeft in deze positie van de rijksuniversiteiten wel enige verandering gebracht De universiteiten kregen rechtspersoonlijkheid De lectoren en wetenschappelijke medewerkers worden betrokken bij de uitoefening van de taak van senaat en faculteiten De faculteiten kunnen vertegenwoordigers van de studentenfaculteiten uitnodigen tot het b j w o n e n van hun vergaderingen De studenten worden ingeschakeld bij de voorzieningen die te hunnen behoeve worden getroffen Door dit alles w o r d t echter de positie van de universiteit met principieel gewijzigd Nu lijkt het duidelijk dat men de universiteiten met op Êen lijn kan stellen met musea, bibliotheken en ziekenhuizen instellingen die door de overheid worden beheerd ten dienste van het publiek Tussen de leden van een universiteits- of hogeschoolgemeenschap bestaat een grote mate van lotsverbondenheid, een sterke sociale samenhang en een hoge graad van interactie De juridische vormgeving van de rijksuniversiteiten als rijksinstelling doet aan deze sociale werkelijkheid tekort Betekent dat nu dat de universiteiten geen instellingen zijn, maar openbare lichamen'? Deze vraag is niet een vraag van zuivere juridische terminologie, maar blijkt van grote betekenis voor de opzet van een nieuwe universitaire structuur Belinfante heeft in zijn nota v o o r het Rectorencollege van 30 januari 1969 gesteld dat als men het wetenschappelijk onderwijs beschouwt als een instelling van de Nederlandse volksgemeenschap, de huidige — o r g a n i s a t i e voldoet aan de eis van democratie, immers de uiteindelijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid is bij de vertegenwoordiging van het Nederlandse volk Tegen die redenering valt onmiddellijk aan te voeren dat onderwijs en onderzoek een eigen zijnsknng vormen, zoals men aan de VU zegt Onderwijs en onderzoek worden beheerst door eigen wetten, de eigen aard van onderwijs en onderzoek vraagt juist om vrijheid van overheidsinmenging, de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek, de meningen verkondigd in colleges zijn met vatbaar voor parlementaire verantwoording Van Maarseveen heeft er in het Nederlands Juristenblad voor gepleit de universiteit te zien als een openbaar lichaam De instelling is met de juiste juridische vorm voor de universiteit, maar met deze uitspraak van Van Maarseveen komt men nog niet veel verder Want dan moet nog gezegd worden wat voor soort openbaar lichaam de universiteit wel IS De universiteit is een gemeenschap, maar een gemeenschap waarvan de leden betrekkelijk snel (vooral m vergelijking met gemeenten) komen en gaan De organisatie van de universiteit is met alleen een zaak van de huidige studenten-generatie, de universiteit moet ook beschikbaar zijn v o o r toekomstige studenten-generaties De universiteit is met een gemeenschap met een algemene taak, zoals de gemeente die allerlei zaken kan aanpakken terwille van de gemeenfenaren De taak van de universiteit is beperkt, zij richt zich op beoefening van de wetenschap en verbreiding van wetenschappelijke kennis Die doelstelling moet bepalend zijn voor de structuur van de universiteit Dit houdt al direkt in dat de organisatie zoveel mogelijk dienstbaar moet zijn aan de vrijheid van wetenschapsbeoefening Zoals de universiteit met het oog op die vrijheid de bemoeienis van parlement en minister met de inhoud van de wetenschapsbeoefening afwijst, zo mag er binnen een universitaire organisatie ook nimmer een plicht zijn politieke verantwoording af te leggen voor de inhoud van wetenschappehjk onderzoek (de uitkomst en de keuze van onderwerp)
V r i j h e i d v a n onderv/ijs e n
onderzoek
In het bestuursreglement van de London School of Economics komt een bepaling voor die onder andere inhoudt dat geen docent ,,shall be under any disability or disadvantage by reason only of the opinions that he may hold or promulgate on any subject what s o - e v e r ' Dit is v o o r de vrijheid van wetenschapsbeoefening een zeer belangrijke bepaling Z j vrijwaart de docent tegen onaangename konsekwenties van het uiten van bepaalde meningen Het lijkt ons wenselijk dat een dergelijke bepaling ook w o r d t opgenomen in het toekomstige reglemen van de Hogeschool, zij het dat de gelding met beperkt moet blijven tot docenten, maar moet worden uitgebreid tot alle leden van de Hogeschoolgemeenschap Met een dergelijke bepaling wordt de vrijheit van onderwijs en wetenschapsbeoefening echter nog slechts in beperk mate beschermd De vrijheid zonder risico's de eigen mening te zegge' houdt met in de vrijheid van de docent zelf de richting van het onderwijs te bepalen, noch de vrijheid zelf de onderwerpen van zijn onderzoek te bepalen Het zal met eenvoudig zijn voor deze vrijheden sluitende bepalingen te maken De vrijheid van de individuele hoogleraar zelf de richting te bepalen van zijn onderwijs w o r d t thans reeds tot op zekere hoogte beperkt door de regeling van de faculteit Binnen een gegeven leeropdracht bestaat echter de vrijheid voor de hoogleraar de onderwerpen te bepalen die hij in het bijzonder van belang acht, h j zal wellicht andere nuances aanbrengen dan in zusterfaculteiten W j menen dat die mogelijkheid ook in de toekomst voor de leden van het wetenschappelijk corps moet bestaan, m dit opzicht zal er ook in de toekomst een autonomie van de docent moeter zijn Hoogleraren en medewerkers worden benoemd om de op hun vakgebied verrichte wetenschapsbeoefening kritisch te toetsen en zelf verder te werken aan de uitbouw van de wetenschap Het kenmerkende van het wetenschappelijk onderwijs is dat deze wetenschappelijke activiteiten van de docent in het onderwijs aanbod komen, terwijl anderzijds die wetenschapsbeoefening het met kan stellen zonder meedenken en kritische response Het academische bedrijf zou worden gedenatureerd, wanneer de onafhankelijke wetenschapsbeoefening van de docenten alleen in publicaties voor de buitenwacht een uitweg zou vinden Bestaat er thans vrijheid van onderzoek? Er is vaak een neiging die vraag bevestigend te beantwoorden Niemand behoeft bevreesd te zijn voor sancties wanneer hij een bepaald onderzoek aanpakt Er blijken echter tal van beperkingen te zijn wanneer het gaat om de feitelijke mogehjkheid onderzoek te verrichten Onderzoek kost tijd en geld, vraagt meestal ook samenwerking in groepsverband Met een bepaling omtrent vrijheid van onderzoek krijgt men deze beperkende factoren met in de hand Bij het besteden van de gelden moeten prioriteiten gesteld worden De mogelijkheden van het technische en administratiev personeel om de voor onderzoekwerk vereiste activiteiten te verrichten zijn aan grenzen gebonden De wetenschappeliike navorsers zelf zijn bovendien vaak zo zeer belast met organisatorische beslommeringen, dat de tijd voor onderzoekwerk ontbreekt De feitelijke beperkingen van de vrijheid van onderzoek zijn onontkoombaar V o o r een belangrijk deel kan de vrijheid van onderzoek slechts tot gelding komen wanneer ZIJ w o r d t vertaald in een beslissingsstructuur waarin de stem van hen die b j onderzoek betrokken zijn volledig meetelt Daarnaast valt te denken aan een bepaling die de leden van het wetenschappelijk corps garandeert, dat minimaal een bepaald deel van hun werktijd voor eigen onderzoek beschikbaar is Het doel van de universiteit dient ook bepalend te zijn v o o r de organisatorische structuur Daarop zal hieronder nog nader worden ingegaan, bij de bespreking van de vraag one-man, one-vote of representatie per geleding Participatie; one-man-one-vote
of r e p r e s e n t a t i e p e r
geleding
De nota-Veringa beschouwt als een van de uitgangspunten voor het ontwerpen van een nieuwe structuur ,,participatie van alle betrokkenen in de universitaire taakverrichting" (II, a). Onder betrokkenen worden 12
Structuur: G i e t g e e n n i e u w e w i j n in o u d e z a k k e n
dan verstaan de leden van het w/etenschappelijk corps, bestaande uit hoogleraren, lectoren en v\/etenschappelijke medewerkers, de wetenschappelijke assistenten, alsmede de leden van het overige personeel en de studenten Later komen we terug op de hier gegeven indeling die op andere plaatsen m de nota gewijzigd is terug te vinden De uitwerking van dit beginsel vormt een van de meest omstreden punten m het structuuroverleg De discussie over de wijze van participatie van alle b e t r o k k e n e n " IS terug te brengen tot de volgende kernvragen 1 moet het bestuur plaats vinden aan de basis, dus rechtstreeks door alle betrokkenen, of via vertegenwoordigende besturen? 2 indien via vertegenwoordigende besturen moeten de voor de samenstelling hiervan te houden verkiezingen gebaseerd z j n op het one-man-one-vote-beginsel of moeten de vertegenwoordigers per geleding worden a a n g e w e z e n ' 3 indien geledingsgewijs gekozen vertegenwoordigers moeten de vertegenwoordigende besturen paritair zijn samengesteld of op basis van numerieke omvang der geledingen? Ad 1 Bestuur aan de basis rechtstreeks door alle betrokkenen is alleen mogelijk via voor alle betrokkenen toegankelijke massavergaderingen Besluitvorming daarin zal onmogelijk op andere w j z e kunnen geschieden dan met toepassing van het one-man-one-votesysteem dat hierna (ad 2) uitvoerig ter sprake zal komen Hier zullen we ons beperken tot enige factoren die de omstandigheden waaronder tijdens een dergelijke massa-vergadering - verder met ,hogeschoolvergadering aan te duiden - de standpuntbepaling zal plaats vinden bepalen De hogeschool omvat een complex conglomeraat van diensten, afdelingen, instituten en andere grotere of kleinere mm of meer zelfstandige eenheden, met onderling verschillende taken, plaatsen en eigenschappen Hoe hoger het niveau waarop een beslissing genomen wordt, des te uitgebreider is het terrein waarvoor deze beslissing consequenties zal hebben M a w naarmate het bestuursniveau hoger wordt, w o r d t het daarmee gemoeide belangencomplex groter Een gedegen en uitvoerige belangenafweging zal dan noodzakelijk zijn Nuanceringen zijn daarbij onontbeerlijk Massavergaderingen zijn hiertoe minder geschikt Welke invloed hebben overigens factoren als emotionaliteit en oncontroleerbare m a n i p u l a t i e ' Uitspraken van massa-vergaderingen zijn dan vaak ongenuanceerde zwart-wit-uitspraken Bovendien is v o o r een juiste belangenafweging noodzakelijk een inzicht m en notie van de problematiek van de eenheden, die door de beslissing ,geraakt' zullen worden Een bekendheid met de problematiek veronderstelt een bekwaamheid, maar bovenal bereidheid om zich in de daarvoor aangedragen informatie te verdiepen De hogeschoolvergadering, in deze visie het hoogste en daarmee meest massale beleids- en bestuursorgaan, zal worden geconfronteerd met het ruimste belangencomplex Weinigen zullen toekomen aan de te verwerken informatie Integendeel, men zal ofwel vanwege de gevoelde onmacht zich voldoende in de problematiek te verdiepen met aan de hogeschoolvergadering deelnemen, daarmee het democratisch ideaal ondergravend, ofwel, wel aanwezig, onvoldoende gemotiveerd tot een bepaalde standpuntbepaling komen Op de tweede plaats vereist op z j n minst het zakelijk bestuur van de hogeschool - een grote somma belastinggelden souperend instituut een efficient en slagvaardig beleid Het is nauwehjks zeker dat een omvangrijk en log lichaam als een hogeschoolvergadering dit doel zal kunnen bereiken Bovendien zou een massa-vergadering toch zijn aangewezen op voorbereidende studiecommissies, waarvan de massa-vergaderingen in hoge mate afhankelijk zijn, vanwege haar onmogelijkheid om in de vergadering zelf plannen te ontwikkelen
Het uiteindelijk resultaat zal zijn dat de vergadering in arren moede pasklare oplossingen zal accepteren Tenslotte zou een noodzakelijk hoge vergaderings-frequentie een te zware belasting v o o r het grootste deel van de betrokkenen betekenen en na korte tijd leiden tot een vergadenngs-moeheid Een juiste en continue representativiteit van binnen de hogeschoolgemeenschap levende denkbeelden zou hiermee, worden aangetast In abstracto zou een systeem van rechtstreekse besturing door alle betrokkenen het democratisch ideel het meest benaderen In concreto echter zullen de hierboven tegen dit systeem aangevoerde bezwaren deze benadering afzwakken Wij verwachten een zodanige afzwakking dat WIJ een systeem van vertegenwoordigende democratie onder deze omstandigheden meer in overeenstemming met dit ideaal achten A d 2 In tegenstelling tot de eerste vraag waarover weinig verschil van mening bestaat, lopen op het punt van de keuze tussen representatieve democratie op basis van het one-man-one-vote-systeem en geledingsgewijs, de meningen algemener uiteen Deze kwestie is te herleiden tot een verschil van interpretatie van de regel „ e l k e burger is gelijk en heeft recht op gelijke invloed op het staatsbestuur, de heden ten dage voor iedere staatsleer enig denkbare premissie, die de ethische eis van gelijkheid van de mens i s " (Belinfante, ,Beginselen van het Nederlands staatsrecht', biz 4) O p grond van een letterlijke interpretatie van deze regel keert Van Maarseveen zich fel tegen toepassing van het geledingsgewijze systeem Hij verwerpt een dergelijke ,,corporatistisch insluipsel van verfoeilijke aard (bIz 709), omdat het de enige n a t u u r i j k e maatstaf m de menselijke samenleving - de gelijkheid van de mens - verlaat en bovendien nog m strijd is met elke opvatting omtrent het academische verband als een solidaire gezamenlijkheid De nota-Veringa daarentegen verwerpt het one-man-one-vote-systeem omdat het gebaseerd is op ,een uitsluitend formeel, simplistischdemocratisch standpunt" En zij vervolgt met ,het zou betekenen dat de universiteit een optelsom is van individuen, en geen organisatie met ieder een eigen-f>laats, taak en v e r a n t w o o r d e h j k h e i d " De nota opteert bij haar keuze v o o r een g e l e d m g s g e w j z e representatieve democratie dus voor een systeem van kwalitatieve vertegenwoordiging O o k WIJ komen onder de huidige omstandigheden tot een keuze v o o r een representatieve vertegenwoordiging per geleding Het door Van Maarseveen gehanteerd gelijkheidsbeginsel moet o i in die zin w o r d e n opgevat, dat gelijkheid moet w o r d e n toegekend aan de bij de hogeschool betrokkene, in zijn specifieke hoedanigheid binnen de hogeschoolgemeenschap van lid van het wetenschappelijk corps, technisch of administratief medewerker en student Het wetenschappelijk bedrijf vraagt differentiatie van functies Er is thans - en er zal in de toekomst blijven - een duidelijk verschil in rol tussen docent en de student, zoals er een verschil in rol is tussen voetbaltrainer en voetbalspeler, tussen regisseur en toneelspeler of de rollen van student en docent verschillen weer van die van het administratief en technisch personeel Er is ook dit belangrijke verschil dat zij die in dienst van de hogeschool zijn (wetenschappelijk corps en technisch en administratief personeel) uit hoofde van hun arbeidsovereenkomst verplicht zijn zich voor de hogeschool algemeen en v o o r de studie van hun vak in het bijzonder in te zetten Studenten kunnen daartoe met worden verplicht Deze feiten moeten bij het opzetten van een nieuwe structuur worden verdisconteerd In die structuur moet de ruimte v o o r participatie van de studenten in de besluitvorming zo groot mogelijk zijn, maar de verplichting van wetenschappelijk corps en administratief en technisch personeel om de zaak draaiende te houden IS daarnaast een onmisbaar structuurelement Een one-man-one-vote-, one-vote-one-value-systeem ^ voldoet met aan deze eis, want het zou er consequent doorgedacht toe leiden dat wetenschappelijk corps en technisch en administratief personeel ondergeschikt zouden zijn aan een raad die hoofdzakelijk uit studenten bestaat Het is juist die ondergeschiktheid die in s t r j d komt met de gelijkheid die afdoet
13
(
THB 3
14 november 1969
aan de idee dat wetenschapsbeoefening moet geschieden in een sfeer van dialoog, welke idee nu reeds in verschillende sectoren van de hogeschool is verwezenlijkt. Wij menen dat een representatie per geleding met m strijd is met het gelijkheidsbeginsel, doch integendeel recht doet aan de eis van dialogeren, van luisteren en spreken die het universitaire bedrijf dient te beheersen. Er is daarnaast nog een praktisch argument dat de verantwoordelijkheid v o o r de kwaliteit van het onderwijs niet door studenten alleen gedragen kan worden. De aanwezigheid van de verschillende functionele groepen met ieder een eigen taak, plaats en verantwoordelijkheid brengt met zich mee dat er sprake is van verschillende invalshoeken, waaronder benadering van het doel plaats vindt. Verduistering van de hierdoor ontstane gezichtspunten zal een noodzakelijke functionele inwerking op het doel frustreren. Het belang van de hogeschool w o r d t dus niet bepaald door opstelling van de individuele belangen van de betrokkenen, maar door opstelling van de functionele belangen, d.w.z. belangen van bepaalde functies voor het uiteindelijke doel. Vertegenwoordiging in besturen van de functionele belangen zal dan ook gewaarborgd moeten zijn, hetgeen alleen mogelijk is in geledingsgewijs opgebouwde organen. Ook bestaat tussen de geledingen een verschil in aard, mate en duur van betrokkenheid. Ook hiermee moet rekening worden gehouden en wel in die zin dat de mogelijkheid dat degenen van wie de betrokkenheid het sterkst is van het uitoefenen van een bepaalde invloed op het beleid en bestuur worden afgehouden moet worden uitgesloten. Deze mogelijkheid lijkt in het one-man-one-vote-systeem, vooral door zekere belangen, tegenstellingen tussen de verschillende geledingen, zeker niet denkbeeldig. Wil men per se het one-manone-vote-one-value-systeem - wij delen die behoefte niet - dan zou gedacht kunnen worden aan de idee van de Leidse hoogleraar Maas die de gedachte geopperd heeft dat studenten en wetenschappelijk
corps gezamenlijk evenveel hoogleraren als studenten kiezen (,Trias', 2e jaargang, nummer 1). Dit is de kwadratuur van de cirkel one-manone-vote en vertegenwoordiging per geleding zijn verenigd. A d 3. Gezien het bovenstaande zal het duidelijk zijn dat onze gedachten in beginsel verder gaan in de richting van vertegenwoordigende besturen die paritair zijn samengesteld dan op basis van numerieke omvang der geledingen. O p het hoogste niveau zal het pariteitsbeginsel moeten worden aangehangen. Op lagere niveaus echter kunnen de omstandigheden en de plaats, taak en verantwoordelijkheid van elke geleding ten aanzien van de onderscheiden facetter van de universitaire opdracht afwijking van dit beginsel wenselijk make In dit verband kan bijvoorbeeld gewezen worden op de situatie binnen de Juridische Faculteit, waar de technische administratieve geleding op faculteitsniveau uit slechts twee of drie personen bestaat. Pariteit in dit geval zou moeilijk te verdedigen zijn.
Foto: Th. Dusseldorp
|p Q E d de het
Maatschappijvertegenwoordigers De nota-Veringa is niet geheel duidelijk ten aanzien van de zogenaamc maatschappijvertegenwoordigers. Op pagina 1 wordt gezegd dat in de universiteitsraad of hogeschoolraad naast de vertegenwoordigers van de verschillende geledingen van de universitaire gemeenschap ook een aantal vertegenwoordigers van de maatschappij als leden zitting zullen hebben. Op pagina 4 rechter kolom onderaan wordt echte' gesproken over vijf groeperingen (hoogleraren, wetenschappelijke staf, studenten, overig personeel en vertegenwoordigers van de maatschappij). Tegen het instituut van de maatschappijvertegenwoordigers is ai van vele kanten kritiek uitgeoefend (zo in het artikel van Van Maarseveen, zo in de Utrechtse nota over de nota-Veringa (van Van der Ven en des Tombe). Een goed aanknopingspunt voor deze kritiek biedt de zoeven vermelde passage op pagina 1 van de nota-Veringa. De maatschappijvertegenwoordigers zijn geen ,,echte g e l e d i n g " . Zij zijn ook geen vertegenwoordigers in de zin waarin de andere leden van de hogeschoolraad dat zullen zijn. Die andere leden immers zullen door hun geledingen worden gekozen. De maatschappijvertegenwoordigers zullen waarschijnlijk door de minister benoemd w o r d e n . Zou in de toekomst het postdoctorale onderwijs in omvang en betekenis toenemen dan zou er wellicht aanleiding zijn hen die dit onderwijs volgen als een afzonderlijke geleding te beschouwen, maar dat is dan een geheel andere zaak dan benoeming van maatschappijvertegenwoordigers door de ministers. Deze stellingname tegen de maatschappijvertegenwoordigers impliceer! niet dat wij geen oog zouden hebben voor de nuttige functies die personen buiten de universiteit en hogeschool zouden kunnen vervuiler bij de beleidsvorming. De adviezen van afgestudeerden die in de praktijk werken met hetgeen zij zich bij hun studie aan de hogeschool hebben verworven, kunnen bijzonder waardevol zijn. Er is ook het punt van wat men de consumentenbescherming zou kunnen noemen.
Databanl<
ee
In de maatschappij is de leek vaak in hoge mate afhankelijk van degene die .gestudeerd' heeft en de leek heeft er aanspraak op dat de academicus niet alleen zijn vak goed verstaat, doch ook oog heeft voor de consekwenties die de uitoefening van het vak heeft voor de persoonlijke omstandigheden van zijn cliĂŤnt. De leek moet beschermd worden tegen beroepsblindheid van de academicus. Dit geldt waarschijnlijk in het bijzonder v o o r artsen en architekten, voor wie het ongetwijfeld goed zou zijn als in hun studie de adviezen van ziekenfondsen, kruisverenigingen, woningbouwverenigingen en vrouwenverenigingen zouden doorwerken. De Jurist zal als hij zich wil uitwerken boven de nog steeds levende voorstelling van de ,avide procureur', oog moeten hebben voor de maatschappelijke functie van het recht. Hij zal oog moeten hebben voor de behoefte aan rechtsbescherming en rechtsbijstand waarin door het geldende recht niet of onvolledig w o r d t voorzien. Stemmen uit de praktijk en uit de maatschappij zullen hem daarover moeten voorlichten. V o o r de studie in de economie en de sociologie kunnen soortgelijke redeneringen worden opgebouwd.
d
a
Het voorstel van de nota-Vennga betreffende de maatschappijvertegenwoordigers zou wellicht kunnen v\/orden omgelopen in die zin, dat een universiteitsraad of hogeschoolraad zich zelf uitbreidt met een aantal adviseurs vanuit de maatschappij
Autonomie v a n de universiteit of v a n d e academisclie
Nederlandse
gemeenscliap
In hoeverre staat de nota autonomie van de universiteit toe? Op pagina 1 wordt gesteld dat men het bestuur van de universiteiten wil leggen in de handen van de autonome universitaire gemeenschap Er wordt evenwel een groot voorbehoud gemaakt (pagina 3) „ V o o r o p dient te worden gesteld dat ook bij een ingrijpende bestuursvorming de overheid, die op grondslag van de desbetreffende wettelijke regeling het universitaire onderwijs nagenoeg geheel financiert de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor dit onderwijs blijft dragen, zoals voortvloeit uit het voorschrift van artikel 208 van de grondwet, dat het onderwijs een voorwerp van aanhoudende zorg van de regering is Dit impliceert naar onze mening dat met kan w o r d e n ingestemd met een constructie die ertoe zou leiden, dat de autonome universiteit geheel vnj zou worden gelaten in de besteding van de beschikbare gemeenschapsgelden ' Van Maarseveen zegt hierover (pagina 706) .Ontdaan van alle geladenheid wordt hier de volgende stelling verkondigd indien de behartiging van een bepaald belang tot de overheidstaak is te rekenen en de financiering geschiedt uit de belastingen dienen uiteindelijke verantwoordelijkheden en dus beslissende bevoegdheden bij de centrale overheid te b e r u s t e n " Van de autonome universitaire gemeenschap blijft op deze wijze met veel over Door zo sterk de verantwoordelijkheid van de minister te benadrukken wordt de autonomie ernstig beperkt, ook al staat er vervolgens in de nota te lezen dat de vermogensrechtelijke autonomie vergroot zou moeten worden (blz 2, eerste kolom onderaan, autonomie op gebied van onderwijs) De minister maakt een onderscheid tussen autonomie op het gebied van het ondenwijs (welke volgens hem al voldoende is) en vermogensrechtelijke autonomie (welke in beperkte mate al aanwezig is) Dat zou dan weer bekeken moeten worden in samenhang „met de eisen, die moeten worden gesteld aan een deugdelijk en doelmatig universitair bestuur" Hiervoor formuleert de nota twee uitgangspunten 1 eenheid van bestuur 2 aanwezigheid van bestuurders met volle dagtaak Het eerste punt geeft de meeste moeilijkheden De nota begint de uitwerking hiervan met de constatering, dat de huidige w e t W O v o o r de universiteiten en hogescholen een dualistisch bestuursstelsel vastlegt, waarin het college van curatoren en de senaat (,tezamen') het bestuur vormen Wat wordt er nu vastgesteld t a v een nieuwe structuur? Terwijl de huidige wet de behartiging van alle belangen door een gecombineerd bestuur toestaat, acht de nota het ,,als volgende s t a p " haar eenheid van bestuur mogelijk , een verhoging van de doelmatigheid te bereiken door de behartiging van alle belangen op te dragen aan twee organen, te weten een dagelijks bestuur en een universiteitsraad, die tezamen als het ,,bestuur op het hoogste niveau zullen o p t r e d e n " Dus wel opnieuw een dualisme De nota-Veringa maakt t a v het dagelijks bestuur een eigenaardig onderscheid m deszelfs bevoegdheden , het zal zijn bevoegdheden ten dele zelfstandig kunnen uitoefenen binnen het beleidskader dat door de universiteitsraad is vastgesteld, ten dele slechts in overeenstemming met de universiteitsraad" Wat dat laatste betreft denkt hij dan met name aan de vaststelling van de interne organisatie (het bestuurselement), de begroting en het financiÍle schema, alsmede de opstelling van het ontwikkelingssysteem
dagelijks bestuur door zijn dubbele verantwoordelijkheid ,,midden in het v u u r " komt te zitten, wat tot onoplosbare collisies aanleiding zal geven Bij ons rijst de vraag of het nog wel zinvol is deze passage van de nota-Vennga verder tekstcritisch te interpreteren Verantwoordelijkheid IS een poly-interpretabele term W o r d t met verantwoordelijkheid bedoeld dat de bestuurders gebonden zijn aan aanwijzingen van de minister? Dan mag van de minister verlangd worden, dat hij dat met zoveel w o o r d e n duidelijk zegt en verklaart waarom hij in de toekomst de beroepsbestuurders sterker wil binden dan de huidige curatoren, die slechts voor wat de studentenvoorzieningen aangaat gebonden zijn aan aanwijzingen (artikel 45 W e t wetenschappelijk o n d e r w j s ) Als met op aanwijzingen w o r d t gedoeld, w a t v o o r bijzondere band met de minister heeft men dan op het oog? Uiteraard zijn de curatoren gegebonden aan de wet en aan de uitvoeringsvoorschriften Zij zullen bijvoorbeeld met gelden die bestemd zijn voor het ene doel, mogen aanwenden voor een ander doel, maar dat geldt ook voor een universiteitsraad Gemeenten zijn ook aan een vrij vergaand financieel toezicht onderworpen, toch spreekt men met van verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders aan de regering Moet men de bestuurders zien als zetbazen van de minister, als regeringscommissarissen of moet men ze eerder vergelijken met de burgemeesters die weliswaar worden benoemd, maar die in de meeste gevallen toch snel tot voorvechter van de gemeente worden? De nota-Vennga geeft op deze vragen geen antwoord Het enige w a t duidelijk gezegd w o r d t is dat de bestuurders benoemd worden ,,na o v e r l e g " met de universiteitsraad Wij menen, dat ,overleg' onvoldoende waarborg biedt voor een harmonische samenwerking tussen universiteitsraad en beroepsbestuurders De beroepsbestuurders dienen hetzij onder goedkeuring van de minister benoemd te worden door do raad, hetzij op voordracht van de raad benoemd te worden door Kroon of minister De gezamenlijke universiteiten kunnen met beslissen welk deel van de nationale middelen aan het wetenschappelijk onderwijs besteed moeten w o r d e n Die beslissing moet door de regering genomen worden ZIJ moet het belang van het wetenschappelijk onderwijs afwegen tegen andere belangen, zoftls-wegenaanleg gezondheidszorg, volkshuisvesting etc De regering draagt terzake de politieke verantwoordelijkheid en die verantwoordelijkheid vraagt om bevoegdheden Daarmede is echter met gezegd dat die bevoegdheden zover moeten gaan dat de minister - zoals nu het geval is - nauwkeurig de personeelsformatie van de universiteiten en hogescholen bepaalt Men zou kunnen denken aan een systeem waarbij de universiteit of hogeschool de beschikking krijgt over een lump sum die zij met inachtneming van bepaalde globale regelen naar eigen inzicht zou kunnen besteden Dat geeft nog geen oplossing v o o r de vragen betreffende de uitbreiding van het w e t e n schappelijk onderwijs en betreffende de toedeling van nieuwe studierichtingen over de verschillende instellingen van wetenschappelijk onderwijs Zolang elke universiteit of hogeschool daarover afzonderlijk bij Onderwijs komt praten, kan de macht van de minister en het departement alleen maar groter worden Alle protesten tegen de 100 % - r e g e l i n g kunnen aan dit politieke feit mets veranderen Zou er een interacademisch samenwerkingsorgaan komen dat aan de minister voorstellen zou doen over de verdeling van studierichtingen, leerstoelen etc , dan zouden de minister en het departement het zich met zo makkelijk kunnen permitteren van de door dat samenwerkingsorgaan gegeven adviezen af te wijken Reden te meer om te zeggen dat de discussie over de nota-Vennga nog lang met gesloten mag worden 1 Het IS nodig de formule te completeren One man one vote betekent met zoals Van Maarseveen op pagina 70S stelt dat de stem van ieder gelijke kracht dient te bezitten Aan de eis one man-one vote wordt in vele landen voldaan Aan de eis one vote one value v^ordt slechts voldaan door het Nederlandse stelsel van evenredige vertegenwoordiging
B. Pauw A. Hammerstein F. H. van der Burg
De nota spreekt van een externe verantwoordelijkheid tegenover de minister en van een interne verantwoordelijkheid tegenover de raad Dit geeft Van Maarseveen aanleiding tot de opmerking, dat het
i
15
THB 3
14 november 1969
Verslag hearing onderwijs-commissie 2e kamer
Enkele opmerkingen van de herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs mede in verband met de nota bestuurshervorming universiteiten en hogescholen (nota-Veringa) I Binnen en buiten de universitaire gemeenschappen vindt beraad en overleg plaats over de herstructurering van het wetenschappelijk ondenA/ijs en bestuurshervorming van universitaire en hogescholen Het bestuur van het stafconvent van de Katholieke Hogeschool te Tilburg is steeds van mening geweest dat om te komen tot genoemde herstructurering en bestuurshervorming, meer prioriteit toegekend moet worden aan overleg dan aan akties Aan de hogeschool te Tilburg vindt dit overleg plaats in de structuurcommissie, die echter gezien het korte tijdsbestek waarin het overleg in deze commissie plaats gevonden heeft nog met gekomen is tot een uitgewerkt voorstel terzake van de bestuurshervorming en de herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs Ook het stafconvent van de hogeschool te Tilburg heeft met betrekking tot deze punten nog geen uitgekristalliseerde visie, mede doordat het stafconvent deze punten ter discussie wil stellen in de structuurcommissie Ondanks het ontbreken van een uitgewerkt voorstel terzake van herstructurering en bestuursvorming, meent het bestuur van het stafconvent er goed aan te doen enkele opmerkingen dienaangaande te maken mede in verband met
IV Het hoogste bestuurscollege van de universiteit respectievelijk hogeschool dient te worden gevormd door een universiteitsgeledingen te weten wetenschappelijk corps, administratief-technisch personeel en studenten De verhouding van de verschillende vertegen w o o r d i g m g e n in de raad dient nader te worden uitgewerkt Het dagelijks beleid in de bestuurlijke sfeer wordt uitgeoefend door een dagelijks bestuur Het bestuur zal v o o r zijn dagelijks beleid uitsluitend verantwoording afleggen aan de raad Het bestuur dient te bestaan uit full-time, respectievelijk nagenoeg full-time bestuurders De raad is verantwoordelijk voor het algemene beleid Aldus draagt de raad ook de verantwoordelijkheid voor het beleid in de financiĂŤle sfeer, de raad heeft de verantwoording terzake van de ontvangen geldmiddelen jegens de betrokken minister Het contact met de minister over deze verantwoording van de raad zal uitsluitend worden onderhouden door het bestuur Het bestuur treedt dan op als vertegenwoordiger van de raad inzake de verantwoordingsplicht van de raad jegens de minister
de nota-Veringa
Het IS daarbij wenselijk, dat het beginsel van autonomie voor universitaire gemeenschappen een ruimere bevoegdheid voor de raad op financieel terrein tot gevolg heeft, dan de huidige financiĂŤle bevoegdheid voor de huidige colleges van curatoren O p 8 mei 1969 heeft het stafconvent m een verklaring met grote meerderheid van stemmen haar voorkeur uitgesproken voor een op voordracht benoemd college van curatoren Hiervan uitgaande zou men kunnen stellen dat het stafconvent m principe de voorkeur geeft aan op voordracht benoemde bestuursorganen O o k andere meningen komen echter met betrekking tot het dagelijks bestuur voor binnen het stafconvent Z o wordt het door sommigen van fundamenteel belang geacht dat in het dagelijks bestuur beroepsbestuurders zitting hebben Zo kan men dus een onderscheid maken tussen beroepsbestuurders en gekozen bestuurders, welke laatsten dienen te behoren tot de direkt-betrokkenen De verhouding, in deze gedachtengang, in aantal tussen beroepsbestuurders en gekozen bestuurders dient ofwel gelijk te zijn ofwel met gelijk, met een meerderheid voor gekozen bestuurders De gekozen bestuurders dienen hierbij benoemd te worden door de minister op voordracht van de raad De beroepsbestuurders zijn in deze conceptie van buiten komende personen en worden in overleg met de raad door de minister benoemd
II Het IS onjuist te menen, dat men op dit moment een gedetailleerd model voor een structuur kan ontwerpen welke toepasselijk zou zijn op alle universiteiten en hogescholen De plaatselijke omstandigheden bepalen te zeer de mogelijkheden per universiteit af hogeschool, om aan te nemen, dat de gelijkschakeling, welke optreedt door een uniforme regeling, fundamenteel zou kunnen zijn voor een nieuwe structuur Daartegenover staat, dat voor wat betreft het globale model van een structuur, er overeenstemming moet zijn tussen de verschillende universitaire gemeenschappen De ordening om te komen tot een globaal model van een structuur, van toepassing op alle universiteiten en hogescholen dient mede te geschieden door de universitaire gemeenschappen met dien verstande, dat de uiteindelijke vaststelling van het globale model gebaseerd op deze discussies tot de zorg van de wetgever behoort Dit laatste is neergelegd in een door het stafconvent goedgekeurde verklaring, waarin tevens besloten _werd zo spoedig mogelijk met een formulering van de toekomstige struktuur te komen waarbij een nader te bepalen termijn in acht moet worden genomen Een en ander brengt met zich, dat het dilemna van noodzaak tot handelen en tot denken (zoals aangegeven in de nota-Veringa, biz 3, I k , vierde alinea) van overheidswege op dit moment niet tot gevolg moet hebben een ontwerp van wet tot wijziging van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs met een voorshands aangenomen beperkte gelegenheidsduur, doch een stimulering van het beraad en het overleg terzake Dit houdt in, dat de nota-Veringa als discussiestuk moet worden beschouwd Voorzover er grenzen moeten worden afgebakend ter bescherming van de belangen van onderwijs en wetenschappen, kan dit gebeuren bij het opnemen m de W e t op het wetenschappelijk onderwijs van een expirimenteer-artikel, met daarbij de bevoegdheid voor de betrokken minister om een reeds in werking gesteld experiment te doen beĂŤindigen onder duidelijke opgave van beweegredenen en onderworpen aan parlementaire controle III Als globaal uitgangspunt voor een nieuwe structuur voor de universiteiten en hogescholen kan worden gesteld, dat zal moeten w o r d e n voldaan aan eisen van democratie en van doelmatigheid Democratie is in dit verband wel geformuleerd als het in beginsel toekennen van het medebeslissingsrecht aan alle geledingen op alle niveaus Dit beginsel - dat ook in de samenleving in breder verband naar voren komt iedere betrokkene moet in beginsel betrokken zijn dient voorop te staan bij het denken over een nieuwe structuur Het criterium van doelmatigheid dient eveneens te worden gehanteerd bij het ontwerpen van een nieuwe structuur Dit behoeft met noodzakelijkerwijs een beperking van de democratie te betekenen, daar echter waar democratie en doelmatigheid, beide in gelijke zwaarte, met elkaar in strijd komen, dient er een voorkeur te worden uitgesproken voor de democratie
V In een vergadering van het stafconvent in april jl hebben de leden van het stafconvent hun bestuur opgedragen in beginsel in de geest van de nota ,Voorstel tot democratisering van de bestuursstructuur van de Katholieke Hogeschool Tilburg' ook wel de nota van de 2 1 ' genoemd, verder te gaan in de structuurcommissie In deze nota werd onder meer gesproken van een groepering van buiten komende personen die een adviserende functie zou hebben binnen een nieuwe hogeschoolstructuur Met betrekking tot de groepering van buiten komende personen zij opgemerkt dat, anders dan in de nota-Veringa, de klemtoon hier met ligt op ,.vertegenwoordigers der maatschappij", doch op het van bulten komen van deze personen Het zijn personen, komend uit de maatschappij welke de universiteit omringt, die met behoren tot de direct-betrokkenen en die ook met de pretentie hebben de gehele buiten de universiteit staande maatschappij te vertegenwoordigen Sommigen kennen aan de van buiten komende groepering medebeslissingrecht toe binnen de hogeschoolraad waarbij dan wel gesteld w o r d t dat deze groepering een minderheidspositie ten opzichte van de direct-betrokkenen in deze raad Het toekennen van medebeslissingsrecht aan van buiten komende personen w o r d t in deze conceptie van fundamenteel belang geacht, omdat het als een beginsel van zindelijke ordening w o r d t beschouwd dat m het hoogste bestuurs college de menings- en besluitvorming mede w o r d t bepaald door met-direct betrokkenen Anderen hebben tevens behoefte aan inspraak van een van buiten komende groepering op het gebied van onderwijs en wetenschap, 16
Structuurvoorstel
hetgeen op faculteitsniveau gerealiseerd dient te worden, wellicht door instelling van een landelijke raad hiervoor Met name denkt men dan hierbij aan een ombouw van de Academische Raad Hebben sommigen behoefte aan een van buiten komende groepering die de menings- en besluitvorming mede bepaalt, anderen wijzen deze respectievelijk hogeschoolraad Deze raad bestaat tenminste uit drie opzet af ZIJ vinden dat de verantwoordelijkheid v o o r de externe bemoeienis met het hoger onderwijs met bij derden, maar bij de minister hoort te liggen VI De paragraaf 4 van de nota-Veringa, handelend over de eenheid van het wetenschappelijk corps, moet als zeer onbevredigend worden aangemerkt Bij een ingrijpende herziening van de universitaire structuur mag een principiële verandering in de structuur van het docentencorps met ontbreken Bij het beraad en overleg over de herstructurering van het wetenschappelijk corps moet principieel worden uitgegaan van de eenheid van het wetenschappelijk corps Dit impliceert de afschaffing van de leerstoel en in plaats daarvan het opdragen van de verantwoordelijkheid voor onderwijs en wetenschap binnen een bepaald vakgebied aan vakgroepen Het komt ons in dit verband voor dat herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs en de bestuursvorming van de universiteit of hogeschool met van elkaar gescheiden mogen worden Men dient met te vergeten dat bezinning op de doelstelling van universiteit en hogeschool, te weten het verzorgen van onderwijs en wetenschap noodzakelijk is Fundamenteel is, dat een voldoende niveau van onderwijs er> wetenschap gewaarborgd blijft Nader onderzocht moet worden of uitbreiding van het verzorgen van onderwijs en wetenschap door universiteit of hogeschool gewenst is waarbij het beschikbare wetenschappelijke potentieel meer ten dienste van de maatschappij kan komen Bovendien is het een opgeworpen vraag of het verschil tussen onderwijs en wetenschap van invloed moet zijn op de bestuursstructuur Verder kan men zich afvragen of het onderscheid universiteit en hogeschool gehandhaafd dient te blijven VII BIJ de opbouw van de raad, zoals omschreven in ad III, is uitgegaan van vertegenwoordigers binnen die raad Dit hoeft met te betekenen dat men het ,one-man-one-vote'-systeem afwijst Wel menen velen dat democratische gelijkwaardigheid van iedere betrokkene, met impliceert dat iedere betrokkene een gelijke functie binnen de universitaire gemeenschap heeft, vandaar dat men het actieve respectievelijk passieve kiesrecht of beide clausuleert Velen zijn voorstander van het toekennen van actief kiesrecht aan elke betrokkene, terwijl het passieve kiesrecht aan clausules onderhevig IS, zoals bijvoorbeeld een minimaal aantal gegarandeerde zetels in de raad per geleding Anderen willen tevens het actieve kiesrecht clausuleren, bijvoorbeeld het kiezen per geleding VIII Met betrekking tot het veel gebruikte begrip ,autonomie van de universiteit valt op te merken, dat dit altijd een relatieve autonomie zal zijn Te allen tijde zal rekening moeten worden gehouden met de maatschappij die de universiteit omringt, de universiteit is een deel van de maatschappij en er zal sprake zijn van wederzijdse beïnvloeding Autonomie wil in dit kader tot uitdrukking brengen, dat de maatschappij aan de universiteit datgene moet overlaten, wat even goed of zelfs beter door de universiteit zelf kan worden gedaan Men zou in dit verband kunnen spreken van ,souvereiniteit voor de eigen kring' deze terreinafbakening tussen universiteit en omringende maatschappij zal in gemeenschappelijk overleg tot stand moeten worden gebracht
4
Het bestuur van het stafconvent, L. Vladar A. Overbosch Th. Bemelmans
(Verslag van het besprokene tijdens de hearincj van de Vaste Commissie voor Onderwijs en Wetenschappen van de Tweede Kamer op 23 oktober 1969 )
i
ledere Hogeschoolblad-lezer heeft in het nummer van 17 oktober kennis kunnen nemen van de principes welke de studentenafvaardiging in de struktuurcommissie ter tafel heeft gebracht als ,onvoorwaardelijke' eisen voor een nieuwe struktuur ledere student heeft gehoord en gelezen van de verwikkelingen in de Tilburgse Studenten Raad Deze verwikkelingen zijn zo complex dat zelfs ingewijden nauwelijks nog weten wat er aan de hand is In feite is het conflict binnen de TSR een weerspiegeling van een groeiende tegenstelling binnen de studentenwereld namelijk wel of geen one-man-one-vote, wel of geen geledingen, wel of geen maatschappijvertegenwoordigers, wel of geen Veringa etc De TSR heeft besloten nieuwe verkiezingen te houden om aan de ontstane 10-10 verhouding in de Raad een einde te maken De A p p e l en NSA-fracties, die zich tegen het beleid van het ATSO-bestuur hebben opgesteld, zullen met een gezamenlijke ,combinatie-lijst' de verkiezingen ingaan De tijd van ,we zijn het wel eens met de ideeën, maar met met de methoden' is voorbij Er bestaan wel degelijk fundamentele geschillen In het onderstaand expose wordt getracht de voorwaarden tot democratisering aan te geven en de geschillen bloot te leggen De hogeschool kan met gedemokratiseerd w o r d e n zolang de besluitvorming autoritair is, d w z tot stand komt zonder overleg van alle betrokkenen De besluitvorming is in de huidige situatie autoritair omdat de bestuurders slechts verantwoording behoeven af te leggen aan de maatschappij, d w z het parlement, d w z de minister Er kan pas sprake zijn van een demokratische universiteit wanneer alle participanten betrokken zijn bij de besluitvorming en organisatie, en wanneer de bestuurders van de universiteit een verantwoordingsplicht hebben t o v die participanten W e stuiten aldus op een tegenstelling van fundamentele aard Het w o r d t of verantwoordingsplicht aan de maatschappij, of verantwoordingsplicht aan de universiteitsgemeenschap In het eerste geval geen demokratische universiteit, in het tweede geval wel Naar mijn mening is deze tegenstelling echter vals Het is onjuist om te zeggen dat de universiteit geen verantwoordingsplicht zou hebben tegenover de maatschappij Hoe we de zaak ook wenden of keren, de universiteit Is een onderdeel van de maatschappij, met slechts formeel, maar ook materieel De universiteit is met ,self-supporting' De maatschappij mag eisen dat er onderwijs gegeven w o r d t Allen die participeren aan wat we het .universiteits-gebeuren' zouden kunnen noemen zijn bovendien zelfs nog eens leden van die maatschappij Elke opvatting als zou de universiteit een geheel autonome instelling kunnen zijn is daarom onjuist Daarnaast echter is het zo, dat een onderkende verantwoordelijkheid t o V de maatschappij in het geheel met strijdig behoeft te zijn met de opvatting dat de universiteit gedemokratiseerd kan worden V\^anneer ik in de eerder besproken formulering v o o r een demokratische universiteit spreek van verantwoordingsplicht van de bestuurders aan de universiteitsgemeenschap, dan bedoel ik daarmee die vorm van verantwoording welke de eerste voorwaarde, namelijk het zich betrokken voelen van alle participanten aan de besluitvorming moet mogelijk maken De verantwoordingsplicht van de universiteit aan de gemeenschap ligt op een ander niveau W e zien hier, naast een financiële verantwoording en de plicht zich te houden aan een nieuw in te stellen Academisch Statuut, waarin de plaats en de funktie van de universiteit opnieuvi^ w o r d t bezien, ook de verantwoordelijkheid voor het verbeteren van onze samenleving door het op een hoger niveau brengen van wetenschap en onderzoek en het kritisch benaderen en herstellen van de vele mistoestanden in onze samenleving met behulp van dat verkregen inzicht De marxisten onder ons zullen dit met accepteren, zij zullen immers zeggen dat, indien er dan sprake zou zijn van een verantwoordingsplicht van de universiteit t o v de maatschappij, die plicht tot uiting zal moeten komen in een permanente strijd tegen de kapitalistische maatschappij en in de vestiging van een socialistische ordening 17
THB 3
14 november 1969
StrUCtUUrVOOrstel (vervolg)
Keren wij terug tot de kern van de zaak De voorwaarden tot demokratisenng Indien demokratie betekent gezamenlijke invloed van alle betrokkenen, dan moeten wij ons realiseren dat hetgeen leeft onder diea onder die betrokkenen georganiseerd moet worden Organisatie nu impliceert leiderschap en onderschikking (let wel geen onderwerping) aan dat leiderschap Dit laatste kunnen we oligarchie noemen De minder ambitieuze massa volgt automatisch de leiders, die in de optredende verzelfstandiging van hun leiderschap (bureaukratie) een politieke elite gaan vormen Dit verschijnsel, met een modewoord wel de ,Ijzeren wet van de oligarchie' genoemd, vernietigt aldus de demokratie Het gevaar van verzelfstandiging dat in een dergelijke ontwikkeling gaat optreden is v o o r ons allen duidelijk zichtbaar geworden m alle totalitair geregeerde regimes Daaronder vallen zowel de marxistische als de fascistische stelsels In zo'n stelsel is het een illusie te menen dat een politieke elite verantwoording zal afleggen aan een massa van politiek-debielen, althans -achtergeblevenen Het IS mogelijk drie redenen aan te voeren waarom het met wenselijk IS op dit moment de geledingen te elimineren De eerste is dat de geledingen een ingebouwde veiligheidsklep kunnen vormen tegen de ijzeren wet van de oligarchie De geledingen kunnen fungeren als scheidslijnen waarbinnen de nieuwe politieke machts-elite slechts een geringe bewegingsvrijheid bezit De tweede is dat in de geledingen een wezenlijk positioneel verschil tussen de participanten tot uitmg kan komen en verduidelijkt kan worden Zijn de participanten menselijk gezien wel gelijkwaardig, functioneel zijn ze dat met Dit wil met zeggen dat de ene funktie inferieur is aan de ander, maar dat de funkties onvergelijkbaar zijn Het werk van de docent is gericht op stimulering van de student Het werk van de student is gericht op het verkrijgen van inzicht in wetenschap, onderzoek en de maatschappij-ordening Het w e r k van een ATG-lid is gericht op het scheppen van de voorwaarden waaronder de anderen hun werk kunnen verrichten De_derde reden is dat dank zij het bestaan van de geledingen ieder zijn eigen identiteit kan behouden Z o is daar bijvoorbeeld het sterke verloop onder de studenten, een eigenschap die zij allen met elKaar gemeen hebben Het houdt ook in dat niemand zich genoopt zal zien bevoegdheden en verantwoordelijkheden die hij met kan en wil waarmaken van zich af te schuiven De voorlopige konklusie die wij vooralsnog trekken moeten is tweeledig Ten eerste In principe doet het one-man-one-vote-systeem ons belanden in een oligarchie van de politieke elite, en moet daarom vermeden worden Ten tweede Het behoud (in enige vorm) van de geledingen verschaft ons de mogelijkheid te kunnen komen tot een naar vorm van niveau gedifferentieerde demokratie De tweeledige verantwoordelijkheid van een demokratische onderkend en in overweging genomen kan als noodzakelijke gesteld worden dat alle participanten elkaar moeten kunnen in een algemene formulering van de taken en doelstellingen hoger onderwijs
universiteit voorwaarde vinden van het
Artikel 1 van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs spreekt over een tweeledige doelstelling, namelijk ,,de vorming tot zelfstandige beoefening der wetenschap en de voorbereiding tot het bekleden van maatschappelijke betrekkingen, waarvoor een wetenschappelijke opleiding vereist is of dienstig kan zijn ' Zonder te zeggen dat bovenstaande formulering inhoudsloos is (dat IS ze met), kunnen we wel opmerken dat de heroriëntatie op een nieuwe maatschappij-opvatting welke zich tegenwoordig voltrekt in alle centra van wetenschappelijk onderwijs ons noopt die formulering of anders te interpreteren, of een wijdere dimensie te geven Spreekt de omstreden ,Loi-Faure' reeds van ,,de overdracht van kennis, de bevordering van onderzoek en de vorming van de mens", minder materialistisch omschreven dan in Nederland, wij zullen in onze
heroriëntatie bewust moeten kiezen voor een zinvolle toepassing van worden de verworven kennis facultei Omschreven in de doelstelling van het hoger ondewijs moet aldus die nieuwe dimensie van humaniteit, de taak en verantwoordelijkheid van elke vrije mens die onafhankelijk, en dus kritisch is, tot uiting worden gebracht
''^^'^ '^" E'^ f^ci hiJ de r. tegenst
BIJ een interpretatie van de in het bovenstaande artikel beschreven denkbeelden is het mogelijk te komen tot de volgende analyse De funktioneel te onderscheiden gebieden binnen de hogeschool 1 onderwijs, 2 onderzoek. 3 bestuur, 4 beheer
vaker s OP dez 6 " '"'^" betreffe Op alg( ondersi i onds
Op faculteitsniveau
^ 3 4 . j
°'^'^ best behe , .
A d 1 Docenten en studenten werken vrij naar in onderling overleg verkregen inzichten aan de overdracht en verwerving van kennis ZIJ regelen hun onderwijsproblemen per faculteit en maken gebruik van alle didactische faciliteiten die hen ten dienste staan De faculteit ^ "j ' kan worden verdeeld in fase-groepen (wij kennen op dit moment de fase-groepen propaedeuse kandidaats en doktoraal) ^^ ^ fscultëi Elke fase-groep kan worden gesplitst in studiegroepen (waarin facultei studenten mm of meer individueel zelfstandig kunnen werken) en in ^^^ hogesc projektgroepen (hierin werken de studenten gezamenlijk aan een staan die het tempo de richting kan van een de verschillende groepen op ™ ^ werkstuk) Boven de en fase-groepen coordinatie-commissie elkaar afstemt De basisgroepen zijn met groter dan 15 man heden ' In deze basisgroepen heerst t a v de opzet en de inhoud van het hogesc onderwijs one-man-one-vote Indien door een of meer leden van de T°^t!'"' basisgroep getwijfeld wordt aan de wetenschappelijke waarde van eer ° ^ " ^ ° ^ projekt of studieplan, kunnen zij beroep aantekenen bij de faculteit ^ ledere student maakt deel uit van tenminste een w e r k g r o e p Aan elke ^'J y®" basisgroep participeren meerdere docenten die in verschillende groepen kunnen (en waarschijnlijk wel moeten) zitten en zich daarvoor moeten intekenen Zij hebben in al hun groepen stemrecht A d 2 Onderzoek is op te vatten als een gespecialiseerde vorm van kennisverwerving en is in nog grotere mate dan onderwijs gebaat bij continuïteit Het is daarom zinvol het onderzoek organisatorisch los te zien van het onderwijs Onderzoek kan zich dan manifesteren in onderzoeks-instituten en onderzoeks-projekten De aan de faculteits gewijs opgezette research participerenden hebben overeenkomstig hun apart niveau zitting in de faculteitsraad
ufi-^h*^ ATP A l u re hogesc
A d 3 Het besturen van de faculteit w o r d t gedaan door een door de raad gecontroleerd orgaan dat een coördinerende en uitvoerende taak heeft Haar taken liggen voornamelijk op het niveau van onderwijs en onderzoek Zij wijst gelden toe en benoemt en ontslaat docenten Dit laatste doet zij op bindend advies van een in te stellen benoemings commissie die op hogeschoolniveau werkt
qericht Qg jj|g hoqesc ggp gv pg J^Q,samenl
A d 4 Het faculteitsgewijs georganiseerd beheer komt tot uiting in een of meer beheers-advies-commissies, wier funktie verder tot uiting kan komen in de coördinatie met andere faculteiten Uit de faculteitsraad kan een beleids-advies-commissie worden gevormd, die het bestuur terzijde staat De faculteitsraad is het hoogste orgaan van de faculteit Haar bevoegdheden betreffen alle onderwijszaken m zoverre met door de basisgroepen geregeld, alle onderzoekszaken v o o r zover deze betrekking hebben op die speciale faculteit en alle faculteitsbestuurs en -beheerszaken
plus de onder f De hoc Oonde van de van he Het hie Het ge van ee kunner
Haar samenstelling IS paritair (d w z twee geledingen s t u d e n t e n e n docenten) en komt tot stand middels evenredige vertegenwoordiging Elk van de twee geledingen krijgt 50 % van de zetels toegewezen, met dien verstande dat een bepaald minimum percentage der stemgerechtigden in elke geleding zijn stem heeft uitgebracht Blijft men onder dat minimum, dan w o r d t een evenredig aantal zetels in mindering gebracht Bij de opstelling der kieslijsten dient men er rekening mee te houden dat (mogelijk via een verdeelsleutel) de categorieën onderwijs en onderzoek in een optimale verhouding vertegenwoordigd
maken Positie wordt 1 Daaror zekerh 'eden I: niet-sti moeter Novem
18
I
Van de Economische Faculteit
TEF-verkiezingen van maandag 17 t.m. woensdag 19 november mg van worden De grootte van de raad kan onafhankelijk zijn van het aantal faculteitsleden De sociale en de economische faculteit zouden dus een Idus die raad kunnen krijgen die even groot is eid van E'k faculteitslid brengt voor de raad eenmaal zijn stem uit waarmede worden hiJ de raad zekere constituerende bevoegdheden verleent, dit in tegenstelling tot zijn desbetreffende basisgroep waar hij natuurlijk vaker stemt Op deze wijze krijgt hij direkte inspraak in zijn eigenleef- en werkmilieu en indirekte inspraak in zaken die het algemeen (faculteits) belang betreffen Op algemeen hogeschoolniveau zijn weer de volgende gebieden te onderscheiden 1 onderwijs 2 onderzoek, 3 bestuur, 4 beheer Ad 1 Op hogeschoolniveau komen onderwijsproblemen v o o r ingevolge de noodzaak tot coördinatie tussen de verschillende faculteiten en faculteit gyentyeel t a v andere universiteiten en hogescholen in den lande ent de Ad 2 Onderzoeksproblemen zijn hier gelegen in de coördinatie tussen faculteitsgewijs opgezet onderzoek en de onafhankelijk van enige faculteit verrichte research Bij deze laatste vorm kunnen we denken aan mm of meer zelfstandige instituten die toch deel uitmaken van de hogeschool Ad 3 Het bestuur van de hogeschool verenigt m zich alle bevoegdheden welke noodzakelijk en gewenst zijn voor de continuïteit van de hogeschool Het bestaat uit beroepsbestuurders met een zo groot het ndogelijke bestuursbekwaamheid Zij moeten inzicht hebben m elke de ' van eer denkbare vorm van onderwijsproblematiek alsmede van organisatorische aard Zij vertegenwoordigen de hogeschool in rechten naar buiten Iteit n elke ZIJ verdelen de verkregen middelen D e voorzitter van het hogeschoolbestuur wordt gekozen door het bestuur e daarvoor De taak van het bestuur is met gebruikmaking van alle ten dienste staande middelen, het scheppen van een klimaat dat een optimale functionering van de hogeschool mogelijk maakt Het hogeschoolbestuur _ , j. u wordt in overleg met de minister van Onderwijs en Wetenschappen, u |„q lp door de (nog te behandelen hogeschoolraad) geïnstalleerd en is verantwoording schuldig aan de raad Het beheer wordt verricht door .hoofden van dienst waaronder de ATG ressorteert Deze hoofden van dienst staan organiek onder het hogeschoolbestuur of maken daarvan deel uit In elke dienstensektor van de ATG zijn de personeelsleden verzameld die eenzelfde taakoor de gerichtheid als kenmerk hebben de taak Qg diensten die deze sektoren voortbrengen worden door het s sn hogeschoolbestuur verdeeld De belangen van de ATG worden middels " een evenredige vertegenwoordiging m dit hogeschoolraad uitgedragen noemings Qg hogeschoolraad is het hoogste orgaan in de hogeschool Zij is samengesteld uit de drie geledingen (docenten studenten en ATG) ng in plus de vertegenwoordiging van die research-instituten welke met uiting onder een faculteit vallen, maar wel tot de hogeschool behoren Iteits- De hogeschoolraad is verantwoording schuldig aan de minister van het Oonderwijs en Wetenschappen voor wat betreft het financiële beleid van de hogeschool De hogeschoolraad draagt zorgt voor de naleving Haar van het nieuw m te stellen Academisch Statuut de Het hierboven omschreven struktuurplan is slechts een illustratie Het geeft een voorbeeld van de wijze waarop de vooronderstellingen van een demokratische doch tevens bestuurbare hogeschool in beeld kunnen worden gebracht Welk struktuurplan (we kunnen er wel duizend maken) ook wordt ontworpen, we mogen nimmer voorbijgaan aan de positie van de ATG in die nieuwe situatie De positie van de A T G wordt moeilijker naarmate de hogeschoolstruktuur flexibeler w o r d t Daarom zal er een soort statuut moeten worden opgesteld dat de ATG zekerheid verschaft voor wat betreft de werkomstandigheden en haar mindering 'sden beschermt tegen willekeur, of die nu van studenten- of g mee met-studenten zijde komt Eigenlijk zou zo'n statuut nu reeds van kracht moeten zijn igjl November 1969 Tim van Kooten
I
Hogeschool: elke dag van 11 00 tot 12 30 uur en van 13 30 tot 16 15 uur Provisorium: elke dag van 10 30 tot 11 00 uur en van 16 00 tot 16 30 uur BIJ het stemmen dient men zijn/haar collegekaart te tonen Voor het nieuwe TEF-bestuur hebben zich twee teams geformeerd, die zich hier en nu met hun programma's presenteren
Team A Werkprogramma voor het nieuwe TEF-bestuur van het team I e jaar (na de verkiezingen worden door de gedelegeerdenraad van het eerste jaar twee personen in het TEF-bestuur afgevaardigd) 2e jaar Henk Plasmeyer 3e jaar Johan Yntema Dokt Bedrijfsek Rudi Guillaume Dokt Ek Soc Hans Beljaars Dokt Intern Best Gerard Tabbers Inleiding Tot deze verkiezing was het somber gesteld met de demokratie en de representativiteit van de Tilburgse Ekonomiese Fakulteitsvereniging Fakulteitsvergaderingen werden door een luttel aantal mensen bezocht Vorig jaar kwam er vanuit de KRU-groep kntiese ekonomen enige aktiviteit wat resulteerde m het rapport over projektonderwijs en enkele diskussies die door TEF in samenwerking met de A T S O werden georganiseerd In augustus van dit jaar werd er gestart met een andere opzet van de aktiegroep ekonomen, nu samengesteld uit studenten van alle jaren Door de diverse individuele- en groepsakties vervijfvoudigde het aantal leden van de aktiegroep zich m enkele maanden tijds Dit team, dat zich als nieuw TEF-bestuur presenteert is een voorstel van de aktiegroep Het voorgestelde programma komt overeen met de doelstellingen van de aktiegroep konomen A Demokralisering fakulteitsvereniging Hierbij denken wij aan een uitbouw van de in de aktiegroep bestaande struktuur namelijk een sterk gedesentraliseerd beslissings- en aktienivo Gestreefd dient te worden naar een vorm van direkte demokratie d m v een uitbouw van de bestaande aktiegroepen per jaar naar gedelegeerdenraden per jaar van w e r k g r o e p e n waar alle studenten m vertegenwoordigd zijn Ten aanzien van de formele struktuur dient een struktuurkommissie m het leven geroepen te worden die voorstellen formuleert welke de partisipatiegraad van de studenten optimaliseert Dit IS mede noodzakelijk vanwege de struktuurhervormmgsplannen van de A T S O (die gebaseerd is op de fakulteitsgroepen) B Demokralisering fakulteiten en hogeschool Zonder een gedemokratiseerde en aktieve fakulteitsvereniging kunnen we weinig kracht zetten achter het verlangen naar demokratisering, studieprogrammaherzieningen, fundamentele wetenschapskritiek en alternatieve onderwijsvormen. Ten aanzien van de demokratisering van de fakulteiten stellen wij ons achter het voorstel van de studentenleden in de struktuurkommissie C Studieprogramma's Verschillende werk- aktie- en jaargroepen zullen alternatieve studieprogramma s dienen te formuleren Hierbij dient te w o r d e n opgemerkt dat bij een diskussie over hervormingen van programma's de inhoudelijke diskussie prioriteit verdient dit ter voorkoming van puur technokratiese hervormingen Dit jaar verdienen vooral aandacht a de kandidaatsfase (punt studieraad), b de kritiek op het exspiriment in het eerste jaar, c de kritiek op de voorstellen van de doktoraalspecialisaties naar aanleiding van het plan-Verheyen D Onderwijsvormen Er dient verder geekspirimenteerd te w o r d e n met meer studentgesentreerd onderwijs (groepsonderwijs, w e r k g r o e p e n , projektgroepen) Vooral in het eerste jaar dient het onderwijs zich aan te sluiten op de door de eerstejaars direkt waarneembare realiteit Men dient het
19
THB 3
14 november 1969
TEFverkiezingen (vervolg) onderwijs met te presenteren in de vorm van het bijbrengen van enkele technieken en basisgegevens op een abstrakt theoreties nivo, maar men dient uit te gaan van de kompiekse direkt waarneembare realiteit waaruit de vandaar uitgemaakte theoretiese abstrakties direkt gekonkretiseerd kunnen worden, wat in hoge mate bijdraagt tot het inzicht in het totaal ekonomies en sociaal gebeuren E
Wetensc hapskritiek
Om een zo breed mogelijk diskussieforum te scheppen over ervaringen van projekt, aktie en jaargroepen m de fakulteit en fakulteitsvereniging en om tot een verhoging van het theoreties nivo, op onderwijspolitiek en wetenschapskrities gebied te komen, zullen we alles in het werk stellen om het initiatief van de aktiegroep ekonomen tot instelling van een fakulteitenblad, bij het Hogeschoolblad, te realiseren (de realisatie IS in vergevorderd stadium) Tevens willen we het werk »'an de aktiegroep stimuleren en voortzetten om een reeks broc hures over politieke ekonomie, cybernetika en haar betekenis in het ekonomiese leven, seksualiteit en ekonomiese politiek, beroepspraktijk etc etc uit te geven (de eerste brochure komt midden december 1969 uit) In november 1970 willen we een kongres organiseren over politieke ekonomie. Er w o r d t reeds aan gewerkt en enige bekende konomen worden uitgenodigd
Team B Werkprogramma TEFbestuur 1969/1970 van het team Jacques Hilhorst, Henri Langeveld, Paul van Loon, Cees van Niekerk en Paul Thomassen 1 Duidelijk laten zeer grote groepen studenten in onze fakulteit het studieprogramma en de verwezenlijking ervan gewoon over zich heenkomen Deels omdat men in de huidige struktuur de werksituatie kritiekloos kan aanvaarden deels omdat men met in staat is kollektieve standpunten met voldoende gewicht te poneren bij de docenten 2 Er zal dus gewerkt moeten worden aan een TEFstruktuur die de student konfronteert met de noodzaak mee te denken en mee te beslissen over zijn studiesituatie en studieprogramma Deze struktuur moet het tevens mogelijk maken geformuleerde verlangens bepaald met vrijblijvend aan de docent ter diskussie en ter inwilliging voor te leggen Dit is mogelijk indien de struktuur de studenten zo weet te motiveren dat zij en masse en bewust tot voorstellen komen In de uiteindelijke toestand van totale solidariteit in de hogeschoolgemeen schap zal een TEF overbodig zijn de verschillen tussen de geledingen zijn dan weggevallen
Nieuwe ideeën over inhoud en methode van onderwijs zullen in deze groepen aan de orde moeten komen Daar deze werkgroepen echter nog steeds gebonden zijn aan de huidige struktuur van de hogeschool moet het mogelijk zijn door hen voorgestane oplossingen van struktui, vraagstukken en onderwijsproblemen, die via de basis met ingewilligd (kunnen) worden, kollektief uit te dragen via een vertegenwoordiging uit de werkgroepen Het gehele onderwijsprogramma zal in werkgroepen gerealiseerd moeten worden, zodat inhoud en methode van onderwijs aan de specifieke verlangens van iedere groep kunnen worden aangepast Zodra de groep zelf doel en inhoud van zijn werken bepaalt is sprake van een projektgroep Een noodzakelijke voorwaarde voor deze ontwikkeling is een fundamentele verandering van de hogeschooi struktuur 5 TEF-struktuur Zolang het nodig is dat de studentengeleding kollektief zijn standpunt uit moet kunnen dragen, zal een organisatiestruktuur van de ekonomie studenten noodzakelijk zijn De opbouw van deze struktuur en haar funkties moeten mee evolueren met bovenomschreven ontwikkeling van de onderwijsvorm Strevend naar een öirekte demokratie zal in de overgangsfase een vertegenwoordiging van de studenten opgebouwd dienen te worden vanuit de werkgroepen Niet alle studiefasen zijn al aan groepsonderwijs toe m deze studie fasen zullen zoveel mogelijk mensen op een andere manier bij het kiezen en kontroleren v«n een vertegenwoordiging betrokken moeten worden Op basis van dit programma stellen zich als team kandidaat voor het TEFbestuur Jacques Hilhorst, Henri Langeveld, Paul van Loon, Cees van Niekerk en Paul Thomassen In dit team zullen na de verkiezingen nog worden opgenomen twee eerstejaars, aan te wijzen door het eerste jaar zelf N.B.: De verkiezingskommissie zoekt ekonomen die haar een handje willen helpen: Opgave: Marc el Hermans, Prof. Verbernelaan 110-16, telefoon 74985.
X
>
3BC
f
3 De gewenste veranderingen zullen op gang gebracht moeten worden door
het publiceren en ter diskussie stellen van informatiestencils per studiejaar of studiefase over bijvoorbeeld de hoor en ,werk' kolleges, behandelde stof, studieraad, TEF, etc ,
het steun geven aan akties, die wezenlijk bijdragen tot aktivenng van de studenten en het effektueren van meerderheidsstandpunten,
het houden van referenda onder alle betrokkenen over belangrijke problemen Deze referenda zullen de plaats innemen van uitspraken van de TEFvergadering voorzover het algemene TEFzaken betreft en dienovereenkomstig beslissmgskracht moeten krijgen Anderzijds zullen ZIJ dienen ter formulering van standpunten aangaande specifieke studiefaseproblemen door alle TEFstudenten van de betreffende studiefase,
het betrekken van de achterban bij de studieraad door een werke lijke kommunikatie en verantwoordingsplicht van de afgevaardigden
4 Onderwijsvorm Het huidige onderwijssysteem berust nog voornamelijk op hoor en ,werk'kolleges Aangezien deze onderwijsvorm de eigen inbreng van de student tot een minimum reduceert, moet deze zo spoedig mogelijk vervangen worden door groepsonderwijs Op dit moment wordt in de propedeusefase een begin gemaakt met groepsonderwijs in de vorm van w e r k g r o e p e n
X Spreek v ri/moedi£ te^en t X ^ ^ ^ i X >! X Kuypers, maar i X . . . % X misbruik zijn naa^n niet. ï >;
X ■\^
20
(op donderdag 20 nov ember zie pag. 1 en 2)
v
I
Fo