Tilburgs Ho^geschoolblad jaargang
4
"
maandblad
februari 1967
nummer
Redactie: F. Th. M. de Charro P. ]. M. L. Tieleman L. M. Moerings B. M. f. Pauw
/. ƒ. M. de Bont (Hoofd Bureau Senaat) Redactie-adres: Hogeschoollaan 223, Tilburg
Uitbreidingsplannen Hogeschool
Enige tijd geleden werd in vele landelijke bladen een schets gegeven van de uitbreidingsplannen van de Katholieke Hogeschool, zoals die onlangs door het College van B. en W. van de gemeente Tilburg zijn goedgekeurd. D e foto geeft een beeld van de hogeschool zoals deze, mits bepaalde omstandigheden zoals ministeriële goedkeuring, redelijk snelle bouw medewerken, 1 in 1970 zal zijn. • Voor hen die hun dagelijkse werkzaamheden aan de • Katholieke Hogeschool hebben, geven wij hieronder nog eens een samenvatting van de uitbreidingsplannen weer.
Het huidige gebouw zal in 1970 nog slechts collegeruimten, centrale bibliotheek en de administratieve afdelingen van curatoren en senaat omvatten. Daarnaast zal op de plaats waar nu een parkeerruimte is een nieuw gebouw verrijzen. Dit zal bestaan uit twee gedeelten en wel een deel van 11 bouwlagen, exclusief onderbouw (hoogte 50 m ) en een deel van 2 bouwlagen, exclusief onderbouw (hoogte 14 m) De architecten, die de nieuwbouw ontwierpen, zijn de heer J. Bedaux te Goirle en wijlen de heer J. A. van rlfT liiin.lï' Ij'iHfiii
Kastnr. mm
mil.!
BIBLIOTHEEK Nr. KATHOLIEKE HOGESCHOOL
M
i
In de hoogbouw zullen de onderste 2 bouwlagen gereserveerd zijn voor werkcollegekamers. De 9 bouwlagen daarboven zullen dienen voor: 1. ruimten voor hoogleraren, wetenschappelijk en administratief personeel van de 3 faculteiten en de diverse instituten; 2. diverse tijdschriftenleeszalen voor de faculteiten en koffiekamers. In de laagbouw zal in de onderbouw de technische en huishoudelijke dienst gehuisvest worden. De bovenbouw zal over 2 bouwlagen een grote collegezaal omvatten.
met daaromheen kleinere collegezalen gegroepeerd. In de eerste bouwlaag zal dan tevens het bureau Studentenbelangen gevestigd zijn. Ook in deze bouwlaag zal een grote koffiekamer met keuken komen. Het Rekencentrum zal met de daarbij behorende collegeruimte in de tweede bouwlaag gehuisvest worden. Met de Universiteit van Nijmegen is in grote lijnen reeds overeenstemming bereikt over de toevoeging van een subfaculteit aan de faculteit der sociale wetenschappen. Voorts ligt het in de bedoeling in 1967 een begin te maken met het onderwijs aan een theologische faculteit, waarvan de oprichting thans wordt voorbereid.
3. Provisorium J-V; :-.' '•
Huidig hogeschool ter r e i n
|5$$$$3 Toekomstig bouwterrein
Bovenstaande schets geeft een beeld van de bouwgrond, zoals die voor een eventuele uitbreiding van de hogeschool gereserveerd is. Enerzijds is het huidige hogeschoolterrein nog niet volgebouwd, anderzijds is het terrein van omstreeks 80 hectare, grenzend aan het hoge-
•IBlJ
Hf A
schoolterrein voor toekomstige uitbreidingen gereserveerd. Derhalve zal ook voor een zo doelmatig mogelijke situering van de gebouwen voor een medische faculteit, zo die in Tilburg zal worden gevestigd, voldoende bouwgrond beschikbaar zijn.
Ter overdenking Als men de Conferentie van het Rectorercollege-N.S.R. in Delft gehouden, heeft bijgewoond, moet men wel tot de conclusie komen dat Tilburg ter zake van het overleg over onderwijs en studie een unieke plaats inneemt in de rij van universiteits- en hogeschoolsteden.
dat hier vrij gemakkelijk verandering in gebracht kan worden.
Maar van de andere kant geeft de unanieme verwerping door én hoogleraren én studenten der aanwezige hoger onderwijsinstellingen van een in amendement vervatte Tilburgse mening, dat in plaats van geïnstitutionaliseerd overleg onder zekere omstandigheden een niet gereglementeerd en informeel overleg dienstig zou kunnen zijn, toch wel stof tot nadenken.
Het feit dat op dit moment en voor zover ik kan beoordelen ook in het verleden aan beide voorwaarden ruimschoots is voldaan, wil niet zeggen dat dit in de toekomst altijd zo zal blijven.
Voor de wijze van overleg zoals die momenteel in Tilburg bestaat, zijn •«oor het goed functioneren ervan twee voorwaarden vereist, nl. een aktief bestuur van de faculteitsvereniging en de loyale medewerking van de zijde van de faculteit en met name van de voorzitter van de desbetreffende faculteit. Het niet voldoen aan de eerste voorwaarde zal over het algemeen niet zulke verstrekkende gevolgen hebben, om-
Het niet voldoen aan de tweede voorwaarde kan echter desastreuze gevolgen hebben en zal het gehele overleg op losse schroeven zetten.
De situatie in sommige andere steden mag ons hier als voorbeeld dienen. Ik wil' duidelijk stellen dat is om een lans te breken studieraad op dit moment. ren, die er aan het huidige
het geenszins mijn bedoeling voor het instellen van een Wel dat men zich de gevasysteem kleven, realiseert.
Het zou misschien nuttig zijn om nu te komen tot een systeem, dat bovengenoemde gevaren uitsluit en dat bovendien het vele waardevolle van de huidige methode van overleg laat behouden. Th. Heisterkamp
De Vlaamse Beweging Op vrijdag 9 december en zaterdag 10 december 1966 vond er een tweedaagse excursie van de S.K.T. naar Leuven en Brussel plaats, die in het teken stond van de Vlaamse Beweging. Een aantal boeiende sprekers was aanwezig om ons wat thuis te doen geraken in deze problematiek, die sterk in de nationale en internationale belangstelling staat. Dr. K. Hemmerechts, secretaris algemene directie B.R.T., hield in Brussel een inleiding over „De Vlaamse kwestie in historisch perspectief'. Zijn kerngedachten waren de volgende: Er waren en zijn in België krachten, die een middelpuntvliedend en andere, die een middelpuntzoekend karakter hebben, waardoor een federalistische, resp. unitaristische mentaliteit bij de Belgische bevolking ontstaat. Tot de middelpuntvliedende krachten behoren: 1. de taalkwestie: het Frans (Waals) heeft het voordeel, boven het Nederlands (Vlaams), dat het een sterk internationaal karakter heeft. De meeste Vlamingen kunnen wel Frans verstaan, maar de Walen geen Nederlands en ze willen dat ook niet. Bovendien zijn de voornaamste overheidsfuncties voornamelijk in handen van Walen, die zich alleen van het Frans bedienen. 2. de economie: Vlaanderen is veel meer een landbouwgebied dan Wallonië, waar de zware industrie gevestigd is. Tegenwoordig komt er echter in Vlaanderen ook veel industrie. 3. het volkskarakter: door zijn agrarische afkomst is de Vlaming meer conservatief dan de Waal, die radi-
caler en socialistischer is. De Vlaming is meer een gevoelstype en abstraheert weinig. De middelpuntzoekende elementen treden op de voorgrond door: 1. de positie, die België inneemt binnen de Europese politiek. 2. het koningschap, dat een volk aan zich bindt en een unitaristische uitwerking heeft 3. de geografische eenheid. In de huidige situatie speelt het unitaristiscfa streven een grotere rol dan het federalistische, ook al schijnt dit te worden tegengesproken door gebeurtenissen in Leuven, die veel aandacht krijgen. De taalkwestie treedt meestal direct op de voorgrond als er over de Vlaamse moeilijkheden gesproken wordt, maar in feite liggen de oorzaken ervan dieper: de geaardheid van de Vlaming en de Waal is verschillend, terwijl ook economische, sociale en politieke belangen meespelen. De heer Huis sprak in Heverlee, bij Leuven, op het conferentie-oord „De Filosofenfontein", waar ook de overige uiteenzettingen plaatsvonden, over de „Intellectuele emancipatie". Bij de Vlamingen is er een duidelijke achterstand in de intellectuele emancipatie ten opzichte van de Walen. De wegen voor de mens om zich te ontplooien en om een betere positie te verkrijgen lopen meestal via het onderwijs. Wat blijkt nu? Het hoger onderwijs is veel meer toegespitst op de Waalse jeugd dan op de Vlaamse.
3
Aan de intellectuele vermogens kan, zoals uit enquêtes blijkt, de achterstand niet te wijten zijn. En demografisch gezien zijn de Vlamingen in de meerderheid. Verhouding Vlamingen—Walen 2 : 1. Bij het hoger onderwijs is de verhouding omgekeerd. Door dit onderwijssysteem komen de belangrijke posten, ook in Vlaanderen, in handen van voornamelijk Walen. Er is echter nog een andere oorzaak te vermelden waardoor de Vlamingen met betrekking tot de intellectuele emancipatie achterblijven. Zij hebben een ander waardensysteem dan de Walen, waarin het cultuurbezit niet erg hoog gewaardeerd wordt. De jonggehuwde Vlaming bijvoorbeeld verlangt een eigen huis, bindt zich aan een zware hypotheek en negeert daarom het onderwijs meer dan de Waal. De heer R. v. d. Sande, algemeen voorzitter van het Verbond van het Vlaams Overheidspersoneel, hield een lezing, getiteld: „De Vlaamse Beweging nu". Hij adstrueerde zijn betoog met veel statistische gegevens. Duidelijk bleek daaruit, dat de Vlamingen, ook al zijn ze qua aantal in de meerderheid, minder te vertellen hebben dan hun Waalse broeders. Onderwijs, rechtspraak en bedrijfsleven zijn vooral in Waalse handen. De volksvertegenwoordiging is unitair, maar ook paritair samengesteld. De politieke partijen zijn in grote mate Waals georiënteerd, eveneens de vakverenigingen, die onder invloed staan van de partijpolitiek. Niet politiek getinte pressiegroepen pi oberen hierin verandering te brengen. De ook in Nederland zeer bekende voorvechter van de gelijke rechten voor de Vlamingen, Dr. M. van Haegendoren, hield een betoog over de Leuvense kwestie, die hij als ondertitel meegaf: „De ziekte aan de Dij Ie". De huidige universiteit in Leuven, dat Nederlands-talig gebied is, is een kerkelijke, bisschoppelijke instelling, opgericht in 1834. De bovenlaag van de bevolking, die ging studeren, bezat de Franse cultuur, welke algemeen ingang vond aan de universiteit. Pas tegen het eind van de negentiende eeuw ontstond er een Vlaamse studentenbeweging en brak er een tendens door de universiteit ten dienste van de gehele gemeenschap te stellen. Immers een geestelijke doorstroming is nodig om een sociale, economische en culturele vooruitgang te bewerkstelligen. De Frans-talige upper-ten verzette zich lange tijd hiertegen. N a de tweede wereldoorlog werden er diverse Vlaamse hoogleraren aan de universiteit verbonden, die als hun doel zagen een sterke binding met de gemeenschap en die de hegemonie van hun Waalse collega's probeerden te doorbreken. Hun streven is autonomie van de Vlaamse afdeling met een eigen academieraad. Deze plannen kunnen makkelijker verwezenlijkt worden middels de nieuwbouw die noodzakelijk is vanwege de sterke toename van het aantal studenten. De Frans-talige hoogleraren zien hun positie dalen en willen Leuven, een Nederlands-talige stad, tweetalig maken, zoals Brussel. Het algemene Vlaamse streven is
van Leuven een autonome, democratische Nederlandstalige universiteitsstad te maken. Hiervoor moet het Vlaamse talent aangetrokken worden, niet slechts via] beurzen, maar ook door het helpen overwinnen van drempelvrees. Als laatste hield Mr. A. Roosens, advocaat te Brussel, een uiteenzetting, getiteld: „Het probleem Brussel", In een land zijn twee entiteiten als anti-theses, maar die, moeten toch naast elkaar kunnen bestaan, namelijk; 1. het platteland, de provincie, waar voornamelijk de landbouw beoefend wordt en waar de minder gespecialiseerde industrie is; 2. de grootstad, met zijn sterk gespecialiseerde industrie en zijn dienstensector. — In de grootstad wonen de leidinggevende figuren, meergeschoolden, ambtenaren, bedienden en arbeiders. — Op het platteland leven de mindergeschoolden, agrariërs en handarbeiders. Platteland en stad zijn van elkaar afhankelijk; waarbij de stad de motor is In België is echter het wisselspel verstoord.
ndat:
a. Brussel vooral de dienstensector in zich herbergt en de industrie daar veel zwakker geconcentreerd is dan in andere grootsteden. Daarom heerst er in de Belgische hoofdstad een sterk bougeois-element, dat conservatief, liberaal georiënteerd is; b. omdat er in Brussel een sociale taalgrens bestaat. De elite is verfranst, hoewel Brussel oorspronkelijk een Vlaamse stad was. De Vlaamse beweging heeft voor deze verandering van taal slechts een emotionele verklaring: de sociale groep die de macht in handen heeft verfranst, omdat het Frans een hogere status heeft in haar ogen. Op het platteland heeft men een afkeer van taalverandering, omdat men elkaar kent en van elkaar weet, wat voor status men in feite heeft. De sociale mobiliteit is daar gering. In de grootstad ligt de situatie anders, men kent elkaar niet en men wordt beoordeeld naar wat men schijnt te zijn. Men probeert zich op te trekken aan de groep, die boven hem staat. Deze twee studiedagen waren zeer interessant vanwege de goede sprekers en mede dank zij de levendige discussies, die vaak op de lezingen volgden Één bezwaar zou ik echter naar voren willen brengen: de hele opzet van deze dagen was wat eenzijdig. Slechts het Vlaamse standpunt en de Vlaamse problematiek werden belicht. Er waren geen Walen aanwezig, die eventueel hun visie hadden kunnen geven en die de discussies nog feller hadden kunnen maken. Af. Moering!
Mededelingen Faculteit der Rechtsgeleerdheid LANDELIJK JURIDISCH STUDENTENCONGRES 1967 Dit jaar zal het Landelijk Juridisch Studentencongres van 20 tot 23 maart in Rotterdam gehouden worden, met als hoofdthema: „Overheid en frustratie in bestuursrechtelijke richting". De opening zal worden verricht door Prof. Mr. P. J. Verdam, terwijl verder voordrachten zullen worden gehouden door Prof. Ir. P. C. van der Greind over „Frustratie als psychologisch verschijnsel"; door de heer H. Lammers over „Frustratie en politiek"; door Prof. Mr. B. de Goede over „Frustratie in wetgeving en bestuur" en tenslotte door Prof. Mr. L. H. C. Hulsman over „Frustratie en politie". Op de laatste dag van het Congres zal tevens een persconferentie worden gegeven door de hoofdcommissarissen van politie van Rotterdam resp. Utrecht, de heren A. Wolters en H . W . Offers.
De totale kosten per Congresganger bedragen slechts ƒ 25,—. Wel wordt eenieder verzocht zo mogelijk voor eigen slaapgelegenheid te zorgen. Door de Juridische Faculteits-Vereniging Tilburg zal dit jaar een subsidie gegeven worden van ƒ 10,— per Congresganger uit Tilburg, waarvoor men contact opneme met de quaestor van de vereniging, de heer A. Hammerstein. Op korte termijn zullen de leden van de J.F.V.T. de programma- en inschrijfboekjes ontvangen voor het Congres. Zoals u ziet, een zeer interessant en actueel programma, waarvoor dit jaar veel deelnemen worden verwacht, ook — zoals ieder jaar — van Tilburgse zijde en waarbij de stad Rotterdam voor de verdere entourage van het Congres zal zorgen. Voor het bestuur van de J.F.V.T,, H. G. M. Krabbe, h.t. ab-actis
Mededelingen Sociale Faculteit TWEEDE DEEL DOCTORAAL EXAMEN (nieuw
programma)
Voor de planning en organisatie van de werkzaamheden verbonden aan het zgn. afstudeerjaar is het nodig dat de faculteit reeds nu over een inzicht beschikt in de verdeling van de keuzen van doctoraalspecialisaties en afstudeervakken. Ik zou daarom van alle studenten die zich volgend jaar willen prepareren op het tweede deel van het doctoraal
examen, nieuw programma, gaarne spoedig een opgave ontvangen van de te kiezen doctoraalspecialisatie en afstudeervakken. Voor deze opgave zijn bij de administratie formulieren verkrijgbaar. Deze opgave behoeft niet als absoluut bindend te worden beschouwd. Prof. Dr. Pb. C. Sloi/thard, voorzitter van de sociale faculteit
Mededelingen Economische Faculteit KANDIDAATSEXAMEN De economische faculteit heeft het volgende besloten: De vakken, waarvoor op een kandidaatsexamen 7 of meer zijn behaald, behoeven bij afwijzing niet meer te I worden herhaald. Het behaalde cijfer voor die vakken I blijft bij het hernieuwde examen gelden. lAls overgangsregel geldt, dat voor degenen die reeds twee of meerdere malen voor het kandidaatsexamen zijn • afgewezen, het cijfer voor de vakken van het laatst j afgelegde examen wordt aangehouden. De secretaris tan de faculteit der economische wetenschappen, Prof. Dr. H. W. J. Bosman
ACHTSTE VLAAMS WETENSCHAPPELIJK ECONOMISCH CONGRES „DE ONTWIKKELINGSHULP" Te houden op 19 en 20 mei 1967 te Gent (België). Ter informatie: Dit Congres, dat door de Vereniging voor Economie georganiseerd wordt, is gewijd aan de studie der ontwikkelingshulp, hoofdzakelijk gezien vanuit het standpunt der hulpverlenende landen. Het Congres staat onder de leiding van Prof. Dr. A. J. Vlerick, voorzitter van het Congres. Niet minder dan driehonderd economisten uit de universitaire instellingen, de overheidsdiensten en de bedrij fs-
wereld, verdeeld over twintig commissies, verlenen hun medewerking aan de voorbereiding van het Congres. Bovendien werd, gezien het internationale karakter van het thema, beroep gedaan op buitenlandse deskundigen en terzake gespecialiseerde instituten. De verslagen van de commissies zullen, samen met een syntheseverslag per groep, in boekvorm uitgegeven worden tegen 1 april 1967 en aan de ingeschreven deelnemers toegestuurd. De studie van het thema wordt uit vier verschillende oogpunten ondernomen: a. een groep van commissies houdt zich bezig met een theoretische benadering van de hulpverlening als economisch verschijnsel; b. een andere groep met de multilaterale °' C. de derde groep de bilaterale hulp;
6
hulpverstrek-
d. de vierde groep van commissies behandelt de concrete realisaties en de specifieke problemen van de ontwikkelingshulp in ÂŤUt der grote ontwikkelingsgebieden, namelijk: Zwart-Afrika, Latijns-Amerika, Midden-Oosten, Noord-Afrika, India en het Verre Oosten. Mogelijkheid tot deelname staat open voor een tiental studenten aan de Katholieke Hogeschool. Opgave voor dit Congres is altijd mogelijk bij Prof. Janssen persoonlijk of vis schriftelijke inschrijving aan het secretariaat der werkgroep. Verblijfkosten zijn gratis, er wordt evenwel een inschrijfgeld geheven. De Belgische regering verleent evenwel subsidie, die door bemiddeling van de werkgroep verkregen kan worden. G. ]. Tabbers, secretaris Secretariaat: I.V.O. Provisorium, Hogeschool, Tilburg
Algemene Mededelingen STUDENTENDEKAAN Met ingang van 1 februari 1967 is tot studentendekaan aan de Katholieke Hogeschool te Tilburg benoemd drs. J. W. H. Htmdriis te Utrecht De heer Hendriks is geboren in 1937. Hij studeerde sociale wetenschappen aan de Katholieke Hogeschool te Tilburg en behaalde in 1960 het doctoraal examen in de nationaal-bestuurswetenschappelijke richting. Hij is werkzaam geweest als stafmedewerker van het A. C. de Bruin-Instituut en sinds 1966 als medewerker van de afdeling studie en onderzoek bij de directie algemene beleidsaangelegenheden van het ministerie van sociale zaken en volksgezondheid. Zoals u zich zult herinneren, werd na het vertrek, vorig jaar, van drs. M. Jaspers met ingang van 1 januari 1967 dr». H. J. E. M. Veraaart tot studentendekaan benoemd. Na de benoeming van de heer Hendriks zijn nu derhalve 2 studentendekanen aan de Katholieke Hogeschool verbonden.
• LUSTRUMCOMMISSIE Hierbij delen wq U mede dat de lustrumcommissie als volgt is samengesteld: voor de senaat: prof. dr. H. O. Goldschmidt, prof. dr. R. A. de Moot, prof. J. E. A. M. van Dijck; voor curatoren: drs. F. I. A. M. van Miert, drs. H. Loevendie; wetenschappelijk ambtenaar: drs. H. J. Klok; studentenafgevaardigde: P. A. W. Groot.
• PRIJSVRAAG uitgeschreven op 14 november 1966 en te beantwoorden vóór 15 november 1967 door studerenden aan een Nederlandse instelling voor wetenschappelijk onderwijs. De faculteit verlangt een studie van de achtergronden en toepassingen van het begrip „teJf fulfilling prophecy" (vgl. Robert K. Merton: Social Theory and Social Structure, Glencoe, Illinois, 1957, hoofdstuk XI, p. 421 v.v.). De antwoorden dienen, in het Nederlands, Duits, Engels of Frans getypt, te worden toegezonden aan de faculteit der sociale wetenschappen van de Katholieke Universiteit, Bijleveldsingel 70 te Nijmegen. De antwoorden moeten getekend zijn met een kenspreuk en daarbij moet worden gevoegd een verzegeld briefje, dat dezelfde kenspreuk tot opschrift heeft en de naam, het studievak en het adres van de schrijver of schrijvers bevat. Van elke inzender wordt slechts één antwoord ingewacht.
Aan de schrijver van het antwoord, dat door de faculteit de eer der bekroning is waardig gekeurd,, zal een geldbedrag van ƒ 1.000,— worden toegekend. De faculteit der sociale wetenschappen van de Katholieke Universiteit te Nijmegen, H. ]. C. 'M. G. Ruygers, voorzitter J. Kremers, secretaris
MAATSCHAPPELIJK WERK, PRIJSVRAAG 1967 De Nationale Raad voor Maatschappelijk Werk schrijft voor 1967 een prijsvraag uit over het thema Structuuren samenwerkingsproblematiek op het terrein van het maatschappelijk werk. Deelname aan de prijsvraag staat voor iedereen open. Een prijs van maximaal ƒ 5.000,— is uitgetrokken voor een geschrift, dat naar de mening van een nog te benoemen beoordelingscommissie dient te worden bekroond. Een aanmoedigingsprijs van maximaal ƒ 1.000,— kan worden toegekend voor een manuscript dat, ondanks bepaalde kwaliteiten, niet voor bekroning in aanmerking komt. Van de deelnemers aan de prijsvraag wordt gevraagd, dat zij bij de behandeling van een of meer aspecten van het opgegeven thema, deze aspecten niet beschouwen als stonden zij op zichzelf. Duidelijk dient de relatie tot het geheel der structuur- en samenwerkingsproblematiek op het terrein van het maatschappelijk werk te worden aangegeven. De Nationale Raad voor Maatschappelijk Werk ziet gaarne verhandelingen tegemoet over een of meer van de volgende onderwerpen: 1. Spreiding, plaats, functie, inhoud en samenstelling van de zogenaamde welzijnsstichtingen op de verschillende niveaus. De plaats en functie van het maatschappelijk werk daarin. Vragen van structuur- en samenwerking. 2. Overleg en samenwerking op het gebied van de maatschappelijke hulpverlening in interlevensbeschouwelijk en algemeen verband op de verschillende niveaus. 3. De samenwerking maatschappelijk werk - geestelijke en/of lichamelijke volksgezondheid. Eén persoon mag slechts één — in het Nederlands gesteld — manuscript, onder motto of schuilnaam. inzenden. Gelijktijdig moet worden ingezonden een gesloten enveloppe, die aan de buitenzijde slechts het motto of de schuilnaam vermeldt. De enveloppe dient een mededeling te bevatten, inhoudend: motto of schuilnaam, naam en adres van de schrijver, genoten opleiding, beroep, een verklaring dat het manuscript geheel door de inzender is ontworpen en geschreven. Manuscripten dienen uiterlijk 1 mei 1968 bij de Nationale Raad voor Maatschappelijk Werk te zijn (Stadhouderslaan 146 te 's-Gravenhage).
7
CENTRE EUROPEEN UNIVERSITAIRE DE NANCY The new scheme of studies at the Centre Europeen Universitaire comprises a 10 weeks' course in general European affairs and four further months given over basically to research. l a this way our students can specialize in the subject which particularly interests them, and will help them in their future career. The best theses presented for the diplome are published by the Centre. A good knowledge of French is required; however a "refresher course" takes place month before the beginning of the academic year. Conditions of admission are as follows: a university degree or its equivalent, an age limit of 3$ years. Certain scholarships are awarded by the Centre for the duration of the course. Further details of the courses for 1967/68 will be found in the accompanying brochure. Alt inscriptions should be sent to Centre Europeen Universitaire 1} place Carnot 54 - Nancy
• LEERGANG BUITENLANDSE BETREKKINGEN OKTOBER 1967—MEI 1968 Door het Nederlandsch Genootschap voor Internationale Zaken zal in samenwerking met de Stichting voor Internationale Samenwerking der Nderlandse Universiteiten en Hogescholen (Netherlands Universities Foundation for International Co-operation 'NUFFIC'), 's-Gravenhage, een jaarlijkse, post-academiale ('Post graduate') leergang Buitenlandse Betrekkingen worden georganiseerd. De leergang vangt de eerste maal in oktober 1967 aan. De duur van de leergang zal acht maanden zijn (oktober tot en met mei). De leergang wordt opengesteld voor een tien- of (maximaal) vijftiental deelnemers, waaraan in het algemeen als eis zal worden gesteld, dat zij een doctoraal examen aan een der Nederlandse universiteiten of hogescholen hebben afgelegd. Daarbij wordt in de eerste plaats gedacht aan juristen, economca, beoefenaren der politieke wetenschappen, historici en sociologen. Deelnemers kunnen zowel zijn, zij die een functie in het bedrijfsleven of in het ambtelijk apparaat vervullen, als zij, die hun universitaire studie pas hebben beëindigd. Aan de leergang zullen tevens deelnemen diegenen, die zich voorbereiden op het attaché-examen voor de buitenlandse dienst. Aan cursisten, die de leergang met goed gevolg hebben doorlopen, zal aan het einde van de leergang een diploma .buitenlandse betrekkingen' worden uitgereikt. Opzei en samenstelling Het doel van de leergang is, afgestudeerden, die een werkkring gericht op het buitenland hebben aanvaard of zich daarop voorbereiden, in een post-academiale cursus voor hun taak voor te bereiden. 8
De leergang is niet gericht op het bijbrengen van voor bepaalde beroepen benodigde specialistische kennis. Ze beoogt de deelnemers op wetenschappelijke wijze een inzicht bij te brengen in die problemen der internationale betrekkingen, die het internationale gebeuren wezenlijk beïnvloeden. In deze leergang zal ook de nodige aandacht worden besteed aan de plaats van Nederland in de internationale verhoudingen. De leergang wordt vijf dagen per week gehouden. De colleges worden in de ochtenduren gegeven. Bovendien zullen twee middagen per week worden benut voor groepsdiscussies en het voorbereiden van werkstukken. Hierdoor, alsook door het bieden van ruime gelegenheid voor discussie na de colleges in de morgenuren, zal de zelfwerkzaamheid van de deelnemers worden gestimuleerd. De overige drie middagen zullen worden besteed aan onderwijs in twee moderne talen. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van moderne leermethoden, zoals een talenpracticum. Dit laatste is een onderwijsmethode, waarvan het nut en de goede resultaten steeds meer worden erkend. Overzicht van de te behandelen lesstof I Vergelijkende politieke geschiedenis vanaf 1900 met een inleiding betreffende politieke geschiedenis in de 19e eeuw. II Vergelijkende studie van het buitenlands beleid der voornaamste landen en de factoren, die de besluitvorming te dien aanzien beïnvloeden. III Problematiek der ontwikkelingslanden ' IV Opzet en werkwijze van de internationale organisaties. V Internationale economische betrekkingen. VI Nederland's standpunt in enkele belangrijke internationale kwesties (NAVO, EEG, Ontwapeningskwesties enz.). VII Bespreking van geselecteerde problemen in discussiegroepen (seminar). Vlli
Talenpracticum.
Aanmelding De colleges worden gegeven in het gebouw van het Nederlandsch Genootschap voor Internationale Zaken, Alexanderstraat 2 te 's-Gravenhage. Inschrijving geschiedt voor de deelnemers aan de attachécursus van de buitenlandse dienst integraal door het ministerie van buitenlandse zaken en voor de ambtenaren van de overige ministeries door de zorg van deze ministeries. Andere belangstellenden kunnen een inschrijfformulier aanvragen bij: NUFFIC, Molenstraat 27 te 's-Gravenhage. Inschrijvingen voor deelneming aan de eerste leergang dienen uiterlijk 1 augustus 1967 te worden ingezonden. Voor de volgende leergangen uiterlijk 1 juni voorafgaand aan de eerstvolgende leergang. Bij een aanmelding van meer dan 15 personen zal een selectie worden toegepast. Het inschrijfgeld bedraagt ƒ 1.000,—.
Bursalen Deelnemers aan de leergang kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een beurs. Nadere inlichtingen hieromtrent aan te vragen bij NUFFIC, Molenstraat 27 te 's-Gravenhage Stichting voor Internationale Samenwerking der Nederlandse Universiteiten en Hogescholen, NUFFIC
GEWIJZIGDE SPORTROOSTER MET INGANG VAN 23 JANUARI 19«7
Donderdag 9.00—12.00 12.15—13.30 13.30—14.30 14.00—17.00 14.30—15.30 15.30—17.00 17.00—18.00 18.00—19.00 18.00—19.00 19.00—20.00 19.00—20.00 20.00—22.00 20.00—23.00
Maandag 9.00—12.00 Zaaltennis 12.15—1J.13 Zaalvoetbal (inschrijven wekelijks opnieuw op de lijst in de sporthal) 13.15—16.15 Zaaltennis 16.15—17.15 Indoor (speciaal voor le-jaars) 17.15—18.15 Tennisles voor meer gevorderden 18.15—19.15 Indoor 18.15—19.15 Judo voor beginners 19.15—20.15 Judo voor gevorderden 19.15—20.15 Indoor roeien (Vidar) 20.15—22.30 Badminton 20.15—22.00 Trampoline (kleine zaal) Dinsdag 9.00—10.15 Zaaltennis 12.15—13.15 Basketball (vrije training; een tennisbaan blijft vrij voor tennis) 14.00—16.00 Damessport (kleine zaal), tran.poline en badminton 16.15—17.15 Indoor 17.15—18.15 Tennisles voor meer gevorderden 18.15—1915 uur Indoor 18.15—19.15 Boksen voor beginners en gevorderden 19.15—20.15 Judo dispuut RAF 19.15—20.15 Zaalhockey (voor spelers lager dan de 2e klas) 20.15—21.15 Zaalhockey (voor spelers van de 2e klas en hoger) 21.15—22.15 Dispuut Old Scratch Woensdag 9.00—12.15 12.13—13.15 13.15—16.15 16.1J—17.15 17.15—18.15 18.15—19.15 18.15—19.15 19.15—20.15 19.15—20.30
Zaaltennis Tilb. Disputen Federatie Zaaltennis Indoor Tennisles voor meer gevorderden Indoor Judo voor gevorderden Judo voor beginnen Volleybal (indoor) dames en op een veld heren (niet competitiespelers) 20.30—21.30 Zaalvoetbal (inschrijven wekelijks opnieuw op de lijst in de sporthal) 21.30—22.30 Zaalvoetbal (idem)
Zaaltennis Basketballtraining en badminton voetbaltraining (voor competitiespelers) Tafel ten nis train ing (kleine zaal) Tennisles voor nieuwe groep beginners Volleybaltraining (alleen voor competiti espeiers) Indoor Indoor roeien (Vidar) Boksen gevorderden Boksen beginners Zaalhandbal Schermen dames en heren Zaalvoetbal disputentournooi
Vrijdag 9.00—17.00 13.00—14.00 17.00—18.00 18.00—19.00
Zaaltennis Tennisles voor nieuwe groep beginners Indoor Zaalvoetbal (inschrijven wekelijks opnieuw op lijst in de sporthal) 19.00—20.00 Zaalvoetbal (idem) 20.00—21.00 Zaalvoetbal (idem) Zaterdag 9.00—12.00 Zaaltennis hoogleraren en wetenschappelijke staf 14.00—18.00 Zaaltennis, tafeltennis en event, andere sporten voor studenten
N.B.B.S.-MEDEDELING Het plaatselijk bestuur Tilburg stelt het op prijs u hierbij te kunnen mededelen, dat het N.B.B.S.-kantoor met ingang van 15 maart aanstaande gevestigd zal zijn in de kleine vergaderzaal van het „Eigen Huis", Academielaan 9, telefoon 72337. De spreekuren voor het zomerseizoen zullen gehouden worden op dinsdag en donderdag van 17—18 uur. Omstreeks half maart zullen alle aan de hogeschool ingeschreven studenten op hun studie-adres de N.B.B.S.zomerbrochure ontvangen. Degenen echter, die reeds eerder informaties wensen, bijvoorbeeld over het Paasprogramma, zullen wij uiteraard gaarne op bovengenoemde spreekuren zoveel mogelijk van dienst zijn. Tevens maken wij van deze gelegenheid gebruik om hoogleraren en leden van de wetenschappelijke staf te wijzen op de mogelijkheid om van de N.B.B.S.-service gebruik te maken. Tenslotte, een goede raad: regel snel, dan bent u van uw reis verzekerd. A. f. M. Burghouts, president
9
BEURZEN VOOR KORTE STUDIEREIZEN Door de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek van de Tropen worden voor onderzoekers van Nederlandse nationaliteit beurzen voor korte studiereizen beschikbaar gesteld. Deze beurzen dienen voor een kort bezoek aan universiteiten, laboratoria, musea, bibliotheken of andere wetenschappelijke instellingen buiten Nederland, in verband met een in Nederland aan de gang zijnd tropischwetenschappelijk onderzoek, alsmede voor een korte studiereis van onderzoekers overzee, in het land waar zij werken of daarbuiten. Aanvragers Beurzen voor korte studiereizen kunnen worden aangevraagd door hen die een doctoraal- of ingenieursexamen met goed gevolg hebben afgelegd of op andere wijze in hun vakgebied gekwalificeerd zijn. Wijze van aanvragen Voor het aanvragen van een korte studiereisbeurs zijn formulieren beschikbaar. Op schriftelijk verzoek aan het Secretariaat van WOTRO, Postbus 2138, 's-Gravenhage, wordt een aanvraagformulier toegezonden. Een verzoek om toezending van een formulier moet reeds in het kort de volgende gegevens bevatten: — naam, titel, functie van aanvrager; — object van onderzoek, plaatsen die bezocht zullen worden, verblijfsduur; — gewenste vertrekdatum. Data van indiening en beslissing Aanvragen kunnen het gehele jaar worden ingediend, maar moeten WOTRO tenminste twee maanden vóór het begin van de voorgenomen reis bereiken. Duur en besteding De beurs bedraagt maximaal ƒ 3.500,— en dient ter dekking van de reis- en verblijfkosten (vergoeding per dag) voor in het algemeen ten hoogste één maand. Uit de beurs kan geen gezinstoelage worden verstrekt. ƒ. H. Bannier, secretaris
• POOLSE BEURZEN Hierbij deel ik u mede, dat de Poolse regering voor het akademisch jaar 1967—1968 wederom een aantal beurzen beschikbaar stelt voor Nederlandse studenten, die bij voorkeur het kandidaatsexamen hebben behaald, afgestudeerden en wetenschappelijker werkers. Ook studenten in de beeldende kunsten en muziek kunnen in aanmerking komen. De beurzen zijn bedoeld voor een voortgezette studie aan een universiteit, hogeschool, academie van beeldende kunsten of conservatorium in Polen of in geval van wetenschappelijker werkers voor een bezoek van één of twee maanden aan collega's voor algemene gedachtenwisseling en kennismaking met het aldaar verrichte onderzoek. Eveneens zijn een aantal beurzen beschikbaar voor Slavisten, die de zomercursus in de Poolse taal- en letterkunde aan de universiteit van Warschau van medio augustus tot medio september willen bijwonen. De beurzen kunnen verstrekt worden voor een akademisch jaar of een kortere periode. Het bedrag der beurzen is vastgesteld op 1000 Zl. per maand voor 10
degenen, die nog met het kandidaatsexamen of een examen, dat daarmee ongeveer gelijkgesteld kan worden, behaald hebben en op circa 2400 Zl. per maand voor degenen, die een graad behaald hebben. Studenten worden ondergebracht in een studentenhuis, wetenschappelijke werkers verblijven in een hotel. De reiskosten naar Polen komen voor eigen rekening. Aanvragen voor de beurzen kunnen %'óór 1 maart 1967 gericht worden tot de afdeling Internationale Culturele Betrekkingen van bet Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, Nieuwe Uitleg 4 te 's-Gravenhage. Kandidaten dienen te vermelden naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, adres, verrichte studie, doel van het studieverblijf in Polen, aan welke universiteit of instelling van onderwijs men zou willen studeren, kennis van de Poolse taal. Tevens moet worden overgelegd aanbevelingen van twee bij de studie betrokken hoogleraren of andere gekwalificeerde prsonen gesteld in de Franse, Duitse of Engelse taal en een pasfoto. Mej. mr, E. Talsma BELGISCHE BEURZEN De Belgische regering stelt in het kader van het Nederlands-Belgisch Cultureel Verdrag voor het studiejaar 1967—1968 (1 oktober tot 31 juli 1967) een aantal beurzen ter beschikking van Nederlanders. De beurzen zijn in principe bestemd voor hen die in Nederland met hun studie reeds vergevorderd of pas afgestudeerd zijn en die in België hun wetenschappelijke onderzoekingen enige tijd wensen voort te zetten. Sollicitanten moeten tenminste met goed gevolg hun kandidaatsexamen aan een Nederlandse universiteit of hogeschool hebben afgelegd. ledere beurs bedraagt 5.000 Belgische francs per maand en kan worden toegekend voor de duur van één tot ten hoogste acht maanden. Indien collegegeld betaald moet worden komt dit voor rekening van de Belgische regering. Zij die naar een dergelijke beurs wensen t( solliciteren kunnen tot uiterlijk 1 april 1967 hun aanvrage op een daartoe strekkend formulier in tweevoud indienen bij de chef van de afdeling Internationale Culturele Betrekkingen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, Nieuwe Uitleg 4 te 's-Gravenhage. Deze formulieren, welke zijn aan te vragen bij de afdeling voornoemd, dienen vergezeld te zijn van: a) een curriculum vitae (gemaakte studies en behaalde diploma's); b) een gedetailleerde uiteenzetting van het studieprogramma in België.met vermelding van de instelling (instellingen) waar men wenst te studeren of onderzoekingen te verrichten, subs, van de hoogleraren of andere personen onder wiens leiding men zich wil stellen. De kandidaat dient zich tevoren te vergewissen of zijn studieplan uitvoerbaar is en welke bijzondere voorwaarden daartoe eventueel vervuld moeten worden; c) aanbevelingen van twee hoogleraren van een Nederlandse universiteit of hogeschool of van twee andere daartoe gekwalificeerde personen waaruit o.m. blijkt dat zij met het ontworpen studieprogramma instemmen (afschriften biervan voor elk ingevuld formulier bijvoegen). Indien de betrokken hoogleraren daaraan de voorkeur geven kunnen de aanbevelingen ook separaat worden ingezonden); d) twee pasfoto's (voor elk ingevuld formulier één). I Mej. mr. E. Talstni