Tilburgs Hogeschoolblad jaargang 3
-
maandblad
Redactie: P. J. G. Aarts P. H. A. de Bekker B.J. M. Giesen Redactie-adres: Hogeschoollaan
225,
Tilburg
nummer 0
juni 1 9 6 6
W, A. F, M. van der Kruys L. P. H. Hensgens H, G, M. Dijstelbloem J. J. M. de Bont (Hoofd Bureau
Senaat)
V a n d e Redaktie Op maandag 23 mei j.l. vond in de voorzaal van het Eigen Huis de overdrachtsvergadering plaats van de sociologische kring Tilburg. De overdrachtsrede van de praeses, die getuigt van een diep inzicht in de problematiek van de
hedendaagse faculteitsvereniging, willen wij gaarne integraal afdrukken. Verder vindt U in dit nummer het jaarverslag de ab-actis en dat van de s.i.-afgevaardigde. hopen, dat we vooral de sociologen hiermee goede dienst bewijzen.
hier van Wij een
O v e r d r a c h t s r e d e v a n de p r a e s e s Dames en heren, Nu moet ik U waarschuwen voor het feit, dat ik in het korte woord dat ik ga uitspreken ter afsluiting van deze bestuursperiode, niet zal gaan schuldig maken aan valse bescheidenheid. Ik ben n.l. van mening dat het geen teken van aanmatiging is te stellen dat het afgelopen jaar een goed bestuursjaar is geweest. Uit de overzichten van de vice-praeses en de ab-actis is kunnen blijken dat wij dit jaar vele en belangrijke aktiviteiten hebben en kunnen realiseren en ik kan U zeggen dat dit ons tot grote tevredenheid stemt. Ik heb U gezegd, deze konstatering houdt geen aanmatiging in en ik zal U zeggen waarom dat niet zo is. Wy hebben ongetwijfeld in het afgelopen jaar in verschillende opzichten de wind stevig meegehad. We hebben — aanvankelijk tot onze grote verbazing, — bij elke aktiviteit een grote belangstelling ondervonden. De kring van aktieve leden bleek vrij onverwacht dit jaar veel groter dan in één van de jaren daarvoor en het zal duidelijk zijn dat er van Uw belangstelling een sterke stimulerende invloed op het bestuur is uit gegaan. Ik ben er van overtuigd dat ik namens het gehele bestuur spreek als ik U hartalijk 'dank
Kastnr.
zeg voor deze belangstelling en U verzeker, als dit afgelopen jaar als een goed jaar gekenmerkt kan worden dit' voor een niet gering gedeelte aan U te danken is. Ik mag ook de hoop uitspreken, dat het nieuwe Bestuur, dat vanavond gekozen gaat worden zich in dezelfde en zo mogelijk grotere belangstelling mag verheugen. Er zijn ongetwijfeld aanwijzingen voor dat deze hoop in vervulling zal gaan. Ik geloof niet, dat de belangstelling voor de kring (Ut jaar zo toevallig was. Ze is wel onverwacht mei gegroeid, maar toevallig is ze, dacht ik, zeker niet. Ik spreek namelijk bij deze als mijn overtuiging uit, dat de fakulteitsverenigingen in de toekomst willen uitgroeien tot zeer belangrijke, zoniet de belangrijkste studentenorganisaties. In een tijd waarin woorden als studie-rendement, demokratisering van het H.O., medezeggenschap van de student bij de programma-bepalingen in de studie enz. tot stafwoorden worden is het niet varwonderlijk, dat oudere studenten-verenigingen die primair op het gezelligheidsapect zijn gericht of him doelstellingen moeten herzien èf moeten terugtreden voor oudere meer funktionele d.w.z. dichter tegen de studie-zelf aanleunende en in die zin vormende verenigingen. Om duidelijk te zijn, ik spreek hierbij geen waardering uit, maar konstateer een tentJertr waai /.m ZÜkül' leKEning mee geftouden
«er
•«tUOTHEEK KATHOLIEKE HOGESCHOOL Til t
iing
NTr.
zal moeten worden; een tendenz die duidelijk blijkt uit de toenemende belangstelling — niet alleen in Tilburg — voor de aktiviteiten van de fakulteitsverenigingen en een afnemende belangstelling — en daar tot nogtoe vooral buiten Tilburg — voor de traditionele studenten-gezelligheidsverenigingen. Een van de belangrijkste taken voor het nieuwe Bestuur lijkt me dan ook een kritische bezinning op de funktie van de fakulteitsvereniging in de toekomst en op de maatregelen, die reeds aangenomen zullen moeten worden om voorbereid te zijn op de te verwachten ontwikkelingen. Ontwikkelingen dus die, dacht ik, vooral zullen bestaan uit een grotere belangstelling van een nieuw type student voor de vereniging, gepaard gaande met een nauwere gelieerdheid aan de Hogeschool in welks aktiviteit genoemd nieuw type student zal te achten een woordje te gaan meespreken. In verband met deze noodzakelijke kritische beginning lijkt het me evident, dat het ia hoge mate wenselijk geacht moet worden een zekere mate van kontinuïteit in te bouwen in het bestuur van de S.K.T. Onze vice-praeses de heer Verdier is de waardevolle schakel geweest die het vorige bestuur met het huidige bestuur verbond en het is juist in dit jaar mogelijk geworden, iets van een beleid te gaan formuleren. Het lijkt bijzonder wenselijk als deze kontinuïteit ook in het nieuwe bestuur gehandhaafd kan blijven en dit is — naast het grote vertrouwen dat het bestuur heeft in de kapaciteiten van de heer v. d. Konings — dan ook de reden geweest waarom wij onze assessor vanavond naar voren brengen als onze kandidaat voor het nieuwe praesidiaat. Naast onze leden is er nog een groep, die voor zijn belangstelling en medewerking in het afgelopen jaar onze hartelijke dank verdient en wel de groep der hoofdleraren. Wij zijn in de sociologische Faculteit zo gelukkig een groep van hoofdleraren te hebben, die stuk voor stuk persoonlijk benaderbaar zijn en bijzonder open staan voor de aktiviteiten van de kring en, daartoe uitgenodigd, steeds bereid blijken hun volledige medewerking te verlenen. Een woord van dank is ook op zijn plaats voor de enige kommissie die het Bestuur dit jaar in het leven heeft geroepen; de studiekommissie. Ik geloof dat het doel dat het bestuur voor ogen had toen zij deze kommissie instelde, n.l. een basis te scheppen waarop het mogelijk was om alle problemen die bij de studentencolleges mbt de studie in de meest brede zin bij de hoofdleraren aanhangig te maken en in de grootst mogelijke openheid te bespreken, duidelijk is bereikt. De kommissie heeft in het afgelopen jaar haar bestaansrecht en bestaansmogelijkheid ten volle bewezen en ik zeg haar daarvoor bij deze
2
in de figuur van haar voorzitter de heer v. d. Vet hartelijke dank. Ik spreek verder de hoop uit, dat Uw werk in het komende jaar voortgezet mag worden met evenveel animo en resultaat. En dan kom ik tenslotte aan de — aangename — taak mijn medebestuursleden dank te zeggen voor het vele werk dat zij dit afgelopen jaar in goede harmonie en met volledige inzet hebben verricht. Ik zou dat graag tot ieder persoonlijk doen en ik ga dus in tegen de vorm die het bestuur in het afgelopen jaar heeft gekregen en die haar grootste kracht heeft betekend; de vorm nl. van een hecht team; het team was het belangrijkste, maar zoals bij voorbaat duidelijk is kan een team pas goed werken bij een volledige bereidheid en toewijding van individuen en daarom bedank ik nu de bestuursleden afzonderlijk. Mijnheer Verdien U als vice-praeses hebt in het afgelopen jaar, ik heb het reeds vermeld, de kontinuïteit gewaarborgd. Maar ook in dit bestuur zelf was U wellicht - het belangrijkste bindende element. Als ik daarbij Uw vele goede suggesties voeg, is, dacht ik, volkomen duidelijk dat ik U terecht hartelijk dank zeg. Mijnheer Box; Uw werk hebt U in het afgelopen jaar met veel vreugde op een voortreffelijke manier verricht, ledereen, zelfs diegenen, die U moest gaan afschrijven voor een ekskursie wegens een te grote inschrijving, moet toegeven, dat hij door Uw stilistische gaven aangenaam werd verrast. U hebt dit jaar hard moeten werken misschien het hardst van ons allemaal. En U hebt dat ook gedaan en ik zeg U daarvoor mijn hartelijke dank. Mijnheer Bleyenbergh: U begon dit jaar als quaestor in een bestuur, dat een schuld van honderden guldens had geërfd. U hebt kans gezien een einde te maken aan de bedenkelijke gewoonte een tekort aan het volgende bestuur over te geven en verder hebt U kans gezien de schulden grotendeels af te doen. Dat U dit jaar vaak de pot gesloten moest houden als Uw medebestuursleden hem open wilden zien, was een voor U minder plezierige kant van Uw werk, maar U hebt ons steeds op zeer charmante wijze van de redelijkheid van Uw argumenten weten te overtuigen. Mijnheer Bleyenbergh; van harte bedankt. Mijnheer v. d. Konings: U hebben wij dit jaar tot onze grote tevredenheid zeer veel in Uw werk zien groeien. Paarde U in het begin van het jaar een groot enthousiasme aan een zo mogelijk even grote jeugdige onbezonnenheid, in de loop van het jaar bent U duidelijk wijzer geworden terwijl het enthousiasme en de inzet bleef. Ik spreek de hoop uit dat de S.K.T. dit jaar van Uw werk mag blijven profiteren en spreek bij deze gaarne mijn hartelijke dank uit voor Uw werk in het afgelopen jaar.
J a a r v e r s l a g v a n de A b - A c t i s In juni '65 vond de overdracht van het bestuur plaats. Het aftredend bestuur verkreeg een vertrouwde ovatie doordat het door haar voorgestelde nieuwe bestuur en bloc gekozen werd. Op haar eerste vergadering bezon het nieuwe bestuur zich op de functie en taak van de faculteitsvereniging en kwam hierbij tot de conclusie dat: a) Het contact met de hoogleraren, vooral gezien de ervaringen in dezelfde faculteit in andere universiteitssteden bijzonder goed is te noemen. Het bestaande communicatiesysteem stustudent-hoogleraar via het bestuur van de SKT moet gecontinueerd worden en verder uitgebouwd. Het bestuur stelde zich voor dit te verwezenlijken door bij elke hoogleraar een persoonlijk bezoek te gaan afleggen. Eventuele klachten op problemen van studenten zouden bij haar kunnen worden ingediend waarna deze aan de Secretaris van de Faculteit zouden worden doorgegeven. Van deze opzet kon worden gezegd dat ze volkomen is geslaagd. Het kontakt met de hoogleraren bleek zich naar onze beste verwachting te ontwikkelen waartoe vooral de bijzonder gezellige ontvangsten bij de hoogleraren thuis het hunne hebben bijgedragen. Van diverse studenten werden klachten en wensen ontvangen welke veelal betrekking hadden op de vaststelling en de tijdige bekendmaking van de tentamen- en examendata. Deze wensen werden aan de Secretaris van de Faculteit doorgegeven hetgeen resulteerde in een toezegging van de Faculteit deze data tijdig vooraf bekend te maken. b) Bij haar oriĂŤntatie wat in feite de punktionele opzet van de S.K.T. behoort te zijn kwam het nieuwe bestuur tot een duidelijke standpuntbepaling. Binnen het kader van de nieuwe structurele opzet onder het overkoepelende coĂśrdinerend geheel van de ATSO moest volgens het nieuwe bestuur de taak van de faculteitsverenigingn vooral liggen op 't vlak van 'n verdere aanvulling en verlevendiging van de studie, niet op het theoretisch aspect, dit zij voorbehouden aan de Hogeschool, doch op de praktijk. Het was vooral vanuit dit gezichtspunt dat het bestuur meende haar beleid te moeten bepalen. De sociologie student in kontakt brengen met het praktisch gebeuren waarover hij in zijn opleiding theoretisch inzicht verwerft, deze theorie voor hen meer beleefbaarder en concreet te maken. Het bestuur was er zich met gepaste bescheidenheid van bewust dat dit geen nieuwe visie was. Ook vorige besturen hebben, hoewel misschien niet zo uitgesproken, in deze richting gewerkt, echter in de afgelopen jaren vooral door het organiseren van lezingen. Gezien de geconstateerde minimale belangstelling hiervoor en het toch al te grote aanbod op de lezingen besloot 't bestuur de lezingen de lezingen te laten en de mensen zelf in de praktijk ia directer kon-
takt te brengen met het werk van de criminoloog, de psycholoog, de psychiater, de socioloog. Daartoe werden een aantal excursies georganiseerd. Gezien de vrij grote belangstelling die tegenwoordig onder de sociologen groeit voor de criminologie werd besloten op 2 december met Prof. Bronkhorst een excursie te organiseren naar de koepelgevangenis in Breda. De belangstelling hiervoor, evenals voor alle nog verder te organiseren excursies bleek zo gfooi te zijn dat het bestuur tot de onsympathieke maatregel van selectie moest overgaan. Op 11 februari werd met Prof. Dr. F. v. Dooren 'n excursie georganiseerd naar de Psychiatrische Inrichting te Vught. Deze excursie, eigenlijk vooral bedoeld voor kandidaatstudenten, liet op allen een diepe indruk na, evenals de ontvangst door Dr Woltering waarvan wij enkele weken later het overlijdensbericht zagen gepubliceerd. Op 15 maart organiseerde het bestuur met Prof Dr J. Stalpers een excursie naar de KRO radio- en televisiestudio's. Deze voor sociologen bijzonder interessante excursie werd afgesloten met het bijwonen van een televisieopname van Jules de Corte. In de loop van het jaar kwam het echter in een streek die vele studenten bijzonder nauw aan het hart ligt tot ernstige structurele moeilijkheden. Gezien het unieke feit van de plotselinge her-structurering van een gehele streek meende het bestuur, van vooral de sociale problematiek hetwelk. dit met zich meebrengt te belichten, hiervoor een forum te moeten beleggen waarin een aantal bij uitstek deskundigen hun visie hierop zouden geven. Gezien het belang van dit forum meende het bestuur ditmaal, bij uitzondering, ook de studenten uit andere faculteiten hieraan te moeten deelnemen, hetgeen dan ook in een massale opkomst resulteerde. Het forum vond na een uitgebreide voorbereiding plaats op 25 januari. Verschillende bestuursleden zullen de bijzonder hartelijke kontakten die zij in deze tijd met de diverse forumleden hadden, niet licht vergeten. Als voorzitter fungeerde Prof Dr F. v. d. Ven. De verdere deelnemers waren Drs F. Gijzels. Drs A. Rottier, Dhr J. Molkeboer, Ir W. Teeuwese en ip.v. Dhr F. Dohmen, Dhr Weyers. Ter gelegenheid van dit Forum verleende de redactie van het Hogeschoolblad alle medewerking bij de uitgave van een extra nummer waarvoor het bestuur zeer erkentelijk is. Toch bleek het Forum in haar verloop, nl. het belichten vooral van de sociale consekwenties van een herindustrialisatie niet aan de verwachtingen te hebben beant-
*
woord, wat gedeeltelijk te wijten was aan de samenstelling van het forum en het ontbreken van een concrete probleemstelling op dit gebied. Vooral van de zijde van de hoogleraren bleek dit niet beantwoorden aan de doelstelling het sterkst gevoeld te worden. Het bestuur van de SKT heeft toen in overleg met de hoogleraren een commissie ingesteld die de concrete mogelijkheden van een onderzoek van studenten in deze problematiek zal nagaan. De uitwerking van dit plan zal een erfenis zijn voor het volgende bestuur.
d) Als voornaamste activiteit van het afgelopen jaar beschouwt het bestuur de organisatie van de excursie naar Parijs. Het bestuur is in het bijzonder dankbaarheid verschuldigd aan Prof. Dr. Godefroy die in de voorbereiding van de excursie een bijzonder groot aandeel had. Vooral is deze excursie georganiseerd omdat naar het oordeel van het bestuur veel te weinig studenten in hun studententijd in het buitenland komen. Graag zou het aftredende bestuur zien dat dergelijke langere buitenlandse reizen tot een vast programmapunt van de SKT worden.
Verder was het bestuur in de gelukkige omstandigheid een socioloog die de laatste tijd nogal snel bekendheid heeft gekregen bereid te vinden over zijn denkbeelden in Tilburg een lezing te komen houden. Op 14 dec. hield Pater Hoefnagels s.j. die overeenkomstig een inleiding over „De plaats en de taak van de sociologiebeoefening in de sociale werkelijkheid". Naast vele studenten bleken voor de lezing ook Prof. Dr. R. de Moor en Prof. Dr. Janssen belangstelling te hebben.
Voor deze excursie bestond een overweldigende belangstelling hetgeen niet alleen te wijten zal zijn geweest aan de magnetische werking van Parijs zelf, maar aan het door Prof. Godefroy opgestelde bijzonder interessante programma.
c) Het bestuur meende dat de belangstelling van de Tilburgse student niet moet ophouden bij het inhoudelijke van zijn studie, maar zich ook dient uit te strekken tot het formele aspect. Dit aspect werd sterk relevant door de voorgestelde invoering van het nieuwe teadenisch statuut, omgeven met veel geheimzinnigheid. Prof. de Moor bleek echter genegen op een huishoudelijke vergadering hierover een minding te houden waardoor veel van de geheimzuinigheid verdween. Een lang gekoesterde wens, een eigen inbreng te leveren bij de formele opzet van de studie ging in vervulling toen ook aan hoogleraarszijde de wens werd uitgesproken te komen tot een vruchtbaar overleg met de student bij de uit het nieuwe Academisch Statuut voortvloeiende vernieuwde opzet en indeling van de studie. Om dit overleg te intsitutionaliseren en om tot een effectieve werkwijze te komen werd een studiecommissie ingesteld, welke in haar verticale opbouw elk jaar vertegenwoordigt. Reeds spoedig werd wegens praktische redenen de commissie intern gesplitst in een kandidaats- en doctrinaalcommissie waarbij de kandidaatcommissie vooral als klachtenbureau zou fungeren, de doctoraalcommissie vooral de structurele problemen zou bestuderen. Vooral dit laatste werd door deze commissie bijzonder energiek aangepakt en resulteerde in een eigen, in een, plan vastgelegde, visie met de nieuwe sturctuering in de studie. Van de zijde der hoogleraren werd dit plan vooral in haar essentiala zeer goed ontvangen, tevens werd de wens uitgesproken deze bijzonder vruchtbare vorm van samenwerking te continueren.
4
e) Voor de eerste maal in de historie van de SKT heeft de faculteitsvereniging zich dit jaar, buiten de viering van de lustra om, op het in Tilburg nogal contraversiële pad van de gezelligheid begeven door haar diesfeest te vieren met een soiree-dansante. Het bestuur van de SKT wil hier als haar mening uitspreken dat de organisatie van het gezelligheidsleven niet op haar pad ligt en ook niet behoort te liggen. De situatie is in Tilburg echter momenteel zo dat het gezelligheidsleven — interfacultair opgezet — de meerderheid der studenten niet bevredigt. In het verleden is daarom nogal eens aandrang uitgeoefend om over te gaan tot de oprichting van SKT- of ATSO-disputen. Deze boot is doelbewust afgehouden. Reeds alleen uit praktische overwegingen kan de taak van een faculteitsvereniging alleen liggen op 't vlak van de studie. De problematiek van het gezelligheidsleven zal opgelost moeten worden vanuit of ondanks de bestaande gezelligheidsverenigingen. Om in een gevoelde overgangsfase echter toch tegemoet te kunnen komen aan de wensen van velen, heeft het bestuur gemeend haar diesviering meer feestelijk te laten verlopen. Hiertoe werd een diescommissie in 't leven geroepen die zich uitstekend van haar taak kweet en de zalen van de Philharmonic, ondanks een aanvankelijk scepticisme, met hoogleraren en studenten geheel gevuld wist te krijgen. Als laatste wens moge het aftredend bestuur uitspreken dat de loyale en vaak spontane medewerking die zij in het afgelopen jaar van vele leden heeft ondervonden, ook tot de ervaringen zal behoren van het nieuwe bestuur. J. M. F. Box ht-ab-actis
S.L V e r s l a g 1965-1966 Op 4 juli 1964 werd te Utrecht de zogenaamde Sociale Interakademiale ontbonden, die zich onder de afkorting SOCI-I reeds lange tijd bezig hield met het suksesvol organiseren van kongressen en het koordineren van sociaal-geografische en sociologische fakulteitsverenigingen. Hieruit ontstonden de Geografische Federatie en de Sociologische Interakademiale, welke laatste niet meer van de letters SOCI-I gebruik mocht maken, omdat men vreesde dat dan de niet te onderschatten goodwill, die de ontbonden federatie genoten had, alleen aan sociologen ten goede zou komen. Negen fakulteitsverenigingen sloten zich bij de SJ. aan. Eind 1964 werd er een Dagelijks Bestuur gevormd, dat bestond uit vijf studenten uit verschillende steden. Dit D.B. is uitvoerend en koordinerend orgaan. Het schrijft op gezette tijden praesidiumvergaderingen uit, waaraan deelnemen de vertegenwoordigers van de besturen van de aangesloten verenigingen. In april 1965 organiseerde de S.I. in Tilburg haar eerste kongres. Dit kongres had als thema: „Crisis in de Universiteit?" Haar welslagen was voor een groot gedeelte te danken aan de inspanningen van de daartoe in het leven geroepen kongreskommissie. In april 1966 werd net tweede kongres, in Groningen, georganiseerd onder de titel „Arbeid en Vrjje Tijd". Sprekers warea Dr. L. van Outrive uit Leuven (Belgische redakteur van de Sociologische Gids), C. Nieuwenhuis, beter bekend als Constant (schilder en beeldhouwer) en Prof. Dr. J. A. P. van Hoof uit Nijmegen. Voorzitter van het forum was Prof. Dr. P. J. Bouman uit Groningen. Ook dit kongres werd door velen geslaagd genoemd.
In februari van dit jaar werd er een nieuw D.B. gevormd. Het ziet zich geplaatst voor een uitgebreide problematiek. Zij is van mening dat er wat meer gewicht in de schaal gelegd kan en moet worden. Het D.B. heeft een aantal funkties vastgelegd, met de uitvoering waarvan zij zich intensief zal bezighouden. Hieruit zal moeten blijken op welke wijze het D.B. meent vorm te moeten geven aan een zich van bestaansrecht verzekerde Sociologische Interakademiale. 1. Middels periodieke vergaderingen de mogelijkheid openen tot overleg tussen de sociologische fakulteitsverenigingen; 2. Representatie van wde federatie naar buiten; 3. Vertegenwoordiging van de federatie in het landelijk College van Studentenfaknlteitsverenigingen, waarvan zij lid is; 4. Middels periodieke vergaderingen, organiseren van studieweekends, mogelijkheid geven tot overleg tussen de verschillende studiekommissies; 5. Het vormen van een landelijke studiekommissie die konklusies, vastgelegd in rapporten kan aanbieden aan de sektie Sociologie van de Akademische Raad; 6. Geregeld bieden van informatie aan de fakulteitsverenigingen en studiekommissies door middel van een nieuwsbulletin; 7. Geregeld uitgeven van een lijst met namen en adressen van besturen der verenigingen, studiekommissies enz. 8. Organiseren of doen organiseren van kongressen en gezamenlijke ekskursies.
Open Tilburg Voorwoord De problematiek die in dit artikel wordt aangesneden is dikwijls onderwerp van gesprek geweest. Wij zijn Prof. Dr. C. F. Scheffer zeer erkentelijk dat hij bereid is ran in het komende nummer de problemen rond het studieprogramma te behandelen. De redactie De geregelde lezers van het Hogeschoolblad , zullen verrast zijn geweest door de opname, in het laatste nummer-mei 1966 — van een tweetal beschouwingen over Universitaire problemen in Duitsland en België. Of dit een nieuwe koers van het blad betekent dat vooral in de beginperiode een nogal dorre indruk maakte-weet ik niet, maar toe te juichen vak het gebaar zeker. Door het aan de orde stellen van deze problemen binnen de sfeer van
de Tilburgse Hogeschool wint het blad aan waarde. Gebruikmakend van deze „dooi" moge ik hier vervolgens enkele vragen aan de orde stellen, die, naar mijn mening, vooral in studentenkringen de aandacht hebben en zo dit laatste niet het geval mocht zijn verdienen. De eerste vraag betreft de discussie naar aanleiding van de „Notitie' van de TAEK. Na de eerste felle gedachtenwisseling in het Hogeschoolblad en later in de Taek mededelingen is er voor zover mij bekend weinig meer gebeurd. De bedoeling van deze „Notitie" echter was juist te zijn: „een eerste bijdrage tot een discussie" De door de „Notitie" gesignaleerde misverstanden bestaan werkelijk, evenals het onbehagen bij de diverse partijen die bij het onderwijs betrokken zijn. Ook is er nog steeds geen alternatieve 5
hogere opleiding voor „economen", die uiterlijk anders gericht is dan die we momenteel aan onze Hogenschool vinden. Is de problematiek dan toch opgelost dat we er zo weinig van horen of is alles weer op de lange baan geschoven? Waar blijft in dit verband de zozeer gewenste communicatie? Is het niet zo dat de hele gang van zaken in het Tilburgse academische leven vaak een sterk paternalistische indruk maakt? luist bij een relatief kleine Hogeschool zouden begrippen als marketing medezeggingschap efficiency vrij goed door gevoerd en benut kunnen worden. Er zijn er, die in deze begrippen een dodelijke aanval bespeuren op het karakter van het wetenschappelijk onderwijs. Dit moet echter op een onjuist verstaan van de termen berusten. Nemen wij bijvoorbeeld het begrip: efficiency, dat aangeeft het met aanwezige middelen behalen van een zo goed mogelijk resultaat. Wanneer het te bereiken resultaat nu optimaal wetenschappelijk onderwijs is, dan is efficiency een begrip dat niet ondermijnend doch juist bevorderend kan werken. Uit de twee overzichten in bet mei nummer van dit blad, bleek dat in het buitenland grote aan-
dacht aan deze problemen wordt besteedt, maar wat gebeurt er hier in Tilburg? Misschien gebeurt er erg veel; jammer genoeg dringt dit niet door naar buiten. Waarschijnlijk zijn velen het erover eens dat er veel en snel veranderd moet worden aan bet Hoger Onderwijs in Tilburg-niet om af te breken van wat goed is, maar om te verbeteren van wat te zwak is. Ook de studenten hebben bij dit proces een taak, al maken zij hier in Tilburg een nogal ongeïnteresseerde indruk. Maar dan moet er ook een forum zijn; een plaats waar ze deze taak kunnen uitvoeren. Op dit moment werkt O.M. de T.E.F. zeker nog niet als zodanig — al wil ik zeker niets afdoen aan het vele werk dat verricht wordt door haar. Kortom er is bij de studenten onbehagen, er is gebrek aan informatie — het ontbreekt aan duidelijkheid over de te volgen lijn. Dit werkt des-interesserend en roept misverstanden op. Is het daarom mogelijk dat er nu van verschillende zijde een bevredigend antwoord komt. De redactie van het Hogeschoolblad zij dank gebracht voor het openstel en van de mogelijkheid hiertoe. H. J. de Loer
S t u d e n t e n b u d g e t o n d e r z o e k 1966/'67 Het Centraal Bureau voor de Statistiek (C.B.S.) te 's-Gravenhage zal in het studiejaar 1966/1967 een nationaal budgetonderzoek onder studenten houden. Het intrekken van de mensasubsidie op de maaltijden en de stijgende kosten van levensonderhoud zijn aanleiding geweest tot het verzoek van de Nederlandse Studentenraad in december 1963 aan de toenmalige Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen om instelling van een „nationaal onderzoek naar het studentenbudget, huisvesting, eetgewoonten en enige andere kwesties die nauw bij het onderwerp betrokken zijn". Na advies van de Academische Raad, heeft de Minister het Centraal Bureau voor de Statistiek verzocht dit onderzoek in te stellen. Het onderzoek beoogt in de eerste plaats een beeld te geven van de levenswijze en bet levensniveau van de studenten voor zover beide aspecten kunnen worden belicht door een analyse van de samenstelling van het inkomen van de student en van de wijze waarop dit inkomen wordt besteed. Mede op grond daarvan kan het beleid ten aanzien van bijv. voorzieningen op het gebied van huisvesting, voeding, sport, geneeskundige verzorging en verenigingsleven worden bepaald. Ook hel rijksstudietoelagebeleid kan mede door het onderzoek gaan steunen op bruikbare en recente prak6
tijkcijfers. Aan de aspirant-studenten en hun ouders kan een meer verantwoorde voorlichting omtrent de kosten van studeren kunnen worden gegeven. Het onderzoek, waarbij gebruik gemaakt wordt van de steekproefmethode strekt zich uit over bijna de gehele studentenbevolking van de universiteiten en hogescholen. Alleen studenten die jonger zijn dan 18 jaar of ouder dan 27 jaar en studenten met een volledige werkkring worden buiten beschouwing gelaten. De laatsten zijn in budgettair opzicht grotendeels gelijk te stellen met groepen waarover reeds gegevens verzameld zijn bij het C.B.S. Niet alleen de studenten die volgens een a-selecte methode worden gekozen, maar ook htm ouders zullen worden benadatL Deze werkwijze is noodzakelijk om een volledig beeld te krijgen van het budget der studenten. De student wordt tweemaal met ongeveer een week tussenruimte bezocht. De ouders van de student worden éénmaal geïnterviewd. Indien de student thuis woont of met vakantie thuis is, zullen de bezoeken aan student en ouders gecombineerd worden. De enquêtrices zijn als CBS-medewerkers door een verklaring tot absolute geheimhouding verplicht. Het Bureau geeft bovendien nimmer inzage van individuele gegevens aan derden en publiceert
slechts cijfers die betrekking hebben op groepen van personen. Men behoeft dus geenszins bevreesd te zijn dat zijn budgettaire „geheimen" bij bet C.B.S. niet veilig zouden zijn.
de waarde van de steekproef. Gezien het grote belang van het onderzoek voor de studenten zelf, vertrouwt het C.B.S. dat alle daartoe aangezochte studenten tot medewerking bereid zullen zijn.
Het is van groot belang voor het onderzoek dat de bij toeval gekozen personen medewerking verlenen daar anders geen zekerheid bestaat omtrent
Het Centraal Bureau voor de Statistiek verstrekt geïnteresseerden gaarne nadere inlichtingen.
Struyckenprijs 1966 Het hoofdbestuur van het Thijmgenootschap heeft op voordracht van het bestuur van de economische afdeling de Struyckenprijs 1966 toegekend aan dr. A. A. J. Smulders. De prijs is 14 mei j.l. op de algemene vergadering van het genootschap te Arnhem uitgereikt.
Het Thijmgenootschap is een vereniging tot bevordering van de beoefening der wetenschappen. De Struyckenprijs is genoemd naar Mr. A. A. H. Struycken, 1873-1914, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, en bekend beoefenaar van het staatsrecht in Nederland.
E x c u r s i e s Sociologisch e Kring Tilburg Na de excursie naar de Strafgevangenis te Breda waarover v/ij reeds in een vorig nummer mochten schrijven, organiseerde het bestuur van de SKT een drietal belangrijke excursies. De eerste hiervan ging o.l.v. Prof. van Dooren naar de psychiatrische inrichting „Voorburg" te Vught. De inleidingen van het stafpersoneel en de hierop volgende discussie en rondleiding gaven een goede indruk van het werk in de psychiatrische inrichting. Thema's als: socio therapie, medische behandeling, verpleging, arbeidstherapie kwamen aan de orde, terwijl eveneens het werk dat de diverse specialisten verrichten, behandeld werd. Important was, dat hierbij werd ingegaan op de mogelijkheden voor de socioloog om in het team van een psychiatrische inrichting werkzaam te zijn. Uit de discussies en het bezoek aan de diverse afdelingen bleek, dat er voor de socioloog een belangrijk werkterrein ligt. Naast de socioloog met sociaal pedagogische specialisatie zou eveneens op het organisatorische vlak belangrijk werk verricht kunnen worden door de bedrijfssocioloog, terwijl voor de socioloog met belangstelling voor de micro-groep (of sociaal psycholoog) eveneens goede mogelijkheden zijn. In het college van Prof. van Dooren werden deze mogelijkheden nader besproken.
De tweede excursie, waarvoor eveneens grote belangstelling bestond, ging naar de KRO te Hilversum. De problematiek van de verzuilde omroep, in het bijzonder de positie en taak van de Katholieke omroep, waren gespreksthema. In een forum waarvan Prof. Stalpers, die ook de excursie leidde, voorzitter was, werden een aantal belangrijke vragen ter discussie gesteld. Zowel voor de studenten als voor de KRO-functionarissen bleek deze discussie interessant te zijn, vandaar het voorstel om over het gespreksthema een „vervolgdiscussie" in TUburg te organiseren. Daarnaast werd nog nader kennis genomen van het werk bij de Sociologische Dienst bij de Omroep, terwijl een bezoek werd gebracht aan de Radio- en TV-studio's. De laatste excursie vond o.l.v. Prof. Godefroy plaats naar Parijs. Ruim 50 studenten hebben ojn. een bezoek gebracht aan de UNESCO, de Nederlandse Ambassade en de Maisons de Culture terwijl bovendien aandacht werd besteed aan de Demografische en urbane problemen van de stad Parijs c a . in een inleiding van Prof. Chombard de Lauwe. L. P. H. Hensgens
7
P r o m o t i e v a n Dr. J. P. A. v a n d e n D a m Op donderdag 26 mei 1966 promoveerde aan de Katholieke Hogeschool te Tilburg tot doctor in de Economische Wetenschappen de heer J. P. A. van den Dam op een proefschrift, getiteld „Arnold Leon Armand Diepen 1846-1895. Industrieel en publicist over economische en sociale vraagstukken". Promotor was Prof. Dr. H. F. J. M. van den Eerenbeemt. Van deze door de Stichting Zuidelijk Historisch Contact te Tilburg uitgegeven dissertatie volgt hier een kort overzicht van de inhoud.
sen voor- en tegenstanders van beschermende rechten werd Diepen de ook als economist erkende woordvoerder van het protectionisme. Dat hij op zijn weg even vastberaden tegenstanders als W. C. Mees, J. L. de Bruyn Kops en N. G. Pierson vond, wier vrijhandelsidealen tegen een gevoelige conjunctuur bestand heetten, prikkelde de ondernemer-publicist in hem bij herhaling zijn visie opnieuw kenbaar te maken, meer argumenten voor zijn standpunt te verzamelen en deze te verdedigen.
Te Tilburg geboren uit een geslacht van lakenfabrikanten, te Katwijk aan Zee als goed leerling door de Jezuïeten gevormd, in 1870 medestichter van ét hernieuwde familiefirma „Gebroeders Diepen", die hij vanaf 1877 tot aan zijn dood als enig vennoot beheerde, wordt Armand Diepen na een uitvoerige schets van de economische en sociale situatie in de tweede helft van de negentiende eeuw niet enkel als Tilburgs ondernemer beschreven, maar ook teboekgesteld als de fabrikant, die vanuit de praktijk van zijn bedrijf dank zij een strijdvaardige pen als economist en sociaal denker geschiedenis heeft gemaakt.
Als gevolg van de gelukkige omstandigheid de eigen inzichten door zelfstudie aan te vullen kon Diepen tot aan zijn dood blijven polemiseren met hoogleraren, fabrikanten en bankiers. Met name zijn pennestrijd tegen het denkbeeld van het klassieke evenwichtsmechanisme van de alom erkende economist Pierson gaf hem de gelegenheid zijn denkbeelden inzake protectie meer overzichtelijk te maken, een eigen waardeleer te formuleren en de prijsvorming nader te onderzoeken.
Terwijl Diepen node van een wetenschappelijke opleiding afzag en zich meer welbewust van directe politieke activiteiten afzijdig hield, wist hij als ondernemer zijn bedrijf bijtijds van een nieuwe technische, financiële en organisatorische structuur te voorzien. Daarnaast bewees deze notoire Tilburgse ingezetene zijn stad goede diensten op maatschappelijk terrein. Door praktijk en zelfstudie waren de opvattingen en theorieën van de grote economisten alt zijn tijd hem niet onbekend. De periode van Diepens publicistische ijver (1886-1895) werd gemarkeerd door een dalende conjunctuur, waarvoor hij in zijn vele artikelen in periodieken en kranten, de algehele oorzaken trachtte aan te geven. Wanneer een bepaalde tak van bestaan, welke op natuurlijke wijze was gevestigd, werd bedreigd met verval of liquidatie, was volgens Diepen protectie niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk. In de grote hoeveelheden goedkoop geïmporteerd graan zag hij dan ook de voornaamste oorzaak van de heersende malaise, die behalve de landbouw ook het industriële en financiële apparaat moest ontwrichten. De terugslag in de beloning van kapitaal en arbeid kon slechts ongedaan worden gemaakt door een consequent doorgevoerde politiek van protectie. Deze betoogtrant maakte Diepen tot een even hardnekkige als strijdbaar tegenstander van vrijhandel en in de sinds 1880 ontbrande strijd tus-
8
Ofschoon zijn geschriften nog vijftien jaar na zijn dood voor zijn medestanders gevleugelde woorden bevatten, moeten zijn opvattingen over het Arbeidsloon, bepaald door de kundigheid van de arbeider en door de behoefte aan werklieden, meer in overeenstemming worden geacht met zijn ondernemerschap dan met zijn getuigenis als economisch publicist; levensbehoeften ca -onderhoud van de arbeider mochten immers geen directe invloed uitoefenen op de vaststelling van het arbeidsloon. Als sociaal denker was Diepen een tegenstander van minimumloon en van beperking van de arbeidsduur, die nooit tot loonsverhoging mocht leiden. Aan de socale wetgeving kon slechts waarde worden toegekend, indien deze hem als ondernemer erkende. Daarom heette bijvoorbeeld de gedwongen winkelnering bij Diepen een direct gevolg van een eenmaal bij de indiensttreding gemaakte afspraak. Staatsinmenging mocht slechts tot protectionisme voeren, niet tot loonsverhoging; de wet op de vrouwen- en kinderarbeid gold voor Tilburg als „hoogst schadelijk" en „belemmerend", zodat een Goeman Borgesius zich genoopt zag Diepen te doen inzien datdeze wet geen „strafwet" kon zijn. Door middel van een becommentariseerd waardeoordeel kan Diepen echter niet als reactionair worden aangeduid. Hij was de economist en ondernemer, die een goed geloof hechtte aan de menselijke vooruitgang en wiens matige progressiviteit in dezen getemperd werd door een meer conservatieve stellingname inzake de sociale problematiek van zijn tijd. A. E. M. Janssen
J. P. A. VAN DEN DAM Johannes, Petrus, Antonius van den Dam werd geboren te Breda in 1924. Hij studeerde economische wetenschappen (economisch-sociologische richting) aan de Katholieke Hogeschool te Tilburg, waar hij in 1950 slaagde voor het doctoraal examen. Hij werkte bij de Bank van Mierlo en Zoon N.V. te Breda en werd in 1952 adjunctdirecteur van de gemeentelijke dienst voor sociale zaken in deze stad. In 1956 aanvaardde hij tevens de functie van directeur van het woningnoodbureau en in 1959 volgde zijn benoeming tot di-
recteur van de gemeentelijke dienst voor sociale zaken en huisvesting. Op 1 januari 1965 werd hij geïnstalleerd als Gemeentesecretaris van Breda. De heer van den Dam is onder meer lid van de Raad voor de Kinderbescherming in het arrondissement Breda. Van zijn hand zijn vele publikaties verschenen op sociaal, sociaal-cultureel en sociaalhistorisch gebied.
Gustav P r o h n T Gustav Josef Frohn werd in 1898 te DuisburgRuhrort geboren. Hij maakte de eerste wereldoorlog mee aan het westelijk en oostelijk front Daarna kwam hij naar Tilburg, waar hij leraar werd aan de Textielschool om vervolgens een belangrijke plaats in de textielindustrie in te nemen. Hij behoorde tot de 28, die zich bij de oprichting van onze hogeschool in 1927 lieten inschrijvenn. Met Piet van Berkum en Charles Truyen was hij in 1933 bij de drie, die het eerst afstudeerden. Hij was één van de oprichters van de T.A.E.K. en — weinigen zullen dit weten — de eerste T.A.E.K.-secretaris, Eenmaal Nederlander, was hij dit voor 100% en gedurende de tweede wereldoorlog een voorbeeld voor vele geboren Nederlanders. Hij kon nu eenmaal niet iets half doen. Wat bij deed, deed hij met inzet van zijn gehele persoon en al zijn krachten. Hij toonde dat als leraar, als werkgever, als vriend, als huisvader. Op en top een
heer, een man met een grote innerlijke beschaving en een grote sociale bewogenheid. Hij behoorde tot onze allerbesten. Hij zag van zijn medemensen alleen maar het goede. Waar hij kon, kon hielp hij en men moest het niet wagen hem te bedanken: „och kom, het is de moeite niet waard" zei hij dan. Nu ik so schrijvende naar zijn foto kijk, zou ik hem als zijn lijfspreuk geven: „Ik dien". Ondanks zijn wankele gezondheid van de laatste jaren, ondanks zijn bewustzijn, dat bet plotseling met hem afgelopen kon zijn, kon hij hartelijk en smakelijk lachen: „Ik heb slechts reden om Onze Lieve Heer dankbaar te zijn**. Velen zullen niet meer bij hem om raad kunnen komen. Velen zullen hem missen, vrienden en kennissen, zijn vier kinderen, waar hij zo trots op was, maar het grootste verlies lijdt zijn vrouw. Ellen, wij bidden voor Gustav, maar ook voor jou. Ton van Vugt
9
Mededelingen Van de leeszalen worden volgende boeken vermist: — Algemeen repertorium; systematische vatting van leervakken. 3 delen.
samen-
— Psychology; vol 3: Formulations of the person and the social context. — Fryer: World economie development. — Preobrazlensky: The new economics. — Ruban: Die Entwicklung des Lebensstandards in der Sowjetunion. — Miranda: Het vrouwelijke. Indien U in het bezit bent van een van deze werken, verzoeken wij U het uitleenbureau hiervan in kennis te stellen. Drs. W. M. J. Jansen, Bibliothecaris.
BENOEMING Curatoren van de Katholieke Hogeschool hebben op voordracht van de Academische Senaat benoemd tot gewoon hoogleraar in de sociale pedagogiek, inzonderheid ten behoeve van het sociaalcultureel vormingswerk en het maatschappelijk werk, prof. dr. ƒ. A. Stalpers te Bilthoven. Prof. Stalpers is algemeen directeur van de Katholieke Nationale Stichting voor Bijzonder Gezinswerk en Jeugdzorg te Utrecht. Hij werd in 1960 aan de Katholieke Hogeschool verbonden alt buitengewoon lector in het maatschappelijk werk. I n januari 1965 volgde zijn benoeming tot buitengewoon hoogleraar.
Het Ministerie van Economische Zaken wil, indien hiervoor voldoende belangstelling bestaat, komen tot het houden van een jaarlijkse studentendag in het gebouw van het Departement in Den Haag. O p deze dag zullen itudenten in de economie en rechten in de gelegenheid zijn door contacten met Minister, Staatssecretaris en hogere ambtenaren, zich nader te oriënteren over de actuele punten van het economische beleid.
10
Het voornemen bestaat om de eerste van deze studentendagen te houden op een nog nader vast te stellen datum in oktober van dit jaar. Deelneming staat open voor studenten, die aan een der Hogescholen of Universiteiten het candidaatsexamen in de economie of rechten hebben afgelegd en die zich voorbereiden op het doctoraal examen. Om organisatorische redenen zal het maximaal aantal deelnemers ca. 50 moeten bedragen. Globaal ziet het programma voor de in oktobernovember van dit j a a r te houden studentendag er uit als volgt: 10.30—11.00 u. Verwelkoming. 11.00—12.00 u. Inleiding van de Minister, gevolgd door discussie. 12.00—14.00 u. Gemeenschappelijke lunch in Den Haag of Scheveningen. 14.00—16.00 u. Bespreking in 5 werkgroepen. 16.00—17.15 u. Nadere gedachtenwisseling over opengebleven punten en c a . 17.15—18.30 u. Aangeklede borrel; lopend buffet I n elk van de 5 werkgroepen zal een apart onderwerp ter discussie staan. Deze onderwerpen zijn: het regionale beleid, het mededingingsbeleid, het energiebeleid, het beleid t.a.v. de distributiesector, en het buitenlands economisch beleid. O m de inleidingen van E.Z.-functionarissen in de werkgroepen zo kort mogelijk te houden zal aan de deelnemers van te voren enig documentatiemateriaal worden toegezonden. Zij, die aan deze studentendag op Economische Zaken wensen deel te nemen, kunnen zich hiervoor tot 1 oktober a.s. opgeven bij: De heer J. de Bont, Hoofd Bureau Senaat. Voor de indeling van de werkgroepen is het gewenst dat zij dan tevens vermelden hun volgorde van voorkeur voor de bovengenoemde onderwerpen. Reiskosten komen voor rekening van het Ministerie van Economische Zaken. Studenten uit Groningen en Nijmegen kunnen tevens logieskosten voor één nacht vergoed krijgen.
20e WFUNA-ISMUN S U M M E R
SCHOOL
De Wereldfederatie van Verenigingen voor de Verenigde Naties (WFUNA) en de Internationale Studentenbeweging voor de Verenigde Naties (ISMUN) organiseert voor de 20e maal een „Summer School", waar een onderwerp belicht wordt, dat te maken heeft met het werk van de Verenigde Naties. Deze cursus wordt dit jaar van dinsdag 5 juli tot en met vrijdag 15 juli gehouden in het UNESCO hoofdkwartier te Parijs. Het onderwerp is „Twintig jaar U N E S C O " . Door lezingen en studiegroepen wil men aandacht besteden aan de activiteiten van de U N E S C O in de afgelopen 20 jaar en aan plannen voor de toekomst. Tevens zullen bijdragen worden besproken, die internationale niet-overheidsorganisaties kunnen leveren voor de versteviging van de vrede en begrip tussen de volkeren onderling. De deelneming staat open voor leden van de V.I.R.O., de Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen, onderwijsorganisaties, jeugdbewegingen en andere niet-overheids organisaties. Belangstellenden voor deze W F U N A - I S M U N Summer School kunnen zich tot uiterlijk 10 juni 1966 aanmelden bij het landelijk secretariaat van de Vereniging voor Internationale Rechtsorde „ V . I . R . O " Molenstraat 15A 's-Gravenhage, telefoon 070-63.85.04. Aan de hand van ingevulde aanmeldingsformulieren en de aanbevelingsbrief, die gegadigden bij hun aanvraag moeten insluiten, zal de WFUNA beslissen of men als deelnemer aan de cursus wordt toegelaten. De vereiste formulieren kunnen bij de V.I.R.O. worden aangevraagd. Zij, die deze Summer School willen volgen, moeten de Engelse of Franse taal beheersen. Reis- en verblijfkosten komen voor eigen rekening. De totale kosten per dag worden geschat op 35 Fr. francs, de organisatoren zullen voor de deelnemers hotelaccomodatie trachten te vinden welke op 20 Fr. francs (incl. ontbijt) per dag komt. De lunch in het UNESCO-gebouw kost vijf Franse francs.
* DE BENELUX ALS S T U W E N D E L E M E N T I N DE EUROPES E I N T E G R A T I E Openbare bijeenkomst van de Benelux-S.E.R. op 17 juni 1966 te Tilburg. O p vrijdag 17 juni a.s., des middags om drie uur, zal de Economische en Sociale Raad van Advies der Benelux Economische Unie een openbare zitting houden in de aula van de Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg.
van de integratiegedachte in het kader van de Benelux-Unies en daarmede tevens in ruimer Europees verband. In deze openbare zitting zullen, naast de Voorzitter van genoemde Raad, het woord voeren de oud-Ministers van Buitenlandse Zaken van Luxemburg, Nederland en België, de heren Bech, Beyen en Spaak, die in de Benelux-idee een uitgangspunt zagen voor de opbouw van een economische en sociale integratie van West-Europa. Dit inzicht is bepleit op de conferentie van Messina in 1955, welke uiteindelijk tot het ontstaan van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie heeft geleid. Ter gelegenheid van deze zitting is een kort historisch overzicht samengesteld, waarvan een exemplaar bij dit bericht wordt gevoegd. Ter oriëntering omtrent de positie, de taak en de samenstelling van de Economische en Sociale Raad van Advies — officieus gewoonlijk E.S.R.A. genoemd — zij medegedeeld dat deze in artikel 54 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie als volgt zijn vastgelegd: „ 1 . De Economische en Sociale R a a d van Advies stelt op verzoek van het Comité van Ministers adviezen op betreffende vraagstukken die rechtstreeks verband houden met de werking van de Unie; te dien einde verstrekt het Comité van Ministers de nodige inlichtingen aan de Raad. De Raad is eveneens bevoegd eigener beweging adviezen te geven aan het Comité van Ministers betreffende deze vraagstukken. 2. D e Raad van Advies bestaat uit ten hoogste 27 leden en 27 plaatsvervangende leden, waarvan een derde kan worden aangewezen door ieder der Hoge Verdragsluitende Partijen. De leden en de plaatsvervangende leden worden aangewezen in overleg met het lichaam of de lichamen die de toporganen van de economische en sociale bedrijfsorganisatie vormen. 3. De Raad van Advies kiest uit zijn leden een Voorzitter. 4. De Raad van Advies stelt zijn reglement van orde op bij eenvoudige meerderheid van de uitgebrachte stemmen en legt dit ter goedkeuring voor aan het Comité van Ministers." Nadere inlichtingen omtrent bovenbedoelde zitting alsook over de E.S.R.A. kunnen worden aangevraagd bij het secretariaat van de Sociaal-Econonomische Raad, Bezuidenhoutseweg 60 te 's-Gravenhage.
Deze zitting, welke tot onderwerp zal hebben „Benelux als stuwend element in de Europese integratie" wordt belegd ter herdenking van een periode van twaalf en een half jaar, waarin het bedrijfsleven der drie landen in georganiseerd verband door middel van rapporten en adviezen zijn medewerking heeft gegeven aan de verwezenlijking 11
EXAMENS JURIDISCHE FACULTEIT Het examen C 1 zal worden afgenomen einde juni. Het examen C 2 zal worden afgenomen 1-8 juli.
Rectificatie op het officiële examen-tentamen-rooster Het examen-tentamen af te nemen door Prof. M. G. Plattel op 2 juli is verschoven naar vrijdag 1 juli. Gelegenheid tot het afleggen van de zgn. derdejaars toets van het doctoraal examen zal worden geboden op 27, 28 en eventueel 29 juni en na de vakantie op 3, 4 en 5 oktober. Het vak burgerlijk recht (Schoordijk) zal schriftelijk worden getentamineerd. Het colloquium internationaal privaatrecht zal plaats vinden tussen 22-25 juni en na de vakantie tussen 28-30 september. De data voor de tentames burgerlijk procesrecht en kanoniek recht zullen in overleg met de betreffende docenten kunnen worden vastgesteld.
De Finse Regering heeft voor het akademisch jaar 1966-1967 een studiebeurs van 8 maanden ter beschikking gesteld ten behoeve van een Nederlands student. Eventueel is het mogelijk deze beurs te verdelen over twee kandidaten. Debe urs kan worden gebruikt voor alle studdierichtingen met uitzondering van die voor studie in de geneeskunde en tandheelkunde. De beurs kan worden gebruikt voor alle studieste twee jaren universitaire studie hebben verricht en zo mogelijk reeds het kandidaatsexamen hebben afgelegd en voor pas afgestudeerden, die ter voortzetting van hun studie of specialisatie, een academisch jaar aan een Finse universiteit willen studeren. Voldoende kennis van het Fins, Zweeds, Engels, Duits of Frans wordt vereist.
12
EXAMENS ECONOMISCHE FACULTEIT De doctorale examens in oktober zullen worden afgenomen op donderdag 6 oktober a.s. Deel I en op dinsdag 11 oktober a.s. Deel U. De candidaats examens voor de Kerstvacantie worden afgenomen in de week van 13-23 december 1966. De candidaats examens voor de Paasvakantie worden afgenomen in de week van 10-17 maart 1967. -f UITNODIGING De Rector en de voorzitters van de economische sociale en juridische faculteit nodigen de wetenschappelijke medewerkers uit voor een informele borrel, welke voor de economische faculteit zal plaats hebben op dinsdag 14 juni a.s. van 17.0018.00 uur in de koffiekamer van het provisorium voor de sociale faculteit op maandag 13 juni a.s. van 17.00-18.00 uur in de docentenkoffiekamer op de hogeschool en voor de juridische faculteit op vrijdag 24 juni te 17.00 uur in de docentenkoffiekamer. Deze bijeenkomsten dienen om het contact tussen wetenschappelijke medewerkers- en docentencorps te bevorderen.
Het akademisch jaar begint in Finland op 10 september. Het bedrag van de beurs varieert van Fmk 450 ( ± ƒ 506.—) per maand tot Fmk 550 ( ± ƒ 618,—) per maand. Het hangt af van de kwalificaties van de kandidaat hoeveel hij zal ontvangen. Reiskosten komen voor eigen rekening. Sollicitaties dienen vóór 13 mei 1966 gericht te worden tot de afdeling Internationale Culturele Betrekkingen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Nieuwe Uitleg 2, 's-Gravenhage. Deze dienen te geschieden op een formulier dat te verkrijgen is bij bovengenoemde afdeling Bij het ingevulde formulier moeten als bijlagen gevoegd worden afschriften van de cijferlijst van het eindexamen en van universitaire diploma's alsmede een aanbeveling van twee bij de studie betrokken hoogleraren.