Tilburgs Jaargang 2
Hogeschoolblad
maandblad
Redactie: R. M. Lapre W. F. M. Kuiper J.J. Sijben Redactie-adres: Hogeschoollaan 225, Tilburg
n u m m e r 10
oKtober 1 9 6 5
J. M. M. de Swart P. J. P. Tak H. A. M. Wagemakers J. J. M. de Bont (Hoofd Bureau Senaat)
Mededingingsrecht Inleiding In het volgende wordt gepoogd de lezer een — zeer schetsmatig ^ beeld te geven van wat onder mededingingsrecht is te verstaan en van de verschillende categorieÍn rechtsregels die tot het mededingingsrecht behoren Vooreerst de vraag W a t is mededingingsrecht' Vooropgesteld moet worden dat het mededingingsrecht slechts die rechtsregels omvat die gedragingen en rechtsbetrekkingen in verband met de economische mededinging normeren Rechtsregels die betrekking hebben op andere verschijnings vormen van de mededinging in sociologische zin (waarvan de economische mededinging een verschijningsvorm met eigen specifieke kenmerken is) behoren met tot het mededingingsrecht Verder worden in het juridisch spraakgebruik ook de rechtsregels die betrekking hebben op de mededinging bij de vorming van ruilverkeersrelaties m b t arbeid in loondienst niet gerekend tot het mededingingsrecht maar tot het arbeidsrecht Is aldus het terrein, binnen hetwelk het mededingingsrecht wordt aangetroffen enigszins afgegrensd een enigszins bevredigende definitie van dit recht is niet gemakkelijk te geven De verschillende onderdelen van het mededingingsrecht worden gekenmerkt door een specifieke betrokkenheid op de economische mededinging die men bij andere delen van het recht (ook bij het voor het economische leven en voor de economische mededinging relevante recht zoals b v het ondernemingsrecht, het belastingrecht) niet aantreft Overigens hebben die onderdelen van het mededingingsrecht echter, zoals WIJ zien zullen, een nogal uiteenlopend karakter hetgeen het formuleren van een bevredigende definitie bemoeilijkt W I J zullen dan ook eerst de verschillende soorten mededingingsrecht de revue laten passeren en pas daarna pogen tot een definit'e van het mededingingsrecht te geraken
De n o r m e n betreffende de behoorlijkheid In d e mededinging In 1915 werd in het Wetboek van Strafrecht een bepaling opgenomen (art 328 bis) waarbij oneerlijke mededinging, voorzover plaats vindend door middel van een bedriegelijke handeling, strafbaar werd gesteld Deze bepaling heeft weinig betekenis gekregen vooral doordat de rechtspraak zware eisen stelt voor het aannemen van een bedrieglijke handeling. V a n veel grotere betekenis is de mogelijkheid van verweer tegen onbehoorlijke mededinging langs civielrechtelijke weg geworden Toen de Hoge Raad bij het Cohen-Lindenbaumarrest van 31 januari 1919 het onrechtmatigheidsbegrip uitbreidde tot gedragingen in strijd met de goede zeden of met de zorgvuldigheid, welke m het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoons of goed, ontstond daardoor de mogelijkheid concurrentiele handelingen die, zonder in strijd met een wettelijk voorschrift te zijn, de marktpositie van een concurrent op oneerlijke of onbehoorlijke manier aantasten, door een actie ex art 1401 B W te weren Zodoende is er een uitgebreide jurisprudentie betreffende de tegenover concurrenten in acht te nemen behoorhjkheidsnormen ontstaan Het feit dat hier rechtsvoming door de rechter plaats vindt m uitspraken, die uiteraard op concrete situaties zijn toegespitst maakt, dat het aldus gevormde recht voor de justitiabelen moeilijk kenbaar is terwijl over tal van kwesties onzekerheid is blijven bestaan Herhaaldelijk IS dan ook voor regelend optreden op dit gebied door de wetgever gepleit, waartegenover o m wordt aangevoerd dat wettelijke voorschriften op dit gebied niet anders dan vaag kunnen zijn, t'-rwijl het toch niet mogelijk is voor alle denkbare casusposities van onbehoorlijk handelen tegenover concuii enten regelingen te treffen De Nederlandse Juristen Vereniging heeft zich in 1963 in meerderheid tegen het treffen van gedetailleerde wettelijke voorschriften uitgesproken 1
Uit de jurisprudentie blijkt dat de toepassing van art 1401 B W ter wering van onbehoorlijke concurrentie hoofdzakelijk betrekking heeft op handelingen die naar hun aard zich refereren aan de persoon, de onderneming, het artikel, de reclame etc van een bepaalde concurrent, zoals vergelijken denigreren, nabootsen, aanhaken e d Dit ligt voor de hand omdat gedragingen die met een dergelijk ,referentie-aspect vertonen niet licht aanknopingspunten zullen bieden voor toetsing op hun behoorlijkheid tegenover bepaalde concurren ten, ook als die wel degelijk de invloed van de be trokken gedragingen ondervinden En ook al treedt een dergelijke invloed op de marktpositie van specifieke concurrenten niet op, toch kunnen gedragingen zonder referentie-aspect wel degelijk een — eventueel uit maatschappelijk-economisch oogpunt minder gunstige — invloed op de functionering van het concurrentie-proces uitoefenen Een en ander maakt verklaarbaar dat de wetgever die, afgezien van het genoemde art 328 bis Wetboek van Strafrecht (dat tot stand kwam voordat de Hoge Raad het ruime onrechtmatigheidsbegrip aanvaardde), zich onthouden heeft van het stellen van normen betreffende concurrentiele gedragingen met een referentie-aspect, juist ten aanzien van sommige concurrentiepraktijken waaraan geen referentie-aspect verbonden is (cadeaustelsel, reclame) aanleiding gevonden heeft om regelend te gaan optreden Door de onderhavige normen wordt enerzijds de mededingingsvrijheid beperkt, inzoverre daardoor aan ondernemers belet wordt hun eigen positie in de concurrentiestrijd door onbehoorlijke middelen, b V door het aantasten van de reputatie van de onderneming of van de produkten van de concurrent, te verbeteren Anderzijds wordt door die normen de mededingingsvrijheid beschermd, inzoverre b V het elimineren van concurrenten door middel van boycot-acties onrechtmatig kan zijn De vraag kan gesteld worden of de rechter bij de toetsing van concurrentiele gedragingen op hun behoorlijkheid mede aan gezichtspunten van economisch-politieke aard aandacht mag — of zelfs dient — te schenken O p zichzelf is het stellen van normen op grond van economisch-politieke overwegingen geen taak van de rechter maar van het wetgevend en besturend gezag Maar dit betekent niet dat de maatschappelijke consequenties van aangevochten concurrentiele gedragingen voor de juridische beoor deling daarvan door de rechter geen enkele betekenis hebben, zo kan bij de behoorlijkheidstoetsing van concurrentie m n een belangrijke lol spelen of die gedragingen al of niet een verwarring stichtend of misleidend effect t a v de afnemers hebben Ook treft men wel in vonnissen een niet primair door juridische gezichtspunten bepaalde belangenafweging aan Wanneer juridische overwegingen met een grote mate van evidentie naar een bepaald oordeel leiden zal de rechter geen behoefte voelen buiten-juridische gezichtspunten in de beschouwing te betrekken maar in grensgevallen kunnen gezichtspunten in het economischpolitieke vlak wel degelijk tot de oriëntering van s rechters oordeel over al of niet behoorlijkheid 2
van aangevochten gedragingen bijdragen M i is dit bepaald met onwenselijk, mits de rechter zijn uiteindelijk te vormen oordeel m het juridische vlak volkomen kan verantwoorden en dus kortsluitingen tussen de economische-politieke en de juridische sfeer weet te vermijden Met dit laatste voorbehoud IS het m I meer in het algemeen wenselijk dat de rechter zich regelmatig mede door economisch-politieke overwegingen laat inspireren tot een critische her-appreciatie van de — als buitenwettelijk recht slechts door zijn subjectief oordeel gestalte krijgende — normen welke hij m b t de behoorlijkheid in de mededinging hanteert
J I 1 "
De bescherming welke de door de rechter op basis van art 1401 B W ontwikkelde normen bieden tegen onbehoorlijke mededinging levert een belangrijke bijdrage voor een maatschappelijk-economisch bevredigende functionering van het concurrentiemechanisme Handhaving van de eth ek in de relaties tussen concurrenten is niet altijd voldoen de om het concurrentiebestel bevredigend te doen functioneren, maar is hiervoor in ieder geval wel een onmisbare voorwaarde Het onderhavige normenstelsel verdient als geheel stellig positieve waardering, ZIJ het dat over bepaalde normen discussie mogelijk is, terwijl voorts naar mijn indruk het accent wat eenzijdig valt op de bescherming van monopoloide posities tegen onbehoorlijke aantasting een verdere ontwikkeling van normen die de mededingingsvrijheid beschermen zou m i aanbeveling verdienen
i
J i
I "1 I i
Aan de verdienste van de onderhavige buitenwettelijke normen doet niet af dat de functie welke ZIJ kunnen vervullen een beperkte is zoals reeds werd aangestipt kunnen concurrentiele gedragingen voor de doelmatige functionering van de concurrentie ongunstig en eventueel ook sociaal-ethisch minstens dubieus zijn terwijl het toch niet mogelijk IS die gedragingen te redresseren met behulp van acties op basis van art 1401 B W , omdat ZIJ geen referentie-aspect hebben In zulke gevallen kan slechts een optreden van de wetgever soulaas bieden Later in dit stuk komen wij hierop terug
D e industriële
eigendomsrechten
De octrooiwet kent aan de octrooihouder het uitsluitend recht toe met toepassing van de geoctrooieerde uitvinding, werkwijze of verbetering, goederen te vervaardigen of in de handel te brengen De Merkenwet en de Handelsnaamwet kennen aan de gerechtigden tot een merk resp een handelsnaam uitsluitende rechten toe tot het bezigen daarvan bij het in de handel brengen van goederen resp het dnjven van een onderneming Aan deze wettelijke regelingen ligt de gedachte ten grondslag dat door de toekenning en bescherming van deze exclusieve rechten naast de belangen van degenen aan ^vle deze rechten toekomen, tevens ruimere maatschappelijke belangen worden gediend m n wordt door het octrooirecht de technische inventiteit gestimuleerd, terwijl de bescherming van merk en handelsnaam aan de afnemers zekerheid verschaffen omtrent de herkomst van de betrokken artikelen resp de identiteit van de ondernemingen met welke zijn relaties onderhouden
i
| 1 I |
Zoals de term „industrieel eigendom" reeds aanduidt gaat het hier (althans bi) de rechten op een octrooi of een merk, t a v . de handelsnaam bestaat verschil van mening) om subjectieve vermogensrechten die, zoals de eigendom, tegenover een ieder geldend gemaakt kunnen worden, de tegenover de gerechtigden tot een octrooi of merk door anderen in acht te nemen normen zijn niet anders dan consequenties van die absoluut subjectieve rechten Inzoverre bedoelde normen strekken tot het scheppen en beschermen van een geprivilegieerde mededingingspositie van de gerechtigde zijn de rechtsregels die de industriële eigendom beheersen tot het mededingingsrecht te rekenen Zulks is bij het octrooirecht wel in belangrijke mate, maar niet ten volle het geval wel b.v inzoverre een octrooihouder die op basis van zijn octrooi goederen vervaardigt en afzet te dien aanzien door zijn octrooi een wettelijk beschermd monopolie heeft, eveneens inzoverre een dergelijke octrooihouder, als hij licenties verleent aan de gelicentieerden
b V kan voorschrijven in welke hoeveelheid en tegen welke prijs zij de onder de licentie vervaardigde goederen moeten afzetten Dat men echter b V een machine waarop een ander octrooi heeft, niet alleen niet zonder diens toestemming mag vervaardigen om die in de handel te brengen, maar ook niet voor gebruik in eigen bedrijf, is m.i. niet te beschouwen als een norm van mededingingsrecht De gedragsnormen die voortvloeien uit het merkenrecht en het recht op de handelsnaam zijn steeds (en slechts) als behorende tot het mededingingsrecht te beschouwen omdat die rechten economisch gezien (slechts) de strekking hebben raonopoloide posities in verband met het drijven van een onderneming door de rechthebbende ten diens gunste te markeren, zulks komt hierin tot uiting dat de desbetreffende wetten niet toelaten die rechten over te dragen los van de onderneming van de rechthebbende Prof
Mr W L Snijders
Het Europa College . . . Het loopt nu in de gaten E r is iets gaande in Europa en de integratiegedachte begint gestalte te krijgen in een voor ieder duidelijk waarneembare vorm Toen in 1948 het Europees Congres in Den Haag bijeenkwam was dit slechts een actuele aangelegenheid voor een handvol idealisten, enige opgejaagde politici en een aantal rationalisten met politieke en economische motieven Scepticisme was er alom voldoende, inzicht en deskundigheid nauwelijks. De ontwikkeling sedert de papieren ideeen-penode is verbijsterend geweest Organen met een supranationaal karakter zijn opgericht, een versnelde groei van de onderlinge handel en van de welvaart evenals een concentratie van en samenwerking m het bedrijfsleven waren het gevolg De behoefte aan mensen die aan deze ontwikkeling leiding konden geven nam dienovereenkomstig toe Behoudens deskundigheid op een bepaald vakgebied waren inzicht m de historische ontwikkeling, kennis van de samenwerkingsvormen, talentenkennis en ervaring met de werkmethoden en inzichten van andere landen vereist In de laatste jaren zijn een aanmerkelijk aantal faculteiten en studiecentra opgericht om in deze behoefte aan ,,getrainde europeanen te voorzien Het Europa College te Brugge is een van de allereersten v a n de opleidingen op dit gebied. Reeds m 1949 nam de Europese beweging het initiatief tot de oprichting van dit , Institute for advanced Studies' , hetgeen m die tijd nog vertaald moest worden als „Instituut voor speculatieve en hoopvolle studies Ondertussen is het uitgegroeid tot een volwassen opleiding welke jaarlijks een „promotie van circa 45 afgestudeerc'en aflevert Het experimentele stadium is nog niet geheel voor-
bij, toch wordt zo af en toe over de traditie gesproken. De leef- en de werksfeer op het College zijn nauw met elkaar verbonden. In de „student-home , waar alle studenten en docenten zijn ondergebracht, speelt zich het informele leven af en worden de inheemse gewoonten en vooroordelen op onverbloemde wijze geëtaleerd Naast de gewone contacten en uitwisselingen tijdens de gemeenschappelijke maaltijden en in de vrije uren vinden hier ook de door de studenten georganiseerde discussies en de voordrachten door de gezaghebbende specialisten over actuele onderwerpen plaats Dit samenleven en de vele onderlinge contacten leiden er uiteraard toe dat de studenten elkaar bijzonder goed leren kennen en dat er hechte bindingen ontstaan Incidenteel leidt het ook tot spanningen Het positieve resultaat van deze samenleving hangt in sterke mate af van de samenstelling van de groep en verschilt dan ook van jaar tot jaar. Het studieprogramma omvat de volgende verplichte onderwerpen moderne geschiedenis, geschiedenis van de europese gedachte en van de europese integratie opzet en werking van internationale organisaties. Voorts naar keuze colleges in economie, rechten, sociologie, politieke wetenschappen en ruimtelijke ordening De colleges •— m het frans of engels — zijn qua niveau vergelijkbaar met die welke in Nederland voor het doctoraal examen worden gegeven Aan de Economische Afdeling van het Europa College zijn de laatste jaren onder meer de volgende hoogleraren verbonden Bombach, Masoin, Rostow, Tinbergen, Wagenfuhr en Fritsch
3
gebracht, alleen niet onder de naam van candidaatsexamen, en pas na de aanmerkelijk langere studieduur van ca zes jaar, die de ,,Notitie gezien de belangstelling en intellectuele potentie slechts voor „een relatief kleine groep (p 12) zinvol acht Het enige bezwaar dat de Tilburgse „alumnus tegen zijn Hogeschool kan inbrengen is dan ook dat hij ca zes jaar over een candidaatsstudie heeft moeten doen Deze studieduur van ca zes jaar voor een examen waarvoor men elders vier jaar uittrekt, roept zelfs de Tilburgse afgestudeerde wakker In dit , licht bezien kan ,harmonisatie en synchronisatie der afzonderlijke studieprogramma s een nuttige wenk zijn Maar het feit dat deze harmonisatie als voorwaarde voor t welslagen van een aan studenten opgelegd stringent tentamen- en examenschema nog met heeft plaats gehad, doet vrezen dat tijd en plaats er niet rijp voor zijn •5«-
*
-Jf
W a t betekent dit alles nu voor de Hogeschool' Men moet vaststellen dat zij het eens gestelde en sindsdien herhaaldelijk uitgesproken ideaal heeft verloochend Men zal zich wellicht nog herinneren hoe de eerste Tilburgse Rector Magnificus Prof. Dr T h Goossens op 17 september 1928 in een openbare vergadering van de Senaat uitriep , Neen de Handelsdagschool is geen vakschool, geen hoger vakonderwijs wordt hier gegeven, maar een hogere algemene ontwikkeling op economisch gebied, die onze studenten gereed zal maken om alle leidende functies in de maatschappij, in het bijzonder in ons zo gecompliceerd bedrijfsen handelsleven uit te oefenen **) Nu bestaat er altijd een zekere spanning tussen het gestelde ideaal en de werkelijkheid, maar het ideaalbeeld dat men voor ogen stelt, geeft niettemin richting aan het beleid Laat men de aan dat ideaal ontleende richtsnoer los, dan komt men terecht bij de samenstellers van de ,,Notitie onder wier harde praktische handen de Katholieke Hogeschool als instelling voor wetenschappelijk onderwijs een zachte dood tegemoet gaat In dit opzicht moet Tilburg het ook niet makkelijk hebben gehad, als men bedenkt hoe ooit ergens in het fabrikantenhart van de provincie Noord-Brabant een aantal goedhartige Brabanders bijeenkwamen om aan een groepje studenten, veelal H B S ers, economie te doceren, uitgerekend economie (op de goedkoopste markt inkopen, op de duurste afzetten) en zulks in strikte afzondering, buiten enig universitair verband De hiërarchische, ietwat feodale trekken die in het Brabantse volkskarakter zijn geconstateerd***) zullen eertijds aan de Hogeschool, die bovendien de bij het toen geheten Hoger Onderwijs geldende traditionele verhoudingen van elders had overgenomen, zekei met ontbroken hebben Z o is van een goede, kritische studentenpers geen sprake, terwijl de mensen die zich eenmaal met het verlaten van de Hogeschool bevrijd achten uit de greep der hiërarchie, hun eens al te onderdanige lijdzaamheid schijnen te willen wraken in een ongezouten kritiek op de Hogeschool Dit alles overwegende kan het niemand 6
verwonderen dat de Hogeschool van meet af aan het gevaar heeft gelopen met behoud van de goede sfeer , een gemoedelijke ondergang tegemoet te gaan De betekenis van de ,,Notitie is dat de eerste fase van dit proces blijkt te zijn voleind Men verheugde zich nu maar over de kwantitatieve groei Afgaande op de „Notitie kan men de wetenschappelijke vorming van het merendeel der afgestudeerden niet geslaagd noemen Dezen nu zijn uitgenodigd van advies te dienen bij de creatie van een nieuwe opzet van de , academische vorming van Tilburgse economen Dit is de start van de tweede fase De kortlopende richtlijnen uit de van wetenschap afkerige praktijk van een aantal bedrijfsleiders liggen onder het handbereik van de inrichters van een nieuwe studieopzet Een der medewerkers aan de ,,Notitie is benoemd in het Curatorium Men zal zich over de mening van een volgende generatie geen illusies behoeven te maken Dat is de betekenis van de in de ,,Notitie vermelde merkwaardigheid — n b gehanteerd als argument contra de oprichting van t ,h e a o systeem — dat nu reeds ,juist in de groep van de jongeren een sterke voorkeur bestaat voor de ,,zuivering van de echte academici en de creatie van een nieuw instituut op lager niveau (p 11)
* # * E r IS slechts een uitweg Een hogeschool die bevestigd ziet dat ZIJ in een overgrote meerderheid van de gevallen slechts candidaten met de vervalste titel doctorandus aan de maatschappij heeft afgeleverd, zou alle door haar verleende titels dienen in te trekken en opnieuw moeten beginnen Het praktische nut van deze ingreep — want daar gaat het ook mij om — zal zijn dat het bedrijfsleven nu wéét dat het al geruime tijd met candidaten werkt en dat dit best gaat Met de waardering voor deze medewerkers ter plaatse kan de term candidaat m het bedrijfsleven burgerrecht verkrijgen Voor de vervaardiging van een ,ook ,politiek binnen het bedrijf verkoopbaar rapport zal de bedrijfsleiding een tchte doctorandus dienen aan te trekken, die overigens bij de benaming van zulk een rapport zich wellicht iets anders zal uitdrukken P
L M
Zijlstra
*) M J H Cobbenhagen Ecclesia duce scientiae societtatique serviens, in Studiegids Katholieke Hogeschool 1964-1965, p 9 **) Eerste Jaarboek der RK 1927-1928, p 68 ***) A Chorus, De Nederlander, nerlijk (Leiden 1964), p 148
Handels-Hogeschool uiterlijk
en in-
Mededelingen Algemeen Voor het academisch jaar 1966-1967 worden door de Alexander von Humboldt Stichting te Bad Godesberg een aantal stipendia ter beschikking gesteld aan jonge buitenlandse geleerden teneinde hen in de gelegenheid te stellen wetenschappelijk werk te verrichten aan een universiteit of hoge school of wetenschappelijk instituut in de Bondsrepubliek Duitsland of W e s t Berlijn
*
*
*
De , Deutscher Akademischer Austauschdienst stelt voor het akademisch jaar 1966-1967 een tien tal beurzen beschikbaar voor studie van Neder landse studenten aan een Duitse universiteit of hogeschool of aan een akademie voor beeldende kunsten (Kunsthochschule) De , Common wealth Fund" in New York biedt met ingang van het studiejaar 1966/67 drie a vijf beurzen aan, voor Nederlanders die hun opleiding in de V S willen voortzetten door middel van studie en reizen
Opgave voor candidaats- en doctoraalexamen dient te geschieden drie weken voor de aanvang van de examenweek
* *
Economie Opgave voor deelname aan de schriftelijke tentamens voor het candidaats examen economische wetenschappen dient te geschieden tot uiterlijk een week voor de aanvang van het af te leggen tentamen en wel door middel van een tentamenkaart Deze uiterste data zijn 65 voor het vak
vrijdag 14 jan 66 voor het vak de onderneming vrijdag 25 mrt schiedenis
Burgerlijk- en Organisatie van
66 voor het vak Economische ge-
vrijdag 13 mei 66 voor het vak Algemene leer en geschiedenis van de economie Voor de tweede jaars studenten in 1966 vrijdag 27 mei 66 voor het vak Economische geschiedenis vrijdag 24 juni 66 voor het vak
Wijsbegeerte
*
In het kader van het COLLEGE ACTUELE INTERNATIONALE VRAAGSTUKKEN en in samenwerking met de Politieke Studenten Studievereniging D E T R I B U N E zal, ter gelegenheid van het JAAR V A N INTERNATIONALE SAMENWERKING, in een serie van zes colleges aandacht besteed worden aan het 20 JARIG BESTAAN V A N D E VERENIGDE NATIES. De colleges worden gegeven elke woensdag van 12—13 uur m zaal C 5 13 oktober:
Ontstaan en ontwikkeling van de Verenigde Naties Prof Dr A H M Albregts Prof Dr F A M Alting von Geusau
20 oktober:
Kan de Verenigde Naties de vrede handhaven' Prof Dr F A M Alting von Geusau
27 oktober:
De Verenigde Naties en ontwapening GASTCOLLEGE
Nadere inlichtingen bij Bureau Studentenbelangen
vrijdag 10 dec handelsrecht
n1 teneen een
aanmeldingen na deze data worden niet meer in behandeling genomen.
*
De Griekse regering stelt in het kader van het Nederlands-Grieks cultureel verdrag een studiebeurs van tien maanden beschikbaar aan een Nederlan der die tenminste het kandidaatsexamen heeft afgelegd en zijn studie gedurende het academisch jaar 1965/1966 in Griekenland wil voortzetten Nadere inlichtingen bij Bureau Studentenbelangen
* *
Voor de econometnsten geldt dezelfde regeling dat opgave voor deelname aan de schriftelijke tamens uiterlijk 7 dagen voor de aanvang van tentamen moet geschieden door middel van tentamenkaart
3 november: Economische samenwerking in de Verenigde Naties Prof Dr A H M Albregts 10 november: De Verenigde Naties en Ontwikkelingshulp DIT COLLEGE BEGINT OM 12 UUR PRECIES Prof Dr L H Janssen sj 17 november: De Verenigde Naties, de Rechten van de Mens en een wereldrechtsorde Prof Dr F A M Alting von Geusau Tilburg, 8 oktober 1965 AtH •X-
*
*
7
blijf niet ^^^
Gewone prijs f 13.25 V O O R S T U D E N T E N f 10.—
per kwartaal *
Het Algemeen Handelsblad is een diepgaand onderzoelc waard. Als u zich verdiept in deze krant en uw oog laat gaan over alles wat in de afgelopen dag op welk terrein ook is gepasseerd, dan laat het Handelsblad u, en u het Handelsblad niet meer los!
ALGEMEEN HANDELSBLAD