6
Bingel is hét leerplatform voor lagere scholen in Vlaanderen. Met de inloggegevens die je kind van de school ontvangt, kan het digitaal oefenen en leren. Bij bingel hoort ook een tablet-app: Bingel Raket. Door een pagina uit dit schrift te scannen, ziet je kind meteen welke opdrachten het op bingel kan maken. Je herkent de pagina’s voor Bingel Raket aan . Bingel en Bingel Raket kunnen zowel op school als thuis gebruikt worden. Je kind krijgt er tips en werkt op een eigen niveau en tempo. Meer informatie: www.bingel.be – www.bingelraket.be
Taalschrift 580259/1
vanin.be Naam: Klas:
72296_TALENT 6_TAALSCHRIFT 6A_ 580259_1.indd 2
Nr.:
14/01/19 08:49
TALENT 6 - Taalschrift Bij TALENT voor het 6e leerjaar horen volgende materialen: Voor de leerling: • Taalschrift A • Taalschrift B • Taalschrift C • Spellingschrift • Projectbundel - Een blik op de wereld • Projectbundel - Van pool tot evenaar • Projectbundel - Talent • Werkwoordenblok Voor de leraar: • Handleiding A • Handleiding B • Handleiding C • Correctiesleutel Taalschrift A • Correctiesleutel Taalschrift B • Correctiesleutel Taalschrift C • Correctiesleutel Spellingschrift • Correctiesleutel Projectbundel - Een blik op de wereld • Correctiesleutel Projectbundel - Van pool tot evenaar • Correctiesleutel Projectbundel - Talent • Zorg- en evaluatiemap A • Zorg- en evaluatiemap B • Zorg- en evaluatiemap C • Map curriculumdifferentiatie Voor de klas: • Talentbib • Wandplaten • Cd- en dvd-box Digitale ondersteuning (zie ook www.talentvoortaal.be/digitaal) • Bingel Max • Bingel Plus • Bingel Start
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2019 De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.
Eerste druk 2019 Art. 580259/1
72296_TALENT 6_TAALSCHRIFT 6A_ 580259_1.indd 3-4
14/01/19 08:49
THEMA
3
In het heetst van de strijd
72602_TALENT_THEMAPAGINA 6A.indd 5 569431 TAL6_TS A.indb 95
14/12/18 14:35 8/01/19 15:49
72602_TALENT_THEMAPAGINA 6A.indd 2 569431 TAL6_TS A.indb 96
14/12/18 14:34 8/01/19 15:49
18 14:34
les 3
Berichten uit het verleden, de Tweede Wereldoorlog Ik kan de kenmerken van een krantenartikel onderzoeken.
1
a Luister naar een radiobericht van 10 mei 1940. b Lees de taalweter en beantwoord de vragen. Let op: sommige antwoorden zitten niet in het fragment.
Wat zijn goede vragen? Je wilt zoveel mogelijk te weten komen over een tekst, over een opdracht, over iemand ... Dan moet je goede vragen stellen. Gebruik de w-vragen!
Wat?
Waar? ?
?
Wanneer? ? Waarom?
Wie? ?
?
Hoe?
Wie? Wat? Waar?
Wanneer? Waarom?
Hoe?
Thema 3 - les 3
569431 TAL6_TS A.indb 97
97
8/01/19 15:49
2
a Neem de artikels op de volgende pagina’s scannend door. b Kies reeks 1 of reeks 2. Ik kies: Reeks 1: valschermspringers Reeks 2: slachtoffers c Lees de artikels en los de vragen op.
Reeks 1: valschermspringers
OPGELET VOOR VALSCHERMSPRINGERS EN SABOTEURS
russel, 11 mei 1940 – Het ministerie B van Landsverdediging waarschuwt voor valschermspringers en saboteurs, alle verdachte personen in verband hiermee moeten aangegeven worden.
© Shutterstock.com
De militaire overheid moet onmiddellijk worden gewaarschuwd ALLE VERDACHTE PERSONEN DIENEN AANGEGEVEN
et ministerie van Landsverdediging H deelt aan de bevolking mee dat het mogelijk is dat de vijand in het binnenland valschermspringers laat neerkomen met opdracht de verkeerswegen en belangrijke inrichtingen te saboteren. Iedereen heeft tot plicht onmiddellijk de militaire overheid te verwittigen wanneer een valschermspringer of een vijandelijke agent wordt opgemerkt. Aan de overheid moeten alle verdachte personen die passeren worden aangeduid als ze zich zich in nabijheid van kunstwerken of belangrijke inrichtingen ophouden. Elke aarzeling in verband hiermee kan ernstige gevolgen hebben voor het leger en de bevolking.
Naar: Oorlogskranten Het Laatste Nieuws, 11 mei 1940
W
de valschermspringer parachutespringer de saboteur
iemand die saboteert
de militaire overheid bestuur van het leger saboteren het vernielen of het slecht laten werken van dingen als verzet of uit protest passeren
98
ergens voorbijkomen
Thema 3 - les 3
569431 TAL6_TS A.indb 98
8/01/19 15:49
De tactiek van de valschermspringers mislukt
Londen, 11 mei 1940 – Een militaire medewerker vertelt dat de door de Duitsers gebruikte tactiek om troepen met behulp van valschermen neer te halen, mislukt is. Men kan zich gemakkelijk de gevaren en moeilijkheden inbeelden waaraan deze valschermspringers bloot staan. In de eerste plaats ondervinden de vliegtuigen waarmee de valschermspringers vervoerd worden, krachtige tegenstand van de jachtvliegtuigen. Ten tweede zijn de neerdalende springers het doelwit van machinegeweren en scherpschutters. Ten derde blijft op de plaatsen waar het doel bereikt wordt, de moeilijkheid van bevoorrading bestaan. Niettemin is de ruime mate waarin door de Duitsers in Nederland en in België gebruik is gemaakt van valschermspringers een verrassing. De Nederlanders en de Belgen hebben er verstandig aan gedaan troepen speciaal te belasten met de bestrijding van dit gevaar. Het doel van de Duitsers was om de vliegvelden gedurende de eerste uren van de aanval te veroveren en onbruikbaar te maken. Maar dat is hen niet gelukt. En in plaats van schade aan te brengen bij de geallieerde luchtmacht, hebben ze heel wat weerstand van diezelfde luchtmacht ondervonden.
© Everett Historical / Shutterstock.com
Het doel was de vliegvelden in handen te krijgen en onbruikbaar te maken GEEN ENKEL SUCCES BEHAALD
Naar: Oorlogskranten Het Laatste Nieuws, 11 mei 1940
W
de tactiek
manier waarop je te werk gaat om een doel te bereiken
de valschermspringer parachutespringer geallieerd die een bondgenoot is. In de Tweede Wereldoorlog waren dat de landen die tegen Duitsland vochten.
Thema 3 - les 3
569431 TAL6_TS A.indb 99
99
8/01/19 15:49
Reeks 2: slachtoffers
Passerende krijgsgevangenen in Heerlen
Belgische en Franse soldaten op transport naar Duitsland ONGEVEER VIJFTIGDUIZEND GEVANGENEN NAAR DUITSE KAMPEN Heerlen, 31 augustus 1940 – Gedurende de periode mei tot augustus 1940 trokken ongeveer 50 000 geallieerde krijgsgevangenen, vooral Belgische en Franse soldaten, door de straten van Heerlen op weg naar kampen in nazi-Duitsland. Te voet, gewond en opgejaagd kwamen ze in Heerlen voorbij vol honger en dorst. Gedurende weken trokken groepen geallieerde krijgsgevangenen uit Frankrijk en België, via het stadje Heerlen in Nederland, naar Duitsland waar ze opgesloten werden in kampen door de militaire overheid. De burgemeester waarschuwde de Heerlense bevolking dat de Duitse bezetter alle mogelijke acties van de Heerlense bevolking, zoals het saboteren van de weg, verbood. De gevangenen moest men gewoonweg laten passeren. Wie hen iets wou geven, kon zijn giften achterlaten bij het plaatselijke Rode Kruis. Het Heerlense Rode Kruis was gevestigd in de voormalige molen en was dag en nacht geopend. Medewerkers reikten 38 000 met boter besmeerde en goed belegde boterhammen, 125 000 sigaretten en sigaren, 2 000 repen chocolade en andere versnaperingen zoals tabak aan de krijgsgevangenen uit. Ook werd 3 500 liter koffie en thee geschonken. “Merci bien”, “merci beaucoup”, “mille fois merci”, hoorde men vele malen uit de monden van de krijgsgevangen die blij waren met elk klein gebaar.
Naar: Marcel Krutzen, Heerlen vertelt, www.heerlenvertelt.nl
W
passeren
ergens voorbijkomen
de krijgsgevangene
iemand die in een oorlog door de vijand gevangengenomen wordt
geallieerd
die een bondgenoot is. In de Tweede Wereldoorlog waren dat de landen die tegen Duitsland vochten.
de militaire overheid bestuur van het leger saboteren
100
het vernielen of het slecht laten werken van dingen als verzet of uit protest
Thema 3 - les 3
569431 TAL6_TS A.indb 100
8/01/19 15:49
De omgekomen Belgische krijgsgevangenen
Hun schip liep op een mijn in het Hollands Diep ONGEVEER DRIEHONDERD DODEN EN EVENVEEL ZWAARGEWONDEN Willemstad, 18 juni 1940 – Het schip dat 6 000 krijgsgevangenen vervoerde, liep in het Hollands Diep op een mijn. Er vielen ongeveer driehonderd doden en evenveel zwaargewonden. In het Hollands Diep, ter hoogte van Willemstad, is een schip met Belgische krijgsgevangenen op een mijn gelopen. Het schip brak middendoor en zonk onmiddellijk. Aanstonds werden van op de oever door militairen en burgers de eerste reddingswerken ingericht. Een groot aantal zwaaren lichtgewonden konden aan wal gebracht worden en ontvingen daar de eerste zorgen. Volgens een eerste schatting zouden er een driehonderdtal doden en evenveel zwaargewonden zijn. Het transport bestaande uit drie schepen vervoerde ongeveer 6  000 krijgsgevangenen.
Naar: Oorlogskranten Het Laatste Nieuws, 18 juni 1940
W
de krijgsgevangene
iemand die in een oorlog door de vijand gevangengenomen wordt
Thema 3 - les 3
569431 TAL6_TS A.indb 101
101
8/01/19 15:49
Hoe ziet een krantenartikel eruit? Dit zijn meestal de delen van een krantenartikel: >> krantenkop Een titel (geen echte zin) vat het artikel samen. >> datum, plaats en bron >> inleiding Dit is een samenvattend blokje (wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe). >> tekst De tekst is verdeeld in alinea’s. Het beschrijft de feiten die er gebeurd zijn in de 3e persoon enkelvoud of meervoud. Alles wat iemand heeft gezegd, wordt aangehaald (bv. “Ik was doodsbang”, vertelde A.H. uit Kuurne). >> slot Er is één zin als besluit of één zin die belangrijke achtergrondinformatie geeft.
Minder pesten? School kort speeltijd in 29/06 door jvde, De Standaard Basisschool De Stap in het West-Vlaamse Lauwe kort de middagpauze met veertig minuten in. Dat betekent dat de leerlingen nog één uur hebben om al hun boterhammetjes te verorberen én te ravotten.
krantenkop datum, plaats en bron inleiding
“Tijdens die lange middagpauze begonnen sommige kinderen zich te vervelen”, zegt directeur Maarten Samyn. “Zo ontstaan pesterijen. Kinderen blijven kinderen en als ze niks omhanden hebben, kan het fout lopen.” Experts erkennen de link tussen verveling en pestgedrag, maar hebben vragen bij de remedie. “Het is een zwaktebod om de speeltijd in te korten”, zegt pestexpert Gie Deboutte van hogeschool UCLL. “Met zo’n ingreep verbeter je de sfeer op school niet. Je kunt ook meer spelletjes aanbieden en op een goede manier toezicht houden.” “De nieuwe regeling heeft wel het voordeel dat de school een halfuur vroeger uit is”, zegt Samyn. “Dus hebben de kinderen dan meer tijd om te spelen.”
102
tekst
slot
Thema 3 - les 3
569431 TAL6_TS A.indb 102
8/01/19 15:49
3
a Duid in je eerste artikel volgende elementen aan: – Omcirkel de krantenkop. – Kleur: de datum en plaats. de inleiding. het slot. – Nummer de alinea’s. b Beantwoord voor je tweede artikel de vijf w-vragen en de hoe-vraag.
Wat?
Waar? ?
?
Wanneer? ? Waarom?
Wie? ?
?
Wie?
Wat?
Waar?
Wanneer?
Hoe?
Waarom?
Hoe?
c Vat het tweede artikel samen in maximaal twee zinnen.
Thema 3 - les 3
569431 TAL6_TS A.indb 103
103
8/01/19 15:49
4
Ontdek nieuwe kenmerken in je tweede krantenartikel. a Hoeveel lijnen heeft het artikel? Dat is lang / kort (schrap wat niet past). b Welke feiten of gevoelens worden beschreven? Verslag van feiten
Beschrijving van gevoelens
Besluit: c Duid aan waar je de kern van het verhaal vindt. in de titel in de inleiding
in de hele tekst in het slot
d Duid aan hoe de informatie wordt meegedeeld. vanuit de eerste persoon vanuit de tweede persoon vanuit de derde persoon e Duid de kenmerken van de titel van het krantenartikel aan. Let op: er zijn meerdere antwoorden mogelijk. De titel: geeft informatie over de inhoud van het artikel. maakt de lezer nieuwsgierig. moet mooi zijn. moet een volledige zin zijn. moet geen volledige zin zijn. mag niet te veel informatie over de inhoud weergeven. f Duid het doel van het krantenartikel aan.
104
laten ontspannen en genieten een manier geven om vrije tijd in te vullen snel en zo volledig mogelijk informeren over wat er in de wereld gebeurt of gebeurde de gevoelens leren kennen van anderen in de wereld
Thema 3 - les 3
569431 TAL6_TS A.indb 104
8/01/19 15:49
g Vorm een duo met een leerling die de andere reeks artikels koos. Vat de kenmerken van jullie artikels samen in de tabel. De kenmerken van het krantenartikel
Lengte
kort / lang
Inhoud bestaat vooral uit
een verslag van feiten / een beschrijving van gevoelens
Belangrijkste informatie: waar? Persoon waarin tekst geschreven is Kenmerken van de titel
eerste / tweede / derde 1 2 3
Doel van de tekst
5
Lees de artikels die je nog niet las. Vat elk artikel samen in maximaal twee zinnen.
6
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon de vijf w-vragen en de hoe-vraag bij een krantenartikel beantwoorden. Ik kon de verschillende onderdelen van een krantenartikel aanduiden (krantenkop, datum en plaats, inleiding, alinea’s, slot). Ik kon extra kenmerken van een krantenartikel onderzoeken. Ik werkte goed samen met mijn partner.
Thema 3 - les 3
569431 TAL6_TS A.indb 105
105
8/01/19 15:49
les 4
Oorlogswinter Ik kan de vijf w-vragen en de hoe-vraag bij een gebeurtenis uit een verhaal beantwoorden. Ik kan de kenmerken van een verhaal (in beeld en in woord) onderzoeken.
1
Kies ĂŠĂŠn gebeurtenis uit de trailer. Beantwoord de vijf w-vragen en de hoe-vraag. Ik kies de volgende gebeurtenis: Wie?
Wat?
Wat?
Waar? ?
?
Wanneer? ?
Waar?
Waarom?
Wie? ?
?
Hoe?
Wanneer?
Waarom?
Hoe?
2
Lees het fragment uit Oorlogswinter en beantwoord de vragen.
Ontsnapt!
5
10
106
Hij had ongeveer twintig minuten gereden toen hij op een karrenpad rechts een andere wagen met een paard ervoor zag aankomen. Het was een gewone platte wagen, die de boeren gebruiken om hooi en rogge op te vervoeren, maar het bijzondere aan deze was dat er een stelletje gewapende Duitse soldaten op zat en dat er vier paarden achter aan de wagen gebonden waren. Michiel wist wat dat betekende: paardenrazzia. Deze manschappen waren erop uitgestuurd om paarden te vorderen.
Thema 3 - les 4
569431 TAL6_TS A.indb 106
8/01/19 15:49
Een meter of vijftig achter hem draaide de wagen met de Duitsers de weg op. Toen had Michiel de zweep al over Caesar gelegd. Gelukkig had het paard nog fut. Met nieuwe veerkracht snelde het dier voort. 15
20
25
30
35
40
45
50
“Vooruit, Caesar!” Weer hoorde hij geschreeuw achter zich. Een van de soldaten nam zijn geweer en schoot in de lucht. Michiel schrok. Hij was lang niet genoeg vóór om buiten het bereik van hun kogels te zijn. Hij zag dat een eindje verderop links een zijweg was. In volle ren stuurde hij Caesar erin, zó snel dat de tilbury bijna omsloeg. Het was een bosweg, waar kennelijk heel wat paard-en-wagens reden, want overal zag hij er sporen van. Nu weer naar links en dan naar rechts. Zou hij zijn achtervolgers kwijt kunnen raken? Nog steeds hoorde hij achter zich het woedende geschreeuw van de soldaten, maar hij zag ze niet meer. Nu hier naar links, weer links ... tot zijn schrik merkte hij dat hij op een doodlopend weggetje was, onmogelijk om te keren. “Ho, Caesar.” Michiel sprong van de bok. Hij bond het paard aan een boom en vluchtte het lage hout in. Als ze hem nu te pakken kregen, zag het er niet best voor hem uit. Hij volgde een klein paadje. Hoorde hij daar stemmen? ’s Kijken of die mensen er betrouwbaar uitzagen, misschien kon hij hun vragen hem een schuilplaats te wijzen. Toch maar voorzichtig zijn, je kon nooit weten wie het waren. Die voorzichtigheid was niet overbodig. Het bleken de stemmen van zijn achtervolgers te zijn, die in gesprek waren met twee boeren die hout aan het kappen waren. Typische boeren, een blauwe pet op het hoofd, een pruim tabak achter de kiezen. Ze kauwden op die pruim, namen de tijd om, voor ze antwoord gaven op een vraag, een brede straal tabakssap de ruimte te geven, ze krabden op hun achterhoofd, ze keken naar de lucht, ze trokken hun gezicht in een zo onnozel mogelijke plooi, kortom, ze gaven de driftige Duitsers de indruk dat ze nauwelijks slimmer waren dan het achtereind van een matig begaafd varken. “Hebben jullie hem nou gezien of niet?” schreeuwde een van de Duitsers. “Dâ was toch ’n zwart peerd dat ’r zo net langs kwam, hé Driekus”, zei een van de boeren. “Wis en waarachtig was dat ’n zwart peerd”, zei de ander. “En die kar, bedoelt meneer de soldaat daar een tilbury mee?” “Dat zal wel”, stampvoette de Duitser. “Vertel me nou wat voor kant die kar is opgegaan.” “O, wou meneer de soldaat dat weten. Nou, rechts.” Hij wees overtuigend in de richting tegenovergesteld aan die welke Michiel had genomen. De Duitsers keken hem onderzoekend aan. Sprak die man de waarheid? De boer glimlachte met de kinderlijke onschuld. “Ja, krek,” zei Driekus, “die kant uit.” Meer lezen? “Bedankt”, riep de Duitser. Oorlogswinter, Jan Terlouw, “Voorwaarts, mannen.” I N E E N D O R P J E aan de IJssel maakt de vijftienjarige Michiel de koude oorlogswinter van 1944 -’45 mee. Aanvankelijk is hij slechts toeschouwer, maar langzamerhand raakt Michiel meer en meer betrokken bij het ondergrondse verzet. Hij kan niemand in vertrouwen nemen, iedereen kan een verrader zijn. Met zijn eenzaamheid groeit zijn onafhankelijkheid.
Oorlogswinter behoort tot de klassiekers van de Nederlandse jeugdliteratuur. Het boek werd in 1973 bekroond met een Gouden Griffel.
OORLOGSWINTER | JAN TERLOUW
55
“Halt, staan blijven”, hoorde Michiel schreeuwen. Wat moest hij doen? Bedachtzaam keek hij achterom en zag dat ook de Duitse voerman de zweep hanteerde. Zou hij stilhouden? Dat betekende dat de barones haar paard kwijt was. Hij voelde de zenuwen weer in zijn maag omhoogkruipen, maar tegelijkertijd kwam het trekje van nijd en vastberadenheid op zijn gezicht, dat daarop het eerst was verschenen toen hij aan het graf van zijn vader stond.
Jan Terlouw
Als je dit leest ben ik in handen van de Duitsers. Er is iemand die hulp moet hebben. Herinner je je het luchtgevecht boven de Vlank, drie weken geleden, waarbij een Engels vliegtuig werd neergeschoten? De piloot is er met zijn parachute uitgesprongen. De Duitsers hebben vergeefs naar hem gezocht. Ik had meer succes. Ik heb hem gevonden. Hij bleek verwondingen aan zijn been en aan zijn schouder te hebben. Ik heb hem meegenomen. De wond is verzorgd en het been is in het gips gezet, door een deskundige. Door wie, dat doet er niet toe. Het probleem was daarna om hem te verbergen.
Talentbib 6
6
Thema 3 - les 4
569431 TAL6_TS A.indb 107
107
8/01/19 15:50
W
het karrenpad
pad dat gevormd wordt door het rijden met karren; pad waarlangs (de) karren rijden
de razzia
onverwachte inval van de politie waarbij veel mensen worden gearresteerd
de platte wagen
wagen waarmee bv. balen hooi worden vervoerd
bedachtzaam
nadenkend, voorzichtig
de tilbury
licht en open rijtuig met grote spaakwielen, voortgetrokken door één paard
a Het hoofdpersonage in het verhaal is de zestienjarige Michiel. Wat kun je over zijn karakter afleiden uit de tekst? Kleur: de passende eigenschappen.
verlegen
teruggetrokken slim
luidruchtig gulzig strijdlustig
moedig tevreden
tam
opstandig achterdochtig
humeurig
gedreven
W
achterdochtig iets of iemand niet helemaal vertrouwen
b Welke nevenpersonages zijn er?
c Jan Terlouw beschrijft het hele gebeuren met veel details. Geef een voorbeeld van figuurlijke taal.
108
Thema 3 - les 4
569431 TAL6_TS A.indb 108
8/01/19 15:50
Wat betekent letterlijk? En figuurlijk? Als je iets letterlijk schrijft, bedoel je precies wat er staat. Bv. Ik heb hoofdpijn. Mijn hoofd doet erg veel pijn. Als je iets figuurlijk schrijft, bedoel je eigenlijk iets anders. Bv. Ik heb hoofdpijn. Mijn hoofd ontploft! Geen paniek! Mijn hoofd ontploft niet echt. Ik overdrijf gewoon een beetje. Ik gebruik de taal figuurlijk.
d Zoek de twee betekenissen van ‘vorderen’ (r. 11) op in het woordenboek. Betekenis 1: Betekenis 2: Kleur: de betekenis die het woord heeft in het verhaal. e Duid de bedoeling van de tekst aan. leren over de Tweede Wereldoorlog ontspannen, genieten van een verhaal feiten uit het leven van Michiel te weten komen f Geeft dit fragment je zin om het boek helemaal te lezen? Ja / Nee, omdat
g Krijgt het verhaal een plotse wending? Gebeurt er iets verrassends? Leg uit.
n
3
Onderzoek de kenmerken van het verhaal. a Hoeveel lijnen heeft dit fragment? Dat is lang / kort (schrap wat niet past).
Thema 3 - les 4
569431 TAL6_TS A.indb 109
109
8/01/19 15:50
b Welke feiten of gevoelens worden beschreven? Verslag van feiten
Beschrijving van gevoelens
Besluit: c Verhalen zijn fictie: ze zijn dus verzonnen. Maar Jan Terlouw heeft de oorlog en de winter zelf meegemaakt. Is het dan toch een informatieve tekst? Leg uit. d Vat het fragment samen in maximaal drie zinnen. e Duid aan waar je de informatie voor je samenvatting vond. in de titel in de inleiding
in de hele tekst in het slot
f Duid aan hoe de informatie wordt meegedeeld. vanuit de eerste persoon
vanuit de tweede persoon
vanuit de derde persoon
g Duid de kenmerken van de titel van het fragment aan. Let op: er zijn meerdere antwoorden mogelijk. De titel: moet de lezer nieuwsgierig maken. moet mooi zijn. moet een volledige zin zijn. moet geen volledige zin zijn. mag niet te veel informatie over de inhoud weergeven.
110
Thema 3 - les 4
569431 TAL6_TS A.indb 110
8/01/19 15:50
h Duid het doel van het verhaal aan. laten ontspannen en genieten een manier geven om vrije tijd in te vullen snel en zo volledig mogelijk informeren over wat er in de wereld gebeurt of gebeurde de gevoelens leren kennen van anderen in de wereld i Vat de kenmerken van het verhaal samen in de tabel. De kenmerken van het verhaal
Lengte
kort / lang
Inhoud bestaat vooral uit
een verslag van feiten / een beschrijving van gevoelens
Belangrijkste informatie: waar? Persoon waarin tekst geschreven is Kenmerken van de titel
eerste / tweede / derde 1 2 3
Doel van de tekst
4
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon de vijf w-vragen en de hoe-vraag bij een gebeurtenis uit een verhaal beantwoorden. Ik kon extra kenmerken van een verhaal onderzoeken. Ik werkte goed samen met mijn partners om tot een compromis komen.
Thema 3 - les 4
569431 TAL6_TS A.indb 111
111
8/01/19 15:50
les 6
Wat hebben afleidingen en samenstellingen met elkaar gemeen? Ik kan samenstellingen en afleidingen herkennen en vormen. Ik kan afleidingen vormen door een voor- en/of achtervoegsel aan het grondwoord toe te voegen.
1
Fris je geheugen op. a Lees de woorden. Schrijf in de tweede kolom of het samenstellingen (S) of afleidingen (A) zijn. b Schrijf in de derde kolom de grondwoorden die je in de woorden vindt. Woord
S of A?
Grondwoord(en)
Oorlogswinter schuldig dagboek smakelijk c Volg het schema.
Ik heb alles juist. Ja!
Nee! Helaas.
Proficiat!
Dat is niet erg!
Bestudeer de taalweter bij oefening 2. Die legt alles nog eens uit.
Nu is iedereen klaar om de oefeningen te maken!
112
Thema 3 - les 6
569431 TAL6_TS A.indb 112
8/01/19 15:50
2
Lees de taalweter.
Wat zijn grondwoorden, samenstellingen en afleidingen? We bedenken niet voor elk nieuw ding een nieuw woord. In plaats daarvan voegen we bestaande woorden samen (bv. muis + mat = muismat) of voegen we voor- en achtervoegsels toe (bv. bruikbaar, waterachtig). Nu je dat weet, kan het je helpen om de betekenis van bepaalde woorden te achterhalen of om ze correct te schrijven.
Wat is een grondwoord? Een grondwoord is de allerkortste vorm van een woord. Je kunt een grondwoord dus niet meer in afzonderlijke woorden splitsen. Bv.
bus, tand, werk, tapijt, douche ...
Wat is een samenstelling? Als je grondwoorden samenvoegt, krijg je een samenstelling. Bv.
brood + mager sport + artikelen + fabrikant
broodmager sportartikelenfabrikant
Er zijn verschillende soorten samenstellingen: > > > > >
met meerdere zelfstandige naamwoorden (bv. televisieaansluiting, netwerkkabel ...) met een bijvoeglijk naamwoord (bv. goedemorgen, rodekool ...) met anderstalige delen (bv. harddisk, webcam, webmaster ...) met een afkorting (bv. tv-programma, cd-speler, USB-stick ...) met als eerste deel de stam van een werkwoord (bv. springplank, looprek ...)
Wat is een afleiding? Een afleiding ontstaat als je aan een woord een voorvoegsel en/of een achtervoegsel toevoegt. Bv. on + eer aap + in ver + werk + ing
oneer apin verwerking
Let op! Voorvoegsels en achtervoegsels krijgen pas hun betekenis wanneer je ze combineert met een grondwoord.
Om een samenstelling te vormen, moet je soms een letter extra, een tussenletter, toevoegen. Bv. oorlog + wapen = oorlogswapen Ook bij afleidingen moet je met tussenletters rekening houden. Bv. hart + loos = harteloos Bij afleidingen kunnen ook letters wegvallen: Bv. einde + ig = eindig
Thema 3 - les 6
569431 TAL6_TS A.indb 113
113
8/01/19 15:50
3
Onderzoek de samenstellingen. a Splits ze en noteer de twee grondwoorden. b Noteer het juiste cijfer: 1 2 3 4 5
voor samenstellingen met twee zelfstandige naamwoorden voor samenstellingen met een bijvoeglijk naamwoord voor samenstellingen met anderstalige delen voor samenstellingen met een afkorting voor samenstellingen met als eerste deel de stam van een werkwoord
Samenstelling
114
Grondwoord 1
Grondwoord 2
Cijfer
donkergrijs
veerkracht
duikboot
onlinekrant
werkkamp
oorlogswapen
dvd-hoes
springplank
Thema 3 - les 6
569431 TAL6_TS A.indb 114
8/01/19 15:50
4
Speel vier op een rij. Volg het stappenplan. STAP 1:
Eén leerling neemt een rode stift, de andere een gele.
STAP 2: Draai één stift rond. De leerling naar wie de punt wijst, begint. STAP 3:
Gebruik het taalschrift van die leerling als spelbord.
STAP 4:
Zoek één samenstelling. Kleur de grondwoorden die je gebruikt met jouw stift. Bv. Je kiest ‘oorlogswapen’: je kleurt de woorden ‘oorlog’ en ‘wapen’ in jouw kleur.
STAP 5:
Daarna is de volgende leerling aan de beurt.
STAP 6:
Wie als eerste vier grondwoorden op een rij in zijn of haar kleur heeft, wint. Let op: de woorden moeten bestaan. Als je twijfelt over een woord, zoek het dan op in een woordenboek of op het internet.
oorlog
geweer
zee
oorlog
machine
concentratie
wereld
vee
man
oorlog
springer
kamp
oorlog
kamp
schutter
wapen
boot
veld
jaar
artikel
valscherm
wagen
schip
joden
vlieg
slag
oorlog
gewicht
werk
oorlog
krant
gewonden
slachtoffer
zwaar
magazijn
oorlog
kamp
scherp
wonde
duik
Thema 3 - les 6
569431 TAL6_TS A.indb 115
115
8/01/19 15:50
5
Speel het spel een tweede keer. Gebruik nu het taalschrift van de andere leerling.
6
Lees de omschrijving en schrijf op welke afleiding we zoeken. 1 zonder dak boven je hoofd 2 opnieuw bouwen 3 zonder hoop 4 vrouwelijke leider 5 van België 6 wat je krijgt voor een operatie om de pijn niet te voelen
7
Speel Boggle. Om de beurt kiest een leerling een grondwoord. De andere leerlingen noteren binnen de minuut zoveel mogelijk samenstellingen met dat grondwoord. Tips: gebruik kladpapier. Je (online)woordenboek is de scheidsrechter.
8
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon de grondwoorden in een samenstelling vinden. Ik kon het grondwoord in een afleiding vinden. Ik kon samenstellingen met bepaalde grondwoorden maken. Ik kon afleidingen met een bepaald grondwoord maken door een voor- en/of achtervoegsel toe te voegen. Ik wist wat voor- en achtervoegsels zijn. Ik kon een spel op een sportieve manier spelen.
116
Thema 3 - les 6
569431 TAL6_TS A.indb 116
8/01/19 15:50
les 8
Strips en dagboeken Ik kan de kenmerken van een dagboekfragment en van een strip(roman) onderzoeken. Ik kan het verschil tussen fictie en non-fictie uitleggen.
1
a Lees de taalweter.
Waarom houden sommige mensen een dagboek bij? Zo staan ze elke keer even stil bij wie ze zijn: hun gevoelens, ideeën, dromen en gedachten. Een leuke manier om jezelf nog beter te leren kennen! Bovendien is het een leuke herinnering voor later.
b Lees de uitleg over het dagboek van Anne Frank.
Anne Frank hield van 12 juni 1942 tot 1 augustus 1944 een dagboek bij. In het begin richtte ze haar brieven aan haar denkbeeldige vriendin Kitty om haar hart te luchten. Maar in de lente van 1944 hoorde ze op de radio een oproep van de minister van Onderwijs: W “Na de oorlog zullen alle getuigenissen van het zijn hart luchten lijden onder de Duitse bezetting verzameld en zijn gevoelens uiten openbaar gemaakt worden zodat iedereen weet wat er gebeurd is.” Als voorbeeld noemde hij onder andere dagboeken. Vanaf toen besloot Anne Frank zoveel mogelijk te noteren in haar dagboek zodat ze na de oorlog een boek kon schrijven en publiceren.
c Wat waren voor Anne Frank de twee redenen om een dagboek bij te houden? Eerste reden: Tweede reden: d Bekijk de foto van Anne op de cover van haar dagboek. Omcirkel een van de eigenschappen die volgens jou bij Anne past en leg in een zin uit waarom je die eigenschap gekozen hebt. Kies uit: stil – nieuwsgierig – brutaal – bezorgd – intelligent – opvallend – eerlijk – onhandig – bescheiden – verstrooid Leg je keuze uit:
Thema 3 - les 8
569431 TAL6_TS A.indb 117
117
8/01/19 15:50
2
a Lees het eerste dagboekfragment.
vrijdag, 9 oktober 1942
Lieve Kitty, Niets dan nare en neerdrukkende berichten heb ik vandaag te vertellen. Onze vele joodse kennissen worden bij groepjes opgepakt. De Gestapo gaat met deze mensen allerminst zacht om, ze worden gewoon in veewagens naar Westerbork, het grote jodenkamp in Drenthe, gebracht. Miep* heeft over iemand verteld die uit Westerbork gevlucht is. Westerbork moet vreselijk zijn. De mensen krijgen haast niets te eten, laat staan te drinken. Er is maar een uur per dag water en een wc en een wastafel voor een paar duizend mensen. Slapen doen ze allemaal door elkaar, mannen, vrouwen en die laatsten en de kinderen krijgen vaak de haren afgeschoren. Vluchten is haast onmogelijk. De mensen zijn gebrandmerkt door hun afgeschoren hoofden en velen ook door hun joodse uiterlijk. Als het in Holland al zo erg is, hoe zullen ze dan in de verre en barbaarse streken leven waar ze heengezonden worden? Wij nemen aan dat de meesten vermoord worden. De Engelse radio spreekt van vergassing, misschien is dat wel de vlugste sterfmethode. W
barbaars onmenselijk
Je Anne
* Miep Gies en haar man waren vrienden van de familie Frank. Zij hielp hen onder te duiken en bracht hen alles wat ze nodig hadden. Uit: Het Achterhuis: Dagboekbrieven 12 juni 1942 – 1 augustus 1944, Anne Frank, Uitgeverij Prometheus
b Vat het fragment in maximaal twee zinnen samen.
Klaarstaande veewagons in Westerbork, Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam. Bruikleen erven mevrouw Nijstad-de Wijze
118
Thema 3 - les 8
569431 TAL6_TS A.indb 118
8/01/19 15:50
c Lees het tweede dagboekfragment.
zaterdag, 30 januari 1943 Lieve Kitty, Ik damp van woede en ik mag het niet tonen, ik zou willen stampvoeten, schreeuwen, moeder eens hard door elkaar schudden, huilen en weet ik wat nog meer om de nare woorden, de spottende blikken, de beschuldigingen die als pijlen uit een scherp gespannen boog mij elke dag opnieuw treffen en die zo moeilijk uit mijn lichaam te trekken zijn. Ik zou moeder, Margot, Van Daan, Dussel en ook vader toe willen schreeuwen: “Laat me met rust, laat me eindelijk een nacht slapen zonder dat mijn kussen nat van de tranen is, mijn ogen branden en mijn hoofd bonst. Laat me weg, weg van alles, liefst weg van de wereld!” W Iedereen vindt me aanstellerig als ik praat, aanstellerig belachelijk als ik zwijg, brutaal als ik overdreven gedragen, antwoord geef, geslepen als ik een goed idee doen alsof heb, lui als ik moe ben, egoïstisch als ik een geslepen hap te veel eet, dom, laf, berekenend, enz. slim en gemeen, sluw enz. De hele dag hoor ik niets anders dan dat berekenend ik een onuitstaanbaar wicht ben, en hoewel op eigen voordeel uit zijn ik erom lach en doe of ik me er niets van aantrek, kan het me wel wat schelen, zou ik het wicht God wel willen vragen me een andere natuur vervelend of dom meisje te geven, die alle mensen niet tegen me in iemand tegen je in het het harnas jaagt. harnas jagen
jk
Je Anne
iets doen waardoor iemand boos op je wordt
Uit: Het Achterhuis: Dagboekbrieven 12 juni 1942 – 1 augustus 1944, Anne Frank, Uitgeverij Prometheus
d Vat het fragment in maximaal twee zinnen samen.
e Anne Frank stierf door ziekte in een concentratiekamp tussen eind februari en begin maart 1945. Stel dat ze nog leefde en dat je haar kon interviewen. Welke vraag zou je haar stellen?
Thema 3 - les 8
569431 TAL6_TS A.indb 119
119
8/01/19 15:50
f Op 30 januari 1943 schrijft Anne: Ik damp van woede. Dat is een voorbeeld van figuurlijk taalgebruik. Leid uit de tekst af wat Anne ermee bedoelt.
3
Onderzoek de verschillende kenmerken van het dagboek. a Hoeveel lijnen hebben de twee fragmenten samen? Dat is lang / kort (schrap wat niet past). b Welke feiten of gevoelens worden beschreven? Verslag van feiten
Beschrijving van gevoelens
Fragment 1:
Fragment 1:
Fragment 2:
Fragment 2:
Besluit: c Is dit dagboek fictie of non-fictie? Schrap wat niet past: fictie / non-fictie.
Š United Archives GmbH / Alamy Stock Photo
Verklaar je antwoord.
d Duid aan waar je de informatie voor je samenvatting vond. in de titel in de inleiding
120
in de hele tekst in het slot
Thema 3 - les 8
569431 TAL6_TS A.indb 120
8/01/19 15:50
e Duid aan hoe de informatie wordt meegedeeld. vanuit de eerste persoon vanuit de tweede persoon vanuit de derde persoon f Duid de kenmerken van de titel van het dagboek aan. Let op: er zijn meerdere antwoorden mogelijk. De titel: moet de lezer nieuwsgierig maken. moet mooi zijn. moet een volledige zin zijn. moet geen volledige zin zijn. mag niet te veel informatie over de inhoud weergeven. g Duid het doel van een dagboek aan. laten ontspannen en genieten een manier geven om vrije tijd in te vullen snel en zo volledig mogelijk informeren over wat er in de wereld gebeurt of gebeurde de gevoelens leren kennen van anderen in de wereld h Vat de kenmerken van het dagboekfragment samen. De kenmerken van het dagboekfragment
Lengte
kort / lang
Inhoud bestaat vooral uit
een verslag van feiten / een beschrijving van gevoelens
Belangrijkste informatie: waar? Persoon waarin tekst geschreven is Kenmerken van de titel
eerste / tweede / derde 1 2 3
Doel van de tekst i Keer even terug naar oefening 2e. Je partner speelt de rol van Anne Frank en geeft antwoord op je interviewvraag. Daarna wisselen jullie van rol.
Thema 3 - les 8
569431 TAL6_TS A.indb 121
121
8/01/19 15:50
4
a Lees het fragment uit de striproman ‘Het achterhuis’.
W
122
de striproman stripverhaal met het karakter van een roman; = beeldroman of graphic novel
Thema 3 - les 8
569431 TAL6_TS A.indb 122
8/01/19 15:50
t n
Thema 3 - les 8
569431 TAL6_TS A.indb 123
123
8/01/19 15:50
b Omcirkel wat voor jou past. Je mag meerdere woorden omcirkelen. Ik vind de tekeningen in deze strip: meisjesachtig
onaangenaam
vrolijk
bedreigend
mysterieus
mooi
afschuwelijk
donker
vinnig
grappig
angstaanjagend
bijzonder
c Leg een van je keuzes uit.
5
Onderzoek de kenmerken van de striproman. a In een strip is het moeilijk om het aantal lijnen van het verhaal te tellen. Een strip ziet er immers helemaal anders uit dan een tekst. Vul de woorden in. Kies uit: tekeningen – tekstballonnen – een balk – een verteller – de zinnen – de tekenaar
In een strip staan
niet onder
elkaar. De schrijver of laat de personages praten met behulp van . Er is dikwijls . Zijn tekst komt bovenaan in wordt weergegeven door
124
. Wat de personages doen, .
Thema 3 - les 8
569431 TAL6_TS A.indb 124
8/01/19 15:50
b Welke feiten of gevoelens worden beschreven? Feiten
Gevoelens
Besluit: c Is deze strip fictie of non-fictie? Schrap wat niet past: fictie / non-fictie. Leg uit: d Duid aan waar je de informatie voor je samenvatting vond. in de titel in de inleiding
in de hele tekst in het slot
e Duid aan hoe de informatie wordt meegedeeld. vanuit de eerste persoon vanuit de tweede persoon vanuit de derde persoon f Duid de kenmerken van de titel van de striproman, Het achterhuis, aan. Let op: er zijn meerdere antwoorden mogelijk. De titel: moet de lezer nieuwsgierig maken. moet mooi zijn. moet een volledige zin zijn. moet geen volledige zin zijn. mag niet te veel informatie over de inhoud weergeven.
Thema 3 - les 8
569431 TAL6_TS A.indb 125
125
8/01/19 15:50
g Duid het doel van de strip aan. laten ontspannen en genieten een manier geven om vrije tijd in te vullen snel en zo volledig mogelijk informeren over wat er in de wereld gebeurt of gebeurde de gevoelens leren kennen van anderen in de wereld h Vat de kenmerken van de striproman samen in de tabel. De kenmerken van de strip(roman)
Lengte
kort / lang
Inhoud bestaat vooral uit
een verslag van feiten / een beschrijving van gevoelens
Belangrijkste informatie: waar? Persoon waarin tekst geschreven is Kenmerken van de titel
eerste / tweede / derde 1 2 3
Doel van de tekst
6
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon de kenmerken van een dagboekfragment onderzoeken. Ik kon fragmenten in maximaal twee zinnen samenvatten. Ik kon de kenmerken van een striproman onderzoeken. Ik kon het verschil tussen fictie en non-fictie uitleggen. Ik werkte goed samen met mijn partner.
126
Thema 3 - les 8
569431 TAL6_TS A.indb 126
8/01/19 15:50
les 9
Wat ik beleef, verdient ook een verslag! Ik kan een verslag schrijven van een gebeurtenis, een eigen belevenis of ervaring met persoonlijke indrukken en een eigen mening.
1
Bepaal het schrijfdoel. a Vul het woordenweb aan met enkele interessante of spannende gebeurtenissen, belevenissen of ervaringen. b Omcirkel de gebeurtenis, belevenis of ervaring die je wilt beschrijven in je verslag.
gebeurtenissen belevenissen ervaringen
Thema 3 - les 9
569431 TAL6_TS A.indb 127
127
8/01/19 15:50
2
Verzamel woorden en ideeĂŤn voor de inhoud van je verslag. Beantwoord voor jouw gebeurtenis de vijf w-vragen en de hoe-vraag. Wie?
Wat?
Wat?
Waar? ?
?
Wanneer? ?
Waar?
Waarom?
Wie? ?
?
Hoe?
Wanneer?
Waarom?
Hoe?
3
4
128
Kies een soort verslag en herlees de kenmerken in je taalschrift.
een krantenartikel (p. 105)
een dagboekfragment (p. 121)
een verhaal (p. 111)
een strip(roman) (p. 126)
Schrijf je verslag. Werk op een los blad of op de computer. Tip: houd rekening met de aandachtspunten van oefening 5.
Thema 3 - les 9
569431 TAL6_TS A.indb 128
8/01/19 15:50
5
a Herlees en controleer je tekst. Vink aan wat in orde is.
Hoe schrijf ik een goed verslag? Ik denk aan de indeling van een tekst: inleiding, midden en slot. Ik gebruik alle antwoorden op de vijf w-vragen en de hoe-vraag in mijn verslag. Ik controleer de kenmerken van het soort verslag dat ik koos. Ik schrijf correcte zinnen en denk daarbij aan hoofdletters en leestekens. Ik zoek de schrijfwijze van moeilijke woorden op. Ik schrijf verzorgd.
b Verbeter de items die je niet aanvinkte.
6
Maak ĂŠĂŠn of meerdere illustratie(s) bij je verslag.
Thema 3 - les 9
569431 TAL6_TS A.indb 129
129
8/01/19 15:50
7
Lees het verslag van een andere leerling uit je groep. Beoordeel aan de hand van de onderstaande criteria.
Ja
Nee
1 Ik kon me inleven in het verslag. 2 Het verslag had een goed / grappig / spannend einde. 3 Je koos een krantenartikel: het verslag bevatte vooral feiten, weinig gevoelens. 4 Je koos een verhaal of dagboek: het verslag bevatte vooral gevoelens. 5 Je koos een striproman: het verslag bevatte vooral gevoelens.
8
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon de vijf w-vragen en de hoe-vraag bij een gebeurtenis in een verslag verwerken. Ik kon de verschillende kenmerken van het gekozen verslag gebruiken in mijn tekst. Ik verbeterde de items in mijn verslag die nog niet in orde waren. Ik beoordeelde het verslag van een klasgenoot volgens de gegeven criteria. Ik luisterde aandachtig wanneer een groepslid zijn verslag voorlas.
130
Thema 3 - les 9
569431 TAL6_TS A.indb 130
8/01/19 15:50
les 11
Verover je kennis over zinnen Ik kan de twee delen van een zin benoemen als onderwerp en rest van de zin. Ik kan werkwoorden rubriceren als werkwoorden die zeggen wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt of als werkwoorden en andere woorden die zeggen wat het onderwerp is of wordt. Ik kan de persoonsvorm herkennen.
1
a Lees de taalweters.
Wat is een onderwerp? In een zin zeggen we iets over iets of iemand. Waarover of over wie? Dat is het onderwerp van die zin. Het is niet altijd eenvoudig om het onderwerp in een zin op te sporen. Bv. Opa en oma komen vandaag logeren. Ik ben het onderwerp van mijn zin, meester!
Hoe vind ik het onderwerp? Met dit trucje lukt het altijd: 1 Maak een ja-neevraag. 2 De persoonsvorm komt vooraan te staan. 3 Het onderwerp komt na de persoonsvorm. Bv.
Lotta is altijd blij als Finn komt logeren. Is Lotta altijd blij als Finn komt logeren? Schipper, mag ik overvaren? Mag ik overvaren, schipper?
Het onderwerp markeer je geel.
Wat is een persoonsvorm? De persoonsvorm is de werkwoordsvorm die bij het onderwerp past. Dat onderwerp kan een persoon, dier, plant of voorwerp zijn. De persoonsvorm staat meestal in de buurt van het onderwerp.
Vind ik zo de persoonsvorm?
Bv. Ik sta, de leeuw staat, de huizen staan ...
Hoe vind ik de persoonsvorm? Je vindt de persoonsvorm door een ja-neevraag te stellen. De persoonsvorm komt vooraan te staan. Bv.
Opa houdt van snorkelen.
Houdt opa van snorkelen?
Gevonden? Onderstreep dan steeds de persoonsvorm! Thema 3 - les 11
569431 TAL6_TS A.indb 131
131
8/01/19 15:50
b Lees de tekst.
Je bent de opperbevelhebber van een echt leger. Jij stelt je troepen op. Alleen jij bedenkt hoe je slagkracht het beste tot zijn recht komt zonder de verdediging te verwaarlozen. Ga je aanvallen over rechts, maar is je linkerflank daardoor niet kwetsbaar? Je vlag is het belangrijkste. Is die voldoende beschermd? En bovenal: wat doet je tegenstander? Heb je door wat hij in zijn schild voert? c Markeer in elke zin: het onderwerp. d Onderstreep telkens de persoonsvorm. 1 Je bent de opperbevelhebber van een echt leger. 2 Ga je aanvallen over rechts? 3 Je linkerflank is daardoor kwetsbaar. 4 Je vlag is het belangrijkste. 5 Wat doet je tegenstander?
132
W
de opperbevelhebber persoon die aan het hoofd staat van het hele leger de slagkracht kracht waarmee je de vijand aanvalt de flank zijkant iets in zijn schild voeren een geheim plan hebben
Thema 3 - les 11
569431 TAL6_TS A.indb 132
8/01/19 15:50
2
a Lees de taalweter.
Welk zinsdeel zegt wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt? ste 4 rijen; ĂŠĂŠn stuk per veld. Je plaatst de stukken met hun rang naar jou toe;
✓ Iedere Iedere speler speler beschikt beschikt over over een een leger leger van van 40 40 speelstukken. speelstukken. Plaats Plaats de de stukken stukken op op de de eereer✓
ste 4 rijen; ĂŠĂŠn stuk per veld. Je plaatst de stukken met hun rang naar jou toe; jeWelke tegenstander mag herken straks niet niet zien om welk welk stuk stuk het het gaat. gaat. werkwoorden je inzien de zin? je tegenstander mag straks om ✓ Je opstelling is belangrijk; hij kan beslissend zijn voor winst of of verlies. verlies. Lees Lees de de regels regels Zeggen ze wat het onderwerp doetbeslissend of wat ermee ✓ Je opstelling is belangrijk; hij kan zijngebeurt? voor winst voor het het verplaatsen van van de de stukken stukken en en aanvallen aanvallen aandachtig aandachtig door door en en bekijk bekijk dan dan de de voor In een zinverplaatsen kan ĂŠĂŠn werkwoord staan (de persoonsvorm). strategische tips tips aan het het einde einde van van deze handleiding. handleiding. strategische Bv. De meesteraan geeft ons vandaag deze geen huiswerk.
DOEL VANinHET HET SPEL: Soms staan een zinSPEL: ook twee of meer werkwoorden. DOEL VAN
Verover demeester vlag van vanheeft je tegenstander tegenstander Ăłfgeen schakel al zijn zijngegeven. bewegende stukken stukken uit. uit. Bv. De ons vandaagĂłf huiswerk Verover de vlag je schakel al bewegende dit werkwoord of deze werkwoorden altijd aan met een groene markering. DEDuid STRIJD BEGINT: DE STRIJD BEGINT: Onderstreep de persoonsvorm.
De spelers spelers doen doen om om de de beurt beurt een een zet. zet. De Rood begint. begint. Als Als je je aan aan zet zet bent bent mag mag je: je: een een stuk stuk verplaatsen verplaatsen of of een een stuk stuk aanvallen aanvallen Rood b Lees de tekst.
Je kunt kunt in in ĂŠĂŠn ĂŠĂŠn beurt beurt niet niet verplaatsen verplaatsen ĂŠn ĂŠn aanvallen aanvallen (behalve (behalve de de verkenners verkenners en en de de infi infiltrant ltrant Je zie speciale speciale stukken). stukken). Als Als je je geen geen zet zet meer meer kunt kunt doen, doen, dan dan ben ben je je verslagen. verslagen. zie
EEN STUK VERPLAATSEN EEN STUK VERPLAATSEN: EEN STUK VERPLAATSEN:
Je verplaatst per beurt maar veld (behalve de de ver Je Je1 kunt kunt per beurt beurt maar ĂŠĂŠn stukĂŠĂŠn ĂŠĂŠnstuk veldĂŠĂŠn verplaatsen (behalve per maar ĂŠĂŠn stuk ĂŠĂŠn veld verplaatsen (behalve de ververkenners, zie Speciale Stukken). Stukken naar voren, naar kenners zie Speciale Speciale Stukken). Stukken mogenmogen naar voren, voren, naar achteachtekenners zie Stukken). Stukken mogen naar naar links en naar rechts worden verplaatst, maar nooit diagonaal. ren, naar naar links links en en naar naar rechts rechts worden worden verplaatst, verplaatst, maar maar nooit nooit diagonaal. diagonaal. ren, Op ĂŠĂŠn veld kunnen nooit twee stukken staan. 2 Twee Twee stukken stukken kunnen kunnen nooit nooit samen samen op op ĂŠĂŠn ĂŠĂŠn veld veld staan staan mogen nooit over een bezet veld springen. 3 Stukken Stukken kunnen niet over een bezet veld springen. Stukken kunnen niet over een bezet veld springen. In het midden bord liggen twee meertjes. stukkenkunnen 4 het In In het midden vanvan hethet bord liggen twee meertjes. DeDe stukken kunnen midden van het bord liggen twee meertjes. De stukken kunnen de meertjes niet betreden en er ook niet overheen springen. de meertjes niet betreden en er ook niet overheen springen. de meertjes niet betreden en er ook niet overheen springen. verdrinken het meer. AlsZe je een een zet hebt hebtingedaan gedaan en je je hebt hebt je je stuk stuk losgelaten, losgelaten, dan dan mag mag je je niet niet Als je zet en meer terugzetten. je het stuk losliet, mag je het niet meer verzetten. 5 Alsterugzetten. meer Je mag eeneen stuk nietniet vaker dan drie keer over twee velden heen en en weer weer Je mag stuk meer dan drie keer heen en velden weer schuiven. Je6 mag een stuk niet vaker dan drie keer over twee heen schuiven. De speler die als eerste begint, stopt als eerste. schuiven. De speler die hier mee begint, moet moet er als als eerste mee verplaatst. stoppen. Letspeler op! Dedie vlag enmee de bommen kunnen niet worden De hier begint, er eerste mee stoppen. Ook mag je niet voortdurend achter een vijandelijk stuk aan blijven blijven Ook mag je niet voortdurend achter een vijandelijk stuk aan lopen, zonder zonder dat dat je je het het te te pakken pakken kunt kunt krijgen. krijgen. De De aanvaller aanvaller moet moet hier hier mee mee stoppen. stoppen. lopen, Let op! op! De De vlag zin: en de de bommen bommen kunnen kunnen niet niet worden worden verplaatst. verplaatst. c Markeer in elke Let vlag en Deze stukken blijven gedurende het spel staan waar ze bij bij de de opstelling opstelling zijn zijn neergezet. neergezet. Deze stukken blijven gedurende het spel staan waar ze het onderwerp. het werkwoord of de werkwoorden die zeggen wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt. EEN STUK STUK AANVALLEN: EEN AANVALLEN:
Als er er een een vijandelijk vijandelijk stuk stuk naast, naast, achter achter of of voor voor jouw jouw stuk stuk staat staat mag mag je je het het aanvallen. aanvallen. Als d Onderstreep telkens de persoonsvorm. Aanvallen mag mag nooit nooit diagonaal diagonaal en en is is nooit nooit verplicht. verplicht. Aanvallen 1 Je verplaatst per beurt maar ĂŠĂŠn stuk ĂŠĂŠn veld. 2 Op ĂŠĂŠn veld kunnen nooit twee stukken staan. 3 Stukken mogen nooit over een bezet veld springen. 4 In het midden van het bord liggen twee meertjes. 5 De stukken verdrinken in het meer.
4
6 De vlag en de bommen staan op dezelfde plaats.
00495_stratego_handl.indd 44 00495_stratego_handl.indd
06-06-11 13:02 13:02 06-06-11
Thema 3 - les 11
569431 TAL6_TS A.indb 133
133
8/01/19 15:50
3
a Lees de taalweter.
Welk zinsdeel zegt wat of hoe iemand is of wordt? Welk werkwoord (zijn of worden) + welk ander woord zeggen wat of hoe het onderwerp is of wordt? Bv.
Ik ben ziek. Ik word morgen kampioen.
Duid dit werkwoord + het andere woord (of woorden) altijd aan met een roze markering. Onderstreep de persoonsvorm. b Lees de tekst.
DE SPEELSTUKKEN
Dit zijn de speelstukken van het speelbord. Op de afbeelding zie je de speelsterkte van het stuk. De maarschalk is altijd de hoogste in rang en de spion is de laagste in rang. Het cijfer in de rode bolletjes is het aantal stukken in het spel.
c Markeer in elke zin: het onderwerp. het werkwoord en de andere woorden die zeggen wat het onderwerp is of wordt. d Onderstreep telkens de persoonsvorm. 1 De maarschalk is altijd de hoogste in rang. 2 De spion is de laagste in rang. 3 De spion is een personage met eigen regels. 4 Het cijfer in de rode bolletjes is het aantal stukken in het spel. 5 Dit zijn de speelstukken van het speelbord.
134
Thema 3 - les 11
569431 TAL6_TS A.indb 134
8/01/19 15:50
4
a Lees de tips bij het spel.
DE OPSTELLING
✓ Je zet je vlag op de laatste rij(en). Je zet er eventueel bommen omheen, zodat alleen vijandelijke mineurs je vlag kunnen veroveren. ✓ Je plaatst een aantal verkenners op de eerste rijen. Maar je bewaart er ook enkele voor het einde van het spel. Ze zijn handig om de spion of zelfs de vlag onschadelijk te maken. ✓ Je plaatst je spion best in de buurt van je generaal. Als je generaal bedreigd wordt door de vijandelijke maarschalk, dan kan de spion je generaal beschermen.
HET SPEL
✓ Het is verleidelijk om met hogere stukken onbekend vijandelijk gebied in te trekken. Het risico is groot: als je een kolonel of nog hoger verliest, leidt dat meestal tot verlies van de partij. ✓ Zodra je de vijandelijke maarschalk kent, kan jouw generaal ieder stuk slaan dat bewogen heeft en niet door de maarschalk wordt gedekt.
b Schrijf het nummer van de zin in de juiste kolom. 1 2 3 4
Je bewaart enkele verkenners voor het einde van het spel. Je plaatst je spion best in de buurt van je generaal. Jij en je vrienden spelen dit spel met heel veel plezier. Ze zijn handig om de spion onschadelijk te maken.
In deze zinnen zegt het werkwoord of zeggen In deze zinnen zegt het werkwoord samen met één of meer andere woorden wat het de werkwoorden wat het onderwerp doet of onderwerp is of wordt. wat ermee gebeurt.
5
a Markeer in elke zin: het onderwerp. het zinsdeel (dat bestaat uit één of meer werkwoorden) dat zegt wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt. het zinsdeel (dat bestaat uit één of meer werkwoorden en andere woorden) dat zegt wat het onderwerp is of wordt. b Onderstreep telkens de persoonsvorm. 1 Je vlag zet je op de laatste rij. 2 Je beschermt je vlag met de bommen. 3 Je spion kan de generaal beschermen. 4 Het risico is groot. Thema 3 - les 11
569431 TAL6_TS A.indb 135
135
8/01/19 15:50
6
a Beoordeel de zinnen en kleur het juist vakje. Zo vind je de slogan van Stratego.
EEN STUK AANVALLEN
Je neemt jouw stuk en tikt het vijandelijke stuk voorzichtig aan. Je zegt de rang en het nummer van jouw stuk. Je tegenstander antwoordt met de rang en het nummer van zijn aangevallen stuk. Als de rang van jouw stuk hoger is, dan gaat het vijandelijke stuk van het bord en jouw stuk neemt de plaats in van het vijandelijke stuk. Als de rang van jouw stuk lager is, dan gaat jouw stuk van het bord. Het vijandelijke stuk blijft staan op zijn plaats. Als de rangen van beide stukken gelijk zijn, dan gaan beide speelstukken van het bord.
☛ Kapitein (6)
Majoor (7) De majoor wint!
Zin
Waar
Niet waar
Een
Het
klassieke
modern
Je zegt de rang en het nummer van jouw stuk. ‘Zegt de rang en het nummer van jouw stuk‘ is de rest van de zin.
spel
verhaal
De rang van jouw speelstuk is hoger. ‘Is hoger’ zegt wat of hoe het onderwerp is.
van
over
oorlog
aanval
of
en
verdediging
vrede
Kinderen vinden Stratego een leuk spel. ’Een leuk spel’ is het onderwerp van deze zin. Je neemt je stuk. ‘Neemt‘ is de persoonsvorm.
Het vijandelijke stuk verdwijnt van het bord. ‘Verdwijnt’ zegt wat het onderwerp is of wordt. Van beide stukken zijn de rangen gelijk. ‘Van beide stukken’ is het onderwerp in deze zin. De majoor wint van de kapitein. ‘Wint’ zegt wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt. b Schrijf de slogan op.
136
Thema 3 - les 11
569431 TAL6_TS A.indb 136
8/01/19 15:51
7
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon het onderwerp in de zin vinden. Ik kon de rest van de zin vinden. Ik kon de persoonsvorm in de zin onderstrepen. Ik kon de werkwoorden die zeggen wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt, aanduiden. Ik kon de werkwoorden (en woorden) die zeggen wat of hoe het onderwerp is of wordt, aanduiden.
Thema 3 - les 11
569431 TAL6_TS A.indb 137
137
8/01/19 15:51
les 12
Nu alles voorbij is, begint alles wat voorbij is opnieuw. Ik kan genieten van gedichten. Ik kan de gedichten lezen met aandacht voor het leestempo, de articulatie en de expressie.
1
Lees de gedichten op p. 141-143 in stilte.
2
Kies je favoriete gedicht. Ik kies gedicht
3
Oefen om dat gedicht voor te dragen. Denk daarbij aan de volgende tips:
Voor het voordragen: 1 Doe mondspieroefeningen. Doe alsof je een banaan eet: pel een banaan en stop die in één keer in je mond. Doe alsof je een watermeloen eet: knabbel aan een groot stuk watermeloen van links naar rechts en van rechts naar links. Doe alsof je druiven eet: trek een druif van de tros, gooi die in de lucht, vang ze op met je mond, knabbel erop en spuug de pitjes uit. 2 Lees je gekozen gedicht minstens vijf keer in stilte. Zo struikel je bij het voorlezen niet over je woorden. 3 Zorg dat je alle woorden begrijpt. 4 Zorg dat je het gevoel bij het gedicht begrijpt en dat je dat gevoel in het gedicht kunt leggen. Tijdens het voordragen: 1 Praat traag. 2 Neem na elke strofe een pauze (tel tot drie). 3 Articuleer. 4 Zorg ervoor dat het gevoel dat je in het gedicht legt, duidelijk is. Na het voordragen: Vul de zelfevaluatie in.
138
Thema 3 - les 12
569431 TAL6_TS A.indb 138
8/01/19 15:51
Zelfevaluatie voor het lezen: gedicht 1 Ik deed mondspieroefeningen. 2 Ik las het gedicht minstens vijf keer in stilte. 3 Ik begrijp alle woorden. 4 Ik begrijp het gevoel bij het gedicht. 5 Ik kan dat gevoel in mijn voordracht leggen.
Ja
Nee
Dit is het gevoel dat ik duidelijk wil maken: Als je kruisjes hebt staan in de kolom 'nee', oefen dan verder tot ook die punten in orde zijn.
4
Elke leerling leest zijn gedicht expressief voor. Luister aandachtig.
5
Evalueer hoe jij je gedicht voorlas.
Zo lees ik een gedicht voor. Ik sprak traag. Ik nam een pauze na elke strofe. Ik articuleerde goed. Ik maakte het gevoel van mijn gedicht duidelijk door de manier waarop ik het voordroeg.
6
De leerlingen van jouw groep evalueren jouw voordracht. Ze gebruiken daarvoor het kopieerblad en bespreken dat met jou. Neem na de bespreking hun evaluatie hier over.
Zelfevaluatie voor het lezen: gedicht 1 De luisteraar kon zich inleven in het voorgedragen gedicht. 2 Ik sprak traag. 3 Ik nam een pauze na elke strofe. 4 Ik articuleerde goed. 5 Ik maakte het gevoel van het gedicht duidelijk door de manier waarop ik het voordroeg.
Ja
Nee
Dit is het gevoel dat ik duidelijk maakte: Thema 3 - les 12
569431 TAL6_TS A.indb 139
139
8/01/19 15:51
7
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon de gedichten lezen met aandacht voor het leestempo, de articulatie en de expressie. Ik genoot van gedichten.
140
Thema 3 - les 12
569431 TAL6_TS A.indb 140
8/01/19 15:51
Gedichtenbundel Gedicht 1
als niemand luistert naar niemand vallen er doden in plaats van woorden
Gedicht 2 Tot de doden Wij kunnen U niet meer bereiken Wij komen een zintuig te kort Wij leggen ons neer bij feiten Dat gij minder en minder wordt De enkele keren dat ge In dromen nog ons verschijnt Wordt ge al ijler en ijler Tot ge voor altijd verdwijnt Straten houden uw namen Voor heden en morgen in stand Maar onze kinderen brengen Ze niet meer met u in verband Het land ligt nog net als het toen lag Van polder tot polder te kijk De mensen die er in wonen Blijven zichzelven gelijk Maar éénmaal per jaar is de stilte Tot de hemel toe van u vervuld En belijden wij zonder woorden Onze dankbaarheid, onze schuld
Van: Jana Beranova
Uit: De dichter is een tovenaar: 175 gedichten voor kinderen, Jan Van Coillie, Klaas Verplancke, Averbode, 2000
Gedicht 3 School voor halve dagen Leuk was dat, van mijn bank glijden tot onder het schrijfblad, tot juf vertelde dat het een tijd was van gevaar, bij luchtalarm moesten we onder het vak roetsjen, kijk maar naar Leendert die weet hoe dat gaat en bij de tweede keer alarm netjes de gang op en tegen de stropakken liggen, zo zouden we veilig zijn en de rest van de dag naar huis mogen, we zouden dan vrij zijn en niet bang voor gevaar. Echt bang waren we nooit in die gedeelde school voor halve dagen.
Van: Ed Hoornik © 1972 Ed Hoornik en Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam
W
ijler dunner, vager belijden bekennen roetsjen snel naar beneden glijden
Van: Leendert Witvliet Uit: Vijf draken verslagen, Querido’s Poëziespektakel 4, Antwerpen, Querido, 2011 Thema 3 - les 12
569431 TAL6_TS A.indb 141
141
8/01/19 15:51
Gedicht 4 Mensen met koffers Mensen met koffers gaan over de wereld, van oorlog naar vrede, van honger naar brood. Vaak zijn ze niet welkom, dan moeten ze terug, van voedsel naar honger, van leven naar dood. Mensen met koffers, ze reizen per vliegtuig, ze reizen per ezel, per trein of per vlot. Ze vluchten voor machthebbers en hun soldaten, voor beul of tiran, of een andere God. De geur van het gras dat je grootvader maaide, het wuivende graan dat je vader eens zaaide. Het kleine verdriet dat je moeder steeds suste, heur haar dat zo kriebelde als ze je kuste. Dat alles was thuis, dat alles en meer. Dat alles, dat alles, dat alles nooit weer. Mensen met koffers gaan over de wereld. Altijd op de vlucht naar de volgende grens. Ze vluchten voor tovenaars, reuzen en heksen, voor duivel en draak – die vermomd gaan als mens. Van: Sjoerd Kuyper Uit: De dichter is een tovenaar: 175 gedichten voor kinderen, Jan Van Coillie, Klaas Verplancke, Averbode, 2000
Gedicht 5 X De bommenwerpers dalen. Hoor ze grommen. Loop niet zo ver van mij in deze verraderlijke mist. Al scheiden ons maar drie meter ik heb je al drie keer gemist. Mijn blik is bewasemd als mijn bril. Kom naast mij lopen, met je elleboog tegen mijn ribben. Kom zo dicht als je kan. Zoals straks in onze kist. Van: Hugo Claus
W
de beul iemand die mensen doodmaakt nadat ze de doodstraf hebben gekregen de tiran iemand die op een wrede manier heerst heur haar haar haren verraderlijk gevaarlijk, onbetrouwbaar bewasemd bedekt met een dun laagje vocht
Uit: Oktober ’43, Hugo Claus, De Bezige Bij, 1998
142
Thema 3 - les 12
569431 TAL6_TS A.indb 142
8/01/19 15:51
dat
Gedicht 6
Gedicht 7
De laatste brief
Oorlog
De wereld scheen vol lichtere geluiden en een soldaat sliep op zijn overjas. Hij droomde lachend dat het vrede was omdat er in zijn droom een klok ging luiden.
Hé, kleine jongen op tv, ben je soms alleen? Gister had ik nog een pop. Nu alleen nog maar een been. Arme jongen op tv, wat ga je met dat beentje doen? Dat beentje laat ik lopen. Lopen zonder schoen. Lieve jongen op tv, waarom heb je dat been bewaard? Het zal me brengen naar mijn huis. Moeder wacht al bij de haard.
Er viel een vogel die geen vogel was niet ver van hem tussen de warme kruiden. En hij werd niet meer wakker want het gras werd rood, een ieder weet wat dat beduidde. Het regende en woei. Toen herbegon achter de grijze lijn der horizon het bulderen – goedmoedig – der kanonnen. Maar uit zijn jas, terwijl hij liggen bleef, bevrijdde zich het laatste wat hij schreef: liefste, de oorlog is nog niet begonnen. Van: Bertus Aafjes
Van: Mirjam Van Houten Uit: Vijf draken verslagen, Querido’s Poëziespektakel 4, Querido, 2011
Uit: De verzamelde gedichten 1938-1988 © 1990 Bertus Aafjes – Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam
Gedicht 8
Januari 1943 Op die landweg moeder hield je me minuten vast je ogen waren rood je jas die rook naar stad de Duitser had per kaart gemeld mijn vader hij was dood in Neuengamme bitter oord daar hadden ze hem vermoord. Van: Remco Campert
Uit: Scènes in Hotel Morandi, Remco Campert, De Bezige Bij, 1983
W
beduiden betekenen Neuengamme concentratiekamp in Duitsland het bitter oord akelige plaats
Thema 3 - les 12
569431 TAL6_TS A.indb 143
143
8/01/19 15:51
les 15
Bedachtzaam met woorden Ik kan woorden uit dit thema verklaren en ze gebruiken. Ik kan woorden en uitdrukkingen opzoeken in het woordenboek.
1
Lees bij elke tiran de tekst. Vul de eigenschap in die het best bij hem past. Kies uit: achterdochtig – bedachtzaam – geslepen – verraderlijk
1
Generaal Pienosjet is heel slim. Hij heeft snel door wat andere mensen denken. Hij is ook gemeen: tegenstanders gooit hij in de gevangenis of hij laat ze ‘verdwijnen’. .
Pienosjet is
2
Keizer Leo vertrouwt niemand. Zelfs zijn vrouw en kinderen laat hij in de gaten houden. Iemand proeft altijd zijn eten en drinken voor, want hij is bang dat iemand hem wil vergiftigen. Leo is
3
.
President Li doet nooit iets zonder er eerst heel goed over nagedacht te hebben. Hij is voorzichtig en probeert zijn doelen stap voor stap te bereiken. .
Li is
4
President Iman kwam aan de macht met behulp van een groep militairen. Hij deed alsof hij hun beste vriend was. Ze dachten dat ze hem konden vertrouwen, maar hij heeft de een na de ander uit de weg laten ruimen. Iman is
144
.
Thema 3 - les 15
569431 TAL6_TS A.indb 144
8/01/19 15:51
2
3
Welke zin hoort bij welk woord? Verbind. de beul
Tijdens de Tweede Wereldoorlog arresteerden de Duitsers vaak heel veel mensen tegelijk.
je hart luchten
Ik heb hem eens precies verteld wat ik van hem denk!
aanstellerig
Hij draagt een kap over zijn hoofd, zodat hij niet herkend wordt als hij mensen ter dood brengt.
de razzia
Als Timo een grapje maakt, lacht Lisa altijd heel overdreven, ook als het helemaal niet grappig is.
Vul de woorden in op de juiste plaats. Kies uit: barbaars – berekenend – in het harnas gejaagd
Boer Janssen is alleen maar uit op zijn eigen voordeel. Hij is
. : hij propt veel te veel varkens en
Zijn dieren behandelt hij
kippen in een hok, slaat zijn dieren en geeft ze vaak te weinig water en voedsel. Omdat hij zo gemeen is tegen zijn dieren, heeft hij dierenliefhebbers tegen zich . Een van de dierenliefhebbers zegt: “Janssen probeert ons de mond te snoeren, maar dat laten we niet gebeuren. We vertellen iedereen hoe hij met zijn dieren omgaat.”
Thema 3 - les 15
569431 TAL6_TS A.indb 145
145
8/01/19 15:51
4
Los de rebus op. 1
2
3
5
Beschrijf een situatie waarin het verstandig is om achterdochtig te zijn.
6
Heb jij weleens iemand tegen je in het harnas gejaagd? Leg uit.
146
Thema 3 - les 15
569431 TAL6_TS A.indb 146
8/01/19 15:51
7
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon woorden uit dit thema gebruiken. Ik kon woorden en uitdrukkingen vlot opzoeken in het woordenboek.
Thema 3 - les 15
569431 TAL6_TS A.indb 147
147
8/01/19 15:51
6
Bingel is hét leerplatform voor lagere scholen in Vlaanderen. Met de inloggegevens die je kind van de school ontvangt, kan het digitaal oefenen en leren. Bij bingel hoort ook een tablet-app: Bingel Raket. Door een pagina uit dit schrift te scannen, ziet je kind meteen welke opdrachten het op bingel kan maken. Je herkent de pagina’s voor Bingel Raket aan . Bingel en Bingel Raket kunnen zowel op school als thuis gebruikt worden. Je kind krijgt er tips en werkt op een eigen niveau en tempo. Meer informatie: www.bingel.be – www.bingelraket.be
Taalschrift 580259/1
vanin.be Naam: Klas:
72296_TALENT 6_TAALSCHRIFT 6A_ 580259_1.indd 2
Nr.:
14/01/19 08:49