Skip to main content

TALENT 4 - Taalschrift A

Page 1

4

Bingel is hét leerplatform voor lagere scholen in Vlaanderen. Met de inloggegevens die je kind van de school ontvangt, kan het digitaal oefenen en leren. Bij bingel hoort ook een tablet-app: Bingel Raket. Door een pagina uit dit schrift te scannen, ziet je kind meteen welke opdrachten het op bingel kan maken. Je herkent de pagina’s voor Bingel Raket aan . Bingel en Bingel Raket kunnen zowel op school als thuis gebruikt worden. Je kind krijgt er tips en werkt op een eigen niveau en tempo. Meer informatie: www.bingel.be – www.bingelraket.be

Taalschrift 580255/1

vanin.be Naam: Klas:

72295_TALENT 4_TAALSCHRIFT 4A_580255_1.indd 2

Nr.:

14/01/19 08:40


TALENT 4 - Taalschrift Bij TALENT voor het 4e leerjaar horen volgende materialen: Voor de leerling: • Taalschrift A • Taalschrift B • Taalschrift C • Spellingschrift • Projectbundel - Te laat! • Projectbundel - Goochelen • Projectbundel - Dat klopt niet! • Werkwoordenblok Voor de leraar: • Handleiding A • Handleiding B • Handleiding C • Correctiesleutel Taalschrift A • Correctiesleutel Taalschrift B • Correctiesleutel Taalschrift C • Correctiesleutel Spellingschrift • Correctiesleutel Projectbundel - Te laat! • Correctiesleutel Projectbundel - Goochelen • Correctiesleutel Projectbundel - Dat klopt niet! • Zorg- en evaluatiemap A • Zorg- en evaluatiemap B • Zorg- en evaluatiemap C Voor de klas: • Talentbib • Wandplaten • Cd- en dvd-box Digitale ondersteuning (zie ook www.talentvoortaal.be/digitaal) • Bingel Max • Bingel Plus • Bingel Start

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2019 De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

Eerste druk 2019 Art. 580255/1

72295_TALENT 4_TAALSCHRIFT 4A_580255_1.indd 3-4

14/01/19 08:40


THEMA

3

Dromen

72601_TALENT_THEMAPAGINA 4A.indd 5 569425 TAL4_TS A.indb 77

14/12/18 11:19 15:23 10/01/19


72601_TALENT_THEMAPAGINA 4A.indd 2 569425 TAL4_TS A.indb 78

14/12/18 11:19 15:22 10/01/19


18 15:22

les 3

Droomprinses Ik kan voorspellen hoe het verhaal verdergaat. Ik kan een goede titel bij een fragment bedenken.

1

Lees deel 1 van het verhaal.

5

Brent was cool. Brent was hip. Brent was ... Brent. Iedereen vond Brent leuk en deed alles wat hij wilde. Brent maakte iedereen aan het lachen. En het meest liet hij iedereen lachen met Victor. “Was het leuk op school?” vroeg mama. Victor knikte terwijl hij van zijn melk nipte. W nippen “Heb je veel geleerd?” klein slokje drinken “Ja, en ik heb veel huiswerk”, zei Victor. Hij had al gemerkt dat mama van dat antwoord hield. “Begin er dan maar snel aan”, zei mama, precies zoals hij verwacht had.

Bespreek met je groep: – Is Brent een vriend van Victor? Waarom (niet)? – Zou het echt een leuke dag geweest zijn voor Victor? Waarom denk je dat? – Waarom knikt Victor ja als zijn mama vraagt of het een leuke dag was?

Thema 3 - les 3

569425 TAL4_TS A.indb 79

79

10/01/19 11:19


2

a Lees deel 2 van het verhaal.

5

10

15

20

W

Plots was er een geluid dat hij niet kende. Klik-klak, klik-klak, klik-klak. Hij fronste zijn wenkbrauwen. Klik-klak, klik-klak. Dat leek wel het geluid van paardenhoeven. Hij ging aan het venster staan, en drukte zijn neus tegen de ruit. Zijn mond zakte open. Eigenlijk kon hij niet goed geloven wat hij net had gezien. Misschien had hij het zich wel ingebeeld. Hij sloop opnieuw naar het venster en drukte zijn neus tegen de ruit. Hij gaf een schreeuw. Aan de andere kant van de ruit staarde iemand terug – een meisje. “Noem mij maar ‘Droomprinses’.” “Hoor eens even! Ik heb jou niet gevraagd om hier te komen! Dus verdwijn nu maar weer, of ik haal mijn ouders!” Het meisje grinnikte. Ze zag er eigenlijk best aardig uit. “Ook goed”, zei ze. “Als jij geen dromen hebt, kan ik ze ook niet vervullen.” Nu wist Victor zeker dat hij droomde. “Vervul jij ... dromen?” fluisterde hij. “Natuurlijk, ik ben toch Droomprinses. Moet ik echt weggaan of heb je dan toch een droom?” “Eén droom? Ik ... ik heb er wel honderd.” “Wel, dit is je kans, jochie”, zei ze. “Vertel op.”

zich inbeelden

zich voorstellen dat iets echt waar is, terwijl het niet zo is

grinniken

zachtjes lachen

vervullen

laten uitkomen van een wens of droom

b Werk alleen. Voorspel een van de honderd dromen van Victor.

80

Thema 3 - les 3

569425 TAL4_TS A.indb 80

10/01/19 11:19


3

a Lees deel 3 van het verhaal.

5

“Ik zou groter willen zijn,” begon Victor, “en sterker. En ik wil geen bril meer. En ik wil de beste zijn bij basket, en bij voetbal. En ...” “Ho, ho, niet zo snel! Ik heb plaats voor één droom!” Victor keek niet-begrijpend. Het meisje opende het rode schriftje en toonde het hem. Hij zag zijn naam staan, en daaronder één lijntje. “Eén mens, één wens. Jij vertelt me één droom, de belangrijkste. Ik schrijf hem op, en dan komt hij uit.”

b Wat zal Victor wensen, volgens jullie?

4

a Lees deel 4 van het verhaal.

5

Zodra hij wakker werd, wist hij het weer. Hij danste naar zijn wastafel. Vandaag zou alles anders zijn. Vandaag zou Droomprinses zijn droom vervullen. Hij probeerde zichzelf te vertellen dat hij zich vast alles had ingebeeld. Maar dat hielp niet. Hij vroeg zich af hoe het zou gebeuren. Zouden zijn nieuwe vrienden hem meteen staan opwachten aan de schoolpoort? Of zou het beetje bij beetje gaan? Zouden Kobe en Tijs en alle anderen een voor een ontdekken dat die stille jongen op de achterste rij best leuk was? En Sofie ... zou zij hem nu aardig vinden?

W

de wastafel

b Wat heeft Victor gewenst?

c Vergelijk je antwoord met het antwoord dat jullie gaven bij oefening 2b en 3b. d Bespreek met je partner hoe het verhaal verder kan gaan.

Thema 3 - les 3

569425 TAL4_TS A.indb 81

81

10/01/19 11:19


5

a Lees deel 5 van het verhaal.

5

10

W

Victor graaide in het voorzakje van zijn boekentas. Hij fronste z’n voorhoofd. Er zat iets hards en vierkants in. “Wat is dat?” vroeg Alpay. Victors mond zakte open. Het was het boekje van Droomprinses. Zelfs haar potlood zat er nog in. Het leek op een takje. Er hing nog een verlept blaadje aan. In het boekje stonden honderden namen, en onder elke naam één lijntje droom. “Hé?” drong Alpay aan. “Wat is dat?” Victor klapte het boekje dicht. “Kun je een geheim bewaren?” vroeg hij. “Natuurlijk!” zei Alpay met glimmende ogen. Victor haalde diep adem en vertelde alles.

graaien

grabbelen, met de handen in iets zoeken

verlept

verwelkt

b Werk alleen. Voorspel hoe Kobe en Sofie zullen reageren als ze horen over het rode boekje. Kobe: Sofie: c Bespreek je voorspellingen met je partner. d Kan Alpay het geheim bewaren, volgens jullie? Waarom (niet)?

82

Thema 3 - les 3

569425 TAL4_TS A.indb 82

10/01/19 11:19


6

a Lees deel 6 van het verhaal.

5

“Wat wil je dan dat ik schrijf?” vroeg Victor. “Dat ik geen regel straf meer moet schrijven”, zuchtte Alpay. “Hier niet en straks thuis niet.” Dat wordt moeilijk, dacht Victor. Maar hij opende het boekje en schreef in grote letters: “Alpay: geen straf meer op school of thuis.” Hij klapte het snel dicht. “Denk erom, je vertelt niemand iets hierover!” “Niemand!” beloofde Alpay.

b Welke wens zou jij voor jezelf in het boekje noteren?

c Welke wens zou jij voor je beste vriend(in) noteren?

d Bespreek je wensen met je partner.

7

a Lees deel 7 van het verhaal.

Meester Kurt stond bij de ingang van de kleedkamer. “Vooruit, jongens, de anderen zijn al op het basketveld.” “Hij vraagt niet naar mijn strafwerk!” piepte Alpay. “Het werkt!” “Tuurlijk,” deed Victor stoer, “wat had je gedacht?” draagt een bril en heeft één vriend met peterselie tussen zijn tanden. Op een avond krijgt hij bezoek van Droomprinses. Ze heeft sprieterig haar, heel grote voortanden en haar paard is een oude knol. Maar ze heeft een bijzonder boekje waarmee ze wensen kan vervullen. Als ze het boekje per ongeluk achterlaat, is Victor de koning te rijk …

Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.

Th 1_Oelewapper van de week_COVER.indd Alle pagina's

Oelewapper van de week | Karla Stoefs Droomprinses | Katie Velghe

Victor is een jongen van de vierde klas. Hij is klein,

Oelewapper van de week Droomprinses Karla Stoefs | Mark Borgions Katie Velghe | Hester van de Grift

Meer lezen? Droomprinses, Katie Velghe, Talentbib 4

4

30/05/17 11:59

b Bedenk hoe het verhaal verder zou gaan. Vertel het aan je partner.

Thema 3 - les 3

569425 TAL4_TS A.indb 83

83

10/01/19 11:19


8

a Lees deel 8 van het verhaal.

5

10

15

20

25

30

Iedereen had zich naar Victor omgedraaid en gaapte hem aan. Alpay stond naast hem. Hij blonk als een zilveren knop. “Ik had het toch gezegd”, zei hij. Hij keek Victor verrukt aan. Maar Victor lachte niet terug. “Ja, dat heb je zeker! Je hebt het aan iedereen gezegd!” snauwde Victor. “Ach, Vic, ik heb het echt alleen maar aan Kobe verteld. Hoe kon ik weten dat die het aan de hele klas zou doorvertellen?” “Vicky,” vleide Sofie, “wil je mijn wens ook vervullen?” “We zullen zien wat we kunnen doen”, zei Alpay snel. “Kom nog eens terug in de speeltijd.” Brent kwam naar hem toe, samen met een vijftal andere jongens. Waarom waren pestkoppen nooit alleen? “Hé, Harry Potter, waar is je toverboekje?” sneerde Brent. Prompt kwamen er nog een paar kinderen rond hen staan. Alpay kwam ook dichterbij. Victor keek hem woedend aan. “Hoho!” riep Alpay. “Elk om beurten! Maak eens een rij. Je komt pas bij Victor wanneer ik het zeg. Emre, jij mag vooraan. En dan Kobe.” Alpay was in zijn nopjes. En Victor vond hem een vreselijke druktemaker, maar stiekem was hij wel blij dat Alpay hem hielp. Hij ging op een vensterbank zitten en haalde het rode boekje uit zijn tas. Toen hij het opende, werd het heel erg stil. “Emre, je mag bij Victor komen. En de rest achteruit! Jullie hebben je niet te bemoeien met de droom van Emre!” zei Alpay. Zelf ging hij wat dichter bij Victor staan, zodat hij alles goed zou horen. Emre keek met grote ogen naar het boekje, en dan naar Victor. “Ik wil graag stervoetballer worden”, fluisterde Emre snel. “Emre: stervoetballer worden”, herhaalde Victor terwijl hij het opschreef. En zo ging het verder. Toen de bel ging, was de halve klas nog niet aan de beurt gekomen. Er klonken een paar teleurgestelde uitroepen.

b Hoe reageren Kobe en Sofie op het rode boekje? Klopte jouw voorspelling? Kobe: Sofie:

84

Thema 3 - les 3

569425 TAL4_TS A.indb 84

10/01/19 11:19


c Waarom zijn pestkoppen nooit alleen?

9

Neem het blad en volg het stappenplan. STAP 1:

Lees de fragmenten op het blad.

STAP 2: Verzin een titel bij elk fragment en schrijf die op een lege strook.

10

STAP 3:

Leg alle fragmenten in de juiste volgorde.

STAP 4:

Leg de titels bij de fragmenten.

STAP 5:

Leg de titels kriskras door elkaar.

STAP 6:

Schuif een tafel door: probeer de titels bij de juiste fragmenten te leggen.

Hoe verliep de les voor jou? Ik geef deze tekst Ik kon voorspellen hoe het verhaal verderging. Ik kon goede titels bij fragmenten bedenken. Ik werkte goed samen met mijn partner en mijn groep.

Thema 3 - les 3

569425 TAL4_TS A.indb 85

85

10/01/19 11:19


les 4

Droom of schrijf ik? Ik kan ideeën verzamelen om een vervolg op een verhaal te schrijven. Ik kan de kladversie van mijn verhaal schrijven.

1

Lees deel 9 van het verhaal Droomprinses.

5

10

W

grissen snel iets wegnemen

Brent sloeg het boekje ergens in het midden open en riep toen heel luid: “Hé jongens, hier staat bij Victor: ik wenste dat ik niet meer in mijn broek zou plassen.” Victor griste het boekje uit Brents handen, nam het potlood en schreeuwde: “En hier komt jouw droom! Ik schrijf jouw droom op! ‘Brent: ik wil doodgaan!’” Hij kraste de woorden in het boekje en sloeg het dicht. “Jij weet niets van mijn droom, Brent!” tierde hij verder. “Maar jouw droom staat er nu in – en die gaat uitkomen!” Brent was bleek geworden. “Victor ...”, fluisterde Alpay. “Gaat Brent nu echt doodgaan?” piepte Sofie. Niemand lachte nog.

a Wat vind je van de wens die Victor voor Brent in het boekje schrijft?

b Vergelijk jouw antwoord met het antwoord van je partner. Breng jullie twee meningen samen tot één antwoord en schrijf op.

c Noteer enkele meningen van klasgenoten.

86

Thema 3 - les 4

569425 TAL4_TS A.indb 86

10/01/19 11:19


2

Kruip in de huid van Victor. Wat zouden jullie doen als je een droom opschreef waar je spijt van had? a Bedenk zoveel mogelijk oplossingen. W

in de huid kruipen van zich inleven in

men

b Noteer enkele oplossingen van klasgenoten die jij knap bedacht vindt.

Thema 3 - les 4

569425 TAL4_TS A.indb 87

87

10/01/19 11:20


3

88

Schrijf de kladversie van jouw verhaaleinde. Gebruik de ideeĂŤn van oefening 1 en 2. Tip: een titel bedenk je in de volgende les.

Thema 3 - les 4

569425 TAL4_TS A.indb 88

10/01/19 11:20


4

a Kijk je tekst na met behulp van de tips.

Ik schreef een goed einde. Mijn zinnen zijn niet te lang. Ik herhaalde niet te vaak dezelfde woorden. Hoofdletters en leestekens staan op de juiste plaats. In mijn einde bedacht Victor een oplossing voor het probleem met Brent. Het verhaal is leuk, spannend of boeiend om te lezen.

b Schrijf op wat je in de volgende les moet aanpassen.

5

Hier noteert de juf of meester opmerkingen bij jouw verhaal.

6

Hoe verliep de les voor jou? Ik kon ideeën verzamelen om het vervolg van het verhaal te schrijven. Ik kon de kladversie van mijn verhaal schrijven. Ik kon mijn verhaal nakijken met de tips. Ik kon noteren wat ik wil aanpassen. Ik kon overleggen met mijn partner en één antwoord geven.

Thema 3 - les 4

569425 TAL4_TS A.indb 89

89

10/01/19 11:20


les 6

Wie, wat, waarover? Ik kan het onderwerp in een zin vinden. Ik kan de rest van de zin noteren. Ik kan het werkwoord (de persoonsvorm) aanduiden in een zin.

1

Lees de taalweters.

Wat is een onderwerp? In een zin zeggen we iets over iemand of iets. Waarover of over wie wordt er iets gezegd in de zin? Dat is het onderwerp van die zin. Bv.

De jachtluipaard is het snelste dier!

De jachtluipaard is het snelste dier. > Over wie of waarover wordt in die zin iets gezegd? Of: Wie doet/is/wordt er iets? Over de jachtluipaard. De jachtluipaard is het onderwerp van de zin. > Wat wordt er gezegd over de jachtluipaard? Of: Wat doet/is/wordt het onderwerp? Dat de jachtluipaard het snelste dier is (is het snelste dier). De meester geeft Max gelijk. > Over wie of waarover wordt in de zin iets gezegd? Of: Wie doet/is/wordt er iets? Over de meester. De meester is het onderwerp van de zin. > Wat wordt er gezegd over de meester? Of: Wat doet/is/wordt het onderwerp? Dat hij Max gelijk geeft (geeft Max gelijk).

Waaruit bestaat een zin? Een zin bestaat heel vaak uit een onderwerp en wat er over dat onderwerp wordt gezegd (= de rest van de zin).

Had je ooit gedacht dat we het onderwerp van een zin zouden zijn?

Bv. Na deze les zijn we heel slimme kinderen.

90

Over wie of waarover wordt er in de zin iets gezegd? Wat is het onderwerp?

Wat wordt er in de zin over het onderwerp gezegd? (= de rest van de zin)

we

zijn heel slimme kinderen na deze les

Thema 3 - les 6

569425 TAL4_TS A.indb 90

10/01/19 11:20


Wat is een persoonsvorm? De persoonsvorm is de werkwoordsvorm die bij het onderwerp past. Dat onderwerp kan een persoon, dier, plant of voorwerp zijn. De persoonsvorm staat meestal in de buurt van het onderwerp.

Vind ik zo de persoonsvorm?

Bv. Ik sta, de leeuw staat, de huizen staan ...

Hoe vind ik de persoonsvorm? Je vindt de persoonsvorm door een ja-neevraag te stellen. De persoonsvorm komt vooraan te staan. Bv.

Opa houdt van snorkelen.

Houdt opa van snorkelen?

Gevonden? Onderstreep dan steeds de persoonsvorm!

2

a Schrijf de drie zinnen die je vormde tijdens het bouwspel in het schema. b Markeer in je zin: het onderwerp. c Schrijf het onderwerp in de juiste kolom. d Schrijf de rest van de zin in de juiste kolom. 1 Onderwerp (wie doet of is er iets?)

Rest van de zin

Onderwerp (wie doet of is er iets?)

Rest van de zin

Onderwerp (wie doet of is er iets?)

Rest van de zin

2

3

Thema 3 - les 6

569425 TAL4_TS A.indb 91

91

10/01/19 11:20


3

a Maak twee zinnen volgens de kleurcode. geel

1

groen

Onderwerp (wie doet of is er iets?)

blauw

2

groen

Onderwerp (wie doet of is er iets?)

blauw

Rest van de zin

geel

Rest van de zin

b Markeer in je zinnen: het onderwerp. c Schrijf het onderwerp in de juiste kolom. d Schrijf de rest van de zin in de juiste kolom.

4

Schrijf van elke zin het onderwerp en de rest van de zin op. 1 Ik vergeet mijn dromen snel. Over wie of wat wordt er iets gezegd in de zin?

Onderwerp:

Wat zegt de rest van de zin over het onderwerp?

Rest van de zin:

2 Mijn broer is bang in het donker.

92

Over wie of wat wordt er iets gezegd in de zin?

Onderwerp:

Wat zegt de rest van de zin over het onderwerp?

Rest van de zin:

Thema 3 - les 6

569425 TAL4_TS A.indb 92

10/01/19 11:20


3 Papa snurkt ’s nachts heel hard. Over wie of wat wordt er iets gezegd in de zin?

Onderwerp:

Wat zegt de rest van de zin over het onderwerp?

Rest van de zin:

4 In onze slaap praten mijn zus en ik soms.

5

Over wie of wat wordt er iets gezegd in de zin?

Onderwerp:

Wat zegt de rest van de zin over het onderwerp?

Rest van de zin:

a Vul de zinnen aan met een onderwerp. b Onderstreep in elke zin de persoonsvorm.

slaapwandelt vaak. In haar slaap dan een bezoekje aan de

brengt

koelkast. Soms merkt papa dat ‘s nachts wel. en staan niet meer op hun plaats.

6

Schrijf vier zinnen. a Markeer in elke zin: het onderwerp. b Onderstreep in elke zin de persoonsvorm. 1 2 3 4

Thema 3 - les 6

569425 TAL4_TS A.indb 93

93

10/01/19 11:20


7

Hoe verliep de les voor jou? Ik kon het onderwerp in de zin aanduiden. Ik kon in de zin aanduiden wat er over het onderwerp wordt gezegd (= de rest van de zin). Ik kon de persoonsvorm aanduiden in de zin.

94

Thema 3 - les 6

569425 TAL4_TS A.indb 94

10/01/19 11:20


les 8

Zoete dromen Ik kan sleutelwoorden in een tekst aanduiden. Ik kan een titel voor een tekstdeel bedenken.

1

Lees de stellingen en kruis aan. mee eens 1 2 3 4 5

2

niet mee eens

Ik begrijp de zin niet.

Je kiest waarover je droomt. Je kunt dromen onthouden. Dromen zijn voor iedereen anders. Je droomt elke nacht. Enkel mensen kunnen dromen.

Test uit wat jij al over dromen weet.

1 Droomt iedereen? ja

nee

2 Hoe vaak droom je per nacht? eenmaal de hele nacht door 3 Zit je hippocampus enkel in je linkerhersenhelft? ja nee 4 Dromen doen we met onze ... hersens ogen 5 Tijdens het dromen leren we iets. ja nee

Thema 3 - les 8

569425 TAL4_TS A.indb 95

95

10/01/19 11:20


3

Lees deel 1 van de tekst en los de vragen op.

A:

5

10

“Ik droom nooit! Dromen is voor watjes.” Dat hoor je vaak zeggen. Mooi verkeerd. Iedereen droomt. Sterker nog, iedereen droomt de hele nacht door. Hoe weten onderzoekers dat? De ‘berichten’ die door je hersens flitsen, zijn golfjes elektriciteit. Die elektriciteit kunnen ze meten met een EEGscanner. Zo’n EEG-scanner meet de trilling van de golfjes elektriciteit. Ben je wakker, dan zien ze op hun scherm snelle golfjes:

Slaap je diep, dan zien ze trage golfjes:

a Kleur in de tekst: de sleutelwoorden.

W

de EEG-scanner toestel om de elektrische activiteit in de hersens te meten.

b Kruis aan. De tekst is: fictie non-fictie

Hoe weet ik of een tekst fictie of non-fictie is? Verzonnen teksten worden fictie genoemd. Bv. verhaal, sprookje, gedicht ...

Fictie, met de F van fantasie!

Weetteksten worden non-fictie genoemd. Bv. verslag, krantenartikel, handleiding, woordenboek, gebruiksaanwijzing, schoolboek ...

c Wat meten ze met een EEG-scanner?

96

Thema 3 - les 8

569425 TAL4_TS A.indb 96

10/01/19 11:20


4

Lees deel 2 van de tekst en los de vragen op.

B: Dromen is opruimen in je hoofd. Opruimen is datgene wat je moeder zo vaak zegt dat je moet doen, maar waar jij zelden zin in hebt. Ga maar eens een kijkje nemen in je kamer.

Hoe komt er rommel in je hoofd? 5

De hele dag word je met van alles ‘bestookt’. Al die informatie zorgt voor rommel in je hoofd. Stel dat je alles zou onthouden, dan zou je hoofd vroeg of laat ontploffen!

OPRUIMEN!

Hoe wordt de rommel opgeruimd?

10

15

it

W

Je hebt een kortetermijngeheugen. Dat geheugen onthoudt dingen voor een korte tijd. Onbelangrijke dingen. Zoals het feit dat je morgen toets rekenen hebt. Je hebt ook een langetermijngeheugen. Dat geheugen onthoudt dingen voor een lange tijd. Belangrijke dingen. Zoals het feit dat de juf volgende week jarig is. Een kleine kwab in je hersens helpt je geheugen. Die kwab heet de hippocampus. Het is een Grieks woord. Hippo betekent ‘paard’. Campus betekent ‘zee’. Hippocampus wil zeggen zeepaard. Waarom ze die naam kozen, zie je hier: Zowel in je rechterhersenhelft als in je linkerhersenhelft zit er zo’n kwab. Overdag heeft dat zeepaardje niet de tijd om alles een juiste plaats te geven in je hoofd. Daarom werkt het ’s nachts verder. Het ordent je geheugen. Het wist onbelangrijke dingen, zodat er plaats vrijkomt voor nieuwe dingen. Het geeft belangrijke dingen een juiste plaats, zodat je die later makkelijk kunt ophalen.

een kijkje nemen

ergens even gaan kijken

bestoken

beschieten, (hier) veel informatie die binnenkomt

wissen

verwijderen

a Kleur in de tekst: de sleutelwoorden. b Hoe heet de kwab in onze hersenen die ’s nachts verder werkt?

c Wat doet die kwab?

Thema 3 - les 8

569425 TAL4_TS A.indb 97

97

10/01/19 11:20


5

Lees deel 3 van de tekst en los de vragen op.

C: Je slaapt niet altijd even diep. Tijdens je slaap doorloop je verschillende

Je slaapt niet altijd even diep. Tijdens je slaap doorloop je verschillende slaapcyclussen. Een slaapcyclussen. Een cyclus duurt ongeveer negentig minuten. In zo’n cyclus ga cyclus duurt ongeveer negentig minuten. In zo’n cyclus ga je na het inslapen van een lichte je na het inslapen van een lichte slaap naar een diepere slaap en daarna terug slaap naar een diepere slaap en daarna terug naar een minder diepe. naar een minder diepe.

Het patroon laatzien ziendat daterervier viersoorten soorten slaap zijn: Het patroonvan vande de golven golven laat slaap zijn: a ade delichte lichteslaap, slaap, b bde dediepe diepe slaap, slaap, c cde slaap, denog nog diepere diepere slaap, deremslaap. remslaap. d dde

5

Rem is de afkorting van de Engelse woorden rapid eye movements, snelle

15

belangrijk. Indroomt, hetdoor. laboratorium onderzoekers dat ratten droom jewakker de hele nacht WatToch jeRemslaap vlak voorisjeheel wordt onthoud zien je het best. die een tekort aan remslaap hebben, worden. Eenminder depressieve Toch droom je de nacht Hoe depressief dieper hoe actiefrat je hersens zijn. Hoe dieper jehele slaap, hoedoor. minder actief je je slaapt, hersens zijn. wil je niet in huis. Daardoor droom je in iedere soort slaap anders. Daardoor droom je in iedere soort slaap anders. 16

Zoete dromen

Hersengolven

Je

Je

bijna wakker

↓ t oom als ee dr

↓ t oom als ee dr

eenvoudig zoogdier

n…

vogel

lichte slaap

n…

reptiel

↓ ta oom ls ee dr

n…

↓ oomt als ee dr

n…

Je

hele diepe slaap minder diepe slaap

Je

10

Rem is de afkorting van de Engelse woorden rapid eye movements, snelle oogbewegingen. Je oogbewegingen. Je ogen zijn gesloten, maar je oogballen bewegen heen en ogenweer. zijn gesloten, maar je oogballen bewegen heen en weer. Tijdens de remslaap dromen we Tijdens de remslaap dromen we het meest. het meest. Remslaap is heeldatbelangrijk. het laboratorium zien onderzoekers Bij mensen die zeggen ze NOOITIn zien ze hetzelfde alsdat ratten die een Wat je vlak voor je wakker wordtdromen, droomt, dat onthoudgolfpatroon je het best. tekort aan remslaap hebben, depressief worden. bij diegenen die wel dromen. Zo weten ze dat iedereen droomt. Want jedie bent dan al bijna wakker, en dromen belanden immersniet zelden in je die Bij mensen zeggen dat ze NOOIT zien ze hetzelfde golfpatroon als bij diegenen Alleen onthoudt niet iedereen zijndromen, dromen. Mensen die zich hun dromen wellangetermijngeheugen. dromen. Zo weten dat droomt. onthoudt herinneren, denkenze dat zeiedereen niet dromen. MaarAlleen dat is dus niet zo. niet iedereen zijn dromen.

mens

Je hersens leggen tijdens zo’n cyclus dezelfde weg af als in 350 miljoen jaar Meer lezen? evolutie. Zoete dromen, Karla Stoefs, Zoete dromen | Karla Stoefs

Zoete dromen

Droomt iedereen? Slaapt een dolfijn? Als je droomt van wortels, wat wil dat dan zeggen? Val je beter in slaap als je schaapjes telt?

Zoete dromen Karla Stoefs | Bartjan Baarslag

Dromen is een spel met eigen regels. Soms beschik je over magische krachten, dan kan je vliegen of je spreekt plots vlot Chinees tot … de wekker gaat. Maar wist je dat je ook kunt leren tijdens je slaap? Wat denk je, tijd voor een tukje?

Talentbib 4 Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.

NF-cover-leerjaar4-6-200x200-DEF.indd 4,6

98

4

13/07/18 14:09

Zoete dromen

17

Thema 3 - les 8

569425 TAL4_TS A.indb 98

10/01/19 11:20


W

de cyclus

iets dat zich steeds herhaalt

depressief

je gedurende lange tijd niet gelukkig voelen

a Kleur in de tekst: de sleutelwoorden. b Vul de informatie over de slaapcyclussen aan. In je slaap doorloop je

slaapcyclussen, namelijk:

– – – – Eén cyclus duurt

.

c Wat is het gevolg van een tekort aan remslaap?

6

Schrijf boven elk tekstdeel een passende titel. Tip: gebruik de sleutelwoorden.

Thema 3 - les 8

569425 TAL4_TS A.indb 99

99

10/01/19 11:20


7

Lees de tekst en los de vragen op.

A:

5

Dromen ordent je geheugen. Dromen laat weten wat je diep vanbinnen voelt. Dromen geeft je inzicht in problemen. Daardoor leren we in onze slaap. Niet alleen feiten of weetjes, maar ook vaardigheden. Want je hebt ook een motorisch geheugen voor bewegingen. Sport, pianospelen, ook dat leer je in je slaap.

B: Het is bewezen dat zelfs met een hazenslaapje je prestaties verbeteren.

10

minuten slaap

20

minuten slaap

Je bent vier uur lang alerter, aandachtiger en beter geconcentreerd.

W

Je kunt de dingen beter onthouden.

het hazenslaapje kort slaapje alert waakzaam, wakker

10

15

Wat denken jullie van het idee om iedere les af te sluiten met een dutje?

het dutje kort slaapje

Maar hoe slaap je het best in de klas? Tel geen schaapjes, want dan activeer je je hersens. Denk liever aan iets rustigs: aan een pot groen gras. Zoek een goede houding. Met z’n allen op een hoopje, lekker in een knoopje!

C:

25

100

Wat zal de toekomst brengen? Men zal nog veel ontdekken over de werking van de hersens. Japanse onderzoekers zijn erin geslaagd om beelden uit je droom te projecteren op een scherm. Voorlopig lukt hen dat met eenvoudige beelden, maar in de toekomst draaien ze je droom af zoals een ďŹ lm. Best eng. Misschien zul je een droom kunnen bestellen. Via een speciale helm? Of een pilletje? Of zul je een droom kunnen delen met je vriendin of vriend of met je huisdier? Of ... bedenk zelf maar iets.

Thema 3 - les 8

569425 TAL4_TS A.indb 100

10/01/19 11:20


e

er

a Geef drie voorbeelden van vaardigheden die je leert tijdens het dromen. 1 2 3 b Waarin zijn de Japanse onderzoekers geslaagd?

Zou jij dat ďŹ jn vinden? Waarom (niet)?

c Schrijf boven elk tekstdeel een passende titel.

8

Los het kruiswoordraadsel op. Tip: zoek de antwoorden in de teksten. Horizontaal 1 Hoe ... je slaapt, hoe minder actief je hersens zijn. 4 Een ander woord voor een kort slaapje. 6 Dit orgaan zorgt ervoor dat alles wordt opgeruimd in je hersens.

Verticaal 2 Welk toestel kan de golfjes van je hersens meten? 3 Dromen is ... in je hoofd. 5 In welk land zijn onderzoekers erin geslaagd dromen te projecteren?

2 1 3 5

-

4

6

Thema 3 - les 8

569425 TAL4_TS A.indb 101

101

10/01/19 11:20


9

Hoe verliep de les voor jou? Ik geef deze tekst Ik kon sleutelwoorden markeren. Ik kon vragen bij een tekst beantwoorden. Ik kon een goede titel voor een tekstdeel bedenken. Ik durfde mijn mening over de stellingen te vertellen.

102

Thema 3 - les 8

569425 TAL4_TS A.indb 102

10/01/19 11:20


les 9

Droom of schrijf ik verder? Ik kan feedback verwerken in mijn verhaal. Ik kan mijn verhaal expressief voorlezen.

1

Maak de droomtest opnieuw. Vergelijk je score met die van je partner.

1 Droomt iedereen? ja

nee

2 Hoe vaak droom je per nacht? eenmaal de hele nacht door 3 Zit je hippocampus enkel in je linkerhersenhelft? ja nee 4 Dromen doen we met onze ... hersens ogen 5 Tijdens het dromen leren we iets. ja nee

2

Verbeter je verhaaleinde. a Lees de feedback van je juf of meester bij je verhaal (p. 91). Hoe ga je de opmerkingen verwerken? Tip: je kunt ook verbeteren in je kladversie.

W

de feedback opmerkingen

b Welke informatie uit de droomtest of uit les 8 wil je gebruiken?

Thema 3 - les 9

569425 TAL4_TS A.indb 103

103

10/01/19 11:20


3

Lees het verslag van een klasgenoot. a Schrijf drie dingen op die je goed vindt aan het verhaal en drie dingen die je zou veranderen. Dit vind ik goed: Ik schreef een goed einde.

1 2 3 Dit zou ik veranderen: 1 2 3

Mijn zinnen zijn niet te lang. Ik herhaalde niet te vaak dezelfde woorden. Hoofdletters en leestekens staan op de juiste plaats. In mijn einde bedacht Victor een oplossing voor het probleem met Brent. Het verhaal is leuk, spannend of boeiend om te lezen.

b Bespreek met je klasgenoot wat je zou veranderen.

4

Bedenk een titel volgens het stappenplan. STAP 1:

Schrijf in twee minuten zoveel mogelijk titels voor je verhaal.

STAP 2: Wissel met je partner van taalschrift. Markeer in het schrift van je partner de titel die jij het beste vindt. STAP 3:

104

Neem je eigen taalschrift. Schrijf de titel die jij kiest bovenaan oefening 5.

Thema 3 - les 9

569425 TAL4_TS A.indb 104

10/01/19 11:20


5

Schrijf de netversie van je verhaal.

n

n

f

Thema 3 - les 9

569425 TAL4_TS A.indb 105

105

10/01/19 11:20


6

Beoordeel elkaars verhaal. a Lees je verhaal voor aan je groep. b Geef in een of twee woorden feedback op het verhaal van je groepsgenoot. Kies uit: geweldig – mooi – spannend – griezelig – fantastisch – grappig – moeilijk – lang – kort c Schrijf de feedback van je groep over jouw verhaal op.

7

Hoe verliep de les voor jou? Ik kon de feedback verwerken in mijn verhaal. Ik kon de feedback gebruiken toen ik mijn netversie schreef. Ik kon mijn verhaal expressief voorlezen in mijn groep. Ik kon het verhaal van mijn groepsgenoten met een of twee woorden beoordelen.

106

Thema 3 - les 9

569425 TAL4_TS A.indb 106

10/01/19 11:20


les 11

Verleng je zinnen! Ik kan een zin verlengen door zinsdelen toe te voegen die antwoorden op vragen als: Wat? Aan wie? Waar? Wanneer? Hoe?

1

Markeer in elke zin: het onderwerp. 1 Brent opent het boekje ergens in het midden. 2 Toen riep hij iets heel luid. 3 Griste hij het boekje uit Brents handen? 4 Ik noteer jouw droom. 5 Hij kraste de woorden in het boekje. 6 Jij weet niets van mijn droom, Brent! 7 Jouw droom staat nu in mijn boekje. 8 Gaat Brent nu echt dood?

2

a Markeer in elke zin: het onderwerp. b Onderstreep telkens de persoonsvorm. 1 Hij danste naar zijn wastafel. 2 Victor hoopt op een grote verandering. 3 Vandaag komt de droomprinses. 4 Ze vervult zijn droom. 5 Staan zijn vrienden aan de poort? 6 Vinden SoďŹ e, Kobe en Thijs hem nu aardig? 7 Victor vindt het heel spannend. 8 De schoolbel maakt een hels lawaai.

Thema 3 - les 11

569425 TAL4_TS A.indb 107

107

10/01/19 11:20


3

Lees de taalweter.

Hoe kan ik zinnen aanvullen of afbouwen? Je kunt een zin aanvullen door zinsdelen toe te voegen. Bv. Vampiers zwerven. ’s Nachts zwerven vampiers gillend over verlaten begraafplaatsen. Wanneer?

Hoe?

Waar?

Je kunt een zin afbouwen door zinsdelen weg te laten. Bv.

De kinderen hoorden midden in de nacht wolven luid huilen in het bos. Wanneer?

Hoe?

Waar?

De kinderen hoorden wolven huilen. De zinsdelen die je toevoegt of weglaat, geven antwoord op vragen zoals: > Waar? > Wanneer?

4

> Hoe? > Waarom?

> Waarmee? > ...

Vul de zin aan met een zinsdeel dat antwoord geeft op de vraag. Schrijf de zin op. Brent schrijft zijn droom op.

Waar?

Brent schrijft zijn droom op in het schriftje.

108

1 In elke klas dromen zes kinderen eng.

Wanneer?

2 De kinderen kunnen dromenvangers knutselen.

Waar?

3 In het rode boekje schrijf je dromen.

Waarmee?

5 Ik wil graag zorgen voor zieke mensen.

Waar?

6 Ik wil graag kok worden.

Hoe?

Thema 3 - les 11

569425 TAL4_TS A.indb 108

10/01/19 11:20


5

Maak verschillende zinnen met de zinsdelen bij de tekening. a Maak een zo kort mogelijke zin. b Maak een zo lang mogelijke zin. c Maak een zin met een onderwerp, een persoonsvorm en een zinsdeel dat antwoord geeft op de vraag: wanneer? d Maak een zin met een onderwerp, een persoonsvorm en een zinsdeel dat antwoord geeft op de vraag: hoe?

ze

om hulp

Jonas

over een enge brand

de brandweerman over veel geld

in haar kamer

slaapwandelt erg luid

droomde

dromen

elke nacht

in de lift

arme kinderen in een woning

in de woonkamer snurkt

riepen

mijn broer

’s morgens

Thema 3 - les 11

569425 TAL4_TS A.indb 109

109

10/01/19 11:20


6

Speel het ‘Gekke zinnenspel’.

Gekke zinnenspel Voorbereiding: – Zit per drie aan een tafel. Leg het spelbord in het midden. Schud de kaarten per soort en leg ze in drie stapeltjes naast het spelbord: • Op de gele kaarten staat telkens een onderwerp. • Op de groene kaarten staat telkens een persoonsvorm. • Op de blauwe kaarten staat telkens een rest van de zin. – Kies een startplaats. Dat moet een wit vlak aan de buitenkant van het spelbord zijn. – Wie de langste haren heeft, begint. Spelregels: 1 Gooi met de dobbelsteen. Verzet je pion horizontaal of verticaal volgens het aantal ogen dat je gooide. Kom je op een gekleurd vak? Kies een kaart in dezelfde kleur. 2 De volgende speler is aan de beurt. 3 Speel het spel een kwartier lang. 4 Vorm na het kwartier zoveel mogelijk zinnen met je kaarten. Na vijf minuten kijk je elkaars zinnen na en tel je. Enkel juiste zinnen tellen mee. Wie de meeste kaarten gebruikte, wint.

7

Schrijf de langste zin op die je kon maken met het ‘Gekke zinnenspel’.

8

Hoe verliep de les voor jou? Ik kon het onderwerp vinden in een zin. Ik kon de persoonsvorm vinden in een zin. Ik kon een zin verlengen door zinsdelen toe te voegen die antwoorden op vragen als: Wat? Aan wie? Waar? Wanneer? Hoe? Ik genoot van een spel spelen.

110

Thema 3 - les 11

569425 TAL4_TS A.indb 110

10/01/19 11:20


les 12

Droom je mee over een onomatopee? Ik kan onomatopeeën bedenken en er een klankspel mee maken.

1

a Wat betekent ‘onomatopee’ volgens jou?

b Overleg met je partner. Voeg jullie verklaringen samen tot één verklaring.

c Schrijf de betekenis van ‘onomatopee’ op. W

2

de onomatopee

Volg het stappenplan om onomatopeeën te bedenken. STAP 1:

Schrijf de categorie in het midden van het blad.

STAP 2:

Verzin zoveel mogelijk onomatopeeën (= klanknabootsingen) in die categorie. Tip: Denk aan peutertaal. Zo zeggen peuters soms ‘woef’ in plaats van ‘hond’ of ‘toeter in plaats van ‘bel’. Werk je rond stripverhalen? Vraag dan aan je juf of meester een aantal strips om inspiratie op te doen.

STAP 3: Schuif na het signaal van je juf of meester door naar de volgende groep. Laat het blad liggen. STAP 4: Lees de categorie en onomatopeeën van de andere groep. Vul aan als jullie nog extra klanknabootsingen kunnen bedenken. STAP 5:

Schrijf de leukste onomatopeeën op de volgende pagina in je schrift.

Thema 3 - les 12

569425 TAL4_TS A.indb 111

111

10/01/19 11:20


3

Hoe verliep de les voor jou? Ik kon het woord ‘onomatopee’ verklaren. Ik kon voorbeelden van een onomatopee geven. Ik kon met mijn groep leuke onomatopeeën bedenken. Ik kon met mijn groep een klankspel maken. Ik werkte goed samen met mijn groep.

112

Thema 3 - les 12

569425 TAL4_TS A.indb 112

10/01/19 11:20


les 15

Bestookt met betekenissen Ik kan woorden uit dit thema verklaren en ze gebruiken. Ik kan synoniemen herkennen.

1

Speel het ‘Ja-neevragenspel’.

Naam: Datum:

De woorden uit them

Ja-neevragenspel

Nr.

a3

W

bestoken de cyclus

beschieten iets dat zich steeds

depressief graaien

je gedurende lange grabbelen, met de

herhaalt tijd niet gelukkig voelen

1 Een speler kiest een woord uit het thema: het geheime woord. 2 Om de beurt stellen de andere spelers een ja-neevraag. In die vraag mag geen woord uit het thema zitten. Een goede vraag is bijvoorbeeld: is het een werkwoord? Of: is het een persoon? De speler die het geheime woord koos, antwoordt op elke vraag met ja of nee. 3 Wie denkt te weten wat het geheime woord is, mag het noemen als hij aan de beurt is. Let op: de groep mag maar één keer fout raden. Als iemand voor de tweede keer een fout woord kiest, dan is het geheime woord niet langer geheim: zeg het hardop. 4 Als het geheime woord geraden is of als er twee foute antwoorden zijn gegeven, dan kiest de volgende speler een geheim woord. grinniken

grissen

handen in iets zoeken

zachtjes lachen

snel iets wegnemen

nippen

klein slokje drinken

de onomatopee verlept

woord waarmee een klank wordt nageboots t, bv. ‘de bam’ als het geluid van een harde klap

verwelkt

vervullen

laten uitkomen van

een wens of droom

de wastafel

wissen

verwijderen

zich inbeelden

zich voorstellen dat

iets echt waar is, terwijl

het niet zo is

Zegswijzen

een kijkje nemen

in de huid kruipen

524

2

L4 - Thema 3 - les

ergens even gaan

van

kijken

zich inleven in

15 - kopieerblad 1

Schrijf onder elke tekening het juiste woord. Kies uit: bestoken – grinniken – verlept – de wastafel

Thema 3 - les 15

569425 TAL4_TS A.indb 113

113

10/01/19 11:20


3

a Lees de taalweter.

Wat is een synoniem? Om eenzelfde voorwerp, persoon of handeling te omschrijven, kun je soms meer dan één woord gebruiken. Anna draagt een jurk. Mieke draagt een kleedje. Anna en Mieke dragen allebei hetzelfde.

Bv.

Woorden die ongeveer hetzelfde betekenen, noem je synoniemen. Gebruik af en toe een synoniem in een tekst. Zo wordt het verhaal echt boeiend!

b Geef de synoniemen dezelfde kleur. Let op: je gebruikt niet alle woorden.

4

114

zacht lachen

grinniken

verwelkt

depressief

slurpen

beschieten

bestoken

wegpakken

vrolijk

verlept

grissen

nippen

Doorstreep achter elk themawoord het woord dat er niet bij past. 1 wissen

wegvegen – invoegen – verwijderen

2 de cyclus

dag en nacht – de seizoenen – de bergketen

3 vervullen

het begin – de droom – de wens

4 grissen

weglopen – snel pakken – graaien

5 depressief

huilen – feest – ongelukkig

Thema 3 - les 15

569425 TAL4_TS A.indb 114

10/01/19 11:20


5

Los de puzzel op. 1 2 3 4 5 6 7

Sanne en Lo nemen een ... in hun nieuwe kamer. De kinderen ... de papieren van tafel. In sprookjes ... feeën vaak wensen. Ik kan me goed ... hoe jij je nu voelt. De gasten ... van hun glaasjes champagne. De kinderen ... de meester met vragen. ‘Boem!’ is een ... 1 2 3

V

IJ

G V 4

5

N

N 6

B

7

O

K O

in de huid

6

B

van

Verbind de afbeelding met de juiste onomatopee.

Boem!

tjilp

waf

tiktak

Thema 3 - les 15

569425 TAL4_TS A.indb 115

115

10/01/19 11:20


7

Beeld je in dat je iemand anders bent. Wie zou je willen zijn? Leg uit waarom.

8

Hoe verliep de les voor jou? Ik kon woorden uit dit thema verklaren en gebruiken. Ik kon synoniemen herkennen.

116

Thema 3 - les 15

569425 TAL4_TS A.indb 116

10/01/19 11:20


TALENT 4 - Taalschrift Bij TALENT voor het 4e leerjaar horen volgende materialen: Voor de leerling: • Taalschrift A • Taalschrift B • Taalschrift C • Spellingschrift • Projectbundel - Te laat! • Projectbundel - Goochelen • Projectbundel - Dat klopt niet! • Werkwoordenblok Voor de leraar: • Handleiding A • Handleiding B • Handleiding C • Correctiesleutel Taalschrift A • Correctiesleutel Taalschrift B • Correctiesleutel Taalschrift C • Correctiesleutel Spellingschrift • Correctiesleutel Projectbundel - Te laat! • Correctiesleutel Projectbundel - Goochelen • Correctiesleutel Projectbundel - Dat klopt niet! • Zorg- en evaluatiemap A • Zorg- en evaluatiemap B • Zorg- en evaluatiemap C Voor de klas: • Talentbib • Wandplaten • Cd- en dvd-box Digitale ondersteuning (zie ook www.talentvoortaal.be/digitaal) • Bingel Max • Bingel Plus • Bingel Start

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2019 De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

Eerste druk 2019 Art. 580255/1

72295_TALENT 4_TAALSCHRIFT 4A_580255_1.indd 3-4

14/01/19 08:40


4

Bingel is hét leerplatform voor lagere scholen in Vlaanderen. Met de inloggegevens die je kind van de school ontvangt, kan het digitaal oefenen en leren. Bij bingel hoort ook een tablet-app: Bingel Raket. Door een pagina uit dit schrift te scannen, ziet je kind meteen welke opdrachten het op bingel kan maken. Je herkent de pagina’s voor Bingel Raket aan . Bingel en Bingel Raket kunnen zowel op school als thuis gebruikt worden. Je kind krijgt er tips en werkt op een eigen niveau en tempo. Meer informatie: www.bingel.be – www.bingelraket.be

Taalschrift 580255/1

vanin.be Naam: Klas:

72295_TALENT 4_TAALSCHRIFT 4A_580255_1.indd 2

Nr.:

14/01/19 08:40


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
TALENT 4 - Taalschrift A by VAN IN - Issuu