Skip to main content

STORIA HD Classic 1 - Werkschrift - Inkijkexemplaar

Page 1

STORIA 1 classic

HD

In

ki

jk

ex em

pl a

ar

WERKSCHRIFT


ex em

jk

ki

In

ar

pl a


Woord vooraf

Beste leerling Je hebt op dit moment het werkschrift van Storia HD Classic 1 in handen. Het zal jou helpen om de geschiedenis te verkennen. Net zoals het leerboek bevat het werkschrift verschillende onderdelen. Je krijgt hier een klein overzicht. Ben je er klaar voor?

Welkom in het secundair onderwijs!

pl a

ar

Ben je een goede quizzer? Je weet misschien al meer van de geschiedenis dan je zelf denkt. Op de eerste bladzijden van dit werkschrift vind je de antwoordbladzijden van een heuse quiz. Je leraar beschikt over de vragen. Bij dit werkschrift hoort ook een opvouwbare tijdlijn. Wat tijdlijnen zijn en waarvoor ze dienen, wordt uitgelegd in les 2. De tijdlijn die je vorig jaar gebruikt hebt, wordt er vergeleken met degene die je in het secundair onderwijs gaat gebruiken. Je zult zien dat er niet al te veel verschillen zijn.

Wat bedoelt de leraar?

ex em

In het leerboek op blz. 7 vind je nuttige tips terug over hoe je het beste studeert. In het eerste deel van dit werkschrift vind je daar toepassingen op. Een opdracht begrijpen is niet altijd eenvoudig. Wat bedoelt de leraar juist? Om je te helpen, vind je in diezelfde les een overzicht terug. Daarin staat wat leraars precies bedoelen als ze je een bepaalde opdracht geven.

Schema en opdrachten

3 Duidelijke lestitels

1 Lesnummer

10

jk

SCHEMA

In

ki

2 Met deze icoontjes kun je zelf aanduiden welke domeinen in de les aan bod gekomen zijn.

4 Zelf aan te vullen schema

Naam:

5 Reeks opdrachten

Geloof in één god = monotheïsme

De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd

Na de regering van Achnaton: opnieuw polytheïsme OPDRACHT 1

Kaartnr(s).

Bestudeer bron 4 op blz. 85 in je leerboek. Wat is een scarabee en wat symboliseert hij? Een mestkever, symboliseert de opkomende zon

1 De Kelten verspreiden zich in twee periodes over Europa Periode

Begin- en eindjaar

Feiten

OPDRACHT 2 EXTRA

Ontstaan van de Kelten 1 Indo-Europeanen uit Hallstatt

ca. 700-450 v.C.

Bestudeer de afbeeldingen van Egyptische goden en lees de lestekst onder titel 2 in je leerboek op blz. 82, 83, 84 en 85. Hieronder staan tekeningen met wat uitleg. Zet de juiste naam van de god bij de juiste tekening. Kies uit de volgende namen: Anoebis, Aton, Bastet, Khepri, Thot, Horus, Isis, Osiris en Seth.

Zuid-Rusland

2 Vestigen zich in Midden-Europa 3 Plaatselijke bevolking wordt

onderworpen.

4 Vermenging van beide volkeren: Kelten Verspreiding van Kelten over Europa Khepri

Oorzaak 1: 1 Grotere bevolking

Bastet

Aton

Thot

Opkomende zon en

Godin van het leven

Zonneschijf, de

god van de weder­ geboorte

en de warmte

schepper van het heelal

God van het schrift

2 Meer voedsel nodig 3 Meer landbouwgrond nodig 4 Oorlog om grond te veroveren La Tène

ca. 450-50 v.C.

•

tegen

andere stammen

•

tegen

buurvolkeren

Isis

Oorzaak 2: 1 Kelten leren beter

smeden.

2 Betere wapens

mummificeren

Kelten houden van vechten.

nummer:

Osiris

God van het licht

God van de doden

Seth

Het gaat om de god van de woestijn en de onvruchtbaarheid. Hij staat voor alles wat slecht is. Hij is de broer van Osiris en Isis. Seth slaagt erin Osiris te doden en in stukken te hakken. Isis kan Osiris echter terug heel maken. Ze krijgt een zoon van hem: Horus. Die verslaat uiteindelijk de slechte god Seth. Horus maakt zijn vader Osiris god van de onderwereld. Seth wordt voorgesteld als een varken. Dat heeft er misschien toe geleid dat het varken tot op vandaag in het Midden­ Oosten als een onrein dier wordt beschouwd.

Oorzaak 3:

Klas:

Horus

Begeleider van de doden en god van het

van Osiris

Welke god heb je niet teruggevonden?

3 Kunnen buurvolkeren makkelijk verslaan

naam:

Anoebis

Moedergodin, moeder van Horus en vrouw

Naam:

60 LES 10 De Kelten, een volK uit De europese ijzertijD

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

Klas:

97

Nummer: WOORD VOORAF

3


Onlinelesmateriaal Bij het onlinelesmateriaal vind je interessante oefeningen en boeiende ontdekplaten. Je moet je slechts eenmaal registreren met de code die je vooraan in dit werkschrift vindt. Gedurende een volledig schooljaar mag je dan gebruikmaken van het onlinelesmateriaal.

Geef jezelf punten!

HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET?

pl a

ar

Op het einde van elke les vind je de rubriek ‘kennen en kunnen’ uit je leerboek terug. Als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen of kunnen’ onder de knie hebt, kun je het vakje ervoor inkleuren. De oefeningen bij het onlinelesmateriaal helpen je misschien bij deze zelfevaluatie. Bovendien kun je zelf aanduiden wat je van een bepaalde les vond. Je mening is belangrijk.

Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen.

Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KUNNEN

KENNEN

1 verschillende werktuigen onderscheiden 2 werktuigen chronologisch sorteren 3 bronnen sorteren volgens soort 4 een bron situeren in de tijd

ex em

1 vier voordelen van vuur voor de mens opnoemen 2 twee vormen van vuurproductie beschrijven 3 de evolutie van de steenbewerking in vier stappen beschrijven 4 de volgorde van de door de mens gebruikte metalen opnoemen 5 een voor- en een nadeel van de gebruikte metalen opnoemen

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Interessant / saai

Moeilijk

Interessant

Tussenin

Saai

De opdrachten De lestekst

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal De les in haar geheel

ki

jk

Opmerkingen:

naam:

klas:

nummer:

In

46

Naam:

4

WOORD VOORAF

LES 6 De werktuigen van De prehistorische mens

Klas:

Nummer:


De grote Storiaquiz De vragen zijn onderverdeeld in acht speelrondes: Piramides en ingewikkelde mensen Familie van Asterix Grote stenen Voor of na Christus? Aap, mens of na-aper? Hoe oud is het? Ra ra ra, waar ligt het? Geschiedenis voor mensen van het vak

ar

• • • • • • • •

Je leraar beschikt over de vragenlijsten.

pl a

Spelregels • De leraar kleeft vier letters (A, B, C, D) op het bord, op de ramen of op de grond. • De leraar verdeelt de klas in groepen van vier of acht leerlingen. • Elke groep overlegt intern wie de ‘spreekbuis’ wordt voor welke ronde.

ex em

Opgelet! Wanneer de groepen uit vier leerlingen bestaan, moet elk groepslid twee rondes uitkiezen. Wanneer de klas uit een oneven aantal leerlingen bestaat, kun je een of twee rondes laten vallen of de vragen bij een andere ronde invoegen. • De leraar kiest een ronde. De leerlingen kruisen hun antwoorden (A, B, C, D) aan op de invulbladen op blz. 6 en 7 in het werkschrift.

jk

• Alle groepsleden beantwoorden de vraag eerst individueel. Die antwoorden worden in de groep besproken. Zo blijft iedereen voortdurend betrokken en wordt de verantwoordelijkheid bij het antwoorden verdeeld over alle groepsleden. • Het is de ‘spreekbuis’ die uiteindelijk een beslissing zal nemen en bij A, B, C of D plaatsneemt.

ki

• De leraar geeft telkens de oplossing nadat alle spreekbuizen hun plaats hebben ingenomen. De leraar noteert welke groepen het juiste antwoord hebben gekozen.

In

• De leerlingen kijken op hun eigen blad naar hun oplossing en duiden aan of het juist was (groen omcirkelen) of fout (rood omcirkelen). Einde: alle rondes zijn aan bod gekomen en alle spreekbuizen zijn dus aan de beurt geweest. Het is nu duidelijk welk team gewonnen heeft. De leraar haalt de ingevulde individuele lijsten op om een zicht te krijgen op de kennis van de individuele leerlingen. Hij kan er ook voor kiezen om een individuele winnaar kenbaar te maken ...

Naam:

Klas:

Nummer: WOORD VOORAF

5


Antwoordblad voor de leerlingen

Ronde 1

Ronde 2

Piramides en ingewikkelde mensen

Antwoord

A

B

C

D

Vraag 2

Vraag 2

Vraag 3

Vraag 3

Vraag 4

Vraag 4

Vraag 5

Vraag 5

D

pl a

ex em

Vraag 8 Vraag 9

Vraag 10

Vraag 10

Ronde 4

Grote stenen A

B

C

D

Voor of na Christus?

Antwoord Vraag 1

Vraag 2

Vraag 2

ki

jk

Vraag 1

Vraag 3

Vraag 3

Vraag 4

Vraag 4

In WOORD VOORAF

C

Vraag 7

Vraag 9

Antwoord

B

Vraag 6

Vraag 8

Ronde 3

A

ar

Vraag 1

Vraag 7

6

Antwoord

Vraag 1

Vraag 6

Naam:

Familie van Asterix

Vraag 5

Vraag 5

Vraag 6

Vraag 6

Vraag 7

Vraag 7

Vraag 8

Vraag 8

Vraag 9

Vraag 9

Vraag 10

Vraag 10

Klas:

A

B

C

Nummer:

D


Ronde 5

Ronde 6

Aap, mens of na-aper?

Antwoord

A

B

C

D

Antwoord Vraag 1

Vraag 2

Vraag 2

Vraag 3

Vraag 3

Vraag 4

Vraag 4

Vraag 5

Vraag 5

B

C

D

pl a Vraag 6

Vraag 7

Vraag 7 Vraag 8

ex em

Vraag 8 Vraag 9

Vraag 9

Vraag 10

Vraag 10

Ronde 7

A

ar

Vraag 1

Vraag 6

Ronde 8

Ra ra ra, waar ligt het?

Antwoord

A

B

C

D

Geschiedenis voor mensen van het vak

Antwoord Vraag 1

Vraag 2

Vraag 2

ki

jk

Vraag 1

Vraag 3

Vraag 3

Vraag 4

Vraag 4

In Naam:

Hoe oud is het?

Vraag 5

Vraag 5

Vraag 6

Vraag 6

Vraag 7

Vraag 7

Vraag 8

Vraag 8

Vraag 9

Vraag 9

Vraag 10

Vraag 10

A

Klas:

B

C

D

Nummer: WOORD VOORAF

7


SCHEMA

Kaartnr(s).

Hoe studeer ik geschiedenis?

ar

1

Inleiding

ex em

Verkennen

pl a

Voorbereiden

jk

Diezelfde avond

In

ki

Lezen en bestuderen

Naam:

8

LES 1 Inleiding

Klas:

Nummer:


Memoriseren

ex em

Controleren

pl a

ar

Avond voor de volgende les

Toepassing van ‘Leren leren’ Raadpleeg je leerboek op blz. 7. Pas de verschillende stappen van ‘Geschiedenis studeren: in de klas en thuis’ toe op les 2.

Verkennen Noteer de titel en de ondertitels van les 2. Stel jezelf vragen over die titels, zoals in het leerboek uitgelegd wordt. Het gaat hier vooral om ‘Wat- en Hoe-vragen’.

jk

OPDRACHT 1

TITEL:

ki

Vragen:

In

ONDERTITELS: 1

Vragen:

• • •

Naam:

Klas:

Nummer:

LES 1 Inleiding

9


2 Vragen: • • • 3

ar

Vragen: •

• 4

• • •

Lezen en bestuderen • Lees de tekst en ga na welke woorden je niet begrijpt. Noteer de woorden die je niet begrijpt op een apart blad papier. Zoek vervolgens de betekenis van die woorden in een naslagwerk op.

jk

OPDRACHT 2

ex em

Vragen:

pl a

•

In

ki

• Lees de tekst per ondertitel. Zoek een antwoord op de vragen die je op de vorige pagina zelf stelde. Misschien vind je nog andere vragen? Dat gaat wat gemakkelijker als je denkt dat je een leraar bent die een toets voor de leerlingen maakt. Om dat wat te oefenen, pas je het toe op de eerste twee ondertitels van les 2. Je noteert de kernwoorden om achteraf je antwoorden te formuleren.

Naam:

10

LES 1 Inleiding

Klas:

Nummer:


• Raadpleeg de oefeningen die je maakte in je werkschrift. Ga na welke oefeningen aansluiten bij titel 1 en 2. Nu zal veel je al duidelijker worden.

Memoriseren (en schematiseren) • Raadpleeg je schema en vertel de inhoud van de les aan je buur. Of ga vooraan in de klas staan en leg de les uit met behulp van het schema.

ar

OPDRACHT 3

• Probeer vervolgens het schema – zonder te kijken – te noteren op een apart blad.

pl a

• Welke begrippen moet je kennen? Studeer ze uit je hoofd. Maak kaartjes met aan de ene kant het begrip en aan de andere kant de verklaring. Ondervraag je buur.

ex em

• Memoriseren betekent onthouden en kunnen meedelen aan anderen. Dat is niet altijd even gemakkelijk. Bij titel 3 is het duidelijk dat je de zeven tijden in de juiste volgorde moet kunnen opsommen. Je kunt daarvoor een hulpmiddeltje gebruiken. Neem van elke tijd de eerste letter. Zet ze in de juiste chronologische volgorde en vorm met die eerste letters zeven woorden die samen een zin vormen. Als je die zin onthoudt, weet je dat elke beginletter van een woord de beginletter van een tijd is. Dat is toch al wat eenvoudiger. Wat vind je van dit voorbeeld? Pot Stroop Kan Mama Nog Niet Eten. Misschien kun je er zelf nog leukere bedenken?

Controleren Raadpleeg de lijst ‘kennen en kunnen’ Bekijk wat daar gevraagd wordt. Voor sommige puntjes zul je de lestekst moeten studeren. Voor andere bekijk je het best opnieuw de opdrachten in je werkschrift. Ga naar het onlinelesmateriaal en probeer de oefeningen bij de les op te lossen. Je kunt ook je buur ondervragen.

jk

OPDRACHT 4

In

ki

EXTRA. ‘Kennen oplossen’: wat bedoelt de leraar? Na elke lestekst vind je een aantal items die je moet kennen. Toch is het zeker niet altijd makkelijk om die vragen op te lossen. Op de volgende bladzijde helpen we je op weg.

Naam:

Klas:

Nummer:

LES 1 Inleiding

11


1 De vraag grondig lezen Lees de vraag grondig. Wat moet je precies doen? De antwoorden kun je vinden in de lestekst of in het schema dat je bij elke les vindt in je werkschrift. Los de opdrachten één voor één op.

2 Soort vraag Natuurlijk stellen we nooit ja-neevragen. Dan zou je antwoord snel gegeven zijn. Bovendien staan er geen echte vragen onder ‘kennen’, want er staan geen vraagtekens achter. Controleer of een van de onderstaande kernwoorden in de opdracht voorkomt. Los de opdracht dan op. Gebruik daarvoor de juiste oplossingsmethode onder titel 3. Type opdracht/vraag

Kernwoorden

1

Opsommen

opnoemen, opsommen, eigenschappen, kenmerken ...

2

Chronologisch

feiten, volgorde, situeren ...

3

Vergelijken

verschillen, overeenkomsten, gelijkenissen ...

4

Oorzaak-gevolg

oorzaken, aanleiding, redenen, gevolgen, uitleggen, verklaren ...

5

Beschrijven

uitleggen, schetsen …

6

Bewijzen

bewijzen, aantonen ...

ex em

pl a

ar

Nr.

3 Oplossingsmethoden

In

ki

jk

Oplossingsmethode 1: Opsommen Voorbeelden van vragen • Noem drie kenmerken van de smurfen. • Geef twee voorbeelden van smurfen. • Geef drie eigenschappen van smurfen. • Leg de taak uit van: Grote Smurf, Brilsmurf, Koksmurf ... Jouw antwoord • Schrijf één zin per kenmerk. • Nummer de opsomming. • Leg elk kenmerk kort uit en geef eventueel een voorbeeld. • Zorg ervoor dat je over verschillende kenmerken schrijft. Voorbeelden van antwoorden • Noem drie kenmerken van de smurfen. 1 Smurfen hebben een blauwe huid. 2 Smurfen dragen een witte muts. 3 Ze vervangen heel wat woorden door ‘smurf’. • Geef twee voorbeelden van smurfen. 1 Grote Smurf 2 Brilsmurf

Naam:

12

LES 1 Inleiding

Klas:

Nummer:


Oplossingsmethode 2: Chronologisch ordenen Voorbeelden van vragen • Schets bondig het verloop van de smurfenoorlogen. • Zet de belangrijkste feiten uit de smurfeneeuwen in chronologische volgorde. Jouw antwoord • Geef een opsomming in zinnen per feit of belangrijke gebeurtenis. • Als dat gevraagd wordt, kun je bij elke zin ook het jaartal of de datum geven. • Plaats de gebeurtenissen in volgorde: wat eerder gebeurd is, plaats je eerst ...

pl a

ar

Oplossingsmethode 3: Vergelijken Voorbeelden van vragen • Noem drie verschillen tussen smurfen en kabouters (a). • Geef twee overeenkomsten tussen smurfen en kabouters (b). • Noem één belangrijk verschil tussen Gargamel en de smurfen (c). Jouw antwoord A Stop zo’n vraag eerst in een tabel vooraleer je je antwoord in zinnen uitschrijft. Vraag (a): Smurfen

huid

blauw

levenswijze

zijn overdag actief

zijn ’s nachts actief

kledij

witte broek, witte muts

rode muts, jas en broek

ex em

Verschillen

Kabouters

gewone huidskleur

B Daarna schrijf je de inhoud van elke rij of kolom in zinnen uit.

jk

Bijvoorbeeld Smurfen hebben een blauwe huidskleur, kabouters zien eruit zoals mensen. Kabouters leven vooral ’s nachts, terwijl de smurfen overdag leven. Smurfen dragen enkel een witte broek en een witte muts. Kabouters dragen kleren zoals mensen en vaak een rode puntmuts.

In

ki

Oplossingsmethode 4: Oorzaak-gevolg Voorbeelden van vragen • Geef twee oorzaken van de ruzie tussen Gargamel en de smurfen. • Verklaar de ruzie tussen Gargamel en de smurfen. • Geef twee gevolgen van de ruzie tussen Gargamel en de smurfen. • Leg uit waarom de smurfen het altijd winnen van Gargamel. Jouw antwoord • Als je een oorzaak moet geven, moet je uitleggen waarom iets gebeurd is. • Een gevolg moet vertellen wat het resultaat is van een bepaalde oorzaak. Bijvoorbeeld Het slechte weer had tot gevolg dat ... • Som de oorzaken of gevolgen op (eventueel kort op een kladblad). • Schrijf per oorzaak of gevolg minstens één zin.

Naam:

Klas:

Nummer:

LES 1 Inleiding

13


• Wanneer je gevolgen moet geven, moet je starten met een korte herhaling van de ‘vraag’. Bijvoorbeeld De ruzie tussen Gargamel en de smurfen heeft als gevolg ..., heeft geleid tot ... • Let op: een antwoord begin je nooit met ‘omdat’ ... Niet: Omdat Gargamel ... Maar wel: Gargamel en de smurfen hebben ruzie omdat ...

ar

Oplossingsmethode 5: Beschrijven Uitleggen, schetsen Als de leraar vraagt om iets te schetsen, moet je het niet met potlood op papier tekenen. Je moet het verhaal ‘tekenen’ met woorden. Geschiedenis is een verhalend vak. Vertel het verhaal in je eigen woorden. Zorg ervoor dat iemand die de les niet heeft gekregen jouw antwoord volledig snapt. Zie ook oplossingsmethode 4.

ex em

pl a

Oplossingsmethode 6: Bewijzen Aantonen, bewijzen ‘Bewijzen’ ken je uit het vak wiskunde. Je moet het bewijs leveren van iets. Vergelijk het met een rechtbank: de politie moet het bewijs leveren dat iemand schuldig is. • Schrijf per bewijs minstens één zin. Zie ook oplossingsmethode 4.

4 Controle

Controleer of je antwoord volledig is. Zorg dat je je eigen antwoord zelf begrijpt. Gebruik geen woorden waarvan je de betekenis niet kent. Let op de spelling: begin een zin met een hoofdletter en eindig met een leesteken. Iemand die de leerstof niet gekregen heeft, moet je antwoord begrijpen.

In

ki

jk

• • • • •

Naam:

14

LES 1 Inleiding

Klas:

Nummer:


SCHEMA

Een beeld van het verleden

Over tijden, plaatsen en domeinen Kaartnr(s).

Titels

ar

2

A

pl a

1

2

ex em

3

4

jk

5

ki

Tijdrekening Naam

Begindatum in de christelijke tijdrekening

Vlucht van Mohammed

Joods

‘Schepping’

In

Islamitisch

Christelijk

Naam:

Gebeurtenis

1

Klas:

Nummer:

A EEN BEELD VAN HET VERLEDEN

15


In de geschiedenis moet je de tijd kunnen

aanduiden

indelen

begrippen

zichtbaar voorstellen

overzichtelijk maken

ex em

pl a

ar

Zeven tijden van de geschiedenis Beginjaar

Eindjaar

jk

Tijd

Prehistorie

ki

Oude nabije oosten

In

Klassieke oudheid Middeleeuwen

Vroegmoderne tijd Moderne tijd Hedendaagse tijd

Naam:

16

LES 2 Over tijden, plaatsen en domeinen

Klas:

Nummer:


Domeinen in de geschiedenis

TI

IS

LI

CH

PO

M NO

L AA

I SO

C

ex em

R

UL TU

C

pl a

ar

S

GE

URTENI

L

BE

EE

E CO

OPDRACHT 1

EK

Bestudeer de tijdlijn met de Belgische koningen op blz. 12 in je leerboek. • Welke koning regeert het langst?

ki

jk

• Welke koning regeert het kortst?

In

• Welke koningen worden opgevolgd tijdens hun leven?

• Welke koningen regeren tijdens een wereldoorlog?

Naam:

Klas:

Nummer:

A EEN BEELD VAN HET VERLEDEN

17


• Welke koning of koningen heb jij nog gekend? Reken vanaf je geboorte.

• Welke koning of koningen hebben je ouders en je grootouders gekend?

• het begin van onze tijdrekening,

ar

Vervolledig de onderstaande tijdlijn. De lijn start met het jaar 400 v.C. en loopt door tot het jaar 2100. Elke eeuw is 0,5 cm. Duid op de tijdlijn het volgende aan:

pl a

OPDRACHT 2

• het begin van de islamitische tijdrekening,

ex em

• de 15e eeuw, de 20e eeuw en de 3e eeuw v.C., • het jaar waarin wij nu leven.

2100

In

ki

jk

400 v.C.

Naam:

18

LES 2 Over tijden, plaatsen en domeinen

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 3

Bekijk de foto’s op blz. 12 in je leerboek. Geef voor elk monument de tijd waarin het gebouwd is. Geef ook het land waar je het aantreft. Tijd

Land

Notre-Dame

ar

Sint-Pieters

pl a

Eiffeltoren

OPDRACHT 4

ex em

MAS

Bestudeer de krantenartikels op blz. 13 in je leerboek.

Over welk(e) maatschappelijk(e) domein(en) gaat elke tekst? A B C

Bekijk de foto’s op blz. 13 in je leerboek.

ki

OPDRACHT 5

jk

D

In

Tot welk maatschappelijk domein behoort elke foto? A

B

C D E

Naam:

Klas:

Nummer:

A EEN BEELD VAN HET VERLEDEN

19


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KENNEN

KUNNEN

ar

1 de afkorting ‘v.C.’ gebruiken 2 een jaartal uit een willekeurige eeuw opnoemen 3 een jaartal in de juiste eeuw situeren 4 een tijdlijn lezen en ontwerpen 5 een gebeurtenis in het juiste tijdvak en maatschappelijk domein plaatsen 6 activiteiten sorteren volgens de maatschappelijke domeinen

ex em

pl a

1 de begrippen ‘politiek’, ‘sociaal’, ‘economisch’, ‘cultuur’, ‘chronologisch’, ‘duur’, ‘tijd(vak)’, ‘tijdrekening’, ‘tijdlijn’, ‘referentiekader’, ‘decennium’, ‘eeuw’ en ‘millennium’ uitleggen 2 drie verschillende tijdrekeningen geven 3 het beginpunt van onze tijdrekening geven 4 de tijden of tijdvakken met hun begin- en eindjaar in chronologische volgorde opnoemen 5 de vier verschillende maatschappelijke domeinen opnoemen 6 van elk maatschappelijk domein twee voorbeelden geven

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant

Tussenin

jk

Gemakkelijk

Interessant / saai

De opdrachten De lestekst

ki

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal

In

De les in haar geheel

Opmerkingen:

Naam:

20

LES 2 Over tijden, plaatsen en domeinen

Klas:

Nummer:

Saai


Kaartnr(s).

Bronnen

SCHEMA

ar

3

De bronnen van de geschiedenis

=

Waar vind je ze?

jk

ex em

pl a

Twee soorten van bronnen

o.a.

ki

o.a.

o.a.

In

Werk =

Bron/werk • uit onderzochte periode zelf = • uit een latere periode dan de onderzochte periode =

Naam:

Klas:

Nummer:

A EEN BEELD VAN HET VERLEDEN

21


OPDRACHT 1

Bestudeer bron 2 op blz. 16 in je leerboek. • Zeg voor elke bron tot welke soort ze behoort. • Noem voor elke bron de tijd (zie les 2) waaruit ze stamt. Nummer

Soort bron

Tijd

A

ar

B

Het interview vormt een van de technieken om te weten te komen wat bepaalde mensen over een bepaalde gebeurtenis weten. De geschiedkundige stelt vragen die de ondervraagde beantwoordt. Eigenlijk komt het erop neer dat een mondelinge bron wordt neergeschreven. Je moet je behoorlijk voorbereiden op een interview en niet zomaar lukraak wat vragen stellen. Als interviewer wil je immers iets te weten komen. Je moet dus van tevoren goed nadenken over de vragen die je wilt stellen. Om in de juiste sfeer te komen, vind je hieronder als voorbeeld een voorbereid interview.

ex em

OPDRACHT 2

pl a

C

Interview 1

Je wilt van je buurman/-vrouw in de klas te weten komen wat hij/zij over vakantie en reizen denkt. Onderwerp: vakantie en reizen

jk

Naam van de geïnterviewde: Vragen

In

ki

1 Geef minstens drie dingen die je tijdens de grote vakantie gedaan hebt.

Naam:

22

LES 3 De bronnen van de geschiedenis

Klas:

Nummer:


2 Welke dingen vond je leuk? Welke niet? Waarom?

pl a

ar

3 Houd je van reizen? Ja/nee. Waarom (niet)?

Let op! Een geïnterviewde vertelt niet altijd de waarheid! Interview 2

ex em

Je wilt te weten komen wat je vader of moeder op school gedaan en beleefd heeft (studierichting, resultaten, strafstudies ...). Stel nu zelf drie vragen op om achter die informatie te komen. Onderwerp: Een ouder op school Naam van de geïnterviewde:

ki

jk

Vragen

Bestudeer de tijdlijn bij de lestekst op blz. 15 in je leerboek.

In

OPDRACHT 3

• Hoe heet het gebied waar men waarschijnlijk het eerst begon te schrijven?

• Wanneer begon men in dat gebied te schrijven?

Naam:

Klas:

Nummer:

A EEN BEELD VAN HET VERLEDEN

23


• We spreken over prehistorie als er geen schrift gebruikt wordt. Wat kun je aan de hand van de tijdlijn besluiten over de einddatum van de prehistorie?

Zoek in een naslagwerk op wie in 1910 koning of koningin van Nederland was. Beschrijf ook hoe je het antwoord gezocht en gevonden hebt.

OPDRACHT 5

Bestudeer bron 5 op blz. 17 in je leerboek.

pl a

ar

OPDRACHT 4

Groen Oranje Paars

ex em

• Wat is de betekenis van de volgende kleuren op de kaart?

jk

• Wat is de rode stippellijn op de kaart?

ki

• Wat is de volle rode lijn op de kaart?

• Zijn de volgende uitspraken juist of niet? Motiveer telkens je antwoord.

In

JUIST

ONJUIST

Maastricht ligt in België. Voeren ligt in het Nederlandstalige taalgebied. Moeskroen ligt in het Franstalige taalgebied. Duinkerken hoort bij Frankrijk.

Naam:

24

LES 3 De bronnen van de geschiedenis

Klas:

Nummer:


• Geef voor elke stad de taal of talen die men er spreekt: Eupen Kortrijk Hoei Hasselt

EXTRA

Hoe observeer ik een internetbron? SOORT INTERNETBRON

pl a

OPDRACHT 6

ar

Brussel

Welke bron heb je op het internet gevonden? Een tekst / een afbeelding / andere. (1)

ex em

Op welke webpagina heb je de bron gevonden? Geef het precieze adres.

TEKSTEN

De mensen achter de website of webpagina opzoeken

1 Staat de naam van de schrijver bij de tekst? Ja / nee. (1)

jk

2 Zo ja, geef dan de naam van de schrijver.

ki

3 Vind je de naam niet? Dan openen we de trukendoos van de ‘hacker’ … Bekijk de bron van de pagina. Webpagina’s zijn geschreven in een taal die we HTML (hypertext markup language) noemen. We kunnen die bron gemakkelijk bekijken.

In

a Open de bron van de webpagina. Dat kun je via twee technieken: TECHNIEK 1 • Klik met de rechtermuisknop ergens in de webpagina. • Klik op bron van de pagina bekijken of bron weergeven. • Een nieuw venster met de HTML-code verschijnt.

(1) Onderlijn het juiste antwoord. Soms moet je meer dan één antwoord geven.

Naam:

Klas:

Nummer:

A EEN BEELD VAN HET VERLEDEN

25


TECHNIEK 2 • Kies in de werkbalk voor beeld en klik op bron. • Een nieuw venster met de HTML-code verschijnt.

d Iets gevonden? Noteer de gevonden informatie.

pl a

c Ga op zoek naar een van de volgende woorden: ‘author’, ‘copyright’ ... Voorbeeld: ‹meta name=”author” content=”Joske Janssens”/›

ar

b Nu zie je de HTML-code van de webpagina. Het lijkt misschien allemaal Chinees voor jou. Druk tegelijkertijd op de volgende toetsen op je toetsenbord: CTRL + F

ex em

4 Controleer nu wie de website heeft gemaakt.

a Controleer of je de eigenaar van de website vindt. Vaak vind je hem op de contactpagina of onderaan op de webpagina (in de zogenaamde footer). b Zoek de domeinnaam van de website. De domeinnaam bestaat uit drie delen gescheiden door een punt. Naam

Landextensie

www.

europeana.

eu

www.

wikipedia.

org

jk

www

www.

be

Door de Europese wetgeving is het niet meer mogelijk om op te zoeken wie de eigenaar van de domeinnaam is. Voor sites uit andere werelddelen is dat wel mogelijk. Eigenaars van niet-Europese domeinnamen kun je vinden op https://www.whois.com/whois/hyperlink. Opgelet: noteer de informatie die je vindt bij ‘Registrant contact’, niet die bij ‘Domain information’.

ki

storia.

In

Naam:

26

LES 3 De bronnen van de geschiedenis

Klas:

Nummer:


AFBEELDINGEN Oorsprong van de afbeeldingen 1 Staat op of onder de foto wie de maker/fotograaf is (tekst, link ...)? Ja / nee

Klik met de rechtermuisknop op de afbeelding. Klik op ‘Adres van afbeelding kopiëren’. Plak het adres in een tekstdocument. Noteer het adres hieronder.

pl a

a b c d

ex em

3

ar

2 Zo ja, geef dan de informatie die is vermeld.

In

ki

jk

4 Opgelet: mogelijk gebruikte de maker van de website een afbeelding die hij ergens anders heeft gevonden. a Download de afbeelding. Klik met de rechtermuisknop op de afbeelding en kies ‘Afbeelding opslaan als...’. (afbeelding: bewaren.png) b Open je internetbrowser en ga naar www.schoolvoorbeeld.be/beeldenzoeker. Daar vind je allerlei gereedschappen om de oorsprong van een afbeelding te zoeken. c Noteer de gevonden informatie.

Naam:

Klas:

Nummer:

A EEN BEELD VAN HET VERLEDEN

27


Inhoud van de afbeeldingen 1 Is de afbeelding fictief (verzonnen) of non-fictief (echt)? Fictief / non-fictief 2 Heb je de indruk dat de afbeelding is bewerkt met de computer? Ja / nee. 3 Zo ja, geef dan minstens ĂŠĂŠn zaak waaraan je kunt zien dat de afbeelding is bewerkt.

pl a

ar

4 Beschrijf wat je op de afbeelding ziet.

In

ki

jk

ex em

Misschien herken je de dingen op de foto niet allemaal. Ga naar www.schoolvoorbeeld.be/beeldenzoeker en gebruik de afbeeldingsherkenner op basis van kunstmatige intelligentie.

Naam:

28

LES 3 De bronnen van de geschiedenis

Klas:

Nummer:


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KENNEN

KUNNEN

ar

1 een bron en werk in de juiste tijd plaatsen 2 een reeks bronnen sorteren volgens soort 3 informatie opzoeken: in een naslagwerk, op het internet ... 4 vindplaats van informatie correct weergeven 5 een kaart bestuderen en ontleden

pl a

1 uitleggen wat bronnen en werken zijn 2 de soorten bronnen opnoemen 3 het verschil tussen primaire en secundaire bronnen/werken uitleggen 4 het onderscheid tussen prehistorie en geschiedenis uitleggen

ex em

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

Saai

De opdrachten De lestekst

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal

jk

De les in haar geheel

In

ki

Opmerkingen:

Naam:

Klas:

Nummer:

A EEN BEELD VAN HET VERLEDEN

29


SCHEMA

De prehistorie

De mens, nog maar pas op aarde Kaartnr(s).

1 De mens is vrij jong in vergelijking met de leeftijd van de aarde Aantal jaar geleden

De aarde De eerste levensvormen

ex em

De eerste mensachtigen

pl a

Het heelal

ar

4

B

2 De mens vervaardigt werktuigen, loopt rechtop en heeft voldoende hersenen Kennis prehistorie uit: en  onduidelijke en onvolledige kennis

Voldoende hersenen + rechtop lopen + werktuigen = mens

jk

3 De ontwikkeling van hominide tot mens is een lange en geleidelijke evolutie Evolutietheorie

ki

Wie?

aan veranderende omgeving of

In

Wat? Evolueren:

De mens evolueert: mens & aap  gemeenschappelijke Hominiden of mensachtigen

Naam:

30

LES 4 De mens, nog maar pas op aarde

Klas:

Nummer:


Voorlopige stamboom van de mens (de pijlen staan voor een vermoedelijke afstamming) Australopithecus

ar

Homo

pl a

Homo

Homo

sterft uit

onze voorouder

ex em

Homo

4 Vanuit Afrika verspreidt de mens zich over de hele wereld Oudste sporen van mensachtigen gevonden in Afrika = Vanuit Afrika verspreidt de mens zich over de wereld. Hoe?

In

ki

jk

IJstijd = heel koude periode

IJskappen van noord- en zuidpool

Zeespiegel daalt =

Ontstaan van

tussen werelddelen

Mens kan zich

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

31


OPDRACHT 1

Lees bron 2 op blz. 26 in je leerboek.

heden

1 miljard jaar geleden

ar

• Hoe lang zou deze tijdlijn moeten zijn als we de hele geschiedenis vanaf de oerknal willen

pl a

weergeven? (15 cm = 1 miljard jaar)

• Plaats de volgende informatie op de tijdlijn:

- het ontstaan van de dinosaurussen (ca. 230 miljoen jaar geleden)

ex em

- het uitsterven van de dinosaurussen (ca. 65 miljoen jaar geleden) - het ontstaan van de homo sapiens (ca. 320 000 jaar geleden)

• Wat leer je aan de hand van de tekst en de tijdlijn over de leeftijd van de mens in vergelijking met die van het heelal?

In

ki

jk

• Waarom had de mens niets te vrezen van de dinosaurussen?

Naam:

32

LES 4 De mens, nog maar pas op aarde

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 2

Bestudeer bron 1 op blz. 24-25 in je leerboek. • Als je de schedels van de verschillende mensensoorten vergelijkt, bemerk je een evolutie. Geef twee zaken die in de loop der eeuwen grondig veranderd zijn.

pl a

ar

• Ook op andere vlakken heeft er zich een evolutie voorgedaan, bijvoorbeeld op het vlak van de lichaamsbeharing. Wat stel je vast als je de australopithecus en de homo sapiens met elkaar vergelijkt?

OPDRACHT 3

ex em

• De homo sapiens heeft een veel grotere herseninhoud dan de australopithecus. Welk voordeel daarvan kun je uit dit schema afleiden?

Bestudeer bron 6 op blz. 27 in je leerboek.

• In welk continent zijn de oudste resten van moderne mensen teruggevonden?

ki

jk

• Welk continent is als laatste door de homo sapiens bereikt?

Bestudeer bron 5 op blz. 27 in je leerboek.

In

OPDRACHT 4

• Neem een gewone atlas en zoek op welke huidige Europese landen tijdens de laatste ijstijd bedekt waren met pakijs.

• Wat valt je op als je kijkt naar de kustlijn van Europa in de laatste ijstijd?

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

33


• Bedenk een verklaring voor wat je ziet.

• Wat voor soort landschap had ‘België’ toen?

Lees de onderstaande tekst.

ar

OPDRACHT 5

ex em

pl a

De paleoantropologie [de wetenschap die uitgestorven mensensoorten en hun voorlopers bestudeert] moet het voor 7 miljoen jaar mensheidsgeschiedenis stellen met een paar duizend botvondsten. Soms heeft men van een aantal generaties alleen maar wat tanden. Vandaar dat elke vondst de gemoederen in beroering brengt en aanleiding is voor nieuwe theorieën. ‘Het determineren van fossiele Homo-species [soorten] is een klassieke kip-of-eikwestie.’ (…) ‘Soorten worden uit afzonderlijke vondsten afgeleid, waarbij de paleoantropologen er meestal van uitgaan dat zo’n afzonderlijke vondst representatief is voor de betreffende soort.’ Deze aanpak heeft tot gevolg dat latere ontdekkingen in de historisch gegroeide soortencatalogus ingepast worden. ‘Met de vijf Dmanisi-vondsten konden we nu voor het eerst aantonen dat dat niet goed werkt: als we de klassieke determinatiecriteria op de schedels toepassen, zouden we een paar daarvan bij twee soorten tegelijk moeten indelen.’ Het gaat Zollikofer [een Zwitserse paleoantropoloog] vooral om de methodologische insteek. ‘Homo-soorten zijn de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond geschoten.’ Maar doordat al die onderscheidingen misleidend zijn, stelt Zollikofer: ‘Wij pleiten voor diversiteit binnen een soort en tegen een diversiteit aan soorten.’

jk

Uit: Ute Strimmer, Was er maar één menselijke soort?, G/Geschiedenis, januari 2015 In de jaren 1990 werden in het Georgische Dmanisi een aantal oude schedels en schedelresten gevonden. Ze waren zo’n 1,8 miljoen jaar oud. Aanvankelijk werden de resten aan een nieuwe homo-soort toegeschreven, maar in 2013 werden de vondsten ingedeeld bij de homo erectus.

In

ki

• Waarom is het zo moeilijk voor wetenschappers om een juiste stamboom van de mens op te stellen?

• Geloof Zollikofer dat er veel verschillende aparte homo-soorten bestaan?

Naam:

34

LES 4 De mens, nog maar pas op aarde

Klas:

Nummer:


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KUNNEN 1 de voorlopers van de huidige mens in chronologische volgorde plaatsen 2 twee verschillen tussen schedels van onze voorouders geven 3 aan de hand van afbeeldingen twee uiterlijke kenmerken van onze voorouders opnoemen 4 bronnen sorteren volgens soort

ex em

pl a

1 het begrip ‘evolutie’ uitleggen 2 het continent opnoemen waar de mens ontstaan is 3 de leeftijd van de aarde en de mens vergelijken 4 de twee belangrijkste bronnen voor onze kennis over de prehistorische mens opnoemen 5 met drie kenmerken het onderscheid tussen mens en dier aantonen 6 de namen van de voorlopers van de huidige mens opnoemen

ar

KENNEN

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

Saai

De opdrachten De lestekst

jk

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal

ki

De les in haar geheel

In

Opmerkingen:

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

35


SCHEMA

Kaartnr(s).

Titels

ar

5

De komst van de homo sapiens

pl a

1

2

ex em

3

4

Kenmerken van de homo sapiens

De denkende, verstandige mens

jk

ki

• •

In

•

Een nomade

Naam:

36

LES 5 De komst van de homo sapiens

Klas:

Nummer:


Twee types homo sapiens Neanderthaler

Moderne mens

Aantal: meer / minder Duid het juiste antwoord aan.

Aantal: meer / minder Duid het juiste antwoord aan.

Wanneer?

Betere wapens:

pl a

Werktuigen

ar

Waar? (werelddelen)

ex em

: naakte vrouwen met overdreven grote borsten en billen: vruchtbaarheidssymbolen Grotschilderingen:

Kunst

Raadpleeg bron 2 op blz. 30 in je leerboek.

ki

OPDRACHT 1

jk

Doel:

Zet een kruisje in de juiste kolom.

In

Welke homo sapiens heeft

Neanderthaler

Moderne mens

het hoogste voorhoofd? de laagste hersenpan? de zwaarste wenkbrauwbogen? het meest terugwijkende voorhoofd? een schedel die het meest op de onze gelijkt?

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

37


OPDRACHT 2

Bestudeer bron 5 op blz. 31 in je leerboek. • Geef drie diersoorten die hier worden afgebeeld.

OPDRACHT 3

ar

• Beschrijf hoe je prehistorische verf maakt.

Bekijk de volgende afbeeldingen.

In

ki

jk

ex em

pl a

A

Uit: František Kupka, The Illustrated London News, februari 1909 Deze afbeelding werd gemaakt kort nadat in het Franse La Chapelle-aux-Saints een bijna volledig skelet van een neanderthaler werd teruggevonden. De resten bleken later zo’n 50 000 à 60 000 jaar oud te zijn. De tekenaar baseerde zich op de aanwijzingen van een toen invloedrijke Franse paleontoloog.

Naam:

38

LES 5 De komst van de homo sapiens

Klas:

Nummer:


ex em

pl a

ar

B

© imageselect

Moderne reconstructie van de neanderthaler gevonden in La Chappelle-aux-Saints (2010) Het beeld is te zien in het Museum voor Menselijke Evolutie in Burgos (Spanje).

jk

• Beschrijf in je eigen woorden hoe men ongeveer een eeuw geleden de neanderthaler voorstelde.

In

ki

• Noem twee verschillen tussen wat je ziet op afbeelding A en het beeld op afbeelding B.

• Geef een mogelijke reden waarom de hedendaagse voorstelling van de neanderthaler verschilt van sommige vroegere voorstellingen.

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

39


EXTRA

Hieronder zie je een kaart met daarop enkele belangrijke vindplaatsen van prehistorische mensen (moderne mensen en neanderthalers). Op de kaart staan ter informatie de huidige landsgrenzen aangeduid. De kustlijn is ook de huidige kustlijn. Tijdens de laatste ijstijd was die iets anders.

ijs

ar

OPDRACHT 4

zuidelijke ijsgrens tot 10 000 v.C.

zuidelijke ijsgrens tot 120 000 v.C.

pl a

Belangrijke vindplaats van menselijke overblijfselen

ex em

• Raadpleeg een historische atlas en zet achter elke naam het nummer van de vindplaats op de kaart. Altamira:

Le Moustier:

Chauvet:

Neandertal:

Cro-Magnon:

Spy:

Lascaux:

In

ki

jk

• Kleur de vindplaatsen van neanderthalers rood en die van de moderne mens (Cro-Magnon) groen.

Naam:

40

LES 5 De komst van de homo sapiens

Klas:

Nummer:


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KENNEN

KUNNEN

ar

1 schedels met elkaar vergelijken 2 aan de hand van een tekening uitleggen hoe een wapen werkt 3 bronnen sorteren volgens soort

ex em

pl a

1 het begrip ‘jager-voedselzoeker’ uitleggen 2 drie kenmerken van de moderne mensensoorten geven en uitleggen 3 de twee types moderne mensensoorten opnoemen en in de tijd situeren 4 de twee types met elkaar vergelijken: tijd, plaats, kunst en werktuigen 5 het uiterlijk van de neanderthaler en de homo sapiens met elkaar vergelijken 6 drie mogelijke redenen voor het verdwijnen van de neanderthaler opnoemen 7 twee voorbeelden van kunst van de moderne mens geven en uitleggen

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje.

jk

Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

Saai

De opdrachten

ki

De lestekst

In

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal De les in haar geheel

Opmerkingen:

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

41


SCHEMA

Kaartnr(s).

1 Vuur: een heel belangrijke ontdekking

ar

6

De werktuigen van de prehistorische mens

Eerste gebruik vuur

• Hoe? De mens maakt zelf vuur.

ex em

• Wanneer?

pl a

• Wanneer?

• Hoe?  Vuursteen:

 Vuurboor:

jk

Voordelen van het vuur •

ki

•

In

• • •

Naam:

42

LES 6 De werktuigen van de prehistorische mens

Klas:

Nummer:


2 De eerste werktuigen zijn van steen gemaakt • De prehistorie wordt ingedeeld op basis van gebruikte materiaalsoorten. 

• Ontwikkeling steenbewerking: vier fasen 1

ar

2 3

pl a

4

3 De metaaltijden: van koper naar brons en ijzer

ex em

Einde prehistorie: de mens leert metalen bewerken.

• Koper: eerste metaal: in de natuur  bewerken: eerst in vorm slaan, dan en gieten in vorm, scherpen en polijsten Opgelet!

: scherper dan koper

• Brons: legering van koper en tin 

bronzen

jk

• IJzer:

dan brons

ki

Smeden  wapens, voorwerpen, mes van Koper

Brons

IJzer

In

Metaal:

Voordeel

Nadeel

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

43


OPDRACHT 1

Bestudeer bron 1 op blz. 34 in je leerboek. • Welk werktuig wordt gebruikt om vuur te maken?

• De prehistorische mens gebruikte nog een andere techniek om vuur te maken. Zoek in de lestekst op welke.

Lees bron 2 op blz. 34 in je leerboek aandachtig.

ex em

OPDRACHT 2

pl a

ar

• De eerste mens wist niet hoe hij vuur moest maken. Hoe raakte hij aan vuur? (Gebruik je fantasie!)

• Waarom worden in de tekst de begrippen ‘misschien’ en ‘mogelijk’ gebruikt?

OPDRACHT 3

Bestudeer de verschillende werktuigen in bron 3 op blz. 34 in je leerboek. • Rangschik de werktuigen volgens leeftijd. Vul telkens de juiste letter in.

2=

jk

1=

3=

4=

In

ki

• Als je geen geschreven bronnen hebt, hoe kun je dan uitzoeken waarvoor iets gebruikt werd?

Naam:

44

LES 6 De werktuigen van de prehistorische mens

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 4

Bestudeer aandachtig bron 4 op blz. 35 in je leerboek. • In welke tijd leefde Ötzi? Omcirkel het juiste antwoord. In de steentijd / in de kopertijd / in de bronstijd / in de ijzertijd.

Bekijk aandachtig bron 5 op blz. 35 in je leerboek.

pl a

OPDRACHT 5

ar

• Waarom is deze vondst zo belangrijk?

Uit archeologische vondsten weten wij dat het bakken van potten in het oude nabije oosten begint rond 7000 v.C. Wat zou een voordeel kunnen zijn van het gebruik van potten om voedsel te bereiden?

In

ki

jk

OPDRACHT 6

ex em

• Waaruit bestaat het zwaard oorspronkelijk? Hoe wordt daar een zwaard van gemaakt?

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

45


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KUNNEN 1 verschillende werktuigen onderscheiden 2 werktuigen chronologisch sorteren 3 bronnen sorteren volgens soort 4 een bron situeren in de tijd

ex em

pl a

1 vier voordelen van vuur voor de mens opnoemen 2 twee vormen van vuurproductie beschrijven 3 de evolutie van de steenbewerking in vier stappen beschrijven 4 de volgorde van de door de mens gebruikte metalen opnoemen 5 een voor- en een nadeel van de gebruikte metalen opnoemen

ar

KENNEN

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

De opdrachten De lestekst

jk

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal De les in haar geheel

In

ki

Opmerkingen:

Naam:

46

LES 6 De werktuigen van de prehistorische mens

Klas:

Nummer:

Saai


SCHEMA

Kaartnr(s).

1 Zwervende mensen vestigen zich geleidelijk aan

ar

7

Veranderingen in het neolithicum

Einde van de ijstijd

Grote gebieden worden

pl a

Het wordt warmer.

Waar? •

ex em

Mensen blijven op dezelfde plaats wonen =

• Gebied heeft vorm van sikkel =

2 In de Vruchtbare Sikkel ontwikkelt de mens de landbouw en de veeteelt

jk

Ontstaan van de landbouw

ki

Waar? •

In

Waarom daar? • •

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

47


Hoe komen mensen aan voedsel? • • • Mensen leren zelf graan zaaien =

pl a

ar

Meer voedsel

ex em

Mensen wijken uit naar

De landbouw verspreidt zich.

Ontstaan van de veeteelt

Waarschijnlijk voor begin landbouw Dieren tam maken =

Eerste tamme dieren =

jk

Voordelen:

ki

•

•

In

•

Sedentair worden Landbouw Domesticeren van dieren

Naam:

48

LES 7 Veranderingen in het neolithicum

Grote verandering 

of nieuwe steentijd

Klas:

Nummer:


3 De hele samenleving verandert Gevolgen van de neolithische revolutie • Sedentair: huizen die • Landbouw: - nieuwe werktuigen: graafstok, sikkel, maalsteen - oogsten kunnen mislukken  hongersnood

-

-

ar

• Verschil tussen rijk en arm: arm = rijk =

OPDRACHT 1

ex em

• Godsdienst:

pl a

• Oorlogen

Bestudeer bron 1 op blz. 38 in je leerboek. • Waarom spreken we over een ‘sikkel’?

ki

jk

• Geef vier hedendaagse landen die in de Vruchtbare Sikkel liggen. Kijk op de kaart achteraan in je leerboek of zoek het op in een atlas.

Raadpleeg bron 2 op blz. 38 in je leerboek.

In

OPDRACHT 2

In het Nabije Oosten wordt het eerst aan landbouw gedaan. Ook in Europa dringt die vernieuwing door. In welk gedeelte van Europa raakt de landbouw het eerst bekend? Omcirkel het juiste antwoord. Noord-Europa / West-Europa / Zuidwest-Europa / Zuidoost-Europa / Oost-Europa

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

49


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KUNNEN 1 de Vruchtbare Sikkel op een kaart aanduiden 2 vier hedendaagse landen opnoemen die in de vroegere Vruchtbare Sikkel liggen 3 een grafiek analyseren

ex em

pl a

1 de begrippen ‘nomadische samenleving’, ‘sedentaire samenleving’, ‘domesticatie’, ‘neolithicum’, ‘verandering’ en ‘revolutie’ uitleggen 2 het effect van het klimaat op de plantengroei in sommige gebieden uitleggen 3 het ontstaan van de ‘echte’ landbouw beschrijven 4 twee voorbeelden van domesticatie geven 5 het nut van huisdieren voor de mens uitleggen 6 twee veranderingen in de neo lithische samenleving uitleggen

ar

KENNEN

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

jk

De opdrachten De lestekst

ki

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal

In

De les in haar geheel

Opmerkingen:

Naam:

50

LES 7 Veranderingen in het neolithicum

Klas:

Nummer:

Saai


SCHEMA

Kaartnr(s).

HISTORISCH DENKEN = manier om een beeld van het verleden te krijgen

ar

8

Historisch denken

1

3 4 Historische beeldvorming:

ex em

5 Reflectie:

pl a

2

GESCHIEDENIS ≠ VERLEDEN = =

= het resultaat van historisch denken

jk

GESCHIEDENIS KAN VERANDEREN •

• Door andere besluiten uit informatie in bronnen te trekken

ki

In

VIJF VRAGEN DIE JE KUNT STELLEN BIJ HET KRITISCH ONDERZOEK VAN EEN BRON/WERK 1 2 3 4 5

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

51


OPDRACHT 1

Hoe zag een neanderthaler eruit? Raadpleeg je leerboek op blz. 45. 1 Vraagstelling Deze opdracht gaat niet over wie de beste reconstructie gemaakt heeft. Je tracht te begrijpen waarom de kunstenaar van bron 2 tot zijn tekening komt. Bestudeer daarom de drie bronnen. 2 Situering

ar

• Uit welke tijd stamt elke bron? Tijd

pl a

Bron 1 Bron 2 Bron 3

ex em

• In welk maatschappelijk domein speelt dit onderzoek zich af ?

• Waar werden de restanten gevonden?

3 Kritische studie

jk

• Geef voor elke bron weer of het om een bron of een werk gaat. Bron/werk?

ki

Bron 1

Bron 2

In

Bron 3

• Welke van de drie bronnen is primair?

Naam:

52

LES 8 Historisch denken

Klas:

Nummer:


• Wat weet je over de maker van bron 2? - Gegevens over de maker

- Hoelang ongeveer na de ontdekking van de schedel maakt hij de tekening?

- Op welke informatie heeft hij zich gebaseerd?

- Met welk doel zou hij de bron gemaakt hebben? Onderstreep het antwoord dat het meest waarschijnlijk is. a Hij wil als kunstenaar een sensationele tekening maken. b Hij wil laten zien hoe een neanderthaler eruitzag.

pl a

ex em

ar

• Vergelijk bron 2 met bron 3.

- Welke verschillen merk je op?

jk

- Verklaar die verschillen. Onderstreep in de onderstaande lijst twee mogelijke verklaringen. a Bron 3 is het resultaat van een recente techniek die verschillende schedels vergelijkt. b In 1908 hebben geleerden verkeerde conclusies getrokken over het uitzicht van de neanderthaler. c De figuur in bron 3 is mooier dan de figuur in bron 2.

In

ki

4 Besluit • Verklaar waarom de kunstenaar van bron 2 tot zijn reconstructie komt.

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

53


• Waarom zou die reconstructie vandaag niet meer aanvaard worden?

ar

5 Reflectie

De hobbit

FLORES

ki

jk

ex em

OPDRACHT 2

pl a

Hoe toont dit onderzoek aan dat de geschiedenis kan veranderen?

Raadpleeg je leerboek op blz. 46-47.

In

1 Vraagstelling

In deze opdracht onderzoek je wat je met zekerheid over de floresmens mag vertellen. Formuleer na raadpleging van de bronnen één vraag voor jezelf die je graag beantwoord wil zien.

2 Situering • In welke van de zeven tijden leefde de floresmens?

Naam:

54

LES 8 Historisch denken

Klas:

Nummer:


• Waar en in welke tijd werden de restanten gevonden?

• Zoek het eiland Flores op een wereldkaart op. In welk continent ligt het? 3 Kritische studie • Welke bronnen zijn primair?

ar

• Welke bronnen zijn werken? • Lees wat elke bron over de floresmens zegt en beantwoord de vragen bij besluit.

pl a

4 Besluit • Geef vier zaken die zeker zijn over de floresmens. - 1

- 2

- 3

- 4

ex em

• Geef drie beweringen die niet bewezen zijn over de floresmens. - 1

- 2

jk

- 3

ki

5 Reflectie

In

• Hoe toont dit onderzoek aan dat de geschiedenis kan veranderen?

• Heb je een antwoord op je vraag gevonden? Waarom wel? Waarom niet?

• Zoek zelf op internet of er nieuwe informatie is over de floresmens.

Naam:

Klas:

Nummer:

B DE PREHISTORIE

55


SCHEMA

De prehistorie in Noordwest-Europa

Raadsels in steen Kaartnr(s).

1 Neolithische samenlevingen in Europa bouwen grote monumenten Megalieten = grote stenen bouwwerken uit de prehistorie

pl a

Waar? • Europa • Noord-Afrika

ex em

Soorten Benaming Menhir

ar

9

C

Uitzicht

Dolmen of hunebed

2 Onze kennis over de megalieten is erg beperkt Waarom? (Theorieën)

jk

Functie

ki

Graf

omdat

In

Astronomische functie

omdat

Grenspalen

Nog veel onopgeloste vragen over de megalieten: • •

Naam:

56

LES 9 Raadsels in steen

Klas:

Nummer:


•

3 Stonehenge, het ultieme raadsel in steen Waar? • Wanneer opgetrokken? v.C.

ar

• Tussen 3000 v.C. en Doel?

•

pl a

• Godsdienstige betekenis

betekenis = grote stenen kalender

Weinig informatie over Stonehenge

ex em

Gevolg: • Mensen verzinnen

over Stonehenge.

• Stonehenge = mysterieus

OPDRACHT 1

Bestudeer bron 1 op blz. 52 in je leerboek.

ki

jk

• In welke hedendaagse Europese landen vind je megalithische monumenten terug? Geef er drie.

Bekijk bron 2 op blz. 52 in je leerboek. Beschrijf bron 2A.

In

OPDRACHT 2

• Soort voorwerp: gebruiksvoorwerp, schildering, beeld, gebouw, sieraad, reconstructie, andere: (1)

• Gebruikt materiaal: steen, hout, metaal, verf, doek, klei, leem, marmer, andere: (1)

Naam:

Klas:

Nummer:

C DE PREHISTORIE IN NOORDWEST-EUROPA

57


•

Toestand waarin het verkeert: heel slecht, slecht, redelijk, goed, heel goed (1)

• Maten en gewichten: hoogte:

lengte:

andere:

gewicht:

breedte:

ex em

pl a

• Geef twee zaken die aan het voorwerp opvallen.

ar

• Waarvoor hebben de voorwerpen gediend?

(1) Onderstreep het juiste antwoord.

OPDRACHT 3

Raadpleeg bron 3 op blz. 53 in je leerboek.

jk

Op de tekeningen kun je zien hoe men die zware stenen in Stonehenge misschien rechtop heeft gezet. Dat zou in vier fasen gebeurd kunnen zijn. Beschrijf aan de hand van de tekeningen wat er bij elke fase gebeurt.

ki

Fase 1

In

Fase 2

Fase 3

Fase 4

Naam:

58

LES 9 Raadsels in steen

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 4

Bestudeer bron 4 op blz. 53 in je leerboek.

ar

Men gaat er tegenwoordig van uit dat Stonehenge een astronomische functie had. Geef een argument dat die theorie kan ondersteunen.

HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET?

pl a

Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KENNEN

ex em

KUNNEN

1 informatie uit teksten, kaarten en afbeeldingen halen 2 in je eigen woorden een megalithisch monument beschrijven 3 bronnen sorteren volgens soort 4 zelf een historische vraag formuleren bij een bron 5 een verkeerd beeld over het verleden herkennen

jk

1 de begrippen ‘megaliet’, ‘hunebed’ en ‘menhir’ uitleggen 2 de samenlevingen van de megalietenbouwers in de tijd situeren 3 twee theorieën over de betekenis en de bouw van megalithische monumenten geven 4 de mysterieuze reputatie van Stonehenge verklaren

ki

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Interessant / saai Moeilijk

Interessant

Tussenin

Saai

In

De opdrachten De lestekst

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal De les in haar geheel

Opmerkingen:

Naam:

Klas:

Nummer:

C DE PREHISTORIE IN NOORDWEST-EUROPA

59


SCHEMA

Kaartnr(s).

1 De Kelten verspreiden zich in twee periodes over Europa Periode

Begin- en eindjaar

Feiten

pl a

Ontstaan van de Kelten

ar

10

De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd

1 Indo-Europeanen uit Hallstatt

2 Vestigen zich in

3 Plaatselijke bevolking wordt

ex em

4 Vermenging van beide volkeren: Kelten Verspreiding van Kelten over Europa Oorzaak 1:

1 Grotere bevolking 2

3 Meer landbouwgrond nodig

jk

4 Oorlog om

In

ki

La Tène

• tegen • tegen Oorzaak 2: 1 Kelten leren beter 2 3 Kunnen buurvolkeren makkelijk verslaan Oorzaak 3:

Naam:

60

LES 10

Klas: De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd

Nummer:


Kelten onderworpen Einde La Tène

ca. 50 v.C.

Zuiden: Noorden:

2 De Kelten leven van landbouw en handel Oorlog

 soms reusachtige heuvelforten

ar

 vanaf ca. 200 v.C. versterkte steden Landbouw

pl a

• doeltreffende landbouwwerktuigen: Veeteelt • rijkdom:

ex em

Handel • ruilhandel met • vanaf 300 v.C.:

3 De Keltische samenleving bestaat uit verschillende groepen Keltische stammen

jk

geen koninkrijk

voeren oorlog tegen elkaar

ki

Groepen in een Keltische stam

In

Vrijen: kiezen stamhoofd (kan vrouw zijn)

Onvrijen

Edellieden

bezitten meeste grond en vee •

Gewone volk • werkt als •

Onderworpenen

• mogen geen • moeten

Slaven

Naam:

•

Klas:

Nummer:

C DE PREHISTORIE IN NOORDWEST-EUROPA

61


Groepen met een speciale plaats in de samenleving Druïde: Bard: maakt

•

OPDRACHT 1

ar

•

Bestudeer bron 1 op blz. 56 in je leerboek. Lees vervolgens de onderstaande uitspraken en omcirkel het juiste antwoord.

Engeland / Spanje / Italië.

pl a

• De meeste gebieden waar vandaag nog Keltisch wordt gesproken, liggen in de buurt van

ex em

• Er wonen in onze gewesten Kelten vanaf de Hallstatt-periode / La Tène-periode. • Het huidige Frankrijk heet in de Keltische tijd Massilia / Gallië / Rusland.

OPDRACHT 2

Raadpleeg bron 2 op blz. 56 in je leerboek.

jk

• Welke verklaring geeft Livius voor de Keltische invallen?

ki

Historisch denken. Kritische studie van bron 2

In

• Onderstreep het juiste antwoord. Het is een primaire / secundaire bron.

• Geef inlichtingen over de maker van de bron.

• Hoe groot is het tijdsverschil tussen het schrijven en de feiten die verhaald worden?

Naam:

62

LES 10

Klas: De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd

Nummer:


• Staat er een mening in de bron? Zo ja, welke?

ar

• Waarvoor gebruikt Livius zijn werk?

• Onderstreep het juiste antwoord.

OPDRACHT 3

Bestudeer bron 3 op blz. 56 in je leerboek.

pl a

Op basis van je antwoorden kun je besluiten dat je wel / niet moet oppassen om Livius volledig te geloven.

ex em

• Waarom liggen Keltische versterkingen op een heuvel?

In

ki

jk

• Het hout van de huizen en de versterkingen is in de hedendaagse tijd al lang verdwenen. Waaraan kun je een heuvelfort vandaag toch nog herkennen?

Naam:

Klas:

Nummer:

C DE PREHISTORIE IN NOORDWEST-EUROPA

63


OPDRACHT 4

Raadpleeg bron 4 op blz. 57 in je leerboek. • Welke sociale groep behoort, naast het stamhoofd, de druïden en de barden, ook tot de adel?

• In welke drie beroepsklassen kun je het gewone volk indelen?

ar

• Kijk naar de breedte van de bevolkingspiramide. Wat kun je zeggen over de verhouding tussen de adel en het gewone volk?

pl a

• Welke bevolkingsgroepen staan onderaan in de bevolkingspiramide?

In

ki

jk

ex em

• Maak op basis van de tekening en de lestekst een definitie voor het woord ‘slaaf’.

Naam:

64

LES 10

Klas: De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd

Nummer:


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KENNEN

KUNNEN

ar

1 op een tijdlijn de twee Keltische periodes aanduiden 2 de Kelten in de juiste tijd plaatsen 3 met behulp van historische kaarten de belangrijkste Keltische gebieden aanduiden 4 op een blinde kaart van Europa twee gebieden aanwijzen en benoemen waar nu nog Keltisch gesproken wordt 5 met behulp van opdrachten een bron kritisch bestuderen

ex em

pl a

1 de begrippen ‘slaaf’, ‘geldeconomie’ en ‘handel’ uitleggen 2 uitleggen hoe de Kelten zijn ontstaan 3 de oorzaken van het uitzwermen tijdens de La Tène-periode geven 4 twee feiten opnoemen die aan de Keltische overheersing een einde maken 5 uitleggen hoe de Kelten in hun levensonderhoud voorzien 6 verklaren waarom er nooit een groot Keltisch koninkrijk geweest is 7 de vier verschillende sociale groepen met hun rol in de samenleving uitleggen 8 uitleggen wat druïden en barden zijn

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant

Tussenin

Saai

jk

Gemakkelijk

Interessant / saai

De opdrachten De lestekst

ki

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal

In

De les in haar geheel

Opmerkingen:

Naam:

Klas:

Nummer:

C DE PREHISTORIE IN NOORDWEST-EUROPA

65


OPDRACHT 5

Over de Keltische samenleving

EXTRA

Op de volgende bladzijden stel je zelf de Keltische bevolkingspiramide samen. • Op p. 67 vind je een schematische voorstelling van de sociale piramide bij de Kelten. • Op p. 69 staan bovenaan stukjes tekst die je meer uitleg geven over de verschillende bevolkingsgroepen en onderaan afbeeldingen van die bevolkingsgroepen.

ar

• Knip de afbeeldingen en de stukjes tekst van blz. 69 uit en kleef ze op de juiste plaats in de bevolkingspiramide. • Je noteert het best eerst in potlood waar je wat gaat kleven. Dat doe je door het cijfer van een afbeelding en de letter van een stukje tekst op de juiste plaats in de piramide te schrijven.

ex em

pl a

• Je kleeft niets op vóór je leraar je kladversie heeft gecontroleerd!

In

ki

jk

H

Naam:

66

LES 10

V

ONV

Klas: De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd

Nummer:


ar pl a ex em

In

ki

HET GEWONE VOLK

jk

ADEL

VRIJEN

ONVRIJEN

Naam:

Klas:

Nummer:

C DE PREHISTORIE IN NOORDWEST-EUROPA

67


ex em

jk

ki

In

ar

pl a


A Ik ben de fantastische bard of zanger. Met mijn muzikaal talent vertel en zing ik over heldendaden.

B Ik ben een edelman. Ik bezit veel gronden die ik laat bewerken.

D Ik ben de eerwaardige druĂŻde van de C Ik ben een slaaf. Ik werk meestal in de zoutmijnen, samen met misdadigers en krijgsgevangenen. Ik leid een zwaar bestaan.

stam. Ik ben een geleerde en priester. Ik maak geneeskundige brouwsels en breng offers aan de goden.

F Ik voer handel in zout, metaal enz. Ik

G Ik ben een smid. Ik ben een echte

2

jk

1

stam. Ik sta bovenaan in de piramide. Ik ben het stamhoofd.

6

3

4

7

8

In

ki

5

H Ik ben de belangrijkste figuur van de

ex em

vakman, net zoals de steenhouwer en pottenbakker binnen onze stam.

ar

rogge, tarwe, gerst, haver en zorg ook voor het vee. Een gewone volksman dus.

leg contacten met andere volkeren en leer op die manier heel wat andere producten en gewoonten kennen. Ik behoor tot de groep van het gewone volk.

pl a

E Ik ben een landbouwer. Ik verbouw

Naam:

Klas:

Nummer:

C DE PREHISTORIE IN NOORDWEST-EUROPA

69


ex em

jk

ki

In

ar

pl a

1


SCHEMA

Kaartnr(s).

1 De Keltische krijgers geloven in een onsterfelijke ziel Kelten houden van oorlog

ar

11

Sprokkels uit de Keltische samenleving

dappere krijgers populair

• gedichten en liederen over held Manier van vechten

• • • •

ex em

• uiterlijk:

pl a

• bij feest beste stuk vlees

jk

Koppensnellers

geloven dat ziel in hoofd woont

hakken hoofd van tegenstanders af

ki

In

2 De Kelten offeren aan vele goden Vele goden

Naam:

verbonden met natuur: stamgoden + algemeen verspreide goden

oppergod:

oorlogsgod: Klas:

Nummer:

C DE PREHISTORIE IN NOORDWEST-EUROPA

71


Mensenoffers • angst dat wereld elk ogenblik kan vergaan • mensenoffers

3 De Kelten leven ook bij ons Contact met Kelten in Midden-Europa

Vanaf de 5e eeuw v.C.

stammen vestigen zich in onze streken, onze streken worden waarschijnlijk grotendeels Keltisch.

ar

Vanaf de 7e eeuw v.C.

Nieuwe Keltische stammen vestigen zich tussen Seine en Rijn:

pl a

4e of 3e eeuw v.C.

Enkele stammen van de Belgae: Morinen, Menapiërs, Eburonen roeien groot deel

ex em

Romeinen o.l.v. van de Belgae uit.

Ca. 50 v.C.

Romeinen en : nieuwe bewoners  Vlamingen en Walen zijn nauwelijks verwant aan ‘Oude Belgen’.

OPDRACHT 1

Bestudeer bron 2A en B op blz. 60 in je leerboek.

Bestudeer bron 4A en B op blz. 61 in je leerboek.

ki

OPDRACHT 2

jk

Wat vinden de Kelten blijkbaar belangrijk?

In

Waarom zouden de Kelten mensen offeren?

OPDRACHT 3

Bestudeer bron 5 op blz. 61 in je leerboek. Geef de namen van de hedendaagse landen waarin het stamgebied van de Belgae ligt. Raadpleeg een atlas als dat nodig is.

Naam:

72

LES 11 Sprokkels uit de Keltische samenleving

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 4

Historisch denken. Kritische studie van bron 1B op blz. 60 van je leerboek

EXTRA

• Hoe toont de maker de woestheid van de held aan?

pl a

• Wat voor soort bron was het oorspronkelijk?

ar

• Lijkt geweld volgens de bron goed of slecht?

• Welk tijdsverschil is er tussen de twee soorten bronnen?

ex em

• Wat kan er daardoor met de inhoud van de bron gebeurd zijn?

In les 2 heb je kennisgemaakt met de verschillende domeinen van de geschiedenis. Vul ze hieronder achter de cijfers in.

ki

OPDRACHT 5

jk

• Wat denk je dat de auteurs van dit handboek gevonden hebben om te besluiten dat de krijgers misschien toch wel zo wild waren?

1=

In

2= 3= 4=

Naam:

Klas:

Nummer:

C DE PREHISTORIE IN NOORDWEST-EUROPA

73


Hieronder vind je een aantal uitspraken over de Kelten. Zet bij elke uitspraak tot welk domein ze behoort. Dat doe je door het juiste cijfer in de laatste kolom te zetten. A Keltische stammen bevechten elkaar en veroveren ook meer grondgebied op de omgevende volkeren. B De Kelten zijn een volk van landbouwers. C Keltisch Europa drijft intensief handel met het Middellandse Zeegebied. D Krijgsgevangenen en misdadigers doen dienst als slaaf. E De edellieden bezitten de meeste grond en het meeste vee.

ar

F De Kelten aanbidden vele goden.

OPDRACHT 6

EXTRA De Kelten: kunst en graven De Keltische ambachtslieden maken naast gewone gebruiksvoorwerpen ook kunstvoorwerpen uit o.a. goud, metaal, email en glas. Verschillende gebruiks- en kunstvoorwerpen zijn door archeologen gevonden in graven. Het graf van een gewone Kelt is meestal voorzien van enkele gebruiksvoorwerpen en wat persoonlijke spulletjes. Het graf van een adellijke Kelt is ingericht met stoere wapens, allerhande gebruiksvoorwerpen en werktuigen, prachtige juwelen en rijkelijke kunstvoorwerpen. In sommige graven hebben archeologen zelfs strijdwagens teruggevonden.

ex em

EXTRA

pl a

G De ontvolkte gebieden worden gekoloniseerd door Romeinen en later zelfs door Germanen.

Een Keltisch graf

Bekijk de tekening van de grafkamer van Hochdorf (opgegraven in Duitsland). Probeer de volgende voorwerpen in het graf terug te vinden door er het juiste cijfer bij te plaatsen. 7 Drinkhoorns 8 Bronzen borden 9 Bronzen ketel 10 Strijdwagen

In

ki

jk

4 Dolk met bladgoud 1 Bijl en messen 2 Speer 5 Torque of halsband uit goud 3 Met goud versierde schoenen 6 Ligbank van brons

Naam:

74

LES 11 Sprokkels uit de Keltische samenleving

Klas:

Nummer:


ar EXTRA

De Keltische kunst

pl a

OPDRACHT 7

Sierkom

Torque

Sierhelm

In

ki

jk

ex em

De Keltische ambachtslieden maken kunstvoorwerpen met enkele opvallende kenmerken. Bekijk de onderstaande afbeeldingen en omcirkel de correcte kenmerken op de volgende bladzijde.

Naam:

Tafereel uit de ketel van Gundestrup

Sierschild

Klas:

Nummer:

C DE PREHISTORIE IN NOORDWEST-EUROPA

75


Je vindt hieronder vijftien kenmerken van kunst. Omcirkel de zeven kenmerken die typisch zijn voor de Keltische kunst. Per juist kenmerk krijg je één letter. Als je de juiste zeven letters hebt verzameld, kun je een woord maken.

Werken met cirkels

Strakke vormen

Spiraalvormen

N

O

I

Rechte lijnen

Afwerking met schelpen

Veel fantasie en creatief

W

T

ar

Y Niet creatief

Werken met schaduw

P

D

M

Mens en dier 100 % zoals in werkelijkheid

Mens en dier eenvoudig voorstellen

Weinig beweging

G

J

Spel van bewegende lijnen

Werken met metalen

Details in kleur afgewerkt

ex em

pl a

Werken met textiel

Q S

U

K

●●●●●●●

In

ki

jk

Woord:

Naam:

76

LES 11 Sprokkels uit de Keltische samenleving

Klas:

Nummer:


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KENNEN

KUNNEN

ar

1 op een blinde kaart van Europa het gebied van de Belgae aanduiden 2 bronnen ontleden en vergelijken 3 een bron met behulp van vragen kritisch bestuderen 4 een historische vraag formuleren bij een bron

ex em

pl a

1 de populariteit van een dappere krijger bij de Kelten beschrijven 2 de Keltische manier van vechten uitleggen 3 verklaren waarom de Kelten het menselijke hoofd belangrijk vinden 4 de naam van een Keltische god geven 5 de rol van mensenoffers uitleggen 6 drie feiten over de Belgae opnoemen 7 verklaren waarom wij geen rechtstreekse afstammelingen van de Belgae zijn

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

Saai

jk

De opdrachten De lestekst

ki

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal

In

De les in haar geheel

Opmerkingen:

Naam:

Klas:

Nummer:

C DE PREHISTORIE IN NOORDWEST-EUROPA

77


SCHEMA

Het oude nabije oosten (ca. 3500-800 v.C.)

Het ontstaan van de stroomculturen Kaartnr(s).

1 Landbouwers vestigen zich in de buurt van belangrijke rivieren klimaatverandering 5000 v.C.: te weinig regen

pl a

 uitdroging Vruchtbare Sikkel

ar

12

D

 woestijngordel Sahara tot China

• mensen verhuizen naar rivieren: Nijl,

ex em

• bevloeien van grotere gebieden, verder van rivier =  veel mensen voor

 te weinig voor bewerking velden

 (zaai)ploeg + andere werktuigen

irrigatie+ ploeg + andere werktuigen  oogst vergroot

2 Langs die belangrijke rivieren ontwikkelen zich georganiseerde steden

jk

• irrigatielandbouw  samenwerken

ki

 organisatie: LEIDERS:

- besturen - voeren leger aan

In

• voedseloverschotten  andere beroepen dan • ambtenaren helpen leiders • om te onthouden (aantal boeren, voedsel enz.): ontstaan van SCHRIFT • hopen dat goden helpen: tempels, priesters • leider

Naam:

78

LES 12 Het ontstaan van de stroomculturen

: dikwijls de koning

Klas:

Nummer:


3 De steden aan de stromen groeien uit tot ontwikkelde staten uitbreiden grondgebied: om meer grond, rijkdom, macht  onderwerpen buurvolkeren, andere steden  koningen van

OPDRACHT 1

ar

verspreiden cultuur, taal, godsdienst, handel, technieken

Raadpleeg bron 3 op blz. 68 in je leerboek.

pl a

• Zoek in de verklarende woordenlijst de betekenis van het woord ‘irrigeren’ op.

ex em

• Aan welk type van landbouw doet men in België?

• En aan welk type doet men in Egypte en Mesopotamië?

OPDRACHT 2

Bestudeer bron 2 op blz. 68 in je leerboek.

Lees bron 4 op blz. 69 in je leerboek.

ki

OPDRACHT 3

jk

• De stroomculturen bevinden zich in Afrika, Europa en Azië. Juist of niet? Verklaar je antwoord.

In

• Het gebruik van de ploeg bracht een grote verandering in de landbouw teweeg. Welke?

• Wat is er in onze westerse wereld met de spierkracht van de dieren gebeurd?

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

79


OPDRACHT 4

Lees bron 6 op blz. 69 in je leerboek. • Welk gebied wordt door Israël bezet? • Waarom doet Israël dat?

In

ki

jk

ex em

pl a

ar

• Hoe controleert Turkije de watervoorziening van Syrië en Irak?

Naam:

80

LES 12 Het ontstaan van de stroomculturen

Klas:

Nummer:


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KENNEN

KUNNEN

ar

1 op een blinde kaart de vier stroomculturen aanduiden 2 informatie uit bronnen halen 3 kaarten lezen en vergelijken 4 de klimaatverandering en de gevolgen toen en nu vergelijken 5 een bron in de juiste tijd situeren

ex em

pl a

1 de begrippen ‘stroomculturen’, ‘bevloeiing’, ‘irrigatielandbouw’, ‘ambtenaren’, ‘regenlandbouw’, ‘zaaiploeg’ en ‘klimaatverandering’ uitleggen 2 de verhuizing naar de grote stromen verklaren 3 de vier stroomculturen opnoemen en de hedendaagse landen waarin die stroomculturen zich ontwikkelden 4 het ontstaan van de irrigatielandbouw verklaren 5 het ontstaan van het koningschap uitleggen 6 de rol van de priesters verklaren 7 de ontwikkeling van stad tot rijk uitleggen 8 het ontstaan van het schrift verklaren

jk

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje.

ki

Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Interessant / saai Moeilijk

Interessant

Tussenin

Saai

De opdrachten

In

De lestekst

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal De les in haar geheel

Opmerkingen:

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

81


SCHEMA

Kaartnr(s).

1 Egypte bestaat uit twee delen

ar

13

Egypte, het land van de Nijl

Waar?

De natuurlijke grenzen van Egypte Twee delen van Egypte =

ex em

Grondstoffen uit de woestijn

pl a

Noordoost-Afrika

• Steen voor grote bouwwerken • Koper, halfedelstenen Woestijnklimaat

2 De Nijl: water brengt leven

jk

: regens duizenden kilometers stroomopwaarts

In

ki

   Irrigatielandbouw: samenwerking van grote groepen mensen    : Egypte wordt een machtig rijk

Naam:

82

LES 13 Egypte, het land van de Nijl

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 1

Bestudeer bron 1 op blz. 72 in je leerboek. • Welke vier natuurlijke grenzen heeft Egypte?

pl a

• Hoe noemen de Egyptenaren het gebied van de Nijlvallei?

ar

• Hoe noemen de Egyptenaren het gebied van de deltamonding?

• Vul deze twee gebieden aan in het schema bij punt 1.

ex em

• De Egyptenaren noemen de woestijn het ‘Rode land’ en het vruchtbare gebied het ‘Zwarte land’. Rangschik in de juiste kolom: woestijn –vruchtbaar –vol leven –het rijk van de dood – steengroeven –koper –halfedelstenen –landbouw –bewoning. Het Rode land

ki

jk

Het Zwarte land

Lees bron 3 op blz. 72 in je leerboek.

In

OPDRACHT 2

• In welk seizoen staat de Nijl het hoogst?

• Verbaast dat de schrijver of niet? Motiveer je antwoord.

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

83


OPDRACHT 3

Lees bron 4 op blz. 72 in je leerboek. • Is deze bron bruikbaar om de vraag van Herodotos (bron 3) te beantwoorden?

ar

• Wij weten vandaag wel het antwoord: zoek het op in de lestekst.

OPDRACHT 4

ex em

• Geef ook het antwoord op deze vraag.

pl a

• Welke historische vraag kun je met behulp van het fragment uit het ‘Loflied op de Nijl’ wel beantwoorden? Omcirkel. Vraag 1: Hoe kijken de Egyptenaren naar de Nijl? Vraag 2: Welke technieken gebruiken de Egyptenaren om het water te controleren? Vraag 3: In welk seizoen staat de Nijl het hoogst?

Bestudeer bron 5 op blz. 73 in je leerboek. • Hoe wordt het scheprad aangedreven?

Vul de begrippen op de juiste plaats in het schema bij punt 2 in.

jk

OPDRACHT 5

In

ki

Oorzaak –gevolg –overstromingen van de Nijl –andere beroepen & ruileconomie –water en slib op de velden –landbouwoverschotten

Naam:

84

LES 13 Egypte, het land van de Nijl

Klas:

Nummer:


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KUNNEN 1 de natuurlijke grenzen van Egypte op een blinde kaart aanduiden 2 gegevens uit grafieken afleiden 3 de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag 4 oorzaak en gevolg benoemen 5 een historisch verhaal aanvullen aan de hand van bronnen en redeneringen

ex em

pl a

1 de begrippen ‘rijk’ en ‘ruileconomie’ uitleggen 2 vier natuurlijke grenzen van Egypte opnoemen 3 de twee delen van Egypte opnoemen 4 drie grondstoffen uit de woestijn geven 5 het ontstaan van het Egyptische rijk verklaren

ar

KENNEN

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

Saai

De opdrachten De lestekst

jk

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal De les in haar geheel

In

ki

Opmerkingen:

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

85


SCHEMA

Kaartnr(s).

1 De farao regeert als een god-koning over zijn rijk Irrigatielandbouw

pl a

Krachtige leider nodig

ar

14

De farao staat aan de top van de samenleving

ex em

FARAO OF KONING Onbeperkte macht

Priester: smeekt hulp van de goden af

(bij leven)

Stilaan als god vereerd

Voorrechten

(na zijn dood)

Plichten

Voedselvoorraden aanleggen Missies sturen Rijk beschermen tegen vijanden

In

ki

jk

Bevloeiing regelen

2 De farao beschikt over veel medewerkers Hooggeplaatste medewerkers

Medewerker

Taak Bestuur, belasting, rechtspraak Eredienst, beheer bezittingen van de goden

Naam:

86

LES 14 De farao staat aan de top van de samenleving

Klas:

Nummer:


Medewerker

Taak Verdediging Egypte, toezicht bouwprojecten Hof, gouverneur van een provincie

Ambtenaren

•

ar

• Ambtenaren

pl a

Veel werk

ex em

Veel ambtenaren nodig

3 Ambachtslieden en landbouwers staan lager in de sociale piramide Ambachtslieden: meesters in hun vak

Product

jk

Materiaal

ki

Boeren (hard leven)

In

• Voedsel voor de rest van de bevolking • Werken ook aan grote bouwwerken, in mijnen en steengroeven Slaven • Wie? • Hulp bij landbouw en grote bouwwerken • Werken in mijnen en steengroeven

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

87


OPDRACHT 1

Bekijk bron 1 op blz. 76 in je leerboek. • Vergelijk de grootte van Ramses II met de grootte van de andere figuren. Wat kun je hieruit besluiten over de macht van de farao?

OPDRACHT 2

Raadpleeg bron 3 over de sociale piramide in het Oude Egypte op blz. 77 in je leerboek.

pl a

• Wie zijn de drie belangrijkste medewerkers van de farao?

ar

• Wie staat aan de top van de Egyptische samenleving?

ex em

• Welke sociale groep behoort niet tot de adel, maar ook niet tot het gewone volk?

• Geef de twee beroepen die het gewone volk uitoefent.

• Welke sociale groep staat onderaan in de bevolkingspiramide?

In

ki

jk

• Wat zijn slaven?

Naam:

88

LES 14 De farao staat aan de top van de samenleving

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 3

Lees deze tekst.

EXTRA

Uit: de ‘Schoolteksten’, gedateerd rond 1200 v.C.

ar

Word schrijver (ambtenaar), dat vrijwaart je van gezwoeg en behoedt je voor alle soorten werk. Kijk maar naar de bakker: hij moet steeds bakken en het brood boven het vuur schuiven, met zijn hoofd binnen in de oven, terwijl zijn zoon zijn voeten vasthoudt. Zou de zoon hem loslaten, dan valt hij op de bodem van de oven. De wasbaas sjouwt de hele dag heen en weer. Hij is helemaal slap van het dag in dag uit wassen en bleken van de kleren en het linnengoed van zijn buren. De pottenbakker is besmeurd met aarde, zijn handen en voeten zitten vol klei, hij ziet eruit alsof hij uit het slijk is getrokken. Maar een schrijver bezit een paard en een kar, hij heeft een boot op de Nijl en een huis in de stad. Hij is een vertrouweling van de koning met mooie kleren aan.

ex em

pl a

• Waarom word je volgens de auteur van deze tekst het best schrijver?

In

ki

jk

• Onderstreep in de tekst twee voorbeelden die aantonen dat de ambachtslieden hard moeten werken.

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

89


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

pl a

1 de begrippen ‘autocratie’, ‘ambtenaren’, ‘ambachten’ en ‘ongelijkheid’ uitleggen 2 de ongelijkheid tussen de verschillende groepen in de Egyptische samenleving uitleggen 3 twee grote voorrechten van de farao opnoemen 4 met drie voorbeelden aantonen dat de farao ook plichten had 5 de hooggeplaatste medewerkers van de farao in vier groepen indelen en hun functie omschrijven 6 met twee voorbeelden aantonen dat de ambtenaren een belangrijke taak hadden in de Egyptische maatschappij

7 uitleggen waarom Egypte een grote groep ambtenaren telde 8 telkens een voorbeeld geven om aan te tonen dat de Egyptenaren meesters waren in het bewerken van hout, steen en metaal 9 aantonen dat de Egyptische welvaart en beschaving steunden op het harde werk van de boer

ar

KENNEN

KUNNEN

ex em

1 de verschillende groepen in de Egyptische samenleving ordenen in een sociale piramide 2 bronnen vergelijken 3 een bron sorteren volgens soort 4 met behulp van een opdracht de waarde van een bron beoordelen

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje.

jk

Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

De opdrachten

ki

De lestekst

In

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal De les in haar geheel

Opmerkingen:

Naam:

90

LES 14 De farao staat aan de top van de samenleving

Klas:

Nummer:

Saai

1


SCHEMA

Kaartnr(s).

1 De geschiedenis van Egypte kent periodes van bloei en verval • Begin Egyptische geschiedenis: eenmaking

pl a

• Afwisseling machtige en zwakke farao’s

ar

15

Meer dan drieduizend jaar politieke geschiedenis

2 Het Oude Rijk (ca. 2700-2180 v.C.) is de periode van de grote piramides

ex em

• Machtige farao’s (Cheops, Chefren, Mykerinos): medewerkers besturen provincies • Medewerkers willen niet meer gehoorzamen  rijk verzwakt

3 Tijdens het Middenrijk (ca. 2040-1650 v.C.) herstellen de farao’s hun gezag • Farao’s herstellen hun macht

• Na enkele eeuwen: farao’s ‘verzwakken’ = minder macht grijpen de macht

jk

•

ki

4 Het Nieuwe Rijk (ca. 1550-1070 v.C.) vormt het hoogtepunt van de Egyptische beschaving

In

• Farao’s verdrijven Hyksos + herstellen orde •

= machtige farao

• Later: onbekwame leiders, rijk wordt kleiner, macht farao’s brokkelt af  bezetting buitenlandse volkeren - Assyriërs -

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

91


- Macedonische vorst

, opgevolgd door

generaal

 eindigt met

• Egypte wordt Romeinse provincie (ca. 30 v.C.)

OPDRACHT 1

Bestudeer bron 2 op blz. 80 in je leerboek.

- Teken op elke kaart de grens van het rijk.

ar

• Hieronder vind je drie kaartjes die chronologisch de drie Egyptische Rijken voorstellen. Voer de volgende opdrachten uit.

pl a

- Kleur het Oude Rijk oranje, het Middenrijk rood en het Nieuwe Rijk groen.

ki

jk

ex em

- Kleur de zeeën blauw en benoem ze op de kaartjes.

In

• Op de kaarten staan een aantal nummers. Die nummers komen overeen met belangrijke plaatsen. Vermeld in de legende achter elk nummer de juiste naam. De eerste en de laatste oplossing doen we je cadeau. Legende 1 Memphis

4

7

2

5

8

3

6

9 10 Middellandse Zee

Naam:

92

LES 15

Klas: Meer dan drieduizend jaar politieke geschiedenis

Nummer:


OPDRACHT 2

Gebruik voor deze opdracht de lestekst en de tijdlijn op blz. 78 en 79 in je leerboek.

EXTRA

Hieronder zie je een tijdtabel. In de eerste kolom staan verschillende eeuwen uit de Egyptische geschiedenis. • Kleur in de tweede kolom de eeuwen die binnen de periode van het Nieuwe Rijk vallen groen.

ar

• In de derde kolom schrijf je op de juiste plaats de volgende gegevens: - in het rood de naam van deze farao: Ramses II; - in het zwart de namen van de bezetters: Alexander de Grote, Assyriërs, Perzen.

13e eeuw v.C.

11e eeuw v.C. 10e eeuw v.C.

ex em

9e eeuw v.C.

pl a

12e eeuw v.C.

8e eeuw v.C. 7e eeuw v.C. 6e eeuw v.C. 5e eeuw v.C. 4e eeuw v.C.

jk

3e eeuw v.C.

ki

2e eeuw v.C.

In

1e eeuw v.C.

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

93


OPDRACHT 3

Lees bron 4 op blz. 81 in je leerboek. • Is volgens deze tekst een van beide partijen een overwinnaar? Leg uit.

ar

• Welke verplichting nemen beide partijen op zich?

In

ki

jk

ex em

• Hoe wordt het verdrag nog versterkt?

pl a

• Waarom zou men het verdrag op meerdere kleine, zilveren tabletten hebben gegraveerd?

Naam:

94

LES 15

Klas: Meer dan drieduizend jaar politieke geschiedenis

Nummer:


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KENNEN

KUNNEN

ar

1 de geschiedenis van Egypte op een tijdlijn weergeven 2 een aantal bronnen in de Egyptische geschiedenis situeren 3 op een blinde kaart gegevens uit de Egyptische geschiedenis aanbrengen

ex em

pl a

1 de begrippen ‘dynastie’, ‘ambtenaren’, ‘rijk’ en ‘periode’ uitleggen 2 de geschiedenis van Egypte indelen in periodes en elke periode benoemen (= Rijken en tussenperiodes); je moet geen datums kennen, behalve 3100 v.C. en 30 v.C. 3 de evolutie van de macht van de farao’s doorheen de verschillende periodes uitleggen 4 een verklaring kunnen geven waarom rijken instorten én waarom ze terug groot worden 5 een voorbeeld kunnen geven van het feit dat de tussenperiodes niet enkel verval betekenden

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant

Tussenin

Saai

jk

Gemakkelijk

Interessant / saai

De opdrachten De lestekst

ki

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal

In

De les in haar geheel

Opmerkingen:

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

95


SCHEMA

Kaartnr(s).

1 In Egypte aanbidt men veel verschillende goden

ar

16

De Egyptische godsdienst kent een overvloed aan goden

In Egypte vereert men VELE goden = veelgodendom of polytheïsme de natuur de landbouw het dagelijkse leven de dood

pl a

Goden zijn vaak verbonden met: • • • •

ex em

2 De goden worden op verschillende manieren voorgesteld Voorstelling van de goden

Goden worden voorgesteld als

Attributen

Goden dragen attributen met zich mee: attribuut = teken dat de belangrijkheid aantoont

jk

3 De verering van de goden vindt plaats in tempels Tempel = woning van de goden

ki

Tempelstad in Karnak: ter ere van god Amon-Re

In

Bestaat uit: • cultusplaatsen, heiligdommen • paleizen • magazijnen Taak van de priesters: offers brengen, staan in voor onderhoud van tempel en beeld van godheid

4 Tijdens de regering van Achnaton is Aton, de zonneschijf, de enige god Tijdens de regering van Achnaton (ca. 1353-1334 v.C.) verering van 1 god, nl.

Naam:

96

LES 16

Klas: De Egyptische godsdienst kent een overvloed aan goden

Nummer:


Geloof in één god = Na de regering van Achnaton: opnieuw polytheïsme OPDRACHT 1

Bestudeer bron 4 op blz. 85 in je leerboek. Wat is een scarabee en wat symboliseert hij?

Bestudeer de afbeeldingen van Egyptische goden en lees de lestekst onder titel 2 in je leerboek op blz. 82-85. Hieronder staan tekeningen met wat uitleg. Zet de juiste naam van de god bij de juiste tekening. Kies uit de volgende namen: Anoebis, Aton, Bastet, Khepri, Thot, Horus, Isis, Osiris en Seth.

ex em

pl a

EXTRA

ar

OPDRACHT 2

Godin van het leven en de warmte

Zonneschijf, de schepper van het heelal

God van het schrift

God van het licht

God van de doden

ki

jk

Opkomende zon en god van de weder­ geboorte

In

Moedergodin, moeder van Horus en vrouw van Osiris

Begeleider van de doden en god van het mummificeren

Welke god heb je niet teruggevonden? Het gaat om de god van de woestijn en de onvruchtbaarheid. Hij staat voor alles wat slecht is. Hij is de broer van Osiris en Isis. Seth slaagt erin Osiris te doden en in stukken te hakken. Isis kan Osiris echter terug heel maken. Ze krijgt een zoon van hem: Horus. Die verslaat uiteindelijk de slechte god Seth. Horus maakt zijn vader Osiris god van de onderwereld. Seth wordt voorgesteld als een varken. Dat heeft er misschien toe geleid dat het varken tot op vandaag in het MiddenOosten als een onrein dier wordt beschouwd.

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

97


OPDRACHT 3

Kijk opnieuw naar de afbeeldingen bij opdracht 2 en naar bron 1 op blz. 84 in je leerboek.

EXTRA

Goden worden op vier verschillende manieren voorgesteld. Geef voor elke manier van voorstellen telkens de naam van een god. Voorgesteld als dier: Voorgesteld als mens: Voorgesteld als mens-dier:

Je herkent goden vaak aan de attributen die ze met zich meedragen. Je vindt hieronder een opsomming van vijf attributen. Duid telkens het attribuut op een van de twee tekeningen aan. Doe dat door het attribuut te omcirkelen en er het juiste nummer bij te schrijven.

In

ki

jk

ex em

EXTRA

pl a

OPDRACHT 4

ar

Voorgesteld als hemellichaam:

1

Anch-teken

Kruisvormig levensteken dat de levenskracht van een figuur voorstelt

2

Herdersstaf

Toont aan dat je de leiding hebt

3

Scepter

Sikkelvormige staf die aantoont dat je de leider bent, dat jij bestuurt

4

Gesel

Een stok met een waaiervormig aanhangsel die aantoont dat je onderwerpt

5

Kroon

Toont aan dat je de opperste macht hebt

Naam:

98

LES 16

Klas: De Egyptische godsdienst kent een overvloed aan goden

Nummer:


OPDRACHT 5

De ene god van Achnaton

EXTRA

ar

Enige God en zonder gelijke, gij die de wereld schiep naar uw wil, toen gij alleen waart: de wereld, de mensen, al de dieren, de wilde en tamme, al wat op aarde is, al wat op voeten gaat, al wat daarboven zweeft, al wat op vleugels vliegt, ook alle landen, Syrië, Nubië, ’t land van Egypte. Gij geeft de mensen de plaats die hen toekomt, gij ook voorziet in al hun behoeften, gij ook bepaalt de duur van hun leven, gij maakt hun tongen en talen verscheiden, zo hun karakter, zo hun gelaatskleur, gij geeft elk land een eigen gezicht … Gij leeft in mijn hart. Niet een die u kent, behalve uw zoon, die Achnaton heet. Hem hebt gij uw plannen geopenbaard. Hem hebt gij ingewijd in uw kracht. Al wat leeft, wordt gevormd door uw hand, zoals gij wilt dat het wordt gevormd. Als gij straalt dan schenkt gij het leven, gaat gij te ruste dan schenkt gij de dood; gij zijt immers de levensduur zelf, al het andere leeft slechts door u…

pl a

Uit: het ‘Zonnelied’ van farao Achnaton, vertaling door Bertus Aafjes

• Onderstreep in de tekst met groen de zin die aantoont dat Achnaton slechts één god wil aanbidden.

ex em

• Onderstreep met rood vijf zaken die de enige god Aton voor de mensen doet. • Wat verandert er op godsdienstig vlak tijdens de regering van Achnaton?

In

ki

jk

• Is hier sprake van continuïteit of discontinuïteit?

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

99


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KENNEN

KUNNEN

ar

1 goden herkennen op een afbeelding met behulp van een beschrijvende tekst 2 bronnen met elkaar vergelijken

ex em

pl a

1 het begrip ‘attributen’ uitleggen 2 het verschil tussen polytheïsme en monotheïsme uitleggen 3 veranderingen in de Egyptische godsdienst aantonen 4 drie voorstellingen van Egypische goden beschrijven 5 drie attributen opsommen en uitleggen 6 de functie van de Egyptische tempel beschrijven 7 met eigen woorden de rol van de scarabee beschrijven

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

De opdrachten De lestekst

jk

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal

ki

De les in haar geheel

In

Opmerkingen:

Naam:

100

LES 16

Klas: De Egyptische godsdienst kent een overvloed aan goden

Nummer:

Saai

1


SCHEMA

Kaartnr(s).

Titels

ar

17

Leven na de dood

1

3 4

brengt

ex em

Dood

pl a

2

Wat?

Wat?

1 Verder leven zoals op aarde in het hiernamaals

Tijdelijke scheiding van

Hiernamaals

In

ki

jk

Aarde

Contacten

2 Verder leven in een andere wereld samen met goden en godinnen door

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

101


OPDRACHT 1

Lees bron 2 op blz. 88 in je leerboek en vul het onderstaande schema in. Waartoe dient dat materiaal?

In

ki

jk

ex em

pl a

ar

Welk materiaal gebruikt de Egyptenaar bij het mummificeren?

Naam:

102

LES 17 Leven na de dood

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 2

Raadpleeg bron 3 op blz. 88 in je leerboek.

ar

Vergelijk de illustratie in je leerboek met de onderstaande tekening. Welke figuren uit de tekst herken je op de tekening (zie nummer op de tekening)? Vul dan het schema in.

1

3 4

Wat is de taak van elke figuur?

jk

1

Wie staat er op de tekening?

ex em

Nummer

5

pl a

2

In

ki

2

3

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

103


Nummer

Wie staat er op de tekening?

Wat is de taak van elke figuur?

pl a

ar

4

OPDRACHT 3

ex em

5

Lees de lestekst in je leerboek onder titel 2 (blz. 86). Vul dan het onderstaande schema in.

EXTRA

ki

jk

Kenmerken van de Ba

In

Kenmerken van de Ka

Waarom mummificeren de Egyptenaren?

Naam:

104

LES 17 Leven na de dood

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 4

Syntheseoefening

EXTRA

Zoek het juiste begrip bij de aangeboden verklaring. Kijk daarvoor op blz. 86 en 87 in je leerboek. Term

Verklaring Een lijk dat zo behandeld wordt dat het lichaam niet vergaat en dus heel lang bewaard blijft

ar

De buitenste stenen kist die een aantal in elkaar passende houten kisten bevatte. De dode werd daarin gelegd. Daarna werd de kist afgesloten met een dekplaat. Vaak stelde die de beeltenis van de gestorvene voor.

pl a

Kruiken uit aarde of albast die mee het graf ingingen. Ze bevatten de maag, de darmen, de longen en de lever. De vazen hadden de vorm van een godheid.

In

ki

jk

ex em

Kleine houten figuurtjes, die verschillende soorten dienaren en huisdieren voorstellen. Soms ook modellen van huizen en boten. Ze werden in het graf van rijke of voorname Egyptenaren geplaatst, zodat ze na hun dood niet hoefden te werken.

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

105


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KENNEN

KUNNEN

ar

1 informatie uit teksten opzoeken 2 die gevonden informatie aan de klas uiteenzetten 3 het schema in het werkschrift aan de klas uitleggen

ex em

pl a

1 het begrip ‘mummie’ uitleggen 2 het idee ‘leven na de dood’ in het Oude Egypte verklaren 3 het belang van het bewaren van de lichamen in het Oude Egypte uitleggen 4 de aandacht voor de bouw en de inrichting van graven in het Oude Egypte verklaren 5 de opvattingen over hoe het ‘leven na de dood’ in het Oude Egypte eruitzag, uitleggen

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

De opdrachten De lestekst

jk

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal

ki

De les in haar geheel

In

Opmerkingen:

Naam:

106

LES 17 Leven na de dood

Klas:

Nummer:

Saai

1


18

Kaartnr(s).

1 De kenmerken van de bouwkunst

ar

SCHEMA

Kunst voor goden en rijke, machtige mensen

bouwkunst = uitdrukking van macht (maatschappelijk domein =

)

• • • •

ex em

pl a

MONUMENTAAL = ZEER GROOT

woning god (maatschappelijk domein = buiten: sfinxen, kolossen, obelisk poortgebouw = pyloon zuilen: voetstuk, schacht, kapiteel (met plantenmotieven)

)

graf farao

2 Continuïteit, evolutie en verandering in de grafkunst

jk

EVOLUTIE Wanneer?

Mastaba  trappenpiramide  knikpiramide  grote piramide

ki

Hoe?

In

VERANDERING Wanneer?

ca. 1500 v.C.

Wat? Rotsgraven

Waarom? (= oorzaak) Waar?

Naam:

Plunderingen van piramides  leven in hiernamaals niet mogelijk

, bekendste =

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

107


3 De beeldende kunst: muurschilderingen, reliëfs en beeldhouwwerk IDEALISEREND  REALISME = mooier dan in werkelijkheid = zoals in werkelijkheid = meestal = voor dieren en planten = vanaf Achnaton voor personen (evolutie) KLEURGEBRUIK = GEÏNSPIREERD OP DE NATUUR

GROOTTE: BELANGRIJKER  GROTER

OPDRACHT 1

ex em

FRONTAAL AFGEBEELDE FIGUREN • linkervoet naar voren • lichaam rust op rechterbeen

pl a

HOUDING FIGUREN = ZEER TYPISCH  HERKENBAAR • gezicht = in zijaanzicht • schouder en bovenlichaam = frontaal • benen = in zijaanzicht

ar

UITGEBEELDE FIGUREN

Bekijk bron 1 op blz. 93 in je leerboek en lees de historische achtergrond. • Benoem de figuren aan beide kanten van de laan.

ki

jk

• Benoem het spitse voorwerp bij de ingang van de tempel. Wat stelt het voor?

In

• Zoek op het internet wat er gebeurd is met de tweede obelisk.

• Voor de pyloon staan twee beelden. Wie stellen ze voor? Waarom zijn ze zo monumentaal?

Naam:

108

LES 18

Klas: Kunst voor goden en rijke, machtige mensen

Nummer:


ar

• Wat is de functie van de tempel? Wat is het verschil met een christelijke kerk en moskee?

In

ki

jk

ex em

pl a

• Vergelijk de tempel van Luxor met de tempel op de volgende afbeelding. Wat verandert er aan de manier van bouwen?

Rotstempel van Ramses II in Aboe Simbel (ca. 1260 v.C., 60 m diep). De bouw van de tempel is begonnen in de eerste regeringsjaren van Ramses II en voltooid voor zijn twintigste regeringsjaar. Opvallend zijn de vier kolossale beelden (22 m hoog).

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

109


OPDRACHT 2

Bestudeer bron 2 op blz. 93 in je leerboek. Lees ook de historische achtergrond. • Geef de drie delen van een zuil.

OPDRACHT 3

Bestudeer bron 5 op blz. 96 en 97 in je leerboek.

ar

• Waaraan ontleent men de vorm van het kapiteel?

pl a

• Bekijk de muurschildering van bron 5A op blz. 96 nauwkeurig. Noem vijf kleuren die de schilder gebruikt.

ex em

• Beschrijf vanuit welk aanzicht het hoofd, de schouders en het bovenlichaam van de man en de vrouw worden afgebeeld.

jk

• Hoe geeft de kunstenaar de verhoudingen tussen de personen weer? Wat zegt dat over de positie van de vrouw in de Egyptische samenleving?

In

ki

• Bekijk bron 5B op blz. 97 aandachtig. Onderstreep telkens de juiste antwoorden. - De figuren worden frontaal / in zijaanzicht afgebeeld. - Hun linkervoet / rechtervoet staat naar voren. - Hun lichaam rust op hun linkerbeen / rechterbeen.

Naam:

110

LES 18

Klas: Kunst voor goden en rijke, machtige mensen

Nummer:


ar

• Welke onderdelen van de muurschildering en het beeldhouwwerk zijn natuurlijk: waarheidsgetrouw/realistisch? Verklaar je antwoord.

ex em

pl a

• Welke onderdelen van de muurschildering en het beeldhouwwerk zijn geïdealiseerd: mooier/ beter dan in werkelijkheid? Verklaar je antwoord.

In

ki

jk

• Bekijk bron 5 op blz. 85 in je leerboek aandachtig. Toon met twee elementen aan dat farao Achnaton en zijn vrouw meer waarheidsgetrouw zijn afgebeeld.

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

111


OPDRACHT 4 EXTRA

Om je een idee te geven over de hoogte van een piramide, plaatsen we hieronder enkele gebouwen naast elkaar. Je ziet: a het Vrijheidsbeeld in New York, 92 m / b de trappenpiramide van Djoser, 62,5 m / c de Taj Mahal, 95 m / d de knikpiramide van Snofroe, 105 m / e de Sint-Pietersbasiliek, 141 m / f de Petronas Towers in Kuala Lumpur, 450 m (1998) / g de Dom van Keulen, 156 m / h de grote piramide van Cheops, 146 m

a

c

pl a

ar

b

e

f

ex em

d

g

ki

jk

h

In

• Plaats de gebouwen van klein naar groot door de letters in te vullen.

Klein Groot • De piramide van Cheops heeft een basis (vierkant) van ca. 230 bij 230 m: hoeveel voetbalvelden van 100 bij 50 m passen daarin?

Naam:

112

LES 18

Klas: Kunst voor goden en rijke, machtige mensen

Nummer:


OPDRACHT 5 EXTRA

Zoek of vraag naar de hoogte van de kerktoren in jouw gemeente. De piramide van Cheops heeft een hoogte van ongeveer 146 m. Hoeveel keer is de piramide hoger dan de kerktoren? Als je de volgende keer de toren passeert, dan weet je met hoeveel je zijn hoogte zou moeten vermenigvuldigen om de hoogte van de grote piramide te bereiken. Let op: loop of rijd nergens tegenaan als je naar boven kijkt: waarnemen of observeren doe je het best als je stilstaat ... • De naam van de kerk en de naam van je gemeente:

x hoger.

In

ki

jk

ex em

pl a

• De piramide van Cheops is

m

ar

• Hoogte van de kerktoren:

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

113


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KUNNEN 1 informatie opzoeken over bronnen 2 aantonen dat een tempel bij de Egyptenaren een andere functie heeft dan een christelijke kerk of een moskee 3 de delen van een zuil aanduiden op een afbeelding 4 de evolutie van de mastaba tot de echte piramide benoemen als continuïteit 5 de bouw van rotsgraven benoemen als verandering

ex em

pl a

1 de begrippen ‘continuïteit’, ’evolutie’, ‘verandering’, ‘kunstuiting’, ‘mastaba’, ‘obelisk’, ‘sfinx’, ‘kolos’, ‘idealiseren’ en ‘realisme’ uitleggen 2 uitleggen waarom de Egyptische bouwwerken vaak zo monumentaal zijn 3 de evolutie van de mastaba tot de piramide van Cheops uitleggen 4 de oorzaak van de bouw van rotsgraven uitleggen 5 de typische houding van de figuren verwoorden 6 het onderscheid tussen grote en kleine figuren verklaren 7 de evolutie in de kunst vanaf de periode van Achnaton verwoorden

ar

KENNEN

6 op een afbeelding kenmerken van de beeldende kunst herkennen en benoemen 7 op een afbeelding realisme en idealiseren onderscheiden 8 met een afbeelding het kleurgebruik bespreken 9 het verband tussen politiek, kunst en godsdienst aantonen

jk

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje.

ki

Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Interessant / saai Moeilijk

Interessant

Tussenin

De opdrachten

In

De lestekst

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal De les in haar geheel

Opmerkingen:

Naam:

114

LES 18

Klas: Kunst voor goden en rijke, machtige mensen

Nummer:

Saai

1


SCHEMA

Kaartnr(s).

1 De piramides zijn de stille getuigen van een ver doorgedreven vakmanschap

ar

19

Wetenschap en techniek in het Oude Egypte

Wanneer?

Hoe? • Bouwterrein vlak maken

pl a

Het Oude Rijk

ex em

• Aanvoer stenen (steengroeven in woestijn) Plaats steengroeve Aswan

Soort steen

Functie

Toera en Aswan

• Vervoer stenen via Nijl naar bouwwerf

jk

• Misschien: aanleg aanvoerweg rond de piramide

ki

• Afdeklaag piramide Medewerkers

In

Taak

Wie? Vizier Priesters

Arbeiders bouwproject

Naam:

Boeren, werklui, ambachtslieden, kunstenaars, slaven enz.

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

115


2 De Egyptenaren kennen de principes van de meetkunde en ze bestuderen de sterren Meetkunde Na overstroming van de Nijl: gronden moeten weer opgemeten worden

begin van de meetkunde

ar

Sterrenkunde Sterren en planeten:

pl a

• zijn (volgens de Oude Egyptenaren) verschijningsvormen van de goden

• priesters bestuderen de sterren: leggen verband tussen stand van bepaalde sterren en grillen van de goden

ex em

Jaargetijden 1 jaar = 3 jaargetijden van 4 maanden • de overstromingstijd (juli-oktober)

• zaai- en groeitijd (november-februari) • oogsttijd (maart-juni)

jk

3 De Oude Egyptenaren hebben al wat kennis van het menselijk lichaam

ki

Geneeskunde

Geneesmiddelen: vooral uit planten

In

Anatomie = kennis menselijk lichaam Dankzij mummificatie: • ook wat inzicht in menselijk lichaam • inzicht in werking bepaalde stoffen: natriumzout, hars, oliën Ziekenzorg: een mengelmoes van geneeskunde, toverij en geestenbezwering

Naam:

116

LES 19

Klas: Wetenschap en techniek in het Oude Egypte

Nummer:


OPDRACHT 1

Bekijk deze tekening en ook bron 2B op blz. 100 in je leerboek.

1 2

3

5

pl a

ar

6

4

1 2 3 4

jk

5

ex em

Op de tekening vind je zes nummers terug. Elk nummer vertegenwoordigt een bepaalde taak. Schrijf hieronder wat die verschillende taken zijn.

ki

6

Lees bron 4A en B op blz. 101 in je leerboek.

In

OPDRACHT 2

• Waar spreken de teksten elkaar tegen?

• Waar geven beide teksten elkaar gelijk?

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

117


OPDRACHT 3 EXTRA

De site Deir el-Medina (in een vallei van het Thebaanse gebergte op de westelijke oever van de Nijl, ongeveer 725 km ten zuiden van Caïro) herbergt heel bijzondere ruïnes: de overblijfselen van een dorp en begraafplaats van een gemeenschap van ambachtslieden, kunstenaars en werklieden. Zij waren tijdens de periode van het Nieuwe Rijk (1550-1070 v.C.) verantwoordelijk voor het uithakken en het versieren van de tombes in de Vallei der Koningen. Archeologisch onderzoek van de ruïnes leert ons veel over het dagelijkse leven van die groep van mensen.

ar

• Waarom is deze site aan de westelijke oever van de Nijl gelegen?

In

ki

jk

ex em

pl a

• Waarom is archeologisch onderzoek op een dergelijke site uitermate belangrijk?

Naam:

118

LES 19

Klas: Wetenschap en techniek in het Oude Egypte

Nummer:


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van kennen en kunnen beheerst, zet je er een kruisje bij.

KUNNEN 1 een tekening (bron 2 en 3) met eigen woorden uitleggen 2 twee verschillen geven tussen onze geneeskunde en onze kalender en die van het Oude Egypte 3 twee feiten over wetenschap en/of techniek in het Oude Egypte via het internet vinden 4 een bron indelen bij een soort

ex em

pl a

1 vertellen waar de Egyptenaren hun gesteente halen 2 uitleggen hoe en met welke materialen men steen bewerkt 3 het transport van de steengroeve naar de oever van de Nijl uitleggen 4 ĂŠĂŠn theorie over de constructie van een piramide geven 5 opnoemen wie er allemaal meewerkt aan een piramide 6 de verschillende jaargetijden in het Oude Egypte opnoemen 7 de kennis over het menselijk lichaam bij de Egyptenaren verklaren 8 vier kennisgebieden opnoemen waartoe de Egyptenaren een bijdrage leveren

ar

KENNEN

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje.

jk

Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

Saai

De opdrachten

ki

De lestekst

In

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal De les in haar geheel

Opmerkingen:

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

119


OPDRACHT 1

Kaartnr(s).

Duid aan op de tijdlijn (1 cm = 250 jaar).

ar

20

Mesopotamië en Egypte met elkaar vergeleken

• Het Oude Egypte: 3100-30 v.C.

ki In Naam:

120

0

Bekijk het situeringskaartje in bron 1 in je leerboek op blz. 104. Kleur aan de hand van dat kaartje Mesopotamië en Egypte in op deze hedendaagse kaart.

jk

OPDRACHT 2

ex em

3500 v.C.

pl a

• Mesopotamië: 3500-609 v.C.

LES 20 Mesopotamië en Egypte met elkaar vergeleken

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 3

Vul het onderstaande schema aan met behulp van de lestekst en de bronnen in je leerboek (zie blz. 102-105). Hoe ontstaat een stroomcultuur?

Egypte

Mesopotamië

• Stromen • In het noorden:

• Neerslag

ar

• In het zuiden:

pl a

• Overstroming • Vruchtbaar land

ex em

• In het noorden:

• Landbouwsysteem

Wat kenmerkt een stroomcultuur?

Egypte

• In het zuiden:

Mesopotamië

jk

Politieke organisatie • Bestuur

ki

• Sociale structuur

In

• Rechtspraak

Economische welvaart • Voedseloverschotten

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

121


Culturele bloei • Ontstaan van het schrift • Kunst • Wetenschap • Godsdienst

Vergelijk de Egyptische en de Mesopotamische cultuur met behulp van de lestekst en de bronnen in je leerboek (zie blz. 102-105).

ar

OPDRACHT 4

pl a

Vul in de tabel in.

ex em

Tempels / Hiërogliefen / Koningen, goden, jacht en oorlog / Indrukwekkend /60- en 10-delig stelsel / Oriëntering zonnekalender / Ommuurde steden / Op kleisteen - alles is weg / Torentempels of ziggurats / Paleizen / Muurschilderingen / Natuurlijke grenzen / Hout (balken) / Kalksteen, marmer, graniet / Spijkerschrift / Oppervlakte cirkel / Aton / Zoals op aarde / Combinatie geneeskunde en toverij / 60- en 10-delig stelsel / Koningen, goden, dagelijks leven / Combinatie bijgeloof en geneeskunde / Minder en niet zo groot / Kalksteen (tongewelf ) / Paleizen / Dier, mens, half menshalf dier / Een gewoon graf / Gedroogde kleistenen / Ontelbaar / Jahweh / Een triest bestaan / Zons- en maansverduisteringen / Oppervlakteberekening / Dier, mens, half mens-half dier / Ontelbaar / Veel kolossale beelden Egypte

Mesopotamië

Bouwkunst

jk

• Bouwmateriaal

ki

• Gebouw voor

In

- goden

- koningen - verdediging

• Daken

Naam:

122

LES 20 Mesopotamië en Egypte met elkaar vergeleken

Klas:

Nummer:


Egypte

Mesopotamië

Beeldende kunst • Kenmerken • Onderwerp

• Schilderingen

ar

Wetenschap

• Rekenkunde • Meetkunde

ex em

• Geneeskunde

pl a

• Sterrenkunde

• Schrift

Godsdienst

• Aantal goden

jk

• Voorstelling van de goden

ki

• Leven na de dood

In

• Uitzicht van de graven • Uitzondering

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

123


OPDRACHT 5

Historisch denken

EXTRA

Raadpleeg in bron 2 op blz. 104 van je leerboek de informatie over het wetboek van koning Hammoerabi en los onderstaande opdrachten op. • Wanneer leefde koning Hammoerabi?

ar

• In welke maatschappelijke domeinen hoort deze bron thuis?

- 2A is een primaire / secundaire bron. - 2B is een originele / bewerkte bron.

pl a

• Omcirkel het juiste antwoord.

ex em

• Waarom zou de koning zijn wettekst op een zuil geplaatst hebben?

• Op welke historische vraag biedt dit wetboek het best een antwoord? Omcirkel het juiste antwoord. a Konden de Babyloniërs schrijven?

b Was in Babylon iedereen gelijk voor de wet?

jk

• Wat denk je over de manier waarop de koning zichzelf beschrijft?

In

ki

• Zouden de mensen uit zijn tijd hetzelfde als jij gedacht hebben?

Naam:

124

LES 20 Mesopotamië en Egypte met elkaar vergeleken

Klas:

Nummer:


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KENNEN

KUNNEN

ar

1 op een blinde kaart de woongebieden van Sumeriërs, Babyloniërs en Assyriërs aanduiden 2 een schema van een lestekst maken 3 bronnen met elkaar vergelijken 4 een bron met behulp van opdrachten ontleden

pl a

1 een verschil of een gelijkenis geven tussen Mesopotamië en Egypte op het gebied van aardrijkskunde, politiek, godsdienst, bouwkunst, kunst en wetenschap; over elk onderdeel moet je voldoende uitleg kunnen geven; bekijk daarom de bronnen en lees natuurlijk de lestekst.

ex em

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

Saai

De opdrachten De lestekst

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal

jk

De les in haar geheel

In

ki

Opmerkingen:

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

125


SCHEMA

Kaartnr(s).

1 Er bestaan beeldschriften en klankschriften

ar

21

De evolutie van het schrift

Eerste schrift

pl a

Mesopotamië ca. 3500 v.C. Soorten schriften

Afbeeldingen, pictogrammen

ex em

Tekens beelden klanken uit.

Eerste schriften zijn een mengeling van beeld- en klankschrift • Hiërogliefen (‘heilige tekens’)

Egypte

• Versmelting beeld- en klankschrift • Vanaf ca. 3300 v.C.

jk

Beeldschrift verandert ca. 2900 v.C.

ki

Waarom?

In

Mesopotamië

Oplossing • Beelden vervangen door ruwe vorm  spijkervormige indrukken •

= versmelting beeld- en klankschrift

Klankschrift op basis van spijkerschrift Toevoeging Grieken Alfabet = genoemd naar twee eerste letters (alfa - bèta) Naam:

126

LES 21 De evolutie van het schrift

Klas:

Nummer:


2 De schrijfmaterialen variëren naargelang van de streek Schrijfmaterialen

Egypte Mesopotamië

Klei, houten stokje

Enkel priesters en edelen leren schrijven.

ar

3 Bij de stroomculturen leert slechts een elite lezen en schrijven

Klankschriften

ex em

Beeldschriften

pl a

4 Ook nu bestaan er nog verschillende alfabetten en schriftsoorten

5 In het computertijdperk zijn er nog veel analfabeten Vandaag: schrijven met klavier van computer, tablet, smartphone 700 miljoen analfabeten

OPDRACHT 1

jk

Ondanks leerplicht, nog analfabeten

Bestudeer bron 2 op blz. 108 in je leerboek.

In

ki

• Waarop lijken alle tekens?

• Waarop is de tekst geschreven, denk je?

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

127


OPDRACHT 2

Zo schreef men de naam Nefertete:

• Omcirkel twee tekens die je nog herkent als beelden. • Hoeveel verschillende tekens tel je in deze tekst?

Bestudeer bron 4 over de evolutie van het spijkerschrift op blz. 109 in je leerboek.

ar

OPDRACHT 3

ex em

• Vergelijk ook de stand van de tekens.

pl a

• Welke wijziging ondergingen de tekens van het Egyptisch naar het Fenicisch?

• Hoe draaien de tekens van Vroeggrieks naar Grieks?

OPDRACHT 4

In

ki

EXTRA

jk

• Hoe zou je die wijzigingen kunnen verklaren?

Schrijf je voornaam met behulp van de bovenstaande hiërogliefen.

Naam:

128

LES 21 De evolutie van het schrift

Klas:

Nummer:


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Heb je de les goed begrepen? Lees de lestekst. Probeer het schema met je eigen woorden uit te leggen. Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KUNNEN 1 voorbeelden van schriftsoorten herkennen en benoemen 2 bronnen ontleden en met elkaar vergelijken 3 verschil en gelijkenis geven tussen het analfabetisme in Egypte en Mesopotamië enerzijds en België vandaag anderzijds

ex em

pl a

1 het verschil tussen klank- en beeldschrift uitleggen 2 drie soorten schrift uit het verleden met hun belangrijkste kenmerk opnoemen 3 het verschil tussen hiërogliefen en spijkerschrift verklaren 4 de schrijfmaterialen in Egypte en Mesopotamië en het hedendaagse België geven 5 de herkomst van ons alfabet uitleggen 6 twee voorbeelden van niet-westerse schriften geven

ar

KENNEN

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

Saai

De opdrachten

jk

De lestekst

ki

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal

In

De les in haar geheel

Opmerkingen:

Naam:

Klas:

Nummer:

D HET OUDE NABIJE OOSTEN

129


22

Herhaling en synthese

Kaartnr(s).

OPDRACHT 1

ar

1 Herhalingsoefeningen Los de eerste reeks van opdrachten op blz. 112 in je leerboek op en vul de onderstaande tabel in.

pl a

• Geef voor elke bron de juiste tijd uit het referentiekader. Vul de juiste tijd in de eerste kolom in. • Welke afbeeldingen gaan over mensen uit Europa? Als je denkt dat een afbeelding uit Europa komt, dan zet je een kruisje in die kolom.

ex em

• Over welk domein gaat elke afbeelding? In de derde kolom vul je in over welk domein de afbeelding gaat. De motivering geef je achteraf mondeling. Tijd

Bron 1 Bron 2 Bron 3

Maatschappelijk(e) domein(en)

jk

Bron 4

Europa

ki

Bron 5

In

Bron 6 Bron 7 Bron 8

Naam:

130

LES 22 Herhaling en synthese

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 2

Los de tweede reeks van opdrachten op blz. 112 in je leerboek op en vul de onderstaande tabel in. Geef voor elke bron de soort waartoe ze behoort. Antwoord door een kruisje in de juiste kolom te zetten. Geschreven

Ongeschreven

Primair

Secundair

Bron 1 Bron 2

ar

Bron 3 Bron 4

pl a

Bron 5 Bron 6 Bron 7

OPDRACHT 3

ex em

Bron 8

Lees en bestudeer bron 8 op blz. 113 in je leerboek. Bestudeer de bron kritisch op basis van onderstaande vragen uit het historisch denken.

jk

• Is de bron origineel of is ze bewerkt? Leg uit.

In

ki

• Geef inlichtingen over de maker.

• Hoe groot is het tijdsverschil tussen het maken en de feiten die verhaald worden?

• Waar is de bron gemaakt?

Naam:

Klas:

Nummer:

LES 22 Herhaling en synthese

131


• Heeft hij andere bronnen gebruikt?

• Geef een voorbeeld van een mening die in de bron staat.

ar

• Waarvoor gebruiken historici deze bron, denk je?

In

ki

jk

ex em

pl a

• Waarom gaan ze zijn geschriften wel kritisch gebruiken? Herlees de vorige antwoorden.

Naam:

132

LES 22 Herhaling en synthese

Klas:

Nummer:


2 Kenmerken van de bestudeerde samenlevingen Aan de hand van een reeks opdrachten en vragen maak je zelf een referentiekader over de leerstof die je dit jaar gezien hebt. Als je het antwoord niet weet, kun je het opzoeken in de andere lessen.

Prehistorie

ar

1 Wanneer spreekt men van prehistorie?

2 Ongeveer 1,5 / 2,5 / 3,5 / 4,5 miljoen (1) jaar geleden ontstaan de eerste echte mensen in

pl a

Afrika / Amerika / Antarctica / Azië / Oceanië / Europa (1).

3 Onze rechtstreekse voorouder heet: homo habilis / homo sapiens /

ex em

homo neanderthalensis / chimpansee / homo erectus (1).

4 De laatste ijstijd eindigt ca. 20 000 / 15 000 / 10 000 / 5000 v.C. (1). 5 In China / Zuid-Amerika / het Nabije Oosten / de Balkan (1) schakelt de mens ca. 20 000 / 15 000 / 10 000 / 5000 v.C. (1) voor het eerst over op landbouw en veeteelt.

ki

jk

6 ‘De mens wordt sedentair.’ Leg die uitspraak uit.

Noordwest-Europa en onze gewesten

In

7 De eerste mensen in onze gewesten leven van landbouw / veeteelt / jacht en voedselpluk (1). 8 De Kelten leven in de steentijd / kopertijd / bronstijd / ijzertijd (1). 9 Geef drie sociale groepen uit de Keltische samenleving.

Naam:

Klas:

Nummer:

LES 22 Herhaling en synthese

133


10 De Kelten vormen een / geen (1) groot rijk. 11 Wanneer eindigt voor onze gewesten de prehistorie? Waarom?

(1) Onderstreep het juiste antwoord.

Oude nabije oosten (ca. 3500-800 v.C.)

ar

1 Omcirkel de rivieren waarlangs een stroomcultuur is ontstaan:

Schelde / Gele Rivier / Amazone / Wolga / Eufraat en Tigris / Nijl / Mekong / Indus / Rijn (1).

ex em

Het Oude Egypte

pl a

2 De volkeren van de stroomculturen doen aan irrigatielandbouw. Verklaar wat men daarmee bedoelt.

3 Langs welke stroom ontstaat de Egyptische cultuur?

4 De Egyptische stroomcultuur ontstond in Afrika / Azië / Amerika / Europa / Oceanië (1). 5 De macht van de farao is het best te vergelijken met die van een verkozen president /

jk

dictator / de Belgische koning (1).

ki

6 Uit welke twee delen bestaat het Oude Egypte?

In

7 Welk beroep oefenen de meeste Egyptenaren uit: farao, schrijver, soldaat, boer, ambachtsman, handelaar of vizier (1)?

8 De Oude Egyptenaren zijn tijdens het grootste gedeelte van hun geschiedenis monotheïstisch / polytheïstisch (1).

Naam:

134

LES 22 Herhaling en synthese

Klas:

Nummer:


9 Wat zijn hiĂŤrogliefen?

10 De piramides zijn paleizen / voorraadschuren / begraafplaatsen / energiecentrales (1).

12 De Egyptenaren willen lijken lang bewaren omdat (1) a ze geloven dat de ziel in het lichaam blijft wonen.

b ze dat properder vinden.

c ze zo hun eerbied voor de overledenen kunnen tonen.

d ze geloven dat de doden ooit zullen verrijzen.

In

ki

jk

ex em

(1) Onderstreep het juiste antwoord.

pl a

ar

11 Hoe heet de Egyptische techniek waarbij men lijken zodanig behandelt dat ze voor lange tijd bewaard kunnen worden?

Naam:

Klas:

Nummer:

LES 22 Herhaling en synthese

135


HEB IK HET BEGREPEN? KAN IK HET? Surf naar het onlinelesmateriaal en los de oefeningen bij deze les op. Telkens als je denkt dat je een onderdeeltje van ‘kennen en kunnen’ beheerst, zet je er een kruisje bij.

KENNEN

KUNNEN 1 bronnen en gebeurtenissen in de juiste tijd en bij het juiste maatschappelijke domein plaatsen 2 bronnen en gebeurtenissen uit Europa aanduiden 3 een reeks bronnen volgens soort sorteren 4 informatie opzoeken 5 met behulp van vragen historisch denken toepassen 6 vragen en opdrachten over de prehistorie en het oude nabije oosten oplossen

ex em

pl a

ar

1 belangrijke kenmerken van de prehistorie en van de stroomculturen van het oude nabije oosten opnoemen

Geef je mening over de les. Was ze gemakkelijk of moeilijk? Interessant of saai? Zet telkens een kruisje. Gemakkelijk / moeilijk Gemakkelijk

Tussenin

Moeilijk

Interessant / saai Interessant

Tussenin

De opdrachten

De oefeningen bij het onlinelesmateriaal

jk

De les in haar geheel

In

ki

Opmerkingen:

Naam:

136

LES 22 Herhaling en synthese

Klas:

Nummer:

Saai


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
STORIA HD Classic 1 - Werkschrift - Inkijkexemplaar by VAN IN - Issuu