speelleerschrift
leerjaar 3
Les rĂŞves fantastiques Dit schrift is van
speelleerschrift
leerjaar 3
Les rĂŞves fantastiques
Oh là là ! derde leerjaar bestaat uit: • de klaskoffer met de handleiding voor de leerkracht, de prentenset, de klassikale doelwoordenkaarten, het spelbord, de kleine doelwoordenkaartjes (spelkaartenset), de audio-cd, de klaspop Cloclo • het speelleerschrift per leerling Oh là là ! – speelleerschrift derde leerjaar Auteurs: Hans Schmidt, Geert De Troyer Met medewerking van: Wilfried Decoo Verhalen: Rien Broere Tekeningen, omslagontwerp, lay-out en zetwerk: D’hondt-Ravijts
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www. reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2017 De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden. Eerste druk 2017 ISBN 978-90-306-8496-1 D/2017/0078/138 Art. 571309/01 NUR 192
Les rêves fantastiques
Oh là là ! en bingel
4
L3T1 Un, deux, trois, c’est parti!
6
L3T2 Tamtam et Tomtom
14
L3T3 Les belles demoiselles
22
L3T4 Le saté de fruits
30
L3T5 La ferme musicale
38
L3T6 Le dragon Olivier
46
L3T7 Vive les vacances!
54
Oplossingen 62 Brief aan de ouders
64
trois
3
h là là !
h là là ! en bingel Bienvenue! Dat betekent ‘Welkom!’ in het Frans. Ja, je hoort het goed, in het Frans! In dit schrift staan heel wat Franse woorden en zinnen. Het staat ook vol leuke liedjes, verhalen en opdrachten waarmee je de Franse taal leert kennen. Ga je mee op avontuur? Bij elke opdracht staat een klein pictogram. Het vertelt je wat je moet doen. luisteren
kijken
omkringen
spreken en lezen
iets beluisteren
een lijn trekken
een gesprek voeren
opzoeken
kleuren
schrijven
per twee werken
plakken
zingen en muziek maken
brainstormen
een uitdaging aangaan
Er staan zeven liedjes en verhalen in dit schrift. Ze hebben allemaal een eigen thema. Er zijn dus zeven thema’s in dit schrift. Elk thema heeft een titel in het Frans. Je vindt alle thema’s op pagina 3. Bij elk thema horen ook stickers. Die stickers tonen welke woorden je in het Frans al kent en kunt gebruiken. Alle stickers samen zijn net als een koffer vol Franse woorden. Ze zijn jouw woordenschatkoffer. Je herkent de stickers die bij het thema horen aan de letters en cijfers die ervoor staan. Na ‘L3T1’ volgen alle stickers bij het eerste thema (T1) van het derde leerjaar (L3).
L3T1 Woorden die je al in vorige thema’s hebt geleerd, herken je aan dit teken op de sticker.
4
quatre
Les rêves fantastiques
Bij elk thema horen ook opdrachten op bingel. Je herkent ze aan . Je kunt er de liedjes beluisteren en meezingen, de Franse woorden leren kennen en oefenen, naar Franse zinnen luisteren en nog veel meer ...
Is het bovenste pictogram op een pagina? Dan moet je eerst naar bingel om de opdrachten in dit schrift te kunnen maken. Ben je klaar met alle opdrachten bij het thema? Ga dan op zoek naar nieuwe Franse woorden. Je hebt enkel een computer of tablet en een online woordenboek nodig. Je vindt op het internet heel wat websites waarmee je kunt opzoeken hoe je iets zegt of schrijft in een andere taal: www.vertalen.nu/zinnen www.bing.com/translator translate.google.com Kies bij het opzoeken voor Nederlands (NL) – Frans (FR). Is het een woord met ‘een’, ‘de’ of ‘het’ voor in het Nederlands? Typ dat woordje dan ook voor het woord in het Nederlands. Je ziet meteen of het een woord met un, une, le, la of l’ is in het Frans.
cinq
5
L3T1
1
Un, deux, trois, c’est parti! Bekijk de drie prenten rechts. Schrijf zes woorden over die goed passen bij wat je ziet. een aap – een auto – een autobus – een bakfiets – dik – dun – een fiets – een gitaar – groot – een hond – een jongen – een kat – een klarinet – klein – een meisje – een meneer – een mevrouw – een piano – een saxofoon – een vader – een vos – een vriend – een vriendin – een zeehond
Bedenk een mooie Franse naam voor de personen die je op de prenten ziet.
6
six
Un, deux, trois, c’est parti! Luister naar het verhaal.
sept
7
L3T1 Luister goed naar het lied. Doe het eerst zonder naar de tekst te kijken. Luister dan nog eens. Volg en zing mee met de tekst. Bonjour, les copains Bonjour, les cocos Bonjour, les enfants C’est moi, Cloclo
Bonjour, les copines Bonjour, les cocos Bonjour, les enfants C’est moi, Cloclo
Montez dans ma voiture On part à l’aventure Avec ma sœur Sandrine Et son copain Arthur
Montez dans ma voiture On part à l’aventure Avec le petit chien Qui s’appelle Copain
Un, deux, trois, c’est parti Tout le monde chante et rit Un, deux, trois, en voiture Pour la grande aventure
refrain (3x)
Un, deux, trois, c'est parti Fm
C
\ D &\ . . . . .
O. . . . .
D
Eb
Bb7
. . . . .# .
. . . . -
E ! E ! E ! & . . . . . . O. . . . . . . . . . . . . O. . . Fm
C
Bb/C
C
& . . . . . O, G7
& -#
Dm
Ab/C
Bb/C
O. . O. . ,
C
G7
Bb
Ab
huit
D
. . . . . O -# . . O . . O . . D
Trek een groene kring rond de woorden die je al kent en kunt uitspreken.
8
-#
!
Un, deux, trois, c’est parti! Heb je goed naar het verhaal en het lied geluisterd? Dan kun je Cloclo helpen. Hij wil zijn bakfiets gebruiken, maar kent de cijfers van zijn slot niet meer. Kleur eerst de vakjes met het juiste antwoord. Vul daarna de cijfers onderaan in. Zo ontcijfer je het slot van Cloclo’s bakfiets. 1 Hoe heet het meisje uit het verhaal?
1
Sardien
2 Wat is Arthur voor Sandrine?
1
een vriend
3 Welk huisdier heeft Sandrine?
1
een kat
2
Martine
3
Sandrine
2
een broer
3
een vader
2
een vogel
3
een hond
3
een reus
4 Met welke sprookjesfiguur vergelijken ze meneer Henri?
1
een tovenaar
2
een professor
5 Welke troetelnaam krijgt meneer Henri van zijn vrouw?
1
Sardien
6 Wat is Cloclo voor Sandrine?
1
een vriend
7 Welk vervoermiddel heeft Cloclo?
1
een fiets
2
Bolleke
3
Poepie
2
een broer
3
een vader
2
een auto
3
een bakfiets
8 Waarop lijkt het hoofd van meneer Henri?
1
een bezem
9 Welk instrument bespeelt Cloclo?
1
een fluit
10 Hoe heet de hond van Sandrine?
1
Cloclo
2 een binnenband
3 een spinnenweb
2
een drumstel
3
een gitaar
2
Copain
3
Henri
Vul hier de code van het cijferslot in:
neuf
9
L3T1 Vul je woordenschatkoffer aan. Plak de stickers op de juiste plaats.
Sandrine
Arthur
Cloclo
Copain
Monsieur Henri
un enfant
un garçon
une fille
un copain
une copine
l’enfant
le garçon
la fille
le copain
la copine
un chien
une voiture
grand
petit
le chien
la voiture
grande
petite
un, deux, trois
Heb je goed naar de dialoog en het portret geluisterd? Dan kun je ook de rest van de stickers plakken.
10
dix
une guitare
un piano
un saxophone
une auto
un papa
la guitare
le piano
le saxophone
l’auto
le papa
Un, deux, trois, c’est parti! Luister eerst een paar keer naar de dialoog ‘De verjaardag van Cloclo’. Vul dan het kruiswoordraadsel in. Horizontaal 1 Welk instrument bespeelt Cloclo? 2 Hoeveel zoenen krijgt Cloclo? 3 Wanneer krijgt Cloclo een tweede geschenk? Verticaal 1 Wanneer is Cloclo jarig? 2 Van wie krijgt Cloclo een muziekinstrument?
1
1
2
2 3 Als je de oplossingen juist hebt ingevuld, kun je met de letters uit de rode hokjes een vreugdekreet maken. Wat roepen we voor Cloclo? Luister nog eens naar de dialoog. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop, samen met een klasgenoot. Sandrine:
Bonjour, Cloclo.
Cloclo:
Bonjour, Sandrine.
Sandrine:
Tu vas bien?
Cloclo:
Oui, je vais bien. Merci.
Sandrine:
Et la musique?
Cloclo:
J’ai une nouvelle chanson.
Sandrine:
Une nouvelle chanson?
Cloclo:
Oui. Une belle, nouvelle chanson.
Sandrine:
Tu veux la chanter?
Cloclo:
Mais oui. Allez: un, deux, trois, c’est parti. onze
11
L3T1 Luister eerst een paar keer naar het portret van Cloclo. Maak dan de oefening hieronder. 1 Hoe oud zijn ze? Verbind.
Arthur Cloclo Copain Sandrine
18 jaar 9 jaar 3 jaar
2 Welke instrumenten bespelen ze? Verbind.
contrabas drumstel fluit gitaar
Alain Cloclo Françoise Jules
klarinet piano saxofoon tamtam
3 Wat vindt Cloclo van zijn vrienden? Verbind.
Sandrine Copain Arthur
is charmant. is erg gek. is sympathiek.
Luister nog eens naar het portret. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop. Schrijf de voornamen in het groen foutloos over. Vergeet de hoofdletter niet. Bonjour, je suis Cloclo. Je suis le grand frère de Sandrine. Moi, j’ai dix-huit ans. Ma sœur Sandrine a neuf ans. Le chien Copain a trois ans. Arthur, le copain de Sandrine, a neuf ans. 12
douze
Un, deux, trois, c’est parti! Luister eerst een paar keer naar het kortverhaal. Lees dan de woorden in het groen hieronder. Lukt het ook met de zinnen? Voici Sandrine. Sandrine est une fille. Elle s’appelle Sandrine Leroi. C’est un joli nom. Elle est la copine d’Arthur. Arthur est un garçon. Il s’appelle Arthur Bonbon. C’est un joli nom. Il est le copain de Sandrine. Sandrine a un chien. C’est un petit chien. Il s’appelle Copain.
Je kunt al Franse zinnen bouwen. Verbind de passende delen links en rechts. Lees dan zelf de zinnen.
Arthur Copain Henri Sandrine
est un chien. est un garçon. est un monsieur. est une fille. treize
13
L3T2
2
Tamtam et Tomtom Welke lichaamsdelen ken je al? Schrijf ze in het woordveld. Schrijf er ook ‘een’, ‘de’ of ‘het’ voor waar het past. De drie prenten rechts kunnen je helpen.
lichaamsdelen
Bekijk de stickers op het stickervel. Trek in je woordveld een kring rond de woorden die je in het Frans zult leren. Heb je alle oefeningen bij dit thema opgelost? Zoek dan in je woordveld twee woorden die je nog niet in het Frans kent. Schrijf het Nederlands links. Zoek dan met behulp van een online woordenboek het woord in het Frans en schrijf het ernaast.
14
quatorze
Tamtam et Tomtom Luister naar het verhaal.
quinze
15
L3T2 Luister goed naar het lied. Doe het eerst zonder naar de tekst te kijken. Luister dan nog eens. Volg en zing mee met de tekst. Monsieur Tomtom est un petit homme Un petit bonhomme marrant
Madame Tamtam est une petite femme Une petite dame charmante Madame Tamtam est une petite femme Une petite dame marrante
Il a trois tĂŞtes et trois chapeaux Il a trois ventres et trois dos Il a trois bouches et trois nez Six mains et six pieds Six oreilles et six yeux Et trois longues queues Oui, Monsieur Tomtom est un homme charmant Un petit bonhomme marrant
Elle a deux tĂŞtes et deux chapeaux Elle a deux ventres et deux dos Elle a deux bouches et deux nez Quatre mains et quatre pieds Quatre oreilles et quatre yeux et deux longues queues Oui, Madame Tamtam est une dame charmante Une petite dame marrante
Madame Tamtam est une petite femme Une petite dame charmante Monsieur Tomtom est un petit homme Un petit bonhomme marrant (3x) Tamtam et Tomtom
Monsieur Tomtom est un petit homme Un petit bonhomme charmant
F
\$ & O\
D E ! . . .
O
F
B
O
F
B
O
B
B
C
& O . . . . P. . . B
C
&O &
OE
O
A
O
O
C
B
G F
7
.
O
C
F
O
O
A
O
. . P. E . . "
B
.
.
.
G
C
B
.
O
F
D E ! . . . A
O
G
D E ! . . . . . O. . .
C
!
F
B
D E ! . . . . O. . . .
. . . . O. . .
C
B
. . . . .# . . . . . .
E ! &O. . . . . . . . . . . B
!
-#
7
F
B
O
F
B
. . . . P. . . 7
C
! .# . .
D
7
C
. . . D
In de strofes van het lied staan vier verschillende getallen in het Frans. Trek er een groene kring rond. 16
seize
Tamtam et Tomtom Heb je goed naar het verhaal en het lied geluisterd? Dan kun je zeker zeggen hoeveel Tamtam en Tomtom er hebben. Verbind elke prent met het juiste getal.
monsieur Tomtom
madame Tamtam
2
monsieur Tomtom
madame Tamtam
monsieur Tomtom
3
4
monsieur Tomtom
madame Tamtam
monsieur Tomtom
6
madame Tamtam
monsieur Tomtom
Wat weet je nog over hen? Trek een kring rond wat past. 1 Tomtom is een grote man – een grote vrouw – een kleine man – een kleine vrouw. 2 Tomtom heeft 2 – 3 – 4 – 6 staarten. Ze zijn kort – lang. 3 Tamtam en Tomtom zijn boos – charmant – onvriendelijk. dix-sept
17
L3T2 Vul je woordenschatkoffer aan. Plak de stickers op de juiste plaats. De woorden met
18
dix-huit
ken je al van vroeger.
un homme
un monsieur
une femme
une dame
un, deux, trois,
l’homme
le monsieur
la femme
la dame
quatre, cinq, six
une tête
un nez
une oreille
une bouche
une queue
la tête
le nez
l’oreille
la bouche
la queue
une main
un pied
un ventre
un dos
un chapeau
la main
le pied
le ventre
le dos
le chapeau
long
petit
un chien
une auto
une fille
longue
petite
le chien
l’auto
la fille
Tamtam et Tomtom Luister eerst een paar keer naar de dialoog ‘Een monster in de kamer’. Lees dan de vragen en zoek het antwoord in het Nederlands. Schrijf in elk hokje maar 1 letter.
S
1 Van welk lichaamsdeel heeft het monster er maar 1?
R
2 Welke kleur heeft het monster volgens Cloclo?
K
3 Waar bevindt het monster zich?
E
4 Van welk lichaamsdeel heeft het monster er 4?
5 Wat eet het monster?
W
6 Wie troost Sandrine? Heb je alles goed ingevuld? Dan lees je in de rode hokjes van onder naar boven de naam van het monster. Het monster heet
Luister nog eens naar de dialoog. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop, samen met een klasgenoot. Sandrine:
Tu as vu le monstre, Cloclo?
Cloclo:
Oui. Il est très sympathique.
Sandrine:
Il a quelle couleur?
Cloclo:
Ah, il est tout brun.
Sandrine:
Et il a combien de têtes? Deux? Trois?
Cloclo:
Non, il a une tête. Une tête, un nez, deux yeux et deux oreilles.
Sandrine:
Et combien de ventres? Quatre? Cinq? Six?
Cloclo:
Mais non, il a un ventre. Un ventre et un dos. dix-neuf
19
L3T2 Luister eerst een paar keer naar het portret van Bouleboule. Kleur dan alle vakjes die bij Bouleboule horen.
Bouleboule ... is heel groot. is niet groot. zijn dokter heet Martin.
heeft 2 heel grote buiken.
heeft 2 hoofden.
eet 10 taarten.
heeft 2 bruine ogen. drinkt 4 liter cola.
heeft 6 hoofden. eet heel veel koekjes.
heeft 4 bruine ogen.
draagt 4 hoeden.
heeft geen hoeden.
heeft rode oren.
heeft 6 enorme oren. heeft 2 grote neuzen.
heeft een wipneus.
draagt een pet.
Luister nog eens naar het portret. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop. Schrijf de woorden en zinnen in het groen foutloos over. Let op de hoofdletter. Bonjour. Je suis monsieur Bouleboule. Je suis un copain de Cloclo et de Sandrine. Je suis très grand. J’ai deux têtes. Sur mes têtes, je porte quatre chapeaux. Les chapeaux sont énormes. 20
vingt
Tamtam et Tomtom Luister eerst een paar keer naar het kortverhaal. Lees dan de woorden in het groen hieronder. Lukt het ook met de zinnen? Monsieur Tomtom a trois tĂŞtes. Il porte trois chapeaux. Il a trois nez et trois bouches. Il a trois dos et trois ventres. Il a trois queues. Les queues sont longues. Il a six oreilles et six yeux. Il a six mains et six pieds. Il aime madame Tamtam. ll donne beaucoup de bisous Ă madame Tamtam.
Neem je kleurpotloden en onderstreep in de tekst boven de prent ... ... de zin die zegt dat hij drie hoeden draagt. ... de zin die zegt dat hij drie staarten heeft. ... de zin die zegt dat hij veel zoenen geeft aan mevrouw Tamtam. ... de zin die zegt hoeveel neuzen en monden hij heeft. ... de zin die zegt hoeveel oren en ogen hij heeft.
groen geel blauw roze oranje
Ben je klaar met alle opdrachten? Maak dan de onderste oefening op p. 14. vingt-et-un
21
L3T3
3
Les belles demoiselles Schrijf in het woordveld zo veel mogelijk kleuren. De prenten rechts kunnen je helpen.
kleuren
Bekijk de bovenste prent. Waarmee hebben de drie juffrouwen hun hoeden versierd? Schrijf op wat je ziet.
versiering Bekijk de stickers op het stickervel. Trek in de woordvelden een kring rond de woorden die je in het Frans zult leren. Heb je alle oefeningen bij dit thema opgelost? Zoek dan in je woordveld twee woorden die je nog niet in het Frans kent. Schrijf het Nederlands links. Zoek dan met behulp van een online woordenboek het woord in het Frans en schrijf het ernaast.
22
vingt-deux
Les belles demoiselles Luister naar het verhaal.
vingt-trois
23
L3T3 Luister goed naar het lied. Doe het eerst zonder naar de tekst te kijken. Luister dan nog eens. Volg en zing mee met de tekst. Des plumes mauves et des plumes bleues C’est magnifique, c’est merveilleux
Sur le chapeau blanc de Marcinelle La belle, belle demoiselle Il y a de jolies fleurs de toutes les couleurs, de toutes les couleurs Des fleurs roses et des fleurs jaunes Des fleurs orange et des fleurs rouges Des fleurs mauves et des fleurs bleues C’est magnifique, c’est merveilleux
refrain (Mademoiselle Isabelle) (2x) Sur le chapeau noir de Fricadelle La belle, belle demoiselle Il y a de jolis fruits de toutes les couleurs, de toutes les couleurs Des fruits roses et des fruits jaunes Des fruits orange et des fruits rouges Des fruits mauves et des fruits bleus C’est magnifique, c’est merveilleux
Mademoiselle Marcinelle Est une belle demoiselle Avec une robe et un manteau Et sur la tête un grand chapeau (2x)
refrain (Mademoiselle Fricadelle) (2x) Sur le chapeau vert d’Isabelle La belle, belle demoiselle Mademoiselle Marcinelle, Il y a de jolies plumes de toutes les couleurs, Isabelle et Fricadelle de toutes les couleurs Portent une robe et un manteau Des plumes roses et des plumes jaunes Et sur la tête un grand chapeau belles demoiselles Des plumes orange et des plumesLes rouges (2x) &
O O O [\
&
OOO
O
D E ! D . . . . . . . . . . . B
Cm
O
G
Q
Cm D E !E ! E ! . . . . . .
m
F
m
Q
G
m
E ! E ! -# - . Q. . . . - Q. Q. . . . -#
B
m
Q
F
m
Q
m
. Q. . O -#
Am Am D E ! D E ! O D E ! P . # &OO . . . Q-# . Q. . P-# Q. P. . . P. QBm
&
OOO
&
OOO
Bm
Am
Bm
Am
E ! . . P. Q-# . Q. P. . -# -# - Q. . Q. . P. . . P. -#
-#
-
Dm
G
7
-
C
A
B
Em
D
C
F
C
. . . . -# Em
C
C
B
A
G
P. P. . . -# F
F
G
. . . . - . P. P. . . -#
- . . . . . - . P. . . -
7
G
C
C
C
7
O E ! &OO . O & O O -#
D
Bm
D
Q
- . - P. .
E ! F . Q. . . Q. . . F
F E
- . .# P.
D Q
Dm
!E ! # . -
7
G
E ! E ! E ! F O & O O - . . . . - . P. . . - . Q. . . Q. . . -# G
Trek een groene kring rond alle voornamen.
24
vingt-quatre
Les belles demoiselles Heb je goed naar het verhaal en het lied geluisterd? Dan weet je zeker hoe de hoed van elke juffrouw eruitziet. Kleur bij elke hoed de juiste vakjes.
Marcinelle
Isabelle
Fricadelle
blauwe pluimen
oranje bloemen
gele vruchten
roze bloemen
mooie bloemen
zwarte bloemen
blauwe pluimen
mooie vruchten
een grote hoed
paarse pluimen
een oranje hoed
witte pluimen
een kleine hoed
groene pluimen
een zwarte hoed
paarse vruchten
gele vruchten
witte bloemen vingt-cinq
25
L3T3 Vul je woordenschatkoffer aan. Plak de stickers op de juiste plaats.
26
un fruit
une fleur
une plume
un manteau
une robe
le fruit
la fleur
la plume
le manteau
la robe
des couleurs
blanc
bleu
jaune
mauve
les couleurs
blanche
bleue
jaune
mauve
noir
orange
rose
rouge
vert
noire
orange
rose
rouge
verte
une demoiselle
un chapeau
un nez
une tĂŞte
une main
la demoiselle
le chapeau
le nez
la tĂŞte
la main
vingt-six
Les belles demoiselles Luister eerst een paar keer naar de dialoog ‘Het carnavalsfeest’. Verbind dan elk woord links met het passende woord rechts.
idee
prins
prinses
Cloclo
Cloclo
Manon
vriendin
Sandrine
fluit
papa van Manon
bloem
mama van Manon
wit
roze
contrabas
hoed
zeven miljoen
zoenen cd’s
Luister nog eens naar de dialoog. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop, samen met een klasgenoot. Sandrine:
Bonjour, Cloclo.
Cloclo:
Bonjour, Sandrine. Mais qu’est-ce que tu as sur la tête?
Sandrine:
C’est un chapeau.
Cloclo:
Oui, je vois. Mais c’est un chapeau de princesse.
Un grand chapeau blanc avec des fleurs roses et bleues. Que c’est beau.
Sandrine:
Oui, je suis la princesse Sandrine.
Cloclo:
Oh là là! Eh bien, bonjour princesse Sandrine. Moi, je suis le prince Cloclo.
Sandrine:
Je vais à une fête. Une fête de carnaval.
Cloclo:
Et c’est où, cette fête de carnaval?
Sandrine:
Chez ma copine Manon. Dans son garage. vingt-sept
27
L3T3 Luister eerst een paar keer naar het portret van Mirabelle. Geef de woorden die bij Mirabelle passen de juiste kleur. De woorden die niet bij Mirabelle passen, mag je doorstrepen. 1 Op het hoofd van Mirabelle
grote bloemen
hoed
sjaal
pet
kleine bloemen
pluimen
haar
ogen
tomaten
abrikozen
bananen
jurk
ananas
kiwi’s
sinaasappels
bloemen
laarzen
pluimen
bloemen
mantel
schoenen
2 Het kleed van Mirabelle
3 Mirabelle draagt ook nog ...
Luister nog eens naar het portret. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop. Schrijf de woorden in het groen foutloos over. Bonjour, Cloclo. Je suis mademoiselle Mirabelle. J’ai les cheveux blonds et les yeux bleus. Je porte un chapeau sur ma tête. C’est un grand chapeau jaune. Sur mon chapeau, il y a trois plumes. Les plumes sont rouges. Les plumes sont très grandes. Sur mon chapeau, il y a aussi quatre fleurs. Il y a deux petites fleurs bleues et deux grandes fleurs roses.
28
vingt-huit
Les belles demoiselles Luister eerst een paar keer naar het kortverhaal. Lees dan de woorden in het groen hieronder. Lukt het ook met de zinnen? Nous sommes dans l’atelier de maman. Cloclo voit le dessin d’Arthur. Arthur a dessiné les trois demoiselles. Il y a des fleurs sur le chapeau blanc. Il y a des plumes sur le chapeau vert. Il y a des fruits sur le chapeau noir. Cloclo aime les fleurs roses et oranges. Sandrine aime les plumes rouges et jaunes. Arthur aime les fruits mauves et bleus. Cloclo prend sa guitare. Sandrine, Cloclo et Arthur chantent. Ils chantent une belle chanson.
Zijn de zinnen juist of fout? Zoek het op in de tekst. Kleur het juiste hokje.
1
We zijn in het atelier van papa.
JUIST
FOUT
2
De tekening is van Arthur.
JUIST
FOUT
3
Er staan vruchten op de zwarte hoed.
JUIST
FOUT
4
Arthur neemt zijn gitaar.
JUIST
FOUT
5
Papa en mama zingen een mooi lied.
JUIST
FOUT
Ben je klaar met alle opdrachten? Maak dan de onderste oefening op p. 22. vingt-neuf
29
L3T4
Le saté de fruits
4
Je maakt fruitsalade, lekker en gezond! Welke vruchten ken je allemaal? Schrijf ze in het woordveld. Schrijf er ook ‘een’, ‘de’ of ‘het’ voor waar het past.
fruit
Bekijk de stickers op het stickervel. Trek in je woordveld een kring rond de woorden die je in het Frans zult leren. Heb je alle oefeningen bij dit thema opgelost? Zoek dan in je woordveld drie woorden die je nog niet in het Frans kent. Schrijf het Nederlands links. Zoek dan met behulp van een online woordenboek het woord in het Frans en schrijf het ernaast.
30
trente
Le satĂŠ de fruits Luister naar het verhaal.
trente-et-un
31
L3T4 Luister goed naar het lied. Doe het eerst zonder naar de tekst te kijken. Luister dan nog eens. Volg en zing mee met de tekst. Je vais préparer le plus grand saté du monde Un saté dessert, oui, oui, oui Je vais préparer le plus grand saté du monde Un saté dessert, un grand saté de fruits
Je pique une pomme (…) et un citron Je pique une poire (…) et un melon
Je pique une banane, que c’est bon, que c’est bon Je pique une banane, une banane et un citron Je pique une orange, que c’est bon, que c’est bon Je pique une orange, une orange et un melon
Et tout en haut, je pique des noix de coco (2x)
refrain Je pique une pêche (…) et un citron Je pique un abricot (…) et un melon
Il est terminé, le plus grand saté du monde Un saté dessert, oui, oui, oui Il est terminé, le plus grand saté du monde Un saté dessert, un grand saté de fruits Maintenant, je vais manger le plus grand saté du monde Mon saté dessert, oui, oui, oui Maintenant, je vais manger le plus grand saté du monde Mon saté dessert, mon grand saté de fruits
Et maintenant, oh là là, je pique un ananas (2x) refrain
Le saté de fruits C
Fm
C
A
D E ! D . . . . . . . . . . . .
\ &\
Fm
C
C
& . . . . . . . . . . .
D
A
O
B
B
O
O. . . . . A
O
O
D B
. . .
O
C
G
G
O
A B C
E ! O. . . . . . . . . . Fm
G
O
O
-#
E ! . D Z\
Z D E ! \ E ! \ &\ O . . . . . . . . . . . . . . . . . . Fm
G
Fm
G
Fm
G
G
G
E E & O . . . . . .! . . . . . . O . . . . .! . . . . . . D
& O. . . . . & . 32
trente-deux
.
G
G
G
E ! E ! . . . . . . . . . . . . . . . . . .
.
.
L3T1 L3T2
L3T4
L3T6
L3T3
L3T5
L3T7
Le saté de fruits Zoek in het lied Franse woorden die je uit het Nederlands kunt herkennen. Probeer er minstens vijf te vinden. Trek er een groene kring rond. Heb je goed naar het verhaal en het lied geluisterd? Dan herken je zeker welke vruchten Sandrine en Arthur op hun spies prikken. Kleur de passende kaartjes. Tip: het zijn er tien! De eerste letter van elk woord staat in het groen.
une
MOPME une
LPEMU une
CHÊPE une
EROIP LOLCCO
un
un
NTORIC
NASANA une
ABNANE
A R U H RT
un
GORANE
de OCCO un
PAICON DEANSIRN
PNOIA une
ELMNO une XION
un
une
EURF L un
ATOBIRC une
IURATGE
Weet je ook welke acht andere Franse woorden of voornamen in de kaartjes verstopt zitten? Twijfel je? Zoek ze op in je woordenschatkoffer van de vorige thema’s. trente-trois
33
L3T4 Vul je woordenschatkoffer aan. Plak de stickers op de juiste plaats.
un abricot
un ananas
un citron
un melon
une banane
l’abricot
l’ananas
le citron
le melon
la banane
une noix de coco
une pêche
une pomme
une poire
une orange
la noix de coco
la pêche
la pomme
la poire
l’orange
un dessert
un saté
un fruit
un copain
une copine
Plak hier de rode vrucht met het groene blaadje.
34
le dessert
le saté
le fruit
le copain
la copine
grand
petit
jaune
rouge
vert
grande
petite
jaune
rouge
verte
trente-quatre
Le saté de fruits Luister eerst een paar keer naar de dialoog ‘Een gezonde fruitsalade’. Heb je goed geluisterd? Dan kun je zeker alle vragen beantwoorden. 1 Verbind.
abrikozen ananas
Dit gebruikt Sandrine WEL ...
appels
mandarijntjes meloen peren
bananen
perziken
citroenen
sinaasappelen
kiwi’s kokosnoot
Dit gebruikt Sandrine NIET ...
suiker tomaten
2 Trek een kring rond wat past. Sandrine gebruikt 2 – 3 – 4 – 5 kiwi’s in de fruitsalade. Ze geeft Cloclo een lepel – een mes – een vork. Luister nog eens naar de dialoog. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop, samen met een klasgenoot. Sandrine:
Je mets deux grandes bananes dans ma salade.
Cloclo:
Des bananes bleues? Ou des bananes rouges?
Sandrine:
Mais non. Des bananes jaunes. Et puis, des citrons.
Cloclo:
Des citrons? Oh là là, ça pique, les citrons.
Sandrine:
Oui, ça pique, mais c’est bon. Et je mets aussi des oranges.
Cloclo:
Des oranges noires?
Sandrine:
Les oranges sont toujours orange, Cloclo. trente-cinq
35
L3T4 Luister eerst een paar keer naar het portret van dokter Vitamine. Trek dan een kring rond wat past. Dag kinderen, ik heet Jean-Marie – Jean-Pierre Vitamine. Ik ben de dokter van Cloclo – meneer Henri. Ik eet elke dag – elke week fruit. ’s Ochtends eet ik een croissant met confituur – met choco. Ik drink ook een kopje koffie – thee met een beetje melk – schijfje citroen. ’s Middags eet ik graag fruit als dessert: een groene – rode appel, een grote – kleine peer, twee – drie kiwi’s en drie – vier mandarijnen. ’s Avonds eet ik nog wat fruit. Maar geen ananas – perzik en ook geen abrikoos – kokosnoot. Luister nog eens naar het portret. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop. Schrijf de woorden in het groen foutloos over. Le matin, au petit déjeuner, je mange un croissant. Sur le croissant, je mets de la confiture. C’est de la confiture d’oranges. Je bois aussi du thé. Dans mon thé, je mets du citron. Il y a beaucoup de vitamines dans le citron. À midi, au déjeuner, je mange des fruits. Les fruits sont mon dessert. Je mange une pomme verte. Je mange aussi une grande poire. Je mange deux kiwis et trois mandarines.
36
trente-six
Le saté de fruits Luister eerst een paar keer naar het kortverhaal. Lees dan de woorden in het groen hieronder. Lukt het ook met de zinnen? Sandrine et Arthur font un saté de fruits. C’est un très grand saté de fruits. Sandrine prend une banane et un citron. La banane et le citron sont jaunes. Arthur prend une orange et un melon. L’orange et le melon sont ronds. Sandrine pique une pêche sur le saté. Arthur pique un abricot sur le saté. Moi, je veux un ananas, dit Sandrine. Et moi, je veux une noix de coco, dit Arthur. C’est très bon, un saté de fruits. Oui, c’est un bon dessert.
Welk woord past in de zin? Kies uit en schrijf foutloos over. un citron – jaune – un kiwi – une pomme Sandrine mange
rouge.
Arthur mange une banane Cloclo mange Papa mange
. vert. qui pique.
Ben je klaar met alle opdrachten? Maak dan de onderste oefening op p. 30. trente-sept
37
L3T5
5
La ferme musicale Vul het woordveld aan. Schrijf minstens vijf woorden in elke kolom.
dieren
instrumenten
Bekijk de stickers op het stickervel. Trek in je woordveld een kring rond de woorden die je in het Frans zult leren. Heb je alle oefeningen bij dit thema opgelost? Zoek dan in je woordveld drie woorden die je nog niet in het Frans kent. Schrijf het Nederlands links. Zoek dan met behulp van een online woordenboek het woord in het Frans en schrijf het ernaast.
38
trente-huit
La ferme musicale Luister naar het verhaal.
trente-neuf
39
L3T5 Luister naar het lied. Doe het eerst zonder naar de tekst te kijken. Luister dan nog eens. Volg en zing mee met de tekst. Les animaux
Le canard joue de la guitare
de la ferme de Constant
Le mouton de l’accordéon
jouent de la musique
La poule joue du saxophone
sur un instrument
Et le coq du trombone
C’est une ferme fantastique
Le chat joue du piano
avec de la belle musique Tout le monde chante et rit,
Les animaux
do, ré, mi, fa, sol, la, si
de la ferme de Constant jouent de la musique
Le cochon joue du violon
sur un instrument
Et la vache de la contrebasse
C’est une ferme fantastique
Le cheval joue de la clarinette
avec de la belle musique
Et la chèvre de la trompette
Tout le monde chante et rit,
L’âne joue de la batterie
do, ré, mi, fa, sol, la, si
La ferme musicale
refrain
7b5
C
\ &\
. - . . Am
& &
. . .
7
G
D
Dm
D
C
C
. . Q- . . .
. . . . O.
7
A . . . D E ! O. . . . P. O. .
. . . . . D
7
&
7
F
& O.
F
D
. . O. . . . . . . D
.
E
.
!
. .
E
C
O. . . O.
!
. . . . .
A
7
E ! . - D . . . . . O . . . . . . . .
C
7b5 Bm
B
D
F
D
D
C
O. . . D
D
. . O. P.
. . O. P. 7
G
-
Trek een groene kring rond de namen van de dieren. Trek een zwarte kring rond de namen van de muziekinstrumenten. 40
quarante
La ferme musicale Heb je goed naar het verhaal en het lied geluisterd? Dan kun je dit zeker oplossen. Welk instrument spelen de dieren op de muzikale boerderij? Verbind.
Twijfel je? Bekijk dan nog eens de prenten op p. 39 en het lied op p. 40.
quarante-et-un
41
L3T5 Vul je woordenschatkoffer aan. Plak de stickers op de juiste plaats.
des animaux
un âne
un canard
un cheval
un cochon
un coq
les animaux
l’âne
le canard
le cheval
le cochon
le coq
un chat
un mouton
une chèvre
une poule
une vache
une ferme
le chat
le mouton
la chèvre
la poule
la vache
la ferme
un instrument un accordéon
un piano
un saxophone un trombone
le piano
le saxophone le trombone
Plak hier de harp.
la musique
un violon
le violon 42
quarante-deux
l’instrument
l’accordéon
une une batterie une clarinette contrebasse une trompette une guitare
la batterie
la clarinette la contrebasse la trompette
la guitare
La ferme musicale Luister eerst een paar keer naar de dialoog ‘De droom van Sandrine’. Trek een kring rond wat past. 1 Het orkest staat in het circus – op de boerderij. 2 In het orkest spelen vier – vijf – zes muzikanten. 3 De hond – kat – koe speelt accordeon. 4 Het paard speelt op een drum – fluit – viool. 5 De giraf – kangoeroe – krokodil speelt contrabas. 6 De aap speelt drums, djembé en tamtam – trompet – trombone. 7 Bobo – Cloclo – Sandrine is de leider van het orkest. 8 Sandrine danst – speelt – zingt.
Luister nog eens naar de dialoog. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop, samen met een klasgenoot. Cloclo:
Il y a six musiciens dans mon orchestre. Il y a un chien qui joue de l’accordéon.
Sandrine:
Et un chat?
Cloclo:
Non, il n’y a pas de chat. Il y a une girafe qui joue du saxophone.
Sandrine:
Et une vache?
Cloclo:
Non, il n’y a pas de vache. Il y a un cheval qui joue de la flute.
Sandrine:
Un cheval qui joue de la flute? C’est drôle.
Cloclo:
Il y a aussi un crocodile. Il joue de la contrebasse.
Sandrine:
Et qui joue du saxophone?
Cloclo:
Le saxophone? Eh bien. C’est le kangourou. quarante-trois
43
L3T5 Luister eerst een paar keer naar het portret van boer Constant. Verbind dan wat bij elkaar past. Er is telkens maar 1 juist antwoord.
gezin van boer Constant gezin van boer Constant paard van boer Constant boer Constant speelt Marianne speelt Eline speelt André speelt
dochter Marianne dochter Eline zoon Henri zoon André zoon Cloclo bruin wit zwart accordeon klarinet fluit trompet viool klarinet contrabas saxofoon
Luister nog eens naar het portret. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop. Schrijf de woorden in het groen foutloos over. J’ai beaucoup d’animaux. J’ai un cheval brun et deux vaches noires. J’ai trois cochons roses et un âne gris. J’ai cinq chèvres blanches et six moutons blancs. J’ai sept petites poules grises et un grand coq noir. J’ai huit canards jaunes. J’ai un chat gris qui fait miaou et un chien brun qui fait ouaf, ouaf!
44
quarante-quatre
La ferme musicale Luister eerst een paar keer naar het kortverhaal. Lees dan de woorden in het groen hieronder. Lukt het ook met de zinnen? Il y a beaucoup d’animaux à la ferme. Les animaux jouent de la musique. La vache joue de la contrebasse. Le cheval joue de la clarinette. La chèvre joue de la trompette. L’âne joue de la batterie. C’est de la belle musique. Sandrine aime la musique. Cloclo chante. Arthur rit. Copain est content.
Bouw een goede Franse zin. Let op de hoofdletter en het leesteken en schrijf de woorden foutloos over. Je vindt de juiste zin ook in het kortverhaal. content. / Copain / est
de la clarinette. / joue / Le cheval
de la musique. / jouent / Les animaux
Ben je klaar met alle opdrachten? Maak dan de onderste oefening op p. 38. quarante-cinq
45
L3T6
6
Le dragon livier Er staat een huis in brand! Wat kan er volgens jou allemaal in vlammen opgaan? Schrijf het in het woordveld.
Bekijk de stickers op het stickervel. Trek in je woordveld een kring rond de woorden die je in het Frans zult leren. Heb je alle oefeningen bij dit thema opgelost? Zoek dan in je woordveld vier woorden die je nog niet in het Frans kent. Schrijf het Nederlands links. Zoek dan met behulp van een online woordenboek het woord in het Frans en schrijf het ernaast.
46
quarante-six
Le dragon livier Luister naar het verhaal.
quarante-sept
47
L3T6 Luister goed naar het lied. Doe het eerst zonder naar de tekst te kijken. Luister dan nog eens. Volg en zing mee met de tekst. Le dragon Olivier a un très grand nez Qui fait pouet - pouet comme une trompette Le dragon Olivier a un très grand nez Qui fait whon - whon comme un klaxon Mais c’est un nez dangereux Un nez très dangereux Qui crache, qui crache, qui crache du feu Qui crache, qui crache, qui crache du feu
Le salon est brulé, la cuisine est brulée Les murs sont noirs, les plafonds sont noirs Le garage est brulé, la chambre est brulée Toute la maison, toute la maison est noire refrain
Quand il fait “atchoum” avec son grand nez Le gros dragon Olivier La radio est brulée, la télé est brulée Quand il fait “atchoum” avec son grand nez Le lit est noir, le tapis est noir On voit des flammes et de la fumée Les tables sont brulées, Alors tout est noir, tout est brulé les chaises sont brulées Dans la maison du gros dragon Toute la maison, Le dragon Olivier Dans la maison du gros dragon toute la maison est noire
\$ E ! ! & \ . . . . . . . . . . .# . . . .# ! . . . . . . G7
C7
E E ! & . . . . . . . . . . . .! . . . # ! . . . . . . . . . . G7
& , Eb7
E ! . . . -
,
D & . . . . O . -# D7
E ! & Q. . . -
. . . D7
. . . .
D
E ! $ . . . . . Q. . . D7
Eb7
Q. . . . . ,
. .
Eb7
D -# . Q . . . . . O . -#
Eb7
& . . . . -
. .
E
.
!
E ! . -
-# . .
D7
Q. . . . . , D7
.
.
Q,
Zoek in het lied Franse woorden die je uit het Nederlands kunt herkennen. Probeer er minstens vijf te vinden. Trek er een groene kring rond. 48
quarante-huit
Le dragon livier Heb je goed naar het spannende verhaal geluisterd? Dan kun je zeker alle vragen beantwoorden. 1 Wie is wie in het verhaal? Verbind.
Arthur Cloclo livier Sandrine
de draak de held die de draak verslaat de knecht van de koning de koning
2 Wat weet je over de draak? Vul in. a Wat spuwt de draak? b Wat komt er uit die grote neus?
en
c Hoe zien alle meubels en kamers eruit als de draak gespuwd heeft?
en
d Hoeveel koppen en nekken heeft de draak plots? e Wat gebeurt er met de nekken van de draak als Sandrine en Arthur heen en weer lopen? f Gelukkig was het hele verhaal maar een
!
Luister nog eens naar het lied en kleur de dingen die in brand staan geel.
Cloclo le nez le lit
la fille le piano les murs
la robe
le chat
le salon
le tapis
les plafonds
les tables
le garage les chaises Sandrine quarante-neuf
49
L3T6 Vul je woordenschatkoffer aan. Plak de stickers op de juiste plaats.
50
une maison
un garage
une cuisine
un salon
une chambre
la maison
le garage
la cuisine
le salon
la chambre
un mur
un plafond
une table
un tapis
un lit
le mur
le plafond
la table
le tapis
le lit
une cheminée
une chaise
une radio
une télé
un klaxon
la cheminée
la chaise
la radio
la télé
le klaxon
un dragon
un nez
des flammes
le dragon
le nez
les flammes
du feu
de la fumée
cinquante
Le dragon livier Luister eerst een paar keer naar de dialoog ‘Een kamer voor Sandrine’. Kleur het vakje dat past bij de prent.
vierkant rond rechthoekig salon kamer keuken
2 stoelen 3 stoelen 4 stoelen groot oud klein
klein geel oud
papa Arthur Sandrine
komt morgen komt over 2 dagen komt over 4 dagen
Sandrine papa Arthur
Luister nog eens naar de dialoog. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop, samen met een klasgenoot. Cloclo:
Allô, allô? C’est Sandrine?
Sandrine:
Oui, c’est moi. Tu vas bien, Cloclo?
Cloclo:
Oui, je vais bien. Merci. Et toi?
Sandrine:
Très, très bien. Tu sais, Cloclo, j’ai une nouvelle chambre.
Cloclo:
Une nouvelle chambre? Super.
Sandrine:
Oui, tous les meubles sont nouveaux.
Cloclo:
Tu as un nouveau lit?
Sandrine:
Oui, un grand, nouveau lit. cinquante-et-un
51
L3T6 Luister eerst een paar keer naar het portret van draak Picasso. Schrijf de voorwerpen onder de juiste kleur. Kies uit: het bed – de gitaar – de lampen – de muren – de piano – de pc – de radio – de saxofoon – vier stoelen – een tafel – het tapijt – de zoldering
Luister nog eens naar het portret. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop. Schrijf daarna de zinnen in het groen foutloos over. Denk aan hoofdletters en leestekens. Bonjour, je suis le dragon Picasso. J’ai trois têtes. J’ai trois très grands nez. J’ai un nez rose, un nez bleu et un nez jaune. Je ne suis pas dangereux. Je ne crache pas de feu. Je crache des couleurs. De belles, belles couleurs.
52
cinquante-deux
Le dragon livier Luister eerst een paar keer naar het kortverhaal. Lees dan de woorden in het groen hieronder. Lukt het ook met de zinnen? Voilà Sandrine. Elle demande: Qu’est-ce qu’il y a, monsieur le roi? Le roi raconte pourquoi il a peur. Il dit: Ce dragon est dangereux. Quand le dragon fait atchoum, tout est noir. Le salon et la cuisine sont brulés. Les murs et le plafond sont noirs. Le garage et la chambre sont brulés. Toute ma maison est noire, dit le roi. Sandrine écoute bien. Elle a un plan. Elle va battre le dragon. Sandrine est très courageuse. Le roi est très curieux.
Bouw goede Franse zinnen. Zeg ze eerst en schrijf ze daarna op. Let op de hoofdletter en het leesteken en schrijf de woorden foutloos over. De tafel is zwart.
est / La table / noire.
De stoel is blauw.
bleue. / est / La chaise
Het bed is roze.
est / Le lit / rose.
Ben je klaar met alle opdrachten? Maak dan de onderste oefening op p. 46. cinquante-trois
53
L3T7
7
Vive les vacances! Welke voorwerpen en meubelen vind je in de klas? Schrijf ze in het woordveld. Schrijf er ook ‘een’, ‘de’ of ‘het’ voor waar het past.
voorwerpen en meubelen
Bekijk de stickers op het stickervel. Trek in je woordveld een kring rond de woorden die je in het Frans zult leren. Heb je alle oefeningen bij dit thema opgelost? Zoek dan in je woordveld vier woorden die je nog niet in het Frans kent. Schrijf het Nederlands links. Zoek dan met behulp van een online woordenboek het woord in het Frans en schrijf het ernaast.
54
cinquante-quatre
Vive les vacances! Luister naar het verhaal.
cinquante-cinq
55
L3T7 Luister naar het lied. Doe het eerst zonder naar de tekst te kijken. Luister dan nog eens. Volg en zing mee met de tekst. Elle est finie, l’école L’école est terminée Elle est finie, l’école Nous allons jouer Tous les enfants chantent Tous les enfants crient Tous les enfants dansent Vive les vacances! (2x)
refrain Au revoir, madame l’institutrice Au revoir, madame la directrice Au revoir, monsieur l’instituteur Au revoir, monsieur le directeur (2x) Elle est finie, l’école L’école est terminée Elle est finie, l’école Nous allons jouer (2x)
Au revoir, les livres et les cahiers Au revoir, les crayons et les PC Au revoir, les bancs et les bureaux Au revoir, les chaises et les tableauxVive les vacances (2x) C
O
7
D E ! E !E ! E ! E ! . . . . . . -# . O . O . . . . . . -# .
\ &\
E !E ! & . . . . . C
Am
& . . . E
O
7 M
& O. . . E
A
O
7 M
O
O
G
E !E ! O. . . . . ,
E !E ! D . . . . . -# F
D
7 M
& O. . . O
7 M
O
7 M
O
7 M
F
E !E ! D # . . . . . 7
G
.# .
E ! . -
-#
E ! O.
! E !E ! E !E ! E !E ! E !E ! E ! . . . O . .# . . . . . . O. . . . ! E !E ! E !E ! E !E ! E !E ! E ! . . . O . .# . . . . . . O. . . . D
& O. . . E
E !E ! D . . -#
A
G
D
O
7 M
! E !E ! E !E ! E !E ! E !E ! E ! . . . O . .# . . . . . . O. . . . 7
E !E ! E !E ! E ! E !E ! E !E ! . . . . . & O. . . . . . . . . O. . E
G
De kinderen in het lied nemen afscheid van vier mensen. Trek een blauwe kring rond de groep woorden als ze afscheid nemen van een man. Trek een rode kring rond de groep woorden als ze afscheid nemen van een vrouw. 56
cinquante-six
Vive les vacances! Heb je goed naar het verhaal en het lied geluisterd? Dan weet je zeker ook van welke voorwerpen en meubelen Arthur, Sandrine en hun klasgenoten afscheid nemen. Verbind.
Au revoir, les bancs. Au revoir, les bureaux. Au revoir, les cahiers. Au revoir, les chaises. Au revoir, les crayons. Au revoir, les livres. Au revoir, les PC. Au revoir, les tableaux.
Tot ziens, banken. Tot ziens, boeken. Tot ziens, borden. Tot ziens, bureaus. Tot ziens, pc’s. Tot ziens, potloden. Tot ziens, schriften. Tot ziens, stoelen.
Hoe eindigt de laatste schooldag voor Arthur, Sandrine en hun klasgenoten? Omkring wat past. ’s Namiddags is het opruimtijd – tijd om te feesten. Sandrine heeft Cloclo – meneer Henri uitgenodigd om te komen zingen. Ook Copain – meneer Henri neuriet mee, net buiten het hek van de school.
! R I O V AU RE
VIV E LES VACANCES! cinquante-sept
57
L3T7 Vul je woordenschatkoffer aan. Plak de stickers op de juiste plaats.
58
un instituteur
une institutrice
un directeur
une directrice
une école
l’instituteur
l’institutrice
le directeur
la directrice
l’école
un banc
un bureau
un cahier
un crayon
un livre
le banc
le bureau
le cahier
le crayon
le livre
un PC
un tableau
une chaise
une radio
une télé
le PC
le tableau
la chaise
la radio
la télé
une table
blanc
bleu
noir
orange
la table
blanche
bleue
noire
orange
cinquante-huit
Vive les vacances! Luister eerst een paar keer naar de dialoog ‘De kamer opruimen’. Los het kruiswoordraadsel op. Horizontaal 1 Zij heeft gevraagd om de kamer op te ruimen. 2 Ze liggen op het bureau van Sandrine, maar ze zijn van Arthur. 3 Sandrine heeft er veel van en legt ze op orde. 4 Je kunt erop zitten. Copain loopt hem omver. Verticaal 1 Het spel dat Sandrine met Arthur speelt. 2 Een toestel waar muziek uit komt. 3 Het geeft licht. Copain gooit het omver. 4 Het tennis begint om ... uur. 5 Ze zijn groen en ze worden ook omgegooid door Copain. 6 Hij helpt Sandrine opruimen. 7 Cloclo legt ze naast de pc.
1
3 1 2
3
2
5
7 6
4
4 Luister nog eens naar de dialoog. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop, samen met een klasgenoot. Cloclo:
Oh là là. Tu as beaucoup de livres!
Sandrine:
Oui, et beaucoup de cahiers.
Cloclo:
Je mets tes livres où?
Sandrine:
Sur mon bureau.
Cloclo:
À côté de ton PC?
Sandrine:
Oui, à côté de mon PC.
Cloclo:
Mais, il y a des crayons sur ton bureau.
Sandrine:
Ce sont des crayons de couleur. cinquante-neuf
59
L3T7 Luister eerst een paar keer naar het portret van madame Patricia. Ze vertelt over haar klas en haar school. Schrijf de voornamen op de juiste plaats. Kies uit: Arthur – Jean – Katia – Patricia – Patrique – Paul 1 Enkele rijen in haar klas
RIJ 2 Sandrine
RIJ 1
2 Enkele volwassenen op school
juf
meester
de directeur
In haar klas is veel te zien. Vul het aantal in.
boeken
schriften
pc’s
radio
televisie
planten
Luister nog eens naar het portret. Lees dan het deel hieronder. Het mag ook hardop. Schrijf de woorden in het groen foutloos over. Dans le banc de mes élèves, il y a quatre livres et cinq cahiers. Sur mon bureau, il y a une boite avec des crayons et des gommes. Il y a une table avec trois PC contre le mur bleu. Contre le mur rose, il y a une table avec une radio et une télé. Devant la fenêtre, il y a quatre plantes. Ce sont des plantes avec des fleurs jaunes et des fleurs mauves.
60
soixante
Vive les vacances! Luister eerst een paar keer naar het kortverhaal. Lees dan de woorden in het groen hieronder. Lukt het ook met de zinnen? Tous les enfants sont dans la cour. Voilà Cloclo avec son triporteur. Les garçons et les filles rient. Ils vont faire la fête. Cloclo dit: Bonjour, monsieur le directeur. La directrice dit: Bonjour, Cloclo. Cloclo prend sa guitare. Il chante une chanson dans le micro. Les instituteurs dansent avec les institutrices. Les enfants tapent dans les mains. Cloclo chante dix chansons. Tout le monde chante et danse. Monsieur Henri est derrière le mur. Il chante doucement. Soudain il crie très fort: Vive les vacances!
Blader door al jouw woordenschatkoffers. Kies acht Franse woorden uit die je leuk vindt. Schrijf ze zonder fouten over. Je kunt daarna aan een klasgenoot vragen om na te kijken.
Ben je klaar met alle opdrachten? Maak dan de onderste oefening op p. 54. soixante-et-un
61
h là là !
plossingen L3T1 Un, deux, trois, c’est parti! p. 6 Woorden een auto, een bakfiets, een gitaar, een hond, een jongen, een meisje, een meneer, een mevrouw, een vriend, een vriendin p. 9 Verhaal en lied KLEUR Sandrine – een vriend – een hond – een tovenaar – Poepie – een broer – een bakfiets – een binnenband – een gitaar – Copain / CODE 3-1-3-1-3-2-3-2-3-2 p. 11 Dialoog Horizontaal: 1 gitaar, 2 achttien, 3 morgen / Verticaal: 1 vandaag, 2 vader --> HOERA p. 12 Portret 1 Arthur – 9 jaar, Cloclo – 18 jaar, Copain – 3 jaar, Sandrine – 9 jaar / 2 Alain – drumstel, tamtam, Cloclo – gitaar, piano, saxofoon, Françoise – fluit, klarinet, Jules – contrabas / 3 Sandrine is sympathiek, Copain is erg gek, Arthur is charmant. / Cloclo / Sandrine / Copain / Arthur p. 13 Kortverhaal Arthur est un garçon. / Copain est un chien. / Henri est un monsieur. / Sandrine est une fille. L3T2 Tamtam et Tomtom p. 16 Lied deux, quatre, trois, six p. 17 Verhaal en lied madame Tamtam: 4 handen, 2 hoeden, 2 ruggen, 2 staarten / monsieur Tomtom: 3 hoofden, 3 neuzen, 6 oren, 6 voeten, 3 monden, 3 buiken / een kleine man, 3, lang, charmant p. 19 Dialoog 1 neus, 2 bruin, 3 kamer, 4 poten, 5 worsten, 6 Cloclo. Het ‘monster’ heet Copain. p. 20 Portret Gekleurde vakken: Bouleboule is heel groot, heeft 2 heel grote buiken, draagt 4 hoeden, heeft 4 bruine ogen, zijn dokter heet Martin, heeft 2 hoofden, eet 10 taarten, drinkt 4 liter cola, heeft 6 enorme oren, heeft 2 grote neuzen. / Bonjour. / un copain / quatre chapeaux p. 21 Kortverhaal groen: Il porte trois chapeaux. / geel: Il a trois queues. / blauw: ll donne beaucoup de bisous à madame Tamtam. / roze: Il a trois nez et trois bouches. / oranje: Il a six oreilles et six yeux. L3T3 Les belles demoiselles p. 24 Lied Marcinelle, Isabelle, Fricadelle p. 25 Verhaal en lied Marcinelle: mooie bloemen, oranje bloemen, roze bloemen / Isabelle: blauwe pluimen, een grote hoed, paarse pluimen / Fricadelle: een zwarte hoed, gele vruchten, paarse vruchten p. 27 Dialoog idee – Cloclo, prinses – Sandrine, Cloclo – prins, vriendin – Manon, fluit – mama van Manon, bloem – roze, wit – hoed, contrabas – papa van Manon, zeven – cd’s, miljoen – zoenen p. 28 Portret 1 KLEUR grote bloemen (roze), haar (blond/geel), hoed (geel), kleine bloemen (blauw), ogen (blauw), pluimen (rood) – STREEP DOOR pet, sjaal, tomaten / 2 KLEUR abrikozen (roze), bananen (geel), kiwi’s (groen), jurk (zwart), sinaasappels (oranje) – STREEP DOOR ananas / 3 KLEUR bloemen (roze), bloemen (blauw), laarzen (wit), mantel (paars) – STREEP DOOR pluimen, schoenen / un chapeau / jaune / trois plumes / deux p. 29 Kortverhaal 1 fout, 2 juist, 3 juist, 4 fout, 5 fout L3T4 Le saté de fruits p. 33 Lied saté, dessert, fruits, banane, citron, melon, ananas, abricot p. 33 Verhaal en lied KLEUR une pomme, un ananas, un citron, une banane, un melon, une orange, une pêche, une noix de coco, une poire, un abricot ANDERE WOORDEN un piano, une plume, Arthur, une fleur, un copain, Cloclo, Sandrine, une guitare
62
soixante-deux
Les rêves fantastiques
p. 35 Dialoog 1 WEL ananas, appels, bananen, citroenen, kiwi’s, peren, sinaasappelen, suiker – NIET abrikozen, kokosnoot, mandarijntjes, meloen, perziken, tomaten / 2 4, een mes p. 36 Portret Jean-Pierre, meneer Henri, elke dag, met confituur, thee, schijfje citroen, groene, grote, twee, drie, ananas, kokosnoot / un croissant, la confiture, le citron, des fruits, une pomme verte, une grande poire p. 37 Kortverhaal une pomme, jaune, un kiwi, un citron L3T5 La ferme musicale p. 40 Lied GROEN cochon, vache, cheval, chèvre, âne, canard, mouton, poule, coq, chat / ZWART violon, contrebasse, clarinette, trompette, batterie, guitare, accordéon, saxophone, trombone, piano p. 41 Verhaal en lied eend (1) – gitaar (4), ezel (2) – drumstel (3), geit (3) – trompet (9), haan (4) – trombone (8), kat (5) – piano (6), kip (6) – saxofoon (7), koe (7) – contrabas (2), paard (8) – klarinet (5), schaap (9) – accordeon (1), varken (10) – viool (10) p. 43 Dialoog 1 in het circus, 2 zes, 3 hond, 4 fluit, 5 krokodil, 6 tamtam, 7 Cloclo, 8 danst p. 44 Portret gezin van boer Constant – dochter Eline, gezin van boer Constant – zoon André, paard van boer Constant – bruin, boer Constant speelt – accordeon, Marianne speelt – fluit, Eline speelt – klarinet, André speelt – contrabas / un cheval brun, deux vaches noires, trois cochons roses, six moutons blancs, un chat gris, un chien brun p. 45 Kortverhaal Copain est content. / Le cheval joue de la clarinette. / Les animaux jouent de la musique. L3T6 Le dragon Olivier p. 48 Lied trompette, klaxon, flammes, salon, murs, plafonds, garage, radio, télé, tapis, tables p. 49 Verhaal en lied 1 Arthur – de knecht van de koning, Cloclo – de koning, Olivier – de draak, Sandrine – de held die de draak verslaat / 2 a vuur, b vlammen en rook, c zwart en verbrand, d zeven, e ze raken in de knoop, f droom / KLEUR le garage, le salon, le tapis, les chaises, le lit, les murs, les plafonds, les tables p. 51 Dialoog (tafel) rond, (stoel) 2 stoelen, (televisie) salon, (bed) groot, (radio) klein, (pc) papa, (Cloclo) komt over 2 dagen, (saxofoon) Arthur p. 52 Portret roze neus: de muren, vier stoelen, een tafel, de zoldering / blauwe neus: het bed, de gitaar, de piano, de saxofoon / gele neus: de lampen, de pc, de radio, het tapijt / Bonjour, je suis le dragon Picasso. / J’ai un nez rose, un nez bleu en un nez jaune. p. 53 Kortverhaal La table est noire. / La chaise est bleue. / Le lit est rose. L3T7 Vive les vacances! p. 56 Lied BLAUW monsieur l’instituteur, monsieur le directeur / ROOD madame l’institutrice, madame la directrice p. 57 Verhaal en lied Au revoir, les bancs. – Tot ziens, banken. / Au revoir, les bureaux. – Tot ziens, bureaus. / Au revoir, les cahiers. – Tot ziens, schriften. / Au revoir, les chaises. – Tot ziens, stoelen. / Au revoir, les crayons. – Tot ziens, potloden. / Au revoir, les livres. – Tot ziens, boeken. / Au revoir, les PC. – Tot ziens, pc’s. / Au revoir, les tableaux. – Tot ziens, borden. / tijd om te feesten / Cloclo / meneer Henri p. 59 Dialoog Horizontaal: 1 mama, 2 potloden, 3 schriften, 4 stoel / Verticaal: 1 tennis, 2 radio, 3 lamp, 4 tien, 5 planten, 6 Cloclo, 7 boeken p. 60 Portret 1 Paul – Arthur (rij 1), Katia – Sandrine (rij 2) / 2 juf Patricia – meester Jean – de directeur Patrique / Aantallen: 4 boeken, 5 schriften, 3 pc’s, 1 radio, 1 televisie, 4 planten / quatre livres, cinq cahiers, une table, une radio
soixante-trois
63
h là là !
Brief aan de ouders Beste ouder De school heeft ervoor gekozen taalinitiatie Frans aan te bieden aan de klas van uw kind. Het hele jaar door zal uw kind kennismaken met de Franse taal. Die speelse kennismaking is opgebouwd rond zeven thema’s, telkens met een passend verhaal en bijbehorend lied. In dit speelleerschrift kunt u volgen welke thema’s behandeld worden. Bij elk thema horen ook motiverende digitale opdrachten op bingel. Op die manier kan uw kind aan de computer of met de tablet luisteren naar de juiste Franse uitspraak en op een speelse manier oefenen wat het in de klas geleerd heeft. Met deze initiatie willen we met de kinderen vier doelen bereiken. 1 Uw kind vindt Frans horen, zingen en nazeggen leuk. 2 Uw kind ervaart dat het dat echt kan. Het heeft zelfvertrouwen. 3 Uw kind gaat op zoek naar de betekenis van de Franse woorden en zinnen. Het leidt die betekenis af door de prenten, de verhalen en de liedjes te bespreken. 4 Uw kind wil graag correct Frans gebruiken. Het vindt het niet erg dat we het vragen correct te zingen en te spreken. Ook als uw kind iets zegt, leest of overschrijft, probeert het dat correct te doen. Door samen, spelenderwijs en muzisch aan die basisdoelen te werken, geven we uw kind ook eenvoudige woorden, zinnen en omgangsvormen mee. Uw kind bouwt zo stap voor stap zijn of haar eigen Franse ‘woordenschatkoffer’ op. U vindt de woordenschatkoffer van uw kind bij elk thema in dit speelleerschrift. We vinden het belangrijk dat elk kind plezier beleeft en succes ervaart. Daarom ‘drillen’ we geen woordenschat en brengen we geen grammaticaregels aan. Er zijn ook geen toetsen. In het derde en vierde leerjaar stimuleren we kinderen om na het veelvuldig beluisteren zelf ook al enkele Franse woorden of korte zinnen te lezen of over te schrijven. Dat alles enkel en alleen om speels kennis te maken met de Franse taal. Door interesse te tonen in wat uw kind in dit speelleerschrift en op bingel doet, door af en toe een vraag te stellen en door samen met uw kind mee te zingen en te spelen, werkt u mee aan het bereiken van de vier basisdoelen. We geloven dat kinderen die deze doelen bereiken vaardiger worden in het aanleren van om het even welke taal op latere leeftijd. We wensen u en uw kind veel plezier met Cloclo, Sandrine, Arthur, Copain en meneer Henri. Meer informatie op: www.ohlala.be www.bingel.be www.vanin.be
64
soixante-quatre
ISBN 978-90-306-8496-1 Art. 571309
vanin.be