Skip to main content

De Hertoging van het Winterpaleis (BiB-BoX ruit)

Page 1

De Hertogin van het Winterpaleis Noëlla Elpers illustraties van Dirk Vandamme


1 In het Winterpaleis

1831, in de buurt van Brugge. Helena van Sandt danst door de eetkamer terwijl haar vader vertederd toekijkt. Met haar blauwe ogen en zilverwitte haren lijkt het meisje op een Perzische kat. Het hoort eigenlijk niet voor de dertienjarige dochter van een baron om gekke danspassen te maken. Maar na de dood van zijn vrouw bleef de verarmde baron alleen achter in zijn landhuis. Helena is zijn enige troost. Of toch niet: in de keuken werkt een mollige kokkin, Grietje. Ze kookt overheerlijk. De buik van de baron wordt dikker en telkens als zijn vest te nauw zit, zet hij gewoon een knoopje meer open. Baron van Sandt hoopt dat Helena op een dag met een rijke edelman zal trouwen. Op die manier wil hij zijn kasteel redden van de sloop.

2


tekening 1

3


Op haar zestiende is Helena opgegroeid tot een mooie jongedame. Ze wordt dan ook vaak uitgenodigd op de feestjes van de hogere adel. Zo gebeurt het dat ze op 3 april 1834 te gast is op het verjaardagsfeest van koningin Louise-Marie. België is op dat moment nog geen vier jaar oud en het Koninklijk Paleis in Brussel is gloednieuw. Helena maakt een sierlijke buiging voor koning Leopold en zijn koningin. Op slag verbleken alle andere dames als fletse rozen … De oudste dochter van de Russische tsaar, prinses Maria, is er ook. Ze is meteen onder de indruk van de lelieblanke Helena. De meisjes raken in gesprek. ‘Ga toch met mij mee naar Sint-Petersburg!’ zegt prinses Maria op het einde van de avond.

4


‘In augustus geeft mijn vader een galabal om mijn vijftiende verjaardag te vieren. Eind mei vertrek ik naar Rusland. Je rijdt gewoon mee in mijn koets!’ De uitnodiging klinkt als een bevel. Dus gaat Helena aan haar vader vragen of ze mee mag naar Sint-Petersburg. ‘Natuurlijk!’ zegt de baron gretig. Want hij denkt: misschien slaat ze in Rusland wel die rijke edelman aan de haak ... De koets van de prinses wordt getrokken door zes paarden. De reis duurt twee maanden. Onderweg praten Helena en Maria honderduit. Wanneer ze in Sint-Petersburg aankomen, zijn ze vriendinnen. Het Winterpaleis van de tsaar lijkt op een bruidstaart in wit, geel en goud. Het paleis telt wel duizend kamers met kristallen kroonluchters en gouden spiegels.

5


Prinses Maria kijkt vol ongeduld uit naar haar verjaardag. Ze vertelt wat Helena van dat feest mag verwachten. ‘Op het eerste gezicht verschilt een bal in Sint-Petersburg niet van een feest in Brussel’, zegt ze. ‘De bojaren zullen prachtig gekleed zijn.’ ‘Wat zijn bojaren?’ vraagt Helena. ‘Zo noemt men de landadel in Rusland. De mannen zien er knap uit, maar het blijven woestelingen! Allemaal dragen ze een vingerkootje of een plukje haar van een heilige bij zich. Met die relikwieën hopen de bojaren toegang te krijgen tot de hemel. Tot mijn voorvader, tsaar Peter de Grote, hun het bevel gaf om hun baard af te scheren, droegen de bojaren lange baarden. Sommigen weigerden zich te scheren. Tsaar Peter nam die mannen zelf onder handen!’ grinnikt prinses Maria.

6


tekening 2

7


‘Stel je voor: ze jammerden als kinderen terwijl de tsaar hun baard afschoor!’ ‘Waarom?’ ‘Met een lange baard komt een bojaar zomaar in de hemel omdat hij dan op een apostel lijkt. Zonder baard heeft hij daar die relikwieën voor nodig …’ Eindelijk is het zover. Op 18 augustus 1834 geeft tsaar Nicolaas I een galabal voor zijn oudste dochter. Prinses Maria ontvangt haar gasten. Helena staat naast haar. Ze denkt aan het geheim van de bojaren en haar ogen glanzen ondeugend. Zelfs de voornaamste edelman brengt ze in verwarring. Vooral prins Alexander en graaf Sergej zijn onder de indruk van dat mooie meisje …

8


2 Winter in Sint-Petersburg Iedereen is in de wolken over Helena van Sandt. Een uitnodiging om de winter door te brengen in Sint-Petersburg volgt dan ook snel. Maar Helena is bang van de woeste bojaren. Als die mannen dronken zijn, smijten ze hun glazen stuk. ‘Ik wil blijven als ik bescherming krijg tegen de bojaren’, zegt ze tegen prinses Maria. ‘En mijn vader moet verwittigd worden!’ ‘Geen probleem’, zegt de prinses. ‘Mijn vader stuurt wel een bode naar Brugge om baron van Sandt in te lichten.’ Hoe warm de zomer ook geweest is in Sint-Petersburg, de herfst brengt weinig gouden dagen. Halverwege november valt de eerste sneeuw. Ondertussen leert Helena de familie Romanov kennen: tsaar Nicolaas, tsarina Alexandra en hun zeven kinderen.

9


De oudste zoon, prins Alexander, is even oud als zij. Hij hangt vaak rond bij Maria en Helena. Het geeft niet dat de meisjes hem plagen. Ook Olga, het drie jaar jongere zusje van Maria, is niet bij hen weg te slaan. Met z’n vieren vormen ze een vrolijk clubje. Toch verbaast Helena zich soms over de reacties van de kinderen van de tsaar. Ze zijn veranderlijk als de wind in de taiga. Maria is soms kattig en Olga krijst als iets haar niet aanstaat. De aanbidding van Alexander slaat soms om in gemok. Helena voelt zich als hun speelbal. Om de drukte te mijden, verblijft het gezin van de tsaar vaak in de Hermitage, een afgesloten deel van het Winterpaleis. Daar zijn geen butlers die opdienen. De tafels worden gedekt op de benedenverdieping en via katrollen omhoog gehesen. Het is altijd een bijzonder moment wanneer de tafel uit de grond oprijst.

10


11


In de Hermitage worden vaak feestjes gegeven voor de favorieten van de Romanovs. De regels zijn er strikter dan tijdens een galabal. De beroemde tsarina Catharina de Grote had ze zelf nog opgesteld. Ze had ze op de muur laten schrijven: Iedereen moet zich ontspannen en beleefd gedragen. Ruziemaken, glazen stukgooien of van verveling gapen mag niet. En iedereen moet op gelijke voet met elkaar omgaan! Door die regels voelt Helena zich veilig in de Hermitage. In het begin van de winter ligt er een dik donsdeken van sneeuw. De ijspegels aan de dakgoten van het paleis lijken wel kantwerk. Als er een feest op til is, smelten de ijsbloemen op de ruiten door de warmte van duizenden kaarsen binnen. Op het plein voor het paleis komen de gasten aan in snelle sleeën. De dames en heren dragen kostbare bontmantels en mutsen. 12


3 In de kelder Op een heldere winterdag, vlak voor Nieuwjaar, kijkt Helena door het raam van de Hermitage. Ze ziet iets bewegen in de sneeuw: een wit vlekje … Het is alsof een sneeuwbal uit zichzelf voortrolt. Helena kijkt nog eens goed. De rest van het sneeuwtapijt ligt er roerloos bij … Plots ziet ze een klein meisje met een kleurige hoofddoek achter de sneeuwbal aanrennen. Ze pakt het plukje op. Pas op dat moment ziet Helena dat die sneeuwpluk een katje is! Helena slaat een bontmantel om, rent door de kamers en staat buiten voor ze het goed beseft. De kou bijt in haar neus.

13


tekening 4

14


Het meisje staat daar nog altijd met het katje in haar armen. Haar vlechten piepen onder een gebloemde hoofddoek uit. Het kind heeft rode wangen. Ze lijkt op een van die houten poppetjes die zo mooi in elkaar passen. Een kleine baboesjka ... ‘Hé!’ roept Helena. Het meisje staart haar aan … Plots zet ze het op een lopen. De sneeuw stuift op. Zonder erbij na te denken gaat Helena haar achterna. Het meisje verdwijnt in een deur die Helena voordien nog nooit heeft opgemerkt. De deur kraakt in haar hengsels. Vlak voor Helena’s voeten gaapt een stenen trap. Het meisje is verdwenen … Een fakkel verlicht de muur met een flakkerende vlam. Voetje voor voetje gaat Helena de trap af. Haar ogen wennen snel aan de duisternis.

15


Ze bevindt zich in een gewelfde kelder. Het is ijskoud en het stinkt er. Eerst kan Helena die stank niet thuisbrengen, maar dan herkent ze de geur van kattenpis. In de verte ziet ze een lichtschijnsel. Het valt uit een gammele deuropening. Helena schuifelt eropaf … Bij een gloeiend houtkacheltje zitten de kleine en een grotere baboesjka. Ze hebben allebei een kat op hun schoot. De kleinste kijkt Helena verschrikt aan. Helena kent geen woord Russisch. ‘Bonjour’, zegt ze in het Frans. De vrouw en het meisje zeggen niets. Dan pas ziet Helena dat het in de kelder wemelt van de katten! Ze drummen rond de twee baboesjka’s alsof ze bang zijn van die indringer.

16


tekening 5

17


Helena zet een stapje dichter, maar de katten en de baboesjka’s deinzen terug. Helena staat nog een poosje zwijgend naar hen te kijken. Ten slotte draait ze zich om en gaat de kelder uit. ‘Wonen er mensen in de kelder van de Hermitage?’ vraagt Helena die avond aan prinses Maria. ‘Mensen?’ zegt Maria. ‘Nee, daar zijn alleen katten. Die zitten daar om de ratten te verjagen.’ ‘Ik zag er een oudere vrouw en een meisje.’ ‘Ben jij in die kelder geweest?’ vraagt Maria. ‘Daar krijg je mij niet in! Het is een akelige plek en het stinkt er.’ ‘Toch heb ik daar mensen gezien. Ze zaten bij een houtkacheltje.’ ‘Aha, dan is er dus toch iemand die voor die beesten zorgt …’

18


‘Wie is het meisje?’ Prinses Maria haalt haar schouders op. ‘Weet ik veel. In onze paleizen loopt zo veel volk rond. Van de meesten ken ik niet eens het gezicht. En ik hou niet van katten; het zijn valse beesten. Ik heb ooit een Perzische kat gekregen voor mijn verjaardag. Ik heb haar weggedaan. Dat ondier haakte met haar klauwen in mijn kleren. Die katten zitten daar goed!’ Niet alleen mensen zijn een speelbal voor de kinderen van de tsaar, denkt Helena, dieren zijn dat ook. Het beeld van de twee baboesjka’s in de kelder laat Helena niet los. Vaak staat ze in de Hermitage naar buiten te kijken. Maar het meisje en het katje ziet ze niet meer.

19


4 Irina Vojtjek

Op 8 januari brengt Vadertje Vorst cadeautjes in Rusland. In het Winterpaleis wordt voor die gelegenheid een schitterend diner georganiseerd. Het is een zonnige middag. Op het plein stroomt het gewone volk toe. Er zal een sneeuwballengevecht gehouden worden tussen de bewoners van de verschillende stadsdelen. Helena staat tussen de gasten van de tsaar voor het raam in de grote feestzaal. Ze kijkt naar het gewemel op het plein. Het rijke volk van Sint-Petersburg loopt rond in dikke bontmantels. De meeste mensen zijn echter arm en te dun gekleed. Om haar heen sluiten de genodigden weddenschappen af. Welk stadsdeel zal dit jaar het gevecht winnen? De sneeuwballen zijn keihard en zorgen voor bloedneuzen en valpartijen. Dat is lachen geblazen voor de bojaren …

20


tekening 6

21


Helena bekijkt alles met lichte weerzin. Tussen het gedrang op het plein herkent ze plots de grote en de kleine baboesjka. Ze hebben hooi in hun laarzen gepropt om hun voeten warm te houden. Haar hart gaat naar hen uit. Die avond danst Helena alleen met prins Alexander. Hij staat niet toe dat ze met iemand anders danst … De dochters van de bojaren zien groen van jaloezie. Ook de ogen van tsarina Alexandra prikken in haar rug. Helena krijgt het er benauwd van. Gelukkig trekken de Romanovs zich na Nieuwjaar weer terug in de Hermitage. Op een middag ziet Helena het meisje weer. Helena slaat haar mantel om en rent naar buiten.

22


Het meisje blijft stokstijf staan wanneer die fijne dame op haar af holt. Snel probeert ze een kom met keukenrestjes achter haar rug te verbergen. Het meisje heeft een aardig, rond gezicht. Haar wangen zien rood van de kou. Of is ze verlegen? ‘Ben je op weg naar de kelder?’ vraagt Helena met een glimlach. Ze wijst naar de kelderdeur. Het meisje knikt aarzelend. Helena wijst naar zichzelf en dan naar de deur. ‘Mag ik mee?’ Het meisje slaat haar ogen neer en knikt opnieuw. Helena volgt haar naar de kelder. Het licht van het houtkacheltje weerkaatst in vele kattenogen. Ze blijven op een afstand zitten. Eén katje rent op het meisje af. Het is het witgrijzige poesje.

23


Het meisje pakt het op en maakt sussende geluidjes. Ze kijkt Helena aan met haar heldergroene ogen. Het meisje aarzelt een ogenblik en geeft het katje dan aan Helena. Het katje is zo licht als een veer. Het stopt haar snuitje ronkend in de holte van Helena’s arm. ‘Hoe lief …’ zegt ze. Het poesje is zilverwit en heeft een bruinige staart en poten en een plat snuitje. Het heeft felblauwe ogen. Het is duidelijk een Perzische kat! Het meisje kijkt naar het katje en naar de jongedame en vindt dat ze sprekend op elkaar gelijken. ‘Mijn naam is Helena van Sandt’, zegt Helena. ‘Wie ben jij?’ ‘Irina Vojtjek’, zegt het meisje en ze maakt een kleine buiging.

24


tekening 7

25


5 De lente komt

Elke middag gaat Irina naar de kelder om de poezen te voederen. Zo vaak als ze kan, glipt Helena naar buiten. Bij de kelderdeur wacht ze op het meisje. Helena praat Frans en Irina antwoordt in het Russisch. Toch begrijpen ze elkaar. Kattenliefhebbers verstaan elkaar zonder woorden. Op een dag ontdekt Helena een Perzische kat die zich in een uithoek van de kelder verschuilt. Het is duidelijk de moeder van het poesje. Het lange haar van de schuwe kattin is samengeklit. Haar ogen zijn dichtgeplakt. Helena weet: dit is de kat die prinses Maria in een vlaag van woede heeft weggedaan ... Ze heeft al haar twijfels over haar gevoelens voor de prinses. Op dat moment slaat de balans over. Vanaf dat moment vindt Helena het moeilijk om nog lief te zijn tegen haar vroegere vriendin.

26


Prinses Maria eist echter altijd en van iedereen het uiterste. Nu ze merkt dat Helena’s vriendschap bekoeld is, wordt ze venijnig. Ze stookt Olga tegen haar op. De twee zusjes beginnen Helena te tergen. ‘Weet je dat Helena verliefd is op graaf Sergej?’ zegt Maria tegen prins Alexander. ‘Ze vindt hem veel knapper dan jij.’ Dat de graaf zijn voorkeur heeft getoond voor Helena en niet voor haar, bevalt de prinses helemaal niet. Daarom maakt ze haar broer gek met haar jaloerse verzinsels. Vanaf dat moment spreekt de prins geen woord meer tegen Helena. Dat vindt tsarina Alexandra wel goed. Het staat haar niet aan dat haar zoon verliefd is op Helena. Tenslotte is dat meisje maar een baronesje uit een onbeduidend land …

27


Het is al maart van het jaar 1835 en de winter in Sint-Petersburg duurt lang. Helena verlangt hevig naar huis. Op een middag houdt Maria Helena tegen wanneer die naar buiten wil glippen. ‘Waar ga je toch elke dag naartoe?’ vraagt de prinses. ‘Zie je wel: je gaat graaf Sergej ontmoeten!’ ‘Helemaal niet!’ ‘Laat me dan zien waar je heen gaat!’ De twee jongedames staan als boze katten naar elkaar te gluren. ‘Goed,’ zegt Helena uiteindelijk, ‘kom met mij mee!’ Helena trekt prinses Maria tot bij de kelderdeur. Daar staat Irina Vojtjek te wachten. Het meisje knielt neer in de sneeuw en durft de prinses niet aan te kijken. Helena gooit de kelderdeur open; de stank van kattenpis stijgt omhoog.

28


tekening 8

29


Prinses Maria deinst terug. ‘Daar krijg je mij niet in’, zegt ze. Na dat voorval wordt Helena verbannen uit de vertrekken van de Romanovs. Ze krijgt een van de kamers waar minder gewenste gasten verblijven. Op een feest in het Winterpaleis durft Helena zich niet meer vertonen. Zonder de bescherming van de tsaar is ze daar niet veilig voor de bojaren. Begin april smelten de ijspegels aan de dakgoten van het Winterpaleis. Ze breken af en suizen als dolken naar beneden. Het is gevaarlijk om dicht bij de gevels te lopen. Toch glipt Helena elke middag naar buiten om een bezoekje te brengen aan de kelder. Het kleine poesje huppelt op haar af als ze binnenkomt. Helena noemt haar de Hertogin van het Winterpaleis.

30


Op een dag wordt Helena naar het vertrek van tsarina Alexandra gebracht. De tsarina zit op een troon met Maria naast zich. ‘Daar ben je, Helena van Sandt’, zegt de tsarina. ‘Er is goed nieuws: het ijs op de rivier Neva is gesmolten. De schepen kunnen weer uitvaren over zee. Overmorgen vertrek je naar Rotterdam!’ ‘Omwille van onze vriendschap wil ik je een cadeau meegeven’, zegt prinses Maria liefjes. Ze staat op en laat een belletje schellen. Irina Vojtjek wordt door een butler binnengebracht. Ze draagt de Hertogin in haar armen. Het meisje buigt diep. Maria zegt iets in het Russisch. Irina Vojtjek knikt nederig. Ze staat op en loopt achterwaarts naar buiten. Het meisje houdt haar hoofd gebogen, maar Helena ziet dat ze huilt.

31


6 Terug in België

‘Geef me toch enkel het katje’, smeekt Helena. ‘Haar verzorgster wil ik echt niet hebben!’ ‘Het zou ongehoord zijn om een persoon van adel met de zorg voor een dier op te zadelen’, zegt de tsarina. ‘Die verzorgster hoort bij het dier!’ ‘Dan wil ik die kat niet!’ zegt Helena. ‘Een cadeau van een prinses mag je niet weigeren’, zegt prinses Maria vals. ‘Irina Vojtjek gaat overmorgen met jou mee naar België! En zullen we elkaar nu maar het beste wensen?’ Prinses Maria staat op en keert Helena haar wangen toe. Helena kust die, maar krijgt geen zoen terug. Het afscheid van prinses Maria laat Helena koud. Maar hoe Irina Vojtjek op de kade losgerukt wordt van haar moeder, is hartbrekend om te zien …

32


Op de terugweg deelt Helena haar kajuit met Irina en de Hertogin. Overdag houdt het meisje zich kranig, maar ’s nachts ligt ze stilletjes te huilen. In haar kooitje jankt de Hertogin van het Winterpaleis zielig mee. Irina gedraagt zich onderdanig. Tot Helena van Sandt haar armen om haar heenslaat. Ze voelt het meisje verstarren, maar daarna begint ze hevig te snikken. Irina krijgt een plaats in de keuken van baron van Sandt. Het meisje kijkt verbaasd naar de tuin waar de lente ontploft. In het gras staan tulpen met kleurige rokjes te pronken. Grietje Verstappen zorgt goed voor Irina. Die twee verstaan geen woord van elkaars gebrabbel, maar de voorkeur van het meisje voor zoetigheid begrijpt de kokkin des te beter!

33


Elke avond gaat Helena naar de keuken om Irina Nederlands te leren. Ze heeft de Hertogin altijd bij zich. Grietje geeft het katje lekkere hapjes. Om de beurt borstelen ze haar pels tot die glanst als zijde. Om haar hals draagt de Hertogin van het Winterpaleis een snoer van glitterstenen. Overdag slaapt ze op een kussen in het salon. Ze hangt in de gordijnen en springt op de tafel terwijl de baron en zijn dochter zitten te eten. Irina Vojtjek mist haar moeder, maar verder bevalt het leven in België haar wel. Elke dag kan ze haar buikje rond eten. Zij en Grietje mogen zelfs een keer mee op uitstap! Op 3 mei vertrekken ze allemaal samen naar Mechelen. Grietje en Irina krijgen een zolderkamer in de herberg waar de baron en Helena verblijven.

34


tekening 9

35


Op 5 mei 1835 vertrekt in Mechelen de eerste trein naar Brussel. De baron heeft twee kaartjes gekocht. Grietje en Irina gaan mee om ‘Den Olifant’ te bewonderen. De mensen zijn van heinde en ver toegestroomd. Plots klinkt er een hees fluitsignaal: het ijzeren monster gaat vertrekken! Op het laatste moment durft baron van Sandt echter niet instappen. Hij legt zijn handen op de schouders van Irina en duwt haar naar voor. ‘Neem het kind mee’, zegt hij tegen zijn dochter. ‘Ik kijk wel!’ Daar zitten ze dan: Helena van Sandt en een Russisch meisje, op haar paasbest gekleed. De trein stoomt en zet zich puffend in beweging. Irina houdt zich dapper.

36


De baron staat naast Grietje op het perron te wuiven. Helena glimlacht geruststellend. Irina vindt dat haar meesteres er beeldig uitziet. Ze draagt een manteljurk met brede strepen en een snoezig hoedje. Een oudere heer die tegenover hen zit, heeft dat ook opgemerkt. Zijn naam is graaf Ferdinand van Kantelsteen. Hijgend snijdt de trein het landschap in tweeën. Onderweg knoopt graaf Ferdinand een gesprek aan met Helena. Hij is dertig jaar ouder, maar hij is rijk en charmant. Nog voor haar achttiende verjaardag wordt Helena van Sandt gravin van Kantelsteen.

37


7 Een huis in de Zilverstraat Zou Helena ook getrouwd zijn met graaf Ferdinand als ze geweten had dat hij niet tegen kattenhaar kon? Wanneer zij met Irina en de Hertogin haar intrek neemt in zijn kasteel, wordt dat pijnlijk duidelijk. De graaf begint al te niezen als hij de kat in de verte ziet! Dat doet de gravin verdriet. Irina is ook triest. Ze vindt het vreselijk om van Grietje gescheiden te zijn. De gravin van Kantelsteen zint op een plan. ‘Waarom koop je geen huis in Brugge?’ zegt ze tegen de graaf. ‘Dan kan de Hertogin daar wonen, samen met Irina Vojtjek en Grietje Verstappen.’ Graaf Ferdinand is lang de kwaadste niet. Hij wil wel een huis kopen voor de kat van zijn vrouw. De kokkin van zijn schoonvader inpikken vindt hij echter minder vanzelfsprekend.

38


‘Wil je vader die kokkin wel kwijt?’ vraagt hij. ‘Als ik het hem lief vraag wel’, zegt Helena. En zo gebeurt het. Met pijn in het hart staat baron van Sandt zijn kokkin af. Het enige voordeel is dat hij binnen korte tijd zijn vestje weer dicht krijgt. De graaf koopt een huis in de Zilverstraat in Brugge. Grietje en Irina gaan daar wonen met de Hertogin van het Winterpaleis. Helena vergezelt de graaf tijdens concerten en feesten. Als ze vrij is, bezoekt ze het huis in de Zilverstraat. Daar gelden de regels van tsarina Catharina de Grote: iedereen gaat op gelijke voet met elkaar om! De gravin, de kokkin en het meisje staan geheel in dienst van hun katten. Want natuurlijk blijft het niet bij één kat! Na een jaar komt een rode kater serenades brengen voor de Hertogin. Grietje en Irina laten hem binnen.

39


De kater is stevig van postuur en lijkt wat op baron van Sandt. Daarom noemt Grietje hem ‘Baron’. De Hertogin en Baron krijgen een nestje van vier. Tot groot verdriet van de drie vrouwen overleeft er slechts eentje: ‘Keizertje’. Dat rode katertje heeft lang haar en oranje ogen. Ondertussen is Irina Vojtjek een mollige jongedame geworden. Als je niet beter wist, zou je denken dat ze de dochter is van Grietje Verstappen. Grietje en Irina denken niet aan trouwen; ze zijn tevreden met hun vrije leventje. De jaren gaan voorbij en in de Zilverstraat verloopt de tijd vredig. Op een herfstdag komt Keizertje thuis van een tocht met een dwaas katje. Hij laat haar van zijn schoteltje eten. Het katje eet gulzig. Het lijkt wat op Irina. Vertederd noemt Helena haar ‘Zwerf Ster’.

40


tekening 10

41


Het is oudejaarsochtend 1844, tien jaar nadat Helena de Hertogin voor het eerst zag … Irina staat als eerste op en vindt de zilverwitte kat levenloos in haar mandje. Huilend draagt ze haar naar de kamer van de gravin. ‘Helena …’ zegt ze zachtjes. ‘Ga Grietje roepen’, zegt Helena en ze ziet nog bleker dan gewoonlijk. Voor de laatste keer kammen de vrouwen het haar van hun geliefde kat. Op nieuwjaarsdag begraven ze de Hertogin van het Winterpaleis in de tuin. Op het moment dat Helena witte kerstrozen op haar grafje legt, begint het te sneeuwen. Irina Vojtjek keert nooit meer terug naar Rusland en de gravin van Kantelsteen krijgt geen kinderen. Maar Keizertje en Zwerf Ster krijgen vier katjes die Helena, Irina en Grietje lachend uit de gordijnen plukken.

42


Over auteur Noëlla Elpers Schrijft boeken en werkt deeltijds in de bib. Noëlla raakte bekend met haar historische jeugdromans : Dolores!’, ‘Vuurkraal’, ‘De engelen van Venetië’ en ‘Malou van de mussen’. De inspiratie voor dit korte, historische verhaal vond ze toen ze een video zag van het werk van Eric Van Lieshout. Die kunstenaar maakte een video met echte beelden en tekeningen van de katten die sinds jaar en dag in de kelder van de Hermitage opgesloten zitten. Hij richtte de kelder in voor de katten en zocht contact met de Russische vrouwen die de dieren verzorgden. Door die video kwam Noëlla op het idee voor een verhaal over één van die katten, haar verzorgster en een Belgisch meisje van adel. Lees meer over Noëlla Elpers op haar facebookpagina: http://www.facebook.com/noellaelpers

Andere boeken van Noëlla in BiB-BoX: Pablo James Hond

De wolf en de zeven geitjes Een hart van kapitein Slim

Over illustrator Dirk Vandamme Dirk Vandamme werkt als freelance grafisch ontwerper en illustrator te Izegem. Hij tekende reeds voor talloze educatieve uitgaves en korte verhalen. http://vandammedirk.be/


Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2016 Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever. Auteur: Noëlla Elpers Tekeningen: Dirk Vandamme Vormgeving en cover: Peer De Maeyer Zetwerk: D. Provo nv, Gierle Projectcoördinatie: Caroline Vanderhaegen Eerste druk 2016 ISBN 978-90-306-7541-9 D/2016/0078/7 Art. 563725/01 NUR 191


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De Hertoging van het Winterpaleis (BiB-BoX ruit) by VAN IN - Issuu