Skip to main content

Handelzes Ondernemingsbeleid - hoofdstuk 2

Page 1

HOOFDSTUK 2

SOCIALE ZEKERHEID EN VERZEKERINGEN 1

1.1

SOCIALE VERSTANDHOUDING TUSSEN WERKGEVER EN WERKNEMER EEN BEETJE GESCHIEDENIS Bestudeer de presentatie over de geschiedenis van de sociale zekerheid die je terugvindt bij het onlinelesmateriaal. Beantwoord nadien de volgende vragen.

1 Hoe waren de werkomstandigheden van het ‘gewone’ volk voor de industriële revolutie?

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

43


2 Welke gevolgen had de industriële revolutie voor de arbeidersbevolking op het gebied van: • Huisvesting

• Levensverwachting

• Kindersterfte

• Milieu

3 Welke invloed had de Kerk op het ontstaan van de vakbonden?

4 Welke strekking hebben de drie representatieve Belgische vakbonden?

5 Welke resultaten leverde de ‘staking der 500 000’ op?

6 In welk jaar werden er voor het eerst sociale verkiezingen georganiseerd?

44


1.2

INSPRAAKORGANEN IN DE ONDERNEMING

differentiatie Iedereen krijgt dezelfde opdracht maar met meer of minder tips erbij. Kies de opdracht die je het meest ligt. • Kies optie 1 als je houdt van een uitdaging en je liever alles zelf uitzoekt. • Neem optie 2 als je hier en daar graag een tip krijgt. • Wanneer je voor optie 3 kiest, krijg je een heel gedetailleerde opgave. Optie 1 Bestudeer op internet de samenstelling, bevoegdheid en werking van de vakbondsafvaardiging, de ondernemingsraad en het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk. Ga nadien na of onderstaande beweringen juist of fout zijn. Motiveer je antwoord en breng indien nodig verbeteringen aan.

1 Iedere onderneming moet een vakbondsafvaardiging hebben.

2 Om vakbondsafgevaardigde te worden, moet je als werknemer lid zijn van een erkende vakbond.

3 Het mandaat van een vakbondsafgevaardigde duurt maximaal vier jaar.

4 De werkgever kan een werknemer die zich kandidaat heeft gesteld bij de sociale verkiezingen en niet verkozen is, niet ontslaan.

5 Een onderneming met 75 werknemers is verplicht een ondernemingsraad op te richten.

6 Een ondernemingsraad is paritair samengesteld.

7 De ondernemingsraad heeft een beslissende bevoegdheid wat betreft de data voor de jaarlijkse vakantie.

8 De werkgever moet de ondernemingsraad informeren bij mogelijke plannen voor een fusie.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

45


9 Elke privĂŠ-onderneming met minstens 100 werknemers moet een CPBW oprichten.

10 Het CPBW heeft het recht om voorstellen te formuleren in verband met de preventie van stress op het werk.

Optie 2 Surf naar www.werk.belgie.be, klik op Thema’s, Sociaal overleg en kies daar voor Informatie en consultatie binnen de onderneming. Bestudeer de samenstelling, werking en bevoegdheid van de vakbondsafvaardiging, de ondernemingsraad en het CPBW. Beantwoord nadien deze meerkeuzevragen.

1 De oprichting van een ondernemingsraad is: a altijd verplicht. b verplicht vanaf 50 werknemers. c verplicht vanaf 100 werknemers.

2 De vervanging voor betaalde feestdagen is een bevoegdheid van: a de vakbondsafgevaardigde. b de ondernemingsraad. c het CPBW.

3 De ondernemingsraad vergadert minstens: a eenmaal per maand. b eenmaal per trimester. c eenmaal per jaar.

4 De ondernemingsraad en het CPBW zijn paritair samengesteld. Dit wil zeggen dat: a het aantal vertegenwoordigers van de werkgever en het aantal vertegenwoordigers van de werknemers aan elkaar gelijk moeten zijn. b het aantal vertegenwoordigers van de werkgever nooit hoger mag zijn dan het aantal vertegenwoordigers van de werknemers. c het aantal vertegenwoordigers van de werknemers nooit hoger mag zijn dan het aantal vertegenwoordigers van de werkgever.

5 Verfraaiing van de werkplaatsen is een bevoegdheid van: a de vakbondsafgevaardigde. b de ondernemingsraad. c het CPBW.

6 De bevoegdheid van de ondernemingsraad op het vlak van een structuurwijziging van de onderneming heeft: a een adviserend karakter. b een beslissend karakter. c een controlerend karakter.

46


7 De ondernemingsraad wordt voorgezeten door: a de preventieadviseur. b het ondernemingshoofd. c de werknemersafgevaardigde.

8 Het ondernemingshoofd moet de informatie in verband met de tewerkstelling: a jaarlijks ter beschikking stellen. b minstens driemaandelijks ter beschikking stellen. c enkel ter beschikking stellen op uitdrukkelijke vraag.

9 Arbeidsverhoudingen zijn een bevoegdheid van: a de vakbonden. b de ondernemingsraad. c het CPBW.

10 De ondernemingsraad moet niet geraadpleegd worden: a bij collectief ontslag. b bij het invoeren van nieuwe technologieën die gevolgen hebben voor enkele personeelsleden. c bij het bepalen van algemene criteria bij het aanwerven van personeel.

Optie 3 Bestudeer eerst de tekst die je terugvindt bij het onlinelesmateriaal, waarin de samenstelling, de werking en de bevoegdheden van de vakbondsafgevaardigde, de ondernemingsraad en het CPBW met elkaar wordt vergeleken. Beantwoord nadien onderstaande vragen.

1 Vul onderstaande tekst verder aan met volgende gegevens: werkgever, geeft advies, vorming, het arbeidsreglement, ACV, arbeidsorganisatie, de concurrentiepositie, 100, paritair, jaarlijkse vakantiedata, 50, een geplande fusie, het educatief verlof, een staking bij een leverancier, beslist, ABVV, werknemers, de ondernemingsraad, ACLVB SOCIAAL OVERLEG: VEEL OVERLEG, WEINIG INSPRAAK In alle bedrijven met meer dan , respectievelijk werknemers is de bedrijfsleiding verplicht sociaal overleg te onderhouden met de gekozen werknemersafgevaardigden. Dat gebeurt in de ondernemingsraad en het preventiecomité. Maar betekent overleg ook altijd inspraak? Eerst het officiële verhaal De ondernemingsraad (OR) bestaat sinds 1948. De OR is samengesteld uit afgevaardigden van de werknemers en de bedrijfsleiding. De OR beslist over en legt de algemene criteria bij aanwerving en ontslag vast. Voorts geeft de OR advies over tewerkstelling, . De OR controleert de toepassing van de sociale wetten en wordt ingelicht over de economische en financiële bedrijfstransacties zoals de concurrentiepositie, een staking bij een leverancier en geplande fusie. De OR vergadert elke maand, maar kan ook door de vakbondsdelegatie om dringende redenen worden bijeengeroepen. Het Comité voor Preventie en Bescherming van op het werk (CPBW) bestaat sinds 1952. Het aantal vertegenwoordigers van de mag nooit hoger zijn dan het aantal vertegenwoordigers van de .

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

47


Het CPBW over de aanstelling van de veiligheidschef en de bedrijfsarts, waakt over de veiligheid, gezondheid en bescherming van het leef- en werkmilieu en de toepassing van de wetgeving ter zake en over de inrichting van de werkplaats. Het CPBW behandelt klachten en vergezelt inspectiediensten bij een bedrijfsbezoek, vergadert elke maand, maar kan om dringende redenen sneller bijeenkomen. In beide gevallen moeten de verkozen werknemers van het bedrijf ’de nodige tijd vrij krijgen om in OR of CPBW te kunnen vergaderen en die vergaderingen te kunnen voorbereiden’. In werkelijkheid is de impact van de werknemersdelegatie in de ondernemingsraad vaak erg beperkt. Meestal worden de formele regels wel gevolgd, maar blijft de vergadering van de steken in een welles-nietes-spel, waarna de bedrijfsleiding haar plannen doorvoert. Het overleg vindt plaats maar van veel inspraak is er niet altijd sprake. Bij een bedrijfsherstructurering kan bijvoorbeeld zelden over het wat (moet die personeelsafbouw?) worden onderhandeld, maar alleen over het hoe (sociale begeleiding van personeel dat weg moet). Om die reden blijven de grote vakbonden, en , voorrang geven aan het sociaal overleg dat de bedrijfspoorten overstijgt. Nationale, regionale of sectorale akkoorden gelden immers voor alle bedrijven, ook voor kmo’s zonder ondernemingsraad.

2 Bepaal voor elke krantenkop of krantenartikel welk inspraakorgaan bevoegd is.

Struik Foods in Schoten wil 92 banen schrappen Het Nederlandse Struik Foods wil zijn fabriek in Schoten tegen de zomer sluiten omdat ze verlieslatend blijft. Daardoor staan 92 van de 107 banen, in hoofdzaak arbeiders, op de helling. Bron: De Standaard

foto volgt

48


Arbeiders Arlanxeo staken omdat collega vermaning krijgt De arbeiders van de rubberfabriek Arlanxeo in Zwijndrecht, vroeger beter bekend als Lanxess, zullen vrijdag en zaterdag staken. De oorzaak van het conflict is een schriftelijke vermaning die een arbeider heeft gekregen. ‘Een arbeider heeft een verkeerd product in de productieketen gebracht. Het gaat dus om een professionele fout, die ons veel verlies doet lijden. De arbeider heeft daarom een schriftelijke vermaning gekregen. Het gaat dus niet om een loonverlies of een andere sanctie. We gaan die persoon ook niet ontslaan.’ De andere arbeiders vinden de vermaning veel te zwaar. Volgens hen loopt de medewerker het risico dat hij bij een volgend vergrijp ontslagen wordt. Een mondelinge vermaning was beter geweest. Het is overigens niet de eerste keer dat de directie een te strenge sanctie oplegt. Ze willen hierover verder overleggen, maar dat zal helaas na vrijdag zijn. Bron: De Standaard

Staking bij Albert Heijn Groenplaats Rustig en zonder spandoeken, hield het personeel van Albert Heijn op de Antwerpse Groenplaats gisteren de deuren gesloten. ‘De directie geeft niets om deze mensen’, zegt BBTK-secretaris Erik Dirkx. Bij de fusie van Albert Heijn met Delhaize legde de Belgische Mededingingsautoriteit op dat Delhaize vijf en AH acht winkels moest afstoten. Maar de AH in hartje Antwerpen vindt maar geen koper wegens de hoge huur. Gisteren barstte de bom en brak een staking uit. Eerder raakte bekend dat tien van de zestig werknemers elders werk hebben gevonden en bij de resterenden is de helft ziek. De gaten worden ingevuld door interims. Bron: De Standaard

ADHD op de werkvloer: de druk van een te drukke werkomgeving Ria Van Den Heuvel, directeur van ZitStil, wil dat werknemers en werkgevers anders omgaan met ADHD op de werkvloer. ‘Personen met aandachtsstoornissen komen vaak terecht in een carrousel van kortlopende opdrachten en werkloosheid.’ ADHD komt niet alleen voor bij kinderen. Gemiddeld 4,5 procent van de volwassenen heeft dagelijks te maken met de gevolgen van ADHD. Die gevolgen zijn ook merkbaar op het werk. Helaas bestaat er nog een taboe over dit thema. Wie het heeft, durft zich niet te outen; wie er als collega of leidinggevende mee te maken krijgt, spreekt het niet graag uit. Bron: De Standaard

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

49


1.3

VAKORGANISATIES OP SECTORAAL NIVEAU Een vakorganisatie is een vereniging die de individuele en collectieve belangen van haar leden behartigt. Dit kunnen zowel werknemers als werkgevers zijn. Deze vakorganisaties bestaan ook op sectoraal vlak.

1 Onderlijn in bovenstaande krantenartikels de vakorganisaties.

De gesprekken over een sectoraal akkoord voor de bewakingssector lijken weer vlot getrokken. Deze middag zitten vakbonden en het BVBO opnieuw rond de tafel. Bron: De Morgen

Het rommelt tussen het VSOA en de minister van Binnenlandse Zaken. Die wil de alcoholcontroles opdrijven naar meer dan twee miljoen controles per jaar. Bron: De Standaard

BBTK en LBC hebben met de directie van tandwielkastenfabrikant Hansen Transmissions een sociaal akkoord gesloten na maanden van moeizame onderhandelingen. Bron: Het laatste Nieuws

225 miljoen euro extra voor het hoger onderwijs tussen nu en 2024. Dit neemt de onrust niet weg volgens het COC omdat de financiering altijd achterblijft op de piekende studentenaantallen. Bron: De Standaard

Van de arbeiders bij frisdrankmultinational Coca-Cola België stemden 56,7 procent tegen het voorstel van de sociaal bemiddelaar. Het voorstel wordt echter toch aanvaard, omdat de vereiste 66 procent nee-stemmen niet gehaald werden om het te verwerpen. Dat zegt vakbondssecretaris Bjorn Desmet (Horval). Bron: Het Nieuwsblad

50

Fedustria vraagt aan de overheid om geen boetes meer aan te rekenen voor late leveringen, en om de prijzen sneller te kunnen aanpassen. We worden gewurgd door een plotse en onverwachte prijsexplosie van de grondstoffen, beweert de sectororganisatie. Bron: De Standaard

Bijna 9 op de 10 bouwers en verbouwers wil wel duurzaam bouwen, maar schuift de plannen opzij door het hoge kostenplaatje. Dat blijkt uit een enquête van Agoria bij 800 bouwers, verbouwers en architecten. Bron: Het Laatste Nieuws

Sociaal akkoord bij Caroline Biss ‘Er is een akkoord over de ontslagpremie en de begeleiding naar outplacement, zoals wettelijk is bepaald’, zegt vakbondssecretaris Patrick De Backer van TKD. Bron: De Standaard


2 Zoek op internet of het om een vakorganisatie voor werkgevers of werknemers gaat. Noteer ook welke sector ze vertegenwoordigen.

1.4

PARITAIRE COMITÉS Een paritair comité is een Belgisch overlegorgaan tussen werkgevers en werknemers, voornamelijk met de bedoeling om te onderhandelen over de collectieve arbeidsovereenkomst. Het houdt ook toezicht op de uitvoering ervan.

Per bedrijfstak bestaat er een paritair comité dat is samengesteld uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van de grote vakbonden en van de werkgeversorganisatie. Het paritair comité heeft als opdracht: • collectieve arbeidsovereenkomsten (cao) te sluiten. Dit zijn akkoorden die bindend zijn voor de hele sector. Zo zullen overeenkomsten worden gesloten om de minimumlonen voor de sector te bepalen; • geschillen tussen de werkgevers en de werknemers te voorkomen of bij te leggen; • advies te geven aan de Nationale Arbeidsraad (NAR) en de regering.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

51


1 Voor wie geldt een arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de cao, de wet op de arbeidsovereenkomst? Plaats de begrippen bij het juiste parapluutje.

Banken bereiden werknemers voor op verlies van hun job De banken hebben naast een globale cao voor het jaar 2017-18 ook drie deel-cao’s gesloten. Een ervan gaat over risicogroepen. Dat zijn werknemers bij een bank die nu nog een taak of functie hebben die in de toekomst dreigt te verdwijnen. Bijvoorbeeld door digitalisering en automatisering. 0,10 procent van de loonmassa gaat naar opleiding van wie tot zo’n risicogroep behoort. Twee dagen extra De betrokken werknemers krijgen recht op twee dagen individuele extra opleiding, boven op de gewone opleidingsinspanning. ‘Het is aan de individuele banken om te bepalen wie tot een risicogroep behoort’, zegt Isabelle Marchand, woordvoerster van de sectorfederatie Febelfin. De banksector zit in een snelle transformatie waarbij klanten steeds meer bankdiensten digitaal afnemen en het kantoorbezoek snel terugvalt. Zelfs woonkredieten worden al volledig digitaal afgesloten. Het gevolg is dat banken versneld hun kantorennet inkrimpen of hervormen. Er is ook een deelakkoord over de beroepsopleiding en over het tijdskrediet. Het tijdskrediet gaat van 5 naar 6 procent. Er zijn ook aanvullende mogelijkheden voor wie tijdskrediet opneemt voor een zorgfunctie. De leeftijd voor een landingsbaan blijft ongewijzigd op 55 jaar. Nettopremie Voor de vakbonden is de grote nieuwigheid dat in de nieuwe cao een loonsverhoging is voorzien. De werknemers krijgen twee keer een nettopremie van 150 euro per jaar. Normaal tegen 1 december 2017 en tegen 1 juli 2018. Als de individuele banken geen akkoord kunnen sluiten over zo’n nettovoordeel van 150 euro, zal een gewone brutopremie uitgekeerd worden van 225 euro. Dat zou fiscaal minder gunstig zijn voor de werknemers. ‘Het was niet eenvoudig om tot een akkoord te komen. Maar in deze cao zit wel koopkrachtverhoging, terwijl dit in de cao 2015/16 niet het geval was. Ik denk wel niet dat met wat nu op tafel ligt, de 1,1 bruto-loonsverhoging helemaal ingevuld is’, zegt Maarten Dedeyne, secretaris van de liberale vakbond ACLVB. Bron: De Standaard

52


Lees het artikel en bestudeer de website van het paritair comité 310, waarvan je de link bij het onlinelesmateriaal vindt.

2 Welke bedrijfstak wordt door het paritair comité 310 vertegenwoordigd? 3 Welke elementen werden afgesproken in de cao 2017-2018?

1.5

INSPRAAKORGANEN OP NATIONAAL EN INTERNATIONAAL NIVEAU Naast de sectorale vakorganisaties die elk een bepaalde bedrijfstak vertegenwoordigen zijn er ook interprofessionele vakorganisaties. Plaats de volgende organisaties in onderstaande tabel: BTB, VBO, ACV, ACOD, VSOA, Unizo, Boerenbond, ACLVB, Comeos, Metea, ABVV, Transcom, VOKA

Vakorganisatie werkgevers

Vakorganisatie werknemers

Professioneel Interprofessioneel

groepswerk De klas wordt ingedeeld in drie groepen.

1 Iedere groep moet van één inspraakorgaan de samenstelling, de bevoegdheid en de werking opzoeken en voorstellen aan de andere groepen in maximum vier dia’s. • Nationale arbeidsraad; • Centrale raad voor het bedrijfsleven; • Hoge raad voor preventie en bescherming op het werk.

2 Verder moet elke groep drie meerkeuzevragen bedenken. Die worden achteraf gebruikt voor een quiz rond inspraakorganen op nationaal niveau.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

53


synthese SOCIALE VERSTANDHOUDING TUSSEN WERKGEVER EN WERKNEMER 1 INSPRAAK OP ONDERNEMINGSVLAK De vakbondsafvaardiging wordt ook wel syndicale delegatie of afvaardiging genoemd. Een vakbondsafvaardiging wordt in het leven geroepen als een of meerdere vakorganisaties een aanvraag indienen bij het ondernemingshoofd. Bovendien moet er een minimum aantal aanvragen zijn om een vakbondsafvaardiging op te richten. Die minima variëren per sector. De paritaire comités bepalen voor hun eigen sector de spelregels: het aantal leden, de faciliteiten die worden voorzien om het vakbondswerk te kunnen doen, de wijze van aanduiding of verkiezing ... De afvaardiging die uitsluitend uit werknemersafgevaardigden bestaat, onderhandelt met de werkgever over de loon- en arbeidsvoorwaarden, de concrete arbeidsomstandigheden, het verhinderen van ontslagen of het verrichten van bijkomende aanwervingen. De vakbondsafvaardiging onderhandelt ook over de ondernemings-cao’s. Daarnaast is de vakbondsafgevaardigde een soort ‘advocaat’ van de werknemer. Bij individuele problemen kan een werknemer te allen tijde een beroep doen op een afgevaardigde die zal proberen de belangen van de werknemer te verdedigen tegenover de werkgever. Wanneer praten niet meer helpt, zal de vakbondsafvaardiging in het uiterste geval syndicale acties organiseren, zoals bv. stakingen. Ondernemingen met minstens 100 werknemers in loondienst zijn verplicht een ondernemingsraad op te richten. De ondernemingsraad is een overlegvergadering voor vertegenwoordigers van zowel de werkgever als de werknemers. De werkgeversafvaardiging wordt samengesteld uit het leidinggevende personeel van de onderneming. De werknemersafvaardiging bestaat uit een aantal verkozen vertegenwoordigers van de werknemers. Meestal zijn er in de ondernemingsraad aparte vertegenwoordigingen voor arbeiders en bedienden. Als er in de onderneming meer dan 25 jongeren zijn tewerkgesteld of als er meer dan 15 kaderleden werken, zijn er ook aparte vertegenwoordigingen voor jongeren en kaderleden. De ondernemingsraad vergadert minstens eenmaal per maand. De OR heeft verschillende bevoegdheden, die onderverdeeld kunnen worden in twee grote groepen: economisch en financiële bevoegdheden en het sociaal beleid van de onderneming. De OR heeft heel diverse bevoegdheden: • informatieopdrachten op het financieel-economische vlak en inzake tewerkstelling.; • raadgevende opdrachten, onder meer op het vlak van nieuwe technologieën, personeelsbeleid, collectief ontslag en arbeidsvoorwaarden; • beslissende opdrachten, meer bepaald inzake criteria voor afdanking, jaarlijkse vakantie, vervanging van betaalde feestdagen …; • controlerende opdrachten, onder meer op het vlak van sociale wetgeving, sociale herklassering van mindervaliden, inschakeling van jongeren in het arbeidsproces. Indien er gemiddeld minstens 50 werknemers tewerkgesteld zijn, moet er een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) worden opgericht. Het comité is paritair samengesteld uit enerzijds het bedrijfshoofd en afgevaardigden van de werkgevers en anderzijds een aantal afgevaardigden van de werknemers. Dit aantal hangt af van het aantal werknemers in het bedrijf. De werknemersafgevaardigden worden verkozen door middel van sociale verkiezingen. De werkgeversafgevaardigden worden aangeduid door de werkgever.

54


synthese Het CPBW heeft informatierecht, adviesrecht en recht van toezicht. De werkgever heeft de verplichting om alle noodzakelijke informatie aan het CPBW te verschaffen zodat het in staat is om adviezen te kunnen geven. Hiertoe moet de werkgever een bij wet bepaalde lijst van documenten ter inzage houden van het CPBW, dat het recht heeft die informatie op te vragen. Het CPBW heeft als opdracht om voorafgaand adviezen te geven over alle aspecten die verband houden met het welzijn van de werknemers. Voor sommige aangelegenheden die bij wet zijn vastgelegd, moet vooraf het advies van het CPBW gevraagd worden. Het CPBW houdt voorts toezicht op de werking van de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk die onder leiding staat van de preventieadviseur. Omdat het CPBW een overlegorgaan is moet dit overleg in regelmatige vergaderingen kunnen gebeuren. Het comité moet minstens eenmaal per maand worden bijeengeroepen door middel van een schriftelijke uitnodiging met agenda, die minstens acht dagen op voorhand aan de afgevaardigden wordt bezorgd. Ook wanneer minstens een derde van de werknemersafvaardiging erom verzoekt, moet een vergadering bijeengeroepen worden. Het bedrijfshoofd is de voorzitter van de vergadering. De preventieadviseur neemt er ook steeds aan deel en is de secretaris van de vergadering. Ook de arbeidsgeneesheer neemt als raadgever deel aan de comitévergaderingen. 2

INSPRAAK OP SECTORAAL NIVEAU

Paritaire comités en subcomités zijn officiële organen op sectorniveau waarin een gelijk aantal werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers zetelen. Ze zijn opgericht voor alle bedrijfstakken met het doel de ondernemingen met gelijkaardige activiteiten te groeperen en een regelgeving uit te werken die aangepast is aan de arbeidsvoorwaarden. Hun opdrachten zijn: • Collectieve arbeidsovereenkomsten sluiten; • Sociale conflicten voorkomen of bijleggen; • Advies geven aan de regering, de Nationale Arbeidsraad of de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven; • Elke taak uitvoeren die hen door een wet is toevertrouwd. De paritaire subcomités zijn onderafdelingen van de paritaire comités opgericht voor een grondgebied of een specifieke activiteitensector. Zij kunnen autonoom zijn of niet. De collectieve overeenkomsten gesloten in de paritaire subcomités moeten niet worden goedgekeurd door het paritair comité. 3 INSPRAAK OP NATIONAAL NIVEAU De drie grootste vakorganisaties voor de werknemers op nationaal niveau zijn het ACV, ABVV en ACLVB. De werkgevers op hun beurt worden op nationaal niveau vertegenwoordigd door het VBO. De Nationale Arbeidsraad is samengesteld uit werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers. De NAR is niet alleen raadgevend, maar heeft een verregaande onderhandelingsbevoegdheid wat de cao’s betreft. Akkoorden die in de NAR afgesloten werden, gelden voor alle werknemers en werkgevers van de privésector. De NAR heeft ook een adviserende rol. In de praktijk komt de raad tussen in het domein van de sociale wetgeving, arbeidscontracten, arbeidsongevallen, de indexering van de lonen, het gewaarborgd minimummaandinkomen, overuren, flexibiliteit, brugpensioenen ...

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

55


synthese De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven adviseert de federale overheid over economische vraagstukken van nationaal belang en is een schakel tussen economische belangengroepen en het beleid. De CRB heeft ook speciďŹ eke opdrachten, zoals de periodieke evaluatie van het concurrentievermogen om de tweejaarlijkse loonnorm te bepalen die de maximale stijging van de lonen in de privĂŠsector vastlegt. De Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk heeft als opdracht advies te verstrekken, op eigen initiatief of op aanvraag, over maatregelen die betrekking hebben op de arbeidsveiligheid, de bescherming van de gezondheid van de werknemers op het werk, de psychosociale belasting veroorzaakt door het werk, de ergonomie, de arbeidshygiĂŤne, de verfraaiing van de werkplaatsen en de maatregelen van de ondernemingen inzake leefmilieu wat betreft hun invloed op voorgaande materies. De Hoge Raad is samengesteld uit een voorzitter en een ondervoorzitter, een gelijk aantal vertegenwoordigers van de werkgevers en werknemersorganisaties, een of meer secretarissen en deskundigen.

56


oefeningen OEFENING 1 Beoordeel volgende bedrijfssituaties. Ga na wat de rechten en plichten van de partijen zijn en waar sociaal overleg mogelijk een uitkomst kan bieden. Situatie 1 In een kleine kmo in de Kempen werken vijf werknemers. Met de sociale verkiezingen in het vooruitzicht vraagt Christof Kiekens aan zijn werkgever om ook verkiezingen te mogen organiseren in het bedrijf. De werkgever, Marcel Elksens, weigert dit onmiddellijk en dreigt met het ontslag van Christof omdat hij niet loyaal zou zijn aan de onderneming. Beoordeel deze bedrijfssituatie. Wat is er juist/fout? Welke actie kan Christof ondernemen?

Situatie 2 Multinational Carvase, een producent van B-voedingsmerken, heeft besloten om een afdeling zomaar te sluiten omwille van wijzigende economische omstandigheden. Hierdoor zullen er 50 van de 350 werknemers ontslagen worden. De CEO van Carvase, John Spencer, vraagt zich af welke verplichtingen hij heeft ten opzichte van zijn werknemers. We spreken hier immers over collectief ontslag. Zoek op het internet wat de voorwaarden zijn voor collectief ontslag. Mogen we in dit geval spreken van collectief ontslag? Welke stappen moet John Spencer nemen in verband met zijn werknemers en collectief ontslag?

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

57


oefeningen OEFENING 2 Ga samen met je klasgenoten rond de tafel zitten om over onderstaand probleem de debatteren en een mogelijke oplossing te formuleren. Vergeet niet dat je elke deelname aan het debat dient te argumenteren vanuit de cursus of opgezochte bronnen. Dat de vakbond uitermate belangrijk is binnen het sociaal overlegmodel is voor iedereen duidelijk. Volgende probleem doet zich voor binnen nv Promek, een middelgrote onderneming met 75 werknemers. Promek is een bedrijf dat gespecialiseerd is in het verzamelen van bedrijfsgevoelige gegevens. Deze gegevens worden op de zwaar beveiligde sites en servers van Promer bewaard. Omwille van de veiligheid mogen werknemers het bedrijf niet in buiten hun werkuren en wordt de toegang alleen verleend op basis van een veiligheidsbatch met foto-identificatie. Marie Retrouvebird is vakbondsafgevaardigde binnen Promek en wil haar collega-werknemers informeren over de toegenomen werkdruk binnen Promek. Om dit te doen heeft ze besloten om alle werknemers persoonlijk een bezoek te brengen tijdens de werkuren. Omdat ook zij haar werk serieus neemt, besluit ze dit te doen buiten haar uren. Nadat ze een aantal collega’s heeft gesproken op een dinsdagavond, spreekt werkgever Sammy Prometon haar aan. Zij wordt op staande voet ontslagen omdat ze een van de meest essentiële veiligheidsregels van Promek met voeten treedt (toegang tot de gebouwen buiten de werkuren). Marie wil dit ontslag aanvechten omdat zij, naar haar mening, op dat tijdstip enkel haar functie als vakbondsafgevaardigde uitoefende. Dit gaf haar wel het recht om in de gebouwen van Promek aanwezig te zijn. Dit betekent dat zij zich kan beroepen op het beschermde statuut dat ze heeft.

OEFENING 3 Bezoek een bedrijf in de buurt (een middelgroot bedrijf met vakbondsvertegenwoordiging en meer dan 50 werknemers). Verdeel de klas in verschillende groepen en bezoek een viertal bedrijven in verschillende sectoren. Aan de hand van onderstaande vragenlijst ga je onderzoeken hoe het sociaal overleg binnen een bedrijf wordt georganiseerd. Nadat je het bedrijf bezocht hebt, maak je een rapport waarin je je bevindingen neerschrijft. Vragenlijst • Hoeveel werknemers zijn er in dienst (hoeveel arbeiders en bedienden)? • Welke vakbonden zijn er vertegenwoordigd in het bedrijf? • Binnen elk groepje interviewt één leerling een vakbondsafgevaardigde binnen het bedrijf. • Is elk personeelslid lid van een vakbond? • Welke voordelen biedt het om lid te zijn van een vakbond? • Hoeveel leden heeft uw vakbond? • Welke actiepunten zijn belangrijk voor uw vakbond? • Welke problemen of toestanden heeft uw vakbond de laatste jaren aangekaart binnen de onderneming? Waarom?

58


oefeningen • Heeft deze onderneming een ondernemingsraad en CPBW? • Sinds wanneer bestaat de ondernemingsraad en het CPBW binnen het bedrijf? • Hoe zijn de ondernemingsraad en het CPBW samengesteld? • Welke onderwerpen worden er behandeld op de ondernemingsraad en het CPBW? • Welk paritair comité is verantwoordelijk voor de sector? • Welke cao werd er afgesloten voor de sector? • Welke afspraken werden er gemaakt binnen deze cao? • Hoe is deze cao tot stand gekomen? (duur, eventuele acties …)

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

59


oefeningen OEFENING 4 Niet iedereen is het altijd eens met de visie van de vakbonden.

Verdeel de klas in twee groepen en organiseer een debat. Kies een actueel onderwerp waarbij groep 1 de belangen van de vakbonden vertegenwoordigt en groep 2 de visie van de werkgevers. Zorg ervoor dat je voldoende bent geĂŻnformeerd over het onderwerp van het debat.

60


1.6

HOE GEBEURT DE LOONVORMING IN BELGIË? De Belgische economie is een door de overheid gecorrigeerde vrije markteconomie. Dat houdt in dat de prijs van goederen en diensten wordt overeengekomen door vrager en aanbieder. Het product arbeid wordt ook verhandeld. Er bestaat een vraag naar arbeid, uitgaande van ondernemingen die werknemers nodig hebben om te produceren. En er is een aanbod van arbeid, van mensen die op zoek zijn naar een inkomen. Dus komt er in de markt een prijs tot stand, het loon.

Deze zes salarisindicatoren bepalen je loonpakket ‘Hoeveel wil je verdienen?’ Het blijft een van de moeilijkste sollicitatievragen. Maar ook als je al aan de slag bent, blijft de hoogte van je loon een heikele kwestie. Het loonpakket wordt grotendeels bepaald door zes indicatoren. Sector Volgens overheidscijfers verdienden voltijds tewerkgestelde Belgische werknemers gemiddeld 3 414 euro bruto per maand. Al geeft dat cijfer een sterk vertekend beeld: twee derde van de Belgen ontvangt immers een lager salaris. De helft van de loontrekkenden krijgt maandelijks minder dan 2 976 euro bruto op zijn rekening. Maar de lonen in enkele lucratieve sectoren trekken dat gemiddelde omhoog, zoals de petrochemische nijverheid (5 196 euro), consultancy (4 779 euro) en de financiële dienstverlening (4 447 euro). Werk je in een kinderdagverblijf (2 279 euro) of in de sport-, ontspanning- en recreatiesector (2 708 euro), dan krijg je een stuk minder. Beroep Het spreekt voor zich dat beroepen die een zware en lange opleiding vereisen – zoals dokter of ingenieur – beter betalen. Maar ook wiskundigen (5 154 euro) en scheikundigen (4 966 euro) boeren niet slecht. Kassiers (2 255 euro) en schoonmakers (2 185 euro) ontvangen iets meer dan kelners en barmannen (2 129 euro), maar verdienen nog steeds relatief weinig. Opleidingsniveau Naarmate je doorgroeit, hebben je opgedane ervaring en vaardigheden doorgaans een grote invloed op je loon. Maar in het begin is je afstudeerrichting – naast eventuele vakantiejobs of stages – een van de weinige criteria om het eerste loon op te baseren. Doorheen de hele loopbaan verdienen mensen met een diploma lager onderwijs of lager secundair gemiddeld 2 633 euro. Een diploma hoger secundair (2 811 euro), bachelor hoger onderwijs (3 601 euro) en master hoger onderwijs (5 244 euro) brengen doorgaans meer brood op de plank. Werkervaring Dankzij je anciënniteit –het aantal dienstjaren bij hetzelfde bedrijf – groeit je loonpakket mee met je leeftijd. Afhankelijk van de sector en het bedrijf waar je aan de slag gaat, schommelt je startersloon doorgaans tussen de 1 500 en 2 400 euro. Regio Het loont – letterlijk en figuurlijk – om in Brussel of Vlaams-Brabant te werken. Werknemers in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest verdienen gemiddeld 3 908 euro, tegenover ‘slechts’ 3 367 voor personeel in het Vlaamse Gewest en 3 177 euro in het Waalse Gewest. Geslacht (helaas) Over alle sectoren heen verdienen vrouwen per maand (3 252 euro) gemiddeld 6 % minder dan mannen (3 471 euro) met dezelfde job. Bereken je het verschil op basis van jaarlonen door rekening te houden met de verschillen in arbeidsduur tussen mannen en vrouwen, dan groeit die kloof zelfs tot 20 %. En dat terwijl meisjes gemiddeld de schoolbanken verlaten met een hoger diploma en na een jaar makkelijker een job vinden (en dus sneller werkervaring opdoen) dan jongens. Bron: www.vacature.com

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

61


1 Waarom liggen de lonen in en rond Brussel over het algemeen hoger dan in andere regio’s? Noteer hieronder twee mogelijke verklaringen.

2 Noteer hieronder vier mogelijke verklaringen voor de loonkloof.

Uit de jaarlijkse bevraging door HR-dienstenverlener SD Worx bij 2 500 Belgische werknemers blijkt dat twee derde van de werknemers tevreden is over zijn loon. Dit komt omdat de loonvorming in België goed gereguleerd wordt en er een sociaal vangnet bestaat voor iedereen die naast de boot van de arbeidsinkomsten valt. Het loonvormingsproces verloopt in België volgens een hiërarchische structuur: • Nationaal niveau (Nationale Arbeidsraad): collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) en interprofessionele of centrale akkoorden (IPA’s) • Bepalen van de loonnorm (tweejaarlijkse akkoorden); • Afstemmen loonevolutie op 3 belangrijkste handelspartners (Duitsland, Frankrijk en Nederland); • Bepalen van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI). • Sectoraal niveau (paritaire comités): cao’s • Invulling van de loonnorm; • Vastleggen indexeringsmodaliteiten; • Eventuele all-in clausules; • Bepalen functieclassificaties met overeenstemmende loonschalen en minimumlonen. • Ondernemingsniveau • Eventueel bijkomend collectief akkoord; • Eventueel afwijkende loonschalen.

3 Zoek op het internet het meest recente interprofessioneel akkoord. Noteer hieronder vier thema’s die hierin worden vastgelegd.

62


1.6.1

MINIMUMLOON Iedereen in België heeft recht op het Gewaarborgd Gemiddeld Minimuminkomen (GGMI). De hoogte van het minimumloon hangt af van de leeftijd, de functie en de werkervaring van de medewerker. Opgelet! Verwar het minimumloon niet met het leefloon. Dat laatste is geen loon maar een uitkering van het ocmw voor mensen die over weinig of geen bestaansmiddelen beschikken. In tegenstelling tot veel andere landen, heeft België geen door de wet vastgesteld minimumloon. Het GGMI wordt in België vastgelegd in de Collectieve Arbeidsovereenkomsten van de Nationale Arbeidsraad. Een cao is zoals eerder gezegd een arbeidsovereenkomst tussen vakbonden en werkgevers. Doordat het minimumloon is vastgesteld in de Collectieve Arbeidsovereenkomst, kan het minimumloon verschillen per sector. Er zijn in België twee belangrijke cao’s die het minimumloon bepalen: cao 50 en cao 43. De cao 43 is een overeenkomst die het minimum maandinkomen vaststelt. Dat kan in drie categorieën worden ingedeeld: het minimumloon voor medewerkers vanaf 21 jaar, voor medewerkers die (minstens) 21,5 jaar oud zijn en al een half jaar werken, en voor medewerkers vanaf (minimaal) 22 jaar die 12 maanden werken.

Surf naar https://minimumloon.be en www.vacature.com en los de volgende vragen op.

1 Hoeveel bedraagt het GGMI voor een werknemer van de volgende categorieën? • Vanaf 21 jaar:

euro bruto

• Vanaf 21,5 jaar (minimum 6 maanden anciënniteit):

euro bruto

• Vanaf 22 jaar (minimum 12 maanden anciënniteit):

euro bruto

2 Op wie is cao 43 niet van toepassing?

3 Cao 50 is een overeenkomst die het minimumloon voor werknemers onder de 21 jaar bepaalt. Deze minimumlonen worden vastgesteld met een percentage van het cao 43 minimumloon. Vul onderstaande tabel aan. Leeftijd

Percentage van het minimumloon

Bruto maandbedrag (in euro’s)

16 17 18 19 20

Naast de cao’s die afgesloten zijn binnen de Nationale arbeidsraad, kunnen er ook sectoriële cao’s zijn waarin minimumlonen worden bepaald, maar die mogen in geen geval lager zijn dan de minimumlonen voorzien in cao’s 43 en 50.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

63


1.6.2

LOONNORM

Fedustria verwerpt loonakkoord Het nieuwe loonakkoord krijgt niet van iedereen applaus. Voor Fedustria, de Belgische federatie van de textiel-, hout- en meubelindustrie, is het akkoord ‘onaanvaardbaar’ wegens te duur. Vanochtend kwamen vakbonden en werkgevers tot een akkoord over de stijging van de lonen de komende twee jaren. De combinatie van de loonnorm van 1,1 procent en verwachte inflatie van 2,9 procent maakt dat de textiel-, hout- en meubelbedrijven daardoor de loonkost tijdens 2017 en 2018 met minstens vier procent zullen zien stijgen. Als gevolg van loonindexeringen in juli 2016 zal de textielsector de loonkost op 2,5 jaar tijd zelf met zeven procent zien stijgen. ‘De textielsector zal opnieuw een loonhandicap opbouwen’, aldus Fa Quix, directeur-generaal van Fedustria. Voor Fedustria is het ontwerp van loonakkoord dan ook te duur. ‘Het zal zo goed als zeker door Fedustria worden verworpen’, aldus Quix. Bron: De Standaard

Lees het bovenstaande artikel en bestudeer de website van Group S en FOD Werkgelegenheid Arbeid en Sociaal overleg, waarvan je de links bij het onlinelesmateriaal vindt.

1 Wat is een loonnorm?

2 Door wie wordt de loonnorm bepaald?

3 Zoek op wat de huidige loonnorm is.

4 Zoek op internet naar de betekenis van het begrip loonhandicap.

5 Waarom is de loonnorm belangrijk voor België?

64


1.6.3

LOONINDEXERING Ondertussen heb je vast al begrepen dat de lonen die je als werknemer uitbetaald krijgt, aan bepaalde regels dienen te voldoen. Zo heb je recht op een gegarandeerd minimummaandinkomen, maar omwille van de afspraken tussen de overheid, werknemers- en werkgeversorganisaties kan er slechts een beperkte loonstijging plaatsvinden. Deze maximale stijging wordt vastgelegd als loonnorm. Het kan ook gebeuren dat de lonen stijgen zonder dat de werkgevers en werknemers hier iets aan kunnen doen. Als het leven duurder wordt, is het aangenaam als je loon mee stijgt. Als dat niet het geval zou zijn, zouden aankopen als voeding en benzine een steeds grotere hap uit je budget nemen. Daarom wordt het loon vaak gekoppeld aan de officiële indexcijfers, die een indicatie geven van de levensduurte. Wanneer precies het loon van een werknemer geïndexeerd wordt, hangt af van het indexatiemechanisme dat van toepassing is in de sector.

CARTOON VOLGT

Hoe werkt de automatische loonindexatie? De automatische loonindexering is van toepassing op de lonen van alle overheidspersoneel en van alle werknemers uit de private sector die vallen onder een paritair comité. Omdat zowat alle werknemers rechtstreeks of bij uitbreiding ressorteren onder een paritair comité, is de indexering dus van toepassing op nagenoeg alle werknemers uit de private sector. De paritaire comités zijn georganiseerd op sector- of beroepsniveau. In totaal zijn er ongeveer 170 paritaire comités en subcomités. Alhoewel de toename van de uurloonkosten sinds 1996 (wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen) door een tweejaarlijkse nominale loonnorm wordt bepaald, is de indexering steeds gegarandeerd, ook wanneer hierdoor de loonnorm wordt overschreden (art. 6, §2). De gezondheidsindex De indexering is in België sinds 1994 steeds en voor alle werknemers gebaseerd op de gezondheidsindex. Dit is het nationale indexcijfer van de consumptieprijzen exclusief producten die geacht worden schadelijk te zijn voor de gezondheid (vandaar de naam): alcohol, tabak, benzine en diesel. De link met de spilindex Om toevallige schokken in de gezondheidsindex uit te sluiten, wordt het viermaandelijkse gemiddelde van die index genomen als basis voor de indexeringen van de lonen. Bereikt of overschrijdt het viermaandelijkse gemiddelde van de gezondheidsindex een vooraf bepaalde waarde, de spilindex, dan worden de lonen, pensioenen en sociale uitkeringen in ons land automatisch verhoogd. Dat mechanisme noemen we de loonindexering. Het doel van deze indexering is te allen tijde de koopkracht van de Belgen bewaren. Sectoraal geregeld Hoe de loonindexering in de praktijk plaatsvindt, verschilt van sector tot sector. In de privésector bestaat er geen wettelijke basis voor de automatische indexering en regelen de sectoren en bedrijven dat zelf. Werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zetelen samen in een overlegorgaan, een paritair comité. Dat paritair comité legt de praktische regeling van de loonindexering vast in een collectieve arbeidsovereenkomst en bepaalt aan welk percentage geïndexeerd wordt en wanneer dat gebeurt (per kwartaal, per maand, jaarlijks ...). Terwijl het moment van indexaanpassing in de privésector verschilt, is die in de publieke sector bij wet vestgelegd. Bij het bereiken of overschrijden van de spilindex worden de overheidslonen, pensioenen en sociale uitkeringen verhoogd met 2 %. • Voor de lonen, vergoedingen en toelagen gebeurt de indexaanpassing steeds de tweede maand na de overschrijding van de spilindex. • Voor de sociale uitkeringen (kinderbijslag, kraamgeld, pensioenen ...) gebeurt de indexaanpassing steeds de eerste maand na de overschrijding van de spilindex. Bron: Het Laatste Nieuws

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

65


1 Zoek op het internet de gezondheidsindex van de laatste 12 maanden op. Bij het onlinelesmateriaal vind je nuttige links. Stel de evolutie grafisch voor.

2 Stel dat de spilindex in mei is overschreden. Wanneer zullen de sociale uitkeringen en pensioenen danomhoog gaan? Wanneer gaan de lonen van de openbare sector omhoog?

3 Bereken het gemiddelde van de laatste vier maanden van de gezondheidsindex. Vergelijk dit met de huidige spilindex. Zal er een loonindexering plaatsvinden? Waarom wel/waarom niet?

Meer loon voor honderdduizenden werknemers in januari In januari hebben honderdduizenden werknemers uitzicht op extra centen, als gevolg van de jaarlijkse indexering van hun lonen. HR-dienstverlener SD Worx becijferde de indexering voorlopig op 1,87 procent bruto. Voor alle duidelijkheid: het gaat om voorlopige cijfers van SD Worx. Het is nog wachten op de inflatiecijfers van november en december om een definitief percentage te kennen. Maar heel veel zal het definitieve cijfer niet verschillen van de prognoses, klinkt het bij SD Worx. De indexering van de lonen verschilt van sector tot sector. Voor sommige sectoren gebeurt dat bijna maandelijks, voor anderen per kwartaal, halfjaar of jaar. Voor een hele grote groep werknemers gebeurt de jaarlijkse indexering in januari. Het gaat om de bedienden die verzameld zijn onder het aanvullend paritair comité voor bedienden (PC 200). Het gaat om zowat 430 000 werknemers, of bijna een kwart van alle bedienden uit de privésector. De samenstelling is heel divers, gaande van de bedrijven in de groothandel, ict-bedrijven, drukkerijen of de glasnijverheid. Bron: Het Nieuwsblad

4 Waarom kan de indexering van de lonen verschillen van sector tot sector?

5 Bij het onlinelesmateriaal vind je verschillende krantenartikels. Neem deze kritisch door. De klas wordt in twee groepen gesplitst. De ene groep gaat argumenten pro de afschaffing of aanpassing van de automatische indexering zoeken, de andere groep zoekt argumenten contra.

66


synthese HOE GEBEURT DE LOONVORMING IN BELGIË? De lonen in België komen in een klassiek overleg tussen werknemer en werkgever tot stand. Sinds enkele decennia zijn er ook algemeen geldende minimale afspraken voor heel België. Op die manier verkrijgen alle werknemers een gelijke minimale startbasis op het vlak van het loon. Met de interprofessionele cao van 1975 hebben werkgevers en werknemers beslist om een gewaarborgd minimummaandinkomen te bepalen. Dit zijn de minimale loonvoorwaarden waaraan elke werkende Belg tewerkgesteld moet worden. Afhankelijk van de sector kunnen er hogere minimale maandinkomens bepaald zijn in sectoriële cao’s. Om de concurrentiekracht van de Belgische ondernemingen te behouden, heeft de overheid eind jaren ’90 een loonnorm ingevoerd. Die bepaalt een maximale stijging van de lonen gedurende een bepaalde periode. De hoogte van de stijging wordt bepaald in functie van de loonevolutie van de buurlanden. Te hoge lonen maken België namelijk onaantrekkelijk voor investeerders en werkgevers. Naast de loonnorm kent België een uniek indexsysteem waarmee de lonen (en uitkeringen) gekoppeld worden aan de prijsevolutie. De loonindex volgt met andere woorden de inflatie. Als bij te hoog oplopende inflatie de spilindex overschreden wordt, zullen de lonen worden verhoogd. Op die manier probeert men de koopkracht van de Belgen te vrijwaren.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

67


2 2.1

HET SOCIAAL STATUUT VAN DE ZELFSTANDIGE ZELFSTANDIGE VERSUS SCHIJNZELFSTANDIGE VOORBEELD 1 Jimmy is net afgestudeerd als boekhouder. Naast zijn opleiding fiscaliteit en accountancy heeft hij ook al de noodzakelijke vergunningen op zak om zich te vestigen als accountant-revisor. Nu heeft hij een aanbod gekregen van Soveert & Co, een gerenommeerd boekhoudkantoor in het Brusselse. Het lijkt hem niet onverstandig om eerst wat ervaring op te doen, en hij besluit op het aantrekkelijke aanbod in te gaan. Binnen het boekhoudkantoor krijgt hij een eigen klantenportefeuille aangeboden die hij moet beheren. Op de dag dat hij zijn arbeidsovereenkomst ging tekenen, kreeg Jimmy van de grote baas John Soveert het volgende te horen: ‘Beheer die klantenportefeuille alsof het je eigen klanten zijn. Je krijgt de volledige vrijheid om deze klanten te beheren, en het zou fijn zijn mocht je op het einde van het jaar een paar eigen klanten toegevoegd hebben aan je portefeuille. Elke extra klant geeft je recht op een extra loonbonus. De firma Soveert & Co zorgt er elke maand voor dat Jimmy zijn loon krijgt en dat zijn sociale zekerheidsbijdragen betaald zijn. Op die manier kan Jimmy zich ten volle concentreren op zijn eigen klanten en taak binnen de onderneming. VOORBEELD 2 Andreas, een 27-jarige Pool, werkt als vennoot bij een klein bouwbedrijfje van hem en zijn broer. Ze beproeven hun geluk op de Belgische bouwmarkt. Dat legt hen geen windeieren: ze kunnen snel aan de slag voor aannemingsbedrijf Bouwblock. De samenwerking verloopt zo vlot dat Bouwblock hen als werknemers van hun eigen bedrijf beschouwt. Andreas en zijn broer zijn hier erg blij om, want zo zijn zij zeker van werk. Bouwblock is immers een goede baas, die zorgt dat alle materialen tijdig geleverd zijn en dat ze vlot kunnen blijven werken. Omdat ze vennoot zijn van hun eigen bouwbedrijfje moeten ze wel zelf hun sociale zekerheidsbijdragen regelen, maar dat nemen ze er graag bij. Het is een kleine moeite vergeleken met de extra inspanningen die ze zouden moeten leveren als ze altijd op zoek moesten gaan naar klanten, afspraken maken, materialen aankopen … Dit doet Bouwblock nu allemaal voor hen. VOORBEELD 3 Leni Roefs is na vijf jaar ontslagen bij haar werkgever CoraFleur. Omdat ze niet onmiddellijk uitzicht heeft op een nieuwe baan, besluit ze eindelijk haar diploma’s en attesten te verzilveren. Ze richt haar eigen bloemenspeciaalzaak Het vlijtige liesje op. Ze heeft altijd al een eigen handelszaak willen hebben, en met haar ervaring bij CoraFleur kan het haast niet mislukken. Na de nodige administratieve wegen te hebben bewandeld, een handelspand te hebben gezocht en een heel ondernemingsplan te hebben neergeschreven, is ze sinds oktober eindelijk aan de slag. Ze vindt het zalig: zelf klanten kunnen aanspreken, eigen creaties uitwerken, facturen maken, geld zien binnenkomen … De administratieve verplichtingen neemt ze er graag bij. Ze weet ook dat het belangrijk is de sociale bijdragen tijdig te betalen. Ze is dan ook van het eerste moment met alles in orde en weet dat ze daar op lange termijn zeker de vruchten van zal plukken (hoe weinig ze er nu ook aan heeft).

68


Na het lezen van deze drie voorbeelden kan je vast onderstaande vragen oplossen.

1 Wie werkt voor een baas / voor eigen rekening? Jimmy Andreas Leni

2 Wie betaalt sociale bijdragen? Jimmy Andreas Leni De drie voorbeelden hebben je vast doen afvragen welke verhoudingen er allemaal kunnen bestaan in een beroepsloopbaan. De meest voor de hand liggende is natuurlijk die van werkgever en werknemer. Ondanks zijn eigen portefeuille werkt Jimmy voor Soveert en Co met een klassieke loonovereenkomst. De werkgever is dan ook verantwoordelijk voor de sociale bijdragen van Jimmy. De andere twee voorbeelden lijken erg op elkaar. Zowel Andreas als Leni zijn zelfstandige en eigenaar van een eigen handelszaak. Maar er is een groot verschil tussen Leni en Andreas. Andreas doet alsof hij zelfstandige is. Hij betaalt sociale zekerheid, schrijft facturen uit … maar eigenlijk werkt hij voor één baas. We spreken dan van schijnzelfstandigheid. Bij Leni is er geen twijfel mogelijk: zij is een volwaardige zelfstandige. Tegenwoordig is het moeilijker te achterhalen of iemand zelfstandige is of niet. Bazen voeren immers een minder expliciet gezag dan vroeger. Bedrijven hebben vaak met een schijnzelfstandige te maken zonder het zelf te weten. VOORBEELD 4 IT-bedrijf ICO PC Install Safe huurt een zelfstandige informaticus in om hen bij te staan in drukke tijden. Omdat alle hardware voorhanden is in het bedrijf, komt die zelfstandige informaticus al ongeveer een jaar naar ICO PC Install Safe om er te werken.

3 Staat de informaticus onder gezag, en is hij met andere woorden geen zelfstandige maar een schijnzelfstandige?

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

69


Rechtbanken maken gebruik van de zogenaamde Unizo-formule om na te gaan of er schijnzelfstandigheid in het spel is. Om een beter begrip te hebben van schijnzelfstandigheid en de specifieke voorwaarden bekijken we de Unizo-formule van naderbij.

differentiatie Om vraag 4, 5 en 6 te beantwoorden kan je twee bronnen raadplegen. • Zoek je de informatie liever op het internet, surf dan naar de link over de wetgeving inzake schijnzelfstandigheid bij het onlinelesmateriaal. • Haal je de info liever uit een geschreven tekst, lees dan het krantenartikel ‘Schijnzelfstandige’ dat je terugvindt bij het onlinelesmateriaal.

4 Welke verschillen zijn er tussen een zelfstandige en een werknemer volgens de wet van 25 augustus 2012? Vul de tabel verder aan. Zelfstandige 1 Wil van de partijen

2 Arbeidstijd organisatie

3 Werk organisatie

4 Hiërarchische controle

5 Wanneer spreek je niet meer van een zelfstandige volgens de wet? 6 Welke gevolgen heeft schijnzelfstandigheid voor: • de schijnzelfstandige?

• de werkgever?

70

Werknemer


Omdat de vier criteria vaak nog voor interpretatie vatbaar zijn, gebruiken rechters de Unizo-formule. Die doet op basis van twaalf criteria en een gekoppeld puntensysteem een uitspraak over schijnzelfstandigheid. Criterium

Punten

1

Substantiële deelname in de winst

13

2

Belangrijke beroepsinvesteringen

13

3

Verantwoordelijkheid en beslissingsmacht om met bedrijfsmiddelen de onderneming rendabel te houden

13

4

Variabel inkomen zonder minimum inkomensgarantie

9

5

Mogelijkheid om voor meerdere opdrachtgevers of klanten te werken

9

6

Zich manifesteren als onderneming ten overstaan van derden

9

7

Beschikking over eigen bedrijfsruimte en -uitrusting

4

8

Niet onderworpen aan interne controle- of sanctiemogelijkheid

4

9

Aankoopvrijheid of vrije prijsbepaling

4

10

Zelf arbeidstijd organiseren

9

11

Reële mogelijkheid om zelf geselecteerd personeel ten laste te hebben

9

12

Zich contractueel als zelfstandige verbinden

4 Totaal

100

Indien de score: • lager is dan 40: de betrokken persoon kan niet worden aanzien als zelfstandige. • boven de 60 punten is: de betrokken persoon wordt geacht een zelfstandige te zijn • tussen de 40 en de 60 punten is: dit is een twijfelgeval, hier bestaat het risico dat de betrokkene als schijnzelfstandige kan worden beschouwd.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

71


7 Bereken aan de hand van bovenstaande tabel of we in de volgende voorbeelden te maken hebben met schijnzelfstandigheid. Motiveer steeds je antwoord. VOORBEELD 1 Dokter Vermijlen, 58 jaar, is verbonden aan het ziekenhuis Heilige Maagd in Zottegem. Hij is daar de vaste arts voor ooraandoeningen. Hij heeft vorig jaar besloten om zijn privépraktijk te sluiten omwille van de werkdruk. Hij heeft wel zijn statuut van zelfstandige behouden omwille van de fiscale voordelen. Hij heeft van de ziekenhuisdirectie een vast uursysteem gekregen en heeft er zijn bureau op de consultatieafdeling neus, keel en oren. Elke maand stuurt dokter Vermijlen een factuur naar het ziekenhuis waarin hij zijn bewezen diensten factureert. Andere patiënten of ziekenhuizen heeft hij niet.

VOORBEELD 2 Andrei Barvoski is een getalenteerd veevoederverkoper. Als zelfstandig verkoper heeft hij een grote klantenportefeuille kunnen uitbouwen. Hij vertegenwoordigde drie of vier verschillende veevoederbedrijven uit Europa en kon op die manier zijn klanten de mix op maat leveren die zij verwachtten. Ondertussen heeft een van deze grote veevoederbedrijven, Agribo, een afspraak gemaakt met Andrei. Als hij alleen nog hun granen verkoopt en dus exclusief verdeler wordt van Agribo, krijgt hij een betere aankoopmarge. Andrei hoeft hier geen twee keer over na te denken. Hij besluit exclusief verdeler te worden van Agribo.

VOORBEELD 3 Michel Lescanard werkte ook voor Agribo. Sinds twee maanden is hij op advies van het bedrijf zelfstandige geworden. Omwille van de nieuwe werkwijze van Agribo wordt aan alle werknemers gevraagd om een bvba op te richten van waaruit de producten worden verkocht. Voor de klant verandert er niets en voor Michel eigenlijk ook niet. Hij werkt nu wel voor eigen rekening, maar is gebonden aan het beleid van Agribo. Dat vindt hij niet erg omdat hij op die manier zeker is van succes. Agribo is namelijk een respectabele multinational.

72


synthese ZELFSTANDIGE VERSUS SCHIJNZELFSTANDIGE Het is noodzakelijk om een schijnzelfstandige te onderscheiden van een zelfstandige omwille van het statuut. Een schijnzelfstandige is eigenlijk een werknemer in loondienst, maar dan op zelfstandige basis en voor eigen rekening. Omdat werkgevers voor een zelfstandige minder sociale bijdrage moeten betalen dan voor een werknemer in loondienst, durven ze zelfstandigheid wel eens promoten bij hun werknemers. Omdat schijnzelfstandigheid niet eenduidig te ontdekken is, werken we met de Unizo-formule die een aantal criteria aangeeft die typerend zijn voor zelfstandigen. Scoor je hoog genoeg op deze formule, dan ben je werkelijk een zelfstandige.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

73


2.2

SOORTEN ZELFSTANDIGEN

Aantal zelfstandigen in ons land lag nog nooit zo hoog Het aantal zelfstandigen in ons land is nooit eerder zo hoog geweest. Dat meldt Willy Borsus, minister van Middenstand en Zelfstandigen (MR) op basis van de cijfers van de sociale zekerheidsdienst voor zelfstandigen (RSVZ). In totaal telt België nu meer dan 1 miljoen zelfstandigen. Vooral de toename van het aantal zelfstandigen in hoofdberoep is opvallend. Sinds 1 januari 2015 is het aantal zelfstandigen in hoofdberoep toegenomen met 18 450, tot 710 485. Dat komt neer op zo’n 878 starters per maand. Daarnaast zijn er iets meer dan 242 500 zelfstandigen in bijberoep. Een kleine 100 000 Belgen zijn na de pensioenleeftijd nog actief als zelfstandige. Bron: De Morgen

Als je start als zelfstandige kan je niet kiezen tussen het statuut van zelfstandige in bijberoep of hoofdberoep. Of je naast de inkomsten uit je zelfstandige activiteit nog loon of een uitkering ontvangt, bepaalt of je start in bijberoep of hoofdberoep.

1 Surf naar www.xerius.be en ga na wanneer er sprake is van een zelfstandige in bijberoep.

Wanneer je als zelfstandige aan de slag wil gaan, is je eerste taak het kiezen van een juridische structuur die het beste past bij je project. Je hebt twee mogelijkheden om je activiteit als zelfstandige uit te oefenen: • Een eenmanszaak (zelfstandige natuurlijke persoon); • Een vennootschap (rechtspersoon).

74


2 Bij het onlinelesmateriaalvind je de meest recente Startersatlas. Welke evolutie stel je vast in verband met de keuze om te starten als eenmanszaak of vennootschap?

INFO Als zelfstandige mag je de hulp inroepen van je partner, familieleden, vrienden of kennissen om te komen helpen in je zaak. Zij worden dan niet als personeel beschouwd, maar als: • helper; • toevallige helper; • meewerkende echtgenoot/echtgenote. Helper Een helper is iemand die een zelfstandige in zijn zaak helpt of vervangt, zonder daarbij gebonden te zijn door een arbeidsovereenkomst. Dat laatste is het grote verschil met de werknemer. De helper is vaak, maar niet noodzakelijk, een familielid van de zelfstandige. Helpers worden zelf ook beschouwd als zelfstandigen. Je kan alleen helper zijn van een natuurlijk persoon, niet van een vennootschap. Toevallige helper Onder bepaalde omstandigheden is de helper niet onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen. Dat is het geval bij de zogenaamde ‘toevallige helpers’. Om als toevallige helper te worden beschouwd, moet je aan enkele voorwaarden voldoen. • Je mag niet meer dan 90 dagen per jaar werken als helper. • Het moet daarbij gaan om occasionele en tijdelijke hulp, dus niet op regelmatige basis. • Je bent niet getrouwd en nog geen 20 jaar oud. Vanaf 1 januari van het jaar waarin je 20 wordt, kan je niet meer als toevallige helper beschouwd worden. Tenzij je student bent en kinderbijslag ontvangt: in dat geval kan je toch nog als toevallige helper beschouwd worden. Pas vanaf het kwartaal waarin je 25 jaar wordt of waarin je geen kinderbijslag meer krijgt, kan dat niet meer. Als student krijgt je kinderbijslag voor een kwartaal als je niet meer dan 240 uur in dat kwartaal hebt gewerkt. Meewerkende echtgenoot/echtgenote Iemand wordt beschouwd als meewerkende echtgenoot/echtgenote van een zelfstandige als hij of zij: • partner is van een zelfstandige (via een huwelijks- of samenlevingscontract); • daadwerkelijk zijn medewerking verleent; • geen inkomen uit een andere werkzaamheid heeft of geen vervangingsinkomen dat recht geeft op een volwaardige dekking in de sociale zekerheid. Bron: www.vlaanderen.be

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

75


3 Welke conclusies kan je uit de onderstaande tabellen aeiden? Aantal meewerkende echtgenoten

Jaren (31/12)

Mannen

Vrouwen

Totaal

2014

3 536

26 955

30 491

2015

3 526

25 630

29 156

2016

3 442

24 256

27 698

Tabel 1 - Evolutie aantal meewerkende echtgenoten

Jaar (31/12)

2016

Landbouw

Visserij

Nijverheid

Aantal

7 479

11

5 582

%

27,00

0,04

20,15

Handel

Vrije beroepen

Diensten

Diverse beroepen

Totaal

9 459

3 048

1 897

222

27 698

34,15

11,01

6,85

0,80

100,00

Tabel 2 - Verdeling van meewerkende echtgenoten per bedrijfstak

Jaar (31/12)

Vlaams gewest

Waals gewest

Brussels gewest

In het buitenland

Totaal

Aantal

18 873

7 708

1 068

49

27 698

%

68,14

27,83

3,85

0,18

100,00

2016 Tabel 3 - Verdeling van meewerkende echtgenoten per gewest

Bron: www.rsvz.be

76


synthese SOORTEN ZELFSTANDIGEN Als de zelfstandige activiteit je voornaamste of enige bezigheid is, dan ben je zelfstandig in hoofdberoep. Als je naast je zelfstandige activiteit loontrekkende of ambtenaar bent, kan je eventueel aansluiten als zelfstandige in bijberoep. Naast het meest voorkomende onderscheid tussen hoofd- of bijberoep, zijn er ook nog enkele uitzonderingscategorieën zoals de meewerkende echtgenoten en de zelfstandig helper. Wanneer je als zelfstandige aan de slag wil gaan, moet je ook een juridische structuur kiezen voor jouw onderneming. Je hebt twee mogelijkheden om je activiteit als zelfstandige uit te oefenen: • een eenmanszaak (zelfstandige natuurlijke persoon); • een vennootschap (rechtspersoon).

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

77


2.3

2.3.1

SOCIALE RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE ZELFSTANDIGE WELKE ZIJN JE SOCIALE VERPLICHTINGEN ALS ZELFSTANDIGE? Aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds Elke zelfstandige moet zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Dit in tegenstelling tot werknemers, bij wie de werkgever de sociale zekerheid regelt. Deze verplichting geldt ook voor de zelfstandigen in bijberoep.

De aansluiting moet gebeuren voor je van start gaat. Als je te laat bent, vraagt het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) je om je aansluiting in orde te brengen. Doe je dat niet, dan word je automatisch aangesloten bij de Nationale Hulpkas voor Zelfstandigen. Betaling van de sociale bijdragen Als werknemer wordt jouw sociaal statuut voor jou geregeld. Elke maand houdt de werkgever op jouw loon de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen in (13,07 % van je brutoloon) en stort die door aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Daarnaast betaalt hij zelf ook nog patronale socialezekerheidsbijdragen op jouw loon (ongeveer 35 %). Dit hebben we vorig jaar al behandeld in het thema personeel (Personeel en Communicatie – Hoofdstuk 5). Als zelfstandige moet je zelf de sociale bijdragen aan je sociaal verzekeringsfonds betalen (20,50 % van het netto belastbare bedrijfsinkomsten). Onder bepaalde voorwaarden hoeven bepaalde verzekerden geen sociale bijdragen te betalen (zelfstandigen in bijberoep, gepensioneerden, studenten …). Sinds 1 januari 2015 is de berekeningswijze van de sociale bijdragen voor zelfstandigen grondig aangepast. De (definitieve) bijdragen van een bepaald jaar worden sindsdien in principe berekend op basis van de beroepsinkomsten als zelfstandige van datzelfde jaar. Voordien werden de (definitieve) sociale bijdragen berekend op basis van de inkomsten van het derde kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor ze verschuldigd waren. Nu sluit de berekening van de bijdragen dus beter aan bij de economische realiteit van de zelfstandige. De wijziging heeft tot gevolg dat de berekening van de sociale bijdragen voortaan in twee fases gebeurt: • In het bijdragejaar zelf wordt een voorlopige bijdrage geïnd op basis van de beroepsinkomsten als zelfstandige van drie jaar voordien; • Zodra de fiscus de beroepsinkomsten van het bijdragejaar zelf heeft vastgesteld, maakt het sociaalverzekeringsfonds een eindafrekening van de sociale bijdragen op basis van de beroepsinkomsten uit dat bijdragejaar.

78


Stap 1: voorlopige bijdragen

- 3 jaar

- 2 jaar

- 1 jaar

Bron: www.xerius.be

nu

+ 1 jaar

+ 2 jaar

Stap 2: herziening bijdragen

Als zelfstandige betaal je ieder kwartaal bijdragen waaraan socialezekerheidsrechten verbonden zijn. Je ontvangt een ‘(informatief) vervaldagbericht per kwartaal’ over jouw bijdrageverplichtingen. Ze is gebaseerd op jouw geïndexeerde beroepsinkomsten als zelfstandige van drie jaar geleden. Het kan natuurlijk zijn dat het bedrag van je beroepsinkomsten van drie jaar geleden niet overeenstemt met je huidige beroepsinkomsten. Daarom moet je op basis van het vervaldagbericht een inschatting maken van je huidige inkomsten als zelfstandige. Die vergelijk je met je inkomsten van drie jaar voordien. Afhankelijk van het resultaat van deze afweging zijn er drie mogelijkheden. • Je inkomsten zijn ongeveer stabiel gebleven, of je kunt moeilijk inschatten hoe ze nog gaan evolueren. Je betaalt de bijdrage zoals vermeld op het vervaldagbericht. • Je schat dat je huidige inkomsten hoger zullen liggen dan die van drie jaar geleden. Je betaalt meer bijdragen. • Je stelt vast dat je huidige inkomsten lager liggen dan die van drie jaar geleden. Je betaalt minder bijdragen. Je moet je socialeverzekeringsfonds er wel van overtuigen dat je inkomsten gedaald zijn, want het moet zijn akkoord geven. Bij het onlinelesmateriaal vind je een aantal tools om de sociale bijdragen te berekenen.

2.3.2

WELKE ZIJN JE SOCIALE RECHTEN ALS ZELFSTANDIGE? Het sociaal statuut voor zelfstandigen omvat niet alleen plichten, maar ook rechten. Wanneer je in orde bent met je voorlopige sociale bijdragen voor een bepaald jaar, heb je recht op: • kinderbijslag; • ziekte-en invaliditeitsverzekering; • moederschapsverzekering; • pensioen; • overbruggingsrecht (voorheen de sociale verzekering in geval van faillissement); • uitkering mantelzorg.

2.4

HET SOCIAAL STATUUT VAN DE ZELFSTANDIGE VERSUS DE SOCIALE ZEKERHEID VOOR WERKNEMERS Onder de term ‘sociale zekerheid’ vallen de regimes die zorgen voor een vervangingsinkomen bij werkloosheid, pensionering of arbeidsongeschiktheid, voor ondersteuning bij het financieren van lasten, zoals kinderen onderhouden of geneeskundige verzorging betalen, en van de jaarlijkse betaalde vakantie. Er zijn drie stelsels: een voor werknemers, een voor ambtenaren en een voor zelfstandigen. Sinds 2008 heb je als zelfstandige eindelijk recht op een grotere medische dekking via de sociale verzekering. Maar hoe zit dat voor een werknemer? Wat zijn de verschillen tussen de rechten van een werknemer en die van een zelfstandige met betrekking tot de sociale zekerheid? Het antwoord op deze vragen ga je zelf ontdekken met het volgende onderzoek.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

79


STAP 1 Zoek op de websites die je terugvindt bij het onlinelesmateriaal naar informatie waarmee je volgende tabel kan aanvullen. Werk deze tabel uit met een tekstverwerker en voeg de tabel nadien toe aan jouw notities. Geef voor elke specifieke tak van de sociale zekerheid de bevoegde instelling en de contactgegevens van deze instelling. In bepaalde gevallen kan het handig zijn om de website van deze instellingen te bezoeken voor aanvullende informatie. Werknemer

Zelfstandige

Werknemer

Zelfstandige

Werknemer

Zelfstandige

Kind en gezinsbijslag • • • • •

Hoeveel kraamgeld ontvang je? Wanneer moet je kraamgeld aanvragen? Hoeveel kindergeld ontvang je voor een tweede kind dat 12 jaar is? Hoeveel bedraagt een adoptiepremie? Wanneer heb je recht op een adoptiepremie?

Instelling

Jaarlijkse vakantie • • •

Welke instelling betaalt de jaarlijkse vakantie van arbeiders? Wie betaalt de jaarlijkse vakantie van bedienden? Op hoeveel vakantiedagen heb je recht als je voltijds tewerkgesteld bent in een systeem met vijfdaagse werkweek?

Instelling

Ziekte en ongeval •

Ziekte • Wat wordt er verstaan onder geneeskundige verzorging? • Wat krijg je terugbetaald van die geneeskundige verzorging? • Hoe hoog is de ziekte-uitkering (arbeidsongeschiktheid)? • Hoelang ontvang je deze ziekte-uitkering? • Wat gebeurt er na deze eerste periode? • Wat is gewaarborgd loon? • Hoelang heb je recht op gewaarborgd loon?

•

Moederschaps- en vaderschapsverlof • Moederschaps- en vaderschapsverlof • Hoe lang kan een vrouwbevallingsverlof nemen? • Welke rechten heeft de vader met betrekking tot het vaderschapsverlof? • Wat gebeurt er met het loon tijdens het vader-/ moederschapsverlof?

Instelling

80


Werknemer

Zelfstandige

Werknemer

Zelfstandige

Werknemer

Zelfstandige

Ziekte en ongeval (vervolg) •

Beroepsziekten en arbeidsongevallen • Wat is een beroepsziekte? • Wat zijn de financiële gevolgen van een beroepsziekte met blijvende arbeidsongeschiktheid tot gevolg? • Wat geldt er als basisloon? • Wanneer ben je slachtoffer van een arbeidsongeval? • Wat is het standpunt met betrekking tot woon-werkverkeer en arbeidsongevallen? • Waarop heb je recht als je (tijdelijk of permanent) werkonbekwaam bent ten gevolge van een arbeidsongeval?

Instelling

Werkloosheid/overbruggingsrecht • •

Wanneer heb je recht op een werkloosheidsuitkering/ overbruggingsrecht (volledige werkloosheid)? Wat dient als basis om een uitkering te berekenen?

Instelling

Pensioen • • •

Wanneer kan je met pensioen gaan? Wanneer heb je recht op het minimumpensioen? Hoeveel bedraagt het minimumpensioen?

Instelling

STAP 2

1 Wat zijn je conclusies met betrekking tot de sociale uitkeringen voor zelfstandigen en werknemers?

2 Geef drie grote gelijkenissen tussen beide systemen.

3 Geef drie grote verschilpunten tussen beide systemen.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

81


4 Wie is volgens jou het beste verzekerd op basis van deze wettelijke stelsels van sociale zekerheid? Leg uit waarom. De links bij het onlinelesmateriaal kunnen je verder helpen.

Wanneer je als zelfstandige in orde bent met de sociale bijdrage heb je sinds 1 oktober 2015 ook recht op een uitkering in het kader van mantelzorg.

5 Wat houdt deze mantelzorg precies in?

6 Hoeveel bedraagt de uitkering?

82


synthese SOCIALE RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE ZELFSTANDIGE Naast een aantal specifieke statuten (zoals voor ambtenaren) onderscheiden we twee sociale zekerheidsstatuten: het sociale statuut van de zelfstandige (Sociale Verzekering der Zelfstandigen) en het sociale statuut van de werknemer (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid). 1 DE RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID (RSZ) De financiering van de RSZ gebeurt op basis van werkgevers- en werknemersbijdragen op het brutoloon van de werknemer. De werknemersbijdrage wordt automatisch van het loon afgehouden. De overheid geeft een aanvullende financiering. Op basis van het solidariteits- en herverdelingsprincipe ben je als werknemer automatisch zeer uitgebreid beschermd. Zo heb je recht op een vervangingsinkomen als je (tijdelijk) niet actief kan zijn op de arbeidsmarkt (omwille van bv. ziekte), of krijg je aanvullende inkomsten om bepaalde situaties te verlichten (bv. bij een doktersbezoek krijg je een deel terugbetaald via het ziekenfonds). Binnen de sociale zekerheid van de werknemer onderscheiden we zeven grote takken: • RIZIV – ziekenfondsen – zieken • Rijksdienst voor arbeidsvoorziening – vakbonden of hulpkassen van de RVA – werklozen • Rijksdienst voor kinderbijslag werknemers – kinderbijslagfonds – gezinnen • Rijksdienst voor pensioenen – gepensioneerden • Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie – arbeiders • Fonds voor beroepsziekten – zieken • Fonds voor arbeidsongevallen – werknemers 2 DE SOCIALE VERZEKERING VOOR ZELFSTANDIGEN (SVZ) Als zelfstandige zorg je zelf voor je sociale verzekering. Je moet je (verplicht!) aansluiten bij een sociale zekerheidskas waar je per kwartaal sociale bijdragen aan betaalt. Vanaf 2015 worden de sociale bijdragen voorlopig berekend op de inkomsten van drie jaar geleden. Nadien worden deze bijdragen, zo nodig, geregulariseerd op de inkomsten van het lopende jaar. Startende zelfstandigen hebben een aangepaste regeling, met wettelijk vastgelegde minimumbijdragen. Wie zelfstandige in bijberoep is, zal minder sociale bijdragen betalen bij een beperkt inkomen dan een zelfstandige in hoofdberoep. Voor zelfstandige helpers en meewerkende echtgenotes gelden dan weer bijzondere bijdragepercentages. Deze sociale bijdragen geven aan de zelfstandige bepaalde rechten, zoals een vervangingsinkomen en aanvullende inkomsten. Die rechten zijn beperkter dan die van de werknemers. Als zelfstandige heb je recht op kinderbijslag, ziekte-en invaliditeitsverzekering, moederschapsverzekering, pensioen, overbruggingsrecht, uitkering mantelzorg.

TIP

Hoofdstuk 2

Bij het onlinelesmateriaal vind je nog een interessante link met een overzicht van de sociale bijdragen.

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

83


3 3.1

DE VERZEKERINGEN VAN DE ONDERNEMING WAT IS EEN VERZEKERING? Welke risico’s zie je hier? Omschrijf ze. Foto

1

2

3

4

5

6

7

8

84

Omschrijving risico


Foto

Omschrijving risico

9

10

Een verzekering kan je beschermen tegen een aantal risico’s. Als verzekeringsnemer betaal je een premie aan de verzekeringsmaatschappij. In ruil daarvoor betaalt de verzekeringsmaatschappij aan de verzekerde of aan het slachtoffer een som geld als het risico zich voordoet.

Voorbeeld Bart sloot twee jaar geleden een familiale verzekering af voor zijn gezin bij DVV. Vorige week was zijn zoon aan het voetballen in de tuin. Hij trapte hierbij zijn voetbal door het raam van de buurman. Vul aan: Verzekeringsmaatschappij: Verzekeringsnemer: Verzekerde: Begunstigde: Als je een verzekering afsluit, ontvang je van de verzekeringsmaatschappij een polis met algemene en bijzondere voorwaarden.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

85


Bij het onlinelesmateriaal vind je een verzekeringspolis. Neem deze grondig door en los nadien de onderstaande vragen op.

1 Vul het schema aan. De ontbrekende termen zijn: verzekeringsnemer, verzekeringsmaatschappij, algemene voorwaarden, verzekeringsovereenkomst, bijzondere voorwaarden

de voorwaarden, rechten en plichten die gelden voor iedereen die de verzekering afsluit.

2 Over welke verzekering gaat de polis? 3 Wie is de verzekeringsnemer? 4 Wie is of zijn de verzekerde(n)? 5 Wat is de naam van de verzekeringsmaatschappij?

86

voorwaarden die speciďŹ ek zijn voor de verzekerde en voor het risico dat wordt verzekerd (premie, verzekerde bedragen, vrijstellingen of franchise, persoonlijke gegevens, adres van het risico, ingangsdatum en duur van het contract ‌


6 Wat gebeurt er als het ongeval wordt veroorzaakt door een bestuurder die geen 23 jaar oud is?

7 Hoeveel personen mag het voertuig maximaal vervoeren (de bestuurder inbegrepen)?

Een ongeval kan iedereen overkomen. Niet alleen particulieren, maar ook ondernemingen.

8 Lees onderstaande krantenartikels. Noteer onder elk artikel tegen welk risico de onderneming zich best verzekerd.

Miljoen euro geïnvesteerd, toch weer brand in landbouwbedrijf Voor de tweede keer in acht maanden tijd brak gisteren brand uit op het landbouwbedrijf van Koen De Baets in Doomkerke. ‘Het valt niet te begrijpen. Dit kon zogezegd niet meer gebeuren. De installateur had me gezegd dat mijn nieuwe installatie 100 procent brandveilig was. We waren nog maar twee weken volledig operationeel, na de vorige brand.’ Op het bedrijf worden onder andere aardappelresten gedroogd om er honden- en kattenvoer van te maken. Rond vijf uur ’s ochtends zag de vrouw van De Baets dat het licht in de varkensstallen uitgevallen was. Na een eerste brand, in april dit jaar, twijfelde De Baets lang of hij wel zou herbeginnen. ‘Ik ben al in de vijftig en ik zag het niet zitten om nog zulke investeringen te doen. Maar mijn klanten drongen aan en mijn kinderen waren erg gemotiveerd om de zaak verder te zetten. Dus deed ik het toch.’ Bron: De Standaard

Elke week een dode op het werk Het aantal arbeidsongevallen met zware gevolgen is al dertig jaar niet naar beneden te krijgen. Vorig jaar vielen er 66 doden op de werkvloer. ‘Er zijn veel regels, maar als er een deadline gehaald moet worden, is dat plots geen prioriteit meer.’ Pascal werkte tien jaar geleden in de haven toen zijn collega tijdens het werk een arbeidsongeval kreeg. ‘Het werk zat er bijna op, we moesten nog één kist op het schip krijgen. Maar de kraan was niet correct afgesteld voor dat type kist. Er was even discussie over. Maar er was weinig tijd, het schip moest binnen een halfuur vertrekken. En schepen zijn niet als treinen: vertraging wordt niet getolereerd. Dus hebben we het toch maar gedaan. Er is toen een balk losgeschoten, tegen het hoofd van mijn collega. Zijn hoofd lag helemaal open. Hij had een hersenbloeding en een ruggenmergbloeding. Het is een wonder dat hij het overleefd heeft.’ Bron: De Standaard

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

87


Ramkraak op nieuwe Switch-winkel Gangsters hebben een ramkraak gepleegd op de nieuwe Switch-winkel aan de Boomsesteenweg. Een vitrine werd ingereden met een auto, maar er is niets gestolen. De ramkrakers sloegen donderdag in alle vroegte toe op de fonkelnieuwe Switch-vestiging op het kruispunt van de Antwerpsesteenweg met Kontichsesteenweg in Aartselaar. “Om 4.17 uur zijn ze eerst met een hard voorwerp beginnen inbeuken op de etalage. Toen bleek dat het raam het niet begaf, zijn ze met hun auto in de etalage gereden”, vertelt Sarah Debruyne van politiezone Hekla. “Ondertussen was het inbraakalarm in werking getreden en dat was voor de daders het teken om weg te vluchten. Zonder dat ze iets konden stelen.” Bron: www.gva.be

Klant zwaargewond in doe-het-zelfwinkel In een winkel van doe-het-zelfketen Brico in Wondelgem, in Oost-Vlaanderen, is een vrouw zwaargewond geraakt toen een stapel houten paletten omviel. Dat bevestigt de lokale politie aan VTMnieuws. De vrouw van 42, volgens de politie een klant, kwam onder een stapel paletten met tuinhout terecht. Waarom de stapel omviel, wordt nog onderzocht. De vrouw is zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht. Bron: nieuws.vtm.be

9 Noteer hieronder nog vijf risico’s die typisch zijn voor een ondernemer.

88


3.2

SOORTEN VERZEKERINGEN Tegen veel risico’s kan je je verzekeren. Sommige verzekeringen kan je enkel afsluiten als ondernemer.

1 Zet de passende verzekering bij de juiste omschrijving. Gebruik eventueel de weblinks bij het onlinelesmateriaal voor extra informatie. 1

Burgerlijke aansprakelijkheid uitbating

a

Deze verzekering keert het vooraf afgesproken bedrag uit indien de verzekerde overlijdt.

2

Overlijdensverzekering

b

Deze verzekering dekt de schade die je bij een auto-ongeval veroorzaakt bij andere weggebruikers.

3

Gemengde levensverzekering

c

Deze verzekering biedt je financiële bescherming wanneer je in de privésfeer het slachtoffer van een ongeval wordt.

4

Arbeidsongevallenverzekering

d

Dit is een verzekering waarbij de uitkering van het verzekerde kapitaal plaatsvindt op een bepaalde in de polis genoemde datum of bij eerder overlijden van de verzekerde.

5

Burgerlijke aansprakelijkheid motorvoertuigen

e

Deze verzekering zorgt ervoor dat je naast je wettelijke uitkering toch een inkomen ontvangt als je niet kan gaan werken door ziekte of ongeval. Het bedrag van de uitkering bepaal je zelf. Hoe meer je wilt, hoe meer premie je betaalt.

6

Brandverzekering

f

Deze verzekering dekt de niet-contractuele aansprakelijkheid voor schade aan derden (met inbegrip van het cliënteel) veroorzaakt door de ondernemer, zijn personeel, zijn bedrijfsterrein en materieel tijdens het uitoefenen van de bedrijfsactiviteiten.

Machinebreukverzekering

g

Deze verzekering zorgt ervoor dat de gebouwen en de inboedel verzekerd zijn tegen bepaalde directe en indirecte schade ten gevolge van brand.

Persoonlijke ongevallen verzekering

h

Deze verzekering dekt de lichamelijke schade bij je personeel die het gevolg is van een ongeval op het werk of op de weg van of naar het werk.

Gewaarborgd inkomen

i

Deze verzekering dekt de financiële gevolgen van de nood aan herstelling of vervanging van beschadigde machines.

Hospitalisatieverzekering

j

Deze verzekering dekt ziekenhuiskosten die niet worden vergoed door het ziekenfonds (behalve persoonlijke kosten zoals telefoon, televisie …)

7

8

9

10

1

Hoofdstuk 2

2

3

4

5

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

6

7

8

9

10

89


Er bestaan drie soorten verzekeringen: Aansprakelijkheidsverzekering Bij een aansprakelijkheidsverzekering gaat het om risico’s die anderen lopen ten gevolge van een door jou uitgevoerde handeling.

Art. 1382 van het burgerlijk wetboek ‘Elke daad van de mens waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade ontstaan is, deze te vergoeden.’

Dit artikel van het burgerlijk wetboek geeft aan dat, als er een oorzakelijk verband is tussen de schade en een bepaalde actie, de persoon die de actie heeft uitgevoerd de schade moet vergoeden. Zaakschadeverzekeringen Ook met gebouwen, voertuigen, machines en toestellen (van een bedrijf) kan er heel wat mislopen, zodat er (omzet)schade wordt geleden. Tegenwoordig worden ook natuurrampen gedekt door deze verzekeringscategorie. Inkomens-levensverzekeringen Deze verzekering verzekert je voor persoonsgebonden risico’s zoals ziekte, overlijden … zodat jij of je werknemers bepaalde niet-vergoede kosten toch terugbetaald krijgen. Daarnaast kunnen via deze verzekeringscategorie inkomensdervingen worden opgevangen voor de zelfstandige en de werknemer.

2 Zet de verzekeringen van opdracht 1 in de juiste kolom van de onderstaande tabel. Aansprakelijkheidsverzekering

Zaakschadeverzekering

Inkomens- en levensverzekering

De risico’s van ‘zwart’ huispersoneel Ben ik verplicht om mijn poetsvrouw te verzekeren? Wat zijn de risico’s van een ‘zwarte’ tuinman? Alles wat u altijd al wilde weten over zwartwerk, maar nooit durfde te vragen. Als u tegen betaling mensen tewerkstelt, wordt u als werkgever beschouwd en bent u wettelijk verplicht een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten. Dat geldt ook als u een poetsvrouw, tuinman, babysit … ‘in het zwart’ tewerkstelt. Met een arbeidsongevallenverzekering voor huispersoneel kunt u zich van deze verplichting kwijten. U kunt daarvoor in het klassieke verzekeringscircuit terecht. De minimum waarborgen van deze verplichte verzekering liggen wettelijk vast en zijn bij iedere verzekeraar identiek. De premie en de bijkomende service kunnen wel verschillen tussen de maatschappijen onderling. Bron: De Standaard

90


3 Markeer de verzekeringen die enkel door ondernemingen kunnen worden aangegaan. Sommige verzekeringen zijn verplicht, anderen zijn noodzakelijk of wenselijk.

4 Zet de verzekeringen van opdracht 1 in de juiste kolom. Verplichte verzekeringen

3.3

Noodzakelijke verzekeringen

Wenselijke verzekeringen

WELKE ELEMENTEN BEPALEN HET BEDRAG VAN DE VERZEKERINGSPREMIE? De hoogte van de premie wordt bepaald door verschillende elementen.

1 Bereken voor de volgende situaties de hoogte van de premie op de website van Ethias.

2 Noteer onder elke situatie ook de belangrijkste elementen die de hoogte van de premie bepalen. Situatie 1 Jan Stroobants is geboren op 23 september 1999 en heeft zijn definitief rijbewijs gehaald op 10 oktober 2017. Hij heeft net zijn eerste wagen gekocht, een nieuwe Renault Clio IV (0.9 TCe Community limited – manuele versnelling – benzine) zonder bijzondere accessoires. Het is de eerste keer dat hij een verzekering aangaat. Hij heeft nog nooit een schadegeval gehad. Hij gebruikt de wagen enkel privé en om naar zijn werk te rijden. Hij verwacht ongeveer 12 000 km per jaar te rijden. Hij heeft geen aanhangwagen of caravan. Jan woont op dit moment nog bij zijn ouders in de Gijzelaarstraat 5 in Antwerpen. Zijn ouders zijn ook bij Ethias verzekerd. Hij werkt in een onderneming in Antwerpen als bediende. Zijn gsmnummer is 0477 87 95 36. Zijn mailadres is jan.stroobants@gmail.com.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

91


Situatie 2 Steven Reumers woont met zijn gezin in de Kerkstraat 7 in 3500 Hasselt. Hij heeft op dit moment een brandverzekering bij een andere verzekering maar wil onderzoeken hoe hoog de premie is bij Ethias. Hij is eigenaar van een woonhuis (open bebouwing – bouwjaar 2005). Het huis bestaat uit de volgende vertrekken: eetkamer: 45 m² 3 slaapkamers van elk 16 m² keuken: 16 m² wasplaats: 9 m² garage: 32 m² veranda: 7 m² badkamer: 9 m² Het huis heeft enkel een kruipkelder en er is geen zwembad. Er zijn ook geen bijgebouwen. De woning is nog nooit getroffen door een overstroming. Steven wil verzekerd zijn voor het gebouw en de inboedel. Hij wil ook een diefstalverzekering en een verzekering rechtsbijstand.`

Situatie 3 Laurent Stans (°28 maart 1978) is gehuwd met Melisa Bertels (°8 mei 1979). Zij hebben drie kinderen: Evelien (°21 januari 2008) Finn (°16 april 2011) Leen (°23 september 2016) Laurent en Melisa willen nagaan of Ethias een goedkopere hospitalisatie aanbiedt. Ze willen verzekerd zijn voor medische en paramedische kosten tijdens de opname bij ziekte, zwangerschap, bevalling of als gevolg van een ongeval, ook bij dagopnames.

92


synthese DE VERZEKERINGEN VAN DE ONDERNEMING Omdat er zich bepaalde en onvoorziene omstandigheden kunnen voordoen, willen bedrijven en privépersonen zich tegen deze risico’s verzekeren. Op die manier wordt het financiële gevaar beperkt. Als verzekeringnemer sluit je een contract af met een verzekeraar die tegen betaling van de verzekeringspremie de financiële gevolgen van een schadegeval vergoedt. De verzekeringspremie is afhankelijk van een aantal factoren, zoals leeftijd van de verzekeringnemer, verzekerde waarde … Daardoor zijn verzekeringspremies zeer persoonlijk en op maat. We onderscheiden drie soorten verzekeringen. 1 AANSPRAKELIJKHEIDSVERZEKERINGEN Bij een aansprakelijkheidsverzekering gaat het om risico’s die anderen lopen ten gevolge van een door jou uitgevoerde handeling. 2 ZAAKSCHADEVERZEKERINGEN Ook met gebouwen, voertuigen, machines en toestellen (van een bedrijf) kan er heel wat mislopen, zodat er (omzet)schade wordt geleden. Tegenwoordig worden natuurrampen ook gedekt door deze verzekeringcategorie. 3 INKOMENS-LEVENSVERZEKERINGEN Deze verzekering verzekert je voor persoonsgebonden risico’s zoals ziekte, overlijden … die ervoor zorgen dat jij of je werknemers bepaalde niet-vergoede kosten toch terugbetaald krijgen. Daarnaast kunnen via deze verzekeringscategorie inkomensdervingen worden opgevangen voor de zelfstandige en de werknemers. Alle types van verzekeringen worden zowel door particulieren als bedrijven afgesloten. Het spreekt voor zich dat de wetgever bepaalde verzekeringen heeft verplicht voor zowel particulieren als bedrijven (BA uitbating, BA auto). Het is opvallend dat zowel bedrijven als particulieren zich tegen dezelfde zaken verzekeren.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

93


oefeningen

Een splinternieuwe bestelwagen is betrokken bij een ongeval met dodelijke afloop. Na een brand moet je je toonzaal gedurende drie weken sluiten. Door een blikseminslag is het computernetwerk buiten gebruik. Een bezoeker struikelt over een loszittend stuk tapijt in je showroom en loopt daarbij een beenbreuk op. Er breekt een brand uit in je hotel of restaurant en er vallen gewonden. Een van je beste medewerkers wordt het slachtoffer van een arbeidsongeval en is acht maanden arbeidsongeschikt. De boekhouder gaat na 32 jaar trouwe dienst met pensioen. Als bedrijf heb je financiële bescherming voor deze trouwe medewerker voorzien. Je bent als zelfstandige slachtoffer van een verkeersongeval en moet enkele weken herstellen. Je verblijft geruime tijd in het ziekenhuis voor een noodzakelijke heelkundige ingreep.

94

Inkomens-levensverzekering

Verzekeringsproduct

Zaakschadeverzekering

Risico’s

Aansprakelijkheidsverzekering

In onderstaande tabel vind je een aantal bedrijfsgebonden risico’s. Kruip in de huid van een verzekeringsmakelaar. Noteer in de tweede kolom welke verzekering(en) je zou aanbevelen. Duid in de derde kolom aan of het om welke verzekeringscategorie het gaat


oefeningen

Stap 1 Analyseer welke verzekeringsproducten je nodig hebt voor je projectonderneming. Volgende vragen kunnen hierbij helpen: • Welke handelsactiviteit heeft de projectonderneming? • Zijn er personeelsleden in dienst? • Worden er klanten ontvangen? • Huren we een pand of zijn we eigenaar van het handelspand? • Welke verzekeringen worden er verplicht door de wetgever?

Stap 2 Verdeel de verzekeringsproducten onder de groepsleden. (Neem tenminste een verzekeringsproduct uit elke soort verzekeringen). Ga op bezoek bij twee verzekeringsmakelaars of verzekeringmaatschappijen en vraag uitleg over de specifieke verzekering die je nodig hebt. Daarnaast vraag je een prijsofferte en polis.

Stap 3 Met beide offertes en polissen in de hand los je onderstaande vragenlijst op. Je maakt een vergelijking (best in tabelvorm) voor beide polissen en offertes. Je voegt een afdruk toe aan je cursus en slaat het werkdocument op in je map met als naam: VerzekeringenVergelijking[verzekeringnaam].

Vragenlijst verzekeringen: 1 Wie is de verzekeraar? 2 Welke soort verzekering is jouw verzekeringsproduct? 3 Voor welk verzekeringsproduct heb je een polis? 4 Welke specifieke risico’s worden er verzekerd? 5 Zijn er ook uitzonderingen die NIET verzekerd worden? Welke? 6 Welke zijn de vergoedingsmechanismen/-grenzen die opgenomen zijn in de polis? 7 Worden er extra waarborgen geboden in jouw verzekering? Welke? 8 Welke prijs moet je betalen voor deze verzekering? (Geef ook aan hoe die prijs tot stand is gekomen, als je dit kan opmaken uit de offerte of polis)

Stap 4 Met beide offertes en polissen in de hand los je bijgevoegde vragenlijst op.

Hoofdstuk 2

Sociale Zekerheid en Verzekeringen

95


oefeningen Stap 5 Beslis binnen je projectgroep welke verzekeringen het beste passen bij je projectonderneming.

Stap 6 Stel het verzekeringspakket voor aan de klasgroep. Je klasgenoten zijn de afgevaardigden van de projectonderneming die komen luisteren naar het verzekeringsvoorstel. Je kiest zelf de presentatiesoftware. Elk groepslid komt aan de beurt als expert van een bepaald verzekeringsproduct.

96


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Handelzes Ondernemingsbeleid - hoofdstuk 2 by VAN IN - Issuu