3
0
H O E CO M M U N I C ER EN?
a Bekijk deze foto. Nabila
#les3 #communiceren #boodschappen #nofilter
nu
Sara: Vriendschap! J LaĂŻs: Zucht! #lawaai b Noteer de boodschappen die deze leerlingen geven.
opslaan Verbale communicatie = communicatie met Non-verbale communicatie = communicatie zonder
. .
les 3 – hoe communiceren?
17
1
Iets vertellen doe je niet enkel met woorden. Ook je lichaam kan 'spreken'. Dat heet lichaamstaal. Verbind de boodschap met de juiste foto. Gebaren
Ik geef het op.
Wat zeg je?
Je krijgt spijt als je niet luistert.
Zo klein.
De tijd is om.
Begroetingen
Bedankt en tot ziens.
Hey, je bent terug. Ik heb je gemist.
Yo! Hoe is ’t?
18
les 3 – hoe communiceren?
Gelaatsuitdrukkingen
Ik ben zelfverzekerd.
Wat frustrerend.
Laat me denken.
Echt vies!
LICHAAMSHOUDINGEN
Wat je zegt, boeit me.
Kom maar als je durft.
Ik leef met je mee.
Dit is vermoeiend.
Dit is stom.
les 3 – hoe communiceren?
19
opslaan Met mensen die je goed kent, communiceer je op een andere manier dan met mensen die je niet goed kent. .
Formele communicatie = met mensen die je Informele communicatie = met mensen die je
2
a Denk enkele minuten na over je voorbije grote vakantie. b Schrijf in de linkerkolom drie situaties waarin je formeel gecommuniceerd hebt. c Schrijf in de rechterkolom drie personen waarmee je informeel gecommuniceerd hebt. Formeel
3
.
Informeel
Een brief of e-mail begin je met een aanspreking en eindig je met een slotformule. Schrijf de volgende aansprekingen en slotformules over in de juiste kolom. Aansprekingen: Geachte – Yo! – Hoi – Beste – Beste mijnheer / mevrouw – Dag – Geachte heer / mevrouw Slotformules: Hoogachtend – Doei!!! – Groetjes – xxx-jes – mvg – Met vriendelijke groeten – Vriendelijke groet – Hartelijke groeten informeel
20
les 3 – hoe communiceren?
formeel
zéér formeel
4
a Lees en bekijk onderstaande situaties. b Schrijf telkens een gepaste tekst. Let op het verschil tussen formeel en informeel. Situatie 1 DOEL: je wilt weten op welk spoor de trein vertrekt. MIDDEL: gesprek
informeel
formeel
Situatie 2 DOEL: je zit vast op de tram en wilt dat de bus voor de schoolreis nog even op je wacht. MIDDEL: sms SMS
informeel
formeel
SMS
Situatie 3 DOEL: je wilt verwittigen dat je niet op school zult zijn wegens ziekte. MIDDEL: telefoongesprek
informeel
formeel
les 3 – hoe communiceren?
21