MicroScoop 1u - Editie 2026

Page 1


1u Natuurwetenschappen voor de B-stroom

Inhoudsopgave

MicroScoop 1u

-Op expeditie (proefversie)

-Nieuw leven (nog niet beschikbaar)

- Opzoekboekje (nog niet beschikbaar)

Proefversie©VANIN

1 Biodiversiteit in biotopen p. 1

2 Voedselrelaties p. 21

3 Aanpassingen van planten en dieren aan hun leefomgeving p. 29

4 Natuurlijk evenwicht p. 39

Naam: Klas:

Via

Heb je nog geen account?

Ga naar myvanin.be en registreer je.

Registreer je via een Smartschool-account? Koppel dan je e-mailadres aan je account.

Heb je je account aangemaakt?

Meld je aan op myvanin.be. Activeer onderstaande code.

Klik op het geactiveerde leermiddel om ermee aan de slag te gaan op iDiddit. Lukt het niet om de code te activeren? Neem dan contact op met onze klantendienst.

Proefversie©VANIN

scoop micro

LET OP:

ACTIVEER DEZE LICENTIE

PAS VANAF 1 SEPTEMBER; DE LICENTIEPERIODE START VANAF ACTIVATIE

EN IS 365 DAGEN GELDIG.

!

Dit leermiddel is onderdeel van de lesmethode MicroScoop van Uitgeverij VAN IN. Het is ontwikkeld met de intentie dat iedere leerling zich herkent en thuis voelt in beeld en tekst. Heb je op- of aanmerkingen, dan kun je contact opnemen met Uitgeverij VAN IN.

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen.

Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het onlinelesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.ididdit.be

© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2026. Alle rechten voorbehouden.

Tekst- en datamining (TDM) niet toegestaan.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

credits

p. 1 Zoniënwoud © tvbrussel, p. 9 ladder van Lansink © www.recycling.nl, p. 11 visvijvers © RLLK – www.dewijers.be, multimovepad © Sport Vlaanderen / Natuur en Bos, p. 14 natuurlijke selectie © KBIN, p. 20 verzorgingsfiche © www.fleurdirect.nl, p. 25 dier © KBIN, p. 33 ecoduct © Natuur en Bos van de Vlaamse Overheid, luchtfoto © Google Maps, p. 41 recreatiepark © BlueLily7 / Shutterstock.com

Eerste druk

978-94-651-4362-0

D/2026/0078/60

Art. 611631/01

NUR 120

Instructietaal

De volgende instructies heb je nodig in je themabundel:

Ontwerp: B.AD

Opmaak: Ontvlambaar

Covertekening: Jan Heylen

Tekeningen binnenwerk: Geert Verlinde

Omcirkel

1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN

GROENE RUIMTEN EN BIODIVERSITEIT

1 Bekijk het filmpje op iDiddit.

a Over welk bos krijg je veel info in het filmpje?

b Welke dieren geven de beste informatie over de kwaliteit van de biotoop waarin ze leven?

Proefversie©VANIN

2 Wat weet je al over biodiversiteit?

3 Wat weet je al over een ecosysteem?

4 Wat wil je graag leren over biodiversiteit?

LEERDOELEN

Je leert nu: een onderscheid maken tussen biotische en abiotische factoren. de gepaste meetmethode gebruiken voor het onderzoeken van abiotische factoren.

voorbeelden geven van de invloed van de mens op de biodiversiteit. het belang van biodiversiteit uitleggen aan de hand van voorbeelden.

Bossen

OPDRACHT 1: MAAK KENNIS MET VERSCHILLENDE BIOTOPEN

Een plaats met specifieke leefomstandigheden waar organismen kunnen samenleven, noem je een biotoop.

1 Ga na welke verschillende biotopen er zijn.

a Lees opnieuw de beschrijving van een biotoop in het begrippenkader hierboven.

b Neem het stickerblad met de afbeeldingen van verschillende biotopen op p. 53.

c Kleef de afbeeldingen op de juiste plaats.

d Noteer voor elke biotoop twee typische kenmerken.

bos braakliggend terrein grot vijver recreatiepark wegberm

Proefversie©VANIN

2 Bekijk het filmpje over de leer van het leven op iDiddit.

a Wat bestudeert de biologie?

b Geef een ander woord daarvoor.

c Welke kenmerken hebben organismen volgens het filmpje?

d Ken je zelf nog andere kenmerken van organismen?

Proefversie©VANIN

e Hoe noem je, in de natuur, dingen die nooit hebben geleefd?

f Noteer drie voorbeelden daarvan.

3 Bekijk welke afspraken je nakomt wanneer je een biotoop onderzoekt.

a Lees de stellingen over de na te komen afspraken.

b Is de stelling juist of fout? Plaats een kruisje.

stelling juistfout

Je laat je afval achter op de grond.

Je mag roepen, tieren en zingen.

Je mag enkel op de wandelpaden lopen.

Je kunt huisdieren laten loslopen.

Je zet kleine diertjes die je onderzocht hebt, terug op de plaats waar je ze vond.

Je beschadigt geen bomen, struiken, kruiden en paddenstoelen.

Je verzamelt enkel wat van jou verwacht wordt.

Vul de volgende woorden in op de juiste plaats. biotoop – niet-levende – organismen

- Een is een plaats met specifieke leefomstandigheden waar bepaalde of levende wezens samenleven.

- Levende wezens kunnen onder andere ademen, bewegen … materie kan dat niet.

OPDRACHT 2: ONDERZOEK HET LEVEN IN EEN BIOTOOP

1 Bekijk de afbeeldingen.

a Maak een woordspin door vanuit het centrale woord blauwe pijlen te trekken naar de afbeeldingen waarop een organisme te zien is.

ORGANISMEN

Proefversie©VANIN

b Benoem de organismen waarnaar je een blauwe pijl hebt getrokken. Kies uit: boom – boterbloem – duizendpoot – konijn – mensen – paddenstoelen

c Markeer het juiste antwoord in de zin.

Organismen zijn biotische factoren of levende / niet-levende factoren in een biotoop.

d Als je weet dat levende wezens biotische factoren zijn, hoe noem je dan de niet-levende wezens? Vink aan.

Dat zijn de biotische factoren in een biotoop.

Dat zijn de abiotische factoren in een biotoop.

2 Ontdek hoe je tijdens je expeditie de biotische factoren kunt waarnemen.

Om de naam van een plant of een dier te bepalen, gebruik je de zichtbare kenmerken van het organisme. Dat noem je determineren.

a Je leerkracht geeft je een afbeelding van een organisme. Bekijk de afbeelding.

b Kruis in de tabel aan welke fiche uit Opzoekboekje B je gebruikt om de naam te bepalen.

biotische factoren waarnemen planten dieren

fiche xx in Opzoekboekje B: Welke kruidachtige planten kun je waarnemen?

fiche xx in Opzoekboekje B: determineertabel voor bomen en struiken

Proefversie©VANIN

fiche xx in Opzoekboekje B: Welke kleine diertjes kun je waarnemen?

fiche xx in Opzoekboekje B: Welke waarnemingen wijzen op de aanwezigheid van grote dieren?

OPDRACHT 3: ONDERZOEK DE ABIOTISCHE FACTOREN

1 Bekijk opnieuw de afbeeldingen bij opdracht 2 op p. 4.

a Bekijk de afbeeldingen waarnaar je geen pijl hebt getrokken.

b Die factoren heb je niet benoemd. Noteer met rood de naam van die abiotische factoren. Kies uit:

grond – licht – vochtigheid – water – wind

2 Ontdek hoe je tijdens je expeditie de abiotische factoren kunt bepalen.

a Lees in kolom 1 van de tabel de abiotische factoren.

b Bekijk in kolom 2 de afbeeldingen van de meetinstrumenten waarmee je die abiotische factoren meet.

c Noteer de naam van het meetinstrument in kolom 3. Kies uit:

geluidsmeter – lichtmeter – luchtvochtigheidsmeter – thermometer –valpen met buis – windsnelheidsmeter

d Lees in kolom 4 de eenheid waarin elke abiotische factor wordt uitgedrukt.

e Vink in kolom 5 het juiste symbool voor de eenheid uit kolom 4 aan. abiotische

Proefversie©VANIN

uur

en lintmeter/meetlat

Naast de bodemhardheid kun je ook de bodemsoort bepalen. Je gebruikt daarvoor een grondboor om een grondstaal van de bodem te nemen. Dat grondstaal plaats je in een goot.

Aan de hand van een determineertabel ga je dan op zoek naar de naam van het gesteente voor jouw grondstaal.

Proefversie©VANIN

3 Je leerkracht toont enkele begrippen. Kruis in de tabel aan welke fiche(s) uit

Opzoekboekje B je gebruikt.

fiche xx in

Opzoekboekje B: Hoe werk je met een grondboor?

Vul de ontbrekende woorden in.

abiotische factoren bepalen

fiche xx in

Opzoekboekje B: Hoe bepaal je de bodemhardheid?

Tijdens de expeditie in biotopen onderzoek je:

fiche xx in

Opzoekboekje B: determineertabel voor gesteenten

- factoren of levende factoren (bijvoorbeeld planten en dieren)

- factoren of niet-levende factoren (bijvoorbeeld windsnelheid, temperatuur en luchtvochtigheid)

OPDRACHT 4: GA OP EXPEDITIE IN BIOTOPEN

Je krijgt van je leerkracht de werkbundel ‘Op expeditie in biotopen’.

Noteer hieronder gegevens over de expeditie.

a ga je op expeditie?

b ga je naartoe? Wanneer Waar

De aanwezigheid van verschillende soorten organismen in een biotoop noem je biodiversiteit.

Ga na hoe je biodiversiteit kunt waarnemen.

Proefversie©VANIN

a Herlees de omschrijving van biodiversiteit in het begrippenkader hierboven.

b Bekijk de afbeeldingen.

c Op welke afbeelding is de biodiversiteit het grootst? Plaats een kruisje.

d In welk biotoop is de biodiversiteit het grootst? Plaats een kruisje voor de juiste stelling.

In een weiland waar koeien grazen, komen meer organismen voor dan in een bloemenweide.

De aanwezigheid van verschillende soorten organismen is het grootst in een biotoop met een groot aantal verschillende soorten planten.

In een graasweide en een bloemenweide is het aantal verschillende soorten organismen gelijk.

De biodiversiteit van een graasweide is groter dan die van een bloemenweide, omdat de uitwerpselen van dieren extra bemesting geven.

Markeer wat juist is.

- De biodiversiteit geeft aan hoeveel verschillende soorten organismen in een biotoop voorkomen.

- In een biotoop waar veel verschillende soorten organismen samenleven, is de biodiversiteit groot / klein.

OPDRACHT

1 Bekijk de afbeeldingen van menselijke activiteiten die de biodiversiteit beïnvloeden.

Proefversie©VANIN

BIODIVERSITEIT

a Lees de omschrijvingen van menselijke activiteiten die de biodiversiteit beïnvloeden.

1 Afvalwater lozen in beken en rivieren.

2 Maai mei niet.... bij blij! Rijd het gras niet af gedurende de meimaand.

3 Voorkom afval! Gebruik van herbruikbare drinkfles.

4 De grote wouden massaal ontbossen.

5 Plasticsoep in de wereldzeeën doen ontstaan.

6 Rust- en broedplaatsen worden goed beschermd.

7 Landbouwers en tuiniers gebruiken pesticiden

8 Afvalwater zuiveren in waterzuiveringsstations.

b Noteer bij elke afbeelding het juiste cijfer van de omschreven menselijke activiteit.

c Sommige afgebeelde menselijke activiteiten verstoren de biodiversiteit.

Trek vanuit het centrale woord ‘biodiversiteit’ rode pijlen naar die afgebeelde activiteiten.

d Sommige afgebeelde menselijke activiteiten zorgen dat de biodiversiteit behouden blijft.

Trek vanuit het centrale woord groene pijlen naar die afbeeldingen.

2

Ontdek het verband tussen sushi en een schildpad.

a Bekijk het filmpje op iDiddit.

b Bekijk vervolgens de afbeeldingen.

c Lees nu de tekst bij d.

d Markeer wat juist is.

Sushi is een populair gerecht.

Daardoor is de vraag naar blauwvintonijn / dolfijn enorm gedaald / gestegen. Volgens het filmpje varen er te veel vissersboten uit met enorm grote / kleine netten. Daarin komen jaarlijks niet alleen massa’s vissen terecht, maar raken per ongeluk ook 2 500 / 25 000 / 250 000 beschermde zeeschildpadden verstrikt. De zeedieren uit de hoofdvangst / bijvangst worden gewoon dood of stervend terug in zee gegooid. Daardoor worden veel dezelfde / verschillende soorten zeedieren met uitsterven bedreigd.

e Markeer wat past.

De overbevissing zorgt voor behoud / verstoring van het leven in de wereldzeeën.

f Is deze menselijke activiteit positief of negatief voor de biodiversiteit in zee? Omcirkel.

positief / negatief

visvangst

Proefversie©VANIN

3 Welk verband is er tussen de verkeerswegen en de biodiversiteit in bepaalde natuurgebieden?

a Bestudeer de afbeeldingen op de volgende pagina.

b Beantwoord de vragen in de tabel.

vragen

1 Welke grote bossen waren al van elkaar gescheiden rond 1757?-

2 Welke belangrijke verkeerswegen zorgen voor de verdere versnippering van die bossen?-

3 Welke woonkern ligt tussen het natuurgebied van de Dijlevallei en Heverleebos?

4 Zorgt de versnippering van bossen door de aanleg van verkeerswegen en bebouwing voor verstoring of behoud van de biodiversiteit? Markeer.

5 Hoe werd het probleem van de versnippering in het Meerdaalwoud opgelost? Markeer.

antwoorden

- verstoring van biodiversiteit

- behoud van biodiversiteit

- door de aanleg van bruggen over de E40

- door de aanleg van ecoducten over de E40

- door de aanleg van ecoducten over de N25

sushi met blauwvintonijn
schildpad verstrikt in visnet
industriële

6 Voor welke organismen is de bouw van die oversteekplaatsen bedoeld? Markeer.

7 Is de aanleg van ecoducten over verkeerswegen positief of negatief voor de biodiversiteit? Omcirkel.

1 Voor

Heverleebos

Dijlevallei

Meerdaalwoud

uittreksel uit de Ferrariskaart van Meerdaalwoud, Heverleebos en ruime omgeving (± 1757)

- voor mensen - voor kleine dieren - voor grote dieren

positief / negatief

Proefversie©VANIN

3 Ecoduct

2 Na ecoduct

Dijlevallei

Heverleebos Oud-Heverlee

Vaalbeek

luchtfoto Heverleebos-Meerdaalwoud

Meerdaalwoud

Weetje

Ad Lansink is een Nederlandse minister die in 1979 een plan bedacht om het afvalprobleem aan te pakken. Hij ontwierp daarvoor een ladder. De beste oplossing zette hij bovenaan de ladder.

4 Lees de woorden in verband met het afvalplan van Lansink.

Proefversie©VANIN

energie – hergebruik – recycleren – storten – verbranden – voorkomen

a Bekijk de afbeelding van de ladder.

b Noteer de woorden uit het keuzekader op de ladder.

c Markeer het juiste antwoord. Door de ladder van Lansink te volgen zorg je voor het behoud / de verstoring van je leefomgeving.

d Is de afvalbehandeling volgens de ladder van Lansink positief of negatief voor de biodiversiteit? Omcirkel. positief / negatief

5

Lees de handelingen over omgaan met afval.

a Is de handeling juist of fout? Plaats een kruisje.

b Markeer welke handelingen je zelf doet.

handeling omgaan met afval juistfout

Proefversie©VANIN

1 keukenafval aan de kippen geven

2 frituurolie door de gootsteen gieten

3 tuinafval in de compostbak gooien

4 te kleine kleding naar een kringloopwinkel brengen

5 grasmaaisel uitstrooien in de wegberm

6 bouwafval naar het containerpark brengen

7 papierresten in de bak voor restafval werpen

8 lege blikjes frisdrank met het restafval meegeven

c Markeer het juiste antwoord. De manier waarop ik omga met afval zorgt voor behoud / verstoring van mijn eigen biotoop.

d Is de manier waarop jij omgaat met afval positief of negatief voor de biodiversiteit? Omcirkel.

positief / negatief

Markeer de juiste termen.

Menselijke activiteiten beïnvloeden de biodiversiteit.

- bescherming van rust- en broedplaatsen

- zuiveren van afvalwater in zuiveringsstation

- niet maaien: blije bijen

- bescherming van organismen in zeeën

- aanleg van ecoducten over drukke wegen

- het voorkomen van afval

Deze activiteiten zorgen voor: behoud/verstoring

- massale ontbossing

- lozen van afvalwater in beken en rivieren

- gebruik van pesticiden

- overbevissing van wereldzeeën

- versnippering van bossen

- gebruik van plastic wegwerpverpakking plasticsoep in zeeën

Deze activiteiten zorgen voor: behoud/verstoring

positief / negatief voor biotopen positief / negatief voor biotopen

OPDRACHT 7: G A NA WELK BELANG DE BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN HEEF T VOOR DE MENS

1 Koppel de biodiversiteit van verschillende biotopen aan het belang voor de mens.

a Bekijk de afbeeldingen van de biotopen in de tabel.

Proefversie©VANIN

veld met geneeskrachtige planten

visvijvers in natuurlijke omgeving

wandelpad tussen bos en weide

bijen gelokt door opvallende bloemen in een boomgaard houtstapel aan de rand van een bos multimovepad in natuurgebied

b Lees hieronder over het belang van de biodiversiteit voor de mens.

1 ontspanning voor de mens

2 opbrengst van honing

3 productie van voedsel

4 grondstof voor geneesmiddelen

5 ruimte voor de landbouw

6 voldoende hout voor de bouwsector

7 stijging zuurstofgas in de lucht

c Welk belang heeft de biodiversiteit in verschillende biotopen voor de mens?

Noteer de juiste cijfers onder de afbeeldingen van de biotopen.

Vul de volgende woorden in op de juiste plaats.

bouwsector – grondstoffen – ontspanning – ruimte – voedsel – zuurstofgas

De biodiversiteit binnen goed onderhouden biotopen zorgt voor:

- de productie van

- voor de landbouw

- voldoende hout voor de

- voor geneesmiddelen

- in de lucht

- voor de mens

OPDRACHT 8: ONTDEK WAT EEN ECOSYSTEEM IS

Alles wat leeft, kan opgedeeld worden in verschillende niveaus. Dat worden de organisatieniveaus van de levende natuur genoemd.

Neem het stickerblad op p. 53.

a Lees in kolom 2 van de tabel op p. 15-16 de omschrijvingen van de verschillende organisatieniveaus.

b Kleef de juiste afbeelding bij elke omschrijving.

c Noteer de naam van het organisatieniveau bij de juiste afbeelding. Kies uit:

individu - levensgemeenschap - populatie - ecosysteem

d Laat je antwoorden controleren door de leerkracht voor je begint te kleven.

afbeelding

Proefversie©VANIN

omschrijving organisatieniveau

één organisme =

één biotische factor

een groep organismen van dezelfde soort =

één biotische factor

afbeelding

omschrijving organisatieniveau

alle verschillende soorten organismen = meerdere biotische factoren

Proefversie©VANIN

- biotische factoren

- abiotische factoren

- de relaties tussen beide factoren binnen een afgebakend gebied

e Plaats een kruisje bij het juiste antwoord. In de tabel zijn de organisatieniveaus gerangschikt van: klein naar groot. groot naar klein.

Ecologie is de studie van relaties en de samenwerking tussen levende organismen en hun omgeving.

Vul de ontbrekende woorden in.

Een ecosysteem, zoals een loofbos, wordt gekenmerkt door:

- factoren of levende factoren.

- factoren of niet-levende factoren.

- de relaties tussen biotische en abiotische factoren.

bestudeert de wisselwerkingen tussen levende organismen onderling en hun relatie met hun omgeving.

SYNTHESE

Een ecosysteem wordt gekenmerkt door:

- biotische factoren

- abiotische factoren

- de relaties tussen biotische en abiotische factoren

Proefversie©VANIN

EEN BIOTOOP

= een plaats met specifieke leefomstandigheden waar bepaalde organismen of levende wezens samenleven.

BIOTISCHE FACTOREN

bv. - dieren - planten

HOE WAARNEMEN?

determineren

ABIOTISCHE FACTOREN

bv. - temperatuur - windsnelheid

- vochtigheid

- geluidssterkte

- verlichtingssterkte

- grondsoort

HOE METEN EN BEPALEN?

meetinstrumenten,

bv. - thermometer

- windsnelheidsmeter

- luchtvochtigheidsmeter

- geluidsmeter

- lichtmeter

- valpen, buis, lintmeter/meetlat

- grondboor en determineertabel

EEN ECOSYSTEEM

wordt gekenmerkt door:

- biotische factoren

- abiotische factoren

- de relaties tussen de biotische en abiotische factoren

Biodiversiteit en ecologie zijn twee belangrijke begrippen die je helpen om de natuur te begrijpen.

- Biodiversiteit geeft aan hoeveel verschillende soorten organismen er in een biotoop voorkomen.

- Ecologie richt zich op de wisselwerking tussen die soorten en hun omgeving.

VOORBEELDEN VAN MENSELIJKE ACTIVITEITEN DIE DE BIODIVERSITEIT BEÏNVLOEDEN

- bescherming van organismen in zeeën

- afvalwater zuiveren

- het gras niet maaien in de maand mei

- ecoducten aanleggen

- bescherming van rust- en broedplaatsen

- afval voorkomen

- overbevissing

- afvalwater lozen

- pesticiden gebruiken

- versnippering van bossen

- ontbossing

- plastic wegwerpverpakking gebruiken

plasticsoep in zeeën

BELANG VAN BIODIVERSITEIT VOOR DE MENS

- ontspanning voor de mens

- productie van voedsel

- ruimte voor landbouw

- voldoende hout voor de bouwsector

- zuurstofgas in de lucht

- grondstoffen voor geneesmiddelen

Proefversie©VANIN

Ik kan …

Ik vind dit op: een onderscheid maken tussen biotische en abiotische factoren.

p. 4, 5 en 17

voor het onderzoek van abiotische factoren de gepaste meetmethode gebruiken.

p. 6, 7 en 17 voorbeelden geven van menselijke activiteiten die de biodiversiteit behouden.

p. 9-13 en 17 voorbeelden geven van menselijke activiteiten die de biodiversiteit verstoren.

p. 9, 10, 13 en 17 het belang van biodiversiteit uitleggen aan de hand van voorbeelden.

p. 14, 15 en 17

NU IS HET JOUW BEURT

1 Welke abiotische factoren kun je meten met de onderstaande meettoestellen?

Noteer de antwoorden op de vragen onder elk toestel.

afbeelding meetinstrument

Proefversie©VANIN

naam toestel

grootheid symbool eenheid

2 Tijdens de expeditie verzamelde je gegevens over biotische en abiotische factoren van twee verschillende biotopen.

a Welke biotopen heb je onderzocht? Noteer.

- Biotoop 1:

- Biotoop 2:

b Bekijk de foto’s die je maakte tijdens de expeditie.

c Vergelijk de gegevens die je verzamelde.

d Welke verschillen tussen de biotopen kun je waarnemen? Markeer.

- Biotoop 1:

• Er groeien veel / weinig verschillende soorten planten.

• Je kunt er veel / weinig verschillende soorten kleine diertjes waarnemen.

- Biotoop 2:

• Er groeien veel / weinig verschillende soorten planten.

• Je kunt er veel / weinig verschillende soorten kleine diertjes waarnemen.

e Vergelijk de biodiversiteit in biotoop 1 en 2 met elkaar. Wat stel je vast? Noteer.

3 Bekijk de afbeeldingen van biodiversiteit in tuinen.

a In welke tuin is volgens jou de biodiversiteit het grootst? Plaats een kruisje.

b Hoe kun je de biodiversiteit in die tuin nog vergroten? Kruis de juiste antwoorden aan.

Door grasmaaisel tussen de planten te werpen.

Door een insectenhotel te plaatsen.

Door uitgebloeide bloemplanten uit te trekken.

Door te sproeien tegen schadelijke insecten.

Door een natuurlijk vijvertje aan te leggen.

4 Ontdek het verband tussen een shampoofles en een Noordse stormvogel.

a Bekijk het filmpje op iDiddit.

b Bekijk de afbeeldingen.

vechtende stormvogels

Proefversie©VANIN

plastic wegwerpverpakking in water

c Waarvoor vechten deze gulzige stormvogels volgens jou?

d Wat komt er nog ongewild terecht in het lichaam van deze zeevogels?

e Markeer wat past.

Wanneer er heel grote hoeveelheden plastic in zee terechtkomen, zorgt dat voor behoud / verstoring van het zeeleven.

f Is het gebruik van plastic wegwerpverpakkingen positief of negatief voor de biodiversiteit? Omcirkel.

positief / negatief

5 Een boom kan een voorbeeld van een ecosysteem zijn. Leg uit. Gebruik in je antwoord de volgende woorden:

abiotische factoren – boom – leven – relatie – tot elkaar – verschillende organismen

2 VOEDSELRELATIES

Wie is de moordenaar?

1 Bekijk het filmpje op iDiddit.

Proefversie©VANIN

Dieren jagen op elkaar om te kunnen overleven. Wie eet wie? Noteer enkele voorbeelden.

2 Wat weet je al over voedselrelaties in de natuur?

3 Wat wil je graag leren over voedselrelaties?

LEERDOELEN

Je leert nu: een voedselketen, voedselweb, voedselkringloop ontleden. het verschil herkennen tussen een voedselketen, een voedselweb en een voedselkringloop. gegeven organismen zo ordenen dat ze een voedselketen vormen. de relatie tussen elke schakel van een voedselkringloop beschrijven.

OPDRACHT 1: Ontdek hoe voedselrelaties voorgesteld worden

1 Bestudeer de voorstelling van voedselrelaties.

buizerd

Proefversie©VANIN

a Benoem het aangeduide organisme A.

b Markeer met groen op de afbeelding hoe ‘wordt opgegeten door’ voorgesteld wordt.

c Door welk organisme wordt organisme A opgegeten? Noteer.

d Hoe kun je de antwoorden op vraag a, b en c korter noteren?

f Noteer drie voedselketens die je ontdekt in de afbeelding hierboven.-wordt opgegeten door

e Wat is de best mogelijke naam voor deze voorstelling? Markeer. een voedselketen – een voedselkringloop – een voedselpiramide – een voedselweb

2 Bekijk opnieuw de voorstelling op p. 22.

a Markeer het juiste antwoord in de onderstaande zinnen.

Bij sommige organismen staan meerdere pijlen. Dat betekent dat het organisme voedsel is voor één organisme / meerdere organismen.

Je telt dus één voedselketen / meerdere voedselketens.

b Wat is de best mogelijke naam voor die voorstelling? Markeer.

een voedselketen – een voedselkringloop – een voedselpiramide – een voedselweb

3 Bekijk de voedselketen.

beukenblad rosse woelmuis torenvalk

a Noteer de organismen uit de voedselketen in de onderstaande voorstelling.

Start onderaan in de driehoek. Hou rekening met de volgorde van de voedselketen.

Proefversie©VANIN

organismen neemtaf.

b Wat is de best mogelijke naam voor deze voorstelling? Markeer.

een voedselketen – een voedselkringloop – een voedselpiramide – een voedselweb

Hetaantal

c Verklaar waarom de voorstelling van een voedselketen deze vorm heeft.

Proefversie©VANIN

Vul de ontbrekende woorden in.

Voedselrelaties worden voorgesteld door:

OPDRACHT 2: Ontdek de pl aats van organismen in voedselrelaties

1 Bekijk de voedselketens.

vlierbesblad bladluislieveheersbeestje libel

algen garnaal kabeljauw zeehond

a Bekijk het eerste organisme in elke voedselketen.

b Markeer het juiste antwoord. Het eerste organisme in een voedselketen is altijd / soms / nooit een plant.

afbeelding organismen functies van de organismen producenten maken energierijke stoffen

Proefversie©VANIN

consumenten halen energierijke stoffen uit andere organismen

opruimers - halen energierijke stoffen uit afval - bij dit proces komen mineralen vrij

a Noteer de begrippen uit kolom 2 in de juiste kaders.

voedsel voor vrijkomen van

b Wat is de best mogelijke naam voor deze voorstelling? Markeer. mineralen een voedselketen – een voedselkringloop – een voedselpiramide – een voedselweb

Vul de volgende woorden in op de juiste plaats.

consumenten – mineralen – opruimers – producent

In de modellen van voedselrelaties is de eerste schakel in de voedselketen altijd de

Daarop volgen de halen hun energie uit afval en maken vrij voor de producenten.

SYNTHESE

VOEDSELRELATIES

VOEDSELKETEN

VOEDSELWEB

Een keten van organismen waarbij het ene organisme tot voedsel dient voor een ander organisme.

VOEDSELPIRAMIDE

Een voorstelling van voedselrelaties waarbij rekening gehouden wordt met het aantal organismen.

Proefversie©VANIN

Een verzameling van voedselketens die met elkaar verbonden zijn.

VOEDSELKRINGLOOP

een gesloten voorstelling van voedselrelaties

Ik kan … Ik vind dit op: de wet van eten en gegeten worden afleiden uit gegeven voorstellingen van voedselrelaties.

een voedselketen, voedselweb, voedselkringloop ontleden.

het verschil herkennen tussen een voedselketen, een voedselweb en een voedselkringloop.

p. 22-24, 26, 27

p. 22-24, 26, 27, 28

p. 22-24, 26, 28 gegeven organismen zo ordenen dat ze een voedselketen vormen.

de relatie tussen elke schakel van een voedselkringloop geven.

p. 22-24 en 26

p. 25 en 26

NU IS HET JOUW BEURT

1 Bekijk de verschillende voorstellingen van voedselrelaties.

a Plaats een kruisje onder de afbeelding die een voedselweb voorstelt.

b Leg uit waaraan je kunt zien dat die afbeelding een voedselweb is.

Proefversie©VANIN

2 Op een zware onweersdag waait een boom in je tuin omver. Je vindt honderden rupsen rond de boom. In de buurt fladderen drie hongerige koolmezen op en neer.

Hoe ziet de voedselpiramide van de omschreven situatie eruit? Plaats een kruisje onder de juiste voorstelling.

3 Wat is het verschil tussen een voedselketen, voedselweb, voedselpiramide en voedselkringloop? Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit:

mineralen – opruimers – voedselbron – voedselketen – voedselkringloop –voedselpiramide – voedselweb

- Een is een gesloten voorstelling van voedselrelaties.

Het is de enige voorstelling waarin de en de voorkomen.

- Een is een verzameling voedselketens.

- In een wordt het aantal organismen uit een voedselketen voorgesteld.

- In een wordt voorgesteld welk organisme een is voor een ander organisme.

4 Zijn de volgende stellingen over voedselrelaties juist of fout? Plaats een kruisje in de juiste kolom.

stelling

1 Een voedselkringloop is een gesloten voedselketen.

2 In een voedselkringloop komen opruimers en mineralen voor.

3 In een voedselpiramide komen opruimers en mineralen voor.

4 Een voedselweb is een verzameling van voedselketens die met elkaar verbonden zijn.

Proefversie©VANIN

juistfout

3 AANPASSINGEN VAN PLANTEN EN DIEREN AAN HUN LEEFOMGEVING

WAT IS NATUURLIJKE SELECTIE?

1 Bekijk het filmpje op iDiddit.

Proefversie©VANIN

Wat zorgt voor de beste kansen om te overleven?

2 Wat weet je al over natuurlijke selectie?

3 Wat wil je graag leren over aanpassingen van planten en dieren aan hun leefomgeving?

LEERDOELEN

Je leert nu: een verband leggen tussen de kenmerken van een organisme en zijn leefomgeving. aan de hand van voorbeelden uitleggen dat organismen met bepaalde kenmerken betere overlevingskansen hebben.

OPDRACHT 1: Welke kenmerken hebben pl anten uit onze leefomgeving om te overwinteren?

Bekijk de tabel en de afbeeldingen.

a Lees hoe planten zich kunnen aanpassen om de winter door te komen.

cijfer aanpassing aan de winter

1De bladeren vallen af.

2De bladeren zitten veilig opgeborgen in een knop.

3De ondergrondse wortels en stengels slaan reservevoedsel op.

4Een wortelrozet (een zeer korte stengel met bladeren) blijft boven de grond overleven.

5Speciale cellen maken beschermstoffen aan, zoals hars.

6De stengel en bladeren sterven af.

b Bekijk de afbeeldingen van verschillende planten.

Proefversie©VANIN

c Voor elke aanpassing is er een passende afbeelding. Noteer in het rooster de juiste cijfer-lettercombinatie.

cijfer123456 letter

d Welk woord heb je gevormd?

Vul de volgende woorden in op de juiste plaats.

beschermstoffen – knoppen – overwinteren – reservevoedsel – sterven af

Planten uit onze leefomgeving hebben een aantal kenmerken die de kans op vergroten.

- Bij een aantal planten plantendelen .

- Andere planten leggen aan of ontwikkelen

Proefversie©VANIN

- Nog andere planten beschermen zichzelf door zelf aan te maken, zoals hars.

OPDRACHT 2: ONTDEK de t ypische kenmerken van lentebloeiers

Bekijk de afbeeldingen van de wilde hyacint.

a Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit:

2

bos – bladeren – onvoldoende – voorjaar

- De wilde hyacint groeit in het

Tip

Het deel tussen de groene lijnen bevindt zich ondergronds.

- De plant groeit en bloeit, zoals de meeste schaduwplanten, voornamelijk in het , voor de bomen hun bladeren krijgen.

- Eenmaal de bomen hun hebben, kan er licht door de dichte boomkruinen schijnen.

b In juni zijn de bovengrondse plantendelen meestal al verdwenen. Deze lentebloeiers zijn aangepast om te wachten op het volgende voorjaar. Hoe zie je dat op afbeelding 2?

c Welke invloed kan de klimaatverandering hebben op deze voorjaarsbloeiers?

Vul de ontbrekende woorden in.

Om hun overlevingskans te vergroten:

- groeien en bloeien lentebloeiers de bomen in blad staan.

- leggen ze voedselreserves aan de grond.

OPDRACHT 3: ONTDEK DAT ZOOGDIEREN AANGEPAST ZIJN OM ZICH VOORT TE BEWEGEN IN HUN LEEFOMGEVING

1 Bekijk de afbeeldingen van enkele zoogdieren.

Proefversie©VANIN

a Lees de tabel.

Waar leeft het dier hoofdzakelijk?

- in de grond

- in de lucht

- in het water

Hoe beweegt het dier zich voort?

- op het land - loopt

graaft

vliegt - zwemt

b Markeer voor elk dier:

- in welke omgeving het dier leeft (kolom 1).

- hoe het zich voortbeweegt (kolom 2).

Hoe zijn de poten aangepast aan de voortbeweging?

- graafpoot

- grote vlieghuid

- stevige zwempoot

- voetzool

Gebruik voor het markeren de kleur waarmee de afbeelding van het dier omlijnd is.

2 Bekijk de afbeeldingen van de skeletten van de zoogdieren.

Hoe zijn de poten van zoogdieren aangepast aan de voortbeweging? Markeer in kolom 3. Gebruik dezelfde kleuren als bij vraag 1b.

Weetje

Walvissen zijn zoogdieren. Ze hebben geen vinnen, maar zwempoten om zich in het water voort te bewegen.

Vul de ontbrekende woorden in.

Hoe beter de van een zoogdier zijn aangepast aan de wijze waarop hij zich in zijn leefomgeving, hoe meer kans het dier heeft om te overleven.

OPDRACHT 4: Ontdek enkele voorbeelden van aanpassingen bij dieren om de overlevingskansen te vergroten

a Lees de aanpassingen bij de dieren.

marter

slang

kolibrie

poolvos in winter en zomer

wolf

pad

Ik verspreid een specifieke geur zodat de vrouwtjes mij goed kunnen ruiken.

Proefversie©VANIN

Wanneer een vreemde te dichtbij komt, maak ik geluid met mijn staart.

Ik heb een lange, smalle snavel die perfect past bij bepaalde bloemen, zodat ik gemakkelijk nectar kan drinken.

Ik heb in de winter een witte vacht en in de zomer een bruine vacht. Die schutkleur helpt me om niet op te vallen.

Ik heb een speciale lokroep.

Ik heb een lange, kleverige tong.

b Welk voordeel heeft het dier aan de aanpassing? Kleur de zinnen volgens de legende. voordeel kleur voeding groen voortplanting rood veiligheid geel

c Noteer voor elk voordeel een ander voorbeeld van aanpassing.

- Helpt het dier bij vinden van voedsel.

- Helpt het dier in gevaar.

- Helpt het dier om voort te planten.

Proefversie©VANIN

Vul de ontbrekende woorden in.

schutkleur – lokroep – kleverige tong

Dieren vergroten hun overlevingskansen wanneer ze:

- aangepast zijn voor het vinden van voedsel, bv.:

- aangepast zijn voor gevaar, bv.:

- aangepast zijn om zich voort te planten, bv.:

OPDRACHT 5: Ontdek hoe ver schillend prooidieren en roofdieren aangepast zijn aan hun voedingswijze

1 Leg met je eigen woorden uit wat een prooidier en een roofdier is. Gebruik als voorbeeld de vos en het konijn.

Een roofdier, zoals de vos, is

2 Maak een vergelijking tussen het konijn en de vos. a Omcirkel in de tabel de juiste antwoorden.

konijn = prooidier / roofdier vos = prooidier / roofdier dier

voedselplanteneter/ vleeseter planteneter/ vleeseter

schutkleur / geen schutkleurschutkleur / geen schutkleur

konijn = prooidier / roofdier vos = prooidier / roofdier kleur van de pels

neusbeweeglijke neus / lange smalle snuitbeweeglijke neus / lange smalle snuit orenonafhankelijk beweegbare oren / rechtopstaande oren onafhankelijk beweegbare oren / rechtopstaande oren

stand van de ogen vooraan op de kop / zijdelings op de kop vooraan op de kop / zijdelings op de kop soort kiezen

knipkiezen om vlees te snijden / plooikiezen om planten te raspen

Proefversie©VANIN

knipkiezen om vlees te snijden / plooikiezen om planten te raspen

b Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit: jagen – knipkiezen – ogen – planteneter – plooikiezen – prooidier – schutkleur (2X) –vleeseter – vooraan – zijdelings

Een konijn is een . Voor het raspen van de planten heeft

hij . De staan bij een konijn op de kop. Zo ziet het alles rondom zich, wat nodig is omdat het een is. Met zijn grote beweeglijke oren hoort het ook van welke richting het geluid komt. De pels van het konijn heeft ongeveer dezelfde kleur als zijn omgeving. Die beschermt het tegen zijn vijanden, de roofdieren. De vos is een . Voor het snijden van het vlees heeft

hij . De ogen staan bij de vos op de kop. Zo kan hij goed afstanden inschatten om op zijn prooien te De vos heeft een goede reukzin en hij hoort ook goed. Dat zijn twee eigenschappen die hem helpen bij het jagen. Om zich te beschermen tegen zijn vijanden heeft hij een

Vul de ontbrekende woorden in.

- Prooidieren en roofdieren zijn op een verschillende manier aangepast aan hun voedingswijze.

- Voor het bewerken van het voedsel bezitten prooidieren en roofdieren verschillende soorten

- De stand van de , het en de zin spelen een rol bij het jagen.

- Om zich te beschermen tegen de vijand beschikken ze over een

SYNTHESE

PLANT

IS AANGEPAST

AAN ABIOTISCHE FACTOREN

BIOTISCHE FACTOR

WINTER

DIER

IS AANGEPAST

AAN ZIJN LEEFOMGEVING

LICHT

knoppen beschermstoffen reservevoedsel bladeren vallen af voortbeweging stand van de ogen reukzin gehoor gebit schutkleur aanpassing bladeren ondergronds reservevoedsel

Proefversie©VANIN

Ik

toelichten hoe planten aangepast zijn om te overwinteren.

p. 30, 31, 36-38 uitleggen hoe lentebloeiers toch onder bomen kunnen groeien.

p. 31, 36 voorbeelden geven van aanpassingen van het skelet van zoogdieren in functie van de voortbeweging in hun leefomgeving.

p. 32 uitleggen welk voordeel een aanpassing voor een dier heeft.

p. 33, 34 en 38 welke kenmerken er voor zorgen dat prooi- en roofdieren in hun leefomgeving kunnen overleven.

p. 34, 35

NU IS HET JOUW BEURT

1 Noteer bij de afbeeldingen hoe de plant kan overwinteren in onze streek. Kies uit: bladeren afwerpen – knoppen aanmaken – reservevoedsel opslaan

Proefversie©VANIN

2 Bekijk de afbeelding van de zonnedauw.

De zonnedauw is aangepast om op een mineraalarme bodem, zoals een heide, te groeien. Omschrijf hieronder hoe je dat ziet op de afbeelding. Maak gebruik van de volgende woorden.

bladeren – de plant – insecten – klevende stof –plakken zonnedauw

3 Door de aanwezigheid van stekels is de cactus beschermd tegen woestijndieren die de sappige stengels willen opeten. Plaats een kruisje bij het juiste antwoord.

Dit is een voorbeeld van een relatie tussen: een abiotische en abiotische factor. een biotische en abiotische factor. een biotische en biotische factor.

4 De familie Charels wil een terras aanleggen. Een paar struiken staan daarvoor in de weg en moeten dus verplant worden. Wanneer hebben de struiken de meeste kans op overleven? Kruis de juiste antwoorden aan.

De struiken hebben de meeste kans op overleven als ze: in de winter verplant worden, nadat de bladeren afgevallen zijn. in de zomer verplant worden, als de struik nog veel bladeren heeft. gesnoeid worden na het verplanten. niet gesnoeid worden na het verplanten. met enkel de wortel verplant worden. met de wortel en de aarde rond de wortel verplant worden.

5 Hoe is de kikker aangepast aan zijn leefomgeving? Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit: achterpoten – slijmlaag – springen – water – zwemvliezen

De kikker heeft sterke om te op het land.

Tussen zijn tenen zitten om zich voort te bewegen in het De huid is bedekt met een om niet uit te drogen op het land.

6 Bekijk de afbeeldingen van de verschillende dieren. haas eend bever land – bodem –lucht – water land – bodem –lucht – water land – bodem –lucht – water

Proefversie©VANIN

a Markeer in rij 2 de omgeving waarin het organisme hoofdzakelijk leeft.

b Noteer in rij 3 welke aanpassing aan de poten je op de afbeelding ziet. Kies uit: springpoot – zwemstaart – zwemvliezen

4 NATUURLIJK EVENWICHT

Hoe kan de mens een natuurlijk evenwicht verstoren?

1 Bekijk het filmpje op iDiddit.

Proefversie©VANIN

a Hoe wordt in de video het evenwicht verstoord?

b Wat is daar het gevolg van?

2 Wat weet je al over natuurlijk evenwicht?

3 Wat wil je graag leren over natuurlijk evenwicht?

LEERDOELEN

Je leert nu: aan de hand van een voorbeeld uitleggen wat een natuurlijk evenwicht in een ecosysteem is. het belang van ecologisch evenwicht aangeven. toelichten hoe een temperatuursverhoging gevolgen kan hebben voor een ecosysteem. uitleggen hoe exoten een invloed hebben op een natuurlijk evenwicht van een ecosysteem.

OPDRACHT 1: ONTDEK HOE DE NATUUR ZICHZELF IN EVENWICHT

Bekijk de grafiek van een biotoop met een populatie konijnen en een populatie vossen.

a Noteer wat er gebeurt van jaar 1 tot jaar 4 …

- met het aantal konijnen:

- met het aantal vossen:

b Hoe komt dat? Markeer het juiste antwoord.

- Als er voldoende konijnen zijn in de biotoop, kunnen er meer / minder vossen bij komen, omdat er voldoende voedsel is.

- Die extra vossen eten een groot aantal konijnen op. Het aantal konijnen daalt / neemt toe.

c Wat gebeurt er in jaar 5 en 6?

- Markeer het juiste antwoord in kolom 2.

- Vul kolom 3 aan.

Proefversie©VANIN

vossendaalt / stijgt

konijnendaalt / stijgt

d Vanaf jaar 7 is er weer voldoende voedsel en kan het aantal vossen opnieuw toenemen. Wat gebeurt er vanaf dat jaar met het aantal konijnen? Noteer in je antwoord ook de oorzaak.

konijnen

e Wat kun je besluiten? Markeer de juiste woorden. Er is een voortdurende wisselwerking tussen de organismen.

- Als er veel konijnen zijn, zullen er meer / minder vossen zijn.

- Als er meer vossen zijn, zullen er meer / minder konijnen zijn.

- Als er minder konijnen zijn, zullen er meer / minder vossen zijn.

- Als er minder vossen zijn, zullen er meer / minder konijnen zijn.

Dat herhaalt zich telkens opnieuw.

Proefversie©VANIN

In een ecosysteem schommelt de grootte van de verschillende populaties van elke soort rond een bepaalde waarde. Dat is het natuurlijke evenwicht. Je kunt dat ook het ecologische of biologische evenwicht noemen.

f Vanaf welk jaar is er een natuurlijk evenwicht in de biotoop?

Vul het ontbrekende woord in.

Het evenwicht zorgt ervoor dat in de natuur populaties even groot blijven.

Weetje

Er is geen twijfel mogelijk.

De gemiddelde temperatuur op aarde is sinds 1880 met bijna 1 °C toegenomen.

Proefversie©VANIN

Bekijk de afbeeldingen van organismen die aangepast zijn om de winter te overleven.

Markeer wat juist is.

Door de stijging van de temperatuur komt de egel vroeger / later uit zijn winterslaap.

Er is op het moment dat hij uit zijn winterslaap komt, genoeg / nog te weinig voedsel te vinden.

Door de stijging van de temperatuur ontluiken de bloesems van de fruitbomen later / vroeger.

De temperatuur kan nog tot onder 0 °C dalen.

Er is meer / minder kans dat de bloesems bevriezen.

Door de stijging van de temperatuur komen de trekvogels vroeger / later terug uit de overwinteringsgebieden.

Er is op dat moment voldoende / nog te weinig voedsel.

Vul de volgende woorden in op de juiste plaats. negatieve – winter

De stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde heeft gevolgen voor organismen die aangepast zijn om de te overleven.

OPDRACHT 3: ONTDEK HOE EXOTEN EEN INVLOED HEBBEN OP HET

1 Bekijk de afbeeldingen van de verschillende lieveheersbeestjes.

Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit: inheemse – exoot

- soorten zijn soorten die van nature in een bepaald gebied voorkomen.

- Schadelijke soorten organismen uit een andere streek komen naar hier. Zo worden de nakomelingen van het tweestippige lieveheersbeestje opgegeten door het Aziatische lieveheersbeestje, de

2 Bekijk de afbeeldingen van exoten die de laatste jaren in het nieuws kwamen.

Noteer hun naam onder de afbeelding. Kies uit:

Aziatische hoornaar – Europese bijeneter – processierups – teek – tijgermug – wespspin

Tip

Zoek de dieren online op.

Proefversie©VANIN

Vul de volgende woorden in op de juiste plaats. exoten – inheemse

Schadelijke uitheemse soorten organismen of komen naar onze streken en vallen onze organismen aan. 1

SYNTHESE

Proefversie©VANIN

NATUURLIJK ECOLOGISCH BIOLOGISCH

EVENWICHT

verandert door

TEMPERATUURWIJZIGING

AANWEZIGHEID EXOTEN

Ik kan …

Ik vind dit op: aan de hand van een voorbeeld uitleggen wat een natuurlijk evenwicht in een ecosysteem is.

p. 40, 41 toelichten hoe een temperatuurverhoging gevolgen kan hebben voor een ecosysteem.

p. 42, 44 het belang van ecologisch evenwicht aangeven.

p. 41 en 45 uitleggen hoe exoten een invloed hebben op het natuurlijke evenwicht van een ecosysteem.

p. 43 en 44

NU IS HET JOUW BEURT

1 Bekijk de afbeeldingen van een ecosysteem met uilen en muizen.

Hoe wordt het biologische evenwicht in dit ecosysteem in stand gehouden?

Zet de afbeeldingen in de juiste volgorde. Je krijgt het cijfer 1 cadeau.

Proefversie©VANIN

´ Verder oefenen? Ga naar

WOORDENLIJST

hoofdstuk woord verklaring

1 abiotische factor

Niet-levende factor die de leefomgeving bepaalt voor de biotische factoren.

1 biodiversiteit de aanwezigheid van verschillende soorten organismen in een biotoop

3 biologisch evenwicht

Proefversie©VANIN

In de natuur schommelt de grootte van de verschillende populaties van elke soort rond een bepaalde waarde. Dat noem je ook ecologisch evenwicht en natuurlijk evenwicht.

1 biotische factor levende factor in een leefomgeving, onder andere planten en dieren

1 biotoop Een plaats met specifieke leefomstandigheden waar bepaalde organismen samenleven.

1 braakliggend terrein

Een stuk grond dat niet onderhouden wordt en geen specifieke functie heeft.

2 consumenten Organisme dat zich voedt met andere organismen.

1 determineertabel

Een lijst met vragen of kenmerken waarmee je de naam van een organisme of een abiotische factor kunt bepalen.

1 determineren door gebruik te maken van zichtbare kenmerken, de naam van organismen bepalen

1 ecoduct Natuurbrug waarlangs dieren ongehinderd een belangrijke verkeersweg kunnen oversteken.

1 ecologie de studie van relaties en de samenwerking tussen levende organismen en hun omgeving

3 ecologisch evenwicht

In de natuur schommelt de grootte van de verschillende populaties van elke soort rond een bepaalde waarde. Dat noem je ook biologisch evenwicht en natuurlijk evenwicht.

2 ecosysteem de biotische factoren, de abiotische factoren en de relaties tussen beide in een gebied

2 energierijke stoffen

3 exoot

1 meetinstrument

Stoffen die veel chemische energie bevatten zoals suikers, vetten en eiwitten.

Organisme dat van nature niet thuishoort in een bepaald gebied.

Toestel om metingen te doen. In dit hoofdstuk meet je abiotische factoren.

2mineralen in de natuur voorkomende bouwstoffen

1 natuurgebied Een gebied waar de zorg voor het in stand houden, het herstellen en het ontwikkelen van de biodiversiteit de hoofdzaak is.

3 natuurlijk evenwicht

2 opruimers

2 organisatieniveau

In de natuur schommelt de grootte van de verschillende populaties van elke soort rond een bepaalde waarde. Dat noem je ook biologisch evenwicht en ecologisch evenwicht.

Organisme dat zich voedt met afgestorven resten van andere organismen en zo mineralen vrijmaakt voor de producenten.

Niveau waarop je het leven kunt bestuderen, van een heel laag niveau, een cel, tot een heel hoog niveau, een ecosysteem.

1 organisme Een levend wezen dat kan groeien, zich kan voeden en zich kan voortplanten.

1 overbevissing Wanneer er te veel vis wordt gevangen met grote sleepnetten. Er zijn dan niet voldoende volwassen vissen meer om zich voort te planten. Zo verdwijnen uiteindelijk heel wat vissoorten in de zeeën over de hele wereld.

1 pesticiden Mengsels van stoffen die in de landbouw worden gebruikt om organismen (o.a insecten, schimmels, onkruid) te bestrijden.

1 plasticsoep

Proefversie©VANIN

Verwijst naar de opeenhoping van plastic vervuiling in de wereldzeeën.

3populatie een groep organismen van dezelfde soort

2producent Organisme dat zelf energierijke voedingsstoffen vormt.

2 voedselketen Een keten van organismen waarbij het ene organisme als voedsel dient voor een ander organisme.

2 voedselkringloop

2 voedselpiramide

Een gesloten voorstelling van voedselrelaties, de enige voorstelling van voedselrelaties waarin de opruimers en mineralen voorkomen.

Een voedselketen waarbij rekening wordt gehouden met het aantal organismen.

2 voedselrelaties Beschrijft de energiestroom van het ene organisme naar het andere.

2voedselweb Een verzameling van voedselketens die met elkaar verbonden zijn.

2voorjaar lente

Proefversie©VANIN

Proefversie©VANIN

Proefversie©VANIN

STICKERBLAD

p. 2 opdracht 1

Proefversie©VANIN

p. 15 16 opdracht 8

een berk
meerdere berken
berken, varens, gras …
een loofbos

Proefversie©VANIN

Mijn lesmateriaal

Het onlineleerplatform bij MicroScoop

Hier vind je alle inhouden uit het boek, maar ook meer, zoals filmpjes, audiofragmenten, extra oefeningen ...

Extra materiaal

Bij bepaalde stukken theorie of oefeningen kun je extra materiaal openen. Dat kan een bijkomend audio- of videofragment zijn, een woorden- of begrippenlijst, extra bronnen of een leestekst. Kortom, dit is materiaal dat je helpt om de leerstof onder de knie te krijgen.

Adaptieve oefeningen

Met adaptieve oefeningen kun je de leerstof inoefenen op jouw niveau. Hier kun je vrij oefenen of de oefeningen maken die de leerkracht voor je heeft klaargezet.

Opdrachten

Hier vind je de opdrachten die de leerkracht voor jou heeft klaargezet.

Evalueren

Hier kan de leerkracht toetsen voor jou klaarzetten.

Resultaten

Wil je weten hoever je al staat met oefenen, opdrachten en toetsen? Hier vind je een helder overzicht van al je resultaten.

Notities

Heb je aantekeningen gemaakt bij een bepaalde inhoud?

Via je notities kun je ze makkelijk terug oproepen.

Proefversie©VANIN

Meer weten?

Ga naar www.t.be

Frieda Goossens

Nathalie Lapere

Sofie Timmerman

Proefversie©VANIN

Je les in eigen handen

Ontdek het onlineleerplatform iDiddit! Vooraan in dit boek vind je de activatiecode. Activeer snel je account op www.ididdit.be en maak er een geweldig schooljaar van!

ISBN 978-90-306-9592-9 594600

vanin.be

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.