
Anneke Gerbrands & Michelle Leuveld

Het is bijna Kerstmis.
Eekhoorn maakt een kerstkaart voor zijn allerbeste vriendin Muis.
Hij wil haar uitnodigen om samen Kerstmis te vieren.
Het moet de mooiste kaart van de wereld worden. Met een potlood tekent hij de grootste kerstboom van het bos. Dat is de lievelingsboom van Muis.
Daarna kleurt hij de boom met een groene stift in. Eekhoorn kijkt naar de kaart.
Hij vindt hem nog niet goed genoeg. Want zijn allerbeste vriendin verdient de allermooiste kaart.



Eekhoorn smeert een beetje lijm op de kaart en doet een potje met gouden glitters open.
Voorzichtig laat hij wat glitters op zijn kaart dwarrelen.
Ze glinsteren als sneeuwvlokjes.

Dan houdt hij de kaart omhoog.
Maar … de glitters vallen er weer af.
‘O nee,’ zucht Eekhoorn.
Hij zoekt de lijm weer, want zonder glitters is zijn kaart zeker niet goed genoeg.
Dan zoekt Eekhoorn een boekje met stickers.
Muis is gek op stickers.
Hij bladert erdoorheen.
Zou dit een mooie zijn voor Muis?
Of toch liever die daar?
‘Deze!’ roept Eekhoorn vastbesloten.
Hij pakt een grote gouden sticker en plakt hem precies in het midden van de kaart.
Eekhoorn houdt de kaart weer omhoog.
‘Nee,’ zegt hij, ‘mijn kaart is nog niet af.’
Eekhoorn kijkt uit het raam. Hij kan de maan al een beetje zien.
‘De maan!’ roept hij. ‘Natuurlijk!’
Met een geel potlood tekent hij een grote gele cirkel op de kaart. Muis is dol op de maan én op de kleur geel.


Dan breekt de punt van zijn gele potlood af.
‘O nee!’ roept Eekhoorn.
Hij zoekt in zijn potje met potloden.
Hij ziet rode en groene, en ook blauwe en paarse.
Maar een ander geel potlood vindt hij niet.
Hij trekt een laatje van zijn bureau open.
Daar liggen allemaal oude potloden.
‘Hebbes!’ zegt hij.
Maar ook van dit gele potlood is de punt gebroken.
Eekhoorn zoekt zijn puntenslijper.
Waar heeft hij die ook alweer gelaten?

