fe f
de n ring lang
hoed lied pad
dit benenik themathema: 6: vriendjes vriendinnetjes
Week 1
a Sanoma company
ik lees met hup en aap bestaat uit: • een leeswerkschrift per thema • een handleiding per thema • twee spellingschriften • een bordboek • ondersteunend materiaal
Coördinator-auteur: Rien Broere Coördinator spelling: Daan Debuysere Leerlijnverantwoordelijke: Johan Dirickx Projectgroep: Veerle Billet, Veerle Cremery, Kristof Deproft, Martine Lemoine, Ineke Peeters, Anneke Van den Broeck, Inge Willemsen Verhalen: Rien Broere, Stijn Moekaars Tekeningen: Luc Sauviller Cover en lay-outconcept: De Witlofcompagnie Opmaak: B.AD
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2017
De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.
Eerste druk 2017 ISBN 978-90-306-7237-1 D/2017/0078/32 Art. 562711/01 NUR 191
2
vriendjes en vriendinnetjes
INHOUD
LES 1
Hupuurtje bij de toetsen van thema 5
4
LES 2
Het spel ‘Wie is het?’ rond het thema ‘Vriendjes en vriendinnetjes’
6
LES 3
Eenlettergrepige woorden eindigend op -st, -rk, -ks, -rm
8
LES 4
Eenlettergrepige woorden eindigend op -st, -rk, -ks, -rm
12
LES 5
Begrijpend lezen op woord- en zinsniveau
16
LES 6
Stellen: een woordspin maken
20
LES 7
Eenlettergrepige woorden eindigend op -ng en -nk
24
LES 8
Vervolgverhaal ‘een school voor een heks’ (deel 1)
28
LES 9
Hupuurtje: Remediëren en inoefenen van eenlettergrepige woorden eindigend op -st, -rk, -ks, -rm, -ng en -nk
32
Spelling Gedekte klinkers in MKM met v/w, m/n, d/t vooraan + punt
34
3
DOMEIN: Technisch lezen WEEK ONDERWERP: Hupuurtje bij de toetsen van thema 5 LESDUUR: 25 min.
1 | LES 1 | Hupuurtje
BEGINSITUATIE De leerlingen maakten de toetsen van thema 5.
MATERIAAL Digitaal •• bordboek •• bingel Folio •• leeswerkschrift 5 p. 26, 29, 34 •• kopieerbladen p. 1 t.e.m. 8 Diversen Voor de leerling: •• een potlood (evt. met speciale handgreep) •• boekjes uit de klasbibliotheek
SUGGESTIES Maak voor de leerlingen die sneller klaar zijn met hun kopieerbladen een keuze uit de volgende suggesties: •• oefenen op bingel •• een boekje uit de klasbibliotheek
TIP Stop de letters die de leerlingen nog niet goed kennen in een apart doosje zodat die thuis nog wat extra ingeoefend kunnen worden. Kleef die letters ook op de bank en laat ze thuis ophangen.
LESDOELEN De leerlingen: •• duiden bij plaatjes het passende woord of de passende zin aan. •• vullen het correcte tweeletterwoord met doffe ‘e’ in in een zin. •• duiden aan of een zin bij een plaatje past. •• beantwoorden vraagjes bij de tekst. •• kunnen de letters ‘au’, ‘ou’, ‘ie’ en ‘ei’ visueel onderscheiden. •• kunnen in de leestekst zoeken of een zin al dan niet correct is. •• kunnen een verhaal reconstrueren door de plaatjes in de juiste volgorde te plaatsen. •• kunnen aangeven wat ze van een leestekst vinden.
START Verdeel de klas in drie groepen: •• Groep 1: de leerlingen die nog moeite hebben met het lezen (werken samen met de leerkracht). •• Groep 2: de leerlingen die nog wat extra herhaling nodig hebben (werken zelfstandig). •• Groep 3: de leerlingen die al vlot kunnen lezen (werken zelfstandig).
KERN Zet de leerlingen van groep 3 onmiddellijk aan het werk. Laat hen leeswerkschrift 5 nemen bij het vervolgverhaal ‘de mol’ op p. 26 van leeswerkschrift 5. Leg alle opdrachten op de Verrijkingsbladen 1 t.e.m. 3 kort uit en eventueel ook de andere activiteiten (zie suggesties). Ondertussen kunnen de leerlingen van groep 1 en 2 nog even het verhaaltje van p. 29 en 34 in leeswerkschrift 5 lezen. Leg de opdrachten op de Herhalingsbladen 1 t.e.m. 3 uit aan groep 2. Controleer af en toe en stuur bij indien nodig. Maak voor de leerlingen die sneller klaar zijn met de oefeningen een keuze uit de suggesties. Maak voor groep 1 een keuze uit een van de twee volgende werkwijzen. a. Werk met de leerlingen aan een aparte tafel aan opdrachten zoals vermeld in de uitgangspunten remediëring DSM. b. Werk met de leerlingen aan een aparte tafel aan de Remediëringsbladen 1 en 2. Als (een deel van) deze bladen zelfstandig worden gemaakt, kun je ondertussen de Verrijkings- en Herhalingsbladen van groep 2 en 3 controleren.
4
vriendjes en vriendinnetjes
WEEK 1 | LES 1 | Hupuurtje 5
DOMEIN: Luisteren en spreken ONDERWERP: Het spel ‘Wie is het?’ rond het thema ‘Vriendjes en vriendinnetjes’ LESDUUR: 25 min.
WEEK 1 | LES 2 | Themaverhaal ‘wie is het?’
BEGINSITUATIE MATERIAAL Digitaal •• bordboek Folio •• kopieerblad p. 9 t.e.m. p. 11 Diversen Voor de leerkracht: •• vertelplaten 31 t.e.m. 36 •• spel: ‘Wie is het?’
TIP In de les zit een spel verborgen: ‘Wie is het?’. Je kunt dit spel ook in de klas halen om samen met de kinderen te spelen of in hoekenwerk te laten gebruiken. De regel ‘enkel ja-neevragen stellen’ vraagt om heel wat concentratie. Vooral omdat er ook juist moet worden omgegaan met het antwoord. (bv. ‘Is het een meisje?’ ‘Ja’, dus alle jongens moeten weg.)
De leerlingen kunnen aandachtig luisteren naar het verhaal dat wordt voorgelezen.
LESDOELEN De leerlingen: •• luisteren naar de tekst en naar elkaar. •• beantwoorden inhoudelijke vragen over een beluisterde tekst. •• vertellen of iets echt of niet echt kan gebeuren/gebeurd is. •• vertellen in een kringgesprek de eigen ervaringen met betrekking tot de gebeurtenissen van de tekst. •• spreken een verzorgde taal. •• respecteren gedragsregels. •• tonen respect voor de vragen en antwoorden van de klasgenootjes. •• durven een eigen mening te uiten. •• respecteren de mening van klasgenootjes. •• durven eenvoudige fragmenten uit het verhaal uit te beelden. •• genieten van dramatisch spel met het nodige zelfvertrouwen. •• brengen waardering op voor het dramatisch spel van anderen. •• verbeelden bewust de werkelijkheid. •• zijn opbouwend kritisch voor het eigen spel en dat van anderen. •• durven vragen te stellen aan de leerkracht en medeleerlingen.
TAALBESCHOUWING De leerlingen: •• begrijpen boodschappen letterlijk en interpreteren ze. •• begrijpen communicatieve elementen en integreren ze. •• beoordelen en integreren talige boodschappen. •• koppelen nieuwe woorden aan bekende woorden binnen eenzelfde betekeniscontext (netwerkopbouw). •• denken na over de betekenis van woorden, woordgroepen en zinnen.
START Vraag aan de leerlingen wat je doet bij je verjaardag: Wat kun je doen als je jarig bent? Wat moet je doen voor het feest? Wie ga je uitnodigen? Hoe kun je dat doen? Wat gebeurt er op zo’n verjaardagspartij? Welke spelletjes speel je samen? Wat is het fijnst voor jou op een verjaardagsfeestje? Wat is het verschil tussen jouw feestje en dat voor volwassenen?
KERN Themaverhaal deel 1 Zeg dat je een verhaal gaat vertellen. Leid je verhaal in met een korte herhaling van de vier hoofdpersonages (Hup, An, Aap en El). Vertel dat de vier vrienden, samen met een aantal vriendjes en vriendinnetjes, een feestje hebben.
6
vriendjes en vriendinnetjes
Bespreek vooraf enkele moeilijke woorden die in het verhaal zullen voorkomen. Vraag de leerlingen welk spel er samen wordt gespeeld. Start met het lezen van deel 1 van het verhaal en toon vertelplaten 31 t.e.m. 33 erbij.
WOORDENSCHAT deel 1 •• de gasten: personen die je hebt uitgenodigd op je feest. •• uitnodigen: vragen of iemand bij jou op bezoek wil komen. •• het cadeau: een pakje, een verrassing. •• feliciteren: iemand gelukwensen. •• peuteren: friemelen, zachtjes aan iets trekken.
Bv. Welk feest wordt er gehouden? Bij wie gaat dit verjaardagsfeest door? Wie zijn de gasten op het feest? Welke pakjes hebben de vriendjes en vriendinnetjes meegebracht? Themaverhaal deel 2 Lees deel 2 van het themaverhaal voor. Toon bij het voorlezen vertelplaten 34 t.e.m. 36. Welke verrassing heeft mama nog? Wat moeten de kinderen doen om te weten wie er nog komt op het feest? Aan welk spel doet dit je denken? (spel waarbij je ‘ja’ of ‘nee’ moet antwoorden)
WOORDENSCHAT deel 2 •• geheimzinnig: iets spannends, wat je niet goed begrijpt.
Verwerking verhaal Speltips vind je in de kopieerbladen op p. 11. Laat de kinderen het spel zelf spelen. Laat een leerling iemand kiezen uit de klas. Laat een andere leerling deze persoon raden door vragen te stellen. Let op: het mogen enkel janeevragen zijn. Door eliminatie komen ze uiteindelijk tot de juiste persoon. Om het spel te vergemakkelijken, kun je het best de hele klasgroep ook echt verdelen in de ja- en de neegroep na het stellen van de vragen. Zo worden er gerichter vragen gesteld en zie je ook hoe met de antwoorden wordt omgegaan. De winnaar is diegene die de persoon kan raden met het minst aantal gestelde vragen.
AFRONDING Laat de leerlingen spontaan reageren op dit spel. Met verschillende attributen kun je het spel nog uitbreiden. (bv. jassen, sjaal, mutsen, boekentas ...)
WEEK 1 | LES 2 | Themaverhaal ‘wie is het?’ 7
DOMEIN: Technisch, begrijpend en toegepast lezen ONDERWERP: Eenlettergrepige woorden eindigend op -st, -rk, -ks, -rm LESDUUR: 25 min.
WEEK 1 | LES 3 | Dubbele medeklinkers aan het eind van een woord (-st, -rk, -ks, -rm)
BEGINSITUATIE De leerlingen kunnen al ‘grondwoorden +t’ lezen.
MATERIAAL Digitaal •• bordboek •• bingel Folio •• leeswerkschrift 6 p. 4 Diversen Voor de leerkracht: •• de klaspop Hup •• extra woordkaart: ‘fees’ •• een stift
LET OP! Observeer de leerlingen goed. Sommige leerlingen durven bij vierletterwoorden alle letters afzonderlijk te gaan plakken. Ze dienen deze woorden echter te lezen als ‘grondwoord + t’.
TIP Maak leeskaarten van de woorden en steek ze samen met enkele keren het woord ‘boem’ in een doos of zak. Laat de kinderen per vier spelen. Om de beurt nemen ze een woord uit de zak en lezen ze het hardop. Ze houden de kaartjes bij zich. Trekken ze het woordje ‘boem’, dan mogen ze al hun kaartjes opnieuw in de zak steken. Wie na de afgesproken tijd de minste kaartjes heeft, is de winnaar.
8
vriendjes en vriendinnetjes
LESDOELEN De leerlingen: •• analyseren, synthetiseren en lezen hardop eenlettergrepige woorden eindigend op de medeklinkers -st, -rk, -ks en -rm. •• lezen analoge wisselrijtjes met eenlettergrepige woorden eindigend op de medeklinkers -st, -rk, -ks en -rm hardop.
TAALBESCHOUWING De leerlingen: •• doen ervaring op met klanken, klankgroepen, letters en letterclusters in concrete taalgebruikssituaties. •• reflecteren op eindklanken in eenlettergrepige woorden.
VOORBEREIDING Steek een kaartje met het woord ‘fees’ in de buidel van Hup. Leg een stift klaar.
START Hup: Hoera hoera, de juf van An is jarig. Leuk hé! Wanneer is onze juf/meester jarig? De leerlingen reageren en indien nodig vul je aan. Hup: Als er iemand jarig is, vieren we ... iets. En wat dat is, heb ik in mijn buidel zitten. Een van de leerlingen neemt het kaartje met ‘fees’ uit Hups buidel. De leerlingen lezen hardop ‘fees’. Hup: Oei, ‘fees’. Dat is niet juist. Ik ben iets vergeten. De leerlingen vullen met de letter ‘t’ aan. Laat een van hen de letter ‘t’ op het kaartje bijschrijven.
KERN Schrijf de woorden ‘fees’, ‘vor’, ‘hek’ en ‘wor’ op het bord. Zet ze in 4 kolommen zoals in het leeswerkschrift. Laat ze de 4 woorden lezen. De leerlingen reageren. Ja, dit zijn best wel rare woorden. Ik denk dat ik een ‘Hupje’ heb gedaan. Ik ben mijn laatste letters vergeten te schrijven. Weten jullie welke letters er ontbreken? Vul de letters aan. Bouw samen met de kinderen de woordenrijtjes uit het leeswerkschrift aan het bord op.
VERWERKING Inoefenen woorden Laat de leerlingen hun leeswerkschrift nemen op p. 4. Varieer in werkvormen: •• koorlezen, •• duolezen in homogene groepjes, •• duolezen in heterogene groepjes, •• individueel lezen, •• lezen met wisselen van partner, •• lezen met de dobbelsteen. Zie ook de tip.
AFRONDING Hup: Ik zeg woordjes in twee stukken en jullie maken er één woord van: ‘hek-s’, ‘fees-t’ ...
WEEK 1 | LES 3 | Dubbele medeklinkers aan het eind van een woord (-st, -rk, -ks, -rm) 9
Leeswerkschrift 6 p. 4 1
Woordenrijtjes lezen Laat de leerlingen de woordenrijtjes lezen. Varieer in oefenvorm: laat de rijtjes oefenen met luide stem, fluisterend, boos, verdrietig ...
1 2
fees t het feest
vor k de vork
3
gees t rus t nes t gas t vuis t
4
geest rust nest gast vuist st
lor k kur k har k mer k jur k
lork kurk hark merk jurk rk
2
hek s de heks lak s nik s fik s reek s haak s
44
10
vriendjes en vriendinnetjes
WEEK 1 | LES 3
1 2 3 4
??? ??? ??? ???
laks niks fiks reeks haaks ks
wor m de worm vor m dar m ber m nor m war m
vorm darm berm norm warm rm