Wat na de schoolstart?
Onderzoeker Wouter Smets: ‘Een klasscreening stopt niet in september’ How to: onderzoekstechnieken De grote veranderingen voor schooljaar 2018-2019
Inhoudstafel ARTIKELS PAGINA
‘Het internet is een fantastische bron,
2-4
maar je moet het correct gebruiken’ Interview met Stapstenen-auteur Bart Laureys Onderzoekscompetentie, hoe begin je
5-6
eraan? De grote veranderingen voor
7
schooljaar 2018-2019 ‘Een klasscreening stopt niet in september‘
8-9
Interview met onderzoeker Wouter Smets Diddit voor beginners
10-11
Inleiding
Meer dan 65 000 Vlaamse leerkrachten wandelden begin septemer weer door de schoolpoort om hun leerlingen naar een hoger niveau te tillen. Ook wij bij Uitgeverij VAN IN maakten een frisse start met een gloednieuwe Facebookpagina: VAN IN Secundair. Naast nieuwtjes en entertainment op maat van leerkrachten vind je er dossiers terug over belangrijke schoolse thema’s. In dit dossier behandelen we het nut van een klasscreening, de laatste veranderingen in het onderwijslandschap, onderzoekscompetentie en enkele veelgestelde vragen over ons digitaal leerplatform diddit. Wil je geen dossier missen? Surf dan naar facebook.com/vaninsecundair en like onze Facebookpagina. Laat ons zeker ook weten wat je van dit dossier vond door een privÊbericht te sturen naar deze nieuwe Facebookpagina. Het VAN IN-team
‘Het internet is een fantastische bron, maar je moet het correct gebruiken’ Interview met Stapstenen-auteur Bart Laureys
Zoek en gij zult vinden? Als je de juiste zoektermen gebruikt misschien! Leerlingen moeten tijdens een schooljaar voor verschillende vakken bronnenonderzoek uitvoeren, maar dreigen hopeloos verloren te lopen op het wereldwijde web. Bart Laureys, leerkracht en auteur van het handboek Stapstenen. Onderzoek stap voor stap, wil daar verandering in brengen. Is het internet eigenlijk wel een geschikte bron voor onderzoek, Bart?
Hoe weet een leerling of een website betrouwbare en objectieve informatie biedt?
‘Tijdens de voorbije vakantie heb ik zelf onderzoek gedaan naar twee Joodse meisjes die bij het uitbreken van WOII door hun vluchtende ouders achtergelaten waren in Kortrijk. Vandaag is het mogelijk om via het internet een heel stuk van het verhaal van dit Joodse gezin terug te vinden. Van de aankondiging van de geboorte van de tweeling in Het Visscherijblad, over een foto van de vader in de beeldbank van Museum Kazerne Dossin tot informatie over de illegale immigratie van Joden naar het Britse mandaatgebied Palestina. Om maar te zeggen, het internet biedt heel wat primaire en secundaire bronnen die bij een onderzoek kunnen gebruikt worden.
Er zijn verschillende kwaliteitscriteria voor een internetbron. De betrouwbaarheid hangt in de eerste plaats sterk samen met wie de bron gemaakt heeft. Wordt de auteur vermeld? Als dat niet zo is, waarom dan niet? Is de auteur een deskundige ter zake? Met welke bedoeling heeft de auteur de informatie op het internet geplaatst? Wil hij een groot publiek bereiken of een gespecialiseerd publiek? Is de informatie objectief of wordt de informatie op een of andere manier gekleurd? Werd de auteur beïnvloed door een organisatie? Gaat het om feiten of om meningen van de auteur? En als het meningen zijn, zijn die dan onderbouwd en te controleren?
Leerlingen moeten natuurlijk wel leren om al die informatie terug te vinden via de juiste zoekopdrachten. Zoeken op het internet lijkt makkelijk, maar je hebt al heel snel te veel hits, waardoor het moeilijk selecteren wordt en er veel tijd verloren gaat. Daarom moeten we leerlingen leren gebruikmaken van zoekoperatoren, waarbij trefwoorden worden gekoppeld aan complexe zoekopdrachten. Ze moeten ook leren zoeken naar gegevens in databanken. Er zijn via het internet en via overheidspublicaties veel statistische gegevens beschikbaar. Deze data zijn betrouwbaar, maar ook gemakkelijk toegankelijk, als je weet hoe het moet.’
Belangrijk is ook dat de bron een datum heeft of dat leerlingen nagaan wanneer de website voor het laatst werd vernieuwd, zodat de actualiteitswaarde van de informatie kan worden nagegaan.’
‘Leren hoe een bibliotheek werkt, moet deel uitmaken van de leerlijn onderzoekscompetentie.’ 2
Controleer je de bronnen die je leerlingen vermelden? ‘Ja, dat lijkt me logisch. Een van de uitgangspunten van onderzoek is dat de resultaten controleerbaar zijn. Een correcte bronvermelding is daarom onontbeerlijk bij elke taak die leerlingen maken en kan volgens mij zeker vanaf de tweede graad geëist worden. Verder lijkt het me evident dat leerlingen in een oriënterende fase van een onderzoek Wikipedia raadplegen. Voor mij moeten de opgezochte lemma’s niet weergegeven worden. Wel verwacht ik dat er daarna gezocht wordt naar vakliteratuur. Dat kunnen digitale bronnen zijn, maar zeker ook gedrukte bronnen. Hier verwacht ik iets meer dan de url van een website: de APA-regels voor bronvermelding zijn duidelijk en behandelen zowel gedrukte bronnen als onlinemateriaal.
Weten leerlingen nog wat een bibliotheek is? Moet je hen uitleggen hoe ze daar informatie kunnen vinden?
‘Het gemak waarmee we het internet kunnen raadplegen en de hoeveelheid materiaal die erop terug te vinden is, maken ons leven veel gemakkelijker. Toch vind ik het waardevol om mijn leerlingen ook naar de bibliotheek te sturen. In tegenstelling tot het internet, waarop iedereen kan publiceren, is de informatie in een bibliotheek gecontroleerd door redacties, uitgeverijen, bibliotheekmedewerkers ... Leerlingen vinden in een openbare bibliotheek zowel algemene als wetenschappelijke informatie. Alle informatie over een onderwerp is er samen terug te vinden, waardoor het gemakkelijker in een breder kader kan geplaatst worden. Da’s bijzonder nuttig in de oriënterende fase van een onderzoek. Maar ook in de uitvoerende en verwerkende fases van het onderzoek, wanneer een onderwerp echt De voorbereidende fase van een onderzoek uitgediept moet worden, is een bezoekje aan de begint bijna altijd met een literatuuronderzoek. bib de moeite waard. Bibliotheekmedewerkers Zo kunnen leerlingen zich inlezen in het kunnen helpen met het vinden van de juiste onderwerp dat ze onderzoeken en tot goed boeken of advies geven over zoektermen. geformuleerde onderzoeksvragen komen. Het literatuurrapport, het overzicht van de Om goed te kunnen zoeken met een zoekmachine, geraadpleegde bronnen, maakt deel uit van in een bibliotheekcatalogus of in een databank, het portfolio en wordt in de loop van het is het belangrijk dat leerlingen de juiste onderzoek verder aangevuld. Dit is voor mij een zoektermen hanteren en dat ze zoekoperatoren handige – en vooral snelle - manier om na te kunnen toepassen om geavanceerd te zoeken. gaan hoe goed of minder goed leerlingen hun De beste manier om minder en specifiekere zoekresultaten te krijgen is het gebruik van onderzoeksopdracht aanpakken.’ “AND” in de zoekactie, maar bijna niemand weet dat! De onderzoekscompetentie zoals die in de GIP of in de poolvakken aan bod komt, kent heel wat deelcompetenties of onderzoeksvaardigheden. Leren hoe de boeken in een bibliotheek staan opgesteld en hoe die boeken terug te vinden zijn in de catalogus is zeker een deelcompetentie die leerlingen moeten inoefenen in de lagere graden. Dat zou deel moeten uitmaken van de leerlijn onderzoekscompetentie van elke school.’ Hoe kunnen leerkrachten het goede voorbeeld geven? ‘Doen we dat niet altijd?’ (lacht)
Stapstenen-auteur: Bart Laureys
3
Hoe kies je goede zoektermen? Bart geeft enkele tips: • Bedenk wat de belangrijkste zoektermen kunnen zijn voor je de webbrowser opent. • Bedenk synoniemen of zoek deze op in een woordenboek. • Vergeet de enkelvouds- en meervoudsvormen niet. • Gebruik de juiste schrijfwijze, maar denk ook aan andere schrijfwijzen of gebruikelijke afkortingen. • Denk aan bredere termen en nauwere termen om informatie over je onderwerp op te zoeken. • Vertaal je zoektermen ook naar het Engels.
Stapstenen onderzoek stap voor stap Meer weten over onderzoekscompetentie? In Stapstenen – onderzoek stap voor stap vertelt Bart Laureys je al wat je moet weten over bronvermelding, onderzoeksvragen en nog zo veel meer. Dit handige en democratisch geprijsde handboek is een onmisbaar instrument voor elke leerkracht en leerling in het secundair onderwijs. Bestellen kan via vanin.be of secundair.onderwijs@vanin.be. ISBN 978-90-455-4018-4 € 11,95
4
Onderzoekscompetentie, hoe begin je eraan? Zeggen dat onderzoekscompetentie een centrale plek heeft in het onderwijs, is een open deur intrappen. In elke studierichting moeten leerlingen experimenteren en enquêtes of literatuuronderzoek uitvoeren. Maar hoe begin je eraan, en wanneer ben je klaar? De OVUR-methode biedt een houvast voor debuterende en ervaren vorsers. Hieronder sommen we de belangrijkste fasen en onderzoeksstappen voor je op. Gebruik dit overzicht om je leerlingen op het rechte pad te houden!
FASE
ONDERZOEKSSTAP Stap 1: Oriëntatie op het onderzoeksprobleem Je kiest/krijgt een concreet onderzoeksprobleem. Je gaat na wat de doelstelling van het onderzoek is.
ORIËNTEREN
Je inventariseert de gekende informatie. Je bakent het onderwerp van je onderzoek af. Je gaat na of het onderzoeksprobleem te onderzoeken is. Indien gevraagd start je met het portfolio.
Stap 2: Formuleren van onderzoeksvragen Je formuleert hoofd- en deelvragen. Je gaat na of de vragen eenduidig geformuleerd en concreet zijn. Je legt de onderzoekseenheid vast. Je kiest de dataverzamelingsmethode(s) die je voor je onderzoek zult gebruiken: interview, observatie, literatuuronderzoek, enquête, experiment …
Stap 3: Maken van een onderzoeksplan Je bepaalt wat er precies onderzocht wordt en met welk doel. Je bepaalt de onderzoeksmethode.
VOORBEREIDEN
Je bepaalt waar en wanneer je gaat werken. Bij groepswerk maak je een taakverdeling. Indien gevraagd start je met het logboek.
5
ONDERZOEKSSTAP Stap 4: Verwerven van informatie Je verzamelt en ordent informatie waarbij je gebruikmaakt van het literatuurrapport.
UITVOEREN
Je werkt de gekozen dataverzamelingsmethode uit.
Stap 5: Verwerken van informatie Je beoordeelt de verzamelde informatie: bruikbaar, betrouwbaar,
VERWERKEN
representatief. Je verwerkt de verkregen data. Je maakt een overzichtelijke voorstelling van deze data.
Stap 6: Beantwoorden van de onderzoeksvragen en formuleren van conclusies Je beantwoordt je hoofd- en deelvragen. Je toetst je gevonden gegevens aan literatuur of een ander onderzoek. Je trekt conclusies. Je formuleert je eigen mening.
Stap 7: Overdragen van informatie Je schrijft zelf een tekst op basis van de gevonden informatie waarin je de bevindingen van het onderzoek neerschrijft of je brengt de
VERWERKEN
onderzoeksresultaten in een mondelinge presentatie, een posterpresentatie, een tentoonstelling ‌
6
Wat is er nieuw dit schooljaar? Na twee maanden welverdiende rust is het nieuwe schooljaar uit de startblokken geschoten. Ben je een ambitieuze starter of een relaxte routinier? Deze vijf dingen moet je weten om mee te zijn!
1.
Nieuw
Een hoger loon
Het nieuwe schooljaar brengt een hoger loon. Met een stijging van 0,3% op het loon van leraars moet het beroep aantrekkelijker worden. Het is dan ook een eerste stap naar een verdere stijging met 1,1%, voorzien in januari 2021. 2. Schoolbussen Een groot aantal schoolbussen is het schooljaar gestart met enkele opvallende stickers. Die moeten jongeren in het verkeer wijzen op het dodehoekgevaar en het gevaar wanneer een bus in beweging is of komt. Op de achterzijde zal een sticker voorzien zijn die zegt ‘Blijf rechts achter mij’ om aan te geven dat fietsers geduldig en alert moeten zijn bij stilstand of vertraging van het voertuig. De sticker ‘Opgepast, dode hoek’ wijst zwakke weggebruikers op het bestaan van deze gevarenzone..
3.
Paraat voor de schoolstraat
Minister Crevits wil de luchtkwaliteit en het drukke verkeer rondom scholen stevig aanpakken en lanceert de campagne Paraat voor de schoolstraat. Hiermee wil ze zoveel mogelijk scholen en lokale besturen ertoe aanzetten schoolstraten in te richten en uit te testen tussen midden september en midden oktober. Bij een schoolstraat wordt de straat op bepaalde momenten afgesloten, waardoor het drukke verkeer aan het begin en einde van de schooldag wordt beperkt. Scholen en gemeenten kunnen zich inschrijven via de campagnewebsite.
4.
Ook de leerkracht ontsnapt niet aan het GDPR-monster
Sinds 25 mei is de nieuwe Europese privacywet van kracht en ook scholen ontsnappen niet aan de strengere regels. Op school wordt er immers aan heel wat persoonlijke informatievergaring gedaan. Agenda’s, rapporten, inlichtingenblaadjes … Er zijn vanaf nu strengere regels voor de opvraging en verwerking van deze gegevens. Op de site van onderwijs Vlaanderen vind je een zevenstappenplan om conform te zijn. Een stevige portie gezond verstand helpt je al een eind op weg, maar best toch even nalezen wat dat voor jouw school betekent en waar jullie staan om het GDPR-monster te overwinnen.
5.
Finale adieu aan sigaretten
Vanaf dit schooljaar wordt elke school een volledig rookvrije zone. Nergens mag je dus nog sigaretten, e-sigaretten of heatsticks opsteken – zelfs niet in de leraarskamer. De reden is logisch: jongeren niet langer in de verleiding brengen om zélf te starten met roken.
Bron Klasse
7
‘Een klasscreening stopt niet in september’ Interview met onderzoeker Wouter Smets Daar sta je dan aan het begin van het nieuwe schooljaar, voor een klas vol nieuwe gezichten. Hoe zorg je ervoor dat je leerlingen zo snel mogelijk mee zijn met de les? ‘Een goede klasscreening is een eerste stap richting efficiënt differentiëren’, weet leerkracht, onderzoeker en auteur Wouter Smets. Wouter, wat is een klasscreening precies? ‘Wie wil rekening houden met verschillen in de klas, moet eerst weten wat die verschillen zijn. Elke klas is een unieke groep waarin leerlingen met een verschillende voorkennis, motivatie en achtergrond samenkomen. Een klasscreening is een poging om in kaart te brengen welke opvallende verschillen je in jouw klas relevant vindt. Vaak is de eerste klassenraad van het jaar het ideale moment om relevante informatie te weten te komen over je leerlingen. Soms is het zinvol om aan te kloppen bij de leraars die het voorbije jaar lesgaven aan je leerlingen. De leerlingen zelf bevragen kan natuurlijk ook.’
Welke leerlingenkenmerken kan je best meenemen in de screening? ‘We maken gewoonlijk het onderscheid tussen drie kenmerken: leerstatus, interesse en leerprofiel. De leerstatus omschrijft wat leerlingen eerder wel of niet leerden dat relevant is voor je vak. Je zou het ook als “niveau” kunnen omschrijven. Het is de meest vanzelfsprekende manier om te differentiëren, omdat de verschillen zo sterk opvallen. Verschillen in leerstatus drukken zich niet alleen in punten uit,
maar ook in leerinhouden. De vraag is: wat kennen of kunnen sommige leerlingen wel, en anderen nog niet. Ik vind het erg belangrijk om ook zicht te hebben op leerprofielverschillen. Dat is een veel ruimere categorie dan alleen maar de leerstoornissen. Het gaat over hoe leerlingen leren in je klas: zijn ze gemotiveerd, hebben ze zelfdiscipline, kunnen ze samenwerken of zich concentreren… ? dat zijn belangrijke zaken om in je hoofd te houden. Als je enkel differentieert op leerstatus, bots je vaak op deze grenzen. Efficiënt differentiëren wordt moeilijk als je er geen rekening mee houdt. Tot slot kan je natuurlijk ook inspelen op de interesses van je leerlingen. Door een hechte band te creëren met je leerlingen, leer je hun interesses kennen, en kan je hen gericht prikkelen.’
Een klasscreening doe je dus niet zomaar één keer? ‘Het is een continu proces om de klas te monitoren. Elke keer dat je lesgeeft of een toets doet, krijg je nieuwe informatie die je klasscreening aanvult of bijstuurt. Er bestaan tegenwoordig veel technieken voor formatieve evaluatie die je helpen om in kaart te brengen of en hoe je leerlingen vooruitgang boeken. Heel wat onderzoek wijst op het gevaar van stereotypering of eenzijdige beeldvorming. Een
jongere die in het begin van het schooljaar het etiket ‘dyslect’, ‘ex-okan’ of ‘hoogbegaafd’ krijgt opgekleefd, dreigt al snel het slachtoffer te worden van een self-fulfilling prophecy. Net daarom is het belangrijk om voortdurend informatie te blijven verzamelen over je leerlingen.’
Onderzoeker Wouter Smets Is het nuttig om rekening te houden met leerstijlen? ‘Het hangt ervan af wat je met leerstijlen bedoelt. Wetenschappers zijn duidelijk in hun kritiek op leerstijlen. Vooral voor het onderscheid tussen een visuele en een auditieve leerstijl is er geen bewijs. Ik vind het weinig zinvol om leerlingen etiketten op te kleven. Laat leerlingen eventueel kiezen of ze iets willen zelf lezen, of de uitleg willen krijgen van jou, maar doe dat niet op basis van een zogenaamde leerstijltest. ‘
8
Hoe zou je je eigen leerprofiel omschrijven? ‘Ik hou ervan om zelfstandig te werken. Ik kan me goed concentreren, zelfs in een lawaaierige omgeving. Ik hou er ook van om in groep te werken, zij het dan liefst in redelijke kleine groepen van twee of drie personen. Tegelijkertijd merk ik dat ik niet lang kan blijven luisteren naar éénzelfde persoon. Bij colleges van langer dan 30 minuten val ik vaak letterlijk in slaap. (lacht) Mijn leerprofiel zou dus gebaat zijn bij een leraar die me op eerst op weg zet, en die me dan de ruimte geeft om zelf aan de slag te gaan. Het is logisch dat niet iedereen het leuk vindt om zelfstandig te werken of de zelfdiscipline heeft om dat te doen. Net daarom is inspelen op leerprofielen zo belangrijk.’
Hoe ziet een klasscreening volgens interesse, leerstatus en leerprofiel eruit? We geven een voorbeeld van een wiskundeleraar. Naam leerling
Interesse
Leerstatus
Erg aanwezig, snel afgeleid
Saul Koni
Leerprofiel
lost graag vraagstukken op
Sarah
85% vorig jaar
Veel bevestiging nodig
Zittenblijver
Moeilijk te motiveren ASS, betrokkenheid afhankelijk van thema
Alex Niels
Speelt tennis
Sterk in algebra
Werkt niet graag met meisjes
Tommy
Vader zit in bankwereld
92% vorig jaar
Concentratie?
Sterk in algebra
Toni Kendra
Erg secuur
Heeft nieuwe iPhone
Anja Zwakke rekenvaardigheden
Ward
Puberaal gedrag
Slim differentiëren Meer weten over klasscreenings, handige werkvormen voor differentiatie en formatieve evaluatie? Slim differentiëren is een praktijkboek voor binnenklasdifferentiatie voor leerkrachten. Wouter Smets verzamelt ideeën waarmee je zelf aan de slag kan, of je nu veel of weinig ervaring met differentiatie hebt. Bestellen kan via vanin.be of secundair.onderwijs@vanin.be. ISBN 978 90 455 6290 2 € 17,49
9
Diddit voor beginners Antwoorden op 5 veelgestelde vragen Er zit meer in je diddit dan je denkt! Van een gepersonaliseerd bordboek tot reeksen remediëringsopdrachten die je zelf kan samenstellen: deze unieke leeromgeving maakt het leven van leerkrachten eenvoudiger. Is diddit nieuw voor jou en weet je niet waar te beginnen? Dan vormen deze antwoorden op veelgestelde vragen een goed vertrekpunt.
Hoe koppel ik diddit aan het schoolmanagementsysteem?
Waar vind ik de activatiecode voor mijn lesmateriaal?
Met diddit krijg je een duidelijk zicht op de het werk dat je leerlingen online uitvoeren. Tenminste, als je schoolmanagementsysteem op de juiste wijze gekoppeld wordt. Daarvoor schakelen we je ICT-verantwoordelijke in. Die vult een formulier in, zodat we diddit op de juiste manier afstemmen op jouw schoolmanagementsysteem.
De vak- of boekverantwoordelijke heeft bij de bestelling van een Comfort Pack of Comfort PLUS Pack de code ontvangen. Activeer deze code via het plusje in de zwarte balk onderaan je scherm en de afbeelding van je boek verschijnt meteen! Heb je de code niet ontvangen of kun je ze niet terugvinden? Stuur dan een mailtje naar diddit@vanin.be.
http://vanin.diddit.be/nl/ict-coordinator Als dat in orde is, dan krijg je van je ictcoördinator een unieke leerkrachtencode om je in diddit te identificeren. Klik op je profielfoto in diddit en vervolgens op het schakel-icoontje om de code in te voeren. Nu kan je voortaan je klasgroepen en leerlingen zien!
De leerlingen vinden de activatiecode vooraan in hun leerwerkboek of werkschrift en kunnen deze code ook activeren via het plusje onderaan het scherm.
Kan ik mijn bordboek ook offline gebruiken?
Natuurlijk! Daarvoor moet je wel naar www.knooppunt.net/kiosk surfen. Download de correcte versie van de kiosk op je computer. Vervolgens kan je die kiosk openen via het icoontje op je bureaublad en inloggen met je Knooppunt-account. Alle bordboeken waarvoor je een geldige licentie hebt, zullen na de synchronisatie in je kiosk verschijnen. Klik op de cover van het gewenste bordboek en kies voor downloaden.
10
Hoe kan ik lesmateriaal in diddit delen met mijn leerlingen?
Waar kan ik het e-book voor mijn leerlingen vinden in diddit?
Bij elk onderdeel in je lesmateriaal staat een icoontje met een mannetje. Als er een vinkje naast staat, kunnen je leerlingen het materiaal ook zien. Staat er een kruisje, dan niet. Wil je een filmpje, een correctiesleutel of een ander bestand toch met hen delen, klik dan op het icoontje en selecteer de klassen en leerlingen die het mogen bekijken. De leerlingen zien het bestand dan ook bij hun lesmateriaal. Hebben ze het bestand niet meer nodig? Dan kan je het op dezelfde manier opnieuw ‘ontdelen’. Eenvoudig, toch?
Het e-book kunnen jij en je leerlingen terugvinden bij de module ‘Lesmateriaal’ in diddit. Gebruik de zoekbalk en typ ‘e-book’. Zo hebben jouw ook steeds hun boek digitaal ter beschikking!
Nog vragen over diddit? Je vindt het antwoord op diddit.be via ‘Meer info’. We verzamelden hier alle nieuwtjes op de blog, alle nuttige documenten voor leerlingen, leerkrachten en je ICT-verantwoordelijke. Uiteraard staat onze didditklantenservice ook voor jou klaar via het e-mailadres diddit@vanin.be.
11
Wil je informatie over onze methodes of een presentatie op school? We komen graag persoonlijk onze methodes, handleidingen, boeken en digitaal lesmateriaal voorstellen op school. Contacteer je educatief adviseur per mail of via telefoon voor een voorstelling op maat.
Ingrid Stes en Ellen Philippaerts Provincie Antwerpen 0479 01 56 62 ellen.philippaerts@vanin.be
Stijn Forier Provincie Limburg en Vlaams-Brabant postcodes 3000-3990 0498 91 19 10 stijn . forier@vanin .be
Jean-Pierre Deklerck Provincie West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen postcodes 9600-9990 0478 80 90 15 jean-pierre.deklerck@vanin .be
Diane Segers Provincie Vlaams-Brabant en Brussels Hoofdstedelijk Gewest postcodes 1000-1990 0478 80 90 14 diane.segers@vanin.be
Uitgeverij VAN IN Nijverheidsstraat 92/5 2160 Wommelgem Tel. 03 432 95 02 Secundair.onderwijs@vanin.be
www.vanin.be
12