HOE OVERLEG JE IN GROEP?
1
Communicatie 6 Mijn oren 13 Verkeerd begrepen 17 Hoe vermijd je ruzie? 21 Respectvol 24 In groep overleggen 30
ULTRAKORT VERHAAL 34 HASHTAGS 37 Een zoektocht in Brugge 44 Wij willen weg 47 Limburg? Even weg? Altijd Limburg 50 Hak de knoop door 57 Een dagplanning van een uitstap 59
2
HOE ORGANISEER JE EEN UITSTAP?
LEEF JE IN IN JE ROL 65 HOAX-SPOTTEN 66
HOE GEEF JE EEN PRESENTATIE?
3
Van structuur tot schema 70 Schema’s 77 Straffe taal 82 Expressief 85 Voor de groep 87 Samen presenteren 89
PECHA KUCHA 95 PRIVACY 98 Om de poen is het te doen 104 Op de kop getikt 106 Scoor een vakantiejob 111 Ken je kwaliteiten 117 Als student aan het werk 120 Op gesprek 123
4
HOE SOLLICITEER JE VOOR EEN VAKANTIEJOB?
DICHT(ER) BIJ 127 CYBERPESTEN 129
2
HOE SCHRIJF JE EEN KLACHT?
5
In garantie 138 FAQ 141 Ik klaag, jij klaagde, Kelly & Kenzie hebben geklaagd 148 Help Kelly & Kenzie 153 Een klacht schrijven 155
MENGELMOES-EUH-SPEL 158 ONLINE SHOPPEN 160 Mijn gedacht 164 Wie zoekt, die vindt … iets goeds 167 Soorten argumenten 173 De kunst van het argumenteren 177 Tegengas geven 182 Dit wil ik zeker hebben! 184
6
HOE OVERTUIG JE IEMAND?
POËZIESLAG 187 PHISHING 190
HOE MAAK JE EEN UITNODIGING?
Fuiven als de beesten 196 Voor wie? 202 Heb je het in je vingers? 207 Check je Facebook! 209 Een uitnodiging! 212
7 SCHERVEN 214
SEXTING 218 VADEMECUM 223
INHOUD
3
TAALBLOK 1 HOE OVERLEG JE IN GROEP?
Overleggen met elkaar en samen een beslissing nemen zonder ruzie, is een belangrijke vaardigheid. Deze vaardigheid komt in elke job zeker aan bod. Wie het goed kan, heeft een streepje voor. Thuis en/of in de jeugdbeweging overleg je vaak ook al. Wanneer je van dat overleg een verslag maakt, spreek je van een vergadering. In dit taalblok neem je een actieve luisterhouding aan. Je maakt kennis met de verschillende rollen binnen een overleg.
MIJN OREN
• Hoe luister je actief? • Waarom stel je vragen? • Welke vragen kun je stellen?
1
2
COMMUNICATIE
• Hoe verklaar je het begrip communicatie? • Hoe vul je het communicatieschema in? • Hoe leg je het begrip 'interactie' uit?
3
VERKEERD BEGREPEN
HOE VERMIJD JE RUZIE? Hoe formuleer je een ik-boodschap?
4 5
IN GROEP OVERLEGGEN
Je overlegt in groep.
6
• Hoe herken je miscommunicatie? • Hoe herken je interne en externe storingen?
RESPECTVOL
• Welke taken zijn er bij een overleg? • Hoe verdeel je de taken? • Hoe laat je het overleg werken?
IN GROEP OVERLEGGEN
Communicatie
1
VERBALE EN NON-VERBALE COMMUNICATIE
Je weet wat communicatie/interactie is. Je herkent de verschillende delen van het communicatieschema. Je weet wat interactie is.
1
A Bekijk de afbeeldingen. Beantwoord de vragen. 1 Wie heeft op afbeelding 1 een verrassing? 2 Wat is de verrassing? 3 Wie krijgt ze? 4 Wat is haar boodschap?
2
5 Wie brult er op afbeelding 2? 6 Wie ondergaat de scheldpartij? 7 Wat is de boodschap? Ondergaan betekent in deze zin: verduren, doorstaan naar beneden gaan
1
2 3
6
4 5
6
TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
Heb je de zon in het westen zien ondergaan? In deze zin betekent ondergaan: verduren, doorstaan naar beneden gaan
8 Wie geeft een kaart op afbeelding 3?
3
9 Wie ontvangt de kaart? 10 Wat is de boodschap?
Besluit Communiceren betekent dat je met of zonder woorden informatie uitwisselt. Die informatie noem je de boodschap. Communicatie vindt tussen twee of meerdere personen plaats. De persoon die informatie verstuurt, noem je de zender. De persoon die de informatie ontvangt, noem je de ontvanger. Soms zijn er meerdere ontvangers.
B Noteer in het schema of de personen uit de vorige opdracht zender of ontvanger zijn. vrouw van de jarige man scheidsrechter voetballer werkgever jarige man werknemer
C Ook jij maakt natuurlijk situaties mee waarin jij de zender bent, bijvoorbeeld tijdens je vakantiewerk of binnen je gezin. 1 Geef een voorbeeld van zo’n situatie. 2 Wie was daarbij de ontvanger? 3 Wat was de boodschap?
COMMUNICATIE
7
D Bekijk de afbeeldingen. 1 Welke negen verschillende boodschappen geeft de vrouw? Vul de tekstballonnen aan. Alles loopt op rolletjes. . Ik voel me
Help! Ik kan dit niet. . Ik ben
Dit is te moeilijk. Ik .
Ik snap het. Wat voel ik me
.
Fantastisch, loonsopslag! Ik voel me
Oh yeah! Deze opdracht is de max. ! Ik ben
Dit is om te Ik voel me
.
Hmm. Niet makkelijk. Hier wil ik even over .
. .
Nee! Verdorie, mijn document is niet bewaard. . Ik ben
2 Hoe brengt de vrouw op de foto haar boodschap over?
1
2 3
8
4 5
6
TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
E Een toneelstuk
Je voert samen met de klas het toneelstuk De stoel van Stanislavski op. Vooraan in de klas staat een stoel, die het decor vormt. Vijf vrijwilligers bespreken samen met de leraar de inhoud en de tekst van het toneelstuk. Daarna voeren de actrices/acteurs het stuk op.
Besluit Het grootste deel van de communicatie tussen mensen vindt zonder woorden plaats. Dat is non-verbale communicatie. Het is een belangrijk onderdeel van de communicatie.
F Lees de cartoon.
Uit: Bill Watterson, Casper en Hobbes 1 Waarom vraagt Casper hulp aan zijn buurmeisje? 2 Waarom is hij eerst niet blij met haar hulp? 3 Verloopt het gesprek tussen Casper en zijn buurmeisje goed? Waarom wel/niet?
COMMUNICATIE
9
G Lees de tekst bij de twee tekeningen. Bespreek vervolgens de vragen.
Uit: Gerrit De Jager, Smakelijk eten (Roel en zijn Beestenboel 5) 1 Aan welke bekende restaurantgids doet de bovenstaande tekst je denken? 2 Welke onderscheiding reikt die gids uit? 3 Wanneer een (bekend) persoon of een (kunst)werk grappig of venijnig wordt nagebootst, spreken we van een parodie. Ken jij nog andere voorbeelden van parodieĂŤn? 1
2 3
10 TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
4 5
6
H Lees het stripverhaal.
Uit: Gerrit De Jager, Smakelijk eten (Roel en zijn Beestenboel 5)
I Beantwoord de vragen. 1 Wat is het tekstdoel? 2 Welke personages praten in het stripverhaal met elkaar? COMMUNICATIE
11
3 4 5 6 7 8 9
Wat is het beroep van de twee witte heren met het zwarte strikje? Hoe verloopt het gesprek tussen de twee witte heren? Hoe verloopt het gesprek tussen de twee dieren? Waarom slaat Bokkie de ober? Wat was eigenlijk de echte vraag van de ober? Hoe komt het dat Bokkie hem dan slaat? Waarom is het stripverhaal grappig?
Besluit Als je een gesprek voert, ben je aan het luisteren of aan het spreken. Je bent dus zowel zender als ontvanger. Het reageren op elkaar noem je interactie. Hoe beter jij en de ander(en) naar elkaar luisteren en op elkaar reageren, hoe beter de interactie verloopt.
J Beschrijf de interactie tussen de mensen op de foto.
1
2 3
12 TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
4 5
6
Mijn oren
2
KIJKEN, LUISTEREN, SPREKEN
Je kunt actief luisteren. Je weet wanneer je een vraag moet stellen. Je kunt uit verschillende soorten vragen kiezen.
2.1 LOSLOPEND WILD & GEVOGELTE Je kijkt naar een fragment uit 'Loslopend wild & gevogelte'. Dit televisieprogramma bestaat uit allerlei sketches. Het gebruikt vooral situatiehumor, waarbij vrouwen en de mannen zich door allerlei grappige, herkenbare situaties worstelen.
A Bekijk het fragment. Beantwoord de onderstaande vragen. 1 Vul de dialoog aan.
‘Het is daar precies niet om te lachen.’
‘Het was dringend. En in het
‘Oh nee. Er gaan
2 Waarom kunnen de twee vrouwen de vergadering niet volgen? 3 Hoe gedragen de vergaderende mannen zich?
4 Wie wordt volgens de vrouwen ontslagen? 5 Wat is het echte onderwerp van het overleg?
MIJN OREN
13
6 Beoordeel de vergaderstijl van de mannen. Duid aan wat past. Ze luisteren naar elkaar.
heel goed
goed
minder goed
niet goed
Ze stellen vragen aan elkaar.
heel goed
goed
minder goed
niet goed
Ze leggen hun ideeën goed uit.
heel goed
goed
minder goed
niet goed
Ze gebruiken argumenten.
heel goed
goed
minder goed
niet goed
Ze komen tot een oplossing waar iedereen achter staat.
heel goed
goed
minder goed
niet goed
Stijl betekent in deze zin: een manier van schrijven een manier van doen, een wijze van handelen de gezamenlijke kenmerken van een richting of periode in de kunst, van een kunstenaar opstaand stuk dat andere delen steunt of waaraan een deur, hek of venster is opgehangen De architect zorgde voor aangepaste deurstijlen, geschikt voor rolstoelpatiënten. In deze zin betekent stijl: een manier van schrijven een manier van doen, een wijze van handelen de gezamenlijke kenmerken van een richting of periode in de kunst, van een kunstenaar opstaand stuk dat andere delen steunt of waaraan een deur, hek of venster is opgehangen
De hoekige, kubistische stijl van kunstenaar Picasso sprak in het begin weinig mensen aan. In deze zin betekent stijl: een manier van schrijven een manier van doen, een wijze van handelen de gezamenlijke kenmerken van een richting of periode in de kunst, van een kunstenaar opstaand stuk dat andere delen steunt of waaraan een deur, hek of venster is opgehangen ‘Je hebt in je stageverslag een zeer zakelijke stijl gebruikt. Goed zo.’ In deze zin betekent stijl: een manier van schrijven een manier van doen, een wijze van handelen de gezamenlijke kenmerken van een richting of periode in de kunst, van een kunstenaar opstaand stuk dat andere delen steunt of waaraan een deur, hek of venster is opgehangen
In het programma Hautekiet op Radio 1 heeft luisteraar Hilde Blomme een wel heel eigenaardige oplossing om te vergaderen of te overleggen. Ze stelt voor om dat ‘topless’ te doen. Ze krijgt één minuut om haar voorstel toe te lichten.
14 TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
B Luister naar het fragment. Los de vragen op. 1 Wat betekent ‘arm’ vergaderen? 2 Mensen dromen tijdens het vergaderen weleens. Welke andere activiteiten, behalve vergaderen, doen ze nog volgens Hilde Blomme? 3 Wat houdt ‘topless’ vergaderen in?
C Bekijk de afbeelding.
1 Welke vorm heeft de tafel? 2 Hoeveel mensen zijn er aan het woord? 3 Wat doen de anderen? 4 Formuleer zelf twee tips voor een goed overleg.
Besluit Tijdens een vergadering is altijd één persoon aan het woord, terwijl de anderen luisteren. Ook jij luistert actief, want je probeert de boodschap van de spreker te begrijpen. Knik regelmatig om te laten merken dat je luistert. Noteer de belangrijkste zaken. Je smartphone staat natuurlijk op ‘niet storen’.
MIJN OREN
15
2.2 HET VAKANTIEMOMENT A Vorm duo’s.
Je krijgt van de leraar een onderwerp waarover je met elkaar praat. Dat kan bijvoorbeeld een antwoord zijn op de volgende vraag: ‘Welk moment uit de voorbije vakantie is je bijgebleven? Hoe komt dat?’
B Ga samenzitten in grotere groepen (maximum vier personen).
Vertel het verhaal van je duopartner aan de andere leden van jouw groepje. Doe dat met het nodige respect.
C Vat een van de drie verhalen die je hoorde in een vijftal zinnen samen. Noteer ook de naam van de klasgenoot boven jouw samenvatting.
Het verhaal van
D Maaike vertelde over haar droomvakantie het volgende: ‘Het was ver vliegen. Zeer warm. Leuke mensen ontmoet.’
Welke vragen kun je aan Maaike stellen, zodat je meer te weten komt? Gebruik de vijf W-vragen en de hoe-vraag!
1 2 3 4 5 6
Besluit Als je actief luistert, vraag je door als je het antwoord niet begrijpt of als je meer over het onderwerp wilt weten. Een vraag die op een gegeven antwoord ingaat, noem je een vervolgvraag. Het doel van vervolgvragen is om meer informatie te verkrijgen.
16 TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
3
Verkeerd begrepen LEZEN, LUISTEREN, SPREKEN
Je kent het begrip miscommunicatie. Je herkent de verschillende storingen bij communicatie. A Lees het telefoongesprek tussen Kat en Hond. Aangekomen? Er is geen grammetje bij hoor. Ik bedoelde: aangekomen in Gent?
Aankomen heeft twee betekenissen, namelijk 'verdikken' of 'ergens na een reis aankomen'. Kat en Hond begrijpen elkaar niet goed.
B Noteer de twee betekenissen in de onderstaande sms-dialoogjes tussen Kat en Hond. 1
Ben op het werk. Het waait hier hard. Dat gaat wel over, die ruzies. Zeker als ik het raam sluit.
2
Ik stond daar met mijn mond vol tanden. Was de tandarts niet tevreden? Gaatjes? Net niet. Ik kreeg een mooi compliment over mijn kleedje.
VERKEERD BEGREPEN
17
3
Aai, aai. Dat is moeilijk! Wat is er? Ik bijt hier echt mijn tanden op stuk. Een noot? Nee. Dat huiswerk van Nederlands.
C Bekijk de cartoon en beantwoord de vragen.
1 Wie is de zender?
2 Wie is de ontvanger?
3 Wat is de boodschap?
4 Waarom komt de boodschap niet over ?
18 TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
Overkomen betekent in deze zin: gebeuren bereiken van elders komen
Mijn tante komt volgende week naar België over. In deze zin betekent overkomen: gebeuren bereiken van elders komen Is die valpartij jou echt overkomen? In deze zin betekent overkomen: gebeuren bereiken van elders bij iemand komen
D Luister naar het fragment en beantwoord de vragen.
1 Wie is de zender?
2 Wie is de ontvanger? 3 Wat is de boodschap? 4 Waarom komt de boodschap niet over?
E Luister naar het fragment en beantwoord de vragen. 1 Wie is de zender? 2 Wie is de ontvanger? 3 Wat is de boodschap? 4 Waarom komt de boodschap niet over?
F Luister naar de twee audiofragmenten.
Fragment 1
1 Wat verstoort de communicatie tijdens het overleg?
VERKEERD BEGREPEN
19
Fragment 2
2 Welk goed doel willen de jongeren steunen? 3 Wie noteerde de taakverdeling? 4 Waarom is dat nodig? 5 Waarom weet Lorenz niet waarvoor hij verantwoordelijk is?
6 Hoe vermijd je afleiding bij een overleg?
Besluit Miscommunicatie is een verstoorde communicatie. Miscommunicatie betekent dat de zender en de ontvanger elkaar niet goed begrijpen. Miscommunicatie ontstaat door een storing in de communicatie. Er bestaan twee soorten storingen: interne en externe storingen. Bij een interne storing is de zender of de ontvanger de oorzaak van de miscommunicatie. De communicatie kan verstoord raken door: - emoties, zoals verdriet of boosheid; - te weinig kennis van het onderwerp; - afleidende gedachten. Externe storing verstoort de communicatie van buitenaf. De oorzaken van de storing liggen buiten de zender en/of de ontvanger. De communicatie kan verstoord raken door: - omgevingsgeluiden (bv. harde muziek of pratende mensen); - afleiding (bv. te snel praten of overdreven handgebaren).
20 TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
Hoe vermijd je ruzie?
4
SPREKEN, IK-BOODSCHAP
Je kunt een ik-boodschap formuleren.
A Lees de dialoog. ‘Kan het wat stiller?! Jouw harde muziek zet het hele huis op zijn kop. Al het glaswerk staat te trillen. Het is altijd wat met jou.’ ‘Je hebt echt iets tegen mij.’ ‘Jouw muziek, die je nauwelijks muziek kunt noemen, verstoort altijd de rust in huis.’ ‘Altijd? En jij dan met je voetbalwedstrijden? De televisie staat altijd zo luid, dat het lijkt alsof we echt in het stadion zitten.’ ‘Wat? Naar je kamer, nu. En zet die muziek onmiddellijk af. Of ik verkoop je luidsprekers.’
1 Hoe spreken de personages in de dialoog elkaar aan?
2 Hoe voelen de personages zich daardoor?
3 Hoe formuleer je de vraag om de muziek stiller te zetten beter?
4 Vul de zin aan: Miscommunicatie kun je vermijden door
B Duid de boodschap aan die jij het liefst ontvangt. 1 Je hebt de koelkast niet dichtgedaan, daardoor is de melk zuur. Ik vind het niet fijn dat de koelkast niet werd gesloten. Daardoor is de melk zuur. Het is altijd hetzelfde met jou. Je denkt nooit ergens aan. 2 Ik vind jouw toon niet zo leuk. Pas je toon aan. Zo praat je niet tegen mij. Iedereen zegt over jou dat je te brutaal spreekt. 3 Het is nu eenmaal de beste manier om snel duizend koekjes te bestellen. Ik hoop dat iedereen achter deze beslissing staat om duizend koekjes te bestellen. Jullie hebben maar te volgen. Het worden duizend koekjes. HOE VERMIJD JE RUZIE?
21
C Je moet zelf een moeilijke boodschap overbrengen. Hoe doe je dat het best? 1 Ik kan niet anders dan je zakgeld verlagen. Ik hoop dat je dat begrijpt, nu we even terugvallen op één loon. Je zakgeld gaat naar beneden. Het kan niet anders, nu pap technisch werkloos is. Hier, de helft van je zakgeld. Daar moet je het nu mee doen. 2 Je stinkt echt enorm uit je bek. Geen tandpasta meer? Ik wil je even iets moeilijks vertellen. Ik ruik soms een onfrisse adem bij jou. 3 Het is beslist. We gaan naar de Ardennen. Ik denk dat we in de Ardennen heel wat toffe dingen zullen beleven. Ardennen. Jij gaat mee, of je wilt of niet.
D Bekijk je antwoorden bij opdracht C. Wat valt je op?
Besluit Tijdens een vergadering gebruik je het best een ik-boodschap. Zo’n boodschap werkt beter dan dat je iemand rechtstreeks met 'jij' of 'jou' aanspreekt op zijn/haar gedrag of op zijn/haar voorstel. Een ik-boodschap nodigt je gesprekspartner uit om begrip op te brengen voor jouw kant van de zaak.
E Lees de tips om een ik-boodschap te formuleren. Tip
Voorbeeld
1
Noem de naam van de persoon als je met haar of hem wilt praten.
Imme, ik zou je graag iets vertellen.
2
Begin je boodschap met ‘ik’. Jij wilt iets tegen de andere zeggen. Op die manier maak je duidelijk dat jij met iets zit wat je aan de andere kwijt wilt.
Ik heb namelijk een probleem.
3
Zeg wat je gevoel is. Omschrijf wat je niet zo leuk vindt aan wat de andere persoon doet. Op die manier komt de andere te weten wat jouw gevoelens zijn.
Ik vind het nogal vervelend …
4
Zeg welk gedrag van de andere je stoort. Vertel de andere dat wat hij of zij doet, jou niet aanstaat.
… als jij mijn kamer zomaar binnenkomt, zonder kloppen.’
22 TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
5
Of vertel wat je niet goed vindt aan haar/zijn voorstel.
Ik vind dat er te weinig tijd is om die taak te maken.
6
Zeg enkel iets over het gedrag van de andere, niet over zijn of haar persoon!
Ik vind het niet tof dat jouw jassen in de woonkamer rondslingeren.
7
Geef de reden waarom je dat vindt. Zeg waarom je het niet leuk vindt wat de andere doet.
Ik vind het nogal vervelend als jij mijn kamer zomaar binnenkomt zonder kloppen, omdat ik me dan niet op mijn gemak voel als ik met iets bezig ben.
8
Stel voor wat de andere persoon kan doen. Zeg hoe hij of zij het anders kan aanpakken.
Ik zou het fijn vinden als je voortaan even klopt.
Naar: www.vlor.be
F Luister naar het audiofragment. 1 Wat zijn de namen van de personages? 2 Wat vraagt het meisje aan de jongen? 3 Wat verwijt het meisje de jongen? 4 Met welk woord spreekt het meisje de jongen altijd aan? 5 Hoe reageert de jongen? 6 Wat zijn je gevoelens bij dit fragment? 7 Welk gedrag vind je niet goed? 8 Hoe kan het anders of beter in de toekomst? 9 Bedenk de ik-boodschap die het meisje aan de jongen kan geven. Doe daarna het omgekeerde: welke ik-boodschap kan de jongen aan het meisje geven? Noteer de antwoorden in het schema.
Naam, Ik
Gevoelens
Gedrag
Reden
Voorstel
HOE VERMIJD JE RUZIE?
23
Respectvol
5
LEZEN, SPREKEN
Je kent de verschillende rollen van de deelnemers aan een vergadering. Je kent de taken van de verschillende deelnemers. Je oefent de taken tijdens een vergadering in. Je gebruikt een verslagformulier.
A Lees de tekst.
Vlot vergaderen
Om met een groep vlot te kunnen overleggen zijn er een aantal spelregels of afspraken nodig.
Het onderwerp Het is belangrijk dat het doel van de vergadering voor iedereen duidelijk is. Alle deelnemers weten waarom ze rond de tafel zitten. Een belangrijk hulpmiddel is een duidelijke agenda. Op de agenda staan een aantal punten die zeker aan bod moeten komen. Beperk de agenda. Het spreekt voor zich dat elke deelnemer die agenda vooraf thuis heeft doorgenomen. Dat is nodig om goed voorbereid aan de vergadertafel te komen.
24 TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
Niet te lang De tijd bewaken is een andere belangrijke spelregel. EfficiĂŤnte vergaderingen duren maximaal twintig tot dertig minuten. Daarna verliezen de deelnemers de aandacht. Ze kijken de smartphone na of ze beginnen te dromen. Er kan een tijdsbewaker worden aangeduid. Zij of hij onderbreekt dan op een beleefde manier iemand die te lang praat. Vergaderingen beginnen en eindigen op het afgesproken
tijdstip. Anders ontstaat al snel de gewoonte dat mensen te laat komen. Daardoor verliezen de mensen die wel tijdig aanwezig zijn kostbare tijd. Laat vergaderingen niet uitlopen , want dan komen voor sommige deelnemers de volgende afspraken in het gedrang. Praktisch De organisator of de materiaalmeester zorgt dat alles in orde is. Dat houdt in dat de vergaderruimte is gereserveerd en dat er voldoende tafels en stoelen aanwezig zijn. Die staan natuurlijk in een cirkel of in een ovaal1. Verder zorgt een goede gastheer voor pennen en papier, alsook2 water en glazen. Blijf bij het onderwerp Persoonlijke gesprekken over vrienden of vriendinnen, de kinderen of de andere gezinsleden houd je buiten de vergaderruimte. Die
voer je voor of na de vergadering. Zo blijft iedereen tijdens het overleg zijn aandacht bij het onderwerp houden. Het lijkt logisch, maar niet iedereen doet het. Smartphones en laptops zet je natuurlijk uit. Resultaat De voorzitter leidt het overleg. Hij leidt de agendapunten kort in en hij geeft anderen de kans om te reageren. Daarnaast beschik je best over een verslaggever. Die noteert de belangrijkste afspraken. Hij vult goed in wie voor welke taken verantwoordelijk is. Tevens3 kleeft hij er een einddatum op. Zo kun je op het volgende overleg overlopen of de taken zijn uitgevoerd. Tot slot deze tip. Let op je lichaamstaal tijdens het overleg. Anderen merken snel wanneer iemand verveeld, boos, teleurgesteld of moe is.
ovaal = eivormig plat vlak alsook = en ook, evenals 3 tevens = ook 1
2
Efficiënt betekent hier: werkelijk doelmatig, met resultaat
Uitlopen betekent in deze zin: langer duren dan afgesproken uit de knop komen lopen tot het eind van
Op het einde van de training mogen we altijd tot aan het einde van de piste uitlopen. In deze zin betekent uitlopen: langer duren dan afgesproken uit de knop komen lopen tot het eind van Ik verlang naar het einde van de winter, wanneer de takken van de bomen langzaam uitlopen. In deze zin betekent uitlopen: langer duren dan afgesproken uit de knop komen lopen tot het eind van
RESPECTVOL
25
B Beantwoord de vragen. 1 Welke vier rollen komen er tijdens een vergadering aan bod? Markeer ze in de tekst. 2 Waarom mag een overleg maar maximaal dertig minuten duren? 3 Waarom noteer je in het verslag van de vergadering de taakverdeling? 4 Waarom praat je tijdens een overleg niet over jouw persoonlijk leven?
Besluit De voorzitter leidt bij een vergadering het gesprek. Hij geeft het startsein en hij brengt een voor een de agendapunten aan. Hij zorgt ervoor dat iedereen die wat wil zeggen het woord krijgt. De voorzitter neemt zelf een neutrale positie in. De tijdsbewaker bewaakt de spreektijd van elke deelnemer. Hij zorgt dat iedereen evenveel aan het woord komt. Tegelijk denkt hij ook goed na over de tijd die nodig is om bepaalde taken uit te voeren. De verslaggever vult het vergaderschema in. Hij noteert het onderwerp, de datum en de aanwezigen. Ook noteert hij de beslissingen en/of afspraken en de verantwoordelijke voor elke taak. De materiaalmeester zorgt ervoor dat papier, pennen, tafels, stoelen ‌ aanwezig zijn en eventueel ook een drankje en een hapje.
C Overleg in groepjes over een activiteit om geld voor een goed doel mee in te zamelen. 1 2
Elk groepje bestaat uit vier leden. Elk lid krijgt een rol. Gebruik daarvoor de fiches op p. 27 en 28. Je overlegt in vier rondes. Na elke ronde wissel je van rol en krijg je dus een andere taak. De leraar bepaalt wanneer een ronde eindigt en een nieuwe begint. Na elke ronde evalueer je jezelf.
26 TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
Tips Om een vergadering goed te laten verlopen, heb je bepaalde regels nodig. Dat noem je gesprekregels. 1 Gebruik beleefde taal en pas je taalgebruik aan de situatie aan. 2 Laat elkaar uitpraten. 3 Vraag op gepaste wijze het woord. 4 Blijf bij het onderwerp en begin niet zomaar over een ander onderwerp. 5 Ga in op wat de andere zegt.
D Markeer op de fiches de ronde waarin je de materiaalmeester, de voorzitter, de tijdsbewaker en de verslaggever bent. MATERIAALMEESTER Ronde 1 - Herschik de klas. Maak overlegeilanden met drie/vier banken. - Zorg dat elke deelnemer pen en papier heeft. Ronde 2 - Noteer tijdens het overleg al het materiaal dat nodig is voor de activiteit. Ronde 3 - Zorg dat er briefjes zijn, zodat iedereen een stem kan uitbrengen. - Help de voorzitter bij de organisatie. Ronde 4 - Breng de klas terug in zijn oorspronkelijk staat.
VOORZITTER Ronde 1 - Leg de opdracht goed uit: een klasactiviteit om geld in te zamelen. - Laat alle leden nadenken en eventueel een aantal ideeĂŤn op papier zetten. Ronde 2 - Laat alle leden een voor een hun ideeĂŤn uitleggen. Ronde 3 - Laat alle leden vertellen welk idee ze het meest zien zitten. - Organiseer een geheime stemming met briefjes. Ronde 4 - Werk met de groep het idee concreter uit, waarbij er een antwoord komt op de hoe-, wat-, waar-, wanneer- en wie-vraag, en op de vraag wie wat doet.
RESPECTVOL
27
TIJDSBEWAKER Ronde 1 - Let erop dat de voorzitter iedereen één minuut de tijd geeft om na te denken. Ronde 2 - Let erop dat de voorzitter iedereen ongeveer één minuut aan het woord laat. Ronde 3 - Let erop dat de voorzitter iedereen ongeveer één minuut de kans geeft om zijn mening te geven. Ronde 4 - Waak erover dat het uitwerken van het idee niet langer dan twee à drie minuten duurt.
VERSLAGGEVER Ronde 1 - Noteer de naam van de klas, de namen van de leerlingen, de datum. Ronde 2 - Werk verder op het verslag van je voorganger. - Noteer alle ideeën van de groep in kernwoorden. Ronde 3 - Werk verder op het verslag van je voorganger. - Noteer vier voordelen/argumenten. (Dat kunnen er één, twee of drie per idee zijn, afhankelijk van hoe de ideeën worden onthaald.) Ronde 4 - Werk verder op het verslag van je voorganger. Noteer het idee dat gekozen werd. - Noteer praktische zaken op vragen zoals wie, wat, waar, wanneer en hoe.
E Vul het schema aan dat je van je leraar ontvangt. Luister naar wat de verslaggever in de laatste ronde noteerde. Gebruik die informatie in je verslag.
28 TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
F Evalueer je verschillende rollen.
Evaluatie Voorzitter Ik leidde het gesprek.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik liet iedereen aan het woord.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik zorgde ervoor dat iedereen evenveel aan het woord kwam.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik communiceerde met een ik-boodschap.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik zorgde ervoor dat er geen miscommunicatie ontstond.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik lette erop dat iedereen evenveel aan bod kwam.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik wees de voorzitter erop als iemand te veel tijd gebruikte.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik communiceerde met een ik-boodschap.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik zorgde ervoor dat er geen miscommunicatie ontstond.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik noteerde wat gevraagd werd.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik werkte in kernwoorden.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik zorgde voor leesbare notities.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik communiceerde met een ik-boodschap.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik zorgde voor een goede communicatie.
heel goed
goed
minder goed
helemaal niet
Ik zorgde voor papier en pen.
ja
nee
Ik zorgde dat het overlegeiland in orde was.
ja
nee
Ik organiseerde de stemming.
ja
nee
Ik communiceerde met een ik-boodschap.
ja
nee
Ik zorgde voor een goede communicatie.
ja
nee
Tijdsbewaker
Verslaggever
Materiaalmeester
RESPECTVOL
29
In groep overleggen
6
SPREKEN, SCHRIJVEN
Je kunt in groep overleggen.
A Je maakt in groepjes een radioprogramma over de school. Je radioprogramma bestaat uit minstens drie onderdelen. Daar hoort zeker een interview bij. Andere onderdelen kunnen zijn: een nieuwsflash, reclame, een inleiding, een uitleiding, een weerbericht, verkeersinformatie ‌ Zorg voor een evenwichtige verdeling. Muziek is daarbij ondergeschikt aan de gesproken tekst.
Om deze opdracht tot een goed einde te brengen, moet je goed met elkaar overleggen. Dat gebeurt in vier rondes, waarbij je telkens een andere rol vervult. Elk groepje dient een eindverslag in.
De opdracht is om achter de schermen van de school te kijken. Door verschillende medewerkers te interviewen, stel je de school voor. Elk groepje kiest een andere medewerker.
RONDE 1: Hoe ziet je radio-uitzending eruit? Verdeling van de rollen
- Voorzitter: - Verslaggever: - Tijdsbewaker: - Materiaalmeester: Agenda 1 Welke onderdelen komen er in het programma? 2 Hoeveel tijd krijgt elk onderdeel? (Zorg voor een evenwichtige verdeling. Er moeten voldoende gesproken rubrieken aanwezig zijn, dus bijvoorbeeld geen 9 minuten muziek.) 3 Wie werkt welk onderdeel uit?
30 TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
Verslag in kernwoorden Noteer op een apart blad. RONDE 2: Wie interview je?
Verdeling van de rollen
- Voorzitter: - Verslaggever: - Tijdsbewaker: - Materiaalmeester: Agenda 1 Wie kun je interviewen? 2 Welke vragen stel je? 3 Hoe stel je hem/haar voor?
Verslag in kernwoorden. Noteer op een apart blad. RONDE 3: Welke muziek (genre) draai je?
Verdeling van de rollen
- Voorzitter: - Verslaggever: - Tijdsbewaker: - Materiaalmeester: Agenda 1 Welk thema/genre van muziek kies je? 2 Kies je liedjes in functie van het interview of de andere radio-onderdelen? 3 Welk liedje moet er zeker in? Waarom?
Verslag in kernwoorden Noteer op een apart blad.
IN GROEP OVERLEGGEN
31
RONDE 4: Uitvoering
Verdeling van de rollen
- Voorzitter: - Verslaggever: - Tijdsbewaker: - Materiaalmeester: Agenda 1 Wie bereidt welk radio-onderdeel voor? Scenario? Vragen voorbereiden? 2 Welk materiaal heb je nodig? 3 Wanneer neem je alles op?
Verslag in kernwoorden Noteer dit op een apart blad.
B Verslag Breng van jullie vier mini-overlegrondes alle kernwoorden/afspraken samen in het grote definitieve verslag. De onderstaande modellen zetten je alvast goed op weg.
Onderwerp:
Datum:
Aanwezigen:
Verslaggever:
Verontschuldigd:
Afwezig:
Ronde 1: Indeling radio-uitzending Wat? / Hoe?
32 TAALBLOK 1 – HOE OVERLEG JE IN GROEP?
Wie?
Tegen wanneer?
Controle
Ronde 2: Interview Wat? / Hoe?
Wie?
Tegen wanneer?
Controle
Wie?
Tegen wanneer?
Controle
Wie?
Tegen wanneer?
Controle
Ronde 3: Muziek Wat? / Hoe?
Ronde 4: Uitvoering Wat? / Hoe?
C Tot slot
Evalueer jezelf en je medeleerlingen. Hoe verliep het overleg?
IN GROEP OVERLEGGEN
33
Ultrakort verhaal SCHRIJVEN A Wie ben ik (echt)? 1 Schrijf drie whatsappjes van maximaal drie regels. In de berichtjes vertel je iets over jezelf. Opgelet: vertel twee waarheden en ĂŠĂŠn leugen.
2 Lees de drie whatsappjes voor. De andere leerlingen raden welke de leugen is.
B Aan de slag
1 Noteer bliksemsnel de namen van drie vriendinnen/vrienden in de witte kaders. a
b
1
c
34 CREATIEF 1
d
a
b
2
c
d
a
b
3
c
d
2 Geef voor elke persoon bij de pijlen in kernwoorden een antwoord op de vraag: a hoe je elkaar hebt leren kennen; b wat je leuk aan hem/haar vindt; c waarom je hem/haar graag als vriend(in) hebt; d iets dat typisch is voor hem/haar.
3 Formuleer bij elke vriend(in) de kernwoorden/eigenschappen in minstens drie goede zinnen.
Vriend(in) 1: Vriend(in) 2: Vriend(in) 3:
ULTRAKORT VERHAAL
35
4 Herleid bij elke persoon minstens één zin tot een zin van exact zes woorden. Lees de zin voor die je het sterkst vindt. Luister goed naar je klasgenoten. a Wat vind je de leukste zin? Waarom? b Welk beeld roept het ‘verhaal van zes woorden’ bij je op?
C Zeswoordenverhaal Te koop: babyschoentjes, nooit gedragen
Wat vertelt dit ultrakorte verhaal?
36 CREATIEF 1
Hashtags LEZEN, SCHRIJVEN
Je kunt uitleggen waar en waarom hashtags gebruikt worden. Je kunt een drietal tips geven om een hashtag met succes te gebruiken.
A Herken je de hashtag?
In de onderstaande Twitterberichten staan enkele leuke hashtags. Weet je ook wie ze schreef? 1 Ik begin aan nieuw hoofdstuk in mijn leven. Niet langer meer thuis in Thuis. #laatstedraaidagmorgen #byebyejanablomaert
2 3
Hou van mijn team. Samen op weg naar de titel in de Premier League. #allez #chelsea
Een vol Sportpaleis. Kris en ik zullen de pannen van het dak spelen. #geweldigveelzinin #clouseau
4 Mensen stijlen is een kunst. Kasten keuren mijn hobby. Binnenkort nieuw programma. #happywhenever #haatdriekwartsbroeken
Personen a Eden Hazard b Jani Kazaltzis c Joy Anna Thielemans d Koen Wauters 1
2
3
4
HASHTAGS
37
B Soorten hashtags 1 Door goede hashtags te gebruiken, bereik je meer mensen. Je ziet dat bepaalde soorten hashtags veel succes opleveren. Noteer de volgende hashtags in de juiste categorie: #luke - #rodeneuzen - #starwars - #laundrydray - #ongeluk - #vakantie - #antwerpen - #E17 #adidas - #werk - #musicforlife - #messi - #familie Categorie
Hashtags
Meld een gebeurtenis. Doe mee met terugkerende acties. Breng zelf categorieën aan met kernwoorden. Bespreek een film, een serie of personage. Noem een bekend merk of persoon. Vermeld de plaats of het evenement waar je aanwezig bent.
2 Leid uit de afbeeldingen af waar de hashtags worden gebruikt. 1
2
3
38 MEDIAWIJS 1
Besluit Een hashtag is een woord met daarvoor een hekje, zoals je dat kent van je telefoontoestel. Dat simpele hekje is inmiddels tot een begrip op het internet uitgegroeid. Plaats je een hashtag in of achter een geschreven bericht, dan wordt dat woord een link die naar berichten verwijst waarin dezelfde term wordt gebruikt. Een zender hoopt zo zijn boodschap bij zo veel mogelijk ontvangers te krijgen. Hashtags worden op enkele van de populairste websites en socialenetwerksites op het internet gebruikt: Facebook, Instagram, Pinterest, Tumblr, Twitter, YouTube en Linkedln.
C Gesnapt?
Lees het fragment.
De IJslandse Hrafnhildur Lara Ingvarsdottir was 15 toen ze een tepelpiercing liet aanbrengen en een foto daarvan via Snapchat naar haar beste vriendin stuurde. Het was niet eens een sexy bedoelde foto. Het bleek toch niet zo’n beste vriendin te zijn, want ze nam een screenshot en de foto belandde op het internet. Ingvarsdottir werd er online om gepest. Ze werd depressief en angstig, tot ze begin dit jaar, intussen 18 geworden, het heft in eigen handen nam. Onder de hashtag 'freethenipple' postte ze de toplessfoto zelf op Twitter, met de boodschap: ‘Wie mijn foto postte, heeft nu geen macht meer over mij, want mijn lichaam behoort aan mezelf toe.’ 1
De hashtag freethenipple-acties op sociale media als Twitter en Instagram springen in het oog omdat ook celebrity’s zoals het topmodel Cara Delevigne en Scout Wilis, een van de dochters van Bruce Willis en Demi Moore, toplessfoto’s van zichzelf met die hashtag postten. Hij verwijst naar Free The Nipple. Dit is een van oorsprong Amerikaanse protestbeweging die met topless-selfies strijdt tegen de censuur1 en de schandpaalcultuur op de sociale media.
censuur = het tegenhouden of verbieden van publicatie van bepaalde informatie
Naar: Humo
1 Waar woont Lara Ingvarsdottir?
2 Waarom was ze depressief en angstig?
3 Hoe nam ze het heft in eigen handen?
4 Waarnaar verwijst de hasthtag freethenipple?
HASHTAGS
39
D De kracht van hashtags
1 Lees de tekst.
Vrouwen met lef Vrouwen over heel de wereld voeren groot en klein protest. Ze strijden voor gelijke rechten. De omgeving waarin ze leven en actievoeren, is erg verschillend, zo ook de wapens waarmee ze strijden. Wat ze gemeen hebben, is veel moed en lef, vaak ook humor en het gebruik van moderne middelen. Autorijden? Een prachtig staaltje moed komt van de Saoedische vrouwen van ‘women2drive’. In Saoedi-Arabië zeggen ze niet zo gauw ‘dat het weer een vrouw is’. Het is het enige land waar vrouwen geen auto mogen besturen. Zou jij je eraan wagen om onder zo´n streng regime wat te cruisen in de stad, je illegale actie te filmen en op Facebook te posten? Deze vrouwelijke chauffeurs zijn krijgers, echte heldinnen die voor basisrechten hun vrijheid op het spel zetten. Ga ervoor meisjes, en bakken respect voor #women2drive. Een stukje geschiedenis Vaak zit groot en krachtig verzet in kleine acties. Zo weigerde de oppermoedige zwarte naaister Rosa Parks in de Verenigde Staten op 1 december 1955 haar plaats op de bus aan een blanke passagier af te staan. Ze werd gearresteerd, aangeklaagd en beboet met 10 dollar wegens schending van de segregatiewetten1. Haar burgerlijke ongehoorzaamheid2 zette de strijd voor gelijkheid tussen blank en zwart in gang.
Online broeit het van klein verzet De Iraanse journaliste Masih Alinejad post op haar Facebookpagina en website ‘My Stealthy Freedom’ selfies zonder hoofddoek om de strenge kledingvoorschriften voor vrouwen in Iran aan te klagen. De website ontroert omdat ze laat zien hoe vrouwen hun vrijheid bevechten met online berichten en foto´s. De hashtag #mystealthy-freedom verzamelt al deze verhalen. Vorig jaar mocht een rechtenstudente in Algiers (de hoofdstad van Algerije) de examenzaal niet binnen omdat haar jurk boven haar knie kwam. Uit protest postten heel wat vrouwen hun blote benen op sociale media. De Algerijnse Sofia Djama startte de Facebookpagina ‘Ma dignité n´est pas dans la longeur de ma jupe’ (= mijn waardigheid heeft niet de lengte van mijn jurk). Vrouwen in Tunesië geraakten geïnspireerd en eisten hun waardigheid op met online selfies van blote benen en een 'Internationale dag van de minirok' in de hoofdstad Tunis. De gelijknamige hashtag had echter minder succes.
1 segregatiewetten = een wettelijke regeling waarbij in de Verenigde Staten van Amerika groepen mensen op grond van hun huidskleur van elkaar werden afgescheiden 2 burgerlijke ongehoorzaamheid = het opzettelijk overtreden van de wet of het negeren van bevelen van de overheid met een politiek doel
Naar: www.femma.be
40 MEDIAWIJS 1
2 Wat leer je uit deze tekst?
3 Wat betekent het woordje waardigheid?
4 Markeer de twee hashtags in de tekst met geel.
5 Markeer de vijf landen in de tekst met groen.
6 Waarom had de hashtag 'madignitĂŠnestpasdanslalongeurdemajupe' weinig succes?
E Don’ts
Hashtags zijn makkelijk te gebruiken, maar ook makkelijk te misbruiken. Overmatig of misplaatst gebruik van hashtags kan ertoe leiden dat je volgers verliest, of dat je als spam wordt aangemerkt.
1 Waarom zijn de onderstaande hastags niet zo goed?
a #smurf b #wateenvermoeiendelesnederlandsvandaag c #elke #minuut #vervelende #stekende #kloppende #tandpijn
Besluit Drie gouden tips in verband met hashtags. 1 Maak je hasthags niet te lang. 2 Maak niet van elk woord een hashtag. 3 Gebruik geen willekeurige hashtags.
HASHTAGS
41
2 Schrijf een passende hashtag bij de drie onderstaande foto’s.
42 MEDIAWIJS 1