Skip to main content

OpKampInDeTuin

Page 1


Illustraties van Merel Eyckerman

op kamp in de tuin

‘Jan en paps zijn er!’ roept Leen.

Ze rent naar de deur.

‘Dag Leen, dag mams,’ zegt Jan.

‘Dag Jan.

Hoe was het op kamp?’ vraagt mams.

‘Heel leuk.

Maar ik ben wel moe,’ geeuwt Jan.

Paps draagt een zak.

De zak is van Jan.

‘Daar zit de was in,’ zegt Jan. ‘Hij is wel heel vuil.’

‘Dat geeft niet,’ lacht mams.

Paps zet nog een tas neer.

‘Daar zit de rest in,’ zegt Jan. ‘Mijn zeep, mijn zaklamp, je weet wel.’

‘Die tas maak ik straks wel leeg,’ zegt mams.

‘Heb je dorst?

Wil je een koek?’ Jan schudt het hoofd.

‘Op kamp gaan.

Dat is niets voor mij,’ zegt Leen.

‘Je slaapt niet in een bed.

Er is geen licht.

En het is koud.’

Jan lacht.

‘Maar Leen toch.

Ik sliep op een veldbed.

Dat is niet zo groot als een bed.

Maar het is ook zacht.

En als het nacht is, dan hoef je geen licht.

Als je toch licht wil, heb je een zaklamp.’

‘Maar het was toch koud?’ vraagt Leen.

‘Nee, hoor,’ lacht Jan.

‘Ik sliep in mijn slaapzak!’

‘Wat speel je op kamp?

Je hebt toch geen speelgoed?’ zegt Leen.

‘Nee, en geen boek, geen film,’ zegt Jan.

‘En toch was het leuk.

Het kamp lag in een groot bos.’

‘Mocht je het bos in?’ vraagt Leen.

‘Ja, ik was heel vaak in het bos.’

‘Was je dan niet bang?’ vraagt mams.

‘Bang? Ik? Nee, hoor,’ zegt Jan stoer.

‘Echt niet?’ vraagt paps.

‘Of toch, één keer wel.

Het was al heel laat.

Er was een bosspel.

Ik ging het bos in.

Met de rest van de groep.

Plots zag ik iets.

Eerst dacht ik dat het een spook was.’

‘Zag je een echt spook?’ vraagt Leen bang.

‘Ik wist dat dat niet kon,’ zegt Jan.

‘Wat was het dan wel?’

‘Bert zag het ook.

Hij zei dat het een uil was.’

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook